D.M. Code
57-69-a

VGR Code
57-0825M

Datum
25-08-1957 Ochtend

Titel
Hebreeën, hoofdstuk 2, deel 1

Originele Titel
Hebrews, chapter two, part 1

Locatie
Branham Tabernacle
Jeffersonville Indiana


Verkrijgbaar
Drukwerk
Help
E-Book
ePubPDFXPS
E-Book
PDFXPS

Hebreeën, hoofdstuk 2, deel 1

Door William Marrion Branham

1 En nu het eerste boek der Hebreeën is... Paulus ontdekken we, of we geloven... De theologen zijn er niet achter, ze weten niet wat of wie het schreef. Maar ik geloof dat iedereen met een klein beetje geestelijke onderscheiding zou zien dat het Paulus was. Door de meeste schrijvers wordt geloofd dat het Paulus is. En hoe dat hij...

2 In het eerste hoofdstuk ontdekten we dat hij de Here Jezus verhoogde. O, wat bracht hij alles naar voren om te tonen dat door de ervaring die hij had gehad op de weg naar Damascus... Nu Paulus was om te beginnen een echte theoloog. Paulus was onderwezen onder Gamaliël, één van de beste leraars van die dag. En hij was knap en intelligent, en was een echte scherpzinnige Bijbelgeleerde.

3 En ik ontdekte dat, toen hij op weg was naar Damascus met brieven op zak om al diegenen die op die gezegende oude Evangelie-weg waren, te arresteren... En de man was oprecht. Maar ik heb altijd geloofd dat, sinds Paulus Stefanus zag sterven, dit hem niet meer losliet. Toen hij instemde met Stefanus' dood en de jassen bewaarde van degenen die hem stenigden, was Paulus schuldig aan het bloed van Stefanus. En hij beleed het en zei: "Ik ben zelfs niet waardig, omdat ik het bloed heb vergoten van Zijn martelaar Stefanus." Omdat hij er getuige van was.

4 En als u ergens getuige van bent, dan bent u even schuldig als dat u er een deelhebber aan bent. Dus als wij getuigen zijn en zeggen: "O ja, zij behoren dat en dat niet gedaan te hebben; dit zus en zo." Wees voorzichtig met wat u zegt, omdat u schuldig bent zoals u oordeelt. En als u er niet uit kunt komen, zeg niets, laat het gewoon gaan. En dan, als u getuigt dat u een Christen bent, dan bent u schuldig. Ziet u? Dan bent u schuldig om een Christen te zijn, en u moet daarnaar leven. En wanneer God een belofte maakt in de Bijbel... (ik zie hier een man in een rolstoel)... Als God een belofte doet, is Hij ons die belofte schuldig totdat Hij het laat gebeuren. God is schuldig wanneer Hij een belofte doet. En de Schriften zijn schuldig totdat zij vervuld zijn. Ziet u? Zij staan daar als een verklaring die God heeft afgelegd. En zij moeten worden vervuld anders staat God schuldig. Ziet u?

5 Dus Paulus was een leraar en toen hij die dag op weg was naar Damascus, het was ongeveer het middaguur veronderstel ik, scheen er een geweldig licht uit de hemel, dat hem verblindde, en hij viel ter aarde. En toen zei hij dat hij wilde weten wie het was. Hij zei dat er een stem klonk die sprak: "Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?" Ik geloof in Handelingen 8.

     Hij zei: "Wie is het die ik vervolg?"

6 En de stem sprak terug: "Ik ben Jezus." (Oh!) "Ik ben Jezus en het valt u zwaar tegen de prikkels achteruit te slaan." En wat was Jezus toen? Jezus, Hij was het licht, gewoon een groot helder schijnend licht.

7 Nu, om ons te bemoedigen en hier een fundament te leggen; hoe kon Hij een licht zijn als Hij een mens was. Nu, niemand... Er ging een groep soldaten met Paulus, tempelwachters, die mee gingen voor de arrestaties. Paulus was de leider. Zij zouden die mensen gaan arresteren vanwege hun campagne, enzovoort, en vanwege hun godsdienstige hoop die binnen in hen lag.

8 Maar nu, hier was Jezus als een groot licht. Nu als u zich herinnert, was Jezus in den beginne het licht. Jezus was de Logos die van God uitging. Hij was de... Hij was de engel des Verbonds die de kinderen Israëls door de woestijn leidde. En Hij was de Vuurkolom naar wie zij keken. En Hij was... Toen Hij hier op aarde was zei Hij: "Ik kwam van God en Ik ga terug tot God." Dus als Hij van een Vuurkolom kwam in een mens, dan ging Hij toen Hij terugging terug naar wat Hij was, om weer een licht te zijn.

9 En zo verscheen Hij toen Paulus Hem zag als een licht. Nu, al die soldaten die bij Paulus waren zagen dat licht niet. Is het dan mogelijk dat de één het kan zien en dat de anderen het niet zien? Zeker! Goed. Paulus zag het maar de rest van hen zag het licht niet.

