De aanklacht

Door William Marrion Branham

1 Dank u, broeder Neville. Laten we even blijven staan voor gebed. Laten we onze hoofden buigen. Hebt u soms bijzondere wensen, die u door een opgeheven hand bekend wilt maken? Zeg eenvoudig tot God: "Ik..." Houd nu in gedachten wat u Hem wilt vragen en geloof met uw gehele hart, terwijl ik ook mijn gebed voor u aanbied.

2 Hemelse Vader, wij achten het een groot voorrecht op deze sombere dag in het huis des Heren te komen, om daar het zonlicht van God te zien schijnen en te horen hoe de Heilige Geest door de mensen zingt en spreekt, een beetje zonlicht binnenin ons. Wij danken U voor deze hemelse zonneschijn in onze harten. Wij danken U daarvoor.

3 Nu heeft Uw volk in deze samenkomst de handen opgeheven, opdat U de verzoeken die zij verlangen, vanmorgen zult beantwoorden. Ik bid, Vader, dat U ieder afzonderlijk zijn of haar wensen wilt inwilligen. Er zijn er zoveel op deze lessenaar neergelegd, overal zijn er vele verzoeken om gebed; mensen zijn ziek, lijdend, telefoongesprekken van grote afstanden, ongeveer vijftig per dag. O, God wat moeten wij doen? Leid ons slechts, Here, wij weten niet waar heen te gaan of wat wij moeten doen, maar Gij kunt deze dingen leiden. Wij bidden dat U het ons toestaat, want het is ons doel, Heer... Het leven dat wij op aarde hebben, hebt Gij ons gegeven, en wij willen het gebruiken om U daarmee te eren. Nu, leid ons in deze dingen, Vader.

     Zegen ons vandaag, daar wij bij elkaar gekomen zijn om het Woord des Heren te horen, om liederen te zingen, gebed te offeren. Verhoor onze gebeden. Verblijd U over onze liederen en spreek tot ons door Uw Woord, want wij vragen het in Jezus' naam. Amen. (U kunt plaatsnemen.)

4 Ik ken eenvoudig geen plaats waar het voor mij een groter voorrecht is om te staan, dan achter de preekstoel, om voor wachtende, hongerende, dorstende mensen het brood des levens te mogen breken. Dat is een groot voorrecht.

5 Eerst wil ik vragen of er hier iemand van de familie Wright is: Hattie of Orville, of wie ook. Hattie. Is Orville bij je, Hattie? Wel, vraag hem of hij onmiddellijk langs mijn huis wil komen, over wat ik hem vertelde, weet je, voor... Of hij even langs kan komen als hij kan. Ik vergat om iets mee te nemen voor hun hondje dat ze hebben. Rijd straks dadelijk uit de dienst even langs huis, als je wilt.

6 Edith, Hattie's zuster, die wij van klein meisje af kennen, die verlamd is sinds haar kinderjaren, is nu een vrouw en het gaat haar erg slecht. Ongeveer een jaar geleden ging ik daar heen, toen zij voor de eerste keer een aanval had en ik ontdekte dadelijk wat haar kwaal was, door de hulp en genade van God. Wat eigenlijk de moeilijkheid van dit kind is, is dat haar ledematen samengedrukt zijn, zodat zij ze niet eens afzonderlijk kan bewegen. Dat komt door de geweldige druk op het zenuwgestel. Maar eigenlijk is er lichamelijk niets verkeerd met haar, behalve de ziekte van de kinderverlamming die zij met ongeveer zes maanden oud kreeg.

     Ze schreeuwde en huilde bijna haar leven lang, totdat wij vele jaren geleden voor haar baden, en sindsdien is zij gelukkig geweest, tot ongeveer een jaar geleden. Nu heeft zij haar overgangsjaren, met andere woorden, de verandering van haar leven, en haar zenuwen zijn in een verschrikkelijke toestand. En de kleine dame heeft zich ingebeeld dat zij sterven moet, dat zij eenvoudig niet verder kan leven, zij leeft van het ene uur naar het andere. En u weet dat zelfs heel gezonde, sterke vrouwen een verschrikkelijke tijd kunnen doormaken.

7 Soms moeten zij hormooninjecties hebben; zij gaan naar klinieken en krijgen schokbehandelingen, enzovoort, gedurende deze tijd.

8 In het leven van de mens vinden twee overgangen plaats, de overgang van een jongen tot man en van meisje tot vrouw. Ongeveer op de leeftijd van zestien, zeventien jaar worden zij een stel nachtbrakers. Als u ze slechts kunt verdragen op die leeftijd. Ik heb op dit moment een dochter op die leeftijd, Rebekka. Bid voor haar en voor Billy. O, ieder van ons moet deze ietwat dwaze tijd doormaken, daarom moeten wij hen verdragen en inzien dat zij het moeten doormaken.

9 En nu heeft Edith precies de overgang van de zeven jaren. Om de zeven jaar verandert uw leven, en zij is zeven maal zeven, ziet u, dat maakt het iets moeilijker. Dat is een volkomen verandering; en het bezorgt de vrouwen last. Mannen hebben in deze tijd vaak een eigenaardig gedrag en verlaten soms hun vrouw. De vrouwen zijn na deze tijd onvruchtbaar. Wij moeten dat allen doormaken. Wij moeten er aan denken, dat dit dingen zijn die we van elkaar moeten verdragen en begrijpen.

10 De kleine Edith is nu in deze toestand gekomen; zij heeft veel aan gewicht verloren en ziet er slecht uit. En ik zeg u... een keer een avond (niet allemaal tegelijk), eens even langs gaan... Zij hebben dag en nacht met haar opgezeten. Van deze Tabernakel of van de andere Tabernakels – de zuster-Tabernakels hier, laat iemand daar eens heengaan. Laat iemand van u de familie Wright eens gaan bezoeken, ik ben er zeker van dat zij het zullen waarderen. Ga even naar hen toe, en ga een poosje bij hen zitten en spreek met hen, geef hun een hand, ook als het niet meer dan een klein vriendelijk bezoekje is. Wij vergeten dat zo gemakkelijk, weet u. Wanneer het ons overkomt, dan waarderen wij het ook, en wij moeten er aan denken dat anderen het ook op prijs stellen. Ik ben er zeker van dat de familie Wright zich daarover zal verheugen. Ik weet immers dat u het gedaan zou hebben als u op de hoogte was geweest van deze toestand. Maar u hebt het niet geweten, daarom heb ik het u nu verteld.

11 Ga de familie Wright bezoeken en doe uw best Edith wat op te vrolijken. Zeg haar niet dat zij er slecht uitziet, zeg haar dat zij er goed uitziet. Het zal weer spoedig goed met haar gaan (heel zeker), wanneer wij ons slechts voor haar blijven inzetten. Daarvoor zijn wij hier. Zij is onze zuster, en wij zijn hier om in deze tijden met gebed voor haar in te staan, precies zoals ik zou willen, dat iemand zich in het gebed voor mij inzet, terwijl ik door mijn beproevingen moet gaan en u zou ook willen dat iemand voor u bidt.

12 De familie Wright zijn één van de oudste leden die ik ken, die in deze samenkomsten komen; zij, met broeder Roy Slaughter en zuster Slaughter, geloof ik. Ik heb hen een paar minuten geleden nog gezien, heb naar hen gewenkt, toen ze binnenkwamen en dacht zo bij mijzelf, toen ik de hoek omging: "Hoeveel jaren zie ik broeder en zuster Slaughter al hun plaats in deze gemeente innemen, door alle hoogten en diepten heen, en toch trekken zij steeds verder mee." En ook de familie Wright en anderen. Men waardeert zulke mensen. Ziet u? Laat ons hun onze achting betuigen.

13 Nu, vandaag heb ik een lange boodschap. Het gaat over een aanklacht. Ik heb gehoord dat vanavond het avondmaal wordt gevierd en voetwassing. Dus zal de herder vanavond voorgaan en wij zullen hier ook zijn. En wanneer u hier in de buurt bent, kom en verblijd u over de boodschap van de herder, van de Here. Ook mede door de voetwassing en het avondmaal is het vanavond een volle, goedgevulde avond. Wij zullen ons verheugen u hier te hebben, als u nergens anders heengaat.

14 Dan zullen wij Don Ruddell, onze broeder, begroeten en broeder Jackson (en al deze broeders, die uit zustergemeenten komen), broeder Jack Palmer hier, die de groep in Georgia leidt. En wij willen deze mannen met heel ons hart waarderen. Steeds wanneer wij samenkomen en diensten hebben en ik hier ben, komen zij ons bezoeken. En wij waarderen dat.

15 Vanmorgen zie ik ook mijn goede vriend, Dr. Lee Vayle en zijn vrouw. Ik zag zuster Vayle het eerst en ik bleef uitzien waar broeder Lee was. Ik heb, zoals het spreekwoord zegt, nog een appeltje met hem te schillen. Ziet u? Ik keek elke dag naar hem uit op die conventie of hij er was om mij te helpen. Ik zei: "Welnu, wanneer Lee komt, laat ik hem prediken, en ik zal dan alleen voor de zieken bidden." Wij lieten hem zelfs oproepen en deden al het mogelijke, maar konden hem echter niet vinden; daarom heb ik een appeltje met hem te schillen, wanneer ik hem straks aantref. Wij verheugen ons, dat broeder en zuster Vayle vanmorgen hier bij ons zijn.

16 Misschien zijn er nog vele anderen hier, die wij niet kennen. Ik zie hier een zuster, ik geloof dat zij van Chicago komt. Ik ken die groep daar wel, maar ik kan mij hun namen niet precies herinneren. Wij stellen het zeer op prijs u allen hier te hebben, waar u ook vandaan komt.

17 Ik zie de broeders hier, twee jonge mannen die vanmorgen ingewijd zullen worden als predikers. (Zij zijn tenminste jong in de bediening.) Twee van onze gekleurde broeders uit New York hebben juist hun geloofsbrieven via de Philadelphia gemeente ontvangen en deze gemeente opgegeven als degene waar zij vandaan komen. Wij willen hun de handen opleggen, opdat God hun dienst in New York zal zegenen. Wij hebben daar twee of drie kleine gemeenten. Ik geloof dat broeder Delano een van de groepen daar leidt en wij waarderen hen zeer. En hier zijn nog twee broeders die voor de mensen daar samenkomsten zullen houden. En wij waarderen deze dingen. De Heer zegene u rijkelijk.

     Wanneer ik zo rondkijk, zie ik velen van u; maar ik kan al uw namen niet noemen, ik weet echter dat Hij het begrijpt.

18 Ik wil nu vragen of onze zuster, de pianiste, of iemand anders hier wil komen en voor ons wil spelen:

Toen de vurige kool de profeet had aangeraakt,
En hem zo rein maakte, als rein maar kan zijn,
En toen de stem van God sprak: "Wie zal voor ons uittrekken?"
Toen antwoordde hij: "Meester, hier ben ik, zend mij!"

     Wij weten dat de Bijbelse wijze van bevestiging van een prediker de oplegging der handen is. Ik geloof, dat de broeders van de 'late regen', of de 'Battlefordmensen' enzovoort, hierover in verwarring zijn geraakt, toen zij meenden dat men door oplegging der handen Geestesgaven kon toedelen. Wij geloven niet dat de gaven door handoplegging komen. Wij geloven dat de oplegging der handen een bevestiging is van wat wij reeds hebben gezien. Begrijpt u? Het betekent een 'amen'!

19 Toen zij Timotheüs en de andere broeders de handen oplegden, hadden zij bemerkt dat in deze broeders de gave al aanwezig was. Denk er aan: "Wek de gave op, die in u is, hetwelk eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Loïs." Dat hadden zij in Timotheüs gezien, en daarom legden de oudsten hem de handen op en wijdden zij hem in; niet dat zij een man de handen oplegden waarin zich nog nooit wat had getoond. Ziet u? Zij baden alleen om de zegen, en daar geloven wij in. Wij brengen daarom geen Geestesgaven over; wij erkennen ze alleen en leggen hun de handen op om hen te bekrachtigen, omdat wij geloven dat God zulke dingen voor de mensen heeft gedaan.

20 Vanmorgen bemerkte ik daar helemaal achteraan broeder McKinney (ik geloof, dat hij Kinney of McKinney heet), de Methodistenprediker, die ook hier pas kort geleden werd ingezegend (ik geloof dat dat zo is, hier op het podium), om met broeder en zuster Dauch in Ohio samen te werken en met de groep daar. O, wanneer wij allen tezamen komen, ons op deze kleine plaatsen verzamelen, dat is wonderbaar! Geen denominatie, generlei binding dan alleen aan Jezus Christus, dat is alles; eenvoudig samen te zitten in hemelse plaatsen.

21 Goed, zuster, als u ons een akkoord wilt geven... Nu, laat ons dit ene vers ervan zingen: Toen de vurige kool de profeet had aangeraakt. Laten we het samen zingen.

Toen de vurige kool de profeet had aangeraakt
En hem zo rein maakte, als rein maar kan zijn,
Toen de stem van God sprak: "Wie zal voor ons uittrekken?"
Toen antwoordde hij: "Meester, hier ben ik, zend mij!"

Spreek, mijn Heer; spreek, mijn Heer. (Nu, broeders wilt u naar voren komen.)
Spreek, en ik zal u dadelijk antwoorden.

     [De gemeente zingt verder – Vert]

     Laten de andere predikers naar voren komen, als zij willen, die de handen op hen zullen leggen, het zijn medewerkers van de gemeente hier: broeder Ruddell, broeder Lamb en de anderen.

Spreek, en ik zal antwoorden: "Heer, zend mij!"

O, miljoenen mensen sterven nu in zonde en schande;
Hoort hun treurige, bittere geschrei;
Haast u broeders, haast u tot hun redding;
Antwoord dadelijk: "Meester, hier ben ik!"

Spreek, mijn Heer; spreek, mijn Heer;
Spreek, en ik zal U snel antwoorden.
Spreek, mijn Heer, spreek, mijn Heer.
Spreek, en ik zal antwoorden: "Heer, zend mij!"

     "Hoe heet u, broeder?"

     ["Orlando Hunt."]

     "Broeder Hunt, uit de stad New York, is dat juist? En u broeder?"

     ["Joseph Coleman."]

     "Joseph Coleman."

22 Nu, wilt u zich even tot de aanwezigen wenden, broeders. Broeder Hunt en broeder Coleman, met de roep van God in hun hart. Zoals wij daarstraks het lied gezongen hebben: "Miljoenen sterven nu in zonde en schande"; zij hebben dit treurige en bittere geschrei gehoord. En wij bidden u: "Haast u broeders tot hun redding." Ziet u? Antwoord snel: "Meester, hier ben ik!" Zo antwoorden zij deze morgen.

23 En nu, wij als broeders van deze gemeente, en deze groep, bekrachtigen dit door hun de handen op te leggen en hun de rechterhand der gemeenschap te geven, om met onze ondersteuning de getuigen van Jezus Christus te zijn: dat wij hen in alles zullen ondersteunen wat eervol en recht in het Evangelie is. Onze gebeden voor deze mannen zullen steeds zijn: dat God hen gebruiken moge tot Zijn eer. Moge hun dienst in New York rijk en groot zijn. Moge hun leven gevuld zijn met dienst voor Hem, mogen zij kostbare schoven in het Koninkrijk brengen. Mogen zij een lang en gelukkig leven hebben. Moge de Heer, onze God, hen ondersteunen met Zijn eeuwige tegenwoordigheid, en hun gezondheid en kracht geven en hen in Zijn dienst houden, tot Jezus Christus ze roepen zal in het eeuwige vaderland, in de hemel der rust.

24 Laat ons nu in deze samenkomst onze hoofden buigen en wij, predikers, komen naar voren om hun de handen op te leggen. [Broeder Branham gaat van de microfoon weg, om beide broeders de handen op te leggen – Vert]

25 Onze hemelse Vader, wij leggen onze handen op broeder Hunt, in de Naam van de Here Jezus Christus, omdat wij van hem weten, Heer, dat hij oprecht is. Wij danken U voor deze roeping in zijn leven voor de bediening. Heer, spreek door deze broeder, win zielen en breng bevrijding, Here, aan hen die in gevangenschap zijn, zowel in ziekte, als in gedachten, lichamelijk en geestelijk. Here, geef hem een waarachtige bediening, dat hij aan het einde van zijn weg op deze lange weg mag terugzien en zien dat hij door de genade van God bekwaam was iedere vijand te overwinnen. Door onze Here Jezus Christus vragen wij het. Amen!

26 Op broeder Coleman leggen wij ook onze handen als getuigen, Here, om zijn roeping de bekrachtiging te geven, dat wij, deze gemeente, deze groep van mensen, geloven dat hij een dienaar van Christus is. Wij vragen dat U hem zegent en een grote, machtige bediening geeft, dat hij zielen zal winnen voor zijn Heer, de gevangenen bevrijden en de kracht van Satan zal breken, die het leven van de mensen omgeeft, waarmee hij omgang heeft. Geef hem, Here, een leven dat vrucht draagt om ons te helpen en te versterken. En wanneer hij aan het einde van de weg komt, sta het toe, God, dat ook hij kan terugkijken op een lange weg en zien, dat hij door de genade van Jezus Christus, de ketenen van de vijand kon verbreken ter ere van God.

     Hemelse Vader, mogen deze mannen nu zo leven en werken in de oogst van God. Moge Uw zegen op hen rusten en wees met hen tot de tijd dat wij ons allen verzamelen aan de voeten van onze grote Meester. Wij vragen het in de Naam van Jezus Christus. Amen!

27 God zegene u, broeder Hunt en moge Hij ook u een vruchtbare bediening geven. God zegene u. Nog eenmaal:

Toen de vurige kool de profeet had aangeraakt,
En het hem zo rein maakte, als rein maar kan zijn,
Toen de stem van God sprak: "Wie zal voor ons uittrekken?"
Antwoordde hij: "Meester, hier ben ik, zend mij."

O, spreek, mijn Heer (moge Hij spreken tot vele jonge harten), spreek, mijn Heer (die van God geroepen zijn);
Spreek, mijn Heer, spreek, en ik zal U snel antwoorden.
Spreek, mijn Heer, spreek, mijn Heer;
Spreek, en ik zal antwoorden: "Heer, zend mij!"

28 Hoe danken wij de Here deze morgen voor het grote voorrecht van de gemeente, dat wij getuigen mogen zijn van het uitzenden van predikers op het oogstveld in deze laatste dagen. De genade van God moge met u meegaan, mijn broeders. Ik hoop, dat Hij u zendt in buitenlandse gebieden, over de hele wereld, en dat u daar waar het nodig is, deze ondoorgrondelijke rijkdommen van Jezus Christus zult prediken. Het is zo noodzakelijk voor de huidige wereld.

29 Wij hebben zoveel van deze goede dingen; wij moeten slechts hier en daar wat nemen, om vanmorgen alles in de dienst te krijgen. Nu, bij het thema waarover ik zal spreken vandaag... Ik houd er soms niet van om deze verschrikkelijke tijd te benaderen.

30 Als er enigen van u verleden zondag hier niet waren en de boodschap over De derde exodus [uittocht] niet hebben gehoord; als u de bandopname wilt hebben, is deze verkrijgbaar. Ik geloof dat u erg verheugd zult zijn over deze prediking over De derde exodus.

31 Wat hebben wij hier? Een zieke jongen of zoiets? O, een verlamde kleine jongen. Ja. Moge God hem zegenen. Direct aan het einde van de dienst zullen wij in ieder geval voor de zieken bidden. Begrijpt u? Dus wij... Nu...

32 Wij vragen u, als het misschien mogelijk voor u is, om de boodschap te nemen over De derde exodus; het is de derde keer dat het Licht, de Engel des Heren, de mensen tot een exodus [uittocht] roept, dat Hij Zichzelf zichtbaar op de aarde getoond heeft in een uittocht. Ziet u? Voor mij is het werkelijk buitengewoon: deze Derde exodus.

33 Wilt u mij toestaan dat ik mijn jasje uittrek? Het is verschrikkelijk warm in de Tabernakel vanmorgen, en de enige luchtverversing die wij hier hebben is, dat u uzelf lucht moet toewaaien. U moet het door uw eigen kracht voortbrengen. Wij hebben plannen, dat wij hier op een dag een koelinstallatie zullen inbouwen, zodra wij de dingen in orde hebben gemaakt.

34 Nu, wij waarderen het zeer, als u de boodschap De derde exodus zou willen horen. We hebben vele uittochten gehad, maar we kunnen met beslistheid verklaren, dat er drie uittochten waren waarbij God in de vorm van een Vuurkolom naar beneden kwam om de mensen te roepen zich af te scheiden. Ook nu is het een afscheiding van mensen.

35 Wij zien, dat toen Hij Zijn eerste exodus riep, Hij voor hen uitging in een Vuurkolom en hen leidde naar een land, waar Hij later aan hen verscheen in de gestalte van een Man, genaamd Jezus Christus. (Hij kwam van God en ging tot God!) En toen werd Hij verworpen. En Hij was toen gekomen om de mensen uit een formele toestand te roepen, waarin zij waren terecht gekomen; zoals zij daar in Egypte waren: zij gaven zich over aan de zonden en de levensgewoonten van de Egyptenaren. En God riep hen eruit.

36 En nu zien wij dat zij de tweede keer afvielen onder de gevangenschap door het Romeinse Rijk. En zij vervielen in geloofsbelijdenissen en wendden zich af van de ware oprechtheid van de aanbidding; en God zond weer een andere exodus. Hij verscheen in de vorm van een Man, die de mensen leidde.

