Er is een Man Die het Licht kan aandoen

Door William Marrion Branham

1 Laten we onze hoofden nu buigen. Onze hemelse Vader, wij danken U deze morgen voor Uw goedheid en genade, dat U ons het voorrecht geeft om hier weer bijeen te komen – een dag aan deze kant van de grote eeuwigheid – om de Lieflijke te aanbidden, de Here Jezus Christus. Wij danken U, omdat Hij naar de aarde kwam om ons te verlossen van een leven van zonde en ons deze grote erfenis te geven die wij hebben door Zijn gerechtigheid. En terwijl wij vanmorgen hier zijn als Zijn ambassadeurs om dit Brood des Levens voor deze wachtende samenkomst te breken, moge de Heilige Geest elk woord inspireren en het leggen in de harten van de mensen naar dat wij het nodig hebben. Wij vragen dit in Jezus' Naam. Amen. (U kunt gaan zitten.)

2 Ik acht het zeker een voorrecht dat ik hier vanmorgen weer bij u ben. Het spijt me dat we niet meer plaats hebben voor de mensen; onze tabernakel is lang niet groot genoeg. We zijn erg dankbaar om hier tijdens onze vakantie te zijn, vanuit ons huis in Tucson. Het weer was nogal bar, maar we waren blij hier te zijn om de samenkomst te hebben.

     Nu, ik wil voor vanavond een genezingsdienst aankondigen om voor de zieken te bidden. Ik zei net tegen Billy... Hij vroeg: "Wel, wat gaat u doen?"

3 Ik zei: "Wel, je kunt misschien beter vanavond, zo omstreeks half zeven, wat gebedskaarten uitdelen, zodat de mensen niet..." Ziet u, het is hier zo overvol dat we ze beter per kaartnummer één voor één kunnen afroepen, zodat er geen gedrang zal zijn. We kunnen ze alleen één voor één afroepen en zo door de gebedsrij laten gaan om voor hen te bidden.

4 Dus als u ziek bent of geliefden hebt die ziek zijn, en u wilt ze meebrengen, kom dan omstreeks half zeven, zeven uur, en haal een gebedskaart. Hij, of wie ze ook uitgeeft, zal bij de deur staan; daar waar u binnenkomt.

5 Voorts zal dit waarschijnlijk zo ongeveer de laatste keer zijn dat ik voor enige tijd hier terug ben, want ik heb een erg vol reisschema. Maar ik ben nu nog in de Verenigde Staten tot ver in de lente. Dus misschien komen we wat later in de zomer weer terug. Ik zou graag, zo de Here wil, als we de plaats hier ginds krijgen, als deze "air-conditioned" is... Ik zou het Billy vragen; ik zou willen spreken over die zeven Bazuinen, een samenkomst willen houden over de Zeven Bazuinen, zo de Here wil. Want we hebben de Zeven Gemeente-tijdperken gehad, en de Zeven Zegels, en nu de Zeven Bazuinen. En als u een tijd neemt omstreeks juni, wanneer de mensen vakantie hebben, geeft u hun tijd om te kunnen komen.

6 Ik ben zo blij broeder Shepherd vanmorgen hier te zien; hij is uit het ziekenhuis. Ik was daar om hem onlangs te bezoeken. En zuster Shepherd, ik heb u gisteren niet gebeld. Die droom die u mij opstuurde was erg, erg fijn. U zag als het ware Christus in de hemelen op dit witte paard, maar toch nog vastgebonden. Ziet u? Maar toch, voor het vervaagde moest uw hele familie het zien. De uitleg van die droom is dat uw familie Zijn beweging van deze laatste dag heeft gezien voor het voorbijging, wat ook... Het was een erg geestelijke droom, en een zeer goede zegen voor uw familie. Die familie is opgekomen uit een of andere grote verdrukking om te komen waar ze heden zijn.

7 Nu hebben we vanmorgen iets wat enigszins droevig is. Sinds ik hier kwam, is één van onze dierbare vrienden die naar deze tabernakel komen, de familie Coats, die we allen liefhebben... Ze komen uit het oosten, uit de omgeving van Chicago. En zuster Billy Habib, en daar is zuster Armstrong, en al de meisjes. Ik geloof dat ze vroeger Nazareners waren, maar ze zijn tot de Here gekomen en ze zijn erg dierbare vrienden van ons. En broeder en zuster Coats, hun vader en moeder waren onlangs op weg naar huis vanuit het westen en iemand slipte op de weg en zuster Coats was op slag dood. Toen ze mij opbelden in Tucson, en ik het hoorde, zat ik daar juist met een doos snoep op tafel die zij voor mij gemaakt had. U weet hoe dat me deed voelen. Maar ik dank de Here vanmorgen dat ze niet hoefde te lijden. Ze kwam op leeftijd, en ze hoefde niet te lijden. Ze ging naar huis, naar God.

8 Ik dacht daaraan toen ik zojuist in de kamer ginds met haar twee dochters sprak. Broeder Coats is vanmorgen hier; hij heeft een paar gebroken ribben. Ik belde hem op in het ziekenhuis; hij was opgenomen ginds in Missouri, en zijn ribben en dergelijke waren gebroken, maar hij had werkelijk echte moed, een echte Christen, wetend dat zijn koningin niet dood is; zij leeft voor eeuwig bij Christus. Ziet u? Er zal een tijd van verenigen komen.

9 Job zei eens: "O, dat Gij mij in het graf zoudt verbergen en mij bewaren in de verborgen plaats tot Uw wraak voorbij is."

10 Hebt u opgemerkt dat God in de natuur hetzelfde doet? Zoals het sap van de bomen de bladeren daar bovenin vasthoudt en voor de winter komt, de wraak die over de aarde wordt uitgestort... Ziet u, eens was er op aarde geen winter. En in het duizendjarig rijk zal er geen enkele winter meer zijn. Begrijpt u? Het is de wraak over de aarde. Wanneer dat dan gebeurt... Ziet u, voordat de wraak komt, zendt God in Zijn genade dat sap naar beneden, de grond in, naar de wortels van die boom en bewaart het daar tot de wraak van de winter voorbij is; dan stijgt het weer omhoog in de lente. "O, dat Gij mij zoudt verbergen in het graf en mij bewaren in de verborgen plaats tot Uw wraak voorbij is." Dat heeft Hij voor onze zuster gedaan; dat doet Hij voor alle Christenen.

11 Broeder Coats, God zegene u. Ik ben zo blij te weten dat het zegel Gods houdt in een uur van moeite. Ik weet wat hij doormaakt, want ik ben vele jaren geleden ook door zoiets dergelijks heengegaan. Maar ik ben... Eén voor één moeten we deze grote rivier oversteken. En ik... één dezer dagen zal het mijn tijd zijn en één dezer dagen zal het úw tijd zijn. Maar zoals David zei: "Ik zal geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij. Uw stok en Uw staf vertroosten mij."

12 Nu, ter gedachtenis aan zuster Coats, onze dierbare zuster die tot God is heengegaan... Als een kleine gedachtenis aan haar vanmorgen, zou ik willen dat de samenkomst een ogenblik opstond. Laten we onze hoofden buigen en denken aan één, die een paar dagen geleden nog hier onder ons in de tabernakel liep, ons de hand schudde, een lieflijke Christin, welke nu op de plaats is die de Here mij niet lang geleden liet zien; een jonge vrouw weer, wachtend op haar komende familie.

13 Onze hemelse Vader, wij danken U voor de herinneringen aan zuster Coats. Wat een dierbare, fijne zuster. De tijd komt, wanneer we de tijdspanne die ons toebedeeld is, hebben geleefd, dat we de rivier moeten oversteken. Wij danken U dat zij niet heeft hoeven lijden. Er moet hier niets tegen haar geweest zijn waarvoor zij hoefde te lijden; zij ging gewoon in een ogenblik rechtstreeks naar Gods armen.

14 Haar man en kinderen zijn vanmorgen hier, Here, meteen terug op de post van hun plicht. Hoe danken wij U voor dat dappere geloof, het nog steeds levende geloof van onze vaderen, in plaats van kerker, vuur en zwaard. We danken U voor al deze dingen.

15 Doe haar dierbare ziel rusten, Here. Zij was onze zuster. Droefenis, tranen vallen in ons hart om haar afwezigheid, maar vreugde springt op vanuit de tranen en laat ons met de verzekerdheid van Uw woord weten dat zij door leeft in een onsterfelijk leven dat nooit kan sterven. Er zal nooit een ongeval zijn waar ze nu is, alleen een wachten op degenen die straks komen om zich bij haar te voegen.

16 Zegen broeder Coats en zegen de meisjes uit haar gezin, Here, en die geliefden, en allen die haar liefhebben. En Vader, op een dag vertrouwen wij haar daar boven te ontmoeten in dat grote hiernamaals waar geen ziekte, smart of dood is. Bewaar ons allen gezond en wel tot die tijd, U dienend en uitziend naar die dag. Wij vragen het in Jezus Christus' Naam. Amen.

17 Moge de grote Heilige Geest die met ons handelt, hier in de tabernakel, door Zijn Woord te openbaren, moge Hij haar dappere ziel in vrede doen rusten, tot wij haar ontmoeten.

18 Nu, het is vanmorgen warm hierbinnen, vanwege de vele lichamen weet u, zoveel menselijke wezens – door de warmte van het menselijk lichaam.

19 We zouden nu graag een aankondiging doen. Soms duren onze diensten hier 's morgens lang. Het is eigenlijk niet juist om zo'n lange dienst te houden, omdat – een uur, anderhalf uur, soms twee uur. Maar ik doe dat omdat ik dit op de band vastleg. Ziet u? En deze band gaat over de hele wereld. Daarom zijn we 's morgens zolang bijeen, omdat ik hier kom om deze banden te maken. Dat is om... Nu, ze zijn... Kijk, u kunt ze daar in de kamer zien zitten, daar waar de banden worden gemaakt. Nu... En ze gaan uit over de hele wereld.

20 Nu, spoedig, zo de Here wil, deze komende tijd, zodra ik hier vertrek... Ik zal, zo de Here wil, morgenochtend vertrekken naar Arizona, omdat ik daar een samenkomst in het vooruitzicht heb. Dan gaan we gewoon dwars door het zuiden. En u, mensen uit het zuiden, van Georgia, Mississippi, Texas en Alabama, we komen daarheen tot helemaal in Florida.

21 Ik ga van hier naar Phoenix, dan naar Californië, en dan naar Dallas; ik ga misschien even langs St. Antonio, geloof ik, en dan weer terug naar Alabama, en Florida, die kant op. Dus we zullen u daarginds binnenkort zien in het zuiden, zo de Here wil.

22 Blijft u voor ons bidden, en we zullen u laten weten wanneer... als de Here het op ons hart legt om hier deze komende zomer een paar dagen te houden...

23 Ik had een serie samenkomsten willen houden... en velen van u in New York weten ervan dat het visioen kwam, dat zei dat die samenkomsten in dat Scandinavische land... Herinnert u zich welke ik van plan was te houden? En toen, terwijl ik in New York was, kwam het visioen dat, om een of andere reden, elk van die samenkomsten niet door zou gaan. En ik herinner me dat ik het sommigen van u vertelde toen we in New York waren. Dat gebeurde precies zo, omdat ze het allemaal op dezelfde dag wilden hebben, maar ze konden dat gebouw niet krijgen. Dus daarna zou er een plekje open kunnen zijn in juni, het zou misschien de wil van de Here kunnen zijn, dacht ik, om misschien hier terug te komen voor die Bazuinen, voor het te laat is. Ziet u? Dus we weten dat alles precies goed uitwerkt. Dus dat was op mijn hart en misschien wil Hij ons dat laten doen.

24 Nu, ik zie dat u met elkaar wisselt van zitplaatsen en ginds in de gangen enzovoort. We zouden willen dat we plaats hadden om iedereen te kunnen laten zitten. Wanneer we nu over deze Bazuinen gaan spreken, willen we de aula nemen van de hogeschool hier. Ik geloof dat daar vijfenvijftighonderd zitplaatsen zijn en dan zullen we een kans hebben dat iedereen een zitplaats kan krijgen om rustig te kunnen zitten luisteren terwijl we prediken... De Bazuinen zijn heel, heel mooi. Ik keek er onlangs naar...

25 Ziet u, bij dat zesde zegel, alle zeven bazuinen klinken daar precies bij het zesde zegel (ziet u?), vlak voordat het zevende zegel de komst van Christus opent.

26 Vanavond heb ik een heel belangrijke boodschap die ik vlak voor de genezingsdienst wil spreken. Als u hier bent en overblijft, wel, we zullen zo mogelijk proberen wat vroeg te beginnen, omdat er een gebedsrij zal zijn. Ik wil niet al te lang prediken, maar er is iets wat ik al enige tijd wil zeggen tegen de gemeente, om u wat houvast te geven over hoe de dingen verlopen op dit moment en waar we staan naar mijn beste weten door de Schrift.

27 Nu, ik wil dat u vanmorgen met mij opslaat – als u het wilt aantekenen of wilt noteren, waar we uit lezen – uit het boek van Jesaja. Ik wil lezen uit Jesaja, het tweeënveertigste hoofdstuk.

28 We zijn vanmorgen erg blij dat ook broeder Dauch weer bij ons zit. Terwijl u het opzoekt... Weet u, ze dachten daar onlangs in Shreveport, dat hij niet langer zou leven, en hij had zeker geloof...?... Jazeker! Hij klimt er regelrecht uit, de Here zegent hem. Kijk, broeder Dauch is eenennegentig jaar oud en hij kreeg een volledige hartstilstand en er nog een hartaanval overheen. En dezelfde dokter, die zei dat hij niet zag hoe er nog een mogelijkheid was dat hij in leven zou blijven, is dood en broeder Dauch leeft. Ziet u, gewoon... en broeder Dauch zit hier.

29 En dan een man van eenennegentig jaar met een hartstilstand en een hartaanval. En toen ik daar naar hem toeging, zag ik hem een straat aflopen; ik zag hem in de gemeente. En ik ging naar hem toe en zei tot hem onder de zuurstoftent: "In de Naam van de Here, ik zal u de hand schudden in... Ik zal u opnieuw in de gemeente zien en zal uw hand schudden op straat." De samenkomst daarna was hij daar, hij zat hier achter in de gemeente. En ik ging naar Louisville – daar waar we heengaan om te eten in de 'Blue Boar' – en juist toen ik uit mijn auto kwam en de straat overstak, kwam broeder Dauch aanlopen op straat. Daar was het, gewoon volmaakt. Hoe heeft de Here hem gezegend!

30 Nu, vanavond gaan we spreken over genezing en dergelijke. We hebben een paar heel bijzondere dingen te vertellen vanavond.

31 Maar nu, zodat ik het nu op de banden kan opnemen, kunnen ze zich gereed maken om ze in te schakelen. Ik wil beginnen te lezen uit Jesaja 42:1–7, en Mattheüs 4, te beginnen, ik geloof bij het vijftiende en zestiende vers.

32 We zullen nu lezen uit Jesaja 42:

     Ziet, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn Geest op Hem gegeven; Hij zal het recht de heidenen voortbrengen.
     Hij zal niet schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straat laten horen.
     Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen.
     Hij zal niet verdonkerd worden, en Hij zal niet verbroken worden, totdat Hij het recht op aarde zal hebben besteld; en de eilanden zullen op Zijn leer wachten.
     Alzo zegt God, de HEERE, Die de hemelen geschapen, en ze uitgebreid heeft, Die de aarde uitgespannen heeft, en wat daaruit voortkomt; Die het volk, dat daarop is, de adem geeft, en de geest aan hen, die daarop wandelen:
     Ik, de HEERE, heb u geroepen in gerechtigheid, en Ik zal u bij uw hand grijpen; en Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen.
     Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten.

33 Nu, in het Evangelie van Mattheüs, het vierde hoofdstuk, wil ik de vervulling lezen van die profetie die werd gegeven door Jesaja. Ik zal beginnen in Mattheüs 4. Laten we zo mogelijk beginnen bij het twaalfde vers in plaats van het vijftiende.

     Toen nu Jezus gehoord had, dat Johannes overgeleverd was, is Hij weergekeerd naar Galilea;
     En Nazareth verlaten hebbende, is Hij komen wonen te Kapernaüm, gelegen aan de zee, in het gebied van Zebulon en Nafthali;
     Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door Jesaja, de profeet, zeggende:
     Het land Zebulon en het land Nafthali aan de weg der zee over de Jordaan, Galiléa der volken;
     Het volk, dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien; en hun die zaten in het land en de schaduw des doods, hun is een licht opgegaan.
     Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.

     Moge de Here Zijn zegeningen geven op het lezen van Zijn Woord.

34 En nu, een vreemde tekst, die... Ik hoorde iemand dit spreken, maar ik wil dit als tekst nemen: Er is hier een Man die het licht kan aandoen.

35 En nu zullen we gaan spreken over het onderwerp: licht. Dit volgt op die drie onderwerpen waarover we juist hebben gesproken, één in Tucson of in Phoenix, over waarom Jezus via Bethlehem kwam. Hij moest wel, omdat Hij Bethlehem is. Bethlehem, B-e-t-h betekent "huis"; e-l, "God"; e-h-a-m is "brood, brood – Huis van Gods Brood." En elke Christen die geboren is in Christus, is geboren in Bethlehem, Gods Broodhuis.

36 Ik typeerde daarin over David die een vluchteling was in de dagen dat hij door zijn volk werd verstoten; hij werd eruit gezet, en Bethlehem werd belegerd, en de Filistijnen waren rond Bethlehem gelegerd. En David, een vluchteling, een type van de gemeente vandaag – van Christus. Ziet u, Christus is vandaag een vluchteling voor Zijn eigen kerk. Een vluchteling is "iemand die is geweigerd". En David werd geweigerd, hoewel hij toch was gezalfd om koning te worden. De profeet had hem gezalfd.

37 Gedurende deze tijd was hij een vluchteling voor zijn volk en hij had vele dappere heidenen om zich heen verzameld. Eén van hen doodde op een dag achthonderd man met een speer of een zwaard. Een ander sprong in een kuil en doodde daarin een leeuw op een sneeuwachtige dag. En ze waren aan het linzen verzamelen, wat bonen of erwten of zoiets zijn, en allen renden weg, maar hij stond stil en versloeg mannen tot z'n arm vermoeid raakte. Ze doodden ook die reuzen-broers van Goliath. Zij waren dappere mannen, die vasthielden aan David, omdat ze wisten dat hij aan de macht zou komen. Ze wisten, ongeacht wat iemand ook zei, dat God de zalving op David had gelegd. Ze wisten dat. Ze waren heidenen. Ongeacht hoe ze hem ook afwezen, toch wisten zij dat hij aan de macht zou komen. En toen op een dag...

38 Wat is dit een type van vandaag van Christus, een vluchteling? U zegt: "Christus, een vluchteling?" Overeenkomstig de Bijbel die wij... God heeft ons welwillend meegenomen door deze zeven gemeente-tijdperken en in dit Laodicéa-tijdperk was Christus een vluchteling buiten Zijn eigen gemeente, verworpen, proberend daarin terug te komen. Ziet u? Hij is een vluchteling voor Zijn eigen kerk. De reden dat Hij een vluchteling is, is omdat Hij het Woord is, en ze willen het Woord niet binnen laten – ze hebben daarvoor in de plaats geloofsbelijdenissen aangenomen.

39 En we ontdekken dan, dat in deze grote strijd deze dappere mannen zich rond David verzamelden, heidenen...

40 Hebt u erop gelet hoe Bethlehem was ontstaan? Ik wil niet op dat onderwerp ingaan. Maar hoe Bethlehem... In werkelijkheid was het de zoon van Rachab, de hoer, die Bethlehem stichtte. Het was een graancentrum, en er was daar veel fijn water. Hij had deze kleine stad gesticht. Het was de kleinste van alle steden, want de profeet zei: "Uit... Bethlehem van Judéa, zijt gij niet de minste onder al de vorsten van de steden van Jeruzalem – of uit Judéa, maar uit u zal de Heerser voortkomen, die mijn volk zal regeren." Uit de kleine.

41 David, toen hij daar werd gekozen uit zijn grote, fijne broeders, toen de profeet Samuël erheen ging om te zalven... Zij stonden daar allen, grote, dappere mannen, die er leken uit te zien als goed uitziende koningen, maar juist die verworpene werd het, David, op wie de olie werd uitgegoten. Het was de verworpen stad waaruit Christus kwam... Het is het verworpene wat Christus neemt (ziet u?), degenen die verworpen zijn.