10 Nu, toen Petrus in de gevangenis was, ontdekken we dat dit licht in de gevangenis kwam, de deuren opende, en dat licht verblindde de rest van de wachten toen zij naar buiten liepen. Petrus ging weg en toen hij bij de deur kwam ging deze gewoon zachtjes open en werd achter hem gesloten. En van de binnenste kerker ging hij naar de buitenste. Ook de volgende deur ging uit zichzelf open en werd weer zachtjes gesloten. En toen stapte hij door de poort, ging naar buiten de straat van de stad op. En hij wreef zijn ogen uit als om te zeggen "Droomde ik?" Hij wist niet wat er gebeurd was. Maar de Engel des Heren, dezelfde Engel die de Vuurkolom was, die Mozes naar de zee bracht en haar openlegde (Oh!) zodat die Dode Zee... of die Rode Zee aan beide kanten stond als een muur en Israël overstak.

11 Toen zij bij de sterk gestegen Jordaan kwamen, maakte Hij zich daar niet zichtbaar, maar Hij was er omdat Hij haar gewoon opende. En zij staken over in april, als de oevervlaktes helemaal vol water staan. En Hij stopte de bron. Hij weerhield de sneeuw om te smelten omdat het water niet steeds hoger en hoger opstuwde; het stopte gewoon. Dat is onze Jehova. Dat is onze Here Jezus! Het stopte gewoon en zij liepen erdoor heen over droge grond.

12 Nu, God had beloofd dat Hij voor hen zou zorgen dus Hij was verplicht Zijn belofte te houden. Nu, Paulus, bewust van deze dingen en ze kennend, was bevoorrecht, omdat God direct tot Paulus sprak. Hij sprak niet tot de soldaten die bij hem waren. Hij sprak alleen tot Paulus.

13 Nu, toen de Engel van de Here neerkwam in de vorm van een ster... En de mannen die de sterren bestudeerden, de wijzen van India, die deze ster zagen, volgden haar honderden mijlen... En ze ging over elke sterrenwacht daar zij de tijd bijhielden via de sterren. Maar niemand zag die ster dan de wijzen. O my! Doet u dat niet wat?

14 Dan ziet u dat God Zich niet bezighoudt met organisaties. Hij houdt Zich niet bezig met groepen mensen. Hij handelt met individuele personen. Hij openbaart Zichzelf aan individuele personen. En nu, om dit te zeggen, niet... God kent mijn hart. Ik zeg dit niet voor mijn eigen persoon, tot mijn eigen eer, dat is het in geen enkel opzicht, maar wist u dat Diezelfde God, Diezelfde Jezus deze morgen bij ons is? Weet u dat elk van u daarvan een klein persoonlijk getuigenis heeft op dit moment nu, dat Hij hier is? En is... Hij heeft iets voor ons gedaan in deze dag, dat Hij in die andere tijd niet deed. Hij liet in deze tijd Zijn foto nemen. Wij hebben hem daar hangen. Ziet u? De Vuurkolom, dezelfde Here Jezus.

15 Let nu op Zijn werken. Als Hij dezelfde Here Jezus is, zal Hij hetzelfde doen. Want de Bijbel zei: "Hij is dezelfde, gisteren, heden en voor immer."

16 Nu, voordat Paulus ook maar iets zou willen kundig maken, of dit goed was of fout, ging hij eerst naar Egypte en besteedde er drie jaar aan om uit te vinden of het Schriftuurlijk was of niet. Heeft u dat ooit geweten? Na Paulus' bekering ging hij gedurende drie jaar naar Egypte. Daar woonde hij en daar is het waar hij deze grote wijsheid verkreeg.

17 Nu, niet om enige vergelijking te trekken, ik geef u gewoon door hoe de Heilige Geest nog steeds dezelfde is. Nu, mijn gemeente hier herinnert zich dat jaren geleden, toen deze Engel verscheen en bepaalde dingen toonde, dat ik er een beetje huiverig voor was. Allen van u weten dat. U oudgedienden, als het waar is, steek dan uw hand op. Als u het hebt gehoord... Kijk nu naar de gemeente, die oudgedienden. Ziet u? Ik stond er afwijzend tegenover, omdat predikers me zeiden dat het van de duivel was. En toch geloofde ik het wel, maar ik wachtte af, en ik wilde er niets over zeggen.

18 Maar oh, geprezen zij de Naam van de Here! Op een avond ginds, kwam Hij neer, een Engel, en Hij openbaarde het in de Schrift dat Hij het was... En toen ik het zag in de Schriften, toen werd het over de wereld uitgebazuind: de boodschap!

19 Van toen af aan zijn Oral Roberts, A.A. Allen, Tommy Osborn, Tommy Hicks en wie maar meer, uitgegaan. Ziet u? Het is een boodschap aan de mensen.

20 En Jezus is dezelfde gisteren, heden, en voor immer. Het is Schriftuurlijk, Hij is dezelfde. Hij doet hetzelfde, Hij is dezelfde. En Hij werkt hetzelfde. Hij manifesteert Zichzelf op dezelfde wijze. En Hij is hier deze morgen dezelfde. Nu, we mogen Hem misschien zien of misschien niet. Wat het ook is, we hebben een getuigenis hier nu, dat Hij hier is.

21 Nu, we zien nu dat Paulus over deze ervaring... En hij schrijft deze brieven, de meeste ervan, in de gevangenis. Daar heeft hij het Oude en Nieuwe Testament vergeleken. Nu bedenk, bij de laatste schrijver van deze Bijbel kwam, door inspiratie, God neer en Hij vertelde hem: "Indien iemand hieraan toevoegt of er iets van afneemt, God zal zijn deel afnemen van het boek des levens." Wij zullen het dus niet moeten wagen er iets aan toe te voegen. O, het moet blijven zoals het is, er moet niets aan toegevoegd worden. En wij moeten strijden voor alles wat er in staat. Ik wil niets meer, maar ik wil ook niets minder. Ik wil precies wat er staat.

