De gemeenste man die ik ken

Door William Marrion Branham

1 Op een keer zou mijn zoon, Billy Paul, spreken op... een samenkomst toespreken in Minneapolis, Minnesota, en hij is geen prediker. Hij is zoals zijn vader. Maar hij zei: "In de eerste plaats ben ik bang." Dus dat is, geloof ik, zo'n beetje het geval zoals ik me vanmorgen voel, om hier voor deze mannen van de Here, Zijn dienstknechten, te staan; en hier op te staan nadat zulke mannen als broeder Roberts, Velmer Gardner en andere grote dienstknechten van de Here, hier gepredikt hebben.

     En dan heb ik op de tijd gelet en hoorde ik de aankondigingen. Het kost mij ongeveer zes uren om te prediken, dus zou ik er vanmorgen geen tijd voor hebben. Gewoonlijk start ik 's avonds om ongeveer half acht en laat ik ze uitgaan om ongeveer een of twee uur in de ochtend. Daar heb ik dus nauwelijks tijd voor. Misschien probeer ik dat morgenmiddag. [De samenkomst lacht – Vert]

     Het is een voorrecht om hier vanmorgen te zijn. Ik acht dit een grote eer dat de broeders mij door de Here hebben voorgedragen, dat ik in staat zou zijn hier te komen om vanmorgen u tijdens dit geweldige ontbijt toe te spreken. Terwijl ik rondkijk, zie ik dat u ongetwijfeld een echt ontbijt hebt gehad, dat, naar ik vertrouw, zowel geestelijk als lichamelijk is geweest.

2 En wij hebben hier nu in de laatste negen dagen langs de Maricopa Vallei van Phoenix, en Tempe, en Mesa, en Sunnyslope, met deze groep predikers in hun kerken zo'n glorieuze tijd gehad. Wij achten dit zo'n voorrecht om te gaan... nog vóór deze grote conventie begint, hen toe te spreken en hun te vertellen dat wij in die bijeenkomst het buitengewoon overvloedige verwachten, boven alles wat wij zouden kunnen doen of denken.

     Broeder Williams heeft me zojuist verteld dat een van zijn bloedverwanten gisteravond werd gered die zeer diep in zonde verkeerde, en wij zijn... Als deze man hier vanmorgen is; ik dank de Here voor u, mijn broeder, en met al degenen die werden gered. En ik bid dat, als er hier enigen zijn die niet gered zijn, zij vanmorgen precies in lijn zullen komen en gered worden.

3 Sprekend over visioenen, ik heb... Dat is min of meer mijn bediening die de Here mij gaf. Daar ik niet voldoende ben toegerust met een opleiding, enzovoort, zou ik mezelf misschien niet als een geestelijke kunnen classificeren. Maar op deze manier kan ik in staat zijn tot de mensen te spreken en niet... Alleen zeggen wat ik weet, en dan bevestigt Hij de rest ervan. Als zoveel ervan dan juist is, en Hij zegt dat het juist is, dan is de rest ervan ook juist. Wat... Zij weten hoe ze moeten spreken over wat ik misschien niet weet.

4 Ik heb de Here lief omdat Hij zo barmhartig is terwijl wij het niet verdienen. En toch is Hij zo genadig. Dat is één van de wonderen van mijn leven geweest, en mijn ervaring was om te zien – terwijl wij zo onwaardig waren – dat Hij ons toch hoe dan ook bezoekt. En het stijgt boven onze onwaardigheid uit en geeft ons hoe dan ook Zijn zegeningen.

     Zoals allen weten, velen van u misschien weten, dat... Ik heb zojuist van nog een broeder vernomen dat hij door een zware tijd van verdriet gaat, zoals ik bij het verlies van mijn moeder. Ik denk niet dat ik haar heb verloren; ik denk dat zij mij juist is voorgegaan. En ik hoor dat broeder Rolph McPhersons dochter is gestorven. Is dat waar, broeder? Heeft iemand... My, dat bedroefde mijn hart toen een zuster mij dat vertelde. Ik heb het zelfs niet geweten.

5 Gewoonlijk toont God mij in Zijn genade mijn familie voordat zij heengaan. Mijn vader stierf op mijn arm, en ik vertrouwde zijn ziel toe aan God. Mijn broers... Broeder Shakarian en ik, velen van de mannen hier, waren overzee (ik geloof dat het verleden jaar was), daar in Jamaica, Kingston, toen op een ochtend tijdens een ontbijt de Heilige Geest binnenkwam en ik zei: "Nu, Zijn tegenwoordigheid is hier. Om het te weten, ziet u die dame daar gaan met dat op haar arm? Roep haar een ogenblik hier naartoe." Ik vertelde haar van haar toestand. "Ik zie de jongeman nu hier komen. Hij heeft een bepaald iets", en wat hem lastig viel.

     En juist toen ik naar beneden keek, zag ik iemand sterven, en een jongeman stond daar die een stuiptrekking had of bloed spuugde. En ik zei: "Bel direct Billy Paul op." De jongeman was bloed aan het spugen. "Laat hem vandaag niet de Blue Mountain beklimmen. Ik weet niet wat het is." En later ontdekten wij dat het mijn schoonmoeder was die op dezelfde tijd stierf en mijn zwager die daar stuiptrekkend stond te bloeden.

6 Ik was gedurende een paar weken thuis, en broeder Arganbright belde mij in het begin van augustus op om met hem naar Alaska te gaan voor een jachttocht, en om daar een afdeling te vestigen. Wel, de Here had mij een visioen getoond van... (nu, dit is afschuwelijk om te moeten vermelden; ik hoop dat het niet heiligschennend klinkt), van een jachttocht die ik zou ondernemen en wat ik zou moeten... wat ik zou krijgen, wie met mij mee zouden gaan, en hoe zij gekleed waren, en helemaal precies. En dan zou er een zilvertip grizzly beer van negen voet zijn [2.74 meter – Vert], en een kariboegewei van tweeënveertig inch [1.07 meter – Vert], vanaf de schedel naar boven.

     En toen hij mij opbelde, zei ik: "Dat lijkt erop, maar laat mij het eerst aan Vader vragen." En ik had het reeds aan de gemeente en op vele plaatsen aangekondigd. Honderden mensen wisten erover. Dus naar Alaska gaan klonk heel goed, maar de Heilige Geest bleef mij waarschuwen om ervan weg te blijven. En je moet nooit tegen de leiding van de Heilige Geest ingaan.

7 Toen, een paar dagen later, toen ik daar in het voorjaar was, was daar een man in British Columbia die een jonge bekeerling was, en hij had een broer die zijn hele leven epilepsie had gehad. En na de dienst waren wij weer terug op een jachttocht. Hij had steeds aan God gevraagd of ik een visioen voor zijn broer zou kunnen zien; hij was nooit in een van de samenkomsten geweest.

     Maar bij het wegrijden, moesten we de paarden in bedwang houden. Broeder Eddie Byskal (ik denk dat hij vanmorgen hier is) en ik, reden achteraan om de paarden bijeen te houden. En het gebeurde dat ik omhoog keek tegen de berg op. Ik zag zijn broer en hoe hij er uitzag, en wat er gedaan moest worden voor zijn genezing. En ik spoorde heel snel mijn paard aan en haalde hem in, en legde mijn hand op de achterkant van het zadel van de gids. Ik zei: "Uw broer..." beschreef hem.

     Hij zei: "Dat is waar."

     Ik zei: "Ga hem halen. Vertel hem hierheen te komen. En laat hem dan begaan totdat hij een van zijn toevallen krijgt."

     Hij zei: "Hij heeft er vier of vijf per dag, en heeft ze heel zijn leven gehad."

     "Zodra hij die krijgt, ruk zijn overhemd van zijn rug en werp het in het vuur en zeg: 'Dit doe ik in de Naam van Jezus Christus.' Het zal hem verlaten."

     En hij kreeg zijn broer te pakken. En hij was net het huis uitgegaan. Hij moest die dag beginnen om ruimte uit te hakken zodat de jagers binnen konden komen, wat wij "clearing trail" noemen. [De weg vrij maken – Vert]

     En zijn kleine vrouw was zo bang voor... Zij was een kleine Pinkstervrouw. En zij woonden ver weg bij de Racing River, ongeveer acht- of negenhonderdvijftig kilometer van de beschaving verwijderd. En de kleine vrouw... Toen de jongen een toeval kreeg, de eerste (zoals gebruikelijk zeemde zij het raam), maar... Zij was bevreesd, maar zij sprong gelijk bovenop hem, rukte zijn overhemd van hem af, en wierp het in de salamanderkachel en zei: "Dit doe ik in de Naam van Jezus Christus." Hij heeft er sindsdien nooit meer een gehad. En dus schreef hij mij een brief en zei: "Kom."

8 Wel, daarboven... Om tijd te dienen, tijd te sparen, liever gezegd (er zitten hier velen die het weten; het werd van tevoren verteld), helemaal precies... Ik heb de geschreven verklaring in mijn zak... een 2.75 zilvertip grizzly. Helemaal precies de plaats, precies de tijd van de kariboe.

     En de gids zei: "U meent van hieraf? Wij kunnen kijken tot waar die man met het geruite overhemd staat, waarvan u ons vertelde. Tussen hier en daar gaat u een 2.75 zilvertip grizzly doden?"

     Ik zei: "Dat is ZO SPREEKT DE HERE."

     Hij zei: "Hoe zal dat gebeuren?"

     Ik zei: "Dat is niet mijn zaak. Dat is... Hij heeft het gezegd. Ik gehoorzaam eenvoudig wat Hij zei."

     En zo, op weg naar beneden waren wij in de... We waren ongeveer vijf kilometer de berg afgedaald, nog geen enkele boom of iets, alleen kariboemos, boven de boomgrens. Toen wij op een halve mijl [achthonderd meter] waren... Hij droeg toen het gewei. Wij droegen het om beurten, het woog ongeveer achtenzestig kilo. Dus waren wij...

     Hij zei: "U zei dat deze 42 inches lang zouden zijn?"

     "Helemaal precies."

     En toen wij bij het zadel kwamen: exact 42 inches.

     En bij een halve mijl afstand zei hij: "Welnu, broeder Branham, nu is de beer binnen een halve mijl."

     Ik zei: "Dat is juist." Keerde mij even om. Ik zei: "Wat is dat wat daar staat?" Daar was hij, en keek rechtstreeks naar ons: een 2.75 zilvertip grizzly. En hier is de verklaring van de gids die ik in mijn jaszak heb.

9 Thuisgekomen was moeder ziek. Het was de genade van God. Ik had drie andere tochten met broeders gepland, maar Hij wist dat ik niet in staat was die te ondernemen. Nu, moeder zei tegen mij: "Billy, ik ga naar huis."

     Ik zei: "Nee moeder." Ik zei: "Als u naar huis gaat, heeft God mij daar niets over gezegd."

     En toen ging zij steeds meer achteruit. En tenslotte riep de Here haar naar huis. En ik... alleen maar om u te tonen wat de echte Pinksterzegen betekent: toen zij zo zwak werd... Ik heb moeder naar Christus geleid, heb haar zelf gedoopt. En toen zij zo zwak was dat zij niet meer kon spreken... Zij sprak altijd maar over de lieflijkheid van de Here. Vertelde dat ze mij in een visioen had zien staan, een echt oude man die het kruis vasthield en dat uitstrekte naar haar.

     En toen zij dan stervende was, een paar ogenblikken voordat zij heenging, kon ze niet meer spreken. Ik zei: "Moeder, u kunt niet meer spreken, maar als uw zoon wil ik u vragen: 'Is Jezus nu nog even lieflijk voor u als Hij was toen u Hem ontving in de vorm van de Heilige Geest? Als... U bent nu stervende, moeder. U kunt geen vijf minuten langer meer leven. En als Jezus net zo lieflijk voor u is, hoewel u niet kunt spreken, knipper dan snel met uw ogen.'" En zij knipperde met haar ogen en de tranen rolden over haar wangen. Iets als een kleine wind kwam door het gebouw, en haar dierbare ziel werd naar huis gebracht.

10 Terugkerend naar huis vroeg ik de Here waarom Hij het mij niet had laten zien. Was het omdat ik bij mijn andere familieleden mij op andere plaatsen had bevonden? En toen pakte ik de Bijbel op, zoals dit, en ik zei: "Vader..." Mevrouw Domico (Zij is, o, misschien in deze samenkomst; zij bezoekt deze allemaal.), zij had mij net een Bijbel gegeven met rode letters. Ik geloof er niet in om Gods Woord te nemen en er een "ouija bord" van te maken. Maar ik was zo diep bedroefd terwijl ik daar haar kleding uitzocht. En ze was een lieve persoonlijkheid. Ik trok de Bijbel open en ik zei: "Ergens hierin kunt U mij troosten", en het vers was: "Zij is niet dood, maar slaapt."

