Steun niet op uw eigen inzicht

Door William Marrion Branham

1 Laten wij nu een ogenblik blijven staan voor gebed. Hoevelen hier hebben een verzoek op hun hart, zodat u zou willen dat God iets speciaals voor u zou willen doen in deze conventie? Laten wij nu onze hoofden voor Hem buigen.

2 Hemelse Vader, wij zijn een bevoorrecht volk om hier samen vergaderd te zijn in de Naam van de Here Jezus, in een vrij land waar wij U vooralsnog kunnen aanbidden in overeenstemming met ons geweten. En wij bidden, Vader dat dit lang zo zal blijven. En mogen wij nu voordeel halen uit dit grote voorrecht dat wij hebben. En mogen wij ons gehele hart in dienst zetten vanavond om U te aanbidden, zodat er gezegd kan worden dat God in ons midden was vanavond om Zijn volk te zegenen. Red elke verloren ziel die hier binnen is vanavond, Heer. En moge elke teruggevallene naar het huis van God weerkeren. Ik bid voor iedere zieke dat hij genezen mag worden; dat de kreupelen mogen wandelen en de blinden mogen zien, de doven mogen horen, zodat lofprijs en heerlijkheid wordt gegeven aan Jezus Christus onder Zijn volk. Moge het lang herinnerd worden, Heer, omdat wij onszelf samen vergaderd hebben en in Jezus' Naam om deze zegeningen vragen. Amen.

     U mag gaan zitten.

3 Ergens lijkt het altijd enigszins als een opnieuw thuiskomen bij het komen naar de Ramada Inn, omdat ik hier zo vaak geweest ben dat ik denk dat men mij moet beginnen te kennen. En ik ben daar blij om, omdat ik een groep fijne mensen gevonden heb in deze Ramada Inn's. Die ene in Tucson en deze hier, zij zijn zeer vriendelijk voor ons geweest om ons diensten te laten houden. Niet lang geleden had ik een dienst van mijzelf, ginds in de Ramada Inn en de manager wilde mij zelfs niet toestaan voor de huur van het gebouw te betalen. Dat is werkelijk aardig. Ik zal degenen die goed zijn voor het huishouden van God, gedenken, ook wanneer ik het land nu doorkruis.

4 Nu, wij hebben sinds zondagavond, of zondagmiddag liever, enkele geweldige tijden in de Here gehad, of tenminste ik heb het gehad. Ik heb een wonderbare tijd gehad met mij in Zijn zegeningen te verheugen, en de gemeenschap van de Heilige Geest en met Zijn volk.

5 Ik wil er graag aan herinneren dat wij samen God aanbidden. U bent een attribuut van God, een deel van God, wanneer u de zoon en dochter van God wordt. En God is in u, Zijn wil willend, als u het Hem wil laten doen.

6 Wij hopen dat vanavond elke persoon de dingen die er geweest zijn in voorbijgaande dagen zal vergeten om alles terzijde te leggen en onze harten regelrecht in de dienst nu te leggen, niet alleen voor deze avond, maar in de komende conventie. Zonder twijfel hebben vele afgevaardigden zich vergaderd. En ik zag sommigen van de extra's vanavond op het podium, vergaderend voor de conventie die morgen begint. En ik vraag de mensen die er hier zijn voor de opwekking, die wij net gehad hebben... indien het mogelijk is, wilde ik dat u zou willen overblijven voor de conventie. Wij zullen enkele fijne sprekers hebben. Eén broeder kon niet komen, maar wij hebben er hier velen die zijn plaats in kunnen nemen. Ik wil zelf de volledige conventie bijwonen om mij in deze gemeenschap te verheugen.

7 U weet dat wij hierheen komen als predikers, en wij spreken, en wij geven altijd alles uit aan de mensen wat in ons is. Eens predikte ik over een onderwerp waar Jezus zei: "Zie een lelie; zij arbeiden noch spinnen en toch zeg Ik u dat Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als één van dezen." En ik ontdekte dat de lelie dag en nacht moet groeien, spinnen en arbeiden, om zichzelf stralend te maken. Maar het krijgt er zelf geen zegen uit. Hij opent zichzelf en de voorbijganger ruikt zijn geur. De bij haalt de honing recht uit het hart. Hij geeft alles uit waarvoor hij zwoegt om in te nemen. En ik noemde mijn boodschap: 'Voorganger Meneer Lelie'; dat is enigszins een vreemde tekst.

8 Maar het is zo dat predikers zichzelf uitgeven aan de mensen en het is dan goed om eens even te zitten luisteren naar anderen. Zoals bij het zich warmen bij het vuur, zo houden wij ervan onder elkaars vuurgloed te zitten om onze harten te warmen met het Evangelie dat onze broeders prediken tot de mensen. En ik ben zo dankbaar deze gelegenheid te hebben om dat te doen. En nu vertrouw ik er op dat vanavond...

9 Billy zei mij dat hij alle gebedskaarten had uitgegeven, totaal. En wij zouden hier geen gebedsrij kunnen houden als wij dit moesten doen. Ziet u, u zou daar doorheen naar buiten moeten gaan, door een donkere hal, en deze kant opkomen. U zou over alles struikelen om hier binnen te komen. En voor de aangevochtenen en kreupelen zou het een verschrikkelijke toestand zijn.

10 Maar wij weten niet wat onze Here misschien doet. Hij kan misschien recht onder ons vallen vanavond en iedereen, elke ziekte, genezen die hier binnen is. O, ik zou liever dat willen zien dan al de gebedsrijen die ik ooit in mijn leven had, om de soevereiniteit te zien van God die onder Zijn gehoorzame kinderen valt. Ik houd daar altijd van.

11 Gewoonlijk, als u enig persoonlijk contact hebt met de mensen zoals bij het opleggen der handen, zou het kunnen zijn dat men zegt, al denk ik niet dat velen het zouden doen: "Een bepaalde prediker legde mij de handen op en God zij geprezen!" Dat maakt dat de mensen dan naar die prediker kijken.

12 Maar als u hier gewoon kunt staan, het Woord predikt en laat de Heilige Geest iedereen genezen, dan is het absoluut alleen de genade van God. En dan krijgt God alle lofprijs, heerlijkheid en is er geen schaduw van iets voor iemand anders. Dat is de wijze dat ik, in mijn bediening, de reden dat ik niet tot al te velen kom, ... Nu gisteravond probeerden wij te bidden voor zovelen als wij konden. Maar het opleggen van handen...

13 En gewoonlijk 's avonds, komt de Heilige Geest misschien juist regelrecht onder ons en gaat Hij Zichzelf manifesteren, Zichzelf onder ons bekendmaken. En daardoor dan, denk ik, is het werkelijk dat Hij mogelijk in soevereiniteit kan zijn, ziet u. Ik kan nu niet zeggen: "Deze man of deze vrouw of dat kind", ziet u. De Heilige Geest gaat het gebouw door en spreekt tot wie Hij wil spreken. Ziet u, dat is soeverein. En dat brengt dan de kennis, omdat het een belofte van God is, en dat brengt de kennis van God soeverein en brengt ook Zijn Tegenwoordigheid onder ons neer. Wij behoorden het te zien en ons te verheugen! En ongeacht...

14 U zegt: "Wel, ik was lam aan mijn hand. Ik was daar gisteravond. Ik werd niets beter." Dat heeft er niets mee te maken. Voor u is het reeds beëindigd. U kijkt niet naar uw hand, u kijkt naar de belofte, ziet u. En daarom kunt u niet zeggen: "Wel, broeder Zus-en-zo bad het gebed des geloofs niet, of zus-en-zo." Het is de Tegenwoordigheid des Heren die u geloof gaf, ziet u, en dan zond Hij Zijn Woord en genas hen.

15 Nu, gisteravond brak ik opnieuw mijn belofte. Ik zal zeker proberen hem vanavond te houden, als ik kan. En iemand zei: "U bleef niet bij uw tekst gisteravond." Nee, ik bleef er niet bij, omdat...; ik zal u zeggen waarom. Ik zou gaan prediken over een onderwerp, ik ben nu even vergeten wat: "Maar God rijk in barmhartigheid."

16 En ik probeerde uit te leggen hoe Paulus die daar sprak, zei: "Wij, die in voorbije tijden", eens, op een andere tijd dan nu, "wij die dood waren in zonde en overtredingen, wij, die God tot leven heeft gewekt, levend gemaakt." Nu, ziet u, voor er iets tot leven gewekt kan worden, moet er daar iets zijn dat levend gemaakt kan worden. Dat is juist.

17 Dus, ziet u, als u in de voorkennis van God was, dan wordt u een deel van God. En de enige manier waarop u een zoon van God of een dochter van God kunt zijn, is dat u een deel van God moest zijn; en God is niet compleet zonder u. Dat moet zo zijn. Dat is juist, omdat er Eén is, slechts één bron van Eeuwig Leven en dat is God en Hij alleen heeft Eeuwig Leven. Ziet u? Nu, en u was een deel van Hem, in zoverre dat u een attribuut bent, of in Zijn gedachten was in het begin. En omdat Hij aan u dacht in het begin, geeft dat die kleine trek naar Hem. Dat is wat tot leven moet worden gewekt. Sommigen zullen nooit tot leven gewekt worden; zij hebben het gewoon niet, dat is alles.

18 Net zoals u een graankorrel in de grond zou stoppen, die niet... hoe mooi hij ook was, als hij niet de kiem des levens in zich had, kan hij nooit tot leven gewekt worden. Echter de levenskiem moet er eerst zijn.

19 En ik vertelde dat verhaaltje over die arend, die wandelde met de hen en de kippen omdat hij uitgebroed en daar geboren was, maar hij voelde zich nooit zoals die kippen. En weet u, toen zijn mamma langskwam en schreeuwde, hoorde hij een stem die verschrikkelijk goed voor hem klonk, omdat - bedenk - hij was een arend om mee te beginnen. Hij moest gewoon komen om zichzelf te vinden, zijn plaats te vinden.

20 En dat is de wijze waarop elke gelovige is. U werd niet geboren voor deze wereld. U werd geschapen naar het beeld van God om een zoon van God te zijn. En u hoort niet thuis in die kippenren daarbuiten. U bent een arend.

21 En weet u, ik kwam op die 'arend' en ik kon mijn voeten niet op de grond houden, zodat ik gewoon... Ik ging te lang door en toen vergat ik wat mijn tekst was en ik verloor mijn notities en heel de rest. Ik had een verschrikkelijke tijd. Maar daardoor kwam het; het kwam gewoon door die 'arend'.

22 Nu, moge die Arend, God...! U weet dat God Zijn profeten met arenden vergelijkt. En Hij noemt Zichzelf een Arend; Hij is Jehovah-arend, Papa-Arend.

23 En de reden dat Hij dat doet is, omdat een arend hoger kan vliegen dan enige vogel die er is, en omdat hij anders gemaakt is dan elke andere vogel. Nu, hij bouwt zijn nest niet op de grond zoals de kippen enzovoort, maar hij gaat omhoog om zijn nest te bouwen.

24 En iets anders is, dat hij een speciaal gebouwde vogel is. Nu, als een havik of een kraai of een buizerd of een andere vogel zou proberen hem te volgen in de hemel, zou hij uit elkaar vallen; hij is er niet voor gemaakt. Hij moet een speciaal persoon zijn om daar naar boven te gaan. Zijn veren zijn dichter dan bij elke andere vogel.

25 En zijn oog is scherper dan die van elke andere vogel. En hoe hoger hij gaat, hoe verder hij kan zien. Wel, sommige van die vogels zijn zo blind als een vleermuis wanneer zij zo hoog komen als zij verondersteld worden te zijn. En dat is de wijze waarop... Wel, wanneer zij die geloofsbelijdenis verlaten, dan weten zij er niets over. "De dagen van wonderen zijn voorbij." Waarom? Zij kunnen het niet zien.

26 Maar arenden kunnen de hemelen ingaan en de hemelen der Hemelen daarboven. Wat goed doet het daarboven te komen als u niet kunt zien? O, ik ben zo blij één van hen te zijn en nu verenigd te zijn met een heel nest vol van hen.

27 Laten wij nu opslaan in het Oude Testament, het Boek van de Spreuken, geschreven door Salomo, een der wijste mannen ter wereld buiten onze Here Jezus. Maar Hij was niet precies zoals Salomo, in zoverre dat Salomo een man was, geboren uit een vrouw en werd verwekt door een aardse vader, David. Maar Jezus was een maagdelijk geboren Zoon en was niet in alle opzichten een mens; maar Hij was God, de God-Mens en Hij was meer dan een mens. Hij was een mens-plus. Ziet u? Maar Salomo was gewoon een man zoals u en ik en hij vroeg God om wijsheid om zijn koninkrijk te besturen. En hij had een gave van wijsheid, de knapste man waarvan wij ooit geweten hebben, buiten onze Here. Hij schreef de Spreuken en ik denk dat zij zeer goed zijn.

28 En wij zullen nu opslaan het Boek Spreuken, het eerste hoofdstuk, of het tweede hoofdstuk liever, en de eerste paar verzen van Spreuken 2, beginnend bij vers 1. Spreuken 2, beginnend bij 1, het vervolg van Salomo die zijn zonen adviseert: "Mijn zoon, als gij wilt ontvangen..." Neem mij niet kwalijk.

29 Ik heb Spreuken 3:1. Neem mij niet kwalijk. Ik keek hier in mijn boek en ik zie dat het Spreuken 3 is in plaats van 1 of 2. Neem mij niet kwalijk. Spreuken 3:1.

     Mijn zoon, vergeet mijn onderwijzing niet, en uw hart beware mijn geboden.

     Want lengte van dagen, en jaren van leven, en vrede zullen zij u vermeerderen.

     Dat liefde en trouw u niet verlaten! Bind ze om uw hals, schrijf ze op de tafel van uw hart,

     Dan zult gij genegenheid en goedkeuring verwerven in de ogen van God en mensen.

     Vertrouw op de Here met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet.

     Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken.

30 O, ik vind dit een prachtige Schriftplaats! Nu, ik wil uit vers 5 als tekst nemen: "Steun op uw eigen inzicht niet."

31 Nu, dit is een zeer vreemde tekst voor de dag waarin wij leven omdat de nadruk vandaag zeker op opleiding ligt en op ons eigen begrip van zaken, de dag van scholing. Maar wij zien hier dat deze merkwaardige verklaring, zoals andere Schriftplaatsen, zijn plaats heeft, en wij vertrouwen erop dat God ons wil laten zien waar die plaats is.

