De onzichtbare eenheid van de bruid van Christus

Door William Marrion Branham

1 Ik heb de jachttocht laten vervallen, zodat ik in dienst kon zijn voor de Here. Wij zijn blij hier te zijn. Ik geloof dat ik u de laatste keer hier heb verteld, dat elke keer dat we komen er iemand ontbreekt. En als we het volgende jaar terug zullen komen en de Here vertoeft, zal er weer iemand ontbreken.

2 Er is er één die ik zeer liefhad met hart en ziel, dat was broeder Lyle. Ik heb van hem altijd een verwelkoming gehad als ik binnenkwam. Vaak stond ik daar achter te luisteren in broeder Jack's studeerkamer, als het oude kwartet aan het zingen was. Ze zingen vanavond in de heerlijkheid. Wel, er is één van die stemmen die daarginds reeds wacht op de andere drie. Ik vermoed dat ik het hier nooit meer op aarde zal horen. Maar ik verlang er zeker naar om ze weer te horen, broeder en zuster Moore en zij, in dat land waar het nooit meer duister zal zijn.

3 Broeder Palmer was een groot dienstknecht van Christus. Ik kan me herinneren dat broeder Jack me eens over zijn toegewijd leven aan God vertelde. Ze waren allebei timmerman en hij vertelde hoe hij z'n lunch placht te eten: in zijn ene hand zijn sandwich etend en ondertussen zijn Bijbel lezend. Ziet u, broeder Palmer deed enige machtige grote dingen. Hij was een goed timmerman; een goed vader voor zijn kinderen; hij had een allerliefst gezin. Hij voedde hen allen op om de Heer te dienen. Voor zover ik weet, zijn ze allen gered en vervuld met de Heilige Geest. En dat is een grote bijdrage voor elk mens in deze dagen – jongens en meisjes. Maar ziet u, alles wat hij ooit gedaan heeft zou hem niet al te veel toegerekend worden tenzij hij God diende. En vanavond, wat hij heeft gedaan hier op aarde, zijn goede daden, hij is gegaan naar zijn beloning, om bij ze te zijn. God geve de ziel van onze broeder rust. Ik weet dat, zolang dit hier een tabernakel zal zijn, zijn stem hier nog steeds zal zijn. U kunt hem horen.

4 Zuster Annajeanne en haar zuster, die op het orgel en de piano speelden, hoefden nooit te wachten. Broeder Palmer stond hier gewoon en hij zette zo maar een lied in en ging door en zij vingen het op. Ik zag er naar uit te horen hoe hij het zingen leidde. Ik keek uit naar zijn kinderen; naar zijn vrouw; en naar broeder Jack, zijn boezem-vriend, waarmee hij al deze jaren vrienden is geweest; en naar broeder Brown; zuster Brown; en naar u allen van deze Tabernakel; God zegene u. Ik mis hem ook. God geve zijn dappere ziel rust, totdat wij hem in vrede ontmoeten. Laat ons onze hoofden buigen.

5 Genadige hemelse Vader, ik sprak net over deze grote dienstknecht; ik miste vanavond, dat hij mij de hand gaf met dat vriendelijke glimlachje dat hij altijd had als hij zei: "God zegene u, broeder Branham", als we door de deur binnenkwamen. Ik weet, dat hij naar Uw huis is gekomen vanavond. Dus, ik bid, dierbare God, dat U de vruchten van zijn werken die hem volgen groot wilt laten zijn; dat U doorgaat met zijn kinderen en zijn vrouw. We bidden dat U haar wilt zegenen, Heer. U zei dat U een man zou zijn voor de weduwen die werkelijk weduwen waren. Ik bid U nu voor onze zuster Palmer en voor al de kinderen. Ik weet hoe met beiden mee te leven, omdat ik zelf een levensgezel en ook mijn vader verloren heb.

6 Dus, Vader, terwijl wij hier vanavond zijn, bidden wij dat U eveneens onze harten zult toebereiden voor dat uur. We weten het niet. Het zou misschien even plotseling kunnen komen als bij hem. We weten niet wanneer het zal komen, maar we weten dat het moét komen. Dus wij bidden, God, dat U elk hart zult doorzoeken dat hier binnen is vanavond. God, laat het mijne er toch niet buiten, doorgrond het mijne ook en beproef mij, Heer, indien er enig kwaad in ons is, neem het er uit. Wij willen U dienen. Dat is ons volledige voornemen; om U te dienen. Giet Uw Geest uit op ons vanavond en de rest van deze week.

7 Zegen deze tabernakel die 'Life Tabernacle' wordt genoemd. Moge het de volle zegeningen van die naam ontvangen en vol zijn van het leven van God deze week. Red elke verloren ziel, door elke gelovige te vullen met de Heilige Geest; en vernieuw weer de hoop die in ons is, Heer.

     We bidden dat U ook al de zieken en aangevochtenen zult genezen, die onder ons komen. Moge Uw grote Heilige Geest hier zijn, Heer, en iedereen genezen en zalven met geloof. Sta deze dingen toe, Vader.

8 God help mij nu, daar het mijn beurt is om de boodschap te brengen. Ik bid, God, dat U de menselijke kant terzijde wilt stellen en moge de Heilige Geest binnenkomen en over ons vaardig worden, Heer. Moge de Heilige Geest de samenkomst nemen, Heer. We weten dat we zo ontoereikend zijn. We kunnen het niet, niemand van ons. We beweren niet in staat te zijn het te doen. Heer, we weten dat Gij Degene zijt. Dus zien we uit naar U, Here. Word vaardig, Geest van God, en val fris op ons. We vragen het in Jezus' naam. Amen.

     Nu ik wil de groeten doorgeven over de lijn aan de gemeenten die, her en der in de staten, via de telefoon aangesloten zijn. We zijn via de telefoon verbonden, wat een fijn systeempje is dat we hebben kunnen krijgen door onze broeder Pearry Green uit Beaumont, in Texas. En de gemeenten volgen volledig de boodschap, ze zijn helemaal dwars door de Verenigde Staten heen aangesloten vanavond.

9 We zenden de groeten naar boven en beneden langs de westkust van Vancouver tot ginds in Tiuana, Mexico; door San Jose, Los Angeles, al de groepen daarginds; we groeten u vanuit Shreveport; evenzo naar Prescott, Arizona, naar de groep daar boven, die wacht op de Here, we zenden groeten aan u; en eveneens naar Tucson; naar Sierra Vista, helemaal naar New York, van boven naar beneden, dwars door het land. De Here zegene ieder van U. Ik wenste dat u vanavond hier was in deze prachtige, oude staat Louisiana, waar het mij een tweede thuis toe schijnt.

10 U weet, u mensen boven in New York, u weet, dat ik altijd een beetje om u lach, om de manier waarop u spreekt. Ik ben helemaal thuis vanavond. Iedereen hier, weet u, zegt: "Hello, dere brother Branham." [Broeder Branham doet nu het dialect na van die streek – Vert] "Brengt u zuster Branham en al de jongens en kom hier om ons te bezoeken." O, dat maakt dat ik me zo goed voel. Dat is echt Engels voor mij. Niet dat ik u mensen in het Oosten en Noorden en verschillende plaatsen geringschat, maar weet u, ik werd, geloof ik, echt geboren als een oude "Reb" en zo moet ik blijven. Ik houd er zelf wel van. Het is echt Engels.

11 Ik was op een ontbijt van de zakenlieden hier, niet lang geleden en ze zeiden: "We zullen nu opstaan en het nationale volkslied zingen." Ik stond op en zei: "For my old Kentucky home far away..." Want voor mij was dat het nationale volkslied. Dat is alles wat ik er over wist. Dus, we zenden u de groeten.

12 Nu, ik geloof, dat ze proberen om het ontbijt ook uit te zenden, het ontbijt van de zakenlieden, op zaterdagmorgen. Broeder Green zal het u vertellen. Hij is nu bij de microfoons daarginds. Hij zal u vertellen hoe laat het ontbijt begint en hoe laat u elke avond moet afstemmen. We danken u erg vriendelijk en bidt voor ons.

13 Nu tot de plaatselijke samenkomst hier, broeder Jack's tabernakel: Ik ga u allen een gunst vragen, vanavond. Omdat ik vanavond mijn Dankdag-boodschap zal geven aan onze plaatselijke gemeenten in het land, die de Boodschap volgen, kan ik een beetje langdradig zijn; en ook zal ik over een of andere leerstelling kunnen prediken. Dus, als u het er niet mee eens bent – precies zoals ik altijd zei over het eten van kersentaart: wanneer ik een pit tegenkom, gooi ik niet de taart weg, maar ik gooi de pit eruit en ga gewoon door met taart eten. Dus, als ik misschien vanavond iets noem... Een reden waarom ik deze uitnodiging aannam, om vanavond hier mijn Dankdag-boodschap aan de groepen in het hele land te geven, was, omdat broeder Jack altijd zo vrij zijn deuren opende en zei: "Preek wat op je hart is." Dus, ik voel me echt thuis. Het kan dus zijn dat in de plaatselijke vergadering hier bij broeder Jack, predikers aanwezig zijn en wat mensen, die het niet eens zouden kunnen zijn met de leer. Gewoonlijk heb ik de hoffelijkheid geen leerstelling te noemen op de preekstoel van iemand, die me heeft uitgenodigd om voor hem te komen spreken. Dus, na vanavond zal ik vermoedelijk gewoon bidden voor de zieken en de vaste dienst doen; maar ik dacht dat ik u tevoren zou laten weten dat, indien ik iets zeg dat onaanvaardbaar zou zijn... wel, schrijf het gewoon toe aan mijn onwetendheid, geloof dat ik niet beter weet en bid voor mij.

     Laat ons nu in het Woord hier een hoofdstuk opslaan, waarnaar ik op vele plaatsen vanavond wil verwijzen, want ik heb hier verscheidene Schriftplaatsen en kleine aantekeningen uitgeschreven in een notitieboekje.

14 Ik herinner mij, dat toen ik voor de eerste keer op het podium van de 'Life Tabernacle' klom (twintig jaar geleden), ik mijn Schriftgedeelten en verwijzingen niet behoefde op te schrijven. Ik was toen twintig jaar jonger – maar nu ben ik de vijfentwintig gepasseerd – voor de tweede keer – dus kan ik het niet meer onthouden zoals ik vroeger kon. Ik moet mijn Schriftgedeelten opschrijven en soms het een of ander wat ik wil aanhalen kort noteren. En nu, de Heer zegene ons als wij Gods Woord lezen, uit het boek der Romeinen, het zevende hoofdstuk.

15 Ik wil dit zo'n beetje leren als een Bijbelstudieles. Ik weet dat er mensen staan, net zoals gewoonlijk in de tabernakel in Jeffersonville. We willen u allen eveneens groeten vanavond, die bent aangesloten daar in de tabernakel. Het lijkt alsof we in de tabernakel zijn vanavond, de mensen staan rond de muren en het is overvol. Ik veronderstel dat het bij u ook zo is, bij al de mensen die er zijn in dat deel van het land, die zijn gekomen voor de boodschap.

