Vragen en antwoorden

Door William Marrion Branham

1 ... deze vragen voor ik naar de kansel kwam, maar broeder Moore belde op voor een noodgeval en ik dacht dat iemand erg ziek was, maar hij wilde gewoon een samenkomst. Ik probeerde hem dus daarginds van de telefoon weg te krijgen. Hij wilde mij op Dankdag laten komen voor een samenkomst daarginds voor hen in Louisiana. Verleden jaar toen wij daar waren, begon de Here een opwekking en die is nog niet geëindigd; de opwekking is nog steeds bezig. Ik vergat hoeveel honderden dit laatste jaar gered zijn, nadat de opwekking daarginds kwam.

2 Nu, ik denk dat het een beetje verrassend is misschien, dat ik deze morgen hier ben; en het is het ook voor mij. Ik wist het niet zodat wij het buiten niet bekend maakten onder sommige van de mensen, weet u. Ik kwam zomaar om wat vragen te beantwoorden. Ik dacht zo... Gewoonlijk kan een voorganger ontdekken wat er op de harten van de mensen is, wanneer hij vragen stelt. En op die manier ontdekken wij waar de mensen over denken.

3 En ik geloof, voor wij deze morgen beginnen, dat er iemand was die zei dat ze een baby hadden om op te dragen. Billy zei me dat er een baby zou worden opgedragen. Als dat zo is, wel... In orde. Wij zullen de kleine makker naar voren brengen en aan de Here opdragen; en dan zullen wij de vragen beantwoorden en daarna zullen wij voor de zieken bidden.

4 Ik wil melden dat het met mijn moeder ongeveer net als gewoonlijk is. Zij... Ik denk niet dat het slechter met haar gaat, hoewel men dat denkt. Maar ik denk het niet; ik geloof dat zij net ongeveer is zoals zij was. En tot God mij vertelt dat zij zal sterven, zal ik het niet geloven. En ik zal het geloof voor mama vasthouden (ziet u!) tot Hij mij zegt dat zij heen zal gaan.

5 Nu, Hij zou haar kunnen nemen; ik weet het niet. Zijn... Het kan gewoon zijn dat Hij het bij mij weghoudt, om mij er van te weerhouden mij bezorgd te maken of zoiets; maar ik zal geloven dat God haar gezond zal laten worden, ongeacht hoe zij is. Zij heeft gedurende drie weken niets gegeten dan alleen glucose; maar ik geloof dat zij hoe dan ook gezond wordt. Zie?

     Broeder Neville. Wel, dit is een, wij hopen dat dit een andere prediker zal zijn die hier opkomt, het is kleine meneer Wood. Jazeker. Wat is zijn volledige naam? William David. Junior? Gaat u hem Junior noemen? Uh-huh. Dit is een klein teken dat daar naar de familie Wood is gestuurd, en natuurlijk is hij oma's lieveling en... kleine William David Jr. is zeker een fijne kleine jongen. En zijn zusje zal hem scherp houden, omdat ze... Ja, hij kromt nu zijn vingers, zijn trekker-vinger houdt hij gekromd. Een eekhoornjager. Hij kijkt nu met één oog naar mij. Ik denk dat hij een beetje naar achteren ligt. Huh? Maar wij weten dat deze dingen kleine dingen zijn die God naar ons huis stuurt en die wij waarderen, die ons de verantwoordelijkheid geven om hen op te voeden. En ik weet zeker, als de genade van God blijft voortgaan in dit gezin, dat dit kind zal opgroeien in vreze voor God. Laten we onze hoofden buigen.

     Onze hemelse Vader, wij brengen kleine William David Wood deze morgen tot U, in de Naam van de Here Jezus, de Schrift respecterend, dat toen Hij hier op aarde was, zij zuigelingen, kleine kinderen, tot Hem brachten opdat Hij Zijn handen op hen kon leggen en hen kon zegenen. En als Hij vanmorgen hier in een lichaam van vlees was geweest, weten we dat onze broeder en zuster dit kleine teken van genade naar Hem toe zouden brengen. Daarom, opdat wij Hem vandaag vertegenwoordigen door middel van de prediking van het Evangelie, brengen zij de baby tot ons. Door geloof houden wij kleine David omhoog voor U in de Naam van Jezus, en wij bidden dat U hem zult zegenen, Here. God, sta toe dat hij zal leven om een dienstknecht van U te zijn als U vertoeft. Sta het toe, Here. Geef hem gezondheid en kracht. Zegen zijn vader en zijn moeder. En moge het zo zijn, als het in Uw Goddelijke wil is, dat deze kleine jongen op zal groeien om het Evangelie te prediken in de dagen die voor ons liggen. Sta het toe, Here. Wij geven U deze kleine William David Wood om Uw dienstknecht te zijn, in de Naam van Jezus Christus. Amen.

     David, ik ben altijd zo voorzichtig met die kleine kereltjes; het voelt alsof ze zo, weet u, alsof je ze elk moment zou kunnen laten vallen. Ik denk, kleine baby's en oude mensen: krijg iemand die gewoon een oud persoon is die de hele weg gegaan is; of een kleine baby die... ze lijken zo onschuldig, weet u; ik neem... er is iets met hen wat ik echt fijn vind. Ik vraag me af of we hier op de preekstoel een lamp zouden kunnen zetten. Broeder Neville, weet u waar ze...? O, hier is het.

6 Nu, in vragen, wij hebben er nogal wat hier, en ik kreeg geen kans om zelfs de Schrift in te kijken betreffende de vragen die gesteld zijn, omdat zij pas vanmorgen werden gegeven. En ik pakte ze slechts enkele ogenblikken geleden op, ging snel door een deel ervan heen en zag enkele vragen in en vroeg mij af hoe... En sommige ervan... dit is het lastigste stel dat ik ooit heb gekregen. Toen ik ze doorkeek, zag ik dat wij er een moeilijke tijd mee zouden hebben.

7 Als ik ze dus niet beantwoord volgens uw geloof over deze vragen... Nu, bedenk altijd dat zij naar mijn beste weten zijn. En dan misschien... ik zal hierbij soms gewoon naar een Schriftplaats moeten verwijzen om ze te beantwoorden en misschien geen tijd hebben om het op te zoeken. Wanneer u dan naar huis gaat, slaat u het na en u ziet het. En als ik het verkeerd geciteerd heb, wel, dan zou ik het verkeerd hebben. Het is niet mijn bedoeling om iemand, of de Schrift, verkeerd te citeren, maar soms kunnen wij het doen. Misschien een woord, waar het iets zou zijn wat wij dan misschien op een andere manier zouden zeggen. U weet hoe gemakkelijk het is om dat te doen.

8 Maar onze bedoeling is om ze juist te citeren. En als ik ze deze zondag zou meenemen en de volgende zondag zou beantwoorden, dan zou ik tijd hebben om ze allemaal in deze week door te nemen.

9 Maar er zijn vele zieke mensen die binnen komen en ik heb het echt erg druk gehad en heb geen kans gehad om weg te gaan om veel van mijn oproepen te doen. En ik dacht dat vandaag een goede tijd zou zijn om die zieke mensen gewoon naar de tabernakel te laten komen opdat wij voor hen zouden bidden. En wij weten dat gebed de dingen verandert.

10 Gebed doet iets voor ons. En het is door gebed dat ik vandaag leef. Ik leef door de genade van God door gebed. En deze morgen verlang ik, daar ik wat vermoeid en uitgeput ben, uw gebeden voor mij, dat u voor mij bidt.

11 Verder was ik gisteren in het huis van een vriend, een christelijk huis waar enkele jonge Christenen vergaderd waren. En ik sprak met hen en iets presenteerde zich gewoon aan mij, een gedachte van hoe... Ik keek naar de bossen en de bomen en zag ze afsterven en ik dacht: "Wat zijn die bomen mooi, zelfs al zijn zij stervende; toch zijn zij mooi." En soms ziet een boom er beter uit wanneer hij stervende is dan wanneer hij op zijn allergroenst en op zijn best is. En ik vraag mij af of dat niet gewoon onze toestand voor onze hemelse Vader zou uitbeelden, want Hij zei: "Kostbaar in het oog van de Here, is de dood van Zijn heiligen."

12 Wat moet dat prachtig geweest zijn voor de Vader om neer te kijken op Zijn kind dat naar huis komt, naar Hem, en zijn positie in Christus vasthoudt, zijn geloof en zijn belijdenis (zie?): "Ik ben gered door de genade van God!" en daar blijft staan (zie?) in het uur van de dood, dat wij toch onze belijdenis kunnen vasthouden, dat wij gered zijn.

13 En ik geloof dat onze Vader onze dapperheid liefheeft en ons geloven en vasthouden van onze getuigenis. En het is niet alleen dan te getuigen wanneer u zich goed voelt en gezond en sterk; het is wanneer u neerslachtig bent, zwak en bezorgd. Daar is het waar uw getuigenis telt!

14 En daaraan denkend, dacht ik hieraan dat de dood niet met leven verbonden is. Leven en dood kunnen niet tezelfdertijd bestaan. En de bomen moeten het sap uit zich laten neerdalen voordat het blad aan die boom kan sterven. Daarom dus is de dood – ik zou denken in de sferen van een menselijk wezen – geassocieerd met zonde. Want voor wij enige zonde hadden, hadden wij helemaal geen dood. Maar waar de dood is, daar is ook de zonde; en waar zonde is, is dood, omdat de dood het resultaat van de zonde is.

15 En dan, hij die... De ziel die zondigt, zal sterven. Maar wanneer wij wedergeboren zijn uit de Geest van God, hebben wij eeuwig leven en zijn nergens meer verbonden met de dood. Zie? De dood kan zich niet verenigen met het leven. Het leven kan zich niet verenigen met de dood.

16 En sprekend in de kamer gisteren waar enkele jonge Christenen waren, zei ik: "Als jullie hier buiten op straat zouden staan en een wagen kwam woest de weg afrijden met 145 kilometer per uur, dan zouden jullie zo snel als je kon van die snelweg afgaan. Jullie zouden springen, glijden, van alles doen om uit de weg te gaan voor die wagen." En zo zou het met de zonde moeten zijn voor een Christen, omdat zonde verbonden is met de dood. En zodra u zonde ziet in enige vorm, spring er van weg, ga er bij vandaan. Het maakt me niet uit wat u moet doen, ga weg bij de minste verschijning van het kwaad. Want bedenk: zich te verenigen met de zonde is de dood. Gewoon hetzelfde als daar te staan en die wagen u te laten raken.

17 Wacht niet gewoon af om te zien wat het zal doen; ga het uit de weg. Bij de minste verschijning van het boze; vermijd het snel. Wanneer u een verleiding ziet opkomen, en zonde... U weet dat, als het iets verkeerds is, de dood op u loert. Zie? Ga er dan bij vandaan, gewoon net zo snel als dat u zou willen wegkomen van een auto die nadert met 145 kilometer per uur. Zie? U zou er gewoon razendsnel van willen wegkomen, uit de weg; springen, glijden, ergens heen wegrennen, er gewoon van wegkomen.

18 En hoe wij weten dat wij leven hebben, is omdat wij de zonde haten. En wij haten de zonde zo zeer, omdat wij weten dat de dood daarmee verenigd is en wij gaan uit de weg bij de eerste verschijning van het kwaad. Hoe we er ook bij weg kunnen komen, springen, rennen, wat wij maar kunnen doen om van de zonde weg te blijven, omdat zonde de dood in zich heeft. En wij willen ons zeker niet verenigen met iets wat de dood betreft. Wij willen daar vandaan blijven.

19 Ik dacht dus dat dat een goede kleine gedachte zou zijn. Het trof mij gisteren toen ik tot deze Christenen sprak; en ik dacht dat dat goed zou zijn om het vanmorgen aan de gemeente door te geven, in het bijzonder terwijl de jonge mensen hier zitten en zulke verleidingen als die ondergaan.

20 En dan, ik geloof dat een vraag, als wij het hier slechts kunnen behandelen, iets wat daar ook mee verband houdt... En bedenk gewoon dat als iets zondig is, de dood daar precies ligt. En wanneer u deel hebt aan die zonde, hebt u deel aan de dood. Blijf er dus bij vandaan.

21 En wat is zonde? Ongeloof! Blijf van alle ongeloof vandaan, bij alles wat de Bijbel minacht. Blijf weg van alles wat Gods Woord minacht! En als ik op tijd door deze vragen heen kom voor ik mijn genezingsdienst heb, wil ik daar even over spreken, over oneerbiedigheid.

22 Nu, voor wij de vragen beantwoorden of proberen dit te doen, laten wij bidden. Onze hemelse Vader, wij komen in Uw tegenwoordigheid vanmorgen in de Naam van Jezus, bewerend dat wij onszelf afgescheiden hebben van de dingen van de wereld, waarvan door Hem is gezegd dat men niet God kan dienen en de Mammon, wat de wereld betekent; wij haten ofwel de ene en hebben de andere lief, of hebben de ene lief en haten de andere.

23 En wij geloven vanmorgen dat wij ons met eeuwig leven verbonden hebben als wij Jezus Christus door geloof aanvaarden en het bewijs hebben van de Heilige Geest Die in ons leven leeft en ons leidt. Wij zijn hier zo dankbaar voor, dat wanneer wij zonde zien ongeacht hoe mild, hoe aardig het er mag uitzien, er iets in ons is dat ons doet wegspringen, er ons vandaan houdt, gewoon zoals de illustratie die ik gaf over de wagen die eraan kwam met een verschrikkelijke snelheid. Wij willen niet ergens in de zonde betrapt worden. Blijf er bij vandaan.

24 En nu, Here, voelend dat er vele zieken en hulpbehoevenden zijn deze morgen, zou ik voor hen willen bidden, Here, dat U geloof wilt geven aan dezen in het bijzonder, die vanmorgen in de tabernakel in de gebedsrij zullen komen, dat zij elke kleine last ter zijde zullen leggen, en snel van alle ongeloof zullen weggaan en in geloof naar de Here Jezus zullen vlieden, om te geloven.

25 Ik bid voor degenen die in de ziekenhuizen zijn en in de herstellingsoorden. En Here, ik bid voor mijn moeder. Tot nog toe, Here, heeft U haar voor ons bewaard en wij zijn U hier dankbaar voor. En met geloof reiken wij uit met behoeftige handen, om eerst de wil van God te kennen, om te zien of het Zijn wil is voor haar om te gaan. Als het Zijn wil is, dan is dat onze wil, maar eerst willen wij weten of Satan dit kwaad gedaan heeft en of het samen ten goede uitwerkt voor hen die ons liefhebben om ons een beproeving te geven. Dan, Here, willen wij dapper staan op de post van plicht.

26 Wij vragen U deze morgen, Vader, al die telefoontjes en speciale verzoeken te gedenken die hier buiten op kantoor wachten. Zegen onze geliefden overal.

27 En daar vandaag deze vragen beantwoord zullen moeten worden, Heer, beseffen wij dat dit diepe oprechte dingen zijn die op de harten der mensen zijn. Zij stelden ze nooit uit dwaasheid; zij stelden ze omdat zij geïnteresseerd zijn om de Waarheid te weten. Uw Woord is de Waarheid.

28 Daarom Vader, bidden wij dat U onze gedachten vanmorgen zult verenigen in deze Waarheid, het Woord, en help ons, Here, opdat wij in staat zijn vandaag beter te begrijpen, wanneer wij dit huis van onderwijzing verlaten, zodat het goed moge zijn voor onze zielen. Wij vragen dit voor de glorie van God in de Naam van Jezus Christus, Zijn Zoon. Amen!

29 Nu, er liggen hier wat zakdoeken waarvoor, veronderstel ik, gebeden moet worden. Wij zullen dat straks doen, zodra het mogelijk is. Nu, op dit moment hebben wij nu ongeveer anderhalf uur. Ik weet niet precies of ik, zoals ik eerder zei, in staat zal zijn al deze vragen al dan niet te beantwoorden. Maar wat wij van plan zijn voor het programma van vandaag is om vragen te beantwoorden en een kleine preek hier te hebben, om het geloof van de mensen te helpen, en dan gebed te hebben voor de zieken. En denk aan de diensten vanavond en de gebedssamenkomsten in het midden van de week, de broedersamenkomsten enzovoort.

30 En ik weet niet over volgende zondag of... Ik heb een onderwerp op mijn hart dat ik als het mogelijk is aan de gemeente zou willen brengen, indien de Here het toelaat, deze aanstaande zondag. Een zeer opmerkelijke zaak kwam deze week tot mij om te prediken, gewoon een boodschap om over te prediken, een evangelische boodschap... Wij zullen dat later wel bekijken, zoals onze Here het zal leiden.

31 En bid nu voor mij omdat er enkele grote beslissingen genomen moeten worden. Broeder Roy Borders (ik veronderstel dat hij hier vanmorgen ergens zit), draagt zorg voor de samenkomsten en hij heeft een boek vol uitnodigingen die de laatste paar maanden zijn binnengekomen, van plaatsen om naar toe te gaan en mensen die hem opbellen voor samenkomsten. Dus bid dat God mij de juiste beslissing zal laten nemen. Bij wat ik ook doe, moge het juist zijn; dat is wat telt.

32 Nu, vragen beantwoorden waarvan wij weten dat zij scherp zijn... En dat is de reden dat ik vragen beantwoord. Wij adverteerden helemaal geen genezingsdienst of zoiets, dus alleen de plaatselijke gemeente is hier; zodat wij zouden kunnen ontdekken wat er op hun hart was.

33 En broeder Neville die hier achteraan zit, onze dierbare broeder en voorganger, ik ben zo dankbaar dat ik hem vorderingen zie maken in het Koninkrijk van God. Ik geloof dat hij de laatste paar jaar verder is gekomen, dan in al de andere jaren samen. Wat heeft de Here hem gezegend. Wat ben ik daar blij om.

34 En ik zal niet achter zijn rug zeggen wat ik hem niet in het gezicht zeg, en u weet dat. Ik kende broeder Neville sinds ik nog maar een knaap was. Zie? En ik weet dat als broeder Neville... Ik geloof dit; hij is onderworpen aan fouten zoals wij allemaal zijn; wij zijn daaraan allemaal onderworpen; wij zijn nog steeds menselijk. Maar het zou niet vanuit zijn hart komen; ik geloof dat niet. Hij zou oprecht zijn, en hij is altijd uiterst oprecht geweest.

