Heren, is dit de tijd?

Door William Marrion Branham

1 Dank u zeer, broeder Neville. Goedenavond, mijn dierbare vrienden. Ik ben zo blij om weer terug te zijn in de dienst van de Here, onze God, vanavond. (Dit is de...? O, ja, dat is fijn.) Ik heb u zo lang vastgehouden deze morgen, dat ik voel dat ik werkelijk heel vlug behoorde te zijn vanavond. Wat was het vreselijk... om te staan, en het is vanavond even erg. Het zal echter niet lang meer duren voordat wij wat meer ruimte voor u zullen hebben – zodra de kerk gereed gekomen is.

2 Nee, wij zijn niet van plan te lang te blijven vanavond. Maar morgenavond zijn we van plan een poosje langer te blijven. Morgenavond, als sommigen van u morgenavond kunnen komen... We verwachten een geweldige tijd te hebben in de Here. Er zullen hier morgenavond enige fijne mannen zijn... We zullen allen een tijd hebben... [Iemand spreekt tot broeder Branham – Vert] We zullen morgenavond te middernacht het avondmaal bedienen. Ik ben er zeker van, dat u daar graag bij zou willen zijn. Terwijl de overige mensen schreeuwen, roepen, vuurwerk afsteken en drinken enzovoort, willen wij ons eerbiedig voor God buigen en het avondmaal nemen en het jaar beginnen met onze gelofte... onze harten op God gericht in toewijding aan Hem.

3 Er zullen hier zeer zeker enige fijne sprekers zijn morgenavond. Er is hier een broeder uit Georgia – broeder Palmer, een wonderbaar spreker. Broeder Junior Jackson zal hier morgenavond zijn – broeder Beeler, broeder Neville. O, ga zo maar door. Fijne mannen Gods, die hier zullen zijn. Broeder Willard Collins en al die broeders die ons zulke grootse boodschappen hebben gegeven – en misschien zullen er anderen komen binnenvallen, zodat we een geweldige tijd verwachten morgenavond.

4 Nu mijn vrouw zei: "Zeg dit niet", maar ik moet het hoe dan ook zeggen. Het spijt me dat ik dat zei van 'Empire' [keizerrijk – Vert] deze morgen, in plaats van 'umpire' [scheidsrechter – Vert]. Billy, die daar achterin zit, zei: "Daar gaat-ie."

     Ik zei: "Het rijk... het moet een rijk hebben." Ik bedoelde 'een scheidsrechter'. Ik ben zoals ze van de Hollander zeggen, weet u: "Beoordeel me niet op wat ik zeg, maar op wat ik bedoel." Dus zei ik: "Ik geloof dat ze me na al deze jaren wel begrijpen."

5 U weet dat ik nu ongeveer dertig jaar achter deze katheder heb gestaan, dertig jaar in de tabernakel. U behoorde me na al die tijd wel te kennen, nietwaar? O, mijn opleiding is zeker beperkt. Ik kan niet spreken, maar ik maak een oprecht geluid voor de Here.

6 Ik geloof dat het Dr. Lamsa was, van de Lamsa-Bijbelvertaling, die zei... Op een keer sprak ik en ik wist niet dat hij er was. Hij kwam daarna en sprak over de Urim en Thummim, en toen sprak hij over dat Licht en hij zei: "Wat is er tegenwoordig met deze mensen aan de hand?" En ik zei... Hij zei: "De reden dat de mensen, de vertalers, de Bijbel niet correct konden vertalen, was, dat de vertalers probeerden in hoog-Jiddisch te vertalen, terwijl Jezus sprak in de taal van de gewone klasse, zoals de mensen van de straat spraken."

7 U weet dat er een Schriftgedeelte in Lukas staat, dat zegt: "En de menigte der schare hoorde Hem gaarne." Hij sprak in hun taal. Ik hoop dat het opnieuw zo is. Wij zijn blij, dat de Here er is.

     Nu ik weet... Ik zie die dames langs de kant staan... Het is al erg genoeg om mannen te zien staan, laat staan die meisjes, jongens, dames, enzovoort, die rondom langs de muren staan – en kleine kinderen. Maar we hebben gewoon niet voldoende zitplaatsen, dus bidden we dat de volgende keer dat we deze samenkomsten hebben, na deze week, na deze keer...

8 U weet, het volgende dat komt voorzover we weten, zijn de zeven zegels. Zo de Here wil beginnen we eraan, direct nadat de kerk is verbouwd, zodat wij hier binnen kunnen. We zullen het eerst opdragen en hebben dan misschien een één tot twee weken of misschien drie weken lang durende reeks samenkomsten voor de zeven zegels. Wij verwachten een grootse tijd in de Here gedurende die tijd. En we zullen...

     U allen, die van buiten de stad komt, zullen we de kaarten en alles toezenden om u, misschien een week of twee van tevoren, precies de tijd te laten weten.

     De aannemer zou, zoals ik begreep van Billy deze avond, klaar zijn op 10 februari. Wel als hij de tiende klaar is, dan zullen wij omstreeks de vijftiende beginnen. Zodra ze gereed zijn, zullen wij daarmee beginnen.

9 De oude zuster Kidd, die me een poosje geleden opbelde, was bijna in tranen. Ze zei: "Broeder Branham, we hebben uit alle macht geprobeerd die oude wagen te starten en hij wilde niet aanslaan." En ze zei: "Als u bidt dat hij zal starten, dan zal ik morgen komen." Ze zei: "Ik vraag me af, zou ik een plaats kunnen vinden om te blijven overnachten?"

     Ik zei: "Maak u geen zorgen, we zullen zorgen dat u een kamer hebt, zuster Kidd, zodra u hier bent."

     Ze zei: "Dat is fijn." Ze zei: "Weet u, als u diensten zult houden die tot 12 uur duren, wil ik niet om 12 uur weggaan."

     Weet u, zij en broeder Kidd zijn ieder ongeveer 85 jaar oud en ze zijn nog steeds in de bediening. Weet u wat ze doen? Ze namen een bandrecorder en ze nemen mijn boodschappen en gaan van ziekenhuis naar ziekenhuis, van huis tot huis en spelen de banden af. Nu als dat niet... Geven het niet op – dat is niet met pensioen gaan. Dat is het geloof tot aan het einde toe behouden, stervend met een zwaard in de hand. Dat is de manier om te gaan. Dat is de wijze waarop ik het wil doen.

     Toen zei ze: "Weet u, als ik om twaalf uur de autoweg oprijd... en na twaalf uur in de nacht zou proberen thuis te komen, met al die dronken duivels, die maar hun gang gaan, drinkend, die demonen die maar rondjakkeren, zou ik doodsbenauwd zijn."

     Broeder Pat, ze is zeker... Het kleine oudje... Hoe velen kennen zuster Kidd? Ze zit hier als een... een geheiligd uitziend vrouwtje.

10 Denk u even in; jaren voor ik werd geboren (en ik ben al een oude man) was zij daar boven in die bergen, zij en broeder Kidd, en ze was gewoon de hele dag met een wasbord te wassen, om zo 15 of 20 cent te verdienen om hèm ergens heen te kunnen zenden die avond, om te prediken. In die kolenmijnen daar in het noorden van Kentucky, waar iemand je moest bewaken met een geweer om op de heuvel te komen, waar je zou gaan prediken. O, dan denk ik:

Moet ik naar huis, naar de hemel worden gedrágen
op een zacht bed van gemak,
Terwijl anderen vóchten om de prijs te betalen,
en voeren door bloedige zeeën?
Ik moet strijden, wil ik regeren;
Vergroot mijn moed, Heer...

     En ik wil Zijn steun, door Zijn Woord. Dat is wat ik vanavond wil.

     Nu ik veronderstel dat de recorders draaien. O ja, het spijt me. Een kleine zuster had een baby hier, die zij vanmorgen wilde laten opdragen. Ik zei haar dat we het zeker deze avond zouden doen. Nu, morgenavond zullen we het opdragen van baby's hebben, genezingsdiensten, alles waar we zo mogelijk aan toe kunnen komen. We zullen genoeg tijd hebben. [Het opdragen van de baby is weggelaten – Vert]

     Nu, ik ga even een kleine gunst aan de kleintjes en aan de tieners vragen. Ik weet dat het moeilijk is. Jullie kunnen niet zo erg lang stilstaan, omdat jullie kramp in je benen krijgen, maar ik benader iets vanavond, dat ik nooit tevoren benaderde. Ik zal over iets gaan spreken, waarvan ik nooit heb gedacht over zoiets te zullen spreken.

11 Dat is de reden vanmorgen, dat ik geen tijd wilde stellen voorafgaand aan de boodschap, want ik raak nooit uitgesproken over "Mijn absoluut" – en ik denk niet dat ik er ooit mee klaar zal komen. Ik hoop dat ik het nooit zal zijn. Hij is zo wonderbaar. Maar vanavond zal ik spreken over iets wat ik niet weet. Nu dat is nogal wat voor een prediker om te zeggen: dat hij zal gaan spreken over iets wat hij niet weet. Maar ik waag het erop, naar mijn beste weten, opdat deze gemeente het zou begrijpen. Ik zou in geen geval iets wat voor u van nut is, willen achterhouden.

12 Dan, deze band... (Ik veronderstel dat de jongens de band maken.) Als u soms de band in handen krijgt (wie er ook naar de band luistert), bedenk als iets u raadselachtig lijkt, zeg het niet, tenzij het op de band staat! Zeg niet iets, dat in tegenspraak is met wat op de band staat! Zoveel mensen sturen brieven over het Zaad van de slang en zeggen, dat ik dit-en-dat heb gezegd. Ik neem dan de band en draai hem nog eens. Ik zei het niet op die manier. De mensen beoordelen dingen verkeerd.

     U weet dat Jezus eens na Zijn opstanding langs de kust wandelde met de apostelen, en Johannes leunde tegen Zijn boezem en ze zeiden: "Wat zal met deze man gebeuren?"

     Jezus zei: "Wat gaat het u aan indien hij blijft tot Ik kom?" En er verspreidde zich een gerucht dat Johannes zou blijven leven totdat Jezus zou terugkomen.

     De Schrift zegt: "Hij zei het echter nooit op die manier." Ziet u, Hij heeft dat nooit gezegd. Hij zei slechts: "Wat gaat het u aan, als hij blijft totdat Ik kom?" Hij heeft nooit gezegd dat hij zou blijven, maar het misverstand ontstaat zo gemakkelijk.

13 Nu, het is niet zo dat ik iemand er om veroordeel die het doet, omdat ik het zelf doe. Alle mensen doen het. Als de apostelen die met onze Here wandelden, Hem verkeerd begrepen – en ze hebben Hem nooit zuiver begrepen... Nog op het allerlaatst zeiden ze: "Zie, nu begrijpen we het! Nu geloven wij en zijn we er zeker van dat niemand U iets hoeft te zeggen, want Gij weet alle dingen."

14 Jezus zei: "Gelooft gij thans? Na al die tijd, begrijpen jullie het eindelijk... dringt het eindelijk tot jullie door dat je gelooft?"

     Dat is gewoon menselijk en wij zijn allemaal menselijk. Dus zullen we verkeerd gaan begrijpen. Maar als het u een beetje raadselachtig lijkt, draai dan de band terug. Luister dan aandachtig. Nu, ik ben er zeker van dat de Heilige Geest het aan u zal openbaren.

15 Dan, de kleintjes – de kinderen – als jullie niet telkens 'amen' willen zeggen. Wacht gewoon even een poosje, omdat ik beslist wil dat dit wordt begrepen, omdat velen de band niet zullen hebben. Dus, ik wil dat u het beslist zult begrijpen en laten we het gedurende – ik zou zeggen vijfendertig of veertig minuten – zo eerbiedig mogelijk benaderen als we maar kunnen, omdat dit een geweldige tijd voor mij is. Er is iets gebeurd waarmee ik niet weet wat te doen. Ik bevind mij, voor zover ik weet, in de grootste moeilijkheid waarin ik ooit geweest ben sinds de dagen van mijn bediening. Laten we dus onze hoofden nu buigen voor we tot het Woord naderen.

16 Hemelse Vader, enige tijd geleden predikte ik over het onderwerp Veronderstellen. Veronderstellen is iets wagen te zeggen zonder autoriteit. Misschien heb ik vanavond iets op mij genomen om aan de mensen uit te leggen zonder er een visioen over te hebben. Daarom Here, houd mij tegen waar de zaak moet worden tegengehouden. Sluit mijn mond, Here.

     U sloot de muil van de leeuwen in de kuil bij Daniël, zodat het hem niet deerde. Here, ik bid, dat als ik zou proberen iets verkeerd uit te leggen, dat U nog steeds macht hebt om een mond te sluiten. Maar als het de waarheid is, zegen het dan Here en zend het uit. U kent de omstandigheden en wat er op het punt staat te gebeuren. Daarom kom ik, zelfs nog op dit allerlaatste moment, naar de preekstoel om te proberen deze dingen uit te leggen. Ik bid dat Gij ons helpt.

17 Zegen deze kleine gemeente. Deze groep die hier onder dit dak komt, die hier bij ons in de stad verblijft, komend uit vele staten. O, terwijl de avondschaduwen vallen, zijn we zo blij dat we een plek hebben waar we naar toe kunnen komen. Terwijl de wereld zo in verwarring is en niet weet waar ze staat, zijn wij blij dat de Naam van de Here een machtige toren is, waar de rechtvaardige heen ijlt en veilig is. Niet alleen een aantal woorden, maar een openbaring.

18 Wij bidden Vader, daar het avondlicht zou komen bij het ondergaan van de zon en we geloven dat dit de tijd is waarin wij leven – bij het ondergaan van de zon... Wij danken u plechtig Here, uit het diepst van ons hart, voor de dingen die U voor ons hebt gedaan, Here, door het tijdperk heen. Ik dank u voor de visioenen die U hebt laten komen, die U hebt gegeven – elk ervan gewoon volmaakt en elke uitleg van dromen is precies zo geweest. Dus weten we dat alleen U het kon zijn, Here, want wij zijn stervelingen – allen geboren in zonde en er is niets deugdelijks in ons.

19 Maar we bedenken dat U zoiets als een menselijk wezen kon nemen en wassen door het water van het Woord en door het Bloed van Christus en die hand uitstrekken op een wijze, dat een mens niet meer zijn eigen denken gebruikt, maar de gezindheid van Christus laat binnenkomen, Die alle dingen weet. Laat het binnenkomen en spreken, gebruik een tabernakel. Dank U, Vader.

     Nu, we zegenen Uw heilige Naam. We zegenen deze kleine groep vanavond in Uw Naam. We zegenen de herder, broeder Neville, Gods dappere dienstknecht. We zegenen de diakenen en beherende oudsten en elk lid van het lichaam van Christus, zowel hier als rond de wereld, in de Naam van de Here Jezus.

20 O, als we deze donkere, duistere, verschrikkelijke schaduw zien vallen over het gelaat van het Christendom, weten we dat de tijd nabij komt. Er zal een opname zijn, en de gemeente zal worden opgenomen. Here, laat ons doormarcheren, ziende op de Leidsman en Voleinder, Christus. Geef het, Here, en terwijl we nu voorwaarts gaan, in de Naam van de Here Jezus, om deze dingen aan te vatten die op onze harten zijn gelegd, bidden we dat U met ons zult zijn en ons helpt en er eer uit bereidt, Here, want we dragen ons aan U op, met Uw Woord, in de Naam van Jezus Christus. Amen.

     Nu, als u potlood en papier hebt, zou ik graag willen dat u enige dingen opschreef, wat u ook maar wilt; houd het klaar. Dan op de band, evenzo, wanneer u de Schriftgedeelten wilt aantekenen, want ik geloof dat het de Schrift is wat telt.

21 Nu, we willen vanavond een tekst lezen, of een Schriftgedeelte lezen, uit het boek van de Openbaring van Jezus Christus. Ik geloof dat dit de Openbaring van Jezus Christus is, zoals het in het Boek geschreven staat. Elke andere openbaring die in tegenspraak zou zijn met deze openbaring zou fout zijn. Ik geloof dat dit de moeite waard zou zijn om opnieuw te zeggen: elke openbaring die niet zal passen bij deze openbaring en die niet deze openbaring duidelijk maakt, is de verkeerde openbaring. Het moet Schriftuurlijk zijn.

22 Nu, in het tiende hoofdstuk van het boek der Openbaring van Jezus Christus, wil ik de eerste paar verzen lezen, de eerste zeven verzen – één tot en met zeven; luister nu aandachtig en bid voor mij.

     En ik zag een andere sterke engel nederdalen uit de hemel, bekleed met een wolk, en de regenboog was op zijn hoofd en zijn gelaat was als de zon en zijn voeten waren als zuilen van vuur,

     en hij had in zijn hand een geopend boekje en hij zette zijn rechtervoet op de zee en de linker op de aarde,

     en hij riep met luider stem, zoals een leeuw brult, en toen hij riep, lieten de zeven donderslagen hun stemmen horen.

     En toen de zeven donderslagen gesproken hadden, wilde ik het opschrijven, maar ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: Verzegel hetgeen de zeven donderslagen gesproken hebben en schrijf het niet op.

     En de engel, die ik zag staan op de zee en op de aarde, hief zijn rechterhand op naar de hemel,

     en zwoer bij Hem, die leeft tot in alle eeuwigheden, die de hemel geschapen heeft en hetgeen daarin is en de aarde en hetgeen daarop is en de zee en hetgeen daarin is: er zal geen uitstel meer zijn,

     maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij bazuinen zal, is ook voleindigd het geheimenis van God, gelijk Hij Zijn knechten, de profeten, heeft verkondigd.

     En mijn tekst (als ik het zo zou noemen) vanavond, is dit: Is dit het teken van het einde, heren?

23 We weten allemaal, dat we in een heerlijke tijd leven voor de gemeente, maar in een verschrikkelijke tijd voor de ongelovige. Wij leven in een van de allergevaarlijkste tijden van alle die er ooit waren, sinds de wereld begon. Geen profeet, geen apostel, nooit in welke tijd ook, leefde ooit in zo'n tijd als waar wij nu in leven. Dit is het einde.

     Het staat geschreven in de hemelen. Het staat geschreven over het rond der aarde. Het staat geschreven in elk nieuwsblad. Dit is het einde – als u het teken (aan de wand) kunt zien. De profeten leefden in de tijd toen het teken aan de wand was voor een land, maar wij leven wanneer het teken aan de wand is voor de tijd. Alle landen, de aarde, alles – de tijd is aan het einde. Dus moeten wij de Schriften onderzoeken om het uur te vinden waarin we leven.

     Een ware profeet van God zal altijd naar de Schriften verwijzen. Daarom is hij er absoluut zeker van, dat het op die wijze zal gebeuren. Wanneer in het Oude Testament profeten iets zeiden... was er altijd ergens een profeet met het Woord, die bij het Woord bleef. Hij zag er naar uit dat God visioenen gaf. Als zijn visioen in strijd was met het Woord dan was zijn visioen verkeerd. Dat is Gods manier om Zijn Woord tot Zijn mensen te brengen.

     Kunt u mij horen daar achteraan? Goed.

24 Ik weet nauwelijks waar ik moet beginnen. Nu, het is een groot voorrecht voor mij geweest om te weten dat deze tabernakel mijn eerste kerk was. Het is iets heerlijks. Ik zal nooit vergeten, hoewel ik... Als Jezus toeft te komen en ik zou leven om honderden jaren oud te worden, zal ik me altijd de dag herinneren dat ik de hoeksteen legde, daar bij de hoek, en het visioen dat Hij me die morgen gaf over deze tabernakel. U herinnert het zich allemaal. Het staat in de boeken opgeschreven. Het is absoluut letterlijk vervuld. Geen stukje ervan ontbrak.

25 Nu, ik geloof niet, dat er iets is wat Hij heeft gesproken, in al deze jaren van mijn leven, wat ik tot de mensen heb gesproken, dan dat het kwam te geschieden. Vele mensen zijn gekomen met dromen, die Hij mij door Zijn genade voor de mensen liet uitleggen. Velen zijn gekomen met dromen en met problemen, die ik niet in staat was uit te leggen. Maar ik heb niet geprobeerd om aan u mensen een middel voor te stellen dat alle antwoorden heeft. Ik heb geprobeerd oprecht te zijn en u te vertellen wat de waarheid was en ik kon het u alleen vertellen, als Hij het mij vertelde. Dan als het tot mij kwam, dàn kon ik het u vertellen.

26 Ik wil u waarschuwen. In deze dag waarin wij leven, zijn er velen... ik wil niets tegen mensen zeggen, maar als u een persoon ziet die op alles het antwoord heeft, is dat in tegenspraak met het Woord.