16 We zullen dit benutten als een Bijbelstudie-les. Het is niet gericht tot enige bepaalde persoon, of iets, maar alleen tot de gemeente, het Lichaam van Christus, die wij proberen te leiden naar diepere gedachten en hogere doelen, daar wij geloven dat de komst van de Here Jezus nabij is. We geloven dat steeds sterker. Het is twintig jaar nader dan toen ik de eerste keer naar Shreveport kwam. O, er is zoveel gebeurd sinds die tijd. We zien verlangend uit naar de komst van de Heer in onze generatie. Ik kijk niet uit naar opwekking in onze generatie, ik kijk uit naar de komst van de Here in onze generatie.

17 We willen oplettend lezen uit Romeinen 7 – vertrouwend dat u nu overal in het land uw Bijbels open hebt. Deze boodschap hieruit schijnt over huwelijk en echtscheiding te gaan; maar het is niet werkelijk zo. Voor mij is het een profetie voor de gemeente in de laatste dagen. Laten we het lezen.

     Weet gij niet, broeders! (want ik spreek tot hen, die de wet verstaan) dat de wet heerst over de mens, zo lange tijd als hij leeft?

     Want een vrouw, die onder de man staat, is aan de levende man verbonden door de wet; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrijgemaakt van de wet van de man.

     Daarom dan, indien zij van een andere man wordt, terwijl de man leeft, zo zal zij een overspeelster genaamd worden; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrij van de wet, alzo dat zij geen overspeelster is, als zij van een andere man wordt.

     Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden van een Ander, namelijk van Hem, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.

     Want toen wij in het vlees waren, werkten de bewegingen der zonden, die door de wet zijn, in onze leden, om voor de dood vruchten te dragen.

     Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, daar wij dien gestorven zijn, onder welke wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwheid des geestes en niet in de oudheid der letter.

18 Laten we bidden: Dierbare God, we hebben juist gelezen wat wij geloven dat het heilig Woord van God is. Dat is wat we geloven: dat daarvan geen jota of tittel, op generlei wijze, voorbij zal gaan totdat alles is vervuld. En we geloven wat onze Here ons vertelde in Openbaring, hoofdstuk tweeëntwintig, dat wie er één woord van zal afnemen of er één woord aan zal toevoegen, dat zijn deel zal worden weggenomen uit het boek des Levens.

19 We zien dat door een verkeerde voorstelling van dit Woord – zoals Satan door het verkeerd voor te stellen aan Eva, maakte dat zij één woord betwijfelde – het hele menselijk ras in een gevallen chaos werd geworpen door slechts één woord. Dan zien we, dat in het midden van het Boek onze Heer en Redder kwam; en Hij gaf ons dit betreffende citaat: "De mens zal bij brood alleen niet leven, maar door alle woord, dat door de mond Gods uitgaat." Tenslotte de plechtige waarschuwing in het laatste Bijbelboek, de Openbaring van Jezus Christus: "Wie één woord zal toevoegen of één woord zal wegnemen, zijn deel zal worden weggenomen van het Boek des Levens."

20 O, God, wetend en ziende hoe zwak wij zijn, wetend dat wij wandelen op de broze levensdraden van dit sterfelijk leven, niet wetend op welke tijd wij ontboden zullen worden om ons in de hoge te verantwoorden, laat ons, Here, alles in onze harten, alles in onze gedachten terzijde leggen en laat ons vanavond rechtstreeks op U en op Uw Woord zien, opdat U kome en het uitlegge met levende Goddelijke openbaring.

     Sta het toe. Moge Uw Geest op ons vallen en moge het Woord onze harten zalven, opdat wij hier vanavond als betere mensen vandaan zullen gaan dan we nu zijn; dat we een dieper begrip zullen mogen hebben van Jezus Christus. Sta het toe, Here, dat we zouden mogen begrijpen in welke dag we leven en hoe God zijn volk in dit uur bereid maakt – deze grote beslissende donkere tijd waarin we nu leven.

21 God, zalf ons, niet alleen de spreker, maar ook de toehoorders en maak dat onze harten tezamen zullen beven bij Uw Woord, want: "De vreze Gods is het begin der wijsheid." Sta deze dingen toe, Vader, want wij vragen het in Jezus' Naam. Amen.

     Ik zou graag deze weinige opmerkingen die ik hier zal maken met enkele Schriftgedeelten, die ik graag op de voet zou willen volgen, zo de Here wil, als deze Dankdagboodschap, de titel willen geven: "De onzichtbare eenheid van de Bruid van Christus – De onzichtbare vereniging van de Bruid van Christus."

22 Het klinkt niet als een Dankdag-boodschap, hoewel we dankbaar zijn voor elk Schriftgedeelte. Ik ben dankbaar aan God dat ik leef in deze tijd van de slotbedrijven van de geschiedenis van deze wereld. Ik weet het niet zeker, maar ik geloof dat als ik het zou hebben mogen zeggen voor de grondlegging van de wereld en God zou mij het hele programma hebben uitgelegd en aan mij hebben gezegd: "Ik wil dat je predikt. Nu, in welk tijdperk wens je naar de aarde te gaan om te prediken?" dan zou ik deze tijd hebben gekozen, want ik geloof dat dit de Gouden Eeuw is.

     Ik zou heel graag hier geweest zijn tijdens Zijn bezoek aan de aarde, maar toch geloof ik dat het nu een grotere tijd is, omdat het een tijd is dat Hij komende is om de mensen mee te nemen die Hij heeft verlost; we naderen de opstanding, wanneer al de verlosten zullen verschijnen. Wat een heerlijke gelegenheid hebben wij dat we kunnen spreken tot een stervend volk – een grootse tijd.

23 Wij zijn er geestdriftig over. We weten dat de geschiedenis op zijn einde loopt. De geschiedenis van de wereld zal spoedig voorbij zijn. Dan zullen we een nieuwe dag binnen stappen – naar het grote Duizendjarige Vrederijk. Ik geloof, als een gelovige, in een Duizendjarig Vrederijk – een duizendjarige regering met Christus, duizend jaar lang op de aarde; de fysieke terugkeer van de Here Jezus, die een fysiek volk zal nemen; verheerlijkt door Zijn reinigend bloed.

24 Paulus geeft hier een illustratie in ons Schriftgedeelte over de wet en de genade en verduidelijkt het met huwelijk en echtscheiding. Over dit gedeelte wordt erg zelden gepredikt, omdat het min of meer lijkt te behoren tot huwelijk en echtscheiding; maar het houdt eveneens een belangrijker deel van huwelijk en echtscheiding in; hij probeert hier aan de orde te stellen dat wij als gemeente, niet tegelijkertijd getrouwd kunnen zijn met de wereld èn met Christus en dan toch wettig en rechtmatig zijn, net zo min als dat kan bij een vrouw die leeft met een man, terwijl ze nog een levende echtgenoot heeft.

25 Ik heb daarover mijn eigen gedachten en ik geloof dat wat de Bijbel zegt de waarheid is. Maar, ik geloof ook – ik voor mij geloof dat het één van de grootste geheimenissen der profetie ontvouwt. Ik hoop dat de Here ons zal helpen, vanavond, als we dit uitgeven aan onze wachtende mensen overal door het land.

26 Er werd eens gezegd... Ik was het aan het lezen toen ik hiervoor een aantekening schreef. Ik kan me niet precies het boek herinneren waar het in stond, maar ik ben er zeker van dat dit juist is: dat een van de boeken die ik las over Moody, Dwight Moody in Chicago (We hebben eveneens een grote, luisterende gemeente in Chicago, vanavond), dat meneer Moody na het lezen van Romeinen 7, de straat oprende en tegen de eerste man die hij ontmoette, zei: "Kent u Grace?" ['Grace' is het Engelse woord voor 'genade' – Vert]

     En de man antwoordde: "Welke Grace?"

     Meneer Moody zei: "De genade van God."

     Het had hem zo aangegrepen toen hij zag hoe genade ons had afgescheiden van de wet en welke rol de genade speelde. Alles wat ik wil doen op een avond. Ik heb de mensen altijd verteld dat, als ik de grens overstak naar de andere zijde, ik zou willen opstaan en zingen: "Verbazingwekkende genade! hoe lieflijk het geluid, dat een wrak als mij redde." Genade, kostelijke genade, meer te kennen van genade. Want door genade zijn we behouden; niet door wat wij kunnen doen, door wat wij kunnen... wat we ook doen, het wordt ons niet toegerekend; genade is wat ons redt. "Door genade zijt gij behouden, door geloof."

27 Dat ik verder moge gaan met deze vrouw, Grace. Moge ik haar eveneens in de Bijbel plaatsen, zoals ze genoemd wordt de uitverkoren vrouwe. Over deze miss Grace zal ik gaan spreken. U weet dat de Bijbel zegt: "Aan de uitverkoren vrouwe..." Indien u oplet; uitverkoren komt van het woord: uitverkoren vrouwe. Eén dame onder al de andere dames werd uitverkoren, zoals de maagd die het lichaam van God op de aarde moest voortbrengen. Zij was een uitverkoren vrouw. God koos Maria. En evenzo heeft God een uitverkoren vrouwe gekozen, welke Zijn bruid is. Zij is uitverkoren. Ik hoop dat we daar vanavond leden van zijn, u over de wereld, of beter, over het land.

28 Het beeld toont hier de relatie van de bruid tot Christus – de uitverkoren vrouwe – en toont hoe zij tot Hem gebracht zou worden, waar ze vandaan zou komen en hoe ze tot Hem zou worden gebracht. De gemeente hier, in het beeld wat we nu bezien, wordt uitgebeeld door een vrouw, een vrouw is altijd een type van de gemeente, omdat de gemeente wordt beschouwd als een bruid – een bruid. Zij is de bruid van de Here Jezus, de Zoon van God.

29 Als u zult opletten en u kijkt naar de toestand en het gedrag van de vrouwen zult u altijd zien hoe de gemeente er aan toe is. Nu, enige van deze opmerkingen mogen voor sommigen van u vreemd lijken, maar het is een aanvulling op de boodschap die ik van de Here heb, welke ik probeer tot de mensen te brengen. Zie, let u op alles in het natuurlijke, hoe het gebeurt – de natuur – en let erop. Het loopt ook precies parallel met het geestelijke.

30 Nu, als u het gedrag van de vrouwen zult zien in de wereld van vandaag; let dan op het gedrag van de wereldlijke kerk vandaag. Kijk slechts. Natuurlijk is daar ook het gedrag van de geestelijke bruid, de gemeente. Ziet u, let daar ook op, omdat de natuurlijke, de zogenaamde, beweert de bruid te zijn.

     Nu, laat me het alstublieft nog eens tegen de plaatselijke gemeente zeggen: Voelt u zich nu niet boos. Ik spreek tot allen buiten, door het hele land, tot wat ik denk dat de uitverkoren vrouwe is. Dus als er misschien predikers zijn hier, die het er niet mee eens zijn, wel houdt u slechts een ogenblik rustig.

