Mijn Verlosser leeft

Door William Marrion Branham

1 Paasgroeten aan u allen vanmorgen. Erg blij om vandaag hier in de tabernakel te zijn, tijdens deze geweldige herdenkingstijd van Pasen. De Here heeft ons een prachtige dag voor deze aanbidding gegeven. En we zijn vanmorgen hier om de grootste gebeurtenis die ooit in de wereld plaatsvond te vieren, de opstanding van onze Here Jezus. Hij was groot in Zijn dood. Maar mensen kunnen sterven, maar er was nooit iemand die uit de dood kon opstaan, behalve Hij. En daar is waar onze hoop vanmorgen ligt, in de opstanding van onze Here.

2 Toen ik vanmorgen binnenkwam en door het gangpad naar voren liep, stopte ik daarachter enkele ogenblikken om te kijken. Keek rond over het gehoor en ik dacht: "De mensen zijn vanochtend vroeg opgestaan, met een verwachting, om te komen en de Woorden te horen lezen en de lofzangen te horen zingen. En het is een herdenking aan Eén Die ons leven vandaag in Zijn hand houdt." Ik dacht aan de gezichten die ik jaren geleden op de vroege morgen zag. Zij liggen hier rondom op deze begraafplaatsen, wachtend op het plaatsvinden van hun opstanding.

3 Terwijl ik daaraan dacht, wel, het brengt ons op deze gedachte dat wij vandaag hier zijn. Wij weten gewoon niet op welk moment wij naar de plaats waar zij vanmorgen liggen, gebracht zullen worden. En dan, terwijl we dat voor ogen houden, wat voor soort mensen zouden we moeten zijn en hoe zouden we deze opstanding van vandaag moeten benaderen?

4 In het boek Job, in het tiende... negentiende hoofdstuk en het vijfentwintigste vers, deze paar woorden:

     ... ik weet: mijn Verlosser leeft...

5 Dat waren Jobs profetie en zijn woorden, nadat hij deze dag gezien had waarop we vandaag aanbidden, waarin aanbidden, de opstanding.

6 Ik... terwijl ik delen van de wereld doorkruis en verschillende vormen van religie zie en de verschillende fases van aanbidding, zou het een lange tijd nemen om erop in te gaan, om te proberen om de verschillende fenomenen van religies van deze wereld uit te leggen.

7 Maar vandaag, wetende dat we een geweldige dag voor ons hebben, en dat we hier vanmorgen samen zijn gekomen, voor deze vroege morgen-aanbidding van slechts enige ogenblikken... We zullen dan naar onze huizen terugkeren en terug zijn voor, waar wij vandaag op vertrouwen, een genezingsdienst.

8 We hebben het nog maar twee of drie keer gedaan, sinds we op de... in de diensten zijn geweest. Want gewoonlijk als we naar de tabernakel komen en onder onze eigen mensen hier, lijkt het net of de zalving van de Heilige Geest hier gewoon niet juist komt, omdat het thuis is. Eens was het er, en daar bij de Jeffersonville High School; en toen was het één keer hier in de tabernakel.

9 En sinds ik vanmorgen wakker werd... Ik ben schijnbaar een beetje laat binnengekomen, maar dat was voor een doel. Ik was vanmorgen ver voor het dag werd wakker en wachtte.

10 En ik geloof gewoon dat we vandaag een geweldige dienst tegemoet zien, in de genezingsdiensten. En de jongens, wij gaan hun nu de kaarten geven en zij zullen ze vanmorgen om negen uur uitgeven, voor de komende genezingsdiensten. Ik geloof dat de Here ons een geweldige tijd gaat geven.

11 Dus zullen we Hem aanbidden in gebed en in zang, en het spreken van het Woord, en dan proberen om vandaag, vanmorgen om zeven uur hier vandaan te zijn, indien mogelijk, zodat iedereen terug kan komen en voldoende tijd zal hebben om zich voor de dienst voor te bereiden.

12 De gebedskaarten zullen precies om negen uur uitgegeven worden, zodat het de rest van de diensten niet zal hinderen.

13 Dan zijn er vanavond natuurlijk ook de doopdiensten. We wensen dat ieder van u deze bijwoont, de vreemdelingen in onze poorten, enzovoort. We zijn zo blij om u vanmorgen hier te hebben, deze zonsopgangsdienst bij te wonen, en dat de tabernakel gevuld is.

14 Nu, over de verschillende gedachten nu vandaag, over religieuze aanbidding: op veel plaatsen aanbidden ze de voorouders die al zijn heengegaan. Bijvoorbeeld, als we vanmorgen naar China zouden gaan en het Woord van God spreken, of Japan, dan zouden zij zich afvragen over welke god u zou spreken, omdat iedere persoon die sterft een god is zodra hij sterft. En als we gaan naar waar de Boeddha-aanbidders gaan, of de verschillende... de mohammedanen, zij geloven niet dat Christus uit de dood opstond. Ze geloven zelfs niet dat Hij stierf. Ze zeggen dat Hij een paard besteeg en wegreed en naar de hemel ging.

15 Maar vandaag hebben wij werkelijk de Waarheid en het licht des levens. Er is vandaag geen twijfel in mijn gedachten, als een Evangelieprediker van het Christendom, ik heb totaal geen twijfel in mijn gedachten, geen schaduw van twijfel, dan dat we absoluut zeker de verzegelde Waarheid hebben. Dat is... Andere religies mogen in orde zijn, maar wij hebben de Waarheid.

16 Als we vandaag opmerken, dat... Let op de seizoenen. Zeker maakte de grote God des hemels, Die heel de hemel en aarde maakte... Als u kunt zien hoe Zijn gedachtengang was, hoe Hij het najaar heeft, de dood; dan het voorjaar, de opstanding. Teneinde... u moet sterven, teneinde de opstanding te hebben.

17 Het is door dood die altijd leven teweegbrengt. U leeft slechts door dood. Hebt u er ooit bij stilgestaan, dat het menselijk ras leeft door dood? Iets moet sterven zodat u kunt leven; voedsel, plantenleven, dierenleven, alles sterft. En door die dood eten wij het voedsel. En het voedsel dat wij eten, de dode substantie van iets anders, produceert de levende bloedcellen die in ons lichaam komen. Dus wij leven slechts en groeien en ademen en eten, door een leven. En nu... en door dood. En we hebben dan dood nodig, om leven te produceren.

18 Nu, deze boodschap die vanmorgen aan ons werd voorgelezen, wij zouden het de grote opdracht noemen, want het was de laatste opdracht die onze Here aan Zijn discipelen gaf, om te gaan in de gehele wereld en deze heerlijke goede tijding van de opstanding aan de gehele wereld te verkondigen, als een getuigenis. En dan zou Hij terugkeren. En dat tekenen en wonderen gepaard zouden gaan met deze Boodschap die gepredikt zou worden.

19 En vandaag, in de landen, vinden we zelfs onder de christelijke religie, dat we de mensen in Amerika aantreffen, velen van hen, met alle mogelijke respect daarvoor, proberen wij ook grote kerken en kathedralen en grote programma's enzovoort te vinden. Op Pasen, vandaag, worden de grote kerken en kruisen opgepoetst voor deze geweldige dienst van Pasen. En vandaag zullen letterlijk tienduizenden en miljoenen dollars aan paasbloemen enzovoort worden besteed, om op de altaren te zetten om deze grote kerken en kathedralen die we vandaag hebben, te versieren.

20 En in Rome, het hoofd van de katholieke kerk, daarin... zij... dat grote lijkenhuis, de Sint-Pieter, waar dode mensen begraven zijn. Ze houden er in de katholieke kerk van te zeggen: "Wij hebben het, omdat wij hier het lichaam van de heilige Petrus hebben liggen. Wij hebben het lichaam van verschillende apostelen en discipelen en grote mannen die gestorven zijn en zijn... Hun lichamen zijn hier begraven." En zij kijken daarnaar alsof dat een of andere grote betuiging van hun fase van religie was, dat zij God hebben.

