De eenheid van één God in de ene gemeente

Door William Marrion Branham

1 [Broeder Branham laat broeder Neville voor hem lezen uit het 17e hoofdstuk van Johannes. Merk paragraaf 15 op]

     Dit heeft Jezus gesproken, en Hij hief Zijn ogen op naar de hemel, en zeide: Vader, de ure is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijke.

     Gelijk Gij Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat al wat Gij Hem gegeven hebt, Hij hun het eeuwige leven geve.

     En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige en waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.

     Ik heb U verheerlijkt op de aarde; ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen;

     En nu verheerlijk Mij, Gij Vader, bij Uzelf, met de heerlijkheid, die Ik bij U had eer de wereld was.

     Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren de Uwe, en Gij hebt ze Mij gegeven; en zij hebben Uw Woord bewaard.

     Nu hebben zij bekend, dat alles, wat Gij Mij gegeven hebt, van U is.

     Want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze ontvangen, en zij hebben waarlijk bekend, dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.

     Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn Uwe.

     En al het Mijne is Uwe, en het Uwe is Mijne; en Ik ben in hen verheerlijkt.

     En ik ben niet meer in de wereld, maar dezen zijn in de wereld, en Ik kom tot U. Heilige Vader, bewaar ze in Uw Naam, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, gelijk als Wij.

     Toen Ik met hen in de wereld was, bewaarde Ik ze in Uw Naam. Die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik bewaard, en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon der verderfenis, opdat de Schrift vervuld worde.

     Maar nu kom ik tot U, en spreek dit in de wereld, opdat zij Mijn blijdschap vervuld mogen hebben in zichzelf.

     Ik heb hun Uw Woord gegeven; en de wereld heeft ze gehaat, omdat zij van de wereld niet zijn, zoals Ik van de wereld niet ben.

     Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van de boze.

     Zij zijn niet van de wereld, gelijk Ik van de wereld niet ben.

     Heilig ze in Uw waarheid; Uw Woord is de waarheid.

     Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, alzo heb Ik hen ook in de wereld gezonden.

     En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid.

     En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven zullen.

     Opdat zij allen één zijn, gelijk Gij Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.

     En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij één zijn, zoals Wij één zijn;

     Ik in hen, en Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in één, en opdat de wereld bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.

     Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad, voor de grondlegging der wereld.

     Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend; maar Ik heb U gekend, en dezen hebben bekend, dat Gij Mij gezonden hebt.

     En Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt, en zal Hem bekend maken; opdat de liefde, waarmee Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij, en Ik in hen.

2 [Broeder Neville zegt: "En moge de Here Zijn zegening toevoegen aan het lezen van het gehele hoofdstuk, het 17e hoofdstuk van het Evangelie van Johannes." Leeg gedeelte. De samenkomst zingt "Trek mij nader". En dan introduceert broeder Neville broeder Branham]

3 Dank u, broeder Neville. De Here zegene u, broeder Neville.

4 Ik ben net zoals broeder Neville. Ik heb... kon gewoon niet wachten tot Kerstmis om dat geschenk open te maken. En u weet, mannen zijn net kinderen. Maar ik denk zeker dat broeder Neville er prima uitziet in zijn nieuwe pak.

5 En ik heb van de gemeente hier één van de mooiste overjassen gekregen die ik ooit in mijn leven zag, en ik waardeer het zeker. Ik dank u dat u mij een beetje groter hebt beoordeeld dan ik werkelijk ben, maar ik geloof dat men er morgen een voor mij zal hebben die wat kleiner is. Het is net een beetje te veel jas om heel de man die er in zit te bedekken. U hoorde dus in de Bijbel, waar de deken te kort was voor de man of voor het bed; dus is het zo ongeveer bijna hier met mij het geval, omdat de jas gewoon wat groot was. Maar hij is zeker mooi en ik hoop dat men er een kan krijgen die ongeveer een maat kleiner is; die zal mij echt goed zitten. En ik zal hem dan ook verslijten, om het te tonen zoals u dat deed.

6 Ik heb de tijd meegemaakt waarin ik predikte met mijn overjas aan, ja, en ik was blij hem aan te hebben. Wel, ik heb nog nooit een goede overjas gehad in heel mijn leven. Dit is de eerste maal dat ik ooit een goede overjas bezat.

7 Ik vraag mij af of deze gemeente zich kan herinneren dat ik de eerste keer hier wegging. Herinnert u zich hoe het die avond was toen ik naar St. Louis ging, van deze gemeente uit, om Robert Daugherty's dochter te bezoeken? Nu, zuster en broeder Spencer kunnen het zich herinneren denk ik en broeder Roy Slaughter hier en velen van hen die... Ik had zelfs helemaal geen jas. En de gemeente bracht elf dollar op voor mijn kaartje. En ik leende de overjas van mijn broer. Hij was zo ongeveer tweemaal te groot voor mij en ik droeg hem in de hand omdat ik er zo slecht uitzag als ik hem aan had. En ook zag ik er erg slecht uit als ik er helemaal geen had; ik droeg hem dus in de hand. En toen ik daarginds kwam, ik was er enkele dagen, begon de Here te bewegen en genas kleine Betty.

8 Weet u, ik zag haar niet lang geleden. Zij is nu een knappe jonge vrouw. Zij had St. Vitus' dans en zij lag er precies als een dier, dagenlang te stuiptrekken. En de beste artsen hadden haar opgegeven. Ik bleef die dag en die avond. De Here toonde een visioen met betrekking tot wat er gedaan moest worden en zei: "Kleine Betty zou bevrijd worden zodra zij dat deden."

9 Ik zei de prediker en haar vader om te blijven staan. Ik zei tegen de dame: "U was onlangs in de stad en kocht kleine pannen en u kocht er een, een blauw granieten pan. Hij staat in uw kast, beneden onderaan. U hebt hem nooit aangeraakt sedert u hem daarin deed."

10 Zij begon, ze zei: "Dat is juist!"

11 Ik zei: "Ga hem halen en vul hem met water en breng een kleine witte handdoek mee en kom hier, want ZO SPREEKT DE HERE, kleine Betty zal genezen worden." Ziet u?

12 [Broeder Roy Slaughter, in de samenkomst, zegt: "Broeder Branham, ik zou graag even een woord willen zeggen, als het in orde is"] Ja, ga je gang. [Broeder Slaughter vertelt hoe zijn zieke dochter in Jeffersonville genezen werd, na de boodschap te hebben overgebracht aan broeder Branham in St. Louis, dat "vijf artsen zeiden dat er geen hoop was bij de medische autoriteiten." Na gebeden te hebben telefoneerde broeder Branham met zijn vrouw en vroeg haar de boodschap over te brengen: "Dat meisje is in orde." De volgende dag was zij gezond en in orde en men zei: "Het waren de gebeden van broeder Branham"] Ja, jazeker. Ja, ja, ik herinner het me. Ja, ja.

13 Schat, ik denk dat je je dat herinnert, nietwaar, toen wij in St.Louis waren, in de samenkomst, toen broeder Slaughter's kleine meisje heel ziek werd. En wij waren in het oude Belcher Bath Hotel. Ik kan me dat nog zo goed herinneren! En wij namen de boodschap aan en gingen ermee voor de Here; en Hij toonde het visioen en zei het. En ik belde broeder Slaughter en de zijnen op en zei: "Zeg hun ZO SPREEKT DE HERE. Weest niet bezorgd, zij zal leven." En zij leefde. De Here was zo goed.

14 Sedertdien zijn heel wat dingen gebeurd, maar Hij is nog steeds dezelfde Here Jezus! Het is zo wonderbaarlijk! Ik kan gewoon niet aan iets beters denken. Indien ik elke stuiver aan geld, die de wereld bezat, zou erven en duizend jaar lang hier op aarde zou leven, zou ik toch liever kennen wat ik nu heb: Eeuwig Leven. Het immerdurende leven zal na een poosje eindigen. Eeuwig Leven heeft geen einde omdat het geen begin had. En daar zijn wij dankbaar voor.

15 Broeder Neville heeft net enkele Schriftverzen gelezen, die hij voor mij las uit het boek Johannes. En er was één Schriftplaats daar, het 21e vers, waarop ik uw aandacht zou willen vestigen voor een ogenblik. In Zijn gebed bad Jezus dit:

     "Opdat zij allen één mogen zijn; zoals Gij, Vader, in Mij zijt en Ik in U, opdat zij alzo één mogen zijn in ons; opdat de wereld moge geloven dat Gij Mij gezonden hebt."

16 En indien ik het een tekst zou willen noemen, zou ik dit willen zeggen: De eenheid van één God in de ene gemeente.

17 U weet dat God de mens gemaakt heeft om te werken; daarvoor werd de mens gemaakt. En door heel het leven heen heeft hij geprobeerd iets te bereiken. En zijn prestaties... de reden dat hij dat probeert is omdat hij zo ontworpen werd om alzo te doen. God maakte hem op die wijze. Maar de moeite ervan is dat hij in zijn werk iets probeert te doen in zichzelf. Daar maakt hij zijn fout en komt hij in moeite.

18 Nu, in het begin, in Genesis, dat het zaadhoofdstuk is van de Bijbel, ontdekken wij dat toen God een mens maakte, Hij hem maakte op de wijze waarvan Hij wist dat hij moest zijn. En hij zou nooit een groter ontwerp kunnen zijn dan wat hij is. Toen Hij leven begon te maken, maakte Hij het van het laagste leven af, wat min of meer het kikkervisje is, de kikker; en zo verder naar het hoogste leven, wat de mens is, die in het beeld van God is.

