God verborgen en geopenbaard in eenvoud

Door William Marrion Branham

1 Dank u, broeder Neville. God zegene u. Goedemorgen, vrienden. Ik beschouw het zeker als een van de hoogtepunten van mijn leven, dat ik weer in de Tabernakel kan zijn deze morgen om zijn prachtige constructie te zien en de orde van de kinderen Gods die vandaag in Zijn huis vergaderd zijn.

2 Ik was zo verbaasd toen ik hier gisteren kwam en zag hoe het gebouw er uitzag. Ik had nooit kunnen dromen dat het op deze manier zou zijn. Toen ik de blauwdrukken zag, en toen ze die hadden getekend, zag ik alleen dat er een klein kamertje aan de zijkant bijgekomen was, maar nu ontdek ik dat het een prachtig gebouw is. Wij zijn de Almachtige God dankbaar voor deze prachtige plek. En we zijn...

     Ik breng u deze morgen de groeten van mijn vrouw en kinderen, die er naar verlangen om hier ook te zijn, nu deze inwijdingsdienst plaatsvindt en we deze week van toewijding aan Christus hebben. Maar de kinderen zijn naar school en het is moeilijk om weg te komen. Zij zijn hun heimwee naar het huis al zo'n beetje kwijt, maar wij zullen nooit dat gevoelen voor u mensen kwijtraken; zo leef je niet.

3 Je kunt vrienden hebben, en ik waardeer vrienden, overal, maar er is iets met oude vrienden. Het geeft niet of je nu nieuwe vrienden maakt, het zijn nog steeds niet die oude. Het geeft niet waar ik heen zwerf, deze plaats zal altijd geheiligd zijn. Het is ongeveer dertig jaar geleden in een modderige vijverbedding, dat ik dit stuk grond aan Jezus Christus toewijdde, toen het niets anders was dan een modderige vijver. Dit was niet meer dan een vijver. Dat is ook de reden dat de straat hier uit de rechte lijn loopt; de weg moest er omheen vanwege de vijver die hier vroeger was.

4 Waar wij nu zitten, groeiden waterlelies. Weet u, zo'n lelie is een erg vreemde bloem. Hoewel ze wordt geboren in de modder, moet ze zich eerst een weg door die modder banen en dan nog door water en slib om, als ze zich omhoog heeft gewerkt naar boven, haar schoonheid te tonen. Ik geloof deze morgen dat dat erg veel lijkt op wat hier gebeurd is. Dat sinds die eerste tijd een kleine waterlelie zich naar boven heeft gedrongen. En toen ze boven het water uitkwam, spreidde ze de vleugels van haar kleine kroonblaadjes uit en weerspiegelde de Lelie der Valleien...

5 Moge dit gebouw lang standhouden. Moge het een huis zijn dat volledig is toegewijd aan God. De oorspronkelijke Tabernakel werd ingewijd in 1933. Ik denk dat het erg goed zou zijn om deze morgen opnieuw een kleine toewijdingsdienst te houden, speciaal voor de mensen die door hun liefde en toewijding aan Christus dit alles mogelijk hebben gemaakt.

6 Zeker wil ik ieder van u danken voor uw gaven en al het andere wat u hebt gedaan om deze kerk aan Christus toe te kunnen wijden. Ik heb er buitengewoon veel waardering voor. Ook dank ik de gemeente, mede uit naam van onze goede broeders hier van de gemeente, voor allen die hun diensten hieraan gegeven hebben: onze geliefde broeder Banks Wood, broeder Roy Roberson, onze trouwe broeder en ook de vele anderen die met onzelfzuchtigheid en oprechtheid van hart maanden hebben gegeven voor het bouwen van deze zaal, om haar te maken op de wijze dat het nu is geworden, die hier bleven om toe te zien dat alles goed werd gebouwd.

7 Toen ik net naar binnen kwam wandelen, zag ik deze preekstoel. Naar zo'n soort preekstoel heb ik mijn hele leven al verlangd. Broeder Wood wist wat ik graag had. Hij heeft nooit gezegd dat hij er een zou maken, maar hij heeft het wel gedaan. En ik heb het gebouw goed bekeken en hoe het werd geconstrueerd – het is gewoon subliem.

     Er zijn geen woorden om mijn gevoelens uit te drukken. Ik zie er geen kans toe, ziet u, maar God begrijpt het. En moge een ieder van u worden beloond voor uw bijdragen, voor alles wat u hebt gedaan om deze plaats te maken tot wat het is: een huis des Heren.

8 En dan zou ik graag nog dit willen zeggen: het gebouw is prachtig, zowel van binnen als van buiten. Mijn zwager, Junior Weber, heeft het metselwerk gedaan. Ik kan me niet voorstellen hoe het nog beter had gekund; het is een perfect stuk werk.

9 Er is hier ook een broeder – ik heb de man nooit ontmoet – die het geluidssysteem aanlegde. Je merkt zelfs in een laag gebouw zoals dit geen nagalm, een goede akoestiek. Ze zitten hier in het plafond, op verschillende wijzen. Het geeft niet waar ik sta te spreken, het maakt niet uit. Bovendien zijn in alle kamers luidsprekers ingebouwd. U kunt het op elke mogelijke manier regelen als u wilt meeluisteren. Ik geloof dat het de hand van de Almachtige God was die deze dingen deed.

10 Nu, onze Here heeft ons zo'n gebouw gegeven, waarin we Hem kunnen aanbidden. Een goede dertig jaar geleden begonnen we op een vloer van aarde en zaagsel, en zaten hier bij oude kolenkachels. Een van de aannemers, broeder Wood en ook broeder Roberson, vertelde mij, dat er van die pilaren waren, die – omdat deze oude kachels gewoonlijk tussen deze spanribben stonden, die er dwars overheen liepen – in brand waren geraakt en misschien wel zestig tot negentig centimeter waren ingebrand. Dat het gebouw niet afbrandde, was alleen omdat God het bewaarde. En waarom het – hoewel het was ingebrand en het hele gewicht van de Tabernakel erop rustte – niet instortte? Het was alleen de hand van God. Nu wordt het ondersteund met stalen balken en is het stevig op de ondergrond opgebouwd.

11 Nu geloof ik dat het onze plicht is om hem van binnen goed te maken door de genade van God en God dankbaar te zijn. Dat dit niet slechts een mooi gebouw zal zijn waar we naar toe zullen komen, maar moge ieder die binnenkomt de wonderbare karaktertrekken van Jezus Christus zien in elk persoon die hier komt.

12 Moge het een aan onze God toegewijde plaats zijn en een toegewijd volk. Want ongeacht hoe mooi het bouwsel is (wat we zeker waarderen), de schoonheid van een kerk is het karakter van de mensen. Ik vertrouw dat het altijd een huis Gods zal zijn met die soort schoonheid.

13 Tijdens de oorspronkelijke inwijdingsdienst, toen de hoeksteen daar gelegd werd, kwam er een visioen; het is opgeschreven en bevindt zich in de hoeksteen die ik legde op de morgen toen ik de kapel inwijdde.

14 Misschien hebt u zich erover verwonderd, vijf minuten geleden, waarom het zo lang duurde voordat ik kwam. Wel, mijn eerste plicht, toen ik naar de nieuwe kerk kwam, was om een jonge man en vrouw te trouwen daar in het kantoor. Moge het er een beeld van zijn dat ik een getrouw prediker van Christus zal zijn, die een bruid gereed zal maken voor de plechtigheden van die dag.

15 Laten we de inwijding zo doen, zoals we het vroeger deden. Toen wij de eerste keer de kerk inwijdden, was ik nog maar een jonge man; ik was misschien eenentwintig of tweeëntwintig jaar oud toen we de hoeksteen legden. Het was zelfs nog vóór ik was getrouwd. Ik heb altijd een plaats willen zien die correct in orde was voor God en waar Zijn volk Hem kan aanbidden. En dat kunnen we alleen door een toegewijd leven, niet door een mooi gebouw. Dat is de enige wijze waarop wij het kunnen doen.

     Nu, voor we met een inwijdings-gebed tot God gaan, lezen we enige Schriftgedeelten, waarna we de gemeente opnieuw aan God opdragen. Daarna heb ik een Evangelie-boodschap deze morgen om de basis te leggen voor de komende boodschap.

16 Vanavond wil ik het vijfde hoofdstuk van Openbaring nemen. Het is de overgang van de zeven gemeente-tijdperken naar de zeven zegels. Daarna, maandagavond, zullen we spreken over de ruiter op het witte paard; dinsdagavond over die op het zwarte paard en zo verder over de vier ruiters. En dan als het zesde zegel geopend is, zondagmorgen, aanstaande zondagmorgen, zullen we, zo de Here wil (we zullen dat later zien en nog afkondigen), misschien de komende zondag een gebedsdienst houden voor de zieken die in het gebouw zijn. Zondagavond zullen we dan afsluiten met... Moge de Here ons helpen om het zevende zegel te openen, waarover we slechts een kort vers hebben; waar alleen staat, dat er een stilte in de hemel was, een half uur lang – die stilte.

17 Nu, ik weet niet wat deze zegels betekenen. Ik ben met mijn kennis waarschijnlijk evenzeer aan het einde gekomen hierover als waarschijnlijk sommigen van u deze morgen. We hebben kerkelijke ideeën die mensen ons hebben aangeboden, maar die het nooit zullen raken. Zoals u zult zien, moet het door inspiratie komen. Het moet God zelf zijn, Hij is de Enige die het kan doen, het Lam. En vanavond hebben we het over dat Boek der Verlossing.

18 De reden dat ik geen gebedssamenkomsten heb aangekondigd voor de zieken enzovoorts is, omdat ik bij enige vrienden verblijf, waar ik elke minuut van mijn tijd gebruik om te studeren en te bidden. U weet van het visioen dat ik kreeg, net voordat ik wegging naar het westen, van die zeven engelen die kwamen aanvliegen; dat zult u spoedig beter begrijpen.

     Wat het gebouw betreft, geloof ik dat wij behoren te weten hoe we ons moeten gedragen als we erin zijn; als het gebouw ingewijd is. We zullen het over enige ogenblikken opdragen aan de aanbidding van God. We behoren het dan zo te houden.

19 Wij behoren nooit te kopen of te verkopen in het gebouw. Nooit behoren er zaken te worden gedaan in deze gehoorzaal. Dat moet nooit hierbinnen gebeuren. Bijvoorbeeld dat u zou toestaan dat predikers binnenkomen en hier boeken en andere dingen verkopen. Het geeft niet wat het is; er zijn andere plaatsen waar dat gedaan kan worden. We behoren niet te kopen en te verkopen in het huis des Heren. Het moet een plaats van aanbidding zijn, heilig en toegewijd voor dat doel. Hij heeft ons een fijn gebouw gegeven. Laten we het toewijden aan Hem en tegelijk ook onszelf daarbij aan Hem toewijden.

20 En het mag misschien een beetje hard klinken, maar dit is geen plaats om visites af te leggen; het is een plaats van aanbidding. We behoren hierbinnen zelfs geen woord met elkaar te fluisteren, tenzij het absoluut nodig is, afgezien van de aanbidding. We behoren er nooit in groepjes te gaan staan; ook behoren we nooit door het gebouw te rennen of onze kinderen door het gebouw te laten rennen.

     We hebben dit zo gedaan, omdat we niet lang geleden voelden dat we dit moesten doen. We hebben het kunnen bouwen op een wijze dat we overal rekening mee konden houden. Nu, we hebben het hier zo opgezet... Natuurlijk, er komen veel vreemden, maar de mensen van de Tabernakel weten dat het gebouw zal zijn toegewijd aan de dienst van de Almachtige.

21 Laten wij daarom onszelf toewijden, laten wij ons deze dingen herinneren wanneer wij dit heiligdom binnengaan. Spreek niet tegen elkaar maar aanbid God. Als we elkaar willen bezoeken, dan zijn er plaatsen genoeg waar wij elkaar kunnen ontmoeten, maar laat het nooit een heen en weer geloop zijn, zodat je jezelf niet meer kunt horen denken. Als er dan anderen binnenkomen, weten ze gewoon niet wat ze moeten, ziet u? Er is zoveel rumoer en dergelijke; het is gewoon menselijk...

22 Ik heb het in andere gemeenten gezien, en het kwetste mijn gevoelens zeer, omdat wij niet in het heiligdom van de Here komen om elkáár te ontmoeten, maar wij komen hier om God te aanbidden en dan naar onze huizen te gaan. Dit heiligdom is aan de aanbidding gewijd. Blijf buiten staan en bepraat alles wat u maar wilt, zo lang het maar goed en heilig is, of ga met elkaar naar huis of bezoek elkaar ergens anders. Maar wanneer u die deur binnenkomt, wees dan stil.

23 U komt hier om tot Hem te spreken, en om Hem terug te laten spreken tot u. De moeilijkheid is vaak, dat wij teveel spreken en te weinig luisteren. Wanneer wij hier binnenkomen, willen we op Hem wachten.

24 Er is misschien niemand aanwezig deze morgen, die erbij was toen de oude Tabernakel werd ingewijd. Majoor Ulrich bespeelde het instrument en ik stond hier achter drie kruisen om de zaal in te wijden. Ik stond niemand toe... De orde-bewaarders stonden bij de deur om erop toe te zien dat niemand praatte. Wanneer je buiten klaar was met praten, dan kwam je binnen. Als je dat wilde, kon je zachtjes naar voren komen om daar stil te bidden. Dan ging je terug naar je plaats en opende je Bijbel. Wat je buurman deed, was zijn zaak. Je had niets te zeggen. Als je met hem wilde praten, zei je: "Ik zal hem buiten wel ontmoeten. Ik ben hier om de Here te aanbidden." Je las Zijn Woord of bleef stil zitten.

25 Dan was er ook muziek. Ik weet niet of zuster Gertie hier is deze morgen of niet, zuster Gibbs. Die oude piano stond geloof ik daar achter in de hoek, naar het beste wat ik me kan herinneren. Dan speelde ze zachtjes: "Daar bij het kruis waar mijn Redder stierf"; de een of andere heel lieflijke zachte muziek, totdat de tijd kwam dat de dienst begon. Dan stond de zangleider op en zong een paar liederen met de gemeente. En als er dan een bijzondere solo was, dan werd die gezongen, maar nooit gewoon maar een hoop gedoe.

26 Dan, als ik hoorde dat de muziek bleef spelen, wist ik dat het mijn tijd was om te komen. Wanneer een prediker een samenkomst binnenkomt van mensen die in gebed zijn, en de zalving van de Geest is er, dan moet je van de hemel horen. Dat is gewoon alles. Dan is er geen manier om het nog weg te houden. Maar als u binnenkomt in een verwarring, dan bent u zelf ook in de war en de Heilige Geest is bedroefd.

     En dat willen we niet, o nee. Wij willen hier komen om te aanbidden. We hebben lieflijke huizen waar ik straks nog over wil spreken, waar we onze vrienden kunnen bezoeken en hen mee heen kunnen nemen. Maar dit is het huis van de Here.

27 Nu, er zijn ook kleine kinderen – kleine baby's. Nu, zij weten nog niet beter. De enige manier waarop zij kunnen krijgen wat zij willen, is: er om te gaan huilen. Soms is het een beetje water, soms is het dat zij wat aandacht nodig hebben. Daarom hebben we door de genade van God een kamer voor hen gereserveerd – hij werd in de verklaring als de "huilkamer" aangeduid; daar recht tegenover mij. Het is, anders gezegd, de kamer waar de moeders eventueel hun baby's mee heen kunnen nemen.

     Nu, ze hebben mij hier op de preekstoel misschien dan nooit gestoord; misschien merk ik het zelfs helemaal niet als de zalving op mij is, maar er zijn anderen die daar in de buurt zitten, die het wel stoort, en zij komen hier om de dienst te horen...

28 Dus moeders, als uw kleine baby's beginnen te huilen, dan kunt u het niet helpen. Zeker behoorde u ze hier mee naar toe te brengen. Een echte moeder wil haar baby mee naar de gemeente nemen, en dat behoort zij ook te doen. Wij hebben daar een kamer voor u, waar u elke hoek van de zaal kunt zien, en er is een luidspreker die u harder en zachter kunt stellen, hoe u het maar wilt. Ook is er een klein toilet achterin, een wasbak en alles wat gemakkelijk is voor de moeders. Er zijn stoelen en dat soort dingen, zodat u kunt gaan zitten en gelegenheid hebt om uw baby te verschonen als dat nodig is. Het is allemaal voor elkaar.

29 Vaak gebeurt het dat teenagers en soms ook volwassenen zich misdragen. U weet dat jonge mensen briefjes gaan doorgeven of gekheid maken in de kerk. Wel, u bent oud genoeg om beter te weten. U zou beter moeten weten. Zo behoorde u hier niet te komen. Als u verwacht eens een echte man te zijn, die een gezin opvoedt voor het Koninkrijk Gods, begin er dan meteen in het begin mee: handel juist en doe wat recht is. En nu, natuurlijk...

30 Deurwachters staan verspreid in het gebouw en als er iets aan de hand is, dan is het hun opdracht (de oudsten zitten hier vooraan) om als iemand zich misdraagt, hem te vragen zich rustig te houden.

31 Als hij zoveel respect niet kan opbrengen, dan zou het beter zijn dat iemand anders op zijn plaats kon zitten! Er zijn anderen die het graag zouden willen horen. Iemand anders is ook gekomen om te horen. En dat is ook waarom wij hier zijn, om te horen naar het Woord van de Here. Iedereen die wil luisteren, zou willen dat het zo rustig mogelijk is, dat iedereen zo stil mogelijk is. Ze blijven zelf ook zo rustig mogelijk. Dat wil zeggen, dat het niet een groep pratende mensen is die met van alles bezig is.

32 Natuurlijk, als er iemand is die de Here aanbidt – dat wordt van u verwacht. Dat is wat het zou moeten zijn; dat is waarvoor u hier bent: om de Here te aanbidden. En als u voelt om God te prijzen of te jubelen, ga gewoon uw gang, want daarvoor bent u hier, om de Here te aanbidden op uw eigen wijze van aanbidding. Maar er is niemand die de Here zal aanbidden als u praat en briefjes doorgeeft, dan helpt u iemand alleen om uit de aanbidding van de Here te komen.

     We voelen dat dat verkeerd zou zijn. Daarom willen we dat tot regel maken voor onze kerk, dat wil zeggen in onze gemeente, dat dit gebouw, deze kerk, zal zijn toegewijd aan het Koninkrijk Gods en aan de prediking van het Woord. Bidt! Aanbidt! Dat is de reden waarom u hier naartoe zou moeten komen – om te aanbidden.

33 En nog iets, wat mensen in kerken gewoonlijk doen als de diensten voorbij zijn... Ik denk niet dat het hier zo is, alhoewel ik dan gewoonlijk al weg ben. Ik ga meestal meteen weg, zelfs als ik in andere samenkomsten predik. Als de zalving komt en visioenen komen, dan raak ik uitgeput; ik ga dan weg, de kamer in, en soms is het Billy of een van de andere broeders die me mee naar huis moet nemen om me een poosje te laten uitrusten tot ik erover heen ben, want het is een erg grote inspanning.

34 Ik heb het echter in andere kerken gezien, dat de kinderen werd toegestaan om het hele heiligdom door te lopen, terwijl de volwassenen erbij staan en door de zaal heen naar elkaar roepen. Dat is een goede manier om de komende samenkomst van die avond of wanneer hij ook is, te ruïneren.

35 Zodra de samenkomst afgelopen is, verlaat u de zaal. De aanbidding is dan voorbij. Dan gaat u naar buiten en spreekt daar met elkaar, of wat u anders ook wilde doen. Als u iets hebt wat u met iemand wilt bespreken, of u wilt iemand bezoeken, wel, u gaat gewoon mee naar hun huis of waar anders ook; maar handel het niet af in de zaal. Laat ons deze plaats toewijden aan God. Dit is Zijn ontmoetingsplaats, waar we Hem ontmoeten, en van het heiligdom gaat de Wet uit, natuurlijk. Ik geloof dat deze dingen onze Hemelse Vader welbehaaglijk zouden zijn.

36 Dan, wanneer u komt, kunt u ontdekken dat er gaven openbaar beginnen te worden onder... Gewoonlijk als mensen een nieuwe kerk hebben – ik vertrouw dat het hier nooit zo zal zijn – maar dan is het eerste wat er gebeurt, dat de gemeente stijf en star begint te worden. We wensen dat dat nooit zo zal zijn. Per slot van rekening is dit een plaats van aanbidding. Dit is het huis des Heren. En als er geestelijke gaven onder u beginnen te komen...

37 Ik heb begrepen dat hier, sinds wij weg zijn gegaan, mensen zijn gekomen uit verschillende delen van het land, om dit hier tot hun thuis te maken. Ik ben God dankbaar dat ik geloof wat ik bad die morgen bij de inwijding, toen ik als jongeman die hoeksteen legde. Ik bad dat zij zou blijven staan tot de komst van Jezus Christus. Toen ik dat deed, had ik duizenden en duizenden dollars schuld – je kon een collecte ophalen in een gemeente van deze omvang, maar die bedroeg vaak niet meer dan dertig of veertig cent en onze maandelijkse verplichtingen bedroegen ongeveer 150 tot 200 dollar.

38 Hoe zou ik dat ooit klaarspelen? Maar ik wist dat ik normaal werkte, ik zou het afbetalen. Ik... Het betekende zeventien jaar herder zijn, zonder een cent te nemen, maar integendeel alles te geven wat ik zelf had, afgezien van het geld voor mijn levensonderhoud. Alles wat in die kleine kist kwam daar achterin was voor het Koninkrijk van God. Er waren mensen die voorspelden en profeteerden dat dit binnen een jaar zou worden veranderd in een garage.

39 Satan probeerde het een keer van ons weg te nemen in een rukwind, en later nog eens in een bedrieglijk proces. De een of andere man beweerde dat hij zijn voet had verwond, terwijl hij aan het gebouw werkte. Hij liet het daar toen bij, maar sprak ons er later in rechten voor aan en wilde beslag laten leggen op de Tabernakel. Wekenlang stond ik op post, maar ondanks al zulke misverstanden en ondanks de voorspellingen en wat men allemaal zei, staat hij er echter vandaag nog steeds, als een van de mooiste gehoorzalen, een van de fijnste kerken die er in de Verenigde Staten zijn. Zo is het.