     De volgende morgen om ongeveer negen uur, terwijl ik huilend in de kamer zat en wij op het punt stonden erheen te gaan om te zien hoe zij zou worden opgebaard, zag ik een visioen voor mij opengaan. Ik zag grote menigten van kleine kreupele kinderen bij elkaar liggen en ik was een lied aan het zingen: Breng ze binnen. En aan de zijkant... De plaats liep zover naar achteren dat het eerst zo naar beneden ging en achteraan weer omhoog moest komen zodat de mensen achteraan de voorkant konden zien. En duizenden mensen waren vergaderd.

11 En ik zag een vermaarde vrouw binnen wandelen, hoewel zij ouderwets gekleed ging met een lange rok aan en met kleine dingen rondom haar hals, met een grote hoed op met neerhangende randen en van achteren veel opgestoken haar. Ik zag haar zo aan komen wandelen door het gebouw... door de plaats. Dit was geen gebouw; het was in de openlucht. En er was een loge aan elke zijkant waar de speciale gasten zitten. En binnen een paar ogenblikken zat zij in deze loge en boog naar de mensen. En ik kwam in de preekstoel en zou gaan prediken. En de dame draaide haar hoofd om om naar mij te buigen, zoals dit. Toen zij haar hoofd naar beneden had, boog ik het mijne. Ik was ongeveer anderhalve meter bij haar vandaan. En toen zij opkeek, was het mijn moeder, knap, jong.

     Juist toen, zoals het er hier aantoe gaat, een donder en een bliksem en een gebulder, en een stem sprak: "Maak je over haar geen zorgen meer. Zij is zoals zij in 1906 was." Ik ging heen en keek in de oude familie Bijbel om uit te vinden wat er in 1906 gebeurde, en dat was het jaar dat zij een bruid voor mijn vader werd. Dus is zij vandaag een deel van de bruid van de Here Jezus, waarvan ik een lid ben. Op een dag zal ik haar weerzien.

12 En ik ben er zeker van dat zuster en broeder McPherson in hun verlies... En ik wil zeggen dat broeder Tommy Hicks mij een paar dagen geleden, toen ik pas hier in Phoenix kwam, heeft opgebeld. Hij verloor zijn broer. Ik neem aan dat het door een van de broeders is bekend gemaakt. Hij werd daar in Mexico op slag gedood. En broeder Tommy moest erheen vliegen om zijn broer te identificeren die een ongeredde persoon was. En arme kleine Tommy huilde alsof zijn hart zou breken.

13 En ik vertrouw dat wij nooit die ervaring zullen hebben, maar dat allen op die dag gereed mogen zijn om Christus te ontmoeten, want als wij... als wij niet gereed zijn... Het is niet zwaar om heen te gaan wanneer je gereed bent, maar, o, wanneer je niet gereed bent...

     En bedenk, deze... Dat was niet alleen... Je droomt die dingen niet; je ziet ze en het zijn daadwerkelijke feiten. De ouderen zullen daar voor eeuwig jong zijn. Daar zullen nooit meer ouden van dagen zijn, of enig spoor van zonde, of enig teken van ouderdom. Wat een bemoediging is het voor ons om te weten dat daar een land aan de overzijde van de rivier is.

14 Ik zou nu graag willen dat wij Hem zouden benaderen met gebogen hoofden en gebogen harten, als ik... Alleen voor een klein drama, dat ik gewoonlijk graag aan het Zakenliedenontbijt wil meegeven... Ik wil een Schriftgedeelte lezen. Maar voor het lezen en bidden, wilde ik u vragen of hier iemand is die een verzoek heeft om in gebed te gedacht te worden, steek dan uw hand naar God omhoog, wat het verzoek ook mag zijn. O, het is een nooddruftig gehoor, een nooddruftige wereld. Laten we bidden.

15 Onze hemelse Vader, terwijl wij ons onder de mensen bewegen, worden we ons bewust van het feit dat wij op een dag onze laatste gang zullen maken. Op een dag zullen wij elkaar voor de laatste keer op aarde ontmoeten. En elke keer dat wij predikers naar de preekstoel gaan, vragen wij ons af of er nóg een gelegenheid zal zijn om U aan onze gemeente te introduceren, niet wetend in welke tijd dat zal komen. En wij bidden deze morgen, Heer, om ons barmhartig te zijn. En als ik Uw gezegende Woord lees, bid ik, dat het zaad in de harten van de mensen zal vallen en zij het zullen ontvangen.

     En als er vandaag hier enigen zijn, Heer, die niet gered zijn, mogen zij vandaag gered worden. Mogen zij vanmorgen die algenoegzame beslissing nemen door de Zoon van God aan te nemen als hun Verlosser. Degenen die op de weg vermoeid zijn geworden en van de weg zijn afgegaan, breng hen terug, Heer. En degenen die op de weg zijn, schenk hun blijdschap en vrede en voldoening over hun geweldige aanneming van de Here Jezus in de voorbijgegane tijd.

16 Wij weten dat de mensen hier al zitten vanaf zeven uur deze ochtend en vermoeid zijn. Maar wilt U ze verkwikken, Heer, met stromen van zegeningen uit de hemelse troon van onze Vader. Geef het hun, o God, dat wat nodig is voor het uur.

     En nu, bij het lezen van Uw Woord, draag ik mijzelf aan U op, o Heer, en mag de Heilige Geest het buitengewoon overvloedige van het Woord voortbrengen.

     U kent het verzoek achter elke hand die omhoog ging. Ik bid U, Vader, dat Gij dit verzoek wilt zegenen. Schenk hun de wens van hun hart. Zegen deze vergadering, deze tijd van gemeenschap waar mannen en vrouwen uit elke levenswandel van uit het land en van buiten het land hier zijn vergaderd in deze geweldige plaats, Phoenix genaamd, die uit niets is verrezen. Mag de Heilige Geest Zijn kleine gemeente deze morgen nemen en daaruit een phoenix maken. Laat haar heden gedurende deze conventie oprijzen door mirakelen en tekenen en wonderen van de levende God.

17 Mag bij iedereen die daarbuiten in dat zwembassin wordt gedoopt, of waar het vanmiddag ook mag zijn, de Heilige Geest bewegen over dat water en die persoon treffen terwijl zij eruit komen. Want wij kennen de opdracht die ons door het Woord van God is gegeven, die niet kan falen. Petrus zei bij de grote toespraak op de Pinksterdag bij de inhuldiging van de gemeente: "Bekeert u, een ieder van u, en wordt gedoopt in de Naam van Jezus Christus voor de vergeving van zonden en gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Want de belofte is voor uw kinderen en voor allen die daar verre zijn, zelfs zo velen als de Here, onze God, ertoe roepen zal." Here, U roept vandaag nog steeds. En wij weten dat de Heilige Geest in deze vallei wil neerkomen, en over dit water vanmiddag, en die mensen de wensen van hun hart wil geven; hen verzegelen in het Koninkrijk van God. Schenk het, Vader.

     Zegen deze conventie, zegen elke man, jongen of meisje, wie er ook een woord te zeggen heeft, en mag het voor de rest van ons vruchtbaar zijn. Wij vragen het in Jezus' Naam. Amen.

18 Voor nog een paar ogenblikken van uw tijd nu... Ik ga aan broeder Shakarian vragen, of enigen van hen, of... Ik ben een zuiderling, langzaam om te beginnen. Zo was ik... Mijn familie vertelde mij, dat ik wat laat in de wereld ben gekomen. Ik ben altijd laat geweest. Toen ik niet lang geleden in een Verenigde Broederkerk zou prediken, was ik slechts ongeveer een uur te laat. Zij zijn altijd stipt, weet u. De voorganger kwam dus naar voren en zei: "Toehoorders, ik wil u nu de te late heer Branham introduceren." [In het Engels betekent dat: "overleden" – Vert]

     Ik was te laat voor mijn huwelijk. Ik liet mijn vrouw ongeveer twee uren wachten: moest een ziekenoproep beantwoorden. Als ik maar te laat kan komen voor mijn begrafenis; dat is de hoofdzaak. [De samenkomst lacht – Vert] Welnu, ik ben zo blij dat er Eén op tijd is, en dat is God en Zijn Boodschap: altijd op tijd.

19 Nu, morgenmiddag, zo de Here wil, zal ik tot u spreken, prediken; zo de Here wil. Als u nu voor deze ochtend de tekst zou willen lezen of opschrijven. Voor een klein, eenvoudig drama, zou ik u Lukas 7:36 willen voorlezen.

     En een van de Farizeeën bad Hem, dat Hij met hem at; en ingegaan zijnde in het huis van de Farizeeër, zat Hij aan.

     Heel eenvoudig... Wij zijn allemaal bekend met het verhaal. Nu geloof ik dat het tegen zonsondergang moet zijn geweest toen de koerier arriveerde. Hij was vermoeid; zijn voeten waren stoffig; zijn haar was samen geplakt door stof en zweet, omdat hij bijna de hele dag hard gelopen had. Hij had een plicht te vervullen en hij moest zich haasten om het te doen. Dus was hij waarschijnlijk naar Kapernaüm gegaan en in Kapernaüm werd hem verteld: "Ja, Hij was hier een paar dagen geleden, maar Hij is weggegaan." Toen ging hij naar Nazareth, enzovoort, stad na stad. Tenslotte, ongeveer laat in de middag, bij zonsondergang; vermoeid en met zere voeten, afgemat, had hij eindelijk Degene ontmoet waarnaar hij zocht: Jezus van Nazareth. O, als wij alleen maar zo konden zijn, rennend van stad naar stad en van plaats naar plaats, tot wij uiteindelijk in Zijn tegenwoordigheid zijn.

20 Het moet Filippus zijn geweest... Filippus was schijnbaar de buitenwacht. Men ontmoette hem voordat zij bij de andere apostelen kwamen. Laten we zeggen dat Jezus ergens zat, en daar was Johannes die tegen Zijn boezem leunde met Petrus, die geloof en liefde vertegenwoordigden en het nauwste met Jezus verbonden waren. Dus Filippus bracht waarschijnlijk deze bode naar, laten we zeggen Petrus. Petrus bracht hem in de tegenwoordigheid van Jezus.

     En Hij was vermoeid. Hij had de hele dag gepredikt, en Zijn stem was waarschijnlijk wat schor door een zere keel en het stof van de dag, dat door het gestamp van de mensen op de grond was opgewaaid. En Zijn kracht was uitgeput, daar Hij staande tot de mensen gesproken moet hebben over het Woord van God. Hij keek over hen heen en zag hoe zij hongerden en dorstten, en zal hun verklaard hebben hoe God al Zijn grote werken zou voortbrengen.

21 O, ik zou het heerlijk hebben gevonden om daarnaar te luisteren. Ik geloof dat ongetwijfeld iedereen hier ernaar verlangd zou hebben om daar te zijn, om te horen wat Hij te zeggen had, te luisteren naar Zijn leer, wat Zijn leerstelling was, hoe Hij Zichzelf uitdrukte en wat voor een soort stem Hij had. En om naar Zijn gezicht te kijken, en Hem Zijn werken te zien verrichten met het onderscheiden van de gedachten van de mensen. Hoe Hij hun vertelde over verschillende dingen en ziektes die zij hadden en hen genezen verklaarde. Ik zou daar heel graag zijn geweest. O my, ik zou dat graag hebben willen zien.

22 En waarschijnlijk was Hij wellicht geëindigd met een prediking over... Kent u Jezus' eerste lering? Hebt u ooit geweten wat die was? "U moet wederom geboren worden." Dat was Zijn eerste lering. "U moet wederom geboren worden."

     Dus Hij mag misschien naar Genesis zijn teruggegaan en gezegd hebben: "In den beginne zei God: 'Laat er zijn.' En daar was het. En Hij zei: 'Laat alles wat Ik gesproken heb, voortbrengen naar zijn aard.' En dat deed het." Dan kan Hij iets naar voren hebben gebracht zoals dit: "Welnu, zoals het nu voortbrengt... Maar toch kunt u deze zaden nemen en ze met elkaar kruisen, en dan krijgt u wat een bastaardproduct wordt genoemd, prachtig, heel mooi, maar het is niet het originele. Laat het gaan, dan zal het weer terugkeren naar zijn soort."