32 Vandaag zenden wij onze kinderen naar school om inzicht te krijgen. Wanneer zij dan door de lagere scholen heen zijn, zenden wij ze naar het voortgezet onderwijs voor een betere ontwikkeling. Nadat zij dan daar doorheen zijn, zijn sommige kinderen gelukkig genoeg om naar een universiteit te gaan en zij gaan er naartoe om hun opleiding en hun verstandelijke ontwikkeling te voltooien. Wat zij moeten behalen om... Vele keren moet u om een baan te krijgen op zijn minst een middelbare opleiding hebben of een universiteitsopleiding, enzovoort.

33 Toch vertelde de wijze Salomo ons "niet erop te steunen, niet op ons eigen inzicht, niet op deze dingen te steunen", zodat wij ons afvragen waarom hij zoiets zou zeggen, want het is omdat gewoonlijk ons modern inzicht de wijsheid van de mens is, welke tegengesteld is aan het Woord van God. En ik denk dat dit is wat Salomo probeerde aan zijn zonen te adviseren, niet om ongeletterd te zijn, maar om niet op hun inzicht te steunen.

34 En ik denk dat dit een goede vermaning zou zijn vandaag, als wij aan onze zonen en tot de zonen van God zouden zeggen dat het in orde is om een opleiding te hebben; daar is niets op tegen. Maar wanneer die opleiding in tegenspraak is met het Woord van God, steun dan op het Woord en laat uw opleiding gaan, ziet u, wegens het Woord. En opleiding zal er staan en u een goede baan geven, wellicht een goede reputatie onder intellectuele mensen, maar, dat is in orde, het zal waarschijnlijk een grote hulp voor u zijn, u helpen bij uw financiën en uw levensonderhoud, om het leven misschien wat beter voor u te maken.

35 Maar bedenk één ding, mijn zoon; u moet sterven. Ongeacht hoeveel opleiding u hebt gekregen, hoeveel cultuur u in staat bent te verzamelen, toch moet u de dood onder ogen zien omdat er geschreven is dat: "de mens moet sterven en daarna het oordeel." En God, wanneer... De dood is niet zo erg, maar het komen tot het oordeel, dat is het kwade deel. Nu, u kunt sterven, maar "daarna het oordeel." En God zal van u niet vragen hoeveel scholing u kreeg toen u hier op aarde was, hoeveel kennis u hebt vergaard, of u uw doctorsgraad hebt behaald of welke graad u mag hebben behaald, zelfs als prediker. Het zal niet van u vereist worden.

36 Maar van u zal vereist worden wat u deed met het verstaan van Gods Woord. Daar komt de vereiste u tegemoet. Uw opleiding is fijn, maar het Woord van God is Leven. "Mijn Woord is Leven" en "Hem te kennen is Leven." En Hij zei: "Ken Hem." Hij is het Woord. Dus u kunt Hem alleen kennen door het Woord, want Hij is het Woord. En dat is de enige wijze waarop u Hem zult kennen: door Zijn Woord.

37 Iemand zou naar voren kunnen komen en zeggen: "Dit is God", of "dat is God" of "dit is God" of "dit is juist" of "dat is juist", maar wij komen terug tot het Woord, dat de Waarheid is.

38 En het Woord is net zoals de Noordpoolster, het is een ware ster. Ongeacht hoe de wereld staat, die Noordpoolster wijst de as aan van de aarde. U richt uw kompas op de Noordpoolster. Het staat altijd in de as van de aarde. Andere sterren bewegen rond met de wereld, maar de Noordpoolster blijft stabiel.

39 Het kompas is de Heilige Geest en uw houvast zou als de Noordpoolster zijn, dus zal de Heilige Geest altijd naar het Woord wijzen. De Heilige Geest zal u nooit naar iets anders leiden dan naar het Woord van God. Hoe zou een mens dus een geloofsbelijdenis kunnen accepteren wanneer deze in tegenspraak is met het Woord en dan nog steeds kunnen zeggen dat hij de Heilige Geest heeft? De Heilige Geest zal u daarvan wegwijzen. De Heilige Geest is nodig om u naar het Woord te wijzen want Hij is het Woord. Hij is het Woord en Hij kan alleen... Zoals de magneetnaald in het kompas alleen gericht is naar de Noordpool; dat is de enige richting waarheen het kan trekken. En wanneer de Heilige Geest de Auteur en Schrijver is en de Levendmaker van het Woord, hoe kan Hij de persoon naar iets anders wijzen dan naar het Woord?

40 Wanneer er dus een persoon zegt dat zij de Heilige Geest hebben en iets accepteren in tegenspraak met het Woord, dan toont het aan dat het niet de waarachtige Heilige Geest is die zij hebben. Het kan een geest zijn, ik zou dat niet willen betwisten, maar het is niet de Heilige Geest van Christus. Nu, u weet dat men vele keren elkaars geest aanneemt; en dat zou dus, zoals in een groep mensen, naar een bepaalde zaak wijzen, maar het zal niet naar Christus wijzen. Maar de Heilige Geest wijst altijd naar Christus en Christus is het Woord.

41 Wij zien dit zo duidelijk in de Bijbel. Of, ik zie het. Misschien zou ik verkeerd kunnen zijn, maar mijns inziens denk ik van niet, vanwege dit: "Steun niet op uw eigen inzicht over zaken." Als u steunt op uw eigen inzicht, dan bent u bestemd om van de juiste weg af te gaan. U kunt niet steunen op iemand anders inzicht wanneer het op Leven aankomt. Om Leven te vinden moet u steunen op het Woord. Dat is Leven.

42 Wij zien dit vanaf het begin. Het is ons vanaf het begin zo duidelijk bekendgemaakt, dat God Zijn eerste gezin op aarde Zijn Woord gaf om bij te leven. Alleen bij Zijn Woord moest er geleefd worden. Nu, dat is niet door het eten van voedsel, enzovoort. Maar zij moesten bij Zijn Woord leven, voor eeuwig. En zo lang zij dat Woord hielden, leefden zij eeuwig. Maar toen de eerste kleine frase van dat Woord verkeerd werd geplaatst, brak de hele keten en het menselijk ras werd in de dood ondergedompeld. Ziet u, wij merken dat op.

43 Eva was zonder twijfel een intelligent persoon; de eerste, direct van Adam, die de zoon van God was. En Eva, die zeker op die plek was waar geen zonde was geweest, geen plaats voor zonde, moet zeker een wonderbare opvatting hebben gehad over wat God was, want elke middag wandelden zij en haar man in de koelte van de hof, in de avond, en spraken van aangezicht tot aangezicht met God. Wat onredelijk voor een persoon, die elke dag van aangezicht tot aangezicht met God wandelde om zich vervolgens te keren tot het beredeneren van iets, dat haar van het Woord van God wegredeneerde.

44 Wij hebben hen nog steeds. Zij worden zo gemakkelijk van het Woord van God weggeredeneerd, na in de Tegenwoordigheid van God gezeten te hebben. Zij zien het Woord van God gepredikt, het Woord van God bekendgemaakt, dronkaards en zondaars komen naar het altaar en worden bekeerd en tot nieuwe schepselen gemaakt in Christus, mensen van slechte reputatie die tot dames en heren gemaakt worden en keren zich dan af van die gezegende zaak die hen naar dit Leven leidde om dan verdraaid te worden naar een of ander soort geloofsbelijdenis, om populairder te worden, of om te komen in wat zij een betere klasse mensen noemen.

45 Wel, u bent in de beste klasse die er is: zonen en dochters van God. Wel, ik houd meer van dat gezelschap dan dat van al de koningen en vorsten en heel de rest. Geef mij die nederige groep mensen, al kennen zij hun rechterhand niet van hun linkerhand! Zo lang zij God maar kennen en Hem liefhebben en Hem dienen, zijn dat voor mij de beroemdheden des Hemels. Jazeker.

46 Nu, maar wij zien, dat Eva gemakkelijk door Satan van het Woord van God af werd verleid en dat zij op haar eigen inzicht steunde, omdat Satan voor haar iets had ontworpen wat voor haar niet het echte inzicht van God was. Maar haar werd door de vijand, door Satan, iets anders verteld, en zij geloofde het.

47 Nu ondervinden wij de resultaten hiervan. Het dompelde het gehele menselijk ras onder in de dood, omdat de eerste moeder op aarde op haar eigen inzicht steunde, in tegenspraak met het Woord van God, en zij dompelde het hele menselijk ras onder in de dood. Nu, gelooft u dat? [Samenkomst zegt: "Amen"] Dat is het Woord. Wel, een vrouw is altijd...

48 De Gemeente wordt in de Bijbel getypeerd door de vrouw. En een gemeente vandaag kan een stel dogma's of geloofsbelijdenissen accepteren en de gehele samenkomst in een afscheiding van God doen vallen. Die mensen, die deze dingen aanvaarden in plaats van het Woord van God, zijn net zoals Eva. En het is telkens weer opnieuw gedaan tot deze gehele generatie is afgevallen van het Woord van God.

49 En wanneer het Woord wordt bekendgemaakt, het Woord wordt geopenbaard, willen zij het niet aanvaarden, omdat zij het niet kunnen, want zij steunen op hun eigen inzicht. "Deze kerk werd hier gebouwd. Het is een prachtige plaats. Het is een grote organisatie. Het is een lid van een groot lichaam van mensen. Waarom zouden wij daartoe niet behoren? Ik zal er op vertrouwen." Vertrouw niet op uw eigen inzicht, maar vertrouw op het Woord des Heren.

50 Nu, het eindigde tenslotte in de dood voor het hele menselijk ras, zoals ik zei, precies zoals nu, voor de vele mensen, die op hun eigen inzicht vertrouwen, hun dogma's en geloofsbelijdenissen, enzovoort, die beweren: "Het Woord van God is niet helemaal waar, het ene ervan is geïnspireerd en het andere niet." Hoe kunt u geloof hebben in een Bijbel waarvan een deel wel geïnspireerd is en een deel niet? Als er één citaat verkeerd is, dan kan de hele zaak wel verkeerd zijn. Het moet allemaal juist zijn, precies juist.

51 En sommige van deze zogenaamde, verdraaide Bijbelscholen leren de kennis der mensen, verzamelen dit waar zij samenkomen en zitten in een raad van mensen en zeggen: "Nu kijk, als de dagen van wonderen...; het eindigde in de dagen der apostelen." En menig man onder de bisschoppen of de hoge voornamen, zou daar bij zitten en bij zichzelf zeggen: "Wel, als ik het met hem eens kan zijn, kan ik zonder twijfel wellicht de volgende in de rij zijn voor zijn positie." Ziet u, dan steunt u op uw eigen inzicht, in plaats van dat u op uw twee voeten staat voor het Woord van God. Dat is wat deze dingen veroorzaakt.

52 Iemand zei enige tijd geleden... Ik was in een dispuut met de inkomstenbelasting en men zei: "Wel, uw beheerders zijn niets dan marionetten, veronderstel ik."

53 Ik zei: "Als ik een beheerder had in de raad die er anders over dacht en niet zou willen opstaan - ik geef er niet om wie erover spreekt - om zijn eigen gezichtspunten er over uit te drukken, dan zou ik hem uit de raad gooien." Beslist. Hoewel het in tegenspraak was met wat ik geloof, wil ik toch dat hij uitdrukt wat volgens hem juist is. Daarvoor heb ik hem daar, om te zien wat hij erover zegt. Maar wij hebben dat.

54 Merk op dat Jezus in Johannes 10 zegt: "Mijn schapen kennen Mijn Stem", ziet u. Een Stem, natuurlijk dat is Zijn Woord wanneer Hij spreekt. "Mijn schapen kennen Mijn Stem. Mijn Stem is aan hen bewezen waar te zijn. Het is betuigd dat het Mijn Stem is." Nu, merk op, dat zij niet geneigd zijn een andere stem te volgen. Zij zullen het niet doen. "Mijn schapen kennen Mijn Stem en een vreemde zullen zij niet volgen." Met andere woorden, zij zullen geen theologische stem begrijpen die in tegenspraak met het Woord onderwijst. Het schaap begrijpt dat evenmin als de arend van gisteravond het klokken van de hen zou kunnen begrijpen. Zij begrijpen het niet, omdat hij een arend was. Evenzo is het met een waarachtig wedergeboren kind van God: zij verstaan slechts de dingen die van God zijn.

55 Nu zegt iemand: "Wel, nu kijk, u zou dit kunnen doen, denk ik. Het is... Ik geloof dat het niet op deze wijze is. Ik geloof dat de dagen van wonderen voorbij zijn. Ik geloof niet dat dit Goddelijke genezing is. Ik geloof Dit niet." Nu, een waarachtig wedergeboren Christen zal dat nooit in zijn oren stoppen: hij begrijpt het helemaal niet. En hoe zou een mens die in God gelooft en de Bijbel kan lezen en zien dat Hij Dezelfde is gisteren, vandaag en voor eeuwig, ooit iets dergelijks kunnen accepteren? Ik begrijp het niet.

     Zij steunen dus niet op hun eigen inzicht.

56 Net zoals een baby. Neemt u een kleine baby die pasgeboren is en laat hem eens leunen aan zijn moeders boezem, de warme melk van haar drinken, zijn hoofdje op haar boezem steunen, hoewel hij slechts enkele uren oud is. Neem hem zo'n dag of twee later van zijn moeder weg en leg hem aan de borst van een vreemde moeder, hij zal met z'n kleine voetjes in de lucht trappen en blèren. Het is zijn moeder niet. Ziet u, hij heeft reeds iets over zich, dat hij een deel van deze moeder is. De natuur heeft er op een manier in voorzien dat hij zijn eigen mamma kent.

57 En als de natuur in een manier voorzien heeft voor een baby om zijn moeder te kennen waaruit hij geboren is, hoeveel temeer is het zo bij een zoon van God die uit de Geest van God geboren is. Hij kent zijn Mamma. Hij kent deze, omdat hij uit het Woord werd geboren en hij begrijpt het Woord. Breng hem op een vreemde plaats en hij is daar zeker niet thuis. Hij zal daar uitgaan zodra hij kan omdat hij niet steunt op...

     Iemand zegt: "Nu wacht schat, dit is nu je mamma."