31 Let op, luister... let op dit karakter. Wanneer u vrouwen gewoon als gekken ziet rondgaan, die maar alles doen wat ze willen, let dan op en zie dat de gemeente hetzelfde doet. Merk het op. Maar kijk naar de geestelijke bruid, wanneer zij een opwekking begint te krijgen, wanneer zij begint terug te komen en zich op orde brengt met het Woord van God, let dan weer op, dan ziet u hoe de Schrift tegen die tijd, hoe er een Boodschap zal zijn, die uitgaat om die bruid binnen te halen – om die vrouw te vangen – uitverkoren. Want als de wereld... Satan de verleider, verleidde de eerste bruid tot zondigen tegen God door Zijn Woord niet te geloven.

32 Nu, als we vandaag de natuurlijke gemeente zien, met uw intellectueel evangelie, verder en verder weggaand van het Woord, met "een sociaal evangelie", dan ontdekken we dat de leden daarvan zich in dezelfde atmosfeer gedragen als de vrouwen van de wereld op straat. U kunt ze het niet vertellen. Ze hebben alle gevoel voor normale waardigheid verloren; dat hebben de mensen en zo is het ook met de gemeente. En u kunt zien hoe het regelrecht gaat naar de Wereldraad van Kerken, zo zeker als wat ook in de wereld, regelrecht Rome binnen zo hard als het maar kan. Ziet u? Omdat het is geprofeteerd en daar gebeurt het met haar. Dat is haar gedrag.

33 Maar zie dan opnieuw naar de geestelijke gemeente; hoe die groep van mensen "eruitgeroepen" is, de uitverkorenen door elke opwekking heen. In Maarten Luthers tijd gebeurde het op dezelfde wijze tijdens de Reformatie. Het gebeurde op dezelfde wijze in de tijd van John Wesley. Het gebeurde precies zo toen Pinksteren het eerst begon. Ze zetten die vrouwen regelrecht terug overeenkomstig het Woord en daarna dreven ze weer af. Daar gaat ze regelrecht terug in de chaos; maar dan, op de tijd dat de mensen gereed zijn om zich op te stellen, is er een boodschap die uitgaat en ze scharen zich daarbij.

34 Luther was de boodschapper van een dag van rechtvaardiging; en de gemeente stelde zich daar bij op – sommigen van hen; de rest van hen ging door. Wesley kwam met heiliging; de gemeente sloot zich er meteen bij aan. Pinksteren kwam met het herstel van de gaven; de gemeente sloot zich er meteen bij aan – de uitverkorenen van die dag – en toen doofde het uit; men ging er regelrecht uit vandaan naar het denominatiedom en men ging er uit, met de rest van hen – zij allen gingen over de gehele linie regelrecht terug.

35 Nu, maar u bemerkt dat als de mensen beginnen te proberen zich te voegen naar het Woord, dat er rechtstreeks een nieuwe boodschap van het Woord van God naar de mensen komt. Dat hield die boodschap telkens in het spoor. Het is alleen door God dat wij dat hebben.

     Wij hebben gezinnen. Elk gezin hier is daarmee bekend. Soms zal alles jarenlang fijn voor u gaan. Dan treft u plotseling een periode, waarvan we hier in het Zuiden vaak zeggen: "Wanneer het regent, giet het", en alles gaat verkeerd. U gaat door een donkere nacht. Nu eens komt er een dageraad; dan weer een nacht. Alles verloopt in samenhang en continuïteit.

36 De profeet Paulus zegt hier dat een vrouw niet kan hertrouwen tenzij haar eerste man dood is. Ze kan niet hertrouwen zolang haar eerste man leeft. Onder geen enkele voorwaarde. Ze moet ongetrouwd blijven zolang haar eerste man leeft. En als ze zo'n zonde toch zou doen, zal ze een overspeelster genoemd worden... (Ik spreek van het natuurlijke nu, om het geestelijke uit te beelden.) Indien deze vrouw zo'n zonde zou begaan, dan wordt ze gekenmerkt als een overspeelster indien ze twee levende mannen tegelijkertijd heeft. Daarom heeft ze door dit te doen, haar rechten op God en de hemel verbeurd, door zo te doen – dat heeft ze zeker. Ze is een verstotene uit de huishouding van God, volgens de Schrift die ik juist heb gelezen.

37 Zo is het ook met de gemeente, als zij probeert geloofsbelijdenis en denominatie te vermengen met het Woord van God. Ze kan niet getrouwd zijn met een denominatie, èn tegelijkertijd de bruid van Christus zijn. Ze behoort dood te zijn voor de één of voor de ander. De wet zegt het zo, hier. Er is een overvloed aan wetten in Gods Woord en dat is Zijn wet. Paulus spreekt hier over hetzelfde. Ze kan niet getrouwd zijn met een kerk met een wereldlijke geloofsbelijdenis, en de bruid van Christus zijn, omdat het één in strijd is met het ander.

38 Nu herinner u, u zegt: "Wel, we geloven dit, maar dat geloven we niet." Indien u getrouwd bent met Christus, Christus is het Woord van God. In Johannes het eerste hoofdstuk werd gezegd: "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God." "En het Woord werd vlees gemaakt en woonde onder ons." Christus was het levende Woord. Hij was altijd het Woord; Hij is nog steeds het Woord; Hij zal altijd het Woord zijn.

39 Hij was alleen de openbaring van de attributen van God, want Hij was de Zoon van God, en elke zoon is de attributen van zijn vader. Precies zoals u in de genen van uw vader was, in het lichaam van uw vader. Toen hij nog een jonge man was, was u in hem, maar toch kon u geen gemeenschap met hem hebben, omdat hij u niet kende. Maar toen, door de voedingsbodem van een moeder, werd u voortgebracht in de aarde en werd u in het beeld van uw vader. Toen kon hij gemeenschap met u hebben. En zo was u zonen van God en dochters van God, voor er zelfs een maan, ster, of molecuul was, was u zonen en dochters van God. Want u bent slechts de lichamelijke manifestaties van de attributen, die in den beginne in God waren. Want er is slechts één vorm van eeuwig leven en dat was u voordat... u weet er niets van; evenmin wist u het toen u in uw aardse vader was. Maar u bent gemanifesteerd in Zijn beeld – u bent gemaakt in het beeld van God en u werd gemanifesteerd voor de heerlijkheid en de gemeenschap van God.

40 Daarom, zo zeker als uw genen in uw vader moesten zijn voor uw natuurlijke geboorte, moesten uw geestelijke genen in God zijn, omdat u een uitdrukking bent van de eigenschappen van Zijn gedachten van voor de grondlegging van de wereld. U kunt er op geen enkele wijze omheen. Dat is juist.

41 Nu, we bemerken: dan is dat leven, Gods leven in u, sinds de grondlegging van de wereld. Nu, u kunt denominatie-geloofsbelijdenis niet mengen met het Woord, omdat ze zo tegenstrijdig zijn met elkaar. Dat is precies wat Satan probeerde te doen bij Eva met zijn intellectuele opvattingen. Hij zei... hij gaf toe dat God het zei, maar hij zei: "Gij zult voorzeker niet sterven." Ziet u? Zij geloofde dat en dat is wat de geloofsbelijdenis vanavond heeft gedaan. De denominaties hebben de mensen van het Woord van God gescheiden. Zei Jezus niet toen Hij kwam: "Gij hebt het Woord Gods van kracht beroofd terwille van uw overlevering?" En door onze geloofsbelijdenissen hebben we de gemeenschap met de Heilige Geest, om het Woord van God dat was toebedeeld aan deze generatie te zalven, verstoord. We hebben de mensen zo door denominaties gescheiden dat zij geen kans krijgen om het te zien. God voegt aan elke generatie een nieuw deel van Zijn Boek toe. Het gaat allemaal samen, zoals mijn lichaam werd gebouwd. Mij werd verteld dat het begon in de ruggegraat, maar het was niet uitsluitend ruggegraat. Het ging van daar over in ribben en longen, naar handen en armen en voeten enzovoort tot het de persoon werd, die ik ben.

42 En zo werd God gemanifesteerd in den beginne. En tenslotte was Hij... Hij verscheen als Jehova, God de Vader. Toen verscheen Hij als God, de Zoon, in Jezus Christus. Nu verschijnt Hij als God, de Heilige Geest. Steeds dezelfde God. Drie manifestaties van dezelfde God.

43 Nu, we ontdekken hier dat God vanaf de beginne aan elke generatie Zijn Woord heeft toebedeeld, precies zoals de evolutie kwam; precies zo. Het eerste wat God schiep was waarschijnlijk... laten we zeggen dat Hij eerst de plantenwereld schiep; vervolgens schiep Hij dierlijk leven; toen schiep Hij vervolgens menselijk leven – een soort van evolutie, steeds hoger opklimmend.

44 Zo is het geweest in God in de gemeente: rechtvaardiging onder Luther, (Dat is Zijn bruid eruit trekken, nu; Hij is bezig Zijn bruid te scheppen.) rechtvaardiging onder Luther, heiliging onder Wesley enzovoort. Ziet u? De evolutie van de Geest die meer en meer gegeven wordt, omdat het Lichaam gebouwd wordt, komend tot het Hoofd, wat Christus is – het lichaam van Christus.

45 Nu, zij, als vrouw, kan als zij getrouwd is met Christus, het Woord, niet tegelijkertijd getrouwd zijn met een kerk-denominatie, want zij wordt er door gebonden. Zij kan niet tegelijkertijd leven met beide echtgenoten. Zij zijn strijdig met elkaar. De één is door God gezonden, de ander is door mensen gemaakt. Dus zijn ze in strijd met elkaar. Hij zei: "Het blijve: God waarachtig en ieder mens leugenachtig." God heeft dat gezegd. Het is precies zo in strijd met elkaar als de wet het is met de genade – zoals Paulus er hier van spreekt.

46 De één moet dood zijn om de ander te kunnen hebben. Indien ze probeert hen te vermengen, zal ze een overspeelster genoemd worden. O, denkt u dat eens in, New York, Arizona, over het land, bedenk dat. God zei, dat indien zij probeert met twee terzelfdertijd getrouwd te zijn, zij een overspeelster zal worden genoemd. Welke overspeelster kan de hemel binnengaan? Zou God een overspeelster trouwen? Zeker niet. Hij vroeg ons het niet te doen. Zij zal een overspeelster genoemd worden.

     Dan haar kinderen; als zij een overspeelster is, zijn haar kinderen buitenechtelijk. Onwettig. Buitenechtelijk van wat? Niet voor de kerk, maar voor het Woord. Zij is onwettig.

47 Wat een beeld van Openbaring 3 hier, van het Laodicéa-tijdperk van de laatste dag. Wat een onwettige groep. Wat een denominatie-verwarring – lauw. Ze gaan tekeer, noemen zich Christenen en ontkennen het Woord van God; ze hebben een vorm van Godsvrucht, maar ontkennen de kracht ervan – zoals de profeet zei dat het zou zijn.

     Huwelijk is de oudste instelling in de wereld. Huwelijk werd voor het eerst voltrokken en ingesteld in de Hof van Eden.