21 Maar het is altijd mijn standpunt geweest, vrienden, dat die dingen niets betekenen. Het is niet... Ieder mens kan sterven en in de grond liggen. Maar wat daaruit opstond, is wat wij vandaag aanbidden: een levende, opgestane, opgevaren Here Jezus, Die vandaag leeft. Vele mensen kunnen sterven.

22 Afgelopen vrijdag kropen er mensen op hun knieën de trappen op van het Vaticaan. En vele mensen gingen naar binnen en vierden het sterven, wat een groot en tragisch iets was wat met Christus gebeurde. Maar Hij moest dat doen teneinde te bewijzen dat Hij Christus was.

23 Maar vandaag is het de dag, de opstanding. Dit bezegelde het voor altijd. Nu, Hij is niet dood. Hij leeft vandaag, leeft in elk hart en elke persoon.

24 Mannen van ouds, zoals zij uitkeken naar deze dag, de oude aartsvaders daar in de Bijbel; Abraham, Izak, Jakob, Job. Velen van de oude aartsvaders keken uit naar de tijd dat Christus uit de dood zou opstaan.

25 Ik denk aan Job, degene waarover wij enkele ogenblikken geleden lazen, die uitkeek naar deze morgen. Toen hij oud was, op hoge leeftijd, en zijn vlees gewoon van zijn lichaam viel door zweren, zijn hart was gebroken van verdriet en elk sterfelijk deel van zijn wezen kwijnde weg.

26 En een groot man als hij, die een grote indruk maakte op de wereld in zijn dag; en te zien dat alles wat hij was, en de grootheid... Hij zei dat hij naar de steden in het oosten zou gaan en dat de vorsten voor hem bogen vanwege zijn wijsheid.

27 Maar hier was hij, ten einde raad. Alles was weg, ogenschijnlijk. Zijn lichaam was weg. Zijn bezit was weg. Zijn kinderen waren weg. Alles wat hij had was weg.

28 En toen kwam God in Zijn barmhartigheid neer tot Job en Hij gaf hem nog een zintuig, zodat hij zijn ogen kon openen en de dag kon zien waarop er een lichaam zou zijn dat hij zou ontvangen. Hij wist dat er Iemand zou komen, een Rechtvaardige, Die in zijn plaats zou staan, Die het lichaam uit de dood zou doen opstaan, en zou... Hij zei: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft." Ik houd van die positieve woorden waarmee hij sprak.

29 Niet: "Ik hoop het. Ik heb een gevoel dat het er zal zijn." Dat is zo ongeveer de houding van velen vandaag: "Ik heb een hoop dat op een dag..."

30 Maar Job had meer dan dat. Hij zei: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft", de positieve kant daarvan. Niet meer in het negatieve. Het is helemaal positief.

31 En als vandaag, als we slechts een kruis bovenop de kerk hebben, om te tonen (wat in orde is) dat Christus... Wij geloven in Christus' dood, begrafenis en opstanding. Als we alleen maar enkele dode lichamen van stof onder de kerk hebben liggen, waarin sommigen van de heilige mensen werden begraven, dat dát... we dat slechts als hoop hebben, dan zijn we de ellendigste onder alle mensen.

32 Maar wat zijn we vandaag dankbaar! Wij hebben niet de dode lichamen, maar wij hebben de opgestane Geest van de Here Jezus Christus, dat Hij uit de dood opstond, triomferend.

33 Het is niet langer: "Ik vermoed het." U zou naar een kruis kunnen kijken en "het vermoeden". U zou naar een lichaam dat in de grond ligt kunnen kijken en zeggen: "Ik vermoed het" en "ik hoop het".

34 Maar als het visioen dat Job trof ooit werkelijkheid is geworden, de opstanding van de Here Jezus door de Heilige Geest in het hart, dan hebt u: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft."

35 Alle schaduwen zijn verdwenen, alle oude duisternis van "hoop het" en "misschien wel" en "wij vertrouwen dat het op die wijze zal zijn", het is allemaal verdwenen, voor iedereen die ooit zijn hart tot een graf voor de Here Jezus Christus heeft gemaakt.

36 Gestorven met Hem, begraven met Hem en opgestaan met Hem! Verrezen met Christus in de opstanding! Deze nieuwe hoop die God vandaag in onze harten heeft geplaatst, deze nieuwe zekerheid! Het is een hoop voor diegenen die uitzien naar de tijd. Maar als een man of vrouw ooit opnieuw is opgestaan, dan is het een "weten" nu. "Ik weet dat mijn Verlosser leeft." Waarom? "Hij leeft in mijn hart."

37 Is het niet wonderbaar vandaag dat alle schaduwen verdwenen zijn? Alle... "Wel, ik hoop dat ik in de opstanding zal komen." Niet meer "hoop". Wij hebben de zekerheid! Dat is alles. Wij weten het. Niet langer "hoop het".

38 Omdat iets in ons leven gebeurde dat alle schaduwen wegnam, toen Christus, de Opgestane, tot onze zondige toestand kwam, waarin wij waren, en de oude dingen stierven af in de kruisiging met Hem, bij het altaar, en wij opnieuw met Hem opstonden, en leven met Hem en regeren met Hem, en nu gezeten zijn in hemelse gewesten in Christus Jezus. Wij zijn al met Hem opgestaan. De opstanding is al voorbij, voor zover het ons betreft, omdat wij nu met Christus zijn opgestaan (amen!), gezeten in hemelse gewesten in Christus Jezus.

39 Niet meer ernaar raden. Het is allemaal voorbij. Amen. Daar houd ik gewoon van. Geen "hopen" meer, geen "wensen" meer, geen... O, het is voorbij. "Wij zijn nu met Hem opgestaan, gezeten in hemelse gewesten."

40 En nu, en in en boven dit, aan de gemeente... U zegt dan: "Broeder Branham, wat betekent het dan, dat wij het Evangelie moeten prediken?" Dat is onze volgende hoop. Dat is onze volgende zaak. Nadat wij met Hem zijn opgestaan, hebben wij de grote opdracht om de gehele wereld in te gaan en deze tijding aan de anderen te brengen.

41 Wat een prachtige morgen, toen Maria Magdalena, Maria de moeder, die vroege morgen bij het graf kwamen, zich afvragend wie de steen van het graf zou kunnen afwentelen. Wie zou in staat zijn om de steen weg te halen? Ze gingen verder, door geloof, gelovend. En toen de morgen begon aan te breken, stopten de roodborstjes enzovoort met hun geroep. En allereerst bescheen de morgenster de weg, en zeilde als een grote meteoor over de aarde en hing boven het graf waarin Hij was. En daar stond een engel en wentelde de steen af.

42 En Hij stond op uit het graf, zegevierend over dood, hel en het graf. En zei: "Zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld."

43 En vandaag leeft Hij oppermachtig in ons leven en er is geen gissen meer naar. Ik denk dat Pasen een van de geweldigste tijden is. Als er ooit een tijd was dat volle Evangelie-, pinkster-, wedergeboren, bekeerde mensen, de lofprijzing aan God behoorden uit te jubelen, dan is het op een Paasmorgen, wanneer ze weten dat dat een herdenking is van wat er met hen gebeurd is. "Eens dood, in zonde en overtredingen; nu opgestaan, gezeten in Christus, in hemelse gewesten, wetend dat onze Verlosser leeft."

44 David, de profeet van ouds, zei: "Daarom zal ook mijn vlees rusten in hope, want Hij niet zal toestaan dat Zijn Heilige ontbinding zal zien; noch zal Hij Zijn ziel aan het dodenrijk overlaten", sprekend van de opstanding, dat God Christus zou doen opstaan volgens de Schriften.

