God, verkeerd begrepen

Door William Marrion Branham

1 De Here zegene u. Bid vanavond voor mij. Daarnet viel er een buitje regen, genoeg om af te koelen, waar we dankbaar voor zijn en ik vertrouw dat we er één van de geestelijke stromen krijgen aan de binnenkant, om ons een beetje te helpen eruit te komen.

2 Broeder Neville, ik dacht, als we dat naar u toedraaien. Hoe voelt dat? Als ik spreek en deze wind op me krijg, word ik een beetje... dan... door dit kale hoofd van mij gaat het naar beneden en gaat m'n keel dichtzitten.

3 Nu, ik gaf gelegenheid om vanavond enige vragen en antwoorden te geven om... De reden waarom wij dat doen, is om te ontdekken wat de mensen op hun hart hebben.

4 Ik denk dat het voor een herder heel goed is om deze gelegenheid te geven en dan ontdekt hij wat de mensen zoal denken, als ze hun vragen opschrijven en ergens mee zitten. En ik denk dat ieder van ons verplicht is onze gedachten aan onze herder en onze geestelijke leiders, enzovoort, uiteen te zetten en enige zaak die we zien, zodat we alles vlekkeloos en fijn kunnen laten verlopen voor de zaak van Gods Koninkrijk.

5 En toen ik... tot ongeveer een half uur geleden had ik er maar twee of drie, die ik zou... Billy had ze vanmorgen na de dienst gekregen en hij bracht ze bij me. En toen ging ik naar binnen en studeerde op de Schrift, omdat ik dacht vanavond dan maar wat te spreken, omdat ik het had aangekondigd en omdat ik hier ben. Toen belde hij me een paar minuten geleden op en zei: "Doe het toch maar, ik heb er nu een handvol."

6 Ik zal dus proberen er regelrecht op in te gaan en ze te beantwoorden naar mijn beste weten. En als ik dan op tijd klaar ben, heb ik een tekst waarover ik ongeveer twintig of dertig minuten zou willen spreken, gewoon een korte tekst.

7 En dan, onthoud, ik wil de volgende zondagmorgen, zo de Here wil, mijn best doen, door de genade van God, om de zeventig weken van Daniël uit te leggen. Zoals ik deze ochtend zei, het is een geweldig schriftgedeelte. En het is niet zozeer erover spreken, maar het plaatsen waar het hoort, om het te laten passen met de rest van de Bijbel.

8 En we zijn begonnen bij Openbaring 1 en kwamen tot het zesde hoofdstuk. En nu komen we natuurlijk bij de zeven laatste zegels. En deze zegels lopen door vanaf het zesde, het laatste deel van het zesde hoofdstuk tot en met het negentiende hoofdstuk. Dat zal dus veel tijd kosten. Nu, ik zou, laten we zeggen, zeven avonden kunnen nemen en door de zeven zegels gaan om die te openen. Maar als ik het op die manier doe, zullen de mensen dit belangrijke deel hier dat hierin past, missen. En als ze niet juist zijn onderwezen, zou het niet zo goed zijn. Maar de eerste drie of vier ervan zijn alleen gebeurtenissen die we goed kunnen uitleggen, ze vinden in volgorde plaats; maar het volgende daarop, dan moet je weer teruggaan naar Daniël, teruggaan naar Genesis, terugkomen in Openbaring, terugkomen in de Evangeliën en het met elkaar verbinden, omdat het de lijn is van Israël, hoe God handelt met Israël. Want wanneer de Gemeente omhoog gaat, is dat het laatste van de Gemeente totdat zij met haar Heer als Bruid en Bruidegom komt in het negentiende hoofdstuk; gedurende die tijd wordt er gehandeld met Israël. En wanneer we nu beginnen met de zeventig weken van Daniël, schetst dat de achtergrond voor het komen tot de opening van het eerste zegel.

9 Toen dacht ik dat ik de volgende zondag, zo de Here wil, daarover zou spreken. Wanneer ik het zondagmorgen niet af krijg, zal ik het zondagavond opnieuw proberen. En dat zou dan de weg openen, als de Here ons zou willen leiden, we zouden niet bij dat gedeelte hoeven te stoppen, maar we zouden regelrecht door kunnen gaan met de zeven zegels en steeds maar doorgaan zolang we kunnen zien dat de Here ons leidt.

10 Nu, vanavond hebben we enige vragen en het zijn allemaal verstandige, redelijke vragen. Er was er hier één, waarover ik eerst zou willen spreken voor een ogenblik. Er was iemand die vroeg... Het is geen vraag, maar iemand vroeg mij slechts:

     Waar zijn mijn sleutels? Vertel het alstublieft.

11 Ze hadden ze deze namiddag verloren. Nu, ik zal u vertellen, een paar weken geleden, ongeveer enige dagen geleden was ik hier bij de tabernakel... Gewoonlijk ging ik in gebed en wachtte op de Here om te ontdekken waar deze dingen van de mensen waren. Ik heb auto's van mensen gevonden. De Here zou me vertellen waar de mensen konden...

12 Broeder Welch Evans kwam hierheen en raakte z'n auto kwijt, iemand in Louisville had hem gestolen. Hij en broeder Fred Sothmann en enige van de broeders... Broeder Tom Simpson was er die dag bij, geloof ik. Was u dat, broeder Tom? En ze kwamen bij het huis en daar was broeder Evans zonder auto, zonder kleding, alles wat hij had lag in die auto. Ze waren bij Miller naar binnen gegaan en iemand nam hem mee.

13 Wel, we hebben in Louisville een zwendel of bende, waar zij deze auto's afbreken en dan transporteren en zij ze naar Bowling Green of iets dergelijks en spuiten ze over. En in Kentucky heb je helemaal geen eigendomsbewijs voor je auto nodig en ze kunnen deze auto's in een paar minuten veranderen en verkopen op elke manier waarop ze willen.

14 Wel, daar stond broeder Evans met z'n auto en alles wat hij had, lag erin en de Here gaf me er het antwoord op. En voordat ze ooit thuiskwamen werd de auto hier buiten neergezet met ongeveer de helft aan benzine, omdat Hij hem deed omkeren op de weg naar Bowling Green, en de auto terugbracht en hem precies daar liet neerzetten met alles erin, geen ding werd gemist, er was slechts wat benzine gebruikt.

15 Menigmaal hebben mensen dergelijke dingen gezegd en hebben ze gevraagd en ik zou naar de Here gaan en op deze visioenen wachten, wachten tot ze zouden komen. Maar ik heb ontdekt dat dit een groot struikelblok is geworden voor de mensen. Echt, de mensen in Amerika, de kerken, zijn niet gereed voor zo'n bediening. Dat is zo. Het is voorbij hun tijd. Ziet u? En het veroorzaakt alles, sommigen noemen u een "duivel", sommigen noemen u een "spiritist", sommigen noemen u een "zoon van God", een "god" en alles. Ziet u? Daarom beloofde ik de Here, dat ik het zou laten gaan en alleen zou wachten en die bediening gebruiken in Afrika of in persoonlijke interviews wanneer ik die hier heb.

16 We zijn hier voor persoonlijke interviews, die gaan nog steeds over zulke dingen. Maar... En de manier om ze te krijgen is niet door naar de kerk te komen. U gaat naar onze secretaris, mijn zoon Billy Paul en hij zal u een kaartje geven, waarop staat wanneer het zal zijn, enzovoort. En al dit soort zaken is in persoonlijke interviews, hier of op het veld, het kan alleen op die manier worden gedaan. Er is een bord van gepubliceerd, of een boek, of een notitie daar op het mededelingenbord, hoe het moet worden gedaan. Maar om hier naar het podium toe te komen...

17 Nu, we hebben gaven in de gemeente. We hebben hier broeder Neville, die een gave van profetie heeft ontvangen. Broeder Higginbotham die hier zit, heeft een gave van spreken in tongen en uitleg van tongen. Ik zou u willen aanraden... Ik zal bidden dat God u uw sleutels wilt teruggeven, maar ik adviseer dat wellicht, als de Heilige Geest vanavond zou willen spreken door broeder Neville of broeder Higginbotham, of enige van deze gaven in de gemeente, waarover we enige vragen hebben binnen een paar minuten, dat zij dat misschien konden doen.

18 Maar ik, voor mijzelf, deed God een belofte om het nooit meer te doen in Amerika in openbare samenkomsten, ziet u, omdat het slechts veroorzaakt dat ik het veld moet verlaten. En dan zullen sommigen u glashard uitmaken voor een "duivel", de anderen zullen er een "God" van maken. Begrijpt u, ze zijn er eenvoudig niet voor gereed. Daarom kan God zo niet werken en ik ben er zeker van, dat de persoon die het heeft gevraagd, het zal begrijpen. Nu, misschien dat de Heilige Geest vanavond toch... Bid u slechts. Ik zal bidden dat de Heilige Geest u regelrecht zal tonen waar het pakje is, waar u op wacht. Ik bid dat u het zult vinden en ik geloof dat u het zult vinden. Ziet u?

19 Nu dan, Billy Paul, wanneer iemand met zoiets zit, zodat zij hem zouden willen opbellen, hij zou hen dan naar de gemeente kunnen verwijzen, ik probeer de ernstige gevallen te nemen wanneer ik thuis ben.

20 Laten we nu voordat we deze vragen benaderen... Ten eerste wil ik zeggen dat enig antwoord, dat niet in overeenstemming is met uw geloof of de... in de Bijbel, als het niet in overeenstemming is met het Woord, dan hoeft u het niet aan te nemen. En omdat ik ze allemaal wil nemen en misschien nog tot mijn tekst wil komen vanavond, zou ik graag voortmaken en ze beantwoorden en degene waarvan ik denk dat ze schriftuurlijk te beantwoorden zijn, wel, die beantwoord ik met alles wat ik kan. Maar ik heb ze pas een paar minuten geleden gekregen, deze allemaal behalve drie en niet één van deze drie heeft enige... Slechts kleine dingen over iemand die een droom had gedroomd over iets en die wilde weten of ze het moesten vertellen, of iets van dien aard, ziet u.

     Laten we nu dus onze hoofden buigen als we Zijn genade benaderen:

21 Here, we zijn Uw volk dat geroepen is bij Uw Naam. En we zijn vanavond zo blij te weten dat we een hemelse Vader hebben die over ons waakt en voor ons zorgt, en ons liefheeft als Zijn eigen dierbare kinderen. En ik ben zo blij, Heer, dat ik gerekend word tot deze mensen, om hun broeder te zijn en zij zijn mijn broeders en zusters. Ik ben zo dankbaar.

22 Er is iemand, Heer, die enige sleutels heeft verloren. U weet precies waar ze liggen. Ik bid dat U het wilt openbaren en hen regelrecht naar deze sleutels wilt toebrengen. Het is voor hen een kostbaar ding, het is voor hun auto. En ik bid, Vader, dat U dit verzoek voor deze mensen wilt toestaan.

23 Nu bid ik dat U onze voorganger, onze geliefde broeder Neville wilt zegenen. We zijn zo blij om U in ons midden te zien werken door deze grote geestelijke gaven in onze gemeente, het deel van het lichaam van Christus dat aanbidt op deze hoek van de Eighth- en de Penn-street. We zijn zo blij gerekend te worden tot die groep mensen en te weten dat God de geheimen aan Zijn volk openbaart. Ik bid dat U broeder Neville, onze herder, wilt zegenen en broeder Higginbotham, broeder Funk, broeder Junior Jackson en onze zusters, die in tongen spreken en uitleg geven. We bidden, Vader, dat U wilt doorgaan Uzelf door deze grote gaven te manifesteren, zodat onze gemeente bekend mag staan als een geestelijke gemeente, waar mensen die bedroefd zijn kunnen komen en in de tegenwoordigheid van de almachtige God kunnen zitten en weten dat Hij spreekt en de geheimen van het hart openbaart.

24 En, Vader, ik bid dat U ons vanavond wilt zegenen als we deze vragen beantwoorden. Sommige ervan, Here, zijn licht en sommige ervan zijn zwaar. Voor ieder van hen die de vraag stelde, is het een gewichtige vraag. Het is iets dat ze op hun hart hebben, ze willen het weten. En, Vader, we schieten allemaal tekort in deze bekwaamheden, maar we weten dat U meer dan in staat bent. We bidden dus dat U deze vragen aan ons wilt uitleggen, zodat we de mensen het correcte antwoord kunnen geven, zodat ze geholpen kunnen worden en de gemeente verheerlijkt wordt, Gods Naam geëerd wordt.

25 Vader, als het Uw wil is, bid ik dat U deze week met ons zult handelen en mij zult helpen als ik studeer op die zeventig weken van Daniël, zodat ik volgende week op zondagmorgen in staat zal zijn, als het Uw wil is, de Schrift te openen voor deze mensen. God, sta het toe, dat hun ziel mag worden verfrist. Onderwijs hen, Here, die zoeken naar diepe dingen. Red degenen die verloren zijn. Genees hen die ziek zijn. We wachten allen op U, Vader. In Jezus' Naam. Amen.

26 Nu, de eerste vraag is niet echt een vraag, het is meer een klein ding voor... Zeg eens, sta ik hier te dichtbij? Galmt het daar achterin? Als het dat doet, steek uw hand op.

132 Broeder Bill, zeg alstublieft iets over zowel kinderen als volwassenen die zoveel leven maken in de ochtend... heen en weer lopen gedurende de dienst. Deze tabernakel heeft enige lessen nodig in eerbied.

27 Amen! Kinderen, weten jullie niet hoe jullie jezelf behoren te gedragen in het huis van God? Weten jullie niet dat dit het heiligdom van God is? God is in Zijn heilige tempel, laat iedereen stil zijn. Het is Gods plaats waar mensen komen, mediteren, proberend redding te vinden voor hun ziel; proberend uit te vinden wat de problemen zijn in het leven van de mensen, trachtend iemand te helpen. Het minste wat je kunt doen is eerbiedig zijn, wees stil. Drink wat water voordat de kerkdienst begint, ik weet dat kleintjes drinken nodig hebben. Moeders die deze kleinen hebben, als u achteraan zou zitten, houdt hen zo rustig mogelijk. En er zou nooit gefluisterd moeten worden, niet één keer gefluister. We zijn allemaal schuldig. Maar wanneer deze Bijbel wordt gelezen en die prediker naar de preekstoel gaat, zouden we stil moeten zijn en wachten op de Here. Nu, alstublieft, probeer dat te doen.

28 Nu, ik weet dat jullie kleine kinderen een beetje wiebelig bent, zie je. Maar als je dat doet, laat het dan op een aardige manier gebeuren. En onthoud, moeder wil niet dat je dat doet en vader wil niet dat je dat doet. Dus...

29 En ik weet het, ik heb ook kleintjes, die zitten te draaien, Jozef. Meda zegt: "Ik ontvang niets uit de dienst, omdat ik probeer Jozef stil te houden." Wel, ze probeert dat te doen zodat iemand anders iets uit de dienst kan krijgen. Ziet u?

30 En we willen altijd respect hebben voor elkaar, elkaar respecteren. En boven alles, eerbiedig God en eerbiedig Zijn huis.

     Nu, de volgende vraag is:

133 De twee kinderen van zes tot acht jaar, die hier vanmorgen bij het altaar waren. Hoe lang duurt het voordat het raadzaam is om ze te laten dopen?

31 Net zo vlug als u kunt. "Bekeert u direct en wordt gedoopt", dat is, in de Naam van Jezus Christus. Nu, dat is de vraag nummer één. Ik zou dat adviseren. Maar we ontdekken in de Schriften...

32 U zegt: "Is dat schriftuurlijk?"

33 Toen Petrus op de Pinksterdag predikte werden er drieduizend zielen gered en op hetzelfde moment gedoopt. "Zovelen als er geloofden in de Here werden gedoopt." Dus zodra u gelooft in de Here en Hem als uw Redder aanvaardt, gaat u regelrecht naar het water en laat uw belijdenis precies daar beginnen; jong of oud, het maakt niet uit wie het is.