37 In de eerste exodus was Hij een Vuurkolom. Toen Hij daarna op aarde kwam in het Lam, waarheen leidde Hij hen? Wat een prachtig beeld zal het zijn in het duizendjarig rijk, waarheen Hij de gemeente nu leidt. Wij zullen Hem zien gelijk Hij is. Wij zullen een lichaam hebben zoals Zijn verheerlijkt lichaam.

38 En vandaag, door het licht van het Evangelie, weerspiegeld vanaf een Licht, een Vuurkolom zichtbaar onder ons... De wetenschap heeft het ook gezien; het stond in de tijdschriften over de hele wereld; en het is zowel wetenschappelijk als geestelijk herkend als dezelfde Vuurkolom, door dezelfde tekenen en dezelfde dingen, die het steeds tevoorschijn bracht.

39 En nu, temidden van een hoop fanatisme en dergelijke, identificeert God Zich nog altijd Zelf. Nu, wij erkennen dit, en hoe wonderbaar is het te weten dat op een dag deze aardse tabernakel, dit oude, broze lichaam, waarin wij ziek en aangevochten zijn, veranderd zal worden en aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijk gemaakt zal worden. Dan zullen wij Hem zien gelijk Hij is, en bij Hem zijn in het land, waarvoor wij vandaag reeds zijn bestemd. O, het geeft ons het gevoel om op te staan en te zingen: "Ik ben bestemd voor het beloofde land." Ze zullen het waarschijnlijk toch zingen bij de doopdienst, want het is ons dooplied.

40 Nu, tot onze broeders, zowel hier als in de landen waar de bandopnamen heengaan (zij gaan over de hele wereld). Deze boodschappen zijn niet tot een bepaald individu gericht. Wij willen niet dat de mensen denken dat wij een soort kliek zijn, of een groep fanatiekelingen, die zich verzameld hebben om zich af te zonderen, schijnbaar, het geloof niet hebbende; of om ons af te zonderen van iemand, of tegen God of tegen de kerk zijn. Wij zijn vóór de kerk. Maar wij proberen door de Heilige Geest en Zijn hulp, de reden uit te leggen voor deze afscheiding die wij vandaag hebben. Wij geloven daar niet in. Wij geloven dat alle kerken gemeenschap met elkaar behoren te hebben, dat zij zich niet afgezonderd moeten houden, de Methodisten bij hun groep, de Baptisten bij hun groep, de Eénheidskerk-mensen, de Drieëenheidskerk-mensen en wat er ook maar is, alles zondert zich af. Wij geloven dat allen bij elkaar behoren te zijn, als één grote verenigde groep van het lichaam van Jezus Christus, wachtend op Zijn glorierijke wederkomst. Zij behoorden helemaal niet afgescheiden te zijn.

41 Er moet een noodzakelijke reden voor zijn, waarom wij gescheiden zijn en niet bij elkaar zijn. Terwijl ik dat bestudeerde, besefte ik, daarover nadenkend, dat het niet de kleur van onze huid is; want geel, zwart, bruin of wit, zonderen zich allen af in verschillende organisaties.

     Het is niet het soort voedsel dat wij eten; wij eten allen hetzelfde voedsel, wij dragen dezelfde kleding, enzovoort. Maar ik zie als reden ervoor: het is de mens, die van het gebaande pad van de leer van het Evangelie afgaat. Elk mens... En er moet een mogelijkheid zijn om duidelijk aan te tonen wat goed en wat verkeerd is. En de enige manier dat u dat ooit kunt doen, is aan het Woord geen enkele uitlegging toe te voegen, slechts het Woord zo te lezen als het geschreven is en het op die wijze te geloven. Ieder mens die zijn eigen uitlegging geeft, laat het iets anders zeggen.

42 Dat brengt het terug tot de oorspronkelijke organisatie van de Katholieke kerk, want de Katholieke kerk gelooft dat God in Zijn kerk is, en het Woord er niets mee te maken heeft, maar dat God in Zijn kerk is! En wat de Protestanten aangaat, vinden wij in Openbaring 17, dat zij zich allen hebben verenigd, en dat de Katholieke kerk de moeder van alle organisaties is. En wij zien dat de Protestantse organisaties, immers blind zoals zij zijn, dezelfde natuur hebben als de Katholieke kerk. De Bijbel noemt de Katholieke kerk een hoer en de Protestantse kerken dochterhoeren. Het zegt dat de hoer, de moeder der hoerendochters is. En dat is een vrouw met een slechte reputatie, die niet trouw is aan haar huwelijksbeloften. En wij maken er allen aanspraak op de bruid van Christus te zijn, en toch zo ontrouw. Wat veroorzaakt ontrouw? Door tegenstrijdig te leven ten opzichte van de tucht, die God voor Zijn bruid heeft bestemd om naar te leven, wat naar mijn eigen mening de Bijbel is. Ik geloof dat het het onfeilbare Woord van God is. Daarom zien wij, dat de Protestantse kerk, om een organisatie te hebben, zich zelfs van de Schrift afscheidt – om haar eigen organisatie te maken.

43 En hun aangestelde predikers houden zich aan alle mogelijke dingen vast. Zij komen bij de honderden in mijn studeerkamer en in de vertrekken, en zeggen: "Broeder Branham, u stelt zulke uitdagingen voor de mensen. Niemand zal er tegen kunnen standhouden. Zij weten dat het de waarheid is."

     "Wel," zei ik, "waarom doet u het dan niet?"

     "Welnu, ziet u, wanneer ik dat zal doen, kan ik gaan bedelen. Niemand... Ik heb een bediening om de Here te dienen. Ik heb haar om de mensen te dienen. Ik zal dan geen ondersteuning meer hebben."

44 Realiseert u zich dat Christus alleen onze hulp is, en de Bijbel onze steun? Maar het is... ziet u? Dat brengt de Protestantse kerken precies op dezelfde plaats waar de Katholieke kerk is.

45 "De Katholieke kerk bekommert zich niet om..." Ik wil het niet zo ruw maken om te zeggen dat het ze niets kan schelen wat de Bijbel zegt. Zij geloven in de Bijbel, maar, ziet u, zij heeft een apostolische opvolging, waar de Katholieke kerk op gebaseerd is; dat is de opvolging van de pausen, en zij noemen Petrus de eerste paus, enzovoort. Nu, zij geloven dat; zij geloven dat nadrukkelijk.

46 En de Protestanten (ziet u?) verzamelen zich en hebben een organisatie precies zoals ze het bij Nicéa, Rome, deden, waar de Katholieke kerk zich organiseerde door het concilie van Nicéa. Wij zien dat zij beiden gelijk zijn; zij doen allebei hetzelfde: zij verlaten het Woord van God, om een organisatie te maken. Ziet u? Wanneer het dan komt tot vele grote waarheden, dan schijnt dat vreemd voor hen te zijn, het is eigenaardig voor hen, omdat zij slechts door een ritueel werden onderwezen. Wij hebben geen ritueel dan de Bijbel. Wij hebben niets, dan alleen het heilig Woord van God, en daar staan wij op.

47 Vandaag wil ik slechts een paar Schriftgedeelten lezen; slechts voor een ogenblikje – uit het zuivere, heilige Woord van God, dat wij in het drieëntwintigste hoofdstuk van het Evangelie van Lukas vinden, om een basis, een uitgangspunt te hebben voor datgene wat ik wil zeggen, een uitgangspunt, voor het onderwerp waarover ik wil spreken. Sla nu het drieëntwintigste hoofdstuk van het Evangelie van Lukas op. Ik wil slechts één vers lezen, dat is alles wat ik vanmorgen als basis nodig heb, om het daarop te bouwen.

     Wij lezen uit het drieëntwintigste hoofdstuk, het drieëndertigste vers:

     En toen zij kwamen op de plaats, genaamd Hoofdschedelplaats, kruisigden zij Hem aldaar, en de kwaaddoeners, de een ter rechter-, en de ander ter linkerzijde.

48 Uit deze tekst wil ik vier woorden nemen, om uit het gelezene de basis te nemen voor datgene wat ik wil zeggen: Daar kruisigden zij Hem – vier woorden. En mijn onderwerp is... Ik dien een aanklacht in tegen de denominationele kerken van de tegenwoordige tijd, en ook tegen de vele onafhankelijke gemeenten, voor het opnieuw kruisigen van Jezus Christus in deze dag. Ik klaag hen aan.

49 Mijn thema deze morgen noem ik: De aanklacht. Ik wil deze zaal tot een soort gerechtszaal maken. En feitelijk is de preekstoel en de gemeente een rechtszaal. De Bijbel zegt dat het een oordeelstroon is en het oordeel begint bij het huis Gods. En dit hier is als de troon, de jury, en de getuigen, enzovoort. En het Woord van God is mijn Getuige vandaag.

50 En ik heb een aanklacht tegen de kerken van deze tijd. Ik wil hier niet de zondaren mee insluiten; ik richt dit slechts aan de kerk. Het moet nu op de geluidsbanden opgenomen worden en ik wil proberen het zo snel mogelijk door te nemen.

51 Ik klaag deze generatie aan voor de tweede kruisiging van Jezus Christus!

52 Om dat in deze tijd waarin wij leven te doen, moet ik een bewijs aanvoeren. Ik moet een aanklacht indienen en een bewijs aantonen van de misdadige overtreding die is begaan. Om hen aan te klagen moet ik een bewijs aanvoeren, om het te bewijzen, en dat wat ik getuig, moet voor de hoogste Rechter bestaan. Ik houd mijzelf bij deze aanklacht voor de officier van justitie – in deze aanklacht.

53 Daar het Woord van God mijn getuige is, klaag ik deze generatie aan voor de kruisiging. Ik moet en zal aantonen, dat vandaag dezelfde geest op de mensen is, die aanleiding gaf tot de eerste kruisiging, en dat zij vandaag hetzelfde doen. Ik moet aantonen, dat het weer een kruisiging is, die zij volbracht hebben. Ik moet de mensen aantonen, dat dezelfde mentaliteit in de mensen vandaag hetzelfde volbrengt in geestelijk opzicht, wat zij toen vleselijk deden; zij kruisigen Jezus Christus, de Zoon van God, naar het vlees!

54 En vandaag wil ik slechts door hetzelfde Woord en dezelfde Heilige Geest de kerken tonen waar zij staan; dat zij vandaag hetzelfde doen. En de Bijbel zegt dat zij het zouden doen; en ik moet bewijzen dat dit de dag is, waarin wij leven.

55 Enige jaren geleden kon het nog niet worden gedaan. Ik zeg, vijftig jaar geleden kon het nog niet worden gedaan. Maar vandaag is het zeer actueel. Tien jaar geleden kon het misschien nog niet gebeuren, maar vandaag kan het worden gedaan, want de tijd is ten einde gelopen. Wij zijn in de eindtijd. Ik, als Zijn dienstknecht, geloof, dat wij op het punt staan uit dit land in een ander over te gaan.

56 Daarom is de tijd van bekering, nationaal gezien, voorbij; ik geloof dat deze natie zich niet meer kan bekeren. Ik geloof dat zij de grens tussen genade en oordeel heeft overschreden. Ik geloof dat zij in de weegschaal doorslaat.

57 "Broeder Branham, voor u met uw zaak begint; hoe wilt u dat bewijzen?" Gewoon dit: dat wij schuldig zijn aan dezelfde zonden waarvoor God de wereld ten tijde van de zondvloed vernietigde! Wij zijn schuldig aan dezelfde zonden waarvoor Hij Sodom en Gomorra vernietigde. En nu... En wij hebben precies hetzelfde geestelijke bewijs hier voor ons liggen, precies hetzelfde geestelijke bewijs, wereldwijd bekend, wat de genade van God aan die generaties bracht, en om dat af te wijzen bracht het oordeel. Dus als deze generatie diezelfde genade afwijst, die werd verworpen in die dagen, zou God onrechtvaardig zijn door hen zonder oordeel door te laten gaan!

58 Zoals Jack Moore, een vriend van mij, eens zei: "Als deze natie er zonder een bestraffing van God afkomt, zou God verplicht zijn Sodom en Gomorra op te wekken en Zich moeten verontschuldigen dat Hij ze heeft verbrand."

59 Wij weten, dat zij vandaag geestelijk hetzelfde doen; want zij doen het met hetzelfde doel en op dezelfde manier als dat zij de Heer toen fysiek kruisigden. Zij doen het uit naijver, omdat zij geestelijk blind zijn, daar zij het niet willen zien; zij willen het niet horen. Op Zijn rondwandeling hier op aarde zei Jezus: "Sprak Jesaja niet van u: U hebt ogen, maar kunt niet zien en oren, maar kunt niet horen?" Ziet u?

60 Om dezelfde reden, hetzelfde doel en dezelfde argumenten brengen zij de kruisiging van Christus opnieuw tot stand (zoals wij daar later nog op terug zullen komen); opnieuw op dezelfde gronden, waarom ze het toen deden. Zij kunnen daar niets tegen zeggen; zij zullen het niet wagen of proberen het uit te dagen. Zij weten dat het bewijs er is; zij weten dat de Bijbel het zo zegt; het enige wat zij kunnen doen is het te belasteren. Dat is precies zo. En dit alles, dezelfde redenen...

61 En nu, op deze basis klaag ik deze generatie aan voor de kruisiging van Jezus Christus en verklaar ik hen schuldig aan de kruisiging. Met vuile, slechte, zelfzuchtige denominatiehanden hebben zij de Vorst des levens gekruisigd, die Zichzelf aan de mensen wilde bekendmaken.

62 U zegt: "Diezelfde Persoon?"

     "In den beginne was het Woord... en het Woord was God. En het Woord werd vlees" en openbaarde Zich. Het Woord werd geopenbaard in het vlees en zij veroordeelden het vlees en zij doodden het; omdat het Woord werd gemanifesteerd. Hebreeën 13:8 zegt: "Jezus Christus is Dezelfde, gisteren, heden en tot in eeuwigheid." Het is hetzelfde Woord. Ziet u? En om dezelfde reden proberen zij het Woord te kruisigen.

63 Nu naar mijn tekst terug, om op het thema terug te komen dat ik mij heb voorgenomen, de vier woorden. Laat ons Daar verklaren. Daar in de heiligste stad van de wereld, Jeruzalem; daar in de godsdienstigste stad van de wereld. Daar kruisigden Zij, de godsdienstigste mensen van de wereld, tijdens een religieus feest, het Paasfeest, daar op de heiligste plaats, in de heiligste stad, de grootste van alle organisaties, de hoofdzetel van alles, daar waren zij, de godsdienstigste mensen in heel de wereld, samengekomen uit heel de wereld. Zij Kruisigden Hem, de schandelijkste dood die er was, waardoor een mens gedood kan worden, naakt, zij trokken Hem zelfs de kleding af. Hij verachtte de smaad. Op het kruisbeeld [crucifix] hebben zij Hem een doek omgewikkeld, maar zij trokken Hem Zijn kleding af. Daar (in de grootste godsdienstige stad) kruisigden (door de schandelijkste dood) zij (de godsdienstigste mensen) Hem (de kostbaarste Persoon).

64 Als dat niet genoeg is om deze generatie te veroordelen! Daar, de godsdienstigste organisatie, de grootste aller kerken, kwam tezamen in één plaats; zij, de godsdienstigste mensen van alle rassen, de mensen die de ware aanbidders van God behoorden te zijn... zij verzamelden zich op het grootste heilige feest dat zij hadden, de reiniging van het Pascha, toen zij van slavernij in vrijheid werden gebracht. En daar, op die tijd deden zij, de godsdienstigste mensen, op het godsdienstigste feest, op de meest godsdienstige plaats, de Vorst des levens het schandelijkste aan wat gedaan kon worden: een mens te ontbloten en hem aan een hout te hangen; want "vervloekt is hij", zegt de wet, waaronder zij aanbaden, "vervloekt is hij die aan een hout hangt." En Hij werd voor ons tot een vloek gemaakt. Zij trokken Zijn kleren uit, sloegen Hem, bespotten Hem, de waarachtige God des hemels, namen Hem Zijn kleding af en nagelden Hem aan een kruis... Hem, daar kruisigden zij Hem met de Romeinse doodstraf.

65 Tegenwoordig is het niet de schandelijkste dood om doodgeschoten te worden. De schandelijkste dood is het tegenwoordig ook niet om door een auto overreden en gedood te worden, te verdrinken of te verbranden; maar de schandelijkste dood is tegenwoordig de openbare doodstraf, waar de hele wereld u veroordeelt en u schuldig verklaart. En de hele wereld legde haar handen op deze Man en hield Hem voor schuldig, terwijl Hij onschuldig was. Hij stierf onder de vijand, niet onder zijn vrienden, niet onder Zijn wetten, maar onder de kruisiging van de vijand. De Vorst des levens, de nobelste Persoon Die ooit heeft geleefd of ooit zal leven, Jezus Christus - Hij, de dierbaarste Persoon. Houd dat in uw gedachten, terwijl wij dat platform opbouwen voor vandaag.

66 Kunt u zich voorstellen, op een plaats zoals Jeruzalem – waar de mensen vijfentwintighonderd jaar of meer; (kijk, het kan zoiets van acht- of negenhonderd jaar geleden zijn; ik kan dit misschien iets te lang schatten; ik weet niet precies de tijdsduur sinds Salomo de tempel bouwde, ik veronderstel dat het ongeveer achthonderd jaar was) en zij keken uit naar de komende Messias. Zij hadden zich daar verzameld om te aanbidden op het Paasfeest. Denk daar eens aan: de zetel van alle Farizeeën, Sadduceeërs en wat zij nog meer hadden; een grote verzameling om God te aanbidden! Op de heiligste plaats, Jeruzalem, waar de tempel van de Here stond, greep het volk des Heren de Here Zelf en kruisigde Hem met de zwaarste straf! Wat een zaak!

67 Nu, aangaande de vier woorden: Daar Kruisigden Zij Hem. Houd uw Bijbel nog opengeslagen. Ziet u, het zijn slechts vier woorden, maar de Bijbel vat alle waarheden kort samen. Ik daarentegen moet een omweg maken en verklaren waarover ik spreek, maar de Bijbel hoeft niets te verklaren, omdat het de volle waarheid is. De Bijbel hoeft niets uit te leggen. Het hoeft het niet te verklaren, want het is geheel de waarheid.

68 Hier zijn vier woorden uit Zijn grote aaneenschakeling van waarheid. Ik zal proberen het te verklaren. Wil men proberen het duidelijk te verklaren, dan leidt dat tot een bibliotheek. Ik zelf zie geen manier om deze vier woorden te verklaren. Maar laat ons nu met hulp van Hem, Die maakte dat dit geschreven werd, proberen deze vier woorden te verklaren, het zo te doen dat de mensen het kunnen verstaan.

69 Wat hebben wij nu voor ons? Voor ons ligt de eerste kruisiging op de meest godsdienstige plaats, door de meest godsdienstige mensen, de meest schandelijke dood, van de nobelste Persoon. O, het is zo'n tegenstelling. My! Het is zo afschuwelijk!

70 Wij zullen eerst het eerste woord nemen: Daar. Laat ons daarover een paar minuten spreken, voor wij de aanklacht naar voren brengen. Wij zullen dit onderzoeken en u tonen wat zij toen deden, dan zullen wij zien of mijn aanklacht juist is of niet. Daar, Jeruzalem, de godsdienstigste plaats, omdat daar de tempel stond; de heiligste plaats, want, het... de tempel was daar. En Joden uit de hele wereld verzamelden zich in die plaats, een vergaderplaats voor aanbidding. De grootste aanbiddingsplaats die er was, bevond zich in Jeruzalem. Daar was de tempel. Er staat geschreven: "Alle mensen behoren te aanbidden in Jeruzalem." Zo is het, omdat het een middelpunt van aanbidding is.

71 Tegenwoordig kunt u hen horen redeneren: "O, wij gaan naar die grote conferenties", waar deze denominaties vergaderen. En dan hebben we de opening van de... in Vaticaanstad en de inwijding van de pausen, enzovoort... Iedereen zegt: "Wij moeten naar de bijeenkomsten van de Methodisten, of de Bijbelbijeenkomst van de Baptisten gaan", of: "Wij moeten allen naar Rome gaan." Daarheen, waar dat grote centrum (zoals zij het noemen) van het Christendom is.

72 Tijdens de laatste oorlog, toen Rome viel, gingen deze Duitse soldaten... (velen van u mannen weten het), trokken de Duitse troepen zich terug in Vaticaanstad en schoten op de Amerikaanse troepen toen zij naderden... Broeder Funk en broeder Roberson, broeder Beeler, en velen van u, die in de oorlog waren, weten het. En weet u wat er gebeurde? Wij gaven bevel, dat de Amerikaanse soldaten niet op die stad mochten schieten. Amerikanen, jullie stonden daar en waren een schietschijf voor hen; maar op de Westminster Abbey, in Engeland, daar mochten ze rustig op schieten. Daar immers verzamelden zich de Protestanten, daarom was het in orde daarop te schieten, maar niet op het Vaticaan; want ik hoorde de toespraak van president Roosevelt, toen hij op die avond over de radio zijn zogenaamde 'Haardvuurpraatje' hield. Hij zei: "Toen Rome viel, wat een schande, want Rome is het hoofd van de hele Christenheid." Kunt u zich voorstellen dat een Protestant dat zegt?

73 Dit grote middelpunt van de Christelijke godsdienst vergelijken wij met Jeruzalem, als u wilt. Laten we het in Jeruzalem plaatsen, als u wilt. Het hoofd van al de anderen, het Sanhedrin, en van de Farizeeën en van de Sadduceeërs, zij allen gingen naar Jeruzalem. Dat was het echte hoofdkwartier.

