Israël in Egypte

Door William Marrion Branham

1 ... volle Tabernakel. En ik ben vele malen terug geweest voor een uur of twee, of misschien hierheen gekomen voor een dienst. Dit is de eerste keer dat ik ergens terugkom om te proberen een opwekking te houden. Wij beginnen vanavond. Een opwekking bestaat naar mijn mening niet uit het binnenbrengen van nieuwe leden. Een opwekking bestaat niet uit een hoop bekeringen, hoewel die dingen met een opwekking gepaard gaan. Maar een opwekking is "doen herleven wat u reeds hebt", gewoon om hen opgewekt te krijgen.

2 En nu, wij hebben een zeer wonderbare herder hier, broeder Neville, die hier vooraan in een stoel zit, een beetje schor vanavond vanwege een kou.

3 En ik ben van plan dit werkelijk 'thuis' te verklaren. Vroeger, toen ik hier was, was ik de herder, de zangleider, ik haalde de offers op, ik betaalde de schulden, ik was de conciërge en ik was de timmerman en ik haalde de as uit de kachel en deed gewoon wat er maar te doen was. Daarnaast werkte ik toen bij de Openbare Nutsmaatschappij. Zeventien jaren daarvan was ik hier. En ik ben erg gelukkig vanavond met dit kleine oude gebouw. Het is zeker als een geboorteplaats voor mij. Niet erg uitgebreid, niet zo reusachtig, maar het is thuis en ik voel mij er zeer behaaglijk. En ik ben er zo gelukkig mee.

4 En nu zullen onze samenkomsten misschien (zoals we hebben uitgegeven) bestaan uit vijf avonden tot en met zondagavond. En we gaan uit de Schriften onderwijzen, lerend. Nu, in dit onderwijs zal het over niets anders gaan dan de Bijbel. Nu, en dan, en in de samenkomst nu, wil ik het zo duidelijk maken, in het begin nu, dat we de werkelijke achtergrond zullen hebben. Ik geloof dat u... Wij willen dat eerst doen en wij zullen de regels en de voorschriften zien en wat we allemaal doen, zodat wij, voordat wij gebed hebben en de diensten beginnen...

5 Ik ben van plan, zo de Here wil, vanavond te spreken over "De gemeente", vijf avonden over "De gemeente". De eerste avond, vanavond, is "Israël in Egypte". En morgenavond, zo de Here wil, "Bij de Rode Zee". En dan de volgende avond "Vóór de koperen slang". Dan op zaterdagavond "Te Kades-Barnéa". En op zondagavond willen wij hen overbrengen "In het thuisland". En dat zijn allemaal Schriftuurlijke leringen. Breng uw Bijbel mee, omdat we gewoon Schrift na Schrift opslaan.

6 Er zijn veel oproepen binnengekomen, om te bidden voor de zieken enzovoort. Maar ik heb mijzelf er een beetje van afgehouden. Ik probeer mijn gedachten strikt op het Bijbel-onderwijs te houden. En nu, ik weet niet wat onze Here zal doen. Wij wachten op de roep voor overzee, om overzee te gaan. Ik dacht dat dit een wonderbare tijd zou zijn. Misschien zal broeder Neville zich dan beter voelen tegen die tijd en kan hij het vandaar overnemen en doorgaan in deze opwekking. Ik zou het graag zien doorgaan tot en met Pasen. En ik zou graag een heel grote doopdienst hier op Paasmorgen willen hebben. Zou dat niet wonderbaar zijn, echt een tijd voor een grote groep om gedoopt te worden? Ik geloof dat er hier enige jonge mensen zijn om gedoopt te worden.

7 En nu, terwijl ik het heb over deze vraag van de jonge mensen... Nu, wij hebben een paar bezoekers. Ik geloof dat ik niet bekend ben met wie hier komen en wie niet. Ik ken gewoon niet de... [Blanco gedeelte op de band – Vert]

8 Te beginnen met het twaalfde hoofdstuk, u die potlood en papier hebt... We hebben een paar extra Bijbels als iemand zou wensen sommige Schriftgedeelten te volgen en er een zou willen. Een van de oudsten zou er graag een bij u brengen, als u uw hand op wilt steken. We hebben vijf of zes Bijbels hier. De andere zijn alleen maar 'Nieuwe Testamenten', broeder, en ik zal vanavond het meest in het Oude Testament zijn.

9 Bij het bestuderen van de Schrift ben ik ervan beschuldigd heel veel aan typologie te doen. Typologie is "het Oude typerend met het Nieuwe". Ik zal u vertellen waarom ik dat doe. Het is hierdoor.

10 Misschien soms door de grote woorden die geleerden proberen te geven aan de Bijbel, zijn termen of uitspraak. Ik ben tevreden om de King James als de mijne te nemen. Die heeft de stormen langer getrotseerd dan enige andere vertaling en ik geloof het gewoon op die wijze.

11 Ik geloof dat de hele Schrift leert dat alles van het Oude Testament een schaduw was van de komende dingen. Daarom, als ik naar die muur toe ga en mijn schaduw is daar vóór mij, zal het iets verklaren van wat ik ben als ik daar kom. Het zou laten zien of ik een viervoetig beest was of een vogel of wat het ook was, de schaduw zal het verklaren.