34 U mag zeggen: "Wel, deze kinderen zijn wel erg jong."

35 Jezus zei: "Laat de kleine kinderen tot Mij komen, verhindert hen niet, want voor zodanigen is het Koninkrijk van God." Ik zou niet graag mijn hand op een kind willen leggen dat naar het altaar wil komen of gedoopt wil worden, van welke leeftijd dan ook, het maakt mij niet uit van welke leeftijd ze zijn.

     Nu vraag nummer twee:

134 Een bevriende prediker van ons doopt in de naam van "Vader, en van de Zoon, en van de Heilige Geest". Zullen wij verantwoordelijk worden gehouden, wanneer wij hem niet over zijn dwaling vertellen?

36 Ik geloof dat u als christen, als een plicht, en als hij een persoonlijke vriend van u is... Niet om een meningsverschil met hem te beginnen; als u dat doet bent u niet recht, uw geest is niet recht. Maar wanneer u die broeder liefhebt, wat u moet, omdat u zegt: "Een bevriende prediker". Dan... Onder geen enkele van deze briefjes staan namen, ik weet niet van wie deze vragen afkomstig zijn.

37 Nu, ik zou u willen aanraden, wie het ook is, als deze bevriende prediker op deze wijze doopt en u bezoekt hem thuis, enzovoort, dan zou ik de vraag eens naar voren brengen. En dat zou u... Praat die richting op, blijf in die richting praten, er omheen praten; en laat de Here het openen en dan is het de Here die u vertelt het te doen. Ziet u? Wacht slechts tot de Here de vraag opent. Dan zegt u tot hem, u zegt: "Broeder, ik vraag me af of er in de Schrift in Mattheüs 28:19 en Handelingen 2:38 en zo verder, daar van een tegenstrijdigheid sprake is? Kunt u verklaren waarom de één hier zegt: 'Vader, Zoon en Heilige Geest' en de ander zegt: 'De Naam van Jezus Christus'?"

38 Nu, probeer niet... Wanneer u niet echt bekend met de Bijbel bent en u weet niet waarover u praat, laat het dan maar beter gaan. Ziet u? U kunt eenvoudig tegen hem zeggen, bijvoorbeeld: "Wel, ik zou het fijn vinden als u zou komen..." Wanneer hij oprecht lijkt te zijn, zeg: "Ik vraag me af, of je onze voorganger niet zou willen ontmoeten of iemand anders om er over te discussiëren?"

39 Ik kan u vertellen dat het een diepe zaak is. Probeer het niet zelf klaar te spelen, want u zou uzelf kunnen vastzetten. En als u... Nu, wanneer u weet waarover u praat en vast gegrond bent en de Schriften kent, in orde. Maar beledig hem niet, wat u ook doet, beledig hem niet. Ziet u? Breng geen ergernis, vertel hem alleen dat...

40 Natuurlijk is hij in een dwaling. Dat is waar. De man dwaalt wanneer hij op die wijze doopt. En iedere man die doopt in de naam van "Vader, Zoon en Heilige Geest" is Schriftuurlijk in een dwaling. Dat is zo.

     Vraag nummer drie:

135 In een geloofsbelijdenis zeiden ze: "Wij geloven in één eeuwige God bestaande uit drie personen: Vader, Zoon en Heilige Geest. Mattheüs 28:19, 18 en 19; II Corinthiërs 13:14." Zouden dit geen drie bedieningen moeten zijn in plaats van drie personen?

41 U hebt gelijk! Er zijn geen drie personen in de Godheid. En er kan geen persoonlijkheid bestaan zonder een persoon te zijn, u moet een persoon hebben om een persoonlijkheid te krijgen. Er zijn geen drie goden. Er is slechts één God en die God is Jezus Christus. God is een Geest die leeft in Jezus Christus en die vandaag in Zijn Gemeente leeft (u en ik), Zichzelf verdelend over ons in de vorm van de Heilige Geest, hetwelk is God de Almachtige zelf, levend in u.

42 Nu, u hebt gelijk, het is: "Vader, Zoon en Heilige Geest" in drie bedieningen van dezelfde God. Maar niet drie goden, dat is schriftuurlijk fout.

136 Kan een christen naar de hemel gaan als hij of zij geen tienden betaalt?

43 Nu, dat is er één die ik niet schriftuurlijk kan beantwoorden.

44 Nu, dit "Vader, Zoon en Heilige Geest", wanneer de prediker oprecht is, laat het ons weten, ziet u, we zouden blij zijn... Broeder Neville en ikzelf, of broeder Beeler of broeder Collins, of enig andere van deze predikers die hier in deze bediening zijn bevestigd, enzovoort, kunnen het doen.

     Maar nu: Gaat een christen niet naar de hemel omdat ze geen tienden betalen?

45 Ik kan er geen "ja" en geen "nee" op zeggen. Maar ik geloof wel dat iedere christen verplicht is om tienden te betalen omdat het een gebod des Heren is. "En gezegend zijn zij die al Zijn geboden onderhouden, opdat zij een recht mogen hebben om het Leven binnen te gaan, de Boom des levens." Nu, ik geloof dat het betalen van tienden van wezenlijk belang is voor de ervaring van een christen. Maar ik zal daar over enige ogenblikken op ingaan bij een andere vraag, ik weet dat er nog één bij zit die daar over gaat.

137 Broeder Branham, ik ben gered en gedoopt in de Naam van Jezus Christus, maar hoe kom ik af van een wederspannige geest, waarvan ik me, naar het schijnt, niet los weet te maken.

46 Wel, mijn christen-broeder of -zuster, wie het ook mag zijn, meestal wanneer je mensen vindt die wederspannige geesten hebben, wordt het gewoonlijk veroorzaakt door een complex, of ze hebben het geërfd van een moeder, vader, oom, tante of grootmoeder, grootvader, of zo iemand. En als u dat in uw leven nagaat, zult u ontdekken... Nu, ik heb dit ontdekt door ervaring, door onderscheiding, omdat ik op het podium gevallen heb ontmoet, duizenden die deze geest hadden. En het eerste ding, weet u, ik zou die geest door onderscheiding regelrecht opsporen en ontdekken dat daar een grootvader was, een grootmoeder, daar stond iemand anders achter en u erft dat op natuurlijke wijze.

47 Wederspannig- wederspannigheid is niet van God. En de enige manier nu, om er vanaf te komen is dat u geloof moet hebben om dat te overwinnen, omdat u een christen bent. U bent een zoon of dochter van God, wat u ook mag zijn, en u zult nooit bij machte zijn om daar te staan en het te bestraffen en het te bestraffen en het te bestraffen. Het is hetzelfde als een ratelslang tergen, hij ligt daar klaar om u te bijten. Als u hem gewoon negeert en bij hem wegloopt, kan hij u geen pijn doen. Ziet u?

48 Dus wanneer u voelt dat u een wederspannige geest hebt, leg de zaak op het altaar en geloof God dat het ding dood is en u zult het nooit meer hebben en ga door en besteed er totaal geen aandacht meer aan en het ding zal u verlaten. Wedersta de duivel en hij zal van u vlieden, dat is: "gaat snel weg". Dus dat zou mijn advies zijn om het te overwinnen. We overwinnen de duivel door geloof. Op die manier overwinnen we alle boosheid, door geloof.

138 Waarom doopt u in de Naam van Jezus Christus in plaats van de naam van de "Vader, Zoon en Heilige Geest?"

49 Wel, er bestaat niet zoiets als een naam van "Vader, Zoon en Heilige Geest." Dat is de reden. Er werd nooit iemand in de Bijbel gedoopt in de naam van "Vader, Zoon en Heilige Geest." Iedereen in de Bijbel tot driehonderd jaar nadien werd gedoopt in de Naam van Jezus Christus. Niet één apostel, niet één christen, niet één keer werd "Vader, Zoon en Heilige Geest" gebruikt om te dopen totdat de Katholieke kerk werd georganiseerd op het Concilie van Nicea, driehonderdzestig jaar na de dood van de laatste apostel.

50 Er bestaat niet zoiets als een naam van "Vader, Zoon en Heilige Geest". Vader is geen naam, Zoon is geen naam, Heilige Geest is geen naam. Het zijn drie titels, drie titels van de bediening voor één Naam: Jezus Christus. Daarom is er niet zoiets als de naam van "Vader, Zoon en Heilige Geest." Het is geen... Er is geen naam bij, daarom doop ik in de Naam van Jezus Christus, hetwelk de Naam is van Vader, Zoon en Heilige Geest. Duidelijk?

139 Sommige mensen zeggen dat "Christus voor de opstanding in het dodenrijk was." Is dit... Is daar een schriftplaats voor?

51 Nu, hier is een schriftuurlijke vraag waarop ik u graag een antwoord uit de Schrift zou willen geven, omdat zij vroegen: "Staat het in de Schrift?"

52 Ik zou graag willen dat u met mij opsloeg 1 Petrus 3:18 en 20, u die het wilt horen, of u de vraag stelde of niet, zodat u niet iemand anders z'n woord ervoor hoeft te nemen. U kunt het lezen en ontdekken of dit waar is of niet. We willen altijd met de waarheid staan en waar de Bijbel het zegt. En deze dierbare persoon, wie het ook was, heeft gevraagd om een verwijzing in de Bijbel om te weten of dit zo is of niet.

53 Nu, we vinden dit in... Als ik het kan vinden. Deze oude Bijbel hier, die ik nu al verschillende jaren heb, is zo ongeveer versleten. Als ik het hier in kan vinden, ik denk dat het misschien... Slechts een moment, broeder, ik ben er zeker van dat... Even zien, het staat vlak achter Timotheüs, Titus en Hebreeën. Hier hebben we het, ja, ik heb het. Dank u. 1 Petrus 3, het derde hoofdstuk van 1 Petrus. Het derde hoofdstuk en laten we beginnen met het achttiende vers:

     Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen: Hij, die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar den Geest, (levend gemaakt naar den Geest)

     in welken Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in den gevangenis,

     die eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden.

54 Sla nu Handelingen 2 op, Handelingen 2 en we nemen het dertigste vers. In Handelingen 2 is het ook de apostel Petrus die spreekt. Handelingen, het tweede hoofdstuk en ik heb hier het dertigste vers opgeschreven:

     Daar hij nu een profeet was en wist dat God hem onder ede gezworen had een uit de vrucht zijner lendenen op zijn troon te doen zitten,

     heeft hij in de toekomst gezien en gesproken van de opstanding van den Christus, dat Hij niet aan het dodenrijk is overgelaten, noch Zijn vlees ontbinding heeft gezien (Christus' lichaam).

55 Zijn ziel daalde af in de hel en predikte tot geesten, of zielen die zich niet hadden bekeerd ten tijde van de lankmoedigheid, gedurende de dagen van Noach. Zijn ziel daalde af naar de hel en Hij predikte tot geesten en stond ten derde dage op. Dat is schriftuurlijk, de waarheid.

140 Nu, waren de vijf van de maagden verloren?

56 Ik veronderstel dat zij de vraag stellen: "de vijf maagden", de vijf wijze en de vijf dwaze. Nu, als u tijdens de laatste onderwijzingen uit Openbaring hier bij ons was geweest, zou u ontdekt hebben dat deze maagden, de vijf dwaze maagden niet verloren waren; maar zij werden niet toegelaten tot het bruiloftsmaal, maar ze leden vervolging en werden gemarteld en stonden op in het laatst der dagen bij de algemene opstanding. Dit zijn de mensen waarbij Hij de schapen van de bokken scheidde, ziet u, zij stonden voor het oordeel.

57 U zegt: "Wel, broeder Branham, staan wij, de Gemeente, daar niet?" Beslist niet! Wij staan niet voor het oordeel.

58 Wij staan nu voor het oordeel, God plaatste onze zonden op Christus en wij... "Hij die Mijn Woord hoort", Johannes 5:24, "en gelooft in Hem die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en zal niet in het oordeel komen, maar is overgegaan van de dood in het leven." Geen oordeel meer voor de Gemeente. Zij is in de opname gegaan en komt terug om het oordeel uit te spreken over de mensen die niet de Heilige Geest hebben ontvangen. Zegt Paulus niet dat hij niet wil dat iemand van ons met een zaak naar het gerechtshof gaat, naar de onrechtvaardige rechter, omdat: "Weet gij niet dat de heiligen de aarde zullen oordelen?" Wij zullen tezamen zitten met Christus en koningen en priesters oordelen en de mensen tot wie wij predikten en vertelden over de doop met de Heilige Geest en die weigerden het te ontvangen. Denk daaraan!

59 Nee, ze waren niet verloren, maar ze zullen nooit in de Bruid zijn. Ze zullen in de tweede opstanding opkomen, maar nooit in de Bruid zijn, en worden geoordeeld naar de manier waarop zij gehandeld hebben met het licht dat zij ontvingen. Nu, dat zal het deel zijn dat Christus doet. Toch waren zij niet verloren.

141 Broeder Branham, in 1 Corinthiërs, hoofdstuk 14, vers 34 en 35 staat: "Zoals in alle gemeenten der heiligen moeten de vrouwen in de gemeente zwijgen; want het is haar niet vergund te spreken." Het 35e: "Want het staat lelijk voor een vrouw te spreken in de gemeente." Nu, als een vrouw met kort haar in de gemeente in tongen spreekt, is het de Geest of de Heilige Geest die door haar spreekt of is het een valse geest?

60 Nu, u bent... En dit is echt een moeilijke vraag en ik kan het alleen maar beantwoorden op de beste manier die ik weet. Nu, ik zou niet kunnen oordelen, omdat ik niet ben gezonden om te oordelen. Maar ik denk, dat er vele keren zijn... Ik heb hier ergens onderop nog een vraag die daarmee samenhangt. Maar wanneer een persoon in tongen spreekt, zijn zij door God gezalfd. Ziet u? Zij kunnen uit de orde zijn, dat mag waar zijn, en ze mogen iets doen wat niet juist is, maar ik zou niet willen zeggen dat het de Heilige Geest niet was, omdat ik het niet weet. Ziet u?

61 En het gebeurt vaak dat dit... dat mensen elkaar verkeerd beoordelen. En dat is een slechte zaak, om dat te doen. U zegt: "Wel, ze heeft kort haar, ze draagt een jurk die te kort is, dat is niet de Heilige Geest op haar." Doe dat niet! Doe dat niet, dat is niet goed. U weet niet wat in het hart van die vrouw is. U weet er niets over. U weet dat de Heilige Geest zou maken dat ze zich wat beter zou gedragen, nu, dat mag waar zijn. Maar ik vertel u, dat geldt voor u en mij, laat God dat beoordelen en laten u en ik slechts voor die persoon bidden dat God hun het licht wil laten zien.

62 Enige tijd geleden ontmoette ik een man die me hier buiten terzijde nam. En ik had hier een pianiste, die een klein kort rokje droeg en ze was niet helemaal op orde, naar ik aanneem. En de dame had kort haar en ze was net een baby op deze weg en ze speelde op de piano. En een man ontmoette me daar buiten en ging tegen me tekeer, hij zei: "En u bent een pinksterprediker en laat die vrouw daar boven zitten! Met dat korte haar!" En zo ging hij maar door.

63 "Wel", zei ik, "ik denk dat de vrouw een goede geest in zich heeft. Natuurlijk stem ik daar niet mee in, u weet wel, de rok met een deel hier omhoog, twee gedeelten."

64 Eén gedeelte is hier omlaag en het andere is ongeveer hier omhoog, het is een rok zoals men die draagt. Dus het is erg dun en toont de onderjurk die ze daar onder dragen. Ik geloof niet dat dit zou moeten worden gedaan. Ik houd daar niet van, dat doe ik echt niet. Ik kan het niet zeggen, ze kunnen net zo met de Geest vervuld zijn als ieder ander, ik weet het niet; God weet dat. Maar ik zou die vrouw niet willen veroordelen en zeggen dat ze naar de hel gaat, als ik dat zie.

