Het zevende Zegel

Door William Marrion Branham

1 Dank u, broeder. Laten wij bidden, terwijl wij blijven staan.

2 Almachtige God, Auteur van het leven en Gever van alle goede geestelijke gaven, wij zijn nu inderdaad dankbaar voor deze meest wonderbare, buitengewone tijd van gemeenschap in Uw tegenwoordigheid. Het betekent een enorm hoogtepunt in onze levens, Here, een tijd die wij nooit zullen vergeten, ongeacht hoelang wij ook zouden blijven.

     En wij bidden, God, dat op deze slotavond... Wij zien in de Schrift dat op de laatste dag van het feest, Jezus temidden van hen stond en uitriep: "Als iemand dorst heeft, laat hem dan komen tot Mij..." En ik bid, hemelse Vader, dat dit zich vanavond zal herhalen, dat wij de stem van onze Here kunnen horen roepen, die ons roept tot een dichtere wandel in dienst van Hem. Wij voelen dat wij Zijn stem al gehoord hebben bij het openen van deze zegels, sprekend dat het de laatste dag is, en dat de tijd nabij is. Sta deze zegeningen toe waar wij om vragen, Vader, in de Naam van Jezus Christus, en voor Zijn glorie. Amen. U kunt gaan zitten.

3 Ik zou dit er graag aan toe willen voegen, dat van al de diensten die ik ooit in mijn leven heb gehad, deze week, geloof ik, de meest heerlijke tijd van mijn hele leven in samenkomsten is geweest. Ondanks dat ik voordien natuurlijk grote wonderen heb zien verrichten in genezingsdiensten, steekt dit er bovenuit. Het is een van de grote tijden, hoogtepunten van mijn leven geweest om hier te zijn; en te zien dat deze kleine Tabernakel een heel ander aanzien heeft gekregen. Maar niet alleen dat, ook de binnenkant heeft een ander aanzien gekregen.

4 En nu, ik vroeg Billy... Het duurde zo lang voordat hij mij te pakken kon krijgen. Hij zei dat er nog een groep gedoopt was (het zijn er nu al meer dan honderd deze week), mensen die gedoopt werden in de Naam van onze Here Jezus Christus; dus wij zijn dankbaar, en God zegene u.

5 En nu, als u geen thuisgemeente hebt, nodigen wij u uit om hier te komen en gemeenschap met ons te hebben. Onthoud gewoon dat de gemeente open is. Wij zijn geen denominatie en ik hoop en vertrouw dat het nooit een denominatie zal zijn, gewoon een gemeenschap waar mannen en vrouwen en jongens en meisjes elkaar ontmoeten rondom de tafel van God en gemeenschap hebben rondom het Woord en waar wij alle dingen gemeen hebben.

6 Nu, en wij hebben een wonderbare herder, een echte man van God; en daar ben ik zo dankbaar voor. U zult zich een visioen van een jaar geleden herinneren, dat voedsel werd opgeslagen in deze plaats; en dat is helemaal juist. En wij zijn...

7 Wij hebben de plaats nu zo dat hij geschikt is voor de zondagsschoolklassen van alle leeftijden en wij zijn gewoon zeer dankbaar voor deze gelegenheid. Iemand had eens gezegd: "Als ze maar zondagsschoolklassen hadden waar wij onze kinderen naar toe zouden kunnen zenden!" Ze zijn er nu, dus komt u gewoon en verblijf bij ons als u geen thuisgemeente hebt.

8 Natuurlijk, als u een goede gemeente hebt om naar toe te gaan, waar het Evangelie verkondigd wordt, enzovoort, wel, dan is dat gewoon een andere groep van ons, ziet u, ergens anders, maar als u geen geestelijk thuis hebt en u bent...

9 Ik begrijp dat verscheidenen uit andere delen van het land verhuisd zijn om deze gemeente tot hun thuis te maken, en wij verwelkomen u hier zeker voor het Woord van de Here. En ik herinner mij... Ik geloof dat toen ik bij u wegging, ik u vertelde dat de diensten, voor zover het mij betreft, hier in de Tabernakel zouden zijn.

10 Ik weet nog niet wat de Here allemaal in de toekomst voor mij heeft. Ik vertrouw dat toe aan Zijn hand (niet aan het een of ander bijgeloof of zoiets); ik wacht gewoon dag voor dag op Hem om mij te leiden tot de plaats waar ik Hem beter dienen kan. En als Hij met mij klaar is, dan vertrouw ik dat Hij mij thuis zal ontvangen in vrede.

11 En nu, ik ben zeer dankbaar voor de samenwerking van de mensen uit de Tabernakel. Zoals Billy mij deze week vertelde, dat, geloof ik, elk huis dat hier vertegenwoordigd is om deze Tabernakel heen, iemand bij zich te logeren heeft. Zij openden hun huizen en plaatsen en namen de mensen op die geen enkele plaats hadden om naar toe te gaan. Nu, dat zijn echt Christelijke werken. En sommige huizen hebben gewoon iedereen in elk hoekje gestopt dat ze maar konden vinden om de mensen een verblijfplaats te bieden.

12 Want dit is een zeer moeilijke tijd geweest vanwege deze een of andere gebeurtenis die in de sportwereld plaats vond (een soort basketbal of zoiets) en de plaatsen gereserveerd waren; plus een grote groep uit...

13 Ik denk dat er hier in deze kleine gemeente ongeveer rond de achtentwintig of dertig staten vertegenwoordigd zijn, naast twee buitenlandse naties, dus... in deze kleine opwekking, dus dat vereist op zichzelf al heel wat ruimte. Ik weet van...

14 En ik vroeg vandaag aan enkele mensen... ik zei: "Ik begreep dat er niet teveel mensen uit Jeffersonville en omgeving in de samenkomst waren."

15 Iemand zei: "Wij kunnen er niet in komen." Dat was de reden. Sommigen van de politie, enzovoort, wilden naar de samenkomst komen, maar zeiden... Ze hadden wat staan praten en zeiden... maar zij kwamen en konden er niet in. De kerk was al gevuld, zelfs vóór de tijd dat zij normaal binnen mochten komen. Misschien hebben ze later een gelegenheid gekregen, en zijn zij niet gekomen; dus komen de mensen uit andere plaatsen. Dus we zijn zeer dankbaar

16 Ik weet het niet, maar het volgende dat hierop zou volgen, zouden De zeven bazuinen zijn in een andere boodschap. Maar in de zegels is praktisch alles besloten. De gemeente-tijdperken kwamen en wij hebben ze eerst geplaatst, wat zeer belangrijk was, maar de... van die tijd. Nu, de opening van de zegels laat zien waar de gemeente naar toe gaat en hoe het met haar afloopt. En ik geloof dat de hemelse Vader ons zeker genadig is geweest om ons te laten zien wat wij hebben.

17 En dit zeg ik... Toen ik mijn oude notities nakeek, aan de hand waarvan ik vele jaren geleden gepredikt heb, zag ik dat ik gewoon naar binnen ging en zei wat ik dacht dat juist was en wat er aan de hand was. Ik zat er flink naast. In een prediking van ongeveer twintig minuten behandelde ik al deze vier zegels. O! De vier ruiters van Openbaring, ik wierp ze allen op één hoop en zei: "Eén paard kwam in het wit." Ik zei: "Misschien is dat het eerste tijdperk. En het volgende paard bracht hongersnood", en zo ging het door. Maar toen het Woord werkelijk geopend werd, was het er wel honderd mijl naast.

18 Dus het betaamt ons dat wij waken en wachten. Misschien moest het deze tijd zijn om het te doen. Misschien zijn er veel dingen gezegd, die verwerpelijk mogen zijn voor andere mensen, maar ik geloof dat als de grote tijd van de ontknoping komt en wij onze Here ontmoeten, u zult ontdekken dat het juist was. Het is werkelijk zo.

19 Nu, mensen, die van buiten de stad komen, uit verschillende plaatsen rondom, die hier binnenkomen uit verschillende staten en naties, wat stel ik uw oprechtheid op prijs om heel die afstand te reizen en uw vakantie op te nemen, en sommigen van u zelfs zonder een plaats om te verblijven. Ik weet het, omdat ik enkelen van hen aan een verblijfplaats heb kunnen helpen, terwijl zij zelfs geen geld hadden om te eten of iets dergelijks, en dus... en desondanks toch zijn gekomen, verwachtend dat er iets zou plaatsvinden dat erin zou voorzien. En ze geloofden dat zo sterk dat, al moesten ze zonder voedsel of zonder een verblijfplaats gaan, zij toch hoe dan ook wilden komen om die dingen te horen. Dat is werkelijk dapper, weet u. En iedereen heeft voor honderd procent meegewerkt.

20 Ik ontmoette daar achter mijn zwager, die zorgde voor het metselen van de kerk, enzovoort, en ik vertelde hem hoe ik zijn werk op prijs stelde. Ik ben geen metselaar, of ik weet er niets van, maar ik weet wat een rechte hoek is en of deze tamelijk recht gemaakt is.

21 En hij zei: "Ik zal je vertellen," zei hij, "er is bijna nooit een tijd geweest, dat je zo'n harmonie onder de mensen zag, terwijl zij allemaal samenwerkten."

22 Broeder Wood, broeder Roberson, en iedereen nam hun juiste plaats in en zo. De broeder die de akoestiek maakte... ik bedoel de geluidsinstallatie en zo, in de kerk. Zij zeiden: "Alles werkte gewoon goed." Als zij iets nodig hadden, stond daar de man om het te doen. Dus God is in het hele programma. Wij zijn hier zeer dankbaar voor.

23 Veel grote donateurs in de gemeente hebben geholpen om dit te doen, zoals onze broeder en zuster Dauch, die hier zitten, en vele anderen die flink hebben bijgedragen voor deze zaak. En ik geloof dat zij op dit moment nog maar een klein beetje nodig hebben en dan is alles afbetaald. Dus wij zijn daar zeer dankbaar voor.

24 Bedenk, het is uw gemeente, want u bent een dienstknecht van Christus, en daarvoor is hij hier gebouwd, om een open deur te zijn om dienstknechten te maken, en voor dienstknechten die al dienstknechten van Christus zijn, om binnen te komen en zich te verheugen rondom de gemeenschap met Jezus Christus. Wij willen dat u weet dat iedereen welkom is.

25 En nu, als u mij soms ten tijde van de zalving een heel boekje open hoort doen over organisatie, bedoel ik dat niet tegen uw herder of tegen enige broeder of zuster in de gemeente, omdat God tenslotte mensen heeft in elke organisatie die er is. Maar Hij accepteert de organisatie niet; Hij accepteert het individu in de organisatie. En er is geen organisatie nodig.

26 Daarom wanneer mensen zo gebonden worden rond organisatie, dan kunnen zij niets anders meer zien dan wat die gemeente zegt. En dat veroorzaakt dat zij geen gemeenschap meer hebben met anderen, en dat is een systeem waarin God geen welbehagen heeft; het is een wereldse zaak die nooit door God ingesteld werd.

27 Ik bedoel nu geen enkel individu. Katholiek, Jood of wat hij ook moge zijn, of Methodist, Baptist, Presbyteriaan of van welke organisatie ook; geen organisaties en mensen die niet tot een denominatie behoren en alles... God heeft Zijn kinderen daarin zitten, ziet u. En in veel gevallen geloof ik dat zij daar met een doel zijn – om licht te geven – om die voorbestemden overal vandaan eruit te trekken. En op die grote dag zullen wij hen zien. De gemeente van de Here Jezus Christus zal geroepen worden voor de grote tijd van de ontmoeting in de lucht. En wij zullen allen omhoog gaan om Hem te ontmoeten, en ik zie uit naar dat uur.

     Nu, er is zoveel wat gezegd zou kunnen worden.

28 En vanavond is de slotavond. Zoals gewoonlijk is iedereen bij een genezingsdienst, merk ik, in de verwachting dat er grote dingen zullen worden gedaan in de genezingsdienst, wat hun spanning bezorgt en nerveus maakt. En dan merk ik vanavond hetzelfde, dat iedereen met verwachting uitziet hoe... En elke avond is het zo geweest vanwege de opening van die zegels.

29 Ik wil dit heel duidelijk maken. Iedere keer, telkens als deze zegels geopend werden, is alles wat ik er ooit van geloofde en er van andere mensen over gelezen had, tegengesteld geweest aan wat tot mij in de kamer kwam.

30 En mijn gedachten, op deze tijd... De reden waarom ik die genezingsdienst vanmorgen had, was omdat mijn menselijk verstand zover weg raakt van mijn eigen manier van denken. Ik heb geprobeerd in een kamer te blijven met de schermen neergelaten en het licht aan (dit is de achtste dag) en ik ben zelfs niet in mijn auto geweest om ergens naar toe te gaan.

31 Met enkele broeders moest ik naar de bank om een paar brieven en dingen over geld dat geleend is voor deze kerk, te tekenen, maar ik kwam rechtstreeks weer terug om direct weer aan de studie te gaan.

32 En het vreemde is, dat er niet één persoon geweest is, die iets zei of... Gewoonlijk kloppen zij en blijven dan wat rondhangen. Er is niemand geweest. Het is zeer buitengewoon geweest.

33 Gewoonlijk is de plaats waar ik eet, namelijk bij broeder Wood, vol met auto's, en er zouden deze tijd acht of tien verschillende mensen bij hen komen logeren, maar er is niet één van gekomen.

34 Tevens zal ik nooit vergeten hoe genadig onze Heiland vanmorgen voor Zijn vermoeide, uitgeputte dienstknecht was. Toen ik de vraag van een arm persoon had beantwoord naar mijn beste weten, denkend dat ik het juist gedaan had, was het plotseling of ik iets van een kind had afgenomen. Ik voelde mij zo veroordeeld en wist niet wat het was. En ik dacht: "Misschien was het, omdat ik me haastte om die genezingsdienst te houden, misschien was iemand zo wanhopig ziek, dat er toen direct voor gebeden had moeten worden." En ik vroeg het aan het gehoor. Na een paar ogenblikken werd het geopenbaard. Iemand zei: "Zou u uw tekst over willen lezen?" of zoiets, en toen pakte ik het stukje papier en las het opnieuw om te zien wat er op stond, en keek toen naar het Boek, en het was helemaal anders, de vraag die ik beantwoordde. Zie?

35 Mag ik dit even aan u doorgeven? Als het bovennatuurlijke binnenkomt, is dat de gezindheid van Christus. U raakt zo ver weg van uw eigen gedachten, totdat in uw eigen verstand, ik... Dit, u... Ik zal niet... Laat mij niet proberen dat te verklaren, omdat ik het niet kan. Zie? Ik zou het niet kunnen. Er is niemand die het zou kunnen.

36 Hoe kon die man, Elia, daar op de berg staan in de tegenwoordigheid van God en vuur uit de hemel omlaag trekken, dan regen direct na het vuur; en vervolgens de hemelen sluiten en het regende niet gedurende drie jaar en zes maanden, daarna terugkomen en op diezelfde dag de regen roepen? En onder die zalving, hoe... en greep vierhonderd priesters en doodde hen en rende toen naar de woestijn, schreeuwend om zijn leven bij de bedreiging van één vrouw (zie?), Izebel. Zij zwoer dat zij zijn leven zou nemen, toen Achab en zij allen daar de tegenwoordigheid van God zagen en het grote wonder hadden zien voltrekken. Zie, zijn... de Geest had hem verlaten. Op zijn natuurlijke manier van denken, wist hij niet wat ervan te denken, zie. Hij kon niet voor zichzelf denken.

37 En bedenk, de engel liet hem slapen en rusten, maakte hem wakker en gaf een paar koeken en liet hem weer slapen en rusten, maakte hem wakker en gaf weer een paar koeken; en wij weten niet wat er met de man gebeurde gedurende veertig dagen. Toen werd hij teruggetrokken ergens in een kloof en God riep hem.

38 Probeer niet dat bovennatuurlijke te verklaren; u kunt het niet. Het enige wat u moet doen, is gewoon doorgaan. En ik probeer mijzelf zo duidelijk uit te drukken als ik kan, maar van nu af aan, geloof ik, dat ik het nooit meer zal proberen. U gelooft het gewoon absoluut of niet. En ik ben... U zult een beetje later zien waarom.

     Nu, ik heb geprobeerd om eerlijk te zijn. God weet dat.

39 En die vraag vanmorgen probeerde ik zo eerlijk als ik maar wist, te beantwoorden. Ik las alleen maar het eerste gedeelte van het vers, en dat zou niet juist zijn geweest. Maar de Heilige Geest wist dat ik... mijn verstand... Zie wat er de laatste twee of drie dagen is gebeurd. Zie, ik zei zevenhonderd... zevenduizend, zevenhonderd vanmorgen en ik probeerde... en het werd opgemerkt door de mensen en dat toonde dat u waakzaam was.

     Nu, een andere keer toen ik probeerde te zeggen "de duif" zei ik "het lam", maar ik ving het direct op. En dan hier bij deze, die ik niet opving, deed de Heilige Geest mij rechtsomkeert maken en bepaalde mij er bij.

40 Dat is een dubbele bevestiging dat deze dingen juist zijn. God waakt ervoor dat deze dingen juist zijn. Zo is het. Hij wil dat u weet, dat het de Waarheid is.

41 Hij is Degene die het zendt, want het was zeker niet... Het was voor mij net zo leerzaam als voor u. En dus ben ik zeer dankbaar voor de kennis, die ik nu van de Here heb verkregen, in welk uur wij leven. Wij leven in de eindtijd vóór het weggaan van de gemeente. Laten wij nu...

42 We hebben gesproken, dus laten we gewoon opnieuw Zijn zegeningen over het Woord vragen.

43 Onze hemelse Vader, hier komt die grote avond, het grote uur waarop een groot ding geschied is. Het is helemaal rondom de mensen geweest. En Vader, ik bid dat vanavond zonder een schaduw van twijfel aan de harten en verstanden der mensen bekend gemaakt zal worden, dat zij weten dat God nog steeds op de troon zit, en dat Hij nog steeds Zijn volk liefheeft.

44 En het is het uur; het uur dat de wereld verlangd heeft te zien, komt nu naderbij, want de wereld roept het uit om verlossing. Wij kunnen zien dat de elementen gereed zijn om het terug te brengen. Wij kunnen zien dat de elementen gereed zijn om de gemeente te brengen in de tegenwoordigheid van Christus. Wij kunnen zien dat de bruid vorm aanneemt, het bruiloftskleed aantrekt, zich gereedmaakt. Wij kunnen de lichten zien opflikkeren. Wij weten dat wij aan het einde zijn.

