Is uw leven het Evangelie waardig?

Door William Marrion Branham

1 Laten wij een ogenblik blijven staan terwijl wij nu onze hoofden buigen en op de Here zien. Als er enige verzoeken zijn om aan God bekend gemaakt te worden, zou u dan nu zo even uw hand willen opsteken naar Hem, en op uw hart houden wat u wenst.

2 Onze hemelse Vader, wij zijn dankbaar voor nog een dag. En die is nu begonnen opgetekend te worden; hij zal geschiedenis zijn. De diensten van deze morgen zijn al voorbij. De woorden die gesproken zijn, zijn in de lucht, op de band, en wij zullen deze op een dag moeten ontmoeten. Het zal of goed of fout zijn. En wij geloven dat het juist is, omdat het Uw Woord is.

3 Nu, wij bidden dat U ons vanavond de verzoeken toestaat die wij doen. Met onze handen die wij opheffen, leggen wij de verzoeken voor. Gij wist waaraan wij behoefte hadden en waar wij om vragen. Daarom bidden wij dat U ons zult antwoorden, Here, en ons de verlangens van ons hart geeft, dat is, indien wij het kunnen gebruiken om U te eren. Sta het toe, Here.

4 Genees de ziekte in ons midden. Neem alle zonde en ongeloof weg. Geef ons opnieuw een deel van Uw zegeningen vanavond, Here, terwijl wij Uw Woord overdenken en de tijd waarin wij leven. Wij zijn samengekomen, Vader, voor geen ander doel dan te proberen te leren hoe wij beter en dichter bij U kunnen leven. Want wij zien de dag naderen, en wij moeten vaak samenkomen om instructies van U te ontvangen. Sta het toe, Vader, in Jezus' Naam. Amen! Dank u. U kunt gaan zitten.

5 Ik weet dat het ontzettend warm is, en de zaal is barstens vol. En dus spijt het ons dat wij geen airconditioning hebben. En ik... Misschien zal het... Er zijn twee dingen die ik voor de gemeente wil doen, zodra ik opnieuw hier kan zijn, op de wijze waarop ik het wil, wanneer ik weer regelmatig in de samenkomsten kan zijn. Ik wil ook een piano, die zo staat dat de pianist naar de samenkomst zal kijken. Ik wil een orgel aan deze kant, en een airconditioning. Dan zou ik voelen dat het in orde zou zijn. En wij zijn... Wij zullen de Here vertrouwen, en wij weten dat Hij het ons zal toestaan.

6 Ik geloof, zij vertelden mij, dat broeder Hickerson dit pas uit het tijdschrift haalde. Hij legde het daarginds op mijn bureau. Dat is die formatie van engelen die in het tijdschrift stond waarover werd gesproken. Ziet u de piramidevorm? Kijk naar deze aan deze kant, de puntige vleugel, die eraan komt met Zijn borst die zo vooruit steekt, aan mijn rechterhand. Zoals ik al maanden en maanden geleden sprak vanuit deze zelfde kansel, daar is het, ziet u. En het tijdschrift Look... Of, het tijdschrift Life, daar staat het in, in het mei-nummer, de zeventiende mei, geloof ik dat het is. Is dat juist? Het nummer van 17 mei. Mevrouw Wood vertelde mij vandaag dat vele mensen haar opgebeld hebben en dat hebben gevraagd. Dat is in het nummer van mei. De zeventiende mei.

7 Het is een geheimzinnige wolk. De wolk is zesentwintig mijl hoog [ongeveer tweeënveertig kilometer – Vert] en dertig mijl [ongeveer achtenveertig kilometer] breed. En dat is waarover wij hier aan het spreken waren. Dat is waar de engel des Heren naar beneden kwam en de plaats deed beven. En de hele... Het klonk luider...

8 Ik weet dat er een man is, als... ik denk broeder Sothmann – ik zag hem een poosje geleden ergens. Hij is hier. Hij stond... Ja. Helemaal achteraan hier. Hij stond vlakbij toen het gebeurde. Ik denk dat ik niet te ver van hem vandaan was. Ik zag hem gewoon, probeerde naar hem te wuiven. Alleen, ik had zijn verrekijker. Omdat de dieren waarop wij jaagden niet op deze heuvel waren. Nu, zij waren op de andere heuvel gegaan. Ik ontdekte ze de dag daarvoor, en zei hun waar zij heen moesten gaan. En ik ging daarheen waar ik, als zij langs deze kant zouden komen, in de lucht zou schieten om hen die kant op te jagen, zodat zij hun dier zouden kunnen hebben. Dus, het waren javelina zwijnen.

9 En dus stak ik over langs deze kant; en zij waren er niet. Zij waren aan geen van beide zijden. Ik zag broeder Fred naar voor lopen, en daar waren zij niet. Hij liep terug, en broeder Norman liep over de heuvel heen. En ik draaide mij om, ging naar beneden in een kleine kloof en wandelde – gewoon in mijn eentje – ongeveer twee kilometer door echt ruw land. En ik was gaan zitten en ik keek rondom mij. Het werd later op de dag.

     En ik plukte wat van die, wat wij daar 'goat-headers' [Letterlijk: "geitenkopjes" – Vert] noemen. Het is zoiets als een klit. Ik was ze van mijn broekspijp aan het afplukken, precies dezelfde soort als die ik mijzelf zag plukken, toen ik u hier vertelde van het visioen, ongeveer zes maanden voor het gebeurde. Ik zei: "Dat is vreemd. Kijk hoe precies ten noorden van Tucson ik ben, zo'n beetje noordoost. Dat maakt..."

     "Tucson", zoals u zich herinnert, dat ik zei: "iets zuidwestelijk."

     En ik zei: "Dat is vreemd." Ik keek zo naar de klit, terwijl ik er een heleboel van mijn broekspijpen afplukte. Als u daar nooit bent geweest, dat is een woestijngebied. Het is helemaal niet zoals hier. Het is daar ongeveer twintig keer helderder; en er zijn geen bomen en dergelijke zoals hier, alleen maar cactus en zand.

10 Dus ik keek er zo naar. Ik sloeg gewoon mijn ogen op. En op ongeveer, ik zou zeggen, achthonderd meter van mij af, zag ik een hele kudde javelina's, die aan het eind tevoorschijn kwamen, waar zij wat woestijnplanten aan het eten waren. En ik dacht: "Wel, als ik nu broeder Fred en broeder Norman daar maar heen kan krijgen, dat is precies de plek."

11 En de avond daarvoor was de Heilige Geest zo geweldig in het kamp, dat Hij mij dingen vertelde die gebeurd waren en die aan het gebeuren waren. Ik moest opstaan en uit het kamp weglopen.

     En toen, de volgende morgen, was ik daar naartoe gegaan. En ik vertrok... Ik zei: "Wel, als ik broeder Fred kan bereiken; ik kan om deze berg heen bij hem komen", wat ongeveer anderhalve kilometer deze kant op was. Ik moest ongeveer drie kilometer lopen, misschien vijf, om hem te vinden. Terug langs deze kant, naar beneden, langs wat wij een 'varkensrug' noemen, dan weer omhoog tot op de top van deze ruwe, puntige bergen, en afdalen naar deze kant, oversteken en verder door, en afdalen in die richting om hem op te pikken. Dan moest hij helemaal naar de voet van de heuvel gaan om broeder Norman te halen, wat waarschijnlijk zes tot acht kilometer zou zijn, en dan terugkeren. En ik zou een stukje van een papieren zakdoekje ophangen aan een tak van de mesquitestruiken daar, zodat ik mijzelf kon wijzen naar welke richel ik moest gaan wanneer ik terugkwam.

12 En ik kwam net over een kleine richel waar er een heleboel puntige rotsen waren, en er loopt daar een hertenpad aan de andere kant, ongeveer – o, veertig, vijftig meter onder de rotswand. Het was al wat later op de dag. Ik zou zeggen acht of negen uur. Denk je niet dat het zo iets was, broeder Fred, misschien negen uur, of zoiets? Ik liep snel deze kant op om te voorkomen dat de javelina's mij zouden zien. Het zijn wilde zwijnen, weet u, en zij zijn tamelijk schuw.

13 Dus ging ik de heuvel over, deze kant op, en begon de heuvel op te rennen. Ik liep door op een – wat wij noemen – een 'sukkeldrafje'. En plotseling dreunde het over het hele land. Ik had nog nooit zo'n verschrikkelijke knal gehoord! Het beefde gewoon, en de rotsen rolden. Ik voelde mij alsof ik wel anderhalve meter van de grond moest zijn gesprongen, zo leek het wel. Het maakte mij gewoon bevreesd. En ik dacht: "O my!" Ik dacht dat er op mij geschoten was. Dat iemand... Ik droeg een zwarte hoed. Ik dacht dat zij misschien gedacht hadden dat het een javelina was die de berg opliep, dat iemand mij had beschoten. Het knalde zo luid, precies boven mij, op die manier. Toen, plotseling, zei iets: "Kijk omhoog!" Daar was het. Toen vertelde Hij mij: "Het is het openen van die zeven zegels. Keer huiswaarts." Dus daar kwam ik.

14 Ik ontmoette broeder Fred en broeder Norman, ongeveer een uur later, toen ik hen vond. Zij waren opgewonden en spraken erover. Daar is het! En de wetenschap zegt dat het onmogelijk is voor welk soort nevel, of wat dan ook om zo hoog te komen – mist, damp. Ziet u? Het gaat alleen maar... Ik zou het niet weten. Ik – ik...

15 Wij, wanneer wij overzee gaan, dan vliegen wij op negen duizend voet. Dat is boven de stormen. Dat is ongeveer zes en een halve kilometer. Dus laten wij zeggen dat er boven de vierentwintig kilometer geen damp meer te vinden is. Maar dit is tweeënveertig kilometer [zesentwintig mijl – Vert] en zij hing daar de hele dag. Ziet u? Zij weten niet wat het is. Maar dank de Here, wij wel.

     Dank u, broeder Hickerson. Ik zal het daarginds op mijn bureau bewaren. En wanneer wij het boek schrijven, wel, dan kunnen wij het gebruiken.

16 Ik heb hier een briefje dat mij werd gegeven... Ik geloof dat ons aantal is toegenomen sinds ik hier de laatste keer was. Ik denk dat zijn naam is... Tenminste, zijn vaders naam, David West. En zij hebben een klein ventje hier dat zij aan de Here willen opdragen. Is dat juist? Was het vanavond of was het woensdagavond? Ik weet het niet. Het is... Vanavond? Dat is fijn. Wel, wat zal... U bent David, nietwaar? Dat dacht ik al. In orde. Wat denkt u ervan om de kleine vent naar voren te brengen?

     Als onze zuster naar deze piano hier wil komen, en voor ons het lied Breng ze binnen wil spelen. Als de voorganger hier naar voren wil komen, dan zullen wij deze kleine jongen opdragen aan de Here. Nu, wij proberen het Schriftuurlijk te houden.

17 Dit is uw kleinzoon, broeder West. Het lijkt niet mogelijk, nietwaar? Zuster West, hoe vindt u dat? Is het niet... U weet toch wat ik denk? U weet dat ik ook grootvader ben. Het doet mij denken aan broeder Demas Shakarian. Hij stond voor een grote menigte mensen. En hij haalt alles door elkaar, net als ik, weet u. Hij stond daar en hij zei: "Weet u, ik vertelde Rose," dat is zijn vrouw, "dat ik mij heel wat ouder voelde sinds ik grootmoeder ben geworden." Hij zei: "Nee, ik bedoelde grootvader." Weet u, ik...

18 U bent niet alleen, broeder West. Er zijn er hier een heleboel. En het is in orde. Ik geloof dat wij onze kleinkinderen echt kunnen waarderen. Dit is niet... Ik hoop dat dit niet slecht klinkt. Maar wij kunnen meer tijd met ze doorbrengen, denk ik, dan met onze eigen kinderen. En ik vroeg dat laatst aan mijn vrouw. Zij zei: "Zeker. Je knuffelt ze even, geeft ze weer terug aan hun moeder, en gaat weer door."

19 Nu, ik heb een kleine kleinzoon daar achterin. Hij zegt: "Papa preken, papa preken." En zij hadden de collecte vorige zondagavond opgehaald, en het lag op de tafel. En zij brachten hem binnen, daarginds, en hij hoorde mij door de microfoon. Hij zei: "Papa preken, papa preken."

     En Billy zei: "Ja, daar."

     En hij zei: "Nee!" En de collecte ging helemaal over de vloer. Hij wilde hier naartoe komen, weet u. En hij roept altijd naar mij, weet u, als hij mij ziet bij een conventie. Dan schreeuwt hij: "Papa preken." Hij riep heel hard. Dus ik weet dat zij heel schattig zijn.

19a Zeg, ik vraag mij af of ik iets van dat haar zou kunnen lenen? Hij heeft het zelf nu niet nodig. Ik wel. Wat is zijn naam? [Zuster West zegt: "David Jonathan." – Vert] David Jonathan. Is dat niet een mooie naam? Wel, ik hoop dat zijn leven in dezelfde lijn zal zijn als van degene naar wie hij genoemd is. David, de koning, David, op wiens troon Christus zal zitten; en ook Jonathan, de geliefde vriend. Ik zeg u, zij hebben een lieflijke kleine makker. Wij waarderen hen heel erg. Ik... Hij wordt wakker. En hij kan... hij kan "amen" schreeuwen, even goed als de rest, weet u, dus wij laten ons er niet door hinderen. Wij dragen hem op aan de Here.

     Ik denk dat het erg lieflijk is om een jong paar te hebben en dat God een dergelijke kleine makker in hun zorg heeft geplaatst, en dat zij komen om hem aan de Here te geven. En wanneer u dat doet, toont het aan dat u niet... dat u aan God terug geeft wat God aan u heeft gegeven. God zegene hem.

19b Nu, als u hem wilt vasthouden, ik geloof dat de moeder hem misschien wat beter zou kunnen vasthouden dan ik. En wat als wij gewoon onze handen op hem leggen? Zou u dat liever doen? Want ik ben bang dat ik hem zou laten vallen, of, niet hem laten vallen, hem breken of zo iets, weet u. Ik ben altijd bang om ze te beschadigen, weet u. My, my...

     Meda zei, daar achteraan... Ik denk dat dit een taak op het podium is waarop zij een beetje jaloers is op mij, weet u. Zij houdt ervan om ze vast te houden...

     Wel, kijk nou, hij gaat naar mij kijken. Hij is een fijne kerel. Jazeker. Misschien zou ik hem kunnen vasthouden. Ik vraag het mij af. O, zuster, laat hem niet... Ik hoop dat hij niet valt. Hier, is dat niet lief? Zo schattig? Hoe gaat het met jou? Wel, nu, lieflijk.

19c Laten wij onze hoofden buigen.

     Here Jezus, vele jaren geleden, toen Christendom werd geboren in de vorm van een Man, genaamd Christus, de gezalfde Messias, was Jezus Zijn Naam. De mensen brachten hun kleine kinderen naar Hem, opdat Hij Zijn handen op hen zou leggen en hen zegenen. En Hij zei: "Laat de kleine kinderen tot Mij komen, en verbied het hun niet, want derzulken is het Koninkrijk der hemelen." Dit lieflijke kleine paar, hun grootouders en anderen, zijn getrouwe volgelingen geweest van het Woord.

     Here Jezus, ik breng en houd voor U, vanavond, de voorganger en ik, deze lieflijke kleine David Jonathan West. Ik geef hem aan U, van de moeder en vader. Ik presenteer hem aan U, Here, voor gezondheid, sterkte, een lang leven van dienst, om God almachtig te eren, Die hem in deze wereld heeft gebracht. Mogen de zegeningen van God op hem rusten. Moge de Heilige Geest op dit kind rusten. Als er een morgen is, moge hij het Evangelie dragen dat zijn ouders en grootouders vandaag zo koesteren. Sta het toe, Here. Nu, in de Naam van Jezus Christus, geef ik U dit kind, in een toewijding van zijn leven. Amen.

19d Ik geloof dat zij een foto van de kleine makker willen nemen. [Een camera klikt – Vert] Dat deed mij ook opspringen.

     God zegene u, zuster. Moge u altijd de Here Jezus liefhebben en koesteren, en moge de kleine makker opgevoed worden in de vreze Gods en een wonderbare kleine jongen zijn. Ik ben er zeker van. God zij met u.

     Ik geloof dat hij zijn kleine fopspeen heeft laten vallen? Hebben zij hem? O my!

     Nu, laten wij dat kleine lied zingen. Breng ze binnen. Iedereen, samen nu, voor de kleine makker. In orde, zuster.

     Breng ze binnen, breng ze binnen,

     Breng de kleinen naar Jezus.

20 Ik weet geen betere handen om ze in te leggen. U ook niet? De handen van de Here Jezus.

21 Nu, ik weet dat het daar heet is. En ik wil iets zeggen tegen de koster, mijn broer Doc, of de anderen, degenen die er voor zorgen. Sommigen van de zusters bederven hun rokken door vet dat aan de stoelen zit. Hoevelen hebben er wat van aan zich gekregen? Ik weet het van mijn vrouw, mijn twee dochters, kleine Betty Collins, mevrouw Beeler, sommigen van hen... het is iets, er zit vet aan. Als je er naar zou willen kijken, Doc, wanneer je kunt. Het is, geloof ik, het is waar zij... Het is vet of verf, of zo iets, precies waar zij tegen de stoelen aanzitten. En is het dat niet? [Broeder Edgar 'Doc' Branham zegt: "Er zit geen vet op, waar het vanaf kan komen." – Vert] Wel, dan weet ik niet wat het is. Iets dat ik gewoon... Het werd mij medegedeeld, en ik zei dat ik het even zou melden aan Doc. Goed.

     Nu, woensdagavond, gebedssamenkomst... Is er nog iets? Hebt u alles aangekondigd? Hebt u uw aankondigingen gedaan, broeder Neville? De aankondigingen zijn allemaal gedaan.

22 Nu, zo de Here wil, zal ik volgende week zondagmorgen spreken over het onderwerp van het aanklagen van deze generatie voor het kruisigen van Christus! U zegt: "Dat zou deze generatie niet hebben kunnen doen." Wij zullen ontdekken of zij het deed of niet, overeenkomstig het Woord. Nu, volgende zondagmorgen, zo de Here wil. Als, wel... Als er iets gebeurt...

23 Ik word verondersteld om deze week in Houston te zijn, ook op een conventie, en dat zou mij tot en met zondag bezig kunnen houden, dus ik weet niet of ik het zou kunnen of niet. Maar wij hebben toch nog een paar zondagen meer om daarvoor te benutten. Dan gaan wij naar Chicago voor de conventie, of samenkomst in Chicago, de laatste week van deze maand. En dan moet ik het gezin naar Arizona terugbrengen, want hun vakantie is dan voorbij en de kinderen moeten weer naar school.

24 Nu, hoevelen hebben zich verheugd in het lezen van het Woord, en in de zegeningen van de Here? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Wij hebben ons allen heel erg verheugd.

25 Nu, het is heet, en ik weet dat sommigen van u vanavond weer naar huis gaan. Ik weet dat broeder Rodney en Charlie, en anderen, een heel eind moeten rijden. En wacht even, u bent met vakantie, is het niet? Wel, ik hoor dat u gaat vissen. "De Heer rekent geen tijd toe aan een man wanneer hij vist. Je wordt helemaal niet ouder als je aan het vissen bent." Dus nu, jullie, meisjes, ga met hen mee. Zie? En ik zal daarheen komen en mij bij jullie voegen, als ik kan. En u weet, "De goede Heer", zeiden zij, "bedeelt geen tijd toe aan een man wanneer hij aan het vissen is." Doe het veel als u zich helemaal nerveus voelt. Vissen is het beste wat ik ooit in mijn leven ontdekt heb om me te ontspannen.

26 Ik kreeg eens een kaart van meneer Troutman. Is er iemand die zich meneer Troutman herinnert, van de ijsfabriek in New Albany? Hij had een kleine kaart, waarop stond: "Uit vissen." En het ging verder en zei: "Een man heeft... Iedere man heeft broeders als hij uit vissen is. Met een helpende hand zullen zij u altijd bijstaan bij het vissen." Hij had er ongeveer acht of tien verschillende dingen op staan. En helemaal onderaan stond: "De mens is dichter bij God wanneer hij uit vissen is." Dus ik denk dat dat ongeveer juist is. "De rijken en de armen zijn allen gelijk als zij uit vissen zijn." Ziet u? "Zij zullen allen een helpende hand uitsteken als zij uit vissen zijn." En alles ging over 'uit vissen'.

27 Wel, ik zal u over een ander soort vissen vertellen, wat ik gedurende de laatste drieëndertig jaar heb gedaan, namelijk het vissen naar de zielen van mensen. Moge de Here ons helpen iedereen te winnen die wij kunnen vinden.

28 Nu, dit is vanavond voor een bandopname. Nu, vanmorgen (als Jim hier is, of aan het opnemen is), geloof ik dat ik op de band zei (iemand vestigde er mijn aandacht op): "De tweede Exodus." Ik bedoelde niet 'tweede', het is "De derde Exodus".

     De Heilige Geest in de vorm van een Vuurkolom, God Die neer kwam in manifestatie, volvoerde de eerste exodus, en destijds in... bracht Israël uit Egypte.

     De tweede exodus was Christus Die de kerk uit het Judaïsme bracht.

     En De derde exodus is wanneer dezelfde Vuurkolom de bruid uit de kerk neemt. Ziet u? Uit het natuurlijke, uit het geestelijke, en het geestelijke uit het geestelijke. De drie, ziet u; het geestelijke uit de kerk, liever gezegd. Dan hebben wij de drie, de drie tijdperken ervan.

29 Nu, vanavond, wilde ik nog een band maken, en die is getiteld: Is uw leven het Evangelie waardig? Waarschijnlijk zal het niet erg lang duren. Wel, gewoon enkele Schriftplaatsen en notities die ik hier heb, maar eerst willen wij Gods Woord lezen. Voor wij dat doen, laten wij even onze harten buigen voor Hem.

30 Here Jezus, elke man, vrouw of kind, kan fysiek de bladzijden van deze Bijbel omslaan, maar er is niemand die het kan openbaren dan U. Ik bid U, Here, terwijl ik deze tekst neem zoals het op mijn hart gelegd is om het uit te zenden door de landen, voor de mensen, opdat zij zouden mogen weten welk soort leven er van hen vereist wordt om te leven. Want zovelen hebben mij gevraagd: "Is het christelijk leven een leven van kerkdienst? Is het de armen helpen, de behoeftigen? Of is het een standvastig lid? Is het een trouwe loyaliteit aan de kerk?" en zulke vragen. Vader, moge het correcte antwoord vanavond komen, door deze woorden, terwijl wij een volhardende inspanning doen om ze tot de mensen te brengen. In de Naam van Jezus Christus vragen wij het. Amen.