65 Bovendien, deze zelfde persoon had in zijn gemeente een dame die lang haar had en lange jurken droeg en een humeur had dat in staat was met een cirkelzaag te vechten en net zo gemeen als ze maar kon zijn. Nu, lang haar en lange rokken brengen u niet naar de hemel. Zeker niet! Het is de Geest in u die u naar de hemel brengt. Maar wanneer u, als christen...

66 Daarbij moet u bedenken dat voorgangers deze dingen meestal niet noemen en de mensen gaan er gewoon mee door, denken dat alles in orde is. Maar een voorganger zou er regelrecht op in moeten stormen. En dan zouden de zusters van de gemeente, die zusters die een standvastig karakter hebben en hun kleding netjes dragen, een voorbeeld moeten zijn van lieflijkheid, als een moeder en een zuster.

67 En ik denk dat iedere vrouw, die moederlijk en godsvruchtig en zusterlijk is, naar zo'n persoon behoort toe te gaan, met de lieflijkheid van de Geest om met die dame te gaan zitten praten. En wanneer zij van God is, zal de Heilige Geest deze dingen begrijpen en zij zal zichzelf verbeteren. Maar wanneer u haar onmiddellijk veroordeelt en wegdrijft, zou u die pasgeboren baby kunnen beschadigen. Ziet u? Dus ik zou de persoon niet willen veroordelen.

68 Nu, de persoon die in tongen spreekt.

69 Ik heb hier iets te zeggen dat misschien een beetje vreemd klinkt, en wanneer u niet met me overeenstemt is dat in orde. Weet u, wij beoordelen deze dingen zo vaak verkeerd. Laten we altijd proberen het allerbeste te denken van een ieder die probeert te doen wat goed is. Laten we hen zo positief mogelijk benaderen. O, zij proberen het. Wij kennen hun hart niet, behalve wanneer u onderscheiding hebt. En als ze fout zijn, dan moet u... De Bijbel zei: "Indien een broeder op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen, en kijk of u die persoon niet kunt terugbrengen naar God." Zeg niet dat zij geen goede geest hebben, want...

70 Luister, ik ga nu iets zeggen dat u echt even zal raken, zit dus een ogenblik stil. De Heilige Geest kan door een huichelaar heen spreken. Precies! Ik heb het zien gebeuren en ik kan u met de Schrift bewijzen dat het juist is. Ik kan u met de Schrift bewijzen dat demonische machten deze geesten kunnen oppakken en hen gebruiken, zeker, ze pakken deze gaven op en gebruiken ze. Ik stond tussen... en zag duivelen in tongen spreken en het uitleggen. En ik heb gezien dat huichelaars de waarachtige Heilige Geest oppakten en er door spraken. Daarom kunt u niet zeggen dat spreken in tongen het enige bewijs is van de Heilige Geest.

71 Nu, enige tijd geleden toen ik pas met Pinksteren in aanraking was gekomen, ging ik naar de tabernakel van broeder Rowe in Mishawaka. Ze hadden daar een conventie, het waren mensen van de Jezus' Naam groep. Nu, ik stemde niet overeen met de mensen van de Jezus' Naam groep, er is geen... Zij zijn mijn broeders, maar de reden dat ik zei...

72 "Gedoopt worden tot wedergeboorte, in de Naam van Jezus Christus", dat geloof ik niet. Ik geloof niet dat water u van zonde redt. Ik geloof dat het het bloed van Jezus Christus is dat u de wedergeboorte geeft. Maar de eenheidsmensen dopen tot wedergeboorte. De Naam van Jezus, het is: "Gedoopt in Jezus' Naam, dan bent u gered omdat hij zei: 'Bekeert u en wordt gedoopt in de Naam van Jezus Christus voor de vergeving van uw zonden'."

73 Maar wat komt eerst? Bekering, goddelijk berouw om uw zonden en ze dan opzij leggen. Als we dan dopen in de Naam van Jezus Christus is het in orde. U hebt dit alles gedaan voor de vergeving van zonden.

74 Nu, daar binnen waren enkele duizenden mensen. In die tijd was er rassenscheiding in het Noorden, of daar in het Zuiden en ze moesten het hier houden omdat er veel kleurling broeders naar deze conventie kwamen. Het waren de P.A. van W. en de P.A. van G... vóór de J.C. opkwam. En ze waren in Mishawaka tezamen gekomen, kleurlingen en blanken, omdat ze het in die tijd niet in het Zuiden konden houden. Wel, ik zag twee blanke mannen op hun stoel zitten. Ik had nog nooit iets van dergelijke boodschappen in mijn leven gehoord. Deze mannen stonden op en één sprak in tongen en de ander gaf de uitlegging en de mensen die in de samenkomst zaten werd verteld wat er verkeerd met hen was, vertelde de mensen wat ze hadden gedaan. Toen sprak deze en de ander legde het uit. Ik dacht: "My, ik ben hier tussen engelen terechtgekomen." Ik had nog nooit van zoiets gehoord!

75 De hele nacht bad ik in het korenveld. Want sinds ik een heel klein kind was, geloofde ik dat gaven en roepingen onberouwelijk zijn, ik zag altijd al visioenen. En de volgende morgen vroegen ze mij om te spreken en ik deed het. Buiten kwamen veel mensen naar me toe en nodigden me uit in hun samenkomsten, toch was ik een Baptistenzendeling. Ik ging door en liet het gaan op die manier. Na een poosje kreeg ik verlangen om in contact te komen met deze twee "mannelijke engelen". Ik had nooit gehoord van...

76 Ze werden wit om hun mond en stonden op en spraken in tongen. En de ander stond meteen op en zei: "ZO SPREEKT DE HERE: 'Hier zit Jansen, hij deed een bepaald ding, eergisteren. Toen u om het huis liep raapte u dat boek op, dat aan deze man toebehoort, deze man hier verloor het'. ZO SPREEKT DE HERE: 'Geef het terug'!"

77 "God, heb genade met mij, hier is het."

78 De waarheid, ziet u, om zoiets te zeggen, het de mensen rechtuit te vertellen, ik dacht: "O my, is dat niet wonderbaar!" Dus ik dacht: "Dit is God!"

79 Wel, ik ging naar één van deze mannen toe en terwijl ik met hem sprak, bad ik: "God, laat me dat krijgen, wat het ook is." Ik wist niet hoe ik het moest noemen, visioenen, ik wist niet hoe ik het moest noemen. En toen kwam die zaak voor me en ik trok zijn aandacht en bleef tot hem spreken om met zijn geest in contact te komen, zoals de vrouw deed bij de... Jezus deed bij de vrouw bij de bron. Bleef tot hem spreken totdat ik contact kreeg met zijn geest. En hij was een christen, een echte, onvervalste heilige van God. Ik dacht: "Gezegend zij de Naam van de Here!"

80 Een half uur later ontmoette ik de volgende man, terwijl ik de hoek omging en ik sprak met hem. En als ik ooit tegen een huichelaar heb staan praten, was hij er wel één. Zijn vrouw had zwart haar en hij leefde met een blondine en had twee kinderen bij haar; en toch sprak hij met dezelfde Geest als deze man en gaf dezelfde uitlegging, helemaal precies juist. Toen wist ik het.

81 Voor mijn bekering had ik een ervaring, toen ik op een keer bij Indianen in een heksenkamp kwam. Het zijn duivel-dansers. Ze nemen een slang en wikkelen hem om zich heen en dansen de korendans en spreken in tongen en leggen het uit en vertellen precies de waarheid over de mensen die daar zitten. Ik zag een heks een potlood nemen en het neerleggen en zag het potlood overeind komen en in onbekende talen schrijven en het uitleggen en de mensen precies vertellen wat daar aan de hand was. In een samenkomst van spiritisten!

82 Dus ik zei "Ik ben tussen duivelen terechtgekomen", en ik liet de hele zaak achter.

83 Op een dag was ik bij Green's Mill en ik was daar in mijn grot aan het bidden, niet vanwege dat, en ik ging naar buiten en legde mijn Bijbel neer. Het was muf binnen in de grot en ik wilde wat zonlicht, het was in de namiddag en ik ging naar buiten en legde mijn Bijbel neer. Ik zou een poosje gaan lezen, gezeten op een boomstam, die een beetje onderaan de heuvel lag. En ik legde de Bijbel neer en begon te lezen. En de wind blies en waaide het naar Hebreeën, het zesde hoofdstuk. Ik dacht: "Misschien wil de Here dat ik dat lees." Ik las het.

84 "Wij, die eens verlicht zijn geweest en deel gekregen hebben aan de Heilige Geest en daarna afgevallen zijn... weder opnieuw tot bekering te brengen. De regen brengt... de grond brengt vruchten voort en de regen wordt gezonden om het te bewateren en doornen en distelen zijn niet ver van vervloeking, die uitloopt op verbranding." Zoiets dergelijks.

85 Wel, ik las het en ik dacht: "Prijs de Here!" Sloeg een ander gedeelte op, ik dacht: "Wel, laat ik hier eens wat anders lezen." Legde het op deze manier neer, veegde mijn ogen af, de wind waaide het weer terug naar Hebreeën 6. Dat gebeurde drie of vier keer, in elk geval, zeker drie keer. Ik dacht: "Ik zie niet in wat daarmee verkeerd is. Wat staat daar in?"

86 Laat me, u kunt... U hebt het menigmaal gelezen, Hebreeën 6: "Dorens en distels. De regen valt vaak op de aarde om het te bewateren, te bevochtigen, voor de vruchten. Maar doornen en distelen zijn niet ver van vervloeking, die uitloopt op verbranding, verzameld en verbrand."

87 Ik kon er niets bijzonders uit opmaken. Dacht: "Wel, dorens en distels worden verbrand, God brengt Zijn graan naar de graanschuur en zo wordt het beslist." Zei: "Ik zie hier niets bijzonders in."

88 Ik zat daar en keek zo voor me uit en er kwam een visioen voor me. En ik zag een wereldbol op deze manier draaien en hij was geheel geploegd en gereed om te worden beplant. En een man met een wit kleed aan, z'n hoofd gebogen naar een etenstas, of een zaadbuidel liever gezegd, liep daar alleen. En ik weet niet of u zich die oude manier herinnert van zaad strooien, hoe dat je... Ik zag het mijn vader doen. Gooide het met zijn handen weg op die manier en die zaden vielen op die manier overal op de grond. Wel, deze man zaaide zaden op die manier. En zodra hij verder liep, kwam achter hem het graan omhoog.

89 Zodra hij bij de einden van de aarde kwam en verder ging, zag ik iets zwarts aankomen, zoals een zwarte maan. En ik keek en toen het dichterbij kwam was het een man, totaal zwart, gekleed in het zwart. Hij sloop verder, zo rondkijkend. En hij had een zaadbuidel, maar daar zat onkruid in. En hij zaaide ze zo tussen het graan in, wierp het eerst naar deze kant en dan naar de andere. En achter hem kwam onkruid omhoog, distels, dorens, wilde roos, en alles.

90 Ik dacht: "Het is een schande van die man om zoiets te doen." In een visioen dacht ik er niet aan dat het schriftuurlijk was, ziet u. En ik zei: "Die man zaait dat onkruid op het korenveld van die man."

91 Toen werd het erg warm. Het kleine graan boog z'n kopje en het ging van "huh, huh, huh", zoiets, net als snakken naar adem. Het kleine onkruid boog z'n kopje "huh, huh, huh", het snakte ook naar water. Iedereen bad om regen.

92 Na enige tijd... Er kwam een grote donderwolk opzetten en het begon te stortregenen en toen dit gebeurde sloeg de regen op de grond. En het kleine graan begon op en neer te springen, roepend: "Halleluja! Prijs de Here! Halleluja! Prijs de Here!" En het kleine onkruid riep: "Prijs de Here", ging rechtop staan, het leven kwam op dezelfde manier tot het onkruid als tot het graan.

93 Toen kwam het schriftgedeelte: "De regen valt op de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen." Toen vatte ik het. Ziet u?

94 Dus, als een persoon in een samenkomst zit, kan een geest op die persoon vallen, toch weet u dat ze verkeerd zijn en dat ze niet het juiste soort leven leiden, wees voorzichtig met wat u zegt over die geest, het zou de Heilige Geest kunnen zijn. Beoordeel de geest niet naar de persoon. De persoon mag verkeerd zijn, maar zegt de Bijbel niet: "De regen valt op de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen?" Zei Jezus niet toen de akkers werden beplant: "Laat ze allen tezamen opgroeien, de wikke en de tarwe samen. Probeer niet de wikke eruit te trekken. Probeer niet hen te oordelen, laat ze gewoon samen opgroeien. En op die dag zullen de engelen worden uitgezonden en al de wikke nemen en het verbranden en het graan zal worden verzameld in de schuur"? Aan hun vruchten kennen wij hen. U kunt het weten in uw hart. Probeer met die persoon door te gaan.

95 Zeg niet dat deze vrouw, wanneer zij onzedelijk gekleed is of... Hoe stond het er? "Laten we zeggen dat de Heilige Geest... zal bezoeken." Laat eens zien. Nee, op de een of andere manier heb ik hier de verkeerde gepakt. O ja, hier is het.

     De vrouwen die in tongen spreken. Nu, als een vrouw met kort haar in de gemeente in tongen spreekt, is het de geest... Even zien. Is het de Geest of de Heilige Geest die door haar spreekt of is het een valse geest?

96 Ik zou liever niets zeggen. En wanneer u denkt dat de vrouw niet geheel in orde is met kort haar... (Ik geloof dat dat het onderwerp was)... ja, "kort haar", waarom gaat u niet, broeder, als u een getrouwde man bent en dit is een getrouwde vrouw, waarom neemt u uw vrouw niet mee of laat uw vrouw vriendelijk spreken met deze dame? Laten we geloven dat zij de Heilige Geest heeft. Wanneer ze in deze gemeente komt, wil ik aannemen dat ze Hem heeft. En dan, laten we zeggen dat ze misschien...

97 Wist u, dat wanneer wij onszelf af en toe onderzoeken, dat we ook wel eens iets verkeerds kunnen doen. Ziet u, dat is het beeld. Dus iemand anders zou ons iets te vertellen kunnen hebben. Vaak genoeg hebben mensen mij heel wat dingen verteld die fout waren, die ik verkeerd deed, ik waardeer dat.

98 Maar laten we nu zeggen dat... laten we geloven dat, ongeacht wat het is, laten we dit geloven, als de vrouw niet echt een christin is, als ze maar wat aantrekt, dan zal God haar daarvoor oordelen. Dat is waar. Maar... En wanneer ze immoreel gekleed is en de dingen die ze doet zijn niet juist, zal God daarvoor zorgdragen. Maar laten we geloven dat die Geest op die vrouw de Heilige Geest is. Ziet u, omdat wij het niet weten.

99 Nu, als de uitlegging van die Heilige Geest iets brengt, een vervloeking van Christus... "Niemand die door de Geest spreekt, zegt: Vervloekt is Christus." Als deze vrouw in tongen spreekt en de uitlegging komt dat "Christus vervloekt is", dan weet u dat het een boze geest op de vrouw is. Maar zolang het Christus zegent en grootmaakt, geloof dan die Geest. Ziet u? Amen. Ik hoop dat het niet verwarrend is. Ik hoop dat het op de een of andere manier een beetje licht op de zaak werpt.

142 Leert Deuteronomium het 23e hoofdstuk, het tweede vers niet, dat een persoon buiten het huwelijk om geboren, niet gered kan worden? Het zegt dat "God de ongerechtigheid van de ouders zal bezoeken aan de kinderen tot in het derde en vierde geslacht." Verklaar wat dit betekent.

100 In orde. Ten tijde van de Bijbel was overspel zo'n afschuwelijke zaak, dat zelfs wanneer een man een kind had bij een vrouw die zijn vrouw niet was, dat kind, zijn kinderen, kleinkinderen en zijn achterkleinkinderen, vier generaties, vierhonderd en nog meer jaar zelfs niet in de samenkomst des Heren mochten komen, omdat het bloed van stieren en bokken en vaarzen niet voldoende was om zonde weg te nemen. Het kon slechts een scheiding brengen of het kon slechts zonde bedekken, het kon zonde niet doen ophouden. Ziet u? Het kon zonde niet wegnemen, het kon alleen zonde bedekken. Overspel is een verschrikkelijke zaak!

