De kloof

Door William Marrion Branham

1 Goedenavond, vrienden. Het is een groot voorrecht om vanavond weer in het huis van de Here te zijn, in de dienst. We teren nog steeds op het Manna van deze morgen, toen onze zielen zo bijzonder gezegend werden door Zijn grote tegenwoordigheid.

2 Vanavond beginnen we met het onderwerp: "De kloof tussen de Zeven Gemeente-tijdperken en de Zeven Zegels." Vanmiddag sprak ik met een van mijn vrienden... En zo de Here wil, zal ik in de loop van deze zomer (wanneer Hij mij niet naar huis neemt, en ik niet overzee ga of zoiets) terugkomen, en dan eventueel ingaan op de zeven laatste bazuinen, want het houdt allemaal verband met elkaar. Dan zijn daar de zeven laatste plagen, het loopt allemaal precies in elkaar over, zoals we zullen zien wanneer we verder gaan.

3 Vanavond, terwijl we wat tot rust zijn gekomen... Misschien zal ik wat lang van stof zijn vanavond, maar zelfs... Ondanks het prediken dat ik in Phoenix gedaan heb, ben ik zelfs niet één keer schor geweest, ziet u, en o, wat heb ik hard gepredikt! Ik geloof dat het zevenentwintig diensten waren zonder dat ik schor werd, maar zo gauw ik hier terugkwam, was het mis. Het is het klimaat hier, ziet u. Dit dal is eenvoudig slecht voor de gezondheid. U weet wat ik bedoel, het is slecht. En elke prediker heeft om te beginnen al een slechte keel.

4 Een dokter-vriend van mij keek eens een keer in mijn keel om vast te stellen wat er verkeerd was. Hij zei: "Het is niets. U hebt gewoon eelt op uw stembanden. Dat komt van het prediken." Wel, ik verheugde mij daarover, weet u. Het maakte dat ik me beter voelde, dat het toegeschreven kon worden aan het prediken, ziet u. Het is in orde, want het is voor het koninkrijk van God. Nu, we zouden misschien niet in staat zijn om in ons lichaam de kentekenen van Jezus Christus te dragen, zoals Paulus deed, omdat hij werd geslagen, maar we zouden toch een kenteken kunnen dragen, namelijk van het prediken en het verheffen van onze stem tegen de dingen die fout zijn. We zijn dankbaar, dat we niet meer geslagen hoeven te worden, tenminste niet tot op deze tijd.

     Hoevelen hier hebben gelezen of gehoord: 'Welke tijd is het, Heren?' Ik heb me daar nogal zorgen over gemaakt. Wanneer u het niet hebt gehoord, dan wil ik dat u het zou kunnen horen op de een of andere manier... Dit baarde me nogal zorgen.

5 Ik zou dit nog willen vertellen voor ik de dienst begin. Een week of tien dagen geleden was ik wat uit mijn evenwicht. Ik hàd gewoon iets. Ik wilde geen diensten houden of iets, omdat ik niet wist of ik het doen moest. Het scheen me toe alsof er iets ergs zou kunnen gebeuren en ik wist niet precies wat het was. Dus op een vroege morgen stond ik op om naar de Sabino-Canyon (een ravijn) te gaan. Van het huis is het ongeveer dertig of veertig minuten rijden naar de kop van de Sabino Canyon. Daar is een weg, die dertig mijlen omhoog leidt de bergen in; een vreemd landschap daarboven. Je kunt hier in de woestijn zijn waar het 80 en 90 is, en dertig minuten later in bijna twee en een halve meter sneeuw staan, op de top van de berg.

6 We waren onlangs nog in Phoenix, waar het ongeveer achtentwintig graden was (ze hadden het zwembad verwarmd, de mensen zwommen er) en ongeveer veertig minuten rijden daar vandaan, was het veertig graden onder nul, in Flagstaff. Dat is het verschil tussen de hogere streken en de woestijn... en het is zeer gezond voor astmalijders enz.

     Nu, ik ging naar boven in de Canyon; ik klom zo hoog als ik maar kon, en ik vroeg de Heer, terwijl ik daar zat, wat dit allemaal betekende enzovoort. Ik was wat ongerust en ik wist gewoon niet wat te doen.

     Terwijl ik bad, gebeurde er iets vreemds. Ik wil eerlijk zijn. Nu, ik zou in slaap kunnen zijn gevallen. Het zou een trance geweest kunnen zijn, of het zou een visioen geweest kunnen zijn. Ik ben min of meer geneigd te geloven, dat het een visioen was. Ik had mijn handen uitgestrekt en zei: "Heer, wat betekent deze donderslag, en wat betekenen deze zeven engelen, in de vorm van de piramide, die me opnamen van de grond en mij oostwaarts wendden – wat betekent het?"

7 Terwijl ik daar in gebed stond, gebeurde er iets. Er viel iets in mijn hand (nu, ik weet, dat, wanneer u geestelijke dingen niet kunt begrijpen, het u erg vreemd kan voorkomen), maar iets trof mijn hand; en toen ik keek, was het een zwaard. Het gevest was gemaakt van paarlen, de prachtigste parels die ik ooit heb gezien. De stootplaat (weet u, die volgens mij waarschijnlijk uw handen ervoor beschermt dat ze doorstoken worden tijdens het duelleren) was van goud. Het lemmet van de sabel was niet al te lang, maar het was gewoon vlijmscherp, en was van schitterend zilver. Het was het mooiste ding dat ik ooit zag. Het paste gewoon precies in mijn hand en ik hield het vast.

     Ik zei: "Is dat niet mooi?" Ik keek ernaar, en ik dacht: "Maar weet je, ik was altijd bang voor een zwaard." Ik ben blij, dat ik niet in de dagen leef dat zij ze gebruikten, omdat ik al bang ben voor een mes. Toen dacht ik: "Wat moet ik daarmee doen?"

     En terwijl ik het in mijn hand hield, zei een stem ergens vandaan: "Dat is het zwaard des konings." En toen kwam ik tot mijzelf.

8 Wel, ik vroeg mij af wat dat betekende: "Dat is het zwaard des konings." Ik dacht: "Wanneer er gezegd zou zijn: 'Een zwaard des konings', misschien zou ik het dan hebben begrepen. Maar er werd gezegd: 'Het zwaard des konings.'" Misschien is dit niet juist, maar ik dacht: "Er is er maar Eén DE Koning; dat is God. En Zijn Zwaard is dit, scherper dan een tweesnijdend zwaard." "Indien gij in Mij blijft en Mijn Woorden in u..."

9 Ik dacht aan het duelleren, ziet u, hoewel ik van de grondbeginselen van het duelleren niets begrijp. Maar voor zover ik kan begrijpen, treffen de zwaarden elkaar kruiselings, en dan uiteindelijk zetten de vijand en u de zwaarden vast, op deze manier. Dan komt het aan op de kracht van de man die duelleert, omdat zijn zwaard zou worden gericht op mijn hart en dat van mij op het zijne. Als onze messen elkaar treffen, dan komen de zwaarden tegen elkaar te staan. Diegene die de ander neer kan duwen, diens zwaard is recht op het hart van de ander. Zo is er ook de hand van een sterk geloof voor nodig om het Woord als Zwaard te gebruiken, het naar het hart van de vijand te brengen.

10 Nu, deze dingen wist ik niet zelf, maar alles wat ik van Hem heb ontvangen, wat ik u kan vertellen, heb ik u verteld. Weet u, ik geloof dat het onze Heer was die zei, dat Hij alles wat Hij van de Vader ontvangen had, verteld had en niets achtergehouden had. En zo willen wij ook deze dingen ontvangen, gewoon zoals ze ons gegeven worden.

     Wanneer u echt wijs bent en bidt, ben ik er zeker van dat u al gauw iets meer zult begrijpen. Nu, ik hoop dat u iets wordt geopenbaard.

     Nu, laat ons allen het vijfde hoofdstuk opslaan van het boek genaamd: de Openbaring van Jezus Christus. Morgenavond behandelen we het eerste zegel. Door het openen van de eerste vier zegels komen vier ruiters tevoorschijn, één op elk zegel dat de aarde slaat. Waarschijnlijk zal het niet lang duren totdat we die gehad hebben. Maandag, dinsdag, woensdag – ongeveer donderdag; ik vermoed, dat het vijfde, zesde en zevende zegel waarschijnlijk erg langdurig zullen zijn. Dus, misschien zal het u de tijd geven om wat uit te rusten.

     We stellen ons tot doel om de diensten hier, door de week, om zeven uur in de avond te beginnen. Ik zal om half acht precies op het podium zijn. Dan is de dienst misschien tegen middernacht afgelopen. Ik ging vanmorgen een uur over de afgesproken tijd heen, wat echter niet mijn bedoeling was. Ik weet niet wat de eerste ruiter betekent. Ik weet de betekenis niet van het tweede, het derde, vierde, vijfde, zesde, of het zevende zegel. Op dit moment weet ik het niet. Ik vertrouw alleen op Hem.

11 Zo wil ik in deze week proberen om, door Gods genade, met Zijn hulp, daarover te spreken, gelovend dat uw begrip verdiept wordt. U weet, dingen die u in visioenen ontvangt, kunt u niet eerder openbaren, totdat het u wordt toegestaan. Hoe vaak heeft u allen mij horen zeggen, dat het, als ik een huis binnenga, kan voorkomen, dat een hoed op een bepaalde plaats ligt, maar in het visioen werd me getoond, dat de hoed op een andere plaats moest liggen, voordat het betreffende kind genezen wordt. In zo'n geval mag ik geen aanwijzing geven, noch mag ik zelf de hoed op de goede plaats leggen. Hij moet op een andere manier op de juiste plaats komen. Iemand anders moet geleid worden om dat te doen. Als alles klopt, kan het geopenbaard worden. Wilt u nu in gebed zijn.

     Laten we nu, voordat we tot het Boek naderen, tot Hem spreken, met onze hoofden gebogen. Here Jezus, wij zijn allen onbekwaam. We zouden onder geen voorwaarde proberen te naderen tot dit heilige Boek in dit meest heilige uur, waarin zich zielen bevinden in de bestemming van de tijd, zonder U te vragen, Here, dat de Enige die dit Boek kan openbaren, dat Hij nu naar voren komt en de zwakke pogingen van Uw dienstknecht zegent.

     Zegen het Woord wanneer het uitgaat. Moge het in de kracht van de Geest uitgaan. En moge de geestelijke grond van degenen, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid en naar de wil van God te kennen, toebereid zijn. Moge het daarin vallen en voortbrengen naar zijn aard. Sta het toe, Heer. U zij alle lof. Mogen de hongerigen en dorstigen vanavond voedsel en drank vinden in Uw Woord. We vragen het in Jezus' Naam, die de openbaring moet geven. Amen.

12 Nu, we zullen het vijfde hoofdstuk opslaan. Dit betreft niet de zeven zegels. Dit is de kloof tussen de gemeente-tijdperken en de zeven zegels. Het ligt tussen het zesde en het vierde hoofdstuk. In dit hoofdstuk wordt geopenbaard, wat er na de opname van de gemeente gebeurt. De gemeente gaat omhoog in het derde hoofdstuk van Openbaring en keert niet eerder terug dan in het negentiende hoofdstuk van Openbaring. Daarom gaat de gemeente niet door de verdrukking.

     Ik weet dat ik daarmee in tegenspraak ben met bijna iedere leraar met wie ik daarover gesproken heb. Maar het is niet mijn bedoeling om van mening te verschillen, ik beoog uw broeder te zijn. Maar ik moet het precies zo onderwijzen als ik het zie. Als ik dat niet doe, dan kan ik het niet in verband brengen, ziet u. Echter, hoe het ook zij, of de opname nu voor de verdrukking of na de verdrukking is, ik wil erbij zijn. Dat is de hoofdzaak.

13 Maar we nemen deze dingen aan (omdat ik geen opleiding heb gehad, typeer ik) en kijken dan hoe het in het Oude Testament geweest is, want het Oude Testament is een type of een schaduw van het Nieuwe Testament; dan heb ik een idee van wat het Nieuwe betekent. Bijvoorbeeld, indien Noach in de ark ging voordat de verdrukking begon – dat is een type, maar voor Noach de ark inging, werd Henoch weggenomen, voordat er nog maar iets gebeurde. Lot werd uit Sodom geroepen, voordat er maar een spoor van verdrukking was begonnen, een vernietiging. Maar Abraham was er de hele tijd buiten, ziet u – een type.

     Maar nu zullen we vanaf het eerste vers lezen uit hoofdstuk 5. Ik zal de eerste twee of drie verzen ervan lezen:

     En ik zag in de rechterhand van Hem, die op de troon zat, een boekrol, beschreven van binnen en van buiten, welverzegeld met zeven zegels.

     En ik zag een sterke engel, die met luider stem uitriep: Wie is waardig de boekrol te openen en haar zegels te verbreken?

     En niemand in de hemel, noch op de aarde, noch onder de aarde kon de boekrol openen of haar inzien. (Wat een boek!)

     En ik weende zeer, omdat niemand waardig was gebleken de boekrol te openen of die in te zien. (Nu, u spreekt over onwaardigheid, nog niet waardig om er naar te kijken – niemand, nergens!)

     En één uit de oudsten zeide tot mij: Ween niet; zie de Leeuw uit de stam Juda, de wortel Davids, heeft overwonnen om de boekrol en haar zeven zegels te openen.

     En ik zag in het midden van de troon en van de vier dieren en te midden der oudsten een Lam staan, als geslacht, met zeven horens en zeven ogen; dit zijn de zeven Geesten Gods, uitgezonden over de gehele aarde.

     En Het kwam en heeft (de rol) aangenomen uit de rechterhand van Hem, die op de troon gezeten was.

     We zullen hier even wachten met het lezen van Openbaring 5, tot en met het zevende vers.

14 Dit zevenmaal verzegelde Boek is geopenbaard ten tijde van de zeven donders van Openbaring 10. Als u het opschrijft... Laat ons Openbaring 10 een ogenblik opzoeken, zodat U een inzicht zult krijgen, alvorens we erop ingaan. Nu dit is in de eindtijd, want luister:

     En ik zag een andere sterke Engel nederdalen uit de hemel, bekleed met een wolk, en de regenboog was op Zijn hoofd...

     U zult bemerken dat dit Christus is, want Hij werd in het Oude Testament de Engel des Verbonds genoemd, en Hij komt nu tot de Joden, want de gemeente is voleindigd. Dat is zo.

     ...en Zijn gelaat was als de zon en Zijn voeten waren als zuilen van vuur.

     Herinnert u zich die engel in Openbaring 1? Het is dezelfde zaak. Engel betekent boodschapper, en hij is een boodschapper voor Israël. De gemeente is opgenomen of staat op het punt opgenomen te worden. Hij komt voor Zijn gemeente. Let nu op.

     ...en Hij had in Zijn hand een geopend boekje...

15 Nu, eerst was het gesloten en verzegeld, en hier is het open; het werd geopend. Na die tijd van de verzegeling, waar we vanavond op ingaan, is het Boek nu geopend. Een klein boek in Zijn hand – het was opengeslagen. O, hoe wonderbaar, Zijn aangezicht was als de zon... O, wacht een ogenblik, laat me hier eerst verder lezen.

     ...en Hij had in Zijn hand een geopend boekje en Hij zette Zijn rechtervoet op de zee en de linker op de aarde, en Hij riep met luider stem, zoals een leeuw brult... (We weten dat Hij de leeuw van de stam van Juda is. Net zagen wij Hem als een lam, hier zien we Hem als de leeuw.) en toen Hij riep, lieten de zeven donderslagen hun stemmen horen. (Nu, Johannes werd opgedragen om te schrijven wat hij zag, dus de apostel en profeet nam zijn pen om het op te schrijven).

     En toen de zeven donderslagen gesproken hadden, wilde ik het opschrijven, maar ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: Verzegel hetgeen de zeven donderslagen gesproken hebben, en schrijf het niet op. (Nu, dat is wat we niet weten. Dat is wat nog geopenbaard moet worden; het staat niet in de Heilige Schrift wat deze donderslagen zeggen.)

     En de Engel, die ik zag staan op de zee en op de aarde, hief Zijn rechterhand op naar de hemel, (nu, luister) en zwoer bij Hem, die leeft tot in alle eeuwigheden, die de hemel geschapen heeft en hetgeen daarin is en de aarde en hetgeen daarop is en de zee en hetgeen daarin is: er zal geen uitstel meer zijn. (Let op, hier komt het vers waar ik naar toe wil gaan.)

     Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij bazuinen zal, is ook voleindigd het geheimenis van God, gelijk Hij zijn knechten, de profeten, heeft verkondigd.

16 Het geheimenis van dit zevenmaal verzegelde Boek zal geopenbaard worden bij het bazuinen van de boodschap van de engel van het zevende gemeente-tijdperk. De zevende engel begint te bazuinen. De boodschappen zijn opgeschreven, en we hebben ze op de band en in boekvorm.

17 Nu, als hij begint met het bazuinen van de boodschap, zou het geheimenis van God op dat moment voleindigd moeten zijn. Nu, we merken op, dat het Boek van het geheimenis van God niet wordt geopenbaard, totdat de boodschap van de zevende engel wordt gebazuind. Deze punten zullen belangrijk zijn in de zegels, daar ben ik zeker van, omdat het één met het ander verbonden moet worden. Het is op een geheimzinnige manier geschreven, en niemand weet het dan God alleen, Jezus Christus.

18 Het is een geheimenisvol Boek, het is het Boek van verlossing. (We zullen daar over een ogenblik op in gaan.) We weten dat dit Boek van verlossing niet ten volle begrepen zal worden. Het werd gedurende zes gemeente-tijdperken grondig onderzocht, maar aan het einde, wanneer de zevende engel zijn geheimenis begint te bazuinen, brengt hij de verbinding van alle losse eindjes tot stand, waarnaar deze mannen gezocht hebben. De geheimenissen komen neer van God als het Woord van God en Het onthult de hele openbaring van God. Dan is de Godheid en al het andere verklaard. Alle geheimenissen: het slangenzaad en alle andere dingen moesten geopenbaard worden.

19 Nu ziet u, ik verzin dat niet zomaar. Het is ZO SPREEKT DE HERE. Ik lees het u voor uit het Boek (de Bijbel): want tijdens het bazuinen van de boodschap van de zevende engel zal het geheimenis van God, dat verkondigd werd door Zijn heilige profeten, voleindigd moeten zijn. (Dat zijn de profeten die het Woord geschreven hebben.) Ten tijde van het zevende gemeente-tijdperk, het laatste gemeente-tijdperk, moeten alle losse eindjes die door deze gemeente-tijdperken heen werden onderzocht, tezamen worden gebracht. En wanneer de zegels verbroken zijn en het geheimenis is geopenbaard, komt de engel neer, de boodschapper, Christus, en zet Zijn voet op het land en op de zee, met een regenboog boven Zijn hoofd. Nu, onthoud, deze zevende engel is op aarde ten tijde van deze komst.

20 Precies zoals Johannes zijn boodschap gaf, in dezelfde tijd kwam de Messias in díe dagen... Johannes wist dat hij Hem zou zien, omdat hij Hem moest voorstellen. We stellen vast, dat de Schrift in Maleachi 4 erover spreekt, dat er nog één zal komen zoals Johannes, een Elia, tot wie het Woord van God kan komen. Hij zal, door de Heilige Geest, alle geheimenissen van God openbaren en het geloof van de kinderen terug brengen naar het geloof van de apostolische vaders. Al deze geheimenissen, waarnaar gezocht werd door al deze jaren van denominaties heen zal hij herstellen. Nu, dat is wat het Woord zegt. Ik ben slechts verantwoordelijk voor wat Dat zegt, ziet u? Het staat geschreven; zo is dat. Dat is wat Het is.

21 We zien dat dit zevenmaal verzegelde Boek het geheimenis van de verlossing inhoudt. Het is het Boek van verlossing van God. Nu, alle geheimenissen zouden geopenbaard moeten zijn ten tijde van het bazuinen van deze boodschapper. Nu, hier is de engel op aarde en nog een andere engel, een machtige boodschapper kwam neer. Zie, deze engel was een aardse engel-boodschapper. Maar hier komt er Een naar beneden van de hemel. Een regenboog, een verbondsboog, boven Zich. Dat kan alleen Christus zijn – precies zoals Hij het was in Openbaring 1, staande temidden van de zeven gouden kandelaren, met een regenboog die eruit zag aan smaragd gelijk.

22 En hier keert Hij terug in het tiende hoofdstuk, na de tijd dat alle geheimenissen zullen zijn voleindigd en de zegels zullen zijn verbroken, en roept uit dat er geen uitstel meer zal zijn. Hij zei: "Wanneer de zevende engel is begonnen te bazuinen, dan moesten de geheimenissen voleindigd zijn." Het is de tijd dat de engel verschijnt. We zijn daar op de een of andere manier dichtbij. Dat is juist.

23 Nu, let op, de zeven zegels houden het geheimenis van het Boek in. Totdat we kunnen zien wat deze zeven zegels verzegelen, kunnen we deze dingen slechts veronderstellen; want zoals ik u vanochtend in mijn boodschap al vertelde, is God verborgen in eenvoud. Ziet u, het staat vast dat we de zaak zullen mislopen, tenzij het absoluut, waarachtig geopenbaard wordt door de Heilige Geest, en op dezelfde wijze bevestigd wordt. Ziet, de profeet staat op en zegt u precies wat het betekent. Wanneer God datgene niet bevestigt, vergeet het dan. God moet elke uitspraak in elk geval betuigen, dan is het juist. Dus zullen Zijn kinderen op die dingen letten en waakzaam zijn.

24 Bemerk, het Boek is met zeven zegels verzegeld. Ziet u het? Het Boek is absoluut een verzegeld Boek, totdat de zeven zegels verbroken zijn. Het is verzegeld met zeven zegels.

25 Nu, dat is anders dan de zeven donders. Dit zijn de zeven zegels, waarmee het Boek verzegeld is. En de zegels zullen niet ontsloten worden voor de boodschap van de zevende engel. Tot nu toe hebben we slechts vermoedens, maar de waarachtige openbaring van God zal als de volmaakt betuigde Waarheid worden bewezen. Nu, dat is precies wat het Woord zei. De geheimenissen zouden op dat moment geopenbaard moeten zijn. En, zoals u zich zult herinneren, was het zevenmaal verzegelde boek in Openbaring 5 nog gesloten, maar in hoofdstuk 10 is het geopend.

26 Nu, we zullen vaststellen op welke wijze het openen plaatsvond. Het kan niet eerder bekend gemaakt worden, totdat het Lam het Boek neemt, de zegels verbreekt, en het Boek opent. Het Lam moet het Boek nemen; het behoort Hem toe. Nu, bedenk, geen mens in de hemel, geen mens op de aarde – paus, bisschop, kardinaal, staatsouderling of wat hij ook mag zijn – kan deze zegels verbreken of het Boek openbaren, dan het Lam alleen. En wij hebben onderzocht en verondersteld en geaarzeld en ons van alles afgevraagd en dat is de reden waarom we allen zo in verwarring zijn. Maar op grond van de goddelijke belofte zal dit Boek van verlossing volmaakt geopend worden door het Lam, en zullen de zegels ervan ontsloten worden door het Lam, in de laatste dagen waarin wij nu leven. Het wordt niet eerder bekend gemaakt totdat het Lam het Boek neemt en de zegels verbreekt, want onthoudt dat het Boek in de hand werd gehouden van Hem, die op de troon gezeten was. En het Lam komt tot Hem die op de troon gezeten is, en neemt het Boek uit Zijn rechterhand – neemt het Boek.

     O, dat is diep. We zullen proberen het door de hulp van de Heilige Geest op te lossen. We zijn afhankelijk van Hem. We zullen straks zien, dat het in de eindtijd plaatsvindt, als de tijd ten einde loopt. Geen denominatie heeft het recht om het Boek te verklaren. Geen mens heeft het recht er een uitlegging aan te geven. Het is het Lam Die het zal verklaren, en het Lam is Degene Die het spreekt. Het Lam maakt het Woord bekend door het te betuigen en het Woord tot leven te brengen. Ziet u, zo is het precies. Merk op! Dit Boek wordt niet eerder geopenbaard, tot de gemeente-tijdperken en de denominatie-tijdperken zijn beëindigd en er geen uitstel meer zal zijn. Het wordt pas geopenbaard nadat gemeente-tijdperken en denominatie-tijdperken afgelopen zijn.

27 Dat is de reden dat er zo'n verwarde toestand is vanavond, ziet u? Ze nemen een kleine leerstelling aan, en ze rennen naar déze kant en zeggen: "Dit is het." Een ander neemt een andere leerstelling aan en rent díe kant op en zegt: "Dat is het." En ieder van hen bouwt er een denominatie op, totdat we honderden denominaties hebben. Maar in allemaal zie je toch de verwarring, de mensen vragen zich af: "Wat is de waarheid?" Als dat niet precies de toestand van vandaag is!

28 Maar dan, Hij belooft dat, wanneer de tijd beëindigd is, er het bazuinen van de stem van de zevende engel zal zijn en het Boek op dat moment geopenbaard zal worden. Nu, zeg nu niet: "Die mensen, die daar vroeger leefden, zijn niet gered." Maar deze geheimenissen konden zij niet begrijpen: hoe God in drieën kon zijn en toch Eén is, hoe dat de Schrift kan zeggen: "Doop in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest", en dan eveneens: "Doop in de Naam van Jezus." Ziet u? O, er zijn zo veel dingen. Hoe kan Eva een appel eten en de ondergang van de hele wereld veroorzaken? Hoe was dat mogelijk? Maar er is beloofd, dat die geheimenissen geopenbaard zullen worden in de eindtijd. Er zijn nog kleine losse eindjes overgebleven, hoewel er grote strijders opgetreden zijn, zoals Irenaeus, Martinus, Polycarpus en verschillende anderen: Luther, Wesley enzovoort. Zij traden op en leefden net lang genoeg om wat licht te voorschijn te brengen en het te laten schijnen, maar zij lieten veel dingen in het duister.

     Dan komt het Pinkstertijdperk en zij legden zich, net zoals het Luther-tijdperk, op bepaalde dingen vast. Maar toch is het goed, zeg niet dat zij niet juist waren, want zij waren juist, maar er bleven losse stukjes liggen die niet verklaard konden worden. De zegels waren niet gebroken om al deze dingen volledig te openbaren. Ziet u?

29 Maar in de laatste dagen zullen al deze geheimenissen worden opgelost en uitgegeven. De zegels zullen door het Lam geopend worden en worden geopenbaard aan de gemeente en dan zal de tijd niet meer zijn. Ziet u? Hoe wonderbaar! Dan, het boek is het Boek van verlossing voor... Zo gaat het verder, en we zullen het er later over hebben hoe de 144.000 worden binnengebracht enzovoort. In orde, dat zijn de Joden.

30 Laten we een stukje lezen, wat Paulus heeft geschreven. Ik heb hier een paar Schriftgedeelten en ik denk dat we ze behoren te lezen. Nu, laten we allemaal opslaan... Paulus in Efeziërs 1; velen van u zijn aan het schrijven, zie ik; ze hebben hun boeken en schrijven de Schriftplaatsen op, of tekenen het aan in hun Bijbel. Nu, dat is fijn; het is goed dat u dat doet, ik vind het fijn, dat u het thuis bestudeert. Wanneer u zich erin verdiept, dan zult u het beter begrijpen. Bestudeer het gewoon, en vraag God u te helpen het te begrijpen. Laten we nu het Schriftgedeelte lezen dat ik hier opgeschreven heb (Efeziërs 1:13 en 14).

     In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het Evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte,

     Die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof Zijner heerlijkheid.

31 Nu, terwijl we de Schrift nog geopend hebben, stellen we vast, dat de Heilige Geest zelf een zegel is. De Heilige Geest is een zegel. En wat beduidt een zegel? – een voleindigd werk. De Heilige Geest is een zegel voor het individu. En wanneer dat individu de Heilige Geest ontvangt, is zijn tijd van zuchten voorbij, omdat dan het werk voleindigd is.

32 Ik heb gewerkt voor de spoorwegmaatschappij, waar wij wagons moesten laden met blikjes en verschillende andere dingen van de conservenfabriek. Voordat die wagon verzegeld kon worden, kwam de inspecteur om te kijken of die wagon correct geladen was. Zo niet, dan zou bij de eerste keer dat er gerangeerd werd, het spul verstrooid worden en breken. De spoorwegmaatschappij was daarvoor verantwoordelijk. En die inspecteur testte alles om vast te stellen of alles goed op z'n plaats was. Wanneer dat niet het geval was, liet hij de wagon niet doorgaan. Dan moesten we hem helemaal opnieuw laden, totdat de inspecteur tevreden was. Wanneer hij dan tevreden was, sloot hij de deur. De inspecteur sluit de deur. En de inspecteur plaatst er een zegel op, zodat niemand dat zegel kan breken, totdat de wagon de plaats van zijn bestemming bereikt heeft.

33 Dat is wat de Heilige Geest gedaan heeft. Hij gaat en Hij inspecteert... Dat is de reden dat u deze dingen niet kunt hebben en toch zegt u: "Ik sprak in tongen, en ik jubelde, en ik danste in de Geest." Dat heeft er niets mee te maken. De Heilige Geest inspecteert die persoon, totdat Hij volmaakt tevreden is en weet dat hij in orde is. Dan eerst worden zij verzegeld tot hun eeuwige bestemming. Er is niets wat dat Zegel ooit verbreken kan.

34 De Bijbel zegt in Efeziërs 4:30:

     En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door welke gij verzegeld zijt tegen de dag der verlossing.

     Houd dat woord "verlossing" vast tot de dag dat het Boek der verlossing geopenbaard is en de Verlosser komt om Zijn bezit op te eisen. Niemand kan het doen. Bedroef Hem niet. Faal niet... Doe dingen die God behagen, want het Boek is nu verzegeld, en u bent verzegeld. De Heilige Geest Zelf is het zegel.

35 "Zegel" betekent... (Nu, dit zijn de woorden die ik uit het woordenboek heb), "zegel" betekent: een voleindigd werk. En wanneer het zevende zegel verbroken is, is het geheimenis van God, dat verzegeld is door deze geheimenisvolle zegels, voleindigd. Nadat het zegel verbroken is, wordt er geopenbaard wat aan de binnenzijde ervan is.

     Als iemand zich afvraagt wat er in die wagon zit, zegt u: "Het wordt verondersteld dat en dat te zijn." Het wordt verondersteld te zijn... Hij vermoedt het. Maar wanneer het Zegel verbroken is en de deur open is, kijken we naar binnen en zien precies wat er daar binnen is. Ziet u het? Maar dat zal alleen gedaan worden in de eindtijd.

36 Verder betekent het zegel: eigendomsrecht. Het zegel draagt een kenmerk op zich – het toont wiens eigendom het is. Wanneer u gekocht bent door het bloed van Jezus Christus en verzegeld door de Heilige Geest, behoort u niet langer aan wereld of de dingen van de wereld. U bent het eigendom van God.

37 Nog een betekenis is, dat een zegel een zekerheid is. Zegel betekent dat u verzekerd bent. Nu, u die niet in eeuwige zekerheid gelooft, ik weet het niet, maar een zegel houdt in: zekerheid tot de bestemming. Wee degene, die proberen zou dat zegel te verbreken. Het Heilige Geestzegel kan niet verbroken worden.

38 U heeft me horen zeggen dat mensen zeiden: "De duivel liet me dit doen." Nee, nee, de duivel deed het niet, u was alleen niet verzegeld, omdat, wanneer u erin verzegeld wordt, de duivel eruit verzegeld wordt. Nu, u ging naar hem toe. Hij kan niet in u komen, omdat de enige manier waarop hij in u zou kunnen komen, is, te komen door hetzelfde proces dat u hebt doorgemaakt. Hij zou gered, geheiligd en vervuld moeten worden met de Heilige Geest. Dan zou hij uw broeder zijn. Ziet u het? Hij deed het niet, nee, nee. U kwam gewoon naar de grenslijn en ging terug, begerig naar de dingen van de wereld. U bent nooit helemaal Kanaän binnengetrokken. Ziet u, de Jordaan moet worden overgestoken en dat is sterven aan uzelf.