12 En het Oude Testament was een schaduw of type van het Nieuwe Testament. Heel het Oude Testament wees naar Golgotha. Ik geloof, door de hulp van de Heilige Geest, dat in de komende weken (Hoelang weet ik niet), maar ik kan bewijzen uit... elk hoofdstuk van het Oude Testament sprak van Jezus Christus en alles werd vervuld in Hem. En wij zijn in Hem volmaakt. Hoe eenvoudig heeft God het gemaakt! In Christus zijn wij volmaakt.

13 Nu, de mens heeft altijd geprobeerd zichzelf te redden en verschillende dingen te doen om daardoor gered te worden, maar in het Nieuwe Testament is het nooit door enige werken van onszelf geweest, het is: "Door genade zijt gij behouden, door geloof." Dat is het enige dat u kan redden: genade.

14 Ik liet de handen een poosje geleden opsteken, daar ik niet wist wie hier leden van de gemeente waren en wie niet, om te zien hoe hoog het peil stond van het Christendom. En het schijnt dat u ongeveer 99% Christenen bent hier vanavond. En ik hoop dat de anderen het nu worden.

15 Nu, het boek Genesis is het zaad-hoofdstuk van de Bijbel. Dat is het begin. Het woord Genesis betekent "het begin".

16 Morgenavond zullen wij in Exodus moeten gaan om de kinderen te nemen. En het woord Exodus komt van het woord "uitroepen, uitgaan". De kinderen waren van Israël en waren uitgetrokken. In hun exodus gingen zij uit Egypte naar het beloofde land dat God hun gegeven had.

17 Nu, om het beeld van de gemeente van toen correct te krijgen en het te typeren met vandaag, moet u teruggaan tot het zaad om het in een uittocht te brengen, voordat het de exodus kan hebben. Nu, u... Of het brengen tot waar u kunt zien waar de gemeente is en hoe zij zich vestigden in Egypte, en dan zult u zien hoe God hen uitriep. En dan zullen wij gedurende de rest van de week rechtstreeks naar dergelijke Schriftplaatsen gaan. En vanavond willen we vele, vele Schriftplaatsen gebruiken, zo de Here wil, voor de onderwijzing.

18 Het eerste wat wij willen uitvinden, is waarom... Het belangrijkste wat ik onder Christenen over de hele wereld gevonden heb, is vrees. Ze zijn altijd bang. En als een kleine ziekte hen treft, zijn velen bang. Soms verwonder ik mij erover, en nu ben ik bij u. Maar nu, wat ik vanavond probeer te doen en in deze komende week, is te proberen die vrees te verdrijven door Gods Woord.

19 Nu, u zou naar mij toe kunnen komen en zeggen: "Wel, broeder Branham, ik geloof dit. Nu, ik geloof dat."

20 Er is maar één wijze in de wereld om het te bewijzen. Nu, ik zou niet kunnen afgaan op iemands ervaring, iemands kerkritueel. Er is maar één waar bewijs van wat er aan de hand is, dat is Gods Woord. Als Gods Woord iets bepaalds zegt, dan moet ik geloven dat dàt de Waarheid is.

21 Onlangs was er een jonge prediker die naar mij toe kwam en hij vertelde mij over een zekere situatie en zei dat hij erover bad. En hij zei dat de Here hem openbaarde dat het op een zekere wijze was. En ik keek een beetje naar hem en ik zei: "Broeder, dat is erg lieflijk." Ik zei: "Ik stel het op prijs dat de Here dat voor u doet. Maar laat mij u iets vertellen, het is tegenstrijdig."

     Hij zei: "Wel, het visioen kwam van God."

22 Ik zei: "Het zou niet kunnen, broeder, omdat het tegenstrijdig was met het Woord."

23 Wij moeten alle dingen door de Schrift bewijzen. Niet wat... Als het tegenstrijdig is met mijn geloof en de Schrift zegt het toch zo, heeft de Schrift gelijk en ik heb ongelijk. Zie? De Schrift heeft altijd gelijk. En de enige wijze waarop u iets kunt doen, is terugkomen tot de Schrift. Is dat waar? Ik houd ervan u "amen" te horen zeggen als u het gelooft, ziet u. Amen betekent "zo zij het". Nu, wij kunnen niet...

24 Iemand vroeg mij onlangs, wel, zelfs vandaag, over een zeker persoon die een succesvol persoon was in een zekere zaak die zij deden. En hij zei: "O, broeder Bill, de Here moet daar wel in zijn."

     Ik zei: "Dat kàn Hij niet zijn."

     "O," zei hij, "ze hebben zielen die gered worden."

25 Ik zei: "Het kan niet zo zijn. Want als het zo is, is het tegenstrijdig met Zijn Woord. En God zal niet eerst het ene zeggen en dan iets anders zeggen. Hij zal gedurende de hele weg hetzelfde vertellen." Zie, God kan niet liegen. God is onfeilbaar en Zijn Woorden zijn het ook. Om God te zijn, moet Hij soeverein zijn, ziet u. En Hij heeft...

26 En nu zegt u: "Wel, denkt u niet dat als God hier een zeker iets deed, zelfs hoewel Zijn Woord zegt...?"

27 Ik zei: "Nee. De Bijbel zegt: 'Hij die afneemt of toevoegt aan iets dat in het Boek is, hij zal uit het Boek des Levens genomen worden.'"

28 Dus daar is de reden. Altijd, in alles (niet door ervaring of niet door waar het op lijkt), maar door wat Gods Woord zegt. Nu, in het Nieuwe Testament zegt Paulus: "Ofschoon wij of een engel uit de hemel zou komen en enig ander ding zou leren dan hetgeen u gehoord hebt," dat is Galaten 1:8, als u het op wilt schrijven, "laat hem, wat u betreft, vervloekt zijn."