42 En dan ontdekken we dat, nadat Obed kwam, en nadat Boaz kwam, er nog een heidense kwam, Ruth, en daaruit kwam Jesse; en uit Jesse kwam David. En uit een kleine stal op de heuvelflank kwam de Koning der Koningen, Jezus Christus, de Zoon van David, zijn geestelijke Zoon.

43 Nu, toen was hij... Omdat David zelf in de stad was geboren, moest Hij tot deze kleine plaats komen. En het werd Bethlehem genoemd, wat "het huis van Gods brood" betekent. Hij is het Huis van Gods brood.

44 David lag daar op de heuvel die dag, en hij keek neer en hij zag de Filistijnen rond die plaats gelegerd. Hij moet heet en dorstig zijn geweest. Hij zei: "O, kon ik nog maar eens een dronk nemen uit die bron." Wel, de minste van zijn gedachten was een bevel voor hen die hem liefhadden.

45 Zo is het vandaag, de minste van Jezus' gedachten – of hoe Zijn Woord is – behoorde een bevel te zijn voor ons heidenen, die Hem liefhebben. Want wij weten dat Hij aan de macht komt, ongeacht hoezeer Hij wordt verworpen. Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar dit zal toch heersen, terwijl alle hemelen en aarde zijn vergaan. Wij weten dat Hij komt in kracht, omdat niets het kan weerhouden. Dit is Christus, de openbaring van Hem, en dit zal gaan gebeuren, precies zoals het Woord zegt dat het is, want Hij is het Woord. En de minste van Zijn geboden zijn... Ongeacht hoe klein het ook is... Als het is om overgedoopt te worden, of wat het ook is, we zullen het hoe dan ook doen. Het is Zijn bevel.

46 En de minste van Davids gedachten was een bevel voor deze heidenen, want ze zijn een type van de heiden-gemeente vandaag – dappere mannen. Ziet u? Die mannen die daar bij David stonden waren heidenen, maar het waren dappere mannen zonder vrees. Ze wisten niet wat vrees was.

47 Eén man nam een zwaard en doodde achthonderd man, die hem omsingeld hadden. Wat een man was dat. Eén van hen... Eén van de mannen... Er kwam eens een Egyptische krijgsman aanstormen met een lange speer; en hij had alleen maar een stok in zijn hand. Hij nam die stok en sloeg die speer uit zijn hand, pakte die speer af en doodde hem er zelf mee. Ziet u?

48 Eén van die reuzen had vingers van vijfendertig centimeter lang. Nu, vijfendertig centimeter... Uw vinger is even lang als uw hand, weet u, als hij dicht is. Als die hand dus openging zou dat een hand zijn van zo'n zeventig centimeter lang. En dan met een speer... Maar hij sprong er pardoes bovenop en doodde hem. Ziet u? Waarom? Hij was een dapper man, een heiden die zijn oog gericht hield op een gezalfde van wie hij wist dat hij aan de macht zou komen.

49 Hebt u opgemerkt dat zij die zo dapper David bijstonden, door David, toen hij tenslotte aan de macht kwam, tot bestuurders over steden werden gemaakt? Heeft Jezus niet hetzelfde beloofd? Hetzelfde, Hij maakt hen heersers.

50 En toen daar, toen het Davids wens was om een frisse dronk te nemen... Hij had daar waarschijnlijk wat oud, warm, bedorven water dat hij dronk. Maar hij dacht ineens aan dat frisse water daar uit Bethlehem, "het huis van Gods brood". En hij zei: "Als ik maar een dronk kon nemen uit die bron..." En die mannen trokken hun zwaard en ze vochten zich vijftien mijl door de Filistijnen heen, niet omdat hij het hun had gevraagd, maar omdat ze wisten dat hij het wilde. Ze sloegen zich door die Filistijnen heen, helemaal tot bij de bron. Terwijl twee van hen vochten, vulde een ander zijn emmer water en toen vochten ze hun weg weer terug, het hele stuk weer terug, en ze overhandigden het aan David. Over moed gesproken!

51 David, die Godvrezende man, zei: "God verhoede het dat ik dit zou drinken waarvoor deze vrienden hun leven in gevaar brachten." En hij offerde een plengoffer, hij goot het uit op de grond voor de Here: "Geef het aan de Here. Hij is de Enige die dat waard is, ik niet."

52 Het is een duidelijk type van Christus Zelf met Zijn eigen eeuwig leven in Hem, maar de geslagen Rots goot Zijn leven uit op de grond als een zondoffer voor ons, opdat dit Woord zou kunnen leven.

53 O, heidenen, zoals ik heb gezegd, wie zal met mij dat zwaard trekken? Hij wil een frisse dronk deze morgen, niet deze oude, bedorven kerkdogma's en dingen waar we mee rond knoeien. Hij wil waarachtig geloof in Zijn Woord, iemand die elk Woord ervan zal geloven. Laten we naar de bron gaan en een dronk terug brengen, een verfrissing, een aanbidding die gebouwd is, niet op geloofsbelijdenissen en denominatie, maar op een waarachtige Geest-aanbidding met Christus onder ons, Zijn leven levend onder ons, op de wijze dat Hij wil. Dat is niet met geloofsbelijdenissen en verschillende dingen; laten we gewoon Hem op die wijze hebben.

54 Nu, het volgende ging erover hoe God met de mensen handelde door een droom in de dagen van Jozef. Hebt u opgemerkt dat een droom secundair is? Het is een secundaire wijze van God om door te werken. Sommige mensen kunnen dromen hebben die niets betekenen. U kunt teveel eten en dan een nachtmerrie krijgen. Een droom is een secundaire wijze. Ziet u? Wel, waarom zou God Zijn eigen Zoon beschermen via een secundaire manier? Hij verscheen aan Jozef. Het welzijn van Zijn eigen Kind stuurde Hij op een secundaire wijze. Hebt u dat ooit bedacht? Want er was geen profeet in het land. Hij moest door dromen werken. En het was geen droom die moest worden uitgelegd. De engel van de Here zei: "Jozef, vrees niet om Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want dat wat in haar verwekt is, is van de Heilige Geest."

55 Het was een ongebruikelijke zaak dat dit gebeurde. Omdat Jozef een rechtschapen man was... Het was ongewoon; God is ongewoon. En het ongewone is moeilijk te begrijpen. Daarom is het zo moeilijk om vandaag de Waarheid te begrijpen; het is zo ongewoon. Een vrouw die een baby krijgt zonder een man te kennen, dat was erg ongebruikelijk. Maar als u eerlijk en oprecht bent, dan kan God nog altijd in een droom aan u verschijnen. Het zal aantonen dat alles wat u hebt, of het nu uw verstand is, of dat u nu kunt fluiten, zingen, getuigen, of wat u ooit kunt doen, als uw hele wezen aan God is overgegeven, kan God het gebruiken als u het Hem slechts laat doen.

56 Toen predikte broeder Neville de volgende avond hier over het onderwerp van ontsnapping, hoe de mens ontsnapt. En ik vond het wel een beetje opmerkelijk, en deze ochtend schijnt de Heilige Geest mij te laten spreken over het onderwerp van het licht, als eerstvolgende. Om regelrecht door te gaan in den beginne, hoe Christus' leven begon in de kribbe. We komen er weer precies op terug in onze tekst. En hij wist het niet; ik wist het niet; en hier is het: weer precies bij dezelfde zaak terug. Ziet u? Regelrecht door, het volgende is waar Hij Zijn bediening aanvangt. En vanavond hebben we iets wat daar precies bij zal passen, om regelrecht door te gaan vanavond, zo de Here wil.

57 Nu, groot licht; de heidenen die gezeten waren in de schaduwen des doods, is een groot licht opgegaan. En Zebulon en Nafthali aan de zeeweg van Galilea der heidenen zagen een groot licht.

58 Nu, over licht, de eerste keer dat we licht vinden in de Bijbel is in Genesis 1:3. Het was Gods gesproken Woord wat het licht maakte. God zei: "Er zij licht!" Genesis 1:3, en er wàs licht.

59 Nu bedenk, dan komt er licht door het gesproken Woord van God. En licht is de betuiging; of het voorwerp dat Hij heeft gesproken, is licht. Wanneer het licht wegvliedt, toont dat... God zei: "Er zij licht." Er was geen licht, en Hij zei: "Er zij licht!" en er was licht. Dat is een bewijs; het licht is een bewijs van Zijn gesproken Woord. Hetzelfde vandaag: een betuiging van Zijn gesproken Woord.

60 Nu, wanneer u ziet dat Zijn Woord wordt betuigd, of met andere woorden, bekend gemaakt, bewezen, is dat het licht van Zijn gesproken Woord. En zonder licht kan niets leven, zonder licht. Er is geen leven op aarde vandaag of het moet komen door het licht van de zon, in het plantenleven, enzovoort. En er is geen eeuwig leven buiten de Zoon van God. Ziet u? Hij is het licht.

61 Nu ontdekken we, geloof ik, als we het gaan bestuderen... En dit licht... De aarde was zonder vorm [woest].

62 Nu, sommige mensen argumenteren er vandaag over in hun scholen enzovoort, dat de wereld zoveel miljoen jaren oud is, en proberen de Bijbel te veroordelen en te zeggen dat het fout is; ze hebben gewoon nog nooit de Bijbel gelezen; dat is alles. Want de Bijbel zegt ons niet hoe oud de wereld is; de Bijbel zegt: "In den beginne schiep God hemelen en aarde." (punt!) Wanneer en hoe, dat weten we niet. Nu, dat is het eerste, en dan komt een "punt"; dat is het einde van die zin.

63 "In den beginne schiep God hemelen en aarde." Het kan misschien honderd miljoen of miljard jaren hebben geduurd, of wat het ook was. En hoe Hij het deed, dat is gewoon aan Hem om te weten (ziet u?), niet aan mij. Maar de wereld, de aarde, was woest en ledig en water bedekte de aarde; en God zweefde op de wateren en zei: "Er zij licht!"

64 Nu, ik geloof dat de zon enzovoort, reeds bestond. Ik geloof het ook van de maan als het verder gaat in Genesis 3, om het te verklaren... Maar ik geloof wat hier was... Dat we de wereld zouden gaan gebruiken; en daarom... en Het zweefde binnen; er hing nevel en mist over de hele aarde, en die maakte haar donker. En God zei: "Er zij licht!" en de duisternis ebde weg, en er kwam een wolkenloze hemel.

65 En ik geloof dat dat Gods manier is om dingen te doen; Hij... In het volgende vers in de Bijbel zegt Hij (vers 4): "En Hij maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis; en het licht noemde Hij dag, en de duisternis noemde Hij nacht." En Gods Woord scheidt altijd het licht van de duisternis. Ziet u? Het is het Woord wat het licht van de duisternis doet scheiden.

66 God doet altijd hetzelfde. Als Hij op het punt komt om iets te gebruiken, zoals Hij op het punt kwam om deze oude ster te gebruiken of wat het ook was, deze wereld – toen moest Hij het licht van de duisternis gaan scheiden. Als Hij tot het punt komt om een groep mensen te gebruiken, moet Hij het licht van de duisternis scheiden. Als Hij tot het punt komt om een persoon te gebruiken, scheidt Hij het licht van de duisternis. Ziet u?

67 Licht komt door God, en... Bedenk, het licht kwam door Zijn gesproken Woord. Het Woord van God zei: "Laat er licht zijn!" toen er geen licht was. En Hij zond het licht om de duisternis van het licht te scheiden.

68 Dit bevel maakte de hemel helder zodat de zon er op kon schijnen. En Zijn Woord is vandaag datgene wat heel de atmosfeer van ongeloof zuivert.

69 Ik sprak... Ik had, geloof ik, elf persoonlijke gesprekken vanmorgen, voordat ik op de preekstoel kwam. Zo erg...

70 Onlangs kwam er een kleine vriend van mij, Jim Pool, zijn kleine jongen; zij dachten dat hij een hartaanval had, en ze ijlden met hem naar het ziekenhuis. Het was een astmatische aandoening die de jongen deed... Zijn hart bonkte, en hij hijgde en schreeuwde en hij kon geen adem meer krijgen, en het leek of de kleine kerel zou sterven. Toen ze hem hier brachten... Ik stond op het punt naar het ziekenhuis te gaan, maar ze brachten hem hier. Ik pakte zijn handje vast, en ik zei: "Het komt doordat hij de mazelen heeft. En de mazelen, de koorts heeft die jongen geveld. Laat u hem maar met rust; over een paar dagen wil ik hem wel weer eens zien. Hij zal onder de mazelen zitten." Hij zit hier nu, helemaal onder de mazelen. Ziet u?

71 Nu, wat... God scheidt duisternis van het licht of licht van de duisternis en Hij scheidt dood van leven; en Hij doet het door Zijn Woord. Zijn Woord brengt dat altijd voort.

72 Nu, licht was... Nu, het zaad was reeds op de aarde. Ik geloof dat God het zaad had geplant, en zolang de zon bij dat zaad kan komen, begint het te groeien. Dat is de reden dat er maar een paar dagen nodig waren om deze zaken voort te brengen, omdat het zaad al in de aarde lag. Al wat het nodig had was licht.

73 En dat is de manier die God vandaag heeft. Zijn Zaad ligt al hier, Zijn Woord. Het enige wat het nodig heeft, is dat er licht op komt; en Hij is dat licht, want Hij is het Woord. Het Woord en het licht is hetzelfde. Het leven daarin is het licht van het Woord (ziet u?), is het leven. De levenskiem ligt binnenin de graankorrel, en het leven van de graankorrel komt er uit tevoorschijn en brengt het leven uit het graan tevoorschijn. Dat is de manier waarop Christus in het Woord het Woord laat doen wat het wordt verondersteld te doen. Precies zoals het leven in de graankorrel of wat het ook is; het laat het graan doen wat het wordt verondersteld te doen, omdat het het leven is dat er in zit.

74 Alle leven... Dus leven wordt slechts door het Woord van God gemanifesteerd. Leven komt alleen door het Woord van God dat wordt gemanifesteerd. Zolang het hier gewoon in het Boek staat, kan het worden betwijfeld; maar wanneer het wordt gemanifesteerd, dan ziet u het resultaat van wat het sprak dat er zou worden gemanifesteerd; dan is dat licht op het Woord. Ziet u? Dat brengt... Het Woord zei het zo, en wanneer het dan komt te geschieden, is dat leven in licht, licht dat leven brengt.

75 Licht brengt leven. Plant een tarwekorrel hier buiten, het zal... Als u het in de kelder zet, hem helemaal bedekt, zal het nooit iets voortbrengen, want het kan het niet omdat er daar geen licht is. Maar zodra er licht op valt, zal het leven voortbrengen als het een kiemkrachtig zaad is. Zo is het hetzelfde in het Woord. Ziet u, het Woord is God, en wanneer het leven het treft, als het licht het treft, dan brengt het opnieuw het Woord tot leven. Elk tijdperk is dat altijd zo geweest.

76 O, hoe waarderen we deze geweldige dingen, hoe dat het Woord dat wordt betuigd het licht is van het gesproken Woord. Ziet u? God sprak: "Er zij licht." Nu, wat als Hij het gewoon had gezegd, en er was geen licht gekomen? Dan zouden we niet weten of het waar was of niet. We wisten dan niet of Hij waarachtig was, dan wisten we niet of Hij God was of niet, omdat Hij gewoon sprak: "Laat er zijn", maar het was er niet. Ziet u? Dus wanneer God dan spreekt en we zien dat het er is, dan is dat het licht dat tevoorschijn komt, de Waarheid van het Woord. Ziet u? Daar is licht en leven.

77 Al het natuurlijke leven komt door Zijn gesproken Woord, en de zon is Zijn gesproken Woord. Hij zei dat Hij een groot licht schiep in de hemelen voor de dag en een kleiner licht voor de nacht. Ziet u? En al het natuurlijke leven moet komen door Gods gesproken Woord. Een bloem kan niet groeien zonder dat het licht van Gods gesproken Woord er op schijnt, want de zon, de z-o-n, is het gesproken Woord van God, toen Hij zei: "Er zij licht!" Ziet u? Het is Gods gesproken leven, ongeacht hoezeer de mensen ook proberen om dit, dat en nog wat anders te zeggen, het blijft nog steeds hetzelfde: u moet die zon hebben. Dus natuurlijk leven kan alleen komen door het gesproken Woord van God.

78 En geestelijk leven, eeuwig leven, kan alleen komen door Gods gesproken Woord des levens. Leven was in dit geval de Z-o-o-n. In Hem is licht, en in Hem is geen duisternis; en Hij is Gods gesproken licht (is dat waar?), Gods gesproken Woord; want "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God." En het is voor altijd God. Ziet u? En het licht van God is nodig om op het Woord te vallen om het te doen leven. Hier is wat Hij sprak, laat nu het licht schijnen (Amen!) – laat het licht schijnen, en het licht zal elk Woord op haar juiste plaats brengen op de geschikte tijd. Amen!

79 Nu, ziet u, als de tijd komt; soms ligt dat graankorreltje de hele winter in de aarde te sluimeren, zoals zaad, wintertarwe die in de grond is gezaaid. Maar wanneer die zon in de goede stand komt, o, dan moet het leven. Ziet u? Het kan niet leven zonder de zon. En de beloften die God gemaakt heeft voor elk tijdperk en elke dag, wanneer dat licht op de juiste wijze komt en daarop schijnt, zal het precies dat voortbrengen wat het Woord heeft gesproken; want Hij is het licht en het leven.

80 Gods Woord komt alleen door de Bijbel. Gods Bijbel is de gedrukte vorm van de Zoon van God, omdat de Bijbel zei dat het de openbaring van Jezus Christus is. Het is God die Zichzelf door Christus openbaart, en Christus is het Woord. En het licht van God is nodig om op dat Woord te schijnen om het te betuigen, om te bewijzen dat God nog steeds leven spreekt – eeuwig leven, Hij spreekt het... Het natuurlijk licht brengt het leven. Leven komt alleen door het licht, het Woord gemanifesteerd of vlees gemaakt... Wanneer al de beloften in de Bijbel openbaar gemaakt worden, is toen Jezus Christus, het Woord, vleesgemaakt werd onder ons. God werkt altijd door mensen. De mensen zijn Gods onderdanen.

81 Nu, als het hier binnen wat warm wordt voor u, kunt u de ramen wel open doen of wat u ook wilt, de kachel wat zachter zetten misschien, misschien zal de koster de kachel wat lager kunnen zetten. Ik zie dat velen het warm hebben, en het is hier boven ook warm om te staan. Maar bedenk... Ik ben blij dat het warm is in plaats van koud, want ik houd van warmte. Warmte brengt altijd licht – leven. Er is vuur voor nodig...

82 Let op! Nu, vleesgemaakt; als het Woord wordt vleesgemaakt, wordt het gemanifesteerd. Zoals wanneer u het Woord neemt en het in de juiste positie plaatst, in de juiste soort grond doet, dan zal het voortbrengen – dan zal het zaad naar zijn aard gaan voortbrengen. En het Woord geplant in het juiste soort hart zal Zichzelf manifesteren. Het zal het licht voortbrengen. Het zal daaruit voortkomen. Goed.

83 Niets natuurlijks – niets, hetzij natuurlijk of geestelijk, kan zonder Gods licht leven. Leven kan alleen komen door licht. Niets natuurlijks of geestelijks kan leven zonder Gods licht. Bedenk dat. Goed. Maar wanneer Hij ons het licht zendt (ziet u?) en al deze dingen doet, en we het dan verwerpen... Nu, dat is het jammerlijke, wanneer licht wordt verworpen als het tot ons wordt gezonden.

84 Nu, zou u zich kunnen voorstellen dat iemand vandaag zou zeggen: "Ik weiger gewoon om te zeggen dat er zoiets als de zon bestaat. Ik geloof niet dat er een zon is." En hij loopt de kelder in, sluit alle deuren en hij gaat daar in de duisternis zitten, en hij zou zeggen: "Er is niet zoiets als een zon, zoiets als licht bestaat niet." Dan zou u direct weten dat er geestelijk iets fout was met die persoon. Ziet u? Daar is iets verkeerd wanneer hij terug loopt een donkere kelder in, en weigert om die weldaad van het God-gegeven licht te aanvaarden. Dan is er iets niet met hem in orde. Hij wil haar warme stralen niet. Hij wil haar gezondheidgevende kracht niet. Hij wil niet in haar licht wandelen. Hij zit liever in de duisternis. Dat laat zien dat er geestelijk iets verkeerd is (natuurlijk) met die man.