39 Nu, bemerk, dit Boek is verzegeld en u bent verzegeld met het Boek tot de dag der verlossing. Opnieuw wil ik lezen uit Romeinen 8:22 en 23. Laten we dat nemen om een samenhang te krijgen. Ik denk dat we het een beetje beter zullen begrijpen, wanneer ieder het voor zichzelf leest. En ik geef u een paar Schriftgedeelten hier, zodat we deze kunnen beschouwen, nu het uur nog jong is. Nu, Romeinen 8:22.

     Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is.

     En niet alleen zij, maar ook wijzelf, (wij,) die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.

40 O, hoe wonderbaar! Maakt dit niet dat wij, oude mensen, ons goed voelen? Het zou ons allen ons goed moeten laten voelen – ons, die wachten op dit uur. We begrijpen dat dit plaats zal vinden bij de eerste opstanding. Zie, de natuur zucht; wij zuchten; alles is zuchtend; omdat we beseffen dat er iets niet in orde is. De enige reden waarom u kunt zuchten en het verwachten is, omdat er in u nieuw leven binnengekomen is, dat spreekt van een nieuwe wereld.

41 Niet lang geleden gingen mijn vrouw en ik naar de supermarkt en we ontdekten iets vreemds: een dame die een jurk aanhad, en dat was zo vreemd. Bijna geen enkele vrouw draagt een jurk, ziet u. Op de een of andere manier zijn ze vergeetachtig en gaan ze zonder jurk naar buiten, (ze zijn opzettelijk vergeetachtig).

     Toen zei Meda tegen mij: "Bill, waarom is dat zo?"

42 "O", zei ik, "het is gewoon de geest van de natie." En ik zei: "Wanneer je naar Duitsland gaat, hebben zij een bepaalde geest. Ga naar Finland, daar hebben zij een nationale geest. Kom je naar Amerika, wij hebben een nationale geest." Onze nationale geest is pret maken en grappig zijn. Weet u waarom? Wij werden gegrondvest op de leer van de apostelen. Wij werden gegrondvest op het leiderschap van grote mannen als Washington, Lincoln, maar wij hebben dat fundament verlaten en wij weten dat er iets voor ons voor de deur staat. We weten, dat er een atoombom is waarop onze naam staat geschreven. Wij weten, dat slavernij voor ons ligt. Het is niet nodig dat we onszelf misleiden.

43 Het doet mij denken aan sommigen van deze komieken die optreden en van die moppen vertellen en zich aanstellen. En aan vrouwen die zich precies zo aanstellen als zij, samen met de mannen. Het doet me denken aan een kleine jongen die over een kerkhof gaat, fluitend proberend zichzelf te doen geloven dat hij niet bang is. Zeker, is hij bang. Hoewel hij fluit, kan hij niemand voor de gek houden. Hij probeert te zeggen dat hij niet bang is, maar hij is het wel.

     Dat is wat er vandaag aan de hand is. Maar o, wat een gezegende hoop voor de gelovige die zijn handen opheft, want de verlossing is nabij wanneer hij deze dingen ziet verschijnen. Het is een grootse tijd voor de gelovige.

44 Nu, waarom zuchten wij in onze lichamen? Bemerkte u ooit hoe een boom worstelt om te leven? Hij wil leven. Hebt u bemerkt hoe een dier in doodsangst worstelt? U ziet het bij de mensen – bij alles. De natuur is zuchtend. Wijzelf zijn zuchtend. We weten, dat er iets verkeerd is. Wij zien uit deze verzen, dat er iets verloren is gegaan – zowel voor de mens als voor de aarde. De ganse schepping heeft iets verloren, want we zien vanuit dit geïnspireerde Woord, dat het zucht om een of andere reden. U zucht niet, tenzij er een reden voor is. Zoals ik sprak over de inkt, er is een reden voor.

45 Zo is het ook met het gebed voor de zieken; tenzij u de oorzaak kunt vinden... Ik weet wat het geneesmiddel is, maar ik moet de oorzaak vinden. Dat is waarom de visioenen zo nodig zijn en waarom ze zijn beloofd. Daardoor wordt het geheim van het hart openbaar. De mensen wordt gezegd, waar zij hun vergissing maakten en wat ze moeten doen. Het geeft niet hoeveel medicijnen u gebruikt, hoeveel olie over uw hoofd wordt uitgegoten, of hoe luid iemand over u zou schreeuwen; wanneer er iets verkeerd is, zal hij daar gewoon blijven. Ik zei: "hij", dat is Satan.

46 Zie, hoe vergevorderd we tegenwoordig zijn in de medische wetenschap en toch weten we nog steeds niets over deze dingen. U zegt: "Hij heeft kanker." Wel, dat zegt niets; dat is slechts de aanduiding van wat het is. Dat is de medische naam – kanker. Dat heeft niets te maken met wat het is. Dat is alleen de naam die we ervoor gebruiken. Dat is slechts de naam, die we eraan gegeven hebben: kanker. Maar in werkelijkheid is het, wanneer we het nader bekijken, de duivel.

47 Nu, we zeggen "zonde." We noemen het zonde, maar wat betekent het? Wat is zonde? Veel mensen zeggen: "Drinken, overspel plegen." Nee, nee, dat zijn de uitwerkingen van de zonde. Dat is, wat de zonde veroorzaakt, maar wèrkelijke zonde is ongeloof. Hier wordt het bij de naam genoemd. Wanneer u een gelovige bent, doet u deze dingen niet. Maar het maakt niet uit hoe heilig u uzelf probeert te maken en hoe religieus u probeert te zijn, wanneer u deze dingen doet, bent u een ongelovige. Dat is Schriftuurlijk.

48 Nu, er is iets verloren gegaan en het zucht. Het probeert terug te komen naar zijn oorspronkelijke toestand. Stelt u zich eens voor dat iemand ergens in een diepe put valt en worstelt, klimt en trekt om op de een of andere manier uit deze put te komen. Zij zijn daar niet in hun oorspronkelijke staat en verwoed schreeuwen zij; zij klauwen in de muren, maken lawaai; ze doen iets op de een of andere manier. Zij zuchten, omdat zij terug willen keren tot hun oorspronkelijke staat.

     Als een persoon wordt getroffen door ziekte, pijnen, moeite (eens waren zij niet zo), dan zuchten zij. Waarom? Zij zijn niet in orde, er is iets verkeerd. Zij zuchten en proberen weer in het bezit van hun gezondheid te komen. En wanneer de natuur en de mensen zuchten, zoals de Bijbel zegt, bewijst dat, dat er iets is, waardoor zij niet in hun toestand verkeren, zoals het behoorde te zijn. Zij zijn ergens uitgevallen.

49 Nu, wij hebben niemand nodig om dat voor ons uit te leggen. Natuurlijk weten we, dat zij zijn gevallen uit het eeuwige leven. Door de val van Adam en Eva, die in de Hof van Eden uit het eeuwige leven in de dood vielen, verloren zij hun rechten op eeuwig leven; en zij sleurden heel de natuur met zich mee de dood in.

50 Een boom stierf nooit voor Adams val. Voor Adams val zou een dier niet sterven. En er is er slechts Eén, die niet kan sterven en dat is God, want Hij is eeuwig. De enige mogelijkheid dat wij nooit behoeven te sterven is, dat we eeuwig leven in ons hebben, om zonen en dochters van God te zijn. Maar wanneer we sterven in zonde, zoals ik in de boodschap zei vanmorgen, dan hebben we onze geboorterechten verkocht aan de zonde en staken we deze kloof over. Nu, dan zijn we buiten het bereik van God aan die andere zijde van de kloof.

     Nu, natuurlijk, toen Adam in de dood viel, bracht hij dood over de hele schepping. Hem was een eigen vrije wil om te handelen gegeven. Deze werd hun gegeven, precies zoals aan ons: om hun keuze te bepalen.

51 In den beginne werd aan Adam en Eva een boom der kennis van goed en kwaad voorgezet. Dezelfde boom staat voor ieder van ons. Kijk, God heeft dat niet alleen voor Adam of voor Eva gedaan... U zegt: "Wel, het is hun schuld." Nee, nu is het dat niet. Het is uw eigen schuld. U kunt dat nu niet op Adam afschuiven. U moet het op uzelf betrekken, omdat goed en kwaad voor u zijn gesteld. Wij staan op dezelfde basis als Adam en Eva.

52 Maar ziet u, wanneer wij verlost zijn, willen we niet meer onze eigen keuze, maar we willen Zijn keuze. Nu, Adam en Eva wilden hun eigen keuze. Zij wilden ontdekken wat het was om wijsheid te hebben. Dus, zij onderzochten het en het veroorzaakte de dood.

53 Nu, wanneer een mens verlost is, bekommert hij zich helemaal niet meer om geleerdheid. Hij bekommert zich niet meer om de dingen van de wereld, om de wijsheid van de wereld. Hij wil helemaal geen eigen keus meer maken, want Christus is zijn keus. Dat is voldoende, hij is verlost. Hij wil zichzelf gewoon niet meer leiden. Hij wil ook niet, dat iemand hem overreedt waarheen hij gaan moet en wat hij doen moet. Hij wacht slechts en vindt uit wat de keus van zijn Maker is. Wanneer zijn Maker hem zegt te gaan dan gaat hij, in de Naam van zijn Maker.

     Maar de mens die wijsheid zoekt, wil ontdekken: "Deze gemeente is tamelijk goed, maar ze betalen me daar meer, dus zal ik daarheen gaan." Ziet u, wijsheid!

54 Adam zondigde door acht te slaan op de redenering van zijn vrouw, in plaats van vast te houden aan Gods Woord. Daardoor verviel Adam in zonde. Zijn vrouw redeneerde met Satan, bracht toen het produkt voort en gaf het aan Adam en Adam liet het Woord los en kwam ten val. Tevens verloor hij zijn erfenis, toen hij zijn gemeenschap en zijn recht op leven verloor. Onthoudt: "Ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven."

55 Toen hij zijn leven verloor, verloor hij ook zijn erfdeel in het leven, want hij had de volledige en absolute controle over de aarde. Hij was de god van de aarde. God is de God van het heelal – overal. Maar Zijn zoon had deze aarde onder zijn eigen controle. Hij kon spreken; hij kon benoemen; hij kon gebieden en hij had macht over de natuur; hij kon alles doen wat hij maar wilde. Maar toen hij dàt deed verloor hij zijn erfdeel.

56 Daarvoor kon Adam zeggen: "Laat deze berg hier opgenomen en daar naartoe bewogen worden" en het zou gebeuren. Adam kon zeggen: "Laat deze boom hier worden uitgerukt en daar worden geplant" en het zou zo geschieden. Ziet u, hij had de volkomen, opperste controle, als een kleinere god, onder God, onze Vader; want hij was een zoon van God.

57 Nu, zouden we hier niet een ogenblikje kunnen stoppen en komen tot onze werkelijke prediking? O, als het bloed ons nu opnieuw rein gemaakt heeft, wat dan nu? Kijk eens wat die Zoon van God, de tweede Adam, deed. Hij zei: "De werken die Ik doe, zult ook gij doen."

58 Adam verloor zijn erfdeel – de aarde. Nu, zij ging over van zijn handen in die van hem aan wie hij haar verkocht – Satan. Hij verkocht zijn geloof in God voor Satans redenering, want zijn eeuwig leven, zijn recht op de Boom des Levens, zijn recht op de aarde, het behoorde hem toe. Maar hij verbeurde alles en het viel in de handen van Satan. Hij gaf het uit zijn handen over aan Satan en nu is alles verontreinigd; het zaad van Adam heeft de erfenis, die Adam zou moeten krijgen – de aarde – vernietigd. Dat is juist. Ziet u? Het zaad van Adam.

     Ik stopte onlangs beneden in Tucson, waar ik woon. Ik sprak tot iemand terwijl we boven op de top van een berg naar beneden keken. Ik zei: "Wat denkt u ervan dat 300 jaar geleden, de oude Papago-indianen op hun trek hier neerstreken met hun squaws, met hun kinderen op hun rug; ze reden daar gewoon ergens naar toe en leefden in vrede. Er was geen overspel, geen whisky, geen gokken, nee, er gebeurde niets van die dingen onder hen; zij leefden rein. En de coyote kwam elke avond het watertje langs, dat hier door Tucson loopt, en jankte; de mesquite en cactus bloeiden overal aan de oever. Jehova zag erop neer en moet geglimlacht hebben."

59 Maar toen kwamen de blanken ook daar. Wat deden zij? Zij hebben de cactus uitgegraven; zij hebben het land met bierblikjes en whisky-flessen bevuild en zij ruïneerden de moraal van het land. De enige manier waarop zij het konden winnen van de Indianen, was door hun voedsel, de buffel, uit te moorden.

60 Onlangs was ik aan het lezen in Tombstone, in het museum en zag de schilderijen van Geronimo... Velen van u mogen denken dat Geronimo een schurk was, maar voor mij was hij een echte Amerikaan. Hij vocht alleen voor datgene wat juist was; dat God hem een land had gegeven, een natie en een plaats om te wonen. Ik neem hem dat niet kwalijk.

61 Toen deze blanke soldaten binnenvielen en met geweld het land hadden afgenomen, moordden zij hen uit alsof ze een zwerm vliegen waren. En daar was het originele schilderij van Geronimo's medische hoofdkwartier of zijn ziekenhuis. Dat ziekenhuis bestond uit twee of drie dekens over een stuk mesquite. En daar lagen deze gewonde, echte, waarachtige Amerikanen – Indianen, vechtend voor hun God-gegeven rechten. Daar stond Geronimo met een baby in zijn armen; hij stond daar en keek neer op zijn krijgers, bloedend, stervend, zonder penicilline of iets, zonder mogelijkheid om hen te helpen – waarachtige, God-gegeven Amerikanen. En hem dan een schurk noemen? Ik zou hem een gentleman noemen!

62 Cochise zou zich nooit hebben overgegeven. Hij was al een oude man. Maar het Amerikaanse leger (ze waren daar allen in getraind) ging op jacht om de buffel te doden. Zij organiseerden excursies (Sharp vond het buffel-geweer uit) en zij gingen daar naar toe. Dan zeiden ze: "O, ik had een goede dag vandaag, ik doodde er vandaag veertig", schietend vanuit een goederenwagon of een passagierswagon. Veertig buffels, die de gehele Indianenstam twee jaar of meer in leven gehouden zouden hebben! Wat deden zij met die buffel? Ze lieten ze liggen in de woestijn. De geur van opgezwollen kadavers deed het land stinken – de coyotes vraten ze op.

63 Wanneer de Indianen een buffel hadden gedood, hielden ze een religieuze plechtigheid. Ze namen zijn hoeven en bewaarden deze om pannen te maken. Zijn vlees aten ze, zelfs het vlees op de darmen. Ze namen al zijn vlees, hingen het op en ze droogden het. Zijn huid werd gedroogd en ze maakten er kleding en tenten van; er was niets dat niet gebruikt werd.

64 Maar toen de blanke kwam... De blanke is de boef! Hij is de schurk! Hij kwam en moordde die buffels uit en liet deze Indianen verhongeren. Elke waarachtige man zou vechten voor zijn door God-gegeven rechten. Wat ze de Amerikaanse Indianen aandeden, is een smet op de Amerikaanse vlag. Het behoorde hèn tenslotte toe.

65 Wat zou u ervan denken wanneer de Japanners of de Russen hier zouden komen en zouden zeggen: "Maak dat je hier weg komt. Ga weg hier." Wanneer zij ons en onze kinderen zouden behandelen op de manier dat wij het die Indianen deden? Maar onthoudt, we hebben gezaaid en nu zullen we gaan oogsten. Dat is Gods wet, weet u. Er is een planttijd en dan een oogsttijd. Ik geloof dat het te erg is, wat er gebeurde.

66 Nu, wat gebeurde er? Het verontreinigde zaad van Adam heeft het land verontreinigd en het absoluut vernietigd. Weet u dat de Bijbel dat zegt? En omdat zij dat gedaan hebben (het verontreinigde zaad van Adam) zal God hen vernietigen. Wilt u dat lezen? Laten we eens kijken, ik heb het hier opgeschreven. Laten we daarvoor Openbaring 11 opslaan en we zullen daar zien wat God zegt over hen, die de aarde vernielen. Openbaring 11:18 geloof ik dat het is. Hier is het:

     En de volkeren waren toornig geworden, maar Uw toorn is gekomen... (Nu, let op Gods toorn) en de tijd voor de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan Uw knechten, de profeten, en aan de heiligen en aan hen, die Uw naam vrezen, aan de kleinen en de groten en om te verderven wie de aarde verderven.