45 En wij, met Hem opgestaan vandaag, zijn positioneel gezeten met Hem, en nu klaar voor het komen van de opname, wachtend op die geweldige tijd. Ons vlees zal rusten in hope. Wij weten het. Er is geen spoor van twijfel in mijn gedachten vandaag. Er is geen spoor van twijfel in de gedachten van welke persoon dan ook hierbinnen die ooit wedergeboren is, maar dat ze daar zullen zijn is net zo zeker als dat er een hemel hierboven is. U moet het zijn. Elke belofte daarover is juist. Dat is alles. Wees slechts opgestaan met Hem; en dan zult u met Hem leven, Hem liefhebben, samen gezeten in hemelse gewesten, wachtend op die geweldige tijd.

46 Nu, de grote opdracht was, om te gaan in... Nadat Hij opgestaan was uit de dood, toen Hij... De grote opdracht was, om "in de gehele wereld te gaan en het Evangelie aan de ganse schepping te verkondigen." Elk schepsel moest het Evangelie horen. Dat is vanmorgen de opdracht aan de gemeente, dat elk schepsel het Evangelie zal horen. Dan, als elk schepsel het Evangelie gehoord heeft, dan zal Jezus terugkomen.

47 Hebt u er ooit bij stilgestaan vanmorgen, aangaande het terugkomen, dat is, dat het zichtbaar geworden was? Hij is nu al met ons hier. Hij... wij, op een dag... Nu vandaag, stel u gewoon voor dat Zijn tegenwoordigheid hier vandaag is. De Here Jezus is in een andere wereld, of een andere dimensie, vandaag precies hier in Geestvorm. Zijn Geest vermengt zich met onze geest. Onze ogen kunnen Hem niet zien, omdat zij nu nog lichamelijk zijn, tenzij er iets zou gebeuren waardoor wij een visioen zouden kunnen zien. Maar Hij is hier net zo zichtbaar, net zo werkelijk, als op de dag dat Hij tot Maria sprak bij het graf, of toen hij Kleopas ontmoette op zijn weg naar Emmaüs. Zijn tegenwoordigheid is hier.

48 Het kan gevoeld worden met die... gevoeld met die innerlijk lading die binnenin het menselijk lichaam is, de nieuwe geboorte genaamd. De ziel is tot Hem aangetrokken. En een enkele keer, als u uw gedachten op Hem geconcentreerd laat zijn, in Hem gelovend, dan kunt u na een tijdje iets, een werkelijkheid, over uw wezen voelen bewegen. Dat is de betuiging van Zijn opstanding. Het is niet een "ik vermoed het", het is niet "ik hoop het".

49 Maar voor elke persoon die wedergeboren is, is het een "ik weet het". Het is... u weet het. Het is precies daar. En als u met Hem in contact komt...

     Ik heb heiligen zien zeggen: "O, kunt u... De tegenwoordigheid van de Here is nabij."

     U zegt: "Wel, er is iets..." Wel, zeker. Hij is precies daar, precies op... Hij is opgestaan uit de dood en Hij staat vlakbij u.

50 Nu, op een dag als wij met Hem zullen zijn; deze geesten hierbinnen, die die Geest kunnen voelen, dringen daarin. Dan, bij de opstanding, als Hij Zichzelf zichtbaar maakt, zullen wij zichtbaar gemaakt worden en net zo'n lichaam hebben als Zijn eigen heerlijke lichaam. Want als wij uit de geestelijke wereld komen, zal Hij ons bij Hem brengen. "Allen die in Christus gestorven zijn zal God met Zich brengen in de opstanding." O, wat een verlichting! Wat een gezegende zaak!

51 O, als ik dit niet zou nemen... O, als ik koning over de gehele aarde gemaakt kon worden en gegarandeerd een miljoen jaar zou leven, zou ik geen jaar van aanbidding van de Here nemen en de dingen die ik het afgelopen jaar heb gezien en van God heb geleerd, voor al de rijkdommen van de wereld. Deze gezegende hoop! Na die miljoen jaren, of wat het ook zou zijn, zou ik ophouden te bestaan.

52 Enige tijd geleden zaten broeder Cox (die nu achterin het gebouw staat) en ik op een... De oprijlaan komt tot aan het huis en wat afgebrokkelde stenen lagen op de weg. Daarin was een kleine fossiel van een of ander zeedier of zoiets, dat vele, vele jaren geleden leefde. Ik zei: "Kijk naar dit ding hier."

53 En broeder Cox zei: "Broeder Branham, ik vraag me af hoe oud dat werkelijk is."

54 Ik zei: "Welnu broeder Cox, het is misschien, chronologen zouden zeggen, tot in de miljoenen jaren oud; ver voordat deze aarde ooit door menselijke wezens bewoond werd en de wateren de aarde bedekt hadden. Die dieren leefden misschien vele, vele, vele miljoenen jaren geleden. Maar ik..."

55 Hij zei: "Kijk, broeder Branham," zei, "is het menselijk leven niet zo kort, vergeleken met dat leven? Bedenk gewoon dat dat fossiel nog steeds bestaat na miljoenen jaren."

56 Ik dacht: "O!" Ik zei: "Broeder Cox, er zal een tijd zijn dat dat fossiel er niet meer zal zijn. Er zal geen spoor meer van over zijn. Maar omdat Hij uit de dood opstond, zal ik leven en zult u leven, voor altijd, en gedurende ontelbare eeuwen."

57 Wanneer alle fossielen verdwenen zijn en alle oude tijden voorbij zijn en de schaduwen gevallen zijn, zullen wij voortleven, voort blijven leven voor eeuwig. Want door de opstanding van de Here Jezus Christus te accepteren, worden wij onsterfelijke wezens, zuchtend in de Geest, wachtend op de tijd van onze bevrijding, dat wij ook met Hem in Zijn gezegende tegenwoordigheid zullen zijn, om voor altijd te leven. Wat een wonder! Geen wonder dat het de harten van de mensen heeft beroerd! Geen wonder dat het mensen tot aanbidden heeft gebracht.

58 Geen wonder dat mensen vandaag op hun knieën zullen kruipen en stenen aanraken en op kruisen wrijven, en... enzovoort, omdat iets binnenin hen, iets diep in de menselijke ziel het uitschreeuwt naar iets wat zij niet kunnen vinden: "De diepte roept tot de diepte." En als er een diepte is die roept, moet er ook een diepte zijn om het te beantwoorden. Die moet er gewoon zijn.

59 Zo zeker als die warme zon over de velden schijnt, als die door de winterse kou vernietigd zijn, dan moet er wel... Die zon is hier voor een doel geplaatst. Daar ergens onder, onzichtbaar voor het menselijk oog, is vegetatie en leven, dat weer uit zal spruiten, omdat de zon voor precies datzelfde doel werd gezonden.

60 En net zo zeker als het zonlicht van God in het menselijk hart schijnt, is daar een klein verborgen iets dat de mens niet kan uitleggen. Het roept het uit. Het moet ergens zijn. Ik denk daaraan en mijn hart beeft van vreugde, te weten dat wij vandaag het allerhoogste bewijs hebben dat Christus opgestaan is uit de dood.

61 Nu, en ik denk ook aan de tijd van het Oude Testament, toen zij uitzagen naar de komst van de Here Jezus, toen zij Hem verwachtten en aanbaden, zelfs bij de gedachte eraan. Er was iets in hen dat het uitriep: "Een diepte roept tot een diepte", wachtend op een tijd, uitziend naar de tijd waarop Jezus zou komen. Nu vandaag, nadat Hij is gekomen...

62 Nu, vroeger probeerde Satan daar de ogen te verblinden van diegenen die er verlangend naar uitzagen, door hen te vertellen dat er niet zoiets was. Maar op een of andere manier, buiten alles wat we vanmorgen kunnen zeggen, maar toen de Heilige Geest aan hun hart trok en hun een honger en een dorst gaf, dat er een Rechtvaardige zou komen...

63 Job, nu bedenk, vierduizend jaar... Vierduizend jaar voor het komen van de Here Jezus, zag Job de opstanding. En toen hij het door een visioen zag, dat het vierduizend jaar zou zijn voordat het gebeurde, had hij de verzekering, dat: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft, en in de laatste dagen zal Hij op de aarde staan. Ofschoon de huidwormen dit lichaam vernietigen, toch zal ik in mijn vlees God zien. Die ik zelf zal aanschouwen. Die mijn ogen zullen zien en niet een andere." Er was een diepte roepend tot de diepte in Job.

