Het vijfde Zegel

Door William Marrion Branham

1 Dank God voor Zijn liefde. Laten we nu onze hoofden buigen voor gebed.

     Genadige Hemelse Vader, de almachtige God, Die Jezus Christus weer terugbracht uit de dood, en Hem aan ons heeft voorgesteld in deze laatste dagen in de kracht van de Heilige Geest, we zijn dankbaar voor deze machtige bezoeking van de onsterfelijke God. En nu, Vader, komen we opnieuw tot een uur, een uur dat de eeuwige bestemming van vele mensen kan veranderen. En we zijn onbekwaam, Here, dit te benaderen, omdat in de Schrift staat dat het Lam het boek nam en de zegels opende.

     O Lam van God, treed naar voren, bidden wij. Wij roepen U aan, Here, de grote Verlosser. Treed naar voren en toon ons Uw plan van verlossing, dat door de jaren heen verborgen is geweest. Breek dat vijfde Zegel voor ons vanavond, Vader, en openbaar wat er voor ons onder dat zegel is, opdat wij als een beter Christen kunnen weggaan dan we nu zijn, zodat wij beter geschikt zullen zijn voor de taak die voor ons ligt. We vragen het in Jezus' Naam. Amen.

     Goedenavond vrienden. Ik acht het een groot voorrecht hier bij dit grote gebeuren te zijn vanavond. Ik zou niet weten waar ik mij beter zou voelen dan hier, in het werk van de Koning. En nu, in het bijzonder komend op deze lessen waarop we gewoon wachten... Als Hij het niet aan mij zou openbaren, zou ik het niet aan u kunnen geven.

     Ik probeer niet om één van mijn eigen gedachten of wat ook te gebruiken; gewoon zoals Hij het zal geven. Dat is waar. En ik ben er zeker van dat als ik mijn eigen gedachten niet gebruik, en het komt op de wijze als voorheen, en heel mijn leven door is het nooit verkeerd geweest, dan zal het ook deze keer niet verkeerd zijn.

     Nu, we zijn gewoon in een heerlijke roes, en erg, erg dankbaar voor wat Hij voor ons heeft gedaan, de grote geheimenisvolle hand van de levende God. Wat groters zou er kunnen zijn, hoe zouden we nog meer bevoorrecht kunnen zijn, dan de Koning der koningen, de Here der heren, in onze tegenwoordigheid te hebben?

2 We zouden vermoedelijk de toeters blazen en de vlaggen hijsen en de tapijten uitleggen en van alles, als de president van de natie naar deze stad zou komen. Maar bedenk slechts (het zou in orde zijn en het zou een eer voor de stad zijn), maar bedenk, vanavond in deze kleine nederige tabernakel ontvangen wij de Koning der koningen, God. En we... Hij verlangt geen uitgelegde tapijten, enzovoort. Hij verlangt dat nederige harten worden uitgelegd, zodat Hij deze nederige harten zou kunnen nemen en aan hen de goede dingen openbaren die Hij heeft weggelegd voor al degenen die Hem liefhebben.

     Nu, we vragen... Nu, we hebben een getuigenis dat ik zou willen geven. Nu, als ik me hierin vergis, ik hoorde het zojuist en het kan zijn dat ik verkeerd ben, maar ik denk dat de mensen waarop het getuigenis betrekking heeft, hier zijn.

3 En toen... Een paar dagen geleden toen ik daar was waar nu mijn thuis is, in Arizona, kregen we een telefoontje dat er een kleine jongen was met reumatische koorts die het hart aantastte. En hij was zo'n... Zijn vader en moeder zijn zulke lieflijke, dierbare vrienden van mij. Het was één van onze diakenen van de gemeente hier, broeder Collins. Zijn kleine jongen, kleine Mikey (Joe's speelkameraadje) leed aan reumatische koorts van het hart, en de dokters hadden hem naar huis gestuurd, stopten hem in bed en vertelden de ouders hem zelfs niet op te laten staan, noch hem overeind te laten komen om water te drinken. Hij moest door een rietje drinken, zo slecht was hij er aan toe. En de ouders, vol geloof, kwamen naar de tabernakel hier en geloofden.

4 En een paar avonden geleden, niet proberend te wachten... We hadden genezingsdiensten aangekondigd voor zondag, maar ziende dat we vragen zouden moeten beantwoorden, moesten we de genezingsdienst laten vervallen. Toen had ik iets kleins dat ik in mijn hart bleef houden. En de vader en de moeder wilden weten of zij het kind naar de kamer konden brengen. En zij brachten de kleine knaap daarheen en de Heilige Geest verklaarde hem genezen.

     En dus, de ouders dit eerbiedigend, namen de kleine jongen mee naar huis en stuurden hem naar school. Ze zonden hem gewoon weer naar school. De dokter ontdekte het en de dokter was met zoiets natuurlijk niet erg ingenomen, dus zei hij tegen de moeder dat het kind in bed behoorde te zijn; en ze vertelde hem de geschiedenis.

5 En ik geloof dat de man (naar ik begrijp) een gelovige christen is van een denominatie, de Zevende Dag Adventisten; de dokter is dat. En dus zei hij: "Wel, u behoort... het is tijd dat ik het kind onderzoek. U behoorde hem op z'n minst te laten onderzoeken."

     Ze zei: "In orde." Ze bracht het kind mee en de dokter onderzocht het; het bloed waarin de reumatische koorts zat. Naar ik begrijp was de dokter zo verbaasd dat hij niet wist wat te doen. De kleine jongen is volkomen normaal, gezond en wel.

6 Nu, zijn de Collins hier? Ik mocht het verkeerd verteld hebben. Is het juist, zuster Collins? Ja. Dat is kleine Mikey Collins, zo ongeveer zes, zeven jaar oud, en het gebeurde regelrecht in de kamer, ongeveer drie avonden geleden.

     O, er moet Iemand in die kamer geweest zijn behalve menselijke wezens! Het was de grote, machtige Jehova, dat is waar, die kwam om Zijn Woord te eren. En ik ben zo dankbaar dat te horen. Ik weet dat we dat allen zijn. Niet alleen ik, maar allen zijn we dat, want stel dat het uw kleine jongen was of mijn kleine jongen?

7 En herinner u, getuigenis gevend, slechts één... er hier en daar één uitnemend. Het gebeurt overal, maar slechts om u te laten weten dat mijn eigenlijke bediening berust op Goddelijke genezing. Maar ik ben hier voor deze zegels, omdat... Over een poosje zult u begrijpen waarom ik dit moest doen. En dus, ik ben geen leraar, ik ben geen theoloog. Ik bid slechts voor de zieken, en ik heb de Here lief.

8 Nu, er evenwel aan denkend dat... Gisteravond gaven we een getuigenis van het kleine meisje... Ik heb haar naam, en Billy heeft het hier nu ergens, over de ouders en wie ze zijn. En dit kleine meisje was in het laatste stadium van leukemie. Het was er zo slecht aan toe dat ze haar niet langer door de mond konden voeden, ze moest worden... in het bloed gebracht door de aderen. En ze was een lieflijk klein ding. Ze was klein voor haar leeftijd. (Zoiets als deze kleine dame hier, veronderstel ik, maar ze was ongeveer van deze grootte, erg...) Ze waren zoals de meesten van ons. Je kon aan de kleding van het kind en de ouders zien dat ze erg arm waren, gewoon erg arm, en dus... maar echt eerbiedig, en de Heilige Geest verklaarde dat kind genezen.

     Nu, denk daaraan – met leukemie! Dat kleine ding... En het bloed was zo slecht, dat ze haar zelfs niet meer door de mond konden voeden. Ze moest naar het ziekenhuis en zo met een infuus door de aderen gevoed worden. Ik meen met glucose of zoiets... Ik weet niet welke medische termen gelden voor deze kwaal, maar hoe dan ook, het moest op die manier gevoed worden. En voordat het kind de plaats verliet, riep het om een hamburger.

9 En de ouders, nadat ze de Heilige Geest hadden gehoord van het ZO SPREEKT DE HERE, en ze waren vreemdelingen, waren hier nooit eerder geweest, maar zij... Een fijn oud echtpaar had hier een paar minuten daarvoor plaatsen voor hen gekregen, broeder en zuster Kidd, en hadden hun gezegd wat ze doen moesten en waar ze naar moesten luisteren, en het kind at haar eten op weg naar huis. Twee of drie dagen daarna was het op school, en ze ging naar de dokter, en de dokter was zo verbaasd! Hij zei: "Er is zelfs geen spoor van leukemie in het kind gevonden."

10 Nu, dat duidt regelrecht op het teken, de macht van de almachtige God om een bloedstroom te nemen, en die zo te reinigen, en daar die hartslag van nieuw leven weer in te brengen (omdat uw bloedstroom uw leven is, het sterfelijke); en nieuwe cellen te scheppen, en de oude eruit te reinigen. En wat het is, het is volkomen... Ik zeg dit: het is een scheppende daad van de almachtige God om een bloedsomloop te nemen die verdorven is met kanker, zodat de kleine geel en uitgeput was. En in slechts een paar ogenblikken een volkomen nieuwe bloedsomloop.

11 Ik geloof (Ik ga dit niet uitspreken in Zijn Naam; ik ga het uitspreken in mijn... in de openbaring van mijn geloof), wat er gebeurde in Sabino Canyon onlangs... Ik geloof dat het uur aanstaande is, dat ontbrekende ledematen zullen worden hersteld en de glorieuze kracht van de Schepper... Ik geloof dat als Hij een eekhoorn kan laten verschijnen die niet was... waar als de man of vrouw slechts een deel missen – terwijl dat een volledig dier op zichzelf is. Hij is God! Ik heb Hem lief.

     Ik begin over die voorvallen en we praten maar door, en de mensen staan langs de wanden en in de gangen en de vertrekken, enzovoort. Dus ga ik nu regelrecht naar de boodschap, en ik wil dit zeggen... Nu, ik wil Hem dank geven, die alomtegenwoordig is, dat vandaag, niets wetend over dat vijfde zegel, het vanmorgen op dezelfde mysterieuze wijze kwam, ongeveer een uur voordat de dag aanbrak terwijl ik in gebed was. En vandaag...

12 Ik heb deze laatste vijf, zes dagen slechts in een kleine kamer gezeten, ik zie niemand. Ik ga er uit en eet mijn maaltijd bij een vriend – bij sommigen van mijn vrienden hier. Natuurlijk, u weet wie die vriend is – het zijn broeder en zuster Wood. En u weet... en ik ging daar naartoe en verbleef bij hen, en iedereen is aardig geweest. Er is helemaal niets geweest, gewoon eenvoudig... Ik tracht regelrecht bij de boodschap van deze zegels te blijven. Het is belangrijk. Ik geloof dat dit het openbaringsuur is van de openbaring ervan.

     En nu (ik wil dat u er zeker van bent nu), vroeg, voordat... zodra u kunt, schrijft u dan op wat u niet begrijpt van de zeven zegels, en als u iets hebt, leg het op de lessenaar. En misschien dat broeder Neville of iemand hier een doos kan plaatsen. Hier, ik zie ze al. Dat is goed. Ik heb ze liever vanavond, zodat ik ze misschien al vast even kan bestuderen voor zondagmorgen.

     Nu, stel deze keer, juist deze keer, geen vragen als: "Is dit het bewijs van de Heilige Geest", ziet u. Ik zou het graag willen weten over wat ik heb onderwezen, ziet u, zodat we dit ene onderwerp kunnen behandelen, net als de gemeente-tijdperken, dit alleen, ziet u, omdat we daar nu mee bezig zijn.

13 Nu, net zoals we zouden bidden voor de zieken, en dat vraagt misschien een ander soort gebed. En je bent gezalfd – je komt voor iets anders, weet u, en je zoekt God om het uit te vinden. "Zal hier vanavond zo iemand zijn, Heer?"

14 "Ja, het zal iemand zijn die een gele jurk draagt, zittend in de hoek aan de rechterkant. En als u haar roept, noem haar zo en zeg dat ze dit en dat deed en ze had zo en zo." En je gaat daarheen en let erop, en daar is ze, ziet u? Dat is het, ziet u? Het is anders. En op deze manier bid ik: "Here Jezus, wat is de uitlegging hiervan? Openbaar het aan mij."

     Nu, laten we opnieuw onze Zwaarden nemen, het Woord. En ik waardeer broeder Neville's geestelijke steun, alsook zijn broederlijke liefde, die hier achter mij staat en voor mij bidt en ook u allen daarbuiten.

15 En nu, vanavond, daar het vrijdagavond is, trachten we het zo... U kunt onmogelijk al de dingen aanroeren, omdat u... u zou slechts één van deze zegels kunnen nemen en blijven... het recht door de Bijbel heen uiteenzetten. Ziet u, het zou maanden en maanden en maanden duren, en u zou het nog steeds niet af hebben, omdat het zegel zelf de gehele Bijbel verbindt van Genesis tot Openbaring – één zegel ervan.

     Dus, wat ik tracht te doen is er voor te zorgen geen zijweg op te gaan. Ik schrijf een Schriftgedeelte of een kleine aantekening hier ergens op en hoed ervoor dat... Ik pas erop dat ik bij dit ene blijf. Ik moet het goed in de gaten houden, omdat ik alleen maar spreek... ik spreek door... Ik hoop dat het de juiste inspiratie is. En dan als ik ernaar kijk om te zien... Ik begin te spreken en wanneer ik voel dat ik van een onderwerp afdwaal, dan verander ik van richting en kijk weer terug, proberend een ander Schriftgedeelte daarvoor te vinden, om er weer op terug te komen, ziet u, om het als het ware een beetje te verhelderen van die kant in plaats van te proberen daarmee verder te gaan.

     En dus gaan we nu vanavond, door de genade van God, met Zijn hulp, het vijfde Zegel bestuderen. Het is een korte. Het is een beetje langer dan de andere. De vier ruiters nu, waren elk twee verzen, en dit heeft drie verzen. Nu, het vijfde zegel begint in het zesde hoofdstuk van Openbaring, het negende vers.

     Nu, als u toevallig een vreemde bent die deze vier ruiters niet gehoord hebt... Ziet u, soms grijp je even terug en haal je even iets op, en als je dat doet, verwacht je dat de mensen het begrijpen. Dus als er een kleinigheid is die u niet begrijpt, heb dan even geduld of neem de band en luister ernaar, en ik ben er zeker van dat u er een zegen van zult hebben. Ik heb het, ik hoop dat u het ook heeft.

     Nu, iedereen gereed, van het negende vers nu tot en met het elfde, het elfde inbegrepen

     En toen Het het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen, die gedood waren om het Woord Gods, en om het getuigenis, dat zij hadden.

     En zij riepen met grote stem, zeggende: Hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen?

     En aan een ieder werden lange witte klederen gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een kleine tijd zouden rusten, totdat ook hun mededienstknechten en hun broeders zouden vervuld zijn, die gedood zouden worden, zoals zij.

     Nu, dit is tamelijk mysterieus. En nu, terwille van de banden en de geestelijken en leraars die hier aanwezig zijn – nu, als u een ander inzicht hierover hebt, ik had het ook, maar ik neem het nu vanuit de inspiratie, die mijn kijk erop volkomen veranderde.

16 Toen vond ik uit dat, wanneer je deze geopenbaard ziet, dat het teruggrijpt, en die gemeente-tijdperken en de Schriften direct samenbrengt en het met elkaar verbindt, en dat is de reden dat ik geloof dat het van God komt.

17 Nu, we zijn ons ervan bewust, en ik denk ook dat we vaak steunen op wat een of andere grote leraar erover gezegd mag hebben, en dat is in orde. Ik veroordeel de leraar niet, in geen geval. Ik veroordeel niemand. Ik veroordeel alleen zonde, ongeloof – niet iemand.

18 Sommige mensen hebben gezegd: "U veroordeelt organisaties." Nee, dat doe ik niet. Ik veroordeel de systemen van organisatie, niet de mensen daarin, de groep mensen die de organisatie uitmaken, weet u; maar het systeem waardoor ze geregeerd worden. Dat is wat ik veroordeel, Katholieken evengoed als Protestanten.

19 Ik heb een paar van de beste vrienden die ik ken, die Katholiek zijn. Beseft u... En de man zit hier misschien vanavond; misschien is de enige manier waarop we deze Tabernakel gebouwd hebben gekregen, omdat een Rooms-Katholiek opstond in het gerechtshof daarginds, en voor mij naar voren ging, tjonge, zoals niemand zou doen! Juist, en ze konden het niet tegenhouden. Zo is het.

     Ze zeiden dat ze het hadden berekend voor teveel mensen. Ze zeiden: "O, er zullen er geen tachtig meer bij komen in die kerk" of zoiets.

     "Die kerk staat daar", zei hij. "Ik ken de voorganger", (en zo meer) en zei: "Die gemeente is daar altijd geweest. De rest van u kan uitbreiden, waarom kunnen zij het dan niet?" Een Rooms-Katholiek, een goede vriend van mij. Jazeker.

20 Een jongen die Katholiek is, een echte trouwe vriend van mij, sprak met mij. Hij had een winkel in ijzerwaren voordat ik wegging. Hij zei: "Billy, ik weet dat je niet in ons systeem van godsdienst gelooft, maar ik vertel je nu wel, dat God je gebeden voor ons zo geweldig verhoord heeft. Ik geloof dat als je ergens in het land in moeilijkheden zou geraken, iedere Katholiek van het land naar je toe zou komen." Dus, u ziet... Hij zei: "Iedere 'kruisdrager'", zo noemde hij het. Ik zal het precies zo zeggen zoals hij.

21 Natuurlijk beweren ze dat zij het zijn, omdat de vroege Christenen kruisen op hun ruggen droegen. We weten dat door de geschiedenis. En zij beweren de eerste Christenen te zijn, wat ze ook waren, maar het systeem heeft hen van die weg afgetrokken, ziet u. Maar die mensen, een Katholiek of Jood, of wat het ook is, ze zijn een menselijk wezen van dezelfde boom als waar wij vandaan komen, ziet u? Zo is het. Ze zijn mensen die liefhebben, eten, drinken en slapen, en... net als ieder ander. Dus we moeten nooit individuelen veroordelen. Nee, niemand, ziet u?

22 We moeten geen individuen veroordelen, maar als prediker moet ik die slang daar wegslaan, die op die mensen inbijt, ziet u. Ik doe het zelfs niet uit mijzelf, ik zou dat niet doen als het geen opdracht van God was, waaraan ik plichtsgebonden ben die uit te voeren, en ik moet dat recht en getrouw houden.

23 Maar als een Katholiek, Jood, of wat hij ook was, hier komt... Als hij een Mohammedaan, Griek, of Orthodox was, of wat hij anders ook zijn mocht, als hij hier komt om voor zich te laten bidden, dan zou ik net zo oprecht voor hem bidden als dat ik het zou doen voor de mijnen. Dat is zo. Zeker, omdat het een menselijk wezen is. Ik heb gebeden voor Boeddhisten, Shiiten, Jaïns, Mohammedanen, ieder soort, weet u, zoals die. En ik stel hun geen vragen. Ik bid slechts voor hen, omdat ze iemand zijn, een menselijk wezen dat gezond wil worden en ik wil proberen het leven dat ze leiden een beetje gemakkelijker voor hen te maken.