     Wat zal met hen gebeuren? Zeker zullen zij oogsten wat zij gezaaid hebben. Wanneer u de zonde op straat ziet... Wat zal er allemaal gebeuren deze zondagavond? Hoeveel echtbreuken zullen er begaan worden in deze stad vanavond? Hoeveel vrouwen zullen hun huwelijkseden breken in dit hele kleine stukje van de wereld wat Jeffersonville genoemd wordt? Hoeveel abortusgevallen denkt u dat er geregistreerd worden in Chicago in dertig dagen? Het zouden er tussen de vijfentwintig- en dertigduizend per maand zijn, behalve nog degenen die niet gemeld worden. Hoeveel whisky wordt er gedronken in Chicago? Wat denkt u dat er gebeurt in Los Angeles in één nacht? Hoe vaak is de naam des Heren ijdel gebruikt in de stad Jeffersonville vandaag? Is het beter nu, of was het beter toen George Rogers Clark hier de rivier af kwam op zijn vlot?

67 We hebben de aarde absoluut verdorven met onze vuiligheid en God zal diegenen verderven, die de aarde verderven. God zei het zo. Ik geloof dat er altijd iets diep in me is, dat ernaar verlangt om de bergen in te gaan en te zien hoe God ze maakte.

68 Ik haat Florida, waar ze die kunstmatige palmbomen hebben en... O, ik zie liever een krokodil met zijn staart slaan ginds in de wildernis dan al dat gedoe daar, die namaak die ze doen in Hollywood. Al die glamour en die dronkenschap. Ik denk gewoon, dat eens op een dag...

69 Maar onthoudt, de Bijbel vertelt ons in Matthéüs, het vijfde hoofdstuk, dat de zachtmoedigen de aarde zullen beërven. Dat is zo. De zachtmoedige en nederige zal de aarde beërven. Jezus zei: "Zalig de zachtmoedigen", degenen die eenvoudig zijn, die niet proberen om iets groots te zijn – "want zij zullen de aarde beërven." Jezus zei het zo.

     Nu, God zal diegenen vernietigen, die haar verontreinigd hebben, maar de zachtmoedigen zullen de aarde beërven, nadat zij gezuiverd is geworden.

70 Nu is de verbeurde eigendomsakte weer in de handen van de oorspronkelijke eigenaar, de Almachtige God. Adam heeft de eigendomsakte voor de aarde en voor eeuwig leven prijsgegeven, maar Satans smerige handen konden haar niet pakken, dus ging zij terug naar de oorspronkelijke eigenaar, God Zelf. We zullen het in een ogenblik ontdekken. Daar zit Hij op de troon met het eigendomsbewijs in Zijn hand. O, dat maakt dat ik me religieus voel! Het eigendomsbewijs voor het eeuwige leven, – het abstract – het eigendomsbewijs voor eeuwig leven. Toen Adam het voor wijsheid in plaats van geloof verbeurde, ging het terug naar de handen van de eigenaar – de Almachtige God. Wat een wonderbare zaak!

71 Goed. Wachtend... Wat doet het daar? Het wacht in de handen van God totdat er aanspraak gemaakt wordt op de verlossing. Hij baande de weg naar de verlossing. Hij maakte een weg terug. Op een dag zal de Verlosser het terugnemen. Ziet u waar we nu toe komen? We zullen Degene, die daar op de troon zit, eens bezien. Goed. Wachtend op de verlossingsaanspraak – haar verlossing.

72 Wat is dit Boek van verlossing, dit eigendomsbewijs, dit abstract van het eigendomsbewijs? U zegt: "Abstract?" Wat betekent een abstract? Het betekent de weg naar de oorsprong terug zoeken. Zoals ik vanmorgen al zei over die kleine druppel inkt. Toen deze in dat bleekmiddel viel, ging hij regelrecht terug naar zijn oorsprong. En wanneer zonde wordt beleden en is gevallen in het bloed van Jezus Christus, o, dan begeeft zich een "abstract" regelrecht terug naar de Schepper en u wordt een zoon van God. De eigendomsakte bevindt zich dan in de handen van de Almachtige.

73 Zijn verlossing sluit alle wettige bezittingen in van alles wat verloren is gegaan door Adam en Eva. Wat behoorde dat te doen aan een wedergeboren Christen! Zijn wettige eigendom, door het abstract van het eigendomsbewijs van het eeuwige leven betekent, dat u alles bezit wat Adam en Eva verloren. Hoe staat het daarmee broeder, met het bezit van dit bewijs?

74 Adam kon niet voldoen aan de eis van verlossing, omdat hij merkte dat hij het verloren had. Hij had gezondigd en hij had zichzelf van God gescheiden en was aan de andere zijde van de kloof, daarom kon hij niet verlossen. Hij kon het gewoon niet doen, omdat hij zelf verlossing nodig had. Hij kon het niet doen, maar de wet eiste een bloedverwant als verlosser. De wet van God verlangde een bloedverwant-verlosser. Als u dat wilt opschrijven – bloedverwant-verlosser – u vindt het in Leviticus 25. We zullen geen tijd genoeg hebben om dit grondig te onderzoeken, omdat, zoals u weet, iedere tekst een avond zou vullen.

75 Maar Gods wet erkende een plaatsvervanger. Nu, wat als God niet had aangeboden een plaatsvervanger aan te nemen? Maar de liefde dwong Hem om dat te doen, opdat de mens tot Hem zou kunnen terugkomen. Een andere weg terug is er voor hem niet. Hij was verloren gegaan. Maar door de genade van God verscheen deze bloedverwant-verlosser in de persoon van Jezus Christus. De wet eiste het; genade voldeed aan zijn eisen. O, "Verbazingwekkende genade! Hoe lieflijk het geluid..."

76 Gods wet vereiste een onschuldige vervanger en wie was onschuldig? Elk mens was door sex in zonde geboren. De enige, die niet zo geboren was, had de rechten op eeuwig leven en om koning over de aarde te zijn, verbeurd. O, wanneer ik denk aan dat Schriftgedeelte: "Want Gij hebt hen voor God gekocht... en Gij hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters en zij zullen als koningen heersen op de aarde." [Openbaring 5:9, 10 – Vert] O, hoe wondervol – bloedverwant-verlosser – o, wat een verhaal zouden we hierover kunnen houden!

77 Merk op, de wet schreef voor dat alleen een bloedverwant-verlosser een verloren gegaan eigendom kon lossen. Genade voldeed aan deze eis, in de persoon van Jezus Christus. Een bloedverwant moet worden geboren vanuit het menselijke ras.

78 Nu, hoe zouden wij het kunnen zijn? Als elk mens die wordt geboren moet... en iedereen die niet kan zien dat het destijds een sexuele handeling was, is volkomen blind, omdat ieder mens die geboren werd, werd geboren uit een vrouw. God vereiste een bloedverwant-verlosser en deze moest een mens zijn. O, wat zult u nu gaan doen? De wet vereiste een bloedverwant-verlosser.

79 Nu, Hij kon geen engel nemen. Hij moest een mens nemen, omdat wij niet verwant zijn aan de engelen; wij zijn verwant aan elkaar. De engel zou daar nooit zijn gevallen. Hij is een ander soort wezen, hij heeft een ander lichaam. Hij heeft nooit gezondigd; hij is anders. Maar de wet vereiste een bloedverwant-verlosser; en ieder mens op aarde werd uit sex geboren.

80 Nu, ziet u niet dat daar de zonde haar aanvang nam? Dat is waar de zonde begon. Ziet u waar we aan toe zijn? Daar is het zaad van de slang.

81 Nu, bemerk, er was een bloedverwant-verlosser vereist; en deze verlosser, bloedverwant-verlosser, moest worden geboren uit het menselijk ras. Dat zag er voor ons hopeloos uit, maar laat mij de bazuin voor u laten klinken. De maagdelijke geboorte bracht het produkt voort. De maagdelijke geboorte bracht onze bloedverwant-verlosser voort. Niemand anders dan de Almachtige God werd Immanuël. Immanuël, de bloedverwant-verlosser voldeed aan de eis.

     U ziet hoe God de eis stelt en er niets is wat wij daaraan kunnen doen. Maar dan treedt genade binnen, overschaduwt die wet en brengt het produkt voort. Amen!

     O, als u daar thuiskomt, "Wanneer ik mijn kleine hutje daar krijg", zoals broeder Neville het zingt. Wanneer u allen op een morgen iemand daar beneden hoort zingen: "Verbazingwekkende genade, hoe lieflijk het geluid dat een wrak als ik redde", zult u zeggen: "Prijs God, de oude broeder Branham heeft het gehaald, daar is hij."

     O ja! "Het is genade die mijn hart leerde te vrezen, het was genade die mij van vrees bevrijdde, hoe dierbaar verscheen die genade in dat uur dat ik voor het eerst geloofde." Wacht tot wij er over een ogenblik toe komen.

82 Nu kijk. Het boek Ruth geeft een prachtig beeld hiervan: het vertelt hoe Naomi haar eigendom had verloren. (U allen hebt me er al over horen prediken, niet? Steekt uw hand op wanneer u me er over hebt horen prediken. Dus u kunt het begrijpen.) Boaz moest een verlosser worden. Hij was de enige die het kon doen. Hij moest een bloedverwant zijn, een naaste bloedverwant, en doordat hij Naomi loste, verkreeg hij Ruth. Evenzo Jezus – Boaz typeerde Christus – toen Hij Israël verloste, verkreeg Hij de heidenbruid. Ziet u nu hoe mooi dat is. We hebben het zeker ergens op de band als u het zou willen hebben.

83 Nu, merk op, het moest een bloedverwant zijn. Dus, ziet u, een engel kon het niet doen; een mens kon het niet doen; het moest een mens zijn, geboren uit een vrouw, maar zonder de sexuele handeling. Dit gebeurde door de maagdelijke geboorte. De Heilige Geest overschaduwde Maria; daarom was Jezus geen Jood. Jezus was ook geen heiden. Jezus was God! Precies. Zijn bloed kwam niet door een sexuele handeling. Hij was het heilig geschapen bloed van God. Wij zijn niet behouden door Joods bloed, noch zijn we behouden door heidens bloed. We zijn behouden door het bloed van God. Zo is het volgens de Bijbel. Hij zegt het zo. [Handelingen 20:28 – Vert]

     Dus u ziet, Jezus was God. Hij was geen derde persoon, vierde persoon, tweede persoon; Hij was DE persoon. Hij was God – Immanuël. God daalde af van Zijn heerlijkheid en openbaarde Zichzelf...

84 Ik houd van dat lied van Booth-Clibborn, dat heerlijke, prachtige lied:

Neergedaald van Zijn heerlijkheid,
Eeuwig levende geschiedenis,
Mijn God en Redder kwam, en Jezus was Zijn Naam,
Geboren in een kribbe, een vreemde voor de Zijnen,
Een man van zorgen, tranen en zielsangst.

O wat een afdaling, ons verlossing brengend,
Toen in de doodsnacht, met niet de geringste hoop in zicht,
God, genadig en teder, legde Zijn majesteit af,
vernederde Zich om mij te winnen en mijn ziel te redden,
O, hoe houd ik van Hem! Hoe aanbid ik Hem!
Mijn adem, mijn zonneschijn, mijn al in alles!
De grote Verlosser werd mijn Redder.

     (De grote Schepper, werd mijn Redder.)

En al Gods volheid woont in Hem.

     Hij is Degene die aan de eis voldeed.

85 Genade bracht de persoon van Jezus Christus voort. God spreidde Zijn tent – kwam van God om een mens te worden. Hij veranderde Zijn vorm van Almachtige, om een mens te worden, om de gestalte van een mens aan te nemen, zodat Hij kon sterven om de mens te verlossen. Wacht totdat we Hem zien, want niemand anders is waardig.

86 In orde, in de Bijbel, in het boek van Ruth, zult u ontdekken, wanneer u het leest, dat zo'n persoon de goël genoemd werd, G-O-E-L. De goël was een persoon die kon voldoen aan de eis; de goël moest in staat zijn om eraan te voldoen, hij moest het willen doen en hij moest een naaste bloedverwant zijn om het te kunnen doen. En God, de Schepper van geest, werd familie van ons, toen Hij mens werd, teneinde onze zonde op Zich te kunnen nemen, de prijs te betalen en ons weer terug tot God te brengen.

87 Dat is het. Daar is de Verlosser. Christus heeft ons verlost. We zijn nu verlost, maar Hij heeft Zijn bezit nog niet opgeëist. Nu, u mag daarover van mening verschillen, maar wacht een ogenblik, dan zullen we het zien.

88 Hij heeft het nog niet opgeëist. Toen Hij het Boek der verlossing nam, heeft Christus alles wat Adam had en alles wat hij verloor, teruggekocht. Hij heeft ons reeds verlost, maar Hij heeft Zijn eigendom nog niet in bezit genomen. Hij kan dat pas doen op de bestemde tijd, dan zal de opstanding plaatsvinden en dan zal de aarde vernieuwd worden en dan zal Hij Zijn eigendom in bezit nemen. Zijn bezit, wat Hij verwierf toen Hij ons verloste, maar het zal gebeuren op de bestemde tijd.

89 Dit wordt beschreven in dit zevenmaal verzegelde Boek waarover wij nu spreken. Goed, dat is het Boek der verlossing. Het wordt allemaal hierin beschreven. Alles, wat Christus zal doen aan het einde, zal deze week aan ons geopenbaard worden in de zeven zegels, als God het ons toestaat. Goed, het zal geopenbaard worden. Het wordt geopenbaard wanneer de zegels worden verbroken en aan ons worden vrijgegeven. Dan kunnen we zien wat dit grote plan der verlossing inhoudt en wanneer en hoe het uitgevoerd zal worden. Het is allemaal in dit Boek van de geheimenissen verborgen. God heeft het met zeven zegels verzegeld. Het Lam is de enige, die ze verbreken kan.

90 Nu, wanneer u het in de Schriften zou willen nazien; U kunt het vinden in Jeremia. Toen Jeremia uit het land in gevangenschap moest gaan, kocht hij van de zoon van zijn oom een akker. De koopakte werd van een zegel voorzien. [Jeremia 32:9, 10 – Vert] Als we dat door zouden nemen, zien we dat evenzo in de zeven gemeente-tijdperken – in deze zegels enzovoort.

91 Ziet u, een zegel in het Oude Testament was als een rol en daarin was een geheimenis. Dit geheimenis was verborgen. Het was rondom verzegeld en daarop stond: het recht op zus-en-zo. Dan werd het volgende geheimenis erin gerold waarin stond wat deze erfenis inhield. Het einde van die rol stak uit hier aan deze kant en daarop stond weer het recht op zus-en-zo; en zo ging het maar door totdat het een hele boekrol vormde, omdat de mensen toen niet zulke boeken als wij hadden. Ze hadden rollen. Hoevelen weten dat? – het werd een boekrol genoemd. Van een verzegelde boekrol kon men telkens maar één deel verbreken en zien wat het geheimenis ervan was. Men scheurde het los en dan kon u zien wat dat recht was. Daarna kon u de andere verbreken en zien wat daarin stond.

92 Hier vinden we in het geheel zeven zegels, waarin de geheimenissen van God sinds de grondlegging der wereld verzegeld zijn en geopenbaard worden door zeven verschillende zegels. Zo God wil zullen wij die zegels lostrekken, opdat we het Boek kunnen inzien en uitvinden wat er allemaal in staat. Ik hoop dat we een grootse tijd zullen hebben.

     Het geheimenis van verlossing is verzegeld tot de... Dit Boek kon niet verbroken worden tot de boodschap van de laatste engel. De boekrol was daar. Wij wisten dat het daar was. Wij wisten dat het de verlossing betrof. We geloofden dat het de verlossing betrof.

93 Jeremia zei: "Deze rol moet bewaard blijven in een aarden vat." O, wat een prachtig beeld. Ik zou daar een aardig poosje over kunnen praten. De boekrol werd bewaard in een aarden vat – een vat dat eens vlees werd, (Glorie!) stierf, weer verrees, en werd bewaard in een aarden vat tot de tijd van de verwerving. O, hoe prachtig...