48 Aan een vrouw zijn bepaalde hoedanigheden toevertrouwd, die zij niet moet ontwijden. Een vrouw is dat toevertrouwd. Er is geen ander schepsel op de aarde zoals een vrouw. Er is geen vrouwtjeshond, er is geen vrouwtje van welke soort ook, waaraan een karakter is toevertrouwd zoals dat bij de vrouw is. Er was zelfs geen vrouw bij het begin van de schepping, omdat God wist dat ze zou vallen. Alle andere vrouwelijke wezens konden geen overspel plegen. Zij is de enige, die overspel kan plegen. Indien ze was gemaakt als het oorspronkelijke, dan zou dat niet complimenteus geweest zijn voor Gods grote wijsheid. Ziet u, zij werd als bij-produkt van de man gemaakt; maar omdat zij uit die zijde werd genomen, is haar ook door God een geheiligde opdracht gegeven voor verlossing. Zij heeft eigenschappen gekregen, die zij niet moet ontheiligen. Indien zij ze zou bederven, is zij voor haar leven lang bedorven. Ongeacht hoeveel haar wordt vergeven, kan zij niet worden gerechtvaardigd. Ik zal dat in een ogenblik aanroeren. Ik heb over een paar ogenblikken daarover een Schriftgedeelte. Zij kan worden vergeven voor haar schending ervan, maar ze kan niet worden gerechtvaardigd in dit leven. Het zal haar altijd bijblijven. Merk op, nu, dit is haar gegeven. Het mag haar vergeven worden, maar ze wordt niet gerechtvaardigd.

49 Haar lichaam wordt aan haar gegeven als een geheiligd pand van God. Geen vrouwelijke hond, geen vogel, geen ander dier, geen ander schepsel is daar aan gelijk; nee. Zij is de enige. Daardoor is zij... De reden dat zij zo geheiligd is, is dat zij leven voort moet brengen op de aarde. Haar lichaam is een zaaibed van leven. Daarom is dat de reden dat haar dit tweede pand wordt gegeven.

     Nu, hiermee kunnen velen van u, theologen, het misschien niet eens zijn. Dat overspel in den beginne, dat is wat het hele menselijke ras verontreinigde. Haar zaaibed werd bedorven. Zij bracht deze tweelingen voort, Kaïn en Abel. Eén handeling – twee kinderen. Onderzoek de Schriften.

50 Let op, we ontdekken nu dat haar lichaam een zaaibed is, en daarom is het een geheiligd pand dat niet ontwijd mag worden.

     Nu, ik spreek hierover om u door een illustratie te tonen waar de gemeente staat. Ik spreek niet over u, vrouwen; wat u ook bent, dat is tussen u en God, maar ik spreek over de gemeente en Christus.

51 Nu, dit pand wordt haar gegeven om leven voort te brengen, wat alleen God Zelf kan geven. Haar man mag misschien de kiemdrager zijn, maar God moet het leven voortbrengen. Dat is juist, al het leven moet komen van God. Elk leven moet komen van God. Het wordt verdraaid, dat is wat het zondig maakt, maar leven moet van God komen. Hij is de Auteur van leven.

52 Ze heeft een geheiligd pand... Eerst wil ik hier drie dingen noemen waar ze niet bij vandaan moet gaan. Nu, terwijl ik spreek: houd de gemeente in gedachten, terwijl ik dit spreek als tot de natuurlijke vrouw, zoals Paulus het hier doet, in Romeinen hoofdstuk 7. Zij heeft een geheiligd pand van deugd dat haar is toevertrouwd door haar Here – een bepaalde deugd. Niemand anders dan een vrouw bezit dat. Dat is juist. Dat is haar door God toevertrouwd. Zij moet die deugd niet bezoedelen. Zelfs als zij maar iets verkeerd doet, moet zij dat belijden aan haar man, voordat hij haar neemt en het in orde maken. Precies zoals de gemeente, die getrouwd was met de wet, ook voor Christus moet komen, vóór het tweede huwelijk – zij moet dat belijden. Als zij dat niet doet en zij zou al tien jaar lang met haar man leven en het dan pas belijden, dan heeft hij het recht om haar weg te zenden en een andere vrouw te trouwen. Dat is de Schrift. Ontucht is onrein leven.

53 "Jozef, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de Heilige Geest." Hij was van plan haar heimelijk weg te sturen, ziet u, nadat hij reeds met haar verloofd was. Als u verloofd bent met haar, bent u, wat God betreft, met haar getrouwd.

54 Let op, nu, zij heeft een geheiligd pand van deugd dat haar is gegeven, haar is toevertrouwd door de Heer. God gaf haar die deugd. Precies zoals het was in de Hof van Eden – zij kan 'ja' of 'nee' zeggen. Zij heeft een geheiligd pand van vrouwelijkheid dat haar is toevertrouwd en dat zij niet moet breken. Het vrouwzijn waar ik hier van spreek, is haar gedrag, haar hoedanigheid betreffende de man. Niet elke man laten... Kijk naar deze films en zie hoe die filmsterren die vrouwen kussen en sentimenteel rondhangen bij deze vrouwen. Een vrouw die dat doet is van een slecht karakter. Ze mag verder deugdzaam zijn, maar, ziet u, in haar hart... die klieren, sex-klieren zijn in de lippen; een man die een vrouw kust, heeft in werkelijkheid, potentieel, overspel bedreven.

55 De sex-klieren zijn in de lippen van de vrouw en in de lippen van de man. Hij kan haar op de hand kussen, dat zal de sex-klieren niet doen vermengen, maar de sex-klieren zijn in de lippen. En zie al deze nonsens van Hollywood vandaag, al dat sentimentele gedoe en verliefd doen met die vrouwen enzovoorts, en kleine meisjes kijken naar dat alles. Geen wonder dat onze moraal verrot, bedorven en smerig is! Omdat het de kinderen wordt voorgezet. Dat is juist. Op die wijze moet het zijn gedurende de laatste dagen.

56 Nu, houd de gemeente in gedachten. Zij is kussend en sentimenteel aan het doen en vermengt zich met van alles behalve met het Woord. Ze laat de duivel door opvoeding en wetenschappelijke onderzoekingen enzovoort, binnen, terwijl wetenschappelijke studie en dat alles absoluut tegen God is!

     Het hele systeem van beschaving dat we nu hebben is absoluut antichristelijk; het opvoedingssysteem is antichristelijk; beschaving is antichristelijk. Het is tegen God. U zegt: tegen de beschaving? God zal een dezer dagen een beschaving hebben waar niets wat dood is mee verbonden zal zijn.

57 Deze moderne beschaving kwam van Satan. Ik zal dat, uit de Bijbel, aan u bewijzen, vanavond, zo de Here wil. Al deze dingen zijn van Satan. In onze nieuwe beschaving zal hier niets van voorkomen.

58 Zij heeft deze geheiligde vrouwelijkheid. Geen wonder dat mannen zich ten opzichte van de vrouwen gedragen op de wijze zoals zij het nu doen. Dat komt omdat de vrouwen zich ten opzichte van de man gedragen op de wijze zoals zij het doen. Zij beeldt zichzelf hier uit buiten op straat, met een zeer nauwsluitend, kort broekje aan en met mannenkleding aan en dat soort dingen. Zo kronkelt ze voort. Geen wonder dat wat zij zegt... Zij kan zo deugdzaam zijn voor haar man als ze maar kan zijn, maar in Gods ogen is ze een overspeelster. "Wie een vrouw aanziet om haar te begeren heeft in zijn hart reeds overspel gepleegd met haar." Zij bood zichzelf aan om dat te worden. Dat is precies wat de gemeente heeft gedaan met de wereld.

     Bemerk, aan haar wordt geheiligde deugd toevertrouwd, geheiligde vrouwelijkheid, en vervolgens geheiligd moederschap om haar man te eren.

59 Kijk gewoon vandaag. In bepaalde steden, in vele steden, heeft men grote feesten, wat de "society" wordt genoemd – waarbij ook kerkleden zijn; ze zetten daar hun hoeden op de vloer, worden allemaal dronken en werpen er hun sleutels in; elke vrouw neemt een sleutel uit die hoed van de man met wie zij tijdens het weekend zal leven. Allerlei zulk soort feestjes die... Ik heb hier zoveel te zeggen, zo de Heer wil, dat ik geen tijd heb om er op in te gaan. Zulke smerigheid!

     En de kerk is even slecht. Dat is juist. Ze pleegt overal overspel mee; ze behoort zich niet te bemoeien met... Zij behoorde bij het Woord te blijven.

     Gebouwen zijn goed; ziekenhuizen zijn goed. Al deze andere dingen zijn goed. Onderwijsprogramma's, dat is allemaal goed. Wij moeten hier leven; wij moeten lezen, schrijven; dat behoort bij de samenleving.

60 Bijvoorbeeld, in den beginne waren wij gewoon geen kleren te dragen. (Ik wil daar later over spreken deze week, zo de Here wil.) We moeten kleren dragen, omdat God ons kleren gaf; maar in den beginne hadden we ze niet nodig – wij waren gesluierd. Nu is zij gesluierd voor haar zonden. Zij weet zelfs niet eens dat zij zondigt. Nu is zij gesluierd door de duivel, maar toen werd zij gesluierd door God – dat is het verschil.

     Nu, we ontdekken dat haar dit geheiligde pand van vrouwelijkheid is gegeven, dat zij niet moet breken. Ze moet handelen volgens haar karakter, haar kinderen opvoeden; eerzaam zijn ten opzichte van haar man. Vandaag aan de dag besteden ze daar nog minder aandacht aan dan aan iets anders in de wereld.

61 U moest soms eens op mijn kantoor zitten en de mannen hun vrouwen zien binnen brengen wanneer ze proberen in het reine te komen met God en opbiechten over al de mannen met wie ze leefden enzovoort, sinds ze waren getrouwd. "O," zegt u, "dat..." Nee, dat zijn Pinkstermensen. De anderen zullen niet komen. Dus, het is... Ik spreek ervan hoe het af kan glijden! Wanneer de gemeente vermengd raakt met de wereld en al de modes en de dingen die we hebben. Wij lijken niet meer op het oorspronkelijke Pinksteren dan de dag lijkt op de nacht. Wij zijn afgedreven in een of andere donkere chaos, ergens verdwaald.

62 Wat een geheiligd pand! Wat een verantwoordelijkheid voor een vrouw! Ziet u nu waarom zij een type van de gemeente is; deze heeft dezelfde verantwoordelijkheid. Zoals een vrouw een geheiligde verantwoordelijkheid heeft voor haar moederschap, ten opzichte van haar deugden, ten opzichte van haar man, zo heeft de gemeente de geheiligde verantwoordelijkheid ten opzichte van gebed, en ten opzichte van het Woord, en ten opzichte van Christus; precies zoals een vrouw dat heeft! En zoals een vrouw er vandoor gaat met een andere man, zo loopt de gemeente weg met deze institutionele programma's, bouwprogramma's, scholen enzovoorts. Ik heb daar niets op tegen. Ze zijn goed. Zij dienen hun doel. Maar ze zijn niet... Jezus zei nooit: "Ga heen en bouw scholen." Hij zei: "Predik het Woord!" Dat is wat zij verwaarlozen.

63 Niet het maken van instellingen, ziekenhuizen enzovoorts. Deze zijn allemaal goed. Maar dat is niet de plicht van de gemeente. Haar plicht is het Evangelie te prediken. Maar wij hebben al het andere gedaan behalve dat en we zijn erin meegevoerd, precies zoals Satan deed. Hij vermengde het met een of ander evangelie, iets anders en nog wat anders, tot het een opeenhoping is geworden van niets. Verderf! Zelfs onze wereld, de hele wereld, wil de trend van de wereld.