35 En toen hij tot deze Boodschap kwam, liet ik hem hier komen door de stem van de gemeente om hier voorganger te zijn, zelfs toen hij deze dingen nog niet verstond zoals nu. Maar het is zijn oprechtheid om bereid te zijn het neer te leggen en het nogmaals te bekijken en eerbiedig te benaderen, waardoor ik denk dat hij een goede stevige achtergrond heeft, dat hij weet waar hij nu staat wanneer hij nu naar voren komt.

36 Ik ben dus zeer blij voor de tabernakel. En men zei onlangs 's avonds dat men hier een vergadering had of men een nieuwe tabernakel zou bouwen of deze zou uitbreiden en vergroten en er zondagsschoollokalen in zou maken; en de gemeente stemde unaniem voor de uitbreiding, om hier een nieuwe uitbreiding neer te zetten, het groter te maken en de zondagsschoollokalen zo te zetten dat er klassen zouden kunnen zijn voor al de klassen, en om tapijt op de vloer te leggen en het te overtrekken met berkenhout en het aan de buitenkant echt mooi af te werken met Bedford-steen. En de gemeente stemde daar dus voor. En ik denk dat de architecten en zo nu aan het werk zijn. Er is morgen een vergadering om er een grotere kerk van te maken, achteraan uit te breiden en het anders in te delen. Wij zullen de Here daar dankbaar voor zijn.

37 In deze vragen nu... Sommige ervan heb ik zelfs niet doorgekeken. Ik moet het misschien rustig aan doen om de woorden te spellen, te zien wat er staat. Dat komt niet door uw handschrift, maar door mijn beperkte opleiding.

151 Wij geloven in gedoopt te worden... Handelingen 2:38, maar hoe kunnen wij mensen antwoorden betreffende de andere doop? Zijn zij gered of niet? Ook degenen die gestorven zijn en het licht nooit ontvingen?

38 Nu, dat is een goede vraag. Laat mij over deze vragen opnieuw zeggen dat als ik ze niet beantwoord volgens uw gedachten... Ik zal ze gewoon zo dicht bij de Schrift beantwoorden als ik maar weet, om ze Schriftuurlijk te maken.

39 De Schriftuurlijke wijze van de waterdoop is in de Naam van de Here Jezus Christus, welke gevonden wordt in Handelingen 2:38 en de rest, heel de Bijbel. En vele mensen vandaag en bijna al de kerken, degene die er mee begon, dopen de mensen al die tijd vanaf het begin in de naam van de Vader, in de naam van de Zoon en in de naam van de Heilige Geest. Nu, zij doen dat door een dwaling. Zo'n opdracht staat helemaal nergens in de Bijbel. Het wordt zelfs niet in de Schrift gevonden.

40 Toen Petrus... Toen Mattheüs schreef wat Jezus zei: ... Waar men Mattheüs 28:19 heeft genomen: "Gaat dan henen, maakt al de volken tot Mijn discipelen en doopt hen in de Naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes"...

41 Vader, Zoon, en Heilige Geest, dat zijn titels, geen naam. De Naam van de Vader, Zoon, Heilige Geest is de Here Jezus Christus. Vader, Zoon en Heilige Geest... En als Hij... En vervolgens doopte men allen in de hele Bijbel, elke persoon, in de Naam van de Here Jezus Christus. Verder in de geschiedenis kwam men tot de vestiging van Laodicea, (neem mij niet kwalijk) van het Concilie van Nicea, van de Katholieke kerk te Nicea, Rome.

42 Toen de Pinkstergemeente... Twee groepen scheidden zich; de ene wilde bij het Woord blijven, het geschreven Woord, anderen wilden een klassieke gemeente. Het was gedurende de tijd van Constantijns regering. En Constantijn was geen godsdienstig mens; hij was een heiden om mee te beginnen. Maar hij was een politicus die wilde verenigen... De helft van Rome was Christen en de helft ervan was heiden, zodat hij wat van het heidendom en wat van het christendom adopteerde tot een klassieke groep en zij maakten hun eigen godsdienst.

43 Daarom, voorbijgaand aan de Bijbel, gelooft de Katholieke kerk, dat God de kerk macht gaf om te veranderen of om alles te doen wat zij maar willen. Zie? Daarom, als de Katholieke kerk gelijk heeft, als het waar is dat God dit deed, dan zijn wij allemaal fout behalve de Katholieken, ziet u; dan heeft de Katholieke kerk gelijk. Dan heeft de Methodistenkerk gelijk. Dan heeft de Baptistenkerk gelijk, of al de organisaties hebben gelijk. Zie? Zij hebben een recht. En wie heeft dan gelijk? Als de Katholiek macht heeft dat men alles kan veranderen wat de Bijbel wil zeggen en er een andere soort doctrine van wil maken van "Ave Maria's" enzovoort, dan heeft de Methodist het recht om te zeggen: "Dopen door onderdompeling is fout, wij zullen besprenkelen", en zij hebben elk voor zich gelijk, omdat elkeen het kan doen, wat de kerk ook is; nu, wie is dan DE kerk? Is zij Methodist, Baptist, Presbyteriaans, Katholiek of wie is het? Zie?

44 U kunt dus niet... U weet dat God, de Bron van alle wijsheid, zoiets niet zou kunnen doen. Zoiets is er niet... Er is zelfs geen gezond verstand in, laat staan de intelligentie van het bovennatuurlijk Wezen. Er is één ding dat gelijk heeft en dat is het Woord. Het Woord heeft gelijk!

45 Dus, als de Katholieke kerk deze morgen dan wilde zeggen: "Wij zullen de doop gewoon totaal weg laten en elke morgen een suikerklontje nemen. Dat zullen wij nemen voor de vergeving van zonden", dan moet dit juist zijn, indien God die autoriteit aan de kerk gaf.

46 Maar ziet u, voor mij is het zo dat het Woord gelijk heeft, want aan het slot van de Bijbel, zei God dit in Zijn Woord: "Wie Hier één woord van afneemt of één woord aan toevoegt, van die zal zijn deel uit het boek des levens worden weggenomen." Voor mij is het dus het Woord!

47 En er is nergens zoiets in de Bijbel als iemand die gedoopt werd in de naam van Vader, Zoon en Heilige Geest; omdat er zoiets niet is. Vader is geen naam; en Zoon is geen naam; en Heilige Geest is geen naam, maar de Naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest is de Here Jezus Christus. Precies wat de apostelen en allen door de tijden heen hebben erkend.

48 Nu, de volgende vraag is... Natuurlijk is dat Schriftuurlijk juist. Dat is de Waarheid.

49 En wanneer men in de Bijbel mensen vond die op een andere wijze ondergedompeld waren buiten de Naam van Jezus Christus, werden zij bevolen om opnieuw gedoopt te worden in de Naam van Jezus Christus voor zij de Heilige Geest konden ontvangen – Handelingen 19:5 Juist! Dat is dus Schriftuurlijk de Waarheid.

50 Nu; er is geen bisschop; er is geen aartsbisschop; er is geen prediker; er is niemand anders die daar één woord tegen kan zeggen, omdat dit de Waarheid is. Zie?

51 En ik vroeg onlangs in Chicago voor driehonderd predikers die daarginds stonden te debatteren en te vragen dat... Ik... En de Here zei mij... Hij gaf mij een visioen en zei mij waar wij zouden zijn en wat ik moest doen. Ik stond voor driehonderd trinitarische predikers en ik zei: "Nu, als ik zo verkeerd ben in deze leer, laat dan enkele mannen van u opstaan en mij hier tonen waar ik verkeerd ben volgens de Schrift zonder leerstellingenboek. Als er niet zoiets is als het slangenzaad of iets dergelijks wat ik u heb geleerd, kom gewoon hier en toon het mij door de Schriften." Niemand bewoog, ziet u, omdat het niet mogelijk is. Dat is waar. Niet om verschillend te zijn, maar het is gewoon de Waarheid; het is het Woord. En daar is het waar... Niemand kan dat betwisten; dat is het Woord van God; niemand kan het doen. Zie?

52 Maar nu. "Zullen dezen die niet hebben..." Laat mij dit lezen om zeker te zijn dat het juist is. Zie? "Betreffende andere dopen, zijn ze gered of niet? Ook degenen die gestorven zijn en nooit het licht ontvingen?"

53 Wel, ik geloof... ik geloof vast dat God Zijn volk riep en Zijn gemeente verordineerde en al degenen die er zouden zijn voor de grondlegging der wereld. Ik geloof dat de Bijbel dat leert. En ik geloof dat iedereen die God met heel zijn hart liefheeft, naar de Waarheid zal zoeken. Ik geloof dat; dat zij dat zullen doen. Iedereen die God liefheeft zal dat doen.

54 Ik geloof dat als een mens onwetend verkeerd gedoopt was, niet wetend dat hij verkeerd gedoopt werd... Nu, ik kan dit niet zeggen vanuit de Schrift. Maar ik geloof het met mijn hart dat, als een mens niet wist hoe het juist te doen en hij deed iets naar zijn beste weten, God het over het hoofd zou zien en hem hoe dan ook zou redden, omdat hij niet... Bedenk, daar in de dagen van Wesley, destijds in de dagen van Luther van de reformatie, die grote mannen van God, die God eerde, en van wie Hij bewees dat Hij hen eerde; zij stierven in het geloof (ziet u) met al het licht dat zij hadden.

55 En er kunnen misschien dingen zijn die ik nog geloof zoals... Heeft iemand Charles Fuller vanmorgen gehoord op "Ouderwets opwekkingsuur"? Hij is één van mijn favoriete Bijbelleraars, toch is hij erg, erg oud en... Maar ik denk dat hij een groot Bijbelleraar is. En hij zei deze morgen (hij leerde over profetie, geloof ik) dat er grote dingen in het verschiet liggen, dingen waar de kerk niets over weet, die voor de mensen geopend zouden worden. Ik zei daar "Amen!" op. Ik geloof dat ons nu nog steeds een groot Licht te wachten staat, dat een dezer dagen gedurende een korte periode de aarde gewoon zal overstromen, misschien slechts een kwestie van maanden. Maar ik geloof dat er een groot Licht komt.

56 Ik geloof echt dat alle mensen op grond van hun geloof en oprechtheid en wandel in al het licht dat zij hebben, gered zullen worden.

57 Bedenk, in het komen van de Here Jezus, herinnert u zich hoe Hij degenen vond die wandelden in al het licht waarin zij moesten wandelen? Herinnert u zich wat er gebeurde? "Is hij niet een goed man, ja zelfs een Romeinse centurion, die onze stad gebouwd heeft of onze mensen een synagoge bouwde, en hij is (al deze dingen die hij heeft gedaan) deze zegening waard die voor hem gevraagd is." Zie, God is een begrijpend Vader; Hij kent uw hart, en weet of u echt licht ziet of dat u geen licht ziet; Hij weet het.

58 Nu, ik geloof waarlijk met heel mijn hart dat het juiste antwoord op deze vraag is, dat de juiste doop in de Naam van Jezus Christus is, en dat degenen die daarmee in tegenspraak gedoopt werden en die in hun hart, niet zelfzuchtig, zeggen: "Wel, ik wil daar niet mee spelen"... Nu, die persoon, dat zal tussen hem en God zijn. Maar als zij niet anders weten, geloof ik dat zij gered zijn. Ik geloof het met heel mijn hart, omdat zij niet anders wisten.

     Wij zouden een lange, lange tijd bij dat ene punt kunnen blijven, maar wij proberen om aan allemaal toe te komen als wij kunnen.

152 Wilt u alstublieft Hebreeën 6:4–6 uitleggen, alsmede Hebreeën 10:26–39? Leg alstublieft uit of dit verwijst naar de Heilige Geest-mensen of de geheiligde mensen; legt u alstublieft het verschil uit.

59 Wel, laten wij zien waar de persoon naar verwijst, Hebreeën 6:4 Ik houd van Bijbelvragen die gewoon – het trekt iets van binnen uit u – zodat u iets krijgt wat u anders niet zou krijgen. Omdat u te zien krijgt wat de andere mensen denken, wat er op hun hart is (zie?) en u weet wat zij doen.

     Nu, daar is Hebreeën 10 en hier is Hebreeën 6:4 In orde.Hebreeën 6:4 In orde.

     Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht geweest zijn, en de hemelse gave gesmaakt hebben, en de Heilige Geest deelachtig geworden zijn,
     En gesmaakt hebben het goede woord Gods, en de krachten der toekomende eeuw,
     En afvallig worden, die, zeg ik weer te vernieuwen tot bekering, daar zij voor zichzelf de Zoon van God weer kruisigen en openlijk te schande maken.

     Nu, dat is één. Nu, Hebreeën 10:26 In orde, Hebreeën 10:26.

     Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden;
     Maar een schrikkelijke verwachting des oordeels, en hitte des vuurs dat de tegenstanders zal verslinden.
     Als iemand de wet van Mozes heeft te niet gedaan, die sterft zonder barmhartigheid, onder twee of drie getuigen;
     Hoeveel te zwaarder straf, meent gij, zal hij waardig geacht worden die de Zoon van God vertreden heeft, en het bloed van het testament onrein geacht heeft, waardoor hij geheiligd was, en de Geest der genade smaadheid heeft aangedaan?

60 Zij handelen beiden over dezelfde zaak. Nu, ik zou dit aan de persoon willen uitleggen. Nu, als u hier in Hebreeën 6:4 opmerkt, wordt er gezegd: "Het is onmogelijk voor diegenen die eens verlicht waren"... Dat is verbonden met deze andere Schriftplaats die net gelezen is. Als u verlicht bent geweest en u keert zich dan van uw verlichting af, dan is het onmogelijk voor die persoon om zijn plaats ooit weer terug te winnen. Zie?

61 Nu, Hebreeën vertelt slechts de straf die op deze verwerping volgde. Een van de verschrikkelijkste dingen in de wereld is Christus te verwerpen, is het Licht van de Schrift af te wijzen.

62 Nu, u merkt op: "Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht geweest zijn, en de Heilige Geest deelachtig geworden zijn, en daarna afvallig zijn geworden, weer te vernieuwen tot bekering..." Zie? Hier hebben wij het. "Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht zijn geweest en (let op) van de hemelse gave gesmaakt hebben..." Zij zijn gewoon op de rand ervan geweest: "de hemelse gave smaakten...".

63 Nu, u merkt dat zij nooit gekomen zijn tot de doop van de Heilige Geest. Zie? Zij waren ertoe verlicht. En proefden van de hemelse gave, zie, maar werden deelhebbers gemaakt van de Heilige Geest – door ervan te proeven – en hebben geproefd van het goede woord van God (een deel ervan) zie, en de krachten van de toekomende eeuw, als zij afvallig worden, om zichzelf te vernieuwen...

64 Nu, Hebreeën 10 hier geeft alleen het oordeel daarover. Hij die de wet van Mozes verachtte stierf zonder genade onder twee of drie getuigen. Hoeveel te zwaarder straf zal hij verdienen die het bloed van Jezus Christus vertreden heeft en datgene onrein heeft geacht waardoor men geheiligd was?

65 Nu, om deze twee samen te brengen om de vraag voor u duidelijk te maken, laten wij een Schriftplaats en een persoon in de Bijbel vinden die dit deed en dan kunnen wij het uitvinden.

66 Nu, heel de gemeente vandaag is het tegenbeeld van het type. Wij weten dat. Er is een type en een anti-type. Nu, toen Israël op reis was van het land Egypte naar Palestina, was zij een type van de gemeente vandaag in het geestelijke op haar reis naar het beloofde land... U bent het daar allemaal mee eens, nietwaar? Al de theologen zijn het daarmee eens dat zij het type was.

67 Zij verlieten Egypte. Egypte was de wereld. Zij kwamen er uit, gingen door de wateren der afscheiding bij de Rode Zee door de doop, kwamen er aan de andere zijde uit, zich verheugend en God prijzend, gingen voort, kregen de wetten, en gingen van daar af naar het beloofde land.

68 Wel, merkte u op dat net voor zij in het beloofde land kwamen (ziet u), voor zij het beloofde land binnen zouden gaan, wat gewoon slechts een paar dagen zou hebben geduurd, tien of elf dagen, misschien niet eens zoveel, omdat het slechts ongeveer 65 kilometer was. Zij zouden gewoon regelrecht het beloofde land zijn ingegaan; zij waren door elk stadium van de reis gekomen dat wij gewandeld hebben. En zij kwamen over, doorkruisten de Rode Zee. Farao's leger werd achter hen verdronken. Zij waren vrij van hun vijanden, gingen op weg door de woestijn en kwamen aan de rand van het beloofde land te Kades-Barnea en daar faalden zij. Waarom? Waarom faalden zij?

     Nu, Mozes zei tot de tien stammen, dat hij een man zou zenden uit elke stam, om elke stam te vertegenwoordigen, om het land te gaan verspieden om te zien in welke toestand het was.

69 Nu, als dat niet precies uw plaats is vanmorgen, waartoe u gekomen bent. Heden is de gemeente door rechtvaardiging gekomen door Luther, door heiligmaking door de Methodist en nu voort tot de tijd der belofte. De belofte is de doop van de Heilige Geest, welke door heel het Oude Testament is beloofd en het Nieuwe ook (zie?), de belofte: "Zie, Ik zend de belofte van Mijn Vader op u..." Petrus zei dat op de Pinksterdag.

70 Dat is de belofte. Het beloofde land is te leven in dit land der Heilige Geest. Dat is Gods belofte voor de gemeente: te leven in de kracht van de Geest. Het is een andere wereld; het is een ander land. U moet komen uit de toestanden waarin u geweest bent om te komen leven in dit beloofde land, om de belofte te ontvangen. Herinner u de belofte: "Gij zult kracht ontvangen van omhoog, nadat de Heilige Geest op u is gekomen..."

71 En Petrus zei dat de belofte die door het Testament, Oud en Nieuw, gedaan werd... U zult beloften zich zien opstapelen, tot op die dag van Pinksteren en toen ging men de belofte binnen.