     Jezus zei: "Er waren vele melaatsen in de dagen van Elia, maar slechts één werd genezen." In de vele dagen dat Elia leefde, tachtig of meer, werd er één melaatse genezen. Vele weduwen waren er in de dagen van Elisa, maar hij werd slechts tot één gezonden.

     We ontdekken dat er vele dingen zijn die God doet, die Hij niet openbaart aan Zijn dienstknechten, en geen dienstknecht is groter dan zijn Heer. En dan, God zal Zijn heerlijkheid met niemand delen. Hij is God. Wanneer een dienstknecht zover komt, dat hij probeert de plaats van God in te nemen, dan neemt God zijn leven en brengt hem weg, ergens heen of zoiets. Dat moeten we in gedachten houden.

27 Nu, in die visioenen en uitleggingen... Ik kan de uitleg van een droom niet zeggen, tenzij ik precies, door een visioen, zie wat de droom was. Velen van u weten dat u mij uw droom hebt verteld en u zou me zelfs niet alles verteld kunnen hebben. Wanneer ik de droom naar mij zag terugkomen keerde ik me om en vertelde u dat er veel was wat u eruit weggelaten had en ik vertelde u wat u weggelaten had. U weet dat dit juist is. Als dat juist is zeg dan: "Amen." De dingen die u mij niet vertelde... Daarom, ziet u, is het zoals Nebukadnezar zei: "Als u mij niet kunt vertellen wat ik droomde, hoe zou ik dan weten dat u de uitleg ervan kreeg?"

28 Maar we moeten al deze indrukken niet nemen en "Zo spreekt de Here" zeggen. Dat moeten we niet doen. We moeten een rechtstreekse stem hebben, een antwoord van God, voor we kunnen zeggen dat het God is. Niet een indruk, niet een gevoelen. Het geeft niet hoezeer het bonst en klopt, zodat u zou zeggen: "Ik geloof dat het zus en zo zou kunnen zijn", maar als u "Zo spreekt de Here" zegt, bent u het niet. Let op het podium. Hebt u het ooit zien falen? "Zo spreekt de Here" is volmaakt. Het heeft nooit gefaald. Zolang het "Zo spreekt de Here" is, kan het niet falen.

29 Maar tot dusverre heeft Hij mij beschermd, omdat ik op Hem gewacht heb. Ik heb niet geprobeerd populariteit te zoeken, of ijdele eer van mensen. Ik heb mijn best gedaan eenvoudig te leven en het soort leven te leven dat ik denk dat een Christen zou moeten leven. Ik ben niet in staat geweest dat in mijzelf te doen, maar Hij heeft het gedaan tot op deze dag. Zoals ik zeg, dat Hij Degene is die mij heeft geleid.

30 Vele dingen zouden op deze manier gezegd kunnen worden, maar het zou te veel tijd in beslag nemen. Maar u bent zich allen van deze dingen bewust. De enige reden waarom ik u "Amen" liet zeggen een poosje geleden – u mensen die mij dromen hebt verteld en dat ik u dan kwam vertellen wat u weggelaten had – is omdat deze boodschap wordt opgenomen op geluidsband. Mensen uit alle naties zullen dit horen en wanneer zij dat "Amen" horen, dan weten ze dat er daar stemmen zijn die onder deze bediening hebben gezeten, die beter weten dan wat ook verkeerd te doen, of "Amen" te zeggen op iets dat verkeerd is. Amen betekent 'Zo zij het'. Het is het goedkeuren.

     Nu, heel mijn leven, vanaf dat ik een kleine jongen was, is er iets geweest dat mij zorgen heeft gebaard. Ik heb een heel vreemd leven gehad, moeilijk te begrijpen. Zelfs mijn vrouw krabt zich vaak op haar hoofd en zegt: "Bill, ik geloof niet dat er iemand is die jou zou kunnen begrijpen."

     Ik zei: "Ik begrijp mezelf niet", omdat ik me vele jaren geleden aan Christus heb overgegeven. Hij is het die leidt. Ik probeer het niet te begrijpen. Ik ga gewoon waar Hij heenleidt, naar mijn beste weten.

31 Ik ben dankbaar voor een wonderbare vrouw en kinderen – dat mijn vrouw en kinderen het vertrouwen hebben, dat ik hen niets verkeerds zou vertellen. Dat ze geloven. Elke keer dat je hen iets vertelt, houden ze zich er precies aan. Ze weten dat ik hen geen enkel ding verkeerd zou vertellen. En zou ik dan een van Gods kinderen iets verkeerds vertellen? Niet opzettelijk, o nee. God wil dat Zijn kinderen de juist soort training krijgen. Wees eerlijk met hen, waarachtig met hen en Hij zal het zegenen, dat geloof ik.

32 Nu, gedurende mijn hele levensreis zijn er dingen gebeurd, die ik niet kon begrijpen. Een van de dingen die ik niet kon begrijpen was toen ik een kleine jongen was en die visioenen tot me kwamen. Ik zag ze dan en vertelde mijn ouders de dingen die zouden gaan gebeuren. Ze dachten dat ik alleen wat zenuwachtig was. Maar het vreemde van de zaak was, dat het precies gebeurde op de wijze dat het werd gezegd.

     U zegt: "Was dat vóór uw bekering?"

     Ja. "Gaven en roepingen zijn onberouwelijk", zegt de Bijbel. U wordt in deze wereld geboren voor een of ander doel. U krijgt niet... Uw bekering brengt geen gaven – ze zijn u voorbestemd.

     Nu, op mijn levensweg – toen ik een kleine jongen was, was mijn verlangen... ik was niet tevreden met het land waarin ik woonde. Ik verlangde er op de een of andere manier naar om naar het westen te gaan.

33 Ik werd geopereerd, toen ik, als kleine jongen, werd neergeschoten. Toen ik uit de eerste verdoving bijkwam, bevond ik me in een doodstrijd – dat ik heen zou gaan. De ether had me bewusteloos gemaakt. Ik was acht uur lang bewusteloos geweest, geloof ik. Ze maakten zich er zorgen over hoe ze me weer bij bewustzijn moesten krijgen. Ze hadden een zware operatie uitgevoerd zonder penicilline en bloed. Mijn beide benen waren er bijna afgeschoten met een jachtgeweer – een vriendje liet zijn geweer afgaan.

     Ongeveer zeven maanden later kreeg ik weer een verdoving, en toen ik uit die verdoving bijkwam, dacht ik dat ik buiten op de prairies van het westen stond met een groot gouden kruis in de lucht... en de heerlijkheid van God straalde er vanaf, terwijl ik daar zo stond.

     Terwijl het licht dat u op de foto ziet vanavond, dat door wetenschappelijk onderzoek bewezen is een bovennatuurlijk wezen te zijn... Voor mij was het hetzelfde licht dat Paulus neerwierp. Het was hetzelfde licht dat 's nachts de kinderen Israëls leidde. Hebt u deze engel hier bemerkt? Hij was gekleed in een wolk. Ziet u, overdag was Hij een wolk.

34 Nu, datzelfde licht... De mensen, die het niet begrepen, dachten eerst dat het verkeerd was – dat ik dat gewoon maar zei. Maar de Heilige Geest bleek de wetenschappelijke instrumenten te hebben en de mensen daar zorgden voor het bewijs... en ze namen er verschillende keren de foto van.

     Ik zei: "Ik zie een persoon overschaduwd ten dode" – er was een zwarte schaduw over hen heen. Een paar weken geleden toen ik in een stad was en we daar predikten... U wordt niet verondersteld foto's te nemen, weet u, terwijl er gepredikt wordt en wanneer... (Het was eveneens zo toen díe werd genomen.)

35 Maar iemand had een fototoestel. Ik zei tegen een dame die daar in de zaal zat, een onbekende, (ik was in Southern Pines), ik zei: "Er hangt een schaduw over deze mevrouw Zus-en-zo (een dame die ik nooit in mijn leven had gezien). U kwam juist bij de dokter vandaan en u heeft twee kankergezwellen, één aan elke borst en u bent opgegeven. U wordt ten dode overschaduwd door een zwarte kap."

     Iets sprak tot een zuster die daar zat met een fototoestel met flitser: "Neem de foto." Ze wilde het niet doen. Weer: "Neem de foto!" En ze aarzelde nog. En toen kwam het opnieuw. Ze greep het toestel en nam de foto en daar is het, wetenschappelijk. Hij hangt op het mededelingen-bord. Een zwart-gekapte schaduw.

     Daarna, toen de vrouw geloofde en er gebeden was, werd er onmiddellijk daarna nog een foto genomen – helder. Ik zei: "De schaduw is verdwenen." De dame leeft door de genade van God.

     Ziet u wat ik bedoel? Als u de waarheid wilt zeggen, mag u misschien een poosje uitgelachen worden, u mag een tijdje verkeerd begrepen worden, maar God zal bewijzen, dat het de waarheid is, als u er maar aan vast zult houden. Houd gewoon vol. Het mag misschien jaren duren, zoals bij Abraham en anderen, maar Hij zal het altijd tot waarheid laten komen.

36 Toen die engel daar... En ik veronderstel, afgezien van mijn vrouw, dat er hier vanavond mensen zijn die er dertig jaar geleden dichtbij stonden toen dat neerkwam... Is er hier iemand onder de toehoorders nu, die er bij was toen de Engel van de Here de eerste keer voor de mensen neerdaalde aan de rivier? Steek uw hand op. Ja daar zijn ze. Ik zie dat mevrouw Wilson haar hand opstak. Zij stond daar. Mijn vrouw daar – zij was er.

37 Ik weet niet wie de anderen zijn die hier op de oever stonden. Het was voor vele, vele mensen, toen ik aan het dopen was om 2 uur 's middags en Hij kwam regelrecht uit de koperen hemel, waaruit een week lang geen regen was gevallen, met een donderslag. Hij zei: "Zoals Johannes de Doper werd gezonden om de eerste komst van Christus vooraf te gaan, bent u gezonden met een boodschap om de tweede komst van Christus vooraf te gaan."

38 Vele mensen... zakenmensen van de stad stonden op de oever en vroegen mij wat het betekende. Ik zei: "Dat was niet voor mij, het is voor u. Ik geloof." Verder ging het en toen die Engel wegging, u herinnert het zich, ging hij westwaarts toen hij opvoer. Er rechtstreeks uit, naar boven, over de bovenkant van de brug ging hij, naar het westen.

     Later ontmoette ik een sterrekundige, wat een Magiër is. Zij vertelden mij van een sterrenbeeld dat in een bepaalde formatie bij elkaar was gekomen, destijds toen de wijzen in Babylon deze drie sterren daar in een formatie zagen in de richting van Palestina – u hebt het mij vele keren horen vertellen. Weet u dat het deze afgelopen paar weken gebleken is de waarheid te zijn?

39 Broeder Sothmann, waar u ook bent, hebt u die krant bij u vanavond? Het staat in de krant op een pagina van een zondagsblad van 9 december. Een verslaggever ging daarginds heen en ze groeven al deze dingen op, men heeft bewezen dat we nu eigenlijk leven... dat dit jaar dat komt, 1970 is. Men vond zeven jaar verschil in tijd. Door het opgraven van stenen bewees men dat er een fout is in de tijd van zeven jaar. Het is later dan u denkt!

     Ik heb Broeder Fred nog niet gezien. Broeder Sothmann, bent u ergens aanwezig? Hebt u de krant bij u, broeder Sothmann? (Hij heeft de krant.) Misschien zal ik het u morgenavond laten voorlezen. We hebben vanavond geen tijd.

40 U kunt het dus zien en er nauwkeurig op letten. Die magiërs, Joodse magiërs, daar in Babylon, die de sterren bestudeerden, zagen die sterren samenvallen in hun sterrenbeeld en toen dat gebeurde, wisten ze dat de Messias op aarde was. Daar kwamen ze Jeruzalem binnen, zingend (na een reis van twee jaar): "Waar is Hij, die als Koning der Joden geboren is?" Straat in, straat uit gingen ze; terwijl Israël om hen lachte. "Wat een stelletje fanatiekelingen!" Zij hebben er nooit iets over geweten. Maar de Messias was op aarde. En nu... u kent de rest van de geschiedenis – wat ze zeiden. Nu, we zullen dat morgenavond lezen.

41 Nu, kom ik hier op, dat de visioenen niet falen, omdat ze van God zijn. Gedurende de hele reis is er iets geweest dat me trok, dat aan mij trok. Destijds, toen die magiër me over deze dingen vertelde, toen ik nog maar een jongen was – ik was jachtopziener... (of ik geloof dat het daarvóór was), maakte het me bevreesd, omdat ik bang was voor wat een magiër was. Maar later ontdekte ik dat de magiërs van de Bijbel gelijk hadden, omdat God het in de hemel verkondigt, voor Hij het op aarde verkondigt. Zij letten op die hemellichamen.

     "God ziet niet de persoon aan en geen enkele nationaliteit," zei Petrus, "maar God aanvaardt diegenen, die Hem onder alle volkeren vrezen."

     [Leeg gedeelte op de band – Vert] En dan vinden we... Ik probeerde de gedachte op te geven... O, het zou uren in beslag nemen om er op in te gaan, hoe het voortdurend die kant op bewoog; het ging die kant op, maar ik was er bevreesd voor. Deze magiër had tegen me gezegd: "U zult nooit voorspoedig zijn in het oosten." Hij zei: "U werd geboren onder een teken. Dat teken, dat sterrenbeeld... Toen ze zich kruisten, daarboven heel ver weg, op de dag van uw geboorte, bevonden ze zich westwaarts en u moet westwaarts gaan."

     Ik zei: "Kom nou." Ik wilde er niets mee te maken hebben. In de loop van de tijd echter, ging dat steeds maar niet uit mijn hart weg.

42 Destijds, toen ik daarboven was die avond vanwege deze visioenen, kon ik het niet begrijpen, want mijn Baptisten-broeders vertelden me dat het van de duivel was. Toen echter die Engel verscheen, plaatste Hij het volkomen in de Schrift en zei, dat het was zoals toen, dat terwijl de priesters niet beter wisten dan te redetwisten over dingen als wat voor soort mantels ze behoorden te dragen, welke kleding en zo en ze redetwistten over hun verschillen, de wijzen de ster van Christus volgden.

     Terwijl de predikers zeiden dat Jezus een oplichter was, een Beëlzebul, verhief zich een duivel, die zei: "Wij weten wie Gij zijt – de Heilige Gods. Zijt Gij gekomen om ons voor de tijd te pijnigen?"

     Toen Paulus en Silas het Evangelie kwamen prediken, zat er een kleine waarzegster op de straat... en de predikanten van dat land zeiden: "Deze mannen zijn oplichters. Ze scheuren onze kerken uiteen, enzovoort, ze keren de wereld ondersteboven met hun bederf."

     Maar wat gebeurde er? Die kleine magiër (die kleine waarzegster) zei: "Dezen zijn mannen Gods die ons de weg tot behoudenis boodschappen."

     Paulus bestrafte die geest in haar. Hij had helemaal geen hulp nodig om te getuigen wie hij was. Jezus zei ze altijd zich rustig te houden. Maar het gaat erom, u te laten zien, dat duivelen soms meer weten over de dingen van God dan de predikers. Zij zijn zo kerkelijk gebonden geworden. Dat was in de Bijbel zo en God verandert niet.

43 Eens, vijf jaar geleden, kwam ik bij broeder Norman vandaan; ik reed de weg langs. Ik had daarginds juist een samenkomst gehad en de Here God verscheen aan mij in een visioen. Ik zat voor het hek bij mijn huis hier. Het scheen slecht weer te zijn.

     Velen van u zullen zich het visioen herinneren. Het staat geschreven in mijn boek met visioenen. Ik schrijf ze op, zodat ik er zeker van zal zijn dat ik ze niet zal vergeten.

     In dit visioen dat ik zag, was er iets dat door de straat was gekomen en er lagen overal stenen over mijn erf. Er waren aan weerszijden van de straat, grote wegenbouw-machines bezig en er waren bomen omgehakt en gerooid. Ik begon het hek in te rijden en het was helemaal versperd door stenen. Ik stapte uit en zei tegen de man: "Waar is dit voor?"

     En hij werd erg vijandig. Hij duwde me achteruit en zei: "Zo gaat dat met jullie, predikers."

     Ik zei: "Ik vraag u alleen maar waarom u dit doet. U komt hier aan mijn kant van de straat. Waarom hebt u dit gedaan?" En hij wilde me bijna slaan en duwde me terug.

     Ik dacht: "Ik zal hem gewoon even zeggen dat hij niet weet waar hij het over heeft", toen een stem sprak en zei: "Doe dat niet, u bent een voorganger."

     Ik zei: "Heel goed."

44 Ik draaide me om en zag rechts van mij voor het hek een oude prairie-huifkar staan. U weet wat voor... een overdekte wagen, met paarden ervoor gespannen. En naast de plaats van de voorman zat mijn vrouw. Ik keek achterin en mijn kinderen zaten achterin. Ik klom op de kar en ik zei tegen mijn vrouw: "Lieveling, ik heb alles verdragen wat ik maar kan."

     Ik nam de teugels, zette het voorste paard aan en begon in de richting van het westen te rijden. En een stem sprak tot mij: "Wanneer dit komt te geschieden, ga dan westwaarts."

45 Broeder Wood, de aannemer hier in onze gemeente en beheerder... Hoevelen herinneren zich nu het visioen? Herinnert u zich dat ik het u vertelde? Zeker. Het staat geschreven op papier. Ik zei tegen broeder Wood... Hij kocht dit stuk grond hier tussenin van de gemeente om er een stenen huis te bouwen.

46 Ik zei: "Doe het niet, broeder Wood, want ze zullen u er nooit uw geld voor teruggeven." Misschien kan het zijn... dat was jaren terug – vijf jaar geleden. Ik zei: "Ze zullen misschien die brug hier dwars doorheen bouwen, die stenen waren waarschijnlijk mijn fundament dat was opgeblazen en mijn paden en zo die daar buiten lagen. In plaats van stenen waren het betonblokken, en dan zullen ze die brug hier plaatsen, omdat ze in de krant zeiden dat ze dat van plan waren."

     Wel, hij bouwde het niet. Tenslotte besloot men ongeveer een jaar of twee later dat ze hem langs deze kant zouden doortrekken. Daarmee stond het vast, dus ik vergat het gewoon en liet het gaan.

47 Nu, ongeveer een jaar geleden gebeurde er iets vreemds. Ik had op een avond diensten bij broeder Junior Jackson, die hier zit, een Methodisten-voorganger die de Heilige Geest heeft ontvangen, werd gedoopt in de Naam van Jezus Christus en herder is van één van onze zuster gemeenten.

     Gewoon om u te tonen hoe God handelt met Zijn mensen. Ik zeg dit met mijn hele hart – er is mij geen enkele samenkomst bekend in de hele wereld, geen enkele samenkomst, waar de Geest van God meer tegenwoordig is, dan in deze samenkomst, geloof ik. Ze hebben hun geschilpunten. Ze zijn zeker niet op het punt waar ze behoorden te zijn, geen van ons, maar ze zijn er dichter bij dan wie anders ook die ik ken.

48 Nu, om u te tonen, toen ik wist wat ging gebeuren, droomde broeder Jackson een droom. Hij kon er niet los van komen. Ik liep zijn kerkgebouw uit en hij kon het gewoon niet verdragen. Hoe lang is dat geleden, broeder Jackson?

     [Broeder Jackson zegt: "Ik had de droom in februari van '61."]

     In februari van '61 had hij de droom. Hij kwam naar me toe en hij zei: "Ik heb iets op mijn hart wat ik u moet vertellen, broeder Branham."

     Ik zei: "Ga uw gang, broeder Jackson."

     En hij zei: "Ik heb een droom gehad", en daar was het. Ik bleef gewoon stil zitten. Ik luisterde en lette op. Hij zei: "Ik droomde dat er een hele grote heuvel was, zoals buiten in een veld waar blauw-gras [Poa-gras – Vert] of zoiets groeide." Hij zei: "Boven op de top van deze heuvel, waar het water de grond had weggespoeld, was er een top-steen, bovenop de heuvel; zoals een bergpiek. Het was steen, geen gras. En waar het water naar beneden was gespoeld, had het een of ander soort schrift op deze stenen ingegrift en u stond daar dit schrift op deze stenen uit te leggen." Hij zei: "Wij allemaal..." (en hier is de manier waarop hij het stelde) "de broeders uit Georgia en overal vandaan, we stonden allemaal bij elkaar, luisterend hoe u dat geheimzinnige schrift op die stenen berg uitlegde."