23 En een bastaardproduct kan nooit de ruwheid en de behandeling doorstaan die het oorspronkelijke kan doorstaan. Want een oude Longhorn zou in de winter een van uw Herefords overleven, daarbuiten op de prairie. Zij kan haar eigen weg vinden, net zoals een hert. Maar uw bastaard Hereford, uw Brahma-Angus, zou daar uitsterven. U moet ze als een baby behandelen.

     En Hij... Als Hij hier vandaag zou staan, geloof ik dat Hij zoiets dergelijks tot ons zou zeggen. Wij hebben niet alleen verbasterd fruit, dieren, maar wij hebben verbasterde godsdienst: we moeten vertroeteld en geaaid worden. Het is niet het oorspronkelijke. Wij proberen Gods Woord te nemen en te kruisen tot wat anders, en kruisen het hiermee, en het loopt uit op een stel tere baby's die wij moeten koesteren; zij kunnen het echte Woord niet nemen. Hij zou misschien zoiets dergelijks gezegd hebben.

     Dan zou Hij gezegd kunnen hebben: "Ziet u, uw levens zijn eigenlijk verbasterd. Vader zei: 'Raak de boom niet aan.' Maar Satan zei: 'Het zal u niet deren.' Dus daardoor is uw leven nu in een verbasterde toestand." En dat leven kan niet naar zichzelf terugkeren; terug geteeld worden.

24 U kunt bijvoorbeeld de ezel nemen en die kruisen met het paard, of met de merrie, en het zal een muilezel voortbrengen. Maar de muilezel... De moeder muilezel en vader muilezel kunnen geen baby muilezel krijgen. U moet blijven kruisen.

     Hetzelfde met graan, het is prachtig, maar lees Readers Digest[Het Beste], wat al deze verbasterde dingen bij de mensen uitwerken: kanker en al het andere. Verbasterde kippen. Ze zeggen dat over twintig jaar, als het niet wordt stopgezet; wat zal er gebeuren? Vrouwen kunnen geen baby's meer krijgen. Zij worden krachtiger, inwendig nauwer, smaller in de heupen, kunnen geen baby krijgen.

     Laat de dingen blijven zoals ze zijn. Laat God Zijn gang gaan. Zo is het met Zijn Woord. Laat het zoals het is. Probeer er niet iets aan toe te voegen zodat het bij een geloofsbelijdenis past. Houd het zoals God het heeft gezegd. Geloof het. Dat zal een stoere, sterke Christen vormen; niet een baby die denominationeel gekoesterd en vertroeteld moet worden, met een attest van de kerk om van de ene denominatie naar de andere te gaan. Wanneer Hij zijn naam op het boek in de hemel plaatst, staat het voor eeuwig vast.

25 Jezus kon gezegd hebben: "Nu dan, om terug te keren naar het oorspronkelijke, moet God opnieuw spreken." Dat is wat Hij doet wanneer Hij u een nieuwe geboorte geeft. Uw oude leven is voorbij, en u bent teruggekeerd naar het originele Woord van de Here. Zo niet, dan bent u verbasterd in kerken, denominaties. Maar wanneer God van Zijn vrede en de Heilige Geest spreekt, dan bent u weer terug in de originele familie van God. U hoeft niet zacht behandeld te worden. U bent een Christen met ruggengraat die het kan doorstaan.

     Gaat naar het kruis, naar de vurige oven, naar de leeuwenkuil of waar dan ook, omdat het Woord van de levende God in uw hart en ziel brandt. En iedereen kan terugvallen, iedereen kan zich tegen u keren en van alles, maar dat zal voor niets stoppen. Dit krachtige Woord van God blijft precies daar, nadat Hij met deze oorspronkelijke stem in uw hart sprak: "U bent de Mijne."

26 Ik veronderstel over zoiets dergelijks misschien, ik weet het niet, maar Hij zou erover gesproken kunnen hebben. En Zijn stem was schor, Zijn lippen gebarsten, Zijn gelaat rood door de directe stralen van de Palestijnse zon, die zeer heet is. En dan hebben Filippus en Petrus waarschijnlijk gewacht tot Hij geëindigd was, en misschien zei Hij toen op het laatst: "Zoekt en gij zult vinden."

     En ongeveer op het moment dat Hij daarmee geëindigd was, kan Petrus hebben gezegd: "Heer, hier is een man die vanuit een zekere plaats door een zekere man is gezonden, en hij wenst U te spreken."

     En Hij keek naar hem en zei: "Zeg het maar."

     Nooit te vermoeid om klaar te staan om te luisteren naar alles wat u wilt zeggen. Hij is Dezelfde vandaag. Het geeft niet hoe laat het in de avond is, hoe vermoeid Hij zou zijn, Hij staat nog steeds gereed om alles te beantwoorden, elke vraag die u Hem wilt stellen.

27 En hij zei... Deze koerier dacht waarschijnlijk dat dit een tijd was dat zijn reis geëindigd was. Dus zei hij tegen Hem: "Een bepaalde, zekere kardinaal, bisschop Zo-en-zo, Farizeeër, mijn meester, zal een groot feest houden. En hij bewijst U eer; want mijn meester is een voorname man en hij heeft U eer bewezen, met het oog op de menigte die om U heen is", met andere woorden: gezien de wijze waarop U gekleed gaat. "En toch wil hij dat U komt om hem op het feest op die en die tijd te bezoeken."

     Jezus gaat altijd naar waar Hij wordt uitgenodigd. Het geeft niet waar het is, Hij zal komen! O, Hij kwam eens naar een leeuwenkuil, naar een brandende oven. Ik geloof dat het David was die zei: "Al maak ik mijn bed in de hel, Hij zal daar zijn." Hij zal komen naar de armste, naar de rijkste, naar de meest immorele, naar de gemeenste, naar de ordinairste. Hij zal overal komen waar Hij is uitgenodigd. Het geeft niet wat uw toestand en positie in het leven is. Hij zal nog steeds komen. Dat maakt Hem God voor mij: nederig. "Ik zal er zijn. Ga uw meester vertellen, dat Ik daar op die en die datum zal zijn. Ik zal er zijn."

     Die hoogst armzalige koerier, hoe kon hij het gedaan hebben? Ik wilde dat ik zijn plaats had kunnen innemen, maar hij keerde zijn rug naar de Here toe en ging weg met een tevreden gevoel dat hij zijn meester had behaagd. Zo vaak zijn wij daar schuldig aan. Wij zijn zo geïnteresseerd...

28 Ik las in de 'Nicea Vaderen', na het Concilie van Nicea, over Augustinus van Hippo die op een dag met Martinus samen zat toen hij hem in het klooster bezocht. Buiten, achterin de tuin, gaf God hem de gelegenheid de Heilige Geest te ontvangen zoals Martinus. Maar hij wees het af omdat hij zo geïnteresseerd was in de dogma's van Rome dat hij de Heilige Geest niet kon ontvangen. Heel vaak overkomt ons dat; we zijn zo geïnteresseerd in andere dingen. Soms zijn wij zo geïnteresseerd in tijd – terwijl wij precies in de tegenwoordigheid van de Here Jezus zijn gebracht – dat we weglopen.

29 Onlangs op een avond trok een man op het podium mijn aandacht toen hij sprak over het gaan naar een van de conventies en dat hij zijn whisky en sigaren meenam. Dat was alles wat hij wist over een conventie. Maar ik ben blij dat hij de gelegenheid te baat nam. Heel veel keren doen wij dat niet: de gelegenheid aangrijpen.

     Deze koerier bracht de boodschap over en was in de tegenwoordigheid van de Here Jezus, maar was toch dom genoeg, als ik het moet zeggen, om zich om te keren en te denken dat hij al het nodige gedaan had. Soms gaan wij naar school en behalen een doctorstitel in de filosofie of in de rechten. Gaan naar een Pinkstersamenkomst om te vertellen dat de dagen van wonderen voorbij zijn omdat de bisschop ons zond om hun dit te vertellen, en keren we ons af van het echte feit dat wij in de tegenwoordigheid van Jezus Christus zijn.

30 Wat een gelegenheid gaf God die man, die meest armzalige man. Ik wou dat ik daar had gestaan. Allereerst zou ik aan Zijn voeten zijn gevallen voordat ik iets zei over wat de bisschop verlangde. Ik had gezegd: "Here Jezus, wees mij zondaar genadig." Dat zou het eerste in mijn leven zijn geweest, te weten dat Hij leven was, en de enige toevlucht naar God was door Hem. Ik zou Hem hebben aangenomen, Hem eerst mijn persoonlijke Redder laten zijn vóór de boodschap die de kardinaal, of de paus, of de districtsoverste, of wat hij ook was, mij als opdracht had gegeven. Ik zou eerst Christus hebben gezocht.

31 Ik denk dat dit de enige plicht van elke vrouw en man behoorde te zijn die deze samenkomsten bijwonen, ongeacht wat iemand anders heeft gezegd. U bent in de tegenwoordigheid van Christus gebracht. Ongeacht hoe succesvol u bent of niet, ongeacht hoe voornaam of hoe arm, ongeacht wat u bent; val bij de eerste gelegenheid aan Zijn voeten neer en zeg: "Heer, wees mij genadig." Kom dan de zakenlieden vertellen dat u tot hun gelederen zou willen behoren. Zet God op de eerste plaats.

     Hoe zouden we vanmorgen naar deze hoogst armzalige man willen kijken, als wij het gordijn opzij konden schuiven om te zien of dat voortdurend zijn houding was, om zich van de tegenwoordigheid van Christus af te keren terwijl hij de gelegenheid had om bij Hem te staan. Wat een miserabele persoon is dat wel vandaag, want hij woont ergens. En het zouden u en ik kunnen zijn na deze samenkomst vandaag. Het hangt af van onze houding wanneer wij in Zijn tegenwoordigheid zijn. Accepteer het altijd!

32 Doch hij keerde zijn rug naar de Here en wandelde met een opgelucht en tevreden gevoel weg, daar hij gedaan had wat hem was opgedragen. Soms is het niet goed om te doen wat u wordt opgedragen. In dit geval was dat goed geweest.

     Dus dan zien wij dat hij zich gehaast moet hebben om de boodschap over te brengen en... "Ik heb Hem gevonden; ik weet Wie Hij is. Ik heb Hem ontmoet en het Hem verteld. En ik heb Zijn belofte gekregen dat Hij hier zal zijn. Hij zal hier zijn. Hij heeft gezegd dat Hij hier zou zijn."

     Welnu, er is iets fout met dit schouwspel. Er is ergens iets verkeerd. Die Farizeeërs mochten Jezus niet. Zij haatten Hem. Zij konden Zijn Naam niet op hun denominatielijst vinden. Zij konden geen van hun theologische scholen vinden waaruit Hij was gekomen. Maar Hij was uit één gekomen, niet die van hun, maar van God. Daarom zien wij dat die Farizeeërs Hem haatten. Hij had geen samenwerking met hen. Zij verachtten Hem.

33 En u kunt niet samenkomen voor gemeenschap tenzij u iets gemeenschappelijks hebt. Dat is de reden waarom wij graag naar deze samenkomsten komen. Wij hebben iets gemeen: de Heilige Geest, broederlijke liefde, gemeenschap met elkaar, terwijl het bloed van Jezus Christus ons reinigt van al onze zonden. Wij hebben gemeenschap, wij hebben iets gemeen.

     Wanneer u jonge mensen bij oude mensen ziet en een klein meisje steeds bij oma ziet rondhangen, dan is er iets verkeerd: teveel verschil in leeftijd. De jonge vrouwen, de zestienjarigen, weet u, knallen graag met hun kauwgom en doen zoals de anderen, en praten over hun vriendjes, weet u. En de oudere dames spreken graag over borduren en patroon knippen en naaien en koken, enzovoort. En de kleine kinderen spelen graag met poppen of knikkers, bromtollen of wat nog meer. Maar wanneer je een heel klein meisje bij oma ziet rond hangen, dan kun je gerust aannemen dat oma ergens een zak snoep heeft. Er is iets verkeerd, of zij is oma's lievelingetje...

34 Dus deze Farizeeër moet, zoals wij het botweg noemen, een troefkaart achter de hand hebben gehouden met Jezus uit te nodigen, want hij haatte Hem. Er was geen gemeenschap. Ik stel me voor dat hij tegen de andere voorname mannen in zijn omgeving heeft gezegd: "Kennen jullie die zogenaamde profeet? Onze mensen weten dat het telepathie is. Wij weten dat Hij een waarzegger is. En het heeft allemaal niets te betekenen."