72 Nu, die mensen waren uitgetrokken en hadden grote tekenen en wonderen gezien in Israël. En toen zond hij enkele mannen uit om te verspieden, één uit elke stam. En sommigen kwamen terug om... Wel, een aantal wilde niet oversteken. Twee staken over. Toen zij terugkwamen, hadden zij een tros druiven waarvoor twee man nodig waren om hem te dragen. Nu, zij hadden nog nooit druiven geproefd. Zij waren in de woestijn; en dus was er in die plaats geen plaats voor fruit en zo. Zij werden gevoed met manna, brood vanuit de hemel en kwartels en dieren in het veld.

73 Maar nu gingen zij het land binnen en zij hadden een tros druiven die zo groot was dat er twee mannen nodig waren om deze druiven te dragen. En deze twee gingen het land binnen en kwamen terug en gaven elk van die anderen op de oever de smaak van die druiven. Wat deden zij?

     Toen zij teruggingen, gingen zij, in plaats van zich te verheugen dat zij van de druiven geproefd hadden, terug naar hun stammen en zeiden: "O, maar wij hebben de grote ommuurde steden van de Filistijnen of de Hittieten en de Ferezieten gezien en al de andere '-ieten' daarginds. Wel, zij zijn reuzen. Wel, wij lijken wel sprinkhaantjes naast hen. Wij kunnen dat land niet nemen. Waarom bracht u ons eigenlijk ooit hier?" Zie? En de Bijbel zei dat zij allen omkwamen in de woestijn, ieder van hen; zij stierven. Wat deden zij? Zij waren grensgelovigen. Zij kwamen tot aan het echte en zagen de belofte en voelden dat zij niet in staat waren over te steken en de belofte te nemen.

74 Nu, dat is precies waartoe we vandaag zijn gekomen door rechtvaardiging en heiligmaking. Zie? "... heeft het bloed van Jezus Christus vertreden, waardoor hij was geheiligd." Het zijn de geheiligde mensen die tot aan een plaats komen waar zij de doop van de Heilige Geest zien en zich dan afkeren en zeggen: "Het is fanatisme; wij kunnen het niet nemen. Wij zullen uit onze klasse gezet worden; wij zullen uit onze plaatsen gezet worden. Wij zullen uit onze gemeenten gezet worden. Wij kunnen dat niet doen (zie?) omdat het in tegenspraak is met onze kerkleer." Zie? Heeft het bloed van Jezus Christus onrein geacht dat hem heel deze afstand geleid heeft, regelrecht tot de verzegeling van de belofte, en dan wandelt men ervan weg. Er wordt van gezegd dat het totaal onmogelijk voor hen is om ooit gered te worden. Zie? Niet degenen die overgegaan waren in het beloofde land...

75 Bedenk dat Jozua en Kaleb de enige twee waren uit die hele groep van twee en een half miljoen mensen die op weg gingen naar het beloofde land, omdat zij het beloofde land ingingen en de zegen verkregen en terugkwamen. En zij zeiden: "Wij zijn in staat het te nemen omdat God het zei."

76 En daar bleven zij bij. Waarom? Nu, al die mensen keken naar de omstandigheden, maar Jozua en Kaleb keken naar wat God zei: "Ik heb u dat land gegeven; ga en neem het in."

77 En vandaag zeggen de mensen: "O, als ik gedoopt ben in de Naam van Jezus Christus, als ik de Heilige Geest ontvang, als ik in tongen zou spreken of profeteren, of als ik zou getuigen of jubelen in mijn gemeente, zou men mij er uit zetten." Ga gewoon door!

78 U zegt: "Wel, ik zal u nu direct zeggen, dat ik een christelijk leven leid; ik leef een goed, zuiver, geheiligd leven..." Dat is waar, maar u bent gekomen tot de ontknoping, u bent gekomen tot de plaats, de grenslijn. En als u zich daarvan afwendt, dan is het onmogelijk voor degenen die eens verlicht waren... Zie?

79 Met andere woorden, een mens komt door rechtvaardiging; hij gaat uit en zegt: "Ik geloof dat ik het Woord wil prediken." Hij wordt gered; hij zegt: "Ik ben moe van de zonde." In orde. Dan gaat hij uit en eerst rookt hij nog, en misschien begeert hij of zoiets. Na een poosje zegt hij: "God, dit betaamt een Christen niet, een prediker in het bijzonder, naar vrouwen te kijken op de verkeerde wijze, om sigaretten te roken!" of: "Ik neem echt een biertje voor de gezelligheid met de kameraden en zelfs mijn samenkomst, maar het lijkt mij niet juist. Heilig mij, Heer." En de Here heiligt hem dan, neemt al die begeerte van hem weg, alles. Dan is hij een geheiligd vat. Wat God hem dan aanbiedt is de doop van de Heilige Geest. Om dat te doen, moet hij uit de groep komen waar hij bij was. Daar toont hij zijn ware aard; dan trekt hij terug. Wat doet hij wanneer hij terugkrabbelt? Hij vertrapt het bloed van Jezus Christus dat hem heiligde alsof het een onheilig ding was, niet in staat om hem daar heen te brengen. Dan is het onmogelijk voor hem om gered te worden. En wat was er dan? Gewoon voort naar de vurige toorn en het oordeel.

     Ik hoop dat dit duidelijk is. Als het niet zo is, wel, laat het mij dan een andere keer weten. Ik heb er zoveel hier dat ik...

153 Broeder Branham, wat bedoelde Jezus in Johannes 21:15–17 toen Hij Petrus vroeg of hij Hem liefhad en hem zei Zijn lammeren te voeden, toen Hij zei: "Weid Mijn lammeren!" en in het zeventiende vers zegt Hij opnieuw: "Weid Mijn schapen!"?

80 Wel, dat is enkel dit. Zie, Christus is de Herder. Hij zou heengaan en Hij liet de opdracht achter voor Zijn schapen, welke elke herder voedt, die van Zijn kudde zijn, Zijn gemeente... Zie? Hij liet de opdracht achter voor deze discipelen om voort te gaan de kudde te voeden, om een herder te zijn, de schapen te voeden.

81 Met andere woorden zoals dit; als u hier buiten kijkt... Deze morgen hier, dat is wat ik doe. Nu, schapen zullen enkel groeien als u hun schapenvoedsel geeft. Nu, als u een grote hamburger zou bakken en hem aan een schaap zou geven, zou het daarvan niet kunnen groeien, zie, omdat dat geen schapenvoedsel is. Zie? En als ik een fijne karbonade zou bakken of klaarmaken en het aan een schaap geven, is dit geen schapenvoedsel. Hij zou het gewoon niet kunnen eten, dat is alles, omdat hij een schaap is. Maar schapen houden van schapenvoedsel. Wel, dan, wanneer u de kudde Gods moet voeden, voed hen niet met door de mens gemaakte theologie; voed hen met het Woord. Daar groeien de schapen van. Voed het Woord!

82 Wees een herder, een ware herder. "Voed mijn schapen." Lammeren zijn natuurlijk de kleintjes en het schaap is de volwassene. Dus beiden, jong en oud, voed de kudde Gods! Zie? En voed hen met het Woord! Het Woord, zie, is de Waarheid! Jezus zei: "De mens zal niet leven van brood alleen, maar door ieder Woord dat uit de mond van God uitgaat." Is dat juist? Zo dan, als de mens moet leven en zij zijn de kudde van God, de gemeente, dan moeten zij voorspoedig groeien op het Woord en het Manna van God. Dit is Zijn Manna!

83 In de Bijbel, we namen het pas door in de gemeentetijdperken, is Jezus het verborgen Manna; Christus is het Manna van de gemeente. Wat is manna? Manna in het Oude Testament was datgene wat neerkwam uit de hemel, elke nacht vers om de gemeente op haar reis te onderhouden. Is dat juist? Nu, wat is in het Nieuwe Testament het verborgen Manna? "Nog een kleine tijd en de wereld zal Mij niet meer zien (verborgen); maar gij zult Mij zien, want Ik zal met u zijn, zelfs ín u tot het eind der wereld." En Christus is dat verborgen Manna dat elke dag vers van God uit de hemel komt.

84 Wij kunnen niet zeggen: "Wel, twee weken geleden had ik een grote ervaring van God." Hoe zit het er dan nu mee? Zie? Elke dag vers, een nieuwe zegening, een nieuw iets dat van God komt, het verborgen Manna dat van God komt uit de hemel, Christus. En wij feesten op dit Manna hetwelk Christus is en Hij geeft ons kracht tijdens de reis tot wij het land aan de andere zijde bereiken.

85 Nu, dat is wat Hij bedoelde met: "Weid mijn schapen." Wij zouden daar over kunnen doorgaan en nooit aan de rest van de vragen toekomen, omdat dat een goede voor mij is. Ik houd daarvan wanneer ik spreek van Christus die het Manna is en het Voedsel voor de schapen.

86 Voed hun Christus vanuit Zijn Woord. Zie? Neem het Woord van Christus gewoon precies zoals het hier geschreven is en geef het aan de schapen. Ongeacht wat iemand anders zegt: "O, zij hebben een hamburger nodig!" Geloof dat niet. Hier is wat zij nodig hebben, precies hier! Dit is het. Zie? Geef hun dit! Dit is schapenvoedsel. Dat is wat hen doet groeien. De Heilige Geest, dit is Zijn Woord, Zijn opdracht. Het Woord is een zaad. Het zaad brengt een plant voort; de plant eten wij. Nu, dit is wat de plant voortbrengt waarop de Heilige Geest gedijt: de gemeente. Hij leeft van de gemeente, de Heilige Geest doet dit, Zich verheugend in de tegenwoordigheid van God, omdat de mensen Zijn Woord geloven en Hem door zich laten werken, hun de echte dingen gevend die God hun beloofde te zullen doen. En God ziet dat Zijn gemeente groeit, daarvoor worden de schapen gevoed, en de Heilige Geest wordt verheerlijkt. Zie? Dat is het. "Weid Mijn schapen!" In orde.

     Nu, als dat niet alles is, wel, laat het mij dan wat later weten.

154 Broeder Branham, toen ik korte tijd geleden door de gebedsrij ging, werden gezalfde handen op mij gelegd en er werd gebeden voor mijn ongeredde man. Ik werd geslagen door de kracht des Heren! Is dit een definitief teken dat hij gered zal worden?

87 Wel, een... Dit moet een vrouw zijn. Zuster, ik zou niet denken dat het een definitief teken was dat hij gered was alhoewel ik geloof dat God het... Ik geloof dat hij gered zal worden, zeker, maar om te zeggen... "Nu, zou u kunnen zeggen dat dit ZO SPREEKT DE HERE is?" Wees voorzichtig daarmee, zie, omdat het kan zijn dat de Heilige Geest u zegent, omdat u de plaats van Christus hebt ingenomen. Zie?

88 U komt hier staan voor uw zondige man, zoals Christus naar het kruis ging voor de zondige gemeente. Ziet u het? Het was een groot iets wat u deed. Maar wat ik zou doen... Als u hier bent vanmorgen; u, die deze vraag opschreef. Wat ik zou doen, ik zou met heel mijn hart geloven dat God het ging doen, zie, dat God het zou doen, omdat, of Hij u die zegening gaf of niet, dat was iets extra's dat God ú gaf. Maar ik geloof dat het zou maken dat u zich goed voelde, omdat Hij u zegende.

89 Het is precies zoals wanneer u in tongen zou spreken en er geen uitlegger in de gemeente was, wel u wordt niet verondersteld in de gemeente te spreken tenzij er iemand is om de tongen uit te leggen. Maar als u in tongen spreekt en er is geen uitlegger... Wel, u... Waar u ook in gebed bent, in uw huis of waar u ook bent, spreek dan, want: "Wie in onbekende tongen spreekt, bouwt zichzelf op." Het geeft hem vertroosting. Zie? Hij voelt zich goed omdat hij daar staat te bidden en vóór u het weet komt de Heilige Geest op hem of haar en begint die persoon in tongen te spreken. En hun ziel verblijdde zich en was gelukkig omdat zij in tongen spraken. Zie?

90 Wel, dat was niet alleen een teken dat God het gebed zou beantwoorden waarvoor u bad, maar het was een teken dat de Heilige Geest u hoorde. Het is een... Hij kent u; Hij is met u. Dat is hetzelfde als wat ik hierop zou toepassen. De Heilige Geest gaf u een zegening.

91 Enige tijd geleden hier... De laatste keer dat ik in tongen sprak was, als ik mij kan herinneren... Het was ongeveer drie of vier jaar geleden. Ik was in Illinois en Billy kwam mij halen om naar de gebedsrij te gaan in Zion City. En mijn hart was bezwaard en ik knielde neer en begon te bidden. En terwijl ik bad hoorde ik Billy boven komen en op de deur kloppen. En ik zei: "Billy ik kan nu niet gaan." En hij ging naar buiten en ging zitten.

92 En ik bad; mijn hart was zo bezwaard dat ik zo niet naar de gemeente kon gaan. En, zie, gewoonlijk geeft Hij mij soms een visioen om mij te tonen dat er iets zal gebeuren, maar Hij deed het toen niet. En ik was gewoon aan het bidden in de kamer daar en ik hoorde iemand spreken. Ik stopte met bidden. Ik luisterde en er was iemand aan de deur; men was... Het klonk als een vreemde taal zoals Duits of Nederlands of zoiets; het was zo snel, ratelend. Ik luisterde opnieuw en ik dacht: "Wel, iemand is hier naar toe gekomen en spreekt in het Duits met die man van het hotel; misschien zal hij hem antwoorden."

93 En ik stopte met bidden, zo leunend over een stoel, luisterend en hij bleef maar praten. Ik dacht: "Wel, ik vraag mij af waarom er niemand is die hem antwoordt." En ik luisterde; ik dacht: "Welnu, is dat niet vreemd."

94 Er was een weegschaal verderop de weg en ik hoorde die kerel daar beneden schreeuwen: "Rij weg!" weet u en "Rij door!" Ik draaide mij om, keek die kant uit en toen ik dat deed, voelde ik... Ik kwam tot de ontdekking dat ík degene was die sprak. Ik was het. En ik bleef gewoon heel stil, niet één ding wetend. Ik had totaal geen controle meer over wat ik zei, wist geen enkel ding wat ik zei, niets. Mijn mond bewoog, ik sprak de een of andere taal. Ik hield mij gewoon heel stil. Na een poosje stopte het. En toen het stopte, oh my, ik voelde mij alsof ik het zou kunnen uitschreeuwen, gewoon zo blij. Ik weet niet waarom, maar de last verliet mij helemaal.

95 Ik ging dus toen naar de gemeente, riep Billy. En toen ik bij de kerk kwam... Meneer Baxter was de manager van de samenkomst. En hij had gezongen, wachtend. Ik was meer dan een half uur te laat. En ik zei hem dat ik gewoon te laat was.

     En hij zag dat ik gehuild had en hij zei: "Wat is er aan de hand?"

96 En ik zei: "Niets." En ik begon en ongeveer 10 minuten later kwam een vrouw binnen aan de achterzijde van het auditorium en zij stond op het punt de plaats daar achteraan te nemen. En toen wij het met de vrouw bespraken, kwamen wij te weten dat zij op de weg was van de "tweelingsteden" (St. Paul en Minneapolis, ergens, één van die steden)... Zij was er zo erg aan toe met tuberculose dat de ziekenwagen haar niet durfde te brengen; haar longen waren in zo'n toestand, gewoon geleiachtig. Dus haalden een paar broeders een oude Chevrolet, namen de achterbank eruit en maakten daarin voor haar zo'n beetje een veldbed of bed en legden haar daarop en brachten haar naar de samenkomst. Zij wilde komen.

97 De dokters hadden haar opgegeven. En op de weg erheen... Zij vertelden haar dat zij bij het minste stootje een bloeding zou kunnen krijgen, en het was gedaan. En zij kreeg een bloeding. En men had haar eruit genomen en haar op een grasvlakte gelegd. En de heiligen stonden daar te bidden voor de vrouw. En zij was gewoon... Elke keer dat zij ademde was het gewoon gegorgel, het bloed stroomde zo uit haar mond.

98 En plotseling, was zij onmiddellijk genezen! En zij sprong daar van af en begon zich te verblijden, ging verder naar de gemeente. En daar was zij achteraan en getuigde, helemaal achteraan.

99 Ik zei: "Op welk tijdstip was dat?" En toen zij de tijd opgaf, welke tijd het was, was het precies op dezelfde tijd dat dit spreken door mij heenging. Wel, wat was het? Het was de Heilige Geest die bemiddelde voor die vrouw daar! Ziet u wat ik bedoel?

100 Nu, de Bijbel zegt dat. Soms mompelen wij woorden; wij weten niet waarover wij spreken. Maar het is de Heilige Geest die daarin beweegt, bemiddeling doende voor dingen die wij niet begrijpen. Zie?

101 En de vrouw werd onmiddellijk genezen. Wij hoorden het daarna een lange tijd van haar. Zij is perfect gezond, raakte helemaal in orde.

102 Nu, u ziet dat God weet waar deze dingen zijn en Hij heeft een manier om het te doen. Zie? Hij heeft Zijn eigen manier om het te doen. Wij moeten ons slechts onderwerpen aan wat Hij doet. En dan is het, wanneer u daar komt, het moeilijke om uzelf weg te houden van die ene kleine mesdikte van fanatisme ten opzichte van een Waarheid.

103 Nu, als u niet oplet, zal de duivel u gewoon in een hoop fanatisme laten terechtkomen en u zult al uw ervaring en al het andere verliezen. Zie? Wanneer u dat doet... Maar als u zich gewoon kunt vasthouden aan de hechte Waarheid, de Bijbel in het oog houdt en erbij blijft en zachtmoedig en nederig blijft, dan zal God u gewoon verder naar Calvarie blijven nemen, gewoon zo verder de weg af, als u slechts daarbij zult blijven.