31 Nu, sla in uw Bijbel het boek Lukas op, en wij zullen beginnen bij het veertiende hoofdstuk en het zestiende vers, om enkele Schriftplaatsen als basis te lezen, als een achtergrond, voor wat wij zullen proberen te brengen in ongeveer dertig tot veertig minuten. Nu, het zestiende vers van het veertiende hoofdstuk van Lukas.

     Maar Hij zeide tot hem: Een zeker mens bereidde een groot avondmaal, en hij nodigde er velen.
     En hij zond zijn dienstknecht uit ten ure van het avondmaal, om de genodigden te zeggen: Komt, want alle dingen zijn nu gereed.
     En zij begonnen allen zich eendrachtig te verontschuldigen. De eerste zeide tot hem: Ik heb een akker gekocht, en het is nodig, dat ik uitga, en hem bezie; ik bid u, houd mij voor verontschuldigd.
     En een ander zeide: Ik heb vijf juk ossen gekocht, en ik ga heen, om die te beproeven; ik bid u, houd mij voor verontschuldigd.
     En een ander zeide: Ik heb een vrouw getrouwd, en daarom kan ik niet komen.
     En die dienstknecht weergekomen zijnde, boodschapte deze dingen zijn heer. Toen werd de heer des huizes toornig, en zeide tot zijn dienstknecht:... (Merk op, het is niet dienstknechten. "Dienstknecht.") Ga haastig uit in de straten en wijken der stad, en breng de armen, en verminkten, en kreupelen, en blinden hier in.
     En de dienstknecht zeide: Heer, het is geschied, gelijk gij bevolen hebt, en nog is er plaats.
     En de heer zeide tot de dienstknecht: Ga uit in de wegen en heggen; en dwing ze in te komen, opdat mijn huis vol worde;
     Want ik zeg u, dat niemand van die mannen, die genodigd waren, mijn avondmaal smaken zal.

32 Nu, merkte u op dat er drie trekken van waren, of drie keren? Toen zij de eerste keer uitgingen, riepen zij degenen die genodigd waren, en zij kwamen niet. Dus ging er een genezingscampagne uit, en men ging uit om de blinden en kreupelen te halen. En nog steeds was er plaats, dus ging hij uit en dwong de goeden, de slechten, en onverschilligen, dat zij zouden binnenkomen.

33 Nu, u leest hier nog een gelijkenis over, iets dergelijks, in Mattheüs 22:1–10, als u het later zou willen lezen. Maar ik haalde dit onderwerp daaruit: Is uw leven het Evangelie waardig?

34 Nu, Jezus zegt hier dat de mens altijd geprobeerd heeft zich te verontschuldigen om Gods Woord van Zijn uitnodiging niet te aanvaarden. Hoewel het hun duidelijk is bewezen, dat het Zijn avondmaal is en Zijn uitnodiging, maakt de mens voortdurend verontschuldigingen. En als u Mattheüs 22 leest, zult u ontdekken dat de verontschuldigingen ook daar werden gemaakt. En men probeert...

35 Het ging zo in al de tijdperken. Het ging zo in dat tijdperk, en er staat dat een man hun opdracht gaf, en hij had een wijngaard. En wij vinden die gelijkenis. En hoe hij zijn dienstknechten zond om de opbrengst van deze wijngaard te nemen. De eerste dienstknecht kwam, wat deden zij? Zij wierpen hem uit. De volgende dienstknecht kwam, zij stenigden hem ook. En zij wierpen dienstknecht na dienstknecht uit; de wrede mannen. Ten slotte zond de koning zijn zoon. En toen zijn zoon kwam, ontdekken wij dat zij zeiden: "Dit is een erfgenaam. Wij zullen hem doden, dan zullen wij alles hebben." Toen zei Jezus tot hen: "De koning zond uit en sloeg die moordenaars en verbrandde hun steden."

36 Nu, wij zien, wanneer God iemand uitnodigt om iets te doen, of om de uitnodiging te aanvaarden die Hij hem heeft gegeven, en hij wijst het af, dat er dan, nadat genade is versmaad, niets overblijft dan oordeel. Als u over de grenzen van genade heenstapt, dan is er slechts één ding overgebleven, en dat is oordeel. En wij ontdekken dat de mens dat in alle tijdperken heeft gedaan. Het is gebeurd, in bijna elke tijdperk, in de Bijbel.

37 Toen God Noach, Zijn dienstknecht, zond en een weg ter ontkoming maakte voor al de mensen die gered wilden worden... Maar de mensen lachten slechts en spotten met Noach. God bereidde echter de weg, maar zij hadden een verontschuldiging. Het was niet in overeenstemming met hun moderne denken. Het was niet zoals zij het wilden, dus maakten zij verontschuldigingen in de dagen van Noach.

38 Zij maakten verontschuldigingen in de dagen van Mozes. Zij maakten verontschuldigingen in de dagen van Elia. Zij maakten verontschuldigingen in de dagen van Christus. En zij maken verontschuldigingen vandaag.

39 Nu, dat Hij rechtstreeks tot Israël sprak, degenen die tot het feest geroepen waren, dat zou ik ook vandaag op de mensen willen toepassen, op de kerk, die genodigd zijn naar het feest te komen, en het niet willen doen, het geestelijke feest van de Here. En zij zullen het niet doen. Zij willen het niet doen. Zij hebben andere dingen te doen. Zij vinden excuses.

40 Nu, als Israël tweeduizend jaar geleden de uitnodiging had aangenomen die hun werd gegeven, waren zij niet geweest wat zij vandaag zijn. Tweeduizend jaar geleden wees Israël de uitnodiging af om naar het bruiloftsmaal te komen, en zij wezen het af en gingen in het oordeel. Maar, zoals Jezus zei, zij stenigden en doodden de profeten die tot hen gezonden werden, door verontschuldigingen te maken. Nu, de verontschuldigingen die zij in elke tijd maakten...

41 Wij vinden, in de dagen van Jezus, dat Hij Zich niet aansloot bij wie van hen dan ook. Men zei: "Wanneer kreeg deze Man deze geleerdheid? Van welke school kwam Hij? Is Deze niet de Zoon van de timmerman? Heet Zijn moeder niet Maria? Zijn Zijn broers niet Jonas en Jakobus, enzovoort? En zijn Zijn zusters niet met ons? Waar kreeg deze Man dan deze autoriteit vandaan om dit te doen?" Ziet u? Met andere woorden, Hij sloot Zich niet bij hen aan. Dus zeiden zij: "Hij is Beëlzebul; Hij is een Samaritaan. Hij heeft een duivel, en Hij is gek. Hij is een... Hij is een Man die een boze geest heeft, op het vlak van religie, en dat heeft Hem krankzinnig gemaakt. En dat is het. Hij gaat daar tekeer als een wildeman. Besteed geen enkele aandacht aan Hem." En wij weten wat er met Israël gebeurde. En zij schreeuwden het uit. Zij waren er zo zeker van dat deze Man fout was, dat, o, zij Hem veroordeelden. Hij zei, men zei: "Laat Zijn bloed op ons zijn en op onze kinderen." En het is daar sindsdien gebleven.

42 Jezus probeerde hun te vertellen dat het hun verontschuldigingen waren die de profeten gedood hadden en die de rechtvaardigen die kwamen gedood hadden. Zij accepteerden hun geloofsbelijdenissen die de mensen hun gegeven hadden, in plaats van het Woord van God te nemen. En, door zo te doen, hadden zij het Woord van God krachteloos gemaakt.

43 Nu, u moet hierin zeggen dat óf dit Gods wil is en Gods verlangen, of iets anders dat langs komt en dat beter is dan dit. Nu, u moet of het een of het ander nemen. U kunt niet God dienen en de mammon. En u moet zeggen: "Dit is de Waarheid" of "Dat is een deel van de Waarheid", of "Het is niet de hele Waarheid", of "Het is niet goed samengevoegd", of "Het is niet juist uitgelegd."

     En de Bijbel zegt dat "Het Woord van God geen eigen uitlegging toelaat." Niemand anders wordt verondersteld er een uitleg aan te geven. Het is geschreven precies op de wijze dat God wil dat het uitgelegd wordt. Gewoon wat er staat, Dat, dat is wat er verondersteld wordt te zijn. Neem het gewoon op de wijze waarop het gezegd is, de wijze waarop het hier geschreven is.

44 Nu, zij accepteren hun geloofsbelijdenissen. Zij maken Gods beloften krachteloos voor hen. Zij gaan daaraan voorbij. Zij huppelen er gewoon bij vandaan.

45 Nu, als Rusland de Pinksterzegen vijfenzeventig jaar geleden had aangenomen, toen de Heilige Geest in Rusland viel, zouden zij vandaag geen communisten geweest zijn. Nu, vijfenzeventig jaar geleden, hadden ze een grote opwekking in Rusland. God kwam onder hen en zij hadden grote opwekkingen, ver in Siberië. En wat deden zij? Zij verwierpen het. En vandaag is het afgelopen met het land, en de kerken kunnen geen kerk meer houden, dan alleen met toestemming. En zij zijn ten oordeel gedoemd. En men is vertrokken in deze wilde driftbui van communisme, uitverkocht aan de duivel.

46 Vijftig jaar geleden viel de Heilige Geest in Engeland. Vlak daarna kwamen George Jefferies, en F.F. Bosworth, Charles Price, Smith Wigglesworth, die grote geloofsstrijders, vijftig jaar geleden, en boden Engeland de Heilige Geest-opwekking aan. Maar wat deden zij? Zij lachten hen uit, zetten hen in de gevangenis, noemden hen krankzinnig, dachten dat zij hun verstand verloren hadden. De kerken weigerden de mensen om naar hen te gaan luisteren. En zij genazen de zieken, en wierpen duivels uit, en deden grote werken. En omdat Engeland, als natie, het Evangelie weigerde, zijn haar zonden bekend door de hele wereld. Er is nauwelijks een afvalliger land in de hele wereld, zelfs met inbegrip van Rome en Frankrijk, dan Engeland. Zij is een moeder van afvalligheid. Precies daar waar Finney en velen van de grote mannen predikten op de Haymarket, en Charles G. Finney, en Wesley, en zo verder, en zij wees het af.

47 En nu – het stond zelfs vorige week of twee weken geleden in de kranten – vindt u hoe hun grote mannen zo verslapt zijn voor de sex van vrouwen, dat er spionnen binnenkwamen. En hun topman vond er nog meer. Het stond in de tijdschriften. Hun schandalige zonde, in hun eigen regering, heeft hun schandelijke naam over de wereld uitgezaaid. Waarom? Zij verwierp de Waarheid. Zij had haar verontschuldiging, en zij is aan het einde. Engeland heeft helemaal afgedaan bij God, lange tijd geleden. Als...

48 Amerika, vijftien jaar geleden, toen de grote genezingsopwekking die voortging vanuit Pinksteren, uitbrak in het land, en er waren opwekkingen in de hoofdstad, Washington, D.C. De presidenten, vice-presidenten, belangrijke mensen, gouverneurs, grote dingen vonden plaats, gouverneurs en andere mensen werden genezen. Zoals congresman Upshaw, die gedurende zesenzestig jaar kreupel was geweest, en zij konden niet de andere kant opkijken en zeggen dat het niet zo was. Het gebeurde precies voor hun ogen, maar zij wezen het af.

49 En vanavond is dat de reden dat dit land talmt. Zij is tot ondergang gedoemd. Er is helemaal geen hoop voor. Zij is de scheidslijn tussen oordeel en genade overgestoken. En zij is uitverkoren in wat zij hier heeft om het land te beheersen. En zij is door en door verrot. Haar politiek is verrot. De moraal van dit land is lager dan wat ik ook maar zou kunnen bedenken. En haar religieuze systeem is meer verrot dan de moraal. Zij wordt... Door dit te doen, heeft zij zichzelf nu aangesloten, al deze kerken van het land, bij de federatie van kerken en heeft het merkteken van het beest aangenomen. Wat een zaak! Waarom? Christus gaf hun de gelegenheid. "Kom tot Mijn feest", het feest van Pinksteren, wat 'vijftig' betekent.

50 Toen de Heilige Geest Zich uitstortte op Rusland, werden zij tot een Pinksterfeest geroepen, een geestelijk feest, en zij wezen het af. In Engeland werd de Heilige Geest op hen uitgestort en zij wezen het af. In Amerika werd de Heilige Geest op hen uitgestort, en zij wezen het af.

51 Hij nodigde drie keer. Driemaal zond Hij uit, en zij luisterden niet naar het feest. Toen zond Hij opnieuw uit en Hij zei: "Ga heen en dwing die mensen om te komen. De tafel moet gedekt worden. De tafel is gereed. Er is nog steeds plaats." En ik geloof, dat, misschien, misschien binnen de volgende paar maanden, of zoiets, of jaar, of wat het ook is, God nog een schudden door het land zal zenden, want er is nog steeds iemand daar buiten, ergens, die een voorbestemd zaad is, waarop het licht moet vallen, ergens, ergens in de wereld. Met het land zelf is het afgelopen.

52 Ik keek in het tijdschrift Life van deze week, ginds, wel, daar onlangs in Little Rock, of liever, in Hot Springs. En daar zag ik, ik geloof dat het een gouverneur van de staat New York was, nu dansen met een soort striptease-danseres ginds in Honolulu. En hier, daarnaast, stond nog een bekende man. O, wat een schande! Kijk naar ons land vandaag. Kijk naar de toestand van ons land. Kijk waar zij toe gekomen is, hoe laag zij is gezonken.

53 Kijk naar ons religieus systeem vandaag. Hoe kan het zijn dat de kerken ooit in de toestand konden komen waarin zij nu zijn? Het komt omdat zij de Boodschap van God hebben verworpen en afgewezen, de uitnodiging om naar het feest te komen. Zou u een dergelijk leven het Evangelie waardig kunnen noemen? Zou u een leven waardig kunnen noemen, dat hun mensen rustig toestaat om die dingen te doen, en sigaretten te roken?

54 Onlangs hier, in een bepaalde kerk, speelde een klein competitieteam hier in het park, en de kleine jongen van mijn zwager is een werper voor een van de honkbalteams. En dus was hij daar aan het werpen, en daar speelde een team van de kerk. En daar was de voorganger met deze kleine makkers, daarginds op het veld, aan het spelen. En de voorganger rookte sigaret na sigaret, van een kerk hier vlak bij ons in de buurt. En zou u zich kunnen voorstellen dat een man... En zelfs mensen, die in het publiek zaten, merkten het op. Maar het wordt zo dat men er zelfs geen aandacht aan besteedt.

55 Een bepaalde bekende kerk, een Baptistenkerk, waarvan ik weet, laat de gemeente vijftien minuten vroeger uitgaan van de zondagsdienst, zodat de voorganger en zij allen buiten kunnen staan en roken, voor zij terug binnenkomen om de dienst van de Here te bedienen. John Smith, de stichter van die kerk, bad zo hard dat God een opwekking zou zenden, dat zijn ogen in de nacht dicht gezwollen waren, en zijn vrouw hem naar de tafel moest leiden en hem voeden met een lepel. Als... Die man zou zich in zijn graf omdraaien als hij wist dat die kerk in die toestand was gekomen. Wat is het? Zij waren uitgenodigd om te komen, en wezen het af. Dat is het enige. En u herinnert zich, dat Jezus hier zei, dat degenen die uitgenodigd waren en het verwierpen, Zijn avondmaal niet zouden smaken.

56 Wanneer God de Heilige Geest zendt en aan iemands deur klopt, en hij wijst het opzettelijk af, zal hij het op een dag voor de laatste keer afwijzen, en dan zult u geen bevoorrecht persoon zijn. U kunt in een kerk zitten en naar het Evangelie luisteren, en met het Evangelie instemmen. U zou misschien zo veel doen als zeggen: "Ik weet dat het juist is", maar er nooit een vinger naar uitsteken om het zelf te helpen. Ziet u? U luistert er gewoon naar, omdat u zegt: "Ik geloof dat het juist is." Dat is er gewoon mee sympathiseren.

     Ik zou kunnen zeggen: "Ik geloof dat dat tienduizend dollar is." Dat betekent niet dat ik het heb. Ziet u? Ik zou kunnen zeggen: "Dat is goed koud water", maar weiger het te drinken. Begrijpt u wat ik bedoel?

     En dit is eeuwig leven. En weigeren om het te doen, op een dag zult u de grens tussen oordeel en genade overschrijden, en dan zult u niet meer het voorrecht hebben om te komen en het te ontvangen.

57 Tot u, mensen, die hier komt. Ik ben niet verantwoordelijk voor diegenen die... of tot wie andere predikers spreken. Maar als het juist is, bent u uw leven eraan verschuldigd. Wat zou u ooit méér kunnen vinden, dat van meer waarde voor u zou zijn, dan te weten dat u eeuwig leven kunt hebben?

58 Wat als ik hier capsules zou weggeven, waarvan wetenschappelijk was bewezen, wetenschappelijk bewezen, dat deze capsule zou maken dat u duizend jaar zou leven? Wel, ik zou hier een leger nodig hebben om de menigte van de plaats vandaan te houden. U zou er geen altaaroproep voor hoeven doen. U zou hen ervan weg moeten slaan, om duizend jaar te leven.

     En toch is het wetenschappelijk bewezen dat de eeuwige God, met geheel Zijn kracht van Zijn opstandingen, die u eeuwig leven beloven... en Satan zal zijn legioenen daar buiten zetten om u ervan weg te houden. Ziet u? Toch kunt u kijken, en verstandig genoeg zijn om het onder ogen te zien, en te zien dat het juist is, maar het dan afwijzen. Ziet u?

59 Iets, een of ander excuus. "Het is te heet. Ik ben te vermoeid. Ik zal het morgen doen." Gewoon een soort excuus, dat is alles wat zij doen. Door de dag van uw bezoeking te verwerpen, wordt u van God afgescheiden.

60 Nu, wij letten op. En in het Oude Testament had men wat men het jubeljaar noemde. Dat was wanneer al de mensen, die slaven waren, vrijuit konden gaan wanneer het jubeljaar uitgebazuind werd. En dan, als een man niet wegging, als er een of andere verontschuldiging was die hij kon maken, dat hij niet naar zijn land wilde terugkeren, dan moest hij in het oor gemerkt worden, met een els, aan de deurpost in de tempel. En dan, ongeacht hoeveel jubeljaren er nog kwamen, was die man verkocht. Hij kon nooit meer als een burger terugkeren in Israël. Wat deed hij? Hij verwierp zijn uitnodiging. Hij hoefde niets te betalen. De schuld van zijn slavernij was voorbij. Zijn gezin was vrij. Hij kon regelrecht teruggaan naar zijn vaderland en zijn eigen bezit nemen. Maar als hij weigerde dat te doen, dan werd hij niet meer aan Israël toebedeeld, en zijn bezitting werd aan een ander gegeven.

61 Nu, hetzelfde in het natuurlijke is van toepassing op het geestelijke. Dat als wij, als erfgenamen van eeuwig leven, het Evangelie horen en weten dat het waar is, en wij wijzen het af, en weigeren het te doen of er naar te luisteren, dan nemen wij het merkteken van het beest aan.

62 Nu, iemand zei: "Nu, er zal een merkteken van het beest zijn; het zal op een dag gaan komen." Laat mij u iets zeggen. Het is reeds gekomen. Ziet u? Zodra de Heilige Geest begon te vallen, begon het merkteken van het beest plaats te vinden. Ziet u?

63 U hebt maar twee dingen. Een ervan is het te accepteren, waardoor u het zegel Gods neemt. Het te verwerpen, is het merkteken van het beest aannemen. Het zegel Gods verwerpen is het merkteken van het beest aannemen. Iedereen begrijpt het? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Het zegel Gods verwerpen is het merkteken van het beest aannemen. Want de Bijbel zei: "Allen die niet verzegeld waren door het zegel Gods namen het merkteken van het beest aan."

64 Wanneer de bazuin klonk, konden allen, die vrij wilden zijn, gaan. Zij die het niet deden, werden gemerkt.

     Nu, ziet u, het merkteken van het beest, als wij erover spreken in de toekomst, dat is wanneer het zich zal manifesteren, wanneer u zult beseffen dat het is wat u al gedaan hebt. Ziet u? En zo is het ook met de Heilige Geest, het moet gemanifesteerd worden. Wanneer wij de Here Jezus zien komen in heerlijkheid, en die veranderende kracht voelen, en de doden uit het graf zien opstaan, en weten, in nog een seconde meer, dat wij veranderd zullen worden en een lichaam zullen hebben zoals het Zijne. Het zal gemanifesteerd worden. Om dan diegenen te zien die het verwierpen, die hier beneden gelaten zullen worden, buiten.

65 Zei Jezus niet dat de maagden uitgingen om Christus te ontmoeten? Sommigen van hen vielen in slaap, in de eerste wake, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde, tot de zevende wake. Maar in de zevende wake, toen klonk het: "Ziet, de bruidegom komt. Gaat uit Hem tegemoet." En degenen, die sliepen, ontwaakten. Het gehele tijdperk tot Pinksteren toe ontwaakte. Ziet u? Vanaf het zevende tijdperk; het zevende gemeentetijdperk, helemaal terug, ontwaakte. En degenen die in dit gemeentetijdperk leefden, werden veranderd. En zij gingen binnen.

     Op hetzelfde tijdstip dat zij binnengingen, kwam de slapende maagd en zei: "Wij willen wat van uw Olie kopen."

66 Maar zij zeiden: "Wij hebben net genoeg voor ons zelf. Ga naar hen die het verkopen."

     "En terwijl zij probeerden deze Olie te ontvangen, kwam de Bruidegom." Er is nog nooit een tijd in de wereldgeschiedenis geweest dat de Anglicanen, Baptisten, Methodisten, Presbyterianen... De kranten staan er vol mee. De religieuze bladen prijzen God, dat die slapende maagden nu proberen Pinksteren te ontvangen, proberen de Heilige Geest te ontvangen. En beseffen de mensen niet dat het niet zal gebeuren, overeenkomstig het Woord van God? "Terwijl zij probeerden terug te komen, kwam de bruidegom en nam de bruid weg. En zij werden in de buitenste duisternis geworpen, ten oordeel," omdat zij hun uitnodiging afwezen.