     Weet u, niet allen zijn zij gestorven. Heel wat ervan leeft nog steeds. "Wij weten dat ze... wij geloven Hem niet, onze gemeenschap heeft het veroordeeld. Dus weet je wat? Op dit bepaalde feest dat ik ga houden, ga ik kijken of ik Hem hier kan krijgen, en dan zullen we bewijzen dat Hij het niet is. Wij gaan bewijzen dat Hij niet is wat Hij heeft gezegd dat Hij is. Daarom zullen wij Hem hier laten komen." En naar mijn mening was dit de troefkaart die hij achter de hand hield. O, deze Farizeeërs!

     Er waren toen slechts twee klassen mensen: rijk en arm. En zij konden werkelijk een feest op touw zetten. O my, ze konden er wat van. Ze zouden de meest geschikte tijd van het jaar uitkiezen; wellicht als in de wijngaarden de druiven allemaal rijp waren. En de in de avond bloeiende jasmijn en de sinaasappelbloesem de lucht vulden en in de vallei een welriekende odeur verspreidden. En dan namen zij een lam dat geroosterd werd. O, een delicatesse: geroosterd lamsvlees. En de arme mensen konden het in de stad ruiken, en dan zou het water hen in hun mond lopen bij het ruiken van het geroosterde lamsvlees.

35 Maar je kon alleen maar komen door een uitnodiging. Hun tuinen waren allemaal omheind, enzovoort. En waarschijnlijk waren zij naar het grote binnenhof gegaan, daar helemaal achterin. En het was werkelijk een uitgelezen tijd voor hun zogenaamde gemeenschap die deze priesters en hiërarchie gezamenlijk hadden. En ze nodigden alleen de beroemdheden uit. Dus u ziet dat Jezus daar niet op Zijn plaats zou zijn. Ieder die met de Geest gevuld is, zou daar uit de toon vallen, want al hun gesprekken gingen over andere zaken.

     En één ding vind ik fijn omtrent een Zakenliedenbijeenkomst. Niet zomaar van zakenlieden die dan zitten te praten over hoe zij het een beetje aan deze kant kunnen krijgen, en een beetje afhalen van die, en Peter beroven om Paul te betalen, weet u, en meer van zulke dingen. Ik houd ervan om, als je ergens komt, je over Jezus kunt spreken, en over God, en over de Heilige Geest, en over de kracht en de opstanding en de komst van de Here. Dat is waar ik van houd bij de Zakenlieden.

36 Maar deze knaap was van een ander soort karakter. En hij had... Hij had alles gereed gemaakt, en zond ongetwijfeld bericht naar de geselecteerden en naar alle hogepriesters en bisschoppen enzovoort: "Hij gaat nu komen. Wees hier present. Wij zullen nu stellig voor eens en voor altijd aan iedereen bewijzen dat deze Kerel niets betekent. En komt u allen. U hebt Hem nog nooit gezien. En wij zullen vermoedelijk iets gaan zien waarmee wij Hem in de val kunnen laten lopen."

     Zo was dan alles eindelijk in orde gebracht. De bepaalde dag kwam voor het feest. En die ochtend was alles op orde gezet en alles was gereed. En, o, wat konden zij het klaarmaken. Alles naar smaak.

     Die morgen, echt vroeg, stonden alle dienaren die moesten dienstdoen met de handdoek over hun arm gereed. Het dier was reeds geslacht en werd in de voortuin gebarbecued. En de wijnen waren allemaal in speciale flessen en kruiken gedaan, en overal stonden de drinkbekers op tafel. En alle dienaren waren gereed om de komende groep mensen te bedienen.

37 Vervoer was nog heel ouderwets. Zij hadden drie manieren van vervoer. Het leger kwam in een strijdwagen. De rijke op een ezel. De arme lopend. Daarom hadden ze daarbuiten verschillende knechten om voor de gasten die eraan kwamen zorg te dragen. Het was werkelijk heel goed geregeld. Laten wij onze gedachten er nu goed bijhouden.

     En terwijl we kijken, zien we dat misschien de man die bij de aankomst van de legerwagens zorgdroeg voor... Ze hadden een plaats waar gezorgd werd voor het uitspannen van hun paarden, en ze brachten die dan in de stal en gaven ze te eten. En degenen die er voor de rijke mensen waren, namen de ezels mee en verzorgden die. En dan was daar nog een andere knaap. Hij werd de voetenwasser genoemd. Hij was een sloofje, de laagst betaalde man van heel de groep, een sloofje, een voetwasknecht, het geringste baantje van allemaal.

38 En wanneer wij soms denken dat wij iets zijn... De hoogste Hiërarchie van de hemel werd vlees in een Voetwasknechtje toen Hij naar de aarde kwam om sterfelijke voeten te wassen. Toen Hij naar de aarde kwam, kwam Hij niet om een voornaam persoon te zijn. God neemt altijd de... die niemand is om er iemand uit te maken. Dat is vandaag het probleem met de mensen: zij proberen iemand te zijn. Word een niemand. God neemt iets waar niets mee is om er iemand van te maken, en dat bewijst dat Hij God is. Hoewel dit de laagste baan was, om de voeten van de mensen te wassen, nam Jezus die taak op Zich – de minste die er op aarde was – om een voorbeeld te worden.

39 Hij hoefde dit niet te doen. Hij kon uit de bek van een vis een muntstuk halen, of tot de bergen spreken zodat er miljarden tonnen goud uit zouden stromen. Hij kon in het land water uit een bron pompen en het veranderen in de allerlekkerste wijn in het land. Hij kon vijf broodjes en twee vissen nemen en daar vijfduizend mee voeden. Hij hoefde dit niet te doen. Maar Hij kwam als een voorbeeld zoals de Pinkstermensen zouden moeten zijn: nam de geringste taak op Zich. O, zeker, dat is wat... Maar wij proberen de hoogste plaats in te nemen. Als wij geen bisschop, doctor, pres-... of zoiets... de hoogste plaatsen, de belangrijkste dingen... O my, wij zijn gewoon... wij zitten vol met belangrijke dingen.

40 Ik kom niet, als ik hier ben uitgenodigd, om mensen te koesteren en te vertroetelen. Ik bid, zeg: "God, dat zijn Uw mensen. Wat kan ik zeggen wanneer ik dergelijke dingen zie binnenkruipen?" Dan begint de Heilige Geest mij te vertellen: "Pak dit aan." Kijk, wij willen iets groots. God neemt iets kleins.

     Elia hoorde de geweldig ruisende wind, de donders, de weerlichten, en de aardbeving, maar hij maakte zich er niet druk om. Maar wat zijn aandacht trok, was een stille zachte stem. Dat veroorzaakte dat de profeet iets over zijn gelaat deed en naar buiten trad om God te horen. Ik vraag me af of wij Pinkstermensen niet teveel hebben vertrouwd op ruisende winden, een heleboel lawaai, in plaats van te bedenken, of te luisteren naar die zachte stem. Wij horen zoveel storende signalen, dat we geen tijd kunnen nemen om de stille zachte stem te horen.

41 Weet u, als een boerenkar buiten over hobbels al bonkend het land oprijdt, geeft het allerlei gepiep en gekraak en een botsend geluid. Maar bij de terugkeer is die volgeladen met goede dingen. Hij passeert dezelfde hobbels en maakt geen enkele beweging. Wij zouden vol geladen moeten zijn. Zolang er boosheid onder ons heerst, zolang er geschillen onder ons zijn, zijn we nog niet geladen.

     Neem onkruid, lichtzinnig. Maar wanneer tarwe opkomt, houdt het zichzelf rechtop in de lucht, schudt door de wind met opgestoken hoofd heen en weer. Maar wanneer de aar is volgroeid, buigt ze.

     Ik denk dat dit vandaag met ons allen aan de hand is, de kerken. Wij gaan niet genoeg met elkaar om in echte nederigheid, geen namaak, maar iets waardoor u daar blijft totdat er iets met u is gebeurd. Nederigheid... Teveel wind en donder, en niet genoeg stille zachte stemmen, ik denk dat dit waar is. We kijken en zien dat het waar is vanwege de vruchten die het bij onze mensen voortbrengt. Het is hoe dan ook niet meer zoals het is geweest.

42 Terug naar ons verhaal. We zullen daar zondag toe komen. Bemerk dat deze Farizeeërs... Deze Farizeeër maakt alles gereed voor zijn knalfuif, zoals wij het zouden noemen, een bombastisch feest dat hij gaat houden. En ik kijk naar de man die buiten gereed staat om de wagens van de soldaten aan te nemen, en degene die de ezel van de rijkaard aanneemt.

     En in Palestina dragen zij aan de buitenkant een gewaad dat een opperkleed is, daaronder is een gewaad dat tot de knie reikt. En zoals zij in die dagen reisden, liepen zij over de bergen en staken over naar de kortste weg. En terwijl zij gingen, liepen de wandelaars en degenen die lastdieren hadden over hetzelfde pad.

43 En de dieren lieten langs de weg waar zij liepen hun ontlasting op de grond vallen en het stof begon zich op te hopen. En waar de dieren over het land waren gelopen, ontstond er stank in het stof. En terwijl de mensen liepen, zwaaide dit lange gewaad door de wind heen en weer en nam het stof mee; het kwam aan hun benen en op hun gezicht. Ze waren niet toonbaar om onthaald te worden als zij zo roken.

     Daarom had men een voetwasknechtje dat de gasten bij de deur zou ontmoeten. En wanneer iemand daar met de uitnodigingskaart aankwam, had hij daar een groot rek met wat wij zoiets als pantoffels zouden noemen, gemaakt van textiel, of van een of andere stof. En de sandalen in die dagen waren soms gemaakt van een stuk hout, zoals wij die hier de Romeinse sandaal noemen, met een stukje leer dat tussen de tenen gaat. De voet werd dus aan het stof bloot gesteld.

     En als zij dichterbij kwamen, kwamen zij aan deze plaats en overhandigden hun uitnodiging. Dan zou hij bukken om deze sandalen los te maken en die weg te zetten met hun naam erop. Dan lichtte hij de mantel wat op en deed een ander paar zachte sandalen aan hun voeten, en dan waren zij gereed om naar binnen te gaan. O, die vloerkleden waren soms echt dik, en grote wandkleden. Zij hadden een prachtige entourage in hun huizen. Die mensen waren rijk.

44 En het volgende wat deze persoon deed, was zijn voeten wassen. En dan gebeurde het volgende: hij ging naar de volgende gast en deze stond met een handdoek over zijn arm en een kruikje in zijn hand. Deze goot dan olie zijn hand en liet het hem achter zijn oren, nek en gezicht wrijven omdat zijn gezicht brandde. Hij was vuil. En dan nam hij deze handdoek en veegde zijn gezicht er goed mee af. En hij was in orde, de stank was van hem af en hij was gezalfd met parfum. En dat was kostbaar, zeer kostbaar.

     Zij krijgen het, werd mij verteld, hoog uit de bergen, waar men deze kleine rozenbottels haalt nadat de roos is uitgebloeid. En de rozenbottels... Het is een heel kostbaar iets. Zoals de koningin van Scheba naar Salomo specerijen en nardus bracht, enzovoort. En hieruit maakten zij dit parfum.

45 En zij ontspanden zich door... zij waren... Hun voeten waren gewassen, de stank was van hen af, die brandende, verschroeiende zon op hun gezicht... Toen waren ze verfrist. Dan het volgende... De eerste stap, tweede stap en nu de derde stap. Ik zou er nu een poos over kunnen prediken, maar ik heb er geen tijd voor; hoe dit rechtvaardiging, heiliging en de doop van de Heilige Geest is.

     Wanneer zij dan naar binnen gingen, ontmoetten zij de gasten. Zij werden onthaald door de gastheer. Dan gebeurde er iets zoals dit (ga staan, broeder Demos). Na gewassen, geparfumeerd te zijn, werd hij niet in verlegenheid gebracht door de stank. Hij had zacht schoeisel aan om over de dikke Perzische kleden te lopen. Hij was gezalfd; hij rook lekker, niet de stank van de dieren, maar hij was geparfumeerd. Dan naderden zij elkaar op deze manier. (Kom dichterbij, broeder Demos.) Ik ben in de Oriënt geweest. Neem nu zo deze hand; dan komen ze op die manier nader. Ze kloppen elkaar op de schouder wanneer de gastheer de gast ontmoet. Dat werd dan de verwelkoming genoemd. Kijk, hij was gewassen, geparfumeerd en welkom gekust. Zij kusten elkaar in de nek. Hij werd welkom gekust. Dan was hij een volledig geaccepteerde broeder.