104 En dat is zoiets als bij u, zuster. God gaf u gewoon een zegening. Het kan mogelijk een definitief getuigenis zijn dat u zult... Maar ik zou niet alleen daarop rusten (ziet u het?) en zeggen "De Here zei het mij!", omdat ik zei dat die ervaring u misschien zou kunnen bemoedigen om voort te gaan, om verder te geloven. Wat het ook was wat God hier deed, dat Hij zo de Geest op u bracht, het was voor een of ander doel. Het kan mogelijk iets anders geweest zijn; maar als het voor uw man was, zal hij zeker in het Koninkrijk van God komen. Ik geloof dat.

155 Broeder Branham, is het niet Schriftuurlijk dat vrouwen niet behoorden te spreken in de gemeente?

105 Hij heeft twee vragen hier. Dat is waar. Het is niet juist voor vrouwen om predikers te zijn en te spreken in de gemeente. Dat is juist, 1 Korinthe, het veertiende hoofdstuk.

106 Natuurlijk weet u dit allemaal, iedereen van de gemeente hier. En er kan een vreemdeling hier zijn vanmorgen; ik weet het niet. Maar het is niet juist voor vrouwen om prediker te zijn. Dat is waar.

     Ik zal het gewoon hier voor u lezen, dan kunt u het nagaan. En dan zult u het weten; 1 Korinthe, het veertiende hoofdstuk geloof ik. Ik zal het gewoon even opslaan, als ik het kan vinden... Ja, hier is het.

     Dat uw vrouwen in de gemeenten zwijgen; want het is hun niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt. (Nu, de wet liet geen vrouwelijke priesters enzovoort toe in die dagen. Zie?)
     En zo zij iets willen leren, laat ze thuis hun eigen mannen vragen; want het staat lelijk voor de vrouwen, dat zij in de gemeente spreken.

107 Nu, als u hier in Korinthe zult opmerken... Velen van deze Korinthische Christenen en velen van... De grote godin van de wereld in die dag was Diana, welke een Romeinse godin was. En zij was een godin van Efeze. En zij werd over heel de wereld aanbeden. En nu, haar predikers. Natuurlijk, omdat zij een vrouw was, maakte dit dat haar predikers vrouwen waren. En toen zij bekeerd waren tot het Christendom door Paulus... Nu, Paulus was in de gevangenis toen hij deze brieven schreef, te Rome natuurlijk.

108 Nu, zij schreven hem brieven, zie, nadat zij begonnen waren in tongen te spreken en grote gaven kregen die onder hen werkten. Wel, deze vrouwen dachten dat zij moesten voortgaan met hun bediening.

109 Nu, als u het zult opmerken, u die uw Bijbel leest, in het zesendertigste vers zei hij:

     Is het Woord Gods van u uitgegaan? Of is het tot u alleen gekomen?
     Indien iemand meent een profeet te zijn, of geestelijk, die erkenne, dat, hetgeen ik u schrijf, geboden des Heeren zijn.
     Maar zo iemand onwetend is, die zij onwetend.

110 Nu, met andere woorden, de vrouwen... Nu, als u de geschiedenis neemt van deze brief, zie, van de gemeente, dan dachten deze vrouwen dat zij moesten voortgaan met hun bediening net als toen zij de priesteressen waren van de godin Diana. God is geen vrouw. God is een Man. En er is slechts één werkelijke en dat is een man. Een vrouw is een bijproduct van een man. De man werd niet gemaakt voor de vrouw, maar de vrouw werd gemaakt voor de man. Zie? Als u slechts uw geestelijk begrip zou openen, ziet u het. Zie?

111 Toen de mens het eerst op aarde kwam, was hij zowel man als vrouw, vrouwelijk en mannelijk voor hij geslachtelijk werd. Zie? Een vrouwelijke geest, de lagere geest is degene die schuchter is. En dan is er ook de mannelijke, de man. Maar toen Hij hem maakte en hem in een andere... plaatste. Teneinde in de wereld te vermenigvuldigen, nam Hij de vrouwelijke geest van hem weg en haalde een rib uit zijn zijde en maakte een vrouw.

112 Zij moest geen heerseres zijn! Toen zij daarmee voor het eerst begon, veroorzaakte zij de gehele menselijke ondergang. Zie? O, en het was zelfs een... Zij was de oorzaak van de val. En toen nam God haar op en bracht leven terug in de wereld door Christus, door de vrouw. Maar nergens werd een vrouw ooit toegestaan een prediker in de gemeente te zijn.

113 Verder in II Timotheüs het derde hoofdstuk, zei hij: "Maar ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft; zij moet zich rustig houden." Ziet u? En het is niet juist voor de vrouw om te prediken; dat is waar.

114 Nu, ik weet dat ik sommige vrouwen heb gezien die echte predikers waren – zij konden ook preken – zoals Aimée Mc Phearson en veel van die vrouwen daar. Maar leg gewoon uw hand voor een ogenblikje op hen. Zie? Het is niet... Ik ken mensen die in tongen zouden kunnen spreken, die hier vanmorgen in deze gemeente zitten. Als er geen uitlegger was, zouden zij het niet wagen om dat te doen. Zie?

115 U moet bedenken dat die vrouwen geboren werden onder een bepaalde lijn, zodat wanneer zij... Uw geboorte heeft er veel mee te maken. Het is uw naam, alles over u, zie, heeft een samenloop, ongeacht wat het is.

116 Ik zou hier vanmorgen naar buiten kunnen gaan en de trekker van een revolver overhalen en een man doden, maar ik waag het niet te doen. Maar ik kan het prima doen, zeker. Zie, ik zou een man kunnen doden zoals u een eekhoorn zou kunnen doden; maar u wordt niet verondersteld dat te doen. Zie? En dat is hetzelfde. Nu, u moet op die dingen letten, dat u niet... Dit zijn de geboden des Heren.

117 Toen zij schreven en zeiden: "Wel, de Heilige Geest zei het ons!" Zie? Paulus zei: "Is het Woord Gods van u uitgegaan? Of is het tot u alleen gekomen? Indien iemand van u... als u daarginds enige profeten hebt, zullen zij erkennen dat wat ik zeg de geboden des Heren zijn. (Zie? Dat is juist!) Maar als er iemand is die toont dat hij tegenstrijdig wil zijn, als hij onwetend wil zijn, laat hem gewoon onwetend zijn. Zie? Laat hem gewoon met rust en laat hem voortgaan (zie?). Doe er niets mee in tegenspraak." Maar bedenk, zij wordt niet verondersteld in de gemeente te spreken.

118 En daarom, daardoor kunt u uw voorganger of wat het is, beoordelen, of hij geestelijk is of niet. Zie? Hij zei: "Indien iemand meent geestelijk te zijn, of een profeet, die erkenne dat wat ik zeg de geboden des Heren zijn." Zie?

119 Dat is de reden dat ik de mensen opdraag om weer opnieuw gedoopt te worden in de Naam van Jezus Christus. Paulus deed dat en hij zei: "Als een engel uit de hemel komt en iets anders onderwijst, laat hem vervloekt zijn." En dit wordt hier ook onderwezen. Als iemand komt... Als een engel uit de hemel kwam en zei: "Laat de vrouwen prediken en predikers zijn, verordineer hen als predikers!", dan zei de Bijbel: "Hij zij vervloekt!" Dit hier zijn de geboden des Heren.

156 Is het juist voor Christenmannen en -vrouwen om elkaar te kussen bij het begroeten?

120 Nee, meneer! Inderdaad niet! Nee, meneer. U kust één vrouw, broeder, dat is uw vrouw, zie, of uw kind, of... Zie?

     "Is het juist voor..." Laat mij zien of ik dat juist heb! "Is het juist voor Christenmannen en -vrouwen elkaar te kussen bij begroetingen?"

121 Zeker niet! Inderdaad nee! Dat... Laat dat nooit beginnen! Ja, meneer! Beslist niet! Blijf van vrouwen af! Blijf bij hen vandaan! Precies juist!

122 Nu, zij zijn onze zusters, maar... Nu, zij hebben dat gedaan. Dat in... Die zaak kwam zelfs over in Pinksteren en het wordt "vrije liefde" genoemd. En wanneer u iets als dat krijgt, blijf er bij vandaan. Dat is juist.

123 Het maakt me niet uit hoe rein u bent... U bent mijn broeder, en ik geloof dat u een goed, toegewijd, heilig man bent. Het maakt me niet uit hoe heilig u bent; u bent nog steeds een man. En ik geef er niet om hoe heilig zij is; zij is nog steeds een vrouw. Blijf er van weg tot u gehuwd bent. Doe dat gewoon!

124 Bedenk dat het lichaam... Ik zal nu dubbelzinnig spreken zodat u, oudere mensen het zult begrijpen. Het is een gemengde groep, maar ik ben uw broeder, en dit is een vraag. Zie?

125 Elk menselijk wezen, man of vrouw, heeft een ander soort klier. Een vrouw heeft een vrouwelijke klier, geslachtsklier. Een man heeft een mannelijke klier, geslachtsklier. En die klieren liggen in de menselijke lippen. Dat is juist.

126 En hier is een ander ding dat misschien naar voren gebracht kan worden, mannen die elkaar op de mond kussen. Dat is smerig! Dat is vuiligheid! En wat veroorzaakt het? Er komen homoseksuelen van. Blijf er vandaan! U zegt...

127 Een kerel vroeg mij niet lang geleden: "Broeder Branham, waarom, men begroette elkaar met een heilige kus." Zij kusten elkaar achter in de hals, vielen elkaar om de nek en kusten elkaar achter in de hals. Dat was voor de handdruk in gebruik kwam. Het is een begroeting. Zo is het. Zij gaven elkaar geen hand; zij sloegen hun armen om elkaar en zij kusten elkaar achter in de hals, niet op de lippen, in het gezicht. Zo begint een perversie. Blijf erbij vandaan! Doe dat nooit.

128 Tegenwoordig schudden wij elkaar de hand. Als u wilt... U hebt uw arm om uw broeder en kust hem in de hals of hij kust u in de hals, dat is in orde. Maar kus die vrouw niet en laat die vrouw u niet kussen. Zie? Dat is juist! U neemt haar bij de hand en zegt: "Wacht even zuster, een ogenblikje slechts, ziet u; laten wij dit correct houden!" Dus, doet u dat nu.

129 Nu, wat zei ik u een poosje geleden toen ik begon? Wanneer u een auto de weg ziet afkomen met 145 kilometer per uur, ga uit de weg. Dat is juist! Wanneer u de eerste kronkel in zoiets ziet aankomen, ga er vandaan; blijf er van weg! Dat is de grond die u niet zou moeten betreden. Satan zal u iets aanbieden dat uw ziel te gronde richt en u naar de hel zendt. Blijf er van weg! Mijd de minste verschijning van het kwade. Dat is juist.

130 Wees een man, wees een vrouw, zoals... Ik zal het even voor de vrouwen opnemen. Dat is ongewoon, nietwaar? Men zegt: "O, de vrouw veroorzaakte het! O, het was de fout van de vrouw. Als zij niet van haar plaats was gegaan, wel, de man zou niet uit de zijne gegaan zijn." Dat is waar. Laten we zeggen dat dit waar is. Zij raakt uit haar plaats. Een man kan niet slecht zijn tenzij er een slechte vrouw is; maar bedenk dat er geen slechte vrouw kan zijn zonder dat er een slechte man is. Dat is juist!

131 En u die beweert een zoon van God te zijn, waar zijn uw principes? Als de vrouw niet uit haar plaats is, bent u niet een zoon van God? Bent u niet degene die een hoger, sterker vat is? Als de Bijbel zegt dat zij zwakker is, betoon u dan een man van God als zij zwakker is. Zeg haar: "Zuster, u bent fout." Zo is het! Ik heb het gedaan en andere Christenen hebben het gedaan. En u zult het altijd doen zolang u een Christen bent, maar betoon uzelf. U bent een zoon van God. U hebt meer kracht over uzelf dan de vrouw. Als zij zwakker is, erken dat zij zwakker is. Begrijp haar fouten en dergelijke dingen of probeer haar te corrigeren. Zeg: "Zuster, wij zijn Christenen, wij behoren dat niet te doen." Zie? Wees een echte man, wees een zoon van God en let op de vrouwen.

132 En daar is het waar de grote val begon in het begin. Het was Satan met Eva. Dat bracht daardoor de gehele ondergang van het menselijk ras teweeg.

133 En als u een zoon van God bent, wees sterk; wees een echte man. Als u niet op die wijze bent, blijf bij het altaar tot u dat wordt. En mijd de minste verschijning des kwaads. En begin nu niet te begroeten...

134 Iemand sprak mij er enige tijd geleden over dat men dat twee- of driemaal gezien had bij mijn gemeente hier, van... Niet hier in de kerk, maar mensen die naar deze kerk kwamen. En als u hier deze morgen zit, ik zou dit echt goed voor u willen uitdiepen. Zie?

135 Vrouwen, jonge vrouwen kwamen erheen en deze mannen kusten deze vrouwen. Doe dat nooit! Houd u daarvan weg. Herinner u dat! Als zij jong is, ongehuwd of wat zij ook is, zij zal op een dag iemands vrouw zijn. En u hebt er niets mee te maken met dat te doen. Blijf van haar weg. Als u haar wilt begroeten, wees dan een zoon van God, geef haar een hand en zeg: "Hoe maakt u het, zuster." En laat het daarmee geregeld zijn. Zie?

136 Blijf van die dingen weg; het is vuiligheid. En het zal u spoedig in moeite doen komen. U... O, dat is gewoon... Zonde is zo gemakkelijk en het is zo aanlokkelijk en zo aangenaam. Het is zo gemakkelijk om er regelrecht in te vallen. Het beste om te doen is, zelfs bij de minste aanleiding, erbij vandaan te blijven! Ga terug! Wees een echte Christen!

137 En wat mannen betreft die elkaar kussen, als u uw broeder op de hals kust, en u wilt het doen, dat is in orde. Kus geen man op de lippen en op de mond of zoiets als dat, omdat dat verkeerd is. Zie? Nee, dat toont aan dat er iets verkeerd is om mee te beginnen. Zie? Blijf daar dus gewoon vandaan, vermijd dat. Begin daar niet mee rond deze tabernakel hier. Nee, wij zullen dat zeker helemaal niet toestaan. Zie?

138 Als u uw broeder wilt groeten, als u hem in de hals wilt kussen, ga uw gang en doe het, maar kus geen mensen op de mond, omdat dat niet zal werken; dat is niet juist! En het start alleen een perversie. Het doet homoseksualiteit en zo beginnen.

139 Er zijn slechts twee dingen die voldoende zullen zijn in dergelijke dingen... Als u begint... Laat de man... Ik zag... O, vele malen zullen zij onder de mensen komen. Ik heb de kerken gezien waarin de prediker binnenkwam, stak een hand uit en pakte elke zuster vast en hield haar tegen zich aan en kuste haar en liet haar zitten. "Hoe maakt u het, zuster, halleluja!" Strekt zich uit naar deze en kust haar. Gaan gewoon op die wijze de kerk door. Voor mij is dat verkeerd!

140 Toen ik in Finland was, waren wij allemaal daarginds... U kunt dit misschien weten; wij hadden samenkomsten en ik was in de Y.M.C.A. Er was geen zeep, geen reinigingsmiddelen in Finland. En alleen... Ik had wat scheerzeep en ieder van ons moest zich snel douchen, weet u, met deze scheerzeep. Wij hadden slechts één stuk bij ons en wij hadden geen zeep in Finland. En zij wasten zich gewoon met een of ander mengsel dat bijna de huid van je afhaalde.

141 Zo dan... Men zei ons dat men ons mee zou nemen naar een Finse sauna. En wij gingen naar de Y.M.C.A. En wij gingen daar naartoe om een sauna te nemen. Dat is dat Finse, beroemde Finse bad. En ik had ze eerder gehad en ze waren fijn. Ik dacht: "Wel, wij zullen erheen gaan... Het is bij de Y.M.C.A, het zal dus goed zijn..."

142 Maar toen ik er naar toe begon te gaan, zei de Heilige Geest mij: "Doe dat niet." (O, het is zo goed om de Heilige Geest te hebben.) "Doe dat niet."

     Wel, ik zei direct: "Ik geloof niet dat ik deze morgen een bad wil."

     Dokter Manninen en de anderen zeiden: "O, broeder Branham, wel, er zijn enkele grote glaskamers! Het is prachtig. Het is niet..."

     Wat zij gewoonlijk doen is dat zij dit water op deze hete rotsen werpen en u helemaal in de stoom zetten, en dan slaan ze u zo met berkenbladeren en dan loopt u gewoon naar buiten en duikt het koude water in. Die Finnen gaan regelrecht de sneeuw en het ijs in en dergelijke. Maar natuurlijk zijn ze dat gewend, deze grote, stevige mannen. Dan keren zij terug en stappen weer in dat hete bad, gaan van heet naar koud, zo snel als wat. Maar ze lieten mij gewoon staan waar de koele lucht was, en dan teruggaan, want ik kon het niet. Ik was bang dat het je hart zou stoppen als je dat deed, en was het niet gewend.

     Dus ik mocht hen erg graag, maar Iets vertelde mij om dat daar niet te nemen. Wel, Howard, mijn broer, en broeder Baxter en zij allemaal gingen daarheen, en de broeders en al de anderen, weet u, allemaal pratend, weet u, terwijl ze erheen gingen. Dus ik werd een beetje schuw, weet u, omdat de Heilige Geest had gezegd: "Doe het niet."

     Dus we gingen daar naar de Y.M.C.A., en ze kwamen binnen, al die mannen daar, en groetten mij. En o, ze hadden elke dag grote koppen in de krant, eerste en tweede pagina, over de samenkomsten. En ze waren in de buurt.

     Ik ging naar een kleine kamer en ging zitten, en zij gingen allemaal de kamer in om zich uit te kleden. En terwijl zij daar binnen waren in hun onder-... om zich uit te kleden, kwam daar een lieflijk uitziend, klein, blond, Fins meisje; en het zijn fijne mensen, ze zijn zo rein en moreel als ze maar kunnen zijn. Hier kwam ze, de handdoeken over haar schouder, en begon de kamer in te lopen. Ik zei: "Hee, hee, hee! Stop! Psss!" Ik probeerde haar te stoppen. Ze keek om en lachte, ging verder naar binnen, en gaf elk van hen (en die mannen hadden geen kleren aan) een handdoek. Elke vrouw kwam een man halen, nam ze terug naar binnen en schrobde ze. Ik zag wat de Heilige Geest bedoelde.

