Het zesvoudige doel van Gabriëls bezoek aan Daniël

Door William Marrion Branham

1 Ik was zo verbaasd vanmorgen over onze kleine teenagers, u weet wel, de kleine "Fefe" en "Fifi", zestien jaar oud... En zij komen in de gemeente... U weet hoe dat gaat met meisjes van die leeftijd, ze willen er leuk uitzien. U weet het wel, het haar helemaal in de krul, opgestoken op hun hoofd. Ik merkte hen op terwijl ik aan het prediken was, het haar bleef maar zakken en zakken, totdat ze het na een poosje moesten wegblazen uit hun gezicht. De krullen kwamen allemaal...

2 Ik zag het kleine meisje van zuster Downing, en de kleine van broeder Collins. Hoe is haar naam ook al weer? De kleine Betty... Ik lachte gewoon een beetje in mijzelf, maar ik zag al dat aardige en verzorgde goedje en toen was het direct...

3 Wel, gezegend mogen jullie harten zijn, lieverds, jullie zien er aardig uit voor mij, hoe dan ook. Zo is het. Aardig is een lieve geest, die naar samenkomsten komt als deze en zit te luisteren naar het Evangelie. Dat maakt een meisje aardig. En ik geloof dat elke echte jongen, die waard is om te trouwen, hetzelfde denkt. (Dank u, meneer. Dat is goed.) Iemand is het met mij eens. Zo is het. Goed. Ik geloof dat dat de waarheid is.

4 Nu, is dat niet vreemd? Ik sloeg precies Daniël 9 op toen ik mijn Bijbel opende. Gewoonlijk vertel ik iedereen hun jasje niet uit te trekken als ze een gat in hun overhemd hebben, dus hoop ik, dat het mijne dat niet heeft, maar... Maar ik heb de tijd gekend, dat ik het niet uit kon trekken vanwege een gat in mijn overhemd, zeer zeker. En ik neem aan dat dit er geen heeft.

5 O, wat mijzelf betreft, wij – en ik geloof ook het gehoor – stellen de tegenwoordigheid van de Heilige Geest deze morgen op prijs. En wij waarderen de gemeenschap en tegenwoordigheid van elkaar. Hoe lieflijk is het en hoe goed, hoe aangenaam is het voor broeders om tezamen te wonen in eenheid. Het is als de kostbare zalf, die vanaf de baard van Aäron afloopt tot op de zomen van zijn kleed.

6 Ik ging vandaag eten in de Blue Boar, en wie zag ik daar? Broeder Bill en zuster Dauch, die daar juist wat gebraden kip zaten te eten, die er zo lekker uitzag als ik nog nooit had gezien en ze hadden gewoon een wonderbare tijd, terwijl zij hem wegwerkten, weet u. Ik liep door, de trap op, en ontmoette daar boven een groot deel van de gemeente en zij wilden zelfs voor mijn middageten betalen. Nu, dat was werkelijk fijn; ik waardeer dat.

7 Toen ik thuiskwam, kwam Billy eraan met een doos tomaten, die iemand helemaal voor mij uit die fijne, koele staat Georgia had meegebracht. Daar waar het zo koel is om deze tijd, zoals ze mij vertellen.

8 Ik ontmoette buiten een kleine makker; ik was klaar met mijn persoonlijke gesprekken deze middag en kwam bij de kerk ongeveer anderhalf uur geleden en kwam deze nogal kleine jongeman daar buiten tegen. Ik zei: "Het is heet."

     Hij zei: "" ["Zeker."] Ik wist dat hij uit Georgia kwam, dus zei hij: "Zeker, het is heet daar in Georgia."

9 Wel, we proberen een hetere plaats te ontvlieden, is het niet? Daarvoor zijn wij hier.

10 Dank u heel erg, vrienden, voor al uw goedheid. Wat zou ik zonder u doen? Wat zou ik zonder u moeten doen? Als ik niemand had die mij liefhad, niemand die naar de Boodschap zou willen luisteren, dan zou mijn hele Boodschap helemaal geen goed doen. Ik kan deze niet prediken tegen telefoonpalen en bomen. Zij zouden het niet begrijpen. Dus moeten er mensen zijn zoals u allen, die er naar willen komen luisteren. En als u komt en zit in een hete ruimte als deze, en het is... Mijn vrouw zei dat zij vanmorgen daar wel had kunnen wegbranden. En om dan mensen, soms zieke mensen, te zien zitten in zulke samenkomsten, God geve u een prachtig, liefelijk tehuis in de heerlijkheid, is mijn gebed. En ik hoop en vertrouw gewoon dat Hij dat zal doen.

11 Nu, laten we zien. Iemand hier nam mijn jasje aan. En ik moet vanavond een beetje voorlezen. Hoevelen hebben van het eerste deel hiervan genoten? O, als het niet zo heet was, zouden we gewoon de hele week doorgaan met het boek Openbaring. Daar houd ik gewoon van. Ik leef er gewoon in. En u bidt wel voor mij deze week, omdat ik er volgende week zondag, zo de Here wil, voor sta om die weken tezamen te plaatsen. En dat is iets waarover ik niets weet. En dus zal ik gewoon de Here vertrouwen, dat Hij het antwoord voor mij zal hebben.

12 En ik heb gelezen wat verscheidene mannen die erover spraken er over geschreven hebben. Ik heb ook de voetnoten hierover van Dr. Scofield (een groot geleerde) gelezen. Ik kon het zeker met veel van zijn voetnoten niet eens zijn, omdat ik niet kan zien waar... Het moet een juist beeld geven.

13 Als u een puzzel in elkaar zou zetten zou het eerste zijn wat u zegt: "O, dit moet hier boven zitten."

     "Nee, ik ben er zeker van dat dit hier boven moet zitten." Wel, u moet naar uw voorbeeld kijken om te zien wat u doet. En als u dat niet doet, zult u het hele tafereel in de war gooien.

14 Nu, wat als u een plaat had van een groot, prachtig landschap, met een koe die gras at boven in een boom? Nu, dat zou niet juist zijn, nietwaar, omdat zij geen gras eet boven in een boom. En zo is het als u, als de Heilige Geest dat Schriftgedeelte niet op de juiste plaats zet, dan haalt u het hele, grote beeld van de verlossing... Dat is wat wij willen: de Waarheid. En totdat wij de Waarheid weten, zullen wij het laten rusten. En dan, als God ons de Waarheid geeft, wel dan zal ik erover spreken.

15 Weet u, ik veronderstel dat broeder Roy Slaughter en enigen van de oudgedienden hier, die daarginds lang geleden begonnen... Ik geloof dat ik ongeveer de eerste drie of vier jaar van mijn bediening hier in de Tabernakel zelfs niet wilde prediken over het onderwerp hel, omdat ik er niet achter kon komen of het een brandende plaats of een graf was... En iedere keer als het Woord sprak over graf, zag ik dat de vertaling zei "hades". Hades is het graf. Iedere keer dat het sprak over de hel (hades), het graf... En ik liet het gewoon rusten totdat ik werkelijk uitvond waar ik over sprak en toen predikte ik over de hel. Dus toen ik werkelijk het hele beeld ontdekte en zag hoe het was... Omdat ik voel, dat een prediker aan God verantwoording schuldig is voor wat hij die samenkomst vertelt, omdat zij zich daaraan vast gaan houden. En wat zou het dan zijn als ik hen zich zou laten vasthouden aan de verkeerde plaats, en de tijd dan komt, dat het geen stand zou houden? Ziet u? En in dat visioen dat de Here mij enige tijd geleden gaf, toen die miljoenen – toen hij die tot mij sprak, zei: "U zult eerst geoordeeld worden door het Evangelie dat u predikt."

16 Ik zei: "Ik predikte hetzelfde als Paulus en al de anderen."

17 En al die miljoenen stemmen schreeuwden het uit: "Daar rusten wij op." Ziet u? Dat was het. Goed.

18 Dus ik wil vanavond verder gaan en het niet te lang aanhouden. En vergeet nu niet... ik deed het vanmorgen... Ik heb hier een paar notities. Vanmorgen sprak ik over Daniël in gevangenschap en dat Gabriël naar hem toekwam en hem onderrichtte over de toekomst. Dat hadden wij vanmorgen, het onderricht over de toekomst.

19 Vanavond spreken wij over "Het zesvoudige doel van het bezoek van Gabriël aan Daniël", en volgende zondag, zo de Here wil, plaatsen wij de zeventig weken waar zij behoren in het tijdselement; en waar wij staan. Als we dat nu maar kunnen vinden en het positief vaststellen, dan zullen wij precies het uur weten waarin wij leven. Nu, wij zullen niet weten wanneer Hij komt. Niemand zal dat weten. Jezus weet het Zelf niet. Hij zei dat Hij het niet wist. Hij zei dat de Vader alleen dat wist. Zelfs de engelen weten het niet. Niemand van ons weet wanneer Hij komt, maar wij kunnen het uur, de tijd waarin wij leven, vertellen – gewoon wetend hoe dicht wij er bij zijn.

20 Nu, voor een kleine overlapping, omdat de jongens banden maken van deze... De machines draaien daar achter in de kamer. En de banden worden natuurlijk overal heen gezonden.

21 In de les vanmorgen, zijn wij, nadat we een terugblik hadden geslagen op het vierde en vijfde hoofdstuk, begonnen met het negende hoofdstuk van Daniël. En nu vanavond gaan we verder met het negende hoofdstuk. Maar voordat wij het benaderen, laten we gewoon even een ogenblik onze hoofden buigen en spreken tot de Schrijver van het Woord.

22 Onze genadige God, wij zijn er zeker van, dat U de diepste bedoeling van ons hart kent. U weet waarom wij hier zijn. U weet dat wij hier vanavond niet gekomen zijn alleen maar omdat wij dachten dat het een aardige plaats zou zijn om naar toe te gaan, om ons wat te ontspannen in de middag. Vader, ik geloof niet dat er één persoon met dat doel hier is. Ik geloof dat wij hier vanavond zijn, omdat we doodernstig en eerlijk zijn, en het ZO SPREEKT DE HERE willen weten.

23 Wij hebben U lief, Here, en wij hebben Uw Woord lief. En als deze plaats die U voor ons beschikt hebt, gewoon een dak boven ons hoofd en deze betonnen blokken... Wij zijn U dankbaar voor de plaats. Want wij geloven dat er een tehuis is boven het uitspansel, waarheen wij op weg zijn. En wij denken aan onze voorvaderen, die dit voorrecht zelfs niet hadden en het doet onze harten met schaamte buigen, Here, als wij zelfs maar klagen.

24 Nu Vader, wij bidden dat U vanavond voor ons de Schrift wilt openen. Kom, wandel aan de zijde van een ieder van ons als wij deze weg vanavond aflopen. Spreek tot ons zoals U deed bij hen, die van Jeruzalem naar Emmaüs gingen, zodat wanneer de dienst vanavond voorbij is, wij naar onze verschillende huizen mogen gaan en zeggen: "Waren onze harten niet brandende in ons terwijl wij Hem hoorden spreken door Zijn Woord?"

25 Zegen het lezen. Zegen mijn zwakke pogingen, Here. Open mijn mond voor dat wat waar is en sluit hem voor wat verkeerd is. En ontvang heerlijkheid voor Uzelf en heerlijkheid in Uw volk, zodat zij het uur zouden mogen zien waarin wij leven en de nabije komst van de Here Jezus. Want wij vragen het in Zijn Naam, de Naam van Jezus Christus. Amen.

26 Als we nu onze Schriftgedeelten gedurende een paar ogenblikken memoreren, zien wij dat Daniël 68 lange jaren in gevangenschap was geweest. Denk daar eens over na! Nu, u met uw papier en pen, die het vanmorgen niet hebt genoteerd, kunt het misschien vanavond opschrijven. Van 606 tot 538 jaar voor Christus zijn 68 jaren, waarin Daniël een gevangene was, geen gemeente om naar toe te gaan, geen predikingen om te horen, niets. Maar hij had enige boeken en rollen die een profeet vóór hem had geprofeteerd, en dat was Jeremia.

27 Bij het bestuderen van de Schriften had hij gezien, dat de tijd begon af te lopen, dat de tijd van zeventig jaar... En Daniël geloofde plechtig elk woord dat Jeremia, de profeet, sprak. En ik zeg hierover tegen mijn klas vanavond: behoorden wij onze profeten te geloven? Jazeker! Want het Woord van de Here kwam tot de profeten. Zij hebben het ZO SPREEKT DE HERE. En een ware profeet zal nooit afwijken van het woord van de andere profeet. Zij zullen het nooit iets laten zeggen dat het niet zegt. Zij zullen gewoon precies zeggen wat de ware profeet zei. Dat maakt hen tot profeet. Dan als zij dat hebben, dan voorspellen zij wat er gebeuren gaat... Dit wetend, met vrees in hun hart, dat zij iets verkeerds zouden zeggen en iemand op een dwaalspoor zouden leiden. Wij willen dat nooit doen. We willen er absoluut zeker van zijn, dat wij het Woord van de Here hebben, voordat wij zeggen ZO SPREEKT DE HERE. Het moet een absolute, directe boodschap van de troon van God zijn of we zullen het nooit zeggen.

