Terug

EEN UITEENZETTING VAN
DE ZEVEN GEMEENTE-TIJDPERKEN


Door William Marrion Branham

volgende hoofdstuk

Inleiding . H1 . H2 . H3 . H4 . H5 . H6 . H7 . H8 . H9 . H10

Een Uiteenzetting Van De Zeven Gemeente-Tijdperken is een uitvoerige studie van de Zeven Gemeente-Tijdperken waarbij diep wordt ingegaan op de onderscheidene leringen als vermeld in het boek Openbaring hoofdstuk Een tot en met Drie.



INHOUDSOPGAVE



INLEIDING

Hoewel dit werk zich ook bezighoudt met verscheidene belangrijke leringen (zoals de Godheid, waterdoop e.d.), als vermeld in Openbaring hoofdstuk 1 t/m 3 is het hoofdonderwerp een uitvoerige verklaring van de Zeven Gemeente-Tijdperken. Deze is nodig voor de verdere bestudering van de Openbaring aan Johannes en om deze ook te kunnen verstaan, want uit de Tijdperken komen de Zegels, uit de Zegels de Bazuinen en uit de Bazuinen de Schalen voort. Net als het eerste oplichten van een Romeinse kandelaar, geven de Zeven Tijdperken een helder licht bij hun entree. Krijgen wij geen inzicht in de Tijdperken, dan zullen wij ook geen inzicht krijgen in het overige van de Openbaring. Maar gaan wij het licht van de Zeven Gemeente-Tijdperken eenmaal zien, dan krijgen wij steeds meer licht en tenslotte ontvouwt zich het geheel der Openbaring, terwijl wij verwonderd toezien, voor onze ogen. Wij worden gesticht, gereinigd en door de Geest toebereid voor de heerlijke verschijning van onze Heer en Heiland, de Alleenwijze God, Jezus Christus.

Dit gehele werk is in de eerste persoon gesteld, daar het een boodschap is, die regelrecht uit mijn hart komt, tot hen die haar lezen.

Er is op toegezien dat alle namen en titels, zelfstandige naamwoorden en voornaamwoorden, die op de Godheid betrekking hebben en ook de woorden als Bijbel, de Schrift en het Woord met een hoofdletter gezet worden, daar wij het zo alleen betamelijk achten, wanneer het gaat om de majesteit en de persoon van God en Zijn Heilig Woord.

Ik bid de zegen van God af over iedere lezer en moge de verlichting des Geestes ieder in het bijzonder ten deel vallen.

William Marrion Branham





TerugTerugvorige hoodstukvolgende hoofdstuk