Levensgeschiedenis

Door William Marrion Branham

1 Dank u wel. Goedenavond, vrienden. Ben heel blij om hier vanmiddag te zijn. En deze ene keer moeten we samenkomen om ervoor te zorgen dat we niet bevriezen, is het niet? Wel, ik heb vaak gehoord dat de kwade wind niemand iets goeds bezorgt. Maar ze zeiden dat op die andere plaats er een of ander balspel was en dat... daardoor werden wij er min of meer uitgezet.

     Sorry, zuster. Ik heb hier een grote hoed die u daar wel kunt ophangen als u dat wilt. Maar het is... de... de zon is erg wisselend, en ik vind dat u allen zeer trouw en erg fijn bent om op een echt koude middag hierheen te komen, om hier te zitten voor deze gelegenheid, alleen maar om de ervaring van een levensgeschiedenis te horen. En ik bid dat God u overvloedig zal zegenen voor deze inspanningen, en dat u hier vanmiddag voor bent gekomen.

2 En het spijt me dat... Weet u, we... Deze vele dingen komen terwijl we niet weten wanneer ze komen, en zo is het hele leven, nietwaar?

     Ik kwam zojuist met de lift naar beneden en zei tegen de man: "Uw werk heeft zijn ups en downs."

     Hij zei: "Dat is waar."

     Ik zei: "Wel, heel het leven heeft dat."

     En wij... Weet u, wij genieten niet van de ups tenzij wij de downs hebben ervaren. Is dat waar? Hebt u eraan gedacht dat wij helemaal geen bergen zouden hebben als we geen valleien hadden? U zou de zonneschijn niet waarderen als er geen nacht bestond. Is dat juist? En misschien weet een mens in zeer, zeer goede gezondheid, soms niet hoe hij dit moet waarderen, tenzij hij een keer een erge aanval van ziekte heeft gehad en bijna stierf, en dan... dan kunnen zij hun goede gezondheid waarderen. Daarom moet u... Het is een... Hoe wordt het genoemd? Het is de wet van de tegenstelling, geloof ik.

3 Ik betwijfel of u dit nog kunt horen omdat het naar deze kant terugkaatst. Kunt u het ginds goed horen? Als u het kunt, helemaal daar achterin, steek dan uw hand op. Het is... het lijkt op een gemompel, of... Is dit beter? Is het beter als ik er wat verder vanaf sta? Is het niet te horen? Nu, laat eens kijken. Wie gaat over de geluidsinstallatie? Goed. Dat is... Welnu, kunt u dat beter horen? Hoevelen kunnen het daar achterin horen? Zou u uw hand willen opsteken? Ze kunnen daarginds niets horen. Goed. Zet het wat harder. Kunt u het nu horen? Nu verstaan ze het. Ja, dat is... dat is veel beter.

4 Wel, vrienden, ik wil niet... ik wil jullie maar een klein poosje houden, zo snel als ik er maar doorheen kan komen. Het is een levensgeschiedenis. Bijna niemand die zo'n leven heeft gehad als ik, zou zich zo kunnen verheugen om erover te vertellen. Maar met dat te doen, maakt het soms dat degenen die deze ruwe wegen alsnog moeten gaan, dat zij misschien de plaatsen zullen zien waar het fout ging, en helpt het hen om heel wat ruwe plaatsen te omzeilen.

     En nu vertrouw ik dat u vanavond in de dienst zult zijn. Ik weet niet wanneer ik ooit heb geprobeerd om mijn best te doen, om het beste te doen hoe ik maar wist om te doen, om dat in de diensten te plaatsen. Maar dit is eigenlijk een van mijn eerste campagnes in Kentucky, mijn geboortestaat. En ik heb zozeer verlangd het een succes voor Gods glorie te laten zijn. Natuurlijk kan ik van Satan verwachten dat hij mij net zo'n ruwe weg geeft als in zijn vermogen ligt. Maar ik weet dat ik door heel Kentucky duizenden vrienden heb, Gods mensen.

5 En ik sprak een poosje geleden met enkele vrienden, en ik vertelde hun dat er een... Ze vertelden mij over hoe de Heilige Geest tot een vrouw had gesproken en hoe Hij haar verschillende dingen had verteld. En wat er was... Zeiden dat ze niet wisten hoe ik dat zou kunnen begrijpen. En ik vertelde haar: "Het was... Ik was het niet. Ik zie het alleen vlak voor me gebeuren, en ik spreek gewoon wat ik zie. Dat is alles wat ik weet te zeggen, slechts wat ik kan zien."

     En ik geloof dat we nu leven in een van de meest glorierijke tijden waarin stervelingen ooit hebben geleefd. Ik geloof dat wij dicht bij de komst van de Here Jezus Christus zijn. En ik ben zo gelukkig dat ik vandaag mag leven om tot de mensen over Hem te spreken.

6 Ik wil voordat wij de dienst beginnen een Schriftgedeelte lezen dat gevonden wordt in Hebreeën, het dertiende hoofdstuk, het tiende tot en met het veertiende vers.

     En verstaat u het nu overal wat beter? Kunt u het daar in deze hoek horen? Ik merk dat veel mensen zelfs naar buiten gaan, dat het eruit ziet of zij naar elkaar kijken, hun hoofden schudden, en gewoon opstaan en naar buiten gaan. Zij kunnen het niet verstaan. Heb voor een ogenblik geduld met mij, als u wilt.

     Ik lees deze woorden:

     Wij hebben een altaar, van hetwelk geen macht hebben te eten, die de tabernakel dienen.
     Want welker dieren bloed voor de zonde gedragen werd in het heiligdom door de hogepriester, dier lichamen werden verbrand buiten de legerplaats.
     Daarom heeft ook Jezus, opdat Hij door Zijn eigen bloed het volk zou heiligen, buiten de poort geleden.
     Zo laat ons dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats, Zijn smaadheid dragende.
     Want wij hebben hier geen blijvende stad...

7 (Dank u wel.) Kunnen we nu een ogenblik onze hoofden buigen? Onze hemelse Vader, wij danken U voor het voorrecht om hier in het gebouw vergaderd te zijn, en om in een natie te leven waar vrijheid van godsdienst is, waar wij een recht hebben om te kunnen spreken, en te praten, en samen te vergaderen. En zoals de dichter zei: "Lang mogen onze landen stralen met heilig vrijheidslicht. Bescherm ons door Uw macht, o grote God, onze Koning."

8 En terwijl wij vandaag terugkijken, indien het Uw wil is, om een korte visite af te leggen langs de weg die wij jaren geleden hebben bewandeld, bidden wij dat U met ons wilt zijn en ons wilt helpen. En mogen velen hier die vreemdelingen zijn, ver weg van huis, in een onbekend land, ik bid, God, dat U hen dicht naar U toe zult trekken. Want we weten dat wij pelgrims en vreemdelingen zijn in deze wereld. Wij zien uit naar een toekomstige stad wier Bouwmeester en Maker God is. Zegen iedereen. Mag er vandaag iets wonderbaarlijks gebeuren, omdat deze behoeftige mensen een poging hebben gedaan om hierheen te komen om in deze koude ruimte te zitten onder deze moeilijke omstandigheden, alleen om te vergaderen ter wille van het Evangelie. Wij bidden dat U deze dingen wilt schenken, in Jezus' Naam. Amen.

9 Laten we vandaag, terwijl... Ik zal voortmaken en mijn horloge in de gaten houden. Het leven is voor mij geen bloembed van gemak geweest, Christenvrienden. Het is een opeenvolging van zwoegen en worstelen geweest. Om er op de juiste manier op in te gaan en te vertellen wat God heeft gedaan, zou uren in beslag nemen, daarom moet je het wel inkorten om minder tijd te gebruiken, hetgeen we vanmiddag proberen te doen zodat u het niet te koud krijgt.

     Maar er is hier niemand die er niet van houdt om aan zijn kindertijd terug te denken. Is dat niet zo? De meerderheid van mijn gehoor deze middag is op z'n minst van middelbare leeftijd, weinig jonge mensen. Maar het maakt niet uit waar u ook rondzwerft, u zult nooit een plek vinden zoals thuis, het maakt niet uit waar het is.

     Veel van u oudere mensen hier vanmiddag met grijs haar, als u even uw ogen kon sluiten om een kleine geestelijke trip te maken, terug langs dat oude pad dat u als kind gewend was te gaan, en denkt aan het oude tuinhek, en vele dingen: een moeder die vele jaren geleden is heengegaan, een oude vader, dan brengt het iets terug wat wij als een foto in ons hart dragen; maar niets kan het daaruit wegnemen. Wie van u kunnen vanmiddag een ouderlijk thuis herinneren? Laat mij uw handen zien. Kijk eens aan. Wie van u zijn weg van huis, weg van uw geboorteplaats? Laat mij uw handen zien. Kijk eens!

10 Er is iets wat de kinderjaren en de pubertijd betreft waarvan niets anders gedurende het hele leven die plaats zal kunnen innemen. Denk aan vroeger... hoe onze moeders ons te pakken kregen, en dat vader wanneer wij verkeerd hadden gedaan ons een kleine aframmeling gaf! O, dat was vreselijk. Maar, weet u, velen van u deze middag, met mij erbij, ik zou gewoon alles wat ik maar kon bedenken ervoor geven als mijn vader op deze aarde was om mij een pak slaag te geven. Hij kan er echter niet meer zijn; mijn vader is heengegaan, en bij velen van u is het ook zo gesteld. Er is niets te vergelijken met de kinderjaren.

     Ik werd, zoals velen van u hier deze middag, hier in Kentucky geboren, hier in het noorden in een kleine blokhut. Wel, wij verhuisden naar Indiana, net over de rivier, toen ik nog een klein jongetje was, erg jong, niet ouder dan twee of drie jaar.

     Ik herinner mij onze eerste ervaring hier; wij waren zeer, zeer arm. Dat is vandaag de reden dat ik, het was mijn keuze... En ik zeg dit met eerbied. Mijn keuze is om een arme man te zijn. Ik had een multimiljonair kunnen zijn als ik dat had gewild. Iemand bracht mij een cheque, een F.B.I. agent, van anderhalf miljoen dollar, een bankcheque, en ik weigerde ernaar te kijken; van de Mission Bell Winery in Californië. Er werd een vrouw genezen; ze was naar St. Louis geweest en beide borsten waren afgezet, en zij was... De kanker ging door haar heen en een dokter werd bekeerd door dit geval, Dr. Theodore Palvias, die vanmiddag in Oakland, Californië, het Evangelie predikt. En hoe de Here sprak tot deze vrouw en haar vertelde dat zij op de derde dag op straat aan het winkelen zou zijn. Vertelde haar dochter dat zij bewusteloos was. De dokter zei: "Alleen het idee al, eerwaarde Branham, dat u op die manier bij iemand valse hoop opwekt, terwijl die vrouw daar op sterven ligt."

11 Ik zei: "Ik ben in staat om hier te blijven. Als die vrouw niet binnen drie dagen gezond op straat wandelt, zal ik een bord op mijn rug doen met 'valse profeet', en u laat mij gewoon voor uw auto uit door de stad lopen. En als zij niet gezond is, zal ik dat doen. En als zij het wel is, laat mij er dan één op uw rug plaatsen en loopt u dan."

     De dokter bekeerde zich en predikt vandaag het Evangelie. Een van de beste chirurgen aan de Westkust; mensen vlogen zelfs van New York over om door hem geopereerd te worden. En zij stuurden mij een bankcheque van anderhalf miljoen; twee agenten brachten deze bij mij toen ik in een armoedige tweekamerwoning woonde. Maar het is geen geld wat gelukkig maakt, het...

     Geluk bestaat niet uit hoeveel wereldse goederen u bezit, maar hoe tevreden u bent met het deel dat u is toebedeeld. En wees ervan overtuigd dat slechts één ding tevredenheid brengt, en dat is Jezus Christus alleen.

12 Enige tijd geleden werd hier aan de heer Avak, daar in hetzelfde land, een hele grote fijne Cadillac geschonken. Ik waardeer dat. Ik waardeer het als elke man er in zo één kan rijden. En in die tijd had ik een oude Chevrolet, een oude truck, overal beschadigd, ongeveer acht of tien jaar oud. En enigen van die rijke, fijne Armeense mensen zeiden: "Broeder Branham, we hebben aan Avak een Cadillac gegeven. Wij hebben er een voor u."

     En ik zei: "Dank u, maar ik geloof niet dat ik hem zou kunnen gebruiken."

     Ze zeiden: "Wel, we zullen hem aan u geven. Wij willen u een Packard geven, of wat u maar wenst." Zeiden: "Die oude truck waar u in rondkart..."

     Ik zei: "Als ik kreeg wat ik verdiende, zou ik lopen." En dat is waar. Maar hoe zou ik door Arkansas kunnen komen waar sommige van mijn samenkomsten onder de armste mensen worden gehouden; een kleine, oude moeder daar die een katoenen zak voorttrekt, doodmoe van een vrouwenkwaal of zoiets, die zure zult en maïsbrood eet als ontbijt en 's avonds een dollar in de offerkist doet, en ik kom voorbij in een grote, mooie Cadillac... "Daar gaat broeder Branham." Ik... dat zou ik niet kunnen. Nee, nee, ik doe het niet... Ik sta liever in de gunst bij God dan iets wat ik maar weet om in de wereld te hebben. En als ik in de gunst sta bij God, dan kan ik Zijn mensen dienen.