49 Hij zei: "Toen pakte u iets op, als uit de lucht, iets als een breekijzer, of koevoet", was het niet zo, broeder? Zoiets dergelijks – een heel scherp breekijzer en hij zei: "Hoe u het deed, ik weet het niet. U sloeg de top van die berg, scheurde haar rondom en lichtte de top ervan af. Het was in de vorm van een piramide. En u scheurde de top ervan af." (Nu dat was maanden en maanden en maanden voordat de piramide-boodschap werd gepredikt.) Hij zei: "Daaronder was witte steen, graniet en u zei: 'De zon, of het licht, heeft hier nooit eerder op geschenen. Kijk hiernaar. Let hier op.'"

     Dat is juist, omdat bij de vorming van de wereld... de wereld werd geformeerd voor er licht was. We weten dat allen. De Geest Gods zweefde over de wateren en toen in den beginne sprak Hij dat er licht zou zijn. Natuurlijk, daar vroeger in het tijdperk toen de vorming plaatsvond, was dat licht nooit op die steen gekomen.

50 Hij zei: "Kijk hiernaar. Nooit eerder is hier licht op gevallen." Toen ze allemaal boven kwamen, zei ik hen daar naar te kijken en ze kwamen allemaal om er naar te zien. Maar hij zei, terwijl zij er naar keken, dat hij uit zijn ooghoek keek (ik geloof dat het zo was) en op mij lette. Ik glipte weg naar één kant en begon naar het westen te gaan; in de richting van de ondergaande zon, heuvel op, heuvel af, heuvel op, heuvel af, kleiner en kleiner wordend, tot ik helemaal uit het gezicht verdween.

51 En hij zei dat toen ik dat deed... Hij zei: "Toen draaiden de broeders zich na een poosje om en zeiden: 'Is hij verdwenen? Waar is hij heengegaan?'" En hij zei dat sommigen weggingen naar die kant, sommigen namen de ene weg en sommigen een andere, slechts heel weinig bleven en zagen verder naar wat ik hen had verteld.

52 Nu let op, ik vertelde hem nooit iets van de uitlegging van de droom. Geen van dezen vertelde ik het, aan niemand. Maar ik zei: "Ja", en mijn hart bonsde. Ik lette op. Nu, het geheimzinnige schrift... wacht, ik zal het even laten liggen.

53 Niet lang geleden had broeder Beeler... Broeder Beeler is gewoonlijk bij ons. Bent u hier broeder Beeler? Ja, hier achteraan. Billy zei: "Broeder Beeler is helemaal opgewonden. Hij had een vreemde droom." Ik ging naar broeder Beeler toe, en hij zei... daar naar zijn huis, toen ik op een avond wat bezoeken aflegde.

54 Hij zei: "Broeder Branham, ik had een vreemde droom. Ik droomde dat ik een waterstroom afging in westelijke richting. Er was een weg aan de linkerkant en ik bevond mij aan de linkerkant, westwaarts gaande op de weg leek het, op zoek naar vee. Aan de rechterkant (merkte ik toevallig toen ik daar beneden kwam), daar was u. U was bezig een grote kudde vee bijeen te drijven en er was daar een overvloed aan voedsel."

55 Hij zei: "Toen nam u dat vee en begon ze terug naar de rivier te drijven." En schijnbaar (ik moet naar hem geknikt hebben om op dat vee te letten)... zei hij: "Nu het zal gemakkelijk zijn voor dat vee, ik weet dat ze de weg van de minste weerstand zullen volgen, maar broeder Branham wil dat ze aan de rechterkant van de rivier blijven. Dus zal ik teruggaan deze weg op en ze er van weerhouden de rivier over te steken naar deze zijde en ze aan die kant houden", maar hij merkte, dat ik het vee nooit volgde, maar door ging naar het westen.

     Hij zei: "Hij zal op zoek zijn naar verdwaalde dieren."

56 Hij had de droom nog niet verteld, of ik zag het. En toen, let op, zei hij, dat hij een beetje achterdochtig werd wat mij aangaat, dus ging hij terug om te kijken. Hij zei dat ik bij een massieve berg kwam en dat ik plotseling verdween. Hij vroeg zich af wat er fout was. Hij ging erheen en toen kreeg hij een klein stroompje aan zijn kant, dat zich naar links splitste. (Ik geloof dat dit juist is, broeder Beeler.) Ja. En hij merkte dat er aan mijn kant een verschrikkelijke waterval was. Toen dacht hij dat ik in die waterval kon zijn terechtgekomen en omgekomen.

     Toen bemerkte hij, terwijl hij rondkeek, wat de uitwerking van die waterval was, die deze kant op naar beneden kwam. Hij veroorzaakte dat er een artesische bron omhoog spoot, maar het water ging niet terug de grond in. Hij keek over de kleine zijarm heen, of de kleine stroom, en hij zag een paar kleine dieren met ronde oren. Hij zei: "Ik geloof dat ik er een zal nemen", en hij stak over.

57 Toen begon hij aan mij te denken. Hij klom op een kleine terreinverhoging om een overzicht te hebben en te zien of er een klein smal richeltje was, waar ik omheen had kunnen lopen, maar hij zei: "Er was niets." En hij begon zich bezorgd te maken en hij vroeg zich af: "Wat is er met onze broeder gebeurd? Ik vraag me af wat er met broeder Branham is gebeurd?" Toen hij bevreesd werd, zei hij, dat hij me hoorde spreken. Ik stond op de top van een berg en vertelde broeder Beeler een uitleg van een droom die ik hem niet lang geleden had gegeven en ik zei hem op de Here te wachten; dat ik hem op een dag op een eiland zou ontmoeten en daar was hij.

     Nu, de uitleg van de droom is dit: wat de brede stroom betreft, dat was de stroom des levens. Ik ging daarop naar het westen en hij ook. Omdat hij op een weg liep... hij liep deze weg af en aan de andere kant was een heleboel gras, maar ook veel dicht struikgewas, wilde rozen en wildernis. Maar daartussen was veel gras.

58 Dat is de wijze waarop wij zoeken naar de Here en naar het voedsel van de Here, door de moeilijkheden heen. Het vee bijeen drijven – dat was deze gemeente. Ik hield ze aan die kant. Vee zal in werkelijkheid de weg van de minste weerstand opgaan, de denominaties, als ze kunnen – waarbij de weg de denominatie voorstelde.

59 Ik liet hem op de weg letten om er op toe te zien dat ze niet naar enige denominatie gingen. In zoverre dat hij een muur zag, die volkomen onmogelijk te passeren was, die me weerhield van naar het westen te gaan; dat was die belastingzaak met de overheid. Niemand kan begrijpen hoe ik er ooit uitgekomen ben. Het was een muur, die me de weg versperde, maar de Here bracht me er doorheen en zo kwam ik erover heen. Ik zal u ontmoeten, broeder Beeler, op het eiland.

60 Toen, onmiddellijk daarna, had broeder Roy Roberson... Broeder Roy, bent u hier vanavond? Ja, ik geloof... Ja, daar aan de zijkant. Hij belde me op, want hij had een droom. Hij droomde dat we vee aan het bijeen drijven waren. (Nu, dat is de derde droom.) Vee bijeen drijvend. Het gras stond er tot aan je middel – een overvloed aan voedsel. Wij broeders waren allemaal bijeen. We kwamen naar een gebouw voor het middageten en broeder Fred Sothmann stond op en zei: "Elia, de grote profeet, zal hier vandaag op het middaguur spreken." Toen we allen gegeten hadden ging iedereen weg en hij verwonderde zich erover, waarom ze niet wachtten om te horen wat er werd gesproken.

     Nu, ziet u hoe dat precies past met broeder Jackson? Ziet u, dat dit zuiver, zuiver overeen komt met wat broeder Beeler zei? Niemand wachtte om het uit te vinden.

61 Let op, onmiddellijk daarna, was zuster Collins... Bent u hier zuster Collins? Zij droomde een droom dat ze hier in de gemeente was, terwijl er juist een huwelijk voltrokken zou worden. En toen ze daar was, zag ze de bruidegom binnenkomen, volmaakt, maar de bruid zag er niet erg volmaakt uit, maar tòch was het de bruid. Nu, dat is de gemeente.

     Er was hier iets aan de gang als een avondmaal of een dienst – alsof er een diner klaarstond. Het greep haar een beetje aan, dat broeder Neville een diner opdiende in de kerk, maar ze zei dat het het beste voedsel was dat ze ooit had gezien. Ze had zo'n honger. Ze dacht misschien, in de droom, dat hij het niet behoorde op te dienen en zij en broeder Willard zouden weggaan naar "the Ranch House" om daar te eten. En toen ze dat deden, ging het licht aan de rechterkant uit. Nu, u weet wat dat betekent.

     Nu, het voedsel – de bruid is niet volmaakt, maar de Bruidegom is volmaakt. De bruid is nog niet volmaakt, maar het voedsel dat werd gegeven, was geen letterlijk voedsel, maar het is het geestelijke voedsel dat u heel de tijd hebt gehad. Laat ik hier even stoppen over die vierde droom.

62 Herinnert u zich niet, broeder Fred Sothmann en broeder Banks Wood, dat, toen we ginds in Arizona waren verleden jaar, op jacht op javalina-zwijnen, dat de Here sprak? Weet u de dingen niet meer, die Hij volmaakt deed; dat Hij toonde wat er zou geschieden, naarmate we de weg verder gingen? Als dat juist is, u twee broeders, zeg dan "Amen." Het faalt nooit.

63 Ik zag een visioen. Terwijl we op een dag aan het rijden waren, kwam er een visioen van de Here tot mij. Ik maakte me in die tijd gereed, om wanneer ik weer thuis was, overzee te gaan. En toen ik overzee ging, wel, zag ik op het schip... of op de oever van een zee, waar de schepen uitvoeren, dat daar een kleine, gedrongen, man stond en hij zei: "Ik heb een boot voor u gereed gemaakt, broeder Branham." Het was een hele kleine kano, ongeveer dertig centimeter lang, maar ze was sneeuwwit. Hij zei tegen mij: "Deze is voor u, om over te steken."

     "O," zei ik, "die voldoet niet."

     Hij zei: "Ze zal vijfenzestig kilometer per uur gaan, zo heen en weer." (Dat wil zeggen heen en weer langs de oever.)

64 "Maar", zei ik, "ze zal me niet naar de overkant brengen." Toen keek hij naar beneden en hij zei: "Ga zoals zij gaan." Ik keek en daar waren broeder Fred Sothmann en broeder Banks Wood, die in een groen geverfde kano zaten, met achterin wat kampeeruitrusting – broeder Banks met een opgekrulde hoed, broeder Fred met de zijne van voren opgeslagen en samengevouwen. En hij zei: "Ga zoals zij."

     Ik zei: "Nee, dat doe ik niet."

     En deze kleine man zei tegen hen: "Bent u schippers?"

     Broeder Banks antwoordde: "Ja."

     Broeder Fred antwoordde: "Ja."

     Maar ik zei: "Ze zijn het niet. Ik ben een schipper en ik weet dat ik daar niet achter zou staan en ik ben er zeker van dat ik niet op die manier zou gaan."

     Hij zei: "Waarom gaat u niet met hen mee?"

     Ik zei: "Nee, nee." Wel, ik draaide me om en toen ik dat deed, bleek het dat de kleine man bij de haven mijn goede broeder, broeder Arganbright, was.

65 In dit visioen liep ik terug en daar stond een klein langwerpig gebouw en toen sprak een stem tegen mij. (U herinnert zich dit allemaal, of velen van u.) Een stem sprak tot mij: "Breng voedsel naar binnen. Sla het op. De enige manier om hen hier te houden, is om ze voedsel te geven." Ik bracht het naar binnen... hele grote kratten vol, met de prachtigste wortelen en de prachtigste groenten en zo, die ik ooit had gezien.

     Herinnert u zich het visioen nu? Nu... ik heb u later verteld wat de uitleg was. Ik zou met broeder Arganbright naar Zürich in Zwitserland gaan, voor een samenkomst van vijf avonden. Ik vertelde de broeders voor het gebeurde: "Ik zal niet gaan."

     Ik was daar ginds bij broeder Welch Evans, toen ik de uitleg gaf.

66 Het was geloof ik op een avond, dat broeder Welch me kwam halen (we gingen op een vistocht) en men zei dat broeder Arganbright me opbelde. Ik zei: "Goed, hier is het. Ze zullen me afzeggen." En vele keren... (niet door broeder Miner – hij is een van de fijnste vrienden) maar soms, als ze slechts vermoeden dat je iets zult prediken dat tegen hun leer is, dan zeggen ze dat je zult komen, alleen maar om je vrienden daar te krijgen.

67 En ze zeiden... Broeder Arganbright belde me op en zei: "Broeder Branham," (precies wat de Geest zei) "komt u en neem uw vrouw mee, omdat u niet erg veel zult hoeven te prediken, want ik geloof dat ze u maar voor één avond namen." Hij zei: "Misschien hoeft u die ene avond ook niet te prediken."

     Ik zei: "Nee."

     "Wel," zei hij, "komt u met uw vrouw, komt u allemaal mee, kijk en als u komt, zal ik u meenemen op een reis. We zullen met z'n allen, mijn vrouw en uw vrouw, enzovoort, Zwitserland doorgaan en dan over Palestina verder."

     Ik zei: "Nee."

     Ik had de uitleg. Ik zei tegen broeder Welch of broeder Fred en hen allen: "Ik zal het u morgenochtend vertellen, maar eerst moet mijn vrouw iets zeggen." En toen ik haar opbelde, weigerde ze om te gaan. Ik zei: "Hier is het." Ziet u?

     Nu, die kleine witte boot was die ene samenkomst. Het is in orde om hier aan de oever waar dan ook heen te gaan, voor één samenkomst; maar het is niet genoeg (hoewel ze wit was en goed) om me overzee te roepen.

68 Broeder Fred en de broeder daar (vertegenwoordigd in het visioen) stelden voor: ga als toerist; voor uw genoegen. Maar ik gaf er niet om, om dat te doen. En hen te weigeren als schippers betekende, dat zij geen predikers waren. Maar ik was wel een prediker. Dan het voedsel in dat kleine, lange gebouw – ik ging niet overzee; ik keerde terug naar dit kleine gebouwtje en we maakten tientallen banden over de piramide en zo, om de mensen het uur te tonen waarin we leven.

     Nu, vergelijk dat zelfs met de andere, de dromen. Dit was een visioen. Het voedsel; hier is het. Dit is de plaats.

69 Let op, wat vond er vervolgens plaats? Toen, onmiddellijk nadat dit vierde visioen kwam (of de vierde droom die mij werd verteld), kwam er ene broeder Parnell. Hij is hier ergens. Hierzo. Billy was hier niet en de man was vreselijk opgewonden. Hij komt uit Bloomington geloof ik, of Bedford – Lafayette, hij hield samenkomsten. Hij had een droom en hij kwam naar broeder Wood. Hij zei: "Ik kan dit gewoon niet naast me neerleggen. Ik moet het vertellen. Ik moet het broeder Branham vertellen. Het maakt me bezorgd." En God weet, er was niet één droom tussendoor. Ze kwamen gewoon van een, twee, drie, vier, vijf, zes.

70 Broeder Parnell zei: "Ik had een vreemde droom. Ik droomde dat ik daarginds een samenkomst zou houden en op de een of andere manier was er hier een samenkomst, in wat een nieuwe kerk leek." En hij zei, dat deze nieuwe kerk, hoe het er op neerkwam... Hij vroeg zich af waarom er geen samenwerking was tussen die twee, of zoiets dergelijks. En hij zei dat hij hier stond en dacht: "Wel, ik ben hier nu toch, ik zal gewoon wachten en ik zal de diensten bijwonen."

71 Hij zei dat er een man door het gebouw aankwam met een bruin pak aan en een boek. Ik denk dat hij aan het schrijven was. Hij vertelde broeder Parnell... Hij zei: "Dit is een besloten samenkomst. Het is alleen voor diakenen en oudsten." Wel, hij voelde zich een beetje gepasseerd. Dus liep hij de deur van de nieuw gebouwde kerk uit, de kerk die was opgericht, of deze die was gerepareerd, herbouwd; en toen hij naar buiten ging sneeuwde het – het was slecht weer, het was winter. Geen van deze mensen wist hier ook maar iets van af.

72 Toen hij de deur uitging, stond ik daar, kijkend naar het westen. Ik zei: "Voelt u zich niet gepasseerd, broeder Parnell. Ik zal u leiden naar wat u moet doen."

73 Broeder Parnell en wie van de anderen ook van hen, weten dat ik hen nooit enige uitleg heb verteld. Het gebeurt nu op dit moment. Terwijl ik het toch zag toen ze het uitspraken. (Hebt u gemerkt hoe snel ik daar weg was, broeder Parnell, om te vermijden dat ik het u moest vertellen?) Ik ging door en heb nooit iets tegen broeder Wood of wie anders ook gezegd. Tegen niemand. Ik heb het gewoon laten liggen, omdat ik wilde zien waar het heen leidde. Hebt u me niet onlangs horen zeggen: "Ik ben bezorgd"? Dat was daarover.

74 Daarna zei broeder Parnell, dat ik tegen hem zei: "Broeder Parnell, begin, en het eerste waar u bij zult komen zal Zippora zijn." (Zippora? Zippora, wat 'koppelteken' betekent, of 'stop' of zoiets.) Ik zei: "Blijf daar niet. Ga dan naar het volgende... en u zult een oude vrouw vinden; en stop daar dan niet. Ga opnieuw verder en u zult een erg oude vrouw vinden. Stop daar niet." En heel de tijd dat ik sprak, liepen we door de sneeuw.

75 Ik zei: "Ga door totdat u mijn vrouw vindt en wanneer u mijn vrouw vindt, stop daar." En hij zei dat hij keek en we waren uit de sneeuw weg, in de woestijn. Ik was verdwenen. Hij keek achterom en hij zag zijn vrouw water uit een bron pompen en de een of andere prediker trok aan haar, om haar weg te trekken van de pomp. Ze keek naar hem – en toen werd hij wakker.

76 Hier is de uitleg van uw droom: (Ik zou het u die avond hebben kunnen vertellen, maar ik ging gewoon een andere kant op.) Wat die Zippora betreft en een oude vrouw en nog een heel, heel, oude vrouw – dat zijn kerken. Ziet u? Zippora, die in werkelijkheid de vrouw van Mozes was – Zippora. We merken op dat ik hem vertelde om daar niet bij te stoppen, ongeacht hoe oud ze waren; ze waren organisaties. Stop daar niet bij! Zij hebben hun tijd overleefd. Maar wanneer hij komt tot mijn vrouw, wat mijn gemeente is, waarheen Jezus Christus mij heeft gezonden in deze laatste dag, daar is het! Stop daar! En ik was in westelijke richting verdwenen.

77 Toen kwam zuster Steffy... (Ze is hier misschien niet, omdat ze in het ziekenhuis is geweest.) Ik weet niet... Is zuster Steffy hier? Ja, hier is ze. Zuster Steffy kwam naar mijn huis om gebed voor ze naar het ziekenhuis ging voor een operatie, opdat God haar zou helpen en haar zegenen en Hij heeft het zeker gedaan.

     Ze zei: "Ik had een vreemde droom, broeder Branham."

     Ik zei: "Ja."

78 Ze zei: "Ik droomde dat ik ginds in het westen was en ik..." (dat is de zesde droom) en ze zei: "Ik droomde dat ik ginds in het westen was, in een heuvelachtig gebied en toen ik keek, terwijl ik op een heuvel stond, stond er een heel oude man met een lange witte baard, zijn haar was naar beneden langs zijn gezicht gegroeid en hij had zoiets als een wit kledingstuk om zich gewikkeld, waartegen de wind blies." (Ik denk dat het zo juist is, zuster Steffy.) En ze zei: "Ik bleef dichterbij komen; hij stond op de top van een berg en keek naar het oosten." Ze zei: "Ik vroeg mij af: 'Wie is deze oude man?'" En toen ze dichter en dichterbij kwam, herkende zij wie het was. Het was de onsterfelijke Elia, de profeet, die daar boven stond en naar het oosten keek.

79 Ze zei: "Ik moet hem spreken!" (Ze had een nood!) En ze rende de heuvel op en ze viel daar neer om hem aan te spreken met de naam Elia en toen ze sprak, hoorde zij een stem zeggen: "Wat wilt u, zuster Steffy?" Dat was ik.