85 En ik zeg dit met alle liefde en achting: Zo is er ook iets geestelijk fout met een mens die zal teruglopen naar zijn denominaties van geloofsbelijdenissen en weigert het Bijbelse licht te zien terwijl het vlak voor hem helder schijnt. Er is iets fout met hem! Hij gaat terug in zijn geloofsbelijdenissen en vormen, sluit de deur en zegt: "Er bestaat niet zoiets dergelijks. De dagen van wonderen zijn voorbij. Er bestaat niet zoiets als Goddelijke genezing. Zulke dingen bestaan niet. Dat was voor een apostel." Die man is geestelijk krankzinnig. Ziet u? Daar is iets verkeerd met hem. Hij trok de gordijnen dicht en hij verwierp de Heilige Geest die op hem kan komen. Als hij maar kan... "Indien gij in Mij blijft en Mijn Woord in u, dan (het licht dat op dit Woord schijnt) vraag wat gij wilt." Ziet u, ziet u?

86 Er is iets fout als hij die van God-gegeven bronnen zou verwerpen, die God ons heeft gegeven om bij te leven, Zijn Woord. "De rechtvaardige zal door geloof leven. De mens zal niet leven bij brood alleen, maar bij elk Woord, niet een deel van het Woord, maar bij elk Woord, dat de mond van God uitgaat." Wanneer een man dat gewoon zal weigeren, is er iets verkeerd met die persoon, er is iets verkeerd met Zijn ervaring, dat hij beweert God lief te hebben en dan God weigert. Er is iets verkeerd gegaan met die persoon. We weten dat zonder zweem van twijfel. Hij verwerpt het, hij komt dit gebouw binnen en zegt: "Nu, ik wil daar niets van weten; vertel me maar niets over deze dingen. Ik geloof er niets van, wat u ook zegt..."

87 Een man zei niet lang geleden – ik vertelde u erover – hij zei: "Het kan me niet schelen, al zou u vijftig kankergevallen bij mij brengen en vijftig doktoren om erover te getuigen, ik zou het niet geloven. Het kan me niet schelen of u de doden vóór mij zou opwekken; ik zou het niet geloven." Ziet u, er is iets verkeerd met die persoon. En toch was de man een prediker (ziet u?). Hij werd verondersteld een prediker te zijn. Maar gewoon omdat die organisatie niet in de krachten van God gelooft, en niet gelooft dat het Woord precies bedoelt wat het zegt, rent die man deze kelder binnen, die oude, muffe, stoffige, vuile kelder van een organisatie, en hij weigert de warmte en leven-gevende stralen van de Heilige Geest, Jezus Christus, die dezelfde is gisteren, vandaag en voor eeuwig. Dan is er iets fout met die persoon. Ziet u? Hij zou liever in die muffe duisternis, enzovoort willen leven, dan willen leven in het licht van God en van de Bijbel die zei dat Jezus Christus dezelfde is gisteren, heden en voor eeuwig. "De werken die Ik doe, zult gij ook doen, zelfs grotere dan deze zult gij doen, want Ik ga tot Mijn Vader." Er is iets verkeerd met die persoon. Ongetwijfeld is er iets fout.

88 En tot u mensen die hier over de hele wereld naar luistert, waar u ook mag zijn, er is iets fout met uw ervaring wanneer u zegt dat u God liefhebt en Zijn Woord weigert. Er is iets... U weigert hetzelfde... Geen wonder dat de kerk in haar toestand is en dat de dingen niet kunnen worden gedaan zoals God heeft beloofd... komt omdat u zelfs het Woord niet wilt ontvangen of wandelen in het licht. De Bijbel zei: "Laten we wandelen in het licht zoals Hij in het licht is, dan reinigt het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, ons van alle zonden." Zonde is ongeloof.

89 Dan, als wij wandelen in het door God-gegeven licht van het uur, dan neemt God dat Woord dat gegeven is voor het uur en Hij betuigt het, precies zoals Hij deed in Genesis 1:3. Hij zei: "Er zij licht!" en het licht kwam. Zijn Woord ging uit, en het licht volgde het en het vaagde de mist weg. En de duisternis ging naar de ene hoek, en het licht scheen aan de andere kant.

90 Dat is de wijze waarop God het vandaag ook doet. Hij zendt zijn Woord voor dit uur, en de Heilige Geest komt en doet dat Woord leven. En de duisternis gaat naar hun geloofsbelijdenissen en denominaties, maar het licht schijnt; want het is het Woord van God dat betuigd is, dat Zijn Woord waar is. Nu, er is niets bij wat verzonnen is, dat is gewoon precies Schriftuurlijk. Goed.

91 Nu, we ontdekken dat de wijzen, de wijzen van vroeger, die God-gegeven zaak volgden; zij volgden het Woord van God naar het licht, omdat het het Woord was wat leven bracht.

92 Nu, zegt u: "Hoe volgden ze?" Wel, ze waren een soort magiërs, begrijpen we. En dan ontdekken we dat Bileam, de profeet daar in Numeri 24:17, dat Bileam zelf een soort magiër was. Hij was werkelijk een profeet; en hij profeteerde hier en zei dat een ster zou opgaan uit Jakob. En toen deze wijzen zagen dat het Woord van God zei dat er een ster zou opgaan uit Jakob, volgden zij dat kleine, van God gegeven teken naar de bron van eeuwig licht. Zo zullen ook vandaag wijze mannen, die niet verblind zijn door geloofsbelijdenissen, het God-gegeven gesproken Woord volgen tot zij de volheid van de kracht van God zich zien ontvouwen in dit uur. Ziet u? Ze zien het en ze weten dat het hier in de Schrift staat. God beloofde het voor deze dag.

93 Ongeacht hoeveel sterrenwachten en hoeveel andere zaken de wijzen vertelden: "Wel, jullie zijn niet goed bij je verstand!"... Twee jaar waren ze op reis. Ze kwamen door vele landen, en men vroeg: "Waar gaat u heen?"

94 "O, wij hebben Zijn ster gezien in het Oosten en we komen om Hem te aanbidden." En toen ze Jeruzalem binnentraden, bij het denominatie-hoofdkwartier, hadden ze het antwoord niet. Ze gingen door de straten en riepen: "Waar is Hij, de geboren koning der Joden?" Men wist er niets over. Dus deden ze een beroep op het Woord om het te ontdekken. Ze hadden gevolgd, ze wisten dat die ster hen leidde naar het eeuwige licht. "Leidt ons naar Uw volmaakte Licht." En het Woord is wat u naar het licht leidt, en het licht maakt dat het Woord betuigd wordt. Amen!

95 Let op, zij waren wijze mannen, en wijze mannen vandaag, niet wijs... De wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God. Al uw geleerden, en u mensen, die steunt op de een of andere grote geleerdheid of het een of ander wat u vertelt hoe een atoom te splijten, dat kan u geen leven geven. Er is niets wat u leven kan geven, behalve het gesproken Woord van God! Dat is de enige wijze waarop het leven kan komen: door Zijn gesproken Woord.

96 Het is prima om te weten hoe u een atoom moet splitsen; ik wilde dat ze het nooit hadden uitgevonden, maar als ze... Ze moeten het doen, omdat deze wereld vandaag afhangt... Het moest gebeuren om deze grote gaten in de aarde te slaan om die lava eruit te laten komen en deze wereld weer te vernieuwen, om een nieuwe aarde te vormen, waar de rechtvaardigen zullen wandelen op de as van de goddelozen, waar de zonde vergeten zal zijn. Alles heeft een manier om zich te vernieuwen. En de mens werd het gegeven om op deze aarde te leven door zijn eigen wijsheid – de boom der kennis te nemen in plaats van de boom des levens – hij zal de aarde vernietigen die God hem heeft gegeven om op te leven. Maar degenen die nog steeds aan de boom des levens zijn, zullen komen tot een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar geen ziekte of dood meer is. Licht, licht! Here, zend ons licht.

97 Het waren de engelen van God die licht toonden op de heuvel om de herders te leiden naar het eeuwige licht. Ziet u, het komt alleen door licht. Leven kan alleen komen door licht. De herders wilden weten... Weet u, wanneer er een koning wordt geboren, wordt er gezongen, een groot spektakel wanneer de koning wordt geboren. Nu, Hij was zo in het geheim geboren, geboren in een stal, in een kribbe waar het vee en de paarden uit aten, maar toch was Hij een koning. En de engelen kwamen neer en zij zongen liederen voor de herders in het licht. De engelen zelf waren lichten die toonden met het Woord van God... Zij hadden het Woord van God en vertelden hen: "Heden is in de stad van David, daar in Bethlehem, Christus de Redder geboren." De engelen hadden het Woord, en het Woord kwam door het licht om te leiden. En zij volgden het Woord van de engelen naar het eeuwig licht. Ze vonden de baby daar, in doeken gewikkeld zoals ze hadden gezegd. Want ziet u, leven komt alleen door licht.

98 Let op, Hij was het Woord dat licht werd gemaakt, of dat licht werd. Het Woord... In die generatie... Hij was het Woord-licht van die generatie, omdat de profeten vanouds van Hem hadden gesproken, en hier kwam Hij en betuigde dat Hij het licht van Gods gesproken Woord was. Ziet u? Wat al de profeten hadden gesproken, werd vervuld in Hem. Ziet u? De profeten daar vroeger met het Woord – zoals God in den beginne was, toen Hij zei: "Er zij licht!" en het licht kwam – nu, de profeet zei: "Een maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren. Zijn Naam zal Immanuël zijn, want Hij zal God met ons zijn." Nu, zij hadden dat gesproken; het Woord was uitgegaan, maar Hij was het licht. Wat was Hij? De vervulling. Halleluja! Hij was de vervulling van dat Woord. Hij was de manifestatie van dat Woord.

99 Zo is het vandaag ook. Gods Woord werd vervuld in dat uur, en dat is het licht. Het is God die Zichzelf manifesteert. Hij was het licht der wereld.

100 En toen de profeten, geïnspireerd door de Heilige Geest, zeiden: "Want een Kind is ons geboren; een Zoon is ons gegeven, of een Kind is ons gegeven; en men noemt Hem wonderbare Raadsman, Vredevorst, Sterke God, Eeuwige Vader", daar was het. Wat was Hij? Het licht dat dat Woord vervulde (Amen!), het licht dat dat Woord vervulde.

101 In Mattheüs, het achtentwintigste hoofdstuk, vinden we, toen Jezus uit de dood opstond, dat Hij eveneens het licht was van het gesproken Woord van David, die zei: "Ik zal Zijn ziel niet in de hel verlaten; noch zal Ik toelaten dat Mijn Heilige verderving ziet." De dood was in de duisternis, maar Hij verbrak de zegels van de dood, en Hij liep er binnen en kwam er weer uit terug. Hij was het licht, het betuigde Woord dat de doden kunnen leven nadat ze dood zijn. Hij was het!

102 En op de dag van Pinksteren was dat het licht dat toonde wanneer de Heilige Geest was gekomen. Jesaja zei in het achtentwintigste hoofdstuk, Jesaja zei dat het "wet op wet moet zijn; het moet eis op eis zijn, hier wat en daar wat; houd vast aan wat goed is; want met stamelende lippen en andere tongen zal Ik tot dit volk spreken; en dit is de rust, dit is de sabbat die Ik u zal geven." In dit alles wilden zij niet horen, ze liepen weg, schudden hun hoofd. En toen op de dag van Pinksteren, toen de Heilige Geest op die mensen viel en ze zich gedroegen als dronkemannen en vrouwen, wankelend onder de kracht van de Heilige Geest, liepen ze weg en schudden hun hoofden en zeiden: "Deze mensen zijn dronken, vol van nieuwe wijn", enzovoort. Het was absoluut het licht, het Woord dat werd geprofeteerd, dat werd gemanifesteerd.

103 Zo is het in elk tijdperk. Het Woord gemanifesteerd, tot leven gekomen, is het licht voor dat tijdperk; daar wordt het Woord gemanifesteerd, precies zoals het in Genesis 1 was, toen God zei: "Laat er licht zijn", en er was licht; toen God zei: "Er zal een Zoon zijn", en daar was een Zoon.

104 Toen God zei in Joël 2:28: "Het zal komen te geschieden in de laatste dagen dat Ik van Mijn Geest zal uitgieten op alle vlees. Uw zonen en dochters zullen profeteren. Op Mijn dienstknechten en dienstmaagden zal Ik van Mijn Geest uitgieten. Uw jongemannen zullen visioenen zien; uw oude mannen zullen dromen dromen!", en al deze dingen die Hij had beloofd; toen de Heilige Geest viel, was het licht op dat Woord. Toen het Woord gemanifesteerd werd, werd het licht. Hij is het licht. Hij is het licht dat wij behoren te volgen. Hij is het enige licht. De engelen vonden licht en volgden dat naar Hem.

105 Nu, in alle tijdperken is een bepaald deel van Zijn Woord bestemd voor elk tijdperk. God zend altijd iemand in wie dat Woord kan gaan en die het licht ervan kan tonen. Dat doet Hij in elk tijdperk hetzelfde, altijd gaat het zo.

106 Hij was de vervulling, zoals ik al zei, van de Goddelijke, heilige krachten van de profeten. Zij waren mindere goden. Als het Woord van de Here tot een man kwam zei Jezus zelf dat hij een god was. U weet dat. Hij zei: "Als uw wet en uw vaderen destijds, hen tot wie het Woord Gods kwam, goden noemde, hoe kunt gij dan Mij veroordelen, als Ik zeg dat Ik de Zoon van die God ben?" Ziet u? Terwijl diezelfde God Zelf, die het Woord door de profeten sprak... Hij was de manifestatie van dat gesproken Woord. En als de profeet een god werd genoemd, omdat hij de manifestatie was van het Woord van een andere profeet, hoe zou u Hem dan kunnen veroordelen als Hij hetzelfde was? Hij was de Zoon van God. Hij zou de Zoon van God genoemd worden.

107 Hij was de lang beloofde Messias waarop de wereld had gewacht. Hij was de belofte van de Messias openbaar gemaakt.

108 Kijk naar Hem toen Hij daar stond. Hij zei: "Als Ik niet de werken van Mijn Vader doe, veroordeel Mij dan (ziet u?). Maar als u Mij niet kunt geloven, geloof dan de werken die Ik doe. Zij getuigen wie Ik ben. Zij vertellen u wie Ik ben." Ziet u die blinde, verduisterde tijd waarin zij leefden? Ze konden het niet zien. Ze konden gewoon niet begrijpen hoe Hij dat kon zijn. "Hoe kan Hij een zoon van God zijn, wanneer Hij hier in Bethlehem werd geboren?" Als ze maar hadden geweten, dat het Woord zei dat Hij op die manier zou komen.

     "Wel, Zijn vader Jozef is een timmerman. Zijn moeder, wel, onder onze broeders wordt eigenlijk geloofd dat Hij onwettig geboren was." Ziet u? Maar toch zei het Woord van God dat.

109 Hij zei: "Onderzoek de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het die getuigen wie Ik ben. Deze zijn het die van Mij getuigen", deze Heilige Schrift. Wat was Hij dan? Hij was Gods licht. Geen wonder dat Hij zei: "Ik ben het licht der wereld."

110 Niet alleen zei Hij: "Ik ben het licht", maar Hij zei: "Gij zijt het licht." Als Zijn Woord in u is, daarvan getuigenis afleggend, dan bent u het Licht der wereld.

111 Let op, we ontdekken nu, dat het licht van elk tijdperk op precies dezelfde wijze werd gemanifesteerd. Dan wil ik u even een vraag stellen – want onze tijd verstrijkt. Waarom, waarom wezen zij het dan af? Hoe konden zij dat doen terwijl dezelfde Bijbel die ze lazen vóór hen werd gemanifesteerd. Nu, studeer daar eens heel zorgvuldig over.

112 Nu bedenk, ik spreek tot vele mensen op dit moment (ziet u?), niet voor die vier- of vijfhonderd hier. Maar ik spreek tot vele duizenden.

113 Stop even een ogenblik. Stop even uw bandrecorder en stel u de vraag: Waarom zouden religieuze mannen, goede mannen... Waarom zou Jozef het betwijfelen? Ziet u? Waarom...? Omdat hij nooit de Schrift had onderzocht. Waarom betwijfelden de priesters het? Eén reden... Zij deden het niet; zij wisten het. Nicodemus bracht het goed tot uitdrukking; hij zei: "Rabbi, wij weten dat Gij een leraar van God gezonden bent. Niemand zou kunnen doen wat Gij doet, tenzij God met hem is. We zijn ons dat bewust." Maar wat was het? Hun tradities weerhielden hen ervan dat te doen.

114 Waarom verwierpen zij dan de Messias? Waarom verwierpen zij dat licht? Hier is het Woord waarvan ze wisten dat het zou komen te gebeuren, maar toen het Woord werd gemanifesteerd om te tonen dat het Woord van God was vervuld... Vergelijk dat eens met vandaag. Ziet u? Terwijl er geschreven stond in het Woord dat het zou plaatsvinden... Waarom verwierpen deze mannen het dan? Leraars! Omdat zij leefden in een schittering van een ander licht. Dat is het. Zij leefden in een schittering. Dat doen ze vandaag. Ze leven... De reden dat ze het afwezen is, omdat ze leven in de schittering van een ander licht. Zie? Nu, zij leefden in de schittering van wat Mozes zei – dat beweerden ze. Ze leefden in de glans van wat een ander tijdperk vroeger had gebracht. En dat is precies dezelfde reden dat vandaag deze Boodschap dat Jezus Christus nog steeds dezelfde is, wordt afgewezen, omdat de mensen leven in schitteringen van andere tijden. Om dezelfde reden wijzen zij het af.

115 Nu, laten we opletten. En "Webster" zegt dat een schittering een "soort vals licht" is. Een schittering is "een vals licht", hetzelfde als dat wat schittert. Zoals een luchtspiegeling onderweg – u rijdt op een weg, velen van u rijden auto, en u kijkt dan voor u uit en als u dan ziet dat de zon op de grond weerkaatst wordt, dan weerkaatst het een licht – net zoiets als een luchtspiegeling, het lijkt wel of er overal water op de weg ligt. Maar als u daar komt, dan ligt er helemaal niets. Het is alleen maar een valse luchtspiegeling, de schittering van een echt licht. En dat doet de duivel vandaag, hij toont de mensen een luchtspiegeling, een Raad van Kerken, een groep denominaties wat zal blijken een valse waan te zijn. Want het is er omdat er een werkelijk licht schijnt. Als dat werkelijke licht niet scheen, zou die luchtspiegeling er ook niet kunnen zijn. Er schijnt een werkelijk licht. En daar leven zij in, in iets anders, een schittering van een andere tijd, want het is gekomen en voorbijgegaan.

116 Nu, een schittering, deze luchtspiegeling is vals. Het is een schittering van de zon. En zo deden ze hetzelfde. Een valse schittering van een waarachtig licht...

117 Nu, het werd bewezen dat Hij het waarachtige licht was. Hij was het licht. Waarom wisten ze niet dat Hij het licht was? Hoe konden ze weten dat Hij het licht was? Omdat het Woord dat werd beloofd, door Hem werd gemanifesteerd, dus was Hij het licht van dat gesproken Woord. Amen! O, dat zou bijna maken dat ik, een Pinkster-Baptist, zou gaan jubelen.

118 Let op, denk daaraan, een schittering. Ziet u. Levend in een schittering. Maar wanneer het ware woord leeft, is dat het licht wat God heeft gesproken. Nu, wat als God in den beginne had gezegd "Er zij licht" en er zou iets anders zijn verschenen (ziet u?), gewoon een luchtspiegeling. Ziet u? Het zou niet geweest zijn wat God had gezegd. Nee, het zou het niet zijn geweest. Wat als God had gezegd: "Er zij licht", en er zou nog meer mist gekomen zijn? Ziet u? Het zou geen licht zijn geweest. Maar de reden dat er licht kwam, was omdat Zijn Woord werd gemanifesteerd. En vandaag, wanneer God heeft gezegd dat er zulke dingen zullen plaatsvinden in deze tijd en u ziet het gebeuren, wat is het dan? Het is het licht op Gods Woord. Het is Woord dat licht wordt gemaakt, dat zichzelf manifesteert.