58 Het is zijn mamma niet, want hij heeft een manier om te weten dat hij deel van deze moeder is. Dat is zijn moeder; niemand anders kan ooit haar plaats innemen. Hij kent zijn eigen moeder. Merk op dat het werkelijk zo is dat God alles naar zijn aard gemaakt heeft.

59 Het vee naar zijn aard. Menigmaal bij het bijeen drijven van het vee ginds, brachten wij de hele veestapel bijeen, met de kleine kalveren. Ik vroeg mij altijd af hoe zij ooit hun eigen mamma zouden kennen. Nu, zij komen uit de bergen naar beneden, het vee helemaal door elkaar gemengd. Een koe die een kalf heeft,... misschien kan een klein hongerig kalf, als het echt hongerig is, wat zuigen bij een andere moeder, maar wanneer wij hen buiten op de prairie brengen, begint die moeder door de menigte van koeien en kalveren heen te gaan tot zij het hare vindt en het kalf rent achter zijn moeder aan. Het kent die bepaalde kleine speen en haar gebalk. En zij loeit om dat kalf en andere moeders loeien tot je jezelf niet meer kunt horen denken, maar dat kleine kalf zal die bepaalde roep van zijn moeder vinden, omdat het deel is van de moeder.

60 En een wedergeboren Christen van de hemel, is een deel van dit Woord. Juist. Een andere mamma zal hij niet volgen. Hij is een deel van het Woord. Hij blijft bij het Woord. "Als de bazuin een onzeker geluid geeft, wie kan zichzelf voor de strijd voorbereiden?" zegt Paulus. Hij kent het geluid van het Woord. Merk op hoe dit is: de voorbestemde hand van God die hen er doorheen volgt. Hij weet dat hij verordineerd was, hij was in de Waarheid van het Evangelie. Hij wist dat hij geboren werd door de Geest van God. Hij weet dat de Geest Gods het Woord Gods niet kan loochenen; daarom zal hij een vreemde niet volgen. Merk op hoe...

61 Ik keek hier even op een notitie die ik hier had opgeschreven. Ik ging er aan voorbij, maar ik keek toevallig naar de Schriftlezing en ik dacht dat ik er weer naar zou terug verwijzen. Merk op hoe Zijn eigen voorbestemde schapen Hem volgden, precies in de dagen van de grootste theologen die wij ooit hadden. Zij kwamen er direct uit, omdat zij Hem kenden. Zij wisten wat het Woord voor die dag had beloofd. Zij wisten waarop de Messias zou lijken wanneer Hij kwam. En Simon Petrus kwam tot Hem, welke toen alleen 'Simon' was.

62 En Andreas had geprobeerd hem te vertellen over: "Deze Man is de Messias." Wel Simon, natuurlijk, was misschien wat stijfkoppig en wilde niet gaan.

63 Maar toen hij naar voren wandelde in de Tegenwoordigheid van Jezus, toen zei Jezus: "Uw naam is Simon en gij zijt de zoon van Jonas." Nu, wij weten dat Jezus Zijn apostelen vertelde dat Hij hen kende van "voor de grondlegging der wereld". Zij waren de attributen van Zijn gedachten. Daarom, omdat dat zaad in hem lag en hij wist dat het Woord het zei en er beloofd was dat de Messias een profeet zou zijn, toen hij dat zag was hij klaar met vissen. Hij wist toen dat hij zijn netten zou laten vallen, omdat hij een visser van mensen moest gaan worden.

64 Terwijl er anderen waren die daar stonden, die hetzelfde zagen gebeuren en het als een 'boze geest' beschouwden. Dat waren de theologen, omdat het niet naar de smaak was van hun theologisch onderricht. En zij wezen het af omdat zij op hun eigen inzicht steunden, door hun leerstelling; toen Jezus Christus kwam in de volheid van het Woord der belofte, waren zij te blind om het te zien. Zij steunden op wat de priesters zeiden en op wat de kerk zei; in plaats van op wat God zei.

65 Jezus berispte hen ervoor. Hij zei: "Onderzoek de Schriften, want daarin meent gij Eeuwig Leven te hebben en zij zijn het die van Mij getuigen. Deze Schriften die Ik u vraag te onderzoeken, zij vertellen u wie Ik ben."

66 Maar zij wilden niet steunen op wat het Woord zei; maar zij steunden op wat hun inzicht was. Zij steunden op hun eigen begrip. En de Schrift zegt ons dat zij versluierd waren. De sluier van hun eigen theologie had hen verblind.

     U zegt: "Broeder Branham, waar gaat u naar toe?"

67 Ik kom gewoon tot dit: deze zaak gebeurt opnieuw, zodat mannen en vrouwen en het volk op een bepaalde kerk zullen steunen, waartoe zij toegetreden zijn en behoren, ongeacht wat het Woord van God erover zegt. Zij gaan daar gewoon mee door, steunend op hun eigen begrip en negeren het Woord Gods alsof Het zelfs nooit was geschreven. Het is een niet ontkiemd zaad van menselijk leven. Het heeft wel het fysieke leven, maar geen geestelijk leven in zich om levend gemaakt te worden. De sluier was over hun gezicht.

68 Merk nu op. Zij hadden hun eigen gedachten van wat God behoorde te zijn; zij hadden hun eigen ideeën van wat de Messias zou zijn. Maar het Woord zei wat de Messias zou zijn! Nu ziet u, zij hadden hun eigen begrip van wat Hij zou zijn. Ongetwijfeld zei de hogepriester: "Al mijn priesters onder mij, wanneer de Messias nu komt... Wij hebben hier een grote tempel gebouwd. Wij hebben dit alles gedaan. En de Bijbel zegt: "Hij zal snel tot Zijn tempel komen" en al deze dingen. Wanneer Hij komt, zal de Messias rechtstreeks hierheen komen en Zich aan ons bekendmaken en zeggen: 'Ik ben de Messias. Ik ben aangekomen. Ik ben die Messias waar u naar uitgekeken hebt'." Wel, toen Hij echt kwam, kwam Hij op zo'n andere wijze dan zij dachten, dat zij Hem niet herkenden. Zij wisten niet Wie Hij was. Maar Zijn...

69 En wat als een huichelaar daar naar voren zou zijn gewandeld en gezegd hebben: "Ik ben de Messias. Ik ben Doctor Zus-en-zo?" Zij zouden het hebben geaccepteerd.

70 Maar toen zij kwamen bij een Man die geboren was met een duistere geboorte achter Zich, geen opleiding of school waar Hij ooit naartoe ging om te leren, Hij had geen seminarie, geen lidmaatschapskaart. Maar Hij was de uitlegging van Gods Woord bekendgemaakt. "De werken die Ik doe, zeggen u wie Ik ben. Als Ik niet de werken doe die beloofd werden dat Ik zou doen, geloof Mij dan niet."

71 En zouden wij dat niet op deze dag kunnen toepassen? Wanneer de Heilige Geest komt, wil men het op een ander tijdperk toepassen. Wanneer Hij komt in de actie en de demonstraties van Zijn kracht van Eeuwig Leven, zullen de mensen het een 'wild fanatisme' noemen. Waarom? Zij steunen op hun eigen inzicht en niet op het Woord des Heren. U weet dat dat juist is.

72 De identificatie, dat Gods Eigen uitlegging de manifestatie van de belofte is.

73 Misschien zal ik het zeggen om het wat duidelijker te maken. Wanneer God het Woord spreekt, heeft Hij geen enkele man of vrouw nodig of iemand anders om te zeggen wat dat betekent. Wanneer Hij zei... Wel, u zegt: "God bedoelde dit." God bedoelt gewoon wat Hij zegt dat Hij bedoelt. Ziet u?

74 Nu, hoe legt Hij Zijn Eigen Woord uit? Door het te vervullen. De Bijbel zegt: "Een maagd zal zwanger worden"; zij werd zwanger. Dat behoeft geen enkele uitlegging. God zei: "Er zij licht" en het was er. Dat behoeft geen enkele uitlegging.

75 God zei ook dat in deze laatste dagen "Hij Zijn Geest op alle vlees zou uitstorten" en Hij heeft het gedaan. Dat behoeft geen enkele uitlegging. Dat behoeft alleen een aanvaarding, iemand om te accepteren wat God heeft gedaan. Het behoeft geen uitlegging. God legt Zijn Eigen Woord uit. God belooft de dingen die wij zien, dag aan dag, dat Hij het in de laatste dag zou doen.

76 Zoals het toen was steunen de mensen ook heden op hun eigen inzicht. "Mijn voorganger zegt dat dit fanatisme is." Maar de Bijbel zegt dat het zou gebeuren. Op wiens inzicht gaat u steunen?

77 De Bijbel beloofde in de laatste dagen dat het Laodicéa Gemeentetijdperk zo rijk zou worden en in een zelfvoldaanheid zou geraken: "Ik ben rijk, ik heb aan niets gebrek. Ik zit als een koningin". En zij is rijk. En Hij zei: "Gij weet niet dat gij ellendig zijt." Nu, dat is het gehele gemeentetijdperk, de gemeente! "Aan de gemeente van Laodicéa, gij zijt naakt, blind, arm, ellendig en weet het niet." Zittend in haar rijkdommen, tienduizendmaal tienduizenden en duizenden leden, bijna al de weelde van de wereld in haar hand. Om het allemaal samen te brengen op afspraak, met de Katholieke kerk en de Protestanten samen, hebben zij, zoals zij samen gaan, de rijkdom van de wereld.

78 Wij zijn in deze natie gewoon zowat bankroet. Wij leven op de belasting die over veertig jaar van nu af aan betaald zal worden, zegt men tegen mij; men zei het aldus op 'Lifeline'. Belastingen die wij nu uitgeven zullen pas over veertig jaar betaald worden. Als Jezus vertoeft, zal mijn kleinzoon, als hij veertig jaar oud is, belasting betalen voor wat we nu uitgeven. Wij zenden het als buitenlandse hulp en onze eigen Indianen hongeren dood. Wij proberen vriendschap te kopen. Je koopt geen vriendschap. Je koopt geen vriend. Nee, maar dat is wat wij doen. Dat is de wijze waarop wij ons opgeworpen hebben: de mensen belasten op alles waar zij aan kunnen komen; belasting op belasting op belasting. En wij zullen niet uit de oorlogsschuld zijn gedurende honderden jaren, veronderstel ik, die wij door de politici opgelopen hebben. En wij behoorden zo niet te zijn. Er is geen reden voor dat wij zo moeten zijn.

79 Maar de kerken zelf zijn rijk geworden. "Bijna al de rijkdom van de wereld", zegt de Bijbel, "is in de Katholieke kerk." Daarom heeft Rusland haar eruit gegooid, daarom verbande Rusland haar. Dat waren de wortels van het communisme, omdat de kerk dacht iets te zijn, was men in niets meer anders dan de rest van de wereld.

80 Toen wij daarginds in Finland waren, werd die kleine jongen uit de dood opgewekt. Daar stonden die Russische soldaten in de houding en ze zeiden: "Wij zullen een God ontvangen die de doden kan opwekken."

81 Wij hebben denominaties gemaakt en scholen en gebouwen opgericht en faalden om te doen wat Jezus ons zei te doen, en dat was: "Predikt het Evangelie." Wij hebben geprobeerd de wereld op te voeden. Hij zei nooit: "Leidt de wereld op; hij die opgeleid is zal gered worden." U moet wederom geboren worden, vervuld met de Geest. Dat is de reden dat wij overal zo jammerlijk hebben gefaald. Ziet u, wij hebben de weelde, wij hebben de zaak.

82 Nu, wat zal er gebeuren? Wanneer deze kerk, de Wereldraad van Kerken, samengaat, kunt u niet zien wie de leiding zal hebben? Kunt u, Methodisten en Presbyterianen dat niet begrijpen, de rest van u, zelfs de Pinkstermensen? U zegt dat u er niet ingaat. U gaat er of in of u zult de denominatie bankroet laten gaan. U zult of het ene of het andere doen. Het is recht voor u. U moet het wel doen. Het is een dwang, het merkteken van het beest. Dat is het precies. Denominatiedom is absoluut het merkteken van het beest. Ik kan het bewijzen met de Bijbel. "Zij was een hoer; zij had hoerendochters". En wij weten dat dat de Waarheid is. Georganiseerde religie is tegengesteld aan het Woord en het is anti-christelijk in zijn principes. Niet alles daarin is antichrist; maar in zijn principes, haar systeem is anti-christelijk omdat het tegen het Woord van God is. Elk georganiseerd systeem is op die wijze.

83 Daar zijn zij, ziet u, en u steunt op het inzicht van iemand anders, op hun inzicht, in plaats van op Gods inzicht te steunen, door wat God erover zei. Dat is de reden dat het verkeerd is. Jongens komen naar Bijbelscholen, die een goede opleiding hebben, komen naar deze zogenaamde Bijbelscholen. En misschien hebben zij een roep van God in hun hart. En zij komen daar en worden zo geïndoctrineerd met een gezichtspunt, dat Zus-en-zo het zei, bisschop Zus-en-zo. Deze zei het. Die zei het. "De raad der mannen was het ermee eens, dat het op deze wijze zou moeten zijn."

84 Het maakt niet uit wat iemand zegt! Jezus zei: "Laat het Woord van ieder mens een leugen zijn en het Mijne de Waarheid. Ongeacht van wie het is, het Mijne is de Waarheid!"

85 Nu, hoe weten wij wat de Waarheid is? Wanneer de Bijbel verklaart dat er iets zal gebeuren, dat er iets zal plaats vinden en het gebeurt op die manier.

86 Nu, de Bijbel zegt: "In haar was de weelde van de wereld; goud, zilver."

87 Nu, als wij de goudstandaard hebben en wij zijn bankroet, wat zal er nu gebeuren? Wat zal er gebeuren? U weet, de rijken van deze natie, de grote fabrieken en whisky-mensen en tabaks-mensen en dergelijke meer, zullen niet toestaan dat de munt veranderd wordt; dus het enige wat wij zullen moeten doen is het lenen. En er is slechts één plaats waar wij het kunnen lenen. En wanneer wij dat doen, verkopen wij daarmee onze geboorterechten. Dat is juist. Wat zult u dan doen? U bent daardoor eigendom van dat systeem. Er is niets anders wat u kunt doen.