45 Nu, hemelse Vader, terwijl dit alles nu uitgaat om te prediken of te onderwijzen over deze grote machtige gebeurtenis die ongeveer tweeduizend jaar geleden plaats vond in de heerlijkheid en gegeven werd aan de grote, geliefde apostel, Johannes... Vanavond moeten wij erover spreken.

     Laat de Heilige Geest nu naar voren komen in Zijn machtige kracht van openbaring, opdat Hij aan ons die zaak moge openbaren, waarvan Hij wil dat wij het weten, zoals Hij dat deed in de afgelopen paar avonden. Wij vertrouwen onszelf aan U toe met het Woord, in de Naam van Jezus. Amen.

46 Nu, als u met mij misschien uw Bijbel wilt opslaan, dit is maar één kort vers, één vers uit de Schrift, maar het is het laatste vers, gevonden... of beter gezegd het laatste zegel.

     Nu, gisteravond spraken wij over het zesde zegel.

47 Het eerste zegel introduceerde de antichrist. Zijn tijd ging door en wij zagen hoe hij uittrok.

48 Hoe het dier, dat gepresenteerd werd met Gods kracht, uittrok om de antichristelijke macht te bestrijden. Ik geloof niet dat daarover nog een vraag zal zijn in iemands gedachten.

49 En toen zagen wij dat onmiddellijk daarna, na dat gemeente-tijdperk, die dieren uitgingen.

50 Wij hebben dat doorgenomen, en wij zagen dat het hele beeld daar veranderde. Er kwamen geen dieren meer tevoorschijn, ziet u? Maar er werd toen aangekondigd dat de verdrukkingsperiode aanbrak, nadat de gemeente was weggegaan.

51 Hoe volmaakt past het in de gemeente-tijdperken. Ik zie geen jota, geen enkel ding, dat niet volmaakt past, zelfs in de tijdperken en alles, en de tijd. Denk eraan. Dat toont dat het God moest zijn Die het deed. Het menselijk verstand zou dat niet kunnen omvatten. En nu zien wij dat die... Ook wij...

52 De Here liet ons de Schrift nemen, de Heilige Schrift, wat Jezus zei dat zou plaats vinden. En hoe zouden wij dat ooit gevonden hebben? Hier komt het en openbaart en brengt het helemaal precies... Zijn prediking daar, dat beantwoordend, brengt het precies uit tot het punt, zes van de zegels; maar het zevende sloeg Hij over. Zie?

53 Maar toen de zegels open waren (let hier op), liet God na zelfs enig symbool van het zevende te openbaren. Het is een volmaakt geheim bij God. Let op, wij gaan nu in de Bijbel lezen over Het zevende zegel. Dat wordt gevonden in Openbaring, het achtste hoofdstuk.

     En toen Het het zevende zegel geopend had, werd er een stilzwijgen in de hemel, van omtrent een half uur.

54 En dat is alles wat wij erover hebben. Nu, wij gaan nu opletten.

55 En ik probeer u niet te lang te houden, omdat velen van u vanavond nog op weg naar huis zullen gaan. En ik dacht eveneens, omdat we vanmorgen een genezingsdienst hadden, dat u daardoor in de morgen zou kunnen vertrekken en u niet langer zou hoeven wachten. En nu, wij...

56 En ik ook. Ik moet op reis naar Tucson, Arizona, waar ik woon en waar mijn huis nu is. En dan wil ik hier terug zijn, zo de Here wil, omstreeks... het gezin wil een paar dagen terugkomen in juni. En misschien zal ik u allen hier om die tijd in een samenkomst ontmoeten.

57 Mijn volgende afgesproken samenkomst is in Albuquerque, New Mexico. Ik geloof dat het op de negende, tiende en elfde is. Ik zal daar zijn op donderdag en Goede Vrijdag. Eigenlijk moest ik het helemaal voor mijn rekening nemen, en ik had andere afspraken waardoor ik er niet eerder kon zijn dan die tijd, dus zal ik donderdag- en vrijdagavond in Albuquerque, New Mexico, zijn.

58 En dan is de eerstvolgende samenkomst eventueel (wij weten het niet zeker) bij mijn goede vrienden, de groep van de "Middernachtsroep" te Southern Pines, North Carolina.

59 En zij zijn nu telefonisch met ons verbonden, vanwaar zij telegrafische boodschappen, enzovoort, zonden en ik kom dan dicht bij nog een groep te Little Rock van de "Jezus' Naam" mensen, waarmee ik verleden jaar zomer samenkomsten had in het Cow Palace. Zij zullen hun conferentie te Little Rock, Arkansas, houden. En sedert verleden jaar willen zij op zijn minst één avond, of ze willen ze allemaal hebben, maar zij zouden zelfs bereid zijn voor één avond. Dus vertelde ik hun, daar ik niet wist wat ik moest doen, dat zij het voorlopig konden aankondigen, en dan zullen zij het een beetje later laten weten.

60 [Broeder Branham spreekt tegen iemand over de voorgestelde samenkomsten – Vert] Heeft hij net gebeld? Uh-huh. Goed. Wat zeg je? [Een broeder zegt: "Hot Springs."] Hot Springs, is dat het? Ik heb mij vergist. 24... mei? 24 tot en met 28 juni. Nu is aangekondigd, 'potentieel', dat is als het de wil van de Here is. Zie? Ik zal...

61 Hier hebt u de reden waarom ik die dingen graag doe. U zult het wat later vernemen, zie. Als ik naar een plaats ga, houd ik ervan om mijn voeten daar neer te zetten in de wetenschap dat Gòd zei: "Ga daarheen!" Als dan de vijand ergens oprijst, zeg ik: "Ik ben hier in de Naam van de Here Jezus; ga terug!" En u bent dan zeker van uw grond, ziet u. Als Hij u ergens heenzendt, zal Hij voor u zorgen. Maar als u veronderstellend gaat, dan weet u het niet. Hij zou daar misschien niet kunnen zijn. Dus wil ik zo zeker zijn als ik maar zijn kan. Ik heb veel afspraken gemaakt die Hij mij niet vertelde te maken, maar ik houd ervan zo zeker mogelijk te zijn. De Here zegene u allen nu.

62 Nu, wij merken op, dat, omdat het hier maar om één vers gaat, wij graag iets willen doen, dat hier net een klein beetje vóór ligt. U zult bemerkt hebben, dat wij het zevende hoofdstuk oversloegen. Het zesde hoofdstuk eindigt met het zesde zegel, maar tussen het zesde en het zevende zegel vindt iets plaats. Ziet u? En hoe lieflijk is het dat het precies op de juiste plaats gezet werd, tussen het zesde en het zevende hoofdstuk [het achtste hoofdstuk – Vert].

     Als u oplet in het zevende hoofdstuk, ziet u dat er tussen het zesde en het zevende hoofdstuk een tussentijd is, een tussentijd tussen het zesde en zevende hoofdstuk van het boek Openbaring; en het is tussen het zesde en het zevende zegel, dat die tussentijd wordt gegeven. Wij willen hier kennis van nemen. Het is zeer belangrijk dat wij deze kleine tijd opmerken.

63 Bedenk nu, dat na het vierde hoofdstuk van Openbaring de gemeente is weggegaan. Nadat de vier ruiters uitgegaan waren, is de gemeente heengegaan. Alles wat met de gemeente gebeurde, gebeurde tot het vierde hoofdstuk van Openbaring; alles wat gebeurde in de antichristelijke beweging, geschiedde tot op het vierde hoofdstuk, en het vierde zegel van Openbaring (zowel voor de antichrist als Christus) eindigde; en de antichrist komt tot zijn ondergang met zijn leger; en Christus komt met Zijn leger.

64 Het is een oude strijd, die daar ver voor de tijd begon. En toen werden zij... Satan en zijn engelen werden uitgeworpen. En toen kwamen zij naar de aarde en de strijd begon opnieuw, omdat Eva de slagboom afbrak waarachter zij geïsoleerd was, achter het Woord van God. En vanaf datzelfde uur won Satan de strijd over Gods Woord, omdat één van Zijn onderdanen, de zwakkere, de slagbomen liet zakken. En dat is precies hoe hij elke keer de strijd won. Het gebeurde omdat één van Zijn onderdanen de slagboom van het Woord liet zakken.

65 En het werd in dit laatste gemeente-tijdperk gedaan door een georganiseerd systeem, dat (de ware, echte heilige gemeente van de levende God met een leeuw ruiter) het Woord niet wilde accepteren en de gemeente van het Woord afkeerde naar een dogma.

66 Nu, hoevelen weten dat het een leerstelling is, waarop de Rooms-Katholieke kerk gebouwd is? Geven zij het toe? Absoluut! Zeker, zeker geven zij het toe. Het zou de gevoelens van de Katholieke kerk geen greintje kwetsen, omdat zij dat weten. Zij hebben nog niet lang geleden er weer een nieuwe aan toegevoegd, namelijk dat Maria was opgestaan. U herinnert het u wel, dat gebeurde een paar jaar geleden (ongeveer tien jaar geleden). Hoevelen herinneren zich dat? De krant en... Zeker, alles, het nieuwe dogma. Zie, het is allemaal dogma, niet het Woord. Zie?

67 Een priester zei onlangs in een interview: "Mijnheer Branham, God is in Zijn kerk."

     Ik zei: "God is in Zijn Woord."

     Hij zei: "Wij worden niet verondersteld te redetwisten."

68 Ik zei: "Ik redetwist niet. Ik leg alleen een verklaring af." God is in Zijn Woord. Zo is het. "Ieder die er iets van af zal nemen of er iets aan toe zal voegen..." zegt het Woord.

69 Hij zei: "Wel, God gaf... Christus gaf Zijn gemeente macht en vertelde hun, dat wat zij op aarde zouden binden, in de hemel gebonden zal zijn."

     Ik zei: "Dat is helemaal de waarheid."

70 Hij zei: "Wij zijn op deze principes ingegaan, dat wij macht hebben om zonde te ontbinden."

71 Ik zei: "Als u het zult doen op de wijze dat het aan de gemeente gegeven werd en de wijze waarop zij het deden, zal ik het aannemen. Als u dat zult doen, is er hier water om gedoopt te worden in de Naam van de Here Jezus Christus voor de vergeving van uw zonden, niet doordat iemand u vertelt dat uw zonden verzoend zijn." Zie? Zie? Zo is het precies.

72 Let op Petrus met de sleutels op de dag van Pinksteren. Bedenk, hij heeft de sleutels waar zij over spreken. En de man zei: "Mannen en broeders, wat kunnen wij doen om gered te worden?"

73 Petrus zei: "Bekeert u, ieder van u; wordt gedoopt in de Naam van Jezus Christus." Waarvoor? "Voor de vergeving der zonden. En dàn zult u de gave van de Heilige Geest ontvangen, want de belofte is voor u en voor uw kinderen, en voor hen die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal." Zo is het. Dus dat beklinkt het voor altijd. Het is allemaal voorbij. Dat was voldoende.

74 Maar, ziet u, de antichrist kwam binnen, zoals wij het getekend en getoond hebben. Wat een openbaring! My, my! En te bedenken, dat wij het al deze jaren hebben zien opkomen en hier is het absoluut direct "ZO SPREEKT DE HERE".

75 We gaan nu deze tussentijd tussen het zesde en zevende hoofdstuk bezien. Nu, het zevende hoofdstuk van Openbaring hier is een... openbaart een gebeurtenis. Het staat er hier niet zo maar voor niets in. Het is niet voor niets hier tussen geplaatst. Het is hier met een doel en het is een openbaring die iets onthult. Let op hoe geheimzinnig en wiskundig het precies in de Schrift past! Zie? Precies.

76 Gelooft u in Gods wiskunde? Zo niet, dan bent u zeker de weg kwijtgeraakt in... u zult zeker verdwalen in het Woord. Als u begint een vier of een zes of iets te plaatsen naast de wiskundige woorden die in orde verlopen, zult u zeker op uw toneel een koe hebben die gras eet ergens boven in een boom. U zult zeker vastlopen, omdat God niet... Zijn hele Woord verloopt volmaakt in wiskunde. Jazeker! Volmaakt. De meest volmaakte... Er is geen andere literatuur geschreven, die zo volmaakt is als Deze, zo wiskundig volmaakt.

77 Nu, het achtste hoofdstuk openbaart alleen maar het toneel van het zevende zegel, waar niets anders geopenbaard wordt. Er wordt in het zevende zegel niets geopenbaard. Het heeft niets te maken met het zevende hoofdstuk van Openbaring. De openbaring van het zevende zegel is volmaakt stom. En als ik de tijd maar had... Ik zal proberen een paar teksten te laten zien.

78 Helemaal vanaf Genesis wordt over dit zevende hoofdstuk... dit zevende zegel wordt gesproken. Vanaf het eerste begin in Genesis, dit zevende ze-...

79 Deze zegels bewogen zich regelrecht voort. Kunt u zich niet herinneren dat ik deze dingen vanmorgen naar voren bracht? En let er vanavond op, als ze naar voren gebracht worden, u zult uitvinden dat wanneer het over dat zevende zegel gaat, het afgekapt wordt.

80 Jezus Christus, toen Hijzelf sprak, vertelde over de eindtijd en over al de zes zegels, maar toen Hij tot het zevende kwam, stopte Hij. Daar is het, zie. Het is een grootse zaak.

81 Wij zullen hier nu even over dit zevende hoofdstuk spreken om een soort brug te vormen tussen het zesde en het zevende zegel, omdat dat het enige materiaal is dat wij hebben om juist nu mee door te gaan, dat is het zesde... is tussen het zesde en het zevende zegel, het uitroepen van Israël.

82 Ik heb vele fijne Jehova's Getuigen vrienden hier zitten. Het is allemaal... of die het waren. Misschien zijn sommigen van hen nog Jehova's Getuigen. Maar zij hebben altijd deze 144.000 (de heer Russell deed dat) beschouwd als in de bovennatuurlijke bruid van Christus te zijn. Zie? Maar dat zijn ze niet.

83 Het heeft helemaal niets te maken met het gemeente-tijdperk. Zij zijn absoluut Israël. (Nu, we zullen het over een paar ogenblikken gaan lezen.) Nu, deze tussentijd tussen het zesde... tussen de zegels is het uitroepen en verzegelen van de 144.000 Joden die worden geroepen in de verdrukkingsperiode, nadat de gemeente is heengegaan. Zie? Het heeft totaal niets met het gemeente-tijdperk te maken. O, geroepen in volmaakte harmonie met de Schrift. Daniëls laatste drie-en-een-halve week [dag – Vert], die aan Daniëls volk was toebedeeld, zie. Niet aan de heidenen, maar aan Daniëls volk, en Daniël was een Jood.

84 Let nu op. Israël gelooft alleen maar haar profeten, en... nadat zij betuigd zijn.

85 En nergens tijdens de gemeente-tijdperken, sedert de eerste apostolische gemeente, heeft de Protestantse gemeente ooit een profeet gehad. Vertel mij waar het was en laat het mij zien. Nooit! Zij hadden er in het eerste apostolische tijdperk één, genaamd Agabus, die een bevestigde profeet was. Maar toen de heidenen kwamen in de erfenis van God en Paulus zich wendde tot de heidenen, nadat Petrus (zoals wij gisteravond lazen) van de Here ontvangen had, dat Hij een volk nam uit de heidenen voor zijn Naam, Zijn bruid, is er nooit op de bladzijden der geschiedenis, een heiden-profeet geweest. Ga maar gewoon de geschiedenis door en vind het uit. Waarom? Precies, het zou tegen het Woord zijn. Precies!

86 Toen het eerste dier uitging, was het een leeuw. Dat was profetisch Woord.

     Het volgende dat uitging was het werk, offerande.

     Het volgende dat naar voren kwam, was de schranderheid van de mens.

87 Maar ons is beloofd, dat het in de laatste dagen weer zal terugkeren tot de gemeente met het doel om alles weer recht te zetten wat misleid, verkeerd gedaan... en ongedaan gelaten is, want het is hier voorspeld dat de boodschap van de zevende engel de verborgenheden van God zou beëindigen. En vervolgens hebben wij dat allemaal doorgenomen. Wij zien dat het volkomen in harmonie is met de Schriften. Dat is de reden.

88 Zou u zich voor kunnen stellen dat wanneer deze persoon op het toneel verschijnt... wanneer hij verschijnt, bedenk, het zal zo nederig zijn, dat de kerken het verreweg zullen missen. En zou u zich voor kunnen stellen dat de kerken, die nog onder de traditie van de hervormers zitten, ooit een profeet van God zouden ontvangen die sterk tegen hun leringen en organisaties zou zijn?

89 Er is slechts één persoon die dat zou kunnen vervullen, slechts één geest die ooit op aarde geweest is voor zover ik weet, of het zou wel Elia in zijn tijd moeten zijn. En er was voorspeld dat het zou gebeuren, hetwelk niets anders is dan de Geest van Christus.

90 Toen Christus kwam, was Hij de volheid; Hij was de Profeet; Hij was de God der profeten. Zie? Zie?

91 Christus, kijk eens hoe zij Hem haatten. Maar Hij kwam precies zoals het Woord gezegd had dat Hij zou komen. Maar aangezien Hij een profeet was, lasterden zij zichzelf weg van het koninkrijk van God door de Geest van God Die onderscheidde, enzovoort, een onreine geest te noemen. Zij zeiden dat Hij een waarzegger was, of een duivel is dat.

92 Een waarzegger is een duivel, zie, een duivelse geest. Zeker. Wist u dat? Absoluut! Waarzegging is een nabootsing van een profeet, wat absoluut lastering voor God is.

93 Merk nu op, geroepen in volmaakte harmonie met de Schriften van Daniëls laatste drie-en-een-half jaar.

94 Let op, er wordt verteld aan de Israëlietische gelovigen in het Oude Testament alleen maar hun profeten te geloven nádat deze profeten betuigd zijn. "Als er iemand onder u is, die geestelijk is of een profeet, Ik, de Here uw God, zal Mijzelf aan hem bekendmaken en tot hem spreken in visioenen en door dromen", dromen uitleggen.