19 En toen begon de mens in dit leven dingen te bereiken. Maar toen hij het deed begon hij God uit het beeld weg te laten. Hij begon zelfzuchtige motieven te krijgen. En toen hij dat deed begon hij aan iets te denken voor zichzelf. En wij zien dan dat het niet lang duurt of hij verdierf de planeet waarop God hem had geplaatst. Hij kwam in zulk een toestand dat het Zijn Schepper zelfs bedroefde en het Hem aan Zijn hart ging, dat Hij ooit een mens gemaakt had. En u kunt zich indenken hoe God Zich voelde toen Hij het schepsel bezag dat Hij naar Zijn beeld maakte en dat Hij de heerschappij gaf, en hoe dat Hij hem maakte om iets voor Hem te doen en toch leverde hij al zijn krachten en zijn macht over voor zelfzuchtige begeerten en verrichtingen.

20 En dan ontdekken wij dat het niet te lang na deze grote les is die God de mens in die tijd onderwees, door de gehele wereld met water te vernietigen; zoals de Bijbel ons vertelt overstroomde Hij de aarde en vernietigde alles behalve een overblijfsel dat Hij overliet, wat Noach en zijn familie was. En onmiddellijk nadat hij uit die grote les uitgekomen was...

21 Het lijkt er gewoon op dat de mens niet kan leren dan alleen op harde wijze. Wij zien dat zelfs bij onze kinderen; wij moeten hen dikwijls streng bestraffen om hen het te doen begrijpen. Het lijkt er op dat de mens in zichzelf een totale mislukking is om mee te beginnen. Toen hij zijn relatie met God verloor, werd hij een eenheid op zichzelf; hij was niet meer van God afhankelijk. En toen God hem de les geleerd had wat het inhield om iets op zichzelf te proberen te doen, dat zijn werken allemaal op niets zouden uitdraaien, dan zien wij dat men onmiddellijk weer de kant opgaat om opnieuw iets te bereiken. En de Bijbel zegt dat zij zich een toren bouwden en dat zij zouden opklimmen tot in de hemelen, om in de hemel te komen buiten de wijze om die God voor hen gepland had om daar te komen.

22 En de mens kan meer bereiken wanneer men zich samen verenigt. Nu, als u een man alleen neemt, is zijn kracht beperkt tot één man. Twee man maakt hem tweemaal zo sterk. Vier man maakt hem viermaal zo sterk. En God wil dat wij één zijn. God maakte de mens opdat wij één zouden zijn en onze motieven één zouden zijn en onze doelstellingen één zouden zijn en onze prestaties één zouden zijn. Op die wijze is hij ontworpen.

23 En we zien dat meteen na de antediluviaanse vernietiging, de mensen het weer zelf begonnen over te nemen.

24 En heel de tijd gaan die dingen door. De Geest van de levende God strijdt met het vlees en probeert om de mens weg te krijgen van zijn eigen prestatie, probeert om de mens weg te krijgen van zijn eigen zelfzuchtige motieven en doelstellingen tot het plan dat God heeft bepaald. En zolang als de mens aan zijn eigen plan werkt, zal hij een mislukking zijn. En een mens kan het alleen tot een goed einde brengen wanneer hij terugkomt op de juiste doelstelling en het juiste motief, dat is, in overeenstemming met Gods plan voor hem. Elk ander fundament is zinkend zand.

25 En wij ontdekken dat men zich vervolgens probeerde te verenigen en dat men één persoon begon te worden. Maar dit verenigen dat men in die tijd deed was onder een politieke macht. De mens werd één, hun doelstelling was één, hun verrichtingen waren één, maar het was het verkeerd soort van één zijn omdat het tegen het plan van God was. Maar hij ging door en tenslotte...

26 Wanneer u zo'n eenheid onder de mensen vindt, doen ze geweldige dingen. Kijk over de wereld vandaag wanneer de mensen zichzelf samen verenigen; hoewel onder het verkeerde plan, zullen zij grote dingen doen.

27 Nu, zij bouwden een toren, waarvan ik betwijfel of de moderne wetenschap deze zou kunnen bouwen met al hun machinerie en dergelijke, omdat zij samen verenigd waren. Zij waren één van zin, één ziel, één doel, één motief, één doelstelling en dat was een toren te bouwen, zo hoog, dat als God hen ooit weer zou willen vernietigen, zij regelrecht bij Hem de hemel zouden kunnen inrennen. En er zou geen manier zijn om Hem ervan te kunnen weerhouden om het te doen. ... of dat Hij hen ervan zou kunnen weerhouden, naar zij dachten. En wij ontdekken dan dat zij zich tezamen organiseerden, en wij zien dat ze dan opnieuw volledig uit de wil van God gaan.

28 Als dat geen prachtig beeld is van deze dag: als mensen proberen zichzelf te verenigen! En wij zouden verenigd moeten zijn, maar men verenigt zich onder de verkeerde systemen. Hebt u ooit opgemerkt hoe de duivel de dingen van God nabootst? Zag u ooit hoe dat hij de dingen neemt die God Zich heeft voorgenomen?

29 En het verkeerde is zo misleidend! Nu, een leugen, als het een regelrechte leugen is, dan kan iedereen het ontdekken. Maar die leugen die ongeveer 99% waarheid bevat, dat is degene die misleidend is.

30 Merkte u op hoe de duivel Eva verleidde? Alles wat hij haar vertelde was precies de waarheid behalve één ding. Hij zei: "Uw ogen zullen geopend worden en u zult goed van kwaad onderscheiden, enzovoort. En u zult als goden zijn omdat u nu niet het goede van het kwade onderkent." En al die dingen waren waar.

     Maar toen zei ze: "De Here God zei dat wij zouden sterven."

31 Hij zei: "Zekerlijk zult u niet sterven." Ziet u, er zit gewoon zoveel waarheid in en dan komt er een leugentje.

32 Zoals Jezus zei op aarde: "Een weinig zuurdesem maakt het hele deeg zuur." En het moet volmaakt juist zijn anders is het helemaal niet juist. En het plan van verlossing moet exact zijn en Gods beloften zijn exact en zij werken exact, anders is er ergens iets verkeerd. En als de gemeente van de levende God niet verricht wat God voor hen tot doel had om te doen, dan is er met dat systeem ergens iets verkeerd. Het moet wel zo zijn!

33 U neemt een fijn stuk machinerie, zoals een horloge, en laat elk stukje van die machinerie in harmonie werken, dan zal het de perfecte tijd aangeven. Maar wanneer het ene stuk de ene kant opgaat en het andere stuk de andere kant op, zal het de tijd niet aangeven. Ongeacht hoe goed de juwelen zijn, het moet allemaal samen verenigd worden. En dat is Gods doel: om ons samen te verenigen en één te zijn.

34 En wij merken op hoe de duivel dingen nabootst. Alle ongerechtigheid is slechts verdraaide gerechtigheid. Een leugen is alleen de omgedraaide waarheid. Goede dingen doet God. Verkeerde dingen zijn verdraaide goede dingen. En daarom is ongerechtigheid verdraaide gerechtigheid. Satan kan zelf geen enkel ding scheppen. Hij moet nemen wat God geschapen heeft, om het vervolgens te verdraaien. Een man die leeft met zijn vrouw is absoluut juist; maar een andere vrouw nemen in dezelfde handeling, is verdraaiing en het is de dood. Het ene brengt leven, het andere brengt de dood. Dat is de wijze waarop Satan alle dingen in zijn bereik heeft: door te nemen wat God gemaakt heeft en het te veranderen.

35 Hebt u ooit gedacht aan de Mohammedaanse religie? Bij het graf van Mohammed staat al zo'n tweeduizend jaar een wit paard gezadeld. Elke vier uur wisselt de wacht en wordt een ander wit paard gebracht. En zij doen dat eerbiedig en met volhardend geloof dat Mohammed op een dag zal opstaan en de wereld zal vertrappen. Zij geloven het. En dacht u er ooit aan waarom het een wit paard is? Wist u dat de Schrift zegt dat Jezus zal komen, rijdend op een wit paard en Zijn kleding in bloed gedoopt en dat Zijn Naam het Woord Gods genoemd wordt? Het is de Here Jezus die zal komen aanrijden vanuit de hemelen met de legers achter Hem aan en rijdend op een wit paard. Kunt u die verdraaide godsdienst zien, verdraaid om Mohammed te laten rijden op een wit paard? Maar Jezus komt vanuit de hemelen en Mohammed is aards. Satan werkt met de aardse dingen, terwijl God met de hemelen werkt.

36 En dacht u ooit aan de toren van Babylon, om deze te vergelijken met Jakobs ladder? Hoe men probeerde traptreden rondom de toren te bouwen die zou reiken tot in de hemel, alleen maar om te proberen Jakobs ladder te verdraaien die reikte van de hemel tot de aarde terwijl de engelen afdaalden en omhoog klommen! Het verdraaiend!

37 Dacht u ooit aan de V.N. die nu probeert van al de naties een enorme grote broederschap te maken onder een verenigde kracht. Verenigd is in orde, maar het is onder de verkeerde zaak. Satan beheerst al de naties. De Schrift zegt dat Satan de heerser van de aarde is. Toen hij Jezus meenam op een hoge, verheven berg, toonde hij Hem al de koninkrijken van de wereld en hij zei: "Deze zijn de mijnen." Jezus zei niet dat zij het niet waren. Want zij zijn het. Dat is de reden dat wij oorlogen en doodslagen hebben, omdat deze koninkrijken der wereld door de duivel beheerst worden. En zolang als zij door de duivel beheerst worden zullen wij doorgaan met oorlogen en vechten en het doden van elkaar.