22 Nu, de reden dat ik dit boek van Hebreeën heb gekozen, één van de redenen daarvan is deze brief met "Dierbare broeder Branham...", enzovoort. En ik... we willen bij het Woord blijven.

23 Nu, het eerste hoofdstuk was de verhoging van Jezus. Hij is dus de Voornaamste. En Paulus liet ons onlangs 's avonds weten, dat Hij er was in dat grootse begin. En wij ontdekten dat Hij niets minder was dan Melchizedek, de Koning van Salem, de geweldige van het zevende hoofdstuk.

24 Maar nu, deze morgen, benaderen wij Hem van een ander standpunt, vanuit het tweede hoofdstuk. Nu, nadat Paulus ons deze grote en wonderbare boodschap van de verhoging van Jezus heeft gegeven, dat zelfs de engelen gemaakt zijn om Hem te aanbidden... En ik denk hier zo ook zoals die andere beelden die hij vermeldt. En dat Hij aarde en hemel als een mantel oprolt, maar Gij blijft dezelfde.

25 En dan in het tweede hoofdstuk of in het tweede vers, geloof ik dat het is, staat dat Hij in deze laatste dagen tot ons heeft gesproken door Zijn Zoon. En kijk, eertijds heeft Hij vele malen op vele wijzen gesproken door de profeten. En we gingen verder en ontdekten wat de profeten waren, hoe God Zijn boodschap bracht door Zijn profeten, maar in deze laatste dag heeft Hij gesproken door Zijn Zoon, Jezus, door de Heilige Geest. Toen sprak Hij door de profeten. Vervolgens gingen we terug en ontdekten dat al die profeten de Geest van Christus in zich hadden.

26 We gingen terug tot Jozef en vonden dat hij volmaakt Christus typeerde. We gingen terug tot Mozes en wij ontdekten dat hij volmaakt Christus typeerde. En toen kwamen wij het zelfs tegen bij David. Toen David was verworpen in Jeruzalem, niet wetend waarom, en over de heuvel trok keek hij terug op de Olijfberg en hij weende over Jeruzalem omdat hij verworpen was. En achthonderd jaar later werd de Zoon van David als Koning verworpen in Jeruzalem, en zat Hij op dezelfde heuvel en weende. O, de Geest van Christus die zich bezighoudt met ieder persoonlijk.

27 Nu, Paulus begint met te zeggen:

     Daarom behoren wij temeer aandacht te schenken aan hetgeen wij hebben gehoord...

28 Het tweede hoofdstuk nu waar wij beginnen:

     Daarom behoren wij temeer aandacht te schenken aan hetgeen wij hebben gehoord, opdat wij niet afdrijven.

29 O, moge God dat goed door laten dringen tot deze tabernakel deze morgen. Ik bid dat de Heilige Geest dit zo diep in uw harten zal laten zinken. "Wij behoren de meest ernstige aandacht te schenken aan de dingen die wij hebben gehoord." Wat voor soort mensen horen wij te zijn? Wanneer wij de grote Jehova zien neerkomen en de dingen zien doen die Hij doet en zien dat de Schrift met Schrift overeenkomt, dat zij de waarheid zijn. En wij zitten er soms bij als een knoest aan een houtblok, gewoon zo ongeïnteresseerd. Wij behoren elke minuut bezig te zijn, proberend mensen tot Christus te brengen. Wij behoren levende stenen te zijn. Wij behoren nooit traag te zijn zoals we zijn. "Wij zullen naar de gemeente gaan en we zullen eens zien of de Here Jezus iets doet of ons op zo'n wijze zegent en dan zullen wij teruggaan naar buiten en zeggen: 'Het was een fijne samenkomst.'"

30 Nu, wij verheugen ons in de prediking van het Woord. Maar dat is niet de hoofdzaak. Dat is niet... Wij behoren de Here niet slechts te aanbidden nadat wij de prediking van het Woord hebben gehad, zoals wij gewoonlijk doen, gewoon Hem aanbidden. Dat is wonderbaar. Maar wij behoren Hem elk uur van ons leven te aanbidden. Wanneer wij aan het werk zijn behoren wij Hem te aanbidden. Elke keer dat de gelegenheid zich voordoet: aanbidt de Heer door van Hem te getuigen. Als u ziet... Als sommigen van u vrouwen een vrouw zien die in het kwaad terecht gekomen is, aanbidt dan de Here door haar aan te spreken en te zeggen: "Zuster, er is een beter leven dan dit."

31 U mannen op uw werk, als u hoort dat een man de Naam des Heren ijdel gebruikt, grijp de kans om terzijde te gaan en er heen te glippen en zijn hand te nemen en te zeggen: "Er is een beter leven dan dat. U behoorde deze woorden niet te gebruiken." En vertel het hem op een zachtmoedige, vriendelijke wijze. Al deze dingen zijn een aanbidding. En als wij iemand ziek zien en de dokter zegt: "Er is niets meer aan te doen", dan behoren wij de Here te aanbidden door hem te zeggen: "Er is een God des hemels die gebeden kan beantwoorden."