     Iemand heeft een droom, de profeet zal hem kunnen uitleggen. En als hij een visioen heeft, spreekt hij het. "Ik zal Mijzelf aan hem bekendmaken door visioenen en dromen... Mijzelf bekendmaken. En als wat hij zegt komt te geschieden, hoor dan naar die profeet, omdat Ik met hem ben. Als het niet uitkomt, vrees hem dan helemaal niet." Zo is het. "Ga er bij vandaan; laat het gewoon rusten." Zie? Nu, dat is...

95 Nu, Israël zal dat altijd geloven. En ziet u niet waarom?

     Ik wil dat u deze les vanavond goed begrijpt, nu.

96 Waarom? Omdat dat een opdracht van God aan hen is. Het maakt mij niet uit hoeveel traktaten de heidenen daar brengen en verspreiden. Het maakt mij niet uit hoe dikwijls u door Israël gaat met een Bijbel onder uw arm om dit, dat of wat anders te bewijzen; zij zullen nooit iets anders ontvangen dan een profeet. Dat is helemaal juist. Want een profeet is de enige die het Woord van God kan nemen en het op zijn plaats kan zetten en als hij een bevestigde profeet is, zullen zij het geloven. Dat is juist.

97 Ik sprak met een Jood, daar boven in de Benton Harbor, toen deze John Ryan, die bijna zijn hele leven blind was geweest, zijn gezicht ontving. Zij hadden mij naar dat 'Huis van David' gebracht en deze rabbi kwam naar buiten met zijn lange baard en hij zei: "Door welke autoriteit gaf u aan John Ryan zijn gezichtsvermogen?"

     Ik zei: "In de Naam van Jezus Christus, de Zoon van God."

98 Hij zei: "Het zij verre, dat God een Zoon heeft!" En hij zei: "Jullie mensen kunnen God niet in drie stukken snijden en Hem aan een Jood geven, drie goden van Hem maken. Jullie zijn een stel heidenen."

99 Ik zei: "Ik snijd Hem niet in drie stukken." Ik zei: "Rabbi, zou het een vreemde zaak voor u zijn om te geloven, dat één uwer profeten iets verkeerds zou vertellen?"

     Hij zei: "Onze profeten vertellen niets verkeerds."

     Ik zei: "Waar sprak Jesaja 9:6 van?"

     Hij zei: "De Messias."

100 Ik zei: "Dan zal de Messias een mens-profeet zijn. Klopt dat?"

     Hij zei: "Ja meneer, dat klopt."

101 Ik zei: "Toon mij aan waar Jezus dat niet volbracht." Ik zei: "In welke relatie zal de Messias profeet tot God staan?"

     Hij zei: "Hij zàl God zijn."

     Ik zei: "Dat klopt. Nu, u hebt het in het Woord."

102 Dus help mij, die Jood stond daar en de tranen rolden over zijn wangen en hij zei: "Ik zal u te eniger tijd later horen."

     Ik zei: "Rabbi, gelooft u dat?"

103 En hij zei: "Kijk, God is bij machte om uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken." Ik wist, dat hij op het Nieuwe Testament doelde.

     Ik zei: "Juist, Rabbi. Wat denkt u er nu van?"

104 Hij zei: "Als ik dat predikte, dan zou ik daar beneden zitten," (Hun plaats, weet u, is daar boven op de heuvel.) "daar in de straat, bedelend om brood."

105 Ik zei: "Ik zou liever daar op straat bedelen om brood..." (De Jood zit nog steeds aan het geld vast, weet u.) "Ik zou liever..." (en zijn naam in goud op de...) Ik zei: "Ik zou liever daar beneden zoute crackers eten en rivierwater drinken en weten dat ik waarachtig in harmonie met God was, dan dat ik hier zou zijn met mijn naam zo op dat gebouw in gouden letters, wetend dat ik bij God vandaan was." Toen wilde hij niet meer naar mij luisteren. Dus ging hij naar binnen.

106 Dat is het. U kunt God niet in twee of drie stukken snijden, genaamd Vader, Zoon en Heilige Geest, er drie goden van maken en die aan een Jood overhandigen. Zijn eerste gebod is: "Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. Ik ben de Here, uw God." Wat zei Jezus? Jezus zei: "Hoor, o Israël, Ik ben de Here, uw God." Eén God, niet drie. U zult dat nooit aan hen kunnen geven. Geen profeet zal ooit spreken over drie goden. U zult dat nooit horen. Nee. Dat is heidens en het komt van het heidendom. Jazeker.

107 Let op, maar deze profeten zullen komen. Niet alleen dat... Deze profeten vindt u in Openbaring 11. Wij hebben er iets van gelezen en ik wil dat u het leest als u het bestudeert op de geluidsbanden, enzovoort. Zij zijn absoluut bevestigde profeten door het teken der profeten. Dan zal Israël dat gaan horen.

108 Nu, tot u, mijn dierbare Jehova's Getuigen vrienden, versta nu, dat deze 144.000 niets te maken hebben met de bruid. Er is geen enkel gedeelte in de Schrift om dat te ondersteunen. Beslist niet, dat zijn zij niet. Het zijn Joden, de uitverkorenen die geroepen worden gedurende de tijd van de laatste drie-en-een-half jaar van Daniëls zeventig weken. Nu, dat is...

109 Ik blijf dat maar aanhalen, niet zozeer voor u allen hier, maar ziet u, mensen... deze geluidsbanden gaan overal heen. Zie, u begrijpt dat. U hoort mij dat steeds maar weer aanhalen; het is met dat doel.

110 Merk op. Zie nu hoe zij verblind moesten worden... Ziet u hoe Jezus... of hoe God de Joden moest verblinden om hen ervan te weerhouden Jezus te herkennen? Als zij dat wisten, als zij slechts hadden geweten, dat het was... ziende het teken dat Hij deed, als zij op de juiste plaats hadden gestaan zoals zij destijds onder de wet waren, toen God hun geboden gaf omtrent een profeet, en zij hadden gezien dat Jezus dat deed, zouden ze gezegd hebben: "Dit is de Messias." Waarom was het?

111 Zij die in dat tijdperk leefden en wier namen geschreven waren in het boek des levens des Lams, Zijn apostelen, enzovoort, zij zagen het en herkenden het.

112 Waarom zag de rest van hen het niet? Zij waren verblind. Zij konden het niet zien, en zij zien het nog niet. En zij zullen het niet zien totdat zij in één keer als een natie geboren wordt. Dat...

113 Het Woord kan niet falen. Bedenk, het Woord kan niet falen. Het maakt niet uit hoeveel sensaties u ook hebt en wat er allemaal plaats vindt, toch kan dat Woord niet falen! Het zal precies zijn zoals God gesproken heeft dat het zal zijn, zie. Nu, wij beseffen dat deze dingen moeten gebeuren.

114 En dat is de reden waarom zij Jezus niet herkenden toen Hij Zich volmaakt identificeerde als de Profeet.

115 Zelfs de kleine, oude Samaritaanse vrouw, die daar bij de bron stond. Hij was nog nooit in Samaria geweest. Hij ging erheen en zei dat Hij die weg moest gaan. En Hij ging daarheen en daar was die kleine vrouw. En zij, in haar staat, was in een betere toestand om het Evangelie te ontvangen dan die godsdienstige priesters en dergelijke, van die dagen. Zij ontving het. Zeker. Nu zie?

116 Maar ondanks al hun verwerping, moest toch één van hun edelste mannen toegeven, dat zij wisten dat Hij een Leraar was door God gezonden.

117 Ik sprak niet lang geleden met één van de fijnste dokters die er in de Zuidelijke Staten zijn, in zijn kantoor. Een zeer fijne specialist in Louisville, een echt dappere man. En ik zei tegen hem: "Dokter, ik wil u een vraag stellen."

     Hij zei: "Goed."

118 Ik zei: "Ik merkte uw medisch teken op, de staf, waar een slang omheen gewikkeld is, rondom een paal. Wat betekent dat?"

     Hij zei: "Ik weet het niet."

119 Ik zei: "Het betekent dit: Het is een symbool van Goddelijke genezing, daar Mozes de koperen slang in de woestijn oprichtte, die alleen maar een symbool was, alleen maar een symbool van de ware Christus."

120 Nu, vandaag is medicijn een symbool van Goddelijke genezing. En hoewel velen van hen het niet geloven (echt goede dokters geloven het), maar sommigen van hen geloven het niet, maar het embleem dat zij voeren, getuigt van de kracht van de almachtige God, of zij het willen geloven of niet. Zo is het. Er hangt een koperen slang aan een paal op het medische embleem.

121 Let nu op deze Joden. De schellen der blindheid waren over de ogen van deze mensen. Zij konden het niet helpen. Het was er en God plaatste ze daar. En ze zijn daar tot het tijdperk dat deze komende profeten beloofd zijn. U kunt zendelingen zenden; u kunt doen wat u wilt; Israël zal nooit bekeerd worden totdat deze profeten op het toneel verschijnen; en dat zal na de opname van de heidengemeente zijn.

122 Net zo min als het tijdperk van het kalf de roep van de leeuw kon ontvangen, want God heeft gezegd in Zijn Woord, dat de geest van een kalf uitging; en in het tijdperk van de hervormers ging een mens uit. Zie? U hebt...

123 Dat was het enige wat zij konden ontvangen. Dat is... En daarin zijn zij nu verblind. Dat is gewoon alles. Nu, let op.

124 Maar het tijdperk komt dat het met de heidenen afgelopen is. Er was een boom, waarvan de wortels Joods waren, en deze werd afgehouwen, en de heiden werd ingeënt: de wilde olijfboom, en het brengt zijn vruchten voort. Nu, als die heidenbruid afgehouwen wordt (die bruidboom waar ik over sprak) en opgenomen wordt in de tegenwoordigheid van God, zal God die ongelovige heidenen hier aan de kant vegen, de slapende maagden, en opnieuw gaan inenten. Hij beloofde het te zullen doen.

125 En tot die tijd zult u gewoon moeten weten waar... Als u weet waar u heen gaat, goed, in orde. Als u het niet weet, wel, dan strompelt u in de duisternis.

126 Nu, dat is als de Joden bekeerd zullen worden gedurende dat tijdperk. Nu... zoals het gemeente-tijdperk. Onder de kracht van de gezalfde belofte zullen zij Christus ontvangen; maar niet nu, terwijl de heidenen er nog in zijn.

     Wij kunnen nu zien wat voor soort boodschap deze twee profeten van Openbaring 11 zullen prediken. U kunt duidelijk zien wat zij precies gaan doen. Want het overblijfsel, of de 144.000 voorbestemden, ontvangen het zegel van God.

127 Laten wij het even lezen. Luister nu heel goed. Ik wil dat u het met mij mee leest als u kunt, omdat ik hier dadelijk een beetje naar ga verwijzen. Het zevende hoofdstuk nu, dat is tussen het zesde en het zevende zegel.

     En na dezen... Na deze dingen (deze zegels)...

128 Dit zesde zegel werd losgelaten, en dat is de verdrukkingsperiode. Begrijpt iedereen dat nu? Het zesde zegel werd losgelaten en de verdrukking begon. Na dit, wat.

     En na dezen zag ik vier engelen staan op de vier hoeken der aarde, houdende de vier winden der aarde, opdat geen wind zou waaien op de aarde, noch op de zee, noch tegen enige boom. (Vier engelen.)
     En ik zag een andere engel opkomen van de opgang der zon, hebbende het zegel van de levende God; en hij riep met een grote stem tot de vier engelen, aan wie macht gegeven was de aarde en de zee te beschadigen.
     Zeggende: Beschadigt de aarde niet, noch de zee, noch de bomen, totdat wij de dienstknechten...

129 Niet de bruid, de dienstknechten; niet de zonen, dienstknechten. Israël is altijd Gods dienstknecht geweest. De gemeente, dat zijn zonen, zie, door geboorte. Israël is Zijn dienstknecht. Let op, op elke plaats is het altijd... Abraham was Zijn dienstknecht. Wij zijn geen dienstknechten; wij zijn kinderen, zonen en dochters. Ja.

     ... van onze God zullen verzegeld hebben aan hun voorhoofden.

130 Let nu op.

     ... onze God... aan hun voorhoofden.
     En ik hoorde het getal van hen, die verzegeld waren:...

131 Ik wil, dat u aandachtig luistert naar het lezen ervan.

     ... honderd vier en veertig duizend waren verzegeld uit alle geslachten van de kinderen Israëls.

132 Hij noemt ze volmaakt. Als er hier toevallig een Britse Israël-waarnemer zit, luister dan hoe dit de wind uit de zeilen neemt, zie.

     Uit het geslacht van Juda waren twaalf duizend verzegeld;... (noemde de stam) uit het geslacht van Ruben waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Gad waren twaalf duizend verzegeld;

133 Let op uw stammen nu.

     Uit het geslacht van Aser waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Nafthali waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Manasse waren twaalf duizend verzegeld;
     Uit het geslacht van Simeon waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Levi waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Issaschar waren twaalf duizend verzegeld; (Issaschar, zo spreek je het geloof ik uit.) ... twaalfduizend...
     Uit het geslacht van Zebulon waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Jozef waren twaalf duizend verzegeld; Uit al de... uit het geslacht van Benjamin waren twaalf duizend verzegeld.

134 Nu, daar hebt u de twaalf stammen, twaalfduizend uit iedere stam. Twaalf keer twaalf is hoeveel? 144.000. Nu, let op, die waren allemaal van de stammen van Israël.

135 Let nu op. "Na dezen..." Nu komt hier nog een andere groep. Nu, de bruid is weggegaan, dat weten wij. Maar let op deze groep, die opkomt.

     Na dezen zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor de troon en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palmtakken waren in hun handen;
     En zij riepen met grote stem, zeggende: De zaligheid zij onze God, Die op de troon zit, en het Lam.
     En al de engelen stonden rondom de troon, en rondom de ouderlingen en de vier dieren; en vielen voor de troon neer op hun aangezicht, en aanbaden God,
     Zeggende: Amen. De lof, en de heerlijkheid, en de wijsheid, en de dankzegging, en de eer, en de kracht, en de sterkte zij onze God in alle eeuwigheid. Amen.
     En een uit de ouderlingen...

136 Nu, hij bevindt zich hier voor de oudsten, zoals wij hem door al de zegels heen gezien hebben.

     En een uit de ouderlingen antwoordde, zeggende tot mij: Wat zijn dezen...

137 Johannes nu, daar hij een Jood was, herkende zijn eigen volk. Hij zag hen in stamvorm. Klopt dat? Hij herkende hen en noemde elk van de stammen.

138 Maar nu, als hij dezen ziet, staat hij enigszins voor een raadsel. En de ouderling weet het, dus zegt hij:

     ... Dezen, die bekleed zijn met de lange witte klederen, wie zijn zij en van waar zijn zij gekomen?

139 Johannes geeft nu antwoord:

     En ik sprak tot hem: Heer, gij weet het.

140 Johannes kende hen niet, ziet u. Alle geslachten, talen en volken.

     En hij zei tot mij: Dezen zijn... En hij zei tot mij: Dezen zijn het, die uit... grote verdrukking komen;... (Met andere woorden: de grote verdrukking.) en zij hebben hun lange klederen gewassen, en hebben hun lange klederen wit gemaakt in het bloed van het Lam.
     Daarom zijn zij voor de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel; en Die op de troon zit, zal hen overschaduwen.
     Zij zullen niet meer hongeren, en zullen niet meer dorsten, en de zon zal op hen niet vallen, noch enige hitte.
     Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden, en zal hun een Leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.

141 Nu openen wij het... komen wij tot het zegel.

     Merkte u op, dat zij waren...? In het begin zagen wij eerst Israël.

142 En dan zien wij de gereinigde gemeente. Niet de bruid, de gereinigde gemeente door de verdrukking die hier opkomt, een groot aantal oprechte harten die uit de grote verdrukking komen. Niet de gemeente, zij is weggegaan, de bruid. Daar is de gemeente.

143 Wat later zullen wij zien, dat Jezus zei dat de troon zal worden opgericht en hoe zij in het oordeel zullen staan, iedereen.

144 Nu, wij zien nu dat deze mensen verzegeld waren met het zegel van de levende God (klopt dat?), deze Joden. Wat is het zegel van de levende God?

145 Nu, ik noem geen... wil niemands gevoelens kwetsen. Ik zeg het gewoon, zie. Weet u, dat in de lezingen van vele godgeleerden die hierover geschreven hebben, beweerd wordt dat deze groep hier, gewassen in het bloed, feitelijk de bruid is?

146 Wist u dat vele leraars ook beweren dat de 144.000 de bruid zijn? Wat een... Er moet hier iets verkeerd uitkomen, precies hierin, omdat er nu iets verkeerd is.

147 Merk op, onze Adventisten broeders zeggen dat het zegel van God het houden van de Sabbatdag is (u weet dat); maar ik wil één plekje in de Schrift daarover zien, dat het houden van de Sabbatdag het zegel van God is. Zie, het is gewoon... iemand kwam op dat idee.

148 Maar als u Efeze 4:30 leest, dan staat er: "En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Welke gij verzegeld zijt tot de dag van uw verlossing." Jazeker! Als het middelaarswerk gedaan is en u bent gekomen... komt Christus om de Zijnen te verlossen. U bent verzegeld, niet tot de volgende opwekking. Als u eens verzegeld bent met de Heilige Geest, is het een beëindigd werk dat God u ontvangen heeft en er is geen ontkomen meer aan.

149 U zegt: "Wel, ik had het en ik viel weg." Nee, u had het niet.

150 God zegt dat het blijft tot de dag der verlossing. Nu, uh-huh, bespreekt u dat maar met Hem, dan zult u zien wat het betekent. "Tot de dag van uw verlossing."

151 Let op. Zoals zij waren... Zoals zij een overblijfsel waren naar de verkiezing, zijn deze Joden nu het overblijfsel naar de verkiezing. In de dagen van Elia's eerste bediening tot de Joden, toen er zevenduizend gelovigen verborgen werden gehouden door de hand van God, zullen er nu in deze overblijvende rest van de tijd, komend tot hun tijd, 144.000 zijn naar de verkiezing. Van degenen die de Boodschap in die tijd zullen geloven, zullen er 144.000 zijn.

152 Nu, u zegt: "O, een momentje nu, broeder, ik weet niet wat dat gedoe over uitverkiezing is. Wel, ik heb het daar nooit gelezen."