119 Nu, zeggen ze: "Wie zegt u dat wij zijn?" "Wel," zeiden zij, "u probeert om... We weten dat u krankzinnig bent. Wel, u bent een Samaritaan; u bent niet bij uw volle verstand. Wel, u probeert om... Wie kan vertellen... Wij weten dat u in zonde werd geboren. Wij weten niet waar u vandaan komt. Wij hebben geen getuigenis van uw erkenning in onze groepen. Wel, u bent krankzinnig. U hebt een duivel." Ziet u? Ze zeiden: "Wel, u bent buiten zinnen." Maar Hij was in werkelijkheid het echte, ware licht van God dat scheen, en die schittering had hun ogen verblind.

     "Wij hebben Mozes als onze gids."

120 Hij zei: "Als gij Mozes zou hebben geloofd, zou u Mij hebben gekend." En als u Jezus en de Bijbel zou geloven, dan zou u dit uur kennen waarin u leeft.

121 Ze zeiden: "Wel, wij zijn Christenen, we..." Als u het was, dan zou u de handelingen van Christus kennen voor deze dag. Ziet u? U zou het weten.

122 Jezus zei: "Al die profeten spraken van Mij. En als u die profeten zou geloven, wel, dan zou u Mij kennen. Mijn werken identificeren Mij, omdat Ik doe wat zij zeiden dat Ik zou doen. En wie kan Mij nu veroordelen van ongeloof?" Maar toch zagen ze het niet. Waarom? Hun ogen waren verblind door een schittering (ziet u?), een schittering van iets anders, dat zij hadden genomen voor wat het ware gesproken Woord was...

123 Nu denk eraan! Denk het u in! Zij beweerden dat zij dat Woord geloofden. Maar hun tradities hadden hun blik van het ware Woord afgewend tot een schittering; daarom konden zij het echte niet zien. Zo is het vandaag ook. Zo is het in elk tijdperk geweest. Ziet u, het ware Woord schijnt, maar ze zijn zo in tradities verwikkeld dat zij dat Woord niet kunnen zien. Ze kijken naar een schittering, en ze zijn blind. Een schittering zal u verblinden. Er komt een boog vanaf, het zal u verblinden, en het zal... Toen de...

124 Jezus zei: "Gij zijt blinden die de blinden leidt." Ze hadden moeten kunnen zien wie Hij was, maar ze zagen het niet omdat zij leefden in die schittering.

125 Nu, een schittering is, zoals ik al zei, een vals licht, een luchtspiegeling, een valse voorstelling van het ware licht, een valse opvatting. Het is iets wat erop zou moeten lijken, maar het is het niet.

126 Nu, de enige manier waarop ze het verschil zouden kunnen weten was, omdat díe dingen die Jezus deed, bewezen wie Hij was, dat Hij het Licht was. Zij dachten dat zij in het licht waren. Maar als u nu even een ogenblik zou stoppen en het nader beschouwt: wie is er dan in het licht?

127 Nu vandaag, als zo'n denkfout werd gemaakt door de kerkmensen van die dag, er zo'n denkfout werd gemaakt, broeders, denkt u dan niet dat het tijd is om te stoppen, zodat we goed bezien wat licht is? Laten wij niet zo'n denkfout maken. Maar u doet het wel. U hebt het al gedaan (ziet u?) en u wist het niet. Precies zoals het toen was.

128 Nu, stop dan even een ogenblik en ontdek wat het Woord zegt voor vandaag. Als zij maar zouden zijn gestopt en hebben nagedacht: "Hier is Hij precies tot op de letter bezig te vervullen wat het Woord zei dat Hij zou doen",... En Hij daagde hen uit zoals ik u uitdaag. Ik daag u uit om in het Woord te kijken; doorzoek de Schriften; kijk of dit niet het uur is. "Onderzoek de Schriften; daarin denkt gij eeuwig leven te hebben; en zij zijn het die van Mij getuigen." Zij zijn het die getuigen van dit werk vandaag. De werken zelf betuigen dat het wordt gedaan. En de Schrift zegt dat het zal worden gedaan, dus is het het licht van het uur. Gods Woord zei het zo.

129 Uw tradities en dergelijke zijn precies wat de Bijbel zei, zoals diegenen die met hun hoofd schudden en wegliepen. Alle tafels zijn vol braaksel, zei de Bijbel. En dat is de manier waarop zij... Ze wilden het niet geloven; ze schudden hun hoofden. En heren, beseft u, en broeders, beseft u dit, dat wanneer u díe zaak verwerpt, die God voor uw ogen betuigt, u hetzelfde doet als zij deden, dat u terug gaat naar uw traditionele uitbraaksel?

130 "Zoals een hond teruggaat naar zij braaksel..." Als het hem de eerste keer misselijk maakte, zal het hem de tweede keer ook misselijk maken. Als de Katholieke kerk die georganiseerd werd en de eerste organisatie vormde, misselijkheid bracht aan de gemeente, zal het ook zo zijn met de Lutheranen, Methodisten, en heel de rest van hen, Baptisten, Presbyterianen en Pinkstermensen. Een hond die teruggaat naar zijn uitbraaksel en een zeug die teruggaat naar de modderpoel. Ziet u? We zullen daar zo dadelijk op komen, zo de Here wil.

131 Een schittering, wandelend in een schittering (ziet u?), een luchtspiegeling, een valse opvatting van waarachtig licht. Hij bewees dat Hij het licht was, omdat Hij ver in de minderheid zijnde... (O!) Miljoenen waren tegen Hem. Er was niet éénzesde van de mensen... éénnegentigste van de mensen op aarde heeft ooit geweten dat Hij er was. Ik vermoed dat niet éénhonderdste van de Joden of nauwelijks éénvijftigste van hen of éénveertigste van hen, zou ik zeggen, misschien nog minder, uit Zijn eigen land, ooit wist dat Hij er was. En zij die wel wisten dat Hij er was, beschouwden Hem als vals, omdat de denominatie hun had verteld dat Hij dat was. Ziet u? Maar toch was Hij het waarachtige licht dat was gesproken sinds Genesis in den beginne, Die hun vroeg de Schriften te onderzoeken en uit te vinden of Hij niet juist in die tijd leefde, of de werken die Hij deed niet precies vervulden wat voor die tijd was beloofd. Amen!

132 Wat een ernstige zaak is dat, broeder. We leven in een geweldige tijd. Hij bewees dat het juist was.

133 Hij was datzelfde Licht dat zij beweerden te aanbidden. Zij beweerden dat Licht te aanbidden. En zo is het vandaag. Zij beweren dat te aanbidden. De Pinkstermensen beweren het. Ze beweren dat ze dat doen, en ze zijn zo blind dat ze het niet kunnen zien. Waarom? Zij organiseerden zich en zij kregen een schittering in hun gezicht. Ziet u? Een traditie maakt dat sommige mensen zich vergaderen en zeggen: "We zullen heengaan en dit maken, en dit en dit en dat." We zullen er nu op komen waarom dat moet gebeuren, zo de Here wil.

134 Let op, Zijn werken waren het levende Woord Zelf. Wat Hij deed was het levende Woord Zelf, tonend dat Hij dat licht was dat was beloofd sinds het begin van de wereld. Hij was dat licht. Zijn licht op het beloofde Woord van het tijdperk, maakte het precies levend tot wat de belofte zei dat het zou doen, maar zij hadden het zo verdraaid dat ze het niet konden zien. Ziet u? Maar Hij was het licht van dat tijdperk.

135 Hij was dat licht dat zij beweerden te aanbidden. Zij dachten dat zij de God van de schepping aanbaden. Maar ze leefden en aanbaden een schittering en Jezus zei: "Gij aanbidt Mij tevergeefs, leringen lerend die overleveringen van mensen zijn, en niet het Woord." Hij is het Woord, en Hij was het Woord gemanifesteerd. Zij hoorden het te hebben gekend. Ik hoop dat dat overal door kan breken waar het wordt gehoord (ziet u?), dat het het gemanifesteerde Woord is.

136 "O," zegt u, "o, wij hebben het Woord!" Wel, het Woord; iedereen die wil, kan de Bijbel pakken, maar wanneer het Woord wordt betuigd, gemanifesteerd wordt...

137 Wel, u zegt: "Wel, wij geloven!" Ja, natuurlijk! Zij geloofde heel het Woord, wel dat doet Satan ook. Wie kon die Farizeeën veroordelen dat ze niet geloofden? Maar ze geloofden het Woord voor het uur niet. Ze aanbaden in een schittering van iets anders. Dat is precies hetzelfde als wat ze vandaag doen. U houdt vast aan Luthers tradities of Wesley's tradities en de rest, de Pinkstertraditie, maar hoe zit het met dit uur? De Farizeeën hielden hun tradities hoog, maar achter hun tradities stond het ware Woord van God dat kwam schijnen. En toen het dat deed, verblindde het hun ogen. Ze konden het niet zien, omdat zij naar iets anders stonden uit te kijken. Zo is het vandaag ook. Moge God dat diep in laten zinken, zodat het werkelijk doel treft bij de mensen die het behoren te geloven. Het is later dan u denkt.

138 Mijn zoon, Billy Paul, praat in zijn slaap, maar hij heeft niet erg vaak dromen. Hij had er onlangs 's nachts echter een, die hem ontstelde. Hij zei dat hij droomde dat hij in een gemeente was, en ik was nog niet binnen gekomen. En hij zei dat toen ik binnenkwam er vuur uit mijn ogen schoot. En ik zei: "De tijd is gekomen; het is voorbij!" En iedereen begon te schreeuwen: "Ik kan niet, mijn kinderen."

139 Mijn vrouw zei: "Ik kan Sara er niet toe bewegen om een zegen te vragen aan tafel", enzovoort.

     Hij zei: "Ik moet Loyce gaan halen en de baby."

140 Ik zei: "Loyce kan nu niet komen; de baby is te jong om het te weten. Billy, het uur is gekomen, we moeten gaan." Ik zei: "Het is nu middernacht, voor de dageraad zal Jezus hier zijn. Als dat niet zo is, dan ben ik een valse getuige van Christus."

     En iemand sprak en zei: "Niemand weet de minuut of het uur."

141 "Ik heb nooit de minuut of het uur gezegd; ik zei ergens tussen nu en daglicht. En ik zei: "Laten we gaan, Billy." En ik zei zoiets van... Ik zei: "Het is echter tijd; laten we gaan." En we stapten in de auto en reden weg. En we reden de berg op. En toen we dat deden, leek het alsof het licht opkwam en de hemelen waren donker over de aarde. Hij zei dat ik langs de kant van de weg ging staan en mijn handen zo hierboven hield; het vuur schoot nog steeds uit mijn ogen. Hij zei dat ik zei: "Here, ik heb dit op Uw bevel gedaan. Ik heb dit alleen gedaan, omdat U mij vertelde het op deze wijze te doen. Ik heb deze dingen gedaan overeenkomstig wat U me hebt verteld." En ik gebaarde naar een grote berg van graniet, en een licht hakte zonder handen een steen uit die berg die honderden tonnen zwaar woog en daar kwam hij. Ik zei: "Keer uw hoofden af; kijk niet. Het zal over een paar ogenblikken voorbij zijn." Hij zei: "Toen kwam er overal een grote, heilige stilte, terwijl deze steen naar deze plaats kwam.

142 Het kan misschien later zijn dan we denken. Ziet u, dat is precies Schriftuurlijk (ziet u?), de steen zonder handen uitgehouwen uit de berg. En zo zal het een dezer dagen gaan zijn, dat u om iets gaat roepen. Ik zei tegen hem: "Je hebt die tijd al gehad. God heeft je voortdurend keer op keer gewaarschuwd." Ja, ik zei: "Zelfs al is het mijn eigen kind of wie het ook is, het uur is gekomen. Ik kan alleen maar zeggen wat Hij heeft verteld om te zeggen, en het zal er zijn, en het was er." En toen plotseling kwam Hij, een steen uit de berg gehouwen zonder handen. Daniël zag dat vroeger, weet u, vele jaren geleden. En Billy wist daar niets over, maar het was een droom die hem door de Here werd gegeven.

143 Nu, zij beweren dezelfde God te aanbidden die zij aan het bespotten waren. En hetzelfde heeft zich vandaag herhaald om dezelfde reden, levend in een afschijnsel in plaats van in het licht. Grote lichten hebben een glans. Goed.

144 Kijk in welke duisternis we vandaag zijn. Zie wat er vandaag gaande is. Kijk naar die moord, berovingen, twist. Wel, het is komen te geschieden... Ik geloof dat het Billy Graham was die het zei in zijn laatste samenkomst: "Binnen tien jaren vanaf nu zal elke burger in Californië een geweer moeten hebben om zichzelf te beschermen. U kunt de wet niet zwaar genoeg maken." De mensen zijn gewoon krankzinnig geworden. Schieten en moorden, verkrachtingen, en alles. Ziet u, het is gewoon verwilderd op de straten. Ziet u, het is de dag waarin we leven, een Sodomietische dag. Ziet u? Maar er schijnt een licht, als ze slechts zouden kijken, als ze alleen maar in het Woord zouden kijken om te zien wat verondersteld wordt in dit uur te gebeuren, dan zouden ze weten wat er wordt geprobeerd te laten geschieden.

145 Nu, ze beweren dat ze dat licht aanbidden. Zo beweerden ze ook vroeger dat zij dat licht aanbaden. Maar zij aanbaden het in een glans van een ander licht in plaats van in het echte. Ziet u. Hij was het licht.

146 Geloofsbelijdenissen en tradities en hun verblinde toestand hadden hen afgewend van het ware licht van het beloofde Woord. Het Woord dat God had betuigd door Jezus, het licht der wereld, kwam en maakte dat Woord precies levend in die dagen dat Hij er was, precies op de dag af. Hij zou worden afgesneden in het midden van de zeventigste week (dat is waar), wat de 3½ jaar zijn van Zijn profetie. De Messias zou komen, de Vorst, en Hij zou profeteren. En 3½ dag daarna zou Hij worden afgesneden van onder de levenden en een verzoening brengen. Zo is het precies. Hij predikte 3½ jaar en...

147 En dezelfde Psalm die David sprak: "Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? (Psalm 22.) Al Mijn beenderen kan Ik tellen; zij schudden hun hoofd over Mij; ze kijken toe." Achthonderdvijftig jaar tevoren had David dat lied in de Geest gezongen, en het werd als profetie beschouwd, en gegeven... Zij waren die liederen aan het zingen in de tempel toen dat zelfde offer daar aan het kruis hing met Zijn handen doorboord: "En zij doorboorden Mijn handen en voeten." Ziet u? Ziet u dat? Waarom? Zij leefden in een afschijnsel; zij zagen het licht niet.

148 Zou u zich kunnen voorstellen dat een zinnig persoon dat doet? Net zomin als ik me kan voorstellen dat een zinnig persoon de kelder inrent en dan gedrongen wordt om de deuren dicht te trekken, en zegt: "Ik weiger te zien dat daar licht is." Dat is krankzinnigheid. En wanneer een mens ziet dat de Bijbel dit heeft beloofd en hij ziet het regelrecht voor zich uitgeleefd en gemanifesteerd worden en hij blijft voortdurend zitten in die geloofsbelijdenissen en dergelijke die dat verwerpen, dan is hij geestelijk niet goed bij zinnen. Het is een geestelijk misdrijf. Dat is precies juist.

149 Hier was Hij. Hij was het licht der wereld, en de wereld wist... Hij kwam tot de Zijnen; de Zijnen kenden Hem niet. Hij kwam in de wereld; de wereld werd door Hem gemaakt, en de wereld kende Hem niet. Ziet u? Maar zovelen als Hem kenden, gaf Hij kracht om zonen Gods te worden, hen die in Hem geloofden.

150 Bedenk, wij kunnen niet leven bij het licht van gisteren. Het licht van gisteren is verdwenen. Het is er niet meer. Het licht van gisteren is alleen nog maar een herinnering. Het zonlicht van gisteren is slechts een herinnering, of het is geschiedenis. We kunnen niet leven in het licht van gisteren. Hoewel het dezelfde zon is – dezelfde zon – ze schijnt elke dag wat krachtiger om het graan te rijpen voor de oogst. Ziet u?

151 De zon is vandaag weer wat in kracht toegenomen. Elke dag zal ze nu wat sterker worden, nog wat sterker, tot tenslotte de tarwe die daar ligt, tot leven gaat komen. Na een poosje komt het leven op. Dan wordt ze steeds wat krachtiger. Maart, april, mei, juni, juli, en dan bevindt ze zich in de oogst. Ziet u? Dezelfde zon die vandaag schijnt – in januari of december, die daar nu die sneeuw bestraalt en het doet smelten op dat graan, het water tevoorschijn brengt, is dezelfde zon; maar die tarwe zou in juni niet in datzelfde zonlicht kunnen leven. Ziet u? Het kan het niet. Ziet u, de zon wordt elke dag een beetje sterker. En het graan zou dan wat meer volgroeid moeten zijn om het zonlicht te kunnen ontvangen.

152 Dat is er vandaag aan de hand. Het graan dat daar vroeger door de voorvaderen werd gezaaid in Luther en Wesley en die anderen, werd in de groei belemmerd; het kan de zon niet verdragen. De zon doodt het. Het weigerde te groeien. Ziet u? Het kwam ongeveer tot de stengel op en het kwam tot hier en vormde zelf eigen kleine dingetjes, werd toen kaf waar geen leven in zit. Het graan had behoren te rijpen en sterker te worden naarmate de zon elke dag sterker wordt.

153 Nu, laat ons een ogenblik kijken. We zullen de gemeente-tijdperken bekijken. Er zijn zeven gemeente-tijdperken. Let in elk van die gemeente-tijdperken op hoe Hij tot hen sprak wat het zou doen, hoe het graan zou opgroeien en zou komen tot die laatste uur hier, dit laatste uur waarin wij leven. Zo moest het met de gemeenten precies zo gaan (ziet u?), de gemeenten.

154 Nu kijk, Luther zaaide een graankorrel, en Luther was een graankorrel. En hij zaaide het. Goed. Zo was het met Wesley, en zo was het ook met Pinksteren. Zo was het met de Baptisten, de Nazareners. Maar u ziet nu dat Luther niet terug zou gaan en leven in het licht van de eerste denominatie, de Katholieken. Zeker niet. Hij was een ander licht. Dat was God die iets had laten rijpen.

155 Nu, een kleine minderheid kwam uit die Lutheraanse opwekking. Daarna kwam de Wesleyaanse opwekking. Degenen daarin konden niet terug gaan en doen wat de Lutheranen deden. Ziet u? Vervolgens kwamen de Pinkstermensen. En toen organiseerden de Pinkstermensen zich en deden hetzelfde, werden ook tot kaf. Let op, het graan gaat echter gewoon door.

156 Nu, wij zijn in een ander tijdperk gekomen. Waarom willen ze het niet ontvangen? Waarom willen ze niet zien dat het graan volgroeid is? Hier is het beloofde Woord voor deze dag. Waarom willen ze het niet zien? Omdat ze leven in een Luthers schijnsel, Wesleyaans schijnsel, Baptisten schijnsel, Pinkster-schijnsel. Ze leven in een schijnsel van een ander licht. Dat is de reden dat ze het licht van het totale Woord niet kunnen ontvangen, dat wordt betuigd zoals God beloofde over die zeven zegels, waar het hele geheimenis werd geopenbaard; dat zou terugkomen en vertellen waarom deze geheimenissen op die wijze werden gedaan... En toch wanneer dat komt, wandelen ze er verder bij vandaan dan ooit. Ze hebben geen excuus.

157 God heeft het gedaan door de Geest, door openbaringen. Hij heeft het volmaakt bewezen door de wetenschap en al het andere dat het de waarheid is – dat het de waarheid is. En nog steeds willen ze leven in een Pinksterschijnsel: "Ik ben van de Assemblies"; "Ik ben van de eenheidsgemeente"; "Ik ben van de Kerk van God"; "Ik ben van dit." Ziet u? Levend in een schijnsel van een tijdperk van veertig, vijftig jaar geleden. Levend in een Lutheraans schijnsel, levend in een Wesleyaans, Baptisten-, Presbyteriaans, of een Nazarener-schijnsel van een ander gemeente-tijdperk dat voorbij is gegaan en zich organiseerde en precies hetzelfde deed en het licht weigerde en verwierp, terwijl het werkelijk schijnt. En u leeft in een luchtspiegeling.