     Nu, we beseffen dat er hier, velen van u hier... Ik weet dat er hier tenminste twee of drie echte geleerden zitten, en zij zijn knap en belezen in de leer van andere mannen over dit onderwerp. En ik wil dat deze broeders weten dat ik deze mannen niet veroordeel. Ik druk alleen uit wat de Here mij toont. Dat is alles wat ik weet.

24 Nu, we willen nooit denken dat een eenvoudige wasvrouw, of een kleine jongen achter de ploeg geen openbaring van God zou kunnen ontvangen, want, ziet u, God openbaart Zich eigenlijk in eenvoud. We hadden dat zondag, waarmee we dit alles begonnen – hoe Hij Zichzelf openbaart in Zijn eenvoud. Dat is wat Hem groot maakt.

25 Nu, laat mij even... laat mij dat even een moment ophalen. Wat God groot maakt is dat Hij Zichzelf zo eenvoudig kan maken. Dat is wat Hem groot maakt. God is groot, en Hij kan Zichzelf maken in zo'n eenvoudige vorm, dat de wijzen van deze wereld Hem niet kunnen vinden. Ze kunnen Hem gewoon niet vinden, omdat Hij Zichzelf te eenvoudig maakt. Nu, let op. En dit in zichzelf is het geheimenis van de openbaring van Jezus Christus – dit in zichzelf. Er kan niets groter zijn dan God, en u kunt niets zo eenvoudig maken als dat Hij zichzelf maakt. Ziet u, dat is wat Hem groot maakt.

26 Nu, een groot man, hij kan slechts een beetje groter zijn en zich misschien neerbuigen en tegen u zeggen: "Hoe maakt u het?" of iets dergelijks, maar hij kan zichzelf niet klein maken. Er is gewoon iets met hem. Hij is een mens. Hij kan zichzelf gewoon niet klein maken, want zodra hij té klein wordt moet hij meteen een beroep doen op wat iemand anders deed, en dergelijke, en dan begint hij zichzelf terug omhoog te werken, ziet u? Maar de weg omhoog is naar beneden in God. Ja.

     De wijzen van de wereld trachten in hun wijsheid Hem te vinden. Ze klimmen slechts weg van Hem door dat te doen. De wijzen van de wereld... Als u probeert iets uit te leggen door middel van wiskunde of zoiets, onthoud, Hij plaatste het zelfs in de Bijbel in Openbaring... Nee, neemt u mij niet kwalijk, Jesaja 35 is het geloof ik, dat zelfs al is het zo... Het is zo eenvoudig dat zelfs een misdadige persoon het zou begrijpen, of "zelfs een dwaas zal daarin niet dwalen".

27 De wijzen missen het ver door hun wijsheid – verder bij Hem vandaan gaande in het proberen Hem door wijsheid te vinden. Nu, vergeet dit niet. Dat zal opgenomen worden op de band, ziet u. De wijzen in hun wijsheid gaan zo ver in het proberen God door hun wijsheid te vinden, dat ze Hem missen, ziet u? Als ze evenwel groot genoeg konden zijn om eenvoudig genoeg te zijn, zouden ze Hem kunnen vinden. Als u groot genoeg bent om eenvoudig genoeg te worden, ziet u?

     U weet dat dit werkelijk de waarheid is. Ik kwam bij mensen, in hun kantoren enzovoort, die echte mannen zijn, grote koningen en potentaten en vorsten. En gewoonlijk zijn het grote mannen.

     Verder ben ik op plaatsen geweest waar een man zijn kleding verwisselde, misschien een prediker die een poosje met mij wilde redetwisten, en u zou denken dat de wereld niet zou kunnen draaien zonder hen; en die zijn gewoon opgeblazen, ziet u. Maar een groot man, een groot man gaat zitten en probeert u te laten denken dat ú de grote man bent, ziet u. Hij kan zichzelf vernederen.

28 En ziet u, God is zo groot dat Hij Zichzelf kan vernederen tot een plaats waartoe een menselijk wezen nooit kan afdalen, ziet u? Dat is alles. En dan, zij... en zij trachten Hem te vinden. Nu, kijk, ze proberen Hem te vinden door de jongens naar school te sturen voor een universitaire titel. Ze proberen het te vinden door middel van de theologische terminologie van de Bijbel en ze proberen Hem te vinden door middel van educatieve programma's en door organisatie-programma's en door verfraaide dingen. Ze proberen het te vinden. Hij is daar totaal niet in. U bevecht slechts de wind, dat is alles. U geraakt erbij vandaan.

29 Als ze groot genoeg konden zijn om eenvoudig genoeg te zijn, dan zouden ze Hem in die richting kunnen vinden, door eenvoudig te zijn. Maar zolang als u naar wijsheid streeft, gaat u van Hem weg. Nu, laat me dat zo behandelen dat u het niet mist. Zolang u God probeert te vinden door wijsheid, zoals het was in de Hof van Eden, zoals het was in de dagen van Mozes, zoals het was in de dagen van Noach, zoals het geweest is in de dagen van Christus, in de dagen van Johannes, in de dagen van de apostelen, en in deze dag, wanneer u het tracht uit te dokteren, en God probeert te vinden door wijsheid, gaat u steeds verder bij God vandaan! U probeert het te begrijpen. Er is geen manier om dat te doen. Aanvaard het slechts. Geloof het slechts. Probeer het niet te begrijpen.

30 Ik kan niet begrijpen waarom dat... wel, een heleboel dingen. Er zijn niet veel dingen die ik begrijp, of die ik kan begrijpen. Ik kan niet begrijpen hoe die jonge kerel die hier zit, hetzelfde voedsel kan eten als ik, en hij heeft een hoofd vol haar en ik heb haast niets meer. Ik begrijp het niet. Ze vertelden me dat calcium het maakt, en ik kan mijn vingernagels niet vaak genoeg afknippen, maar ik heb totaal geen haar om af te knippen. Dat begrijp ik niet.

31 Zoals het oude gezegde is (dit mag lijken of ik het niet ernstig meer bedoel, maar het is ernst, maar ik ben nog niet over het zegel begonnen) hoe een zwarte koe groen gras kan eten, witte melk kan geven, waar gele boter van gekarnd wordt. Ik zou dat beslist niet kunnen uitleggen, omdat, ziet u, elk het produkt is van de ander, en hoe dat kan... Ik kan het niet uitleggen.

     Ik kan niet verklaren, hoe er twee lelies kunnen zijn, of twee bloemen van dezelfde soort en één is rood en de andere geel, en één bruin en één blauw. Ik begrijp het niet – dezelfde zon schijnt erop. Waar komt de kleur vandaan? Ziet u? Ik kan het niet uitleggen, maar toch moet u het accepteren.

32 Ik wenste gewoon dat een of andere grote theoloog mij zou willen uitleggen hoe deze wereld in haar baan blijft staan. Ik wenste dat u voor mij wetenschappelijk een bal in de lucht zou werpen, draaiend, en hem een tweede omwenteling op dezelfde plaats zou laten maken. U zou het niet kunnen. En toch is dit zo volmaakt berekend dat ze de zonsverduistering op de minuut af kunnen vertellen, die over twintig jaar van nu af aan plaats vindt. Ze hebben geen horloge of klok of één of andere machine die zo volmaakt is, en toch staat het daar. En dan hangt de aarde achterover, wat als hij wat rechterop zou gaan staan? Je maakt jezelf gewoon gek als je probeert... ziet u.

     Dus u ziet, probeer geen wijsheid te verkrijgen om het te begrijpen. Geloof slechts wat Hij zegt, en hoe eenvoudiger u worden kunt, des te beter voor u. Dan zult u het vinden. Nu, ik ben daar zo dankbaar voor – dankbaar dat Hij Zichzelf eenvoudig gemaakt heeft. Nu, we vinden het in het zesde hoofdstuk, het negende vers. Laat mij nu beginnen

     En toen Het het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen, die gedood waren om het Woord Gods, en om het getuigenis, dat zij hadden.

33 Merk op, er wordt nu geen dier meer genoemd of een levend schepsel voor deze aankondiging van het vijfde zegel. Nu, herinner u, er was er een bij het vierde zegel, er was er een bij het eerste zegel, tweede, derde en vierde, maar hier geen, ziet u? Nu, als u opmerkt... Laten we even een van de vorige zegels lezen. Laten we teruggaan naar het vierde zegel, dat is het zevende vers

     En toen Het het vierde zegel geopend had, hoorde ik een stem van het vierde dier, die zeide: Kom en zie!

     En toen Het het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie!

     ... het tweede dier zeggen: Kom en zie!

     ... en het eerste dier zeggen: Kom en zie!

     Maar als we dan bij het vijfde zegel komen, is daar geen dier. Nu, merk slechts op

     En toen Het het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar...

     U ziet het al direct, er is daar geen dier, en een dier vertegenwoordigt kracht. We weten dat, ziet u. Er is daar geen levend schepsel.

34 Nu, één van die schepselen, we ontdekken dat bij de bestudering van de Openbaring in de gemeenten, één van hen was een leeuw, en de andere was een rund, en er was een mens, en er was een arend. We ontdekten in de gemeente-tijdperken dat deze vier dieren, die vier machten betekenen, vergaderd waren rondom de Handelingen der Apostelen, op dezelfde wijze als dat de tabernakel in de woestijn...

     U begrijpt het, omdat ik nu geen tijd wil nemen om er op in te gaan. We tekenden het hier uit en toonden het precies. Zij waakten hier over, het Lam en het Woord, om het Woord te volvoeren, evenals ze dat deden bij de ark des verbonds in de heilige plaats in de woestijn, enzovoort.

35 Nu, we toonden zelfs wat de ligging betreft, door de stamkleuren van Israël, en door de... Hoevelen hoorden De zeven Gemeente-tijdperken? Ik denk de meesten – tweederde van u. Merk op dat zelfs de aard van het dier precies een stam-embleem was, op welke wijze de vier... de twaalf stammen, vier aan elke kant geplaatst – drie stammen aan elke kant. En de vier dieren zaten daar en bewaakten deze stammen van alle vier de kanten.

36 En toen gingen we verder en namen de Evangeliën en toonden precies... Wanneer u tot de ark binnenging, bewaakten zij de ark, het verbond. En toen ontdekten we van het verbond van de nieuwe gemeente, dat de Heilige Geest haar vertegenwoordiging op aarde was. Het Bloed had ons de Heilige Geest teruggezonden, en de vier dieren vertegenwoordigden de twaalf stammen van Israël, zoals zij waakten. En we ontdekten hun natuur, en toen we diezelfde eigenschappen namen en overbrachten op elk van deze vier Evangeliën was het precies hetzelfde. De één sprak betreffende de leeuw, de ander betreffende het rund, en de ander – de vier Evangeliën. Daar is het. De vier Evangeliën zijn de bescherming van de Heilige Geest. Amen!

37 Ik heb me altijd afgevraagd... Het is me bijgebleven... Nu, het is ongeveer zes jaar geleden, denk ik, dat ik een groot man hoorde zeggen dat de Handelingen der Apostelen alleen maar het frame was. Ik heb het vele keren horen zeggen, maar een man te horen met zijn status als prediker en als leraar, die enige beroemde boeken heeft geschreven die de mensen overal lezen, en te zeggen dat de Handelingen der Apostelen eigenlijk niet geschikt waren voor het onderwijzen van de gemeente, terwijl de Handelingen der Apostelen juist de ware grondlegging ervan was! Niet het frame, het fundament. Omdat de Bijbel zegt dat het fundament van God gebouwd is op de leer der apostelen. Zo is het! Christus is de Hoeksteen.

     En toen die knaap daar stond en die opmerking maakte, stond mijn hart gewoon stil. Ik dacht, "Geen wonder..." Wel, ik zie het nu in de zegels. Het was gewoon niet geopenbaard, dat is alles.

38 Daar waren zij, ze stonden daar. Daar was iets dat dit gewoon zei. Nu, merk op, zij bewaken. Nu, toen we bij Mattheüs 28:19 kwamen, en dat naliepen door Mattheüs (die een leeuw vertegenwoordigde) en daar kwamen, vonden we precies waarom zij dopen in de Naam van Jezus Christus. En daar was Hij, daar staande met datzelfde Schriftgedeelte om het geheiligde pand van de doop in de Naam van Jezus Christus te bewaken. (Wel, ik dwaal nu af naar de gemeente-tijdperken.)

     Merk op, maar hier als we nu tot dit vijfde zegel komen is er geen ruiter die uitgaat en er is geen dier om het aan te kondigen. Het Lam opende het en Johannes zag het. Er was daar niemand om te zeggen: "Nu, kom kijken; kom en zie." Merk op, geen kracht van een levend schepsel. En bij het zesde zegel was er geen dier om het aan te kondigen, en bij het zevende zegel was er geen dier om het aan te kondigen, geen machten om het aan te kondigen, niemand doet het.

     Kijk, na het vierde zegel is er geen aankondiging door enige macht van een dier, vanaf het vijfde, zesde of zevende zegel, – helemaal niet.

39 Merk nu op (ik houd hiervan), in de tijden van de ruiter van de vier paarden – de ruiter, enkelvoud, van de vier verschillende paarden – was er een dier dat de macht aankondigde. Elke keer dat de ruiter een ander paard besteeg en uitging om te rijden, kwam er een ander soort dier en kondigde het aan. Dat is een groot geheimenis. Dat is het geheimenis. Waarom? Het geheimenis aankondigend.

40 Waarom is er hier niet een bij het vijfde zegel om het aan te kondigen? Hier is het. Overeenkomstig de openbaring die de Here Jezus mij vandaag gaf, of vanmorgen vroeg; het is dat het geheimenis van de gemeente-tijdperken in deze tijd reeds beëindigd is. Het geheimenis van de antichrist is geopenbaard op dit moment. De antichrist nam zijn laatste rit en we vinden hem op het vale paard, gemengd, met z'n vele kleuren, en hij rijdt de gehele weg door naar het verderf. (We krijgen het bij de bazuinen, enzovoort, als we dat leren. Ik zou er nu over beginnen, maar we zouden weer helemaal van ons onderwerp afraken.)

     En dan gaan zij... hij rijdt... Dat is de reden dat daar niemand is. Nu, we weten dat het staat geschreven om een of andere reden. Nu, u herinnert zich van het begin, toen we begonnen, dat ik zei: "Er kan niets zijn zonder reden."

     Herinnert u zich die kleine inktdruppel? Nu, u moet de reden gaan vinden. Er was een of andere reden dat ze geen dier of macht hoefden te hebben om dit zegel dat gebroken wordt, aan te kondigen, en alleen God kan openbaren waarom (dat is alles), omdat het alles is... alles ligt in Hem.

41 Maar de reden dat Hij openbaart, zoals ik begrijp, is omdat het geheimenis van het boek van verlossing, voor zover de antichrist geopenbaard wordt... en op dezelfde tijd is de gemeente weggegaan, en deze dingen gebeuren niet eens in het gemeente-tijdperk. Dat is waar. Ze zijn buiten het gemeente-tijdperk. De gemeente is absoluut opgenomen op deze tijd. De gemeente gaat omhoog in het vierde hoofdstuk van Openbaring, en keert niet weer tot zij terugkomt met haar Koning in het negentiende hoofdstuk. Maar deze zegels hier openbaren wat geweest is, wat is, en wat zal zijn. Ziet u? En nu, wat moest zijn voor het gemeente-tijdperk werd geopenbaard door deze zegels, en nu, let op, wat het neemt.

     De vier fasen van zijn ruiter zijn geopenbaard. De vier fasen van het rijden van de antichrist zijn op dit moment geopenbaard; daarom hoeven ze er geen meer te hebben. En er waren vier levende schepselen van God om de ruiter aan te kondigen, wanneer zij reden.

42 Vier dieren zijn vier machten. Nu, we weten dat een dier, door interpretatie van de termen van de Bijbelse symbolen, een macht betekent. Nu, laten we dat goed bekijken. De vier dieren in de Bijbel stellen een macht voor onder de mensen. Nu, als we uitvinden... zoals in Daniël, toen hij een bepaald land zag oprijzen, het zou misschien een beer kunnen zijn die een rib in zijn muil hield – een symbool. Toen zag hij een andere macht opkomen – een geit; het stelde iets voor. Toen zag hij een andere macht opkomen, en het was een luipaard met zoveel koppen; het stelde een bepaald koninkrijk voor. Dan zag hij een ander verrijzen – een grote leeuw met tanden, en die hield het overblijfsel tegen; dat stelde alles bij elkaar verschillende machten voor.

43 Eén was het koninkrijk van Nebukadnezar – een ander type van een droom. Daniël zag een visioen. Nebukadnezar droomde een droom, maar Daniël legde zijn droom uit, en het klopte precies met het visioen. Amen!

44 O, als u slechts wist wat er gebeurde. Wat gebeurde er voordat we hier vandaan gingen? Begrijpt u het? Waarom, zes achtereenvolgende dromen kwamen precies overeen met het visioen. Een uitgelegde droom is een visioen, omdat een persoon mogelijk niet geboren is om wakker te zijn terwijl het onderbewuste het ziet, dan komt God neer in z'n onderbewuste en spreekt tot hem – wat Hij ook beloofde: Hij zou Zijn volk bezoeken met dromen in de laatste dagen en ook met visioenen.

45 Nu, een visioen is als u klaar wakker bent (staande op deze manier) en bepaalde dingen worden geopenbaard. En u staat daar en vertelt het hun onmiddellijk – u ziet wat er gebeurde en wat er zal gaan zijn, enzovoort. Maar nu, een droom is wanneer u slaapt en uw vijf zintuigen niet actief zijn, en u bent in uw onderbewustzijn. U bent ergens, want wanneer u terugkomt, herinnert u zich waar u bent geweest. U herinnert het zich uw gehele leven, dus het is uw onderbewustzijn.

46 Zoals het congreslid Upshaw gewoon was te zeggen: "U kunt niet iets zijn wat u niet bent." En dat is volkomen waar, ziet u. En als men dan als ziener geboren is, nu, ziet u, om dat te doen moeten deze beide soorten bewustzijn tegelijk aanwezig zijn – niet één hier met de vijf zintuigen actief, en de andere daar terwijl u slaapt, wanneer de vijf zintuigen niet actief zijn. Maar, ziet u, wanneer ze allebei – u bent zó geboren – volkomen tezamen zijn; u slaapt dan niet. U gaat gewoon van de één naar de ander op die manier – u slaapt niet. Er is niet genoeg ruimte om te gaan slapen, maar u kunt uzelf zo niet maken. Dus gaven en roepingen zijn voorbestemd door God. Ze zijn Gods gaven en roepingen, zelfs onberouwelijk, zoals de Bijbel zegt. Ziet u? Ze werden voorbeschikt voor de grondlegging der wereld.

47 Nu, we ontdekten dat het dier van Daniël betekende dat er een macht opkwam onder de mensen. Of in het visioen van Johannes hier, wordt ook getoond dat het macht was – landen die opkwamen, zoals de Verenigde Staten verschijnen in Openbaring 13 als een lam. En dan, als u het anders wilt zien... U zegt: "Wel, dat spreekt over nationale macht." Het vertegenwoordigt ook heilige macht – een dier. Wist u dat?