13 Ik ben altijd het zwarte schaap in mijn familie geweest. En ik was altijd het zwarte schaap in mijn kerk. En het is pas kort geleden dat ik begonnen ben in een groep mensen te komen die mij liefhebben. En voor die groep mensen streef ik ernaar mijn leven in dienst te stellen. En ik heb hen lief en zij hebben mij lief. En heel mijn leven ben ik een persoon geweest die verlangde dat iemand om mij gaf.

     Het spijt me om het te moeten zeggen, maar mijn familie was niet godsdienstig. Mijn vader was in deze streek gewoon een typische Kentucky jongen, dronk elke penny die hij had op. En ik haat het om die dingen te zeggen, maar wat waar is, is waar; het geeft niet of het wel of niet kwetst. Als er duisternis is, en deze rust op mij, wel, dan is het op mij. Het is de waarheid. En weest u oprecht en eerlijk met God. God zal u daarvoor zegenen. En hoewel mijn vader dronk, en het drinken hem doodde, maakt het niet uit wat hij deed, hij is nog steeds mijn vader. En vandaag ligt ginds op zijn graf witte sneeuw; toch is hij nog steeds mijn vader.

     En laat mij, jullie jonge mensen, iets vertellen: wat je ooit doet, veronachtzaam nooit je moeder en vader of wees hen ongehoorzaam.

14 Men heeft vandaag een bepaalde uitspraak, ze zeggen: "De ouwe baas en de ouwe vrouw." Een dezer dagen, wanneer een krakende lijkkist de deur uitgaat, en ze gaan met hun hoofd vooruit, en je kijkt neer om je moeder of vader voor de laatste keer te zien dat je ze ooit op aarde zult zien, dan zul je beseffen dat het dan niet "de ouwe man of ouwe vrouw" is. "Eer uw vader en moeder, opdat de Here uw dagen zal verlengen op aarde." Dit is het eerste gebod met een belofte: gehoorzamen.

     Ik heb vader zien werken. Wij woonden in een kleine hut bovenop de Utica Pike, waar wij uit Kentucky vandaan naartoe waren verhuisd, naar Indiana, precies aan de River Road. Ik heb hem zien werken in de bossen om voor vijfenzeventig cent per dag hout te hakken om voor mij in een levensonderhoud te voorzien toen ik te jong was, vier of vijf of zes jaar oud, totdat zijn shirt door de zon in zijn rug was ingebrand. Ik heb mijn moeder het shirt met een schaar van zijn rug zien afknippen. Het maakt mij niet uit wat hij gedaan heeft; hij is mijn vader en ik heb hem lief.

15 Hij is op mijn armen gestorven, zijn zwarte golvende haar lag over mijn arm en zijn kleine Ierse blauwe ogen keken naar mij op. Zag een witte engel voor hem staan; net voordat hij stierf, leidde ik hem naar Christus. Hij was mijn vader en hij had een groot respect voor mij. De laatste dronk die hij ooit nog in zijn leven nam, was toen hij daarginds in een kleine oude bar stond; nog geen twee weken voordat hij stierf. Hij begon... Iemand trakteerde hem. Het was gedurende de malaise; hij was ontslagen. Zij gaven hem een drankje, en hij begon het aan te pakken, en hij begon ermee te morsen. Hij probeerde het te drinken en het liep helemaal over zijn gezicht. En zij begonnen hem te plagen. Voordat hij het nam, zei hij: "Kijk, jongens, ik heb een zoon die daar in de preekstoel staat. Die jongen heeft gelijk en ik ben fout." Hij zei: "Laat dit geen blaam op mijn zoon werpen." Zei: "Dit is de laatste druppel die ik ooit nog in heel mijn leven nemen zal." En dat was het.

16 Daarom eer ik hem vandaag als mijn vader. Het was hard werken. Ik herinner me dat we naar school gingen. Ik ben sterk tegen drinken. Ik herinner me dat ik las over een man die honderd mijl van mij vandaan, met honderd jaar verschil, in een kleine blokhut werd geboren. Zijn naam was Abraham Lincoln, een van de grootste mannen die Kentucky, naar mijn mening, ooit heeft voortgebracht. En Abraham Lincoln zag, toen hij van de boot afging in New Orleans, hoe zij enige kleurlingen als slaaf bij opbod verkochten: een grote zware man. Zijn kleine arme vrouw en kinderen stonden op afstand te huilen; ze zouden met hem fokken zoals bij vee, met grotere, zwaardere vrouwen, om betere slaven te krijgen. Lincoln, zoals velen van u uit de geschiedenis weten, vouwde toen zijn handen samen, sloeg ze tegen elkaar aan, en zei: "Dat is verkeerd! En met Gods hulp, al kost het mij mijn leven, zal ik het met alles wat ik heb, verslaan." En hij deed het.

17 Enige tijd geleden stond ik hier in een museum, en toen hij de rivier in Illinois moest oversteken... Ik zag een oude kleurling met een kleine witte krans haar rondom zijn hoofd die rondkeek, op zoek naar iets. Hij keek in een kleine vitrine en hij stopte heel snel en deinsde terug. Het leek erop of het hem deed verstijven. En de tranen liepen over zijn wangen, hij sloeg zijn ogen zo op naar God en hij deed een gebed. Ik stond hem op een afstand een poosje gade te slaan, wandelde toen naar waar hij stond en zei: "Hoe maakt u het, oom?"

     Hij zei: "Hoe gaat het met u,meneer?"

     Ik zei: "Wat maakte u zo opgewonden?"

     Hij zei: "Begrijpt u het niet?"

     Ik zei: "Nee."

     Zei: "Kom, kijk hier."

18 En ik keek daarin; onder het glas lag een klein oud gewaad, gewoon een klein opgevouwen gewaad lag daar. Ik zei: "Wel, ik zie alleen een kleed."

     Hij zei: "Maar die vlek op de hoek is het bloed van Abraham Lincoln." Hij zei: "Ik heb nog een litteken hier rondom van een slavenriem, en het bloed van die man nam een slavenriem van mij af. Zou dat u niet opgewonden maken?"

     Ik stond daar. Ik kon hem geen antwoord geven. Ik dacht: "Als dit bij een kleurling bij wie een slavenriem werd weggehaald, teweegbrengt, hoeveel temeer behoort een Christen opgewonden te zijn over het bloed van Jezus Christus dat zonde uit zijn leven wegnam en hem een nieuw schepsel in Jezus Christus heeft gemaakt?" Zijn leven is voorbijgegaan.

19 We hadden een harde tijd, zeer moeizaam. Ik herinner me dat ik naar school ging met bijna geen kleren aan. Ging zelfs een jaar zonder shirt naar school. Mijn vader was een goede man, maar het was het drinken wat hem ruïneerde. Ik trok mijn jas zo omhoog, knoopte hem met een... of speldde hem met een veiligheidsspeld dicht. Een rijke vrouw, mevrouw Watham had me de jas gegeven. En ik, ik wist hoe het kwam dat we moesten gaan zonder iets te eten... Het veroorzaakte dat we zonder schoenen moesten lopen en dat ik nooit een scholing zou krijgen, alles vanwege het drinken waartoe mijn vader gedreven werd: een gewoonte. Dat is de reden waarom ik er vandaag tegen ben, om er tegen te strijden met alles wat ik heb. Het is verkeerd. En broeders of vrouwen, als u hier bent en u doet zoiets, God zij u genadig, doe het niet meer. Laat het u niet de baas zijn. Weest u het de baas.

     En ik herinner me dat toen ik op een dag naar school ging... Dit klinkt een beetje als een grap. Het was zomertijd en ik had geen shirt om aan te trekken. Ik droeg nog steeds deze grote, zware jas. Ik had een paar tennisschoenen aan, de tenen staken eruit, altijd nat. Het is een wonder, als God niet met me was geweest, zou ik longontsteking hebben gekregen en gestorven zijn.

20 Dus de onderwijzeres zei... Het was echt warm... De bomen, de esdoorns stonden allemaal in bloei. En de juffrouw zei: "Wel..." Er was slechts een klein vuurtje aan in het oude schoollokaal, één schoolruimte, en ze zei: "William, waarom doe je die jas niet uit?" Ik kon die jas niet uitdoen. Ik had geen shirt aan.

     Ik zei: "Dank u, juffrouw, ik heb het een beetje koud."

     Ze zei: "Wel, kom jij maar liever hier bij de kachel zitten, je hebt kou gevat."

     En ik die toch al bijna aan het smoren was: zij stookte het vuur op en plaatste mij achter de kachel.

     Ik zat daar en het zweet liep van mijn gezicht af, en ze zei: "Kun je die jas nog niet uittrekken?"

     Ik zei: "Nee, mevrouw."

     Ik kon hem niet uittrekken omdat ik geen shirt aan had. En dus moest ik daar wel zitten en het ondergaan.

21 Ik herinner me het overhemd dat ik kreeg. Een van mijn nichtjes die bij ons kwam logeren, een meisje van mijn leeftijd, liet, toen zij vertrok, een van haar jurken achter. Op een dag dacht ik eraan – toen ik zag dat het korte mouwen had – waarom zou ik niet deze onderkant eraf kunnen knippen tot zover, en van haar jurk een shirt maken voor mezelf? Dus ging ik het afknippen. En het had die kleine... Hoe noem je die stof aan de randen, weet u het? Rick-rack langs alle randen ervan zoals dit, weet u. [Ruches – Vert] En dat is de verkeerde naam. Het is toch geen rip-rat, is het wel? of zoiets aan... Hoe het ook zij, dat spul zat overal langs, weet u.

     Dus ging ik met dit aan naar school toe, weet u, en ik voelde me net zo fijn en koel. De kinderen begonnen me uit te lachen, en ik zei: "Lach niet, dit is mijn indianenpak." Het was de jurk van mijn nichtje. Zij lachten me uit, en ik begon te huilen en ging naar huis.

22 Velen van u hier kunnen zich het jaar 1917 herinneren toen er zoveel sneeuw lag. O my! Het had zich hier opgehoopt; een van de koudste winters die wij ooit hebben gehad. Mijn moeder naaide toentertijd voor de regering. En ik herinner me dat alle jongens op school sleeën hadden. Zij konden van de heuvel af sleeën. Ik had geen slee, mijn broertje en ik. Dus gingen wij naar de oude provinciale stortplaats en pakten een afwasteil. Hij maakte een breed spoor van natte sneeuw op de grond. We gingen zitten en sloegen onze benen om elkaar heen en sloegen onze armen om elkaar heen en daar gingen we de heuvel af. Wij waren niet zo uitgerust als de rest van hen, maar we waren evengoed aan het sleeën. Zo gingen wij met deze afwasteil die steeds maar rond en rondtolde, helemaal de heuvel af. Toen we beneden aan de heuvel kwamen... Dat ging goed totdat de bodem eruit viel. De bodem viel eruit, goed, we pakten een blok hout en gleden op dit blok naar beneden.

     Ik herinner me dat er een jongen was die Lloyd Ford heette. Het was gedurende de tijd van de eerste wereldoorlog. Wij waren nog maar jonge kinderen en hij verkocht dit Padvinderstijdschrift. Hoevelen herinneren zich het oude Padvinderstijdschrift? Goed, hij verkocht dit tijdschrift en hij begon een padvinderspak te dragen. Hij behoorde tot een soort padvindersgroep of zoiets... Een pak voor het verkopen ervan, voor eenzame padvinders, of zoiets. O, alles wat... moest een uniform dragen, en ik wilde altijd een soldaat zijn. En ik vroeg aan Lloyd; ik zei: "Lloyd, wanneer je dat afgedragen hebt, wil je het dan aan mij geven?"

     Hij zei: "Ja", hij zou het aan mij geven.

23 Het scheen of het ding nooit zou verslijten, het bleef maar zo. Op een dag zei ik tegen hem: "Lloyd, wat is er met dat uniform gebeurd?"

     Hij zei: "O, ik ben het vergeten, Billy." Hij zei: "Ik zal kijken of ik het nog kan vinden."

     Het enige wat hij kon vinden was één pijp, met een klein trekkoordje aan de zijkant van de kleine pijp, ongeveer zo lang, en ik zei: "Wel, breng die voor mij mee."

     Ik droeg hem rond het huis, die ene pijp, en ik vond dat het mooi stond. Ik wilde hem ook op school dragen, dus propte ik hem diep in mijn jas. Die dag had ik op mijn houtblok gereden en ik deed of ik mijn been had bezeerd. Ik wilde die broekspijp voor de kinderen dragen (ziet u?) op school. Ik trok deze ene broekspijp aan, en ik zei toen: "Weet je, ik heb mijn been bezeerd. Ik dacht er toevallig aan dat ik een van mijn broekspijpen van mijn padvindersuniform hier had." Deed die ene pijp aan en hier ging ik de school binnen. Ik stond op om op het schoolbord te werken.

     Herinnert u zich de oude plattelandsschool en het schoolbord? Ik stond op om de vraagstukken op te lossen; ik zette beide benen zo tegen elkaar, met deze pijp aan de buitenkant zodat zij die andere niet konden zien. Stond zijdelings en werkte op deze manier, zodat zij die ene broekspijp zouden zien. De kinderen begonnen me uit te lachen en de juffrouw... Ik begon te huilen. De juffrouw liet mij naar huis gaan.