38 Maar wij kijken uit naar een Koninkrijk dat komt, waar Christus zal komen en er geen oorlogen meer zullen zijn. En er zal een eeuwigdurende vrede zijn.

39 Dacht u eraan dat men in dit Rusland een vals Pinksteren heeft? Men heeft het. Dat is het werk van de duivel. Zij proberen alle mensen in het communisme te dwingen waarin iedereen alles gemeenschappelijk heeft. Weet u dat dit de toestand was van de gemeente onder de Heilige Geest op de Pinksterdag en dat de mensen hun bezittingen verkochten en de opbrengst aan de voeten der apostelen neerlegden en zij het verdeelden aan een ieder die behoefte had. En nu is de duivel langs gekomen en kwam ermee in de wereld en maakte een politieke macht om de mens daartoe te dwingen.

40 God dwingt de mens niet om iets te doen. U doet het uit uw eigen vrije wil. Hij kan u waarschuwen, een barricade opwerpen over uw pad. Maar u wandelt op uzelf (met uw eigen beslissing) in Zijn tegenwoordigheid, om Hem tot uw Redder te maken. Maar Satan heeft Gods plannen verdraaid tot zijn eigen plannen.

41 Dacht u er ooit aan dat het Katholicisme en de Katholieke kerk probeert elke persoon katholiek te maken? Het zal niet werken. Het is onder een door de mens gemaakt programma.

42 Dacht u er ooit aan dat de Protestantse kerk onder de federatie van kerken probeert al deze kleine kerken eruit te dwingen? En het zal gebeuren dat u niet in staat zult zijn naar de kerk te gaan tenzij u behoort tot de unie van kerken. Kleine plaatsen zoals deze zullen er dan zeker voor betalen. Maar wij hebben een Schriftplaats die zegt: "Vrees niet, klein kuddeke, het is uws Vaders welbehagen u het Koninkrijk te geven." En dat is waar wij naar uitkijken.

43 Dan, ziet u, is het allemaal de prestatie van wat de vijand tracht te doen, te bereiken, maar het is volgens het verkeerde plan, het is volgens zijn eigen plan, maar hij heeft geen origineel. Om zijn plan uit te voeren moet hij iets nemen wat God gemaakt heeft en het dan verdraaien in ongerechtigheid.

44 Vandaag probeert men de wereld te verdraaien of te veranderen in één enorm grote unie van naties, een broederschap. En als dit onder een door de mens gemaakte dekmantel zou zijn, zou het een leider hebben en dit zou in het verborgene de duivel zijn, omdat hij de leider is van hen allemaal.

45 Gods Koninkrijk is niet van deze aarde. Gods Koninkrijk is in onze harten. Het is het geestelijke Koninkrijk waarin wij geboren zijn. Jezus zei: "Het Koninkrijk van God komt, maar niet zonder geweld. En het Koninkrijk Gods is binnen in u." De Heilige Geest, Gods Koninkrijk beweegt in de mens en bestuurt en regeert hem, dat is het Koninkrijk.

46 En wij zien dat deze naties rondgaan, elkaar verleidend; zij spreken over vrede met een mes achter de rug, klaar om de ander te vernietigen.

47 Enkele dagen geleden had ik het voorrecht om tot een legerpredikant te spreken, die een groot man is. En in Californië hadden de wetenschappers, sommigen van de besten die wij in de naties hebben, elkaar ontmoet voor een vergadering om een geheime, besloten samenkomst te hebben. En omdat het zo verschrikkelijk was riepen zij een legerpredikant bij hen binnen. En deze legerpredikant vriend van mij zei: "Broeder Branham, voor ik daar binnen kon komen, onderzocht men mijn afstamming tot mijn overgrootmoeder, vóór ik die bijeenkomst kon binnengaan. Ik wou dat ik daar niet was geweest." Hij zei: "Toen die wetenschappers opstonden om te spreken, leek het alsof er zich een somberheid over de zaal gevestigd had die je deed voelen alsof je in een ijskelder was, zo'n kilte, het zou het bloed van een mens doen stollen! Er werd ons niet toegestaan over deze dingen te spreken. We zijn onder ede gebonden."

48 Maar hij zei: "Er werd mij toegestaan u dit te vertellen. Zij staan op het punt het leger weg te doen en de luchtmacht, het luchtmachtkorps, enzovoort. Zij hebben ze niet meer nodig. Zij hebben wapens, zo dodelijk dat zij de hele aarde zouden kunnen vernietigen binnen één seconde. Als zij dat zouden laten bekend worden zouden de mensen in paniek raken, de straten opgaan en het luidkeels uitschreeuwen." Hij zei: "Zij hebben een bom en als die op aarde geworpen zou worden, zou slechts één bom de zaak honderdvijfenzeventig mijl rondom opblazen, en meer dan honderd voet diep."

49 Waar zou u kunnen heengaan om u te verbergen? Wat als u duizend voet diep zou graven? U kunt dat niet; u zou terechtkomen in de vulkanische erts van de aarde. Maar al zou u duizend voet onder de aarde kunnen graven, zou een dergelijke schok boven op u, u toe poeder vernietigen.

50 Hij zei: "Deze ene grote geleerde stond op en hij was de topgeleerde van het leger." Hij zei: "Heren, ik wou dat ik een oude koe kon nemen met een wagen en achter de bergen wegrijden en alles erover vergeten en mijn korte tijd op aarde uitdienen en vertrekken. Maar wij moeten het onder ogen zien. Achter de bergen wegrijden zou geen enkel nut hebben. Die bergen zouden niets dan poeder worden of vulkanische as."

51 O broeder, het loont om te weten waar u in die tijden een ontkoming hebt! Wij hebben een ontkoming, een schuilplaats. Die schuilplaats is onder de vleugels van 's Heren eeuwigdurende bescherming; dit te weten dat u een onsterfelijke ziel hebt, die niet kan sterven, die niet met atomen gemaakt is of met waterstof of met zuurstof of om het even wat er op deze aarde is; zij is gemaakt door de Geest, die God, de Almachtige, Zelf schiep en aan u gaf.

52 Wat een dag waarin wij leven, wat een tijd waarin de mens dat gepresteerd en bereikt heeft tot hij zelf deze dingen heeft bereikt! Nu, wat zullen wij ermee doen?

53 U ziet dat Satan het hoofd van de mens gebruikt. Hij koos in de hof van Eden het hoofd van de mens om zijn denken te nemen. En hij heeft dat zelfs tot de kerk toe verder gebracht. Ziet u, de duivel neemt het hoofd van de mens, zodat hij zijn ogen kan gebruiken. En als u het zult opmerken, als de mens niet werkelijk wederom geboren is, geestelijk is, zal hij nemen wat hij met zijn ogen kan zien, de trots des levens. En menig mens zal gaan om te zeggen dat hij iets zal bereiken, dat hij tot de kerk wil toetreden. Hij wil religieus zijn. En hij zal rondkijken tot hij de grootste kerk kan vinden die hij maar vinden kan. Omdat de mens iets groots wil doen. Hij wil een grote naam voor zichzelf maken. Dat is wat de vleselijke dwaasdenkende mens denkt: "O, als ik mijn organisatie maar kan hebben! Als ik er maar zovele duizenden aan mijn organisatie kan toevoegen, dan zal het de grootste in het land zijn in zijn soort!" Wat voor nut heeft dat? Maar hij denkt dat hij iets bereikt omdat hij er meer aan toevoegt.

54 Ik geloof dat het enkele jaren geleden was, in 1944, dat de Baptisten een slogan hadden: "Een miljoen meer in '44." En wat deden zij toen zij er een miljoen meer kregen? Het was precies zoals het tot een club toetreden, indien zij geen waarlijk wederom geboren discipelen van Christus waren. Zij waren gewoon Baptist van naam.

55 Kijk naar de andere denominaties, de Lutheranen, de Presbyterianen, de Pinkstermensen, al de andere denominaties, zij zijn hetzelfde. Zij proberen iets te bereiken. Zij willen iets groots doen, ziet u, omdat hij ernaar kijkt met zijn oog. Hij denkt met zijn oog. En vele keren begrijpt hij niet dat dit nu datgene is wat hij niet behoorde te doen. Maar de duivel neemt het oog van de mens; hij toont hem iets moois. Hij opent zijn oog om er naar te kijken. En hij brengt dat in de gemeente, in het intellectueel denken van de mens.

56 Enige tijd geleden stond deze grote evangelist, Billy Graham, hier in Louisville en hij hield zijn Bijbel omhoog. Hij zei: "Dit is Gods standaard!" En hij heeft gelijk. Hij heeft precies gelijk. Mordecai Ham, de evangelist, mijn oude Kentucky thuis, en ik, zaten aan dezelfde tafel. Welnu, Billy was bekeerd onder Mordecai Ham. En wij zaten daar. En hij zei: "Wat gebeurt er? Paulus ging een stad in en kreeg één bekeerling; hij keerde een jaar later terug en hij had dertig man door die ene. Ik ga een stad binnen en ik heb twintigduizend bekeerlingen, keer na een jaar terug en kan er geen twintig meer vinden. Iets is er verkeerd." En hij zei: "Weet u hoe het komt? Het zijn jullie luie predikers die in het gebouw zitten, in uw kantoren, met uw voeten op het bureau en niet uitgaan om die mensen te bezoeken."

57 Ik dacht: "Billy, dat is een erg goede intellectuele opmerking", alsjeblieft, citeer mij niet, "maar dat is het niet. Wie waren de voorgangers die naar die ene ging die Paulus bekeerde?" Dat was het niet.