28 Nu, terwijl hij de Schriften bestudeerde, zag hij dat de zeventig jaren aan het aflopen waren, zodat, omdat hij daar al achtenzestig jaar was, er nog maar twee jaren over waren in de toekomst, voordat God Zijn volk weer terug zou brengen naar hun thuisland.

     We zien, dat terwijl hij in gebed was, er een machtige engel uit de hemel kwam. Kan iemand zijn naam noemen? [De samenkomst antwoordt: "Gabriël." – Vert] Gabriël. En hij is de engel voor de Joodse gemeente. Hoevelen weten dat? Overal is het Gabriël. Gabriël is de boodschapper voor de Joodse gemeente. Hij kwam tot Maria; hij kwam naar Zacharias. Altijd is het Gabriël. En hij is één van de grote engelen van de hemel.

29 En bracht hij onze broeder Daniël niet zo'n wonderbare groet van God? "O Daniël, gij zeer beminde man." Zou dat u geen goed doen om te bedenken dat God u liefhad? Als ik niet zeer bemind was, dan zou ik gewoon graag willen weten, dat ik toch daarboven een beetje bemind ben, u ook niet? Zeker. Gewoon maar een beetje; dat Hij zo nu en dan aan mij denkt... Het zou gewoon maken dat ik het uit zou schreeuwen, te bedenken dat Hij zelfs voor mij zorgt. En wij hebben de verzekering dat Hij voor ons zorgt, omdat toen wij nog zondaars waren, Christus in onze plaats stierf, broeder. En nu, wij die vreemdelingen voor God waren heeft Hij nu nabij God gebracht en heeft ons het onderpand van onze verlossing gegeven, dat is de Heilige Geest, en met een geloof daarin, dat ons opheft boven de dingen van de wereld, en wij stijgen er boven uit. Dat is heerlijk, nietwaar? Goed.

30 Terwijl hij in gebed was, kwam Gabriël en vertelde hem, dat het niet alleen nog twee jaar zou duren, voordat zij naar het thuisland zouden terugkeren, maar hij vertelde hem de hele bestemming van dat volk. Bedenk dat even! De hele bestemming, elke aardse reis verklaarde Gabriël aan Daniël. Hij zei dat hij gezonden was om aan Daniël deze grote zaak te vertellen. Hoe moet die profeet zich gevoeld hebben. En hij vertelde hem dat er zeventig weken bestemd waren voor het volk tot de voleinding; dat is de eindtijd, tot het allemaal voorbij is, de voleinding. Hij zei: "Er zijn zeventig weken."

31 Sommigen van hen laten dat slaan op maanden, sommigen op dagen, sommigen... Als het werkelijk echt weken zijn, is het slechts ongeveer twee en een kwart of één en een kwart jaar. En zie, u... Dat zullen we moeten uitvinden om getrouw te zijn.

32 "Zeventig weken zijn bestemd over uw volk." Voor welk doel? Waarvoor? Over wiens volk was het bestemd? Over Daniëls volk, de Joden. En waarover was het bestemd? Niet alleen over Daniël, maar over Daniëls heilige stad (Ziet u?) – Daniëls heilige stad. Nu klas, wat was Daniëls heilige stad? [De samenkomst antwoordt: "Jeruzalem." – Vert] Jeruzalem.

33 En nu gaan wij nemen, misschien komen wij er vanavond aan toe, waar was Jeruzalem? Wie grondvestte Jeruzalem? Hebt u daar ooit over gedacht? Wie stichtte Jeruzalem? Wanneer werd het gesticht? We zullen er na een poosje toe komen. Wie grondvestte Jeruzalem? Jongen, het is een dingetje ergens verborgen in een hoek, maar het verklaart het zeker. Jazeker! Wie grondvestte Jeruzalem en wanneer werd het gegrondvest? In orde, en dat is Daniëls heilige stad.

34 En wij verstaan dat die stad, die nu gedurende tweeduizend jaar een vloek is geweest, opgebouwd zal worden en weer gevestigd, en dat de tempeldienst zal ingesteld worden zoals het in het begin was. Zo is het. Dat zal met Jeruzalem gebeuren. Nu... En er zal een offerande zijn, een dagelijks offer, opnieuw geofferd precies zoals het was in het begin. We zullen op het meeste daarvan (of heel wat ervan), vanavond ingaan, neem ik aan.

35 Ik wil u laten weten, vrienden, dat bij het aantippen van deze dingen, ik zeker weken van onderwijs weglaat, maar ik wil het gewoon zo aantippen, dat, wanneer het weer wat koeler wordt of wat later als we op die zeven zegels, zeven fiolen, zeven bazuinen en al deze dingen ingaan, ik terug kan verwijzen en zeggen: "Herinnert u zich de zeventig weken van Daniël? Herinnert u zich het gemeente-tijdperk toen het omhoog ging en wat er plaatsvond?" En deze zeventig weken van Daniël lopen vanaf het opgaan van de gemeente tot het terugkomen van de gemeente. Die tijdsruimte beslaat het. Niet alle zeventig weken van Daniël, een deel ervan.

36 "Zeventig weken zijn bestemd." Er was een zesvoudig doel in zijn bezoek, waarin hem verteld werd wat er zou gaan gebeuren. Nu, er was een zesvoudig doel van zijn komst. Vanavond denk ik dat we hier in de Schrift zullen beginnen vanaf waar we vanmorgen waren, dat er een zesvoudig doel was. Hier is het. We zien dus dat er een zesvoudig doel was. Eén ervan... Laten wij nu naar het vierentwintigste vers gaan van het negende hoofdstuk van Daniël.

     En zeventig weken zijn bestemd over uw volk,... (Nu bedenk, dat is alles wat de reis van de Israëlieten zal beslaan op deze aarde. Ze zijn bestemd... Zeventig weken zijn slechts bestemd. Dat is alles wat aan de Joden is toegedeeld.) ... over uw volk, en over uw heilige stad,... (Daarom, mis dit nu niet, zal deze zeventig weken het openbaren vanaf die tijd tot het einde der Joden en ook tot het einde van Jeruzalem, totdat er een nieuwe stad gebouwd zal worden. Nu... O, ik hoop, dat wij er echt goed en diep op in zullen gaan vanavond.) ... zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad,... (Waartoe?) om de overtreding te sluiten.

37 Wat vertelde hij hem nu? Hij probeerde uit te vinden hoelang het zou gaan duren. "Ik weet dat wij in de eindtijd zijn (zoals wij nu), Here..."

38 Hoevelen in deze klas vanavond geloven, dat wij in de eindtijd zijn, zeg dan: "Amen!" [De samenkomst antwoordt: "Amen!" – Vert] Dank u. Wij zijn aan het einde. Nu, wij proberen, door God, uit te vinden hoelang dat zal gaan duren. In welke dag leven wij? Daarom gaan we terug en halen deze profeten aan, enzovoort, en trachten uit te vinden waar wij ons bevinden. En dat deed Daniël. Hij richtte zijn aangezicht naar God.

39 Hoevelen hebben vandaag Daniël 9 gelezen, steekt uw handen omhoog. In orde. U ziet hoe hij in zijn gebed belijdenis deed voor zijn volk en voor zichzelf. Hij wilde er zeker van zijn dat hij uitgevonden had wanneer zij terug moesten komen, omdat hij de mensen gereed wilde hebben om terug te gaan. Nu, wat ik probeer te doen is uit te vinden wanneer wij omhoog gaan, en de mensen gereed te krijgen om omhoog te gaan. Zijn wij gereed? En wij hebben ons aangezicht naar God gericht met gebeden en smekingen om uit te vinden: "Here, wat is het uur waarin wij leven?"

40 Wij hebben al deze verschillende dingen zien gebeuren; we zien dat de wereld in een chaos is. We zien dat de tijd op handen is; het handschrift is aan de wand, alles wat God zei... We horen onze president spreken over een nieuwe oorlog die nu komende is. We horen voorspellingen, dat binnen, o binnen een paar uur nadat de oorlog is verklaard, naties niets anders zullen zijn dan vulkanisch stof. En we weten dat we het krijgen. Dus we weten dat voordat dit plaatsvindt, de gemeente heen moet gaan. Dus Here, waar bevinden wij ons? Dat is de reden dat ik geloof, dat Hij het ons zal laten weten. We hebben onze aangezichten gesteld om het te ontdekken. Nu, ten eerste, laten wij het uitvinden.

     Zeventig weken zijn bestemd over uw volk,... uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen,... en om het gezicht en de profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven.

41 Dit was het zesvoudige doel van het bezoek van Gabriël. Laten wij met nummer één beginnen. Als u het wilt opschrijven, u die een pen bij u hebt. Nummer één: "Om de overtreding te sluiten." Dat is het eerste.

42 Het sluiten van de overtredingen van Israël, dat tegen God overtrad, zal zijn het afwenden van de goddeloosheid van Jakob. Laten we om dit te vinden, opslaan Romeinen, het elfde hoofdstuk van Romeinen, te beginnen bij het eenentwintigste vers; Romeinen 11. Waar gaan wij het nu over hebben? "Om de overtreding te sluiten." Romeinen 11:21. In orde.

     Want is het, dat God de natuurlijke takken niet gespaard heeft,... (Wie was dat? Israël.) zie toe, dat Hij ook mogelijk u niet spaart. (Nu, ik wil dat u, als u naar huis gaat, dit hele elfde hoofdstuk leest. Ik lees alleen maar dit, dus... Noteer het hele elfde hoofdstuk en lees het.) ... u niet spaart.

     Zie dan de goedertierenheid en de strengheid van God; de strengheid wel over hen, die gevallen zijn, maar de goedertierenheid over u, indien gij in de goedertierenheid blijft; anders zult ook gij afgehouwen worden.

     Maar ook zij, indien zij in het ongeloof niet blijven, zullen ingeënt worden; want God is machtig ze weer in te enten. (Ziet u? Er wordt hier verteld dat er een tijd zal komen, dat als de heiden zal worden afgesneden, Israël weer erin terug zal komen.)

     Want indien gij afgehouwen zijt uit de olijfboom, die van nature wild was,... (heidenen) en tegen nature ingeënt... (Wij waren tegen de natuur, vreemdelingen, zonder genade, zonder God, met totaal geen hoop; en God sneed door Zijn genade, om ons een kans te geven, het rechtvaardige Israël af vanwege de overtredingen en wendde Zich van hen af, de tamme olijfboom, en bracht tegen nature een wilde olijfboom erin!) in de goede olijfboom; hoeveel temeer zullen deze, die natuurlijke takken zijn, in hun eigen olijfboom geënt worden?

     Goed, laten we verder lezen.

     Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend is (opdat gij niet wijs zijt bij uzelf), dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.

43 Totdat God klaar is met de heidenen, werd Israël verblind. Zij wendden zich af in zonde en overtredingen tegen God, omdat God hun ogen verblindde, opdat wij ingeënt zouden mogen worden. Begrijpt u het? Het zesentwintigste vers nu:

     En alzo zal geheel Israël zalig worden;...

44 God verblindde hen opzettelijk voor u en mij. Zij kunnen niet zien, omdat God hen verblindde. En geheel Israël, het ware Israël, zal zalig worden. Wat zei de engel? Glorie! "Om de overtreding van Israël te sluiten. Ik ben gekomen om u te vertellen dat er een tijd zal komen, dat het met de overtredingen van Israël afgelopen zal zijn." God zal die wilde tak afhouwen en die echte tak weer inenten.

45 O, soms doet het mijn hart opspringen als ik dat arme, ellendige volk ginds afgesneden zie, niet wetend waar zij heengaan en te bedenken dat God dat in Zijn genade deed, zodat ik kon worden gered; verblindde hun ogen voor hun eigen Messias, sloot hun oren, zodat zij Hem niet konden horen en toch keken ze regelrecht naar Zijn wonderen en de dingen die Hij deed.

46 Ik geloof dat in Mattheüs, het twaalfde hoofdstuk of het achtste of het twaalfde hoofdstuk, staat: "Hoewel Jezus zoveel wonderen had gedaan, konden zij toch niet geloven." Omdat God zei: "Zij hebben ogen en kunnen niet zien en oren en zij kunnen niet horen, tenzij zij zouden zien met hun ogen en horen met hun oren en Ik hen zou bekeren." Maar opdat wij een kans zouden kunnen hebben, trok Hij het doek neer voor de ogen van Zijn eigen kinderen, joeg Zijn eigen kinderen weg van de tafel en gaf hen over aan magerheid van Geest, zodat Hij zou mogen vinden – dat wij een kans zouden hebben om te leven – ons leven gevend. Het zesentwintigste vers opnieuw:

     En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.

47 Ja, Hij zal één dezer dagen naar de berg Sion komen. Op de Olijfberg zullen zij Hem herkennen en geheel Israël zal weten dat Hij het is. Het zal dan met de heidenen afgelopen zijn. Van die tak die ingeënt is, zal God de vrucht nemen die ingezameld is en die wilde tak zal worden...

48 En nu, bedenk, iets hiervoor kunt u lezen dat Hij zei: "Als die Wortel heilig was, en die Wortel een heilige Wortel was, dan zal ook de vrucht, die opkomt uit die heilige Wortel, heilige vrucht zijn." En als die Wortel Jezus Christus was, die zowel de Wortel als de Spruit van David is, als dat leven dat in Hem was, opkwam door die Joodse generatie heen en van hen afgesneden werd en hun ogen verblindde, opdat wij zouden mogen zien, zullen onze levens in overeenstemming met die gezegende Tak moeten zijn. O ja, broeder! Zo is het!