24 Ik wilde altijd een soldaat zijn. Toen de tweede [eerste] wereldoorlog eraan kwam, die oorlog, was ik te jong, in de volgende oorlog wilden ze mij niet aannemen, maar tenslotte nam ik dienst in het leger: het leger van de soldaten van het kruis. Mijn uniform zit vanmiddag niet aan de buitenkant, maar hij zit aan de binnenkant. God heeft mij een uniform gegeven dat ik voor niets ter wereld zou willen ruilen: de doop van de Heilige Geest, en deze heeft mij aan de binnenkant bekleed als een soldaat, om mij genade te geven stand te houden in de uren van beproeving.

     Hoe goed herinner ik mij die oude plattelandsschool en wij kinderen die daar op de Utica Pike naar de oude school gingen. Ik herinner mij dat de juffrouw een geweldig lange aanwijsstok achter in het lokaal had staan en dat was het laatste woord van de school. Wij kregen stellig wat we nodig hadden wanneer die goede oude plattelandsjuffrouw eraan kwam en wij iets verkeerds hadden gedaan, dan gaf zij ons er werkelijk van langs. Ik kreeg mijn deel.

25 Zo herinner ik mij een dag, het was om en nabij Kerstmis... Hoevelen herinneren zich dat we er op uit gingen om de bekende cederboom te halen, en popcorn bakten en dit tot een slinger regen rondom de oude kerstboom? Herinnert u zich dat? Wel, my, my. Ik ben niet de enige provinciale jongen hier, is het wel? Dus hingen zij deze ouderwetse popcornslinger aan de kerstboom, en toen mama wat over had gehouden, gaf zij het mee aan mijn broer die na mij volgde, en mij, in een stroopemmertje van ongeveer twee liter. En wij namen het dan mee naar school en ik zou... We zetten het dan neer in de garderobe en dat was iets vreemds.

     Wij konden niet eten bij de overige kinderen. De andere kinderen kregen... Hun moeders bakten luchtig brood en maakten sandwiches, maar wij hadden een klein stroopemmertje van twee liter, en we hadden een potje groente, en een potje bonen, met twee lepels en twee stukken maïsbrood. Dat is wat wij ongeveer hadden. En wij schaamden ons om te eten bij de andere kinderen omdat zij broodjes en dergelijke hadden, en we hadden werkelijk een moeilijke tijd. Het haar hing laag in onze nek; we droegen allerlei soorten schoenen: veel te groot en oud; van alles. Wel, het was verschrikkelijk, maar ik zou het graag over willen doen. Ik zou heel graag nog een dag terug willen gaan. Dat is waar.

26 Ik denk aan de dag toen mama gebakken had en ons dit maïs gaf en wij het daar neergezet hadden. Ik begon te denken aan dat maïs. Ik dacht: "Weet je wat, ik geloof dat ik nog voor schooltijd een handjevol neem." Dat was niet eerlijk tegenover mijn broertje. Ik stak mijn hand op en vroeg de juf toestemming om even weg te gaan en toen ik door de garderobe kwam, nam ik een grote handvol van dat popcorn en ging het achter het schoolgebouw staan opeten.

     Wel, de eetpauze kwam; kinderen zoals wij, als we... De anderen begonnen allemaal naar hun lokalen te gaan om te eten en wij pakten ons emmertje en liepen over de heuvel naar beneden tot aan de rivier, precies hier aan de oever van de rivier, en wij openden... Natuurlijk wilden we de popcorn eerst eten. Wij hadden nooit zoiets in huis, misschien één keer per jaar. Toen openden we deze emmer; hij was bijna half leeg. Mijn broer zei: "Zeg, er is iets mee gebeurd, is het niet?"

     Ik zei: "Dat is zeker." Ik wist wat ermee gebeurd was.

27 Weet u, hier niet lang geleden kwam ik van Texas vandaan en ik was... ik was in de dienst werkelijk vermoeid geraakt, en ik stond daar aan de overkant en mijn vrouw ging de kleintjes halen die wat violen plukten. En ik probeerde mijn geest tot rust te brengen en, o my, deze visioenen... U beseft het gewoon niet, mensen, wat het met je doet. En ik stond daar zo over het hek geleund te kijken, en ik herinnerde mij hoe wij als kleine jongens, met gaten in onze sokken, gewend waren daar op een rijtje te staan om over de heuvel te kijken. En ik herinnerde mij dat papa gewoon was over het land aan te komen met een kleine oude ezelskar.

     Elke zaterdagavond gingen we dan naar de stad om de wekelijkse kruidenierswaren te halen. En ik dacht aan die handvol popcorn. Weet u, het is beter om niets verkeerds te doen, is het niet? Op een keer wordt het je duidelijk.

28 Ik stond daar en begon te denken: "Nu is Edward er niet meer. Hij is al jaren geleden gestorven. Zodra hij een beetje opgegroeid was, werd hij gedood." Stervend riep hij om mij. Ik werkte in het westen bij een veefokkerij. En toen... Ik stond daar en begon aan hem te denken. Ik dacht: "Ik herinner mij die handvol maïs die ik uit die emmer nam." En ik dacht: "Ik zou alles wat ik ooit in deze wereld zou kunnen bezitten ervoor willen geven als ik weer naar hem toe kon gaan om hem die handvol maïs die ik nam te brengen." Ik kan het niet. Hier hebben wij geen blijvende stad.

     Ik herinner mij het oude huis dat daar stond, een grote blokhut, en hoe dik de balken daarbinnen waren, en we hadden daarbuiten een kleine oude appelboom. Er was een stuk spiegelglas op vastgespijkerd, een spiegel op de... op het bankje dat aan de boom was vastgemaakt, en we gingen dan naar buiten en paps kwam thuis en waste zich. Hij was ongeveer dertig jaar oud, denk ik, dan waste hij daarbuiten zijn handen enzovoort, om in de kleine oude hut te gaan eten. En ik herinner mij hoe sterk hij was. Ik keek altijd. Mijn vader was een kleine man, maar enorm gespierd. En ik dacht: "My, hij zal voor altijd leven", zo'n sterke man, en gespierd, een echte, typische Ier. En hij was... hij was zo gespierd als maar zijn kon. En ik dacht: "O, wat is mijn papa sterk."

29 Ik keek gewoon naar het oude houten huis en zag hoe stevig het was samengevoegd. Ik zei: "My, dat oude huis zal er nog zijn wanneer ik... mijn kinderen oud zijn." En weet u wat? Ongeveer vijfentwintig jaar later is daar een huizenproject gestart.

     De oude bron waar ik altijd uit dronk, is opgevuld en verdwenen. Het huis is weg. Pa stierf op tweeënvijftigjarige leeftijd. We hebben hier geen blijvende stad. Dat is waar. Maar broeder, zuster, wij zijn vandaag pelgrims en vreemdelingen, en zoeken naar één die eeuwige fundamenten heeft, wier Bouwer en Maker God is.

     Als kind was ik erg verlegen. Ik herinner mij toen ik een kind was dat ik een zakenman probeerde te zijn. Hoeveel van u stapten wel eens in de oude kar of zoiets, en deden wat dekens om u heen en gooiden wat stro op een hoop als bed om naar de stad te rijden? Laat eens zien? U ging erheen om de kruidenierswaren te halen... O my! Ik herinner me dat wij dat gewoonlijk op zaterdag deden en dat pa elke keer de enorme kruideniersrekening betaalde voor vijf kinderen, ongeveer twee dollar en vijfenzeventig cent, drie dollar voor een week. De kruidenier verheugde zich zo om dat grote bedrag te innen, o, zodat hij hem dan een klein zakje met snoep gaf. En dan kwamen ze naar buiten met die zak met snoep: ouderwetse pepermuntstaafjes. Herinnert u het zich? Zeg, die zijn tamelijk goed, nietwaar? Ik was gewoon... Dat, en zoute crackers doen het nog goed bij mij.

     Zij brachten die kleine zak vol snoep dus mee naar buiten en zetten hem neer in deze hooiberg in die wagen, waar ongeveer vijf paar blauwe ogen zaten te loeren naar die snoep waar zij heel de week op hadden gewacht. Als er geen staafje voor iedereen was, moesten ze het door midden breken zodat iedereen evenveel kreeg. Ik weet nog dat ieder op zijn deel wachtte. En wij zogen eraan. We konden het niet opeten, dat ging te snel, moesten eraan zuigen.

30 Ik herinner mij dus dat ik het mijne nam en het in een stukje papier wikkelde en het in mijn zak deed. En als het maandag werd, leefde ik als een koning. Moeder zou roepen: "William?"

     Ik zei dan: "Ja, mama?"

     "Ga naar de bron en haal een emmer water."

     "Ja, mama." Ik riep dan: "Hé," naar mijn broer Humpy, en zou zeggen: "Humpy, ik ga je vertellen wat ik zal doen als jij wilt gaan om dat..." Het waren grote cederhouten emmers, weet u, met een kalebas als pollepel, en je... Ik zei: "Als jij die emmer met water wilt halen, laat ik je vijf likken van dit stukje snoep nemen." Ik deed het papier eraf en zei: "Ruik eraan. Kijk, het is lekker." Verkooptactiek... Broeder, ik had het gemakkelijk zolang dat snoepje duurde. Wanneer ik dat stukje snoep had, kreeg ik het werkelijk voor elkaar. Hij ging het halen. Ik lette erop dat het enkel vijf likken waren; geen zes, vijf likken. Alles wat gebeuren moest, liet ik hem en de anderen voor mij doen: zakenman, met deze snoepstaaf.

31 Ik dacht erover, toen ik daar stond te denken, hoe wij gewend waren zo op een rijtje te staan. En vandaag zou ik misschien een hele doos Hershey chocolade kunnen kopen als ik dat wilde, maar het zal nooit zo lekker smaken als die goede oude pepermuntsnoepjes. Die waren echt goed.

     Ik weet dat het hier koud is. We zullen zo snel mogelijk voortmaken. Ik heb u lief, en op een glorieuze dag, misschien niet in dit leven, maar als wij allen de rivier oversteken naar de andere kant, zal ik daar bij u zitten. We zullen het dan allemaal weer ophalen. Daar zal het niet koud zijn. Nee, we zullen bij de altijd groene bomen zitten.

     Ik wil u erover vertellen hoe ik getrouwd raakte. Ik... Mijn vader brouwde whisky en ik zag de mensen daarheen komen om de whisky te krijgen, en hoe ze dronken, en zag hoe vrouwen zich misdroegen, hoe jonge vrouwen daar kwamen met andere mannen. En omdat ik wist dat het niet hun echtgenoten waren, zwoer ik dat ik nooit iets met een vrouw te maken wilde hebben. Ik dacht dat dat het geringste en laagste was... En ik heb mijn mening niet veranderd; het is zo. Dat is juist. O my. Ik dacht: "Dit is verschrikkelijk." Ik zei: "Wat mij betreft, ik zal zolang als ik leef vrijgezel blijven."

32 Zij hielden dan feestjes in het huis, weet u, en speelden die ouderwetse spelletjes van "jaag de bizon", of wat het ook is, weet u, en zoals gewoonlijk die oude Kentucky dansen. En zij lieten de vioolspeler op een kist staan die zaagde op zijn viool, en ze zouden allemaal... O, ik weet het niet. Elk soort van... Maar ik bleef in mijn hele leven bij geen enkele ervan.

     Ik had een oude wasberenhond. Nu, hoevelen weten wat dat is? Meent u, terwijl ik hier in Kentucky sta, dat in Kentucky slechts ongeveer vijf mensen weten wat een wasberenhond is? Zeg, is dit Kentucky? Ik geloof dat we er hier nog niet ver genoeg vandaan zijn. U bent hier te dicht bij Indiana. In orde. Een oude hond; en ik had een oud .22 geweer en daar is het waar ik bijna heel mijn leven in de bossen heb gewoond. Ik ging dan naar buiten en lag dan bovenop het dak. Ging nooit in mijn leven naar een danspartij.

33 Toen ik ongeveer zeven jaar oud was, had ik op een dag water gehaald. U hebt dat deel van het verhaal gehoord. Het spijt me te moeten zeggen dat ik het voor mijn vader naar een clandestiene drankstokerij bracht, in twee stroopemmertjes van ongeveer twee liter inhoud. En het was in september toen ik de landweg opging. De bladeren begonnen al wat bruin te kleuren en ik ging onder de boom zitten en zat daar te huilen omdat ik niet bij een oude ijsvijver kon gaan vissen. Al de andere jongens waren daar naar de ijsvijver gegaan.

     En terwijl ik daarbuiten zat, was het net zo windstil als het in deze ruimte is, en ik kon iets horen waaien zoals een "whoosh". Ik vroeg mij af: "Waar dat was?" En ik kon geen enkel blad zien bewegen. Het klonk als het geluid van bladeren. En ik schreeuwde een paar keer. Ik had een overall aan met een streng stro eraan als bretels en een spijker als knoop, of voor een knoop. Ik weet niet of u er ooit wel eens zo een hebt gebruikt. Die doet het goed. En ik had mijn...

     Ik had mijn teen gestoten en ik had er een maïskolf onder gebonden zodat het vuil er niet in kon komen, weet u, rondlopend met een maïskolf onder mijn teen. O, ik was een portret. En ik schreeuwde. Ik wilde gaan vissen met de andere jongens die daar naartoe waren gegaan. Ik zat daar onder de boom te denken: "Nu, hun vaders doen dit niet. En waarom zou ik dit moeten doen? Moet dit water naar een clandestiene stokerij brengen terwijl er drankverbod is." Papa maakte er duizenden liters van, stierf als een armoedzaaier, leed honger toen hij stierf. Dat doet u geen enkel goed. Het kwaad straft zichzelf altijd.