74 En wat het organisatieleven betreft, zult u moeten toegeven dat de Rooms-katholieke kerk de moeder van allen is. Dat is zij zeker. Het begon met Pinksteren, en het kwam zover doordat zij zich gingen organiseren. Nu, wij, de Protestanten, zijn kleine zusters van deze kerk.

75 Nu, laten we zeggen dat het daar in het Vaticaan vandaag zo zou zijn, of zoals in Jeruzalem, zoals het toen was, toen alle mensen daarheen moesten gaan om te aanbidden. Waarom zeiden zij dat ze dat moesten doen in de dagen van Jezus? Waarom zeiden zij dat alle mensen in Jeruzalem moesten aanbidden? Omdat er slechts één plaats is, waar God met de mensen gemeenschap wil hebben: dat is onder het bloed van het offer. Dat is de reden waarom zij naar Jeruzalem moesten komen. God wil op geen andere wijze de mensen ontmoeten, dan onder het bloed. Als u het bloed verwerpt, dan is de plaats van ontmoeting met God weggenomen. God heeft in de hof van Eden Zijn eerste beslissing genomen, dat de mens Hem slechts onder het vergoten bloed van het offer kan aanbidden. Dat was de enige plaats waar God de mensen toen ontmoette, en dat is de enige plaats waar God ooit de mensen ontmoette, en dat is ook de plaats, de enige plaats, waar God tegenwoordig de mensen ontmoet: onder het vergoten bloed van het Offer. Ziet u?

76 Het kan mij niet schelen of u een Methodist, Baptist, of Presbyteriaan bent, indien u uw verschillen kunt vergeten (Rooms-katholiek of wat u ook mag zijn) en onder het vergoten bloed wilt komen, dan zal God ieder van ons ontmoeten. Daar kunnen wij Hem allen ontmoeten en gemeenschap hebben op dezelfde basis. Maar om een andere reden, omdat u een Methodist bent, zal Hij u niet ontmoeten; Hij zal u niet ontmoeten enkel omdat u Pinkstermensen bent. Hij ontmoet u slechts onder één voorwaarde; en dat is onder het vergoten bloed, wanneer u uw zonden beleden hebt, en ze uit Zijn tegenwoordigheid zijn weggedaan. Het bloed is steeds voor Hem, en daarom kan Hij u slechts door het vergoten bloed zien. Dan bent u zo wit als sneeuw (ziet u?), wanneer u uw zonden hebt beleden; anders bent u daar niet en kunt u geen gemeenschap hebben.

77 Daarom ziet u geen dingen gebeuren in de kerken; zij belijden dat zij in het bloed geloven, maar zij wijzen het werkelijke plan af om tot het bloed te komen, het Woord. Ziet u? Er is maar één manier waarop God dat Woord zal eren. U zult nimmer het Woord eren, wanneer u komt en zegt: "Ik ben een Rooms-katholiek; ik eis dat dit wordt gedaan." U kunt het zo niet doen. U, Methodisten, Baptisten of Pinkstermensen, zo kunt u het niet doen. U kunt het alleen zó doen, dat u onder de barmhartigheid van God, door Zijn genade, door het vergoten bloed van Jezus Christus komt. Zeggende: "Heer, ik doe een beroep op de belofte." Ziet u? En als u dan werkelijk onder dat bloed bent, is God het aan dat Woord verplicht. Maar eerst moet u onder dat bloed zijn. Ziet u het nu?

78 Geen wonder dat zij niet in wonderen kunnen geloven; geen wonder dat u niet in het bovennatuurlijke kunt geloven. Geen wonder dat zij het veroordelen. Om dezelfde reden dat zij het in het verleden veroordeelden, veroordelen zij het tegenwoordig. Zij zijn zo schuldig als ze maar kunnen zijn, want alleen onder het vergoten bloed... en zij die het zouden wagen... Een kleine broeder die het in nederigheid waagt God op Zijn woord te nemen, heengaat en zijn zonden belijdt, de dogma's en al die dingen vergeet en daar onder het bloed staat en het gelooft, zullen zij een dweper noemen. Zij zullen hem indelen, zoals wij zeggen (het is eigenlijk geen woord dat men vanaf de preekstoel gebruikt, maar opdat u het verstaat), hij is ["een oddbal"] een zonderling. Zijn wij per slot van rekening niet allemaal zonderlingen? Zie? De gelovige is een zonderling voor de ongelovige en de ongelovige is voor de gelovige een zonderling. Dus, wie is nu de zonderling? Zie? De boer is een zonderling voor de zakenman, en de zakenman is een zonderling voor de boer. Dus, wat is hij nu eigenlijk?

79 Ik vertel u, redding is een persoonlijke aangelegenheid tussen de mens en God alleen; de enkeling moet zijn eigen redding met vreze en beven zoeken. Ik, als leraar of dienaar van Christus, ken vanmorgen geen andere basis, dan het op het Woord te plaatsen. Ik kan het op niets anders plaatsen.

80 Wij vinden daar dan, dat alleen onder het bloed God de aanbidder ontmoet; dus gingen zij allen naar Jeruzalem. En Christus is Gods voorziene Offerlam. Vandaag is er maar één plaats waar God de mensen wil ontmoeten en dat is onder het bloed van Jezus Christus. Op iedere andere plek wordt het veroordeeld; God zal het nooit verhoren. U kunt allerlei emoties hebben en allerlei 'ismen', u kunt schudden en springen, en bloed, vuur en rook hebben en velerlei andere dingen, maar zolang dat leven niet met het Woord overeenkomt en God dit leven grondig identificeert; dan heeft het geen zin het te proberen, omdat u er naast zit. God zal u nooit tegemoet komen, totdat u onder de hoede van dat bloed komt. Zo is het!

81 Zo ziet u in de Schrift dat wij een Jeruzalem hebben gekregen (de gemeente heeft het); en het is in de hemel, een hemels Jeruzalem, waar God God is. Het is niet juist, wanneer wij vandaag proberen een Jeruzalem op te richten onder een geloofsbelijdenis of iets dat daarop lijkt. De Methodisten willen hun hoofdkwartier in Jeruzalem maken; de Katholieken willen Rome daaraan gelijk maken. Op de verscheidene plaatsen waar wij onze hoofdkwartieren hebben, willen wij ons Jeruzalem oprichten. Maar de Bijbel zegt dat ons Jeruzalem van boven is, welke de moeder van alle gelovigen is.

82 Nu, Christus is het door God voorziene Lam. Ziet u nu hoe passend het was, toen het liet zien dat dit Jeruzalem in betekenis aan het afnemen was. Wanneer? Het was in werking tot dat uur; het bloed van het lam was goed tot die dag. Maar nu, door de kruisiging, veranderde het. Het oude systeem heeft nu afgedaan. Er was een nieuw, en dat Lam werd ten offer gebracht. Dit Lam, het Offerlam bevond Zich onder hen. Zij veroordeelden het en deden daar precies wat zij moesten doen. Zo is het.

83 God zij geprezen, dat wij dit wonderbare, hemelse licht in deze laatste dagen zien, want de kerken doen hetzelfde vandaag. Tot het uur dat de georganiseerde godsdienst veroordeeld is en bewezen is dat zij het Woord van Christus opofferen, vanaf dan komt het Woord en het Woord alleen. Het oude paaslam is weggedaan en Christus werd ons Lam op de dag van de kruisiging. En de dag dat de denominaties het Woord van God kruisigden, en in plaats van het Woord een geloofsbelijdenis aannamen, op die dag kreeg het Woord zijn volle werking. Dat is pas geleden gebeurd.

84 Beschouw het tweede: (het eerste was, daar, in Jeruzalem), het tweede, zij. Wie wordt daarmee bedoeld? De Joden, de aanbidders! Stelt u zich dat voor: de aanbidders zelf doodden juist Diegene Die zij beweerden te aanbidden. Kunt u zich zoiets voorstellen, dat intelligente mannen die priesters waren, die geschoold waren, en waarschijnlijk een doctorstitel hadden... Zij moesten van een bepaald geslacht of bepaalde stam zijn, voordat zij zelfs priester konden worden. Zij moesten Levieten zijn. Hun vaders waren priesters; hun grootvaders waren priesters; hun bet-over-over-over-overgrootvaders waren priesters. Zij moesten een geheiligd leven leiden, want als er één jota tegen hen sprak, werden ze gestenigd. Zij waren dan geen genade waardig. Heilig? Zeker, maar het was zelfgemaakte heiligheid. Zij moesten zo handelen om voor hun gemeente hun gezicht te kunnen tonen. Jezus zei tot hen: "U bent vol dorre doodsbeenderen."

85 Hoe zou ik op deze plaats een aanklacht naar voren kunnen brengen, tegen mannen die weten dat dit Woord de waarheid is, maar er een compromis over sluiten, om hun gezicht te kunnen tonen in één of andere organisatie. Ik heb het recht hen, overeenkomstig Gods Woord, aan te klagen. (Dat is waar.)

86 Merk op, zij, de aanbidders, de mensen die naar de belofte hadden uitgezien, de mensen die door de jaren en eeuwen heen daarnaar hadden uitgezien en niets anders deden dan steeds in het seminarie zitten; maar zij hadden het Woord naar de leer van het seminarie ingedeeld en waren aan de eigenlijke waarheid voorbijgegaan. Zij, de priesters, in de bediening van die dag; daar, in hun hoofdkwartier. Zij, de predikers uit die tijd, doodden de waarachtige God, het Lam Zelf. Zij doodden juist Diegene, Die zij beweerden te aanbidden.

87 En vandaag klaag ik deze groep van gewijde predikers aan! Door hun geloofsbelijdenissen en denominaties kruisigen zij voor de mensen dezelfde God Die zij beweren lief te hebben en te dienen. Ik klaag deze predikers aan in de Naam van de Here Jezus, wegens hun leer; die beweren dat de dagen van wonderen voorbij zijn en dat de waterdoop in de Naam van de Here Jezus Christus niet voldoende en niet juist is. Wegens elk van deze woorden, die zij door geloofsbelijdenissen vervangen hebben, klaag ik hen als schuldig zijnde aan, en met het bloed van Jezus Christus dat aan hun handen is, klaag ik hen aan voor het opnieuw kruisigen van de Here Jezus voor de tweede keer! Zij kruisigen Christus voor het publiek, doordat zij hun datgene onthouden, wat zij verondersteld worden hun te geven; en zij vervangen het door er iets anders voor in de plaats te stellen, een kerkelijke geloofsbelijdenis voor populariteit.

88 Daar kruisigden zij, zij, degenen die beter behoorden te hebben geweten. Indien iemand het beter zou hebben moeten weten, dan zouden het deze predikers wel moeten zijn geweest. Indien iemand het beter moet weten, dan is het wel de geestelijkheid van tegenwoordig! Indien iemand het behoort te weten dan toch zeker de bisschoppen en aartsbisschoppen; en doctoren in de theologie horen beter te weten! Maar waarom kunnen zij het niet? O, wat een tegenstelling! Wat ligt hier anders voor ons dan een tegenstelling? Zij beweren dat zij God aanbidden en zij doden de Vorst des levens.

89 Zij... Daar kruisigden zij Hem, en hier doen zij wederom hetzelfde, want Hij is het Woord. Dat is wat... Hij was alleen een afspiegeling van het Woord. En dat is Hij vandaag ook, een afspiegeling van het Woord, die iemand probeert te vinden, waardoor Hij Zichzelf kan weerspiegelen.

90 En deze mensen houden de samenkomst bij God vandaan. Als er iets gebeurt en men spreekt er in de gemeente over, dan veroordelen zij het vanaf het podium, van de kansel en zeggen: "Het is fanatisme. Blijf bij hen uit de buurt." Doordat zij dat zeggen, kruisigen zij Jezus Christus in 1963, en zijn zij even schuldig als die mannen van toen. Dat is een verschrikkelijke uitspraak, maar het is de waarheid.

91 Dat is precies wat zij vandaag doen. En op deze basis, op de basis van het kruisigen van Christus, op grond van het feit dat zij de mensen het Woord onthouden, gebeurt precies hetzelfde als wat zij toen daar deden. Het was het Woord Zelf, dat God door Zijn eigen Zoon weerspiegelde, om te bewijzen dat Hij het was. En Degene die zij beweerden lief te hebben, de Jehova, Die Zich door de Schrift openbaarde, had precies gedaan wat Hij gezegd had dat Hij zou doen, precies wat God zei dat Hij zou doen en Hij reflecteerde dit voor hun aangezicht. Maar uit liefde voor hun kerkgroep, enzovoort, veroordeelden zij de Vorst des levens. En ik veroordeel diezelfde groep vandaag en klaag hen aan als schuldig zijnde voor God, door het Woord van God, dat zij precies hetzelfde doen. Deze generatie wordt aangeklaagd.

     Denk aan Hebreeën 13:8. Hij is Dezelfde gisteren, heden en in eeuwigheid.

92 Hoe konden zij Hem aanklagen? Omdat hun geloofsbelijdenissen Hem niet zouden accepteren. Maar diep in hun hart wisten zij wel beter. Heeft Nikodemus het in het derde hoofdstuk van het Evangelie van Johannes niet goed uitgedrukt: "Rabbi, wij, de Farizeeën, de predikers, de leraren, wij weten dat Gij een Leraar zijt van God gezonden; want niemand kan deze dingen doen, die Gij doet, zo God niet met hem is." Ziet u? Zij betuigden het openlijk door één van hun vermaarde mannen. En ondanks dat kruisigden zij Christus wegens hun geloofsbelijdenissen. Ieder die lezen kan, kan vandaag Handelingen 2:38 lezen, precies zoals ik het kan lezen; en al het overige kunt u ook lezen zoals ik. Maar vanwege hun geloofsbelijdenissen en vanwege hun denominatie-legitimatiekaarten, die zij in hun zak hebben (het merkteken van het beest dat zij als lidmaatschapskaarten met zich meedragen) ... Door die dingen te nemen, kruisigen zij voor zichzelf Jezus Christus opnieuw en zij kruisigen Hem voor het publiek en lasteren dezelfde God, Die beloofd heeft dit te doen en zo brengen zij veroordeling over dit ras.

93 Daar... Daar kruisigden zij, niet de zondaars, zij, dat is de gemeente van die tijd, zij vonden een fout bij deze Man, die het Woord was... Is dat juist? Zij bevonden de Man Die het Woord was verkeerd. Welnu, heden vinden zij een fout bij het Woord, dat door de mens werkt (ziet u, zij draaien het gewoon om), hetgeen in de persoon is, dit – waar de Heilige Geest doorheen werkt – is Gods bevestiging. Hoe wisten zij dat Hij Christus was? Omdat Zijn werken bewezen wie Hij was. Hij zei: "Wie van u overtuigt Mij van zonde? Heb Ik niet precies gedaan wat de Schrift zei dat Ik zou doen? En wie... Laat iemand Mij zeggen, waar Ik ergens heb gefaald, waar Ik niet ieder teken heb laten zien dat Ik de Messias ben, dat Ik de Waarachtige ben Die u is beloofd!"

94 Zij zeiden: "Welnu, wij hebben Mozes. Wij geloven Mozes."

     Hij zei: "Als u Mozes zou hebben geloofd, dan zou u ook Mij hebben geloofd. Als u... Mozes heeft Mijn dag gezien en verlangde in deze dag te leven. Mozes heeft het van verre gezien in de profeten. En u leeft er nu midden in en u veroordeelt het. Gij huichelaars," zei Hij, "gij onderscheidt de tekenen in de lucht, maar het teken der tijd kunt gij niet onderscheiden." Dat is het, het teken van de tijd.

95 Hoe deelden zij Hem in? Als fanatiekeling, als een krankzinnige. Ja, zij bevonden de Mens, die het Woord was, verkeerd. Hij was het Woord! Johannes, het eerste hoofdstuk, bewijst het:

     In den beginne was het Woord, en het Woord was God... en het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.

96 Hij was het levende Woord Gods, omdat Hij God door Zichzelf tot uitdrukking bracht. Hij was zo volkomen aan het Woord Gods overgegeven dat Hij en het Woord hetzelfde waren. En precies zo moet het vandaag met de gemeente zijn, dat zij met het Woord van God één is. Hoe kunt u een deel van het Woord zijn, wanneer u praktisch alles daarvan ontkent? En de reden dat het gedaan wordt, is niet vanwege de mensen... Dat is de reden dat ik geloof dat God tot mij sprak, om die mensen geen "Ricky's" en "Ricketta's" te noemen. De reden is, dat deze zelfzuchtige denominaties de mensen tot zo'n levenswijze brengen, als waarin zij leven. Zij kruisigden de Waarheid en die mensen noemen het een godslastering – en zij maken het tot godslastering, liever gezegd. Zij noemen het fanatisme enzovoort, en zij weten niet dat zij juist de waarachtige God lasteren, Die zij in hun gemeente willen dienen.

97 Daarom klaag ik deze groep geestelijken vandaag aan, ik klaag deze generatie aan in de Naam van Jezus Christus. Met de autoriteit van Gods Woord: U kruisigt Hem opnieuw!

     Merk op, Hij is Dezelfde gisteren en heden en tot in eeuwigheid. Gods Woord betuigd in een Man.

98 Vergelijk die twee Golgotha's en hun beschuldiging. Herinnert u: "Omdat Hij Zichzelf tot God heeft gemaakt, willen wij niet dat deze Man over ons heerst." Wat was de aanklacht, die zij op die morgen in de Raad naar voren brachten, toen zij Jezus kruisigden? Dat Hij Zichzelf God maakte – Hij was God; en dat Hij de sabbat gebroken had – maar Hij was de Here van de sabbat! Zij veroordeelden Hem omdat Hij Zichzelf God maakte. "U hebt geen recht om dit te doen. U hebt het recht niet. Onze hogepriester... Als er iets gaat gebeuren, dan komt het via onze priesters."

99 Nu, vergelijk dat met het Golgotha van heden. Toen God (het behaagde de Vader, God, de Geest, Zijn eigen Zoon op te wekken) Maria door de Heilige Geest overschaduwde en een lichaam voortbracht dat Hem en Zijn doel kon dienen om... God was in Christus, de volheid der Godheid lichamelijk; in Hem weerspiegelend wat God voor de mensen was, om de hele wereld te laten weten wat God wilde dat ieder individu zou zijn: een zoon, een dochter. Hij nam één Man en deed het. En omdat Hij Zich niet bij één van hun organisaties aansloot, veroordeelden zij Hem en kruisigden zij Hem.

100 Nu, vergelijk dat Golgotha met vandaag! Vanwege organisatorische vooroordelen, vanwege de onverschilligheid tussen de Bijbelgeleerden, die het plan van God en Zijn Woord behoorden te kennen; hierdoor kan God slechts een kleine groep mensen nemen, die zich nederig aan het Woord toewijden, door wie Hij kan werken en zo Zichzelf kan weerspiegelen. En zij kunnen niet zeggen, dat het niet zo is. Zij konden niet zeggen dat Hij het niet gedaan had, want hun samenkomst was er getuige van. Het was voor hun aangezicht gebeurd. Zij konden het niet loochenen. Zij konden Zijn aanspraken niet loochenen, omdat het waarachtige Woord, waarvan zij zeiden dat zij het geloofden, Degene was, die bewees dat Hij het was, want God nam het Woord dat de Messias behoorde te zijn en toonde het door een Man.

     En zij moesten Hem kwijtraken. De enige manier dat zij door konden gaan was die Messias weg te werken. Zij deden het in verblindheid en onwetendheid, ongeacht hun opleiding. Zij waren werelds gesproken ontwikkeld, intelligent, zoals wij het onlangs op een avond vergeleken. Toen het licht de rijke jongeling trof, zie wat hij deed. Hij weigerde het – een knap man. Paulus, een andere knappe man, het licht trof hem. Wat deed hij? Hij aanvaardde het! Hij vergat alles wat hij eerst had geleerd, opdat hij Christus mocht kennen. Dat maakte zijn leven het Evangelie waardig. (Dat was de prediking van vorige week zondag.)

101 Zo is het vandaag. Het treft misschien een man die begon, die vond dat hij een roeping van God kreeg; hij ging naar een seminarie en leerde ergens de een of andere geloofsbelijdenis. Hij moet naar die geloofsbelijdenis leven of zijn lidmaatschapskaart inleveren. Wanneer hij het doet, is hij gebrandmerkt. Niemand anders wil hem hebben, want eens behoorde hij ergens toe, maar nu behoort hij er niet meer toe. Zij nemen aan dat er met die man iets niet klopt en zij willen hem niet in hun samenkomst hebben, omdat die samenkomst alleen kijkt naar één kenteken en dat is: of hij gelooft wat zij geloven. Of hij een lidmaatschapskaart heeft, of hij een Methodist is... Of hij een kaart heeft of dat hij behoort tot een of andere gemeenschap, of de Eénheidskerk of de Drieëenheidskerk, de Kerk van God of de Pinksterkerk of wat het ook maar voor richting is... Als hij een lidmaatschapskaart heeft, denken zij dat het hoofdkwartier hem heeft onderzocht en zijn verstand heeft getest, en hem een psychiatrische test heeft gegeven, of zijn intelligentiepeil hoog genoeg is, zodat hij voor hen zou kunnen spreken. Wanneer hij niet aan de eisen voldoet, zullen zij hem afwijzen. Zo is het.

102 Maar ziet u, de gemeente behoort de hand des Heren gade te slaan: zij moet zien of God hem zijn wijding geeft of niet. Daarnaar behoren wij te kijken. Maar vandaag kruisigen zij de Zoon van God opnieuw. Wanneer een man door de genade van God bekwaam is om door God geroepen te zijn, zodat God Zichzelf door hem kan reflecteren... "De werken die Ik doe, zult gij ook doen", zei Hij.