64 Satan zou het mogen proberen uit te roeien met de dood. Hij zou mogen zeggen: "Ja, Job, je gaat het graf in. Huidwormen zullen je lichaam nemen." Dat is juist. Wij weten dat.

65 Maar Job zei: "Ik zal in de laatste dagen met Hem staan." Hij had de zekerheid, dat hij daar zou zijn, want er was iets in Job wat hem dat vertelde. En terwijl Satan zijn best deed het uit te roeien met de dood en alles, keek Job ernaar uit om het te zien. Stierf in het geloof, gaf de geest; herrees met Christus op paasmorgen, is vandaag onsterfelijk onder de mensen! Halleluja! Merk op. Geen wonder dat de engelachtige wezens kunnen zingen: "Halleluja!" Weet...

66 Nu zouden er vandaag sommigen mogen zijn, wij zouden op kruisen mogen wrijven, wij zouden op beenderen van dode mensen mogen wrijven. Het zijn menselijke harten die het uitroepen naar iets. Dat doen ze. Er is iets in hen dat schijnt te... Omdat ze menselijke wezens zijn, willen ze... Ze weten dat er ergens iets is, groter dan waar zij ook maar iets over weten, en ze zoeken ernaar, zoeken ernaar. En ze proberen het te vinden door beenderen van dode mensen te aanbidden, door over kruisen te wrijven, door grote kerken te bouwen.

67 Maar o, aan die gezegende hoop vandaag, aan die gezegende zekerheid, dat iedereen die ooit in contact gekomen is met de opstanding, zonder een spoor van twijfel weet dat Christus uit het graf is opgestaan en dat wij met Hem zijn opgestaan. Wij zijn vanmorgen met Hem opgestaan. Dat, zie, het is geen...

68 Het is een honger, ieder van u die tot Christus komt. Voordat u de Heilige Geest ontving hongerde en dorstte u. U deed iets. U zocht. U las de Bijbel. U huilde. U deed alles wat er gedaan kon worden. U zou rozenkransen mogen hebben opgezegd. U zou kralen mogen hebben herhaald. U zou allerlei soorten religieuze handelingen mogen hebben verricht. U zou gestopt mogen zijn met het eten van vleessoorten. U zou sabbatdagen gehouden mogen hebben. U zou al deze religieuze dingen gedaan mogen hebben waarvan de wereld vandaag spreekt.

69 Maar als u zich ooit één keer overgaf aan een kruisiging, komt er een opstanding, die u de zekerheid geeft van: "Ik weet dat mijn Verlosser vandaag leeft!"

Die gezegende zekerheid, Jezus is mijn!
O, wat een voorsmaak van Goddelijke heerlijkheid!
Erfgenaam van redding, gekocht door God,
Geboren uit Zijn Geest, gewassen in Zijn bloed.

70 Dat is het goede nieuws. Dat is het algemene bevel. Dat is de grote opdracht, dat wij in de gehele wereld moesten gaan en het Evangelie prediken, het aan de mensen geven in de kracht van de opstanding. Nu, vertrouwend dat...

71 Nu, onze tijd is zo ongeveer op wat betreft deze korte ochtendtoespraak met elkaar. We moeten nu over enkele uren prediken, om terug te zijn om de paasdienst vandaag te prediken.

72 Maar vandaag, in deze korte toespraak, wat een wonderbaar gevoel! Wat een wonderbare gemeenschap samen! En ik geloof vandaag met heel mijn hart dat deze kleine oude tabernakel het directe bewijs zal zien dat Jezus Christus uit de dood opstond, zichtbaar voor hun ogen. God Die de zieken geneest en de grote tekenen en wonderen doet, die de grote opdracht omvatten. De grote verzoening die op Calvarie gedaan was, omvatte deze dingen. En voor mij is het het onfeilbare bewijs van Zijn opstanding.

73 Nadat hij uit de dood was opgestaan, zei Hij: "Gaat gij heen in de gehele wereld en verkondigt dit Evangelie aan ieder schepsel. Deze tekenen zullen hen vergezellen die geloven."

74 En u kunt alle kathedralen hebben en al het wrijven en al het andere wat u wilt. Maar geef mij de opgestane kracht, dat ik de Here Jezus vandaag kan zien als de Lelie der Vallei en de Morgenster. Dat bezegelt het voor mij. En dan kan ik zeggen, met Job vanouds: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft."

Wat kan mijn zonden wegwassen?
Niets dan het bloed van Jezus.

75 Wat kan mij weer gezond maken, van elke ziekte, alles, welke gebondenheid ook waar ik ooit in was? Niets dan het bloed van Jezus en de kracht van Zijn opstanding. Wat een wonderbaarlijke zaak! Ik houd van Hem. U ook? [Samenkomst: "Amen." – Vert] Gezegend zij Zijn heilige Naam!

76 Nu, werd Job teleurgesteld? Werd Job buitengesloten omdat hij dit geloofde? Nooit. Nooit. Kwam Job bedrogen uit met wat hij zag, zijn openbaring? Misleidde de diepte die tot de diepte riep Job? Velen hebben het misschien gedacht in zijn dag. Maar o, hoe liep het uiteindelijk af? En Job, toen hij stierf; nadat hij een oude man geworden was, had God hem gezegend in het leven.

77 Ik zeg u, kijk naar welke personen u ook maar wilt. Luister hiernaar, u volk van de tabernakel en u, bezoekers bij ons. Wat voor leven u ook leeft, dat is wat voor leven u oogst. U... Precies wat u zaait, zult u oogsten. Ik werd onlangs zesenveertig jaar. God heeft me lang genoeg laten leven om te zien dat u niet iets verkeerd kunt doen en er goed vanaf komen.

78 U moet het juiste doen, omdat Christus uit de dood is opgestaan, en Zijn ogen zijn op de gemeente en Hij waakt over haar en leidt haar. Ga nooit tegen de gevoelens van de Heilige Geest in als Hij u zegt om iets te doen. Het maakt niet uit wat de wereld zegt, doe wat Hij zegt om te doen. Hij zal de Waarheid altijd betuigen en de Waarheid recht houden.

79 Nu, toen hij... toen deze grote profeet van de Here, Job, toen hij stierf en begraven werd. Nu gewoon een klein uitroepteken voor...

80 Ik wil de korte samenkomst nu gaan besluiten, zodat we ons naar huis kunnen haasten en weer terug kunnen komen voor de grote genezingsdienst. Ik zal gewoon...

81 Ik ben geen fanaticus. U weet dat ik dat niet ben. Of als ik het ben, dan weet ik het niet. Maar ik voel gewoon iets diep van binnen in mij dat duwt en dringt. Ik geloof gewoon dat we vanmorgen iets groots tegemoet zien, voor de glorie van God. Ik zeg u, ik zou niet willen... O my! Wat een... Om deze geweldige zaak te weten, dat Christus vandaag leeft! Waar over de hele wereld, overal, en elke religie, alles wat er is, ongeacht wat, ook al zou de hele groep het afwijzen; nog steeds leeft Hij voor mij. Hij leeft.

     Dan zullen we zien of mensen in de steek gelaten worden die dat geloven.

82 Job, toen hij stierf, werd daar in een akker begraven. En zijn graf werd bewaard.

83 En toen dan de oude profeten opkwamen, Abraham... De geliefden uit de Bijbel, Abraham en Sara. Toen Sara stierf kocht Abraham een stuk grond vlak bij de plaats waar Job begraven was en begroef Sara. Hij zei: "Ik ben een mede-erfgenaam met u daarginds." O my! Ik houd daarvan, "Mede-erfgenaam!"

84 Dat is hoe het vandaag is. Sommigen zeggen: "Wel, broeder Branham, bedoelt u dat u de Baptistenkerk zou verlaten? Zou u dit, dat, of iets anders willen doen?"

