8 mei

Dag 148

En als Jezus in het huis des oversten kwam, en zag de pijpers en de woelende schare, Zeide Hij tot hen: Vertrekt; want het dochtertje is niet dood, maar slaapt. En zij belachten Hem. Als nu de schare uitgedreven was, ging Hij in, en greep haar hand; en het dochtertje stond op. En dit gerucht ging uit door dat gehele land.
Jezus wekt de dochter van jairus op uit de dood

We merken iemand op aan de andere oever, waar een kleine kerel staat genaamd Jaïrus. En hij was een aardige kleine man. Ik geloof dat Jaïrus een geheim gelovige was. Hij wilde niet dat mensen erover wisten.

Er zijn heel wat mensen vanavond in Phoenix zoals dat, die precies hier in deze samenkomst zouden zijn geweest als de voorganger ze zondag niet uit de kerk zou zetten voor het hierheen komen. Dat is zo. Ze geloven het. Maar ze zijn bevreesd.

Jaïrus geloofde ook, maar hij was bevreesd. Hij geloofde. En toen hij over Jezus hoorde, de dingen die werden gedaan en dat Hij anders was dan iedere andere man, toen wist hij dat dit Gods Dienstknecht was, Gods Zoon. Hij wist dat Hij meer dan een Man moest zijn. En hij geloofde de bediening, ofschoon hij zo gebonden zat in een organisatie dat hij zich niet kon bewegen. Want ze hadden nadrukkelijk gezegd dat iedere man die naar deze fanaticus luisterde, evengoed zijn kerkpapieren kon nemen en vertrekken. Want je zou uit de synagoge worden gezet en beschouwd worden als een ketter.

Dus, weet u, iedereen die zo diep oprecht is als Jaïrus, soms moet God dingen om u heen zo bewerken dat het maakt dat men een gelovige wordt en eruit komt en enige dingen belijdt. Gelooft u dat niet? Dat doet Hij.

Hij had één kleine dochter en ze was ongeveer twaalf jaar oud. Ze werd ziek. Zoals de meeste mensen doen, riepen ze de dokter, vermoed ik. En de dokter onderzocht het kind en zei: “Wel, misschien geef ik haar een hoeveelheid medicijnen.”

En de volgende dag kwam hij terug en het kind was slechter en het werd steeds slechter. Ik kan me Jaïrus voorstellen, dat hij in het uiterste hoekje van zijn ziel dacht: “Ik vraag me af waar Jezus is? Voor het geval ik Hem nodig heb, weet je.”

Dat is toch de wijze waarop heel wat mensen denken. Dat is waar. “Ik geloof het echt, maar voor mijn sociale aanzien kan ik het eenvoudig niet op die manier belijden.” De wereld is er vanavond vol mee. Naar mensen opzien, bang zijn voor mensen. “Vrees de mensen niet die het lichaam kunnen doden, maar vrees Hem Die zowel het lichaam als de ziel kan doden.” Wees niet bezorgd over wat mensen zeggen.

Er zijn heel wat mensen in de stad die je vanavond ziet rondrijden in grote, mooie Cadillac auto’s en dingen tip top voor elkaar hebben in wat men de sociale ranken van de wereld noemt, die er van zouden houden de ervaring te hebben van enigen van deze arme dierbare mensen die hier vanavond binnen zitten, die misschien niet eens weten waar hun maaltijd morgen vandaan moet komen. Ze zouden het graag doen, maar kunnen het niet vanwege hun sociale standing.

Kijk wat een vloek geld en rijkdom is. Geen wonder dat Jezus zei: “Het is bijna onmogelijk dat een rijke de poorten der hemel kan binnengaan.” Zoals de kameel door het oog van een naald zijn lasten moet afleggen en op zijn knieën gaan en eronderdoor kruipen. Hij kan daar komen, maar hij moet eerst afladen.


Aanhaling genomen uit de prediking:

  • De opstanding van Jaïrus’ dochter   2 maart 1954

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
E-Book
E-BookE-Book
ePub Download ePubVoor E-Readers (maar niet optimaal voor apparaten van Apple). meer info...
ePub ePub voor AppleVoor iPod / iPhone / iPad, en vanwege de kleinere plaatjes ook geschikt voor andere telefoons of handhelds. meer info...
ePub zonder plaatjesIn deze versie ontbreken de dagelijkse plaatjes (behalve de kaft, logo's en dergelijke) meer info...
English (Engels)