34 Ik herinner mij dus dat ik daar zat, en toen ik het waaien van die bladeren hoorde, stond ik op, en ik kon ze nergens zien. En ik schreeuwde een paar keer, en pakte toen mijn emmers op en begon te lopen. We moesten er een aantal liters naartoe dragen. Ze zouden die avond whisky maken. En op de weg erheen hoorde ik het weer. Ik draaide me om, en ongeveer halverwege stond een grote oude katoenboom, zilverpopulier wordt die genoemd; het was, leek op een wervelwind. Wij noemen ze kleine cyclonen. Het zijn in Kentucky wervelwinden, wat denk ik de beste naam is. Het cirkelt rond in het gebladerte.

     Wel, ik had deze dingen al eerder opgemerkt. Dus, ik... Het ging niet weg. En daaruit vandaan... Nu, u kunt denken wat u wilt, vrienden, ik kan slechts eerlijk met u zijn. Maar daaruit kwam een hoorbare stem die zei: "Rook nooit, of drink, of verontreinig je lichaam in geen enkel opzicht. Er zal een werk voor jou te doen zijn wanneer je ouder wordt."

35 Wel, het leek wel of ik me doodschrok. Ik liet beide emmers vallen en zette het keihard schreeuwend op een lopen. Er zijn heel wat mocassinslangen in dit land, en mama dacht dat een mocassin mij had gebeten. Zij was pas ongeveer vijfentwintig jaar oud. Zij tilde mij op en ik kuste haar en bleef haar omhelzen. Ze legde mij in bed en ging naar de Wathans om de dokter te bellen. Hij zei: "O, hij is alleen zenuwachtig."

     Daarover... Ik zei: "Er zit een man in die boom en ik hoorde hem en wat hij mij vertelde." En ik zei: "Ik ga er nooit meer langs." En tot op vandaag ben ik er nooit meer geweest. Ik ging langs de boom die achterin de tuin stond weer terug naar... De pomp was daar bij de schuur en wij moesten water brengen naar het huis. Ik ben er vanaf die tijd tot op vandaag nooit meer geweest. En dat was... is al een lange tijd geleden.

36 Dus toen, ongeveer twee weken daarna, herinner ik mij, was ik met mijn broertje aan het knikkeren en daar voelde ik iets vreemds over mij heen komen. Ik wist niet wat er gebeurde. En ik liep weg, ging even zitten en ik keek, en precies voor mij zag ik iets bewegen. En het water dat er uitzag als de rivier leek dichter bij mij te komen. En ik zag de Municipal Bridge, die nu de rivier overspant, opkomen en de rivier overspannen, en zag het aantal mannen die er vanaf vielen. Ik ging naar binnen en vertelde het aan mijn moeder. Ze zei: "Je had een droom, lieverd."

     Ik zei: "Nee, mam. Ik stond er recht naar te kijken en zag wat er gebeurde."

     En tweeëntwintig jaar later vanaf datzelfde jaar verloren precies hetzelfde aantal mannen hun leven, vanaf de brug die de Ohio Rivier overspant. En ze blijven maar doorgaan. Elke keer, overal, visioen na visioen. Niemand...

37 Ik herinner mij mijn eerste afspraakje dat ik met een meisje had. U weet hoe jongens zijn; wanneer je ongeveer zestien of zeventien wordt, krijg je een vriendinnetje. En o, die eerste, je weet hoe ze eruit ziet. Ik was een echt ouderwetse, schuchtere plattelandsjongen, maar ik herinner me het eerste meisje dat ik had. O, ze had tanden als parels, ze had ogen als een duif, en een nek als een zwaan. O, ze was het mooiste ding wat ik ooit in mijn leven had gezien.

     Ze was dus pas op school gekomen, en ik zei tegen de andere vriend: "Zorg dat jij je vaders oude Ford krijgt. Ik heb vijfenzeventig dollarcent. En we zullen twee gallons [ongeveer 7 liter] benzine kopen voor vijfentwintig dollarcent. En dan heb ik nog vijftig cent over, en we zullen uitgaan en een fijne tijd hebben."

38 We moesten de oude Ford dus aanzwengelen, en u weet, maken... Hebt u dat wel eens met uw oude Ford gedaan, toen die bijna versleten was, weet u dat nog? We slingerden hem aan totdat we hem gestart kregen en hij haalde zijn meisje op en ik het mijne, en daar gingen we. My, ik dacht: zij gaat uit met mij! Gingen 's avonds, droegen niet al te beste kleding, weet u; we gingen in ieder geval toch nergens naartoe. Dus zat ik helemaal achterin de auto met deze kleine dame te praten, zij helemaal aan de ene kant, en ik ver aan de andere kant, helemaal verlegen, weet u. Ik... ik was net... My, ik wist zeker dat mijn gezicht rood was geworden.

39 We hielden daar stil bij een plaats om wat sandwiches te halen. Je kreeg een hele grote hamsandwich voor een stuiver. Dus ik... ik was de toffe vent. Ik ging naar binnen om wat hamsandwiches te halen. Dus kocht ik een paar sandwiches en kwam naar buiten met een paar colaatjes, en we dronken de cola's en aten de sandwiches, en ik dacht: "O my. Ik ben nu een echte kerel. Iemand vindt me aardig en, o my, we hebben gewoon een goeie tijd."

     En het was precies omstreeks die tijd dat vrouwen genoeg afvallig begonnen te worden om sigaretten te roken. En toen ik terugkwam, was mijn kleine koningin een sigaret aan het roken.

     Welnu, ik heb altijd mijn mening over een vrouw gehad die een sigaret zou roken. Het is het laagste wat ze zou kunnen doen. En ik heb mijn mening geen greintje veranderd. Als God... als de Heilige Geest Die met mij handelt... Als u verwacht naar de hemel te gaan, zou u maar beter kunnen stoppen met die rommel voordat u daar komt. Dat is waar.

40 Nu, ik ben hier niet om het Evangelie te prediken. Er zijn hier predikers die dat doen. Maar laat mij u iets vertellen, vrouwen: het is een schande voor de wereld. Haar te zien met... Wanneer ik de statistieken van de regering krijg, toont het dat tachtig procent van de baby's die geboren worden van koemelk moet opgroeien. Wanneer ze de borst krijgen van hun moeder, zouden zij binnen achttien maanden sterven wegens nicotinevergiftiging.

     Communisten, de vijfde colonne? Luister, broeder, wees niet bevreesd voor Rusland dat zij hierheen komen en iets doen, of Duitsland, of enig ander land. Het is onze eigen verdorvenheid die ons zal doden. Het is niet het roodborstje dat aan de appel pikt wat de appel schaadt; het is de worm in het klokhuis die de appels vernietigt. Wij worden zo gedemoraliseerd dat het geen wonder is dat wij geruïneerd worden. Wij ruïneren onszelf. Goed, genoeg daarover.

41 Hoe het ook zij, zij rookte dit sigaretje. Ik keek naar haar en, my, zij had werkelijk voor mij afgedaan. En ik... ik keek haar aan en ik kon nauwelijks geloven dat zij het was, dat aardige meisje, die daar die sigaret zat te roken. Zij blies het door haar neus, weet u, het zag er weerzinwekkend uit. Elke man die zijn vrouw sigaretten laat roken, laat zien uit welk hout hij gesneden is. Dat is juist. Dat is waar. Zo is het precies. Broeder, de mijne zou het eens moeten doen, en als zij het doet, zal ze door dezelfde deur naar buiten moeten gaan waardoor ze ermee naar binnen is gekomen. Zo is het precies. Daar te zitten roken... Het toont wie de baas in huis is. Daar zat ze, het is erg genoeg, en ook te erg voor mannen. En daar zat zij die rook door haar neus te blazen. Ik dacht: "O, arm meisje."

     Ze zei: "Wil je een sigaret, Billy?"

     En ik zei: "Nee, madam, dank je, ik rook niet."

     Ze zei: "Nou, ze... Je zegt dat je niet danst." Zij is een van die kleine getapte of populaire types, weet u. Ze zei: "Je danst niet. En je zei dat je niet drinkt, en nu rook je ook al niet." Ze zei: "Wat doe je wel graag?"

     En ik zei: "Wel, ik houd van jagen en vissen."

     Dat interesseerde haar niet. Dus ze... ze zei: "Nou, jij geweldige sissy."

     O my. Ik zou de grote boze Bill gaan worden. Zie? En ik was hier een doetje in haar ogen.

42 Een keer eerder had mijn vader mij een sissy genoemd. We waren beneden naar de rivier gegaan om enige flessen langs de rivier op te rapen, weet u, en mijn broer en ik kregen een stuiver per dozijn voor het oprapen van flessen waarin zij de whisky deden. En ik was... En ik had een oude boot die achterin geen roer had, en we hadden twee planken. Mijn broer aan de ene kant en ik aan de andere, en deze man had een grote eendenboot en ik dacht dat het... Zijn naam was McKinney. En hij liet mij zijn eendenboot gebruiken [voor zowel op het water als op het land te gebruiken – Vert], en ik dacht: "Er is één kerel die mij mag." En toen hij mij in zijn eendenboot de rivier zou laten oproeien, gingen we die dag over de heuvel naar beneden, en aan de voet ervan was ons oude huis waar een boom dwars over het pad was gewaaid, en pa zette gewoon zijn voet tegen de boom aan... Het was op een zondagochtend en hij stopte en trok een plat whiskyflesje uit zijn zak, gaf hem aan meneer McKinney en zei: "Wilt u een slok?"

     Hij nam een slok, gaf hem door aan mij. Hij zei: "Wil je een slok?"

     Ik zei: "Nee, dank u. Ik drink niet."

     Hij zei: "Wat? Een Branham die niet drinkt?"

     En pa zei: "Nee, ik heb één sissy gekregen." Sissy?

43 O, dat trof mij. Ik zei: "Geef mij die fles." En ik nam die fles met evenveel beslistheid om de slok te nemen als ik doe om vanavond een dienst te houden. En ik trok de kurk eruit, begon hem omhoog te brengen om het te drinken... Nu kunt u dit noemen wat u maar wilt, maar toen ik die slok whisky zou beginnen te drinken, hoorde ik iets gaan als "whoosh".

     Ik dacht: "Wat is dat?" Ik begon opnieuw, en iets bleef gewoon dat geluid maken zoals een werveling van de wind in de bladeren, hetzelfde geluid dat mij vertelde nooit te roken of te drinken of mij te verontreinigen. Ik kon het niet drinken. Wat was het? Het was niet omdat ik zo goed was; het was omdat God Zijn gave beschermde. Kijk, het ligt niet aan de mens. Hij is niets. Het is God.

44 Ik liet de fles vallen en begon te huilen en rende het veld in. En die avond toen dat meisje mij een sissy noemde omdat ik geen sigaret wilde roken, dacht ik: "Niemand wil mij hebben, en zelfs mijn meisje hier wil niets met mij te maken hebben. Geef mij die sigaret." En ik nam hem, net zo vastbesloten om die sigaret te nemen en hem te roken, als dat ik ben om dit verhaal te beëindigen. En zij gaf hem aan mij en ik trok een van de sigaretten uit het pakje, reikte naar beneden en stak een lucifer aan en begon hem naar mijn mond te brengen. En net toen ik dat begon te doen, hoorde ik het gaan: "Whoosh."

45 "Wel, dat is gewoon mijn verbeelding." Ik pakte hem weer en bracht hem opnieuw naar mijn mond, en weer kwam dat geluid. Ik keek naar de sigaret; de lucifer was aan het afbranden. Ik keek haar aan. Ik herinnerde me dat: "Drink nooit of verontreinig je lichaam op geen enkele manier." Ik stond daar een kort moment. Ik werd echt beverig en begon te huilen. Ik liet de sigaret zakken. Ze zei: "O, jij geweldige sissy." En ik gooide hem gewoon neer en begon in m'n eentje de weg op te lopen, huilend, met mijn handen in mijn zakken. En zij volgden mij met de auto, met de lichten op me gericht, in een oud T-Ford model, terwijl zij mij uitlachten. En ik ging weg het veld in en zat daar. Vertrok weer en stak het veld over. Ik zou u naar dezelfde plek kunnen brengen.

46 Ik zat daar en zei: "Ik ga naar huis en stop ermee. Niemand geeft om mij en niemand... Mijn leven is een en al ellende, dus wat voor zin heeft het om te leven?" Die nacht daar buiten zittend in dat veld... Gods genade... Ik wou dat ik meer tijd had om daar precies op in te gaan, maar ik kan het niet, om te zeggen wat er gebeurde; maar op een dag zal ik het doen, met Gods hulp.

     U zou zich kunnen afvragen hoe ik getrouwd raakte. Tenslotte vond ik een meisje dat niet dronk en rookte. Kijk goed rond; ze zijn hier nog steeds. De ruggengraat van de natie... Nu, zij was een allerliefst meisje. Hoe blij ben ik...?... blij om over haar en haar zoon te spreken, en over haar en mij, hoe zij daar naar mij zat te luisteren. Zij was een koningin. Zij was al wat een dame kon zijn.