48 Merk op, Rebekka, toen de knecht van Abraham, Eliëzer, kwam om Rebekka te halen, liet hij haar op een kameel klimmen; dezelfde kameel die ze water gaf. En ze bereed deze kameel om haar ongeziene bruidegom te ontmoeten. Precies datgene wat zij water gaf, bracht haar naar haar toekomstig thuis en echtgenoot. En dat is hetzelfde vandaag, ziet u. Datgene wat de gemeente water geeft, is het zaad, het zaad van het Woord; het is hetzelfde Woord dat levend wordt en ons naar onze ongeziene Bruidegom draagt, ziet u.

49 En kijk hoe volmaakt – Izaäk had het huis verlaten en was buiten op het veld, weg van zijn huis, toen Rebekka hem zag; en de gemeente ontmoet Christus in de lucht, en dan neemt Hij haar mee terug in het Vaderhuis waar de woningen bereid zijn. Izaäk nam Rebekka op dezelfde wijze mee.

     En merk op, het was liefde op het eerste gezicht. O wonderbaar, ze rende gewoon om hem te ontmoeten! En dat is de wijze waarop de gemeente Christus zal ontmoeten in de lucht om voor altijd bij Hem te zijn.

50 Nu, terug naar uw Bijbels. Deze dieren zijn machten. Merk op! Nu, ik wil dat u er op let dat de duivel zijn vier van kleur veranderende dieren had om op voort te gaan. Hij had zijn vier dieren; alle drie werden ze gemengd tot de kleur van één en dat maakte dat ene een vaal paard – een wit paard, rood paard, zwart paard.

51 En we zien dat elk een fase van zijn bediening was, een fase van de eerste gemeente die zich tot een denominatie gevormd had te Nicea. De oorspronkelijke Pinkstergemeente op welke de Heilige Geest was uitgestort, nam langzamerhand een antichristelijke geest aan, vormde een organisatie, gaf geboorte aan enige organisatie-dochters, zijn macht drie keer veranderend, en bracht ze tot één, en dat vormde een vaal paard; en toen werd hem een naam gegeven, de Dood genaamd, en reed hem de eeuwigheid in. Gewoon zo duidelijk als het maar zijn kan.

52 Nu merk op, hem is dit paard gegeven, en hij berijdt het. God had evenzo... Zoals altijd. Nu let op! Toen de antichrist voor het eerst verscheen, waarin verscheen hij? Wit paard, zo onschuldig als hij maar kon zijn, slechts een leer in de gemeente. Zij wilden gemeenschap. Uw gemeenschap is met Christus, maar zij wilden een broederschap. Zij konden het gewoon niet weerstaan. Ze wilden krijgen... wel, weet u, net zoals kleine kliekjes op zullen rijzen in de gemeente. U weet het, u herders. Zoals ze zeggen: "Vogels van dezelfde pluimage..."

53 Maar als we wedergeboren broeders zijn, is dat niet de houding om aan te nemen. Nee. Nu, als we iets verkeerds zien in onze broeders, laten we dan gewoon bidden en het voor God houden en die man liefhebben totdat we hem rechtstreeks in de tegenwoordigheid van God brengen. Dat is de manier, werkelijk de wijze om het te doen.

54 U weet dat Jezus zei... Er zal daar tussenin onkruid zijn, omdat Jezus zei dat het zo zou zijn, maar trek ze niet uit. U zou de tarwe erbij meenemen, ziet u. Laat ze gewoon met rust. Laat Hèm de scheiding maken, als de tijd komt. Laat het allemaal tezamen opgroeien.

     Merk op, als het dier uitging... De antichrist ging uit op een dier, zijn macht. O, ik houd hiervan. Ik begin me gewoon religieus te voelen op dit moment, misschien de stimulatie.

55 Merk op, als de antichrist... Die openbaringen in de tegenwoordigheid van die Vuurbal die daar in de kamer hangt! O, broeder! Ofschoon ik het gezien heb sinds ik een kind was, verschrikt het me telkens als het naderbij komt. Hij zet me bijna in een toestand van bewusteloosheid. U raakt er nooit aan gewend. U kunt het niet. Het is te heilig.

56 Merk op, terwijl de antichrist voortging op het dier van zijn bediening, zond God een dier uit om het te bestrijden. Ziet u? Nu, let op. Telkens als het beest op zijn paard uitreed (de antichrist op zijn paard uitreed, op zijn dier) om zijn bediening aan te kondigen, zond God Zijn dier ook uit, in Zijn eigen masker om Zijn duel ermee aan te kondigen.

57 Nu, de Schrift zegt: "Als de vijand op komt zetten als een vloed, richt de Geest van God een banier tegen hem op." En toen dus de vijand als een antichrist uitging, zond God een bepaalde macht uit om hem tegemoet te treden. En toen hij opnieuw uittrok als een ruiter op een rood paard – een andere kleur, een andere macht, een andere bediening – zond God weer een ander achter hem aan om hem te bestrijden, om Zijn gemeente te behouden. Toen hij de derde zond, zond God Zijn derde dier om het te komen aankondigen. Hij zond de vierde; God zond Zijn vierde. En toen eindigde de antichrist, en de gemeente-tijdperken eindigden ook op die tijd. Let op. Nu, dit is werkelijk goed.

     Nu, we zien dat de duivel vier dieren veranderde, hetwelk duidt op wat voor macht hij aan de wereld openbaarde, en hoe zij eindigden op dit vale doodspaard. Nu, laat ons kijken naar Gods machten om deze dieren te bevechten.

58 Het eerste dier van God dat Hij uit doet gaan om zich met de antichrist te meten, toen de antichristelijke geest slechts bestond uit zijn leringen... Nu herinner u, toen de antichrist voor het eerst uitreed, was hij in een lerende bediening. De antichrist reed in het begin uit in een lerende bediening.

59 Let op degene die uitging om hem tegemoet te treden: de Leeuw. De Leeuw van de stam van Juda, welke het Woord is. Toen zijn valse leringen voortkwamen, ging het ware Woord uit om hem tegemoet te treden. Dat is de reden dat we een Irenaeus en een Polycarpus hebben, en die mannen – Martinus. Toen de antichrist uitreed met zijn valse leringen, zond God Zijn lering uit, het Woord, de Leeuw van de stam van Juda, welke het Woord is, openbaar gemaakt in de Heilige Geest. En de Heilige Geest was daar om Hem te manifesteren Die het Woord is.

60 Dat is de reden dat de eerste gemeente genezingen en wonderen en visioenen en kracht had, omdat dit het levende Woord was in de vorm van de Leeuw van de stam van Juda, uitrijdend om dat te bestrijden. Amen! Nu, heeft u het begrepen? Hij zendt zijn macht: antichrist; God zendt de Zijne: het Woord. Antichrist, valse lering – de ware lering ging gelijk mee om het te bestrijden. Nu, dat was de eerste. Nu, dat was de eerste gemeente, apostolisch, die uitging om hem te ontmoeten.

61 Nu, het tweede dier, dat de antichrist uitzond was een rood dier waarop hij reed, dat de vrede van de aarde weg moest nemen en oorlog maken. Nu, de tweede die uitging om hem te bestrijden was het rund. Het rund betekent een werkdier, een lastdier.

62 En nu, als we hier even zouden kunnen stoppen. Laat me er zeker van zijn dat u het ziet. Dat zou u een beetje kunnen verwarren. Laat ons Thyatire opzoeken hier en bezien of dat niet een werkende gemeente is, ziet u

     En schrijf aan de engel der gemeente te Thyatire: Dit zegt de Zoon van God, Die ogen heeft als een vlam vuur, en Zijn voeten zijn blinkend koper gelijk:

     Ik weet uw werken,... (Ziet u? Het worden allemaal werken nu, ziet u, omdat dit degene is die met hen rijdt) en liefde, en dienst, en geloof, en uw lijdzaamheid, en uw werken,... (opnieuw, tweemaal – uw werken) en dat de laatste meer zijn dan de eerste. [Openbaring 2:18–19.]

63 Ziet u, dat laat zien dat het tijdperk van Thyatire... Nadat de antichrist zich gevestigd had en tot het tijdperk van Thyatire kwam, kon de kleine gemeente niets anders meer doen dan alleen eenvoudigweg werken. En nog iets, het rund is ook een offerdier. Ziet u, zij gaven hun leven zo vrijwillig als zij maar geven konden.

64 In de donkere Middeleeuwen, zo'n duizend jaar, beheerste het Katholicisme de wereld, en zij gingen gewoon regelrecht binnen: "Ja" of "Nee". Zij vonden het niet erg om te sterven. Als het de dood was, het was in orde. Zij gingen en stierven hoe dan ook. Waarom? Het was de Geest zelf van het tijdperk.

65 Dat is de reden dat Irenaeus, dat is de reden dat Polycarpus, Johannes, Paulus, die grote machtige mannen van toen, die zaak bestreden. Paulus zag het. Hij zei: "Ik weet dat na mijn heengaan wolven zullen binnenkomen onder u, broeders, verkeerde dingen lerend, en het zal u wegtrekken."

66 Kijk naar die kleine standvastige oude apostel die daar staat, zijn rug vol striemen geslagen, zijn ogen betraand, maar hij kon verder en duidelijker zien dan zij met die sterrekijker die zij daarginds hebben en waarvan zij beweren dat zij er honderdtwintig miljoen lichtjaren ver mee kunnen zien. Hij kon regelrecht de eeuwigheid in zien. Daar was hij. En hij voorzegde het en zei dat dit zou plaatsvinden, en zei... het ging ook verder naar het andere tijdperk dat zou komen.

67 Nu let op, daar was hij. Verder na hem... Johannes leefde het langst. En toen Johannes bezig was om te proberen alle geheiligde brieven, gezalfd met de Heilige Geest, bij elkaar te brengen en de Bijbel te maken, greep het Romeinse rijk hem, en bracht hem naar het eiland Patmos. Hij was daarginds op het eiland Patmos vanwege het Woord van God. Polycarpus hielp hem het te vertalen.

68 Ik las onlangs de brief die Maria zelf aan Polycarpus schreef en verwijtend... niet hem verwijtend, maar hem prijzend omdat hij een dapper man was die de leer van Jezus Christus die uit haar van God geboren werd, kon onderwijzen en aannemen. Maria's eigen brief die zij geschreven had aan Polycarpus.

69 Polycarpus werd voor de leeuwen geworpen, weet u. Nee, hij werd verbrand. Het was voor hen te laat om een leeuw los te laten in de arena, en dus braken ze een badgelegenheid af (een oud badhuis daar) en brachten hem in de arena en verbrandden hem. En onderweg daarheen, liep hij met zijn hoofd naar beneden, en de Romeinse centurion zei: "U bent een oud man en hoog in aanzien. Waarom zegt u die zaak niet op?"

     Hij bleef slechts opzien naar de hemel, en een stem sprak ergens vandaan (Zij konden niet begrijpen waar vandaan.) en zei: "Polycarpus, vrees niet; Ik ben met u."

     Waarom? Hij bleef standvastig bij dat Woord. Ik vraag me af... Toen zij de planken voor hem begonnen op te stapelen om hem te verbranden, kwam daar een hemelse muziek neer, en de gezangen van enige engelen die het lied zongen. Hij sloeg hen met geen enkele blik gade. Dat was een dapper man, dat was een man die kon standhouden.

70 De martelaren door die eeuwen heen leden verschrikkelijk. Maar wat waren zij? Zij waren onder de inspiratie, de Geest van God, de kracht. En vergeet dit niet, gemeente, en u broeders die de band horen. Ik wil dat u dit onderzoekt: Hoe zou iemand iets kunnen doen zonder de kracht van God die aan hen geschonken was?

     Ik zal dit duidelijk maken door deze doos hier neer te zetten. Als God een zekere Geest onder hen zendt, dan is dat het enige waardoor zij kunnen werken, de Geest die onder hen werkt.

     Nu, we zullen u bewijzen door de geschiedenis van de gemeente en door het openen van de zegels en de machten die werden losgelaten... en let nauwkeurig op hoe de gemeente beantwoordde aan de zalving, en ze niets anders konden doen.

71 Nu, het eerste was die leeuw die brulde, dat zuivere onvervalste Woord. Het tweede, in Thyatire, was het rund, en het was een lastdier, en het was ook een offerdier. En was dat niet precies de arme, kleine gemeente van Rome die daar gevestigd was gedurende duizend jaar van donkere eeuwen? En alles wat niet beleed van de Roomse kerk te zijn, werd onmiddellijk ter dood gebracht; en zij moesten werken – van plaats tot plaats gaan.

72 U Vrijmetselaars, ik wil uw aandacht vragen. Herinnert u zich het teken van het kruis? U weet waar ik over spreek. Nu merk op. Nu, als u opmerkt, dat was het bewaren en beschermen van die Bijbel. Ziet u? En zij moesten onder elkaar werken. Daar hebt u het, het rund.

73 En toen het tijd werd (we lazen het gisteravond), ziet u, toen de zaak voortkwam en het offer kwam en zij gaan moesten, zei Hij: "Beschadig de wijn en de olie niet." Wat deden zij? Zij liepen daar gewillig heen en stierven.

74 Het kon ze niet schelen, omdat de Geest van de gemeente in die dagen offeren was – werken. En zij liepen er gewoon heen, zo vrij als ze maar konden lopen, gezalfd met de ware Geest van God van dat tijdperk, en stierven als helden ten offer – duizendmaal duizenden – achtenzestig miljoen van hen staan vermeld – rund, offer.

     O! Begrijpt u het? Goed, in orde. Nu het offer, het kon alleen werken in dat tijdperk om de grote tegenstand gedurende die duizend jaar te bestrijden.

75 Nu, het derde dier dat uitging van de duivel was dat zwarte paard. Nu, het derde dier dat uitging – de kracht van God om hem te bestrijden, om de krachten van het zwarte paard te bestrijden, was een mens, listig, knap, met de wijsheid van God.

     U weet, een mens is knapper dan welk van de dieren ook, ziet u? Hij is knapper omdat hij hem te slim af kan zijn, meestal. Hij is listig, schrander. Ziet u, het tijdperk komt na de Middeleeuwen, komt voort uit de Middeleeuwen naar deze andere kant, toen dat zwarte paard reed, toen zij lieten betalen voor hun offers en alles wat zij deden, en geld was gewoon... O, u weet hoe het was.

76 Nu, het volgende wat uitging om dat te bestrijden was een dier met het gezicht van een mens: knap, ontwikkeld, schrander, mooi, gezalfd met de Geest van die dag. Merkt u het op? Nu, hij ging uit om hem te bestrijden met de listigheid van Gods wijsheid op zich. Dat was het tijdperk van de Reformatie – Maarten Luther, John Wesley, enzovoort. Ziet u, het was de Reformatie – Zwingli, en o, wie nog meer; Knox, Calvijn, en wie nog meer, ziet u, gingen uit. Het was schranderheid.

     Nu, let u op. Precies na de Middeleeuwen, vanaf de Reformatie, deze weg, let op; het was de schranderheid van de mens. (Misschien wilt u de ramen een beetje laten zakken. Ik denk dat de mensen het daarbinnen misschien wat te warm krijgen. Als u de ramen gewoon een klein beetje naar beneden trekt, want het... Ik weet dat als ik het warm krijg wanneer ik hier sta te prediken, het daar bij u ook zo moet zijn.) Nu, merk op het was de schranderheid van de mens. Nu, begrijpt u het?

77 Dat derde dier dat Satan uitzond; hij werd ook schrander. Let op: "Een maat tarwe voor een schelling, drie maten gerst voor een schelling." Ziet u? O my. Ziet u het geld-programma? De sluwheid om het goud van de wereld te krijgen, en de weelde ervan binnen te brengen. Dat is volkomen vervuld. Zij begonnen geld te rekenen voor gebeden en maakten een plaats genaamd vagevuur; baden hun voorvaderen eruit en je moest je akten en alles vermaken, je eigendom. De kerk en de staat waren hetzelfde en de kerk nam je bezitting over.

78 En ziet u niet dat sommigen van die evangelisten nog steeds dezelfde zalving op zich hebben? Ze maken dat oude mensen hun pensioen afstaan, en hun huizen en zo vermaken? Waarom, broeder... Ik wil daar niet verder op ingaan, ziet u. Maar nu... Ik zal hier rechtstreeks bij blijven. Ik kijk even terug om te zien waar ik naar toe ga. Nu, merk op... die mannen, het is hun zaak. Dat is hun zaak. Dat heeft niets met mij te maken. Ik ben alleen voor dit hier verantwoordelijk.

79 Nu merk op; het dier dat het kwam bestrijden, was een mens. We weten allen dat dit dier dat een mens was, deze macht van een mens in zijn verstandelijkheid, herkende dat dit ongezuurde brood dat Maarten Luther in zijn hand had toen hij die treden besteeg... Zij zeiden: "Dit is het bloed van Jezus Christus. Dit is het lichaam van Jezus Christus."

80 En Luther wierp het neer en zei: "Het is brood en wijn! Het is niet het lichaam van Christus, want Hij is opgevaren en zit aan de rechterhand van God om te bemiddelen." Ziet u? Wijsheid, mens.

81 En toen John Wesley kwam, nadat Zwingli en Calvijn gekomen waren... en hij had de gemeente tot een standpunt omtrent de zekerheid gebracht, dat zij geen opwekkingen meer wilden. "Wat er ook gebeuren moet, dat zal gebeuren." Dat was alles. En ze leefden gewoon elk soort leven. De Lutherse kerk is zo verdraaid en de Anglicaanse kerk (o my), het hele land werd verdorven, net zoals het nu is. De kerken hebben het verdraaid... Toen koning Hendrik VIII in Engeland kwam, na Bloody Mary en nadat al deze dingen hadden plaatsgevonden... en de kerk was toen zo vol van geweld en corruptie; velen beweerden Christenen te zijn en leefden met vier of vijf vrouwen of deden alles wat ze maar wilden en gingen voort in vuiligheid.

82 Aan John Wesley werd, terwijl hij de Schrift bestudeerde en onderzocht, geopenbaard dat het Bloed van Jezus Christus de gelovige heiligt, en dat ze niet behoorden te... En wat deed hij toen? Hij kwam met een nieuwe hervorming. Hij redde de wereld in zijn dag, zoals Luther deed. Ziet u? Wat was het? Die mens, die kracht van het dier, ging uit.

     Hij gaf de mens wijsheid om te verstaan dat de zaak verkeerd is. Dat is niet het bloed van Jezus Christus. Dat is niet het lichaam van Jezus Christus; dat vertegenwoordigt het lichaam. Ziet u?

83 Dat is nu nog steeds het grote verschil tussen Katholiek en Protestant. Dat is het enige waardoor zij nu nog niet één kunnen worden. In alle andere dingen kunnen zij bij elkaar komen, behalve dat. Deze... die concilie's die ze hebben... Merk op nu, ze konden het daar echter niet over eens worden, ziet u? De wijn is het bloed, en ze zeggen dat het het letterlijke bloed is; dat de priester de macht heeft dit brood te veranderen in het letterlijke lichaam van Christus.

     Dat is het wat de kleine tabernakel is in de gemeente, weet u. Dat is de reden dat zij kruisen slaan en elke soort heidense offerande doen wanneer zij daar langs gaan, weet u, en zich buigen en hun hoed oplichten, enzovoort. Dat is niet voor het gebouw; het is voor dat kosher dat in de tabernakel is. Merk op hoe Satan dat sluw naar zich toe haalde.