88 O mensen, denk niet dat ik... U mag denken dat ik gek ben. Maar wanneer mijn stem verstild is in de dood, zullen deze banden nog steeds gespeeld worden en u zult erkennen dat wat ik gezegd heb, gebeurd is. Ik zou de meest dwaze persoon zijn om het standpunt in te nemen dat ik ingenomen heb om tegen deze zaak in te gaan; ik zou tegen God zijn, ik zou tegen alles zijn wat God is, als ik verkeerd was - als het zo was - in mijn denken en mijn uitroepen. De zaak zou tegen God zijn. Maar ik heb mijn standpunt ingenomen omdat ik het hier in het Woord zie. Het is Gods Woord. Dan zie ik het betuigd worden, bewezen dat het de Waarheid is. Dat is de uitlegging die God van Zijn Woord geeft. Gods Eigen uitlegging van Zijn Woord is hoe Hij Het betuigt en Het waar maakt.

89 Waarom waren deze Farizeeën blind? Wat maakte hen zo blind? Omdat zij de openbaring of betuiging van het Woord niet wilden aanvaarden.

90 En dat is de reden vandaag dat de kerken blind zijn. Het is omdat zij openbaring die betuigd is, niet willen accepteren. Als het Woord het zegt en het wordt geopenbaard en het is dan bewezen, willen zij Het nog steeds niet accepteren.

91 Dat is de reden dat deze Joden, de Joden tot op deze dag, het niet willen accepteren. U kunt tegen hen niet over Christus spreken, omdat de sluier nog steeds over hun gezicht is; verblind.

92 En de gemeente? U kunt niet tegen hen spreken over het Volle Evangelie en de kracht van God omdat de god van deze wereld hen verblind heeft voor de waarheden van God en omdat zij op hun eigen inzicht steunen. Wanneer vrouwen de kerk binnenkomen en hun haar afknippen omdat hun voorganger hun zegt: "O, dat is in orde. Die man is gek." Maar de Bijbel zegt dat zij verkeerd gedaan heeft wanneer zij het doet; God weigerde haar gebed te beantwoorden. En sommigen van die vrouwen doen een andere schande en proberen prediker te zijn; dan maakt zij de zaak twee keer zo erg. De Bijbel zegt dat zij dat niet behoorde te doen, niets ervan. Maar de kerkorganisatie zal het aannemen en haar verordineren en haar daar uitzenden, steunend op hun eigen inzicht!

93 Eén Woord van God misplaatst of verkeerd geplaatst, of het niet geaccepteerd breekt de hele keten. "De mens zal niet leven van brood alleen, maar door ieder Woord dat de mond van God uitgaat."

94 Waarom is het, vrouwen, dat u mij hoort prediken tegen deze zaken als het dragen van shorts en zich verven en kapsels nemen met kort haar hier en al dat soort spul? En wanneer ik dan elk jaar terugkom, zit u hier nog steeds in dezelfde toestand? Het is omdat u steunt op uw eigen inzicht in plaats van op het Woord des Heren.

95 En voorgangers, waarom reinigt u uw kerk niet? Omdat u naar uw denominatie-dogma gaat in plaats van naar het Woord des Heren. Dat is juist. Steun niet op uw eigen inzicht. Wel, steun niet op uw eigen begrip, maar op het Woord des Heren.

96 Zij wilden het niet aanvaarden, omdat zij de betuiging niet wilden accepteren. Jezus kwam met een Evangelie, precies zoals Hij zei dat Hij zou komen. Zelfs vele keren...

97 Johannes was wat verward toen hij in de gevangenis werd geworpen en hij raakte daarginds... Hij had gepredikt, dat: "de komst van de Messias nabij was, wiens wan in Zijn hand was. Hij zou Zijn vloer volkomen reinigen en het kaf met onuitblusbaar vuur verbranden en de tarwe in de schuur verzamelen." De Geest van God bracht het uit hem tevoorschijn als een fontein. En toen hij dan Jezus op het toneel zag komen was Hij een kleine, zachtmoedige, nederige soort Man die men alle kanten heen duwde, die men naar het leven stond. Waarom? Zij...

98 Johannes kon het niet begrijpen; hij zond dus enigen van zijn discipelen om van Jezus te ontdekken of Hij werkelijk Degene was. Wat een schande voor Jezus! Nadat die profeet daar in het water stond met het Woord van God en zei: "Ik ken Hem omdat ik de Heilige Geest zag als een duif, God, neerdalend van de hemel als een duif, in Hem gaande, en ik hoorde een Stem van de hemel, die zei: "Dit is Mijn geliefde Zoon" en vervolgens zei Johannes: "Gaat heen en vraag Hem of Hij werkelijk Degene is of dat wij naar een ander moeten uitkijken."

99 Nu, Jezus zond hem nooit een boek over hoe men zich in de gevangenis heeft te gedragen of tot welke kerk hij had moeten toetreden. Maar Hij zei: "Blijf hier een poosje in de buurt en let op wat er gebeurt en geef dan Johannes de dingen door die u hebt zien doen", omdat deze werken die Hij deed Hem betuigden als de Messias, de Zoon van God. "Gezegend is hij die aan Mij niet geërgerd wordt."

100 Velen zijn dus geërgerd geworden. Vele mensen raken zo gemakkelijk geërgerd aan het Woord van God. Het is tegengesteld: zij willen op hun eigen inzicht steunen. Zij willen het Woord des Heren niet aannemen. En zij moeten zo gaan als men hun heeft geleerd te gaan en de wijze die men hun heeft geleerd en hun kerk steunt er op. Ongeacht of God beloofde dat Hij het zou laten regenen, dat het in de morgen zou regenen, en de kerk zegt: "Dat is onzin", dan zouden zij de kerk geloven in plaats van God. Waarom? Zij zijn uit de kerk geboren.

101 Maar een mens die uit God geboren is, is van het zaad van God. En het zaad van God is het Woord van God en hij leeft alleen daardoor. Dat is zijn Leven.

102 Nu, zij steunden op hun eigen inzicht, maar zij wilden niet op Gods Woord steunen. Zij wisten wel beter. Het was in de Schrift. Zij noemden het een 'boze geest', die Man. Waarom? Hun priester zei: "wie deze Man gaat horen prediken, zal uit de synagoge gezet worden."

103 Zoals bij een man die eens blind was en door Jezus genezen werd. Zelfs zijn ouders, die zo blij waren met die genezing waren bevreesd te belijden dat Jezus het was, die het deed. Ja. Zij zeiden...

     Hij zei: "Is dit uw zoon?"

     Zij zeiden: "Ja."

     Hij zei: "Wie maakte hem gezond?"

104 Ze zeiden: "Ik weet het niet. Hij heeft zijn leeftijd, vraagt u het aan hem. Hij kan voor zichzelf spreken."

105 Omdat er gezegd was, dat "ieder die steunde op Christus' inzicht", in plaats van op hùn begrip, uit hun kerk gezet zou worden. Nu, is dat niet precies hetzelfde? Ik stel u een toepasselijke vraag. [Samenkomst zegt: "Amen"] Dat is juist. En zij doen hetzelfde. Ongeacht wat God doet, het moet overeenkomstig hun begrip zijn, niet wat God betuigt de Waarheid te zijn. Nu, die man had evenwel het antwoord.

     Hij vroeg: "Wie genas u?"

     Hij zei: "Iemand genaamd Jezus van Nazareth."

     Hij zei: "Hij is een zondaar. Wij weten niet waar Hij vandaan komt."

106 Hij antwoordde: "Nu, dat is iets vreemds. U wordt verondersteld de leiders van dit uur te zijn. En hier is een Man die mijn ogen opende, wat niet is gedaan sinds de wereld begon en toch zegt u dat u niet weet waar Hij vandaan komt." O my!

107 Waarom? Zij leunden op hun eigen inzicht in plaats van op het Woord des Heren. Want Jesaja zei: "De blinden zouden zien, de lammen zouden opspringen als een hert, woestijnen zouden uitbreken in gejuich." Maar u ziet dat zij op hun eigen inzicht steunden, niet op het Woord; op hun eigen systeem dat zij opgetekend hadden.

108 Merk nu op dat de kerken van vandaag hetzelfde doen. Zij hebben een groot intelligent superras in hun denominatiesystemen gevormd. Daardoor hebben zij zulk een superverstand, dat zij niet willen dat iemand anders er de gek mee steekt, dat niemand binnenkomt tenzij men tot die groep behoort.

109 Spreek mij er maar niet van. Ik woon in Tucson, Arizona. Ik kwam daar drie jaar geleden; ik ontmoette de Raad van Kerken en ik zei: "Ik kom hier niet om een kerk te starten. Ik kom om gemeenschap met u te hebben. Ik kom om u te helpen. Ik ben een zendeling, evangelist, wat ik ook doe."

     Ze zeiden: "Komt u hier om een gemeente te starten?"

110 Ik zei: "Nee meneer. Ik kom hier... Als ik een gemeente zou willen, ik heb er één in Indiana. Ik kom hier, omdat de Here mij in een visioen hierheen leidde. Ik zal nu een poosje blijven tenzij Hij mij wegleidt, maar ik ben nimmer gekomen om een gemeente te starten. Ik kom om u, broeders, te helpen."

111 Dat is drie jaar geleden. Ik ben nooit op één plaats uitgenodigd. Waarom? Omdat er daarna een vergadering was waar men zei dat als iemand mij bij hen liet prediken, zij die prediker zouden uitsluiten. Zij deden wat? Steunden op hun eigen inzicht!....?.... Zeker, dat zijn de zogenaamden; zij vormen hun eigen superverstand.

112 Men zegt dat uw naam in hun boek moet staan anders bent u verloren. Een prediker zei mij dat. "O", zegt u, "dat was een kwakzalver." Het was een Pinksterman.

113 Jack Moore en ik zaten daar naar hem te luisteren in Dallas, Texas. Hij zei dat hij "een man van het boek zou moeten wegdoen."

     Ik zei: "Waarom?"

     "Omdat hij gemeenschap met u had."

     Ik zei: "Wel, haal hem er uit."

     Hij zei: "Wel, hij is dan verloren."

     Ik zei: "Verloren?"

     "Wel", zei hij, "als zijn naam er niet meer in staat!"

114 Ik zei: "Bedoelt u, dat u als districtsopziener dat gelooft?"

     Hij zei: "Dat is de waarheid."

115 Ik zei: "Ga achter die microfoon vandaan, meneer. U, u... Dat is niet de genade van God, dat... dat, ziet u?"

116 "Want door één Geest zijn wij allen gedoopt in één Lichaam, en leden geworden van dat Lichaam." Ik geef er niet om van welk soort u bent, dat heeft er niets mee te maken. U bent absoluut een Christen door geboorte en dat is de enige manier. Dat is de enige wijze waarop u het kunt zijn: niet door toetreden, niet door geloofsbelijdenissen, niet door deze extase of door dit op te zeggen of enig ander ding; evenmin door opleiding, theologie. U bent een Christen wanneer u wederom geboren bent en u kunt niet wederom geboren worden tenzij u bent uitverkoren om wedergeboren te worden. "Want geen mens kan tot Mij komen, tenzij Mijn Vader hem trekt en al wat Mijn Vader Mij heeft gegeven, zal komen." Amen. "Ik zal hem opwekken ten jongste dage."

117 Deze grote zogenaamde Bijbelscholen die wij hebben, zoals men zal zeggen, steunen op hun eigen geleerdheid. O my! Ongeacht wat het Woord zegt, kunnen zij het zo uitleggen voor zichzelf, maken dat zij het zelf geloven en hun eigen soort het gelooft dat: "De dagen van wonderen voorbij zijn, er niet zoiets is als profeet, profeten, apostelen, dat er niet zoiets is als gaven van genezing, enzovoort, daar het allemaal ginds in Bijbelse dagen eindigde." Zij kunnen maken dat zij dat zelf geloven.

118 U weet dat de Bijbel zegt: "U kunt een leugen geloven en erdoor vervloekt zijn." Ziet u, dat is precies de Waarheid. Zij vormen, ongeacht wat het Woord van God zegt, dat zij op hun eigen inzicht steunen. Zij steunen er op, zij geloven het, zij denken dat het de Waarheid is. U kunt een leugen blijven geloven, telkens weer opnieuw, tot het voor u de waarheid is. Dat is juist.

119 Maar hoe weten wij of het de Waarheid is of niet? God bewees dat het de Waarheid is omdat het in Zijn Woord staat en Hij het betuigt. Hij geeft Zijn eigen uitlegging ervan.

120 Hoe komen zij hiertoe? Zij doen het door hun cultuur, hun opleiding, door hun inzichten van de doctorsgraad, enzovoort, van een bepaald seminarie waar zij vandaan komen waar ze deze dingen leerden.

121 Maar kijk vrienden, luister. Nergens in de Bijbel wordt ons gevraagd het te begrijpen. Er wordt ons niet gevraagd het te verstaan. Er wordt ons gevraagd het te geloven! Het hoe te geloven? Door geloof. Als u het begrijpt, dan maakt dit dat het geloof teniet gedaan wordt. U kunt het niet begrijpen, maar u gelooft het hoe dan ook. Als ik God zou kunnen begrijpen, zou ik God niet hoeven geloven. Ik begrijp God niet. Geen mens begrijpt God. Ik kan het Woord van God niet begrijpen, maar ik accepteer het. Ik geloof het. Er wordt mij niet gevraagd het te begrijpen.

122 Ik ben niet naar een Bijbelschool gegaan met al dit geweldige inzicht van de menselijke kennis erover. Ik weet alleen dat de Bijbel zegt dat Jezus Christus Dezelfde is gisteren, vandaag en voor eeuwig en ik kijk naar Hem uit op dezelfde manier. Ik weet dat Hij beloofde wat Hij zou doen in deze dag; ik kijk naar Hem uit om het te doen en Hij doet het. Dat is juist. Hij beloofde genade, ik keer ernaar uit en ik ontving het. Hij beloofde genezing, ik geloofde het en ik accepteerde het en ik ontving het.

123 Nu, ik wil niet teveel van uw tijd nemen, maar ik wil u één ding vragen als u mij een ogenblik wilt verdragen: beschouw enkelen van degenen die niet op hun eigen inzicht steunden, enkele karakters uit de Bijbel, slechts enkele die niet op hun eigen inzicht steunden, ongeacht wat het inzicht van hun tijdperk was.

