Drie soorten gelovigen

Door William Marrion Branham

1 Laten we onze hoofden buigen. Met onze hoofden en onze harten gebogen, vraag ik mij af hoevelen er zouden willen dat er in het gebed aan hen werd gedacht. Wilt u dan even uw hand opsteken en zeggen: "Here, gedenk mij, o Here." Er zijn hier een heleboel gebedsverzoeken... de zakdoeken liggen op de lessenaar.

2 Dierbare hemelse Vader, we zijn hier deze avond opnieuw vergaderd onder dit dak, waar U ons zovele malen hebt ontmoet, en ons Uw liefde hebt getoond... zoals wij op onze eenvoudige manier proberen onze liefde en dankbaarheid aan U tot uitdrukking te brengen voor wat U voor ons hebt gedaan. En vanavond komen we opnieuw, Here, als een behoeftig volk, want wij hebben U altijd van node. Zolang we hier op aarde zijn, weten we dat dat ons roepen zal zijn, want we bevinden ons in een strijd en we zijn... De strijd woedt; U beloofde het en zei hoe de vijand als een brullende leeuw zou zijn. Hij is losgebroken onder de mensen en we kunnen hem overal zien als een brullende leeuw die verscheurt wat hij maar kan, omdat hij weet dat zijn tijd kort is. Maar wij hebben een Vader, Die voor Zijn kleinen zorgt en tot U vluchten we vanavond met onze vragen, Here. We bidden dat U ze zult toestaan.

3 Deze zakdoeken die hier liggen, Vader, betekenen dat er ergens in het land zieke mensen zijn, die roepen, en U van node hebben en in U geloven en hier hun geloof in werking stellen door deze zakdoeken op te sturen. God, sta toe dat elk van hen wordt genezen.

4 We zagen Uw machtige kracht, Here, net een paar ogenblikken geleden daar in die kamer een jongen het volmaakte geheugen teruggeven, dat verdwenen was. We zien Uw grote kracht keer op keer de ziekten wegnemen en de geheimen des harten openbaren, het tonend aan de mensen om ze weer op het rechte pad te brengen. We danken U, Here God, omdat dat boven welk mens ook uitgaat; dat gaat uit boven wat ieder van ons maar zou kunnen weten hoe U precies de oorzaak kunt openbaren, waardoor het kwam en hoe het is. Dat bent U, Vader. We weten dat het Woord het hart doorzoekt en dat het een onderscheider is van de gedachten en overleggingen des harten. Dus danken wij U hiervoor.

5 En nu, Here, geloven we dat de mensen nu met hun hoofden gebogen deze dingen overdenken, en dat het de Heilige Geest is die tot hen spreekt. Geef dat elk van hun gebeden mag worden beantwoord. Red vanavond hen die gered kunnen worden, Here – de verlorenen; mogen ze binnenkomen en gered worden.

6 We zijn zo dankbaar om die geweldig grote stapel natte kleren daar te zien, wetend dat het graf geopend werd en dat voor velen van hen de zonde van de oude mens werd begraven. Ik dank U ervoor, Vader. Mogen zij wandelen in een vernieuwd leven voor de rest van hun dagen. We vragen het in Jezus Christus' Naam. Amen.

7 De Here zegene u en geve u het antwoord op de bede die u op uw hart had.

8 Nu, ik geloof dat Billy zei dat broeder Wheeler een kleine baby had om te worden opgedragen of zoiets, of een opdrachtdienst. Klopt dat? Heb ik me vergist? [Broeder Neville oppert dat er misschien verscheidene baby's zouden kunnen worden opgedragen – Vert] Als u ze nu naar voren zou willen brengen, wees blij... Als de oudsten naar voren willen komen en de kleinen de handen op willen leggen voor de opdrachtdienst... We zullen proberen het zo kort mogelijk te houden. We willen dat deze kleinen bij de Here Jezus zullen komen. U wilt uw kleine schatten brengen die God u heeft gegeven... We willen altijd ruimte voor hen maken, omdat we niet weten wat de dag van morgen brengen zal. Mijn moeder zei vroeger altijd tegen me: "Stel niet uit tot morgen wat je vandaag kunt doen." Zo is het, omdat je niet weet wat de volgende dag je zal brengen, maar wij weten Wie de volgende dag in Zijn hand heeft. Dat is de hoofdzaak. Wij weten Wie de dag van morgen in Zijn hand houdt. [Dan houdt broeder Branham een opdrachtdienst voor verscheidene baby's – Vert]

9 Dat is de enige keer dat mijn vrouw mij om mijn werk benijdt – om het vasthouden van die baby's. Ze mag ze graag vasthouden. Ik ook, maar ik ben altijd bang dat ik ze zal breken. Ze zijn zo schattig, weet u, en ze zien er zo teer uit, maar u weet dat ze in werkelijkheid steviger zijn dan wij.

10 Nu, ik zei u dat ik zou eindigen om... wel, ik heb maar 35 minuten. Ik zal voort moeten maken, is het niet? Laten we eens kijken. Ik heb niet de bedoeling om iets verkeerd te beoordelen, of iets verkeerd te zeggen, maar ik zal proberen des te meer mijn best te doen, omdat... wanneer we ver gevorderd zijn op de weg, zijn we niet meer zo actief als we vroeger waren, weet u. De kilometers worden soms zwaar, en twee of drie diensten op een dag, wel... Het zijn voornamelijk die visioenen, waardoor het komt. Van het prediken heb ik geen last. Ik kan hier de hele dag staan zonder dat ik er last van heb, maar het komt gewoon door die visioenen. Wanneer de mensen voor deze persoonlijke gesprekken komen, is dat wat ze moeten hebben. Ziet u? Daarvoor zijn ze hier. Het is iets wat niet kan worden opgelost door enkel de handen op te leggen. De wortel ervan – het begin ervan – moet bekend zijn; wat er de oorzaak van is, waardoor het kwam en dan wat ze moeten doen om eruit te komen. Daarvoor zijn ze hier.

11 Nu, de samenkomst begint overmorgenavond – of nee, neemt u me niet kwalijk; het is woensdagavond in Shreveport, Louisiana. Als enigen van u misschien vrienden daar in de buurt hebben, wel, zeg ze dan erheen te komen. De samenkomst is in de Life Tabernakel, geloof ik, tenzij ze het verplaatsen naar de gehoorzaal (als ze die kunnen krijgen), waar men wat meer zitplaatsen zou hebben. Maar ze hebben het balkon, de grote zaal zelf en dan nog een zaal eronder, zodat... Ik weet niet precies hoeveel zitplaatsen ze hebben, maar het is een... Als het al te erg wordt, kunnen we misschien de gehoorzaal krijgen die er vlak tegenover ligt, wat zal... Ik weet van geen van beide hoeveel zitplaatsen ze hebben. Ik heb er diensten gehad, maar kan het me niet herinneren. Dit is een jaarlijkse conventie.

12 Drie jaar geleden was ik daar en we begonnen een opwekkingscampagne in de Naam van de Here en deze is sindsdien niet opgehouden, het gaat voortdurend, elke dag, gewoon constant door; er komen mensen: ze worden gered, gedoopt en gaan zo verder met de Here; predikers en alles komen regelrecht binnen. En we hebben gewoon... Zolang het op die manier blijft doorgaan, en ik hier moet blijven, wil ik ze steeds opzoeken en gewoon mijn paar woordjes zeggen en verder gaan.

13 Nu, dat zal woensdag beginnen en doorgaan tot zondag. De maaltijd van de Christen Zakenlieden is in... Ik ben de naam van dat hotel vergeten. Ik geloof dat het heet... Ze zullen het u zeggen wanneer u daar komt. Het is een ontbijt van de Zakenlieden.

14 We hadden daar (tot u zakenlieden hier) de laatste keer een geweldige tijd. De Here redde een rabbi uit de stad, en o, ik weet niet wat er allemaal plaats vond. Het was een geweldige tijd in de Here daar. Ik predikte over het Verbond van het Bloed. Daar weten de Joden van – het is het bloed. Zonder bloedstorting is er geen vergeving, ziet u.

15 Laten we nu regelrecht het Woord ingaan. Ik zal mijn best doen om mijn woord aan u te houden. Zo de Here wil nu, zondag na Kerstmis, als u met vakantie bent en u wat rondrijdt en het is niet glad en zo, wel – als u hier dicht in de buurt bent: kom binnenvallen. We zijn van plan hier een dienst te hebben op zondagmorgen na Kerst. Wat is de datum? De 29e? De 29e, en dat is de zondag na Kerst – de 29e.

16 Nu, als er iets tussen komt, waardoor we hier niet kunnen zijn... We hebben geen weet van de toekomst, weet u, maar als er iets gebeurt, wel, u die buiten de stad woont en hierheen komt, zoals de mensen uit Memphis...

17 Ik zou graag broeder Ungren 'Hoe groot zijt Gij' horen zingen, maar ik weet niet... Is hij hier vanavond? Ik wil altijd zoveel dingen, maar ik kan ze niet allemaal gedaan krijgen. God zegene u.

18 Laten we nu de Schriften opslaan voor een kleine Schriftlezing. Waar mijn woorden falen, zullen deze niet falen. God zal u zegenen omdat u blijft, alleen al vanwege het luisteren naar Zijn Woord. "Het geloof komt door het horen; het horen van het Woord van God." Is dat juist? Nu, terwijl u Johannes het zesde hoofdstuk opslaat, lezen we van vers 60 tot en met 71 – Johannes 6:60.

19 Ik dacht eraan, toen ik een tijdje geleden uit het raam aan het kijken was naar het ondergaan van de zon, dat ik zag hoe heel de natuur een wet heeft. Wanneer het winter wordt, laat de wet van de natuur automatisch het sap naar beneden de boomwortels in stromen. Het wordt begraven... Zoals Job zei: "Och, of Gij mij in het dodenrijk wildet versteken; mij in een geheime plaats wildet verbergen, totdat Uw toorn geweken was." En nu, dat is het. "Of Gij mij wilde verbergen..."

20 Ziet u, hij zag de natuur, de boom... het leven dat naar beneden de wortels ingaat, broeder Way, en daar blijft tot de wraak voorbij is, en me dan roept op de bepaalde tijd. Ziet u? De natuur heeft een wet. Er is een wet van de natuur. Het is onmogelijk om haar te omzeilen. Het is een natuurwet. Ook is er een wet van de Geest. Die kunt u evenmin omzeilen.

21 Ik sprak er deze middag met een echtpaar over dat je niet iets volledig in het niets kunt doen opgaan. Menselijke wezens kunnen niet iets in het niets doen opgaan. Ze kunnen iets omver halen, maar het niet in het niets doen opgaan. Iemand zei: "Wel, wat dan als je een stuk papier neemt en dat in brand steekt. Doet dat het niet in het niets opgaan?" O, nee. Het ontbindt alleen maar de scheikundige stoffen door de hitte van het vuur. Het keert terug tot de gassen, wat het in de beginne was. U kunt niet iets in het niets doen opgaan. Als de wereld lang genoeg zou blijven bestaan, zouden diezelfde gassen en chemische stoffen die in dat papier waren, regelrecht weer terug kunnen komen tot een stuk papier. Dat is waar. U kunt niets volkomen vernietigen. Zo is het precies.

22 God dan,... Als er een opstanding is die alles weer terug brengt, en geen totale vernietiging, dan is er een opstanding van de rechtvaardigen en zullen we terug moeten komen. Dat moet zo zijn; er is totaal geen andere mogelijkheid. Het geeft niet of u wordt verbrand, of u verdrinkt, wat er ook plaats vindt, u kunt niet vernietigd worden.

23 Bedenk slechts dat elk deeltje van u hier was. Toen God de wereld tot aanzijn riep, plaatste Hij uw lichaam hier op datzelfde moment, en er is niets wat het kan wegnemen dan God. Het is weer geheel terug in Zijn handen. Ziet u? En Hij is de Schepper, Degene Die de belofte deed; dus zijn we er zeker van dat er eeuwig leven is. En wij hebben nu de verzekerdheid in ons hart, dat we immerdurend leven hebben, eeuwig leven in ons, dat niet kan sterven.

24 Goed, Johannes 6. Laten we nu beginnen bij het zesde hoofdstuk van Johannes, te beginnen bij vers 60:

     Velen dan van Zijn discipelen hoorden dit en zeiden: Deze rede is hard, wie kan haar aanhoren?

     Jezus nu wist bij Zichzelf, dat Zijn discipelen hierover morden, en Hij zeide tot hen: Geeft u dit aanstoot?

     Wat dan, indien gij de Zoon des mensen daarheen zaagt opvaren, waar Hij tevoren was?

     De Geest is het die levend maakt, het vlees doet geen nut; de woorden, die Ik tot u gesproken heb, zijn Geest... (dat is Hij) en zijn leven. (Wat zei Hij? "Ik ben de Waarheid, het Leven...") Zij zijn Geest en zijn leven.

     Maar er zijn sommigen onder u, die niet geloven. Want Jezus wist van den beginne, wie het waren, die niet geloofden, en wie het was, die Hem verraden zou.

     En Hij zeide: Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij komen kan, tenzij het hem van de Vader gegeven zij.

     Van toen af keerden velen van Zijn discipelen terug en gingen niet langer met Hem mede. (Harde woorden ziet u, die ze niet konden aanvaarden.)

     Jezus zeide dan tot de twaalven: Gij wilt toch ook niet weggaan?

     Simon Petrus antwoordde Hem: Here, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven;

     En wij hebben geloofd en erkend, dat Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God. (My!)

     Jezus antwoordde hun: Heb Ik niet u twaalven uitgekozen? En een van u is een duivel.

     Hij bedoelde Judas, de zoon van Simon Iskariot; want die zou Hem verraden, één uit de twaalven.

25 Nu, als ik dit onderwerp een naam zou moeten geven vanavond (en ik doe mijn best om dat half uur uit te buiten), dan zou ik willen spreken over: Drie soorten gelovigen. Ik heb het dikwijls uitgesproken en ik dacht: "Wel, ik geloof dat ik er maar eens over zal prediken vanmiddag." Dat dacht ik.

26 Ten eerste zijn er: gelovigen, schijngelovigen, en ongelovigen. Nu, dat is nogal een nieuw onderwerp, maar zo zeker als we hier vanavond zitten, is die groep altijd zo samengesteld. We vinden deze groep waar de mensen ook maar samenkomen. Het is altijd zo geweest, het zal waarschijnlijk zo zijn tot het komen van de Here.

27 En ik wil dat we vanavond naar onszelf kijken, als ik over deze drie groepen spreek, dat we bezien in welke groep wij ons bevinden. Nu onthoudt, ik spreek hier misschien tot... deze gemeente is weer volgepakt vanavond; men staat langs de muren en in de paden, maar ik spreek ook voor rond de wereld. Ziet u? Deze banden gaan door de verschillende delen van de hele wereld. Dat is de bandenbediening.

28 Nu, ik wil nu spreken over de drie verschillende typen van gelovigen. Nu bedenk: gelovigen. Mijn onderwerp gaat over: gelovigen; er is een ware gelovige, vervolgens is er een schijngelovige en ook is er een ongelovige. Begrijpt u?

29 De eerste groep waarover we graag zouden willen spreken, is de gelovige, omdat ik vind dat hij de eerste behoort te zijn, omdat hij degene is die werkelijk gelooft. Nu – hij gelooft, zoals de discipelen hier geloven. We zullen deze Schriftlezing als voorbeeld gebruiken.

30 Nu, de eersten zijn gelovigen – waarachtige gelovigen. Geloof komt door het horen – het horen van het Woord van God – het Woord van God, wat Christus is (ziet u?) – gelovigen.

31 Hebt u deze geweldige verklaring opgemerkt die deze gelovige aflegde? Nu, een gelovige hoeft geen schrander iemand te zijn op de wijze dat de wereld iemand schrander noemt. Hij hoeft geen bestudeerd persoon te zijn op de manier dat de mensen proberen te zeggen dat u moet zijn. Dat is niet nodig. Van deze man, Petrus, die deze verklaring aflegde, zei de Bijbel zelf dat hij zowel onwetend als ongeleerd was. Hij werd werkelijk niet als een intelligent persoon beschouwd.