40 Van hieruit ging het Woord van de Levende God de wereld rond, ziet u, de wereld rond; en het heeft voortdurend z'n weg rond de aarde gevonden tot elk land onder de hemel, voor zover wij weten. Laten wij hier dankbaar voor zijn. Laten wij hier heel dankbaar voor zijn. Nu we een plaats hebben waar we kunnen verblijven, een dak boven ons hoofd, een keurig en fijn kerkgebouw om in te zitten, laten we dan ook onszelf opnieuw opdragen voor onze taak, en onszelf toewijden aan Christus.

41 Broeder Neville, onze edele broeder – hij is een echte herder en een dienstknecht van de Levende God – houdt, zoveel als hij de Boodschap kent, eraan vast met heel zijn wezen. Dat is waar. Hij is een vriendelijk iemand. Hij is alleen een beetje bevreesd, en dan bedoel ik niet dat hij bang is, maar dat hij zo ontzettend vriendelijk is, dat hij dingen gewoon niet uitspreekt. Weet u, hij zal nooit iets zeggen dat scherp en hard aankomt, zoals 'Ga zitten!' of 'Wees stil!' Ik heb dat gemerkt als ik achteraf naar de banden luisterde.

42 Het gebeurt wel eens dat ik dat kan doen, dus wil ik dat u mijn woorden onthoudt. Dit wordt allemaal op de band opgenomen; alles wordt op geluidsband gezet.

     Laat alstublieft elke diaken op zijn post staan om zijn plicht te doen. Bedenk dat u een opdracht van God hebt om uw taak in heiligheid te volbrengen en dat geldt evenzo voor elke oudste.

43 De voorganger moet zich toeleggen op... Het is niet de taak van de herder om tot de orde te roepen; dat is de taak van de diakenen, want zij zijn als het ware de politie in de kerk. Dat wil zeggen, als jongelui buiten gaan claxonneren en dat soort dingen (u weet wel hoe ze dat gewoonlijk doen, daar waar samenkomsten zijn), of daar naar buiten gaan... Zeg dat een moeder haar dochter hierheen stuurt, maar ze gaat naar buiten en stapt in de auto bij de een of andere van het geloof afvallige kerel. Zij loopt daar buiten en zit in die auto, terwijl haar moeder denkt dat ze in de kerk zit. Op zulke zaken behoorde de diaken toe te zien. "Of je komt mee naar binnen en gaat daar zitten, of ik zet je in mijn auto en ik breng je naar huis, naar je moeder." U moet dat doen...

44 Bedenk dat liefde corrigerend is – altijd. Echte liefde wijst terecht. Dus moet u ook in staat zijn correctie te verdragen. De moeders weten nu dat er een aparte plaats is voor hun baby's. En jullie jonge mensen weet wel beter dan rond te rennen door het gebouw. En zo weet u volwassenen heel goed dat u in de zaal niet behoort te spreken en er uw conversatie niet voortzet. Doe het niet; het is fout. Het behaagt God niet.

45 Jezus zei: "Staat er niet geschreven, dat Mijn huis een bedehuis zal heten voor alle volken?" [Markus 11:17 – Vert] Zij kochten en verkochten. Toen vlocht Hij Zich een zweep van touw en joeg de mensen het gebouw uit. Wij willen in geen geval dat dat hier gebeurt, in dit heiligdom. Laten we daarom onze levens, onze kerk, onze taken, onze dienst, kortom alles wat we hebben, toewijden aan het Koninkrijk Gods.

     Nu, ik wil enige Schriftgedeelten lezen, voordat we tot het inwijdingsgebed overgaan. Het is slechts een her-inwijding; de werkelijke inwijding geschiedde dertig jaar geleden. Als wij dit Schriftgedeelte lezen en er een paar ogenblikken over spreken, dan vertrouw ik dat God ons Zijn zegeningen zal geven.

     Maar er was nog iets wat ik wilde gaan zeggen. Ja zeker. Vroeger hadden velen recorders enzovoorts, maar nu hebben we een vaste kamer voor degenen die bandopnamen willen maken. Er zijn speciale aansluitingen en zo, direct vanaf de hoofdmicrofoon hier.

46 Er zijn kamers, en er is kleding – alles voor de doopdienst. En dan nog iets: velen zijn altijd een beetje kwaad op mij geweest (veel mensen die niet werkelijk de Schrift kennen), vanwege het feit dat er een crucifix in de kerk hangt. Ik herinner mij dat er hier al eens eerder iets over te doen was. Ik had toen drie kruisen geplaatst, en een broeder was helemaal geschokt, omdat hij vanuit een andere denominatie hoorde zeggen dat een crucifix 'Katholiek' betekende.

47 Dan zou ik willen, dat een of andere geleerde of de een of andere wedergeboren Christen mij uitlegt waarom de Katholieken het alleenrecht hebben op het crucifix. Het crucifix van Christus symboliseert niet het Katholicisme; het symboliseert God, Zijn Koninkrijk. Het Katholicisme wordt gesymboliseerd door haar heiligen. Wij geloven dat er slechts één Middelaar is tussen God en mensen: Christus; maar de Katholieken geloven in allerlei soorten middelaars: duizenden vrouwen, mannen enzovoort. Bijna elke goede Katholiek wordt, als hij sterft, een middelaar... Nee, het crucifix van Christus symboliseert Jezus Christus.

48 Wist u dat er bij de eerste Christenen mensen waren, overeenkomstig de geschiedenis van de vroegere kerk, die kruisen meedroegen op hun rug waar ze ook heengingen? Daarmee wilden ze zich bekendmaken als Christenen. Wel, de Katholieken beweren dan dat zij dat waren. Natuurlijk zeggen zij dat ze de eersten waren, maar de Katholieke kerk was toen nog niet eens georganiseerd. Het waren Christenen die deze kruisen droegen.

49 U hebt de uitdrukking 'Kruisdragers' wel eens gehoord. Betrekt u dat dan op de Katholieken? Dat waren de werkelijke Katholieken, oftewel de algemene Heilige Geest gemeente op aarde – zo is het correct. In wezen zijn wij de katholieken, de oorspronkelijke katholieken; dat wil zeggen de Bijbelgelovige katholieken. Zij zijn de kerk-Katholieken, de organisatie. Wij zijn daar vrij van. Wij zijn de voortzetting van de leer van de apostelen, de voortzetting van de doop van de Heilige Geest en al die dingen waar de vroegere gemeente voor stond. De Katholieke kerk heeft geen van deze dingen. Ziet u het?

50 Ze hebben dit crucifix hier bevestigd; het werd gesneden uit het hout van de olijfbomen waaronder Jezus heeft gebeden – er is jaren aan gewerkt. Het werd mij gegeven door broeder Arganbright, en ik wil het de Here opdragen, samen met deze kerk. Hoe passend werd het daar neergehangen. Ik weet niet wie het daar gehangen heeft, maar het hangt links van mij. Hij vergaf de dief aan Zijn rechterzijde, en dat ben ik.

51 Nog een ander ding beeldt het uit: Hij werd afgebeeld met Zijn hoofd gebogen, u ziet Zijn lijden. Iedereen die... Hij kijkt over het altaar en Hij verwacht u hier, zondaar. Hij zal op u neer kijken... Later zullen ze er een klein lampje neerzetten, zodat wanneer de uitnodiging wordt gedaan, er een licht op zal schijnen, zodat wanneer de mensen hier zijn om te...

52 "Ja maar", zegt u, "waarom hebben wij dat nodig? We behoorden toch geen beelden te maken?" Wel, dezelfde God die zei: "Gij zult u geen gesneden beeld maken", zei ook: "Gij zult twee cherubs maken. De cherubs zullen elkaar aanraken met hun vleugels, en gij zult ze op het verzoendeksel plaatsen, waar de mensen bidden." Ziet u, het kan niet begrepen worden. Dat is geïnspireerd en direct op zijn juiste plaats gehangen, en ik ben zo dankbaar om diegene te zijn die aan Zijn rechterzijde is.

53 Ik vertrouw dat Hij me heeft vergeven. Zover het werkelijk stelen betreft, dat heb ik zover ik weet, nooit in mijn leven gedaan, maar ik heb wel Zijn tijd misbruikt, op die manier heb ik wel gestolen. Ik heb vele dingen gedaan die ik niet had moeten doen, maar ik ben God dankbaar deze morgen dat Hij mijn zonden heeft vergeven.

54 Nu, ik wil lezen uit I Kronieken 17 en even een minuut of vijf spreken over de opdrachtdienst. Daarna zullen we bidden, om daarna over te gaan tot de boodschap. I Kronieken 17:1–9:

     Nadat David in zijn paleis was gaan wonen, zeide hij tot de profeet Natan: Zie, ik woon in een cederen paleis, terwijl de ark van het verbond des HEREN onder tentkleden staat.

     Toen zeide Natan tot David: Doe al wat in uw hart is, want God is met u.

     Maar in die nacht kwam het woord Gods tot Natan:

     Ga, spreek tot Mijn knecht David: Zo zegt de HERE: Niet gij zult Mij een huis bouwen om in te wonen,

     want Ik heb in geen huis gewoond van de dag af, dat Ik Israël hierheen voerde, tot nu toe, maar Ik verkeerde steeds in tent en tabernakel.

     Heb Ik ooit, terwijl Ik door geheel Israël rondtrok, tot één van Israëls richters die Ik geboden had Mijn volk te weiden, het woord gesproken: Waarom bouwt gij Mij niet een huis van cederhout?

     Nu dan, zo moet gij spreken tot Mijn knecht, tot David: Zo zegt de HERE der Heerscharen: Ik zelf heb u gehaald uit de weide,

     van achter de schapen, om vorst te zijn over Mijn volk Israël, en Ik ben met u geweest overal waar gij gegaan zijt. Al uw vijanden heb Ik vóór u uitgeroeid. Ook zal Ik u een naam maken gelijk die van de groten der aarde.

55 Ik zou hier willen zeggen, dat David hetzelfde zag als wat wij zagen. David zei: "Het is niet goed, dat het volk mij een huis van cederhout heeft gebouwd, terwijl de Ark van het Verbond van mijn God nog steeds onder die tentkleden staat." (Het tentdoek was gemaakt uit bijeen genaaide huiden van schapen en andere dieren.) "Het is niet recht dat ik een mooi huis heb, terwijl de Ark des Verbonds van mijn God in een tent staat."

56 Dus legde God het op zijn hart om een tabernakel te gaan bouwen. Maar hoewel David een man was met liefde en toewijding tot God, had hij toch teveel bloed gestort. Dus zei hij... David spreekt dit uit, als hij in de tegenwoordigheid is van de profeet van dat tijdperk: Natan. En Natan, wetende dat God David liefhad, zei: "David, doe al wat in uw hart is, want God is met u!" Wat een uitspraak! "Doe al wat in uw hart is, want God is met u!"

57 En in die nacht... wat laat zien welk een toewijding David had en welk een liefde tot God. Want diezelfde nacht, wetende dat hij fout was, omdat hem niet kon worden toegestaan om het te doen, was God zo vol genade om neer te dalen en tot Natan te spreken. Ik houd toch altijd zo van deze woorden: "Ga, spreek tot Mijn knecht David: 'Ik Zelf heb u gehaald uit de weide, van achter de schapen.'" Van zichzelf was hij niets.

58 Ik zou dat graag even op nu toepassen: "Ik nam u uit niets en Ik zal u een naam maken gelijk die van de groten der aarde." Ik zou u daar in vertrouwen iets bij willen zeggen, maar toch op een wijze dat het iets duidelijk maakt.

59 Ik dacht er namelijk aan, hoe ik hier een paar jaar geleden in de stad stond; niemand bekommerde zich om mij. Niemand had mij lief. Ik hield van de mensen, maar niemand hield van mij vanwege mijn achtergrond, het gezin waar ik uitkwam. Niet dat ik mijn dierbare moeder en vader daarmee minder acht; wat zou ik graag hebben gehad dat mama was blijven leven en in dit heiligdom deze morgen had kunnen lopen.

     Misschien zal God velen, die vroeger hun geld er aan besteedden om dit te helpen bouwen, toestaan om vanmorgen even hier beneden te kijken.

60 De familie Branham had geen erg goede naam hier, vanwege de alcohol. Niemand wilde iets met mij te maken hebben. Ik herinner me dat ik mijn vrouw pas nog vertelde, dat ik niemand vond die eens tegen mij wilde praten. Niemand bekommerde zich om mij, maar nu moet ik mij verbergen om een beetje rust te krijgen.

61 Nu, de Here heeft ons deze geweldige plaats gegeven en Hij heeft deze geweldige dingen gedaan. Hij liet mij, behalve een slechte naam, ook een naam krijgen zoals een van die grote mannen; ook heeft Hij mijn vijanden afgesneden, waar ik ook heenging. Er is nooit iets dat ertegen standgehouden heeft. Waarheen het ook heen ging. Wat ben ik daar dankbaar voor.

62 Hoe zou ik deze dingen ooit hebben kunnen beseffen, toen ik als klein haveloos jongetje twee of drie blokken hier vandaan op de Ingramville school zat. Ik was een voorwerp van bespotting voor de kinderen, omdat ik er zo haveloos bij liep. Als ik op die oude vijver schaatste, kon ik ook niet weten dat diep onderin die vijver een zaad lag van een lelie, die kon bloeien zoals nu gebeurt. En hoe zou ik ooit hebben kunnen weten, dat, terwijl niemand tegen mij sprak, Hij me toch een naam zou geven die geëerd zou worden onder Zijn volk?

63 Nu, het werd David niet toegestaan om de tempel te bouwen. Hij kon hem niet bouwen. Maar God beloofde dit: "Ik zal uw zaad na u doen optreden, en hij zal de tempel bouwen; en die tempel zal een eeuwige tempel zijn. En uw zoon, de Zoon van David, zal heersen over een eeuwig Koninkrijk."

64 Salomo, Davids natuurlijke zoon (van zijn natuurlijke kracht), bouwde een huis voor de Here, een tempel. Maar toen het werkelijke Zaad van David kwam, de Zone Davids, vertelde Hij hen, dat er een tijd zou komen dat er van deze tempel geen steen op de andere zou worden gelaten. Hij probeerde hen namelijk op een andere tempel te wijzen.

65 Johannes de Openbaarder schrijft in het boek Openbaring, hoofdstuk 21, dat hij deze tabernakel zag. Hij zag de nieuwe tempel komen, afdalend van de hemel, getooid als een bruid die voor haar man versierd is, en een stem uit de tempel zei: "Zie, de tent van God is bij de mensen, en God zal bij hen wonen en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen; en er zal geen honger meer zijn, noch rouw, noch pijn of dood, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan."

66 Dan zal de ware Zoon Davids – zoals wij zullen zien in de lessen die nog komen deze week – tot Zijn tempel komen, de tempel Gods, de werkelijke Tabernakel, waarvoor Hij nu is heengegaan om hem te bouwen. Want Hij zei in Johannes 14:2: "In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen, en Ik zal gaan..." Wat bedoelde Hij daarmee? Dat het reeds is voorbestemd! "Want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en Ik kom weder en zal u tot Mij nemen." Natuurlijk, we weten dat dat gebeuren zal in die geweldige tijd die komt, als het ware Zaad van David de troon zal innemen, Jezus Christus. Dan zal Hij tot in alle eeuwigheden regeren over de gemeente als Zijn bruid, die met Hem in dat huis verkeert, en over de twaalf stammen Israëls.

67 En deze kleine plaatsen... David kon de ware tabernakel van God niet bouwen, omdat hij daarvoor niet was toebereid. Hij kon niets doen. Hij was een sterveling en had bloed vergoten. Zo is het vandaag met ons ook. Wij zijn niet toebereid om de ware tabernakel Gods te bouwen. Er is slechts Eén die dat kan doen; er wordt nu aan gebouwd.

68 Maar deze kleine tabernakel is – evenals de tempel die Salomo Hem bouwde en evenals vele andere – slechts een tijdelijke plaats van aanbidding, totdat de tijd komt dat de werkelijke tabernakel zal nederdalen op de aarde, en er overal onder de hemel gerechtigheid zal heersen. Daar zal geen zorg meer zijn. Er zullen geen begrafenisdiensten in die tabernakel worden gehouden, Ook huwelijken zullen er niet meer worden gesloten, want het zal één groot huwelijk zijn voor eeuwig. Wat een tijd zal dat zijn!

     Maar laten we ons vandaag in ons hart voornemen, terwijl we denken aan de tabernakel die zal komen en er wachtend naar uitzien, om zo gekenmerkt te willen zijn door Zijn Heilige Geest, dat wij op deze plaats zullen aanbidden alsof wij reeds in die andere plaats waren, wachtend totdat die plaats komt.

     Nu, laten we opstaan, als ik u voorlees uit de Heilige Schrift. [Openbaring 21:1–3.]

     En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer.

     En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is.

     En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn.

     Laten we onze hoofden nu buigen.

     Onze Hemelse Vader, wij staan hier in vreze voor U, eerbiedig en in heilig ontzag. En wij vragen u, Here, om onze gave te aanvaarden, omdat U ons genade hebt gegeven en geld om U een plaats van aanbidding te bereiden. Er is niets, nee geen enkel gebouw op de aarde, dat wij zouden kunnen toebereiden om waardig genoeg te zijn als woonstede van de Heilige Geest van God, maar wij bieden U dit aan, als een teken van onze liefde en genegenheid jegens U, Here.

     Wij danken U voor al de dingen die U voor ons hebt gedaan. Het gebouw en de grond zijn reeds lang geleden toegewijd aan de dienst; wij danken U voor de herinneringen van wat er is gebeurd. En, Here God, het is zoals het visioen, dat jaren geleden kwam en dit al toonde: toen ik de oude gebouwen zag waar de mensen vroeger bijeen kwamen, en dat die werden hersteld en vernieuwd, terwijl ik werd teruggezonden over de rivier.

69 Nu, Here God, Schepper des hemels en der aarde, wij staan hier als de schapen van Uw kudde. Wij staan als mensen van Uw Koninkrijk, en samen, ikzelf, de herder en de mensen van de gemeente, dragen wij dit gebouw op aan de dienst van de Almachtige God, in de Naam van Jezus Christus, Zijn Zoon, voor de dienst van God in eerbied en ontzag voor Hem. Moge het Evangelie zo van deze plaats uitgaan, dat mensen uit heel de wereld van de vier hoeken der aarde zullen komen om de heerlijkheid Gods te zien die van hier uitgaat. Zoals Gij in het verleden hebt gedaan, Here, moge dat in de toekomst nog vele keren groter zijn.

70 Vader, wij dragen onszelf nu met al wat in ons is op aan de dienst, aan het Woord. Here, de hele gemeente wijdt zich deze morgen toe aan het horen van het Woord. En wij als predikers wijden onszelf toe aan de prediking van het Woord, om aan te houden, gelegen of ongelegen, terechtwijzend en berispend met alle geduld, zoals het geschreven staat daar in de hoeksteen die dertig jaar geleden werd gelegd. U zei dat de tijd zou komen, dat de mensen niet langer de gezonde leer zouden verdragen, maar zichzelf leraars zouden bijeenhalen. Omdat hun gehoor verwend is, hebben ze zich afgekeerd van de Waarheid tot verdichtselen.

71 Here, omdat wij hebben geprobeerd de mensen het Woord voor te houden, mogen wij dan geïnspireerd worden en bekrachtigd met een dubbele ijver, Here, en moge een dubbel deel van de Geest op deze plaats vallen. Moge het zijn op dezelfde wijze als het was op de dag van de inwijding van de tempel, toen Salomo bad en de Heilige Geest in de vorm van de Vuurkolom en de wolkkolom nederdaalde, de poort aan de voorzijde binnenkwam en ging tot de cherubs, in het heilige der heiligen en daar Zijn rustplaats vond.

72 O God, Salomo zei: "Als Uw volk ergens in moeilijkheden mocht zijn, en tot U zou bidden in de richting van dit huis, hoor dan van de hemel." Here, moge de Heilige Geest deze morgen in elk hart komen, in elke toegewijde ziel die hier is. En de Bijbel zegt dat de heerlijkheid des Heren zo groot was, dat de predikers zelfs niet konden prediken vanwege de heerlijkheid Gods.

73 O, Here God, laat dit opnieuw gebeuren als wij onszelf samen met de gemeente aan U toewijden om te dienen. Er staat geschreven: "Bidt en gij zult ontvangen." Zo dragen wij onszelf deze morgen, samen met deze kerk aan U op, om U te dienen, opdat wij met het licht van de avondtijd voor deze laatste dag troost en geloof zouden mogen brengen aan hen die wachten op het komen van de Bruidegom, zodat zij zich als een bruid kleden in het Evangelie van Christus om de Here Jezus te kunnen ontvangen. En zo wijden wij ons toe, ikzelf, broeder Neville, en de hele gemeente aan de dienst van God, in de Naam van Jezus Christus. Amen. U kunt gaan zitten.

74 David zei: "Ik was verheugd, toen men mij zeide: 'Laten wij naar het huis des Heren gaan!'" En moge het te allen tijde ook met ons zo zijn, dat we, wanneer dit gezegd wordt, verheugd zullen zijn om samen te komen in het huis van de Here. Amen.

75 Na deze kleine inwijdingsdienst, heb ik nog een uur. Maar blijf in gedachten houden waartoe wij werden opgedragen: tot eerbied, heiligheid, tot een stilzijn en tot aanbidding van de Here; wees zo eerbiedig als u maar kunt in het huis des Heren. En wanneer deze dienst geëindigd is, direct nadat de dienst ontbonden is, verlaat dan het gebouw; dan heeft de deurwachter tijd om binnen te komen, om schoon te maken en het klaar te maken voor de volgende keer. Dan is er geen verwarring in het huis van de Here.

     Ik vind dat de zaal verlaten zou moeten zijn ongeveer vijftien minuten nadat de dienst is afgelopen. Wees er zeker van vriendelijk te zijn; geef iedereen een hand, en nodig ieder uit om terug te komen. Wij verwachten dat we deze komende week een van de plechtigste diensten zullen hebben, die ooit in de Tabernakel gehouden zijn; we zien er naar uit.

