De hele wapenrusting van God aandoen

Door William Marrion Branham

1 Dank u, broeder Borders. En laten wij nu voor een ogenblik onze harten buigen voor een woord van gebed. Hemelse Vader, gedurende deze vele jaren heb ik in allerlei soorten talen rondom de wereld dit lied mij naar het podium horen roepen. Ik dank U, Here, dat alle dingen mogelijk zijn. Wij kunnen terugdenken aan de discipelen en hen onderaan de berg zien, totaal verslagen, nadat U hun kracht had gegeven om de zieken te genezen en de doden op te wekken en duivels uit te werpen. En daar stonden zij: totaal, compleet verslagen, bij een geval van vallende ziekte.

     Maar van de heuvel kwam de Meester van geloof aan. De vader rende naar Hem toe en zei: "Here, heb medelijden met mijn kind. Hij heeft een duivel en vele keren valt hij in het vuur; hij kwijnt weg." En zei: "Ik bracht hem bij de discipelen, maar zij konden hem niet genezen."

2 En wij kunnen zien dat de wind een klein windstootje geeft waardoor Zijn haren opwaaien, en Hij zegt: "Ik kan het, als u gelooft. Want alle dingen zijn mogelijk voor hen die geloven." Vader, het is vandaag nog steeds waar dat alle dingen mogelijk zijn wanneer alle twijfels weggedaan kunnen worden en geloof zijn plaats kan innemen. En mogen wij vandaag op de een of andere manier, door de kracht van de almachtige God, in staat zijn om dat te doen: elke schaduw van twijfel wegdoen om alle dingen die... voor ons mogelijk te laten zijn.

     Wij danken U voor de geweldige samenkomsten, voor de predikers, voor hun gemeenten, de mensen, hun samenwerking, voor de gehoorzaal. Voor alles wat gedaan is, Here, danken wij U. Wij bidden voor elk van onze inspanningen, Vader, dat op elk ervan die is verricht een zegen mag rusten, en dat ze vermenigvuldigd zullen worden. En moge het tot U terugkeren zoals brood op het water, ons al onze zonden vergevend, onze kwalen genezend; en help ons zo te leven in deze tegenwoordige wereld dat mensen Christus in ons kunnen zien.

3 Er liggen hier vandaag vele zakdoeken op het podium, op deze preekstoel. Ik bid, Vader, dat U ze allemaal wilt zegenen. Zij vertegenwoordigen zieke en aangevochten mensen. En ik bid dat de Heilige Geest, Die nu tegenwoordig is, deze zakdoeken nu zal zegenen voor hun bestemde doel. U lette op elk ervan, Here. U legde het op hun hart om ze hier neer te leggen. U wist wat zij nodig hadden, en ik dank U voor deze mensen die zoveel vertrouwen hebben, Here.

     Nu bied ik U op het altaar mijn gebed aan met die van hen, en bid in Jezus Christus' Naam dat U ieder van hen wilt genezen, Here, van de jongste tot de oudste, van de ziekste tot de beste. Sta het toe, Here. Moge het gedaan worden door de kracht van Christus, want wij vragen het in Zijn Naam. Amen. U kunt gaan zitten.

4 Ik kom woorden tekort om te zeggen hoe ik deze tijd van gemeenschap hier in Santa Maria waardeer. Ik ben deze groep predikers erg dankbaar die dit programma hebben ondersteund. En ik waardeer hen, omdat ik weet dat zij in hun verschillende organisaties en dingen, dat zij... Om mij hier te hebben, staken zij hun nek ver uit, deden alle mogelijke moeite om dergelijke dingen te doen, omdat ik beschuldigd ben tegen organisaties te strijden, maar dat is niet de waarheid. Het is verre van de waarheid. Ik heb niets tegen enige organisatie, helemaal niet. Maar in het systeem van organisatie, daar geloof ik niet. Ik geloof in de mannen die in deze organisaties zijn.

5 Bijvoorbeeld, als ik u in een kleine boot een snelstromende rivier zag afvaren, en ik wist dat die boot het na een tijdje zou begeven daar hij niet tegen deze stroomversnellingen bestand was, dan zou ik een onrechtvaardig persoon zijn... dan zou ik een vijand van u zijn als ik u recht door die stroomversnellingen zou laten varen en u niet zou waarschuwen om die boot te verlaten, zie? Het is niet dat ik iets tegen u heb, het is de boot waarin u bent. Dat is de zaak. Ziet u? Ik heb u lief. Ik probeer u te helpen, en deze mannen weten dat, en zij staken hun nek ver uit (zoals wij zeggen) en deden alle mogelijke moeite om mij hier te krijgen. En ik wil... heb de Boodschap zoveel als in mijn vermogen ligt eenvoudig gehouden, met kleine drama's, enzovoort, om te proberen een zegen voor u allen te zijn.

6 En ik ben er zeker van dat wanneer ik hier vandaan ga, ik een zegen meeneem doordat ik onder u ben geweest. Het heeft mij zeer ontroerd om te zien dat er nog steeds mensen op aarde zijn, zelfs nadat de opwekking voorbij is, die nog steeds proberen hun best te doen voor het Koninkrijk van God. Ik waardeer mannen van dat kaliber, en ik... en u mensen. (Ik veronderstel dat alle schulden zijn voldaan, alles?) Alle onkosten zijn voldaan. U moest dat sponsoren. U moest ervoor betalen. Ik wenste dat ik het gewoon zelf kon betalen, maar dat kan ik niet. Ik kan het me niet veroorloven; ik heb daar geen geld voor. En ik... Dat is de reden dat ik naar kleine samenkomsten kan komen, zoals ik heb uitgelegd.

     Nu, er zijn sommigen van onze broeders, zoals broeder Roberts, en veel van deze mannen, die grote zaken hebben, en zij hebben radio en televisie, enzovoort, zodat zij elke dag zoveel duizenden dollars moeten opbrengen om dat te financieren. Zie? Zij moeten dat hebben.

7 Wel, de Here weet altijd wat Hij doet. Hij wist... Hij wist wel beter dan mij in zoiets dergelijks te plaatsen. Ik zou er gek van worden. Zie? Ik zou dat niet kunnen. Ik heb gewoon niet de verstandelijke vermogens om dat te doen, en... Maar Hij liet mij mensen hebben die van mij houden, en ik probeer met het kleine wat ik heb mijn deel in het Koninkrijk van God te doen.

     Nu, broeder Roberts, en broeder Allen, en al deze andere broeders die deze grote samenkomsten hebben, wij werken allen voor één Koninkrijk (Ziet u, zie?), wij werken allemaal voor één plaats. En elke man probeert met zijn gaven die God hem gegeven heeft om zielen in dat Koninkrijk te krijgen.

8 Wel, met mijn kleine aandeel probeer ik mijn deel bij dat van hen te voegen om u omhoog te brengen tot de Vader, en ik hoef er niets voor te krijgen dan de onkosten voor de samenkomsten, de mensen. Vroeger hield ik het in kerken. We waren gewend dat zo te doen totdat het zo aandoenlijk werd, in koude en warme streken, met mensen die rondom de kerken staan, met kleine zieke kinderen om voor gebeden te worden, en vrouwen, en teleurgesteld worden. Dus toen lieten wij hen gehoorzalen huren en lieten de mensen daarvoor betalen. Dat werd opgehaald. Dat is alles. Zo is het goed.

9 En ik ben erg dankbaar voor mannen van groot kaliber die grote samenkomsten hebben, enzovoort. Ik ben erg dankbaar voor deze mannen. Hier niet lang geleden stond ik bij broeder Roberts, een van de meest succesvolle op dat gebied, en ginds op het veld vandaag, veronderstel ik; broeder Roberts, een fijne Christenbroeder. En ik ben pas bij broeder Tommy Osborn geweest. En allebei de broeders kwamen in de bediening doordat ze een van onze samenkomsten bijwoonden toen wij er pas mee begonnen. En dan ik... ik...

     En iedereen kent deze dierbare broeder, Tommy Osborn, hij is gewoon een van de fijnste mannen. Hij is een beminnelijke man. En ik ben naar zijn plaats geweest en zag zijn grote zaak voor de Here, en zag zijn boeken, en zijn kantoren, en de grote IBM's.

10 En toen ging ik naar Orals plaats en liep door dat grote gebouw van miljoenen dollars; hoe ze geïmporteerd hebben: het plafond helemaal met aluminium draden gevlochten, en o, ik voelde mij te vies om over de vloer van de plaats te lopen; en ik zag de grote kantoren waar vijf- of zeshonderd IBM machines in werking waren. En de post werd zelfs niet door mensenhanden aangeraakt. Zie? Het komt daar binnen en gaat door de machinerie, en komt er geopend uit, ging verder over de lopende band en kwam er hierdoor uit en het was weg, werd nooit door mensenhanden aangeraakt.

     En ik dacht: "My, my, wat een systeem."

11 Toen namen ze... Er stonden daar enige vrienden van mij buiten aan de voorkant te wachten. Toen verzamelde zich daar een groot gezelschap en ik kon niet naar buiten via de voorkant. Zij moesten mij via de achterkant laten gaan. En ik ging naar buiten; er kwamen twee politieagenten die me naar buiten brachten. Ik liep via de parkeerplaats aan de andere kant en ik stond daar te kijken. Er zaten geen ramen in, er was alleen maar een soort indirect licht. Hoe perfect. Je zag ze daar een koffiepauze nemen, met honderden en honderden en honderden. En ik dacht: "Wat een eerbetoon voor het geloof van één man, één kleine jongen uit Oklahoma, die God zo'n groot iets zou toestaan." Ik dacht: "God, ik dank U daarvoor."

12 Ik keek ginds naar een kleine, eenvoudige broeder, Tommy Osborn. Ik dacht eraan dat hij daarginds was... hier in Salem, die avond, of het was Portland, Oregon, toen die maniak het podium op rende en mij uitdaagde. Misschien zijn er hier mensen die daar waren toen dat gebeurde. Zou mij gaan vermoorden precies daar op het podium. En ik sprak over geloof. Hij zei: "Vanavond zal ik elk bot in je lichaam breken, jij slang in het gras", en hij spoog op mij.

     En ik wist dat het beter was om niets te zeggen en ik wachtte alleen maar. En de Heilige Geest zei: "Omdat je de Geest van God vanavond hebt uitgedaagd, zul je over mijn voeten vallen."

     Hij zei: "Ik zal je tonen over wiens voeten ik zal vallen", en hij trok zijn vuist naar achteren om mij te slaan.

     En ik zei: "Satan, kom uit van hem, in Jezus' Naam", en hij viel over mijn voeten zodat hij mij tegen de vloer vastklemde.

13 En Tommy en zij zagen dat. Hij ging naar huis en sloot zichzelf op in een kamer, wachtte drie of vier dagen, kwam toen naar mijn huis in Indiana, liep rondom de auto, een kleine, nerveuze kerel. Hij zei: "Broeder Branham, denkt u dat God mij een gave van genezing heeft gegeven?"

     Ik zei: "Tommy, het zal komen te geschieden dat dit spreken over gaven van genezing zo zal vervallen tot vuil en modder, dat het verschrikkelijk zal zijn. Daar zal zo'n gemengde menigte in meegaan. Er zullen allerlei soorten sensaties en ismes en van alles opkomen, totdat het zo zal zijn dat iedereen een soort genezingsbediening moet hebben, anders zullen ze zelfs niet het gevoel hebben dat ze op het veld zijn. En dat is alleen om de man te verlagen die absoluut zijn positie probeert vast te houden. Onthoud, dat je net zo belangrijk bent in het Koninkrijk van God als elk ander." En dus... En ik zei: "God heeft je geroepen om het Evangelie te prediken, nietwaar?"

     Hij zei: "Ja."

     Ik zei: "Je ziet eruit als een veelbelovende jongeman." Ik zei: "Vervolgens gaat Goddelijke genezing samen met het prediken van het Evangelie. (En dat is zo.) Bid dus gewoon voor de zieken." En dat is wat hij heeft gedaan. Hoe God die jongen gezegend heeft: knap, intelligent.

14 Ik stond daar en keek om me heen. Ik voelde me ongeveer zo groot, terwijl ik daar voor dat grote gebouw stond en om me heen keek. Ik dacht: "My."

     Er ging een klein eigenaardig gevoel door mij heen, en ik dacht aan Tommy daar, en Oral hier; en ik was op het veld vóór hen beiden. En, my, ik zou het vervelend vinden als zij naar mijn kantoor kwamen: één kleine typemachine die achter in een caravan staat, en proberend iemand te krijgen om mij te helpen de brieven te beantwoorden, enzovoort. Ik dacht: "My, wat... Ik zou mijzelf daar zeker beschaamd over voelen."

     Ik dacht: "Wel, God, ik veronderstel dat ik gewoon niet was... U zou mij niet zoveel kunnen toevertrouwen van die dingen. Misschien zou ik iets gedaan hebben wat niet juist was, daarom kon U mij misschien niet vertrouwen." Misschien was dat het.

     En nu, niet om mijn broeders neer te halen, of niet... Ik hoop dat het niet heiligschennend klinkt, maar precies zo duidelijk als u mijn stem kunt horen, sprak een stem tot mij die zei: "Ik ben uw Deel."

     Ik zei: "Dank U, Here. Ik ben gelukkig om dat deel te hebben."

     "Ik ben uw Deel."

15 Dus dacht ik dat dat klonk... het maakte dat ik mij goed voelde. Ik veronderstel dat Hij dat deed om mij te bemoedigen, omdat ik mij voelde alsof ik niets had gedaan toen ik daar stond en naar hen keek, naar wat God voor deze broeders had gedaan.

     Toen dacht ik dat misschien aan het einde van mijn weg, als ik uiteindelijk mijn laatste prediking beëindig en mijn laatste gebed bid, dat Hij mij misschien een klein deel van Zichzelf wil geven daarginds. En ik hoop op die dag daar met u allen te zijn.

16 Het verbaasde me dat daarnet een kleine jongen, een klein kereltje dat niet ouder leek dan twaalf jaar – ik zie hem hier niet – met een kleine zaalwachterband om zijn arm, eraan kwam en op het raam klopte. Ik zat daar een Schriftgedeelte te lezen. Ik had gestudeerd op een Schriftgedeelte om deze middag over te prediken, en ik was het aan het nakijken om er zeker van te zijn dat ik het juiste Schriftgedeelte op de juiste plaats had. En ik had hier een paar woorden opgeschreven en ik was ze aan het nakijken. En deze kleine jongen kwam eraan en zei: "Broeder Branham, kan ik een foto van u maken?"

     En ik zei: "Ja. Dat kan zeker, als je camera er maar tegen kan." Dus ging ik naar buiten. Hij nam mij op de foto. Ik zei: "Je kunt hem beter nakijken, want misschien is hij stuk." En hij lachte alleen maar, lief kereltje.