124 Laten wij bijvoorbeeld Noach nemen. Noach leefde in een dag van groot wetenschappelijk onderzoek. In de dagen van Noach bouwde men waarschijnlijk piramiden die men nu niet meer kan reproduceren. Nu hebben wij niets meer om ze te maken, niets om de rotsblokken naar boven te tillen. Men zou het vandaag niet meer kunnen. In die dagen hadden zij een soort chemische stof die zij in de verf konden doen waardoor hun kleren er tot vandaag natuurlijk uitzien. Zij hadden balsemvloeistof waarmee zij een mummie konden maken; wij zouden het niet kunnen vandaag, als wij het moesten doen. Wij hebben heel wat vaardigheden verloren laten gaan. De dag waarin hij leefde was in een knap, wetenschappelijk tijdperk.

125 Jezus verwees ernaar dat zo'n zelfde tijdperk opnieuw zou weerkeren, vóór Hij zou terugkomen. "Want zoals het was in de dagen van Noach..." Nu, u zult dat geloven, nietwaar? [Samenkomst zegt: "Amen"] Gelooft u dat Jezus dat zei? ["Amen"] Gelooft u dat wij tot dat tijdperk zijn teruggekeerd? ["Amen"] Nu, dat staat in het boek Lukas, het 17e hoofdstuk, het 29e vers.

126 Nu, in Lukas 17:30 zegt Hij: "En zoals het was in de dagen van Lot", toen de Engel des Heren...

127 Nu, Hij las dezelfde Bijbel die wij lezen. En toen Hij... Ga terug en ontdek wat voor soort dag het was vóór Noachs regen. Ga terug en ontdek wat voor soort dag het was voor de wereld vernietigd werd in de dagen van Lot. Ontdek hoe het was en u ziet waar Jezus over sprak.

128 "In de dagen van Noach werd er gegeten, gedronken, gehuwd en ten huwelijk gegeven; zij wisten het niet tot Noach de ark binnenging en de vloed kwam en hen allen wegnam."

129 In de dagen van Lot, net vóór de wereld, de heidenwereld, de Sodomieten, met vuur verbrand werden, waren er homosexuelen, perversies, en van alles in de wereld. Een groot... Het was een modern Los Angeles; niet alleen een modern Los Angeles, maar een Verenigde Staten; niet alleen de Verenigde Staten, maar een wereld. Het was zeker perversie! De mensen hadden hun natuurlijke levensbron verloren en hun natuurlijk inzicht van het gezond verstand werd verdorven door een boze geest, die de hele loop van hun natuurlijk leven veranderde en zij waren bezeten door demonische geesten. Als dat niet het beeld is van de dagen van Noach, dan weet ik het niet, in de dagen van Lot, bedoel ik. In de dagen van Noach eveneens, eten, drinken, huwen, ten huwelijk geven, volle echtscheidingsgerechtshoven en alles, precies zoals het was.

130 Maar bedenk, dat voor de wereld werd vernietigd Abraham op het oppervlak der aarde werd gezonden en hem werd een belofte van een zoon gegeven. En Abraham ontmoette God in vele stadia, als een type van de Gemeente die God ontmoet heeft. Maar net voor de vernietiging en voor de beloofde zoon terugkeerde, of kwam liever, de zoon die beloofd was kwam, kwam God naar beneden en werd gemanifesteerd in menselijk vlees, in een man, drie mannen. En zij kwamen naar Lot; kwamen eerst naar Abraham en zaten neer. En Abrahams naam werd veranderd van Abram in Abraham; en Saraï werd Sara.

131 En deze Man, de spreker, Elohim, toen Hij neerkwam om tot hem te spreken, wat zei Hij? Hij zei: "Waar is uw vrouw, Sara?"

     Hij zei: "Zij is in de tent achter, achter U."

132 Hij zei: "Ik zal u bezoeken overeenkomstig de tijd des levens." En zij lachte in de tent achter Hem. En Hij zei: "Waarom lachte Sara?" Ziet u? Nu, Hij zou daar meteen het leven van Sara hebben kunnen nemen, toen zij over Zijn Woord lachte; maar Hij kon het niet doen, omdat Sara een deel van Abraham was.

133 En vandaag... Jezus zei in Lukas, het 17e hoofdstuk, vers 30: "Zoals het was in de dagen van Lot, zo zal het zijn in de eindtijd wanneer de Zoon des mensen..."

134 Nu, herinner u, dat 'Zoon des mensen' een profeet is. Jehova noemde Ezechiël een 'zoon des mensen'. Jezus komt in drie namen: Zoon des mensen, Zoon van David, Zoon van God. Hij noemde Zichzelf 'Zoon des mensen', zodat de mensen het zouden begrijpen, want Hij was die Profeet die de Here God zou doen opstaan.

135 Merk nu op. Wat beloofde Hij toen? De Zoon des mensen zou Zichzelf opnieuw openbaren net voor die tijd, voor het vuur. En dat was het laatste teken dat Abraham zag voor de beloofde zoon arriveerde; en hij keerde terug tot een jonge man en zij tot een jonge vrouw. Vóór... Nu, merk op, de Schrift zegt dat nadrukkelijk. Nu, wij moeten daar naar uitkijken.

136 En als wij dan de wereld in perversie zien en de dingen die er vandaag in zijn en men voortgaat op de wijze waarop het is, hoe kunnen wij dan zeggen dat dit juist is en niet zeggen dat het andere juist is? Omdat, iemand, u steunt op hun inzicht en niet op het inzicht van de Vorst des Levens, die deze Persoon was die daar bij de poort met hen was te Sodom. Nu, wij merken op, dat wij niet steunen op ons eigen inzicht.

137 Noach steunde niet op zijn inzicht. Het was een groot wetenschappelijk tijdperk, maar hij steunde niet op het inzicht van zijn dag, maar hij steunde op de belofte van God en bewoog door de kracht van God en bereidde een ark voor het redden van zijn huis terwijl het absoluut in tegenspraak was voor het gezond verstand; er was geen water daar boven, het was er nooit geweest. Maar hij wist dat, als God had gezegd dat het er zou komen, het er zou zijn. Hij steunde dus niet op zijn eigen inzicht, maar door geloof werd hij gedreven door het Woord van Gods belofte. De Geest dreef hem en hij deed het.

138 Abraham steunde niet op zijn inzicht over het menselijk leven. Hij had zijn vrouw gehuwd op ongeveer zeventienjarige leeftijd. Hier was hij vijfenzeventig jaar oud en zij was vijfenzestig jaar oud, daar zij tien jaar jonger was. Maar Abraham steunde niet op zijn inzicht toen God zei dat Hij hem een zoon zou geven bij Sara. Maar hij noemde alles, elk wetenschappelijk bewijs dat tegen Gods Woord was, elke wetenschap buiten Gods Woord, alsof het niet zo was. En hij gaf God de eer, sterk, prees Hem. Hij bezag niet hoe zijn lichaam eruit zag of hoe verstorven Sara's en zijn eigen lichaam waren. Hij aanmerkte niets, maar steunde op Gods belofte. Hij steunde niet op zijn eigen inzicht. Hij steunde niet op redeneringen.

139 "Wel", zegt u, "Broeder Branham, er is een reden dat God de zieken niet zou genezen; wij hebben zovele fijne dokters."

140 De Bijbel zegt: "Wij werpen redeneringen terneer." Wij redeneren niet. Geloof redeneert niet. Geloof gelooft en accepteert. Merk op.

141 Maar hij geloofde in plaats van niet te geloven en noemde de dingen, welke niet waren alsof zij waren, wat absoluut tegen elke redenering was. Maar hij redeneerde niet. Hij geloofde het gewoon. Er waren geen redenen die zouden kunnen bewijzen dat die baby geboren kon worden. Die vrouw was ongeveer twintig jaar voorbij de menopauze en zijn lichaam was zo goed als dood. En toen hij honderd jaar oud was, vijfentwintig jaar later, gaf hij God nog steeds de lofprijs, tegen elk soort begrip in. Maar door geloof wist hij dat God Zijn Woord zou houden. Hij steunde niet op zijn eigen inzicht.

142 Wat als Mozes op zijn eigen inzicht zou hebben gesteund, toen God hem zei dat hij de kinderen van Israël uit de hand van Farao moest nemen? Wat als hij op zijn eigen inzicht zou hebben gesteund toen hij daar bij de Vuurkolom was, toen God zei: "Ga daarheen en Ik zal met u zijn?" Wat als hij op zijn eigen inzicht zou hebben gesteund toen hij hen naar de Rode Zee bracht en zij daar bij het water waren en hier God hun het beloofde land had beloofd? Wat als hij op zijn eigen inzicht zou hebben gesteund: "Hoe kom ik daar overheen? Wij hebben geen tijd om een brug te bouwen. Hier is het leger dat vlak achter ons aankomt. Hier zijn de bergen aan elke kant. Hier is het water voor ons, de Rode Zee."?

143 Nu, als hij op zijn eigen inzicht had gesteund, dan had hij zijn handen in de lucht gegooid en was heengesneld, had zich voor de voeten van Farao geworpen en had gezegd: "Farao, vergeef mij, ik deed verkeerd."

144 Maar hij steunde niet op zijn eigen inzicht. Maar hij bad en God zei hem voorwaarts te stappen en de zee opende zich, wat tegen alle redeneringen was. Maar hij steunde niet op zijn eigen inzicht.

145 Wat als Jozua, toen hij daar overstak met de andere tien denominaties, en daarginds het land doorlopen had en dat beloofde land van God had gezien en had gezegd: "Nu, wacht even. Het is waar. Wij lijken als sprinkhanen. Zij zijn reuzen. Hoe kunnen wij hen ooit innemen? Wij hebben zelfs geen zwaarden, alleen die wij op de kop getikt hebben. Hoe kunnen wij ooit binnengaan en dat land innemen? Wel, het is totaal onmogelijk. Zij zijn talrijker dan wij, vijftig man tegen één. Zij zijn getrainde soldaten, wij zijn niets dan gewoon een stel schaapherders en moddertrappers uit Egypte. Hoe? Wij hebben zelfs geen schild en zo, hoe zullen wij het ooit innemen?"

146 Wel, verstand zou zeker bewijzen dat zij het niet konden. Elke militair zoals hij was, of Mozes, zou niet op hun eigen inzicht kunnen hebben gesteund. Maar zij steunden niet op hun eigen inzicht. Zij wisten dat God had gezegd: "Ik heb u dat land gegeven. Ga het innemen!"

147 Steun niet op uw eigen begrip. Als u vandaag op uw eigen inzicht steunt wanneer u ziek bent, misschien in een rolstoel zit, stervend aan kanker, een hartkwaal en de dokter zegt dat u gaat sterven, dan zult u sterven als u steunt op uw eigen begrip. Maar steun niet op dat begrip. Zeker niet.

148 Wat met de muren van Jericho, waarvan men zegt dat men er een wagenrace boven op kon houden, op die enorme muren? God zei: "Ga daar naartoe en marcheer er zoveel keren rond en blaas op een bazuin en dan moeten jullie allen juichen en de muur zal in elkaar vallen." Wel, dat was absoluut dwaas voor het vleselijk verstand. Maar Jozua wist hoe dik deze muren waren, omdat hij ginds in Egypte heel wat muren had gebouwd. Hij kende de cement die er in was, hoe stevig zij waren om die wagenrennen er boven op te houden en er zelfs huizen op te bouwen. Maar hij steunde niet op zijn eigen inzicht. Hij geloofde dat wat God zei de waarheid was en gehoorzaamde Zijn Woord en de muren vielen neer. Hij leunde niet op zijn eigen begrip.

149 Wat toen hij die slag uitvocht en, zoals ik er zondag over predikte, en de zon daar onderging; de vijand was een zware nederlaag toegebracht. Die nacht zouden zij zich weer ordenen en zij zouden met een andere macht komen en heel wat van zijn mannen doden. Wat nu als hij gezegd zou hebben: "Ik heb wat daglicht nodig. Ik moet wat meer zonlicht hebben. Wel, wacht nu even. God stelde deze orde in en de zon draait zodat de wereld draait. Nu, laten wij zien of ik tot de zon zou zeggen om te stoppen... Misschien, als de wereld nu stopt, zij dan haar zwaartekracht verliest en ik zal vallen?"

150 Hij luisterde niet naar zijn begrip. Het enige wat hij zei, was: "Zon, sta stil; en maan, blijf staan waar je bent", en zij gehoorzaamden hem. Hij steunde niet op zijn eigen begrip. Maar hij steunde op de belofte van God: "Ik heb u dat land gegeven; neem het in."

151 Hij heeft u de belofte van de Heilige Geest gegeven. U kunt Hem krijgen in deze conventie. U kunt Hem nu krijgen.

152 Steun niet op: "Weet u, ik ben vermoeid. Ik zeg u dat ik teveel heb gegeten. Ik zou niet graag hebben dat John me dit zag doen." O, in 's hemelsnaam! U steunt op uw eigen inzicht.

153 "De belofte is aan u en aan de kinderen van uw kinderen, voor hen die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, zal roepen."

154 "De dokter zei dat ik zal sterven. Hij onderzocht me en zei dat ik deze kanker had, dat ik dit had of wat het ook was. Ik moet sterven." Steun niet op dat inzicht. God is de Here, uw God, die al uw krankheden geneest. Steun dus niet op dat inzicht, op geen enkel mensen-inzicht. Steun op Gods inzicht.

155 Wat met Simson buiten op het veld, toen de Filistijnen met duizend man op hem afliepen? En daar stond hij, een klein garnaaltje met krullen, ongeveer groot. Hij steunde niet op zijn inzicht. Wel, hij was geen zwaardvechter omdat hij het niet kende. Hij had geen training, militaire opleiding. Hij was gewoon een moedersjochie, zoals hij er uitzag met zijn zeven neerhangende lokken, een moedersjochie, daar staand en hier komen duizend Filistijnen aan. Wel, hij had niets in zijn handen. Hij keek naar beneden en hij vond een oud uitgebleekt wit kaakbeen van een muilezel en hij pakte het op.

156 Nu, er werd niet gezegd: "Laten wij eens zien. Ik kan hier niet veel mee doen omdat die helmen op hun hoofd... Die Filistijnen, al die soldaten, hebben allemaal speren. Zij hebben allemaal maliënkolders. En hun helmen wegen ongeveer vijftien pond per stuk. Grote mannen, allemaal buiten. Wel, als ik ooit met dit oude fragiele kaakbeen van de muilezel op een van die helmen sla, barst hij aan stukken. Zo is het."?