     Nu, er is iets, wat nooit goed tot mij is doorgedrongen. Maar heel laat gisteravond – in de kleine uren, toen ik in gebed was – begon ik iets te zien. Daarom vertrouw ik dat dit een grootse tijd zal zijn; ik geloof – zo de Here ons zal helpen – dat het dat wordt. Nu, toen ik zei: "grootse tijd", duidde dat al op iets waarover ik zal gaan spreken deze morgen.

76 U weet, wat mensen groots noemen soms, helemaal niet groots is. Wat God groots noemt, noemen de mensen dwaas; en wat God dwaas noemt, noemen de mensen groots. Dus laat ons dat in gedachten houden en elk woord wegen...

77 Nu, de diensten zijn lang; ze zullen lang gaan duren, want het zijn zware diensten, met veel onderwijzing. Het vereist veel toewijding... In het huis waar ik verblijf willen de mensen me op een of andere manier gewoon allerlei voedsel geven, maar ik... Ze zeiden "Wel, u heeft zoveel gewicht verloren, broeder Branham" en dat soort dingen. Maar ik ben ook voortdurend in dienst geweest. Ik moet aanstaande zondagavond al weer meteen naar een andere samenkomst, in Mexico, dus is het gewoon moeilijk... Ik probeer juist te vermijden om zoveel te eten en mijzelf voor te bereiden.

     Ik ben verheugd deze morgen ook broeder Junior Jackson te zien en broeder Ruddle en verscheidene andere voorgangers en andere bezoekers. God zegene u allen.

     Nu, ik wil tot u spreken deze morgen over een onderwerp, waarover ik hier enkele aantekeningen heb opgeschreven. En ik wil eerst lezen uit het boek Jesaja, het drieënvijftigste hoofdstuk. Terwijl u dat opslaat, zou ik graag enige mededelingen doen. Vanavond zal ik spreken over dit boek, om een overbrugging te maken tussen het laatste gemeente-tijdperk en de opening van de zegels. Daartussen bevindt zich namelijk een grote kloof.

78 Al eerder, toen ik klaar was met de prediking over de gemeente-tijdperken, sprak ik over de "Zeventig weken van Daniël", direct daarop volgend, omdat dat er nauw op aansloot. Toen zei ik al: "Als ik ooit de zeven zegels neem, zal ik klaar moeten zijn met deze zeventig weken van Daniël, teneinde de zegels erbij aan te laten sluiten – waarbij ik dan nog één ding open laat." En dat was het vijfde hoofdstuk van het zevenmaal verzegelde boek, wat we dan vanavond zullen nemen.

     We willen proberen vroeg te beginnen vanavond. Wat mij betreft... U hebt het al genoemd, nietwaar, om vroeg te beginnen? Kan iedereen hier omstreeks zeven uur zijn? Goed. Laten we de gewone dienst om half zeven beginnen, de zangdienst, dan zal ik hier zijn tegen zeven uur. De hele week door zullen we vroeg beginnen. Nu, er is niemand die zoveel van zingen houdt als een Christen. Wij houden van zingen, we houden van die dingen, maar wij zijn hier nu tot iets anders gekomen. We zijn in het Woord, ziet u; laten we daar dus goed bij blijven. Nu, we zullen...

79 We zijn met onderwijzing bezig, en u kunt zich voorstellen wat een grote inspanning dit voor mij betekent. Want als ik iets verkeerds leer, zal ik er verantwoording voor moeten afleggen. Ik moet dus niet nemen wat wie dan ook zegt; het moet geïnspireerd zijn. En ik geloof dat de zeven engelen, die deze zeven donderslagen hebben, het zullen toestaan.

     Nu, ik zou u deze vraag willen stellen, die staat in Jesaja 53, het eerste vers. Nu, dit behoort helemaal niet tot de zeven zegels; dit is een gewone boodschap, want ik wist dat ik een inwijdingsdienst moest houden en dan kon ik daar niet op ingaan, omdat ik er geen tijd voor zou hebben. Ik dacht, als we een kleine inwijdingsdienst houden, dan zal er geen tijd zijn om in te gaan op wat ik wil zeggen over de opening van dit boek. Dus zal ik dat vanavond doen.

80 Dit is gewoon een kleine dienst, die er echter precies in zal gaan passen. Luister dus naar ieder woord; vat het. En als u het op geluidsbanden opneemt of wat ook, blijft u dan gewoon regelrecht bij deze banden-onderwijzing! Zeg niets dan wat er op de band wordt gezegd; zeg gewoon precies wat de band zegt, want enkele van deze zaken... Wij zullen hier nu heel wat van gaan begrijpen, waarom het misverstaan wordt! Weest u er zeker van, dat u zegt wat er op de band staat. Zeg niets anders, want ik zeg dat niet van mijzelf! Hij is het die het zegt! Zo vaak komt er verwarring, omdat er mensen zullen opstaan die zeggen: "Wel, Die-en-die zei, dat het dat-en-dat betekende!" Laat het gewoon zoals het is!

     Dat is de wijze waarop wij de Bijbel ook willen – gewoon op de wijze waarop de Bijbel het zegt, zo willen wij het ook; precies zo! Voeg er niet uw eigen uitleg aan toe! Het is reeds uitgelegd!

     Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des HEREN geopenbaard?

     Laat ik het nog eens nauwkeurig lezen:

     Wie gelooft, wat wij gehoord hebben,... (Dat is een vraag.) en aan wie is de arm des HEREN geopenbaard?

Met andere woorden: "Indien u had geloofd wat wij gehoord hebben, dan was de arm des Heren aan u geopenbaard."

     Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des HEREN geopenbaard?

     Nu wil ik ook nog lezen uit het Evangelie van Matthéüs, het elfde hoofdstuk. Nu, brengt u uw papier en zo mee, omdat we steeds... Als u geen recorder heeft, breng dan papier mee, zodat u het kunt vastleggen. Goed, Matthéüs 11, waar Jezus spreekt in het gebed. Laten we het vijfentwintigste en zesentwintigste vers nemen. 11:26–27. Goed. Jezus spreekt in gebed... Ik wil iets daarvoor beginnen. Laten we vers 25 en 26 nemen, wat ik geloof ik ook aankondigde, want ik had het hier in mijn Bijbel aangegeven.

     Te dien tijde hief Jezus aan en zeide: Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard.

     Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U.

     U moet deze twee Schriftgedeelten vatten. "Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des Heren geopenbaard?" Daarna dankte Jezus God, dat Hij de geheimenissen voor de wijzen en verstandigen verborgen had en ze zou openbaren aan de kinderkens, degenen die zouden willen leren, want God achtte het goed om dat te doen.

81 Nu, vanuit deze schriftlezing wil ik de volgende tekst nemen: "God, die Zichzelf verbergt in eenvoud, en Zich dan in hetzelfde openbaart." Nu, voor de banden blijf ik het herhalen. Voor de banden, ziet u, omdat ze het opnemen: "God, die Zich verbergt in eenvoud, en Zich daarin vervolgens openbaart."

82 Het is vreemd te bedenken hoe God zoiets kan doen. Hoe God Zichzelf zal verbergen in zoiets eenvoudigs, dat het zal veroorzaken, dat de wijzen er een miljoen mijlen naast zullen zitten en hoe Hij het tegelijkertijd omdraait en Zich van daaruit, vanuit het een of ander eenvoudig iets, in de eenvoud van Zijn manier van handelen, weer rechtstreeks openbaart.

83 Ik dacht dat dat wel een tekst is, die we zouden kunnen bestuderen, voordat we ons begeven in de grote onderwijzing over de zeven zegels. Velen gaan aan Hem voorbij, door de manier waarop Hij Zich openbaart. De mensen hebben hun eigen ideeën over wat God behoorde te zijn en wat God zal gaan doen. Ik heb het al vaak gezegd, dat een mens altijd mens blijft. Hij looft en prijst God altijd voor wat Hij dééd, en kijkt vooruit naar wat Hij gaat doen, maar gaat voorbij aan wat Hij nú doet. Ziet u?

84 Dat is de manier waarop zij het mislopen. Zij kijken wel terug en zien welke grootse dingen Hij deed, maar zij falen te zien wat een eenvoudig werktuig Hij gebruikte om het te doen. Dan kijken ze ook vooruit, en zien iets groots wat nog zal moeten gebeuren, terwijl het in negen van de tien keren al aan het gebeuren is om hen heen, maar het is zo simpel, dat ze het niet herkennen!

85 Op een dag was er een man, hier in Utica... Als hier sommigen van zijn mensen zijn: ik zeg dit niet om hem op de een of andere radicale manier ten toon te stellen of zoiets. Hij was een veteraan uit de Burgeroorlog. Ik weet niet aan welke zijde hij vocht; ik dacht dat hij bij de opstandelingen was. Maar hij was een ongelovige; hij beweerde dat er niet zoiets als God bestond. Hij woonde in Utica; Jim Dorsey heette hij.

86 Velen van u hier zouden hem gekend kunnen hebben. Hij heeft me menige watermeloen gegeven, toen ik een kleine jongen was. Hij kweekte vroeger watermeloenen daar beneden bij de rivier. Hij was nogal bevriend met mijn vader. Hij zei, dat er op een dag een van de grootste en buitengewoonste dingen tegen hem werd gezegd, die hij ooit had gehoord, al was het in tegenspraak met zijn geloof. (Ik was nog maar een kleine jongen in die dagen.) Maar dat had veroorzaakt dat hij wegliep, zijn hoofd boog en begon te huilen... En ik heb begrepen, dat door dit voorval, deze man glorierijk bekeerd werd tot Christus op de leeftijd van ongeveer vijfentachtig jaar.

87 Hij vroeg namelijk op een dag aan een klein meisje, dat van de zondagsschool kwam, waarom ze toch haar tijd verspilde met zoiets te doen.

     Ze zei, dat ze geloofde dat er een God was.

     "Kind," zei meneer Dorsey, "je hebt zo'n ongelijk om daarin te geloven."

     Hij zei, dat het kleine meisje zich toen bukte en een kleine bloem plukte van de grond. Ze trok de bloemblaadjes eraf en zei: "Meneer Dorsey, kunt u mij zeggen hoe dit leeft?"

88 Daar was het! Als hij was begonnen een uitweg te zoeken, had hij tegen het kind hebben kunnen zeggen: "Wel, ze groeit in de aarde." Dan had zij de wedervraag hebben kunnen stellen: "Waar kwam de aarde dan vandaan? Hoe kwam dat zaad hier? Hoe gebeurde dat?" En zo steeds maar verder teruggaand, totdat hij het zag. Het zijn niet de grote betoverende dingen waar wij aan denken, maar het zijn de eenvoudige dingen, waar God zo werkelijk in is – in de eenvoud.

89 Zo behaagde het God Zichzelf daarin te openbaren en Zich er dan in te verbergen, maar ook om Zich te verbergen en daarna te openbaren in eenvoudige kleine dingen. Het gaat boven dat menselijk verstand uit, dat zou vragen: "Hoe zou een rechtvaardig God dat kunnen doen?" Het is, omdat de mens in den beginne zo werd gemaakt, dat hij zelf niet hoefde te proberen zich te redden.

90 De mens werd gemaakt om volkomen te vertrouwen op God. Dat is ook de reden, waarom wij worden vergeleken met lammeren of schapen. Een schaap kan zichzelf niet leiden; hij moet een leider hebben; en de Heilige Geest wordt verondersteld ons te leiden. Op die wijze is de mens dus gemaakt, en daarom maakte Hij al Zijn werken zo eenvoudig, dat de eenvoudigen het konden begrijpen. En Hij maakt Zichzelf eenvoudig met de eenvoudigen, ten einde begrepen te worden door de eenvoudigen.

91 Met andere woorden, Hij zei in Jesaja 35 geloof ik: "Zelfs een dwaas zal daarin niet dwalen." Het is zo eenvoudig. Omdat wij weten dat God zo groot is, verwachten wij van Hem dat Hij iets heel groots is en gaan dan aan de eenvoudige dingen voorbij.

92 Wij struikelen over die eenvoud. Dat is hoe wij aan God voorbijgaan, door te struikelen over de eenvoud. God is zo eenvoudig dat de geleerden van deze dagen, en altijd al, er een miljoen mijlen naast zitten. In hun intellect weten ze dat er niets zo groot is als Hij, maar in Zijn openbaring maakt Hij het zo eenvoudig, dat ze er volkomen overheen zien en er aan voorbijgaan.

     Nu bestudeer dat. Bestudeer het allemaal. En u mensen, die hier op bezoek bent, wanneer u teruggaat naar uw motelkamer, neem deze dingen en overpeins ze. We hebben niet de tijd er zo lang bij stil te staan als zou moeten, maar ik wil dat u het doet als u naar uw hotel of motel bent gegaan, waar u ook verblijft, of misschien thuis. Haal het nog eens bij elkaar en bestudeer het.

93 Ze gaan aan Hem voorbij door de wijze waarop Hij Zich openbaart. Hij is zo groot, maar toch verbergt Hij Zich in eenvoud, om Zich bekend te maken aan de minsten. Probeer niet het grote te nemen, omdat Hij daar boven uit gaat; maar luister naar de eenvoud van God, en dan vindt u God juist op die simpele wijze.

94 Hoogbeschaafde wereldlijke wijsheid, met al haar ontwikkeling, ziet Hem altijd over het hoofd. Nu, ik weet dat hier onderwijzers zitten – twee of drie zitten hier, die ik ken nu. Ik ben hier niet om tegen scholing en ontwikkeling in te gaan, of om analfabetisme aan te moedigen. Daarvoor ben ik niet hier. Maar wat is het: de mensen hebben daar zoveel plaats voor ingeruimd, dat ze zelfs in seminaries en dergelijke juist dàt over het hoofd zien, wat God hun voorhoudt.

95 Dat is de reden waarom ik niet tegen de broeders in denominaties ben, maar tegen het denominatie-systeem, omdat het probeert zichzelf te verheerlijken. Het probeert predikers te onderrichten via deze of gene opleiding, zodat ze, als ze niet de gepaste scholing en ontwikkeling hebben, aan de kant gezet worden. Ze moeten een psychiatrische test ondergaan enzovoort. Ik geloof nooit dat het Gods wil was om een prediker te testen door middel van psychiatrie. Hij zou door Gods Woord moeten worden beproefd. Ziet u? Ja. Dat zou Gods manier zijn om de man te testen die Hij uit zou zenden om het Woord te prediken.

     Nu, vandaag prediken we filosofie, geloofsbelijdenissen, denominationalisme en zoveel andere dingen en verlaten het Woord, omdat ze zeggen dat het toch niet begrepen kan worden. Het kan wèl begrepen worden. Hij beloofde het. En wij vragen Hem nu om het te doen.

96 Nu, we zullen enige ogenblikken nemen om een paar karakters door te nemen. Laten we eens letten op de dagen van Noach. In Noachs dag zag God dat wereldse wijsheid zo benadrukt werd en gerespecteerd, dat Hij een eenvoudige Boodschap zond door een eenvoudig persoon om hen Zijn grootheid te laten zien. Nu weten we dat men beweert, dat de beschaving in de dagen van Noach zo hoog en ontwikkeld was, dat wij met onze moderne beschaving dat punt nog nooit bereikt hebben.

     Toch geloof ik dat het uiteindelijk bereikt zal worden, omdat onze Heer zei: "Gelijk het geschiedde in de dagen van Noach, zó zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen." En Hij gaf daar enkele illustraties bij.

97 In Egypte bouwden ze de piramide en de sphynx, reusachtige bouwsels. Wij hebben vandaag niet het vermogen om zoiets te bouwen. Zij hadden een balseming, waarmee ze een lichaam konden balsemen, zo natuurlijk en zo goed, dat het vandaag nog intact is. Wij kunnen vandaag geen mummie maken. Wij hebben er de stoffen niet voor om het te doen. Zij hadden kleuren die zo goed blijven, vier- of vijfduizend jaar geleden, dat het nog steeds dezelfde kleur blijft die het was. Vandaag hebben we zoiets dergelijks niet. Vele grote uitingen van die beschaving spreken van haar superioriteit over onze beschaving.

98 Zo kunt u zich voorstellen, als ontwikkeling en wetenschap zulke grote tekenen hebben nagelaten, dat het zo'n grote beschaving moet zijn geweest – gezien deze gedenktekens – dat wetenschap en moderne beschaving en ontwikkeling een 'noodzaak' voor de mensen moeten zijn geweest. Dat moet wel. Het moest zo zijn. Er was, lijkt mij, nauwelijks enig analfabetisme onder hen.

99 En dus doorzocht God dat grote stelsel van die dag, en kon misschien in hun systeem nergens de juiste soort man vinden, totdat Hij een misschien ongeletterde boer vond, Noach genaamd, een schaapherder. En hem gaf Hij Zijn Boodschap om aan de mensen te prediken. Een boodschap die zo eenvoudig was, dat de hooggeleerden van die dag struikelden over de eenvoud ervan.

100 Toch was die boodschap in de ogen van de wetenschap radicaal. Hoe kon er regen in de lucht zijn, als daarboven geen regen was? En dan de simpele boodschap om een ark te bouwen, om iets te bouwen om in te gaan, terwijl er geen water was waar zij op kon drijven; wel hij werd een fanatiekeling. Hij werd wat we tegenwoordig zouden noemen – als u me voor die uitdrukking uit onze tijd wilt verontschuldigen – een 'vreemde snuiter'.

101 Maar bijna al Gods mensen zijn vreemde snuiters. Dat is zo. Ik ben blij één van hen te zijn. Weet u, zij verschillen van de moderne gang van beschaving. Daarom lijken ze raar en vreemd. Hij zei Zelf dat Zijn volk merkwaardige mensen waren – raar en vreemd – maar wel een geestelijk priesterschap, een koninklijke natie, die geestelijke offers aan God brengt – de vrucht van hun lippen die Zijn Naam prijzen. Wat een volk heeft Hij!

102 Denk er eens over na, wat dat wel geweest moet zijn in die tijd, dat de een of andere fanatiekeling in de kerk verschijnt, en een Evangelie predikt, dat schijnbaar helemaal buiten de gedachtengang van hun manier van geloven was. De geleerden konden gewoon wetenschappelijk bewijzen dat er daar geen regen was. Wel, het was gewoonweg krankzinnig. Maar die eenvoudige herder geloofde, dat als God zei dat het zou regenen, dat het ook zou regenen.

     Laten we dat eens even vergelijken met vandaag. Als iemand genezen wordt, zeggen ze: "Het is gewoon emotie", of: "Ik kan u wetenschappelijk bewijzen dat het kankergezwel of die woekering of zoiets, er nog steeds is." Maar voor de eenvoudige gelovige is het verdwenen, want hij ziet niet op het waarneembare, hij ziet op de belofte, zoals Noach deed.

     Ziet u het nu niet: "Gelijk het geschiedde in de dagen van Noach, zó zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen." Wetenschappelijk zou niemand... De dokter zou kunnen zeggen: "Kijk eens, die knobbel zit daar nog steeds. Uw kanker blijft. Uw arm is even mismaakt als hij ooit was. U bent gek!"

103 Maar herinner u: dat is dezelfde geest als in de dagen van Noach, die zei: "Er is daarboven geen regen. Wij kunnen tot op de maan onze instrumenten afschieten, maar er is daar geen regen." Maar als God zei, dat er daar regen zou zijn, dan vindt geloof zijn uiteindelijke rustplaats in het Woord van God, want: "Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen die men niet ziet." Daar vindt het zijn rustplaats. Begrijpt u? Zijn rustplaats is in het Woord van God. Dat is waar Noach het op liet rusten: "God zij het." En daarmee was het afgedaan.

104 Nu, u hebt gemerkt, dat Noach, door zoiets te geloven, een fanatiekeling was geworden. En de mensen van vandaag die geloven in de doop van de Heilige Geest, daarvan zegt de kerk: "Deze mensen zijn fanatiekelingen. Het is gewoon een stelletje opgeschroefde, emotionele, door paniek bevangen mensen." Maar hoe weinig weten zij ervan, dat het Woord van God dat leert; dat het een belofte is.

     En wat ze ook allemaal van Noach zeiden – van: "Die oude man is niet goed bij zijn verstand", en dat hij wetenschappelijk fout was, en dat hij geestelijk niet in orde was; voor Noach was het het Woord van de Heer. Noach bleef erbij, maar de wijzen en verstandigen struikelden over de eenvoud ervan en verloren hun leven. Wat een berisping! Nu, dat geschiedde in die generatie.

     Veel mensen zeggen: "Als ik toen geleefd had..."

     Nee, dan zou u dezelfde houding aangenomen hebben, omdat zich vandaag hetzelfde voordoet, al is het dan in een andere vorm. En ze struikelen er vandaag evenzeer over als dat ze het toen deden.

105 Ongetwijfeld hadden ze in die dagen genoeg predikers, maar Noach was geïnspireerd door God. Noach kon uitkijken en zien wat er stond te gebeuren, en weten dat God zo'n overspelige en verdorven generatie niet zou laten voortbestaan. Dus wat kunnen we vandaag doen, dan hetzelfde te zien? Het is een modern Sodom en Gomorra. Verdorven, overspelige mensen, die zo beschaafd zijn in hun geleerdheid, dat zij struikelen over de eenvoud waarmee God Zijn Wezen en Zijn Woord manifesteert, waardoor Hij Zijn Woord toont.

     Niemand ter wereld kan zeggen, Rosella, dat wij niet onder ons het Woord van God zelf gemanifesteerd zien worden; de werkelijke belofte van de laatste dagen, het waarachtige avondlicht dat zou gaan schijnen. Wij zijn bevoorrechte mensen om dat te zien. Voor de hoogbeschaafde wereld is het verborgen.

106 Jezus sprak tot God, de Vader: "Het behaagde U om het voor hen te verbergen. Gij hebt het verborgen." U ziet, het was wijsheid wat de bal aan het rollen bracht in die poel van zonde in den beginne. Eva zocht wijsheid toen ze Satan ontmoette en Satan gaf het haar, en wijsheid is in tegenspraak met het Woord.

107 Er wordt ons niet gevraagd wijsheid te hebben; ons wordt gevraagd geloof te hebben in wat reeds gesproken is. Ziet u? Maar vandaag schaven de geleerden het bij op hùn manier; ze zetten het om en stoppen er, net als altijd, hun eigen uitleg in. Zij doen vandaag hetzelfde; het ligt op één lijn.