49 God sneed hen opzettelijk af en verblindde hun ogen, opdat wij een kans zouden krijgen om te zien, ons een gelegenheid gevend; en wij lopen rond alsof we iemand zijn. Paulus vertelt hun hier: "Zie toe hoe gij dat doet. Ziet toe, want als God de natuurlijke tak niet spaarde, hoe zal Hij dan nog langer genade hebben voor de wilde tak, die al..." Zo lopen wij rond en zeggen: "Ik ben Presbyteriaan"; "Ik ben Methodist"; "Ik ben Baptist"; "Ik ben van Pinksteren!" Dat betekent niets voor God. U moet wederomgeboren worden uit de Heilige Geest, die vanuit de Wortel komt. Maar Hij komt...

50 Nu bedenk, Hij spreekt niet over de heidenen. Ik voeg dit hier juist tussen, zodat u kunt zien waar de heidenen hun kans hadden. Maar Hij komt om de overtreding te sluiten, er een eind aan te maken.

51 Als we nu weer naar Daniël teruggaan, zullen we zien dat we in Daniël, het vierentwintigste vers, ontdekken... Goed.

     "Om de overtreding te sluiten."

     Om wat te beëindigen? Om Israëls overtreding te beëindigen. Wat is een overtreding? Het is tegen iets ingaan. Een overtreding tegenover mij is iets verkeerds tegen mij doen. Overtreding tegen u is iets verkeerds doen tegen u. Dus Israël deed iets verkeerds tegenover God. En wat gaat er gebeuren in deze zeventigste week? God gaat de overtreding van Israël beëindigen. "De overtreding sluiten" zal zijn het afwenden van de goddeloosheid van Jakob. En dan zal geheel Israël wederomgeboren worden. Allen zullen de Heilige Geest ontvangen.

52 Nu, nummer twee; schrijf het op uw papier. We zouden daar lang bij stil kunnen staan, maar daar wil ik niet over gaan prediken. Ik wil het u zeggen, zodat u het heel goed kunt begrijpen. Als we deze zeven zegels ingaan, dan zullen we gewoon door de gemeente-tijdperken gaan, door de zegels, door de plagen, en weten waar wij staan. Zo is het.

53 Nummer twee: "Om de zonden te verzegelen." Laten wij het nog eens lezen; Daniël: "Om de overtreding te sluiten en de zonden te verzegelen." Dat is het tweede doel van zijn komst. Het eerste is om Israëls overtreding te sluiten en de zonden te verzegelen. Waar zondigde Israël? Waar deden zij hun vitale zonde? Waar scheidden zij zichzelf af van God?

54 Luister nu aandachtig. Laten we Mattheüs 24 opslaan. En hier is het waar Israël haar fatale vergissing beging. Hier deed zij haar laatste zonde. En dat is de reden waarom zij in haar huidige toestand is. Mattheüs, hoofdstuk 27 van het Evangelie van Mattheüs; het vijfentwintigste vers van hoofdstuk 27. Laten wij beginnen bij vers 21:

     En de stadhouder, antwoordende, zei tot hen: Wie van deze twee wilt gij, dat ik u zal loslaten? En zij zeiden: Bar-Abbas. (Nu bedenk, dat is Israël.) ... Bar-Abbas.

     Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen met Jezus, Die genaamd wordt Christus? (Luister naar hen!) Zij zeiden allen tot hem: Laat Hem gekruisigd worden. (Nu bedenk, dat is hun Messias, waarvan Daniël zei dat Hij zou komen. U herinnert u vanmorgen in de les hier, dat Hij afgesneden zal worden, niet voor Hemzelf, niet om iets wat Hij had gedaan.) ... Laat Hem gekruisigd worden.

     Doch de stadhouder zeide: Wat heeft Hij dan voor kwaad gedaan? En zij riepen te meer, zeggende: Laat Hem gekruisigd worden!

     Toen Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar veel meer, dat er oproer werd, nam hij water en waste de handen voor de schare, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed van deze Rechtvaardige; gij moogt toezien.

55 Luister! Hier is hun vergissing; hier is hun zonde!

     En al het volk, antwoordende, zeide: Zijn bloed kome over ons, en over onze kinderen!

56 Daar deden zij het. Hij maakte voor hen een eind aan de zonde. Hoe zou Hij iets anders kunnen doen dan hen vergeven, wetende dat Hij hun ogen moest verblinden, zodat wij zouden kunnen binnenkomen? Het is alsof Zijn eigen kinderen om Zijn Bloed riepen. En zij werden verblind en Hij wist dat zij verblind waren. Dat is de reden waarom Hij om vergeving voor hen riep: "Vergeef hen, Vader, want zij weten niet wat zij doen." Zij waren blind. Terwille van ons werden zij blind gemaakt. In hun ongeloof deden zij dit. Maar als zij Hem weer zien... Amen!

57 Om een eind aan de zonde te maken. Wat is zonde? Ongeloof. Zij geloofden niet dat Hij de Messias was. Zij konden niet zien dat Hij de Messias was, hoewel Hij elk teken deed dat de Messias werd verondersteld te doen. Maar zij konden het niet zien. Zij waren blind.

58 Dus wanneer u mensen ziet die zeggen: "Ik geloof niet in Goddelijke genezing. Ik kan het niet zien. Ik kan deze doop van de Heilige Geest niet zien." Wees niet boos op hen; ze zijn blind. Zij zeggen: "Ik kan deze boodschap van Zijn komst niet zien. Ik kan deze doop van de Heilige Geest niet zien. Ik kan dit slangenzaad niet zien. Ik kan dit spul niet zien." Zij zijn blind en weten het niet. Bid gewoon voor hen. Goed.

59 In hun ongeloof... Maar als zij Hem zien, als Hij weer komt, zal het een eind maken aan hun ongeloof. O wonderbaar! Laten we gewoon eerst Genesis opslaan, het vijfentwintigste – het vijfenveertigste hoofdstuk om er een beeld van te krijgen. Ik heb er hier een paar opgeschreven... Dat is Genesis 45 voor u, die aantekeningen maakt. O, wat houd ik van dit goede, oude Evangelie! In orde. Nu, wij weten waar wij aan toe zijn.

     Kunt u mij goed horen daar achter in het gebouw? Steekt uw handen op als u mij kunt horen. Ik zal dit een beetje dichterbij plaatsen.

60 We gaan nu een gedeelte van deze Schriftplaats lezen. Ik wil dat u luistert, u die uw Bijbel niet bij u hebt. U die uw Bijbel bij u hebt, zoek op Genesis... Maar laten we eerst beginnen in het vierenveertigste hoofdstuk, te beginnen bij het zevenentwintigste vers.

61 Het is Jozef, en Jozef was een volmaakt type van Christus. Wij weten dat. Hoevelen weten dat? Gehaat door zijn broeders, waarom? Omdat hij geestelijk was; hij zag visioenen, legde dromen uit. Hij was een geestelijk mens onder zijn broeders, en zij haatten hem. En zijn vader had hem lief. Zo was het ook met Jezus, gehaat door de denominationele kerken, maar geliefd door Zijn Vader, God. Waarom haatten zij Hem? Omdat Hij geestelijk was, omdat...

62 Zij vertelden... zij zeiden dat hij een waarzegger, een duivel was. Herinnert u zich wat Jozefs broeders tegen hem zeiden? "Hier komt die dromer aan." Ziet u? Hetzelfde. En zij verkochten Jozef voor bijna dezelfde prijs, waar Judas Jezus voor verkocht: dertig zilverlingen. Ze wierpen hem in een put en gingen weg en vertelden hun vader, dat iets hem gedood had; hij was dood. Maar hij werd opgetrokken uit de put. Christus werd in een put geworpen en werd opgenomen. En vandaar ging hij naar de hoogste plaats die er op aarde was. Amen! Jozef ging naar de rechterhand van Farao en Jezus ging naar de rechterhand van God. In Zijn verzoeking vóór zijn verhoging; Jezus ging, voordat Hij verhoogd werd, door verzoeking.

63 Wel, ik geloof dat het Billy Sunday was, de grote evangelist, die zei: "In elke boom zaten een miljoen engelen op die dag der kruisiging, die zeiden: 'Trek gewoon Uw hand los en wijs naar ons. Wij zullen dit schouwspel hier in deze buurt veranderen.'" Maar Hij kon het niet doen.

64 Kajafas zei: "Anderen verloste Hij, Zichzelf kan Hij niet verlossen." Hij wist niet, dat hij een verklarende kanttekening plaatste. Als Hij Zichzelf gered zou hebben, had Hij geen anderen kunnen redden, dus gaf Hij Zichzelf om anderen te redden. Zie, zo blind zijn ze ervoor. Nu zij...

65 Toen hij daar verhoogd was – of vóór zijn verhoging, in zijn verzoeking... Bedenk, dat Jozef in de gevangenis geworpen werd terwijl hij onschuldig was.

66 De Romeinse – of de Egyptische generaal met name Potifar... Potifar ging een reis maken. Hij had een knappe vrouw en zijn vrouw liet Jozef in huis komen om iets te doen; en zij probeerde Jozef iets verkeerds te laten doen. En hij was getrouw aan God. Ik vertel u, dat zij altijd...

67 U vrouwen, ik heb op u afgegeven, nu ga ik het een ogenblik voor u opnemen. Ziet u? De vrouw is een zwakker vat. Ik weet dat er geen slechte man kan zijn, voordat er een slechte vrouw is. Maar de man die dat weet, u man, die weet dat u een zoon van God bent en tot uw eigen voordeel een vrouw misbruikt, schande over u! Ongeacht wat ze ook doet, zij is een zwakker vat. En u weet dat. Als zij handelt op een wijze die niet die van een dame is, neem haar dan bij de hand en spreek met haar als een zuster. U bent een zoon van God. Doe die slechte dingen niet. Kijk naar Jozef; hij was een voorbeeld voor u.

68 En toen de vrouw van Potifar, deze mooie vrouw, achtbaar, één van de hoogste vrouwen die er in het land waren, hem smeekte en hem overreedde en hij zich afwendde... En zij greep hem en probeerde hem haar te laten omhelzen, maar hij rukte zich los tot hij zelfs zijn kleed uittrok en liep bij haar vandaan. Jazeker! En toen hij thuiskwam, vertelde zij een leugen over hem en zei dat hij binnengekomen was om haar aan te randen en dat hij zijn kleed daar achterliet. En daarvoor ging hij naar de kerker. Maar in de kerker was God met hem, het deed er niet toe waar zij hem inwierpen; hij was een type van de Zoon der voorspoed.

69 Alles wat Jozef deed, ging voorspoedig. En als Jezus terugkeert in het duizendjarig vrederijk, is dat de reden waarom de woestijnen zullen bloeien als een roos. Alles wat Hij doet, zal gelukken. Hij is de Zoon der voorspoed. Waar u Jozef ook plaatste, het werd gezegend. Waar Jezus ook is, het wordt gezegend. Dus ontvang Hem in uw hart en wees gezegend.

70 Dus we zien dat Jozef in een gevangenis werd gestopt en in de gevangenis waren twee mannen; één van hen was verloren en één werd gered. Bij de verzoeking van Jezus aan het kruis ging één dief verloren, en de andere werd gered.

71 Toen Hij verhoogd werd, ging Hij naar de rechterhand van God. Toen Jozef verhoogd werd ging hij naar de rechterhand van Farao en niemand kon tot Farao spreken zonder eerst met Jozef te spreken om toestemming te krijgen. En als Jozef het paleis verliet (o wonderbaar!) – als Jozef het paleis verliet, klonken de bazuinen en een man liep vóór hem uit, zeggende: "Buig uw knie; Jozef komt!" Amen! En als Jezus de rechterhand van de Majesteit boven verlaat, zullen de bazuinen klinken en elke knie zal zich buigen en elke tong zal belijden: "Jezus komt!" Zeker!

72 Wat het is... En bedenk, wat deed hij toen hij door zijn broeders verworpen werd? Hij nam een heidense vrouw; hij nam een Egyptische vrouw. Toen Jezus van Zijn broeders daar destijds werd afgesneden, de Joden, trouwde Hij een heidense bruid. Maar nu, jaren later, nadat er kinderen waren geboren, Efraïm en Manasse, had hij een gezin.

73 Dan komen op zekere dag zijn broeders hem bezoeken. Let op! We kennen de geschiedenis, hoe hij dat kleine ding daarin deed om hen terug te zenden en hij handelde alsof hij zelfs hun taal niet kon spreken en gebruikte een tolk voor het Hebreeuws, terwijl hijzelf een Hebreeër was. En hun broer kwam naar beneden. Zij kenden hem niet. Hij was een machtige vorst. En juist nu bezoekt Christus de Joden, geneest hun zieken en zo en zij weten nog niet Wie Hij is. Die Messias...

     Laten we beginnen bij zevenentwintigste vers van hoofdstuk 44:

     Toen zeide uw knecht, mijn vader, tot ons: Gij weet, dat mijn vrouw er mij twee gebaard heeft.