32 En dan wanneer wij die dingen plaats zien vinden, die wij genoeg plaats zien vinden, dan behoren wij ons deze dingen nooit te laten ontglippen. Wij laten het gewoon door onze vingers glippen. Dat is er aan de hand met de grote Pinksterkerk vandaag. Zij hebben zich precies het beste van de oogst door hun vingers laten glippen, terwijl zij het in hun handen hadden. Maar kijk wat zij hebben gedaan. Zij deden als de rest van de kerken. "Zij zijn meegelopen op de weg van Korach en zijn omgekomen op de weg van Kaïn en kwamen om in de tegenspraak van Korach."

33 Zij hebben zich georganiseerd. In plaats van broederschap te hebben waar wij allen één konden zijn, hebben zij zich georganiseerd. Ze maakten kleine organisaties en kleine 'ismen' die daar weer uit zijn ontstaan en verbraken gewoon de broederschap. En als u niet uitkijkt, zullen de Baptisten en Presbyterianen het gaan oppakken, omdat God in staat is, om uit deze stenen kinderen aan Abraham te verwekken. En wij hebben het uit de hand laten glippen, door niet verenigd te zijn.

34 Hoe verloren de Indianen dit land aan de blanke man? Het is omdat ze niet één waren. Als zij één groot front hadden gevormd... Maar zij vochten tegen elkaar. Zij zouden hun grondgebied hebben behouden, als zij allemaal samen gekomen zouden zijn.

35 En hoe zullen wij het gaan verliezen? Omdat wij niet eendrachtig zijn. Hoe verliezen wij onze ervaring met God? Het is omdat wij verdeeldheid brengen. Wij richten er één op en noemen dit de Methodist, en dit de Baptist, en dit de Assemblies-gemeente, en dit de Eenheidsgemeente en dit de weer wat anders, en de Kerk van God, de Nazarener, de Pelgrimheiligheidsgemeente. Wij verdelen het lichaam van Christus. Wij behoren nooit verdeeld te zijn. Wij zouden misschien mogen verschillen van ideeën, maar laten wij van hart tot hart broeders zijn. God wil dat wij dat zijn. Hij stierf voor de gehele gemeente van God. En wij willen niet verdeeld zijn.

     Nu, daarom moeten wij des temeer aandacht schenken... opdat wij niet afdrijven.

     Want indien het Woord door bemiddeling van engelen gesproken van kracht is gebleken...

36 Hoort u het? Als het Woord, gesproken door de engelen. Nu, een engel is een boodschapper. Het woord engel betekent: "een boodschapper". Wij namen het door in het eerste boek hier. "Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen had gesproken, door de profeten." Dat waren Gods boodschappers. Zij waren Gods boodschappers, zij waren Gods engelen. Een boodschapper is een engel... of een engel is een boodschapper, liever gezegd.

37 Een boodschapper! U bent een boodschapper deze morgen. U bent een boodschapper van goed nieuws of een boodschapper van slecht nieuws. O, is dat niet prachtig om te weten dat wij ambassadeurs zijn, dat wij engelen zijn, de boodschappers van de opstanding. En dat wij Gods boodschappers zijn tot de zondige wereld om te zeggen dat Christus leeft. In onze harten leeft Hij, in onze geest leeft Hij. En Hij brengt ons uit het lage zondige leven en Hij verhoogt ons en geeft ons een "Halleluja" in onze ziel en maakt ons een nieuwe schepping. Wij zijn boodschappers, engelen des Verbonds! Hoe wonderbaar.

38 En nu, in het Oude Testament: "Als de woorden gesproken door engelen van kracht zijn gebleken." Op die manier moest het juist zijn. In het Oude Testament, voor het woord van een profeet kon worden gemanifesteerd, moest het worden onderzocht en bewezen. Zij waren er niet lichtzinnig mee zoals wij het vandaag zijn.

39 Gewoon terugvallen en elke soort van sensatie hebben of wat ook: "O, prijs God, dat is het." U hebt het mis. De Bijbel zegt dat in de laatste dagen de duivel het Christendom zo nauwkeurig na zal doen, dat het de uitverkorenen zou misleiden indien mogelijk. Dat is waar.

40 Dus wij moeten het testen! En hoe testten zij het in hun dag? Met de Urim Thummim! Het borstschild van Aäron waarin die stenen zaten; karbonkel, jasper, diamant, robijn, saffier. Al die stenen, die de geboorte van die twaalf aartsvaders vertegenwoordigen, zaten in het borstschild van Aäron. En als een profeet profeteerde en dat heilige licht flitste erover, dan zei God: "Dat is de waarheid."

41 Ongeacht hoe werkelijk het scheen, als het daar niet over flitste was het de waarheid niet. Dus de Urim Thummim ging met dat priesterschap mee. Maar deze Bijbel is Gods Urim Thummim vandaag. En als een profeet profeteert, moet het absoluut opflitsen over de Bijbel. Dan zegt God... dan komt Hij neer en bevestigt het.

42 En oh, wat kan ik God vandaag verheerlijken. Ik denk terug aan onlangs op een zondagmorgen, ongeveer net als deze, toen ik de tabernakel verliet. En jullie mensen huilden en vroegen mij niet te gaan. Maar toen predikte ik over David en Goliath... en hoe je heengaat om tegenover die koude, onverschillige wereld te staan, die zegt dat de dagen van wonderen voorbij zijn.