     Dat is de manier in de gemeente wanneer wij gewassen zijn door het bloed van het Lam, geparfumeerd door de Lelie der valleien en gekust door de Vader. Dan zijn wij welkome gasten. O, er valt daar zoveel over te zeggen. Maar ik wil u niet vermoeien door u te lang te houden.

46 Als hij dan welkom gekust is, voelt hij zich thuis. Hij hoeft zich nergens zorgen over te maken. Hij zou naar de koelkast kunnen gaan om een dikke sandwich te halen, zijn schoenen uitschoppen, op het bed gaan liggen, en alles wat hij maar wenst te doen. Hij was thuis.

     En wanneer God ons welkom kust in Zijn Koninkrijk, zijn wij thuis; is het goed. Het is dan allemaal voorbij. Wij zijn gewassen door de voorbereiding die Hij voor ons getroffen heeft: Zijn bloed, een heerlijk ruikend aroma, geparfumeerd door de heiligmaking die de stank van de wereld verdrijft (Halleluja. Ik voel me tamelijk religieus.), die de stank van de wereld wegneemt, of de verlangens van de wereld. Kijk, als de wereld nog steeds in ons is, dan is er iets verkeerd.

     Geen wonder dat wij geen echte Pinksteropwekking kunnen hebben. Geen wonder dat er iets ontbreekt. De gast is niet op de juiste manier binnengekomen. Ziet u, Jezus onderwees dat een keer wat betreft de mantels, en Hij zei: "Deze man werd daar niet toebereid bevonden, en hij werd gebonden en in de buitenste duisternis geworpen." Er zou hier zoveel over gezegd kunnen worden.

47 Maar dat is de wijze waarop zij het deden. Dan waren ze thuis, en ze voelden zich als een broeder. U kunt zich niet voelen als een broeder wanneer u nog steeds naar de wereld verlangt. U kunt hier buiten niet omgaan met dingen van de wereld zoals bedriegen, liegen, stelen; en wanneer u vrouwen uw haar afknipt en korte broeken draagt, enzovoort, om u dan nog steeds thuis te voelen wanneer het Woord van God wordt gepredikt. U wordt verondersteld van Pinksteren te zijn, wordt verondersteld gevuld te zijn met de Heilige Geest.

     Kort geleden haalde iemand naar mij uit met te zeggen: "Waarom laat u die mensen niet met rust?" Hij zei: "De mensen denken dat u een profeet bent."

     Ik zei: "Ik ben geen profeet."

     Hij zei: "Wel, zij denken het. Waarom leert u die mensen, die Pinkstermensen, niet hoe ze deze dingen kunnen ontvangen, hoe ze grote geestelijke zegeningen kunnen krijgen en in de tegenwoordigheid van God moeten binnengaan om ook visioenen te zien? Als u ze met rust zou laten..."

     Ik zei: "Hoe kan ik hun algebra leren als ze zelfs hun ABC niet willen leren?"

48 Hoe kunnen zij geestelijke dingen ontvangen wanneer zij zelfs niet het normale fatsoen hebben zich een schoonmaakbeurt te geven? Niet om u te kwetsen, maar om eerlijk met u te zijn. Oneerbare dingen waarvan de Bijbel zegt dat u die niet moet doen, toch verenigen wij ons daarmee. Jazeker. Kijk, u kunt niet welkom zijn. Beslist niet. U bent uit lijn met het Woord, en Hij is het Woord. Nu genoeg hierover. We zullen dat op een andere keer behandelen.

     Maar merk op, als we verdergaan. U zegt: "Wat is er met u aan de hand?" Wel, u mannen die hen dat willen laten doen; het laat zien waaruit u gebouwd bent. Enigen van u vrouwen, voorgangersvrouwen, handelen zo en kleden zich op die manier. Wat is het? U probeert... Uw echtgenoot staat het u toe? O, broeder. Wat is het? Met dat soort waterhoofdkapsel dat u draagt, probeert u zich te gedragen als de vrouw van de president. Izebel was ook de First Lady van het land. [De samenkomst applaudisseert – Vert] Sommige voorgangers zouden hun er niets over willen vertellen, maar zij hadden eertijds Elia die zich er flink tegen verzette. Dat was haar voorganger. Zij wilde het niet geloven. Ging af op...

49 Merk op, we zien dus dat men gereed en voorbereid moest zijn om binnen te gaan. Hoe was het gebeurd? Wij zien Hem nu ongewassen, ongezalfd, niet welkom gekust, in de zaal zitten, in het huis van de kardinaal zitten. Ik wil u iets vragen. Wat was er met die voetwasknecht gebeurd? Waar was hij? Hoe kon hij daaraan voorbij gaan? Wat een gelegenheid, en hij miste die. O, ik geloof dat, als ik daar geweest was en wist dat Hij kwam, ik ergens op een ladder naar Hem zou hebben uitgekeken. [Leeg gedeelte op de band – Vert] De eer om Zijn voeten te wassen, de eer... Maar op een of andere wijze ging hij aan Hem voorbij, liet Hem gaan.

     Waar was de man met de zalfolie? Hij was hoe dan ook toch daar en was vuil. Het doodt me om het te zeggen, toch was Jezus daar met vuile voeten. U weet dat de Fransman Hem Jésus noemt, Jésus. Jésus met vuile voeten, geen mens droeg genoeg zorg om Zijn voeten te wassen.

     "Wat heeft dat met ons te maken, broeder Branham?" Hij kwam, en Hij was op tijd. Hij is altijd op tijd, nooit te laat. Wij roepen om een opwekking, en Hij komt. Iemand begint de Heer te prijzen, of huilt; hij wordt de kerk uitgezet. Zie? Hij wordt nooit verwelkomd. Jésus met vuile voeten.

50 O, waarom werd Hij vuil? Hij werd vuil toen Hij kwam omdat Hij geroepen werd om te komen. En vandaag wordt Hij ook zo, want wanneer Hij komt, wordt Hij "heilige roller" genoemd, een of andere lasterlijke naam. Waarom nam Hij zoiets op Zich? Omdat wij Hem uitnodigden om te komen, en God kwam neer in de vorm van menselijk vlees. Hij leefde hier op aarde. Hij werd dat zodat... Wij nodigden God uit om te komen, en als Hij dan komt, willen ze Hem niet. Zij wilden Hem niet. Menigmaal willen wij Hem niet. Het verstoort onze denominationele opmaak. Het belemmert de sociale reputatie die wij met de andere kerken hebben. God, heb genade met ons arme, miserabele Farizeeërs.

     Wat wij nodig hebben, is de kracht van de Heilige Geest terug in de gebouwen en terug in de mensen, die de ouderwetse Pinksterkracht zou hebben, die de kerk zou kunnen reinigen vanaf de conciërge tot aan de voorganger. Dat is waar. Amen. Dat hebben wij nodig. Toch bidden wij ervoor, en wanneer het komt: "O nee, dat belemmert mijn sociale reputatie." Zie? O zeker, het neemt wat van de waardigheid weg. Als je het niet zus of zo hebt, willen de mensen niet komen. Jezus zei: "Niemand kan tot Mij komen tenzij Mijn Vader hem heeft getrokken." Merk weer op: "Allen die de Vader Mij geeft, zullen komen." Houd de zaak zuiver.

51 Wij kunnen ons nooit met de wereld vergelijken. Wij doen verkeerd om te proberen ons te gedragen als de wereld. We kunnen ons nooit met hen vergelijken. En wij hebben op hun terrein niets te maken. Breng ze over naar ons terrein. Wij hebben iets wat zij niet hebben. Als wij ons gedragen zoals zij, weten zij dat wij iets zeggen wat wij niet hebben. Laat de wereld naar ons toe komen, niet dat wij de wereld achterna gaan. Laat de wereld...

     Weet u, Hollywood glittert, maar het Evangelie gloeit. Er is een groot verschil tussen glitteren en gloeien. Gloei; niet met de uiterlijke verschijning, gloei aan de binnenkant door de Heilige Geest, met lieflijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld en liefde. Gloei en glitter niet. Glitteren is wat de wereld doet.

52 De gemeente lijkt heel veel op hoe het was in de dagen van Esther. Esther nam niet de parfumering van de vrouwen. Zij versierde zich met het eerbare gewaad, de verborgen mens van het hart. En de koning zei: "Zet de kroon op haar hoofd." Esther was een type van de huidige gemeente, degenen die gereed zijn eruit te komen en zich sieren met de lieflijkheid van de Heilige Geest. Niet de parfumering en de kleding van de wereld om te proberen met hen overeen te komen, maar met die verborgen mens van het hart. Dát is degene.

53 Merk op dat we Jésus daar zien zitten met vuile voeten. Ze hadden het niet eens opgemerkt. Hoe was Hij binnengekomen? Hoe miste Hij eigenlijk... Hoe kwam het dat het voetwasknechtje Hem had gemist? Hoe hadden de overigen Hem gemist? Ik weet het niet. Maar Hij zat daar met vuile voeten. Niemand deed er iets aan. O, de Farizeeër, hij en de anderen, de bisschop, de aartsbisschop, en de kardinaal, en al de anderen waren daar en klonken met hun wijnkelken en dronken de heerlijke wijnen en spraken over de dingen van Israël, maar ze faalden de God van Israël te zien.

     Dat is zo vandaag. Wij willen het grootste gebouw in de stad of... En alle mensen houden ervan om als een kuddedier naar het grootste gebouw te gaan dat er in de stad te vinden is. Naar al deze aanzienlijken, de best gekleden en dergelijke. En een arme kleine man die daar ergens op de hoek van de straat het Evangelie predikt, of ergens in een steegje in een kleine kerk, daar wilt u niet mee omgaan. Wat is er aan de hand? Er is daar iets verkeerd. U gaat daarheen waar de rest van de mensen zich zo gedragen en het beste gekleed gaan. Het is erg jammer dat het in onze kringen begint te komen. Jazeker.

54 Wat wij nodig hebben, is een verootmoediging. Wat wij nodig hebben, is een herdoping van de Heilige Geest, met Gods liefde en kracht om deze wereld uit ons weg te nemen, om ons opnieuw te sieren overeenkomstig het Woord: gewassen door het water van het Woord. Keer terug naar Christus, in plaats van ons te richten naar de mode van de wereld, ons te gedragen als de 'first lady' en al deze andere dingen, als enigen van de bisschoppen, enzovoort. Geef daar niet om. U wenst te zijn als Jezus, Jésus.

55 Denk nu eens in. Nadat het feest was begonnen, stond iedereen langs de omheining, de geur van het lam en vanalles. Niemand liep op straat. Iedereen stond daar naar binnen te kijken en te watertanden, gretig naar een stukje van het lam. Zij konden niet binnenkomen. Nee. Dat waren de armen buiten, het uitschot. En hier zat er Een binnen, zo gekleed en er uitziend als diegenen buiten. Er was ergens iets verkeerd... Zat daar; hadden niet eens het fatsoen Zijn voeten te wassen of Hem welkom te kussen, lieten Hem gewoon daar zitten met niemand om Hem heen. Zijn discipelen konden niet komen; zij waren niet uitgenodigd. Maar hier zit Hij dan en kijkt om Zich heen.

56 Nu, luister. Helemaal aan het einde van de straat, naar het slechtste gedeelte van de stad, naar het district van de rode lampen, gaan we rechtsaf een steegje in. Daar aan de achterkant van het huis bevindt zich een smalle, oude, krakende trap, die, als je erop gaat, piept en kraakt. Openen we de deur, dan vinden we daar een kleine vrouw. O, ik geloof niet dat zij bedoelde om slecht te zijn. Misschien had zij goede ouders maar nam zij de verkeerde weg. Of misschien was zij een goed meisje en een of andere gladjanus, een Judas met krulhaar, ruïneerde de reputatie van de kleine dame.

     Ik ben altijd op de vrouwen aan het hakken. Ik ga het nu een poosje voor u opnemen. Er is menig goed meisje verkeerd gegaan omdat er een kleine geparfumeerde Judas aankwam met zijn haar glad gekamd en met zijn mond half openhangend, die hier op straat met zo'n klein ding bezig is zoals die instrumenten van Ricky of Elvis. Neemt een klein meisje mee uit omdat zij denkt dat hij leuk is, hij geeft haar een sigaret en krijgt haar op de dansvloer.

57 Ik heb duizenden van hen ontmoet; hun arme leven had schipbreuk geleden en was verwoest. Het is niet altijd hun schuld. Zuster, bezwijk nooit voor zo'n jongen. Blijf uit zijn buurt. Er is niets bij hem te vinden als hij niet met de Heilige Geest gevuld is.