64 Toen ik hier niet lang geleden in Reader's Digest las dat jonge meisjes door de menopauze gaan en dat de mannen het keerpunt van het leven hebben tussen de twintig en vijfentwintig jaar – dan gaan ze al door de middelbare leeftijd. Verderf! Waarom? Omdat het wetenschappelijk onderzoek van voedsel en stoffen afgeweken is van de natuurlijke dingen die wij in onze lichamen zouden moeten stoppen. We zijn niets anders dan een hoop stervende ontbinding.

65 Nu, dat is met de gemeente evenzo. Ze is in dezelfde toestand. Zij is een type. Zij heeft dezelfde kostbare deugden, die door de Geest aan haar gegeven zijn om de Geest en het Woord te bewaren en om nooit overspel te plegen met iets van de wereld of wat anders, zij moet maagdelijk blijven ten opzichte van het Woord, zoals een vrouw deugdzaam moet blijven ten opzichte van haar man. Het is een geheiligd pand. Zij moet het Woord van haar Heer eren boven elke mensen-gemaakte geloofsbelijdenis, wijsheid, of denominatie die er maar is. De gemeente is dat pand toevertrouwd. Zij zeggen: "Wel, mijn kerk..." Het kan me niet schelen waarin uw kerk gelooft. Indien dat in strijd is met het Woord van God, blijf er dan vandaan. De Bijbel zegt: "Jezus Christus is Dezelfde, gisteren, heden en tot in alle eeuwigheid." Markus 16 zei: "Deze tekenen zullen hen volgen, die geloven." Als de kerk daarvan afwijkend predikt, gaat u niet – u sterft eraan. Wordt wederomgeboren in het Woord van God. "Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het Evangelie aan de ganse schepping." Dat is hoe ver het zou moeten gaan. "Deze tekenen zullen hen volgen die geloven en heel de wereld en elk schepsel dat zal geloven." Ziet u hoe we er van weg zijn geraakt? Zeker, maar zij is er verantwoordelijk voor.

66 Maar kijk hoe nu Hollywood de deugdzame zaken heeft weggenomen van onze vrouwen. Ik zat hier te kijken naar die dierbare oude vrouw, zuster Schrader. Velen van de vrouwen hier achter – zoals zuster Moore daar – de oudere vrouwen, kunnen zich herinneren hoe het enkele jaren geleden was. Indien hun moeder of zelfs zijzelf daar buiten op de straat zouden hebben gelopen, zoals sommigen van deze hedendaagse vrouwen doen, (kerkleden!) dan zou men de vrouw hebben opgesloten omdat ze krankzinnig was. Ze had vergeten haar rok aan te trekken!

67 Wel, als het destijds krankzinnig was, is het nu ook krankzinnig! Ziet u, de hele wereld bewijst dat het krankzinnig is. Kijk naar de moorden en dergelijke die nu in de wereld gebeuren – krankzinnig! De hele zaak draait erop uit dat Openbaringen wordt vervuld – we gaan er misschien deze week op in – waar deze afschuwelijke dingen... dat zijn geen natuurlijke; dat zijn geestelijke zaken die maken dat de mensen zullen schreeuwen tot de rotsen en de bergen en al het andere: Val op ons.

68 De complete, totale krankzinnigheid waar deze wereld rechtstreeks in zal gaan! Het is nu bijna zover. U kunt er de voetstappen van zien. Daar is het. Het marcheert daar op straat, regelrecht de kerkbank in – totale krankzinnigheid. Ze doen dingen waar een beschaafd menselijk wezen niet aan zou denken.

69 Zie wat Hollywood heeft gedaan met de vrouw. Kijk hoe het de geheiligde deugden van de vrouw heeft weggeroofd. We zouden zo maar door kunnen gaan. Ziet u, dit alles heeft ze verloren. Hoe heeft ze het verloren? Omdat er een listig werktuig was, de kerk genaamd, zoals er daar een was in de Hof van Eden. Een listig persoon, de duivel, wandelde de kerk binnen, precies zoals hij deed in de Hof van Eden en hij verleidde haar er toe. Zij is verleid. De vrouw wil niet verkeerd zijn. Eva wilde niet verkeerd zijn. Eva wilde niet verkeerd doen. Het was niet opzettelijk. Maar de Bijbel zei in 2 Timotheüs 3 dat zij werd verleid. En als u verleid wordt, doet u het niet met opzet; u wordt verleid om het te doen.

70 En dat is nu precies wat er vandaag is gebeurd. Zij werd verleid door televisie, door tijdschriften, door deze mensen, door al deze schoonheden die de straat opgaan. Moderne meisjes kijken naar tijdschriften en kijken naar de film, ze kijken naar hen die op straat lopen; ze zien de kleding in de winkel. Hoe is Satan, dat grote instrument der hel, neergekomen onder de mensen om ze tot deze dingen te verleiden. En de vrouw denkt dat ze in orde is. Ze is dood en ze weet het niet. Zij is ver van God. Ziet u, hoe zij dit alles heeft verloren en hoe listig het gebeurde?

71 Ik wil dat u opmerkt, dat Jezus eveneens over de tegenwoordige tijd heeft gesproken, als u het zou willen lezen. Jezus vermeldde dat dit zou plaatsvinden. Wist u dat? In Zijn laatste uren, juist voor Zijn kruisiging. Laten we het even lezen in Lukas 23, een ogenblikje maar, zoals bij een Bijbelstudieles, te beginnen bij het 27e vers. Ik geloof dat ik het hier aangestreept heb, waar Jezus naar Golgotha gaat. Luister, terwijl ik het lees. Goed, Lukas 23:27; ik heb het hier, geloof ik. Het staat zo in mijn aantekeningen. Ja, hier is het.

     En een grote menigte van volk en van vrouwen volgde Hem, die ook weenden en Hem beklaagden.

     En Jezus, Zich tot hen kerende, zeide: Gij dochters van Jeruzalem! weent niet over Mij, maar weent over uzelf, en over uw kinderen.

     Want ziet, er komen dagen, waarin men zeggen zal: Zalig zijn de onvruchtbaren, en de buiken, die niet gebaard hebben, en de borsten die niet gezoogd hebben. (Denk aan vandaag, de schande voor haar om een kind te hebben. Ziet u?)

     Alsdan zullen zij beginnen te zeggen tot de bergen: Valt op ons; en tot de heuvels: Bedekt ons.

     Want indien zij dit doen aan het groene hout, wat zal aan het dorre geschieden?

72 Hij spreekt van de tijd dat de vrouwen geen kinderen meer zouden willen. Ze willen een hond of een kat of zoiets dergelijks, maar ze willen geen kinderen meer. Waarom? Ze is een oude Moeder de Gans als ze een kind heeft. Ziet u? Ze wil dat niet... dat zijn de opmerkingen van Hollywood. Ze willen niet dat een vrouw een oude Moeder de Gans is. Dus zal zij of hij een of andere operatie aan zich laten uitvoeren, zodat ze geen kinderen meer kunnen krijgen. Zij willen helemaal geen kinderen!

     Jezus sprak daarvan en wat zei Hij? "In die tijd zullen zij beginnen te roepen tot de rotsen en de bergen: Valt op ons."

     Zij zal geboorteregeling toepassen zodat ze naar feestjes kan gaan. Zij kan niet worden gehinderd door een baby die ze de borst moet geven. Het zal haar misvormen. Wanneer ze zwanger is, zal het haar misvormen. Ze zou er dan niet meer uitzien zoals ze dat vroeger deed. En haar man is onnozel genoeg om haar zo haar gang te laten gaan. Zij wil hem geen kind geven.

73 Jezus sprak daarvan en Hij zei dat wanneer zij dit zouden doen, in die tijd: "Zij weer zullen schreeuwen tot de rotsen om op hen te vallen." Het is het komen van de Here. Ze betalen grote geldsommen voor katten en honden, om die te bemoederen. Dat is juist. Zij moet iets bemoederen, omdat het een door God gegeven natuur in haar is.

74 Ik merkte dat op, want ik jaag op groot wild. Wanneer een oude berin in de herfst van het jaar is bevrucht door de mannelijke beer, worden er jongen geboren; het zijn tamelijk flinke welpen, ze wegen misschien een honderd pond of meer. Ze zal ze weg laten gaan en ze zèlf laten overwinteren, omdat zij weer een paar welpen zal voortbrengen. Zij worden geboren in februari. De beer weet daar niets over. Zij worden geboren in een kleine zak. Hoe God hen deze kleine zakken zelf laat openen (het ziet er uit als kleine cellofaanzakjes). En zij vinden hun weg daar in het rond, terwijl hun moeder vast in slaap is. Ze heeft niets gegeten sinds oktober en nu is het februari. De welpen komen naar haar toe en zogen bij haar tot midden mei. Wanneer ze dan haar jongen ziet, zijn het behoorlijk flinke welpen die misschien ieder tien tot vijftien pond wegen. Ze zoogden bij haar. Hoe ze haar melk krijgt – dat weet God. Ze leeft zelf en produceert melk voor haar welpen. Als haar bevruchting echter niet doorgaat en ze helemaal geen welpen heeft, zal ze de welpen van het vorig jaar opsporen en hen de hele zomer lang bemoederen, omdat het een van God gegeven instinct is. Zij moet iets bemoederen.

75 En indien een vrouw geen baby wil hebben van haar man, zal zij een hond of een kat of zoiets nemen! Zij moet iets bemoederen. Het is haar natuur. Maar een kind te baren voor haar man en het op te voeden in de dienst van God, dat valt volkomen buiten haar gedragslijn. Als ze dat zou doen, zou ze zo in ongenade vallen bij haar zonde-minnende wereld van deze vrouwen, anno 1965.

76 Een waar beeld van een hedendaagse, moderne kerk. Evenmin wenst de moderne kerk enige van deze schreeuwende en jubelende, in tongen sprekende, Handelingen 2:38 jongelingen om haar heen. Ze wil geen van hen. Roepend en schreeuwend en gillend: "Amen! Halleluja!" Wel, zo'n kind zou onmiddellijk uit haar denominatie gezet worden. Zij hadden er zo eentje in een van de kerken, maar ze gooiden haar er heel gauw uit. "Waarom laat u dat soort onzin doorgaan?"

77 Dus, u ziet dat zij met iets is bevrucht, omdat zij heel de tijd leden voortbrengt. Maar zij wil niets van dat geschreeuw, geroep en gebrabbel van Handelingen 2:38. Zij denkt dat ze armzalige schepsels zijn. Het zou haar zeker in verlegenheid brengen. Het zou haar en haar ontwikkelde, ethische, wetenschappelijke, kerkelijke gemeente waartoe ze behoort, ruïneren. Ze zouden haar er bij de volgende kerkeraadsvergadering uitgooien. Zij kan het niet hebben. Daarom wil zij niet bevrucht worden met het Woord, omdat dat de enige soort is, welke het Woord kan voortbrengen!