67 Alle volken zijn genodigd om te komen. God heeft in elk tijdperk Zijn licht uitgezonden, en het is verworpen.

68 En nu, vandaag is het niet anders dan in enige andere dag, om de dag der bezoeking te verwerpen. Wanneer God een bezoek brengt aan de gemeente en de mensen, ontvang het dan. Stel het niet uit tot volgend jaar, de volgende opwekking. Dat is het uur. "Heden is de dag des heils."

69 En bedenk, God heeft nooit een boodschap gezonden, in welke tijd dan ook, die Hij niet heeft betuigd met het bovennatuurlijke. Jezus zei Zelf: "Als Ik niet de werken van Mijn Vader doe, geloof Mij dan niet. Maar als Ik de werken doe, geloof dan de werken, als u Mij niet kunt geloven", en wanneer u het duidelijk uitgedrukt en gemanifesteerd ziet worden.

70 Nu is de tijd gekomen dat zij het verwerpt; zij wordt dan in het oor geboord met een els, en dan zal zij het nooit meer horen. Zij brengt zichzelf nu naar de confederatie van kerken, om er regelrecht in te gaan om het merkteken van het beest aan te nemen.

71 "Een van de grote ambities", iemand gaf mij zojuist de krant, "die deze nieuwe paus heeft uitgesproken, is om de kerken te verenigen." Zij zullen het doen, zo zeker als ik hier sta. En de Protestanten vallen er voor. Ziet u? Want de kerk... De Bijbel zei, Paulus, de profeet van de Here, zei: "Die dag zal niet komen, tenzij er eerst een afval komt, en dan zal de... voordat de mens der zonde zal geopenbaard worden. Hij, die in de tempel Gods zit, zichzelf verhogend, alles wat boven God is", hij, die als God zonden vergeeft op de aarde, enzovoort. Hoezeer is dat gebeurd! Maar het kon niet gebeuren tot de afval, totdat de kerk weg begon te gaan van het geestelijke feest en zich terugtrok en zich organiseerde. En dan bleef de openbaring niet bij de kerk.

72 Bedenk, Israël wandelde, dag en nacht, bij de Vuurkolom. Wanneer die Vuurkolom verder trok, trokken zij mee. En bedenk, het was een vuur in de nacht en een wolk overdag. Dus het zou kunnen gebeuren bij dag of nacht, welke tijd ook. Maar waar het ook was, er werd een verzoening gemaakt, zodat zij niet zouden falen het te zien. Het was een licht 's nachts en een wolk overdag, en zij volgden het. Jazeker. Precies hetzelfde!

73 Maarten Luther zag het. Wat deed hij? Hij kwam uit het Katholicisme. Maar wat deden zij? Zij bouwden er een kleine omheining heen, en zeiden: "Wij zijn Lutheranen. Dit is het."

74 Toen zag Wesley het daar vandaan bewegen. Hij ging. Wat deden zij? Zij bouwden er een kleine omheining omheen, en zeiden: "Dit is het." Wat deed het licht? Het trok meteen weer verder.

75 Pinksteren zag het. Wat deden zij? Zij gingen uit de Wesleyanen en de Nazareners, enzovoort. Wat deden zij? Zij bouwden er een kleine omheining omheen en noemden het: "Wij zijn de Eenheidskerk!" en "Wij zijn de Drieëenheidskerk!" en "Wij zijn de Verenigde kerk!" en dit alles. Wat deed Hij? God ging er regelrecht uit vandaan. Ziet u?

76 Wij kunnen dat niet doen. Wij moeten volgen, elke dag, elk uur van de dag, elke stap van de weg. Wij moeten geleid worden door de Here Jezus Christus. Als wij dat niet worden, dan nemen wij een organisatieleven aan. En een leven dat Christus niet dagelijks volgt, is niet waardig.

77 Een man die Christen is op zondag, en naar de kerk gaat, daar achteraan zit en denkt dat hij de kerk bezit omdat hij dit doet, dat, en nog wat, en op maandag zal stelen en liegen. En vrouwen die naar de openbare stranden gaan, en de straat opgaan met immorele kleren aan!

78 Ik dacht aan de presidentsvrouw, die zelfs geen make-up wilde aanbrengen, toen zij voor de paus verscheen, en zij kwam terug en begon een waterhoofdkapselrage voor de vrouwen in het land. En al deze jurken, toen zij moeder werd; elke vrouw in het land wil nu zulke positiejurken dragen. Dat is zo! Het zijn voorbeelden. En zij wisten dat de mensen dat zouden doen. Zij namen een geest aan van de wereld. En dat hoort niet thuis in de gemeente van de levende God.

79 Vrouwen behoren naar Jezus Christus te kijken! U behoort naar Sara te kijken en naar de vrouwen uit het Oude Testament.

80 Nu, zij zijn zo geworden dat... Ik predikte ergens onlangs 's avonds hoe vrouwen hun man moeten gehoorzamen. Gehoorzamen? Ja! Dat is al lang geleden uit het huwelijksritueel verdwenen. Maar... Zij zullen dat niet meer doen. Nee, meneer! Zij wonen in Amerika, en dat laten zij u weten. Zij zullen niet gaan gehoorzamen. Maar zolang u het niet doet, probeer nooit uzelf een Christen te noemen, want u bent het niet. Het maakt mij niet uit hoeveel u danst en in tongen spreekt, als u uw man niet gehoorzaamt, bent u uit de wil van God.

81 En een vrouw, die korte broeken draagt en deze dingen doet, die zij op straat doet: noem uzelf geen Christen. U wilt de wereld hebben en toch uw getuigenis houden. U kunt dat niet doen in de tegenwoordigheid van God, terwijl u beter weet.

82 Merk op: "In het oor geboord", weggemerkt, dan zult u nooit horen. Bedenk, dat is een teken van het sluiten van de oren. U zult het niet meer horen. U wilt niet luisteren. U zult nooit meer in staat zijn om het weer te doen.

83 O! "Zij gelooft dat niet." Oh my! "Zeg het haar niet. Zij gelooft het." Neen. "Zij vertelt u regelrecht..." Zij weet het niet. Hoe zou een dame... Ik vraag het u slechts, hoe zou een dame kunnen...

     Zoals ik zondag, verleden zondagavond, een week geleden, over "een rood flitsend licht" sprak, hoe dat het merendeel van de vrouwen knapper is geworden dan ooit. Nu, dat is niets tegen de vrouw, nu, dat is gewoon maar hoe zij daarmee omgaat. Ziet u? De... Zij is zo geworden, om haar in een verzoeking te brengen, zoals Eva voor de boom werd geplaatst.

84 Elke man, elke zoon die tot God komt, moet door die tijd van testen gaan. Dit is het tijdperk van de vrouwen, dit land is waar zij door dat testproces moet gaan. Als zij een mooie vrouw kan zijn, en zich als een zuster kan gedragen, zijn de zegeningen van de Here op haar. Maar wanneer zij zover is dat zij dit weet, en zich dan tentoonstelt, toont het absoluut dat zij een slechte geest op zich heeft. Zij bedoelt het niet zo te zijn, ik denk van niet, velen van hen niet. Maar zij beseffen dat niet.

85 Zou u mij kunnen vertellen dat een fatsoenlijke, nadenkende vrouw deze kleine kleren zou kunnen aantrekken die zij hier op straat dragen?

86 Ik heb twee jonge meisjes die hier zitten. Ik weet niet wat de toekomst van deze kinderen zal zijn. Ik bid slechts voor ze. Kinderen, vandaag, ik... je kunt het niet zeggen. Ik weet het niet. Zij zijn daar niet immuun voor. Zij moeten op hun eigen benen staan, voor Jezus Christus, en verantwoording afleggen. Zij kunnen niet binnengaan op wat ik geloof, en op wat hun moeder gelooft. Ik weet niet wat zij doen. Maar ik denk eigenlijk, in dit uur, dat als die meisjes de straat opgingen met dat soort kleding aan en een man ze beledigde, in dat soort kleding, ik geloof niet, als ik de gelegenheid had, dat ik de man zelfs zou kunnen veroordelen. Dat is juist. Ik veroordeel de meisjes. Zij hadden dat niet moeten doen.

87 Luister. Als de mens denkt, en het wordt geleerd dat de mens niet meer is dan een dier. "Hij stamt af van het dierenras." En kijk, dan plaatst u hem daar buiten als...

88 Als u een hond op bepaalde tijden meeneemt naar het vrouwtje, gaat hij door de omheiningen en wat dan ook, omdat het vrouwtje in die toestand is; varkens, koeien, elk ander dier. En als wij dierlijk leven zijn, wat wij zijn, het lichamelijke deel... En dan, wanneer een vrouw zich zo tentoonstelt, bewijst zij dat het met haar precies zo gesteld is als bij het hondje, of hetzelfde, precies, want anders zou zij dat niet doen. Zij weet het. De natuur leert haar dat de man naar haar zal gaan kijken. En de Bijbel zegt: "Wie een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft reeds overspel met haar gepleegd in zijn hart."

89 Dat brengt een tijd van testen. En de duivel maakt die vrouwen knapper, en doet hen zich steeds meer ontkleden, en zet hen daar buiten om u te testen. Mannen, wendt uw hoofden af. Weest zonen van God. Vrouwen, kleedt u als dochters van God. Wordt niet ter verantwoording geroepen voor overspel ginds op die dag.

90 Indien die vrouw, ongeacht hoe onschuldig... Zij mag misschien nooit iets verkeerds gedaan hebben, zelfs nooit in haar gedachten gehad hebben om verkeerd te doen. Maar toen die zondaar die naar die gracieuze vorm keek van die vrouw, wetend dat hij een man is – en de een heeft de klieren van het vrouwelijke geslacht, en de ander die van het mannelijke – en die zondaar zal zich ervoor moeten verantwoorden op de dag van het oordeel; wie deed het dan? Wie is er schuldig? Niet hij, ú. Zo is het, immoreel.

91 Kijk naar dit land. Vroeger, toen zij die kniehoge jurken hadden, die de vrouwen droegen, moesten wij ze in Parijs bestellen. Vandaag bestelt Parijs ze bij ons. Het is zo vuil geworden dat Parijs het niet bij kan houden. Dat is zo. De hele... Waarom? Door het Evangelie te verwerpen. Waarom?

     Parijs had het niet. Het is honderd procent Katholicisme. De Protestanten kunnen daar zelfs niet binnenkomen. Kijk naar Billy Graham. Ik geloof dat er maar zeshonderd Christenen in heel Parijs zijn, uit de miljoenen, zeshonderd Christenen, Protestanten. Dat zijn geen met de Heilige Geest vervulden. Dat zijn gewoon volslagen Protestanten, zeshonderd uit de miljoenen maal miljoenen. Zij kregen zelfs de gelegenheid niet om het te verwerpen.

92 Maar deze mensen hebben het Evangelie. En wanneer zij weggaan van de Boodschap en het Evangelie dat zij gedemonstreerd hebben zien worden en er gekheid over maken, omdat de een of andere prostitutie-leer hen geheel heeft ingesponnen, en er een of andere voorganger in de kansel staat, die meer denkt aan een dollar en aan zijn boterham dan aan de ziel van de mensen tot wie hij predikt... dat is juist, daar komt het door. Nu leidt zij de wereld.

93 Herinner u, niet lang geleden, in deze tabernakel. Ik predikte ongeveer twintig jaar geleden over een onderwerp: "Ik zal u de godin van Amerika tonen." En wij hadden die kleine bakvis hier, die hier bij ons zat. Dat is wat het is. Nu zijn zij gelijk, snapt u? Zij krijgen waar zij om gevraagd hebben. En zij zullen het gaan krijgen. Dat is alles.

94 Nee. Zij zullen het niet geloven. Beslist niet. Zij laten u weten dat zij Amerikaanse burgers zijn, en dat zij het recht hebben om zich te gedragen op elke manier dat zij willen. Ik wens slechts...

95 Laat mij u dit vertellen. Ik zal het u nu vertellen. Nee, meneer, politiek zal nooit werken. Nee, meneer, democratie zal nooit werken. Democratie is door en door verrot. Als het bedreven zou kunnen worden onder een groep Christenen zou het fijn zijn. Maar wanneer u het daar buiten in de wereld plaatst, wordt het allemaal zeilen en geen anker. Precies juist.

96 Kijk eens hier vandaag. Alles kan gebeuren en zij zullen gewoon... Met alles; ze spelen wat politieke spelletjes, en ze komen er goed vanaf met moord.

97 Toen ik daarginds die avond predikte, om te proberen het leven van die twee jonge mensen te sparen. Zij zijn zo schuldig als het maar kan zijn. Zelfs die procureur stond daar achter mij op, en hij zei: "Het is juist!" Hij zei: "Ik geloof niet in het benemen van het leven van mensen." Hij zei: "Als u wilt letten op uw lijsten misdaden, wie zijn het dan die er worden gedood op de elektrische stoel en zo? Het zijn niet de rijken. Die kan het zich veroorloven een advocaat te nemen en enige invloed, wat gemene trucs, en wat invloed hier, en wat daar, en de hele zaak om te kopen." Hij zei: "Het zijn de arme jongens zoals zij, die niet genoeg geld hebben om een behoorlijke maaltijd te kopen, dat is het soort dat het krijgt. Daar is het soort dat zij elektrocuteren, iemand zoals degenen die men een stelletje ongeletterde mensen noemt, en zij houden gewoon de naam op van doodstraf."

98 Ik zei: "De eerste moord die ooit in de wereld gepleegd werd was toen de ene broer de andere doodde, maar God nam zijn leven er niet voor. Hij plaatste een teken op hem, dat niemand zijn leven zou nemen! Dat is zo. Dat is de allerhoogste Rechter."

     Ik zie dat zij hun vonnis hebben ingetrokken. Zij zullen nu een ander gerechtelijk onderzoek krijgen. Natuurlijk zullen zij nu levenslang krijgen, wat elf jaar zal betekenen, en nadien zullen zij misschien voorwaardelijke vrijlating aanvragen. Zij zijn schuldig. Zeker. Zij zijn schuldig. Zij behoren levenslang naar een gevangenis gezonden te worden, maar niet dat hun leven genomen wordt. Niemand heeft het recht om het leven van een ander mens te nemen. Beslist niet! Ik geloof er niet in. Nee, inderdaad.

99 O! Zij zeggen... Wel, zij geloven niet dat zij uit de wil des Heren zijn, omdat dat alles is wat zij erover weten, alles wat zij erover willen horen. Zij hebben hun oor daarin tegen de Waarheid gekeerd.

100 Evenmin wilde Egypte weten dat dat stel heilige rollers daar in de wil van de Here was. Dacht u dat zij zouden willen weten dat de een of andere krankzinnige, met bakkebaarden die zo naar beneden hingen, daar uit de woestijn kwam en zei: "Farao, ik kom in de Naam van de Here. Laat die kinderen gaan"?

     Farao zou zeggen: "Wie, ik? Gooi hem eruit!" Zie? "Ik?"

     "Als u het niet doet, zal de Here God deze natie slaan."

101 "Die oude... die oude zonderling, gooi hem er ergens uit. Laat hem gaan. De zon heeft zijn verstand verschroeid." Ziet u? Maar het bracht oordeel, want de man was een profeet en had het ZO SPREEKT DE HERE. Precies juist. Zij wilden het niet geloven.

     Rome wilde het ook niet geloven, maar desondanks gebeurde het.

102 Israël wilde niet geloven dat dat de Messias was. "Hoe konden zij, dat stel Galileeërs?" Zij zeiden: "Zijn deze allen geen Galileeërs? Waar kwamen zij vandaan? Met wat voor groep mensen gaat Hij om? Met de allerarmsten die maar bij elkaar kunnen gehaald worden, dat is het volk waarmee Hij omgaat. Dat zijn degenen die komen om Hem te horen, de arme mensen, die mensen die niets weten. Zij zijn niet uitverkoren. Zij zijn niet van het intellectuele type zoals wij. Zij zijn een stelletje armen." U hoort het zeggen over de opwekking in deze dag. "Wat voor mensen luisteren er naar hen? Welke soort gaat er naar deze samenkomsten? Wat voor soort mensen zijn zij?"

103 Ik hoorde een man niet lang geleden zeggen... Wel, hij was een beetje... Hij was de stiefvader van Hope. En ik vertelde hem over de doop van de Heilige Geest. Hij zei: "Nu, wie zou zoiets geloven, behalve de een of andere groep zoals jullie daarginds hebben?" Hij zei: "Laten jullie Die-en-die, een zakenman hier uit de stad, zo goddeloos als wat, laat hem zeggen dat hij de Heilige Geest ontving, dan zou ik het geloven."

104 Ik zei: "Maak u geen zorgen. U zult het nooit zeggen." De man stierf onmiddellijk, zonder God. Ziet u?

     Wees voorzichtig met wat u doet. Wees voorzichtig met wat u zegt. U wilt een leven dat het Evangelie waardig is. Juist.

105 Israël geloofde dat niet, die groep mensen. "Die krankzinnige, genaamd Jezus van Nazareth, Die", zo dachten zij, "onwettig is geboren." En de mensen geloofden het. Omdat ze zeiden: "Dat was de Zijne niet. Wel, Zijn vader is Jozef, en Maria verwachtte deze Baby voor zij zelfs... Geboren, wel, het is onwettig. En wat is Hij? Gewoon een krankzinnige. Hij is een van die vreemde soort kerels. Ga niet naar Hem luisteren." Wat deden zij? Zij waren bezig hun ziel naar de hel te zenden. Zij namen...

106 Jezus zei: "Laat hen gaan. Als de blinde de blinde leidt, vallen zij dan niet beiden in de gracht?" Dat is juist. Zij wisten het niet. Zij wil het niet geloven. Zij konden het niet.

107 Zij konden niet inzien hoe een eenvoudig volk met een eenvoudige Boodschap, als dat verworpen werd, zou kunnen veroorzaken dat een grote natie in puin zou vallen. Nu, luister. Zij konden dat niet begrijpen: een eenvoudige, gewone, normale groep mensen. Weet u, de Bijbel zei: "Het gewone volk hoorde Jezus gaarne."

108 Er overkwam mij iets in Mexico, niet lang geleden. Generaal Valdena, uitverkoren door God, het licht scheen eens over zijn pad in een van de samenkomsten. Die grote katholieke krijgsman, een van de hoogste generaals in Mexico, kwam ootmoedig naar het altaar en ontving de doop van de Heilige Geest. Hij ging terug naar Mexico. Hij bleef om mij roepen, om daarheen te komen. Ten slotte besloot ik er heen te gaan. De Here leidde mij; ik kreeg een visioen; vertelde het aan mijn vrouw; ging daarheen.

     En toen deed hij iets, hij, die een van de voornaamste generaals was, een vier-sterren generaal, hij ging naar het hoofdkwartier, naar de regering. En zij, zij zijn erg tegen Protestanten, daarginds, weet u. Dus zij wisten dat dit een enorme samenkomst zou worden, dus ging hij daarheen en verkreeg een militaire wacht. En toen zij het deden, kregen zij de grote arena. Zij zouden mij op die manier binnen gaan brengen. De regering bracht mij binnen.

     Dus toen zij dat deden, ging de bisschop, een van de grote bisschoppen van de Katholieke kerk, naar hem toe, naar de gouverneur, en zei: "Meneer, ik begrijp dat u een niet-Katholiek binnenhaalt."

     Hij zei: "Ja. Hoezo?"

     "Wel," zei hij, "u kunt een dergelijk man hier niet binnen brengen. Deze regering heeft het nooit toegestaan om zoiets te doen."

109 "Maar", zei hij, "wij hebben het nu gedaan." Hij zei: "Wel," zei hij, "de man is een goed bekendstaand man. Ik begrijp dat duizenden mensen komen om hem te horen. Generaal Valdena is mijn boezemvriend." Hij zei... En had de... De president zelf is Protestant, weet u, Methodist. Dus zei hij: "De man is een achtenswaardig man, voor zover ik weet. Generaal Valdena hier, hij is bekeerd onder deze man. Wel, hij is, voor zover ik weet, een goed bekendstaand iemand." Hij zei: "Duizenden mensen, beweren zij, zullen komen om hem te horen."

     En deze de bisschop zei: "Welk soort mensen is het, meneer? Alleen de onwetenden. Dat zijn degenen die er heen gaan, om een dergelijk persoon te horen."

110 De president zei: "Meneer, u hebt hen vijfhonderd jaar gehad, waarom zijn zij onwetend?" Dat was genoeg. Dat zette het vast. Oh my! Dat ontwapende hen. Jazeker. Ja.

111 Daarna, toen die kleine baby uit de dood werd opgewekt, zond ik een bode achter de man aan. De dame zei in het Spaans: "De baby stierf vanmorgen om negen uur." En het regende dat het goot. Terwijl ongeveer elke avond ongeveer tienduizend bekeerlingen tot Christus kwamen. De avond daarvoor had een oude, blinde man zijn gezichtsvermogen terug gekregen op het podium. O, drie of vier keer de grootte van deze tabernakel, en ongeveer zo hoog, lagen er oude shawls en hoeden. En ik, gewoon...

112 Zij lieten mij aan touwen neer, in de ring, om mij binnen te krijgen. Ik liep gewoon naar voren en begon te prediken, door geloof.

     Billy kwam, en zei: "Pa, u zult iets moeten gaan doen aan die vrouw." Hij zei: "Ik heb daar driehonderd ordebewaarders staan. Zij kunnen een klein nietig vrouwtje niet tegenhouden, dat nauwelijks vijfenveertig kilo weegt." Een knap dametje, ongeveer zo groot, o, misschien haar eerste baby. Ik zou zeggen dat zij drieëntwintig of vijfentwintig jaar oud was.

113 En zij stond daar, en haar haar hing naar beneden, en zij hield een kleine baby vast. En steeds deed zij een plotselinge aanval op de rij. Dan duwden de mannen haar terug. En dan klom zij over hen heen, die baby op haar heup, op elke manier, kroop tussen hun benen door, of wat dan ook. Als zij haar daarboven zouden laten komen, zouden zij haar van het podium moeten afschoppen.

114 En zij hadden geen gebedskaart om aan haar te geven. Hij zei: "Als ik haar daar binnen laat komen, papa, met die dode baby, zonder gebedskaart, en..." Hij zei: "Die anderen die daar staan, staan hier al twee of drie dagen, in die regen en zon. En haar voor hen laten gaan, het zal een ruzie daar beneden veroorzaken."