     En de een is van mij uitgegaan,... (Dat was Jozef, degene tegen wie zij spraken.) en ik heb gezegd: Voorwaar, hij is gewis verscheurd geworden! en ik heb hem niet gezien tot nu toe.

     Indien gij nu deze ook van mijn aangezicht wegneemt, en hem een verderf ontmoette, zo zoudt gij mijn grauwe haren met jammer ten grave doen neerdalen!

74 Zij hadden de kleine Benjamin daar, zijn kleine broer. Weet u wie Benjamin voorstelt? Deze nieuwe groep echte, ware Joden, die zich daar nu vergaderen om die 144.000 te vormen – dit geslacht dat opkomt. Niet deze Wall Street oprichters, nee, nee, dat is meer kanonnenvoer. Dat zijn geen Joden; dat zijn geen Joden! De ware Joden zijn deze kleine Benjamins, die opkomen van daarginds, die het Woord van Jezus Christus zelfs nooit hebben gehoord.

     Nu dan, als ik tot uw knecht, mijn vader, kom, en de jongeling is niet bij ons (alzo zijn ziel aan de ziel van deze gebonden is),

75 Gods eigen leven is gebonden aan Israël. Hij is met haar getrouwd. (We zullen daar binnen een paar minuten toe komen, zo de Here wil.) Hij is met Israël getrouwd. Zijn leven is aan haar gebonden precies zoals ik gebonden ben aan mevrouw Branham daar, mijn vrouw, en u aan uw vrouw gebonden bent. Uw leven gaat erin op. En God is met Israël getrouwd. En wat was het? Jakob zei: "Mijn leven is met dit kind verbonden."

     Zo zal het geschieden, als hij ziet, dat de jongeling er niet is,... (Jozef ging de jongen vasthouden, weet u. Wij kennen de geschiedenis.) dat hij sterven zal;... (Zijn vader!) en uw knechten zullen de grauwe haren van uw knecht, onze vader, met droefenis ten grave doen neerdalen. (Luister naar het pleidooi, dat Ruben nu doet!)

     Want uw knecht is voor deze jongeling borg bij mijn vader,zeggende: Zo ik hem tot u niet terugbreng, zo zal ik tegen mijn vader te allen dage gezondigd hebben!

     Nu dan, laat toch uw knecht voor deze jongeling slaaf van mijn heer blijven,... (O! Zie, hij staat daar recht voor Jozef, zijn broeder. Dit is Jozef en hij kent hem niet. O, wacht maar tot dat duizendjarig vrederijk begint, broeder!) ... niet – in plaats van de jongeling een slaaf van mijn heer... (Luister naar hem, hem belijdend als heer.) ... en laat de jongeling met zijn broeders optrekken!

     Want hoe zou ik optrekken tot mijn vader, indien de jongeling niet met mij was, opdat ik de jammer niet zie, welke mijn vader overkomen zou.

76 Pleitend, zijn eigen leven gevend. Hoe zullen de Joden daar staan met hun handen uitgestrekt. Let op. Let nu op het vijfenveertigste vers. Luister nauwkeurig; mis het niet.

     Toen kon Jozef zich niet bedwingen voor allen, die bij hem stonden,... (Broeder, dat is wanneer aan de zonde een eind gemaakt wordt, het ongeloof verstrooid wordt.) en hij riep: Doet alle man van mij uitgaan! En er stond niemand bij hem, toen Jozef zich aan zijn broeders bekend maakte.

77 Wat is het? Zelfs zijn eigen vrouw ging terug naar het paleis. O wonderbaar, de bruid in heerlijkheid, terwijl Jezus terugkeert; wij zullen hier op ingaan. Om zichzelf bekend te maken...

     En hij verhief zijn stem met wenen,... (Jozef kon het gewoon niet langer inhouden; hij schreeuwde het uit.) zodat de Egyptenaars het hoorden, en dat Farao's huis het hoorde. (Helemaal daar achter in het paleis hoorden zij Jozef wenen.)

78 Nu, dat was een type van Christus, terwijl Hij de Joden ontmoet. Dat Hij weet, dat Hij hen verblindde, zodat wij een kans zouden kunnen hebben. Maar als Hij weer voor hen terugkomt, zal de zonde van Israël voorbij zijn.

     En Jozef zeide tot zijn broeders: Ik ben Jozef! (Wat denkt u, dat Jezus zal zeggen? "Ik ben jullie Messias. Ik ben Degene die jullie kruisigden.") leeft mijn vader nog? En zijn broeders konden hem niet antwoorden; want zij waren verschrikt voor zijn aangezicht.

79 O, ik moet hier gewoon even stoppen. Laten we opslaan Zacharia, het twaalfde hoofdstuk. Sla met mij nu het boek Zacharia, het twaalfde hoofdstuk op. Misschien neem ik een beetje teveel tijd en begin ik hierover te prediken, weet u, maar ik hoop van niet. En ik wil zo graag dat u het goed begrijpt.

80 Laten we nu het twaalfde hoofdstuk van Zacharia nemen en zien wat Hij nu gaat zeggen als Hij voor Zijn broeders staat. Zacharia 12, het tiende vers. (Maakt nu een eind aan de zonde. Goed.) Het twaalfde hoofdstuk, het tiende vers.

81 Let op. En nu spreekt hij hier over het overblijfsel. De belegering van Jeruzalem, het beest en de legers zijn weggenomen, enzovoort. Alle dingen hebben nu een einde genomen. Dit is bijna het duizendjarig vrederijk; het duizendjarig vrederijk staat op het punt nu te beginnen.

     Doch over het huis van David, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten de Geest der... (Wat?) genade... (Amen! Verbazingwekkende genade!) ... over het huis... de inwoners van Jeruzalem... (Daniëls heilige stad.) ... de Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklacht over een enige zoon; en zij zullen over Hem bitter kermen, gelijk men bitter kermt over een eerstgeborene.

82 Luister! Wat zal er een rouwklacht zijn als Hij daar staat en Zichzelf aan hen bekend maakt, zoals Jozef deed. Luister!

     Te dien dage zal te Jeruzalem de rouwklacht groot zijn, gelijk die rouwklacht van... (Ik kan die naam niet uitspreken: H a d a d r i m o...) Hadad-Rimmon, in... Megiddon.

     En het land zal rouwklagen, elk geslacht afzonderlijk; het geslacht van het huis Davids afzonderlijk, en hun vrouwen afzonderlijk; en het geslacht van het huis van Nathan afzonderlijk, en hun vrouwen afzonderlijk;

     Het geslacht van het huis van Levi afzonderlijk, en hun vrouwen afzonderlijk; het geslacht van Simeï afzonderlijk, en hun vrouwen afzonderlijk;

     Al de overige geslachten, elk geslacht afzonderlijk, en hun vrouwen afzonderlijk.

83 Zij zullen zich erg schamen over zichzelf, als zij daar staan en zien dat Degene, die zij in de avond kruisigden, daar staat; hun eigen dierbare Jozef. Er zal zo'n rouwklacht zijn; zij zullen zeggen: "Vanwaar kreeg U die littekens?"

84 Hij zal zeggen: "In het huis van Mijn vrienden." Ziet u wat ik bedoel? Om een eind te maken aan de zonde, het ongeloof. Daarvoor komt Hij.

85 In dit zeventigste jaar van Daniël – zeventigste week beter gezegd, komt Hij om een eind te maken aan de zonde, om het weg te doen. Begrijpt u het nu? Wat is het eerste? De overtreding te sluiten, een eind aan de zonde te maken. Nummer drie: "De ongerechtigheid verzoenen." – voor u die het opschrijft. Ik had ongeveer nog zes andere Schriftplaatsen daar, maar ik sla ze gewoon over, omdat het zo heet is: Wij willen niet teveel tijd nemen. Ik wil er zoveel van nemen als ik kan, maar u niet te lang houden. Goed.

86 Om de ongerechtigheid te verzoenen. Ongerechtigheid is "verkeerd doen", zoals zij deden bij het kruis. Hij maakte een verzoening, maar het zal niet op hen worden toegepast. Waarom werd het niet op hen toegepast? Omdat zij verblind waren en het niet konden zien. En waarom werden zij blind? U zegt: "Wel, misschien vandaag omdat ik blind ben..." U bent opzettelijk blind! Zij waren blind omdat God hen verblindde, maar u bent blind, omdat u opzettelijk blind bent. Er is geen verzoening voor u. "Als u niet gelooft, dat Ik het ben", zei Jezus, "zult u sterven in uw zonden." Zo is het!

87 Laten we nu weer naar Zacharia, het dertiende hoofdstuk, terugkeren. Laten we hier luisteren. Om een verzoening te maken... Nu, waar... ik keek of ik iemand hier zag, zodat hij dit zou horen, maar misschien... De Here zal het op de een of andere wijze aanroeren.

     Te dien dage zal er – te dien dage...

88 Dr. Scofield heeft hier in zijn voetnoten – of als kop van zijn paragraaf: "Het overblijfsel – het bekeerde overblijfsel, gewezen op het kruis."

89 Om verzoening aan te brengen voor de ongerechtigheid. Ongerechtigheid is "iets wat u verkeerd gedaan hebt terwijl u beter wist, wat u niet had moeten doen." "Als ik ongerechtigheid bedenk in mijn hart, zal God mij niet horen."

90 Nu, in Zacharia, het dertiende hoofdstuk, laten we beginnen bij het eerste vers:

     Te dien dage zal er een Fontein geopend zijn voor het huis van David, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinheid.

91 Er zal een huis open zijn. Ga verder; we zouden het gewoon door kunnen lezen. Ik wil dat u dat opschrijft om het te lezen, Maar nu, ik heb hier opgeschreven om te beginnen bij het zesde vers en door te lezen tot en met het tiende vers. Goed, laten we het nu lezen en zien – lezen tot en met het negende vers, liever.

     En zo iemand tot hem zegt: Wat zijn deze wonden in uw handen? zo zal Hij zeggen: Het zijn de wonden, waarmee ik geslagen ben, in het huis van mijn liefhebbers.

     Zwaard! ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen de Man, Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE der heerscharen; sla die Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.

92 Jezus haalde die Schriftplaats aan. Ziet u? "Sla de herder en verstrooi de schapen." Maar let op de volgende paragraaf. Hij haalde daar maar zoveel van aan. Maar let op wat de volgende zin ervan zegt, het volgende gedeelte: "En ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden." Welke? De Benjamin-groep die nu opkomt. "Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden."

93 Sla de herder... Israël, het eerste Israël sloeg de Herder, verstrooide de schapen over de hele wereld, maar God zei: "Ik zal Mijn hand wenden om die kleinen in de laatste dagen te krijgen." Wanneer? Als er verzoening voor de ongerechtigheid is aangebracht. Israël zal gered worden, elk van hen.

94 Laten wij nu het zesenzestigste hoofdstuk van Jesaja opslaan, en het gedurende een ogenblik lezen en zien wat God zegt over Israël dat gered wordt, hoelang het zal duren om Israël te redden. Let op hoe vlug het zal komen. In Jesaja 66:8. Als u het helemaal wilt lezen, in orde.

     Wie heeft ooit zulks gehoord? Wie heeft iets dergelijks gezien? Zou een land kunnen geboren worden op één dag? ... Maar Sion heeft weeën gekregen, en zij heeft haar zonen gebaard.

95 Zodra Sion zag, dat dat haar Messias was, werd zij op één dag wederomgeboren. Er werd verzoening aangebracht voor de zonden en voor de ongerechtigheid – onreinheid. O wonderbaar! Zij deden wat kwaad was, dat wat verkeerd was. Er werd verzoening aangebracht voor hun ongerechtigheid.

96 Nummer vier: "Om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen." Dat is het vierde waarvoor hij komt, het vierde wat hij kwam doen. Om een eeuwigdurende gerechtigheid aan te brengen, een eind te maken aan de zonde, verzoening, en een eeuwigdurende gerechtigheid aan te brengen. Toen Israëls overtredingen ten einde waren... Toen Israëls overtreding...

97 Nu gaan we naar... Ik wil dat u dit vat, omdat wanneer we het hebben over die vrouw en de uitgeworpen draak, u weer naar deze zelfde Schriftplaats zult komen. Wees er zeker van om het te noteren. Als Israëls overtreding tot een eind gekomen is, zal Satan, die hun aanklager en onze aanklager is, verzegeld worden in de bodemloze put. Wanneer wat? Wanneer een eeuwigdurende gerechtigheid wordt aangebracht, iets wat niet eindigen kan. Alles wat met de ongerechtigheid te maken heeft, zal worden weggedaan.

98 Laten we even naar Openbaring 20:13 gaan en laten wij het hier slechts een ogenblik lezen. Openbaring 20:13. Nee, pardon, het is Openbaring 20:1–3. Ik zag dat kleine teken er niet tussen; mijn zweet komt hier in mijn ogen. Openbaring 20, en laten we zien.

     En ik zag een engel afkomen uit de hemel, hebbende de sleutel van de afgrond, en een grote keten in zijn hand.

     En hij greep de draak, de oude slang, welke is de duivel en satanas, en bond hem duizend jaren;

     En wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin, en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer verleiden zou, totdat de duizend jaren zouden geëindigd zijn. En daarna moet hij een kleine tijd ontbonden worden.