     Ik ging met haar. Zij kwam uit een goede familie. Ik was... Mijn familie was niet veel, maar zij was zo'n echt fijn meisje, een Christin. Ik ging met haar naar de kerk; daar had zij mij mee naartoe genomen, naar de kerk.

47 En ik herinner me mijn bekering toen ik bekeerd werd. Ik zal het meeste ervan moeten overslaan om nu snel te zijn. Ik herinner me in de... dat ik me begon voor te nemen dat ik... Zij was een te goed meisje voor mij om met haar te gaan. Iemand die haar een goed bestaan kon geven behoorde met haar te trouwen, en ik verdiende slechts twintig cent per uur, dus ik wist dat ik haar daarmee geen bestaan kon verschaffen, werkend als een slootgraver. En haar vader verdiende vijfhonderd en nog wat per maand gedurende de crisisjaren, een organisator bij de broederschap van de Pennsylvania Spoorwegen.

     Maar zij hield van mij, en ik hield van haar. Ik dacht er dus aan dat het zo moest gebeuren dat er een... Ik zou het haar gewoon vertellen en weggaan. En ik kon het niet. Ik probeerde het. Elke avond dacht ik eraan om haar te vertellen dat ik niet meer terug zou komen en haar vrij zou laten om met... met een goede jongen te gaan die zou... die haar een goed bestaan zou kunnen geven en haar gelukkig kon maken. En ik nam maar haar tijd in beslag, haar jonge leven en ik... dat wilde ik gewoon niet doen. Dus ik... ik was helemaal verward. En ik wilde haar niet opgeven omdat ik haar zo liefhad. En ik verkeerde absoluut in een slechte toestand.

48 Ik was dus te verlegen om haar te vragen om met mij te trouwen. Ik kon dat gewoon niet. Ik denk dat u zich afvraagt hoe ik ooit getrouwd raakte. Ik schreef haar een brief en vroeg haar of zij het zou willen. Het werkte. Het was nu niet van: "Beste mejuffrouw", ik... het was ietsje meer dan dat, weet u. Op een dag ging ik zitten en kreeg het allemaal voor elkaar en stelde een brief op.

     Nu, haar vader was gewoon een goede vriend. Haar moeder was een goede vrouw maar zij kwam uit een echt stijve kerk, weet u, waarin zij geloofde. Knapen zoals ik waren, geloof ik, niet zo in tel. Dus ik dacht: "Ik zou het met haar vader wel eens kunnen worden, maar haar moeder, daar zie ik tegenop."

49 Dus die ochtend ging ik naar mijn werk. Ik zei: "Nu, als het niet werkt, goed, dan is dat het einde ervan." En ik sloot de brief en deed hem in de brievenbus en ging naar mijn werk. En ik moest haar woensdagavond meenemen naar de kerk, had een afspraak. Ik ging er dus maandagmorgen langs om hem in de bus te doen. Dus woensdagavond kwam eraan en ik zou naar de kerk gaan. En ik begon eraan te denken, weet u. Ik had er nooit eerder aan gedacht, maar nadat ik de brief op de bus had gedaan, "wat als haar moeder hem te pakken had gekregen?" En dan, o, als zij hem niet had gekregen? Ik dacht: "O my, dan zwaait er wat wanneer ik daar kom, want als haar moeder hem eerder in handen heeft gekregen, heeft zij hem niet gekregen." Welnu, hoe meer ik erover nadacht, des temeer dacht ik eraan om woensdagavond maar liever weg te blijven.

50 "Wel," dacht ik, "nee, dat kan ik nu niet doen. Ik moet gaan. En wat ga ik daarmee doen?" Dus dacht ik: "Ik zal gewoon tot voor het huis rijden en langzaam rijden." Ik wist wel beter om tot voor het huis te rijden en dan te toeteren. En jongens, ik vertel het jullie nu ook, en jullie meisjes, als je vriend het zelfs niet kan opbrengen om naar je huis te komen en naar je te vragen, blijf dan bij hem vandaan. Zo is het.

     Dus reed ik de oude Ford tot daar en hield stil. Ik liep de veranda op en ik dacht: "Ik wil het huis echt niet binnengaan, weet je. Als zij mij binnenlaat, zal ik lelijk in de knel zitten." Daarom klopte ik op de deur. En Hope, mijn vrouw, of mijn lieveling toen, kwam naar de deur. Ze zei: "Hallo Billy, kom binnen."

51 En ik dacht: "O, o. Nee, nee. Ik ben te bevreesd om binnen te komen. Als jouw moeder de brief kreeg, dan zal ik moeten... mij in huis krijgt, dan kom ik er niet meer uit. Dan zou ik lelijk in het nauw zitten."

     Ze zei dus: "Wil je niet binnenkomen?"

     Ik zei: "Dank je, ik wacht hier wel gewoon op de veranda."

     En ze zei: "Och, kom toch binnen."

     My, ik liep erheen en ging bij de deur zitten en hield mijn hoed in mijn hand. Ik dacht: "O, dit is beslist onder hoogspanning."

     Na een poosje kwam haar moeder binnen. Ze zei: "Hoe gaat het, William?"

     Ik zei: "Hoe gaat het met u, mevrouw Brumbach? Beslist een mooie dag."

     "Ja, zeker."

     Zo ging het verder. Ik dacht: "Zij heeft die brief nooit gekregen."

52 We gingen naar de kerk. Ik hoorde die avond niets van wat Dr. Davis zei. Het enige waaraan ik dacht was: "Zij is... Zodra de kerkdienst voorbij is, gaat ze mij vertellen: 'Oké, dit is je laatste avond.' Ik zou dan mijn meisje gaan verliezen." Had dat in mijn gedachten. U weet hoe de duivel je leugens kan vertellen. Dus toen dacht ik: "Ik zal mijn meisje zodra de kerkdienst voorbij is, verliezen."

     Ik hoorde toen niets van wat de prediker zei. Toen we die avond naar huis gingen, zei ze: "Laten we gaan wandelen."

53 Ik dacht: "O, o, nu weet ik dat zij de brief kreeg." Ik liep dus gewoon over straat. Ik bleef naar haar kijken. O my, die donkere ogen en die maan die erop scheen, weet u. Ik... ik zou haar niet graag willen verliezen. Dus ik... ik dacht: "Ik weet dat ik niet kan trouwen met zo'n meisje. Ik denk dat ik maar wegga en een oude kluizenaar moet zijn. Ik heb altijd gezegd dat ik van plan was een heleboel valstrikken te hebben en een hond om diep in de bossen te leven."

     Daarom dacht ik: "Welnu, dit is het geloof ik wel." En we bleven doorlopen en kwamen bijna bij het huis. Wel, ik dacht: "Misschien heeft zij die brief niet ontvangen, weet je, misschien is hij in de brievenbus blijven hangen en heeft ze hem niet gekregen." Dus werd ik toen tamelijk moedig, weet u, ik begon weer gewoon te praten. Zij had de post niet gekregen, en daar was ik eigenlijk blij om.

54 Ik ging dus toen door met fijn te praten, weet u. Net omtrent de tijd dat we bijna bij het huis kwamen, zei ze: "Billy?"

     En ik zei: "Ja, Hope?"

     En ze zei: "Ik heb je brief gekregen."

     En, o my, ik zei: "Ja?"

     Ze zei: "Uh-huh."

     Wel, ik dacht: "Dit is het."

     Zo wandelden we een beetje verder en zij liep gewoon zwijgend verder. U weet hoe een vrouw je in spanning kan houden, weet u. Ik dacht: "Zeg toch iets! Zeg me niet meer terug te komen of doe iets." Zo bleef ik maar doorlopen. Ik keek naar haar, en zij keek naar mij, en we bleven doorlopen. Dus dacht ik: "Wel, wat ga je zeggen?" Wel, zij bleef gewoon doorlopen en zei helemaal niets. Ik dacht het ijs maar een beetje te breken en ik zei: "Heb jij hem gelezen?"

     Ze zei: "Uh-huh."

55 Wel, ik dacht: "Wel, zeg er iets over." Ze zei er geen woord over, bleef gewoon doorlopen. We waren nog maar een klein eindje van het huis en ik dacht: "Je leidt me regelrecht naar je moeder, is het niet? En dan zwaait er wat."

     En toen zei ik: "Heb je hem helemaal gelezen?"

     Ze zei: "Uh-huh." Dat is al wat ik uit haar kon krijgen: "Uh-huh."

     Toen zei ik: "Wat vond je ervan?"

     Ze zei: "O, het was goed." Wij trouwden...?... Het werkte goed uit. Jazeker.

     De moeilijkheid was, ik... We moesten het haar ouders vragen. En ze zei: "Billy, je zult het moeder en vader moeten vragen."

56 Ik zei: "Kijk Hope, weet je, het beste wat ik me nu herinner, is dat het huwelijksleven verondersteld wordt fifty-fifty te zijn. Zie?" Ik zei: "Nu, weet je wat, ik ga een afspraak met je maken." Ik zei: "Mijn helft is dat ik het je vader vraag, en jouw helft is dat jij het aan je moeder vraagt." Ik wist dat ik het bij haar vader wel gedaan kon krijgen, maar bij haar moeder betwijfelde ik het.

     Ze zei: "Goed." Ze zei: "Als jij het eerst aan pa wil vragen."

     Ik zei: "Ja, goed."

     Ze zei: "We moeten het hem direct vragen."

     Ik zei: "Ik denk dat dit juist is."

57 Dus liep ik haar huis binnen en ik... die avond, en bleef daar zitten. En ik stond op het punt om te vertrekken. We zaten allemaal, en de heer Brumbach zat aan zijn bureau iets te typen, weet u. En, o my. Ik dacht dat ik de hele avond moest blijven. Dus tenslotte werd het tijd dat ik iets moest zeggen. Dus zei ik... Het was al half tien, mijn tijd om naar huis te gaan. Hoe tijden veranderd zijn! Dus zei ik... Stond op om naar huis te gaan en ik zei: "Welterusten allemaal" en liep naar buiten.

     En Hope liep naar me toe en zei: "Heb je niet... vroeg je het niet? Waarom vraag je het hem niet?"

     Ik zei: "O, ik kan het niet. Ik kan het gewoon niet."

     Ze zei: "Wel, maar je moet het hem vragen."

     En ik zei: "Goed, neem jij je moeder mee en ga in de andere kamer."

     En ze zei: "In orde."

     Ze liep toen terug en zei: "Mam, zou u even mee willen komen?"

     Ik bleef even bij de deur staan, en ik zei: "Charlie?"

58 Hij schreef ergens iets op. Hij draaide zich om en zei: "Huh? Wat zei je, Bill?"

     En ik zei: "Zou ik... zou ik u even kunnen spreken?"

     Hij keerde zich om en zei: "Ja, waarom? Wat is er, Bill?"

     En ik zei: "Zou u even mee willen komen?"

     En hij zei: "Ja."

     Hij liep naar buiten de veranda op. En o, ik zweette en mijn hart bonsde. En ik zei: "Werkelijk een prachtige avond, is het niet, Charlie?"

     Hij zei: "Zeker, Bill."

     Ik zei: "Ik houd van dit soort avonden."

     Hij zei: "Je mag haar hebben." Wat spaarde hij mij!

     Ik zei: "Meent u het?"

     Hij zei: "Ja."

     Ik zei: "Hoe zit het met haar moeder?"

     Hij zei: "Daar zal ik voor zorgen."

59 Ik zei: "Dank u, Charlie." Ik zei: "Nu kijk, Charlie, ik weet dat u haar goede kleding en alles kunt geven. En er zijn hier in de omgeving waarschijnlijk veel meer jongens die haar een beter bestaan zouden kunnen verschaffen, en zij is een mooi meisje en een lieve dame." En ik zei: "Iedere... iedere jongen zou met haar willen gaan." Ik zei: "Ik weet niet wanneer ik ooit nog eens zo'n kans krijg." Ik zei: "Charlie, er is niemand in de wereld die haar meer liefheeft dan ik." Ik zei: "Ik kan voor haar niet doen wat u kunt, omdat ik niet... Ik verdien maar ongeveer twintig cent per uur." Ik zei: "Charlie, ik zal zo hard werken als ik kan en alles doen wat ik weet en in mijn vermogen ligt om haar een bestaan te verschaffen en goed voor haar te zijn."

60 Ik zal het nooit vergeten. En hij (Hij was een Duitser en ik een Ier en wij waren altijd...?... met elkaar.) legde zijn grote hand op mijn schouder en zei: "Bill, ik heb liever dat jij haar hebt dan wie anders ook die ik ken." Hij zei: "Leven betekent niet wat je hebt gekregen, het is hoe tevreden je bent met wat je hebt."

     Ik zei:"Dank u, Charlie. Ik... ik heb haar lief." En ik zei: "Ik zal goed voor haar zijn en trouw. En ik zal voor haar zo hard werken als ik maar kan."

     Hij zei: "Dat geloof ik."

     We trouwden, en verhuisden naar een kleine tweekamerwoning. Ik vergeet nooit wat we kochten voor de huishouding. En ik zal na een paar minuten klaar zijn.