78 Geboren uit de Geest van God, heeft het de Geest van God in zich. Niet intellectueel, kerk-toetredend, op geloofsbelijdenissen voortgaand, kort geknipt haar, met beschilderde gezichten – er bestaat niet zoiets in ons Woord. U vindt dat niet in het Woord van God. U vindt een ouderwets, geheiligd, met de Heilige Geest vervuld kind, geboren uit de Geest van God, schreeuwend, roepend, jubelend en God prijzend. Dat is totaal buiten haar bereik. Zij wil dat niet. O, nee. Zeker niet.

     Wat doet zij dan? Zij brengt een stel met het gezicht geverfde, korte broeken dragende, tot de Izebel-gemeenschap behorende, buitenechtelijke, 'katten' voort, zoals men ze noemt, geloof ik. Ik geloof dat men ze 'cats' noemt. "Kijk die kat eens die daar gaat", zeggen ze, of zoiets dergelijks, weet u. Ze werd geboren of is gehuwd of heeft zich verbonden met haar eerste man, de eerste Adam, door de overspelige vrouw Eva, Adams eerste vrouw. U zegt: "Overspeelster?" Dat was zij zeker. Maar, o, zij beweerde dat deze Adam – deze eerste Adam dood is. "O zeker, hij stierf lang geleden. Ik ben wedergeboren", zegt ze, "en ik ben waarlijk gehuwd met de tweede Adam – Christus, het Woord."

     Nu, let op hetgeen ze liefheeft. Let op haar minnaar. Wilt u zien wie zij liefheeft? Het Woord zegt dit. "Maar," zegt zij, "mijn kerk zegt dat." Op wie is ze dan verliefd? Wie is haar man? Haar eigen vruchten bewijzen wat zij is. Dat is precies juist – die tonen wat ze is.

79 Merk op, zij werd eerst geboren aan Adam, omdat dat haar natuurlijke geboorte is, ziet u, en zij heeft die nooit verlaten. Dat is een liefhebber van de wereld. Zij beweert dat zij de tweede keer aan Christus geboren is. Maar merk op, dat haar minnaar toch nog Adam is, omdat zij de wereld liefheeft.

80 En nog iets, let op wat voor soort kinderen ze baart. Dat vertelt wie hun papa is; of het de eerste Adam was of de tweede Adam. Indien de gemeente een kind van de tweede Adam kan baren, heeft hij de wijze van handelen van de tweede Adam, zoals zij het deden op de dag van Pinksteren. Dat zijn de werkelijke, ware kinderen van de tweede Adam. Ziet u? Dat is juist. Hun natuur is gelijk aan de zijne of aan de hare. Jazeker. Haar dochters: beschilderde gezichten, het haar afgeknipt, mannenkleren dragend – lange broeken. De Bijbel zegt haar dat niet te doen. Zij knipt haar haar af. Het is een schande voor haar. U zegt: "Houd daar toch over op." Dat is wat het Woord zei. Ik wijs u slechts op de natuur. Dat is wat ze doet.

81 Haar zonen die uit haar geboren zijn, vertrouwen op onderwijs, scholing, op een paar zogenaamde Bijbelscholen, een of ander groot college dat verondersteld wordt lang geleden... Ze broeden daar een soort couveusekindjes uit – denominatiezoekers, religieuze Kaïnieten; even buitenechtelijk ten opzichte van het Woord als Kaïn was! Precies even onwettig als Kaïn was! Denominatiezoekers – ziet u wat het betekent?

82 God organiseerde nooit een denominatie. Hij is er altijd tegen geweest, het Woord is er tegen. Maar zij blijven zich er aan vasthouden. Ziet u wat zij voortbrengen? Dat toont precies wie hun papa en mama zijn. Net zo onwettig als Kaïn. Dat was het soort kind dat hij Eva deed voortbrengen. Ze verlieten het Woord en ziet u wat ze toen baarde? Dat is precies wat de kerk heeft voortgebracht – het is dezelfde zaak. Ik kan het u bewijzen door het Woord. Daardoor kwam de bestudeerdheid en de beschaving – door Kaïn. Dat is precies juist. Want zij beweren zonen van God te zijn, maar zij zijn bevrucht door een denominatie, het zijn denominatieschool-geleerden, enzovoort. Dat is precies juist. Listig en knap, zo was ook de slang, hun vader! Dat is juist. Precies zulke listige en wetenschappelijke predikers als Kaïn. Het is precies hetzelfde. U zegt: "Broeder Branham, is dat waar?" Sla Genesis 4:16 op en ontdek het. Ga even een ogenblikje terug naar Genesis 4:16 en u zult ontdekken hoe dat gebeurde.

     En Kaïn ging uit van het aangezicht des HEEREN; en hij woonde in het land Nod, ten oosten van Eden.

     En Kaïn bekende zijn vrouw, en zij werd bevrucht en baarde Henoch; en hij bouwde een stad, en noemde de naam van die stad naar de naam van zijn zoon, Henoch.

     Zo doorgaand tot Tubal, doorgaand voor zij begonnen; er kwamen ontwerpers van instrumenten, van muziek enzovoorts. Beschaving kwam door Kaïn! Dat is juist – zij bouwden steden, maakten instrumenten; de wetenschapsmens kwam door Kaïn, het slangenzaad.

     Nu let op het 25e vers: "En Adam bekende weer zijn vrouw." Nu, hij had eenmaal gemeenschap met haar en zij kreeg twee kinderen. Onderzoek de Schrift. Zij kreeg Kaïn en Abel. Eén handeling en twee kinderen.

83 Zij vertelden me niet lang geleden, dat dat niet kon gebeuren. Wij hebben juist een geval gehad in Hollywood. We hebben pas nog een geval gehad in Tucson, voor de rechtbank. Een vrouw baarde een gekleurd kind en een blank kind tegelijkertijd. Men zei, dat ze het niet kon doen. Ze kan echter ook twee vruchtbare eitjes hebben. Het is nu pas voor de rechtbank geweest. Ik weet dat honden het doen. Dieren doen het. En zij had het daar gedaan. De blanke zei: "Ik zal mijn eigen kind onderhouden, maar hem niet." En de vrouw legde de bekentenis af dat ze 's morgens met haar man had geleefd en 's middags met de kleurling. De dokter zei: "Wanneer het binnen het tijdsbestek van vierentwintig uur is, zal het kunnen voorkomen als daar nog een vruchtbaar eitje is." Dat had ze gedaan en dat is precies wat hier gebeurde. Kaïn, Satan, de slang, die morgen en Adam die middag toen... ze kreeg twee kinderen.

84 Nu,

     Adam bekende weer zijn vrouw, (de tweede keer) en zij baarde een zoon,... (Bedenk dat er nergens in de Bijbel gezegd wordt dat Kaïn Adams zoon was. Er staat dat hij "uit de boze" was. [1 Joh. 3:12] Niet uit Adam, maar uit de duivel.)

     ...Bekende weer... (de tweede keer) en zij baarde een zoon en zij noemde zijn naam Seth; Want God heeft mij, sprak zij, (Dat was niet het werkelijke zaad) een ander zaad gezet voor Abel, want Kaïn heeft hem doodgeslagen.

     En aan deze Seth werd ook een zoon geboren, en hij noemde zijn naam Enos. Toen begon men de naam des HEEREN aan te roepen. (Niet die uit Kaïns geslachtsregister, maar uit het geslacht van Seth. Dus Kaïn is de boze. Daar komt de slang.)

85 Nu let op, de Bijbel zegt hier duidelijk dat haar eerste man dood moet zijn. Niet slechts van hem gescheiden, maar hij moet dood zijn. Nu, ik heb juist de prediking over huwelijk en echtscheiding beëindigd en u weet daar allemaal van. Ik spreek nu niet alleen tot deze samenkomst hier, maar over het hele land. Goed nu, u ziet wat daar in huwelijk en echtscheiding gebeurde. Toen de Zeven Zegels werden geopend, bracht dat de echte Waarheid ervan naar voren.

86 Dus, om getrouwd te zijn met de tweede Adam, Christus het Woord, moet u uzelf afscheiden door de dood van uw eerste denominatie-man, omdat er niet één is, die heel Gods Woord kan aannemen. Toon mij slechts waar die ene zou zijn. "O", zegt u, "de mijne." Die andere man zegt ook dat het de zijne is. Doe ze bij elkaar en u ontdekt dat ze beide verkeerd zijn – zo gauw als u een denominatie wordt. Lees Openbaring 17.

87 U ziet, u zult dood voor die zaak moeten zijn. (Nu, ik spreek niet tot de plaatselijke samenkomst, ik spreek tot allen door het hele land.) U moet dood zijn voor uw eerste man. Indien u bent verenigd met Christus en u bent nog steeds getrouwd met een denominatie, dan bent u een overspeelster! U bent een Laodiceaan. Een kerk ergens in het land... Wij volgen Jezus Christus, het Woord. Om in de bruid te zijn, moet u hertrouwd zijn met het Woord van God, wat Christus is!

     "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond..." Zolang u vasthoudt aan tradities van denominaties, wordt u in Gods Woord een overspeelster genoemd. Zolang u een denominationele geloofsbelijdenis-zoeker bent, behorend tot een denominatie-kerk die het Woord ontkent, bent u een overspeelster. Dat is wat de Bijbel zei. Jezus zei: "U kunt niet tegelijkertijd twee goden dienen. U dient of God of mammon." Mammon is de wereld. "Zo iemand de wereld liefheeft, of de dingen van de wereld, de liefde van God is niet in hem." Het Zaad van God kan niet in hem zijn als tegelijkertijd de liefde van de wereld daar binnen is. Wanneer het Zaad van God door u heen werkt, is dat het Woord van God. De liefde van de wereld kan niet tegelijkertijd daar binnen zijn. Hoe stemt het nu in met het korte haar en de korte broeken en de opgeschilderde gezichten? Nu, hoe staat het daarmee?

88 U kunt niet deugdzaam zijn voor Christus, het Woord van God, èn tegelijkertijd een door mensen gemaakte denominatie dienen. Het is in tegenspraak met het Woord. Paulus zei het hier. Waar ergens? In Romeinen 7.

     Evenmin kunt gij zonen Gods van Zijn Woord baren door deze onwettige denominatie-groep. U kunt het niet. In uw broedmachine kunt u geen Woord-zoon van God voortbrengen – ik spreek tot de kerk – maar toch beweert u erg religieus te zijn. Dat was Kaïn ook, de zoon van de prostituée Eva – erg religieus – hij bouwde altaren, gaf zijn offers, betaalde zijn tienden, hij deed alles wat elk ander godsdienstig mens zou doen; maar hij bleef in gebreke dat Woord te houden! Hij bleef in gebreke de openbaring te ontvangen. En de openbaring is het enige – de openbaring van het Woord.

89 Wat is een openbaring? Jezus zei: "Op deze rots zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel kunnen haar niet overweldigen." Geloof is een openbaring, omdat geloof aan u is geopenbaard. Abel offerde door geloof, door openbaring – geloof – God een uitnemender offer dan Kaïn.

90 Kaïn dacht dat ze appels gegeten hadden. Ze hebben nog steeds die gedachte, maar dat was het niet! – Het was overspel, het zaad van de slang. En daar, toen de Zeven Zegels werden geopend, werd het verklaard en bewezen. (Mijn boek erover is net uit. Ik geloof dat we er hier nu een duizendtal hebben.) Merk op, dat is Schriftuurlijk van Genesis tot Openbaring. In de eindtijd komen beide bomen tot het zaad en bewijzen zichzelf.