157 Hij steunde niet op zijn inzicht. Hij nam gewoon wat in zijn hand was en begon de Filistijnen te slaan. En nadat hij duizend van hen had neergeslagen, had hij nog steeds het kaakbeen in zijn hand. Amen.

158 Ik geef er niet om wat de theologie van een man zegt. Steun er niet op. Steun op het Woord van God. "Jezus Christus, Dezelfde gisteren, vandaag en voor eeuwig." Zeker, hij geloofde het.

159 Wat als David zou hebben geluisterd naar Sauls theologie? Daar stond Goliath met zijn geweldig gebluf en iedereen was bevreesd; Saul, met hoofd en schouders boven heel het leger uit. Goliath zei: "Laat iemand komen om met mij te vechten. Het is niet nodig dat we allemaal sterven. Als ik u dood, dan dient u ons. En als u mij doodt, wel, dan zullen wij u dienen", omdat hij hem de baas was. Dat is de wijze waarop de duivel graag doet, wanneer hij zijn gehele seminarie en hen allemaal daar heeft, als hij langskomt, ziet u.

160 De kleine, beste David wandelde daar rond met een stuk schapevel aan; rossig, met gebogen schouders, een klein ventje van honderd, honderdtien pond. Hij zei: "Bedoelt u mij te zeggen dat de legers van de levende God, die besneden zijn tot een verbond, daar zullen blijven staan en die onbesneden Filistijn toestaat de legers van de levende God uit te dagen?"

161 Saul zei: "Kom hier jongen." Hij zei: "Ik bewonder je moed, maar de dagen van wonderen zijn voorbij. Wij hebben zoiets dergelijks niet, zie je. En laat mij je iets vertellen: welke gemeenschapskaart kan je tonen, zie je? Je hebt zelfs geen wapenrusting. Je hebt niets behalve een slinger in je hand, zie je? Je bent geen 'Doctor in de Filosofie', of 'Doctor in de Rechten'. Hoe ga je dit doen? Wel, die man is een krijgsman. Wel, hij is een 'Doctor in de Godgeleerdheid of 'Doctor in de Rechten' of 'Doctor in de Filosofie', of 'Juridisch Adviseur van de Koningin'. Wel, hij heeft zoveel titels, dat hij er een muur mee zou kunnen behangen. En wie ben jij? Een schaapherder."

162 Hij zei: "Maar ik wil u iets vertellen. Weet u wat? Ik hoedde mijn vaders schapen daar buiten en er kwam een leeuw en greep er een van en liep weg. En weet u, ik nam deze kleine slinger en ging hem achterna en sloeg hem neer. Ik nam het lam uit zijn muil en hij stond tegen mij op toen ik dit deed. Ik nam gewoon m'n mes en doodde hem. Ik ging terug. En hier kwam een beer achter dat schaap aan en greep het en liep ermee weg. Ik sloeg hem ook dood! Nu, de God... Niet mijn doctorsgraad in Filosofie, niet mijn eigen inzicht. Ik kan u niet zeggen hoe ik het doe. Ik weet niet hoe het gedaan wordt. Maar de God, (amen) de God die mij bevrijdde uit de klauw van de beer en de leeuw, zal mij des te meer bevrijden uit de hand van die onbesneden Filistijn!"

163 En bisschop Saul zei: "Weet je, ik geloof dat je een roeping hebt. Ik zal je zeggen, als je hierheen zou komen, zal ik je leren te duelleren, zie je. En ik zal het je vertellen, ik ben de doctor, dus doe mijn harnas aan. Ik wil je uitrusten." David stond daar. En zij gaven hem de titel van 'Doctor in de Filosofie', van 'Doctor in de Rechten' en dat alles en de arme kleine kerel kon zelfs niet meer bewegen. Hij wist niet hoe.

164 Hij zei: "Ik heb dit nooit beproefd. Die kerkelijke kledij past mij niet. Doe dit ding uit. Laat me gaan met datgene waarmee God mij hielp." Dat was geloof in de kracht van God. En hij steunde niet op zijn eigen inzicht. Hij steunde niet op wat iemand anders zei. Hij steunde op geloof omdat hij wist dat als God hem gered had van de klauw van de beer, Hij hem des te meer van die Filistijn zou redden!

165 Wel, als God u voldoende liefhad om u uit de zonde omhoog te brengen en u met de Heilige Geest te vullen, wat is er dan aan de hand met u arme zwakkelingen zonder ruggegraat in het land? Zal Hij u niet des te meer bevrijden van uw kwaal, als Hij beloofde dat Hij het zou doen? Gods Woord zegt het. Hij zal het doen. Zeker bevrijdde Hij hem uit z'n hand.

166 O, ieder van de profeten... Wat als zij zouden hebben gesteund op hun eigen inzicht in hun tijdperk? Zij zouden nooit op die priesters en hogepriesters zijn toegewandeld en hen 'gewitte wanden' en al de rest hebben genoemd. Zij zouden nooit in tegenspraak met hen geprofeteerd hebben. Ze zouden geweest zijn als sommigen van die moderne profeten. Zouden het er mee eens zijn geweest, fijne kleren gedragen hebben en in de paleizen des konings zijn geweest.

167 Wat als Johannes zou hebben geprobeerd op zijn eigen inzicht te steunen? Maar hij ging er recht op af.

168 Ze zeiden: "Nu wacht even, Johannes. Predik niet over 'Huwelijk en Echtscheiding'."

169 Hij liep gewoon naar Herodus' hof toe en zei: "Het is niet wettig dat u haar hebt." Jazeker.

     Men zei: "Wel, weet je niet wie dat is! Dat is de profeet."

     "Ik geef er niet om wie het is." Hij steunde er niet op.

170 Men zei: "Nu, je weet dat je niet veel hebt. U bent daarginds in de woestijn. Het genootschap zal je niet ontvangen als u zo blijft handelen." Hij gaf niet om het genootschap. Hij steunde niet op zijn eigen inzicht, maar op het inzicht van God. Zeker.

171 Er was een man die wel steunde op zijn eigen inzicht en zijn naam was Judas Iskariot. O, hij... Ik begrijp niet hoe hij het kon doen. Hij had van aangezicht tot aangezicht met Christus gewandeld, net zoals Eva in het begin deed. Hij had de betuiging gezien; hij had God in het gelaat gekeken, net als Eva in de koelte van de avond had gedaan. Eva keek naar Christus in de koelte des avonds, in de hof. En Judas had in de koelte van de avond gezeten in de hof van Gethsémane en vele plaatsen en had naar dezelfde Christus gekeken. Hij had hem horen onderwijzen, Zichzelf door het Woord bewijzen, betuigd dat Hij de profeet was, waarvan Mozes sprak, die zou opstaan. Er werd hun in de Schrift gezegd Wie Hij was en alles erover. Zij hadden door God bewezen gezien dat Hij het was en vervolgens steunde hij op zijn eigen inzicht.

172 Hoe kon hij het doen? Het was omdat hij het nooit hier beneden had in de eerste plaats. Hij was geen vruchtbaar zaad. Hij was de zoon des verderfs, uit het verderf geboren, die naar het verderf terugkeerde. Nu, wij merken het op. Maar hij ging naar buiten en misschien kan hij een idee hebben gehad van zijn inzicht. Hij kan gedacht hebben dat Jezus... Hij had zoveel respect voor Hem: "Nu, weet je, ik kan Hem voor dertig zilverstukken verkopen. Als ik dat doe, zal ik wat geld hebben en kan ik daar iets mee doen. En Hij is in staat Zichzelf te bevrijden." Ziet u, hij wist niet uit de Schrift dat hij was opgewekt om die plaats in te nemen.

173 En evenmin beseffen de mensen vandaag in welke toestand zij zijn. Het is voor deze Laodicéa-gemeente verordineerd om in deze toestand te zijn, dat zij Christus buiten zet. En Hij klopt, proberend om weer binnen te komen; geen samenwerking, nergens. Hoewel Hij Zijn Woord betuigt in de dag nu, net zoals Hij in elke dag deed, en zij wandelden er gewoon bij vandaan, steunend op hun eigen inzicht. Dat is alles wat ermee is.

174 Of, misschien... Laten wij zeggen dat hij dat gedacht had. Misschien, als hij Christus verkocht voor dertig zilverstukken, dat hij gemeenschap zou hebben met enkele van de grote denominaties van die dag, de Farizeeën en Sadduceeën. Hij zou zeggen: "Nu wacht, Hij kan voor Zichzelf zorgen. Ik heb Hem in grote gevechten gezien; ik weet dat Hij voor Zichzelf kan zorgen. Ik kan er dus misschien wat geld uitslaan, een soort van klein pensioen, als het ware. En dan kan ik misschien eveneens een belangrijke positie hebben bij deze kerken vandaag, als ik Hem aan hen zou verraden." Ziet u? Maar hij steunde op zijn eigen inzicht, in plaats van het inzicht dat dit het betuigde Woord van God was en hij deed aan Jezus precies wat de Schrift zei dat hij zou doen.

175 En vandaag heeft de kerkwereld Christus buitengezet in deze laatste dagen, gewoon precies zoals het Boek Openbaring zei dat zij zouden doen. Het is opnieuw de geest van Judas, in de vorm van de kerk: "Een vorm van godsvrucht hebbend, maar het Woord loochenend." Ziet u? Dat is juist. Nu, o my, waar liep het op uit? Op de dood, precies zoals het bij Eva gebeurde. En het loopt daarop uit voor alle anderen die proberen het Woord van God te verdraaien. Zij steunen op hun eigen inzicht. Zelfs nu verkopen zij het, niet voor dertig zilverstukken, maar om misschien een groot functionaris te worden, of voor een seminarie-ervaring. Het zou zelfs geen dertig zilverstukken waard zijn, maar zij verkopen het hoe dan ook; verkopen hun inzicht van God voor iets dergelijks.

176 Hoe verschillend van de grote geleerde Paulus, die al de kennis had waarover hij kon opscheppen. Maar hij zei: "Ik heb al mijn redenering de rug toegekeerd. Op een dag ontmoette ik een Vuurkolom op de weg naar Damascus." En hij zei: "Ik ben nooit tot u gekomen met woorden van welsprekendheid, omdat als ik dat deed, u zou vertrouwen in de wijsheid van mensen. Maar ik kom tot u in de kracht en demonstratie van de Heilige Geest, opdat u op het Woord van God zou vertrouwen." Amen. Hij zei: "Als een engel van de hemel kwam en iets anders zou prediken, laat hem vervloekt zijn." Galaten 1:8. Dat is juist. Hij deed het beslist nooit.

177 De kleine vrouw bij de bron was immoreel. Maar zij wist dat de kerken haar uitgesloten hadden. En zij had nooit op haar eigen inzicht gesteund. Toen zij Deze bij de bron ontmoette, die haar al de zonden vertelde die zij gedaan had, liep zij de stad in. Nu was het niet juist voor een vrouw om dat te doen en daar binnen te gaan en ook maar iets te zeggen, omdat zij een prostituée was. Maar toen zij Jezus had ontmoet... Zij steunde nooit op het inzicht van de mensen in die dagen. Ze zei: "Kom, zie een Man die mij de dingen vertelde die ik gedaan heb. Is dit niet de ware Messias?" Zij steunde nooit op haar inzicht. Nee.

178 Toen de maagd Maria de engel Gabriël ontmoette en deze haar zei dat zij een baby ging krijgen zonder een man te kennen. Tjonge, dat was nog nooit gebeurd. Zij steunde nooit op haar eigen inzicht: dat een vrouw geen baby kon krijgen zonder een man te hebben. Zij steunde daar niet op. Maar ze zei: "Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiedde naar Uw Woord." Ze zei niet: "Hoe zal ik het doen? En wanneer zal ik het doen? En hoe zal dit alles gebeuren?"

179 De Engel zei: "De Heilige Geest zal u overschaduwen; en dat Heilige dat uit u geboren zal worden, zal de Zoon van God genaamd worden."

180 Ze zei: "Zie de dienstmaagd des Heren." Zij nam haar redenering niet, die zei dat het niet kon worden gedaan. Ze zei slechts: "Zie de dienstmaagd des Heren." Dat is juist. Merk het op.

181 De vrouw die de bloedvloeiing had... De dokter zei haar: "Er is geen hoop." Zij had heel haar levensonderhoud uitgegeven aan de artsen en geen van hen kon haar helpen. Maar zij steunde daar niet op. Toen Jezus... Zij ging door de menigte heen en ze zei: "Ik geloof dat als ik de kleren van die Man kan aanraken, ik gezond zal worden." Zij liep erheen.

182 "Nu wacht, de dokter zei: 'Je kunt niet gezond worden'." Ze had deze bloedvloeiing al jarenlang. Zij werd steeds zwakker en slechter. De dokters hadden haar opgegeven. Dat is al het inzicht dat zij hadden.

183 Maar zij zei het door geloof! Er is geen Schriftplaats die haar zegt dat te doen. Maar ze zei: "Als ik de zoom van Zijn kleed kan aanraken, zal ik gezond worden", en zij sloop erheen en raakte Hem aan. Zij ging terug en ging zitten.

184 En Jezus keerde Zich om en zei: "Wie raakte Mij aan?" Hij keek rond tot Hij haar vond. Hij vertelde haar van haar bloedvloeiing.

185 En zij voelde het op dat moment in haar eigen lichaam. Zij kon het toen niet bewijzen, maar zij voelde in haar eigen lichaam dat haar bloedvloeiing was gestopt. Zij redeneerde nooit: "Als de dokter haar had afgewezen, hoe zou iets anders haar dan kunnen helpen?" Zij ging nooit redeneren, maar zij ging in geloof.

186 Nu, de Bijbel zegt dat Hij de Hogepriester is vandaag, die kan worden aangeraakt door het voelen van onze zwakheden." Is dat juist? [Samenkomst zegt: "Amen"] Ga niet redeneren, zeggen: "O, dat is..." Hij zei: "Vandaag is Hij dat. Hij is nu op dit moment een Hogepriester die aangeraakt kan worden door het voelen van onze zwakheden. Dezelfde gisteren, vandaag en voor immer!"

187 Wat denkt u toen ik daar was als Baptisten prediker en die Engel des Heren mij ontmoette en mij opdroeg dit te doen wat ik doe? Wel, mijn voorganger zei: "Je bent gek geworden. Wel, je hebt een nachtmerrie gehad, jij."

     Ik zei: "Neem maar liever meteen mijn gemeenschapskaart in."