115 Ik zei: "Dat is in orde." Broeder Moore was daar, en hij is een beetje een kaalhoofdige man zoals ik. En ik zei: "Zij weet niet wie wie is, zo vele mensen." Ik zei: "Stuur..." En een paar broeders, een van de broeders, van de tabernakel hier, die nu naar de heerlijkheid is gegaan. Ik kan nu op dit moment niet op zijn naam komen. Maar hij stond daar achteraan. Dus zei ik: "Broeder Moore, ga naar beneden, bid voor de baby. Zij zal nooit weten wie, of ik het ben of u. Ga er gewoon heen. Zij kan ook geen Engels spreken."

     En dus zei broeder Moore: "Goed, broeder Branham."

116 Hij begon er naar toe te lopen. En ik zei: "Toen ik zei, va-..." En ik zag een kleine baby, een kleine Mexicaanse baby voor mij zitten, gewoon lachend. Ik zei: "Wacht even." En ik zei: "Laat de kleine dame door."

     Billy zei: "Ik kan dat niet doen, papa. Zij..."

     Ik zei: "Ik zag een visioen, Billy."

     Hij zei: "O, dat is wat anders."

117 Dus openden wij de menigte zo, en brachten haar erdoor. Hier kwam zij, op haar knieën vallend, met de gebedsketting in haar hand. Ik zei: "Ga staan." Dus zei ik: "Hemelse Vader, ik weet nu niet wat U zult doen. Ik weet niet of U gewoon wilt dat ik de vrouw tevreden stel door voor de baby te bidden, of wat." Ik zei: "Ik leg mijn handen op de kleine baby, in de Naam van de Here Jezus." Gewoon precies hetzelfde als wat ik deed voor broeder Way, die daar onlangs dood op de vloer lag. En de deken schopte, en die kleine baby begon te huilen. En hij was in leven. Wanneer...

118 Ik zond een bode, broeder Espinoza, om met haar naar de dokter te gaan, om een beëdigde verklaring te krijgen van de dokter dat die baby was gestorven. Dat was om ongeveer tien uur die avond. "Hij stierf deze morgen om negen uur, in zijn kantoor, aan longontsteking." Hij kreeg een beëdigde verklaring van de dokter. En de kranten konden dat niet stil houden, weet u, dus moesten zij langs komen. Zij interviewden mij. En zij vroegen mij, hij zei: "Denkt u dat onze heiligen dat ook zouden kunnen doen?"

     Ik zei: "Indien zij leven."

     "O," zei hij, "je kunt geen heilige zijn, tenzij je dood bent." Daar hebt u het. Ziet u? En de mensen...

119 Zag u dat onlangs, toen zij deze non hadden, die zij ophemelden in de krant? Dus, een nieuwe heilige stierf, o, honderd jaar geleden, of iets dergelijks, en zij maakten een... verklaarden haar nu heilig, maakten een heilige van haar. En zij zeiden dat zij terugkwam uit de dood en bad voor de een of andere zieke persoon die leukemie had. Nietwaar? Het stond in een van de tijdschriften. Bedenk even hoe zij proberen daar zo'n ophef over te maken, terwijl er honderden en honderden gevallen vlak voor de neus van de mensen hier gebeuren. Wat is dat? Iets om de Protestantse kerk er regelrecht in te betrekken, ziet u, om ze iets te laten denken.

     En over de echte werken van de Here, waar het perfect wordt betuigd en bewezen, durven zij het papier niet aan te raken. Zo is het. Zij kregen een uitnodiging en wezen die af. Jazeker.

120 Zij kunnen niet begrijpen hoe een eenvoudige Boodschap, een eenvoudig volk... hoe zoiets af te wijzen zou veroorzaken dat zij in een chaos terecht komen.

121 Een vrouw zei enige tijd geleden tegen mij, in Grants Pass, Oregon, een katholieke jonge vrouw, die daarheen was gekomen om het te veroordelen en op te schrijven. Zij was een verslaggeefster, een pakje sigaretten in haar hand. En zij zei: "Ik wil met u spreken."

     Ik zei: "Wat wilt u zeggen?"

     Zij zei: "Ik wilde u enkele vragen stellen over die religie van u."

     En ik vroeg: "Wat wilt u vragen?"

     En zij zei: "Door welke autoriteit doet u dit?"

122 Ik zei: "In de Naam van Jezus Christus, door een Goddelijke roeping." En zij ging gewoon uit de hoogte door. Ik zei: "Even een ogenblik."

     Zij zei: "Als ik moest samengaan met dat stel domkoppen daar, zou ik zelfs geen Christen willen zijn." Zij zei: "En als die... Men zegt dat die mensen eens de aarde zullen regeren." Zij zei: "Ik hoop dat ik hier dan niet zal zijn."

     Ik zei: "Wees maar niet bezorgd. U zult er niet zijn." Ik zei: "Daar hoeft u zich geen zorgen over te maken."

     "Wel," zei zij, "al dat tekeer gaan en geschreeuw!"

     Ik zei: "En u beweert Katholiek te zijn?"

     Zij zei: "Dat ben ik."

123 Ik zei: "Wist u dat de gezegende maagd Maria de Heilige Geest moest ontvangen en in tongen spreken, en dansen in de Geest, op dezelfde wijze als zij het deden, voor God haar wilde ontvangen? U noemt haar de moeder van God."

     Zij zei: "Dat is nonsens."

     Ik zei: "Even een ogenblik! Ik..."

     "Ik word niet verondersteld in de Bijbel te kijken."

124 Ik zei: "Hoe zult u dan weten wat de waarheid is of niet?"

     Zij zei: "Ik neem het woord van mijn kerk."

125 Ik zei: "Dit is Gods Woord. Hier is het precies. Ik daag u uit om er naar te kijken. En Maria was bij hen daarginds in de opperzaal, en ontving de doop van de Heilige Geest zoals de rest van hen. En u noemt haar de moeder van God." Ik zei: "En dan dit 'een hoop vuil, uitschot' noemen?" Ik zei: "Maak u geen zorgen. U zult daar niet zijn. U hebt niet veel om u zorgen over te maken, als dat alles is waarover u zich zorgen hoeft te maken. U kunt u beter zorgen maken over uw eigen zondige ziel, meisje." En ik liet haar gaan.

126 Nu, denk aan dit alles, een eenvoudige... God maakt het zo eenvoudig. Hoe kon Achab, hoe kon Izebel, hoe konden die mensen, die dachten dat Elia een tovenaar was, die dachten dat hij een spiritist was...? Zelfs Achab zei: "Hier is degene die al deze moeite voor Israël heeft veroorzaakt."

     Hij antwoordde: "U bent degene die Israël moeilijkheden bezorgd heeft."

127 Hoe kon die natie denken dat het verwerpen van de boodschap van zo'n man met zo'n ongeschoren gezicht, die geen priesterlijke gewaden aan had, enzovoort, haar veroordeling zou betekenen?

     Hoe kon Egypte, dat de wereld regeerde, de farao's met hun standing en waardigheid...? De wereld is nooit meer tot die plaats teruggekomen, in wetenschap enzovoort. Hoe konden zij er aan denken om een oude profeet van tachtig jaar oud, met neerhangende bakkebaarden, grijs haar, die daar aan kwam stampen, een vluchteling, af te wijzen? En hij kwam daar langs met een boodschap: "Of u laat ze gaan, of God zal het land vernietigen." Hoe kon farao...? "U zult mij gehoorzamen, farao."

128 Farao zei: "Gehoorzamen?" Hij, de farao! En een oude man... "Een of andere oude zonderling," dachten zij, "zou het afwijzen van zo'n vent een land vernietigen?" Maar het deed het. Oh my!

     Laten wij stoppen, en enkele minuten pauzeren, en bidden en nadenken. In wat voor dag leven wij? Waar zijn wij aan toe? In een ander, modern, wetenschappelijk tijdperk. Wij kunnen maar beter nadenken. Misschien, als u stopt, als mensen even een ogenblik stoppen en bidden, en een beetje nadenken, dan zou u zich beter voelen nadat u dat gedaan had. Dat is juist.

129 Een Christen is geen werktuig, of het een of andere mechanische gereedschap van een geweldig groot religieus regime. Dat is juist. Een Christen is niet een of ander soort werktuig dat een religieuze organisatie draaiende houdt. Een Christen... Dat is een Christen niet. Een Christen zal Christus gelijk moeten zijn. En een Christen kan geen Christen zijn, tenzij Christus in de mens komt, het leven van Christus in hem. Dan brengt het het leven voort dat Christus leefde, en doet u de dingen die Christus deed.

130 Waar spreek ik over? Een persoonlijke relatie tot Christus. Wat is het? Is uw leven het Evangelie waardig? Nu, ik probeer de achtergrond te leggen om u te tonen dat mannen en vrouwen, die bekende vrouwen en mannen waren...

131 De Bijbel zegt het. Merkte u het op? Verleden zondagavond vergat ik iets naar voren te brengen, Genesis, het zesde hoofdstuk en het vierde vers. "Die mannen, die vrouwen tot zich namen, als echtgenoten, waren mannen van vroeger tijden, welbekend." Mannen van naam; voorzegd dat ze opnieuw zouden komen. "Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn bij het komen van de Zoon des mensen." Bekende mannen die vrouwen nemen, geen echtgenoten, "vrouwen; die achter vreemd vlees aangaan".

132 Kijk naar Engeland, een paar weken geleden. Kijk in de Verenigde Staten. Kijk overal, het is vol prostitutie. Grote mannen, groot, met hoge ambten, die schande over het land brengen, die achter vrouwen aanlopen. Die bekende man daar in Engeland, een of andere soort overste van het leger, wel, merkte u het op, hij had een knappe vrouw. Haar foto stond erbij. Kijk naar die Russische prostituée, maar zij was geheel sexy gekleed en hield zich zo om haar vrouwelijk vlees te tonen. En de man viel er voor.

133 Wat wij vandaag nodig hebben zijn zonen van God. Wij hebben mannen nodig in de regering, die zonen van God zijn. Dat is juist. Daarom, een goede, godvruchtige koning zou al die onzin stoppen. Er zouden geen touwtjes zijn om aan te trekken. Zoals David deed, hij maakte er een eind aan. Dat deed hij zeker, want hij was de koning. En er was slechts...

134 De echte wijze is dat God de Koning is; en God zendt een profeet. Vertelde Samuël hun dat niet voordat zij ooit een koning kregen? Hij zei: "God is uw Koning. Heb ik u ooit iets gezegd in de Naam des Heren, dat niet kwam te geschieden?"

     Zij zeiden: "Nee. Dat is waar."

     "Heb ik ooit bij u gebedeld om onderhoud?"

     "Nee, u hebt ons nooit lastig gevallen voor onderhoud."

     "Ik heb u nooit iets verteld dat niet juist was, voor de Here." Hij zei: "God is uw Koning."

135 "O, wij beseffen dat. En wij weten dat u een goed man bent, Samuël. Wij geloven dat het Woord des Heren tot u komt, maar toch willen wij een koning." Ziet u? Dat kregen zij.

136 Pinksteren wilde hoe dan ook een organisatie. Zij kreeg het. Dat is waar. Zij wilde zijn zoals de rest van de kerken. U bent het. Ga door, dat is precies wat ervoor nodig is. Maar God is onze Koning. God is onze Koning. Jazeker.

137 Wat is het? Het is omdat de mensen doen zoals in de dagen van Christus, zoals zij in elk tijdperk gedaan hebben, zij vinden een excuus. Zij hebben hun eigen geloofsbelijdenissen. U zou misschien niet willen zeggen: "Ik kocht een koe, en ik moet gaan zien of zij wil werken of niet, of melk geven, of van welke afkomst zij is." U mag misschien niet die verontschuldiging hebben.

     Maar hier is het soort verontschuldiging dat de mensen kunnen uitspreken: "Ik ben Presbyteriaan. Wij geloven daar niet in." "Ik ben Baptist. Wij geloven niet in zulk spul." Of "Ik ben Lutheraan." Wel, dat heeft er helemaal niets mee te maken. Dat betekent niet dat u een Christen bent. Dat betekent dat u bij een groep mensen hoort die zich georganiseerd hebben. En u behoort tot de Lutherse loge, de Baptistenloge, de Pinksterloge. Er bestaat niet zoiets als een Pinksterkerk. Er bestaat niet zoiets als een Baptistenkerk. Het is een Baptistenloge, Pinksterloge, Presbyteriaanse loge.

     Maar er is slechts één gemeente. En er is slechts één manier om erin te komen, en dat is door geboorte. U wordt geboren in de gemeente van Jezus Christus, en als een lid van Zijn lichaam, van de geestelijke afvaardiging van de hemel. Dan leven de tekenen dat Christus met u is door u heen.

138 Christenen, o, u moet een persoonlijke relatie met God hebben. Ten einde een zoon van God te zijn, moet u verwantschap met God hebben. Hij moet uw Vader zijn, zodat u een zoon kunt zijn. En alleen Zijn zonen en dochters zijn gered, niet de leden van een kerk, maar zonen en dochters. Er is slechts één ding... één ding dat dat zal voortbrengen, dat is de nieuwe geboorte. De wedergeboorte is het enige dat verwantschap met God zal voortbrengen. Is dat juist? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Zonen en dochters. Wanneer dit dan plaats vindt, zullen de mannen...

139 Hier is de vraag die ik u wil voorleggen. De man zegt: "Wat doen wij dan nadat wij wedergeboren zijn?" Zo velen stellen mij die vraag. "Wat zou ik dan moeten doen, broeder Branham?" Als u wederom geboren bent, is uw hele natuur veranderd. U bent dood voor de dingen die u eens dacht.

140 "Wel," zegt u, "broeder Branham, toen ik toetrad tot de kerk, kreeg ik dat."

     Wel, dan, zoals God zei: "Jezus Christus is Dezelfde gisteren, vandaag en voor eeuwig. Hij geneest nog steeds de zieken. Hij toont nog steeds visioenen."

     "Maar, broeder Branham, mijn kerk!" Nu, u bent niet wederom geboren. Ziet u? U kunt het niet zijn; want als die God, als Zijn leven in u is, zoals u in het leven van uw vader bent... En als het leven van God Zelf in u is, de Geest Zelf, Die in Christus was, in u is, hoe kan de Geest in Jezus Christus leven en dit schrijven, en dan in u neerdalen en dat ontkennen? Zie? Dat kan Hij niet. Hij zal elk Woord bekrachtigen dat het zo is.

141 Dan, als u zegt: "Wel, ik ben een goed lid van de kerk." Dat heeft er helemaal niets mee te maken.

     Ik ken de heidenen. Ginds in Afrika, onder mijn donkere broeders daarginds, vind ik dat de moraal van die mensen hoger is dan van negentig procent van het Amerikaanse volk. Wel, in sommige stammen daar, als een jong meisje niet getrouwd is als zij een bepaalde leeftijd heeft, of wanneer zij een bepaalde grootte heeft, en nog niemand haar heeft genomen, dan weten zij dat er iets fout is. Zij excommuniceren haar. Zij halen de stamkleuren eraf, en zij gaat naar de stad; dan wordt zij gewoon een afvallige. En wanneer zij getrouwd is, wordt zij onderzocht op haar maagdelijkheid. Als de kleine maagdelijke sluier verbroken is, dan moet zij vertellen wie het heeft gedaan. En ze doden ze dan allebei. Zou er niet heel wat gedood worden in Amerika als dat zou gebeuren? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Ziet u? En dan noemt u hen heidenen? Oh my! Zij kunnen mensen die zichzelf kerkleden noemen, komen leren hoe ze rein moeten leven. Dat is juist.

142 Ik heb nooit één geval van geslachtsziekte ontdekt op mijn hele tocht door Zuid-Afrika. Zij hebben zoiets niet. Daar hebt u het. Ziet u? Het zijn gewoon onze eigen vieze vuile manieren als blanken. Dat is juist. Bij God weggegaan.

143 Wanneer dit gebeurt, wat u dan zult doen, is dat u zult ontdekken dat de Geest Die in u komt door de nieuwe geboorte, zal maken dat u alles zult geloven en doen wat God in Zijn Woord zegt dat u moet doen. En alles wat de Bijbel citeert dat u moet doen, zult u bekrachtigen met een "amen". En u zult niet stoppen, dag en nacht, tot u het ontvangt. Dat is juist. Dat is juist. En in heel deze tijd zult u zeker, boven alles, de vrucht van de Geest dragen.

144 U zegt: "Zal ik in tongen spreken?" Misschien doet u dat, en misschien niet. "Zal ik jubelen?" Misschien wel; misschien niet.

     Maar er is één ding wat u zeker zult doen. U zult de vrucht van de Geest dragen. En de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, geloof, lankmoedigheid, zachtmoedigheid, goedertierenheid, geduld. Uw humeur zal niet zijn: "Oooh!" Bedenk slechts dat wanneer u dat hebt, het de Heilige Geest bij u vandaan vergiftigt. Ziet u? Wanneer u tot een plaats komt, dat u met iedereen die u tegenkomt wilt ruziën, dan is er iets fout. Wanneer u in een toestand komt waar de... een prediker uit de Bijbel zal lezen dat het verkeerd is om een bepaalde zaak te doen, en u zult... Bedenk slechts dat daar helemaal geen christelijkheid is. Dat is nu dat u hen aan hun vruchten zult kennen. Dat is wat Jezus zei. Ziet u?

145 Als het het Woord is, en God het zei, zal die Geest in u telkens met dat Woord overeenstemmen. Want de echte Heilige Geest Zelf zal overeenstemmen met het Woord, want het Woord is leven en Geest. Jezus zei: "Mijn Woorden zijn leven." En als u eeuwig leven hebt, en Hij is het Woord, hoe kan het Woord dan het Woord ontkennen? Zie? Welk soort persoon zou u van God maken? Er is één ding waaraan u kunt weten dat u een Christen bent, dat is wanneer u het volledig eens kunt zijn met elk Woord van God.

146 En u merkt dat u uw vijand lief heeft. Iemand zei: "Wel, hij is niets anders dan een heilige roller." En u begint te... Wees voorzichtig. Wees voorzichtig. Maar wanneer u echt zelf merkt dat u hem lief hebt! Ongeacht wat zij doen, u hebt hen nog steeds lief. Zie?

147 Dan begint u te merken... en uw geduld wordt van ongeveer zo lang tot er gewoon geen einde aan komt. Als er iemand is die gewoon dingen over u blijft zeggen; "Wel, het kan me niet schelen wat u zegt!" Word niet geprikkeld. Als u geprikkeld raakt, dan kunt beter eerst gaan bidden, voor u weer met hen praat. Ja. Ja.

     Raak niet in ruzies verwikkeld. Ga niet zo graag ruzie maken; als u graag ziet dat iemand opstaat in de gemeente, die zegt: "Weet je wat? Ik zal je zeggen, Die-en-die deed zus-en-zo."

     Zeg dan: "Nu, broeder, schaam u!"

148 Als u zegt: "O, is dat zo?" Luisteren naar die laster? Kijk uit.

     De Heilige Geest is geen beerput. Ziet u? Nee, nee. Nee, nee. Het hart dat in beslag genomen wordt door de Heilige Geest, is vol heiligheid, reinheid. "Denkt geen kwaad, doet geen kwaad, gelooft alle dingen, verdraagt, is lankmoedig." Ziet u?

149 Twist niet. Wanneer een gezin in een twist geraakt, twist niet met hen mee. Uw moeder zegt: "Ik zal je niet meer naar die oude kerk laten gaan. Wel, jij, alles waar je nu aan denkt is dat je je haar lang laat groeien. Je ziet er uit als een oude oma." Twist niet met haar.

     Zeg: "In orde, moeder. Dat is goed. Ik houd van u, zoals altijd. En ik zal voor u bidden zolang ik leef." Zie?

150 Nu, twist niet. Zie? Humeurigheid brengt humeurigheid voort. Het eerste wat u weet is dat u de Heilige Geest van u weg bedroeft, en dat u zult terugruziën. Dan neemt de Heilige Geest de vlucht. Humeurigheid brengt humeurigheid voort.

     En liefde brengt liefde voort. Wees vol liefde. Jezus zei: "Hieraan zullen alle mensen weten dat gij Mijn discipelen zijt, wanneer gij liefde hebt voor elkaar." Dat is de vrucht van de Heilige Geest; liefde.

151 En wist u dat u zelf een kleine schepper bent? Weet u dat? Zeker. U hebt mensen bemerkt bij wie u gewoon graag in de buurt bent. U weet niet waarom. Gewoon zo'n lieflijk soort persoon. Hebt u dat gezien? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Gewoon zo vriendelijk, daar, dat u er van houdt om in hun nabijheid te zijn. Dat is... Zij scheppen die atmosfeer, door het leven dat zij leiden, de wijze waarop zij spreken, hun conversatie.

     Dan hebt u diegenen gezien, die u elke keer wilt mijden. Heel de tijd willen zij over iets kwaads spreken en over iemand praten. U zegt: "Oh my! Daar komen ze. Ze gaan iemand bekritiseren. Hij is hier nu binnen, hij zal over deze man gaan praten. Alles wat zij gaan doen is smerige grappen vertellen, of iets over vrouwen, of iets dergelijks." U hebt er gewoon een hekel aan om bij ze in de buurt te zijn. Ziet u? Zij scheppen. Ogenschijnlijk zijn het heel aardige mensen, maar zij scheppen die atmosfeer.

     En de dingen waaraan u denkt, de dingen die u doet, de handelingen, de dingen waarover u spreekt, scheppen een atmosfeer.

152 Ik kwam in het kantoor van iemand in deze stad. En de man is een beheerder, of een diaken, dat is het, in een fijne kerk. En ik ging daar binnen om die man te spreken over een bepaalde zaak. En er stond daar een radio aan, met die rock-'n'-roll of twist, of wat het ook was, zo hard als het maar kon. En ik schat dat er veertig pin-ups in zijn kantoor hingen van naakte vrouwen. Nu, u kunt mij niet vertellen, hoezeer diaken, of hoeveel meer... Laat mij zien waar u naar kijkt, en wat u leest, en het soort muziek waar u naar luistert, de mensen met wie u omgaat, en ik zal u zeggen welk soort geest er in u is. Ziet u? Ja.

153 U hoort een man zeggen: "Ik zus-en-zo doen? Dat stel..." Bedenk slechts, het maakt mij niet uit wat hij zegt. Zijn woorden spreken luider. Zijn handelingen spreken luider dan wat hij ook maar zou kunnen zeggen. Hij zou kunnen getuigen, zeggen dat hij een Christen is, zeker, en misschien wat dan ook doen. Maar kijk gewoon naar welk soort leven hij leeft. Dat vertelt wat hij is.

