De vergeten zaligspreking

Door William Marrion Branham

1 Wij danken U vanuit de diepte van ons hart voor de Here Jezus, Die ons leven is. En in Hem vinden wij geen schuld. Maar wij vinden schuld in ons zelf wanneer wij in Zijn leven kijken en het onze onderzoeken door het Zijne. Wij bidden dat U ons vergeeft.

     Wij vragen vanavond dat U ons wilt ontmoeten. U beloofde dat waar twee of drie zouden samenkomen U in hun midden zou zijn en indien wij om iets zouden vragen, dat het zou toegestaan worden. En Vader, ons motief en ons doel vanavond en ons verlangen in ons hart is om Christus verheerlijkt te zien. Wij bidden dus dat onze inspanningen vanavond alzo mogen zijn, als zij uitgaan, om mensen te brengen tot een levend geloof in een levende God, een God die niet dood is, maar die eeuwig leeft.

     Wij bidden, Vader, dat U vanavond onze zielen wilt aanraken met Uw tegenwoordigheid door Jezus Christus. Wij vragen het in Zijn Naam. Amen. U mag gaan zitten.

2 Ik ben een beetje laat en wat vermoeid. Ik ben sedert Kerstmis zonder enige onderbreking weggeweest, dus ik ben vrij vermoeid. Ik was blij vanavond broeder Joseph Boze te zien, daar ik al enige tijd er naar uitkeek hem te zien; hij keerde terug van de velden overzee.

     Het spijt mij om vanavond te zeggen dat onze dierbare broeder en vriend hier, broeder Tommy Hicks, ons vanavond of morgen vroeg verlaat, om een samenkomst te hebben in Canada. Ik probeerde hem ertoe over te halen om vanavond voor mij te komen prediken, omdat ik zo vermoeid was, of anders de gebedsrij te houden. En hij steunde op mij, dus... En hij zei: "De volgende keer, de volgende keer." En hij blijft mij dat vertellen.

3 En ik weet dat broeder Tommy Hicks is... Ik heb... in de dagen die ik met hem gehad heb en de tijden van gemeenschap, wel, ik heb zeker een groot vertrouwen in Tommy Hicks dat hij een dienstknecht van de levende God is, een groot meesterwerk.

4 Ik geloof niet dat er iemand iets zou kunnen zeggen tegen de leiding van de Heilige Geest tegen broeder Hicks, want hij was... Op een dag toen hij... U hoorde van zijn boodschap toen hij naar Argentinië ging. Hij had zelfs het geld niet om te gaan, maar de Here zond hem en o, u weet over de samenkomst. Een persoon, die zich zo aan God kan overgeven...

5 U weet dat God alleen dat deel van u kan gebruiken dat u aan Hem wilt overgeven. U ziet, zoals ik zei, dat ik geloof dat op een dag ergens... Ik heb op zoveel verschillende plaatsen gesproken, in ochtendsamenkomsten en avondsamenkomsten en zo meer, maar ik zei dit: dat God kan gebruiken wat u overgeeft, zoals Simson.

6 Simson wilde zijn hart niet aan God overgeven. Hij gaf dat aan Delila. Maar hij gaf zijn kracht aan God en God kon alleen zijn kracht gebruiken. Dat was alles. Maar als een man slechts zijn complete wezen aan God zou kunnen overgeven, nu dat is het.

7 Als u uw lichaam kunt overgeven, zal God uw lichaam gebruiken. Als u uw gedachten, uw hart, wat het ook is, kan overgeven, zal God gebruiken wat u aan Hem geeft. Hij zoekt iemand die Hij zo kan vinden dat hij zo is overgegeven.

     God zij met u, broeder Tommy, en geve u een enorm groot succes. Wij zullen voor u in uw samenkomsten daar bidden. En binnen enkele dagen zal ik ook in Canada zijn, maar ginds aan de andere kant, dus... Hij geve u een groot succes en een veilige reis. [Broeder Tommy Hicks zegt: "God zegene u." – Vert] Dank u. Hetzelfde voor u, broeder Tommy.

8 Wij hadden een geweldige tijd deze morgen in gemeenschap rondom de tafel van God, vanmorgen te... waar wij de zegen vroegen en een predikersontbijt hadden. De eerste keer dat ik het voorrecht had de predikersgroep van deze stad te ontmoeten. En ik vond zeker enkele grote mannen, grote dienstknechten van Christus met grote harten, die zich uitstrekken naar God.

     En ik vertrouw erop dat wij eens terug zullen kunnen komen, waar u een volle plaats kunt hebben, met allen tezamen, in een grote broederschapssamenkomst, en om allemaal samen een grote samenkomst te houden, hier in Chicago.

     Nu, er was... Ik geloof dat wij gisteravond voor de zieken baden en zondagmiddag predikte ik over het onderwerp van Abraham en zijn zaad na hem. Gisteravond predikte ik over het onderwerp van het grootste nieuwsbericht dat de wereld ooit trof in de geschiedenis. En vanavond, als u de Schrift wilt opslaan, indien u wilt, in Mattheüs het elfde hoofdstuk en het zesde vers, dan zal ik deze woorden lezen:

     En zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemt.

9 Nu, ik zal dit onderwerp noemen: "De vergeten zaligspreking."

     Wij zijn allen bekend met de zaligsprekingen. Daar in het boek Mattheüs, het vijfde hoofdstuk, onderwees Jezus de zaligsprekingen, toen Hij de mensen meegenomen had en de berg opging, net voor het begin of net toen Zijn bediening begon.

10 Hij werd hun Leider. En Hij ging heen en onderwees de zaligsprekingen en begon te zeggen: "U hebt hen vanouds horen zeggen, maar Ik zeg u..." enzovoort.

     Nu, Jezus was een perfect beeld... of Mozes was een beeld van Jezus. Jezus was het tegenbeeld van Mozes.

11 Mozes was een profeet. Hij was een wetgever. Hij was als een soort koning over het volk Israël in de woestijn. En hij werd als een profeet geboren. Hij werd verborgen voor Farao, zoals Jezus verborgen werd voor het Romeinse keizerrijk. En zijn bediening en leven beeldden het er regelrecht doorheen uit. Toen Mozes de kinderen Israëls in de woestijn had, ging hij de berg op en kreeg de geboden. Hij kwam naar beneden en begon de geboden te onderwijzen.

12 En toen Jezus tot Zijn kracht kwam, ging Hij de berg op en ging zitten en begon de mensen te onderwijzen. "Zalig zijn de reinen van hart: zij zullen God zien. Zalig zijn de armen van geest, hunner is het Koninkrijk Gods. Zalig zijt gij wanneer u wordt uitgescholden en vervolgd en voor de gek gehouden, enzovoort; want men vervolgde de profeten, die voor u waren. Verheugt u en weest uitermate blij, omdat uw beloning in de hemel groot is."

13 Hij typeerde Mozes precies... of Mozes was een beeld van Hem. En wij zijn allemaal bekend met die beelden van wat Mozes was en wat Jezus was die de zaligsprekingen onderwees.

14 Maar deze zaligspreking staat daar in het elfde hoofdstuk, vers zes. En als u niet oplet zult u er gewoon over heen lezen, en zult u het niet vatten. Het staat tussen andere woorden in, maar het is een zaligspreking. En Hij zei: "En zalig is wie aan Mij geen aanstoot zal nemen." Ziet u? "Zalig zijn de reinen van hart. Zalig zijn de vredestichters. Zalig zijn... zalig zijn..."

     Hier laat Hij deze zaligspreking er weer inglippen, ziet u? "En zalig is wie aan Mij geen aanstoot zal nemen." O, het was een grote tijd in die dagen.

15 Nu, wij zien waardoor dit begon, dat het net na de bediening van deze grote, ruwe Elia van het Nieuw Testament was, Johannes de Doper. Dat was degene tot wie de boodschap was gezonden. En Johannes was in de gevangenis gezet wegens zijn bediening.

16 En o, wat een ruwe kerel was Johannes. Hij was echt de waarachtige boodschapper, waarvan Jezus zei dat "die voor Mij zal gaan." Hij was een buitenmens. Hij was precies zoals Elia, toen men hem greep, met wiens geest hij was gezalfd; hij was de gezalfde Elia van het Nieuwe Testament.

17 Elia was een soort man dat niet hield van de wijze waarop Izebel en immorele vrouwen leefden; en Johannes was hetzelfde. En Elia leefde in de woestijn; Johannes evenzo. Johannes was het soort man dat alleen stond, net zoals Elia.

18 En deze grote ruwe man van de wildernis had men in een oude, muffe, natte, vochtige gevangenis gezet. Dat moet voor Johannes een verschrikkelijke ervaring geweest zijn. Een man die vrij was geweest buiten in de wildernis en zijn vlees had bij de sprinkhanen en honing at en die daar buiten in de woestijn kon reizen, en kon doden wat hij at, of kon nemen wat hij wilde buiten in de woestijn.