     En hij zei: "Ik denk van niet."

     En ik zei: "Wel, ik hoop van niet." Toen keerde hij zich om en keek naar mij. Ik zei: "Woon jij hier?"

     Hij zei: "Ja."

     Ik zei: "Jullie hebben hier zeker het fijnste klimaat van waar ik ook maar ben geweest."

     En hij zei: "Dank u." Hij zei: "Wel, broeder Branham, ik wil u niet ophouden, omdat ik weet dat u aan het studeren bent. En als ik u hier nooit meer ontmoet, zal ik u aan de andere kant ontmoeten." Een kleine jongen, 't was een kleine zaalwachter.

     Ik dacht: "Dat is juist." Ja.

Afscheid nemen laat achter ons
Voetstappen na in het zand van de tijd;
Voetstappen, waardoor misschien een ander,
Terwijl hij zeilt over 's levens plechtige oceaan,
Een wanhopige en schipbreuk lijdende broeder,
Als hij dat ziet, weer moed zal vatten.

     Dat is juist. Laten we erop letten waar we uit vandaan kunnen komen, en voetstappen zetten, zodat, als er een morgen is, degenen die na ons komen de voetstappen zullen volgen. Laten we er zeker van zijn dat zij rechtstreeks naar Calvarie leiden, omdat dat de plaats is. Nogmaals dank ik u allen.

17 En nu, misschien zijn er niet, de... Ik weet niet wie zorgt draagt voor deze wapenzaal, of het de gezagvoerder van de dag is, of dat het de... wie het ook is, of het een commissie is, of... Wie het ook is, ik wil hem bedanken voor deze kostbare tijd die zij ons gegeven hebben, en dit legergebouw hier.

     En ik weet niet zoveel over het leger. Ik wilde altijd een soldaat zijn. U hoorde mijn levensgeschiedenis, hoe ik vroeger in tijdschriften naar soldaten keek, en dat ik zo erg graag een uniform wilde hebben. En ik denk dat het een eer is om te hebben... een uniform van deze Verenigde Staten te dragen, voor wat we vertegenwoordigen; een grote eer. Bij de eerste wereldoorlog was ik te klein. Ik was pas ongeveer vier jaar oud. En in de laatste wereldoorlog was ik te lelijk of zoiets. Zij namen me niet, dus zij... ze wilden me niet hebben.

     Ik ging me laten inschrijven als een prediker, en hij zei: "Bent u getrouwd?"

     En ik zei: "Ja meneer, dat ben ik."

     En hij zei: "Wij plaatsen predikers in de klasse van 4-H." En zei: "Als we ze nodig hebben, roepen we ze op."

     Ik zei: "Ik zal erop wachten, meneer. Ik zou daar beslist graag heengaan om de jongens te bemoedigen, alles te doen wat ik maar kan." Ze riepen me nooit op, dus ik veronderstel dat zij... dat ze me niet nodig hadden.

18 Ik herinner me dus dat ik heel graag een uniform wilde dragen, ik... Een knaap had een padvinderspak en ik vroeg hem: "Als je hem versleten hebt, wil je hem dan aan mij geven?" En hij zei dat hij dat zou doen. En uiteindelijk gingen er twee of drie jaren voorbij en ik bleef om dat pak vragen. En hij probeerde het te vinden en hij vond slechts één broekspijp. En ik nam die en ik droeg hem, die ene broekspijp. Als ik op school bij het bord iets moest opschrijven, dan deed ik die broekspijp aan mijn rechterbeen zodat ik op die manier kon staan, weet u, en zijdelings schrijven. Iedereen dacht dat ik er twee aan had, weet u. Ik had alleen maar die ene. Het was dus een uniform. Maar ik was altijd een beetje klein, en...

19 Weet u, uiteindelijk kreeg ik een uniform. U ziet het misschien niet aan de buitenkant, maar het is aan de binnenkant als... Ik ga daar over een paar ogenblikken over spreken. En ik hoop dat ik zo kan leven dat het aan de buitenkant getoond wordt, is mijn gebed.

     Laat ons nu uit de Schrift lezen, het zesde hoofdstuk van Efeze, te beginnen met het tiende vers.

     Voorts, mijn broeders, wordt krachtig in de Heere, en in de sterkte Zijner macht.
     Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen van de duivel.
     Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers van deze wereld, van de duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.
     Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt weerstaan in de boze dag, en alles verricht hebbende, staande blijven.
     Staat dan, uw lendenen omgord hebbende met de waarheid, en aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid.
     En de voeten geschoeid hebbende met de bereidheid van het Evangelie des vredes;
     Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs, waarmee gij al de vurige pijlen van de boze zult kunnen uitblussen.
     En neemt de helm der zaligheid, en het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord.

     Het leger van de Verenigde Staten nam mij niet aan omdat daar, naar ik veronderstel, mannen waren die bekwamer waren. Maar ik ben blij dat ik ben ingelijfd in een leger van de Here. En Hij gaf mij een uniform.

20 Paulus spreekt hier, hij heeft het over een soldaat die klaargemaakt wordt voor de strijd. Het Evangelie heeft vele kanten. U kunt het met verschillende dingen vergelijken. En Paulus spreekt erover in Hebreeën, het twaalfde hoofdstuk, als een hardloper. "Ziende dat wij omgeven zijn door zo'n grote wolk van getuigen; laat ons afleggen alle last en de zonde die ons zo makkelijk bezet." Hij spreekt hier over de Olympische spelen, of misschien het Romeinse circus. En nu spreekt hij dus over bewapende mannen die de strijd ingaan, en hoe zij zichzelf gereed moeten maken.

     Ik dacht er vanmiddag aan – omdat we vandaag voor de laatste keer in deze wapenzaal zijn – dat ik dat als een tekst zou nemen: De hele wapenrusting van God aandoen, om toegerust te zijn, klaar te staan, omdat we niet tegen vlees en bloed worstelen maar tegen Satan, Gods vijand, overheden, en boosheid, en boze geesten, boosheden in hoge plaatsen. En wij jagen naar het doelwit van de hoge roeping, en wij bevinden ons beslist in een strijd.

21 En geen natie zou het erop wagen een man ongetraind naar het slagveld te sturen. Hij zou niet alleen zelf gedood kunnen worden, maar ook een andere groep. Hij weet niet hoe hij het moet aanpakken, daarom moet hij ervoor toegerust worden. En de naties zijn daar wijs in. Zij maken er hun mannen klaar voor.

     Nu, het spionagesysteem van de hele wereld, weet u, is zo, dat hoewel wij bevriend zijn met andere naties zoals Engeland en met onze geallieerden, we toch spionnen hebben in Engeland; en Engeland heeft spionnen hier. En wij hebben spionnen over heel de wereld, en de wereld heeft spionnen hier, of wij bevriend of niet bevriend zijn. Het is het systeem dat ze gebruiken. Het lijkt erop, wat die nationale kwestie betreft, dat je niets kunt vertrouwen.

22 En weet u waarom? Het is omdat de hele wereld door Satan wordt beheerst. Elk koninkrijk in de wereld wordt geregeerd door Satan. Wij willen daar niet graag aan denken, maar dat is de Schrift. U weet dat de vijand onze Here op een buitengewoon hoge berg meenam, buitengewoon hoog, en Hem al de koninkrijken van de wereld toonde, en zei: "Ze zijn allemaal van mij, ik ben daar de heerser over. Ik doe ermee wat ik wil, en ik zal ze aan U geven."

     Let op de wijsheid van de Here Jezus Die bij het Woord van God bleef. Hij wist dat ze Hem in het Koninkrijk als erfenis ten deel zouden vallen, in het Koninkrijk dat in het millennium zal komen. Daarom zei Hij: "Ga weg van hier, Satan."

23 Nu kunt u zien dat Satan met ze kan doen wat hij maar wil. Als nu deze naties door God geregeerd werden, zouden wij geen oorlog hebben. Er zou geen conflict meer zijn. Ze zouden van God zijn. Maar Satan is de heerser over elk koninkrijk. Hij regeert de wereld. Maar op een dag...

     U ziet het in de mensen. Elk persoon wil dat één natie de wereld beheerst, ze willen één vlag, en ze willen de meest krachtige natie in heel de wereld zijn, en alles onder hun eigen controle nemen, en maken dat al de andere naties hun taal spreken. Wat is het? Het toont alleen maar dat er zo'n plaats is.

24 Zoals David zei: "Wanneer de diepte tot de diepte roept..." Nu, voordat er een diepte kan zijn die roept vanuit de binnenkant, moet daar een diepte zijn om die roep te beantwoorden. Met andere woorden, ik heb deze soort uitspraak vaak gedaan met dit te zeggen, deze Schriftplaats aan te halen: voordat er een bloem in de aarde kan groeien, moest er eerst een aarde zijn; voordat er een bloem was om in de aarde te groeien.

     En ga hier naar de kust en denk aan de vissen. Nu, voordat er een vin op de rug van een vis was, moest er water voor hem zijn om in te zwemmen en die vin te gebruiken, voordat de vin daar ooit kwam. Zie?

25 En nu zien we allemaal uit naar een plaats waar geen dood is, waar geen ziekte is. Kijk naar ons. Als kleine jongens en kleine meisjes was het belangrijkste voor ons om wat knikkers te winnen, of te tollen, of met poppen te spelen. Toen moesten we naar school. Toen wij dan... Het volgende was welke vrouw wij zouden kiezen, of welke man, als onze levensgezel. Toen kwam het gezin. Zij... het gezin moest onderwijs krijgen; voor het huis moest worden betaald. En als die tijd voorbij is, zijn wij ook aan het einde. Ons haar is grijs geworden en uitgevallen, en wij zijn... onze blik is gericht naar het ondergaan van de zon. Zie?

26 Maar wij verlangen naar dat "iets" dat binnenin ons is, dat zegt dat daar ergens iets is... Wat is het? Het laat ons zien dat die plaats ergens is. Hier zit u deze middag. Ik keek... passeerde een dame. De Heilige Geest zei: "Keer je om." Zij zat daar in een rolstoel met haar hand omhoog. Wat doet zij hier? Hier zit een knappe jonge vrouw, kreupel; misschien zit hier een man met artritis; misschien iemand met een hartkwaal.

     Nu, misschien leven deze mensen in de rolstoel een gewoon leven. Zie? Vaak verwonder je je soms over kreupele mensen. Iedereen kan zien dat zij kreupel zijn. Er is geen wonder voor nodig om te vertellen dat zij kreupel zijn. Het zijn dezen die er goed en gezond uitzien, om hun dan te vertellen wat hun moeite is; dat is het wonder.

27 Maar soms als een persoon kreupel is, denken ze dat dat het einde is. O, nee, nee. Let slechts op. Ik weet wat het is, maar ik let op Hem om te zien wat Hij mij vertelt om te doen. Zie? Ik kan alleen spreken wanneer Hij spreekt. Maar, ziet u, zij zijn... zij zijn dorstig, hongerend naar iets. Iets vertelt hun dat daar ergens een kracht is die hen kan bevrijden. Wel, zo zeker als dat in uw hart is, dat denkend, moet er ergens een fontein van genezing zijn. Zie, zie?

     Zie, voordat er een schepping kan zijn, moet er een Schepper zijn om de schepping te scheppen. Zie? En zolang er een dorst in u is naar iets wat u kunt aanraken, is daar zeker ergens een bron open die u kunt aanraken, omdat het zo moet zijn. Iets heeft dat in u geschapen. En al zou er geen Bijbel geweest zijn om ons dat te vertellen, zou het toch een werkelijkheid moeten zijn, omdat er iets in u is wat een Schepper heeft geschapen. En voordat er een verlangen kan zijn, moet er iets zijn om dat verlangen te vervullen.

     Heeft u ooit iets gehad waar u naar hongerde en u kon de goede smaak ervan maar niet te pakken krijgen? Na een poosje kreeg u het. Daar was het. Zie?

28 Nu, wij verlangen naar ergens waar geen dood, geen zorgen, geen hartzeer, geen ouderdom is. Dat land is ergens. En wij zullen nooit in staat zijn dat te bereiken door geweren en gevechten, enzovoort, van de natuurlijke vleselijke wapens. Maar er is een land waar we heen kunnen gaan en het is een gevecht om daar te komen.

     Want God gaf Palestina aan Israël toen zij in Egypte waren, maar ze moesten voor elke centimeter ervan vechten. En Hij vertelde Jozua (in Jozua 1); Hij zei: "Waar u ook maar uw voetzool zet, dat heb Ik aan u gegeven." Dus voetstappen betekenen bezitting. Zie? Blijf doorlopen, lopen, doorzetten. En elke keer als u een stap in het Koninkrijk van God zet, is dat van u, precies op... En alle dingen zijn mogelijk die gegeven zijn; en alle dingen zijn gegeven die mogelijk zijn. Maar het is een strijd.

29 En in ons streven hier in het land met te proberen om ons heen te kijken om te ontdekken wat er plaatsvindt – met de spionnen van de andere naties hier die ons bespioneren... Wij hebben daar spionnen die ons bespioneren. Ze letten erop om te zien welk nieuw soort wapen eraan komt. En dan nemen ze dat mee terug naar hun eigen land en vinden iets uit om dat wapen te bestrijden, wat het zal verslaan, wat iets beter is.

     Nu, de eerste oorlog die ik mij herinner is de eerste wereldoorlog. Ik was een kleine jongen en ik herinner me dat mijn vader over de weg kwam met een wagen en twee paarden. Hij... En hij had een zak bonen in de wagen gezet. En wij gingen zaterdags op pad om een zak bonen te kopen en een zak bloem en een zak meel en een paar van dat soort dingen om de week door te komen. En ik zei...

30 Ik hoorde hem zeggen: "De oorlog is verklaard, moeder. Hoor je al deze fluiten?" Vader was toen ongeveer drie- of vierentwintig jaar oud. Hij zei: "Misschien moet ik gaan."

     En ik dacht: "Gaat mijn papa naar de oorlog? Ik zal deze zak bonen nemen en er iemand mee slaan als mijn..." Zie? En ik was nog maar een klein kereltje. En ik herinner me zijn geweer, het oude Springfield geweer, hoe hij zei dat het door een telefoonpaal kon schieten. Dat geweer is absoluut verouderd.

     De oude stoomlocomotieven op de spoorbaan die de ammunitie en de soldaten naar het strijdfront brachten; die oude stoomlocomotief was een grote, oude makker, maar hij is verouderd. Ze hebben hem niet meer. Ze hebben iets veel beters gekregen dan wat zij toen hadden.

     Toen, in de volgende oorlog, nam het Garand geweer de plaats in van de Springfield. En nu hebben ze atoomraketten gekregen; de Garand geweren zijn weg. Ze zijn altijd aan het vernieuwen en krijgen iets beters om de vijand te bevechten.