84 Maar zie, in die tijd, op een menselijk wezen (ziet u?)... God legde een Geest van wijsheid op de mens om te begrijpen dat dit verkeerd was. Nu, dat was om het derde dier te bestrijden, dat de gemeente zo had verdorven (het dier dat hij bereed), dat het verschrikkelijk was – de hervormer.

     Wat deden ze in het reformatie-tijdperk? Ze brachten de gemeente uit haar heidense ceremonieën van afgoderij weer terug naar God. Daarvoor kwam het dier naar voren (die listigheid van de mens, de ruiter), om dat te doen.

85 Laten we nu Openbaring 3:2 even lezen. Nu, ik heb het hier opgetekend om een bepaalde reden. Nu, dit komt nu net ter sprake, het Lutherse tijdperk en het tijdperk der hervormers (Openbaring 3:2), wat deden zij? Zij organiseerden zich. Zodra Luther zijn gemeente op gang kreeg, organiseerden zij het. In orde, hetzelfde deed Wesley; hetzelfde deed Pinksteren, precies zo, ze organiseerden het. En wat deden ze? Ze namen hetzelfde systeem op als waar ze uit kwamen.

86 Nu, let op deze openbaring, sprekend tot deze gemeente van Sardis. Tot de engel der gemeente, is het eerste vers, natuurlijk, ziet u

     Weest wakende, en versterk het overige, dat sterven zou;... (dat is het Woord dat aan u onderwezen is) ... het overige, dat sterven zou;... (Ze is dan precies gereed om een organisatie te beginnen, zoals de Katholieke kerk waar zij uitkwamen, ziet u?) want Ik heb uw werken niet vol gevonden voor God.

     Daar gaat u. Daar gaat het weer regelrecht terug. Ziet u waarom organisatie-systemen verkeerd zijn? Wie begon ermee? Deed God het? Deden de apostelen het? De Rooms-Katholieke kerk deed het!

87 Nu, laat er één historicus anders beweren. Het is er niet. Ze zijn... ze zeggen dat zij de moederkerk zijn, en ze zijn het; maar zij organiseerden de zaak en maakten een systeem met één man aan het hoofd. Wij namen niet één man zoals zij deden, wij namen een hele vergadering mannen en zetten ze bij elkaar, dan hebt u werkelijk verwarring gekregen. Dat is waar. Hoe kan een vergadering het hoe dan ook doen?

88 Het is net zoals we denken dat democratie goed is. Ik geloof dat ook wel, maar het zal nooit goed werken. Het kan het niet, met zo'n stel Ricky's hier om het uit te voeren. Hoe ter wereld zult u het goed krijgen? U kunt het niet. Merk op, de ware zaak was een godvruchtig koning.

89 Merk op, het dier, het derde dier nu, was de schranderheid van een mens. Hij stelde de hervormers voor die het afgodische heidendom verlieten, dat zei: "Dit is het brood, dit is de wijn." Ziet u, de antichrist heeft nog steeds iets dat Christelijkheid symboliseert. Hij moet wel, omdat hij tegen is, ziet u. En dan, als hij tegen iets moet zijn... Nu, als hij tevoorschijn komt en zegt: "O, ik ben een Boeddha." O, dat zou niets te betekenen hebben; dat is gewoon een heiden om mee te beginnen. Maar de antichrist is listig. Hij heeft van alles wat Christendom vertegenwoordigt, alleen hij heeft zich er aan de andere kant van losgemaakt, iets tegen de oorspronkelijke leer ervan. Zie, dat is wat hem antichrist maakt.

90 Dus de hervormers, toen het dier naar voren kwam in de vorm van een mens om dat te bestrijden... Nu, vergeet dit niet, klas, vergeet het niet! Onthoud het al de dagen van uw leven. Deze dieren zijn juist; het is "ZO SPREEKT DE HERE". Ziet u?

91 Merk op, afgoderij bracht de... Het dier als een mens ging voort met de kracht van God, door de wijsheid die God hem gaf, en bracht de gemeente uit de afgoderij terug naar God. Maar in de... we vinden uit dat in datzelfde gemeente-tijdperk, toen zij begonnen denominaties te vormen, om hetzelfde te doen als wat zij in het begin deden, wat Rome deed... Nu, zij gaat dochters maken bij die kerk. En wat zegt Hij? Hij zei: "Nu, Ik heb u niet volmaakt bevonden, en gij moet de kleine kracht versterken die u is overgebleven."

     Nu, luister naar Hem, hoe Hij hen weer waarschuwt in Openbaring 3:3. Laten we nemen... Wel, ik geloof dat ik het een paar minuten geleden net had

     Gedenk dan, hoe gij het ontvangen en gehoord hebt, en bewaar het, en bekeer u. (Met andere woorden, bedenk, dat u uit zo'n corruptie als dat gekomen bent, ziet u? En kijk hier...) Indien gij dan niet waakt, zo zal Ik over u komen als een dief, en gij zult niet weten, op wat ure Ik over u zal komen.

92 Verderop zal Hij de kandelaar wegnemen. Dus dat is het. Wat is het? Het licht van de gemeente. En ze ging regelrecht in hetzelfde organisatie-systeem van heidense duisternis als waar ze uitkwam, en daar verblijft ze tot de dag van vandaag; mensen met oprechte harten, die denken dat dat de Waarheid is, net zoals de Katholieken. En de Protestanten lachen om de Katholieken, terwijl het met hen van hetzelfde laken een pak is, precies overeenkomstig het Woord – menselijke wijsheid.

93 Nu, merk op. O, wat houd ik hiervan! Luister naar Hem nu, die hen waarschuwt. Nu, bent u het er volkomen mee eens, een ieder van u (Nu, zo niet, schrijf me dan een vraag), dat deze dieren nauwkeurig te identificeren zijn in elk tijdperk, zoals de Bijbel ze hier heeft bekend gemaakt? Dat is precies wat ze gedaan hebben. Hun geschiedenis laat zien wat ze hebben gedaan. We kijken hier regelrecht naar en zien wat ze deden. En hier, deze dieren...

     Ik wist dat nooit eerder. Ik zat daar gewoon, en ik kon het zich voor mijn ogen zien afspelen, precies zoals u naar mij kijkt. En het moet goed zijn, omdat het overeen komt met de Bijbel. Dus hoe zou u iets anders kunnen doen dan zeggen dat het goed is?

94 Merk op. Nu, het vierde dier dat uitgezonden werd om de antichrist te bestrijden in dit laatste dier... Bent u klaar? Het laatste dier dat uitgezonden werd, of de laatste macht, om de antichrist te bestrijden (die tegen de leringen van God was, de antichrist) was een adelaar. Ziet u? Het vierde levende dier was een adelaar. Nu u, die de tijdperken bestudeert, die de Schriften bestudeert, het was een adelaar. En in de Bijbel was het laatste tijdperk een adelaars-tijdperk, en God vergelijkt de adelaar met Zijn profeten, ziet u? Let nu op. Het laatste tijdperk, het adelaars-tijdperk – een openbaarmaker van het ware Woord. Ziet u?

95 Voordat God tot handelen overgaat, zoals Hij deed in de dagen van Noach, zond Hij een adelaar uit. Toen Hij Israël uitbracht, en Farao's leger klaar was om te gaan, zond Hij een adelaar. Elke keer zendt Hij een adelaar bij het laatste eind van iets. En hier zendt Hij opnieuw een adelaar. Dat is precies overeenkomstig het Woord, dus hoe kunt u er iets anders van maken? Hij zendt een adelaar.

96 Waarom? Een openbaarder van de Waarheid die door het hele tijdperk heen gevallen was. Dus hoe ter wereld kon het rund, of de mens, of welk dier er ook reed... Hoe kon het ooit geopenbaard worden voordat de adelaar was gekomen? Zij hadden hun plaats. Zij waren van God gezonden dieren, evenals ieder ander was.

97 De leeuw was het oorspronkelijke. Daarbij komt de antichrist op om het te bestrijden; vervolgens deed hij een andere macht opkomen. Hij zond een macht om het tegemoet te treden. Daarna liet hij weer een macht opkomen, en Hij zond nog een macht om het tegemoet te treden. Dan, als laatste macht brengt Hij de adelaar neer om de kinderen terug te herstellen naar het oorspronkelijke geloof van de vaderen – het adelaars-tijdperk. Vervolgens, merkte u het op? Er zijn geen dieren meer. Dat is alles. Dat is het einde.

98 Nu, als u nu Openbaring 10:1–7 wilt nemen (ik heb er al naar verwezen), herinnert u het zich: wat moest er gebeuren in het tijdperk van de laatste boodschapper? Al de geheimenissen van God zouden geopenbaard worden – de adelaar.

99 Nu, ziet u de vier dieren die uitreden? Dat was volkomen juist. Gelooft u dat? En nu is hier elk tijdperk, of iedere macht die daarna uitreed, en daar is de Schrift die toont wat de vijandige ruiter deed. Dat is geopenbaard in deze zegels, en ook is het nu geopenbaard dat alle dierenmachten die God uitzond om het te bestrijden er precies tot in de puntjes mee overeenstemmen, tot aan de adelaarstijd toe. Nu, als dit de laatste tijd is, dan zal er een adelaar komen. Dat is waar. En tot die...

100 Nu, herinner u nu, dat in de dagen dat de leeuw kwam, het oorspronkelijke Woord, er ongeveer een honderdste van hen naar de leeuw luisterden. In de dagen dat het rund kwam, was het slechts een heel klein druppeltje van hen die naar de boodschap van het rund luisterden. In de dagen dat de mens kwam, werkte hij onder mensen, ziet u. Dus was hij schrander. Hij kreeg er een kleine groep uit, en wat deden zij? Satan zag dat, dus zond hij hen regelrecht terug en maakte dat ze zich er weer door huwelijk mee verbonden. En herinner u, wanneer tenslotte de adelaar komt, zal het een honderdste deel van één procent zijn dat wil luisteren – het is het adelaars-tijdperk.

101 Bedenk, al deze andere ruiters... En dan voorzegde Jezus zelfs dat indien Hij Zijn komst niet zou verhaasten, er helemaal geen vlees behouden zou worden voor de opname. Is dat de Schrift? Dan ziet u waar we aan toe zijn, nietwaar, broeders en zusters? Ziet u waar we aan toe zijn? God, ik ben zo blij, ik weet niet wat te doen.

102 Dit ben ik niet die hier staat te praten. Ik ben hier ook in. Ik ben onder u. Ik ben het. Ik heb een gezin. Ik heb broeders en zusters die ik liefheb. En de God des Hemels, vriendelijk genoeg om neer te komen en die zaak te openbaren door Zijn eigen... door visioenen die gedurende dertig jaar bewezen zijn de Waarheid te zijn. We zijn hier. We zijn gearriveerd.

     Wetenschappelijk onderzoek heeft het bewezen. De betuiging van het Woord heeft het bewezen. En we zijn hier; en deze openbaring komt van God, en het is de Waarheid.

103 Heeft u iets opgevangen? Ik vroeg het me even af. Dan hoef ik het u misschien niet te vertellen, zondag. Merk op, merk op... Wonderbaar! Nu, merk op, nu. En dan overeenkomstig de tijd dat God de antediluviaanse wereld zou gaan bevrijden, zond Hij de adelaar. En de tijd dat Hij Israël zou gaan bevrijden, zond Hij de adelaar. Gelooft u dat in die tijd, zelfs bij Johannes op het eiland Patmos, deze Boodschap zo volmaakt was dat Hij hem niet aan een engel kon toevertrouwen?

104 U weet dat een engel een boodschapper is, maar wist u dat de boodschapper een profeet was? Gelooft u dat? Laten we het bewijzen. Openbaring 22 – laten we eens zien of het een adelaar was. Natuurlijk was hij een engel; hij was een boodschapper. Maar het was een profeet die dit hele boek van Openbaring aan hem openbaarde. (Openbaring, het tweeëntwintigste hoofdstuk, het negentiende vers.) Nu, ik geloof dat het goed is zoals ik het hier opgeschreven heb, 22:19. Ik kan verkeerd zijn. Nee, 22:9. Dat is het. Ik kijk naar 22:9. Dat is goed. O ja, hier

     En hij zeide tot mij: Zie, dat gij het niet doet; want ik ben uw mededienstknecht, en van uw broederen, de profeten,...

     Zie wat Johannes daar zag

     En ik, Johannes, ben degene, die deze dingen gezien en gehoord heb. (Nu, hij sluit het. Dit is het laatste hoofdstuk.) En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik neer om te aanbidden voor de voeten van de engel, die mij deze dingen toonde.

     En hij... (de engel dan, zie) En hij zeide tot mij: Zie, dat gij het niet doet;... (Geen waar profeet zou aanbeden willen worden of een boodschapper van welke soort ook.) En hij zeide tot mij: Zie, dat gij het niet doet; want ik ben uw mededienstknecht, en van uw broederen, de profeten, en van hen, die de woorden van dit boek bewaren; aanbid God.

     Ziet u? Nu, het boek was zo belangrijk, omdat dit het Woord van God is. Nu, let op! En wanneer het Woord van God wordt voortgebracht, moet het door de profeet gebracht worden, omdat hij het is tot wie het Woord van God komt.

105 Ik verwachtte hier een vraag over te krijgen in deze doos hier. Ik dacht gewoon dat ik ze hiermee had geraakt...?... Ik voel gewoon dat er één in is, dus... Ik dacht gewoon ertoe te komen, ziet u? Ieder Woord van God wordt gebracht... De Bijbel verandert Zijn systeem nooit. Ziet u, het is hetzelfde. Het moet komen tot deze ziener, van wie we verwachten dat hij komt: Nu, merk op: Openbaring 10:1–7. Laten we het negende vers opnieuw lezen.

106 Nu, we krijgen... we... nu, voordat we tot dit vers overgaan, wil ik u iets vragen. Ziet u het volkomen, voordat we deze zegels verlaten? Nu, onthoud, er zijn geen machten meer die uitgaan na die adelaar, niet één meer. Telkens als de antichrist iets uitzond, zond God een macht. De antichrist zond een andere macht; God zond iets om het te bestrijden. Dan zond hij een andere macht; God zond iets om het te bestrijden. Ziet u? Dan, toen Hij kwam tot aan de adelaar, was dat Zijn Woord, terug zoals het in de eerste plaats was.

107 Nu, let op. Is het niet de profeet waar we naar uitzien dat hij komt, een of andere man gezalfd met de Geest zoals Elia? Het zal Elia niet zijn, natuurlijk, maar die zal komen zal een man zijn zoals hij, en zijn ware bediening is om te zenden, om terug te herstellen aan deze mensen, die gevallen zijn door deze denominatie-verdraaiingen, terug naar het oorspronkelijke geloof van de vaderen.

     Nu, als dat die Bijbel niet samenbindt, dan weet ik niet wat het wel doet. Ik kan er niet meer over zeggen, omdat dat het is. Het is net aangekomen. Dat is de Waarheid. Als u daar iets van wegneemt, verdraait u het. Ziet u? Dus het moet gewoon zo zijn.

108 Nu, merk op, nu in het negende vers [Openbaring 6:9]: zielen onder het altaar. Nu, hier is het waar we echt wat onenigheid zullen gaan krijgen. Maar let hier even op. Ziet u. Ik dacht dat ook, maar het kwam niet op die wijze. Ik heb altijd gedacht dat deze zielen onder het altaar de martelaren van de eerste gemeente waren, en ik ben er zeker van dat Dr. Elias Smith en een ieder van hen zeggen dat het zo is, ziet u. Maar... Ik dacht het zelf ook. Maar toen de Heilige Geest het visioen ervan liet zien, was het zo niet. Het zijn niet die zielen.

109 Nu, u zegt: "Wel, ik weet dat nog niet zo." Welnu, slechts een momentje. We zullen het uitvinden. Dit zijn niet de zielen van de bruidsgemeente, geenszins. We dachten dat het de bruidsgemeente was die daar wachtte, zielen onder het altaar, ziet u, roepend: "Hoe lang nog, Here? Hoe lang?" Laat me het opnieuw lezen nu, zodat we het goed zullen begrijpen

     En toen Het het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen, die gedood waren om het Woord Gods, en om het getuigenis, dat zij hadden.

     Ziet u, om het Woord van God en het getuigenis dat zij hadden... Nu, houd dat vast, slechts een momentje ziet u

     En zij riepen met grote stem, zeggende: Hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen?

     En aan een ieder werden lange witte klederen gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een kleine tijd rusten zouden, totdat ook hun mededienstknechten en hun broeders zouden vervuld zijn, die gedood zouden worden, zoals zij.

     Nu, voor hen, op deze tijd, als u opmerkt, als dit vijfde zegel geopend wordt, is de gemeente heengegaan. Het kunnen gewoon niet de zielen zijn onder... de eerste gemeente. Nu, alstublieft, schenk hier nu uw aandacht aan, als nooit tevoren, omdat dit een grote strijdvraag is, dus ik wil dat u nu heel nauwkeurig luistert. En u hebt uw papieren en dingen om mee te schrijven. Nu, ik wil dat u opmerkt.

110 Nu, dit kunnen niet deze zielen zijn, omdat de zielen van de rechtvaardige gemartelden en het rechtvaardige volk, de gemeente, de bruid, is opgenomen; dus zouden zij niet onder het altaar zijn. Zij zouden in de heerlijkheid zijn met de bruid. Nu, let op. Want zij zijn in de opname gegaan in het vierde hoofdstuk van Openbaring; zij werden opgenomen.

111 Nu, wie zijn deze zielen? Dat is het volgende. Wie zijn ze dan als het niet de vroege gemeente is? Dit is Israël dat als volk gered zal worden, allen die zijn voorbestemd. Dit is Israël. Dat is Israël zelf.

     U zegt: "O, wacht een ogenblik." U zegt: "Zij kunnen niet..."

112 O ja, zij zullen gered worden. Hier, laten we het vastleggen. Ik heb vier of vijf Schriftgedeelten, ik zal er één nemen. Laten we Romeinen nemen, een ogenblik, om uit te vinden of zij het zijn. Laten we het boek Romeinen nemen, en naar het elfde hoofdstuk van Romeinen gaan, en we zullen het uitvinden. Laten we het lezen en dan zullen we het zelf zien. Romeinen, het elfde hoofdstuk, het vijfentwintigste en zesentwintigste vers. Nu, luister naar Paulus hier. En Paulus zei dat als iemand anders, zelfs een engel, een ander evangelie predikte, wat zou die zijn? – vervloekt. Let op

     Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend is (opdat gij niet wijs zijt bij uzelf),... (daar hebt u het) dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal binnengegaan zijn.

     De laatste heidenbruid die voor de bruid moet worden binnengebracht – de blindheid kwam over Israël voor dat doel

     En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob:

113 Goed? Nu, zij zijn Israël die onder dit altaar zijn. Let op. Israël werd verblind met het eigenlijke doel dat wij gered zouden worden. Gelooft u dat? Nu, wie verblindde hen? God. God verblindde Zijn eigen kinderen.