58 Dit is het. Deze zogenaamde samenkomsten vandaag, en zij zijn grote samenkomsten, maar het werkt alleen in op het intellectuele deel van de mens. Een mens komt onder de betovering van een opwekking en hij zegt: "Ja, ik aanvaard Christus" en hij doet het intellectueel omdat hij in een grote menigte is. Hij doet het omdat er grote predikers voor hem zijn, maar het is slechts een intellectuele opvatting. Die man kan nooit voortgaan. Het moet gaan van zijn verstand naar zijn hart en hij moet wedergeboren worden anders zal hij nooit in staat zijn de test te doorstaan.

59 Intellectuele opvattingen zijn in orde, maar wanneer u... Bedenk wanneer het oog er naar kijkt, dat de duivel uw oog gebruikt. In de Hof van Eden werd bewezen dat de duivel het hoofd van de mens gebruikt om in te werken, maar God kiest zijn hart. De duivel toont hem, met zijn ogen, iets wat hij kan zien en hij zegt: "Zien is geloven."

60 Maar wanneer God tot een mens komt, komt Hij tot zijn hart. En Hij laat hem dingen geloven door zijn hart, door geloof, die zijn ogen niet zien. Want de Schrift zegt dat "het geloof nu de zekerheid is der dingen die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet."

61 God werkt hier; Satan werkt daar. Dus wat voor nut hebben deze grote scholen en seminaries hoe dan ook? Soms, niet altijd, maar al te vaak trekt het weg van hier, omhoog naar hier; wanneer het behoorde gebracht te worden van hier, naar beneden in het hart van de mens.

62 U weet dat de Schrift zegt: "Zoals een mens denkt in zijn hart, zo is hij."

63 De oude ongelovige en criticus was gewend om te zeggen: "Hoe dwaas was God om te zeggen dat er verstandelijke vermogens in het hart van de mens waren, want er is niets daar binnen om mee te denken."

64 Maar ongeveer vier jaar geleden ontdekte de wetenschap dat er een vermogen tot denken in het menselijk hart ìs. Er is een kleine kamer, een kleine plaats waar zelfs geen cel is, een klein vertrek in het menselijk hart. Het is er niet in het dierlijk of ander leven. Maar in het menselijk hart is een kleine plaats en men kon nooit tot een conclusie komen wat het was, maar tenslotte zei men dit: "Het is de plaats waar de ziel woont."

65 God sprak dus echt Zijn Woorden juist: "Zoals een mens denkt in zijn hart, zo is hij." Niet in zijn hoofd! Als God "hoofd" bedoeld zou hebben, zou Hij "hoofd" gezegd hebben. Hij zei: "Zijn hart!"

66 Wat als Mozes, toen hij eraan kwam en... God zei: "Doe uw schoenen uit, Mozes, gij staat op heilige grond." Wat als Mozes zei: "Wacht even Heer, ik weet dat u mijn hoed bedoelde. Ik zal mijn hoed afnemen, dat is eerbiediger"? Hij zei nooit hoed, Hij zei schoenen! Dat bedoelde Hij.

67 Hij bedoelde nooit "de hand geven en tot de gemeente toetreden." Hij zei: "U moet wederom geboren worden en dat van Boven." Niet uw naam in een boek zetten, maar herschapen worden en uw ziel veranderd, uw gehele wezen weer nieuw gemaakt.

68 Nu, wanneer een mens nooit die ervaring heeft gehad, is hij nog steeds een zoon van God, in schepping, een gevallen zoon van God. Dat is de reden dat hij hout kan nemen en gebouwen maken, dat hij ijzer kan nemen en machines maken. Hij kan juwelen nemen en uurwerken maken. Wat kan hij doen? Hij kan iets nemen dat uit de oorspronkelijke schepping is en het vervormen van zijn originele toestand om iets groots te maken, maar hij kan niet scheppen. Alleen God kan scheppen, Hij alleen.

69 En wij merken hierbij dan op dat Satan het hoofd van de mens koos, zijn intellectuele deel nam. En nu is de kerk begonnen met te werken op het intellectuele deel van de mens. "O, het is een grote gemeente. Wij hebben een grote denominatie. Wij zijn de oudste in het land." Maar broeder, tot die man of vrouw, of jongen of meisje volkomen bekeerd is, zal hij of zij die intellectuele opvattingen nemen en zeggen: "De Bijbel betekent 'dit niet en dat niet'. De dagen van wonderen zijn voorbij. En er is zoiets niet als deze andere dingen. Daar, dat, dat is niet juist, en 'de dagen zijn voorbij'. Omdat hij er intellectueel naar kijkt.

70 Maar laat diezelfde man, hoe weinig kennis hij ook in zijn hoofd heeft, dit nemen en het overgeven aan God en laat die Geest van de levende God in dat hart van hem komen, dan zal hij ieder Woord van God: "de waarheid" noemen en elke belofte: "Goddelijk." Dan kan hij voor God presteren.

71 Ziet u, dat kleine kamertje in het hart van de mens heeft God voor Zichzelf gemaakt. Dat is Zijn controlekamer. Hij zit daar om u onder controle te houden. Dat is Zijn plaats. Daar vandaan zendt Hij Zijn boodschappen, vanuit de controlekamer.

72 Hoe kan Hij met u werken wanneer de natuur van de geest van de duivel daarbinnen is? "En ieder mens, geboren op aarde is in zonde geboren, gevormd in ongerechtigheid en komt leugen sprekend ter wereld." Dat is juist. Dus, hoe kan een mens in die vleselijke Adamsnatuur iets presteren dan alleen door zijn intellectuele capaciteiten?

73 Maar wanneer hij een nieuwe schepping zal worden en de oude mens is verdwenen en de nieuwe Mens, Christus, neemt Zijn troon in het menselijk hart, dan lijkt het leven verschillend, dan start hij op een nieuwe weg. Van zijn eigen zelfzuchtige motieven, de grote ideeën om zichzelf iets groots te maken, gaat hij rechtstreeks naar Golgotha toe om God te erkennen. Dan ligt zijn alles, zijn doelstelling, zijn motief, zijn verrichting en al wat hij is in de glorie van het kruis, waar Christus de prijs voor het menselijk leven betaalde. Christus is ons leven.

74 Daarom zei Jezus: "Tenzij een mens wederom geboren wordt, kan hij zelfs het Koninkrijk van God niet begrijpen." Dan kunt u het niet. Het is niet in u om het te doen.

75 Waarom maakte God dan die kleine plaats? Hij maakte het zodat u daarbinnen zou kunnen worden vervuld. U moet met iets vervuld worden. U kunt geen menselijk wezen zijn zonder vervuld te zijn. De tijd is gekomen dat u gedwongen wordt een beslissing te nemen en dat is nu, omdat het over heel de aarde afgedwongen wordt.

76 Ik heb predikers gehoord die probeerden met kaarten uit te leggen wat het merkteken van het beest was. Maar wat voor kaart ook, er is geen kaart nodig. De Schrift zegt: "Allen die het zegel van God niet ontvingen, hadden het merkteken van het beest." Er zijn slechts twee klassen op aarde. De één heeft het merkteken van God, de ander heeft het merkteken van de duivel. En allen die het merkteken van God niet ontvingen hadden het merkteken van de duivel. Dat zegt de Schrift.

77 U wordt dus gedwongen een beslissing te nemen. En laat mij het bij u inscherpen, niet om ruw te zijn of gemeen, maar om u de Waarheid te vertellen en u te waarschuwen. De mens moét er iets mee doen! Het is uw... Het wordt u opgedrongen. U moet een beslissing nemen.

78 Als ik u dan door Gods Woord kan tonen wat het zegel van de levende God is, dan zult u het weten. In Efeziërs 4:30, zegt de Bijbel, en op vele plaatsen door de Schrift heen, dat de Heilige Geest het zegel van God is. Dan bent u zonder de Heilige Geest aan de andere zijde gemerkt; ongeacht hoe intellectueel, tot hoeveel grote denominaties u behoort, hoe vroom en religieus u bent.

79 Satan was hetzelfde! Satan is niet de een of andere grote bruut met een gevorkte staart en gespleten hoeven; hij is een geest en de Bijbel zegt: "Zo listig dat hij de uitverkorenen zou misleiden, indien mogelijk." Hij is religieus.

80 Was Kaïn niet even religieus als Abel? Bracht Kaïn niet een offer, net zoals Abel? Bouwde Kaïn niet een kerk voor de Here, net zoals Abel deed? Kwam Kaïn niet aanbidden, net zoals Abel deed? Offerde Kaïn niet evenzeer als Abel? Maar de ene kwam door een intellectuele opvatting en hij bracht de bloemen en vruchten van het veld en maakte zijn altaar prachtig, intellectueel.

81 Maar Abel, door geloof, koos een lam, want het was bloed en dat had het leven weggenomen. En hij bracht het naar een rots en hamerde op zijn kleine keel tot het doodbloedde. God zei: "Dat is rechtvaardig, Abel." Dat is juist. Hoe kwam het tot hem? Door openbaring, niet door het verstand. Hij wist het in zijn hart.

82 Jezus zei: "Op deze rots zal Ik Mijn Gemeente bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen." Geestelijke openbaring, geestelijke opvatting! "De mens kijkt naar de buitenkant", zegt de Schrift, "God kijkt naar het hart."

83 U bent met iets gevuld. U kunt misschien met twijfel gevuld zijn. Uw arme harten mogen misschien van twijfel overlopen. Ik hoop van niet. Uw harten kunnen misschien vol zijn van ongerustheden en zorgen. En het zou misschien kunnen zijn dat uw harten vol moeiten zijn.

