Het Teken

Door William Marrion Branham

1 U kunt gaan zitten. Goede morgen allemaal. Ik ben blij vanmorgen weer in de dienst van de Here te zijn. Ik wist niet of we terug zouden komen, maar de Here heeft een weg gebaand, zodat we vandaag voor de dienst terug konden zijn. Vanmorgen in deze zondagsonderwijzing verwachten wij geweldige tijden uit het Woord. En vanavond zullen we opnieuw genezingsdiensten hebben, met aansluitend avondmaal.

2 Welnu, ik geloof dat hier een baby is, om opgedragen te worden. Broeder Neville vertelde mij zojuist dat iemand zijn baby wilde laten opdragen. Als zij de baby nu willen brengen en de broeder of iemand anders aan het orgel of de piano wil blijven... Als zij de baby willen brengen, dan zullen we eerst een opdrachtdienst houden, om daarna zo vlug als we kunnen tot het Woord te komen.

     Omdat wij op het Woord willen ingaan – dat is de hoofdzaak: om onze tijd juist aan het Woord van de Here te geven. Wij zijn erg dankbaar voor de gelegenheid u allen vandaag hier te ontmoeten in deze dienst.

     Ik moet het verkeerd hebben. Dat is juist zuster. Ik dacht dat het er was. Misschien is het gewoon een fout. Oké, nu ik dank u zeer. 't Maakt niet uit. Misschien komt het door iemand anders, door iemand anders. Het maakt het gewoon wat moeilijk.

     Nu, voelt iedereen zich goed? Prijst God. Oh ja, hier zijn de kleintjes. Het spijt me. Goed, wilt u komen, oudste?

3 Wel, twee kleine leuke meisjes met bruine ogen? Dat is leuk. Wat is haar naam? Kijk hier. Jennifer Lee. Jenny? Jennifer Lee. Haar achternaam? Serept. Waar komt u vandaan, zuster Lee? Versailles, Illinois. Wat leuk! Nu, in de Bijbel... Nu gewoonlijk dopen ze de kinderen. We geloven niet in het dopen van kinderen, omdat ze nog niet gezondigd hebben, daar ze te jong zijn. Maar we geloven in het opdragen van de kinderen aan de Here. Nu, de oudste en ik zullen handen leggen op de kleine baby. Jenny zegt u? Jennifer, Jennifer. Goed. Laten we onze hoofden buigen. Hemelse Vader. Op deze morgen brengen we dit kleine meisje, Jennifer, tot U. Haar moeder en geliefden hebben haar van een lange afstand gebracht om aan U opgedragen te worden. We weten dat U in Uw tijd Uw handen op zulke kleinen legde en zei: "Laat de kinderen tot Mij komen en verhindert ze niet, want voor zulken is het Koninkrijk der hemelen." Nu, we geven haar aan U, voor een leven van dienst, in de naam van Jezus Christus. Amen...

4 Hoe heet het andere meisje? ["Conny Lynn."] Conny Lynn. Goed, kleine Conny, je maakt dat ik me wat klein voel. Wat, ben je geschrokken? Oh, ik ben bang dat dat niet werkt, moeder. Goed. Laten we onze hoofden buigen. Here Jezus, de moeder brengt deze kleine Conny naar ons, deze morgen in een opdragingsdienst, aan de Almachtige. U gaf haar dit kind om groot te brengen en zij brengt het naar U, met de kleine zuster. Ik bid, hemelse Vader, dat U genadig wilt zijn. Zegen het gezin. Zegen het meisje. Als we handen op haar leggen in de naam van Jezus Christus, geven we haar aan U voor een leven van dienst. Amen. God zegene u en uw kleine kinderen daar.

5 Oh, we hebben nu heel veel baby's! Hoe heet de kleine jongen? ["Joel Lee Watson."] Joel Lee Watson. Wat een mooie jongen, grote blauwe ogen! Tjonge! Waar komt u vandaan? ["Eastman, Georgia."] Uit Georgia. Ik dacht al dat u uit het Zuiden kwam. Ik wist niet... Oh, ja. Ha... Dit is dan een mooie kleine jongen uit Georgia, he? Juist. Ja zeker, dat is erg mooi. Hij kan ook praten, he? Laten we onze hoofden buigen. Hemelse Vader, we brengen deze kleine jongen, zoals de moeder en vader hier staan. Als erkenning van hun vereniging heeft U ze deze kleine jongen gegeven om op te voeden en ze brengen hem tot U terug. Wat een mooi tafereel is dit, zoals Hanna vroeger, die bad voor een kind, en God gaf haar het kind en ze bracht het terug naar Gods tempel om het op te dragen. Sta toe, Here, dat deze kleine jongen Uw dienstknecht zal zijn; dat de vader en moeder gezegend zullen zijn en gezondheid en kracht houden om hem op te voeden. En moge hij een lang gelukkig leven hebben en Uw dienstknecht zijn, als we hem aan U opdragen, in de naam van Jezus Christus. Amen. Gods zegen. En maak hem een fijn mens, misschien nog een kleine profeet als Samuël.

6 Nu, hier zijn twee mooie kleine jongens. Zo! Zijn er drie? Wel, dat is het hele gezin. Wat is je naam? ["Michael."] Michael. En die van jou? ["Paul."] Paul. Wat een prachtige namen! En die van jou? ["Debbie."] Deborah. Dat is echt mooi. Michael en Paul en Deborah. En wat is jullie achternaam? ["Ellis."] Ellis? Wel, dat is een machtig mooie kleine familie, dat zeg ik je. Weet u, als ik zulke kleinen zie, brengt het me altijd terug naar de tijd toen ik een kleine jongen was. En het oude gezegde luidt, weet u: "Nu trappen ze op je tenen en later op je hart", maar ik geloof niet dat dit zal gebeuren als we ze aan de Here opdragen. We hebben hier een verantwoordelijkheid en God plaatste dat in uw handen. Hij maakte een prediker uit u. Ik sprak altijd over vrouwelijke predikers, weet u, maar elke moeder is een prediker; hier is haar samenkomst, om deze kleinen goed op te voeden terwijl vader werkt. En u heeft een verantwoordelijkheid. God zegene u beiden. U heeft een prachtig gezinnetje. Onze hemelse Vader, we komen met de kleine Michael; zo te zien is hij de eerstgeborene. En we leggen onze handen op hem, om hem op te dragen aan Jezus Christus. Zijn familie brengt hun kleinen omdat U deze aan hun zorg toevertrouwde en ze weten dat ze onbekwaam zijn zonder Uw hulp, dus brengen ze hun gezinnetje om ze op te dragen. Nu ik geef kleine Michael aan U, voor een dienstbaar leven in Jezus Christus' Naam. Evenzo leggen we onze handen op kleine Paul. We dragen zijn leven op aan Jezus Christus voor een dienstbaar leven tot eer van God. En leggen handen op kleine Deborah, Vader, om haar op te dragen, denkende aan Jezus Christus die Zijn handen op de kleine kinderen heeft gelegd en zei: "Verhindert ze niet tot Mij te komen en verbied het ze niet." Moge dit leven van dit meisje gezegend zijn in het Koninkrijk van God. Zegen de vader en de moeder en mogen ze een gelukkig leven hebben om hun kinderen God te zien dienen. We vragen deze zegen, voor de eer van God, terwijl we ze opdragen in Jezus Christus' Naam. Amen. Gods zegen! U bent een mooi gezinnetje. Ja.

7 Wat een... Weet u wat ik vind? Kleine meisjes te krijgen is nu leuker dan het was toen ik een kleine jongen was. Beslist. Wat een grote mooie ogen! Wat is haar naam? ["Joanna."] Joanna. En uw achternaam? ["Blair."] Blair, Johanna Blair. U die naar haar kijkt, ziet ze er niet schattig uit? Beslist. En hoe gaat het met je, Johanna? Een beetje verlegen, Johanna; houdt papa's hand vast. Een lieflijk klein ding. Laten we onze hoofden buigen. Onze hemelse Vader, deze familie Blair is dit gegeven door hun eenheid, deze kleine Johanna. En we weten dat de dagen kwaad zijn, daar Satan aan alle kanten bezig is aan te vallen, speciaal aan deze kleine meisjes. En ze weten dat ze onbekwaam zijn haar juist op te voeden. En ze willen haar juist opvoeden om een dienstmaagd voor U te zijn. En ze willen dit kind opvoeden tot Uw eer. En nu brengen ze haar, in opdracht, naar U. We leggen haar de handen op in de naam van Jezus Christus, als we deze kleine Johanna Blair opdragen voor het koninkrijk van God, voor de glorie van God. Amen. Gods zegen, broeder Blair. De Here zij met u.

8 Goede morgen, meneer! ["Goede morgen."] Wat een prachtige jongen is dit! Hé, hoe gaat het met je? Zo, je ziet er beter uit als je deze kant opdraait. Hij zegt: "Ja." Ja zeker. Wat een leuk kopje en dat gezicht ook. Wat is zijn naam? ["Daniël Mark."] Daniël Mark. En je achternaam? ["Mark Harden."] Harden. Daniël Mark Harden. Komt u hier uit de buurt, broeder Harden? ["Uit Melkerk."] Ja zeker. Waar komt u vandaan? ["Ik kom oorspronkelijk uit de staat New York."] Van de grote staat, juist een Yankee. ["Ja."] Wel, het is een grote staat. Ik heb wat familie daar wonen. Mijn oom woont in Plattsburgh. Oh, ik heb veel plezier gehad in New York. Ik ga daar naar toe voor mijn volgende samenkomst, New York City, de stenen kerk daar. Goed. Nu, zijn naam is Mark, zegt u? ["Daniël Mark."] Daniël Mark, wat een mooie kleine jongen! Laten we onze hoofden buigen. Here Jezus, we brengen kleine Daniël Mark naar U, om hem voor zijn leven op te dragen. Hij is gegeven in de handen van de vader en de moeder om dit kindje in de vreze van God op te voeden. En ze weten dat ze onbekwaam zijn, dus brengen ze het naar U, Here, zodat U dit leven zou willen zegenen. En we weten dat we nu in boze dagen leven. We zien deze kleinen; we weten gewoon niet wat de toekomst brengt, maar hoe dan ook, we vertrouwen hem aan Uw handen toe. We leggen deze jongen de handen op en dragen zijn leven aan U op voor een leven van dienst aan U in het Koninkrijk van God. In Jezus' Naam, bidden we. Amen. God zegen u, broeder. Het is een mooie jongen. En God zegene je, kleine Mark.

Oh... ze binnen, breng ze binnen;
Breng ze binnen uit de zondige wereld.
Oh, breng ze binnen, breng ze binnen;
Breng de kleinen tot Jezus.

     Dat is wonderbaar! Dank u, zuster. Hoevelen van diegenen voor wie afgelopen zondag gebeden werd bemerken nu het resultaat en voelen dat u genezen bent? Steek uw hand dan even op en prijs de Here. Bijna iedereen van hen.

     O, kijk hier. Ja zeker, meneer. Ik ook. Ik vroeg me af wie het zegt. Luister naar... Er gebeurt iets, wat ik u later vertellen zal. Het is heerlijk en wonderbaar, en wij zullen daarover in een andere samenkomst nog eens spreken. Het begint nu net te gebeuren en daar zijn we zo dankbaar voor.

9 Ik ben in Kentucky geweest, zoals ik ieder jaar doe. Ik ga daarheen met enigen van mijn vrienden daar. Het is zeker niet alleen om eekhoorntjes te jagen; u weet dat wel. Wij hadden een heerlijke tijd, waarvoor we de Here dankbaar zijn.

10 Na deze samenkomst moet ik naar huis gaan. En dan kom ik over een tijdje terug, als ik op weg ben naar New York voor een samenkomst. Als we de mogelijkheid hebben om hier even kort te zijn, zullen we blij zijn om weer een samenkomst te hebben in de Tabernakel.

11 Dan moet ik terugkomen op weg naar Shreveport. Daarna ga ik weer terug naar huis en probeer dan tijdens de vakantie weer hier te zijn, zo de Here wil, en breng dan ook mijn gezin weer terug. Vervolgens komt dan mijn samenkomst in Phoenix in zicht, in januari. Het is de jaarlijkse samenkomst daar voor de Christen Zakenlieden. Ongeveer een week of tien dagen daarvóór, probeer ik dat grote gebouw te huren van de "Jezus Naam"-mensen daar, gebruikt door broeder Garcia, de Spaanse broeder, die daar zo'n prachtig groot gebouw heeft. Zij hebben het pas afgebouwd. Er is plaats voor verscheidene duizenden mensen – splinternieuw – en hun gemeente is erg klein. Zij zeiden me, dat ik het kan huren wanneer ik maar wil.

12 In plaats van de hele vallei door te trekken, van gemeente tot gemeente, denk ik dat ik alles samen laat komen in één grote gezamenlijke samenkomst, ziet u, en ik houd het dan daar. We zullen gaan zien of het mogelijk is en kunnen dan die kerk huren, om daar de Christen Zakenlieden Conventie te houden.

13 Totdat de buitenlandse reis overzee in orde gebracht is, proberen wij samenkomsten door het zuiden samen te voegen voor januari, februari en maart. Bovendien als wij nú naar Afrika zouden gaan – voor hen is de Kersttijd zoals het bij ons in juli is – dan is het er regenachtig en slecht weer. U kunt er niet komen in deze tijd. De beste tijd om te gaan is later in het jaar.

     Dan willen we beginnen, als wij kunnen, in Noorwegen en dan de wereld rond gaan, om tenslotte in Afrika te gaan werken, en daar dan ook te eindigen, zo de Here wil.

14 Maar, bid voor ons. Wij hebben u lief, dat weet u. Wij verwachten buitengewone overvloedige dingen, meer dan wij kunnen doen of zelfs beseffen, die de Here zal doen.

15 Wij geloven dat er vanavond een grote genezingsdienst zal zijn. Ik zal niet te lang spreken, ook al omdat er vanavond avondmaal is. Na ongeveer twintig of dertig minuten zullen wij een gebedsrij hebben en direct daarna het avondmaal.

     U bent welkom als u bij ons wilt blijven. Wij zouden er blij om zijn. We hebben geen besloten avondmaal, het is voor elke gelovige, elke gelovige.

     Nu, voordat ik uit de Schrift lees, zou ik graag willen, dat wij een ogenblik onze hoofden buigen. Ik wil een goede vriend vragen, broeder Lee Vayle, voor te gaan in gebed en een zegen te vragen over de bediening van het Woord. Broeder Vayle, wilt u dat voor ons doen? [Dan bidt broeder Vayle – Vert] Amen.

16 Nu, we zullen ernstig en eerbiedig tot het Woord naderen. Ik zou vanmorgen willen lezen uit Exodus, het twaalfde hoofdstuk, te beginnen bij het twaalfde vers, het twaalfde en dertiende vers. Luister nu goed. Leest u het nog eens vóór het avondmaal vanavond: het twaalfde hoofdstuk van Exodus, het hele hoofdstuk. Want precies in het elfde vers ervan, wordt ons verteld over de voorbereiding van de reis en het avondmaal, dat ze voor de reis namen. Wij willen dit nu vol eerbied naderen. Wij lezen het twaalfde vers uit hoofdstuk 12:

     Want ik zal in deze nacht het land Egypte doortrekken en alle eerstgeborenen, zowel van mens als dier, in het land Egypte slaan en aan alle goden van Egypte zal Ik gerichten oefenen, Ik, de HERE.

     En het bloed zal u dienen als een teken aan de huizen, waar gij zijt, en wanneer Ik het bloed zie, dan ga Ik u voorbij. Aldus zal er geen verdervende plaag onder u zijn, wanneer Ik het land Egypte sla.

     Moge de Here Zijn heilig Woord zegenen.

17 Welnu, ik wil hier een tekst uit nemen – slechts één klein woord van vijf letters: "Teken." Teken. Ik wil spreken, oftewel de zondagsonderwijzing houden over het woord: Teken. De Bijbel zegt hier: "En het bloed zal u dienen als een teken." Dit woord 'Teken' willen we nemen.

18 Nu, we weten het niet; als ik op de klok kijk en als het tijd wordt, goed, deze zijn... Ik heb vele Schriftgedeelten opgeschreven... En ik weet dat ik een poosje niet bij u zal zijn. En we weten niet of dit niet de laatste keer zou zijn dat sommigen van ons elkaar ooit nog zullen ontmoeten.

19 Laten we dus proberen om het Woord eerbiedig te benaderen. Ik weet dat het moeilijk is. De Here heeft ons een prachtige morgen voor deze samenkomst gegeven, gewoon fijn. Laten we echter proberen ons nu op alles te concentreren waar we over spreken, zodat als er iets is wat de Here u wil laten weten, het u ook gegeven zal worden...

20 Wij staan hier niet om gezien te worden. Wij zijn hier ook niet gekomen opdat anderen bijvoorbeeld zouden zien hoe wij ons kleden. Wij komen hier met één reden, zoals onze broeder al bad in zijn gebed: "Wij zijn hier om het Woord te horen – het Woord dat tot ons komt." Dàt willen wij, want dat is het enige dat alles voor ons betekent, dat vast zal blijken te zijn en het enige dat ons zal helpen.

21 Wij zijn een stervend volk. Alle mensen gaan de eeuwigheid tegemoet, en dan? Wij hebben alleen deze tijd op aarde gekregen om te beslissen welke weg wij zullen inslaan. De weg ligt voor ons. Wij kunnen één van beide richtingen kiezen. Zo stelde Hij Adam en Eva voor de keuze en zo doet Hij het nu met ons.

22 Wij moeten bedenken, dat onverschillig wat wij doen en hoe succesvol wij in het leven ook mogen zijn, zonder Christus hebben wij totaal alles verloren.

23 Dus, als Hij alles is waar we nog naar kunnen uitzien om hulp, dan zouden wij de meest dwaze mensen zijn wanneer wij het niet aannemen en liefhebben. Niet alleen dat wij het aannemen, maar er is u iets nog groters bereid. Nadat u het ontvangen hebt, leg het dan niet in de kast; het moet in gebruik genomen worden!

24 Het zou zijn alsof u naar de dokter ging en het medicijn dan in de kast zette. Als u er heen gaat om een geneesmiddel te krijgen, neem het dan in! Als een ziekte u in moeilijkheden brengt en een bepaald geneesmiddel zou u helpen, dan neemt u in wat de dokter u geeft. En u neemt het in volgens voorschrift, omdat soms enige minuten verschil veel kan uitmaken wat de wijze betreft waarop u het inneemt.

25 Hoe weten wij, of niet in dit geval vandaag de dag is, waarin dat ene moment van uw beslissing uw eeuwige bestemming bepaalt? Aanvaard het zoals Hij het u voorlegt.

26 Een teken... "Het bloed zal u dienen als een teken." Welnu, ten eerste: wat is een teken? Dit woord wordt algemeen gebruikt onder ons Engels-sprekende mensen, speciaal in ons land, Amerika. Het woordenboek zegt dat een teken een kenmerk is, een bewijs. Een kaartje is het teken, dat de prijs, een verplichte prijs, betaald werd. Zoals een prijs op een station of een prijs voor een busreis.

27 U gaat binnen en koopt uw kaartje. Dan geeft men u een teken (een bewijs); en dat teken kan nergens anders voor gebruikt worden dan voor dat spoorwegtraject. Het is een teken voor de spoorwegen dat u uw reis betaald heeft. Het is een teken, dat u het nergens anders voor kunt gebruiken. Het geldt op geen enkele andere lijn. Het geldt alleen op die lijn; daarvoor is het een teken.

     Welnu, hier spreken wij erover hoe God tot Israël sprak: "En het bloed van het lam zal u tot een teken zijn."

     Het lam – door de Israëlieten geslacht – was het door Jehova vereiste teken. Het bloed moest er zijn. God bestemde een teken en gaf het aan Israël. Geen enkel ander teken zal iets uitwerken; het kan niet erkend worden.

28 Voor de wereld is het slechts dwaasheid, maar voor God is het de enige weg. Het enige dat Hij vereist, is dat teken. Het moet er zijn, en u kunt het teken niet hebben, tenzij de prijs betaald is.

     Dan bent u de bezitter van het teken, dat u het recht geeft van vrije doortocht: "Wanneer Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan."

     Wat een tijd en wat een voorrecht te weten dat u binnen in u dit 'paspoort' draagt: "Wanneer Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan."

     Het is het enige dat Hij erkennen zal. Er bestaat niets dat die plaats kan innemen, geen vervangingsmiddel, geen denominatie, niets anders kan het innemen; alleen dàt.

     God zei: "Alleen dat zal Ik zien."

29 Ongeacht hoe rechtvaardig zij waren, hoe goed zij waren, hoeveel opleiding ze hadden, hoe ze gekleed waren, het teken was het enige. "Wanneer Ik het teken zie, zal Ik u voorbijgaan."

30 Het bloed was een teken, dat aan de eis van Jehova voldaan was; dat het gebeurd was. Het bloed vertegenwoordigde het teken. Het bloed was het teken, ziet u?

     Het leven waarvan God had gezegd: "De dag dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven." En daar werd op deze wijze een plaatsvervangend leven genomen in plaats van het leven van de gelovige. God aanvaardde – in genade – een vervanging voor het leven van de verdorven persoon.