     Ik ga u iets vertellen – ik bedoel het niet als grap, want dit is geen plaats voor grappen – maar alleen iets wat in mijn gemeente is gebeurd. Dit is een plaats voor het Evangelie. We hadden hier een poosje geleden een meisje in onze kerk, een aardig, knap meisje. Het eerste was dat zij haar haar afknipte. Dat is tegen de regels. Beslist. Wanneer zij dit doet, zegt de Bijbel, dan is zij een oneerbare vrouw. Ga haar uit de weg. De Bijbel zegt dat als een vrouw haar haar afknipt, zij oneerbaar is. Welnu, dat is het Woord. God weet dat het juist is.

     Als de Heilige Geest in u is en daarmee niet wil overeenstemmen, wat voor Heilige Geest is dat? Zie? De Heilige Geest Zelf in u doet u leven wat u bent. Als de Heilige Geest niet met het Woord overeenstemt, en u noemt het de Heilige Geest, dan is het niet de Heilige Geest van God. U hebt een of ander soort geest.

     Vandaag hebben we allerlei geesten. Mensen zeggen: "Sluit uw ogen, open uw mond, ontvang iets." En u doet dat. Maar kijk wat u hebt nadat u het hebt ontvangen. Doe dit niet. U moet nuchter naar God toe komen, met uw volle verstand, vasthoudend aan het Woord van God. Krijg de Geest van God, Die zal ervoor zorgen dat u recht in lijn wandelt met God. Zeker.

58 Dit meisje begon om te gaan met een of andere kleine Elvis. Na een poosje vroeg ik aan haar: "Martha, hoe komt het dat je zo doet? Wat zie jij in die knaap? Hij rookt. Ik heb hem op het kerkterrein zien roken."

     "O," zei ze, "broeder Branham, weet u, hij heeft mooi krulhaar." En ze zei: "Hij ruikt gewoon zo lekker."

     Nu, als dat een reden is om een vriend uit te kiezen! Ik zei: "Maar hij is niet gered." Ik zei: "Ik zou liever met een jongen gaan die naar een veestal ruikt, en voeten had als een veewagen, en de Heilige Geest had." Ja, dat zou ik, liever dan een van die armzalige dingen. Zij eindigde tenslotte op het verkeerde pad zoals wellicht dit arme meisje ertoe gekomen was. Een jongen leidde haar verkeerd. Toen begon zij. Als u reeds bent begonnen, zuster, is er hoop als u deze Man ontmoet over Wie ik spreek. Misschien had zij de gelegenheid niet gehad.

59 Zij begon dus naar haar vaste gewoonte de straat op te gaan. En ze ziet niemand. Waar is iedereen? En ze slaat weer een hoek om en nog een hoek. Waar zijn ze allemaal? Er is vandaag niemand. Even later ruikt ze dat aroma. Haar arme kleine lege maag begint honger te krijgen. Ze beweegt zich tussen de menigte naar voren tot bij de Farizeeër zijn deur, en ze ziet de bisschop en de kardinalen en iedereen daarbinnen hun bokalen tegen elkaar klinken. En ze drukt zich omhoog tegen de schutting en mensen beginnen bij haar uit de buurt weg te gaan, sommigen van hen zijn slechter dan zij. Dat is waar.

     Arrogant, beseffen niet dat elke vrouw die verkeerd ging daartoe een reden had. Elke man die verkeerd ging... En vaak denken wij zo vergenoegd over onszelf dat we niet met de zwervers van de straat willen omgaan. Wij hebben geen tijd om te stoppen om voor een ogenblik met hen te praten. En wij noemen onszelf dan Christenen?

60 Ja, zij baande haar weg naar de omheining en daar keek zij doorheen. Ze had honger. En ze keek en ze sloeg alles gade. Hier in de hoek stond de Farizeeër. Zij kon dat geweldig zware "ha-ha-ha" in de hoek horen. Ze keek erheen en hier stond hij te klinken met zijn bokaal met die heerlijke smaakvolle wijn, en het lam dat geroosterd werd, en de maaltijd die bijna gereed was om opgediend te worden. En zo rondkijkend...

     Na een poosje vingen haar ogen Iemand op, Die (o, mogen wij allen dit beeld nu vatten) daar onopgemerkt in de hoek zat. En zij moet Zijn blik hebben opgevangen. Niemand kan Hem ooit in de ogen kijken en zich ooit weer dezelfde voelen. Zij zag Hem. En zij dacht: "Wie is dit? Er is iets wat anders is bij Hem." En dat is zo. Er is nooit iemand geweest zoals Hij. Er kan nooit iemand zijn zoals Hij. Hij was anders dan anderen. En daar zat Hij. Zij keek ernaar, en mensen keerden zich van Hem af. En zij bemerkte dat Zijn voeten niet waren gewassen. Zijn gezicht was nog steeds verbrand en gloeide.

     Als wij dit vandaag slechts konden zien (en u weet waarover ik spreek), om Hem in oneer te zien zitten, zoals Zijn volk vandaag doet ten opzichte van de wereld. Men wil geen omgang met hen hebben. Zij zijn hetzelfde als... U zegt: "Pinksteren...", broeder, zij zijn dood. U zegt: "Heilige Geest...", o my, zij zijn er ver bij vandaan.

61 Wat wij mensen moeten doen, is om Zijn voeten te wassen, Hem zalven, opdat wij mogen opstaan in de kracht van Zijn opstanding. Neem die schande van Hem af. Amen. Maak de wereld beschaamd over zichzelf door de kracht van Zijn leven in ons, als andere schepselen, niet zoals diegenen daarbuiten. Dat is kanonnenvoer; dat is niets anders dan atoomas. De gemeente is een wedergeboren schepping.

     Hier bevond Hij Zich. In dat soort gezelschap zag Hij er zo uit. En dat is de wijze waarop een echte, Geestvervulde man of vrouw eruit ziet in de ogen van zo'n gezelschap. Merk op, zij keek naar Hem. Zij dacht: "Weet u Wie dat is? Iemand hier... Is dat die Profeet van Galilea?" "O, dat is Hem."

     O, haar hart begint te bonzen. Het is iets wanneer u Jezus vindt, uw hart begint vreemd te kloppen. Het gaat onmiddellijk een nieuwe Meester krijgen. Haar hart ging bonzen. "O, dat is Degene Die daar bij de bron zat waar de vrouw van Sichar was. Dat is Degene Die de vrouw vond, even immoreel als ik, en haar vertelde dat zij teveel mannen had, en haar haar zonden vergaf. O, Hij zou het mij nooit vergeven. Ik ben te ellendig. Maar het is niet eerlijk dat Hij daar zo zit. Hij is de God van de eeuwigheid. Hij is de enige Redder. Het is niet juist om Hem zo te behandelen." En ze kreeg een idee. Ik hoop dat u er een krijgt.

62 Zo snel mogelijk gaat ze de straat uit naar het kleine steegje, gaat in het steegje de smalle krakende trap op. Krak, krak, ze gaat naar boven, trekt de kleine piepende deur open nadat ze de grendel eraf heeft gehaald, stapt binnen en valt neer op de vloer. Ze denkt: "Ik ben op mijn knieën." Ze reikt onder het bed en haalt er een doosje vandaan en maakt dit open, misschien zit het in een stukje van haar kous. Ze neemt het eruit; schudt het leeg. Daar is heel haar levensonderhoud. Het is al wat zij heeft. Maar ze is gereed om het te geven.

     Ik vraag mij af of wij zo oprecht zijn. Wijs niet met uw vinger naar haar als u het niet bent. Zij was gewillig om alles wat zij had te geven. En zij trekt het omhoog tegen haar borst en haar hart is vol van vreugde. Plotseling is haar iets duidelijk geworden. "Weet je, Hij is een Profeet. Ik geloof dat Hij een Profeet is. Het maakt mij niet uit wat de rabbi zegt, wat de kardinaal of de bisschop zegt. Ik geloof dat Hij Degene is waar Mozes over sprak. Ik geloof dat Hij de Profeet is Die ons in deze dagen zou bezoeken. En als Hij dat is, zal Hij weten waar ik dit geld vandaan heb. Hij zal over de inkomsten van dit geld weten, hoe ik dat verkregen heb. Maar het is alles wat ik heb."

63 Zeker kent Hij u. Hij kan u nu rechtstreeks vanaf deze preekstoel alles over u vertellen. Beslist. Gelooft u het? Ik kan het u bewijzen. Amen. Excuseer mij. Hij weet waaruit u gemaakt bent. Hij weet dat deze woorden u soms verscheuren. Hij weet alles over u.

     Maar het was alles wat zij had. Dat is alles wat Hij uit u verwacht. Geef u gewoon geheel aan Hem, heel uw hart, wil, en populariteit, uw maatschappelijke positie. Werp het gewoon allemaal op Hem, het maakt niet uit wat u hebt gedaan. Maar ze zei: "Dit is mijn enige gelegenheid, en ik ga die nemen." Misschien kan het wel uw laatste gelegenheid zijn. U kunt haar maar beter nemen terwijl u in deze conventie bent. Ga niet zonder dit naar huis, want ik geloof dat u Hem op dezelfde manier zult zien bewegen. Hij doet het reeds. U zult Hem heerlijker zien worden dan dit. U zult Zijn Woord gemanifesteerd zien worden.

     Merk op. Ze zei: "Het is alles wat ik heb, daarom is het alles wat ik kan geven." Dat is alles wat Hij verwacht. "Broeder Branham, ik ben... ik ben..." Het geeft niet wat u bent, wat een huichelaar u bent geweest, wat een goed kerklid, hoe eigengerechtigd u vanmorgen voor de mensen mag staan. Geef gewoon wat u hebt. Dat is alles wat Hij verwacht. Hij zal dat aannemen.

64 Ze gaat de straat op en zegt: "Wel, word rustig. Ik zal gaan omdat iets in mij vertelt om het te doen." Dan is het echt, niet wanneer u het voorwendt, maar iets wat echt is. Hier gaat zij de straat langs. En ze kijkt om zich heen, en ze herinnert zich dat Lavinsky de beste parfumzaak in de stad heeft. Daarom gaat zij naar binnen. Het belletje rinkelt en iemand staat op, kijkt om te zien wie het is. "Wel, wat wil je?" [Broeder Branhams stem klinkt boos – Vert] Zoals sommigen van die mannen voordat zij Christelijke zakenlieden zijn geworden. Dat is slecht zakendoen.

     "Wat wil je? (Ik wil zo'n persoon niet graag in mijn zaak hebben.)"

     "Ik wil graag het beste wat u hebt." (O my.)

     "Het beste wat ik heb?"

     "Ja. Het is voor een... voor een zeer bepaalde Persoon. Het is voor een speciale gelegenheid."

65 Op die manier verlangen wij het. Het beste wat kan worden verkregen, het beste wat wij kunnen geven. Niet alleen drie minuten per dag in gebed, maar het beste wat u kunt geven. "O, ik wil graag het beste wat u hebt." Wel, hij wist dat een dergelijke vrouw niet genoeg geld had om dat te kopen. Daarom haalt zij haar spaarsok voor de dag en zegt: "Hoeveel kost het beste?"

     "Twintig geldstukken. Dat is het beste wat ik heb."

     Ze giet haar spaarsok leeg en het geld rinkelt. O, natuurlijk maakt dat verschil. Degene die zei dat het geen zin heeft om Jozef in het land te houden, staat gereed om hem bekend te maken. Daarna staat hij op en telt het na. "O ja, precies twintig Romeinse denari's." Dat kost het.

     "Wat ga je daarmee doen?"

     "O, dit is voor een bijzonder Persoon."

66 Dus reikt hij naar de plank omhoog en geeft haar de albasten fles. Zij stopt die in haar boezem. Zachtjes komt ze weer dichterbij. Ze kijkt naar binnen; ze ziet de Farizeeër en al de anderen bij elkaar staan in een omgeving van pracht en praal. En daar ziet zij Jésus nog steeds zitten met vuile voeten... Niemand had enige aandacht aan Hem geschonken. "Hoe moet ik daar binnenkomen? Zij zullen mij eruit gooien zodra ik de poort inga." Maar weet u, er is iets binnenin haar dat haar vertelt om te gaan. Zij wilde Jezus een dienst bewijzen.

     En indien u Jezus een dienst wilt bewijzen, zijn er niet genoeg bisschoppen en kardinalen op aarde om u te stoppen om in Zijn tegenwoordigheid te komen. Zo is het. Er zijn niet genoeg denominaties en huichelaars in het land om dat te doen, of genoeg duivels in de hel om u ervan te weerhouden, als u Jésus een dienst wilt bewijzen.