99 Een eeuwigdurende gerechtigheid aanbrengen. Satan in de bodemloze put [afgrond]. En als Hij dat doet en de duivel verzegelt, die de mensen verleid heeft...

100 Laten we nu teruggaan naar Habakuk, het tweede hoofdstuk. Habakuk, hoofdstuk 2. En nu zullen we zien waarom Hij deze oude slang verzegelde en waarvoor het werd gedaan en wat er plaats vindt, onmiddellijk nadat hij verzegeld is. Ik houd hiervan, u ook? Het brengt ons tot de wetenschap van iets. Het is, geloof ik, Habakuk, het tweede hoofdstuk, het veertiende vers, dat ik wil lezen. Wanneer dit plaats vindt... Let op!

     Want de aarde zal vervuld worden, dat zij de heerlijkheid des HEEREN bekennen, gelijk de wateren de bodem der zee bedekken.

101 O, wonderbaar! Met andere woorden, als de vijand weggegaan is, het einde van de zonde gekomen is, het aanbrengen van eeuwigdurende gerechtigheid is gekomen, dan wordt Satan verzegeld in de bodemloze put en de kennis des Heren zal de aarde bedekken, zoals de wateren de bodem der zee bedekken. Amen! God zij geprezen! Het is komende, broeder, het is komende. Vrouwen zullen dames zijn en mannen zullen heren zijn. Amen!

Als de kennis des Heren zal vullen
De aarde, de zee en de lucht,
En o, mijn hart kermt en schreeuwt om
Die dag van zoete vrijlating,
Als onze Jezus weer naar de aarde zal komen. (Amen!)

102 Goed. Dan is het duizendjarig vrederijk begonnen. Dat is wanneer het duizendjarig rijk – wanneer de stad moet worden gebouwd. Dat is het vierde. Ik had nog ongeveer zes Schriftplaatsen meer, maar we zullen voortmaken. Als we terugkomen, zal ik die andere Schriftplaatsen nemen, maar ik zal u nu alleen maar een algemene indruk ervan geven.

     Nummer vijf: "Om het visioen en de profeet [Engels: profetie – Vert] te verzegelen." De engel kwam om het visioen en de profetie te verzegelen... [Gedeelte van de band ontbreekt – Vert]

103 O, neem mij niet kwalijk. Ik bedoel dat niet te zeggen, vergeef mij. Ik bedoel dat niet, werkelijk niet. Nee. Een man zonder zalving. Ziet u? De man zei: "U ziet hier, dat visioenen en profetie altijd werden toegestaan aan de Joodse gemeente." En hij zei: "Vanaf de tijd van Daniël, toen Daniël was gekomen, betekende het dat zij geen visioenen of profetie meer zouden hebben." Hij zei dat al deze dingen vandaag, waar zij spreken over het hebben van visioenen en profetie, allemaal van de duivel waren, dat er niet zoiets was als visioenen en profetie. Broeder, er waren dozijnen profeten na Daniël. En daar was Johannes de Doper; daar was Jezus Christus; daar waren de profeten van het Nieuwe Testament. Er waren visioenen, er waren engelen. Hoe ter wereld kan een man dat zeggen! Maar, ziet u, het is met een zelfzuchtige beweegreden, proberend de mensen iets aan te laten nemen, om er een kleine kerkleer van te maken, om een klein stokpaardje voor de mensen een werkelijkheid te laten worden. En als de mensen de Heilige Geest niet hebben zullen zij erdoor verleid worden.

104 Laten we niet nemen wat de een of andere man zei. Er is geen Schriftplaats om dat te bewijzen. Dus hoe zou ik dat kunnen nemen? Wel, laten we uitzoeken wat werkelijk het verzegelen is. Let op! Hij kwam om dat te doen, om het visioen en de profetie te verzegelen.

105 Laten wij ons nu wenden tot het boek Daniël waar we gebleven zijn. In het boek Daniël zullen we precies ontdekken wat er gezegd werd. Laten we het twaalfde hoofdstuk van Daniël opslaan. Nu, als we Daniël 12 nemen... We zouden kunnen beginnen te lezen vanaf... Als u thuiskomt, wil ik dat u leest vanaf het eerste vers. Laten we nu lezen van het eerste vers tot en met het vierde vers.

     En op die tijd zal Michaël opstaan, die grote vorst, die voor de kinderen uws volks staat,... (Nu, dit is in de eindtijd.) als het zulk een tijd der benauwdheid zijn zal, als er niet geweest is, sinds dat er een volk geweest is,... (Dat is als de antichrist, deze eerste zegel-ruiter te voorschijn komt, als hij plaats neemt.) tot op die tijd toe;... (Niet in de tijd dat Titus de muren van Jeruzalem innam. Dat was maar op één plaats. Let op als deze antichrist, die vorst die zou komen, let op als hij komt.) ... tot op die tijd toe; en in die tijd zal uw volk verlost worden, al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek. (Halleluja! Uw volk, Israël, zal in een boek geschreven zijn.)

     En velen van die, die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden, en tot eeuwige afgrijzing.

106 Hoe ter wereld zou dat hebben kunnen zijn toen Titus de muren van Jeruzalem innam? Hoe zou dat hebben kunnen zijn? Het zou niet hebben gekund. Zie, hij spreekt over de eindtijd bij de opstanding. Is dat juist? Nu:

     En zij die wijs zijn zullen blinken, als de glans van het uitspansel, en die er velen rechtvaardigen, gelijk de sterren, altoos en eeuwig.

     Luister! Hier is het, de echte verzegeling.

     Maar gij, Daniël! sluit deze woorden toe, en verzegel dit boek, tot de tijd van het einde;...

107 Wat is het? O, halleluja! Ziet u het, klas? Deze openbaring van Jezus Christus, en van Zijn kracht, van Zijn komst, van de eindtijd, werd verzegeld tot op deze tijd. Dat kwam Hij doen. Het is verborgen voor de geleerden. Geen wonder, dat zij het verzegelen ginds willen toepassen op die profeten en alles daar ver terug in de tijd. Het zal geen water houden. Maar het visioen – dit visioen is verzegeld tot op precies nu hier, en dat is waar ik mijn geloof fundeer dat God die zeventig weken zal openbaren. Amen! "Verzegel het", zei hij, "tot de tijd van het einde. Sluit de woorden op en verzegel het boek tot de tijd van het einde."

108 Wat deed hij? Het visioen en de profetie verzegelen! Daniël had deze dingen geprofeteerd. Hij had het gezien in een visioen en de engel kwam neer om het visioen en de profetie te verzegelen; zij kunnen het lezen, maar niet verstaan, tot de tijd van het einde. De eindtijd, wat is de eindtijd? Het einde van de zeventigste week, als die vorst, de antichrist, geopenbaard zal worden, in die tijd, zichzelf God makend. Hoe weten wij, dat dit verzegeld is tot die tijd? Daniël was er juist mee klaar – dit is het laatste hoofdstuk van Daniël.

109 Zuster Simpson vertelde mij vanmiddag: "Broeder Branham, ik las het hele boek Daniël. Ik wist, toen ik ermee klaar was, niet meer dan toen ik ermee begon." Hier is het, zuster Simpson, als u hier vanavond bent. Ik geloof dat ik haar daar zie zitten. Ik zei niets in de caravan. Ik hield mijn mond, omdat ik dacht dat ik er misschien aan toe zou komen. Maar het visioen dat Daniël had gezien daar bij de rivier, werd verzegeld tot de eindtijd. Het is... Laat mij gewoon verder gaan en het hier lezen. Ziet u?

     En gij, Daniël! sluit deze woorden toe, en verzegel dit boek, tot de tijd van het einde; velen zullen het naspeuren, en de wetenschap zal vermenigvuldigd worden.

     En ik, Daniël, zag, en ziet, er stonden twee anderen, de een aan deze zijde van de oever der rivier, en de ander aan gene zijde van de oever der rivier.

     En hij zei tot de Man, bekleed met linnen, Die boven op het water der rivier was: Tot hoe lang zal het zijn, dat er een einde aan deze wonderen zal wezen? (Nu, luister.)

     En ik hoorde die Man, bekleed met linnen, Die boven op het water der rivier was, en Hij hief Zijn rechter- en Zijn linkerhand op naar de hemel, en zwoer bij Hem, Die eeuwig leeft, dat na een bestemde tijd, bestemde tijden en een helft,... (Nu, hier hebben wij het helemaal precies!) ... tijd,... tijden en een halve tijd,... (Nu moet u opletten als we op Daniëls zeventig weken ingaan, hoe dat uitkomt. Dat is wanneer het geheimenis geopenbaard zal worden. Goed.) ... tijd,... tijden en een halve tijd, en als hij... ("Hij" persoonlijk voornaamwoord, de antichrist.) zal voleind hebben te verstrooien de hand van het heilige volk,... (Dat is als hij zijn verbond in het midden van die week verbreekt.) al deze dingen voleind zullen worden. (Amen.)

     Dit hoorde ik, doch ik verstond het niet; en ik zeide: Mijn Heere! wat zal het einde zijn van deze dingen?

     En Hij zeide: Ga heen, Daniël! want deze woorden zijn toegesloten en verzegeld tot de tijd van het... [De samenkomst zegt: "Einde." – Vert] (O, vergeet dat niet.) ... tot de tijd van het einde.

     Velen zullen er gereinigd en wit gemaakt, en gelouterd worden; doch de goddelozen zullen goddeloos handelen, en geen van de goddelozen zullen het verstaan, maar de verstandigen zullen het verstaan.

110 De eindtijd Boodschap zal het openbaren, het laatste gemeente-tijdperk. Glorie! Daar hebt u het! O wonderbaar! Het schudt me als ik daaraan denk. Het geheimenis, de dingen waarvoor de kerkwereld met haar ogen knippert en zegt: "Het is onzin"; het geheimenis wie Jezus Christus was – niet een derde persoon, niet de tweede persoon, niet de derde persoon, maar DE Persoon van God, al deze andere geheimenissen van God zullen geopenbaard worden, omdat het hier in dit Boek geschreven is en geopenbaard zal worden aan de eindtijd-generatie. Ze kunnen het net zomin zien in de seminaries en scholen en denominaties als de Joden konden zien dat Jezus de Messias was. Geen wonder dat ze proberen te denken dat u krankzinnig bent. Geen wonder dat ze denken dat u dwaas bent. Geen wonder dat ze niet kunnen begrijpen waarom u niet met hen mee klokt. Omdat er een kracht en een visioen achter zit, een Woord van God, dat geopenbaard is om de gemeente in orde te krijgen voor de opname en het naar huis gaan. Ja, velen zullen het naspeuren en de wetenschap zal vermenigvuldigd worden. Zeker!

111 Nu, wat is een andere zaak, die bekend zal worden? Kijk vandaag naar de kerken. Hier is het. Ik hoop dat ik niet kwets, maar ik moet het vertellen. Makend...

112 In die dag zal er een antichrist opstaan.

113 Nu bedenk, als we in de zegels zullen gaan, rijdt die antichrist uit in die zegels. Daniël sprak er hier over, de Vorst die zou komen. Hij zou afgesneden worden. Dat zou met Jezus gebeuren, om verzoening aan te brengen voor het volk. Maar die vorst die op zou staan, zou de verwoestende gruwel op doen komen, dat was Rome door Titus; en deze keer is het een vorst die uit Rome komt, die dat zal doen. En hij zal geopenbaard worden in de laatste dagen (Nu, luister!), zichzelf God makend, zoals de Heilige Geest ons waarschuwt in II Thessalonicenzen, het tweede hoofdstuk. Laten wij er naar toegaan – II Thessalonicenzen, en dan zult u niet mijn woord, maar Gods Woord hebben. II Thessalonicenzen 2:12. Even kijken. II Thessalonicenzen 2:12. Laten we daarboven beginnen; vers 7:

     Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt reeds gewerkt;... (Dit is Paulus, die spreekt door de Heilige Geest.) alleen, Die hem nu weerhoudt, Die zal hem weerhouden, totdat hij uit het midden zal weggedaan worden. (Wie is Hij hier, weet iemand dat? De Heilige Geest: Hij die weerhoudt.)

     En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden,... (Wanneer? Precies op de tijd, dat de Heilige Geest weggenomen wordt, wat op het punt staat juist nu te gebeuren. Waarvoor gaat Hij weg? Om de gemeente met zich mee te nemen.) ... geopenbaard... (Paulus, sprekend onder inspiratie.) ... die de Heere verdelgen zal door de Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst; (De ongerechtige, natuurlijk.)

     Hem, zeg ik, wiens toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen; ("Wij zijn de grootste kerk." "Wij hebben dit, wij hebben dat." Zij verenigen zich allen tezamen. Ziet u? "Wij zijn de grootste.") ... wonderen der leugen;

     En in alle verleiding der onrechtvaardigheid in hen, die verloren gaan; daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden.

     En daarom heeft God hun een kracht der dwaling gezonden, dat zij de leugen zouden geloven.

     Opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid.

114 Begrijpt u het? O! Nu, Paulus spreekt... De tijd wanneer het zegel van God bekendgemaakt wordt, Zijn Geest, Zijn Naam, Zijn genade, al deze andere grote geheimenissen, die nu te voorschijn komen, plannen voor Zijn gemeente om in de opname te gaan, de uitstorting van de Heilige Geest heeft dit gedaan. Dat is wat Hij gedaan heeft in de laatste dagen.