31 En wij zijn een leger. De christelijke gemeente is een leger van God. Wij zijn soldaten, soldaten van het kruis. En het is de zaak van elke natie om er op toe te zien dat hun soldaten het beste hebben wat er is. Niets...

     Ik predikte onlangs 's avonds in een andere samenkomst ergens over prestaties, en ik sprak over onze Amerikaanse soldaten. Toen Washington bij Valley Forge was, had ongeveer de helft van hen schoenen aan. Zij waren blootsvoets, maar zij hadden een generaal die de hele nacht bad. De volgende dag trok hij over de Delaware. Dat is waarom wij Amerika hebben. Het zijn mannen, dappere mannen, die iets hadden om voor te vechten. Wij zouden hen nooit moeten laten vallen.

32 Nu, zij hadden geweren in die dagen, messen. Dat was het beste wat zij hadden. Elke natie... Zij hadden het beste wat wij hun geven konden. En kijk vandaag naar het verschil in ons leger nu en hoe het toen was.

     Maar weet u, wanneer God... Omdat Hij oneindig is, oneindig, kan Hij niet veranderen. Daar rust mijn geloof op, op Gods Woord, omdat het God is. En Hijzelf...

33 Kijk, een woord is een uitgedrukte gedachte. En als God iets denkt in Zijn gedachten, en als Hij het dan uitdrukt, dan is het eeuwig. Want geen mens is beter dan zijn woord, en God is eeuwig, en Zijn Woord is eeuwig met Hem, omdat het een deel van Hem is. En u bent een deel van uw eigen woord, en God is een deel van Zijn eigen Woord.

     Nu, ik kan iets zeggen, of de natie kan iets zeggen, maar binnen een jaar of twee moeten ze het blijven verbeteren. Maar God is perfect, en Zijn eerste beslissing is... Hij kan het niet meer veranderen, omdat het perfect is, omdat God niets zou doen tenzij het perfect was.

34 Dus toen God... De eerst strijd die ooit gestreden werd, werd niet op de aarde uitgestreden, maar werd uitgestreden in de hemel: Michaël en zijn engelen tegen Lucifer. En ze werden de hemel uitgeschopt. En toen viel dat grote leger van de duivel met al zijn mededuivels op de aarde, en God wist dat daar een strijd zou zijn. Ik geloof dat Hij vanaf het eerste moment alles wist wat er ooit zou zijn. Als God oneindig is, kende Hij iedere vlieg die er op de aarde zou zijn, iedere mug, hoeveel keer hij met zijn ogen zou knipperen, en hoeveel talk zij allemaal samen zouden maken. Hij is oneindig.

35 Daarom kiest de oneindige God voor Zijn leger het beste wapen dat gegeven kon worden. En Hij koos het, en het was Zijn Woord. God gaf Zijn leger de beste uitrusting die het ooit zou kunnen gebruiken, en altijd zou kunnen gebruiken, en die nooit veranderd hoefde te worden. En Hij heeft het sindsdien nooit veranderd. U verbetert het niet; het blijft altijd hetzelfde. Het is Gods Woord waarachter Hij Zijn volk verschanste.

     Ongeacht hoeveel dingen Satan ooit krijgt, hoeveel dingen welk ander leger ook ooit krijgt, of wat dan ook, het kan nooit de plaats van Gods eerste keuze innemen: Zijn Woord. Hij gaf hun Zijn Woord, Zijn belofte, en zei: "Blijf erbij", het beste wat gekend kan worden.

36 Nu, de vijand wist dat zolang het menselijk ras bij dat Woord bleef, hij nooit in staat zou zijn hen aan te raken. (Nu, ik begin me precies nu religieus te voelen.) Zolang het menselijk ras bij het Woord bleef... God verschanste Zijn familie op de aarde, Zijn leger, in het fort van Zijn Woord. Dat is onze Vesting. "De Naam des Heren is een machtige toren. De rechtvaardigen ijlen daarin en zijn gered." Zij zijn verschanst.

     De Here is het Woord. Zij zijn daarin verschanst en voor altijd veilig, zolang het menselijk ras in het Woord blijft. Zolang de gemeente in het Woord blijft, is zij verschanst. Er is niets wat haar lastig zal gaan vallen.

37 Nu, als de vijand probeerde om daar een spion binnen te krijgen, probeerde om daar op de een of andere manier binnen te komen, dan moest hij een bepaalde tactiek gebruiken om zich naar binnen te werken. Dat is hoe spionnen zich in deze natie naar binnen werken, door een bepaalde tactiek om langs de consuls te komen enzovoort. Zij moesten een manier hebben om zichzelf hier naar binnen te werken. Communisme moest hetzelfde doen.

38 Terwijl we aan het communisme denken, laat me u iets kleins zeggen. Dit zal vreemd klinken voor een prediker, maar wees nooit bevreesd voor iets van het communisme. Het is niets. Ik zou aan iedere prediker, of welke schriftuurlijke leider ook, willen vragen mij in de Bijbel aan te wijzen waar staat dat het communisme de wereld zal regeren. Romanisme zal de wereld gaan regeren overeenkomstig de Bijbel. Daar moet u op letten. Denk niet aan communisme. Het is slechts een marionet in de handen van God om Zijn wil te vervullen. Exact wat Hij zei. Hij gebruikt dat. Maar maakt u zich nooit bezorgd over het communisme. Het is Romanisme, zegt de Bijbel.

39 Er zijn drie gordijnen. Als ik u deze middag verlaat, wil ik dit bij u achterlaten. Onthoud dat er drie gordijnen zijn. Eén wordt het ijzeren gordijn genoemd, één het bamboegordijn (China enzovoort, het oosten). En dan is daar een purperen gordijn. Vrees niet het bamboe of het ijzeren gordijn; maar wees voorzichtig met dat purperen. Wees maar beter voorzichtig. De antichrist zal zo dichtbij zijn om de uitverkoren te verleiden...

     Wat zijn de uitverkorenen? Wanneer dat licht schijnt op dat Z-o-o-n... de z-o-n op een zaad schijnt dat door botanisch leven wordt beheerst, dan zal het tot leven komen. En als de Z-o-o-n van God op dat voorbestemde zaad schijnt, zal het snel tot leven komen, zodra... Het maakt me niet uit in welke toestand ze leven. Het zou een prostituee, het zou een dronkaard of een gokker kunnen zijn. Het zal meteen gaan schijnen zodra het eroverheen flitst. "Zou de uitverkorenen verleiden als het mogelijk was."

40 Nu, merk op. Satan probeerde daar binnen te komen om te spioneren, om te zien wat... hoe hij vat zou kunnen krijgen op dat menselijk ras, en hij gebruikte een van de meest befaamde tactieken die... Wel, het toonde aan dat hij een bovennatuurlijke kracht moest zijn om daaraan te denken. En hij gebruikte dit de eerste maal en was succesvol, en hij heeft het sindsdien gedaan, en tot op zekere hoogte is hij nog steeds succesvol. Hij gebruikte redenering tegenover geloof.

     Satan kwam tot Eva en begon tegen het Woord van God in te redeneren, de geweldige wapenrusting waar God Zijn mensen achter verschanst had. Hij begon redenering te gebruiken. Nu: "Het is toch logisch dat God je niet zal vernietigen. Zeker zal je niet sterven." Maar onthoud, vrienden, dat is om mee te beginnen Satans tactiek, en hij gebruikt nog altijd dezelfde zaak en is er nog steeds succesvol mee: een redenering.

41 Ze proberen te redeneren: "Waarom zouden we de Heilige Geest vandaag nodig hebben? Waarom hebben wij Goddelijke genezing nodig? Waarom hebben we dit nodig, en waarom zouden we een ander Pinksteren nodig hebben? Wij zijn allemaal beschaafd." Zij waren dat ook.

     Maar, ziet u, wat het ook was waarmee het begon, en wat God hun ook gaf in het begin, dat is wat het altijd zal blijven. En tactieken van redenering is wat Satan gebruikte, en dat is wat hij altijd gebruikt: redenering.

     Wij kennen onze vijand, omdat iedere vijand... (Nu, broeders, ik ben hier van leerstellingen vandaan gebleven, ziet u, maar ik moet dit zeggen.) Elke vijand die redeneert tegen... of enig persoon, enige kerk, enige organisatie, enig individu die tegen één leesteken van Gods Woord redeneert, is uw vijand. Het Woord is nodig om de vijand te verslaan.

42 Toen Jezus van Nazareth hier op aarde was, gebruikte Hij nooit Zijn kracht; toch was Hij God gemanifesteerd in vlees. Hij gebruikte nooit Zijn kracht toen Satan tegen Hem opstond. Hij zei: "Er is geschreven." Wat deed... Hij moest dat doen omdat Eva daarop afknapte. En wat Eva verloor, bracht Christus weer terug. Waar Eva het liet vallen, bracht Christus de versterking terug. "Er is geschreven dat de mens niet zal leven bij brood alleen. Er is geschreven dat gij de Here uw God niet zult verzoeken." Er is geschreven, er is geschreven. Wat is het? Hij bleef bij het oorspronkelijke geschut. Maar Eva liet het afweten. Zij begon naar redenatie te luisteren.

     En vandaag zijn er mensen die je er bijna uit kunnen redeneren, en u kunnen bewijzen dat het fout is. Satan was erg succesvol bij Eva. Wat doet redenering? Het maakt het aantrekkelijk. "Welnu, als ik religieus wil blijven..."

43 Begrijp me nu alstublieft niet verkeerd. Een persoon komt tot een plaats dat hij wil zijn... hij wil religie. Hij wil gered zijn; hij wil niet naar de hel gaan. Geen menselijk wezen wil naar die plaats gaan. Die werd niet gemaakt voor menselijke wezens; die werd gemaakt voor de duivel en zijn engelen; werd niet gemaakt voor menselijke wezens.

     Nu. Maar het menselijk wezen zendt zichzelf daarin. God werpt elk rood licht over zijn pad dat Hij kan, en de mens vecht zich er rechtstreeks aan voorbij. U hebt...

     Voordat u een ongelovige kunt worden, moet u eerst voorbijgaan aan geloof in Gods Woord, voordat u een ongelovige kunt worden. U moet door het rode licht van God gaan.

44 Bemerk hoe Satan het voor deze mensen zo aantrekkelijk heeft gemaakt. En zonde is aantrekkelijk. Ik weet dat ik niet te lang bij deze tekst kan blijven, maar ik wil toch voor een paar minuten mijn tijd nemen. Laten we daar een ogenblik voor stoppen. Wij konden met dit onderwerp hier tot de morgen blijven, maar laten we even opletten.

     Zonde in de laatste dagen... Petrus vertelt ons dat hij zal rondgaan als een brullende leeuw. Het wordt slechter. Nu wil ik u iets vragen. Ik veroordeel niet; ik doe alleen een bewering. Enige van u oudere mannen, of laat ik iedereen nemen, als we teruggaan naar een foto van een zekere vrouw, vijftig of zestig jaar geleden, die in haar dag een schoonheidskoningin was. Pearl White, Scott Jackson... Zij werd verondersteld Amerika's mooiste vrouw te zijn. Als u haar foto aan de muur zou zien hangen, zou u denken dat ze een antiquiteit was. Wat is het? Het is omdat vrouwen mooier zijn geworden. Satan kleedt hen op die wijze, laat hen zich zo opmaken. Zie, dat wordt zo, omdat het aantrekkelijker is geworden. Het is een...

45 Ik kan dat maar beter overslaan, omdat ik beloofd had niet opnieuw op die dingen in te gaan. Zie? Maar hoe het ook is, dat was zijn eerste gereedschap. Hij brengt het in deze laatste dagen precies weer terug. Zusters, raak niet verstrikt in dat spul. Blijf erbij vandaan.

     Heeft u opgemerkt dat bij elke soort die er is, het mannetje altijd het mooiste is? Welke is bijvoorbeeld het mooiste in de vogelfamilie? Kijk naar de kleine... Iemand zei: "Fazant." Dat is goed. Laten wij kijken naar de grote fazantenhaan, hoe mooi hij is, en kijk naar de kleine gespikkelde hen. Laten wij naar het hert kijken, het vrouwtjeshert: een simpel klein eenvoudig ding, en de bok: een geweldig grote, mooie gestalte.

46 Kijk naar de stier en de koe. Kijk naar het wapitihert, het mannetje en het vrouwtje. Kijk naar alles waar u maar naar wilt kijken, en u zult altijd ontdekken dat het mannetje het mooiste is, behalve bij het menselijk ras. En de man is lelijk en de vrouw is mooi. Dat is zo. Als u een man ziet die een klein knap ding is, onthoud dan dat daar ergens een verkeerde cel in zit.

     Nu, dat zou moeten maken dat wij die lelijk zijn ons goed voelen. Maar het is zo. Als u een man ziet die eruitziet en zich gedraagt als een vrouw, dan zit daar ergens een klein beetje verdraaiing in. En als u een vrouw ziet die probeert te handelen en er uit te zien als een man, is het opnieuw verdraaidheid. Zij waren beiden mannelijk in het begin, en God scheidde hen. Hij plaatste de mannelijke geest in de man en nam de vrouwelijke geest en plaatste die in de vrouw. En als u een man ziet die vrouwelijk probeert te zijn, of een vrouw die mannelijk probeert te zijn, dan is daar ergens iets verkeerd.

47 Merk op. Opdat zij één zouden zijn – zowel ziel als lichaam – nam Hij van zijn zijde een rib en maakte daaruit een vrouw. Zie? Een vrouw is niet in de originele schepping; zij is een bijproduct van de man. Zie? Vandaag is zij in Amerika de baas, god, en van alles. Zij zal door de straat kronkelen en meer zielen naar de hel zenden dan alle illegale kroegen die je tussen hier en Los Angeles zou kunnen plaatsen. Dat is juist.

     Maar toch is een goede vrouw het beste wat God aan een man kan geven, omdat zij een deel van hem is. Maar dit Hollywood hier, en dergelijke hellepoelen, hebben de natie en het leven van de natie verdorven en de ruggengraat gebroken, door de immoraliteit van het vrouwzijn en het moederschap, door echtscheidingsgerechtshoven en al het andere. (Ik dwaal van mijn tekst af. Ik kom er een andere keer op terug.)

48 Het is aantrekkelijk. Nu, hij maakt het weer... Hij maakt het onderwijsgericht, intellectueel. Vertelde de Heilige Geest ons niet in II Timotheüs, het derde hoofdstuk, dat het in de laatste dagen een intellectuele groep zou worden in de gemeente? "Koppig, hoogmoedig, liefhebbers van genot meer dan liefhebbers van God, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig en verachters van degenen die goed zijn?"

     U zegt: "Dat zijn communisten."