108 Nu, de mensen liepen het toen mis, zoals ze het ook vandaag mislopen; het is hetzelfde. Ze doen nu hetzelfde, want de reden dat zij het misten was, dat ze te knap waren, om het te geloven. Nu, de boodschap was zo eenvoudig, dat de intelligenten te intelligent waren om de eenvoud van de boodschap te geloven! O, genade! God maakte de Waarheid zo eenvoudig, dat de intelligenten en intellectuelen het misten, omdat het zo eenvoudig was. Wel, dat is wat de grootheid van God zo groots maakt, omdat Hij, hoewel Hij de grootste is, Zich toch zo eenvoudig kan maken.

109 De mensen van tegenwoordig laten duidelijk zien dat ze niet van God zijn. Ze zijn groot en proberen nog groter te worden en zich nog groter voor te doen, door zich 'Grote Bisschop', 'Doctor', 'Heilige Paus' en van alles te laten noemen; zichzelf iets makend wat ze in wezen niet zijn. En God die zo groot is, vernedert Zich tot iets eenvoudigs. Eenvoud is grootheid. Wij kunnen een straalvliegtuig bouwen; we kunnen een raket afvuren, een projectiel in zijn baan brengen, wij kunnen al deze dingen doen. Jazeker, maar we kunnen geen grashalmpje bouwen. Amen! Wat zegt u daarvan? Maar in plaats van te proberen daar eens even bij stil te staan en te zien waardoor dat gras is ontstaan, en de waarachtige God te aanvaarden, die dat gras schiep, proberen we een projectiel te bouwen dat eerder zal aankomen, nog voordat iemand anders er een kan bouwen.

110 Wij zijn zo intelligent en intellectueel in onze kerken, dat we een gebouw kunnen bouwen van een miljoen dollar, of zelfs van tien miljoen dollar. We proberen het beter te bouwen dan de Methodisten; of de Baptisten bouwen een betere dan de Presbyterianen, maar toch... De Pinkstermensen zijn in een 'rattenrace' terecht gekomen. Maar de zaak is: wij zijn zo intelligent en zo vastgegroeid in onze gewoonten, dat we erin falen onszelf te vernederen om te beseffen wie de God is, daar in de kleine evangelisatie-samenkomst op de hoek. Dat is juist. Wij struikelen in eenvoud. Dat hebben ze altijd gedaan.

111 Nu, ze waren te schrander om zulk een eenvoudige boodschap te geloven. Ze vonden haar niet verfijnd genoeg voor de wetenschappelijke onderzoekprogramma's die ze hadden. De boodschap was niet briljant genoeg voor de studieprogramma's die ze in die dag hadden. Ze studeerden om te kunnen weten dat er een God was; ze studeerden om te weten dat Hij groot was, en ze probeerden zich bij Hem tot iets groots op te bouwen, terwijl de weg omhoog altijd naar beneden voert!

112 Wel, wie weet of de Noordpool het noorden is, of dat de Zuidpool het noorden is? Is de Noordpool het zuiden en de Zuidpool het noorden? Wat is boven en wat is beneden? We hangen ergens in de ruimte. Wij zeggen: "De Noordpool is boven", maar hoe weet u dat? De Zuidpool zou best het noorden kunnen zijn, ziet u, we weten het niet. Laten we onthouden... met deze woorden gezegd: "Maar hoe kunt u zoiets zeggen, broeder Branham, dat boven wel eens beneden kon zijn?" Ik zeg dit op grond van het Woord van Jezus Christus.

113 Hij zei: "Al wie zichzelf zal vernederen zal verhoogd worden, en al wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden", die zal neergehaald worden. Zo is 'boven' dan 'beneden', en is 'beneden' in wezen 'boven'.

114 Zoals een oude heilige in Chicago eens vertelde dat een zekere prediker van een bepaalde organisatie eens ergens heenging, waar enkele Pinkstermensen bijeen waren... Hij had al zijn intellectuele zaken goed op orde. Toen hij er kwam, gebruikte hij woorden, waar de Pinkstermensen niets vanaf wisten. Maar hij zag dat het niet overkwam bij deze Pinkstermensen. Hij ging naar voren met zijn borst vooruit; hij was de 'Heilige Doctor Zus-en-zo', u kent dat wel, van een bepaalde grote school daar in Chicago. Hij keek om zich heen, en die Pinkstermensen keken elkaar eens aan. Ze wisten niet eens waar hij het over had; zo ontwikkeld, zo schrander en zo briljant was hij. Ze wisten niet...

115 Het was net zoiets als bij een toespraak van een bepaalde senator of een man die onlangs meedeed aan de verkiezingen voor het presidentschap, maar verslagen werd. Tuck Coots vertelde het mij, toen ik predikte op de begrafenis van Mama Ford. Ik vertelde er over de opstanding; de garantie van de opstanding. Want zo zeker als de zon opkomt, zo zeker zal ook ik opstaan. Dat is even zeker als dat ook het gras, dat sterft in de herfst, en de bladeren die dan van de bomen vallen, weer terugkeren wanneer de aarde zich weer hersteld heeft in haar loop. Dan moeten ze weer opstaan...

     Tuck zei: "Ik waardeer die boodschap, Billy." Broeder Neville en ik zaten samen met hem in de auto, en ik zei: "Tuck..."

     Hij zei: "Ik waardeer uw boodschappen."

     Ik zei: "Tuck, ik heb geen opleiding genoten."

116 Hij zei: "Dat is nu precies het goede ervan." En hij zei... Hij was er gaan kijken – wel, ik neem aan dat die man, Adlai Stevenson, mij dit zal vergeven; ik bedoel het niet zo – en zei, dat hij hem vijftien minuten hoorde spreken. Meneer Stevenson is een briljant spreker, dat wordt hij tenminste verondersteld te zijn, maar Tuck zei (en ik geloof dat hij een H.B.S.-opleiding heeft), dat hij in slaap viel toen hij vijftien minuten naar hem geluisterd had. Hij zei: "Met heel mijn H.B.S.-opleiding begreep ik nog maar enkele woorden van wat hij zei. Zó hoog verfijnd was het. Maar", zei hij, "u heeft mij nog nooit zien slapen in één van úw diensten, nietwaar, broeder Branham?"

     Kijk, het is de eenvoud. Het is eenvoudig. Dat is het waar God in is.

117 Nu, ze waren in die dagen te schrander om Gods eenvoudige manier om de dingen te doen, te begrijpen. Het werd niet opgepoetst voor ze. Het moet verfijnd zijn. Het moet hoog verheven ingekleed zijn, anders zien ze er overheen. Maar de grote Jehova was verborgen in Zijn Woord. Hij maakte Zich bekend aan de mensen die in Zijn Woord geloofden, door hen te redden en door een eenvoudige boodschap te bevestigen, de eenvoudige boodschap van Noach. God liet het gebeuren!

118 Nu, let op, dat hetzelfde opnieuw gebeurde in Mozes' dagen, toen er opnieuw een tijd van verlossing kwam. Wanneer God op het punt staat om iets te doen, om Zijn volk te bevrijden, dan zendt Hij een boodschap aan de mensen. En het is zo eenvoudig, zoals we ook zullen gaan begrijpen bij het breken van deze zegels. Dat is de reden, waarom ik dit eerst breng; we zullen ontdekken, dat ook het breken van die zegels zo eenvoudig is, dat schrandere mensen het een miljoen mijlen zullen mislopen. Ziet u? Ik hoop dat God mij ervoor zalft. Ziet u, het gaat over hun hoofden heen. En dat is de reden waarom ik dacht dat deze boodschap vanochtend geschikt zou zijn om een fundament te leggen over de eenvoud van God, hoe God Zich verbergt in eenvoud.

119 Denkt u eens in, dat de mens, die atomen kan splitsen, en die zoveel andere dingen presteert, als het op léven aankomt, u zelfs niet kan vertellen waar dat vandaan komt.

     God is verborgen in een eenvoudige grashalm. Ze kunnen een raket naar de maan afvuren en er een radarstation naar afschieten, of wat dan ook, maar toch kunnen ze het leven in een grashalm niet verklaren. Dat is waar. Gewoon omdat het niet verklaard kàn worden; het is zo eenvoudig, dat ze het over het hoofd zien.

120 Maar kijk naar Mozes in de dag dat God de kinderen Israëls zou gaan bevrijden, overeenkomstig Zijn Woord. Wat deed Hij? Hij koos een eenvoudig gezin. We hebben geen geslachtsregister van hem. We weten alleen van hem, dat zijn vader een zoon van Levi was, evenals diens vrouw. Hij was een gewone 'moddersmeerder', zoals de wereld zou denken, die daarginds stenen maakte voor de vijand. Hij was gewoon zomaar een slaaf in Israël, maar God koos dat gezin om de bevrijder voort te brengen – een gewoon Joods gezin. Hij nam nooit iets koninklijks, iets beroemds of de een of andere priester; Hij nam een gewoon, eenvoudig gezin, in eenvoud.

121 Let op, wat Hij toen deed. Hij liet een kind geboren worden – een eenvoudig menselijk wezen. Hij had er de zon toe kunnen bestemmen, als Hij dat gewild zou hebben, om hen te bevrijden. Hij kon de wind ertoe bestemd hebben om hen te bevrijden. Hij kon hebben bepaald dat een engel hen zou bevrijden.

122 O, halleluja, God kan doen wat Hij wil! "Wel, hoe weet u dat, broeder Branham?" Omdat God Zijn programma niet verlaat. Dat is ook de reden dat we weten dat het ook in deze dagen zo eenvoudig moet zijn. Ziet u? God werkt altijd in eenvoud. Hij had in den beginne de zon het Evangelie kunnen laten prediken. Hij had het de winden kunnen laten doen, of een engel, maar Hij bestemde de mens voor dat doel, en Hij verandert het nooit.

123 Hij bestemde nooit denominaties voor dat doel. Hij bestemde daar nooit groepen mensen voor. Hij bestemde de mens om het Evangelie te prediken – geen machinerie, geen mechanische toestellen of een of ander engelachtig wezen, nee, het was de mens. Toen Hij in die tijd bevrijding aan de mensen bracht, zond Hij een eenvoudig menselijk wezen, geboren uit een eenvoudig gezin, van onder een stel slaven. O! Wat een God is Hij! Een God die Zich in eenvoud ontvouwt.

124 Nu, let op. Hij had hem getraind in wereldlijke wijsheid, zodat hij kon falen en laten zien, dat het geen wijsheid is, waardoor wij ooit zullen worden bevrijd, maar dat het door geloof is dat we zijn bevrijd. Hij liet hem daarin terecht komen en zo'n kennis vergaren, dat hij de Egyptenaren wijsheid kon leren. Zo schrander was hij. God was met dat eenvoudige gezin, waar ze misschien niet eens hun naam konden schrijven.

125 En Mozes kreeg daar de hoogste scholing die er was. Zo'n opleiding, dat hij zijn leraars wijsheid kon leren. Hij kon de genieën onderwijzen! En God liet hem die weg gaan, zodat Hij Zichzelf in nederigheid kon bekend maken, om te laten zien dat wijsheid er niets mee te maken heeft; en Mozes faalde jammerlijk, met al zijn genialiteit. Hij liet hem die weg gaan, want Hij had er Zijn reden voor: opdat hij zou falen, en hij faalde ook; hij viel.

126 Het was om te tonen, dat het niet door kracht, niet door macht, niet door de wijsheid van Egypte, door de wijsheid van onze scholen, het gezag van onze seminaries, de aantallen in onze organisatie, of door het gezag van ons wetenschappelijk onderwijs is, maar "door Mijn Geest", had God gezegd. Mozes' wijsheid had afgedaan en was verdwenen. Toen hij God daar ontmoette in die brandende struik, trok hij zijn schoenen uit en vernederde zichzelf in ootmoed; hij vergat al zijn wijsheid.

127 God, die verlossing brengt, moest hem in wijsheid laten trainen, om hem daarna te laten vallen en hem aldus te tonen dat je niet op de arm van je eigen verstand of van wiens verstand ook kunt leunen. Hij liet hem vallen om hem Zijn hand te tonen. Kunt u het zien? Gods opzet in deze handelwijze was, Zichzelf in nederigheid bekend te maken.

128 Hij stond toe dat Mozes tot de hoogste positie opklom; hij zou de volgende Farao worden. Hij was een machtig veldheer. Volgens de geschiedenis veroverde hij (Mozes, in eigen persoon) de omliggende landen. Maar toen hij zich op het werk van de Here richtte met al zijn talenten, liet God hem een geweldige tuimeling maken. Toen kon God hem daarbuiten in de woestijn plaatsen, dat alles uit hem slaan en daarna aan hem verschijnen in nederigheid. Hij zond hem met een staf in zijn hand heen, om het volk te bevrijden...

129 Toen hij het niet kon met een militaire opleiding, door studie, door wetenschappelijk onderwijs en militaire macht (hij kon het er niet mee doen), gaf God hem een oude kromme stok uit de woestijn, en daar deed hij het mee. God in nederigheid, in eenvoud! God was in Mozes èn in de staf. Zolang Mozes de staf had, had God hem, omdat God in Mozes was. Jazeker.

130 Let op: "Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest." Het was door eenvoudig geloof, dat Mozes begreep dat hij de bevrijder was, uit het onderwijs van zijn moeder. En hij oefende zich om het met militair geweld uit te voeren, maar het faalde. Ziet u? Hij had het verstand, hij had de opleiding, maar het werkte niet. Dus moest hij alles vergeten en komen tot de eenvoudige stap om God op Zijn Woord te nemen, en toen bevrijdde hij het volk!

131 Door wat verlost God? Door geloof in Zijn Woord. Zo is het altijd geweest. We zouden dat eens nader kunnen bezien, als we tijd hadden. We hebben nog maar ongeveer twintig minuten. Wij zouden eens naar Kaïn en Abel kunnen kijken, hoe Kaïn probeerde God te behagen met een beetje schoonheid. Een andere vorm is, dat mensen denken, dat grote goedgeklede gemeenten met priesters en voorgangers in lange gewaden, koren in lange gewaden en al dat soort opsmuk, God behaagt.

     Kunt u zien waar dat vandaan komt? Kaïn probeerde hetzelfde toen hij Hem een altaar bouwde. Ongetwijfeld maakte hij het mooi, en de man was oprecht. Hij aanbad. Hij dacht: "Zolang ik oprecht ben, maakt het niet uit." Het maakt wèl uit, want u kunt oprecht verkeerd zijn.

132 Kijk, hij bouwde dit altaar en deed nog meer, zoals er bloemen op te schikken en prachtig fruit. Hij dacht: "Zeker zal een groot, heilig, rein en 'prachtig' God dat offer aannemen." Maar kijk, hij deed het met zijn eigen wijsheid. Hij deed het door zijn eigen gedachten, en dat is wat het vandaag is. Zij doen het met hun eigen wijsheid, met hun scholing, hun ontwikkeling en de zedenleer die zij hebben geleerd.

133 Maar Abel offerde God door een openbaring, door geloof, een uitnemender offer. Er was niets reins aan te zien, menselijk gesproken: hij greep het kleine dier bij de nek, wikkelde een wijnrank om hem heen en trok hem mee naar zijn altaar. Er was niets moois aan. Hij legde hem op het altaar en sneed zijn kleine keel door met een scherpe steen, tot het bloed helemaal over hem heen vloeide; het blaatte terwijl het stierf. Het was vreselijk om aan te zien.

134 Toch was het eenvoudig. In alle eenvoud wist hij, dat hij geboren was uit het bloed van zijn vader en moeder; hij was geboren in het bloed van zijn moeder, door het bloed van zijn vader, en dat het bloed was, wat de val veroorzaakte, dus moest het ook bloed zijn wat het weer zou herstellen. Daarom offerde hij een uitnemender offer, omdat het aan hem geopenbaard was.

135 Sommige broeders vandaag denken dat ze appels en peren aten. Het meest radicale zag ik onlangs in de krant. Ze zeggen dat ze nu bewezen hebben dat het geen appel was die Eva at, maar als ik het goed heb, beweren ze, dat het een abrikoos is geweest. Ziet u waar die geest vandaan komt?

136 Ook zeiden ze dat Mozes nooit werkelijk de Rode Zee overstak, maar dat er daar riet was, een zee van riet, dat hij de kinderen Israëls door deze zee van riet leidde. Daar aan het einde van de zee groeit een grote massa riet, en Mozes stak wel de zee over, maar het was dan die zee van riet (gras, zoals biezen en dergelijke weet u), waar hij door trok.

137 Hoe belachelijk, als de Bijbel zegt dat de wateren werden gespleten en dat God door een sterke oostenwind de zee deed wegvloeien. Ze willen het op hun eigen manier proberen uit te dokteren, en op deze wijze hebben ze altijd gefaald en zullen ze blijven falen.

138 Weet u, al deze dingen deed Kaïn, die precies het type is van de vleselijk gezinde mens van vandaag, die uiterlijk religieus is. Hij wil iets aan het uiterlijk doen. Hij gaat naar de kerk, en zal vele dingen voor het gebouw doen. Er is echter maar één waarachtige kerk en daar kunt u niet tot toetreden. De andere zijn 'loges', huizen. U kunt toetreden tot het Methodisten-huis, het Presbyteriaanse huis, het Baptisten-huis of het Pinksterhuis, maar in de kerk, de gemeente, word je gebóren. Dat zijn allemaal loges; het zijn geen kerken, het zijn loges. Er bestaat niet zoiets als de Methodistenkerk of de Pinkstergemeente. Die bestaat niet. Dat is helemaal fout. Zeker, er zijn loges waar de mensen zich bij voegen, maar in de gemeente van de levende God word je geboren. Dat is het mystieke lichaam van Jezus Christus, dat wordt gevormd.

139 Nu, het behaagde God Zijn geheim te openbaren aan Abel, door eenvoudig geloof in het gestorte bloed. O, ik zou willen dat ik de tijd had om daar een ogenblik bij stil te staan. Toch was Kaïn met al zijn wijsheid de meest schrandere. "O", zegt u, "nu probeert u van hem een ontwikkeld genie te maken, broeder Branham." Dat was hij ook. Hij wàs ook schrander. Ga zijn karakter maar eens na. Kijk eens naar zijn kinderen. Het waren allemaal wetenschapsmensen: doctors en intelligente mensen, allemaal.

140 Als u daarentegen de generatie van Seth volgt, dan ziet u dat dat nederige landlieden, boeren enzovoort waren, tot de vernietiging toe. Kaïns kinderen echter vormden de knappe, intellectuele groep. Zij konden er aanspraak op maken, dat ze koper konden harden en metalen maken. Het waren bouwers, knappe mannen. Die anderen woonden in tenten, hoedden hun schapen en rustten op de beloften van God. Ziet u wat het was? Nu, volg gewoon ook hun afstammelingen, en zie of dit niet waar is. Zij rustten op de beloften van God.

141 Dat is hoe Noach werd uitgekozen van onder het soort mensen van toen. Op dezelfde wijze werd Paulus genomen uit de kudde waarin hij zich bevond. Precies zo gebeurde het met John Wesley, Maarten Luther en vele anderen. Op dezelfde wijze bent u gekomen tot wat u vandaag bent: door u te verootmoedigen tot het geloven van de eenvoudige beloften van God.

142 Kijk, het behaagde God om zaken te betuigen. God zal altijd betuigen of iets al of niet de Waarheid is. Veel mensen proberen zichzelf ergens een rol toe te delen, terwijl God er een miljoen mijl vandaan blijft. Dat is waar. Maar als u God erop terug ziet komen, als Hij bekrachtigt en zegt dat het waar is, dan is het waar. Dan is het zeker, dan weet u dat het de Waarheid is.

143 Toen de offers op het altaar waren gelegd, weigerde God zijn intellectuele opvatting over Hem. Maar toen Hij Abel zag, die door eenvoudig geloof geloofde dat het geen appels of vruchten van het veld waren, maar dat het bloed was (door geloof, door een openbaring van God), toen betuigde God Abel door zijn offer aan te nemen.

144 Dit is wat we moeten bedenken als we bidden voor de zieken, of voor wat anders ook. Jezus zei: "Indien gij in Mij blijft en Mijn Woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden."

     Nu (terwijl we hier nu doorgaan, snel nu, met nog ongeveer twintig minuten te gaan), let op.

145 Hebt u gemerkt hoe God in Elia's tijd verkoos Zich te verbergen in een eenvoudig iemand? Nu, bedenk even dat het Gods keuze was. Herinner u, dat ze rabbi's hadden in die tijd, priesters en andere grote mannen. Zelfs koning Achab zelf was een Jood. Hij had grote mannen in het land in zijn dagen, maar God verborg Zich in een eenvoudig iemand. Niet een geleerde, geen vermaard man van de wereld, een of ander groot militair genie of zoiets; niet iemand die geweldig naam had gemaakt. We weten niet eens wie zijn vader en moeder zijn geweest. Wij weten niets over zijn afstamming. Hij was gewoon een eenvoudige boer ergens vandaan, die opgegroeid was voor het doel een profeet te zijn.

     God liet hem helemaal op zichzelf leven, in de woestijn. Het enige wat wij weten, is dat hij plompverloren, als uit het niets, op het toneel verscheen, regelrecht naar binnen stapte en het hele kerkelijke systeem veroordeelde!

146 En weet u wat ze over hem dachten? "Van welke school kwam hij?" "Bij welke denominatie hoort hij eigenlijk?" "Hoort hij bij de Farizeeën of bij de Sadduceeën", of welke richtingen ze daar nog meer hadden. Hij behoorde tot geen ervan; hij veroordeelde de hele zaak. Zo verkoos God het te doen. Gewoon een eenvoudige man, zonder ontwikkeling. We vinden nergens of hij ooit naar school ging; we weten niets over hem. Het was gewoon een eenvoudige man, maar God verkoos Zich te verbergen in deze eenvoudige persoon. God was met deze eenvoudige man, Zich verbergend in een menselijk wezen. Kunt u dat vatten, dat God Zich verbergt in een ongeletterde zonderling (in de ogen van de wereld althans)? Zij beschuldigden hem van van alles, zelfs dat hij een tovenaar zou zijn, deze Elia.