101 Als een vrouw, een kostbare juweel, die God heeft gemaakt om een moeder te zijn, haar het moederschap toevertrouwend, als zij een kind van een andere man dan haar echtgenoot voortbracht, veroorzaakte dat een vloek op dat kind en zijn kinderen en zijn kinderen en zijn kinderen, tot drie of vier generaties. Vele malen werden de mensen zelfs geslagen met dingen als geslachtsziekte en blindheid. Ja, het was een verschrikkelijke, verschrikkelijke zaak voor een vrouw om een baby te hebben buiten het heilig huwelijk om. Nu, niet alleen toen, maar het is zeker nog altijd een verschrikkelijke zaak.

143 Zal Ezechiël 38 en 39 plaatsvinden voor de Opname?

102 Nu, als u opmerkt, handelt Ezechiël 38 en 39 over Gog en Magog, wat Rusland is, het noordelijk land. Nu, ik zeg niet dat dit correct is, maar volgens mijn manier van onderwijzen gebeurt het na de Opname, nadat de Gemeente is opgenomen. En God handelt met Gog en Magog wanneer ze optrekken naar Israël. En ik denk dat het na de Opname zal plaatsvinden. Nu, ik zeg niet dat het zo ìs. Maar dat is de manier waarop ik het onderwijs. Ik veronderstel dat dit genoeg is, wat ze wilden weten, wat mijn idee erover was.

144 De Here heeft ons door profetie verteld te getuigen tot anderen over de dingen die we hier gehoord en gezien hebben, zoals het naderen van Zijn komst, dopen in de Naam, in Jezus' Naam en zulke dingen. We hebben deze dingen verteld aan sommigen die christenen leken te zijn, maar zij schijnen het niet te geloven. Wat denkt u dat met deze mensen zal gebeuren? Zullen ze in de opname gaan?

103 Nu, ik ben blij dat u het op die manier zei: "Wat denkt u?" Hoewel dat niet juist zou hoeven zijn, omdat ìk het zou denken. Ik geloof dat niemand in Gods licht kan wandelen tenzij God het aan hem openbaart. En ik geloof niet dat enig mens... Al deze verborgen dingen zijn verborgen voor de mensen en niemand kan ze zien tenzij God ze openbaart en ik geloof het, omdat het in de Bijbel altijd op die manier is geweest.

104 Zei Jezus niet: "U hebt ogen en u kunt niet zien, u hebt oren en u hoort niet?"

105 En in Mattheüs, ik geloof dat het in het achtste of twaalfde hoofdstuk staat, wordt gezegd dat "Hoewel Jezus zovele wonderen onder hen had gedaan, konden zij niet geloven. Omdat Jesaja zei, de profetie zei, dat 'Ze hebben ogen en kunnen niet zien en oren en kunnen niet horen'." Ziet u?

106 En Jezus zei: "Niemand kan tot Mij komen, tenzij Mijn Vader hem eerst roept en al wat de Vader Mij gegeven heeft zal tot Mij komen." Dat maakt het vast.

107 Nu, u bent verantwoordelijk om het Licht te verspreiden, u bent er niet verantwoordelijk voor dat zij het Licht ontvangen. U bent verantwoordelijk om het tot hen te brengen, maar u bent niet verantwoordelijk voor hun reactie. En als God hen er in laat gaan, is dat geheel aan Hem. Als ze de klederen, enzovoort, niet aan hebben en zij... Maar zij... Onthoud, zij kunnen het niet zien, tenzij God het aan hen openbaart.

145 Broeder Branham, in Daniël het elfde hoofdstuk, het 31e vers wordt geleerd de dag... het wegnemen van het dagelijkse offer, en de gruwel die verwoesting brengt. Zoudt u alstublieft willen uitleggen wat deze zijn?

108 O, deze persoon heeft z'n naam eronder gezet. Dat is mijn onderwerp voor volgende week zondag en dat komt ook voor in de zeventig weken van Daniël. Maar... En ik zou dit tot u willen zeggen, mijn meest dierbare broeder, die dit hier heeft ondertekend, die een heel geliefde vriend van ons allen is. Ja, "de gruwel die verwoesting brengt", daarover sprak Jezus in Mattheüs 24. De gruwel (betekent smerigheid) die verwoesting brengt, was de Moslim Moskee van Omar, die gebouwd werd op de tempelgrond waar de Heilige Plaats stond.

109 In 96 na Christus kwam Titus en veroverde Jeruzalem en verbrandde de tempel en zij bouwden de Moskee van Omar (de Mohammedaanse godsdienst) regelrecht op het tempelterrein en hij staat er vandaag nog steeds. En hij zal daar staan totdat God opnieuw terugkeert tot de Joden. "En de gruwel (dat is de Moskee van Omar) die verwoesting brengt van de Heilige Plaats", staande op de Heilige Plaats.

110 Jezus haalde het aan, zei tussen haakjes: "Laat hij die het leest verstaan". Ziet u? Dus Hij noemt zoveel dagen vanaf de tijd totdat de... na de Vorst en zoveel dagen, enzovoort, waar we volgende week zondag op in zullen gaan. En ik zal proberen naar het beste van mijn weten het volgende week zondag voor u uiteen te zetten. Maar die gruwel is de Moskee van Omar die de plaats van de tempel innam, dit: "Wanneer u de gruwel ziet die verwoesting brengt, waarvan gesproken werd door de profeet Daniël, staande op de Heilige Plaats." Ziet u, staande waar de tempel stond (de Heilige Plaats), de Moskee van Omar.

146 Broeder Branham, vindt u niet dat iedereen die beweert een christen te zijn, tienden zou moeten betalen, hun tienden brengen in de voorraadkamer van de Heer? Wilt u voor deze vraag alstublieft een schriftgedeelte geven.

111 In orde, als u wilt... Het is waar, dat de Bijbel in Maleachi, het derde hoofdstuk zegt: "Zal een man God beroven? En u zegt: 'Waarin hebben wij U beroofd?' In tienden en offers. Breng al uw tienden en offers in Mijn voorraadkamer en beproef Mij", zei de Here, "of Ik dan niet de vensters des hemels voor u zal openen en zegen in overvloed over u zal uitgieten."

112 Dat is een uitdaging aan ieder persoonlijk! Als ik slechts de tijd had en niet ook nog tot mijn tekst wilde komen, waar ik over ongeveer tien minuten aan wil beginnen, dan zou ik u graag een persoonlijk getuigenis willen geven, hoe ik hongerig was, mijn moeder en de anderen honger hadden, mijn vader ziek was, maar ik nam eerst mijn tienden en gaf het aan God en u had moeten zien wat er gebeurde! Ik heb nog nooit in mijn leven gezien dat een man of vrouw, al zou hij maar één dollar in de week verdienen en tien cent van dat geld brengen in de voorraadkamer, of van de kerk waar je komt, dat God dat niet zegent, noem me anders een huichelaar. Zeker. Dat is een uitdaging aan iedereen. En iedere christen... Dit hoort bij deze andere vraag. Iedere christen behoort tienden te betalen! Dat is juist. Het behoort te worden gedaan.

     In orde, nu:

147 Wanneer een persoon of personen in onbekende tongen spreken in steeds dezelfde toon of klank, hetzelfde ding, maar de uitlegging door de uitlegger is iedere keer verschillend, zou dàt de Heilige Geest kunnen zijn?

     Nu, laat me dat opnieuw lezen:

     Wanneer een persoon of personen in onbekende tongen spreken in steeds dezelfde toon of klank (in andere woorden: een bepaald ding zoals een zeker woord steeds weer herhalen) steeds, steeds hetzelfde ding, maar de uitlegging door de uitlegger is iedere keer verschillend, zou dat de Heilige Geest kunnen zijn?

113 Nu, dat is een moeilijke, maar laat mij er enig licht op werpen als ik kan. En ik ben er zeker van dat u begrijpt dat dit alleen maar broeder Branham is die z'n best probeert te doen, maar laat mij dit doen uit eigen persoonlijke ervaring in het omgaan met geestelijke dingen. En ik waardeer uw vertrouwen om mij zulke vragen te stellen. Wanneer u geen vertrouwen in me had, zou u me zoiets niet vragen. Ik geloof niet dat een christen vragen zou stellen om te argumenteren, maar ik geloof dat zij proberen te ontdekken wat de Waarheid is. Ziet u? En ik zou het willen beantwoorden... Ik zal het beantwoorden, en als ik het duidelijk kan maken "dat het naar het beste van mijn weten is" en wanneer dan die geest in u boos wordt, toont dat dat het daarbinnen niet de Heilige Geest is. Ziet u? Dus de Heilige Geest zal niet boos worden, het zal elke keer met het Woord gecorrigeerd worden en correctie kunnen verdragen.

114 Laat me nu dit zeggen, dat ik... Onthoud, in dit geval zal God mijn rechter zijn. Ik, dat is William Branham, zou het niet kunnen zeggen. Maar door ervaringen die ik heb opgedaan onder de zalving van zulke samenkomsten, geloof ik dat de persoon die steeds hetzelfde ding zegt, dezelfde toon of klank, echt in tongen spreekt. Ik geloof echt dat ze door de Geest in tongen spreken als ze christenen zijn. Ongetwijfeld spreken ze in tongen. Maar ik geloof dat u de verkeerde manier van uitleg hebt.

115 Nu, vaak zullen mensen... ik weet het niet... ik neem aan dat hier vanavond alleen de mensen zijn die er normaal altijd zijn. Is het niet zo, broeder Neville, de mensen die normaal altijd komen? Dus als er hier vreemdelingen zijn en u verschilt hiermee van mening, ik probeer tot mijn eigen gemeente te spreken, ziet u.

116 Nu, als uw vader in het Evangelie, als uw voorganger, zou ik graag wat later, wanneer uw geesten en gaven tot volmaaktheid beginnen te komen... Wanneer u oplet en ziet dat ze zich maar laten gaan... houd die persoon liever in de gaten, laat het maar los omdat het niet de Geest van God op hen is. Maar wanneer zij lieflijk zijn en zacht en nederig en in orde en alles, dat is de Geest van God. En wanneer iemand uit de orde gaat en de voorganger moet hem tot de orde roepen en die geest stuift op, dan is het niet de Geest van God. De Geest van God blijft altijd stilstaan, komt tot het Woord. Ziet u? Het herkent het Woord elke keer.

117 Ik probeer nu niet te vleien of neer te drukken, ik probeer alleen een waarheid naar voren te brengen. Laten we zeggen dat iemand in tongen spreekt en een ander staat op om tongentaal uit te leggen. Luister nu aandachtig. (En ik denk dat dit opgenomen wordt op de band. Is het zo?) In de uitleg van tongen... Ik zal nu wat dit betreft op een leerstelling moeten ingaan. Bij de uitleg van tongen zijn er veel mensen die tongen uitleggen door middel van een buitengewone uitdrukking van hun gevoel om zoiets te zeggen. Dat is geen uitlegging.

118 Uitlegging is wanneer zij spreken in een onbekende tong en u hoort hen in het engels en u herhaalt slechts wat zij zeggen. Maar de... als deze persoon in uw kerk spreekt... Ik geloof niet dat wij het in de onze hebben. Als het wel zo is, ik heb het nooit gehoord.

119 Maar iemand die opstaat en een bepaald woord steeds maar zegt, of dezelfde toon of klank steeds maar herhaalt en herhaalt en herhaalt...

120 Ik zal u vertellen, ik geloof niet dat Junie Jackson hier vanavond is. Is hij er? Ik geloof niet dat hij er is. Maar ik heb me er altijd over verwonderd hoe Junior Jackson in tongen spreekt en broeder Higginbotham en velen van u mensen hier, hoe u die verandering bemerkt in de vertolking van de uitleg. Ziet u? Nu, dat is in orde. Nu, ik wil niet... Ik hoef niet te pochen op mijn gemeente. Zeker niet. Als mijn gemeente correctie nodig heeft, zal ik hier gaan staan en mijn best doen voor mijn Redder, zo is het, of het kwetst of niet. Ik ben uw vader in het Evangelie, ziet u, en ik wil... Je wilt geen verkeerde geest, je wilt de goede geest. Je doet alles...

121 Waarom een vervangingsmiddel nemen als er een hele pinksterhemel vol is met het echte? Waarom uit een vuilnisbak eten wanneer hier een fijne, grote schone tafel is neergezet met kip en noedels en alles? Ziet u? Waarom doen we dat niet? Laten we het echte nemen, dat is wat we willen, het echte, het originele.

122 Nu, ik geloof dat in deze bewering die hier is gedaan, dat steeds hetzelfde woord wordt herhaald, ik geloof dat in deze bewering zij beiden correct zijn, maar ik geloof niet dat de uitlegger de taal van de persoon uitlegt. Dat geloof ik niet. Ik geloof dat de Geest aanwezig is en de uitlegger profeteert. Ik geloof dat hij een profeteerder is in plaats van een uitlegger wanneer hij de stem niet in zijn eigen...?... hoort. "Hoe kunnen wij ieder in onze taal horen, waarin wij zijn geboren?" Ziet u, u moet het in dezelfde horen, u moet het in het Engels horen.

123 Hier is de uitlegger. Nu, ik kan opstaan en ik weet slechts twee of drie woorden in een andere taal. Ik neem dit nu als natuurlijk voorbeeld, niet geestelijk. Ik zeg nu: "Baie, baie blij. Ekke wil Afrikaans sprekken." Ik betwijfel of er hier een persoon is die weet wat ik zei. Ja broeder, wat heb ik gezegd? [Een broeder in de samenkomst zegt: "U zei dat u Afrikaans kon spreken"] Afrikaans: "Baie, baie blij", "Ik ben heel, heel blij." "Ik ben hier om Afrikaans te spreken", "Afrikaans sprekken". "Ik ben hier om Afrikaans te spreken."

124 Nu, wat deed hij? Ik sprak Afrikaans maar hij hoorde mij in het Engels. Is dat zo? Omdat u Afrikaans kent. Nu, als u spreekt... als ik hier sta en spreek... predik en broeder Neville vertaalt het in een andere taal van mensen, dan zegt hij in hun taal wat hij mij hoort zeggen; hij weet waarover ik spreek, omdat hij mijn taal kent.

125 En wanneer u in een onbekende taal spreekt en het uitlegt, hoort u het in de taal waarin u werd geboren, omdat dat de enige manier is dat u kunt uitleggen wat zij zeggen, want de Heilige Geest heeft het voor u vertaald en u spreekt slechts voor de Heilige Geest.

126 Maar wanneer de Geest aanwezig is om deze arme persoon te zegenen en ze staan op... Zoals een dierbare oude broeder die is heengegaan, hij is vanavond in de Heerlijkheid, wat ik echt geloof. De dierbaarste oude ziel die ik ken, broeder Ryan, we kennen hem allemaal. Meestal stond hij daar op straat... (En God, vergeef me, ik wil niet heiligschennend zijn... Ik weet dat het een... De Heilige Geest lasteren is onvergeeflijk). Maar gewoonlijk zei broeder Ryan herhaaldelijk één woord, zoiets als "seekem en seekem en seekem", of iets dergelijks. Meestal... Wel, iemand zei: "Denkt u dat het van God is?"

127 Ik zei: "Zeker, het is van God! Zeker, ik geloof dat het van God is." Hij sprak in tongen, maar ik kon niet zeggen wat hij zei omdat ik het niet weet. Maar de tegenwoordigheid van de Geest was daar.

128 Als dus de tegenwoordigheid van de Geest daar is en deze persoon herhaalt slechts dat ene woord telkens weer en deze andere springt op en probeert een uitleg te geven terwijl hij niet weet wat hij zegt. Als deze man de uitleg niet geeft, profeteert hij; de geest van profetie is op hem en hij profeteert, hij geeft geen uitleg.