19 En nu zat hij in een kleine oude, muffe, vuile gevangenis. Wellicht in het donker in een kerker ergens, omdat die soort Izebel vrouw, Herodias, hem daarin had doen werpen, omdat hij tegen Herodus had gezegd dat het niet juist voor hem was om de vrouw van zijn broer Filippus te nemen en met haar te leven. Het was niet wettig voor hem om het te doen.

20 Johannes was één van die mensen die er geen doekjes om wond. Hij ging tegen haar tekeer. Het maakte hem niet uit. Als er een hoofd moest vallen, moest er maar een hoofd vallen (dat is alles), net zoals Elia. Hij zei haar ronduit wat hij moest zeggen. Als het juist was, was het juist. Als het verkeerd was, was het verkeerd.

     God, wij hebben er vandaag meer nodig zoals deze. Mannen die zullen staan op de echte waarachtige overtuiging van het Woord van God. Spreek het. Zwijg niet. Spreek het uit.

21 En dan zien wij dat Johannes beneden in die kleine oude, muffe, vuile gevangenis zat met wat vuil brood, dat men hem waarschijnlijk nu en dan toewierp. Hij was waarschijnlijk mager geworden. Onmogelijk om zijn Bijbel te lezen, en hij werd zo'n beetje... zoals een schrijver eens over hem schreef en zei: "Zijn arendsoog raakte verduisterd."

22 U weet dat de profeten met arenden worden vergeleken. God noemt Zijn profeten arenden. Het is omdat een arend de krachtigste is van alle vogels. Een arend kan hoger gaan, hoger zweven dan enige andere vogel. En hij heeft een beter oog dan elke andere vogel. Men spreekt er over dat een havik scherp kan zien of dat een havik in staat is om in de lucht omhoog te vliegen. Wel, als een havik zou proberen een arend te volgen, zou hij in de lucht uit elkaar spatten. Beslist.

23 En nu, wat goed zou het een arend doen om daar boven te komen als hij niet genoeg zicht zou hebben om weer terug naar de aarde te kunnen kijken? Het is net zoiets als wanneer wij aan hoogspringen zouden doen terwijl wij niet weten waarom wij springen. En wat zouden wij er geweldig van getuigen of een hoop lawaai maken als wij niets hebben om lawaai over te maken? Ziet u? En het is verschillend nu; het lawaai is fijn als u iets hebt om lawaai over te maken. Maar wacht eerst tot dat komt en het zal dan heel uw leven een lawaai zijn.

24 Maar wij zien dat dit arendsoog was verduisterd, omdat men hem uit zijn woonplaats in de wildernis had genomen. En men had hem in een oude vuile, muffe gevangenis gezet. En deze grote man, die een arend kon zijn om in de lucht omhoog te zweven...

25 Nu, hoe hoger u komt, des te verder kunt u zien. Nu gaat men omhoog in deze luchtballonnen en dergelijke zodat men kan... zo hoog in de lucht gaat dat men een foto van de gehele aarde kan nemen in haar kromming.

26 En ik geloof dat men met dit nieuwe instrument, dat Rusland heeft, om de wereld kan vliegen in ongeveer één uur en 45 minuten. Wel, men kan het gehele filmbeeld van de aarde nemen waarbij ze draait. Maar hoe hoger u gaat, hoe meer u kunt zien.

27 Daarom waren profeten in de Bijbel die arenden die daar omhoog en ver boven de samenkomst konden zweven. En zij konden er achter komen wat ZO SPREEKT DE HERE was. Dan kwamen zij terug naar beneden en brachten het nieuws. Ziet u? Daarom kwam het Woord van de Here tot de profeten. En doordat Johannes was gekooid, werd zijn arendsoog verduisterd.

28 Ik voelde eens zo'n medelijden met een grote arend. En ik kan het gewoon niet verdragen om die arme dieren in een dierentuin gekooid te zien, leeuwen en... hoe dat het gewoon levenslang in de gevangenis is.

29 Kleine Sara en ik wandelden op een keer rond in de Cincinnati Zoo. En moeder maakte onze maaltijd klaar. Wij waren daarginds met de kinderen. Zij houden ervan kleine boottochtjes te maken en de apen en dies meer te zien. Dus wandelden wij rond terwijl moeder het eten klaarmaakte.

30 En ik hoorde een geluid en liep naar de voet van de heuvel om te zien wat het was. En men had zojuist een grote arend gevangen en in een kooi gezet. En ik keek naar dat arme beest daar en hij bloedde over heel zijn hoofd. Zijn veren waren helemaal van zijn kop afgeslagen en van de einden van zijn vleugels. En ik keek naar de grote makker die daar rondwandelde.

31 Dan zou hij omhoog komen en proberen op te stijgen zoals de arend doet en hij sloeg met zijn hoofd tegen die tralies. Hij klapte terug en viel op de vloer. Daar lag hij dan en rolde met die grote ogen en keek zo naar omhoog en kwam weer opnieuw.

32 En hier zou hij dan opnieuw komen en zich weer tegen die tralies stoten. Bloed en veren sloegen uit hem. En dan lag hij daar op zijn rug en rolde met die grote ogen en keek opwaarts. Waarom? Hij was een hemelse vogel. Hij keek opwaarts naar waar hij behoorde te zijn. Maar enkele listige plannen van de mens hadden hem in een kooi gebracht.

33 Ik vond dat het een allerverschrikkelijkst jammerlijk schouwspel was. Ik zou die arend gekocht hebben, al had ik mijn eerste offer moeten ophalen om die arend te kunnen kopen, opdat ik hem kon loslaten. Ik dacht: "Dat arme dier."

     Ik dacht: "Tjonge, als dat niet afschuwelijk is!"

     Geboren om in de hemelen te zweven en hier is hij door de listigheid van de mens helemaal gekooid. En hij slaat gewoon zijn hersenen eruit. Maar hij was gekooid. Ik dacht: "Dat is het verschrikkelijkste schouwspel dat ik ooit zag."

34 Toen draaide ik mij om om weg te wandelen en ik dacht: "Ja, dat is een verschrikkelijk gezicht, maar ik heb nog iets verschrikkelijkers gezien dan dat: om mannen en vrouwen te zien, die geboren werden om zonen en dochters van God te zijn, gekooid in een soort van kooi; terwijl zij naar omhoog kijken en weten dat er een God des hemels is, weten dat Hij een grote Genezer is, en een grote Meester en een grote Redder. En dan in een soort kerkelijke kooi gezet, waar zij hun hersenen tegen kapotslaan met allerlei soorten verenigingen enzovoort; en nooit in staat zijn om uit de kooi te komen." Dat is een jammerlijke toestand.

35 Men vertelt hun alles over een grote God die er was, en wekt in hen verwachtingen op; en slaat dan de hele zaak onder hen vandaan: "Hij stierf en werd in het graf gelegd en dat was het dan. Hij is niet zoals Hij vroeger was." Dat is een jammerlijk schouwspel, om mensen te zien, mannen en vrouwen, die geboren werden om kinderen van God te zijn en gekooid zijn in dergelijke dingen.

36 Johannes nu, zijn oog was werkelijk verduisterd. En Johannes was... werd zwak. Hij en Elia waren voor een groot deel hetzelfde, omdat dezelfde Geest op de beide mannen was. Ziet u, God neemt nooit Zijn Geest weg, Hij neemt gewoon Zijn man.

37 God nam Elia, nam Elia's geest en legde hem op Elisa. Toen nam Hij hem weg van Elisa en legde hem op Johannes en beloofde hem weer opnieuw te brengen net tegen de eindtijd. Een andere komt bij de eindtijd, een andere Elia, waarvan wij allen als Bijbellezers weten dat hij ons beloofd is.

38 Nu, wij zien dan dat de duivel zijn mens wegneemt, maar nooit zijn geest. En hij blijft gewoon neerkomen, precies op dezelfde wijze. En wij zien dat die twee samen komen.

39 En wij zien dat Elia en Johannes voor een groot deel gelijk waren. Zij waren beiden werkelijk nerveuze mannen. Beiden hadden bijna een zenuwinzinking. En mensen die dicht bij God leven worden meestal beschouwd als neurotici, of dat er iets verkeerd met hen is. Dat is juist. Zij worden altijd als zodanig beschouwd.

40 Agrippa (vanmorgen sprak ik tot de predikers groep over Paulus), zei tot hem, of Festus zei: "Uw grote geleerdheid maakt u gek of krankzinnig."

     Hij zei: "Ik ben niet gek. Ik ben niet krankzinnig. Ik ben nuchter. Ziet u? En ik ben in orde."

41 Men beweert hetzelfde over William Cowper, geloof ik dat het was. Ik stond daar bij zijn graf te Londen. Hij schreef dat bekende lied:

Er is een bron gevuld met bloed,
Vloeiend uit Immanuëls aderen,
Waarin zondaars, geworpen in die vloed,
Al hun schuldige smetten verliezen.