32 In Jesaja 35 wordt gezegd: "Daar zal een gebaande weg zijn, die de heilige weg genaamd wordt; geen onreine zal die betreden."

33 Ik sprak vanmiddag met een van de diakenen en we spraken over bruggen, zoals deze nieuwe die er ligt. Ik zei: "Er zijn tegenwoordig vele overspanningen over watervlakten en baaien, maar er is één grote overspanning die reikt van de aarde tot in de heerlijkheid. Ze wordt 'De Koninklijke Hoofdweg' genoemd. De onreine zal haar niet betreden." Zo is het. Het is een weg die gebouwd is door Christus, onze Here – deze overbrugging die is gemaakt van deze aarde naar een ander Land, en de onreine betreedt haar niet.

34 Petrus, deze ongeletterde persoon, stond erbij, toen hij het duidelijk betuigde Woord van die tijd had gezien, wat God beloofd had dat er in die dag zou zijn: iemand zou onder hen opstaan en een profeet zijn... En het was moeilijk voor Simon om dat te geloven, omdat er zoveel nabootsingen waren geweest, maar toen hij het waarachtige, ontvouwde Woord van dat tijdperk zag, en Hem volmaakt Zichzelf hoorde bekendmaken, was hij er grondig van overtuigd wie Hij was.

35 En hij was degene, die zei: "Here, tot wie zullen wij heengaan?" toen het hem werd gevraagd, toen de schare zich onderverdeelde in gelovigen, ongelovigen en schijn-gelovigen. Daar stonden ze alle drie in die ene groep mensen: gelovigen, schijngelovigen en ongelovigen. U vindt ze precies in dit hoofdstuk hier. Omdat Jezus de woorden had gesproken op de wijze dat Hij het had gedaan, viel Zijn samenkomst uiteen. Dat moest echter gebeuren.

36 Men vond Hem geweldig, zo lang Hij de zieken genas, maar toen het tot de leer kwam en tot de profetie, toen scheidde dat het kaf van het koren. Ziet u? Het kaf wikkelt zich alleen maar om de tarwekorrel heen; het is het koren niet; het kan niet worden gebruikt. Er zit niets in – er zit geen leven in. Het is de dop, en dat kan niet bij de tarwe blijven. Hij zal geen erfgenaam zijn met het koren. Daarom moet het... We spreken alleen over het graan – over het hart van de tarwekorrel.

37 Nu let op, Petrus was er van overtuigd, dat dat de Messias was. Het maakte helemaal niet uit wat alle anderen zeiden. Het maakte helemaal niets uit wat de priester zei; het maakte Simon Petrus niet uit wat de kerk zei. Hij was er zelf van overtuigd.

38 Jezus zei hem eens, toen Hij vroeg: "Wie zeggen de mensen dat Ik ben?"

     Sommigen zeiden: "Gij zijt een profeet." Sommigen zeiden: "Gij zijt een van de oude profeten die is opgestaan." En: "Gij zijt Mozes", of "Elia", of zoiets.

     Hij zei: "Ik vraag het aan u; wat denkt gij?" En Petrus antwoordde: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God."

39 Hij zei: "Zalig zijt gij, Simon Barjona (Simon, de zoon van Jona), want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard. U hebt het nooit uit een boek geleerd, of uit een geloofsbelijdenis, of van een catechismus. Mijn Vader, die in de hemel is, heeft dit aan u geopenbaard." Daar is een ware gelovige – geestelijke openbaring van het Woord. Ziet u? En op...

     "Gij zijt Petrus, en op deze rots, op wat u geopenbaard is dat Ik ben, zal Ik Mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen." Ziet u?

40 Geen wonder dat Simon zei: "Tot wie zullen wij heengaan?"

     Jezus draaide zich om en zei: "Gij wilt toch ook niet weggaan?"

41 En ze zeiden: "Here, tot wie zullen wij heengaan? Gij alleen hebt woorden van eeuwig leven; Gij zijt de Enige." Want niet alleen had Hij de woorden des Levens, Hij was het Woord des Levens. Hij was het Woord des Levens, en Simon erkende dit volkomen. En toen hij het herkende, vestigde hij daar zijn hoop op, omdat hem was geopenbaard dat Hij dat levende Woord was.

42 Nu, dat is een ware gelovige. Wanneer de Heilige Geest, níet mensen die door de een of ander zijn overtuigd, niet door het een of andere, maar wanneer de Heilige Geest Zèlf u het Woord heeft geopenbaard, en u ziet het Woord duidelijk worden gemaakt, betuigd; dan komt de Geest van God en gaat dat tijdperk binnen voor het Woord voor dat tijdperk en manifesteert het.

43 Hoe had een mens weerhouden kunnen worden Luther te geloven, indien hij dat zou hebben geweten? Luther was een hervormer. De 'geest van de mens' kwam voort voor de hervorming; Wesley evenzo. Ze moesten het geloven. Ziet u, dat was de boodschap voor het gemeentetijdperk; dat was precies wat er zou gebeuren. Dat was wat er plaats zou vinden. U moest het geloven.

44 En wij zijn hier aan het Laodicéa-tijdperk gekomen, en ons wordt geleerd dat in het Laodicéa-tijdperk Christus uit Zijn gemeente werd gezet en zelfs op de deur klopte, proberend om weer binnen te komen. Dus, wanneer we dat zien gebeuren, weten we in welk tijdperk we leven.

45 We zijn toe aan het afsluiten van de wereldgeschiedenis. Het boek is nu bezig te worden voltooid. De laatste regel zal er op een of andere dag in geschreven worden, het zal gesloten worden en dan zal er geen tijd meer zijn.

46 Er wordt een geweldig toneelstuk in gereedheid gebracht en de engelen staan in de hemelen toe te kijken. U weet hoe het bij een toneelspel gaat. De spelers zijn klaar. U kunt ze zien acteren.

47 U kunt de boze zien handelen. U kunt zien hoe de verrader van het stuk op het toneel komt om te misleiden met zijn sluwheid. Maar u kunt ook de opgenomen gemeente zich gereed zien maken. Het is een geweldig schouwspel.

48 U kunt zien hoe de tegenwoordigheid Gods zich betuigt en maakt dat het geweldige schouwspel dat hier in deze Bijbel is voorzegd, zich ontrolt. Wat een tijd om in te leven, de meest heerlijke tijd! De mensen van alle tijdperken hebben naar deze tijd verlangd. De profeten van vroeger verlangden ernaar dit uur te zien, maar hadden het voorrecht niet.

49 Nu, daar stond een gelovige, omdat hij het zag; hij geloofde het. "Wij zijn er volledig van overtuigd dat Gij zijt de Christus, de Messias, het Woord van God voor deze dag, en wij geloven dat." Ziet u, dat was een echte gelovige.

50 Laten we heel vlug nog een paar gelovigen nemen, voor we naar het volgende karakter gaan. Laten we de profeet Noach nemen. Hij was misschien wel boer – misschien was hij in die dagen een boer. Maar toen de spotters en religieuze mensen van die dag... De kerk was aan lager wal geraakt en God sprak tot Noach en gaf Noach opdracht een ark te bouwen. Noach ging daar nooit met God over redetwisten. Hij geloofde dat het het Woord van God was en ging onmiddellijk aan het werk om de zaken gereed te maken. Dat is een werkelijke gelovige.

51 Redetwist er niet over. Wanneer u er volledig van overtuigd bent, blijf erbij. Zoals met iedereen, welk geloof dan ook – geloof komt door het horen. Als u hier kunt staan, ongeacht wat de dokter zegt dat er met u niet in orde is, (terwijl de man u de diagnose van het geval geeft en waarschijnlijk precies weet waar hij over spreekt, voor zover zijn instrumenten en kennis hem in staat zullen stellen er kennis van te hebben, en hij zegt dat er voor u niets anders overgebleven is dan te sterven), maar u hebt gebeden en u kunt ginds in de toekomst een gezonde man of vrouw zien staan, dan staat het vast. Dat is het precies. U gaat daar regelrecht op af, zo zeker als wat ook, omdat u het gelooft. God heeft het gesproken. U weet dat het zo is.

52 Zoals de vrouw die het kankergezwel uithoestte (ziet u?). Er was geen twijfel in haar gedachten over wat er zou gaan gebeuren. De kanker was dood, liet los en verdween. Ziet u? Dat is het. U gelooft het.

53 Zoals die vader, die zijn kleine jongen daar een poosje geleden binnenbracht. (Hij is hier nu ergens in het gebouw.) De jongen maakte een val en verloor zijn geheugen. Hij kon zich niets meer herinneren. Een paar ogenblikken na het gebed vroeg ik hem naar zijn naam en hij vertelde mij hoe oud hij was en daar was hij, net zo normaal als iedere andere jongen maar zou kunnen zijn, ziet u. Zij geloofden. Wanneer God iets zegt, moet het zo zijn, en Noach geloofde God, en Noach werd geacht een gelovige te zijn. Daniël; toen de gemeente in gevangenschap was, ginds in Babylon, geloofde Daniël God. Ongeacht dat ze zeiden: "We zullen een proclamatie uitvaardigen, dat men tot geen andere god mag bidden dan tot dit beeld daar, tot deze heilige man", of wat het ook zou mogen zijn. Daniël besteedde daar geen enkele aandacht aan. Hij had God gehoord, want hij was een profeet, en het Woord kwam tot hem. En toen de tempel werd ingewijd werd er gezegd: "Indien enig mens in moeilijkheden is in welk land ook en deze kant op ziet, in de richting van de heilige plaats, en bidt, dan zal Ik horen van de hemel." Daniël geloofde God. Hij was een waarachtige gelovige en zelfs de leeuwen konden hem niet opeten. Dat is juist, ziet u. Hij was een gelovige. Hij had iets echts en waarachtigs. Hij was een gelovige.

54 David, een andere gelovige – een kleine, niet in tel zijnde jongen. Daniël ging niet mee met de moderne kerk; evenmin ging Noach mee met de moderne kerk. Helemaal niet. Zij waren gelovigen in wat God zei dat de Waarheid was. Ongeacht wat de moderne wereld zei, zij geloofden dat wat God zei de Waarheid was. Dat zijn waarachtige gelovigen.

55 Precies hetzelfde deden Petrus en de apostelen. Zij geloofden dat Hij het Woord des Levens had en het Woord des Levens was. Ik geloof vandaag hetzelfde. En elk ander ding dat daar tegenin gaat is ermee in tegenspraak. Het is niet... Het is dood. Dit alleen is het Woord des Levens en Christus is het Woord.

56 Nu, David – een rossige man... Waarschijnlijk was hij bij zijn broers de gebeten hond, omdat hij een klein ventje was. Hij was niet groot genoeg om een wapenrusting te dragen. Hij kon niet mee ten strijde trekken, want hij was te klein en te mager; en toch kwam hij daar heen als gelovige. Terwijl hij daar ginds in de woestijn zat, de wacht houdend, met een slinger, over een paar dozijn schapen die zijn vader hem had gegeven om de wacht over te houden, (in een land waar leeuwen en beren en wolven enzovoort zijn,) begon David te zien naar de schaduwrijke groene weiden. Hij wist wat het voor schapen betekende om daar naar af te dalen en in die schaduw neer te liggen. Hij wist van de hitte van de zon. Hij wist wat een heerlijke, koele dronk water betekende, zoals hij zei: "Gelijk een hinde die naar waterbeken smacht, zo smacht mijn ziel naar U, o God." Ziet u?

57 Hij had geroepen, gebeden, en op een dag toen hij in nood kwam – een leeuw greep een van zijn schapen en ging er mee vandoor – dacht hij: "De God die mij meerder maakte dan de leeuw..." Ziet u? En hij nam de slinger en velde de leeuw met een kleine steen uit de slinger. Nu, als iemand ooit een leeuw heeft gezien, een van die Afrikaanse leeuwen – grote leeuwen met wollige manen rond hun nek, zoals ze daar hebben in Palestina en Azië – zou u wel weten wat een van die makkers betekende. Terwijl een groot zwaar 300 Magnum-geweer hem nauwelijks velt, velde hij hem met een steen. Toen de leeuw omhoog kwam om hem te grijpen, pakte hij hem bij de baard en doodde hem.

58 Daarom wist hij waar hij over sprak. Hij had een ervaring gehad. Hij had God beproefd op Zijn Woord.

59 Hij was niet bang voor Goliath, omdat hij onbesneden was; hij was helemaal geen gelovige. En toen Goliath eraan kwam en hem vervloekte in de naam van zijn god... Goliath was vele malen groter dan hij – een geweldig grote kerel met vingers van dertig centimeter lang. Nu, de vingers zouden zo lang zijn (ziet u?), vingers van dertig centimeter lang, een krijgsman. Waarschijnlijk woog de maliënkolder die hij droeg, 135 kilo of meer. Dat had hij aan. Een geweldige helm, waarschijnlijk van meer dan drie centimeter dik metaal. Een dergelijke geweldig grote reus kwam aanlopen met een weversboom, waarvan wordt beweerd dat hij ongeveer zes meter lang was. Hij had een speer in zijn hand van zes meter lang. Nu, hoe kon wie dan ook... Zo'n man kon daar gewoon maar staan en een dozijn mannen opspietsen en ze zo wegsmijten als hij eraan kwam. Wat een tegenstander. Daar stond hij te bluffen en te brallen. Wanneer het schijnt alsof er een overmacht...

60 Ziet u, hij zei: "Er hoeft geen bloed te vloeien. Laat er iemand mij komen bekampen en als ik dan win, dient u allen mij en als u wint, dan zullen wij u dienen."

61 Ziet u, wanneer de duivel denkt dat hij u in zijn macht heeft dan laat hij graag zijn grootspraak horen. Maar hij had de verkeerde tegenover zich staan. Hij ontmoette de kleinste man in het land – een kleine, rossige jongen met gebogen schouders.

62 Hij zei: "Bedoelt u mij te vertellen, dat gij, het leger van de levende God, daar zult blijven staan terwijl die onbesneden Filistijn het leger van de levende God uitdaagt?"

63 Wel, dat gaf hem een schok. Waarom? Waarom? Hij was een gelovige. De anderen waren schijngelovigen. Ziet u? Ziet u, hij was een echte gelovige.

64 Hij zei: "Als u bang bent, zal ik hem gaan bevechten." Ziet u?

65 Wat een uitdaging voor zo'n klein ventje! Omdat hij een gelovige was, deed hij precies wat hij wist dat God zou doen.

66 Toen die onbesneden Filistijn hem vervloekte in de naam van zijn god, zei hij: "Ben ik een hond?" Een klein nietig, miezerig kereltje kwam daar zo aanlopen. "Wel", zei hij: "Ik zal je op het eind van mijn speer rijgen en ik zal je daar boven in de boom hangen en de vogels je vlees laten oppikken!" O, wat was het een vreselijke kerel!

67 David zei: "Gij treedt mij tegemoet met zwaard en speer en wapenrusting; gij treedt mij tegemoet in de naam van de Filistijnen, maar ik treed u tegemoet zonder zwaard, speer of wapenrusting, maar in de Naam van de Here der Heerscharen, de God van Israël!"

68 Daar bent u er. Dat is een gelovige. Dat is zijn Sterkte! Dat is zijn Schild! Dat is zijn Verdedigingswerk! Amen! Dat behoorde het Verdedingswerk van de gemeente te zijn. Van elke gelovige is dat zijn Verdediging! Ongeacht wat er plaats vindt, wat de wereld ook zegt, of wie anders ook, uw Verdediging is de Here God van Israël. Dat is het. "De Naam van Jezus Christus is een machtige toren... de rechtvaardigen ijlen daarheen en zijn veilig." Dat is onze Verdediging – Jezus Christus.

69 Let op, toen kwam het te geschieden... We weten wat er gebeurde. Goliath kon nergens geraakt worden, dan op die ene kleine plek, waar hij zijn bedekking over zijn gezicht deed. De ene plaats om hem te raken was hier precies in zijn voorhoofd. En voor David ook maar enigszins binnen het bereik van de reus kon komen, richtte God op het dodelijke doelwit en Hij sloeg de reus. Ziet u? God deed het. Nu, we merken dat hij een gelovige was.