29 Nu daarom, laten wij nu teruggaan en het begin nemen en ontdekken hoe zeker dit Woord is. Nu, houd dit in gedachten. En als wij door deze Bijbel heen lezen, zult u zien dat Gods molens langzaam maar zeker malen. Het mag er misschien uitzien of het miljoenen kilometers verwijderd is, maar het maalt daarboven al de tijd en een dezer dagen zal het hier zijn. Het maakt niet uit wat... U neemt gewoon elk van de...

30 Ik wenste dat we nu tijd hadden om hier een Bijbelstudie te houden van zes of acht maanden om het boek Genesis te nemen en Genesis al die tijd niet te verlaten. En ik geloof dat we binnen drie, drie of vier weken studie vanaf nu, in Genesis zouden zien hoe elke draad ervan door de hele Bijbel loopt, elk Woord ervan. Ik ben nu zelf al twee jaren in Genesis aan het studeren en ik neem het nu pas voor de tweede keer door en ben er nu zelfs nog niet halverwege doorheen. Wel, het is voorgekomen dat ik gewoon weken gedaan heb over twee of drie verzen. En u ontdekt dat in dat zaad...

31 Als u wilt weten wat voor soort oogst u zult hebben of wat dit is wat daar opkomt in het veld, ga dan terug om uit te vinden wat het zaad is. Het zaad zal precies voortbrengen wat het is. Het zal voortbrengen naar zijn aard. Een maïskorrel zal een maïskorrel voortbrengen; een klit, een klit; een tarwekorrel, een tarwekorrel. Wat het ook is, het zal precies voortbrengen wat het zaad was.

32 En al deze culten en bewegingen die opkomen, en al deze dingen en ismen van vandaag, ze zijn door Gods genade allemaal geschreven in Genesis, waar ze daar ver terug hun begin hadden en ze hebben alleen maar een andere naam. Maar als u let op de werking van de geest in die dag en oplet hoe deze vandaag werkt, zult u zien dat het precies hetzelfde is. En, vrienden, iets ervan is treffend! U zult verbaasd zijn om te weten dat sommige van die dingen in de hoogste kerkelijke kringen voorkomen.

33 Nu, kijk eens naar die geest, hoe hij daar in het verleden opkwam in Kaïn, hoe hij verder ging door Cham en verder door Nimrod in Babylon; uit Babylon ging hij door tot in de dagen van de komst van Jezus. Leraars, Bijbelgeleerden, zij faalden de Here Jezus Christus te herkennen. En daar stonden zij, beschaafde geleerden, heilige mannen, rechtvaardig, die het Woord kenden, gewoon elke letter ervan en waar het stond en hoe het werd geschreven. Ze kenden het door en door uit hun hoofd, elke boekrol en alles; ze moesten geboren zijn in een zekere geslachtslijn, of uit een priesterschap of een stam komen, om priester te kunnen zijn. Hoogbeschaafde geleerden en seminarie-studenten van vandaag zouden laag scoren in vergelijking met een van hen, en toch faalden zij Jezus te kennen. En toen Jezus kwam, waren zij heilige mannen en Jezus zei: "U bent uit uw vader, de duivel." Hij zei: "U dwaalt, omdat u de kracht van God niet kent, noch het Woord van God." Zou u zich de Here Jezus Christus voor kunnen stellen die een heilige, rechtvaardige geleerde, een Bijbelgeleerde, een 'duivel' noemt? Maar Hij deed het. En nu, als u terug zult gaan, zult u ontdekken waar het vandaan komt.

34 En, let op, het loopt in deze tijd regelrecht uit op een verschrikkelijke kracht, over de hele... Het betaamt u, mijn broeder, zuster, om op te letten waar u naar luistert en onderschat nooit de macht van Satan om te verleiden. Onderschat hem nooit. Hij is zo glad als hij maar kan zijn. En de anti-christelijke geest is niet het Communisme. Nee. De anti-christelijke geest lijkt zoveel op het echte dat het zelfs de uitverkorenen zal verleiden als het mogelijk zou kunnen zijn. Jezus zei het, Mattheüs 24. Het is een godsdienstige geest. O, wel, Kaïn en Abel waren broers. De kraai en de duif zaten op dezelfde stok. Ezau en Jakob waren broers. Judas en Jezus waren in dezelfde gemeente, de ene was de prediker en de andere de penningmeester. Zie daar, altijd gewoon het verleidende... De leugen die Kaïn... die Satan aan Eva vertelde, was negentig procent waarheid, negentig procent waarheid. En de leugen die u kunt vertellen... Wat heb ik mannen horen voorbijgaan aan stukken in de Schrift, alleen maar om te ontkomen aan... Het kwetst hun theologie. Ziet u? Maar als dit gedeelte juist is, is dat gedeelte juist! Laten wij het tezamen plaatsen en het laten passen door de hele Bijbel. Nu, in het begin, toen God...

35 We zullen hier nu geen tijd hebben om daarnaar terug te gaan, maar we zullen hier beginnen bij het begin van de gemeente. En dat was toen God... Nu, het woord gemeente betekent "uitgeroepen, de uitgeroepen mensen". En ik geloof dat er in elke denominatie onder de hemel vandaag enige goede mensen moeten zijn, in elk ervan. Ik geloof dat als Jezus komt, het een uitgeroepen groep zal zijn. En ik geloof dat wij erg ver weg zijn van de komst van de Here. Voor zover het de gemeente betreft, onze toestanden zijn niet in de goede conditie voor de komst van de Here. Wij kunnen geen geloof hebben voor Goddelijke genezing, laat staan om opgenomen te worden. Er moet iets gebeuren.