42 Die man was zo geïnspireerd dat hij... Daarna probeerde hij met een touw zichzelf op te hangen; het touw brak. Hij probeerde naar de rivier te gaan om zelfmoord te plegen, maar de taxi kon zelfs de rivier niet vinden omdat het te mistig was. Gewoon om aan te tonen hoe die inspiratie een mens grijpt en hem wegvoert. Wanneer hij dan daaruit terugkomt...

43 Zoals Stephen Foster, die deze natie haar grootste volksliederen gaf. "Old Black Joe", "Down On The Swannee River", "Old Kentucky Home". Elke keer dat hij inspiratie kreeg en een lied schreef, wilde hij beginnen te drinken. Tenslotte raakte hij de inspiratie kwijt, riep een knecht en nam een scheermes en pleegde zelfmoord.

44 En ik denk aan Jona, de profeet. God inspireerde hem, die grote arend, voor de lucht van die dag. God inspireerde hem zozeer dat hij heen ging en drie dagen en nachten lang in de buik van een walvis lag; liep de oever op en gaf een boodschap die maakte dat die mensen zelfs zak en as op hun dieren legden. Toen de Geest hem verliet, ging hij boven op de top van de heuvel zitten en vroeg God om hem te laten sterven. Dat is juist.

45 Wij zien deze grote Elia, waarvan Johannes een type was, de grote arend van die dag, een machtige, ruige man, grote woudloper, die in een grot in de bossen leefde. En hij kwam buiten, stampte naar buiten onder het volk en God zou hem opnemen in plaatsen waarvan Israël niets afwist. En hij verkondigde de boodschap en zei: "Het is ZO SPREEKT DE HERE" en ging terug opnieuw de woestijn in.

46 Wij zien die grote arend, toen hij heen ging en tot de koning zei: "Er zal zelfs geen dauw van de hemel komen, tenzij op mijn woord." Liep daar gewoon weer terug.

47 Toen hij op die dag die weg naar Samaria afliep, zijn staf in zijn hand, dat stuk schapenvel rond hem gewikkeld, dat kale hoofd blinkend, zijn bakkebaarden hingen naar beneden, die stappen zo standvastig als zij maar konden zijn, die weg naar Samaria afkomend...

48 Maar hij wist in wiens tegenwoordigheid hij geweest was. Hij was niet bang voor wat Achab zou zeggen omdat hij in de tegenwoordigheid was geweest van Iemand die groter was dan Achab. Hij was in de tegenwoordigheid geweest en hij had ZO SPREEKT DE HERE. Die oude ogen, die daar achterin lagen met die rimpels, keken recht naar de lucht. Hij liep vastbesloten omdat hij wist dat hij het ZO SPREEKT DE HERE had. O, hij was een arend.

49 Hij liep naar de top van de berg en dronk uit de beek daar, tot zij droog werd; en ging weer terug naar beneden en riep een vergadering bijeen. Toen God hem een visioen gaf, ging hij naar de top van de berg en zei: "Laten wij bewijzen wie God is. Laten wij zien wie God is. Als Hij ooit God was, dan is Hij nog steeds God." Dat is juist. O, ik houd van die arenden. Ja zeker. Ging daar naar boven en zei: "Als Hij... Laten wij God bewijzen."

50 En hij zei... riep hen op zoals God hem in het visioen vertelde. Hij zei: "Jullie nemen een stier en ik zal een stier nemen. Jullie roepen Baäl aan en ik zal God aanroepen. En wie met vuur antwoordt, laat hem God zijn."

51 Hij was zo zeker van zichzelf, zo zeker van zijn visioen, dat hij, terwijl zij de hele morgen Baäl aanriepen en zichzelf sneden en schreeuwden en sprongen, rondwandelde en zei: "Zeg, misschien moeten jullie wat meer schreeuwen. Misschien is hij met iets bezig of misschien doet hij een dutje." Ziet u het? O, hij wist waar hij stond. Dat was het.

52 Maar nadat hij God bewezen had, werd zijn oog verduisterd. En toen Izebel dreigde dat zij hem zou doden, vluchtte hij de wildernis in. God vond Zijn dienstknecht, liggend onder een jeneverbesstruik, gevlucht, nadat hij had bewezen dat God God was; nerveus, opgewonden. Wanneer u wordt opgetrokken in die dimensie, doet het iets in het menselijk hart. Wanneer u naar beneden komt...

53 U kunt het niet uitleggen. Het neemt u ergens heen. Het is nutteloos om te proberen er over te spreken: visioenen enzovoort scheuren u aan stukken. U kunt het de andere mensen niet vertellen; zij begrijpen het niet. Zij zijn daar nooit geweest, dus hoe zou men ervan afweten? Ziet u? Het scheurt hen dus aan stukken.

     God was echter zo vriendelijk voor Zijn dienstknecht om hem te voeden en hem te bemoedigen, daarginds onder de jeneverbesstruik.

54 Maar nadat hij zo'n vertrouwen in Jehova had gehad, zo zeker, dat hij naar de koning kon gaan en zeggen: "Zelfs geen dauw zal vallen, tenzij op mijn woord", ging hij direct weer weg uit het paleis van de koning, gezalfd.

55 Vervolgens kreeg hij een visioen van wat hij moest doen. Toen ging hij regelrecht naar die bergtop en nam... en riep vuur naar beneden vanuit de hemelen, bewijzend dat Hij God was. Vervolgens riep hij regen neer uit de hemelen op dezelfde dag en doodde vierhonderd man, priesters, heidense priesters, hakte hun hoofden eraf, en liep weg toen het visioen hem verliet.

56 Nerveus zat hij daar en zei: "Ik ben niet beter dan de rest van mijn vaderen. Ik ben niet beter dan enige andere profeet. Nu, Here, neem mijn leven. Ik ben de enige die is overgebleven. Ik ben de enige die het juiste Evangelie predikt. Dus, neem mijn leven maar, laat mij heengaan." Zij raken allen zo opgejaagd.

57 Maar God zei: "Nee, Ik heb er nog zevenduizend, die hun knie nooit voor Baäl gebogen hebben." (Ziet u?) "Maar dat is in orde, Elia, je doet een groot werk. Maar Ik heb nog een andere groep, waarvan jij niet afweet." (Ziet u?)

     "Maar neem mijn leven. Ik ben niet meer dan mijn vaderen, die profeten voor mij waren. Laat mij sterven."

58 Hier is Johannes, die heel wat op hem gelijkt, en hier neerligt in de gevangenis, uit de dienst afgemonsterd – nadat hij op de oevers van de Jordaan had gestaan, komend uit de woestijn; die de Heilige Geest ontving in de schoot van zijn moeder, drie maanden voor hij geboren werd. Zeker was dat zo. Hoe? Toen hij de Naam van Jezus Christus eerst hoorde.

59 Toen Maria daarginds kwam en zij... zij was nog niet... Zij had nog nooit iets gevoeld. De engel had haar gewoon overschaduwd. De Heilige Geest had het haar verteld. Zij begaf zich op weg naar Judéa en zij vertelde Elizabeth dat zij moeder zou worden. Zij zei: "God heeft mij overschaduwd en ik zal een kind hebben." En zei: "Ik zal Zijn Naam Jezus noemen."

60 En de kleine Johannes was reeds zes maanden. Elizabeth was in haar moederschap, zwangerschap, maar zij had zelfs nog geen leven gevoeld. Terwijl zij daar stond, keek zij naar Maria's gelaat. En Maria vertelde haar wat de Heilige Geest had gezegd dat er zou gebeuren. En zij had verteld over de ervaring die zij gehad had (een oude vrouw, die zwanger werd), en hoe haar man met stomheid geslagen werd.

61 En terwijl zij daar stond, zei zij: "Ik zal een Zoon krijgen en zal Zijn Naam Jezus noemen." En zodra die dierbare en heerlijke Naam van Jezus voor het eerst werd uitgesproken door een menselijke lip, sprong een kleine dode baby, die in de schoot lag, op en kwam tot leven en ontving de Heilige Geest in de schoot van zijn moeder.

62 Zij zei: "Vanwaar komt de moeder van mijn Heer? Want zodra jouw begroeting tot mijn oren kwam, sprong mijn baby op van vreugde in mijn schoot." En de Bijbel zegt dat hij van zijn moeders schoot af vol was van de Heilige Geest.

63 Een man van God geroepen, die de wildernis inging op negenjarige leeftijd, geen opleiding; die de wildernis introk en bosbewoner was.

     Op de leeftijd van dertig jaar kwam hij de wildernis uit en predikte zulk een boodschap over de komende Messias, dat hij de streek schudde.

64 Hij was niet bang voor de leer van de Farizeeërs. Hij zei: "Jullie slangen in het gras, kom niet hier rondhangen, zeggend: 'Wij hebben Abraham als onze vader.' Jullie, geslacht van adders. Wie heeft jullie gewaarschuwd om de komende toorn te ontvlieden?" Oh! Hij was ruw.