     Toen Zijn kind zichzelf bevuild had met de zonde van ongeloof ten opzichte van het Woord, had God, rijk aan barmhartigheid en genade, in een plaatsvervanging voorzien en dat was dat iets anders moest sterven in zijn plaats. Niets anders zou effect hebben!

31 Daarom hebben de appels, perziken enzovoorts van Kaïn geen effect gehad. Het moest een leven zijn waar bloed in was, waarbij het leven dan het offer had verlaten. Het bloed was dan een teken dat Gods bevel uitgevoerd was.

32 Nu, wat vereiste God? Het leven. Het bloed toonde dat er iets om het leven gebracht moest worden. Dat bloed was dus een teken dat het leven gegeven was, dat er iets was gestorven. De eis van God was, dat er een leven moest worden geofferd en dat het bloed werd vergoten. Het bloed was het teken dat het leven eruit gegaan was. Het bloed van het dier, waarvan God sprak dat zijn leven genomen moest worden, dat vertegenwoordigde het teken.

     De gelovige aanbidder werd door het teken vereenzelvigd met zijn offer.

33 Welnu, ik wil niet te lang blijven staan bij deze kleine aanhalingen, hoewel men de gehele dienst aan één ervan zou kunnen wijden, maar ik wil hier wel een ogenblikje stoppen, om tot uitdrukking te brengen, dat de gelovige met zijn offer vereenzelvigd moet worden.

     Als het alleen om het offer ging, dat hij daar ergens bracht en gegeven had... maar hij moest daarmee vereenzelvigd worden. In werkelijkheid moest hij zelfs eerst zijn handen erop leggen, om zichzelf met zijn offer te vereenzelvigen. Dan werd het bloed zo geplaatst, tot waar hij onder het bloed kon staan.

     Het bloed moest boven hem zijn en dat was een teken dat hij zichzelf ermee vereenzelvigd had, dat hij schuldig was. Het bewees dat een onschuldige plaatsvervanger zijn plaats ingenomen had.

34 Wat een prachtig beeld. O! Hij was een verloste, ziet u. Er was recht gedaan. Er was aan de eis van Gods heilige gerechtigheid voldaan. God had gezegd: "Nu eis Ik uw leven."

     Maar toen zijn leven had gezondigd, nam een onschuldige plaatsvervanger zijn plaats in. Het was een dier met bloed; geen appels, of perziken!

     Dat behoorde het zaad van de slang nu toch zo duidelijk voor iedereen te maken – dat het bloed was. En dit bloed kon niet uit een vrucht komen, maar het kwam uit een onschuldige plaatsvervanger. Het leven was er ook uitgegaan – in zijn plaats. Het bloed was een symbool dat het dier was gestorven: het bloed was uit hem gevloeid.

35 De aanbidder, die het bloed boven zich aanbracht, toonde daarmee dat hij met de verlossing geïdentificeerd was, omdat hij zichzelf met het offer vereenzelvigd had. Hij had zich verbonden met zijn offer, en het bloed was daar het teken van. Hoe wonderbaar! Wat een beeld is dat! Het is een volmaakt type van Christus. Helemaal precies.

     Het is zoals de gelovige, die vandaag onder het vergoten Bloed van Christus staat, en zich identificeert met dat Offer. Ziet u, het is zo volmaakt als het maar zijn kan.

36 En hoe Christus, die geen dier was... U ziet dat het dier stierf; het onschuldigste dier dat er is, is een lam, veronderstel ik. Toen God Jezus Christus wilde identificeren, identificeerde Hij zich als een lam. En toen Hij Zichzelf wilde identificeren, stelde Hij Zichzelf voor als een vogel, als een duif. De duif is van de vogels de onschuldigste en reinste, zoals het lam het onschuldigste en reinste is van alle dieren.

     Daarom ziet u, dat er in de Bijbel staat, toen Jezus door Johannes gedoopt werd: "En hij zag de Geest Gods nederdalen gelijk een duif, en op Hem komen."

37 Was Zijn natuur die van een wolf geweest, of welk ander dier ook... De natuur van de duif zou niet hebben kunnen overeenstemmen met de natuur van de wolf. De natuur van de duif kon met geen enkel ander dier overeenstemmen, alleen met die van het lam. En deze twee naturen kwamen tezamen. Toen konden zij met elkaar overeenstemmen.

     Kunt u nu de voorbestemming zien? Hij was een lam toen Hij daar kwam, zie. Hij werd gebracht als een lam. Hij was een lam. Hij werd geboren als een lam. Hij groeide op als een lam. Ziet u?

38 Daarom is dat de enige soort, de enige ware geest, die het Woord kan ontvangen, die Christus kan aannemen. De overigen zullen proberen het te krijgen, en proberen de Geest van God te brengen tot een wolf, ziet u: boosaardig, slecht en gemeen. Hij zal daar niet blijven. Hij zal het niet kunnen; de Heilige Geest zal dadelijk wegvliegen.

39 Wat, als die duif nederdaalde en in plaats van een lam, daar een ander dier zou vinden? Hij zou vlug teruggevlogen zijn. Maar toen Hij die natuur vond, waar Hij mee overeen kon stemmen, werden Zij gewoon één. En dan leidt de duif het lam; en let op: Hij leidde het Lam ter slachting...

     Het lam was de duif gehoorzaam. Onverschillig waar het heengeleid werd, was het gewillig om te gaan.

     Ik vraag mij af vandaag, wanneer God ons leidt tot een leven van volkomen overgave en dienst aan Hem, of onze geest dan niet af en toe in opstand komt, zodat we ons afvragen of wij werkelijk lammeren zijn, ziet u.

40 Een lam is gehoorzaam. Een lam is zelfopofferend en het maakt geen aanspraak op wat van hem zelf is. U kunt het neerleggen en zijn wol afscheren (dat is het enige wat het heeft), het zal er nooit iets tegen inbrengen, het offert gewoon alles wat het heeft. Dat is een lam: het geeft alles, zichzelf en alles wat het heeft. En zo is ook een echte Christen. Als ze het zijn, dan offeren ze zichzelf op. Ze geven niets om deze wereld, maar geven alles wat ze hebben aan God.

41 En nu, dit was een perfect lam; Christus. In Egypte werd het bloed van een natuurlijk lam vergoten. En als dat bloed aan de dorpel was aangebracht, was dat bloed een teken. En wat betekent nu het bloed van dit lam? Het is het teken dat wij gestorven zijn aan onszelf en vereenzelvigd zijn met ons offer. Dan worden het lam en het bloed en de persoon vereenzelvigd – het offer en de gelovige.

42 U wordt in uw leven met uw offer vereenzelvigd. Dat maakt uit wat u bent. Het bloed was toen een teken of een identificatie. Het bloed betuigde, dat de aanbidder het lam had geslacht en het lam had geaccepteerd en het teken op zichzelf had aangebracht, waarvoor hij zich niet schaamde! Het kon hem niet schelen wie het zag. Hij wilde dat iedereen het zag. En het werd daarom zodanig aangebracht dat iedereen die voorbijkwam het teken kon zien.

43 Ziet u, vele mensen willen Christen zijn, maar willen het in het geheim zijn, vooral voor diegenen waar zij mee omgaan, zodat niemand zal weten dat zij Christen zijn. Sommigen denken: "Goed, kijk, ik wil wel Christen zijn, maar ik wil niet dat die en die het weet", ziet u.

     Welnu, dàt is geen Christendom. Christendom moet zijn teken in het openbaar ten toon spreiden, in het openbare leven, op kantoor, op straat, wanneer moeilijkheden komen of wat dan ook, in de gemeente, overal.

44 Het bloed is het teken en het teken moet aangebracht zijn, of het verbond heeft zelfs geen effect. Het bloed was eerst het teken of een vereenzelviging. Het beduidde dat die persoon verlost was.

     Nu let op, ze waren verlost, voordat er ook maar iets gebeurd was. Door het geloof hadden zij het bloed aangebracht. Voordat het werkelijk gebeurde, was het bloed al in geloof aangebracht, gelovende dat het zou gaan gebeuren.

     Voordat de toorn van God over het land kwam, moest het bloed eerst aangebracht zijn. Het zou te laat zijn als de toorn al was gekomen.

     Nu, hier hebben we een les, die we werkelijk... die we u misschien op dit ogenblik even in gedachten kunnen brengen. Kijk: vóórdat het gebeurde! Want er komt een tijd dat u niet meer in staat zult zijn om enig bloed aan te brengen.

     Het lam werd in de avondtijd gedood, nadat het veertien dagen apart was gehouden. Toen werd het lam gedood en werd het bloed in de avondtijd aangebracht. Begrijpt u het?

45 Het teken kwam pas in bestaan in de avondtijd. En dit is de avondtijd van het tijdperk waarin wij leven. Het is de avondtijd voor de gemeente. Het is de avondtijd voor mij. Dit is de avondtijd voor mijn Boodschap. Ik ben aan het sterven, aan het weggaan, ik ben aan het wegtrekken in de avondtijd van het Evangelie.

     Wij zijn gekomen via rechtvaardiging enzovoort, maar dit is de tijd dat het teken aangebracht moet worden. Ik zei u afgelopen zondag al, dat ik iets had waarover ik tot u wilde spreken – dit is het. De tijd is daar, dat u er gewoon niet meer mee kunt spelen. Het moet gedaan worden. Als het ooit aangebracht moet worden, is het nu, omdat wij zien, dat de toorn op het punt staat over het land te komen en dan zal alles wat niet onder het teken is, vergaan. Het bloed moet u bekend maken.

46 Let u erop, dat het leven van een dier niet terug in een mens kan komen. Toen het bloed vergoten werd, ging het leven er ook uit, natuurlijk, omdat het een eenheid is. En wanneer het leven eruit was gegaan... Het leven is iets anders dan het bloed. Het bloed is de chemische stof die het leven draagt, maar het leven zelf is iets anders dan het bloed. Het leven is in het bloed. Nu, het leven van het dier kon niet in de aanbidder terugkomen. Wanneer hij het bloed van het lam had vergoten kon hij alleen de scheikundige stof die het leven bevatte, aanbrengen; het leven was eruit en kon niet terug komen. Het kon niet op een mens terug komen, omdat het dierlijk leven geen ziel heeft. Een dier weet niet, dat het naakt is; het beseft niet wat zonde is. Het weet er niets van. Daarom is het wel een levend wezen, maar geen levende ziel. Het dierenleven kon dus niet op de mens terugkomen, omdat er geen ziel in dat leven was.

47 Welnu, het gaat om het leven, om het bloed – om de ziel in het leven. De ziel is de natuur van het leven, en in die zin heeft het dier daarom ook geen bepaalde natuur. Het was een dier. Daarom was het bloed alleen het teken, dat het leven gegeven was.

     Maar in deze heerlijke toestand waarin wij nu leven, onder dit verbond, is er een verschil met dat bloed en dat leven. Het teken voor de gelovige is nu de Heilige Geest, niet bloed, een scheikundige stof, maar de Heilige Geest van God. Dat is het teken dat God vandaag van de gemeente vereist. God moet dit teken zien. Hij moet het in een ieder van ons zien.

48 Nu naderen de avondschaduwen, en de toorn staat op het punt om uit de hoge op de goddeloze naties uitgegoten te worden, uitgegoten over de goddeloze ongelovigen, over hen die belijden, maar deze zaken niet bezitten. Ik heb geprobeerd om mijn leven een open boek voor u te laten zijn en op de juiste wijze onder u te leven, zodat u ziet, hoe het er voorstaat, voordat ik deze dingen zei.

49 O, wij leven in de schaduwen; de toorn staat op het punt los te breken en God vereist een teken, dat u zelf Zijn teken, de Heilige Geest, ontvangen hebt. Het is de enige wijze; het enige teken waarop God u ooit voorbij zal gaan, omdat dat het werkelijke leven van Jezus Christus is, dat in de gelovige is teruggekeerd.

50 Het leven van een dier kon niet terugkomen. Daarom moest het bloed aan de deur gestreken worden, aan de deurposten, zodat ieder die voorbij ging, al het publiek dat voorbij het huis kwam, wist dat daar een teken aan die deur was. Het bloed toonde, dat bij die deur een leven was gestorven. Amen.

51 Dat is de wijze waarop het heden met iedere gelovige moet zijn: vervuld te zijn met de Heilige Geest, wat het teken is, dat het vergoten bloed van het lam, het leven dat in het lam was, teruggekeerd is. Het is zo openbaar in de gelovige verzegeld, dat ieder die u voorbij gaat, tot u spreekt, of ook maar met u in aanraking komt, zal zien dat het bloed is aangebracht. Ze zien dat het teken van het leven dat in het bloed was, op u is. U bent veilig voor de toorn. Daar alleen komt het op aan, niet op een lidmaatschap. Beslist niet.

     Het leven van een dier kon niet op de gelovige komen, omdat het een dier was. Het moest u er alleen van bewust maken, dat er een volmaakt offer zou komen.

52 Hoe kon er een volmaakter offer zijn dan God zelf, die de verzoening werd? Toen God vlees werd en Zijn eigen scheppend bloed... was dat de enige manier, dat het leven van God ooit nog terug kon komen, omdat ieder van ons geboren is door sex.

     En daardoor zal het leven daarvan, dat van deze wereld is, geen standhouden. Het is iets dat al geoordeeld en veroordeeld is. U kunt het niet oplappen. Er is geen mogelijkheid om het op te lappen of glad te strijken. Er is geen manier om het te verbeteren. Het moet sterven! Dat is de enige eis die gesteld wordt.

     Het moet sterven! En de plaatsvervanging – het leven van Jezus Christus – moet in u komen, wat de Heilige Geest is: Gods teken, dat u het bloed van Zijn Zoon Jezus Christus, hebt aangenomen.

53 Daarom lag in de dagen van Wesley... of in de dagen van Luther de nadruk op 'geloven'. En in de dagen van Wesley vooral op de 'scheikundige stof van het bloed'. Maar nu zijn we in de laatste dagen, waarin het teken vereist wordt. Dat tezamen vormt de totaliteit voor de opname. Ziet u het?

     Wanneer een moeder een kind ter wereld brengt, komt er water, bloed en geest. Het eerste bij een normale geboorte is het doorbreken van het water; het tweede is het bloed, en vervolgens komt er leven.

     Ook uit het lichaam van onze Here Jezus Christus kwam water, bloed en leven. En zo is de hele gemeente, de bruid tezamen, gevormd door rechtvaardiging, heiliging, en de doop met de Heilige Geest, welke het teken is.

54 Zoals in Hebreeën 11 staat over al diegenen, die destijds over de aarde zwierven in schaapsvellen en geitenvellen en behoeftig waren, en over al deze dingen die zij deden; maar die zonder ons niet tot volmaking konden komen.

55 En de gemeente in deze tijd, die de doop met de Heilige Geest ontvangen heeft – het teken dat het bloed is vergoten en dat de Heilige Geest op de gemeente is, zonder ons kunnen zij niet opstaan. Ze zijn afhankelijk van ons. God beloofde dat Hij die gemeente zou hebben, en er zal iemand zijn! Ik weet niet wie het zal zijn, maar iemand zal het ontvangen!

     Er is maar één ding waar ik verantwoordelijk voor ben: om het te prediken! Het is Gods zaak om te zoeken naar het voorbestemde zaad! Zij zullen daar allen zijn. Daarom zullen zij er, ieder van hen, zijn. De één en de ander: het "watertijdperk", het "bloed-tijdperk" en nu het "teken-tijdperk" van de Heilige Geest!

56 En onthoud dat Israël door vele dingen heen moest, maar het was avondtijd toen het teken vereist werd. Niet in de morgen, niet in die veertien dagen van voorbereiding, van het bewaren van het lam.

     Israël wist dat er iets zou gaan gebeuren. Luther wist het, Wesley wist het, Finney, Knox en Calvijn wisten het. Maar dit is het.

     Zij wisten dat er een tijd zou komen, dat de Vuurkolom in de gemeente terug zou keren. Zij wisten dat er een tijd zou komen, dat deze dingen zouden gebeuren. Maar zij leefden niet lang genoeg om het te zien; zij keken er naar uit.

     Israël wist, dat er iets zou komen. Het was in de avondtijd dat het bloed van dat lam – het teken – aan de deurposten werd gestreken. Maar het lam was al gereed gehouden.

57 De gehele tijd is het het lam geweest. Het was het lam in Luthers tijd; het was het lam in Wesley's tijd. Maar nu is het de tijd van het teken. Ieder huis moet bedekt zijn onder het teken. Elk huis van God moet onder het teken bedekt zijn, en ook alles wat er binnen is, moet bedekt zijn onder dat teken.

58 Het huis van God is het lichaam van Jezus Christus. En we worden allen door één Geest in dit teken gedoopt, en worden er een deel van. God heeft gezegd: "Wanneer Ik het teken zie, zal Ik u voorbijgaan." O, welk een uur is het, waarin we nu leven! O, het bloed identificeerde de gelovige, omdat het leven eruit was gegaan. Het kon niet op hem terug komen, daarom moest het de scheikundige stof zijn, die hij kon gebruiken als verfstof – bloed – een scheikundige stof, die liet zien dat er leven uit was gegaan.

     Nu is de Geest Zelf het teken. De Heilige Geest Zelf is het teken, niet het bloed. Het bloed werd op Golgotha vergoten. Dat is waar, maar dat bloed, de chemische stof, keerde terug tot de elementen, waar het uit gevormd was: die in de spijzen zaten waarvan Hij leefde.

59 Maar ziet u, binnen in die bloedcel was het leven, dat die cel zich deed ontwikkelen. Als het niet zo was... de scheikundige stof zelf heeft geen leven, en daarom kon het niet bewegen. Maar toen het leven in de scheikundige bestanddelen van dat bloed kwam, vormde het een cel. Het vormde zijn eigen cel, en daarna cel na cel, tot het een man vormde. En die man was God in het vlees: Immanuël. Later keerde dat leven terug en ook de scheikundige bestanddelen gingen terug tot de elementen. Maar het leven, de Heilige Geest, is het teken dat terugkomt op de gemeente, opdat Christus gezien wordt.

     Zo moet het zijn, omdat een vrouw en haar man één worden. Ze worden één. En zo worden de bruid en Christus ook één. De bediening van de bruid en de bediening van Christus zijn dezelfde. U herinnert zich: "Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Théofilus, over al wat Jezus begonnen is te doen en nog steeds blijft doen..."

     Zijn dood deed Hem niet ophouden. O, nee. Hij keerde weer terug. Niet een derde persoon, maar dezelfde persoon, keerde terug in de vorm van de Heilige Geest om het werk voort te zetten, en werkt nog voortdurend door, zoals het boek Handelingen ons leert.

     "Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid." Dat is het teken. Dat is het kenteken.

60 Toen Petrus en Johannes door de poort, genaamd de Schone, kwamen, lag daar een man die kreupel was, verlamd van zijn moeders schoot af. Petrus zei: "Zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik heb geef ik u; in de Naam van Jezus Christus, de Nazarener: Sta op en wandel!"

     Toen de mensen met hen spraken, wisten ze, dat het onwetende en ongeleerde mensen waren, maar zij bemerkten dat zij met Jezus geweest waren. Ziet u, het teken was daar, zichtbaar!

61 "Maar wat ik heb..." Hij zag die arme gevallen broeder daar liggen, kreupel, misvormd en van alles. En hetzelfde leven dat in Christus was, was in hen: "Maar wat ik heb."

     "In Mijn Naam zult gij boze geesten uitdrijven."

     Niet: "Ik zal." "Gij zult." "Indien gij zult spreken tot deze berg." Niet: "Als Ik spreek", maar: "Indien gij tot deze berg zou spreken!"

62 O, broeder, het uur dat het teken getoond moet worden, is nabij! We kunnen het zien. We weten dat we nu dicht aan het einde zijn. We hebben een veelvoud van boodschappen gebracht en tekenen en wonderen getoond.

     Welnu, wij komen terug bij wat de gemeente moet doen: het teken moet getoond worden. "Wanneer Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan." Niets anders zal werken. Het moet het bloed zijn.

63 Nu is de Heilige Geest ons teken van God. Eens kwam een groot theoloog, een geleerde Baptisten-broeder (een fijn mens met een fijn karakter), naar mij toe en zei: "Broeder Branham, u spreekt zo over deze Heilige Geest; wel, dat is niets nieuws, wij hebben het door de eeuwen heen al onderwezen."

     En ik zei: "Welnu, ik..."

     Hij zei: "Wij hebben de Heilige Geest ontvangen."

     "Wanneer heeft u het ontvangen?" vroeg ik.

     Hij zei: "Toen ik tot geloof kwam." (Ik wist namelijk dat dit Baptisten-theologie was, dat je als je tot geloof komt, de Heilige Geest ontvangt.)

64 Ik zei: "Paulus sprak eens in Handelingen 19 tot een groep Baptisten. De Baptistenprediker, één van de bekeerlingen van Johannes de Doper, bewees daar met de Bijbel, dat Jezus de Christus was. Toen hij, na door de bovenlanden gereisd te zijn, te Efeze kwam, vond hij deze discipelen en hij zei tegen hen: 'Hebt gij de Heilige Geest ontvangen, toen gij tot het geloof kwaamt?'"

     Zij zeiden: "Wij hebben zelfs niet gehoord dat er een Heilige Geest is."