36 Wel, als iemand over de opname spreekt, zeggen zij: "Waar spreekt u over?" Sommige mensen, leden van de kerk, zeggen, als je spreekt over Goddelijke genezing: "Ik geloof niet in zoiets." Zij kunnen het niet zien. Zij zeggen: "Wel, ik geloof dat zij hen hypnotiseerden." Wel, hoe zou die persoon ooit in de opname kunnen gaan? Hoe zou hij kunnen opstaan uit de dood als er niets is om uit opgewekt te worden? Er is daar niets om hem op te wekken.

37 Het is slechts een schijngeloof, geestelijke psychologie. Als u zegt: "Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is", dat is in orde, maar, broeder, als dat niet uit het hart komt, wel, dan is het alleen maar verstandelijk. En het kan niet uit het hart komen tenzij de Heilige Geest er getuigenis van aflegt. Jezus zei dat niemand... Of, de Bijbel zegt: "Niemand kan zeggen dat Jezus de Christus is, dan alleen door de Heilige Geest." En u kunt het niet zeggen in uzelf; de Heilige Geest moet het vanuit u spreken. Kijk toen Jezus...

38 Toen Petrus Hem beleed, zei hij: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God." Hij zei: "Gezegend zijt gij, Simon Bar-Jona, want vlees en bloed hebben u dit niet geopenbaard, maar Mijn Vader die in de hemel is. En Ik zeg u, u bent Petrus en op deze rots zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen." Is dat niet juist? Dus u ziet waar wij aan toe zijn.

39 Nu, een kernzaak. We zullen nu beginnen. In den beginne kwam God neer en riep Zijn volk uit.

40 Spreek ik te luid, broeder Cox, of niet luid genoeg? Een beetje te luid, het spijt me, ik... Dit ding geeft een erg hard geluid en ik ben gewend aan grote oude schuren en auditoria en open lucht en zo en ik denk dat ik een beetje te luid schreeuw. Ik bedoel niet naar u te schreeuwen.

41 Nu, wij beginnen vanavond als eerste in Genesis, het twaalfde hoofdstuk.

     De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal.
     En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen!
     En Ik zal zegenen die u zegenen en vervloeken die u vloekt en in u zullen alle geslachten van het aardrijk gezegend worden.

42 Abram, komend uit Babylon met zijn vader, naar Sinear, de vlakte van Sinear, waarheen de zielen van velen waren gereisd na de vernietiging van Babylon, of nadat de verwarring had plaats gevonden. Abrams vader, zijn ouder, bracht Abram en zijn geliefden in Sinear. En in heel dat land, onder al die mensen, vond God genade bij één, één man vond genade bij God, beter gezegd.

43 Nu, ik wil dat u opmerkt dat dàt het begin is van het Christendom, van de gemeente. En ik wil dat u opmerkt dat het niet was omdat Abram een goede man was; het was omdat God Abram uitverkoos en koos. Het was niet Abram die God koos, het was God die Abram koos. Kunt u het zien? En let nu op. Nu, zoals het toen was, zo is het vandaag. Het is niet u die God kiest, het is God die u kiest.

44 Nu, misschien zal dit erg kras gezegd zijn en ik wil dat u oplet. Onmiddellijk na de keuze, zodra Hij roept, uitverkiezing, is het afscheiding van al het andere. Hij verkiest en roept. Dan als Hij roept, scheidt Hij u van alles wat aan u hangt. Dat bewijst dat het geen denominatie is. Het zijn niet twee of drie mensen tezamen. Hij verwacht ieder persoonlijk! Amen. Het is een persoonlijke aangelegenheid voor elke persoon.

45 Ik ben niet gered omdat mijn moeder daar gered is. Het is omdat God mij verkoos in Christus. Ik wil dat u het ziet. Niet u zelf koos; niet uw keuze, hoeveel u bad, toen u een nieuwe bladzijde omsloeg. U had er niets mee te maken. God! O, my, als u gaat zien wat de waarheid is! U zegt: "Bedoelt u dat ik mij niet tot de Here wendde?" Zeker niet. U had helemaal geen wijze om u tot de Here te wenden. Uw hele natuur, uw hele maaksel was tegen God. God riep u. Het is altijd op die wijze geweest.

46 In de Hof van Eden, toen de mens zondigde, was het eerste, kijk naar de natuur van een zondaar: zich verbergen. Maar het had Adam moeten zijn die God riep; het was Adam die zich verborg en God die Adam riep. Ziet u het? Dat is de natuur van een zondaar, zich verbergen, weglopen, iets ontduiken. Maar God roept. O, my. Genade, verbazingwekkende genade, God die roept.

     En let nu op, u zegt: "O, dat waren Adam en Eva."

47 Het is altijd, door de Bijbel heen, hetzelfde. Jezus zei: "Niemand kan tot Mij komen tenzij Mijn Vader hem trekt." Is dat juist? Nu, dat is het Woord. En dat is de wijze waarop wij het willen, het Woord, dan weet u waar u staat.