65 Hij zei: "Ik vertel jullie over een Messias die komt met de wan in Zijn hand." Amen. "Hij zal Zijn dorsvloer volkomen reinigen en Hij zal Zijn tarwe in de schuur verzamelen en Hij zal het kaf met onuitblusbaar vuur verbranden." Hij wist waarover hij sprak.

66 Nu, maar toen deze Messias ten slotte kwam, toen de Messias uiteindelijk kwam, en Johannes de eer had Hem te dopen, kwam Hij geheel overeenkomstig (de Schrift). Al de tekenen waren juist. Hij toonde het Messiaanse teken en Johannes wist daardoor dat Hij de Messias was.

67 "Dit is de Messias. Er is totaal geen twijfel over." Johannes zei: "Ik zag die Vuurkolom, Licht op Hem neerkomen in de vorm van een duif. Een stem sprak vanuit die Vuurkolom en zei: 'Dit is Mijn geliefde Zoon in Wien Ik een welbehagen heb om te wonen.'"

68 Hij wist dat dit de Messias was. Johannes zei: "Ik kende Hem niet, maar Hij die in de wildernis was, zei mij te gaan dopen met water. Hij zei: 'Op Wien gij de Geest zult zien nederdalen en blijven, Hij is Degene die zal dopen met de Heilige Geest en Vuur.' En ik weet zeker dat Hij dit is." Hij bazuinde het uit.

69 Maar toen er moeilijkheden begonnen... Jezus was gekomen en had Zich de Messias betoond, dat Hij de Messias was. Maar toen ging er iets verkeerd. Johannes had de Messias geïntroduceerd met een wan in Zijn hand, die het kaf zou verbranden.

70 Maar hij zag van de werken van Jezus, dat Hij zachtmoedig en ootmoedig was. Dat maakte hem bezorgd. Hij wist niet wat te zeggen. Hij dacht: "Nu, er is hier ergens iets verkeerd." Het leek alsof hij iets verkeerds geloofd had. Het leek alsof het niet juist werkte.

71 En vaak is het zo dat wij dat ook denken, dat het niet juist werkt, maar het werkt wel juist. Zolang wij weten dat Hij hier is, wat voor verschil maakt het uit? Het werkt juist. Misschien werkt het niet overeenkomstig de wijze dat wij denken dat het behoorde te werken, maar het werkt overeenkomstig de manier waarop God wil dat het werkt. U zegt: "Wel..."

72 Johannes dacht: "Welnu, ik introduceerde een Messias die Zijn wan in Zijn hand had en dat Hij de dorsvloer zou reinigen en de tarwe in de schuur zou brengen. En ik vertelde hun dat de bijl aan de wortel van de boom was gelegd. En Hij zou alle afval nemen en het verbranden."

73 "En hier is Hij; in plaats van een grote machtige Man komt Hij hier zachtmoedig en nederig. Er moet ergens iets verkeerd gegaan zijn", zei hij. "Ongetwijfeld is er ergens iets verkeerd." Hij dacht dat het niet juist was.

74 Hij werd ontmoedigd, zoals bij velen van ons gebeurt. Wanneer wij de dingen op een andere wijze zien gaan dan wij denken dat juist is, dan worden wij ontmoedigd. Wees niet zwak. Het zal in orde zijn.

     De duivel kreeg een houvast op hem daar. De duivel dacht: "Ik heb hem nu in de gevangenis geworpen. Ik heb hem in de gevangenis geworpen, zodat ik nu eens goed tegen hem tekeer zal gaan terwijl ik hem hier binnen heb. God gebruikt hem nu niet direct; ik heb hem in de gevangenis. Dus zal ik gewoon elke soort sluier over hem werpen die ik kan. Ik heb hem helemaal ingekooid. Ik heb de arend in de kooi. Ik zal hem laten wensen dat hij nooit het Evangelie had gepredikt."

     Dat is de wijze waarop hij het bij velen doet. En er is menig goed man in diezelfde toestand vandaag. Dat is precies juist. Wij denken dat het niet goed werkt, maar het werkt wel goed. Alles is in orde.

75 Onlangs hier was er een kleine... Ik zie zovele mensen binnenkomen die zeggen: "Wel, broeder Branham, er werd voor mij gebeden. Ik heb echt geen enkel verschil gemerkt. Wel, er is ergens iets verkeerd." Neen, er is niets verkeerd. Er is niets verkeerd met het systeem. Er is niets verkeerd met God. Er is niets verkeerd met de Bijbel. Er is niets verkeerd met de Heilige Geest. De zaak is dat er iets verkeerd met u is. Alles liep gewoon in orde. Het lag gewoon aan Johannes. Dat is alles.

76 Er was een dame die onlangs kwam van Zion City, ongeveer een maand geleden; zij is misschien hier nu. Die kleine vrouw, haar kleine man, het was een mooi klein echtpaar. En zij kwamen naar mijn huis. Zij kwamen met enkele goede vrienden van mij, de familie Simms uit Zion. En zij kunnen hier vanavond misschien allemaal zitten, voor zover ik weet.

77 En zij had een kleine baby. Ik denk dat het werd geboren met zijn voetje zo omhoog en het kon zijn voetje niet naar beneden krijgen. En zij zei: "Als ik slechts broeder Branham kan bezoeken zodat hij zijn handen op die baby zal leggen, zal dat voetje naar beneden gaan." Wel, zij bracht er schoenen voor mee om thuis te dragen enzovoort. Jazeker.

     Ik bad daarginds in de tabernakel... of predikte. Toen ik daarmee klaar was, probeerde ik een weg te maken om naar een andere samenkomst te gaan, in Bloomington, Illinois.

78 En toen, vervolgens, weet u, toen ik het podium begon te verlaten... Ik geloof dat wij voetwassing zouden houden. Wij geloven in voetwassing. Ik geloof dat de Bijbel dat onderwijst. En wij worden verondersteld het te doen tot Hij komt. En wij proberen ieder Woord te houden dat Hij zei. En wij hebben dit in onze gemeente altijd al, gedurende dertig jaar nu, gedaan.

79 Wij gingen dus naar binnen voor de voetwassing en mijn zoon kwam naar voren en zei: "Pa, er zijn mensen daar die van Zion komen. Zij verwachtten vanavond gebed voor de zieken te hebben en zij hebben een kleine baby waarvan de vrouw gelooft dat, als u ooit voor die baby zou willen bidden, dat beentje naar beneden zou gaan. Het heeft een lelijk beentje."

     Ik zei: "Breng het hier." En de kleine... knappe kleine moeder, kwam eraan.

     Zij zei: "Mijn baby, broeder Branham... Wij hebben geloofd, mijn man en ik, dat wanneer u uw handen op deze baby legt, dat het beentje recht zal komen, dat het in orde zal zijn."

     Ik zei: "Wilt u van mij dat ik een visioen van de Here vind?"

     Zij zei: "Beslist niet. Leg alleen uw handen op hem."

     Ik zei: "Goed, dat zal ik doen." Ik legde mijn handen erop, bad er voor en ging verder in de zaal.

     En de volgende dag was ik op het kantoor. Toen ik daar zat en enkele telefoontjes beantwoordde en wat werk in het kantoor deed, kwam er een wagen aan en de kleine dame kwam er uit, zij en haar man. En hier kwamen zij.

     Zij zeiden: "Broeder Branham, er ging iets verkeerd."

     Ik zei: "O, wat bedoelt u?"

     "Wel," zei zij, "het been van de baby is nog niet naar beneden."

     Ik zei: "Wel, wat heeft dat er mee te maken?"

     En zij zei: "Wel, ik geloofde, broeder Branham. Ik geloofde dat als u ooit uw handen op mijn baby zou leggen, dat God het zou genezen. Ik geloofde het. Er ging ergens iets verkeerd. Misschien kon u er beter een visioen over krijgen."

     Ik zei: "Nee, nee. Er is niets verkeerd. Er is totaal niets verkeerd. Het enige wat er verkeerd is bent u." (Ziet u?) Ik zei: "Gelooft u het gewoon."

     Zij zei: "Eén ding wil ik nog vragen, broeder Branham. Denkt u dat het Gods wil is dat mijn baby kreupel is?"

     Ik zei: "Ik geloof niet dat het Gods wil is."

     Zij zei: "Dat is alles wat ik wilde dat u zei."

80 Zij gingen weg. Enkele dagen geleden belden zij op. En nu was het been van de baby normaal – het kwam naar beneden. Ziet u, wij zijn gewoon opgejaagd, dat is alles. Alles verloopt naar behoren. Alles is overeenkomstig de tijd. Dus, wij zien hier dat de duivel probeert te bewerken dat de mensen niet geloven.

81 Alzo probeerde de duivel Johannes ertoe te krijgen niet te geloven dat Hij de Messias was. Hij haalde twee van zijn discipelen bij elkaar en hij zond hen uit. Hij zei: "Nu, ga heen en vind uit waar Hij predikt. En wanneer u Hem vindt, ga erheen en vraag Hem of ik verkeerd was."