     Dus toen ik weer naar buiten kwam, zei ik: "Dr. Manninen, hoe komt dat? U bent Christenen, en gaat naar binnen en neemt die sauna met die..."

     "O," zei hij, "dat zijn schrob-vrouwen, broeder Branham."

     Ik zei: "Het maakt me niet uit wat zij zijn. Het is verkeerd. Het is niet goed." Ik zei: "En de natuur zelf leert u dat."

     Hij zei: "Wel, broeder Branham, ze zijn van kind af aan opgeleid om te schrobben. Net als uw verpleegsters in Amerika en dergelijke dingen, ze zijn daarvoor opgeleid."

     Ik zei: "Het maakt me niet uit wat ze zijn, het is nog steeds verkeerd. Absoluut. Het is mannelijk en vrouwelijk, en ze behoren gekleed en gescheiden te zijn van elkaar." Amen.

     Ik wil daar niet over beginnen, dan zou ik daar straks over aan het prediken zijn, nietwaar? In orde.

156 b Leg alstublieft apostolisch geloof uit.

     Dat is één vraag. Er zijn één, twee en drie vragen. Apostolisch geloof betekent "het geloof van de apostelen". Dat is wat apostolisch geloof betekent, dat u bij de Bijbel blijft. Nu, wat tegenwoordig apostolisch geloof wordt genoemd... velen blijven niet bij de Bijbel. Maar apostolisch betekent het apostolische geloof, het apostolische geloof van de Bijbel. In orde.

156 c ... en de groep die zichzelf fundamentalisten noemen; zijn deze twee groepen gered?

     Nu, ik weet het niet. Zie, ik zou niet weten hoe ik dat zou moeten beantwoorden. Nu, "zijn deze groepen gered?" Ik weet het niet.

     Verklaar het verschil tussen de geest en...

     Wel, dat is een andere vraag, nu.

     Nu, "zijn deze groepen gered?" Laat mij dat gewoon iets begrijpelijker voor u maken en zeggen: "Ik weet het niet. Ik zou het niet weten."

     Nu onthoud, hier zijn mijn gedachten, het kan verkeerd zijn. Maar mijn gedachten zijn, dat als een Rooms-katholiek, of wat hij ook mag zijn, Methodist, Presbyteriaan, Kerk van Christus, Lutheraan of wat hij ook is... als hij gelooft in de Here Jezus Christus en Hem plechtig vertrouwt voor zijn redding, dan geloof ik dat hij is gered.

     Maar ziet u, de Rooms-katholieke kerk gelooft dat niet. Zij geloven dat de kerk hen redt. Zie? Hun redding is in de kerk. Zoals deze priester hier enige tijd geleden uit de lucht werd gehaald, omdat hij zei: "Er is geen andere redding dan alleen in de kerk, zie, de Roomse kerk." Nu, dat is verkeerd. Redding is door Jezus Christus. Dat is juist. Niet door de kerk, maar door Christus.

     Nu, of hij apostolisch is, of, ja, apostolischen en fundamentalisten noemen zichzelf...

     Nu, zoals een fundamentalist die een tijdje geleden naar mij toekwam, en tegen mij zei: "U neigt enigszins naar het Calvinisme, is het niet?"

     Ik zei: "Wel, zolang Calvijn bij de Bijbel blijft, ben ik bij hem." Ik zei: "Ik volg alleen de Bijbel, en als Calvijn bij de Bijbel blijft. Maar als hij afwijkt van de Bijbel, dan ga ik gewoon verder en geloof de Bijbel."

     Hij zei: "Wel," zei hij, "ik wil u iets zeggen. U vertelde, ik hoorde u zeggen dat als iemand eens was gered, hij nooit meer verloren kon gaan."

     Ik zei: "Dat is precies wat de Schrift zegt. 'Hij heeft eeuwig leven en zal nooit in veroordeling of in het oordeel komen, maar is reeds overgegaan van dood in leven.'" Ik zei: "Dat zei ik niet; dat was Jezus Christus Die dat zei."

     Hij zei: "Dan wil ik u iets vragen." Zei: "Gelooft u dat Saul was gered?"

     Ik zei: "De Saul... de koning Saul?"

     Hij zei: "Ja."

143 "Wel", zei ik, "zeker!"

     Hij zei: "Bedenk nu, dat hij een profeet was."

144 Ik zei: "Juist, de Bijbel zei dat hij profeteerde met de profeten." Hij had een gave van profetie. Hij was geen profeet, maar hij had een gave van profetie omdat hij daar was met de profeten toen zij profeteerden. Maar wij weten dat Samuël profeet was in die dag, zodat... Maar Saul profeteerde met de profeten.

     Hij zei: "Als hij dan een profeet was, was hij dan gered?"

     Ik zei: "Absoluut!"

     Hij zei: "Dan wil ik u iets vragen. Ik wil u iets vragen. U zegt dan dat Saul gered was en de Bijbel zei dat de Heer hem verliet en dat hij een vijand werd van God en hij pleegde zelfmoord en dan zegt u dat hij gered was?"

145 Ik zei: "En u bent een fundamentalist?" Ik zei: "Broeder, u leest het gewoon niet juist; dat is alles. U leest niet wat de Schrift zegt."

     Hij zei: "Wel, Saul kon niet gered zijn als hij een vijand van God werd."

     Ik zei: "Saul was gered."

     "O!" Hij zei...

146 Ik zei: "Hij was een profeet, hij moest gered zijn. Zie? God redde hem en God is geen Indianen-gever, zoals wij het noemen. Hij... Wel, als God u de Heilige Geest geeft, wetend dat Hij u hier meteen weer zou verliezen, nu, wat een dwaze zaak zou het voor Hem geweest zijn u de Heilige Geest te geven in de eerste plaats."

147 U kunt misschien de Heilige Geest nabootsen en handelen alsof u de Heilige Geest hebt, maar als u de Heilige Geest hebt; God kent uw einde vanaf het begin. Dat is juist! Dat is een slappe manier om zaken te beheren. God beheert de Zijne niet zoals... Hij is oneindig; Hij kende het einde vanaf het begin en wist alles wat hier ooit zou zijn. Elke bloem, elke mug die er ooit op aarde zou zijn, kende Hij eer de wereld ooit begon. Zo ziet u, waarvoor zou Hij Zijn zaken behartigen zoals dat? Hij doet dat niet.

148 Als u oplet, als u echt de Heilige Geest hebt, bent u eeuwig gered. Ik kan dat door de Schriften bewijzen en wij hebben het keer op keer gedaan. Maar om tijd te sparen om deze vragen door te nemen, moge ik dit zeggen, zie, dat deze knaap zei: "Wel, wat zou u dan over Saul zeggen?"

149 Ik zei: "Zeker was Saul gered. Bedenk dat Saul terugviel; ik zal dat toegeven. Hij keerde zich af en ging weg van God, omdat hij hebzuchtig was. Hij hield van geld." Hij had al die offers en dingen meegenomen, terwijl Samuël door het Woord van God hem had gezegd alles te vernietigen. Maar hij spaarde zelfs de koning en hij spaarde een hoop spul en bracht het mee, omdat... Zie? In plaats van het Woord van God gewoon precies op te volgen zoals het zegt, plaatst u er uw eigen mening in; daar valt u terug.

150 Zo denk ik over denominaties en zo; zij vallen terug omdat zij het Woord niet volgen. En toont u hun het Woord, dan draaien zij hun rug ernaartoe en zeggen: "O, onze kerk onderwijst dit." Dat is niet juist, het is wat God zegt!

151 En Samuël werd opgedragen daar naar toe te gaan; of liever, Saul was het, en alles totaal te vernietigen: "Alles, vernietig het allemaal." In plaats van dat te doen, spaarde hij wat voor het offer en hij spaarde het leven van de koning en hij deed van alles. En Samuël ging uit hem tegemoet en zei dat de Geest van God van hem geweken was – al dergelijke dingen.

152 En Samuël stierf. En ongeveer twee jaar later, wel, dan, had Saul... De Geest van God was van hem geweken, maar hij was niet verloren. Zeker was hij het niet, de zalving ging van hem weg. Let nu op en zie of het zo was.

153 Saul raakte zo ver weg van God dat toen hij de strijd inging... Hij begon naar de strijd te gaan. En hij was er bezorgd over om naar de strijd te gaan en hij vroeg de Here om een droom. De Here wilde hem geen droom geven. Er waren geen profeten in het land in die dag, geen profeten. Samuël was een profeet. Men had voorspellers enzovoort, maar hij kon op geen enkele manier van God een antwoord krijgen. Hij ging zelfs naar de Urim en Thummim toe en vroeg het daar. En het flikkeren van de stralen op de Urim en Thummim wilde hem zelfs niet antwoorden. En wat deed hij? Hij kroop een grot in waar een heks was, een waarzegster. En deze heks. Hij vermomde zich als een voetknecht en ging naar haar toe en zei: "Zou u voor mij de geest van Samuël de profeet willen oproepen?"

     En zij zei: "Welnu, u weet wat Saul gezegd heeft." (Zij sprak tegen Saul maar zij wist het niet.) Zij zei: "Saul zei dat allen die waarzeggende geesten hadden, gedood moesten worden."

     Hij zei: "Ik zal u tegen Saul beschermen, maar roep mij de geest op van Samuël."

     De heks ging dus in haar betoveringen en meteen, weet u, toen zij Samuël zag opkomen, de geest van hem zag komen, die zich stoffelijk maakte voor hen, zei zij: "Ik zie goden oprijzen uit de aarde."

154 Dat is een van de vertroostingen. Kijk naar de oude Samuël die daar stond. Hij was al twee jaar dood, maar daar stond hij. Niet alleen... Hij stond daar met zijn profetenmantel aan. Niet alleen was hij nog steeds in leven, maar hij was nog steeds een profeet. Halleluja!

     Zij zei: "U hebt mij misleid. De..."

     En Saul zei: "Samuël , ik weet niet wat ik moet doen. Ik ga morgen strijden. En de Geest is van mij geweken. Ik kan zelfs geen droom van de Here krijgen. En de Urim en Thummim wil niet tot mij spreken. Ik ben in een verschrikkelijke toestand."

155 Hij zei: "Ziende dat u een vijand van God bent geworden, waarom hebt u mij uit mijn rust geroepen?" Zie? Samuël zei dat. Hij zei: "Waarom riep u mij uit mijn rust, ziende dat u een vijand werd voor God?" En toen ging hij voort en zei het hem. Hij zei... Maar nochtans zou hij hem het Woord des Heren zeggen. En toen hij het deed... Bedenk nu, dat hij twee jaar dood was. Zie? Maar hij zei: "Ik zal het Woord spreken." Hij zei hem het Woord des Heren. Hij zei: "Morgen zult u in de strijd vallen en Jonathan uw zoon zal met u vallen. En omstreeks deze tijd morgenavond zult u met mij zijn." Als hij verloren was, dan was Samuël, de profeet, het ook. Dat is fundamentalisme; u ziet waarom het zo genoemd wordt. Zie, zie? Hij zei: "Morgenavond, omstreeks deze tijd, zult u met mij zijn." Zie? Als Saul dan verloren was, dan was Samuël het ook, omdat zij beiden in dezelfde plaats waren.

156 Nee, nee! Fundamentalist, u... De zogenaamde fundamentalist zoals de zogenaamde Kerk van Christus en de zogenaamde Christen, het zogenaamde Christendom. Vandaag wordt u verondersteld een Christen te zijn, omdat u een Amerikaan bent. Zie? Dat is zogenaamd Christendom. Maar een echte Christen is een wedergeboren man uit de Geest en een wedergeboren vrouw uit de Geest. Dat is echt... Deze anderen bootsen na, maar echte Christenen zijn van God geroepen.

157 Leg alstublieft het verschil uit tussen de geest en de ziel.

157 Welnu, dat is een moeilijke. Maar het eerste dat u bent is een drie-enig wezen, net zoals Vader, Zoon en Heilige Geest. Vader, Zoon en Heilige Geest zijn drie titels, die betrekking hebben op één Persoon, welke Jezus Christus is. En u bent ziel, lichaam en geest. Maar die drie zijn ervoor nodig om u te maken. Met alleen maar één daarvan, bent u "u" niet. Deze drie zijn nodig om u te maken.

158 Zoals ik onlangs zei: "Dit is mijn hand; dit is mijn vinger; dit is mijn neus; dit zijn mijn ogen; maar wie ben ik? Wie ben ik waartoe dit behoort? Het is wat er aan de binnenkant van mij is; dat is de intelligentie."

     Als deze ogen, als deze handen, als dit lichaam hier stond net zoals vandaag, zou ik toch... Mijn lichaam zou hier kunnen zijn, maar ik, wat ik ben, zou heengegaan kunnen zijn. Wat ik ook ben aan de binnenkant van mij is heengegaan. Dat is het deel dat de geest is. De ziel is de natuur van die geest, zodat wanneer de Heilige Geest op u komt, Het niet niets doet... U... Het verandert of bekeert uw geest tot een andere ziel. En die ziel is een andere natuur die op die geest is. De ziel is dus de natuur van uw geest.

159 Eerst was u gemeen en boos en hatelijk en kwaadaardig en ruzieachtig; nu bent u liefhebbend, innemend, vriendelijk, en... Ziet u het verschil? Het is uw natuur. Wij zouden kunnen... Ik zal het dat noemen. Het is uw ziel die veranderd is. De oude ziel stierf en de nieuwe ziel die de nieuwe natuur is werd in u geboren. Zie?

160 Uw hersenen zijn niet uw intelligentie; het is uw geest die in u is die uw intelligentie is. Zie? Uw hersenen zijn een hoop stof en cellen enzovoort; zij hebben geen intelligentie in zichzelf. Als zij dat hadden, dan zouden zij steeds in werking zijn zolang als zij daar lagen, of u nu dood of levend was. Zie? Maar het zijn niet uw hersenen; het is uw geest binnen in u. En uw ziel is de natuur van die geest. Dat is de ziel van de geest die beheerst – de geest die het lichaam bestuurt. Zie? Daar bent u er.

     Nu, ik moet mij haasten, omdat het gewoon wat laat wordt. Ik denk, ik hoop dat dat voldoende is.

158 Broeder Branham, leg alstublieft uit – maak alstublieft duidelijk of vrouwen zouden moeten getuigen of in tongen spreken in de samenkomst.

161 Wel, ik geloof dat als de vrouw een prediker in de samenkomst is, zij niet verondersteld wordt een prediker te zijn. Maar als zij een gave van tongen heeft en spreekt in de samenkomst waar er profeten en de gaven samen vergaderd zijn, geloof ik dat zij recht heeft dat te doen. Omdat wij in de Bijbel ontdekken dat men profetessen had zoals Mirjam en zo en zij hadden geen rechtsmacht... Als ik aan mijn korte prediking toekom, zal ik dat daarin aanroeren. Zie?

162 Maar de vrouwen, als zij gaven hebben... Nu, de correcte wijze – ik geloof dat wanneer wij binnenkort zover komen... Wanneer onze gemeente zich wat meer in orde gebracht heeft... En, tussen haakjes, er is een nieuwe groep, een nieuwe... andere gemeente gaat zich verenigen en... komt bij deze gemeente zodra wij hier ruimte voor hen krijgen en zo. Een andere gemeente zal komen en zich met deze gemeente verenigen, geen organisatie, gewoon komen als een lichaam, in een groep, naar de gemeente. En zij zijn een groep van mensen met gaven.

163 En nu, wanneer het samen komt, zijn de dingen om te doen, dat deze mensen met gaven op bepaalde tijdstippen moeten bijeenkomen voor zichzelf en zien wat de Geest tot hen zegt. En dan zou het kunnen worden meegedeeld vanaf het podium. En de mensen... Het is voor de opbouw van de gemeente.

164 Nu, als u in tongen spreekt en u weet dat niemand het uitlegt... En dan als u in de samenkomsten bent, is het soms zo oneerbiedig, weet u. U vindt soms... Ik heb in mijn samenkomst gestaan, terwijl ik een altaaroproep deed, en iemand zou opstaan en de altaaroproep verbreken door in tongen te spreken. Nu, zie, nu, de persoon mag correct in tongen gesproken hebben; dat kan de Heilige Geest geweest zijn, maar ziet u, zonder erin onderricht te zijn wat te doen, hoe dat in te houden...

165 Ik heb gewoon op het podium gezeten en een prediker horen preken en hem tot een plek zien komen... My, ik wilde opspringen en hem zo graag helpen dat ik niet wist wat te doen. En u hebt hetzelfde gedaan; wij doen dat allemaal. Maar wat is het? Dat is oneerbiedig. Blijf zitten. Houd rekening met mijn broeder.

166 Ik hoorde broeder Neville prediken en hij heeft mij horen preken wanneer wij zouden, ongetwijfeld... Broeder J.T. hier en zij allen, of... wij kunnen iemand anders horen prediken; wij denken: "O, broeder, ik geloof dat ik zal opstaan om hem er uit te helpen." Zie? U voelt gewoon de Geest Zich op u uitstorten, maar wat doet u? Zwijg stil. Zie? Omdat de geest der profeten onderworpen is aan de profeet. Zie? Dat is juist, houd u stil. Zie? Doet u dat.

167 Maar ik geloof als de vrouw... De vraag was als de vrouw een gave van tongen heeft en zij wil spreken... ik geloof dat als die tijd komt, zij recht heeft uit te spreken in een gave van tongen, maar niet om te prediken of enig gezag over de man uit te oefenen. Wanneer zij een prediker is, is zij natuurlijk over de man.

159 Broeder Branham, ik was gehuwd met een vrouw die voordien gehuwd was geweest. Wij scheidden en zij is sedertdien tweemaal getrouwd. De Bijbel verklaart dat als wij verlangen te trouwen wij moeten terugkeren naar de eerste vrouw. Nu, zou ik naar haar kunnen terugkeren die voordien gehuwd geweest is of zou ik vrij kunnen zijn?