115 Laten we nu zien. Hebben we nog tijd voor deze laatste? Ten zesde: "Om de heiligheid der heiligheden te zalven." O wonderbaar! Dat is er één. Het laatste dat Hij moest doen, was waarvoor? Laten we weer teruggaan naar Daniël en uitvinden wat Hij hier allemaal te doen heeft.

     Zeventig weken... (Wat moet er in deze tijd vervuld worden? Nu goed.) zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten,... (Overtredingen van het volk.) en om de zonden te verzegelen,... (Voor het volk.) en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen,...(Voor de Joden.) en om het gezicht, en de profeet te verzegelen,... (Tot de tijd van het einde.) en om de heiligheid der heiligheden te zalven. (Dat is de zesvoudige reden waarom hij komt.)

116 Om de heiligheid der heiligheden te zalven. Dit kan misschien even een beetje vreemd zijn voor velen van u, leraars, maar houdt het nog even uit en ziet gewoon hoe de uitkomst is.

117 Dit is de zalving, niet van een man... Jezus is al gezalfd, is dat juist? Het boek der Handelingen zegt, dat God Jezus zalfde met de Heilige Geest, en Hij ging rond, goed doende en de zieken genezende, enzovoort. Jezus is al... Hij is Messias; en Messias betekent "de Gezalfde". Is dat juist? Maar hier in de eindtijd moet Hij de heiligheid der heiligheden [Engels: het meest heilige – Vert] zalven.

118 Wat is de heiligheid der heiligheden? Zoals ik het zie, wat ik geloof te kunnen bewijzen door de Schrift, zal dit het zalven van het meest heilige, de Tabernakel zijn, die gebruikt zal worden tijdens het duizendjarig vrederijk (luister nu en zie waarom ik het zeg), die beschreven wordt in Ezechiël, het vierde hoofdstuk – nee, ik bedoel het drieënveertigste hoofdstuk, het eerste tot en met het zesde vers.

     Laten we Ezechiël opslaan en uitvinden hoe het beeld past in het duizendjarig rijk, hoe ze het zullen zalven... Ezechiël 43, en laten we iets lezen en bezien wat hij gaat doen in dit millennium, zalvend... Ezechiël 43 (goed), laten we nu beginnen bij vers 1, tot en met vers 6. U kunt het helemaal lezen als u thuis bent, natuurlijk, u die het opschrijft, Ezechiël 43. "Toen..."

119 Let nu op. Beschrijving van de tempel, die gebouwd zal worden in het duizendjarig rijk. Iedereen, elke lezer weet, dat Ezechiël, vanaf het veertigste hoofdstuk, tot en met ongeveer het vierenveertigste hoofdstuk, niets anders ter wereld is dan de tempel van het duizendjarig rijk die op aarde opgericht wordt (iedereen weet dat. Ziet u?), als de heerlijkheid des Heren deze vervult, enzovoort. Nu, we gaan gewoon de tempel beschrijven in het drieënveertigste hoofdstuk van het eerste tot en met het zesde vers.

     Toen leidde hij mij tot de poort, de poort, die naar de weg van het oosten zag.

     En ziet, de heerlijkheid van de God van Israël kwam van de weg naar het oosten; en Zijn stem was als het geruis van vele wateren, en de aarde werd verlicht door Zijn heerlijkheid.

     En alzo was de gedaante van het gezicht, dat ik zag, gelijk het gezicht, dat ik gezien had, toen ik kwam, om de stad te verderven; en het waren gezichten als het gezicht, dat ik gezien had aan de rivier Kebar; en ik viel op mijn aangezicht.

     En de heerlijkheid des HEEREN kwam in het huis, door de weg van de poort, die naar de weg van het oosten zag.

     En de Geest nam mij op, en bracht mij in het binnenste voorhof; en ziet, de heerlijkheid des HEEREN had het huis vervuld.

     En ik hoorde Een, Die met mij sprak, uit het huis; en de man was bij mij staande.

120 Die tempel zalvend voor de regering in het duizendjarig rijk. Merk nu op in Leviticus... Let nu op hoe deze werd ingewijd in Leviticus. Als we teruggaan naar Leviticus, zien wij dat Mozes de tempel zalfde. Laten wij er even naar teruggaan, terwijl wij er aan toe zijn. We hebben nog wel zoveel tijd over. En laten we teruggaan naar Leviticus en uitvinden wanneer Mozes de tempel zalfde. Leviticus, het achtste hoofdstuk.

121 O, ik houd ervan om Schrift met Schrift te vergelijken. Houdt u er niet van? Dan hebt u gewoon een idee van wat we zoeken en wat we doen. Nu, ieder van u beseft dat we er gewoon zo nu en dan een Schriftplaats over gebruiken.

122 Nu, het achtste hoofdstuk van Leviticus. Ik heb hier het tiende vers aangestreept. Noteer Leviticus 8:10. Laten we zien.

     Toen nam Mozes de zalfolie, en zalfde de tabernakel en al wat daarin was, en heiligde ze.

     En hij sprengde daarvan op het altaar zevenmaal; en hij zalfde het altaar, en al zijn gereedschap, alsook het wasvat en zijn voet, om die te heiligen.

     Daarna goot hij van de zalfolie op het hoofd van Aäron; en hij zalfde hem, om hem te heiligen.

123 Mozes, die in de woestijn de tabernakel der aanbidding heiligde of zalfde voor de kinderen Israëls toen ze op reis waren... Deze werd gezalfd.

124 Als we 2 Kronieken opslaan, zullen we de inwijding zien toen de Heilige Geest Zijn intrek nam in de tabernakel, en let op wat er nu heeft plaats gevonden. In 2 Kronieken, het vijfde hoofdstuk, en laten we beginnen bij het dertiende vers – 2 Kronieken 5:13:

     Het geschiedde dan, toen zij eenparig trompetten en zongen, om een eenparige stem te laten horen, prijzende en lovende de HEERE; en toen zij de stem verhieven met trompetten, en met cimbalen, en andere muzikale instrumenten, en toen zij de HEERE prezen, dat Hij goed is, dat Zijn weldadigheid is tot in eeuwigheid; dat het huis met een wolk vervuld werd, namelijk het huis des HEEREN.

     En de priesters konden, vanwege die wolk, niet staan, om te dienen; want de heerlijkheid des HEEREN had het huis Gods vervuld.

125 God kwam in het heiligdom dat gezalfd moest worden en dan aan Hem werd overgegeven voor de mensen, die kwamen om te aanbidden. Dus niet om uw heilige plaats te zalven, maar om de meest heilige plaats te zalven... En wij merken op, dat het nieuwe Jeruzalem de meest heilige plaats is. En de zalving zal op het nieuwe Jeruzalem zijn, dat neerdaalt van God uit de hemel, toebereid als een bruid, die versierd is voor haar bruidegom. De zalving zal op hen zijn.

126 Toen Zerubbabel zijn tempel inwijdde, nadat deze was herbouwd, werd deze niet opnieuw gezalfd, omdat hij al gezalfd was en verwoest was, ofwel hij werd alleen opnieuw geconstrueerd. De verwoesting was erover gekomen. Hij was opnieuw geconstrueerd en opgebouwd, dus was er geen zalving meer van. Toen hij eens gezalfd was, ging dat door en gaat dat nog steeds door tot op deze tijd. Maar wanneer God de tempel van het duizendjarig rijk opricht, zal Hij de heiligheid der heiligheden – niet uw heilige plaats, maar de meest heilige plaats – zalven. Maar als de Koning op Zijn troon plaats neemt voor duizend jaren... Glorie! Dan is zij voorbij. Het zalven van de meest heilige plaats zal het laatste zijn wat plaats vindt.

127 Als de Tabernakel opgericht is, is de opstanding gekomen, zijn de Joden teruggekeerd, zijn Christus en Zijn bruid gekomen, de Joden – de 144.000 zijn verzegeld, het duizendjarig rijk is begonnen, en er zal een zalving zijn als de meest heilige plaats gezalfd zal worden, het heilige, het heilige der heiligen en de meest heilige als... De meest heilige plaats is een heiligdom waar God woonde tussen de Cherubim, en deze keer zal Christus zitten in de meest heilige plaats met de zalving op Hem. En zij zullen daar geen zon nodig hebben, want het Lam in het midden van de stad zal het Licht zijn. De zon zal nooit ondergaan in die stad, zoals de oude oom Jim placht te zeggen. En die zon zal nooit ondergaan, omdat Christus dat Licht, de Gezalfde zal zijn. En de Koning zal komen en op Zijn troon plaatsnemen gedurende een regering van duizend jaar.

128 Jeremia 3:12–18. Laten wij het lezen. In Jeremia, het achttiende hoofdstuk, geloof ik. Ja! Nee, het twaalfde hoofdstuk, neem mij niet kwalijk, het twaalfde hoofdstuk van Jeremia en laten we beginnen met het... Jeremia 3, neem mij niet kwalijk. Jeremia 3. Ik heb het hier opgeschreven waar... Terwijl ik de Heilige Schrift bestudeerde en van plaats tot plaats ging, heb ik het zo goed als ik kon opgeschreven. Jeremia 3 en dan vers 12 tot en met vers 18. Laten wij het lezen.

     Ga heen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afkerige Israël! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op u niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal de toorn niet in eeuwigheid behouden.

     Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen de HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder elke groene boom,... (Dat hebben ze gedaan vanuit het oosten, westen, elke natie. Ziet u?) maar zijt aan Mijn stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.

     Bekeert u,... (Luister hiernaar.) ... Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u... (G-e-t-r-o-u-w-d) ... Ik heb u getrouwd,... ("Hun ogen werden verblind, omdat Ik de heidenen een kans heb gegeven, maar jullie moeten terugkeren, omdat Ik jullie getrouwd heb.") en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht,... (Niet allen, die zich Joden noemen, zullen ingaan, maar die uitverkoren groep zal ingaan, die kleine Benjamin, die daar opkwam vóór Jozef, die groep uit elke natie, één uit een stad en twee uit een geslacht.) en Ik zal u brengen te Sion.

     En Ik zal u herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.

     En het zal geschieden, wanneer gij vermenigvuldigd en vruchtbaar zult geworden zijn in het land, in die dagen, spreekt de HEERE, zullen zij niet meer zeggen: De ark van het verbond des HEEREN, ook zal zij in het hart niet opkomen; en zij zullen aan haar niet gedenken, en haar niet bezoeken, en zij zal niet weer gemaakt worden.

     In die tijd zullen zij Jeruzalem noemen, de troon des HEEREN;... (Omdat Hij daar zal zijn. Ziet u?) en al de heidenen zullen tot haar vergaderd worden,... (Halleluja!) om de Naam des HEEREN, te Jeruzalem; en zij zullen niet meer wandelen naar het goeddunken van hun boos hart.

129 Dat is wanneer die stad gezalfd zal zijn. Dat is wanneer het nieuwe Jeruzalem gezalfd zal zijn. En al de naties van de stad... In Openbaring, het eenentwintigste hoofdstuk staat, dat de poorten niet gesloten zullen worden des nachts, omdat er daar geen nacht zal zijn. En alle koningen der aarde zullen hun eer en heerlijkheid in deze stad brengen. Haar muren zullen jaspis en sardius steen zijn, twaalf soorten edelstenen; en twaalf poorten zullen één stevige parel zijn, één parel voor elke poort. Er zal daar binnen geen kaars nodig zijn. Er zal geen zonlicht meer nodig zijn, want het Lam, dat in het midden van de stad is, zal het licht zijn. En Hij zal Zijn volk leiden in eeuwig leven. Er zullen twee bomen staan aan elke kant van de rivier en zij zullen tot genezing van de natie zijn. Dat is die Gezalfde die zal komen, de heilige stad, neerdalend van God uit de hemel, komend naar de aarde.

130 Laten we nu nemen wat gedurende die tijd zal plaats vinden. O, houdt u ervan? Laten we gewoon een ogenblik Jesaja 65 opslaan. Het is gewoon te goed om het over te slaan. Het is gewoon te goed om het te laten liggen. Het mag dan een beetje heet zijn, maar laten we gewoon blijven doorgaan.

131 Jesaja 65, luister wat er gedurende die tijd zal plaats vinden. En vraag uzelf gewoon af, zondaarvriend, of u zich veroorloven kunt dit te missen. Jesaja 65, laten we beginnen bij het zeventiende vers. Luister, iedereen, aandachtig nu. Dit is gedurende de tijd van het duizendjarig rijk, als de meest heilige plaats is gezalfd.

     Want ziet, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde; en de vorige dingen zullen niet meer gedacht worden, en zullen in het hart niet opkomen.

     Maar weest gij vrolijk, en verheugt u tot in eeuwigheid in hetgeen Ik schep; want ziet, Ik schep Jeruzalem... (Dat is het nieuwe Jeruzalem.) een verheuging, en haar volk een vrolijkheid. (Wat is de zalving? De vreugde des Heren.) ... schep Jeruzalem een verheuging, en haar volk een vrolijkheid.

     En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem,... (De Koning in de troon, met de koninklijke majesteit van de troon, de eeuwige troon en het eeuwige volk met een eeuwige vreugde in een eeuwige stad. O wonderbaar!) ... En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem, en vrolijk zijn over Mijn volk; en in haar zal niet meer gehoord worden de stem van het wenen noch de stem van het geschreeuw.