153 Goed, laten wij eens zien of het juist is of niet. Laten wij Mattheüs opslaan, erin duiken en zien of wij niet ergens een klein beetje hierover kunnen vinden. Ik geloof nu, dat ik het juist heb. (Ik heb het hier niet opgeschreven, maar het komt juist in mijn gedachten.) Laten wij nemen het einde... het dertigste vers, waar wij het gisteravond over hadden, het einde van het zesde zegel, in het dertigste vers. Nu, laten wij dat lezen en nu zien waar wij toe komen. Het eenendertigste vers, zie: zij zullen de Zoon des mensen zien komen in heerlijkheid. Nu, het eenendertigste vers:

     En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste daarvan.

154 De uitverkorenen zullen eruit komen. Wat is het? Dan is het de verdrukkingsperiode. God zal Zijn uitverkorenen roepen en dat zijn de Joden gedurende die tijd, de uitverkorenen. De Bijbel spreekt erover. Paulus spreekt erover. Naar de verkiezing zullen er 144.000 zijn (naar de verkiezing) die de Boodschap zullen geloven, uit letterlijk miljoenen die daar zullen zijn.

155 Er waren miljoenen in Palestina ten dage van Elia's profetie, en zevenduizend werden er uit miljoenen gered.

156 Nu, naar de verkiezing, waar er miljoenen Joden zich vergaderen in hun vaderland. Het is een natie geworden. Er zullen zich daar miljoenen bevinden, maar er zullen slechts 144.000 uitverkorenen uit genomen worden. Zij zullen de Boodschap horen.

157 Het is hetzelfde met de heidengemeente. Er is een bruid en zij is uitverkoren en zij zal geroepen worden naar de verkiezing. Let op, dit alles typeert volmaakt de gemeente, de uitverkoren gelovigen.

158 Anderen geloven niet. Je kunt het wel vertellen. Je vertelt iemand een Waarheid en laat het bewezen worden door het Woord en het dan bevestigen: "Ik geloof het niet." U kunt gewoon...

159 Speel er niet meer mee. Jezus zei het niet te doen. Hij zei: "Het is precies als parels voor de zwijnen werpen." Hij zei: "Laat hen varen. Zij zullen zich omkeren en u onder hun voeten vertreden. Zij zullen de draak met u steken. Loop gewoon weg en verlaat hen. Als de blinde de blinde leidt..."

160 Ik ging niet lang geleden naar een man; of liever, hij kwam naar mij. Hij was overal aan het redetwisten geweest tegen Goddelijke genezing. En hij kwam naar mij toe en zei: "Ik geloof uw Goddelijke genezing niet!"

161 Ik zei: "De mijne, die zou denk ik geen enkel goed doen, want die heb ik niet." En hij... Ik zei: "Maar God is volmaakt."

     Hij zei: "Er bestaat zoiets niet."

162 Ik zei: "Je bent te laat om dat te zeggen, makker. Ja, u hebt daarvoor te lang gewacht. Enkele jaren geleden zou u er misschien over hebben kunnen redeneren, maar het is nu een ander tijdperk. Miljoenen kunnen hiervan getuigen." Ik zei: "Je bent nu te laat, makker, om dat te kunnen zeggen."

163 Hij zei: "Wel, ik geloof het niet, het maakt mij niet uit wat u doet."

     Ik zei: "Zeker niet. U kunt het niet." Zie?

164 Hij zei: "Sla mij met blindheid." Zei: "Als u werkelijk de Heilige Geest hebt zoals Paulus, sla mij dan met blindheid."

165 Ik zei: "Hoe kan ik dat doen als u al blind bent?" Ik zei: "Uw vader heeft u verblind voor de Waarheid." Ik zei: "U bent al blind."

166 En hij zei: "Ik zal het niet geloven, het maakt mij niet uit wat u ook zou doen, hoeveel bewijsmateriaal u zou kunnen aandragen of iets dergelijks; ik zal het toch niet geloven."

167 Ik zei: "Zeker, het was ook niet voor ongelovigen; het was alleen maar voor gelovigen." Dat is het. Zie?

168 Wat was het? Zie, u weet dan meteen dat de verkiezing er niet is. Speel er dan helemaal niet meer mee. Jezus deed hetzelfde. Hij zei: "Laat hen varen. Als de blinde de blinde leidt, zullen zij dan niet beiden in de put vallen?"

169 Maar toen Hij kwam tot een kleine prostituee, vatte het vlam. Wat was het? Het was een uitverkoren zaad, dat daar lag. Ziet u? Zij zag het direct. Toen Hij bij Petrus kwam, lag daar een uitverkoren zaad, zie, en zij zagen het. "En allen, die de Vader Mij gegeven heeft – gegeven heeft (verleden tijd) – zullen komen. Zij zullen tot Mij komen." O my! Daar houd ik van! Jazeker. Let op, de gelovigen geloven het.

170 De ongelovigen kunnen het niet geloven. Dus als iemand wil redeneren over het slangenzaad en dergelijke en u probeert het hun te laten zien en zij willen er niet naar luisteren, loop dan gewoon weg. Laat ze varen. Zie, God redeneert niet en Zijn kinderen evenmin.

171 Merk op, dat Gods uitverkoren 144.000 Joden niet buigen voor het denominationalisme van het beest, voor beelden of wat dan ook. Hoewel hun land er op die tijd een verbond mee heeft – Israël is dan in een verbond – maar hier zijn 144.000 die er niet aan mee doen. Dat zijn de uitverkorenen.

172 Hetzelfde vindt nu plaats in de heidengemeente. Het is een uitverkoren groep. U kunt hen niet in dat soort spul betrekken. Zij zullen het niet geloven. Beslist niet. Als het licht hen eenmaal heeft getroffen, maakt dat het daar helemaal vast. Zij zien het gebeuren en dan zo bevestigd en bewezen worden, en zij kijken het na in de Bijbel en zien dat het Woord gewoon voortgaat... U kunt evengoed ophouden hen voor de gek te houden, omdat zij het geloven. Dat is alles. Dat is alles. Hoewel zij het niet kunnen verklaren, weten zij dat zij het hebben ontvangen. Zoals ik zeg: "Er zijn heel wat dingen die ik niet verklaren kan, maar ik weet dat het in ieder geval echt is." Uh-huh. Goed.

173 Dit was de tijd tussen het zesde en het zevende zegel, waarin Hij deze mensen roept, waarvan Jezus spreekt in Mattheüs 24:31, wat wij zojuist hebben gelezen, ziet u. De bazuinen hier... de twee getuigen... Als de bazuin blaast, dan is het de bazuin van de twee getuigen van het tijdperk der genade voor de Joden. Eén bazuin klinkt. Merkt u op, dat één bazuin klinkt. Hij zegt: "Blaas de bazuin." Kijk nu hier naar het eenendertigste vers:

     En Hij zal Zijn engelen uitzenden... (niet één, zie, het zijn er twee) met een bazuin van groot geluid...

174 Wat is het? Als God klaar is om te spreken, is er het geluid van een bazuin. Dat is altijd Zijn stem, die oproept tot de strijd, ziet u? God spreekt. Deze engelen zullen tevoorschijn komen met het geluid van de bazuin.

175 En hebt u opgemerkt, dat, bij de boodschap van de laatste engel, de bazuin klinkt? Bij de boodschap van de eerste engel klinkt een bazuin; bij de tweede engel klonk een bazuin, toen hij deze uitzond. Merk op, maar toen de zegels aangekondigd werden, zagen wij, dat zij alle in één grote Goddelijke zaak waren om een groep mensen uit te roepen. Er was het geluid van één bazuin en zeven zegels werden verbroken.

176 Let op. Zij zullen Zijn uitverkoren Joden vergaderen van de vier delen der hemelen.

177 Hij noemde de zes zegels, zoals wij hebben gezien, maar niet het zevende zegel. Hij heeft hierin nooit ergens iets gezegd over het zevende zegel.

178 Zie, het tweeëndertigste vers brengt ons direct naar een gelijkenis van de tijd van het roepen der uitverkoren Joden. Let nu hierop, zie.

179 "En Hij zal de engelen uitzenden met een bazuin en de uitverkorenen bijeen vergaderen van de vier hoeken des hemels." Nu begint Hij...

180 Zie, Hij zegt hier niets over het zevende zegel, zie. Hij sprak over het zesde zegel, het eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en het zesde.

181 Maar let op:

     En leert van de vijgenboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak nu teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is.
     Alzo ook gij, wanneer gij al deze dingen zult zien, zo weet, dat het nabij is, voor de deur.

182 Die laatste vraag die zij Hem stelden, was: "En wat zal het teken zijn van het einde der wereld?"

183 Als u deze Joden ziet... Wanneer u deze andere dingen ziet plaats vinden, weet u wat er plaats vindt. Nu, als u deze Joden ziet... sprekend tot de Joden. Let nu op. Tot welk gezelschap spreekt hij? Heidenen? Joden! Joden! Zie?

184 Hij zei: "U zult gehaat worden door alle volkeren om Mijns Naams wil", enzovoort.

185 Nu, "Wanneer...", zei Hij, "u ziet, dat de knoppen van deze Joden daarginds beginnen uit te botten", wanneer Israël naar zijn land begint terug te keren. Wanneer ze daar komt (de gemeente is gereed voor de opname), zijn er nog maar drie-en-een-half jaar overgebleven tot het einde van de oude wereld; en zij eindigt in een chaos en het duizendjarig rijk komt tot de nieuwe aarde. Hij zei: "Vóór de deur."

     Nu is duizend jaren op aarde slechts één dag bij God. En wat zal dan drie-en-een-half jaar zijn? Zoveel seconden in Gods tijdrekening. Dat is de reden waarom Hij zei: "Het staat voor de deur."

     Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan... (weggedaan worden, dit volk) totdat al deze dingen geschied zijn.

186 Wat? Wat zal niet weggedaan worden? Zij hebben steeds maar geprobeerd de Jood van de aarde te verwijderen door hem te doden. Zij zullen er nooit toe in staat zijn.

187 Maar bedenk, dezelfde generatie Joden, die de terugkeer naar Palestina ziet, die generatie zal deze dingen zien gebeuren. En juist in de laatste twee jaar is zij volledig een natie geworden met haar eigen geld en wat dan ook. Daar is zij.

188 Waar bevinden wij ons, vriend? De zegels en alles zijn aan het opengaan: wij zijn bij dit tussenstuk aan het komen. Daar is het. Ziet u waar wij zitten?

189 Ik hoop dat u het begrijpt. Ik heb geen opleiding ontvangen. Ik weet waar ik over spreek, maar misschien kan ik het niet zo verklaren, dat u er wijs uit kunt worden. Maar ik hoop dat God de woorden neemt die verward zijn en ze juist verdeelt, ziet u, en u laat weten wat het betekent, omdat wij voor de deur staan. Wij zijn hier in de tijd. Let nu op.

190 Zie, direct wendt Hij zich nu tot deze Joden en in de eindtijd zegt Hij wat plaats gaat vinden. Wij weten zelfs (wij weten het, we zijn ons er goed van bewust) dat nu de stammen verstrooid zijn. Zij zijn dat al 2.500 jaar. Er was geprofeteerd dat zij verstrooid zouden worden naar de vier winden. Wist u dat? Wij weten dat.

191 Wij behoeven natuurlijk niet meer terug te gaan en dat door te nemen, omdat ik hier iets echt belangrijks heb en ik wil dat u het ziet, voordat u te vermoeid wordt en ik uitgeput raak.

192 Merk op. Wij weten dat zelfs elke stam, dat is de stammen-chronologie of hoe u het noemen wilt, of geologie, of de posities van de stammen niet meer bij elkaar zijn. Zij zijn overal heen verstrooid.

193 De Joden die in Jeruzalem vergaderd zijn, zijn niet... Zij kennen zelfs hun stammen niet. Zij hebben geen enkel stam-banier of zoiets meer. Al wat zij weten is dat zij Joden zijn. Er werd over hen geprofeteerd, dat het zo over de hele wereld zou zijn. Nu, hun boeken zijn vernietigd. Zij weten het niet.

     U vraagt: "Van welke stam bent u?"

     "Ik weet het niet."

     "Welke stam...?"

     "Ik weet het niet."

194 De ene van Benjamin, de ene van deze en een ander van die. Zij weten niet waar zij van zijn. Hun boeken zijn vernietigd door de oorlogen en gedurende 2.500 jaar... Het enige dat zij weten, is dat zij Joden zijn. Dat is alles. Dus zij weten dat zij terug zijn in hun thuisland. Maar let op, hoewel zij hun stammen niet weten, Gòd weet ze wel.

195 Ik houd daar gewoon van. Weet u, Hij zei zelfs dat er... "Elke haar op uw hoofd is geteld." Hum! Merk op, Hij verliest niets. "Ik zal het opwekken ten uitersten dage."

196 Ofschoon zij hun stambanieren hebben verloren en hun... wie welke is en of zij dit of dat zijn. Zij weten niet of zij van Benjamin zijn of van Ruben of Issaschar of waar zij ook van zijn. Maar hoe dan ook, God roept hen erheen.

197 Merk op, dat wij in Openbaring 7 dit lezen: twaalfduizend van iedere stam. Van al de uitverkorenen onder hen zijn er twaalfduizend uit iedere stam uitverkoren en zij worden hier in de juiste volgorde gezet. O my! Wat zijn zij? Zij staan er in de volgorde van de stammen. Hoewel ze er nu niet staan, toch zullen ze er dan staan in de volgorde der stammen. Wie zullen er in de volgorde van de stammen staan? Niet de gewone Jood; nee, maar degenen die uitverkoren zijn, de 144.000 zullen in de volgorde van de stammen worden geplaatst. O my!

198 Hoe graag zou ik u dat willen laten zien. Wij zullen er niet op ingaan, maar dat is precies wat de gemeente moet zijn, uh-huh, in de juiste orde.

199 Ik wil nu dat u heel goed oplet en even met mij meeleest. Nu, hier is iets wat misschien nog nooit door u opgemerkt is bij het noemen der stammen. Ik vertelde u een poosje geleden Openbaring 7 te lezen. Lees met mij mee en let op die stammen. In Openbaring 7 worden Dan en Efraïm gemist en niet tot hen gerekend. Had u dat opgemerkt? Jozef en Levi namen hun plaats in. Had u dat opgemerkt? Dan en Efraïm zijn daar niet. Beslist niet. Maar Jozef en Levi werden in de plaats van Dan en Efraïm gesteld.

200 Waarom? Zij... De God Die alles gedenkt, gedenkt elke belofte van Zijn Woord. (O, ik zou daar graag over willen prediken!) Zie? God vergeet niets, hoewel het lijkt van wel.

201 Zoals Hij aan Mozes vertelde... Israël was daar vierhonderd jaar geweest. Zij moesten op die tijd eruit gaan. Hij vertelde Abraham dat zijn zaad in een vreemd land zou verblijven gedurende vierhonderd jaar en dan zou Hij hen eruit leiden met een machtige hand. Maar toen zei Hij tegen Mozes: "Ik heb Mijn belofte gedacht en Ik ben neergekomen om te vervullen wat Ik gezegd heb."

202 God vergeet het niet. Hij vergeet Zijn vloeken niet, noch vergeet Hij Zijn zegeningen. Maar elke belofte die Hij deed, houdt Hij.

203 En dit is waarom zij gemist worden, als u nu wilt opletten. Lees nu... Ik wil dat u nu met mij meeleest. Wij gaan naar Deuteronomium, het negenentwintigste hoofdstuk. Er is een reden voor waarom deze stammen daar niet zijn. Alles heeft een reden. Deuteronomium, wij willen het negenentwintigste hoofdstuk van Deuteronomium nemen. De Here moge ons nu helpen om het te kunnen verstaan. Wij willen beginnen bij Deuteronomium 29, het zestiende vers. Luister nu wat Mozes spreekt:

     Want gij weet, hoe wij in Egypteland gewoond hebben, en hoe wij doorgetrokken zijn door het midden der volken, die gij doorgetrokken zijt.
     En gij hebt gezien hun verfoeiselen, en hun drekgoden, hout en steen, zilver en goud, die bij hen waren.

204 Iedereen droeg het een of ander iets, een beeldje van Sint Cecilia. U weet wel, iets dergelijks, ziet u.

     Dat onder u... (luister) Dat onder u niet zij een man, of vrouw, of huisgezin, of stam, die zijn hart heden afwendt van de HEERE, onze God, om te gaan dienen de goden van deze volken; dat onder u niet zij een wortel, die gal en alsem draagt;
     En het geschiede, als hij de woorden van deze vloek hoort, dat hij zichzelf zegene in zijn hart, zeggende: Ik zal vrede hebben, wanneer ik ook naar het goeddunken van mijn hart zal wandelen,...

205 Zie, mensen zeggen: "Ah, hij zegent zichzelf." Weet u, hij slaat een kruis of zoiets, zoals zij nu doen; hetzelfde, zie. U ziet dat het een handeling is, die heidense trekken vertoont. Hij zegent zichzelf in zijn eigen hart, in zijn eigen verbeelding, in zijn eigen gedachten...

     ... om de dronkene te doen tot de dorstige.

206 Zij drinken gewoon en zeggen: "Dat maakt geen enkel verschil; zolang u maar naar de kerk gaat is het in orde." Dan:

     De HEERE zal hem niet willen vergeven; maar alsdan zal de toorn des HEEREN en Zijn naijver roken over die man, en al de vloek, die in dit boek geschreven is,... (Neem er geen woord van weg en voeg er geen woord aan toe, zie.) zal op hem liggen; en de HEERE zal zijn naam van onder de hemel uitdelgen.

207 Dat is terwijl hij hier op aarde is, zie, "onder de hemel".

     En de HEERE zal hem ten kwade afscheiden van al de stammen Israëls, naar alle vloeken van het verbond, dat in het boek van deze wet geschreven is.

208 Daarom zei God, dat als enig mens een afgod zou dienen of een afgod bij zich hebben, of zichzelf in de verbeelding van zijn eigen verstand zou zegenen en afgoden dienen: "Man, vrouw, gezin of stam, zijn naam zal volledig uitgeroeid worden van onder het volk." Klopt dat? Hoe waar is dat!

209 Afgoderij deed jaren geleden hetzelfde in de gemeente en heden nog steeds. En let nu op. Zie hoe de antichrist probeerde een tegenbeweging te maken. Hoevelen weten dat de duivel typeert en afkijkt van het voorbeeld van Gods heiligen?

210 Wat is zonde? Het is de juiste zaak verdraaid. Wat is een leugen? Het is de waarheid verkeerd voorgesteld. Wat is overspel? Het is de juiste, wettige handeling, verkeerd gedaan, zie.

