1 augustus

Dag 233

Maar wee u, Farizeën, want gij vertient munte, en ruite, en alle moeskruid, en gij gaat voorbij het oordeel en de liefde Gods. Dit moest men doen, en het andere niet nalaten. Wee u, Farizeën, want gij bemint het voorgestoelte in de synagogen, en de begroetingen op de markten. Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeën, gij geveinsden, want gij zijt gelijk de graven, die niet openbaar zijn, en de mensen, die daarover wandelen, weten het niet.
De poeha rondom de priesters en farizeen

Tienden betalen aan een individu? Het hangt ervan af wie de individu is. Zie? Dat is juist. In Hebreeën 7, de eerste keer dat er over werd gesproken, was toen Abraham terugkeerde van het verslaan van de koningen en Melchizédek ontmoette; hij betaalde Hem een tiende. Dat was Melchizédek, de Koning van Salem, Die de Koning des vredes en de Koning der gerechtigheid is, Die niemand anders was dan God Zelf. Zie?

Maar wanneer u tienden betaalt, echt, waar u tienden hoort te geven is waar u uw voedsel krijgt. “Breng al uw tienden in Mijn voorraadschuur, spreekt de Here.” (Klopt dat?) “En beproef Mij daarin, spreekt God, of Ik niet de vensters des hemels zal openen en een zegen zal uitgieten waardoor u niet genoeg ruimte hebt om het te bergen.” Ik daag iedere man of vrouw uit die geen tienden betaler is om dat te aanvaarden.

Ik zou hier tot in de ochtend kunnen staan om u te vertellen wat er gebeurde toen ik dat zag, en de toestand waarin ik was. Maar zo getrouw als ik maar wist te zijn, betaalde ik tienden. En wanneer ik mijn eigen geld kreeg van de gemeente hier, of van mijn campagnes, dan zou ik een tiende geven. Vervolgens gaf ik het aan de predikers en gaf de rest ervan aan de predikers. Toen ik dat niet meer kon doen, wat ik toen deed, ik hield tien procent en gaf God negentig. En toen, toen de wet mij vertelde dat ik dat niet kon doen, en als ik het deed dat ik er belasting over zou moeten betalen, toen moest ik het nemen en het besteden aan buitenlandse zending, enzovoort; en toen nam ik er eenvoudig een salaris uit van honderd dollar per week; en betaalde daar mijn tienden van.

Ja zeker. Ik geloof in tienden betalen. Het is een van Gods zegeningen die hebben bewezen een zegen te zijn. U zegt: “Dat was in het Oude Testament.” Het is ook in het Nieuwe Testament. Ja zeker.

God zal voorzien in de werken. Als u alleen bij genade leeft, zult u meer aan het werk zijn dan wat u nu precies aan het doen bent bij de vrouwenhulpdienst en al deze andere onzin die aan de kerk is toegevoegd. Soepmaaltijden om de prediker te betalen, waar haalt u ooit een dergelijke Schriftplaats vandaan? Tienden betalen de prediker. Hij behoort te leven van de tienden van de mensen. Maar wij moesten iets anders doen. Wij moeten ons deel erin hebben. En als zij het dan niet voor elkaar kunnen krijgen, is er een andere vereniging die het zal doen. Gods manier is juist. Tienden en offers gaan naar Levi, die de prediker was. Als iedereen zijn tienden zou betalen, zou u geen enkele soepmaaltijd nodig hebben. Kijk, u nam iets anders aan en liet de tienden eruit. Zeggen dat het een kwestie is van het Oude Testament. Ik zou willen dat u dat aan mij bewijst. Zo is het. U kunt het niet met Gods Woord; het is ook een ordening van het Nieuwe Testament. Als God een ordening maakt, kan het nimmer worden veranderd. Het moet op die manier blijven.

Aanhalingen genomen uit de predikingen:

  • Kerk kiest wet voor genade   16 maart 1961
  • Vragen en antwoorden   23 augustus 1964

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
E-Book
E-BookE-Book
ePub Download ePubVoor E-Readers (maar niet optimaal voor apparaten van Apple). meer info...
ePub ePub voor AppleVoor iPod / iPhone / iPad, en vanwege de kleinere plaatjes ook geschikt voor andere telefoons of handhelds. meer info...
ePub zonder plaatjesIn deze versie ontbreken de dagelijkse plaatjes (behalve de kaft, logo's en dergelijke) meer info...
English (Engels)