80 Uw droom werd daar precies vervuld, zuster Steffy. Want, onmiddellijk daarna, ging ik naar Louisville. Wat u van node had, was het gebed – om te zorgen dat ze er goed door kwam in het ziekenhuis; en het teken dat ik naar het westen ging, kijkend naar het oosten, naar mijn kudde.

81 Let op. Ik ging naar Louisville en toen ik terugkwam en ik bijna op het punt stond mijn hek binnen te rijden, zag ik dat daar palen in de grond waren geslagen binnen mijn hek. Meneer Goyne, van de dienst gemeentewerken hier, liep door de straat. Hij zei: "Billy, kom eens hier." Hij zei: "Je moet je hekken en zo verplaatsen: de afrastering, stenen muurtjes en hekken."

     Ik zei: "Wel, in orde Bill." Ik zei: "Ik zal het doen. Wanneer?"

     Hij zei: "Ik zal het je nog wel zeggen. Ik zal je laten weten wanneer." Hij zei: "Onmiddellijk na de eerste van het jaar zullen ze ermee beginnen."

     Ik zei: "Goed."

82 Ik liep terug het huis in en mijn vrouw zei: "Ik moet onmiddellijk levensmiddelen halen." Ik liep de straat uit en een jongen, Raymond King, die machinist is bij de gemeente... Ik noemde hem altijd "Modder-oor", omdat toen we kleine jongens waren en met elkaar zwommen, hij een jongen in het oor raakte met een klomp modder; sindsdien noemden we hem "Modder-oor". Hij woont even verderop bij me in de straat, ongeveer de tweede deur vanaf broeder Wood.

     En dus zei ik: "Mod, kom eens even."

     Hij antwoordde: "Goed Billy." Hij kwam naar me toe.

     Ik vroeg: "Die paal die je sloeg..."

     Hij zei: "Billy, ze zullen de hele zaak gaan inkorten; al deze bomen, deze omheiningen, al het andere moet verplaatst worden."

     Ik zei: "Wel, de opzichter zei me dat mijn eigendom tot het midden van de straat kwam."

     Hij zei: "Ja, maar ze zullen de weg verbreden. Ze zullen het hoe dan ook nemen." Hij zei: "Het mijne ook."

     Ik zei: "Wel, broeder Wood is metselaar, ik zal hem maar halen om het achteruit te verplaatsen."

     Hij zei: "Billy, begin er niet aan. Laat de aannemer dat doen. Dat is de pastorie, nietwaar?"

     Ik antwoordde: "Jazeker."

     Hij zei: "Laat hem het doen. U weet wat ik bedoel."

     Ik zei: "Ja." Ik keerde terug en plotseling trof iets mij. Ik ging naar huis, ging mijn studeerkamer in, pakte "dat boek" en daar stond het. Het waren geen blokken beton – het was steen. Ik zei: "Meda, maak je klaar."

83 Zes achtereenvolgende dromen en toen sloot het visioen het af: "Wanneer deze dingen komen te geschieden, keer westwaarts."

     Ik belde Tucson op. Broeder Norman heeft een huis gevonden. Ik weet niet waar ik heenga. Ik weet niet wat te doen. Ik ben gewoon in een staat dat ik niet weet wat ik moet doen. Ik verlaat een huis waarvoor ik geen huur hoef te betalen. Mijn salaris is zo'n honderd dollar per week. En ik moet bijna honderd dollar per maand betalen voor dat huis. Ik ben hier helemaal temidden van mijn broeders en zusters waar men mij liefheeft. En ik ga, ik weet niet waarheen. Ik weet niet waarom. Ik kan u niet vertellen waarom. Maar er is slechts één ding wat ik weet: gewoon volgen wat Hij zegt dat ik moet doen. Ik weet niet welke kant ik op moet gaan. Wat te doen, dat is helemaal niet mijn...

     Ik vermoed dat Abraham zich op die manier voelde, toen Hij hem zei: "Ga heen, trek de rivier over." Hij wist niet wat te doen, dan slechts tijdelijk verblijf te houden, zichzelf af te scheiden. Ik wist niet wat te doen.

84 Afgelopen zaterdagmorgen, gisteren een week geleden, zo omstreeks drie uur in de morgen, was ik opgestaan, had wat water gedronken en de deken over Jozef heen getrokken in zijn kamer en ik was juist weer gaan liggen om te gaan slapen. Toen ik ging slapen... (Nu, ik zal deze kleine dromen en zo weglaten, zodat u de achtergrond zult zien van wat ik probeer te zeggen.) Ik dekte Jozef onder en ik ging weer terug om te slapen; en ik droomde een droom.

85 Ik droomde dat ik een man zag die werd verondersteld mijn vader te zijn, hoewel hij een hele grote man was; en ik zag een vrouw die werd verondersteld mijn moeder te zijn, alleen zag ze er niet uit als mijn moeder. Deze man was erg gemeen tegen zijn vrouw. Hij had een driekantige stok, waar hij dit hout had gekloofd – u weet, wanneer u hout hakt op een hakblok, dan vormt het een driehoekige stok – en elke keer als deze vrouw wilde gaan staan, greep hij haar gewoon in haar nek, sloeg haar op het hoofd en sloeg haar neer. Dan lag ze te snikken en te huilen en dan probeerde ze opnieuw om weer overeind te komen.

     Hij stapte dan trots rond, met zijn borst vooruit – hij was een hele grote kerel – en wanneer ze weer wilde opstaan, dan pakte hij haar bij de nek, nam deze driehoekige stok, beukte haar ermee op het hoofd en liet haar vallen. Dan liep hij achteruit en stak zijn borst naar voren, alsof hij iets groots had gedaan.

86 Ik stond dit op een afstandje aan te zien. Ik dacht: "Ik kan die man niet aan. Hij is te groot. En dan wordt hij verondersteld mijn papa te zijn. Maar hij is mijn papa niet." Ik zei: "Dat is geen manier, om die vrouw zo te behandelen." Ik wond me een beetje over hem op.

87 Toen, plotseling, verzamelde ik genoeg moed en ging ik op hem af, greep hem bij de kraag en draaide hem om. En ik zei: "U hebt het recht niet om haar te slaan." En toen ik dat zei, groeiden mijn spieren – ik zag eruit als een reus. De man keek naar die spieren en toen werd hij bang voor me. Ik zei: "Als je haar weer slaat, zul je met mij te maken krijgen." En hij aarzelde zo'n beetje om haar opnieuw te slaan. Toen werd ik wakker.

     Ik lag daar een poosje. Ik dacht: "Wat betekent dat? Wat vreemd dat ik over die vrouw droomde." Een ogenblik later kwam Hij en kreeg ik de uitleg.

88 De vrouw stelt de kerk voor van de wereld vandaag, heel de wereld. Ik werd midden in deze verwarring geboren en ik bevond mij daarin. Zij wordt verondersteld een soort moeder te zijn van... als zij een moeder van hoeren was – maar toch werd ik er regelrecht in geboren. Haar man zijn de denominaties, die haar beheersen. De driehoekige stok die hij had, is die drieëenheids-doop in valse namen, waarmee hij haar elke keer als zij begint op te staan, dat de samenkomst het zal aanvaarden, neerslaat. Natuurlijk, omdat hij zo groot was, keerde ik me om – ik was een beetje bang voor hem en toen stormde ik toch op hem in. De spieren waren geloofsspieren. Dat deed mij denken: "Als God met mij is – me spieren kan geven – laat me haar dan bijstaan" en hem doen ophouden haar te slaan.

     Het moet tien uur op de dag zijn geweest toen mijn vrouw probeerde de kamer binnen te komen. Toen gebeurde het. Ik kreeg een visioen die morgen en ik... op de een of andere manier... Nu bedenk, het was geen droom!

89 Er is een verschil tussen dromen en visioenen. Dromen komen wanneer u gaat slapen. Visioenen komen, wanneer u niet in slaap raakt. We zijn op die manier geboren. Het normale menselijke wezen is, als hij droomt, in zijn onderbewustzijn. En zijn onderbewustzijn is ver van hem verwijderd. Zijn zintuigen zijn actief zo lang hij in zijn eerste bewustzijn is. In dit bewustzijn bent u normaal. U ziet, proeft, voelt, ruikt, hoort; maar wanneer u in uw onderbewustzijn bent, in slaap, ziet u niet, noch proeft u, voelt, ruikt of hoort u. Maar er is iets wanneer u droomt, wat u terugbrengt naar dit bewustzijn. Er is een geheugen, dat u zich iets doet herinneren, waar u jaren geleden over droomde.

90 Een normaal menselijk wezen is op die wijze. Maar wanneer God iets voorbestemt, voor de ziener is dit onderbewustzijn niet ver weg van hier, maar bij hèm liggen beide bewustzijnsgebieden vlak bij elkaar. De ziener gaat niet slapen in een visioen – hij beschikt nog steeds over zijn zintuigen en ziet het.

     Ik was dat onlangs voor een paar doktoren aan het uitleggen en ze stonden op en zeiden: "Wonderbaarlijk. We hebben zelfs nooit aan zoiets gedacht." Toen ik een elektronische hersentest onderging, zeiden ze dat ze nooit iets dergelijks hadden gezien. Wel, zeiden ze: "Er is iets wat met u gebeurt."

     Ik vertelde het hen. Ze zeiden: "Dat is het, precies."

91 De twee bewustzijnsgebieden liggen vlak bij elkaar. Het is niet iets wat ik zou kunnen doen en het maakt mij niets meer dan iemand anders. Het is gewoon God die het op die manier maakte. U gaat niet slapen – u bent op deze zelfde plek, net alsof u slaapt. Je staat hier en kijkt zo... u hebt het allen gezien, over de hele wereld.

92 U slaapt niet, maar staat hier op het podium en spreekt met de mensen. U hoort mij in visioenen gaan en terug komen, terwijl ik met u in een auto rijd, of waar anders ook, en vertel u dingen die zullen gaan gebeuren. Het faalt nooit. Het heeft het nooit gedaan. Heeft iemand het ooit zien falen? Het kan niet falen. Het zal niet falen, zolang het God is. Let op, het gebeurt gewoon op het podium, voor duizenden, voor tienduizenden mensen, zelfs in andere talen die ik zelfs niet kan spreken – toch faalt het niet. Ziet u – het is God.

93 Nu, in dit visioen, zoals ik zei, keek ik en ik zag een vreemd iets. Nu, het scheen of mijn kleine zoon Jozef naast mij stond. Ik was met hem aan het praten. Nu, als u heel nauwkeurig op het visioen acht wilt geven, zult u zien waarom Jozef daar stond.

94 Ik keek en daar was een grote struik. En op deze struik zat een formatie vogels – hele kleine vogeltjes, ongeveer anderhalve centimeter lang en anderhalve centimeter hoog – ze waren kleine oudgedienden. Hun kleine veren waren verfomfaaid. Er zaten er ongeveer twee of drie op de bovenste tak, zes of acht op de volgende tak en vijftien of twintig op de volgende tak – zo naar beneden komend in de vorm van een piramide. Die kleine kerels – kleine boodschappers – waren behoorlijk uitgeput.

95 Ze keken naar het oosten en ik was in Tucson, Arizona, in het visioen. Want Hij deed het opzettelijk zo, dat Hij niet wilde dat ik in gebreke zou blijven te zien waar het was. Ik was bezig een klit van de stekelnachtschade uit de woestijn van me af te trekken. Ik zei: "Nu, ik weet dat dit een visioen is en ik weet dat ik in Tucson ben. En ik weet dat die kleine vogels daar iets voorstellen." Ze keken naar het oosten. Plotseling kregen ze de ingeving te gaan vliegen en weg gingen ze, naar het oosten.

     Zodra zij weggingen, kwam er een formatie van grotere vogels. Zij zagen eruit als duiven – met scherp gepunte vleugels en een grijsachtige kleur, een klein beetje lichter van kleur dan deze eerste, kleine, boodschappers. En zij kwamen snel oostwaarts.

     Toen ze nog maar net uit mijn gezicht verdwenen waren, keerde ik mij opnieuw om, om in westelijke richting te kijken, en toen gebeurde het. Er kwam een explosie die werkelijk de hele aarde deed schudden! Nu, mis dit niet! En u op de band, wees er zeker van dat u dit goed begrijpt!

     Eerst een explosie! Ik dacht dat het klonk als een geluidsbarrière, of hoe u het ook noemt, wanneer vliegtuigen door de geluidsbarrière gaan en het geluid terug komt naar de aarde. Het schudde gewoon, alsof... het bulderde, van alles! Het zou zoiets als een geweldige donder- en bliksemslag geweest kunnen zijn. Ik zag het weerlicht niet. Ik hoorde alleen die grote explosie die losbarstte, die klonk alsof het ten zuiden van mij was; in de richting van Mexico.

     Maar het schudde de aarde en toen dit gebeurde (ik stond nog steeds westwaarts te kijken) zag ik, ver weg in de eeuwigheid een formatie van iets aankomen. Het zag eruit alsof het kleine stipjes zouden kunnen zijn. Het waren er niet minder dan vijf en niet meer dan zeven. Maar ze waren in de vorm van een piramide, zoals deze boodschappers, die kwamen.

     Toen dat gebeurde, hief de kracht van de Almachtige God mij op om hen te ontmoeten. Ik kan zien... Het heeft me nooit losgelaten... Acht dagen zijn voorbijgegaan en ik kan het nog steeds niet vergeten. Ik heb nog nooit iets gehad dat mij zo bezorgd heeft gemaakt als dat. Mijn gezin kan het u vertellen.

96 Ik kon die engelen zien, die achterwaarts gerichte vleugels, ze bewogen zich sneller dan het geluid zich zou kunnen verplaatsen. Ze kwamen uit de eeuwigheid in een fractie, als in een oogwenk. Niet genoeg om met je oog te knipperen. Ze waren er in een oogwenk. Ik had geen tijd om te tellen. Ik had er geen tijd voor, het was alleen maar zien. Het waren machtige wezens, grote machtige engelen, sneeuwwit! Hun vleugels waren naar achteren uitgespreid en ze deden van 'fffjjjoe fffjjjoe', [een fluitend geluid – Vert] en toen het gebeurde, werd ik opgenomen, deze piramideformatie binnen.

97 Ik dacht: "Nu, dit is het." Ik was over m'n hele lichaam verdoofd en ik zei: "O. Dit betekent dat er een explosie zal zijn die me zal doden. Ik ben nu aan het einde van mijn weg gekomen. Ik moet het mijn mensen niet vertellen, wanneer dit visioen weggaat. Ik wil niet dat zij erover weten, maar de hemelse Vader heeft mij nu laten weten dat mijn tijd voorbij is. Ik zal het mijn gezin niet vertellen, zodat ze zich zorgen over me zullen maken, dat hij op het punt staat te gaan; deze engelen zijn voor mij gekomen en ik zal nu vrij spoedig worden gedood in de een of andere soort explosie."

98 Toen kwam tot me, terwijl ik in deze 'formatie' was: "Nee, dat is het niet. Als het jou zou hebben gedood, zou het Jozef hebben gedood", en ik kon horen dat Jozef me riep. Toen keerde ik me opnieuw om en ik dacht: "Here God, wat betekent dit visioen?"

     Ik vroeg het me af en toen kwam het tot me. Niet een stem – het kwam gewoon tot me. O! "Dat zijn de engelen van de Here die komen om me mijn nieuwe opdracht te geven!" En toen ik dat dacht, hief ik mijn handen op en ik zei: "O, Here Jezus, wat wilt U me laten doen?" En het visioen verliet me. Bijna een uur lang kon ik niet voelen.

99 Nu, u mensen weet wat de zegeningen van de Here zijn. Maar de kracht van de Here is volkomen anders. De kracht van de Here op dat soort momenten, heb ik vele, vele keren eerder in visioenen gevoeld, maar nog nooit op die wijze. Het voelt als een "eerbiedige vreze". Ik was zo bevreesd, dat ik als verlamd was in de tegenwoordigheid van deze wezens. Ik vertel de waarheid. Zoals Paulus zei: "Ik lieg niet." Hebt u mij er ooit op betrapt dat ik ooit maar iets verkeerd zei over zoiets dergelijks? Er staat iets op het punt te gebeuren!

     Toen, na een poosje, zei ik: "Here Jezus, als ik gedood zal worden, laat het me weten, zodat ik mijn gezin hierover niet zal vertellen; maar als het iets anders is, laat het mij weten." Er werd niets geantwoord.

100 Nadat de Geest me, ik denk ongeveer een half uur of meer had verlaten, zei ik: "Here, als het dan betekent dat ik gedood zal worden en dat U met mij klaar bent op aarde; dat ik nu zal worden meegenomen naar huis – als dat het is, dat is fijn; dat is goed." Ik zei: "Als het zo is, laat het me weten. Zend Uw kracht weer terug op mij. Dan zal ik weten dat ik daarover niets aan mijn gezin of wie dan ook moet vertellen, omdat U op het punt staat om me te komen wegnemen." En ik... en er gebeurde niets. Ik wachtte een poosje.

101 Toen zei ik: "Here Jezus, als het dat niet betekende en het betekent dat U iets voor mij hebt te doen en dat het me later zal worden geopenbaard, zend dan Uw kracht." En het haalde me bijna uit de kamer!!

102 Ik vond mezelf ergens terug in een hoek. Ik kon horen dat mijn vrouw ergens probeerde aan een deur te schudden. De deur in de slaapkamer was op slot. Ik had een Bijbel opengeslagen en ik was aan het lezen... Ik weet het niet, maar het was, geloof ik in Romeinen, het negende hoofdstuk, het laatste vers: "Zie, Ik leg in Sion een hoeksteen, een steen des aanstoots, een kostbare steen en wie in Hem gelooft zal niet beschaamd uitkomen."

     Ik dacht: "Het is vreemd dat ik dat aan het lezen zou zijn." (Terwijl de Geest me nog steeds vasthield in de kamer.) Ik sloot de Bijbel en stond daar. Ik liep naar de vensters (het was ongeveer tien uur op de dag, of later), ik hief mijn handen op en ik zei: "Here God, ik begrijp het niet. Dit is een vreemde dag voor mij. En ik ben bijna buiten mezelf."

103 Ik zei: "Here, wat betekent dat? Laat me het opnieuw lezen, als U het bent." (Nu, dit klinkt kinderachtig!) Ik nam de Bijbel op en opende hem. Daar was het opnieuw op dezelfde plek – Paulus, die de Joden vertelt dat zij probeerden om... die de Romeinen vertelt dat de Joden het probeerden te aanvaarden door werken, maar het is door geloof dat we het geloven.

     Wel, sindsdien is het een verschrikkelijke tijd geweest. Nu ziet u waar ik sta. Ik weet niet wat er gebeurt! Ik weet niet wat te zeggen! Maar nu, laat me vanaf nu, de volgende vijftien of twintig minuten, hier nu iets proberen te zeggen. Bedenk, niet één keer hebben die visioenen ooit gefaald.

104 Ik zal nu gedurende een ogenblik de Schrift nemen. Als u oplet, in Openbaring het tiende hoofdstuk... Nu, laat ik dit zeggen: als dit visioen Schriftuurlijk is, kan het alleen worden uitgelegd door de Schrift. Ik wil dat u dit bij elkaar brengt. Nu, u die aanwezig bent, en u aan de band, wees er zeker van dat u dit zegt op de manier dat ik het zeg, omdat het ontzettend gemakkelijk verkeerd begrepen zou kunnen worden. (Hebt u haast? Goed, even... ik dank u dat u zo rustig en vriendelijk bent.)

     Nu, de zevende engel ... Nu, heren, (zoals ik dit heb getiteld) is dit het teken van de eindtijd? Waar leven we in? Welk uur van de dag is het? Zoals de man die zich uitgeput door de nacht heen worstelt, opstaat om op de klok te kijken hoe laat het is – en het licht opsteekt. Mijn gebed is: "God, laat ons het licht aandoen." Ik bevind mij in een verschrikkelijke toestand. Indien u het eens wist. Bedenk, ik zeg u in de Naam van de Here dat ik u de waarheid heb verteld! Er staat iets op het punt te gebeuren! Ik weet niet wat! Nu, u aan de band, begrijpt u dat? Ik weet niet wat! Ik zal proberen te zeggen wat er gisteren tot me kwam, terwijl ik in mijn studeerkamer zat. Ik zeg niet dat dit de waarheid is. Het was alleen iets dat in mijn hart omging, toen ik door de kamer liep!

     Ik zou weggaan – ik zou er een poosje tussenuit gaan, naar Charlie – en een dag met hem gaan jagen, voor we van elkaar moesten scheiden.