     Toen vroeg hij hun hoe zij gedoopt waren. Zij waren niet in de Naam van Jezus Christus gedoopt, het geofferde Lam. Zij waren helemaal nog niet met Hem geïdentificeerd. Zij geloofden het gewoon. Zoals dat voorbeeld over dat medicijn, waarover ik zoëven sprak, dat daar wel stond, maar niet ingenomen werd. Toen beval Paulus hen, dat zij zich opnieuw moesten laten dopen in de Naam van Jezus Christus. Toen hij dit deed, kwam het teken op hen, en ze werden betuigd door de werken en tekenen van de Heilige Geest. Zij spraken in tongen, profeteerden en verheerlijkten God.

65 Zij waren vereenzelvigd met hun offer. En de Heilige Geest is onze identificatie. Die bevestigt dat wij Christenen zijn. Niet het lidmaatschap van een kerk, niet ons begrip van de Bijbel, niet hoeveel u weet over de Bijbel; het is hoeveel u weet over de Auteur en hoezeer de Auteur in u leeft.

66 Het is dat uzelf verdwijnt. U bent er niet meer. U beschouwt uzelf als dood en wat in u leeft is het teken en dat is niet uw leven, het is van Hem. Paulus zei: "Het leven dat ik nu leef..." Hij leefde een ander leven dan eerst. "Ik ben het niet meer, maar Christus, die in mij leeft." Daar is het betuigde teken dat God vereist, dat we geïdentificeerd zijn met ons offer, dat het leven van onze Redder, de Heilige Geest, in ons is. O, wat een positief teken! Er kan geen ander teken zijn.

67 O, als dit maar tot u door kon dringen. Als ik deze morgen de kracht had om het in woorden uit te drukken en het in uw ziel te leggen, die binnen in u is... Niet in uw oren, maar in uw ziel. Als u de waarborg ervan maar kon zien. Het zou u zo ontspannen.

68 Als u nu eens een misdaad had gepleegd en u zich moest verantwoorden voor een federale rechtbank, en u wist, dat, als zij u schuldig zouden bevinden, u ter dood veroordeeld zou worden... Als u stond voor de elektrische stoel, gaskamer, of wat zij ook voor openbare terechtstelling voor u hadden, misschien de strop of iets, gelyncht of wat de straf ook was. En u wist dat u het had... dat u schuldig was. U wist dat u schuldig was en dat u zou moeten sterven als u niet een advocaat zou krijgen om u te vertegenwoordigen, die u eruit zou kunnen krijgen. Dan zou u de beste advocaat willen nemen die u maar krijgen kon. En dan, als u een goede, schrandere advocaat zou krijgen, zou u voelen dat uw zaak een beetje... dan zou u zich een beetje kunnen ontspannen, omdat u een advocaat had. Maar nog steeds zou de vraag blijven, of deze advocaat de opinie van de rechter of de jury zou kunnen veranderen, en of deze advocaat met zijn schrander pleidooi en zijn wetskennis hun mening zou kunnen veranderen, uw zaak bepleiten en bewijzen dat u in leven moet blijven.

69 Maar toch dan zou, ondanks zijn grote autoriteit en de grote redevoeringen die hij zou houden en de indruk die hij zou maken op de jury of op de rechter (wat misschien maakt dat u zich voor een moment kunt ontspannen), nog steeds daar die vraag in uw gedachten zijn: "Zal hij het klaarspelen?"

70 Maar in dit geval is de Rechter zelf onze advocaat geworden. God werd mens. Er was geen advocaat die het zou kunnen doen. Wij zouden er niet één kunnen vinden. Mozes en de wet, de profeten, nee, niemand zou het kunnen doen. Toen werd de Rechter zelf: zowel jury, advocaat als rechter en nam de uitvoering van Zijn wet in Zijn eigen hand en betaalde de prijs. Hijzelf! Zou er voor ons nog een betere zekerheid zijn? En Hij zond Zijn eigen leven terug op ons, als een getuigenis dat Hij het heeft aangenomen. Wat een veiligheid. Ja. "Zelfs al ga ik door een dal van de schaduw des doods, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij..."

71 Toen Hij zowel rechter, jury als advocaat werd, pleitte Hij voor onze zaak. Toen wij schuldig werden bevonden door Zijn eigen wet, kwam Hij om de plaats van de schuldigen in te nemen in het heiligdom. Hij nam onze zonden op Zich, stierf, betaalde de prijs, vergoot Zijn bloed en gaf ons Zijn eigen teken: Zijn eigen leven.

72 Wel, we zijn volkomen... De zaak is afgesloten. Er bestaat geen zonde meer voor de gelovige! (O, God, heb genade. Mogen de mensen het toch zien, dat er geen rechtszaak meer is!) "Wie Mijn Woord hoort en Hem gelooft, Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, maar is overgegaan uit de dood in het leven."

     Daar is uw rechtszaak. De rechtszaak is niet ontvankelijk verklaard. Er komt geen rechtszaak meer. Amen!

73 Dan veilig, behouden, het teken is aangebracht. Wanneer de dood langs de deur trekt, heeft hij geen macht meer. Ja, het teken is aangebracht. Dat teken is het enige wat nu wordt erkend. Hij deed dat opdat het teken kon komen. Het teken was Gods leven. Toen God de eerste mens schiep, maakte Hij hem tot een zoon. En de zoon was zo verdorven, dat hij luisterde naar zijn vrouw, in plaats van naar God. De vrouw op haar beurt had naar de duivel geluisterd, in plaats van naar haar man. Toen zij dat deden, werden zij beiden zo verdorven dat het een verontreiniging bracht. En Hij wist dat ze, als ze dat deden, kinderen ter wereld zouden moeten brengen. De vrucht in het midden van de boom kon niet aangeraakt worden. En toen het gebeurde, brachten zij deze zonde over zichzelf; en daarom was het gehele menselijke ras dat geboren werd, in zonde.

     Er was geen manier om eruit te komen. Toen kwam God naar beneden. Er was slechts één mogelijkheid om hem terug te krijgen, namelijk door opnieuw een Zoon voor Hem te verkrijgen. En hoe kon Hij het doen, als Zijn eigen wet daar was en zei: "Hij is veroordeeld"?

74 Toen werd de Vader Zelf één van ons. Dat was het werkelijke Lam. Dat is het doel, dat Hij in gedachten had. Dat is de reden, waarom het lam daar werd betuigd in de Hof van Eden; omdat Hij wist, dat het lam en de duif elkaar op een dag zouden ontmoeten – wanneer het lam en de duif samen zouden zijn. Daarom weten wij daardoor, dat wij allen met elkaar verbonden kunnen zijn. En Hij was gewillig om zo'n offer te brengen.

75 Nu het teken aangebracht kan worden, zijn wij geen vijanden meer, zijn wij geen vreemdelingen meer, maar zonen en dochters van God. Adam en Eva, de man en de vrouw, werden tezamen verenigd als zonen en dochters van God, in Jezus Christus, door Zijn grote offer.

     Opdat het niet verkeerd wordt opgevat: het zaad van dit leven, dat geplant moest worden in de aarde van dit aardse lichaam, is een vergankelijk zaad. En als het leven in dit zaad verderfelijk leven is, zal het samen met het zaad vergaan. Maar Hij heeft het eeuwige leven erin gelegd, en het als Zijn eigendom geïdentificeerd. Maar Hij zal het in de opstanding weer opwekken; niets ervan zal verloren gaan. Ziet u wat ik bedoel? Dat is het.

76 Het kan nu niet meer vergaan, want het leven is er over gekomen. Het is een teken; het rust op dat kleine lichaam, het ligt over de ziel van zo'n persoon. Het teken is daar, de Heilige Geest, dat toont dat dit aan God toebehoort. Het is van Hem. "Wanneer Ik het teken zie, zal Ik aan u voorbijgaan" – een positief teken.

77 De Heilige Geest is ons teken. Daarom, als u de Heilige Geest ontvangen hebt, bent u van de dood in het leven overgegaan. Zo is het in wezen, omdat het leven dan in u is. U kunt niet meer vergaan.

     De Bijbel zegt: "Een ieder die uit God geboren is, doet geen zonde, want hij kan niet zondigen, want het zaad Gods (Amen!), het zaad Gods blijft in hem." En hoe kan hij zondigen, als de zondeloze God in hem is?

     Wanneer hij in de zondeloze God is, hoe kan hij dan zondigen? Onverschillig wat hij heeft gedaan, het bloed heeft hem bedekt. Hij is nu een nieuwe schepping. Zijn verlangens en idealen zijn van de hemel, omdat hij van een dolik veranderd is in tarwe. Zijn verlangens zijn niet meer dezelfde als vroeger, en dat toont hij. U zegt: "Ja, dat geloof ik" – en u zondigt nog steeds? O, u bent bedrogen. Het kan niets tentoonstellen dan het teken.

78 Israël werd bevolen om onder het bloed te blijven, totdat het bevel kwam om te marcheren. Ga er niet onder vandaan! Als ze eenmaal onder dat teken waren, dan waren ze daarin verzegeld. Ga er niet van weg! Zij bleven daar, totdat middernacht aanbrak, en de bazuinen weerklonken. En toen de bazuinen geblazen werden, en de oude ramshoorns schalden, ging ieder op weg met zijn reisvoorraad, op reis naar het beloofde land.

79 Zo gedraagt een man of vrouw zich, die vervuld is met de Heilige Geest. Hij is weg verzegeld en veilig voor alle kwaad en gevaar. Zijn hele leven toont wie hij is, waar hij ook heengaat, wat voor zaken hij ook doet, met wie hij ook spreekt, of hij nu met vrouwen in aanraking komt of met collega's, of met wie anders hij ook maar in aanraking komt, dat teken ligt er. Amen.

     Wanneer de dood nadert: "Ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij." Het teken ligt er. Wanneer de opstanding komt, zal hij erbij zijn, want God zal hem opwekken op de laatste dag.

     Jezus zei dat! "Wanneer Ik het bloed zie – het teken – zal Ik u voorbijgaan." Oh!

80 Onthoud, dat, als dat teken niet zichtbaar aangebracht was, zelfs het verbond nietig verklaard werd. Dat is zo. Dan was het verbond niet van kracht. Er bestond geen verbond, zolang dat teken er niet was. Het teken stond voor het verbond. God had een verbond met hen gesloten, ja zeker. Maar pas nadat het teken werd aangebracht, trad het verbond in werking.

     Vele Joden zouden gezegd kunnen hebben: "Ik heb wel geen bloed aan mijn deur, maar kom hier, ik wil u iets tonen: ik ben een besneden Jood. Ik ben besneden."

     Dat betekende niet dit. "Wanneer Ik het bloed zie; wanneer Ik het teken zie!"

     U zegt misschien: "Ik ben Baptist... ik ben Presbyteriaan... Methodist", of wat u ook maar wilt zijn... "Als Ik het teken zie!"

     U zegt: "Ik ben een gelovige. Mijn moeder was lid van deze kerk, mijn vader was lid van deze kerk en ik ben er al lid van sinds mijn kinderjaren."

     Dat betekent niet dit. "Ik lieg niet, steel niet, ik doe dit niet en dat niet..." Dat betekent niets.

     "Ik behoor tot de Branham tabernakel. Ik doe zus en ik doe zo. Ik geloof het gehele Woord van God."

     Die Joden hadden kunnen zeggen: "Ik geloof Jehova."

     U zou naar de Boodschap van het uur geluisterd kunnen hebben, als u het deed. Zeker. Zij hebben vele boodschappen gehad, maar dit was de Boodschap van het uur, ziet u. Ik geloof de Boodschap van het uur. Het bloed werd in de avondtijd aangebracht.

     Zij hadden kunnen zeggen: "Ik ben een Jood."

81 Mensen zeggen vandaag: "Ik ben een Christen. Ik kan het u door mijn lange lidmaatschap aantonen. En vertelt u mij maar, waar ik ooit iets gestolen heb, of dat ik ooit voor het gerecht moest komen. Toon mij maar waar ik ooit echtbreuk gepleegd heb. Als ik ooit al deze dingen heb gedaan (of zoiets dergelijks), toon het mij!"

     Dat betekent helemaal niets, niet in het minst. Ongeacht hoezeer hij in het verbond was, het verbond is buiten werking. Het is krachteloos.

     U zegt misschien: "Weet u, ik ben een bijbelgeleerde."

     Het kan mij niet schelen wat u bent. Zonder dat verbond is de toorn van God op u. Dat is de zaak! U zult niet ontkomen, uw zonden zullen u vinden.

82 Wat is zonde? Ongeloof! U hebt de boodschap niet geloofd. U hebt het Woord niet geloofd. U hebt het getuigenis van het teken niet geloofd, nadat het in ons midden betuigd werd. Hebt u het ontkend? Ook al ontkent u het, het moet toch aangebracht worden.

     U kunt zeggen: "Ik geloof het; ik geloof het. Ik geloof dat het de waarheid is. Ik neem het aan als de waarheid."

     Dat is allemaal goed, toch moet het dan nog in de praktijk toegepast worden.

     Stel u voor, dat daar een Jood zijn hand in het bloed hield, terwijl het lam bloedde, zeggende: "Dit is Jehova."

     En daar stond een priester, die zei: "Ja zeker, ik geloof dat dit de waarheid is."

     Maar aan zijn eigen huis was het bloed niet aangebracht. Hij wil zich niet met die groep identificeren! O, nee. Die fanatiekelingen met dat bloed aan de deur. Daar wil hij niet mee vereenzelvigd worden; onverschillig of hij nu priester was of hoe goed hij het Woord ook kende, hoe hoeveel hij ook aan de armen gegeven had en hoeveel hij ook geofferd had.

83 Paulus zei: "Al ware het, dat ik mijn lichaam gaf opdat ik als een offerande verbrand zou worden, en dat ik al mijn goederen tot spijze aan de armen uitdeelde; al ware het, dat ik geloof had dat bergen verzette, enzovoort, en dat ik de talen der mensen en der engelen sprak; en al die andere dingen, dan ware ik niets... totdat het teken is aangebracht."

     Totdat dit teken waarover ik gesproken heb vanavond, de liefde... Nu, tot dit is aangebracht, ben ik niets.

     Het kan mij niet schelen of u duivelen uitgedreven zou hebben, of u zieken door uw gelovig gebed zou genezen hebben. U kunt al deze dingen gedaan hebben, maar als dat teken er niet is, staat u onder de toorn van God.

84 U kunt een gelovige zijn. U kunt op de preekstoel staan en het Evangelie prediken. "Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: 'Here, Here, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd? – gepredikt in Uw Naam? – en in Uw Naam duivelen uitgeworpen?'" Dat betreft zowel Methodisten, Baptisten als Pinkstermensen. Jezus zal zeggen: "Gaat weg van Mij, gij werkers der ongerechtigheid. Ik heb u nooit gekend."

     "Maar wanneer Ik het teken zie, zal Ik u voorbijgaan." Het is wat God vereist voor dit uur; de Boodschap van de avondtijd is het aanbrengen van het teken.

85 Satan wierp allerlei soorten vervalsingen op, van handen schudden en 'bewijzen' en dergelijke dingen meer. Vergeet het! Het uur is aangebroken dat het teken zelf... niet een of andere vervalsing, geen gemaakt surrogaat-geloof, of wat dan ook; het uur is hier dat het teken zelf zich rechtstreeks in ons midden identificeert en bewijst dat Hij dezelfde Jezus is, gisteren, heden en tot in eeuwigheid. Hij is het, in volle overeenstemming met Zijn Woord.

86 Het moet aangebracht worden. Iemand die zegt dat hij het teken heeft en dit Woord loochent, wat zou dat zijn? U zou het niet kunnen. Het teken moet er zijn. "Wanneer Ik... Het bloed zal u tot teken zijn."

     En nu is de Heilige Geest – het leven dat in het bloed was – u tot teken. Over een ogenblik ga ik er nog verder op in, dat de Heilige Geest het teken is. De zaak is afgesloten. Ja zeker.

87 Het er niet toe doet wat u bent, hoe goed u bent, hoeveel keren u hebt rondgedanst, tot hoeveel kerken u behoord hebt, hoeveel goede dingen u gedaan hebt; dat helpt u niets, als het teken niet is aangebracht. Dit is de avondtijd!

     Het werkte wel goed in de dagen van Luther. Dat werkte goed in de dagen van Wesley. Maar nu werkt het niet! Nee.

     Ja, toen was het in orde dat het lam apart gehouden werd. Voor degenen die stierven, voordat het bloed van het lam moest worden aangebracht, was het anders. Ja zeker, zij gingen vrij uit, omdat ze een goed geweten hadden. Zij werden ernaar geoordeeld, of ze... Als ze voorbestemd waren, dan zouden ze het aannemen. Als dat niet het geval was, dan niet. Dat is alles. Het is alleen God...

     Hij rechtvaardigt wie Hij wil, heeft genade met wie Hij wil, en veroordeelt wie Hij wil. Hij is God. Dat is alles. Hij heeft genade met wie Hij genade heeft, en Hij veroordeelt die Hij wil veroordelen. Een Jood kon door de besnijdenis duidelijk aantonen, dat hij een gelovige was.

88 Zo zijn er velen, fundamentele mensen, die deze Bijbel kunnen nemen en zeggen: "Ik ben een gelovige."

     En Jezus zei: "Door geloof zijt gij behouden."

     En: "Ik ben een gelovige, maar de doop met de Heilige Geest is onzin." Dan is het teken niet aangebracht, het maakt dan niet uit hoeveel u beweert te geloven, het is nietig verklaard.

     Net zoals de besnijdenis van de Joden. Hij kon zeggen: "Ik ben een Jood, waarom moet ik daar naar buiten gaan en handelen zoals die groep fanatiekelingen?"

89 Mozes zal de straten doorgegaan zijn en geroepen hebben: "De avondboodschap is gekomen. Het zal geschieden, dat u aan het einde van de veertien dagen de gemeente tezamen vergadert en het lam slacht. De gehele gemeente van Israël zal het slachten, hun handen erop leggen, en zichzelf ermee identificeren. Het bloed zal aan de deurposten en aan de bovendorpels gestreken worden; en wanneer Ik het bloed zie, zal Ik aan u voorbijgaan, want het is het teken dat u de dood van het lam aangenomen hebt, dat Ik voor u voorzien heb."

90 Het bloed was het teken. Nu is de Geest het teken. "Gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze." En toen het bloed vergoten was, werd het teken op de dag van Pinksteren naar beneden gezonden als een geweldige gedreven wind... Dat was het thema van iedere apostel. De vraag was: "Hebt gij de Heilige Geest ontvangen, toen gij tot het geloof kwaamt?" "Bekeert u en een ieder van u late zich dopen in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen, want het is een teken (Amen!), dat u bent overgegaan van de dood in het leven." Zo is het.

     Toen de Joodse gemeente verdween, hebben de heidenen het op eenzelfde verdraaide wijze overgenomen. Nu moet zij eruit komen, om het overblijfsel van de Heidenen te vormen om Zijns Naams wil – de bruid. Ziet u wat ik bedoel? Ziet u waarvan de Schrift hier spreekt? Als het teken niet getoond werd, dan had het verbond geen geldingskracht. Het moet zo zijn, want als u zegt dat u gelooft en u volgt de instructies van het Woord niet, dan gelooft u niet!

     Hoewel u besneden bent, hoewel u lid bent en hoewel u gedoopt bent, en al deze dingen hebt gedaan, is dat nog steeds niet het teken – de Heilige Geest.

     Deze fijne geleerde, waarvan ik tevoren sprak, ging door tegen mij te praten. Hij zei: "Billy, Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Wat had de man meer kunnen doen, dan God te geloven?"

91 Ik zei: "Dat is waar Doctor. Het is zo. Hij geloofde God. De Bijbel zegt het zo. U hebt gelijk. Voor zover u dit hebt genomen hebt u gelijk. Zolang die twaalf verspieders, die uitgezonden werden om het land Kanaän te verspieden, voorwaarts gingen naar Kanaän, boekten ze terreinwinst. Maar toen zij bij de grens kwamen, toen wezen zij het af." Ik vervolgde: "U Baptisten hebt gelijk tot zover als u gekomen bent, maar... heeft u de Heilige Geest ontvangen toen u tot geloof kwam?" Ik zei: "Let op, God erkende Abrahams geloof. Hij geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Dat is waar. Maar toen heeft God hem als teken het zegel van de besnijdenis gegeven – dat was een teken voor hem." Niet dat de besnijdenis iets met zijn ziel te maken had, maar het was een teken dat God zijn geloof had erkend. En Hij geeft ons het teken van de Heilige Geest, omdat Hij ons erkend heeft als gelovigen. Want: "Bekeert u en een ieder van u late zich dopen in de Naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. Want U komt de belofte toe! " Ziet u nu waar het op aan komt?

92 Voor de Joden maakte het niet uit hoezeer zij konden bewijzen dat zij besneden waren: het teken moest zichtbaar zijn. Als het daar niet was, was het verbond krachteloos. Hetzelfde hebben wij nu. Dezelfde zaak. Het maakt niet uit wat u doet, het maakt niet uit hoe goed u de Bijbel kent of kunt uitleggen – u bent misschien wel een Bijbelgeleerde... U zou mogen zeggen: "Ik ben een gelovige" en dergelijke; desondanks is het teken vereist.