94 Goed, nu, deze boodschappen zijn allen bewaard in dit aarden vat, tot de door God bestemde tijd van de laatste boodschapper aan de aarde. Al datgene waarover deze mensen hadden geoordeeld en gezegd: "Ik weet dat het daar is; ik geloof dat het daar is." Zij hebben erover gevochten, brachten het voort en produceerden de dingen. Door geloof geloofden zij het. Maar nu wordt het ons gebracht door openbaring en door de betuiging van de hand van God. God zei het zo; Hij beloofde het.

     Nu, laten we eens zien waar we ons bevinden. Laten we nu naar vers twee gaan. We hebben veel tijd nodig gehad voor vers 1, maar laten we nu vers 2 nemen. We zullen daar waarschijnlijk niet zo lang bij blijven.

     En ik zag een sterke engel, die met luider stem uitriep: Wie is waardig de boekrol te openen en haar zegels te verbreken?

     Nu, onthoud, laten we het eerste vers opnieuw lezen, zodat wij het bij elkaar kunnen brengen.

95 "En ik zag in de rechterhand van Hem, die op de troon zat,..." Wie is het? God – de absoluut oorspronkelijke houder van het Boek des levens. Hij houdt het. God doet dat. Toen Adam het verbeurde, ging het terug naar de oorspronkelijke eigenaar. Het behoort Hem toe. Johannes keek in het visioen en "... zag in de rechterhand van Hem, die op den troon zat, een boekrol, beschreven van binnen en van buiten, welverzegeld met zeven zegels." Ziet u, van binnen.

96 Nu, wanneer we deze zegels gaan verbreken, zult u zien, dat het rechtstreeks teruggaat naar de Schrift; alles verwijst daar naar terug. Want elk van deze zegels, alles tezamen, het hele geheimenis van de Bijbel, bevindt zich precies hier in deze zegels. Elk geheimenis van de Bijbel ligt in deze zegels en de zegels kunnen niet verbroken worden tot die tijd. Ik zal het in een ogenblik bewijzen.

97 Bemerk, het Boek nu, herinner u, is verzegeld. Nu, als dit het eerste Zegel zou zijn, dan wordt er een ander zegel omheen gerold en daar omheen weer een ander zegel. Het is een Boek van verlossing. En het geheel tezamen maakt het tot het Boek en het is verzegeld met zeven zegels. De zegels bevinden zich aan de achterzijde, omdat de rollen opgewonden werden; het verzegelde geheimenis is aan de binnenzijde. Aan de buitenkant staat bijvoorbeeld alleen: de witte ruiter, of de zwarte ruiter en wat ook meer, maar het geheimenis van het hele Boek is in die zegels, van Genesis tot Openbaring. Het volledige plan van verlossing is geopenbaard in deze zeven zegels. O, het is een belangrijke tijd. God helpe ons het te begrijpen.

98 In vers 2 roept een sterke engel met luide stem uit: "Wie is waardig?" Waardig waarvoor? "Wie is waardig dat Boek te nemen?" Nu, we stellen vast waar het Boek zich nu bevindt. Het is bij zijn oorspronkelijke Eigenaar, omdat het verbeurd werd door een zoon, de eerste zoon van God in het menselijk ras. Toen hij zijn rechten verbeurde door naar Satan te luisteren... Hoe deed hij dat? Hij nam Satans wijsheid aan in plaats van Gods Woord.

99 Nu, zouden we hier niet een ogenblik kunnen stoppen? Zonen van God verkiezen een seminarie-opvatting in plaats van het Woord van God. Hetzelfde deed Adam. Hij verbeurde zijn rechten. Toen hij dat deed, ging het regelrecht terug. Kunt u niet zien hoe deze tijdperken zijn geweest? Het ging regelrecht terug naar de oorspronkelijke eigenaar. Johannes, in de Geest, stond hier in de hemel. Hij was zojuist opgenomen uit de gemeente-tijdperken, nadat hij de gemeente-tijdperken had gezien. Daarna werd hij in het vierde hoofdstuk opgenomen. Een stem zei: "Klim hierheen op en ik zal u tonen wat na dezen geschieden moet."

100 En hij zag Eén zitten op de troon met dit Boek in Zijn rechterhand. Denkt u zich dat in. In dit Boek was een eigendomsbewijs tot verlossing. Het was verzegeld met zeven zegels. Toen kwam er een engel naar voren, een sterke engel die uitriep met een luide stem: "Wie is waardig het Boek te openen, het Boek te nemen; wie is in staat de zegels te openen en dit Boek te openen?" Ziet u? De engel vroeg het; Johannes zag het en hij zei: "Nu, wie is waardig? Laat hem..." Misschien voel ik slechts aan dat het op deze manier is. "Laat hem komen", zei de engel, "laat hem komen."

101 Hier is het Boek der verlossing. Hier is het plan van verlossing, de enige manier waarop u ooit verlost zult kunnen worden; want daar is het eigendomsrecht op verlossing van al de hemelen en de aarde. "Laat hem naar voren komen als hij wil." Oh, my! "Nu spreek, of laat hij zich anders voor altijd rustig houden. Laat hem naar voren komen en dit Boek opeisen. Wie is waardig om het te doen?" En Johannes zei dat er geen mens in de hemel waardig bevonden werd; dat er geen mens op de aarde waardig bevonden werd; dat er geen mens beneden de aarde, die ooit leefde en stierf, waardig werd bevonden. Geen mens werd waardig bevonden.

102 De roep van de engel was een roep voor de bloedverwant-verlosser, dat hij zou verschijnen. God zei: "Ik heb een wet, dat een bloedverwant-verlosser als plaatsvervanger kan optreden." Waar is die bloedverwant-verlosser? Wie is in staat het te nemen?

103 Te beginnen bij Adam, tot aan alle apostelen en profeten en alle anderen en niemand werd gevonden. Nu, wat te doen? Niemand in de hemel, niemand op aarde, niemand die ooit had geleefd. Elia stond daar. Mozes stond daar. Alle apostelen stonden daar. Al degenen die gestorven waren, alle heilige mannen en Job en de wijzen. Iedereen stond daar en niemand was waardig om zelfs maar naar het Boek te kijken, laat staan het te nemen en de zegels te verbreken!

     Nu, waar blijven de paus en al diegenen? Waar is uw bisschop? Waar is onze waardigheid? We zijn niets! Zo is dat.

104 Hij vroeg de bloedverwant-verlosser om naar voren te komen, indien hij zou kunnen. Johannes zei, dat geen mens waardig was – niet dat daar geen waardige wezens waren. Bijvoorbeeld een engel, zoals Gabriël of Michaël, maar herinner u, het moest een bloedverwant zijn. Bedenk, Johannes zei hier: "En geen m-e-n-s was waardig", niet engel of seraf. Zij hadden niet gezondigd, zij waren een ander soort wezen. Zij waren nooit gevallen. Maar dit moest een bloedverwant-verlosser zijn – "Geen mens", omdat geen enkele van hen verlost was. Geen mens was waardig naar het Boek te kijken.

105 Dus, het moest een menselijke bloedverwant zijn en hij vroeg ernaar, maar hij werd nergens gevonden. Er was niemand. Geen bisschop, geen aartsbisschop, geen priester, geen hiërarchie; niets was heilig genoeg om zelfs maar naar het Boek te kijken. Dat klinkt tamelijk kras, maar dat is wat de Bijbel zegt. Ik haal slechts aan wat Johannes zei.

106 De Bijbel zegt, dat Johannes weende. Nu, er zijn sommige mensen die hierover hebben onderwezen. Ik hoorde eens een man dit leren; hij zei: "Johannes weende, omdat hij zelf niet waardig werd bevonden." O, ieder mens onder de Heilige Geest zou dat anders zien, onder de inspiratie van God zouden we weten dat het niet zo is.

107 Maar, Johannes huilde. Hier is waarom ik denk dat hij huilde: omdat, wanneer er niemand waardig was om dit Boek te openen, de hele schepping verloren was. Dat is Gods eigen wet en Hij kan Zijn wet niet overtreden.

     Ziet u, God vereiste een bloedverwant-verlosser die waardig was en die in staat was het te doen, die het vermogen had het te doen. De engel zei: "Nu, laat die bloedverwant-verlosser naar voren komen."

     Johannes keek en hij overzag de hele aarde; hij keek onder de aarde en er was niemand. De hele schepping, alles was verloren. Natuurlijk weende Johannes, omdat alles verloren was.

108 Zijn wenen duurde echter niet langer dan een ogenblik, want één van de oudsten, die daar stond, zei: "Ween niet, Johannes." O, zijn wenen duurde slechts een ogenblik.

     Johannes dacht: "O, waar is die man? Daar staan de profeten die geboren werden zoals ik. Daar staan de wijzen, daar staan... O, is er niemand hier?"

109 "Ik wil een man die in staat is het te doen. Ik wil een mens die kan verlossen." Maar hij werd niet gevonden. Dus Johannes barstte in wenen uit, omdat alles verloren was en hij weende bitter. Hij was bedroefd, omdat alles verloren was, (de hele schepping). Alles zou verloren zijn als ze deze ene niet zouden kunnen vinden. God zij geprezen! Wanneer ze niet iemand zouden kunnen vinden, die aan deze eis kon voldoen, zou elk menselijk wezen, de hele wereld en de schepping, verloren zijn. Alles was gevallen – de rechten op verlossing, de rechten op eeuwig leven en het licht; al deze rechten waren verbeurd en er was niemand die de prijs kon betalen.

     En Johannes begon te wenen, omdat er niemand waardig was en niemand zelfs maar naar het Boek kon kijken. O, het moest een mèns zijn. Johannes weende, omdat niemand het kon doen en alles verloren was.

110 Toen klonk daar de stem van één der oudsten, die temidden van de vier dieren stond en het scheen of heel die grote legermacht van de hemel zei: "Ween niet, Johannes." O, welk een genade van God! "Wees niet verbroken van hart, Johannes. Ween niet, want de Leeuw van de stam van Juda, de Wortel en Spruit van David, heeft overwonnen." Overwinnen betekent geworsteld met en overwonnen.

     In de Hof van Gethsemané, toen Zijn bloed van Zijn gezicht naar beneden drupte, overwon Hij. De Leeuw en de Wortel Davids overmocht en heeft overwonnen.

111 Zoals Jacob, wiens naam listige verdringer betekent. Toen hij in aanraking kwam met de engel, hield hij hem vast. De engel probeerde los te komen, maar hij zei: "Ik laat je gewoon niet gaan." Hij hield aan totdat hij kreeg wat hij nodig had en zijn naam werd toen veranderd van verdringer, wat bedrieger betekent – tot wat? Tot een prins van God – Israël. Hij overmocht.

112 Deze Leeuw van de stam van Juda heeft overmocht. De stem zei: "Ween niet, Johannes, want de Leeuw van de stam van Juda, de Wortel van David, heeft overwonnen; Hij heeft reeds overwonnen. Hij heeft het gedaan; het is voorbij, Johannes!" O, wonderbaar. Hij bracht een bleekmiddel voort dat de zonde weer terugzendt naar hem, die haar met zijn smerige handen door zijn wijsheid binnenbracht en daardoor de mensen verontreinigde.

113 Maar toen Johannes zich omdraaide om te kijken, zag hij een Lam. Wat een verschil met een Leeuw! De stem zei: "De Leeuw heeft overwonnen." Zie, opnieuw kan ik dit daar gebruiken: God Zich verbergend in eenvoud. Hij zei: "Hij is een leeuw" (dat is de koning der dieren). "De Leeuw heeft overwonnen." Het sterkste dier dat er is, is een leeuw.

114 Ik ben in de jungles in Afrika geweest en hoorde de giraffes schreeuwen en de grote machtige olifant zwaaide zijn slurf in de lucht en trompetterde; ik hoorde de wilde dieren van de woestijn hun bloeddorstige gebrul uitstoten en hoorde het gezoem van de kevers. Billy Paul en ik lagen in een schuilplaats, die aan de bovenkant overdekt was met takken, toen we ver weg in de verte een leeuw hoorden brullen. En op slag was alles stil in de jungle. Zelfs de kevers hielden op met zoemen. De koning sprak. O, hoe geweldig.

     Ik zeg u, dat is het moment dat denominaties en twijfels ter aarde vallen. Alles is stil, wanneer de Koning spreekt. En dit is de Koning. Dat is Zijn Woord.

     O, hij zei: "Johannes, wees niet bezorgd, ween niet; wees niet zo van streek, Johannes. Ik nam je hier op in een visioen om je iets te tonen. En ik weet dat je helemaal verscheurd wordt, omdat je weet dat er niets verlost kan worden; alles is verloren. Er is niemand die aan de eisen kan voldoen, maar de Leeuw van de stam van Juda..." Weet u, het embleem van de stam van Juda was een leeuw, zoals we laatst onderwezen op het schoolbord.

115 Herinner u, de leeuw, de os, het hoofd van een mens enzovoort, en we beschouwden deze serafs en het Woord, hoe Marcus, Matthéüs, Lucas en Johannes het boek der Handelingen bewaakten.

116 Ik hoorde eens een man, een grote prediker, zeggen: "Het boek der Handelingen is gewoon het steigerwerk." Het was de eerste rank die de heilige gemeente ooit voortbracht. Jazeker. En als zij er ooit nog een voortbrengt, zal deze ook van dat soort zijn. Jazeker. U hebt een paar geënte ranken daarbinnen, die citroenen dragen, wat sinaasappelen behoorden te zijn. Maar wanneer die wijnstok ooit opnieuw een rank doet uitlopen zal deze precies gelijk zijn aan de oorspronkelijke.

117 Matthéüs, Marcus, Lucas en Johannes, deze vier Evangeliën staan daar om dat te bewaken. De wijsheid van een mens, de kracht van een leeuw, de arbeid van een os en de snelheid van een adelaar. Ja, het Evangelie staat daar. Wat...? Herinnert u zich nog dat we dat doornamen? Het was in de zeven gemeente-tijdperken.

118 Nu, hij zei: "De Leeuw van de stam van Juda." Waarom van Juda? "De scepter zal van Juda niet wijken, noch de heersersstaf tussen zijn voeten, totdat Silo komt." Hij zal komen door Juda. En de Leeuw (het symbool van de stam van Juda, Genesis 49:9) heeft overwonnen; Hij heeft overwonnen.

119 Toen hij om zich heen keek om te zien waar die Leeuw was, zag hij een Lam – vreemd. Hij zag uit naar een leeuw en zag een lam. De oudste noemde Hem een Leeuw, maar toen Johannes keek, zag hij een Lam – een Lam zoals het was geslacht van voor de grondlegging der wereld. Een Lam, dat geslacht was – wat betekent dat? Wie was dat Lam? Het was bloedig verwond – een Lam dat geslacht was, maar weer levend was; en hij was bloedig. O, hoe kunt u daar naar kijken vrienden en dan nog een zondaar blijven?

120 Een Lam kwam naar voren, terwijl de oudste zei: "Een Leeuw heeft overwonnen, de Leeuw van de stam van Juda." Johannes keek om de Leeuw te zien en daar kwam een Lam, trillend, bloedend, bedekt met wonden – Hij had overwonnen! Je kon zien dat Hij in een strijd verwikkeld was geweest. Hij was geslacht, maar Hij was weer levend.

     Johannes had dit Lam hier nog niet eerder opgemerkt, ziet u. Hij was tevoren nog niet eerder genoemd. Nergens was er sprake van geweest.

121 Johannes had Het niet gezien, toen hij de hemelen overzag, maar hier kwam Het nu naar voren. Bemerk, vanwaar kwam Het naar voren – waar kwam Het vandaan? Het kwam van de troon van de Vader, waar Hij gezeten was sinds Hij was geslacht en weer was opgestaan. Na Zijn opstanding zat Hij aan de rechterhand van God – voor eeuwig levend om voorspraak te doen. Amen. Hij werd verheven en is daar vandaag als een bemiddelaar met Zijn eigen bloed, om te bemiddelen voor de onwetendheid van de mensen. Nu, dat is Degene, op wie ik vertrouw. Hij was nog steeds overdekt met bloed, het bleekmiddel van de vergeving van zonde.

     Johannes keek naar dat Lam en het Lam zag er uit alsof het geslacht was. En toen bemerkte hij, dat Hij gewond was, geslagen, gekneusd en bebloed – een bloedig Lam. Hij heeft onze plaats ingenomen.