61 Wij... ik ging erop uit en had genoeg geld om naar Sears en Roebucks te gaan om een voorschot te betalen op een eethoek die... [Leeg gedeelte op de band – Vert]... Verfde hem geel en maakte een groot groen klaverblad op elke stoel, zoals een Ier gewend is om te doen. En wij... we hadden een oud vouwbed. Hoevelen hebben ooit geweten wat een vouwbed is? Iemand gaf het ons. En ik ging naar een opkoper en kreeg een fornuis voor vijfenzeventig cent, een fornuis. En ik moest een dollar en nog wat betalen om roosters te krijgen die erin pasten. En wij plaatsten die binnen en begonnen de huishouding. We hadden niet erg veel, maar we waren gelukkig. Wij hadden elkaar. Dat was het belangrijkste. Wij hielden van elkaar en dat was het.

62 Een poosje later gaf God ons een kleine jongen, die daar nu achteraan naar mij staat te kijken, en wat waren wij gelukkig toen dit kereltje in de wereld kwam. En wij hadden God met heel ons hart lief.

     Net voor, of net nadat de jongen geboren was, nam ik mijn eerste vakantie. We spaarden genoeg geld tot ik zo'n zes, acht, tien dollar had, afgezien van het afbetalen van de auto. En ik ging naar Michigan om een oude vriend die ik ontmoet had te bezoeken, genaamd John Ryan, die hier nu zit.

     Ik wist niet al teveel over Pinkstermensen. En deze oude man, dacht ik, behoorde tot het Huis van David, omdat hij lang haar had en een baard droeg. Maar ik vond uit dat het verkeerd was. Ik ging hem bezoeken. En ik denk dat u het zich herinnert, broeder Ryan. We bleven daar een paar dagen.

     En op mijn terugweg kreeg ik mijn eerste kennismaking met Pinkstermensen. We kwamen door Dawa... of Mishawaka, en er was een... Mishawaka, Indiana. En daar was een grote conventie aan de gang. En er stonden oude Fords en Cadillacs en van alles geparkeerd, en ik hoorde een hoop lawaai. En ik ging naar binnen om te luisteren naar deze mensen en zij waren aan het juichen "Whooo", en aan het dansen en rennen en schreeuwen. Ik dacht: "Tj, tj, tj, tj, tj, tj, tj, zulke gedrag in de kerk!" En hoe ze tekeer gingen. Ik dacht: "O, dit is verschrikkelijk als mensen zich zo in de kerk gedragen." Ik luisterde zo naar hen, en zij renden dansend over de vloer heen en weer en schreeuwden en gingen maar door. En ik dacht: "Het is gewoon vreselijk dat zij dit doen." Mijn eigen Baptistenmanieren, weet u, dus ik... ik dacht...

63 Dus die avond wachtte ik gewoon om te zien wat ze zouden doen. Ze hadden al de predikers op het podium laten komen.

     Ze zeiden: "We zijn... we hebben..." Ongeveer vijfhonderd van ons zaten daar en hij zei: "Welnu, we hebben geen tijd voor u om iets te zeggen dan alleen wie u bent en waar u vandaan komt."

     Daarom zei ik alleen: "William Branham, Jeffersonville." Ging...

     De volgende dag, nadat de predikers hadden gepredikt, was er iets... Zij... ze brachten daar een oude man naar voren, een oude kleurling die een grote ouderwetse lange jas aan had. Al die predikers hadden die dag over verschillende dingen gepredikt, maar hij nam zijn tekst uit Job vandaan. "Waar was u toen Ik de fundamenten van de wereld legde...", enzovoort. Zij hadden over aardse dingen gepredikt, en hij predikte over hemelse dingen. En hij bracht Christus naar voren van voor de grondlegging der wereld, bracht Hem in de tweede komst langs de horizontale regenboog naar beneden.

64 Toen ze de oude man erheen brachten, moesten ze hem begeleiden, zo oud was hij. Tegen de tijd dat hij met prediken helemaal opgewonden raakte, sprong hij in de lucht, klikte zijn hielen tegen elkaar en riep: "Glorie voor God! Whew." Hij zei: "Er is hier geen ruimte genoeg voor mij om te prediken", en hij liep het podium af.

     En ik zei: "Tjonge, als het een oude man zich zo doet gedragen, wil ik dat ook. Wat zal het wel niet voor mij doen?" Ik zei: "Dat is wat ik verlang."

     Ik had helemaal geen geld, daarom kon ik niet met hen samen eten. Ik had vijfenzeventig of tachtig cent over, afgezien van de benzine die ik moest kopen. Ik kon niet in een plaats voor toeristen verblijven, daarom ging ik een grote zak met ronde broodjes kopen van de vorige dag, weet u, en die eten. Ik ging naar een korenveld om die nacht daar te gaan liggen, en ik perste mijn broek tussen de twee zittingen, weet u, de achter- en voorzitting, en legde hem daar tussen om hem te persen. En ik bad de hele nacht dat God mij bij die mensen in de gunst wilde laten komen. Zij hadden iets waar ik naar verlangde. Want ik dacht: "O, daar heb ik naar uitgekeken, precies daarnaar."

65 Zo ging ik de volgende morgen terug en ik had me helemaal verzorgd met het beste wat ik had. Ik had een T-shirt en een seersucker [bobbeltjeskatoen – Vert] pantalon aan. Niemand kende me hoe dan ook. Ik ging dus naar binnen en ging zitten. De kleurlingmensen waren daar. Zij moesten het boven de Mason Dixiegrens, [de grenslijn tussen Pennsylvania en Maryland – Vert] houden zodat deze kleurlingen hier bijeen konden zitten. En ik ging gewoon ergens zitten, en voor ik het wist zat er een kleurling naast me, en ik ben ook een zuiderling, weet u. Ik keek rond en dacht: "Nu, dit is niet juist." Keek naar hem... Al gauw kwamen zij naar voren. Die hele grote groep mensen waren allemaal aan het zingen en zo verder. En ik dacht: "Dit is geweldig."

     Toen trad de man naar voren; hij zei: "Gisteravond zat er een jonge evangelist met de naam William Branham op het podium. Weet iemand waar hij zich bevindt?" Twee- of drieduizend mensen zaten daar. Seersucker pantalon en een T-shirt aan, daarom hield ik me echt stil. Zei: "Weet iemand waar William Branham is? Wij willen dat hij de ochtendboodschap brengt." Ochtendboodschap, met een seersuckerbroek en een T-shirt aan? Ik knielde zachtjes neer tot onder de stoel, weet u.

66 Opnieuw kondigde hij aan: "Iemand die zich buiten bevindt, als u weet waar William Branham is, vertel hem binnen te komen." Niemand kende mij.

     Dus deze kleurling keek om zich heen en zei: "Kent u de man?"

     Ik moest liegen of iets doen, weet u. Daarom zei ik: "Kijk, ik... ik... ik weet het, ja."

     Hij zei: "Wel, ga hem halen."

     Ik zei: "Ik... Kijk, zeg niks." Ik zei: "Ik ben het. Zie?"

     Hij zei: "Wel, ga naar voren."

     En ik zei: "O, ik... ik kan het niet doen." Ik zei: "Kijk eens hoe ik gekleed ben."

     Hij zei: "Die mensen geven er niet om hoe je gekleed bent. Ga daar naar boven."

     En ik zei: "Nee, denk eens in..." Ik zei: "Ssst, zeg er niets over."

     De man zei: "Heeft iemand William Branham gevonden?"

     Hij zei: "Hier is hij! Hier is hij!" O my. "Hier is hij."

67 O my. Seersuckerbroek met een T-shirt aan, en daar ging ik naar boven. Ik had nooit eerder een microfoon gezien. En hier kwam ik dan aanlopen in deze grote, geweldige plaats zoals een kathedraal, liep naar boven, weet u, en ik dacht: "O, wat een ongepaste kleding."

     Ik nam mijn tekst uit Lukas, weet u, toen de rijke jongeling zijn ogen in de hel opsloeg en huilde. Ik stond daar en ik zei: "En hij keek op, en er waren geen kinderen in de hel, daarom huilde hij. Er waren geen bloemen, daarom huilde hij. Daar was geen gebedssamenkomst, en hij huilde. En daar waren geen dit, dat en dat." Toen huilde ik. En direct kreeg de Heilige Geest vat in dat gebouw, en ik heb nog nooit zo'n ontroering gezien in heel... O, ik raakte bijna buiten kennis. Ik was precies op de juiste plaats en ik wist het niet.

68 Nadat ik buiten gekomen was – we komen daar nu toe – ik was buiten gekomen en deze makker met een grote brede Texashoed op en cowboylaarzen aan, zei: "Ik ben eerwaarde Zo-en-zo."

     Ik dacht: "Nou zeg, mijn seersuckerbroek is zo slecht nog niet."

     Een andere man kwam aanlopen met van die ouderwetse strakke golfbalkleding aan, weet u, en zei: "Ik ben doctor Zo-en-zo uit Florida." Hij zei: "Wil je voor mij komen prediken?"

     Wel, ik dacht: "My."

     Ik had een hele lijst met uitnodigingen. En ik stapte in mijn oude Ford; ik zou het aan mijn vrouw gaan vertellen. En daar ging ik op weg. Kijk, hij ging ongeveer vijftig kilometer per uur. Dat is vijfentwintig kilometer op die manier en vijfentwintig kilometer op die manier op en neer, weet u. Ik reed de weg af zo snel als ik maar kon gaan. Ik zou mijn oude rem daar aantrekken en de twee achterwielen vlogen omhoog. Gezegend zij haar hart, want zij kwam naar de deur rennen met open armen, weet u, en ze zei: "Heb je een fijne tijd gehad?"

69 Ik zei: "O, een wonderbare tijd." Vertelde haar over het verblijf bij broeder Ryan hier, enzovoort. En toen zei ik: "Lieveling, ik heb je iets te vertellen. Laat me het je tonen", greep in mijn zak. "Zie je ze allemaal?" Ik zei: "Ik heb altijd een evangelist willen zijn." Ik zei: "Er zijn... ik heb genoeg uitnodigingen voor een heel jaar. Ga je met me mee?"

     Ze zei: "Natuurlijk."

     Welnu, wij hadden nog steeds een schuld op de oude Ford van ongeveer honderd dollar en afbetalingen en dergelijke, maar zij wilde met me meegaan.

     Goed, wij gingen het aan haar moeder vertellen. "Mam," zei ze, "kom mee." Maar haar moeder zei: "Bill, nee." Ze zei: "Dat zijn niets dan een groep afvalligen uit andere kerken, alleen wat andere kerken eruit geschopt hebben."

70 "O," zei ik, "het zijn de gelukkigste mensen in de wereld. Zij schamen zich niet over hun godsdienst. Ze schreeuwen en juichen net zo vrij als een vogeltje in de lucht." Ik zei: "Daar houd ik van."

     Ze zei: "Het is gewoon wat andere kerken eruit geschopt hebben." Ze zei: "Het is niets dan een troep uitschot."

     En ze... En ik begon uit te vinden dat wat zij afval noemde, het puikje van de zalm was. En ik zeg dit met respect. Zo is het precies.

     Toen zei ik: "Wel..." Ze zei... Ik zei: "Wel, dat is mijn vrouw."

     En ze zei: "Maar het is mijn dochter." Ze zei: "Zij kan gaan, maar als zij gaat, zal haar moeder met een gebroken hart het graf ingaan."

     Toen begon Hope te huilen. Ze zei: "Daar heb ik mijn noodlottige fout gemaakt, precies daar."

     Toen zei ze: "Wel, als jij het wilt, als jij wilt gaan, ga ik met je mee."

71 En we gingen verder en bespraken het. In plaats van naar God te luisteren, luisterde ik naar de vrouw. Nu, ze mag... Zij zou hier vanmiddag kunnen zitten, voor zover ik weet. Ik zie haar niet, maar het zou kunnen zijn. Ze is een goede vrouw, maar toentertijd begreep zij het gewoon niet.

     Toen begon de ellende. Onmiddellijk, de... Wij hadden een... Na korte tijd werd er nog een kleintje geboren, een meisje, Sharon Rose genaamd.

     De vloed van 1937 kwam. Moeilijkheden begonnen. Dingen in de kerk gingen verkeerd. Mijn samenkomst begon te slinken. Ga maar eens uit de harmonie met God! En vrienden, ik zal het altijd, zolang ik leef, betreuren. Precies toen dacht mijn kerk dat ik een fanaticus was. Zij denken het nog steeds. Niet mijn gemeentelichaam in Jeffersonville, nee, nee, ik bedoel de Baptistenkerk waartoe ik behoorde.

72 Thuis was ik het zwarte schaap omdat ik niet dronk en dergelijke dingen, en al de anderen deden het wel. In de wereld danste ik niet, en ging niet naar gelegenheden, en speelde geen kaart en die dingen, daarom was ik daar het zwarte schaap. In de kerk was ik een fanaticus. En toen vond ik uit dat dit uitschot precies was waartoe ik behoorde. Ik was werkelijk een van hen. Zij hadden iets wat hier diep binnenin was, en diepte riep naar de diepte, en daar was het waar God mij probeerde te krijgen.

     Ik beoog niet iemand anders, of enige kerk, of iets te geringschatten. Iedereen die uit de Geest van God geboren is, is een zoon van God. Zo is het.

73 Maar ik herinner mij dat de vloed opkwam en mijn vrouw ziek werd. En dat uur vergeet ik nooit. My, de nacht dat de dijk doorbrak, degenen die werden opgeroepen... Broeder Ryan, u was daar. En ik werkte op een patrouilleboot. Ik dacht dat ik een tamelijk goede schipper was.