43 Ik zei: Er is één grote reus en zodra wij hem kunnen verslaan, zal de rest moed vatten. En de Here stond dat toe. En toen was daar een Oral Roberts en een Jaggers, enzovoort, die het zwaard trokken en wij vochten de vijand het land uit, legden hun monden het zwijgen op. Zij kunnen niet zeggen dat er geen wonderen gebeuren, omdat zij hier gebeuren. Zeker, Gods Woord is eeuwig. Het lichtte op de Urim. Flitste over het Woord, dat is Zijn Urim Thummim. En toen het daarna opflitste, toen was het positief. En voor iedereen die een nood heeft... Als u een zondaar bent, dan wilt u weten hoe gered te worden: Geloof in de Here Jezus Christus!

44 Vandaag hebben wij zovele dingen die je hebt te doen; je moet met een nieuwe lei beginnen. Je moet dit doen en je moet dat doen teneinde gered te worden. Ik denk aan de stokbewaarder van Filippi, toen deze stokbewaarder Paulus vroeg: "Wat moet ik doen om gered te worden?" Als u of ik dat geweest was, dan zouden wij hem de dingen verteld hebben, die hij niet behoorde te doen. U behoorde te stoppen met drinken. U behoorde te stoppen met dobbelen, met kansspelen, je behoorde met dit en je behoorde met dat te stoppen. Paulus vertelde hem dat nooit. Hij vertelde hem de dingen die hij wel behoorde te doen: "Geloof in de Here Jezus Christus en gij zult gered worden."

45 Nu, "Hij die Mijn Woorden hoort en gelooft in Hem die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven." Dat is de Urim Thummim die flitst over Johannes 5:24. "Ik ben de Here die al uw ziekte geneest." Jakobus 5:14: "Roep de oudsten, laat ze u zalven met olie en het gebed des geloofs zal de zieke redden." De Urim die opflitst. Dat is Gods eeuwig Woord.

46 En het kan mij niet schelen hoeveel atheïsten, ongelovigen, loochenaars van het bovennatuurlijke en twijfelaars opstaan. God zal Zijn Woord gestand doen! Hij beloofde dat Hij het zou doen.

47 En wij behoren des te meer aandacht te schenken aan deze dingen, die wij hebben gehoord, opdat zij ons niet ontglippen. Want indien de woorden door bemiddeling van engelen gesproken (de profeten) van kracht zijn gebleken... Was het dat? Wij konden hier een week aan besteden.

48 Was het van kracht toen Mozes sprak? Dat was het zeker. Wat met Elia die daar op de top van de berg zat? De Here zei hem: "Ga daar heen Elia. Ik zal daar met je verblijven, Ik wil wat gemeenschap. God houdt van gemeenschap met zijn volk. Maar wij willen niet lang genoeg stilstaan om gemeenschap met Hem te hebben. Wij zijn zo druk bezig van de ene plaats naar de andere te rennen. "Zit stil Elia!" Hij wilde drie jaren en zes maanden gemeenschap. Wij kunnen Hem nauwelijks drie minuten geven. Drie jaren en zes maanden van voortdurende gemeenschap. O, daar houd ik van. Hij zei: "Maak je geen zorgen over het koken, dat hebben wij al voor elkaar. De raven zullen je gaan voeden, en alles zal in orde zijn. Ik wil alleen wat gemeenschap." En deze oude profeet Elia... Hij zei: "Je moet daar op de top van de berg blijven."

     Terwijl hij daar gemeenschap had met God, zei een hoofdman: "Ik geloof dat ik erheen zal gaan om hem te halen." Nu, probeert u nooit die gemeenschap te verbreken!

49 Dus de hoofdman kwam er aan met een legertje manschappen, vijftig man. En hij zei: "Ik kom je halen, Elia."

50 En Elia stond op. (Let op! Hier is een profeet van de Here.) Hij zei: "Als ik een dienstknecht van de Here ben, laat er dan vuur uit de hemel komen en jullie verteren." En daar kwam het vuur.

51 De hoofdman, of de koning liever gezegd, zei: "O, weet je wat dat was, waarschijnlijk een donderslag, gewoon een onweer dat overtrok en daar zijn zij door getroffen. Ik zal er nog eens vijftig sturen."

52 Elia stond op. (Eén van de engelen. Zijn woord is van kracht. Hij moest een rechtvaardige vergelding zijn voor alles wat verkeerd was gedaan.) Hij zei: "Indien ik een dienstknecht van de Here ben, laat er dan vuur komen." En de tweede vijftig verbrandden. Goed. Elke vergelding.

     Want indien het Woord gesproken door engelen krachtig is gebleven, en elke overtreding, en ongehoorzaamheid een rechtvaardige vergelding heeft ontvangen...

53 Nu, hier komt dat diepe, het volgende vers.

     Hoe zullen wij dan ontkomen...

54 Hoe zullen wij dan ontkomen? Als Elia's stem vernietiging bracht, omdat hij een engel van de Here was, hoe zullen wij dan ontsnappen als nu de stem van Christus ook spreekt. Of hoe kunnen wij falen te missen als er voor u gebeden wordt, als het de stem van Christus is? Als Christus de gemeente beval om voor de zieken te bidden, en de gemeente doet wat Hij zegt, wat Hij wil dat zij zou doen, hoe kan het dan ooit falen? Dat kan niet! U kunt falen, maar dat kan niet falen. En zolang u er aan vasthoudt, zal het u er doorheen halen.