93 Een Bijbelgeleerde... u zegt: "Dat was een goed mens, broeder Branham." Het kan mij niet schelen wat iemand zegt, al kun je niets op die man aanmerken. Al heb ik hem in mijn hele leven nog nooit iets verkeerds zien doen. Het heeft niet dat met God te maken. Er is één eis, en dat alleen. En u kunt daaraan niet voldoen, tenzij eerst het lam stierf. Eerder kon het bloed niet aan de deurpost gestreken worden om het teken te tonen. En het bloed was een zeker teken, dat het lam gestorven was – geen schijngeloof; het lam stierf!

94 De Heilige Geest is een zeker teken, dat uw Lam stierf, en u hebt het teken zelf ontvangen, want Zijn eigen leven is in u. Ziet u? Dat is geen namaak-geloof. Dat is niet gemaakt; geen imitatie. Het is er. U weet het. U weet het. De wereld weet het: het teken is daar.

     Het maakt niet uit hoe goed de persoon is... Hij kan een Bijbelonderzoeker zijn, hij kan een goed kerklid zijn. Het mag een goed persoon zijn. Of misschien is hij het hoofd van een denominatie. Het mag iemand zijn uit de hiërarchie van Rome. Wie het ook is, het maakt niets uit.

95 Maar Israël... Ieder, die de Bijbel kent, weet dat Israël precies een type van de gemeente is, naar het beloofde land. Daarheen is zij op reis. Maar... toen de avondtijd aanbrak en de reis begon, was er een ernstige eis: Het maakte niet uit hoezeer je een Jood was, hoe goed hij zijn oogst verzorgde, hoe goed hij voor de buren was, of hij een goed lid was, hoeveel tienden hij betaalde... Al deze dingen waren fijn, dat was in orde; hij was een goed mens, werd door zijn medemensen beschouwd als een fijn iemand – maar zonder het teken van dat bloed kwam hij om!

96 O, moge God mij helpen, opdat het bij de aanwezigen hier, en bij hen die de bandopname zullen beluisteren, goed doordringt! Ongeacht... U kunt het Evangelie gepredikt hebben, u mag duivelen uitgeworpen hebben, u mag in tongen gesproken hebben, u mag gejuicht hebben, en hebben gedanst in de Geest; maar zonder het teken...!

     U zegt: "Kan mij dat gebeuren?"

97 Paulus zegt dat het mogelijk is: "Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en al ware het dat ik al wat ik heb gaf tot spijze aan de armen, en al ware het dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden, al ware het dat ik geloof had om bergen te bewegen, enzovoorts, ik ware niets." Steun daar niet op! Het gaat om het teken! Het maakt niet uit hoeveel u gedaan mag hebben, hoe goed u bent... Wanneer de toorn van God ontbrandt, zal alleen het teken erkend worden...

98 Het is een teken dat er een prijs is betaald, die werd geëist. De prijs die betaald werd, was het leven van Jezus Christus. Hij gaf Zijn leven, en Zijn Geest komt op u terug als een teken, dat u aangenomen bent.

     Dan draagt u het teken altijd bij u, dag en nacht. Niet alleen op zondag, maar te allen tijde; u heeft het teken.

     Als Ik... Het bloed zal u een teken zijn. U zegt: "Ik geloof toch. Ik ben een gelovige." Dat is in orde, maar als u het teken afwijst, hoe kunt u dan een gelovige zijn? Het spreekt tegen u. Het spreekt tegen uw eigen getuigenis. Een Bijbelonderzoeker zijn, of een goed iemand, gemeentelid, of wat u ook maar bent, het betekent niets. Ja zeker.

     Misschien is uw vader prediker, misschien was uw moeder een heilige. Dat is goed; zij moeten voor zichzelf verantwoording afleggen.

99 Zoals ik al eerder zei, proberen sommige mensen van God een oude dikke goedige kindse grootvader te maken, met een stelletje kleinkinderen, kleine 'Ricky's' en 'Elvissen', die menen dat van Hem geen kwaad te duchten valt. Zo is God niet! Hij heeft geen kleinkinderen; Hij is een Vader. U moet wederom geboren worden. Hij is niet gezet, zacht en kinds. Hij is de God van oordeel. Dat zegt de Bijbel dat Hij is. Zijn toorn is vreselijk.

     Treed daar niet met voeten op, in de verwachting dat de goedheid van God u op een dag met uw zonden in de hemel zal opnemen! Als Hij dat zou doen dan zou Hij dit alles hier Zijn excuses moeten maken... U moet Zijn Woord geloven of u zult omkomen. En als u Zijn Woord gelooft, dan zal het teken op u zijn.

100 De dood kon elk moment toeslaan, die nacht in Egypte. Het was een vreselijke tijd. God had Egypte bezocht, met al hun ceremoniën, feest- en vastendagen. God toonde Zijn grote tekenen en wonderen in hun midden. Wat betekende dat?

     Nu, stop een ogenblikje. God toonde hun Zijn genade. Hij gaf hun een kans. Zij konden het niet loochenen, maar ze zeiden: "Ach, dat stelt niets voor. Dat is onzin. Er is alleen wat gebeurd daarboven bij de waterval; er is een stuk rode modder losgeraakt. Dat maakt de rivier en de zee rood."

     Toen kwam de hagel. Toen de kikvorsen... God had een plaats toebereid en legde Zijn Woord in de mond van een profeet. Als hij sprak, gebeurde het. Zij zagen het, zij konden het niet loochenen!

     Wat Mozes vroeg, ontving hij van God, omdat hij alleen Gods Woord sprak. God had gezegd: "Ik zal je als een god maken."

101 Mozes was een god voor hen. Zij kenden geen verschil, dus zei Hij: "U zult als een God zijn en Aäron zal uw profeet zijn." Ziet u? "Gij zult gelijk een God zijn. Want Ik neem u – uw stem – en Ik zal door u scheppen. Ik zal spreken en het volk zal het niet kunnen loochenen, omdat het onmiddellijk plaats zal vinden. Wat gij spreekt zal gebeuren."

     Oh! "Ik zal u deze dingen laten zien." En Egypte zag het. Zij zagen het, precies voor de avondtijd of precies in de avondtijd.

     Hij toonde hun Zijn goedheid. Hij toonde dat Hij het weg kon nemen, genezen.

     De tovenaars probeerden hetzelfde te doen; de nabootsers. Altijd zult u ze vinden. Daar waren Jannes en Jambres, die daar stonden. Maar toen het tot de ware zaak kwam, hadden zij het niet. Zij hielden voor een korte tijd stand, maar na een poosje werd hun dwaasheid openbaar.

     Zegt de Bijbel niet dat hetzelfde in de laatste dagen opnieuw geschieden zal? "Zoals Jannes en Jambres Mozes tegenstonden..." Maar hun dwaasheid werd openbaar. Zo zal het opnieuw zijn. Zo is het.

     Mensen wier denken verdorven is, afkerig van de waarheid, van de feiten. Zij hebben dan misschien samenkomsten en geweldige dingen, grote prachtige bloemrijke dingen, maar hun uur zal tenslotte slaan! Blijf standvastig met het teken! Dat wil God dat wij doen.

     Houd vast aan Zijn Woord. Wijk er niet van af. Blijf daar op staan. Zo zegt de Bijbel het.

     De dood sloeg toe. God had hun genade bewezen en krachten en tekenen getoond.

102 Laten we even een paar ogenblikken niet op de klok letten, maar even bedenken wat Hij eertijds allemaal beloofd heeft dat er zal gebeuren in de laatste dagen. Ik vraag mij af of wij onszelf ook niet eens zouden moeten onderzoeken.

     Hij deed al deze dingen, maar zij waren nog steeds niet verlangend om zich te bekeren of de Boodschap van die dag te geloven. Zij wilden het nog steeds niet doen, hoewel het hun getoond was en het hun duidelijk was bewezen.

     Wanneer u zulke dingen ziet gebeuren, dan is het een teken van naderend oordeel. Oordeel zal op deze dingen volgen. Zo is het altijd geweest, en dit zal hierop geen uitzondering zijn. Het oordeel volgt op de genade. Wanneer genade wordt afgewezen, blijft er niets anders over dan het oordeel. Dat zal er altijd op volgen.

103 Welnu, we hebben gezien dat iedere geestelijke gebeurtenis een teken van God is. Wees voorzichtig. Noteer dat. Let op, elke geestelijke gebeurtenis, alles wat geschiedt is een teken. Wij zijn hier niet toevallig. Deze gebeurtenissen zijn niet toevallig. Het is een teken. Het is een teken, dat wij ons zo vlug mogelijk in veiligheid moeten brengen.

104 Noach was voor zijn generatie een teken; Elia was een teken voor zijn tijd, Johannes was het voor zijn tijd. Alles... Zo is ook de Boodschap van dit uur een teken. Let erop. Kijk wat het doet. Het is een teken. Alles heeft een betekenis.

105 Dit soort Boodschap had niet in een andere tijd kunnen plaatsvinden. Ze had niet in de tijd van Luther kunnen komen, noch in de dagen van Wesley. Zelfs in de dagen van Pinksteren had ze niet kunnen komen. Het kon niet. Zoiets is nog nooit gebeurd. En toch was het in de Bijbel beloofd. Wij zijn nu aan het einde. Niets kon er gebeuren. Het kon niet eerder gebeuren dan in deze tijd, en het is gebeurd als een teken. Vraag u af wat het teken is. O, dierbare mensen, mijn broeder, zuster, kom onder dat teken, vlug! Neem geen surrogaat. Doe dat niet, doe dat alstublieft niet!

     Verbeeldt u het zich niet slechts. Blijf daar, totdat u weet dat het teken is aangebracht. Totdat de gezindheid die in Christus was, in u is. Totdat alle dwaasheid van de wereld verdwenen is; totdat Hij het gehele verlangen van uw hart is. Dan weet u dat er iets gebeurd is.

106 Jezus zei: "Deze tekenen zullen de gelovigen volgen"; niet de schijngelovigen, maar de gelovigen.

     Wel, wij willen hier geen enkel risico mee nemen. Dat moet u niet doen. De Boodschap van dit uur is een teken voor de gemeenten. Het is een teken voor de mensen.

     Begrijpt u het? Ik hoop dat het daar, waar de bandopnamen heengaan, ook begrepen wordt, in de andere delen van de wereld. Het teken van het uur is er. Er is een teken dat aangebracht moet worden, dat in geen andere tijd heeft kunnen komen.

107 Let op Gods voorbereidingen voor die tijd. Zoals wij weten, zegt de Bijbel, dat al deze dingen ons ten voorbeeld zijn geschied. Wel, toen God gereed was om Egypte te oordelen, trof Hij eerst een voorbereiding. Wat deed Hij als eerste? (Hij verandert nooit Zijn orde.) Het eerste wat Hij ter voorbereiding deed, was, dat Hij een profeet zond met een boodschap. Het eerste wat Hij deed voor Zijn volk was een profeet zenden met een boodschap.

     Het volgende wat Hij deed om deze profeet te bevestigen was dat Hij neerkwam in een Vuurkolom als een betuiging, om het te bevestigen.

     En ten derde zond Hij het teken. Zo is het inderdaad. Het teken... Wat betekent het teken? Zekerheid.

108 Ten eerste trad Zijn profeet op, met de boodschap. Dan identificeerde Hij Zichzelf met Zijn profeet door de Vuurkolom. En daarna zond Hij een teken, dat u onder dit bloed moest komen, dat Hij dit vervangingsmiddel, de dood, had aanvaard in uw plaats. Dan was het bloed het teken dat Hij u had aangezien. U had de Boodschap gehoord, in de Vuurkolom geloofd, en de plaatsvervanging die Hij voor u voorzien had geaccepteerd. Dan stond u onder het bloed, de scheikundige stof die het leven bevatte, dat voor u gegeven was.

     Wat een volmaakt iets is dat. U bent onder het bloed. Nu bent u onder de Geest – onder de Heilige Geest. U gelooft de Boodschap van deze tijd. U gelooft de kracht, de Vuurkolom. U gelooft dat en u doet het.

109 Ziet u, het alleen te geloven is niet genoeg – nee, alleen er omheen draaien, dat is niet genoeg. Dat zal u zelfs nog slechter maken, want "wie weet goed te doen en het niet doet, dien is het zonde", ziet u.

110 Deze grensgelovigen... Jezus sprak over hetzelfde in Hebreeën, het zesde hoofdstuk. "Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht zijn geweest, en deel gekregen hebben aan de Heilige Geest, en het goede woord Gods en de krachten der toekomende eeuw gesmaakt hebben, en daarna afgevallen zijn, weder opnieuw tot bekering te brengen, daar zij wat hen betreft de Zoon van God opnieuw kruisigen en het bloed des verbonds waardoor zij geheiligd waren..." De chemische stof daar. Geheiligd zijn, dat is niet het teken.

111 Ook het bloed is nu niet het teken; het leven is het teken. Het leven kon daar niet zijn, omdat het een dier was. De chemische stof was toen het teken. U moest dat bloed letterlijk aan de deurpost aangebracht hebben; maar nu is het de Heilige Geest. Dadelijk komen wij ertoe, om het te bewijzen, ziet u.

112 Het is het leven dat het teken is. Uw leven is voorbij, u bent dood en uw leven is gestorven. U bent met Christus verborgen in God en daarin verzegeld door de Heilige Geest. De gezindheid die in Christus was, is nu in u. En Christus en de Bijbel en het Woord zijn dezelfde.

     "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God." Dan zijn u, en het Woord, en God, en Christus dezelfde. "Indien gij in Mij blijft, en Mijn Woorden in u blijven, vraag wat gij maar wilt, en het zal u geworden."

     God legde de kracht rechtstreeks op de lippen van Mozes opdat hij daarheen kon gaan met Zijn Woord en spreken! – en de kikkers kwamen. Hij sprak! – de kikkers verdwenen. Hij sprak! – de luizen kwamen. Hij sprak ! – de luizen verdwenen. Amen!

     Maar toen, het teken was voor heel Israël vereist. Van geheel Israël werd dit teken geëist, en: "Wanneer Ik het teken zie, zal Ik u voorbijgaan." O, wat een zekerheid!

113 Israëls uittocht uit Egypte is een beeld of het tegenbeeld van vandaag. Egypte was de gemeente, en Israël vertegenwoordigde de bruid. En zoals Israël uit Egypte kwam, zo komt de bruid uit de gemeente. Ziet u. Er moet iets zijn om uit te komen en zij zal eruit moeten komen. Als het dus een beeld is, dan is de gemeente in Egypte, in de wereld en in zonde, en geeft totaal niet om uw teken. Zij geloven het zelfs niet! Maar Israël had het lief, want voor hun was het redding.

     O, o, het zou ons hart zo moeten... O, breng het aan, gemeente! Faal niet. Wilt u het niet? Laat de zon niet onder gaan. Rust dag noch nacht. Neem geen risico. Dat werkt niet, kinderen. Dat zal niet werken. U moet het teken hebben!

     U zegt: "Ik geloof, ja. Ik ga... Ik geloof de Boodschap."

114 Dat is in orde. Dat is goed. Maar u moet het teken hebben. Hoort u het, Branham Tabernacle? U moet het teken laten zien. Zonder dat is al uw geloof tevergeefs. U leidt een goed leven, u luistert naar wat het Woord zegt, u gaat naar de gemeente, u probeert goed te leven – dat is allemaal fijn, maar dat is het niet.

     "Wanneer Ik het bloed zie..." Dat is het teken. En het teken hier is niet... Hij moest werkelijk die chemische stof zien, want het leven was eruit gegaan. Daar was het een dier. Maar hier was het Zijn eigen leven dat in het bloed was. En de scheikundige stof was alleen een symbool, een teken van heiliging. Maar het leven zelf is het teken.

     Want zonder de besnijdenis, zonder het teken, bent u zelfs niet in het verbond. Het werkt allemaal tezamen.

     Als u zegt dat u besneden bent door het Woord, en daardoor alleen, dan zult u het Woord geloven. Als u het Woord gelooft, dan moet het teken komen, want Hij zegt: "Bekeert u, en een ieder van u late zich dopen in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen." Zo is het. Oh!

     Let op de voorbereiding van Zijn volk voor het beloofde land. Wat deed Hij eerst? Ten eerste had Hij een volk waarvoor Hij een land bereid had. Hij had een land voor hen bereid. Hij trof ginds voorbereidingen voor het volk dat voor het beloofde land bestemd was. Het was alleen voor degenen, die voor het beloofde land voorbestemd waren. Juist.

     Hoe deed Hij het? Hij zond een profeet met een Boodschap. Hij bevestigde die door de Vuurkolom, en gaf hun een teken, zodat zij er verzekerd van waren dat het juist was. Dat is juist. Het was haar troost.

115 De uittocht van Israël uit Egypte was toen een type. Dit is het tegenbeeld van de gemeente die uit de denominaties komt. Niet alle denominaties... Ik bedoel de bruid. Ziet u? Want sommigen van hen, die onafhankelijk zijn, zijn net zo slecht als de denominatiemensen, soms nog slechter. Ik spreek nu met betrekking tot het aangebrachte teken.

116 Het teken stemt in met ieder Woord. Dat moet het wel, want het is het Woord. Het is het leven dat in het Woord was. "De Woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en leven", zei Jezus.

117 Toen Mozes zijn bediening in Egypte begon, met grote tekenen en wonderen, (ziet u?) verzamelde Israël zich snel uit geheel Egypte naar Gosen. Zij gingen terug naar hun geboorteplaats, omdat zij wisten dat er iets op het punt stond plaats te vinden. O, wat een beeld is dat!

Zij komen van Oost en West,
Zij komen van overal. (Dat is juist, heeft u dat lied gehoord?)
Zij hebben een feest, bij Jezus te gast,
En zeeg'ningen zonder tal.
Zij zien Zijn aangezicht;
Hij is hun eeuwig licht.
En ook zij verspreiden 't licht,
Juwelen zijn z'in Zijn kroon.

O, Jezus komt weldra,
Beproeving is dan voorbij.
O, wat als de Heer hier plotseling kwam,
Voor wie vrij van 't oordeel zijn.
O, bent u dan ook vol vreugd',
Of raakt u de wanhoop nabij?
Als Hij op de wolken komt,
Dan komt Hij ook voor mij.

     Het teken tonend... "En Ik zal hem opwekken ten jongste dage." Zeker. Wij leven in die dagen.

118 Het volk verzamelde zich in Gosen. Zij waren gereed. Zij wisten dat er iets zou gaan gebeuren. Zij waren net als bijvoorbeeld eenden; wanneer het de tijd is om te trekken, dan komen ze allemaal bij elkaar. Wanneer bijen gaan zwermen en ze zich allemaal gereed maken, is er een instinct dat ze drijft.

119 De Heilige Geest trekt de mensen. O, toen de tijd kwam dat die geweldige toorn van God zou vallen, kwamen er twee eenden – mannetje en vrouwtje. Er kwamen twee ganzen – mannetje en vrouwtje. Daar kwamen twee paarden – een mannetje en een vrouwtje. Iets trok ze – de voorbestemden. De anderen kwamen om. O, de rest van hen kwam om!

120 Maar degenen die dat trekken voelden, kwamen binnen; zij wisten dat de ark toebereid was. Het was een teken dat er regen zou komen. Zij wisten dat er regen zou komen. Het maakte niet uit wat voor ogen was en wat de anderen dachten. Zij wisten dat er iets binnen in hen was, dat zei: "Ga daar naar binnen en vlug! Ga daar naar binnen! Want dat is de enige plaats die veilig is." Omdat God een profeet had toebereid. Hij zond de ark als een teken en zei: "Ga daar naar binnen." En de regen kwam en zij gingen twee aan twee regelrecht naar binnen. Al die dieren gingen twee aan twee de ark binnen, omdat zij kwamen... Zij moesten... Ongeacht wat de anderen...

121 En allen, die buiten de ark waren, kwamen om. Allen buiten het teken van het bloed, kwamen om, iedereen. En iedereen die buiten het teken van de Heilige Geest staat, zal omkomen! Het maakt niet uit hoe goed en hoe trouw ze als gemeenteleden zijn. Er waren er velen in de dagen van Noach, en er waren er velen in de dagen van Mozes. Maar een ieder die in gebreke bleef om het bloed als een teken aan te brengen, kwam om!

122 Degenen die verzuimden de ark in te gaan, kwamen om. Allen die in gebreke blijven om tot Christus te komen – want Hij is de Ark... 1 Korinthe 12 zegt: "Want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt." Het mystieke... Niet de gemeente, maar het mystieke... niet de denominaties, maar het mystieke lichaam van Jezus Christus. Door één Geest, hoofdletter G-e-e-s-t. We zijn allen gedoopt in dit ene lichaam.

     Dan is het teken op de deur aangebracht, want u bent in Christus, en Hij was die Ene: uw Offer. Hij heeft het oordeel op Zich genomen; en wanneer God daarop ziet, kan Hij niets doen.

123 U bent zo veilig als u maar zijn kunt, omdat God en Christus precies dezelfde persoon is. Het was de Geest die vlees werd en onder ons heeft gewoond. Daar is God Zelf met u, Zijn eigen kinderen, in het lichaam. Daar hebt u het! Niet een scheikundige stof, maar de Geest. "Ik zal u voorbijgaan."

124 Zij kwamen uit geheel Egypte tezamen, tot deze ene plaats, opdat zij onder dat teken konden zijn. Zo zijn zij gekomen vanuit Methodisten, Baptisten, Presbyterianen, Lutheranen, Pinksteren en al het andere om onder het teken te komen. Precies zoals het toen was.