     O nee. Dat zijn de zogenaamde Christenen (Zie?), die een vorm van godzaligheid hebben maar de kracht ervan verloochenen. En de kracht is het Woord gemanifesteerd. Zei: "Het Evangelie komt niet tot ons in woorden alleen, maar door de kracht en demonstraties van de Geest." Ik spreek nu over het leger van God; verschanst.

49 Maakt het aantrekkelijk, rijk, glitter... O, alles schittert in Hollywood, de beerput van de aarde. Vroeger waren we gewend naar Parijs te gaan om de modellen voor de mode van onze vrouwen te krijgen en nu komt Parijs hierheen om ze van ons over te nemen. Ik predikte hier enige tijd geleden over "De invasie van de Verenigde Staten", en het ten val brengen van de Amerikaanse regering. U zou het gehoord moeten hebben.

     Ik had een kleine bakvis op het podium zitten, of een kleine moderne danseres [Engels: twister. – Vert], hoe u het ook maar noemt, en zei: "Hier is zij." En dat is juist. Het laagste van al de naties: bijna meer echtscheidingen in Amerika dan in heel de rest van de wereld bij elkaar. Corrupt, smerig, vuil, en de laatste beschaving, en wij bevinden ons aan de Westkust waar het oosten en het westen elkaar zullen ontmoeten. Dat is juist. Precies in onze eigen gemeenten, recht onder onze eigen mensen...

50 Maar Satan maakt het aantrekkelijk. Zeker. Het is aantrekkelijk. Zonde is aantrekkelijk. Maar de vijand blijft een beter lokaas vinden. Hij zal haar een beetje meer uitkleden, en dit doen en dat doen. En maak u geen zorgen, hij zal haar nooit compleet naakt maken. Zij zou er dan verschrikkelijk uitzien. Kijk, hij weet wat hij moet doen. Maar Satan blijft zonde binnenbrengen. En dat was de oorspronkelijke zonde. Dat is de wijze waarop hij eruit gaat: met hetzelfde als waarmee het koninkrijk binnenkwam; de oorlogsvoering.

     Nu, let op. Maar God hoeft niets meer aan het Zijne te doen, om het nog aantrekkelijker te maken. Het enige wat Hij hoeft te doen, is alleen maar een standaard van Zijn eigen Woord op te richten tegen de vijand. Want de Bijbel zei: "Als de vijand binnenkomt als een vloed, zal de Geest van God er een standaard tegen oprichten." Wat doet Hij? Hij maakt het Woord dat Hij reeds gesproken heeft meer werkelijk (whew!) en neemt Zijn zelfde Woord en maakt het alleen meer werkelijk.

51 Ik heb mijn portemonnee niet bij me, maar heeft u er ooit op gelet wat op de achterkant van een Amerikaanse dollar staat? Aan de ene kant staat het Amerikaanse zegel, een adelaar met de pijlen in zijn klauwen; het Amerikaanse zegel. Maar in de andere hoek die u ziet, ik geloof in de rechterhoek, staat een piramide. En er staat onder geschreven: "Het Grote Zegel".

     Waarom zou onze natie eraan denken om een Egyptische piramide te maken, "Het Grote Zegel", zelfs boven ons zegel van de Amerikaanse adelaar? Heeft u daarop gelet? Net boven de piramide staat de hoofdsteen erboven als een stralend oog.

52 Nu, ik was in Egypte en in deze piramides... Ik zou het hier de hele middag over kunnen hebben. Nu, ik geloof niet in leerstellingen over piramides. Ik maak alleen maar een gelijkenis. Maar als u op die piramide let, zij heeft de hoofdsteen nooit gekregen. Henoch bouwde die piramide in zijn dagen. Ze kunnen het niet navorsen.

     Nu, zij hebben er allerlei soorten religies over, zoals zij die hebben met de zodiak. Maar alles erin... God schreef drie Bijbels. De eerste was in de hemelen; de tweede was in de piramide; de derde op de aarde, en elk ervan stemt overeen met de andere.

53 Kijk. Waar begint de zodiak mee? De Maagd. Waarmee eindigt hij? Leo de leeuw: de eerste komst van Christus en de tweede komst van Christus. En we zijn nu in de Kreeft, wat het kankertijdperk is; perfect. Let op de toren hier, de piramide. Zij begint heel breed; vervolgens wordt zij minder; dan bovenaan is zij weer smal; en dan komt de hoofdsteen.

     Wat was het? Luther in de reformatie, rechtvaardiging. Dan begint de vijand binnen te komen als een vloed. Hij richtte er een standaard tegen op, heiliging, een beetje krachtiger in de Geest. Toen dan de vijand het begon te overdekken en zij zich begonnen te organiseren en zich aan te sluiten bij dit, dat, en het andere, bewoog de Geest van God Zich in de Pinkstermensen, de doop van de Heilige Geest. Zij organiseerden zich en dreven af. Nu, wat is Hij aan het doen? Er komt geen ander tijdperk meer, maar Hij neemt die Pinksterkerk en neemt de uitverkorenen daaruit, en slijpt het zo dat wanneer deze Hoofdsteen erop komt, het precies bij de rest ervan zal moeten passen.

54 Wel, het is zo... Deze rotsen van honderden tonnen die daar bovenop liggen, die daar liggen, zijn zo dicht aaneen gesloten, zonder cement, dat je er geen scheermesje tussen kunt krijgen. En als de Hoofdsteen komt – Christus tot Zijn tempel komt – zal het perfect moeten overeenstemmen met de rest ervan. En de bediening van de Pinkstergemeente zal zo perfect moeten zijn dat het met dezelfde bediening die Hij hier had, zal moeten overeenstemmen, hetgeen de hele zaak in de opname zal brengen, wat de gemeente is. Juist.

     Nu: "Als de vijand binnenkomt als een vloed, richt Hij er een standaard tegen op." Nu, let op. In Eden gaf Hij hun Zijn Woord als hun wapenrusting, alleen het gesproken Woord. Toen kwam de vijand binnen als een vloed, en Hij nam het Woord en maakte het vlees, om onder ons te wonen; een beetje krachtiger. Terwijl Hij daarginds sprak, wandelt Hij nu hier op aarde. Glorie! Zij zullen mij toch wel een heilige roller noemen, dus kunt u er nu vast maar een beetje aan wennen.

55 O, eerst was het ginds het gesproken Woord. Nu is het hier; je kon het aanraken; het is vleesgemaakt. En toen dan de vijand binnenkwam als een vloed, goot Hij het Woord uit in de persoon, in de vorm zijnde van de Heilige Geest. Daar zijn uw één, twee, drie opnieuw: rechtvaardiging, heiliging, doop van de Heilige Geest. Zoals Vader, Zoon, en Heilige Geest, enzovoort, in perfectie.

     Nu, let op het gesproken Woord. God boven ons, God met ons, God in ons: het Woord boven ons, het Woord met ons, het Woord in ons. Halleluja. U bent van God, Gods leger dat voort marcheert. Gods gesproken Woord boven ons in een Vuurkolom; Gods manifestatie van Zijn Woord in vlees; nu Gods Geest, gesproken Woord, in ons. Amen. Oh!

56 Nu, zoals het was in de dagen van Noach, er waren toen reuzen in het land, zoals u weet. En Satan had dus ook zijn intellectuele reuzen in het land. Dat is juist. O my, D.D., D.D., Ph., dubbel L, o my, my, my, intellectuele reuzen. O, zij kennen al de woorden, al de grammatica; zij weten het gewoon allemaal, intellectuele reuzen. Maar op de een of andere manier worden zij spionnen. En dat is het spionagesysteem. Vergeef me nu, intellectuele broeder, maar het is een spionagesysteem dat onder u huist om de schapen eruit te halen en te zeggen: "Wel, dat zijn heilige rollers. Dat is niet zo."

     Als het overeenkomstig het Woord is, is het zo. Nu, we weten dat we overal namaak hebben. Dat is zo. Het is een strijd. U moet uw vijand kennen, en u moet uw bewapening kennen. Uw bewapening is het Woord. Uw vijand is iets wat er tegenin zal redeneren: "Nu, ik vertel je, lieverd, je hoeft dit niet te doen. Onze kerk is de grootste kerk. Wij hebben meer..." Uh-huh, intellectuele reuzen. En als u een paar minuten naar hem luistert, heeft hij u zover van de waarheid vandaan gekregen dat u niet meer weet waar u staat. Dat is juist. O, zo misleidend, zijn boord achterstevoren, weet u, loopt daar zo, en zegt: "Wel, wij zijn... Wij zijn reeds een lange, lange tijd onderweg."

57 Weet u, hier niet lang geleden zag ik waar de paus van Rome al de kerken uitnodigde om terug te gaan naar het begin. Ik zei: "Prijs God, ik zou dat graag doen."

     "U allemaal, kom terug naar Rome, waar de kerk begon."

     Ik zou graag willen dat een historicus, of een Bijbellezer, of een geleerde mij zou kunnen bewijzen dat de kerk in Rome begon. De kerk begon in Jeruzalem op de dag van Pinksteren. Daar begon de kerk. Rome had er niets mee te maken. Rome ruïneerde haar toen ze werd georganiseerd.

     Maar ik vertel u dat organisatie in Rome begon. Dat is waar. Maar de kerk bij haar geboorte, met haar bewapening, begon op de dag van Pinksteren in Jeruzalem. En als de eerbare paus naar die tijd terug wil gaan, zal ik met hem samen stemmen en zeggen: "Gezegend zij God. Ik zal alles voor u doen wat in mijn vermogen ligt. Ik probeer naar die dag terug te gaan."

58 De Boodschap van de laatste dag, de avondlichtboodschapper (overeenkomstig Maleachi 4) zal de harten van de kinderen naar de vaders terugbrengen, de originele Pinksterboodschap. Ze hebben het zo in de war gebracht, enzovoort, hier... Neem het Woord van God.

     Er zijn spionnen in het land. O my. Zij willen met je ruziën. Er kwam er een niet lang geleden naar mij toe, en hij had het erover dat "alleen de honderdtwintig in de opperkamer, slechts de twaalf apostelen, de Heilige Geest en Goddelijke genezing ontvingen. Wij spreken waar het Woord spreekt en zwijgen waar het zwijgt", en ging zo maar door. Ik liet hem een poosje tekeergaan, zoals de uil van de Ier: alleen maar drukte en veren en totaal geen uil. En zo ging hij maar door.

59 Ik zei: "Wacht, u behoorde mij een kans te geven om dat uit te leggen. Zei u dat alleen de apostelen de Heilige Geest ontvingen?"

     "Ja."

     Ik zei: "Dan had Paulus het niet. De gave van genezing was alleen aan de twaalven gegeven, zei u? Hoe zit het dan met Stefanus, die naar de Samaritanen toeging en predikte en handen op hen legde en duivels uitwierp tijdens een grote opwekking? Hoe zit het met Paulus die daarheen ging en handen oplegde? Petrus die erheen ging en zijn handen op hen legde en dat zij allen de Heilige Geest ontvingen? Wat dan met Handelingen 10:49 [44], toen de heidenen het ontvingen? Want die van de besnijdenis ontzetten zich erover dat ook op de heidenen de gave van de Heilige Geest was uitgestort, want zij hoorden hen in tongen spreken en God grootmaken. Toen zeiden zij: 'Kunnen wij het water weren, ziende dat dezen niet gedoopt zouden worden die de Heilige Geest hebben ontvangen, zoals wij in het begin?'" Amen.

     Glorie! Dat is de waarheid. O, ik ben zo blij dat ik mijn zeilen in de wind heb gezet van de ruisende, machtige wind, u niet? Hij zeilt u rechtstreeks door de Bijbel, Schrift bij Schrift.

60 Maar om op te schieten, deze intellectuele reuzen zijn teveel voor Gods nederige mensen. Nu, Gods mensen zijn altijd ongeleerd en nederig geweest. Vertel me dat het eens op een andere manier is geweest. Let op de twee zonen. Let op Kaïn en Seths kinderen. Abel werd gedood, hetgeen een type was van dood, begrafenis en opstanding van Christus. Seth nam zijn plaats in.

     Nu, Kaïns kinderen werden intellectueel, religieus, omdat hun vader intellectueel was (Kaïn), religieus. En Kaïn bouwde een altaar; Abel bouwde een altaar. Kaïn offerde; Abel offerde. Kaïn aanbad; Abel aanbad. En als God alleen maar een kerk aanziet, haar orde, haar aanbidding, haar offers, enzovoort, als dat alles is wat God aanziet, dan was Hij onrechtvaardig om Kaïn te veroordelen, omdat hij net zo religieus was als Abel. Maar hij kwam niet op de juiste wijze.

61 Wat met Moab? Daar was Israël; daar was Moab die dezelfde God aanbad als wij. Wat was het? Het was het kind van Lots dochter. En daar waren zij. Zij gingen heen en brachten bisschop Bileam mee. En hij maakte zeven altaren, precies zoals zij in Israël deden.

     Nu, Israël was geen denominatie, had geen staat om naar toe te gaan, maar ze gingen naar één toe. Amen. Hier hebben we geen blijvende stad, maar wij zoeken naar een toekomstige. Let op. Bileam offerde zeven reine offerdieren, stieren, precies zoals zij in Israël deden. En Bileam offerde zeven rammen die spraken van de komst van Christus. Israël eveneens.

62 Als dan fundamentalisme alles is wat God vereist, waren beide plaatsen gerechtvaardigd. Maar wat was het? Wat was het dat Bileam niet kon zien? Hij faalde om die Vuurkolom te zien. Hij faalde om die geslagen rots te zien, die koperen slang die als verzoening voor Israël uitging. Hij faalde de roep van het kamp te horen... van de Koning onder hen. Hij oordeelde hen naar hun werken.

     God oordeelt niemand naar zijn werken, oordeelt u naar uw geloof. Merk op. Ik wil dit ook duidelijk maken over de kleine vrouw gisteravond. Het waren niet haar werken van voeten wassen. Hij rechtvaardigde haar toen voor Simon door te zeggen wat zij had gedaan; Hij rechtvaardigde haar voor werken, voor wat ze aan het doen was. Maar toen Hij haar tot haar persoonlijk rechtvaardigde, zei Hij: "Uw geloof heeft u gered", omdat geen mens gerechtvaardigd wordt door werken. Door haar geloof in Hem, dat Hij de Zoon van God was, niet wat zij deed, maar haar geloof in Hem... En uw geloof verklaart altijd uw werken. Dat is juist.

63 Deze intellectuele reuzen in die dagen waren ver... Zij... Kijk wat Kaïns kinderen worden: wetenschappers, dokters, metaalbewerkers, grote mannen op aarde. Maar wat werden Seths kinderen? Boeren en schaapherders. Kijk, zij konden helemaal niet met hen vergeleken worden, en God vergeleek ons met schapen. Als iemand ooit een schaap heeft gehouden...