154 Nu, zou u zich kunnen indenken dat een man met een leven dat zou willen zeggen: "Te geloven in Goddelijke genezing, dat is iets voor de vogels. Dat was destijds in vroeger jaren. Zoiets is er vandaag niet"? Is dat een leven dat het Evangelie waardig is, dat zegt dat Christus werd verwond om onze overtredingen en dat wij door Zijn striemen werden genezen? U zegt: "Maar ik ben een diaken." Dat maakt mij niet uit. U zou een bisschop mogen zijn.

155 Toen ik bisschop Sheen ongeveer twee jaar geleden hoorde zeggen, toen ik onderweg was... Ik zette hem nooit meer aan. Toen hij zei: "Een man die zou geloven en zou proberen om bij die Bijbel te leven is als iemand die probeert door modderige wateren te lopen." Bisschop Sheen, die zich toen omkeerde en zei: "Wanneer ik in de hemel kom, weet u wat? Wanneer ik Jezus ontmoet, zal ik Hem zeggen: 'Ik ben bisschop Sheen', en Hij zal zeggen: 'O, ja, Ik hoorde Mijn moeder over u spreken.'" Heidendom, mannen die dat Woord zouden lasteren. God zij genadig. Ik ben de rechter niet. Ziet u?

     Dat Woord is de Waarheid. Juist. En de Geest van God zal Zijn eigen Geschrift erkennen. Hij wordt geïdentificeerd door Zijn Geschrift. Het... het... het spreekt van Hem. En u wordt geïdentificeerd door het te geloven, en het geeft u uw geloofsbrieven van identificatie.

156 Twist niet met anderen. En heb deze familieruzies niet, zoals ik zei. Liefde kweekt liefde. En humeurigheid brengt humeurigheid voort.

157 Nu, laten wij nu goed kijken. Kijk even een ogenblik naar Jezus. Hij was uw Voorbeeld. Ik hoop dat u niet te moe wordt. Kijk. Laten wij even naar Jezus kijken. Hij was ons Voorbeeld. Hij zei het. "Want Ik heb u een voorbeeld gegeven opdat gij aan anderen zoudt doen zoals Ik aan u gedaan heb."

158 Nu, let op. Toen Hij in de wereld kwam, was er op dat moment meer of evenveel ongeloof in de wereld als er ooit was, maar het hinderde Hem zelfs niet. Hij ging gewoon door met prediken op dezelfde manier, en te genezen op dezelfde manier. Het verstoorde Hem nooit. Er waren critici. De Man werd bekritiseerd vanaf de tijd dat Hij een baby was tot Hij stierf aan het kruis. Stopte het Hem? Beslist niet. Wat was Zijn doel? "Altijd doen wat de Vader heeft geschreven. Altijd doen wat Hem behaagde."

159 Kijk naar Jezus. Over onszelf vernederen gesproken? Toen God Zelf een baby werd, werd Hij, in plaats van te komen in een kleine wieg ergens in een fatsoenlijk huis, daarginds geboren bij een mesthoop in een stal, tussen bulkende kalveren. Zij wikkelden Hem in windsels, die van het halsstuk van het juk van een os kwamen. De armste van de armsten, en toch de Schepper van hemelen en aarde.

160 Op een koude regenachtige avond, zeiden zij: "Meester, wij zullen met U mee naar huis gaan."

161 Hij zei: "De vossen hebben holen, en de vogels hebben nesten, maar Ik heb zelfs geen plaats om Mijn hoofd neer te leggen."

     God, Jehova, vernederde Zich en werd een Mens, vertegenwoordigd in zondig vlees, om u en mij te verlossen. Wie zijn wij dan? Hij was ons Voorbeeld. Wie ben ik? Niets.

162 Ik zei vanmiddag, in een kleine vergadering, tegen iemand: "Elke zoon die uit God geboren wordt, moet eerst beproefd en gekastijd worden." En ik herinner mij dat ik de mijne had, of mijn grootste uur. Wanneer een mens wederomgeboren wordt, is er een klein plekje, zoals de grootte van zijn vingernagel, dat God in hem injecteert, zijn systeem, en het valt in zijn hart en ankert daar. Dan laat Satan het hem bewijzen. En als dat daar niet is, bent u verloren.

163 Ik herinner mij daar in het hospitaal. Ik was ongeveer tweeëntwintig jaar oud, drieëntwintig misschien, ongeveer, en was een jonge man. En mijn vader stierf in mijn armen, terwijl ik erover sprak dat God een Genezer is. En mijn eigen vader legde tijdens een hartaanval zijn hoofd in mijn arm, en ik bad voor hem, en ik zag hem die ogen naar mij draaien, en naar mij kijken, en dan wegvallen, om God te ontmoeten. Ik nam hem en begroef hem naast mijn broer, en de bloemen op diens graf waren nog vers, en ik predikte een God die de zieken geneest. Ik werkte voor de Public Service Company voor twintig cent per uur, en mijn vrouw werkte ginds in een overhemdenfabriek, om ons te helpen een inkomen te verschaffen voor onze kleine jongen van achttien maanden, Billy Paul, en een kind van acht maanden oud, dat zij meedroeg.

     Ik zag Zuster Wilson met haar hoofd knikken. Zij herinnert zich dat; Roy Slaughter en sommigen van de oudgedienden.

164 Wat deed ik? Ik liep de straten langs, met een boterham in mijn hand, kwam van de telefoonpaal naar beneden, en getuigde tegen iedereen die voorbij kwam over de liefde van Jezus Christus. Ik ging naar hun garage en vroeg hun of ik die kon gebruiken om met de monteur te spreken. Ging daar binnen en zei: "Mannen, bent u al ooit gered? Ik vond iets in mijn hart." Ik ging de kruidenierszaken binnen in de avond. Kwam om twee of drie uur 's morgens thuis nadat ik heel de nacht ziekenbezoeken had afgelegd. Ik kon niet... ging gewoon zitten, kleedde mij om en deed mijn werkkleren aan. En zat daar in de stoel en rustte tot het daglicht, stond op en vertrok. En zo mager, van het vasten en bidden, dat ik moest bidden om mijn klimsporen aan te doen om in een paal te klimmen. Predikend en predikend tot de mensen dat God groot was, dat God barmhartig was, dat God liefde was.

     En hier lag mijn vader stervend in mijn armen. En mijn broer stierf, werd gedood, terwijl ik hier in de kansel in deze kleine kleurling Pinksterkerk stond te prediken. Hij kwam mij vertellen: "Je broer werd op de autoweg gedood. Een auto raakte hem en doodde hem." Het bloed van zijn eigen broer druppelde van zijn overhemd, daar waar hij hem oppakte op de autoweg. Net nadat ik hem begraven had, stierf mijn vader. Toen lag daar mijn vrouw daarginds.

165 En ik ging hierheen en kwam naar deze tabernakel. Vanaf deze plaats, waar dit podium staat, vertelde ik de mensen zes maanden voordat het gebeurde: "Er zal een overstroming komen. En ik zag een engel een maatstok nemen en zes meter zestig [Engels: 'tweeëntwintig voet' – Vert] boven Spring Street meten.'"

     Sandy Davis en zij die hier zaten, lachten en zeiden: "Het was slechts twintig à vijfentwintig centimeter [Engels: 'acht of tien inches'] in 1884, jongen. Wat vertelt jou dat?"

166 Ik zei: "Het zal zo zijn. Want ik zag een van die geestvervoeringen, en die vertelde het mij. En het zal er zijn." En er staat een merkteken vandaag bij Spring Street, van zes meter zestig water. Ik zei: "Ik roeide boven deze tabernakel in een boot." En ik deed het.

167 Gedurende die tijd werd mijn vrouw ziek. Ik bad voor haar. En ik kwam naar de tabernakel, en de mensen wachtten op haar. Ik zei: "Zij is stervende."

     "O, het is slechts dat uw vrouw..."

168 Ik zei: "Zij is stervende."

     Ik ging daar heen en bad en bad en bad. En ik hield mijn handen uitgestrekt. Zij pakte mijn hand vast. Zij zei: "Billy, ik zal je ontmoeten in de morgen, terwijl ik daar sta." Zij zei: "Haal de kinderen bij elkaar en ontmoet mij bij de poort."

169 Ik zei: "Begin maar 'Bill' te roepen. Ik zal er zijn." Ziet u? En zij ging heen. Ik legde haar daar neer in het mortuarium. Ik ging naar huis om te gaan liggen. En toen ik het deed... Kleine Billy Paul verbleef bij mevrouw Broy en haar gezin, zo ziek, dat de dokter verwachtte dat hij elk moment zou sterven. Ik was aan het bidden voor Billy. En hier kwam broeder Frank mij halen. Hij zei: "Je baby is stervende, het kleine meisje."

170 Ik ging naar het ziekenhuis toe. Dokter Adair wilde mij niet binnen laten gaan. Hij zei: "Zij heeft hersenvliesontsteking. Je zult het overbrengen op Billy Paul." Hij liet de verpleegster mij een of ander rood spul geven om in te nemen, een of ander soort kalmeermiddel, of iets om mij rustig te maken. En ik liet hen de kamer verlaten en gooide het uit het raam. Ik glipte de achterdeur uit en ging beneden naar de kelderverdieping.

     Daar lag de baby, aan de voorkant van het ziekenhuis, in de isoleerafdeling, overal vliegen in haar kleine oogjes, zo. Ik pakte de oude rol muskietengaas, joeg ze weg en legde het over haar heen. Ik knielde en zei: "God, daar ligt mijn papa en mijn broer, daarginds, met de bloemen nog op hun graf. Daarginds ligt Hope. En hier is mijn baby, stervend. Neem haar niet weg, Here."

171 En Hij trok gewoon het gordijn naar beneden, alsof Hij wilde zeggen: "Zwijg, Ik wil je helemaal niet horen." Hij wilde zelfs niet tegen mij spreken.

172 Toen, als Hij niet tot mij wilde spreken, was het Satans tijd. Hij zei: "En ik dacht dat je zei dat Hij een goede God was. Wat is dit allemaal waar je over aan het roepen bent? Je bent slechts een jongen. Kijk de stad rond. Elk meisje en elke jongen waarmee je ooit bent omgegaan denkt dat je je verstand verloren hebt. Dat heb je ook." Nu, hij kon mij niet wijsmaken dat er geen God was, want dat had ik reeds gezien. Maar hij vertelde mij dat Hij niet om mij gaf.

173 Ik zat de hele nacht, de hele dag. Ik zei dat tot God: "Wat heb ik gedaan? Toon het mij, Here. Laat de onschuldigen niet hoeven te lijden vanwege mij, als ik verkeerd heb gedaan." Ik wist niet dat Hij mij aan het beproeven was. Maar elke zoon die tot God komt moet worden beproefd. Ik zei: "Vertel mij wat ik heb gedaan. Ik zal het in orde maken. Wat heb ik anders gedaan dan de hele dag lang, en de hele avond lang te prediken, en Hem gewoon voortdurend mijn leven te geven? Wat heb ik gedaan?"

     Satan zei: "Dat is juist. En je ziet, nu, wanneer het tot jou komt, en je hebt hen allemaal verteld dat je gelooft dat Hij een grote Geneesheer is, en daar ligt je baby, stervende. Hij weigert zelfs om te horen. Je vrouw stierf aan tuberculeuze longontsteking. Je zei dat Hij kanker kon genezen, en daar is Hij. Nu, je spreekt over Hem dat Hij goed is, en hoe goed Hij is voor de mensen. En jij dan?"

174 Toen begon ik naar hem te luisteren. Dat is redeneren. Ik dacht: "Dat is waar."

     Hij zei: "Hij zou het kunnen zeggen. Hij hoeft het Woord niet te spreken, maar alleen naar je baby te kijken en ze zou leven."

     Ik zei: "Dat is juist."

     "En ook al heb je zoveel voor Hem gedaan, toch is dat wat Hij voor jou doet."

175 Ik zei: "Dat is juist." Ik begon te denken. "Wel, wat?" Ziet u? Alles begon af te brokkelen toen het tot redeneren kwam. Maar toen het zover kwam, bleef het hangen. Het bleef daar. Ik stond net op het punt te zeggen: "Dan zal ik er mee stoppen."

     Maar toen het zover was gekomen dat al de redeneringskrachten het afgebroken hadden, toen kwam het tot dat eeuwige leven, die nieuwe geboorte. Wat als het daar niet was geweest? Wat als het daar niet was geweest? Wij zouden elkaar niet gekend hebben zoals wij elkaar nu kennen. Deze gemeente zou hier niet zo zijn geweest, met de duizenden en miljoenen rondom de wereld. Maar, God zij dank, het was daar.

176 Toen dacht ik: "Wat? Wie ben ik, hoe dan ook? Wie ben ik om Zijn Majesteit ter discussie te stellen? Wie ben ik om de Schepper vragen te stellen, Die mij mijn eigen leven hier op aarde gaf? Waar kreeg ik de baby vandaan? Wie gaf haar aan mij? Niet van mij, hoe dan ook. Hij leende haar slechts een poosje aan mij."

     Ik zei: "Satan, ga weg van mij." Ik ging erheen en legde mijn hand op de baby. Ik zei: "God zegene je, lieveling. Over een ogenblik zal papa je meenemen en je in mama's armen leggen. De engelen zullen je kleine ziel wegnemen. En ik zal je ontmoeten op die morgen."

     Ik zei: "Here, U hebt haar aan mij gegeven. U neemt haar weg. Alhoewel U mij slaat, zoals Job zei, toch heb ik U lief en geloof ik U. Al zendt U mij naar de hel, toch zal ik U liefhebben. Ik kan daar niet van weg komen." Daar hebt u het.

     Gewoon intellectueel, brak het allemaal weg. Maar u moet een persoonlijke verwantschap hebben. U moet wederom geboren worden.

177 Dat is de reden dat predikers weggaan, met grote beweringen en dergelijke. Zij zeggen: "Er is niet zoiets als Goddelijke genezing. Er is niet zoiets als deze dingen." Zij zijn nooit op die heilige grond geweest zoals ik vanmorgen sprak. Zij weten er niets van af. Hoe kunnen zij zeggen dat zij kinderen van God zijn, en dan het Woord van God ontkennen? Hoe kunt u het doen, die Heilige Geest Die u kocht ontkennen?

178 O, bedenk slechts dat Jezus Zich voor u vernederde tot de dood. Hij was niet twistziek. Toen zij Hem in het gelaat spuwden, spuwde Hij niet terug. Toen zij Zijn baard uittrokken, trok Hij niet aan de hunne. Toen zij Hem aan de ene kant van Zijn gezicht en dan aan de andere kant een klap gaven, sloeg Hij hen niet. Hij bad voor hen, wandelde voort, nederig. Hij was een voorbeeld van nederigheid.

179 Hij was vol geloof. Waarom? Hij wist dat Zijn Woorden niet konden falen. Hij leefde zo bij het Woord dat Hij het Woord werd.

     O God! Laat mij mijn beide handen naar God houden, voor dit gehoor. Laat mij aldus leven. Moge dit Woord zo worden, dat ik en dit Woord hetzelfde zijn. Mogen mijn woorden dit Woord zijn; moge de overdenking van mijn hart... Moge Hij in mijn hart zijn, in mijn gedachten. Bind Zijn geboden aan de deurpost van mijn verstand. Bind ze aan de deurpost van mijn hart. Moge ik slechts Hem zien. Wanneer verzoeking opkomt, laat mij Christus zien. Wanneer de dingen verkeerd gaan, laat mij gewoon Hem zien. Wanneer ik mij gereed maak en de vijand mij boos probeert te maken, laat mij Jezus zien. Wat zou Hij doen?

180 Hij was zozeer in het Woord, dat Hij en het Woord hetzelfde werden. Let op.

181 Hij hoefde niet te twisten. Hij wist dat Hij en het Woord hetzelfde waren. Hij wist dat Hij Gods Woord was dat gemanifesteerd werd, en dat Gods bevel uiteindelijk de wereld zou veroveren. Hij wist dat, Zijn Woord... Hij had geloof. Hij wist waar Hij aan toe was. Hij hoefde niet te discussiëren en te zeggen: "Hier, u kunt hierheen komen!"

182 De duivel zei: "Nu, kijk, U kunt wonderen doen. U weet dat U groot geloof hebt. U kunt wonderen doen. Ik zal een gebouw voor u bouwen dat tweemaal zo groot is als dat van Oral Roberts. Want al de mensen... Het enige wat U hoeft te doen is het hun te tonen. Spring hier van dit gebouw af, kom gewoon naar beneden, want er staat geschreven (zie): 'De engelen dragen U, zodat U geen enkele keer Uw voet aan een steen stoot.'" Ziet u?

     Hij wist dat Hij macht had. Hij wist dat Hij het kon doen. Hij wist dat het in Hem was, maar Hij wilde het niet gebruiken totdat God het Hem zei. Zie? Hij wilde dat het God in Hem was, het Woord in alles. En Hij wist dat, wanneer Hij iets sprak, het Gods Woord was; en hoewel hemel en aarde voorbijgaan, zou dat Woord op een dag overwinnen.

183 Hij was niet twistziek en zocht geen ruzie. Hij sprak slechts de Woorden van God. Elk Woord dat van Zijn lippen kwam, was Gods gezalfde Woord.

     Zou het niet wonderbaar zijn als wij dat zouden kunnen zeggen? "Mijn woord en Gods Woord is hetzelfde? Wat ik zeg, eert Hij, omdat ik niets doe totdat Hij het mij eerst zegt." O, daar is uw Voorbeeld. Daar is een leven dat het Evangelie waardig is.

184 Niet die priesters die zo opgeleid en gepolijst waren en die al die grote hoogwaardigheidsambten hadden, en daar stonden en lange gebeden opzeiden, en de huizen van weduwen verslonden, en de hoge zitplaatsen in de samenkomst in bezit namen, en al deze dingen. Zij waren... Dat was geen leven het Evangelie waardig.

     Maar Hij was het Evangelie waardig, zozeer, dat God zei: "Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wien Ik een welbehagen heb. Hoort Hem. Mijn Woord is Hij. Hij is Mijn Woord. Hij en Ik zijn Dezelfde."

185 Weet, let hier nu op. Hij wist dat Zijn Woord ten slotte de wereld zou overwinnen. Hij wist waar Zijn Woord vandaan kwam. Hij wist dat het nooit kon falen, dat is de reden dat Hij zei: "Zowel hemelen als aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn Woord zal nooit falen." Ziet u? Hij kon dat zeggen. Dat was een Man in Wie Hij en Gods Woord hetzelfde waren geworden. Hij zei tegen hen...

     "U behoort dit en dat te doen."

186 Hij zei: "Wie kan Mij voor zonde veroordelen? Wie kan Mij beschuldigen?" Zonde is "ongeloof." "Als Ik, door de vinger Gods, duivelen uitwerp, door wie werpen uw zonen ze dan uit?" Ziet u? Dat was het niet, dus moest het iets anders zijn. Ziet u? "Als Ik..."

     Zij zeiden: "Wel, wij hebben duivelen uitgeworpen."

187 Hij zei: "Als Ik het doe door de vinger Gods, een betuigd Woord van God, door wie werpen uw zonen ze dan uit? Beoordeelt u het maar."

188 De mensen van Zijn dagen, de mensen maakten Hem belachelijk, spraken over Hem. Maar Hij... zij vernederden Hem op elke manier dat zij konden. Zij spraken allerlei kwaad over Hem, maar Hij ging door.

     Nu, ik wil over een ogenblik sluiten met dit te zeggen.

189 De mensen van deze dagen zijn een stel zenuwzieken. De mensen van deze dag zijn een stel zenuwzieken. Zij zijn bang om de beloften van God aan te nemen. Kerkmensen, kerkorganisatie, kerkorganisaties zijn bang om de uitdaging van Gods Schrift voor deze dag aan te nemen. Zij beseffen het. Zij beseffen dat hun moderne toestanden en hun sociale evangelie dat zij prediken niet aan de eis van dit uur zullen voldoen, net zomin als dat Simson er aan kon voldoen in zijn toestand. God was er voor nodig.

     En hier is het programma dat het beloofde. Ik zal daar zo toe komen.

190 Ik wil dat woord een ogenblik vasthouden. Alhoewel zij zichzelf Christenen noemen, aanvaarden zij geloofsbelijdenissen, mensengemaakte geloofsbelijdenissen, om de plaats van Gods Woord in te nemen. Dus zij kunnen de geloofsbelijdenis nemen, omdat de mens deze maakte. Maar zij zijn bang om hun geloof daar te leggen in de God Die zij beweren lief te hebben. Dat is zo. En dan zegt u dat dat leven het Evangelie waardig is? Dat kan het niet zijn, hoewel zij kerkleden mogen zijn. Maar dat is het Evangelie niet waardig. Nee, inderdaad niet.

191 Het Evangelie! Jezus zei: "Gaat heen in de gehele wereld en predikt het Evangelie aan elk schepsel. Deze tekenen zullen de gelovigen volgen."

     En wanneer u dat ontkent dat dat de gelovigen volgt, hoe kunt u een leven hebben? Ook al zou u nooit een slecht woord gebruiken, al zou u alle tien geboden houden, dat heeft er helemaal niets mee te maken. Het is nog steeds het Evangelie niet waardig. Ziet u? Het zou het niet kunnen zijn.

     Die priesters hielden dat, en waren toch niet waardig. Hij zei: "Gij zijt van uw vader, de duivel." Wie kon er één vinger leggen op één van die mannen? Eén teken van schuld, en zij werden zonder genade gedood. Heilige mannen! En Jezus zei: "Gij zijt van uw vader, de duivel", toen het Evangelie daar binnenkwam.

192 Hoewel zij zichzelf Christenen noemen, willen zij graag aan de geloofsbelijdenissen vasthouden, hun geloofsbelijdenissen. O! De geloofsbelijdenissen bepalen en vervullen het denken van de moderne mensen van deze dag. En een man zal, om in deze tijd succesvol te zijn, mee moeten gaan met de moderne wijze van denken. Laat mij dat goed en duidelijk zeggen. Zie? Een man, als u succesvol wilt zijn, moet u meegaan met het moderne denken van deze dag. Het... Zij gaan rond, zeggen: "O, is hij geen schat? Is hij niet wonderbaar? Hij kan daar gewoon zo kaarsrecht staan, en hij houdt ons nooit langer dan vijftien minuten. En onze voorganger foetert ons niet altijd uit over deze dingen."

     Die voorganger zou zich moeten schamen. Elke man die in de kansel kan staan en kan kijken naar de zonde van deze dag, zonder het uit te schreeuwen, er is iets verkeerd met die man. Hij is het Evangelie niet waardig dat hij beweert te prediken. Dat is juist. Dus, door zo te doen, maken zij verontschuldigingen, door te zeggen: "Wel, kijk, mijn samenkomst..."