114 Geen wonder dat Jezus, terwijl ze bij het kruis stonden, en die Joden om Zijn bloed riepen... Dat waren Zijn eigen kinderen, en Hij was de Schrift. Hij was Zelf het Woord. En Hij hier, wetende dat die mensen Hem graag zouden hebben willen ontvangen, en dat is de reden dat Hij hen verblindde, zodat ze Hem niet zouden herkennen. Hij kwam op zo'n nederige wijze en verblindde hen daardoor, opdat zij het niet zouden ontvangen, ziet u. De Schrift zegt dat ze zo zouden doen; en Hij verblindde hen – ze werden verblind. Jezus had zelfs zo'n medelijden met hen, dat Hij zei: "Vader, vergeef het hun. Ze weten niet wat ze doen." Zij waren blind. Paulus zei dat ze verblind waren voor een doel – voor ons.

115 Merk nu op, ik wil dat u hier heel goed op let. Hun werden gewaden gegéven. Zij hadden ze niet. Hun werden gewaden gegeven – witte klederen, aan elk van hen. Nu, de heiligen hebben nu... hebben er al een. Zij krijgen het hier. Maar daar werden hun gewaden gegeven, en de heiligen hadden de hunne reeds en waren heengegaan, ziet u? Zie, zij hadden geen kans, omdat ze verblind werden door God, hun eigen Vader, zodat de genade van God vervuld kon worden en de bruid genomen kon worden uit de heidenen. Is dat juist?

116 Laat me u hier een mooi beeld tonen in Jozef. Jozef, de Geest-man, de adelaar; hij werd geboren temidden van zijn broeders, evenals de ware gemeente is temidden van de andere, en hij kon dromen uitleggen en visioenen zien, en de rest van hen haatte hem. Zijn vader had hem lief. Merk dan op, hij was verstoten door zijn broeders – niet door zijn vader. Verstoten door zijn broeders, en werd verkocht voor bijna dertig zilverlingen; geworpen in een put en verondersteld dood te zijn, opgenomen en gezet aan de rechterhand van Farao. En omdat hij werd verstoten door zijn broeders, (ziet u?) werd hem een heidenbruid gegeven.

     [Tweede kant van de band, een deel van de boodschap is niet opgenomen – Vert]

117 ... van de jongste naar de oudste, om de zegening van de Joden terug te brengen... van de Joden naar de heidenen. Ziet u? Kruiste zijn handen naar de jongste zoon, welke de jongste gemeente is om in te gaan. De moedergemeente stond in de zon, ze bracht deze baby voort. En merk op, om hem te krijgen, kruiste Israël zijn handen in dit type, en Jozef... Die beide kinderen hadden een heidense moeder. De bruid van Israël destijds, werd gekruist van het oude Orthodoxe naar de Christelijke wijze door de Heilige Geest die Israëls handen kruisten. Hij zei: "God heeft mijn handen gekruist." Hij had er niets mee te maken.

118 Merk op. Toen nam Jozef, verworpen door zijn eigen broers, zijn eigen volk, een heidenbruid. Precies hetzelfde als wat Jezus deed: verworpen door de Joden, nam Hij een heidenbruid. Nu, laat ons hier iets lezen. Ik heb een Schriftgedeelte opgeschreven, Handelingen 15; en o, dit is net iets wat... het is wat we hoe dan ook zouden moeten onderwijzen. Nu, ik geloof dat ik dit goed heb, ik geloof, Handelingen 15:14. In orde. Ik hoop dat dit goed is. In orde

     Simeon heeft verhaald hoe God... (Laten we bij vers 13 beginnen.)

     En nadat dezen zwegen, antwoordde Jakobus, zeggende:...

     Nu, zie wat er gebeurd was, zij waren naar de heidenen gegaan, (ziet u?) en er was onenigheid, omdat zij Joden waren. Ziet u

     En nadat dezen zwegen, antwoordde Jakobus, zeggende: Mannen broeders, hoort mij.

     Simeon... (dat is Simon Petrus) Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen voor Zijn Naam.

     Ziet u? De naam van mijn vrouw was Broy. Toen ik haar nam, werd ze een Branham. Jezus neemt Zijn gemeente, Zijn bruid, uit de heidenen. Het is de Bijbel, getypeerd – precies zoals Jozef was.

119 Nu, merk dit op: Nu, deze zielen onder het altaar, deze zielen, we begrijpen nu dat ze onder het altaar zijn, waarom ze gemarteld werden door zondige mannen zoals Eichmann, ziet u. Zij bleven standvastig (miljoenen van hen), maar zij bleven Joden.

     Nu, bedenk. Wat was het? Zij werden vermoord omwille van het Woord van God, niet voor het getuigenis van Christus. Begrijpt u dat? Maar onthoud, de gemeente kwam binnen – ook de martelaren van de gemeente – vanwege het Woord van God en het getuigenis van Jezus Christus. Hoevelen weten dat hier?

120 In orde nu, maar dezen hadden niet het getuigenis van Jezus Christus. "... om het Woord van God en om het getuigenis dat zij hadden." Dat zijn Joden! En Hitler haatte hen, en evenzo Eichmann en Stalin, en heel de rest van de wereld; maar zij bleven trouw aan wat zij geloofden. En ze doodden hen omdat ze Joden waren.

121 Wist u dat Maarten Luther ook ongeveer diezelfde gedachte had? Dat is de waarheid. Hij zei: "Alle Joden zouden moeten worden verbannen. Zij zijn antichristelijk." Ziet u? Maar hij was gewoon onder een andere bedeling, en zag het niet; hij zag het Woord niet. Nu komt het Woord der Waarheid naar voren.

122 Hoe zult u ooit Israël kunnen wegvagen? U kunt het niet. O, hoe kon die profeet daar die dag opstaan en zeggen: "U ziet eruit als een eenhoorn, Israël", toen ze aan het proberen waren hem de slechtste gedeelten ervan te tonen. Hij zei: "Wel, wie u zegent zal gezegend zijn, en wie u vervloekt zal vervloekt zijn." Dat is juist. O my! Hoe zult u het gaan doen?

123 Eens dacht men dat God het zou vergeten. Toen de profeet die donkere zaak zag opkomen voor de Joden, stond die man daar en het Woord van God werd in hem uitgestort, hij zei: "O Here, zult Gij Uw volk gaan verlaten?"

     Hij zei: "Wat ligt daar bij u?"

     Hij zei: "Een meetlat."

     Hij zei: "Hoe hoog is het tot de hemel? Meet het. Hoe diep is de zee?"

     Hij zei: "Ik kan het niet."

124 Hij zei: "Evenmin zou ik ooit Israël kunnen vergeten." Beslist niet! Hij zal haar niet vergeten. Hij moest Zijn eigen kind verblinden. Nu, denk daar aan! Zijn eigen kind verblinden om ons een kans te geven, en wij wijzen het af. Nu, maakt dat nu niet dat u zich ongeveer zo klein voelt dat u onder een betonblok zou kunnen kruipen met een tienliterhoed op zonder het te raken? Dat is tamelijk klein. O my!

125 Ja, zij hielden zich aan het Woord van God. Zij waren Joden. Ze hadden hun wet en zij bleven erbij. Herinnert u zich afgelopen avond, nu? Zij bleven daarbij. En zij waren Joden en zij hadden de wet, en de wet was het Woord van God. Zij bleven daar precies bij. Dat is juist. En om het getuigenis dat ze hielden werden zij gemarteld. En hier waren zielen onder het altaar, nadat de gemeente was heengegaan.

126 Nu, let op. Zij hadden in hun blindheid hun Messias gemarteld, en nu oogstten zij daarvoor. Zij beseften het. Zij herkenden het nadat het voorbij was. Zij zagen het toen zij voor het altaar van God kwamen. Maar nu is de genade van God op hen.

127 Let nu op, zij konden in geen geval heiligen zijn, omdat zij dan reeds bekleed zouden zijn; maar hier zijn zij nu, gewoon zielen onder het altaar om het Woord van God en het getuigenis dat zij hielden door Gods volk te zijn, de Joden. Maar let nu op. De genade van God komt tot hen, en Jezus geeft elk van hen een wit kleed (let op!) direct nadat de gemeente is heengegaan, omdat zij getrouw waren aan hun zaak en zij verblind waren en het niet wisten. Zij wisten het niet. Ze speelden precies de rol die God voor hen had beschikt om te spelen. En hier aanschouwde Johannes het, en zag de zielen onder het altaar. Nu let op. Hij ziet die zielen. Let op hoe hij hen noemt.

     Ze roepen uit: "Here, hoe lang nog?" Let op!

     "Nog een klein poosje langer." (Laten we dat nemen, wanneer we regelrecht door de Bijbel heengaan.)

128 Zij realiseerden zich dat ze hun Messias vermoord hadden, ziet u? En ze wisten het niet, maar toen werden zij het zich bewust. Zij werden op hun beurt vermoord om daarvoor te betalen, omdat zij het verkeerde gedaan hadden. En nu, kijk naar wat zij hadden te doen. Zie, ze waren schuldig aan moord, dus werden zij vermoord. Ze riepen het uit: "Zijn bloed kome over ons." Dat is juist. En ze werden verblind.

129 Nu, als ze niet verblind waren geweest, zou God gezegd hebben: "Laat ze gaan, ze zijn het niet waard." Maar daar zij verblind werden door God, strekte Zijn genade zich tot hen uit. Amen. Over verbazingwekkende genade gesproken! En aan ieder van hen werd een kleed gegeven, omdat gans Israël gered zal worden. Iedereen die zijn naam geschreven heeft staan. Dat is juist.

130 Jezus gaf hun gewaden, zoals Jozef deed aan zijn broers; een beeld. Kijk, toen Jozef daar stond, en toen hij uiteindelijk zichzelf bekend maakte daar bij het altaar, zijn eigen altaar, in zijn paleis, zijn troon, zei hij: "Laat iedereen mij verlaten." Zijn vrouw was daarginds in het paleis waar de bruid zal zijn. En hij zei tegen hen: "Kennen jullie mij niet?" Hier sprak hij nu in het Hebreeuws. "Ik ben jullie broer, Jozef." O my!

     Ze zeiden: "O, nu zul je ons krijgen."

131 "Wacht even, wacht even. God deed dat met een doel; Hij liet jullie mij verstoten om levens te redden." Glorie, daar bent u er precies. Hij zei: "Weest niet boos op jezelf." Herinnert u zich dat Jozef dat zei? Hij zei: "Wees niet boos op jezelf. Alles is nu in orde. Het is allemaal voorbij. God zond mij hier voor jullie uit."

132 Weet u, de Bijbel zei dat ze tegen Hem zouden zeggen wanneer ze Hem zouden zien komen: "Zeg, we weten dat U de Messias bent; maar hoe zit het met die littekens?"

     Hij zei: "O, ik kreeg ze in het huis van Mijn vrienden."

133 Vrienden! En dan zullen ze het beseffen, zij die over gebleven zijn, de 144.000. De Bijbel zegt dat zij het ene huis van het andere zouden scheiden en dagenlang zouden wenen en weeklagen en op en neer zouden lopen, zeggend: "Hoe hebben we dat kunnen doen? Hoe hebben we dat kunnen doen? Wij hebben onze eigen Messias gekruisigd!" Ze huilden zoals een huis zou doen om haar enig geboren zoon. "Hoe konden we dat doen?"

134 Die Joden, ze zijn het meest religieuze volk van de wereld. God koos hen, maar Hij verblindde hen om ons te nemen, en wij wijzen het af! Wat is het oordeel van de heidengemeente? Daar bent u er, ziet u? Opzettelijk door God verblind, zodat Hij ons, de bruid, kon krijgen voor Jezus – neemt hen daar uit. Ziet u, daar en vooraf getypeerd en alles.

135 Ziet u nu wie deze zielen zijn? Zij zijn niet de gemartelde heiligen. Zij zijn al weggegaan. Dat is juist. Merk op, ze waren... ze zijn al gegaan, ziet u? Dezen dus worden gewaden gegeven, elk van hen. En nu wil ik dat u dit opmerkt. Maar nu strekt Gods genade zich tot hen uit. Jezus geeft elk van hen een wit gewaad zoals Jozef zijn genade schonk aan zijn broers.

136 Let nu op. Ofschoon ze ook getracht hadden Jozef op te ruimen, kwam zijn genade echter regelrecht voor hen neer. "O, dat is allemaal juist. Dat is allemaal juist. Jullie bedoelden dat niet te doen. Maar zie, het was God die dat deed. God liet jullie dit alles doen zodat jullie mij konden afvoeren en mij hier konden brengen, zodat ik levens kon redden voor de mensen, deze heidenen hier, waar vandaan ik mijn vrouw kreeg. Ik zou geen vrouw gehad hebben als ik daarginds was gebleven. En ik heb mijn vrouw lief, en ze verkreeg mij deze kinderen, en nu kom ik om jullie allemaal te halen. Jullie zullen het ook allemaal goed gaan hebben. Ik zal jullie hier naartoe halen en we zullen allemaal tezamen wonen als één grote familie." Hij zei: "Eén ding wil ik vragen. Leeft mijn oude vader nog?" O!

137 Let op wat hij voor kleine Benjamin deed, die het beeld is van de 144.000, zoals we later zullen zien. Ziet u wat hij deed? Hij rende gewoon snel naar Benjamin, viel hem om zijn nek en begon hem te omhelzen. Zijn kleine broer die in het gezin geboren was, nadat hij was weggegaan, uit zijn eigen moeder, de eerste gemeente, de orthodoxe gemeente. De 144.000 werden in Zijn afwezigheid geboren, terwijl Hij weg was om een heidenbruid te ontvangen. O my! Doet dat u niet gewoon iets? Dus, ziet u wie zij zijn? Daar bent u er.

138 Merk op nu, hoewel ze getracht hadden Jozef uit de weg te ruimen, strekte zijn genade zich tot hen uit. Hoewel ze getracht hebben Jezus uit de weg te ruimen, komt Hij toch regelrecht terug, omdat zij blind waren, en Hij geeft elk van hen een wit gewaad. Hij gaat ze hoe dan ook thuis halen. Het maakt voor Hem niet het minste verschil, omdat Hij gezegd had: "Ik zal hen hoe dan ook redden."

139 Nu, vers 10. Merk op, zij riepen om wraak. Ziet u? Nu, als dat de bruid geweest was, zou het geweest zijn zoals bij Stefanus: "Vader, vergeef het hun", weet u wel. Maar zij zijn Joden die binnenkomen, ziet u. Zij vroegen om wraak.

     Merk op, opnieuw... ziet u? Opnieuw zei Hij... merk op, het is niet... Hij zei: "Het zijn uw broeders", de Joden. Nu, zij vroegen om wraak.

     Zij zeiden: "O, we willen dat u ons daarginds wreekt."

     Hij zei: "Nog een klein poosje nu, nog een klein poosje, want..." (Laat mij het hier lezen, het staat in het tiende vers.) Goed

     En zij riepen met grote stem, zeggende: Hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen?

     En aan een ieder werden lange witte klederen gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een kleine tijd rusten zouden,... (Ziet u? Let op.) ... een kleine tijd rusten zouden, totdat ook hun mededienstknechten... (Ziet u? Nu wat is het? De profeten prediken nu tot Israël.) ... hun mededienstknechten en hun broeders zouden vervuld zijn, die gedood zouden worden,... (Zie, degenen die voorbeschikt zijn om vermoord te worden) zoals zij.

140 Zie, met andere woorden, het is voor hen voorbeschikt. Het is de Bijbel, dat zij het moeten doen. Rust gewoon voor een korte tijd. Nu, jullie hebben jullie gewaden gekregen, en jullie gaan naar huis. Zit daar gewoon een korte tijd. Zie, wacht gewoon een beetje.

     Merk nu op. Let nu op. Uw broeders... uw broeders moesten nog gedood worden, wat betekent dat de 144.000 nog worden geroepen in de verdrukking, de 144.000 worden geroepen...

141 Ik wenste dat we tijd hadden. We kunnen het misschien morgenavond doen, zo de Here wil, net voordat we op een ander zegel ingaan. Dan... Let nu op... Ze moesten gemarteld worden door de antichrist – we zijn daar net door gekomen, merk op – op zijn laatste rit, als hij dat verbond breekt met de Joden daarginds, en daar gaat zij, ziet u? Deze Joden, 144.000, moeten eruit geroepen worden door de twee getuigen uit Openbaring 11.

142 Nu, u herinnert zich dat zij zouden profeteren. U hebt dat gelezen. Hoevelen hebben dat gelezen? Zeker, we zijn allemaal bekend met het lezen van de Schriften. En zij profeteren, deze twee getuigen profeteren in de tijd van Daniëls tweede helft van de zeventigste week. Dat is de laatste drieëneenhalf jaar.

     Herinnert u zich hoe we Daniëls zeventig weken doornamen? Ik zei dat we het nodig zouden hebben wanneer we hiermee zouden beginnen. Ik wist niet waarom, maar iets vertelde mij dat we het nodig zouden hebben, en hier zijn we er, ziet u. Merk op, in de tijd van Daniël...

143 Nu bedenk, Daniël werd verteld dat de Messias zou komen, (de vorst, de Messias, liever) en Hij zou profeteren. Israël restte nog 70 weken en in het midden van de zeventigste week zou de Messias afgesneden worden en het dagelijks offer worden weggenomen, (Is dat juist?) maar er waren nog steeds drieëneenhalve week beschikt. In deze tussentijd neemt Hij de heidenbruid. Nu, zij gaat omhoog, en als zij omhoog gaat komen er twee profeten tot Israël, ziet u.

144 En die zielen die gemarteld zijn in die tijd, werkelijke ware Joden in die tijd, zij hadden hun namen in het Boek, zij leefden een juist leven, en deden wat juist was, leefden stipt het Jodendom na: en zij werden gemarteld door Eichmann en vele anderen. Eerlijke mensen, miljoenen van hen daarginds en die Duitsers schoten hen dood, en vermoordden hen, en doodden ze, en hingen ze aan omheiningen, en verbrandden ze en cremeerden ze en zo meer. Die bloedloze, bloeddorstige Hitler, Stalin en Mussolini, en al die mensen die de Joden haatten.

145 Ik denk dat dat één van de dingen is die dit volk bijeen houdt, omdat zij altijd de Jood gerespecteerd hebben (dat is juist), hun een plaats hebben gegeven. Als u een Jood eert, zal God u eren. Nu, er is een stel Joden die afvalligen zijn, evenals er op dezelfde wijze heidenen zijn. Maar God plaatste de naam van de echte Jood in het Boek voor de grondlegging der wereld, en hier werd hij vermoord in deze tijd. En herinner u...

146 Denk er nu aan hoe volmaakt dit is. Vlak nadat die miljoenen afgeslachte Joden, onschuldige mensen, geslacht door de volkeren van de wereld... Hier zegt de Schrift, precies in deze tijd, dat elk van hen onder het altaar is en zich ervan bewust is geworden wat er gebeurd is; en hun worden witte gewaden gegeven.

147 En ze zeiden: "Kunnen we nu niet meteen naar het koninkrijk teruggaan?" Het Joodse koninkrijk zal gesticht worden op aarde, weet u. Johannes zei dat het koninkrijk in de hemel (ziet u) gesticht zal worden... Dit is het koninkrijk van het Evangelie, ziet u, maar het koninkrijk van de Joden zal gepredikt worden door die twee profeten. Dus merk op hier: het koninkrijk van de aarde. Het koninkrijk der hemelen wordt gepredikt door de Joden, of, ik bedoel, aan de heidenen. Het koninkrijk hier op aarde zal worden opgericht in het duizendjarig rijk, na het duizendjarig rijk voor de Joden. Nu, merk op. Merk dit nu op. Hier, terwijl ze aan het prediken zijn, (ziet u?) voordat deze profeten op het toneel verschijnen, wordt aan deze Joden die moesten sterven onder Eichmann en zo... wordt aan ieder van hen die is voorbeschikt, door genade een wit gewaad gegeven. Amen. Aan ieder van hen wordt een wit gewaad gegeven. Merkt u nu op wat er gebeurde? Zodra dat plaats vindt...