168 Welnu, mijn broeder, hier is de enige wijze waarop u zou kunnen handelen. Nu, dit is een enorm onderwerp en op de een of andere dag wil ik als de gemeente ooit op orde komt en georganiseerd is zoals zij behoorde te zijn of... Ik zeg dit met eerbied, ik... Er zijn in de kerken twee groeperingen over deze huwelijk- en echtscheidingskwestie; de ene hangt de ene groep aan en de andere de andere. En volgens mijn mening, met de genade in mijn hart voor God en Zijn Bijbel, zijn zij beide verkeerd. Zie? Maar er ligt daar een waarheid.

169 Als u opmerkt wat Jezus zei... Nu hier, ik heb een broer, mijn eigen bloed-broer, die op het punt staat een vrouw te trouwen. En mijn broer is voordien gehuwd geweest en heeft een kind bij een goede vrouw. En hij kwam naar mij om hem te huwen. Ik zei: "In geen geval!"

170 Jezus zei in Mattheüs 5: "Een ieder, die zijn vrouw wegzendt en een andere trouwt ware het niet om de reden van ontucht (welke zij gedaan moest hebben voor zij gehuwd was en waar ze hem niets over had verteld), veroorzaakt dat zij overspel pleegt; al wie haar trouwt die weggezonden is, leeft in overspel." Doe dat dus niet. Nee, u kunt niet teruggaan naar uw eerste vrouw als zij opnieuw gehuwd is. Maar als u – zij scheidde van u en zond u weg...

171 Dan zei u: "Ben ik vrij?" Laat mij het opnieuw lezen. "Ik was gehuwd met een vrouw die voordien nooit gehuwd geweest was. Wij scheidden en zij is sindsdien tweemaal getrouwd (ik veronderstel dat deze persoon alleen gebleven is). De Bijbel verklaart naar de eerste terug te keren als wij verlangen te trouwen."

172 Beslist niet! Ga terug naar de Levietische wetten. U gaat terug naar die vrouw, die het bezit is van iemand anders. U heeft zich verontreinigd en het voor uzelf slechter gemaakt dan ooit. Nee, u zou geen vrouw moeten terugnemen die met iemand anders is getrouwd geweest.

173 Nu: "Zou ik kunnen terugkeren naar haar die voordien is gehuwd geweest of zou ik vrij moeten zijn?" U bent vrij! Blijf vrij! Ja, ga niet opnieuw terug. Nee, meneer! Zij is met iemand anders gehuwd; blijf van haar weg. Dat is juist. Dat verontreinigt...?... U begrijpt het wel. Indien wij wat meer tijd hadden, zou ik daarop graag ingaan. Maar gewoon op uw vraag, mijn broeder, wie u ook bent. Nee, meneer! Ga niet terug om die vrouw te nemen wanneer zij twee- of driemaal is getrouwd sedert zij u trouwde. Dat is verkeerd.

174 Ik trouwde hier niet lang geleden een paar dat voordien getrouwd was geweest en zij scheidden en gingen weg, een oud stel. O, het waren broeder en zuster Puckett; dat is precies wie het waren. Zij konden gewoon niet met elkaar opschieten en hadden wat ruzie met elkaar; zij scheidden. Zij leefde gewoon even trouw en alleen als zij maar kon zijn en hij leefde op dezelfde wijze. En na een poosje zagen zij in hoe dwaas zij waren en zij kwamen terug en wilden gehuwd worden. Ik zei: "Zeker!" Zie? "Dat is in orde, dat is wat u behoorde te zijn." Zo dus zij... Wel, zij waren heel de tijd getrouwd geweest. Zij waren nooit gescheiden; gaf hun slechts papieren om samen te leven als man en vrouw; dat is alles, omdat zij van het begin af aan gehuwd waren.

160 Wat betekenen de drie letters op de Katholieke crucifix? (Laten wij zien.) Wat betekenen de drie letters op het Katholieke kruisbeeld?

175 Wel, ik denk dat al de kruisbeelden hetzelfde zijn, als ik... Ik zou dat beter kunnen nakijken. Maar er staat I-N-R-I op wat "Jezus van Nazareth, Koning der Joden" betekent. Zie? Als dat is wat het is, ik weet niet of zij enige andere speciale betekenis of zo hadden. Maar die letters betekenen "Jezus van Nazareth, Koning der Joden" I-N-R-I, dat is wat er op het kruisbeeld staat. In orde.

161 Zou het verkeerd zijn om tienden te gebruiken voor fondsen van kerkgebouwen?

176 Welnu, hier is een gevoelig dingetje voor de gemeente nu. Nee, correct is dat tienden naar de prediker gaan. Dat is juist! In de Bijbel had men een doos die men neerzette bij de deur, in het Oude Testament, voor het gebouw. Deze doos was een fonds waar de mensen geld in deden voor het herstellen... U hebt het vele keren in het Oude Testament gelezen. Men onderhield de gebouwen en dergelijke dingen... In al het onderhoud van het gebouw werd door dat fonds voorzien. Maar een tiende daarvan, een tiende van de tienden, al de tienden, gingen naar hun priesters, hun voorgangers. Ja, tienden moeten voor niets anders dienen.

177 Ik ken mensen die hun tienden nemen en ze aan een weduwe geven. Dat is verkeerd. Als u de weduwe iets te geven hebt, geef het haar, maar geef haar Gods geld niet. Dat is het uwe niet in de eerste plaats. Dat is van God!

178 Als u mij naar de stad zendt om een brood te kopen en u geeft mij 25 dollarcent om het brood te kopen en ik ontmoette iemand op straat die het nodig had voor het een of ander en ik zou hem de 25 cent geven, zie, dan geef ik hem uw geld. Als zij mij om iets vroegen, laat het hen krijgen uit deze zak hier en ik geef hun mijn geld; maar dit is úw geld. En een tiende ervan is van de Here. En Levi de priester zou kunnen leven door de tiende.

179 De tiende moet een tiende zijn die in de voorraadschuur gebracht moet worden met een belofte van God om het te zegenen, en een bewijs. Hij zei: "Als u het niet gelooft, kom en beproef Mij en zie of Ik het niet zal doen." Zie? Dat is juist!

180 De tienden gaan de gemeente in voor de voorganger enzovoort om van te leven. En het gebouwenfonds en dergelijke dingen, dat is alles bij elkaar genomen een apart fonds. Nu, dat is Schriftuurlijk.

181 Als we er een keer over beginnen, wil ik een avond nemen... Ik ben hier enige tijd geleden op ingegaan, voor ik de tabernakel verliet, en nam ongeveer twee of drie weken gewoon over dergelijke onderwerpen en ging er helemaal op in en toonde wat tienden in de gemeente waren.

162 Broeder Branham, is er iets verkeerd met te behoren tot een loge zoals de vrijmetselaars, nadat wij Christenen zijn geworden?

182 Nee meneer! U bent een Christen waar u ook bent. Ik geef er niet om waar u bent, u kunt nog steeds een Christen zijn.

163 Wat vindt u de beste manier om de Heer te vinden... Wat vindt u de beste manier om de wil des Heren te vinden in sommige belangrijke zaken?

     Nu, laat... ik geloof niet dat ik... Laat mij zien of ik de samenhang ervan kan vatten. "Wat vindt u dat de beste manier is (ik zie dat er hier een komma zou moeten staan, veronderstel ik)... Wat vindt u dat de beste manier is om de wil des Heren te vinden in sommige belangrijke zaken?"

183 Ik zeg u, beste vriend, dat de beste manier om de wil des Heren te vinden in sommige belangrijke zaken gebed is. Zie?

184 Nu, laat mij... Hier is iets prachtigs. Als u een zaak hebt die erg belangrijk is... Nu, hier is de manier waarop ik het doe. Ik neem het mee voor de Here. En het is altijd mijn sterkte geweest; ik wacht op de Here en zie wat Hij zegt. En ik laat mij zelf er gewoon neutraal voor zijn, kies geen enkele zijde en zeg: "Nu, hemelse Vader, het kan..."

185 Natuurlijk nu, wacht ik in mijn geval meestal op een visioen, als het erg belangrijk is. Maar bij vele mensen, handelt God niet met visioenen. Ik zou u dus daarom willen adviseren dat niet te doen. Zie? Omdat het gewoon maar enkele mensen zij die visioenen hebben en sommigen doen iets anders. Waar u iets anders doet dat ik niet zou kunnen doen misschien – in uw wijze van de Here te dienen – ik doe iets dat u niet zou kunnen doen. Zie? God handelt verschillend met ons.

186 En dus zou ik, als ik in uw plaats was en geen visioenen van de Here kreeg, gewoon op de Here wachten en zeggen: "Here, toont U mij nu welke beslissing ik moet nemen." En dan, de wijze waarop u zich geleid voelt het te doen, wacht dan gewoon nog even, wacht dan nog wat langer en zie naar welke kant, welke zijde u neigt, welke weg de Geest... Zeg: "Nu, Vader, in mijn hart, weet U, maakt het niet uit; maar ik wil weten wat U wilt dat er mee gedaan wordt."

187 Dat is de manier waarop ik het soms doe met samenkomsten. Als ik me enigszins geleid voel deze kant of die kant uit te gaan, dan zal ik die weg volgen. Dat is de manier om het te doen, omdat het dan in het gebed is; u doet het beste dat u kunt.

188 En ik geloof dit, mijn vrienden, zoals het met Paulus was in het Nieuwe Testament in voorbije dagen. Hij stond tussen twee moeilijkheden, welke weg hij zou gaan. En hij ging de verkeerde weg op en hij kreeg een Macedonische roep. En ik geloof dat als u een beslissing voor God neemt en het zo goed doet als u kunt, dan geloof ik dat God u zal corrigeren en erop toe zal zien dat u niet verkeerd gaat. Ik geloof dat God het zal doen.

164 Laten wij zien. Broeder Branham, wat gebeurt er met de mensen die als de slapende maagd beschouwd worden wanneer zij geoordeeld worden bij het oordeel?

189 Wel, de slapende maagd zal natuurlijk gered worden. Zij zal gered worden bij het oordeel. Zij zal nooit de bruid zijn; maar zij is een geredde groep mensen die in het oordeel zal komen, die niet in de bruid zal zijn inbegrepen. Maar zolang zij maagden zijn, zijn zij voor God. Zie? Zij moeten gered worden. Hij scheidt... Zij zullen de schapen zijn aan Zijn rechterzijde. En de ongeredden zullen de geiten zijn aan Zijn linkerkant bij het grote Witte Troon oordeel.

     Ik zou daar heel wat tijd aan kunnen besteden, maar het wordt een beetje laat.

165 Is het mogelijk voor een met de Heilige Geest vervuld persoon om gedreven te worden minder belangrijke dingen te doen, beïnvloed om minder belangrijke dingen te doen die hij niet wil doen?

190 O ja! Welzeker! Ja, een persoon vervuld met de Heilige Geest... U bent dan precies in de plaats om door deze dingen gedreven te worden. U plaatst gewoon uzelf als een doelwit. Wanneer u daar ginds bent, de duivel dienend, laat hij u gewoon rondhangen op elke wijze die u wil, maar als u eenmaal het standpunt inneemt voor Christus, dan bent u aan de andere kant gekomen. Hij richt elk wapen gewoon op u. Elke verleiding, alles wat op u geworpen zou kunnen worden, krijgt u dan. Maar wat hebt u gekregen? "Groter is Hij Die in u is, dan hij die in de wereld is." Zie?

191 Nu, u was hier niet in gevecht; u lummelde gewoon rond. Zie? Maar nu bent u gereinigd; u bent aangekleed; u bent geschoren; u hebt uw haar gekamd; u hebt een uniform aangetrokken; u hebt een wapen in uw hand gekregen. "Laten wij gaan!" Zie? U bent in een gevecht, niet om op te scheppen, maar om te vechten, te strijden! Zeker, wanneer de verleidingen opkomen: "Sla het af met de Geest, het schild des geloofs, en ga voorwaarts." Zie? Dat is juist. Doe de gehele wapenrusting Gods aan. Waarom doet u een wapenrusting aan als u niet gaat strijden? Alle soldaten zijn gekleed om te vechten, niet om de aandacht te trekken, uit te gaan en te zeggen: "Ik ben Zus-en-zo. Nu, ik ben een Christen. Ziet u wel wie ik ben. Ik behoor tot Zus-en-zo. Halleluja! Ik kreeg de Heilige Geest onlangs 's avonds. Zeker, niets stoort mij nog langer." Hm, hm! O, broeder, ik geloof dat u beter terug kunt gaan om het opnieuw te proberen. Zie?

192 O, ik zeg u, zodra u zegt dat u de Heilige Geest hebt, heeft Satan elk wapen op u gericht om u neer te schieten. Doe dan de gehele wapenrusting aan; neem dan het schild des geloofs, het zwaard des Geestes of het Woord en omgord u, schoei uzelf met het Evangelie en neem het oude middenstuk hier, de borstplaat, en haal de riem ervan aan, zet u een beetje schrap en wees bereid want het komt eraan. Wees niet bezorgd. Jazeker, u zult een hoop moeite hebben. Maar bedenk: "Groter is Hij, Die in u is dan hij die in de wereld is."

166 Wat bedoelde Jezus in Mattheüs 16:9 en 10? Wat vertegenwoordigen de twaalf manden en de zeven korven? Vraag voor zondagmorgen.

193 Laten wij kijken – laten wij kijken, Mattheüs 16:10. Ik ben er niet helemaal zeker van. Laat mij opzoeken waar het staat, Mattheüs 16:9 en 10 Hier hebben wij het.

     Verstaat gij nog niet en gedenkt gij niet aan de vijf broden der vijf duizend mannen; en hoeveel korven gij opnaamt?
     Noch aan de zeven broden der vier duizend mannen, en hoeveel manden gij opnaamt?

     Nu, let op. Laten wij gewoon een klein beetje hiervoor beginnen.

     En Jezus zeide tot hen: Ziet toe, en wacht u van de zuurdesem der Farizeeën en Sadduceeën.
     En zij overlegden bij zichzelf, zeggende: Het is omdat wij geen broden meegenomen hebben.
     En Jezus, dat wetende, zeide tot hen: (Nu, let op! Hij vatte hun gedachten, zie?) Wat overlegt gij bij uzelf, gij kleingelovigen! dat gij geen broden meegenomen hebt?
     Verstaat gij nog niet en gedenkt gij niet aan de vijf broden der vijf duizend mannen; en hoeveel korven gij opnaamt?

194 Met andere woorden zoals dit: "Als u God zag voorzien en een wonder doen, kan Hij dan niet opnieuw een wonder doen?" Zie? Zie, als... Met andere woorden zoals dit: Als Hij u redde van een leven van zonde, kan Hij uw lichaam dan niet genezen? Herinnert u zich niet toen u een zondaar was hoe Hij uw ziel in geloof ophief om te geloven? Kan Hij niet evenzo opnieuw iets groots voor u doen? Kan Hij geen wonder of iets anders voor u doen? De vijf manden... Hij zei: "Herinnert gij..."

195 Zoals de... Toen zij de Rode Zee overstaken, opende God zo de weg en maakte de Rode Zee op een dergelijke wijze open en zij liepen er doorheen, kwamen rechtstreeks aan de andere zijde en zodra men zonder water geraakte, begon men te murmureren. Is dat juist? Zodra zij zonder brood raakten begonnen zij uit te roepen: "Wij hebben geen brood." Zie? Hij zei: "Aanschouwde u niet het wonder daarginds bij de Rode Zee? Bent u niet gekomen..." Toen zij allen in de hoek zaten bij de Rode Zee, zeiden zij: "O, wij zouden gestorven moeten zijn. Hier komen de Egyptenaren vlak achter ons aan. Hier is het; wat zullen wij doen?"

196 Hij zei: "Wie sloeg de aarde met plagen daarginds? Wie deed de zon in Gosen schijnen?" Zie? Wij moeten die dingen gedenken; gedenk dat God God is! Halleluja! Wat er ook is, Hij is nog steeds God. Hij is zeker bij machte alles te doen.

167 Wilt u alstublieft het "Lichaam van Christus" uitleggen in 1 Korinthe 12:27 en de "Bruid van Christus" in Openbaring 21:9? Is het nieuwe Jeruzalem hier geestelijk in Openbaring? Is dit de geestelijke onderscheiding van de gemeente?

197 Nee! Nu, laten wij zien of ik deze eerste kan vinden, 1 Korinthe, gewoon snel, 1 Korinthe het twaalfde hoofdstuk, in orde, en het zevenentwintigste vers.

     En gij zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder.

198 En dan, waar was het volgende Schriftgedeelte? Openbaring 21:9, Openbaring, het eenentwintigste hoofdstuk en het negende vers. In orde en hier hebben we het.

     En tot mij kwam een van de zeven engelen, die de zeven schalen hadden, welke vol geweest waren van de zeven laatste plagen, en hij sprak met mij, zeggende: Kom herwaarts, ik zal u tonen de Bruid, de Vrouw des Lams.

199 Ja, het lichaam van Christus. Zie, het lichaam van Christus werd gebroken voor onze zonden en door één Geest zijn wij allen in dat lichaam gedoopt en leden geworden. En waar kwam het lichaam... Symbolisch gesproken, waar kwam mijn vrouw... Waar kwam Eva vandaan? Van het lichaam van Adam. Zij werd uit zijn zijde genomen. Eva werd uit Adams zijde genomen. De Christus... En zij was deel van zijn lichaam. Hij zei: "Zij is vlees van mijn vlees en been van mijn gebeente. En ik zal haar 'mannin' noemen." Zie?

200 Nu, en het lichaam van Christus werd uit het lichaam van Jezus genomen, want wij zijn geest en vlees en been van Hem, zie? Omdat wij in Zijn lichaam zijn geboren. En omdat dit lichaam hier aan Hem behoort, heeft Hij het verlost, ofschoon in zonde geboren. "God zal het doen opstaan in de laatste dagen en ik zal er voor eeuwig in leven." Zie? Dat is het? In orde.

201 Nu, laten wij kijken; de laatste vraag hier was: "Is het nieuwe Jeruzalem geestelijk?" Nee, nee, het nieuwe Jeruzalem dat Johannes van God uit de hemel zag nederdalen is niet de onderscheiding van de gemeente. Ziet u het? Het is de... Het nieuwe Jeruzalem dat Johannes zag nederdalen uit de hemel was getooid als een – Openbaring 21:3, ziet u – getooid als een bruid, die voor haar Man versierd is...