91 Hier hebben we ze nu, vandaag: Laodicéa en de bruid, zo duidelijk en mooi als het maar zijn kan in de Schrift en voor onze ogen. U kunt God niet dienen en de mammon. U kunt niet een deugdzame Bijbelgelovige Christen zijn en uzelf verenigen met een denominatie-zaak. U kunt het gewoon niet tegelijkertijd doen. Eén moet er dood zijn, om de ander te laten leven.

92 Evenmin kunt u een Woord-zoon van God baren. Noch kan de kerk hem voortbrengen. Zij willen geen van die schreeuwende kinderen, die jubelen en in tongen spreken en al die dingen. U kunt dat niet doen in een denominatie-kerk. Zij willen u niet hebben. Zij voeden hen zo niet op. Zij nemen hen aan, geven hen de hand en zeggen: "Indien u gelooft, hebt u het ontvangen." Als u uw naam maar in het boek schrijft, dat is alles wat u hoeft te doen. Ziet u, het zijn onechte kinderen ten opzichte van het Woord – ze beweren toch religieus te zijn; zo is de kerk geworden, bevrucht met Satans wijsheid en kennis. Zij zonden hun mensen naar scholen om te leren hoe ze precies juist "A-a-a-men" moeten zeggen. Ze leren hoe ze al deze dingen horen te zeggen en ze leren erg intellectueel te zijn. Wat is het? Het is de bevruchting van de duivel!

93 Waarmee bevruchtte Satan Eva? Om het Woord niet te geloven, terwille van intellectuele verstandelijkheid, dat de hele schepping ruïneerde. Dat is precies wat de gemeente nu heeft gedaan in het Woord. Ze heeft zichzelf bevrucht met Bijbelscholen en colleges en al dat soort dingen – lezen, schrijven en rekenen. Ze weten niet meer over God dan een Hottentot weet over een Egyptische nacht. Ze kennen al hun geloofsbelijdenissen, hun gebedenboeken en al dat andere, maar ze weten niets over God. Ze zouden behoren te weten wanneer het Woord wordt betuigd... Terwijl God daar vroeger heeft gesproken en Zijn Woord heeft toebedeeld aan elke generatie, als deze opkwam.

94 Hier komt Noach op, en hij predikte tot die generatie. Nu, wat indien Mozes zou zijn gekomen en gezegd had: "Laten we een ark bouwen"? Hij zou helemaal uit de lijn geweest zijn, maar hij was een profeet. Hij had de openbaring van God. God betuigde dat het het Woord was. Hij leidde de kinderen Israëls uit, en liet de Vuurkolom zien die voor hen uitging, die de profeet betuigde en die helemaal precies zei wat Hij zou doen; en dat deed hij! Ze zeiden: "Laat God niet spreken; laat Mozes spreken, opdat we niet sterven."

     Hij zei: "Ik zal niet meer tot hen spreken op die wijze, maar Ik zal hun profeten opwekken, en zij zullen spreken."

95 Daar stond Jesaja en zei: "Een maagd zal zwanger worden." Een man zoals, hij in een tijd dat... hoe zal een maagd zwanger worden? "Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en men noemt Zijn Naam: Raad, Vredevorst, Sterke God, Eeuwige Vader. Op de troon van Zijn vader David zal Hij regeren en er zal geen einde zijn aan Zijn koninkrijk." Hoe zal het gebeuren? Hij wist het niet. Hij sprak slechts wat God zei. Het gaat boven elke intellectuele verbeelding uit. Het gaat uit boven elk wetenschappelijk onderzoek. Het is het Woord van God.

96 Nu scholen wij onze seminarie-studenten met allerlei Bijbeltheologie en dat soort dingen, met mensen-gemaakte theologie. Het is een groep kerken geworden, precies zoals God zei dat Laodicéa zou zijn.

97 O, wanneer ik daar naar kijk, doet me dat huiveren. Bevrucht met intellectuele opvattingen! U moet een afgestudeerde van de H.B.S. zijn, voor u er zelfs maar toegelaten kan worden. U moet voor een psychiater verschijnen voor u kan worden aangesteld. Kunt u zich voorstellen dat Petrus, Johannes en Jacobus naar een psychiater gaan? Bedenk, die honderdtwintig daar konden zelfs hun eigen naam niet schrijven; en dan te staan voor een psychiater om te zien of hun reflex wel goed was, enzovoorts. Zij hadden wel een reflex, maar dat was geen intellectuele opvatting, of geen wetenschappelijk onderzoek; het was door de kracht van God. Wanneer deze hen trof, wisten ze niets anders te doen dan uit te voeren wat de Heilige Geest zei! Zij schonken geen enkele aandacht aan wat enige intellectueel zei, aan wat de kerk zei, en aan wat de priester zei, en aan wie dit zei en aan wie dat zei – zij werden gedreven door de Geest: mensen zonder vrees.

98 1 Johannes 2:15 zei: "Indien gij de wereld liefhebt, of de dingen van de wereld, is de liefde van God niet in u." Hoe kunt u dan bevrucht zijn met het Woord van God dat de wereld veroordeelt! Het veroordeelt Hollywood, veroordeelt al deze mode! Het veroordeelt al deze feestjes en dat gedoe en alles wat ze zogenaamd hebben onder de noemer van religie! Het veroordeelt het!

99 Hoe kan het Woord zo'n persoon bevruchten? Hoe kan een vrouw met afgeknipt haar, beschilderd gezicht en korte broekjes dragend... Hoe kan een prediker hier naar een seminarie gaan terwijl hij, als hij naar Handelingen 2:38 kijkt, ziet dat er geen persoon in de Bijbel ooit werd gedoopt in die titels en dan toch blijven zeggen, dat hij bevrucht is met het Woord van God? Hij vertelt u een leugen! Hij verkocht zijn geboorterecht. Hij heeft overspel gepleegd tegen datgene wat hij zelf zei. Hij wordt weggezonden en gescheiden.

100 God zal een deugdzame gemeente hebben, een werkelijke bruid. De Bijbel zei: "Het Woord is niet in u", dus wat voor kinderen baart u? Bevruchte denominatie-leden. Er is geen dood geweest om u te scheiden van uw eerste minnaar.

     "Wat zullen die van Jansen er wel van denken als ik ga schreeuwen en in tongen spreken? Wat zullen zij denken als ik overgedoopt wordt?" Wat een onzin. Bent u getrouwd met die van Jansen? Bent u getrouwd met de kerk? Of bent u getrouwd met Christus, het Woord? Nu, daarom baart ze nog steeds zijn kinderen.

     Wat voor soort kinderen heeft zij? Hier zijn een paar van de namen die ze hen tegenwoordig geven: Cats, Beatles, Monsters, Rickey's, Ricketta's. Cats, Beatles... dat zijn kerkleden, zeker – zonen van Kaïn, wat de zonen zijn van het listige beest – ze zijn zo glad als ze maar kunnen zijn.

101 Nu, kijk nu even aandachtig, met uw eigen geestelijk inzicht naar uw ziel. Kijk eens rond. Ik spreek nu tot ieder door het hele land. Kijk eens een paar ogenblikken, u daarginds in de Branham-tabernakel, u in de tabernakels aan de westkust en in Arizona en overal, waar u ook bent, kijk een paar ogenblikken naar uzelf. U zegt: "Die boodschap die u predikt, broeder Branham, is fout." Kijk een ogenblikje naar uzelf. Laat de Heilige Geest uw gedachten doorzoeken met het Woord. U zult instemmen met de boodschap. Laat Christus, het gezalfde Woord, uw eigen bewustzijn doorzoeken. Laat Hem bij u binnenkomen. Zie of dat juist is of niet. Dat zijn slechts één of twee dingen, terwijl er honderden van deze zijn.

102 Stemt de Bijbel in met een vrouw die haar haar afknipt? Stemt de Bijbel in met drie dopen in de Naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes? Nee, niets daarvan. Stemt de Bijbel in met een vrouw, die de kleren van een man draagt? Neem slechts die drie zaken hier, terwijl er honderden meer zijn. Onderzoek het in het licht van Gods Woord.

103 U zegt: "Ik ben een kerklid." Dat was Kaïn ook; dat was Eva ook. De Bijbel voorspelde in deze laatste dagen, dat het met Laodicéa hetzelfde zou zijn. Laat de Heilige Geest uw geweten doorzoeken en u zult instemmen met Daniël 5:12, toen de koningin binnenkwam voor Beltsazar en zei dat ze had ontdekt dat er onder hen een profeet was, Daniël, en hij was een oplosser van twijfels.

104 Laat u de Heilige Geest – Hij is de profeet van deze tijd – laat Hem nu op dit ogenblik in uw hart komen en u onderzoeken met het Woord van God en de twijfels over de boodschap zullen allemaal opgelost worden. Hij lost alle twijfels op. U zult ontdekken dat het precies naar het Woord voor deze tijd is.

105 U kunt Luthers boodschap vandaag niet prediken! Het past erin; maar dat zijn de voeten. U kunt Wesley's boodschap niet prediken! U kunt de Pinksterboodschap niet prediken! Wij staan daar volslagen buiten. Zij vormden een denominatie en ze stierven. Zij zijn de stengel. De stengel kwam op met het blad bij de begintoestand van de gemeente. Nu, dat ziet er niet zo uit als de eerste graankorrel van de tarwe die in de grond ging .

106 Het tweede wat voortkwam was het stuifmeel. Dat ziet er nog steeds niet uit als de graankorrel. Het lijkt er meer op, het komt meer overeen met het beeld van de werkelijke graankorrel. Maar de blaadjes zien er zeker nog niet uit als de graankorrel die de grond inging. Het is een drager van het leven, dat in het graan was. Maar wat deed het? Het vormde een denominatie precies als heel de andere natuur, het voegt zich erbij. Het stierf.

107 Toen ging het Leven regelrecht door naar boven de aar in. Er hangen een heleboel kleine balletjes aan. Het ziet er uit alsof er kleine graankorrels in zitten; het ziet er uit alsof het het werkelijke graan is, maar het is het niet. Dan gaat het over in het kaf en wat brengt het voort? Het kaf.

108 Nu, neemt u eens een tarwekorrel. Wanneer de tarwe voor het eerst opkomt... zoals Jezus zei: "een tarwekorrel", en u neemt die tarwe en u opent het; u trekt het van de stengel af; u kijkt er naar en u zegt: "We hebben een tarwekorrel." Wees voorzichtig. Het is precies zoals het graan, maar daarbinnen is geen graankorrel te zien. Het is de dop. Dat zijn de Pinkstermensen. Het is zelfs zo dat Mattheüs 24:24 zei: "Het zal zelfs de uitverkorenen verleiden in de laatste dagen, indien het mogelijk was." Maar u trekt er blaadje na blaadje af. U hebt helemaal geen graankorrel. De graankorrel zit helemaal achterin. En dan komt het Leven uit die denominatie en gaat in het graan.