55 Als u faalt, dan faalt u zelf. U bent dan weggegaan bij het Woord. Maar zolang u bij het Woord blijft, kan Het niet falen. Want als het woord van de profeten zo en zo heeft uitgewerkt, hoeveel te meer zal het Woord van Christus het dan doen?

     Hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil; dat allereerst verkondigd is door de Here, en door hen die het gehoord hebben op betrouwbare wijze is overgeleverd.

56 Denkt u dat in, gesproken door de Here! Hoeveel keren konden wij daar weer naar terug verwijzen? Waar zouden wij moeten stoppen? Wij zouden zo een uur... Toen Jezus kwam... Hij is dezelfde gisteren en voor immer.

57 Nu bedenk, het werd om te beginnen door Jezus Zelf gesproken en toen werd het op betrouwbare wijze overgeleverd door degenen die Hem hoorden. Nu luister naar Hem.

58 Toen Hij naar de aarde kwam, beweerde Hij niet een genezer te zijn. Hij zei: "Ik ben het niet die de werken doe, het is Mijn Vader die in Mij woont. Hij doet de werken. De Zoon kan niets uit Zichzelf doen of Hij moet het de Vader zien doen." Johannes 5:19.

59 Let op hoe Filippus naar Hem toekwam. Of eh... Nathanaël. Na Filippus' bekering ging deze heen en haalde Nathanaël. Hij zei: "Kom en zie wie wij gevonden hebben. Jezus van Nazareth, de Zoon van Jozef."

60 En hij zei: "Kan er uit Nazareth iets goeds komen?

61 Hij zei: "Kom en zie." Dat is de manier om overtuigd te worden, om het te bewijzen. Kom en zie! O, dat is het beste wat ik ooit heb gehoord. Kom en ontdek het zelf! Blijf niet buiten staan om langs de kant kritiek te staan leveren, maar beproef alle dingen en houd vast aan dat wat goed is. Kom en zie!

62 En zij gingen op weg en spraken. En toen hij in de tegenwoordigheid van de Here Jezus kwam zei Hij: "Zie een Israëliet in wie geen bedrog is."

63 Dat stroopte hem bijna de huid af. Hij keek rond en hij zei: "Wel Rabbi, vanwaar kent Gij mij? Gij hebt mij nog nooit gezien. Hoe kent Gij mij?" Filippus zei...

64 Hij zei voordat hij werd geroepen... Hij zei: "Voordat Filippus u gisteren riep toen u onder de vijgenboom was, zag Ik u." Amen.

65 Hij zei: "Gij zijt de Zoon van God. Gij zijt de Koning van Israël."

66 Een vrouw kwam in Zijn tegenwoordigheid en Hij zei: "Ga heen en haal je man."

     Ze zei: "Ik heb er géén."

67 Hij zei: "Dat is waar. Gij hebt er vijf en degene met wie gij nu leeft, is de uwe niet. Gij hebt de waarheid verteld." Denk het u in!

68 Ze zei: "Heer, ik bemerk dat gij een profeet zijt. Wij weten dat wanneer de Messias komt, Hij ons alle dingen zal vertellen."

69 Hij zei: "Ik ben het die met u spreekt."

70 En ze snelde heen en vertelde de mensen van de stad: "Kom en zie een man die mij alles verteld heeft wat ik heb gedaan. Is dit niet de Messias?" Het was gesproken door de Here.

71 Wat gebeurde er? Jezus zei, voordat Hij wegging: "De dingen die Ik doe zult gij ook doen." Is dat waar? "De dingen die Ik doe zult gij ook doen, zelfs meer dan deze, want Ik ga tot de Vader." O, ik kan ze zien, toen ze overal heengingen (Markus 16). Zij gingen overal heen, predikten, en de Here werkte met hen mede, het Woord bevestigend. En hier gaf Paulus ons hetzelfde. Hij zei dat het Evangelie begon te worden gepredikt door Jezus en aan ons werd bevestigd door degene die Hem hoorden. Dat is de funderingssteen. O, gezegend zij de Naam van de Here! Dat is de funderingssteen.

72 En om te bedenken dat tweeduizend jaar zijn voorbijgegaan. Atheïsten zijn opgestaan, en ongelovigen, en twijfelaars, en loochenaars van het bovennatuurlijke. Maar vandaag bevestigde diezelfde Jezus Zijn Woord op dezelfde manier door diegenen die Hem horen. Hem horen, betekent niet gewoon maar een prediking horen. Dat betekent "Hèm" horen.

73 Ja, hoe zullen wíj ontkomen? Waar is onze ontkoming? "O", zegt u, "o prijs God, ik hoor bij de Methodistenkerk. Ik ben een Presbyteriaan. Ik ben van Pinksteren." Dat heeft er niet één ding mee te maken. En u raakt op een zijspoor en u wilt het 'spiritisme' noemen, of 'mentale therapie' of 'een duivel', of zoiets. Schaam u!

74 Indien elk woord dat gesproken werd door de engelen van kracht was... Jezus zei: "Is het niet... Een korte wijl en de wereld ziet Mij niet meer. Toch zult gij Mij zien, want Ik zal met u zijn, zelfs in u tot aan het eind van het tijdperk." En wanneer wij Hem zien neerkomen, voortgaand Zijn Woord te bevestigen... Hoe zullen wij ontkomen? Als wij blijven zuigen van één of andere kerk of van een organisatie of denominatie, of van een kleine lievelingstheorie van onszelf. U kunt het maar beter loslaten. Want als elke zonde een rechtmatige vergelding ontving onder de engelen, hoeveel temeer wanneer de Zoon van God spreekt van de hemelen om Zijn Woord te manifesteren. Hoe zullen wij ontkomen, als wij zo'n grote redding negeren. O my!