70 Nu, een andere gelovige was Abraham. Hij was een Chaldeeër uit de stad Ur. Hij werd geroepen om iets te doen wat... En iets te geloven wat totaal, lichamelijk volkomen onmogelijk was. Maar hij heeft aan de belofte Gods niet getwijfeld door ongeloof (zegt Romeinen 4), maar was sterk, God de eer gevend.

71 Toen Abraham vijfenzeventig jaar was en zijn vrouw vijfenzestig jaar oud, ... en ze hadden samen geleefd sinds ze jong waren (dit was zijn half-zuster) – als jongeman en jong meisje. Ze hadden samengeleefd zonder een enkel kind te krijgen. En God sprak tot Abraham: "Scheid u af van de ongelovigen." God veroorzaakt altijd de een of andere afscheiding. "Scheid u af van de ongelovigen, en wandel met Mij. Ik heb u tot een vader van een menigte volken gesteld. Ik heb het al gedaan." En Abraham geloofde het. Dat is een gelovige.

72 "Hoe zult u het gaan doen, Here?" Hij stelde die vraag nooit. God zei dat Hij het zou doen en dat stelde het vast.

73 Toen de eerste maand voorbij was gegaan, was Sara nog steeds... (ze was voorbij de menopauze)... "Is er iets veranderd?"

     "Helemaal niets."

     Maar Abraham geloofde het nog steeds. Vijfentwintig jaar later was er nog steeds niets veranderd! Maar Abraham geloofde het nog steeds! Dat is een gelovige! Dat is geen schijngelovige; dat is een gelovige. Vijfentwintig jaar later was Abraham sterker dan in het begin. Hij geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend, omdat hij... Dat is een ware gelovige.

74 Nu, over een ogenblikje zal ik u laten onderzoeken en laten zien tot welke klasse u hoort.

     Nu, wat deed Abraham? Hij twijfelde niet aan de belofte van God, ondanks de onmogelijkheden.

75 Wat zou een man van vijfenzeventig jaar oud met een vrouw van vijfenzestig jaar oud veroorzaken, als ze naar een dokter gingen en zeiden: "We willen een afspraak maken voor het ziekenhuis; we zullen een baby krijgen." En dat ze dan vijfentwintig jaar later zeiden: "Dokter, houdt u nog steeds die plaats in het ziekenhuis open?" Ziet u? Het maakt dat u zich eigenaardig gedraagt. Uw beslissingen zijn vreemd voor de wereld. Maar het is een gelovige, hoe vreemd de zaak er ook uitziet!

76 De Bijbel zei dat hij er volledig van overtuigd was, dat God in staat was te volvoeren wat Hij zei dat Hij zou doen! Dat behoorde iets te zijn wat elke gelovige deze middag in praktijk zou moeten kunnen brengen! God is in staat om elk Woord te houden wat Hij zei dat Hij zou doen! Het maakt mij niet uit wat de denominaties zeggen – het Woord: "De tijd van wonderen is voorbij, en dit alles is telepathie, en allemaal waarzeggerij." Het maakt niet uit wat ze zeggen! Ik geloof nog steeds dat als dat geweer zuiver is gericht op dat doel, het dat doel zal raken. En ik geloof, als een gelovige zuiver afgestemd is op het Woord van God, dat het steeds zal raken wat het Woord van God ooit beloofde. Het zal opnieuw gebeuren. Ik ben daar volledig van overtuigd. Wanneer we zien dat we ons in dit tijdperk bevinden, dat het wordt verondersteld hier te zijn... Het wordt verondersteld hier te zijn. Deze dingen worden verondersteld plaats te vinden.

77 Dat is de reden dat ik zeker geloof, dat wanneer die bruid eruit geroepen en gekozen wordt en gezet in het Boek des Levens, dat er een geluid uit de hemel zal komen wat zo'n doop van de Heilige Geest in die bruid zal teweeg brengen, dat het haar van de aarde zal wegnemen, in een opnemende genade. God beloofde het.

78 Ik maak me er geen zorgen over hoezeer de wetenschap... en hoeveel astronauten ze hebben gemonsterd en al het andere, en hoeveel miljoenen mijlen ze kunnen kijken – dat maakt mij helemaal niets uit. Er is een hemel en er is daar een letterlijke Jezus Christus, die zal komen in lichamelijke vorm om Zijn gemeente en Zijn bruid te ontvangen! Ongeacht hoe oud die geschiedenis schijnt te zijn, het is nog altijd de Waarheid; God heeft het zo gesproken. Dat is wat gelovigen geloven.

79 God sprak: "Ik ben de Here... die al uw krankheden geneest. Ik ben God en verander niet." Amen! God is Woord en als God niet verandert, hoe zal dan het Woord veranderen! Ziet u? "Ik ben de Here, Ik verander niet." De Schrift zegt dat; God zei het Zelf. En als Hij niet kan veranderen, dan is Hij het Woord. "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God." (Het onveranderlijke Woord!) "Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond." Amen! Ja, zeker.

80 God deed de hele tijd lichamen opstaan – Mozes, Ezechiël, Jeremia, Jesaja en Elia – overal vroeger, waar Zijn Woord tijdelijk kwam; maar het volledige Woord werd gemanifesteerd in deze Mens Jezus Christus; Die God was in het... God in de volheid van de Godheid lichamelijk. Daar werd Hij vlees gemaakt. Ik geloof dat, elk woord.

81 Job, nog een gelovige. Soms worden gelovigen op de proef gesteld, niet soms, altijd! Want elke zoon die tot God komt moet worden gekastijd, beproefd, opgevoed als een kind! Denk terug aan de beproevingen, de stoffige wegen, de hete zon van de vervolging; maar de trouw van uw hart bewerkt dat materiaal, tot het gereed is om gevormd te worden. Gods kinderen worden op correcte wijze gevormd naar Zijn Woord, want zij zijn levende voorbeelden, en het Woord van God leeft door hen heen. Begrijpt u? De beproeving komt om u te schudden, om u helemaal tot op de bodem te brengen, om te zien waar u zult standhouden. Ziet u? Beproefd, elke zoon die tot God komt wordt beproefd.

82 Job maakte de beproevingen en de tests mee – zijn kinderen werden weggenomen en al het andere werd weggenomen. De kerkleden kwamen om hem ervan te beschuldigen een verborgen zondaar te zijn, en ze probeerden van alles tegen hem in te brengen, maar toch wilde hij er niets van horen. Hij wist dat hij aan Gods eisen had voldaan. Hij wist dat het voor Satan geen zin had om te proberen hem te verzoeken! Hij wist dat het de duivel was! Zo lang als Satan hem kon laten geloven dat zijn ziekte door zijn God werd veroorzaakt, had hij Job verslagen. Maar toen Job eenmaal die openbaring ontving dat het God niet was, toen ging hij alleen maar door zijn beproevingen heen om uit hem iets te vormen. God deed het niet; Satan deed het!

83 Het is vandaag hetzelfde. Hij zal u proberen te vertellen dat deze beproevingen en zo van uw God komen, die probeert u straf op te leggen. Zo is het niet. O nee. Satan doet dat en God staat het toe om u te harden, om u te laten zien of u gebonden bent aan deze aarde door de zorgen van de aarde, of dat uw schat in de hemelen is. Want waar uw schat is, daar bent u ook. Uw hart is waar uw schatten zijn.

84 Job, hoewel beproefd, zei toch: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft; op de laatste dag zal Hij op de aarde staan. Hoewel, nadat mijn huidwormen dit lichaam vernietigen..." Hebt u het opgemerkt? De huidwormen waren al in hem. Uw huidwormen zijn in u. Al ligt u in een verzegelde kist, met totaal geen lucht erin of wat ook, de huidwormen zijn er reeds. Ze zijn al in u, en ze staan elk moment klaar om geroepen te worden hun plicht te doen.

85 Herinnert u zich Caesar? Hij verkankerde midden op straat. De huidwormen aten hem gewoon op straat op, zijn eigen huidwormen. Ze zijn daar al.

86 "Hoewel nadat mijn huidwormen dit lichaam vernietigen, zal ik in mijn vlees God aanschouwen." Amen! U kunt het niet volkomen vernietigen; hoewel de huidwormen het opeten, toch zal het weer terugkomen. "Die ik zelf mij ten goede aanschouwen zal, die mijn eigen ogen zullen zien en niet een vreemde." Job zei het. Waarom? Hij was een gelovige. In beproevingen was hij een gelovige; in vervolging was hij een gelovige! Hij was een ware gelovige.

87 Jozef, weer een gelovige. Hij kon het niet helpen dat hij was wat hij was. Hij was een profeet; God had hem een profeet gemaakt. Hij wilde niet anders zijn dan zijn broeders, maar hij was anders. God maakte hem wat hij was. Niemand anders kon zijn plaats innemen.

88 Niemand kan uw plaats innemen. Ongeacht hoe klein... U zegt: "Ik ben maar een huisvrouw." Niemand kan uw plaats innemen. God in Zijn groot bestel, heeft het lichaam van Christus zo op orde, dat er niemand is die uw plaats kan innemen.

89 Wat zou ik graag Billy Graham's plaats innemen (ieder van ons voorgangers), maar we kunnen het niet. Maar bedenk slechts, dat Billy onze plaats niet kan innemen. Ziet u? We hebben allen een plaats. Sommigen van ons zijn evangelist, sommigen profeet, sommigen leraar, sommigen herder; wat we ook maar zijn – sommigen huisvrouw, sommigen monteur, sommigen boer, wat het ook is; God heeft u op uw plaats gesteld. Ziet u?

90 Jozef was een profeet. Hij kon het niet helpen, dat hij dromen kon uitleggen. Hij kon het niet helpen, dat hij visioenen zag. Kijk hoe waarachtig hij was. Het maakte niet uit of het zijn gemeenschap met zijn broeders kostte, hij was trouw, omdat hij die dromen geloofde. Hij geloofde dat de droom die hij had gehad zou komen te geschieden, dat ze allen (de schoven) voor hem zouden buigen, omdat hij die droom geloofde. Hij was een ware gelovige. Hoe... Ik heb nog vijf minuten – tien bladzijden.

91 Nu, let op. Let op een Schriftgedeelte wat ik hier heb opgeschreven. Nathanaël, hij was een gelovige. Is dat juist? Nathanaël, toen hij zag wat er plaatsvond... Het deed hem iets, dat Jezus hem vertelde wie hij was en zei dat hij een Israëliet was, en dat er in hem geen bedrog was, en dat Hij hem zei waar hij de vorige dag was, biddend onder een boom. Hij zag hem, toen Filippus hem riep. Hij was een gelovige.

92 Er waren er velen die daar stonden en zeiden: "Dit is de geest van de duivel. De duivel doet gebedsgenezing." Die oude duivel is ook vandaag nog niet dood. Ze geloven dat de duivel aan gebedsgenezing doet.

93 Jezus zei: "Indien de Satan de Satan uitdrijft, is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe zal dan zijn koninkrijk kunnen standhouden?" Ziet u? Satan zei... Hij kan het niet doen. Dus Satan kan Satan niet uitwerpen.

94 Dus, Nathanaël was een gelovige. Toen hij zag dat het Woord vlees was geworden, betuigde hij dat hij een gelovige was en hij zei: "Rabbi, gij zijt de Christus, Gij zijt de Koning van Israël!" Hij geloofde het.

     Toen de vrouw bij de bron het zag, geloofde zij het. Zij is een gelovige.

95 Toen de blinde Bartimeüs... Toen er een vrouw langs kwam... Iedereen schreeuwde en ging tekeer, en enigen van hen zeiden: "Daar is een heel... ik hoor dat u de doden opwekte. Er ligt hierboven een hele begraafplaats vol; kom en wek ze op! Laat ons zien dat u het doet." Ziet u, dat is diezelfde duivel die zei: "Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen broden worden." Dezelfde was het die een doek over Zijn gelaat trok, Hem op het hoofd sloeg en zei... ze gaven de stok aan elkaar door en zeiden: "Nu, als u ons zult vertellen wie u sloeg, zullen we u geloven." Die soldaten (ziet u?), die de gek met Hem staken. Het leek erop of het met Hem tot een ontknoping zou komen, maar herinner u slechts, God is altijd op het toneel. Ziet u? Hij stond daar elk moment gereed.

96 Nu, Jezus zei: "Of meent gij dat Ik Mijn Vader niet kan aanroepen en Hij zal Mij terstond meer dan twaalf legioenen engelen ter zijde stellen?" O, wat zou één engel doen? Maar u ziet... Hij zou twaalf legioenen engelen kunnen zenden op Zijn bevel. Maar Hij had een werk te doen. Hij moest iets doen. Hij moest dat doormaken.

97 U hebt iets te doen. God heeft iets voor u om te doen. U hebt misschien wat hartzeer en wat moeilijkheden; u mag wat teleurstellingen hebben, maar moeten wij bidden om eraan te ontkomen? Nee, Here, breng mij er doorheen, wat het ook moge zijn. Wat het ook is, laat mij er niet aan ontsnappen. Als ze voor mij staan, geef me dan slechts genade om er doorheen te komen. Dat is alles.

98 Nu, let op de blinde Bartimeüs. Hij wist dat er werd verteld: "Dit is die profeet van Galilea; Hij is de Zoon van David. Wij geloven het." Enigen van de gelovigen moeten hem dat hebben verteld. "Wij gelovigen weten dat Hij die Zoon van David is." En hij wist dat als Hij dat was, Hij het Woord was.

99 Als hij wist dat Hij het Woord was, dan wist hij dat Hij de gedachten des harten kon onderscheiden. Dus riep hij: "Gij Zone Davids, heb medelijden met mij." De ongelovigen schreeuwden van dit en van dat – de kerkleden. Dat weerhield de blinde Bartimeüs niet in het minst. Hij zei: "O, Jezus, Gij Zoon van David, heb medelijden met mij!"

100 Misschien kon Hij hem niet horen, maar Hij wist dat hij riep, en Hij stopte en draaide Zich om. Daar was een gelovige. Hij zei: "Uw geloof heeft u behouden." Amen.

101 Hij zei datzelfde tegen de vrouw met de bloedvloeiing. "Uw geloof..." Omdat zij in haar hart zei: "Als ik Zijn kleed kan aanraken, zal ik behouden zijn." "Uw geloof heeft u behouden." Ziet u? Zij was een gelovige.

102 Dat is hetzelfde wat William Dauch redde, die daar zit, die onlangs een volledige hartverlamming en een hartaanval had – een man van eenennegentig jaar oud. "Uw geloof heeft u behouden!" Waarom? Hij is een gelovige.

103 De Eerwaarde heer Tom Kidd hier, die praktisch in zijn... die nu een heel eind op weg is naar de negentig, vermoed ik, of er dichtbij. En toen hij negenenzeventig jaar oud was, brachten ze hem naar het ziekenhuis met een kankergezwel aan de prostaat. De doktoren zeiden dat hij geen kans maakte, maar toen wij die morgen naar binnen liepen en die kleine patriarch daar zagen zitten met zijn shawl over zijn schouders, tikkend met een kleine wandelstok... Hij was bijna buiten zichzelf. Hij praatte tegen de oude vrouw die daar zat... Hij noemde haar grootmoeder; hij kende haar – het was iemand die jarenlang een van de leden van zijn gemeente was geweest. Hij zei: "U ziet er zo wit uit als sneeuw" – hij was niet bij zijn volle verstand. Toen echter de kracht van God de kamer beroerde... Hij leeft vanavond! Dat is vier jaar geleden! Een man van bijna tachtig jaar oud, en hier zit hij vanavond: volmaakt gezond en wel, genezen van kanker! Geen schijngelovige, een gelovige! Dat is het. Geloof. Hij die God op Zijn Woord neemt.

104 Precies zoals het met de blinde Bartimeüs was. Blind, maar toch wist hij, als hij de aandacht van Jezus Christus kon trekken, dat hij zou ontvangen wat hij van node had.

105 De vrouw wist, dat als ze Zijn kleed zou kunnen aanraken, dat ze zou ontvangen wat ze van node had.

106 Tom wist – hij had geloof, dat als ik voor hem zou bidden, hij zou ontvangen wat hij van node had.

107 Is dat niet hetzelfde geloof, als toen Martha zei: "Ook nu weet ik, dat God U geven zal al wat Gij van God begeert. Mijn broeder ligt ginds al vier dagen dood in het graf, maar vraagt Gij God slechts, en God zal het voor U doen."