     Het was de Vuurkolom, die daar aan hen werd bekendgemaakt. De een zei het tegen de ander, en de ander tegen de ander, een ander vertelde het tegen de ander en het eerste wat gebeurde: zij begonnen allen te komen. Zij begonnen te komen en zij letten op het teken van God. Zij zeiden: "Het oordeel is nabij."

125 Toen zei de profeet: "Ik heb van God gehoord, dat er een teken zal zijn. U moet het bloed aan de deurposten strijken; het lam slachten en het bloed aan de deurposten strijken. En dat zal een teken zijn, omdat de dood zich gereed maakt om toe te slaan."

126 Laat mij, als Zijn knecht, u heden dit zeggen: tenzij het teken aan de deur is, zal een geestelijke dood toeslaan. Alle kerken zijn bezig terug te gaan naar de Wereldraad van Kerken. Zij gaan allen naar het Katholicisme terug; alleen degenen die echt wederom geboren zijn, blijven er uit!

127 Onthoud, niet uw Pinksterdenominaties, want zij zijn er al in. Het toont dat ze dood zijn. Ze zijn al omgekomen. Ze zijn geofferd en teruggegaan. Ze hebben Hem buiten de deur gesloten, maar Hij kijkt uit naar het teken. Het enige waar zij op vertrouwden, was het spreken in tongen.

     Vertrouw helemaal niet op het spreken in tongen, of op wat anders ook, maar laat het teken zelf daar zijn, laat de persoon van Jezus Christus, Zijn eigen leven in u zijn. Dat niet alleen dit of dat besneden is, maar uw totale wezen, totdat u en Christus één zijn. Christus in u, die Zijn leven door u heen leeft.

128 Welnu, ze kwamen uit heel Egypte samen. Laten we zien wat ze deden. Als wij de tijd zien naderen is ons geboden op dezelfde wijze te handelen. Wist u dat? Let op wat de profeet zei.

     Laten wij lezen, als u lezen wilt, in Hebreeën, het tiende hoofdstuk. En als u met mij lezen wilt. Ik wil twee verzen lezen, voor we verder gaan. Hebreeën, het tiende hoofdstuk. Laten we beginnen bij het zesentwintigste vers van Hebreeën, hoofdstuk tien. Nu, ik ben... Laat eens kijken. Ja, Hebreeën 10, vers 26,

     Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij... (Laat eens kijken, heb ik het goed? Ja, dat is juist. Ja.) ... nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over,

     maar een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, dat de wederspannigen zal verteren.

     Nu kijk! Indien iemand de wet van Mozes terzijde heeft gesteld, wordt hij zonder mededogen gedood op het getuigenis van twee of drie personen.

     Hoeveel zwaarder straf, meent gij, zal hij verdienen, die de Zoon van God met voeten heeft getreden, het bloed des verbonds, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht en de Geest der genade gesmaad heeft? (Die door dat bloed gekomen is.)

129 Prediker, gemeentelid, goede man, man met een hoge moraal, wat u ook bent, en u weet dat God de drang naar sigaretten van u weggenomen heeft. Vrouwen, u weet dat Hij de drang naar het dragen van shorts, kort haar en dat alles, van u weggenomen heeft. U weet dat Hij het gedaan heeft, maar als u zich dan omkeert, en het weer doet, dan acht u het bloed des verbonds onrein, als was het een onheilig iets, hoewel dat u heiligde en tot zover heeft gebracht...

     Zoals de verspieders indertijd, toen ze in het grensgebied waren gekomen en het doorzochten, en zeiden: "Wel, ik weet dat het daar is, maar de tegenstand is te groot. Wij zijn als sprinkhanen." Ze kwamen om in de woestijn. Grensgelovigen...

     Kom toch niet tot zover en zeg: "Ik geloof de Boodschap." Gehoorzaam de boodschap! Kom in Christus. U kunt zeggen: "Ik geloof elk woord dat u zegt, broeder Branham."

     Dat is goed, maar dat is gewoon omdat u in staat bent het te lezen. Neem de Boodschap. Neem in uw hart dat u het teken moet hebben. Het zelfde leven dat in Christus was, moet in u zijn. "Wanneer Ik dat zie, zal Ik u voorbijgaan."

130 Als wij de grote tekenen van de eindtijd heden op aarde zien, weten wij dat het zo is. Ziet u, ik heb lang, een lange tijd, gewacht met u deze boodschap te brengen. U hebt de tekenen van de eindtijd gezien. Ik heb het u gepredikt, en het u door alles bewezen wat Christus gezegd heeft, is dat niet waar? U zult dat erkennen. Wij leven in de eindtijd en ik zie niets meer dat nog over is.

     U zegt: "Hoe zit het dan met het merkteken van het beest?" Wel, degenen die de Heilige Geest afwijzen hebben reeds het merkteken van het beest. De straf zal later komen.

131 Wanneer in Israël de bazuin in het jubeljaar schalde, iedereen... Hebt u erop gelet dat Christus dat voorgelezen heeft? Hij las alleen de helft ervan, omdat de helft ervan voor die tijd van toepassing was, ziet u. "Hij heeft Mij gezonden om gebrokenen van hart te verbinden en bevrijding te prediken (enzovoorts. Ziet u?), om te verkondigen het aangename jaar des Heren." De rest heeft Hij nooit voorgelezen. Hij legde de boekrol neer, omdat dat voor deze tijd bestemd was. Hij las er alleen een gedeelte van – dat deel ging over Zijn dagen.

132 Welnu, dit is wat Hij heden doet. Daarover spreekt Hij door de zalving van Zijn Heilige Geest tot de gemeente vandaag. Dit is het uur. Nu is het tijd. Neem het aan, mensen; ontvang het.

133 Let op! Wij zien de grote eindtijdgebeurtenissen, de flitsende rode zwaailichten overal, ook in de natuur. We zien dat de natuur het licht laat flitsen. De tijd is nabij. Wij zien het licht aanflitsen over de gemeente, zij is veroordeeld. De tijd is nabij. Ze is in de wereld geraakt. Wij zien het aan de hemel, en op de zee, over de naties, overal, aan zon, maan en sterren: tekenen. Wij zien ook de tekenen van de eindtijd, hoe de Heilige Geest terugkeert op de mensen.

134 Zoals het ook was in de dagen van Lot, toen de Heilige Geest werkte door menselijk vlees – dat was God, gemanifesteerd in het vlees. God zou Zich in die dag manifesteren in Zijn bruid en hetzelfde teken tonen. Jezus zei: "Het zal in de laatste dagen net zo zijn." Wij zien het. Wij zien dezelfde Vuurkolom. Zelfs de wetenschap heeft er foto's van genomen, enzovoort. Wij zien dat de tekenen van de eindtijd er aan komen. Wij weten dat het hier is. Als we dit dan zien, als u mij gelooft... Als u mij niet gelooft, geloof dan de tekenen! Geloof het Woord! Want zij getuigen van hetgeen ik u gezegd heb.

135 Als ik u de waarheid niet zou zeggen, zouden ze nooit getuigenis afleggen. God zal nooit een leugen bevestigen. God staat voor de waarheid. En deze woorden bevestigen en betuigen dat ik u de waarheid verteld heb. Zij zijn het, die getuigen van de Boodschap die ik predik. Niet alleen de engel daarginds beneden bij de rivier die dag, die zei: "Uw Boodschap zal vooraf gaan aan de tweede komst van Christus", maar de werken zelf... Als u niet kunt geloven dat die engel de waarheid sprak, geloof dan de werken, want de Bijbel zegt dat deze dingen in de avondtijd – de eindtijd – geschieden zouden. Zij zijn het die getuigenis afleggen. Zij zijn het die luider spreken dan mijn woorden, of dan wie anders ook. Het is Zijn Woord, dat getuigenis van deze tijd aflegt.

136 Wij zien deze grote, verschrikkelijke eindtijdtekenen over de mensen en over de aarde komen; wij zien de angst onder de naties. Wij zien Israël in haar vaderland. Haar symbool, de zespuntige Davidster, wappert. Het oudste symbool ter wereld, de oudste vlag in de wereld. Ze is een natie geworden met een eigen regering; het is een zelfstandig volk. Ze is lid van de Volkenbond; het heeft al deze dingen; ze zit in de VN en heeft haar eigen valuta, alles.

137 Jezus zei: "Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen zijn geschied." En herinner u dat het precies dezelfde avond was dat Israël een natie werd, dat de engel des Heren mij verscheen. Dat is zo.

138 Daar bevinden wij ons. Alles heeft bewezen precies de waarheid te zijn. Ik heb u niet voorgelogen. Ik heb u de waarheid gezegd. God heeft betuigd, dat ik u de waarheid heb verteld. Welnu, bedenk dat ik uw broeder ben; ik ben een mens. Ik ben gewoon een mens, zoals u allen, maar iemand moet het brengen; iemand moet het zeggen. Het was mijn keuze niet, het was Zijn keuze. En ik heb u de waarheid verteld en Hij heeft er getuigenis van afgelegd, dat het de waarheid is.

     Als wij deze dingen momenteel op aarde zien... O, mensen, dit is de laatste ure. Breng dat teken aan, zo vlug als u maar kunt. Kom onder het teken; kom in het teken!

139 Wij zien de grote eindtekenen in onze tijd ons waarschuwen: "De tijd is nabij!" O, neem dit ernstig. Wij behoorden elkander lief te hebben. O, wij behoorden zo van elkaar te houden. Spreek nooit kwaad tegen of over elkaar. Als iemand een fout maakt, bid snel voor hem. We staan hier allen tezamen voor God.

140 Wij zijn broeders en zusters. O, leef goddelijk. Leef als dochters van God. Leef als zonen van God. Leef aangenaam, vriendelijk en nederig. Laat er niets kwaads in uw hart of in uw gedachten binnenkomen; wijs het gewoon af. Als het aan uw deur klopt, stuur het weg; laat gewoon uw teken zien. Ga gewoon verder er zeg: "Ik ben onder het bloed."

     Bedenk dat er velen die avond bij die vrouwen kwamen, die zeiden: "Zeg, Gerrie, Lily, gaat één jullie niet mee? We hebben een feestje vanavond."

     "Hè? Nee, ik sta onder het bloed. Ik ben onder het teken, ik blijf hier. Mijn liefde is voor mijn Schepper. De dood trekt door het land vanavond!"

141 De dood is nu in het land, vandaag. De oordelen wachten, het hangt in de lucht. Atoom- en waterstofbommen en allerlei soorten rampen wachten de naties. God echter beweegt Zijn gemeente voorwaarts en toont alles. Wij hebben nu al een hele tijd het lam 'bewaard', we hebben gekeken wat Hij deed; we hebben Zijn natuur gadegeslagen enzovoort, maar nu moet het teken aangebracht worden. Het moet aangebracht worden. Daar gaat het om. "Tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij op geen enkele manier binnengaan."

142 U behoorde elkaar lief te hebben. Gelovigen behoorden zich van de wereld af te scheiden. Vat het niet te lichtvaardig op. Nu, u mensen die naar mij luistert, of die naar de bandopname zullen luisteren. U vrouwen, u mannen, luister een ogenblik. Als u mij ooit geloofd hebt, geloof mij dan nu! Het is tijd om met redetwisten onder elkaar op te houden. Geloof de Boodschap van de Bijbel. Geloof Jezus Christus, heb elkaar lief, eer en respecteer elkaar.

143 Mannen respecteert uw vrouwen. U respecteert uw gezin. Breng uw gehele huis tezamen, want onthoud: het lam was voor het gehele huis, niet slechts voor één. Het gehele huis moest dan ook samen gebracht worden, allen moesten binnengebracht worden. Wij moeten elkander liefhebben, en gelovigen behoorden zich af te scheiden van de wereld.

     Let op: ze kwamen daar niet zozeer samen om over de Boodschap te spreken – zij kwamen tezamen om dat bloed aan te brengen, om het teken aan te brengen. Dat moet u doen.

144 Voorganger Neville, en u, gemeente, oudsten, diakenen: broeders, het is de hoogste tijd dat wij alle dwaasheid van de wereld en al het andere opzij leggen. Wij hebben nu genoeg gezien, en we weten positief zeker dat het teken aangebracht moet worden.

145 Zonder dat teken zult u omkomen, moet u omkomen. Dat is het enige. O, kom niet tezamen en zeg dan: "Ik geloof het." Kom er onder! Kom er in! Hoe gebeurt dat? Door één Geest zijn wij in het lichaam van Jezus Christus gedoopt. Laat iedereen met zijn gehele hart geloven. Hij was niet verantwoordelijk voor iemand die er niet onder was.

     Wie sprak daar? [Iemand zeg: "Dat is een korte golf radio, broeder Branham." – Vert] Korte golf van boven? Kwam het binnen via de speaker? Ik hoorde iemand... Korte golf, ja, ze zijn verbonden. Ik denk dat... Oh, de auto's. Neem me niet kwalijk. Ik dacht dat iemand iets zei, dat iemand iets wilde zeggen en ze het niet konden ontvangen (ziet u?), daarom zei ik dit. Ik zag u rondkijken. Ik hoorde een stem en ik dacht dat iemand opstond om iets te zeggen en ik wist niet wat er was. Nu, dank u.

146 Geloof slechts! Stel u eronder. Israël kwam niet tezamen in de trant van: "Laten wij allemaal eens naar Gosen gaan vandaag, wij rijden allen naar Gosen. U stapt op uw kameel. Wij nemen de ossenwagen en nemen de Janssens wel mee en de Goldbergs en dan gaan wij allemaal naar Gosen, want weet u, Mozes spreekt daar vandaag."

     Zo was het niet, neen, broeder. Het ging er om, om onder het bloed te komen. Ja, inderdaad. Niet er over te spreken, maar binnen te komen.

     Een van hen zei: "Weet u, meneer Goldberg, eigenlijk weet ik dat het de waarheid is. Ja, broeder, ik geloof dat het de waarheid is. Ik weet dat het de waarheid is."

     "Meneer Levinsky, wat denkt u ervan?"

     "Het is absoluut de waarheid. Ik heb gezien hoe Jahwe in Zijn kracht sprak. Ik zag hoe de kikvorsen over het land kwamen. Ik weet dat het niet gebeurde, totdat hij het uitsprak, en ik weet dat dat Jehova God was." Wel, dat is allemaal fijn.

     "Bent u besneden?"

     "Ja zeker."

     "Bent u een gelovige?"

     "O, ja."

147 Toen echter hoorde hij die dag voorganger Mozes spreken, die zei: "U moet onder het bloed komen, want God heeft gezegd: 'Het bloed is het teken.'"

148 Het is een teken! Ongeacht hoezeer u gelooft, en hoezeer u besneden bent – dat is een verbond dat God met Abraham sloot, enzovoorts; dat is een verbond – maar ú moet onder het bloed komen. Dat is een teken. Want Hij zei: "Wanneer Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan." Israëliet of iemand anders. Dat is: denominatie of geen denominatie, allebei, u moet onder het bloed komen: Methodist, Baptist, Presbyteriaan, Pinkstergemeente, zij die niet tot een denominatie behoren, wat u ook maar bent, het is persoonlijk; ú moet onder het bloed komen.

     Welnu, spreek er niet alleen over, maar ontvang het. Hoor mij! Hoor mij! In de Naam des Heren: Hoor mij! Ziet u?

     U moet onder het bloed komen! Hij was niet verantwoordelijk voor iemand, die niet onder het bloed was. God maakte duidelijk, dat allen die niet onder het bloed waren, om zouden komen.

     Mag ik Zijn woorden gebruiken? "Allen die buiten Christus zijn, zullen omkomen."

     Hoe komt u in Christus? 1 Korinthe 12: "Door één Geest!" Niet door een handdruk, niet door een lidmaatschap, niet door een denominatie. Dat is wat zij proberen ervan te maken; dat mogen zij doen. Maar: "Door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt."

     "Al zou een engel uit de hemel u iets anders leren, hij zij vervloekt", zei Paulus.

     Dat is de Boodschap. Kom in Christus!

149 Kijk, voor personen buiten het teken was God niet verantwoordelijk. En God is niet verantwoordelijk voor iemand, wie dan ook, groot of klein, populair of impopulair, rijk of arm, slaaf of vrije, man of vrouw; Hij is niet voor iemand verantwoordelijk, die niet onder het teken-verbond is. Hij is niet verantwoordelijk.

     U zegt: "O Here, maar ik heb dit gedaan; ik heb duivelen uitgedreven. Heer, ik heb dat gedaan; ik heb het Evangelie gepredikt."

     "Ga weg van Mij, gij werker der ongerechtigheid. Ik heb u nooit gekend." Hij erkent alleen het teken! Hoort u het? Zeg dan: "Amen!" Nu is het aan u. Hij...

     Toen ik onlangs in de bossen was, vroeg een van de jongens zich af: "Wij zijn al twee dagen hier, en u hebt nog geen..." Ik had nog geen eekhoorn geschoten. Vroeg: "Wat is er aan de hand?" Het was dit.

     Hij zei: "Leg het op hen, leg het op hen zelf." Hij zei: "Je hebt er met Mij over gesproken. Nu is het aan jou wat je doet." Nu is het aan u.

150 Hij zal niets anders erkennen dan het verbond van de Heilige Geest. En u kunt het verbond niet ontvangen, tenzij u gered bent, geheiligd bent en dan in het lichaam bent gedoopt. Hij zal niet... U kunt een nabootsing hebben, u mag u misschien goed voelen, op en neer springen, in tongen spreken en in de Geest dansen. Dat heeft er niets mee te maken. Luister hier naar, in de Naam des Heren! God zal dat niet erkennen. Heidenen doen dat ook! Tovenaars doen dat ook!

     U zegt: "Ik ben een geleerde. Ik doe dit en dat, en zus en zo." Het maakt Hem niet uit hoe geleerd u bent. De duivel is het ook, ziet u. Hij zal alleen het teken erkennen! Dat is de Boodschap van dit uur! Dat is de Boodschap voor deze dag! Dat is de Boodschap voor deze tijd! In de Naam van Jezus Christus, neem het aan!

151 Geen vervangingsmiddel, geen... iets wat de duivel op u kan plaatsen. Zoals een onechte liefde, waardoor een man een andere vrouw liefheeft, naast zijn eigen vrouw; of een vrouw die iemand anders liefheeft of zoiets naast haar eigen man. Dat is een schandelijke zaak. Dat is geen echte liefde. Dat is van de duivel! Dat zijn zijn werken. Het is iets dat hij u ervoor in de plaats probeert te geven. U gaat er wat bij drinken, en zegt u er goed onder te voelen. En zegt: "Ik voel me ongelukkig en depressief: ik ga uit en drink een glas jenever om alles te vergeten."

152 Dat is de dood. God is uw vreugde. God is uw kracht. De boodschap te kennen, de waarheid te kennen, dat is onze voldoening. Hij is mijn algenoegzaam deel. In Hem zijn alle dingen die ik nodig heb. Dat is onze kracht. Mijn hulp komt van de Here.

     U Christenen, ziet op naar Hem om vreugde te ontvangen. Zie op naar Hem voor uw kracht; zie op naar Hem om gelukkig te zijn. Hij is mijn vrede; Hij is mijn vreugde; Hij is mijn liefde; Hij is mijn leven. Dat is het verbond, het teken aan de deur.

     Hij is niet verantwoordelijk voor iemand, niet één persoon, ongeacht wie u bent. Hij is niet verantwoordelijk, voor wie er onder uit gaat. En onthoudt: het hele gezin werd samen gebracht. Oh, denk daaraan. U zegt: "Goed, maar mijn vader is prediker. En mijn broer, mijn voorganger, mijn..."

153 Dat kan best waar zijn. Maar hoe staat het met u? Bedenk, men was alleen veilig wanneer het teken was aangebracht. Als de man daar binnen was en zijn zoon was aan de overkant van de straat, dan was hij in gevaar. Hij zou omkomen. Zijn vader was veilig binnen. Of als de zoon hier binnen was, en zijn vader was daar, dan zou zijn vader omkomen. Alleen het teken! "Wanneer Ik het teken zie, zal Ik aan u voorbijgaan." Dat is het enige.

     U zegt: "Mijn zoon is prediker." Of u, moeders, zegt: "Ik heb zo'n fijne jongen of zo'n beste dochter. Ik zeg u, zij zijn zo aardig. Zij zijn met de Heilige Geest vervuld en hebben zo'n liefde. Ze zijn gehoorzaam, zoals ik het nog nooit gezien heb." Maar hoe staat het met u, mamma?

     U zegt: "Mijn moeder is zo lieflijk. Ik weet, dat als zij sterft, zij naar de hemel gaat, omdat zij werkelijk het teken heeft gekregen, broeder Branham." Maar hoe staat het met uzelf, zus? Het hele gezin moet er onder gebracht worden.

154 Bent u moe? Ik zal over enige minuten sluiten. Een ogenblikje. Ik zou hier kunnen ophouden en vanavond verder gaan, maar als u nog even een beetje langer wilt wachten, dan zal ik mij proberen te haasten. Ik wil dit juist op z'n plaats zetten, want ik geloof dat het juist nu, terwijl u onder de zalving ervan bent, het beste is om het u nu te brengen. Amen.

     Slechts wanneer het teken getoond wordt... Het hele gezin moest onder het teken van het bloed staan. Vader, moeder, ik weet hoe u zich voelt. Ik heb ook kinderen, ik moet ze gered zien.