     Zou u zich dat kunnen voorstellen? "Zou ik verkeerd geweest kunnen zijn? Is Hij werkelijk Degene? Ik weet dat het teken juist was. Ik zag het Messiaanse teken; ik weet dat dit juist was. Maar dit zachtmoedige en nederige enzovoort, dat snap ik niet. Ik kan het niet vatten. Ik kan het niet met elkaar rijmen."

82 U wordt niet verondersteld het te kunnen rijmen. Als ik u de hele zaak zou kunnen vertellen en u wist het allemaal en ik wist het allemaal, dan zou het geen geloof meer zijn. Alles wat ik perfect kan uitleggen is niet langer door geloof. Door geloof bent u gered. Door geloof bent u genezen. U gelooft het gewoon. U kunt het niet uitleggen. U gelooft het gewoon.

83 Dus zei hij: "Ga heen en vraag Hem of wij naar een ander moeten uitkijken. Is mijn geloof, mijn vertrouwen en mijn...? Ik zag het Messiaanse teken over Hem. En ben ik verkeerd geweest? Ben ik in de war geraakt? Nu, is er iets verkeerd gegaan?"

84 Nu, toen deze discipelen bij Jezus kwamen met de boodschap van deze grote profeet, zei Jezus nooit tot hen: "Nu, Ik zal u zeggen wat Ik zal doen. Ik zal u terugzenden met wat literatuur om aan Johannes te geven: 'Hoe gelukkig te zijn in de gevangenis.'" Neen. Hij zei dat nooit.

     Hij zei niet: "Ik zal u een boek over geduld geven. En zeg aan Johannes hoe hij geduldig moet zijn terwijl hij in de gevangenis is. Het is een goed ding. Hij is in de gevangenis en Ik vind het erg hem in de gevangenis te zien, maar Ik zal hem zeggen hoe hij het moet ondergaan, wel gewoon door gelukkig te zijn." Nee, Hij zei dat nooit.

85 Weet u wat Hij zei? Hij zei: "Blijf tot na deze middagsamenkomst. Blijf over. Nadien kunt u vertrekken. Bekijk slechts deze middagsamenkomst."

86 Nadat Jezus de samenkomst had, zou ik mij die discipelen van Johannes kunnen voorstellen, die daar zaten, elke beweging die Hij maakte in het oog houdend. Omdat Johannes hun had onderwezen wat die Messias was en hun had verteld wat het betekende. En dezen waren zijn discipelen, en zij begonnen te zien wat er gebeurde.

87 Nadat dan de dienst voorbij was, toen de twee discipelen teruggingen naar Johannes, zei Hij: "Ga Johannes vertellen: de lammen wandelen, de blinden zien, de doven horen en allen die naar de samenkomst komen zijn arm. Allen die... Aan de armen wordt het Evangelie gepredikt."

88 "En zeg Johannes om niet bevreesd te zijn; om niet iets anders te denken. Ik ben precies overeenkomstig het schema. Alles loopt juist. Alles is in orde. Ik ben juist overeenkomstig het schema. Ga hem zeggen dat er een genezingsdienst bezig is. Het Evangelie wordt aan de armen gepredikt, de kracht van God beweegt onder hen. Ik ben precies overeenkomstig het schema. Besteed geen aandacht aan iets anders. Ik ben juist overeenkomstig het schema." Oh, my! "Zalig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt. Nu, wees niet geërgerd."

89 Ik geloof dat er meer personen aanstoot nemen aan Jezus dan aan enig ander persoon die ooit op aarde leefde. Men voelt zich te snel geërgerd. Jezus nu, in deze misplaatste zaligspreking, haalde het daarheen zodat wij het vanavond kunnen vatten.

     Wel, Hij zei: "Zalig is wie geen aanstoot aan Mij neemt. Neem geen aanstoot aan Mij. Ongeacht wat er gebeurt, Ik ben... Alles werkt precies volgens schema. Dus, ga gewoon door en geloof het. Dat is alles. Alles is in orde. Ga gewoon door en geloof het."

90 Weet u, Jezus berispte Johannes daar niet voor. Hij zei niet: "Wel, Ik ben beschaamd over Mijn apostel, Ik ben beschaamd over Mijn profeet." Nee, Hij zei dat nooit.

     Hij zei niet: "Wat zal de wereld hierover zeggen? Terwijl je bent gekomen om te prediken over zo'n grote Messias en zulk een geweldige Messias? En vervolgens stuur je er een paar op uit om te vragen of Ik de Messias ben." Hij berispte hem nooit.

91 Maar toen Johannes het ergste zei dat hij tegen Jezus zou kunnen zeggen, zei Jezus het beste wat Johannes ooit over zich gezegd kreeg. Ja. Jezus... Johannes zei: "Ga zien of Hij Diegene is."

92 En nadat zij vertrokken, zei Jezus tot hen... Nadat de discipelen van Johannes vertrokken waren zei Hij: "Wat bent u in de woestijn gaan bekijken? Bent u uitgegaan om een man te zien die gekleed is in fijne..." Neen. Hij was daarvoor te ver van Hollywood.

93 Hij zei dus: "Bent u gegaan om een man te zien in fijne gewaden? Zij zijn in de paleizen van de koning." Hij zei: "Wat bent u gaan zien? Een riet dat door elke denominatie heen en weer geblazen zou kunnen worden?" O, neen. Zeker niet.

94 Hij zei: "Wat ging u zien? Een profeet? Ja. U ging om een profeet te zien. En een groter... Hij is meer dan een profeet. Deze is die Elia. Deze is degene waarvan door de profeet gezegd werd: 'Ik zal Mijn boodschapper voor Mijn aangezicht uitzenden.'" Hij zei: "Waarlijk, Ik zeg u dat er nooit een man is geweest, uit een vrouw geboren, die zo groot is als Johannes de Doper."

95 Hij veroordeelde hem nooit. Hij wist dat hij met de geest van Elia gezalfd was en die geest was op hem. Dat deed het. Hij wist dat alles in orde was. Alles liep volgens schema.

96 Johannes, waarom was hij groter dan al de profeten? Nu, als u geestelijk bent, zult u iets vatten. Waarom was hij de grootste? Al de andere profeten hadden van de Messias gesproken. Maar Johannes introduceerde Hem. Hij was degene die Hem voorstelde. Zo zal het zijn in de eindtijd. Alles loopt volgens schema. Wees niet geërgerd. Geloof alleen.

     Vandaag zijn de kerken over Hem geërgerd. De kerken zijn geërgerd. De mensen zijn ontstemd. Zij zijn allemaal opgejaagd. Zij weten niet wat zij moeten denken. "Geestelijke telepathie." Iets anders en al... Nee, wees niet geërgerd.

97 Onze boodschap verleden zondag probeerde u aan te tonen wat God voor Abraham deed en voor zijn zaad na hem. En wij zagen dat Hij Abraham bij elk knooppunt had meegenomen; zo nam Hij Zijn zaad door rechtvaardiging, heiligmaking, door de doop met de Heilige Geest, door het plaatsen van een zoon. En toen kwam God in menselijk vlees, keerde Zijn rug naar Sara in de tent, en zei wat zij in haar hart dacht.

98 Wees niet bevreesd. Hij is precies op schema. Hij is hier. Wees niet geërgerd over Hem. "Zalig zijn zij die over Mij niet geërgerd zijn." Als Hij hier was om vanavond te spreken, zou Hij hetzelfde zeggen. Hij is precies op schema.

99 De profeet zei dat er een tijd zou zijn dat het dag noch nacht zou zijn. Maar in de avondtijd zal het licht zijn. Hij is precies op schema.

     Hij is gekomen door rechtvaardiging, het Luthertijdperk, heiligmaking, het Wesleytijdperk; dan het pinkstertijdperk waarbij Hij de gaven in de gemeente plaatste. En nu aan ons verschenen in ons vlees, zoals Jezus zei dat Hij zou doen.

100 Wees niet over Hem ontstemd. Hij is precies op tijd. Johannes, kom uit die gevangenis! Kom uit die organisatie die er niet in gelooft. Trek de schellen van je ogen. Je bent een vrij man, als je het gelooft. Hij is precies op tijd. "Het zal licht zijn in de avondtijd." Amen. De avondlichten schijnen.

101 Wat is Hij? Dezelfde Jezus. Dezelfde zon die opgaat in het oosten is dezelfde zon die ondergaat in het westen. De Zoon van God ging op over het oostelijke volk. Wat deed Hij om aan de Samaritanen en de Joden te bewijzen dat Hij de Messias was? Door hun een teken te tonen dat Hij de Profeet was waarvan Mozes sprak. De Samaritaanse vrouw getuigde hetzelfde, zeggende: "Wij weten dat wanneer de Messias komt, Hij ons deze dingen zal vertellen. Maar wie bent U?"