     Ik let op die klok daar achteraan en ik weet dat het laat wordt, maar ik wil niet... zie, ik merkte die arme kerels op die daar staan – God helpe u, broeders. Ik hoop dat aan ieder van u ook een wit gewaad gegeven wordt op die dag. Staande, steunend van het ene op het andere pijnlijke been, en sommigen van u hebben de hele dag gewerkt. Ik weet wat dat is. En kijk hier... En enige arme, oude vrouwen staan. Ik merkte sommigen van die mannen op, die hun zitplaatsen aan vrouwen gaven, en iemand anders geeft hem aan een kleine arme moeder met haar baby... En ik zie dat allemaal, en ik ben er zeker van dat Hij het ook ziet. Merk op, maar ik wil u niet al te lang houden. Als ik slechts gedaan kon krijgen dat u de Boodschap ziet; dat is alles wat ik wil dat u doet, ziet u.

     Nu, merk op. Deze Joden... Ik moet dit doen om u de openbaring van dit zegel te laten zien, te laten zien wat het is, deze zielen onder het altaar en wie ze zijn.

     Merk op nu, in de tijd van Daniël, nu, de tweede helft van de zeventigste week... Nu, herinner u, de Messias zou in het midden worden afgesneden. Dat is het midden. Wel, wat is de helft van zeven? Drieëneenhalf. Hoelang predikte Christus? [De samenkomst antwoordt: "Drieëneenhalf." – Vert] Juist, maar er was voor het volk bepaald wat? Nog drieëneenhalf jaar.

148 Maar gedurende deze tijd, wel, zie wat er gebeurd is, de heidenbruid wordt uitgekozen in de zeven gemeente-tijdperken en gaat op, en wanneer dat op die wijze gebeurt, komt God tot al die Joden die gemarteld werden aldoor, vanwege verblindheid (liggend onder het altaar) en zegt: "Ziet u wat het was? Nu, ik zal een ieder van u een gewaad geven."

     Zij zeiden: "Hoelang, Here? Gaan we nu binnen?"

     Hij zei: "Nee, nee, nee, nee. Uw mededienstknechten, de Joden, moeten nog een korte tijd lijden. Ze moeten gemarteld worden evenals jullie gemarteld werden. Het beest moet hen te pakken nemen wanneer hij zijn verbond breekt."

     Nu, merk op. En merk nu eens op... Nu, zoals u zich zult herinneren, deze profeten zullen profeteren overeenkomstig Openbaring 11 (u stak uw handen op dat u het had gelezen, zie) en hun werd macht gegeven. En we zullen binnen een ogenblik gaan uitvinden wie ze zijn, zo de Here wil. Merk nu op, wie deze profeten zijn. En nu, de Bijbel vertelt het hier. Zeker. Zeker, zie. Nu merk op, dat zij in het midden van deze drieëneenhalve week hier profeteren...

149 En Openbaring zegt hier dat ze twaalfhonderdzestig dagen profeteren. Nu, de reguliere Joodse kalender, de correcte tijd van Gods tijdsrekening heeft precies 30 dagen in een maand. Het is de Romeinse kalender die het in de war bracht. De correcte tijdsrekening is 30 dagen in een maand.

150 Nu, als u 30 dagen wilt nemen en het over drieëneenhalf jaar rekent, met steeds 30 dagen, zie wat u dan krijgt: duizend tweehonderdzestig dagen (1260 dagen); duizend tweehonderd en driemaal twintig dagen (60 dagen), precies drieëneenhalf jaar. Nu, u ziet dat er geen vergissing mogelijk is. Daar is het. Het past precies, zoals een zwaluwstaart ineen past. Merk op, de twee profeten predikten gedurende drieëneenhalf jaar tot de Joden. In die tijd worden de 144.000 eruit geroepen.

151 En merk dan op, deze twee profeten zijn precies Mozes en Elia. Kijk nu. Kijk naar hun bediening. Let op wat deze profeten doen. Zij hebben macht om de aarde met een plaag te treffen zo vaak ze willen. Wie deed het? Mozes. Ze hebben macht de hemelen te sluiten, en het regent niet in de dagen van hun bediening. Wie sloot de hemelen gedurende drieëneenhalf jaar? [De samenkomst antwoordt: "Elia." – Vert] Daar bent u er, dat zijn zij.

152 Zie, het is... wanneer de mens sterft, verandert zijn positie niet, verandert zijn aard niet, ziet u. Kijk, en toen... voordat... toen Saul was teruggevallen en er geen profeten in het land waren, kon hij er niet achter komen wat hij doen moest. Hij zag er geen gat meer in, en hij moest gaan strijden. Hij ging naar de heks van Endor. Nu, met slechts het bloed van stieren en bokken kon ze dit doen. En ze riep de geest van Samuël op; en toen Samuël opkwam, stond hij daar in zijn profetenmantel. Niet alleen dat, maar hij was nog steeds een profeet.

153 Hij zei: "Waarom riep je mij uit mijn rust, ziende dat je een vijand van God geworden bent?" Hij zei: "Morgenavond om deze tijd zul je in de strijd vallen, en morgenavond om deze tijd zul je bij me zijn", en dat is precies wat er gebeurde.

     Zie, niet alleen... Hij was nog steeds een profeet. En deze kerels zijn nog steeds profeten. Nu, we gaan hier wat dieper op in voor een paar ogenblikken, zo de Here wil.

154 O my, wat houd ik van dat Woord! Geen wonder dat de mens niet zal leven bij brood alleen, maar van elk woord dat de mond Gods uitgaat. Deze twee profeten zijn Mozes en Elia, overeenkomstig de werken die opnieuw herhaald worden. Dat is altijd hun bediening geweest. Nu merk op, evenals zij deden... dat veranderde hen niet.

155 Bedenk, deze mannen stierven nooit. Let hier even op. Nu, raak niet verward... Voordat we hier vandaan gaan, verwar Elia's bediening voor de vijfde maal niet met zijn vierde bediening. Ik heb u gezegd dat de heidengemeente uitziet naar Elia. Goed. En hier is hij bij de Joden. Bedenk, hij kan niet vier keer komen. Dat is het getal van de vijand. Het moet vijf zijn.

156 De eerste keer dat hij kwam, was hij Elia zelf. De volgende keer dat hij kwam, was hij Elisa. De keer daarop dat hij kwam was hij wat? Johannes de Doper. De volgende keer dat hij komt is als de zevende engel. En de vijfde keer dat hij komt, is hij met Mozes daarginds. Jazeker! Verwar hem niet.

157 Vijf, als u de numeriek van de Bijbel kent. Vijf is het getal van werkzame genade; en dat is wat Hij deed. Nu let op, als u wilt weten wat het is. Was Jezus een werker der genade? J-e-z-u-s – vijf; L-a-b-o-r (werken, is dat juist?) – werken uit liefde voor u. En als u tot Hem komt, hoe komt u? Door wat? Geloof [Faith], in werk [Labor] is dat juist? Labor is het getal van grace [genade]. In orde, voor de gelovige...

158 Merk op, de eerste Elia, dat was hij zelf. De tweede was Elisa. De derde was Johannes. De vierde was de zevende engel, ofwel de laatste boodschapper aan de gemeente, overeenkomstig Maleachi 4 en Openbaring 10:7. Nu, de vijfde keer is hij een boodschapper aan de Joden, aan de 144.000, aan de Joden nadat de gemeente is heengegaan.

159 Ik voel me gewoon een beetje vreemd, ziet u. Kijk, als sommigen denken... Ik wil dat u dit nu begrijpt. Als sommigen nog denken dat Maleachi 4, om de mensen te herstellen, hetzelfde is als wat hij ginds bij de Joden gaat doen, en u denkt dat het allemaal hetzelfde is, laat me dat dan even aan u verduidelijken. Het zou een beetje verwarrend kunnen zijn, want bedenk, in Maleachi 4 staat: "Het geloof der kinderen terugbrengen tot de vaderen." Ziet u, "terug tot de vaderen."

160 Nu, laat mij u nu het verschil in de bediening tonen. Als hij komt om het geloof van de kinderen terug te brengen tot de vaderen, zou hij Christus verloochenen. Hij zou terugkeren naar de wet. Is dat juist? De vaderen hielden de wet. Begrijpt u het?

161 Merk op, Elia, wanneer hij komt om zijn bediening te volvoeren in Maleachi 4 (ziet u?), zoals Maleachi 4, Elia was daar alleen. Maar toen hij kwam om te prediken tot de Joden van Openbaring 11, had hij Mozes bij zich. Er is dus geen verwarring, niet in het minst. Begrijpt u? Als Elia komt van Maleachi 4, is hij alleen. Elia zal... niet Elia, Mozes. Elia zal komen.

162 Maar dezelfde inspiratie die zei dat Elia zal komen voor dat laatste deel van het gemeente-tijdperk, om het geloof van de kinderen te herstellen tot het oorspronkelijke geloof der vaderen, het apostolische geloof, die verondersteld werden terug te gaan en de antichrist heeft hen er allemaal vanaf getrokken... om terug te herstellen, zoals heel de rest van de Schrift is samengevoegd. Ziet u? Hij komt dan alleen. Ziet u? Maar als hij komt tot de gemeente, de Bijbel... Als hij komt tot de 144.000, stelt de Bijbel duidelijk dat zowel hij... ze zijn met z'n tweeën – niet één, met z'n tweeën.

163 En zijn eerste bediening kon de Joden niet nemen en ze terugbrengen naar de wet, omdat hij Christus komt prediken tot de 144.000. Amen! Die Messias, die werd afgesneden. Amen! Dat is het! Dus verwar het niet. Het is niet verwarrend. De Schriften liegen niet, niet in het minst. Glorie! O, toen ik dat licht zag, toen...

164 Ik zei: "Dank u, Here", toen ik het daar zag plaatsvinden – deze Elia daar alleen tot dat eerste tijdperk zag wandelen. Toen was Hij alleen, en toen ik hem opnieuw zag komen, ergens anders, waren er twee daar. Ik zei: "Dat is het. Dat is goed. Dat is voldoende, Here. Amen. Nu zie ik het." Als ik het niet had genoemd, had het een beetje verwarrend voor iemand geweest kunnen zijn, maar Hij zei me het te noemen, dus deed ik het.

165 Merk op, deze mannen worden in leven gehouden door God vanuit hun oorspronkelijke bediening voor hun toekomstige dienst; zij deden het zo goed, ziet u? Bedenk slechts, die geest van Elia dient vijfmaal – Mozes, tweemaal. Let op, hield ze in leven voor verdere dienst. Ze waren nog geen van beiden dood. Gelooft u dat niet? Ze werden beiden levend gezien, sprekend tot Jezus op de Berg der Verheerlijking. Maar onthoud, ze moeten sterven.

166 Nu, Mozes stierf in werkelijkheid, maar hij herrees, omdat hij een volmaakt beeld van Christus is, ziet u. Niemand wist ooit waar hij begraven werd. De engelen kwamen en namen hem mee. Hij had engel-slippendragers. Waarom? Geen sterfelijk mens kon hem brengen waar hij heenging. Hij ging gewoon door een handeling, dat is alles. Hij had engelen als slippendragers, omdat ze hem brachten naar waar hij zou moeten zijn – niemand weet het. Zelfs tot Satan toe wist het niet; hij redetwistte erover met de aartsengel. Dat is juist. Hij kon niet begrijpen wat er met Mozes gebeurde: "Ik zie hem daar beven en over het land kijken, en terug kijken naar de kinderen, enzovoort; ik zag hem beven, maar hij stapte op de rots en dat was de laatste keer dat ik hem zag."

167 Dat is de Rots. Dat is de Rots. Laat mij staan op die Rots aan het eind van mijn weg. Jazeker! Mijn gekleurde broeder was gewoon hier te komen en een liedje te zingen

Als ik kon, zou ik zeker willen
Staan op die Rots waarop Mozes stond.

     Jazeker. O, dat is de Rots waar ik ook op wil staan; door geloof sta ik daar.

168 Maar bedenk, Elia, hij werd gewoon vermoeid, omdat hij een hoop werk in het vooruitzicht had; dus hij was behoorlijk uitgeput. En God zond hem een rit naar huis, dat is waar, zond een wagen. Is dat waar? Nam hem op. Hij stierf nimmer, omdat Hij hem in leven liet. Hij had een toekomstig werk voor hem. Liet hem ook een man zalven, zie – welke voortkwam in zijn geest, maar zij moeten de dood smaken. Nu, Openbaring, het elfde hoofdstuk. Laat ons gaan... ik ben hier hoe dan ook, laten we het aanroeren. Openbaring 11. Let op en zie of ze niet beiden gedood worden. Jazeker, zij moeten beiden de dood smaken. Jawel. Nadat hun bediening is beëindigd, smaken ze de dood. Openbaring 11, te beginnen bij vers 7

     En als zij hun getuigenis zullen geëindigd hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt, hun krijg aandoen... (O my, hij kan het niet uitstaan; die heilige rollers zijn weer terug. Ziet u, in orde.) ... dat uit de bodemloze afgrond opkomt, hun krijg aandoen, en het zal hen overwinnen, en zal hen doden. (Maar let op wat er gebeurde. Ze zijn volmaakt uitgebeeld nu.)

     En hun dode lichamen zullen liggen op de straat van de grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodoma en Egypte, alwaar ook onze Heere gekruisigd is. (Jeruzalem.)

169 Nu, zij moeten de dood onder ogen zien, nietwaar (Dat is zo), nadat hun bediening is beëindigd! Waarom? De bediening van de zevende engel, de bediening van de zevende engel – Elia's bediening tot de zevende engel... Waarom, liever (probeer ik te zeggen), waarom kon de bediening van de zevende engel niet door Mozes komen, als hij onsterfelijk is, net zo goed als dat het door Elia kon komen? Waarom zond God hem niet gewoon en zei: "Elia, jij hebt al zo hard gewerkt en zo, op al deze verschillende plaatsen, Ik geloof dat Ik Mozes maar naar beneden zal zenden." Waarom?

170 Kijk naar Mozes' bediening. Elia was een profeet voor alle volkeren, maar Mozes was een wetgever voor de Joden alleen. Mozes zegt... de reden dat hij met Elia komt...

     Die Joden zeggen: "Wacht, we houden nog steeds de wet hier." Maar hier staat Mozes zelf, en hier staat Elia bij hem. Zie, hij komt alleen tot de Joden. Ziet u, Mozes ging alleen naar de Joden. De profeet Elia was voor alle volkeren, maar Mozes werd een profeet voor de Joden, en een wetgever, ziet u. Dat was zijn boodschap – de wet.

171 Maar wat was Elia's boodschap? – aan kortgeknipte vrouwen, denominaties. Jazeker, en hij scheurde ze werkelijk aan stukken – beschilderde gezichten. Vertelde hun dat ze aan de honden gevoerd zouden worden. Hij ging werkelijk tegen hen tekeer.

172 En dan toen zijn geest op Johannes kwam, kwam hij regelrecht uit de woestijn en deed hetzelfde. Juist. Hij zei: "Denkt gij niet: 'We behoren bij dit of dat.' God is bij machte uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken." Liep langs de weg en zei: "Wilt u mij vertellen dat u uw eigen zwager trouwde?"

     Hij zei: "Het is niet wettig dat u dat doet." Broeder! Hij vertelde het haar. Zeker.

     Merk op, deze zielen moeten een kleine tijd wachten tot de 144... gemarteld zouden worden. O, voegt dat niet gewoon de Bijbel samen?

     Mijn tijd is nu precies om, als ik u een beetje vroeg wil laten gaan, maar ik heb nog een paar dingetjes te zeggen, als u het kunt volhouden. Ik weet dat het heet is, en ik ben bezweet, maar luister. Ik heb u nog iets te vertellen; het is gewoon zo goed, het brandt gewoon in mijn hart. Ik hoop dat u het niet hebt vergeten, ziet u.

173 Laat me dit zeggen in de tegenwoordigheid van Hem. Door Zijn genade liet Hij mij niet lang geleden ook mijn mensen zien in witte gewaden. Herinnert u het zich? Herinnert u zich het verhaal? Niet lang geleden, de heidenbruid... Zij zijn daar nu. Zij waren allen in witte gewaden.

174 Ik werd wakker. Ik was in een samenkomst geweest. Het is ongeveer een jaar of iets langer geleden gebeurd. Ik werd wakker op een morgen, en ik kwam overeind en ik zei: "Lieveling", tegen mijn vrouw. Ze bewoog zich niet. De kinderen... Ik moest opstaan en ze naar school brengen – precies hier in het oude huis. Wel, ik kwam overeind in bed, weet u, en leunde... U weet hoe je overeind gaat zitten en je hoofd achterover laat leunen tegen het hoofdeinde. (We hebben een van die ouderwetse bedden.) En dus leunde ik achterover op die wijze.

     Ik dacht: "Jongen, je bent al 53. Als je nog iets voor God wilt doen, kun je het maar beter doen, omdat je over een poosje gewoon te oud zult zijn."

175 Ik dacht: "Weet je, dat is waar." Ik dacht: "Jongen, weet je. Ik ben er niet ver vandaan. Ik zal vrij spoedig moeten heengaan." Ik zei: "Dat is al een jaar ouder dan mijn vader geworden is." Ik dacht: "Ik zal vrij spoedig moeten heengaan." Ik dacht: "Weet je, ik heb tot nu toe nog niets voor God gedaan; ik heb altijd iets voor Hem willen doen." Ik dacht: "Ik moet me haasten en het snel doen, als ik het wil doen, maar ik weet niet hoe ik het zal doen, dat is alles."

176 Ik dacht: "Man, ik hoop lang genoeg te leven om Zijn komst te zien. Ik wil geen spook of een geest zijn." (Ik was altijd bang voor een geest.) En ik... weet u, ik had zo'n soort gedachte dat ik broeder Neville zou ontmoeten en hij zou een kleine, witte wolk zijn die rondging, weet u, en ik zou zeggen: "Hallo, broeder Neville."

177 En hij zou zeggen: "Hallo, broeder Branham." met een of ander zintuig; hij zou niet kunnen spreken. Maar ik zou gewoon weten dat het broeder Neville was. Ik zou zijn hand willen schudden zoals ik altijd doe, want dat is alles wat ik weet, wat menselijke wezens betreft. Zie, ik zou zijn hand willen schudden, maar hij zou geen hand hebben. Die is daarginds in het graf weggerot, ziet u?

178 Ik dacht: "My, ik hoop dat ik daar niet doorheen hoef." Ik zal u de waarheid vertellen. Ik was bang om te sterven; niet bang dat ik verloren zou zijn, maar ik wilde geen geest zijn. Ik wilde een mens blijven. Ik wilde wachten op de opname, ziet u. Ik wilde gewoon zo blijven. Ik wilde geen geest zijn en zo rondgaan.