     Er is met een schaap één ding, wanneer hij verdwaald is, is hij totaal verdwaald. Hij kan nergens komen zonder de schaapherder. En zo heeft God ons gemaakt. Wij beweren geen intellectuelen te zijn. Wij hebben gewoon een Herder; dat is alles. En Hij voert ons mee van weide naar weide.

64 Dus zijn deze grote intellectuele spionnen vandaag teveel voor de arme, nederige kinderen van God. Nu, Judas zei in het boek van Judas – daar aan het einde van Judas – hij zei dat zij onder ons ingeslopen waren: ingeslopen. Door dat te doen, veroorzaken zij dat het zal eindigen in deze heftige woede-uitbarstingen. Slopen bij ons binnen, mannen voorbestemd tot deze veroordeling slopen bij ons binnen, trokken ons bij het Woord vandaan, veroorzaakten dat wij het geloof in het Woord verloren: ronddwalende vlekken, schepen zonder zeilen... De ruisende wind kon blazen, maar zij hebben daar alleen maar een oude, dode, organisatiezendmast staan die roept: "Woeh, de dagen van wonderen zijn voorbij. Woeh, er is niet zoiets als Goddelijke genezing."

     Maar als u een echt geestelijk zeil hebt opgezet, pikt de Geest het op, en daar gaat zij op weg naar landen waar zij niets vanaf weten. Dat is zo. Ja, veroorzaken dat u geloof in het Woord verliest door hun opgepoetste seminarie-ervaringen.

65 Zij vielen Noach aan op dezelfde manier. Zij hebben Gods kinderen altijd op dezelfde manier aangevallen. Nimrod bouwde voor zichzelf een toren om onder de plagen van God uit te komen, maar het hield geen stand. Nebukadnezar bouwde een stad voor zichzelf, maar hij viel. Toen Noach de ark bouwde... Kunt u zich voorstellen dat in die dagen wetenschappers een piramide konden bouwen die wij vandaag niet zouden kunnen bouwen? Dat ze een lichaam konden balsemen met vloeistof waar wij niets over weten? Veel dingen die wij nooit geleerd hebben, wisten zij wel.

     Kunt u zich voorstellen dat die wetenschappers zeiden: "Jij oude kwakzalver, bewijs het. Wij kunnen met onze radar en materiaal een raket naar de maan schieten. Er is geen spetter water tussen hier en daar. Hoe zou het kunnen komen?"

     Maar Noach zei: "Als God water beloofde, kan Hij daar water plaatsen." Zeker. Het is teveel voor de... deze kinderen vandaag, deze arme kleine kinderen, de intellectuelen.

66 O, kijk naar de dag van... toen Josafat wegging en van zijn grondgebied ging en hij Achab ontmoette. En Achab, die altijd wel een smoes had, zei: "Behoort Ramoth-Gilead niet aan ons?"

     Hij zei: "Zeker. Toen Jozua het land verdeelde, gaf hij het aan ons."

     Zei: "Juist."

     Maar weet u, Josafat was wel een goede man, maar weg van zijn plaats. Dat is wat er met veel mannen vandaag aan de hand is in sommige van deze geestelijk lijkenhuizen waar ijspegels hangen en de thermometer, geestelijk gesproken, negentig graden onder nul is. Ga daar naar binnen en zeg: "Amen", of "Prijs God", en iedereen zal zijn nek omdraaien als een ganzerik, omkijken om te zien wat er gebeurt: dood, tweemaal dood, met wortel en tak uitgerukt. Zij zijn vergeten...

67 Ik predikte op een avond, en een vrouw begon te schreeuwen en te juichen, en een kleine Baptistenbroeder vertelde me de volgende dag: "Ik verheugde mij in uw boodschap, totdat die vrouw begon te schreeuwen." Zei: "Weet u, dat maakte dat de rillingen over mijn rug liepen."

     Ik zei: "Broeder, u leeft in de stilste wereld waarin u ooit hebt geleefd. Als u naar de hel gaat, zal daar wening en geklaag en knersing der tanden zijn. Als u naar de hemel gaat, zal daar voortdurend schreeuwen en juichen zijn." Ik zei: "Wel, man, als dat maakt dat de rillingen over uw rug lopen, wat zal het dan doen als u naar de hemel gaat? Wel, u zult doodvriezen als u daar komt." Ik zei: "U zult daar niet op uw plaats zijn, want zelfs de engelen, met vleugels over hun aangezichten en handen zijn... over hun voeten en over hun gelaat, zingen: 'Heilig, heilig, heilig, Here God Almachtig. Heilig, heilig, heilig.'"

     God is een voorwerp van aanbidding. God wordt aanbeden, aanbeden. Als ik de Pinkstermensen ergens voor eer, is het om los te laten en God te aanbidden. Ja.

68 Intellectuele reuzen... Daar stond Josafat, die gewend was God te aanbidden. Hier was Achab. En de eerste gedachte van Josafat, een man van God zijnde, was natuurlijk om God te raadplegen. Dat is het allerbeste. Hij zei: "Wij zouden God moeten raadplegen."

     "O," zei Achab, "zeker, tot uw dienst, meneer." Zei zoiets als: "Ja meneer, tot uw dienst. Welzeker. Ik heb hier een seminarie vol met hen. Ik heb vierhonderd van de beste die er zijn."

     Zei: "Roep hen."

     Hier komt dokter Ph.D., L.L.. Ze kwamen allemaal. En Micha en iedereen kwam erheen, niet Micha. Al de profeten kwamen erheen. En ze zeiden: "Profeteer en vertel ons: zullen we naar Ramoth-Gilead gaan, omdat Jozua... God ons dat land gaf?"

     En ze gingen weg. En ze raadpleegden God, en zij baden en zij baden, kwamen terug en zeiden: "Ja. Trek op. De Here is met u."

69 Zedekia ging weg en maakte voor zichzelf een enorm groot stel horens, rende door de menigte heen en zei: "Door deze grote ijzeren horens zult u Ramoth-Gilead verdrijven... de Filistijnen, of de Assyriërs uit het land wegstoten. U zult ze hierdoor geheel en al uit het land verdrijven." O.

     "Nu, laat ons het beredeneren. Ik zeg: 'Hoe weet je dat het zo is?'"

     "Kijk hier. God gaf ons dat land. Het voedsel dat op dat land groeit, is voor Israël. God gaf het ons door Jozua."

     "Amen", zeiden allen. "Dat is zo, meneer, eerwaarde. En onze vijand is zich aan het vetmesten van ons land. Dat is niet juist."

     "Amen. Dat klinkt goed."

70 Klinkt dat niet goed, intellectueel gezien? Maar weet u, er is hier iets mee, wat juist bij een man van God niet altijd aanslaat. Josafat keek om zich heen; hij zei: "Zijn dit ze allemaal die u heeft?"

     "Wel," zei hij, "wij hebben er hier vierhonderd die het met elkaar eens zijn. Wel, de hele school is hier. Al de seminaries zijn tezamen. Ze zijn allemaal hier."

     Toch klonk het op de een of andere manier niet juist. Dat was dat voorbestemde zaad. Ziet u?

     Hij zei: "Heeft u er niet nog een?"

     Hij zei: "Ja, ik heb er nog één, maar ik haat hem. Ik haat hem." Zei: "Het is Micha, de zoon van Jimla." Maar hij zei: "Ik haat hem, omdat hij altijd onheil over mij profeteert." O, broeder. God zegene die man. Hij zei: "Hier is iedereen van onze organisaties, iedereen is het met elkaar eens", zoals nu de VN daar.

71 U weet dat de Bijbel zegt dat Hij eerst het onkruid zou bundelen. Ze zijn beslist bezig zich te bundelen, allemaal op weg naar de Wereldraad van kerken, ieder van hen gaat erheen, waar het allemaal op uit draait. Dat geeft de kerk dan een kans om te groeien. Goed. Komt er een kleine vervolging waardoor je niet zo goed gevoed wordt, dan wordt alles bijeen gedreven. God heeft een wijze om dingen te doen, weet u.

72 Dus het eerste, weet u, dat alles... Hij zei: "Laat iemand hem gaan halen. Laten we hem horen en zien wat hij te zeggen heeft."

     Hij zei: "Ik waarschuw u voordat hij komt. Deze kerel zit altijd tegen me te zaniken."

     "O, laat de koning dat niet zeggen."

     Dus zonden zij het diakenbestuur om hem te halen, om deze samenkomst te hebben. Dus toen zij hem te pakken hadden gekregen, zeiden ze: "Kijk, Micha, weet je wat? Je bent uit de vereniging gezet, zoals je begrijpt. Je bent niet meer in de vereniging. We moesten je excommuniceren. En ik vertel je nu, weet je, dat je een Israëliet bent zoals wij allen zijn, en je weet dat Ramoth-Gilead aan ons behoort."

     "Nu, ik zal je vertellen wat je moet doen; als je in de gunst wilt komen en weer in je juiste positie terug wilt komen met de broeders, dan zal ik je vertellen wat je moet doen. Je gaat daarheen en vertelt hetzelfde als wat zij zeggen."

73 Broeder, hij blafte toen bij de verkeerde boom. Dat soort rommel werkt niet bij een man van God, een profeet. Hij wist dat het Woord van God hem bevestigde.

     Hij zei: "Zo waar de Here leeft, ik zal alleen zeggen wat Hij in mijn mond legt." O my, daar bent u er.

     Nu, als iemand zegt: "Dat is wat ik ook doe", iedereen zal dat proberen te zeggen. Maar als hij daar iets in plaatst wat tegengesteld is aan Zijn Woord, dan was het de duivel die dat daarin legde, niet God. God plaatst alleen Zijn Woord. Let op waar die profeet het vandaan kreeg. Hij wist dat het Woord van God tot de profeten kwam. En Elia, de profeet, had Achab reeds vervloekt vanwege Naboth, en had gezegd dat de honden zijn bloed zouden likken. Dus hoe kon God zegenen wat Hij had vervloekt?

74 Daarom zei Micha: "Wacht, en ik zal zien wat Hij zegt." Hij moest eerst het visioen hebben en dat vergelijken met het Woord. Zo gaat het altijd. Vergelijk het met het Woord. Dat is Gods Urim en Thummim. Dus toen hij wegging, zei hij: "Geef me deze nacht." En die nacht zou hij de hele nacht gebeden kunnen hebben, en de Here kwam tot hem, vertelde hem wat hij moest zeggen.

     Hij ging er de volgende morgen heen en zei: "Trek op, dat is in orde, maar ik zag Israël verstrooid als schapen die geen herder hebben."

     Ziet u wat hij gedaan had? Hij had zijn visioen met het Woord vergeleken, en hij wist dat hij daarmee precies goed zat. Ongeacht hoeveel er van deze intellectuelen waren; grote, hoog opgeleide en opgepoetste geleerden van het seminarie, dat bracht niet... dat bracht Micha niet in het minst van zijn stuk. Waarom? Hij bleef verschanst door zijn visioen van het Woord. Daar stond hij mee.

75 Een van hen sloeg hem op zijn mond en zei: "Nu, wij zullen jou nooit in onze vergadering opnemen." Zei: "Laat mij jou iets tonen, Micha. Is het niet redelijk..."

     Het maakt mij niet uit hoe redelijk het is, als het tegen Gods Woord is, is het tegen Gods Woord. Als er een intellectuele reus komt die zegt: "Wij hebben geen Heilige Geest nodig. Wij hebben deze Goddelijke genezing niet nodig." Het maakt me niet uit hoe redelijk het eruitziet, als het tegen het Woord is... God gaf de belofte. Amen.

76 Ze zeggen: "Dat was alleen voor de apostelen." Ik vraag me af waar zij dat vandaan halen. Petrus zei op de dag van Pinksteren: "Bekeert u, ieder van u, en wordt gedoopt in de Naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en zovelen die daar verre zijn, zovelen als er de Here, onze God, toe roepen zal." Amen. Alleen voor de apostelen... Voor ieder die geroepen is! Ja, luister niet naar die reus. Zie?

     De Bijbel zegt hier dat wij niet worstelen tegen vlees en bloed. Wij proberen niet in de worstelring de greep te verbreken van vlees en bloed; maar wij proberen de greep op het hart te verbreken van de geest die een houvast op de mensen heeft gekregen, die in hun systeem, in hun hart, is gekomen, die hun dingen laat doen en zeggen die verkeerd zijn. Zeker.

77 Vroeger was ik... U weet dat ik zelf een ex-bokser ben. Ik kreeg... had het onverslagen Bantamgewicht Kampioenschap van drie staten. Ik lette gewoonlijk op de kerels die opgedoft de ring inkwamen. Dat maakte hen geen vechters. Soms was dat een voorwendsel. Dat had er niets mee te maken. Als hij... als hij daar geen verborgen kracht had om de grepen te verbreken...

     En dat is hoe wij vandaag proberen onze kerken naar voren te brengen: met de hoogste toren, de fijnste stoelen, de best geklede menigte. Dat verbreekt de greep niet. Nee, daar is de verborgen kracht van de Geest van God voor nodig, dat Woord daarin om het houvast te verbreken. Dat is juist.

78 Zoals Petrus was. Hij was goed met zijn zwaard. Toen Jezus in moeite kwam, trok hij zijn zwaard. Hij kon elke kant op slaan, sloeg het oor van de knecht van de hogepriester eraf met een zwaard. Maar toen het op werkelijke christelijke moed aankwam, had hij het niet. Ja. Zonder de geestelijke moed ontkende hij het vleesgemaakte Woord Dat precies bij hen stond.

     Hij was goed met zijn zwaard. Dat is zo. Hij kon met de geloofsleer net zo goed duelleren als ieder ander. Maar toen het op geestelijke moed aankwam, had hij het niet. Dus faalde hij precies daar. Nu, waarom? Hij kende maar één ding: zijn geloofsleer. Maar broeder, nadat hij tot Pinksteren was gekomen, deed hij de hele wapenrusting van God aan. Let nu op hem. Hij is nu een ander persoon. Hij trok de hele wapenrusting aan.

79 Wat was het? Dat Woord waarmee hij gewandeld had, was in hem, brandde in hem als vuur in zijn vlees en ziel. Hij had de gehele wapenrusting van God aan. Dat is Gods voorziene wapenrusting. Hij had de doop, was gevuld met de Heilige Geest. Wat is het? God Die Zichzelf voor immer tegenwoordig maakt in Zijn eigen leger. God zond op de dag van Pinksteren de volledige wapenrusting van God voor Zijn leger neer. Dat was Hijzelf onder u.

     "Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer. Toch zult gij Mij zien omdat Ik met u zal zijn, zelfs in u, tot het einde van de wereld." Jezus Christus, Dezelfde gisteren, en voor immer, Mattheüs 28. Goed. Want Hij heeft... Hij is met ons, in ons. Dat is de wapenrusting. Hij is het. Hij is het Woord, en Hij is de Heilige Geest, en de Heilige Geest is in ons, Die het Woord is Die de belofte waarmaakt. Dat is de belofte. Christus is het Woord, en Hij laat het gemanifesteerd worden.