211 Nu, wat betreft het proberen dit te doen, een naam uit te roeien, hebt u opgemerkt, dat in het gemeente-tijdperk, hetzelfde beest dat de beelden van dode mensen, enzovoort, dient, probeerde de Naam van de Here Jezus Christus uit te roeien en titels gaf van Vader, Zoon en Heilige Geest? Hetzelfde met die vloek er zo achteraan.

212 Dan en Efraïm deden dat evenzo onder een huichelaar van een koning in Israël, een bedrieger, Jerobeam. Zie nu in 1 Koningen, het twaalfde hoofdstuk. Ik weet, dat wij zijn... Dit geeft volgens mij een achtergrond, waar wij ons op kunnen verlaten, wat wij zien. Ik wil gaan naar 1 Koningen, het twaalfde hoofdstuk, van vers 25 tot en met 30.

     Jerobeam nu bouwde Sichem op het gebergte van Efraïm, en woonde daarin, en trok van daar uit, en bouwde Penúël.
     En Jerobeam zeide in zijn hart:... (Zie, overlegging van zijn hart.) Nu zal het koninkrijk weer tot het huis van David keren.

213 Hij werd bevreesd, ziet u, dat het volk misschien weg zou gaan.

     Zo dit volk opgaan zal om offeranden te doen in het huis des HEEREN te Jeruzalem, zo zal het hart van dit volk tot hun heer, tot Rehábeam, de koning van Juda, weerkeren; ja, zij zullen mij doden, en tot Rehábeam, de koning van Juda, weerkeren.
     Daarom hield de koning een raad, en maakte twee gouden kalveren; en hij zeide tot hen: Het is u te veel om op te gaan naar Jeruzalem; zie uw goden, o Israël, die u uit Egypteland opgebracht hebben.
     En hij zette het ene te Beth-El, en het andere stelde hij te Dan.
     En deze zaak werd tot zonde; want het volk ging heen voor het ene, tot Dan toe.

214 Zie? Efraïm te Beth-El, en Dan; en hij plaatste afgoden en zij gingen heen om deze te aanbidden.

215 En hier zijn wij bijna helemaal in het duizendjarig vrederijk, en nog herinnert God Zich die zonde. Zij worden er zelfs niet bij gerekend. Hé! Glorie! Net zo zeker als Hij elke goede belofte gedenkt, gedenkt Hij ook elke kwade belofte. Onthoud gewoon...

216 Dat is de reden waarom ik geloof, vrienden, ik heb altijd geprobeerd bij dat Woord te blijven ongeacht hoe vreemd het schijnt.

217 Zie, zij wilden daar toen niet aan denken. Zij dachten er toen niet aan. Zij dachten: "Wel, zij zijn er doorheen gekomen." Goed.

218 Maar hier, waar dit duizendjarig vrederijk tijdperk aan het komen is, zijn hun namen en stammen van onder hen uitgeroeid, omdat zij de afgoderij bedreven die God vervloekte.

219 Zei Hij niet dat Hij de Nikolaïeten en die Izebel haatte? Blijf er bij vandaan. Zei Hij niet dat Hij de dochters van Izebel met de dood zou slaan, dat is eeuwige afscheiding van Zijn tegenwoordigheid? Vertrouw er helemaal niet in. Ga erbij vandaan. Dus God gedacht het. Let op.

220 Maar hebt u daar opgemerkt, dat het uitgeroeid zou worden? Waarom? Onder de hemel was geen onmiddellijk offer, dat hem de Heilige Geest kon geven om hem deze dingen te laten zien, maar hij deed het hoe dan ook in zijn eigen zelfzuchtige gedachten.

221 Maar Ezechiël ziet hen in zijn visioen in het duizendjarig vrederijk weer in volmaakte volgorde; Ezechiël, als u het wilt lezen. Schrijf het even op en u kunt het lezen, om tijd te besparen. Ezechiël 48:1–7; lees ook vers 23 tot en met 29. Ezechiël zag elke stam helemaal precies in volgorde. Goed.

222 Goed. En ook in Openbaring 14 zag Johannes hen weer in de volgorde der stammen. Zo is het. Elke stam op zijn plaats. Wat gebeurde er?

223 U herinnert zich dat hij zei: "Onder de hemelen" – dat zijn naam zou worden uitgewist uit de stammen-orde. Zolang hij onder de hemelen was, zouden er geen meer zijn, en deze 144.000 zijn nog hier in het deel der stammen. (Juist!) Maar u ziet, dat zij verblind waren; zij hadden alleen maar het offer van stieren en bokken, zie. Let nu op, dat Hij hen uitdelgde van onder de hemelen.

224 Maar bij de heidenen werd, in de dagen van de Heilige Geest, als u daar tegenin ging, uw naam volledig weggedaan uit het boek des levens, en kunt u geen vergeving meer ontvangen, nóch in deze wereld nóch in de toekomende wereld. Klopt dat? Zo staat het met ons.

225 Israël onder geiten en schapen, zij hadden een plaats, maar zolang zij hier op aarde waren, werden hun stammen gemist. Zij konden er nooit bij ingesloten worden. Toen Hij de 144.000 riep, werden zij gemist. Zo is het. Zij worden er daar zelfs niet bij gerekend. En Jozef en Levi werden in de plaats van Dan en Efraïm gesteld. Nu, u kunt er naar kijken, het is daar recht vóór u, zie. En hier is Gods belofte uit een ver verleden, honderden en honderden jaren daarvoor.

226 Wat gebeurde er? Zij werden gereinigd gedurende de verschrikkelijke verdrukkingsperiode.

227 Nu, als God die maagd gaat reinigen, die een goede vrouw was, maar gewoon faalde om olie in haar lamp te hebben en Hij haar gaat reinigen door de vervolging, die daarin plaats vindt, dan plaatst Hij die stammen er regelrecht in voor hetzelfde en zuivert hen gedurende de tijd van de verdrukkingsperiode, omdat het een zuivering is. Het is een oordeel. Maar u ziet, dat zij na... En kijk hier. Hier komen de 144.000 na de reiniging van Israël en hier komen ook de slapende maagden op, gezuiverd en met witte klederen aan, ziet u? Wat volmaakt; wat is dat mooi!

228 Precies zoals Jakob in de tijd van benauwdheid, zie. Jakob was in de tijd van benauwdheid, omdat hij verkeerd had gedaan, maar hij ging door de zuiveringstijd, omdat hij zijn broeder Ezau verkeerd behandeld had. Hij pleegde bedrog om zijn eerstgeboorterecht te verkrijgen. Maar hij ging door een zuivering, voordat zijn naam veranderd kon worden van Jakob in Israël, wat een type was van de orde van Gods type vandaag.

229 Wij zullen nu naar het achtste vers van het... of het eerste vers, bedoel ik, van het achtste hoofdstuk gaan; Openbaring 8:1.

230 Ik weet dat u vermoeid bent, maar probeer gewoon nu nog een paar minuten te luisteren. God des hemels, help ons, is mijn gebed.

231 Wij moeten bedenken dat dit zevende zegel het einde van de tijd van alle dingen is. Zo is het. De dingen die geschreven zijn in dit Boek met zeven zegels (waarin het plan der verlossing verzegeld was van vóór de grondlegging der wereld), worden voleindigd tot in elk onderdeel. Het is het einde; het is het einde van de worstelende wereld. Het is het einde van de worstelende natuur. Het is het einde van alles. Daarin is het einde van de bazuinen. Het is het einde van de schalen. Het is het einde van de aarde. Het is zelfs het einde van de tijd.

232 De tijd loopt ten einde. Dat zegt de Bijbel. Mattheüs, het zevende hoofdstuk... Ik bedoel Openbaring, het tiende hoofdstuk van het eerste tot en met het zevende vers. De tijd loopt ten einde. De engel zei: "Er zal geen tijd meer zijn", als die... in de dagen dat deze grote zaak zal gebeuren.

233 Alles loopt ten einde in deze tijd, het einde van de... aan het einde van dit zevende zegel. Let op, het is het einde van het gemeente-tijdperk. Het is het einde van de zeven zegels. Het is het einde van de bazuinen. Het is het einde van de schalen, en eindigt zelfs het inleiden van het duizendjarig vrederijk. Dat is in het zevende zegel.

234 Het is als bij het afvuren van een raket in de lucht, en die raket ontploft hier en gaat omhoog en dan ontploft hij weer. Hij brengt vijf sterren tevoorschijn. Eén van die sterren ontploft en blaast weer vijf sterren uit; en dan ontploft één van die sterren en brengt weer vijf sterren tevoorschijn, ziet u; zo verdwijnt dit geleidelijk.

235 Zo is het met dit zevende zegel. Het beëindigt gewoon de tijd voor de wereld. Het beëindigt de tijd voor dit en het beëindigt de tijd voor dat. Het is het einde van de tijd voor dit. Het is het einde van de tijd... Alles eindigt gewoon in dat zevende zegel.

236 Nu, hoe gaat Hij dat doen? Dat weten wij niet, is het wel? Wij weten het niet.

237 Het is zelfs tijd voor al deze dingen, en het binnenleiden van het duizendjarig vrederijk.

238 Merk op, het breken van dit zegel was zo geweldig dat er in de hemel een stilte door ontstond van omtrent een half uur. Nu, is het groots? Wat is het? Er werd een stilte in de hemel. Gedurende een half uur bewoog er niets.

239 Nu, een half uur zou niet lang duren als u een goede tijd had, maar in de onzekerheid tussen leven en dood, scheen het een millennium. Het was zo geweldig!

     Jezus noemde het nooit, en de rest van hen ook niet.

240 Johannes kon er zelfs niet over schrijven. Nee, het werd hem verboden het hier op te schrijven. Zie, er is gewoon... Hij schreef het niet op, maar dit is stilte.

241 En de vierentwintig ouderlingen die daar voor God stonden te spelen op hun harpen, hielden op met harpspelen.

     De engelen stopten in de hemel met zingen.

242 Bedenk, de heilige cherubs en serafs, die Jesaja in de tempel zag met zes stel... of drie stel vleugels. Drie... twee over zijn gezicht en twee over zijn voeten, en dag en nacht vliegend voor God, zeggend: "Heilig, heilig, heilig is de Here God, almachtig." En toen zij de tempel kwamen binnenwandelen, bewogen zelfs de posten van de tempel door hun tegenwoordigheid.

243 En deze heilige serafs zwegen. De engelen hielden op met zingen; (Whew!!) vliegend in de tegenwoordigheid van God, zingend: "Heilig, heilig, heilig." Zij zwegen. Geen engelenzang, geen lofprijzingen, geen altaardienst, nee, niets! Er was stilte, een stilzwijgen, dodelijke stilte in de hemel gedurende een half uur.

244 Al de hemelse heerscharen waren stil gedurende dit half uur, toen deze verborgenheid van het zevende zegel in het Boek der Verlossing werd opengebroken. Denk eraan; maar het is verbroken. Het Lam verbreekt het. Weet u wat? Ik geloof dat zij ervan onder de indruk waren. Zij wisten het niet. Daar was het; toen stopten zij gewoon.

245 Waarom? Wat is het? Nu, niemand van ons weet het; maar ik ga u mijn openbaring erover vertellen.

246 En nu, ik heb niet de neiging om een fanaticus te zijn. Als ik het ben, ben ik het onwetend, zie. Ik ben niet opgetreden met listige aanstellerij en denkbeeldige dingen.

247 Ik heb enkele dingen gezegd die misschien wat vreemd zijn geweest voor sommige mensen, maar als God er omheen en er achter staat en het bevestigt en zegt dat het de Waarheid is, dan is dat Gods Woord. Zie? Het mag dan vreemd schijnen op die wijze. Zie?

248 En nu, zo zeker als ik hier vanavond op het podium sta, had ik de openbaring die openbaarde... Het is op een drievoudige manier. Daarover wil ik tot u spreken, met Gods hulp, een deel ervan. En dan zult u... Laten wij eerst daartoe overgaan. Hier is de openbaring om te beginnen met wat ik u wil vertellen wat het is. Wat er gebeurt, is... Die zeven donderslagen die hij hoorde donderen, en die hem verboden werden op te schrijven, daar ligt de verborgenheid. Het ligt achter die zeven opeenvolgende donderslagen die rolden.

249 Nu, waarom? Laten wij het bewijzen. Waarom? Het is het geheim waar niemand iets over weet. Johannes werd verboden het op te schrijven, ja, zelfs om een symbool ervan op te schrijven. Waarom? Dit is waarom er geen activiteit was in de hemel: het geheim zou misschien prijsgegeven worden! Ziet u het nu?

250 Als het zo geweldig is, moet het erin besloten liggen, omdat het moet geschieden. Maar als de zeven donderslagen...

251 Let nu op, toen de zeven engelen uitgingen om hun bazuinen te laten klinken, was er één donderslag. Als Israël vergaderd werd, klonk er een bazuin. Als de tijd niet meer zal zijn, klinkt de laatste bazuin, één donderslag.

252 Maar hier zijn zeven achtereenvolgende donderslagen precies op een rij: één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven. Dat volmaakte getal, zeven donderslagen klonken achter elkaar, niet slechts achtereenvolgens één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven. [Broeder Branham klopte zeven keer op de kansel – Vert] Toen konden de hemelen dat niet opschrijven, de hemelen kunnen er niets over weten, niets anders omdat er niets is om te gebeuren: het is tijd om te ontspannen. Het was zo geweldig dat het geheim werd gehouden voor de engelen.

253 Nu, waarom? Als Satan er achter zou kunnen komen, zou hij grote schade aanrichten. Er is één ding dat hij niet weet. Hij kan alles uitleggen wat hij maar wil en elke soort gave nabootsen (ik hoop dat u leert), maar hij kan dit niet weten. Het is zelfs niet in het Woord geschreven! Het is een totaal geheim!

254 De engelen, alles, zweeg. Als zij één beweging zouden maken, zou deze iets prijs kunnen geven, dus zwegen zij en hielden op met harpspelen; alles hield op.

255 Zeven, Gods volmaakte getal. Zeven [Broeder Branham klopt zeven keer op de lessenaar – Vert], gewoon recht op het rijtje af. Zeven donderslagen klonken vlak na elkaar alsof zij iets spelden. Let op, op dat moment begon Johannes te schrijven en Hij zei: "Schrijf het niet op."

256 Jezus sprak er nooit over. Johannes kon het niet opschrijven. Engelen wisten er niets over. Wat is het? Het is datgene waarvan Jezus zei dat zelfs de engelen des hemels er niets over wisten, zie. Hij wist het Zelf niet. Hij zei dat alleen God het zou weten.

257 Maar Hij vertelde ons dat als wij begonnen die tekenen te zien komen... (Nu, begint u er iets van te begrijpen? Goed.) Let op, wij beginnen te zien dat deze tekenen opkomen.

     Als Satan er vat op zou kunnen krijgen...

258 Als u wilt dat er iets gebeurt... Nu, u zult mijn woord hiervoor moeten nemen. Als ik van plan ben om iets te doen, weet ik wel beter dan dit aan iemand te vertellen. Niet dat die persoon het zal vertellen, maar Satan zal het horen, ziet u? Hij kan het in mijn hart daar niet te weten komen, zolang God het opgesloten houdt met de Heilige Geest, dus is het dan tussen God en mij, zie. Hij weet er niets over totdat u het uitspreekt, dan hoort hij het.

     En ik probeer... ik vertel de mensen dat ik een bepaald iets zal doen, en let op hoe de duivel elk wiel dat hij te pakken kan krijgen om daar te komen, uitschakelt, ziet u, om mij hierin te verslaan. Maar als ik de openbaring van God kan krijgen en er gewoon niets over zeg, dan is het anders.

259 Bedenk, Satan zal proberen na te bootsen. Hij zal alles proberen na te bootsen wat de gemeente zal doen. Hij heeft geprobeerd om het te doen. Wij hebben opgemerkt dat hij dit doet door de antichrist.

260 Maar deze ene zaak kan hij niet nabootsen. Er zullen hier geen nabootsingen van zijn, omdat hij het niet weet! Er is geen manier voor hem om het te weten. Het is de derde trek. Hij weet er gewoon niets over. Zie? Hij begrijpt het niet.

     [Hierna volgt de oorspronkelijke voortzetting van de prediking. Aan het einde hiervan, is hiervan een andere versie opgenomen, die broeder Branham tijdelijk gebruikte voor de banden die uitgegeven werden. – Vert]

261 Maar er ligt daar een geheim achter. Glorie voor God in de hoogste! Ik kan de rest van mijn leven nooit meer hetzelfde denken, sinds ik dat zag. Nu, ik weet niet wat... Ik weet wat de volgende stap daar is, maar ik weet niet wat en hoe ik dat uit moet leggen. Het zal niet lang duren. Ik heb het hier opgeschreven toen het gebeurde, als u het hier kunt zien: "Stop! Ga niet verder dan tot precies dit hier." Ik heb niet de neiging om een fanaticus te zijn. Ik vertel slechts de Waarheid.

262 Maar u herinnert zich over de kleine schoen, dat ik altijd probeerde te verklaren, hoe dat de ziel vlak bij zus en zo lag en het onderbewustzijn en al dat soort dingen, wat alleen maar maakte dat daarna een enorm stel nabootsingen begon. Hoe je de hand moest nemen en de mensen vasthouden en een trilling krijgen, en iedereen kreeg een trilling in zijn hand.

263 Maar herinnert u zich, dat Hij, toen Hij mij daar opnam, zei: "Dit is de derde trek en niemand zal het weten"; herinnert u zich dat? Visioenen falen nooit! Zij zijn volmaakt de Waarheid.

264 Let nu op, herinnert u zich het visioen van de constellatie? Charlie, hier heb je het.

265 Er is iets gaande, ik heb het u deze week verteld, dat u... Het is helemaal om u heen geweest, maar ik vraag mij af of u het opgemerkt hebt.

266 Herinnert u zich het visioen van de constellatie der engelen, toen ik van hier naar Arizona ging? Herinnert u zich nog: "Hoe laat is het, heren?" Herinnert u zich dat? Merk op, er was maar één grote donderslag en zeven engelen verschenen. Klopt dat? Eén donderslag en zeven engelen verschenen.

     En ik zag, toen het Lam het eerste zegel geopend had, en ik hoorde een uit de vier dieren zeggen, als een stem van een donderslag: Kom en zie!