129 Dus tot u, dierbare Christen, die zei: "Zou dat de Heilige Geest kunnen zijn?" Het zou de Heilige Geest kunnen zijn, die twee bedieningen gebruikt. De ene in het zegenen van een ziel door spreken in tongen; een andere die profeteert, hetgeen niet de uitleg hoeft te zijn van wat hij zegt. Maar hij zei het toch. De Heilige Geest komt met profetie tegelijkertijd op hem als op degene die in tongen spreekt en hij dacht dat het een uitlegging was, wat maakt dat voor verschil? Het is de Geest van God die een boodschap geeft aan de gemeente. Maar uitlegging, dat is het te verstaan in het Engels en nauwkeurig herhalen wat de persoon zei, dat is de gave van uitlegging.

148 Wanneer er al drie boodschappen in onbekende talen zijn uitgegaan in één dienst, kunnen er dan in de gebedsrij meer boodschappen uitgaan en nog steeds in de geestelijke orde van de dienst zijn?

130 Natuurlijk wel. Dat is in orde. Zeker. Ik weet waar u op doelt. Dat is waar Paulus zegt: "U profeteert en spreekt in tongen", zoiets dergelijks, Paulus spreekt over...

131 Over enige tijd, wanneer u allemaal... Broeder Neville, wanneer u allen wilt, deze mensen die geestelijke gaven hebben... Wanneer u vertrouwen hebt in mijn begrip van de Schrift, wil ik naar de samenkomst komen met alleen die mensen die deze gaven hebben, slechts met u allen, zodat we tezamen tot... En wanneer u voelt... En, broeder Neville, let u op en kijk of het God is in de gemeente, God Die onder hen beweegt, dat is hetgeen wij willen, maar we willen het op orde zetten zodat het tot zegen wordt voor de gemeente en iets kan doen. God heeft geen... Ik weet het, en ik weet dat de Schrift zegt wat er moet worden gedaan. En dat willen we ook doen.

132 Nu, deze persoon hier, ik weet dat hij in tongen spreekt, wordt verondersteld dat het twee of niet meer dan drie keer plaatsvindt. Dat is correct, maar als u hier oplet, als het...

133 Zoals daar iemand ons... gaf. Zoals broeder Sothmann opstond en een boodschap gaf door profetie of door tongentaal. De uitleg van tongen is profetie, ziet u, de geest van profetie. Nu, wanneer u alleen in onbekende tongen spreekt en er is geen uitlegger, dan wordt die persoon gezegend door de Geest, maar hij verstoort de gemeente niet.

134 Waar Paulus toe wilde komen was dit: "U gebruikt de hele dienst om slechts in tongen te spreken en de vreemdelingen zeggen, 'Wat heeft dit eigenlijk te betekenen?'" Ze begrijpen het niet, tenzij er een uitleg komt. En laten er één, twee, hooguit drie boodschappen in een dienst zijn.

135 Nu zegt de persoon hier: "En in de gebedsrij dan?" Dat zou kunnen betekenen dat iemand in de gebedsrij... Het zou bij broeder Neville, of in een andere kerk geweest kunnen zijn of waar dan ook, dat deze man in de gebedsrij... of in samenkomsten voor Goddelijke genezing, misschien in de samenkomst van broeder Roberts, of bij broeder Allen, of zoiets, of in mijn samenkomst of die van iemand anders, ik weet het niet. Maar hoe het zij, waar Paulus over spreekt is een boodschap aan de samenkomst gericht: "Laten het er niet meer dan drie zijn", omdat de boodschap van God probeert een boodschap uit te brengen aan de samenkomst. Maar wat betreft de man in de gebedsrij, hij profeteert tot een individu, niet tot de gehele groep. Als dat zo zou zijn, hoe zou ik het kunnen vermijden gedurende mijn gebedsrijen, wanneer er dertig of veertig per avond voorbijgaan? Ziet u, wanneer u profeteert tot een enkeling.

136 Maar deze man profeteert tot het gehele lichaam, laten dat twee of drie boodschappen zijn en stop het dan. Ofschoon de Heilige Geest nog meer zou willen spreken, wacht een ogenblik, geef het Woord de gelegenheid om uit te gaan. Ziet u het? En dan nog iets, het spreken zou, of voor of na het Woord moeten plaatsvinden, niets zou het Woord moeten onderbreken terwijl het uitgaat. Maar we zullen dit later wel in orde krijgen, wanneer de geesten en gaven tot volmaaktheid beginnen te komen.

137 We spreken nu over de ernst van de Pinkstergemeente, ik bedoel de echte Pinkstergemeente. En we zijn blij dat God nog steeds leeft en regeert en tot ons spreekt.

138 Nu, om een voorbeeld te geven, als de zuster hier ons een boodschap zou geven in tongen of een profetie en de dame naast haar zou een boodschap geven in tongen of profetie en dan de dame naast haar of iemand achteraan, een willekeurig iemand zou een boodschap of een profetie of tongentaal uitspreken. Het zal ongetwijfeld, als het bij God urgent is, praktisch over dezelfde zaak gaan, proberend iemand over te halen, een oproep aan iemand in de gemeente om iets te doen, of iets dat Hij wil dat gedaan wordt.

139 Dan, bijvoorbeeld, wordt de gebedsrij opgeroepen en broeder Neville of ikzelf of een andere prediker gaat naar deze persoon, dat is niet het lichaam, dat is naar deze persoon. En de Geest van God komt op hem om deze persoon iets te vertellen, vertel het hem dan, want hij spreekt niet tot de samenkomst. Hij spreekt tot deze enkeling, niet tot de samenkomst, dus dat is in orde.

149 Dierbare broeder Branham, regelmatig toont de Here mij dingen in dromen. Hij heeft me dingen laten zien over mijn zoon bij de marine, waarvan mijn zoon zei dat het "geheimen" waren. Hij liet mij de dood van mensen zien en de geheimen van het hart van mensen. Is dit een gave van God? Als Hij mij de harten en gezindheid van mensen in dromen laat zien, is het altijd uitgekomen op de manier waarop de droom het me toonde.

140 Zeker wel, mijn broeder of zuster, wie het mag zijn. De Here zegene u. Dat is naar mijn mening de gave van God. Het is een gave van God. Weet u niet dat de Bijbel spreekt van dromen? Hoe Jozef dromen droomde en uitlegde en hoe anderen dromen droomden. Deze dingen zijn van God. Als het van God is, zal het altijd waarachtig zijn, het zal altijd precies op de manier waarop Hij het zei, gebeuren.

141 Ga nu niet... Wanneer u begint uzelf ermee naar voren te brengen, zal het u verlaten. Ziet u, wees slechts eerbiedig en lieflijk. En wanneer Hij u iets laat zien en het is iets wat u iemand zou moeten vertellen, iets wat zij verkeerd hebben gedaan, sta dan niet tegen hen op en bestraf die persoon, ga zelf naar hen toe en zeg: "Zuster, broeder, weet u, de Here vertelde me vorige nacht, dat u iets verkeerd deed, een bepaald iets."

142 Als die persoon zegt: "U bent verkeerd! Dat is een leugen! Dat deed ik niet!"

143 Wat u dan moet doen is teruggaan en zeggen: "Hemelse Vader, was dat verkeerd?"

144 Als dan die persoon u de waarheid vertelde, hebt u de verkeerde geest. Maar als die persoon loog en hij deed het wel, zal God met die persoon handelen. Ziet u? Jazeker. Want wat hij daar deed was lasteren tegen de Heilige Geest, ontkennen wat de Heilige Geest onder zijn aandacht heeft gebracht. Dan is het dus de verkeerde zaak.

150 Broeder Branham, hoe kan een gemeente dansen, roepen, in tongen spreken en de Geest laten...(laat eens zien, wacht even)... en in de Geest gaan terwijl zelden of nooit uit de Schrift wordt gelezen. Ik begrijp het niet.

145 Dat doe ik net zomin: "roepen, dansen, in tongen spreken en zelfs de Schrift niet lezen." Ik zeg dit, onthoud, William Branham, die er een miljoen mijl naast kan zitten. Ik geloof dat de meeste mensen... Die vraag, iets van die orde, werd vandaag door een broeder aan mij gesteld. Dat, wanneer zij voor de zieken gaan bidden, een broeder zal misschien voor iemand bidden en laat ze allemaal zingen en dansen in de Geest, denkend dat dat kracht onder de mensen brengt. Nee, ik voor mijzelf geloof dat het verkeerd is.

146 Ik geloof dat een persoon die in de genezingsdienst komt, net zo komt als voor redding, kom eerbiedig, gelovend. Iedereen daar binnen roept en danst niet, maar als ze hun broeder of zuster daarheen zien gaan om God om genade te vragen, zullen ze hun hoofden buigen en beginnen te bidden: "God, help mijn broeder nu terwijl de herder voor hem bidt, zalf hem. Laat de Heilige Geest op hem komen en geef hem geloof om in zijn genezing te geloven. Hij is een dierbare broeder. Zij is een dierbare zuster." Wees voor hem in gebed in plaats van te zingen, te roepen en te dansen.

147 Maar we zien daarvan zoveel in onze Pinkstersamenkomsten, het is een voortdurende... Ik geloof dat het aanbidding is, ik geloof echt dat zij God aanbidden. En ik geloof in spreken in tongen, roepen en dansen. Ja, ik geloof er elk deeltje van. Ik geloof dat enig ding dat ze in de Bijbel doen, vandaag net zo goed is als het toen was, zeker, maar ik geloof dat het z'n tijd en z'n plaats heeft.

148 Nu, als de grote zegen neerdaalt en de mensen roepen en de glorie van God daalt neer en mensen willen schreeuwen en roepen en wat de Geest hun ook vertelt om te doen. Ga uw gang, dat is in orde. Maar wanneer een man komt om genezen te worden, waar de vraag betreffende leven en dood ter sprake komt, daar zouden we geloof ik, eerbiedig moeten zijn en tot Vader moeten spreken en Hem benaderen voor deze broeder. In plaats van Hem te aanbidden, laten we Hem vragen: "Vader, ik aanbid U. Ik heb U lief, U weet dat, ik druk mijn liefde uit aan U. Nu druk ik mijn geloof uit aan U, help mijn broeder om gezond te worden. Wilt u het, Vader?" Ik geloof dat u betere resultaten zult krijgen door dat te doen. Zeker geloof ik dat. Eerbiedig de Geest van God.

149 My, het leek honderd mijl te duren, maar ik hoop dat ik ze heb beantwoord, dat wil zeggen, het werpt gewoon een beetje licht. Ik weet nu dus ongeveer wat in uw gedachten is. En ik zal u wat vertellen, over enige tijd wil ik de herder hier vragen, of hij mij wil komen helpen om... misschien kunnen we hierheen komen en al de mensen tezamen brengen die de Geest van God op zich hebben in de vorm van gaven, laten we er een poosje over praten. Misschien kan ik u helpen wat hogerop de ladder te klimmen en dichter bij God komen... en het beter op orde te zetten in de gemeente. Ik heb het gadegeslagen, het ziet er wat mij betreft wonderbaar uit. En ik houd ervan om te zien hoe het beweegt en zo verdergaat en zo door en door en door.

150 En als we vorderingen maken, laat Satan er niet tussen komen. Jongen, hij is wijs. En probeer hem niet te slim af te zijn, want dat kunt u niet. Blijf afhankelijk van God en wandel nederig door en God zal het doen en u zult ontdekken dat God u meer en meer en meer op die wijze zal gebruiken. De Here zegene u.

151 Hebben we nog tijd om twintig minuten te spreken? [Samenkomst zegt: "Amen!"] Dank u. Dank u. Ik vermoed dat dit genoeg was om me op te starten, Ben. In orde.

152 Laten we een moment in de Psalmen opslaan. Het scheen dat de Here mij hier een kleine gedachte wilde geven die ik vanavond tot u allen zou willen brengen op de wijze van een prediking, als u wilt, slechts een paar minuten. Ik weet dat het warm is en hierboven is het ook warm. Maar onthoudt, dat we elkaar waarschijnlijk tot woensdagavond niet meer zullen ontmoeten. Laten we dus wachten en voordat we het goede oude lied "Gezegend zij de band" zingen, laten we over het geschreven Woord spreken. Deze vragen maken ons... brengen ons door elkaar. Laten we er nu mee ophouden en in het Woord gaan.

     Zouden we onze hoofden nogmaals een ogenblik kunnen buigen.

153 Hemelse Vader, door deze vragen heb ik geprobeerd te ontdekken wat de mensen op hun hart hebben, om te zien of ze over dit of over dat iets te vragen hadden. Here, ik zie dat ze naar geestelijke gaven verlangen. En degenen die geestelijke gaven hebben, vragen zich af hoe ze te gebruiken. Voor sommigen werpt het helder licht op de gemeente; anderen hebben er vragen over. Nu, Here, help ons. Help ons, Here. Wij zijn Uw kinderen. We doen deze dingen niet om onszelf te eren, we doen dit tot eer van God door een gave die God ons heeft gegeven.

154 Vader, we bidden, dat U deze gaven wilt zegenen en in de gemeente manifesteren. En moge het geschieden dat pelgrims en vreemdelingen die voorbij komen, die voor een paar ogenblikken door die deur naar binnen komen en gaan zitten, dat de Geest van God hier binnen zo machtig is, dat het geheim van ieders hart, dat de deur binnenkomt, mag worden bekend gemaakt. Sta het toe, Here. Moge het met zo'n zachtheid en nederigheid zijn, nooit ruw en bestraffend en afbrekend. We weten dat de Geest van God zo niet is.

155 We bidden dus dat U ons in alles wilt zegenen. Zegen onze gemeente, zegen onze mensen. Zegen de mensen van andere gemeenten. En we weten Vader, dat er slechts één Gemeente is en daar zijn we allen in geboren.

156 En ik bid, Vader, dat U ons verder zult zegenen als ik deze kleine tekst lees, die U mij scheen te geven, terwijl ik deze middag bij het bureau zat. En help mij, Here, om de mensen niet te lang vast te houden, maar om hier eenvoudig wat dingen tot uitdrukking te brengen. Ik bid, dat U erin zult zijn. En geef ons een kleine gedachte die we mee naar huis kunnen nemen en dankbaarheid aan God voor Zijn goedheid. We vragen het in Jezus' Naam. Amen.

157 Vergeet het nu niet, volgende week zondagmorgen, zo de Here wil.

158 Sla nu Psalm 106 op, het zevende vers. Ik was van plan om een stuk te lezen... een gedeelte van deze Psalm. Het is van David. Het kwam in mijn gedachten door de boodschap van deze morgen. En ik zal m'n horloge hier neerleggen en om half tien proberen klaar te zijn als het allemaal lukt. Nu, het zevende vers van Psalm 106:

     Onze vaderen in Egypte sloegen geen acht op Uw wonderen, zij gedachten niet aan Uw talrijke gunstbewijzen, doch waren weerspannig bij de zee, bij de Schelfzee.

159 Ik ga het volgende vers lezen:

     Maar hij verloste hen om Zijns Naams wil, om Zijn kracht bekend te maken.

     De Here voege Zijn zegeningen toe.

160 Ik ga tot u spreken, zo de Here wil, over het onderwerp "verkeerd begrijpen"; God verkeerd begrepen. Ik zal het zo noemen: God, verkeerd Begrepen.

161 U weet dat verkeerd begrijpen ons in heel wat problemen brengt. Vaak halen mensen dingen aan over iets dat iemand zei, waarbij zij hen verkeerd begrepen. Dat brengt een persoon in problemen. Ik geloof dat het goed voor ons zou zijn, wanneer we zouden wachten tot we begrepen waarover we praten. Denkt u ook niet? Ik weet dat het voor mijzelf heel goed zou zijn, voor mezelf, om het eerst uit te zoeken en het dan pas te zeggen. Ziet u? Maar het lijkt of we altijd verkeerd begrepen worden. En hier spreekt David over Israël, hoe zij Zijn wonderen verkeerd begrepen toen ze in Egypte waren.

162 Nu, verkeerd begrijpen is niet slechts zeggen: "Wel, ik hoorde niet wat hij zei", maar het is iets zien doen en niet begrijpen waar het voor is. U mist de boot geheel en al.