103 Merk op, in wat voor dag wij leven. Zij hebben hetzelfde Golgotha (wij kunnen het vanmorgen doen), en om dezelfde reden... Ze wisten dat het de waarheid was, maar omdat zij vol met jaloezie en vooroordelen zaten... Wat zei Jezus tot hen: "En indien Ik door de vinger Gods de duivelen uitwerp, door wie werpt u ze dan uit? Laat deze uw rechters zijn." Zie? "Indien Ik, door de vinger Gods de duivelen uitwerp..."

104 Nu, net alsof u hen hoort zeggen: "Kunt U bewijzen dat het de vinger van God is?" Ik had het graag gehoord, ik had graag gehoord dat zij Hem die vraag hadden gesteld. Maar zij waren daar te gewiekst voor.

105 Merk op! Omdat Hij Zichzelf God had gemaakt (en Hij was God), zeiden zij: "Wij willen niet dat Deze over ons heerst." Maar nu, vandaag klinkt dezelfde oude kreet opnieuw. "De Bijbel is door mensenhanden geschreven", zeggen zij. "Wij hoeven daar niet naar te leven." Maar het is Gods Woord; het is God Zelf.

106 Gisteren sprak ik met een man, die zei: "Een of andere man kan die Bijbel wel geschreven hebben." Ik zei: "Ja, dat klopt. Zijn Naam... wij kennen Hem als God." De Schrift is in een tijdsverloop van ongeveer vierduizend jaar geschreven, helemaal vanaf Job en zo door tot het einde van het Nieuwe Testament; geschreven in tussenpozen van vaak honderden jaren en geschreven door verschillende mensen. En alhoewel zij elkaar niet kenden en in verschillende streken van het land woonden, zal niet één woord ervan het andere veroordelen. Ik daag een ieder uit onder het bloed van Jezus Christus te komen en op iedere belofte daarin aanspraak te maken. God is verplicht daarvoor zorg te dragen. Maar zij zullen het niet doen. Zij zullen komen en zeggen: "O Here, ik wil iets doen. Geef mij een grote gave. Halleluja, Here. Prijs God! Ik geloof dat ik het heb ontvangen. Halleluja!" Zo zal het nooit gaan. U kunt dan veel psychologie voortbrengen, maar het zal niet werken. God moet de bekering erkennen; dat moet Hij doen. Wij zouden daar veel meer over kunnen zeggen, maar ik hoop dat u het verstaat.

107 Kijk! Nu willen zij niet hebben dat het Woord over hen heerst. Ik zeg: "Een ieder van u keer terug; u bent verkeerd gedoopt. U bent in de Katholieke kerkleer gedoopt."

108 "Wie bent u, om ons dat te vertellen?"

     Dat ben ik niet; het is het Woord! "Maar ik zeg u, wij geloven dat..." Ik geef er niets om, wat u gelooft; het is wat de Bijbel zegt! "Daarnaar hoeven wij toch niet te leven." U moet het wèl doen, anders bent u onder het oordeel van deze Bijbel, want: "Wie er één woord afneemt of aan toevoegt, dat deel zal uit het boek des levens worden genomen"; hetzij een prediker, een geestelijke, of wie hij ook maar is. U moet onder de heerschappij van dit Woord komen, want het is God. De Bijbel zegt dat het God is. "Wij willen niet dat het over ons heerst." Zij nemen hun geloofsbelijdenissen en denominaties en hun stokpaardjes, waarin zij geloven, die door concilies van mensen werden aangenomen en nemen dat in plaats van Gods Woord.

109 Wat deden zij? Op de dag van de eerste kruisiging kozen zij Barabbas, een moordenaar, in plaats van de Zoon van God. Vandaag nemen zij het woord van mensen, wat een leugen is, en de weg van de dood, en weigeren om de weg des levens te nemen, het Woord van God. Ik veroordeel deze generatie en klaag hen aan overeenkomstig het Woord des Heren, dat zij verkeerd zijn! Zij zijn schuldig aan de kruisiging, of proberen het te doen. Zij kruisigen de Geest...

110 Overal roepen zij om een opwekking. Hoe wilt u een opwekking hebben, wanneer het Woord Zelf niet door de mensen kan heen werken? Ik zou willen dat iemand mij dat kon beantwoorden. Hoe kan dit gebeuren, als u de waarachtige opwekking verloochent? Terecht sprak de profeet over hen: "vormen van godsvrucht." Hun eigen vormen verloochenden daar toen het Woord des levens. Vandaag verloochenen hun eigen vormen datgene wat hun een opwekking kan brengen, hun geloofsbelijdenissen en vormen. Zeker! Zij nemen hun denominaties en hun geloofsbelijdenissen in plaats van het Woord en dat kruisigt Zijn Woord en maakt dat Zijn Woord geen uitwerking op de mensen kan hebben. Als zij het Woord van God zo levend zien (Het Woord Zelf toont, dat God de belofte gedaan heeft dat Hij dat zou doen, en hier doet Hij het) en zij maken er grappen over en keren er zich vanaf, dan is dat lastering. En zij proberen het Woord Zelf te kruisigen. Waarom kruisigen zij het? Zij kunnen evenmin het Woord kruisigen als dat zij God konden kruisigen. Zij konden het lichaam kruisigen waarin God woonde, de Zoon Gods; dat konden zij kruisigen, maar God kunnen zij niet kruisigen. Hij moest te dien dage het Offer zijn, om vele zonen Gods, die tot het eeuwige leven voorbestemd waren, binnen te brengen. Toen moesten zij het doen, maar nu kunnen zij dat niet doen. Zij kunnen het niet, want het Woord Zelf zal voortleven. Maar zij...

111 Wat doen zij? Hoe formuleren zij het? Wat zegt u nu, prediker? Waar baseert u het op, om Hem nu te kruisigen? Zij kruisigen de werkingen van het Evangelie op de mensen door hun geloofsbelijdenissen. Dat is de kruisiging: waar de mensen in die grote lijkenhuizen zitten, kerken genaamd, denominaties, en een grens van geloofsbelijdenissen trekken zodat het Woord van God geen werking op hen kan hebben, omdat zij de waarachtige dingen veroordelen, waarvan Christus zei dat ze zouden plaatsvinden. Het gebeurt niet overeenkomstig hun geloofsbelijdenissen, en evenmin kwam Jezus in overeenstemming met hun opvatting over Zijn komst. Hij kwam op de wijze waarop God Hem zond en Hij kwam precies in overeenstemming met het Woord. Geen wonder dat Hij zei, dat Hij het verbergen zou voor de ogen van de wijzen en de verstandigen en het openbaarde aan de kinderen, die gewillig waren te leren. Begrijpt u? O, zij hebben de werkingen van het Woord gekruisigd.

112 Ik heb een stel Schriftgedeelten hier. Ik zou er graag twee of drie citeren. Zij kruisigden... U zult zeggen: "Hoe hebben ze het Woord gekruisigd?" Als Jezus zegt dat Hij gisteren en heden en tot in eeuwigheid Dezelfde is, Hebreeën 13:8, dan zeggen zij: "Op die en die manier is Hij het." Ziet u? En toen Jezus Zijn laatste opdracht aan de gemeente gaf: "Gaat heen in de gehele wereld en predik het Evangelie (Markus 16)... gaat heen in de gehele wereld en predikt het Evangelie; deze tekenen zullen hen volgen die geloven..." De gehele wereld, alle creaturen, de helft is nog niet eens bereikt. Ieder jaar sterven er miljoenen die nog nooit van de Naam van Jezus Christus hebben gehoord. Dus is het nog steeds het hoofdbevel; het is nog steeds de opdracht van God! "... over héél de wereld, en verkondig aan ieder creatuur het Evangelie. Die gelooft en gedoopt wordt, zal behouden worden; hij die niet gelooft, zal verdoemd worden. En deze tekenen zullen hen volgen die geloven: In Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; zij zullen met nieuwe tongen spreken; als zij slangen opnemen of iets dodelijks drinken, zal het hun niet schaden. Als zij hun handen op zieken leggen, zullen zij gezond worden." Zij echter zeggen dat het alleen voor die generatie was, en zij maken het gebod van God zonder kracht. Zij kruisigen daardoor de werking van het Woord van God voor de mensen. Amen!

113 Petrus zei op de dag van Pinksteren (met de sleutels van het Koninkrijk, die Jezus hem net gegeven had: "Wat u hier ook zegt, zal Ik daarboven zeggen.") ... En op de dag van Pinksteren vroegen zij wat zij moesten doen om de Heilige Geest te ontvangen, toen zij de anderen zich er zo over zagen verheugen en hen zagen doen wat zij dwaas noemden: wankelend en springend en vallend; mensen die handelden alsof zij dronken waren. En zij zeiden: "Deze mensen zijn vol nieuwe wijn."

114 Maar daar stond een man op, genaamd Petrus, die de sleutels van het Koninkrijk had; hij zei: "Dezen zijn niet dronken zoals u veronderstelt (Handelingen 2), want het is pas het derde uur van de dag. Maar dit is datgene waarvan gesproken is." Ziet u? Regelrecht weer terug naar het Woord, tonend dat de Geest nog steeds het Woord is, en het Woord nog steeds Geest is, het Woord van God. En zo zegt de profeet Joël: "En het zal geschieden in de laatste dagen, zegt God, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten op alle vlees." (Joël 2:28.) Luister naar die profeet, zoals hij daar staat. Zie naar hem hoe hij daar zonder vrees tegenover die groep staat, hen veroordeelt en aanklaagt. Hij zei: "Dit is de Schrift. Dit is datgene waarvan de profeet gesproken heeft: 'Ik zal Mijn Geest uitstorten op alle vlees. Uw zonen en dochters zullen profeteren. En op Mijn dienstknechten en dienstmaagden zal Ik Mijn Geest uitgieten. En Ik zal wondertekenen geven, in de hemel en op aarde, bloed en vuur en rookpilaren.'" Hij bewees door het Woord dat dit het Woord was, en toch lachten zij en maakten zij er grappen over, en zij gingen door het gericht; de stad werd verbrand, en zij aten elkaars kinderen. En vandaag zijn zij een volk dat over de hele wereld verstrooid is, tonend dat de Heilige Geest nog steeds het Woord van God blijft om dit Woord te brengen, om het levend te maken.

115 Jezus Christus was de Persoon, Mens, God. Halleluja! Hij was de manifestatie van God. Hij was God in lichamelijke gedaante, om het Woord van God voor die tijd te weerspiegelen, opdat men in die tijd de belofte van God voor die tijd kon zien. En de Heilige Geest is hetzelfde vandaag; het is de Geest van God over het geschreven Woord, Die iemand probeert te vinden waardoor het zich kan weerspiegelen, om te bewijzen dat Hij gisteren en heden en tot in eeuwigheid Dezelfde is; Johannes 14:12: "De werken die Ik doe, zult gij ook doen." – Jezus Christus Dezelfde, gisteren en heden en tot in eeuwigheid. Ziet u? Voortdurend proberend Zijn weg te vinden om Zichzelf door iemand te reflecteren.

116 Maar zij konden het niet doen. De mensen dachten zoveel van hun denominaties, hun kleine nesten die zij hadden, enzovoort, hun kerken genaamd, dus wilden zij niet naar Hem luisteren. Zo doen zij vandaag precies hetzelfde, zij kruisigen opnieuw.

117 Petrus zei op het Pinksterfeest: "Gij mannen, die in Jeruzalem en Judéa woont, luister naar mijn woorden. Dezen zijn niet dronken. Wanneer u even stil staat, zal ik u tonen wat het is." En hij ging verder en verklaarde het hun. Toen het hun als een steek door het hart ging, toen zij het hoorden, zeiden ze: "Wat moeten wij doen om gered te worden? Wat moeten wij doen om dit te ontvangen? Wij zijn overtuigd dat uw woord juist is."

118 Hij zei: "Bekeert u en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. Want dit komt u toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zovelen als de Here, onze God, er toe roepen zal." Dat is wat zij moesten doen: zich bekeren en gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus.

119 Tegenwoordig heeft de Rooms-katholieke kerk daarvoor in de plaats "Vader, Zoon en Heilige Geest" aangenomen. In plaats daarvan een communie – Steek uw tong uit en neem een ouweltje en de priester drinkt wijn en u bent tezamen één. De communie, die in plaats van de Heilige Geest, de 'Heilige Eucharistie' wordt genoemd. Ook hebben zij een drievoudige doop in "Vader, Zoon en Heilige Geest", ofschoon er niets van in de Bijbel staat vermeld. De Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest is de Here Jezus Christus! En wanneer u dat aan dit verkeerd geslacht laat zien, zoals Petrus zei: "Bekeert u van dit verkeerde geslacht", wanneer u het hun laat zien, wat doen zij? Zij maken er grappen over en zeggen: "Onze kerk leert het niet op die manier." Dan bent u schuldig; u bent daardoor schuldig aan de kruisiging van Jezus Christus, doordat u de kracht van God van de mensen wegneemt. U kruisigt het waarachtige Woord voor hen en u veroordeelt uzelf en uw samenkomst. U voert hen in een dodelijke val.

120 Zoals ik vorige zondag over die prediker sprak, Martin Luther King, daar met zijn dierbare mensen; hij leidt hen regelrecht in een dodelijke val. O, als er toch maar iemand eens met die man zou kunnen spreken! Ik wou dat ik het kon. Een opstand alleen vanwege een voorstel over scholen. Ziet u? Het ligt heel anders! Nee maar; als de mensen niet genoeg gevoel hebben om met een mens om te gaan vanwege zijn kleur, dan zijn zij hoe dan ook veroordeeld en dood. Deze natie geeft hun... Kom daar niet tegen in opstand. Ga niet...

121 Hoe zou het zijn als iemand zegt dat alle Ieren, of iemand, alle Duitsers, of iemand anders, zich moeten afscheiden... Dat zou Christenen nooit hinderen, zij zouden vastberaden doorgaan. En die man is een Christen. Als prediker zou hij die mensen niet in een opstand daartegen moeten leiden. Het zal de dood van miljoenen veroorzaken. Het zal een nieuwe revolutie voortbrengen. Het is een schande om dat te doen.

122 Hetzelfde speelt zich hier af. Het is weer precies hetzelfde. Dat klopt. Ziet u? Wanneer de mensen toch alleen maar naar de waarheid wilden kijken en zien wat de waarheid is... "Onze gemeente gelooft dàt niet. Wij hebben een andere weg." Goed, maar het is niet de juiste weg. Het is niet dat, waarop het aankomt.

123 Hij zei: "Bekeert u en een ieder worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden." Maar zij willen het niet doen! O, maar wat hebben zij gedaan? Nu, dat is nog maar één ding uit de honderden waarover wij misschien zullen spreken, zo snel als wij kunnen.

124 Welnu dan, de tweede kruisiging. Als een mens "Vader, Zoon en Heilige Geest" accepteert, een geloofsbelijdenis in plaats van het Woord, titels in plaats van de Naam, wat doet hij de mensen dan aan? Hij kruisigt de uitwerkingen van het Woord bij de mensen. Wanneer die man zegt dat Markus 16 alleen voor die generatie geldig was; terwijl God Zelf daar toen sprak, Jezus tot hen zei: "Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen. Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden. En degenen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen..." Hoe ver geldt dat? Voor iedere natie, elke belijdenis, iedere tong, elk ras, alle mensen, hetzelfde Evangelie. "En deze tekenen zullen de gelovigen volgen." Wanneer iemand probeert dat uit de Bijbel te halen, kruisigt hij de uitwerkingen van het Evangelie voor die samenkomst. Dus klaag ik u aan in de Naam van Jezus Christus: U bent schuldig aan het vermoorden van de Here!

125 De kerk haatte Hem. Waarom? Hij was hun eigen God. Zij haatten Hem en ontkenden dat Hij hun Messias was. Nee, zo'n Messias wilden zij niet. En vandaag doet de kerk hetzelfde; zij ontkent het Woord. Zij willen het niet; het is in strijd met datgene wat hun geleerd is te geloven door hun geloofsbelijdenissen. En het Woord is de Messias. Gelooft u dat? Wel, de afspiegeling van het Woord, wat is dat dan? Een afspiegeling van de Messias, wat de Heilige Geest onder ons is. Hij weerspiegelt Zichzelf, dat probeert Hij, waar Hij ook maar een lamp kan vinden waardoor Hij kan heen kijken, die niet door de rook van geloofsbelijdenissen en dogma's verduisterd is; waardoor Hij licht kan geven.

126 Onthoud dit, zij stonden op, reinigden hun lonten en maakten het lampenglas schoon, maar het was te laat. Wanneer u ziet dat deze Lutheranen, Presbyterianen, Methodisten proberen om in deze laatste dagen binnen te komen om de Heilige Geest te ontvangen, dan weet u dat zij het niet zullen krijgen. Zij mogen dan in tongen spreken en rondspringen, maar zie wat er gebeurt. Het is een tijdteken dat het voorbij is. Wij zijn aan het einde. Ieder ogenblik kan de gemeente de uitdaging horen om 'hogerop' te komen. Amen! Precies juist, precies in de juiste volgorde. De Heilige Geest maakt hier Jezus Christus tot een realiteit door diegenen, door wie Hij kan werken, Zichzelf kan bewijzen; Hij komt neer, laat Zijn foto nemen, toont het, geeft tekenen, spreekt daarover en vele andere dingen meer en bewijst daardoor precies wat Hij zei dat Hij zou doen naar de Schrift. Geen geloofsbelijdenis of een of ander idee dat door mensen is bedacht: een hoop bloed, vuur en rook, en dergelijke; maar een Schriftuurlijk (Messiaans) bewijs.

127 Zij hebben een hoop imitaties en nabootsers, enzovoort, maar dat doet alleen maar het werkelijke Woord beter uitkomen. Zo is het. Laat ons mensen zijn die geestelijk zijn, die het echte van het valse kunnen onderscheiden. Ziet u?

128 Verloochent Hem; verloochenden hun Messias. "Wij wilden Hem niet." Hetzelfde doen zij vandaag. "O, als ik daarheen zou moeten gaan, als ik zoals die groep zou moeten handelen, dat zou ik helemaal niet willen." Goed, dan heeft u het helemaal niet; dat is alles. Ziet u? Hetzelfde nu.

129 Ofschoon Hij op de juiste wijze bevestigd werd, wilden zij Hem niet. Zij haatten Hem. Waarom? Hij noemde hun predikers 'adderengebroed'. Hij zei: "U, stel witgepleisterde muren, u bent niets dan een kerkhof. Uw buitenkant is versierd met gewaden en omgedraaide boorden en aan de binnenkant zijn doodsbeenderen." Hij nam geen blad voor de mond. Hij was een kleine, eenvoudige Galileeër, een timmermanszoon, maar Hij nam geen blad voor Zijn mond. Hij heeft het hun ronduit gezegd.

130 "Denk niet..." Johannes, Zijn voorloper (nog iemand die geen blad voor de mond nam), hij zei: "Kom niet aan met te zeggen dat Abraham uw vader is. God is bij machte om uit deze stenen kinderen Abrahams te verwekken." Jazeker! "De bijl is aan de wortel der boom gelegd, en iedere boom, die geen vrucht voortbrengt, wordt afgehouwen en in het vuur geworpen." Jazeker! God is recht en is standvastig en streng met Zijn Woord. Beslist!

131 Let op, Jezus is door de Schrift bevestigd. Begrijpt u mij? Jezus werd door God, door de Schrift bevestigd dat Hij de Messias was. Klopt dat? Wij zullen in een paar minuten de aanklacht van Petrus behandelen en u zult ontdekken of het zo was of niet. Hij was grondig geïdentificeerd, dat Hij God was, gemanifesteerd in een Man, de Zoon van God genaamd. Zo is het. Hoewel Hij grondig geïdentificeerd en bevestigd was als het beloofde Woord, dat Hij de Messias was... Mozes zei: "Deze Messias zal, wanneer Hij komt, een profeet zijn, en al deze dingen zullen dan plaatsvinden." Toen die kleine vrouw bij de bron daar stond in die vuile toestand waarin zij was, wat symboliseerde dat? Dat God in deze laatste dagen uitgestotenen eruit zal trekken.

132 Herinnert u zich dat van gisteravond – van een vorige keer – toen ik hier over het bruiloftsmaal gepredikt had, hoe Hij zei: "Ik heb een groot feest bereid, enzovoort, voor al deze mensen, die Ik uitgenodigd heb; en ieder van hen had een uitvlucht"?

     "Ik kan het niet doen, omdat het onze geloofsbelijdenis teniet zal doen."

     "Ik kan niet komen, omdat ik een vrouw gehuwd heb; zij zal mij niet laten gaan."

     "Ik ben hier in de buurt met een kerk gehuwd. Mijn moeder was een Methodiste of Baptiste of Katholiek – ik kan dat eenvoudig niet verdragen."

     Hij zei: "U wilt niet komen en u wilt niet van Mijn maaltijd proeven; zo gaat dan uit en nodigt hoeren en prostituées en dronkaards en wie het ook maar zijn. Breng hen binnen en Ik zal hen in orde krijgen. Ik heb Mijn maaltijd toebereid en Mijn tafel is voor Mijn gasten aangericht en er zal daar iemand zijn."

     Zij kwamen niet; het veroordeelde die Joden. Maar wat is heden het geval?

     "Ik behoor tot de Presbyterianen."

     "Ik ben Luthers."

     "Ik behoor tot de Eenheidskerk."

     "Ik behoor tot de Tweeheidskerk."

     "Ik ben dit; ik kan niet... ik kan niet..."

     Daar hebt u het. "Dan zult u daar ook niet zijn!" Dat is precies wat Hij heeft gezegd. Dat is juist.