48 Hoevelen hier binnen zijn Christenen vanavond, weten dat u Christenen bent, dat er iets in u is dat zegt dat u een Christen bent? Ja. In orde. Ziet u? Wel, u behoort het gelukkigste volk in de wereld zijn. U behoort dat gewoon te geloven. My, dat is gemakkelijk, neem Gods Woord ervoor.

49 Nu, voordat u een Christen kunt worden, riep God u. U riep God niet, God riep u. Nu, Hij riep Abraham en hij is de vader van ons allen, het geloof. Let nu op. Hij zei: "Abraham!"

50 Nu, het is verkiezing. Ik wil die verkiezing benadrukken, omdat het de waarheid is. Nu, u werd geen Christen, gewoon door een samenloop van omstandigheden; want u werd een Christen voordat u in deze wereld was. Voordat u geboren werd, verordineerde God u om een Christen te zijn, vanaf de Hof van Eden, van vóór de grondlegging der wereld. "O," zegt u, "is dat juist, broeder?" Dat is de waarheid. God had, voordat u ooit iets wist...

51 Er was een tijd dat u het wist – uw verstand is daar nu voor verduisterd. Er is slechts één Man op aarde geweest die wist wat Hij tevoren was en dat was Jezus. Hij zei: "Verheerlijk Mij, Vader, met de heerlijkheid die Ik bij U had vóór de grondlegging der wereld." Hij was de vleesgeworden God. Hij kon daarnaar terug bewegen en weten wat het was. Maar onze verstanden zijn daar voor verduisterd.

52 Maar wij werden verordineerd, voorbestemd. Weet u wat voorbestemmen betekent? De bestemming van alles was van tevoren gezien door God. Amen. Dat is geen kleinigheid. Let op. Ik geloof dat u dat versteld doet staan. We kunnen daar maar beter even op ingaan. Sla met mij op Efeze, het eerste hoofdstuk, en laten wij gewoon een beetje lezen, omdat ik bang ben dat u dat mist en gewoon denkt dat ik dat zeg. Dat is niet zo. Luister nu aandachtig. We zullen in een paar ogenblikken of na een poosje aan de gemeente beginnen. Paulus spreekt en wendt zich (Efeze 1) direct, zonder een blad voor de mond te nemen, tot de gemeente. Dat is wat wij vanavond doen. Dit is niet voor baby's; dit is voor volwassenen, niet voor baby's.

53 Kleine baby's. Ik heb een kleintje thuis die pas heeft leren lopen. Dan was het "boem" en hij viel, stond weer op en hij dacht dat hij iets geweldigs deed. Ik was eens op die wijze, maar nu ik een man ben, doe ik de dingen van een kind weg.

54 Nu moeten wij tot de volle leer komen. Ik houd van goede ouderwetse samenkomsten waar gejuicht wordt, waar wij gewoon in onze handen klappen of juichen en een goede tijd hebben, grote, machtige diensten en zo hebben, dansen, terwijl het als het ware opborrelt. Maar wacht, als dan het moment van de ontknoping komt, dan weet u niet waar u staat. Laten wij teruggaan en het ontdekken. Laten wij uitvinden wat ons dat laat doen. Laten wij teruggaan naar het fundament, zien waar wij ons bevinden.

     Paulus, een apostel van Jezus Christus, door de wil van God...

     (Ik houd daarvan. "Geen seminarie zond mij uit...")

     ... de wil van God, aan de heiligen die te Éfeze zijn, en... (Nu, let op, hij richt zich tot de...) gelovigen in Christus Jezus.

55 Let op, tot wie richt hij zich regelrecht? Niet tot de zondaar, noch tot baby's, maar tot hen die opgegroeid zijn.

     Paulus, een apostel van Jezus Christus, door de wil van God,... (Kijk,)

     Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en de Heere Jezus Christus.

     Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus.

56 O, my! Ziet u tot wie hij het richt? Niet tot een groep baby's. Aan mensen die gezeten zijn in hemelse plaatsen en die gezegend zijn. Nu, hij zei: "U weet iets, u bent onderwezen en u bent gered en ik wil u vertellen wat het allemaal inhoudt." O, daar houd ik van, u niet? "Ik wil uw voet een ogenblikje boven in de hemelen plaatsen, in plaats van dat u zo aardsgebonden bent." Hij zei: "Nu, ik wil u vertellen waarom. Ik wil u een klein zetje, een kleine opwekking, een kleine stimulans geven." Amen. Ik houd van stimulatie, het bouwt u wat op, speciaal als u weet waar u kunt zeggen dat het ZO SPREEKT DE HERE is! "Nu, ik wil tot u spreken," zei hij, "u, die gezeten bent in hemelse plaatsen in Christus Jezus, tezamen gezegend met alle geestelijke zegeningen, de gaven van God die zich manifesteren, Goddelijke genezing, profetieën, alles wat er plaatsvindt. Nu, u bent volwassen mensen, ik wil tot u spreken. Ik richt dit tot u." Nu, let op. "Overeenkomstig..." Amen. Nu, hier is het. Ik hoop dat het werkelijk... Ik zal het recht, werkelijk goed laten inzinken, omdat het goed zal doen, en het misschien regelrecht tot op het gebeente gaat.

     Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem,...

57 Wie deed het? "Ik hoorde het en kwam"? Nee, nee, u deed dat nooit. "Hij heeft uitverkoren, heeft (verleden tijd), heeft ons (de gemeente) uitverkoren in Hem." Hoe lang geleden, Paulus? De vorige week of toen u de opwekking hield? Nee.