193 Een man kwam hier niet lang geleden naar een bepaalde grote kerk en hij was bezig een proefschrift te schrijven. En hij zei: "Ik schrijf over Goddelijke genezing." Hij zei: "Broeder Branham, wij houden van u, in onze denominatie." Eén van de grootste denominaties, één van de grootste van het land, of van de wereld. En hij zei: "Wij houden van u, in deze denominatie." En hij was juist hier in de Jefferson Villa. Maar hij zei: "Ik kom om deze Goddelijke genezing te onderzoeken." Hij zei: "Er is slechts één fout die mijn kerk werkelijk vindt." Zie? Hij zei: "U gaat te veel om met Pinkstermensen."

     Ik zei: "Wel nu, dat is juist, weet u." Ik zei: "Dat is waar. Weet u, ik heb altijd een gelegenheid gezocht om bij hen weg te komen." Ik zei: "Ik zal u wat vertellen. Ik zal naar uw stad komen, u zorgt ervoor dat uw kerk mij ondersteunt."

     "O," zei hij, "dat zouden zij niet doen."

     Ik zei: "Dat dacht ik al. Dat dacht ik al."

194 Hij zei: "Ziet u, mijn denominatie zal daar niet achter staan." Dat is net zozeer een excuus als "ik heb een vrouw getrouwd", of "een span ossen gekocht." Het maakt mij niet uit hoeveel doctorsgraden u hebt en hoezeer er naar u wordt opgekeken door uw denominatie. Dat soort bediening is het Evangelie dat in dit Boek staat geschreven, niet waardig. Juist.

195 Elk kerklid dat voor dergelijk spul partij kiest, en zichzelf een Christen noemt; en naar buiten gaat en leeft... En de vrouwen die hun haar kort knippen en kleren dragen waarvan de Bijbel zegt dat zij die niet behoorden te dragen. Mannen die zich gedragen zoals zij nu doen, met 'een gedaante van godzaligheid', die drankjes nemen en sigaren roken, en verschillende keren huwen en diakenen worden van de kerk en zelfs voorgangers, enzovoort. En de mensen die iets dergelijks tolereren, dat soort leven is het Evangelie niet waardig.

196 Een vrouw die naar de telefoon wandelt, en hem oppakt en roddelt, en ruzies veroorzaakt in de gemeente, en dergelijke dingen, dat is geen leven dat het Evangelie dat wij willen vertegenwoordigen waardig is. Een ieder die een gemeente zal verscheuren en een vete tussen de mensen begint en dergelijke dingen, is het Evangelie dat wij prediken niet waardig. Zo is het precies. "Het is een gedaante van godzaligheid; de kracht daarvan verloochenend", de kracht van God die u van zoiets weghoudt.

197 Merk nu op, zij doen het niet. Zij willen het gewoon niet doen. Zij hebben het excuus dat hun kerk er niet in gelooft. Zij...

     Wel, maar Jezus zou vanavond tot een man kunnen zeggen, tot zijn hart kunnen spreken en zeggen: "Ik wil dat u uitgaat en het volle Evangelie predikt."

     "Mijn kerk staat daar niet achter, Heer. Verontschuldigt U mij, als U wilt. Ik heb een fijne taak. Ik... ik... ik, U weet dat ik voorganger ben van één van de grootste kerken in deze stad, Heer. O, wij prijzen Uw Naam daar! Jazeker. Wij doen het zeker. Ik kan het niet doen." Hetzelfde excuus, hetzelfde. Dus zij komen niet tot het geestelijke feest van Zijn beloofde, betuigde Woord.

198 Zei Jezus niet: "Waar het dode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden vergaderd worden"? "Arenden", geen buizerds, nu. Arenden! Waar het waterige voedsel is en het kadaver, daar verzamelen de buizerds zich. Maar waar het verse, reine vlees is, zullen de arenden zich verzamelen. Zie? Zeker. Waar het Woord, arendvoedsel, is, zullen zij zich verzamelen.

199 Dus zij komen niet naar het geestelijke feest waarvoor zij uitgenodigd zijn. Gelooft u dat God Amerika een uitnodiging heeft gedaan de afgelopen vijftien jaar, voor een grote opwekking, voor een geestelijk feest? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Kwamen zij? Nee, meneer. Beslist niet. Om dan te weigeren om te komen, is dat leven het Evangelie waardig, hoewel zij zich zo noemen?

200 Toen een man niet lang geleden naar mij toe kwam, aan een tafel ging zitten en zei: "Broeder Branham, ik wil u mijn hand over de tafel toereiken," een groot man, "ik wil u een hand geven. Ik houd van u." Ik was in een kerk en hoorde hem prediken. Hij zei: "Ik heb u lief. Ik geloof dat u Gods dienstknecht bent."

     Ik zei: "Dank u, doctor. Ik heb u ook lief."

     Hij zei: "Ik wil u zeggen hoezeer ik u liefheb als broeder." En hij zei: "Ziet u mijn kleine koningin die hier zit, mijn vrouw? Herinnert u zich haar?"

     Ik zei: "Ja."

     Hij zei: "De dokter gaf haar nog twee weken te leven, met sarcoma-kanker. En u kwam naar de stad en u bad voor haar. En keek omhoog en zag een visioen; keek terug, en vertelde mij: 'ZO SPREEKT DE HERE, zij zal genezen worden.' Een grote plek op haar rug, die zo was ingezakt, het leek een erg groot... alsof een deel van de borst van de vrouw naar binnen in haar rug werd getrokken, precies op haar ruggengraat. Er is vandaag zelfs geen vlek meer van over." Hij zei: "Daar zit mijn koningin, levend vandaag." Hij zei: "Hoe zou ik iets anders kunnen doen dan u liefhebben, voor het bidden van dat gebed des geloofs? Hoe zou ik mijzelf ervan kunnen weerhouden te geloven dat u een dienstknecht van God bent, toen u mij zag en gewoon precies vertelde wat er zou gebeuren?" Hij zei: "Nu, ik heb iets voor u, broeder Branham." Hij zei: "Ik behoor tot de grootste Pinksterassociatie die er is."

     Ik zei: "Ja, meneer. Dat weet ik."

     Hij zei: "Ik sprak niet lang geleden met de broeders, en zij zeiden dat ik contact met u moest opnemen, om u te vertellen dat het een schande was dat u die door God gegeven bediening meenam naar een stel mensen in allerlei afgelegen gebieden."

     Ik zei: "Is dat zo?"

     Hij zei: "Ja... God zond die bediening om de zenuwknopen, de grote plaatsen, de hoogtepunten te bereiken."

201 Op dat moment zag ik de duivel spreken. Ik dacht: "Ja. 'Spring van deze berg af, van dit gebouw af, en toon het, weet u.'" Ziet u? Zie?

     Ik dacht: "Ik zal hem nog een beetje door laten gaan." Mijn oude moeder zei vroeger: "Geef de koe genoeg touw, dan zal zij zichzelf ophangen."

     Ik zei: "Is dat waar?"

     "Ja." Hij zei: "Het is een schande, door wat u doet." Zei: "Wat bent u? Vandaag kunt u nauwelijks een maaltijd voor uzelf kopen. Kijk naar Oral Roberts en anderen, die binnenkwamen en daar uitgingen met een honderdste van de bediening die u heeft. Kijk hoe het met hen gaat."

     Ik zei: "Ja, dat is zo." Zie?

     En hij zei: "Mijn groep zal u nemen. Wij zullen u regelrecht opnemen als één van onze broeders. Wij allen zullen u de rechterhand van de broederschap geven, en wij zullen een vliegtuig charteren en u een salaris geven van vijfhonderd per week, of meer als u wilt. En wij zullen u naar elke grote stad in het land sturen." Dat gebeurde in Phoenix, Arizona, dwars over de tafel. En hij zei: "En wij zullen betalen voor uw..." Hij zei: "Laat dan de wereld, de buitenwereld, laat de hoogwaardigheidsbekleders, de grote jongens, de hoge heren..." Hij zei: "U spreekt altijd over de armoedzaaiers. Wij hebben de topklasse." Hij zei: "Laat hun de hand van de Here zien. Dan zal ik hen mijn vrouw en anderen laten meenemen, die kunnen bewijzen dat deze dingen die u zegt komen te geschieden."

202 Ik zei: "Ja, meneer. Dat zou groots zijn."

     Nu, ziet u, de man, met de positie van een geleerde met universiteitsgraden, een schrijver van boeken, ziet u, een doctor in de letterkunde, een fijne schrijver, een fijne man. Zie? Hij kende de Schrift niet.

     Wist u dat die Engel, die dat soort werken volvoerde, nooit naar Sodom ging? Hij bleef bij de eruitgeroepen groep, Abraham.

     Hij wist het gewoon niet. Ik liet hem gewoon begaan, zat daar gewoon een poosje. Ik wilde gewoon zien wat de valstrik was. Ik zei: "Wel, wat zou ik moeten doen?"

     Hij zei: "Wel, broeder Branham, ze zeiden dat er maar één ding was – we bespraken het; een paar dingen, erg kleine dingetjes die u onderwijst – dat u die gewoon aan de kant legt."

     Ik zei: "Wat bijvoorbeeld, broeder?"

     "O," zei hij, "uw doop, weet u. Weet u, u doopt zo'n beetje als de Eenheidskerk, iets dergelijks." Zei: "Dergelijke kleine dingen."

     Ik zei: "O?" Ik ging verder.

     En hij zei: "Het initiële bewijs; en vrouwelijke predikers; en gewoon een paar van dat soort dingen."

203 Ik zei: "Uh-huh?" Ik zei: "Weet u, ik verbaas mij erover dat de ene dienstknecht van God een andere dienstknecht van God zou vragen, na mij eer gegeven te hebben zoals u deed, en mij een profeet te hebben genoemd, en wetend dat het Woord des Heren, of de openbaring van het Woord, tot de profeet komt. En dan keert u zich om, doctor Pope – het getuigt niet van uw goede intelligentie – en wilt u zeggen en vragen... Als de ene dienstknecht van God vraagt u een andere dienstknecht van God om compromissen te sluiten over de zaak die...?... meer voor hem betekent dan het leven zelf." Ik zei: "Nee, meneer, broeder Pope. Onder geen enkele voorwaarde zou ik het willen doen. Nee, meneer."

     Wat is het? Er is een graankorrel van eeuwig leven, leven of sterven, of u nu een grote kerel bent of niet zo'n groot iemand.

204 Ik kwam onlangs voorbij... Niet om geringschattend te zijn tegenover deze twee mannen. Ik keek daarnaar en daar stond een grote afbeelding daar in Tulsa, Oklahoma, van Oral Roberts' nieuwe gebouw dat er komt, een seminarie om predikers op te leiden. Het zal veel gaan kosten. En ik ken Demos Shakarian, broeder Carl Williams, en degenen die in de beheerraad ervan zitten. Vijftig miljoen dollar, met een gebouw van drie miljoen dollar; een Pinksterjongen. Dat is heel veel wat God voor hem heeft gedaan.

205 Ik denk: "Ik, met een seminarie? Ik ben er om te beginnen al tegen."

206 En er stond op: "Het toekomstig thuis van het grote seminarie van Oral Roberts." Ik ging verder de weg af, en daar stond een groot modern ding. En Oral Roberts, in een kleine gerafelde tent, was naar mijn samenkomst gekomen in Kansas City, Kansas.

     Er stond: "Het toekomstig thuis van Tommy Osborn", o, man, een gebouw van ongeveer drie of vier miljoen dollar, dat zo oprijst.

     En daar, Tommy Osborn, een van de fijnste Christenmannen. Hij is een echte man, een echte door God gezonden man. Stond daar precies aan de overkant van de straat, een kleine zenuwachtige jongen, een kleine jongen en meisje in een auto, heen en weer lopend, zei...?... "Broeder Branham, ik was daar toen ik die maniak naar u toe zag rennen. En ik zag dat u met uw vinger op zijn gezicht wees en zei: 'In de Naam van Jezus Christus, kom uit van hem.' Ik zag hem over uw voeten neervallen, nadat hij zijn profetie had gebracht toen hij zei: 'Vanavond zal ik u neerslaan in het midden van die samenkomst van vijfenzestighonderd mensen.'" En hij zei: "Ik zag u daar staan, u verhief uw stem helemaal niet en u zei: 'In de Naam van de Here, omdat u de Geest van God uitgedaagd hebt, zult u vanavond over mijn voeten vallen.' Hij zei: 'Ik zal u tonen over wiens voeten ik zal vallen.'"

207 En ik zei: "Kom uit van hem, Satan." Hij viel gewoon achterover en drukte mijn voeten tegen de vloer.

     Hij zei: "God is God, broeder Branham. Dat is alles." Hij zei: "Ik had mijzelf in een huis terug getrokken gedurende twee of drie dagen." Hij windt er geen doekjes om. Hij vertelt het. Hij is er niet beschaamd over. Hij zei: "Denkt u dat ik een gave van genezing heb?"

208 Ik zei: "Vergeet het, Tommy. Jij werd gezonden om het Evangelie te prediken. Ga, predik het. Ga met broeder Bosworth daar."

209 Ik keek ernaar, en ik zag het. Ik was eerder dan die beiden begonnen.

     Ik dacht: "Daar is Oral Roberts met vijfhonderd machines, zodat zelfs geen menselijke hand de brieven aanraakt; vier miljoen dollar in de post, vorig jaar." Vier miljoen; één vierde van al het geld dat werd opgehaald in het hele Christendom. Over de wereld kwam één vierde van het geld in heel het Christendom binnen bij één man. Wat een plaats! Ik ging er heen om het te zien.

210 En nu, Oral is mijn broeder. My! Ik heb hem lief. Hij is een echte kerel, een echte man, en ik heb hem lief. En hij acht mij gewoon heel hoog, en ik hem ook. Wij zijn het alleen niet eens over de Schrift.

     En, Tommy Osborn, er is geen betere. Ik acht hem gewoon heel hoog. Hij is een van de fijnste mannen die ik heb ontmoet, Tommy Osborn.

     En die mannen... Ik dacht, toen ik hun kantoor binnenging en zag wat zij hadden, dat ik geloof ik beschaamd zou zijn als zij zouden komen en het mijne zouden zien; één kleine typemachine, en hoe wij proberen de brieven klaar te krijgen. En wat een toestand! Wij zaten in die tijd achterin een trailer. Ik dacht: "Hoe zou dat komen?"

     Toen liep ik naar buiten. Ik dacht: "Wel, 'toekomstig thuis van Oral Roberts', 'het toekomstig thuis van Tommy Osborn'. En de een praat niet met de ander."

     Dus ik liep de straat door en ik dacht: "Maar hoe zit het met mij?"

211 Iets zei: "Kijk omhoog."

212 Ik dacht: "Ja, Here, laat mij mijn schatten in de hemel leggen, want daar is mijn hart." Nu, ik vertel dat niet uit beklag. Ik zeg dat gewoon omdat het gebeurde, en God weet dat dat juist is. Ziet u?

213 Waar zijn uw schatten? Wilt u een of ander groot iemand zijn? Als u dat bent, dan bent u niemand. U komt tot een plaats waar u geen groot iemand wilt zijn. U wilt een nederige kleine dienstknecht voor Christus zijn. Dat is de uitweg. Dat is alles.

214 Broeder Boze en anderen zijn een gemeente aan het vormen in Chicago. Zij moesten gewoon de Philadelphia kerk aan die denominatie afstaan. Nu, zij spraken erover om een of andere kerel te nemen met zijn boord zo andersom, een of andere doctor in de godgeleerdheid. Ik zei: "U bent op de verkeerde weg. Als u een echte voorganger wilt vinden voor die gemeente, pak een kleine oude nederige kerel die nauwelijks zijn naam kan lezen, en wiens hart in vuur voor God is. Neem gewoon die man. Dat is degene die u wilt krijgen, iemand die niet al deze dingen weet, iemand die niet commandeert of dwingt, en u in allerlei schulden zal storten en al het andere, en u gewoon voedt met het Woord van God. Dat is het soort persoon om te nemen."

     Dus zij zullen niet naar het geestelijke feest komen. Ik moet sluiten. Ik ben nu over mijn tijd heengegaan. Over ongeveer zes minuten zullen wij u laten gaan, zo de Here wil.

215 Ik hoor sommigen zeggen: "Maar broeder Branham, u kunt die bewering beter staven." Zij zeggen: "De mensen zijn niet neurotisch. Deze mensen zijn geen zenuwzieken. Zij zijn alleen opgeleid." Dan zijn ze opgeleide zenuwzieken. Dat is juist. Ja. "Zij zijn geen zenuwzieken. Zij zijn opgeleid."

     Dan wil ik u een vraag stellen. Zie? U begrijpt het. Dan wil ik u een vraag stellen. Verklaar dan alstublieft hun handelingen van tegenwoordig, als zij niet zenuwziek zijn. Vertel mij wat hen doet handelen zoals zij doen, als zij niet zenuwziek zijn; ziet u, elke man trekt inhalig voor zijn eigen denominatie. Jezus was zo niet. Hij had nergens haast mee. Zie? Hij was niet hebzuchtig. Hij was ons Voorbeeld.

216 Misdaad, het land... het land heeft meer misdaad gekregen dan ooit. Wat is er verkeerd? Tieners, kerkleden, die anderen het leven benemen, mannen die hun vrouwen en gezin neerschieten en hun kinderen verbranden. En kijk naar de golf van misdaad. Zijn zij geen zenuwpatiënten? Wat is er dan aan de hand? Waar zijn ze mee bezig?

     Machtsbeluste landen, iedereen wil heel de rest nemen, en het onder één vlag brengen, één land, en dat moet hun vlag zijn en hun land. Belust op macht!

217 Immoraliteit, wel, de wereld is immoreler dan ooit. Naakte vrouwen op de straten, naakte vrouwen, en zeggen dat zij bij hun gezonde verstand zijn? Dat kunnen ze niet zijn. Dat kunnen zij gewoon niet zijn.

218 Luister! Er was één persoon in de Bijbel die zijn kleren uittrok, dat was Legioen. Hij was zijn verstand kwijt. Toen Jezus hem vond en hem zijn gezond verstand gaf, deed hij zijn kleren aan. Juist.

     Wat maakt dat u uw kleren uittrekt? De duivel. Dat is juist. Dan zeggen dat zij geen zenuwzieken zijn? Als u hier de straat uitgaat en vier huizenblokken rond kunt rijden zonder een naakte vrouw te zien, kom dan terug en vertel het mij. In orde. Ontdek het.

219 Dan zegt u dat zij geen zenuwzieken zijn? Wat is er dan fout? Zij kunnen niet bij hun gezonde verstand zijn. Een vrouw bij haar gezonde verstand zou dat niet doen; zij zou beter weten. Zij weet waaraan zij zich blootstelt. Een troep lustduivels daarbuiten, gewoon vieze, vuile, slappe, dronken mannen, moordenaars, heel de rest. U zegt...

220 De wereld drinkt nu meer sterke drank. Men besteedt in de Verenigde Staten meer geld aan sterke drank dan aan levensmiddelen. Ik geloof dat het... Ik ben vergeten hoeveel maal meer de alcohol elk jaar haar tol eist in het land, dan in het jaar daarvoor. En wat doet alcoholisme? Het zendt u naar het krankzinnigengesticht.

221 Kanker. Wanneer de dokters uit de gehele wereld schrijven in de tijdschriften, en u vertellen: "Kanker met vrachtwagens vol." Sigaretten. Zij deden het op ratten, en het werd bewezen dat het u longkanker geeft. Zeventig procent van hen krijgt longkanker door het roken van sigaretten. En die vrouwen en mannen zullen ze gewoon verder paffen en het in uw gezicht blazen. Als dat geen zenuwpatiënten zijn, wat zijn dan wel zenuwpatiënten?

222 Terwijl het Evangelie van Jezus Christus kan worden gepredikt en bewezen, en de God des hemels in de vorm van Zijn Vuurkolom over Zijn volk beweegt en aantoont dat Jezus Christus in de laatste periode van Zijn komst is, hun het laatste teken gevend. En men lacht er om en maakt er grappen over, en noemen zichzelf kerkleden; en dan zeggen dat zij geen zenuwzieken zijn? Verklaar dat eens. Mijn tijd blijft doorgaan. Maar vraag gewoon of zij geen zenuwzieken zijn. Zeker. Zij zijn opgeleide zenuwzieken. Dat is het precies. Verklaar hun toestand. U kunt het niet.

223 Zij knippen hun haar af, dragen wereldse kleding, lopen zo buiten op straat. En Gods Bijbel waarschuwt ertegen, verbiedt zelfs een vrouw om met kortgeknipt haar te bidden. En zegt dat een man... En als zij dat doet, beweert zij zelf tegenover haar man dat zij zelf immoreel is, en hij heeft volkomen het recht om van haar te scheiden en haar van zich weg te zenden. Dat is precies juist. Het Woord van God zegt dat, en een vrouw hoort dat en gaat door met kort haar te dragen en zichzelf een Christin te noemen. Als dat geen zenuwpatiënt is, wat is dan wel een zenuwpatiënt? Ik wil dat iemand mij dan vertelt wat een zenuwpatiënt is. Ja. Zij zijn zenuwpatiënten.

224 Hoog opgeleid, graden, college! Wij besteden meer tijd aan het opleiden van onze kinderen, in algebra en biologie, dan aan de Bijbel en Jezus Christus. Er is geen kind in dit land dat u niet kan vertellen wie David Crockett is. Nog geen derde van hen kan vertellen Wie Jezus Christus is. Zijn het dan geen zenuwzieken? Zeker zijn zij het. Zo zouden wij almaar door kunnen gaan, over hoe zij handelen!

225 Overdenk het gewoon. En de kerken onderschrijven het, terwijl de Bijbel het veroordeelt. Is de bediening zenuwziek? Opgeleide zenuwzieken. Zo is het precies. Kerken onderschrijven het.

226 Denk aan Lot. Hij was geen domme man. Kijk nu even een ogenblik naar hem. Ga niet... ga niet... Laten wij niet...

     Excuseer mij dat ik nog een paar minuten doorga. Dit is... dit is te belangrijk. Het wordt verspreid op... U bent gekomen om mij deze band te horen maken.

227 Kijk, kijk. Nu, stop gewoon even. Bid gewoon even in uw hart: "Here, laat het mij zien." Open uw begrip. Moge God het doen. Kijk naar de... Neem gewoon alleen dit land. Laten wij zien wat God zei.