122 Is het niet vreemd dat een eenvoudig Lam onze plaats in moest nemen? Hij zag het Lam. Het kwam naar voren. Johannes had Hem niet eerder gezien, omdat Hij zich ver binnen in de eeuwigheid bevond. Hij bemiddelde zelfs voor degenen, die tot God gekomen waren onder het offeren van het bloed van stieren en geiten en toonde dat dit een plaatsvervangend offer geweest was. Hij bewerkte dat ook zij het geloofden, omdat het op Hem wees. Het bloed was toen nog niet gestort, dus was Hij nu daar om hen te reinigen. Hij was daar om u en mij te reinigen. O God, ik hoop dat Hij daar vanavond is. Het Lam is geslacht voor elke zondaar.

123 Hoe kan Jehova iets anders zien dan dat bloedige Lam dat daar staat? In het visioen kwam het Lam nu naar voren alsof Het zojuist geslacht was. Bemerk: Het kwam van de troon van de Vader. Waar kwam Hij vandaan volgens dit visioen? Hij kwam uit de heerlijkheid, waar Hij gezeten was aan de rechterhand van God. Hij kwam naar voren tot Johannes vanuit de heerlijkheid.

     O, zou het geen glorierijk iets zijn wanneer onze zondige gedachten vanavond lang genoeg aan de kant gezet zouden kunnen worden om Hem te aanvaarden, zodat Hij naar voren zou kunnen komen vanuit de heerlijkheid om Zichzelf bekend te maken aan een ieder van u? Het Lam treedt naar voren uit de heerlijkheid om te bemiddelen, om nu de aanspraak te maken op Zijn verlosten.

124 Onthoud, Hij was daar aan Zijn werk als Bemiddelaar geweest, maar nu zijn deze zegels gereed om geopend te worden. Het Lam kwam vanuit het heiligdom van God naar voren... Wacht tot we komen op dat punt dat er "een half uur stilte" intreedt. Het heiligdom is vol rook; er is geen bemiddeling meer; het offer is weg van de troon – het is een oordeelszetel geworden. Er is geen bloed meer op, want het met bloed overdekte Lam was weggelopen. Wacht u niet tot die tijd!

125 Denk aan het Oude Testament. Zolang het bloed niet op de genadetroon was, was het een oordeelstroon, maar zolang als het bloed erop was, was er genade. Maar toen het Lam wegliep, hield genade op.

126 Wat is Hij geweest? Hij is een bemiddelaar geweest. Niemand anders dan Hij... Vertel mij hoe Maria voorspraak zou kunnen doen. Wat zou Maria kunnen offeren? Wat zou de heilige Franciscus, de heilige Assisi of welke andere, de heilige Cecilia, of welk ander menselijk wezen ook, kunnen offeren? Johannes zag geen duizend heiligen uit het heiligdom komen; hij zag een Lam – een bloedig Lam dat geslacht was.

127 Het kan me niet schelen hoeveel heiligen er afgeslacht werden, zij waren allen schuldig, ieder van hen; want het is zoals de rover zei aan het kruis: "Wij hebben gezondigd en terecht ontvangen we deze vergelding, maar déze man heeft niets gedaan."

     Hij was de enige mens die waardig was. Hier treedt Hij als bemiddelaar op. Waar komt Hij nu voor? Let op Hem.

     Johannes weende. Wat betekent dit allemaal? Wat gaat er gebeuren?

     "Ween niet, Johannes", zei de oudste, "hier komt de Leeuw." Hij is degene die heeft overwonnen.

     Toen hij echter keek, kwam er een bloedig Lam aan, dat geslacht was. Alles wat geslacht is, is bloedig, dat weet u. Bij het slachten wordt de hals opengeslagen of zoiets; het bloed stroomt overal overheen. Hier komt het geslachte Lam naar voren. Waarom? – om Zijn aanspraak te maken op wat Hij verlost heeft. Amen! O, voelt u zich niet alsof u een poosje ergens in een hoek zou willen gaan zitten huilen?

128 Hier treedt het bloedige Lam naar voren. Johannes kon daar niets doen, van al de beroemdheden die hij zag staan, was er niemand die iets kon doen. Dus, toen kwam hier het Lam. Zijn dagen als middelaar, de dagen van Zijn voorspraak, waren voorbij. Dit zal zijn wanneer deze engel daar voor het eerst staat (wacht u tot we daar in de zegels aan toe komen) en roept: "De tijd zal niet meer zijn." Zo is dat.

     Let op wat er plaatsvindt in dat half uur stilte, wanneer wij het zevende zegel doornemen aanstaande zondagavond, zo de Heer wil...

129 Hij komt naar voren om Zijn rechten op te eisen. Hij komt naar voren om Zijn rechten te nemen. Nu, Hij heeft het werk van bloedverwant-verlosser gedaan. Hij was afgedaald, mens geworden en gestorven. Hij had het werk van bloedverwant-verlosser gedaan, maar Hij had Zijn bezit nog niet opgeëist. Nu komt Hij op het toneel om Zijn rechten op te eisen, (let op wat er plaatsvindt) waarvoor Hij werd geslacht. Hij werd een bloedverwant van ons mensen om in onze plaats te sterven om ons te verlossen. Maar de oudste had gelijk toen hij zei dat Hij een Leeuw was. De oudste noemde Hem: "De Leeuw." Daarvoor was Hij een Lam geweest, een Middelaar, een bloedig Lam, maar nu kwam Hij naar voren als een Leeuw.

130 Zijn dagen van Zijn voorspraak zijn voorbij. "Wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd." De zaak is afgesloten. O broeder, wat dan? Wat dan? Denk eraan, het zal in het zevende gemeente tijdperk zijn dat de geheimenissen van God geopenbaard zullen worden.

131 Nu, let heel goed op. Dit is iets wat u móet begrijpen. Hij heeft tot nu toe Zijn middelaarswerk gedaan en deed voorspraak voor de gelovige. Tweeduizend jaar lang is Hij daar geweest als het Lam. Nu stapt Hij vanuit de eeuwigheid naar voren om het eigendomsrecht van dit Boek te nemen, de zegels te verbreken en de geheimenissen te openbaren. Wanneer gebeurt dat? – in de eindtijd. Begrijpt u het? In orde, dan zullen we verder gaan.

132 Nu breekt Hij de zegels en geeft de geheimenissen vrij aan hen, aan de zevende engel, wiens boodschap is alle geheimenissen van God te openbaren. De geheimenissen van God liggen in deze zeven zegels, ziet u? Dat is wat Hij hier zei. Alle geheimenissen liggen in deze zeven zegels.

133 Het Lam komt nu naar voren; Hij was een middelaar geweest tussen God en de mensen. Hij wordt nu een Leeuw. Wanneer Hij een Leeuw wordt, neemt Hij het Boek; dat zijn Zijn rechten. God hield het geheimenis vast, maar nu komt het Lam. Niemand kon het Boek nemen. Het was al die tijd in de handen van God. Geen paus, priester, of wie anders ook, kon het Boek nemen. De zeven zegels zijn nog niet geopenbaard. Ziet u? Maar wanneer Zijn werk als bemiddelaar is beëindigd, komt Hij "als een Leeuw" naar voren, zoals de oudste tot Johannes zei. Dan komt Hij naar voren. Let op Hem.

134 Hij komt naar voren om het Boek te nemen, (nu let op) om de geheimenissen van God te openbaren, waarnaar anderen, door al deze denominationele tijdperken heen, geraden hebben. Zie dan, de zevende engel... Als dit Boek, deze geheimenissen, het Woord van God is, moet de zevende engel een profeet zijn, want het Woord van God komt tot de profeten. Geen priester, paus of iemand anders kan het ontvangen. Het Woord komt niet tot zulken. Het Woord van God komt alleen tot een profeet, altijd.

135 In Maleachi 4 is dat beloofd. Wanneer hij op zal treden zal hij de geheimenissen van God nemen, namelijk al de dingen die de kerk door alle denominaties heen verward heeft, en zal hij het geloof van de kinderen terugbrengen tot dat van de vaderen. Daarna zal het oordeel de wereld treffen, de aarde zal verbrand worden; en dan zullen de rechtvaardigen wandelen op de as van de goddelozen, het Duizendjarig Rijk binnen. Begrijpt u het nu? In orde.

136 Anderen hebben ernaar geraden in het denominationele tijdperk, maar zie, het moest deze man zijn. De zevende engel uit Openbaring 10:1–4 is een... De zevende engel heeft de geheimenissen van God, die aan hem gegeven zijn en hij voleindigt alle geheimenissen die weggelaten zijn door de denominationele tijdperken.

     Nu kunt u zien waarom ik mijn broeders in de denominaties niet aanval. Het is het systéem van denominatie! Het had voor hen geen zin om te proberen het te weten te komen, omdat het nog niet geopenbaard zou kunnen worden. Dat is volgens het Woord. Zij hadden vermoedens, geloofden dat het er al was en door geloof wandelden zij ernaar, maar nu is het duidelijk bewezen. Amen! O, wat een Schriftplaats.

137 Nu, let op. Hij is het, het Lam, die Zijn koninklijke positie inneemt, wanneer Zijn heiligen Hem zullen kronen als Heer der Heren en Koning der Koningen. Ziet u? De tijd is afgelopen. Openbaring 10:6: "Er zal geen tijd meer zijn."

138 Bemerk, dit Lam heeft zeven horens. Bemerkte u dat al? "Met zeven horens" – we hebben dat zojuist doorgenomen. Horens betekenen macht van het dier. Maar merk op, Hij was geen dier, omdat Hij het Boek nam uit de rechterhand van Hem die op de troon zat.

     Merk op. Ik geloof dat ik dat ergens opgeschreven heb. O, deze zegels te verbreken en het eigendomsrecht te lossen. Na de boodschap aan de laatste engel neemt Hij Zijn koninklijke plaats in. Daarom komt Hij nu naar voren.

139 Nu, let op de zevens horens, wanneer Hij naar voren treedt. Toen Johannes dat Lam zeg, zag Het eruit als geslacht – bloedig. Hij trad naar voren vanuit de eeuwigheid en Hij hield op middelaar te zijn. Bidt dan tot Maria zoveel als u wilt!

     Er was geen mens in de hemel of op de aarde, geen enkel ander persoon of wezen, niemand anders, die het Boek kon nemen. Johannes weende er zelfs over. O, Katholieke vriend, kunt u dat niet zien? Bid niet tot een of ander dood persoon. Het Lam is de enige middelaar, ziet u? Hij was Degene die naar voren kwam.

140 Wat ging Hij nu doen? Hij heeft daar bemiddeld, totdat Zijn bloed een verzoening is geweest voor iedereen waarvan het Lam weet dat zij geschreven zijn in het Boek. Hij wist van de grondlegging der wereld af wiens namen daarin stonden. Hij heeft daar gestaan en Zijn middelaarswerk gedaan totdat iedereen die in het Boek geplaatst was, verlost was en nadat dit voleindigd is, treedt Hij nu naar voren.

141 Hij heeft Zijn werk als bloedverwant-verlosser gedaan. U weet wat dat werk was: om te getuigen voor de oudsten. Herinnert u zich Boaz, die zijn schoen uitschopte enzovoort? Hij heeft dit alles nu gedaan. Nu komt Hij om Zijn bruid te nemen. Amen! Hij komt nu als Koning; Hij kijkt uit naar Zijn koningin. Amen! In dit Boek is het hele geheim ervan ingerold in zeven zegels. O, broeder! Zeven zegels – wachtend op Hem.

     Merk op, laten we deze symbolen doornemen. Het is pas negen uur; we hebben nog drie uur of meer de tijd. Satan blijft me vertellen dat die mensen moe worden. Ik neem aan dat ze het zijn, maar laten we dit desondanks doornemen.

142 De zeven horens waren de zeven gemeenten, ziet u, de zeven gemeente-tijdperken, omdat deze het Lam beschermden. Hij beschermde Zijn rechten op aarde door een groep van God-gezonden mensen. Ziet u, de horens van het Lam.

     De zeven ogen zijn de zeven boodschappers van de zeven gemeente-tijdperken – zeven ogen, zeven zieners.

     Zoudt u het fijn vinden om enige Schriftplaatsen op te schrijven? Laten we dat opslaan. Wat zegt u? Heeft u tijd genoeg? Goed. Laten we het boek van Zacharia opslaan; ik zal slechts weinig lezen, want ik wil u niet te lang laten stilstaan bij deze dingen, maar ik wil ook niet dat u het mist. Wat is er belangrijker dan dit? Er is niets belangrijker dan eeuwig leven voor een mens. We moeten dit ontvangen en zeker zijn dat we het gekregen hebben. In orde.

143 Laten we lezen, Zacharia het derde hoofdstuk. We zullen gewoon deze symbolen doornemen, als ik tenminste mijn Schriftgedeelten heb opgeschreven. Ik jubelde het gewoon uit vanmiddag toen ik hierop stuitte en ik weet gewoon niet of ik hier de goede teksten heb of niet; ik hoop het. Zacharia 3, vers 8 en 9.

     Hoor toch, gij hogepriester Jozua, gij en uw gezellen die vóór u zitten – zij zijn immers mannen die ten wonderteken dienen – voorwaar, zie, Ik zal Mijn knecht, de Spruit, (Christus) doen komen;

     Voorwaar, zie, van de steen die ik vóór Jozua neerleg – op die ene steen zijn zeven ogen – zal Ik zelf het graveersel graveren, luidt het woord van de HERE der heerscharen, en Ik zal op één dag de ongerechtigheid van dit land wegdoen.

     Nu, laten we Zacharia 4:10 opslaan. Luister:

     Want wie veracht de dag der kleine dingen? (God in eenvoud, ziet u?) Zij zullen Zich verblijden, als zij het paslood zien in de hand van Zerubbabel. – Deze zeven zijn de ogen des HEREN, die de ganse aarde doorlopen.

144 De zeven ogen – ogen betekent zien. Zien betekent profeten, zieners. Dit Lam had zeven horens en iedere horen had een oog – zeven ogen.

     Wat betekent dat? – Christus en Zijn bruid. Zeven gemeente-tijdperken, waaruit zeven profeten voortgingen – zeven zieners, ogen. Dus moet de laatste een ziener zijn. Goed.

145 Merk op, Hij is geen dier. Hij nam het Boek uit de rechterhand van Hem die op de troon gezeten was. Wie was het? – de Eigenaar, de oorspronkelijke Eigenaar, die het Boek van verlossing in Zijn rechterhand had en geen engel, geen engelachtig wezen – niemand anders kon de plaats innemen. Maar dit bloedige Lam kwam naar voren en nam het Boek uit Zijn hand. Wat was het? Broeder, dit is de meest heerlijke gebeurtenis in de Schrift. Een handeling die geen engel, niemand kon doen, dan het Lam alleen en Het kwam naar voren en nam het Boek uit de rechterhand van Hem, die op de troon zat. Wat betekent dat? Nu behoort het aan het Lam. Amen.

146 Gods wetten vereisten... (Hij is Degene die het vasthoudt). Gods wet vereiste een bloedverwant-verlosser en het Lam kwam vrijmoedig naar buiten: "Ik ben hun bloedverwant! Ik ben hun Verlosser! Ik heb voor hen bemiddeld en nu ben Ik gekomen om de rechten voor hen op te eisen!" Amen! Amen! "Ik ben gekomen om de rechten op te eisen. Daarin hadden ze het recht op alles wat verloren was door de zondeval. Ik heb de prijs betaald." O, broeder, maakt dat niet dat u zich gezegend voelt?

     Niet door goede werken die we gedaan zouden hebben, maar door Zijn genade! O, wacht nog een ogenblik. De oudsten wierpen hun kronen neer en de waardigheidsbekleders en alle anderen vielen neer ter aarde.

147 Niemand, niemand was in staat het te doen. Maar Hij liep regelrecht naar de rechterhand van God en nam het Boek uit Zijn hand en eiste Zijn rechten op. "Ik ben voor hen gestorven. Ik ben hun bloedverwant-verlosser. Ik ben de middelaar. Mijn bloed werd vergoten. Ik ben mens geworden. Ik heb dat gedaan om de gemeente terug te krijgen – degenen die Ik kende van voor de grondlegging der wereld. Ik heb het Mij voorgenomen, Ik heb uitgesproken dat het daar zou zijn. Niemand was in staat het te nemen, maar Ik daalde af en deed het Zelf. Ik ben hun bloedverwant! Ik ben hun bloedverwant geworden!" En Hij neemt dan het Boek. Amen!