     Hij antwoordde: "Uw broeder zal opstaan."

108 En ze zei: "Ja, Here, ik weet dat hij zal opstaan bij de opstanding ten jongsten dage. Hij is een goede jongen."

     Hij zei: "Maar Ik ben die Opstanding en het Leven!"

     "Ja, Here, dat geloof ik ook."

     "Waar hebt gij hem gelegd?" Dat is het. Het is voorbij. Jazeker.

109 De koningin van het Zuiden kwam in die generatie van ongelovigen (zo is het) en stond daar en geloofde dat wat zij zag van God was. De Bijbel zei dat zij zou opstaan in de laatste dag met die generatie en haar veroordelen, omdat zij kwam van het uiterste van de wereld, om de wijsheid van Salomo te horen.

110 Mozes was een gelovige. Hoewel hij het op de intellectuele manier probeerde; hij probeerde elke methode die hij kende, maar het wilde niet werken. Hij probeerde Israël eruit te halen, wetend dat hij geroepen was om het te doen. Hij probeerde het op wiskundige manier; hij probeerde het op de militaire manier; hij probeerde het op de manier van een goede opleiding, hij probeerde het op elke manier, maar het wilde niet werken. Maar toen nam hij Gods manier. Wat gebeurde er? Op een dag was daar een vuur in een struik, dat niet weg wilde gaan. Van daaruit sprak het Woord tot hem! Het sprak: "IK BEN" – Niet "Ik wàs" of "Ik zal zijn" – "IK BEN." En Hij is nog steeds de IK BEN! Hij is het Woord, het Eeuwige, immer durende Woord.

111 Mozes twijfelde niet. De moeilijkheden die hem in de weg kwamen... De hele natuur was tegen hem; alles was tegen hem. Hij had alleen een kromme stok in zijn hand, maar hij ging daarheen en nam het hele land over, en verdronk het ginds in de Rode Zee. Hij nam Israël mee naar het beloofde land. Waarom? Hij geloofde God. Precies. Hij had een... Dat is een gelovige. We zouden daarbij kunnen blijven... Nu, ik heb al een half uur stilgestaan bij de gelovigen. Er zijn nog twee klassen. We zullen ze vlug doornemen, omdat ze hoe dan ook niet van belang zijn. Nee.

112 Dan, ten tweede, komt hier nu de ongelovige. Laten we vervolgens over de ongelovige spreken.

113 Wat doet de ongelovige? Wat zien we de gelovige doen? Hij aanvaardt het Woord: elk ras, elke generatie; we kunnen het volgen, helemaal vanaf Noach en zo verder door. We zouden zes maanden lang opwekkingsdiensten kunnen houden over dat onderwerp, de karakters naar voren brengend. Zij geloofden. De gelovige betwijfelt het niet. De gelovige gelooft het, ongeacht hoe het klinkt of wat iemand anders erover te zeggen heeft, hoe onmogelijk het ook schijnt te zijn. De gelovige gelooft het. Wat gelooft hij? Het Woord, niet de geloofsbelijdenis, het Woord; niet de denominatie, het Woord; niet wat iemand anders zegt, maar wat het Woord zegt. Nu onthoudt, dat is de gelovige! De gelovige betwijfelt het niet. De gelovige zegt niet: "Hoe is dat mogelijk? Als iemand het me kan uitleggen..." Dat is de ongelovige. Ziet u? Het is de gelovige voor wie het niet uitmaakt hoe het is, als het het Woord is, is het het Woord. Zo is het. Dat is de gelovige.

114 Nu de ongelovige. We zullen nu de ongelovige nemen. We ontdekken dat ze het goed deden zo lang ze op de rug werden geklopt en discipelen werden genoemd. Zo lang alles fijn ging was het goed met hen. Maar toen deze Profeet, van wie ze geloofden dat het een profeet was, en waarvan ze wisten dat Hij het was; die de zieken kon genezen enzovoort... Wat deed hij? Toen de werkelijke Waarheid en de berisping kwamen, in tegenspraak met wat zij geloofden, konden zij het Woord niet aannemen. Zij konden de wonderen aanvaarden en zij deden ze zelf ook. Zij gingen uit en wierpen duivelen uit, predikten het Woord, en toch waren het ongelovigen. Matthéüs 10. Hij zond hen uit, twee aan twee – de zeventig – en ze wierpen duivelen uit, in zo'n mate, dat Jezus zich verheugde en zei: "Ik zag de Satan als een bliksem uit de hemel vallen." Ziet u? Zij wierpen duivelen uit. Judas was onder hen (hier komen de ongelovigen), maar zodra Jezus begon te zeggen dat Hij iets was, dat Hij de Opstanding was, dat Hij het Leven was... "Wat dan, indien gij de Zoon des mensen daarheen zaagt opvaren waar Hij tevoren was?"

115 "Nu, deze man probeert te vertellen dat Hij uit de hemel komt. Dat wordt ons teveel! Dat kunnen we niet geloven."

116 Hij zei: "Wat is het? De Geest is het, die levend maakt; het vlees, waar u over spreekt, doet geen nut."

117 Daar hebt u het. De Geest maakt het Woord levend. Het is de Geest, niet de geloofsbelijdenis; de Geest van de Heilige Geest brengt het Woord voor u tot leven en het wordt levend. Daar hebt u het. U ziet het. Door geloof ziet u het. U weet dat het zo is, omdat het Woord het zo zegt, en de Geest brengt het Woord voor u tot leven. Daar hebt u het.

118 Nu, u zei: "Hoe zit het met..." En zodra we dit deden, ontdekten we dat de ongelovigen, wanneer je iets zegt waar ze het niet mee eens zijn, bij je weg lopen. "Ik wil gewoon niet..." O, men is zo stijfkoppig aan het worden in de wereld vandaag. Begin gewoon iets te zeggen en ze komen bijeen.

119 Ik merk in samenkomsten, dat ze binnenstromen (grote massa's mensen) en je gaat staan en begint iets te zeggen. Nu, zolang... Ze zullen daar zitten te kijken, gewoon wachtend, en zodra je zegt: "Nu, Jezus Christus betuigde Zichzelf als de Messias, omdat Hij een Profeet was", dan is de maat vol en daar gaat iemand... en weg gaan ze. Wat is het? – ongelovigen!

120 Nu zegt u: "Dat verzint u." Dat doe ik niet! Ik zeg helemaal precies wat de Bijbel hier zegt. Zij waren ongelovigen, en ze liepen eruit. Hoewel ze discipelen waren, maar het was in tegenspraak met wat...

121 Ze zeiden: "Wie zou zoiets dergelijks kunnen geloven?" Ziet u? Zij waren Farizeeën en Sadduceeën die eruit waren gekomen, zich voegden – gingen bij Hem naar binnen, omdat... Ziet u, wanneer het bovennatuurlijke ten toon wordt gespreid, brengt het drie verschillende soorten voort. Het gebeurde ook in Egypte. Het bracht de ongelovige, de gelovige, en de schijngelovige voort. Deze drie klassen. Ik heb het hier even opgeschreven, om er op in te gaan en in de loop van de avond uit te leggen hoe het zit. Overal vindt u ze, ziet u die drie groepen. U vindt het altijd op die wijze.

122 Bezie nu deze zeventig. Zij liepen weg, omdat het niet overeenstemde met wat zij geloofden dat juist was. Er is geen gedachte die bij ons opkomt – het is wat Hij zei. U verloochent uw eigen denken. U zegt slechts wat Hij zegt. Dat is een werkelijke belijdenis. Belijdenis betekent: hetzelfde te zeggen.

123 Als ik belijd dat een bepaald iets heeft plaatsgevonden, dan vertel ik precies wat er heeft plaatsgevonden. Dat is een werkelijke belijdenis – en Hij is de Hogepriester van onze belijdenis (ziet u?), hetzelfde zeggend als wat God zei. Ziet u, dat maakt dat het goed is, omdat u gewoon Gods Woord herhaalt.

124 Nu, let op, de zeventig gingen weg. Wat deden ze? Zij gingen alleen weg omdat ze het er niet mee eens waren. Hun wijsheid, hun binding die ze met de kerk hadden, was te sterk. Dat was teveel voor hen, te denken dat deze man die hier stond, die... Heel de rest van de mensen geloofde dat Hij op onwettige wijze geboren was, dat Hij het recht niet had om Zich God te noemen, en dat Hij slechts een mens was.

125 Ze zeiden: "We stenigen U niet voor een goed werk dat U verricht, maar we stenigen U omdat U, die een mens bent, Zichzelf God maakt." En het Woord zei dat Hij God was! "En men noemt Hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader..." Dezelfde Schriftgedeelten die zij lazen, op dezelfde dag dat zij de Psalm zongen (de 22e Psalm): "Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten...? Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij. Niet een been zal worden gebroken..." Dezelfde Psalm die ze herhaalden in de tempel... en daar hing het Offer en riep dezelfde woorden die David achthonderd jaar tevoren had gesproken, maar ze waren te blind om het te zien.

126 En vandaag is dezelfde God die van dit tijdperk sprak op het toneel en doet precies wat Hij zei dat Hij zou doen, maar ze zijn te blind om het te zien! Dat zijn ongelovigen. Ze lopen eruit en zeggen: "O, zulke zaken kan ik niet geloven! Dat heb ik nog nooit in mijn leven gehoord!" Het maakt helemaal geen verschil wat u hebt gehoord. De Bijbel zei dat het zou gebeuren. Dat is Zijn Woord.

127 Zij hadden er destijds evenmin van gehoord, maar het gebeurde evengoed. Ziet u? Zo is het. Zij waren ongelovigen, net zoals Eva. Zij was natuurlijk erg religieus, maar ze geloofde het waarachtige Woord niet, en ze moest zich een religie maken, dus maakte zij voor zich een paar vijgebladeren. Ziet u? Maar dat zou niet werken. Religie betekent: "een bedekking".

128 Kaïn deed hetzelfde. Kaïn kon niet geloven dat dat juist was. Hij zei: "God is heilig; God is zuiver, en God is prachtig; dus zal ik wat bloemen halen, en ik zal wat van de bloemen nemen en ik zal een fijn, groot altaar maken, en ik zal mijn eerbied voor Hem tonen. Ik zal er voor gaan staan en ik zal me voor Hem neerbuigen en die God aanbidden. Ik zal bloemen op het altaar leggen, omdat, weet u, mijn vader en moeder een paar appels (wat fruit) in de Hof van Eden aten en dat is de zaak die mij erbuiten zette. Daarom zal ik terugkeren, omdat ik het mooi wil maken." "God kan mijn grote kathedraal gewoon niet afwijzen. Daar is het een al te grote kathedraal voor. Ik zal hem zo mooi maken dat het Gods aandacht zal trekken." Satan is degene die in schoonheid woont. Dat is precies wat de Schrift zegt.

129 Daarom is een knappe vrouw soms een lokaas voor Satan. Als hij slechts vat op haar kan krijgen, kan hij daarmee meer mannen de hel inslingeren dan hij zou kunnen met al de dranklokalen in het land. Zo is het. Ziet u? Of met de een of andere geweldig knappe man, die niet stand zou houden in waarachtig mannelijk te zijn. Ziet u? Nog eens, hij kan die vrouwen naar de duivel sturen en hen naar de hel zenden. Ja zeker.

130 Let op, Satan woont in schoonheid. Wat probeerde hij in den beginne te doen? – een mooier koninkrijk te maken dan dat van Michaël. Hij veranderde zijn woonplaats naar het noorden en nam tweederde van de engelen met zich mee. Ziet u wiens zoon dat dan was, die die natuur in zich had? Satans zoon. Dat was het zeker.

131 Nu, hij bouwde het altaar, en hij knielde neer en hij aanbad. Hij deed alle dingen die Abel deed. Maar Abel wist dat het dat niet was. Hij wist dat het bloed was wat hen eruit weggehaald had. Hij wist dat dat het was; het was het bloed van de sex. Daarom nam hij een klein dier, offerde het op een steen, en hakte zijn hals kapot.

132 Let op, Kaïn, hij... God zei hem: "Waarom aanbid je niet zoals je broeder? En je zult het goed doen. Je zult het goed doen als je dat zult doen." Maar nee, hij wist het beter. Ziet u? Hij verwierp het oorspronkelijke betuigde Woord. Met zijn kinderen is het zo vandaag. Ziet u?

133 Nu kijk, God had het betuigd. De Bijbel zei, in Hebreeën het 4e hoofdstuk – of het 11e hoofdstuk – dat God getuigenis gaf aan zijn gave, dat hij rechtvaardig was. God betuigde zijn offer; God bewees dat Hij het aanvaardde; dat was Zijn Woord, Zijn plan; Hij zei tegen Kaïn: "Doe hetzelfde en leef." Maar denkt u dat hij zijn idee wilde opgeven? O, nee. Hij was een ongelovige. Hij liep regelrecht weg. Zo is het. Kaïn deed hetzelfde; Nimrod deed hetzelfde – ongelovigen. Hij geloofde niet.

134 Beltsazar, hetzelfde; hoewel – of Nebukadnezar. Hoewel hij Daniël als zijn god had (Hij noemde hem Beltsazar, wat de naam van zijn god was), hij zag Daniël de grote werken Gods doen, en toen wist hij dat Beltsazar geloofde – of, dat Daniël een god was. Daarom liet hij een beeld voor hem maken en liet het daar plaatsen en liet iedereen het aanbidden, enzovoort.

135 Ziet u, het heidense koninkrijk ving aan met het afdwingen van de aanbidding van een beeld van een heilig man. En het heidense koninkrijk eindigt met het afdwingen van het beeld van een heilig man. Ziet u? Op dezelfde manier. En er was een teken aan de wand in onbekende tongen aan het begin van het heiden-koninkrijk, wat niemand kon lezen dan die profeet, en er is vandaag een teken aan de wand (zo is het) – Ikabod – dat de heerlijkheid van God van die dingen is geweken. Het teken is aan de wand en kan worden gelezen door de geestelijk gezinde mens, die gelooft in geestelijke dingen, die geboren is uit de Geest van God.

136 De oude Belsazar gaat heen en haalt dit vaatwerk van de Here om er wijn uit te drinken. Waarom? Hij was een ongelovige. Hij dacht dat hij een gelovige was, maar hij was een ongelovige. Ziet u, dat is het. Hij geloofde het Woord niet.

137 Achab, hij was een ongelovige, hoewel hij handelde alsof hij het niet was. Nee, nee, hij was onder de gelovigen, maar hij was een ongelovige. Wat deed hij? Hij trouwde met een afgodendienares, en bracht de afgoderij regelrecht Israël binnen. Hij was een ongelovige; we weten dat.

138 Ze ontkennen dat het hele Woord van God waar is. De ongelovige is... Ziet u, nu bedenk, hij is een huichelaar. En hij handelt alsof... Hij zégt dat hij het gelooft, maar hij ontkent het. Hij zei: "Wel, zoveel ervan is goed", maar als niet alles ervan juist is, dan maakt dat hem een ongelovige. U moet elke tittel en elke jota, alles wat daarin wordt gesproken, geloven. Het moet waarachtig zijn. Als het niet waarachtig is – als u zegt: "Nu, ik geloof dat niet", wel, dan bent u een ongelovige.

139 Iemand zei eens tegen me – een voorganger, hij zei: "Het maakt mij niet uit, meneer Branham, hoeveel mensen u zou kunnen laten komen van wie u zei dat ze genezen werden, ik zou het niet geloven."

140 Ik zei: "Zeker niet, u kunt het niet geloven. U bent een ongelovige; het was niet voor u. Het is alleen voor de gelovigen." U zult het moeten geloven. Ziet u? En zij geloven het niet. Daarom, wanneer u iemand ziet, die in die... Terecht sprak Paulus (de profeet) ervan, dat ze opgeblazen zouden zijn, onhandelbaar, met meer liefde voor genot dan voor God, en met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan zouden verloochenen, de kracht van het Woord; houd ook dezen op een afstand.