     God... (vierde vers.) Terwijl God getuigenis daarvan geeft.

75 Let hier op! De Here legde daar getuigenis van af. O, ik ben daar zo gelukkig mee. De Here legde er getuigenis van af.

76 Kijk! Toen Elia daar op de heuvel zat, zei hij: "Indien ik een man van God ben, laat er dan vuur van de hemel dalen en u verteren." God legde er getuigenis van af dat hij een man van God wàs. God legt altijd getuigenis af. Uw leven legt getuigenis af. Ik weet niet wat uw getuigenis is. Maar uw leven spreekt zo luid dat uw stem niet meer kan worden gehoord. Wat uw leven is, uw leven van elke dag, dat zal getuigen wat u bent. God legt er getuigenis van af. Ja, de Heilige Geest is een zegel en een zegel omvat beide zijden van het papier. Zij zien u hier staan en zien u wanneer u hier weggaat. Niet alleen in de kerk, maar in het werk van elke dag. U bent verzegeld aan beide kanten, van binnen en van buiten. Door de vreugde die u hebt en door het leven dat u leeft, bent u verzegeld van binnen en van buiten. Maar u weet dat u gered bent en de wereld weet dat u gered bent door het leven dat u leeft, want God legt getuigenis af. Geprezen zij Zijn Heilige Naam! O, ik voel mij gezegend!

77 Denk er aan broeders. O, "Mijn schapen horen Mijn stem en een vreemde zullen zij niet volgen." O, hoe dat onze namen in Zijn handpalmen zijn gegraveerd, dag en nacht voor Hem. Zijn Woord staat altijd voor Hem, Zijn belofte. Hij kan het niet vergeten. En Hij heeft u lief. Hij zal getuigenis afleggen van het Zijne. Als u uw mond niet opent, en geen woord spreekt zal de wereld toch weten, dat er iets met u is gebeurd.

78 Getuigenis afleggen:

     ... door tekenen en wonderen, en velerlei krachten, en door de gaven van de Heilige Geest, overeenkomstig Zijn eigen wil?

79 Laat ons nog een Schriftgedeelte nemen, voordat wij sluiten. Op de Pinksterdag, toen zij de Heilige Geest ontvingen... Het was ongeveer vier dagen later, dat Petrus door de Poort genaamd de 'Schone' ging, hij en Johannes. Ze zeiden: "Zie naar ons!" tot een man en hij zei: "Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb geef ik u. In de Naam van Jezus Christus van Nazareth, sta op en wandel." En de man keek op en stelde helemaal geen vraag. Hij stond gewoon op en ging lopen. Zij waren ongeletterde en eenvoudige mannen. Maar de Bijbel zei dat men hen herkende, want zij wisten dat zij bij Jezus waren geweest.

80 Broeder, wanneer de wereld weet dat u bij Jezus bent geweest betekent dat dat u zo'n zuiver leven kunt leven in deze tegenwoordige wereld en in deze duisternis, dat de wereld merkt en kan zien dat u bij Jezus bent geweest. Wanneer een niet behouden, oude vulgaire prostituee van de straat een dame kan worden, gewassen in het Bloed van het Lam, dat is God die getuigenis aflegt dat Hij leeft.

81 Neem een dronkaard, hij is zo diep gezonken, dat hij zijn vrouw zou bedriegen, dat hij zijn kinderen zou mishandelen en het voedsel van de tafel zal nemen om het aan een prostituee te besteden. Laat hem eens bij Jezus komen. U zult hem zien terugkeren zoals toen met Legioen, die ineens bij zijn volle verstand was en gekleed naar zijn kinderen terugging, naar zijn vrouw en naar zijn geliefden. Zeker!

82 Enige tijd geleden, ongeveer veertig jaar geleden, toen de religies van de wereld bijeen kwamen, en er verschillenden opstonden en spraken. En een Mohammedaan sprak voor de Mohammedaanse religie. De Jaïns spraken voor de Jaïns, de Boeddhisten spraken voor de Boeddhisten. En een kleine dokter... Ik ben op dit moment vergeten wat zijn achternaam was. Ik wist zijn naam, maar ik ben hem vergeten. Hij sprak om het Christendom te vertegenwoordigen. En hij vertelde het verhaal van Lady Maccabee van Oklahoma, in Amerika. Zij was zo ordinair, ze was zo laag bij de gronds, dat ze, toen ze haar gingen doden, haar zelfs niet met hun handen wilden aanraken. Ze was zo vulgair en zo slecht. Zij hadden haar gearresteerd op een aanklacht: het roken van een sigaar en het besturen van een rijtuig. Zij overtrad de wetten, de strafregisters van Oklahoma toen ze door de straat reed, een vierspan besturend. Ze was zo slecht en zo vuil dat de burgers zelfs niet in de buurt wilden komen waar zij was. Zozeer dat de uitvoerders van het vonnis die haar zouden terechtstellen, haar niet wilden ophangen. Zij goten gewoon teer met veren over haar heen om haar te doden. En toen deze kleine prediker haar verhaal op zo'n manier vertelde dat de mensen gewoon op het puntje van hun stoel zaten te luisteren hoe het verder zou gaan, toen hij had verhaald van die allerslechtste, vuilste en laag bij de grondse vrouw, zodat de wet zelfs hun handen niet aan haar vuil wilden maken, zo laag was ze. De duivel en de hel zouden bijna zo'n persoon afwijzen, op die wijze vertelde hij het verhaal. En hij zei: "Heren van de religies van de wereld, heeft uw religie iets dat de handen van Lady Maccabee rein kan maken?"