     Hij zei: "Ik ben Hem."

102 Zij liep de stad in en zei: "Is dit niet de echte Messias? De Man zei mij wat er met mij verkeerd was, wat ik deed. Is dat niet de Messias?" En de mensen geloofden het.

103 Hij deed dat voor de Samaritanen en de Joden, maar niet voor de heidenen. Voor het Evangelie naar de heidenen ging, was Hij reeds verheerlijkt en in de heerlijkheid. Maar het zal licht zijn in de avondtijd.

104 Wat deed de kerk? Ging weg in het Katholicisme; organiseerde een kerk. Toen trok Luther er uit voor de rechtvaardiging, van het zaad. Toen kwam Wesley van Luther, heiligmaking. Dan de pinkstermensen... en zij organiseerden zich alsmaar door in hun systemen, enzovoort.

105 Nu komen wij tot de laatste dagen. Wat is het? Maar in de avondtijd, voor het lichaam van Sara en Abraham werd veranderd om de beloofde zoon te ontvangen, kwam Hij, zat bij hen, sprak met hen en deed een teken voor hen. En Jezus verwees er naar.

     Wij zijn niet te laat. Kijk niet achterom naar wat Luther zei, naar wat Wesley zei. Kijk naar wat Jezus zei en kijk naar het teken, waar wij aan toe zijn. Kijk niet achterom naar wat iemand anders zei, kijk naar wat Hij zei. Hij was Degene die het zei. En dezelfde zon die opgaat in het oosten, gaat onder in het westen. Er is een duistere dag geweest. Dat is het zeker geweest. Genoeg licht om te zien hoe tot kerken toe te treden en organisaties te maken enzovoort.

106 Maar de werkelijke kracht en manifestaties van de tegenwoordigheid van God zijn sedert jaren en jaren en jaren niet gezien. Wij voelden het en wij wisten dat het hier was. En wij hebben gaven er mee zien werken. Maar wanneer wij Hem zichtbaar onder ons zien komen, met kracht in Zijn gemeente om zich uit te strekken tot de zoom van de mantel van die Meester en die aan te raken; om Zijn kracht hier terug te brengen en te spreken door Zijn volk hier en te openbaren... dat maakt Hem God, God met ons. O, ja.

     Johannes... God opent de gevangenisdeuren vanavond en laat u buiten. "Zalig is wie aan Mij niet geërgerd wordt." Geen gedachtenlezen of telepathie, maar een kracht van de opgestane Christus die spoedig komt. Laten wij bidden.

107 Dierbare God, zoals de avondlichten schijnen, dooft het de ogen van velen uit. Maar anderen gebruiken het om erin te wandelen. Ik bid, God, dat U vanavond de avondlichten opnieuw aan deze avondmensen wilt geven. En mogen zij de kracht van Uw opstanding zien. Want U zei Zelf: "De werken die Ik doe, zult gij ook doen." En wij vragen ons af wat voor werken U deed.

108 Dan vinden wij in Johannes, het vijfde hoofdstuk, vers negentien, dat U zei: "Ik doe niets tenzij Ik zie dat de Vader het eerst doet." Dan beloofde U dat. Wij weten dat het waar is.

     Nu, nog eenmaal meer Here, en dan is het volledig. En mogen velen van de Johannesen die vandaag opgesloten zijn in de gevangenis, fijne mannen en vrouwen, die U kennen als hun Redder, en die zich verwonderd hebben, o God, mogen zij zien dat U precies op schema bent, dat U precies op tijd bent. Sta het toe, wij vragen het in Jezus' Naam. Amen.

     Nu, vlak voor wij onze altaaroproep hebben... Ik was een beetje laat vanavond en ik dacht gisteravond dat ik predikte... Ik zal Billy vertellen dat ik het vanavond zeker haalde. Hij zei mij dat ik niet minder dan anderhalf uur kon prediken. Maar ik deed het zeker binnen die tijd, met de hulp des Heren.

     Nu, ik geloof dat wij onze gebedskaarten gisteren uitgaven. Gaf hij er enige vandaag uit? Of... Wat waren die? Eén tot honderd, geloof ik dat hij gisteren uitgaf, nietwaar? Wat waren dat? A's? A's, in orde. Waar begonnen wij? Wij begonnen bij één gisteren, niet? Eén? Wel, laten wij dan vanaf achteraan beginnen. Laten wij nemen, beginnen... er slechts enkelen hierboven halen, omdat onze tijd... Laten wij vanaf tachtig beginnen.

     [Leeg gedeelte op band – Vert] Hoevelen zijn nooit eerder in één van de samenkomsten geweest? Steekt uw handen omhoog. Kijk eens, de halve samenkomst. Als Jezus Christus... Hoevelen weten dat Jezus Christus de zieken reeds heeft genezen, de verlorenen reeds heeft gered? Nu, Hij zou u niet kunnen redden of genezen. Hij zou u slechts vertellen, dat Hij het reeds gedaan heeft en u zou het moeten geloven.

     Maar Hij beloofde dat wij de werken die Hij deed ook zouden doen, en in het bijzonder in deze avondtijd. Hoe velen weten dat en geloven dat dit de waarheid is?

     Staat er: "Hij is Dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid"? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Hij is zeker dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. In orde. Als Hij het is, moge Hij dan op die wijze handelen.

     Nu, u allen in de gebedsrij, die daar staat en die een vreemde voor mij bent, zodat u weet dat ik niets over u afweet, steekt uw handen omhoog. Allen die dit weten, ieder van u. In orde. Allen daarginds, u mensen die geen gebedskaart hebt en genezen wilt worden en u weet dat ik niets over u afweet, steekt uw handen omhoog; al de mensen. Elk persoon in het gebouw die weet dat ik niets over u weet, steekt uw handen op, overal.

     Ik denk niet dat er een persoon is die ik kan zien, die ik ken... Als ik mij niet vergis is dit een prediker uit Arkansas, die daar zit, geloof ik. Deze lichten, ziet u, ik kan hem niet al te best zien, maar ik denk dat dit een prediker van Arkansas is.

109 Hoevelen weten dat... Op een keer kwam er een vrouw in de gebedsrij. Er was een dame in... Zij zei in haar hart: "Als ik slechts de zoom van het kleed van die Man kan aanraken, zal ik gezond worden." Zij had een bloedvloeiing. Herinnert u zich dat? En zij glipte door de menigte en zij raakte... ongeveer zo.

     Nu, u zou dat nooit gevoeld hebben. En u kent, broeder Tommy, het onderkledingstuk van de Palestijn, en dan het grote lange gewaad... Men droeg onderkleding vanwege het stof. Het kleed ving dat op van de weg.

     Nu, toen zij de zoom van dat kleed aanraakte en weer terug in het gehoor ging, zei Jezus: "Wie raakte Mij aan?" Nu, dat was de Zoon van God. "Wie raakte Mij aan?" En Petrus berispte Hem. Hij zei: "Wel, al... Wat... Wel, de mensen zullen denken dat er iets verkeerd met U is. Zij zullen... Wel, zij, iedereen raakt U aan. U weet het wel: 'Hallo daar. Hoe maakt U het, dominee?' enzovoort, weet u, 'Rabbi'."

110 Hij zei: "Maar Ik bemerkte dat Ik zwak werd." Hoe velen weten dat deugd sterkte is? Zeker. "Sterkte ging van Mij uit. Iemand raakte Mij aan." En Hij draaide Zich om en bleef over het gehoor kijken tot Hij ontdekte waar ze was. En Hij zei... vertelde haar over haar bloedvloeiing die gestopt was, omdat haar geloof haar behouden had. Is dat de waarheid? Welnu, is Hij vanavond...

     U prediker-broeders, waarmee wij vanmorgen eten... Deze broeder hier is, geloof ik, de broeder waarover men spreekt, over al de graden die hij verkreeg in de Baptistenschool, Doctor en Doctor in de wijsbegeerte en ik weet niet wat allemaal meer. Hij vertelde ons er over. Maar hij moest het allemaal vergeten zoals Paulus om Christus te kennen, dus...

111 Maar de Schrift leert ons daar in Hebreeën dat Hij nu een Hogepriester is, Die kan aangeraakt worden door het voelen van onze zwakheid. Dat is juist. Hoe velen weten dat dit zo is?

112 Wel, als Hij dan Dezelfde is gisteren, vandaag en voor eeuwig, hoe zou Hij handelen als u Hem aanraakte? Ziet u? Hij zou precies zo handelen, nietwaar? "Een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer. Maar gij zult Mij zien, want Ik zal met u zijn, zelfs in u tot aan het einde der wereld. De werken die Ik doe zult gij ook doen." Is dat juist?

113 En Hij beloofde dat dit voor de heidenen zou komen. Niet in het Luthertijdperk, het Wesleytijdperk, maar het zou gebeuren in de eindtijd.