147 Alle profeten werden daar trouwens van beschuldigd; Jezus werd er ook van beschuldigd. Ze zeiden dat Hij Beëlzebul was en dat Hij gek was. Ze zeiden: "Wat, U bent bezeten. We weten dat U een boze geest hebt. U bent niet goed bij Uw hoofd." Ziet u? Toen was het dat Hij hun vertelde, dat dat godslastering zou zijn, wanneer het later zou worden gesproken, als hetzelfde in de laatste dagen zou komen. Hij vergaf het hun, maar het zou in deze laatste dagen niet vergeven worden. Er moest voor betaald worden met eeuwige afscheiding; het zou nooit meer vergeven worden, noch in deze wereld noch in de komende wereld.

148 Elia werd als een krankzinnige beschouwd. U kunt zich dat voorstellen, als u ziet waartegen hij in opstand kwam. De vrouwen knipten vermoedelijk allemaal hun haar af, precies zoals in deze moderne tijd. Ze verfden zich zoals Izebel, de 'eerste vrouw' van het land. En de predikers waren allen werelds geworden en zo. En wat gebeurde er toen? Toen kwam daar die oude Elia en veroordeelde de hele zaak, te beginnen bij Izebel.

149 Ze dachten: "We hoeven niet naar u te luisteren; we hebben herders." Zeker hoefden ze niet te luisteren, maar toch was hij hun herder. Hij was Izebels voorganger. Zij wilde niet... De hare was misschien van een heel ander soort, maar God zond hem; hij was het. Hij was Gods gezonden herder voor haar. Zij haatte hem, maar hij bleef evengoed haar herder.

150 Let op. Elia vernederde zich en bleef zo nauwgezet bij wat God zei, dat het God behaagde om diezelfde Geest van Elia te nemen en te beloven dat Hij deze nog drie keer op de weg zou inzetten. Amen! En Hij deed het. Amen! Zeker deed Hij het. Zeker. Hij beloofde dat het zou komen. En het kwam op Elisa, zijn opvolger, daarna op Johannes de Doper en vervolgens wordt verondersteld dat hij hier volgens Maleachi 4 opnieuw zal zijn in de laatste dagen.

151 God hield van die Geest, die op die eenvoudige onontwikkelde bosbewoner, daar ergens in de bossen, rustte. Hij was zo gehoorzaam aan Zijn Woord, dat Hij kon zeggen: "Elia, doe dit", en Elia deed het. Maar het was zoiets eenvoudigs waar God Zich in verborg, dat iedereen zei: "Ach, die oude zonderling. Bemoei je maar niet met hem", en dat soort dingen.

152 Maar op een dag, toen hij oud was geworden – zijn hoofd kaal, zijn bakkebaarden grijs, het weinige haar dat hij had over zijn schouders hangend, het vlees van zijn magere armen hing erbij – kwam hij de weg aflopen naar Samaria. Zijn ogen zagen op naar de hemel. Hij had een knoestige stok in zijn hand. Hij was weinig indrukwekkend om te zien, maar hij had het "ZO SPREEKT DE HERE" voor die dag!

153 Hij stamelde zijn boodschap niet. Hij stotterde niet. Hij zei niet: "Wel, grote koning Achab..." Hij kwam binnenlopen en zei: "Zelfs geen dauw zal er van de hemel vallen totdat ik erom roep." En God eerde zijn eenvoud...

154 Nu, ziet u, hoewel het toch op zo'n eenvoudige wijze kwam, was iedereen tegen hem; ieder kon zijn bloed wel drinken. Heel het predikersgenootschap en al die anderen konden hem wel naar de keel vliegen. Dat is waar. Ze probeerden op allerlei manieren van hem af te komen. Maar hoewel ze niet met hem samenwerkten in zijn campagnes, of in wat zij ook organiseerden, en iedereen hem een zonderling vond, was het die eenvoud waar God Zich in verborg. Maar toen de tijd kwam dat dat zaad dat geplant was rijp moest worden, toen manifesteerde God Zich door vuur uit de hemel te zenden, dat zelfs het water uit de groeve oplekte. [I Koningen 18:38.] God, die Zich verborg in eenvoud en Zich dan weer openbaart. Zeker, het behaagde God het zo te doen. Hij heeft het altijd op die wijze gedaan.

155 We hebben dus gezien dat God deze dingen beloofde. De moeilijkheid vandaag is echter bij zovelen van ons, dat we zo seminarie-achtig en zo denominationeel willen worden en ingesteld op ontwikkeling, dat God ons niet kan gebruiken. God kan een man een aanzet geven om iets te doen en hem een bediening geven. Het eerste wat je ziet gebeuren, is dat hij aandacht zal schenken aan wat anderen zeggen. Weet u wat er meteen gebeurt? Hij zal volkomen verwikkeld raken in een hele hoop gedoe, met als gevolg dat God Zijn hand van hem aftrekt en hem alleen laat.

156 Dan zal Hij trachten een andere man te vinden, iemand die het wel zal doen. Hij moet iets vinden, dat Zijn Woord zal nemen, dat de Goddelijke openbaring zal nemen en er niet mee zal manoeuvreren, maar gewoon daar op dat Woord zal blijven staan. Op die manier doet Hij het. Zo heeft Hij het altijd gedaan.

     Wat gebeurt er als iemand zo ontwikkeld en knap wordt, dat hij probeert zijn eigen uitleg aan het Woord te geven? Zoals sommigen zeggen: "De doop van de Heilige Geest? O, dat was voor een andere tijd."

     Maar als ze niet... "Wel, het was niet voor een andere dag. Maar ik zeg u, dat komt niet meer zoals vroeger op de Pinksterdag; wij ontvingen de Heilige Geest toen we tot geloof kwamen." Al dat soort dingen, ziet u.

157 Wanneer u spreekt over de doop in de Naam van Jezus Christus, omdat de Bijbel het zo leert, dan zeggen ze: "Goed, maar ons seminarie zei zus-en-zo." Dat is compromissen sluiten. Zo iemand kan God niet gebruiken. Hij kan het toelaten, dat een man er in het hele land uitgegooid wordt, weggejaagd wordt, uitgelachen en bespot wordt enzovoort, maar als het er echt op aan komt, staat Hij op en betuigt Zich weer in precies dezelfde eenvoud.

     Kijk hoe een bloem omhoog schiet. Het zaad ziet eruit alsof het met hem gedaan is. Het viel in de aarde en stierf. Graaf het kleine zaadje maar op; het is verrot. Het ziet er verschrikkelijk uit, maar daaruit ontspringt leven dat weer een andere bloem voortbrengt.

158 God is in eenvoud. Hij doet hetzelfde. De weg omhoog voert naar beneden, altijd. Verootmoedig u. Zeg nooit: "Wel, ik heb dit of dat." U heeft niets. Onthoud alleen, als u de genade van God hebt, dat u er gewoon dankbaar voor bent en dat u nederig bent; blijf u gewoon vernederen.

     (Nu moet ik me gaan haasten, vanwege de klok. Ik wil u niet te lang vasthouden, omdat ik u niet wil vermoeien, en we hebben nog een lange tijd vóór ons deze week.)

159 Nu ontdekken we enerzijds dat mensen ontwikkeld en knap worden. Maar nu zal ik u een andere kant tonen. Die anderen slaan zo door naar de andere kant, dat ze fanatiek worden in hun poging religieus te zijn. Nu, we weten dat we ook die kant hebben. Zij slaan door naar de andere kant.

160 In dat opzicht verschil ik ook van mening met de groep broeders die niet lang geleden hier weggingen van de weg des lichts. Toen ze de buitengewone verschijnselen zagen geschieden, toen konden ze gewoon niets anders doen dan zichzelf tot een groep vormen. Ze kwamen dus bijeen in Canada en verzamelden een groep mensen, waar ze onder elkaar profeten en apostelen zouden gaan uitroepen en dergelijke dingen, maar het stortte volkomen ineen. Dat zal altijd gebeuren. Zij voelen zich zózeer, en veroordelen andere zaken zózeer, dat ze precies de andere kant opgaan.

161 Kijk, er is één kant die hogelijk intellectueel is, koud en onverschillig; daar ontkennen ze alles; maar anderen gaan de tegenovergestelde richting op, en die andere kant is een radicale, één en al emotionele groep, die het Woord ontkent.

162 Maar de echte waarachtige gemeente blijft precies op het midden van de weg. Nu, als u oplet, dan is er èn de Bijbelse kennis nodig van wat God heeft gesproken, èn genoeg geestelijk zijn om een warm hart te hebben. Het is gewoon een bepaalde weg. Jesaja zei dat het zo zou zijn. Hij zei: "Er zal een verheven baan zijn."

163 En dan onze gezegende heilige, dierbare vrienden van de Nazarener-kerk, een machtige kleine beweging die God begon. Maar waar zijn zij nu aan toe? Toen God in tongentaal begon te spreken in de gemeente, waren ze zo religieus en zo verstard in hun eigen mening, dat ze het van de duivel noemden. U ziet wat er met hen gebeurd is; en ze zijn heiliger dan u. En zo ontdekken we dat al deze dingen tot zaad worden en uitsterven.

164 Dat is de andere kant. Nu, de ene gaat de fanatieke kant op; de ander wordt koud en verstard. Nu, Jesaja zei: "Er zal een verheven baan zijn." De 'Nazareners' en vele anderen van de 'heiligheids'-mensen zeiden altijd: "O, die gezegende verheven baan. God zij geprezen; we wandelen langs de oude verheven baan."

165 Maar bedenk, dat was niet precies wat hij zei. Hij zei: "Er zal aldaar een verheven baan zijn en..." ('en' is een verbindingswoord) "... en een weg", welke niet 'de verheven baan der heiligheid' genoemd zal worden, maar de 'heilige weg'.

166 Nu, een verheven baan der heiligheid... Mensen proberen zichzelf heilig te maken. Maar als u dat doet, is het – zoals ik al eerder zei – alsof een buizerd probeert duivenveren tussen de zijne te steken, teneinde een duif te worden. Zijn natuur blijft echter toch die van een buizerd. Het zou zijn als een kraai die probeert duivenveren of pauwenveren in zich te steken en dan zegt: "Ziet u wat een prachtige vogel ik ben?"

167 Ziet u, dat is gefabriceerd. Maar een pauw hoeft er zich geen zorgen over te maken of hij pauwenveren zal krijgen. En een duif hoeft zich geen zorgen te maken of hij duivenveren zal hebben of niet. Zolang haar natuur die van een duif is, zal zij duivenveren hebben. Maar kijk nu: de mensen van de 'heiligings'-beweging gaan zeggen: "De vrouwen moeten lang haar dragen en lange mouwen." Allerlei andere dingen worden gezegd, zoals dat u lange rokken moet dragen en geen trouwringen meer of welke andere soort sieraden ook. Ziet u, het is een eigengerechtige heiligheid. Dat is gemaakte heiligheid; maar de echte gemeente van de levende God is zo niet.

     Als u kijkt wat er gebeurd is met de denominaties, dan ziet u dat ze allemaal kortgeknipt haar hebben, ook de Pinkstermensen en dergelijke groepen, en dat ze bijna allemaal ringen en dat soort dingen dragen.

168 Als u terug kijkt naar de Pinkstermensen van jaren geleden, dan hamerden ze er nog op: "Maar wij, als de gemeente, wij, de gemeente..." De gemeente is Christus' lichaam. Het is die persoon onder de andere afzonderlijke personen, die geboren is in het Koninkrijk van God. Het is iets dat van de binnenzijde uit komt. Het wordt automatisch geleefd.

169 U vraagt een schaap ook niet om wol te fabriceren. Schapen hoeven geen wol te fabriceren. Zou hij zeggen: "Nu, mijn meester wil dat ik wat wol heb van 't jaar, het wordt tijd dat ik aan de gang ga." Nee, het enige wat hij moet doen, is gewoon een schaap blijven. Zo is het; de wol zal hij vanzelf dragen, omdat...

170 Er wordt ons niet gevraagd vruchten te fabriceren; we worden verondersteld vruchten te dragen. Ziet u dat? Er wordt verondersteld dat we vruchten dragen. Zolang u een vruchtboom van God bent, met Gods Woord, dan zal Gods Woord Zichzelf betuigen. Hij draagt vrucht zolang het Woord er in is.

171 Jezus zei: "Indien gij in Mij blijft en Mijn Woorden in u blijven, vraagt wat gij wilt, en het zal u geworden." U fabriceert het niet; u werkt het niet op. Het is er gewoon werkelijk. Het blijft steeds doorgaan.

172 Nu, laten we nu even opschieten; nog een paar minuten en dan zullen we sluiten.

     Nu, er zijn er die zover gaan, dat ze fanatiek worden en doorslaan naar de andere kant. Omdat ze op en neer springen en een of andere sensatie of emotie krijgen, spreken in tongen of het uitspreken van een profetie die nu toevallig juist was of zoiets, geloven ze dat dat het is, dat zij 'het hebben'. Maar dat is niet zo.

173 Jezus zei: "Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: 'Here, Here, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd en in Uw Naam boze geesten uitgedreven en in Uw Naam vele krachten gedaan?' En dan zal Ik hen openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend, gaat weg van Mij." [Matthéüs 7:22.] Dat is het niet. Dat is het niet, vrienden.

174 Dat is de reden... Is in tongen spreken het bewijs? Ik geloof in het spreken in tongen, maar ik neem het niet als het enige bewijs van de Heilige Geest. O nee, de vrucht van de Geest is het bewijs.

175 Dat is de reden dat ik hierin van mening verschil met de beweging van de Pinksterbroeders, omdat zij het zo zeggen: "Als iemand in tongen spreekt, heeft hij de Heilige Geest." Maar dat is geen teken dat hij de Heilige Geest heeft. Ik heb duivels in tongen horen spreken, zo snel als ze maar konden, bloed drinkend uit een menselijke schedel, onder aanroeping van de duivel.

176 Ik heb Indianen slangen zien opnemen en die om zich heen zien wikkelen in de regendans daar in Arizona, terwijl ze zo, met hun handen opgeheven, rondrenden. Toen kwam de toverdokter te voorschijn. Hij doorstak zichzelf, legde een potlood neer en dat potlood schrijft in onbekende tongen en hij geeft er de uitleg van. Daar hoeft u bij mij dus niet mee aan te komen; daar ben ik te oud voor. Ziet u? Dus...

177 De vruchten van de Geest zijn... Jezus zei: "Aan hun vruchten zult gij hen kennen." Niet aan tongen of emoties, maar aan hun vruchten. En dat zijn de vruchten van de Geest.

178 Daarin ontvouwt God Zich, in nederigheid en lieflijkheid, en elke dag hetzelfde. Er is iets met iemand die precies bij het Woord blijft; elke keer dat hij het Woord ziet, bekrachtigt hij het met een "Amen", ongeacht wat de anderen zeggen. Hij gelooft het, ziet u.

179 Goed. Maar we gaan zelfs zover, dat we ons verlaten op iets fanatieks. En dan komt Satan onder de mensen. (Dat is Satans zaak, en hij is een goed zakenman.) Hij komt onder de mensen om hen te laten geloven dat ze "het hebben", omdat ze op en neer kunnen springen; en dan nog altijd uw buurman haten? Nee, ziet u? Het is echt wonderbaar om dingen uit te spreken, om in tongen te spreken en dat soort dingen, maar onthoud, u kunt in echte Heilige-Geest-tongen spreken en nog steeds niet de Heilige Geest hebben. De Bijbel zegt het in I Korinthe 13:1:

     Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak, maar had de liefde niet, ik ware schallend koper of een rinkelende cimbaal. (Het baatte mij niets; het voldoet niet, ziet u?)

180 De Methodisten zeiden: "Toen we jubelden, hadden we het", maar ze hadden het niet. De Nazareners zeiden dat ze het hadden als ze heilig leefden, maar ze hadden het niet. De Pinkstermensen zeiden: "Wij spreken in tongen; wij hebben het", maar ze hadden het niet. God ontvouwt Zich, maar niet in gevoelens, hoewel er zeker gevoelens bij komen. Ziet u waar het heengaat? Hij maakt het gewoon zo nederig, dat iedereen het kan zien, als u tenminste niet probeert uw eigen verstand en uw eigen gedachten erin te laten meespreken; het is God.

181 Zo worden ze dan tot een stel fanatiekelingen. Aan de ene kant staan dan de koude formelen en aan de andere kant de fanatiekelingen. Maar hier gaat de bruid recht door alles heen, roepend vanuit beide kanten en God betuigt het, Zijn Woord, en Hij gaat verder.

     Nu, ik moet hier wat van overslaan, want ik heb hier teveel, en ik heb... Mijn tijd is op. Ik zal zo snel opschieten als ik kan.

182 Al sinds Eden is er geprofeteerd dat er een Messias zou komen. Helemaal vanaf Eden. (Nu, ik zal enige van mijn Schriftgedeelten die ik hier opgeschreven heb overslaan, en notities, om de boodschap op tijd af te krijgen als ik kan. God die Zich verbergt in eenvoud. Nu, ik praat snel, maar ik wil dat u dit vat, ziet u.) Sinds Eden is het geprofeteerd dat er een Messias zou komen. Het was voorzegd wat voor een persoon Hij zou zijn. We zouden daar lang bij kunnen stilstaan, maar u kent de Bijbel – u weet wat Hij zou zijn, wat voor een persoon Hij zou zijn.

183 Mozes zei: "De Here, uw God, zal u een profeet verwekken, zoals ik." Zij wisten dat die Messias een profeet zou zijn, dat soort bediening zou Hij moeten hebben. Al de profeten spraken van wat Hij zou doen.

184 Zij spraken ervan in symbolen, maar het ging velen regelrecht over het hoofd heen, en bij de overigen ging het onder hen door. Bij de een ging het over hem heen, bij de ander ging het onder hem door. En tegen de tijd dat Hij op het toneel van de tijd verscheen, hadden de mensen tot wie Hij gezonden was hun eigen uitleg over wat Hij zou zijn, in hun eigen ingebeelde uitleggingen.

185 De Bijbel veranderde nooit. De Bijbel is altijd hetzelfde. Dat is ook de reden dat ik zeg wat ook de Schriften zeggen, en ik blijf daarbij: "De Bijbel staat geen eigenmachtige uitlegging toe." Dus, u Methodisten, Baptisten, Pinkstermensen, probeer er niet uw eigen uitleg in te leggen, zeggende: "Het betekent niet dit; het betekent dat." Weet u, het betekent gewoon wat er staat, helemaal precies dat.

     Iemand zei: "Hoe kan dat nu?" Wel, ik weet het niet; het is niet aan mij om dat uit te leggen. Daar zal God voor zorgdragen. Hij is Degene die het zei, niet ik, en Hij zal voor het Zijne zorgen.

186 Maar nu, deze Messias was voorzegd. De profeten vertelden helemaal precies hoe Hij zou komen en wat Hij zou doen als Hij kwam, maar hun eigenmachtige uitlegging ervan was onder de mensen verbreid. Toen Hij kwam, was het op zulk een eenvoudige wijze, in eenvoud, dat de gehele gemeente erover struikelde. Is dat juist?

187 Daar waren mannen aan wie geleerd was, dat niemand een leraar of priester kon zijn, tenzij hij geboren was uit een bepaald geslacht, dat van Levi. Stelt u zich dat eens voor, iemand wiens over-over-over-over-over-over-grootvader ook al priester was geweest, precies in overeenstemming met dat Woord. Dag en nacht waren ze aanwezig in de tempel. Ook een katholieke priester of een prediker zou dat kunnen zijn. Maar dat is een steeds doorgegeven bediening die generaties lang bepaalde kerken dient. Al dat soort zaken zoals: "Mijn over-over-grootvader was Methodisten-bisschop", "Mijn grootvader was ook al bisschop", enzovoort...

188 Allen leefden ze goed bij het Woord, maar ze hadden er hun eigen opvattingen over. Hun kinderen hadden het aanvaard, zoals hun vaders het aan hen geleerd hadden. Omdat de vaders echter in hun onderwijzing van de ware weg afweken, en zij er zo'n organisatie van maakten, konden zij, toen de Geest probeerde de Waarheid vóór hen te stellen, het niet aannemen. En dat gebeurt vandaag precies zo.

189 Ik wil niet ruw zijn, maar het is waar; het is vandaag hetzelfde. Zij maken het erg ingewikkeld op een of andere wijze, ook in hun onderwijzing. Maar zoals al eerder gezegd is: God heeft niet één kleinkind. Weet u dat? God heeft zonen en Hij heeft dochters, maar geen kleinzonen en kleindochters. Ieder mens moet dezelfde prijs betalen, u moet op dezelfde wijze komen als uw vader, op dezelfde wijze moet ú het.

190 Kijk, toen deze Messias kwam, was Hij zo eenvoudig... Gedurende vierduizend jaar had elke profeet van Hem gesproken. David zong van Hem; steeds was dat er geweest. Maar toen Hij kwam, hadden de mensen hun eigen idee opgebouwd over wat Hij moest doen en hoe Hij zou gaan handelen. Wat hadden ze dat allemaal al uitgelegd, op kaarten getekend en al dat soort dingen. Doch toen Hij op die heel eenvoudige wijze kwam, wierp het gewoon hun theologie omver. Ze wisten het niet, maar Hij kwam overeenkomstig het Woord.

191 Nu, gelooft u dat God door de profeten sprak dat die Messias op een bepaalde wijze zou komen? (Het is zo jammer dat we niet nog een uur hebben, zodat we dat konden doornemen en uitleggen wat het was. De meesten van ons weten echter hoe het was.) God had gezegd hoe Hij zou komen. Hij zei: "Gij, Bethlehem, land van Juda, zijt geenszins de minste onder..." en zo verder, hoe Hij zou optreden en wat Hij zou doen.

192 Toch was Hij zo eenvoudig, en die grote geleerden verkeerden in zo'n verwarring, dat ze het misliepen. Maar u weet, dat Jezus niet in tegenspraak met het Woord kwam; Hij kwam overeenkomstig het Woord, maar in tegenspraak met hun uitleggingen. Hij leerde dingen die tegen hun kerkelijke onderwijzing over Hem indruisten.

193 Nu, ze zouden bijvoorbeeld hebben gezegd: "Als de Messias komt, zal Hij vast en zeker naar de tempel komen en zeggen: 'Kajafas,' (of wie er dan ook hogepriester zou zijn), 'Ik ben gekomen!' Hij zal komen met een escorte van tien miljoen engelen. Dan zal God zeggen: 'Goed, mannen daar beneden, jullie zijn werkelijk een machtige kerk. Jullie zijn Mijn volk. Ik zal de slingers in beweging zetten en de galerijen van de hemel neerlaten. Ik zend u hedenmorgen een Messias. Ik zal Hem daar precies op het plein laten neerdalen.' En al de mensen komen dan en zeggen: 'Doctor Zus-en-zo, u en Doctor Die-en-die, u moet samen vooraan gaan staan om Hem het eerst te begroeten.'"