158 Ik zeg dat met eerbied (ziet u?), maar u... niet om u te kwetsen, maar om u wakker te schudden. U leeft in een luchtspiegeling, waarvan Jezus zei: "Wel, gij zijt blind en u leidt de blinden." En zij...?... Hij probeerde hun te vertellen zich ervan los te maken. "Laat hen gaan. Indien een blinde een blinde leidt, zullen ze beiden in de put vallen." En tot dat uur ben ik gekomen. Als ze zullen gaan struikelen, kan ik het niet helpen. Ik heb alles gedaan wat ik maar kan. Ik heb precies gedaan... Ik heb dit op Uw bevel gedaan, Here. U bent getuige. Sinds 1933, toen ginds bij de rivier dat Licht dat u daar ziet naar beneden scheen; het is precies hier in de tabernakel geweest en heeft al deze jaren tot u getuigd. En alles wat het heeft gezegd kwam te geschieden. En voortdurend gaan ze door. Laat de blinde de blinden leiden. Ik zal gewoon wachten op dat uur. Hij zal een dezer dagen komen.

159 Let op, levend in een schijnsel van Luther, levend in een schijnsel van Wesley, levend in die schijnsels van vroeger, dat is de reden dat zij het ware licht niet kunnen zien. Als zij een paar ogenblikken zouden stoppen en gewoon de Bijbel zouden opnemen om hem te lezen, zouden zij zien dat dit het licht is dat werd beloofd voor het uur.

160 Nu, we zullen dadelijk op enige van deze dingen ingaan. Hij beloofde overeenkomstig Maleachi 4 dat deze dingen zouden gebeuren. Hij beloofde door heel de Schrift heen dat ze zouden gebeuren. Ziet u?

161 Let ook op Israël, ons tegenbeeld, op hun reis (kijk!); zij aten manna wat hun licht-leven was, wat hun kracht gaf, leven. Is dat waar? Israël kon geen manna eten dat gisteren was gevallen. Dat was bedorven; het was verrot. Het was niet goed voor hen; ze zouden er aan sterven. Het manna dat hen gisteren in leven hield, zou hen vandaag doden. De Bijbel zei dat er wormen inzaten, het was bedorven. En het manna... Ze moesten elke dag nieuw manna halen. Amen! En wat betekent dat? De mensen die leven op manna van Luther, Wesley, en die mannen vanouds, eten bedorven spul dat u geestelijk doodt. Ziet u? Het doodt u, dood in uw traditie.

162 Het is van gisteren, Luthers manna zou niet werken voor Methodisten. En Methodistenmanna zou niet werken voor Pinksteren. En Pinkstermanna zal niet werken voor vandaag. Ziet u wat ik bedoel? Elke dag kwam het, dag na dag, vers; en zo is het ook geweest voor de gemeente-tijdperken. Luthers manna was de boodschap van rechtvaardiging. Wesley's boodschap was de manifestatie van heiliging; Pinksteren was het herstel van de gaven. Maar dit is het introduceren van de Hoofdsteen, de laatste dag, de Bruid-boom. Het is in tegenspraak met alles ervan. En toch is het hetzelfde licht voor de gerijpten, zoals dezelfde zon die vandaag schijnt, het graan zal doen rijpen voor de oogst in juli. Ziet u wat ik bedoel? Maar het licht vandaag zal totaal geen goed doen straks in juli. Het is sterker; de tarwe is meer opgegroeid. Het is gereed om het aan te nemen. Amen! Zeker is het dat. Het zou het nu niet kunnen aannemen, maar dan wel. De tijd was er toen nog niet rijp voor, maar nu wel.

163 U kunt niet tegen Gods natuur ingaan. Hij heeft een wet. Tegen die wet ingaan betekent de dood voor uw plant. U moet gaan overeenkomstig Gods gesproken wetten, en Zijn wetten zijn Zijn Woord. Elke wet is een gesproken woord. En een woord is een gemanifesteerde gedachte. Ziet u?

164 Nu, dat weten we; dat is waar. Wat is een visioen? Het Woord van God of iets wat vooruit wordt gesproken of de voorspelling van een gebeurtenis. En een visioen dat de profeten hadden, dat Jezus had, dat Paulus had, en dat zij allen hadden die spraken van deze dag, was een vooruitzegging van wat er zou gebeuren. En hier zien we dat de voorzegging wordt gemanifesteerd, en de mensen herkennen het niet eens. Ziet u wat ik bedoel?

165 Nu, het manna van gisteren... Kijk eens hier! Hebt u er ooit op gelet dat de zon, de z-o-n, van het oosten naar het westen is gereisd, zoals ze dat elke keer doet? Hebt u daar op gelet? En bemerk, de gemeente-tijdperken hebben hetzelfde gedaan. De zon, z-o-n, begon in het oosten. En de beschaving is met de zon meegereisd, Gods gesproken licht voor hen om in te leven. Ze zijn zo verder gegaan, ze volgden de zon, en kijk waar het heenging.

166 Het leven zelf wanneer u wordt geboren is net als de zon. U gaat rechtstreeks door tot de ondergang van de zon, van uw geboorte tot de ondergang van de zon.

167 Het mensdom is altijd naar het westen gereisd. De oudste beschaving die we hebben is die van China in de oostelijke landen, Jeruzalem... En let op, ze blijft zo voortgaan naar het westen naarmate ze verder gaat. En zoals het steeds verder en verder gaat naar het westen, zo is ook het gemeente-tijdperk meegereisd met de Z-o-o-n van God.

168 Kijk! Paulus... De eerste gemeente begon in het oosten; ze ging daar vandaan, stak de zee over naar Duitsland. En ze maakte drie trekken. Kijk eens. Vanuit Klein-Azië daar in Palestina sprong het de oceaan over naar Duitsland. Dat was Luther. Van Luther sprong het het Engelse Kanaal over naar Engeland door Wesley. En van Wesley is ze overgesprongen naar de Westkust van de Verenigde Staten. Als het nu nog iets verder gaat, dan komt het hier vandaan weer opnieuw terug in het oosten. Dit is de avondtijd!

169 Kijk hoe de gemeente-tijdperken zijn gevallen... Luther... Paulus vroeger in het eerste tijdperk, toen verder door naar Irenaeus enzovoort en verder door naar Frankrijk. Vandaar naar Duitsland, Engeland, voortdurend naar het westen gaande. En nu kunnen we niet verder gaan. Dit is het laatste tijdperk! En wat zegt de Bijbel over dit laatste tijdperk? Kijk, geografisch en chronologisch, en op bijna elke manier dat u het wilt nemen, allereerst natuurlijk Schriftuurlijk. De Schrift natuurlijk eerst, met bewijzen, historisch, hoe u het ook wilt nemen: wij zijn aan het einde, het is het laatste gemeente-tijdperk.

170 En let op, naarmate het voorwaarts ging, groeide het sterker en sterker op. En zo is de werkelijk kleine minderheid van de gemeente gegroeid van rechtvaardiging, heiliging, doop van de Heilige Geest, en nu tot het komen van de Deksteen, zich opwaarts vormend. Hierna zijn er geen organisaties meer. Er zullen er geen meer zijn. Ziet u? Het kan niet, we zijn helemaal in het westen.

171 Gewoon om door alle types en al het andere, het u te tonen. En kijk naar deze drie sprongen, drie trekken. We zullen daar ook vanavond op ingaan (ziet u?), hoe we in de eindtijd zijn.

172 De z-o-n is precies zo gereisd als de Z-o-o-n; Z-o-o-n, precies zoals de z-o-n. De gemeente is op dezelfde wijze uit de zeven gemeente-tijdperken gekomen, enzovoort. De beschaving is regelrecht verder naar het westen getrokken, en de gemeente is regelrecht verder getrokken naar het westen. En als we nog wat verder gaan dan we nu zijn, komen we weer terug in het oosten. U verlaat dan de Westkust en u komt weer terug in China, Japan, weer helemaal terug. Zevenduizend mijl verder bent u weer terug in het oosten. Dus hebben oost en west elkaar ontmoet. Dat is alles. Wij zijn aan het einde. Er is niets overgebleven.

173 En hetzelfde wat vandaag is gebeurd, gebeurde daar vroeger. Hetzelfde wat in het westen werd aangetroffen, werd aangetroffen in het oosten: mensen, die leefden in een afschijnsel van een ander licht, dat absoluut probeerde dat licht dat zou komen, te tonen, maar het verwierpen omdat zij het afschijnsel vasthielden in plaats van het licht. O! "Er was een groot licht in het land der heidenen Zebulon, Naftali en Galilea, het land der heidenen."

174 Dit is het zevende gemeente-tijdperk. Bedenk, elke keer dat de zon begint te schijnen in het oosten is het dezelfde zon die in het westen schijnt. En dezelfde Geest die er altijd door die gemeente-tijdperken heen is geweest, dat is dezelfde zon vandaag, alleen wat is er? Net als het rijpingsproces in de seizoenen. De zon die er nu is, zal dezelfde zon zijn die het graan rijpt in de herfst, in het najaar. Ziet u? Maar wat is het? Het is deze zon plus wat hij zal zijn. En vandaag in dit laatste tijdperk is het wat zij waren plús dit. En toch willen ze daar blijven leven als een onvolgroeid plantje, afdalen in een duffe oude denominatie-kelder met een geloofsbelijdenis en hun blinden naar beneden trekken en zeggen: "Ik weiger gewoon om het te zien; het is allemaal nonsens." En dat terwijl dezelfde Bijbel die zij beweren te geloven, betuigd wordt door dezelfde Heilige Geest, licht brengend in deze laatste dagen.

175 Hebt u opgemerkt... en let nu heel goed op daar in Maleachi hoe hij dat heeft toebedeeld: "Het geloof van de vaderen terug te brengen naar de kinderen en dat van de kinderen tot de vaderen"? Ziet u, dezelfde Geest, hoe Hij daar vroeger opkwam, en hoe Hij hier opnieuw opkomt, dezelfde zaak? Ziet u, gewoon precies omgekeerd, het weer terugbrengend. Waarom? Oost en west hebben elkaar ontmoet. Ziet u, het gebeurt vlak voor onze ogen, en toch zien ze het niet. Waarom? Geen wonder dat Jezus zei: "Laat hen dan maar varen; ze zijn blinden die de blinden leiden, ze zullen allen in de put vallen."

176 Het licht van andere tijdperken weerkaatste slechts dit licht. Ziet u? De zon vandaag is slechts de afspiegeling van dezelfde zon die dit jaar in juli of augustus schijnt, indien God... voor de oogst. En de zon van Luther, Maarten Luther, en Wesley, en Sankey, en Finney, Knox, Calvijn, Moody, en al die anderen, die grote mannen van vroeger die dit licht hadden; en John Smith van de Baptistenkerk, en Alexander Campbell van de Campbell-kerk, of de zogenaamde Discipelen van Christus, Christelijke Kerk, en wat ze nog meer voor namen hebben bedacht; al die mannen daar vroeger in die tijdperken spiegelden slechts af wat het hier aan het eind zou zijn.

177 En dan hier, wat deden de kinderen die onmiddellijk na die stichters kwamen? Zij bleven niet aan die stengel. Ze trokken ervan weg en maakten zichzelf daaruit wat kaf. En als u weggaat van de werkelijke bron van leven, dan hebt u geen leven. U neemt een kafje af van die zaak en plant het hier in de grond, het zal daar liggen en verrotten. U eveneens, als u probeert het verrotte manna te eten uit die dagen vanouds. De oogst is rijp. Jezus heeft een tafel gedekt waar de heiligen van God worden gevoed met het gerijpte voedsel van de dag, door het Evangelielicht dat het betuigt...?... dat Hij hier vandaag is. De heiligen eten het brood.

178 Denk even na. Het oude kaf van gisteren (ziet u?), plant het daar niet; het is verrot. Het kan er niet bij blijven. O nee! Het zal geen goed doen; het zal niet groeien. Het is afgesloten van het leven. En het Woord is het leven. Dat is waar. Het kaf valt er af, al die haartjes vallen weg, en zo; het vormt zich gewoon tot een denominatie en het valt af. Het weigert om verder te gaan met het leven. Maar het licht betuigt het. Jazeker! Dat van gisteren... O!

179 Wij behoorden toch zo te begrijpen dat we de verrotte dingen van gisteren vandaag niet moeten eten. Ziet u? Er zitten wormen in. Kent u deze kleine wriemelbeestjes, zoals ik ze noem? Ik weet het niet; ik weet niet veel over het ontstaan van kiemen, maar ik weet dat wij ze altijd wriemelbeestjes noemden. Ze ontstaan overal waar het een beetje verrot. Ziet u? En dan moet ik het niet. Als u daar tevreden mee bent, ga uw gang, maar mij niet gezien.

180 Maar bedenk... U zegt: "Waarom was het dan gisteren wel goed?" Als u alleen maar wist dat dezelfde schil die in het begin over de tarwekorrel zat, als die in de tarwe blijft, dan vormt het later de korrel. Wat gisteren was, is nu juist wat de tarwe tot bloei brengt. Maar als het zich afscheidt van het graan en niet rijp wordt, dan verdwijnt het. Ziet u? Maar als het door het proces gaat van het leven brengen, dan gaat het als het afsterft gewoon over in iets anders en vormt de graankorrel. Als dat niet zo is, waar kwam het dan vandaan? Amen! Begrijpt u dat?

181 Zoals de koningin van Engeland eens naar een grote papierfabriek ging. En ze zei dat ze graag rondgeleid wilde worden door de papierfabriek. Dus ze toonden haar de papiermachines (vele jaren geleden voordat ze het gingen maken uit houtpulp en zo, waarvan ze de kranten maken). Na een poosje kwam ze daar in een loods waar niets anders lag dan een hele grote hoop oude lompen, en ze zei: "Waar is dit allemaal vandaan gekomen? Wat is dit?" "O," zei ze...

     En de president van het bedrijf zei: "Hieruit maken wij het papier, uit deze vuile vodden."

     Ze zei: "Daar papier uit maken?"

182 "Ja!" Ze kon het nauwelijks geloven. En nadat ze weg was gegaan, nam die man die hoop vuile vodden, liet ze een bepaalde behandeling ondergaan, en bracht ze tevoorschijn als zuiver wit helder papier, weet u, het was door een proces gegaan en was goed bewerkt, en hij drukte haar profiel erop af, en zond dat naar haar toe; haar afbeeldend in wat zij vuile vodden noemde.

183 Nu, zo is het! De dode dingen van gisteren, de boodschap van Luther, de boodschap van Wesley, de boodschap van Pinksteren, als het slechts kan gaan door het proces van Gods Heilige Geest en het Woord der betuiging, dan zal het de afspiegeling voortbrengen van Jezus Christus, de Koning. Amen! Maar als u het laat liggen, blijven het vuile vodden. Ziet u? Het moet omgevormd worden tot iets anders.

184 Luther moet worden gevormd tot in Wesley, en Wesley moet worden gevormd in Pinksteren, en Pinksteren moet worden gevormd in Christus. Het gaat door een proces. Zo is ook het Evangelie door een proces gegaan. Luthers tijdperk van rechtvaardiging, dat geloven we. We geloven dat van Wesley, de heiliging. Dat van Pinksteren gaf het herstel van de gaven van de Heilige Geest; wij geloven dat. Zeker, maar vorm het allemaal samen, wat zal er dan uitkomen? Jezus (dat is juist!), dezelfde gisteren, vandaag en voor immer. U komt eruit met Jezus.

185 Wanneer een man in een gieterij een klok maakt, moet hij daaraan een bepaalde toon geven. Wanneer hij zijn vorm klaar heeft en zijn ijzer giet, doet hij er zoveel geel koper in, zoveel staal, zoveel rood koper; en waarom? Hij weet precies hoeveel hij er van elk ding in moet doen om het de juiste toon te laten voortbrengen. En dat heeft Jezus gedaan met Zijn bruid. Hij heeft er zoveel Luther ingedaan, zoveel Methodist, zoveel Presbyteriaan, zoveel Pinksteren, maar wat is Zijn resultaat? Zijn eigen reflectie. Waarom is dat? Precies zoals de piramide boodschap. Ziet u, het wordt steeds verder opgebouwd tot het tot die minderheid komt voor de hoofdsteen. De bediening van Jezus Christus op aarde moet dezelfde zijn als de bediening die Hij vroeger had, anders kan Hij er niet op komen. Precies zoals het hoofd ten opzichte van de voeten. Het hoofd, de voeten zijn niet het hoofd, maar het hoofd neemt de voeten mee, of het laat de voeten gaan, vertelt ze waarheen te gaan. Begrijpt u het? Prachtig, het is het licht van het uur.

186 Wesley was een groot licht, zoals Hij zei over Johannes de Doper. Hij was een groot licht voor zijn uur, zeker was hij dat.

187 Nou – jazeker! De vuile lompen van gisteren... Als u op die manier blijft, dan moet en zal het gewoon heel de tijd een hoop vuile vodden blijven. Ze dienden hun doel als kleding, maar nu is het papier geworden. Rechtvaardiging heeft haar doel gediend in die tijd van de rechtvaardiging onder Luther, vervolgens moest het komen tot heiliging door Wesley. En heiliging heeft haar tijd gediend tot het kwam tot de doop van de Heilige Geest. En de doop van de Heilige Geest heeft haar tijd gediend tot de Heilige Geest – waarbij er slechts één God is – samensmelt met de gemeente, of de gemeente samensmelt in Christus, dat maakt Jezus Christus gereflecteerd op aarde, wat Hij hier in de Bijbel beloofde. U mag het misschien niet geloven. Ik kan u dat ook niet laten doen. Ik ben slechts verantwoordelijk voor het Woord. Ziet u? Zo is het.

188 Ziet u het zo? Ziet u dat? Als u het ziet, zal het zijn zoals de mannen die eens naar Wales gingen in de tijd van de opwekking in Wales. Een groep mannen die uit de Verenigde Staten kwamen. Ze gingen daarheen, want ze zeiden dat ze wilden uitvinden in welk gebouw deze opwekking van Wales werd gehouden. Velen van u herinneren zich die opwekking in Wales, er brak een geweldige opwekking uit onder de bevolking van Wales. Dus deze mannen, deze geweldige grote predikers enzovoort, kwamen uit de Verenigde Staten, dokters in de godgeleerdheid. Ze wilden gaan kijken welk een geweldige zaak men had teweeg gebracht daar, weet u. En ze liepen daar op straat en ze zeiden dat ze een kleine, oude politieagent op de hoek zagen staan, die met zijn gummiknuppel stond rond te zwaaien, weet u, terwijl hij zo'n loflied stond te fluiten, en ze zeiden: "O, hij fluit een loflied, misschien kunnen we er eventjes heenlopen en zien wat hij zal doen – hem eens een vraag stellen." Dus ze gingen naar hem toe en ze zeiden: "Meneer, waar wordt die opwekking van Wales gehouden?"

189 Hij nam zijn helm af, en hij zei: "Heren, de opwekking van Wales wordt hier binnen gehouden!" In zijn hart. O, dat is het; hij wás de opwekking van Wales. O God, als wij slechts konden begrijpen dat wij de afspiegeling van Jezus Christus zijn, Zijn Woord gemanifesteerd. U bent de afspiegeling van Zijn Woord. Ziet u?

     "Waar wordt de opwekking van Wales gehouden? In welk gebouw is het?"

     Hij zei: "Meneer, het is in mijn hart." Hij was de opwekking van Wales. Zo is het.

190 En vandaag behoorde de gemeente te zijn als Jezus Christus in actie op aarde. "Omdat Ik leef, leeft ook gij; en Mijn leven zal in u zijn. De werken die Ik doe, zult gij ook doen." Ziet u? De gemeente moet tot die toestand komen om... En Hij beloofde dat zij dat zou doen, en het zal zo gebeuren. Het móet zo gaan. Dus ziet u, dat is wat er plaats vindt. Wij moeten op die manier zijn.