228 De Bijbel zei dat de zonden van Sodom de rechtvaardige ziel van Lot dagelijks kwelden. Hij kon gewoon niet genoeg moed verzamelen om zich er tegen te verzetten. Is dat juist? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Hij kon het niet doen, want hij was de burgemeester van de stad. Hij kon het niet. Maar de Bijbel zegt, dat: "De zonden van de Sodomieten kwelden zijn ziel." Hij wist dat het verkeerd was, maar hij had de moed niet om het te doen, om zich er tegen te verzetten.

229 Nu, kijk. Hoeveel Lots zijn er in Amerika, die gisteren hun Bijbel hebben gelezen om hun boodschap voor vandaag voor te bereiden, en die over de waterdoop in de Naam van Jezus Christus heen zijn gelopen? Hoevelen van hen lopen over de doop van de Heilige Geest heen? "Jezus Christus is Dezelfde gisteren, vandaag en voor eeuwig"? Markus 16: "Deze tekenen zullen hen volgen die geloven"? Johannes 14:12: "Die in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal Hij ook doen"? "Indien gij in Mij blijft, en Mijn Woord in u, vraag wat u wilt, en het zal u geschieden"? Hoeveel Lots zagen dat? Maar vanwege hun excuus van hun denominatie! Men keek ernaar uit, en ziet het in de Bijbel...

230 Kijk naar hun samenkomst van vrouwen met kortgeknipt haar, terwijl ze weten dat de Bijbel het veroordeelt. Kijk ze door de straat lopen, hun eigen kerkleden, die door de straat lopen met korte broekjes aan, en zij weten dat het Woord er tegen is. Maar zij hebben de moed niet om het er tegen uit te roepen. Maar toch belijdt de man een Christen te zijn; zijn ziel in hem roept het er tegen uit, maar hij heeft er de moed niet toe. Als dat geen modern Sodom is, waar is het aan toe?

     God, geef ons iemand die het ertegen zal uitschreeuwen. Dat is juist. Zoals Johannes de Doper zei: "De bijl is aan de wortel van de boom gelegd." Dat is wat wij vandaag nodig hebben.

231 Let op. Zij zijn een modern Sodom. Bedenk. Ziet u? Het hele land is een modern Sodom en Gomorra geworden. Lot leeft opnieuw. Nee, hij beleeft het helemaal opnieuw, want zijn eerlijke overtuiging vertelt hem door het Woord dat hij fout is.

232 Kijk in Chicago, groot Chicago, toen die driehonderd predikers daar zaten. En de Here vertelde mij die avond wat zij zouden gaan doen. Zij hadden een val voor mij gezet. Ik ging er toch heen. Ik ging en vertelde het aan broeder Carlson. Ik zei: "U zult het niet hebben in dat hotel. U zult het in een andere plaats moeten houden, en dat zal in een groene zaal zijn. En ze hebben een val voor mij gezet, is het niet zo, broeder Carlson?" Hij boog zijn hoofd.

     Hij zat daar in mijn kantoor, enkele dagen geleden, om mij te vragen om naar de samenkomst in Chicago te komen. Hij zei: "Ik zal dat nooit vergeten, broeder Branham."

     En ik zei: "Zij hebben een val voor mij gezet. Waarom, broeder Carlson? Bent u bang mij te vertellen waarom, u en Tommy Hicks?" Zij bogen hun hoofd. Ik zei: "Tommy, waarom gaat u niet spreken?"

     Hij zei: "Ik zou het niet kunnen doen."

     Ik zei: "Ik dacht dat u zei dat u mij een dienst wilde bewijzen."

233 Ik zei: "Gisterenavond vertelde de Here het mij. U gaat daar vandaag heen en u zult ontdekken dat u dat gebouw niet zult krijgen. U zult naar een ander gebouw gaan. Dr. Mead zal aan deze kant zitten. Die kleurlingman, zijn vrouw, die zingt, zal precies hier zitten, enzovoort, waar zij allemaal zullen zitten." Ik zei: "Er zal daar een Boeddha-priester zijn." En ik zei: "Nu, ontdek het. Zij zijn tegen mij, omdat ik de waterdoop predik in de Naam van onze Here Jezus Christus. Zij zijn tegen mij, omdat ik het slangenzaad predik, en dat ik tegen het bewijs ben dat elke man die in tongen spreekt de Heilige Geest heeft, en dergelijke." Ik zei: "Kom mee, en let op God."

234 Wij kwamen daar binnen, zij gingen er heen en twee uren daarna, of liever, ergens tijdens die middag, belden ze broeder Carlson op. En hij zei: "De man die hem die zaal had gegeven en hem er een aanbetaling op had laten doen, zei: 'Wij moeten het annuleren, want de manager zei dat hij hem al beloofd had aan een band voor die avond, of die morgen.'" En zij konden hem niet krijgen.

235 Dus weken wij uit naar de 'Town and Country'. En die morgen toen wij daar binnenkwamen, en daar binnen stonden... En broeder Carlson zei: "Er is één ding. U, broeders, mag het oneens zijn met broeder Branham, maar", zei hij, "hij is niet bang om te zeggen wat hij gelooft." Hij zei: "Hij vertelde mij dat deze dingen zouden gebeuren, gewoon precies op de wijze zoals zij zijn." Hij zei: "Nu, hier is hij. Laat hem voor zichzelf spreken."

236 Ik nam de Schriftplaats: "Ik ben het hemelse gezicht niet ongehoorzaam", zoals Paulus zei. Ik zei: "U hebt dit voor mij opgezet omwille van de waterdoop in de Naam van Jezus Christus. Meer dan driehonderd van u hebben zich voorgesteld als dr. Zus-en-zo, en dr. Zus-en-zo." Ik zei: "Ik heb zelfs geen middelbare schoolopleiding gehad. Maar ik daag elke man hier uit om uw Bijbel mee te nemen en hier naast mij te komen staan, en één van de woorden die er zijn gezegd te ontkennen."

     U hebt het hier op de band, als u het wilt horen. Dat was de stilste groep die u ooit hebt gehoord. Ik zei: "Wat is er aan de hand?" Is er iemand hier vanavond die in die morgensamenkomst was, laat ons u uw hand omhoog zien steken. Ja. Wel, zeker, kijk overal in het rond.

     Ik zei: "Dan, als u het niet kunt ondersteunen, val me dan niet lastig." Juist. Een heleboel gehuil, wanneer zij om de hoek zijn. Maar als zij oog in oog komen te staan met de kwestie, dan is het anders. Dat is juist. Het is... Die mannen gingen weg.

237 Tommy Hicks zei: "Ik wil driehonderd van die banden, om ze naar elke drie-eenheidsprediker te sturen die ik ken."

     Die mannen, die mij de hand schudden, zeiden: "Wij zullen naar de tabernakel komen om overgedoopt te worden."

     Waar zijn zij? Verontschuldigingen. "Ik kan het niet doen. Mijn denominatie zal het mij niet toestaan. Ik heb een vrouw getrouwd. Ik heb een ossenspan gekocht, of een span ossen liever. Ik heb een stuk grond gekocht. Ik moet er naar gaan kijken." Ziet u? Enkele van zulk soort dingen, verontschuldigingen. Is dat juist? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Is dat leven het Evangelie waardig? ["Nee."]

     Als het Evangelie juist is, laten wij dan alles verkopen wat wij hebben en er voor leven. Wees een Christen. Ja, meneer. Amen. Let er nu op, terwijl wij sluiten.

238 Maar hun verontschuldigingen zijn hun geloofsbelijdenissen en hun denominaties. Het is als een boom. Ik keek onlangs naar broeder Banks. Ik had een dennenboom, die ik geplant had toen ik daar voor het eerst heen verhuisde, ongeveer, o, ongeveer vijftien jaar geleden, of langer. En ik liet die ranken, de takken van de dennenboom, uitgroeien, en wij konden de grasmaaier daar niet onder krijgen. En er groeide daar hoe dan ook geen sprietje gras. En ik ging daarheen, nam een zaag en zaagde die takken af, tot die dennenboom zo hoog gesnoeid was, dat u er onderdoor kon gaan met een grasmaaier. En nu groeit er het mooiste gras onder dat u ooit zag. Wat was het? Het zaad was daar. Het moest het licht krijgen.

239 En zolang de denominatie, uw verontschuldigingen, proberen om dat zaad, waarvan u weet dat het daar werkelijk ligt, te beschaduwen, neemt u het deel van Lot. Gooi die dingen weg, en laat het Evangelielicht er op schijnen, de kracht van Jezus Christus. Ja. Het licht ervan weghouden, zal het ervan weerhouden te leven. Want als het licht er ooit bij komt, zal het opspringen ten leven.

     Dat is de reden dat de mensen zeggen: "Ga niet naar dat soort samenkomsten." Zij zijn bang dat iets van dat licht een van hun leden zal treffen.

240 Herinner u de vrouw bij de bron. Zij was een prostituée.

     Daar stonden die priesters. Zij zagen dat Jezus Nathanaël vertelde: "Ik zag u, toen gij onder de vijgenboom waart."

     En de priesters zeiden: "Hij is Beëlzebul. Hij is een waarzegger. Dat is de duivel."

241 Deze kleine vrouw, toen zij daar naar toeging, in haar immorele toestand, met zes mannen levend. En toen zij daar naar toe ging in die toestand, in de staat waarin zij was. En Jezus zei: "Breng Mij te drinken." De conversatie begon. Hij zei: "Ga uw man halen en kom hier."

     Zij zei: "Ik heb er geen."

     Hij zei: "U sprak de waarheid. U hebt er vijf, en degene waarmee u leeft, is uw man niet."

     Zij zei: "Ik bemerk dat U een profeet bent, Meneer. Ik weet dat de Messias dat zal doen wanneer Hij komt."

     Jezus zei: "Ik ben Hem."

242 Dat maakte het vast. Toen dat licht over dat zaad flitste dat daar in die kleine, oude prostituée lag, waren de dagen van hoererij voorbij. De straat op, ging ze, God verheerlijkend en zeggend: "Kom en zie een Man Die mij de dingen verteld heeft die ik heb gedaan. Is dit niet de Messias?" Wat was het? Het licht kwam tot dat zaad onder de schaduw van een prostitutie schuilplaats. Ja, meneer.

     Nu, laten wij sluiten, met dit te zeggen. Ik weet niet hoeveel meer bladzijden ik nog heb, maar ik zal ze zeker niet allemaal doornemen. Ongeveer tien, maar dat is pas voor ongeveer de helft doorgenomen. Maar laten wij sluiten met dit te zeggen.

243 Laten wij eens iets vergelijken met een waardig leven. Laten wij het leven van Paulus vergelijken met dat van de rijke jongeling. Hetzelfde licht trof beide mannen. Beiden ontvingen dezelfde uitnodiging van Jezus Christus. Is dat juist? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Zij waren beiden goed onderricht in de Schriften. Zij waren beiden theoloog. Bedenk dat Jezus tot de rijke jongeling zei: "Houd de geboden."

244 Hij zei: "Ik heb dit gedaan vanaf mijn jeugd."

     Hij was een geoefend man. Paulus ook. Beiden waren goed geoefend in de Schrift. Maar... Zij hadden beiden het Woord. De een had het door kennis, de ander had de kiem des levens erin. Toen dat licht erover flitste voor Paulus, zei hij: "Here, Wie bent U?"

     Hij zei: "Ik ben Jezus."

     "Hier ben ik dan." Hij was gereed.

245 Het licht trof beide mannen. De een had een kiem, de ander niet. Zo is het ook vandaag: de geestelijke gemeente, de natuurlijke gemeente.

246 De rijke man had zijn excuus. Hij kon het niet doen. Hij had teveel dingen die zwaarder wogen, met teveel vrienden van de wereld. Hij wilde niet ophouden daarmee om te gaan.

     Dat is het geval met een heleboel mensen vandaag. U denkt dat u, omdat u tot een loge behoort, die broederschap gewoon niet zou kunnen opgeven. "Zij drinken allemaal en dergelijke dingen. Zij doen dit." In orde, ga er maar mee door, niets tegen de loge, niets tegen de kerk. Ik spreek over u. Ziet u? Ja. Ziet u? Niets daartegen. Want het is allemaal lood om oud ijzer. Ik heb u net verteld dat de kerk niets meer was dan een loge, de denominatie, als zij het Woord van God loochenen.

247 Merk op. De rijke man had zijn verontschuldigingen. Hij verzaakte echter nooit zijn getuigenis. Wij komen erachter dat hij tot grote zaken kwam. Hij had kennis. En hij kwam tot een plaats dat hij zoveel moest uitbreiden, dat hij nieuwe schuren moest bouwen om daar zijn dingen in onder te brengen. En toen hij stierf, predikte ongetwijfeld een of andere afgestudeerde met zijn omgekeerde boord zijn begrafenis. En toen hij het deed, heeft hij misschien gezegd... Men hees de vlag halfstok, en zei: "Onze dierbare geliefde broeder, de burgemeester van de stad, is nu in de armen van de Almachtige omdat hij een groot lid was van de kerk. Hij deed zus-en-zo, en zo."

     En de Bijbel zegt: "In de hel sloeg hij zijn ogen op, onder pijnigingen." Zie?

248 En bedenk dat hij nog steeds aan zijn bewering wilde vasthouden in de hel. Hij zag Lazarus, in de schoot van Abraham, en hij zei: "Vader Abraham, zend Lazarus hier heen." Hem nog steeds 'Vader' noemend. Ziet u?

     Hij nam zijn kennis en ging naar een intellectuele kerk. Toen het licht hem trof, wees hij het af.

     Als dat niet de moderne trend is van de kerk vandaag, dan weet ik het niet. Ongeacht wat God over hun pad laat flitsen, de Vuurkolom, of wat het ook mag zijn, zij kunnen het met hun kennis nog steeds wegverklaren, en ze gaan naar de intellectuele groep vanwege de sociale standing.

249 Maar Paulus bevond zich al in de sociale standing, met grote kennis, een groot geleerde onder Gamaliël, een rechterhand voor de hogepriester, in zoverre dat hij naar de priesters toeging en bevelen kreeg om al die heilige rollers in de gevangenis te zetten. Maar toen het licht zijn pad trof, en hij zag dat diezelfde Vuurkolom, die Israël door de wildernis leidde, Jezus Christus was, verzaakte hij alles wat hij ooit wist. Hij kwam tot leven.

250 Zou u het leven van die rijke man een leven kunnen noemen dat het Evangelie waardig was dat hij hoorde? Hoewel hij een gelovige was, zou u dat soort leven kunnen noemen... Onder de intellectuelen en de pleziertjes, die avond daarginds op de... terwijl de zon onderging, een heildronk uitbrengend, en misschien de een of andere priester die een gebed uit sprak, daarboven. En hij had het vermaak, en een bedelaar lag bij zijn poort daarginds. En hij bracht zijn toast uit, en sprak over zijn grote geloof dat hij in God had. En voor het daglicht, de volgende morgen, voor de zon kon opkomen, was hij in de hel. Dat is juist. Daar zijn uw intellectuelen.

251 Maar Paulus, toen het licht hem trof, laten wij zijn leven vergelijken en zien of het waardig is. Wat gebeurde er? Toen het licht Paulus trof, verzaakte hij al zijn kennis en ging weg van die intellectuele groep, en hij wandelde in de Geest van Jezus Christus. Glorie voor God! Slim, zo intelligent als hij was, gebruikte hij zelfs nooit grote woorden.

     Toen hij onder de Korinthiërs kwam, zei hij: "Ik ben nooit tot u gekomen met de wijsheid van mensen. Ik ben nooit tot u gekomen met opgeblazen woorden, want u zou uw geloof daarin stellen. Maar ik kom tot u in eenvoud, in de kracht van de opstanding van Jezus Christus, opdat uw geloof daarin zou zijn." Daar is een leven. Let er op!

252 Hij gebruikte nooit zijn opleiding. Hij liep nooit mee met de intellectuele groep. Hij wandelde in de Geest van Christus, nederig, gehoorzaam aan het Woord van God, terwijl het zeer in tegenspraak was met hun geloofsbelijdenissen. Maar Paulus zag het licht en wandelde erin (is dat zo?), en liet het leven van Christus, Jezus Christus, weerspiegelen aan het tijdperk waarin hij leefde, opdat de mensen de Geest van God in hem zouden mogen zien.

     En de nederigen geloofden het, zozeer, dat zij zelfs zakdoeken wilden binnenbrengen. Zij namen ze van zijn lichaam af. En zij geloofden het zozeer, hij was zo'n vertegenwoordiging van Jezus Christus, dat zij geloofden dat wat hij ook maar aanraakte, gezegend was. Ja. Wat een man was dat, die zijn leven gaf, zijn rijkdommen, en alles wat hij had! Zijn opleiding, hij vergat het allemaal, om te wandelen met vissers, en bedelaars, en straatzwervers, om zijn licht de liefde van Jezus Christus te laten reflecteren.

     Hij zei: "Ik ben op mijn rug gegeseld, negenenveertig keer; val mij niet lastig. Ook draag ik de merktekenen van Jezus Christus in mijn lichaam." De arme kleine kerel was in zo'n verschrikkelijke toestand, dat hij zei: "Ik draag in mijn lichaam de merktekenen van Jezus Christus." Wat een verschil met deze grote hoogwaardigheidsbekleder, met de priesters overal om hem heen.

253 En toen hij in Rome was, en er niemand was die hem bijstond... En men bouwde een schavot om zijn hoofd eraf te hakken, daar buiten. Daar is het waar het verteld werd. Oh my! Hij zei: "Er is daar een kroon voor mij weggelegd, die de Here, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag zal geven, en niet alleen aan mij, maar nu aan al degenen die Zijn verschijning liefhebben." Daar is een leven het Evangelie waardig, of, een zoon.

254 Hij hield stand voor Christus. Hij liet het Evangelie door zich heen reflecteren. Voor hij het deed, ging hij heen en leerde het Evangelie. Hij ging naar Arabië en verbleef er drie jaren, en nam het Oude Testament; en toonde, door het Oude Testament, dat Hij Jezus Christus was. En hij liet het door zich heen reflecteren, tot een nederige groep mensen. Zodat, hij, toen... Hij zei: "Ik weet wat het is de buik vol te hebben, en ik weet wat het is om hongerig te zijn en gebrek te lijden."

     Een man met een opleiding zoals hij die had, en een geleerde zoals hij, die staat bij... met een geleerdheid van Gamaliël, een van de grootste leraars die er was in die tijd, en die arm-in-arm stond met de hogepriester. Broeder, hij zou miljoenen dollars waard geweest kunnen zijn en hij had allerlei gebouwen kunnen hebben. Dat is zo. Maar hij zei: "Ik..."

255 Hij had zelfs maar één jas. En Demas zag een man met zo'n bediening als dat! In 2 Timotheüs, het derde hoofdstuk [2 Timotheüs 4:10 en 13 – Vert], zei hij: "Demas heeft mij verlaten, en alle andere mannen, deze tegenwoordige wereld liefhebbend." Hij zei: "Als je komt, breng dan die jas voor mij mee die ik daarginds achterliet. Het wordt koud." Een man met zo'n bediening, en kon hij slechts één jas hebben? Prijs God!

256 Dat doet mij denken aan Martinus, toen hij trachtte stand te houden voor het Evangelie, en alles, voor hij bekeerd was. In de tijd vóór Nicea, of het Concilie van Nicea, de 'Nicea Vaderen' in de geschiedenis. Op een dag liep hij door de poorten daar. Hij kwam van Tours, Frankrijk. En er waren mensen... Een oude zwerver lag daar, stervend, zonder kleren. En de mensen die hem kleren hadden kunnen geven, liepen voorbij en zij deden het niet. Zij liepen hem voorbij en deden alsof ze de oude kerel niet zagen. En Martinus stond daar en keek er naar. Men zei dat hij...

257 Elke soldaat had een man om zijn schoenen te poetsen. Maar hij poetste de schoenen van zijn knecht.

     En hij deed zijn jas uit, en nam een mes en sneed hem in twee stukken, met zijn zwaard. Hij wikkelde de oude zwerver er in, en zei: "Wij kunnen beiden leven."

     Hij ging naar huis en ging naar bed. Daar liggend dacht hij dat de oude man geroepen had. Direct maakte iets hem wakker. Hij keek. En daar in de kamer stond Jezus Christus, gewikkeld in datzelfde oude kledingstuk waarin hij de zwerver gewikkeld had. Hij zei: "In zoverre gij dit aan de minste van deze kleinen gedaan hebt, hebt gij het aan Mij gedaan." Dat is een leven waardig het Evangelie. U weet ook hoe hij zijn leven bezegelde, nietwaar?

258 Kijk naar Polycarpus, die stand hield voor de doop in de Naam van Jezus, tegen de Rooms-katholieke kerk. En ze verbrandden hem op een brandstapel, haalden een badhuis omver en verbrandden hem. Kijk naar Irenaeüs en de overigen, die leden voor deze zaak. Dat zijn waardige levens.

259 Kijk naar wat Paulus zei in het boek der Hebreeën, het elfde hoofdstuk. Hij zei: "Zij werden in stukken gezaagd, uit elkaar getrokken, zwierven rond, in schaapsvachten en geitenvellen, en waren in de woestijn, en behoeftig enzovoort, levens die deze wereld niet waardig was." Daar hebt u het. Dat leven is het Evangelie waardig. Hoe zullen het mijne en het uwe er voorstaan op de dag des oordeels, met zulke mannen?

260 Kijk nu naar Paulus. Wij zullen verder gaan. Hij stond voor het Evangelie en liet Jezus zo door zich heen stromen. Ongeacht hoe of wat, om het even wat iemand erover dacht. Waar de hogepriester... Wel, hij ging en liet zijn hoofd ervoor afhakken. Hij was een waardige vertegenwoordiging van het Evangelie. Hij liet... Kijk daar naar. Om het even wat de mensen ervan dachten, hij liet de stroom van eeuwig leven door hem heen stromen, zozeer dat hij zei: "Ik zou van Christus vervloekt willen zijn voor mijn broeders."

     Nu, u weet wat u doet wanneer u eeuwig leven krijgt. Daar is uw vraag. Daar is uw antwoord. U neemt de intellectuele kant; of u neemt deze kant, als u werkelijk eeuwig leven hebt. Dat is wat er gebeurt.

261 Dat is wat er gebeurde. Paulus was bereid om van Christus vervloekt te worden, om zijn volk te laten... De blinde, onwetende mensen die niet naar zijn Evangelie wilden luisteren!