     Nu, ziet u het niet? Hij is precies op tijd. En bedenk dat dit gedaan werd over de hele wereld. Wij zijn dus aan het einde. Er is geen twijfel, geen twijfel.

114 Maar raak Zijn gewaad aan. Nu: "Wat betekent het, broeder Branham?" Ik ben het niet. En het zou mij niets doen als u het niet deed. U heeft er evenveel mee te maken als ik. Het moet uw geloof zijn waarmee u Hem aanraakt, zodat Hij door mij spreekt. Het is een gave waarmee ik mezelf aan Hem overgeef: geef Hem gewoon mijn ogen, mijn geest, mijn tong, mijn wezen.

115 Ik ken niemand van u, maar Hij is het die erdoor spreekt, zie. Hij is het die dat doet. Dus ben ik het niet. Wat veroorzaakte dat het gebeurde? Ik ken u niet. U zegt: "Over mij, broeder Branham?" Ik weet het niet.

     "Over mij?" Ik weet het niet. Maar Hij weet het wel. Raak Hem dus aan, dan gebruikt Hij mij opnieuw.

116 U ziet dus, het is u en ik samen als Zijn dienstknechten. En Hij maakt Zichzelf bekend aan Zijn volk, dat Hij precies op tijd is. Hij is juist volgens het schema, gewoon precies, net voor de eindtijd wanneer de avondlichten zouden schijnen. Nu, als Hij dat zal doen, hoe velen zullen Hem liefhebben en Hem geloven en Hem accepteren? God zegene u.

     Nu, Hemelse Vader, de rest is in Uw handen. Ik draag mijzelf en dit gehoor aan U op. Eén geval zal het bewijzen, Vader. In de Naam van Jezus Christus, laat het gebeuren. Amen.

     Nu, wees echt eerbiedig. Sta niet meer op. Zit stil. Wees echt eerbiedig voor enkele ogenblikken.

     Nu, één Woord van Hem zal meer betekenen dan ik zou kunnen zeggen in vijftig... honderd levens. Slechts één Woord van Hem.

     Nu, u daarginds nu, die geen gebedskaart hebt of waar u ook bent, wat uw toestand ook is, zeg gewoon: "O grote Hogepriester, laat mij U aanraken. En broeder Branham kent mij niet. En keert U hem dan om naar mij en laat hem het mij vertellen waarvoor ik bid. Laat hem mij vertellen wat er met mij verkeerd is (hij kent mij niet) of iets wat ik denk of doe of wat het ook is. Laat hem het mij vertellen. Ik zal U geloven, omdat de Bijbel zei dat dit precies de manier is waarop Hij het zou doen."

     Dat is de wijze waarop Hij het deed. Dat is de wijze waarop Hij het zal doen. En ziet u, vrienden, als één keer veroorzaakte dat Jezus zich zwak voelde, wat zou het doen aan mij, een zondaar? U zult het nooit weten tot wij elkaar ontmoeten bij de poort daar boven, wat de prijs is. Maar dat is... Ik klaag niet. Ik dank God, ziet u, opdat u het zult begrijpen.

     Wel, dagen zijn wij hier gekomen en heeft men gebedskaarten uitgegeven en dan langs... Ik neem die gebedskaarten op gedurende de week, door er enkelen hier uit te nemen en enkelen daaruit en hier beneden, zodat het... niet iedereen voor gebedskaart nummer één zal gaan, ziet u. Zo...

117 En dan de jongen, voor hij de kaarten uitgeeft, komt hij hierheen en staat voor het gehoor en mengt deze kaarten door elkaar, schudt ze allemaal. Ik denk dat u hem dat hebt zien doen. In orde.

     Dan gaat hij daarheen. Als u er een wilt, zal hij u er een geven. Dan kan de jongen niet zeggen: "Ik gaf haar nummer één." Hij weet het zelf niet. Hij deelt ze gewoon uit, ziet u, mengt ze. Hij kan u misschien nummer tien geven en de volgende naast u kan nummer 95 zijn.

     Dan, ergens gedurende de week, houd ik... zal ik oproepen van 20 tot 30 of van 50 tot 90 of van 90 terug naar 20 of ergens iets als dat, waar de Here het ook op mijn hart legt, omdat het dan op die wijze is, gewoon zoals de Heilige Geest het leidt om op te roepen.

     Het komt nu vanavond zo uit, door die leiding; deze vrouw is een gekleurde vrouw, ik ben een blanke man. Ben ik een vreemde voor u? Kennen wij elkaar niet? Is dit onze eerste ontmoeting? Ziet u het nu?

118 Nu, als de Heilige Geest nog steeds de Heilige Geest blijft, die in Christus was, en in ons vanavond is, als dat dezelfde Heilige Geest is, dan zal Hij hetzelfde werk doen. Als dit waarlijk de Heilige Geest is, dan zal Hij het werk van de Heilige Geest doen. Hij zal het werk van Jezus doen. En op die wijze kunt u er zeker over zijn wat Hij destijds was; u weet wat Hij nu is.

119 Laten wij Johannes het vierde hoofdstuk nemen. Er was een... Toen Hij, een Jood zijnde, een Samaritaanse vrouw ontmoette en Hij enkele minuten met haar sprak om haar geest te vatten, vertelde Hij haar wat haar moeite was. En zij zei: "Heer, ik bemerk dat U een profeet bent. Wij weten dat wanneer de Messias komt Hij ons deze dingen zal vertellen." En zij zei tot Hem dat... Hij zei: "Ik ben Hem, die tot u spreekt."

     En zij liep de stad in en zei: "Kom, zie een Man, Die mij al de dingen heeft verteld die ik gedaan heb. Is Deze niet de echte Messias?" En al de mensen geloofden. En iedereen...

     Jezus deed het nooit tot één persoon meer, maar de hele stad geloofde erin. Hij genas nooit iemand daar. Ging daar gewoon heen en verklaarde Zichzelf aan de vrouw. De Bijbel zegt dat de hele stad in Hem geloofde wegens het getuigenis van de vrouw.

120 Nu, als dat Jezus gisteren was, en Hij is gekomen om hetzelfde te doen als een Afrikaans meisje en een Angelsaksische man hier staan... En als Hij mij iets kan openbaren waarvoor u hier bent, iets dat u hebt gedaan of iets dergelijks, zou u weten of het de waarheid is of niet. U zou het zeker. En dan, als Hij u kan vertellen wat er geweest is, dan kan Hij u zeker vertellen wat er zal zijn. Gelooft u dat? Aan alle gekleurde mensen hier, blanken ook, en wat er ook meer is, gelooft u dat met heel uw hart? In orde.

121 Nu, als iemand van u mensen niet gelooft dat dit de waarheid is en u gelooft dat het psychologie is (ik heb geen graad van Doctor in de Filosofie), komt u dan hier en doe het zelf. Nu, ik wacht op u. Als u dan bang bent om hier te komen, accepteer het of wees er stil over.

     Ik zei dit omdat ik geleid werd om het te doen. Er is iets gaande waarover ik weet...

122 U bent er zich van bewust dat er ook hier iets gaande is. Eén van uw moeiten is nervositeit. U bent extreem zenuwachtig. Daar komt het: "Hij raadde het." Nu...?... U hebt dat, in orde? Ik zou kunnen zeggen: "Iemand daarbuiten is nerveus. Iemand... De Here zei iets." Maar wie is die 'iemand'? Deze is die iemand. Zij heeft gewoon een fijne geest. Laten wij zien of dit zo is.

123 Nerveus? U hebt ook moeite met uw schouder. Dat is juist. U hebt ook een hartkwaal. [De zuster zegt: "Dat is juist." – Vert] Is dat juist? ["Dat is juist."] U hebt een last op uw hart. Is dat waar? ["Ja."] Het is over een jongen. ["Ja, meneer."] Hm, hm. Hij is in een instituut ["Ja."] Hospitaal. ["Ja, meneer."] U bidt voor hem. ["Ja, meneer."] Wilt u dat ik u vertel wie u bent? ["Ja, meneer."] Juffrouw Richardson. ["Ja."] Ga, geloof.

     U zult nooit weten wat mij dat doet. Het doodt gewoon het leven zelf... Nu, echt eerbiedig, iedereen.

     Hoe maakt u het, meneer? Zijn wij vreemden voor elkaar? Dat is zo. Maar Jezus kent ons beiden en... Als God mij zal laten weten waarvoor u hier staat, zal ik dus niet te veel in detail hoeven treden. Ziet u, ik heb hier een hele rij staan. En anderen daarginds bidden. U ziet wat het mij doet. Maar als Hij mij gewoon iets over u zou vertellen, zou u geloven?

     Natuurlijk, één van de dingen waarvoor u wilt dat er gebeden wordt is voor uw ogen. Natuurlijk, u draagt een bril. Iedereen kan dat zien. Dat is niet alles wat er met de man aan de hand is. Er is iets anders, omdat hij een schaduw over zich heeft van de dood. Dat komt niet van zijn ogen. TB, tuberculose. U hebt er een operatie voor ondergaan, die niet erg succesvol was. Men heeft het niet gedaan zoals het gedaan zou moeten worden. Is dat juist? [De broeder zegt: "Dat is juist." – Vert] Gelooft u nu dat het in orde zal zijn? ["Ik geloof."] Geloof met heel uw hart.