     De laatste vraag nu; ik denk dat dat alles is.

168 De Bijbel zegt dat alles meewerkt ten goede voor hen die de Here liefhebben. Als u dan God liefhebt en terugkeert in de wereld, zou God u dan in zonde laten sterven of zou Hij u opnieuw met Hem verzoend laten worden voor Hij u wegneemt?

202 De dame tekende met haar naam, dus ik zou zeggen dat het een dame was (zie?), omdat zij met haar naam tekende. Ja, zuster. Als u geboren bent... Nu, laat mij dit nemen. Ziet u, tijdelijk in mindere mate, valt ieder van ons vele keren per dag terug. Wij weten dat. Wij zijn er allemaal schuldig aan, elkeen van ons; er is niemand van ons die volmaakt is. En zolang wij in dit lichaam zijn, zijn wij nog steeds... Het doet er niet toe hoezeer de mensen proberen te zeggen: "Ik ben geheiligd; ik kan die vrouw kussen of dat doen." Hij liegt; hij kan het niet. Nu, dat is alles.

203 Ik probeer niet te zeggen: "Here, laat mij zien tot hoever ik kan gaan." Het is: "Here, houd mij er zo ver mogelijk bij vandaan." Zie? Blijf er gewoon zo ver vandaan als... Bedenk dat u nog steeds een menselijk wezen bent. Zie?

204 En... Maar nu, als u een fout maakt en iets verkeerds doet... U doet het niet opzettelijk... Als u een Christen bent, als u een wedergeboren Christen bent, doet u niet opzettelijk verkeerd. Uw bedoelingen en alles zijn juist. Maar als u het doet, zoals zij hier zegt, een fout maakt en iets verkeerd doet, zal God u dan gewoon laten gaan en zo laten sterven en verloren laten gaan of zal Hij u weer tot verzoening brengen? Hij zal u terugbrengen. Dat is in orde. Dat is juist. Hij zal u terugbrengen.

205 En dan, als u iets verkeerd doet en het veroordeelt u niet en u gaat zo door, bedenk, u was al niet gered om mee te beginnen. Dat is juist. U was niet gered; u had gewoon een schijngeloof; u was niet gered. Maar wanneer u gered bent, hebt u een andere geest, bent u een andere natuur. U bent een nieuw schepsel in Christus en de oude dingen zijn voorbijgegaan en zij zijn dood en begraven in de zee der vergetelheid. Ziet u het?

206 En... Maar omdat u hier in deze wereld leeft, zijn er overal vallen voor u opgezet en u wandelt met uw ogen gericht op Christus. En bedenk dat wanneer u een fout maakt, een echte Christen altijd snel zal terugkomen voor verzoening.

207 Kijk, in de ark stuurde God de oude kraai weg, of liever, Noach stuurde de kraai weg. Nu, wat was hij? Hij was een kraai. O ja, hij zat op dezelfde stok daar met de duif. Zij zaten beide op dezelfde stok; maar toen hij de oude kraai wegstuurde, wel, de oude... Ik kan mij voorstellen dat al de wateren stonken van de gezwollen lichamen van miljoenen mensen die rottend in het water dreven, en paarden en dieren die allemaal dood waren. De gehele wereld was vernietigd. En daar waren ze, deze oude dode karkassen die boven op het water dreven en zo. En Noach zond de duif uit omdat hij dacht dat hij wat zonneschijn zag. En hij wilde weten of het water zich teruggetrokken had; dus stuurde hij de kraai weg. En de oude kraai vloog naar beneden op een oud dood lichaam: "My, gewoon fijn; dat is goed!" Zie, een dood lichaam etend. Waarom? Dat was zijn natuur. Hij was een kraai. Ongeacht hoeveel hij met de duif had samen gezeten, hoe veel hij Noach had horen prediken, hoeveel hij met deze reine vogel had samen gezeten, hij was een kraai om mee te beginnen. Zodra hij de gelegenheid kreeg om zijn ware aard te tonen, toonde hij deze.

208 Nu, maar toen hij de duif uitzond, toen zij begon weg te gaan, pfff, zij kon dat niet verdragen. Nergens kon zij gaan; zij kon geen rustplaats vinden om haar voeten neer te zetten, zodat zij terug kwam naar de ark. En dat is de wijze waarop het is.

209 Soms kunt u misschien voor een klein poosje losgelaten worden om te zien wat u zou doen, maar u zult altijd terugkomen als u de natuur van een duif hebt; u kunt geen kraaienvoedsel eten. Dat is alles; het zal gewoon niet verteren; dat is alles.

210 Waarheen zou u kunnen gaan, wat zou u doen? Zeg mij wat u zou doen als u geen Christen was! Zeg mij wat ik zou doen deze morgen als ik geen Christen was! Wat zou ik deze morgen kunnen doen terwijl mijn moeder daar ligt in het ziekenhuis in die bewusteloze toestand, zoals zij daar ligt en in mijn hart zou ik hier achter de kansel kunnen staan en prediken en voortgaan op de manier dat ik doe, het lijkt alsof ik er niet veel aandacht aan besteed. Omdat ik weet dat mijn moeder gered is. Zie? Ik weet dat zij gered is. Ik weet in Wie ik geloofd heb; ik ben overtuigd dat Hij in staat is datgene te bewaren, dat ik Hem toevertrouwd heb tot die dag.

211 Wat zou mama nu doen? Nu, misschien heeft zij haar hele leven goede bedoelingen gehad, zoals: "Op een dag zal ik een Christen worden." Maar hoe zou zij het nu kunnen worden als zij daar buiten bewustzijn ligt? Hoe zou zij nu een Christen kunnen worden? Wat zouden haar kinderen doen?

212 Onlangs toen wij haar daar buiten hadden meegenomen om haar daar glucose te geven... Dat is het enige dat zij in haar lichaam krijgt: glucose. Zij kan niet slikken; zij is verlamd. En zij zei: "Dit ene wil ik dat je weet, Billy." Zij sprak over mij en Delores die daar stonden, en over haar kinderen en zo en een paar van mijn broers die drinken.

     En ik zei: "Wel, zij braken uw hart."

     Zij zei: "Maar Billy, dat hoort er allemaal bij voor een moeder." Ze zei: "Maar ik ben gered. Ik ben gereed om te gaan."

213 Ik zei: "Mama, u had ons misschien een huis kunnen nalaten dat zich uitstrekte van Jeffersonville tot Utica, een paleis; u zou ons misschien tien miljoen dollar kunnen hebben nalaten om over te twisten en te vechten nadat u heengegaan was (dat is al wat er mee zou gebeuren); maar mama, u hebt ons de grootste schat achtergelaten die iemand zou kunnen nalaten: de verzekerdheid dat wij u zullen terugzien in dat land achter de rivier. Dat is juist!" Zie?

214 U bent gered, maar ik ben zo blij te weten dat Christus redt... Maar wij kunnen terugvallen; wij kunnen verkeerd doen; wij hebben allemaal onze hoogtepunten en dieptepunten; maar in uw ziel, zodra u iets doet, wel, gaat er iets verkeerd in u; u weet het. Nu, precies daar is de tijd om weg te springen. Dat is het tijdstip om weg te springen. Ga er bij vandaan.

215 Nu, laten wij zeggen dat u hier vandaan weggaat en iemand komt naar u toe en zegt: "Hé, zij zeggen mij dat je één van die heilige rollers bent."

     Onmiddellijk zegt Satan: "Sla hem neer!" Zie?

216 "Ik weet er niets van dat ik een heilige roller ben; ik ben een Christen!" Zie? En doe altijd dit met het kwaad: vergeld het kwade met het goede. En bedenk, neem dit nu gewoon mee, bedenk dit: wanneer u kwaad met goed vergeldt, kan het kwaad niet standhouden in de tegenwoordigheid van het goede. Het kan het niet.

217 Nu, ik ben een zendeling en ik ben de wereld rond geweest, in allerlei soort kwaad, en allerlei spiritisten en -ismen, en allerlei duivelaanbidding, en, o, alles waaraan men zou kunnen denken, waar er van alles is en ik heb altijd ondervonden dat het goede het kwade altijd overwint.

218 Luister, ik geef er niet om hoe donker de nacht is; het kan misschien zo duister zijn dat u het zou kunnen voelen; u zou uw handen zo omhoog kunnen steken en er geen schaduw van kunnen zien. Het allerkleinste beetje licht zal die duisternis tentoonstellen. Zeker, dat is de wijze waarop het leven handelt in tegenwoordigheid van de dood. Dat is de manier waarop het goede handelt in de tegenwoordigheid van het kwade. Dat is de wijze waarop geloof handelt in de tegenwoordigheid van twijfel; het verdrijft het.

219 Hoe kan de nacht hier blijven als de zon er zijn zegeningen doorheen schijnt? Waar moet de nacht heengaan? Het is er niet meer. Wat gebeurde er met de nacht? Waar is die duisternis in deze tabernakel ongeveer twaalf uur geleden? Waar is die duisternis die hier binnen deze muren was samengepakt? Zij is er niet meer. Zij verdween. Waarom? Het licht kwam binnen. En toen het licht binnenkwam, moest de duisternis gaan. Jazeker!

220 Neemt u de schepselen die 's nachts rondzwerven, kakkerlakken en kevers en insecten en zo. Laat de zon opkomen of laat een licht aanflitsen, let op hoe zij het donker opzoeken. Dat is de wijze waarop het Evangelie is. Wanneer het aanflitst, wat gebeurt er met degenen die u een heilige roller willen noemen? Wat gebeurt er met de mensen die de draak met u steken? Wanneer het licht aanflitst schieten zij de duisternis in zo stil als zij maar kunnen, omdat zij kinderen van de nacht zijn. Maar de kinderen van de dag wandelen in het licht.

221 En dan zijn wij de kinderen van het Licht door de genade van God. Wanneer dus de Lichten aanflitsen, danken wij God en wandelen met onze ogen open, kijkend naar de dingen die u met uw natuurlijk oog niet kunt zien. Wel, geloof is de vaste grond der dingen die men hoopt, het bewijs der dingen die men niet ziet. Amen! Ik houd daarvan.

222 Ik heb geen tijd meer voor mijn korte preek die ik zou houden, omdat wij voor de zieken moeten gaan bidden.

223 Hoe velen hebben de Here lief? Amen! Nu, nadat we deze vragen beantwoord hebben, er zijn enkele scherpe bij en zo, misschien beantwoord... Misschien deed ik het zelfs niet helemaal juist, want ik had geen tijd om de Schriftgedeelten op te zoeken. Ik had het opgeschreven op het blaadje papier, als ik het had. Ik hoop dat iedereen tevreden is. Indien niet, wel schrijf mij opnieuw. Laat me de tijd krijgen het te bestuderen, als u denkt dat het niet volledig beantwoord werd.

224 Dank u voor het blijven. En nu zullen wij binnen een ogenblik de gebedsrij vormen. Maar vóór wij dit doen, laten wij gewoon de atmosfeer nu veranderen van dit beantwoorden en een die dit beantwoordt en de ander die het op deze en gene wijze gelooft. U ziet dat het bij het beantwoorden van vragen soms een beetje scherp is; dus, laten wij gewoon de Here aanbidden en zingen.

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst liefhad,
En mijn redding kocht
Op Calvaries kruishout.

     Nu, ik wil dat u iemand bij u de hand schudt als wij het nu weer zingen.

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst liefhad,
En mijn redding kocht
Op Calvaries kruishout.

     Nu, laten wij onze handen zo naar Hem opheffen, onze ogen sluiten.

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst liefhad,
En mijn redding kocht
Op Calvaries kruishout.

225 Onze hemelse Vader, wij hebben U lief, Here. En ik geloof dat deze kleine groep U liefheeft. Wij komen naar het huis van de levende God, een klein gebouw, niet het gebouw, maar de God Die leeft in het gebouw. Zoals bij mijzelf, dit oude lichaam, het moet een dezer dagen vallen, maar de man die daar binnenin leeft kan niet vallen omdat het door de kracht van God bijeengehouden wordt.

226 Dit oude gebouw hier waarin wij deze morgen aanbidden, het zal op een dag vallen, ongeacht hoe wij het opknappen, maar de God Die leeft in het gebouw is eeuwig. Wij komen voor Uw aangezicht nu, Vader, om U te danken en te prijzen.

227 En voor deze vragen op de harten van de mensen, zien wij dat zij zich afvroegen of zij dit of dat zouden moeten doen. En, Vader, ik vertrouw erop dat in elk teder christenhart het antwoord zo was dat het hen deed verstaan wat de Waarheid was. Sta het toe, Here. En als ik faalde, vergeef mij dan. Ik bedoelde niet te falen, omdat het Uw kinderen zijn en zij stellen die vragen. En ik wil hun alles geven wat ik weet, Vader, alsof U hier stond om mij te oordelen voor wat ik zei.

228 Nu, Here, wij komen voor Uw aangezicht voor de zieken. Nu, wij weten uit de Bijbel dat wij alleen verkrijgen wat wij geloven. Wij herinneren ons een keer, Vader, toen Jezus hier op aarde was, dat de Syrofenicische vrouw tot Hem kwam en zei: "Heer, wees mijn dochter genadig, want zij wordt menigmaal gekweld door een duivel."

     En wij horen wat Hij zei: "Het is niet aan Mij om het brood der kinderen te nemen en het aan de honden te geven."

229 O God, het leek een botte weigering en niet alleen dat, maar om haar een hond te noemen. Maar in plaats dat zij er arrogant door werd, zei zij erg zacht en nederig: "Dat is waar, Heer." Omdat het de Waarheid was. Zij zei: "Het is waar, Heer, maar de honden zullen de kruimels eten die van hun meesters tafel vallen." Dat is wat het werk deed. Zij was gewoon bereid de kruimels te nemen die van de tafel der kinderen kwamen. En God, dat is onze houding nu. Wij zijn bereid voor alles wat U met ons wilt doen, Vader. Wij zijn in Uw handen.

230 Ik ben zo blij te weten dat de God van het Oude Testament, Die visioenen toonde en tekenen en wonderen gaf, nog steeds leeft vandaag. En de hemel waarheen zij verlangen te gaan...; op een dag zullen wij ook gaan door Gods genade, omdat dezelfde God Zichzelf betoont dezelfde God onder ons te zijn.

231 Er zijn enigen onder ons, Vader, die deze morgen ziek en behoeftig zijn. Zij zullen door de gebedsrij komen. Mogen zij niet komen en zeggen: "Wel, ik geloof niet dat U mij enig goed kunt doen. Ik..." Here, moge dat niet de houding zijn, maar mogen zij komen, bedenkend dat God zei: "Deze tekenen zullen degenen volgen die geloven. Als zij hun handen op de zieken leggen, zullen zij herstellen." U beloofde het; U zei het.

232 Mogen zij komen met heilige eerbied, gelovend dat zodra er is gebeden en er handen op hen zijn gelegd, dat dan de Heilige Geest op hen moge komen, zoals bij deze dierbare zuster, die de vraag opschreef, waarin stond dat de Heilige Geest bijna haar sterfelijke wezen doodde met zulk een ontzagwekkende doop van Zijn tegenwoordigheid.

233 Mogen dat de resultaten zijn voor een ieder die deze morgen komt, Here. Sta het toe. Mogen zij genezen worden. Mogen zij wetend komen, wetend dat zonder een schaduw van twijfel U het beloofde en dat U niet kunt liegen en dat, zodra licht binnenvalt, duisternis en twijfel wegvlieden. Sta het toe, Vader. Wij dragen hen aan U op nu terwijl wij voor hen bidden in Jezus' Naam. Amen!

234 Nu, degenen die willen dat er voor hen gebeden wordt, aan deze kant eerst, vorm een rij langs het gebouw hier terwijl Teddy voor ons "De grote Heelmeester is nu nabij" speelt. Kom naar voren, zo terug, sommigen hier...

De grote Heelmeester is nu...

235 Broeder Neville. Blijf gewoon de rij opstellen die komt. Wij zullen hier blijven staan. Laat de hele gemeente bidden. En broeder Neville en ik zullen hier samen zijn; hij zal zalven, ik zal handen op de zieken leggen, precies hier vooraan. Nu, iedereen nu in gebed.

236 Nu, wat doen wij? We komen om de zieken te zalven en voor hen te bidden. Laat mij nu de Schriften voor u aanhalen. "Zijn er kranken onder u? Dat zij tot zich roepen de ouderlingen der gemeente; en dat zij hen zalven met olie en over hen bidden. Het gebed des geloofs zal de zieken behouden, en God zal hen oprichten; degenen die zonden gedaan zullen hebben, het zal hun vergeven worden. Belijdt elkander uw misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt."

     Nu de rest, aan deze kant, als u dat verlangt, zodra u onder die rij daar komt, die plaats, dat gangpad, sluit u daar gewoon bij aan. Nu, de oudsten hier van de gemeente zullen het zalven en bidden doen. Ik zal bidden en handen leggen op de zieken. En nu, onthoudt, vrienden, u die in de gebedsrij staat, dit is het moment om te bewijzen dat u gelooft waar u hier voor staat. U moet gezond worden.

     En ik geloof met mijn hele hart, dat dát mijn moeder al deze tijd behouden heeft (zij, die een oude vrouw is), dat ik geloof. Totdat Hij mij dat vertelt (ze zou kunnen sterven), maar totdat Hij het mij vertelt, geloof ik dat ze niet sterft. Zie? En nu, ik weet dat ze moet gaan, en ze is oud genoeg om te gaan, en wil gaan, en probeert te gaan. Maar toch zal ik geloven dat Hij het mij zou vertellen. Nu, ik geloof dat Hij het mij zou vertellen, zie? Nu, misschien vertelt Hij het niet. Ik weet het niet, ik weet niet of Hij dat zal doen, maar ik geloof gewoon dat Hij het zal doen. Zie? Maar tot zover heeft Hij er niets tegen mij over gezegd. En ik geloof het. En als u dagelijks, u...