163 God doet geen wonderen om alleen te zeggen: "Kijk, Ik ben God." God doet een wonder om te doen begrijpen. Ziet u? God doet het met een reden. En hebt u opgemerkt bij het lezen van de Psalm hier in het zevende vers? Ik vind het zo mooi, ik wil het nog eens lezen:

     Onze vaderen in Egypte sloegen geen acht op Uw wonderen, (zij begrepen het niet)... zij gedachten niet aan Uw talrijke gunstbewijzen, doch waren weerspannig bij de zee, bij de Schelfzee.

     Maar Hij verloste hen om Zijns Naams wil, om Zijn kracht bekend te maken.

164 Ziet u, zij begrepen niet waarom God in Egypte deze wonderen deed. Hij probeerde hun Zijn goedheid te bewijzen. Hij probeerde hun te laten begrijpen dat Hij in hun midden God was. Ik houd daarvan.

165 In mijn prediking die ik hier enige tijd geleden hield, in Chicago, en ik geloof dat ik het daarna hier predikte, de jongens hebben het op de band, "Zoals de arend zijn broedsel opwekt", boven haar jongen fladdert. Hoe die oude moederarend haar kleintjes neemt... Voordat ze ze meeneemt op een vlucht hebben ze heel wat losse veren aan zich. En ze hebben haar nog nooit echt op haar best gezien, omdat ze allemaal in het nest zitten neergehurkt. Maar ze gaat bovenop het nest staan en ze spreidt haar grote machtige vleugels. Wat doet ze? Ze schreeuwt, ze wil dat ze haar stem kennen. Ze strekt haar grote vleugels naar voren.

166 Soms is de vrouwelijke vogel het grootst. Er wordt gezegd dat arenden soms, veel vrouwtjes, die een spanwijdte hebben van ruim vier meter, een kalf oppakken en er mee wegvliegen. Vier meter dertig spanwijdte. Zo breed als dit platform, de vleugels, van post tot post.

167 Ze gaat voor deze jonkies staan, waarom? Ze gaat ze meenemen op een vlucht. Hij is nog nooit uit dat nest geweest. En ze gaat hem meenemen hoog de hemel in en schudt hem dan af en laat hem daar los om voor zichzelf te fladderen, om te leren vliegen. Daarom wil ze de autoriteit die ze heeft, tonen. Ze spreidt haar grote vleugels uit om de veren in het gelid te brengen en ze schreeuwt en dan waaiert ze over hen. O my! De veren vliegen uit het nest en al het andere, ze blaast er wind in zoals uit een straalvliegtuig. Het werpt hem op z'n rug en hij ligt op z'n kleine rug en hij kijkt omhoog en denkt: "Moeder, hoe groot zijt gij! Hoe groot zijt gij!"

168 "Zie je hoe sterk mijn vleugels zijn? Ik kan jou oppakken en je overal waar ik wil naar toe brengen. Ik ben krachtig!"

169 En dat was God aan het doen voor Israël. U weet, Hij zei: "Zoals de arend haar broedsel opwekt", dat is hetzelfde. Hij vond Israël in een vreselijk land en Hij bracht hem uit Egypte en nam hem mee naar het beloofde land, op de vleugels van een arend. Ziet u? En waarom deed God deze wonderen? Hij trachtte Zijn volk duidelijk te maken dat Hij de machtige Jehova was.

170 En dat probeert Hij vandaag ook te doen! Hij geneest niet slechts mensen omdat Hij kàn genezen. Hij probeert u duidelijk te maken dat Hij de Opstanding is, dat Hij u beter kan maken, Hij uw lichaam levend kan maken. Hij kan doen wat Hij maar wil, Hij is Jehova! Ik houd daarvan.

171 Maar de mensen begrepen Hem verkeerd. God wordt zo gemakkelijk verkeerd begrepen door ongelovigen, door hen die niet willen begrijpen. Veel mensen proberen te begrijpen. Velen willen niet begrijpen, zij sluiten zich af en zeggen: "Zoiets bestaat niet" en "Daar geloof ik niet in." Dan zullen zij nooit kunnen begrijpen.

172 Maar een man die gewillig is om te begrijpen, die bereid is om te gaan zitten ("Kom en laat ons tezamen beraden", zegt de Here), die man staat op het punt iets te leren van God. Maar mensen die steeds met God en Gods kracht verbonden zijn... U kunt nauwelijks met God verbonden zijn zonder met Zijn kracht verbonden te zijn, want als u met Hem bent verbonden, bent u aan Hem bekend, of u hebt een relatie met Hem en dan hebt u Zijn kracht in u.

173 Dat is de reden dat mensen vandaag niet in wonderen geloven, omdat ze niets in zich hebben om mee te geloven. Ze moeten daar iets in hebben om mee te geloven. En wanneer de Geest van God in een man woont, zal hij "amen" zeggen op ieder Woord van God en ieder wonder van God. Maar zoals mijn moeder gewoonlijk zei: "Je kunt geen bloed uit een knol halen, want er zit geen bloed in." Dat is dus precies hetzelfde, je kunt geen geloof halen uit een ongelovige, want daar is niets om mee te geloven.

174 Een man zei: "Ik geloof niet in Goddelijke genezing, het maakt me niet uit wat u zou zeggen." Zeker, het is niet voor hem, het is slechts voor degenen die kunnen geloven. Als je ergens bloed uit wilt halen, haal het dan uit iets waar bloed in zit. Als je geloof wilt krijgen, haal het uit iets waar geloof in zit.

175 En dat is de manier, God gebruikt iets waar geloof in zit. Hij zendt u niet uit in een genezingscampagne als u niet genoeg geloof hebt om het te geloven. Hoe zal Hij u gaan uitzenden in een wonderwerkende opwekking als u niet genoeg geloof hebt om het te geloven? Hij wil iets hebben dat hierbinnen iets heeft, waardoor Hij iets kan bewerken. De mensen begrepen het dus niet.

176 Noach werd in zijn dag heel erg verkeerd begrepen. Noach, bekend met God, een dienstknecht van God, een gelovige in God. En wanneer u een gelovige in God wordt, doet u dingen zo tegengesteld aan wat mensen denken dat goed is, totdat ze denken dat u gek bent. En, door God gewaarschuwd, bouwde Noach een ark om zijn gezin te redden. De mensen dachten dat hij gek was. Hij was niet gek, hij werd alleen verkeerd begrepen omdat hij de aanwijzing van God opvolgde. Amen! Daar houd ik van. Hij werd verkeerd begrepen.

177 "Hoe kon een man, als..." U zegt: "Er is nog nooit regen uit de lucht gekomen. Wat is regen?" Ze hadden nog nooit regen gehad, God bevloeide de grond. "Noach, waar is die regen dan?"

     "Ik weet het niet."

     "Toon me waar het is!"

     "Ik kan het u niet laten zien."

178 "Wel, hoe weet je dan dat het daar van bovenaf neerkomt, als daar niets is om naar beneden te komen?"

179 Noach mag iets dergelijks hebben gezegd: "God vertelde me dat het zou neerkomen. En als God zegt: 'het komt naar beneden', is Hij in staat het daar omhoog te brengen en dan naar beneden te laten komen." Amen. Dat maakte het vast. Als God het zo zegt, is er geen tegenspraak. Ziet u. Hij werd verkeerd begrepen omdat hij God volgde.

180 Elia. Ik zou lang kunnen blijven stilstaan bij deze onderwerpen, maar ik heb er hier verschillende waar ik snel toe wil komen. Elia werd door zijn volk verkeerd begrepen. Elia was een Israëliet, hij was een Jood en hij werd verkeerd begrepen omdat hij zijn volk altijd veroordeelde, de koning veroordeelde, de koningin veroordeelde en alles wat er maar was veroordeelde. En hoe veroordeelde hij hen! Wat leek hij excentriek. My, alles kwam met "ZO SPREEKT DE HERE. God gaat u straffen, u, Izebel, u zo-en-zo."

181 Hij werd verkeerd begrepen. Waarom? Hij volgde God. Het was niet Elia die verkeerd begrepen werd, het was de werking van de Heilige Geest in Elia die zij verkeerd begrepen.

182 Hoe zou een man tegen zijn eigen volk kunnen opstaan? Hij vervloekte zijn eigen volk, corrigeerde het, en plaatste er de vloek van God op, de natie, het volk waar hij bij woonde. Z'n eigen ras, z'n eigen kleur, z'n eigen geloofsbelijdenis, z'n eigen soort, toch voorzegde hij de oordelen van God en riep een hongersnood over hen uit. Hij werd verkeerd begrepen, omdat het Elia niet was, maar het was God in Elia, en dat begreep men niet. Het was niet Elia die verkeerd werd begrepen, het was God Die Elia leidde en ze begrepen niet dat God een Heilig God is en dat Hij zonde niet kan tolereren.

183 Het doet er niet toe of het uw broer, zus of moeder betreft, het doet er niet toe wie het is, in de ogen van God is het zonde en het oordeel zal hen daarom treffen. Verkeerd begrepen.

184 Daniël werd niet begrepen toen al de andere kinderen Israëls zich bogen voor het beeld, maar hij en Sadrach en Mesach en Abednego weigerden om neer te buigen. Wel, ze zeiden: "Wat is er met hem aan de hand?" De hele natie zei: "Wat is er met deze idiote kerel aan de hand? Heel de rest van de Hebreeën erkende onze god, ze erkenden het, ze bogen zich neer toen we op de trompetten speelden en op de trompetten bliezen en de liederen speelden, enzovoort en de fluit bliezen. Ze bogen zich allen neer, maar wat is er aan de hand met deze excentriekeling? Wat mankeert hem dat hij het niet wil doen?" Omdat hij in contact stond met God! Dat was er aan de hand. Hij werd verkeerd begrepen. Hij werd verondersteld "gek te zijn of hij had z'n verstand verloren. Wel, ze waren een stel idioten." Maar ze volgden alleen de leiding van de Geest. Dat is de reden waarom ze verkeerd werden begrepen.

185 Hoe stonden al de profeten van het Oude Testament op en profeteerden tegen hun natie, hoe profeteerden ze tegen het volk, hoe profeteerden ze er tegen, plaatsten vervloekingen op hen en deden dergelijke dingen. Zij begrepen het niet. Waarom? Zij waren Gods dienstknechten, zij deden de wil van God, zij waren in dienst van God, daarom werden zij verkeerd begrepen.

186 En een ieder die God volgt, wordt verkeerd begrepen. Jezus, onze Heer, werd vanwege Zijn geboorte verkeerd begrepen.

187 De wijzen werden verkeerd begrepen, zij volgden een bovennatuurlijk teken om een Koning te vinden, de geboren Koning der Joden. Ze wisten dat er, overeenkomstig de profetieën van Daniël, een Ster zou rijzen uit Jakob. En ze wisten dat deze Koning een Redder zou zijn, Hij zou de Koning van Israël zijn. En ze reisden twee jaar, helemaal van India naar de rivier de Tigris en door de woestijnen en over de bergen, overal en op een avond tegen zonsondergang kwamen ze de stad Jeruzalem binnen, het uitroepend: "Waar is Hij, de geboren Koning der Joden? Waar is Hij?"

188 En niemand wist er iets over. Het was een vreemde zaak, dat de Koning der Joden was geboren en mensen van honderden mijlen ver weg wisten ervan; en precies hier in de stad waar Hij geboren was en de plaats waar Hij geboren was, onder het volk waar Hij geboren was, daar wisten ze er niets over. Zij begrepen de wijzen niet. Ze zeiden: "Er bestaat niet zoiets als de Koning der Joden. We hebben hier een koning, Herodes."

189 Hij werd vanwege Zijn geboorte niet begrepen toen Hij werd geboren. En Maria zou moeder worden voordat ze met Jozef was getrouwd. Verkeerd begrepen. Ze dachten dat Hij buitenechtelijk geboren was, ze wisten niet dat de Heilige Geest dit kind in haar had verwekt. Maar het werd verkeerd begrepen. Het was een handeling van God en de mensen begrepen het niet.

190 Zij begrijpen het nog steeds niet, meestal wordt een handeling van God verkeerd verstaan.

191 Slechts door geestelijk gelovige mensen, mensen die de Geest geloven. Maar het werd verkeerd begrepen, de wijzen werden verkeerd begrepen.

192 Herodes begreep het niet. Toen Herodes zei: "Wel, vertelt u mij waar de baby is, dan zal ik Hem ook gaan aanbidden." Hij was een huichelaar, hij loog. Hij was bang voor... Hij kende de Schriften niet, dat er een Messias moest komen, een hemelse Koning. Herodes dacht dat het een aardse koning zou zijn en hij wilde Hem doden om zich van hem te ontdoen.

193 Het was geen aardse koning, Hij zei dat deze aarde Zijn koninkrijk niet was: "Indien dit Mijn koninkrijk was, zouden Mijn onderdanen voor Mij vechten, maar Mijn koninkrijk is van omhoog." Herodes begreep het verkeerd, hij dacht dat het een aardse koning was.

194 Net zoals ze vandaag zeggen: "Tot welke kerk behoort u als u een christen bent? Tot welke denominatie?"

     "Niet één!"

195 Ze snappen het niet. Ziet u, ze kunnen het niet begrijpen. Ze denken dat een denominatie een "Christen" betekent. Het is meestal omgekeerd. Maar het wordt door de mensen verkeerd begrepen.

196 We ontdekken nu, dat Herodes het niet begreep, hij kon het niet bevatten.

197 Nicodemus kon de wedergeboorte niet begrijpen toen hij 's nachts bij Jezus kwam. Iemand veroordeelde hem. Ik veroordeel hem niet. Hij was een goede man, hij wilde iets te weten komen. Hij had het druk overdag, misschien was hij in dienst als priester, of iets dergelijks, hij moest 's nachts komen. Hoe dan ook, hij kwam daar, hij deed het heel wat beter dan heel wat mensen nu. Zij willen overdag noch 's nachts komen. Hij kwam tenslotte aan; voordat u hem veroordeelt, bent ú al bij Hem aangekomen? Tenslotte kwam hij bij Jezus, en laten we hem niet veroordelen als wij daar nog niet zijn geweest. Nee, hij kwam er aan. En hij kwam 's nachts, misschien had hij het druk. Hoe dan ook, hij kwam. Misschien had Jezus het te druk met het bidden voor de zieken en dergelijke, de enige gelegenheid dat hij Hem voor dit gesprek te pakken kon krijgen was misschien 's nachts. Maar uiteindelijk kwam hij daar en hij bleef daar totdat hij een gesprek kon krijgen met Jezus. En toen Jezus zei... Hij zei: "Rabbi, wij weten dat u een man bent door God gezonden, want geen mens zou deze dingen kunnen doen, die U doet, tenzij God met Hem is."

198 Jezus zei: "Tenzij een mens wederomgeboren is, kan hij het Koninkrijk niet binnengaan, zelfs het Koninkrijk niet zien."

199 En die grote rabbi, die meester in Israël zei: "Ik, een oude man, zou in de schoot van mijn moeder moeten terugkeren en opnieuw geboren worden?" Ziet u, hij begreep niet waar Jezus over sprak, hij snapte het gewoon niet. Want Jezus sprak over een geestelijke geboorte en hij probeerde het toe te passen op een natuurlijke geboorte. Hij begreep Hem dus verkeerd, hij snapte het niet. Precies zoals men doet. Precies zoals Nicodemus begrijpen velen van ons de dingen van God verkeerd, omdat we het gewoon nemen en het voor een natuurlijke zaak toepassen.

200 Bijvoorbeeld een dokter zegt: "O, ik geloof niet in Goddelijke genezing. Ik geloof niet dat er zoiets is."

201 Op een keer hoorde ik een dokter in een kantoor tegen een vrouw zeggen... En zij wist niet... Hij wilde weten hoe het met het gezwel was dat ze had. Ze zei: "Broeder Branham bad voor mij en de Here genas me."