155 Ik spreek vandaag ook tot mijzelf. Ik heb broers en ik heb een zuster; ik heb geliefden. Ik wil hen ook gered zien. Maar bedenk, zonder het bewijs van het teken, zullen zij omkomen. Dan is er geen opstanding voor hen. Dat is zo. Dan zijn ze verloren. Alleen wanneer het teken is aangebracht.

     Kijk, Jozua... Ik wenste dat wij de tijd hadden om het te lezen. Schrijft u het maar op: Jozua, het tweede hoofdstuk. Hoe een heidense hoer, Rachab genaamd, geloofde.

     O, ik zou willen dat het ongeveer negen uur was. Ik zal u laten zien hoe het daar gebeurde.

156 Kijk naar deze hoer, een heidense, haar hele familie. Zij was een gelovige. Haar hele familie moest onder die scharlaken draad komen – dat teken. Zij moesten er onder komen, of anders kwamen zij om!

157 Zij hadden van de toorn van God gehoord; zij hadden gehoord van de wonderen en tekenen, die God onder Zijn volk volvoerde en zij moesten het aannemen. Zij moest het aannemen. Gods oordeelsengel kwam en zij wisten het. Jozua was die engel. Zij waren aan de beurt. Zo staat elke natie in de wereld nu Gods oordeel te wachten.

158 Deze kleine hoer had het gehoord. Geloof komt door het horen. Ze zei: "Al de landen zijn verontrust over u." Dat is juist.

159 Welnu, toen de verspieders kwamen, die uitgezonden waren om alles voor te bereiden enzovoorts, bewees zij die mannen eer, want zij wilde gered worden. Ze zei: "Ik weet dat uw God God is, en ik heb gehoord welke grote dingen Hij gedaan heeft. Ik weet wat Hij Og heeft aangedaan en ik weet wat Hij deed met verschillende andere naties. Ik zie, dat degenen die Hem aangenomen hebben, gered zijn en dat degenen die Hem niet aangenomen hebben, vernietigd zijn. En ik wil leven", zei ze.

     Dat is het: "Ik wil leven!" Want ze hadden net...

160 Merk op, Jericho had gehoord wat God aan het doen was, maar zij wensten de waarschuwing niet aan te nemen. En zo is er in dit hele land geen denominatie, die niet gehoord heeft wat God aan het doen is! Zij willen zich niet laten waarschuwen. Zijn grote kracht en tekenen zijn openbaar geworden. Wat Hij had gedaan; zij trokken recht door de Dode Zee, alsof zij over droog land gingen. Hij schiep dingen, Hij maakte dat kikvorsen, steekvliegen en sprinkhanen in de lucht kwamen. En Hij schiep ze door Zijn Woord, door Zijn profeet. Dat was geen geheim voor hen; zij wisten het.

     En Rachab zei: "Ik heb het gehoord. Ik wil niet omkomen met deze ongelovigen."

     Beslist niet. Ze wist dat het oordeel zou volgen, omdat het hun tijd was. Zij wist dat. En voor haar werd een weg gebaand, om het te ontkomen. De anderen moeten geloofd hebben, dat hun eigen grote denominatie van Jericho in staat was om de toorn van God te weerstaan in hun eigen grote denominatie.

     Dat is wat velen vandaag ook denken. "O," zeggen zij, "dat zal God zeker niet doen." Weet u, dat is wat Satan tot Eva zei: "O zeker, dat zal God niet doen." Hij zal het wel doen, omdat Hij heeft gezegd dat Hij het zal doen. Dat is Zijn Woord. Ja zeker.

     "Tenzij een mens wederom geboren wordt... En deze tekenen zullen hen volgen die wederom geboren zijn. Hieraan zullen alle mensen weten, dat u Mijn discipelen bent", enzovoort.

161 In orde, zo wilde Hij het doen. Maar wat gebeurde er? Ze werden tot zwijgen gebracht. "Hier wordt geen opwekkingsdienst meer gehouden." "Onze denominatie zal aan zoiets niet meer meewerken. Wij willen dat soort onzin onder ons niet hebben." "Ik verbied ieder van u om naar die samenkomst te gaan." Jericho, rijp voor het oordeel!

162 Maar er moeten een paar bandenjongens zijn binnengeslopen voor het voorbestemde zaad. Zij glipten haar huis binnen en draaiden een paar bandopnamen af. Zij maakte van haar eigen huis een kerkgebouw om de Boodschap te ontvangen. Dat doen ze nog steeds, weet u. De Boodschap zal in ieder geval het voorbestemde zaad bereiken. Wij weten niet hoe het er komt, maar het komt er, zodat de rechtvaardige niet met de onrechtvaardige omkomt. God ziet daar op toe, ook vandaag. Op de een of andere manier glipt het binnen. Zij weten niet hoe, want zij willen het niet steunen, maar er is daarginds nog zaad, dat voorbestemd is.

163 Iedereen die iets van de Bijbel weet, weet dat deze prostituée voorbestemd was. Zeker was zij dat. De Bijbel zegt: "Zij is niet omgekomen met de ongehoorzamen."

     Dat is juist. Zij geloofde de Boodschap van dat uur. En God gaf haar een teken door middel van Zijn boodschappers. Ze zeiden: "Neem een scharlakenrood koord en bind dat aan uw... Onthoud, als u dat koord, waarlangs wij gevlucht zijn, daar niet vastbindt en laat hangen, dan zijn wij niet verantwoordelijk voor onze eed." Ze zeiden: "Als u er niet onder bent, zijn wij niet verantwoordelijk." Oh!

164 "Rachab, ga er op uit, zoek al dat voorbestemde zaad op en breng het binnen. Haal uw vader en uw moeder. Wij zijn pas zelf onder die verzoening uit Egypte gekomen, en alles wat niet onder het teken was, verging. Rachab, ik geef u ook een teken, dat dient als bewijs." En ik zeg u, in de Naam des Heren: het is heden hetzelfde, u moet het teken aanbrengen. Ik weet wat het inhoudt; ik ken de Boodschapper... Ik ben bekend met de boodschapper. "Ik ken de engel des toorns, Jozua, Gods oordeelsboodschapper. Ik ken hem. Hij weet dat het teken daar als bewijs moet zijn. Hang het daar, dan verzeker ik u met een eed."

165 God zwoer ook een eed, dat namelijk een ieder die er niet onder was, om zou komen, maar dat allen die er wel onder waren, in leven zouden blijven.

     Welnu, dezelfde eed is er vandaag, op dezelfde wijze. "Ik zal u niet laten omkomen met degenen die de Boodschap niet geloven." Zij had gehoord van de werken die gedaan waren, en zij geloofde.

     Maar in die hele stad waren zij, haar vader, moeder en een paar broers of zoiets, de enigen die geloofden! Ziet u hoe weinig het er waren? Slechts één hier en één daar. Een klein gezin uit een heel gebied. Is dat juist? Precies! Wij spreken nu over de feiten!

     Als u wilt zien wat het tegenbeeld is, moet u eerst zien wat het schaduwbeeld was. Als u de schaduw ziet, dan weet u ook hoe het beeld er in werkelijkheid uitziet.

     Zijn kracht werd openbaar; het oordeel was op handen. Zij moesten geloven om gered te worden. Absoluut. En deze kleine... Deze mannen gingen naar binnen, deze boodschappers, en zij vonden dat voorbestemde zaad dat geloofde.

     Zij gebruikte haar eigen huis als een kerk om deze boodschappers te ontvangen. Want, weet u, zij wilden ze daar niet in hun kerken laten komen. In geen geval. Zij laten u ook niet binnen. Zij schoppen u eruit, als u er iets over zegt.

     Maar zo kwamen allen in haar stad die geloofden, onder het teken. Dat is precies wat wij vandaag ook maar beter kunnen doen. Als u wilt dat uw geliefden gered worden, kunt u ze beter nu binnen brengen.

166 Want toen de toorn van God die grote stad verwoestte, was haar huis veilig door het teken. Amen. Waardoor? Het koord was haar teken, en het teken was aangebracht aan haar huis. Terwijl de rest van de stad dreunend instortte... Wat betekende het? Wat was het?

167 Jozua, de boodschapper van God... God, die Zelf de boodschap van Zijn boodschapper erkende. Amen! Dat bewees het. Dat toonde het. Zij erkenden de boodschap, en Hij erkende de boodschap van Zijn boodschapper. Toen de stad dreunend instortte, bleef Rachabs huis staan – het scharlaken-draad-teken aan haar deur. De anderen kwamen om.

     Onmiddellijk daarna kwamen de engelen der vernietiging en vernietigden alles wat in de stad was. Geen enkel stukje van hun bezittingen bleef over. Toen één van hen wel een kledingstuk van een denominatie meenam, kwam hij er mee om. Zij namen alles en vernietigden het. "Vervloekt is de man, die deze stad ooit weer probeert op te bouwen. Zijn eerstgeboren zoon zal sterven wanneer hij begint", enzovoort. God vervloekte het; die grote stad, die de boodschap van genade en barmhartigheid verwierp. Zij dachten dat zij zeker en veilig waren.

168 Vele mensen denken vandaag dat zij zeker en veilig zijn, omdat zij bij een kerk behoren. Gelooft u zulke onzin toch niet. "Het bloed zal voor u het teken zijn."

     Nu is de Geest voor u het teken – het leven dat in het bloed was. Precies zoals... Denk daar aan... Hetzelfde teken dat ze gebruikten in Egypte, eenzelfde teken des levens als in Egypte; God gebruikte daar hetzelfde symbool als teken.

     Jozua, een volmaakt type van Jezus, hield zich aan het teken dat Zijn boodschappers hadden gepredikt. Jozua had bevolen: "Raak dat huis en alles wat er in is, niet aan. Het is voorbehouden aan de Here." Amen!

     Een heidense, een hoer, een prostituée, maar zij hoorde, geloofde en bracht het teken aan.

169 Het maakt niet uit hoe diep u bent gezonken in de zonde, wat u ook heeft gedaan, dat heeft er niets mee te maken. Breng het teken aan, het is voor u. Als u in uw hart voelt, dat er iets is dat u trekt, dan is het voor u. Als u het teken maar aanbrengt.

     En de grote Jozua... Het woord Jozua betekent: 'Jehova-redder' en ook Jezus betekent een 'Redder'. En, Jozua, toen hij zijn boodschappers kende... Toen zijn boodschappers terug kwamen, zeiden ze: "Wij zijn gehoorzaam geweest aan uw bevelen."

     "Wij ontdekten daar een vrouw... (Toen wij de bandopnamen afdraaiden, weet u.) Wij ontdekten daar een vrouw, die geloofde en vertelden haar, dat allen die onder het 'rode koord-teken' zouden komen... wat het teken betekende. Welnu, dat hebben wij gepredikt. Gaat u het respecteren, ervoor instaan, Jozua?"

     "Ik had u gezonden om dat te doen!" Amen! En toen het gebeurde, bleef het huis staan; God eerde het.

170 Toen Jozua daar stond en het sein gaf om alles te vernietigen, toen alles instortte, waren Rachab en haar familie veilig, met al hun bezittingen. Amen! Amen! Al hun bezittingen waren veilig in het huis. Zij stonden daar gewoon. Ze hoefden zelfs niet uit het raam te kijken. Zij konden de Schrift lezen, terwijl de strijd woedde.

171 Zij kwam terug en kwam in de gunst van de generaal van het leger en werd verder onderricht. Zo kwam ze in Bethlehem, waar haar een erfdeel werd toebedeeld te midden van de anderen. En ze bracht voort een... Ze bracht een beroemde zoon voort en die beroemde zoon bracht nog een andere beroemde zoon voort, en die weer een beroemde zoon, tot de grote beroemde Zoon kwam. Regelrecht door tot Obed, en daardoor Jesse, en verder door tot David. Dat is juist. Omdat Rachab, de prostituée, de boodschappers geloofde, bracht zij het teken aan en werd haar huis gered. Anders zou zij omgekomen zijn, op die plek waar zij was.

172 Luister nu goed. Oh! Hebt u het herkend? Allen die er onder waren in Egypte, werden gered. Allen die er onder waren in Jericho, werden gered. En zo zullen ook allen die in deze tijd daaronder zijn, gered zijn. Deze bloedbescherming, dat bloedende lam, is een type van Jezus Christus.

173 In Hebreeën 13:10–20... Ik heb geen tijd om het te lezen. Schrijf het op. Ik zou het gaan lezen. Het wordt het immerdurende verbond [In de Nederlandse Bijbelvertaling staat "eeuwig verbond" – Vert] genoemd. Het bloed van Jezus wordt het immerdurende testament genoemd. Ja zeker. Het immerdurende verbond.

174 Waarom werd het niet het eeuwige verbond genoemd? Omdat het niet voor eeuwig zou zijn. Als wij verlost zijn, is het allemaal voorbij. Het is immer durend, dat betekent: een zekere hoeveelheid tijd: Tot tijd voorbij is. Er zal nooit meer een andere zijn. Wanneer de tijd ten einde loopt, hebben wij geen verbond meer nodig; totdat de tijd ten einde gekomen is, hebben wij het verbond nog nodig.

     Nu, vergeet het niet, Hebreeën 13:10–20, een immerdurend verbond. Gods bloedverbond-belofte, die ons vrij maakte van de zonde. Amen! Er is geen zonde in Hem; zonde, het eigen ik, het vlees. Aanbid Hem en maak Zijn beloofde kracht openbaar! Gods bloed-gekochte, teken-verzegelde verbondsvolk heeft de Geest van Jezus Christus in zich. Voor hen geldt: "Die in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen."

175 Zij maken het verbond zichtbaar, ziet u. Het Nieuwe Testament – testament betekent: verbond. Dat is juist, nietwaar, Dr. Vayle? 'Testament' betekent: 'verbond'. Het Nieuwe Testament betekent: 'het nieuwe verbond'. Het Oude Testament was het oude verbond – onder het lam, waarvan het leven niet terug kon komen op de gelovige. Het Nieuwe Testament was het Lam van God en Zijn leven komt wel terug op ons.

176 Bloed is leven, ziet u. In het Nieuwe Testament is bloed: leven. Dat leven komt van het bloed van het Lam, wat betekent dat het Nieuwe Testament, het Nieuwe Verbond, dat God... "Na die dagen zal Ik Mijn wetten op de tafelen van vlees van hun harten schrijven." Niet op stenen tafelen met lamsbloed, wat zij toen hadden – toen ze zeiden: "Ja, ik heb het bloed hier, wat staat er nu dat ik moet doen?" – maar geschreven op de tafelen van uw hart, ziet u. Het verbond van de Geest dat Hij met de mensen gesloten heeft.

     En het toont Zijn kracht. Johannes 14:12 zegt: "Die in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen." Nieuw Testament is een 'nieuw verbond', nieuw leven. Het toont, dat Jezus elke vereiste voor ons vervuld heeft, wat God eiste, om ons terug te brengen tot waarlijk zonen en dochters van God. Onder het bloed, waar geen veroordeling meer is.

     Romeinen 8:1: "Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in..." (Niet degenen die wel geloven in...) "hen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest."

177 "En Mijn Woord is Geest." Is dat niet zo? O, ik kon daar een tekst uit nemen en er nog een paar uur langer over spreken, maar we zullen het snel doornemen, ziet u.

     Geen veroordeling meer; vrij van de zonde, vrij van de zorgen van de wereld. Geen veroordeling... Waarom? Voor hen, die door één Geest zijn gedoopt in één lichaam. Daar is het bloed van het lam toegepast. De God des hemels heeft u aangenomen. En uw... Zijn leven is in u, en u bent zonen en dochters van God.

178 Uw karakter is Gods karakter. Welk karakter? Dat van een kleine zwakkeling? Geen kwestie van. God is een God van oordeel. Hij is een God van terechtwijzing. Daar moet het mee overeenstemmen. Niets anders voldoet. Dat is het soort karakter dat u heeft, omdat u het karakter van uw Vader heeft. Kijk!

179 Het leven – let op! Het leven werd genomen voor het bloed. Ziet u? Het leven zelf werd genomen. Ziet u? Het leven werd genomen om het bloed te krijgen. En dat bloed werd aangebracht, maar het leven kon toen niet op de gelovige terugkomen, want het was het leven van een dier, niet het leven... Nu, ziet u, in plaats van een menselijk wezen, was het een 'super-super-super-menselijk wezen'. En dat maakt het menselijk wezen nu, niet alleen het menselijk wezen, maar hij is een zoon en dochter van God, door het super-super-super-super-super-leven dat in Hem was en dat terugkomt op u, en dat verandert u van een zondaar en de dingen van de wereld, een kerklid en een denominationele kerkganger, in een wederom geboren Christen, vervuld met de Heilige Geest, en het leven van God vloeit uit u als vonken van een aambeeld, als u wandelt, vol van deugdzaamheid, liefde en zachtmoedigheid, en als de Heilige Geest werkt en spreekt. Ziet u, daarop komt het aan.

180 Hoe gebeurt dat? U hoort de Boodschap, ziet de Vuurkolom en hebt de volle verzekering: "Ik ben overgegaan van de dood in het leven." Daarom is er helemaal geen veroordeling meer. "Als ons hart ons niet veroordeelt, dan ontvangen wij waar wij om bidden." Dat weten we.

     Maar we weten ook, dat als er zonden in ons hart zijn, het ons veroordeelt; dan kunnen wij maar beter niet eens beginnen. U moet vrij van zonde worden, en de enige mogelijkheid om vrij van de zonde te worden, is om in Hem te komen. De enige bedekking voor de zonde is Jezus Christus.

     Onthoud: het bloed van het verbond... het bloed van het verbond wordt niet erkend als het teken er niet is. U kunt niet, u zult niet... U zou kunnen zeggen: "Wel, ik ben van deze dingen gereinigd."

     Maar dat is het teken niet. De Geest is het teken. De Geest van Christus op u; geloof het.

181 Nu kijk, het Woord verzekert ons van een belofte. Dit zijn allemaal teksten, die ik hier heb opgeschreven. Ik zou wel de hele dag door kunnen gaan met daarover te prediken, ziet u. Het Woord verzekert ons van de belofte, omdat het de belofte is. Het Woord is de belofte en het Woord is God, en het Woord is van ons.

     Wij worden het Woord en het Woord wordt ons. "Indien gij in Mij blijft, en mijn Woorden in u blijven..." dan... dan wordt het eenvoudig één grote familie. Het geeft ons de zekerheid. Waarom? Omdat het een deel van ons is. Het wordt een deel van ons. Wat een tekst! Goed. Het verzekert ons van een belofte.

182 Het teken is het bewijs dat de aankoop is gedaan en aangenomen. Nu, u kunt het teken, het kaartje niet krijgen van de spoorwegen, voordat u de prijs betaald heeft. Weet u de manier hoe u de prijs moet betalen? Betaal het gewoon! Dat is juist! Wat? Geloof het! Neem het aan!

183 Volledige gehoorzaamheid aan het gehele Woord van God geeft u recht op het teken. Volledige gehoorzaamheid! Niet gedeeltelijk, zover als uw denominatie gelooft, maar alles, helemaal. Volle gehoorzaamheid aan het Woord, dat Christus is, brengt u in Christus.

184 Nu, wat moet u, als u helemaal binnen bent, maar uw voeten hangen nog buiten? Wat als u helemaal binnen bent, maar uw handen hangen nog buiten? Wat zou het zijn, als het merendeel van ons binnen is, maar ons hart nog buiten hangt? Dat hart is dan nog steeds in de wereld, ziet u. Maar dat doen wij niet. Deze, volle, complete gehoorzaamheid maakt u één met het Woord. U gelooft het geheel en al; alles ervan is in u en u ziet dat het door u werkt.

185 U gaat niet meer om met groepen die er maar op los leven. U bent een Christen. Het maakt niet uit wat iemand zegt, het zal u niet raken; u bent in Christus. U bent zo veilig als maar mogelijk is. Als de dood aan de deur klopt, heeft hij geen vat op u, in geen enkel opzicht. Waarom? Het is gewoon hier uitstappen, en daar binnengaan.

186 Leeftijd betekent niets. U bent overgegaan van tijd naar eeuwigheid, omdat u in Hem bent. Hij is eeuwig. Het betekent niets, of u nu jong, oud, op middelbare leeftijd, of wat dan ook bent. Knap, lelijk, klein, gezet, of wat ook, dat maakt niets uit.

187 U gaat niet meer overal rond, en al die andere dingen. Dat hebt u achtergelaten. U bent gestorven en uw leven is door Christus verborgen in God. U bent van binnen verzegeld door de Heilige Geest, en wandelt in Christus. Het enige doel dat u ziet, is Christus. O ja. Dat is uw hele wandel... Oh!

     Geen wonder dat we vroeger dat lied zongen:

Vul mijn pad met liefde, elke dag,
Terwijl ik wandel met die hemelse duif;
Laat me steeds gaan met een en lied en een lach,
Vul mijn...

188 Laat mij een broeder zijn. Laat mij naar het voorbeeld leven, zoals Christus het ons zegt, dat een mens moet zijn. Laat mij een broeder zijn voor de broeders, een broeder voor de zusters, een prediker voor de predikers. Laat mij een voorbeeld der voorbeelden zijn. Laat mij de wereld tonen dat dit Woord Christus is. Maar de enige manier waarop ik dat kan doen, is door in Hem te komen, omdat ik het niet van mijzelf kan doen. U kunt dat ook niet, maar laat het Woord en u één worden, dan leeft het zichzelf uit.