83 En iedereen zweeg. En toen klapte hij in zijn handen. Hij sprong een gat in de lucht, hij zei: "Geprezen zij God! Het Bloed van Jezus Christus zal niet alleen haar handen rein maken, maar het zal haar hart rein maken.

     Ik zeg u:

Verbazingwekkende genade! Hoe lieflijk het geluid,
Dat een wrak als mij redde!
Eens was ik verloren, nu ben ik gevonden.
Eens was ik blind, maar nu zie ik.

Het is genade die mijn hart leerde om te vrezen.
Het was genade die mijn vrees deed vlieden.
Hoe lieflijk verscheen die genade
In het uur toen ik tot geloof kwam.

84 Zeker! Hoe zullen wij ontkomen als wij met zoiets geen ernst maken? Als u er geen ernst mee maakt om te eten, dan zult u sterven. Als u het negeert om een bocht te nemen, zult u verongelukken. Als u veronachtzaamt de koe te melken, dan zal ze droog komen te staan. Als u uw tanden verwaarloost, dan zult u ze er allemaal uit moeten laten trekken. Zeker, u betaalt voor uw verwaarlozing.

85 O, Branham tabernakel en u, bezoekers, laat me u nu iets vertellen. Als u er geen ernst mee maakt om te getuigen van de heerlijkheid van God, als u het negeert om God eer en lof te geven, dan zult u uzelf één dezer dagen vinden als koud, formeel en teruggevallen. Geef God lof! Hoe zullen wij ontkomen als wij geen ernst maken met zulk een heil?

86 Het wordt laat. Ik merkte zojuist dat broeder Toms achterin binnen is gekomen. Wij zullen sluiten en dit vanavond voortzetten, zo de Here wil. Laat ons een ogenblik bidden.

87 Onze Hemelse Vader, U zij de zegeningen, en de lof en de eer en de heerlijkheid en de wijsheid, en de macht, en de kracht voor immer en immer. O, dat Lam, dat op de troon is gezeten, werd macht gegeven en koninkrijken en dergelijke werden overgegeven in Zijn hand. En toen Hij opstond uit de doden voor onze rechtvaardiging, riep Hij het uit tot de wereld: "Alle macht is Mij gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dan heen in heel de wereld en predikt het Evangelie."

O dierbaar stervend Lam,
Uw dierbaar Bloed zal nooit Zijn kracht verliezen,
Tot heel de verloste gemeente Gods,
Gered is om nooit meer te zondigen.

88 Help ons als predikers om te zien hoeveel ons vereist is. Wat voor een gemeente wij moeten hebben. Hoe we dit moeten hebben, hoe wij alles moeten hebben.

89 Onze vrouwen willen voordat ze naar de gemeente gaan (en toch noemen ze zichzelf Christenen) een bepaald soort jurk of zonodig nieuwe kleren hebben. En predikers zullen zoveel geld willen hebben voor zij zullen komen en alles moet zus en zo zijn.

90 O Christus, als ik daar lees hoe ze rondzwierven in schaapsvachten en geitenvellen. Ze leefden in spelonken en holen van de aarde. En zij zwierven rond onder wrede vervolging. Toch verkregen zij het geloof onder de bediening van engelen. Hoe zullen wij ontkomen, terwijl de Here Jezus ons fijne huizen heeft gegeven, en auto's, en kleding en voedsel? En wij klagen maar. Wij hangen wat rond, wij zijn lui. En wij proberen nooit uit te gaan om er iets aan te doen. Hoe zullen wij ontkomen God?

91 O, ik bid dat Gij een ouderwetse overtuiging in elk hart brandt vanmorgen, Heer, opdat de mensen attent zullen zijn. Laten wij werken terwijl het daglicht nog schijnt, want de zon gaat snel onder. De beschaving zinkt en er zal geen tijd meer zijn. Het zal overgaan in eeuwigheid.

92 O God, geef vandaag dat wij heengaan en een frisse visie hebben, met wijsheid, met begrip, te weten hoe zondaars te benaderen en ze tot Christus te brengen. Hoor het gebed van uw dienstknecht, Heer.

93 En dan vraag ik of er hier zijn die Christus niet kennen als hun Redder. Zou u uw hand op willen steken en zeggen: "Gedenk mij, broeder Branham?" Zou u even uw hand op willen steken en zeggen: "Gedenk mij. Ik wil een Christen zijn. Ik wil het niet langer veronachtzamen." God zegene u daar achteraan, meneer. Nog iemand anders die zegt: "Ik wil mijn hand opsteken, broeder Branham. En ik wil Christus aanvaarden als mijn Redder. Ik heb het heel de tijd verzuimd. O, zeker, ik ga naar de kerk, ik behoor bij de kerk, maar..." [Eind van de band – Vert]