267 Let op, één donderslag, zeven boodschappen, die verzegeld waren en niet geopend konden worden tot de laatste dag, in dit tijdperk. Ziet u wat ik bedoel?

268 Hebt u het geheimzinnige gedeelte van deze week opgemerkt? Dat is het. Dat is het geweest. Het is geen menselijk wezen geweest, een mens; het waren de engelen van de Here. Let op.

269 Er zitten hier binnen drie getuigen, dat ik iets meer dan een week geleden daar ver weg boven in de bergen was, dicht bij Mexico, met twee broeders die hier zitten, terwijl ik een klit van mijn broekspijp afhaalde, en dat er een donderslag weerklonk die naar het scheen de bergen bijna deed omschudden. Nu, zo is het. Ik heb het nooit aan mijn broeders verteld, maar zij merkten een verschil op.

270 En Hij zei tegen mij: "Nu, wees gereed. Ga naar het oosten." Hier is de uitlegging van dat visioen. Zie? Nu moet u weten, dat broeder Sothmann het wild waar hij achteraan ging niet gekregen heeft. Wij probeerden het voor hem te krijgen. En Hij zei: "Als een teken voor u vanavond: het zal hem niet gelukken. U moet uzelf in deze tijd toewijden voor het bezoek van deze engelen." En ik voelde mij buiten mijzelf, bedenkt u!

271 En ik was in het westen; de engelen kwamen oostwaarts. En toen zij voorbij kwamen, werd ik met hen opgenomen. Herinnert u zich dat? Zij kwamen oostwaarts.

272 En broeder Fred, hier binnen vanavond, is een getuige met broeder Norman. Toen wij naar beneden gingen, overreedde ik die man bijna om te blijven en zijn wild te schieten. Is dat juist, broeder Sothmann? Ja, daar staat hij, daarginds. Ik overreedde... maar toch had Hij gezegd: "Hij zal het niet krijgen." Ik zei niets; ging door.

273 Terwijl wij wat naast die tent zaten op die dag dat... u herinnert het zich, broeder Sothmann; zodra er enkele dingen verteld werden, stelde ik u en broeder Norman... Waar is broeder Norman? Daar achterin... onder ede, dat zij niet zouden vermelden wat er plaats vond. Klopt dat? Draaide ik mij om en wandelde ik zó bij de tent vandaan? Klopt dat?

274 Omdat dit is wat het was, precies wat het was, en wetend, dat ik het niet kon zeggen totdat het gebeurde, om te zien of de mensen het zouden verstaan.

275 En hebt u het opgemerkt? "Die ene engel", zei ik, "daarin, was een vreemde engel." Hij had meer betekenis voor mij dan enige van de andere engelen. Herinnert u zich dat? Zij waren in een constellatie; drie aan elke kant en één in de top. En de ene vlak naast mij hier, gerekend van links naar rechts, zou de zevende engel geweest zijn. Hij was schitterender en betekende meer voor mij dan de rest. U herinnert u dat ik zei, dat hij zijn borst zó naar voren had en oostwaarts vloog. Herinnert u zich zoiets? Ik zei: "Het pakte mij op en hief mij op!" Herinnert u zich dat?

276 Hier is het! Degene die het zevende zegel had, de zaak die ik mij mijn hele leven heb afgevraagd. Amen! Die andere zegels betekenden heel wat voor mij, natuurlijk, maar o, u weet niet wat dit heeft betekend. Voor eenmaal in mijn leven...

277 Ik had gebeden en het uitgeroepen tot God. Na die samenkomst in Phoenix, alle mensen die daar bij mij waren weten het; ik lag in de bergen.

278 Op een morgen stond ik op en ging naar boven in de Sabino Canyon, een grote, ruige, hoge berg. En ik ging daar naar boven en er was een klein voetpad dat omhoog gaat naar de Lemmon Berg, wat een wandeling van 30 mijl [48 km] is en er was ongeveer 30 voet [9 meter] sneeuw daar boven. Dus ging ik al heel vroeg vóór dag en dauw omhoog langs dit kleine voetpad, waarlangs de stenen rolden, en ik voelde mij geleid om deze weg te nemen. En ik sloeg af en ging omhoog tussen een paar uitstekende rotsen van, o, honderden voet hoog.

279 En ik knielde neer tussen die rotsen. Ik legde deze Bijbel neer en legde dit kleine notitieboekje neer. Ik zei: "Here God, wat betekent dit visioen? Ik ben... ik ben..." Ik zei: "Here, betekent dit dat ik ga sterven?"

280 U herinnert zich, dat ik u vertelde dat ik dacht dat het mijn dood betekende, omdat iets ontplofte en mij gewoon aan stukken reet. U herinnert het zich. Hoevelen weten het, hebben het gehoord? Zeker, u allemaal. En ik dacht dat het mijn dood kon betekenen.

281 En toen in de kamer, zei ik: "Wat... wat was het, Here? Wat betekent het? Betekent het dat ik ga sterven? Als dat zo is, in orde; ik zal het mijn gezin niet vertellen. Laat mij gewoon doorgaan, zie, als mijn werk geëindigd is." En ik zei...

282 Nu, wat was het? Maar Hij zond een getuigenis terug (u herinnert zich dat ik u dat vertelde), maar dat was het niet, het was een voortzetting van mijn werk. O, o, o! Begrijpt u het? Zie? En terwijl ik daarboven in de Sabino Canyon zat...

283 De hemelse Vader weet dit, net zo waarachtig als u dat hebt zien gebeuren: die engelen kwam naar beneden en bevestigden dat het met elke boodschap hetzelfde was. Dan weet u of het van God komt of niet. Het werd u voorzegd door een visioen. Ik kon het u niet vertellen voordat de samenkomst voorbij was, omdat het mij verboden werd.

284 Terwijl ik daar die morgen in de Sabino Canyon zat, had ik mijn handen omhoog en de wind had mijn oude, zwarte hoed afgeblazen. Ik stond daar met mijn handen omhoog, biddend. Ik zei: "Here God, wat betekent dit? Ik kan het niet begrijpen, Here. Wat moet ik doen? Als het mijn tijd is om naar Huis te gaan, laat mij dan hier naar boven gaan waar zij mij nooit zullen vinden. Ik wil niet dat er iemand om treurt als ik ga. Ik wil gewoon dat de familie denkt dat ik ging wandelen, en dat zij mij niet zullen vinden. Verberg mij ergens! Als ik heen zal moeten gaan, wel, laat mij dan maar gaan. Misschien zal Jozef op zekere dag mijn Bijbel vinden, die hier ligt, en laat hem deze dan gebruiken. Zie? Als ik heenga, laat mij dan gaan, Here." En ik had mijn handen uitgestrekt en plotseling raakte iets mijn hand.

285 Ik weet het niet. Ik kan het niet zeggen. Sliep ik? Ik weet het niet. Ging ik in een zinsverrukking? Ik weet het niet. Was het een visioen? Ik kan het u niet zeggen. Het enige dat ik kan zeggen, is van wat ik... Het was net eender als met die engelen.

286 En het raakte mijn hand en ik keek en het was een zwaard met een paarlen handvat, echt mooi; en er zat een bescherming over van goud, en het lemmet zag er ongeveer uit als chroom, als zilver, alleen was het echt blinkend. En het was zo vlijmscherp, o my! En ik dacht: "Is dat niet allermooist?" Het paste precies in mijn hand. Ik dacht: "Dat is verschrikkelijk mooi." Maar ik zei: "Hé, ik ben altijd bang van die dingen", een zwaard. En ik dacht: "Wat zal ik daarmee doen?"

287 En juist toen donderde er een stem, die de rotsen scheurde en sprak: "Het is het zwaard van de Koning!" En toen kwam ik weer tot mijzelf.

288 "Het zwaard van de Koning." Als er nog gezegd was: "Een zwaard van een koning", maar er werd gezegd: "Het zwaard van de Koning" en er is maar één "de Koning" en dat is God! En Hij heeft één Zwaard: dat is Zijn Woord, waar ik door leef! Zo helpe mij God... om Zijn heilige rusting aan te trekken met dit heilig Woord dat hier ligt. Het is het Woord. Amen! O, wat een dag waarin wij leven, wat een grote zaak! Ziet u de verborgenheid en het geheim? De derde...

289 Terwijl ik daar stond en dit mij verliet, kwam gewoon iets tot mij dat zei: "Vrees niet." Ik hoorde geen stem, het was of er iets binnen in mij sprak. Ik vertel u gewoon de waarheid, gewoon precies wat er gebeurde. Iets trof mij en zei: "Vrees niet. Dit is die derde trek."

290 De derde trek, herinnert u het zich? Hij zei: "U hebt hier zoveel nabootsers van gehad, als u probeerde het te verklaren." Hij zei: "Probeer het hier zelfs niet mee." Herinnert u het zich? Hoevelen herinneren zich dat visioen? Wel, het staat allemaal op de banden die overal heengaan. Dat is ongeveer zes jaar geleden, zeven jaar geleden. Ja, zeven jaar geleden. Hij zei: "Probeer dat niet te verklaren." Hij zei: "Dit is de derde trek, maar Ik zal u daarin ontmoeten." Klopt dat? Hij zei: "Probeer niet..."

291 Ik stond daar met een kleine babyschoen toen Hij mij dat vertelde en zei: "Nu, haal voor de eerste keer op. En bij die eerste trek zal de vis achter het aas aan gaan." Hij zei: "En let dan op uw tweede trek", zei Hij, "want dan zal er slechts kleine vis zijn." Hij zei: "Dan zal de derde trek resultaat hebben."

292 En al die predikers kwamen daar om mij heen staan en zeiden: "Broeder Branham, wij weten dat u het kunt. Halleluja, broeder Branham." (Daar kom ik altijd mee in de knoop, met een stel predikers. Ik houd van mensen, maar zij willen dat je alles verklaart, dit en dat.)

293 Ik zei: "Wel, uh, uh, uh," zei ik, "ik weet het niet." Ik zei: "Ik heb verstand van vissen. Nu," zei ik, "het eerste wat je doet... Dit is hoe het gaat. Je ziet al de vissen rondzwemmen; je moet rukjes geven aan het aas." (Wel, dat is precies de tactiek van het vissen.) Dus zei ik: "Geef rukjes aan het aas." Nu, ziet u, toen ik de eerste keer rukjes aan het aas gaf, ging de vis er wel achteraan, maar het waren kleintjes. Dat is precies de wijze waarop zij vingen.

294 Dus toen zei ik: "Vervolgens sla je..." en ik trok ze eruit op de oever en ik had een vis, maar hij zag eruit als een velletje over het aas, zo klein was hij.

295 En toen stond ik daar en Iets zei: "Ik vertelde je dat niet te doen!"

296 En ik begon te huilen. De hele lijn was zo om mij heen in de war geraakt en ik had... ik stond daar te huilen met mijn hoofd zó naar beneden. Ik zei: "God, o vergeef mij. Ik ben een dom persoon. Here, vergeef mij." En ik had deze lijn.

297 En dat wat ik in mijn hand had was een babyschoentje, ongeveer zó lang. En ik had... die veter was ongeveer zo dik als mijn vinger, ongeveer zoiets als een anderhalve centimeter. En het oogje in dat schoentje had net ongeveer de afmeting van een... was waarschijnlijk iets kleiner dan anderhalve millimeter. En ik probeerde die grote, halve duims veter in die kleine schoen vast te rijgen. Huh.

298 En er kwam een stem die zei: "U kunt Pinksterbaby's geen bovennatuurlijke dingen onderwijzen." Hij zei: "Laat ze varen!"

299 En precies toen nam Hij mij op. Hij nam mij op en plaatste mij zeer hoog waar een samenkomst aan de gang was, het leek op een tent of een kathedraal van de een of andere aard. En ik keek en daar was een klein hokje, klein huisje, daar aan de kant. En ik zag dat dit Licht tot iemand boven mij sprak, dit Licht, dat u daar op de foto ziet. Het wervelde zó bij mij vandaan en ging naar die tent en zei: "Ik zal u daar ontmoeten." En sprak: "Dit zal de derde trek zijn en u zult het aan niemand vertellen!"

     En in Sabino Canyon zei Hij: "Dit is de derde trek."

300 En er zijn drie grote dingen, die ermee gepaard gaan; één ervan werd gisteren ontvouwen, het andere vandaag, en er is één ding dat ik niet kan uitleggen, omdat het in een onbekende taal is. Maar ik stond daar en keek er rechtstreeks naar, en dit is de derde trek die opkomt. En de Heilige Geest van God... O my!

     Dat is de reden waarom de hele hemel stil was!

301 Ik kan hier maar beter stoppen. Ik voel mij gewoon tegengehouden om er iets meer over te zeggen. Zie?

302 Dus bedenk slechts, de reden waarom het zevende zegel niet geopend werd [Broeder Branham klop zes keer op de kansel – Vert], zie, de reden waarom Hij het niet openbaarde, was opdat niemand er iets over zou weten.

303 En ik wil dat u weet, dat voordat ik er ook maar één woord over wist, dat visioen jaren geleden kwam. Herinnert u zich dat? En hier is het net als dit andere, het past rechtstreeks in het Woord, precies waar het was. [Broeder Branham klopt twee keer op de kansel – Vert] En God kent mijn hart. Ik heb nooit één keer aan zoiets dergelijks gedacht, en hier was het. Het is later dan wij denken. Uh-huh. O my!

304 Het toont gewoon dat het van God is, want zie, het past precies in de beloften van God uit het einde van de Boodschap. Merk op. Let nu op, want de eind-der-tijd-Boodschap, dit zegel, na alle... Hij heeft al de zes zegels geopenbaard, maar er wordt niets gezegd over het zevende zegel. En het eindtijd-zegel, als het begint, zal absoluut een totaal geheim zijn volgens de Bijbel. Voordat wij dat wisten... En bedenk, Openbaring 10:1–7 (1 tot en met 7, hoofdstuk 10:1–7): aan het einde van de boodschap van de zevende engel, zouden al de verborgenheden van God bekend zijn. Wij zijn in de eindtijd; de opening van het zevende zegel.

305 Nu, hoe wist ik dat onlangs, verleden zondag, vandaag een week geleden, toen ik predikte over "Wees nederig, wees nederig. Bedenk dat God werkt in kleine dingen." Ik besefte niet waar eigenlijk over gesproken werd, maar nú zie ik het. Het is op zo'n eenvoudige wijze. U zou denken dat zoiets dergelijks geopenbaard zou worden aan het Vaticaan, maar het komt precies als bij Johannes de Doper. Het komt als bij de geboorte van onze Here, in een stal! Glorie voor God! Zo helpe mij de Here, het uur is nabij. Amen! Wij zijn er. O my!

306 Ziet u het nu, de Waarheid van Gods visioen, de zeven engelen, die mij uit het westen brachten? Zij kwamen van het westen, kwamen terug naar het oosten, om deze boodschap hier vanavond te brengen. [Broeder Branham klopt twee keer op de kansel – Vert] O my!

307 Nu, de stem van die grote donderslag en de opdracht die hier werd gebracht is geopenbaard en bewezen van God te zijn. Denk daar nu aan. Ik kende deze zegels niet en ze zijn deze week geopenbaard. Had iemand dat gedacht, dat dit die zeven engelen waren, de Boodschap die zou voortkomen, die engelen die mij daarvoor hierheen terug brachten?

308 Bedenk, de zevende boodschapper was... de zeven boodschappers waren... De voornaamste voor mij, de zevende engel, deze leek mij meer te zijn dan elke andere. Ziet u, zij stonden op deze wijze (wij willen gewoon dat u dat opmerkt) en ik stond hier en ik keek naar die andere...

309 Zie, één... de eerste groep kleine vogels met de veren helemaal neergeslagen. Herinnert u die zich? En zij vlogen allen oostwaarts. En de tweede groep waren lichtere, grotere vogels; zij zagen eruit als duiven, hadden puntige vleugels en zij vlogen oostwaarts. Eerste trek, tweede trek. Daarop kwamen vervolgens engelen! En terwijl...

310 Ik stond precies daar en deze explosie hield op; en ik keek deze kant op, naar het westen, en zij kwamen en pakten mij gewoon daarin op en ik raakte geheel buiten kennis. En die ene van hen die kwam (degene die mij zo vreemd voorkwam) bevond zich links van waar ik de constellatie binnenging, maar gerekend van links naar rechts, zou het de zevende engel geweest zijn, zoals zij er aankwamen. Nu, bedenk, de zeven boodschappers.

311 Herinnert u zich de piramide van witte steen uit de droom van Junior Jackson, die ik u uitlegde? Let op, de avond dat ik wegging... en daar kwamen zes dromen en elk ervan had direct betrekking op dezelfde zaak. Toen begon het visioen en zond mij naar het westen. Junior lette goed op... Let nu op. Zie hoe volmaakt het is!

312 Nu, ik ben... ik hoop en vertrouw dat u mensen beseft dat ik probeer deze genade op Jezus Christus te leggen, Die de Auteur van dit alles is; en de enige reden waarom u mij nooit tevoren in uw leven zo hebt horen spreken... Maar dit uur nadert. Zie? Zie? Merk op.

313 Nu, om het zeker voor u te maken, zodat het goed vastgenageld kan worden. Ik sta op het punt u weer te verlaten. Ik weet niet waarheen ik zal gaan. Ik moet het Evangelie prediken in andere plaatsen. Maar nu, dat...

314 U zult misschien zeggen: "Ik heb al dat soort fanatisme gehoord." Ik weet niet wat; ik kan geen ander mens oordelen.

315 Ik moet alleen voor God verantwoording afleggen van wat ik... voor mijzelf. Maar is er in al deze jaren ooit één keer geweest, dat ik u iets vertelde in de Naam des Heren en het niet juist was? Niemand anders kan dat beweren, omdat ik het altijd precies zo vertelde als dat Hij het mij vertelde.

316 Laat mij u nu even aantonen dat dit precies waar is en het bevestigen.

317 Bedenk: "Als er iemand onder u is, die geestelijk is of een profeet, Ik, de Here, zal tot hem spreken in visioenen en Mij aan hem bekendmaken door dromen." Dromen uitleggend. Is dat... Jozef, hij kon dromen uitleggen en uitspreken en visioenen zien. Is dat waar?

318 Merk dit nu op, dat toen dit plaats vond, Junior in een veld stond waarin zich een grote piramide bevond, ongeveer iets dergelijks, en er was iets geschreven op de rotsstenen en ik was dat aan het openbaren aan de mensen. Klopt dat, Junior? Het was ongeveer een jaar voordat het gebeurde.