85 Ik ben een mede-erfgenaam met deze heilige rollers en ik wil met hen zijn. Ik... Waar, zoals Ruth destijds zei: "Waar u... Uw volk is mijn volk. Uw God is mijn God. Waar u sterft, zal ik sterven. Waar u wordt begraven, zal ik worden begraven." Ik wil zozeer aan mijzelf sterven, dat ik een nieuw persoon in Christus Jezus ben.

86 Dus zij begroeven Job. En Abraham begroef Sara vlak naast zijn plaats. Iets in hen; dat instinct!

87 "Wel," zegt u, "nu, is er zoiets, broeder Branham? Nu, u ging door over verschillende religies. Zij lezen het ook uit een boek." Dat is juist. Zij lezen het uit boeken.

88 Maar dit is niet het lezen uit een boek. Dit is het Boek dat gemanifesteerd wordt. Dit is het Woord. Het zaad begint te groeien, dat is hoe ik het weet. Als u alleen maar de letter leest, zult u zeggen: "Ik hoop het. Ik geloof dat het zo is." Maar wanneer het zaad tot leven is gebracht dan weet u het. Amen. Amen. O, het is een "ik weet het".

89 Job zei: "Ik weet!" "Ik hoopte het; ik geloofde erin; ik heb de offers gebracht; ik heb al deze dingen gedaan; ik hoop het." Maar toen het visioen kwam en hij het zag, zei hij: "Ik weet het." Er is iets gebeurd.

90 U kunt naar de kerk gaan. U kunt alle apostolische geloofsbelijdenissen opzeggen. En u kunt al deze andere dingen doen die religieus zijn. U kunt gedoopt zijn in elke vorm waarin u maar gedoopt wilt zijn. U kunt elk van deze dingen doen die u maar wilt. Maar totdat uw ziel is opgewekt met de opstanding van de Here Jezus, u... Al het "hopen" is dan verdwenen, en een "ik weet het" is neergekomen. "Ik weet!"

     Job zei: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft."

91 Abraham zei: "Ik heb een zelfde soort visioen gehad. Toen daarginds op de berg, toen Christus, God, mij ontmoette, en mij gaf de... Zijn verlossende namen, zoals Jehova-Jireh, Jehova-Rapha, en al die; de dood, begrafenis en opstanding ziende. Ik zag het en ik offerde het in mijn eigen zoon, toen ik kleine Izak zag," de moeder van deze... dode moeder hier, haar jongen, "toen ik hem mee de berg op nam, hem zijn eigen hout liet dragen, naar de top van de berg," Genesis 22, "en daar zou hij... ik legde hem op het altaar en zou zijn eigen leven nemen. Wetend dat ik hem had ontvangen als een uit de dood, geloofde ik dat Hij hem weer zou doen opstaan. En door deze geweldige hoop die in mijn hart klopt, weet ik dat Hij zei dat Hij hem kon doen opstaan." Zie? Het was een vooruitblik op de opstanding; hetzelfde als wat Job had.

92 Dus zei hij: "Nu ben ik een mede-erfgenaam met Job, dus begraaf mij in dezelfde grond." En dat is juist. Dus brachten zij hem daarheen, brachten Sara mee en begroeven haar vlak naast Job. Abraham zei: "Nu het zo is dat zij... Deze grond zou aan iemand anders verkocht kunnen worden, of... omdat u het aan mij gaf. Ik wil niet dat u het aan mij geeft. Ik wil ervoor betalen. Hoewel u het mij geeft, wil ik ervoor betalen."

93 En dat is hoe ieder mens die... "Door genade bent u gered, niet door werken", niets wat u kunt doen. Maar als u ooit de gezegende opstanding in uw hart krijgt, wilt u het leven van een Christen leven; het hele hartsverlangen in u is om te doen wat juist is. O, ik houd er gewoon van! Het is niet dat u verplicht bent om dit te doen. Niet dat u het verplicht bent, maar er is iets in u wat maakt dat u het wilt doen. U wilt het doen. U doet het niet omdat het een verplichting is. U doet het uit liefde.

94 U zegt: "Ik weet het. Wel, ik moet opstaan en de kinderen klaarmaken om vanmorgen naar de gemeente te gaan." O my! Zie? O my! U hebt de opstanding nog nooit aangeraakt.

95 Broeder, als de opstanding in uw hart gekomen is, verlangt u om het te doen. Er is iets, dat u er gewoon niet bij vandaan kan blijven, iets van binnen.

96 Job, toen hij dit zag! En Abraham zag het; hij begroef Sara dicht bij Job. Kocht het veld aan, kocht het met zijn geld, zodat hij verzekerd zou zijn. Bracht getuigen naar voren zodat hij ervan verzekerd was dat hij dit veld had gekocht als begraafplaats. En toen Abraham zelf, toen hij stierf, werd hij ook bij hen begraven in hetzelfde veld.

97 Abraham verwekte Izak. En toen Izak stierf werd hij bij Abraham begraven; onder hetzelfde visioen, dezelfde gedachte, dezelfde "diepte roept tot de diepte", dezelfde "ik weet dat mijn Verlosser leeft". Dezelfde zaak, hetzelfde bewijs.

98 En toen Izak Jakob verwekte, en Jakob stierf, ver weg in Egypte, ver verwijderd van dit land...

99 En hij was een kreupele man. Hij liep anders dan tevoren, omdat hij op een nacht met een Engel van God in contact gekomen was. En de Here raakte zijn heup aan en deed hem anders lopen. Hij had een bewijs dat hij God had vastgegrepen, en dat God hem had vastgegrepen. En dat is de manier, toen hij dat bewijs kreeg, die oude kreupele heup waarop hij daar liep, was dat wat hem recht deed lopen.

100 Aan één kant een grote opschepper, een grote... Nou, hoe hij in werkelijkheid heette, hij was een bedrieger. Hij werd "bedrieger" genoemd. Het woord Jakob betekent eigenlijk "bedrieger". En toen hij aan deze kant was, was hij een bedrieger, een grote, gezonde, sterke bedrieger.

101 Aan de andere kant, een mank lopende vorst die met God geweest was; aangeraakt, anders, had die gezegende hoop in zich! Hij liep anders. Hij handelde anders. Hij leefde anders.

102 En toen hij zich gereedmaakte om te sterven, ver weg in Egypte... Denk er nu aan. Met die inspiratie vóór de opstanding, in een bepaalde mate aan hem gegeven, voor de opstanding. Hij zei: "Ik weet dat er daarginds in Egypte iets gaat gebeuren, een... niet in Egypte; maar daar in het beloofde land, een dezer dagen. Dus precies op de plaats waar deze inspiratie... Kom hier, mijn jongen, Jozef", die een profeet was. Hij zei: "Kom hier en leg je hand hierop, geworsteld, de plaats waar ik ben geweest. En zweer me, bij de God des hemels, dat je mij hier niet zult begraven. Zweer dat je me hier niet zult begraven." Want hij wist dat het van wezenlijk belang was dat hij vergaderd werd bij die mensen.

103 Dat is de reden vandaag dat wij willen zingen, terwijl we onze hand op het ruw houten kruis leggen: "Ik zal de weg met de weinige verachten des Heren nemen. Ofschoon het bekritiseerd wordt, ofschoon er grappen over worden gemaakt, ofschoon ik hier een geweldige, populaire kerel mag zijn..."

104 Zoals toen op een dag een kleine beste jongen hier door de stad liep die aardig populair was onder de... enzovoort, de jongelui. Maar ik heb op een dag iets gezien, wat hierbinnen neerkwam. En ik nam de plaats van de manke kant, aan de andere kant.

105 Bent u vanmorgen niet blij, dat u daar uw positie innam? Want er was iets in u! [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert]

106 Een jongedame... Toen ik nog maar een jonge prediker was, predikte ik hier op een plaats, zij... had ik haar op een avond mee naar de gemeente genomen. En ze zei: "Billy, zullen we... kunnen we na de samenkomst naar de show gaan?"

     Ik zei: "Ik ga niet naar shows."