     En ik zal de dienst gaan beëindigen. En ik vergeet die avond nooit, deze paar seconden... Ik wil proberen het in uw harten te plaatsen om u te laten weten wat er in die tijd plaatsvond.

     Mijn vrouw was ziek geworden. En die nacht brak de dijk door. Ik herinner me dat ik broeder Ryan en die anderen daarbuiten ontmoette, en hij was in mijn oude boot en stond aan de waterkant langs de rivier tot de mensen te prediken die voorbijkwamen.

74 En ik ging toen naar het ziekenhuis om haar op te halen, en de hele zaak was weggespoeld. En daar stond ik, buiten in de... Trok erop uit om een vrouw te redden, waarvan mij verteld werd dat zij daar voorbij de Chestnutstraat woonde, en het huis was aan het instorten en de mensen zouden verdrinken. En ik stapte in de boot en trok... Een kleine, oude motor met een startkabel, en ik arriveerde en kwam tot waar de vrouw was. En het huis stond op instorten, een groot huis van twee verdiepingen dat heen en weer schudde. En ik kwam langs de achterkant door een soort steeg waar ik naar binnen moest gaan. En ik bond de boot vast, ging naar binnen en pakte een moeder en enkele kinderen op en zette ze in de boot. De moeder viel flauw. Ik droeg haar en kreeg haar in de boot, en legde haar in de boot en voer weg. En toen wij haar aan wal brachten en zij bij kennis kwam, begon zij te schreeuwen: "Mijn baby, mijn baby." En ik dacht dat zij daarboven een baby in het huis had achtergelaten.

75 Welnu, ik probeerde weer terug te gaan. Later werd ontdekt dat het een baby was die zij... Een kindje van een jaar of twee, drie oud, dat zij bij zich had, maar ze wist niet waar het was. Maar ik had het in de boot gekregen. En ik ging terug om de baby te halen. En toen ik de boot zo aan de deurpost vastbond, en weer overal rondkeek, was er niets in het huis, de bodem spoelde weg en hier was ik in het huis. En ik rende en sprong zeer snel naar de deur en viel in het water, en pakte de deurpost zo vast, en trok een touw los, en sprong weer in de boot. En de stroom had mij meegevoerd naar het midden van de Ohio Rivier, die drie of vier keer zo breed is als hier, en toen was hij echt breed. De hele stad was overspoeld.

76 En de motor... Er was iets gebeurd en ik kon hem niet gestart krijgen. En die stroom voerde mij in de richting van de dam daar beneden, over de watervallen. Ze draaide me zo hard ze maar kon in de rondte. Ik zat daar en trok met alle macht aan die kabel, maar hij wilde niet starten. En ik trok opnieuw, en de boot draaide, de golven waren bijna net zo hoog als dit gebouw. Zo was het echt.

     Ik had genoeg tijd om er over na te denken of dat wel of geen afval was, of uitschot. Ik dacht: "O my. Nog maar eventjes en ik zal over die dammen en door de watervallen gaan en dat zal het einde ervan zijn." Ik dacht: "Een vrouw, twee baby's..." En zo moest ik aan de kabel trekken en ik dreef verder de rivier af. En toen ik zag dat hij niet wou starten, begon ik te huilen. Ik zei: "God, wees mij genadig, laat mij hier niet zo sterven." Ik trok aan de kabel en trok opnieuw. Hij wou niet starten. En ik gebruikte de choke en hij verzoop, en ik trok opnieuw. Ik dacht: "O my." Welnu, ik kon niet... ik wist het niet meer. En net tegen de tijd dat hij in de stroomversnelling kwam, startte hij.

77 Ik draaide snel en keerde terug, kwam helemaal in de buurt van New Albany terecht, voer binnen, en ging op zoek naar mijn vrouw. Het hele ziekenhuis was overdekt met...?... met water. En ze hadden... Ik dacht: "Ze is verdronken en verdwenen." Zij had Billy Paul en Sharon bij zich. Zij lag daar met dubbele longontsteking. Dus vroeg ik hun wat er met hen gebeurd was.

     Ze zeiden: "Zij zijn op een trein gestapt en zijn vertrokken met een veewagen."

     Die zieke moeder met veertig graden koorts in een veewagen, en de natte sneeuw blies zo hard als het maar kon over de... Toen zeiden ze dat ze in de richting van Charlestown waren gegaan. En ik begaf me op weg naar Charlestown, pakte mijn boot en ging erin. Er was ongeveer elf kilometer water waar eerst een kreek stroomde die naar deze kant was doorgebroken en de stroom kwam er razendsnel aan. Ik probeerde uur na uur, maar ik kon met die boot zelfs niet door die stroming heen breken. Deze zou me weer regelrecht terugbrengen. Ik probeerde en probeerde. En toen ontdekte ik dat ik me helemaal alleen, geïsoleerd op een eiland bevond. En daar zat ik dagenlang over dat uitschot na te denken, dat erdoor andere kerken was uitgeschopt.

78 Toen ik haar vond, nadat het water was gezakt en ik helemaal in Columbus, Indiana, was gekomen waar zij in een Baptistenziekenhuis lag, een plaats, een zaal zoals deze, liep ik daar luid schreeuwend doorheen. Ik was zowat dol geworden. En ik zag dat zij haar hand opstak, en daar lag mijn lieveling. Zij had zoveel gewicht verloren dat zij nog geen honderd pond zou wegen. Die longontsteking was overgegaan in tuberculose en zij was stervende.

     De co-assistent kwam, zag mij, en nam mij mee naar achteren en zei: "Even een ogenblikje, bent u een vriend van Sam Adair?"

     Ik zei: "Sam Adair, dat is de dokter in Jeffersonville, een vriend van mij."

79 En hij zei: "Welnu, kijk. Wij gaan haar nu naar Sam sturen," zei: "het meisje zal gaan sterven." Zei: "Zij is gewoon..." Zei: "Nu, u bent een prediker, is het niet?"

     Ik zei: "Ja meneer."

     Hij zei: "Wel, u..." Zei: "Ga nu niet naar haar toe. Wees niet opgewonden." Hij zei: "U doet..."

     Ik zei: "In orde."

     En ik vermande mij en ging erheen om haar te zien. En ik...?... Zij zei: "Bill?"

     En ik keek, en haar wangen waren ingevallen en die donkere ogen lagen diep. En ik knielde naast haar neer en ik begon te bidden. Wij brachten haar naar huis, zij en de baby; wij haalden haar uit het ziekenhuis. Zij hadden alles gedaan wat gedaan kon worden. Dr. Miller hier van Louisville kwam naar haar kijken en zei: "Er is niets wat nog gedaan kan worden." En zo ging het verder totdat zij nog maar een paar uur te leven had.

80 En ik was op patrouille toen ze mij opriepen. En ik keerde terug en kwam zo snel ik kon de weg af. Ze zeiden: "Zij is stervende. Oproep voor eerwaarde Branham om naar het ziekenhuis te komen: vrouw stervende."

     En ik kwam in het ziekenhuis (ik zal het zolang ik leef nooit vergeten), rende de trap op, ging erheen waar zij lag en keek naar haar. En zij was al op haar zij gerold. Dr. Adair kwam door de hal, gezegend zij zijn hart. Wij zijn nu buren, en zijn altijd vrienden geweest. Hij kwam aanlopen door de hal; hij had mij zien aankomen, tranen liepen over zijn wangen. En hij dook ergens opzij naar binnen. En ik ging daar naar binnen en zei: "Hoe is het ermee, dokter?"

     Wij hebben samen gevist, samen gejaagd, samen geleefd. Hij zei: "Billy, zij is nu waarschijnlijk heengegaan."

     Ik zei: "Dokter, laat me je hand vasthouden en samen naar binnengaan."

81 Hij zei: "Billy, ik kan daar niet naar binnengaan." En hij zei: "Hope heeft zoveel pasteien en dergelijke voor mij gebakken." Hij zei: "Ze is zo goed voor mij geweest als mijn zuster. Ik kan niet naar binnengaan, Bill." En zijn eigen hart was gebroken.

     En ik zei: "Dokter, ik ga naar binnen."

     Hij zei: "Nee, jij gaat hier eventjes zitten, Bill, en wij laten de begrafenisondernemer komen om haar mee te nemen."

     En ik zei: "Ik ga naar binnen, dokter."

     Hij zei: "Je kunt dat niet."

     En ik zei: "Ja, ik kan het."

82 En hij probeerde mij terug te trekken, en ik ging gewoon verder, liep de gang door, deed de deur open en ging naar binnen. En daar lag zij zo, met dit laken over haar heen. Ik trok het laken naar beneden. Ik keek naar haar zoals zij daar lag. Ik legde mijn hand op haar hoofd, wat echt plakkerig aanvoelde, en ik zei: "Lieveling, kun je mij horen?" Ik schudde haar weer en zei: "Hoor je mij, schat?"

     En als ik leef tot ik honderd jaar ben, zal ik nooit het openen van die grote, donkere, engelachtige ogen vergeten. Trouwe, allerliefste vrouw; zij keek op (tweeëntwintig jaar oud), keek mij recht aan en zei: "O, Bill." Ik knielde neer en begon te huilen. Zij legde haar eigen arm over mij heen en begon mij zachtjes te kloppen. Ze zei: "Waarom heb je mij teruggeroepen?"

83 Juist toen rende de verpleegster naar binnen en zei: "Eerwaarde Branham, u kunt daar niet blijven."

     Ik zei: "Een ogenblikje, zuster." Wij kenden haar heel goed.

     Mijn vrouw riep haar om te komen. Ze zei: "Juanita, ik hoop dat wanneer jij gaat trouwen, je een man zoals de mijne zult hebben." Ze zei: "Hij is zo goed voor mij geweest", en zij had haar arm om mij heen.

     En ik zei: "Waar sprak je over, schat?"

     Ze zei: "Bill, ik werd naar huis gebracht." De zuster verliet de kamer. En ze zei: "Ik werd naar huis gebracht, en er waren zoiets als engelen die er heen gingen." Ze zei: "Het is er zo vredig, zoiets als een tropische sfeer. De grote vogels vlogen van boom tot boom." Ze zei: "Denk niet dat ik buiten zinnen ben."

     En ik zei: "Ja."

     Het was zo dat haar ogen werden geopend om het paradijs te zien, evenals... En ze zei: "Je weet waarom ik heenga, is het niet, Bill?" En dat is wat zeer doet.

     Ik zei: "Ik geloof van wel, lieveling."

84 Ze zei: "Ik hoop dat ik je niet heb beïnvloed toen ik die dag huilde", toen haar moeder gezegd had dat die mensen uitschot waren.

     Ik zei: "Nee."

     Ze zei: "Bill, het is de meest glorieuze gebeurtenis in de wereld om te sterven met de doop van de Heilige Geest." Ze zei: "Ik vind het niet erg." Ze zei: "Ik laat je niet graag achter." Ze zei: "Maar zorg voor Billy Paul." Dat is mijn zoon die daar zit. "Zorg voor hem en voed hem op als een Christen." En ze zei: "Dan moet je ook... En Sharon, de kleine meid." En ze zei: "Blijf niet ongehuwd." Ze zei: "Ik wil je vragen mij een paar dingen te beloven. Herinner je je die keer dat je in Louisville dat geweer wilde kopen en niet genoeg geld had om een aanbetaling te doen van twee dollar?"

     En ik zei: "Ja."

85 Ze zei: "Nadat ik ben heengegaan, ga dan naar huis en kijk onder het opklapbed op die krant. Ik was stuivers aan het sparen om genoeg geld te hebben" om een aanbetaling op dat geweer voor mij te doen. Zij wist dat ik het zo graag wilde hebben.

     U zult nooit weten hoe ik mij voelde toen ik naar huis ging en daar één dollar en vijfenzeventig cent zag liggen. Zij had er maandenlang voor gespaard om te proberen genoeg geld te krijgen voor die aanbetaling.

     Ze zei: "Wil je mij beloven om dat geweer te halen?"

     Ik zei: "Ja."

     En ze zei: "Verder wil ik niet dat je alleen blijft, neem een goed christelijk meisje met de doop van de Heilige Geest die de kinderen goed zal opvoeden." Ze zei: "Wil je dat doen? Ik verlang ernaar dat je me daar bij de poort ontmoet."

     Ik zei: "Goed, lieveling. Maar ik wil niet beloven om opnieuw te trouwen."

86 Ze zei: "Alsjeblieft, beloof het mij. Ik wil niet dat mijn kinderen zo heen en weer geslingerd worden. En beloof me dat je het nooit nog eens zult laten afweten, dat je altijd dit wonderbaarlijke, glorieuze Evangelie en de doop van de Heilige Geest zult prediken." Ze zei: "Bill, ik kan me nu nergens meer bezorgd over maken," ze zei: "ik ben net zo..." Zij was net zo bereidwillig om te sterven als het water van die rivier dat naar beneden stroomt. Ze zei: "Ik vind het erg om jou en de kinderen te verlaten, maar," zei ze, "ik ga terug. Ik heb geen verlangen om te blijven."