     Ik vind het een schande voor mijzelf. Ik stond op het punt hen op te geven omdat zij niet naar mij wilden luisteren. Ik voel mij alsof ik mij moet bekeren, en ik heb er berouw over. Zie?

262 Merk op. Ongeacht wat anderen dachten, dit soort leven is het Evangelie waardig.

     Nu, ik ga sluiten.

263 De rijke man, zoals de meesten van ons vandaag, sloot zich af en verwierp het Woord des levens, en werd een kerklid, en toonde een leven waarvan in de Bijbel wordt bewezen, dat het het Evangelie dat hem werd gevraagd te ontvangen onwaardig was. Is dat juist? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Hoe zou het Evangelie kunnen schijnen door een dergelijk verduisterd licht, dat de kracht van God ontkende?

264 Nu, de enige manier om een waardig leven te leven, is om Christus en Zijn Woord (en Hij is het Woord) toe te laten Zich zo volmaakt in u te reflecteren dat God betuigt wat Hij in het Woord zei. Want Christus stierf opdat Hij Zichzelf voor God mocht aanbieden als een Offer. En het keerde terug in de vorm van de Heilige Geest, om Zichzelf door Zijn volk te reflecteren, om Zijn werk voort te zetten, Zichzelf door u heen weerspiegelend, om Zijn beloofde Woord in deze toekomstige dagen te vervullen.

     Zoals Johannes de Doper hoorde, toen hij Christus hoorde komen. En Christus liep het water in. En Johannes zei: "Zie het Lam van God."

     Niemand anders zag het. Maar hij zag het, dat licht dat neerkwam uit de hemel als een duif. En een stem zei: "Dit is mijn geliefde Zoon in Wien het Mij behaagt te wonen." Hij zag het komen.

     En Jezus liep het water in, Immanuël, voor een prediker die verondersteld werd een radicaal te zijn. Hij liep het water in, voor de ogen van de mensen, en zei: "Ik wil door u gedoopt worden."

265 Johannes zei: "Here, ik heb het nodig om door U gedoopt te worden. Waarom komt Gij tot mij?" Hun beider ogen ontmoetten elkaar, een profeet en zijn God. Amen. Zou u kunnen... Ik... Zou ik niet graag daar willen staan en daar naar kijken? Zien hoe de schellen afvielen van die strenge diepliggende ogen van Johannes en hoe ze die strenge diepliggende ogen van Jezus vonden, achterneven van elkaar in het vlees.

266 Jezus zei: "Johannes, sta nu toe dat het zo is, want alzo betaamt het ons. Wij zijn de Boodschap voor dit uur. Het betaamt ons om alle gerechtigheid te vervullen."

267 Johannes dacht: "Ja, Hij is het Offer. Het Offer moet worden gewassen voor het wordt aangeboden." Toen zei hij: "Kom dan." En hij doopte Hem. Amen. Met andere woorden: "Het betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen."

     Jezus wist dat de man waarachtig was en zei: "Er is nooit een man geboren uit een vrouw zoals hij. Hij is meer dan een profeet; als u het kunt ontvangen, dit is meer dan een profeet." En Jezus keek in zijn hart en wist dat. Zijn eigen neef ontmoette Hem daar van aangezicht tot aangezicht.

268 Johannes zei: "Here, ik heb van node door U gedoopt te worden. En waarom komt Gij naar mij?"

269 Hij zei: "Berust er in dat het zo is, Johannes. Maar bedenk, het betaamt ons alles te vervullen wat God beloofd heeft. En Ik ben het Offer. Ik moet gewassen worden alvorens gepresenteerd te worden." Oh my! My!

270 En vandaag, wanneer de avondlichten schijnen, wanneer er geen mens bij zijn gezond verstand is die niet kan zeggen... Elke Bijbelgeleerde die in de Bijbel kijkt, weet dat dit de laatste dag is. Dan betaamt het ons om ons van deze grote muren te verwijderen, of van deze dingen weg te gaan, en in de rechtvaardigheid van Jezus Christus te komen in deze laatste dag, en het zegel van God aan te nemen, voordat de duivel ons het merkteken van het beest geeft. Oh my. Ja.

271 Bid God om het licht van deze dag in u op te laten komen, om een gehoorzame dienstknecht van God te zijn. En laat dan de vrucht van de Geest altijd in uw leven blijven. En dat is een leven dat het Evangelie waardig is.

272 Laat mij dit tot slot zeggen. De enige manier, de enige manier dat u een leven kunt leven dat het Evangelie waardig is, is om het Evangelie zelf, elk stukje van het Evangelie, in u te laten komen om Zijn beloften te weerspiegelen, te maken dat ze betuigd worden. Laat God in u leven, om de beloften van deze dag te betuigen.

     Net zoals bij Johannes, zoals Jezus tegen Johannes zei: "Verdraag dat het zo is, Johannes. Dat is goed. Maar wij zijn de boodschappers van deze dag, en wij moeten alle gerechtigheid vervullen." En als wij de Christenen van deze dag zijn, laten wij Jezus Christus in ons hart ontvangen. En Hij is het Woord. Ontken er niets van. Zeg: "Het is de Waarheid." En plaats het in uw hart, let op de vrucht van de Geest op u, en vervul elke belofte die Hij deed in de Bijbel. God wil Zijn Woord vervullen, en Hij heeft geen andere handen dan de mijne en de uwe. Hij heeft geen ogen dan de mijne en de uwe. Hij heeft geen tong dan de mijne en de uwe. "Ik ben de Wijnstok. Gij zijt de ranken." De ranken dragen de vrucht. De Wijnstok geeft de energie aan de rank. Dat is een leven dat waardig is.

273 Mijn gebed is voor degenen aan de radio of... in het bandenland, en voor diegenen die aanwezig zijn. Moge de God van alle genade van de hemel Zijn gezegende Heilige Geest op ons allen laten schijnen, opdat wij van deze avond af aan, een leven kunnen leven waarvan God zou zeggen: "Het behaagt Mij. Ga binnen in de eeuwige vreugden die voor u bereid zijn sinds de grondlegging van de wereld." Laat de God des hemels Zijn zegeningen op al u mensen zenden.

274 Ik bid dat God u, vrouwen, zal zegenen, vanavond, die kort haar hebt, op zo'n wijze dat u het zult zien, en deze moderne trend van de dag zult verlaten, en zult beseffen dat de Bijbel zegt dat u dat niet behoort te doen. En als u er schuldig aan bent immorele kleding te dragen, dat de God des hemels Zijn genade in uw hart zal uitstorten, dat u het nooit meer zult doen, dat u nooit meer aan zoiets schuldig zult zijn. Moge de Heilige Geest het gewoon voor u openen en het u tonen. Moge u, zonder de doop van de Heilige Geest...

275 Moge u, mannen, die vrouwen hebt, en hen toelaat de baas van het huis te zijn en u rond te leiden, moge de God des hemels u genade geven om stevig in uw schoenen te staan en die vrouw weer terug te brengen tot de juiste gezindheid, ja, en te beseffen dat dat uw plaats in Christus is. Niet een baas nu, maar u bent het hoofd van het huis. Bedenk, zij is zelfs niet in de oorspronkelijke schepping. Zij is alleen een bijprodukt van u, door God aan u gegeven om voor u te zorgen, om uw kleding schoon te houden, en uw maaltijden klaar te maken, enzovoort. Zij is niet uw dictator.

276 U, Amerikaanse vrouwen, u loopt rond met een hoop verf op uw gezicht, en uw neus omhoog in de lucht (als het zou regenen, zou het u laten verdrinken), en dan denkt u dat u een soort dictator bent. U bent het voor een verwijfde man, maar niet voor een werkelijke zoon van God. Juist.

277 Moge God u, mannen, genade geven, als zonen van God, om met dergelijke nonsens op te houden. Dat is juist. Moge Hij u genade geven om die sigaretten weg te gooien, en te stoppen met het luisteren naar die vuile grappen, al die onzin. Laten wij zonen Gods zijn, zodat wij een levenswandel kunnen hebben die het Evangelie waardig is.

     En zodat iemand die over straat loopt zegt: "Als er ooit een Christen was, dan gaat er daar een. Daar gaat iemand door wie God Zich regelrecht toont, en die man is een echte Christen, als er ooit een Christen was. U mag denken dat zij er ouderwets uitziet. Zij is een echte dame." Daar is het.

278 Wees een eerbaar Christen, want wij zijn hier vreemdelingen. Dit is ons thuis niet. Ons thuis is boven. Wij zijn zonen en dochters van een Koning, van de Koning. Laten wij ons leven een eerbaar leven laten zijn. Laten wij een leven leiden dat tot eer zal zijn van datgene wat wij beweren te zijn, een Christen. En als u zo'n soort leven niet kunt leiden, laat u dan geen Christen meer noemen, want u werpt alleen maar smaad op de zaak.

279 Dank u, mensen, die hier op deze hete avond zit. Ik vertrouw erop dat er op die dag niet één van u verloren zal zijn. Ik vertrouw dat u en ik samen genade zullen vinden voor God, dat ik in staat zal zijn om altijd stand te houden voor wat de Waarheid is, nooit om u te kwetsen, maar ook nooit om u een pak slaag te onthouden. Ziet u? Als ik dat zou doen... Ik zou geen goede vader zijn als ik mijn kind gewoon maar alles liet doen. Ik zal ze corrigeren. Elke liefde zal dat doen. Liefde is corrigerend. Ik herinner mij dat je mij die dag dat briefje schreef, Pat. Ik heb het nog steeds. En liefde is corrigerend. De Bijbel zegt het. En als het niet correct is... Dat is de reden dat God ons corrigeert. Hij heeft ons lief.

280 Mogen wij van nu af aan een leven leiden dat waardig is, met zachtheid en lieflijkheid. Besteed er geen aandacht aan als iemand zegt: "Wel, prijs God, ik weet dat zij het heeft. Zij sprak in tongen. Zij danste in de Geest." Dat is in orde. Maar als zij de vrucht van de Geest niet heeft, is de Geest daar niet. Zij bootst alleen maar een of andere soort emotie na, of zoiets, omdat de Heilige Geest slechts het leven van de vrucht van de Geest kan leven. Dat is de enige wijze waarop Hij het kan doen.

281 God zegene u. Laten wij ons hoofd even een ogenblik buigen. Laat de... God, Die Zijn licht heeft laten uitstralen in deze laatste dag, dat hier voor mij ligt, van Zijn Bijbel; en de foto van deze engelen, dit mystieke licht in de vorm van een piramide, waarvan zelfs de wetenschappers niet weten hoe het hier kwam. Zij kunnen het niet verklaren. Maar, Vader, wij zijn dankbaar. U vertelde het ons, maanden voor het gebeurde, en wij zijn U dankbaar.

282 Laten de mensen, die bij Uw Naam genoemd worden, zich vanavond afscheiden van zonde, Here, van ongeloof. Moge, omdat... ik heb zo scherp tegen onze zusters moeten spreken, niet omdat ik hen niet liefheb, Here, maar ik wil het niet toestaan dat de duivel hen zo opwerkt totdat zij een dezer dagen doodvallen en dan proberen U in zo'n toestand te ontmoeten, nadat zij de Waarheid van God, zoals dit, hebben gehoord. Mogen zij voelen dat zij het aan zichzelf verplicht zijn om de Schriften te gaan doorzoeken, om te zien of dat juist is. Om dan oprecht op hun knieën te gaan en te zeggen: "God, is dat de Waarheid?" Dan zal dat alles zijn wat nodig is, Here, dat zij er oprecht in zullen zijn, want Uw Woord is de Waarheid.

283 De mensen hebben gezeten. Velen hadden misschien dingen die hen kwetsten. Maar de Geest van God sprak tot hen, en zij zaten stil en luisterden. Het uur wordt laat. Het uur is laat in de avond, en het is ook laat in de tijd waarin wij leven. De zon is aan het ondergaan. De wereld is aan het afkoelen. God, de duisternis zal spoedig intreden, en dan het komen van de Here, om Zijn gemeente weg te nemen. Wat danken wij U hiervoor, Here!

284 Wij bidden nu dat U elk persoon in Goddelijke tegenwoordigheid zult zegenen. Ieder die deze band hoort, Here, rond de wereld, mogen zij die oude geloofsbelijdenissen en dergelijke verlaten, en komen en de levende God dienen, komen en erin investeren, en doen zoals de koningin van het Zuiden deed. Zij kwam, het kostte haar drie maanden om bij een man te komen die Jezus Christus vertegenwoordigde, of de God des hemels; Salomo. Jezus zei: "Zij kwam van de uiterste delen van de wereld, om de wijsheid van Salomo te horen, en zie, een grotere dan Salomo is hier." En wij weten dat "de grotere dan Salomo" hier is, de grote Heilige Geest Zelf, is hier, werkend door de mensen. Wat danken wij U hiervoor, Vader. Ik bid de zegening nu.

285 Zegen onze geliefde herder, broeder Neville. Here, als ik... als ik naar hem kijk en denk aan zijn liefdewerken, dan springt mijn hart gewoon op. Ik heb hem lief. Om hem te zien hoe hij naar zijn vrouw en zijn kleine kinderen kijkt, ik bid, God, dat U hem zult versterken. Geef hem moed. Zegen hem voor veel, veel meer jaren van dienst, in dit grote oogstveld waarin wij leven.

286 Zegen al deze prediker-broeders die hier vanavond zitten. Velen van hen zijn bezoekers uit andere plaatsen. Ik bid dat U daar met hen zult zijn, Junie en broeder Ruddell, en die dierbare mannen die zusterkerken van deze kerk hier zijn, die staan om het Evangelie-licht vast te houden in de verschillende delen van de steden in de omtrek, die strijden voor ditzelfde licht. Dank U voor deze mannen, Here. Bemoedig hen. En geef hun genade om de grote beproevingen en dingen te weerstaan die op aarde komen om alle Christenen te beproeven.

287 Genees de zieken en de aangevochtenen, Here. Wees met ons in deze komende week nu. Geef ons moed. Mogen de kleine, gebrekkige zondagsschoollessen van deze dag hun hart nooit verlaten. Mogen zij het dag en nacht overdenken. Sta deze zegeningen toe, Vader. In de Naam van Jezus Christus vraag ik het. Amen.

288 Hebt u Hem lief? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Gelooft u het? ["Amen."] Laten wij ons goede lied weer zingen: "Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief", terwijl wij ons met elkaar verenigen. Waar is zuster Ungren? Is zij hier, een van hen, of de zuster die op de piano heeft gespeeld, een van de dames hier? Ik zie het niet. Ja, hier is zij, de dame hier. Dat is goed,

289 Ik wilde vanavond heel graag – maar ik zag broeder Ungren niet – ik wilde dat hij vanavond voor mij zou zingen: "Hoe groot zijt Gij!" Ik vermoed dat de broeder naar huis is gegaan. Zie? Ik hoorde dat lied vanmorgen en ik waardeerde het zeker. My, o my! Dat klonk gewoon door mijn hart. En ik had het hem willen horen zingen: "Hoe groot zijt Gij!"

290 Nu, laten wij zingen: "Ik heb Hem lief", iedereen samen. Nu, sluit gewoon uw ogen. En laten wij nu naar Hem opzien en zeggen: "Here, als er ook maar enige vleselijkheid in mij is, neem het er uit, precies nu. Neem het er uit." En u, buiten, die deze band hoort, wanneer u dit lied hoort zingen, zing het dan met ons mee, gewoon in de stoel waarin u zit.

     Als er zijn... als u veroordeeld wordt door het Woord, als u niet denkt dat het het Woord is, onderzoek de Schriften en zie of het juist is. Het betaamt u. Het betekent leven of dood.

     En dan, terwijl wij dit lied zingen, als er vleselijkheid is in uw leven, zou u dan niet uw hand willen opsteken, in uw stoel? Laat uw kinderen en uw vrouw hun hand opsteken, uw geliefden om u heen, en zing: "Ik heb Hem lief", en geef uw leven aan Hem en zeg: "Reinig mij, Here, van alle kwaad."

     Laten wij opstaan terwijl wij nu zingen.

Ik heb Hem lief, ik...

     Here Jezus, ik bid dat U de mensen zult genezen die deze zakdoeken zullen dragen. Ik zegen ze in Jezus Christus' Naam. Amen.

En mijn redding kocht
Aan het kruis van Golgotha.

291 Nu, in deze grote zegening! Blijf het gewoon spelen, zuster. Sluit gewoon uw ogen en denk nu een ogenblik na. Laten wij in ons hart bidden: "Here Jezus, doorzoek mij. Heb ik U werkelijk lief? U zei: 'Als u Mij lief hebt, zult u Mijn uitspraken bewaren. Als u Mij lief hebt, zult u Mijn Woord bewaren.'" Zeg dan in uw hart: "Here, laat mij Uw Woord bewaren. Laat mij het verbergen in mijn hart, om nooit tegen U te zondigen dat is om ook maar iets wat U gezegd hebt niet te geloven."

292 Nu, terwijl wij zingen: "Ik heb Hem lief", laten wij iemand vlakbij ons de hand schudden. Reik gewoon de hand en zeg: "God zegene u, broeder, of zuster." Heel rustig nu.

     "Ik..." God zegene u, broeder. "Ik..." God zegene u, mijn zuster. God zegene u, zuster. God zegene u. God zegene u, zuster. "En mijn..." God zegene u, mijn zuster. God zegene u. God zegene u. God zegene u.

...-gotha.

293 Nu, laten wij onze handen opheffen naar Hem.

Ik heb Hem lief,
Omdat...

     Hebt u nog iets wat u zou willen doen? Ik wil dat u eindigt.

... lief had
En mijn redding kocht
Aan het kruis van Golgotha.

294 Hebt u Hem lief. [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Is Hij niet wonderbaar? ["Amen."] Ik bid voor ieder van u, kinderen. Wat goed zou het mij doen om hier te staan en deze dingen te zeggen als ik in mijn hart niet dacht dat het u zou helpen? Terwijl ik vermoeid ben en uitgeput. Ik kan hier gewoon nauwelijks blijven staan. Mijn voeten doen pijn. En mijn schoenen, ik heb er in staan zweten en alles, tot mijn voeten gezwollen zijn. En ik ben zo vermoeid! Ik ben geen jongen meer. En ik heb predikingen van drie of vier uur gepredikt, en voor de zieken gebeden, en ben dag en nacht bezig geweest. Waarom zou ik hier staan om het te doen?

     U weet, al deze dertig jaren, als het voor populariteit was, ik heb dat vermeden. U weet dat ik geen geld aanneem. U weet dat. Ik heb het niet gedaan. Heb ik u iets verteld in de Naam des Heren dan wat kwam te geschieden? U weet dat dat juist is.

     Ik heb u lief. Het is de liefde van God die in mijn hart is voor ieder van u. Ik wou dat ik kon... Ik wens dat ik voor God zou kunnen staan en zeggen: "God, laat mij hen helpen. Laat mij dit doen." Ik kan het niet doen. Iedereen moet op zichzelf staan. Ziet u?

295 Ik geloof dat wij nu allemaal naar boven gaan, een dezer dagen. En als het gebeurt dat wij voor die tijd in slaap vallen, als ik van u word weggenomen, bedenk dat ik u daar zal ontmoeten. Ik weet dat het daar is. Diezelfde visioenen die u alles verteld hebben, die volmaakt waren, zijn komen te geschieden precies zoals Hij zei. Niemand, gedurende al deze jaren, kan hier ooit zeggen dat ik u ooit iets verteld heb dat zou gebeuren dan wat geschiedde. Over heel de wereld weet men dat. U hebt het nooit op het podium gezien, dan dat het iedereen precies de waarheid vertelde. Ziet u? Het is altijd zo geweest. Diezelfde God liet mij voorbij het gordijn van de tijd kijken, en ik zag die vrouwen en mannen hun armen om mij heen slaan en mij omhelzen en zeggen: "O, broeder Branham."

296 Ik kan gewoon niet stilzitten. Dus al ben ik vermoeid, ik ga toch. Mijn rug doet pijn. En ik, elke dag... Ik ben vierenvijftig jaar oud. U weet, je krijgt elke dag een extra pijn.

     Mijn gebed is: "God, houd mij staande. Houd mij staande om het Woord te prediken, op die Waarheid te staan, tot ik mijn jongen zie, Joseph, oud genoeg, en vervuld met de Heilige Geest; dan kan ik deze oude versleten Bijbel nemen, hem in zijn hand leggen en zeggen: 'Zoon, draag hem tot het einde van je leven. Sluit er geen compromissen over.'"

297 Ik dacht dat Billy misschien het Evangelie zou prediken. God riep hem nooit.

     Maar ik geloof, Joseph, wat een kleine deugniet hij ook is, ik geloof dat God hem geroepen heeft. Dat is de reden dat kinderen niet met hem overweg kunnen. Hij is een leider. En ik weet dat God hem geroepen heeft. Ik wil hem trainen in de wijze van het Woord, de wijze van het Woord van de Here, zodat hij dat Woord niet zal verzaken. Ik wil het zelf doen, zo God het wil. En wanneer ik oud word en mij terugtrek, en hem daar in de kansel kan zien staan en zeggen: "Dit is hetzelfde Evangelie waar mijn papa voor stond. Hij zit daar vanavond, oud en gebroken. Ik wil zijn plaats innemen en in zijn schoenen staan, daar staan."

298 Dan zal ik omhoog kijken en zeggen:" Here, laat Uw dienstknecht gaan in vrede." Dat is wat ik zo graag wil zien; tot die tijd komt...

299 Dan, wat als ik zou opstaan in een andere generatie? Ik kan het niet. Ik moet in deze generatie komen. Ik moet met u staan. U bent degenen waarvoor ik moet staan, en voor wie ik God rekenschap moet afleggen, voor het Evangelie dat ik heb gepredikt. Denkt u dat ik hier zou willen staan en proberen u te bedriegen, om ergens van weg te gaan, waar ik van dacht dat het juist was? Ik zou u aanmoedigen om het te gaan doen. Maar ik weet, dat, wanneer het fout is, ik u daar uit wil krijgen, en ín datgene wat juist is. Waarlijk, vanuit mijn hart, God zij mijn getuige, ik heb ieder van u lief, met echte, goddelijke christelijke liefde. God zegene u. Bid voor mij.

300 Ik weet niet wat mijn toekomst inhoudt, maar ik weet Wie mijn toekomst vasthoudt, dus rust ik daarin.

301 Ik geef deze kansel over aan een man in wie ik het allergrootste vertrouwen heb als een dienstknecht van Jezus Christus, onze voorganger, broeder Neville.

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)