107 Ze zei: "Wel," zei, "zouden we... zouden we een... een ontmoeting kunnen hebben, of afspraakje, om uit te gaan naar een of andere dans die er zou zijn?" En het meisje was een zondagsschoolonderwijzeres.

108 En ik zei: "Wel, nee." Haar broer was prediker. Hij woont hier niet zo ver vandaan. En hij... Zei: "Kunnen we naar een... een... een dans gaan?"

     Ik zei: "Ik dans niet."

109 En ze zei: "Nee?" Zei: "Waar heb jij dan ooit wat plezier?"

     Ik zei: "Ga mee naar de gemeente, ik zal het je laten zien." Amen.

110 En ik vertel u, broeder, wanneer ik die opstanding, die veranderende kracht van de Here Jezus Christus, voel rondgaan door een menselijk lichaam, die die volmaakte zekerheid geeft, is daar meer vreugde in vijf minuten Daarin, dan er in al het wereldse plezier is dat gegeven zou kunnen worden. Die opstandingkracht!

111 Welnu, die avond kwamen zondaars naar het altaar. Zij zat daar achterin en huilde ook. Ik zei: "Kijk nu, zus, zie je waar mijn vreugde ligt?" Ik zei: "Ik ben nu gelukkiger dan alle dingen die je in de wereld zou kunnen geven. De wereld en al haar kracht zou nooit de plaats hiervan in kunnen nemen." Zielen zien komen, daar is iets in!

     U zegt: "Wel, wat is het? Dat zijn uw zaken niet."

112 O ja, dat zijn het ook. Het is de zaak van iedere man en vrouw die geboren is uit de Geest van God, om Christenen in het Koninkrijk van God te zien komen. Het is uw plicht. Het is uw zaak. En wat een vreugde is het als het allemaal gebeurd is en voorbij, en u ziet wat een vrede... Ja.

113 Jakob zei: "Plaats nu je hand hier en zweer dat je me hier niet zult begraven." Dus namen ze hem en begroeven hem daarginds bij de anderen.

114 En daarna Jozef, het kwam als het ware van Jakob naar Jozef. En toen Jozef daar in Egypte stierf, zei hij: "Nu, kijk, jullie moeten me hier niet begraven, want ik weet dat wij hier op een dag vandaan zullen gaan. Dus ik... Jullie moeten mijn beenderen gewoon boven de grond laten." O my! "Ik wil elk getuigenis geven dat ik kan, dat ik erin geloof." Dat is juist. Zei: "Nadat ik gestorven ben, laat mijn beenderen gewoon daar als een getuigenis." Zie? Wat is het? Hij had zoveel als Job kunnen zeggen: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft", want hij had de hele zaak voor zich zien afspelen. Hij had het gezien, zoals Job.

115 Job zag het in een visioen. Abraham zag het door Izak. En Izak die... en Jakob, enzovoort. En Jakob had het door het worstelen gezien.

116 Nu, Jozef zag het door zijn eigen leven. Hij zag dat hij als een bijzondere jongen geboren was, dat hij een ziener was. Er was iets met hem; hij kon visioenen zien. Hij kon het niet begrijpen. Hij ging zelfs en zag... Vertelde zijn moeder en vader, toen zij hem probeerden terecht te wijzen, toen hij de schoven allemaal voor die van hem had zien buigen. Hij kon het niet begrijpen. Maar toen, het volgende wat hij ontdekte was, dat hij door zijn broers werd verraden. Hij zei: "Wat beeld ik hier uit? Wat is deze voorkennis die ik ontvang?" Hij keek naar zijn eigen leven.

117 En u kunt allen uw eigen leven bekijken en ongeveer zeggen wat u bent, als u uw eigen leven slechts nakijkt, of u werkelijk een Christen bent of niet. Let op de dingen die u doet en wat u zegt en met wie u omgaat, enzovoort. U zult ontdekken of u daar werkelijk iets hebt of niet.

118 Hij had zijn leven gezien toen het in beweging kwam. En het volgende wat u weet: ze ontdekten dat hij in een hol geworpen was; misleid door zijn broeders, verondersteld gedood te zijn en in een hol geworpen, en werd weer naar boven gehaald. Jozef voorzag dat. Hij zag zichzelf in de gevangenis. Hij zag zichzelf in de kerker. Hij zag dat God met hem was, wat hij ook deed. Geen... Hij was de vorst der voorspoed. De wereld was voorspoedig. Overal waar Jozef was, was er voorspoed, want hij was de vorst der voorspoed. En hij was een voorafschaduwing van Christus.

119 Overal waar Christus is, is er voorspoed. En wanneer Christus naar de aarde terugkeert zal de hele vloek van de aarde weggenomen worden. Een dezer dagen zal de oude woestijn bloeien als een roos en zullen de oneffenheden vlak gemaakt worden. En ze zal in overvloed voortbrengen, want Hij is de Vorst der voorspoed, waar Hij ook is. Halleluja! De Vorst der voorspoed!

120 We konden hier nu nog wel ongeveer een uur over doorgaan! Maar om nu voort te maken, moeten we ons haasten.

121 Nu kijk naar Jozef, toen hij het zag, toen hij wist dat alles wat hij deed... Hij had zijn broers die hem bedrogen hadden uiteindelijk bij hem zien komen, terwijl ze niet wisten wie hij was, en hen eerbiedig voor hem zien buigen. En diegenen die hem gekruisigd hadden, als het ware, hem in de grond hadden geworpen, diegenen die hem aan de Egyptenaren verkocht hadden, al diegenen die hem slecht hadden behandeld, stonden voor hem. En hij, de grote vorst; en zij beefden. En ze zeiden: "O dat..." Beefden, want ze zeiden: "Wij hebben onze broer gedood." En alles daarover en hoe dat het moest zijn in een voorafschaduwing.

122 Jozef, hij wist dat dat de toestand van de wereld zou zijn bij de komst van de Here Jezus, dus sprak hij over zijn beenderen. Hij zei: "Begraaf mij hier niet. Maar ik wil elk getuigenis achterlaten dat ik kan, dat ik geloof dat er op een dag een opstanding zal zijn, daarginds waar diegenen die dezelfde inspiratie hadden zijn heengegaan."

123 En dit kan de gemeente vanmorgen net zo zeggen! Alhoewel fanatiek, zoals we genoemd worden; hoewel we in de kracht van de opstanding geloven; hoewel we in Goddelijke genezing geloven en alle bovennatuurlijke tekenen die Christus beloofde, moeten we de kant van de ongeletterden kiezen, of de fanatici enzovoort! Het maakt geen enkel verschil wat we moeten incasseren, zolang we weten dat onze Verlosser leeft en het bewijs in ons hart heeft voortgebracht dat Hij leeft en regeert.

124 Jozef zei: "Ik wil elk getuigenis tegen de duivel afleggen dat ik kan."

125 Dus wierp hij zijn beenderen daar neer en ze lagen daar vierhonderd jaar. Amen. Want het keek verder dan dat! Mensen zeggen: "Wat een fanatiekeling!" Het leek toen op een fanatiekeling, maar het bewees de Waarheid te zijn. Amen.

126 Zo zal het zijn voor iedereen die vanmorgen deze gezegende hoop van deze tekst heeft: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft. Ik weet het hoe dan ook!"

127 Ze zeggen: "O, we zijn hier voorspoedig. Heel Egypte bloeit terwijl we hier zijn", al deze dingen.

128 Maar dat maakte geen enkel verschil. Hij wist met stellige overtuiging dat ze daar vandaan zouden gaan. Hij zei: "Nu, neem mijn beenderen mee daarheen en begraaf ze ginds in Egypte, ginds in het beloofde land, ginds in het land Kanäan, buiten Egypte." Dus toen zij... Mozes kwam, een andere geïnspireerde profeet, en hij had de beenderen van Jozef genomen en ze opgepakt en hij begroef ze in hetzelfde veld, dezelfde plek waar de rest van hen begraven lag. Hij ging zijn weg met de rest van hen. Waarom? Er was iets in hem. Iets in hem! Ongeacht...