87 Ik zei: "Schat, op die morgen, ik... Sta jij daar aan de oostzijde van de poort. Ergens, ergens in de wereld, als ik leef, zal ik dit Evangelie prediken tot de tijd dat ik jou ontmoet. En als ik voor die tijd inslaap..." Wij geloven niet in de dood, er is geen Schriftplaats in de Bijbel waar staat dat een Christen sterft. Beslist niet; zij zijn niet dood. En daarom zei ik: "Als ik in slaap ben, zal ik in het graf aan je zijde liggen." Ik zei: "Maar zo niet, dan zal ik ergens in de wereld het Evangelie prediken. En... en... en ik zal de kinderen verzamelen, of jij haalt ze, en ga jij dan aan de oostzijde van de poort staan. Als je Abraham, Izak, en Jakob en de overigen van hen ziet aankomen, zal ik daar zijn."

88 En zij sloeg haar armen om mij heen, en ik kuste haar vaarwel. Dat was het. De engelen kwamen en droegen haar weg. Ik vertrok naar huis. En zodra ik thuiskwam – ik wist het niet – kwam er iemand binnenrennen die zei: "Broeder Branham?"

     "Ja."

     Zei: "Uw baby is ook stervende."

     "Baby stervend?"

     "Ja."

     Een klein, dik, gezond ding. Ik herinner me dat haar moeder haar de luier omdeed en haar dan buiten in de tuin zette, en wanneer ik eraan kwam dan toeterde ik. Zij was al groot genoeg om omhoog te komen en "Goe-goe, goe-goe, goe" te roepen. Gewoon lief en mollig, en wat hield ik van haar.

     Ik zei: "Mijn baby gaat niet sterven."

     "Jawel."

89 Ik haastte me heel snel naar het ziekenhuis. Sam Adair zei: "Je kunt niet naar binnen gaan, Bill. Ze heeft tuberculose hersenvliesontsteking gekregen en ze is nu stervende."

     Ik zei: "Waar is Billy Paul?"

     Hij zei: "We hebben hem weggehaald," en hij zei: "je kunt nu niet naar binnengaan want je zult die kiem oppikken en overdragen op Billy."

     Ik zei: "Natuurlijk, dokter."

     Ik wachtte tot hij zich had omgedraaid en ik ging toch naar binnen. En ik kwam binnen en zij hadden haar in een geïsoleerde plaats gelegd, geen al te best ziekenhuis, ze hadden... De vliegen zaten helemaal in haar oogjes. En ik kwam dichterbij en keek naar het arme kleine ding. En ik schudde aan haar. Haar beentjes waren dik en bewogen heen en weer alsof ze spastisch waren. En toen zij haar oogjes opendeed en naar mij keek... Ze had blauwe ogen en omdat zij zo erg geleden had, stonden die blauwe oogjes scheel. En toen ze naar me keek, zei ik: "Sharry, herken je jouw pappie, lieverd?" Zijn... Haar lipjes begonnen te trillen en zij probeerde zich naar mij uit te strekken, en ze was stervende.

90 Ik knielde neer en ik zei: "O God, alstublieft, laat mijn baby niet sterven. Het spijt me dat ik heb geluisterd naar wat iemand anders zei. Neem mij en laat mijn baby leven. Ik ben degene die gezondigd heeft. Ik ben degene die verkeerd heeft gedaan." Ik zei: "Laat mijn baby leven, God. Neem haar niet. Ik houd zoveel van haar."

     En terwijl ik bad, keek ik; het leek of een zwart laken naar beneden werd getrokken. Ik wist... ik wist dat dat het was.

     Slechts een paar minuten later kwam de verpleegster binnen en zei: "Eerwaarde, u kunt hier niet blijven."

     Ik zei: "Gaat u maar weg."

     Ik zag de engel van God komen om het kleine ding naar huis te halen. Ik liep erheen en legde mijn hand op haar hoofdje. Ik zei: "Lieveling, God zegene je kleine hartje." Ik zei: "Je zult aanstonds een engeltje gaan zijn in de armen van je moeder. Zij ligt daar nu in het mortuarium."

91 Ik zei: "God, ik heb verkeerd gedaan, maar op een dag, als U het mij vergeeft, zal ik het met U in orde maken." Ik zei: "U gaf haar aan mij; U neemt haar weg. Gezegend zij de Naam des Heren." Ik zei: "Ik heb U lief, Here, met heel mijn hart." Ik voelde haar kleine lichaampje trillen. Ze was heengegaan.

     Ik kon mijzelf niet meer goed houden. Mijn beenderen leken niet meer op hun plaats te blijven. Ik was stervende. Ik nam haar, legde haar in haar moeders armen, nam haar mee de heuvel op, groef een gat. Ik stond daar, en broeder Smith van de Methodistenkerk, mijn vriend, hield de begrafenisdienst. Ik hoorde hem zich uitstrekken om die kluiten aarde op te pakken, en zeggen: "As tot as, en stof tot stof, aarde tot aarde."

     Juist toen kwam fluisterend door die pijnbomen een wind neer, het leek alsof hij zong:

Er is een land over de rivier,
Dat zij de lieflijke eeuwigheid noemen.
Wij bereiken die kust alleen door een geloofsbeslissing;
én voor één bereiken wij die portalen,
Om daar te wonen met de onsterfelijken.
Zij zullen op een dag die gouden bellen laten rinkelen voor u en mij.

92 Niet lang daarna, mijn zoon was nog maar een klein ventje, gingen wij een bloem naar het graf van zijn moeder brengen. Hij hield in zijn hand zijn pet en een kleine bloem vast; op Paasmorgen. Hij begon te snikken en te huilen (Billy Paul, degene die mij hier in de dienst helpt); ik legde mijn arm om hem heen. We liepen ernaar toe en hij legde het bloempje neer, net bij het aanbreken van de dag. Ik zei: "Sta nu maar op, lieverd." Ik zei: "De lichamen van moeder en zusje liggen daar, maar ver weg over de zee is er nu een leeg graf. Op een glorieuze dag zal deze hier – door Zijn dood en opstanding – leeg zijn, en dan zullen wij weer bij hen zijn. Wees dus niet bezorgd, lieverd."

     Ik kon het niet verdragen. Ik probeerde te werken. Ik probeerde te... Ik kon begrijpen dat mijn vrouw heenging, maar mijn baby? Ik kon er gewoon niet overheen komen.

93 Ik herinner mij hoe ik op een avond van het werk naar huis kwam. Ik haalde aan de zijkant van het huis de post uit de brievenbus en ik keek ernaar, er stond op: "Mejuffrouw Sharon Rose Branham", haar weinige kerstspaargeld: tachtig cent. Ik ging naar binnen, ik was bezig om te proberen onze tweekamerwoning in te richten, en in één ervan had ik helemaal geen verwarming. De vorst kwam door de vloer omhoog en ik knielde daar neer bij de kleine oude houtkachel en mijn bed, en bad. Ik zei: "O God, ik ben ... Waarom hebt U haar weggenomen?"

     En terwijl ik daar lag te bidden, al snikkend in de nacht, moet ik in slaap zijn gevallen. En ik droomde dat ik zag, terwijl ik aan het lopen was... Ik heb een hele poos, ongeveer twintig jaar doorgebracht op een veefokkerij in het Westen. Ik liep maar door. Ik had mijn hoed op, 'n grote hoed, en ik klikte de sporen tegen elkaar aan terwijl ik zo verder liep en dit lied floot: "Het wiel van de wagen is gebroken. Een bord op de boerderij: 'Te koop'."

     En ik keek en daar was een ouderwetse prairiehuifkar, en het wiel was afgebroken. En ik keek, en daar stond een mooi, jong meisje. Ze zei: "Hallo, papa."

     En ik zei: "Wie ben jij?"

94 En ze zei: "Ik ben uw kleine Sharon." Ze zei: "Moeder wacht op u, boven bij uw nieuwe huis."

     Ik zei: "Nieuwe huis?" Ik zei: "Wij hebben nooit een nieuw huis gehad, schat."

     Ze zei: "U hebt er hier boven één, papa."

     En ik begon omhoog te gaan, en ik hoorde hen dat lied zingen: "Ik zie de lichten van de stad, zo helder." En ik kwam boven, en daar stond zij naar mij te kijken. Ze sloeg haar armen om mij heen en groette mij zoals ze altijd heeft gedaan. Ze zei: "Wil je niet gaan zitten?"

95 En ik keek en daar stond een Morris stoel. Ik begon naar die Morris stoel te kijken, keek haar weer aan, en ze zei: "Ik weet waar je aan denkt."

     Hier beneden had ik een keer... We hadden slechts één stoel. En die... de stoel kostte maar vijftien dollar. Ik was van plan hem te kopen. En ik deed een aanbetaling van twee dollar, en ik betaalde een dollar per week. U weet wat het is wanneer je tot een punt komt waar je de eindjes niet aan elkaar kunt knopen. U weet allemaal waar ik over spreek. Het is geen schande om arm te zijn. Ik kon het gewoon niet betalen en ik miste twee of drie afbetalingen, en zij vertelden mij dat zij hem terug zouden komen halen. We konden de betalingen gewoon niet voldoen. En toen ik op een dag binnenkwam – ik zal het nooit vergeten – had ze een kersentaart voor mij gebakken, en van alles, en ze zei: "Kom binnen." En ik ging de voorkamer in en mijn stoel was weg. Als ik had... Wanneer ik heel de dag hard gewerkt had, en de halve avond gepredikt, dan kwam ik binnen en ging in die stoel zitten, want dat deed ik graag. En ze waren gekomen om hem bij mij weg te halen.

96 En ze zei: "Wil je niet gaan zitten?" En de stoel leek erop, alleen veel groter. En ze zei: "Herinner jij je die ene beneden op aarde?"

     Ik zei: "Ja."

     Ze zei: "Bill, deze zullen ze nooit weghalen, voor deze is reeds betaald. Hij is voor jou. Ga zitten." [Broeder Branham kan zich niet langer goed houden en blijft tot het einde toe emotioneel – Vert]

     Excuseer mij, mensen. En eens op een glorieuze dag zal ik mijn laatste prediking houden. Ik zal voor de laatste persoon bidden waar ik ooit voor bidden zal. Maar er staat een stoel aan de overkant van de rivier. Ik wil een poosje gaan zitten.

     Iemand zei niet lang geleden tegen mij: "Broeder Branham, als u thuis bent, gaat u heel de avond weg, en heel de dag, en elke dag, en van alles," zei: "wanneer krijgt u ooit een beetje rust?"

     Ik zei: "Wanneer ik de rivier oversteek. Ik heb daar een stoel. Ik zal gaan zitten en een poosje uitrusten."

97 Laten we onze hoofden buigen. Heer, vergeef mij, Here, dat ik een baby ben, maar op reis door die oude landen...?... De littekens, en van alles waar ik aan terugdenk. God, sta het toe dat de mensen, als er hier enigen zijn, Here, die een beetje besluiteloos zijn over wat zij hierna zullen gaan doen, dat zij zich zullen uitstrekken, Here, en Uw hand aanraken.

     Ik geloof dat U mijn geliefde vrouw, mijn baby, mijn kleine Sharon, aan de andere zijde hebt. Ik dank U dat U mij alles wat ik verloren heb, teruggeeft, Here, alles wat ik verloren heb en meer. Ik heb U lief. Het is werkelijk met heel mijn hart dat ik U wil dienen zolang ik leef. Het maakt niet uit wat men het noemt, of wat men zegt, ik... ik wil U dienen.

98 En dierbare God, misschien zijn er enige arme, eenvoudige, oude Kentucky broeders en zusters die hier vanmiddag zitten die U niet kennen. Ik bid, God, als die er zijn, dat U ze op dit moment wilt vergeven. Sta het toe, Here. Mogen zij hiertoe komen. Wanneer die heerlijke tijd van rusten komt, wanneer hun moeiten allemaal voorbij zijn, dat wij bij elkaar zullen zitten in het Koninkrijk van God. Verhoor het gebed van Uw dienstknecht.

     Terwijl wij onze hoofden voor een ogenblik hebben gebogen; bent u vanmiddag hier zonder God? Als u dat bent, zou u uw hand willen opsteken en zeggen: "Broeder Branham, ik... ik wil u daar ontmoeten. Ik wil... ik wil ook deelnemen aan die gemeenschap in Gods Koninkrijk met u. Wilt u mij gedenken in gebed?" Wilt u uw hand opsteken als u het verlangt? Zeg: "Gedenk mij." Is daar iemand in het gebouw? God zegene je, lieverd. Ga niet... God zegene u, u, u.

99 Als God mijn gebeden wil verhoren om de ogen van de blinden te openen, de doven te laten horen, en de kreupelen te laten lopen, zal Hij dan niet verhoren als u Hem zoekt ter wille van Zijn gerechtigheid?

     Is hier iemand die deze wonderbare doop van de Heilige Geest niet heeft ontvangen, nooit wederom geboren is?

     U zegt: "Ik behoor tot een kerk, broeder Branham." Wel, dat zal niet werken, zuster, broeder. Die is goed om hier te leven, maar wacht maar eens totdat u de dood zult smaken, dan zult u het weten. Als u de Heilige Geest niet hebt, zou u dan uw hand willen opsteken en zeggen: "Bid voor mij." Laat nu ieder hoofd gebogen zijn. God zegene u, dame, en u en u, en u en u.

     Zou u ons een klein akkoordje op de piano willen geven? Ik ga nu alleen nog vragen voor een kort moment, terwijl we zo rustig blijven als we kunnen. Zij die God zoeken, wilt u hierheen komen en bij het altaar gaan staan? Ik wil u een hand geven, mijn handen op u leggen en met u bidden. Wilt u nu komen? Goed.

     God zegene u, zuster.

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)