133 Een duidelijk bevestigde Messias, die het Woord duidelijk bevestigde, het beloofde Woord. De God die het Woord had beloofd, hoe de Messias zou zijn: daar kwam Hij en stond daar; Hij zei tot hen: "Nu, waarin heb Ik gefaald? Als u Mij niet als Mens kunt geloven, geloof dan de werken die Ik doe; want dat zijn de dingen die vertellen wie Ik ben. Het zijn de dingen die laten zien dat Ik de Messias ben. U wilt Mij niet geloven, omdat u denkt dat Jozef daarginds... En Ik werd daarginds in die kleine hut geboren en Mijn pleegvader daarginds is een timmerman. En u..."

134 En toen Hij in Galilea kwam en daar iets wilde doen, zeiden zij: "Wie is deze Man? Wie is Hij? Zijn niet Joses en deze hier Zijn broeders? Zijn niet Zijn zusters hier onder ons? Heet niet Zijn moeder Maria en Zijn vader Jozef? Waar hebt u die Man vandaan gehaald? Welke school heeft Hij bezocht? Hij heeft niet eens een lidmaatschapskaart; Hij heeft ook geen geloofsbrieven. Waar kreeg deze Jongeman... Waar heeft U dit eigenlijk gekregen?" En de Bijbel zegt dat Hij gekrenkt werd. Hij zei dat Hij daar geen machtige werken kon doen, en Hij draaide zich om en ging bij hen weg. Hij zei: "Een profeet wordt onder zijn eigen volk niet geëerd (zie), in zijn eigen provincie (let op!), of in zijn eigen land."

135 Daar is Hij, de duidelijk bevestigde Messias. Hij maakte geen aanspraak op eigen verdienste; Hij zei: "Ik kan niets doen, tenzij Ik het de Vader zie doen." En Hij daagde hen uit om te toetsen of Hij de Messias was.

136 En zie eens naar die kleine vrouw; zij herkende het. Zij was niet vooringenomen. De lamp... Zij was moreel gezien fout. Natuurlijk zou niemand dat goedkeuren. De wetten van God veroordelen dat. Zij was moreel slecht, maar zij... Zie, God beoordeelt u niet naar wat u bent. Hij beoordeelt u niet naar hoe groot u bent of hoe klein u bent; Hij beoordeelt uw hart: wat u wilt zijn! En zij wilde niets met dat religieuze gedoe rondom haar te maken hebben; dit was wat zij wilde. Het hinderde niet wat zij toen was, zij was bereid om te komen. God beoordeelt het hart. De mens oordeelt naar de uiterlijke verschijning. God ziet het hart aan. Het hindert niet wat zij eens was, dat licht flitste en dat maakte het in orde. Zij vatte de kern van eeuwig leven.

137 O, wat is dit rijk voor mij, te zien en te weten dat het de waarheid is. Daar wil ik op blijven staan. De God van de hemel zal Zich verheffen en mijn stem zal op de magnetische band van Gods grote tijd daarginds staan. En het zal deze generatie van de laatste dagen veroordelen! Want het is op de geluidsband, en het zal dan op de eeuwige band zijn. Dat is juist. Het zal deze generatie predikers veroordelen, die een vorm van godzaligheid hebben, en de kracht van het Woord en de manifestatie ervan verloochenen, terwijl het duidelijk geïdentificeerd is, dat Hij nog steeds Jezus Christus is, Die gisteren en heden en tot in eeuwigheid Dezelfde is. Ik klaag hen aan door het Woord van God.

138 Ik moet nu nog snel een andere belofte behandelen, want wij hebben nog maar ongeveer vijftien minuten.

     Daar... zij... daar kruisigden zij... Wat? Oh, my! Golgotha. Zij kruisigden Hem. Ten derde: Zij kruisigden Hem, omdat zij niet herkenden dat Gods beloofde Woord gemanifesteerd werd. En waarom kruisigden zij die Man? Kunt u het zich voorstellen? Laat mij een ogenblik teruggaan. Waarom wilden die mensen zo'n Man kruisigen? Zoals Maria...

139 Ik las eens een boek met de titel "De Prins uit het huis van David". Het werd geschreven door Ingraham, doctor Ingraham. Het is een wonderbaar boek, een drama. Vermoedelijk is het gedeeltelijk waar, omdat enige oude manuscripten gebruikt zijn, die afkomstig waren van een vrouw die Adena genaamd was. Zij kwam naar Palestina uit Egypte, Caïro, geloof ik dat het was, om haar opvoeding te voltooien. Zij was daar in de tijd van Christus. Vermoedelijk schreef zij vandaar naar haar vader. Het zou goed zijn, als u het te pakken zou kunnen krijgen om te lezen; het is werkelijk goed, "De Prins uit het huis van David". Dezelfde schrijver schreef het boek "De Vuurkolom" en daaruit nam Cecil de Mille "De tien geboden".

140 Nu, wij vinden in dit boek, dat deze Adena terugschreef. Zij zei dat op de dag van de kruisiging Maria Magdalena, uit wie Hij zeven duivelen geworpen had, voor de mensenmenigte liep en riep: "Wat heeft Hij misdaan? Wat heeft Hij gedaan? Hij genas alleen de zieken en probeerde hen, die gebonden waren, vrij te maken. Wat heeft Hij gedaan, dan alleen goeds? Laat iemand het zeggen!"

141 Een man dreef haar met slagen bijna de hele hof door en zei: "Gelooft u deze dwaze vrouw eerder dan uw priesters?"

142 Dat is het. Ziet u? Wat had Hij misdaan? Hij had niets gedaan. Waarom kruisigden zij Hem? Waarom? Omdat zij niet herkenden wie Hij was. En vandaag is het hetzelfde. De predikers en de hedendaagse mensen en onze moderne leraars hebben de mensen zo ingeprent om te geloven dat dit tovenarij is, van de duivel, telepathie, een misleiding, of dat het een of andere truc is, dat de mensen niet meer herkennen dat dit de rechtvaardiging van het Woord van God is voor deze tijd. Het is het teken van de laatste dag.

143 De kerken zullen zeggen, als u niet tot hun organisaties behoort: "Ach, wel, dat is een gemaakt iets. Dat is een misleiding. Kijk alleen maar eens naar die en die en zus en zo." Maar laten zij het eens bewijzen dat de ware zaak een misleiding is. Laten zij eens bewijzen, dat het verkeerd is. Zij kunnen het niet. Nooit is gebleken dat het vals is, en dat zal het ook nooit zijn, want het is God. Ziet u? Maar zij wijzen daarop en denken: "Ja, als het een man met een grote naam was..." Maar omdat het een klein groepje is, een paar mensen die zo te zeggen uitgestotenen zijn, zeggen zij: "Wel, wij sluiten deze personen buiten onze gemeente. (Zie?) Zij kwamen eens naar onze groep, maar zij gingen over op dat en nu houden zij zich daarmee op... Ga maar kijken, wat dat is en wie het is." Het kan mij niet schelen. Zij zouden hetzelfde immers over Petrus, Jakobus en Johannes kunnen zeggen. "Een onkundige en ongeletterde man", zeiden zij... Maar het was ze niet ontgaan dat er sinds die tijd iets was gebeurd. Zij waren bij Jezus geweest! Dat maakte het verschil. Ziet u?

144 Zij deden het, omdat zij niet wisten wie Hij was. Zij wisten niet dat de bevestiging van Gods Woord in die dag niet standhield... Nu, het was op een bepaalde dag, en dat was juist. In een bepaalde tijd was het juist om de wetten en andere verordeningen te houden. Maar diezelfde wetten die zij hielden, wezen naar een tijd waarin Hij zou komen en deze Mens zou worden die Hij werd verondersteld te zijn. Zij hadden dit deel, maar zij namen het andere deel niet aan.

145 Hetzelfde doen ze nu. Zij hebben een gemeente en zij geloven in Jezus Christus, zij zeggen dat zij dat doen, en dat soort dingen, maar zij loochenen het uur waarin wij leven! Het is zoals het oude spreekwoord luidt: Mensen prijzen God steeds voor datgene wat Hij gedaan heeft en kijken uit naar hetgeen Hij doen zal; maar zij negeren wat Hij nu doet. En daardoor worden zij veroordeeld. Ziet u? Zij denken dat God wonderbaar is: hoe groot Hij is; wat Hij zal gaan doen; Hij zal komen; op een dag zal er een opname zijn en wij zullen naar huis gaan; maar zij loochenen de waarachtige tekenen en wonderen hier in deze tijd, in de tijd waarvan de Schrift zegt dat Hij dit doen zal en zij missen het helemaal. "Als de blinde de blinde leidt," zei Jezus, "zullen zij beiden in de gracht vallen." Bid slechts dat God uw ogen zal openen in deze laatste dagen. Goed.

146 Nu, hetzelfde doen zij vandaag; zij verloochenen en kruisigen dezelfde God vandaag, doordat zij Hem niet kennen. Doordat zij Hem, en de dingen die Hij vandaag doet, loochenen, kruisigen zij Jezus niet alleen opnieuw, maar zij lasteren de Heilige Geest. En door dat te doen zijn zij... Hoe lasteren zij de Heilige Geest? Hoe deden ze het in die dagen? Wel, zij konden Hem toen nog niet lasteren; Hij was nog niet gekomen. Zij noemden Jezus "Beëlzebul", noemden Hem "Beëlzebul", omdat Hij de geheimen van hun hart kende.

     Zij zeiden: "Dit is een duivel." Met andere woorden: "Hij is een waarzegger. Door waarzeggerij doet Hij het. Hij is niets dan een duivel." Ziet u, zij hadden vierhonderd jaar lang geen profeet gehad en zij waren er niet meer aan gewend. Zij hadden alleen hun wet. Zij zeiden: "Dit is Beëlzebul."

147 En Jezus zei: "Ik vergeef u dat, maar wanneer de Heilige Geest gekomen is, en u er één woord tegen spreekt, zal u dat nooit vergeven worden."

     Denk daaraan, het zal en kan niet, absoluut niet, er is geen genade... Wanneer u lastert en noemt de Geest van God, het Woord van God, dat door de Geest bevestigd wordt (ziet u, het Woord zegt het zo; de Geest bevestigt het), en u noemt dat onrein, dan hebt u de grenslijn tussen genade en oordeel overschreden en het kan u nooit vergeven worden. Dat is de reden, waarom ik deze generatie aanklaag, daar zij schuldig zijn aan het kruisigen en lasteren van de gemanifesteerde Zoon van God! Zoals beloofd was door alle profeten en ook door Christus Zelf, dat het in de laatste dagen zo zal zijn, als in de dagen van Noach en de dagen van Sodom.

148 Lastering, want zij kruisigen voor de mensen de Zoon van God opnieuw. Hij is het bevestigde Woord. Eén woord ertegen en het kan nooit vergeven worden. Nu, wat zult u dan gaan doen? Waar zult u gaan staan? Zij zijn verdoemd en wachten alleen nog op het uur, dat de toorn van God uitgegoten wordt. Hij zal hen verpletteren.

149 Men houdt meer van denominatie-leerstellingen en dogma's die door mensen gemaakt zijn, dan van het bevestigde Woord van God; deze generatie van mensen. O, ik wilde dat ik er nog wat langer over kon spreken. Deze generatie van mensen. "Deze generatie wijst de openbaring van God minachtend af, maar wij treden in de voetsporen van de apostelen." Dat klopt. God...

150 U zegt: "Goed, dat zeggen anderen ook." Maar God bevestigt het!

     Jezus zei: "Wanneer de werken niet van Mij getuigen, ga dan maar verder en zeg dat Ik het van Mijzelf zeg. Maar de werken spreken voor zich en u kunt beter de werken geloven, (ziet u?) want het is het uur." Zei: "U weet wel of morgen de zon zal schijnen of dat het slecht weer zal zijn, u ziet het aan het rood van de lucht en dat het betrekt; morgen zal het mooi weer zijn." Zei: "De tekenen des hemels kunt u onderscheiden, maar van de tekenen der tijden weet u niets. Als u God gekend had, had u ook Mijn dag gekend."

151 Zij zeiden: "U maakt zoveel aanspraak op Uzelf, U maakt Uzelf God." En zij sloegen Hem aan het kruis.

152 De Heilige Geest is vandaag niet een derde persoon; het is God Zelf, geopenbaard in menselijk vlees door het bloed van Jezus Christus, om een leven te heiligen waardoor Hij zich kan weerspiegelen. En zij kruisigen datzelfde gemanifesteerde Woord. Begrijpt u het? De kruisiging van Christus vandaag vindt plaats door de mensen die de bevestigde en gemanifesteerde Zoon van God zullen loochenen, die onder de mensen is geopenbaard door Zijn werken, waarvan Hij zei, dat zij zouden plaatsvinden in deze dag door Zijn Woord. Ziet u?

153 Nu, dezelfde bevestiging moet heden hetzelfde zijn, als Hij dezelfde Zoon van God is, want Hij zegt in Johannes 14:12: "De werken die Ik doe, zult gij ook doen." Hebreeën 13:8: "Jezus Christus is Dezelfde, gisteren, heden en tot in eeuwigheid." Johannes 15: "Indien gij in Mij blijft, en Mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij wilt, en het zal u gegeven worden." Jazeker!

154 Bedenk wel, het waren zeer religieuze mensen die dat deden. Het waren geen buitenstaanders. Zij waren de godsdienstigste mensen van die dagen. En diegenen die het vandaag doen, zijn ook de godsdienstige mensen! Het is vandaag dezelfde kruisiging, dezelfde zaak.

155 Snel! Kruisigden zij Hem daar toen? Zeker, toen zij Gods bevestigde Woord weigerden en hun geloofsbelijdenissen namen in plaats van het Woord. Is dat wat zij vandaag doen? Dat is juist, zij doen heden hetzelfde. Hij was het Woord en zij wezen het Woord af. Ik zou willen dat dit punt u niet ontgaat. Ik wil dat u dit niet mist. Hij was het Woord en toen zij Hem afwezen, verwierpen zij het Woord! En toen zij Hem verwierpen, kruisigden zij Hem tenslotte. Hetzelfde hebben zij heden gedaan: zij wijzen het Woord van God af en hebben hun geloofsbelijdenissen aanvaard en hebben openlijk voor hun gemeenten de werking van de Heilige Geest gekruisigd. En zij zijn schuldig en ik klaag hen aan in de Naam van Jezus Christus!

156 Vijftien jaar heb ik gezien hoe Hij het land beroerde en toch hielden zij zich aan hun geloofsbelijdenissen vast. Zij zijn schuldig! Zij namen het Woord, wat de kerk – al de kerken – tezamen zou hebben gebracht en een grote verenigde broederschap onder de Pinkstergelovigen en al de overigen zou hebben gemaakt... In plaats van dat te doen, verwierpen zij het, zij wezen het af, maakten er grappen over en noemden het van alles; en nu proberen zij door een Wereldraad van kerken, door het plan van de duivel, binnen te komen en te zeggen: "Nu zullen wij komen om wat olie te kopen." Zij zijn verworpen en zij... zij zijn schuldig aan de kruisiging van Jezus Christus. U moet Gods voorwaarden aannemen, want uw voorwaarden zullen niet werken.

157 Zij verwierpen Gods gemanifesteerde Woord, vanwege hun geloofsbelijdenissen en heden doen zij precies hetzelfde. "Hij was het Woord"; Johannes, Johannes 1. Hebreeën 13:8 zegt: "Hij is gisteren, heden en tot in eeuwigheid Dezelfde."

158 Heden kruisigen zij Hem opnieuw. Weet u dat de Bijbel zegt dat wij dat kunnen doen? Wie zouden daar iets over willen lezen? Wilt u mij nog vijftien minuten de tijd geven? Goed! Laat ons nu even opslaan... Opnieuw gekruisigd. Laten we gaan naar Hebreeën 6, en daar iets lezen; Hebreeën 6, en zien of wij de Zoon van God opnieuw kruisigen. Zien of het mogelijk is. U zegt: "U kunt Hem niet voor de tweede maal kruisigen." Welnu, wij zullen bezien of het mogelijk is of niet. Gods Woord is waar. Klopt dat? Hebreeën 6:1:

     Daarom, nalatende het beginsel van de leer van Christus, laat ons tot de volmaaktheid voortvaren; niet wederom leggende het fundament van de bekering van dode werken, en van het geloof in God,

     Van de leer der dopen, en van de oplegging der handen, en van de opstanding der doden, en van het eeuwige oordeel.

     En dit zullen wij ook doen, indien God het toelaat.

159 Ziet U? Paulus legt er de nadruk op, dat deze dingen hier absoluut van belang zijn: doop, oplegging der handen, opstanding, tweede komst. Al deze dingen zijn eeuwig; ze zijn de absolute waarheid. Nu, let op! Want het is onmogelijk... Lees met mij nog één vers. Ik wil graag, dat u nu vers 4 met mij leest.

     Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht geweest zijn, en de hemelse gave gesmaakt hebben, en de Heilige Geest deelachtig geworden zijn,

     En gesmaakt hebben het goede woord Gods, en de krachten der toekomende eeuw,

     En afvallig worden, die, zeg ik, weer te vernieuwen tot bekering, daar zij voor zichzelf de Zoon van God weer kruisigen en openlijk te schande maken.

160 Nu, is dit mijn woord of Zijn Woord? Een mens die komt tot een kennis... Bedenk wel, zij ontvingen het nimmer; zij waren grensgelovigen. Nadat wij de kennis van het Woord van God hebben ontvangen (u krijgt het door kennis, doordat u het leest en begrijpt), en wanneer u het dan afwijst, dan is het onmogelijk dat u ooit gered kunt worden! Hebt u het nu begrepen? Ze hebben een kennis der waarheid ontvangen. Juist; u begrijpt het; u hebt het niet ontvangen.

161 Precies zo was het toen deze gelovigen uittrokken... het is een nauwkeurig type van de reis. Deze derde exodus is precies een type van de andere.

162 Kijk! Kijk daarnaar terug! Laat mij u nu voor een ogenblik iets tonen. Vergeef me de uitdrukking. Kijk! Israël koos twaalf mannen uit, één uit iedere stam, hoofd van een denominatie; zij gingen naar de grens van het beloofde land en hun werden de goede dingen getoond die zij zouden kunnen bezitten. En zij kwamen terug en klaagden: "Wij zijn niet in staat het uit te voeren." Maar er waren er twee van de twaalf, Jozua en Kaleb, die op het Woord zagen en zeiden: "God zegt dat het aan ons behoort en wij zijn zeer zeker in staat het land in te nemen." Klopt dat?

163 Wat waren zij? Grensgelovigen. Ziet u? Zij waren eigenlijk in de kerk geboren. Zij waren leiders van het volk; zij waren zo te zeggen bisschoppen. Zij liepen precies tot waar het Woord van God als de waarheid werd bewezen. Daar was het land; zij waren daar niet eerder geweest. Zij wisten niet, dat het daar lag. Maar zij gingen er heen en zagen dat het daar lag. Daar was het. Kaleb en Jozua staken over en brachten een tros druiven mee en lieten hen er van eten; zij proefden iets van het goede land en gingen toen terug en zeiden: "Wij kunnen het niet doen, (ziet u?) wij kunnen het eenvoudig niet doen."

164 Hier is diezelfde groep in de tijd van Jezus Christus: "Rabbi, wij weten dat U een leraar van God gezonden bent." Ziet u? Grensgelovige. "Wij weten dat U een leraar van God gezonden bent. Niemand kan die dingen doen die U doet. Wij erkennen dat God met U moet zijn." Waarom namen zij het niet aan? Waarom begrepen zij het niet? Grensgelovige; grensgelovige.

165 Hier zijn zij bij deze derde exodus: hetzelfde teken, dezelfde manifestatie, dezelfde Christus, dezelfde Heilige Geest, dezelfde werken, dezelfde God, dezelfde Boodschap, en toch kunnen zij het niet aannemen. Zij moesten dan hun lidmaatschapskaart opgeven. Wat is het? Zij hadden een kennis van de waarheid. Zij keken en zagen dat het de absolute waarheid was. Zij kunnen het niet ontkennen. De tijdschriften moesten zelfs getuigen, dat zij het gezien hebben. De foto's, de kranten, het bewijs, de opwekking van doden, de uitspraken van de doktoren over de genezen zieken: zij moeten zeggen dat Hij het is. En de voorzeggingen, niet een daarvan was fout in al die jaren, ze zijn allemaal helemaal precies uitgekomen; zij kunnen niets anders zeggen, dan dat het van God is. Maar zij kunnen het niet aannemen.

166 Uit die groep predikers in Chicago zouden er ongeveer driehonderd komen om zich te laten dopen in de Naam van Jezus Christus. Waar zijn ze gebleven? De prijs is te hoog. Zij kunnen het niet doen. Waarom niet? De Bijbel zei dat wanneer ze dat doen... Wat doen zij? Zij scheiden zichzelf af van genade in oordeel: "Want het is onmogelijk degenen die eens verlicht geweest zijn (zij zijn ertoe gebracht het te zien) en een kennis van de waarheid hadden, en het goede Woord Gods gesmaakt hebben; en afvallig worden, wederom te vernieuwen tot bekering", zodat ze zeggen: "Ja, nu wil ik het! Ja!" ...

167 U, Presbyterianen, u, Methodisten, Baptisten, Lutheranen en dat Volle Evangelie Zakenlieden-gedoe, die zeiden dat ze zouden komen en toch wezen zij de Boodschap af! Uw kerk zal... Misschien nemen er enkele personen de Boodschap aan, zeker, maar niet de kerk. U moet uit de kerk vandaan komen, om het te krijgen. Ziet u? Zo is het. Enkelingen ja, die zullen er uitkomen...