105 Laat me dit zeggen; dat ik naar het westen ga, betekent niet, dat ik deze tabernakel verlaat. Dit is de gemeente die de Here God mij gaf. Hier is mijn hoofdkwartier. Hier blijf ik. Ik ga alleen weg in gehoorzaamheid aan een opdracht die mij door een visioen is gegeven. Mijn zoon, Billy Paul, zal mijn secretaris blijven. Mijn kantoor zal op deze plaats hier zijn, in deze kerk.

106 Met Gods hulp zal ik hier weer zijn wanneer deze zaak gereed is en de zeven zegels prediken. Welke banden ik ook maak, of wat anders ook, het zal hier op deze plaats in deze gemeente worden gemaakt. Deze plaats, voor zover ik weet, is de plaats waar ik met meer vrijheid kan prediken dan waar anders ook in de wereld – vanwege de groep mensen hier, die geloven en hongerig zijn en volhouden. Hier voel ik me thuis. Dit is de plaats. En als u er op let: de droom sprak van hetzelfde. Ziet u, waar het voedsel...

     Nu, ik weet niet wat er in de toekomst ligt – maar ik weet Wie de toekomst in handen heeft! Dat is de hoofdzaak.

     Nu, God, als ik fout ben, vergeef mij en sluit mijn mond, Here, voor alles wat niet Uw wil zou zijn. Ik doe dit slechts omdat het me niet loslaat, Here. Mogen de mensen het begrijpen, dat het me niet loslaat.

107 De reden dat ik geloof dat de uitleg nooit onmiddellijk kwam – was door de soevereiniteit van God, omdat ik geloof dat het hier in de Bijbel voor mij staat uitgeschreven. Dan, als het Schriftuurlijk is, kan alleen de Schrift het uitleggen. Als dit waar is, broeder, zuster, het is niet mijn bedoeling u bang te maken, maar dan kunnen we nu maar beter erg voorzichtig zijn. We staan op het punt om... er staat iets op het punt te gebeuren.

108 Nu, ik zeg dit met eerbied en ontzag voor God. En u denkt dat ik hier zou staan – en u mensen gelooft zelfs in mij als profeet. (Ik beweer niet het te zijn.) Dit waren mijn plannen. Verleden jaar zei ik dat het enige wat ik zag was dat de opwekking in het land voorbij is, in dit land in elk geval. Ik maakte een evangelisatiereis – velen van u gingen met me mee. O, het was goed. We hadden een geweldige tijd, fijne samenkomsten, grote aantallen mensen, maar het voldeed gewoon niet. Dit jaar zal ik een zendingsreis maken. Zodra ik kan, zal ik naar Afrika gaan, naar India, de wereld rond, als ik kan, op nogmaals een zendingsreis.

109 Als dat niet werkt zal ik water noch voedsel tot me nemen en ik zal een van die hoge bergen ginds beklimmen en daar blijven totdat God op een of andere wijze antwoordt. Ik kan op deze manier niet leven. Ik kan gewoon niet verder gaan. Dit is misschien het antwoord hier. Ik weet het niet. Totdat Hij mij verandert...

110 Herinnert u zich het visioen, ongeveer drie weken geleden, dat ik in de zon stond te prediken tot de samenkomst? U bent hier allemaal vorige zondag geweest. Vele zondagen neemt u hier de banden en bent u hier wanneer ze worden gemaakt; u begrijpt dit, omdat ik nu gewoon deze dingen zal aanroeren en let u daarop. Zelfs elk stukje van hetgeen werd gezegd, past hier als voorafschaduwing precies in. Zo moet het ook met de uitleg zijn. Ik weet het niet. Dat is, waarom ik zeg: "Heren, is dit het?"

111 Ik geloof dat de zevende engel van Openbaring 10 de boodschapper van het zevende gemeente-tijdperk is van Openbaring 3:14. Herinner u... Nu, laat me het lezen. Even kijken waar ik kan lezen. Nu, dit was de zevende engel.

     maar in de dagen van de stem van de zevende engel,... (zevende vers) wanneer hij bazuinen zal, is ook voleindigd het geheimenis van God, gelijk Hij zijn knechten, de profeten, heeft verkondigd.

     Nu, u bemerkt dat dit een engel was; en het is de engel van het zevende gemeente-tijdperk, omdat hier staat dat het de zevende engel van het zevende gemeente-tijdperk is. Als u wilt zien wie of waar de engel is... Openbaring 3:14. Het is de engel aan de Laodicéa-gemeente.

112 Nu, u herinnert zich, toen dat daar werd verteld (de engelen aan de gemeente-tijdperken)... Nu, dit zal precies samen passen met deze zeven zegels waarover we zullen spreken. De zeven zegels waarover we zullen proberen te spreken (wanneer we deze keer terugkomen) zijn de zeven geschreven zegels en deze zeven zegels zijn, zoals u weet, gewoon de manifestatie van de zeven engelen van de zeven gemeenten. Maar er zijn zeven andere zegels, die aan de achterkant van het Boek zijn – buiten de Bijbel. Let er op, we zullen er in een ogenblik op komen.

     Voor ik hiermee begin, bent u vermoeid? Zou u graag willen gaan staan of van plaats veranderen?

113 Nu, luister aandachtig. De zevende engel van Openbaring 10:7 is de boodschapper van het zevende gemeente-tijdperk. Begrijpt u? Let nu op. "In de dagen..." Nu kijk hier.

     maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij bezuinen zal, is ook voleindigd het geheimenis ven God...

114 Als hij bazuint, deze boodschapper, de zevende engel hier, bazuint hij zijn boodschap uit aan de Laodicéa gemeente. Let op wat voor boodschap hij had. Nu, het werd niet gegeven aan de eerste engel (het werd niet aan hem gegeven), de tweede engel, derde, vierde, vijfde, zesde; maar het is de zevende engel die dit soort boodschap had. Wat was het? Let op zijn soort boodschap: om al de geheimenissen van God te voleindigen die in het Boek geschreven staan. De zevende engel beëindigt al de geheimenissen, die er als losse eindjes hebben gelegen, door heel deze tijd van organisaties en denominaties heen – de zevende engel verzamelt ze en voltooit het gehele geheimenis. Dat is wat de Bijbel zegt – hij beëindigt het gehele geheimenis van het geschreven Boek.

115 Laten we nu op een paar van deze geheimenissen letten. (En als u ze wilt opschrijven...) Ten eerste, zal ik nemen wat Scofield hier zegt in Mattheüs 13. Als u graag enige ervan zou willen aantekenen... Als u een Scofield-Bijbel hebt, zou u kunnen lezen wat hij denkt dat enige van de geheimenissen zijn.

116 Nu, in het elfde vers:

     Hij antwoordde hun en zeide: Omdat het u gegeven is... (tot Zijn discipelen) ... Omdat het u gegeven is de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is dat niet gegeven. (De geheimenissen.)

117 Hier is het geheimenis: een geheimenis in de Schrift is een voordien verborgen waarheid, die nu van Godswege wordt geopenbaard, maar waarbij een bovennatuurlijk element nog steeds blijft, ondanks de openbaring. De grotere geheimenissen en de grote geheimenissen zijn:

     Nummer één: het geheimenis van het Koninkrijk der hemelen. Dat is deze waar we nu over spreken. (Mattheüs 13:3–15.)

     Het tweede geheimenis is het geheimenis van Israëls blindheid gedurende dit tijdperk. (Romeinen 11:25 was de tekst.)

     Het derde geheimenis is het geheimenis van de opname van de levende heiligen in de eindtijd van dit tijdperk. (1 Corinthiërs 15 en ook 1 Thessalonicenzen 4:14–17.)

     Het vierde geheimenis: de Nieuw-testamentische gemeente als één lichaam, samengesteld uit zowel Joden als Heidenen. (Efeze 3:1–11, Romeinen 16:25 en ook Efeze 6:19; Colossenzen 4:3.)

     Het vijfde geheimenis is dat van de gemeente, als de bruid van Christus. (Efeze 5:28–32.)

     Het zesde geheimenis is dat van de levende Christus, dezelfde gisteren, heden en voor immer. (Galaten 2:20, Hebreeën 13:8 en veel van dergelijke schriftplaatsen.)

     Het zevende geheimenis is dat van God, ja Christus, als de vlees geworden volheid van de Godheid belichaamd, in Wie alle Goddelijke wijsheid en Goddelijkheid weer terug wordt hersteld aan de mens.

     Het negende geheimenis is het geheimenis van de ongerechtigheid zoals het wordt gevonden in 2 Thessalonicenzen, enzovoort.

     Het tiende geheimenis is dat van de zeven sterren van Openbaring 1:20. (We hebben dat juist doorgenomen. De zeven sterren waren de zeven gemeenten. De zeven boodschappers, enzovoort.)

     En het elfde geheimenis is het mysterieuze Babylon, de hoer; Openbaring 17:5–7.

118 Dat zijn enige van de geheimenissen waarvan wordt verondersteld dat deze engel ze zal voleindigen – al de geheimenissen van God. En de andere (Moge ik dit zeggen met eerbied en niet verwijzend naar mezelf, maar verwijzend naar de engel van God): het zaad van de slang, dat is door al de jaren heen een verborgen geheimenis geweest; de genade is haar juiste plaats gegeven – geen ongenade, maar werkelijke ware genade; er is niet zoiets als een eeuwig brandende hel. U zult miljoenen jaren branden, maar alles wat eeuwig was, had noch begin, noch einde en de hel werd geschapen – al deze geheimenissen.

119 Het geheimenis van de doop van de Heilige Geest, zonder een gewaarwording, maar de Persoon van Christus die in u dezelfde werken volvoert die Hij deed. Het geheimenis van de waterdoop, waar de ver doorgevoerde drieëenheidsleer het heeft gebracht naar titels, van Vader, Zoon en Heilige Geest. En het geheimenis van de Godheid, dat is vervuld in de doop in de Naam van Jezus Christus, overeenkomstig het boek Openbaring, dat de gemeente in deze tijd zou ontvangen. Daar zijn enige van de geheimenissen.

     De Vuurkolom die terugkeert. Amen! Dat is wat er wordt verondersteld plaats te vinden en we zien het!

120 O, we zouden zo door kunnen gaan met het opnoemen van de geheimenissen. Die Vuurkolom te zien, die de kinderen Israëls leidde – Dezelfde die Paulus neerwierp op zijn weg naar Damascus; Dezelfde, die komt met dezelfde kracht, dezelfde dingen doende en hetzelfde Woord openbarend, woord voor woord bij de Bijbel blijvend.

121 Het klinken van de bazuin, betekent evangeliebazuin. En het klinken van een bazuin in de Bijbel betekent: maak u gereed voor een Schriftuurlijke strijd. Schrijft u het op? Schriftuurlijke strijd. Paulus zei... (Als u dit wilt opschrijven, 1 Corinthiërs 14:8.) Paulus zei: "Indien de bazuin een onduidelijk geluid geeft, hoe zal een mens weten waarvoor hij zich klaar moet maken?" Als het geen Schriftuurlijk betuigd geluid heeft, een betuiging van het Woord van God dat wordt gemanifesteerd, hoe zullen wij het in de eindtijd weten?

122 Als er staat dat zij geloven dat Jezus Christus dezelfde is, gisteren, heden en voor immer, maar Zijn tekenen en wonderen ontkennen waardoor het hele rijk van de natuur Hem geloofde, en waardoor heel de gemeente in Hem geloofde, hoe zullen wij dan weten hoe we ons voor moeten bereiden?

     Iemand komt met een kaart aandragen, waarop het helemaal uitgetekend is en dan komt er iemand aan met iets anders en heeft dit allemaal uitgetekend, in tegenspraak met deze eerste. Sommigen zijn gekomen en zeiden: "Dit is het", en vallen hierop terug, anderen hebben boeken en dat soort dingen geschreven.

123 Maar God komt in de kracht van Zijn opstanding en wie zal dat tegenspreken? Als Jezus Christus dezelfde is, gisteren, heden en voor immer, doet Hij hetzelfde als wat Hij gisteren deed, vandaag en voor immer. Dat is wat deze engel wordt verondersteld te doen – die geheimenissen nemen, die losse eindjes, waar de mensen mee uit de koers raakten.

124 Merk op, als de bazuin een onduidelijk, onschriftuurlijk geluid geeft, wie kan zich dan gereedmaken? Maar een bazuin... Hebt u erop gelet, dat in elk van die tijdperken – zoals ik u vertelde van de gemeente die binnenkomt – er een bazuin was die klonk, en er een zegel losscheurde; een bazuin betekent strijd! Als hij geen Schriftuurlijk geluid geeft, wat dan?

125 Maar laat ik u dit in herinnering brengen. Mis dit nu niet. Let op, elk gemeente-tijdperk had zijn boodschapper. We weten dat. Paulus was de eerste boodschapper. Toen de eerste bazuin klonk en het eerste zegel werd losgetrokken, was, zoals we vonden, Paulus de eerste boodschapper. Wat deed hij? De oorlog verklaren! Aan wie? Aan de Orthodoxe kerk, vanwege het niet geloven van het Messiaanse teken dat Jezus aan hen had getoond.

     Wel, ze hadden het moeten weten! Zij behoorden Hem gekend te hebben! Herinner u dat Paulus aan het eind van het tijdperk kwam – alle boodschappers komen aan het eind van het tijdperk. In de eindtijd worden deze dingen onthuld.

126 Paulus kende de Schriften en wetend dat Jezus de Messias was, striemde hij die synagogen van plaats tot plaats met de Schriften en werd hij uit elk ervan gezet. Totdat hij tenslotte het stof van zijn voeten schudde en zich tot de heidenen wendde.

127 Wat was het? Het klinken van een bazuin! Een engel-boodschapper stond daar, met het Woord. O, laat u dat nu niet ontgaan! Het Woord! Paulus, met de onveranderlijke uitleg van Gods Woord, liet de bazuin klinken in elk van die synagogen. Het kostte hem zijn leven.

128 En zo zouden we naar Irenaeüs kunnen gaan, de boodschapper van het volgende gemeente-tijdperk, en Martinus in het daaropvolgende gemeente-tijdperk, toen de leerstelling van de Nikolaïeten begon binnen te komen. Zij lieten de bazuin klinken in dat tijdperk. Martinus bazuinde in zijn tijdperk.

129 Daarna kwam Luther, de vijfde boodschapper; hij liet de bazuin klinken in die Katholieke kerk met het Woord van God. "De rechtvaardige zal door geloof leven", zei hij; en: "Dit is het letterlijke lichaam van Christus niet" en hij gooide de communie op de grond, liep naar buiten; hij bazuinde tegen die Katholieke Kerk! Die bazuin klonk. Zo is het. Is dat waar?

130 John Wesley stond op in de dagen van de Anglicaanse kerk, toen ze zeiden: "Er is geen reden meer om opwekkingen te hebben" en ze in verval raakten. Maar John Wesley stond op met een boodschap van het tweede werk der genade: heiliging. En hij liet in die Anglicaanse kerk de Evangeliebazuin klinken – hij maakte zich gereed voor de strijd. Zo is het. Hij deed het.

131 Nu bevinden we ons in het tijdperk van Laodicéa, waar men zich opnieuw in denominaties heeft verenigd! Methodist, Baptist, Presbyteriaan, Lutheraan, Pinksteren en we zien er naar uit dat er een profeet komt om in dit tijdperk te bazuinen en hen af te keren van hun ongerechtigheid.

132 Nu, als dat door de tijdperken heen de gang van zaken is geweest, zal God dan in deze dag Zijn patroon veranderen? Hij kan het niet veranderen. Hij moet in het normale patroon doorgaan. Bedenk, deze boodschapper was de zevende engel en hij zou al de geheimenissen nemen en ze bij elkaar brengen.

133 Denk er aan, de zevende engel zou bazuinen in de rijke Laodicéa-gemeente. "Ik ben rijk en heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek." Hij zei: "Gij zijt ellendig, jammerlijk, arm, blind en naakt, en weet het niet." Dat was zijn boodschap.

134 O God, zend ons een profeet zonder vrees met 'Zo spreekt de Here', zodat het betuigde Woord van God door hem zal werken en bewijzen dat hij door God gezonden is. En wanneer hij komt, zal hij tegen die tijdperken bazuinen. Zeker zal hij het. Hij zal die Laodicéa-gemeente tegen zich opzetten. Zeker zal hij het. Ze deden het in elk ander tijdperk. Het zal in dit tijdperk niet veranderen. Het moet hetzelfde zijn.

135 Let op nu, de gemeente van Laodicéa... de boodschapper van Laodicéa zal beëindigen... de zevende engel zal al de geheimenissen beëindigen die in de voorafgaande veldslagen om de waarheid verloren zijn gegaan.

136 Luther stond op, maar hij had niet héél de waarheid. Hij had alleen rechtvaardiging. Juist! Toen kwam er een andere boodschapper, John Wesley genaamd, met heiliging. Hij had het niet helemaal. De Bijbel zei... de Filadelfia gemeente. Vervolgens komt het gemeente-tijdperk van Laodicéa met de doop van de Geest, maar ze maakten er een volkomen warboel van en gingen regelrecht terug in het formalisme zoals ze het in het begin deden – terwijl Hij er uit zou zien als de Alpha en Omega. Zijn hand ligt op de ene kant en op de andere – de eerste en de laatste.

137 Zijn Geest viel op de dag van Pinksteren en vervulde die groep. De kracht verdween geleidelijk uit haar, totdat het door de Middeleeuwen kwam, de zeven gouden kandelaren, de zeven gemeente-tijdperken. Het laatste was het verste bij Hem vandaan. Dat waren bijna duizend jaren van Donkere Tijden, de Katholieke kerk. Luther begon het volgende licht te brengen, een beetje dichter bij het Woord. Het volgende licht kwam er nog iets dichterbij. Het volgende licht was het Laodiceaanse, toen kwam het regelrecht terug zoals het was in het begin. Maar ze dreef regelrecht af, dezelfde vuilheid binnen als waar het in het begin mee begon. Ziet u niet wat ik bedoel?

138 Nu, kijk. Er is daar een heleboel waarheid verloren gegaan. Waarom? Doordat anderen schipperden met de waarheid. Maar deze zevende engel sluit nergens compromissen over! Hij verzamelt al de losse einden – verzamelt ze allemaal bij elkaar en als hij bazuint, zou heel het geheimenis Gods voleindigd zijn. God zond hem. Al de verborgen geheimenissen waren geëindigd toen hij... Het werd aan hem geopenbaard.

139 Maar hoe? Als dit verborgen geheimenissen zijn, zal de man een profeet moeten zijn. En hebben we niet pas doorgenomen en gezien, dat de profeet die zou komen in de laatste dagen, dat dit de grote Elia zou zijn naar wie we hebben uitgezien? Omdat deze geheimenissen, die voor de theologen verborgen zijn, door God zullen moeten worden geopenbaard, en het Woord komt alleen tot de profeet. We weten dat. Hij zal de tweede Elia zijn, zoals beloofd. Oh! De boodschap die hij zal brengen, zullen de geheimenissen zijn over al deze dingen.

140 We hebben de waterdoop; het is helemaal verward. Zo is het. De een besprenkelt, de ander begiet, de één neemt Vader, Zoon en Heilige Geest; de één neemt dit, de ander doopt drie keer voorover – één keer voor een God die "Vader" heet, nog eens voor een God die "Zoon" heet en nog een keer voor een God die "Heilige Geest" heet. De ander zegt: "U hebt het fout, je moet drie keer achterover dopen, op die manier" – en o, wat een warboel!

141 Maar er is een einde gekomen aan de hele zaak! Want er is slechts één God! En Zijn Naam is Jezus Christus, er is geen andere naam onder de hemel waardoor je gered moet worden. Er bestaat niet één tekst in de Schrift, waar ook in de Bijbel, waar ooit iemand op een andere manier werd gedoopt, dan in de Naam van Jezus Christus. Niet één keer werd wie ook van de nieuwe gemeente... of de gemeente van Jezus Christus ooit besprenkeld, begoten, of wat anders ook. Niet één keer werd er ooit een ceremonie gebruikt van: "Ik doop u in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes." Dat zijn geloofsbelijdenissen en dergelijke. En in de strijd om de waarheid, zijn die eindjes verloren gegaan; maar God zei dat ze in de laatste dagen weer zouden worden hersteld. "Ik zal herstellen", spreekt de Here. We hebben dat niet lang geleden doorgenomen in de "Bruidboom". [Het herstel van de Bruidboom; 22 april 1962 – Vert]

142 Daar zal een profeet voor nodig zijn. De Bijbel zegt dat hij hier zou zijn. Zo is het. Maleachi 4 spreekt ervan dat hij hier zal zijn en we geloven dat hij er zal zijn. We zien naar hem uit, we zien uit naar zijn manifestatie. We zullen het betuigde Woord van God zien.