319 En let nu op het volgende. Ik nam de een of andere soort koevoet en sloeg een stuk van die piramide af en aan de binnenkant was witte rotssteen, waar niets op geschreven stond. En op die tijd ging ik op weg naar het westen. En ik zei tegen hen allen: "Gaat niet naar het westen. Blijf hier en kijk hiernaar totdat ik terugkom." Ik ging naar het westen voor de donderslag, keerde terug naar het oosten met de Heilige Geest, die dit ongeschreven Woord uitlegde. Nu, als dat niet volmaakt klopt met de almachtige God, dan zou ik van u willen weten wat het wèl is.

320 Waarom probeer ik u dit te zeggen, vrienden? Het is om u te laten zien dat wij in de eindtijd zijn. Nu, als al die andere dingen volmaakt stipt met het Woord in overeenstemming zijn, zo is ook dit volmaakt stipt in overeenstemming met het Woord! Wij zijn er. Wij zijn aan het einde, vrienden.

321 Spoedig zal de tijd afgelopen zijn. Miljoenen zullen hun leven verliezen. Miljoenen, die nu geloven dat zij gered zijn, zullen gerekend worden als voer voor het atoom-tijdperk. Wij leven in het laatste uur. Door de genade van de almachtige God, met Zijn hulp voor Zijn volk, opdat zij uit mogen zien naar de spoedige verschijning van Christus... "Hoe lang nog, broeder Branham?" Misschien twintig jaar, misschien vijftig jaar, misschien binnen honderd jaar; ik weet het niet. En misschien in de morgen, misschien vanavond nog; ik weet het niet. En als iemand zegt dat hij het wel weet, dan heeft hij het fout. Zie? Zij weten het niet. God alleen weet het.

322 Nu, let op. Zo helpe mij God, door Hem vertel ik de Waarheid, dat deze geestelijk voor mij onderscheiden werden, onderscheiden door de Heilige Geest. En elk ervan heeft zich vereenzelvigd met zijn plaats in de Bijbel.

323 Nu, wat dit grote geheim is, dat onder dit zegel ligt, weet ik niet. Ik weet het niet. Ik kon er niet achter komen. Ik zou niet kunnen vertellen wat het precies zei. Maar ik weet dat het die zeven donderslagen waren, die zich vlak na elkaar lieten horen en gewoon zeven verschillende keren dreunden en het ontvouwde zich in iets anders wat ik zag. Toen ik dat gezien had, keek ik naar de uitlegging, die daar langs bewoog, maar ik kon niet uitmaken wat het was. Zo is het precies. Zie? Het uur ervoor is er nog niet helemaal.

324 Maar het beweegt zich in die kringloop, zie. Het is dichtbij aan het komen. Dus voor u is het zaak om te bedenken, dat ik tot u spreek in de Naam des Heren: Weest bereid, want u weet niet op welke tijd iets kan gebeuren.

325 Nu, als dat op de geluidsband komt (en het wordt opgenomen), zal dat waarschijnlijk duizenden van mijn vrienden van mij doen weggaan, omdat zij zullen zeggen dat broeder Branham probeert zichzelf tot een dienstknecht of een profeet of zoiets, voor God te maken. Laat mij u vertellen, mijn broeders, dat is een vergissing!

326 Ik vertel u alleen wat ik gezien heb en wat mij verteld is; en nu, doet u ermee wat u wilt. Ik weet niet wie er gaat... wat er gaat gebeuren. Ik weet het niet. Ik weet alleen dat die zeven donderslagen de verborgenheid inhouden, waardoor de hemelen stil waren. (Heeft iedereen het begrepen?) Misschien is het de tijd, misschien is het nu het uur dat deze grote persoon waarvan wij verwachten dat hij op het toneel zal verschijnen, op het toneel verschijnt.

327 Misschien heeft deze bediening, waarin ik getracht heb de mensen terug te brengen naar het Woord, een fundament gelegd; en als dat zo is, zal ik u voorgoed verlaten. Er zullen er niet twee van ons hier tegelijkertijd zijn. Zie? Als het zo is, zal hij toenemen en ik zal afnemen. Ik weet het niet.

328 Maar ik ben door God bevoorrecht geweest om te zien wat het was en veel daarvan bekend te maken. Nu, dat is de Waarheid.

329 En ik ben er zeker van dat u de dingen die deze week gebeurd zijn, opgemerkt hebt. Ik ben er zeker van dat u opgelet hebt op die kleine jongen van Collins, die daar onlangs stervende was, en op dat kleine meisje met leukemie.

330 Het Koninkrijk van God is komende. Het gaat meer van het negatief naar het positief dan voorheen. Nu, daar moeten de mensen zich niet in verslikken. Van rechtvaardiging naar heiliging naar de doop van de Heilige Geest en het dan hier te horen. Wij trekken gewoon steeds maar nader tot God.

331 Kunt u het niet zien, Methodisten-predikers, hoe uw boodschap van heiliging stond boven dat wat Luther predikte?

332 U, Pinkstermensen, kunt u niet zien dat uw boodschap van de doop boven die van de Methodisten uitgaat? Weet u wat ik bedoel?

333 O, wij hebben heel wat dingen tevoorschijn zien komen, en dat is juist. En als er iemand is die het verkeerde veracht, en de mensen zeggen dingen die eigenlijk leugens zijn en niet de Waarheid, dan haat ik dat.

334 Maar ik heb zeker de zuivere Waarheid lief. Het doet er niet toe hoeveel het deze of gene weg verstoort, als het de Waarheid is, zal God tenslotte tonen dat het de Waarheid is. En als Hij dat niet spoedig een dezer dagen doet, dan was mijn visioen niet juist. Nu, u ziet waar dit mij plaatst.

335 "Wanneer zal het zijn, broeder Branham?" Ik kan het u niet vertellen. Ik weet het niet.

336 Maar een dezer dagen, als wij elkaar op deze aarde nooit meer zullen ontmoeten, zullen wij elkaar ontmoeten ginds bij de oordeelstroon van Christus. En u zult ontdekken, dat in die kamer de openbaring van God kwam (net als de hele rest ervan) dat die... een van de verborgenheden van dat zegel, de reden waarom het niet geopenbaard werd, is dat het de zeven donderslagen waren, die hun stemmen lieten horen, en daar is het volmaakt, omdat niemand er iets over weet; het werd zelfs niet opgeschreven. Dus zijn wij in de eindtijd, wij zijn er. Ik dank God voor Zijn Woord.

337 Ik dank Hem voor Jezus Christus. Want als Hij Hem niet gezonden had als een verzoening voor onze zonden, zouden wij allen in een grote knoeiboel van zonde zijn, zonder hoop. Maar door Zijn genade, reinigt Zijn bloed van alle zonde. Net als de druppel inkt in een emmer Clorox, u zult de inkt nooit meer terugvinden. Als onze zonden beleden zijn, worden zij gedaan in het bloed van Jezus Christus; zij zullen nooit meer gekend worden. God vergeet ze; zij waren zelfs nooit gedaan. En zolang dat offer daar ligt als een verzoening voor ons, dan is dat alles... dat is genoeg, ziet u. Wij zijn geen zondaars meer; wij zijn Christenen door de genade van God.

     En bedenk, in onszelf zouden wij waarschijnlijk net zo slecht zijn als dat wij ooit waren, maar zie, de genade van God is ons verschenen en dat heeft ons gemaakt tot wat wij vandaag zijn, Christen broeders en zusters.

338 Dit is een geweldige week voor mij geweest. Ik ben vermoeid; mijn geest is vermoeid, omdat dit het beste was wat ik kon doen. En er gebeurde elke dag iets vreemds; ik wandelde met verbazing in de kamer en als ik er nog maar een paar minuten was, zag ik iets dat mij volledig ondersteboven keerde.

339 En hier... Voorheen ging ik erin en pakte de aantekeningen, de boeken van dr. Smith, Uriah Smith en al de schrijvers daarover en las in het boek. Ik zou zeggen: "Nu, hier is het zesde zegel; hier is het vierde zegel. Nu, wat zegt deze man?"

     Hij zou zeggen: "Wel, het was dit, dat of wat anders." En dan keek ik hier en nam weer een andere man. Hij zei dat het zus en zo was. En het leek wel of ik gewoon... Het werkte gewoon niet juist. Zie?

340 En toen dacht ik: "Wel, wat is het, Here?" Ik wandelde een poosje de kamer heen en weer, ik knielde neer en bad, ging weer terug en pakte de Bijbel, ging zitten en las; wandelde heen en weer.

341 Dan plotseling, als ik rustig werd, daar werd het gewoon zo ontvouwen. Dan greep ik snel een pen en ging het zo opschrijven, wat ik ook zag of deed, het zo gadeslaande tot ik het had opgeschreven.

342 En dan gebruikte ik de rest van de dag om dit verder uit te werken en te zien of het door de hele Schrift heen met elkaar in verband stond. Dan werden alle dingen bewezen. Zie? Ik kreeg dit hier.

343 En ik dacht: "Nu, er zijn veel mensen die visioenen hebben. Er zijn er velen die openbaringen hebben gehad." Als het in tegenstelling met het Woord is, laat het varen. Zo is het, laat het varen.

344 Nu, nu, dan doorzocht ik dit zelfs zó, en doorzocht het zó. Ik schreef hier kleine dingen op. Ik dacht: "Welnu, de klas zal blij zijn om dit te horen, omdat het hier en hier met elkaar in verband staat. Laten wij nu eens zien wat er hier staat. Ja, en ja, hier is het, precies hier." Zie?

345 En verbindt het door de Bijbel heen, en bindt de zaak, de hele week door, vast. Daar is het op de geluidsband. Ze zijn u aanbevolen. En ik heb het naar mijn beste weten gedaan onder Christelijke gemeenschap, de genade van God voor alle mensen door Jezus Christus. Ik heb deze week mijn uiterste best gedaan en naar mijn beste weten.

346 U bent een van de fijnste klassen geweest. Niemand had ooit vriendelijker kunnen zitten. U bent hier allen gekomen om één uur in de middag tot vijf uur of wanneer zij ook de kerk openden en de mensen lieten binnenkomen. U hebt in de kou gestaan, in de sneeuw gezeten en van alles gedaan; langs de muren gestaan totdat uw benen pijn deden. Ik heb mannen zien zitten die hun plaats aan vrouwen gaven en aan verschillenden die daar zo stonden, rondom zittend. Ik dacht: "Here, de hele..."

347 Dit is een geheimenisvolle week geweest. De hele zaak is wat vreemd geweest. Hoe zouden de mensen komen? Ik zag hen buiten om het gebouw staan, in de vensters, in de deuren, overal achterin, overal zaten zij te luisteren. En als het een spreker betreft; ik ben helemaal geen redenaar. Ik heb verstand genoeg om te weten dat ik geen spreker ben; maar waarom zouden de mensen dan toch zo zitten luisteren? Waarom zouden zij dat doen? Zij komen niet om een persoon als ik te horen, maar zij komen omdat er iets in is wat de mensen ertoe trekt. Er is iets in wat hen trekt.

348 Zoals mijn vrouw hier op het podium stond en zong, toen ik begon:

Zij komen van Oost en West,
Zij komen uit verre landen;
Om met de Koning te feesten,
Om te dineren als Zijn gasten.
Wat zijn deze pelgrims gezegend!
Om Zijn stralend gelaat te mogen zien,
Gloeiend van Goddelijk licht;
Gezegende deelnemers van Zijn genade
Om als juwelen in Zijn kroon te schitteren.

349 Moge u dat altijd in gedachten houden; om een juweel te zijn in de kroon van Jezus Christus. Paulus zei tot de gemeente: "Gij zijt de juwelen, edelstenen in Zijn kroon." Wij willen de juwelen van de kroon van Jezus Christus zijn.

350 Wij willen er nooit een man in plaatsen. Vergeet u alles omtrent mij. Ik ben uw broeder, een zondaar gered door genade, niet geschikt om te leven; dat is precies de waarheid en ik zeg het niet om nederig te zijn; dat zijn feiten. Er is niets in mij, helemaal geen enkel gezond ding.

351 Maar de genade van God heeft mijn arme, zwakker wordende ogen laten kijken achter het gordijn van de tijd en die dingen daarginds laten zien, en ik kwam terug...

352 Toen ik een kleine jongen was, hield ik van de mensen en ik wilde altijd dat iemand mij liefhad en met mij sprak, maar niemand deed het vanwege de naam van de familie. Niemand wilde met mij praten.

353 Maar toen ik mij aan God overgaf dacht ik, daar de achtergrond van onze mensen Iers is (ze waren allemaal Katholiek), dat dàt het misschien wel zou zijn. Ik ging daarheen en daar ging het op deze manier toe en ik ging naar de Eerste Baptisten-kerk en daar ging het op een andere manier toe.

     Ik zei: "Here, er moet de een of andere weg zijn die waar is."

     En iets zei: "Het is het Woord."

     Ik heb mij aan dat Woord gehouden. Kijk naar elk visioen, overal.

354 De dag dat ik daarginds die hoeksteen legde en dat daarin plaatste; ik schreef daarop wat Hij mij die morgen in een visioen had getoond: "Houd aan tijdig, ontijdig, wederleg in alle lankmoedigheid en leer. Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelf leraars opgaderen naar hun eigen begeerlijkheden. En zullen hun gehoor van de Waarheid afwenden en zullen zich keren tot fabelen." En ik zag die twee bomen waar ik bij stond, om precies dàt te doen. Zo is het. En daar zijn wij. En dat is waar. En nu, u zult het niet...

355 Onthoud, laat mij u nog eens vermanen. Zeg niet: "Dank u wel", tot niemand. Zeg niet... denkend dat aan een prediker of zo iemand, een sterfelijk mens, iets goeds is, omdat het niet zo is; het doet er niet toe wie hij is. Er is niets goeds aan enig mens. Zo is het.

356 Als hier een hele hoop bazuinen lagen en één ervan moest een bepaalde muziek blazen, is het de mens; die bazuinen zijn volkomen stom. Het is de persoon die op de bazuin kan blazen en weet wat hij gaat doen, die de bazuin pakt. De bazuin heeft er niets mee te maken. Het geluid komt van de intelligentie erachter (zo is het), dus zijn alle bazuinen hetzelfde.

357 Alle mensen zijn hetzelfde; alle Christenen zijn hetzelfde. Er zijn geen grote mannen onder ons. Wij zijn geen grote mannen, geen grote vrouwen. Wij zijn allen broeders en zusters, allen hetzelfde op één lijn gesteld. Wij zijn niet groot. Het ene maakt de één niet groter dan de ander, dat heeft er niets mee te maken. Beslist niet! Maar wij zijn gewoon allemaal menselijke wezens.

358 Probeer niet de dingen uit te leggen. Probeer niet iets meer te doen dan gewoon een leven, dicht bij de Here, te leven, lof en eer gevend aan Jezus Christus. Begrijpt iedereen dat nu? Heb Hem lief met uw hele hart. Doet u dat?

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst heeft liefgehad,
En mijn redding heeft gekocht
Aan het kruis van Golgotha.

359 Prijs God! Begrijpt iedereen dit grondig? Gelooft iedereen? Herinner u, dat ik eerst begon met: "Wie heeft onze prediking geloofd en aan wie is de arm des Heren geopenbaard?" Heeft Hij aan u Zijn barmhartigheid, Zijn goedheid geopenbaard? Amen. Denk er gewoon aan, heb Hem lief met heel uw hart.

360 Ik ga nu naar huis terug. Ik zal, zo de Here wil, omstreeks de eerste juni hier weer terug zijn.

361 Misschien, als de Here het op mijn hart legt, ergens in de voorzomer, bijvoorbeeld in juni of zoiets, of misschien in het begin van de herfst als de Here vertoeft te komen, zou ik graag terugkomen en nog zeven avonden besteden aan de "Zeven laatste bazuinen". Zou u dat willen? Zou u dat willen? Wilt u voor mij bidden dat God mij helpen zal? Goed.

362 Totdat ik u weerzie, denk aan dit goede, oude lied:

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst heeft liefgehad,
En mijn redding heeft gekocht
Aan het kruis van Golgotha.

363 Nu zou ik willen dat u uw hoofden buigt. Ik wil voor u bidden. Voordat de herder ons laat gaan, wil ik voor u bidden.

364 Onze hemelse Vader, moge het volk verstaan, Here, waarvan ik zeker ben dat sommigen het niet verstaan. Maar Vader, mogen zij de bedoeling kennen en mogen zij begrijpen, Vader, dat het Uw genade voor hen is, dat deze dingen geopenbaard worden. En ik wil U danken, Here, voor de wetenschap om deze dingen te kennen, die U aan ons geopenbaard hebt.

365 En ik bid voor iedereen die hier is, ieder die de samenkomst heeft meegemaakt. Als er sommigen zijn die niet geloven, Here, mogen zij gelovig worden.

366 Ik bid voor allen die de boodschappen zullen horen op de geluidsband. En als ze terecht zouden komen – wat ongetwijfeld zal gebeuren – in de huizen en plaatsen van veel ongelovigen, die zullen verschillen... Maar Vader, ik bid voor ieder dat, voordat zij enig godslasterlijk woord spreken, zij eerst zullen gaan zitten en de Schriften onderzoeken over wat gezegd is en dan tegen U zeggen dat zij werkelijk oprecht zijn en willen weten of dit de Waarheid is of niet. En ik bid voor hen, Vader.

367 En ik bid voor diegenen die langs deze muren gestaan hebben, die buiten gestaan hebben, die in hun auto's hebben gezeten, voor de kleine kinderen en voor allen die binnen zijn geweest, gewoon voor hen allemaal, Here, ik bid voor hen.

368 En ik bid dat mijn gebeden beantwoord zullen worden, dat U hen wilt zegenen. Ten eerste, Here, geef iedereen eeuwig leven. En ik bid dat er niet één van hen verloren zal gaan, niet één.

369 En nu, Vader, wij weten niet wanneer deze grote gebeurtenis zal zijn, maar als wij deze tekenen en schriftuurlijke gebeurtenissen zien verschijnen, waarschuwt het ons hart bovenmate. En ik bid, Vader God, dat U ons zult helpen.

370 Ik bid dat U onze dierbare herder, broeder Neville, zult helpen. Maak hem, Here, vol van genade en vol van kracht en met begrip, zodat hij dit opgeslagen voedsel kan nemen en de lammeren van God voeden.