84 En het zou misschien kunnen zijn dat u vol religie bent, intellectuele, fijn geparfumeerde theologie en u behoort tot de grote kerken, die al vele jaren bestaan en u bent daar gezeten met zoveel vertrouwen als u maar kunt hebben. Broeder, laat mij u zeggen dat u misschien leden naar die kerk kunt brengen tot u oud wordt en sterft en u zult nooit iets anders doen dan een andere toren van Babel bouwen. Zeker!

85 U kunt vol van dwaasheid zijn, u kunt vol onzin zijn, u kunt vol zijn met wat dan ook, maar u kunt niet leeg blijven. De Bijbel zegt dat u het niet kunt.

86 De Bijbel zegt: "Wanneer de onreine geest uit een mens is uitgegaan, wandelt hij op dorre plaatsen op zoek naar rust. En dan komt hij terug met zeven andere duivels, slechter dan hij was en de laatste toestand van die mens is acht keer erger dan het in het begin was."

87 Dat is wat er met deze samenkomsten gebeurt, wanneer mensen voortgaan in opwekkingen en de mensen slechts gebracht worden tot een intellectuele opvatting. Hij gaat op weg en treedt toe tot een kerk en laat het daarbij, tevreden gesteld. "Dat is in orde. Er is helemaal niets aan de hand met al die andere onzin. Wij hebben dat niet nodig." De voorganger zegt: "O, dat was allemaal ver terug in een ander tijdperk." En het eerste, weet u, is dat die duivel terugkeert met zeven andere duivels, en hij wordt een religieuze duivel. Dan is hij werkelijk gevuld, dan heeft hij trots en jaloersheid! En hij is zelfs boos op de God die de Bijbel schreef. Hij kijkt neer en zegt: "'Deze dingen die Ik doe, zult gij ook doen', dat was voor de discipelen!"

88 "Gaat heen in heel de wereld en predikt het Evangelie", zei Jezus. Zijn laatste opdracht aan de Gemeente. "Deze tekenen zullen degenen volgen die geloven." Hoe ver? "Heel de wereld." Aan wie? "Elk schepsel." Deze tekenen zullen sommigen van hen volgen? De Schrift zegt: "Zullen hen volgen", allen die geloven! "In Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen. Zij zullen met nieuwe tongen spreken. Als zij slangen zullen opnemen of iets dodelijks zullen drinken, zal het hun geen kwaad doen. Als zij hun handen op de zieken leggen, zullen zij herstellen." Dat is wat Jezus zei.

89 "Deze tekenen zullen gelovigen volgen", niet negatieve denkers en intellectuele kerkleden, maar wedergeboren gelovigen, die van het intellectuele afgekomen zijn tot het hart waar God de troon inneemt in Zijn controlekamer, om uw emoties onder controle te nemen, uw geloof onder controle te nemen en uw karakter onder controle te nemen.

90 God wil u vullen. Waarom wil Hij u vullen? Waarmee wil Hij u vullen? Hij wil u met Zichzelf, met de Heilige Geest vullen. Vervuld met de Heilige Geest!

91 Jezus zei in Lukas 24:49: "Gij zult kracht ontvangen nadat de Heilige Geest op u gekomen is. Dan zult gij getuigen van Mij zijn in Jeruzalem, Judéa en Samaria en tot de uiterste delen van de aarde." Wanneer? Wanneer u uw doctorsgraad ontvangen hebt? Wanneer u uw ingenieurstitel ontvangen hebt? Nee, "maar wanneer gij de Heilige Geest ontvangen hebt, dan zult gij getuigen van Mij zijn in deze generatie en de generaties die moeten komen, tot in de uiterste delen van de aarde."

92 En op de Pinksterdag toen de Heilige Geest van de hemel kwam als een ruisende, machtige wind en heel het huis vulde waar zij zaten, werden tekenen en wonderen onder hen gewrocht.

93 En de intellectuelen zeiden: "Mannen broeders, wat kunnen wij doen om gered te worden?"

94 Petrus zei: "Bekeert u, een ieder van u en wordt gedoopt in de Naam van Jezus Christus voor de vergeving van uw zonden en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Want de belofte is voor u en voor uw kinderen en voor hen die ver af zijn, zelfs zovelen als de Here onze God zal roepen."

95 Daarmee wil God u vervullen. Hij wil dat u vervuld wordt met de Heilige Geest en dan zult u verenigd zijn. Waarmee? Met een kerk? Beslist niet. U zult verenigd zijn! Waarmee? Met een geloofsbelijdenis? Beslist niet. U zult verenigd zijn met God. En u en Hij zullen één zijn zoals Hij en de Vader één is. En Gods Heilige Geest zal in u leven. En dezelfde werken die de Heilige Geest uitvoerde toen Hij hier was in Christus Jezus, zullen in u uitgevoerd worden, want Hij zei dat Hij het zou doen. Dan zijn wij één.

96 Jezus bad daarvoor, in het gebed vanavond; onze hemelse Meester bad tot de Vader dat wij één zouden zijn zoals Hij en God één zijn. En hoe innig waren Zij? God was het Leven en de Geest in Hem! En als wij één met Hem zijn, zullen wij het zijn. Het Leven en de Geest van Hem zullen in ons zijn. Dan zullen aardse, vleselijke, intellectuele opvattingen en geloofsbelijdenissen en dogma's verdwijnen. En een nieuwe, opgewekte, wedergeboren, maagdelijke ervaring van de doop van de Heilige Geest zal plaats vinden in het menselijk hart. Dan zult u één zijn; dan zal een broeder werkelijk broeder zijn en de zuster zal zuster zijn. Uw doelstellingen en motieven en al wat u bent en al wat u ooit wilt zijn of probeert te zijn, zal voor het Koninkrijk van God zijn; ongeacht welke kerk u vertegenwoordigt, waar u heen gaat of wat u doet.

97 Er zijn zoveel mensen vandaag die zeggen dat de Heilige Geest niet werkelijk is vandaag. Wel, tienduizenden van hen, miljoenen zeggen: "Het is niet zo."

98 Er zijn er zovelen die zich verheugen in de zegeningen ervan! De meesten zijn arme mensen, mensen die door de wereld verworpen en afgewezen worden, mensen die uit kerken geworpen zijn omdat zij geloofden dat God God is, maar zij zijn vervuld geworden met Zijn Geest. Zij zijn één in doel, zij zijn één van hart. Wie zijn die mensen? Methodist, Baptist, Presbyteriaan, Katholiek, Jehovah getuige, Orthodox Jood, allemaal samen; zij worden één. Niet één tot een geloofsbelijdenis, niet één tot een denominatie; dat is de werking van de duivel door intellectuele opvattingen heen.

99 Maar de werking van de Heilige Geest, het Koninkrijk van God in u! En God zit op de troon van uw hart, in Zijn controlekamer om uw emoties onder controle te nemen en uw krachten en uw opvattingen, om u één te maken met Hem, in gemeenschap en in liefde. En God vult u met liefde. Hij vult u met kracht, Hij vult u met de Geest, Hij vult u met Zijn eigen Goddelijke natuur en Hij verandert uw vleselijke natuur in Zijn natuur. Dan wordt u hierin een nieuwe schepping in Christus.

100 Dan hebt u zo'n liefde dat als u naar buiten gaat de vogels schijnbaar anders zingen. O, hoe anders is het wanneer Christus komt! Hoe kunt u terugkijken en denken: "Hoe heb ik er ooit vandaan kunnen blijven? Hoe heb ik het ooit kunnen afwijzen?" Alles is anders. U hebt geen vijanden; zij lijken allemaal lieflijk. U kunt alles vergeven wat ooit is gedaan. Voor de bitterste vijand zou u op straat kunnen bidden, uw arm om hem heenslaan en hem opbeuren, ongeacht tot welke geloofsbelijdenis, welke denominatie hij behoort; hij is een schepsel waarvoor Christus stierf. Daarmee wil God u vervullen. Dat is de vervulling. Dat is het Koninkrijk. Dat is waar wij één zijn.

101 Wij zijn dan één, niet om een denominatie in de hand te werken, niet om een sekte of een geloofsbelijdenis vooruit te helpen. Wij zijn één om het Koninkrijk van God vooruit te helpen. Dan nemen wij Zijn Blauwdruk en elke keer dat deze heilige Bijbel iets zegt, roept de Heilige Geest het in u uit: "Het is zo, het is Mijn Woord!"

102 U zegt niet: "Wat zei doctor Jones? Hoe zit het hiermee? Of wat zei doctor zus-en-zo?" Het maakt geen enkel verschil wat een doctor zegt.

103 Jezus zei dat het de Waarheid is. "En hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn Woorden zullen nooit voorbijgaan." Dat is wanneer wij één zijn.

104 U allen, Methodisten, Baptisten, Presbyterianen, allen, wie u ook bent, wij zijn één. Laat de duivel uw oog niet gebruiken. Laat God uw hart gebruiken. Als u kijkt en probeert te begrijpen hoe het gebeurt, wat het doet: "Hoe komt het op die wijze?" U stelt die vraag niet wanneer u de Heilige Geest hebt ontvangen. Als u nog steeds het Woord van God betwijfelt toont het aan dat God niet in uw hart is. De Heilige Geest betwijfelt niet één ding wat God zegt. Hij zegt: "Amen en amen! Het is zo, omdat God het zegt!"