129 U hoort de rest van de mensen er daar niets over zeggen. "Wel, het is overal goed." Ze vallen gewoon waar ze vallen.

130 Maar er was iets in hem, iets wat hetzelfde visioen had als dat Job had, hetzelfde visioen dat de rest van hen had. Ongeacht wat de rest van de wereld dacht, wat zij deden, dat had niets met Jozef te maken; dat had niets te maken met Abraham, met Izak, met Jakob, met de rest van hen. Iets dreef naar dat beloofde land. Het leek fanatiek, maar ze wilden het, omdat er iets in hen was: "Diepte roept tot de diepte."

131 Zo is het vandaag met elke gelovige. Er is iets in hen, wat hen erheen drijft. Het maakt niet uit, u kunt van alles en nog wat proberen, maar er is iets wat dringt. U weet, zonder een zweem van twijfel, dat er een stad is waarvan God de Kunstenaar en Bouwmeester is. U weet dat er daar iets is, dus dringt u ernaartoe.

132 Nu, sinds de dag waarop zij hem begroeven, de beenderen daarginds, gingen honderden jaren voorbij.

133 En uiteindelijk, op een dag: "Een Zoon werd ons geboren, een Kind werd ons gegeven. En men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, de sterke God, de Vredevorst, de eeuwige Vader." En Hij kwam op aarde en Hij kwam langs de weg van een kribbe, arm en vernederd.

134 Maar iets in Hem, dat wist! Hij stond daar met één profetie uit de Bijbel. Hij zei: "Breekt dit lichaam af en binnen drie dagen zal Ik het weer doen herrijzen."

135 Hij was de enige Mens Die dat kon zeggen, Die ooit in staat was om die uitspraak te doen, of ooit in staat zal zijn om die te doen. "Ik heb macht om Mijn lichaam af te leggen. Ik heb macht het weder op te nemen." Dat is juist, Immanuël Zelf!

136 En toen Hij stierf en op de dag van Zijn dood namen zij Hem daar van het kruis af en legden zij Hem in het graf. En Hij lag daar van vrijdagavond tot zondagmorgen, op die wonderbare paasmorgen, toen Hij weer opstond en Zijn ziel werd vrijgelaten uit de kerkers van de hel daaronder, waar Hij heenging als zondaar voor u en mij, onze zonden wegdragend om ons een volmaakte zekerheid te geven. Geen reden meer om te twijfelen; gaf het een volmaakte zekerheid. Hij zei: "Ik..."

137 Omdat Hij dat deed, werd Zijn ziel in de hel geworpen, omdat Hij een verworpene was. Hij was de zondebok van het Oude Testament, die... Ze legden de zonden van de mensen op de zondebok en zonden hem een woestijn in om te sterven. Jezus was die zondebok die de zonden van de mensen op Zich had en werd verstoten en de hel in ging om de folteringen te ondergaan. Zijn lichaam ging in het graf om de prijs van onze opstanding te betalen. O my!

138 Toen op die paasmorgen, toen Hij uit het graf terugkwam, waar smarten van dood en hel Hem niet konden vasthouden... En toen Hij op paasmorgen weer opstond, stond niet alleen Hij op, maar kwamen ook Job, Jakob, Abraham en Izak. Alle overigen kwamen in de opstanding in Mattheüs 27: "En verschenen aan velen en overal in de straten." Dat door het zegel van hun getuigenis, omdat zij iets in zich hadden, dat zei: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft." En aan iedereen. Nu wisten ze!

139 God wist, dat in de toekomst theologen vat op deze Bijbel zouden krijgen. Ze wisten dat knappe mannen er vat op zouden krijgen, dat zij hun eigen uitleg eraan zouden geven, dat ze zouden zeggen: "O, het betekent niet dit. Het betekent niet dat."

140 Dus om er zeker van te zijn dat Zijn grote plannen in de toekomstige tijdperken vervuld zullen worden... Luister nu goed, terwijl we de dienst sluiten. Opdat in de toekomstige tijdperken Zijn plan vervuld zal worden, gaf God er een duidelijk getuigenis aan.

141 We kunnen het lezen en zeggen: "Ik geloof het." Dat is verstandelijk. Dat is intellectueel geloof. Dat is verstandelijke theologie. Maar er is iets wat daarboven gaat. Dat is juist.

142 Hij stond niet alleen op uit het graf, maar Hij voer op in de hoogte en zond de Heilige Geest terug. "Hij voer op in de hoogte, gaf gaven aan de mensen, en heeft de gevangenis gevangenen genomen; en gaf gaven aan de mensen."

143 En vandaag, nadat theologen aan de Bijbel hebben geknoeid, nadat kerkelijke organisaties zijn opgezet en zij zeggen: "Zo, dit is wat we nodig hebben. Sommige mensen liggen onder de kerk begraven, sommige heiligen; we zullen hun beenderen opgraven en ze hierheen brengen." Enigen zeiden: "We zullen een kerk op het graf bouwen waar Hij... waar Hij werd gekruisigd, of waar Hij werd begraven. We zullen daar een kerk bouwen." Mensen, in het materiële, proberen materiële dingen te doen, maar het is volkomen waardeloos. Het stelt niets voor. Het is allemaal onzin en betekent niets.

144 Maar de werkelijke opstanding zijn diegenen die met Hem gestorven zijn, en wedergeboren zijn, die dat "weet het" geloof hebben. "Ik weet dat mijn Verlosser leeft." En God werkt met die mensen, met tekenen en wonderen, en de grote opdracht hier, die laat zien dat Hij uit de dood opstond en zichtbare tekenen en wonderen laat zien.

145 God zegene u. Gelooft u het? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Gelooft u het met uw hele hart?

146 Laat ons nu snel naar huis gaan. Neem uw ontbijt en kom weer terug om negen uur. En we laten de jongens om negen uur beginnen met het uitdelen van de gebedskaarten.

147 En tot mijn... Zeg vanmorgen, en de laatste woorden hierover, totdat ik terugkeer. Dezelfde Here Jezus Die uit de dood verrees, leeft vandaag en kan precies dezelfde dingen doen die Hij beloofde. "Deze tekenen zullen hen volgen die geloven, ja zelfs totdat Ik weer terugkeer." Hoewel u verstoten wordt, hoewel u fanatiek genoemd wordt, toch is Hij nog hier in al Zijn kracht. God zegene u. Ik bid dat God u vandaag een Pasen zal geven dat u nooit zult vergeten, zolang u leeft.

148 Nu, u zegt: "Bent u tegen hen, die mensen die naar kerken gaan en grote kruisen en zo?" Beslist niet, mijn broeder. Die dingen, zo goed als ze mogen zijn, het is net als worden... Hier is hoe ik over die grote kerken denk.

149 U zegt: "O natuurlijk, als de Here ons een geweldig grote plaats zou geven, zou ik het waarderen."

150 Maar hier is mijn analyse daarvan. Hebt u er ooit aan gedacht om hier naar de gieterijen en fabrieken te gaan en een grote, lange passagierstrein te bouwen, luxueus, en de zittingen allemaal prachtig opgepoetst en de grote fluit er bovenop en de machinisten er in plaats te laten nemen, zonder enige stoom om hem mee voort te trekken? Zie? U kunt... Het zou gewoon geen enkel goed doen. Ik zou liever ergens een handkar hebben met een beetje stoom erin, dan dat alles te hebben (u niet?), want dan gaat u tenminste ergens heen. Dat is waar. Dus, onthoud nu gewoon eenvoudig, dat de werkelijke opstanding, de werkelijke zaak...

151 U zegt: "Dat ding daarginds kan uit zichzelf lopen." Hoe kan het lopen? Bewijs het mij.

152 En dat is wat wij hebben gedaan. Wij hebben de zittingen met pluche bekleed. We hebben de fluit opgepoetst. We hebben de geleerden opgepoetst om met geweldige theologie te onderwijzen en geweldig grote woorden te gebruiken die alleen maar zullen... grote dingen, dat zij haast de hele avond in hun woordenboek studeren voor een prediking om die de volgende morgen naar voren te brengen met grote opgeblazen woorden... Maar broeder, voor mij is dat onzin.