143 Er zullen er slechts een paar zijn die het begrijpen. "Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn bij het komen van de Zoon des mensen." Hoeveel werden er gered? Vijf zielen. In de dagen van Lot werden er in werkelijkheid drie gered. De vrouw begon weg te gaan en... ging verloren. Zo zal het zijn bij het komen van de Zoon des mensen. Er zullen er erg weinig worden gered – worden opgenomen op dat moment. Eén van de geheimenissen is de gemeente die wordt opgenomen – zoals Lot eruit weg werd genomen. Noach werd opgenomen en de gemeente zal ook worden opgenomen. De een ging in, één ging uit, en de andere gaat omhoog. Ziet u, het is precies, volmaakt.

144 Het Woord komt. Het Boek dat van binnen is beschreven is dan voltooid, wanneer er een eind is gekomen aan het bazuinen van al deze geheimenissen.

145 Nu, laat ik het opnieuw lezen, zodat u er zeker van zult zijn. Nu kijk:

     maar in de dagen van de stem van de zevende engel,... (de laatste engel) wanneer hij bazuinen zal, is ook voleindigd het geheimenis van God...

146 Nu, wat is het geheimenis van God... een ervan? Paulus zei geloof ik, in 1 Timotheüs 3: "En buiten twijfel, groot is het geheimenis der godsvrucht, want God werd gemanifesteerd in het vlees." "We hebben Hem betast, Hem zien opgenomen worden in de heerlijkheid, betuigd door engelen, hier op aarde betuigd – dat was God."

147 Zeker, het is een groot geheimenis, maar alles is opgelost. Niet Vader, Zoon en Heilige Geest – drie Goden, maar één God in drie bedieningen. Het vaderschap onder Mozes, het zoonschap onder Christus, de Heilige Geest onder deze bedeling. Drie bedelingen van dezelfde God, niet drie Goden. Het geheimenis is nu voleindigd. De Bijbel zei dat het voleindigd zou zijn.

148 Ik zag onlangs dat de wetenschapsmensen proberen mij tegen te spreken. Zij veranderden van mening in wat zij gewoon waren te zeggen. Toen ik zei: "Ieder die geloofde dat Eva een appel at!..." Nu zegt de wetenschap (ik zag het onlangs met grote koppen in de krant staan) dat ze een abrikoos at. Onzin! Zou dat haar verleiden? Zeker niet. Ze zijn gewoon...

     Dat is wat Kaïn dacht, weet u. Hij bracht hetzelfde ding terug, maar God nam zijn offer niet aan; maar aan Abel, die rechtvaardig was, werd geopenbaard dat het bloed was en hij bracht het bloed. O God, deze gemeente en haar tijdperk, waar wij in leven!

149 Wanneer deze engel ophoudt, is het Boek dat van binnen is beschreven, voltooid. Nu, versta dit alstublieft! Wanneer de boodschap van de zevende engel is voltooid – de geheimenissen van de Godheid, het geheimenis van het zaad van de slang, al de andere geheimenissen van al deze dingen; een eeuwig zoonschap, zoals zij er over spreken. Hoe kan Hij een eeuwige Zoon zijn, terwijl de eeuwigheid nooit begon of nooit eindigt? Een zoon is iets dat verwekt wordt. Hoe kunt u het laten kloppen?

150 Hoe kan er een eeuwige hel zijn, terwijl de hel werd geschapen? Ik geloof in een brandende hel. Zeker. De Bijbel zegt het, maar ze is er om te vernietigen. De Bijbel zei: "Gezegend is hij die geen deel heeft aan de tweede dood." Begrijpt u? Kijk, u zult niet worden vernietigd door de tweede dood. De eerste is een lichamelijke, de tweede is een geestelijke dood, wanneer alles is geëindigd. De ziel die zondigt die ziel zal sterven. U zult worden gestraft voor uw zonden, misschien honderden, duizenden jaren lang.

151 Maar er kan geen eeuwige hel zijn, omdat de Bijbel zei dat de hel werd geschapen. Hoe kan ze geschapen worden en dan eeuwig zijn? Alles wat ooit werd... De Bijbel zei, dat de hel werd geschapen voor de duivel en zijn engelen. Dus, als ze werd geschapen, kan ze niet eeuwig zijn; omdat eeuwig... alles wat eeuwig is, heeft nooit een begin of een einde.

152 Daarom kunnen we nooit sterven, omdat we er altijd waren. We zijn een deel van God. Het 'nageslacht' van God. Hij is het enige eeuwige dat er is. U kunt evenmin sterven als God kan sterven, omdat u eeuwig bent met Hem. Amen! Dan komt het! Halleluja! We zullen dit oude pesthuis toch wel een beetje beu worden.

153 Let op het geschreven Boek. Wanneer deze engel al deze geheimenissen van die losse eindjes beëindigt, waarover men vocht ten tijde van Luther, ten tijde van Wesley en waarover men vocht gedurende het Pinkstertijdperk... maar dan komt er één, zegt de Bijbel, die in de dagen van zijn bazuinen, al deze geheimenissen... De Oneness-gemeente dwaalde af over de Naam van Jezus. De Drieëenheids-mensen dwaalden af over Vader, Zoon en Heilige Geest, zoals men ook deed op het Concilie van Nicea. Precies hetzelfde. Ze waren beiden fout. Maar nu, in het midden van de weg, in de Schriften, ligt de waarheid. Ziet u waar we aan toe zijn? De engel des Heren.

154 Let op, Openbaring 5:1. Luister hier nu naar.

     En ik zag in de rechterhand van Hem, die op de troon zat, een boekrol, beschreven van binnen... (het schrift was aan de binnenzijde) en van buiten, welverzegeld met zeven zegels.

155 Nu, er is geschreven aan de binnenzijde van het Boek, maar aan de achterzijde waren zeven zegels, aan de achterkant, die niet in het Boek waren geschreven. Nu, hier spreekt Johannes de openbaarder. Nu, bedenk, het stond niet geschreven in het Boek: "En in de dagen van de stem van de zevende engel, zou heel dit geheimenis dat van binnen beschreven stond worden voleindigd." Er zou in die dag zorg voor worden gedragen.

     Nu, ziet u wat ik bedoel? Volgt u mij?

156 Dan is het de tijd dat de zeven stemmen van Openbaring 10 worden geopenbaard. Wanneer het Boek is voleindigd, is er slechts één ding overgebleven en dat zijn de zeven geheimenisvolle stemmen van de donderslagen, die aan de achterzijde van het Boek stonden geschreven, die Johannes werd verboden om op te schrijven. Laat ik het lezen:

     En ik zag een andere sterke engel nederdalen uit de hemel, bekleed met een wolk, en de regenboog was op zijn hoofd en zijn gelaat was als de zon en zijn voeten waren als zuilen van vuur,

     en hij had in zijn hand een geopend boekje... (kijk, nu let hierop) en hij zette zijn rechtervoet op de zee en de linker op de aarde, en hij riep met luider stem, zoals een leeuw brult, en toen hij riep, lieten de zeven donderslagen hun stemmen horen. (Let op!)

     En toen de zeven donderslagen gesproken hadden, wilde ik het opschrijven,...

     (Er werd iets gezegd. Het was niet alleen maar een geluid. Er werd iets gezegd. Hij stond op het punt het op te schrijven.)

     maar ik hoorde een stem uit de hemel zeggen:...

     (Kijk waar de stemmen waren in de donderslagen – niet in de hemel, maar op aarde! De donderslagen werden nooit uitgesproken vanuit de hemelen, zij klonken vanaf de aarde.)

     ... wilde ik het opschrijven, maar ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: Verzegel... (Hoofdletter-V-e-r-z-e-g-e-l) Verzegel hetgeen de zeven donderslagen gesproken hebben en schrijf het niet op.

157 Het staat aan de achterzijde. Wanneer een boek is voltooid... Nu, Hij zei niet aan de voorkant, Hij zei aan de achterzijde. Als het allemaal voltooid is, zijn deze zeven donderslagen, stemmen, het enige wat aan het Boek vastzat dat niet is geopenbaard. Het staat zelfs niet in het Boek geschreven.

158 O, ik wilde dat ik dat de mensen duidelijk kon maken en ik werkelijk kon... Mis het niet, mis het niet, alstublieft, doe het deze keer niet. Ik sta op het punt u te verlaten. Mis het niet! Als u ooit hebt geluisterd, luister dan nu. Deze zegels bevinden zich aan de achterzijde van het Boek en in de tijd dat de zevende engel bazuint, zijn al de geheimenissen die in het Boek geschreven staan, voltooid. En onmiddellijk wordt het Boek dat open was en van binnen beschreven, gesloten! De geheimenissen Gods zijn voleindigd; en dit zijn de geheimenissen van God – het heengaan van de gemeente en al deze andere dingen. De geheimenissen zijn voorbij.

159 Wanneer die zevende engel elk geheimenis uitbazuint, is het voorbij. Laat hem zijn wie hij ook mag zijn. Wat het ook zou mogen zijn. Gods Woord kan niet falen, en Hij zei:

     maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij bazuinen zal, is ook voleindigd het geheimenis van God, gelijk hij zijn knechten, de profeten, heeft verkondigd.

160 Al die dingen. Zoals dat Rome de hoer is en al de Protestantse kerken, denominaties, die zich naar haar voorbeeld tot een denominatie maken, haar hoererende kinderen zijn geworden. Ziet u? Al die geheimenissen waarvan de profeten spraken, zullen hier in dit laatste uur worden geopenbaard. En wanneer deze zevende engel opstaat in het Laodicéa-tijdperk en de ware bazuin begint te blazen, zullen ze het niet geloven, omdat het is tegenspraak is. Ze zullen het zeker niet geloven. Maar het zal een geïnspireerde profeet zijn, omdat er geen manier is om het te beredeneren.

161 De mensen, die proberen de drieëenheid te beredeneren krijgen er grijze haren van en worden krankzinnig. Niemand kan het begrijpen. Ze geloven nog steeds dat Eva een appel at en al die dingen, omdat het de traditie is waar de mens zich aan heeft vastgehouden, precies zoals Jezus de gemeente vond. Maar het zal een door God geleide profeet moeten zijn, opdat het Woord van God tot hem kan komen met de ware uitleg van de openbaring van Jezus Christus! Het moet dus op die wijze gebeuren. God helpe ons.

162 Nu, wanneer dit bazuinen... Nu dat is 'Zo spreekt de Here'! We zien dat duidelijk. Wanneer hij zijn boodschap uitbazuint – de oorlog verklaart – zoals Paulus het deed aan de Orthodoxe kerk, zoals de rest van hen deed, zoals Luther en Wesley deden tegen de organisatie... wanneer hij de oorlog verklaart en ze zegt dat ze liegen en dat het de waarheid niet is, dat ze de mensen misleiden. Wanneer hij dat uitbazuint, kunt u het niet missen, het zal niet falen, omdat hij zal worden betuigd door het Woord van God. U zult precies weten wat het is. Wanneer hij bazuint, bazuint hij om weg te roepen uit Babylon: "Kom uit van haar, Mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden." God zendt hem – mis het niet.

163 Wanneer hij begint te bazuinen, zal het geheimenis voleindigd zijn. Nu, bemerk: dan is het tijd dat de zeven zegel-stemmen van Openbaring 10 worden geopenbaard. Begrijpt u het? Wanneer al de geheimenissen van het Boek voltooid zijn; en de Bijbel sprak hier, dat hij de geheimenissen zou voleindigen.

164 Terwijl mannen vroeger in andere tijdperken voor de waarheid hebben gestreden... Ze vochten voor rechtvaardiging; ze vroegen zich af waarom. Heiliging; zij vochten voor dit, en ze vochten voor dat, ze vochten voor deze... Wat deden ze? Ze keerden zich meteen om en organiseerden zich erin. Hetzelfde deden zowel de Pinksterbeweging als de Baptisten, Presbyterianen en Lutheranen – ieder deed hetzelfde – ze draaiden zich meteen om en deden hetzelfde. De Bijbel zei in Openbaring 17, dat ze dit zouden doen. De oude moederhoer en haar dochters – het geheimenis Babylon.

165 De Bijbel zei hier, dat dit een van de geheimenissen zou zijn die zou worden ontvouwd. Protestanten – hoeren, geestelijk overspel plegend, de mensen leidend door denominaties met hun beker der ongerechtigheid van een door mensen gemaakte leer en ze wegtrekkend van de bron die gevuld is met Bloed, waar de kracht van de almachtige God vrijelijk vloeit om Jezus Christus te manifesteren!

166 Als dat waar is, dan zal God het ondersteunen; en Hij heeft het gedaan; en Hij zal ermee voortgaan. Maar wanneer dat komt te geschieden, is het Woord voleindigd.

167 Nu, er is slechts één ding overgebleven. Dat zijn de zeven donderslagen die we niet kennen; en het zou niet tevergeefs hebben gedonderd. God doet niet iets om alleen maar te spelen. Wij spelen en gedragen ons dwaas, maar God niet. Alles bij God is 'ja' en 'nee'. Hij maakt niet zo maar eens een grapje. Hij schertst niet. Hij meent wat Hij zegt en Hij zegt niets, tenzij er een bedoeling achter zit.

168 En de zeven donderslagen hier in de openbaring van Jezus Christus, is een of ander geheimenis. Zegt de Bijbel niet dat dit de openbaring van Jezus Christus is? Wel, dan is er het een of ander verborgen geheimenis aan verbonden...?...! Wat is het? De zeven donderslagen houden het in. Want Johannes stond net op het punt om te schrijven, toen er een stem uit de hemel kwam, die sprak: "Schrijf het niet op, maar verzegel het; verzegel het. Doe het aan de achterzijde van het Boek." Het zal geopenbaard moeten worden. Het zijn de geheimenissen.

169 Nu, we losten deze dingen op door de Heilige Geest. Hij vertelde ons dat het geen appels waren; het was een sexuele zaak. Hij vertelde ons deze dingen. Er is niemand die er tegen stand kan houden. Ik heb nog nooit in mijn leven een prediker gezien die het ermee eens was. Maar ik heb hen gevraagd...

170 U weet, in Chicago, toen ik voor ongeveer 350 predikers stond... (U vrouwen hier uit Chicago, u was daar en u heeft erover gehoord.) De Here zei me drie avonden tevoren: "Ze willen je in de val laten lopen. Ga bij het raam staan en Ik zal het je tonen."

171 "Meneer Carlson en Tommy Hicks zullen je morgenochtend ontmoeten. Ze willen naar een ontbijt gaan en jij zegt Tommy om te blijven. Maar", zei Hij, "hier is de wijze waarop het er uit zal zien: Vertel hen, dat ze die samenkomst niet zullen houden op de plek die zij in hun hoofd hebben. Ze zullen op een andere plek terecht komen." Hij zei: "Vrees niet, Ik zal met u zijn." Dat is voor mij goed genoeg.

     De volgende morgen kwam meneer Carlson, de president van de Volle Evangelie Zakenlieden. Hij belde me op en zei: "Broeder Branham, ik wil met u gaan ontbijten."

     Ik zei: "In orde." (Ik zei: "Let op dat Tommy Hicks daar ook is.")

     We gingen naar 'Town and Country' en hij zei: "Wel, Broeder Branham, o dit is wonder..."

     Ik zei: "Tommy, zou je me een dienst willen bewijzen?"

     "Zeker, broeder Branham."

     Ik zei: "Ik wil je vragen of je voor me zou willen spreken?"

     Hij zei: "O, ik–ik zou dat niet kunnen."

172 Ik vroeg: "Waarom? Ik heb alleen maar lagere school en ik zou 'empire' [keizerrijk – Vert] zeggen, in plaats van 'umpire' [scheidsrechter – Vert] Ziet u? Ik weet niet eens hoe ik hen moet toespreken en het Convent van predikers van Groot-Chicago zal daar zijn. Hoe zal ik hen kunnen toespreken met mijn lagere-school opleiding, Tommy? Jij bent doctor in de Godgeleerdheid." Ik zei: "Jij weet hoe je moet spreken, ik niet."

     Hij zei: "Broeder Branham, dat zou ik niet kunnen doen."

     Ik zei: "Waarom? Ik heb jou menige dienst bewezen." (Ik ging recht op het doel af.)

     En broeder Carlson zei: "O, broeder Branham, dat zou hij niet kunnen doen."

     Ik vroeg: "Waarom niet?"

     Hij antwoordde: "Wel,... de... de... uh."

173 Ik zei: "Weet u waarom? U weet zelf waarom, maar u wilt het mij niet vertellen. Ze hebben een val voor me gezet." Ik zei: "Broeder Carlson, u hebt die zaal in het hotel, is het niet, waar we de andere samenkomst hadden?"

     "Ja."

     Ik zei: "U zult die niet gaan krijgen."

     Hij zei: "Wel, broeder Branham, we hebben er al een voorschot op betaald."

     Ik zei: "Het maakt mij niet uit wat u hebt gedaan, het zal daar niet zijn. Dat is een groenkleurige zaal. We zullen in een bruinkleurige zaal gaan zijn."

174 "Ik zal achteraan in een hoek zitten. Dr. Meade zal rechts zitten. Die kleurling en zijn vrouw zullen hier zitten en zus-en-zo. Er zal uiterst rechts van mij een Boeddhisten-priester zitten en ze zullen zo gekleed zijn"

175 Ik zei: "Jij weet waar het om gaat, Tommy. Jij weet dat het Prediker-Convent van Groot-Chicago mij zal uitdagen over de doop in de Naam van Jezus-Christus! Het Prediker-Convent van Groot-Chicago zal me uitdagen over het bewijs van de Heilige Geest: spreken in tongen! Ze zullen me uitdagen over het zaad van de slang en over de prediking van genade."

     Tommy keek me aan en zei: "Goeie genade!" Hij zei: "Ik denk dat ik zelfs maar niet zal gaan."

     Ik zei: "Ja, jij komt wel."

176 En de volgende dag gaf de man die de borgsom had aangenomen, de borgsom terug en zei: "We hadden al een orkest. We hadden ze ingeschreven, maar we hadden het vergeten en zijn dat ding kwijtgeraakt; en we moesten de zaal aan het orkest geven, u kunt haar niet krijgen." En we weken uit naar 'Town and Country'.

177 Die morgen liep ik daar naar binnen en daar stonden ze allemaal. Toen ik daar achter de lessenaar zat, daar achteraan, wachtend... Nadat zij klaar waren met de maaltijd, keek ik zo om me heen naar hen (we gebruikten de maaltijd in een zaal, kwamen naar buiten, namen daar plaats), en daar was het Predikers-Convent van Groot-Chicago. Ik keek naar hen. Ieder stelde zich voor als Doctor Dr., Mr., "Q.R.S.T." en al dergelijke zaken. Ik zat er gewoon en luisterde naar hen.

178 Toen ze klaar waren, stond broeder Carlson op. Hij zei: "Mijne Heren..." (U kent allemaal Hank Carlson. Wel, we hebben het hier op de band staan. Als u de band wilt kopen, hij is er. De jongens hebben hem.) ['Uitlegging van de Godheid'; 25 april 1961, Chicago – Vert] Hij zei: "Heren... ik stel u als volgende broeder Branham voor."

179 Hij zei: "U bent het misschien geen van allen eens met zijn leer, maar laat ik u iets vertellen: drie dagen geleden zaten we ergens en als die man mij toen niet alles vertelde wat er deze morgen gebeurde, sta ik hier niet. Hij vertelde mij dat u allen van plan was hem vragen te stellen over zijn leer en hij vertelde mij dat ik die andere zaal zou moeten afzeggen en dat we hier zouden zijn. Hij vertelde me precies waar Dr. Meade en deze mensen zouden zitten, helemaal precies; en hier zitten ze." Hij zei: "U zou het niet met hem eens mogen zijn, maar ik zeg één ding: hij is onbevreesd over wat hij denkt." Hij zei: "Nu, broeder Branham, het woord is aan u."

180 Ik zei: "Voordat we beginnen..." (Ik las wat ik vanmorgen heb gelezen: "Ik was het hemelse gezicht niet ongehoorzaam.") "Nu, laten we dit uit de wereld helpen. U spreekt er allemaal over dat u doctors in de Godgeleerdheid bent en ik sta hier helemaal alleen. Als het zo is, dat u me vragen wilt stellen over de doop in de Naam van Jezus zullen we daar eerst mee beginnen. Ik wil dat één van u mannen uw Bijbel meebrengt en hier naast mij komt staan, over iets wat ik heb onderwezen." Ik zei: "Kom hier naast me staan! En weerleg het met het Woord van God."