202 Hij zei: "Ik geloof het niet." Hij zei: "Zoiets dergelijks kan ik nooit geloven. Vertel me wie het weghaalde."

     Ze zei: "Zoek het litteken."

     Hij zei: "Wat hebt u er op gelegd?"

203 Ze zei: "Niets, helemaal niets. Hij riep me in de samenkomst eruit en het ding verliet me."

204 En ik zat in de kamer ernaast, dat is waar, zat te luisteren in de kamer ernaast. Zij wist niet dat ik daarbinnen was. En hij wist niet dat ik daarbinnen was, want hij kende me zelfs niet. En daar zat ik. En hij zei... Ik bracht iemand anders naar het kantoor van de dokter. Dat is helemaal waar. En ik kon horen wat hij zei, ik nam de patiënt mee en ging naar buiten toen ik ontdekte dat hij het niet geloofde.

205 Dus hij zei: "Ik geloof er geen woord van. Ik heb nog nooit gezien dat er zoiets dergelijks kan gebeuren. Ik geloof het gewoon niet." Hij zei: "Ik moet het eerst zien voordat ik het geloof."

     Ze zei: "Wel, hoe zit het dan met mijn gezwel?"

     Hij zei: "Ik moet het eerst zien weggaan voor ik het geloof."

206 Zien is niet geloven. "Geloof is de vaste grond van de dingen die men niet ziet." Ziet u, u gelooft het eerst en dan gebeurt het. De man was dus geen gelovige, daarom was het allemaal mysterieus voor hem. Hij wist niet waarover hij sprak, omdat hij het niet kon verstaan, het was een raadsel voor hem.

207 Vandaag zeggen de mensen: "O, ik geloof niet in die Goddelijke genezing. Ik geloof niet in die Heilige Geest. Ik geloof niet in dat spreken in tongen. Ik geloof niet in dat geroep. Ik geloof niet in al zulk spul. Ik geloof er niet in." Waarom? Het is een mysterie! U begrijpt het niet. Het is God, het staat hier in de Bijbel. Als het hier dezelfde resultaten brengt als waarvan de Bijbel spreekt dat ze zouden brengen, dan moet het van God zijn. U begrijpt het niet, dat is alles. God wordt verkeerd begrepen.

208 Zijn discipelen konden Zijn wonderen niet begrijpen. Die nacht kwam Hij in de boot en hij zei: "Wat is dit voor een man dat zelfs de wind en de golven Hem gehoorzamen?" Zij begrepen niet, dat Hij geen man was, Hij was God.

209 Dat is er met de mensen van vandaag aan de hand, ze willen een soort mascotte van Hem maken, iemand die de knuppel draagt of iets dergelijks. Ze willen een kereltje van Hem maken die in het kamp rondloopt.

210 Hij was niet een ventje in het kamp, Hij was Jehova, God! Ze begrepen het niet. Ze verwachtten van Hem dat Hij één van hen was. Hij was niet één van hen, Hij was God onder hen! Hij was meer dan een man. Zoals ik vaak zei, Hij was een mens toen Hij hongerig was, maar Hij was God toen Hij vijfduizend voedde met een beschuit, twee beschuitjes en een paar stukjes vis. Hij was een mens toen Hij vermoeid achterin de boot lag, maar Hij was God toen Hij de wind en golven stilde en ze Hem liet gehoorzamen. "Wat voor een man is dit?" Hij was niet een soort man, Hij was God gemanifesteerd in een man. Ze begrepen Hem niet. Ze dachten dat Hij een mens was, de zoon van Maria, een timmerman, maar Hij was God gemanifesteerd in het vlees. Amen!

211 De Romeinse soldaten begrepen Hem niet, toen zij Hem op de binnenplaats hadden gezet en een lap om Zijn ogen bonden en Hem op het hoofd sloegen en zeiden: "Nu, als U een profeet bent, ze zeggen allemaal dat U een profeet bent, kom, vertel ons wie U bovenop het hoofd sloeg."

212 Ziet u, zij begrepen niet dat Jezus zei: "Ik doe alleen dat wat de Vader Mij toont. Ik doe wat de Vader Mij toont en dan doe Ik wat Hij Mij vertelt te doen." Ze begrepen het niet, ze begrepen Zijn bediening niet.

213 De Joden begrepen Hem niet. Hoe Hij was gekomen om hun Vriend en Redder te zijn, maar zij wilden iets slechts van Hem maken. Ze begrepen Zijn bediening niet. Hij zei: "De koningin van het Zuiden zal in het Oordeel opstaan met deze generatie en het veroordelen, want zij is gekomen van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen. En zie, meer dan Salomo is hier." Maar zij begrepen niet dat Hij groter was dan Salomo. Ze dachten dat Hij gewoon een mens was.

214 Velen van hen dachten dat Hij buitenechtelijk geboren was, uit een slechte familie stamde die dit soort verlangens had, enzovoort, een bastaardkind was. We hadden er zojuist een vraag over, ze konden zelfs niet... Wel, ze zeiden: "Hoe, we weten dat U buitenechtelijk geboren bent, U hebt een duivel op U. Hoe probeert U ons te leren? Wij zijn rabbi's!"

     Hij zei: "U bent van uw vader, de duivel."

215 Ziet u, zij begrepen het niet. Toen de Romeinse soldaten een keer naar Hem stonden te luisteren, zeiden ze: "Nooit heeft iemand op zo'n manier gesproken. We hebben nog nooit iemand op zo'n manier horen spreken."

216 Het was geen mens die sprak, het was God! Zeker. Iemand spreekt niet zoals... Een mens vertelt en spreekt over de Schrift, Jezus maakt de Schrift levend. Een mens leeft niet op deze manier: "De Schrift zegt hier dit, hier is het!" Iemand kan zeggen: "De Schrift zegt het", maar dat is zo ongeveer alles wat hij kan doen. Maar Jezus kon zeggen: "Ik en Mijn Vader zijn één, Mijn Vader woont in Mij. Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien." Niemand anders kon dat zeggen! Amen. Halleluja! Dat is juist. "Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien." Niemand anders kon dat zeggen!

217 Geen wonder dat die soldaten zeiden: "Er was nooit eerder een man die op zo'n manier sprak." Hij spreekt niet zoals een schriftgeleerde of een priester, Hij spreekt met autoriteit! En zelfs de duivels gehoorzamen Hem en de winden en de golven gehoorzamen Hem. Ze dachten dat Hij een mens was, maar Hij was God.

218 Ziet u, Hij werd verkeerd begrepen. Ze zeiden: "U bent als bastaard geboren. U werd buitenechtelijk geboren en U probeert ons te leren? Wel, we weten dat U gek bent en een duivel hebt. U bent een Samaritaan, bent daar geweest en hebt die duivel op U gekregen. U probeert ons, heilige rabbi's, te leren?"

     Hij zei: "U bent van uw vader, de duivel."

219 Ja, ze begrepen Hem verkeerd, ze wisten niet wie Hij was. Dat is er vandaag aan de hand, mensen proberen Hem iets te maken wat Hij niet is. Hij is niet zomaar een man, Hij is God in een man. Geen derde persoon, Hij is de enige Persoon. Jazeker. Zeker, ze begrepen Hem verkeerd.

220 De Farizeeër, die Farizeeër die Hem die keer uitnodigde voor een diner, een groot banket, begreep Hem niet. Hij dacht, dat hij Hem er eens bij wilde hebben. Ik predikte over die boodschap niet lang geleden bij een ontbijt, ik geloof in Chicago, bij dat ontbijt. Die Farizeeër zei: "Nu, kijk Hem daar achteraan eens zitten met ongewassen voeten, enzovoort. Die kleine vrouw kwam binnen en waste Hem met haar tranen en droogde ze af met de haren van haar hoofd." Hij zei: "Als Hij een profeet was, zou Hij weten wat voor vrouw dat is, die daar Zijn voeten wast. Dat bewijst dat Hij geen profeet is!"

221 Jezus stond op en zei: "Simon, ik heb u iets te zeggen!" Amen, hij begreep het gewoon verkeerd, dat was alles. Hij zei: "U hebt me uitgenodigd om te komen en Ik heb Mijn drukke programma in de steek gelaten om op uw uitnodiging in te gaan. En toen... U begroette Me niet bij de deur. U waste Mijn voeten niet. U zalfde Mijn hoofd niet. U gaf Me geen welkomskus. U liet Me binnenkomen, vuil en stinkend en vol zweet en zette Me hier in een hoek neer om lol over Mij te maken. Maar deze vrouw, deze vrouw, zij heeft voortdurend Mijn voeten gekust, en zij heeft ze gewassen met tranen van berouw", (wat een heerlijk water!) "en droogde ze af met de haren van haar hoofd. Ik heb iets tegen u te zeggen, Simon. Waarlijk, Ik zeg u, haar zonden die vele waren, zijn haar allemaal vergeven." Simon begreep het niet; zij begreep het wèl. Simon zei: "Hij is een gewone man." Zij zei: "Hij is God, mijn Redder!" Hij werd verkeerd begrepen. Hij wordt nog steeds verkeerd begrepen.

222 De discipelen begrepen het niet op Golgotha, toen zij Hem allemaal verloochenden en weggingen. Hoe konden ze het aanzien dat een man die zij kenden toen Hij wonderen deed en doden opwekte, Zichzelf overgaf aan de dood en daar doorheen liep, geslagen en wenend, spuug dat van Zijn gezicht afliep, gemengd met bloed, waar zij handenvol haar uit Zijn baard hadden gerukt, uit Zijn gezicht getrokken; Zijn rug zo verdraaid tot Zijn botten er doorheen schenen, Hem heen en weer geschopt en geslagen zien worden, die dronken soldaten, die Hem over de straat sloegen. "En blijven staan en hen dat laten doen?" Ze begrepen het niet, daarom stonden zij veraf. Dat is waar.

223 De duivel begreep Hem niet. De duivel zei: "Dat kan zeker geen Zoon van God zijn, die daar kan staan en op die manier worden mishandeld, hoe zij vloeken en hoe mijn discipelen Hem daar op elke mogelijke manier behandelen en hoe Hij dat neemt. Hij is de Zoon van God niet."

224 Net zoals de Farizeeërs, de priesters Hem niet begrepen, ze zeiden: "Als Gij de Zoon van God zijt, kom daar dan vanaf."

225 De dief aan Zijn linkerzijde begreep Hem niet, zei: "Als Gij de Zoon van God zijt, haal ons van het kruis af, red Uzelf en ons ook."

226 Maar de dief aan de rechterkant begreep Hem, hij zei: "Wij hebben verkeerd gedaan en wij verdienen wat we krijgen, maar deze Man deed niets. Here, gedenk mijner, wanneer Gij in Uw Koninkrijk komt!"

227 Let op hoe die stem terugspreekt: "Zeker, gij zult met Mij in het paradijs zijn." Hij begreep dat dit God was, die voor onze zonden stierf. De enige wijze waarop Hij kon sterven, was om in het vlees ter dood gebracht te worden. Hij kan niet gedood worden in de Geest, omdat Hij de eeuwige Geest is. En Hij moest in het vlees zijn om gedood te worden, daarom begrepen ze het niet. Hij begreep het.

228 Op een dag, ongeveer tien dagen daarna; of ongeveer veertig dagen erna, het was vijftig dagen, klommen de discipelen naar een bovenkamer en ze bleven daarboven tien dagen en nachten totdat de vijftigste dag aanbrak. Toen kwam er plotseling een geluid van de hemel als een machtig ruisende wind. Want Jezus had hun verteld: "Zie, Ik zend de belofte Mijns Vaders op u, maar wacht in de stad Jeruzalem totdat u bent aangedaan met kracht van omhoog." Ze wisten dat het moest komen. Ze wisten dat het kwam, het zou gebeuren. "Ga daarheen en wacht tot Ik het zend." Ze wachtten daarboven. Ze deden belijdenis, deden alles weg uit hun gedachten en hart. Ze waren aan het wachten, eendrachtig, in één plaats, wachtend op de Belofte; liepen daar heen en weer, de mannen en de vrouwen, daar in de bovenkamer tezamen rondlopend, alle deuren gegrendeld zodat de Joden er niet in konden om hen kwaad te doen.

229 Plotseling, ze waren daar boven heen en weer aan het lopen, kwam er vanuit de hemel een machtig ruisende wind, wervelde zich daar helemaal door en om hen heen en toen zetten zich vuurtongen op hen. De deuren vlogen open, de ramen gingen open en ze gingen naar buiten de straat op.

230 En ze werden verkeerd begrepen, ze zeiden immers: "Zijn deze mensen niet vol van nieuwe wijn? Deze mensen zijn dronken want we horen ze over iets brabbelen, we weten niet waar ze over praten." Plotseling zeiden ze: "Hoe kunnen wij ze ieder in onze eigen taal horen, zijn dezen niet allen Galileeërs?" Ze begrepen niet dat het de belofte des Vaders was.

231 Toen had God daar een profeet die kon opstaan en spreken, Petrus zei: "U mensen uit Jeruzalem en u die in Judéa woont, begrijpt dit niet verkeerd. Dit is datgene waarvan de profeet Joël heeft gesproken: 'En het zal geschieden in de laatste dagen', spreekt God, 'dat Ik van Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees. Ik zal van Mijn Geest uitstorten op Mijn dienstmaagden en dienstmeisjes en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen tonen in de hemel boven en op de aarde beneden, vuur en damp en zuilen van rook. Het zal geschieden dat, vóór de grote en vreselijke dag des Heren komt, dat ieder die de Naam des Heren aanroept behouden zal worden'."

232 Het was Gods werk! Het was de Heilige Geest, maar zij begrepen het niet. Hij werd verkeerd begrepen.

233 Hij wordt altijd verkeerd begrepen. Israël verstond Hem verkeerd. De mensen in Noachs tijd begrepen Hem verkeerd. De mensen in Daniëls tijd begrepen Hem verkeerd. De mensen in Johannes' tijd begrepen Hem verkeerd. De mensen in de tijd van de profeten begrepen Hem verkeerd. De mensen in het pinkstertijdperk begrepen Hem verkeerd.

234 De mensen in dit tijdperk begrijpen Hem verkeerd, het is nog steeds hetzelfde. Ze snappen het niet, omdat Hij niet wordt verstaan. Het is de tijd om het natuurlijke te vergelijken met het geestelijke.

235 Toen de mensen in... En de dag na Pinksteren toen ze allemaal vervuld waren met de Heilige Geest en ze deze grote samenkomst hadden gehad, riepen ze een man die daar zat, kreupel vanaf de schoot van z'n moeder, twee van hen liepen over straat en deze bedelaar schudde een busje en vroeg om wat geld. En hij zei: "Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb geef ik aan u." Hij zei: "In de Naam van Jezus Christus van Nazareth, sta op en wandel!" En hij nam de man bij de hand en richtte hem op en ogenblikkelijk ontvingen zijn voeten en enkels kracht. Hij begon te lopen en te springen en te rennen en te huppelen en God te prijzen, ging de tempel binnen. En alle mensen stroomden samen en riepen en gingen tekeer. Wel, het was ongewoon.

236 Ze gooiden hen de gevangenis in en dreigden hen dat zij "Nooit meer zouden prediken in de Naam van Jezus."

237 Petrus zei: "Naar wie moeten wij luisteren, naar God of naar mensen?"

238 Ze lieten hen los, dachten dat zij ermee zouden stoppen, nadat zij hen een beetje geslagen hadden en hen hadden gedreigd (dat ze hen de volgende keer zouden ophangen, of hen verbranden of hen kruisigen of zoiets). Maar het volgende wat ze ontdekten was, dat ze het op straat weer deden. Waarom? Ze begrepen het niet. Het waren die mensen niet; het was God in deze mensen die deze dingen deed.