     Van daar zal niet meer wezen een zuigeling van weinig dagen, noch een oude man, die zijn dagen niet zal vervullen; want een jongeling zal sterven, honderd jaren oud zijnde, maar een zondaar, honderd jaren oud zijnde, zal vervloekt worden.

     En zij zullen huizen bouwen en bewonen, en zij zullen wijngaarden planten, en de vrucht daarvan eten.

     Zij zullen niet bouwen, dat een ander het bewoont,... (Dat is: u sterft en uw zoon neemt uw plaats in.) ... Zij zullen niet bouwen, dat een ander het bewoont, zij zullen niet planten, dat een ander het eet, want de dagen van Mijn volk zullen zijn als de dagen van een boom, en Mijn uitverkorenen zullen het werk hunner handen verslijten.

     Zij zullen niet tevergeefs arbeiden, noch baren ter verstoring; want zij zijn het zaad van de gezegenden des HEEREN, en hun nakomelingen met hen.

     En het zal geschieden, eer zij roepen, zo zal Ik antwoorden;... (Die glorieuze zalving binnen achter de Cherubim.) ... zo zal Ik antwoorden; terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen.

     De wolf en het lam zullen tezamen weiden, en de leeuw zal stro eten als een rund, en stof zal de spijze der slang zijn; zij zullen geen kwaad doen noch verderven op Mijn ganse heilige berg, zegt de Here. (Kunt u het missen? Nee!)

132 Blader hier gewoon weer terug en u vindt Jesaja hier opnieuw spreken in het elfde hoofdstuk, het eerste tot en met het negende vers. Luister naar wat hij hier weer zegt als hij is... het visioen krijgt nadat hij de vrouwen gezien heeft en de wijze waarop zij handelen in de laatste dag. Nu, Jesaja 11:1:

     Want er zal een Rijsje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï, en een Scheut uit zijn wortels zal Vrucht voortbrengen. (Wie was dat? Christus.) ... uit zijn wortels...

     En op Hem zal de Geest des HEEREN rusten, de Geest der wijsheid en des verstands, de Geest des raads en der sterkte, de Geest der kennis en der vreze des HEEREN.

     En Zijn rieken zal zijn in de vreze des HEEREN; en Hij zal naar het gezicht Zijner ogen niet richten; Hij zal ook naar het gehoor Zijner oren niet bestraffen.

     Maar Hij zal de armen met gerechtigheid richten en de zachtmoedigen des lands met rechtmatigheid bestraffen; doch Hij zal de aarde slaan met de roede van Zijn mond, en met de adem van Zijn lippen zal Hij de goddeloze doden.

     Want gerechtigheid zal de gordel van Zijn lendenen zijn; ook zal de waarheid de gordel van Zijn lendenen zijn.

     En de wolf zal met het lam verkeren, en de luipaard bij de geitenbok neerliggen;... (Dat is een geit.) en het kalf, en de jonge leeuw, en het mestvee tezamen, en een klein jongske zal ze drijven.

     De koe en de berin zullen tezamen weiden, hun jongen zullen tezamen neerliggen, en de leeuw zal stro eten, gelijk de os.

     En een zuigeling zal zich vermaken over het hol van een adder; en een gespeend kind zal zijn hand uitsteken in de kuil van de basilisk.

     Men zal nergens leed doen noch verderven op de ganse berg Mijner heiligheid; want de aarde zal vol van de kennis des HEEREN zijn, gelijk de wateren de bodem der zee bedekken.

     Dat is in dat nieuwe Jeruzalem, dat nieuwe... Scheut heeft hier betrekking op de Scheut van David. Hij is zowel Scheut als Nazaat.

133 Nu, hierna verschijnt de bruid. Na de zeventig weken verschijnt de bruid in Openbaring, het negentiende hoofdstuk, vers 1 tot en met 16. Zij arriveert met haar Bruidegom, de machtige Koning. O, wonderbaar! Ik weet niet of wij het helemaal zullen kunnen behandelen. Ik heb het gewoon zo...

     Laten wij toch in ieder geval een gedeelte ervan lezen. Hier is het waar de bruid zal komen, hierna. Ziet u? Nadat het duizendjarig rijk begint, komt Christus terug met de bruid. Juist! Vers 1 tot en met 16 van het negentiende hoofdstuk.

     En na dezen... (Na deze verdrukking, na de weeën, na de zegels, na de plagen, na het uitwerpen van Satan, na het oprichten van het duizendjarig rijk. Let op!) ... na dezen hoorde ik als een grote stem van een grote schare in de hemel, zeggende: Halleluja, de zaligheid, en de heerlijkheid, en de eer, en de kracht zij de Heere, onze God.

     Want Zijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig, daar Hij de grote hoer geoordeeld heeft, die de aarde verdorven heeft met haar hoererij, en Hij het bloed Zijner dienaren van haar hand gewroken heeft.

     En zij zeiden ten tweeden male: Halleluja! En haar rook gaat op in alle eeuwigheid. (Dat is de oude prostituée-kerk) ... haar rook gaat op...

     En de vier en twintig ouderlingen, en de vier dieren vielen neer, en aanbaden God, Die op de troon zat, zeggende: Amen, Halleluja!

     En een stem kwam uit de troon, zeggende: Looft onze God, gij al Zijn dienstknechten, en gij, die Hem vreest, beiden klein en groot!

     En ik hoorde als een stem van een grote schare,... (Luister. Hier bent u, gemeente. Nadat zij omhoog ging in het derde hoofdstuk, komt zij hier. Ziet u?) ... En ik... (Het zesde vers.) hoorde als een stem van een grote schare, en als een stem van vele wateren, en als een stem van sterke donderslagen, zeggende: Halleluja, want de Heere, de Almachtige God, heeft als Koning geheerst. (Halleluja! Let op! Het huwelijk van het Lam komt nu. Hier komt zij!)

     Laat ons blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zichzelf bereid. (Hier komt zij, zowel de bruid als de Bruidegom.)

     En haar is gegeven, dat zij bekleed wordt met rein en blinkend fijn lijnwaad; want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen der heiligen.

     En hij zeide tot mij: Schrijf, zalig zijn zij, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft des Lams. En hij zeide tot mij: Deze zijn de waarachtige woorden Gods.

     En ik viel neer voor zijn voeten, om hem te aanbidden, en hij zeide tot mij: Zie, dat gij dat niet doet; ik ben uw mededienstknecht, en van uw broederen, die het getuigenis van Jezus hebben; aanbid God. Want het getuigenis van Christus... van Jezus is de geest der profetie.

     En ik zag de hemel geopend; en ziet, een wit paard,... (O!) en Die erop zat, was genaamd Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid.

     En Zijn ogen waren als een vlam vuur, en op Zijn hoofd waren vele koninklijke hoeden;... (Als wàt was Hij gekroond? Koning der koningen.) en Hij had een naam geschreven, die niemand wist, dan Hijzelf.

     En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed gekleurd was; en Zijn Naam wordt genaamd het Woord Gods. ("In den beginne was het Woord, en het Woord was God; en het Woord werd vleesgemaakt en woonde onder ons." Wie was het? Jezus.) ... en Zijn Naam wordt genaamd het Woord Gods.

     En de heerlegers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed met wit en rein fijn lijnwaard. (Glorie! Hier komt Hij.)

     En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de toorn en van de gramschap van de Almachtige God.

     En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij deze Naam geschreven: Koning der koningen en Heere der heren.

134 Wat was het? Zijn volk had Hem zojuist gekroond als Koning der koningen en Here der heren, terugkomend naar Zijn heilige tempel, gezalfd met de tegenwoordigheid van God om te leven en te regeren gedurende het duizendjarig rijk met zijn gemeente. Amen! De verschijning met de machtige Koning om haar plaats aan Zijn zijde in te nemen, de nieuwe koninklijke gezalfde tempel.

135 Nu is het zesvoudige doel van Openbaring 6:1 tot Openbaring 19:21 vervuld. Luister!

136 Nu, tot slot, de zeven zegels, zeven bazuinen, zeven fiolen, drie weeën, de vrouw in de zon, het uitwerpen van de duivel – of de rode draak, komen tussen deze tijden gedurende de grote verdrukkingsperiode. Vergeet het niet. Al deze dingen vinden plaats gedurende deze tijd, maar hier is het zesvoudige doel van Zijn komst. Gelooft u het? Wat een heerlijke tijd ligt er te wachten voor hen die de Here liefhebben. Ik vertel u, vrienden, we kunnen ons niet veroorloven dat te missen. Mis dat niet voor wat u ook doet. Wees er zeker van!

137 Nu, volgende zondag, zo de Here wil, wil ik tot u brengen, als Hij mij zal helpen... u helemaal precies laten zien waar elk van die zeven dagen plaatsvond en wil ik deze zelfde zaak die ik vandaag behandelde, naar voren brengen en die zeven tijden – zeven weken – zeventig weken plaatsen precies op de plaats van dat Joodse heiligdom, om helemaal precies te laten zien waar wij hier aan het einde leven, zo de Here wil.

138 Hebt u Hem lief? Zou u zich kunnen veroorloven de hemel te missen? We zijn in de eindtijd. Wat komt Hij doen? Wat zal het eerste zijn dat plaats zal vinden? Voordat Jezus ooit naar de aarde komt, wat zal dan het eerste zijn? De gemeente zal worden, wat? Opgenomen! Zal Jezus naar de aarde komen en rondlopen bij het graf en handen schudden van pappa en mamma, tot ons allen hier spreken en omhoog gaan? Nee! Hoe zal het zijn? De... "Dit zeggen wij u door het Woord des Heren, dat wij die levend overblijven (I Thessalonicenzen, het vierde hoofdstuk) – wij die levend overblijven tot de toekomst des Heren, niet zullen hinderen of voorkomen diegenen die ontslapen zijn. Want de bazuin van God zal slaan; de doden in Christus zullen eerst opstaan; en wij die levend overblijven, zullen tezamen met hen opgenomen worden om de Here in de lucht te ontmoeten." We zullen in een ogenblik, met een oogwenk worden weggenomen. Gedurende die tijd... Dat beëindigt het gemeente-tijdperk. Dan begint God hier op de aarde met de Joden te handelen.

139 Er zullen twee profeten zijn (het elfde hoofdstuk, we zullen dat nemen), twee gezalfde profeten als Elia en Mozes, die ik geloof dat het zijn. En zij zullen grote vloeken brengen, nadat zij hebben gezien, dat men zich heeft verenigd en dat Rome zijn verbond heeft verbroken (die vorst) in het midden van deze zeventigste week; die zal zijn verbond met Rome verbreken, of Rome zal het verbreken met Israël, en dat zal de gruwel laten beginnen te verstrooien. En daar zal de grote vloed zijn als het overblijfsel der heidenen, de slapende maagden... De draak (Rome) spoot water uit zijn mond om oorlog te voeren met het overblijfsel van het zaad van de vrouw, die de geboden van God onderhouden. Rome zal dat doen.

140 Een kerkverbond zal hen tezamen verenigen en de Joden in dit verbond brengen, en hen weer terugbrengen tot hun eigen tempeldienst in het ZO SPREEKT DE HERE uit de Bijbel en zij zullen hun eigen kerk hebben.

141 Wat zijn ze nu? Ik heb dat zojuist begrepen, pas vers. Ze zijn nu een erkende natie. Is dat juist? Maar zij hebben nog geen tempeldienst. En als zij de tempeldienst instellen, zal de gemeente weg zijn. God zal met de Joden handelen als een natie. En dan als zij in dit verbond zullen zijn gebracht zal Rome het verbreken in het midden van het zeventigste jaar; drieëneenhalf jaar zal hij dat verbond met hen verbreken en veroorzaken dat de gruwel der verwoesting zich zal verspreiden tot de voleinding toe. Dan zal hij zowel Protestant als Jood nemen en hen vervolgen, en op die tijd zullen deze twee profeten opstaan en de aarde vloeken, dat het niet zal regenen in de dagen van hun profeteren; zij zullen vuur uit de hemelen roepen en al het andere. U moet gewoon maar wachten. We hebben hier heel wat voor ons liggen om te leren.

142 O, wat is Hij een groot God! Wat een barmhartige Vader! Vrienden, laat mij dit als uw herder zeggen. U beseft niet de voorrechten waaronder u leeft. U beseft het niet. Er zijn veel grote mannen, er zijn veel heiligen, er zijn duizenden heilige mannen, die stierven in voorbijgegane jaren, met de Geest vervulde mannen, die heel graag deze dag, waarin u leeft, zouden hebben gezien. Laten u en ik er ons voordeel mee doen.

143 Wat anders hebben wij om naar uit te zien? Wat kunnen wij hierna doen? Waar gaan wij heen? Wat gaat er gebeuren? We moeten ergens heengaan. U kunt hier niet de hele tijd blijven. U kunt uw gras maaien, volgende week moet het weer gemaaid worden. Ja, twee keer vóór die tijd. U kunt uw kinderen opvoeden. U geeft ze hun middageten, tegen de tijd van het avondeten hebben ze weer honger. Als u ze hun avondeten geeft, hebben ze de volgende morgen weer honger. U koopt een paar schoenen voor hen, als zij zijn als de mijne, moet u over ongeveer twee of drie maanden weer een paar kopen. U koopt deze maand kleren voor hen, na een maand of twee koopt u weer nieuwe kleren voor hen. Ziet u? Er is niets blijvend; er is niets stabiel. Er is niets dat kan duren.