     Hier komt zij. Zij sluipt er omheen en ziet de wacht aan de poort zijn rug toekeren. Zij glipt onder de poort door en zij baant dan zeer snel haar weg. Dat is juist. Wanneer u net binnenkomt, ga dan direct naar Hem toe. Verknoei geen tijd. Ga niet praten en kijken wat de een zegt, en wat deze organisatie zegt, en wat die zegt. Ga direct naar Jezus. Ga naar Jésus. Schenk geen aandacht aan wat deze anderen zeggen. Ga heel snel naar Hem toe.

67 Dus glipt ze snel naderbij. Zij staat, zegt de Bijbel, achter Hem. Ze begint te denken: "O, o, ik ben in de tegenwoordigheid van God." Er komt altijd een vreemd gevoel over u wanneer u met die houding komt. Maar als u komt met die houding die de Farizeeër had, zult u hetzelfde gevoel hebben als hij had: "Het heeft niets om het lijf." Maar kom gewoon in deze houding als u Jésus wilt zien. Kijk wat voor soort gevoel over u komt. Laat dat oude hart vanmorgen binnenin u zacht worden ten opzichte van Hem. Luister naar Zijn stille zachte stem. Daar zal een andere houding zijn.

     Zij glipte naderbij. Hij zat daar. Zij dacht: "O, o, ik ben zo zenuwachtig. Ik weet niet wat ik moet doen. Als ik om Hem heen loop, zal Hij mij misschien hier wegjagen. O, wat... Wel, ik ben hoe dan ook niets." Welnu, wanneer u gaat denken dat u hoe dan ook niets bent... Als u bang bent om uw prestige te verliezen, kunt u allereerst maar beter wegblijven. "Ik ben om mee te beginnen al niets."

68 Dan loopt ze snel tot voor Hem en ze kijkt. Toen was ze vlakbij. Dat is wat u wilt krijgen, slechts een betere kijk op Hem. Misschien kijkt u te ver weg naar Hem. U kijkt naar Hem ver terug, naar tweeduizend jaar geleden. Hoe zit het met Hem vanmorgen? Hij is Dezelfde gisteren, vandaag, en voor eeuwig: dezelfde kracht, dezelfde tekenen. "De werken die Ik doe, zult u ook doen." Broeder Demos haalde het een poosje geleden aan uit de King James: "Groter dan dit zult gij doen." Maar de juiste vertaling, en iedereen weet het, is: "Meer dan dit zult u doen", niet groter. Niemand zou ooit grotere kunnen doen, maar wel meerdere van dezelfde grote werken. Hij wekte de doden op en stopte de natuur. Niets anders zou ooit groter kunnen worden gedaan, maar meer.

     Waarom? Hij is in Zijn gemeente universeel, de grote heilige apostolische Pinkster katholieke kerk, rondom de wereld: Jésus in elk lid. Hij, God, was toen slechts in één Man. Nu is God in Zijn hele gemeente. Precies op dit uur worden mensen genezen. Precies op deze zelfde minuut ontvangen mensen de Heilige Geest. Als Hij hier alleen zou staan in een mannelijke vorm zoals Hij toen was, zou Hij alleen tot dit gehoor kunnen spreken. Maar nu spreekt Hij rondom de wereld door de Heilige Geest.

69 Dus daar was zij in Zijn tegenwoordigheid. Ze verplaatste zich. Ik kan deze kleine ogen naar haar zien kijken en haar hart begeeft het bijna. "Daar is de Man Die deze vrouw vergaf en haar hart kende. Hij kende die vrouw van Samaria, Sichar. Hij wist dat zij vijf mannen had gehad, en Hij weet hoe schuldig ik ben." Dat weet Hij. Hij weet hoe schuldig u bent. Hij weet hoe laag bij de grond een ieder van ons is. Hij kent ons.

     Zij keek Hem in het gelaat en zij erkende het. Nu, zij had nog nooit naar de Farizeeër gekeken, of op de grafiek gekeken om te zien hoeveel leden tot de kerk behoorden en of zij er lid van zou worden of niet. Zij keek naar Jésus. Zij voelde zich schuldig en ze kon haar tranen niet langer bedwingen. Ze keek naar beneden naar Zijn voeten, en de tranen begonnen op Zijn voeten neer te druppelen. Zij was zo beschaamd. Zij wierp zich neer op haar knieën, zij... Hij zag haar. Zij kon haar tranen niet langer inhouden.

     Er gaat iets mee gepaard wanneer je in de buurt van Jezus komt, je begint te huilen, niet met een koude... Ik ga niet voor deze koude, stijve belijdenissen en het zetten van je naam in een boek en lid worden van de kerk. Je moet aan jezelf sterven, wedergeboren worden.

70 En de tranen beginnen op Jésus' voeten te druppelen, en ze had niets om die af te vegen. Dus terwijl zij haar hoofd huilend naar beneden hield, waren haar mooie krullen die zij zo bovenop haar hoofd had gestoken naar beneden gevallen. Zij begon Zijn voeten met haar handen te wassen en af te drogen met haar haar. Sommigen van onze Pinksterzusters die al hun mooie haar afknippen, moeten op hun hoofd gaan staan om genoeg haar te hebben om Zijn voeten te wassen en daarmee af te drogen. Jazeker.

     Maar Hij... zij, zelfs in haar toestand... Veroordeel haar niet. Zij nam haar haren en begon Zijn voeten af te drogen. Ze keek op. O, als Hij één voet zou hebben bewogen... Als Hij één oog toegeknepen zou hebben, zou zij daar naar buiten zijn gegaan. Maar Jésus laat, wanneer u probeert iets voor Hem te doen, het u gewoon doen. Ik houd daarvan. Hij bleef gewoon rustig zitten en keek naar haar. En zij probeerde te zeggen: "Ik... ik..." en droogde Zijn voeten. [Broeder Branham maakt een snikkend geluid als hij haar stem imiteert – Vert] Wat een prachtig water om daarmee Zijn voeten te wassen: tranen van bekering. Beter dan wat Hij zou hebben gekregen van de oude Farizeeër: oud zelf gemaakt denominationeel water. Hij kreeg water van bekering; haar grote dikke zilte tranen raakten Zijn voeten. Zij, ze waste en droogde met haar mooie haren Zijn voeten af, zeggend: "O, ik kan het niet zeggen." Ze was... "Ik... ik..." en waste Zijn voeten. Toen gebeurde het dat Hij het liet... "O, ik kan het niet zeggen."

71 My, Jésus sloeg haar rustig gade. Na een poosje haalde zij de albasten fles tevoorschijn. Zij schaamde zich om op te staan en het over Zijn hoofd te gieten. Ze dacht: "Als ik maar aan Zijn voeten kan zitten, zal dat goed genoeg zijn."

     Sommigen van u willen de belangrijke kerel uithangen. Zijn voeten zijn voor mij goed genoeg. Zijn Woord is voldoende. Zolang ik weet dat ik in Hem ben, en Zijn Woord in mij, is dat genoeg. Als ik alleen maar mijn handen op Zijn voeten kan leggen wanneer ik daar aankom, dan is dat genoeg. Dat zal fijn zijn, dat is al wat ik vraag. Ik denk dat wij ons allen zo voelen. Als Zijn voeten worden gewassen met tranen van water van bekering, daarmee wil Hij dat Zijn vuil wordt afgewassen: bekering, geen boetedoening, bekering.

72 Zijn voeten wassend en afdrogend met haar haren, reikte ze toen meteen zenuwachtig naar die albasten fles en ze sloeg de hals eraf, en ze was zo nerveus. En zij brak de hals eraf en goot het allemaal over Zijn voeten, en ze was echt nerveus. En daarna reikte zij achter zich en begon Zijn voeten af te vegen. [Broeder Branham maakt een kussend geluid – Vert] "Ik wil dat..." En ze keek op.

     Zij bemerkte dat Zijn ogen toen van haar afgewend waren. Wat is er heel de tijd in de zaal gaande? Niets verroert zich daar. Wat is er aan de hand? Alles is gestopt. O, ik kan die verwaande Farizeeër zien; de gemeenste schurk in het land. O, hij is rood in zijn gezicht. Hij is zo vernederd. Iemand zei: "Amen." Waarom zegt iemand "Amen" in zijn kerk! "Hmmm." U stoort hem. Kleine kracht van God... Hij zei toevallig een woord... Hij maakte ergens een vergissing en zei: "Jezus Christus kwam om zondaars te redden." En iemand zegt: "Glorie voor God!"

     "O, hummm. Zaalwachters, zet hem eruit. Ja, zij hinderen mij." Zij hinderen mij wanneer zij dat niet zeggen.

     Dus... dus daar... Hij was zo vernederd, o, helemaal diep tot... O, hij was gewoon een... (Ik moet hier stoppen.) Hij werd zo vernederd. Hij keek naar Hem, en hij zei in zichzelf, wenkend naar die kardinalen: "Ziet u, ik heb het u verteld. Als deze Man een profeet was, zou Hij weten wat voor soort vrouw dit was."

73 Zeker wist Hij dat. Zij was een miljoen keer beter af dan hij, hoewel hij een kerklid was. Zij was een prostituee. Schande over u, ellendige, armzalige kerkleden, die niet méér over God weten dan dat. Vernederd sprak hij: "Ik heb het u verteld, vertelde het u. Zie? Als Hij een profeet was, Hij een profeet was, dan had Hij dat geweten. Hij is geen profeet."

     Maar Jezus kon zijn gedachten onderscheiden. Daarom richtte Hij Zich op. De kleine vrouw stond op, haar haren hingen naar beneden over haar schouders tot aan haar middel; de tranen trokken strepen langs haar gezicht; haar mond was helemaal vet door het kussen van Zijn voeten. Kijkt met grote, prachtige bruine ogen, zich afvragend wat Hij zal gaan zeggen? Hij kijkt naar haar.

74 Hij zegt: "Simon, Ik heb iets waarover Ik met u wil spreken." O, vergenoegde, armzalige, miserabele huichelaar, die beweert een dienstknecht van Christus te zijn..."Ik heb u iets te zeggen. U hebt Mij uitgenodigd om hier te komen, en Ik kwam. Ik verliet Mijn drukke programma." Dat doet Hij altijd. Dat is waar. Hij kwam hierheen. Hij is hier nu. Zeker. "Ik verliet Mijn drukke programma omdat u Mij uitnodigde om te komen. En toen Ik bij de deur kwam, hebt u Mijn voeten niet gewassen; hebt u Mijn hoofd niet gezalfd; en u hebt Mij niet eens welkom gekust. Maar deze vrouw heeft vanaf dat zij hier is gekomen niets anders gedaan dan met tranen Mijn voeten gewassen en ze met haar haren afgedroogd. Zij heeft Mij gezalfd."

     Wat zal Hij nu gaan doen? Daar staat zij, haar grote ogen kijken naar Hem op. Wat is het oordeel? O, God, laat dat mijn oordeel zijn. Laat dat zijn wat ik hoor wanneer ik Hem probeer een dienst te bewijzen. Hoewel ik dingen tegen mijn mensen moet zeggen die mij inwendig verscheuren, maar ik moet Hem een dienst bewijzen. Het staat geschreven in het Woord. Ik moet het doen. Wij moeten het doen, broeders, ongeacht wat de prijs ook is. Wij moeten het doen. Het is een dienst die God vereist. Predik het Woord.

75 Kijkt naar haar. Zij stond als aan de grond genageld. "Wat zal Hij gaan doen, mij veroordelen?"

     Toen keek Hij en zei: "En Ik zeg haar, dat haar zonden die vele waren, haar allemaal vergeven zijn. Haar zonden die vele waren, zijn haar allemaal vergeven." [Leeg gedeelte op de band – Vert]

     Dat is het oordeel wat ik wil horen. Ik wil door mijn leven proberen Gods werk te doen. U wilt hetzelfde doen. En het eindoordeel zal eender zijn: "Uw zonden welke vele zijn, zijn u allemaal vergeven." Laten wij voor een moment onze hoofden buigen.

76 Wij hebben Hem uitgenodigd, en Hij is gekomen. Deze week hebben wij met mijn broeders in alle gemeenten gebeden: "Jezus, wees hier." Ik stond pas geleden bovenop de South Mountain, en zei tegen mijn vrouw: "Kijk naar beneden door die vallei. Hoeveel keer is in het afgelopen uur Gods Naam ijdel gebruikt? Hoeveel echtbreuken zijn er sinds gisteravond in deze vallei gepleegd?"