80 De Geest maakt het Woord levend, maakt het... Met andere woorden, Hij is het kruit waarmee de kogel wordt weggestuurd. Zoals Hij het kruit was toen David Goliath ontmoette met een werpslinger met een steen erin. Hij had maar één plaats om hem te raken en dat was precies tussen zijn ogen. De rest was bewapend. Maar God kwam in die geest.

     Wat was het? Hij had vijf stenen en een werpslinger. Kijk. Geloof [f-a-i-t-h] in J-e-z-u-s. Hier komt Hij. Er moet iets gaan gebeuren, omdat daar het Woord is, de belofte, en de kracht om het weg te slingeren. Dat hebben wij vandaag nodig, een man die Gods Woord zal nemen met de kracht van de Heilige Geest achter hem om het daar uit te drukken en erop te letten dat het gebeurt. Dat is Gods leger. Amen. Zijn Woord van vuur, Zijn leger is helemaal gekleed met de voortdurende tegenwoordigheid van Hemzelf daarin, die met ons meegaat. "Ik zal met u gaan, zal in u zijn. U bent het niet die spreekt; de Vader Die in u woont, Hij doet de werken."

81 In Zijn leger... Hij presenteert Zijn leger in de vorm van vijf bedieningen; ten eerste apostelen, profeten, leraars, herders, en evangelisten. Dat is Zijn leger; dat zijn Zijn soldaten; dat zijn Zijn commando-officieren, allen met de doop van de Heilige Geest, daar wachtend om de vijand te ontmoeten op welke grond hij ook maar opkomt; om de vijand te ontmoeten met het Woord van God (Amen), elkeen beschermt de ander, met Hem, de Hoofdkapitein – niet daar vooraan, hier, erboven, erachter – maar in hen. Dat is het leger. Betuigend, wat betuigend? Zijn opstanding, door het bewijs van Zijn werken.

82 In Johannes 14:12 zei Jezus: "Die in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen." Wat is het? Het is God in de gemeente in deze vijf voorbestemde bedieningen, die elk woord dat Hij gezegd heeft, ondersteunen met daarin de Heilige Geest Zelf, Die het Woord gemanifesteerd is, Zijn opstanding bewijzend, bewijzend dat Hij leeft.

     Alle andere religies zijn dood. Hun vormen zijn dood. Er is er maar één juist en dat is het christendom, omdat Christus leeft in de gemeente van Christus (Amen) en Zijn Woord manifesteert, omdat Hij Dezelfde is. Als het hetzelfde Woord is, zal het hetzelfde doen, en dezelfde werken en dezelfde tekenen tonen. Mattheüs 28 zegt dat. Is bij Zijn leger, in hen, hen beveiligend. Denk daaraan. De grote Woord-Generaal zegeviert in ons.

83 Ik mag u misschien te lang houden. Ik wil u niet uitputten. Maar kijk. De mensen thuis zijn gewend om urenlang te zitten terwijl we onderwijzen. Ik zal proberen het met een paar minuten in te korten. Ik wil niet dat u weggaat. Ik wil voor u bidden voordat u gaat. Ik denk dat dit belangrijker is dan welke gebedsrij ook. Zie? Dat is het zeker. Nu, als u gewoon wilt luisteren. Zie?

84 De grote zegevierende Generaal Die neerkwam, en werd gemaakt... het vleesgemaakte Woord nam dat Woord en versloeg Satan op elke grond, en zei: "Als u deze tempel vernietigt, zal Ik hem op de derde dag oprichten." En waarom? Omdat David in het Woord had gezegd: "Ik zal Mijn Heilige geen verderving doen zien, noch Zijn ziel in de hel achterlaten." En Hij wist dat dat één belofte van God was, dat Hij opgewekt zou worden. En Hij nam dat Woord en ging daarmee de dood in, wetend dat dat Woord moest geschieden.

     Er is geen enkel woord van Gods belofte dat niet zal geschieden. Zei: "Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn Woord zal niet falen." Iedere belofte is perfect. En het was op die ene belofte in de Schrift: "Ik zal Mijn Heilige niet achterlaten om verderving te zien... niet toelaten dat Hij verderving zal zien; evenmin zal Ik Zijn ziel in de hel achterlaten."

85 Nu, Jezus wist dat verderving inzet in het lichaam na tweeënzeventig uur. De neus valt in. Een begrafenisondernemer, als hij hier is, zal dat weten. Nu, bederf begint in het lichaam. En David zei door de Heilige Geest – een man, geïnspireerd, het Woord komend tot deze profeet – zei: "Ik zal niet toelaten dat Mijn Heilige ontbinding ziet." En Hij wist dat voordat er een cel kon bederven, Hij uit het graf zou opstaan.

     Waarom? Hij was het Woord, verschanst door het Woord. En Hij stond op. Hij overwon dood, hel, en het graf; en Hij kwam Zelf terug in de vorm van de Heilige Geest om Zijn leger voor deze laatste dag te verschansen, in deze grote woeste aanval waarbij deze grote intellectuele reuzen opstaan die tegen het Woord in redeneren. Maar: "Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik zal weer terugkomen en met u zijn, in u."

86 Opnieuw zei Hij: "Ik zal de Vader bidden. Hij zal u een andere Trooster zenden, welke de Heilige Geest is. Hij zal voor altijd bij u blijven." Wat is het? Het Woord, Gods geschut in het menselijk wezen, de opstanding manifesterend. Denk eraan. Die grote Overwinnaar, Die elke ziekte overwon, elk bijgeloof overwon, iedere reus overwon, alles overwon wat maar op aarde te overwinnen was, dood, overwon de hel, overwon de dood, overwon het graf, overwon de atmosferen, steeg op naar de hoge, kwam terug in de vorm van de Heilige Geest. En wij zijn meer dan een overwinnaar door Hem Die ons liefheeft. Amen.

87 Wat een leger. Als een machtig leger marcheert de Christensoldaat. Amen. Grote triomf, Hij is in ons. Niet ik, Hij heeft het reeds overwonnen. Ik hoef niets te doen dan Hem te geloven en door te wandelen (jazeker), want Hij is opgestaan. Zijn Geest is in ons, de grote Overwinnaar. De tegenwoordigheid van de opstanding is in ons.

     Wij zijn opgestaan uit de dingen van de wereld, uit ongeloof en geloofsbelijdenissen tot een levende Christus, met elke kracht van de vijand verslagen. Zelfs de dood zelf is verslagen. De hel is verslagen, het graf is verslagen, elke ziekte is verslagen. Amen. Niet ik ben een overwinnaar, Hij overwon. Het is niet wat ik ben; het is wat Hij is. Amen. Waar is Hij? In mij. Ik ben overgegaan van dood in leven.

     Iemand zei: "Billy, je handelt als een dwaas."

     Misschien doe ik dat, maar ik voel me op deze wijze beter. Laat me maar. Zo is het. Hierin heb ik leven; daarbuiten was ik dood. Ik ben vandaag heel wat beter af door te leven. Amen. O, ik houd ervan. Gaat niet voor ons uit; Hij gaat in ons.

88 Hier niet lang geleden brak er een grote brand uit in Jeffersonville. Het Pfau leger, of de compagnie begon af te branden en zij zonden bericht naar de brandweer. En het brandweerkorps van Jeffersonville stond erbij als een jongen met een spuitje; de commandant wandelde er rond met een sigaar zoals een Texas stierkalf zonder horens, liep daar rond en zei: "Spuit hier een beetje water op. Spuit hier een beetje water op, jongens. Kom op, kom op." Zodat iedereen kon zien dat hij de commandant was. "Spuit hier een beetje water op."

     "Wel," zeiden ze, "we moeten een andere afdeling van de brandweer zien te krijgen. Dit is niet voldoende." Stuurden bericht naar Clarksville. Hier kwamen zij: beng, beng, beng. Kwamen daar aan en die commandant stapte uit. Schudde de hand van de andere commandant, elkaar de eer gevend.

89 En hoe kunt u geloof hebben wanneer u elkaar de eer geeft? O my. Een of andere grote man, bisschop, belangrijke kerel, staatsopziener; niets. Wij zijn broeders en zusters in Christus Jezus. Er zijn geen groten onder ons. Het is wat in ons is wat groot is. Het is God, de Heilige Geest in elk van ons die gelooft. Geen grote heilige bisschoppen en heilige vaders; het is de Heilige Geest Die in de mensen is. Ja.

90 Dus toen kwam dit brandweerkorps van Clarksville erbij. "Goedenavond, bisschop." Ja, zoiets dergelijks. Het gebouw brandde helemaal af.

     Na een poosje riepen ze om Louisville. Broeder, toen hadden zij iets. Ik zie het weer voor me hoe die oude haak en ladder er overheen kwamen. En daar waren ze bezig met te zeggen: "Breek dat raam eruit. Spuit wat water daarin."

     Toen dat flink getrainde leger van vechters uit Louisville daar aankwam, draaiden zij die truck daar rond in de straat, broeder. Ze veegden het halve trottoir schoon terwijl zij keerden. Wie stond aan het eind van de ladder? Ze hadden een aangedreven lift die hem omhoog dreef. Wie stond aan het eind van de ladder? De brandweercommandant zelf. Amen. Toen zij... Hij had de spuit in zijn hand en een bijl in de andere hand. Zei: "Laat haar gaan." En ze haalden die hendel over.

91 Wie ging eerst? De brandweercommandant. Toen hij de muur raakte... Hij nam die bijl voordat de ladder tegen de muur stond en sloeg hem door het raam. Zei: "Kom op, jongens." Niet: "Ga door, jongens", "Kom op, jongens." Halleluja. Dat is wat Christus deed. Het Woord kwam, leefde als een mens, overwon dood, hel, graf, en zei nooit: "Ga door." Hij zei: "Kom op. Ik ben met u." Het vuur was erg snel uit.

92 Dat is wat het is: de grote Overwinnaar. Wij hebben geen reusachtig grote intellectuele denominaties nodig. "Ik behoor tot de grootste kerk in de stad." Nonsens. Ik behoor tot de kleinste, maar het is de enige.

     Ik ben in de Branham familie geweest gedurende drieënvijftig jaar; ze vroegen mij nooit om me aan te sluiten bij de familie. Ik werd geboren als een Branham. Zo is het. Dat is de wijze waarop u een kind van God bent. U werd geboren als een kind van God door de nieuwe geboorte. Een Commandant leidt u door iedere strijd, onze grote Commandant leidt ons op de weg naar huis.

93 Toen naties... (Luister nu, bij het sluiten.) Toen naties hier niet lang geleden begonnen te voorzien in helmen ter bescherming van hun leger... Nu, zij wisten dat zij die zouden moeten gebruiken. Zij wisten dat er granaatsplinters zouden rondvliegen, daarom wisten ze dat zij die zouden moeten gebruiken. O, het mag niet zo belangrijk hebben geleken bij de training. Maar broeder, eenmaal op het oorlogsveld heb je hem nodig.

     Wanneer zij soldaten trainen, als er hier een is... Ik denk dat ze een rugzak van vijfenveertig kilo op de rug van een kleine rekruut leggen. Laten hem hiervandaan vertrekken, en het lijkt alsof hij zich bijna dood zweet. Bij de training denkt hij niet dat het nodig is, maar wacht slechts tot de tijd komt. Hij zal alles nodig hebben wat in die rugzak zit. Hij zal blij zijn dat hij het heeft. Jazeker. Hij moet het hebben, en hij zal blij zijn dat ze hem getraind hebben om het te gebruiken.

94 En zo wist God dat er in deze laatste dagen intellectuele reuzen zouden komen, dat alles intellectueel zou worden, met allerlei soorten vijanden met overredingskracht om te proberen aan de gemeente te bewijzen dat de dagen van wonderen voorbij zijn en dit alles. Wat verpakte God in de doop met de Heilige Geest? Spreken met tongen, uitleg van tongen, profetieën, gaven, en allerlei soorten dingen. Ze mogen moeilijk lijken bij de training, maar broeder, op het oorlogsveld zal alles daarvan gebruikt moeten worden. God rust Zijn soldaten precies uit met wat zij nodig hebben. Amen.

     O, zij mogen zeggen: "Leer maar psychologie." Dat werkt niet. Nee. Dat is zo dun als de soep die gemaakt is uit de schaduw van een kip die de hongerdood gestorven is. Dus dat is niet goed. Wij hebben nodig dat er kracht van de Heilige Geest op een man komt, met al de negen geestelijke gaven in hem aanwezig.

     O, u zegt: "Ik houd er niet van mijn bed uit te gaan. Ik houd er niet van om de hele nacht te bidden. Ik houd niet van..." Wel, dan zult u buiten gedood worden op het oorlogsveld.

95 Blijf daar totdat God u toerust met de doop van de Geest. Dan leeft alles wat u nodig heeft in deze wereld of in de toekomende wereld precies in u. De God van alle wijsheid wist hoe Hij Zijn leger moest toerusten. Hij rustte het toe met de doop van de Heilige Geest. Dat is precies wat Hij voor deze laatste dagen zond.

     Hij wist dat wij dat nodig zouden hebben. Hij wist dat mensen zouden redeneren, dit Woord zouden gaan lezen als het hier in drukvorm zou komen, wat er zou gebeuren. En vandaag bemerken wij dat mensen zeggen: "Welnu, waar is die God van de geschiedenis? Waar is die God Die de Rode Zee overstak? Waar is die God Die de zieken genas?" Zij proberen te zeggen: "Het is verleden..."

96 Wat voor goed zal het doen als u uw kanarie vitaminen geeft en zorgt dat hij goede sterke vleugels krijgt en hem dan in een kooi houdt? Dat proberen zij met de mensen te doen: voeden hen met allerlei vitaminen van dit, dat, en het andere, en het eerstvolgende is dat ze hun vertellen dat de dagen van wonderen voorbij zijn. U zit hier opgesloten in een klein ding. Het is een leugen. Christus is Dezelfde gisteren, vandaag, en voor eeuwig. God wist dat de doop van de Heilige Geest nodig was om Zijn tekenen van de laatste dagen te bewijzen. Dat is juist.

     Hij wist, om een doeltreffend getuige te zijn... Zoals onze dierbare vriend... (Ik noem zijn naam niet, omdat het niet netjes is. Dit gaat op de band.) Maar een dierbare vriend, een goede broeder, het soort dat naar Sodom gaat, waar ik u gisteravond over vertelde... Toen hij in India was (u weet over wie ik spreek), die door die Indiase bisschop werd uitgedaagd dat er niet zoiets als Christus was, maar dat het een mensengemaakte religie was. Hij zei: "Ik zal dertig zieke mensen aan deze kant zetten; en u neemt er dertig aan die kant. Ik zal er elke keer een genezen als u er een geneest. En uw Bijbel leert dat het zal genezen."