     ... vóór de grondlegging der wereld,...

58 Nu kunt u boven de wolken uitgaan, zie. Wat deed Hij? "Hij heeft ons uitverkoren in Hem (Christus) vóór de grondlegging der wereld."

59 Ik wenste dat we een beetje tijd hadden om naar Job 7:37 te gaan en daar te zien waar Hij zei: "Waar was u toen Ik de fundamenten van de wereld legde? Voor Ik de fundamenten van de wereld legde! Verklaar Mij waar zij bevestigd werden. Of waar was u toen de morgensterren tezamen zongen en de zonen van God juichten van vreugde?" Hij vertelde Job: "Gord uzelf als een man, Ik wil tot u spreken."

60 Nu, Paulus zegt: "Hij heeft ons in Hem uitverkoren, de gemeente, vóór de grondlegging der wereld." Nu let op.

     ... opdat wij heilig... zouden zijn...

61 Niet onze eigen heiligheid. "Wel," zegt u dan, "gelooft u in heiligheid, broeder Branham?" Zeker. Niet in de mijne; in de Zijne. Mijn heiligheid is niets; de Zijne is volmaakt.

62 "Wel," zegt u dan, "gelooft u dat je kunt drinken of..." Nee, ik zei dat nooit. Kijk, een tarwekorrel kan alleen tarwe voortbrengen, hij kan geen klit voortbrengen. Er is geen verlangen in, er is geen leven in om klitten mee voort te brengen. En als wij in Christus Jezus zijn...

63 Word niet verleid, u kunt dit maar beter nauwkeurig onderzoeken. Zie, als u blijft zeggen: "Wel, ik... het veroordeelt mij niet om dit te doen en het veroordeelt mij niet om dat te doen." Dingen van de wereld? Nu, ik ga u een klein beetje kwetsen, u tegen de haren in strijken. Maar het is dit ene zekere bewijs dat u nooit naar Christus bent geweest. U bent nooit wederomgeboren.

64 "Hij die de wereld of de dingen van de wereld liefheeft, de liefde van God is zelfs niet in hem."

65 Nu, als u alleen maar ophoudt het te doen omdat u weet dat u dat zou moeten doen en ermee ophoudt dit te doen, dat is het teken dat u nog nergens geweest bent. Als de zaak dood wordt in u en de natuur ervan weggegaan is, is er een andere Persoon daarin en Hij kan alleen maar voortbrengen... De Heilige Geest die in Christus was, in u, brengt het op Christus gelijkende leven voort. Niets wat u deed; wat Hij deed. Hij verkoos dat vóór de grondlegging der wereld.

66 Iemand zei: "Wel, ik weet dat ik gered ben, omdat ik ophield met roken."

67 Daarom ben ik niet gered, daarom bent u niet gered. U bent gered, omdat God u verkoos vóór de grondlegging der wereld om gered te worden. Dat is de leer van de Schrift. Amen. Nu, u ziet, wij beginnen te ontdekken dat wíj het niet zijn. Híj is het, zie, Hij verkoos ons.

68 Abraham kon niet zeggen: "Wel, God zij geprezen, ik kwam uit de toren van Babylon. Halleluja! Daarom ben ik gered." Hij had dan de hele groep gered moeten hebben, als dat de reden was waarom zij het deden. Zie, Hij deed dat niet.

69 Hij verkoos Abraham. En dat was het werkelijke begin van onze verlossing die aan de mens gegeven werd, toen Hij hem riep en hem verkoos en hem voorbestemde en hem een belofte gaf, en een verbond maakte met Abraham en zijn zaad voor immer. Nu, wij zouden hier door kunnen gaan en een volledig hoofdstuk daarin lezen, maar wij hebben de tijd niet.

     Nu, God riep. Let op, toen Hij hier Abraham riep, riep Hij hem door uitverkiezing. Niet omdat hij was, maar omdat God was. En Hij riep hem uit zijn volk en zegende hem en vertelde hem: "Ik zal u redden." En hier verder zegt Hij: "En u zult tot Mij komen op een rijpe, oude leeftijd." Voordat hij iets deed om het te verdienen, verkoos God hem en zei tegen hem: "En niet alleen u, maar uw zaad na u." Oh! Let op. "En hij keerde terug..." Het achtste vers. Nu, laten we hier een beetje verder lezen over deze andere zaak.

     En Abram trok heen, gelijk de HEERE tot hem gesproken had; en Lot trok met hem; en Abram was vijf en zeventig jaren oud toen hij uit Haran ging.

     En Abram nam Sarai, zijn vrouw, en Lot, de zoon van zijn broeder, en al hun have,...

70 Let nu op, hij deed daar precies wat God hem vertelde niet te doen; Abraham nam Lot, zijn neef, en hij nam zijn vader mee. Maar Hij had hem nooit gezegd zijn vader mee te nemen, maar hij nam hem, hoe dan ook, mee. En elke Bijbellezer – leest u dit morgen in Genesis, als u tijd hebt... Merk op dat het een vlieg in de zalf was, totdat de oude man stierf. Hij was de hele weg een struikelblok en dat was Lot ook. God riep Abraham, niet Lot. Hij riep Abraham, niet zijn vader.

71 Wel, u zegt: "Wat dan met Sara?" Een man en zijn vrouw zijn één. Ziet u? "Zij zijn één vlees", de Bijbel zegt het. Goed.