Begeer niet de ijdele rijkdommen van deze wereld,
Die zo spoedig vergaan.
Bouw uw hoop op eeuw'ge dingen,
Zij zullen nooit voorbijgaan!

De tijd is gevuld met snelle verandering,
Niets op aarde kan onbeweeglijk staan.
Bouw uw hoop op eeuw'ge dingen,
Houd vast aan Gods onveranderlijke hand!

Houd vast aan Gods onveranderlijke hand;
Houd vast aan Gods onveranderlijke hand;
Bouw uw hoop op eeuw'ge dingen,
Houd vast aan Gods onveranderlijke hand!

     Luister!

Als onze reis voleindigd is;

     (Hij zal ons laten weten wanneer deze voorbij is!)

Als wij aan God getrouw zijn geweest,
Schoon en schitt'rend ons tehuis in glorie,

     (Die gezalfde Stad)

Zal onze opgenomen ziel aanschouwen.

Houd vast aan Gods onveranderlijke hand!
Houd vast aan Gods onveranderlijke hand!
Bouw uw hoop op eeuw'ge dingen,
Houd vast aan Gods onveranderlijke hand!

Begeer niet de ijdele rijkdommen van deze wereld,
Die zo spoedig vergaan,
Bouw uw hoop op eeuw'ge dingen,
Zij zullen nooit voorbijgaan!

Houd vast aan Gods onveranderlijke hand!
Houd vast aan Gods onveranderlijke hand!
Bouw uw hoop op eeuw'ge dingen,
Houd vast aan Gods onveranderlijke hand!

     Terwijl wij onze hoofden buigen; als u nog nooit Zijn hand hebt gepakt, zou u dan juist nu niet willen komen en het nu doen?

Houd vast aan Gods onveranderlijke hand!
Bouw uw hoop op eeuw'ge dingen,
Houd vast aan Gods onveranderlijke hand!

144 Kleine meisjes, jullie zijn leuke, kleine deerntjes nu. Jullie haar is leuk; jullie kleine wangen zijn rose. Maar jullie weten, dat het maar tot morgen is en dan beginnen ze te verbleken. Hoe weten wij, of niet volgende week de wormen in de grond die aardige rose wangetjes zullen opeten?

145 Jonge broeder, je bent sterk, groot, hebt sterke spieren; je hebt grote verwachtingen. Maar na een poosje, misschien morgen, zal je aardige krulhaar uitvallen en wat er nog over is, zal grijs worden. Die grote, rechte schouders zullen gaan hangen en de wormen zullen de armen en het vlees opeten. Ze zullen u wegnemen het stof in. Dus...

Bouw uw hoop eeuw'ge dingen,
Zij zullen nooit voorbijgaan!
Houd u vast aan Gods onveranderlijke hand!
Houd u vast aan Gods...

     (Zou u uw hand niet uit willen strekken en de Zijne nu grijpen?)

Bouw uw hoop op eeuw'ge dingen,
Houd u vast aan Gods onveranderlijke hand!

Dan als deze reis voleindigd is, (Het zal op zekere dag zo zijn),
Als u aan God getrouw bent geweest,
Schoon en schitt'rend ons tehuis in glorie,
Zal onze opgenomen ziel aanschouwen.

     (Waarom houdt u zich niet) vast aan Gods onveranderlijke hand?

Houd u vast aan Gods onveranderlijke hand!
Bouw uw hoop op eeuw'ge dingen,
Houd vast aan Gods onveranderlijke hand!

146 Veel gezichten heb ik gezien; omstreeks 31 jaar achter de lessenaar. Ik heb droevige gezichten gezien; ik heb heerlijke gezichten gezien. Het droevigste gezicht, dat ik ooit in mijn leven gezien heb... Hoewel ik van honger stervende kinderen in de straten gezien heb en moeders die bedelden om een stuk brood, is toch het droevigste gezicht dat ik ooit gezien heb, een man, een menselijk wezen, die wenste een zoon van God te zijn, te zien sterven zonder God te kennen.

147 Ik herinner mij een vrouw, die op zekere avond aan de deur van deze kerk stond, mij uitlachte en zei: "Ik zou mijn koe nog niet dat soort godsdienst willen laten hebben, dat hij heeft!" In minder dan een uur werd ik naar het ziekenhuis geroepen. Een mooie vrouw, ongeveer 22 jaar oud, die het uitschreeuwde: "Breng die prediker hier." Zij was Katholiek van geloof.

     Toen ik naar boven ging, zei de oude zuster: "U bent te laat, broeder Branham. Zij stierf ongeveer vijf minuten geleden." Ik zei: "Kan ik haar zien?" Zij zei: "Zij schreeuwde om u; haar laatste woorden waren: 'Breng die prediker, broeder Branham!'"

     Haar man stond daar en schreeuwde het uit: "Zeg een gebed voor haar. Doe een gebed!"

148 Ik zei: "Het is nu te laat." Ik trok het dek naar beneden. Zij had grote bruine ogen, een mooie vrouw, kleine sproeten over haar gezicht, kastanjebruin haar, zeer aantrekkelijk. Ze had zo erg geleden, dat de sproeten uitstaken op haar gezicht als puisten. Haar ogen waren uitgepuild uit de kassen, op deze manier. Natuurlijk hadden haar ingewanden en nieren gewerkt, dat is... in de... meestal gebeurt dit bij iedereen die stervende is. En daar lag zij in die toestand. Haar mond was open en haar oogleden hadden het bruine gedeelte van haar oog half bedekt. Ik zal het nooit vergeten. Dat lied kwam in mijn gedachten: "Begeer niet de ijdele rijkdommen van deze wereld." U kunt komen...

149 Ik stond hier in Port Fulton naast een man die stervende was. Zij riepen mij bij zijn bed. Toen ik hier onlangs op een avond met hem bad bij het altaar, sloeg hij zijn arm om een vrouw. Ik zei: "Neem uw arm weg van die dame."

     Hij zei: "Ik leid haar tot God."

150 Ik zei: "Niet met uw arm om haar heen. Ik geloof niet in zulke gedoe." Hij werd boos op mij en ging stampvoetend de deur uit. En ik ging een poosje later naar hem toe, toen hij stervende was. Hij keek mij in het gezicht en zei: "Bid niet voor mij, broeder Bill. Ik ben verloren. Het is afgelopen met mij." Hij zei: "Alles wat ik ooit won, is weg."

151 Ik stond hier bij de hoek, een eindje hier vandaan, op zekere dag bij een man die mij bij zijn bed riep, toen hij stervende was. Hij zei: "Ik wilde altijd zo-en-zo-en-zo," zei hij, "maar ik diende nooit de Here. Vele malen heb ik mij weerhouden om naar het altaar te gaan." Hij zei: "Broeder Branham, bid dat God mijn kleine meisje dat thuis is, zal weerhouden om de dingen te doen die ik gedaan heb, misschien kan zij iets voor de Here doen."

152 Ik zei: "Dat kan niet gedaan worden, broeder. De dingen die u had moeten doen, zijn verloren."

153 Ik zat bij een man en zag hem gedurende 24 uur vechten tegen duivels. Hij zei dat er duivels naast zijn bed stonden, met kettingen om hun nek gebonden. Hij zei: "Laat hen mij niet te pakken krijgen!" Schreeuwend en vastgebonden in bed, zei hij: "Daar staat hij. Kun je hem niet zien? Hij komt naar mij toe." Hij had God te lang afgewezen. Hij had grote schuren vol met hooi, vol met tarwe, mooie renpaarden. Een jaar, voordat hij God in Zijn aangezicht vloekte, sloeg hij zijn vrouw voor het gaan naar de tabernakel. Weet u wat er gebeurde? De bliksem sloeg in zijn schuur en doodde zijn paarden en verbrandde zijn hooi. En de man stierf in de een of ander soort aanval, vechtend om de duivels van hem af te houden.

154 En een oude vriend van mij (glorie!) die daarginds stond, kwam aan het einde van de weg. Ik zei: "Gaat u, pappa?"

     Hij zei: "Dit is het, Billy."

     Ik zei: "Hoe is het ermee?"

155 Hij zei: "Alles wel." Hij zei: "Breng de kinderen hier langs het bed." Hij legde zijn oude, zwakke handen op elk van zijn kinderen en zegende hen. Hij zei tegen zijn twee zonen: "Hef mijn handen omhoog; hef ze op zoals Jozua en Kaleb deden." Wij vroegen ons af wat hij zou gaan zeggen. Hij zei:

Zalige dag, zalige dag,
Toen Jezus mijn zonden weg wies!
Hij leerde mij hoe te waken en te bidden
En te leven, mij elke dag verblijdend.

     Wij moeten ook tot enkele van die zaken komen, vrienden. Er is niemand die niet verlangt goed voedsel te eten, in een mooie auto te rijden en het beste te hebben dat wij kunnen hebben. Ik berisp u niet. Dat is in orde. God wil dat u dat hebt, maar...

Begeert niet de ijdele rijkdommen van deze wereld,
Die zo spoedig vergaan.
Bouw uw hoop op eeuw'ge dingen,
Zij zullen nooit voorbijgaan!

     Laten we nu onze handen opheffen terwijl wij zingen:

Houd vast aan Gods onveranderlijke hand!
Houd vast aan Gods onveranderlijke hand!
Bouw uw hoop op eeuw'ge dingen,
Houd vast aan Gods onveranderlijke hand!

156 Laten wij, terwijl wij staan, ons even omkeren en iemand nu de hand schudden. We gaan de dienst nog een ogenblik voortzetten. Maar ik wil dat u zich omkeert terwijl wij nog een vers van dat lied zingen.

Houd vast aan Gods onveranderlijke hand!

     (Doe het, moeder! Doe het, vader! Doe het, broeder!)

Houd vast aan Gods onveranderlijke hand!

     (Doe het, kinderen! Doe het, broeders! Doe het, broeders!)

Bouw uw hoop op eeuw'ge dingen,
Houd vast aan Gods onveranderlijke hand!

     Bent u niet blij met Hem? Zeg: "Amen!" [De samenkomst antwoordt: "Amen!" – Vert] Allen die Hem liefhebben, zegt: "Prijs de Here!" [De samenkomst antwoordt: "Prijs de Here!" – Vert] Allen die geloven naar die vierkante stad te gaan, heft uw handen op. (Houdt ze gewoon zo een ogenblik terwijl u zingt.)

Ik ben bestemd voor die prachtige stad, (Hoe gaat dat nu?)
Die de Here voor de Zijnen bereid heeft;
Waar al de verlosten van alle tijdperken
Glorie zingen rondom de witte troon.
Soms krijg ik heimwee naar de hemel
En de heerlijkheid, die ik daar zal aanschouwen.
Wat een vreugde zal dat zijn,
Als ik mijn Redder zal zien,
In die prachtige stad van goud.

     Houdt u daar niet van?

Ik ben bestemd voor die prachtige stad,
Die mijn Here bereid heeft voor de Zijnen;
Waar al de verlosten uit alle tijdperken
Glorie zullen zingen rondom de witte troon.
O, soms krijg ik heimwee naar de hemel
En de vreugden, die ik daar zal aanschouwen.
Wat een vreugde zal dat zijn,
Als ik mijn Redder zal zien
In die prachtige stad van goud.

     Hebt u Hem lief? Dan...

Neem de Naam van Jezus mede,
Kind van kommer, zorg en smart;
Die zal u blijdschap en vertroosting geven,
Neem Hem dan waar u ook gaat.

Dierb're Naam (Dierbare Naam), o hoe zoet!
Hoop der aarde en 's hemels vreugd;
Dierb're Naam (Dierbare Naam), o hoe zoet!
Hoop der aarde en 's hemels vreugd.

     Nu, vergeet niet aanstaande zondagmorgen om 9.30 uur en dan zullen we proberen, zo de Here wil, op tijd te eindigen om voor de zieken te bidden, aanstaande zondagmorgen om 9.30 uur.

Voor de Naam van Jezus buigend,
Voorover vallend aan Zijn voeten,
Koning der koningen in de hemel
Zullen wij Hem kronen,
Als onze reis voleindigd is.

Dierb're Naam (Dierbare Naam), o hoe zoet! (O hoe zoet!)
Hoop der aarde en vreugde des hemels;
Dierb're Naam (Dierbare Naam), o hoe zoet!
Hoop der aarde en vreugde des hemels.

     Luister nu naar dit vers:

Voor de Naam van Jezus buigend,
Als een schild voor ied're strik;
Als verzoekingen zich rond u verzamelen,
Fluister slechts die heil'ge Naam in gebed.

     (Dat zal het doen.)

Dierb're Naam (Dierbare Naam), o hoe zoet! (O hoe zoet!)
Hoop der aard' en 's hemels vreugd;
Dierb're Naam (Dierbare Naam), o hoe zoet!
Hoop der aard' en 's hemels vreugd.

     Nu geef ik de dienst over aan de herder. Broeder Neville zal met ons sluiten of wat hij ook zou willen zeggen.

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)