188 Nu zei hij: "Hoe kan jij, met zelfs geen lagere schoolopleiding, over de hele wereld prediken? Hoe kan jij zelfs voor koningen en machthebbers bidden en jij kunt zelfs je taal niet juist gebruiken?"

189 Ik vertrouwde niet op mijn grammatica. Ik vertrouwde niet op enige bekwaamheid die ik had. Er werd mij een opdracht gegeven. Halleluja! En ik redeneerde niet. En als ik naar redeneringen had geluisterd zouden er wellicht duizenden mensen jaren geleden gestorven zijn. Maar ik droeg een Boodschap uit precies zoals Hij zei, over de hele wereld rond.

190 En ik ga opnieuw, door de genade van God, niet door redeneringen, maar door een opdracht. Halleluja. Ik leunde niet... U zegt: "U bent vijfenvijftig jaar oud." Als ik vijfennegentig was, betekent dat niets. Hij is nog steeds dezelfde God die Hij was met Abraham. Jazeker. Steun niet op uw eigen inzichten.

191 En nadat het teken tevoorschijn kwam en de Stem volgde, begonnen de kerken mij af te wijzen en hun deuren te sluiten vanwege de leer. Laat iemand van hen het maar eens wagen om voor mij te staan en te zeggen dat Het juist of verkeerd is. Ik daag ieder van hen uit. Niet om knap te zijn, maar ik weet waar ik sta. Dat is juist. Wat deden zij? Wat deden zij? Zij sloten elke deur. "Nu, wat ga jij doen?"

192 Onlangs, boven op de berg, stond ik daar. Ik zei: "Heer, ik heb één open deur in de hele natie, voor zover ik weet is dat Phoenix, Arizona. De enige die ik heb." En ik begon de berg af te gaan. Net zo duidelijk als ik ooit iemand hoorde spreken, werd er gezegd: "Wat gaat dat u aan? Volg gij Mij." Niet meer van mijn eigen inzicht. Ik zal op Zijn belofte steunen.

193 O vriend, steun niet op redeneringen. Roep het dan uit met Eddie Perronet van ouds:

Alle heil voor de kracht van Jezus' Naam!
Laten engelen zich nederwerpen;
Breng het koninklijke diadeem tevoorschijn.
En kroon Hem Here van alles.
Kroon Hem Here van alles.

194 Dat is juist. Steun niet op wat u denkt, op wat iemand anders denkt. Accepteer de belofte van God door geloof. Wilt u het doen? Nu, het is niet of iemand anders het deed, of dat ze het niet deden, maar wat met u? Wat zult u doen met deze Jezus, genaamd de Christus, die Zichzelf in deze dag bekendmaakt, precies zoals Hij deed in die dag? Gelooft u Hem?

     Laten wij bidden.

195 Here Jezus, Koning der koningen, Here der heren, God der goden, God van alle machthebbers; de Eerste, de Laatste; de Alfa, Omega; het Begin en het Einde; de Heldere Morgenster, de Roos van Saron, Lelie der Valleien, Wortel en Nageslacht van David, kom Here God, Dezelfde gisteren, vandaag en voor eeuwig!

196 Zegen deze menigte mensen, Here. Deze... [Leeg gedeelte op de band]... ons gereed makend om morgen te beginnen. Wij hebben hier een kleine samenkomst gehad, en U hebt ons er in gezegend. U hebt Uzelf aan ons bekendgemaakt. Ik bid, God, dat U zult voortgaan met Uzelf aan ons bekend te maken. Zegen ons vanavond. Help ons nu. Wij zijn behoeftige mensen.

197 En Here, U weet dat ik er niet van houd mensen een standje te geven, maar hoe kan ik dat heilig branden stil krijgen? Ik houd er niet van om dat te doen, Heer. U kent mijn leven, mijn hart. Ik moet het doen. En ik bid, God, dat U mij zult helpen het te doen. Geef mij slechts genade en laat mij nooit steunen op mijn eigen inzicht, maar laat mij steunen op Uw belofte. In Jezus' Naam. Amen.

198 Ik wil dat u, iedereen, echt eerbiedig bent gedurende enkele minuten. In deze menigte mensen, zijn er velen, velen die hier zitten, die ongetwijfeld ziek zijn. Hoevelen zijn ziek en aangevochten hier binnen? Steekt uw handen op en zeg daarmee: "Ik heb God nodig." Steekt gewoon nu direct uw handen op: "Ik heb God nodig."

199 Nu, ik ken niet erg veel mensen. Ik ken deze drie jongens die hier zitten. Ik ken meneer Dauch en zijn vrouw die daar zitten. Ik denk, ik denk dat dit zuster Moore is. Ik ben er niet zeker van. Is dat juist, zuster Moore? Daar buiten, ik denk dat dit alles is. Broeder Mike, en het podium. Dat zijn voorzover ik zie degenen die ik ken.

200 Maar de Hemelse Vader die het beloofde, en in deze dag zou Hij Zichzelf in dit tijdperk betuigen, net zoals Hij te Sodom deed. Beloofde Hij het? [Samenkomst zegt: "Amen"] En manifesteerde Zichzelf! Gelooft u dat? ["Amen"]

201 Nu, als u wilt bidden en door geloof! Probeer nu niet te redeneren: "Hoe kan ik Hem als de Hogepriester aanraken?"

202 Nu, de Bijbel zegt in het Nieuwe Testament: "Hij is precies nu de Hogepriester. Hij zal de Hogepriester blijven naar de ordening van Melchizédek. Hij is voor eeuwig Hogepriester. Er is geen andere Hogepriester buiten Hem. Geen andere middelaar tussen God en mens, dan de Mens Christus." Dat is juist. Hij is de Enige en Hij is Dezelfde, gisteren, vandaag en voor eeuwig.

203 Nu, als Hij diezelfde Hogepriester blijft en de Bijbel zegt dat wij Hem kunnen aanraken door het voelen van onze zwakheden, zoals die kleine vrouw, die Zijn kleed aanraakte, dan kan uw geloof Hem vanavond aanraken en Hij zal op dezelfde wijze handelen, in menselijk vlees, zoals Hij deed toen Hij daar in menselijk vlees was bij Abrahams eik. Gelooft u dat? [Samenkomst zegt: "Amen"] Hij beloofde dat Hij het zou doen. Bidt nu gewoon, iedereen, die een nood heeft. En ik...

204 Het is zoals ik zei: een gave, dat is niet iets, zoals u een mes neemt. En als ik dit ermee wil snijden, kunt u het snijden; of u snijdt dit, u kunt het snijden of wat u ook wilt. Dat is niet een gave van God. Ziet u? Nee.

205 Een gave van God is een manier die u hebt om uzelf uit de weg te krijgen! En gaven en roepingen zijn de voorbestemming van God. "Gaven en roepingen zijn zelfs onberouwelijk." U bent ermee geboren. Een kleine versnelling waar u uzelf intrekt, maar u kunt niet op het pedaal trappen. Ziet u? God moet het in werking stellen. U moet uzelf uit de weg krijgen.

206 Uw geloof kan het in werking stellen; niet het mijne, het uwe. Het mijne trekt het slechts uit de weg. U gelooft met heel uw hart dat Jezus Christus vandaag leeft.

207 Steun niet op uw eigen inzicht met te zeggen: "Wel, nu kijk, ik ben in een ernstige toestand, broeder. U kent mij niet. Ik ben in deze rolstoel geweest. Ik ben..."

208 Ik geef er niet om wat u geweest bent. Zie of God niet zal neerkomen en precies doen zoals Hij deed toen Hij hier op aarde was in een fysiek lichaam. Hij zal het in uw lichaam doen, in mijn lichaam, samen als een eenheid die in Hem gelooft. Hij zal het doen omdat Hij beloofde dat Hij het zou doen.

209 Steun nu niet op wat iemand zegt: "O, dat is geestelijke telepathie", zoals zij het noemen. Ze zeiden van Jezus hetzelfde. Ze zeiden dat Hij een waarzegger was, "een duivel". Maar Hij was de Zoon van God, omdat Hij in overeenstemming was met het beloofde Woord van God.

210 Nu, zoals ik zei, onze plaatsen... wij hoeven dat niet te doen, naar voren komen en de handen op de mensen leggen. Gisteravond hebben wij hun de handen opgelegd. Maar het enige wat u moet hebben is geloof en dan herkennen. Door geloof accepteert u het, door geloof. Niet iets dat...

     Zeg niet: "Welnu, hoe kan het gedaan worden."

211 Indien ik u zou kunnen zeggen hoe het werd gedaan, dan zou het geen geloof meer zijn. Ik weet niet hoe het gedaan wordt. Ik weet het niet, maar ik geloof het. Ik weet niet hoe God een zondaar redt, maar Hij doet het. Ik weet niet hoe God iets van deze dingen doet, maar ik aanvaard het. Hij, Hij doet het en dat is de manier. Omdat ik het niet kan uitleggen. Nu wel, ik... Het zal nooit uitgelegd worden. Niemand kan het omdat als u het wel doet het dan geen geloof meer is.

212 Ik zie niet hoe God en Christus dezelfde Persoon zouden kunnen zijn, maar zij waren het. De Schrift zei het. Wel, u kunt het niet uitleggen, maar zij waren het. "Mijn Vader is in Mij. Ik ben het niet die de werken doe; het is Mijn Vader in Mij. Als Ik niet Zijn werken doe, dan toont dat aan dat Ik niet van Hem ben. Maar als Ik Zijn werken doe, dan getuigt Hijzelf dat Ik van Hem ben."

213 Wel, het is dezelfde zaak nu, precies dezelfde. Hij is Dezelfde, gisteren, vandaag en voor eeuwig als u zult geloven.

214 Nu, er is een man die hier recht voor mij zit; hij heeft donker haar. Hij heeft een horloge om zijn arm, een donker pak. Hij draagt een bril. Als u hierheen kunt kijken, ziet u hem zitten met zijn ogen gesloten, biddend. Ik ken die man niet. De Hemelse Vader weet dat ik hem niet ken. Maar ik kijk net naar hem gedurende een moment omdat hij er zo oprecht uitziet, terwijl hij daar zo zit. Sinds ik er zoëven melding van maakte, sloot de man zijn ogen en begon hij te bidden. De man is een vreemde voor mij, dat is wat mij betreft. Ik ken hem niet. God kent die man en Hij kan het aan mij openbaren. Als die belofte waar is in de Bijbel, dan kan Hij mij openbaren waarvoor die man zijn ogen heeft gesloten en waarvoor hij bidt. Gelooft u dat? [Samenkomst zegt: "Amen"]

215 Gelooft u het meneer? Als u uw ogen wilt openen, u zit hier, kijk gewoon hierheen. Gelooft u dat? In orde. Nu, u weet dat ik u niet ken. Wij zijn vreemden voor elkaar. Maar God kent u. Nu begon hij te huilen, te wenen, omdat ik hem nu kan zeggen dat God zijn verzoek zal beantwoorden, ziet u, omdat dat het was wat hem trof, op dat moment, dat Licht; van duisternis veranderd in Licht. Ziet u?

216 Nu, de man bidt voor iemand anders en dat is de kleine jongen die hier bij hem zit. Dat is zijn zoon. Dat is juist. Nu, deze kleine jongen lijdt aan een maagkwaal en er is ook wat verkeerd met zijn ingewanden. Dat is juist. Dat is juist.

217 U komt niet hier vandaan. U bent niet van Arizona. U bent van Californië. Dat is juist. En u bent een prediker en uw gemeenschap is bij de 'Assemblies of God'. Dat is waar. Dominee Mc Keiger... of dominee Keig, dat is juist. Is dat juist? Wuif zo met uw handen. Nu, uw zoontje zal gezond worden. Uw geloof!

218 Nu wat? Nu, daar is de man met zijn handen omhoog; hij kent mij niet. Ik ken hem niet. Maar wat was het? Hij raakte de Hogepriester aan. Nu, ziet u, hij zou niet kunnen steunen op zijn eigen inzicht. Nu, wat moet hij doen, wat doet hij nu? Hij moet geloven dat wat er hem verteld is de waarheid is omdat hij mij niet kent. Dat is juist.

219 Hier, hier zit een vrouw, die ook hier beneden voor mij zit; zij heeft haar hoofd gebogen. Zij lijdt aan kanker. Zij komt ook van Californië. Ik hoop dat zij dit niet mist. Juffrouw Adams, dat is haar naam. Ik heb haar nooit in mijn leven gezien. Ja, dat is waar.

220 Er is een dame die hier achteraan zit. Ik kan gewoon mijn hand niet naar haar uitsteken, maar ik zie een Licht over haar hangen. Zij zit diep in moeite. Ten eerste heeft zij moeite met haar nek. En ten tweede heeft zij geestelijke moeilijkheden waardoor zij verontrust is. En zij heeft een gezinsprobleem; haar dochter liep juist weg. Dat is juist. Dat is waar, nietwaar? Zij heeft haar hand omhoog. Mevrouw Miller, dat is juist. Gelooft u? God zal haar terugzenden en uw lichaam genezen. Nu, ik heb haar nooit in mijn leven gezien. Zij is volledig een totale vreemde.

221 Er is een dame die hier zit in het gehoor. Zij komt niet van hier vandaan, zij komt ook uit Californië. Zij heeft kanker en de kanker is aan haar borst. Zij is aan één borst geopereerd, en het is naar de andere gegaan. Dat is juist. Mevrouw Kalin, dat is juist. Gelooft u dat God u gezond zal maken? In orde, u gelooft het. Ik ben een vreemde voor u, dame. Ik ken u niet. Dat is waar, ziet u; zij is een vreemde.

     Opdat u moogt weten dat God tegenwoordig is!

222 Er is een dame die hier vlak naast haar zit. Haar naam is mevrouw Harris. Zij is een totale vreemde voor mij. Maar toen de Geest deze vrouw trof, voelde zij ook sympathie voor haar. En zij komt van Californië. Dat is juist. En zij heeft moeite met haar schouder. Dat is juist. Gelooft u dat God u zal genezen? Als dat waar is, steek uw hand op zodat de mensen het kunnen zien: een totaal vreemde.

223 Steun niet op uw eigen inzicht. Wat kan dat doen? U kunt het niet uitleggen. Dat is een paradox. Het gaat boven het uitleggen uit. Vraag deze mensen; ik heb hen nooit in mijn leven gezien, wist nooit iets over hen. Ik zou gewoon door de samenkomst heen kunnen gaan.