     En deze bepaalde grote evangelist zei: "De dagen van wonderen zijn voorbij." Hij wilde iets dergelijks niet doen.

97 Ik denk eraan wat Elia eens zei: "Waarom zond u niet..." Als u niet het geloof had om het te doen, er zijn er hier genoeg die het wel hebben. O, broeder, misschien zou ik verslagen zijn geworden, maar ik had nooit die mohammedaan daar laten staan, of die ongelovige, om het Woord van God belachelijk te maken. Als ik een nederlaag had moeten lijden, dan had ik vertrouwend op Gods Woord die nederlaag geleden.

     Zoals de Hebreeën-kinderen zeiden: "Onze God is in staat ons te bevrijden van dit vuur, maar wij zullen hoe dan ook niet buigen voor deze geloofsbelijdenissen." Dat is juist.

     U heeft de Heilige Geest nodig om het daar uit te drukken. Waarom zei hij dat niet toen wij in India waren? Waarom zei hij dat niet toen die blinde man daar voor koning Nehru en voor deze mensen kwam, en in een Methodistenseminarie getuigde dat hij totaal blind was geweest, en genezen werd, en perfect gezond werd gemaakt op het podium? Zij weten wat ze kunnen uitdagen en wat niet. Dat weten ze beslist. Ze denken dat ze een kans krijgen.

98 Satan weet van redenering af, en waar redenering zich ophoudt. Ja. Om een effectief getuige te zijn van Zijn opstanding, Hij wist dat de Heilige Geest daarvoor nodig zou zijn, omdat mensen deze dingen niet kunnen doen. Hij rustte Zijn leger toe met de Heilige Geest om die dingen te doen, om de geheimen van het hart bekend te maken, zoals Hij beloofde. Je kunt dat met geen enkele soort training doen. Je moet dat doen door de doop van de Heilige Geest, de wapenrusting van God. En dit is het avondlicht. Om Hebreeën 13:8 werkelijkheid te maken, is er meer nodig dan een training. Je kunt woorden lezen, en woorden lezen, en woorden lezen, maar dat zal het nooit laten gebeuren totdat je de Heilige Geest daar hebt om dat te manifesteren.

     Dat is het licht; de hele wapenrusting van God aandoen, niet alleen gekleed, verkleden, en zeggen: "Glorie voor God. Ik heb de Heilige Geest." Dan blaast u al de kracht uit de fluit. U doet geen goed. Zet het om in actie; zet het om in geloof; laat het bewegen; laat het iets doen: doe de hele wapenrusting van God aan om uit te gaan en de listen van de duivel te weerstaan.

99 Toen hij zei: "Jezus Christus is een valse religie. Die is al voor lange tijd dood geweest. Er is niet zoals als dit; er is niet zoiets als dat, en de dagen van wonderen zijn voorbij", sta daar met de doop van de Heilige Geest en bewijs dat het de waarheid is. Glorie! Hmm.

     Denkt u dat ik vreemd handel? Misschien doe ik het. Ik verloor mijn wereldse gezindheid, en vond die in Christus. "Laat de gezindheid die in Christus was in u zijn", daar is de doop van de Heilige Geest voor nodig, de hele wapenrusting van God; niet alleen maar handen schudden met de prediker, uw naam in het boek zetten, of een ouweltje nemen en het inslikken en een priester drinkt de wijn op. Dat is het niet. Maar, broeder, sta daar totdat er een ruisende, machtige wind komt, die heel uw wezen vervult, al uw twijfels uit u wegneemt, al uw leerstellingen uit u wegneemt, elk ander ding eruit neemt, en het Woord erin plaatst met de kracht van God erachter om het te ondersteunen. Glorie! Ik voel me werkelijk goed. Amen. God zei het. Het is de Heilige Geest, niet een...

100 Ik heb hier nog genoeg, maar ik ga het niet zeggen. Broeder, de hele wapenrusting van God is de doop van de Heilige Geest met het Woord erachter. En als iemand zegt dat zij de Heilige Geest hebben en één woord hiervan ontkennen, dan is het niet de Heilige Geest. De Heilige Geest schreef deze Bijbel en Hij zei: "Wie er één ding vanaf zal nemen, of er één ding aan toe zal voegen: God zal zijn deel uit het boek des levens wegnemen." De Heilige Geest erkent alleen maar het Woord, omdat dat Zijn Woord is, en Hij kan niet terugkomen op Zijn Woord. Hij moet Zijn Woord houden. Amen.

101 Iemand zegt: "Wij hebben de Heilige Geest, en wij geloven niet in wonderen." Dan bewijst dat dat u het niet heeft. Amen. Iedereen die de kracht van God, een onderscheiding, en profeten, enzovoort, in de laatste dagen gedachtelezen zou noemen, is uit de duivel geboren. Het kan niet van God zijn. Het is tegengesteld. Herkennen niet de Urim en Thummim. Alles wat hierop erkend wordt en de waarheid weerkaatst, is God. Amen.

     O, ik houd van Hem. Hij is hier. Dat oude Woord, er is niets dat geloof brengt zoals het Woord. De hele wapenrusting van God, getrainde soldaten...

102 Jezus zei hier: "De werken die Ik doe, zult gij ook doen." Is dat waar? Hoe maakte Hij Zichzelf bekend als de Messias? Door in staat te zijn de werkelijke gedachten te onderscheiden die in hun verstand waren. Hoe sprak Hij erover in het Nieuwe Testament? "Precies dezelfde werken die Ik doe, zult gij ook doen." In Hebreeën, het vierde hoofdstuk, pakte Hij het opnieuw op. Zei: "Het Woord van God is scherper dan een tweesnijdend zwaard, vaneen scheidend het merg van het been en de gewrichten, enzovoort, en een onderscheider van de gedachten die in het hart zijn." Halleluja.

     Jezus zei: "Zoals het was in de dagen van Lot, zo zal het zijn bij het komen van de Zoon des mensen", toen God Zichzelf bekendmaakte in een man, Zijn rug zo naar een gehoor toekeerde, en Zijn rug naar een vrouw had toegekeerd en haar vertelde waar zij over dacht. Dat is het Woord van God. Het is de waarheid van God.

103 Mensen, u zou mogen denken, omdat we hier deze middag met een kleine vier- of vijfhonderd mensen in het gebouw zitten, dat het te klein is. Onthoud, dat God nooit grote menigten opzoekt. "Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar zal Ik in hun midden zijn." Dat betekent niet... U zegt: "Wel, wij zijn vergaderd in Jezus' Naam." Dat betekent dat u werkelijk in Christus bent. De wereld is dood voor u, en u bent dood voor de wereld; en Christus leeft in u. Hij is hier zonder schaduw van twijfel. Ik zie Hem nu over het gehoor bewegen. Amen. Hij stopt mij. U moet alleen maar geloven.

104 Wat met u, dame? Ik ken u niet die daar zit. U bent nerveus, hebt complicaties, darmklachten. Gelooft u dat God u heeft genezen? Steek uw hand op als u het aanvaardt; vervolg uw weg.

     De dame die daar precies achter haar zit, ja; een zweer. Als u kunt geloven, zal God u genezen. Betwijfel het niet. Geloof het met geheel uw hart en God zal de zweer wegnemen. Gelooft u het? Het is op uw rechterbeen. Geloof met heel uw hart. Als dat juist is, steek uw hand op. Goed. Ik ken de vrouw niet, heb haar nooit in mijn leven gezien. Als wij vreemden zijn, wuif zo met uw hand. Zie?

     Wat is het? Het is Christus, de hele wapenrusting van God. Luister. Het Woord is een zwaard, en er is maar één ding dat de vijand kan bevechten. Dat is de hand van geloof om dat zwaard vast te houden.

105 Hier niet lang geleden zei een man dat hij droomde dat de duivel doorging met "Boe, boe", te roepen. En hij zou terugspringen. En de duivel werd groter en hij werd kleiner. Hij wist dat hij hem vroeg of laat zou moeten bevechten, dus hij greep het Woord. En iedere keer als de duivel "boe" zei, zei hij "boe" terug, en de duivel werd kleiner. Dat is het. De hand van geloof is nodig om het Woord vast te houden. Halleluja.

106 Wat met u? U heeft een familielid die een herseninfarct kreeg. Dat is juist, is het niet? Ja. Gelooft u dat zij gezond zal worden? Heb geloof.

     U zegt: "U keek naar hem." Goed. Daar zijn een man en vrouw die achter mij zitten. De man heeft een probleem met zijn bloed, artritis. Zijn vrouw zit naast hem. Zij heeft schildklierproblemen. Mevrouw en meneer Rader, geloof met heel uw hart en God zal u gezond maken als u het wilt geloven. Doet u dat, meneer? Ik ken hen niet. Als wij vreemden voor elkaar zijn, steek uw hand op. Zie? Daar bent u er. Wat is het? De hele wapenrusting van God. Halleluja.

     "Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief, omdat Hij mij eerst liefhad, en mijn redding kocht..."

107 Dat vond u opmerkelijk, meneer. U wist niet dat u zoveel geloof had. Maar ik stond hier op dat Licht te letten dat rond bewoog. Ik dacht: "Als ik mijn rug toekeer, zullen zij dezelfde Engel zien Die daar toen leefde en neerkwam en Zichzelf manifesteerde en vertelde wat de mensen dachten in de tent. Het zou zeker weten wie u was, en wat er met u aan de hand is." Ik daag iedereen hierbinnen uit om hetzelfde te geloven. Halleluja! De kracht van God, de hele wapenrusting van God, het gehele Woord van God verpakt in u: de grote Overwinnaar.

     O, Hij is de machtige Overwinnaar sinds Hij de voorhang in tweeën scheurde. Dat is niet alleen voor één persoon, maar voor iedereen die wil, die nu achter de voorhang kan komen. Haast u en sta in de Shekina glorie. Amen. Wees een koninklijk priesterschap. Toen zij daar achter gingen, konden zij proeven, waar zij een pot vol van de originele omer hadden... vol met manna dat in het begin viel, hetgeen daar alleen voor het priesterschap was voorbehouden. Dat weten wij. Maar nu is de voorhang gescheurd. Niet alleen het priesterschap, maar ieder van ons kan een koninklijke priester zijn.

108 Kom binnen en proef van het oorspronkelijke manna, het soort dat viel op de dag van Pinksteren, het manna voor de gemeente, de Heilige Geest, de wapenrusting waarmee we verschanst zijn. Niet met intellectuele opleiding, doctorsgraden, maar wij zijn verschanst met de doop van de Heilige Geest, om te bewijzen dat het Woord van God waar is. Glorie! Halleluja. Hij is Dezelfde gisteren, vandaag, en voor eeuwig. Gelooft u dat?

     Laten we voor Hem zingen Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief, omdat Hij mij eerst liefhad. Nu, iedereen.

Ik heb Hem lief (Heeft u dat? Steek uw hand op.), ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst liefhad,
En mijn redding kocht,
Op Golgotha's...

     Bent u niet blij? Bent u niet blij? Geef ons Voorwaarts Christenstrijders, broeder, in een mars, vier, vier, als u wilt. Goed. O my. O.

... marcherend als naar de oorlog,
Met het kruis van (Laten wij nu opstaan.) Jezus
Voor ons uitgaand;

Christus, de koninklijke Meester,
O, leidt ons tegen de vijand; (Wat hebben we gekregen? De wapenrusting.)
Voorwaarts in de strijd,
Zie zijn banieren wapperen!

Voorwaarts Christenstrijders!
Marcherend als naar de oorlog,
Met het kruis van Jezus
Voor ons uitgaand.

109 U bent toch niet beschaamd voor Hem? Paulus zei: "Ik schaam mij het Evangelie van Jezus Christus niet, want het is een kracht Gods tot zaligheid." Laten we nu onze handen opsteken en "Halleluja" zeggen, echt luid, nu. Kom op. Halleluja. Halleluja. Halleluja. Prijs onze God. Prijs onze God.

... leger
Beweegt de kerk van God;
Broeders, wij treden
Waar de heiligen hebben gelopen;

O, wij zijn niet verdeeld,
én lichaam zijn wij;
én in hoop en in leer,
Eén in liefdedienst. (Laat iedereen het nu zingen.)

Voorwaarts Christenstrijders!
Marcherend als naar de oorlog,
O, met het kruis van Jezus
Voor ons uitgaand.

110 Wilt u zich bij ons aansluiten? De enige manier waarop u zich kunt aansluiten, is door geboren te worden. Nu, het grote altaar van God hier is open. Er is plaats bij de bron. Iedereen hierbinnen die zich deze middag graag zou willen aansluiten bij deze ranken, die elke geloofsbelijdenis die tegengesteld is aan de Bijbel, iedere gedachte die tegengesteld is aan de Bijbel, elke leer die tegengesteld is aan de Bijbel, wil afleggen, en met geloof hierheen wil wandelen en zeggen: "Ik neem Jezus Christus aan op basis van Zijn gestorte bloed en Zijn Woord"... ik vertel u dat er precies hier iets met u zal gebeuren. En u zult verschanst worden met de kracht van de Heilige Geest.

111 Niemand heeft het recht om er aanspraak op te maken een prediker te zijn, totdat hij deze heilige gronden gevonden heeft. Mozes was zo intellectueel als hij maar kon zijn. Hij had de kracht van de kennis van het Woord. Hij kende zijn positie; hij wist dat hij een profeet was, alles. Maar totdat hij daar achterin God ontmoette op die heilige grond... Geen intellectueel kon het ooit uit hem wegpraten. Hij was daar toen het gebeurde.

     Niemand heeft een recht om op God aanspraak te maken, totdat u bent gekomen op die heilige grond, waar geen enkele intellectuele reus ooit kan bij komen. U was daar toen het gebeurde. O, glorie. Wilt u zich bij ons aansluiten terwijl wij dit nog een keer zingen? Kom rondom het altaar. Wij zouden blij zijn om voor u te bidden voordat wij de gebedsrij beginnen. Goed, broeder, opnieuw Voorwaarts, Christenstrijders. Kom nu, sluit u aan. De laatste oproep. Als u wilt komen, kom nu.

Voorwaarts, Christenstrijders!
Marcherend... (Als u niet versterkt bent door de Geest en het Woord...) ... Jezus
Voor ons uitgaand;

Christus, de koninklijke Meester (grote Overwinnaar)
Leidt ons tegen (ongeloof) de vijand (redenering);
Voorwaarts in de strijd,
Zie zijn banieren wapperen!

Voorwaarts, Christenstrijders!
Marcherend tot de oorlog,
Met het kruis van Jezus
Voor ons uitgaand.

112 Hoevelen hier zijn reeds in dat leger, zijn reeds gevuld met de Heilige Geest, geloven elk woord van God en weten dat het de waarheid is?