72 Maar Hij riep Abraham en vroeg hem, en zei hem zich af te scheiden van alles wat hij had en op weg te gaan naar een vreemd land.

73 Kijk, een afscheiding! Op weg naar een vreemd land waar je niets over weet, dat is Christendom. U afscheidend van de dingen van de wereld, omdat God u geroepen heeft. Op weg naar een ander land, om te wonen onder mensen waar u niets over weet, om een pelgrim te zijn. Amen. Als ik eraan denk, kan ik mijzelf nauwelijks inhouden. Pelgrim! Vreemdeling!

74 De oude Jakob zei bij zijn sterven, terwijl hij voor Farao stond: "Ik ben zoveel jaren op mijn pelgrimsreis geweest." Amen. Wat was hij? Hij begon tot zichzelf te komen. De kleine kerel had het zo slecht gedaan. Hij wist dat hij hier slechts een pelgrim was. Nu, let op.

75 We gaan nu naar het achtste vers en God belooft Abraham hier hoe Hij hem en zijn zaad na hem zal redden. Nu, Hij maakte het verbond, zonder voorwaarden. Het was niet zozeer dat Hij het maakte, alleen omdat hij Abraham was. Hij zei niet: "Nu, Abraham, als je dit zult doen, als je dat zult doen." Hij zei: "Abraham, Ik heb het al gedaan. Er is niets wat jij hoeft te doen. Ik heb het Zelf gedaan." Amen. Oh, als ik daaraan denk! God deed het Zelf, zonder voorwaarden. Gods verbond is zonder voorwaarden.

76 U zegt: "Wel, broeder, ik hield op met vlees te eten. Ik doe dit niet, ik..." Broeder, dat heeft er niets mee te maken. Het is niet of u wel of geen vlees eet, of sabbatdagen of nieuwe manen houdt, of dat u zondag naar de zondagsschool gaat of wat dan ook. U bent gered, zonder voorwaarden!

77 Dan zegt u: "Broeder Branham, als ik dan gered ben, glorie voor God, dan kan ik doen wat ik wil." Jazeker! En als u gered bent, broeder, hebt u geen verlangen naar iets van de wereld. Uw hele hart is Daarop gericht, u kunt er niet bij vandaan blijven. Maar zolang als er daar een trek is, weet u dat er nog iets verkeerd is.

78 Nu, uitverkiezing; God riep Abraham, vertelde hem dat Hij hem zonder voorwaarden zou redden.

79 Nu, laten wij hierheen gaan, nadat hij wat later de belofte had gekregen. Ik wil dat u met mij naar Genesis 15:7 gaat, hier even een ogenblik, en laten wij hier even een paar ogenblikken lezen. Goed.

     Voorts zeide Hij tot hem: Ik ben de HEERE, Die u uitgeleid heb uit Ur der Chaldeeën, om u dit land te geven, om dat erfelijk te bezitten.

     En hij zeide: Heere, HEERE! waarbij zal ik weten, dat ik het erfelijk bezitten zal?

80 Nu, nadat Abraham uit het land der Chaldeeën kwam, de stad Ur der Chaldeeën, het land Sinear, scheidde hij zich af en kwam eruit. Kijk daarnaar, net als de Christenen vandaag, die nog zwerven.

     En Hij zeide tot hem: Neem Mij een driejarige vaars, en een driejarige geit, en een driejarige ram, en een tortelduif, en een jonge duif.

81 Nu, morgen wil ik dat u verder doorgaat en dat leest, als u het aantekent. Ik zal het aanhalen vanwege de beschikbare tijd, omdat ik u niet te lang wil houden. Ik wil dat u morgenavond terugkomt, zodat wij hier regelrecht op in kunnen gaan. We leggen vanavond slechts een ondergrond, slechts een fundament. Zie?

82 Nu, hij nam deze, een vaars, een geit, een ram en twee... en tortelduif en een jonge duif en hij verdeelde de ram en de vaars enzovoort en legde ze uit. Hij plaatste de tortelduif erin en zonder de... zonder deze te verdelen. En hij hield de vogels er bij vandaan totdat de zon onderging. En God kwam neer op Abraham om dat verbond te bevestigen; Hij kwam neer en zei: "Nu, Abraham, nu ga Ik je bewijzen wat Ik zal doen." En Hij...

83 En, weet u, velen van u waren hier in de gemeente, jaren geleden, toen ik ditzelfde onderwees. Ja. Jazeker. In 1949 onderwees ik het al. Goed, zij had het aangetekend in haar Bijbel.

84 Kijk! Toen kwam Hij neer en liet aan Abraham zien wat Hij zou gaan doen. Eerst bracht Hij Abraham in slaap. "Nu, Abraham, je hebt er niets mee te maken."

85 Nu, voor u die probeert uzelf te redden. Ik heb begrepen, dat in de gemeente, de Tabernakel, nadat zij onder die leer hadden gezeten, veel mensen de Tabernakel verlieten en weg gingen naar culten enzovoort om alles te geloven wat er maar te geloven is. Zij stopten, sommigen van hen hielden op vlees te eten en sommigen van hen hielden hun sabbatdagen en nieuwe manen en ik weet niet... Ik geloof dat zij offers en van alles brachten, na werkelijk te weigeren het Woord van God te aanvaarden. Dat toont aan wat hierbinnen was. Paulus zei: "Zij gingen uit van ons omdat zij niet van ons waren." Zie, dat is juist. Zie, dat is waar. De Heilige Geest zal een houvast nemen aan het Woord van God. Die dingen zullen bij een ontknoping bewezen worden verkeerd te zijn.