239 Toen ze Stefanus die morgen voor het hof van het Sanhedrin lieten komen, zeiden ze: "We laten hem voor dit hof verschijnen. Wanneer al die rabbi's en Joden en hogepriesters en heilige vaders en zij allen daar vergaderd zijn, deze doctors in de godgeleerdheid, zal het hem de doodsschrik aanjagen." Ze brachten hem dus naar buiten in deze ketenen en plaatsten hem daar, een kleine man, als een lam temidden van een troep verscheurende wolven. Ze zeiden: "Let op hoe hij er op terugkomt, hij zal zeggen: 'Ik neem er alles van terug, broeders, val me niet allemaal lastig.'."

240 Hij zei: "Gij hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren! Waarom wederstaat gij de Heilige Geest? Zoals uw vaderen deden, zo doet gij!" Amen.

241 Ze ontdekten dat hij het niet was! Want ze raapten kluiten op, stopten hun vingers in hun oren en begonnen te tandenknarsen tegen hem en stenigden hem ter dood. En toen hij zijn hoofd ophief naar de hemel, terwijl ze hem van de ene naar de andere kant smeten, zei hij: "Ik zie de hemel geopend en Jezus staande aan de rechterhand Gods." Amen! En hij viel in slaap in de armen van de Here Jezus. Toen hij stierf zei hij: "Vader, reken hun deze zonde niet toe."

242 Ziet u, ze begrepen niet wat hij deed. Paulus stond ernaar te kijken, later maakte het hem nerveus, hij zei: "Ik ben de minste onder hen allen, want ik stemde in met de dood van Stefanus, Uw heilige." Amen. Dat is het.

243 Ziet u, de mensen begrepen dit enthousiasme niet. Mensen begrijpen het vandaag niet. Ze begrijpen de kracht van de Heilige Geest niet. Ze noemen het een stel heilige rollers. Ze noemen het een stel mensen die niet goed bij hun verstand zijn. Ze begrijpen het niet. Zij moesten hun, wat zij noemen "je gezonde verstand" verliezen, omdat u de gezindheid van Christus in u hebt. U kunt niet tegelijkertijd de gezindheid van de wereld en de gezindheid van Christus in u hebben, de ene is vleselijk en de andere is geestelijk. "Hij die wandelt naar het vlees is vleselijk, hij die wandelt naar de Geest is geestelijk." Amen. Ik verlies dus mijzelf en vind het in U, Here. Jazeker. God wordt dus verkeerd begrepen. Ú wordt niet verkeerd begrepen, het is de Heilige Geest die u datgene laat doen waardoor zij niet begrijpen. Amen. Ze spreken ú niet tegen, zij spreken Hem tegen. Mensen worden verkeerd begrepen.

244 Ze kunnen hen daar laten gaan, maar ze gaan regelrecht de straat op en beginnen opnieuw. Hetzelfde vandaag. Ze begrijpen de mensen niet. Ze weten niet wat het is.

245 Vandaag word ik verkeerd verstaan in mijn bediening, dat Hij me tot de mensen gezonden heeft. Ze begrijpen het verkeerd. Ieder van hen zei: "We geloven dat broeder Branham..." Ik sprak enige tijd geleden met een prediker, hij zei: "Broeder Branham, we weten allemaal dat u tot de kerk bent gezonden, maar de vraag is, hoe komt u erbij om te dopen in Jezus' Naam?" Ze verstaan de Schriften niet. Ze begrijpen het niet. Daarvoor heeft Hij mij gezonden, dat is mijn doel waarom ik hier ben. "Waarom onderwijst u het slangenzaad en zulke dingen die tegengesteld zijn aan wat wij onderwijzen?" Wel broeder, daarom ben ik hier. Ze begrijpen het alleen niet. Amen. Maar God legt er getuigenis van af door Zijn Woord en de tekenen van de Heilige Geest in...?... Hoezeer ze het ook mogen misvatten, God bevestigt Zijn Woord! Amen.

246 God wordt altijd verkeerd begrepen. En degenen die met God leven, worden met God verkeerd verstaan, want het is God die in hen werkt. Amen. Gelooft u het?

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief.
Omdat Hij mij eerst liefhad

     (Hebt u Hem lief? Hef uw handen omhoog en geef Hem dank)

...mijn redding kocht
Op het kruis van Golgotha.

247 Bent u blij dat u wordt misverstaan? We zongen vroeger een liedje, dat zei: "Nu ben ik getekend, getekend, getekend, getekend door de Goddelijke Geest." Zo is het. Mensen die mij eens liefhadden, keren me nu de rug toe, omdat ik getekend ben, getekend door de Geest. Amen. Ik verloor mijn verstand voor de dingen van de wereld, om de gezindheid van Christus te ontvangen; als ik dus de gezindheid van Christus heb, zoekt mijn verstand deze dingen die van boven zijn. Ik zou het op prijs stellen dat iemand me een andere correcte doop toont naast de naam van Jezus Christus. Ik zou het op prijs stellen dat iemand mij een Schriftplaats toont die zegt dat de slang geen zaad had. Ik zou het op prijs stellen dat iemand mij een Schriftplaats toont die zegt dat er drie goden zijn.

248 Dan zeggen ze: "Wel, wat is ermee?"

249 God zendt mij met Zijn Boodschap en betuigt het. Hij bevestigt het Woord met tekenen die volgen. Dat is wat de Bijbel zei. Dat kunnen ze niet ontkennen, het is een feit. Maar wat deden ze? Ze begrepen het niet omdat ik niet kwam in de naam van de Assemblies van God, de Eenheid of de Tweeheid of de Drieheid of de Kerk van God, of van de Baptisten, Methodisten, Presbyterianen, Lutheranen. Ik kom in geen enkele van hun namen, ik kom in de Naam van Jezus Christus. En God bevestigt, door Zijn genade, de Boodschap door de kracht van de opstanding van Jezus Christus. Het is dus nog steeds de Geest van God die door de mensen niet wordt verstaan. Zo is het, het wordt niet verstaan.

250 U zult zeker verkeerd begrepen worden, allen die godzalig leven in Jezus Christus worden verkeerd begrepen. Vanaf de rechtvaardige Noach, vanaf het allereerste begin tot aan de heilige van deze moderne dag, ze worden verkeerd begrepen. Het is altijd zo geweest, de mensen begrepen het niet.

251 Israël begreep het niet. Ze begrijpen het niet; ze kunnen het gewoon niet omdat zij vleselijk van geest zijn en niet... het kan niet samengaan met het geestelijke, omdat het niet vermengt.

252 Maar ik ben blij dat wij in een Koninkrijk leven dat niet met menselijke handen is gemaakt. Ik ben blij dat we naar een Koninkrijk gaan waar geen mens wat mee van doen heeft. Ik ben blij dat ons Koninkrijk boven is. En als ons Koninkrijk boven is, zijn wij van boven geboren, dan zoeken wij die dingen die boven zijn, waar Christus zit aan de rechterhand van God, o, waar Hij zich niet voor ons schaamt. Is ons getuigenis... Wij zijn niet beschaamd over Hem op deze aarde, omdat we pelgrims en vreemdelingen zijn. Wij zijn niet van deze aarde, wij zijn geboren uit de Geest van God. We zitten tezamen in hemelse gewesten in Christus Jezus, gewassen in Zijn bloed, geboren uit Zijn Geest, gevuld met Zijn genade.

253 Dat is het, verkeerd begrepen. Maar, waar maken we ons zorgen over, we hebben Hem lief. Hebt u Hem lief? In orde, Teddy, geef ons de toon aan van "Ik heb Hem lief", en laten we het zingen vanaf de bodem van ons hart:

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief
Omdat Hij mij eerst liefhad
En mijn redding kocht
Op het kruis van Golgotha.

254 Is Hij niet wonderbaar? Hebt u Hem niet lief? Bent u niet blij dat u bijzonder bent? Een koninklijk priesterschap, gekozen mensen, bijzondere mensen, geestelijke offeranden offerend, de vrucht van onze lippen die Hem prijzen.

255 Ik zal nu een lied voor u zingen, ik voel om te zingen:

Ik vind vele mensen die niet kunnen begrijpen
Waarom ik zo gelukkig ben en vrij;
Ik ben vervuld met de Geest, daar is geen twijfel aan,
En dat is er aan de hand met mij.

O, dat is er aan de hand met mij,
O, dat is er aan de hand met mij;
Ik ben vervuld met de Geest, daar is geen twijfel aan,
En dat is er aan de hand met mij.

256 Houdt u daarvan? Laten we het dan allemaal zingen:

We vinden veel mensen die niet kunnen begrijpen
Waarom wij zo blij zijn en vrij;
We zijn gevuld met de Geest, daar is geen twijfel aan,
En dat is er aan de hand met mij.

O, dat is er aan de hand met mij, (Prijs God!)
O, dat is er aan de hand met mij;
Ik ben vervuld met de Geest, daar is geen twijfel aan,
En dat is er aan de hand met mij.

O, als ik blij word dan zing ik en ik juich,
Sommigen begrijpen het niet, zie ik;
Maar ik ben de Jordaan overgestoken
Naar het mooie land Kanaän,
En dat is er aan de hand met mij.

O, dat is er aan de hand met mij, (Prijs God!)
O, dat is er aan de hand met mij;
Ik ben de Jordaan overgestoken
Naar het mooie land Kanaän,
En dat is er aan de hand met mij.

257 O, daar houd ik van. U niet? De Jordaan overgestoken naar het mooie land Kanaän, ik heb de wereld vaarwel gezegd, ben uitgetild boven de dingen van de wereld, ik leef nu in deze hemelse atmosfeer. Ik handel zeker vreemd voor die buizerds daar beneden, jazeker, ik vlieg erboven. Dat is waar. Waar maken we ons druk over? We leven in het land Kanaän. Amen! Jazeker. Etend van de nieuwe druiven, hebben daar een wonderbare tijd; vol van glorie, vol van kracht, vol van de Heilige Geest. Jazeker.

258 Er werd van Stefanus gezegd: "Hij was een man, vol..." Vol van wat? Vol van wat? Hij was vol van de Heilige Geest, hij was vol van kracht, hij was vol van wijsheid, hij was vol van macht. Wat kunnen we uit dit alles opmaken? Hij was vol van de Heilige Geest! Dat is het, waar al deze dingen in wonen. Zo is de Gemeente van de levende God. Bent u er niet blij mee, Christen? Handel met blijdschap. Wanneer u verkeerd begrepen wordt: "Allen die in Christus Jezus godzalig leven zullen verkeerd begrepen worden." Ze werden het altijd door de hele Bijbel heen.

259 Wat probeer ik nu te zeggen? Tot u mensen die in tongen spreekt, tot u die juicht, danst in de Geest, als mensen zeggen: "O, dat is onzin", bedenk dat ik het u vanaf het begin heb getoond. Door de hele Schrift heen werden zij altijd verkeerd begrepen. Onthoud, u bent in de Schrift en u doet datgene wat juist is. Blijf erbij, God is met u. Blijf precies in de Schrift, God zal voor de rest zorgdragen. Amen.

260 Ik heb Hem lief. Laten we dat goede, oude dooplied zingen, dat we zongen toen voor de allereerste keer de Engel des Heren verscheen voor de mensen, in hun tegenwoordigheid. Ik had het daarvoor zelf gezien, maar dit was de eerste keer dat Hij naar beneden kwam. En toen Hij neerkwam zei Hij: "Zoals Johannes werd gezonden om de eerste komst van Christus vooraf te gaan, zal uw Boodschap de tweede komst van Christus vooraf gaan." Honderden en honderden en honderden mensen stonden daar op de oevers toen Het in juni 1933 bij de rivier naar beneden kwam. En wij stonden op de oevers en zongen:

Ik sta aan de stormachtige oever van de Jordaan,
En sla verlangend mijn ogen op,
Naar het mooie en gelukkige land Kanaän,
Waar mijn bezittingen liggen.

'k Ben op reis naar 't beloofde land,
'k Ben op reis naar 't beloofde land;
O, wie wil komen en met mij meegaan?
'k Ben op reis naar 't beloofde land.

O, 'k ben op reis naar 't beloofde land,
'k Ben op reis naar 't beloofde land;
O, wie wil komen en met mij meegaan?
'k Ben op reis naar 't beloofde land.

Wanneer zal ik die gezonde plaats bereiken,
En voor altijd gezegend zijn!
Wanneer zal ik mijn Vaders gezicht zien,
En aan Zijn boezem rusten?

O, 'k ben op reis naar 't beloofde land,
O, 'k ben op reis naar 't beloofde land;
O, wie wil komen en met mij meegaan?
'k Ben op reis naar 't beloofde land.

Over al deze wijde, uitgestrekte vlakten
Schijnt een eeuwige dag;
Daar regeert God de Zoon voor altijd,
En verdrijft de nacht.

'k Ben op reis naar 't beloofde land,
'k Ben op reis naar 't beloofde land;
O, wie wil komen en met mij meegaan?
'k Ben op reis naar 't beloofde ...

261 Laten we dat nog eens zingen en schud de hand van iemand om u heen.

'k Ben op reis naar 't beloofde land,
'k Ben op reis naar 't beloofde land;
O, wie wil komen en met mij meegaan?
'k Ben op reis naar 't beloofde land.

262 Laat nu iedereen van u, die Christus heeft geaccepteerd en weet dat u wederomgeboren bent uit de Geest, laten we onze handen opheffen en nu zonder een schaduw van twijfel zingen:

'k Ben op reis naar 't beloofde land,
'k Ben op reis naar 't beloofde land;
O, wie wil komen en met mij meegaan?
'k Ben op reis naar 't beloofde land.

263 Dit heb ik al een hele tijd niet meer gezien. Dames, steek uw hand in uw tas en pak een zakdoek. Heren, steek uw hand in uw broekzak en haal uw zakdoek eruit. We zullen nu een wuifoffer geven aan de Here. In orde, allemaal samen, we gaan wuiven alsof we nu Kanaän binnengaan, zwaai met uw zakdoek. In orde, nu:

'k Ben op reis naar 't beloofde land,
'k Ben op reis naar 't beloofde land;
O, wie wil komen en met mij meegaan?
'k Ben op reis naar 't beloofde land.

264 Nu, als daar iemand is die zijn verkiezing en roeping niet zeker heeft gemaakt, die mee zou willen komen terwijl wij dit opnieuw zingen, zou u uw zakdoek willen pakken en met ons meewuiven. De poort is nu open, de kaartjes zijn vrij. Wilt u niet komen? Stap aan boord van het oude schip, van Sion, ze vertrekt de haven uit. Daar gaan we.

'k Ben op reis naar 't beloofde land, ('t zal niet lang duren)
O, 'k ben op reis naar 't beloofde land;
O, wie wil komen en met mij meegaan?
'k Ben op reis naar 't beloofde land.

265 Met onze hoofden gebogen.

Te zijn als Jezus, te zijn als Jezus,
Op aarde verlang ik te zijn als Hij;
Gedurende mijn levensreis van aarde naar Glorie
Vraag ik slechts te zijn als Hij.

Uit Bethlehems stal kwam een Vreemdeling,
Op aarde verlang ik te zijn als Hij;
Gedurende mijn levensreis van aarde naar Glorie
Vraag ik slechts te zijn als Hij.

266 Vergeet zondag niet. Vergeet niet dat het woensdagavond bidstond is. Onthoud, bid veel, bid voor mij, bid voor uw herder, bid voor uw naaste, uw diakenen, uw opzieners, bid dat God met ons allen Zijn weg zal hebben.

Te zijn als Jezus, te zijn als Jezus,
Op aarde verlang... (dat is mijn hartsverlangen) te zijn als Hij;

     (Hij begrijpt, ofschoon veel mensen het niet begrijpen, onthoud dat God een weg zal banen)

...van aarde naar Glorie
Vraag ik slechts te zijn als Hij.

     [Broeder Branham begint het lied te neuriën]

...nederig en laag,
Gedurende mijn levensreis van aarde naar Glorie
Vraag ik slechts te zijn als Hij.

267 Nu met uw hoofden gebogen en uw ogen gesloten en onze harten op God gericht, willen we mijn dierbare, goede vriend, broeder Roy Borders van Californië hierheen roepen, als hij niet... om de zegen uit te spreken over deze samenkomst. Broeder Borders. [Broeder Roy Borders bidt]

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)