179 Dus toen ik daar lag, daaraan denkend, gebeurde er plotseling iets. Nu, weet u, u allen bent op de hoogte van de visioenen; en als dit een visioen was, dan had ik er nooit één zoals deze gehad, en ik heb ze gekregen sinds ik een heel kleine jongen was. Toen plotseling gebeurde er iets, en ik voelde mezelf weggaan. Ik dacht: "O, o!" Ik dacht: "Ik ben al overleden, en ik ben heengegaan." Ziet u? En ik kwam tot een plaats, en ik dacht: "Ik geloof dat ik eens terug zal kijken."

180 Het was gewoon zo werkelijk, vrienden, als dat ik hier voor u sta. En ik keerde me om, om achterom te kijken, en daar lag ik op het bed. Ik lag uitgestrekt, liggend naast mijn vrouw.

     Ik dacht: "Wel, het was vermoedelijk een hartaanval." Ziet u? Ik dacht: "Wel, ik stierf gewoon ogenblikkelijk", wat een fijne manier van heengaan zou zijn. Dus ik dacht: "Dat is een hartaanval. Ik hoefde niet te lijden." Ik keek en ik dacht: "Wel, dat is vreemd, daar lig ik, en hier sta ik."

181 Dus draaide ik me om, en het zag eruit als een enorm groot... als een groot uitgestrekt veld of iets, een groot uitgestrekt grasveld. En ik zei: "Wel, ik vraag me af wat dit is." En plotseling, terwijl ik keek, kwamen er duizendmaal duizenden jonge vrouwen aan, allemaal in witte gewaden, met het haar hangend tot op hun middel, barrevoets, en ze renden regelrecht op mij af.

182 Ik dacht: "Wat is dit nu?" Ik draaide me om, en ik keek achterom en daar lag ik. Ik keek op naar deze kant en daar kwamen ze. Ik beet in mijn vinger. Ik zei: "Ik ben niet echt in slaap", maar ik kon voelen. Ik zei: "Wel, iets is hier vreemd", en deze vrouwen kwamen allen aanrennen. En ik zag nimmer zulke mooie vrouwen, en ze kwamen allemaal recht op mij af. En toen ze naar mij toe renden. U weet, hoe ik ben geweest, een soort van... Ze noemen mij een vrouwenhater, maar ik ben het niet, ziet u. Ik vind gewoon dat een goede vrouw een juweel is. Maar ik vind dat één die niet goed is, zoals Salomo zei, "water in je bloed" is, dus ik moet zeker niets hebben van een slecht bekendstaande vrouw of een wijsneus.

183 En zo kwamen al die vrouwen eraan en ze begonnen hun armen om me heen te slaan. Nu, dat is ongewoon. U weet dat ik dat niet zou nemen. Dus... en ze waren... Nu, ik moet dit gaan zeggen op een wijze... Ik ben in een gemengd gezelschap; maar zij waren vrouwen. Zij waren vrouwen, en ze omhelsden me, elk van hen, en zeiden: "Onze dierbare broeder." De één wilde me omhelzen, vervolgens wilde de andere me omhelzen.

184 Ik stond daar te kijken, en ik dacht: "Welnu, wat is dit?" Ziet u? Ik stond daar gewoon. Ik dacht: "Wat is er gebeurd?" Ik keek terug naar beneden; daar lag ik daar beneden op het bed; en hier stond ik. Ik dacht: "Nu, dat is eigenaardig. Ik begrijp het niet." Die vrouwen al maar roepend: "O, onze dierbare broeder", en mij omhelzend. Nu, ze voelden helemaal als vrouwen aan.

185 Vergeef me nu zusters, als ik dit zeg, omdat... maar u luistert ook naar uw dokter; en als we geen reine gedachten hebben, dan zijn we geen Christenen. Het maakt me niets uit. Ik heb altijd zuiver geleefd; God weet dat. Toen ik een kleine jongen was, vertelde de Engel van de Here me, mijn lichaam niet te bezoedelen, te roken of te drinken, en dat is waar geweest. Door de genade van God, heb ik dat gehouden. Toen ik een zondaar was, liep ik niet achter de vrouwen aan.

186 Maar iedere man die toelaat dat een vrouw hem omhelst (hij is opgebouwd uit mannelijke cellen en zij uit vrouwelijke) dan wekt het een gevoelen op. Het kan me niet schelen wie u bent, en zeg me niet dat u zo niet bent, als u een gezond persoon bent. Maar daar was het niet, omdat u daar geen verschillende cellen meer hebt. U zult daar nooit zondigen. Daar was een verandering. Daar is niets anders dan gewoon een broederlijke liefde voor die vrouwen.

     En ofschoon wat bevalligheid betreft het aanzien waard, denk ik dat een vrouw, een aardige vrouw die zich juist gedraagt en wandelt als een dame, het voorbeeld is van een juweel op aarde. Ik houd van alles wat gracieus is. Ik vind dat een vrouw die op haar plaats staat en die tracht een dame te zijn een toonbeeld van eer is. Ik geloof dat zeker, en ik vind dat wanneer het niet zo is, dat het net is als de Christus en de antichrist, dezelfde zaak. Ik houd van alles wat natuurlijk is...

187 Zoals een mooi paard, en wanneer hij gewoon staat als het beeld van een echt mooi paard, of zoiets als dat. Een mooie berg, mooie vrouwen, knappe mannen, alles wat staat zoals God het maakt, heb ik altijd bewonderd; en dezen waren volmaakt. Maar onverschillig hoezeer ze me in hun armen sloten en ze vrouwen waren, begrijpt u, kon er daar echter nooit enige zonde zijn. De mannelijke klieren en de vrouwelijke klieren waren beide verdwenen. Dank de Here. Ze waren volkomen mijn zusters.

     Ik keek en ik begon te... Ik keek naar mijn handen. Ik zag dat ze allemaal zo jong waren en ik keek; ik was ook jong. En ik verloor als jongeman mijn haar, omdat er karbolzuur op gedaan werd; een kapper deed het, en het viel helemaal uit toen ik nog maar een knaap was; en het is altijd zo met mij geweest dat ik snel kou vat, omdat mijn schedelhuid nog steeds zacht is, weet u, en de wortels van mijn haar zijn er nog, maar het werd verbrand door karbolzuur, en het haar kan nooit meer groeien, ziet u.

188 Ik ging uit; mijn vrouw nam vele jaren geleden een haarstukje voor mij om te dragen – een klein haarstukje om op te zetten en mijn hoofd te bedekken, maar ik schaamde me altijd om het te dragen, omdat het me leek alsof het iets onechts was en ik wilde niets onechts. Dus ik dacht: "Ik zal een doodgewone hoed opzetten." Dat deed ik een poosje en weet u wat ze toen deden? Ze begonnen me "Bisschop" te noemen en ze zeiden dat ik een ...?... wilde zijn. Ik zei gewoon: "Laat haar gaan", dus ik leed gewoon een zware verkoudheid en liet het...

     Maar, u kunt één van die ramen of zo openzetten en een klein luchtvlaagje erdoor naar binnen laten komen – jongen, ik heb het te pakken.

     Ik ging naar een dokter en vroeg hem wat hij er van dacht. Hij zei: "Wel ziet u, uw poriën zijn open. U zweet van het prediken. Die wind komt; het legt een kiem tot kouvatten hier in het slijm, en het slaat op uw keel. De volgende morgen bent u schor. Dat is het." En dus...

     O my, jullie makkers die haar hebben, jullie weten niet hoe dankbaar je moet zijn. Dat is zo. Ik ontdekte toen... Eén dezer dagen, als ik mijn tanden niet meer heb, zal ik er een paar moeten nemen, en dus... of het maar zonder doen.

189 Dus, als een man... als een man... Ik denk niet dat het iets meer uitmaakt voor een man als hij een haarstukje zou willen dragen, dan het voor een vrouw uitmaakt om één van die 'muizen' of 'ratten' te dragen, of wat ze zo in hun haar stoppen om het op te steken, ziet u? Maar natuurlijk, als u het doet, hangt het er vanaf waarom u het doet, ziet u? Het hangt er vanaf waarom u het doet. En dus...

190 Maar hoe dan ook, toen ik daar stond, voelde ik, en ik had mijn haar opnieuw. My, ik was jong, en al deze jonge... Ik dacht: "Wel, is dit niet vreemd? Hier zijn ze", en ze liepen allemaal... En ik keek wie er kwamen en ik zag Hope eraan komen. Ze keek... U weet, ze stierf toen ze 22 was. Ze was nog even mooi als altijd. Velen van ons herinneren zich haar – die grote donkere ogen. Ze was van Duitse afkomst – haar zwarte haar neerhangend op haar rug.

     Ik dacht: "Nu, als ze hier is zal ze zeggen: 'Bill.' Ik weet dat ze dat zal doen. Ik weet dat ze 'Bill' zal zeggen als ze hier komt." Ik sloeg het gade en al deze vrouwen die eraan kwamen omhelsden me en zeiden: "Onze dierbare broeder, we zijn zo blij je te zien."

     Ik dacht dat ze ieder hetzelfde gekleed waren, maar ze hadden hun haar anders – weet u – rood haar en zwart haar en blond haar, en ze kwamen naderbij, maar ze waren allemaal jong. En toen zij naar me toekwam, dacht ik: "Ik zal eens gaan zien wat ze zegt." En ze keek naar me op en zei: "O, onze dierbare broeder." Ze omhelsde me en ze ging gewoon verder. Een andere vrouw kwam en omhelsde mij vervolgens.

191 Ik hoorde een geluid, en ik keek opzij, en hier kwam een groep mannen – jonge kerels, allen in de leeftijd van ongeveer twintig jaar. Zij hadden donker haar en blond haar, en ze hadden allen witte gewaden aan en waren blootsvoets, en ze renden naar me en begonnen me te omhelzen en te roepen: "Onze dierbare broeder."

192 Ik dacht... en ik keek achterom, en daar lag ik nog steeds. En ik dacht: "Nu, dit is vreemd." En juist toen begon er een stem tegen me te spreken, en ik zag die stem nooit. Deze sprak: "U bent vergaderd... U bent vergaderd tot uw volk." Toen namen enige mannen mij op en zetten me op een of ander groot hoog ding zoals dit.

     Ik zei: "Waarom deden jullie dat?"

     Ze zeiden: "Op aarde was u een leider."

     En ik zei: "Wel, ik begrijp dit niet", en die stem sprak tot mij. (Nu, ik kon de stem nooit zien. Het was net boven me, sprekend tot mij.) Ik zei: "Wel, als ik ben heengegaan, wil ik Jezus zien." Ik zei: "Hij was zo... Hij was mijn hele leven, ik wil Hem zien."

193 En dus, hij zei: "Je kunt Hem nu niet zien. Hij is nog hoger." Zie, het was nog onder het altaar – de zesde plaats waar de mens heengaat, ziet u – niet de zevende waar God is, de zevende dimensie, maar de zesde. En ze waren daar allen en ze gingen voorbij, en het leek alsof er werkelijk miljoenen van hen waren. Ik zag nooit... En ik zat daar. Deze vrouwen en mannen gingen nog steeds voorbij, omhelsden mij en noemden mij broeder.

194 Ik zat daar, en toen zei een stem: "Je bent tot je volk vergaderd, zoals Jakob vergaderd werd tot zijn volk."

     Ik zei: "Zijn al deze mensen mijn volk? Zijn dit allen Branhams?"

     Hij zei: "Nee, het zijn uw bekeerlingen tot Christus."

     Ik keek rond, en daar kwam een werkelijk knappe vrouw aanlopen. Ze leek heel... ze waren allen ongeveer hetzelfde. Ze sloeg haar armen om me heen en zei: "O, mijn dierbare broeder." Ze keek naar mij.

     Ik dacht: "My, ze ziet eruit als een engel." Ze ging voorbij, en die stem zei: "Herkende je haar niet?"

     Ik zei: "Nee, ik herkende haar niet."

195 Hij zei: "U leidde haar tot Christus toen ze voorbij de negentig was." Hij zei: "Weet u nu waarom ze zoveel van u denkt?"

     Ik zei: "Dat aardige meisje was de negentig gepasseerd?"

     Hij zei: "Ja. Ze kan nu nooit meer veranderen. Dat is de reden dat ze zegt: 'Dierbare broeder.'"

     Ik dacht: "O my, en ik was hier bang voor. Wel, deze mensen zijn echt." Ze gingen niet overal maar heen. Ze waren niet vermoeid daar te zijn. En ik zei: "Wel, waarom kan ik Jezus niet zien?"

196 Hij zei: "Welnu, Hij zal op zekere dag komen, en Hij zal eerst tot u komen, en dan zult u geoordeeld worden." Hij zei: "Deze mensen zijn uw bekeerlingen die u geleid hebt."

     Ik zei: "U bedoelt, dat, omdat ik een leider geweest ben, Hij mij zal oordelen?"

     Hij zei: "Ja."

     Ik zei: "Moet iedere leider op die wijze geoordeeld worden?"

     Hij zei: "Ja."

     Ik zei: "Hoe zal het zijn met Paulus?"

     Hij zei: "Hij zal ook geoordeeld moeten worden met de zijnen."

197 "Wel," zei ik, "als zijn groep binnengaat, zal de mijne ook binnengaan, omdat ik precies hetzelfde Woord gepredikt heb." Ik zei: "Waar hij doopte in Jezus' Naam, deed ik het ook. Ik predikte..."; en miljoenen schreeuwden het uit, plotseling, en zeiden: "Wij rusten daar op."

     Ik dacht: "My, als ik dit slechts geweten had voordat ik hier kwam, dan zou ik gemaakt hebben dat de mensen hier kwamen. Zij kunnen zich niet veroorloven dit te missen. Wel, kijk hier..."

     En toen zei hij: "Op een dag zal Hij komen, en dan... Nu, hier eten, drinken noch slapen we; we zijn gewoon allen één."

198 Wel, het is niet volmaakt; het is meer dan volmaakt. Het is niet subliem, het is meer dan subliem. Er is geen naam voor, u kunt het niet bedenken... Er zijn geen woorden voor in het woordenboek om het te zeggen. U bent gewoon aangekomen, dat is alles. En ik dacht: "Wel, dit zou volmaakt zijn. En dan, wat zullen we verder gaan doen?"

199 Hij zei: "Dan, als Jezus komt, dan zijn we... en Hij oordeelt u voor uw bediening, dàn gaan we terug naar de aarde en nemen lichamen aan." (Wel, ik dacht er toen nooit over, maar dat is precies de Schrift.) Hij zei: "Dan gaan we terug naar de aarde en nemen lichamen op; dan eten we. We eten noch slapen hier." Hij zei: "We eten daar beneden. Maar we gaan terug naar de aarde."

200 Ik dacht: "My, is dit niet wonderbaar!" O, en ik was er bang voor. Waarom was ik bang om dood te gaan, om tot dit te komen? Wel, dit is volmaaktheid, plus volmaaktheid, plus volmaaktheid. O, dit is wonderbaar.

201 Zie, we waren precies onder het altaar. Dat was het. We waren precies onder het altaar, wachtend op de komst, (ziet u?) wanneer Hij degenen zou halen die slapende waren – hun lichamen slapend in het stof, om ons weer op te wekken. Hij komt langs, wekt ons op – zoals Jezus door het Paradijs kwam en Abraham, Izaäk en hen allemaal ophaalde, weet u, die wachtten in de eerste opstanding. Ze gingen de stad binnen en verschenen aan velen – volmaakt Schriftuurlijk. Er was daar een visioen of wat het ook was, het was volmaakt Bijbels.

202 En ik zei: "Wel, is dit niet wonderbaar!" En toen dacht ik: "Is dat niet wonder...?" En ik hoorde iets hinniken, zoals een paard. En ik keek, en mijn kleine rijpaard, waarop ik gewoon was te rijden, kleine Prins (ik dacht zoveel aan hem), stond hier bij mij en legde zijn kop over mijn schouder om mij te liefkozen – zoals wanneer ik hem suiker gaf, weet u. Ik legde mijn arm om hem heen. Ik zei: "Prins, ik wist dat je hier zou zijn."

203 Ik voelde iets mijn hand likken. Daar was mijn oude jachthond. Toen Mr. Short daarginds hem vergiftigde, zwoer ik dat ik Mr. Short daarvoor zou vermoorden. Ik was ongeveer zestien jaar oud. Hij vergiftigde hem met hondenvergif. Mijn vader betrapte me terwijl ik met een geweer op weg ging om hem neer te schieten, regelrecht op het politiebureau. En ik zei: "Ik zal hem vermoorden." Ik zei: "Wel..." Ik ging naar het graf van mijn hond. Ik zei: "Fritz, je bent als een kameraad voor me geweest. Je hebt me vergezeld en me naar school gebracht, en als je oud werd, zou ik voor je zorgen; nu hebben ze je vermoord." Ik zei: "Ik beloof je, Fritz, dat hij niet zal blijven leven." Ik zei: "Ik beloof je dat hij niet zal blijven leven. Ik zal hem eens op straat pakken, als hij wandelt; dan rijd ik dwars over hem heen." Ik zei: "Ik zal hem wel krijgen terwille van jou."

     Maar weet u wat? Ik leidde de man tot Christus, doopte hem in Jezus' Naam, en begroef hem bij zijn dood. Ik werd bekeerd ongeveer een paar jaar daarna. Ik zag de dingen toen anders. Ik had hem lief in plaats van dat ik hem haatte.

204 Dus toen, maar hoe dan ook, daar was Fritz en hij stond daar aan mijn hand te likken. En ik keek... Ik kon niet huilen. Niemand kon huilen. Het was alles vreugde. Men kon niet bedroefd zijn, omdat het alles geluk was. Men kon niet sterven, omdat het alles leven was, ziet u. Men kon niet oud worden, omdat het alles jeugd was. Het was gewoon volmaakt. Ik dacht: "Is dit niet wonderbaar?" En de miljoenen... O wonderbaar! Ik was helemaal thuis, ziet u.

205 En net toen hoorde ik een stem die het uitriep en zei: "Alles wat u ooit liefhad..." (Beloning voor mijn dienst.) Ik heb geen beloning nodig. Hij zei: "Alles wat je ooit liefhad, en alles dat jou liefhad, heeft God je gegeven."

     Ik zei: "Prijs de Here." Ik voelde me vreemd. Ik dacht: "Wat is er aan de hand? Ik voel me vreemd." Ik draaide me om en keek, en op het bed bewoog mijn lichaam. Ik zei: "O, ik hoef toch zeker niet terug te gaan. Nee, laat me niet gaan." Maar het Evangelie moest gepredikt worden. In slechts een seconde was ik weer op bed, zie, op die wijze.

     Niet meer dan twee maanden geleden, dat... U hoorde of las het in "De Stem" van de Zakenlieden. Het ging over de hele wereld, zie. En broeder Norman, van hier – ik veronderstel dat hij hier ergens is vanavond – hij nam het daaruit over en zond het als een pamflet rond. Het ging overal heen. En predikers schreven erop, velen van hen en zeiden... Eén hier dat... ik zal deze ene vertellen. Er zijn er honderden, natuurlijk.

206 Deze ene man zei: "Broeder Branham, uw visioen in 'De Stem' van de Zakenlieden..." En ik waardeer Tommy Nickels. Alhoewel hij niet meer bij de Zakenlieden is (Ik weet niet waarom, maar hij is er niet meer bij), maar hij zette het daar precies juist in. Toen ik zei... precies daar in dat drieëenheids-tijdschrift, zei hij: "Waar Paulus doopte in Jezus' Naam en de mensen gebood hetzelfde te doen, heb ik hetzelfde gedaan." Ziet u? Hij zette het er precies in zoals het was.