86 Nu, Hij zei: "Abram." Hij liet hem slapen en zei: "Ik zal je laten zien hoe Ik het zal doen, hoe Ik Mijn verbond zal houden." En Hij nam die dieren, en let nu op, toen Abraham ging slapen, liet dat zien dat de dood over elk schepsel moet komen. Toen ging een brandende oven voor hem uit; en een brandende oven vertegenwoordigde de hel, en elke zondaar verdiende naar de hel toe te gaan. En dan daarna ging door het offer op de heuvel een klein wit Licht, dat tussen elk van die offerstukken doorging. Verbond...

87 Als u zult opmerken, er zijn veel manieren geweest waarop mensen een verbond hebben gesloten, heel wat keren. Hoe sluiten wij vandaag een verbond? U zegt: "De hand schudden, geef mij de vijf." Dat is een overeenkomst. Dat is ons verbond, is het niet? In oude dagen sloten zij gewoonlijk... In China, weet u hoe zij daar een verbond sluiten? Zij werpen zout op elkaar. Dat is het verbond in China. Zie, en zij sluiten verschillende verbonden, verschillende gewoonten van mensen.

88 Maar de oosterse gewoonte was om een beest te doden en tussen dit beest in te staan en het dan uit te schrijven. Hier vindt u het, in Leviticus, en zij schreven hier hun overeenkomsten uit. En die overeenkomst werd in tweeën gescheurd, boven dit dode beest. En zij deden een eed bij het dode beest, dat, als zij dit verbond verbraken, hun lichaam zou mogen zijn als dit dode beest. En zij gaven elkaar een stuk. En dan gingen zij uiteen. En als zij terugkwamen moesten die twee stukken helemaal precies passen met dezelfde stukken. Wat mooi!

89 God die een verbond sloot, liet zien, gaf een voorschouw dat "Ik zweer dat Ik het zal doen, in uw Zaad zal Ik alle naties der wereld zegenen." Lees het. "Ik zal de heidenen zegenen, Ik zal de zwarte mens zegenen, de gele mens, de blanke mens. Ik zal iedereen zegenen door uw zaad, want uit u zullen koningen en vorsten voortkomen."

     "Hoe zult U het doen, Here?"

     "Ik zal u laten zien hoe."

90 En Hij toonde hem aan de kant van de heuvel wat die delen voorstelden. En elke Bijbelgeleerde hier weet dat elk ervan een rein dier was, dat het Offer van Jezus Christus vertegenwoordigde. Hij was de Ram. Hij was de Vaars die de wateren van afscheiding maakte, toen u door de wateren der afscheiding moest. Nu hebben wij het wassen door het water, door het Woord van de afscheiding van zonde, door het Woord, door te geloven. En de jonge duif en de tortelduif waren Goddelijke genezing, dat alles in Christus! Amen.

91 En daar toonde God aan Abraham wat Hij zou gaan doen, dat Hij door het Zaad van Izaäk Zijn eniggeboren Zoon zou voortbrengen, Christus, die ginds werd gedood tussen de hemelen en aarde, toen de zon onderging en donkerheid over de aarde kwam, en daar scheurde Hij Hem uiteen. God trok Zijn ziel uit Hem en Hij schreef een verbond uit met de families van de aarde. Toen dat kostbare, onvervalste Bloed van de Almachtige God, druppelde uit de aderen van Immanuël, scheurde Hij die ziel uit Hem. Hij zei: "Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?" Zijn aangezicht vol met bespottend speeksel, een kroon van wrede spotternij, neergetrokken over Zijn voorhoofd, de nagelen in Hem gedreven, Romeinse spijkers, Zijn rug opengescheurd totdat Zijn ribben er doorheen gezien werden, opgehangen aan het kruis, schreeuwend, de dood stervend van een zondaar met de zonde van de wereld op Hem. En daar scheurde God Zijn zijde, scheurde Zijn ziel uit Hem, toen Hij zei: "In Uw handen beveel Ik Mijn Geest" en Hij liet Zijn hoofd zakken. En de aarde schudde en braakte haar rotsen uit. Daar is Hij; daar is Gods verbond! Daar is de vervulling ervan.

Temidden van scheurende rotsen en verduisterde luchten
Boog mijn Redder Zijn hoofd en stierf.
Het openende voorhangsel openbaarde de weg
Naar de vreugden van de hemel en eindeloze dag.

92 O, Golgotha, o, Golgotha, Jezus bloedde en stierf voor mij! Toen scheurde Hij de ziel uit Zijn eigen Zoon, scheidde een verbond en Hij wierp het lichaam in de grond. Het lag daar drie dagen en nachten. Het stond op! "Want het was niet mogelijk dat Mijn Heilige ontbinding zou zien, noch dat Ik Zijn ziel in de hel verlaten zou." En Zijn ziel was Zijn Geest die in de hel afdaalde. En Hij stond op, God deed het, nam Zijn lichaam op en gaf Hem leven. En nam het lichaam van Jezus en plaatste het aan Zijn rechterhand in de Heerlijkheid en zond de Heilige Geest terug als een verbond.

93 Daar bent u er. Kom daar niet in tekort, broeder. Zonder de doop van de Heilige Geest bent u verloren. Dat is de enige... U zult u niet bezorgd behoeven maken dat u naar de hemel zult gaan. Als er...

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)