224 Maar nu kijk, steun niet op uw eigen inzicht. Maar steun op wat Hij beloofde, dat Hij dat zou doen; als dat niet dezelfde Geest is die in menselijk vlees woonde, die wist dat Sara lachte in de tent, achter de Man. Is dat juist? En Hij beloofde, dat vlak voor de wereld met vuur vernietigd zou worden, de Zoon des Mensen Zichzelf weer op dezelfde wijze zou openbaren, als de Zoon des Mensen - profetisch - Zichzelf in menselijk vlees zou openbaren zoals Hij hier vanavond met ons is, evenals Hij toen deed. Nu, in welk uur leven wij? Vlak nabij de vernietiging.

225 Vriend, sta hier niet langer meer binnen, als een zondaar. Aanvaard Jezus Christus terwijl u in Zijn Tegenwoordigheid bent. Nu, ik weet dat het gewoonlijk gebruikelijk is voor predikers om pleidooien te houden en verhalen te vertellen over moeder die dood is en heengegaan. Dat is in orde. Maar we komen niet op basis van moeder die dood is. Mijn moeder is ook dood; mijn vader ook. Maar wij komen naar voren, intelligent, aanvaardend op de basis van God die Zichzelf manifesteert in Christus Jezus om de zonden van de wereld weg te nemen. We komen en geloven in de Verzoening. En terwijl Hij Zijn Woord betuigd heeft...

226 Ik geef er niet om naar welke kerk u gegaan bent; Methodist, Baptist, Katholiek, Presbyteriaan of helemaal geen kerk. Als u wilt toegeven dat u het anders hebt begrepen, en weet dat u nooit werkelijk wedergeboren bent, maar dat u het wilt zijn en het nu wilt accepteren, de belofte nu... U mag nu misschien niet vervuld worden, maar u zult vervuld worden wanneer de... naarmate de samenkomsten bezig zijn. U wilt het aanvaarden op deze basis; zou u dan op willen staan en mij voor u laten bidden, gewoon waar u staat. Iedereen hier binnen die weet...

227 Steun niet op uw eigen... "O zeg, ik sprak in tongen." Nu, dat heeft er niets mee te maken. Ik geloof ook in het spreken in tongen.

228 Maar ik heb heksen gezien, duivels en al het andere, die in tongen spraken en het uitlegden. Dat is juist. Vraag het zendelingen hier, we kunnen het uitzoeken, broeder Creech, en u weet dat dit juist is. Ik heb hen in tongen zien spreken, bloed zien drinken uit een menselijke schedel en de duivel horen aanroepen. Zeker. Ik heb hen een potlood zien neerleggen en het zou omhoog komen en in onbekende tongen schrijven. En de heks of toverdokter, die daar stond, legde het uit.

229 Spreken in tongen is dus geen teken dat u de Heilige Geest hebt. Als dat zo zou zijn en als u in tongen spreekt en dit Woord ontkent, dan is er ergens iets verkeerd. Juist, hm, hm, juist. Steun niet op uw eigen inzicht.

230 Nu, iemand zegt: "Wel, ik jubelde." Ik doe het ook. Maar steun daar niet op.

231 Ik heb allerlei demonische krachten zien juichen en schreeuwen. Ik heb Mohammedanen zien juichen en schreeuwen tot zij zichzelf zodanig hadden opgewerkt dat zij splinters door hun handen konden doen gaan. In Indië heb ik hen zien schreeuwen en op-en-neer springen, waterballen nemen met haken er in die ze door hun huid duwden en ze liepen op hete vurige kolen, Jezus Christus loochenend.

232 Ziet u, steun niet op uw eigen inzicht, maar op het Woord van God. Als uw leven niet overeenstemt met deze Bijbel, om ieder Woord dat daarin staat te geloven en u wilt het geloven en wilt dat God Zijn wil door u heen werkt, opdat u een deel van God kunt zijn, wilt u dan opstaan en zeggen: "Ik zal het nu meteen aanvaarden, broeder." Dank u. Dank u. God zegene u. God zegene u. God zegene u. God zegene u. God zegene u. Wonderbaar. God zegene u. Moge God het u toestaan, al deze oprechtheid. Zeg... Blijf gewoon staan, juist...

233 U zegt: "Ik ben een kerklid, broeder Branham, maar ik ben echt een Pinksterman; maar wanneer het er werkelijk op aankomt om echt te zeggen dat ik kan geloven dat heel dat Woord de Waarheid is, kan ik het gewoon niet doen, maar ik wil het doen. Help mij, bid voor mij. Ik wil opstaan en het zeggen. Ik bedoel niet te zeggen dat wij hier zullen zitten of dat ik in deze gemeente zal getuigen dat ik het was." Maar u weet, diep in uw hart, dat u het niet bent. God weet ook dat u het niet bent, ziet u, waarom dus niet gewoon staan. Steun niet op uw eigen inzicht, maar op Zijn Woord.

234 Wilt u opstaan; nog meer? Iemand anders die wil opstaan? God zegene u. God zegene u. God zegene u en u. "God, help mij." God zegene u allen. Dat is goed. Blijf gewoon staan.

235 U zegt: "Zal dat me enig goed doen?" Sta een keer op en zie of het goed doet. Meen het echt. "Ik wil het, broeder Branham, ik wil juist zijn. Ik wil in orde zijn."

236 Nu, ik zeg niet dat u uw kerk moet verlaten. Nee, meneer. Blijf gewoon daar waar u bent, om een echt met de Heilige Geest vervulde persoon in die kerk te zijn. U zegt: "Wel, ik weet niet wat mijn voorganger zal zeggen." Hij zal u waarderen als u er bent, indien hij een man van God is. Ziet u, dat is juist.

237 "Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken mogen zien en de Vader verheerlijken."

238 God zegene u. Wel, God zegene u beiden en u en u, broeder, u. God zegene u, ieder. God zegene u. God zegene u hier beneden.

239 Nu, u die opstond, als u zich beter voelt na het opstaan, steek even uw handen omhoog om anderen te vertellen dat u zich beter voelt nadat u opstond. Ziet u, elke hand. Ziet u? Zeker, voelt u zich beter. Ziet u, u bent oprecht. U staat op en zegt: "Ik wil een getuige zijn."

240 "Hij die hier zal staan voor Mij, Ik zal daar voor hem staan... Hij die hier beschaamd voor Mij is voor deze mensen, Ik zal beschaamd zijn voor hem, voor Mijn Vader en de Heilige engelen." Schaam u niet voor Hem. Steun niet op uw eigen redenering. Steun op het Woord van God. "Hij die Mij zal belijden voor de mensen, hem zal Ik belijden voor Mijn Vader en de heilige engelen."

241 Zullen er nog enkelen meer zijn, vlak voor wij bidden? Laten wij dan onze hoofden buigen. God zegene u, zuster. Zeker. God zegene u en u, broeder. Zeker. Zou er iemand anders zijn, juist terwijl wij onze hoofden gebogen hebben? God zegene u, u. Nu, dat is juist, u staat nog steeds. Wij zullen even wachten, nog een ogenblik. God zegene u, broeder. God zegene u. Zeg: "Betekent het iets dat u zegt: 'God zegene u'?" Dat is het uitspreken van mijn zegeningen aan u. God zegene u.

242 Sommigen van u die langs de muur staan, waar u geen plaats hebt om te zitten, zou u even uw hand willen opsteken en zeggen: "Ik God, ik ben het?" God zegene u, broeder. God zegene u en u; en u zuster; en u mijn broeder en u mijn zuster.

243 O, de Heilige Geest beweegt zo zacht over het gehoor. Kunt u dat voelen? God zegene u, jongeman hier boven op het podium. God zegene u daar in de hoek. God zegene u, jonge kerel. Ja.

244 O, Heilige Geest, beweeg nu fris in onze harten. Toon ons waar we verkeerd zijn, Heer. Wij zullen... wij zullen niet steunen op ons eigen inzicht, onze eigen redenering. Maar wij steunen op U omdat wij weten dat wij in Uw Goddelijkheid staan, de betuigde belofte van vandaag. U hebt Uzelf bekendgemaakt boven elke redenering. Wij konden het niet beredeneren of het uitleggen. Maar U bent hier in ons midden nu naar beneden gekomen en maakte ons bekend dat U hier bent zodat mannen en vrouwen dat geloven en het accepteren.

245 God, neem ieder van ons in Uw boezem en verberg hen in de Rots der Eeuwen tot de vuren zijn voorbijgegaan. Wij staan op het punt om verbrand te worden, Heer. Wij weten het. Wij zijn opnieuw in Sodom. "Maar de rechtvaardige zal niet omkomen met de schuldige." U zult Uw kinderen roepen, Heer. U vertelde Lot: "Kom eruit, kom eruit." Ik bid, God, dat ieder die vanavond in die toestand is, die daar buiten is, niet zeker waar men staat...

246 God, zij zouden geen risico willen nemen bij het rijden van een éénrichtingsstraat in de verkeerde richting. Zij zouden geen risico willen nemen bij het rijden door een rood licht, als zij goed bij hun verstand zijn, omdat zij gedood kunnen worden. Hoe zou dan een persoon risico nemen over zijn eeuwige bestemming, door te raden, te veronderstellen, het te wagen zonder echte autoriteit om te wagen, omdat zij tot een kerk of een denominatie behoren? En zij kunnen het echt niet; zij kunnen niet begrijpen hoe dat het Woord van God vandaag zou kunnen zijn zoals Het toen was, hoe deze beloften kunnen worden gemanifesteerd. "Het apostolische tijdperk is voorbij." Help hen, Vader. Ik draag hen aan U op in Jezus Christus' Naam. Amen.

247 Dank u, mijn broeder, zuster. Ik ben zo blij dat ik u mijn broeder of zuster kan noemen.

248 Bedenk dat God mij zal doen antwoorden voor ieder woord op de Dag des Oordeels. Ik moet me verantwoorden voor alles wat ik vanavond heb gepredikt. Ik ben mij daarvan bewust. Wat heb ik gedaan sinds ik een kleine jongen was, predikte dit Evangelie om dan verworpen te zijn?

249 Nu, hoevelen van u zijn ziek en aangevochten hier vanavond en willen dat er voor u gebeden wordt? Steekt uw hand omhoog. Nu, wilt u nog één ding voor mij doen? Legt uw handen op elkaar. Legt uw handen op elkander. Ieder buige nu zijn hoofd en net alsof u in de kerk was, hier boven op het podium.

250 Dierbare God, in de Naam van Jezus Christus en van Zijn Tegenwoordigheid, een betuigde Tegenwoordigheid! Het ware Woord, dat gepredikt is, is betuigd geworden dat U Dezelfde bent gisteren, vandaag en voor eeuwig. Laat de Heilige Geest van God nu over deze menigte mensen komen. Velen van hen zijn gekomen en hebben U als hun Redder aanvaard, vele teruggevallenen hebben u aanvaard en zijn teruggekomen. O God, ik bid dat in de Naam van Jezus Christus U elke persoon wilt genezen. U zei: "Deze tekenen zullen degenen volgen die geloven; als zij hun handen op de zieken leggen, zullen zij herstellen." U beloofde het, Heer, en de gelovige kinderen hebben elkaar de handen opgelegd.

251 Satan, je bent verslagen. Kom uit van deze mensen in de Naam van Jezus Christus. Laat die mensen gaan voor de zaak van het Koninkrijk van God, in de Naam van Jezus. Amen.

252 Allen die geloven dat Jezus Christus nu uw Genezer is, zowel als uw Redder en u wilt Hem op die gronden aanvaarden, sta op en zeg: "Ik accepteer nu Jezus als mijn Genezer, zowel als mijn Redder." Wonderbaar! Prijs de Here! Dank de Heer! Laten wij nu onze handen opheffen en tot Hem zingen.

Ik zal Hem prijzen, ik zal Hem prijzen,
Het Lam prijzen, voor zondaars geslacht;
Geeft Hem eer, alle gij mensen,
Want Zijn Bloed heeft elke smet weggewassen.

253 O voelt u zich niet goed? Wuift met uw handen. O my! Laten wij het opnieuw zingen.

Ik zal Hem prijzen, ik zal Hem prijzen,
Het Lam prijzen, voor... (Bedenk, 'Dezelfde, gisteren, vandaag en voor eeuwig' is dat Lam)
Geeft Hem eer, alle gij mensen,
Want Zijn Bloed heeft elke smet weggewassen.

254 Houdt u daarvan? [Samenkomst juicht: "Halleluja!"] Laten wij om ons heen reiken en iemand de hand schudden. Dit is het aanbreken van de samenkomst, die begon in de conventie. Zeg: "God zegene u, broeder pelgrim. God zegene u." Dat is fijn. Dat is goed. Wonderbaar! Gelooft u nu dat wij hier een geweldige conventie zullen hebben?" ["Amen"] Wij dankten God voor een grote samenkomst; nu zullen wij een grote conventie hebben. Allen die het geloven, zeggen: "Amen" ["Amen"]

Mijn geloof ziet op naar U,
Gij Lam (laten wij nu naar Hem opkijken) van Calvarie,
O Goddelijke Redder.
Hoor me nu terwijl ik bid,
Neem al mijn zonde weg,
O laat mij van deze dag af
Geheel de Uwe zijn!

Terwijl ik door de donkere doolhof des levens treed
En smarten rondom mij gespreid zijn,
Wees Gij mijn gids;
Gebied de duisternis tot dag te keren,
Veeg de angsten van het verdriet weg.
O laat mij van deze dag af
Geheel de Uwe zijn.

255 Amen! Het volk zei: "Amen". [Samenkomst zegt: "Amen"] Halleluja!

O prijst Hem
Prijst het Lam, voor zondaars geslacht.
Geeft Hem eer, alle gij mensen,
Want Zijn Bloed heeft elke smet weggewassen.
Hoe wonderbaar!

256 In orde. Zullen wij nu ons hoofd buigen voor de zegening. Ik weet niet wie gekozen is om het te doen. Broeder Johnny Manadal van Californië, terwijl we onze hoofden gebogen hebben. Vergeet nu morgenavond niet, dat is het eerste, om te beginnen. Morgenavond zal de conventie hier zijn, precies hier in deze hal, om 19.30 uur.

257 God zegene u. Hebt u zich verheugd in de Tegenwoordigheid van God [Samenkomst zegt: "Amen"] Laten we nu onze hoofden buigen terwijl broeder Johnny met ons bidt tot slot.

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)