181 Ik wachtte en niemand zei iets. Ik zei: "Ik vraag of iemand van u mannen naast mij komt staan. Wat is er met u aan de hand? Val mij dan niet aan in mijn rug, als u bevreesd bent om hier naast mij te staan." Ik ben het niet waar ze bang voor zijn. Het is die engel van de Almachtige God, van wie ze weten, dat als Hij mij kan voorzeggen wat komt... Ze wisten... Ze waren pienterder dan ik dacht. Ze pasten wel op om daar te gaan staan.

182 U weet het, u hebt ook van die momenten meegemaakt... Maar ze deden het niet. Wat is er aan de hand? Als het zo groots is en ze weten dat het zo waarachtig is... Ik zet het op geluidsband en ik ben gereed om waar dan ook er over te praten op een Christelijke wijze, met welke broeder ook. Ik wil met niemand redetwisten, maar ik wil dat u komt en wat ook ervan weerlegt. Met het Woord – niet door uw leerboek, niet door wat Doctor Zus-en-zo, of de Heilige Zus-en-zo zei. Ik wil weten wat God zei. Dat is de basis. Dat wil ik weten. Maar dat doen ze niet.

183 Nu, kijk, wanneer het tijd is voor de zeven stemmen van Openbaring 10, om geopenbaard te worden (en het is tijd voor de zeven stemmen wanneer het Boek is voltooid)... Nu let op, luister. (Nu, ik wil u niet al te lang vasthouden, ik weet dat ik u hier uitput; het is twintig minuten voor tien. Luister aandachtig nu. Ik weet dat u staat en dat u allen van plaats wisselt en zo. Ik zal blij zijn wanneer de kerk gereed komt, zodat we niet zo opgepakt hoeven te zitten. We kunnen dan de hele dag nemen om te prediken.)

184 Nu let op. Nu bemerk, de zeven stemmen waren donderslagen – donder! God helpe ons! Als ik verkeerd ben, Here, vergeef me. Ik stel u de vraag. Er donderde een donderslag toen deze stem weerklonk. Hebt u gemerkt dat bij de zeven zegels, die op de zeven gemeente-tijdperken volgden, er een donderslag was, toen het eerste zegel werd geopend? Toen het eerste zegel in het Boek werd geopend, klonk er een donderslag. Zou het eerste zegel aan de buitenkant van het Boek niet op dezelfde wijze opengaan? God verandert Zijn programma niet.

185 Laten we Openbaring 6 opslaan.

     En ik zag, toen het Lam een van de zeven zegels opende, en ik hoorde een van de vier dieren zeggen met een stem als van een donderslag: Kom!

186 Nu, er was geen enkele donderslag meer geweest; toen het laatste zegel werd geopend, was er in de hemel gedurende een half uur stilte. Maar toen het eerste zegel werd geopend klonk er een donderslag.

187 O, gemeente, zou het dat kunnen zijn? Zijn we zo ver? Vrienden, denk na! Misschien... ik hoop dat het niet zo is, maar wat als het wel zo is? Wat was die donderslag? Voor God en deze open Bijbel, ik lieg niet! Het was een explosie, die de aarde deed schudden. En toen het eerste zegel van de zeven zegels werd geopend in de Bijbel, toen dat te voorschijn kwam – slechts één – maar er was een donderslag die de hele zaak schudde. Een donderslag. Dan, als de zegels die aan de achterzijde zijn, zouden opengaan, zou er dan ook geen donderslag zijn? Ik weet het niet. Ik kan het niet zeggen.

     Er klonk een donderslag. Het eerste zegel. Het zegel was een donderslag, de bazuin werd op dat moment geopend en de bazuin werd geblazen met Pinksteren, natuurlijk. (Daar zal ik niet op ingaan.)

188 Nu, als het visioen Schriftuurlijk was (het visioen waar ik over spreek, dat ik zaterdagochtend – een week geleden – zag)... Als, nu bedenk hier, als het visioen Schriftuurlijk was, moet het worden uitgelegd door de Schrift, of een voortzetting zijn van dezelfde Schrift! ... (Ik wacht even zodat het goed doordringt.) Als dit wat ik heb gezien... Wat het was, weet ik niet, maar ik ben dodelijk bevreesd! Zijn wij afgeschreven? Zijn we aan het einde? Bedenk, deze engel zwoer dat wanneer dit plaatsvond, er geen tijd meer zou zijn. Ik vraag me af of we dit werkelijk begrijpen!

189 U zegt: "Wel, het ziet er naar uit of het zou exploderen dwars door de..." Broeder, Hij komt op een moment dat u het niet denkt. Eens zult u het voor de laatste keer horen.

190 Nu, is het duidelijk? Toen het eerste zegel werd geopend – het zegel dat binnen in het Boek was, deze geheimenissen die weerklonken – rechtvaardiging, heiliging, Rooms-katholieke kerk, Protestanten; toen al hun kleine gevechten en zo deze "losse einden" achterlieten in het Woord van God, komt de zevende engel en verzamelt ze allemaal bijeen en legt ze uit. Ziet u het? En als hij het voleindigt, laten zeven donderslagen hun stemmen horen! En Johannes begon te schrijven. Hij zei: "Schrijf het niet op, maar verzegel het." Het eerste zegel werd geopend van de zegels aan de binnenzijde van het Boek; het werd geopend met een donderslag.

191 Als dit de Schrift is, kan het alleen maar zijn... Als welk Schriftgedeelte ook, ook maar iets is dat wordt verondersteld van de Bijbel te zijn... Het is precies hetzelfde als dat u mij niet kunt vertellen dat er zoiets is als een vagevuur en dat soort dingen. Er is geen Schriftgedeelte in de Bijbel om dat te ondersteunen. U kunt mij niet van deze dingen als het boek der Makkabeeën vertellen, hoewel het in orde mag zijn, of van dat vierde boek van Daniël, waar een engel hem bij zijn haar pakt en hem neerzet. Zulk soort dingen hebben in de Bijbel nooit plaatsgevonden – dat Jezus van Nazareth een kleine vogel van klei maakte, er pootjes aanzette en zei: "Vlieg weg, vogeltje." – het is onzin. Er staat niets in de Bijbel om dat te staven.

192 Dus, het houdt mij niet voor de gek... De vertalers – God zag er zelfs op toe dat de vertalers die dogma's en die onzin er niet aan toe zouden voegen. Het zouden goede mensen mogen zijn geweest, de Makkabeeën-broeders, in die... Ik zeg niet dat ze geen goede mensen waren, maar het was niet Schriftuurlijk. Dit is de volledige openbaring van Jezus Christus. Niets kon er aan worden toegevoegd, of er van worden afgenomen. Als we dat erbij nemen, past het niet bij de rest van de Schrift. Er zijn 66 boeken van deze Bijbel en niet één woord zal het andere tegenspreken!

193 Dan, als dit een voortzetting is voor het klinken van deze laatste bazuinen of deze laatste zeven donderslagen die zullen weerklinken – de geheimenissen, het laatste zegel, dan zal het deel moeten uitmaken of overeen moeten komen met de rest van de Schrift. Wanneer die eersten daar binnen open gingen met een donderslag, zullen die van de tweede reeks, welke aan de achterzijde zijn, ook zo opengaan.

     Kijk wat er gebeurt. Als het visioen Schriftuurlijk was, dan moet het door de Schrift worden uitgelegd, of een voortzetting zijn van dezelfde Schrift.

194 Let op, Openbaring 10:3–4. Zeven donderslagen... zeven donderslagen! En bemerk dan... (10:3–4.) En wat dan? Een eed van die machtige engel, dat de tijd voleindigd was. Toen deze donderslagen, ziet u, hun stemmen lieten horen, zette de engel ...

195 (Denk het u even in.) Zette een engel, gekleed met een wolk en de regenboog op Zijn hoofd (Wel, u weet wie dat is.), één voet op het land en één op de zee, hief zijn hand op en zwoer dat wanneer die zeven donderslagen hun stemmen lieten horen, er geen tijd meer zou zijn! Als de bediening van de geheimenissen van God is beëindigd... Wat als dat die zeven geheimenissen zijn die voortkomen? De Almachtige is gekomen in een nederige kleine kerk als de onze, en heeft acht geslagen op de lage staat van Zijn volk.

     U zegt: "Wel, dat denk ik niet." Het zou misschien niet zo zijn, maar wat als het wel zo is? Dan is de tijd afgelopen. Hebt u daaraan gedacht? Wees ernstig. Het zou later kunnen zijn dan we denken.

196 Die sterren, die daar toen ginds in hun formatie kwamen; die engel die kwam en zei: "Zoals Johannes werd gezonden om het Oude Testament te beëindigen en Christus te introduceren, zo zal uw boodschap de losse eindjes afmaken en de Messias voorstellen, vlak voor Zijn komst": de boodschap van de laatste dagen. Let op, de machtige engel zwoer met een eed, dat er geen tijd meer zou zijn. Nu, ik wil u niet te lang houden. Denk hier nu slechts een ogenblik aan.

197 Nu luister. Deze engel kwam neer van de hemel. Kijk, de andere zeven engelen van de zeven gemeenten waren aardse boodschappers, maar deze engel – heel de boodschap is geëindigd. De zevende engel beëindigt de hele zaak. Deze engel komt niet naar de aarde. Hij is geen mens van de aarde, zoals de boodschappers tot de gemeente-tijdperken; dat is voleindigd. Maar deze engel brengt de volgende bekendmaking (en een engel betekent een boodschapper) en Hij komt neer van de hemel, gekleed in die vuurkolom – die wolk, met een regenboog boven Zijn hoofd. Een regenboog is een verbond. Het was Christus, met één voet op het land en één op de zee, en Hij zwoer dat er geen tijd meer zal zijn.

     Waar zijn we aan toe, heren? Wat heeft dit allemaal te betekenen? Ik vraag het aan u!

198 De andere engelen waren boodschappers – mannen van de aarde. Maar deze engel... dit luidde: aan de engel van de gemeente van Laodicéa; aan de engel van de gemeente van Efeze – het zijn boodschappers van de aarde: mensen. Ziet u? Boodschappers, profeten enzovoort, tot de gemeente. Maar Deze kwam niet van de aarde; Hij kwam neer van de hemel, omdat het geheimenis geheel voleindigd is. En wanneer het geheimenis voleindigd is, zei de engel: "Er zal geen tijd meer zijn" en de zeven donderslagen lieten hun stemmen horen.

199 Wat als het iets is om ons bekend te maken hoe we binnen moeten komen in het geloof voor de opname? Is het dat? (Zullen we lopen en over muren springen?) Is er iets wat op het punt staat te gebeuren en zullen deze oude, bedorven, zondige lichamen worden veranderd? Zal ik zolang leven dat ik het meemaak, Heer? Is het zo nabij dat ik het zal zien? Is dit de generatie? Heren, mijn broeders, hoe laat is het? Waar zijn we aan toe?

200 Laten we op het horloge kijken – op de kalender – om te zien in welke dag we leven. Israël is in Palestina, in haar thuisland. Het vaandel, de zespuntige ster van David, van tweeduizend jaar geleden (ja, bijna 2500 jaar geleden), de oudste vlag, wappert. Israël is terug in haar moederland. "Wanneer de vijgeboom haar knoppen laat uitlopen, zal deze generatie niet sterven – ze zal niet heengaan – voorbij gaan, totdat alle dingen zijn vervuld."

Natiën brekend, Is'rel herlevend;
De teek'nen, door de profeten voorzegd.
De heidendagen zijn geteld, door verschrikkingen gekweld.
Keer terug, verstrooiden naar 't land u gezegd.

De verlossingsdag is in zicht;
De wereld in angst voor 't gericht.
Weest vol van de Geest, uw lamp schoon en licht.
Ziet op! Uw verlossing is in zicht.

Liegende valse profeten, willen Gods Waarheid niet weten;
Dat Jezus, de Christus, God zelf is.

     (U weet dat het de waarheid is!)

Maar wij volgen d'apostelen precies.

De verlossingsdag is in zicht;
De wereld in angst voor 't gericht.
Weest vol van de Geest, uw lamp schoon en licht.
Ziet op! Uw verlossing is in zicht.

     Het zou dichterbij kunnen zijn dan u denkt. Het heeft mij bevreesd gemaakt! O, ik heb niet genoeg gedaan! Waar zijn we aan toe?

201 Er zal geen tijd meer zijn. Hij kondigt aan dat de tijd voorbij is. Wat gebeurt er? Wat gebeurt er? Zou dat nu zo kunnen zijn, broeders? Denk ernstig na! Als het zo is, dan wordt de piramide afgedekt door de zeven donderslagen.

202 Herinnert u zich de boodschap over de piramide? Het is de hoeksteen. Wat deed hij? De Heilige Geest plaatste de deksteen op de enkeling en verzegelde hem, wanneer we aan ons geloof rechtvaardigheid, godsvrucht, geloof, enzovoort, toevoegden. We bleven er steeds aan toevoegen, tot we zeven dingen hadden gekregen en de zevende was liefde, wat God is. Zo vormt Hij het individu. Hij dekt hem af en verzegelt hem met de Heilige Geest.

203 Dan als dat zo is, dan heeft Hij zeven gemeente-tijdperken, waarin Hij zeven geheimenissen had, die uitgebazuind zijn en waarvoor men streed om deze terug te brengen, en nu komt de hoeksteen om de gemeente af te dekken. Betekenen de donderslagen dat, mijn broeders? Heren, is dat waar we aan toe zijn?

204 Junior, ik wil jouw droom nemen. Kijk! Junior... Voordat er ooit over de piramide was gepredikt, maanden ervoor, zag hij deze droom. U zegt: "Hoe zit dat met een droom?"

205 Nebukadnezar droomde een droom (die Daniël uitlegde) die het begin van het heidentijdperk aankondigde, en wanneer het zou aflopen. Het is precies op die wijze geschied. Niet één onderdeeltje heeft ervan gefaald.

206 Let u op het schrift dat op de stenen stond; ik was het voor hem aan het uitleggen. Ze waren opgetogen. Dat is het geheimenis Gods, dat jarenlang niet begrepen is. Zou het dat kunnen zijn? En let dan op. Op een geheimzinnige manier pakten we (uit de lucht) een scherp stuk gereedschap, waarmee de top geopend werd en daar aan de binnenkant was wit graniet, maar het werd niet uitgelegd. Er stonden geen letters. Ik legde dat niet uit, Junior. Ik keek er alleen maar naar en zei tegen de broeders: "Kijk hiernaar", en dat is vanavond vervuld.

207 Terwijl ze dat aan het bestuderen waren, glipte ik weg naar het westen. Waarvoor? Misschien om de uitleg te begrijpen van wat er hier in deze top staat geschreven. Zou dat het kunnen zijn?

     En die slag [of: 'explosie' – Vert], onlangs 's morgens, die me volkomen door elkaar schokte, zodat ik omhoog de lucht inging, zo hoog als dit gebouw, en die engelenformatie, die zeven engelen in de vorm van een piramide. Zijn dat die donderslagen die zullen klinken? Zou dat het kunnen zijn? Dit is allemaal uitgelegd. Overeenkomstig zijn droom is het allemaal voltooid. Overeenkomstig Gods Woord, zal de zevende boodschapper beëindigen... zal de zevende boodschap beëindigd zijn.

208 Vervolgens de zeven donderslagen, en hij zag de dat hoeksteen omver rolde, terwijl vele mensen zelfs niet weten dat er zeven zegels zijn, die moeten worden geopenbaard. Ik heb van menigeen boeken over Openbaring gelezen, maar ik heb er nooit over horen spreken. Ze slaan dat over. Maar u is gezegd dat het er is! Ik weet niet wat het is. Zou het dat kunnen zijn? God zij ons genadig. Als dat het is, bevinden we ons in een ernstig uur.

209 Nu, even een ogenblik. Kijk. Als dat zo is en het geheimenis is voleindigd, dat in deze stenen stond geschreven, dan ben ik blij dat ik in een gemeente zit met godvrezende mensen, aan wie God een droom kan geven. Ik ben blij om dit aan deze mannen en vrouwen die naar Juniors gemeente gaan, en naar deze gemeente, naar die van broeder Neville en de anderen, te introduceren. Dat er mensen in deze samenkomst zitten... De Bijbel zei, dat ze dromen zouden dromen in de laatste dagen. En ziet, hier gebeurt het. Het komt overeen met het Woord.

210 Ik was me nergens van bewust, toen er een explosie kwam en hier zeven engelen uit de eeuwigheid kwamen. Ik zei: "Here, wat wilt U me laten doen?" Het werd niet gezegd. Misschien moet ik eerst heengaan om het te ontdekken. Ik weet het niet. Misschien is het zelfs dat niet, ik weet het niet. Ik zeg alleen maar: "Wat als het zo is?" Als het Schriftuurlijk is, dan lijkt dat er erg veel op. Denkt u ook niet?

211 Kijk, kijk dan: de hoeksteen werd niet uitgelegd. "Ga naar het westen en kom terug." Of is het dit? Als deze zeven engelen in deze formatie, die tot mij kwamen... Wanneer ik u ontmoet op de dag van de opstanding, zult u zien dat ik niet lieg. God is mijn Rechter.

     Of is dit dat tweede hoogtepunt, waar ik onlangs over sprak? Is er iets dat gaat gebeuren voor de gemeente? Ik weet het niet. Ik zou daar een poosje bij kunnen blijven stilstaan, maar ik zal doorgaan.

212 Zou het kunnen zijn, dat de machtige donderslag, of de zevende engel in de formatie van zeven, de formatie van de zevende periode, de piramide gemaakt in een vorm: drie aan elke kant, en één aan de top, neerdalend vanuit de eeuwigheid... Zou het kunnen zijn dat dit het geheimenis van de donderslagen is die de hoeksteen terug zal brengen?

     Weet u, de piramide werd nooit afgedekt. De hoeksteen moet nog komen. Hij werd verworpen. Zou het zo kunnen zijn, broeders, zusters?

     Of is dit die derde trek, waar Hij me drie of vier jaar geleden over vertelde?

     De eerste trek – herinnert u zich wat er gebeurde? Ik probeerde het uit te leggen. Hij zei: "Doe dat niet!"

     De tweede trek – Hij zei: "Probeer niet..." en ik trok toch. Herinnert u het zich? U herinnert het zich allen, alles staat op geluidsband. ['Visioenen en Profetie', 8 april 1956; Chicago – Vert]

     Toen zei Hij: "Er is een derde trek op komst, maar probeer niet om het uit te leggen."

     Ziet u hoe ik dit vanavond benaderde? Ik weet het niet. Maar ik voel me aan mijn gemeente verplicht om iets te zeggen. Trekt u uw eigen conclusie.

213 Zal dit het geheimenis zijn dat zich zou ontvouwen, wat Christus zou brengen: wat een kracht zou brengen tot de gemeente? Ziet u, we hebben al... We geloven in bekering, gedoopt te worden in de Naam van Jezus Christus. We geloven in het ontvangen van de Heilige Geest. We hebben tekenen, wonderen, wonderwerkingen, spreken in tongen; de dingen die de vroegere gemeente had.

214 En eerlijk gezegd, er is hier meer gebeurd dan in het boek der Handelingen staat geschreven, hier in deze ene kleine groep mensen, deze hele kleine bediening van ons hier. Hoe zal het dan wel niet over de hele wereld zijn? Meer dan er in het boek der Handelingen geschreven staat. Dezelfde soort dingen – het opwekken van de doden. Bedenk er werden door Jezus Christus slechts ongeveer drie mensen uit de doden opgewekt en wij hebben er een verklaring (doktersverklaring) van vijf. "De werken die Ik doe, meer dan deze zult gij doen." Ik weet dat de King James-vertaling spreekt van grotere, maar u zou niets groters kunnen doen – maar wel meer ervan. Toen was Hij in één Persoon, nu is Hij in de hele gemeente. Ziet u? "Meer dan deze zult gij doen, want Ik ga tot Mijn Vader."

     Als dit de derde trek is, dan ligt er een geweldige bediening voor ons. Ik weet het niet. Ik kan het niet zeggen, ik weet het niet.

215 Let op. Derde trek. Laten we een ogenblik stoppen en daar over spreken. In het visioen was de eerste vlucht: kleine boodschapper-vogels; dat was toen we begonnen. Het ontwikkelde zich van gewoon de persoon bij de hand te nemen... en herinnert u zich wat Hij me zei: "Indien gij getrouw zult zijn, zal het komen te geschieden, dat gij het geheim van hun hart zult kennen." Hoevelen herinneren zich dat het van hieruit werd aangekondigd en over het hele land? En gebeurde het? Helemaal precies. Toen zei Hij: "Vrees niet, Ik zal met u zijn. En het zal doorgaan."