141 Merk op, ze ontkennen heel het Woord, maar wat de vorm betreft zijn ze religieus. Ze zijn ongelovigen ten opzichte van het ware Woord, hoewel het wordt betuigd. Door elk tijdperk heen betuigde God het Woord van deze mensen waar ik over sprak: Noach, en dan verder via Mozes, al de profeten, enzovoort. God sprak door het bovennatuurlijke, en betuigde het Woord en toch lopen die mensen er regelrecht bij vandaan.

142 En hier staan deze discipelen (die zeventig), die toekeken terwijl Jezus de dingen deed die Hij deed, en die de Schrift kenden. Hij vertelde hen dat dat het tijdperk was waarin dit plaats zou vinden. En toen Hij iets zei (de Zoon des mensen)... Wat zou u zeggen, toen Hij hen begon te vertellen over het breken van het brood, enzovoort, en voort ging hen te vertellen over grote geestelijke dingen?

143 Ze zeiden: "O, deze rede is hard."

     Hij antwoordde: "Wat dan, indien gij de Zoon des mensen daarheen zaagt opvaren, waar Hij tevoren was?" Hij zei: "Is het het vlees of de Geest die levend maakt?" Ziet u? En toen keerden ze zich af.

144 "O, dat is... Ach, dat kan ik niet geloven." Ziet u? Ze gingen regelrecht weg, vanwege het Woord. Ze willen zelfs niet blijven om te zien wat er plaatsvindt. Dat is de ongelovige. Wat deden ze dan?

145 We ontdekken dat deze mensen, deze gelovigen (zogenaamde gelovigen, echter naar religieuze vormen) in gebreke blijven de betuigde Waarheid van het Woord van God te zien, omdat het in strijd is met wat zij geloven. Ziet u, het maakt helemaal niets uit wat u gelooft; hoe trouw u bent; hoe religieus u bent, dat heeft er niet één ding mee te maken. Oprechtheid – wel, dat heeft er niets mee te maken. Ik heb zulke oprechte mensen gezien. Ik zag de heidenen hun kinderen verbranden, ze voeren aan de krokodillen – moeders met hun baby's. Dat is meer dan een Christen zou doen. Ziet u? Ze geloven oprecht, oprecht, maar ze zijn oprecht fout.

146 De mensen zeggen: "Wel, deze kerk doorstond... Die..."

     U bent oprecht fout als het in tegenspraak met het Woord is.

     "Wel, kijk nu, ik geloof niet in zulke dingen."

     Toch zei de Bijbel dat het zo was. Ziet u?

     "Ik geloof niet dat we dit hoeven te doen."

147 Het maakt mij niet uit wat u denkt dat u niet hoeft te doen; God zei dat het moet worden gedaan. "Deze tekenen zullen hen volgen." Tot hoever? – aan heel de wereld. Aan wie? – aan elk schepsel. Ziet u? Het zal zo zijn. Niet misschien, het zal zéker zo gaan zijn. En deze boodschap van het uur, waarin we ons nu verheugen – de Tegenwoordigheid van God, de laatste dag, de avondtijd, wanneer de lichten schijnen, en de dingen zich beginnen te ontsluiten, het Woord betuigd en bewezen wordt dat het de Waarheid is; zowel in profetie als dat het komt te geschieden, alles door de wetenschap en alles bewezen, dat het Jezus Christus is, dezelfde gisteren, heden en voor immer. En dat een mens daarvoor wegloopt? Hij is een ongelovige. Er is geen hoop voor hem. Hij is verlamd door de kracht van Satan, daarom is er geen hoop voor hem. Hij heeft geen hoop meer.

148 Nu, dat was de gelovige; vervolgens de ongelovige en nu de derde klasse waar we over spreken: de schijngelovige. Dat is hem wel! – de schijngelovige. Nu bedenk, ze stonden daar alle drie. We ontdekken dat ze precies zo doen als hun vader, Judas. Daar stonden Petrus en de rest van de apostelen, gelovigen. Daar stonden de zeventig – ongelovigen. En daar stond Judas, die er aldoor bij bleef; hij was een schijngelovige. Wat doen dezen?

149 Dit is het soort dat volhoudt tot ze het een of ander kunnen vinden – er een fout in kunnen vinden. Ze kijken elke keer om een uitvlucht te vinden, om te zien hoe het wordt gedaan, om te zien of het een truc is, of het bedriegerij is. Ze wachten tot ze denken te zien dat ze bedrogen worden. Daar kijken ze naar uit. De ongelovige wacht zelfs niet af. Hij heeft er zijn oordeel over gegeven en liep weg... De gelovige gelooft het hoe dan ook, ongeacht wat er gebeurt, want het is het Woord! Daar zijn uw drie klassen. De ongelovige zal eruit lopen bij het eerste wat er wordt gezegd, wat niet naar zijn zin is. Broeder, op datzelfde ogenblik zal hij kleur bekennen; hij is een ongelovige.

150 Johannes zei: "Zij zijn van ons uitgegaan, want zij waren vanaf het begin uit ons niet. Zij begonnen met ons." En Paulus zei: "Gij liept goed. Wie is u in de weg gekomen?" Ziet u het? Zij gingen uit van ons, omdat ze niet bij ons hoorden. Toen ze zagen dat het Woord volmaakt voortgang vond, wilden ze de een of andere soort truc hebben, waarmee ze konden werken. Ziet u? Maar de werkelijke gelovigen betwijfelen niets. Het staat geschreven in het Woord en zij geloven het en gaan gewoon door. Dat is het. Altijd: "Er staat geschreven." Als het niet geschreven staat, wel, blijft u er gewoon vandaan, ongeacht wat er gebeurt. Het moet geschreven staan. Ziet u? Zij zien dat geschreven Woord en ze geloven het. Ze zien hoe God werkt in Zijn Woord, ze zien het uur, de Boodschap, de tijd, en ze wandelen met Hem zoals ik vanmorgen zei.

151 Wat moet de oude Pilatus 's nachts het vertrek heen en weer zijn gelopen met zijn gekweld geweten, proberend zich te zuiveren. Hij zei: "Mijn..." Ongetwijfeld heeft hij het uitgeschreeuwd in die nacht, zeggend: "Ik heb de hele nacht mijn handen gewassen, ik kan het nog steeds niet begrijpen." Ziet u? "Ze zijn niet rein. Ik zal Hem nooit kunnen ontmoeten; Ik heb bloed aan mijn handen." Ziet u? Weest u daar nooit schuldig aan. Begrijpt u het? Het is op uw handen; er is slechts één manier om het eraf te krijgen, dat is om het te aanvaarden. Zo is het. Word er deel van. Daarvoor werd het gestort.

152 Nu, de schijngelovige blijft er rondhangen en gedraagt zich zo vroom als hij maar kan, maar diep in zijn hart probeert hij te ontdekken hoe u het doet. O, als het land niet vol is van dat soort huichelaars. Dat is een Judas. Dat is het precies. Hij hangt er omheen; wordt deel van de groep. Hij was de penningmeester. Ziet u? Hij staat erbij; hij houdt altijd zijn hand uitgestoken om geld. Van één ding bent u zeker: hij vist altijd naar geld en daarnaar heeft hij zijn hand uitgestoken. Hij is een schijngelovige. Hij gedraagt zich als een gelovige, maar diep in zijn hart... Onthoud, Jezus kon hij niet voor de gek houden.

153 Nadat de zeventig waren heengegaan, en de gelovigen hun standpunt hadden bepaald, draaide Hij zich om naar de gelovigen en Hij zei: "Er is nog steeds iets onder u." Want Hij zei: "Heb Ik niet u twaalven uitgekozen? En een van u is een duivel." Jezus wist het van den beginne. Waarom? Hij was het Woord. Hij wist de geheimen van het hart – wat was dat een moeilijke zaak! Stop even een ogenblik, denk diep, lang en intens na. Wat moet het moeilijk voor Hem zijn geweest, dat daar een man meeliep die Hem "broeder" noemde, en de hele tijd te weten dat dat de bedrieger was, die zou proberen Hem de pas af te snijden, en Hem te verkopen voor dertig zilverlingen. Hoe moeilijk was het om het in Zijn hart te verbergen, terwijl Zijn vriend daar meeliep. Hij zei zelfs: "Vriend (Hij noemde Judas Zijn vriend), ben Ik niet heel de tijd bij u geweest?" Hij wist het in Zijn hart, maar kon het niet zeggen. Hij wist van den beginne wie het was die Hem verraden zou.

154 Daar is die schijngelovige, die alleen maar afwacht. Hij zal daarbuiten zingen: "O, ik geloof dit, en ik geloof dat, en ik geloof dit, maar o, weet u, ik hoorde iemand dit en dat zeggen..." Proberend om.. Gewoon oren die alles willen horen, al is het niet voor hen bestemd. Een echte gelovige hoort niets dan het Woord. Dat is alles. Hij let op het Woord. Hij is niet op zoek naar uitvluchten; hij zoekt niet naar maniertjes. Hij gelooft God. Dat maakt het vast. Hij blijft gewoon doorgaan. Ziet u? Daar is de gelovige.

155 De ongelovige heeft in een ogenblik genoeg, en hij kan geen tien minuten naar de Boodschap blijven luisteren; hij moet opstaan en eruit lopen. Het is tegen zijn geloofsbelijdenis, en hij wil er gewoon niets meer mee te maken hebben, dus loopt hij eruit. Maar de schijngelovige blijft er gewoon bijlopen – die Judas. Ziet u? Dat is de misleider. Dat is de schurk (als ik zo'n woord moet gebruiken). Judas hangt rond.

156 Dit is de tijd... Soms zijn deze schijngelovigen erg populair bij de mensen (dat is waar), deze schijngelovigen. Ziet u? Sommigen van hen zijn machtige mannen, bestudeerd, met een doctorsgraad en een groot inkomen en alles; sommigen van hen zijn grote mannen, scherpzinnig, net zoals zonen van Satan zouden zijn. Kijk hoe Satan daar regelrecht opkwam en het met elk onderdeel van dat Woord eens was. Hij wachtte slechts om die zwakke plek in Eva te vinden, waar hij zijn kracht kon tonen om haar te misleiden en haar te verleiden! Dat was Satan, en hier vinden we Satan in de vorm van Judas in dat tijdperk. Dat was Satan in het eerste tijdperk. Wat deed hij? Hij stemde in met het Woord, totdat daar één klein dingetje... Hij probeerde gewoon een plaats te ontdekken waar hij een zwakke plek zou vinden, en dat is precies wat de Judas nu op dit moment vindt. Hij zal helemaal met de samenkomst meegaan en goed om zich heen kijken tot hij dat kleine plekje kan vinden dat hij... "O, daar is het, dat is het!" Ziet u? "O, zo wordt het gedaan!" Ziet u? Dat is precies waar.

157 Velen van u herinneren zich die avond toen die man naar voren kwam en het podium opliep. Hij dacht dat er mentale telepathie werd gebruikt om de gebedskaarten te lezen. En hoe dacht hij dat hij het op dat moment had, broeder, hij was er zéker van dat hij het had. Hij kwam eraan – hij hoorde bij een kerk die niet gelooft in deze... het Evangelie, het Volle Evangelie. En hij kwam het podium op. Ik was vermoeid, ze stonden op het punt om me weg te brengen. Dat was in Windsor, Ontario. En er... Hij kwam dwars door de Verenigde Staten heen, regelrecht van Detroit naar Windsor – naar de grote gehoorzaal daar. Deze man kwam naar boven met een grijs pak aan en een rode stropdas om – een intelligent uitziende man, een bijzonder pienter iemand. Hij kwam naar het podium en kwam naar boven. En ik zei: "Wel, laat me even uw hand vasthouden. Ik ben vermoeid. Ik heb zoveel visioenen gezien. Laat mij uw hand vasthouden." Ik lette helemaal niet op de man, hij legde zijn hand op de mijne. En ik zei: "Meneer, er is niets met u aan de hand. Gaat u verder."

158 Hij zei: "O, er zijn twee..."

     En ik zei: "Laat me nog eens kijken." Ik zei: "Nee, meneer, er is niet één teken. O nee, u bent een gezond mens."

     Hij zei: "Kom, kijk dan naar mijn gebedskaart."

159 Ik zei: "Het maakt mij niet uit wat u op uw gebedskaart hebt gezet. Ik heb niets met de gebedskaart te maken." Ik dacht er niet bij na, ziet u. Ik was vermoeid en uitgeput, en mijn... Maar de genade van God was er nog steeds, u herinnert het zich. Als Hij u zendt is het Zijn verplichting om voor u te zorgen. Het is niet de mijne. Het is aan Hem; Hij zond het. Er wordt van mij verlangd dat ik pal sta voor de Waarheid.

160 Toen Mozes zijn stok neergooide en hij in een slang veranderde, en de tovenaars hetzelfde deden, wat kon Mozes anders doen dan daar te staan en te wachten op de genade van God? Dat is alles. Hetzelfde. Hij voerde de geboden uit en u weet wat er gebeurde, is het niet?

161 Deze man zei: "Wel," zei hij, "er is wèl wat; kijk maar op mijn gebedskaart."

     Ik zei: "Wel, u hebt misschien een heleboel geloof, wat het misschien gedaan zou kunnen hebben." Ik dacht niet na, ziet u, ik besteedde er zelfs geen aandacht aan. Toen knoopte hij zijn jas los en zette zijn borst vooruit.

162 Hij zei: "Daar hebt u het!" tegen de mensen in de zaal. Ik dacht: "Wat is hier aan de hand?"

163 Hij keek rond en zei: "Daar hebt u het! Ziet u het kunstje?" (Dat is uw Judas! Een religieus man – een prediker van een grote denominatie!) Hij zei: "Daar hebt u het. Nu had ik zoveel geloof. Hij is zo zwak geworden dat hij de telepathie niet meer kan lezen. (Ziet u?) Het bereikt hem niet meer." En toen zei hij: "Niet dat mijn geloof zo groot was, maar ik had dat op de gebedskaart geschreven, en nu kan hij het niet 'doorkrijgen', ziet u? Dat is de truc."

164 Ik dacht: "Wat is er aan het gebeuren?" Toen kwam de genade van God neer.

165 Ik zei: "Meneer, waarom heeft de duivel in uw hart gelegd om te proberen God te misleiden?" Een moderne Judas. Ik zei: "U hoort bij de 'Kerk van Christus'..." Neemt u mij niet kwalijk. Wel, ik heb het al gezegd. "U hoort bij de 'Kerk van Christus' als voorganger – U hoort tot de 'Kerk van Christus' daar in de Verenigde Staten. En die man die daar zit met dat blauwe pak aan, en u, uw vrouw en zijn vrouw zaten daar; u zat aan een tafel gisteravond waarover iets groens lag, zo'n kleedje, en u besloot dat dit telepathie was, en u kwam vanavond..."

166 Die man stond op. Hij zei: "Dat is volkomen waar. God heb genade met mij."

167 Ik zei: "Meneer, u zette T.B. en kanker op die kaart en nu hebt u het. Dat is nu uw deel."

168 En hij greep me bij mijn broekspijp en zei: "Ik heb niet..."

     Ik zei: "Ik kan het niet helpen... Vervolg uw weg. Dat is tussen u en God. U hebt uw vonnis daar op uw kaart geschreven." En dat kreeg hij. Dat was alles wat er van te zeggen was.

169 Ziet u, schijngelovigen, misleiders, die proberen de een of andere fout te vinden bij God en Zijn Woord! Dat zijn de Judassen. Dat zijn ze. Ziet u waar het met Judas op uitdraaide. Ziet u hoe het met die man afliep? Zo gaat het met de schijngelovigen. Ziet u? Schijngelovigen. O, ze zijn zeer bestudeerd. Soms, als er een grote ontknoping komt tussen het Woord en hun geloofsbelijdenis, wanneer dat gebeurt, dan verkopen ze zich aan hun denominaties, precies zoals hun voorloper Judas deed. Judas verkocht zich aan zijn denominatie; hij verkocht Jezus, het Woord, aan zijn denominatie en verried Jezus Christus, nadat hij had beweerd er een deel van te zijn.