168 Maar wanneer u denkt, dat de Presbyteriaanse kerk de Heilige Geest zal ontvangen, en dat zij allen hun documenten zullen laten vallen... Denk dat maar nooit! En denkt u dat u Methodisten het zult doen? U zult het nooit doen. Denkt u dat u, Drieëenheidsleer-mensen, ooit de Naam van Jezus Christus zult aannemen en u laten dopen, een ieder van u in...? U zult het nooit doen. U zult het nooit doen. Maar enkelingen zullen eruit komen en het aannemen. Dat is juist. En dàt is het teken van Zijn komst! Maar de kerken, die de waarheid hebben gezien en die het op hun congressen hebben afgewezen, voor hen is het onmogelijk... Dan zijn zij schuldig aan de kruisiging van Jezus Christus. En ik klaag hen aan, door het Woord van God, dat God heeft...

169 "Hoe kunt u hen aanklagen, broeder Branham?" Ik klaag hen aan, omdat God Zich duidelijk in Zijn Woord heeft geïdentificeerd in deze laatste dagen, en omdat Hij Zichzelf bekend gemaakt heeft dat Hij gisteren, heden en tot in eeuwigheid Dezelfde is, en zij het ijskoud hebben afgewezen. U bent daardoor schuldig aan de kruisiging van Jezus Christus, doordat u de Heilige Geest gelasterd hebt! Zo is het.

170 Wij nemen u nu opnieuw mee naar Hebreeën 10. Hier wordt ons weer gezegd, dat het niet alleen onmogelijk is, maar dat het u eeuwig van God afscheidt. U kunt nimmer meer in de tegenwoordigheid van God komen, wanneer u de Heilige Geest afwijst en u er grappen over maakt.

171 Ziet u? U hebt het Woord geproefd. Grensgelovigen. "O," zegt u, "deze knapen waren geen gelovigen." Zij waren gelovig of beleden gelovig te zijn, maar toen het op het Woord aankwam... Zij waren Israël; zij trokken uit onder het bloed. Zij trokken uit onder de tekenen van Mozes; zij hadden deze tekenen in werking gezien.

     God zei: "Ik zal u daarginds heenleiden."

172 En toen het kwam tot het beginsel van het beloofde Woord dat zou komen, wat zeiden zij toen? "O, wij kunnen het niet doen." Ziet u? En daar kwamen zij terug met druiven en andere goede dingen, om te bewijzen dat het land goed was. Gods Woord is juist.

     God zei: "Ik zal u het land geven" – maar de omstandigheden!

     "O," zeiden zij, "wij zien eruit als sprinkhanen, met hen vergeleken. Wij kunnen het land niet innemen." Ongeacht hoe...

173 Enige jaren geleden, toen dit oude omhulsel hier als Tabernakel stond, kwam er iemand binnen, ging naar mij toe en sprak met mij en zei: "Billy, je zult nog eens op een dag tegen die vier pilaren van deze Tabernakel prediken met zulke boodschappen."

174 Ik zei: "Dan zal ik tegen die vier pilaren prediken, want God is bij machte om zelfs van die vier pilaren Abraham kinderen te verwekken." Dat is het; dat is de waarheid. Ik zei: "Wanneer u iets heeft waarmee u het kunt weerleggen, zeg het mij dan." Het is gemakkelijk om iets te zeggen, maar wanneer het komt tot een punt om het aan te tonen, dan is het iets anders. Ja! Dat is het verschil. Zo is het.

175 Ja, met hun geloofsbelijdenissen kruisigen zij Hem opnieuw. Nu, Hebreeën, het zesde hoofdstuk, en we zullen daarmee verdergaan. Wij zouden daarin nog veel verder kunnen lezen. Wij hebben tijd genoeg. Ik heb hier een Schriftgedeelte aangestreept (dat was Hebreeën 6), waarin staat, dat het onmogelijk zal zijn voor degenen, die eens verlicht zijn geweest en de Heilige Geest deelachtig geworden zijn... Wij hebben niet de tijd om al te diep daarop in te gaan, omdat ik nog een ander Schriftgedeelte heb, dat ik dadelijk zou willen lezen.

176 Let hierop! Zij kruisigen de Zoon van God voor zich opnieuw. Wat deden zij? Wat? Doordat zij geproefd hebben en weten dat het de waarheid is, en dan wenden zij zich af en loochenen het. Wat doen zij? Het is onmogelijk...

177 Dus dat is wat deze natie heeft gedaan. Dat is wat ons volk heeft gedaan. Dat is wat deze kerken hebben gedaan. Zij hebben het afgewezen en de Boodschap gekruisigd; zij hebben de waarheid voor de mensen gekruisigd. Wat deden zij met Jezus? Zij maakten Hem te schande, trokken Hem Zijn klederen af, hingen Hem aan het kruisen nagelden Hem daaraan vast, de Vorst des levens.

     Hetzelfde hebben zij vandaag gedaan door hun geloofsbelijdenissen. Zij hebben precies hetzelfde gedaan. Zij ontdeden Hem van menig ding; zij ontdeden Hem van Zijn goedheid en de kleding van het Evangelie, door te proberen het ergens anders te plaatsen en hingen Hem aan een kruis... O, waarom?

178 "Daar kruisigden zij..." Nu, het laatste woord van het citaat: "Hem", Hem, deze meest dierbare Persoon. Waarom deden zij het? Zij kenden Hem niet. Waarom doen zij het vandaag? Zij weten niet dat dit de waarheid is. Zij zijn er doof en blind voor. Zij weten het niet; dat is de reden. Hun geloofsbelijdenissen en tradities hebben hen van het Woord van God afgebracht.

179 Nu, tot slot, tot u hier, ik vraag om grote oplettendheid! Ik weet dat het warm is; ik heb het ook erg warm. Maar, o broeder, dit Woord, het is leven wanneer u zich eraan vasthoudt. Kijk! Het is niet iets waarover wij spreken, wat misschien hierna gebeurt. Het is iets, dat reeds onder ons is en nu gebeurt; niet iets dat zal zijn, maar iets dat reeds is. Wij getuigen niet: "Wij weten wat Hij gedaan heeft; wij weten wat Hij zal doen", maar nu spreken wij over wat Hij nu doet. Ziet u? Dit is ons uur. Wij kunnen misschien wel niet zolang leven dat wij de opname zullen meemaken. Ik kan vandaag sterven; u kunt vandaag sterven. Ik weet het niet. Maar de opname komt! Wanneer die komt zullen wij daar zijn; wees er niet bezorgd over, zo zal heel de rest van hen, die door alle eeuwen heen geloofden, daar zijn, want zij allen keken ernaar uit. Zij wandelden in het licht van hun dag, en hier is het licht: Jezus Christus Dezelfde gisteren, heden en tot in eeuwigheid. Geef uw geloofsbelijdenissen op en geloof dit Woord. Dit is de waarheid; het Woord is waarheid. Jezus zei: "Mijn Woord is Geest, Mijn Woord is leven." Hoe wilt u leven ontvangen, wanneer u gelijktijdig het leven verwerpt? Hoe wilt u gelijktijdig een dogma aannemen, wat de dood is, en het Woord des levens? Wilt u het Woord des levens afwijzen, om de dood te ontvangen? Hoe kunt u die beide tegelijkertijd aannemen? Dat kunt u niet doen. Laat ieder mensenwoord een leugen zijn, ieder dogma een leugen; Gods Woord is de waarheid.

180 Ik daag ieder mens uit, mij te tonen... Iedereen! En ik weet dat deze bandopname de hele wereld zal overgaan. Welke man ook, welke bisschop ook, die in mijn studeerkamer wil komen of in deze samenkomst en zijn vinger op een plaats legt, waar ooit iemand in het Nieuwe Testament gedoopt werd in de Naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest. Ik zal u tonen waar elke persoon die ooit gedoopt werd, en zij die anders gedoopt waren, moesten komen en werden overgedoopt, om de Heilige Geest te ontvangen. Wat zult u er nu mee gaan doen? Wilt u bij uw geloofsbelijdenissen blijven? Blijf dan daar bij uw dogma's en sterf! U bent schuldig, u hebt met vuile handen de Vorst des levens genomen, het Woord des levens, en het gekruisigd voor de mensen.

181 Welnu, wat deden zij? Zij wisten het niet! Vandaag gaan de mensen rond in onwetendheid; zij weten niet wat waarheid is. Zij denken dat het een soort "isme" is. Zij graven niet diep genoeg, om de Geest van openbaring te krijgen. Zij bidden niet genoeg! Zij roepen God niet genoeg aan. Zij nemen het gemakkelijk op: "O goed, ik geloof dat er een God is." Zeker! De duivel gelooft hetzelfde. De duivel gelooft het meer dan sommige mensen die voorgeven te geloven; de duivel gelooft het en siddert. De mensen geloven het wel en gaan verder, maar de duivel siddert, omdat hij weet dat zijn oordeel komt. De mensen geloven het wel maar besteden geen aandacht aan het komende oordeel.

182 Zij zijn er schuldig aan, Hem te kruisigen. Heel zeker! Ik klaag deze generatie aan en acht hen schuldig door hetzelfde Woord dat hen in het begin schuldig verklaarde! Dat is zo. Jezus zei: "Wie kan Mij veroordelen?" Hij was het vleesgeworden Woord. En vandaag is hetzelfde Woord vlees geworden.

183 Petrus zei in zijn aanklacht in Handelingen... Laten wij het even lezen. Toen Petrus dit zag plaatsvinden wat zij hadden gedaan, de Geest... Kijk, Petrus verdedigde Christus, wat zij hadden gedaan! Ik verdedig wat de Evangeliën zeggen. Petrus klaagde hen aan, omdat zij de Man Christus gedood hadden, die het Woord was. Ik klaag deze generatie aan omdat zij proberen het Woord te doden, wat gemanifesteerd is in een man. Let op wat Petrus zei, zijn gerechtvaardigde verontwaardiging moest wel een hoogtepunt hebben bereikt. Luister naar hem in Handelingen, het tweede hoofdstuk, wij beginnen met het tweeëntwintigste vers:

     Gij Israëlietische mannen, hoort deze woorden: Jezus de Nazarener, een Man van God, onder u betoond door krachten, en wonderen, en tekenen, die God door Hem gedaan heeft, in het midden van u, gelijk ook gijzelf weet.

     Nee maar! Stel u voor hoe zij zich moesten voelen. Luister hiernaar:

     Gij Israëlietische mannen... Gij vorsten, gij mannen van de kerk, gij heilige mannen, gij priesters, gij mannen van wie wordt verondersteld dat u mannen Gods bent, hoort deze woorden: Jezus van Nazareth werd in uw midden door God bevestigd.

184 Nu, ik zeg tot u, geestelijken, en u mensen: Jezus van Nazareth, de Heilige Geest, is hier in de persoon van de Heilige Geest; hetgeen het leven was dat in Hem was. Hij werkt hier door mensen heen en verklaart Zichzelf door tekenen en wonderen die Hij doet. En hier hangen ze aan de muur, wetenschappelijk vastgesteld. En er zitten hier mensen die dood waren en vandaag leven; en die door kanker waren weggevreten, die vandaag gezond zijn. Blinden kunnen vandaag zien en kreupelen kunnen weer lopen! Het is Jezus van Nazareth.

     Deze, door de bepaalde raad en voorkennis Gods overgegeven zijnde,... (voorbestemd om Zijn werk te doen), hebt gij genomen, en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood;

185 Is dat geen aanklacht? Wat wordt er aangeklaagd? De Hoge Raad van het Sanhedrin! En ik klaag vanmorgen de Wereldraad van kerken aan; ik klaag de Pinkstermensen aan; ik klaag de Presbyterianen aan; de Baptisten en iedere denominatie in de wereld. Met vuile, zelfzuchtige begerigheid hebt u het Woord des levens genomen en het voor de mensen gekruisigd; u hebt het gelasterd en het fanatisme genoemd, hetgeen God in ons midden heeft doen opstaan om te bewijzen dat Hij gisteren, heden en tot in eeuwigheid Dezelfde is. Ik klaag deze generatie aan!

186 God heeft bewezen dat Hij leeft. God heeft bewezen dat dit Zijn Woord is. Wat hebt u behalve een hoop dogma's en geloofsbelijdenissen? Waar kunt u de levende God aantonen? Omdat u het Woord des levens hebt afgewezen, wat u deze dingen gegeven zou hebben. Jazeker! O, wat een uur waarin wij nu leven. Tjonge! Hetzelfde...

187 O, ik noem... Petrus zei: "Door de handen der onrechtvaardigen hebt gij Hem aan het kruis gehecht en gedood."

     Die God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende, alzo het niet mogelijk was, dat Hij door deze dood zou gehouden worden.

188 En door uw geloofsbelijdenissen en uw organisaties en uw denominaties met uw vorm van godzaligheid, uw vormen van godzaligheid, hebt u de kracht van Zijn opstanding verloochend. Maar het uur is gekomen; de laatste dagen zijn hier, waar God, overeenkomstig Maleachi 4 beloofd heeft, dat Hij in de laatste dagen iemand verwekken zou om de harten der mensen terug te brengen tot de oorspronkelijke zegeningen en het pinkstergeloof van de vaderen. U kunt het niet loochenen en u kunt het niet wederstaan. En nu veroordeel ik u als schuldig, en daag u uit, en ik klaag u aan voor God, dat u met slechte, zelfzuchtige denominatiehanden het Woord van God voor de mensen gekruisigd hebt! Ik noem u schuldig en klaar voor het oordeel. Amen. Jazeker!

189 Ik zeg hetzelfde wat Petrus zei. Hij riep die generatie op tot bekering. Ik roep deze generatie op tot boetedoening, bekering tot God, om terug te komen tot de oorspronkelijke waarheid van het Woord. Keer terug tot het geloof van onze vaderen. Keer terug tot de Heilige Geest, want God kan het niet veranderen. Wanneer God zegt: "Deze tekenen zullen de gelovigen volgen", dan moet Hij daarbij blijven tot in eeuwigheid; het is Zijn Woord.

190 Wanneer u zegt: "Schud handen" of "neem de communie" of iets dergelijks, of iets van zo'n geloofsbelijdenis of iets over een of ander idee: ieder mens, iedere dronkaard, iedere ongelovige kan dat doen, iedere nabootser, iedere prostituée kan dat doen: de communie nemen, vormen hebben en dergelijke dingen; u kunt het doen. Maar Jezus zei dat dit de identificatie zal zijn: "Deze tekenen zullen volgen (niet misschien; zij zullen...) in alle generaties, hen die geloven: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; zij zullen in andere tongen spreken, spreken met nieuwe tongen, en slangen opnemen en indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun niet schaden, op zieken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden. Geneest de zieken; wekt de doden op, drijft duivelen uit; om niet hebt u het ontvangen, geeft het om niet."

191 Al deze grote geldophaalprogramma's en zaken zijn vandaag onlosmakelijk verbonden geraakt met de dingen; geen wonder dat zij daarom rijp zijn voor het oordeel. Jazeker! Oh, my!

192 Laat eens zien. Jazeker! Roept hen tot bekering. En mijn aanklacht nu... Dit nieuwe Golgotha is de kerk, de zogenaamde, meest heilige plaatsen, grote kansels, het Katholicisme als altaar, het Katholieke altaar, genaamd hun kansel. De Methodisten, de Baptisten, de Presbyterianen, de Pinksterkerken, de heiligste plaatsen, daar ontvangt Hij Zijn diepste wonden – een nieuw Golgotha. Waar wordt het gevonden? In de heilige plaatsen, de kerk. Door wie wordt Hij gekruisigd? Door de voorgangers. U huichelaars, u moest het beter weten! Ik ben niet kwaad, maar iets in mij komt in beroering. God is volkomen onder u geïdentificeerd.

193 Waar kreeg Hij die speren in Zijn zijde? Waar kreeg Hij Zijn wonden? Op Golgotha. Waar krijgt Hij ze vandaag? Van de kansels. Waar kwam het toen vandaan? Van Jeruzalem. Waar kwam het vandaan? De denominatie; degenen die beweerden dat zij Hem lief hadden, deden het. Dezelfde mensen doen het vandaag! Zijn tweede Golgotha, waar Hij Zijn wonden ontvangt, door tegen het Woord te zijn... Dat is wat Hem doorsteekt. Wie is Hij? Hij is het Woord. Hij is het Woord. Vanwaar wordt Hij het ergste verwond? Vanaf de kansels in de heilige plaatsen, precies zoals het toen gebeurde.

194 Ik heb het recht deze generatie aan te klagen. Ik heb er het recht toe als prediker van het Evangelie van Jezus Christus met Zijn tekenen en bewijzen dat Hij God is. Ik heb het recht een aanklacht naar voren te brengen tegen deze generatie, want Zijn ergste speerpuntverwondingen heeft Hij vanaf de kansels gekregen, vanwaar zij het bekritiseerd hebben en zeiden: "Ga daar niet heen om die onzin te horen. Dat is van de duivel." Precies daar op de plaats waar zij Hem behoorden lief te hebben!

195 Ofschoon dezelfde tekenen gebeurd zijn, waarvan Jezus zei dat ze zouden gebeuren. Het Woord van God is scherper dan een tweesnijdend zwaard (het Woord), een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten, en het wordt de duivel genoemd. Vanwaar? Vanaf de kansels, de heilige plaatsen! O God, hoe kan Hij nog naar beneden kijken? Alleen in barmhartigheid en genade, dat is alles. We kunnen alleen nog het oordeel afwachten. Wij zijn daar reeds.

196 Denk hierover na: Zijn zwaarste wonden komen van de kansel. Daar is Zijn nieuwe Golgotha. Zij kruisigen Hem, het Woord, op de kansel. Dat is juist. Hoe? Hoe doen zij het? Door hun vormen van godzaligheid. Dat is het precies!

197 Hij wordt gekroond door de toehoorders, de spotters; Hij heeft een nieuwe doornenkroon gekregen. Spotters verwonden Hem vanaf de kansel, door spotters wordt Hij gekroond. Is Hij opnieuw gekruisigd? Gegeseld door geloofsbelijdenissen die door mensen zijn gemaakt, door leraren van denominaties die tegen Zijn Woord zijn. Zij geselen het, smadelijk vervloeken zij het.

198 Jezus zei: "Tevergeefs aanbidden zij Mij." Tevergeefs. Het heeft geen nut. Wie aanbidden zij? Zij aanbidden dezelfde God. Zij aanbaden dezelfde God bij Zijn eerste kruisiging, en het was een nutteloze aanbidding. Vandaag is hetzelfde het geval. Tevergeefs bouwen zij deze denominaties. Tevergeefs bouwen zij deze seminaries. Tevergeefs hebben ze deze geloofsleer. Tevergeefs verkondigen zij als leer de geboden der mensen en verloochenen het Woord van God. Zij zijn schuldig aan het kruisigen van de Vorst des levens, doordat zij de leerstellingen der mensen leren, in plaats van Zijn Woord. "Zij aanbidden Mij tevergeefs" – gegeseld, doorstoken, gekroond.

199 Wanneer men daar enige van u vrouwen met lang haar op straat ziet lopen, wordt er gezegd: "Zij is ouderwets, is het niet?" Bedenk, dat zijn spotters. Dat is een kroon die u draagt. God zei dat het uw heerlijkheid is. Draag het met trots. Halleluja! Draag het met trots, zoals u een doornenkroon voor uw Heer zou dragen, draag het met trots! Schaam u niet. Hij zei het. Ongeacht wat die Izebels vandaag zeggen, en die bedriegers, die Christus kruisigen, die in de kansel staan; ongeacht wat zij zeggen, draag het met trots! God zei het. Houd u daaraan vast.

200 Hij wordt door spotters met doornen gekroond; Hij wordt van de kansel doorstoken met geloofsbelijdenissen.

201 Hij heeft een nieuw Golgotha gekregen. Waar brachten zij Hem heen? Deze in lange gewaden geklede zangkoren, korte broeken dragende vrouwen met kort afgeknipt haar en beschilderde gezichten, in het zangkoor zingend als engelen met talenten: dat is Zijn nieuwe Golgotha: gewoon een moderne striptease, beschermd door een wet, zoals in Sodom en Gomorra.

202 U ziet een kleine teef op straat lopen; op bepaalde tijden zal er geen hond buiten naar haar toelopen. Maar als er een bepaald iets is, dan zullen alle honden achter haar aanlopen. Er is iets met haar gebeurd, u weet wel wat. Wat is het toch, waarom deze vrouwen zo halfnaakt op straat lopen? Zeg mij nu niet dat het niet om dezelfde reden is. Hier is een overeenkomst. Veroordeel niet de man. Maar zij zijn beschermd door een Sodomietische wet. De wet behoorde te zeggen dat het onwettig is, om zó buiten te lopen. En predikers op de kansel moesten maar petticoats dragen in plaats van een toga! Zij staan daar en staan het toe; zij schamen zich ervoor ertegen te spreken, omdat hun denominatie hen er uit zal zetten; u kruisigt het Woord van God voor de samenkomst. Er staat dat het een gruwel is voor een vrouw om kleding te dragen die voor de man is bestemd. Ik veroordeel dit. Ik beschuldig hen ervan dat zij het Woord van God voor het volk kruisigen. Vrouwen die hun haren kort afgeknipt hebben, die korte broeken dragen temidden van de mensenmenigte en dan later staan te zingen in het zangkoor!