194 Dat is misschien ook zoals ze vandaag denken. (Ik weet dat het een beetje onbezonnen klinkt, maar ik probeer hier iets duidelijk mee te maken.) Men zegt: "Op die wijze zal het gaan gebeuren. Als het zó niet komt, dan is het vals, dan is het van de antichrist. Als het niet precies zó komt, is het van de antichrist, en kan het dat niet zijn. Wat er vervolgens zal neerdalen, zal een begeleidende legermacht zijn van ongeveer tien miljoen engelen met hun korpsen. Zij zullen daar eveneens op het plein landen, waar Salomo de tempel bouwde; o, overal daar op deze heilige grond waar heiligen en wijzen gestorven zijn" en meer van dergelijke dingen.

195 "Ja," zei Jezus, "gij huichelaars, gij zonen van de duivel, gij bouwt de grafsteden der profeten en uw eigen vaders hebben hen erin gebracht." Dat is waar. Dat is waar. "Zie, hoeveel rechtvaardigen en profeten zijn er niet tot u gezonden, maar u hebt hen allemaal gedood." En wat Hij toen 'rechtvaardig' noemde, vonden zij 'fanatiek' en 'zonderling'. Zulke gedachten hadden ze toen over de manier waarop Hij zou komen.

196 Maar toen Hij ter wereld kwam in een stal, met een hele gewone timmerman als pleegvader, geboren uit een maagd, een klein onbekend meisje... Ziet u, niet de dochter van de hogepriester of zo iemand. Hij werd geboren uit een kleine dame die in een klein plattelands-plaatsje woonde, Nazareth genaamd. Jozef was een heel gewone weduwnaar; zijn vrouw was gestorven. Hij had al een paar kinderen. Hij was met haar verloofd. Vandaar dat er al vanaf Jezus' geboorte een smet op Zijn Naam lag; ze zeiden dat Hij een buitenechtelijk kind was.

     O, dat was een te grote klap voor hun beschaafdheid. Hun hoog-ontwikkelde zedenleer kon dat niet verwerken. Hun uitleg van de Schriften kende dat niet, maar toch was het 'ZO SPREEKT DE HERE'. O, als ik daar even over nadenk, dan doet me dat huiveren. En dan hetzelfde wéér te zien gebeuren! God kan niet veranderen. (Nu, het is al twaalf uur. Zal ik stoppen of doorgaan? Ik geloof dat u nog wel eventjes stil kunt zitten. Ik leg hier een fundament voor een boodschap die komt, en dan zal ik trachten u zo snel mogelijk te laten gaan; zo mogelijk misschien na de volgende tien of vijftien minuten. God zegene u.)

197 Nu, het is zo eenvoudig, dat het voor hen gewoon het doel miste, maar Gods doel raakte het wel; het raakte het Woord. Hij kwam precies zoals Hij had gezegd, alleen hun uitlegging ervan was fout. De uitleg die zij gaven in Mozes' tijd was fout; de uitleg in de tijd van Noach was eveneens fout, maar toch komt God in overeenstemming met Zijn Woord.

     Toen Jezus kwam, onderwees Hij zaken die in tegenstelling waren met wat men in die tijd leerde. Men zei: "Indien Gij de Messias zijt, doe dan dit-en-dat. Indien Gij Gods Zoon zijt, red Uzelf en kom af van het kruis! Laat het ons nu dan zien!" Maar God speelt niet voor clown voor de mensen; God doet slechts dat wat welbehaaglijk en juist is.

198 Zij dachten dat zo Iemand zeker zou komen met een erewacht van engelen, maar Hij kwam in een stal. Naar hun eigen beschaafde zedenleer, voor een gewoon menselijk wezen, was het belachelijk wat er gebeurde. Zou die Almachtige God, de grote machtige Jehova, Die de aarde bezat en alles had geschapen, geen plaats kunnen bereiden waar Zijn eigen Kind geboren kon worden? Zou Hij niets beters hebben dan een of andere koeienstal boven een mesthoop? Hoe kon dat mogelijk zijn?

199 Wat was het? God in eenvoud. Dat is wat Hem zo groot maakte. De zedenleer van de ontwikkeling heeft het niet in zich, om zich zo te vernederen; zij kan dat niet verdragen. Maar God is zo groot, dat Hij Zich daartoe vernederde. Er waren niet eens kleertjes om Zijn eigen Kind aan te trekken. Bedenk dat eens! En de wereld... Er was geen plaats in de herberg. Hij kwam in een koeienstal, onder een kleine rotswand, een kleine grotachtige uitsparing in de glooiing van de heuvel. Daar op een strobed, kwam de Zoon van God. O, dat was een heel verschil met wanneer Hij daarginds zou zijn gekomen...

200 Zijn moeder bleek in verwachting te zijn, al maanden voordat ze verloofd waren, of dat ze getrouwd waren. Zij zou moeder worden en de mensen zagen het; ze wisten dat het zo was. Maria zelf wist in haar hart wat er gaande was. Jozef begreep het niet, maar de Engel des Heren kwam 's nachts tot hem en zei: "Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is niet iets slechts, maar is uit de Heilige Geest." Daarmee was het voor hem klaar.

201 Deze man, Jozef, had zo'n relatie met God, dat God tot hem kon spreken. Maar vandaag hebben we onze kerkelijke jasjes zo stevig om ons heen getrokken, dat niets anders meer tot ons kan spreken dan de kerkelijke groepering waartoe we behoren. Ik wil niet scherp of radicaal worden, dus zal ik het hierbij laten. Maar u begrijpt wat ik bedoel.

202 Kijk, een stal was belachelijk voor hen, de beschaafde mensen. Daarbij vinden we nergens vermeld, dat Hij ooit één dag een school bezocht en toch, toen Hij twaalf jaar was, verbaasde deze eenvoudige jongen de priesters in de tempel met Zijn leer. O, wat was het? God, die Zich verbergt. O, ik voel me tamelijk gezegend nu!

203 God verborg Zichzelf in een schuur. Hij verborg Zich in een klein kind. Ziet u? Kijk hoe dit zich na een tijdje gaat ontwikkelen. Als Hij de straat opging, waarschuwden de ouders ongetwijfeld hun kinderen: "Speel niet met dat kind. Heb niets met Hem te maken. Zijn moeder is niets anders dan een gewone prostituée. Zijn vader en moeder verwachtten de baby al voordat ze werkelijk getrouwd waren. Ga niet met Hem om!"

204 Wat dacht Maria? Per slot van rekening was het zo dat, wat de buitenwereld ook dacht, zij al deze dingen overlegde. Zij verborgen het in hun hart. Zij wisten dat ze er toch niets van konden zeggen, dat ze er niets tegen konden inbrengen. God spreekt soms tot Zijn dienstknecht en zegt hem dan: "Houd u stil; spreek hier niet over."

205 Ik heb mensen gehad in mijn samenkomsten die zeiden: "Wel, als u een dienstknecht van Christus bent, dan weet u toch dat dit-en-dat daar gaande is?" Zeker weet ik dat dat gaande is, maar wat zul je doen, als Hij zegt: "Houd je stil. Zeg er niets over."

     Ik nam onlangs enkele mannen mee en toonde hen in een boek iets wat al jaren geleden gesproken was.

     "Wel," zei hij, "ik kon het niet begrijpen."

     Ik zei: "Ziet u het daar staan?" Daar achterin stond het. Ik had het gedateerd, en daar stond alles over wat er gebeurd was. O, veel mensen hadden het al in het boek gezien, dat ik zei: "Het zal geschieden dat dit-en-dat, zus-en-zo zal gebeuren."

     Hij zei: "Wel, waarom zei u er niets over?" Omdat het zo moest zijn! Ziet u?

206 Jozef wist ook meer. Hij wist aan Wie die baby toebehoorde, zoals ook Maria wist Wie hij toebehoorde. Jezus wist Wie Zijn Vader was. Wat zei Hij? "Ik moet bezig zijn met de dingen Mijns Vaders." Dat betekende niet: hout zagen en een deur maken, maar Zijn Vaders zaken. Amen. Hij zei tegen Zijn moeder: "Wist gij niet dat Ik bezig moet zijn met de dingen Mijns Vaders?"

207 Nu, zij dachten: "Dat kleine vreemde kind – elk onecht kind is toch al een beetje vreemd en raar; daar heb je het al..." Maar God verborg Zich... (Luister!) God verborg Zich in dat wat door de wereld als vuil, verdorven en onwettig werd beschouwd. God verbergt Zich in de verdorvenheid van een dood zaad, om leven voort te brengen. Vat u het?

208 God verbergt Zich in een eenvoudige wasvrouw of een doodgewone man, die met zijn lunchpakketje onder de arm vrouw en kinderen kust, afscheid neemt en de deur uitgaat. Misschien verbergt Hij Zich in die man om iets te gaan doen, waar een aartsbisschop niets over zou weten. U hoort Hem geen bazuinen blazen als Hij hem uitzendt, maar God wordt geëerd – dat is alles. De eenvoudigen horen het en zijn blijde.

     God verborg Zich in de eenvoud van een baby – verborg Zich in de eenvoud van een doodgewoon gezin; God! En de kerkelijken, de grote mannen, het verstand en het genie, allemaal, de Herodessen en de Nero's van die tijd zagen er allen overheen; God was verborgen in eenvoud. (Nu, snel.)

     We zouden over Johannes de Doper kunnen lezen, in Jesaja 40, als u wilt, en in Maleachi 3. U kunt het opschrijven als u wilt. Jesaja 40, hoe Hij Zijn volk vrede toeroept. Het zou goed zijn als ik het even zou lezen, als u een ogenblik tijd hebt. We zullen het opslaan in Jesaja het veertigste hoofdstuk en gewoon kijken wat hij er hier over zegt. Kijk nu hier.

     Troost, troost Mijn volk,...

     Nu, onthoudt dat dit 712 jaar voor Zijn geboorte is. Het staat erboven, ziet u. En hier spreekt de profeet van Hem:

     Troost, troost Mijn volk, zegt uw God.

     Spreekt tot het hart van Jeruzalem, roept het toe, dat zijn lijdenstijd volbracht is, dat zijn ongerechtigheid geboet is, dat het uit de hand des HEREN dubbel ontvangen heeft voor al zijn zonden.

     Hoor, iemand roept: Bereidt in de woestijn de weg des HEREN, effent in de wildernis een baan voor onze God.

     Elk dal worde verhoogd en elke berg en heuvel geslecht, en het oneffene worde tot een vlakte en de rotsbodem tot een vallei. (O, halleluja. Wat een man zou dat worden!)

     Sla nu met mij Maleachi op, het laatste boek van de laatste der profeten uit het Oude Testament. Luister goed, want hier neemt Maleachi het op, precies in de avondtijd. Wees er dus zeker van, dat het u niet ontgaat. Het is Maleachi, het derde hoofdstuk.

     Zie, Ik zend Mijn bode, die voor Mijn aangezicht de weg bereiden zal; plotseling zal tot Zijn tempel komen de Here, die gij zoekt, namelijk de Engel des Verbonds, die gij begeert. Zie, Hij komt, zegt de HERE der Heerscharen.

209 Hij spreekt hier nog steeds over Johannes de Doper. "Ik zend Mijn bode voor Mij uit, om de weg te bereiden." Jezus sprak er van in Matthéüs 11:10, toen Hij zei: "Indien gij het wilt aanvaarden: hij is degene van wie gesproken wordt: Zie, Ik zend Mijn bode voor uw aangezicht uit..." Zo was het.

210 Hoe wonderbaarlijk dat het al zevenhonderd jaar bekend was, dat er een voorloper zou zijn vóór de Messias kwam. Maar toen deze voorloper op het toneel verscheen, was het in zo'n eenvoud, dat ze hem over het hoofd zagen. Ze gingen aan hem voorbij. Als u bedenkt dat hij de zoon van een priester was, dan ziet u hoe belachelijk het was dat hij zijn vader niet in het ambt opvolgde en ook niet naar het seminarie ging. Daar was zijn werk echter te belangrijk voor.

211 Op negenjarige leeftijd trok hij de woestijn in. Toen hij eruit kwam, predikte hij. Ze misten het. Hij was zo eenvoudig, ja, te eenvoudig om geloofwaardig te zijn voor hun hoogbeschaafde opleiding. Ze dachten, toen deze man kwam: "Hoe zit het dan met: 'Elk dal worde verhoogd en elke berg en heuvel geslecht', en met: 'Het oneffene worde tot een vlakte'?" David zag het en zei: "De bergen springen op als jonge lammetjes en de blaadjes klappen in de handen."

212 En wat gebeurde er? Een oude gebaarde kerel, zonder enige opleiding, met een stuk schapenvacht om zich heen gewikkeld, kwam uit de wildernis van Juda gestrompeld en riep: "Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. En gij, adderengebroed, geloof niet dat ge kunt zeggen: 'Ik behoor tot een bepaalde organisatie.' Ik zeg u, dat God bij machte is uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken."

     "O," zeiden ze, "maar hij is het niet. We weten dat hij het niet is." Maar hij was het wel. Hij effende het pad.

213 Dat was het moment dat het oneffene tot een vlakte werd, en elke berg en heuvel werd geslecht. Hij zei: "U gelooft toch dat u Abraham tot vader hebt? U hoeft niet te proberen om me zulke dingen te vertellen, want God is bij machte uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken." De hoogten werden geslecht. O, God zij geprezen! Dat werden ze, zeker. Ziet u het verschil?

214 Hij had gesproken dat dat plaats zou vinden. En toen ze kwamen, dachten ze: "O, my!" Ze waren bereid hem te ontvangen, als hij maar tot hun eigen organisatie kwam. Hij kwam echter zo anders, op zo'n eenvoudige wijze, toch de Schriften verklarend; de hoogten werden neergehaald. Ze wilden dat niet toegeven, maar het was zo.

215 Tjonge, wat zette hij hen op hun nummer. Wat gaf hij hen er van langs! "Adderengebroed," zei hij, "jullie adders in het gras; ik zeg jullie, dat de bijl reeds aan de wortel van de boom ligt en iedere boom die niet de goede vruchten voort zal brengen, wordt afgehouwen en in het vuur geworpen. Ik doop u inderdaad met water, maar na mij zal er Eén komen, die sterker is dan ik. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met Vuur. De wan is in Zijn hand en Hij zal Zijn dorsvloer geheel van stro zuiveren, het kaf verbranden en het graan in de schuur bijeen brengen." Amen.

216 Dat was toen de rotsbodem tot een vallei werd gemaakt, maar de mensen begrepen het niet. Toch was het gewoon precies volgens het Woord. Het was zuiver zoals het Woord het zei, maar het kwam op zo'n eenvoudige wijze, dat ze het niet zagen. Zij faalden erin om het te zien. Maar weest u toch niet zo blind. Ziet u? Weest u niet zo blind.

     Luister, zij liepen het mis. Hij was zo eenvoudig vergeleken met wat zij algemeen geloofden over zo'n persoon, dat het ze ontging. Nogmaals, wat was het? God, die het Woord is, verborgen in eenvoud; niet een priester met een omgekeerde boord en een gedegen opleiding.

217 Jezus vroeg hen hetzelfde. Toen Johannes' discipelen tot Hem gekomen waren, zei Hij: "Wat zijt gij uitgegaan om te aanschouwen? Wat bent u gaan zien? Ging u een man zien, die gekleed was in een priestergewaad, in weelderige kleding? Zo'n prediker?" Hij zei: "Ging u uit om dat te zien?"

     Hij zei: "Nee. Dat soort kust baby's, weet u, en begraaft de doden. Maar zij weten niets van een zwaard dat met beide handen gehanteerd moet worden op het slagveld. Zij komen om een soort intellectuele toespraak te houden voor een of andere 'Kiwanis Club' [Club van zakenlieden, notabelen, enz. – Vert] of zoiets, weet u. Daar kunnen ze goed zijn, maar als het erop aankomt de strijd aan te gaan, dan weten ze daar niets van af. Zij zijn in de koningspaleizen. Zij hangen rond bij dat soort beroemdheden. Maar", zei Hij, "wat bent u gaan zien? Bent u een riet gaan zien, bewogen door de wind?"

     Een man die zou zeggen: "Weet u, u behoort nu wel tot de 'Eenheids-pinksterkerk', maar als u nu bij de 'Assemblies-pinksterkerk' komt, dan zal ik u eens vertellen wat ik zal doen: we zullen maken dat er voor u..."

     "Ik geloof dat ik dat dan maar zal doen..." Dat is een door de wind bewogen riet. Johannes was zo niet, o nee.

     "Als u komt en u bij de Sadduceeën aansluit en niet bij de Farizeeën...", dat soort dingen. U zag niet iemand die door de wind werd bewogen. Johannes niet, broeder. Hij niet.

218 Jezus zei: "Wat zijt gij gaan aanschouwen? Een profeet?" Er zou een profeet nodig zijn om die boodschap te brengen, ziet u? Hij zei: "Nu..."

219 Dat was de betuiging van een profeet, ziet u. Het Woord van God was met hem. Het Woord komt tot de profeet. Hij zei: "Waarom zijt gij dan gegaan? Om een profeet te zien?" Hij zei: "Ja, dat is waar. Ik zeg u, zelfs meer dan een profeet." Want dat was hij.

220 Waarom was hij meer dan een profeet? Hij was een boodschapper van het Verbond, die de weg overbrugde tussen wet en genade. Hij was daarin de sluitsteen waarvan gesproken was. Hij zei: "Indien u het wilt aanvaarden: dit is degene van wie de profeet gesproken heeft: 'Zie, Ik zend Mijn bode, die voor Mijn aangezicht de weg bereiden zal.'" (Maleachi 3.) O, hij was zo eenvoudig. Opnieuw was God verborgen in eenvoud.

     Zie dan wat hij deed. Hij predikte dat de machtige Christus zou komen: "Hij heeft Zijn wan in de hand. Hij zal Zijn dorsvloer geheel zuiveren. Hij zal alle afval nemen en het wegvegen en verbranden. Dat is zo, maar ook zal Hij het graan verzamelen en het bijeenbrengen in de schuur." Ziet u, hij was geïnspireerd.

     Maar toen Jezus kwam, keken allen – ook al de apostelen, weet u – uit naar de komst van iets groots. O, geweldig! "Wel, Hij komt gewoon en dat is alles wat er moet gebeuren. Jongens, Hij zal machtig zijn! Hij zal die Romeinen van de aarde wegvagen. O, Hij zal die Grieken de ene kant op laten vluchten en die Romeinen de andere kant op als Hij komt." Maar toen Hij kwam, was het een kleine nederige man die heen en weer geduwd werd van de ene naar de andere kant. Wat was het? God, Zich verbergend in eenvoud. O, my!

221 Toen Hij dan aan het einde van Zijn Boodschap gekomen was, zei Hij: "Wie van u overtuigt Mij van zonde? Als Ik niet alles was, wat de Bijbel zei dat Ik zijn zou, indien Ik niet de werken Mijns Vaders heb gedaan, veroordeel Mij dan. Maar wat van hetgeen de Schriften zeiden dat Ik doen zou, heb Ik niet gedaan? Wie kan Mij van zonde beschuldigen." Zonde is ongeloof, weet u. "Indien Ik duivelen uitdrijf door de vinger Gods, toon Mij dan waardoor u het doet."

222 Eenvoud: Hij gaf Zich zelfs over om te sterven. Maar o, op die Paasmorgen! Halleluja! Hij smeet het afval er echt uit, broeder. Ja, inderdaad, en het graan werd verzegeld in de schuur. De tarwe die daar in de grond te rusten ligt, met eeuwig leven, wacht op de grote dag waar we over gaan spreken, de komst van de Here. Dan zal dat leven tot leven komen en zullen we verrijzen in die opstanding, met Hem meegevoerd worden in de lucht en vergaderd worden in de schuur. Het afval zal daar verbrand worden; het kaf, dat rond de tarwe gewikkeld is, en dat probeerde het deze kant op te trekken of die kant op, zal verbrand worden met onuitblusbaar vuur. Amen! O, is Hij niet wonderbaar? Toch zagen ze Hem over het hoofd – God in eenvoud.

223 Waarom? Waarom predikte Johannes nooit in kerkelijke termen? Hij sprak nooit als een predikant. Hij gebruikte uitdrukkingen van Gods eenvoud, termen zoals: "de bijl ligt aan de wortel", uitdrukkingen zoals: "boom" en "adderengebroed". Hij sprak niet als een seminarieleraar, zoals de geestelijken van die dag, of zoals Doctor Zus-en-zo. Dat deed Hij niet. Hij predikte als een of andere houthakker uit de bossen. Hij sprak van bijlen en bomen en slangen en dergelijke dingen, over graan, graanschuren en dat soort zaken. Ik denk wel dat ze hem als een soort 'zeepkist-prediker' beschouwd hebben. Ze zullen hem een 'stronk-prediker' hebben genoemd in die dagen, staande op een boomstronk daar beneden bij de Jordaan. God in eenvoud, Zich verbergend voor de wijsheid van de wereld.

224 Nu, laten we zien wat Jezus zei: "Ik dank U, Vader, Heer des Hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor de wijzen van de wereld verborgen hebt, doch het aan kinderkens die willen leren openbaart." Het was God die Zich in eenvoud verborg in Christus; God die Zich in eenvoud verborg in Johannes. Denk u dat in, dat God Zich voor de wijsheid van de wereld verbergt in eenvoud.

     Nu, we zullen met een paar minuten sluiten, want ik wil u niet langer houden.

     Kijk! Laten we om dit af te sluiten even een moment stilstaan bij iets persoonlijks. Bedenk eens in welke tijd we leven. Een tijd, waarin God neerdaalt in een klein simpel plaatsje, waar wij hebben gewoond, waar Hij de zieken geneest. Terwijl de rijken en hoogmoedigen en hooggeleerden zeggen: "De dagen van de wonderen zijn voorbij; er bestaat niet zoiets als Goddelijke genezing."