     U bent een wandelende brief van Jezus Christus, wanneer Hij volkomen de leiding over u heeft, zodat ieder woord wordt... Als Hij op deze wijze komt: "Ik wil dit doen", en u zegt: "Nee, nee, dat geloof ik niet", ziet u, dan bent u nog niet ten volle in het Woord.

189 Nu, let nu ten volle op: volledige gehoorzaamheid aan het gehele Woord van God geeft ons recht op het teken. Wanneer wij dan bidden, moeten wij het teken hebben om het aan te bieden met ons gebed. Als u zegt: "Here, ik bid, maar ik heb niet echt..." Welnu, daar gaat u al. U kunt net zo goed stoppen. Kom eerst om het teken te ontvangen, ziet u, omdat Hij het teken zal erkennen. Wanneer wij bidden, dan moeten wij het teken aanbieden: "Heer, ik heb U volkomen gehoorzaamd. Ik heb mij bekeerd van mijn zonden. Ik voel dat U mij hebt vergeven. Ik ben gedoopt in de Naam van Jezus Christus. De Heilige Geest is op mij. Nu heb ik zekere dingen nodig tot Uw eer. Heer, ik vraag erom. Het is nu van mij."

     Dan is daar diep in u iets verankerd. Oooh!

     Het is van u, ziet u. Dan is alles voorbij. Alles is voorbij; het is beklonken. Ik vraag dit. Ik vraag erom; ik moet het hebben. Ik vraag het voor Uw eer... Dan geeft Hij het eenvoudig aan u. Dan weet u dat u het hebt ontvangen. Zo gaat het ook ten opzichte van onze kinderen en anderen. Wij brengen het bloed aan, we geloven het, dat is alles.

190 Goed, wat doet Hij dan? Wanneer u het teken met uw gebed kunt aanbieden, toont het dat u gekomen bent tot volle gehoorzaamheid aan het hele Woord van God. Wanneer u het teken ontvangen hebt, toont het, dat u gehoorzaam bent geweest aan elk Woord. U en het Woord zijn dan één. U vraagt eigenlijk gewoon om de dingen waarvan u reeds een deel bent.

191 Dan, wel, weet u, als ik tot deze hand zeg: "Gehoorzaam mij, pak die zakdoek", dan doet hij het. De hand gehoorzaamt mij. Waarom? Hij is een deel van mij. Daarom, wanneer u en het Woord één worden, is elke belofte... God zij geprezen! Iedere belofte is de uwe. Het gehoorzaamt u. Maar u let wel goed op, wat u wilt doen.

     U zou uw hand niet in het vuur steken om te zien of u dat kunt doen. O nee. Maar als er iets in het vuur ligt, dat ik er uit moet halen, dan zal ze mij gehoorzaam zijn. Dat is juist. U moet uitkijken wat u doet.

     Dat is de reden dat de Heilige Geest spaarzaam uitgedeeld wordt, vanwege deze dingen. U weet wat ik bedoel. Een echte dienstknecht van God loopt daar niet mee te koop, ziet u. Dat is het. Dan maak je er een show van.

     Wanneer wij bidden, dan tonen wij het teken. Het toont, dat wij ten volle hebben gehoorzaamd.

192 Paulus vertelt ons, dat het bloed spreekt. Nu weet iedereen, dat het bloed zelf in werkelijkheid niet spreken kan. Het is een scheikundige stof. Is dat juist? Hoevelen weten dat? Maar hoevelen weten ook dat het bloed spreekt? Als u dit wilt opschrijven, het is Genesis 4:10. God vroeg: "Waar is uw broeder? Zijn bloed roept tegen u van de aardbodem." Amen. Is dat juist? Zijn bloed spreekt! Halleluja! God vroeg: "Wat hebt gij met hem gedaan?"

     Hij antwoordde: "Ben ik mijn broeders hoeder?"

     God zei: "Zijn bloed roept het uit. Het bloed roept het uit."

     Het is een teken. Het is een teken dat hij werd vermoord. Zijn bloed schreeuwde het tegen hem uit.

     Welnu, als u dat heeft in Genesis 4:10, begin dan Hebreeën 12:24 te lezen. Daar staat, dat het bloed van Jezus krachtiger spreekt dan dat van Abel.

193 Kijk, Abel was een rechtvaardig man. Hij stierf. Hij stierf onschuldig, omdat hij op de juiste weg was. Hij stond in de weg, omdat hij pal stond voor de ware openbaring die hij had. Hij sprak ervan, hij riep het uit. En het rechtvaardige bloed van Abel schreeuwde het uit tegen Kaïn. Maar het bloed van Jezus Christus roept het niet alleen uit, maar heeft ons verlost. Amen!

     Het spreekt van betere dingen. Het maakt u zonen en dochters. Het verbergt u voor de toorn van God. Ziet u, het bloed van Abel kon Kaïn niet verbergen, maar het bloed van Jezus kan het wel. Amen!

194 Daarom, Kaïn, kom te voorschijn, vandaag. Als u een vervolger bent geweest tegen het Woord, die zegt: "De dagen van wonderen zijn voorbij; al deze dingen zijn onzin", en dergelijke, dan schreeuwt het het uit. Het bloed van Jezus Christus roept het uit, maar er is hiervoor vergeving, als u het wilt aannemen.

     Ik wenste dat ik daar nog wat langer over kon spreken. Dit bloed spreekt betere dingen.

     Geloof voor veiligheid en breng het aan. Geloof ervoor. Dit is waarvoor u wilt geloven. U wilt uw eigen veiligheid. Geloof dan voor uw eigen veiligheid en breng dan het teken voor het hele gezin aan.

     U zegt: "Hoe kan ik dat doen?"

195 Eis het op! Toen het bij u werkte, toen werden u en het Woord één. Amen! Amen! Ziet u, het werkt aan beide kanten. U en het Woord zijn één. Breng het dan ook aan voor uw kinderen. Pas hetzelfde toe voor uw geliefden, zoals Rachab deed. Zij bracht het teken aan voor haar vader. Zij bracht het aan voor haar moeder. Zij bracht het aan voor haar broeders en zusters en haalde hen allen binnen. Brengt u het aan: "Heer, ik kom voor mijn zoon; ik kom voor mijn dochter. Ik eis haar op, Satan, laat haar los. Ik kom haar na. Ik breng mijn teken aan, de Heilige Geest... O, Heilige Geest, die in mij woning hebt gemaakt, grijp mijn dochter daar. Ik ga nu naar haar toe, met Uw zalving op mij." Hij zal het doen. Amen.

196 Zo deden ze het in Egypte ook. Dat deden ze in Jericho. Als u er nog een gedeelte over wilt lezen: in Handelingen 16:31 zegt Paulus tegen de gevangenbewaarder: "Geloof – ik ben de boodschapper van dit uur – geloof in de Here Jezus Christus, en gij zult behouden worden, gij en uw huis."

     Is dat juist? Geloof nu voor uw huisgenoten. Breng hen er allen onder.

     "U heeft gezien, dat de God des hemels juist vóór het oordeel een wonder volbracht. Gelooft u het?"

     "Ja! Wat kan ik doen?"

     Hij antwoordde: "Sta op en laat u dopen."

     En Paulus nam hem mee en doopte hem. Hij zei: "Geloof nu in de Here Jezus Christus, en gij zult behouden worden, gij en uw huis."

197 Wat geloven? Geloof de Here Jezus Christus voor uw huis! Breng het teken aan voor uw huis. Wat gaat u dan doen, als u het teken voor uw huis toegepast heeft? Gooi alle rommel eruit. Neem alle korte rokken, en korte broeken, kaartspelen, sigaretten, de T.V., en wat al niet meer, en gooi het de deur uit! U gaat het teken aanbrengen. U kunt zich door deze dingen niet laten ophouden. Ja zeker. Doe dat alles weg. Alle danspartijtjes en feestjes, rock 'n' roll, vulgaire kranten, al die dingen die werelds zijn. Gooi het de deur uit. Zeg: "Hier zijn we deze plaats aan het schoonmaken."

     Zoals Jakob deed. Hij zei tegen zijn vrouw en de anderen: "Was uw klederen en alles. Doe die afgoden weg." Amen.

198 Weet u wat Jozua zei, voor zij de Jordaan overstaken? Hij zei: "Was uw kleren; kom niet bij uw vrouw enzovoort, en maak u gereed, want binnen drie dagen steken we de Jordaan over!" Amen.

     Hij was zich gereed aan 't maken en bracht het teken aan. Amen. Dat is het.

     Maak u gereed. Breng het aan. Geloof het. Houd opruiming. Laat uw kinderen, laat uw familie, laat uw geliefden het in u zien. Dat is juist. Het zal z'n uitwerking niet missen.

199 Welnu, breng het teken aan in gebed met medeleven en geloof. Breng het met zo'n liefde aan, enzovoort, dat u weet dat het zal plaatsvinden. Dat is alles. Breng het in vertrouwen aan en geloof dat het zal helpen.

     Wanneer u dan met uw kind spreekt, of met uw man, uw vrouw of iemand anders die u liefhebt, geloof dan dat het zal helpen. Zeg dan, als u daar staat: "Here, ik heb hen opgeëist; zij zijn van mij. Ik ga ze achterna, opdat ze de Uwe worden, Heer."

200 Pas het toe, schep die atmosfeer om u heen, zodat zij er eenvoudig middenin vallen. O, u bent... Als u het teken heeft, schept u een geestelijke kracht om u heen en de mensen zullen aan uw wandel zien dat u een Christen bent. Ze houden ervan dat u iets tegen ze zegt. Zij geloven uw woorden die u zegt en ze houden er aan vast. Dat is het. Breng het teken aan en wandel ernaar. Eis uw huisgenoten op. U moet het nu doen! Dit is avondtijd!

201 U hebt lang geluisterd; nu, dit is de avondtijd. Het is nu de tijd om het aan te brengen. De toorn zal een dezer dagen toeslaan en dan kan het te laat zijn, ziet u. Breng het teken vertrouwend aan.

     Als u er iets over wilt lezen, lees het hier; mijn Schriftgedeelte dat ik hierover heb opgeschreven is Efeze 2:12, als u het op wilt schrijven. Noteer Efeze 2:12. Als u het leest, er staat dat wij geen dode werken doen, maar we dienen een levende God, met levende werken. Amen.

     Levende werken en levende tekenen! Gelooft u in levende tekenen? Misschien wilt u ook nog Hebreeën 9:11–14 opschrijven. Levende werken en levende tekenen! Breng dat aan. Geen dode geloofsbelijdenissen.

202 "Ik zal mijn jongen proberen mee te nemen naar de gemeente, om te zorgen dat hij zich bij de gemeente voegt." Een fijne jonge Christen, een goede vriend van mij, een echte kameraad, een best maatje, kwam hier heen en liet zich dopen. Maar zijn moeder zei: "Ik wou maar dat je naar een grotere kerk was gegaan, om je te laten dopen." Hij wilde echter zulke dingen niet, met die oude dode geloofsbelijdenissen.

203 Wij dienen geen dode geloofsbelijdenissen of dode goden. Wij dienen een levende God, Wiens bloed eens vergoten werd, en het teken werd op ons aangebracht, zodat wij eveneens leven. Amen. Zeker!

204 Dien geen dode geloofsbelijdenissen! Zij verloochenen zelfs dergelijke dingen, zoals het teken. Zij zeggen dat de dagen van de wonderen voorbij zijn. Er is niet meer zoiets als de doop met de Heilige Geest. Waarom zou men zich bij zoiets aansluiten? Doe het niet.

205 Breng het teken aan en dien dan de levende God, met levende werken, levende tekenen. Tekenen: de zieken worden genezen, de doden opgewekt, dingen worden voorzegd, er wordt in tongen gesproken en de uitlegging ervan is iedere keer volmaakt juist. Profetieën, waarin dingen die gaan gebeuren worden aangekondigd, maar ook tekenen die zich vertonen boven in de hemel en op de aarde – tekenen en wonderen. Amen. Precies zoals de Bijbel zegt, dat het zal plaatsvinden. Dien de levende God. Breng het teken aan.

206 Ga niet naar die kerken; verenig u niet met hun oude, dode werken en dergelijke dingen, omdat zij zelfs niet geloven in zoiets als tekenen. Maar wij die geloven (Amen!), weten dat...

     Zij zeggen dat er niet zoiets bestaat als een teken. "Dat... dat is onzin, waar die mensen over spreken. Dat is dwaas. Zoiets bestaat niet. Waarom, u vrouwen daar... u, u doet niet... Wat heeft je kleding...?" Het doet er wel toe! De Bijbel zegt het! "Wat heeft je haar er mee te maken?" De Bijbel zegt het! Dat is juist het verschil. Raak niet, smaak niet, roer niet aan. Hij is God. Ja zeker, het heeft zijn betekenis.

     Welnu, zij denken dat het dwaasheid is, maar wij, die geloven en de waarheid kennen, weten dat het Zijn levende tegenwoordigheid is, want het doet dezelfde dingen als die Hij deed, toen Hij hier op aarde was. Amen.

     "O," zeggen ze, "zij beelden zich dat alleen maar in, dat ze de Vuurkolom zien."

     O nee! Zeker niet. Wij beelden ons niets in. Zij dachten van Paulus ook, dat hij het zich inbeeldde. Egypte dacht dat Israël het zich inbeeldde... Maar het bracht hen naar het beloofde land. Zeker, wij doen niet...

     U kent toch Hebreeën 13:8: "Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid", als u het op wilt schrijven. Hij is heden Dezelfde, al zeggen anderen ook dat het inbeelding is.

     Ik heb deze Schriftgedeelten hier opgeschreven, zodat ik weet waar het staat, waar ik het kan vinden.

207 Ik weet, dat het Zijn levende tegenwoordigheid is, want Hij doet hetzelfde door dezelfde Geest. Als wij in een of andere geloofsbelijdenis of denominatie geleid waren, zouden wij direct weten dat het niet van Christus was. Is dat niet juist? Als ik u naar een of andere geloofsbelijdenis leid, dan zou ik door een denominatie gezonden zijn. Maar ik breng u geen denominatie-leerstellingen. Ik onderwijs u het Woord van God, wat de kracht van de opstanding van Jezus Christus is, die niet alleen geopenbaard werd voor mij, maar voor een ieder die wil.

208 Dan bent u mijn broeder. Het is niet zo, dat ik iets groots ben en u klein bent. Wij zijn allen klein in God. Wij zijn Zijn kleine kinderen. Wij weten niets van wat wij werkelijk behoorden te weten. Hij laat het ons weten, als Hij dat wil; en wij zijn Hem dankbaar voor wat wij weten van Zijn zegeningen.

209 Ik wil dat niet voor mijzelf houden, ik wil het met u delen. Ik wil u erbij hebben; ik wil dat u dit teken ontvangt, als u het nog niet ontvangen heeft. De meesten van u hebben het al ontvangen. Maar als sommigen van u het nog niet hebben... Ziet u, ik spreek ook voor degenen die naar de bandopname zullen luisteren, dat begrijpt u wel. Velen van u... En ik zeg niet hier in deze gemeente, we zijn allemaal uitgetrokken, veronderstel ik, maar er zijn misschien duizend maal duizenden die de bandopnamen nog zullen horen. Het is een bediening. Er zal iemand zijn die Jericho binnenglipt, weet u, met een bandopname. Dus we willen dat uitverkoren zaad bereiken, als het daar binnen gaat, want de toorn breekt weldra los.

210 Laten we beseffen, dat het de aanwezigheid van de levende God is, die bewijst dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, overeenkomstig Zijn beloofde Woord. "Nog een korte tijd, en de wereld ziet Mij niet meer (Jericho; Egypte), maar gij ziet Mij, want Ik... ('Ik' is een persoonlijk voornaamwoord; het verwijst altijd naar de spreker.) Ik ben met u. Ik ben het teken. Mijn opstanding is het teken. De werken die Ik doe, zullen u – en zullen Mij in u bekendmaken."

211 "Zoals het was in de dagen van Lot, zo zal het zijn in het komen van de Zoon des mensen" – wanneer de avondboodschap uitgaat. Want in de avondtijd zal het licht wezen. Precies omstreeks de avondtijd zou het licht doorbreken. God zij geprezen. Het geeft mij een gevoel alsof ik dwars door een menigte heen kan rennen en over een muur zou kunnen springen.

212 "Ten tijde van de avond zal er licht wezen." Dat is juist. De profeet heeft het gezegd. "Ik zal met u zijn. Ik zal met u zijn in het tijdperk van Luther. Ik zal met u zijn in het tijdperk van Wesley. Ik zal met u zijn in het tijdperk van Pinksteren. Maar in de avondtijd zal het licht verschijnen." De denominaties zullen uitsterven en dan zal het teken aangebracht worden.

     Al degenen die oprecht van hart waren, door de tijdperken heen, zouden zonder u niet volmaakt kunnen worden; maar in u... Het is als... Het hoofd moet gaan, om de voet mee te kunnen laten gaan. Het hoofd moet gaan, om de hand mee te laten gaan. Het hoofd moet gaan om het hart mee te laten gaan. Het hoofd moet gaan om de mond te laten gaan. Het hoofd moet gaan.

     Hoe dan ook, wij zijn in de tijd waarin het teken wordt aangebracht aan de dorpel van de deur en aan de posten. Dan geldt: "Wanneer Ik het bloed (het teken) zie, zal Ik u voorbijgaan."

213 Ik zal me nu haasten, nu zo vlug als ik kan. Nog vijf minuten, of tien, dan zullen we klaar zijn.

     Het bewijst dat God Hem uit de doden heeft opgewekt. Gelooft u het? Hij leeft vandaag onder ons. Die 'Ik' is Christus, en die 'Ik' is met ons tot aan het einde van de... dat is de voleinding, en dat betekent: tot het eind van de wereld; het eind van de wereld. Overeenkomstig Zijn beloofde Woord; Hij beloofde het. En: "De werken, die Ik doe, zult gij ook doen."

     Voor ons is dat geen onzin; het is het teken. Wij aanvaarden dit heilige bloed, offer... Wij nemen Zijn offerbloed aan. Het geeft ons het leven, het teken, een zegel van Zijn belofte. Zegt Efeze 4:30: "Bedroeft het bloed niet"? Nee, er staat: "En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Wie gij verzegeld zijt... in het verbond opgenomen; u bent een teken. De Heilige Geest zal het zegel zijn."

214 Wanneer iets daarbinnen is verzegeld, kunt u het beter niet verbreken. U kunt Gods zegel niet verbreken. Nee, want u bent... "En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Wie gij verzegeld zijt tegen de dag der verlossing, wanneer het lichaam opgewekt wordt."

215 Het is een zaad, een teken, dat het zaad door dat eeuwige leven bevrucht werd, 'zoë'. "Mijn eigen leven; Ik zal het weer opwekken ten jongste dage."

216 Terwijl u voortgaat hebt u vertrouwen dat het leven van Christus in u is en u in Hem bent. Door één Geest zijn wij allen in één lichaam gedoopt en daarin verzegeld door de Heilige Geest (als één van deze gelovigen), tot de dag dat Jezus ons opwekt.

217 Oh. Breng het teken aan! Dat is wat het voor ons betekent. Wij verwachten van dit offer dat het ons leven geeft, en dat doet het. En het geeft ons het teken. Wij brengen het teken aan; wat het zegel is, totdat...

     Wees er deelgenoot van! Wat is het groots om daaraan deel te hebben, om door deze ene Geest in dat ene mythische lichaam gedoopt te zijn. Sprak ik dat goed uit? Mythisch – mystiek; een mystiek lichaam. Het mystieke lichaam van Jezus Christus.

218 Ziet u, de Heilige Geest zei: "Dat zeg je verkeerd." Ik ben ook zo'n domoor. Maar Hij zei: "Dat zeg je verkeerd." Ik noemde het 'mythisch', maar het is het 'mystieke' lichaam van Jezus Christus. Het mystieke lichaam van Jezus Christus. Wij hebben niet zozeer opleiding nodig, wij hebben de Heilige Geest nodig! Hij is het. Hij is de enige. Misschien dat er ergens iemand was, die zich hieraan stootte, een of ander bestudeerd iemand. Nu, ik hoop dat hij het begrijpt. Het mystieke lichaam. Het zal ergens voor geweest zijn, omdat Hij het anders niet gezegd zou hebben. Hij is nu hier. Hij is nu hier bij de preekstoel. Hij is daar onder u. Hij is het. Oh.

     En in Hem is geen dood. In Hem is geen smart. In Hem is geen zorg. In Hem is geen vermoeidheid. In Hem is geen zonde. In Hem is geen ziekte. In Hem is geen dood. Wij zijn in Hem!

219 Als Satan u iets probeert op te leggen, ziekte bijvoorbeeld, gebruik dan uw teken en breng het aan. Oh! Neem uw teken en breng het aan, dat u het gekochte eigendom van Jezus Christus bent. Het teken bewijst, dat uw kaartje is betaald.

     Hij zegt: "Wanneer u sterft, bent u verloren."

     Zeg: "Je hebt ongelijk, ik ben het gekochte eigendom, ik ben het gekochte eigendom. Ik heb het teken."

     "Wat is het teken?" Hij weet wat het is. U houdt hem niet voor de gek, hij weet wat het is.