153 Geef mij Christus. Geef mij de opstanding. Geef mij het bewijs in mijn hart dat Christus opstond uit de dood. [Broeder Branham klopt drie keer op de preekstoel – Vert] Dat maak het vast voor mij. Amen.

154 Geef me iets waardoor ik met Paulus vanouds kan zeggen, dat die grote donkere kamer die daar voor mij staat als sterveling... En ik ben geen baby meer, en ik weet dat elke keer als mijn hart klopt, ik daar die grote donkere kamer, genaamd dood, tegemoet ga. Elke keer; en op een dag zal het voor het laatst kloppen en moet ik die kamer des doods binnengaan met iedere sterveling.

155 Maar ik wil zeggen met Paulus, die grote apostel, zoals hij zei: "Ik wil Hem kennen in de kracht van Zijn opstanding." Dat wanneer Hij vanuit de doden roept, ik er op dat moment met Hem uit zal komen. Dat is wat ik wil: "Hem te kennen", vanmorgen. Dat is waar ik God dankbaar voor ben. Ik ken Hem in de kracht van Zijn opstanding. Dat ik weet dat mijn Verlosser leeft.

156 Deze verblinde ogen, die eens blind waren, zijn geopend. Dit kleine oude zwakke lichaam van ongeveer 57 kilo dat hier rondwandelt, is... vlees heeft het bedekt. Dit hart dat eens zwart van zonde was is wit gemaakt. Deze verlangens die vroeger de dingen van de wereld liefhadden, zijn tweeëntwintig jaar geleden gestorven en het is nu weer opgestaan.

157 En deze sterfelijke ogen waardoor ik kijk, ik heb het voorrecht gehad door de genade van God om de lammen te zien lopen, de blinden konden zien. O, de grote tekenen en wonderen en de krachten van God. Ik weet dat mijn Verlosser leeft. Ik weet het zonder een zweem van twijfel. Ik weet het. Ik weet het. Ik weet het. Mijn Verlosser leeft, amen, voortdurend, de hele tijd. Al teren mijn nieren weg in mijn binnenste, al kleeft mijn tong aan mijn lippen, al eten de huidwormen het lichaam op, al wordt er een grafsteen opgericht, toch weet ik dat mijn Verlosser leeft. Amen.

     Zullen we bidden!

158 Hemelse Vader, wij danken U vanmorgen voor deze opstanding. O God! Eens een zondaar, gebonden door de ketenen van zonde. Eens in de gevangenis, door omstandigheden, achtervolgd door geesten, spookachtig, bang voor de dood, bang om U te ontmoeten, maar op een heerlijke dag kwam er daaruit een opstanding. Christus verrees in het hart en vandaag hebben wij deze grote zekerheid. Vandaag leeft Hij oppermachtig en wij danken U voor Hem.

159 En wij bidden nu, Vader, dat U dit kleine gehoor zult zegenen, waarmee wij vergaderd zijn. Moge Uw Heilige Geest op een ieder rusten. Weest Gij met ons gedurende de komende dienst, Here. En moge de Heilige Geest vanmorgen in ons midden komen en elke zieke genezen die in het gebouw is. Sta het toe, Here. Mogen de mensen hier vandaan gaan om zich dit Pasen altijd te herinneren. Sta het toe, Here. En mogen de grote machten, mogen de grote engelen, die de steen op paasmorgen afwentelden, mogen zij vandaag aanwezig blijven om elke steen van twijfel af te wentelen, alle vrees, alle onenigheid. Neem het uit de harten van de mensen. Sta het toe, Here, dat de Heilige Geest in grote kracht neer mag dalen en toegang mag hebben tot een ieder. Sta het toe. Door Jezus Christus' Naam vragen wij het. Amen.

160 Laten we opstaan.

De eerste die stierf voor dit plan van de Heilige Geest.
Was Johannes de Doper, maar hij stierf als een man.
Toen kwam de Here Jezus, zij kruisigden Hem.
Hij predikte dat de Geest de mens van zonde zou redden.

Blijft druipen van bloed, ja, het druipt van bloed.
Dit Heilige Geest Evangelie druipt van bloed.
Het bloed der discipelen, die stierven voor de Waarheid,
Dit Heilige Geest Evangelie druipt van bloed.

O, toen stenigden zij Stefanus, hij predikte tegen zonde.
Het maakte hen zo kwaad, dat ze zijn schedel insloegen.
Maar hij stierf in de Geest, hij gaf de geest.
En ging om zich bij de anderen te voegen, deze levengevende schare.

Daar zijn Petrus en Paulus en Johannes de goddelijke.
Ze gaven hun leven opdat dit Evangelie kon schijnen.
Zij vermengden hun bloed, zoals de profeten uit vroeger tijden.
Opdat het ware Woord van God eerlijk verteld kon worden.

Er zijn zielen onder het altaar, die roepen: "Hoe lang,
Tot de Here diegenen straft die verkeerd hebben gedaan?"
Maar er zullen meer gaan zijn die hun levensbloed zullen geven.
Voor dit Heilige Geest Evangelie en zijn karmozijnrode stroom.

Blijft druipen van bloed.
Dit Heilige Geest Evangelie druipt van bloed.
Het bloed der discipelen die stierven voor de Waarheid.
Dit Heilige Geest Evangelie druipt van bloed.

161 Hebt u Hem niet lief? We zingen dat kleine lied, omdat wij geloven dat het Heilige Geest Evangelie nog steeds druipt van bloed. Het is een wijze van vervolging. Het is een wijze van misverstaan. Dat klopt. De wereld weet het niet. De wereld heeft het nooit geweten.

     "De wereld zal u haten. Maar houd goede moed, Ik heb de wereld overwonnen." Zij begrijpen het niet. "Het woord des kruizes is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid." Maar er is iets diep in het hart van de gelovige dat zegt: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft. Ik weet het zonder twijfel."

162 Voelt iedereen zich goed? Zeg: "Amen." [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Nu, schud iemand die naast u staat de hand en zeg: "Prijs de Here." Prijs de Here. Prijs de Here. Prijs de Here. Dat is fijn. Dat is fijn.

163 Neem vanmorgen uw positie in met Christus. Hij stond op uit de dood. Neem de weg met de weinige verachten des Heren. Goed.

     Nu, zullen we onze hoofden even buigen.

164 En nu, denk aan de diensten, over slechts een paar minuten weer. We beginnen dan weer, om negen uur; gebedskaarten zullen worden uitgegeven. Om tien uur, zo de Here wil, zal de voordienst beginnen. De dienst van de prediking zal dan ongeveer beginnen om ongeveer... ongeveer tien uur, denk ik. En wees hier vroeg, om negen uur, om uw gebedskaarten te krijgen. En de jongens zullen hier zijn om de gebedskaarten om negen uur vanmorgen uit te geven. Goed.

165 Ga nu snel naar huis. Als u moet eten, ga uw gang. Als dat niet hoeft, kom dan terug zonder ontbijt. My, we eten toch al teveel. Dus kom dan terug, vastend, u verheugend, met een oprecht hart.

166 Houd dat gewoon in uw gedachten: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft. Ik weet dat Hij leeft. De vreugdeklokken luiden in mijn hart! Omdat Hij opstond, zal ik ook opstaan. Want ik ben al tijdelijk, positioneel met Hem opgestaan, nu, gezeten in hemelse gewesten in Christus Jezus."

167 Nu, laten wij onze hoofden buigen, overal in het gebouw. En ik heb broeder Beeler, een van de voorgangers hier, gevraagd...

168 Broeder Tom Meredith, ik heb hem daar achterin ook gezien, we zullen hem iets later in de dienst gebruiken.

169 En nu, broeder Beeler, als hij naar voren wil komen. Terwijl iedereen hun hoofd heeft gebogen in gebed, vragen wij hem om ons met gebed uit te laten gaan. Goed, broeder Beeler, als u wilt.

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)