216 Nu, de eerste trek waren hele kleine vogeltjes; een zwerm. Ze gingen door om de tijd tegemoet te gaan, om het komen van de Here tegemoet te gaan – de eerste boodschap. De tweede keer – de geheimen des harten. Eerst nam ik een persoon bij de hand, ik stond daar gewoon en zei wat ze hadden. Bij de volgende keer werden hun zonden geopenbaard en ik zei hen wat ze moesten doen en... Is dat waar? Toen kwam dat volmaakt te geschieden, precies zoals God het zei. U bent er getuigen van geweest, evenals de wereld en evenals de kerk.

217 Toen ik zei: "Ik zag een engel; het was een smaragdgroen vuur dat brandde", lachten de mensen en zeiden: "Billy, kom tot jezelf." Het mechanische wetenschappelijke oog van de camera nam het op. Ik loog niet. Ik vertelde de waarheid. God betuigde het.

218 Ik zei: "Duisternis overschaduwt; het is de dood – zwart; en dit is wit. De een is leven, en de andere is dood." Daar staat het op de foto, daar achteraan. Zoals George J. Lacy zei: "Het mechanische oog van deze camera zal geen psychologie opnemen." Volgt u mij?

219 Let op, de eerste kleine zwerm – de hand. De tweede was groter, witter – duiven – de Heilige Geest die de geheimen van de harten openbaart. En de derde vlucht waren engelen! Geen vogels, engelen! En dat is de eindtijd. Dat is het helemaal.

     Zal dit de tijd zijn, broeders? Is dit de tijd?

     Nu, luister heel aandachtig en leg dit niet verkeerd uit. Ik wil u iets vragen.

220 Laten we even een ogenblik teruggaan. De gemeente weet dat het de waarheid is. De wetenschappelijke wereld weet dat het de waarheid is. Er zitten hier vanavond mensen, waarvan velen nog in leven zijn, die bij de rivier stonden, toen die stem dat uitsprak en zei: "Zoals Johannes werd gezonden met een boodschap van de eerste komst, zo is dit de tweede boodschap van de tweede komst" Herinnert u het zich?

     En wat deed Johannes toen deze voleindigd was? Johannes was degene die zei: "Zie, daar is het Lam van God, dat de zonde der wereld wegneemt. Dat is Hem."

221 Is het uur gekomen, mijn broeders? Ik zeg niet dat het zo is. Ik weet het niet, maar ik vraag het u. Ik wil dat u nadenkt. Of zal dit de tijd zijn, dat opnieuw zal klinken: "Zie, het Lam Gods"; of de tijd van Maleachi 4 – om de harten van de kinderen terug te voeren tot het geloof van onze vaderen. Zal het zo'n explosie zijn, met zulke machtige dingen, dat het de gemeente, die aan het afglijden was en de geheimenissen (enzovoort) van God niet kan begrijpen, op z'n plaats zal zetten? Wanneer zij die machtige donderslag zien voortzwepen, zal het hun harten weer terug doen keren tot de vaderen, zoals de Bijbel zei dat het zou doen? Of was dit de boodschap die al geweest is, die het zou hebben moeten doen? Ik weet het niet. Dit is het teken van de eindtijd, heren. Of is dit het teken dat het voorbij is? Voor mij ziet het er erg Schriftuurlijk uit. Ik weet het niet.

222 Daar waren die engelen. Er was een explosie als een donderslag, die de hele aarde deed schudden. God weet dat ik de waarheid vertel. Herinner u slechts, er staat iets op het punt te gebeuren. Ik weet niet wat het is, maar zou het dit kunnen zijn? De reden dat ik dit zeg is: maak uzelf gereed.

223 Laten we bidden. Hoe bidden? Onze positie innemen in het leger van Zijn gelovigen en onszelf gereedmaken, want het is misschien later dan we denken. U kent mij, en ik heb u nog nooit een leugen gezegd, voor zover ik weet. Zoals Samuël tot hen zei: "Heb ik u ooit iets verteld in de Naam van de Here, dan dat het kwam te geschieden?" Nu, ik zeg u nu: ik weet niet wat dit is; ik kan niet zeggen wat dit is. Ik weet het niet. Maar ik zal u de waarheid zeggen: ik ben bevreesd. Als uw broeder, ik ben bevreesd geweest sinds vorige week zaterdag.

224 Het is misschien de eindtijd. Het is misschien de tijd dat de regenbogen door de lucht zullen zwepen als een afkondiging vanuit de hemelen, zeggend: "Er is geen tijd meer." Als dat het is, laten we onszelf dan voorbereiden, vrienden, om onze God te ontmoeten.

     Er is nu een overvloed aan voedsel opgeslagen; laten we er gebruik van maken. Laten we er nu gebruik van maken. En ik roep vanaf dit podium tot God: "Here Jezus, wees mij genadig."

225 Ik heb geprobeerd te leven zo goed als ik maar wist. Ik heb geprobeerd de boodschappen te brengen, op de beste manier dat ik het kon, uit het Woord van God. God kent mijn hart. Maar toen die formatie engelen over dat terrein scheerde, was ik verlamd. Ik kon zelfs lange tijd niet voelen. Zelfs nog een lange tijd later, toen ik probeerde door de kamer te lopen, was ik vanaf mijn ruggegraat, van beneden tot boven in mijn nek, volkomen verlamd – alsof er geen gevoel in zat. Ik had geen gevoel in mijn handen. Ik bevond me de hele dag lang in een verdoving. Ik ben de kamer in gegaan en ben maar gaan zitten.

     Zondag kwam ik hierheen om te spreken en ik probeerde me door het spreken er van los te schudden; maandag was het er opnieuw. En het is hier nu. Ik weet het niet; ik weet het niet, heren. Ik ben slechts eerlijk geweest tegenover u als mijn broeders. Ik weet het niet.

226 Is het tijd? Is het geheimenis helemaal voleindigd? Is het bazuinen allemaal voorbij? Zijn dat werkelijk die zeven donderslagen die op het punt staan iets uit te spreken, opdat de kleine groep die te samen is gekomen, geloof zal ontvangen om opgenomen te worden, om in de opname te gaan wanneer Hij komt? Want we zullen in een ogenblik, in een oogwenk, veranderd worden, even snel als die engelen kwamen en dan zullen we samen opgenomen worden met diegenen die ontslapen zijn, om de Here te ontmoeten in de lucht.

227 Mijn gebed is: God, als dit zo is, ik weet het niet Here, ik vertelde het gewoon aan de gemeente. Als het zo is, Here, bereid ons hart. Maak ons gereed, Here, voor dat geweldige uur, waarnaar door heel de geschiedenis van de tijd heen, al de profeten en wijzen hebben uitgekeken, naar díe tijd.

228 Here, ik weet niet wat te zeggen, o, ik zou bang zijn om te zeggen: "Kom niet, Here." Ik voel me beschaamd over mezelf wanneer ik de wereld in haar toestand zie... en ik heb er niet meer aan gedaan dan wat ik er aan heb gedaan; ik schaam me over mezelf. Als er een morgen is, Here, zalf mijn hart; zalf me intenser, Vader, opdat ik alles kan doen wat ik kan om anderen tot U te brengen. Ik ben de Uwe.

229 Ik voel me als Jesaja in de tempel die dag, toen hij de engelen heen en weer zag vliegen, met vleugels over hun aangezicht en over hun voeten, vliegend met vleugels – "heilig, heilig, heilig." O, wat kreeg die jonge profeet een schok! Hij begon wat ouder te worden; en toen hij dat zag, hoewel hij visioenen had gezien, schreeuwde hij het uit: "Wee mij."

230 Vader, misschien voelde ik me een beetje op die manier, toen ik die engelen onlangs zag 's nachts – of onlangs 's morgens liever. Wee mij, want ik ben een man onrein van lippen en ik woon temidden van onreine mensen.

231 Vader, reinig mij; hier ben ik, zend mij, Here, wat het ook is dat... zoals ik achter deze kansel sta, waar ik dertig jaar heb gestaan. Als er iets is, Here, wat U wilt dat ik doe, hier ben ik. Ik ben gereed, Here. Maar ik bid nederig, dat ik genade moge vinden in Uw ogen.

232 Ik bid voor de kleine kudde, waarover de Heilige Geest mij als opziener heeft gesteld om hen te voeden. Ik heb alles gedaan wat ik maar wist, Here, om hen te voeden met het brood des levens. Zoals in dat visioen, vele jaren geleden, waar dat grote gordijn lag, in het westen, en een berg van het brood des levens, beschreven in het boekje: Ik was het hemelse gezicht niet ongehoorzaam. En hier gebeurt het alles en wordt het vlak voor onze ogen geopenbaard.

     Gij zijt God en buiten U is er geen. Neem ons aan, Here; vergeef onze zonden. Ik bekeer mij van al mijn ongeloof, van al mijn ongerechtigheid. Ik pleit op het altaar Gods.

233 Zoals ik vanavond kom met deze kleine gemeente hier voor mij, worden we door geloof uit dit gebouw opgenomen, daar we samen gezeten zijn in hemelse gewesten rond de troon van God. Onze harten werden vele keren verwarmd, door de dingen die we U hebben zien doen, terwijl U ons Uw geheimenissen ontvouwde. Maar, Here, vanavond ben ik totaal uitgeput. Wee mij. Zoals Jakob; toen hij die engelen de ladder af zag dalen en zag opstijgen, zei hij: "Dit is een ontzagwekkende plaats, niets anders dan het huis Gods." Daar werd Bethel gesticht.

234 God, de mensen begrijpen niet, dat... Ze denken dat het zoveel vreugde zal zijn, maar Here, wat een moeizaam, wat een vreselijk iets is het voor een menselijk wezen om in de tegenwoordigheid van een geweldig machtig hemels wezen te komen.

235 Ik bid om vergeving voor mijn kleine gemeente hier, waarheen U mij hebt gezonden om hen te leiden en te besturen. Zegen hen, Here. Ik heb naar mijn beste weten gehandeld, overeenkomstig wat de visioenen en dromen en dergelijke hebben gesproken. Ik heb voor hen al het voedsel opgeslagen, wat ik maar voor hen wist, Here.

     Wat er ook mag zijn, Here, wij zijn de Uwen. We bevelen onszelf in Uw handen, Here. Wees ons genadig, vergeef ons en laat ons Uw getuigen zijn zo lang we hier op de aarde zijn. Dan, wanneer het leven voorbij is, ontvang ons in Uw Koninkrijk. Want we vragen het in Jezus' Naam. Amen.

     Ieder van u, reinig heel uw hart. Leg alles opzij, elke last. Ruim het uit de weg. Laat niets u hinderen. Wees niet beangstigd. Er is niets om bevreesd over te zijn. Als Jezus komende is, is het een zeer... is het een ogenblik waar de hele wereld om heeft gezucht en geweend. Als het iets is, dat er nu iets nieuws doorbreekt, het komen van een nieuwe gave of zoiets, zal het wonderbaar zijn. Als het is dat de tijd komt dat de openbaring van de zeven donderslagen aan de gemeente zal worden geopenbaard; hoe te gaan, ik weet het niet. Ik heb alleen meegedeeld wat ik zag.

     O, wat een tijd! Om serieus en ernstig over na te denken. En als het mijn tijd zou zijn om te gaan, ik ben de Uwe, Heer. Ik ben de Uwe. Als U gereed bent, kom Here Jezus. Waar het ook zou mogen zijn, of op welk moment het ook mag zijn, ik ben de Zijne. Ik zeg niet dat ik het verlangen heb om heen te gaan; dat is niet zo. Ik heb een gezin op te voeden; ik heb het Evangelie om te prediken, maar dat is overeenkomstig Zijn wil, niet de mijne. Dat is Zijn wil. Ik weet het niet. Ik vermeld u gewoon wat er is. Wat er is – God zal het laten geschieden. Maar, ik zeg u wat ik zag en wat er gebeurde. Ik weet niet wat het betekende; maar heren, zou dit het einde kunnen zijn?

236 De mensen zijn nu aanwezig – de zes mensen, die de dromen hadden. Is het niet vreemd dat het er geen zeven waren? Het is bijzonder vreemd, dat het door zes werd voorbereid en dat toen onmiddellijk daarna dat visioen kwam. De mensen zijn hier. Broeder Jackson hier, was er een; broeder Parnell was er nog een; zuster Collins was er weer een; zuster Steffy was er nog een; broeder Roberson was een ander; en broeder Beeler was weer een ander; en de hemelse Vader weet dat er niet een meer toebehoorde. Bij het einde van die zevende (wat zuster Steffy was), kwam onmiddellijk het visioen.

237 Ziet u? Ziet u waarom ik vertrek? Ziet u waarom ik moet gaan? Ik moet het doen. Vrienden zie niet op mij. Ik ben uw broeder. Besteed geen aandacht aan mij, omdat ik maar een sterveling ben. Ik moet sterven, net als ieder ander. Luister niet naar mij, maar luister naar wat ik heb gezegd. Wat ik heb gezegd is de boodschap. Besteed geen enkele aandacht aan de boodschapper, let op de boodschap. Houd uw ogen gericht, niet op de boodschapper, maar op de boodschap – op wat er werd gesproken. Dat is de zaak waarnaar u moet kijken; God helpe ons, is mijn gebed.

238 Nu, ik wilde u dit niet komen vertellen, maar ik wilde ook niets voor u achterhouden. Nu, voor zover ik weet... laat ik u vertellen... voor zover ik weet, zal ik in de komende twee of drie dagen (woensdagmorgen) vertrekken naar Tucson. Ik ga niet naar Tucson om te prediken; ik ga er niet heen om te prediken. Ik ga naar Tucson om er mijn gezin te vestigen, op school, en dan zal ik een zwerver worden.

239 Ik zal naar Phoenix gaan om die kleine serie samenkomsten te houden, wat waarschijnlijk alleen maar kleine boodschappen in de omgeving zullen zijn; en misschien,... ik denk dat ze willen dat ik een avond in de conventie spreek. Ze hebben er nooit iets over gezegd, ze zeiden alleen dat ik er zou zijn. Ziet u, dat klinkt me niet zo goed in de oren. Ik heb ook een woord, Zo spreekt de Here, voor broeder Shakarian. Ik weet niet wat hij er mee zal gaan doen, maar ik heb het woord ontvangen wat ik hem moet zeggen. Ik weet niet wat hij zal doen; dat is aan hem.

240 Hebt u de laatste 'Stem' gelezen? [Het blad van de Internationale broederschap van Volle Evangelie Zakenlieden – Vert] Het wordt verondersteld geen organisatie te zijn, maar ze vermeldden hun geloofsbelijdenis. Als het een organisatie wordt, dan trek ik me terug. Ik sta buiten zoiets.

241 Nu, waarschijnlijk moeten broeder Arganbright en broeder Role, een diplomaat van Washington die al zeven presidenten heeft meegemaakt, in Afrika zijn. Broeder Role, broeder Arganbright en ik zullen binnenkort voor enige samenkomsten naar Afrika gaan – naar Zuid-Afrika en Tanganjika, en met broeder Boze verder door. Waarschijnlijk komen we door Australië, via die richting terug, als de Here niet iets anders doet. Maar voor ik ga, zal ik hier weer terug zijn.

242 Wanneer ik van daar terug kom, als God niet op de een of andere manier tot me heeft gesproken, zal ik mijn gezin nemen en naar het noorden verhuizen, in de buurt van Anchorage, Alaska. Dit is zuidwest, dat zal noordwest zijn. Ik zal ze daar laten blijven gedurende de zomer, wanneer het daar in Tucson zo heet is dat je huid er bijna af brandt. Ik denk niet dat ze het zouden kunnen verdragen. Ze zouden zo'n heimwee hebben en ontmoedigd zijn. We verkopen het huis niet. Het blijft precies zo achter, met de meubels in het huis. Ik weet niet wat ik moet doen.

243 Dan, tegen de tijd dat de zomer voorbij is, wil ik Alaska verlaten, zo de Here wil, en naar het zuiden komen in de buurt van Denver Centraal-west. Zuidwest, noordwest, en centraal-west, roepend: "O Here, wat wilt U dat ik doen zal?"

244 Ondertussen zal elke boodschap, voor zover ik weet, worden gepredikt op deze plaats, in deze tabernakel. Hier is het waar de banden zullen zijn; hier is het hoofdkwartier en ik heb niet de bedoeling om met mijn gezin in het westen te blijven. Ik ga om uit te zoeken, wat God wil dat ik doe.

245 Als het dit jaar niet in orde komt, dan zal ik volgend jaar, zonder water of voedsel, de woestijn inlopen en ik zal wachten tot Hij mij roept. Ik kan op deze manier niet verder gaan. Je moet wanhopig worden. Je moet tot het moment komen, dat je de wil van God wilt weten, en hoe kun je Zijn wil doen, als je Zijn wil niet kent? Ik ben het aan het aftasten, vanwege die visioen-achtergrond over wat u deed, terwijl ik rondreis als zendeling en evangelist tot die roep komt.

246 Herinnert u zich de eerste roep, toen we die hoeksteen legden? "Doe het werk van een evangelist", zei Hij. Hij zei niet dat ik een evangelist was, maar doe het werk van zo iemand; misschien tot de tijd komt voor iets anders, weer een verandering van werk. Het zou iets anders kunnen zijn, ik weet het niet.

     Hebt u Hem lief? Wees daar nu heel zeker van. Wees er heel zeker van. Zij die de Here liefhebben...

Zij die wachten op de Heer,
Vernieuwen hunne kracht steeds meer,
Varen op met vleugels als een arend.
Ze worden lopende niet moede,
Worden wandelend niet mat.
Leer mij, Heer, leer mij meer rust op mijn pad.

     Ik heb Hem lief en ik weet dat u het ook doet.

     Nu, morgenavond... Ik denk dat ik het duidelijk genoeg heb gemaakt. Is het niet? Zo duidelijk als ik het maar kon maken. Dat is alles wat ik weet. Dit is alles wat ik weet te zeggen. En als het mij om een bepaalde reden wordt geopenbaard, zal ik het u snel vertellen. Ik weet dat u er belang in stelt het te weten. Ik ben er ook in geïnteresseerd om het te weten. Ik weet niet wat er wordt bedoeld, ik weet niet waar ik heenga; ik weet niet wat er zal gebeuren. Ik ben gewoon... Het enige wat ik weet is dat ik gewoon ga door de genade van God. Dan zal Hij het me misschien zeggen, wanneer ik daar kom. Maar mijn aandeel is nu: te gaan.

     Misschien ben ik daar nog geen twee weken, of ik zal weer ergens anders zijn en zou ik hier weer terug kunnen zijn. Dat is waar. Ik weet het niet, maar ik... In dat visioen zaten mijn vrouw en mijn kinderen daarin en het was precies – ik zat in een huifkar en op het moment dat ik daarbinnen ging, zat ik in mijn stationwagen.

     Dat is de manier waarop we over een paar dagen vertrekken – we weten niet waar we heen gaan, we weten niet wat we zullen gaan doen wanneer we daar komen. We gaan gewoon.

247 God is vreemd voor ons, omdat Zijn wegen niet zijn na te gaan. Hij wil gehoorzaamheid.

     "Waar gaat u heen?"

     "Dat zijn uw zaken niet, blijf gewoon doorgaan."

     "Wat wilt U dat ik doe, Here?"

     "Dat gaat u niet aan: 'Volgt gij Mij. Blijf gewoon doorgaan.'"

     "Waar zal ik stoppen?"

     "Wat gaat het u aan? Blijf slechts doorgaan." Dus hier ga ik. In de Naam van Jezus Christus. Amen.

Ik heb Hem lief,
Ik heb Hem lief,
Want Hij had het mij eerst,
Betaalde voor mijn zondeschuld
Op Calvarie.

Ik heb Hem lief, (Hij is mijn leven.)
Ik heb Hem lief, (Alles waarvoor ik heb geleefd.)
Want Hij had het mij eerst.
Betaalde voor mijn zondeschuld
Op Calvarie.

     Heren, is dit de tijd?

     [Broeder Branham neuriet: "Ik heb Hem lief." – Vert]

     Terwijl we het nogmaals zingen, schud iemand de hand en zeg: "Broeder, zuster, bid voor mij; ik zal voor u bidden."

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
audioE-BookPrint
AudioAudio
mp3 Download mp3mp3 is een populaire audioformaat dat op vrijwel alle mediaspelers te beluisteren is. meer info...
m4b Download m4bM4B is een Audiobook formaat voor Apple apparatuur (iPod, iPhone etc...) Uw plek wordt bewaard e.d. meer info...
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)