170 Voorgangers beweren soms dat ze dienstknechten van Christus zijn, maar wanneer het Woord volkomen wordt bekend gemaakt en wordt bewezen de Boodschap van het uur voor die dag te zijn, dan zullen ze hun populariteit verkopen aan hun denominatie, precies zoals Judas het deed, die Jezus verried aan de Farizeeën en de Sadduceeën. Die geest sterft niet. Dus er... Dat gebeurt temidden van de gelovigen, schijngelovigen en ongelovigen. Begrijpt u? Zo is het helemaal precies... Hij kwam eraan en verkocht Jezus voor dertig zilverlingen en menig man zal het vandaag doen voor een maaltijdbon of voor honderd dollar in de week extra. Dat is juist. Ze ontkennen de God die temidden van hen staat, Die hun leven bracht en bij het volle Woord bracht.

171 Ze zullen zeggen: "O, die dagen dat er wonderen gebeurden zijn voorbij!" of: "Zoiets heeft God tegenwoordig niet nodig." Ziet u het? "O, ik geloof in Jezus Christus, de Zoon van God"; "Ave Maria, moeder van God, gezegend zijt gij onder de vrouwen." Al deze andere dingen die ze zeggen en...

172 Sommigen van hen zeggen: "Ik geloof in de Apostolische geloofsbelijdenis. Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, de Schepper des hemels en der aarde. Ik geloof in de heilige Rooms-katholieke kerk", en al deze dingen.

173 Vertel mij wanneer een apostel ooit een dergelijke geloofsbelijdenis had. Als de apostelen één geloofsbelijdenis hadden, dan staat die wel geschreven in Handelingen 2:38! "Bekeert u, en een ieder van u late zich dopen in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen!" Als er enige geloofsbelijdenis voor hen bestond, dan was het dat wel. Zij hadden geen geloofsbelijdenis. Het was het Woord. Dat is waar. Het blijft nog steeds hetzelfde.

174 Dat is het recept voor de genezing van de ziekte die zonde heet: "En gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Bekeert u en wordt gedoopt tot vergeving van uw zonden." (Ziet u?) "En gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen."

175 Maar zij verkopen zich zoals Judas. Dat is de schijngelovige. Sommigen van hen zijn zeer begaafde mensen (deze schijngelovigen). Houd die man in de gaten. Dat is de schrandere kerel.

176 Deze kleine kerel die het al gauw teveel is, en eruit loopt bij elk zinnetje wat hem niet aanstaat... Besteed geen aandacht aan hem. Hij is gewoon een ongelovige van het begin af aan. Maar wanneer u déze makker ziet (de schijngelovige) die blijft erbij rondhangen (ziet u?), dat is de Judas. Dat is hem.

177 Zoals die grote talenten... Ik zal hier namen gaan noemen (wat ik eigenlijk niet behoorde te doen, maar ik zal ze hoe dan ook gaan noemen, zodat u het zult weten), zoals: Elvis Presley, Red Foley, Ernie Ford, Pat Boone. Elvis Presley is een Pinksterman; Pat Boone: iemand van de 'Kerk van Christus', Red Foley: een diaken van de 'Kerk van Christus'. Nu ik geloof dat Ernest Ford Methodist is. Al die mensen met dergelijke talenten! Ze zijn knap, ze komen daar op de televisie en de mensen zeggen: "Wel, zijn ze niet religieus? Ze zingen liederen." Dat heeft helemaal niets te betekenen! Ze misleiden de wereld! Wat zouden ze ermee opschieten? Judas kreeg dertig zilverlingen; Elvis: een wagenpark Cadillacs, en 100 of 150 miljoen dollar, of een miljoen dollar voor grammofoonplaten en dat soort dingen; Pat Boone en de rest van hen. Het maakt mij niet uit tot welke kerk zij behoren en alles, het is huichelarij. Het is schijngeloof. Het is een onbeschaamdheid, daar hun leven bewijst dat het niet klopt. Juist.

178 Dan zijn er diegenen die talenten hebben om geweldig te kunnen organiseren: wereldlijke wijsheid. Ze prediken het Evangelie – althans beweren het te doen. Schrandere mannen, intellectuelen. Luister. Een man die op dat gebied geoefend is, is geen prediker, dat is iemand die lezingen houdt. Dat is de moeilijkheid vandaag. Wij hebben mensen die lezingen houden.

179 Jezus zei nooit: "Gaat heen en train u om dit te doen." Hij zei: "Gaat heen, predik het Evangelie en deze tekenen zullen de prediking volgen." Ziet u, ziet u het? Laten we niet leren hoe een lezing te houden, bloemrijke zaken naar voren te brengen, die maken dat u zich voelt of u in de directe tegenwoordigheid van een aartsengel zit. Dat is het niet. "Die een schijn van godsvrucht hebben." Ziet u? Dat is iemand die een lezing houdt, dat is niet de Heilige Geest in actie.

180 De een of andere kleine kerel die zijn A-B-C misschien niet eens zou kennen, zou er aan mogen komen met de kracht van het geloof, met het Woord en maken dat de Heilige Geest dingen doet, waar die man niets van afweet en het ontkent. Ziet u? Daar hebt u het. Geweldige mensen. Jazeker.

181 Dan zijn ze organisatoren. Ze zijn voorspoedig, succesvol, knap in wereldlijke wijsheid, helemaal precies zoals Satan met Eva handelde. Die kleine hulpeloze vrouw. Hij kwam regelrecht op haar af en probeerde haar het idee te verkopen dat ze wijzer zou worden dan ze was. En daar keek ze naar uit. In plaats van precies te blijven bij wat het Woord zei, wilde hij haar de gedachte verkopen dat ze dan wijzer zou zijn, en ze kocht zijn koopwaar. En ze doen vandaag nog steeds hetzelfde. De wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God. Jazeker. Ik zei...

182 O, dat is precies hetzelfde als wat de Farizeeën verkochten en deden. Ziet u? Met de wijsheid die ze bezitten, ontkennen ze echter het gehele Woord van God, terwijl het overduidelijk wordt bewezen en aan hen wordt betuigd. Ze proberen steeds iets te vinden en denken dat het een truc is. Ze zijn in hun gedachten niet tot een definitieve overtuiging gekomen. Ze kunnen het niet geloven. Wat u ze ook vertelt, ze komen er weer op terug. U kunt ze van alles vertellen, daar gaan ze weer terug en ze hebben gewoon... Je kunt het niet diep tot hen laten doordringen, ziet u. En let op hen; ze kijken uit naar het moment dat ze een excuus vinden, dat is alles wat ze willen. Als de genade van God er niet was geweest, zouden al mijn excuses tentoongesteld zijn, als ik ze zou hebben gehad. Ziet u? Het is genade van God, omdat er in het Woord van God geen excuses zijn. Het is zuiver Evangelie.

183 Ik heb altijd tot wie dan ook gezegd, dat als u ziet dat ik iets leer of iets doe, wat niet zuiver overeenkomstig het Woord van God is – dat u het me komt vertellen. Hier is datgene wat de uitvluchten bedekt die u probeert te vinden. Richt slechts uw ogen daarop, en u zult geen uitvluchten meer ontdekken, omdat er geen uitvluchten in zijn.

184 Nu bedenk, Judas dacht dat hij er een gevonden had. Die man dacht dat hij er een gevonden had. Vele keren denkt men er één ontdekt te hebben, maar dan blijkt dat het niet zo is. Dat zijn de schijngelovigen, huichelaars. Zij houden voor vijfennegentig procent vast aan het Woord – dat deed Eva ook. Wel negenennegentig en negen-tiende, maar het was die één-tiende procent die alle dood en zorg veroorzaakte. Dat is het ene ding dat de organisaties en dergelijke veroordeelt, omdat zij niet het héle Woord van God nemen. Dat zijn schijngelovigen. We ontdekken dat het altijd zo geweest is. Ze ontkennen echter het ware betuigde Woord. Dezen zijn er altijd, in elke generatie. We ontdekken hen naarmate we voortgaan, en ze zijn ook erg religieus. Nu, ik ben van plan om nu meteen te eindigen, omdat ik al een tweede half uur heb genomen.

185 We ontdekken dat Jezus ons in deze laatste dagen gewaarschuwd heeft voor dit soort mensen, daar ze zo zeer op het werkelijke zouden lijken, dat indien mogelijk, ze absoluut de uitverkorenen zouden verleiden. Wie zijn dat? Dat zijn de Judassen. De mensen die zo ver mee gaan... Kijk, zij kunnen zelfs roepen, jubelen, beweren duivelen uit te werpen en van alles, en keren zich dan om en ontkennen het Woord. Precies. Zij hebben een vorm van godsvrucht. Zij zouden bijna... Kijk tot hoever Judas kwam. Judas' geest klom op in het Evangelie tot aan Pinksteren. Maar toen de tijd kwam om gedoopt te worden in de Naam van Jezus Christus, en deze andere dingen die horen bij de doop van de Heilige Geest, liep hij weg. Hij bekende kleur. En die geest kan in die denominaties voortleven tot ze voor die Waarheid komt te staan, en dan valt ze regelrecht terug, zoals de geest op hen, die aan hun komst vooraf ging, zoals Johannes aan de komst van Jezus voorafging.

186 U zegt: "Jezus zei dat ze er zozeer op zouden lijken." Nu, de uitverkorenen is het soort waarvan hun naam geschreven staat in het Boek des Levens van voor de grondlegging der wereld, die heel het Woord des Levens geloven. Dat zijn de uitverkorenen.

187 Nu, let op deze mensen. Ik zeg dit met eerbied en respect, met goddelijke liefde; als ik dat niet doe, heb ik zelf een altaar oproep nodig. Let op, Jezus zei dat zij de uitverkorenen zelf zouden verleiden. Nu, dat zijn geen Methodisten; dat zijn geen Baptisten. We weten dat zij om te beginnen al ongelovigen zijn, maar het zijn de Pinkster-organisaties die zich denominaties hebben gevormd, die hun paden hebben uitgestippeld zonder het Woord. Die een grenslijn hebben getrokken, die hun eigen organisatie voorop stelden, en het Woord buitensloten. Zij zouden de uitverkorenen zelf verleiden. Zo volmaakt gelijk! U zegt: "Ze roepen; ze jubelen; ze springen op en neer; ze beweren genezingsdiensten te hebben!" Dat deed Judas ook en evenzo heel de rest van hen. Toen ze uitgingen en terugkwamen, zich verblijdend en alles, hadden ze zelfs hun namen geschreven staan in het Boek des Levens des Lams. Maar herinner u, de bruid komt niet op met die groep. Zij gaat in de opname.

188 Bij het oordeel werd de Vierschaar gespannen, en de boeken werden geopend (de bozen) en nog een boek, wat het Boek des Levens is, lag open. En daar was de bruid om het te oordelen. Ziet u? Een ander boek werd geopend, wat het Boek des Levens was. Dat zijn de schapen aan de ene kant en de bokken aan de andere kant. Ziet u, de mensen die vroeger ginds stierven kregen nooit de gelegenheid. Daar zullen degenen zijn die zullen worden afgescheiden.

189 Maar let nu op – "De uitverkorenen zelf verleiden." Let op die groep! Dat is die groep die al de tijd meegaat – "Ja, broeder. Halleluja! Ja! God zij geprezen!" En diep in uw hart ziet u waarom ze u bewerken – om u in de kerk te krijgen. Waarom? Om een groep bijeen te halen, om elk beetje geld wat ze los kunnen krijgen eruit te melken. Dacht u dat ik dat niet wist? Ze zouden mogen denken dat ik het niet weet, maar ik weet het wel. Jezus wist van den beginne wie de misleider was! Ziet u het? Begrijpt u? Maar wat deed Hij? – Hij wachtte tot die tijd. Dat is wat we altijd moeten doen. Wacht tot die tijd; handel niet uit uzelf. Wacht tot dat moment.

190 "Die een schijn hebben" – ze zullen regelrecht doorgaan; dat is die misleidende groep. Let op die misleider. Die groep daar, niet de gelovige, niet de ongelovige, maar die schijngelovige. Wat zijn ze aan het doen? Ze wroeten er net zolang in tot ze denken dat ze iets kunnen vinden; terwijl ze elke stuiver die ze kunnen krijgen uit de mensen halen (ziet u?), om het dan op te hopen in die hele grote organisaties, waar u absoluut tegen bent en dat weten ze. Ziet u, ze weten het. Het maakt helemaal niet uit wat u zegt. Zij hebben hun mensen al voor u gewaarschuwd voordat u komt: "Luister er niet naar."

191 Eén man had de vermetelheid om daar op te staan in Ohio (toen broeder Kidd juist was genezen). Hij kwam daar het podium op en zei: "Nu, broeder Branham is zonder enige twijfel een profeet wanneer de zalving op hem is, maar geloof zijn onderwijzing niet wanneer de zalving hem verlaten heeft, omdat het verkeerd is."

192 En hij wist niet dat, terwijl ik in mijn kamer zat, de Here het mij openbaarde, en ik liep daar regelrecht heen (velen van u waren daar bij), en ik zei: "Waarom zou iemand zoiets zeggen, wanneer het Woord..." Nu, kijk, ik heb nooit gezegd dat ik een profeet was. Hij zei het! En de profeet – het woord profeet (een ziener), in het Oude Testament... Nu, in het Engelse woordgebruik wordt met profeet een prediker bedoeld. Maar de Oudtestamentische ziener was een man die de goddelijke uitleg van het Woord had, en die werd betuigd doordat het Woord tot hem kwam en hij het voorzag. Dat was wat... Een man die zegt dat iemand een profeet is en dan zegt dat zijn onderwijzing fout is... Als dat geen geldinzameling-programma is, wat is het dan wel? Het uur is zeer nabij, dat die zaak uit hun gezichtsveld zal worden weggenomen. Maar dat is het soort (die schijngelovige) dat je op de rug klopt en je 'broeder' noemt, net als Judas. Maar bedenk, Hij wist het van den beginne; Hij weet het nog steeds.

193 Onthoud, ook al degenen die naar deze band luisteren. Jazeker: U behoort tot een van die klassen. Dat is precies waar. Nu, we zullen gaan sluiten.

194 Ieder persoon die hier tegenwoordig is, ieder persoon die naar deze band luistert... – zelfs al zou ik op een of andere dag deze wereld moeten verlaten, dan zullen deze banden nog steeds doorleven. Zo is het. Ziet u? U behoort tot één van die groepen mensen. U moet tot een ervan behoren. Zo is het precies. U kunt er niet aan ontkomen; u behoort tot één van deze groepen.

195 ...?... Vereenzelvig u met een karakter uit de Bijbel dat geloofde. Dat u het Woord geloofde wanneer het werd betuigd, zoals ik vanavond bewees, dat het een betuigd Woord was. Altijd weer tegenovergesteld aan wat algemeen wordt geloofd. Als u zou hebben geleefd in de dagen van Noach (nu laat me dit zeggen), aan welke kant zou u hebben gestaan? Aan de kant van de kerk of aan de kant van Noach, de profeet? Ziet u? Als u zou hebben geleefd in de dagen van Mozes, zou u dan Mozes' boodschap hebben geloofd nadat het door God was bewezen en betuigd? Of zou u met Korach en Dathan en de hunnen zijn meegegaan en hebben gezegd: "U bent niet de enige heilige; andere mensen kunnen ook deze dingen doen die u doet." Ziet u? U zou tot één ervan moeten behoren, en dat behoort u ook vanavond.

196 Zou u aan de kant van Daniël hebben gestaan of aan de kant van de kerk, die daar aanwezig was op het feest van Nebukadnezar dat ze daar gaven? Ziet u? Zou u buiten hebben gestaan, of zou u daar op de partij zijn geweest, op het grote feest dat ze hadden?

197 Zou u bij Elia hebben gestaan, die man die alleen stond, die een ouwe kruk werd genoemd – een man die z'n verstand kwijt was – die boven op de heuvels stond, zijn hoofd daar boven glimmend in de zon, met een kromme stok in zijn hand en vogels die hem voedden? Bij de een of andere zonderling? Of zou u bij de priesters zijn geweest en zij daar allen, bij Izébel en de rest van die modern geklede vrouwen? Terwijl Elia hen daar stond te berispen zo hard hij maar kon. Naar welke kant zou u uw vrouw mee heen hebben genomen? Denk slechts na; maak u gewoon vanavond een voorstelling van uzelf.