105 Abraham noemde die dingen, welke niet waren alsof zij waren omdat God het zei. God vertelde hem, die vijfenzeventig jaar oud was en Sara vijfenzestig, dat zij een baby zouden krijgen. Wel, het was belachelijk om dat te denken. Maar God zei het en Abraham was een zoon van God! En hij wandelde vijfentwintig jaar en noemde alles...

     Elke dag zou hij vragen: "Sara, hoe gaat het met je, schat?"

106 "Ik voel me nog niet anders dan anders." Zij was veertig jaar voorbij de menopauze. Had nooit kinderen gekregen toen zij met hem leefde vanaf dat zij zeventien jaar was. Maar hij geloofde God en noemde alles in tegenspraak ermee, alsof het niet was en hij noemde Gods Woord de Waarheid!

     De eerste maand ging voorbij: "Hoe voel je je, Sara?"

     "Geen verschil."

     "Wel", zei hij, "prijs God, wij zullen de baby toch krijgen!"

     Een jaar ging voorbij: "Hoe voel je je?"

     "Geen verschil."

     "Maar wij zullen hem hoe dan ook krijgen!"

107 En de Bijbel zegt: "In plaats van zwakker te worden, werd hij steeds sterker." Het zou dan een groter wonder zijn. God zei het, het moet gebeuren!

108 Vijfentwintig jaar en nu is zij negentig en hij honderd! Op een dag kwam een Engel naar beneden en Hij had Zijn rug gekeerd naar de tent en Hij zei: "Abraham, Ik zal u bezoeken", en Hij vertelde Abraham wat er zou gebeuren."

109 En de kleine Izaäk werd geboren. Waarom? "Omdat Abraham niet twijfelde aan de belofte van God door ongeloof, maar sterk was, God de eer gevend." Waarom? Het was niet in zijn gedachten; het was in zijn hart.

110 Gods troon is in het menselijk hart. Daar worden wij één, één in doel, één in verrichting. Als een Methodistenbroeder honderd zielen voor God wint: "Amen en amen!" Als de Presbyteriaan of wat hij ook is een ziel voor Christus wint: "Amen en amen!" Als Tommy Osborn een miljoen zielen wint dit jaar, en Oral Roberts een miljoen zielen en Billy Graham een miljoen zielen en elke andere denominatie een miljoen zielen, dan kan ik opstaan en de levende God prijzen! Omdat dat is wat wij willen bereiken voor het Koninkrijk van God; dat is onze doelstelling: zielen naar Hem te zenden. Zij zijn wedergeboren christenen. Dat is wanneer wij één zijn. Wij zijn samen verenigd. Wij zijn broeders.

111 Maar niet zolang u zegt: "Wel, zij zijn geen Methodist, zij zijn geen Baptist, zij zijn niet dit, dat of wat anders." Dan is uw gehele motief verkeerd. En uw doelstelling en al wat u bereikt is verkeerd; wanneer u iets probeert te doen in uzelf, om het groot te doen lijken terwijl u klein bent. Bedenk dat.

112 Hebt u er ooit op gelet hoe tarwe groeit? Als u graan ziet opkomen en u ziet dat het zich zo schudt, bedenk dan dat er geen hoofd in zit. Het is leeg. Een vol hoofd buigt altijd. En een mens die vol is en vervuld met Gods goedheid en Zijn barmhartigheid, buigt zijn hoofd in nederigheid. "Hij die zichzelf zal vernederen, zal God verhogen. Hij die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden."

113 Vrienden, het is tijd dat mannen en vrouwen wakker worden voor de feiten dat het nodig is dat wij één zijn. Jezus bad dat wij één mochten zijn, zoals God en Hij één waren. En God was in Hem! En wij zijn één met Christus als wij Christus laten binnenkomen. Maar de enige manier waarop wij het kunnen doen is door Hem de controlekamer in ons hart te laten innemen. Dan worden wij één.

114 Wij staan voor Kerstmis. Wij staan voor tijden. Wij staan tegenover verschrikkelijke dingen. Al dit waarvoor wij staan, wat voor verschil maakt het wat er komt of gaat, zolang Christus in de controlekamer is, ons beheerst, ons bestuurt en ons geloof geeft om dingen te geloven die wij niet kunnen zien? God zei dat wij...

115 "Geloof nu is de zekerheid der dingen die men hoopt, en het bewijs der dingen die men niet ziet." U gelooft het want God is in uw hart en vertelt u dat Zijn Woord juist is. En geen Geest van God zal ooit iets van Gods Woord loochenen. De Geest van God zal het Zijne herkennen. O, hoe gelukkig ben ik om te weten dat er een God is die werkelijk is!

116 Hier in Indiana waren er enige tijd geleden twee jongens, die opgegroeid waren op een boerderij. En zij waren zo arm als zij maar konden zijn, boerenjongens. En zij groeiden samen op. En op een dag trouwde een van hen. En enkele dagen daarna trouwde de ander.

117 En een van hen ging in de stad wonen. En hij begon te spelen op de effectenmarkten en dwaalde af van de onderwijzingen van zijn jeugd en ging de verkeerde weg op. En hij speelde er op en werd rijker en rijker en tot hij tenslotte multimiljonair werd. En hij verhuisde naar Chicago en kwam op een van de grote straten en bouwde voor zichzelf een paleis. Hij en zijn vrouw liepen de nachtclubs af en zij dronken cocktails en zij gingen de hele nacht uit. Zij hadden butlers en dergelijke om hen te voorzien in alles wat zij wilden. En zij dachten dat zij werkelijk leefden.

118 Maar een mens die zo leeft, heeft geen vrede! Er is geen vrede voor een onrustig hart. Voor een zondig hart kan er geen vrede zijn. Als een mens verlangt te drinken en hij noemt dat "leven" en denkt dat hij een grootse tijd heeft, toont het zijn leegheid. Neem een mens die een miljoen dollar verdient, hij wil twee miljoen. Neem een mens die naar een fuif gaat en vanavond één drankje dronk, hij wil er nog één. Neem een man die eenmaal ontrouw aan zijn vrouw leeft, hij zal het opnieuw doen en omgekeerd. Ziet u, het is iets en hij is nooit verzadigd. Hij mag een miljoen dollar in zijn handen hebben of tien miljoen; hij gaat 's nachts stomdronken liggen. De volgende morgen wordt hij wakker, gekweld door nachtmerries en een onrustige geest. Noemt u dat vrede? Dat is geen vrede.

119 Maar een man zou misschien zelfs geen kussen hebben om zijn hoofd op neer te leggen, hij mag misschien zelfs geen fatsoenlijk stel schoenen hebben of in staat zijn een behoorlijke maaltijd in zijn huis te hebben, maar als God in zijn hart regeert, gaat hij gelukkig naar bed en hij wordt gelukkig wakker. Het is een blijvende vrede. Het is iets wat God doet.

120 Deze man had die onderwijzingen vergeten. Hij ging aan het gokken. De kersttijd naderde. Hij dacht aan zijn vriend en schreef hem een brief. De naam van de één was Jim, de rijke man. En John was de arme. En hij schreef hem een brief en zei: "John, ik wou dat je hierheen zou willen komen om me te bezoeken tijdens de vakantiedagen. Ik zou je graag weer eens ontmoeten om met je te spreken. Ik heb je al vele jaren niet gezien."

121 En hij schreef hem terug en zei: "Ik zou graag komen, Jim, maar ik kan niet komen omdat ik het geld niet heb voor de reis."

122 Binnen enkele dagen kwam er een cheque met de post. Er werd gezegd: "Kom op! Ik wil dat je hoe dan ook komt." John maakte zich dus klaar, de boerenjongen, deed een schone overall aan, zette zijn nette hoed op, deed zijn jas aan van een andere kleur, en stapte op de trein.

123 En toen hij daar kwam, zat daar een chauffeur te wachten om hem af te halen met een grote limousine. Hij wist niet hoe hij zich moest houden. Hij stapte in deze limousine, hield zijn hoed in zijn hand, keek rond en werd naar een groot paleis in Chicago gereden.

124 Hij stapte uit en liep naar de deur en belde aan. Er kwam een butler buiten die zei: "Uw kaartje, alsjeblieft meneer." Hij wist niet waarover hij sprak. Hij overhandigde hem zijn hoed. Hij wist niets af over een visitekaartje. Hij had niet veel van de goederen van deze wereld. Hij zei: "Ik wil uw kaartje."

125 Hij zei: "Ik weet niet waar u over spreekt, meneer. Jim ontbood me om te komen; dat is alles wat ik weet."

126 Hij ging dus terug en zei het zijn heer, die nog niet uit bed gekomen was. Hij zei: "Er is een vreemd uitziende man aan de deur. Hij is gekleed... Ik heb nooit een man gezien die gekleed is zoals hij. En hij zei dat Jim hem had ontboden."

127 Hij zei: "Zeg hem om binnen te komen." En hij glipte in zijn badjas, ging naar de hal en ontmoette zijn oude plattelandsvriend en schudde hem de hand. Hij zei: "John, je weet niet hoe blij ik ben om je te zien!"

128 En z'n oude boerenvriend stond daar in de kamer rond te kijken en zei: "Jim, je hebt zeker een overvloed."

129 Hij zei: "Ik wil je het huis laten zien." Hij nam hem mee naar boven en naar buiten op de veranda en opende het venster.

     Hij zei: "Waar is Martha?"

     "O", zei hij, "zij is nog niet thuisgekomen, zij was uit gisteravond."

     John zei: "O, hoe gaat het met jullie?"

130 Hij zei: "O niet best John, hoe staat het met jou en Katie?"

     Hij zei: "Prima."