225 Herinnert u zich de boodschap over David en Goliath, die ik u vanaf dit zelfde stuk grond bracht op de morgen dat ik zou gaan vertrekken? Ze zeiden: "Hoe zult u een ontwikkelde wereld tegemoet treden, broeder Branham, waar ze al deze zaken hebben?"

     Ik zei: "Ik kan niets af- of toedoen aan de wijze waarop ik haar tegemoet zal treden; God zei gewoon: 'Ga!'" Dat is alles. Het is Zijn Woord; Hij gaf de belofte. Het uur is aangebroken.

226 In de komende juni-maand is het drieëndertig jaar geleden, dat die engel, die u op de foto daar ziet, neerkwam daar verderop boven de rivier en zei: "Zoals Johannes de Doper vooruitgezonden werd," – er waren daar vijfduizend of meer mensen aanwezig – "is nu het uur gekomen dat uw Boodschap zich over de wereld zal verspreiden."

227 Kan iemand zich nog de kritiek herinneren? Was iemand van u erbij? Ik geloof dat Roy Slaughter of sommige anderen die hier zitten, zich die dag misschien nog wel herinneren. Mevrouw Spencer of iemand anders van de oudere mensen hier, George Wright en nog een paar anderen. Weet u nog hoe het was? En is het zo niet gebeurd? Jawel. En toen we er midden in waren en zij het afwezen en zeiden: "Het is slechts een geestelijke genezing", keerde God onmiddellijk terug en zond een hele gewone domme buidelrat, en ze werd genezen door de kracht van God.

228 Eens, een dag voordat ik met Lyle en Banks Wood ging vissen, sprak de heilige Geest, dat Hij iets zou gaan doen om hun Zijn heerlijkheid te tonen. Toen we daar dan zaten, leerden we Gods betuigde Waarheid kennen; er dreef een klein dood grondelvoorntje op het water. En die morgen kwam daar de Heilige Geest neer in die boot. Ik stond op en sprak tot die vis – hij lag op het water, was al een half uur dood, zijn kieuwen en ingewanden hingen uit zijn bek – maar hij kwam tot leven en zwom net zo goed weg als elke andere vis. Wat is het? God, Zichzelf verbergend in eenvoud.

229 God is in staat uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken! God is in staat een buidelrat, een vis of wat ook te genezen! Als Hij Zijn Boodschap brengt en de mensen het niet willen geloven, dan kan God een buidelrat opwekken om het te geloven! Halleluja. God kan een dode vis opwekken. Hij kan een dode buidelrat opwekken. Hij kan alles doen wat Hij wil!

     Wat een berisping voor deze generatie! Als zij er over struikelen en er drukte over maken en zeggen: "U deed dit niet of u deed dat", en God zendt dan een eenvoudig dier. Wat een berisping! Wat was het? Het is God, die in eenvoud toont hoe groot Hij is. O, dat is een berisping voor de mensen van deze generatie voor hun ongeloof.

230 Nu, ze geloven tegenwoordig, precies zoals ze altijd deden, dat het op hun manier gedaan moet worden. "Nu, als er zoiets is als Goddelijke genezing..." Zoals een man, een Katholieke man, me dit onlangs 's avonds vertelde. (Het was in verband met deze meneer Ayers die ik ging bezoeken, vanwege zijn zoon in Houston.) Hij zei: "Wel, als dat een gave van God was, dan had die in de Katholieke kerk moeten komen."

231 De Methodisten dachten dat het in hun kerk zou moeten komen en de Pinkstermensen dachten dat het in hun kerk zou moeten komen, maar het kwam in geen ervan. Het kwam in de kracht van de opstanding van Jezus Christus, die Zichzelf openbaarde. Dat is juist. Zo komt Hij. Let daar gewoon op; laat het u niet voorbijgaan. Bewaar het diep in uw hart en overpeins het daar. Voor hen had het op hun eigen manier moeten komen, vanuit hun eigen denominatie. En als het op een andere wijze komt, is Hij het niet. Dan is het slechts psychologie of is het de duivel, God is het dan niet, want als het God was, dan had Hij op hun manier moeten komen: "De manier waarop wij het uitgelegd hebben."

232 Op die wijze had Jezus tot de Farizeeën moeten komen. Zo had het moeten zijn. Als God een Messias zou zenden, dan hadden zij al helemaal uitgelegd hoe Hij moest zijn, en omdat Hij anders kwam, was Hij de Messias niet. Ze beschouwden Hem als onwettig; Hij was Beëlzebul. Toch was Hij God, doch verborgen in eenvoud.

233 Volgens hen moest de wegbereider een bepaalde, goed ontwikkelde man zijn. Elke dag, of ieder jaar, wanneer ze hun predikers inwijdden en ze uitzonden als zendeling om bekeerlingen uit andere groeperingen te maken, dan dacht iedereen: "Wel, deze zal die voorloper zijn, die zal optreden." God deed hem echter opstaan in de woestijn, waar helemaal geen seminaries en dergelijke dingen waren. God verborg Zich in nederigheid en in eenvoud.

234 Maar wacht even! Tot slot wil ik u dit zeggen: als u Gods eenvoudige Boodschap verwerpt... Die te verwerpen, Gods eenvoudige manier, betekent voor eeuwig vernietigd te worden. Nu, terwijl wij er zoveel over spreken dat het zo eenvoudig is, denken de mensen dat ze er om kunnen lachen en er overheen kunnen lopen en dat ze er mee om kunnen gaan hoe ze maar willen; maar het is eeuwige afscheiding van God!

235 Degenen die stierven in de tijd van Noach en niet geluisterd hadden naar zijn boodschap, kwamen om. Jezus ging in Zijn dood naar hen toe, die in de ketenen der duisternis gevangen zaten. Voordat Hij verrees, daalde Hij af naar de hel en predikte daar tot de zielen die in de gevangenis waren en die zich niet bekeerden toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl toch een eenvoudige boodschap door een eenvoudige man gepredikt was. Hij ging en zei: "Noach predikte dat Ik hier zou zijn, en hier ben Ik." Zeker.

236 Het waren degenen die in gebreke waren gebleven te luisteren naar die profetische boodschap, toen Mozes daar in de wildernis een boodschap van God ontving, die duidelijk betuigd werd door een Vuurkolom, die het volk uitleidde naar de woestijn. Daarna trachtten zij op te staan om er een organisatie van te maken, en zij kwamen om en stierven in de woestijn – iedereen, op twee mannen na: Jozua en Kaleb. Maar de Farizeeërs daar vroeger waren zo blind, dat ze dat niet konden inzien, dus keken ze terug en zeiden: "Onze vaders aten manna in de woestijn."

     En Jezus antwoordde: "En zij zijn allemaal dood."

237 Zij hadden de heerlijkheid Gods gezien; zij wandelden in het licht. Ze wandelden in het licht van de Vuurkolom, wandelden in de aanwezigheid van Zijn kracht. Zij trokken langs de plaatsen die de Heilige Geest hen had toebereid. Ze aten het manna dat uit de hemel viel, waar God voor zorgde, maar ze misten het en gingen naar de hel. Zij zijn allemaal dood, en als u dat woord beziet, betekent het: "Eeuwige afscheiding van de aanwezigheid van God." Zij zijn allemaal dood.

238 Iedereen die Jezus weigerde, is vergaan. Ziet u wat ik bedoel? Om die eenvoud van God te weigeren, is niet zomaar iets waarvan u zegt: "Wel, ik maakte een vergissing." Zo doet u dat niet! God aanvaardt het niet op die manier; u gaat voor eeuwig verloren! We zouden beter over bepaalde dingen na moeten denken. Dat kon u maar beter doen. Het moet wel-betuigd zijn door God. En als het dat is, dan is het Zijn Woord. Dat is wat zij verwierpen, die Mozes verwierpen, die Elia, Johannes of Jezus verwierpen in hun dagen.

239 Laat ik u hier even een heel klein feit noemen. Ik hoop dat ik u er niet te zeer mee kwets. Onlangs werd ik naar Houston, Texas, geroepen om te proberen gratie te krijgen... Ik verzamelde een aantal mensen bijeen om een boodschap te prediken, die hen ertoe zou kunnen brengen een gratieverzoek te ondertekenen voor deze jongeman en een jong meisje (weet u?), die in moeilijkheden waren gekomen. (Ik veronderstel dat u er over gelezen hebt in de krant; de stiefzoon van meneer Ayers.)

240 Meneer Ayers is degene die de foto van de Engel des Heren heeft genomen, die u daar ziet – hij was Rooms-Katholiek en zijn vrouw was Jodin. Hij was met dit Joodse meisje getrouwd, maar ze spraken nooit met elkaar over godsdienst en dat soort dingen. Ted Kipperman, die met hem in de zaak zat, bezit de Douglas Studio.

241 Toen hij daar kwam, schudde meneer Best, of Dr. Best, van de Baptistenkerk, zijn vuist onder de neus van broeder Bosworth en zei: "Nu, neem er een foto van, dat ik dit doe." Hij zei: "Ik neem de huid van die oude man mee en hang die in mijn studeerkamer als een aandenken aan Goddelijke genezing."

242 Maar voordat ik naar Houston, Texas, ging, had de Here God mij al gezegd daarheen te gaan. Ik was daar dus in de Naam des Heren. U weet allen van het debat dat toen plaatsvond en de dingen die verder gebeurden. U heeft het in de boeken en zo gelezen. Daar was het. Toen we die avond gewoon probeerden nederig te wandelen, zeiden ze: "Och, het is gewoon een stelletje domme mensen." Dr. Best zei: "Ze zijn niets anders dan een stel onwetende mensen. Het bestaat niet dat er nog mensen zijn die in gebedsgenezing en dat soort dingen geloven. Dat is allemaal onzinnig gedoe."

243 Zij wisten niet, dat het God was, die Zich in eenvoud openbaarde. "Wel," zeiden ze, "die man heeft niet eens een middelbare school-opleiding." Hij zelf was beschaafd en had alle geleerdheid en titels die hij maar kon halen en hij dacht dat hij broeder Bosworth in elk opzicht de mond kon snoeren. Toen het op het Woord aankwam, was hij echter nog voor geen tien procent tegen hem opgewassen.

     Broeder Bosworth wist waar hij stond. (Veel van zijn mensen die hier nu zitten, waren bij dat debat aanwezig.) Daar kwam hij, en gooide ons gewoon voor de voeten, dat we een stel weetnieten waren. Hij zei: "Mensen met een beetje gezond verstand geloven er zelfs niet in."

244 "Een ogenblik;" zei broeder Bosworth, "hoeveel mensen uit deze stad..." (er waren er ongeveer dertigduizend die avond, die daar onder ons zaten), "hoevelen uit deze stad, die naar deze grote fijne Baptistenkerken gaan, kunnen met een doktersverklaring bewijzen dat ze genezen zijn door de kracht van God, sinds broeder Branham in deze stad is? Laat die opstaan." Driehonderd stonden er op. Hij zei: "Wat zegt u daar dan van?"

     Daar was het. God was verborgen in eenvoud. Maar toen zei hij, broeder... Hij zei: "Haal die goddelijke genezer maar. Laat me zien hoe hij iemand hypnotiseert, en laat me ze dan een jaar vanaf vandaag nog maar eens zien."

245 Ted Kipperman en Ayers, degene die de foto nam, zeiden: "Meneer Branham is alleen maar een hypnotiseur. Ik zag een vrouw die zo'n groot kropgezwel in de keel had. En", zei hij, "hij hypnotiseerde de vrouw en de volgende dag sprak ik met haar en ze had het kropgezwel niet meer. Wel", zei hij, "die man hypnotiseerde haar."

246 En o, hij maakte me gewoon belachelijk en zei dat ik de stad uitgejaagd behoorde te worden en dat hij degene was die dat eigenlijk zou moeten doen en dat soort dingen – grote koppen op de voorpagina van de 'Houston Chronicle'.

     Ik zei helemaal niets. Ik was daar om in de dingen mijns Vaders te zijn, dat was alles, om bij het Woord te blijven; Hij had mij daarheen gezonden, en het was Zijn zaak...

247 En die avond toen ik daar naar voren kwam, zei ik: "Ik ben geen 'goddelijke genezer'. Als mensen dat zeggen, dan vergissen ze zich. Ik wil geen 'goddelijke genezer' genoemd worden. Als Dr. Best hier 'redding' predikte, dan zou hij ook geen 'goddelijke redder' genoemd willen worden. Dan," zei ik, "als ik Goddelijke genezing predik, wil ik geen goddelijke genezer genoemd worden. Zoals hij zegt, dat hij geen goddelijke redder is (zeker is hij dat niet), net zo min ben ik een goddelijke genezer. Waar ik op wijs, is, dat wij door Zijn striemen zijn genezen..."

     En hij liep daar rond en zei: "Het is onzin!" Weet u...

248 Ik zei: "Maar als de gave Gods en de aanwezigheid van deze Engel des Heren een vraag is, dàt kan bewezen worden." En omstreeks dat moment kwam Hij in een werveling op mij neer. Ik zei: "Het is onnodig om nu nog te spreken. Hij heeft reeds voor mij gesproken." En ik ging de zaal uit.

249 Onlangs ging ik weer naar Houston, die grote stad, een van de prettigste steden die er in het land zijn. Maar toen ik onlangs die stad inging, was het een schande wat je er zag. De straten waren vuil, de hele aanblik van de stad. Daar op de Texas Avenue ging ik het Rice Hotel binnen, waar vroeger filmsterren verbleven. Ik ging naar beneden in het souterrain, naar het cafetaria; de zoldering brokkelt af, pleisterkalk ligt op de vloer met vuil en allerlei rommel. En dan een verwarring onder de predikers zoals ik nog nooit in mijn leven heb gehoord of meegemaakt.

250 Waarom? Licht te weigeren, betekent in duisternis te wandelen. Dat bracht hun kinderen in de 'dodenrij'. Zoals God toen neerkwam, en in eenvoud werd tentoongespreid, werd Hij toch verworpen, al toonde Hij Zichzelf in die eenvoud. Toen was het dat ze daar die foto namen, die over de hele wereld ging. Zelfs de wetenschapsmensen hebben gezegd, dat het het enige bovennatuurlijke Wezen is, dat ooit werd gefotografeerd, in de hele geschiedenis van de wereld. De foto hangt in Washington D.C., in de Hal voor Religieuze Kunst. Daar is het – eenvoud gemanifesteerd. Ziet u? God die Zich verbergt in eenvoud en Zich dan manifesteert.

251 Kijk, Hij verborg Zich in de dood van Christus, maar manifesteerde Zich in de opstanding. O, zo kun je maar doorgaan; er komt geen eind aan als je die dingen gaat opnoemen. En dat is het, als u weigert te erkennen dat er een zon is, dan gaat u in wezen in een kelder zitten en sluit uw ogen voor het licht. Zo is het.

252 Onthoudt, de enige manier dat u verkeerd kunt gaan, is eerst het juiste ding te weigeren. En als u weigert uw ogen te openen, zult u in duisternis leven. Als u gewoon weigert om te kijken, hoe zult u dan iets zien? Let op de eenvoudige dingen. Het ligt in de kleine dingen die u ongedaan laat – niet de grote dingen die u tracht te doen. O, my.

253 Kijk, laat mij u vertellen wat Hij reeds in Matthéüs 11:14 over Johannes de Doper zei: "Indien gij het wilt aanvaarden: hij is het. Hij is degene die voor Mij uitgezonden was." Het was eenvoud.

     Op een dag werd Hem gevraagd: "Hoe kunnen dan de schriftgeleerden zeggen, dat...?"

254 Hij zei: "De Zoon des mensen gaat op naar Jeruzalem. Ik zal overgeleverd worden in de handen der zondaren, en zij zullen de Zoon des mensen ter dood brengen. Hij zal sterven en ten derde dage zal Hij weer opstaan." Ook zei Hij: "Vertel niemand het gezicht."

255 Nu, bedenk dat het de discipelen waren die met Johannes gewandeld hadden, met hem gesproken en met hem gegeten hadden in de woestijn, die zich neerzetten op de oever en dat vroegen: "Hoe kunnen dan de schriftgeleerden zeggen, dat Elia eerst moet komen? U zegt dat U gekruisigd zult worden en zult verrijzen; U bent de Messias en gaat de troon nemen! Maar hoe kan het als de schriftgeleerden en al onze geschriften, trouwens de Schrift Zelf duidelijk zegt, dat vóór de Christus komen zal, Elia eerst moet komen?"

     Hij zei: "Elia is reeds gekomen, maar u hebt het niet geweten." Nu, wie waren dat? Discipelen.

256 Ik ga hier nu even een beetje kwetsend zijn, maar niet met de bedoeling om... De komende paar minuten. Het is, opdat u er zeker van zult zijn het te begrijpen. (Hoort u mij?) Kijk: "Waarom..." (Die mannen die met Christus wandelden.) "Waarom zeggen de Schriften dat Elia eerst moet komen?" Dat vroegen Johannes' eigen bekeerlingen, en zelfs zij kenden hem niet! "Waarom zeiden de Schriften, de leraren...?" Ziet u wat ik bedoel? "Waarom zeggen de Schriften dat Elia eerst moet komen?" Discipelen die met hem hadden gewandeld. "Waarom zeggen de Schriften dat hij eerst moet komen, vóór deze dingen, en dat hij alles zal herstellen?" Hij zei dat tot ongeveer een half dozijn mensen; meer waren er niet. Dat waren allen die verondersteld werden het te ontvangen. Dat waren degenen die het beschikt was om het te zien.

257 Jezus zei: "Hij is reeds gekomen, maar gij wist het niet. Toch heeft hij precies gedaan wat de Schriften zeiden dat hij zou doen. Hij bracht een herstel aan u allen, die Mij hebt ontvangen en in Mij geloofde. Hij deed precies wat de Schriften hebben gezegd dat Hij zou doen. Ook hebben zij met hem gedaan, wat de Schriften zeiden dat ze met hem zouden doen. Hij is reeds gekomen, maar gij hebt hem niet herkend."

258 Bent u gereed? Ik wil u een beetje laten schrikken: op dezelfde wijze zal het met de opname zijn. Het zal zo eenvoudig zijn; ongetwijfeld zal het op dezelfde manier gaan. Een dezer dagen zal de opname komen en niemand zal er iets van weten.

259 Sta nu niet op, maar bestudeer het even een ogenblik; ik ga zeker zo sluiten. De opname zal komen op zo'n eenvoudige wijze, dat de oordelen zullen neerkomen; dat men de Zoon des mensen zal zien en zal zeggen: "Zou het dan niet zus-en-zo verlopen? Moest dan niet eerst Elia tot ons gezonden worden? En zou er dan geen opname zijn?"

     En Jezus zal zeggen: "Het is reeds gebeurd, maar gij hebt het niet geweten." God in eenvoud!

260 Nu, deze week gaan we enkele bijzonder diepe onderwijzingen krijgen hierover. Nu, merk op: de opname zal... Die bruid, het zullen er zo weinigen zijn. Het zal niet zijn... Kijk wat de leraars ervan gemaakt hebben. Ze hebben kaarten, en zullen daarmee gaan aantonen dat er tien miljoen mensen zullen komen, en al de Methodisten, als het een Methodisten-prediker is; en als het een Pinkster-prediker is, dan zullen alle Pinkstermensen komen. Het zal het nooit benaderen.

261 Er zal er misschien één Jeffersonville verlaten – gewoon iemand die vermist wordt. Ze zullen zeggen: "Wel, je ziet nooit meer..." De anderen zullen het niet weten. Er zal er één Georgia verlaten. Er zal er één Afrika verlaten. Laten we zeggen, dat er vijfhonderd mensen die leven zo veranderd zullen worden.

262 Nu, dat is niet het gemeente-lichaam; dat is de bruid. Het is de gemeente niet, het is de bruid. De gemeente zal komen met duizenden, maar dat is in de volgende opstanding. Zij leven niet gedurende een periode van duizend jaar, behalve die in de bruid zijn. Als vijfhonderd mensen op dit moment de aarde zouden verlaten, zou de wereld er niets van weten.

263 Jezus zei: "Er zullen er twee in één bed zijn; de een zal aangenomen, de ander achtergelaten worden." Dat is 's nachts. "Twee zullen op het land zijn," (aan de andere kant van de aarde), "de een zal aangenomen, de ander achtergelaten worden. Op dezelfde wijze als het geschiedde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn bij het komen van de Zoon des mensen."

264 Bedenk! Alles zal net zo normaal verlopen als het maar kan. Een fanatieke boodschap trekt voorbij. Kort erna merkt u dat er gezegd wordt: "Deze prediker is ergens heengegaan en is nooit meer teruggekomen. Hij ging waarschijnlijk naar de bossen om te jagen, maar is nooit weer teruggekeerd." En: "Die man ging ergens heen en daarna..."

     "Weet u wat er gebeurd is? Ik geloof dat dat jonge meisje – ze zal misschien ergens heen geroepen zijn, weet u, of iemand heeft het meisje meegenomen en zich aan haar vergrepen. Ze hebben haar waarschijnlijk in de rivier gegooid." En niemand zou er ook maar de helft van begrijpen.

     Zo'n negenennegentig van elke... je zou beter kunnen zeggen, dat misschien één uit elke honderdmiljoen er ooit iets van zal weten. Tenzij iemand bekend is met... Ze zeggen: "Wel, het meisje wordt vermist. Nee, ik kan het niet begrijpen. Ze ging nooit zomaar weg."

265 En wanneer mensen zeggen dat de graven zullen opengaan... Hoe zullen de graven opengaan? Ik heb geen tijd om hierop in te gaan, wat ik wel wilde doen. Ik wil u gewoon de eenvoud van God laten zien. Die calcium, potas en al die andere stoffen waar u uit bestaat, is slechts een lepel vol... Dat is juist. Maar wat er gebeurt, is dat het weer uiteenvalt in geest en leven.

266 God spreekt slechts en de opname zal komen. Het zal niet zo gaan, dat de engelen naar beneden komen en het graf uitgraven en er een vergaan karkas uithalen. Wat is dat? Dat is geboren in zonde, al vanaf het begin. Nee, het zal een nieuw lichaam zijn, dat gemaakt is in de gelijkenis ervan. Als we dit weer zouden hebben, zouden we opnieuw sterven. Niemand zal zeggen: "De graven zullen opengaan en de doden zullen eruit wandelen." Dat mag waar zijn, maar het is niet 'opengaan' op de manier dat u het bedoelt. Zeker, zo zal het niet zijn. Het zal een verborgenheid zijn, omdat Hij zei, dat Hij zou komen als een dief in de nacht.