     Onze hemelse Vader, ik weet niet wanneer ik ooit weer kan terugkomen naar deze kust om deze mensen te zien. Ik hoop zo spoedig mogelijk. Maar, hemelse Vader, ik dank U voor dit geweldige getuigenis, avond na avond, wonder na wonder van de ongekende en ongeziene God Die onder de mensen werkt met onbekende dingen waar zij niets vanaf weten, om te zien hoe Hij Zichzelf manifesteert en Zijn Wezen hier bekendmaakt, bewijzend dat Hij niet dood is maar uit het graf is opgestaan.

     Ik bid, hemelse Vader, dat U deze mensen al de strijdkracht van de Heilige Geest wilt geven, opdat zij in de laatste dagen in staat mogen zijn om getuigen te zijn langs heel deze kust. Want waarlijk, Here, iedereen die bij zijn goede verstand is, weet dat wij in de eindtijd zijn. Elke Bijbellezer weet het. De wereld weet het. Wetenschappers zeggen dat het voor ons drie minuten voor middernacht is; het beslissende uur is hier.

113 En U heeft dat beloofd, wat in deze dag zou plaatsvinden. Wij lezen in het boek Openbaring over dit Laodicea-gemeentetijdperk dat de intellectuele reuzen binnenkwamen en Christus regelrecht uit Zijn kerk wegduwden, en dat Hij op de deur van Zijn eigen huis stond te kloppen, proberend weer binnen te komen. O God, niet een ander... in geen ander tijdperk was het ooit op zo'n wijze. Maar het is in dit tijdperk, deze intellectuele eeuw.

     Maar U heeft Uw soldaten geharnast, Here, met de beukelaar, het schild, de helm, het Woord, en wij staan vanmiddag als een groep in de minderheid. Maar, o God, slijp ons; maak ons; scheer ons af; neem het ongeloof en de dingen van de wereld van ons weg, zodat, wanneer de Christus komt, Hij volkomen in Zijn gemeente zal passen, in hun programma, want het zal het programma van de Heilige Geest zijn: geleid, en bewogen, met handelingen van de Heilige Geest wanneer Christus komt. Sta het toe, Vader. In Jezus' Naam bid ik. Amen

114 U mag een ogenblik gaan zitten. Ik ga nu iedereen vragen die een gebedskaart heeft... Gewoonlijk, als een evangelist in de stad komt, ontdekken zij... Ze zeggen: "Wel, alleen de prediker... Wacht op broeder Branham, broeder Roberts, of op iemand." Dat is niet nodig. Deze mannen zijn ook nodig. Ik ga hun vragen om mij te helpen bidden voor de zieken deze middag. U zult ook iets zien gebeuren. Juist.

     Goed. Hoevelen hebben gebedskaarten? Steek uw hand op. Goed, ik wil dat u precies hier de gebedsrij opstelt, precies hier in dit gangpad, en loopt u dan hierlangs, iedereen met gebedskaarten.

     [Broeder Branham spreekt met iemand – Vert] Doe het nadat we beginnen. Nee, ik zal degenen met de gebedskaarten nu eerst nemen.

     Nu, stel de gebedsrij hier op. Ik wil dat mijn broeders hier bij mij komen. Gaat u allen bidden voor ...?...

115 De Bijbel zei... Jezus zei... En hemelen en aarde zullen voorbijgaan, maar Zijn Woord kan niet falen. Nu, luister aandachtig, vrienden. Als u dit niet gelooft, loopt u alleen maar tevergeefs in die rij. Ik wil u iets vragen. Van de vele, vele dingen die de Heilige Geest deze week over de gemeente heeft uitgeroepen, is Hij ergens in één ervan fout geweest? Heeft iemand het ooit in andere samenkomsten gezien dat het verkeerd was? Is het niet altijd juist geweest? Als het zo is, steek uw hand op. Altijd juist. Zie? Goed. Dan is diezelfde Heilige Geest precies hier.

     Die kleine vrouw die hier daarnet zat, hier ergens beneden, had genoeg geloof voor zichzelf en voor haar man. Ik kan het me niet herinneren, het lijkt op de een of andere manier op een droom voor mij. Goed. Als u geloof hebt voor enigen van uw geliefden, bid voor hen terwijl zij in deze rij staan.

     Nu zullen we eerst voor dezen gaan bidden. Wij beloofden dat. En nu, als u door deze rij heen komt, er staan hier mannen met dezelfde autoriteit als ieder ander om voor de zieken te bidden.

116 Nu, luister. Ik wil dat u allen deze Schrift met mij citeert. Jezus zei dit in de laatste opdracht die Hij aan Zijn gemeente gaf, nadat Hij aan de elven verschenen was, en hen berispt had over de hardheid van hun hart en hun ongeloof, omdat zij hen niet geloofden die Hem na Zijn opstanding hadden gezien.

     Hij zei tot hen: "Gaat gij heen in de gehele wereld..." (Nu, herinner u, dat Hij nu wordt opgenomen.) "Gaat gij heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan elk schepsel. Wie gelooft en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; wie niet gelooft, zal verdoemd worden." Dat is zover als velen het lezen. En, en is een voegwoord dat een zin met elkaar verbindt. "En deze tekenen zullen hen volgen die geloven..."

     U bent onderwezen om handen te schudden, uw naam in een boek te zetten. Jezus zei het anders. Hij zei: "Deze tekenen zullen hen volgen die geloven; in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; zij zullen met nieuwe tongen spreken; als zij slangen opnemen of iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; en als zij hun handen op de zieken leggen, zullen zij gezond worden."

     Dat is de laatste opdracht die Jezus gaf, en hier is de vraag die Hij stelde: "Zal ik nog geloof vinden als Ik terugkom?" Nu, Hij zei nooit: "Zal Ik gerechtigheid vinden? Zal ik een kerk vinden? Zal ik mensen vinden?" Hij zei: "Zal Ik geloof vinden?" Dat is de vraag.

117 Nu, tot u die in deze gebedsrij komt, deze oudsten en mensen die hier staan zijn Christenen die gevuld zijn met de Heilige Geest, zij zullen met mij handen gaan leggen op iedere persoon die hier voorbijkomt. En u weet dat u genezen zult worden. Ga dan hier meteen vandaan en zeg: "Het is in orde, ik zal genezen worden. Dat maakt het vast."

     Nu, als deze rij voorbij is, dan zullen wij vak na vak gaan oproepen, totdat voor iedereen is gebeden die voor zich wil laten bidden. Ik beloofde dat.

118 Hoevelen daarginds willen bidden voor deze gebedsrij? Steek uw handen op. Goed. Broeder, aan het orgel, geef ons nu dat lied Geloven alleen, en laten we nu bidden. Iedereen, en broeder en zuster, blijf staan waar u bent. Laat niemand langskomen zonder handen op hen te leggen.

     Laat nu iemand hier komen die de mensen op het podium kan helpen, en iemand die hen eraf kan helpen. Kom hier, broeder Fred, als u wilt. Broeder Fred Sothmann daar, een van mijn beheerders, kom hier en help de mensen van het podium af als zij eraan komen. Ga precies hier staan. En laat iemand hier komen om daar te helpen. Of hebben zij... Ja, zij hebben daar een zaalwachter. Fijn. Goed, laten wij nu onze hoofden buigen.

119 Onze hemelse Vader, wij zijn hier om U te helpen. En wij zijn ons ervan bewust, als wij Uw kinderen bedienen, dat U gezegd heeft: "In hoeverre gij aan de minste van dezen die in Mij geloven, hebt gedaan, hebt gij aan Mij gedaan." Nu, hier zijn moeders, vaders, geliefden, kinderen, die hier in deze gebedsrij staan, kleine baby's. En wij bidden, hemelse Vader, zoals wij op onze nederige wijze, met alles wat we maar weten te doen voor de mensen het Woord hebben gepredikt, het aan hen hebben uitgelegd. Dan zien wij U neerkomen en de gedachten van de mensen onderscheiden, bewijzend dat U hier bent. Dat maakt U de grote Vuurkolom, de grote Christus van God, Dezelfde gisteren, vandaag en voor eeuwig.

     Dan staan hier deze gezalfde mensen met Uw Geest om handen op de zieken te leggen. God, ik bid dat er geen enkele ongelovige onder hen zal zijn, en dat iedereen hier gelukkig vandaan mag gaan, zich verblijdend, en mag zien dat de kwalen en aanvechtingen van hun lichaam verdwijnen. Sta het toe, Vader. Wij dragen hen aan U op, in Jezus' Naam. Amen.

120 Nu, ik wil een zangleider die liederen kan leiden. Kom hier, Roy. Ik wil nu dat iedereen zijn hoofd gebogen houdt, in gebed, en dat u met uw hart zingt Geloven alleen. Alles is mogelijk, terwijl broeder Borders het zingen leidt. Laat nu iedereen beginnen te bidden, terwijl wij bidden.

Geloven alleen (iedereen zingt nu).
Geloven alleen,

     [Broeder Branham bidt voor de mensen. Leeg gedeelte op de band – Vert]

121 Is er nu voor iedereen gebeden? Is Hij niet wonderbaar? Ik bemerkte, terwijl men door de rijen kwam... Nu, onthoud slechts, er zijn hier mensen die in andere samenkomsten zijn geweest die zouden kunnen getuigen, die kortgeleden door een rij kwamen voor gebed. En we zouden dit ding hier kunnen volstapelen met brieven met getuigenissen, getekende doktersverklaringen: kanker, beroertes, polio, alles genezen. Ziet u, u moet slechts geankerd zijn en er een houvast op nemen. Verlaat het niet; blijf er precies bij. Nu, onthoud, na een poosje begint u te bemerken...

122 Pas geleden hadden we een samenkomst en daar was een dame door de rij gekomen, en zij was een... Ik vertelde haar wat haar moeite was. Zij had een maagkwaal, een maagzweer. En het vertelde haar: "ZO SPREEKT DE HERE, u bent genezen." En ik zei het, en vertelde haar naar huis te gaan en te eten.

     En toen kwam er een andere dame langs en zij had een gezwel aan haar nek (o, ik geloof twee en een halve centimeter lang, of zoiets), en vertelde haar hetzelfde: zij zou gezond worden. En zij waren buren.

     En de dame met de maagzweer ging weg. Zij probeerde te eten, maar ze kon gewoon niet eten. En ze zou proberen wat voedsel te nemen, en ze moest overgeven. En uiteindelijk ging het twee of drie weken zo door, en zij was... Het scheen haar toe dat het niet geholpen had. En toen we drie of vier weken later in een ander deel van het land waren...

123 En op een morgen stond zij op omdat haar kinderen naar school gingen. En elke keer als zij iets nam, zou het branden en pijn doen en ze moest gewoon overgeven. En uiteindelijk zei haar man: "Lieverd, ik denk dat je een smaad op de zaak van Christus brengt."

     Nu, je kunt dat niet doen als je belijdt. Belijden betekent 'hetzelfde zeggen'. Belijdenis... Als u naar een advocaat gaat om een belijdenis af te leggen, zegt u hetzelfde. En u zegt: "Door Zijn striemen ben ik genezen." Dat is wat Hij zei. En u belijdt dat Hij het heeft gedaan. En zij bleef doorgaan.

124 Dus stond zij daar op een morgen al huilend de vaat te doen. En zij... Plotseling voelde zij een klein eigenaardig gevoel, zei ze, over haar komen, en haar maag begon koel aan te voelen. Wel, ze lette er niet op. Ze ging gewoon door met vaatwassen. Ze werd werkelijk hongerig. (De vrouw kan hier misschien zitten, voor zover ik weet.) En ze zei dat de kinderen wat havermout op hun bord hadden achtergelaten, weet u, gekookte geplette havermout. En gewoonlijk brandde dat in haar, met die maagzweer. Toen nam zij een of twee lepels en ze had er geen last van.

     En toen, na een poosje, at ze een stuk toast. Ze had er geen last van. Dus toen bakte zij een paar eieren voor zichzelf, nam een kop koffie, en had gewoonweg een gastronomisch feest. Zij ging gewoon door met eten en het veroorzaakte geen moeite. En zij wachtte ongeveer twee of drie uur, niets geen last... geen last.

125 Zij rende naar haar buurvrouw om het te vertellen en haar buurvrouw was aan het schreeuwen. Zij dacht dat er iets gebeurd was. En hier stond zij de lakens van het bed uit te schudden. Zij was net opgestaan. Het gezwel was weg. Ze konden het niet vinden. Ze was bezig de lakens uit te schudden om te proberen het te vinden. En zij kwamen beiden naar de samenkomst om hun getuigenis te geven voor ongeveer vijfduizend mensen. Wat gebeurde er? De Engel van de Here... Zie?

     Nu, bedenk, Daniël bad en het duurde eenentwintig dagen voordat de Engel bij hem kon komen. Hoevelen weten dat? Wat als zij het had opgegeven terwijl de Engel van de Here die zegen uitsprak? Dan zou Satan precies zijn binnengekomen. Maar zij bleef eraan vasthouden.

     En Hij ging die morgen door de buurt. Hij weet waar u woont, alles over u. Hij kent u hier. Hij weet waar u bent. Als Hij u de zegen geeft, zal Hij het bevestigen, als u er slechts bij zult blijven. Hij ging door de buurt en genas deze twee vrouwen, ging weer ergens anders heen. Hij is God. Is Hij niet wonderbaar, zo wonderbaar.

126 Nu, ik denk dat dat ons laat... Ik denk dat het fijn zou zijn als wij zouden... als ik u een vraag zou kunnen stellen. Ik bad voor u. Spoedig zal ik op de zendingsvelden zijn daar in Afrika en India, waar toverdokters en duivels en van alles... Wilt u voor mij bidden? Zou u voor mij willen bidden? Dank u, totdat we elkaar ontmoeten.

Totdat we elkaar ontmoeten! Totdat we elkaar ontmoeten!
Ontmoeten aan Jezus' voeten;
Totdat we elkaar ontmoeten! Totdat we elkaar ontmoeten!
God zal met u zijn totdat wij elkaar ontmoeten...

127 Wilt u nu voor mij bidden? Wilt u dat doen? Nu, laten we nu allen onze ogen sluiten, onze handen opheffen en het zingen. Organist, geef ons de toon aan. Ik begon een beetje te laag. Geef ons de toon van Totdat wij elkaar ontmoeten. En nu, totdat we elkaar ontmoeten... En als wij elkaar niet meer ontmoeten totdat ik de rivier oversteek, onthoud dat ik u de waarheid heb verteld. Ik zal daar met hetzelfde getuigenis zijn. Ik vertrouw dat als ik u nooit meer aan deze kant van het land ontmoet, ik u daar zal zien. Maar hopend dat ik u hier weer spoedig zal zien – totdat wij elkaar ontmoeten – zij God met u. Goed, nu allen tezamen.

Totdat wij elkaar ontmoeten! Totdat wij elkaar ontmoeten!

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)