203 Een vrouw vroeg mij enige dagen geleden: "Waar denkt u, dat u ze zou kunnen vinden?"

     Ik zei: "Wanneer de Here mij vroeg om er een dozijn in de gehele wereld op te zoeken, zou ik doodsbenauwd zijn." Want als ik ze daar met de onderscheiding des Geestes zie staan en daar die dingen over hen zie: die vuile, vieze, vervallen sigarettenzuigers, en ze gaan zo tekeer, en dan staan ze in een mooi aangekleed zangkoor en zingen in die toestand en laten zich door de toehoorders bekijken, waardoor die dan kunnen zeggen: "Welnu, als zij dat kan doen, kan ik het ook."

204 Een christelijk leven is een leven van heiligheid en reinheid. Ja zeker. Ik klaag hen aan in de Naam van Jezus Christus vanwege hun smerigheid en vuiligheid. Zij hebben het Evangelie tot schande gebracht. En zij, die proberen het vast te houden, worden fanatiekelingen genoemd. Men zegt: "Dat is ouderwets." Onzin! Ik klaag hen aan in de Naam van Jezus Christus!

205 Niets anders dan striptease op straat, zingen in koren, roken sigaretten, vertellen smerige moppen, hebben drie of vier echtgenoten gehad en zijn op zoek naar de zesde, en ze zingen in het koor omdat zij een goede stem hebben... U arme intellectuelen, geestelijk verarmd, op uw eigen grond afgewezen, u leest dezelfde Bijbel die ieder ander mens ook kan lezen; maar u hebt de Geest van God afgewezen, zodat u, zoals de Bijbel zegt, bent overgegeven aan een sterke dwaling om een leugen te geloven en daardoor verdoemd te worden! U gelooft eigenlijk dat u goed staat, maar de Bijbel zegt dat u door diezelfde leugen, waarvan u gelooft dat zij de waarheid is, verdoemd wordt. Daarom klaag ik u aan door het Woord van God. U leert het volk een dwaling en kruisigt de grondbeginselen van Christus, van heiligheid, en er bovenuit leven.

206 Een persoon zou buiten op straat kunnen lopen, maar eigenlijk een ander persoon zijn. Predikers staan op sportterreinen en roken sigaretten – stenen des aanstoots. Ook met al die andere rommel, waarmee zij zich bezig houden. Vrouwen in hun zangkoren, die korte broeken dragen, met kort afgeknipt haar, en zich zo gedragend, met beschilderde gezichten en u noemt hen 'zuster Zo-en-zo', maar de Bijbel veroordeelt die rommel! Dat is juist. Zij gaan naar feesten en gaan tekeer, blijven lid van de kerk, houden vast aan hun getuigenis en leven zoals zij maar willen...

207 Denk niet dat ik slechts over Presbyterianen spreek; ik spreek over u Pinkstermensen! Dat is waar. Eens wist u de waarheid, maar u dacht dat u het niet kon aannemen. U dacht uw voorganger niet te kunnen onderhouden. Uw voorganger kon niet die grote betrekking met zoveel honderd dollar in de week hebben, en die grote mooie kerk om in te prediken en zo doorgaan op die wijze te leven zoals ze het doen, als hij dàt zou veroordelen. De organisatie zou hem er uitgooien, dus moet hij het zo houden; hij moet het zeggen. Daarom heeft hij zijn eerstgeboorterecht verkocht voor een linzenschotel van de wereld, van Ezau's soep. En wat zal hij daarvoor krijgen? Beiden zullen in de put van verdoemenis vallen en verdoemd worden. Ik klaag hen aan als prostituées van het Evangelie.

208 Niet lang geleden hoorde ik een koor in een van de bekendstaande, grote plaatsen, een van de hoogste ranken van Pinksteren die er zijn. En het was zo, dat ik in de studeerkamer zat van deze broeder, toen er vier of vijf koren bij elkaar kwamen. Bij een van de fijnste organisaties van Pinksteren. En zij wisten niet dat ik in de studeerkamer van deze prediker in Oklahoma was. Ik zat daar beneden, waar die prediker zich voorbereidt, voordat hij naar het podium gaat; en toen ik daar zo zat, kwamen er enkele kleine Ricky's en Ricketta's aan – beschilderd. Niet een van hen had lang haar, ieder van hen had kort afgeknipt haar, een ieder had make-up op en allen hadden koorgewaden aan. De kleine Ricky stond erbij, zo liepen zij voorbij. En een andere man zamelde een zendingsoffer in. Hij deed alsof hij een blinde man was met een beker, en hij ging rond en zei allerlei lasterlijke dingen over het ophalen van het offer en dergelijke; daarna gingen zij naar boven en probeerden de "Messiah" (oh, my!) te zingen, en zij konden er wel iets van maken, maar het had niet de juiste weerklank. Nee, het was dood. Ziet u? Dat is het. Oh, my! Dat is Zijn nieuwe Golgotha.

209 Wat denkt u daarvan, wanneer een jong meisje of jonge vrouw daar geweest zou zijn... Wel, als ze daar gekomen was, gekleed zoals het hoort, met lang haar, zonder verf, enzovoort. hadden de anderen om haar gelachen. Wanneer zij was opgestaan toen hij dat spelletje speelde daar voor die groep jonge mensen... Daar stonden er ongeveer dertig of veertig – het uitgelezen deel van de Pinksterorganisatie die zulke dingen doen...

     Als die kleine dame er iets over gezegd zou hebben, zouden zij haar uit het koor hebben gezet. Laat die prediker van het Evangelie in de kansel staan en er iets over zeggen, dan zullen zij hem uit hun organisatie gooien. U kruisigt de Zoon van God opnieuw en maakt Hem openlijk te schande. Zijn Evangelie dat u beweert te prediken, maar u kruisigt Hem. Ik klaag deze generatie die Christus verwerpt aan, door het Woord van God, en door Zijn kracht waarmee Hij in deze laatste dagen bevestigt dat Hij nog leeft!

210 Ja, zij zijn tegen het rechtsnijdende, bevestigde Woord van God. Hun organisaties kunnen er niet tegenop.

     Grote kerken en denominaties zijn Zijn nieuwe Golgotha; ik herhaal het nog eens: Deze – hun moderne stripteuses zijn in hun koren! De hogepriester van iedere denominatie roept hetzelfde uit als de hogepriester in de dagen van toen: "Welnu, kom naar beneden en laat ons een wonder zien!" Dat was de eerste kruisiging. Vandaag is het hetzelfde. Ik heb hen horen zeggen: "Goed, u wekt de doden op, nietwaar? Waarom gaat u daar niet heen? Uw vrouw ligt op het kerkhof en uw kindje ook."

211 Zij zeiden tot Hem: "Wij hoorden dat U de doden opwekt. Wij hebben hier een heel kerkhof vol doden. Kom en wek op..." O, onwetendheid zal wederom onwetendheid voortbrengen.

212 Grote kerken, grote koren, hogepriesters van deze dag: "Kom hier! Toon ons een wonder dat onze denominatie niet kan doen!"

213 Er was een man, niet lang geleden, die een opmerking maakte... na een korte radio-uitzending die ik in Jonesboro, Arkansas, had, waarin ik van een vrouw sprak die genezen was. Deze man behoorde tot een zekere denominatie. Hij stond daar op en zei: "Ik daag ieder mens uit mij een wonder te tonen." Ik ging op weg en haalde een dokter, er was een man die van kanker genezen was. Toen ging ik een vrouw halen die ongeveer twintig jaar lang in een rolstoel had gezeten; zij was van gewrichtsontsteking genezen; had in een rolstoel gezeten. Ik nam hen mee en zei: "En nu zou ik het geld willen hebben, duizend dollar."

     Hij zei: "Wel, uh...uh... uh... het is hier niet. Het is daarginds in Waco, Texas, waar ons hoofdkwartier is."

     Ik zei: "In orde, laat ons dan even daar heengaan en het ophalen." Ik zei: "U kunt de voorbereidingen treffen, en morgen gaan wij." Ik zei: "Hier is een dokter die kan bevestigen dat deze mensen werkelijk kanker hadden. Hier ziet u het op de röntgenfoto. Hier is de vrouw waar de hele buurt van weet, dat zij twintig jaar lang in een rolstoel heeft gezeten en nu kan zij weer lopen. En de dokters... Er is dokter na dokter na dokter na dokter na dokter geweest en van alles en hier is zij levend vandaag. Nu, u zei dat u duizend dollar zou geven; ik wil het in een fonds doen voor de zending. Ik wil het."

     Hij zei: "Wel, het is ginds in Waco, Texas."

     Ik zei: "Morgen vertrekken wij."

     Hij zei: "Wacht een ogenblik. Ik moet u iets zeggen. Ik zal een klein meisje meenemen. Laat mij een scheermes nemen en haar in haar arm snijden, en dan zult u het voor onze broeders genezen; en dan zullen wij u het geld geven."

     Ik zei: "Jij duivel!"

     "Als u de Zoon van God bent, kom dan van het kruis af. Zeg ons, wie U geslagen heeft." Zij bonden Hem een doek om Zijn hoofd, sloegen Hem en zeiden: "Nu, als U een profeet bent, zeg ons dan wie..."

     "Indien gij de Zoon van God zijt, kom dan van het kruis af!"

214 Blinde leiders van blinden. Zij hebben genezing van de geest nodig, zo'n man die zulke dingen doet, of soortgelijke opmerkingen maakt. Beslist.

215 Een bekende oude roep: "Laat ons zien dat U een wonder doet. Meester, wij verlangen een wonder van U", terwijl het iedere dag, ieder uur steeds weer gebeurde, precies zoals God het leidde. Maar dan waren ze niet aanwezig. En als zij aanwezig waren, zouden zij het Beëlzebul, de duivel, genoemd hebben. Ziet u? "Meester, wij wensen dat U het doet op de wijze zoals wij het willen (dat is het!); dat U gaat waarheen wij willen dat U moet gaan en doet wat wij willen!" O ja! Maar zij hadden geen vat op Hem. Nee! Dat is de reden waarom zij Hem uit hun midden weg moesten krijgen. Ja! Zij proberen vandaag hetzelfde te doen. En door de Wereldraad van kerken zullen zij het uiteindelijk klaarspelen. Zij sluiten zich allemaal aan bij de bekende oude roep.

216 Hier zien wij nogmaals, hoe op de meest religieuze plaats, de best gepolijste theologen het opnieuw tegen Hem uitroepen. Zij roepen het uit. De allerbeste theologen, die het beter moeten weten, de meest hoogstaande kerken en de best getrainde theologen werpen Hem uit hun midden. Zij willen het niet. U zegt misschien: "Dat klopt niet, broeder Branham." Dan was u zeker niet hier om te luisteren toen de "Zeven gemeentetijdperken" werden gepredikt. U was hier zeker niet toen er gepredikt werd dat het Laodicéa gemeentetijdperk het enige was, waarin zij Hem uit de gemeente wierpen; en Hij stond buiten, kloppend, proberend om weer binnen te komen... Zij werpen Hem uit omdat zij Hem niet kunnen gebruiken. Zij kruisigen Hem opnieuw. Amen! Hoelang kunnen we nog doorgaan?

217 Herinnert u zich dat de profeet van Gods Woord, ons in 2 Timotheüs 3 voorzegt (schrijft u het maar op, wij hebben helaas geen tijd meer om het te lezen), dat in de laatste dagen spotters zullen komen. Zij zullen vermetel zijn, hoogmoedig, meer liefhebbers der wellusten dan liefhebbers Gods, valse aanklagers, ontevreden, heftig, en verachters van hen die goed zijn, verraders, pochers, hoogmoedig, geschoold, zij hebben een vorm van godsvrucht, maar de kracht daarvan verloochenen zij. Wend u af van dezulken, want dit is het soort die dwaze vrouwen met kort haar, korte broeken, met beschilderde gezichten, van plaats tot plaats opzoeken, hen in gevangenschap leiden. Het is precies zo. Hij zei: "Wend u daar vanaf in de laatste dagen."

218 Laten wij de profeet gehoorzamen. Wend u van die dingen af in de laatste dagen. Die zijn hier. (Ik roep nu tot de gemeente.) Ja, ga erbij vandaan.

219 Zij hebben... De predikers van vandaag behoren deze dingen te weten. Zij hadden Jezus in Zijn dagen moeten herkennen. Zij hadden het moeten weten, en nu zouden zij het moeten weten; maar zij weten het niet.

220 Precies zoals de Joodse leraren in Zijn dagen Hem gekend zouden moeten hebben aan Zijn dag, zo is het vandaag het zuivere bevestigde Woord van God dat zij erkennen moeten. Hij was het Woord en bewees dat Hij het Woord was. Hij bewees dat Hij het Woord was voor die dag en God heeft heden bewezen dat Hij het Woord is van deze dag, het licht van dit uur. Zij hadden het toen moeten weten en zij behoren het heden te weten. Zij kruisigden Hem toen en zij kruisigen Hem nu. Ik klaag hen hiervoor aan. Dat is zo! Steeds weer gaat het door mij heen: "Klaag hen aan, want God zal hen ervoor laten boeten."

221 De Joden in hun tijd... God was in die dagen weer op aarde. Jezus zei: "Jeruzalem, Jeruzalem, hoe dikwijls wilde Ik u in één grote groep verzamelen, maar u wilde niet." Hoe heeft God in deze laatste dagen geprobeerd Zijn volk te verenigen, maar u hebt het niet gewild. U hebt uw geloofsbelijdenissen verkozen, dus wordt u nu aan de vernietiging prijs gegeven. Dat overkwam Jeruzalem. Ze werd vernietigd en afgebrand; ze bestaat niet meer. En precies datzelfde zal een dezer dagen met al die grote dingen hier gebeuren. Uw grote geloofsbelijdenissen en denominaties zullen sterven en omkomen, maar het Woord van God zal eeuwig zijn en voor immer leven.

222 Zijn diepste wonden komen uit het huis van zogenaamde vrienden. Denk! Denk na! Denk na! Stop! Ik wacht even. Predikers, denk na! Waar ontving Hij Zijn wonden? In het huis van Zijn zogenaamde vrienden. Zoals het toen was, zo is het vandaag. Bedenk dat slechts! Op Golgotha werd Hij niet omringd door woestelingen en barbaren, maar het waren predikers die beweerden Hem lief te hebben! En vandaag, waar het Evangelie volkomen en grondig geïdentificeerd is, en de grote tekenen van Zijn opstanding onder ons bewezen zijn, zijn het niet de mensen van de straat die zich op u storten, maar de zogenaamde predikers. Zij, waarvan wordt verondersteld dat zij Hem liefhebben, omringen Hem vandaag. "Wij willen deze zaak niet onder ons hebben. Wij willen niet dat deze over ons heerst. Wij zullen het niet ondersteunen; wij willen daarmee niet samenwerken in deze stad, als het naar ons toekomt. Het is niets dan spiritisme. Het is de duivel." Zij kennen het Woord van God niet. Zij zijn blinden, die blinden leiden, net zoals het toen was... Denk na! Het is heden precies zo; precies zoals het in die dagen van toen was. Denk na!

223 Deze kracht, die geneest en mannen en vrouwen bevrijdt van de liefde voor deze tegenwoordige wereld, van de Izebels met kort geknipt haar en opgemaakte gezichten, die zich Christenen noemen en een dergelijk leven produceren... Roken sigaretten, vertellen vuile moppen, zitten in een zendingsvereniging, breien en haken, kletsen en roddelen, gaan de straat op en dragen korte broeken, en soortgelijke dingen, en noemen zich tegenover andere vrouwen Christenen.

224 U herinnert zich nog mijn verhaal over de slaaf, die wist dat hij de zoon van een koning was, zijn karakter. Wat behoren wij te zijn? Mannen en vrouwen... en ontkennen... Deze geestelijken, deze kansels waar vandaan Hij Zijn wonden ontvangt; zij hebben die wijze van leven onder de mensen aanvaard en goedgekeurd en daardoor verwonden zij Hem. Zij loochenen de kracht, die de mensen daarvan bevrijdt en keuren het goed zó te leven, hoewel het in tegenstelling met het Woord van God is dat een vrouw het haar knipt, of haar gezicht opmaakt of shorts draagt. Het is in tegenstelling met het Woord van God, maar zij keuren het goed en maken daardoor een nieuw Golgotha. Waar gebeurt dit? Op straat? In de kroeg? Vanaf de kansel, vanaf de kansel.

225 En nogmaals, wat was hun kreet? "Hij maakt Zichzelf God." Zij loochenen Zijn Godheid. Zij proberen Hem te verdelen en maken drie goden van Hem, terwijl Hij God is; Hij was God; Hij zal altijd God zijn, Dezelfde gisteren, heden en tot in eeuwigheid. Als u tot hen spreekt over één God, lachen zij u uit. "Wij geloven in een heilige drieëenheid." Ik geloof in één heilig God, jazeker, in Zijn kracht om te genezen, om te bevrijden en om de liefde voor de wereld uit de mensen weg te nemen, om hen vrij te maken zoals Hij deed met Maria Magdalena.

226 Bedenk dat zij ook een kleine opgeschilderde Izebel was. Er waren zeven duivelen in haar. Zij was een stripteuse, zoals tegenwoordig de moderne vrouwen op straat. Gaat u maar overal kijken waar u wilt. Als u niet gelooft dat de mensen buigen voor het afgodsbeeld van de naakte vrouw: kijk slechts vandaag op straat. Zoals het was in de dagen van Sodom, zó zal het zijn. Kijk slechts naar buiten, als u het niet gelooft! Ga maar waar u wilt. Open maar een krant; open een tijdschrift; kijk op een reclamebord. Wat vindt u daar? Herinnert u zich wat er werd gezegd: "Toen de zonen van God zagen dat de dochters der mensen schoon waren, namen zij uit hen vrouwen tot zich"?

227 Kijk naar het schandaal in Engeland. Kijk naar het schandaal hier. Ziet u, het geheel wordt een huis van prostitutie. Waarom is het zo? Waarom werd Rusland communistisch? Door de vulgariteit, smerigheid en krachteloosheid van de Katholieke kerk en precies daarom zal deze natie het communisme in de Wereldraad van kerken opnemen en zich met de Katholieke kerk verbinden, wat communisme en Katholicisme met elkaar zal verenigen, weet u. En hier doen zij het. Waarom? Omdat zij het Evangelie afgewezen hebben, dat hen afscheidt en hun tot andere mensen maakt. Nonsens! Dat is precies de reden. Predikers op de kansels laten het zich welgevallen ter wille van een maaltijdbon, hun sociale positie, of een geloofsbelijdenis en zeggen: "Ik behoor tot Zo-en-zo"; zij ruilen de kracht van God in voor opleiding.

228 Bevrijdt hen van deze waanzinnige wedloop, zoals Maria Magdalena... Dezelfde kracht, die deze kleine stripteuse van de straat kon weghalen en haar ertoe bracht fatsoenlijke kleren aan te trekken en als een dame te handelen, en uit haar een Christen kon maken; die kracht veroordeelden zij en zij kruisigden de Mens die deze kracht had op Golgotha.

229 En heden, dit ware Evangelie en de Heilige Geest, die deze kleine stripteuse ertoe zal brengen zich als een dame te kleden en als een Christen te handelen, zij noemen het fanatisme en ze willen het hun gemeente niet in beweging laten brengen, zodat andere vrouwen ook daartoe gebracht zouden worden. Wat doen zij? Zij drijven deze kracht eruit, precies zoals zij het toen deden. Nu, zij kruisigen dit Woord en zeggen dat het voor een ander tijdperk was. Ik klaag hen opnieuw aan. Ja, precies zoals zij toen aangeklaagd werden!

230 Hetzelfde teken bewerkte dat de oude man Legioen zijn kleren aantrok. Bedenk wel, mensen die hun kleren uittrekken zijn gek. Ziet u? Hoe staat het nu met een vrouw? Legioen was gek; hij deed zijn kleren uit. God gebruikte Zijn kracht en bracht hem ertoe zijn kleren weer aan te trekken; en gekleed en bij zijn gezonde verstand zat hij neer aan de voeten van Jezus. Kijk naar de kracht die de oude blinde Bartimeüs ziende maakte, precies temidden van hun geloofsovertuigingen. Hij was op aarde toen daar precies zoveel ongeloof was als er heden is, maar het hield Hem niet tegen; Hij ging door. Hij ging hen niet uit de weg. Hij zei tegen hen: "U bent van uw vader, de duivel." Hij veroordeelde de hele zaak.

231 De kracht, die Lazarus uit het graf kon opwekken, en de vrouw van Naïn haar zoon weer teruggaf (O God!), de kracht, die deze dingen kon doen, die de dingen vooruit kon vertellen, die zouden gaan gebeuren: "Daar vindt u twee ezelsveulens, een ezelsveulen dat vastgebonden staat op het kruispunt van twee wegen", en al die dingen die Hij voorzegde; deze Man, die deze kracht bezat, van Hem zeiden ze: "Weg met Hem. Wij willen Hem niet onder onze mensen hebben. Hij bederft onze leringen." En zij kruisigden Hem.

232 Het is vandaag hetzelfde: "Weg met de Heilige Geest." Zij willen er niets mee van doen hebben: "Hij veroordeelt en doet deze dingen en zegt onze mensen deze dingen; wij willen het niet in onze organisatie hebben. Het is tegen onze leringen." Zij kruisigen Hem opnieuw. Nee maar!!

233 Let nu op, terwijl wij gaan eindigen. Wij moeten tot een einde komen. Opnieuw noemen zij het fanatisme. En zij noemden Hem een fanatiekeling. Zij zeiden dat Hij gek was. Iedereen weet dat in de Bijbel staat, dat de Farizeeën zeiden: "Deze mens is een Samaritaan en Hij is gek." Nu wat betekent het woord gek? Krankzinnig. "De man is krankzinnig. Het zijn een stel gekken die Hem volgen. Hij is Beëlzebul."