198 Zou u, in de dagen van Jezus, bij deze Jongeman zijn geweest die geen geloofsbrieven had? Hij was niet aan een denominatie verbonden. Ze zeiden: "Van welke school kwam u? We hebben u hier niet op onze lijst staan. Hoe bent u aan deze wijsheid gekomen? Hoe bent u het ooit te weten gekomen als wij u deze dingen niet hebben onderwezen? Welke school hebt u doorlopen? Bent u Methodist, Presbyteriaan, of Baptist?" Hij hoorde bij geen één van hen. Dat is juist. Hij was het Woord. Dat is precies juist, broeder. Of zou u de kant van de Farizeeën van het moderne geloof hebben gekozen, van de nederige, oude priester die zo vriendelijk en aardig scheen te zijn, van de organisatie die bestond sinds het Concilie van Nicéa, of sinds Luther het organiseerde, of... Tot welke groep zou u hebben behoord? Bij welke groep zou u zijn geweest? Zou u stand hebben gehouden bij het Woord toen u zag dat het werd betuigd en aan u werd bewezen dat het de Boodschap van de dag was, of zou u het standpunt van de kerk hebben ingenomen? Nu, vorm u vanavond een beeld van uzelf.

199 Zou u bij de apostelen zijn geweest toen zij Jezus en al deze geheimzinnige dingen zagen, toen Hij tegen die voorgangers uitvoer? Hij zei: "Gij zijt een nest vol adders." Tot die eerbare, oude voorgangers, die dat Woord bestudeerden. Hij zei: "Gij zijt niet meer dan een rovershol, en gij zijt vol doodsbeenderen! Gij zijt niets anders dan een gewitte wand." Ziet u? "Gij generatie van slangen." Zou u de kant hebben gekozen van zo'n heethoofdige kerel, die hen daar stond te berispen en hen afkraakte en zei: "Wie van u overtuigt Mij van zonde! Indien Ik niet doe wat de Vader zegt..."

200 Zij zeiden: "Luister er niet naar; die man heeft een boze geest bij zich. Hij is krankzinnig; hij is gek. Hij is bezeten door een duivelse geest." Ziet u? "Nu, hoe zou hij... dat is een waarzeggende geest, en hij zegt... Wat is hij voor iemand? Zijn moeder kreeg hem al voordat zij en haar man getrouwd waren." Ziet u, ziet u het? "Welke school heeft hij doorlopen? We hebben zelfs niet één verslag, dat vermeldt dat hij ooit naar de lagere school ging." En toch, toen Hij twaalf jaar oud was, deed Hij de priesters versteld staan en verbaasde Hij hen met het Woord van God. "Van welke school kwam Hij?" "Van de School van Boven!" "Wat dan, indien gij de Zoon des mensen daarheen zaagt opvaren, waar Hij tevoren was?" Ziet u het? Dat was Zijn school.

201 Maar zou u aan de kant van de apostelen hebben gestaan, bij zo'n man, als het er op aankwam? Of zou u in werkelijkheid weggelopen zijn met de zeventig en gezegd hebben: "Wel, we zullen weer terug gaan naar onze kerk als u op zo'n manier zult gaan leren. Om te zeggen dat u de Zoon des mensen bent... Terwijl per slot van rekening, wie bent u eigenlijk? Wat bent u? Een mens net als ik; ik heb met u gegeten! En dan proberen te zeggen dat u iets bent. Ik heb op u gelet; ik heb uw zwakheid gezien; ik heb u zien huilen; ik heb u zus en zo zien doen; ik zag u met ons de woestijn ingaan en al dergelijke dingen. Nu, u bent gewoon een mens, en dan zeggen dat u neer bent gekomen uit de hemel? Dat is teveel voor me." Zou u met hen zijn weggegaan? Zou u heengegaan zijn met de zeventig, of zou u doorgegaan zijn met de apostelen en met Christus?

202 Toen Martinus probeerde om de doop in de Naam van Jezus Christus in de kerk te handhaven, toen hij bleef proberen om vast te houden aan tekenen en wonderen en dergelijke, en de Katholieke kerk de man veroordeelde en hem zelfs helemaal niet wilde erkennen, en hem eruit gooide, zou u toen de kant van de Katholieke geloofsbelijdenis hebben gekozen, of zou u stand gehouden hebben met Martinus, toen hij weigerde om al deze soorten beelden van dode mensen op te richten en ze te aanbidden,... die beelden te aanbidden enzovoort?

203 Toen hij de dogma's weigerde die waren toegevoegd, zei hij: "Laat het Woord de Waarheid zijn!" God bevestigde hem met grote tekenen en wonderen, en wat hij voorzegde, gebeurde. Alles wat hij deed: hij wandelde in de Geest van God en bewees het, en er was niet één van die priesters of wat ook, die er iets aan kon doen. Zou u zijn zijde hebben gekozen en met Martinus zijn meegegaan, of zou u met de Katholieke geloofsbelijdenis zijn meegegaan?

204 Nu, voor u is het: het Woord van God of de dogma's van de kerk. Kunt u aanvaarden wat de dogma's van de kerk zeggen, of neemt u wat het Woord zegt? Herinner u, dat het in alle tijdperken zo geweest is als het op dit moment nú is. Er heerst altijd een algemeen aanvaard geloof onder de mensen, en het is altijd een heel klein beetje in tegenspraak geweest met het werkelijke Woord. Herinner u, het is nooit gewoon een regelrecht ontkennen ervan geweest. O nee. De antichrist ontkent het Woord niet. Zeker niet. Hij zegt dat hij het gelooft, maar gewoon niet helemaal op de wijze waarop het hier geschreven staat. Ziet u? Begrijpt u het?

205 Satan sprak tegen Eva; Eva geloofde alles, behalve dat kleine beetje wat hij haar vertelde... Ze nemen het gewoon helemaal, behalve een heel klein beetje. Het zou het naar het doopwater gaan kunnen zijn; het zou iets anders mogen zijn. U moet het stuk voor stuk precies nemen op de wijze dat het hier staat (ziet u?), precies zoals het hier werd gezegd. Het zou tot gevolg mogen hebben dat u enige eerste werken weer over gaat doen, maar het is precies wat het Woord zei.

206 Dat is Satans truc geweest sinds hij het voor de eerste keer op Eva toepaste; gewoon een klein beetje van het Woord betwijfelen en dat scheidt altijd deze drie klassen mensen. Het Woord scheidt deze mensen. In elk tijdperk is het op die wijze geweest! In elk tijdperk dat er ooit is geweest, is het zo geweest. Wanneer God iets op het toneel laat verschijnen, wat duidelijk Zijn Woord betuigt, dan zijn daar degenen die zeggen gelovigen te zijn en ze zijn het. Daar zijn degenen die niet terug zouden keren. Zij geloven het Woord; zo lang als u in het Woord blijft, geloven zij het. Maar als het er een beetje mee in tegenspraak komt met wat zij geloven, ongeacht hoezeer God het betuigt, zeggen ze: "Wel, dat weet ik nog zo net niet." Dat is de ongelovige.

207 Of loopt u net zolang mee, alleen maar om te kijken tot u de kans krijgt om te zeggen: "A-h-a-a-a, daar heb je het!" – om iemand een steek in de rug te geven, net als Judas deed. "Ik wist dat het vroeger of later zou gebeuren! Daar hebt u het!" Dat is de schijngelovige. Helemaal; we zien het in de Bijbel.

208 Er was eens een kleine jongen hier in Kentucky, ver weg in de bergen opgegroeid. Hij was nog nooit ergens geweest waar een spiegel was. Hij had een klein stukje aan een boom gespijkerd, maar hij had zichzelf nooit gezien. Hij ging naar Louisville, naar men zei, om bij de zuster van zijn moeder te logeren. Zij woonde in een van die mooie huizen, een ouderwets huis. Toen hij een van de slaapkamers binnenging, was daar een deur die in de hele lengte een spiegel had over de hele deur. Ziet u? En toen de kleine jongen door het huis begon te lopen, stopte hij daar. De kleine Johnny zag een kleine Johnny. Ziet u? Toen krabde hij zich op zijn hoofd, en de kleine Johnny in de spiegel krabde zich ook op zijn hoofd. Hij lachte, en de kleine Johnny in de spiegel lachte. Hij sprong op en neer, en de kleine Johnny in de spiegel sprong op en neer. Ziet u? Hij liep er heel dicht naar toe. Hij dacht dat het een kleine jongen was met wie hij kon spelen. Dus liep hij erheen; en meteen stootte hij zich tegen het glas. Hij draaide zich om en zijn ouders stonden naar hem te kijken. Hij zei: "Mamma, dat ben ik."

209 Nu, kijkt u in deze spiegel, wie bent u? Welke van deze kleine Johnny's doet u na? Welke bent u? Ziet u, u bent één van hen. Een van dezen; een zou er terugkeren bij de eerste zwakke plek die hij vond – wat u een zwakke plek zou noemen. Ziet u? Beproef het met het Woord en zie of het juist is. Als het Woord alle dingen bewijst (begrijpt u?), beproef dan alle dingen door het Woord. Jezus zei om het zo te doen. O ja. "Behoudt het goede." Dat is precies wat Hij zei.

210 Nu, kijk in de spiegel van Gods Woord in de andere tijdperken en zie met welke groep van deze drie u wordt vereenzelvigd. Denk nu even na, als u in de dagen van Noach had geleefd, als u in de dagen van Mozes had geleefd, of in de dagen van Jezus, of van een van de anderen, wie het ook is, denk slechts na met welke groep u vereenzelvigd zou worden. Denkt u daar vanavond aan.

211 Dan zal uw huidige... Denk nu even na. Dit gaat diep nu. En denk er nu niet te licht over. Uw toestand nu op ditzelfde moment bewijst aan u tot welke groep u daar vroeger zou hebben behoord. Nu, u bent uw eigen rechter. Het bewijst wat u bent.

212 Eerwaarde, voorganger, tot welke groep zou u hebben behoord toen Jezus die uitspraak deed die zo moeilijk te geloven was? Nadat Hij zo door en door betuigd was dat Hij het Woord was. Ziet u? En toch, die uitspraak – u had nog nooit eerder zoiets gehoord. De Zoon des mensen... Wat zou u zeggen toen Hij beweerde: "Wat dan indien gij de Zoon des mensen daarheen zaagt opvaren, waar Hij tevoren was?"

213 En u zou zeggen: "Wel, ik weet waar hij geboren werd! Ik ken zijn vader; ik ken zijn moeder! En hier zegt hij dat hij zal opvaren naar waar hij tevoren was!" Dat zou wel een klein beetje teveel voor u zijn geweest, nietwaar, meneer? Het zou gewoon een beetje teveel voor u zijn geweest; dat zou u niet hebben kunnen verteren. Misschien is het vandaag hetzelfde. Kijk dan in de spiegel van Gods Woord en zie waar u staat. O, een verleider van mensen. Doet u dat nooit.

214 Kijk, u hoort tot één van deze klassen. En uw toestand op dit moment, uw huidige geestesgesteldheid waarmee u hier in dit zichtbare gehoor bent, en u die in het onzichtbare gehoor zit, die naar deze band luistert, nadat u naar deze band hebt geluisterd, bewijst aan u tot welke klasse u behoort. Het vertelt u precies waar u zich bevindt: of u een gelovige bent, die het Woord gelooft en daar bij zal blijven; of dat u eruit zou zijn gelopen, of die band zou hebben stop gezet. Ziet u het? Dat zegt wat u gedaan zou hebben. U wilt er niet naar luisteren en zet hem stop en zegt: "Daar wil ik niet naar luisteren." Dat is die ongelovige. Ziet u? U wilt niet stoppen om het te beproeven en te kijken of het de Waarheid is of niet. Ziet u?

215 Of hangt u er alleen maar rond en probeert u er de een of andere fout in te vinden. Dan weet u ook waar u aan toe bent. Het zegt het u. God helpe ons om het te geloven, er aan vast te houden, er getrouw aan te zijn, en het Woord te gehoorzamen, want Hij is het Woord. Gelooft u dat? Laten we bidden.

216 Dierbare hemelse Vader, wat is het soms moeilijk om deze dingen te zeggen en te weten dat misschien tienduizenden mensen dit over de band zullen horen, omdat het uitgaat door het land en rond de wereld. Maar dierbare Heer, het is waar; het is zo waar! Ik bid, Here, reinig eerst mijn hart. O, Here, test mij, beproef mij. Zie slechts op mij neer, Here. Ik ben zwak; ik ben vermoeid; ik ben uitgeput. Mijn keel is schor, mijn lippen zijn verdroogd. Mijn lichaam is aan het verslijten en wordt oud. Het zal niet al te veel keren meer zijn, Here, misschien niet al te veel keren, dat de zon opgaat voordat ik zal heengaan. En nu, doorzoek mij nu, Vader, en als er iets is wat ik verkeerd doe en wat ik niet weet, wilt U het slechts aan mij openbaren, Here. Toont U het mij. Ik ben nu bereid om het allemaal in orde te maken.

217 Ik kijk naar mezelf in de spiegel van Gods Woord. Waar sta ik? Zie ik dat mijn beeltenis Jezus Christus weerspiegelt? Is dat de persoon die ik in de spiegel zie? Zie ik een van de gelovigen van het Oude Testament, of van de gelovigen in het Nieuwe Testament? Zie ik een schijngelovige? Zie ik mezelf als een ongelovige, die er niet bij zou blijven om naar het Woord te luisteren, en in plaats daarvan de opvatting van de denominatie zou nemen?

218 Zie ik mezelf er omheen blijven hangen, proberend een kleine uitvlucht te vinden? Here, als het zo is, reinig me dan gewoon, Here. Laat mijn hart rein zijn en zuiver, omdat dit mijn leven is, Here. Ik wil in orde zijn. Het heeft geen zin om het slechts half te doen, als er een manier is om het werkelijk gedaan te laten worden. Ik wil dat het juist wordt gedaan, Vader. Niet alleen dat, maar ik zou mannen en vrouwen de verkeerde kant op leiden, de mensen die ik liefheb en die mij liefhebben, en dan zou ik fout zijn.

219 En Vader, als er iets zou zijn... Als ik vanavond dacht, dat er enige denominatie-kerk juist zou zijn, of dat de Raad van Kerken juist zou zijn, of dat de meerderheid van de mensen gelijk zou hebben, Here God, help mij om genoeg man te zijn en Christen genoeg, om toe te geven dat ik fout ben en dat ik hier sta om deze mensen daarheen te sturen waar ik denk dat het in orde zou zijn. Reinig mij; laat mij zien en begrijpen.

220 Maar wat die dingen betreft, Here, voor zover ik het kan begrijpen: degenen die die vormen hebben en het Woord ontkennen... Je kunt het hun vertellen en toch zeggen ze: "Wel, het maakt geen enkel verschil. God verwacht niet dat uit..." Here, ik geloof dat U dezelfde Jezus bent; U bent dezelfde God die U altijd was. U bent nog steeds God en U verandert niet. Ik geloof dat deze Bijbel Uw Woord is, en ik geloof dat Gij en Uw Woord hetzelfde zijn. Ik bid, God, dat U ons van Uw Heilige Geest zult geven om het Woord levend te maken en ons de levendmakende kracht te geven, zodat we op een of andere dag, wanneer het leven voorbij is en U met ons gereed bent, levend gemaakt zullen worden en opvaren naar de hemel, waar we in de gedachten van God waren voor de grondlegging van de wereld. God, geef het. Vergeef onze zonden, Vader.

221 Als er mannen of vrouwen hier zijn, die zich in die andere klasse bevinden dan de ware gelovigen in het Woord, God, reinig hun hart. Als er iemand naar de band luistert, of zal luisteren, ik bid voor de reiniging van hun hart, dat U hen zult reinigen, Here. Ik wil ze niet verloren zien gaan, God ik bid dat U ons zult helpen om dat te begrijpen, dat de ene fout een tweede fout niet zal rechtvaardigen. Er is maar één ding wat er te doen staat en dat is beide verkeerde dingen uit de weg te ruimen en in orde te komen. Ik bid, Vader, dat U ons dat zult toestaan door Jezus Christus, onze Here.