191 Hij is het Licht. Zo was Noach ook het licht in zijn dag. Hij was het licht. Noach was dat licht. Waarvoor was hij het licht? Om Gods Woord te vormen. "Ik zal de mensen die Ik geschapen heb van de aardbodem uitroeien. Bouw een ark, en allen die verlangen binnen te komen, zullen gered worden."

     Noach liep daar naar buiten en zei: "Er is maar één weg, en dat is een ark."

192 Ze zeiden: "Die oude, krankzinnige fanatiekeling." Maar hij was het Woord gemanifesteerd! Noach was het licht van het uur, zeker was hij dat. In zijn dag, zijn tijdperk, verspreidde hij het licht.

193 Mozes was het licht van zijn uur. "Ik zal u zeker bezoeken", sprak God tot Abraham. "Ik zal neerkomen, en Ik zal het volk uitleiden met een sterke hand; en Ik zal mijn kracht tonen in Egypte." En toen Mozes daar die ontmoeting had in het brandende bos en daar ontdekte dat IK BEN daar in die struik was, toen ging Mozes heen, en hij was het licht. Amen! Geen wonder dat hij wat stof kon nemen en het omhoog kon blazen en zeggen: "Laat er vliegen over de aarde komen." Hij had het Woord van God. Wat gebeurde er? Het stof begon weg te waaien, en vliegen begonnen in bestaan te komen. Halleluja! Waarom? Hij was een manifestatie van het licht van Gods Woord: "Ik zal Egypte met plagen bezoeken." Hij was een profeet. Wat hij zei kwam te geschieden. Hij was een licht voor die dag. Hij was Gods licht.

194 Farao zou alles kunnen hebben wat hij maar wilde, en de rest van hen, al de priesters hadden wat ze maar wilden, maar Mozes was het licht. Waarom? Hij spreidde Gods gemanifesteerde Woord ten toon. God had beloofd: "Ik zal hen uitleiden met een sterke hand, en Ik zal Mijzelf eer verwerven." En dat was Hij aan het doen. Dat is de reden waarom Mozes bewees dat hij kon scheppen; niet omdat hij wilde scheppen, maar omdat God hem zei het te doen...?... Ga naar de samenkomst en zeg: "Morgen... De Here God heeft zojuist tot mij gesproken. 'Neem een handvol stof en werp het zo in de lucht en roep er om. Er zijn er hier geen, maar ze zullen er zijn.'" Amen! O, ik hoop dat u niet slaapt. O, het was een manifestatie.

195 Hij zei: "Ik ben gezonden. God zei tot onze vaderen dat Hij ons hier zekerlijk zou bezoeken en ons uit zou leiden. Ik ben gekomen om u te bewijzen dat het uur op handen is. Ontdoe u van wat u hebt. Laten we gaan."

196 Sommigen van hen zeiden: "Wel, ik geloof..." Dathan zei: "Ik geloof niet dat er zo'n haast bij is. We moesten hier niet zo opgewonden over zijn, het leek alsof het vier of vijf keer mislukte." Maar toch ging het door.

197 Ze dachten... Ze kwamen naar buiten en zeiden: "We stenigen deze Mozes en we doen hem uit ons midden weg; we willen hem hier niet hebben in onze groep." Maar Mozes ging hoe dan ook toch door, omdat hij het licht was. Hij was het licht van het uur. Wat was het wat hij had? Het was God die Zijn beloofde Woord manifesteerde door Mozes heen, en Mozes was het licht.

198 Elia was het licht: "Ga daarheen en ga op die heuvel zitten; Ik heb geboden dat de raven u zouden voeden." Amen!

199 Jazeker! Hij kwam terug met "ZO SPREEKT DE HERE, er zal zelfs geen dauw van de hemel vallen totdat ik erom roep." Amen! "De zon mag schijnen, en u zou mogen roepen om al de wolken en alles doen wat u maar wilt, maar er zal zelfs geen dauw van de hemel vallen, totdat ik erom roep." Wat was hij? Het licht! Halleluja! Hij was licht, het licht; hij was het Woord van God gemanifesteerd.

200 Ze dachten dat hij krankzinnig was zoals hij daar boven zat. Hij had kruiers die hem voedden, terwijl zij verhongerden. Zij wilden in hun tradities blijven voortleven. Elia niet, hij leefde middenin het licht. Hij zat daar bij de beek Krith en hij had gewoon een geweldige tijd; hij had te eten en iemand die voor hem zorgde en alles. Zij dachten dat hij krankzinnig was, maar hij was het licht.

201 Ze zeiden: "Hé, wat is er geworden van die heilige roller die we hier altijd hadden? Weet u wat, iemand was eens op jacht onlangs en ze zeiden dat ze hem daar boven zagen staan, daar helemaal boven op die bergtop. Ik wed dat die oude makker nu wel helemaal opgedroogd zal zijn." O nee! Hij was het licht. Hij was het licht. Hij was het licht van God voor zijn dag.

202 Johannes, toen hij op aarde kwam, en de woestijn inging om zijn opleiding van God te krijgen; niet in het seminarie, hij moest de Messias introduceren... Toen hij tevoorschijn kwam, zei Jezus dat hij een helder schijnend licht was. Halleluja! Waarom? Hij was het gemanifesteerde Woord. Jesaja zei dat...?... Dat is waar! Hij zou een stem zijn, roepende uit de woestijn, zeggend: "Bereidt de weg des Heren, en maakt recht Zijn paden." Hij was een die riep in de woestijn, en hier kwam hij. Wat was hij? Een stem van één, roepende in de woestijn. Wat was hij? Een manifestatie van het Woord, licht. Dezelfde God die in Genesis sprak, sprak dit, en hier kwam het leven. Zoals Hij zei: "Laat er zonlicht zijn", en de zon kwam in bestaan, zo zei Hij ook dat er een stem zou zijn van één, roepende in de woestijn. En hier kwam hij. Hij was het licht van het uur.

203 Hij zei ook in de laatste dagen (amen!), dat het licht van het uur het zou uitschreeuwen in de woestijn van Babylon: "Kom uit van haar Mijn volk, zodat gij geen deelhebbers zijt aan haar zonden. Raak het onreine niet aan; ga uit van haar. Vlucht weg van de wraak die komt."

204 Johannes zei hetzelfde: "De bijl ligt reeds aan de wortel van de boom." Hij had zelfs geen opleiding, hij sprak zelfs niet als een prediker. Hij sprak over slangen en stokken en bomen en bijlen en dergelijke, waarmee hij vertrouwd was in de woestijn. Hij was niet opgegroeid temidden van dat grote, geweldige, fijne spul dat ze vandaag hebben, en zoals ze dat ook in die dag hadden. Hij kwam met zijn eigen taal. Hij stond daar niet en zei: "A-a-a-men!" en maakte van die aangeleerde knikjes. Hij kwam rechtstreeks uit de woestijn, rauw en ruw en hij zei: "Begin niet bij uzelf te denken: 'Ik behoor hiertoe, en ik behoor daarbij.' God is bij machte uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken."

205 Denk niet omdat u Methodist bent, Baptist, Presbyteriaan, dat u enig houvast hebt aan God. God is in staat om drankhandelaren en hoeren van de straat hier te brengen, en er heiligen uit te maken. Iemand zal het gaan horen, en iemand zal het gaan geloven.

206 Hij zei ook: "De bijl is gelegd aan de wortel van de boom, en elke boom die niet gelooft, wordt neergehouwen en in het vuur geworpen." Dus dat was zijn boodschap. Hij was het licht van die dag.

207 Jezus zei: "Hij was een helder schijnend licht, en gij hebt een tijd lang in zijn licht willen wandelen."

208 En wat zei Johannes, de profeet? "Hij staat nu op dit moment onder u. Ik ben niet waard om Zijn schoenriem los te maken. En zodra Hij op het toneel verschijnt, ga ik er af." O! Want Hij was hèt licht. Er zijn geen twee of drie lichten, geen vier of vijf verschillende organisaties; er was één licht. Er zijn geen Methodisten, Baptisten, Lutheranen, Presbyterianen. Christus is het licht, en het licht is het Woord. En het Woord gemanifesteerd is het licht van het uur. "Er zij licht, en er was licht." Jazeker. Er zij licht, en er is licht.

209 Hij sprak dat er licht zou zijn in deze dag, en er is licht. Hij is komende. Ik geloof het.

210 Kijk naar de beloften van dit tijdperk. O, wonderbaar! Elk licht dat er ooit heeft geschenen... Deze gemeente-tijdperken, we zien hoe ze... Het is een jammerlijke aanblik om te zien dat ze verwerpen... Openbaring 3. Ik heb hier Openbaring 3 opgeschreven, en ik weet waarnaar ik verwijs.

211 Kijk naar de belofte van dit uur, waar wij in leven, een verworpen licht. Wat deden ze? Zij verwierpen het daar vroeger. Waarom? Ze leefden in een afschijnsel. Wat doen ze vandaag? Precies hetzelfde.

     "Wel, bent u een Christen?"

     "Ik ben Lutheraan!"

     "Ik ben Baptist!"

212 "Ik ben Presbyteriaan." Dat betekent niets voor God. U zou evengoed kunnen zeggen dat u een zeug of varken was, of hoe u zich ook zou willen noemen. Ziet u? Dat is ongeveer hoeveel dat betekent. Niet om u te minachten, maar als u het terugbrengt tot de grondzaak, dan is het juist. Ik stel de vraag: "Bent u een Christen?" Dat betekent Christus in u. En als Christus in u is, dan is het Woord in u. En als dan het Woord in u is, hoe kunt u dan, wanneer het Licht schijnt, erbij vandaan lopen? Ziet u, ziet u? Dat is de vraag. Dat is het hem nu.

213 Het licht, het avondlicht schijnt; de Bruidboom bloeit. O bedenk, ze hebben die oude boom afgesnoeid. En wat de sprinkhaan overliet, dat heeft de verslinder opgegeten; en wat de verslinder overliet, heeft de kaalvreter opgegeten. Wat de Methodist heeft overgelaten, heeft de Baptist opgegeten; en wat de Baptist overliet, heeft Pinksteren opgegeten. Hij (Joël) zei dat deze boom daar helemaal was afgehouwen, totdat er slechts een stronk van over was, maar hij wilde weten of hij opnieuw zou leven. O ja! Hij bewaarde hem. Hij bewaarde die boom (jazeker!), want het was Zijn bruid. En Hij zei: "Ik zal herstellen, spreekt de Here." Wat is het? "Ik zal hem laten voortbrengen, al wat de Lutheranen er afgegeten hebben, de Wesleyanen gegeten hebben, en zij allen. En Ik zal hem herstellen, omdat het nog steeds in de wortel van de boom zit." Ziet u? Het ligt ginds in de grond, precies zoals dat sap dat naar beneden trok, zoals ik dat zei over die zuster, het ligt er nog steeds. En de bazuin van God zal op een dag schallen en al die uitverkoren Lutheranen, Methodisten, Baptisten, die niets met enige organisatie te maken hadden...

214 Luther organiseerde nooit iets. Moody organiseerde nooit iets. Het was die groep Ricky's die na hen kwam die organisatie binnen brachten, het kaf vormden. John Smith organiseerde niets. Geen van de overigen organiseerde. Het was het licht van het uur. Luther, Wesley, geen van hen; het was die groep die erna kwam, die de organisatie vormde.

215 De Heilige Geest organiseerde nooit iets in Pinksteren. Pinksteren is een ervaring, niet een denominatie. Het heeft nooit iets georganiseerd. O nee! Maar de mannen die beweerden Pinksteren te zijn, die organiseerden het. Dat is het kaf. Wat ginds stervende is. In plaats van door te gaan tot het papier, om de volledige beeltenis van Jezus Christus voort te brengen, trokken zij zichzelf er uit weg. Dus hebben ze er niets in te doen. Laat hen varen.

216 Maar we ontdekken dat dit licht, deze boom, Christus, opnieuw werd verworpen door de kerk. Waarom? Om dezelfde reden dat zij het de eerste keer deden: de oude, valse lichtschijnsels van een andere dag. En Hij is dezelfde gisteren, vandaag en voor immer; Hebreeën 13:8 zegt dat Hij het is. Hij is vandaag evenzeer dezelfde als Hij het toen was, omdat Hij hetzelfde doet als wat Hij toen deed. Hetzelfde Woord dat Christus...

217 Luister, ik wil nu alleen u even nemen, en laat dit persoonlijk zijn. Ik weet niet; ik kan nu niet precies besluiten of ik de band nu even zal uitdraaien of niet (ziet u?). Ik zal hem maar aan laten.

218 Ik wil u iets vragen. Let hier op! Ziet u? Hij is dezelfde, gisteren, vandaag en voor immer. Let op, Zijn werken die Hij deed, betuigen zichzelf. Luister nu aandachtig. Toen Hij daar stond in Johannes 14:12, zei Hij: "De werken die Ik doe, zult gij ook doen. Grotere dan deze zult gij doen, want Ik ga tot Mijn Vader." Nu, Hij zei dat. Hemelen en aarde zullen voorbijgaan, maar dat Woord zal nooit falen. Nu, als wij dan aan het laatste eind van het tijdperk zijn, waar zijn dan die grotere werken die zouden komen? Ziet u, ziet u? We zijn hier. We hebben geen...

219 Luister, als de Romeinse kalender juist is... We hebben nog zesendertig jaar over. Elke tweeduizend jaar wordt de wereld geconfronteerd met haar einde. De eerste tweeduizend jaar werd ze vernietigd door water; de tweede tweeduizend jaar kwam Christus. Nu staat 1964 voor de deur, nog zesendertig jaar. Nu, de Egyptische astronomische kalender zegt dat wij zeventien jaar dichter bij zijn; het is zeventien jaar verder. Dat zou dan negentien jaar overlaten. Jezus zei dat het werk verkort zou worden terwille van de uitverkorenen, anders zou er geen vlees behouden worden. Waar zijn we dan aan toe? "De werken die Ik doe, zult gij ook doen." Hetzelfde soort, maar groter, zult gij doen.

220 Nu let op. Luister goed! Ik bid dat God uw hart en uw verstand zal openen om het te begrijpen, zodat u zult begrijpen zonder hier teveel te zeggen. Let op. Hij zei op een dag... Laten we eens een paar van die grote werken bezien die Hij deed. Laten we gewoon even bij een paar dingen stilstaan. Laten we eens denken. Op een keer zei Hij: "Geeft gij hun te eten."

     Ze zeiden: "Wij hebben niets."

     Hij zei: "Wat hebt u dan wel? Breng Mij wat je hebt."

     En ze zeiden: "Wij hebben vijf gerstebroden en twee vissen."

221 Hij zei: "Breng ze bij Mij." En Hij nam de oorspronkelijke vijf gerstebroden en begon deze broden te breken. En uit dat oorspronkelijke, maakte Hij brood en voedde er vijfduizend. Is dat waar? En toen zei Hij: "Hebt gij ook vis? Geef Mij die vis." Het was een vis om mee te beginnen, Hij nam van die vis een andere vis, en nog een vis, en Hij voedde er vijfduizend mee. Is dat waar? Maar in de laatste dag had Hij niets. Hij sprak gewoon en zei: "Zeg dat het er zal zijn!" En het was er zonder iets. Hij had niet eerst een eekhoorn; er was er daar geen. Hij zei gewoon: "Laat er zijn!" en het was er! O, Zijn woord is onfeilbaar. Het moet vervuld worden.

222 Ik zou u dingen kunnen vertellen die u zouden schokken. Ziet u? Het is daar wanneer Hij zegt dat het er is. Laat Hem het spreken. Ziet u? Helemaal precies. Ziet u?

223 Ziet u, het westen is hier terug gekomen en heeft het oosten ontmoet. Zelfs Mozes pakte zand op en zei: "Laat er vliegen zijn!" enzovoort, op die manier, op de aarde. Maar in deze laatste dag neemt Hij niets op (ziet u?), alleen het Woord. "Laat er zijn", en het is er. Zoals wordt gesproken, zo zal het zijn. Ik wil vanavond getuigen van een paar van die dingen (ziet u?), van wat er is gebeurd, zodat u kunt zien dat Hij nog steeds God is. Zijn woorden kunnen niet falen... "De werken die Ik doe zult gij ook doen, en groter dan deze zult gij doen. Ik nam een vis om een vis te maken. U hoeft zelfs geen vis te nemen." Hij is nog steeds God. Het is dezelfde Zoon, dezelfde Zoon van God die een vis nam van een vis. Het is dezelfde Zoon van God vandaag. "De werken die Ik doe zult gij ook doen, zelfs groter dan deze zult gij doen." Het zal heerlijker worden. "Groter dan deze zult gij doen." En de mensen weigeren het te zien. Grotere werken!

224 Een vals licht! Weet u, ik moest even ergens aan denken. Ik heb heel wat aangehaald over Engeland, maar ik moest net denken aan een vals licht. Hier niet lang geleden, u herinnert het zich allen, vond de grootste roof plaats die Engeland ooit meemaakte. Dat werd gedaan door... Het was een overval van zeven miljoen dollar. Ik geloof niet dat er ooit iets in de wereld is geweest wat er mee te vergelijken is. Een grote overval, pas geleden, van zeven miljoen dollar. Zelfs Schotland Yard kan er niet uitkomen. Weet u hoe ze dat hebben gedaan? Door een vals licht. Ze zetten het licht op de spoorbaan op oranje en verderop kwam hij bij een rood licht, wat hem liet stoppen, en daar vond de overval plaats, precies op de juiste plek. Een vals licht veroorzaakte de grootste roof die de naties ooit hebben gekend. Het beroofde de naties van de grootste overval, de grootste geldroof; en het werd gedaan door een vals licht.

225 En de grootste roof die de gemeente van God ooit heeft meegemaakt is door een vals licht, een afschijnsel van een denominatie. Het heeft hen beroofd van de kracht van de Heilige Geest. Het heeft de levenslijn zelf van de gemeente afgenomen. Het heeft hen beroofd van het Woord, toen zij een geloofsbelijdenis aanvaardden in plaats van het Woord. Het heeft hen beroofd... O, ze beweren dat ze het Woord hebben. Het Woord leeft zichzelf uit voor zijn tijdperk; het maakt zichzelf bekend. Daar vroeger in de dagen van Jezus beweerden ze ook dat ze het Woord hadden, maar er werd gesproken dat zij een groot licht zagen, en zij verwierpen het. Ze zagen het, maar ze verwierpen het.

226 O, vals licht! Ja, het kostte de gemeente de grootste beroving die ze ooit hebben gehad. Koude denominatie-geloofsbelijdenissen, broeder, zullen een graankorrel, een betuigd Woord, niet laten rijpen; nee. De Bijbel zei... Jezus zei dat het Woord van God een Zaad is dat een zaaier zaait. Ziet u? En koude geloofsbelijdenissen zullen dat Woord niet laten rijpen. Nee, nee! Koude dagen met sneeuwstormen zullen de tarwe niet rijp doen worden. O nee! Er is de warmte van het zonlicht voor nodig, omdat het Gods gesproken Woord was er zoiets mee te doen. En er zal het gesproken Woord voor nodig zijn vandaag om de heiligen van God te tonen dat Jezus Christus leeft; precies zoals Hij gisteren was, is Hij vandaag. Geloofsbelijdenissen en denominaties zullen dat nooit bewerken. Ze zijn koud en onverschillig, en het graan zal daar in de grond verrotten. Het zal nooit voortkomen onder die omstandigheden.

227 Dat is de reden dat we vandaag hebben wat we hebben. Zoals onze dierbare broeder Billy Graham, de grote opwekkingsprediker. Ik geloof dat God de man gebruikt. Maar kijk wat hij doet, hij gaat uit onder die Baptisten en Presbyterianen. Wat doet hij? Hij krijgt een stel kerktoetreders.

228 Ziet u hoe de zuidelijke Baptisten ginds victorie kraaien, omdat hun denominatie meer is gegroeid dan elke andere protestantse kerk. De Katholieken overtroffen hen bijna allen dit jaar. Ziet u het in de kranten? Dat deden ze zeker. Maakt u zich geen zorgen, ze zal hen allen gaan nemen, want ze neemt Baptisten, al de anderen, allemaal tezamen gebracht. Ze zijn allemaal één, en ze weten het niet. De Raad van Kerken maakt hen allemaal gewoon hetzelfde. Denominaties zetten... Waarom? Waarom wilt u hier blijven of daar blijven? Zolang u dit verwerpt, wat maakt het dan voor verschil? Gebruikt u niet eveneens dezelfde denominatie-etiketten als u allen op één plaats bent, de één het beest, en de ander het merkteken, dus daar bent u er. Dus het maakt helemaal geen verschil.