     Hij zei: "O, is zij thuis?"

131 Hij zei: "Ja, wij hebben zeven kinderen. Heb jij geen kinderen?"

132 Hij zei: "Nee, Martha wilde er geen hebben. Zij dacht dat wij beter geen kinderen konden hebben; het staat het sociale leven in de weg, weet je." Hij trok de gordijnen open en zei: "Kijk eens! Zie je die bank daarginds?"

     Hij zei: "Ja."

133 Hij zei: "Ik ben de president van die bank." Hij zei: "Zie je die spoorwegmaatschappij?"

     "Ja."

     Hij zei: "Ik heb een miljoen dollar aandelen daarin!"

134 En hij keek naar beneden en zag de grote tuinen en dergelijke, wat prachtig zag het er uit! En de oude John stond daar met zijn strohoed in zijn hand en keek rond. Hij zei: "Dat is fijn, Jim. Ik ben zeker dankbaar dat je het hebt. Katie en ik hebben niet veel. Wij leven nog steeds in dat kleine eengezinshuisje met dakpannen daar. Wij hebben niet erg veel, maar wij zijn verschrikkelijk gelukkig."

135 Op dat moment weerklonken de stemmen van een groep kerstzangers.

Stille nacht, heilige nacht,
Alles is kalm, alles is helder,
Rondom de jonge maagd, moeder en kind,
Heilig Kind, teder en zacht.

136 Jim draaide zich om en keek naar John; John keek op naar Jim. Hij zei: "John, ik wil je iets vragen. Herinner je je dat toen we jongens waren we gewoon waren naar die kleine, oude, rode kerk daarginds te gaan aan de kant van de weg en dat we naar die boerenkoren gingen luisteren, die die liederen zongen?"

     Hij zei: "Ja."

     Hij zei: "Ga je daar nog steeds naartoe?"

137 "Ja, ik hoor daar nog steeds bij. Ik ben nu diaken daarginds. Hoe staat het met jou, Jim. Je sprak erover hoeveel je hier beneden bezit. Hoeveel bezit je daarboven?"

138 "John, neem me niet kwalijk. Ik bezit niets wat die richting betreft. Herinner je je dat jaar net voor Kerst dat wij geen schoenen hadden? Wij waren meer geïnteresseerd in het verkrijgen van wat vuurwerk voor Kerstmis." En hij zei: "Wij gingen naar buiten en zetten wat vallen uit om een paar konijnen te vangen om wat vuurwerk voor Kerstmis te kunnen halen. Herinner je je die morgen dat dit grote dikke konijn in jouw val zat?"

     John zei: "Ja, dat herinner ik me."

139 "Je wilde wat vuurwerk hebben. En je ging wat halen en deelde het met mij."

     Hij zei: "Ja."

140 Hij zei: "John, ik zal alles wat ik heb met je delen. Maar één ding wilde ik dat je met mij kon delen. Ik zou alles geven wat ik bezit, indien ik op m'n blote voeten over die kleine stoffige weg zou kunnen wandelen, opnieuw naar die kleine oude kerk, om die tegenwoordigheid van de Levende God te voelen, wanneer dat koor zong en de ouderwetse boerenprediker predikte. Ik zou er alles voor geven! Ik zou alles wat ik bezit willen geven, elk aandeel in de spoorwegmaatschappij en al de aandelen van de bank, en dit huis en alles, indien ik zou kunnen terugkeren om die gezegende vrede te hebben die ik had toen ik die oude weg opging."

141 De oude John sloeg zijn armen om hem heen en zei: "Er waren drie wijze mannen, rijke mannen, die het eens allemaal aan de voeten van Jezus kwamen leggen, toen Hij een baby was. Zij ontvingen vergeving van hun zonden." Hij zei: "Ik zou, ofschoon, ik... denk dat je wonderbaar bent, Jim, in al deze dingen waarin je gezegend bent. Maar ik zou liever mijn vrouw en zeven kinderen hebben, die daarginds leven op strobedden om op te slapen en de vrede hebben die in mijn hart is dan al jouw rijkdommen, Jim, die je maar zou kunnen hebben."

142 En dat is juist, vrienden. Rijkdom wordt niet uitgemeten in dollars. Rijkdom wordt niet uitgemeten door grote namen en populariteit. Rijkdom is wanneer het Koninkrijk van God in het menselijk hart is gekomen, zijn emoties veranderde en hem een nieuw schepsel maakte in Christus Jezus, en hem Eeuwig Leven gaf. Dat is het rijkste op aarde.

     Laten wij bidden.

143 En terwijl onze hoofden gebogen zijn. Bent u vanavond arm aan goederen van deze wereld? Weet u zelfs niet hoe u de kolenrekening of de olierekening zult betalen of wat er ook meer is? U kunt op die wijze zijn. Ik hoop dat u het niet bent. Maar als het zo is dat u er zo aan toe bent, dan kunt u vanavond dit gebouw verlaten als de gelukkigste arme man op aarde. U kunt hier weggaan vanavond met rijkdommen die met geen geld ooit gekocht zouden kunnen worden. U kunt uw hart verenigen met Christus Jezus en Hij kan in uw ziel komen en de controlekamer innemen. En ongeacht wat er komt of gaat, u zult gelukkig zijn de rest van uw dagen.

144 Het is het grootste geschenk dat ooit gegeven werd! O, natuurlijk geeft u uw vrienden Kerstgeschenken. Dat is goed. Dat zijn liefdegaven. Maar broeder, er is een Geschenk dat u vanavond wordt aangeboden dat nooit met geld te koop is. Het is een vrije gift die van God komt: Zijn eniggeboren Zoon, Jezus Christus. Zou u Hem als uw persoonlijke Gids, als uw persoonlijke Redder willen aannemen, als uw God, als uw Verlosser, als uw Koning? Hij geneest de ziel en het lichaam. Hij neemt de controlekamer. Als u angsten en twijfels hebt, laat het nu los. Laat Hem Koning zijn. Laat Hem binnenkomen en het overnemen. Laat Hem Heer zijn. Heer is "regeerder". Heerschappij is "regering."

145 U zegt: "O, ik geloof dat ik jaren geleden mijn hart voor Hem opende."

146 Maar is Hij ooit uw Heer geworden met volledige zeggenschap, om uw emoties te beheersen, uw geloof en alles? Wanneer u de Bijbel leest is elk Woord ervan de waarheid! Wanneer vrede... En als opgejaagdheid komt, hebt u vrede in uw hart. U weet dat, als vanavond de atoombom deze aarde in stukjes zou vernietigen, u vergaderd zou worden in Christus Jezus, in de Heerlijkheid, voordat de as ooit op aarde zou neerdalen. Hebt u die vertroosting? Als u het niet hebt en u zou het willen hebben, zou u dan snel en stil uw hand willen opsteken en daarmee zeggen: "Heer, wees mij genadig. Ik wil nu verenigd worden met U, als een van Uw kinderen in het Koninkrijk van God, in mijn motieven, mijn doelstellingen. U weet alles over mij. Neem mij, Heer, zoals ik ben en laat mij van U worden." God zegene u, zoon. God zegene u, meneer. En God zegene u en u en u, broeder; en u, u, u daar. En u, dame, God zegene u. Dat is juist.

147 Ik weet dat het ouderwetse type van de Methodistenkerk, enzovoort, gelooft in het komen naar het altaar, enzovoort. Dat is allemaal in orde. Broeder, u kunt uw hand niet naar God opsteken, u kunt zelfs geen beweging er naartoe maken, tenzij God u aanraakt. Jezus zei: "Niemand kan tot Mij komen tenzij de Vader hem eerst trekt."

148 Wilt u niet datgene eren en respecteren wat veroorzaakt heeft dat u uw hand opstak? Zeg: "Ja Heer, ik meen dat vanuit mijn hart. En elke zonde die ik heb, leg ik nu op Uw altaar. Ik wijd mijzelf aan U toe, precies nu, Heer, opdat ik van dit uur af voor U zal leven. En al mijn gewoonten en al mijn zonden en alles, verzaak ik hier precies, mijn hart ervan ledigend. U bent de Vorst van mijn hart. U bent de Heer van mijn hart. Neem Uw rechtmatige plaats in mijn leven in, Heer, en neem mij onder Uw controle."

     Meen dat nu, terwijl wij bidden.

149 Heer, ik heb in Uw Woord geleerd dat er geschreven staat: "Niemand kan tot Mij komen tenzij Mijn Vader hem eerst trekt. En al wat de Vader Mij heeft gegeven, zal tot Mij komen." Een mens kan misschien tien jaar leven of twintig, vijftig, vijfenzeventig of zelfs meer en toch nog nooit gekomen zijn. Maar er zal een tijdstip komen dat het Licht over zijn pad zal flitsen en dàt is de gelegenheid. Hoe dankbaar zijn wij dat er nog steeds een God is die mensen liefheeft! En vanavond heeft Hij Zijn barmhartigheid aan ons getoond door toe te laten dat vele handen werden opgestoken om Jezus te aanvaarden: Gods grote Kerstgave, de originele en de enige echte, ware, door God gezonden Kerstgave, Zijn eniggeboren Zoon, aan de aarde. Ontvang hen, Here.

150 Er zal een dag komen wanneer zij zich stervend op een kussen zullen neerleggen of op de weg liggen kreunen onder een auto; of misschien snakkend naar adem in water verdrinken. Ik weet niet wat hun bestemming zal zijn. Maar Here, ik weet dit, dat Jezus deze Woorden zei: "Hij die in Mij gelooft, al ware hij dood, toch zal hij leven en wie leeft en gelooft in Mij zal nimmer sterven." Ik geloof dat dit Uw Woord is, Heer. Of ik leef of sterf, het is nog steeds Uw Woord, want U hebt het gesproken. En alle hemelen en aarde zullen voorbijgaan, maar Uw Woord zal nimmer falen.