371 Here, ik bid dat U ziekte van ons weg zult houden. Moge het komen te geschieden, dat wanneer mensen ziek worden, zij zich zullen herinneren dat het aanwezige en algenoegzame bloed van de Here Jezus op het altaar ligt om verzoening te brengen. En ik bid dat zij onmiddellijk zullen worden genezen.

372 En ik bid dat U de kracht van Satan van hen weg zult houden die hen ontmoedigt of probeert hen cultussen te laten maken, of... Houd gewoon al de krachten van de vijand van hen weg, Here. Heilig ons tot Uw Woord. Sta het toe, Here.

373 Dan Here, bid ik, dat U mij wilt helpen. Ik begin af te takelen, Here, ik weet dat mijn dagen niet te veel meer kunnen zijn, en ik bid dat U mij zult helpen. Laat mij getrouw zijn, Here, en eerlijk en oprecht, zodat ik in staat ben om de Boodschap te dragen voor zover het mij verordineerd is deze te dragen. En als de tijd komt dat ik het moet neerleggen, als ik bij de rivier kom en de golven binnen beginnen te komen, o God, moge ik dan in staat zijn om dit oude Zwaard te overhandigen aan iemand anders die er eerlijk mee zal zijn, Here, en de Waarheid zal uitdragen. Sta het toe, Here. Tot dan, help mij om sterk en gezond en moedig te zijn.

374 Help mijn gemeente. Zegen ons tezamen, Here. Wij zijn de Uwen. Wij voelen nu dat Uw Geest onder ons is. Wij geloven dat U onze gebeden zult beantwoorden, want wij dragen onszelf aan U op met Uw Woord om U te dienen gedurende de rest van onze dagen op deze aarde, in de Naam van Gods Zoon, Jezus Christus, onze geliefde Heiland, voor Zijn glorie. Amen.

Ik... (God zegene u) heb Hem lief,
Ik heb Hem lief (met mijn gehele hart),
Omdat Hij mij eerst heeft liefgehad
En mijn redding kocht
Aan Golgotha's kruis.

375 God zegene u, broeder Neville...?... Blijf op uw post van plicht...?...

     Voortzetting van het zevende zegel.

376 [Dit is het einde van de originele prediking van het zevende zegel, zoals deze in zijn geheel werd gepredikt op zondagavond, 24 maart 1963, in de Branham Tabernakel, te Jeffersonville, Indiana. Broeder Branham wilde niet dat deze oorspronkelijke prediking zou worden uitgegeven. De volgende dag, maandag 25 maart 1963, ging broeder Branham naar de motelkamer van broeder Fred Sothmann en broeder James Maguire, die in die tijd belast waren met het maken van de banden. Broeder Branham zei tegen deze broeders: "Ik wil niet dat deze boodschap zo wordt uitgezonden als hij nu is." Na zelf naar de band geluisterd te hebben, liet hij de broeders de band op een bepaald punt stoppen en vanaf dat punt (te beginnen vanaf paragraaf 261) nam hij een nieuw gedeelte op van ongeveer twintig minuten (paragraaf 377-415). Dit gedeelte werd toen gebruikt in plaats van de oorspronkelijke afsluiting (261-373). Deze opname was de enige uitgegeven versie van 'Het zevende zegel' tot 1966. Na het heengaan van broeder Branham heeft het bestuur van de 'William Branham Evangelische Associatie' unaniem besloten om de band, die oorspronkelijk in de Tabernakel was opgenomen, vrij te geven. Sinds die tijd zijn beide versies beschikbaar geweest. Deze aanvullende boodschap van broeder Branham is nu samengevoegd met het oorspronkelijke 'zevende zegel'. Hierna volgt nu de stem van broeder Branham in de motelkamer op maandag 25 maart 1963. – Vert]

377 Het zal een goede zaak zijn dat hij [Satan – Vert] er niets over weet, omdat, als hij het wist, hij het zou nabootsen. Dat zijn zijn listige manieren om de dingen te doen.

378 Dus daarom heeft God het zo verborgen gemaakt voor de hele wereld, zelfs voor de hemel, dat er geen wijze is om het te begrijpen dan alleen als God het Zelf openbaren zal.

379 Nu, ik wil dat u vanavond opmerkt, dat er in het zesde zegel een drievoudig doel was met het zesde zegel.

     Er was een drievoudig doel met de ruiters.

380 Er is een drievoudig doel geweest met al deze dingen. Dat brengt ons weer terug naar een drie en een zeven (zie?), zeven zegels, zeven schalen, enzovoort. Nu, drieën en zevens zijn Gods getallen in Zijn rekenkunde bij het openbaren van Zijn Woord.

381 Nu, merkt u op, zoals bij de ruiters, dat er drie paarden waren, die uittrokken. Eén ervan was wit, één was rood en één was zwart. En dan bij het vierde paard, wel, daar waren al deze kleuren door elkaar gemengd. Zie, een drievoudig doel.

382 Nu, God deed hetzelfde. God deed hetzelfde toen Hij Zijn leeuw uitzond, wat Zijn Woord was, om de antichrist te bestrijden.

383 Dan zien wij dat Hij het kalf zond gedurende de tijd van de verdrukkingsperiode (het offerdier) en in deze verdrukkingsperiode bestond alles wat deze mensen konden doen, slechts uit werken, sloven en zichzelf als offerande offeren.

384 Toen vonden wij uit dat in het volgende tijdperk, hetwelk het tijdperk van de hervormers was, God de wijsheid van een mens uitzond, een hoofd als van een mens op het dier, dat een kracht was die uitging in de hervormers.

385 Hebt u opgemerkt, dat elke... Geen wonder, dat de mensen van deze dagen... omdat zij nog leven in het overblijfsel, zoals het was in het tijdperk van de hervormers, want zij bezien het alleen maar op een kerkelijke zienswijze, en zij zien het op de wijze zoals hun bijbelscholen het hun geleerd hebben. Dat was eens Gods wijze, maar wij hebben dat overleefd.

386 Nu zijn wij gekomen in het tijdperk van de arend, de openbaring, om de hele zaak te openbaren. Vergelijk dit nu met Openbaring, het tiende hoofdstuk, vers 1 tot en met 7, en wij zullen zien, hier in Openbaring 10:1–7, dat in de dagen van het bazuinen van de boodschap van de zevende engel al de verborgenheden van God beëindigd moesten zijn.

387 Nu, wij zagen hierin ook dat nu het zesde zegel geopend wordt, dat voor een drievoudig doel was. Hier volgen de doeleinden.

388 Het eerste was, dat de slapende maagden door de verdrukkingsperiode moesten gaan voor reiniging. Zij moesten gereinigd worden van hun zonde van ongeloof en het verwerpen van de Boodschap. Dit geschiedt aan haar in de verdrukkingsperiode. Wij zien dat dit hier in Openbaring 7 beëindigd wordt, tussen het zesde en het zevende hoofdstuk hier, waar zij gereinigd was en haar gewaden gegeven werden.

     Nu, zij is niet de bruid, maar het is de gemeente, de zuivere mensen, die misschien niet de gelegenheid hadden om de Boodschap te ontvangen, of dat ze op de een of andere wijze verblind werden door deze valse profeten en geen kans kregen, en toch werkelijk oprecht in hun hart zijn; en God kent hun hart en hier worden zij gereinigd gedurende deze tijd.

389 U merkt op, dat er nog een reinigingstijd is; dat is voor Israël als zij zich verzamelt. Dat is het tweede gedeelte. God reinigt Israël in de verdrukkingsperiode. Uit de miljoenen die zich daar zullen verzamelen, zullen er 144.000 geselecteerd worden, en zij zullen ook gereinigd worden. God reinigt Israël.

390 Let op, er is een hele aarde die gereinigd moet worden. Er zal zoiets zijn dat de maan, de sterren en de hele natuur gereinigd zullen worden. Ziet u wat het is? De aarde vernieuwt zichzelf, wordt gereinigd, gereedgemaakt voor het duizendjarig vrederijk. Het duizendjarig rijk is komende. En zie, alles wat maar enige vuiligheid in zich heeft, moet gereinigd worden gedurende het zesde zegel.

391 Hebt u opgemerkt dat bij het openen van dit zevende zegel er ook een drievoudige verborgenheid is? Dit ene waarvan ik... zal spreken en heb gesproken, dat het de verborgenheid is van de zeven donderslagen. De zeven donderslagen in de hemel zullen deze verborgenheid ontvouwen. Het zal juist bij de komst van Christus zijn, omdat Christus zei dat niemand wist wanneer Hij zou terugkomen.

392 Hebt u opgemerkt wanneer de Joden Hem dat vroegen? U weet dat toen wij in de Schrift hier Mattheüs 24 met de zes zegels vergeleken, het zevende zegel weggelaten werd; omdat, ziet u, Christus zei dat alleen God Zelf het wist, zelfs de engelen wisten het niet. Geen wonder dat het zelfs niet geschreven was. U ziet, zij zwegen; er vond toen niets plaats. Engelen weten het niet; niemand weet wanneer Hij komt.

393 Maar er zal zijn een... Er zullen zeven stemmen van deze donderslagen zijn die de grote openbaring op die tijd zullen openbaren. Dus geloof ik, voor ons die... als wij het niet weten, en het zal niet geweten worden tot op die tijd, maar het zal in die dag geopenbaard worden, in het uur waarin het verondersteld wordt geopenbaard te worden. Dus, wat wij moeten doen is eerbiedig voor God zijn en Hem dienen en alles doen wat wij maar weten hoe, en een goed Christen-leven te leven. Hier zien wij nu dat het zesde zegel voor ons geopend is; wij zien het en wij weten dat dit zevende zegel voor het publiek niet verbroken kan worden totdat dat uur aanbreekt.

394 Er was de een of andere reden waarom God deze zeven stemmen liet donderen, omdat het moest komen, zie, want zij... We zien dat Christus, het Lam, het Boek in Zijn hand nam en Hij opende dat zevende zegel. Maar ziet u, het is een verborgen geheimenis. Niemand weet het. Maar het is precies in overeenstemming met wat Hij zei: niemand zou Zijn komst weten; zij zouden het ook niet weten omtrent de verborgenheid van de zeven donderslagen. Dus u ziet hoe het met elkaar in verband staat.

395 Van zoveel hebben wij vandaag een begrip, omdat de rest helemaal ontvouwen is, maar dit is niet ontvouwen. Maar terwijl ik in mijn kamer zat, hoorde ik dit... niet hoorde ik het, maar beter gezegd, zag ik het ontvouwen naar deze zeven donderslagen. Nu, tot zover kunnen wij gaan, tot hiertoe.

396 En nu vertrouw ik dat iedereen van u God zal dienen en doen wat recht is, en gedurende uw hele leven Hem zal dienen en liefhebben, en God zal voor de rest zorgen.

397 Wij hebben hier nu, door de genade van God, de voltooiing van al de verborgenheden van de zes zegels die verzegeld zijn geweest, en wij begrijpen en weten hier dat het zevende zegel niet aan het publiek bekend zal zijn.

398 Nu, Zijn komst en het uur van Zijn komst, als de vernietiging van de aarde... U weet, hij zei daar: "Wat zal het teken zijn van het komen van het einde der wereld?" In Mattheüs 24 waar zij Hem die vraag stelden, ging Hij erop in. Hij sprak over Israël, dat als een natie vergaderd zou worden in het eenendertigste vers van Mattheüs 24:31. Maar toen begon Hij meteen in gelijkenissen te spreken. Dan ziet u daar: "Leer een gelijkenis van de vijgenboom. Als u ziet dat zijn knoppen week worden, wel, dan weet u dat de lente nabij is." En vervolgens: "Als u dit ziet komen te geschieden, dan weet u dat de tijd nabij is." U ziet dat Israël zich verzamelt in zijn eigen vaderland. Maar merkt u op, dat Hij de openbaring van dit zevende zegel wegliet.

399 En hier, toen Hij het zevende zegel opende, sloeg Hij het weer over, zie. Dus zien wij dat het een volledige verborgenheid is, omdat het uur er nog niet is dat dit geheimenis bekend zal zijn. Daarom, wij zijn tot zover en de rest ervan zal bekend worden juist omstreeks de tijd ongeveer, dat Jezus weer op aarde verschijnt voor Zijn bruid, of wat er ook plaats vindt op die tijd. Laten wij tot die tijd gewoon allen bidden en een goed recht Christen-leven leven, uitziende naar Zijn komst.

400 En als deze geluidsband toevallig zou vallen in de handen van enkele personen ergens: probeer er niet het een of andere soort "isme" uit te maken. Het enige wat u doet is gewoon doorgaan met God te dienen, omdat dit grote geheim zo groot is, dat God het Johannes zelfs niet wilde laten opschrijven. Het donderde, maar Hij... wetend dat... ons belovend dat het zou worden geopend, maar tot op deze tijd is het nog niet geopend.

401 En nu zijn wij God dankbaar voor wat Hij ons heeft laten zien. Ik heb daar in de kamer gedurende acht dagen gezeten en de boodschap waarmee ik zojuist gereed ben gekomen om hem u te verklaren zullen velen van u begrijpen, en ik beloof dat er al de tijd geestelijk iets gaande was, waarvan ik zeker was dat u het miste en hier is wat het is: het is de absolute betuiging van deze uitlegging der Schriften, die door God gezonden is.

402 Omdat voordat wij er zelfs op ingingen, en ik wegging om naar het westen te gaan, de Here mij op zekere morgen omstreeks 10 uur een visioen toonde en ik kwam en verklaarde het hier, dat ik het gezien had, maar ik wist niet wat het was; het was een constellatie van zeven engelen. Wij zullen ons dat herinneren. U zult het op de band hebben, genaamd: "Hoe laat is het, heren?" Welnu, dat is precies wat u nu ziet. De zeven engelen... ik was in het westen.

403 U herinnert zich die kleine boodschappertjes; zij gingen oostwaarts. De tweede groep boodschappers, de duiven (een wat grotere vogel), zij gingen oostwaarts. En nu, ik keek... zij waren steeds bij mij. Dat was de eerste en de tweede trek.

404 Nu, de derde kwam van het westen, zich voortspoedend met een geweldig grote snelheid, en zij namen mij op. Dat was terugkomend naar het oosten met de verborgenheid van deze zeven zegels, precies zoals het gezegd werd in de droom van Junior Jackson, die de Here mij daar voor hem liet uitleggen. Aan de binnenkant van die piramide was witte steen, waarop niet geschreven was. Dat is de reden waarom ik naar het westen moest gaan om in contact te komen met de boodschap van deze engelen, om hier terug te komen en het aan de gemeente te openbaren. U herinnert zich dat ik zei: "De volgende dingen die gebeuren, zullen hier in de gemeente zijn." Zo is het precies.

405 Er is nog iets waar ik u op attent wil maken, wat plaats vond. En als u luistert naar de band: "Hoe laat is het, heren?" zult u opmerken, dat die ene engel mij heel voornaam voorkwam. De rest van hen scheen mij gewoon toe; maar deze engel was een opmerkelijke engel. En hij was links van mij in de formatie in de vorm van een piramide.

406 En u herinnert u, dat zich in de piramide die geheimzinnige witte steen bevond waarop niet geschreven was. En de engelen namen mij in die piramide van henzelf. De verborgenheden van God waren alleen aan hen bekend. En nu, zij waren de boodschappers, die kwamen om die piramide of die Boodschap van het geheim van deze zeven zegels dat binnenin de piramide lag, te verklaren.

407 Nu, de engel die links van mij was, zou eigenlijk de laatste of zevende engel zijn, als wij hen van links naar rechts zouden tellen, want hij was links van mij als ik naar hem keek, gekeerd naar het westen; daar hij naar het oosten ging, zou hij aan de linkerkant zijn, dus zou dat de boodschap van de laatste engel zijn; zeer opmerkelijk. U herinnert u hoe ik zei dat hij zijn... zijn hoofd wat achterover en zijn grote scherpe vleugels en hoe hij recht op mij afvloog. Nu, dat is dit zevende zegel. Het is nog een opmerkelijke zaak. En wij zijn... Wij weten nog niet wat het is, omdat het niet toegestaan is verbroken te worden.

408 Maar nu, elk van u in de samenkomst heeft opgemerkt wat voor een samenkomst het geweest is. Iedereen scheen gewoon op het puntje van z'n stoel te zitten. Ieder stond hier al omstreeks één of twee uur in de middag, wachtend tot de deuren zouden opengaan om vooraan te kunnen komen; ze stonden langs de muren met kramp in hun benen en van alles.

409 Wat is het? Het is de Heilige Geest geweest, die deze boodschappers omlaag zond, en zij hebben het aan ons geopenbaard. En let dan eens op hoe het precies in het Woord samen past.

410 En dan om u allen te laten weten dat dit de Waarheid is, voorspelde Hij het ongeveer twee maanden of meer voordat het ooit gebeurde, over dat wanneer ik naar het westen zou gaan, het niet wetende, hier terug zou komen met de uitlegging zoals Hij deze gegeven heeft. Nu bedenk, in het visioen vertelde Hij mij nooit één ding, toen Hij mij opnam. Ik was bevreesd, bang dat ik zou gaan sterven, in een explosie gedood zou worden. U ziet, zij konden het niet doen.

411 De uitlegging kwam precies toen ik haar nodig had; dat was in de kamer. En ik gaf haar uit, precies zoals Hij haar aan mij gaf.

412 Nu, u ziet vrienden, dat de visioenen niet falen; ze zijn altijd volmaakt; ze zijn precies waar.

413 Nu, het visioen plus het Woord, plus de geschiedenis, plus de gemeente-tijdperken; en dat alles past in elkaar. Dus ik zou waarlijk kunnen zeggen dat naar mijn beste begrip en overeenkomstig het Woord van God en het visioen en de openbaring, de uitlegging ervan ZO SPREEKT DE HERE is!

414 Moge nu de Here u allen zegenen, iedereen, werkelijk rijkelijk als wij nu opstaan om dit goede, oude lied van de gemeente te zingen. God zegene u elk. Amen.

415 [Broeder Branham voegt de volgende regels toe, die genomen zijn van paragraaf 374-375 van zijn boodschap van de afgelopen avond, op 24 maart 1963 – Vert]

Ik... (God zegene u), ik heb Hem lief (met mijn gehele hart),
Omdat Hij mij eerst liefhad
En mijn redding kocht
Aan het kruis van Golgotha.

     God zegene u, broeder Neville...?... Blijf op uw post van plicht...?...

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)