234 En weer zeggen zij hetzelfde: "Het is een soort heksenkracht. Het is waarzeggerij", en zij brengen Hem opnieuw aan het kruis van schande. Welk kruis? Welke schande? Hij is het bevestigde Woord en zij maken er grappen over en vertellen de mensen dat het de duivel is. Ze maken het iets... noemen...

     Hij zei: "Zij zeggen dat de heilige werken Gods door een onreine geest worden gedaan." Daarvoor is geen vergeving, wanneer zij Zijn Woord te schande maken, zij proberen het te 'ontmaskeren', en noemen het zwendel of fanatisme.

     "Ga daar niet heen. Bezoek die samenkomsten niet." Wat bewerken zij door dat te zeggen? Zij nemen hun denominationele geloofsbelijdenis-spijkers. Zo is het. Deze, naar eigen genoegen jagende leraars, werelds, goddeloos, denominatie-gek, nemen hun denominationele spijkers en kruisigen vanaf hun kansels de Zoon van God daarmee opnieuw. Waarom doen zij dit? Zij houden meer van de lof der mensen, de titels die de kerk hun geven kan, dan dat zij het Woord van God liefhebben. Ik veroordeel hen. Zij kunnen niet in overeenstemming met het Woord van God zijn, want zij zijn al in overeenstemming met de wereld. Ze hebben reeds... De huichelachtige tijd waarin wij leven!

235 Is dit niet... Is één Golgotha niet genoeg voor mijn Here? Waarom wilt u dit doen? U, die Hem zou moeten liefhebben; u die weet dat dit Zijn Woord is; u die Openbaring 22 kunt lezen: "Wie één woord afdoet of één woord daaraan toevoegt", waarom doet u het? Is niet één Golgotha genoeg voor Hem? Ik sta hier tot Zijn verdediging. Ik ben Zijn gevolmachtigde. En ik klaag u aan door het Woord van God. Verander uw wegen of u zult naar de hel gaan; uw denominaties zullen afbrokkelen. Ik klaag u aan in de tegenwoordigheid van de Rechter. Zo is het. U, met uw vormen van godzaligheid; schijnheiligheid. Hoe noemt u het? Is niet één Golgotha genoeg?

236 Zoals Petrus zei: "Uw kerkvaders..." Petrus klaagde u aan door de... Zei: "Welke van uw vaderen heeft dit niet gedaan?" Stefanus zei hetzelfde: "Met boze handen hebt u de Vorst des levens gekruisigd."

237 Zei Jezus Zelf niet: "Wie van uw vaderen brachten de profeten niet in de graven? En u versierde ze later?" Zo is het met de rechtvaardige mens door de eeuwen heen gegaan. Dus klaag ik deze hoge, gepolijste, naar de kerk gaande groep van Christus-afwijzende mensen van vandaag aan. U, met uw vormen van godzaligheid, kruisigt mijn Christus de tweede maal, door de mensen te vertellen dat deze woorden voor een andere tijd bestemd zijn, en dat het niet voor vandaag is. Ik klaag u aan. U bent aan dezelfde misdaden schuldig als zij het waren ten dage van de kruisiging. Bekeert u en keert u tot God of u zult omkomen!

238 En opnieuw zeg ik, Hier, in de kerken; kruisigen, door lastering; zij, de leraren; Hem, het Woord! God wees genadig! Laat mij het nog eens herhalen; het zou op de band verward kunnen worden. Hier, de kerken; kruisigen, door lastering; zij, de geestelijken; Hem, het Woord. Geen wonder dat het vandaag weer zo is:

Tussen scheurende rotsen en verduisterende hemelen
Boog mijn Heiland Zijn hoofd en stierf,
Maar het opengaande voorhangsel openbaarde de weg,
Tot de hemelse vreugde en d' eeuwigheid.

239 Ik zeg dit op deze bandopname en voor deze toehoorders; ik zeg dit onder de inspiratie van de Heilige Geest: "Wie staat aan de kant van de Here? Laat hem onder dit Woord komen." God zal zeker deze boze generatie, die Christus afwijst en ontkent, in het gericht brengen voor de lastering, de kruisiging van Zijn geïdentificeerde Woord. U komt in het gericht. Ik klaag hen aan! "Wie is aan de kant van de Here?" zei Mozes, toen de Vuurkolom daar hing als een bewijs, "laat hem tot mij komen." Wie is aan de kant van de Here? Laat hem het Woord opnemen, zijn geloofsbelijdenis verloochenen en dagelijks Jezus Christus navolgen. En ik zal u ontmoeten op die morgen.

240 Laat ons nu onze hoofden buigen voor een woord van gebed.

     O Here God, de Gever van het eeuwige leven en de Auteur van dit Woord, Die de Here Jezus uit de doden wederbracht, Die het duidelijk heeft geïdentificeerd aan een generatie van ongelovige mensen; het heeft vanmorgen lang geduurd. Velen zaten hier; de kerk zit propvol, de mensen staan rondom; de bandopnamen worden klaargemaakt om de hele wereld in te gaan naar verschillende plaatsen. Predikers zullen het in hun studeerkamers horen. Ik bid voor hen, Here. Laat deze woorden diep in hun harten doordringen, en moge het diep indringen, en al het wereldse weggesneden worden, zodat zij mogen zeggen, zoals die kleine gewezen Methodistenprediker daarginds in Kentucky onlangs naar mij toekwam en zei: "Toen ik die 'Zeven gemeentetijdperken'-prediking hoorde, hoorde ik het uitroepen: 'Ga bij die muren van Babel vandaan!'" Hij zei: "Toen heb ik alles opgegeven en ben weggegaan. Ik wist niet welke weg of wat ik moest doen, maar ik ben weggegaan." Gezegend is de moed van die jonge man en zijn vrouw en twee of drie kinderen.

241 God, mogen velen hun weg tot het Woord van God vinden, de enige weg des levens, want Hij is het Woord. Ik bid voor een ieder, Vader. Soms, wanneer ik deze dingen zeg, is het niet in hardheid, het is in liefde; want liefde is corrigerend. En ik bid God, dat de mensen het op die wijze mogen verstaan: dat het als een terechtwijzing is bedoeld.

242 U, die hen moest terechtwijzen, bad voor hen aan het kruis, zeggende: "Vader, vergeef het hun, zij zijn blind, zij weten niet wat zij doen." Ik bid voor die predikers van vandaag, die het Woord opnieuw kruisigen, doordat zij hun geloofsbelijdenissen, denominaties en dogma's nemen en die dingen in de plaats stellen van het Woord des levens. En dan bekritiseren zij voor de mensen de echte waarheid, die God als Zijn waarheid bevestigt. Wij bidden voor hen, Vader, dat U hen opnieuw voor het bruiloftsmaal zult roepen. Mogen zij deze keer komen en geen verontschuldiging vinden, want ik realiseer mij, dat de laatste roep al voorbij kan zijn. Het kan reeds te laat zijn. Ik vertrouw echter dat dit niet zo is.

243 Zegen deze kleine groep, die hier tegenwoordig is, deze paar honderd mensen, die hier vanmorgen verzameld zijn op deze warme dag en zo lang hier hebben zitten luisteren naar een dienst die twee uren of meer heeft geduurd. Zij zijn niet weggegaan, zij zaten stil te luisterden. Velen van hen wachtten met hun maaltijden en de vrouwen met hun baby's hebben ook staan wachten. Zij houden vast aan ieder woord.

244 Here, ik realiseer mij wat er met mij zal gebeuren op de dag des oordeels, als ik deze mensen misleid.

     Ik ben mij bewust, Heer, zo bewust als maar mogelijk is, dat ik probeer hen tot het Woord te leiden en hen door het Woord te laten leven; hun vertellend dat U gisteren, heden en tot in eeuwigheid Dezelfde bent, dat de grote Heilige Geest Jezus Christus is in de vorm van de Heilige Geest, dezelfde Man. U zei het zo: "Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer; maar gij zult Mij zien, want Ik zal met u zijn, zelfs in u." En ik weet dat U dit bent, Heer. En wij geloven U, omdat wij U dezelfde tekenen in ons midden zien doen.

245 Vandaag wijden wij onszelf hier in deze samenkomst ernstig toe. En op de banden, Here, moge iedere man en vrouw, jongen of meisje, Heer, die nu precies hier aanwezig is, of buiten staat, of het op de geluidsband hoort, mogen wij ons op dit moment volkomen toewijden en ons geheel aan de dienst van God wijden.

246 Beweeg in kracht over deze toehoorders, Heer, en genees de zieken. Zij zeiden dat ze een kreupele jongen hier hebben, die daarginds zit. Laat die grote Heilige Geest... Wij weten dat door eenvoudig in Zijn tegenwoordigheid te zitten zoals dit, dan is... Dat is voldoende. Als U door radio en televisie door de landen heen kunt gaan en de zieken genezen (U zond Uw Woord en het genas hen), dan kunt U op dit ogenblik hetzelfde doen. Ik bid God, dat U iedere zieke genezen wilt, iedere kreupele, iedere aangevochtene hier en die deze woorden hoort. O God, verhoor het. Mijn gebed geldt voor hen. Met de liefde van Christus in mijn hart en een gevoel voor hun nood, breng ik hen voor U, Heer, op het offeraltaar, waar het bloedige lichaam van het Lam ligt als een verzoening voor onze zonden en ziekten. Ik pleit voor genade voor de mensen. Ik wil, net als Mozes, voor hen in de bres staan, Here, en zeggen: "God, weest U hen nog een beetje langer genadig, geeft hun nog een kans." Doet u het nu nog niet, Heer. Laat de Evangelieprediking nog een beetje langer doorgaan.

247 Zij zijn veroordeeld, Heer. Ik bid, dat Uw grote genade en barmhartigheid reiken zal tot de laatste persoon, wiens naam in het boek staat. En ik weet, dat zij zullen... Het is niet moeilijk om tegen Uw Goddelijk Woord te bidden, of tegen–of tegen de... overeenkomstig Uw Goddelijk Woord, bedoel ik te zeggen, Heer; het Woord dat beloofd is, het Woord dat bevestigd is, het Woord dat deze mensen voorbestemd heeft van voor de grondlegging der wereld. Het is niet moeilijk te bidden dat U diegenen redt wier namen in het boek des levens staan, omdat ik weet dat U het zult doen; Jezus zei: "Allen, die de Vader Mij gegeven heeft, zullen komen." En niemand kan komen, tenzij het hem gegeven wordt.

248 Nu, ik bid, God, dat overal waar deze woorden vallen, zowel op de band als hier op deze plaats, dat de Heilige Geest ieder voorbestemd persoon nu zal roepen, wiens naam in het boek des levens geschreven werd van voor de grondlegging der wereld. Mogen zij de stem van God horen, Die heden spreekt door die kleine, rustige, zachte stem in hun hart, die zegt: "Dit is de weg, wandelt daarop." Sta het toe, Vader, ik vraag het in de Naam van Jezus.

249 Terwijl wij hier nu in deze samenkomst onze hoofden gebogen hebben en u gelooft dat dit de waarheid is en u... (Ik leg mijn hand op deze zakdoeken en pakjes, die hier liggen voor de zieken en aangevochten.) Ik wil nu oprecht iets vragen. Ik kom hier niet heen om alleen maar gehoord te worden. Ik ben moe, ik ben zeer vermoeid. Ik ben niet zo jong meer als ik was. En ik weet dat onze dagen zijn geteld. Ik weet dat ik ieder klein ding dat ik weet, moet vermelden voor het Koninkrijk van God, zo goed als ik maar kan. Ik moet iedere keer als ik een kans krijg prediken. Ik moet gaan of ik mij daar naar voel of niet. Ik kom hierheen omdat ik voel dat ik het moet doen; ik wil het doen. En ik heb u lief. Ik zeg de dingen niet zo bars en streng omdat ik het zo wil doen; maar inwendig word ik gedreven om het te doen. Deze zelfde zaak die bevestigd is, is wat mij aanspoort deze dingen te doen, en ik zeg het vriendelijk, met liefde. Het is niet mijn bedoeling om onze vrouwen en mannen af te kammen. Dat wil ik niet doen, broeder, zuster; ik wil het alleen zo scherp stellen dat u de terechtwijzing en de gesel van de Heer kunt zien, dat u nu moet binnengaan. Schuif het niet terzijde; u zou het te lang kunnen uitstellen.

250 En u die wenst aan de kant van de Here te komen met een volledige overgave in uw hart, nu in de samenkomst of in één van de landen waar de bandopnamen zullen heengaan, wilt u met uw hoofden gebogen... Steek uw hand niet omhoog als u het niet oprecht meent. Nu, als u het werkelijk meent dat u met een meer toegewijd leven tot God wilt komen, dan vraag ik of u nu uw hand omhoog steekt. De Heer zegene u. U wijdt uzelf opnieuw aan Christus toe en probeert de smaad te dragen. Zeg: "Ik ben heden gewillig de schande op mij te nemen." Ik heb ook mijn beide handen opgestoken. "Ik wil de smaad van Jezus Christus op mij nemen. Ik draag met blijdschap dat merk genaamd: 'heilige roller' of wat men mij ook maar wil noemen. Ik draag het met trots, want het is ter wille van de zaak des Heren. Ik draag het met trots." Wilt u allen niet hetzelfde doen? Hef uw handen op en zeg: "Door de genade van God wil ik het doen."

251 De discipelen keerden terug, zij vonden het een grote eer om de schande van Zijn Naam te dragen. Of wilt u de schande van een Hollywood- of televisie-ster dragen; of wilt u de schande van het Woord van Jezus Christus dragen? Geef mij de schande van het Woord, Heer. Ik weet dat Hij de schande van Gods Woord droeg. Laat mij het ook dragen, Heer.

En dit toegewijde kruis wil ik dragen,
Tot de dood mij zal bevrijden.
Dan ga ik naar huis om een kroon te dragen...

     Daar zal op een dag een kroon voor ons zijn. Zij zijn nu reeds klaar. Als dit leven op aarde voorbij is, dan weten wij dat alles in orde zal zijn.

252 Nu, er is niet zoveel plaats dat de mensen zich om een altaar kunnen verzamelen; laat uw plaats waar u zit of staat een altaar zijn: "Zovelen, als er geloven..."

     Laten wij bidden:

253 Hemelse Vader, het leek mij alsof bijna alle handen van jong en oud in deze samenkomst opgeheven waren. En ik bid, dat iedere keer, wanneer de bandopname afgespeeld wordt, de mensen hun handen zullen opheffen en in de kamer zullen neerknielen. Vader en moeder, ga naar elkaar toe, houd elkaars handen vast en zeg: "Lieveling, wij zijn lang genoeg lid van de kerk geweest. Laten wij nu tot Christus gaan." Verhoor het, Heer.

254 Zegen deze mensen hier. Ik bid dat U hun een toegewijd leven wilt geven, Heer. Velen van hen, Heer, zijn goede mensen. Zij zijn Uw volk; zij wisten alleen Uw waarheid niet. Ik bid dat U hun Uw waarheid wilt laten zien, Heer. "Uw Woord is Waarheid."

255 Zoals U zei in Johannes, ik geloof ongeveer in het zeventiende hoofdstuk. U zei: "Heilig hen, Vader, in de Waarheid. Uw Woord is Waarheid." En nog steeds is Uw Woord de Waarheid. Het is altijd de Waarheid, want het is God. Ik bid, God, dat U hen heiligen wilt in de Waarheid; dat betekent: hen heiligt, reinigt van alle geloofsbelijdenissen en denominaties, hen reinigt van alle wereldse dingen tot een toegewijd leven naar het Woord. Sta het toe, Here. Nu zijn zij van U; U heeft beloofd het te doen. En als Uw dienaar, bied ik U mijn gebed aan om hunnentwille. In de Naam van Jezus Christus.

256 Nu, met onze hoofden gebogen, laten wij dit lied zingen terwijl wij in gebed blijven:

Jezus betaalde het alles,
Alles dank ik aan Hem; (Denk daaraan!)
De zonde had een rode vlek achtergelaten,
Hij waste het zo wit als sneeuw.

257 Gisteren was ik in een stad en een man nam mij de maat voor een kostuum, dat een vriendelijke broeder hier in de gemeente voor mij kocht. Hij zei: "Uw kostuum dat u nu draagt, ziet er warm uit, ik zal een koelere voor u kopen." En ik ging erheen om het te laten vermaken en de kleermaker zei: "Zeg, uw rechterschouder hangt omlaag. U moet daar eens een zware last mee hebben gedragen."

     En ik dacht: "Ja, een last van zonde, maar Jezus betaalde het alles." Luister, als wij het zingen:

Jezus betaalde het alles,
Alles (heel mijn leven!) dank ik aan Hem (Wat had de zonde gedaan?);
De zonde had een rode vlek achtergelaten,
Hij waste het zo wit als sneeuw.

258 God, wees ons genadig in deze tijd van diepe meditatie. Laat het Woord diep in het hart zinken, Heer. Laten deze mensen, alhoewel zij te laat zijn voor hun maaltijd... maar Here, dit is meer dan vlees; dit is leven. "Mijn Woord is vlees", zei U. En dat is het, waarmee onze hongerige zielen worden gevoed.

259 Nu, neem ons Heer, vorm ons. Heer, neem mij met hen. Ik wil met hen gaan. Nu ga ik in geloof naar Golgotha, Heer. Ik ga met deze samenkomst mee. Nu, hervorm mij, Heer. Ik heb verkeerd gehandeld. Het gebeurde dikwijls dat ik... Laatst wilde ik gewoon ophouden met prediken. De mensen wilden niet naar mij luisteren. Zij bleven gewoon hetzelfde doen, en ik verloor de moed. Ik kreeg er een complex van. O God, enige zondagen terug, toen U mij daar buiten het teken gaf, en toen ik de Bijbel las en zag wat U tegen Mozes zei, precies zoals die droom was, dat daar ook een berg was, die een teken voor hem zou zijn. En toen precies aan het einde ervan wist ik dat ik een menigte zieken had verlaten, een bediening niet alleen profetisch, maar ook om het Woord te onderwijzen en voor de zieken te bidden. U liet een man precies hier dood op de grond vallen, maar toen bracht U hem weer tot leven, als bevestiging dat het waar was. U bevestigt Uw Woord altijd.

260 Nu Heer, bevestig het juist nu terwijl ik voor Uw troon ben. Neem al deze mensen, Heer, neem het wereldse uit ons weg. Neem mij, Heer, terwijl wij in Uw tegenwoordigheid zijn. Neem gewoon de wereld en wring het uit onze harten. God, trek juist nu de wereld en de zorgen van de wereld van ons af. Laat ons toegewijde Christenen zijn, o God, die in liefde, vriendelijk en zachtmoedig, de vrucht van de Heilige Geest dragen. Wilt U het niet doen, Heer? Wij zijn voor Uw troon. De zonde heeft een rode vlek op een ieder van ons achtergelaten, maar Uw bloed kan het kwijtschelden, Heer, en ons wit maken als de sneeuw. Sta het toe, terwijl wij op U wachten. Neem ons; wij zijn van U. Wij wijden ons leven aan U toe. In de Naam van Jezus Christus, verhoor het, voor een ieder van ons, Heer.

261 Keer mijn hart om, Heer. Ik zie al mijn vergissingen; ik zie mijn fouten. God, vanaf dit tijdstip probeer ik, zo goed als ik kan, een leven te leiden om U te helpen. Ik wil hier op deze morgen U mijn leven opnieuw toewijden. Nadat ik deze aanklacht tegen mijn geestelijke vrienden daar buiten naar voren heb gebracht, en ik deze harde dingen heb moeten zeggen; maar Here, ik deed het door Uw inspiratie. Ik voel dat U mij zei het te doen. Nu is het van mijn schouders af, Heer. Ik ben blij, dat het van mij af is. Laat hen ermee doen wat zij willen, Vader. Ik bid, dat zij het zullen aannemen.

262 Ik bid dat U een ieder zult redden, Heer. Moge er een opwekking voortkomen van de rechtvaardigen en een grote kracht in de gemeente komen, voordat zij heengaat. Het is niet moeilijk dat te bidden, want U hebt het beloofd.

     En wij kijken uit naar die derde trek, Heer, waarvan wij weten dat het grote dingen voor ons zal doen in ons midden.

263 Ik ben de Uwe, Heer. Ik leg mij op dit altaar en ik wijd mij toe, zo goed als ik maar kan. Neem de wereld uit mij weg, Heer. Neem de dingen van mij weg die vergankelijk zijn; geef mij de onvergankelijke dingen: het Woord van God. Laat mij bekwaam zijn zo nauw met het Woord te leven, tot het Woord in mij en ik in het Woord zal zijn. Sta het toe, Heer. Laat mij daar nimmer van afkeren. Laat mij dat Koningszwaard zo stevig mogelijk vasthouden, er een vaste greep op hebben. Geef het, Here.

     Zegen ons allen tezamen. Wij zijn Uw dienstknechten, zoals wij ons vanmorgen in onze harten opnieuw aan U toewijden. Wij zijn de Uwen in de Naam van Jezus Christus, tot de dienst bereid.

Jezus betaalde het alles (God zegene u! Broeder Neville),
Alles dank ik aan Hem;
De zonde had een rode vlek achtergelaten,
Hij waste het zo wit als sneeuw.

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
audioE-BookPrint
AudioAudio
mp3 Download mp3mp3 is een populaire audioformaat dat op vrijwel alle mediaspelers te beluisteren is. meer info...
m4b Download m4bM4B is een Audiobook formaat voor Apple apparatuur (iPod, iPhone etc...) Uw plek wordt bewaard e.d. meer info...
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)