267 Hij heeft ons dit al verteld, over de opname. Dan zullen de oordelen toeslaan: zonde, plagen, ziekten en al dergelijke dingen. De mensen zullen roepen om de dood, om hen uit het oordeel weg te nemen. "Here, waarom komt dit oordeel over ons. U zei toch dat er eerst een opname zou zijn?"

     Hij zal zeggen: "Die is reeds geweest en gij hebt het niet geweten." God, Zichzelf verbergend in eenvoud. O!

268 Goed. "Het is reeds gebeurd en u wist het niet." Waarom geloven de gelovigen de eenvoudige tekenen van Zijn komst niet? Zij verwachten al deze dingen waarvan gesproken wordt door de Schrift, en dat de maan zal ondergaan, of de zon, op het midden van de dag, en dat er allemaal van dat soort dingen zullen zijn.

269 O, als we slechts... Ik heb er hier notities over opgeschreven om te tonen wat die dingen zijn, maar we zullen het hoe dan ook krijgen bij het verbreken van deze zegels deze week. Daar is het, waar het gewoon al gebeurd is en u het niet wist. We zullen zien of het zo is, als de Engel des Heren de zegels voor ons zal verbreken. Onthoudt, het is verzegeld met die zeven geheimenisvolle donderslagen.

270 Nu, waarom kunnen de mensen niet geloven in de simpele eenvoud van een nederig groepje mensen en in de stem van de tekenen van God? Waarom kunnen ze het niet geloven? Het is precies zoals het altijd geweest is: het ware Woord van God wordt gemanifesteerd, maar ze zijn te knap en te ontwikkeld om de eenvoudige vorm van het geschreven Woord te geloven. Zij willen hun eigen uitleg eraan geven. "Dit betekent het niet, en dat betekent het niet..." Dat betekent het wèl!

     Luister. Mag ik dit snel nog even zeggen? Zelfs de visioenen die God hier ter plaatse geeft, worden zo verkeerd begrepen. Dat is de reden dat u me op de banden hoort zeggen: "Zeg wat de banden zeggen. Zeg wat de visioenen zeggen."

271 Nu, als u goed wakker bent, zult u iets zien. Ik hoop dat ik het niet in mijn hand behoef te houden om het aan u te tonen. Het is hier. We zijn aan het eind. Jazeker. Schranderheid en ontwikkeling zal het ontgaan. De eenvoudige visioenen, wanneer ze in zulk een eenvoud geopenbaard worden, gaan de mensen gewoon boven hun hoofd.

272 Omdat ik dat visioen gezien heb, waarvan ik u alles vertelde – over het gaan jagen in het noorden – weet u, dat liet mensen gewoon struikelen. God zond het daar met die ene bedoeling, en kwam toen opnieuw om het meteen uit te leggen. Hij toonde het heengaan van mijn moeder en dat soort dingen. Toen kwam ik terug en vertelde het van tevoren, en het gebeurde precies op de wijze waarop Hij had gezegd dat het zou gebeuren.

273 Ziet u, hoewel Johannes daar openhartig optrad en beleed: "Ik ben de Christus niet; ik ben de stem van een die roept in de woestijn", kwamen toch zijn eigen discipelen en zeiden: "Waarom zeggen de schriftgeleerden of leren de Schriften dat Elia eerst moet komen?" De eenvoud van God is ongrijpbaar voor de mensen.

274 Laat me dit ene nog nemen, en dan sluiten. Ik zal het doen met Gods hulp. Laten we dit dan nog even uiteenzetten. Het spijt me dat ik maar steeds moet blijven vertellen, dat het me spijt dat ik u zo lang vasthoud, maar over een paar uur zullen we terugkomen.

275 Kijk. Laten we een simpele druppel inkt nemen. Alles heeft een doel. U kwam hier deze morgen samen met een bedoeling. Ik eet bij jouw thuis, Charlie, en Nellie kookte voor mij met een doel. Alles heeft een bedoeling. Dit kerkgebouw verrees hier met een doel. Er is niets zonder bedoeling of zonder oorzaak.

276 Laten we eens een simpele druppel inkt nemen. (Kunt u me goed horen?) Laten we zo'n eenvoudige inktdruppel nemen en er naar kijken. Wat is het? Een druppel inkt. Waar kwam hij vandaan? Wel, laten we deze inktdruppel eens nemen. Laten we zeggen dat het zwarte inkt is. Nu, die inkt is er met een bedoeling. Het kan mijn vrijlatingsbewijs schrijven, dat ik uit een verbeteringsgesticht mag. Het kan mijn gratie-verlening schrijven, die me uit de dodencel laat. Is dat juist? Het kan Johannes 3:16 schrijven en mijn ziel redden, als ik het geloof. Is dat waar? Of het kan mijn doodvonnis tekenen. Het kan me veroordelen bij de rechtbank. Het heeft een bedoeling. Is dat juist?

277 Wel, laten we kijken naar dat beetje inkt en zien waar het vandaan komt. Nu, het is inkt; het werd samengesteld uit scheikundige stoffen en andere bestanddelen, totdat het inkt werd, zwarte inkt. Laat u die inkt op uw kleding vallen, dan zal hij vlekken geven. Maar daarvoor hebben we een middeltje gefabriceerd dat 'bleekwater' heet. U, vrouwen, gebruikt dan Chlorox bleekwater. Wel, nu neem ik zo'n inktdruppel en laat hem in een bak met bleekwater vallen. Ziet u wat er gebeurt met de inkt? En waarom? Dat bleekmiddel werd gemaakt, of uitgevonden door een samenstelling van bepaalde chemicaliën die kleurstof zo erg afbreken, dat je er niets meer van terugvindt.

278 Nu, een deel van dat bleekmiddel is water. Water is H2O, oftewel waterstof en zuurstof. En zowel waterstof als zuurstof zijn gevaarlijke explosieven. In werkelijkheid zijn waterstof en zuurstof as, stof. Dat is het wat ze zijn. Het zijn chemische stoffen, gewoon chemisch as. Nu, als ze samen worden gebracht, krijg je water; maar ontleed je dat, dan krijg je weer waterstof en zuurstof. En zo kunt u steeds terug blijven gaan. Wel, als we hierop ingaan, laten we dan eens iets nemen...

     Nu, ik kan niet... Misschien zitten hier scheikundigen, en ik wil dit zeggen, omdat er wel eens een scheikundige naar zou kunnen luisteren. Ik ken de formules niet, maar ik wil het gewoon uitleggen op mijn eigen simpele wijze, vertrouwende dat God Zichzelf erin zal openbaren.

279 Kijk: ik liet die inktdruppel in een bleekbad vallen. Wat gebeurde er? De zwarte vlek is onmiddellijk verdwenen. U zou hem niet terug kunnen vinden als u dat moest; hij is verdwenen. U zult hem nooit meer zien. Wat is er gebeurd? Wel, u zag er niets uit vandaan komen. Waarom niet? Omdat hij afgebroken werd. Nu, de wetenschap zou zeggen: "Het keerde terug tot zijn oorspronkelijke zuren."

280 Waar kwamen die zuren dan vandaan? "Wel", zou u zeggen, "die ontstaan uit bepaalde stoffen." Goed. Laten we bij wijze van voorbeeld zeggen dat de zuren uit dampen ontstonden. Waar kwamen dan die dampen vandaan? Wel, laten we zeggen, dat dampen werden gevormd uit moleculen. Waar kwamen die moleculen vandaan? Van atomen. Waar kwamen die atomen vandaan? Van elektronen. En waar kwamen die vandaan? Van kosmisch licht. Ziet u? U bent nu al lang voorbij het gebied van de scheikundigen. Maar als het een stof is en een schepping, is het gekomen van een Schepper.

281 En u zit hier ook niet toevallig. Ik blijf niet maar toevallig doorgaan tot half een of één uur. De voetstappen van de rechtvaardigen worden door de Here beschikt, ziet u? Er is een reden voor. Er is de een of andere reden voor, dat u gelooft. Ook is er de een of andere reden voor om niet te geloven – precies zoals die inkt. Nu, laten we daar wat dieper op ingaan.

282 Nu, het eerste wat we doen, nadat we het hebben afgebroken tot moleculen, is dat we een aantal moleculen nemen – laat ik zeggen: molecuul nummer één plus molecuul negen plus molecuul twaalf. Nu, als het nummer elf was geweest, zou het rood zijn geworden, maar het moest twaalf zijn om zwart te verkrijgen. Dan zullen we het terugbrengen tot atomen. Het was atoom 'negen-zes',maal atoom 'vier-drie plus' om te worden atoom 'zestien-elf'. Indien het 'zestien-twaalf' geweest was, was het misschien paars geworden. Zo kunt u het steeds verder gaan ontleden.

283 En dat toont, dat er daarvóór al van den beginne iets is geweest. Dat is gewoon gezond verstand. Het is een schepping en het moet dus een Schepper hebben; het kwam voort uit de Schepper. Toen werden hun verschillende eigenschappen bepaald. Nu, de wetenschap kan niet een B-zestien atoom maal twaalf maal nummer veertien – of wat het ook was – zomaar nemen om zo'n stof te maken. Gòd moest dat doen. En dan, als het zover is gekomen dat het atomen zijn geworden, dan begint de wetenschap er vat op te krijgen.

     Dan, als het tevoorschijn komt als moleculen, dan kunnen ze het een beetje beter gaan zien. En als het dan van daaruit tot iets anders wordt samengesteld, dan wordt het tot chemicaliën en die laten ze dan met elkaar een verbinding aangaan.

284 Nu, voordat de mens zondigde... (Ik ben aan het sluiten, maar laat dit u niet ontgaan.) Toen de mens zondigde, scheidde hij zich af van God en stak daarmee een grote kloof over. Hij bracht zichzelf in de dood aan deze zijde ervan. Hij was weggegaan; er was geen weg terug. Precies. Er is voor hem geen weg terug. Maar toen hij dat gedaan had, aanvaardde God een vervanging, wat een lam was, een geit of een schaap of iets anders, voor dat bloed waar Abel van sprak aan de andere zijde van die kloof.

285 Aan gene zijde was hij een zoon van God; hij is een afstammeling van God, een erfgenaam van de aarde. Hij kan de natuur besturen. Hij kan in bestaan spreken. Wel, hij is zelf een schepper. Hij is een afstammeling van God.

286 Maar toen hij overstak, scheidde het hem van het zoonschap. Hij is een zondaar van nature, en leeft onder de handen en de heerschappij van Satan. Toen had God een offer aanvaard, wat bestond uit de scheikundige stof van het bloed, maar het bloed van de stieren en bokken scheidde de zonde niet af; het bedekte de zonde slechts.

287 Als ik een rode vlek op mijn hand zou hebben en ik bedekte haar met iets wits, dan zou die rode vlek er nog steeds zijn. Ziet u, dan is ze er nog. Maar voor de zonde zond God een Bleekmiddel vanuit de hemel. Het was het Bloed van Zijn eigen Zoon. En wanneer onze beleden zonden in Gods Bleekmiddel vallen, dan moet u maar eens proberen ze terug te vinden! De kleuring van zonde gaat dan terug door die 'verbindingsschakels' en door de tijd totdat ze bij de aanklager, Satan, komt en op hem blijft rusten tot de dag des oordeels.

288 Wat gebeurt er dan met die zoon? Hij komt weer in perfecte gemeenschap met de Vader; hij is weer aan de andere kant van de kloof zonder dat er meer zonde tegen hem in gedachten gehouden wordt. Niets meer, er is zelfs nergens meer een bleekvlek te zien. Hij is vrij! Halleluja! Precies zo als die Chlorox of die inkt nooit meer inkt kan zijn, omdat hij afgebroken is en terug gezonden!

289 Wanneer een beleden zonde beleden is, en ondergedompeld in... Een man of vrouw die gedoopt is in het Bloed van Jezus Christus; dat doodt alle symptomen. Iedere molecuul van zonde keert dan terug naar de duivel en blijft op hem rusten tot die dag des oordeels. Daar zal zijn eeuwige bestemming zijn om te worden geworpen in de poel des vuurs. Dan is de kloof overbrugd en zal nooit meer in herinnering gebracht worden. Dan staat een mens daar gerechtvaardigd als een zoon van God. Eenvoud...

290 Mozes was onder het bloed van stieren en bokken, maar met zijn belijdenis in het Woord van God; en God kon die eenvoudige man nemen en hem Zijn Woord in de mond leggen. Jehova sprak tot hem door visioenen. Mozes bewees Jehova's dienstknecht te zijn, want hij kon daar naar voren treden... En Jehova sprak tot hem. Hij trad naar voren en strekte zijn handen uit naar het oosten... Nu, onthoudt, God had tot hem gesproken; het is Gods gedachte. God gebruikt de mens. God had tot hem gesproken; het is juist!

     Hij had gezegd: "Ga heen, strek die staf die in uw hand is uit naar het oosten en zeg: 'Vliegen!'"

291 En Mozes, onder het bloed van die geiten en schapen, trad naar voren, nam die stok, strekte die uit naar het oosten en zei: "ZO SPREEKT DE HERE, dat er vliegen zijn!" Ze hadden nog nooit van vliegen gehoord. Hij trad weer terug – het was nu gesproken. Het was een gedachte; nu is die uitgesproken, is ze uitgedrukt, en dan is het het Woord van God. Het kwam via menselijke lippen – een eenvoudige man onder het bloed van een stier of een geit.

292 Al heel gauw, weet u, begint er een groene vlieg rond te vliegen. Even later waren er twee-en-een-halve kilo per meter! Wat was dit? Het was het Woord van God, gesproken door Mozes, de schepper, omdat hij, onder het bloed staande, in de tegenwoordigheid Gods was en zijn eigen woorden waren de zijne niet.

     "Indien gij in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden." [Johannes 15:7 – Vert] Welke positie neemt de gemeente in?

293 "Dat er kikvorsen zijn", en er was geen kikker in het land. Maar binnen een uur lagen ze op plaatsen drie meter hoog. Wat was het? Het was God, de Schepper, Zichzelf verbergend in een eenvoudige man.

294 Nu wil ik u iets vragen. Als het bloed van een stier of een geit, dat alleen kon bedekken, gebruikt kon worden als een bleekmiddel, dat een man in de positie stelde om het scheppende Woord van God te spreken en vliegen in het bestaan te brengen, waarom zou u dan vallen over het Bleekmiddel van Jezus Christus' Bloed, als Hij een eekhoorntje of zoiets in bestaan kan spreken?

295 Doe dat niet! Struikel niet over eenvoud. Geloof dat Hij nog steeds God blijft. O! Een verzoening voor de zonde! O, wat zou ik graag... Wat zegt Markus 11:23? "Voorwaar, Ik zeg u, wie tot deze berg zou zeggen, hef u op en werp u in de zee, en in zijn hart niet zou twijfelen, maar geloven, dat hetgeen hij zegt, geschiedt, het zal hem geschieden."

     O, ik heb nog drie of vier bladzijden; we zullen dat moeten laten liggen. (Dank u.) God verbergt Zich in eenvoud. Ziet u het niet? Er is ergens iets mis. Ergens is iets niet in orde. Wanneer God een bewering doet, kan Hij niet liegen. Hij heeft de belofte gegeven, maar Hij verbergt Zich in eenvoud. Het is zo eenvoudig, dat de geleerden en ontwikkelden dingen zeggen als: "Ach, dat is telepathie", of zoiets. Weet u, het is...

296 God kan terugreiken in de stroom van de tijd en u precies vertellen wat daar toen gebeurde. Hij vertelt u precies wat u vandaag bent en wat u te wachten staat. Dat is nog steeds door het Bleekmiddel van Jezus Christus, die een zondaar kan nemen en hem daarin kan bleken. Dan staat hij in de tegenwoordigheid van God: "Indien gij in Mij blijft en Mijn woorden in u, vraagt wat gij wilt en het zal u geworden."

297 "Wie in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen." Jezus zei: "Hoe kunt gij Mij veroordelen, terwijl in uw eigen wet geschreven staat, dat zij tot wie het Woord Gods gekomen is, de profeten, goden genoemd werden? Hoe kunt gij Mij dan veroordelen, wanneer Ik zeg de Zoon van God te zijn?" Zij konden het niet zien. Zij faalden erin het te zien.

     Nu, gemeente, in de komende boodschappen van vanavond af, blijf niet in gebreke om het te zien. Kijk naar de dag waarin we leven, en onthoud: het Bloed van Jezus Christus haalt de zonden zo ver van u weg, dat ze niet eens meer in Gods gedachten zijn. Het neemt alle smetten weg.

Zonde-vlekken, rood als karmozijn,
Waste Hij wit als sneeuw,
Dan staande voor de troon,
Ben ik in Hem volmaakt...

298 O! Hoe kan ik volmaakt zijn? Hoe kan ik volkomen zijn? Vanwege dat Bloed! Niet door mijzelf, maar dat Bloed staat tussen God en mij. Ik nam het aan; Hij gaf het... Ik ben een zondaar, maar Hij is God. Die 'scheikundige stof' staat voor mij om de zonde te doden, zodat God mij net zo wit ziet als het water in het bleekmiddel. De zonde is verdwenen. Zij kan hem zelfs niet bereiken, omdat daar een offer ligt.

     Waar is ons geloof om het eenvoudige Woord van God te geloven? Gewoon wat God zei, Hem op Zijn Woord nemend? God verbergt Zich nu in eenvoud in een nederige kleine groep, maar een dezer dagen, zal Hij Zich manifesteren, zoals Hij dat steeds gedaan heeft in de dagen van weleer. Houdt u van Hem?

Ik min Hem, ik min Hem,
Want Hij hield eerst van mij,
Betaalde voor mijn zonde-schuld
Op Calvarie.

299 Houdt u van Hem? O, is Hij niet wonderbaar? Ik hoop en vertrouw dat de boodschap zal voortbrengen waartoe zij bedoeld was, dat zij u naar een plaats zal brengen, dat u niet meer naar bloemrijke dingen zult uitzien. Wanneer u God ziet in Zijn grootheid, kijk dan hoe eenvoudig het is; dan zult u God zien. Zie er niet naar uit dat Hij...

300 Toen Elia ginds in die spelonk was, ging er vuur voorbij... En al dit soort sensaties: bloed, donderslagen en weerlicht hebben we gehad – bloed in het gezicht en in de handen, en allerlei andere sensaties. Maar deze dingen deerden die profeet nooit. Hij lag daar gewoon. Toen hoorde hij een stille zachte stem. Wat was het? Het Woord. Toen bedekte hij zijn gelaat en ging naar buiten. Ziet u, dat was het.

     Onthoudt vrienden: kijk niet uit naar grote, geweldige dingen. U zegt: "God spreekt van grote geweldige dingen Er zal een tijd komen, dat dit er zal zijn en dat dat zal gebeuren en nog andere grote geweldige dingen." Ik hoop dat u zult begrijpen waar ik over spreek. Ziet u? "En wanneer dit zal gebeuren, zal het groots en geweldig zijn..." Nee, het zal zo nietig zijn, dat u het hele gebeuren mist en gewoon doorgaat.

301 U zult terugblikken en zeggen: "Wel, dat is nooit komen te geschieden." Het ging voorbij, vlak over u heen, en u hebt het zelfs niet gezien. Het is zo eenvoudig. God woont in eenvoud om Zich dan in grootheid te manifesteren. Wat maakt Hem groot? Omdat Hij Zichzelf eenvoudig kan maken. Een groot geweldig man kan zich niet eenvoudig maken – hij moet een hoog waardigheidsbekleder zijn. Ziet u, hij is nog niet groot genoeg. Wanneer hij groot genoeg is, dan wordt hij minder en kan hij zichzelf vernederen.

302 Zoals die oude heilige daar in Chicago eens vertelde, toen daar een man naar voren was gestapt met al zijn opleiding en zo, maar daarna verslagen met gebogen hoofd was afgedropen. Hij zei: "Indien hij was gekomen op de manier dat hij wegging, dan zou hij gegaan zijn zoals hij kwam."

     Dat is waar. Verootmoedig u. Wees gewoon nederig. Probeer niet iets bijzonders te zijn. Heb gewoon Jezus lief. Zeg: "Here, indien er enige arglistigheid in mijn hart is, indien er iets verkeerds is, Vader, dan wil ik zo niet zijn. Neemt U het weg. Zo wil ik niet zijn. O, ik wil ook tot hen gerekend worden op die dag, Heer. En ik zie die dag, naderen." U ziet dat deze zegels beginnen te... zo God ze voor ons wil openen. Onthoudt, Hij alleen kan het doen. We zijn afhankelijk van Hem. God zegene u!

303 Nu, ik veronderstel dat onze herder u nog een woord heeft te zeggen, voordat we vanmiddag weer samenkomen. En ik denk dat de dienst... De zangdienst begint toch om half zeven, meneer? En...

     Zo de Here wil zal ik vanavond spreken over het onderwerp van het zevenmaal verzegelde boek. En dan maandagavond de ruiter op het witte paard; dinsdagavond de ruiter op het zwarte paard; woensdagavond het vale paard en dan de ruiter op het rode paard. Dan gaan we in op het zesde... vierde, vijfde en zesde, en zondagavond... Volgende week zondag zullen we 's ochtends misschien een genezingsdienst houden; ik weet het nog niet.

     Nu, onthoud, we hebben onszelf en het gebouw aan de Here toegewijd, aan de dienst van God. God zegene u. Ik ben een uur te laat; wilt u het mij vergeven? Het is niet mijn bedoeling om dat te doen, maar kijk, ik kan alleen deze week bij u zijn en dag ga ik al weer weg. En ik weet niet waar ik allemaal heen zal gaan; gewoon waar Hij mij heen leidt. En ik wil elke minuut gebruiken die ik kan, want ik wil de eeuwigheid met u doorbrengen. God zegene u. Nu, broeder Neville.

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
audioE-BookPrint
AudioAudio
mp3 Download mp3mp3 is een populaire audioformaat dat op vrijwel alle mediaspelers te beluisteren is. meer info...
m4b Download m4bM4B is een Audiobook formaat voor Apple apparatuur (iPod, iPhone etc...) Uw plek wordt bewaard e.d. meer info...
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)