     O, Wie wacht daar vanavond op mij? Wie is Diegene, gemeente, die daar wacht? Wie anders zou daar op u kunnen wachten dan die bloedverwant-verlosser. O, wat een heerlijke verklaring en handeling.

148 Nu, Hij heeft het eigendomsrecht op verlossing. Hij heeft het Boek in Zijn hand; de voorspraak is nu voorbij. Hij heeft het in Zijn hand. Onthoudt, het was de hele tijd in Gods hand, maar nu is het in de handen van het Lam.

149 Nu, let op, het eigendomsrecht van verlossing van de hele schepping is in Zijn hand en Hij komt om het terug te eisen voor de mensheid. Niet om het terug te eisen voor de engelen, maar om het terug te eisen voor de mens aan wie het gegeven was, om hen opnieuw tot zonen en dochteren Gods te maken; om de toestand terug te brengen, zoals het was in de Hof van Eden – alles wat zij hadden verloren: de hele schepping, de bomen, het dierenleven, al het andere. O, maakt dat niet dat u zich goed voelt?

150 Ik dacht dat ik moe was, maar ik ben het nu niet meer. Soms denk ik dat ik te oud word om te prediken, maar als ik dan zoiets zie, dan denk ik dat ik een jonge man ben. Dit doet u iets, ziet u? Want ik weet dit, dat er Iemand daar is die op mij wacht. Er is Iemand die de prijs betaalde die ik niet kon betalen; zo is dat. Hij deed het voor mij, Charlie. Hij deed het voor u. Hij deed het voor het hele menselijke ras en nu treedt Hij naar voren om Zijn verlossingsrechten op te eisen. Op te eisen voor wie? Niet voor Zichzelf, maar voor ons. Hij is een van ons, Hij is verwant aan ons. O, Hij is mijn Broeder; Hij is mijn Redder, Hij is mijn God; Hij is mijn Bloedverwant-Verlosser. Hij is alles, want wat zou ik zijn zonder Hem of wat zou ik kunnen zijn zonder Hem?

     Dus, ziet u, Hij is mijn alles en Hij staat daar als onze Bloedverwant. Hij heeft voor ons bemiddeld tot op deze tijd en nu komt Hij naar voren en neemt het Boek van verlossing om Zijn rechten op te eisen voor wat Hij voor ons gedaan heeft.

151 Jezus zei: "Wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven en een ieder die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven! Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten jongste dage."

152 Het maakt niet uit of hij is ontslapen in de eerste wake, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde of zevende wake. Waar hij ook in ontslaapt... want wat zal er gebeuren? De bazuin van God zal klinken en die laatste bazuin zal schallen op hetzelfde moment dat de laatste engel zijn boodschap geeft en het laatste zegel geopend wordt. Die laatste bazuin zal schallen en de Verlosser verschijnt om Zijn verloste bezit – de in Zijn bloed gewassen gemeente – weg te nemen.

153 Nu ligt de hele schepping in Zijn hand. In dit Boek dat Hij nam is het hele verlossingsplan door zeven geheimenisvolle zegels verzegeld. Nu, let op! Hij alleen kan het openbaren aan wie Hij wil. Hij heeft het in Zijn hand, ziet u. Hij heeft beloofd dat het nu in deze tijd zou zijn, want het Boek van verlossing is verzegeld door zeven geheimenisvolle zegels. Nu let op.

     Nu, vrienden... Ik heb u gezegd dat ik u om half negen uit zou laten gaan, maar ik heb hier al drie of vier blaadjes weggelegd om hiertoe te komen (en ik ben al over negenen), zodat u morgen weer terug kan zijn.

154 Maar nu, in dit zevenvoudig verzegelde Boek van verlossing, dat het Lam met Zich nam – Hij was de Enige, Die het kon nemen. En Hij nam het uit de rechterhand van Hem Die op de troon zat, om Zijn verlosten op te eisen, om Zijn rechten op te eisen, om voor u en mij dat op te eisen wat Hij voor ons verloste. Ziet u? Terug naar alles wat Adam verloor in de Hof van Eden. Hij verloste ons daarnaar terug.

     Wanneer wij nu het Lam zien met het Boek in Zijn hand, zijn we gereed om Hem om genade en barmhartigheid te bidden, opdat Hij dit zevenmaal verzegelde Boek voor ons opent en ons een beetje achter het gordijn van de tijd laat kijken.

155 Merk op, toen Hij het Boek nam, het verzegelde eigendomsrecht, (laat dat nu tot u doordringen) verbrak Hij de zegels van het geheimenis om ze te openbaren, om ze aan de Zijnen, aan elk van Zijn verloste onderdanen, over te geven.

     Nu, wanneer we hieraan toe komen in de zegels, zullen we daarop terugkomen, wanneer we die zielen onder het altaar zien, roepend: "Heer, hoelang nog, hoelang nog!"

156 Hier is Hij als middelaar op het altaar: "Nog slechts een korte tijd, want er zijn er nog meer die moeten lijden zoals u." Maar bij dit laatste zegel komt Hij hier vandaan. Hij is niet langer Middelaar, Hij is nu Koning. Wat doet Hij dan? Als Hij Koning is, moet Hij onderdanen hebben en Zijn onderdanen zijn degenen die Hij verloste. Zij kunnen niet eerder voor Hem komen staan, dan dat Hij de rechten van verlossing aanneemt. Nu komt Hij naar voren, na middelaar te zijn geweest, want de dood had ons allen in het graf gebracht – en Hij komt naar voren met de rechten. Amen!

157 Zelfs degenen die blijven leven tot Zijn komst zullen diegenen die ontslapen zijn niet hinderen, want de bazuin van God zal klinken ten tijde van de laatste bazuin, wanneer het laatste zegel verbroken is. Wanneer de zevende engel zijn boodschap gegeven heeft, zal de laatste bazuin klinken en de doden in Christus zullen het eerst opstaan en wij die hier levend achterbleven zullen opgenomen worden, tezamen met hen, om Hem te ontmoeten in lucht. Hij is nu naar voren gekomen om Zijn bezit op te eisen.

     Kijk, let hierop! Hij verbrak de zegels, openbaarde de geheimenissen; openbaarde ze aan wie? – aan het laatste gemeente-tijdperk, de enigen die nog leven. De overigen zijn ontslapen.

158 Hij zei: "Als Hij komt in de eerste wake, tweede wake, derde wake – tot aan de zevende wake..." In de zevende wake ging er een bevel of een roep uit: "Zie, de bruidegom komt." En toen dat gebeurde, zeiden de slapende maagden, de naamkerken [nominale kerken – Vert]: "O, weet u, ik geloof dat ik die Heilige Geest ook wel zou willen hebben." Hebt u gelet op de Presbyterianen en de Episcopalen? Hebt u mijn boodschap in Phoenix gehoord aan mensen die daar opgetreden zijn? En "De Stem" sprak daar... Wel, wat is er aan de hand met deze schrijver! die spreekt van 'Heilige Vader Zus-en-zo', terwijl de Bijbel zegt geen mens "Vader" te noemen. Ziet u, zij slapen met hen; dat is de reden. Maar wanneer zij naar voren komen en zeggen: "Ja, wij geloven..."

     Een vrouw belde kort geleden een andere vrouw op en zei: "Weet u, ik ben bij de Episcopaalse kerk, ik sprak laatst in tongen; ik geloof dat ik de Heilige Geest ontving, maar sst..., vertel het aan niemand." Ik betwijfel dat zeer. U mag in tongen gesproken hebben, maar wanneer u een mens in vuur zet, hoe zal hij dan stil blijven? Dat kan niet.

     Kunt u zich voorstellen dat Petrus, Jacobus en Johannes en diegenen die in de bovenkamer waren, zouden zeggen: "O, we hebben de Heilige Geest ontvangen, maar nu zouden we ons misschien beter stil kunnen houden."

     Broeder, ze gingen door de ramen, de deuren en alles naar buiten de straat op, zich gedragend als een stelletje dronkaards! Dat is de ware Heilige Geest!

159 Maar ziet u, die slapende maagd ontvangt niets; dat is juist. Herinnert u, toen zij uitgingen om te proberen olie te kopen (onthoudt dat de Schrift niet zegt, dat zij het kregen), terwijl zij aan het proberen waren het te kopen, kwam er een roep. Wat gebeurde er? Alle maagden die sliepen stonden op, brachten hun lampen in orde en gingen in tot het bruiloftsmaal. Is dat juist? De rest werd achtergelaten voor de verdrukkingstijd – precies, wenend, weeklagend en tandenknarsend. Dat is de kerk, niet de bruid, maar de kerk. De bruid ging naar binnen. Er is een heel verschil tussen de kerk en de bruid. Ja, zij gingen in tot het bruiloftsmaal. O, let daar op!

160 De zegels waren verbroken. Waarom? Om in het laatste gemeente tijdperk deze waarheden te openbaren. Waarom? Het Lam verbrak de zegels en openbaarde ze aan Zijn gemeente om Zijn onderdanen te verzamelen voor Zijn koninkrijk, Zijn bruid. Ziet u? O, Hij wil Zijn onderdanen nu tot Zich brengen.

161 Hoe gebeurt dat? Uit het stof der aarde, van de bodem der zee, uit de diepten, overal vandaan, uit iedere plaats; uit de regionen van de duisternis, vanuit het paradijs – waar ze ook mogen zijn, zal Hij ze roepen en zij zullen antwoorden. AMEN! AMEN! Hij zal roepen en zij zullen antwoorden.

162 Hij komt om Zijn onderdanen te halen. Hij openbaarde Zijn geheimen en zij zagen het; en op dat moment is de tijd niet meer. De tijd is afgelopen; het is voorbij. In orde.

163 Hij verlaat de troon waar Hij was als Middelaar, als het geslachte Lam, om nu een Leeuw, om Koning te zijn, om de wereld, die Zijn boodschap verworpen heeft, onder het oordeel te brengen. Hij is geen middelaar meer.

164 Herinner u nu wat het Oude Testament leert, terwijl we voortmaken. Toen het bloed van de genadetroon verdween, wat werd die troon toen? – een oordeelstroon. Toen het geslachte Lam vanuit de eeuwigheid naar voren kwam, vanuit de troon van de Vader en Zijn recht nam, werd het een oordeelstroon! Toen werd Hij geen Lam, maar een Leeuw, een Koning! En Hij roept Zijn bruid om aan Zijn zijde te komen staan. "Weet gij niet dat de heiligen de aarde zullen oordelen?"

165 Daniël zei dat de vierschaar zich nederzette en de boeken geopend werden, en tienduizend maal tienduizenden dienden Hem – de Koning en Koningin. Toen werd er nog een Boek geopend, wat het Boek des levens was. Dat is voor de kerk. En de Koningin en de Koning stonden daar.

166 Zoals eens een cowboy overpeinsde:

Gisteravond, terwijl ik op de prairie lag,
Staarde ik naar de sterren aan de hemel;
Ik vroeg me af of er ooit een cowboy meegevoerd zou kunnen worden
Naar die lieflijke verten.

Er is een weg naar dat schitterende, gelukkige gebied,
Maar het spoor erheen is smal en moeilijk te zien, naar men zegt.
De brede weg echter, die ten verderve leidt,
Is helemaal helder verlicht.

Zij hebben het over een andere grote Eigenaar...

     Hij spreekt in termen van zijn leven tussen het vee. Als u er ooit bij was wanneer het vee bijeengedreven werd [Round-up – Vert], zou u het duidelijk kunnen zien.

Zij hebben het over een andere grote Eigenaar,
En Hij is nooit overbezet, zeggen ze.
Hij zal altijd ruimte maken voor een zondaar,
Die zal zwerven op die rechte, smalle weg.

Ze zeggen dat Hij je nooit in de steek zal laten,
En dat Hij iedere handeling en blik kent.
Voor de veiligheid kunnen we ons beter laten brandmerken,
En onze naam in Zijn grote Boek hebben staan.

Want ze zeggen dat er een grote 'round-up' [bijeendrijving] zal komen,
Wanneer de cowboys als koeien bij elkaar zullen staan,
Om gebrandmerkt te worden door de ruiters van het oordeel, (die profeten en zieners)
Die gepost staan en ieder merk kennen.

167 Wanneer u ooit bij een 'round-up' was – u ziet daar een baas staan en ruiters rondgaan in die kudde vee. De ruiter zal zijn eigen merk voorbij zien gaan en hij zal een gebaar naar de baas maken; de baas zal het zien en hem een knikje geven. Zijn pony loopt er omheen, om dat stel rondgaande, snijdende horens en hij zal er zijn eigen koeien uit halen.

Ze zeggen dat er een grote 'round-up' zal komen,
En dat de cowboys als koeien bij elkaar zullen staan,
Om gebrandmerkt te worden door de ruiters van het oordeel,
Die gepost staan en ieder merk kennen.

     Dus hij zei:

Ik geloof dat ik een dolend jong kalf zal zijn,
Gewoon een man die gedoemd is te sterven; (Ze maken gewoonlijk soep van het ongebrandmerkt vee.)
Die gezet zal worden bij het stel van de weerspannigen,
Wanneer de baas van die ruiters voorbijgaat.

     Ziet u, Wie het is? – De baas van die ruiters. Dat is het Lam voor de zeven boodschappers die gepost staan en ieder merk kennen.

168 Merk op, hier komt Hij – Hij verlaat de troon als Middelaar, als het geslachte Lam, om een Leeuw te worden, Koning, om de gehele wereld die Hem heeft afgewezen in het oordeel te brengen. Onze Bloedverwant-Verlosser is dan Koning over alles. Waarom? Hij heeft het eigendomsrecht van verlossing. Het ligt alles in Zijn hand. Ik ben blij dat ik Hem ken.

     Dan eist Hij zijn erfgoed op; dat is de gemeente, de bruid – Hij eist het op. Wat doet Hij dan? Hij rekent dan af met Zijn mededinger, Satan. Hij werpt hem in de poel des vuurs met al diegenen die door Satan geïnspireerd waren om Zijn Woord van verlossing te verwerpen. Hij is nu Koning.

169 Genade is nog steeds op de troon. Wijst u Zijn offer nu niet af. Zijn ruiters weten precies wie u bent. Nu, Zijn mededinger, die Hem tweeduizend jaar lang moeilijkheden gegeven heeft, beweert: "Ik kan doen met hen wat ik wil, ik heb hen nog steeds; zij zijn van mij. Zij verbeurden het recht toen daar." Maar Hij is de Bloedverwant-Verlosser.

     Hij is daar nu bemiddelend, maar op een dag... Satan zegt: "Ik zal hen in het graf brengen"; maar Hij vertelde de gemeente: "Ik zal u eruit brengen, maar ziet, eerst moet ik bemiddelaar zijn."

170 Nu, Hij komt naar voren en stapt uit de eeuwigheid van de troon van de Vader af, waar Hij als middelaar gezeten was. Nu komt Hij om Koning te zijn. O, om alle naties te regeren met een ijzeren roede. Het oordeel staat vast. O broeder, onze Bloedverwant-Verlosser heeft alles in Zijn hand. Zo is dat, jazeker.

     Wat doet Hij? Hij roept die mededinger, Satan en zegt: "Zij zijn de Mijnen nu, Ik heb hen doen opstaan uit het graf." En Hij neemt alle leugenaars en verdraaiers van het Woord en al zulken met Satan en vernietigt hen in de poel des vuurs. Nu is alles voorbij. Hij werpt hen in de poel des vuurs.

171 Weet u wat? Ik wil hier gewoon iets zeggen, voordat we sluiten. We zullen voortmaken. Merk op, we zijn nu aan het zevende vers, maar van het achtste vers tot het veertiende wil ik dat u bemerkt wat er plaatsvindt. Al wat in de hemel en al wat op de aarde was... Luister hier slechts naar; laat me dit gewoon even lezen. Ik geloof dat het beter zou zijn wanneer ik het gewoon uit het Boek lees.

     We zijn bij het zevende vers, let op het zesde vers.

     En ik zag in het midden van de troon en van de vier dieren en temidden der oudsten een lam staan, als geslacht, met zeven horens en zeven ogen;... (We legden het daarstraks uit) dit zijn de zeven Geesten Gods, uitgezonden over de gehele aarde. (Ziet u, zeven gemeente-tijdperken, de zeven boodschappers, die het vuur brandend hielden. Goed.)

     En het kwam (het Lam), en heeft (de rol) aangenomen uit de rechterhand van Hem, die op de troon gezeten was.