237 Ik geef de mensen niet alles te kennen wat Hij mij toont, u weet dat. Wel, gisteren was ik op een bepaalde plaats en zag ik in een visioen precies wat er zou gaan gebeuren, en God weet dat dat waar is, en ik zat daar met nog twee of drie mannen. Ongeveer een half uur daarna zag ik het helemaal precies gebeuren, precies zoals het was. Ik stond daar, beefde gewoon in mijzelf, en dacht. Zie? Moge... Ik zei: "Misschien had ik hun moeten vertellen dat het zo zou gaan." Maar ik zei: "Wel, laat het maar gaan." Zie?

238 En dat gebeurt dagelijks, zie. Iets gaat er gebeuren en ik laat het gewoon gaan. God weet dat het waar is. Zie? Gewoon iets dat gaat gebeuren, toont het gewoon, vertelt het. Iets zal voor mij verschijnen en zeggen: "Zeg gewoon dit woord op deze manier, en dit zal hier gebeuren." En dan zeg ik het: "Wel, het zal zo gebeuren." Dan let ik op, en hier is het. Zie? Ja.

239 Wel, als Hij objecten kan maken, materiaal, iets waar geen leven in zit, en het naar Zijn Woord kan bewegen, omdat wij het hebben gezegd, hoeveel temeer kan Hij u maken die met mij samenstemt. U bent met mij, u bent mijn broeder en zuster die ziek bent. En als wij deze woorden zeggen, "Laat de kracht van God deze persoon genezen", wel dan moet het gebeuren. Nu, dat materiaal kan niet zeggen: "Nee, ik betwijfel het." Het zal voortgaan en het doen. Maar u kunt zeggen: "Wel, ik vraag het mij af", en het zal niet gebeuren, zie. Maar als u gewoon doorgaat en precies in lijn blijft met uw gedachte nu, "Ik zal genezen worden", dan moet u het krijgen. Gelooft u dat? [De samenkomst zegt: "Amen." – Vert]

240 Nu, laten we allemaal bidden. Onze hemelse Vader, wij leggen handen op deze jonge vrouw, deze jonge moeder die hier staat, die lijdt aan deze erge verkoudheid. Laat de...

241 [Broeder Branham gaat verder met voor de zieken te bidden. Leeg gedeelte op de band – Vert]

242 En dus bid ik dat U de mensen zult genezen waarop deze zakdoeken worden gelegd. Sta hun hun verzoeken toe. In de Naam van Jezus Christus vraag ik het. Amen.

243 In diepe waardering voor uw verblijf, en uw loyaliteit om al deze tijd zo in de gemeente te blijven en te wachten, terwijl we... Maar ik weet geen betere plaats om te zijn, nietwaar, dan in de gemeente? [De samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Ik weet gewoon geen betere plaats om te zijn. En de vertroosting die wij hebben ten opzichte van God, dat Hij hier nu tegenwoordig is.

244 En laten wij er voor een moment aan denken hoe groot Hij is, en wat Hij voor ons gedaan heeft. Wat hadden we kunnen doen zonder Hem? Hoe wij Hem gezien hebben, dat Hij ons hierdoor nooit één ding vertelde... Hij gaf mij visioenen, en ik stel u de vraag vanmorgen: hebt u ooit één gezien die Hij niet vervulde? Gewoon precies wat Hij zei dat Hij zou doen, precies op dat moment. Dan is Hij God. Dan is Hij onze Vader. Hij heeft ons lief. En waar Zijn hemel ook is, we weten dat we bestemd zijn om daar op een dag naartoe te gaan. We weten dat Hij hier nu aanwezig is. We beseffen dat.

245 Wij, wij kijken naar dingen die we niet zien. Nu, voor velen van u werd gebeden, terwijl we gewoon alle symptomen van alles wat daarmee in tegenspraak is weigeren. Zie? Alles wat God heeft beloofd, zie, de Christen kijkt niet naar... U ziet hoe dan ook niet met uw ogen. U weet dat. U ziet niet met uw ogen. U ziet met uw hart. Zie? Zien betekent 'begrijpen'. U begrijpt met uw hart, daarom kijken wij naar dingen die onze ogen niet zien. Zie? De christelijke belijdenis, de hele wapenrusting van het christendom is daarop gebaseerd. Wij kijken naar dingen die wij niet zien, want Abraham noemde die dingen die er niet waren alsof zij er wel waren, omdat hij God geloofde. Zie?

246 Nu, wat doen we nu? Wanneer er nu op die manier voor u gebeden wordt, dan beloofde God u te genezen. Dan voelt u misschien op dit moment geen enkel verschil, maar Hij heeft nooit... Dat, dat is het helemaal niet. Zie? We geloven het hoe dan ook.

247 Als u eens wist... Ik kwam ongeveer twee uur geleden naar de kansel en ik had niet gedacht dat ik door de helft van de samenkomst zou komen, bijna. Ik was zo moe en uitgeput en voelde me alsof ik griep zou krijgen, maar nu voel ik me goed, omdat ik zei: "Ik ben verplicht aan God. Ik geloof God." En ik moest ertegen vechten. Mijn vrouw daar kan u hetzelfde vertellen, hoe ik hier vanmorgen probeerde te komen, en ik was hees in mijn keel en alles. Ik zei: "Hoe zal ik het kunnen doen?" Maar, eerlijk, ik voel me nu prima. En ik geloof dat ik mijn tekst zou kunnen nemen en doorgaan en prediken, en ik voel me gewoon goed.

248 Maar omdat, ziet u, je moet kijken naar die dingen die je niet ziet met je ogen. Je ziet het met je hart. Je gelooft het, en getuigt van die dingen die je niet ziet, maar die je gelooft. Want het is geloof. "En het geloof is de vaste grond der dingen die men hoopt, het bewijs der zaken die men niet ziet."

249 Ik heb vanmorgen gelet op een jonge Christen die hier voor mij zat. En ik weet een beslissing die die persoon nam. En dat waardeer ik echt. Ik zal niet zeggen wie het was, maar ik waardeer een beslissing die deze bepaalde Christen nam, ongeacht zelfs of het een relatie, een vriend, vader of moeder of wat ook was, ze verlangen om trouw te staan voor Christus. Zie?

250 Dat is hoe u een geliefde wint, door loyaal te zijn. Loyaal zijn is de manier waardoor u geliefden wint. Blijf bij uw overtuiging. Wees er zeker van dat u recht staat met God en blijf daar dan altijd. Blijf er precies bij. Niets kan u ervan af krijgen als u er gewoon precies bij blijft.

251 Nu, we zullen allen fouten gaan maken. Onthoud dat gewoon. En wanneer u naar elkaar kijkt, kijk dan niet naar de fouten van de ander. Zie, doe dat niet, want onthoud, u maakt ook fouten. Maar kijk naar Christus, Die deze persoon leidt. En als ze wat hulp nodig hebben, bid dan voor hen. Dat is hoe we met elkaar overweg kunnen, zie, bid. En onthoud, als u bid voor iemand anders in zo'n moeilijke situatie, dat God u zal eren en genezen als u bid voor iemand anders. Dat is juist. Dat is waar christendom op is gebaseerd, om elkaar te helpen, iets voor elkaar te doen, vriendelijk te zijn voor elkaar, begripvol voor elkaar. Nu, als u de fout van uw buurman ziet, en ziet waar zij fout zijn gegaan, ga niet fout met hen, maar bid gewoon voor hen. Blijf gewoon bidden, en God zal dat begrijpen. Hij zal alles in orde maken.

252 Nu, ik hoop, zo de Here het wil, dat... Ik geloof dat Billy een systeem heeft, hij stuurt iedereen een kaart. En als het deze week goed gaat met mama; voor zover wij weten, we weten het niet zeker, maar als het deze week goed gaat met mama, en alles, dan wil ik volgende week zondag een Evangelie-boodschap prediken. Als dat in orde is met onze dierbare herder hier. En dan verwachten wij u weer terug als u kunt. Als u kunt komen, zullen we blij zijn u te hebben.

253 Hebt u Hem lief met uw hele hart? [De samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Is Hij niet wonderbaar? Wat konden we doen zonder Hem? Nu, wat kunt u doen? Zou u mij nog iets groters kunnen vertellen? Als u mij iets groters dan dat zou kunnen laten zien, dan zal ik... zal ik alles verkopen wat ik heb, en uitzien naar datgene wat u mij toont dat groter is dan dit. Beslist. Dit is het grootste waarvan ik weet, te weten met de verzekering dat we gered zijn, te weten dat die God Die de hemelen en de aarde gemaakt heeft Zich zou vernederen en neerkomen en onder ons zou wonen, en dat voor ons zou doen.

254 Nu, hier is hoe wij weten of we het juist hebben of niet, zie, want precies wat Hij in het begin deed bij de Christenen daar, precies die gemeente, precies die werking, hoe de Heilige Geest bewoog en hoe de duivel tegen hen vocht, en hoe zij standhielden, dat is hetzelfde als wat precies hier plaatsvindt, met dezelfde tekenen, dezelfde wonderen, dezelfde God, het onfeilbare bewijs van Hem.

255 Vertelt u mij, in wetenschappelijke woorden, vertel mij op een wetenschappelijke wijze, hoe iemand iets zou kunnen voorzeggen dat zou gebeuren in de toekomstige jaren of tijden, voordat het gebeurde. Toon mij de kracht, waar het zou zijn, die het zou weten vóór het gebeurt. Vertel mij enig menselijk verstand dat alles kon achterhalen wat u maar wilt, en toon mij enige manier waarop u iets zou kunnen zien en voorzeggen dat precies zo zou gebeuren. Zie? Dat is er niet.

256 Dus Hij is God. Zie, Hij is God. En omdat Hij God is, komt Hij door Zijn genade en woont in ons, precies zoals Hij deed bij die mannen van toen, die deze dingen voorzeiden, die allemaal gebeurden zoals ze waren voorzegd. Nu, diezelfde God is met ons, en vertelt en toont ons precies dezelfde dingen als destijds. Wel, we zouden zo blij moeten zijn dat we als het ware van wolk naar wolk zouden springen of zoiets, gewoon bijna door de ruimte zouden wandelen, omdat wij dat weten.

257 Wij weten dat we zijn overgegaan van dood in leven. Wij weten dat we redding hebben. Wij weten dat we Christenen zijn. En we weten dat we naar de hemel gaan, omdat God het beloofd heeft, en hier beweegt Hij precies met ons mee, en op een manier dat we Hem zien.

258 We zien Hem. Hoe zie ik Hem? Wanneer ik u zie. U ziet Hem in mij; ik zie Hem in u. Zie, ik zie wat Hij doet voor u. Nu zie ik Hem hier het Woord openbaren aan mij. U zegt: "Hoe kunt u Hem zien in mij?" Wel, kijk, Hij openbaart het Woord hier aan mij. Ik zie het daar, dat Hij het aan u geeft en u het bewaart. Zie? En dan kijkt u terug en zegt: "Hoe deed hij... hoe kwam dat toch?" Dan komt u terug en komt erachter dat dat klopt, zie. Dus u ziet Hem in mij; ik zie Hem in u.

259 En we kunnen Hem zien in de zonsopgang. We kunnen Hem zien in de zonsondergang. We kunnen Hem zien in de bloemen. We kunnen Hem zien in de... We kunnen Hem overal zien, omdat we zijn overgegaan van de lagere elementen van deze aan de aarde gebonden toestand in dit hogere element van de glorie van God, zodat we Zijn schoonheid kunnen zien.

260 Enkele dagen geleden, toen ik deze reis maakte, op de snelweg in Alaska, toen ik op een jachttocht ging, vroeg ik me daar af: "Waarom? Waarom?" Kijk hoe echt God is. Nu, er zijn overal zieke mensen, maar toch weet God het.

261 Nu, morgen zou ik vertrekken; broeder Roy daar achterin en wij allen, wij zouden morgen vertrekken naar Colorado, voor onze... elk najaar gaan wij jagen waar we... Ik ben speciaal uit de samenkomsten gekomen om te gaan. Ik kan niet gaan, vanwege mama, mama's toestand.

262 Nu, kijk naar de goedheid van de Heilige Geest. Hij wist dat lang geleden. Dus in plaats van mij te laten gaan, keerde Hij om en gaf mij een visioen, en zond mij daarheen en gaf mij een jachttocht zoals ik niet had kunnen hebben in Colorado, zie, want dergelijke dieren zijn er niet in Colorado. Keerde Zich om en gaf mij dat door een visioen, en liet mij dat hebben, wetend dat Hij mij weg zou moeten houden van deze tocht daar naar Colorado. Over goedheid en genade gesproken! Waarom dan? Toen, lang geleden, wist Hij dat mijn moeder zou gaan lijden. Hij wist dat mijn moeder in het ziekenhuis zou zijn. Als Hij het toelaat, dan doet Hij het voor een goed doel waar ik niets over weet. Maar ik weet dat het allemaal medewerkt ten goede voor hen die de Here liefhebben.

263 Als we gewoon af en toe maar eens zouden stoppen, gemeente, en onze God zouden zien! Stop uzelf gewoon, ga weg van uw frustraties en sta een paar minuten stil in de tegenwoordigheid van Zijn Geest, dan kunt u Hem gewoon overal zien bewegen. Ziet u hoe goed Hij is?

264 Daar ligt mama nu, terwijl ik mij over haar verwonder. Waarom liet Hij haar niet gewoon gaan toen zij die beroerte kreeg? Waarom stierf ze toen niet meteen? Maar, zie, omdat Hij dat van tevoren wist, en wist dat ik beloofd had om... dat ik naar Colorado zou gaan, en wist dat ik ervan houd om zo de bossen in te gaan, keerde Hij Zich gewoon om en gaf mij een betere; zond mij daarginds heen en vertelde mij wat ik zou krijgen en alles erover, zelfs voordat ik vertrok; vertelde mij hoe de mensen gekleed zouden zijn en wat we zouden doen en alles erover. Toen kwam ik en vertelde het u allen. Dan gaat hij erheen en ziet het gebeuren, komt terug, precies zoals het is. Precies, zie, wetend dat mama daar zou zijn, en wetend dat zij in deze tijd zou zijn bezweken en dat ik deze andere tocht niet zou kunnen maken. Zie? Wij zouden niet begrij-... ik begreep het toen zelf niet. Maar als je jezelf gewoon aan Hem overgeeft en op Hem let, dan leidt Hij alles gewoon precies goed. Zie, Hij laat het allemaal precies goed uitkomen, stap voor stap.

265 Onlangs stond ik bij een jonge prediker die enige dromen had gehad, en hij had mij de dromen verteld. Toen de interpretatie kwam, stonden wij daar; Billy, ik, en deze prediker stond daar samen. En daar was het. Wel, het was zo volmaakt als het maar kon zijn. En wat stond die man daar met ontzag, toen hij zag hoe de Heilige Geest die dingen kon openbaren, en hem regelrecht terug kon brengen en precies op de weg kon tonen waar het zou gaan gebeuren. O, ik vertel u, Hij is God. Hij, Hij woont... Hij is God.

266 Zovelen van u hebben offers gebracht. U hebt uw vriendjes en vriendinnetjes opgegeven, u hebt uw huizen opgegeven enzovoort, en velen van u moesten van bekenden en vrienden scheiden en dergelijke, en oude vrienden die u lange tijd gekend hebt, om in de weg van de Here te wandelen. Ik prijs u daarvoor. Ik vind het wonderbaar dat u dat deed. Nu, omdat u het Evangelielicht gezien hebt, en het is de Waarheid, gaat u wandelen in dat Licht. En wat u ook doet, kinderen, wat jullie ook doen, waar u ook heengaat, onthoud u van alle schijn van kwaad, en wandel Christus na. Zolang u leeft, blijf precies op die weg. Ga er niet bij vandaan, het zal u zeker goed lonen. Het is eeuwig leven.

267 En ik zie mama wanneer ze... een paar minuten kan ze tot zichzelf komen. Ik zei: "Mama, mama, hoort u mij?" Soms ligt ze daar gewoon en hoort ze het niet. Na een tijdje zegt ze dan 'uh', en schudt zo met haar hoofd. Dan zeg ik: "Kunt u..." Ik zei laatst in de nacht: "Mama, kent u mij?" Ze kende mij niet. Ik zei: "Weet u wie hier staat?" Nee, dat wist ze niet. Ik zei: "Mama, kent u Jezus?" En ze... O my! Ze mag haar eigen kind vergeten, maar ze kan Jezus niet vergeten. Dat is het. O, broeder!

268 U weet niet wat dat betekent tot u bij uw eigen familie moet komen, tot dat punt, ziet u. Hem te kennen is Leven. Hem te kennen is de bevrediging om te weten dat we, wanneer deze loopbaan van het leven gelopen is, een huis hebben voorbij de hemelen daar. Wat het is, weet ik niet. Ik weet niet hoe ik u moet vertellen hoe het zou zijn, want ik weet het zelf niet. Maar ik weet dat wij op een dag, door Gods genade, daarheen zullen reizen.

269 Bid voor mij deze week. Ik heb het nodig. En bid nu voor mij; ik zal voor u bidden. Zo de Here wil, het Zijn wil is, zal ik u volgende week zondag zien. En denk aan de dienst vanavond. Misschien, als ik vannacht niet hoef te waken of zoiets en daar bij mama hoef te zijn, dan zal ik waarschijnlijk vanavond bij u terug zijn.

270 En nu, broeder Neville, onze dierbare herder, kom hier. En hoezeer waardeer ik... Er zijn hier geen anderen dan mensen van hier, weet u. We zijn gewoon allemaal thuisvolk zoals wij dat noemen. Ik waardeer hoe broeder Neville staat voor deze Evangelie-waarheid. Ik waardeer zijn loyaliteit en oprechtheid voor de mensen. En onlangs, toen hij sprak; ik had het nooit opgemerkt, maar terwijl hij onder inspiratie was en een profetie gaf, noemde hij mij een profeet, onder inspiratie. Dat was hij niet die me toen zo noemde, dat was de Heilige Geest. Dus dat geeft mij moed en geloof om door te gaan, diepere diepten en hogere hoogten, met God. Ik waardeer u, broeder Neville. God zegene u altijd. En totdat ik u weer zie, God zij met u.

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)