     U kunt daar misschien met enigen van deze predikers over spreken en zij zullen er met u over argumenteren, maar Satan niet! Hij weet beter. O ja. Hij ging er twee of drie keer tegenin, weet u. Hij maakte een vergissing bij de verzoeking door dat te doen. Satan weet waar u over spreekt.

     Laat alleen maar dat teken zien en hij zal vluchten. Ja. Waarom? Omdat u een verzegeld eigendom bent. Hij kan het niet openbreken en er iets inleggen dat niet juist is. Zeg: "Blijf met je handen van mij af, ik ben verzegeld."

220 O ja! Een verzegeld product Ja zeker. U bent gekocht. Houd het teken opgericht boven uw standvastig geloof in Zijn belofte, dan zal hij zeker moeten wijken. "Het doeltreffende, vurige gebed van een rechtvaardige vermag veel."

221 Neem dat teken. Daar is het voor. Satan is er om u in verzoeking te brengen. Hij was in Egypte om te verzoeken. Waarom, weet u, die dag dat Rachab, de hoer... De hoer die dat koord naar beneden hing. Ik kan mij zo voorstellen, dat sommigen van die soldaten haar uitlachten en gekheid maakten; en zeiden: "Kijk die gekke vrouw: zij is niet goed bij haar hoofd. Kijk eens, dat is haar bescherming, ha-ha-ha! Heb je ooit zoiets gehoord? Dominee Jansen zei trouwens, dat het helemaal niets te betekenen had."

     Maar dat had het wel, omdat de boodschapper van God hun de Boodschap bracht en hun had verteld dat te doen.

222 Kunt u zich niet voorstellen dat de Egyptenaren zeiden: "Kijk naar dat gekke stel 'Heilige rollers'; ze smeren bloed aan... Hoe zullen ze dat er ooit weer af krijgen? Hun mooie grote huizen, allemaal bestreken met bloed! O, wat een verschrikkelijke stank zal dat over een paar dagen zijn. Bovendien heeft het helemaal geen zin. Weet u waarom? Heilige Vader Zus-en-zo heeft het ons al gezegd." Maar het had wel zin. Het betekende wel iets. Het betekent wel iets voor ons, die het geloven.

223 Onthoud dit: het komt aan op het onwankelbaar geloof, dat u heeft gekregen in dit Woord. U bent niet meer zoals Eva. U behoort niet bij de twijfelaars, die een compromis met Satan hebben gesloten; u houdt zich vast aan ieder Woord van God.

     Eva zei: "De Here heeft het zo gezegd."

     Maar Satan zei: "Weet u, de Here zal zoiets zeker niet doen tegen een aardig persoon zoals u. O, u bent toch zo lieflijk."

     O ja, Hij zal het toch. Hij zei dat Hij het zou doen.

     "Wel, mijn vader was prediker; ik predik al sinds..."

     Ik kan het niet helpen, maar zonder dat teken bent u verloren en komt de toorn over u. Dat is alles, zonder het teken. Hij heeft gezegd dat Hij het zou doen en Hij zal het ook doen. Daarmee staat het vast. Hij heeft gezegd dat Hij het zou doen.

     "Oh, ik geloof dat de dagen van wonderen..."

     Ja, maar Hij zegt dat het niet zo is. "Ik ben gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid." Dat heeft Hij juist bewezen.

     Welnu, wij weten het, maar zij geloven het niet. Wij geloven het; wij weten dat het de waarheid is.

224 Wanneer wij in Hem zijn, worden wij deel van het Woord. Dan tonen we het teken – de Geest – om aanspraak te maken op de belofte: "Ik ben de Here, die u geneest." Bereid u nu voor op de genezingsdienst van vanavond. Neem het teken. Ga ermee tot het Woord, met uw onwankelbare geloof in dat Woord, hij zal eruit komen. Nu, dat is de zaak die hem eruit haalt, want in Hem is zoiets niet.

     Ik wenste dat ik nu een klein beetje getuigen kon van enige dingen, die ik in de laatste paar weken heb zien gebeuren! O, wat zou ik kunnen getuigen. U weet dat Lukas [Johannes – Vert] vermeldt, dat, wanneer alles opgeschreven zou zijn, wat Jezus heeft gedaan, de wereld de boeken niet zou kunnen bevatten.

225 Wat ik Hem alleen al in mijn eigen bediening heb zien doen, zou niet op dit podium opgestapeld kunnen worden – als ik in details opschreef wat ik Hem alleen al in mijn eigen bediening heb zien doen; wat we Hem zagen doen. Hij had in mijn bediening meer succes dan Hij destijds in Zijn eigen bediening had. Luister goed: Hij had meer succes, niet ik. Glorie, Halleluja! Hij had meer succes in Jeffersonville dan in Nazareth. Dat is zo. In die slechte stad, en in deze slechte stad. Amen. Glorie! Want daar kon Hij geen wonderen doen, maar hier deed Hij ze. Hij brak hier tenslotte door en Hij heeft het hier gedaan.

     Misschien moest Hij mensen van elders laten komen, maar hoe dan ook, Hij kreeg het gedaan. Dus, Hij had hier meer succes dan in Kapernaüm of Nazareth. Hij heeft hier meer wonderen gedaan in deze tabernakel dan in de hele bediening op aarde. Dat is juist. Hij deed dat.

226 Wat dan met de rest van de wereld? Welnu, Hij heeft het gedaan. Nu bedenk, Hij deed het. Nu, ik zei nooit dat ik het deed, ziet u, omdat ik het niet deed. Ik deed het gewoon niet. Ik heb Hem gewoon liefgehad en heb mijzelf aan Hem overgegeven, en uitgesproken wat Hij zei. De Heilige Geest kwam tot de andere mensen, zij geloofden wat Hij sprak, en toen deed Hij het werk – dat is alles.

     Als Hij ons allen zover kan krijgen, dat wij geloven... Wat zou Hij nu niet doen, als Hij het ons allen kon laten geloven? Precies nu; er zou geen zwakke meer overblijven in het land. Dat is juist. Als Hij iedereen er toe kon krijgen te geloven. Dan zou alles voorbij zijn.

     Toon uw teken bij uw onwankelbaar geloof in Zijn beloofde Woord en Satan zal weggaan.

     Nu, ik zal nu afsluiten.

227 Eens gaf God een ander teken aan de wereld: de regenboog. Herinnert u zich dat? Altijd en immer bleef Hij trouw aan dat teken, want Hij gaf hem als een teken. Al deze duizenden jaren hield Hij niet op dat teken te tonen, nietwaar? Waarom? Hij eerbiedigt het. Hij gaf het. Hij gaf de wereld een teken, dat Hij haar niet meer zou vernietigen door een vloed. En Hij heeft het sindsdien steeds maar weer getoond.

     Het zijn enkele elementen in de lucht waardoor de regenboog ontstaat. Wanneer het regent èn de zon schijnt, dan wordt hij zichtbaar. De zon droogt de regen op; daarom plaatste Hij de regenboog daar om te bewijzen dat er nooit meer genoeg water zou vallen op de aarde om haar opnieuw te verwoesten. Dat is Zijn verbond, het is een teken, want Hij zei: "Ik zal het u geven als een teken."

228 Hij eerbiedigde Zijn teken. Hij eerbiedigde Zijn teken in de dagen van Noach en Hij toont het nog steeds. Hij eerbiedigde Zijn teken in Egypte. Hij eerbiedigde het in Jericho. Hij eerbiedigt het vandaag. Hij eert altijd Zijn tekenen wanneer ze worden getoond.

229 Al deze duizenden jaren behaagde het Hem om dat teken te laten zien. Nooit vergeet Hij het; Hij vergeet Zijn teken niet. Het maakt niet uit, hoeveel de wereld verandert, de regenboog is er nog altijd. Hij gedenkt Zijn teken. Zo eert Hij het nu nog! Hij eerbiedigt Zijn teken.

230 Het maakt niet uit hoezeer de gemeente verandert of wat zij doen, God eert nog steeds Zijn teken, en dat alleen. Het laat ons zien, dat Hij nimmer in gebreke blijft, te staan achter wat Hij doet en wat Hij zegt. Wij accepteren en we respecteren dat. Ik wel.

231 Hij verwacht ook van ons dat wij Zijn teken met ons geloof tonen aan Satan en al zijn ongelovige cultussen en denominaties, dat wij geloven dat Zijn belofte waar is en dat Hij zal nakomen wat Hij beloofd heeft. Dat is de gemeente.

232 Geen wonder dat u het eerste honk niet haalt, zoals wij het noemen. (Vergeeft u mij de uitdrukking!) Geen wonder, dat zij nooit verder komen, dan terug te gaan naar de denominaties en een groep opgedirkte en gepolijste mensen voortbrengen, intellectueel, geschoold. Zij komen nooit ergens, omdat dit is wat zij tonen: "Ik ben Methodist." "Ik ben Presbyteriaan." Meer zijn ze niet. Maar de gelovigen dragen het teken.

233 Wat Jezus begon te doen in Galilea, zet Hij vandaag voort, door opnieuw het teken van de Heilige Geest in de gemeente te openbaren. Het waren niet de handelingen der apostelen, het waren de handelingen van de Heilige Geest in de apostelen, en dat was een teken.

234 Toen Petrus en Johannes passeerden door de poort, die 'De Schone' genaamd werd, zagen ze dat zij ongeletterde en eenvoudige mensen waren. Misschien zeiden ze wel 'ik gaat' of 'ik heeft', of 'ik mot je nog meer vertellen'. Ze kenden misschien hun grammatica niet goed, en misschien kenden zij niet alle bijzonderheden van de Schrift, maar ze merkten op dat ze met Jezus geweest waren. Het teken werd door hen zichtbaar, want dezelfde Geest die op Hem was voor Zijn kruisiging, rustte op hen na de opstanding! Amen.

     Op deze wijze blijft Hij overeenkomstig Hebreeën 13:8: "Jezus Christus, Dezelfde, gisteren, heden en tot in eeuwigheid." Daaraan weten wij, dat Hij leeft. Waarom? Hoe weten wij dat wij leven? Omdat Hij leeft! En wij weten dat we leven, omdat we zijn zoals Hij; en we zijn in Hem. Hij zei: "Omdat Ik leef, zult gij ook leven." En in Openbaring: "Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden."

235 Als wij aan onszelf sterven en levend worden in Hem, dan leven wij voor immer, want dan is Zijn leven in ons. En dat leven toont – precies zoals elk ander soort leven – wat het is. Het toont wat Hij was. En dat maakt Hem Dezelfde gisteren, heden en tot in eeuwigheid.

     Hoe kan iemand dat loochenen? Ziet u de dode werken niet? Laten wij de levende God dienen door het eeuwige, ik bedoel het immerdurende verbond van het leven dat in het bloed van Jezus Christus werd gevonden.

     Nu, terwijl wij het einde naderen... We zullen stoppen. O, dat teken van Zijn genade, Zijn liefde ten toon te spreiden. Zonder dat teken aan te brengen...

236 Nu, het is een teken. Wat is een teken? Het teken is een bewijs dat een schuld betaald is; dat de vereiste prijs werd betaald. Zo was de prijs voor onze verlossing de dood. Niemand dan alleen Christus kon hem betalen. Niet de geest van een denominatie, niet de geest van een paus, de geest van een of ander mens of van een heilige, maar de Geest van Jezus Christus op de gemeente, is een teken dat de schuld werd voldaan. En Hij heeft aan elke eis die God stelde voldaan. Wij zijn één met Hem. "Te dien dage zult gij weten, dat Ik in Mijn Vader ben, de Vader in Mij, Ik in u en gij in Mij."

237 Breng het teken aan, breng het teken aan van Zijn opstanding, betuigend dat, omdat Hij is opgestaan voor onze rechtvaardiging, Hij ons ook met Hem heeft doen opstaan. En nu zijn wij gezeten in hemelse gewesten in Christus Jezus, onder de gemeenschap van het teken.

     Israël, terwijl het geschreeuw aan de gang was buiten op straat, hoefde zich over niet één ding zorgen te maken. Het enige waar ze zeker van moesten zijn, was of het bloed, het teken, getoond werd.

238 Dat is het enige waar wij nu bezorgd over moeten zijn, want er komt moeite, vrienden. Het zal niet lang meer duren. Er zijn moeilijkheden op komst. U weet dat. Wees zeker dat u het teken toont. En het teken is de Heilige Geest. "Want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt en deelachtig geworden aan Zijn heerlijkheid."

239 Naar ons thuis; op reis naar het beloofde land. Hebt u Hem lief? Gelooft u het teken? Hoevelen zouden willen zeggen: "O, broeder Branham, bid voor mij dat ik onder dit teken zal komen"?

     Laten we onze hoofden buigen.

240 Genadige Here Jezus. Toen de wereld in zonde was, en niemand helpen kon; o God, in barmhartigheid hebt Gij door een type getoond, dat er een teken zou komen, dat onze zonden niet alleen zou bedekken maar weg zou nemen. En Jezus kwam op de juiste tijd. Hij vergoot Zijn bloed. Zijn eigen leven gaf Hij tot verzoening voor onze zonden, en daarna gaf U Zich wederom in de vorm van de Heilige Geest, wat nu het teken is, dat door de gemeente moet worden gevoerd totdat Hij komt; want de apostel Petrus zei: "Want u komt de belofte toe, u en uw kinderen, en allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, er toe roepen zal."

241 Here, door Uw genade en Uw hulp, eis ik een ieder op, die deze Boodschap hoort. Ik eis hen op voor God. Ik bid U, Here, zowel voor allen die hier zijn, als voor degenen die de bandopnamen zullen horen.

242 En als er ergens een voorbestemd zaad is, Heer, om het Woord voor deze laatste dag te horen, mogen zij nu komen, zachtmoedig en nederig, en hun trofeeën neerleggen bij het kruis, of zichzelf, als een zegeteken van de genade van God die hen geroepen heeft. Mogen zij vervuld worden met de Heilige Geest en het teken van het leven van Jezus Christus in Zijn opstanding ten toon spreiden, zolang zij hier op aarde verblijven. Schenk het, o Here.

243 Misschien heb ik deze woorden niet juist gezegd, Here, en als dat zo is, bid ik, dat de Heilige Geest deze woorden zal nemen en ze doorgeeft op de manier zoals het doorgegeven behoorde te worden, zodat de mensen het begrijpen zullen, en het zonder wrok in zich opnemen, wetend dat liefde corrigerend is. Mogen zij beseffen, dat dit alles gebeurt, vanwege het uur waarin wij leven en omdat de komst des Heren zeer nabij gekomen is. Wij zien aan de grote rode zwaailichten die over de hele wereld flitsen dat de tijd nabij is.

244 Mogen de mensen deze dag de Heilige Geest ontvangen, is mijn gebed. Ik geef hen over aan U, in de Naam van Jezus Christus. En laat het voor ons een teken zijn, zolang als wij leven, want U heeft het zo beloofd, dat het zo zou zijn. Het is makkelijk om U dat te vragen, omdat U beloofd heeft dat het zo zou zijn en ik weet dat het gebeuren zal. Wij bidden het in Jezus' Naam. Amen.

245 Nu, laten we onze hoofden een moment gebogen houden. Heb geloof; Ik heb voor u gebeden, zo goed ik het maar weet te doen. Ik bid in alle oprechtheid, met al wat in mij is. Weet u wat? Ik besef, dat het door uw tienden en uw offers is, dat ik kan leven. Uw steun hier in de gemeente betekent dat ik mensen heb tot wie ik kan prediken. Het zijn uw liefde, uw amens, uw gemeenschap en uw vriendelijke woorden, die helpen, als ik de wereld daar intrek en naar de verschillende staten in deze natie ga. Het zijn uw woorden, die helpen de Boodschap uit te dragen. U bent het. Met Christus zijn wij partners in dit werk. Wij zijn broeders en zusters en Hij is onze Koning. Ik heb u lief. Waar ik ben, zou ik willen dat u ook was.

     Ik rijd kriskras door deze natie, om zo nu en dan eens een keer tot u te spreken. Ik verlang ernaar, om hier 's zondagsmorgens met u samen te zijn. Ik heb u lief, ik heb u altijd liefgehad. Soms moet ik zeer scherp tot u spreken, maar het is alleen ter correctie, ziet u. Het is omdat ik u liefheb.

246 Nu, ik wil niet dat u het mist. Laat dat u niet gebeuren. Nu, aanvaard het gewoon in nederigheid en liefelijkheid, vanuit de grond van uw hart. Aanvaard het gewoon. Zeg: "Here Jezus, neem nu alles uit mij weg, wat U niet welgevallig is, en help mij al mijn trots af te leggen, alles, wat er nog verkeerd in mij is. Alle onzin, al het ongeloof dat in mij is, neem het weg, Here. Ik gooi het er gewoon uit. En laat de lieflijke Heilige Geest van God gelijk een duif in mij nederdalen. Ik wil eeuwig leven, Heer, alstublieft, help mij nu. Schenk het, o God."

247 Terwijl u bidt, zullen we samen dit lied neuriën of zachtjes zingen: "Ik heb Hem lief." Denk eraan, het komt door liefde, want Hij is liefde. Ondertussen leg ik mijn handen op deze zakdoeken, opdat de mensen ze nog vóór de nacht zullen krijgen.

Ik min Hem, ik min Hem,
Want Hij hield eerst van mij;
Betaalde voor mijn zonde-schuld
Op Golgotha.

Ik min Hem, ik min Hem,
Want Hij hield eerst van mij; (Geef nu je leven aan Hem over.)
Betaalde voor mijn zonde-schuld
Op Golgotha.

     Liefde, liefde, heb Hem lief! Zie wat Hij voor u deed. Het is door liefde. Liefde bewerkt gehoorzaamheid; liefde leidt tot een innige omgang met elkaar, liefde voert tot een huwelijk. En daar zijn we naar op weg, naar het bruiloftsmaal des Lams. Ik hoor mijn Heiland roepen, dat Hij ook mij liefheeft.

Ik min Hem...

     Met uw gehele hart. Als u ervaart dat er iets heel liefelijks in u binnenkomt – dat is de Heilige Geest.

Want Hij hield eerst van mij;
Betaalde voor mijn zonde-schuld
Op Golgotha.

248 Als... Ik wil mijn handen tot U opheffen met het gehoor, met de muziek, als ik heb gezondigd, als ik iets verkeerds deed... Ik bid voor u nu, en voor mezelf. Als ik iets verkeerds deed, betekent mijn hand naar U, Heer, dat ik spijt heb. Mijn hand naar U, Heer, betekent dat ik het niet wilde doen. En ik weet dat ik stervende ben, Here. Ik moet de wereld in deze lichamelijke gestalte verlaten en dan wil ik U ontmoeten. Mijn hand betekent: grijp haar vast, Heer. Vul mij met Uw Geest. Geef mij het teken van Uw liefde op mij, de Heilige Geest, zodat ik een zachtmoedig en vriendelijk leven kan leven. Laat mij het leven leven, dat in Christus was; dat mijn hart voor anderen zal branden. Zo zeer, dat ik gewoon dag noch nacht zal kunnen rusten, totdat ik allen bereikt heb, die ik kan.

     Ik zal zijn als die boodschappers in Jericho; ik zal naar iedereen toegaan, die ik maar kan bereiken. Ik zal zien, of ik hen onder het bloedverbond kan brengen, onder het bloed van het Lam, opdat zij het teken mogen ontvangen.

249 Het bloed reinigt. De Geest is een teken dat het bloed is aangebracht, ziet u? De Geest is een teken dat het bloed is aangebracht. De Geest kan pas komen, als het bloed is aangebracht. Maar als het bloed is aangebracht, zal de Geest als teken over u komen, opdat u weet, dat uw geloof in het bloed is aanvaard. Uw reis is betaald. Uw reis is betaald. Het is voldaan. Het is allemaal voorbij. De zaak is gesloten. U bent een Christen. U bent een gelovige. Christus is in u, en u bent in Christus.

Want Hij hield eerst van mij;
Betaalde voor mijn zondeschuld
Op Golgotha.

250 Terwijl u in uw harten gebogen blijft voor God... Uw herder, broeder Neville, met wat hij tot slot gaat zeggen. Gedenk de dienst, de genezingsdienst van vanavond. Kom vroeg. We kunnen om 7 uur beginnen, zodat ik om half acht op het podium kan zijn. Is dat in orde, broeder?

     Vanavond zullen wij het avondmaal vieren. Kom, blijf erbij deze middag. Laat deze Boodschap u niet ontgaan. Vergeet deze Boodschap nooit meer! Het bloed zal het teken zijn dat het leven gegeven werd. "En wanneer Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan."

     De Heilige Geest is het teken dat het bloed is aangebracht in uw hart, en het is het teken dat het bloed is aangebracht. Als het nooit werd aangebracht, zal ook het teken niet komen. Heeft u het begrepen? Zeg dan 'Amen'. Eerst moet het bloed aangebracht worden, dan komt het teken. Het is het teken dat het bloed der verlossing is aangebracht en dat uw reis is betaald. Moge God u zegenen! Broeder Neville.

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
audioE-BookPrint
AudioAudio
mp3 Download mp3mp3 is een populaire audioformaat dat op vrijwel alle mediaspelers te beluisteren is. meer info...
m4b Download m4bM4B is een Audiobook formaat voor Apple apparatuur (iPod, iPhone etc...) Uw plek wordt bewaard e.d. meer info...
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)