151 U zei: "Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Ik zal hem eeuwigdurend Leven geven en zal hem opwekken ten jongste dage." Ofschoon hij verdrinkt in de zee, ofschoon hij verbrandt in het vuur, ofschoon zijn as door de vier winden van de aarde wordt verstrooid: "De Here God zal van de hemel nederdalen met de stem van de aartsengel en de bazuin van God en de doden zullen het eerst opstaan. Wij zullen samen met hen opgenomen worden om de Here in de lucht te ontmoeten om voor altijd met Hem te zijn." Here God, wij geloven dat dit zal gebeuren.

152 En deze arme, verworpen mensen van de aarde, die hier vanavond binnengekomen zijn en hun hoofden naar het stof hebben gebogen waaruit U hen gemaakt hebt en waarheen zij ook zullen terugkeren als U vertoeft. Zij hebben hun hand opgestoken, hun hand naar U en zeiden: "Heer, ik ben fout. Ontvang mij." O, zou U er één afwijzen? U zou het niet kunnen, U zou het niet kunnen doen, Heer. Als zij dat meenden vanuit de diepten van hun hart, zou U het niet kunnen doen en God blijven, omdat zij oprecht gekomen zijn. Zij zijn een liefdesgave die de Vader U geeft.

153 Nu, als Uw dienstknecht, beveel ik hen aan U aan; en vertrouw hun zielen, hun lichamen en hun geesten aan U toe. Houd hen vast in Uw gezegende hoede, Heer. Neem al het kwade uit hen weg. Neem de zonde, neem de gewoonten weg, en moge het hen vanaf deze avond nooit meer storen. Mogen zij hier vandaan gaan als vrije mensen, met God in hun harten, in de controlekamer. En wanneer de vijand hen zal verzoeken, laten zij zich dan herinneren dat God in de controlekamer is en dat Hij Degene is die hun hoofden van de vijand afwendt.

154 En wij zullen Uw Koninkrijk vestigen, Heer. "Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiedde, op aarde zoals in de hemel. En breng ons niet in verzoeking, Heer, maar verlos ons van de boze. Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid." Amen.

155 Zo is het geschreven, laat het zo gebeuren. Iedereen die z'n hand opstak en dat geloofde, de Here Jezus Christus, en Hem aanvaardt als uw Redder, neem Hem aan vanuit uw hart door geloof. Niet wat uw ogen u vertellen, wat uw geest denkt, u: "Ik kan er niet mee stoppen. Ik kan het niet. Ik kan niet stoppen met dit te doen!" Dat is intellectueel. Maar Iets in uw hart zegt: "En u bent Mijn eigendom." Bedenk, luister naar wat uw stem in het hart zegt omdat het God is die tot u spreekt. Alle andere dingen zullen verdwijnen, net zoals de nacht moet verdwijnen.

156 Wat is het sterkste, de nacht of de dag? Laat de zon opgaan en zie wat er met de nacht gebeurt; ze verdwijnt gewoon en kan niet meer blijven.

157 En wanneer de Geest van God in het hart van een mens komt, vervaagt al het intellectuele van hem en de duisternis en twijfels gaan gewoon weg. En u kunt ze niet meer vinden omdat er geen plaats voor is. Licht heeft zijn ziel vervult! Hij wandelt in het Licht. Hij is in het Licht. Hij is een kind van God en God heeft hem lief.

Nu, ik houd ervan een lied te zingen, wij allen samen.
Ik ben een kind van de Koning!
Een kind van de Koning!
Met Jezus mijn Redder
Ben ik het kind van de Koning!

158 Hoevelen voelen zich nu op deze wijze, steek uw hand op, en zeg: "Ik ben een Koningskind"? U die daarstraks uw handen omhoog had, steek ze omhoog. Geloof het! Blijf erbij! God kent uw hart.

159 Kom voorganger, laten wij... Ik kan geen liederen leiden, maar laten wij dat lied zingen. U helpt mij, nietwaar? U allemaal samen nu, in orde, als wij dit zingen. In orde. Ik geloof dat onze zuster naar voren komt om ons het akkoord voor de muziek te geven. Ik keek rond, ik zag haar nergens en dat is de reden dat ik dat zei. Hoevelen kennen: "Mijn Vader is rijk aan huizen en land, Hij houdt 's werelds weelde in Zijn hand"? Bedenk gewoon hoe prachtig dat is! In orde, iedereen nu samen.

Mijn Vader is rijk aan huizen en land.
Hij houdt 's werelds weelde in Zijne hand!
Met robijnen en diamanten met zilver en goud
Zijn Zijn koffers vol; Hij heeft onvertelde rijkdom.

160 Nu, heel zachtjes nu.

Ik ben het kind van de Koning!
Een kind van de Koning!
Met Jezus mijn Redder
Ben ik het kind van de Koning!

161 Is dat niet wonderbaar? Gelooft u dat u een kind van de Koning bent? Steekt uw hand omhoog, u allen die gelooft dat u kinderen van de Koning bent. In orde. Nu, terwijl wij dat opnieuw zingen wil ik dat u iemand achter u of voor u de hand drukt of iemand aan de rechter of linkerkant, ongeacht wat zij zijn, welk geloof u hebt, als u een kind van de Koning bent, terwijl wij het opnieuw zingen.

Ik ben een kind van de Koning!
Een kind van de Koning!
Met Jezus mijn Redder
Ben ik het kind van de Koning!

Een tent of een hutje, waarom zou ik mij erom bekommeren?
Er wordt voor mij een paleis gebouwd aan de andere zijde!
Met robijnen en diamanten, met zilver en goud
Zijn Zijn koffers vol; Hij heeft onvertelde rijkdom.

Ik ben een kind van de Koning!
Een kind van de Koning!
Met Jezus mijn Redder
Ben ik een kind van de Koning!

Te zijn als Jezus, te zijn als Jezus,
Op aarde verlang ik te zijn als Hij.
Door 's levens reis heen van aarde tot glorie
Vraag ik alleen te zijn als Hij.

162 Is dat uw verlangen? Hij is zo wondervol! Ik heb Hem lief met al wat in mij is. Alles wat ik had gaf ik achtentwintig jaar geleden over aan de Here Jezus. Sedertdien ben ik op het slagveld geweest, alles doende wat ik maar weet om mannen en vrouwen te laten kijken naar die kroon der heerlijkheid.

163 Als u spreekt over de komst van de Here zeggen de mensen... Een man zei mij niet lang geleden: "O prediker, spreek toch niet zo!"

     Ik zei: "Bent u een Christen?"

     "Ja, maar, o, wij hebben nog zoveel te doen."

164 Ik zei: "Het gelukkigste waaraan ik kan denken is aan de Komst van de Here."

165 Paulus zei aan het eind van de weg: "Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop beëindigd, ik heb het geloof behouden. En voorts is er voor mij een kroon der gerechtigheid weggelegd, die de Here, de rechtvaardige Rechter mij zal geven op die dag. Niet alleen aan mij, maar aan allen die Zijn verschijning liefhebben."

166 Waarmee zou ik kunnen ruilen, wat heb ik gekregen, want ik word oud? Dit oude, broze ziekelijke lichaam dat vol bederf is, zal in een ogenblik veranderd worden, in een oogwenk. Ik zal voor altijd jong zijn. Ik zal nooit opnieuw een ziekteaanval hebben. Ik zal nooit één traan meer laten. Ik zal nooit, nooit oud worden. Ik zal nooit sterven. Ik zal nooit ziek zijn. Ik zal nooit verdriet of zorg hebben. Maar, ik zal een lichaam hebben zoals Zijn eigen verheerlijkt lichaam. Als ik... Indien dat niet iets is om voor te leven, indien dat niet het grootste is waarvan ik weet!

167 Hoe krijg ik het? Het is een vrije gave. God klopt en ik zeg: "Ja Heer, U bent mijn Schepper. Ik aanvaard U." Hij verzegelt mij binnen met de Heilige Geest, in Hem, dan zie ik niets anders dan Jezus en Zijn Bloed.

Wat kan mijn zonden wegwassen?
Niets dan het Bloed van Jezus.
Wat kan mij opnieuw helen?
Niets dan het Bloed van Jezus.

O, dierbaar is die vloed.
Die mij wit maakt als de sneeuw,
Geen andere bron ken ik.
Niets dan het Bloed van Jezus.

168 Bent u niet gelukkig? Ik ken geen geloofsbelijdenis die het kan doen. Ik ken geen denominatie die het kan doen. Ik ken geen kerk die het kan doen. Ik ken geen mens die het kan doen. Ik ken geen water dat het kan doen. Ik ken geen theologie, die het kan doen. Niets dan het Bloed van Jezus!

Mijn hoop is op niets minder gebouwd,
Dan Jezus' Bloed met gerechtigheid.
Wanneer alles rondom mijn ziel bezwijkt,
Dan is Hij al mijn hoop en steun. (Is Hij dat voor u?)

Want op Christus, de vaste Rots, staan wij.
Alle andere grond is zinkend zand.
Alle andere grond is zinkend zand.

169 God zegene u nu. Ik geloof dat er een baby wordt opgedragen. Ik geloof dus dat ik op deze tijd daarvoor de dienst aan de voorganger zal overdragen. Kom naar voren, broeder Neville. De Here zegene u.

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)