172 Nu, let op! Toen Hij dat gedaan had, wat gebeurde er toen? U spreekt over een jubelfeest! Nu, hier vindt precies het verbreken van die zegels plaats. We komen onmiddellijk hierna toe aan dat half uur stilte. Let hierop! We zijn er nu mee begonnen en we zullen het op de volgende zondagavond precies daar beëindigen. Luister nu goed. Bent u zover? Zeg "Amen". Luister goed wat plaatsvond.

173 Toen Hij dit gedaan had – toen de hele schepping zuchtte en niemand wist wat te doen en Johannes huilde, toen kwam het Lam naar voren lopen; dit Boek was in handen van de oorspronkelijke eigenaar, omdat de mens gevallen was en het had verloren en geen mens was meer in staat om het te nemen en de aarde te verlossen – geen priester, paus – niets, zoals ik zei; maar toen kwam het Lam eraan! Niet Maria, geen heilige zus of heilige zo; het Lam kwam eraan – bloedig geslacht – en nam het Boek uit de rechterhand van Hem, die op de troon zat. En toen zij gezien hadden dat er een Verlosser was, toen alle zielen onder het altaar, de engelen, de oudsten, toen allen gezien hadden, hoe dit gebeurde...

     Het ligt hier in de toekomst. Vanavond is Hij een middelaar, maar Hij komt hieraan toe; let op.

     En toen het de boekrol nam, wierpen de vier dieren en de vierentwintig oudsten zich voor het Lam neder, hebbende elk een citer en gouden schalen, vol reukwerk; dit zijn de gebeden der heiligen.

174 Dat zijn diegenen die onder het altaar zijn, die hier lang geleden gebeden hebben. Zij hadden gebeden om verlossing, gebeden om opstanding en hier gieten deze oudsten de gebeden uit voor het altaar, want "Nu hebben we een Plaatsvervanger! We hebben een Bloedverwant in de hemel die naar voren gekomen is om Zijn rechten op te eisen."

     En zij zongen een nieuw gezang, zeggende: Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen, want Gij zijt geslacht en Gij hebt (hen) voor God... (Let op) gekocht met Uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie; en Gij hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters, en zij zullen als koningen heersen op de aarde.

175 Zij wilden terugkeren en hier keren zij terug, om koningen en priesters te zijn! Prijs God! Ik voel me goed genoeg om in tongen te spreken! Kijk! Let op! Het lijkt alsof ik niet genoeg taal heb om Hem daarmee te prijzen! Ik heb er een nodig die ik zelf niet eens ken.

     En ik zag... (Luister hiernaar) En ik zag, en ik hoorde een stem van vele engelen...

176 Luister hoe er een jubelfeest weerklonk toen zij dat Lam zagen komen en het Boek van verlossing zagen nemen. Die zielen schreeuwden het uit. Dat zullen wij krijgen. Allen, alles, de oudsten vielen neer: zij goten de gebeden der heiligen uit. Waarom? Daar werd voor ons een Bloedverwant-Verlosser voorgesteld. Zij vielen op hun aangezicht en zij zongen een lied en zeiden: "Gij zijt waardig, want Gij zijt geslacht." Wat... en kijk naar deze engelen:

     En ik zag, en ik hoorde een stem van vele engelen rondom de troon, en van de dieren en de oudsten; en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen, zeggende met luider stem: Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de macht en de rijkdom, en de wijsheid en de sterkte, en de eer en de heerlijkheid en de lof.

     Wat een jubelfeest begint er in de hemel als dat Lam de middelaarsplaats verlaat en hier naar voren komt om Zijn rechten in bezit te nemen. U weet dat het vlak naast Johannes gebeurde. Hij moet gezien hebben, dat zijn naam daar geschreven stond. Toen die zegels braken, moet hij werkelijk gelukkig zijn geworden. Luister naar wat hij zei:

     En alle schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden.

     Amen! Amen! Amen! Oh!

     En de vier dieren zeiden: Amen. En de oudsten wierpen zich neder en aanbaden Hem die leeft tot in alle eeuwigheden.[Engelse vertaling – Vert]

177 Over een jubelfeest gesproken. Over een goede tijd gesproken! Toen dat Lam naar voren liep! Ziet u, het Boek is zelfs verzegeld in de hemel; dat zijn de geheimenissen. U zegt: "Is mijn naam daar?" Ik weet het niet; ik hoop dat het zo is. Maar als het zo is, dan was hij geplaatst in het Boek voor de grondlegging der wereld. Maar het eerste ding dat die verlossing voorstelde, was het Lam, dat kwam, dat was geslacht voor de grondlegging van de wereld. En Hij nam het Boek, (Glorie!) opende het Boek, trok de zegels eraf en stuurde het naar beneden naar de aarde naar Zijn zevende engel om het te openbaren aan Zijn volk! Daar bent u er. O! Wat gebeurde er? Gejubel, roepen, halleluja-geroep, de heerlijkheid van God...

178 En de oude Johannes, die daarboven had staan wenen, riep uit: "Alles in de hemel, alles in de aarde, en alles in de zee hoorde mij roepen: Amen! Lof, eer en macht en kracht zij Hem die leeft tot in alle eeuwigheden."

179 Over een goede tijd gesproken, wanneer die zegels verbroken worden! Johannes moet daar naar binnen gekeken hebben en voorbij het "gordijn van de tijd" gezien hebben en hij zei: "Daar is Johannes." Hij was zo gelukkig. Hij zei: "Alles in de hemel." Hij moet het werkelijk uitgeschrééuwd hebben, of niet? "Alles in de hemel, alles op de aarde, alles onder de aarde, ieder schepsel, al het andere, hoorde mij zeggen: Amen, eer en glorie en wijsheid en kracht en macht en rijkdom komt Hem toe. Amen!"

     Waarom? Wanneer de openbaring komt dat het Lam, de Verlosser, onze bloedverwant teruggekomen is van de troon van bemiddeling en naar voren getreden is om Zijn eigendom in bezit te nemen.

Spoedig zal het Lam Zijn bruid nemen,
Om voor altijd aan Zijn zijde te zijn,
Alle heir des hemels zal vergaderd zijn;
O, het zal een glorierijk gezicht zijn,
Al de heiligen in smetteloos wit;
En met Jezus zullen we eeuwig regeren.

O, "Komt en eet", zo roept de Meester, (van het Woord)
"Komt en eet..." (O, ik kan geen woorden meer vinden)
"Komt en eet; Komt en eet,"
U kunt ieder moment aan Jezus' tafel feesten. (Nu! Maar wanneer Hij daar weggaat... geen voedsel)
Hij die de menigte voedde; het water in wijn veranderde...
"Hij, die zegt dat hij in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen."

     Hij is het die deze dingen beloofde in de laatste dagen. Hij is het, die deze dingen zei, Hij is het, die nu in de tijd van deze openbaring bekend gemaakt wordt. "Komt en eet." O, mis het niet, mijn broeder. Nu, laat ons onze hoofden een ogenblik buigen.

     Morgenavond zullen we door Gods genade proberen dat Eerste Zegel te verbreken; indien God het voor ons wil breken en ons laat zien wat deze openbaring, die was verborgen sedert de grondlegging der wereld, betekent.

     Voordat we dat doen: zondaar-vriend of lauwwarm kerklid, heeft u slechts een lidmaatschap van een kerk, of heeft u geen lidmaatschap? Wanneer u slechts een lidmaatschap hebt, dan zou u bijna net zo goed af zijn als wanneer u deze niet had. U heeft een geboorte nodig! U moet tot het bloed komen. U moet tot iets komen dat gewoon de zonde verwijdert, totdat er geen herinnering meer aan bestaat.

180 Als u nog geen voorbereiding gemaakt heeft om het Lam in de lucht te ontmoeten, beveel ik u door de kracht die me bekleedt door mijn opdracht, mij gegeven door de Almachtige God en aan mij toebediend door een engel, een Vuurkolom, in de Naam van Jezus Christus: Probeer Hem niet te ontmoeten met slechts het lidmaatschap van een loge, een kerk van deze aarde!

181 Kom, terwijl de Middelaar, voor zover ik weet, nog steeds op de troon is en voorspraak doet. Want er komt een dag dat u wilt komen en dan is er geen Middelaar meer, want we zien het uur waarin we leven: in het zevende gemeente tijdperk. De geheimenissen van God worden betuigd door de Geest van God, die alles toont wat Hij heeft beloofd in de laatste dagen. Hoeveel tijd rest er nog? Zondaar-vriend, kom.

182 Here Jezus, het uur wordt laat. Het kan zelfs later zijn dan we denken. En we zijn gelukkig dit uur te zien naderen. Het is het meest glorievolle uur dat de wereld ooit kende voor de gelovige, maar voor hen, die het afwijzen is het de meest droevige tijd die er ooit zou kunnen zijn... Zij zouden geen woorden van de letters van het alfabet kunnen vormen, die de moeite en het verdriet zouden kunnen uitdrukken die in het vooruitzicht liggen. Noch zouden er woorden uit het alfabet gevormd kunnen worden om de zegeningen uit te drukken die in het vooruitzicht van de gelovige liggen.

     Vader, er zouden hier vanavond enkelen kunnen zijn zonder hoop en zij zijn intelligente menselijke wezens. Nu, indien het bloed nog steeds op de genadetroon ligt, laat het Lam dan van de troon komen vanavond en tot hun hart spreken en hen openbaren dat zij verloren zijn, en laat Hem met bloedige handen zeggen: "Kom, zolang er nog de tijd is om te komen."

     Here ik vertrouw de boodschap U toe met mijn gebed in Uw hand. Doe wat U maar wilt, Vader, in Jezus' Naam.

183 Wij buigen onze hoofden. Als u nog niet aan Zijn verzoek en aan deze eis hebt voldaan, wanneer u slechts vertrouwd hebt op uw kerk, is er niets dat u zou kunnen verlossen. Wanneer u hebt vertrouwd op de bemiddeling van de een of andere heilige, bent u nog steeds verloren. Wanneer u vertrouwd hebt op de werken van uw handen, iets wat u gedaan hebt – goede werken, bent u verloren. Wanneer u vertrouwd hebt op de gebeden van uw moeder, of de rechtvaardigheid van uw moeder, uw vader; wanneer u daarop vertrouwd hebt, bent u verloren. Wanneer u vertrouwd hebt op de een of andere sensatie een vreemd gevoel, een of andere emotie of op het spreken in tongen of dansen – als dat alles is waarop u hebt vertrouwd en het Lam niet persoonlijk kent, Hem niet kent, dan gelast ik u voor God: maakt de zaak nu in orde met God. Bidt diep in uw hart en weest gewoon eenvoudig, want God verbergt Zich in eenvoud.

     U herinnert zich dat de Bijbel zei: "Zovelen als er geloofden werden toegevoegd." Nu bidden we voor u en ik vertrouw erop dat u die ene eeuwige beslissing zult maken: "Heer, ik zal 'ja' zeggen."

184 En een beslissing is zoals een steen, maar wat voor nut heeft een steen zonder een steenhouwer die het kan behakken om het gebouw ermee te vormen, om hem passend te maken voor het gebouw? Laat dan de Heilige Geest aan u hakken tot u bent wat u moet zijn. Wanneer u slechts een slap kerklid bent; als u een zondaar bent of wat u ook bent, wanneer u zonder Christus bent, zonder de Heilige Geest, moge God u dan vrede schenken vanavond.

     Nu, Here, ik kom zo bewust en zo Schriftuurlijk als ik maar kan komen. Ik kom nu met dezen die ik U toevertrouwd heb met het Woord. Ik vertrouw er op, Heer, dat het Woord Zijn plaats gevonden heeft in het hart van de mensen vanavond. Als er vanavond zulken zijn die deze zekerheid niet hebben of die niet de lieflijke aanwezigheid van de Heilige Geest kennen in hun leven; wanneer opvliegendheid, onverschilligheid, egoïsme of zoiets al dit grootse van hen afgesneden en hen er vandaan gehouden heeft; wanneer één of andere geloofsbelijdenis, een of andere sensatie hen weggehouden heeft van de lieflijkheid van de gemeenschap met God, mogen zij daarvan nu verlost zijn.

     En dat Lam, die bloedige, heilige Bloedverwant die naar voren komt lopen, van de troon naar beneden door de mystieke lichten van de galerijen voor Gods troon, die kwam om Zijn erfgoed op te eisen: God, sta vanavond toe, dat zij Hem zullen ontvangen. Moge iedere beslissing ernstig gemaakt worden en mogen zij zichzelf aan Hèm alleen overgeven, Die hen kan hakken en vormen tot zonen en dochters van God.

     Nu in ernstig gebed – ik doe dit op de manier, waarop ik me geleid voel het te doen – in oprechtheid voor God, zoals Hij Zichzelf bewezen heeft aan u. Indien u geen Christen was of u was niet iemand die wij een Christen zouden noemen... Niet iemand die bij een denominatie behoort, maar ik bedoel een wedergeboren Christen. U gelooft ernstig dat de boodschap waar is en u gelooft ernstig dat u alleen gered kunt zijn door de genade van God. U gelooft dat Hij nu tot uw hart spreekt en u wilt Hem aannemen en u bent bereid dat Zijn Woord u zal afscheiden van wat u bent en u maken tot wat u zou moeten zijn. Wilt u dit betuigen door te gaan staan? Wanneer hier zo'n persoon is en dat alles bekrachtigen wil, gaat u dan staan.

     Hemelse Vader, ik weet niet meer te doen dan Uw Woord aan te halen. Hier staan er velen die voelen dat zij niet geweest zijn wat zij behoorden te zijn: klaar voor deze opname; want deze zou plaats kunnen vinden, voordat het eerste zegel ons geopenbaard wordt.

     Vader, ik bid voor hen. Ik, als Uw dienstknecht, breng dit gebed voor de grote Middelaar, Christus. Terwijl zij bidden bied ik met hen mijn gebed aan, boven bij de ivoren troon van God waar het bloedige Offer vanavond is, en dat elk ogenblik van de troon zou kunnen stappen om naar voren te komen en Zijn bezittingen op te eisen. Dan is er geen genade meer over; alleen nog het oordeel.

     Sta toe Heer, dat deze mensen die hier staan, die in hun harten hun belijdenis afleggen, bereid zullen zijn om zich door de Geest van God te laten kneden, hakken en vormen tot levende stenen van het huis van de Here God...

     Sta het toe, Vader. Ik draag hen nu aan U op. U zei: "Hij, die Mij zal belijden voor de mensen die zal Ik belijden voor Mijn Vader en voor de heilige engelen." Nu, zij staan daar vanavond in de tegenwoordigheid van allen hier, U belijdend en Heer, als dat uit de grond van hun hart is, bemiddelt U nu voor hen. En zo zeker als Gods Woord waar is, neemt U hen aan in genade en barmhartigheid door het reinigende bloed van het Offerlam. Zij zullen de Uwe zijn in de Naam van Jezus Christus. Amen.

     Nu, u, die deze mensen ziet staan – deze jonge man daar en hen die daar staan – u, die hebt gevoeld dat alle zonde en veroordeling weg is, ik wil dat u gewoon opstaat (enigen van u, die vlakbij hen zijn), hun de hand schudt en zegt: "Broeder, ik bid voor u." "Zuster, ik bid voor u." Schudt hen gewoon de hand en zegt: "God zegene u." Het overige ligt in de hand van de Almachtige. Zeg: "Ik wil bidden en ik wil alles doen wat ik maar kan om u in het koninkrijk van God te helpen."

O, Hij roept vandaag!
Jezus is roepend, roept teder vandaag.

     Houdt u van Hem? Is Hij niet wonderbaar? O, wat zouden we zonder dit zijn? "De mens zal niet leven van brood alleen, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat." O, voed mij, Heer, met het Woord. "Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals de ongelovigen doen en dat des te meer naarmate gij de dag ziet naderen."

     Zo God wil, zal ik morgenavond door de genade van God proberen, met al wat in mij is, Hem te vragen te bemiddelen, opdat het geheimenis van deze zegels, als zij verbroken worden, het Woord van God aan de mensen zal bekend maken. Moge God met u zijn, totdat ik u weer zie.

     Nu geef ik de dienst over aan onze nobele broeder, broeder Neville, de voorganger. Hoevelen houden van broeder Neville? We houden allemaal van hem! Kom naar voren broeder Neville. Broeder Neville, God zegene u.

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)