229 Het is waar hij is geweest. Hij heeft zijn zegel van goedkeuring erop gedrukt en daar aanvaardt u het. En daar leidt ze alles heen, regelrecht tot het Witte Huis, en tot de hoofdstad, Washington en de Raad van Kerken, en daar gaat u! De geestelijken brengen hen er regelrecht weer naar terug, precies wat de Bijbel zei dat ze zouden doen. O, ik wilde dat die klok niet zo vlug ging.

230 Nu, bedenk even waar we aan toe zijn. Kijk naar de beloften voor de dag – opnieuw verworpen. Hoe de kerken, de denominaties, het hebben gedaan in deze laatste dag.

231 Een afschijnsel, omdat ze leven in het valse afschijnsel, zal het niet rijpen. Dat is de reden dat dit Woord – u ziet de wonderen niet.

232 Een priester interviewde me, niet lang geleden, en hij zei: "Meneer Branham, hoe hebt u dat bepaalde meisje gedoopt?" (Ze was uit deze gemeente gegaan en teruggevallen, en ze trouwde met een Katholieke jongen en ging naar de Katholieke kerk. En hij zou haar weer in de kerk opnemen.)

233 Ik zei: "Ik doopte haar in de Christelijke doop."

     Hij zei: "De bisschop wil het weten."

     Ik zei: "Goed, zo is het gebeurd."

     Hij zei: "Zweert u daarbij?"

234 Ik zei: "Ik zweer helemaal niet." En hij zei... Ik zei: "Als u mijn woord er niet voor kunt nemen, wel dat is in orde." Ik zei: "Als ik niet zweer... De Bijbel zegt: 'Zweer niet bij de hemel, want dat is Gods troon, en niet bij de aarde, want dat is de voetbank Zijner voeten. Laat uw ja, ja zijn, en uw nee, nee.' U zult mijn woord erover moeten aannemen."

     Hij zei: "Wel, u zei 'Christelijke doop', wat bedoelt u daarmee, door onderdompeling?"

235 Ik zei: "Dat is de enige manier waarop de Christelijke doop wordt voltrokken." Ik zei: "Ik doopte haar in de Ohio rivier, ik dompelde haar onder water in de Naam van Jezus Christus en ik richtte haar weer op. Ik doopte haar in de Naam van de Here Jezus Christus, wat de enige Christelijke doop is die er is."

     Hij zei: "Jazeker!" Hij schreef het zo op, en hij zei: "Vreemd; weet u, dat de Katholieke kerk vroeger ook zo doopte?"

     Ik zei: "Wanneer?"

     En hij zei – de discussie ging een poosje verder en hij zei: "Wel, wij zijn de oorspronkelijke Katholieken."

236 Wetende dat daar vlakbij de boeken lagen, weet u, en de geschiedschrijving erover, zei ik: "Dat is waar. Maar waarom doet u het dan vandaag niet meer?"

     Hij zei: "Wij hebben macht om zonden te vergeven." Hij zei: "Zei Jezus niet tot Zijn discipelen: 'Wiens zonden gij vergeeft, die zijn ze vergeven, en wien gij de zonden toerekent, zijn ze toegerekend'?"

     Ik zei: "Jazeker! Dat zei Hij."

     Hij zei: "Geeft het dan niet de kerk het recht deze autoriteit uit te voeren? Petrus was het hoofd van de kerk."

237 Ik zei: "Als de kerk zonden zal vergeven op de manier dat Petrus het deed." Ik zei: "Nu, toen ze vroegen: 'Wat moeten wij doen om gered te worden?' zei hij: 'Bekeert u en wordt gedoopt in de Naam van Jezus Christus voor de vergeving van uw zonden.'" Ik zei: "Als u dat doet, wel dan ga ik met u akkoord."

     "O," zei hij, "u probeert u op de Bijbel te beroepen."

     Ik zei: "Dat is Gods Woord."

     Hij zei: "Maar God is in Zijn kerk."

     Ik zei: "God is in Zijn Woord. Elk ander mensenwoord is een leugen, het Zijne alleen is de Waarheid." Ziet u?

238 Er is geen andere weg die u kunt inslaan (ziet u?), dan die alleen. Daar gaan ze, regelrecht de duisternis in, en de Protestanten vallen er bij duizenden voor. En hier staan ze op het punt om hun geloofsbelijdenissen en zo over te nemen, ze gaan regelrecht verder met... En het Woord komt rechtstreeks en bewijst het, Jezus Christus manifesteert Zichzelf als dezelfde gisteren, vandaag, en voor immer, en in dat geloofsbelijdenis-afschijnsel, gaan ze regelrecht verder de duisternis in. In duisternis, precies zoals ze deden in Noachs tijd, precies zoals ze het in alle tijden deden, doen ze het vandaag opnieuw, regelrecht verder de duisternis in. Waarom? Zij verwerpen het licht, omdat de geloofsbelijdenis hen heeft verblind.

239 O, wat een duister uur waarin wij nu leven. Ja, ze verwerpen Christus' eeuwige, ware licht; dat is de oorzaak.

240 Koude denominaties kunnen nooit leven brengen aan het Woord van God, omdat het leven geeft aan de denominatie. We hebben op dit moment meer belijdende Christenen dan... Kijk eens hier, als de Christen, ik vroeg dit aan deze priester: "Als de... Ik ben het met u eens dat de Katholieke kerk er in den beginne was met Pinksteren, niet in Nicéa, Rome." De gemeente begon nooit in Nicéa, Rome; ze begon met Pinksteren. Ziet u? In Jeruzalem begon de gemeente. "Maar", zei ik, "ik zal hier toegeven dat deze mensen..."

241 Die slaven en zo die de Heilige Geest ontvingen, en hun meesters die hen krachten en dergelijke zagen doen, het opwekken van de doden, die in tongen spraken, die duivelen uitwierpen, en dingen voorzegden... En profeten onder hen, enzovoort, kwamen in schaapsvellen gewikkeld, kruiden etend, naar dat Nicéa Concilie enzovoort... wat een geweldige mannen. Daar kwamen ze uit vandaan, en ze kwamen naar dat Concilie van Nicéa, standhoudend op dat Woord. Maar in die vervloekte vijftien dagen daar aanvaardden ze Vader, Zoon en Heilige Geest als een dogma in plaats van de Bijbelse leer in de Naam van Jezus Christus. En daardoor kwamen alle Protestantse kerken, ze werden er regelrecht in geboren, dezelfde zaak. En al deze andere dingen, de valse opvatting over de Heilige Geest. Ze namen het avondmaal, dronken de wijn, en dat is de heilige eucharistie, wat de Heilige Geest betekent. De priester geeft het aan u.

242 Nu, de Bijbel bedoelt niet: "Toen de dag van Pinksteren aangebroken was, kwam er een priester de weg af, met zijn boordje achterstevoren en hij zei: 'Steek je tong uit en neem de heilige eucharistie.'" Nee! Er wordt niet gesproken: "Mensen, komt u allemaal hierheen en geef mij de rechterhand der gemeenschap. U Baptisten, Methodisten, en Baptisten, ik zal uw naam hier opschrijven... Neem attestatie mee waar u vandaan komt."

243 Hij zei dat zij allen op één plaats eendrachtig bijeen waren, en plotseling kwam er een geluid van de hemel als een ruisende, machtige wind; en het vulde heel de ruimte waar zij gezeten waren. Ze werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken met andere tongen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Ze gingen de straat op, wankelend als dronkemannen, Maria en al de anderen, onder de werking van de Heilige Geest. Toen de mensen hen uitlachten en zeiden: "Deze mannen zijn vol nieuwe wijn!", wat waren ze toen? Verblind door een dogma.

244 Die kleine onbeduidende prediker, genaamd Petrus, stond daar op en hij zei: "Gij Joden en allen die te Jeruzalem woonachtig zijn, dit zij u bekend en neem mijn woorden ter ore. Deze mensen zijn niet dronken, maar laat mij u vertellen wat de Schrift zegt dat zou gebeuren. Dit is het licht! Dit is het Woord dat gemanifesteerd wordt!" Amen! Hetzelfde gebeurt vandaag, en ze doen zoals ze toen deden, ze wandelen weg en ze schudden hun hoofd. Er stond: "Laat hen varen, de blinden leiden de blinden en ze zullen allen in de put vallen."

245 O, er is Christus' eeuwig leven voor nodig om het Woord des levens tot betuiging te brengen. Vleesgemaakt... O, mijn goedheid!

246 De Heilige Geest is er voor nodig om het Woord van God in werking te stellen. Toen Jezus zei: "Gaat gij heen in heel de wereld en predikt het Evangelie aan elk schepsel." Nu, kijk, Markus 16, Zijn laatste opdracht: "de hele wereld – de hele wereld..." Het is daar nog nooit gekomen, ziet u? "... heel de wereld en predikt het Evangelie aan elk schepsel. Wie gelooft (in heel de wereld), en wordt gedoopt, zal gered worden; wie niet gelooft, zal veroordeeld worden. En deze tekenen zullen hen volgen die geloven..." ("Ze zullen de voorganger de hand schudden"? Nee! "Ze zullen goede kerkleden zijn"? Nee!) "In Mijn Naam zullen ze duivelen uitwerpen. Ze zullen spreken met nieuwe tongen. Ze zullen slangen opnemen, of dodelijke dingen drinken, het zal hun niet deren. En als zij hun handen op de zieken leggen, zullen ze herstellen." O, wonderbaar!

247 Hoe ver? Elk schepsel. Hoeveel? Aan heel de wereld tot Hij wederkomt. Deze tekenen zullen... "Wie in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen. Zelfs grotere dan deze zal hij doen, want Ik ga tot Mijn Vader." O, hoe wij daarbij vandaan kunnen gaan, is meer dan ik kan zeggen.

248 We zijn nu in meer duisternis dan zij waren. Nu, ik heb nog enkele verzen hier en dan wil ik zo vlug mogelijk eindigen. Wij zijn in een diepere duisternis dan zij vroeger waren. Ik weet dat ik u uitput – al anderhalf uur – maar kijk, deze band zal daar heengaan. Ziet u, ziet u?

249 Wij zijn in een diepere duisternis dan zij. Ik heb verklaard dat... Waarom? De kerken in dit schijnsel zijn zo misleidend; het ziet eruit alsof het de waarheid is. Nu, zei Jezus niet in Mattheüs 24... Jezus zei dat in de laatste dagen die twee geesten elkaar zo dicht zouden benaderen dat het de uitverkorenen zelf zou verleiden, als het mogelijk was. Er zou een uitverkoren groep uitkomen om de gemeente te vormen in de laatste dagen. En deze organisaties zouden, betreffende wat zij hun waarheid noemen, zozeer gelijken op het werkelijke, dat het de uitverkorenen zou verleiden, zelfs de Pinkstermensen.

250 Nu, u weet dat u geen Pinksterman zult gaan misleiden met een Methodisten- of Baptistenleerstelling. U zult daar niet mee bij hem aan hoeven te komen. Hij weet wel beter. Evenmin zult u een Baptist gaan misleiden met een Lutherse leerstelling. Ziet u? En evenmin zult u de Boodschap ontvangen... de Boodschap nu in dit Woord misleiden door de een of andere valse Pinksterleer van Vader, Zoon, en Heilige Geest, en dergelijke rommel, en die dogma's die ze hebben in dat organisatiegedoe. O nee! U zult hen nooit misleiden, omdat de uitverkorenen niet misleid zullen worden. Nee!

251 Wat is het? Wat is het? Verleiding. Wat zijn deze schijnsels aan het doen? Zij leiden de kerk naar de slachtbank van de Wereldraad door hun schijnsel. Dat zal de uiteindelijke slachting betekenen, wanneer zij en Rome zich samen voegen. Wanneer ze dat beeld van het beest vormen, is dat de laatste slachting. En kijk wat deze afschijnsels die u nu hebt gekregen, doen. Het leidt de mensen. Het is een bok.

252 Een bok leidt altijd de schapen naar de slachtbank. U hebt dat wel gezien daar in die slachthuizen. Die bok zal er helemaal naar toe lopen en de schapen leiden, en dan zal hij eruit springen en de schapen verder naar binnen laten gaan. Ziet u? Zo doet hij het. Dat doet hij altijd. Het waren de bokken die Jezus, het Lam, naar de slachtbank leidden, de Romeinse bokken. Zo is het! Het zijn vandaag de denominatie-bokken die de onschuldige schapen naar de slachtbank leiden. Ze zetten hun namen in hun boeken en het is afgelopen met hen. Dat is het merkteken van het beest. Ik spreek in de Naam van de Here. Ik heb dat een lange tijd ingehouden; dat is waar. Zo is het precies! Wat is het beest? Wat is het beest? Het is de Romeinse hiërarchie, de eerste organisatie. Wat is het teken ervan? Hetzelfde. Precies hetzelfde! Precies hetzelfde als wat het was. De slachting... Naar het schijnsel...

253 Maar in het aangezicht van de hedendaagse duisternis hebben we nog steeds het Licht van God er doorheen zien schijnen. Wat zijn we daar dankbaar voor!

254 Luister aandachtig! We hebben het licht gezien, Zijn Woord dat Hij beloofde voor deze dag, bewezen en betuigd (het is de waarheid), het licht van het uur. O, wonderbaar! Ik ben zo blij. Er is niets verkeerd. Er is...

255 Niet lang geleden zei een prediker dat hij in Florida was, en hij had een auto (ik geloof dat het een Chevrolet was) en de wagen liet hem in de steek. Hij kon hem niet aan de gang krijgen. En hij ging naar een garage; die goede oude monteur kroop er onder en er in, en probeerde van alles, maar hij kon het niet voor elkaar krijgen; en dan probeerde hij dit weer, maar het hielp niet, en dan probeerde hij weer iets anders, maar het hielp niet. Hij probeerde het met een nieuwe accu; deed er dit in, nieuwe bougies, nieuwe contactpunten, maar hij kon dat ding niet aan de praat krijgen. Hij kon hem gewoon niet aan de gang krijgen. Tenslotte kwam er een keurig geklede heer aanlopen; hij zei: "Mag ik u misschien enig advies geven?"

256 En de kleine monteur was verstandig genoeg om te zeggen: "Jawel, meneer!" Hij zei: "Neemt u dit, en stel dit even af en dat, en verbind dat dan even met elkaar en probeer hem dan eens." En hij stelde dit af en dat en hij verbond het met elkaar en hij deed het.

257 De kleine monteur draaide zich om en zei: "Zeg, wie bent u eigenlijk?" Hij was de ingenieur, de hoofdontwerper van General Motors. Hij had dat ding gemaakt. Hij was degene die hem had ontworpen.

258 En als wij vandaag spreken over Methodisten, Baptisten en Presbyterianen, dan is de hoofdontwerper hier, de ontwerper van Zijn Woord, de Man Die de hemelen en aarde schiep en Zijn gemeente ontwierp. Weet Hij niet beter wat nodig is voor de opname of weet de Methodisten- of Baptistengemeente beter wat nodig is? Hij is de ontwerper; Hij weet wat er voor nodig is. Hij is goedgekleed in de kracht van Zijn opstanding. Halleluja! Hij wandelt temidden van ons vandaag in de kracht van Zijn opstanding. Hij weet wat er nodig is om een gemeente in orde te brengen voor de opname. Hij ontwierp haar en voegde de delen hier samen in de Bijbel. Amen! Laat gewoon de elektrische stroom er doorheen stromen; en kijk hoe het werkt. Laat geloof in Zijn beloofde Woord vandaag er doorheen stromen, en u zult zien hoe het werkt. En waarom? Hij ontwierp de zaak. Hij ontwierp Zijn gemeente door het Woord dat Hij samenstelde, niet door Methodisten-, of Baptisten-, of Presbyteriaanse, of Pinksterorganisatie, maar door Zijn Woord. "Men zal niet leven bij brood alleen, maar bij elk Woord dat de mond van God uitgaat." Jazeker! Ga weg uit die schijnsels!

259 Temidden van de duisternis, deze donkere tijd waar we nu in leven... Ik heb nog ongeveer vijf minuten over. Wie zal er temidden van de duisternis zijn om de kleine bruid eruit te brengen? Wie weet er van? De Hoofdontwerper. O ja! Uit al die verwarring van schijnsels... Hier schijnen de Methodisten aan de ene kant en de Baptisten aan de andere kant, en daar de Presbyterianen en ook de Pinkstermensen, al deze schijnsels om ons heen... Ze rennen er heen, en zetten hun naam hier in dit schijnsel. Ja, en dan ontdekken ze hier weer iets anders, en ze komen hierheen, en dan vinden ze daar weer iets, gaan daar weer heen...

260 Zoals ik zei tegen die priester: "Als u allen de oorspronkelijke kerk bent, en u bent volgens de leer van deze mannen gegaan, vastgesteld in Nicéa, hoe komt het dan dat u niet meer de kracht hebt die zij daar vroeger in het begin hadden? Waarom doet u de dingen niet, die zij deden, waarvan Jezus sprak...?"

     Hij zei: "O, wij zijn nu met meer mensen; wij leven in een andere tijd."

261 Ik zei: "Maar het Woord verandert niet. Hij zei: 'Deze tekenen zullen hen volgen in alle tijdperken. Hemel en aarde zullen voorbij gaan, maar Mijn Woord zal nooit voorbij gaan.'" Zo is het.

     Hij zei:"U spreekt over de Bijbel."

262 Ik zei: "Ja, over het Woord, wat Christus is." Zo is het. Daar hebt u het dan. Ziet u?

263 En in dit schijnsel, waar de Methodisten het hunne tonen, de Baptisten hun schijnsel tonen, en de Presbyterianen dat van hen, en elk van hen steeds maar groter en groter wordt, maar die arme, kleine bruid, waar is zij aan toe? Ze ging eens een poosje bij de Eenheids-pinkstergemeente, en zij plaatste haar naam daar, en ze zeiden: "Wel, ik heb ontdekt wat ze doen." Ze kwamen hierheen, en dan wordt er gezegd: "U moet bij ons horen. Als u niet bij onze kerk hoort, bent u helemaal niet bij de bruid. U bent zelfs helemaal niets." Ga naar de Assemblies, en kijk wat ze hebben gekregen. Daar hebt u het weer. Ga naar de Baptisten en kijk wat zij hebben. Kijk naar de...

264 Wat zal er gaan gebeuren met de arme kleine? Ziet u? Maar ze komt er; maakt u zich geen zorgen. Ze zal er gaan zijn.

265 Een paar jaar geleden zei een man mij hier... hij was daar in New Mexico. Ik hield daar een samenkomst dicht bij de Carlsbad grotten. U hebt er zeker van gehoord... die grote... Er waren een man en zijn vrouw en een groepje kinderen, die ze meenamen daar met deze lift naar beneden, helemaal naar beneden tot aan de bodem van de put. En toen ze daar beneden kwamen, deden ze alle lichten uit. En toen ze alle lichten hadden uitgedaan, was het aardedonker. (Ik liet ze dat eens een keer doen daar in die parken in Colorado, mijn vrouw en ik waren daar eens. En ze deden die lichten uit, wel, al hield je je hand zo dan kon je nog niets zien.) En er stond daar een klein meisje, en ze begon te schreeuwen: "O!", angstig schreeuwend. Ze was doodsbang, zo donker was het. En het arme kleine ding tastte overal in het rond en probeerde te gillen en te roepen om haar pappa, en mamma, en overal. Ze kon het gewoon niet uithouden, zo donker was het. Ze had nog nooit zo'n duisternis gezien.

266 En zo is het ongeveer nu ook. Zo is het! Het is zo donker dat u niet weet waar u heen moet gaan. Gaat u naar de Methodisten of de Baptisten, gaat u naar de Presbyterianen, het is allemaal hetzelfde. Ziet u? Ze eten van dat oude, dode, verrotte manna met maden er in. Ziet u, het is hetzelfde, een of andere geloofsbelijdenis: "Kom binnen en voeg u hierbij, voeg u daar bij", oude dogma's en dergelijke, dat soort waar u Christus niet in ziet. O, u ziet daar mensen met eigengerechtigheid en zo. Veel fijne mensen zijn er nu in die denominaties. Maar ik spreek nu over het systeem, niet over de mensen die er in zitten. Maar ziet u, dáár eten ze van. Vertel hen er over. Hier is vers voedsel!