     Ze zei tegen mij: "Billy, waarom ben je dan hier naartoe gekomen?"

     Ik zei: "Lieveling, maar beneden, verspreid door die grote Maricopa Vallei (die eens uit niets anders bestond dan uit cactussen en hagedissen), daar zijn in de laatste vierentwintig uren vele gebeden omhoog gegaan. Echte wedergeboren heiligen van God bidden dat de zondaar zijn weg zal banen naar deze conventie."

77 En Hij is gekomen. Hij is hier. Ik weet dat Hij hier is. Laten wij Hem welkom heten met onze paar tranen van onze koude, harde harten. Laten wij vanmorgen Zijn voeten wassen. Laten wij Hem vertellen dat wij Hem liefhebben, Hem van nu af aan zullen gaan dienen. Om dit belangrijke eeuwige oordeel te horen: "Uw zonden die vele zijn, zijn u allemaal vergeven."

     Ik ga u een ernstige vraag stellen. Ik wil het vanuit uw hart. Als er hier mannen en vrouwen zijn – en die zijn er – die niet juist hebben geleefd ten opzichte van God, en u zou graag het oordeel dat die vrouw op die dag heeft gehoord, willen horen: "Uw zonden die vele zijn, zijn u allemaal vergeven", wilt u dan uw hand opsteken? Laat nu niemand kijken. Laat mij en de Here kijken. Steek uw hand op. God zegene u. God zegene u. Zegene u. Zegene u overal.

     Nu, kerkleden, u hier die weet dat u nooit bent wedergeboren... En nog is Jésus hier. U weet dat u beschaamd zou zijn als het zou gebeuren dat Hij u Zijn lof zou laten uitjubelen, of dat Hij u zou proberen te vertellen om tegen iemand te getuigen. Steek uw hand op en zeg: "Jésus, het spijt me. Ik wil vanaf vandaag een echte, wedergeboren Christen zijn." Steek uw hand op. Hij zegene u. God zegene u.

78 Nu enigen van u, Pinkstervrouwen, met kort geknipt haar, schaamt u. U weet dat u fout bent. Als u het tot nu toe niet wist, weet u het nu. Schaamt u zich ervoor? Zo ja, steek uw hand op. Laat niemand kijken. God zegene u. Er is een echte dame voor nodig om dat te doen. God zegene u. Dat is goed. God zegene u. Dat is juist. Zeker bent u dat. Zeker bent u beschaamd.

     Bedoelt u om mij te vertellen dat u kortgeknipt haar hebt en zich er niet over schaamt? Probeert u mensen te behagen in plaats van God? Beseft u niet dat zolang u niet... U zult vanaf deze dag nooit meer in staat zijn iets verder te komen met God. Dat is de zaak die hier nu precies bij u voorbijkomt.

     Zegt u dat u de Heilige Geest kreeg, in de Geest danst, in tongen spreekt? U hebt daar teveel op vertrouwd in plaats van op die stille zachte stem. U kunt geestelijke emoties hebben, maar uw leven bewijst wat u bent. Kun je druiven krijgen aan een pompoenrank? Komkommers aan een watermeloenrank? U weet dat u verkeerd bent. Steek uw hand op. Wees dame genoeg om dat te doen. Velen van u hebben hun handen niet opgestoken, velen van... God zegene u, daar is nu een menigte van hen.

     U mannen, die toestaan... Sommigen van u predikers, schaamt u zich. U, Volle Evangeliepredikers die uw vrouw zoiets laat doen! Schaamt u zich. Moge God genade hebben met uw ziel, broeder, door niet genoeg echt fatsoen te hebben om het Evangelie te prediken. Bent u bevreesd voor haar?

79 Hoe zit het met sommigen van u die sigaretten roken en nog steeds beweren een Pinksterman te zijn, en met de baas nog steeds een sociaal drankje drinken? Sommigen van u zakenlieden hebben nog steeds uw dingen van de wereld niet opgegeven, en u wilt... U moet gewoon met Kerstmis gezellig wat drinken. Schaamt u zich. Schaamt u zich. Weet u niet dat Jésus u op die dag gaat veroordelen? U weet dat u fout bent.

     Sommigen van u hebben in deze laatste dagen het Woord zelfs omzeild. Kerken beginnen formeel te worden. Er is iets verkeerd. Uw samenkomst wil niet instaan voor... Ik weet dat sommigen van u predikers onschuldig zijn. U gaat hier rond en predikt het Woord zo hard als u maar kunt. Die samenkomst... Leg het op hen, broeder. God zal hen verantwoordelijk houden.

80 Sommigen van u hebben Hem niet lief gehad zoals u zou moeten. Sommigen van u zijn echte eerbare Christenen, en u heb Hem niet liefgehad zoals u behoorde te doen. En u weet dat u schuldig bent. U bidt niet genoeg. Ik ga nu mijn hand opsteken. Ik bid niet genoeg. Ik schaam me over mijzelf. Ik ben beschaamd over mijn leven. Ik vroeg Hem naar deze samenkomst te komen en ik ben... ik ben beschaamd over mijn leven voor Hem. Ik sta gelijk aan u. Ik ben beschaamd over mijn leven voor Jésus. Gezegend zij Zijn hart. Hij is vanmorgen neergekomen uit de hemel om ons te bezoeken, is naar ons toegekomen om tot ons te spreken. Hij spreekt op dit moment tot ons, die kleine stille zachte stem diep in ons hart. Het mogen misschien geen machtig ruisende winden zijn. Wij hebben daar zoveel van gehad.

     Laten wij onze aangezichten vanmorgen sluieren met schaamte. Ik ben beschaamd om van Pinksteren te zijn met het leven dat ik leef. Ik schaam mij ervoor dat ik niet meer kracht heb in Zijn tegenwoordigheid. Ik schaam mij ervoor dat ik niet meer een voorbeeld ben van een Christen voor mijn mensen. Jésus, wees mij genadig. God, ik ben niet zonder schuld. Ik heb ook correctie nodig, en Uw Heilige Geest spreekt tot mij.

81 Wij willen met U praten, Heer. Wij willen dat U ons vergeeft. Wij willen echte Pinkstermensen zijn, Heer. Wij willen waarlijk gevuld zijn met de Geest. Wij schamen ons niet voor tranen; wij zijn in geen enkel opzicht beschaamd over U. En vanmorgen hebt U ons bezocht, en wij willen Uw voeten wassen. Wij willen onze levens aan U geven. Wij willen echte Christenen zijn. Wij willen de vruchten van de Geest in ons leven: ootmoedigheid, zachtheid, elkaar liefhebbend, elkaar vergevend. God, om Christus' wil, vergeef ons. Wij willen als Hem zijn. Hij was ons Voorbeeld.

     Allen die dit vanmorgen in hun hart verlangen, zou u in Zijn tegenwoordigheid uw hoofd willen buigen, in de wetenschap dat wij ook schuldig zijn. Als u ook Zijn voeten zou willen wassen, zou u dan nu rustig willen gaan staan. God zegene u. Mijn vrouw was gewend een lied te zingen: Dierbare Jezus, ik heb U lief, ik heb U lief. Als ik U ooit heb liefgehad, dierbare Jezus, is het nu. Laten wij nu onze hoofden buigen; iedereen.

82 Onze hemelse Vader, we zijn zo... zo onverschillig tegenover U geweest. Wij hebben U verkeerd behandeld. Wij hebben de zaak verkeerd behandeld. Wij zijn onverschillig geweest. [Een vrouw begint het uit te schreeuwen – Vert] Ik bid voor die arme vrouw nu, daar de duivel haar probeert weg te krijgen. Ga haar achterna, Heilige Geest. Laat haar niet alleen. Ga haar achterna, Jezus. Die duivel die schreeuwt, mag hij eruit komen in de Naam van de Here Jezus. Moge die arme verloren ziel gered worden.

     Het spijt ons, Heer. Beweeg op ons met Uw Heilige Geest. Vul ons met de goedheid van God. Stort van Uw zegeningen uit, Heer. Wij wassen onze harten met het water van het Woord. Kom in onze levens, Heer. Zet U neer aan onze tafel. Zet U neer en eet met ons, Heer. Wij nemen U nu als onze Redder aan. Wij nemen U aan als onze Gids en onze Koning. En laat de Heilige Geest onze zielen gewoon baden in Zijn tegenwoordigheid, en ons liefde en genade en begrip schenken.

83 Mag elke prediker een nieuw houvast krijgen. Mogen de Zakenlieden, moge deze organisatie, moge ieder kerklid, elke persoon die hier is, voelen dat Jezus precies nu Zijn plaats in het hart inneemt. Sta het toe, Here. Wij hebben U lief en schenken U onze levens; verwelkomen U in deze conventie. Wij gaan vanmiddag de mensen daarginds dopen. Wij gaan altaaroproepen doen. Wij gaan U prijzen in liederen. Wij gaan U prijzen in het Woord. Wij gaan U prijzen met alles wat wij hebben ontvangen, om de mensen te laten weten dat wij ons niet schamen voor het Evangelie van Jezus Christus, want het is de kracht Gods tot behoud.

84 Wij behoren hier weg te gaan om een ander leven te gaan leven vanwege Uw bezoeking aan ons. Wij willen niet proberen om zoals de Farizeeër te zijn. Wij weten dat U de Koning der profeten bent. U bent de God-Profeet Die nu in onze harten spreekt. En wij bidden of U onze harten wilt onderscheiden, en onze beweegredenen aan ons wilt openbaren die de grote beweging van God in deze laatste dag verhinderen. Dat van hier gezalfde predikers mogen uitgaan, gezalfde mannen en vrouwen, met zo'n inspiratie op hen van de liefhebbende Here Jezus dat er een opwekking zal uitbreken door heel het continent. Sta het toe, Here.

85 Wij weten dat U op onze uitnodiging bent gekomen en wij gaan U welkom heten in elk van onze levens, hoe we ook maar kunnen. Wij staan met deze zegen in ons hart, Here, en zeggen dat wij U liefhebben, Here Jezus. Wij zegenen U. U staat boven iedere... elke organisatie. U staat boven de dingen van de wereld. U staat boven onze kleding. U gaat boven al onze dingen uit. U bent God. U staat boven onze emoties. U bent God. En wij hebben U lief met heel ons hart. Ontvang ons, o Here, terwijl wij onze handen naar U opheffen om U te verheerlijken. De grote Koning der heerlijkheid is vanmorgen te midden van ons gezeten. Wij prijzen U en dragen onszelf aan U op. Door de Naam van de Here Jezus zegenen wij deze mensen.

     Hebt u Hem lief? Wijdt u uw leven aan Hem toe, mannen en vrouwen? Steek uw handen op en zeg: "Jezus, ook ik bad of U naar deze conventie wilde komen. Ik wijd mijzelf aan U toe. Laat mij vanaf dit uur geheel de Uwe zijn. Mag mijn wandel, spreken en omgang bewijzen dat ik verzegeld ben door de Heilige Geest, door de wijze waarop ik leef, spreek en wandel."

86 Geef ons een akkoord op de piano: Ik heb Hem lief. Meent u het werkelijk? Zeg "Amen" als u het meent. [De samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Houdt u werkelijk van deze uiting aan Jezus, terwijl wij het gezamenlijk zingen? Nu allemaal samen op de ouderwetse manier. Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief, omdat Hij mij eerst liefhad. Laten wij nu allemaal beginnen.

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst liefhad;
En mijn redding verwierf

     Op... (Er zijn er zoveel dat ik ze niet eens kan tellen. ...?... De vrouw ...?...) [Een broeder spreekt met broeder Branham – Vert]

87 Een ogenblikje, voor ontspanning, houd gewoon de melodie aan. Satan had de kleine vrouw verstoord en joeg haar het gebouw uit. De Heilige Geest ving haar daarbuiten op en bracht haar terug. Zij is nu in de samenkomst, ontspannen. "In Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen." Kracht ligt in lieflijkheid en nederigheid. Dat maakt dingen groot omdat het nederig en lieflijk is.

     Hebt u Hem niet lief? Nu weer allemaal gezamenlijk met onze ogen gesloten en onze handen naar de hemel omhoog gestoken, met heel uw hart.

     Ik... [Broeder Branham spreekt met iemand – Vert] God zegene u nu. Was zij...?

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
audioE-BookPrint
AudioAudio
mp3 Download mp3mp3 is een populaire audioformaat dat op vrijwel alle mediaspelers te beluisteren is. meer info...
m4b Download m4bM4B is een Audiobook formaat voor Apple apparatuur (iPod, iPhone etc...) Uw plek wordt bewaard e.d. meer info...
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)