207 En toen dacht ik dus: "My!" En deze predikant schreef erop en zei: "Broeder Branham, uw visioen..." daar het een visioen geweest kon zijn. Hij zei... Nu, ik wil niet zeggen een opnemen in de hemel. Als ik was opgenomen in deze eerste hemel en dat zag, wat dan van Paulus te zeggen, die regelrecht werd opgenomen tot in de derde hemel? Wat dat... Hij zei dat hij er zelfs niet over kon spreken (ziet u?) als hij opgenomen was geweest. Of het een opnemen was, ik weet het niet, ik kan het niet zeggen. Ik zou het u niet kunnen vertellen.

208 Maar deze predikant zei: "Broeder Branham, uw visioen klonk erg Schriftuurlijk en in orde, totdat u erover sprak dat daar een paard was." Hij zei: "Een paard in de hemel?" Hij zei... Nu, zie die kerkelijke mensenwijsheid, verstand, ziet u? Hij zei: "De hemel werd gemaakt voor mensen, niet voor paarden."

209 Wel, ik ging zitten. Billy, mijn zoon, legde de brief regelrecht hier in het oude kantoor van de gemeente, ongeveer drie of vier maanden geleden. Ik zei: "Mijn dierbare broeder, ik ben verrast over uw wijsheid en uw kennis van de Bijbel. Ik zei niet dat ik in de hemel was. Ik zei dat ik in een plaats was zoals het paradijs, omdat Christus daar nog boven was." Ziet u. "Maar", zei ik, "als het u tevreden zou stellen, sla dan eens Openbaring 19 op. Wanneer Jezus uit de hemelen der hemel komt, rijdt Hij op een wit paard, en al de heiligen met Hem rijden op witte paarden." Juist, absoluut. Absoluut. En daarboven op dezelfde plaats, daar was er één gelijkend op een adelaar, en één gelijkend op een rund...

     O my! Waar zijn die paarden die kwamen om Elia te halen? Dit toont u gewoon, ziet u, dat het menselijk verstand gewoon iets wil hebben om op af te geven. Dat is waar.

210 Nu merk op. Maar ik dacht, net zoals die dierbare godvruchtige broeder, Johannes... (Ik dacht gewoon dat dit een goede plaats was om dat er bij te halen, net voor het slot, ziet u.) Als Johannes daarginds keek, en zij zijn broeders waren, ziet u, zijn broeders die een weinig moesten lijden, dan, ziet u, stond de Here God mij toe mijn broeders te zien en de heiligen die wachtten op het komen van de Here.

211 Merk op, zij waren niet onder het offeraltaar. De mijnen waren daar niet, maar dezen waren daar. Zij waren martelaren, ziet u. De mijnen waren niet onder het martelarenaltaar. Nu, ik wil dat u werkelijk heel nauwgezet luistert. (Nu, ik zal sluiten, eerlijk, over tien minuten, om tien uur; als ik het moet afbreken, zal ik het morgen afmaken.) Zij waren niet mijn... diegenen die de Here mij toonde, de bruid, zij was niet onder het martelarenblok, nee – het offeraltaar der martelaren – maar had witte gewaden ontvangen door de vergevende genade van het levende Woord aan te nemen. Christus had hun een wit gewaad gegeven.

212 Ik denk niet, door de opening... Ik denk wel, liever gezegd, door het openen van dit vijfde zegel; ik geloof dat het voor ons geopend is. Ik deed het met een goed geweten, met zuivere openbaring voor God, niet proberend om het alleen maar te laten denken, omdat ik altijd tegen organisaties was en nooit tot ze wilde behoren, maar het is nu voor mij geopend.

213 En ik bedenk nog iets: door de opening van dit vijfde zegel in deze dag, wordt hier een leer recht getrokken waar ik over zou willen spreken, over zielenslaap. Nu, ben ik mij ervan bewust dat er hier mensen zijn die dat geloven, ziet u, in de zielenslaap. Ik denk dat dit het weerlegt. Zij slapen niet, ze zijn levend. Hun lichamen slapen, maar de ziel is niet in het graf. Zij zijn in de tegenwoordigheid van God onder het altaar.

214 Hier verschil ik met een dierbare broeder, een leraar. En ik weet, ik zie sommigen van zijn mensen hier zitten, en ik ben me er van bewust dat dit een groot leraar is. Hij is een dokter in de godgeleerdheid – Dr. Ds., en hij is een werkelijk goede man ook. Ik geloof dat hij inmiddels is heengegaan, maar hij was een goed mens en een goed schrijver. Het is broeder Uriah Smith, de schrijver van 'Daniël van Openbaring'.

215 Nu, tot u mensen die volgelingen van zijn leringen zijn, (ziet u) ik wil niet... Ik wil dit niet aanmatigend zeggen, maar ik wil gewoon... ziet u, broeder Smith probeerde het te ondersteunen; en trachtend zielenslaap te ondersteunen, beweert hij dat de ziel slaapt, en dat er geen offeraltaar in de hemel is – dat het enige altaar waarvan gesproken wordt, waarvan hij gelooft dat het in de hemel is, het reukofferaltaar is. Maar tot u, dierbare mensen, (en niet om te verschillen met mijn broeder, ik hoop hem te ontmoeten aan de andere kant, ziet u?) niet om van mening te verschillen met die grote leraar, maar gewoon om u te laten zien hoe dit dat weerlegt, ziet u? Het weerlegt het – de opening van dit zegel in deze laatste dag; het neemt gewoon regelrecht de zielenslaap weg. Ze zijn levend. Ze zijn niet dood.

216 Merk dit nu op. Nu, als er geen offeraltaar in de hemel is, waar ligt dan het offer voor de zonde, het Lam? Er moet een plaats zijn waar dat bloedig geslachte Lam ligt, waar het Bloed is.

217 Nu, de wierook was de welriekende stof die zij brandden, hetwelk, zoals de Bijbel zegt, de gebeden der heiligen waren. Als er geen offer op het altaar is, dan kunnen de gebeden niet worden ontvangen. Het is slechts door het Bloed op het offeraltaar dat de gebeden kunnen doorgaan tot God.

     Broeder Smith was verkeerd, ik wil het niet oneens met hem zijn. Ik denk dat ik mezelf duidelijk gemaakt heb, met broederlijke liefde en achting voor zijn grote werk, ziet u, maar hij was verkeerd.

     Het vijfde zegel heeft dat geopend, ziet u, en vele andere dingen, als u het heeft opgevangen. Zie, ik wacht op mijn vragen om dat te zien. In orde.

218 Nu, waar was de ark; het geslachte, gewonde, bloedende, bloedige Lam voor verzoening, voor deze welriekende gebeden? Merk op, de Bijbel zegt: "Als deze aardse tabernakel waarin wij wonen, wordt afgebroken, hebben wij er reeds een wachtend." Dat is het waar ik die heiligen gezien heb, ziet u.

219 Let er op als een baby... Neem mij opnieuw niet kwalijk zusters, voor dit openhartige spreken voor jonge zusters. Maar kijk, als een moeder zwanger is geworden, en dat kleine hoopje spieren draait en springt (u begrijpt het), is het een natuurlijk lichaam. En net zoals de natuur het natuurlijk lichaam vormt... Hebt u ooit naar uw vrouw gekeken voordat de kleine geboren wordt? Ze wordt altijd tegen het einde heel vriendelijk, lieflijk. Als ze het niet haar hele leven geweest is, zal ze het dan zijn. Hebt u ooit gemerkt hoe een soort heilig gevoel...

220 Merk een moeder op – en u ziet een of andere zondaar daarginds die gekheid maakt over een moeder die zwanger is. Ik denk dat dit belachelijk is. Dat is leven dat op de wereld komt. Maar merkte u op dat om die moeder heen een lieflijk gevoel schijnt te zijn. Wat is het? Het is een klein geestelijk lichaam – geestelijk leven, wachtend om in dat kleine lichaam te komen zodra het geboren wordt. Nu, het is slechts verwekt, maar als het geboren wordt, is het geboren. Het geestelijke lichaam verenigt zich dan met het natuurlijke lichaam.

221 En dan, de Bijbel leert dat we nu verwekt zijn door God. We zijn verwekt door de Heilige Geest, wat Christus in ons is – een zoon van God die in ons gevormd wordt. En als dit aardse lichaam wordt ontbonden, komt dit geestelijke lichaam vanuit het binnenste der aarde, er is een ander lichaam wachtend om het te ontvangen. Als deze aardse tabernakel wegvalt, is er een ander lichaam om het te ontvangen. Dit sterfelijke lichaam doet onsterfelijkheid aan. Dit aardse doet het hemelse aan. Ziet u wat ik bedoel?

     Er is een natuurlijk lichaam dat zondig is; maar in z'n maaksel precies eraan gelijk, is er een ander lichaam waar we naar toe gaan. En ik ben God zo dankbaar dat ik als uw herder en broeder kan zeggen, dat ik die mensen heb gezien, zo helpe mij, in dat lichaam, en ze aan heb geraakt met mijn handen. Dat is waar.

222 Merk op, let op. Kijk naar Mozes. Elia... Nadat Mozes was gestorven en Elia in de hemel was opgenomen, stond hij daar op de Berg der Verheerlijking, met zijn zintuigen van spreken, horen, begrijpen, en sprak tot Jezus voor de kruisiging. Nu, wat voor soort lichaam had hij?

223 Kijk naar Samuël. Na ongeveer twee jaar dood geweest te zijn, werd hij in die grot teruggeroepen die nacht, door de heks van Endor, en sprak tot Saul met een taal – hoorde Saul aan, sprak terug, en wist dingen vooraf die zouden gaan gebeuren; zijn geest was nog niet veranderd. Hij was een profeet.

224 Als Elia's geest op een mens komt, zal deze hem drijven als Elia. Hij zal naar de wildernis gaan. Hij zal van de wildernis houden. Hij zal een hater zijn van immorele vrouwen. Hij zal tegen organisatie zijn. Hij zal voor niemand uit de weg gaan. Dat zal zijn geest zijn. Het was telkens zo, als het kwam, ziet u. Mozes zal dezelfde persoon zijn.

225 Nu, we zien hetzelfde in Openbaring 22:8. Nu, of om het vast te stellen voor die zielen – let er nu op! – onder het altaar van het breken van dit zegel die gedood waren in de tijd tussen de dood van Christus en het opgaan van de gemeente (de Eichmanngroep en zij allen, die ware Joden met hun namen in het Boek), als u wilt opletten, mijn broeders, overeenkomstig de Schrift konden ze praten, het uitroepen, spreken, horen, en hadden alle vijf zintuigen – niet slapende in het graf, buiten bewustzijn. Ze waren heel erg wakker, en konden praten, spreken, horen of wat dan ook. Is dat juist? O, help ons!

226 Twee minuten! Amen. Het spijt me dat ik u een half uur hield. Nee, ik behoorde dat niet te zeggen. Maar kijk, hier is naar mijn beste begrip, het beste... en in overeenstemming met de openbaring die mij deze morgen door de Here Jezus Christus gegeven werd, even voor het daglicht, daar is het geopende vijfde zegel om aan te sluiten bij de andere vier. Door Zijn genade gaf Hij het aan mij, Zijn genade voor u en mij. We danken Hem ervoor, en met Zijn hulp, neem ik mij voor hier zo dicht bij te leven als ik kan leven, anderen lerend hetzelfde te doen, totdat ik Hem ontmoet met u in heerlijkheid, als alle dingen voorbij zijn. Ik heb Hem hier voor lief, en het is naar mijn beste weten ervan. Ik geloof waarlijk met heel mijn hart dat de ware openbaring van de openbaring van het eerste, tweede, derde, vierde en vijfde zegel nu voor ons open is

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst liefhad
En mijn redding kocht
Aan Calvarie's hout.

227 Nu, rustig, eerbiedig voor God, terwijl we zien dat dit zegel voor ons geopend is – God moest Zijn eigen geliefde kinderen nemen en hun ogen verblinden en hen wegzenden, omdat Zijn eigen rechtvaardigheid veroordeling van zonden eist. Denk daaraan! Zijn rechtvaardigheid en Zijn heiligheid eisen recht.

228 Een wet zonder straf is geen wet. Aan Zijn eigen wet, Hijzelf, kan Hij niet voorbijgaan en toch God blijven. Dat is de reden dat God mens moest worden. Hij kon geen vervangingsmiddel nemen – een zoon die niet... slechts een gewone zoon voor Hem, of iets dergelijks. God werd... Jezus werd zowel Zoon als God, de enige manier waarop Hij het rechtvaardig kon doen. God moest de straf zelf dragen. Het zou niet juist zijn het op iemand anders te leggen, een ander persoon. Dus de persoon van Jezus was God, gemanifesteerd in het vlees, genaamd Immanuël. En om dat te doen, en om een bruid te nemen, en om een stel verloren goddeloze heidenen te redden, moest Hij Zijn eigen kinderen verblinden, en ze er dan voor straffen, in het vlees, voor die verwerping; maar Zijn genade voorzag in gewaden. Maar het leven... Ziet u wat er gebeurt? En als Hij dat doen moest om ons een kans te laten hebben, hoe kunnen we dan deze liefdeskans versmaden?

     Als er vanavond in dit gebouw die persoon is, jong of oud, die tot op deze tijd deze gelegenheid versmaad heeft, die God zo'n prijs kostte, en u zou dat offer van God vanavond willen aannemen, dat... U hoeft, voor zover we weten, geen martelaar te worden, hoewel misschien wel, maar er is een wit gewaad voor u bereid. En als God nu aan uw hart klopt, waarom zou u het dan niet aannemen?

229 Nu, laat ons opnieuw onze hoofden buigen. Als die persoon of personen hier binnen zijn die dat verlangen, of het willen aannemen op grond van uw geloof in het vergoten Bloed dat God voor u moest vergieten, (Hij leed, meer dan enig ander sterfelijk wezen; er zou geen sterfelijk wezen geweest kunnen zijn dat zo had kunnen lijden), zodat Zijn eigen smart het water van Zijn bloed in Zijn aderen scheidde. Voordat Hij naar Calvarie ging, kwamen druppels bloed uit Zijn lichaam – met zo'n smart en een gebroken hart over wat Hij moest doen, maar ook geweigerd had kunnen hebben, maar wat Hij gewillig deed voor u en mij.

     Kunt u zo'n onvergelijkelijke liefde verwerpen? En u ziet dat nu, door de opening van deze zegels, datgene wat u gedaan hebt en wat God voor u gedaan heeft, en u bent bereid om uw leven aan God over te geven. En indien Hij u zal rukken uit de handen van de antichrist waarin u nu bent, zou u dan niet Zijn offer willen aannemen door slechts uw hand naar Hem op te steken en te zeggen: "God, hiermee geef ik te kennen dat ik dat offer van genade aanneem. En broeder Branham, ik verlang uw gebeden dat ik altijd getrouw zal blijven."

     Steek uw hand op, en ik zal bidden. God zegene u. God zegene u. Meen het nu. Doe het niet tenzij u het meent. En daar waar u zit, neem het daar aan; omdat, bedenk, u uw hand niet zou hebben kunnen opsteken tenzij iets u zei het te doen; en niets anders dan God zou dat gedaan kunnen hebben.

     U ziet nu dus de Schrift zich zo volkomen ontvouwen. U ziet wat er door de eeuwen heen gaande geweest is, en in de laatste paar jaren, twintig of dertig jaar, u ziet het volkomen betuigd. U ziet de Schrift precies vertellen wat er gebeurd is en wat er staat te gebeuren. Zeg dan, op grond van het geloof in het werk van Christus, daar waar u nu zit en uw hand hebt opgestoken: "Van dit ogenblik af staat het vast. Ik neem Christus nu aan als mijn Redder, en ik zal de rest van mijn leven voor Hem leven en ik verlang ernaar dat God mij vult met de Heilige Geest."

     Als u niet gedoopt bent in de Naam van Jezus Christus, zal het doopbasin op u wachten. Laat ons bidden.

     Here God, er was een groot aantal handen onder de mensen, dat omhoog ging. En ik ben er zeker van dat U precies dezelfde Here Jezus bent die de verzoening voor ons vele jaren geleden tot stand bracht. En ziende dat deze zegels worden geopenbaard, en de grote dingen die hier in de laatste jaren hebben plaatsgevonden, geloof ik met mijn gehele hart dat de deur der genade is bezig dicht te gaan, en dat U gereed bent om Uw reis nu aan te vangen om Uw volk te verlossen.

     Terwijl er plaats is en een open deur (zoals het was in de dagen van Noach), mogen deze dierbare zielen die leven in het lichaam van deze tabernakel, die op zekere dag wordt afgebroken, die hun sterfelijke hand opstaken... in hun binnenste vanwege hun overtuiging en hun belijdenis dat zij geloven en Uw voorstel tot redding voor hen willen aanvaarden, op grond van dit geopende... verzegelde Boek dat voor ons geopend is; geef hun vanavond, Here, een gewaad van de rechtvaardigheid van Jezus Christus en kleed hun ziel daarin, opdat ze voor U mogen staan op die dag, welke dicht nabij is, volmaakt door het Bloed van Christus.

     Here God, als zij niet gedoopt zijn in de Naam van Jezus Christus naar de openbaring die U mij daarover gaf, en ziende dat Paulus het volk dat zelfs door Johannes de Doper gedoopt was, beval herdoopt te worden in de Naam van Jezus Christus, om de Heilige Geest te ontvangen, in Handelingen 19... Ik vraag U dat Gij hen zult overtuigen, Here, van de Waarheid en mogen ze U gehoorzamen.

     En dan in gehoorzaamheid aan hun aanvaarding en gehoorzaamheid aan hun belijdenis en aan het water, moge U op Uw beurt hen vullen met de Heilige Geest voor kracht om te dienen voor de rest van hun leven. Ik vertrouw ze nu aan U toe in de Naam van het geofferde Lam van God, Jezus Christus. Amen

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst liefhad
En mijn redding kocht
Aan Calvarie's hout.

     Nu, tot u die uw handen had opgestoken; gehoorzaam het bevel van de Geest, dat de wet van het Woord zal volgen voor bekeerde zondaars. Volg het in iedere handeling. En de God des Hemels belone u omdat u stand voor Hem houdt. De Here zegene u.

     Breng nu morgenavond uw potloden en papier mee, zoals u gedaan hebt. We verwachten hier op dezelfde tijd te zijn, om half acht precies, zo de Here wil. En bid voor mij dat God morgen het zesde zegel voor mij zal openen, zodat ik in staat zal zijn het aan u te brengen zoals Hij het aan mij geeft. Tot dan, we zingen nogmaals, niet alleen tot Hem, maar in lofprijs voor Hem die stierf in onze plaats en ons verloste: "Ik heb Hem lief."

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst liefhad
En mijn redding kocht
Aan Calvarie's hout.

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
audioE-BookPrint
AudioAudio
mp3 Download mp3mp3 is een populaire audioformaat dat op vrijwel alle mediaspelers te beluisteren is. meer info...
m4b Download m4bM4B is een Audiobook formaat voor Apple apparatuur (iPod, iPhone etc...) Uw plek wordt bewaard e.d. meer info...
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)