     Zou u willen geloven dat Hij de Zoon van God is en u genas? Zou u geloven? Loop dan gewoon door en zeg: "Dank U, Here." Die maagzweer zal in orde komen.

124 Ik ken u niet. Wij zijn vreemden voor elkaar. Gelooft u dat Jezus Christus de Zoon van God is? Gelooft u dat Hij mij zond als een boodschapper voor de gemeente in deze laatste dagen, om deze Schriftplaats naar voren te brengen en een gave te geven...? Niet omdat ik het was. Niet omdat Hij moest... Hij had wellicht... heeft gewoonlijk iemand die niets weet, zodat Hij Zichzelf kan tonen. Ziet u?

     Gelooft u dat deze dingen waarvan ik sprak, de Schriftuurlijke waarheid zijn? Zij lijkt zo vol verdriet te zijn; dat is de reden dat ik even tot haar sprak. Ja, dat is het.

     Het eerste is voor uzelf. U had een operatie. Dat was vanwege een vrouwenkwaal. Alle vrouwelijke organen werden aan de binnenkant verwijderd. Maar het liep mis. Er was iets. Nu, een ogenblikje. Het scheurde. Het scheurde en u moest terugkomen. U moest teruggaan.

125 Maar dat is niet echt uw verdriet. Uw verdriet is om een kind. Het is uw kind. En het heeft een ziekte of iets verkeerd gehad. TB. En nu heeft het een soort van aanvallen van zwakte. Dat is juist. U hebt nog een ander waarover u bezorgd bent, die een oorkwaal heeft. Dat is juist. Uw naam is mevrouw Smith. Ga door om met heel uw hart te geloven. Amen. Gelooft u? Heb geloof. Heb gewoon geloof. Geloof.

     Hoe maakt u het dame? Wij zijn vreemden voor elkaar. Ik ken u niet. Voor zover ik weet, heb ik u nooit in mijn leven gezien. En wij ontmoeten elkaar hier voor de eerste keer. Als ik iets kon doen voor u en ik zou het niet doen, dan zou ik een slecht persoon zijn en behoorde ik hier niet achter de kansel te staan als een prediker. En ik zou u niet kunnen helpen.

     En als Hij hier Zelf stond en deze kleren droeg die Hij mij gaf, dan zou Hij alleen kunnen bewijzen dat Hij de Messias was, Die het voor u gedaan heeft. Maar u zou geloof moeten hebben dat Hij het voor u deed, anders zou het hoe dan ook niet werken. Is dat niet juist? Maar als Hij hier zou staan en u iets zou vertellen, wat uw moeite is, of wat u hebt gedaan wat u niet behoorde gedaan te hebben of iets dergelijks, dan zou u geloof hebben om te geloven, nietwaar?

     Zou dat nu het geloof van het gehoor doen oprijzen? U wordt schemerig voor mij.

126 Wel, u had een ongeval. Het gaf problemen met het hoofd. En dan hebt u iets in uw linkerzijde. Dat is juist. Complicaties, zo vele dingen, die verkeerd zijn. Dat is waar. [De zuster zegt: "Dat is waar." – Vert] Dat is juist. Als God mij zou vertellen wie u bent, zou het u helpen? Mevrouw Terry. Ga, gelovend. Amen. God zegene u. Gelooft u nu met heel uw hart?

     Hij geneest hartkwalen, nietwaar? Gelooft u dat Hij het doet? Ga door en zeg: "Dank U, dierbare God. Dank U." Amen. Dat is het. U gelooft dat Hij artritis geneest en mensen gezond maakt? In orde. Kom verder. Geloof het met heel uw hart. God zegene u, zuster. Een dameskwaal en een hartkwaal. Gelooft u dat Hij u zal gezond maken? In orde. Ga heen op uw weg en verheug u. Zeg: "Dank U."

     U bent jong om bloedarmoede te hebben, maar gelooft u dat Hij bloed transfuseert? Ga, zeg: "Dank U, Here." Ga, gelovend. Voorhoofdsholte. O, gelooft u dat Hij het geneest? Ga heen en zeg: "Dank U, Here Jezus."

     U zult een operatie moeten hebben voor die tumor, maar gelooft u dat God u er van zal genezen? O, ja. In orde, ga heen en verheug u. Zeg: "Dank U, Here." Kom, kom dame. Gelooft u dat Hij zenuwachtigheid geneest? In orde, ga heen op uw weg, u verheugend. Zeg: "Dank U, Here."

     Wat als ik niets tegen u zeg? Zou u mij toch geloven? Kom hier. In de Naam van Jezus Christus, moge zij genezen worden. Ga, gelovend. Kom.

     Een ogenblik, even een moment. Er gebeurde ergens iets. Die mensen, die daar gingen en in de gebedsrij waren, gingen zij daar terug? O, ja. Dat kan het geweest zijn wat...

127 Meneer, u die hier achteraan in de rij zit, die recht naar mij zit te kijken, u lijdt aan een prostaatkwaal. Ja, meneer, die daar zit. Ja, meneer. Ja. Hebt u een gebedskaart? U hebt geen gebedskaart, nietwaar? U hebt hem niet nodig. Uw geloof genas u. Deze tweede vrouw vanaf daar is uw vrouw. Dat is juist. Ik zie u samen in een huis. En zij lijdt aan een leverkwaal. Dat is juist. Als het juist is, steek uw hand op. Ga naar huis, Jezus Christus maakt u gezond.

     Die dame, die naast u zit daar, heeft iets verkeerd met haar tong. Gelooft u, dame? Als dat waar is, steek uw hand omhoog. In orde, ga naar huis.

     U, die daar aan het einde zit, hoe is het met u? Het is daar nu over u. U heeft een blaaskwaal. Dat is juist. In orde. Gelooft u? In orde, ga naar huis en wees gezond. Amen. Accepteert u het? Wat raakten zij aan?

     Hier zit een man, die begon te huilen, die hier precies achteraan zit, deze man. Het is die jonge knaap. Nu, die man heb ik nooit in mijn leven gezien. Maar luister, zoon, u hebt een maagkwaal. Dat is juist. Maar u bad en de Geest kwam op u. Een echt wonderbaar gevoel. Als ik een vreemde voor u ben, wuif dan zo met uw hand. Ik ken u niet. Is dat wat er met u aan de hand is? Wuif met uw hand. In orde, u bent genezen. Jezus Christus maakt u gezond.

     Deze dame die achteraan zit, lijdt aan epilepsie. Gelooft u dat God u gezond zal maken, dat Hij u zal genezen? Gelooft u het? Aanvaard uw genezing. Die aanvallen zullen u verlaten en u zult het nooit meer hebben. Geloof het.

     De kleine dame, die hier zit en naar mij kijkt, aan de kant met haar hand zo omhoog. Er is iets mis met haar enkel. Gelooft u dat God u gezond zal maken? In orde, u kunt uw genezing hebben.

     Deze dame, die hier staat, met uw hand omhoog. U bent gereed voor een operatie aan die oude tumor. Maar God zal het eruit nemen en u gezond maken. Gelooft u het? Ga, geloof het.

128 Deze vriendelijke vrouw, met een witte band rondom haar hoofd hier. Het is een gekleurde dame met een galblaaskwaal. Gelooft u dat God u zal genezen? Wat met u in de rolstoel? Gelooft u dat ik Zijn profeet ben? U zult sterven, daar zittend. U hebt één kans om te leven, zoals de melaatsen, die bij de poort van Samaria zaten.

129 Ik kan u niet genezen, zuster. Ik ben geen genezer. Maar deze Samaritanen zeiden: "Als wij hier blijven zitten, zullen wij sterven. Als wij de stad in gaan, zullen wij sterven. De enige kans die wij hebben is om naar het kamp van de vijand te gaan. Als zij ons doden, wij zullen hoe dan ook gaan sterven. Maar als zij ons redden, zullen wij in leven blijven." Zij hadden één kans op miljoenen.

     U hebt niet zo'n soort kans. U bent uitgenodigd vanavond tot het huis van een echte liefhebbende God. Ga nu op uw voeten staan. Laten wij opstaan en geloven in de Here Jezus Christus. Sta op. Als u Hem zult geloven, ga op uw voeten staan in de Naam van Jezus Christus en accepteer uw genezing. Amen.

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
audioE-BookPrint
AudioAudio
mp3 Download mp3mp3 is een populaire audioformaat dat op vrijwel alle mediaspelers te beluisteren is. meer info...
m4b Download m4bM4B is een Audiobook formaat voor Apple apparatuur (iPod, iPhone etc...) Uw plek wordt bewaard e.d. meer info...
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)