267 En dit kleine meisje dat daar stond te gillen, zo hard als ze maar kon, stond op het punt hysterisch te worden, net zo ongeveer als de kleine bruid. Maar weet u, haar kleine broertje riep haar toe, en hij zei: "Zuster, wees niet bang!" (Want hij stond vlak bij de rondleider.) Hij zei: "Er is hier een man die het licht kan aandoen." Wees niet bang, zusje, er is hier een Man die het licht kan aandoen. Hij kan dit Woord laten leven. We weten niet hoe Hij komt – we weten niet hoe – wanneer Hij komt; ik weet er niets van, maar Hij is hier en Hij kan de lichten aandoen. Hoe zullen we er uitkomen? Ik weet het niet, maar Hij is hier, en Hij is Degene die de lichten aan kan doen. Jazeker! Hij is Diegene; Hij is het licht. Hij maakt Zichzelf gewoon bekend; dat is de manier waarop Hij het licht aandoet. Precies juist. Christus is nodig om zijn lichten in ons te ontsteken, en dan wordt alle duisternis verdreven. Hij zondert af; Hij trekt zijn kleine bruid eruit: "Ik zal een volk uit de heidenen nemen omwille van Mijn Naam, dat Mijn Naam zal hebben." Wat is Zijn Naam? Goed! Niet Methodist, Baptist, Presbyteriaan, Lutheraan – Jezus Christus. Zo is het!

268 Hij is het licht, de waarheid, het licht. In Hem is geen duisternis. En Hij verdrijft de duisternis wanneer Hij binnenkomt, omdat Hij het Woord is. Het Woord is het licht. Dat is waar. Omdat Hij sprak en zei: "Er zij licht!" Dat was het woord dat licht werd. Wanneer Hij dit spreekt, is het telkens het licht van die tijd. Nu, Hij is hier, niet in een afschijnsel (de mensen leven in een schijnsel), maar Hij is het betuigde Woord. Hij is absoluut het licht in de tijd van duisternis. Jazeker! Al deze valse schijnsels en dergelijke zullen uitdoven. Jazeker! Hij is hier. Vrees niet! Doe de lichten aan, Zijn beloofde Woord, het leeft; het maakt dat... "Wie in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen." Dan is het het Woord." Zoals de Vader Mij zond, zo zend Ik u." De Vader die Hem zond, kwam in Hem. De Jezus die u zendt, komt in u. En de werken die Hij toen deed, doet Hij nu eveneens, waarom? Het Woord is vlees gemaakt, in menselijk vlees, Zichzelf manifesterend als het licht van de dag. Daar zijn we. Daar is het, het is precies als – de weg ten leven tonend in het licht.

269 Wijze mannen, die niet verblind zijn door geloofsbelijdenissen en denominaties, zullen in dat licht wandelen. O, wonderbaar! Er is hier een Man die de lichten zeker aan kan doen. Hoe doet Hij het? Door Zijn Woord te betuigen voor deze dag. Jezus, de Zoon van God, die dat Woord voor deze dag beloofde, is hier bij ons. Wordt niet bevreesd, besteedt geen aandacht aan wat men doet. Als u dat doet, wandelt u in duisternis. Wees wijs! "Zij die wijs zijn", zei Daniël, "in deze laatste dagen, zullen grote daden doen voor hun God." Ziet u, ziet u? Zij zullen in het licht wandelen zoals Hij in het licht is.

270 Maak u geen zorgen, het mag misschien donker zijn, het ziet er naar uit alsof ze ons allen zullen gaan dwingen... Al deze... U ziet de verklaring die wordt uitgegeven, dat al deze kleine gemeenten en zo, nu moeten binnenkomen. U moet binnenkomen, of ze zullen u gaan buitensluiten. Ze zullen het voor elkaar krijgen.

271 Nu, we willen daar vanavond heel duidelijk over spreken, als ik er deze keer toe kom. Ziet u?

272 Nu, we zullen gaan sluiten. U moet een van hen worden of niet. U bent òf daarbij òf u kunt niets doen, u kunt zelfs niet kopen of verkopen. Dat is waar! Waagt u het niet te bidden voor de zieken. Als u betrapt wordt op het bedienen van een zieke of als wie ook in enige geestelijke zaak betrokken is, dan staat u onder een landelijke wet die wordt uitgevaardigd. Dat is precies waar. U weet dat. Dat is juist; het staat in hun kranten. Jazeker! Dus kunt u het niet. U moet tot de cultus behoren. Broeder, laat mij u iets zeggen, ontvang Christus maar liever nu meteen in uw hart, want er komt een tijd waarin u het werkelijk nodig zult hebben. Dan kunt u het niet meer. Bedenk, wanneer dat zegel is aangebracht, is het daar voor goed. Dus gelooft u dat gedoe niet, doe dat niet. Komt u nú in Christus, het Woord.

273 Jazeker! Hij betuigt het Woord en toont dat het het licht van het uur is. Zó weten we dat Hij het licht is, omdat Hij het licht is dat zichzelf manifesteert in het vlees. Hoe weten we het? Hij was Gods Woord vlees gemaakt. Ziet u? Gods Woord toonde zich en betuigde zich.

274 Als de Messias komt, wat zal Hij doen? De vrouw bij de bron zei: "Wanneer de Messias komt, zal Hij deze dingen doen. U moet de profeet zijn, welke het Woord is, die ons deze dingen voorzegt."

275 Hij zei: "Ik ben het!" Ziet u? Dat was genoeg. Het licht scheen op het beloofde Woord. Daar is een licht.

276 Ze liep regelrecht de stad in en zei: "Kom en zie een Man die mij de dingen vertelde die ik heb gedaan. Is dit niet de Messias zelf?" Dat was het. Ziet u? Ongeacht wat anderen zeiden, ze wist dat dat de Messias was.

277 Bedenk, in elk tijdperk heeft God in een tijd van duisternis altijd Zijn Woord gehad, om het licht van de duisternis te scheiden. Hij had het in de dagen van Luther, toen de Katholieke kerk alles had. Hij zond Luther als een schijnend licht. En Luther scheidde de waarheid van de duisternis. En toen de Lutheranen in de war raakten, liet Hij John Wesley komen, en hij scheidde licht van duisternis. En in de dagen van Pinksteren, toen de Wesleyaanse Methodisten, en de Baptisten en Presbyterianen helemaal vastgeroest raakten, zond Hij de Pinksterboodschap om het licht van de duisternis te scheiden. De Pinkstermensen gingen regelrecht opnieuw zó de duisternis binnen, hun organisatie in, ze namen hun geloofsbelijdenissen en dat soort dingen aan. Nu is het uur gekomen dat dit Woord wordt betuigd. Hij zendt het licht, het Woord gemanifesteerd, zoals Hij deed in den beginne; Hij zendt het Woord, en het bewijst zichzelf. Daar is licht. En Hij scheidt altijd af. Het is nu hetzelfde als het eeuwig leven in den beginne.

278 Kijk eens, kinderen... Zoals ik al zei, ik ben nu al vijf minuten over mijn tijd, maar laat me dit ene nog zeggen. Er is een Man aanwezig; wordt niet bevreesd, ongeacht wat men zegt. Ik heb het zover zien komen dat ik niet meer wist welke kant ik op moest. Maar Hij is altijd tegenwoordig. Zijn nooit falende tegenwoordigheid is er altijd. Hij kan het licht aandoen. Jazeker! Hij wacht slechts en kijkt wat u gaat doen. Hij kan de schakelaar omdraaien op elk moment dat Hij wil. Jazeker!

279 Er is hier een Man die het licht kan aandoen. En degenen die gezeten zijn in de regionen van de schaduwen des doods, sommigen van hen met kanker, sommigen van hen onder het doodskleed van een denominatie, sommigen van hen onder de dood van geloofsbelijdenissen, sommigen onder de dood van traditie, en al die soorten van dood, ze hebben een groot licht gezien. De Man die toen de lichten liet aanflitsen, is Dezelfde die in den beginne zei: "Er zij licht!" Diezelfde God gisteren, heden, en voor immer. Hij is aanwezig vandaag, precies hier nu op dit moment. Wordt niet bevreesd; Hij kan de lichten aandoen. Wanneer de vervolging komt, weest dan niet bevreesd; er is een licht, dat zei dat Hij Zijn volk zou wegrukken. Ze zal niet door de verdrukking gaan. Ze zal het nooit doen. Hij zei dat ze het niet zou. Ze zal worden weggenomen. "Hoe zullen ze het gaan doen, broeder Branham, terwijl het er zo verschrikkelijk donker uitziet?" Het geeft niet hoe donker het wordt, al kunt u geen hand meer voor ogen zien, maar bedenk, er is hier een Man die het licht kan aandoen, die de gemeente kan opnemen.

280 U zegt: "Wel, ik ben helemaal..." Ja, Sadrach, Mesach, en Abednego stonden al in de vurige oven, maar er was daar een Man die de luchtverfrissing kon inschakelen. Jazeker! Die ruisende, machtige wind die neerkwam op de dag van Pinksteren schakelde Hij ook toen in en waaide al het vuur, al de laaiende vlammen van hen weg. Er was daar een Man; Hij werd de vierde Man genoemd. Er is er Eén vandaag; en Hij is de Enige! Halleluja! Hij heeft de lichtschakelaar in Zijn hand.

281 En voor diegenen die gezeten zijn in het land van de schaduwen des doods is een groot licht opgegaan. Verwerp het niet; ontvang het in de Naam van de Here, terwijl we onze hoofden een moment buigen.

We zullen wandelen in het licht! Wonderbaar licht!
't Komt vanwaar de dauwdruppels der genade flonkeren.
Omstraal ons volkomen dag en nacht,
Jezus, het licht der wereld.

We zullen wandelen in het licht! Wonderbaar licht!
Het komt vanwaar de dauwdruppels der genade flonkeren.
Omstraal ons volkomen dag en nacht,
Jezus, het licht der wereld.

Komt, gij heiligen van het licht, verkondigt
Jezus, het licht der wereld.
Dan zal de hemelklok luiden;
Jezus, het licht... (Wat is het? Het betuigde Woord is Jezus vandaag; Hij is het Woord.)

We zullen wandelen in het licht! Wonderbaar licht!
Het komt vanwaar de dauwdruppels der genade flonkeren.
Omstraal ons volkomen dag en nacht,
Jezus, het licht der wereld.

282 Met uw hoofden gebogen vraag ik mij af hoevelen hier zouden willen wandelen in dit licht, onder de leiderschap van de Heilige Geest, het betuigde Woord van vandaag (ziet u?), het Woord dat God vandaag beloofde, en willen het gemanifesteerd zien? Was dat niet wat Hij in den beginne was? Hij was het Woord. De Zoon werd geboren; Hij was het Woord; Hij was de Messias; Hij was het betuigde Woord. Dus het Woord dan... God sprak het einde van den beginne af.

283 Nu, er is een Woord voor deze dag en Hij is hier, dat Woord betuigend temidden van de verwarring, de duisternis, en de afschijnsels. Die lijken er heel erg veel op, maar het is het niet; het kan de toets der kritiek niet doorstaan.

284 Jezus zei: "Als Ik de duivel uitwerp door de vinger Gods, door wie werpt gij hem dan uit?" Ze wierpen ze niet uit. Ziet u? "Maar nee, als Ik een duivel uitwerp door de vinger Gods, dan is het Koninkrijk van God nabij u gekomen." Ziet u? O, laten we dat bedenken, als we nu onze handen stil opheffen en rustig nadenken.

We zullen wandelen in dit licht! Dit is zo'n wonderbaar licht!
Het komt vanwaar de dauwdruppels der genade flonkeren.

     (Doe uw belijdenis; geloof God nu.)

Omstraal ons volkomen, dag en nacht,
Jezus, het licht der wereld.

We zullen wandelen in dit licht! Het is zo'n wonderbaar licht!
Het komt vanwaar de dauwdruppels der genade flonkeren.
Omstraal ons volkomen, dag en nacht,
Jezus, het licht der wereld.

285 Terwijl zij door blijven spelen, wil ik vragen... Elk tijdperk is hetzelfde geweest. Wat deden zij toen ze het licht verwierpen in de dagen van Noach? Ze kwamen in Gods oordeel. Wat gebeurde er met Farao in de dagen van het licht van het brandende braambos dat in Mozes was? Ze liepen de zee des doods in. Wat gebeurde er met Dathan die op weg ging en daarna het licht verwierp? Hij liep een scheur in de aarde in en werd verzwolgen. Wat gebeurde er in alle tijdperken met degenen die in gebreke bleven te wandelen in het licht, het licht van die dag? Het is heel de tijd Jezus. Het was Jezus in de dagen van die mannen. Het is Jezus vandaag, want Hij is het Woord, en het Woord vormt het licht. Het is het licht van de dag. Denk er nu heel rustig aan, terwijl we ons ernstig afvragen: "Wandel ik in het licht?" Laten we het nog eens neuriën...

     [Broeder Branham begint te neuriën.]

286 Laten we nu gaan staan. Ik bid, hemelse Vader, dat U deze boodschap diep in de harten laat zinken van de mensen die aanwezig zijn en van degenen die het door de band zullen horen. En moge het licht op het Woord komen, het Zaad, en elk voorbestemd zaad laten opkomen dat daar geplant werd in deze verschillende afschijnsels en organisaties. Mogen zij zien zoals Nicodemus, zelfs al moeten ze bij nacht komen. Dat ze komen tot het licht! Geef het, Vader.

287 Moge deze grote uitweg gebaand worden van deze Steen die uit de berg werd gehakt zonder handen. Het zal deze heidense koninkrijken verpletteren, al deze koninkrijken, geestelijke koninkrijken en natuurlijke koninkrijken; die Rots zal de hele aarde overdekken. Het zal een zaak van reiniging zijn. Degenen die door deze Rots zullen worden verpletterd, zullen tot stof worden; en degenen die op die Rots zullen neervallen, zullen een vast fundament hebben.

288 O Christus, laat mij als Uw dienstknecht afsterven op deze Rots, deze Rots van Uw Woord, Here God, laat mij standhouden als David en die strijders vanouds die standhielden voor David. Laat mij standhouden voor dit Woord vandaag, terwijl ik zie dat het verworpen wordt door de denominaties. Het ligt hier ergens een beetje afgezonderd. O God, geef dat we kracht en moed zullen hebben en de Heilige Geest om stand te houden, want het uur wordt donkerder en donkerder. Maar laten we altijd bedenken dat U tegenwoordig bent om de lichten te ontsteken op elk uur dat U wilt. U kunt het licht aandoen, Vader.

289 Dus bidden wij, zoals U zei: "Gij zijt het licht der wereld." Geef, Vader, dat onze lichten – die tot Uw dienst zijn – zo helder zullen schijnen voor de anderen, dat zij het licht van het Evangelie zullen zien als wij het leven, Heer, dag aan dag voor hen het leven weerkaatsend van Jezus Christus, zoals Hij was op aarde, vol nederigheid en lieflijkheid, toch met het Woord dat regelrecht door Hem heen werd geleefd. Geef het Vader, want wij zien op naar U, de Grote, met de schakelaar in de hand. U houdt de wereld in Uw hand; U houdt alle dingen in Uw hand, en U houdt de wereld in stand door Uw Woord. O, Vader, laat ons het Woord ontvangen. Wilt U dat alstublieft doen, Here. Laat dat de getuigenis zijn, de wens van elk hart hierbinnen.

290 En Vader, als wij deze liederen zingen... Zoals David de liederen zong; ze werden profetie. Ze waren profetie, en U erkende ze als profetie. Als wij ze zingen, Here, laat het ook in onze harten zo zijn als we zingen. Wij willen wandelen in dit licht. Laat het zo zijn, Heer. Dit is een wonderbaar licht; het is het Woord, het is Christus levend onder ons, niet wat Hij was, maar wat Hij is. En we weten, wat Hij was weerkaatste alleen wat Hij is. En wij bidden, Vader, dat de mensen het zullen begrijpen en zullen wandelen in dat prachtige licht. Wij vragen het in Jezus' Naam.

291 En terwijl we nog een ogenblik blijven staan, wil ik dat we het allemaal zingen.

292 Nu, er zijn hier binnen Presbyterianen, Methodisten, Katholieken; dit is een gemengd gehoor, wat de verschillende denominaties betreft.

293 Nu bedenk, laat het bekend zijn dat ik niets spreek tegen de mensen in deze schijnsels, maar ik heb het bewezen met de Bijbel dat het schijnsels zijn. Als het niet zo was, dan zou Christus met ze handelen zoals Hij beloofde te doen. Ziet u? Maar zij weigeren dat. Ziet u? En wanneer het zover komt met u, wat vindt u dan? Een toetreden tot de kerk, een geloofsbelijdenis opzeggen. En waar loopt het op uit? Aan het eind van de weg gekomen, ontdekt u dat het een valse luchtspiegeling was. Christus is het Woord; Hij is het licht. Leef nu terwijl u kunt leven.

294 U leeft ergens voor. Waarvoor leeft u? Omdat u kunt sterven. Ieder van u, waar werkt u voor? Om te eten. Waar eet u voor? Om te leven. Waar leeft u voor? Om te sterven. Dus waarom niet leven om te leven! Waarom niet leven om te leven! De enige manier dat u kunt leven is door het Woord te accepteren, "Omdat de mens niet zal leven bij brood alleen (wat we hier in het zweet ons aanschijns verdienen), maar bij elk Woord dat de mond van God uitgaat." Nu, het Woord uit de mond van God wordt hier betuigd voor onze ogen door de Heilige Geest. Leef erbij, wilt u dat niet doen?

295 Nu, ik wil dat, als we dit opnieuw zingen, ieder gewoon op gaat staan daar waar u bent, en elkaar de hand geeft en zegt: "Broeder, laten we wandelen in dit Licht!", terwijl we zingen. "Wandel in het Licht", wilt u dat? Bidt voor elkaar terwijl u elkaar de hand geeft, terwijl we het samen zingen, met onze ogen gesloten voor zover mogelijk.

     (Wie is het?)

     Nu, laten we onze handen opsteken!

We zullen wandelen in dit licht! Het is zo'n wonderbaar licht!
Het komt vanwaar de dauwdruppels der genade flonkeren.
Omstraal ons volkomen, dag en nacht,
Jezus, het licht der wereld.

Komt, al gij heiligen van het licht, verkondigt (Wat is het?)
Jezus, het licht der wereld.
Dan zal de hemelklok luiden;
Jezus, het licht van de wereld.

     O, laten we het luid zingen.

We zullen wandelen in dit licht! Het is zo'n wonderbaar licht!
Het komt vanwaar de dauwdruppels der genade flonkeren.
Omstraal ons volkomen, dag en nacht,
Jezus, het licht der wereld.

296 Met onze hoofden gebogen nu, bedenk, toen Israël op reis was en elke dag nieuw manna at, wandelden ze in het licht van de Vuurkolom. Die Vuurkolom was Jezus Christus. De Bijbel zegt dat Hij het was. En vandaag is Hij bij òns. Wij hebben het; wij weten dat Hij met ons is, dezelfde Vuurkolom, dezelfde dingen doende die Hij deed toen Hij hier op aarde was om Zijn Woord te vervullen.

297 Als we nu van hier gaan, laten we bedenken, en dat lied in onze harten bewaren als we nu naar onze huizen gaan, als de wielen een lied zoemen. Voordat u uw avondeten eet, buig uw hoofd dan en dank God ervoor dat Hij licht heeft gezonden om voedsel op de aarde te brengen voor uw natuurlijk lichaam. En dank God dan dat Hij geestelijk licht heeft gezonden, Zijn Woord, opdat Hij voedsel mocht geven voor de ziel: "Want de mens zal niet leven bij brood alleen, maar bij elk Woord dat de mond Gods uitgaat."

298 Blijf dit lied zingen in uzelf in uw huis, temidden van uw familie, en kom weer bijeen met ons, hier vanavond om half zeven, voor de gebedskaarten enzovoort. We zullen u dan weerzien. Tot dan, buigt uw hoofden. We zullen broeder Neville, onze voorganger, vragen hierheen te komen om te sluiten met gebed.

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)