222 Nu, met onze hoofden en onze harten gebogen, wil ik dat u even een paar ogenblikken stilhoudt. Toen ik als kleine jongen het visioen van de hel zag; de gruwelen ervan... Ik mag hierin verkeerd zijn... Dit zou misschien alleen een waarschuwing zijn; het zou... ik weet het niet; het scheen alsof ik ergens was... Het was zo natuurlijk. En dan, niet lang geleden zag ik de sferen van de zaligen. Toen ik in de sferen van de verlorenen was, schreeuwde ik: "O, God, laat hier nooit iemand komen!" U kunt het zich niet... Er is geen taal die u kan beschrijven hoe afgrijselijk het daar is. Er is voor mij geen mogelijkheid om het u te vertellen. Als u gelooft dat er een brandende hel is, vol vuur en zwavel, dan zou dat nog een koele, schaduwrijke groene weide zijn vergeleken met de afschuwwekkende gewaarwording van die toestand van verlorenheid en ellende die aan deze plaats verbonden is.

223 En als ik probeerde tot u te spreken over de dingen die boven het begrip van een menselijk wezen uitgaan, dan nog zou ik de plaats van hen die zalig zijn niet kunnen beschrijven: zo vredig, om nooit meer te sterven, nooit oud te worden, nooit ziek te zijn, altijd jong te zijn, altijd gezond te zijn, nooit te sterven – eeuwig leven, in de zegen van de jeugd te zijn, en geen zonde of wat anders ook. O, er is gewoon geen manier om het te beschrijven!

224 Zelfs Paulus zei: "Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen..." U kunt het zelfs niet begrijpen! Er is geen mogelijkheid om het uit te leggen! "...wat God bereid heeft voor degenen die Hem liefhebben."

225 En nu, daar dit vast en zeker waar is, worden wij hier vanavond – zowel hier als in het niet zichtbare gehoor – uitgebeeld in een van deze klassen. Of we zijn waarachtige gelovigen... Test het met het Woord. Als het Woord een bepaald iets zei, en de kerk zei iets anders, wat zou u dan nemen? Kijk in de spiegel van Gods Woord en zie in welke klasse u zich bevindt. En als u (zowel hier als in het niet zichtbare gehoor), als u vanavond niet bij dat gelovige type hoort, zou ik dan nu een woord van gebed voor u mogen bidden opdat u tot dat gelovige type zult gaan behoren? En zou u hetzelfde bij God willen betuigen, met uw hoofden gebogen, uw harten gebogen, uw ogen gesloten, en voor God... Soms zijn mensen gewoon een beetje bang, weet u, om even hun hand op te steken – bang dat hun buurman... Ze behoorden dat helemaal niet te zijn, maar ze zouden gewillig moeten zijn om te gaan staan en te zeggen: "Ik ben fout. Ik ben verkeerd."

226 "Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt, die vindt ontferming." Ziet u? Wat is zonde? – ongeloof. Ongeloof in wat? – in het Woord.

227 Nu, als u niet tot die klasse behoort, dat er dingen zijn die u in de Bijbel ziet, die u eenvoudigweg in uw intellectuele denken niet kunt begrijpen. U hebt gewoon... U weet dat de Bijbel het zo zei, maar u kunt het gewoon niet begrijpen en toch wilt u het. U zegt: "God laat mij het begrip ervoor krijgen. Ik zal U gehoorzamen." Zou u uw hand willen opsteken en zeggen: "Gedenk mij als wij bidden." God zegene u. God zegene u. Dat is goed. Ziet u? Denk er gewoon goed over na. "Staat er iets in de Bijbel wat ik gewoon niet weet. Ik ben bang dat ik mezelf terug zal vinden in een van de andere groepen. Misschien zal ik mezelf gaan vinden bij die zeventig, die ik.. Er zijn gewoon een paar dingen die ik... Het is voor mij te moeilijk om te begrijpen hoe God deze dingen zou kunnen doen. Hoe Jezus Dezelfde zou kunnen zijn. Hoe deze dingen... Ik begrijp het niet. Ik wil het begrijpen; ik wil het geloven en God helpe mijn ongeloof. Ik wil er deel van zijn; ik wil deel hebben aan het Woord. Ik wil het in mij hebben."

228 "Indien gij in Mij blijft en Mijn Woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden." (Johannes 15.) We weten dat dat waar is. Kijk! "Indien gij in Mij blijft..." Niet in en uit, in en uit, maar: "Indien gij in Mij blijft, (en Hij is het Woord) en Hij in u blijft, vraag dan slechts wat u wilt en het zal aan u worden gegeven." Gij zult het ontvangen.

229 "Hij die Mijn Woorden hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, is reeds overgegaan uit de dood in het leven." Maar kunt u eerst het Woord ontvangen? Kunt u het Woord ontvangen? Heel het Woord. Alles van Christus. Christus is het gezalfde Woord. Hij is het Woord, gezalfd. Christus betekent de Gezalfde, het gezalfde Woord voor die dag gemanifesteerd, de Redder, de Verlosser. Dat was Hij wanneer Hij zou komen en Hij was die gezalfde Persoon om die plaats in te nemen.

230 Hij is nu de Heilige Geest die in de laatste dagen het Avond-licht laat schijnen, het geloof opnieuw herstellend dat vertrapt is door de denominaties; de denominaties veroordelend en terugkomend tot het oorspronkelijke geloof, met het oorspronkelijke Bijbel-geloof; de oorspronkelijke Bijbel, elk Woord ervan gelovend, niet er iets aan toevoegend om het dit en dat te laten zeggen; het gewoon zeggend zoals het werd gesproken. En u wilt het op die manier geloven. Is hier iemand die nog nooit zijn hand heeft opgestoken, die graag zijn hand zou willen opsteken en zeggen: "God, gedenk mij..."

231 God zegene u, dame. God zegene je, jongeman. God zegene u. Fijn. God zegene je, kleine kerel. God zegene u, mijn zuster. Ik wil ze... God zegene u, zuster, rechts van mij. God zegene u achteraan. Ik wil... En God zegene u, jongeman, en u, zuster, hier. U, broeder, daar aan deze andere kant. De Here zegene u. God zegene u achteraan.

232 "Gedenk mij slechts, Heer." Nu bedenk, u steekt uw hand niet omhoog naar mij – naar Hem.

233 Hier recht achter mij, de Here ziet uw hand. Zelfs als ik hem niet zie, Hij ziet het. Hij kent uw hart; Hij weet wat er daar klopt. Hij kent uw oogmerk; Hij weet wat het motief is van uw bedoeling.

234 God zegene u, broeder. Nog iemand? "Ik wil heel het Woord geloven." God zegene u. God zegene u. "Help mij, Here, help mij." De Here ziet uw handen. Jazeker. Dat is het. "Er zijn dingen die ik niet kan begrijpen. Ik wil geen ongelovige zijn. Hoewel ik ze niet begrijp, wil ik ze toch geloven. Ik ben gereed om te zeggen: 'Here God, hier ben ik. Ik wil geloven. Help mijn ongeloof.'" God zij met u. God zegene u. Vele, vele handen zijn opgestoken, en er gaan er nog steeds omhoog.

235 U zegt: "Broeder Branham, helpt dat?" Steek uw hand eens op met een werkelijke, juiste bedoeling en ontdek hoe u zich daarover voelt. U getuigt dat er een klein iets in uw leven is, weet u. Er is een klein iets wat u niet wilt dat er is, maar het is er toch. U vraagt zich af hoe het zou kunnen gebeuren. En Here, verhoed dat ik een Judas zou zijn. Verhoed dat ik mee zou gaan in een Boodschap, gewoon misschien proberend te denken dat op een of andere dag een of andere kleine, zwakke plek aan de dag zal komen. O God, niet ik. Laat mij vlak bij Uw Woord blijven. Ziet u? Of misschien zou ik een ongelovige zijn die heel eenvoudig denkt: "Wel, als – als... Wel, waarom zeggen de anderen dat niet." Ziet u? Ik wil helemaal niet zo zijn. Ik wil een gelovige zijn. Ik wil... Ik zie Gods Woord voor het uur. Ik zie God erin. En Here, maak mij een deel van dat Woord; maak mij er een deel van. Ik wil er deel aan hebben. De Here zegene u.

236 Nu, laten we bidden, iedereen, bidt voor uzelf, en ik zal voor u gaan bidden. U weet, dat we op een dag zullen – dat we hier misschien een poos niet bijeen zullen zijn. Enigen van ons zullen worden weggenomen. En we zullen niet bij elkaar zijn. Er zijn er hier velen van ons, sommigen van ons worden ouder; sommigen van ons... we weten het niet – zelfs jonge mensen kunnen sterven. We kunnen sterven op elke leeftijd. We moeten afgescheiden worden en deze zaak moet vast staan. U kunt daar niet gewoon maar op goed geluk komen, u moet komen terwijl u bij uw goede verstand bent.

237 U zegt: "Wel, vlak voor ik sterf, als ik het dan maar kan zien." Nee, doet u dat niet. U zou dan zelfs niet meer bij uw volle verstand kunnen zijn. U zou voor u thuis zou komen gedood kunnen worden bij een ongeval. U zou kunnen sterven aan een hartaanval. Wij weten niet wat er zal gebeuren; alleen God weet dat. Dat vertrouw ik niet. Ik zie zelfs dat mensen buiten hun handen opsteken voor de ramen. Ziet u? Ja, God zegene u... Ik wil in orde zijn. En nu, laten we het nu in orde maken.

238 Op dit moment nu, juist nu. U kunt het voor altijd vastzetten als het uit de grond van uw hart is, als u oprecht zult zeggen: "Here Jezus, ongeacht wat het is, of wat iemand anders ook zegt, Uw Woord zal in mijn leven op de eerste plaats staan. Ik wil dat het in mijn leven is. U bent het Woord. De Bijbel heeft het zo gezegd en ik geloof dat de Bijbel het Woord van God is. Ik weet dat de geloofsbelijdenissen en de dogma's die erin gespoten zijn het tot een huichelachtige boel hebben gemaakt. Here, reinig mij van dergelijk gedoe en laat mij volledig de Uwe zijn. Ik hef mijn handen op tot U; ik hef mijn hart op tot U, mijn stem en mijn gebed verhef ik tot U. God wees mij genadig." En mijn handen zijn ook opgestoken. Here, reinig mij, o Here, van alle ongeloof.

239 Hoewel Hij mij misschien niet de kracht geeft om als Henoch te wandelen en niet te hoeven sterven, als ik dan alleen maar een middagwandeling mag maken en met Hem naar huis gaan, God, ik geloof echter zeker dat het zal gebeuren, omdat ik weet dat er een opname zal zijn in de laatste dagen, en dat het werk bekort zal worden. Vader, zo vertelt onze kalender het – nog zesendertig jaar en het werk zal voorbij zijn, en U zult ergens binnen die tijd moeten komen, of er zal geen vlees behouden worden. En dan wordt ons verteld door de tijdrekenkundigen en de mensen die zulke zaken onderzoeken, dat we daar absoluut vele, vele jaren voorbij zijn – vele jaren verder. Ze vertellen ons door de kalenders, dat we al veel verder zijn – misschien zijn er nog maar vijftien of twintig jaar over. Ik weet het niet, Vader. Maar ik weet, zelfs volgens onze kalender, dat we er bijna zijn.

240 Ik zie dat er daarbuiten geen enkele hoop overgebleven is, Here. Er komt een... Als ze ooit beginnen met die bommen op elkaar los te laten, Here, dan zal er geen front zijn waar gevochten wordt. Ze zullen elkaar vernietigen. Here, het staat daar klaar en toch zegt de Bijbel dat geheel de hemelen en aarde in brand zullen staan. God, ik zie het uur naderbij komen.

241 Ik denk aan het vermoorden van de president, en zie dan die andere boze man binnenkomen en hem in koelen bloede vermoorden, zonder de man een rechtszaak te laten hebben. O God, de een is even schuldig als de ander. Ze hebben het recht niet om dat te doen. Het kwaad in ons eigen land, dat verondersteld wordt een Christelijke natie te zijn. Wat geven wij een armzalig voorbeeld van de Christenen, Here. Vergeef ons onze zonden, Here. Help ons, o God, speciaal Uw gemeente – zij die gedoopt zijn in dat mystieke lichaam van Christus. "De Geest is het die levend maakt." U zei: "En zoals de Zoon des mensen opgevaren is, zo zal ook Zijn lichaam opvaren en Hij is het Hoofd; Zijn gemeente is Zijn lichaam." O God, het is het Hoofd dat het lichaam leidt. Laat het Woord, als het Hoofd, het lichaam van Christus leiden. En moge ik een deel zijn van dat lichaam, Here.

242 Ik bid voor dezen die hun handen hebben opgestoken, en voor allen die aanwezig zijn, en voor allen die naar de banden luisteren. Here God, ik bid in oprechtheid, haal ze binnen, Here. U kijkt naar hun harten. U weet wat ze zijn. Maar als Uw dienstknecht bemiddel ik voor de mensen, Here. Ik heb hen lief. Ik heb hen lief en ik probeer dit alleen te doen, omdat ik voel dat het Uw opdracht aan mij is om het te doen. Daarom, Vader, hier ben ik, het beste doende wat ik kan met... Vergeef mijn zwakheden en mijn fouten, Here. Ik bid dat U mij kracht zult geven en dat ik in staat zal zijn om het de mensen meer duidelijk te maken.

243 Nu, wees met ons hier in de tabernakel, vanavond. Zie neer op dezen, Here – diegenen die hun handen opstaken in de tabernakel. Doorzoek mij, o Here, en beproef mij. Als er ook maar iets verkeerd in mij is, reinig mij dan, Vader. Sta het toe. Reinig deze gemeente. Reinig ons allen, Here, opdat het Woord onder ons vlees gemaakt zal worden en bekend gemaakt zal worden aan de wereld in deze dag. Geef het, Vader. Want ik draag dit op, met mijzelf en met deze tekst, en met dit gehoor, en met Uw Woord en Uw belofte voor de redding van onze zielen, in de Naam van Jezus Christus. Geef het, Here. Moge de kracht van God op ons komen en ons zalven: van de herder tot de deurwachter, en elk persoon die aanwezig is. Moge de Heilige Geest komen en Zijn plaats innemen in ons hart en elke belofte van God nemen en ons openbaren dat Uw Woord waar is. In Jezus' Naam bid ik het.

244 Terwijl we onze hoofden gebogen houden, zou ik willen dat de organiste, als ze wil, ons het akkoord geeft van dit lied: "Ik kan mijn Heiland horen roepen. Waar Hij mij heenleidt wil ik volgen; waar Hij heenleidt wil ik volgen."

Ik kan mijn Heiland horen roepen, (Wat is Hij? Het Woord.)
Ik kan mijn Heiland horen roepen,
Ik kan mijn Heiland horen roepen, (Nu, ontken uw dogma's en die dingen).
"Neem uw kruis en volg mij..."

     Hij die zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, het Woord, is niet waardig Mijn discipel te zijn.

Waar Hij heenleidt... (Terug naar de Bijbel, daar zal Hij u heenleiden.)
... wil ik volgen,

Waar Hij heenleidt wil ik volgen,
Waar Hij heenleidt wil ik volgen,
Ik ga met Hem,... (of het nu naar het doopwater is, in Zijn Naam, of het nu naar het altaar is, om mijn schaamte kwijt te raken)
... heel de weg.

     [Broeder Branham begint te neuriën – Vert]

Ik ga met Hem door het oordeel,...

     Dat is het, op dit moment. Aan welke kant staat u? Wat ziet u in uw weerspiegeling van de Bijbel, Gods spiegel? Als ik nu wordt geoordeeld door het Woord?

Ik ga met Hem...

     Ik zal met het Woord meegaan, ongeacht wat het kost. Ik ga door de oordelen Gods, als ik een van die standpunten moet innemen, maak mij dan een gelovige. Rechtstreeks het Woord.

... ga met Hem, met Hem, heel de weg.

Want waar Hij heenleidt wil ik volgen... (Nu, denk er over na nu, heel aandachtig.)
Waar Hij heenleidt wil ik volgen,
Waar Hij heenleidt wil ik volgen.

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
audioE-BookPrint
AudioAudio
mp3 Download mp3mp3 is een populaire audioformaat dat op vrijwel alle mediaspelers te beluisteren is. meer info...
m4b Download m4bM4B is een Audiobook formaat voor Apple apparatuur (iPod, iPhone etc...) Uw plek wordt bewaard e.d. meer info...
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)