109 Wat gebeurt er vervolgens? Wanneer de graankorrel begint te groeien en groter wordt, zodat het iets geheel kan bedekken, trekt de denominatie er van weg.

     "Waarom hebben we hieruit geen denominatie gekregen?" Er zal er nooit een zijn. Het is het graan. Het kan niet verder gaan. Wij zijn in de eindtijd.

110 Wat moet het nu doen? Liggen in de tegenwoordigheid van de zon om gerijpt te worden. Precies juist. Het Woord moet rijp worden in uw hart om dat waar we over spreken, voort te brengen en te leven. Jazeker, dan hebt u geen twijfels meer, indien u de Heilige Geest het u laat openbaren. Zoals de koningin sprak over Daniël.

     U mag zeggen: "Wat heeft dit alles te maken met Dankdag? Waar praat u over, broeder Branham? Het is nu al kwart voor negen en u hebt nog niets gezegd over Dankdag." Wat een boodschap voor die gelegenheid, voor mij! Inderdaad!

111 De pelgrim-vaders waren erg dankbaar voor hun nieuw gevonden levensweg, toen ze afgescheiden waren van die oude Engelse denominaties en geloofsbelijdenissen. Ze konden trouwen met het nieuwe, gezalfde Woord voor hun tijdperk. Dat is juist. Het nieuw, gezalfde Woord van het tijdperk voor hun dag.

     Evenzo kunnen wij dankbaar zijn, als pelgrims zoals Abraham; ons zelf afgescheiden hebbend van de dingen van de wereld en alles wat daarvan deel uitmaakt. Abraham was een pelgrim. God heeft ons afgescheiden van al de dode religies – ik spreek nu tot het hele land – al de dode geloofsbelijdenissen. Om ons waar te brengen? Hij scheidde ons af en opende voor ons een nieuw land, een nieuwe boodschap voor deze dag.

112 Pinksteren is opgedroogd en is gestorven. Net zoals Luther en Wesley en de rest van hen, het is niet meer dan een stel bij elkaar gevoegde kerken. Toch zijn er daar binnen nog die er uit moeten komen.

     Wat heeft Hij gedaan? Hij opende de Zeven Zegels van de laatste boodschap. Hebt u dat opgemerkt? De Zeven Zegels welke al de geheimenissen van de zeven gemeente tijdperken inhouden, waren verzegeld met Zeven Zegels. De hervormers hadden geen tijd om ze te openen in hun dagen. Zij leefden niet lang genoeg. Maar deze gezegende openbaring van de Zeven Zegels is geopend aan ons in deze laatste dagen, vanwege een profetie die uitging naar Arizona.

     Wat heb ik God onlangs gevraagd: "Wat doet U met mij hier buiten in de woestijn?" Wist u dat Mozes het Oude Testament schreef? Dat deed hij zeker – de eerste vier boeken geven de wetten en alles: Genesis, Exodus, Leviticus en Deuteronomium. Hij schreef het Oude Testament. En om dat te doen moest hij al zijn metgezellen en geliefden verlaten en de woestijn intrekken.

113 Paulus schreef het Nieuwe Testament. Dat is juist. Hij schreef daar Romeinen, Hebreeën, Timotheüs en de rest van de brieven. Om dat te kunnen doen, moest hij zichzelf afscheiden en moest hij gedurende drie jaar naar Arabië gaan, de woestijn in, om de openbaring van God te krijgen. U zegt: "Hoe zit het dan met Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes?" Zij waren schrijvers, die slechts opschreven wat Jezus deed. Paulus scheidde het en voegde het Woord samen. Dat is juist.

114 Wel, kijk dan of dat nodig was dat hij... dat zij naar een woestijn, ver van hun geliefden moesten gaan... Denk aan Welke tijd is het, meneer?[Deel 62, nr. 101 – Vert] Hoevelen hebben dat ooit gehoord? Zeg: "Amen." Was het precies juist? Toen hebben we in deze laatste dagen de openbaring van de boodschap van de Here God gekregen om Zijn bruid te vergaderen. In geen enkel ander tijdperk wordt het beloofd. Het wordt beloofd in dit tijdperk.

115 Maleachi 4, Lucas 17:30, Johannes 14:12, Joël 2:38. Deze beloften werden betuigd, precies zoals Johannes de Doper zich bekend maakte in de Schriften. Jezus betuigde Zichzelf. Wat zei men? "Weg met zo'n persoon. Johannes is een wilde." De kerk was niet in staat het te ontvangen. Dat is het patroon. Evenmin zal de kerk het vandaag ontvangen.

116 Maar voor de uitverkorenen is God roepend. Voor de uitverkorenen; zij weten het. Hij roept de deugdzame bruid, het Woord, de gemeente van de laatste dag, de uitverkoren Vrouwe van onze Here Jezus Christus, het Woord. Als Jezus het Woord is... Hoevelen geloven dat? Goed dan, de bruid is altijd deel van de bruidegom, dus de bruid zal geen denominatie zijn; om de bruid van Christus te kunnen zijn, zal ze het gemanifesteerde Woord moeten zijn. Hij beloofde het te doen. Hij heeft gezegd, hoe Hij het zou doen.

117 Hij verlaat nooit Zijn patroon. Hij deed het altijd volgens het patroon. Hij heeft het elke keer volgens het patroon gedaan. Hij doet het opnieuw bij het eruit roepen van Zijn deugdzame bruid in de laatste dagen. De lieflijke Rebekka die wacht op haar Izaäk. Wat een heerlijke tijd!

     Hier komen de twee Boeken in zicht, wat geheimenisvol voor u zal zijn, wanneer u het boek van de Zeven Gemeentetijdperken zult lezen. De twee Boeken – Het Boek des Levens... het ene zegt dat als uw naam erin staat, hij er nooit meer uit kan gaan en het andere zegt, dat Hij uw naam wel uit het Boek des Levens kan halen. Dit laat het hier precies volmaakt zien. (Ik zal hier een paar ogenblikken stoppen, denk ik; ik heb een paar aantekeningen hierover, die ik zal doornemen voor we sluiten.)

118 Leven is voor God een geheiligd iets en het wordt opgetekend in een Boek. God is de Schepper van Leven. Gelooft u dat? Ons natuurlijk leven dat we hier hebben, is slechts een verdraaiing. Het zou eigenlijk het juiste leven geweest moeten zijn om mee te beginnen. Maar het is bedorven door de natuurlijke geboorte.

119 Het eerste leven of uw eerste vereniging, werd er bij uw natuurlijke geboorte ingevoegd. Een natuurlijke handeling, waarbij natuurlijke, menselijke wezens verbonden waren – man en vrouw – die zich samen verenigden in een seksuele aangelegenheid, waardoor u bij uw geboorte leven ontving, dat verbonden is met zonde en dood!

120 Hoe kunt u in gebreke blijven het slangenzaad te zien? Wanneer u de vrouw ziet, een bijprodukt. Geen ander vrouwelijk wezen is zoals zij; zij is gemaakt op die wijze, opdat zij verleid zou kunnen worden. God wist... indien Hij niet het einde van het begin wist, dan zou Hij geen God zijn. Als Hij niet oneindig is; Hij kan niet oneindig zijn zonder alwetend, alomtegenwoordig, alle dingen wetend, eeuwig te zijn. Dus wist Hij alle dingen en Hij moest die vrouw maken. De man had geen vrouw. De vrouw en de man waren hetzelfde wezen. Hij had de vrouwelijke en de mannelijke geest in zich. God moest scheiding gaan maken en een bijprodukt nemen, nadat de hele schepping was gemaakt. Geen vrouwelijk wezen dat werd geschapen door God in de oorspronkelijke schepping, kan zoiets doen. Zij was zo gemaakt om het te doen. Hij wist dat zij het zou doen. Indien Hij het niet wist, was Hij geen God.

121 Maar ziet u, de eigenschappen die in God zijn, moesten worden getoond. Hij zou Verlosser zijn. En als alles volmaakt zou zijn, de wijze waarop Hij het gemaakt had, dan had er niets verloren kunnen gaan. O, weest geen kinderen! Weest mannen en vrouwen. We zijn aan het einde van de weg.

122 Merk op, nu was de natuur verbonden met de dood. Uw eerste man, die heerschappij had over u, was uw natuur door een natuurlijke geboorte. Van nature houdt u van de wereld, omdat u van de wereld bent en deel uitmaakt van de wereld. Is dat juist? Van nature gingen uw verlangens er naar uit de wereld lief te hebben, waarvan u een deel bent. U bent een deel van de natuur. Gelooft u dat? Dat is het natuurlijke van u. Dat is de reden dat u wederom geboren moet worden. U moet zich afscheiden. U moet sterven voor die eerste man. U kunt niet leven met... U kunt niet zomaar zeggen: "Wel, ik zal van hem scheiden en het uitstellen tot de gelegenheid zich voordoet." Nee, geen scheidbrief. Hij stierf! De natuur van de wereld moet sterven. Elk stukje van haar moet sterven. U moet opnieuw verenigd worden met een andere natuur.

123 Uw naam, waarmee u werd geboren in uw eerste natuur, werd gezet in het Boek des Levens en al uw daden werden daar ook in geschreven. Alles wat u hebt gedaan onder die natuur, werd geschreven in het Boek, dat het Boek des Levens wordt genoemd.

124 Let u op, in Daniël, toen hij kwam tot die Oude van Dagen, Wiens haar zo wit was als wol. Tienduizenden maal tienduizenden kwamen tot Hem om Hem te dienen – de bruid. Toen werden de Boeken geopend en nog een Boek werd geopend, wat het Boek des Levens was. Er zijn daar reeds heiligen, de gemeente, de bruid. Nog een boek werd geopend, wat het Boek des Levens was.

125 Nu, maar toen u werd afgescheiden van die vereniging, door geestelijke dood aan uw natuurlijke verlangens om uw haar af te knippen, uw natuurlijke verlangens om korte broeken te dragen, uw gezicht te schilderen, uw natuurlijke verlangens om een intellectueel knap mens te zijn; om iets beter te weten dan een ander...

126 Dat is wat Eva wilde. Dat is precies wat zij wilde. U zegt: "Wel, u kleine, ondermaatse, twee-bij-vier prediker die daar staat en die mij zegt... Ik ben Dr., Ds. ...!" Dat maakt juist dat u verder weg van God raakt; elke keer als u een van die titels toevoegt. Dat is juist... Dat is waar.

     Zie, dat is wat Eva nam. Zij werd zwanger door dat soort bevruchting. Dat is wat de kerk vandaag is: Bijbelscholen en intellectuelen, en zie, iedereen is het oneens met elkaar: een grote verwarring; precies wat de Bijbel zei – Babylon!

127 De bruid weet waar ze staat. Zij is erg gering in aantal. Er zullen niet velen gered worden. Slechts zeer, zeer, zeer weinigen. U zegt: "Wel, er werd gezegd duizenden." Ja, maar zij komen ook op door de tweeduizend jaren heen, van elk tijdperk, die eruit kwamen. De groep van Luthers tijdperk – daarna stierven ze af en maakten ze er denominaties van. Toen Wesley, en vervolgens kwam Pinksteren enzovoorts en al die kleine afsplitsingen van Baptisten, Presbyterianen, Methodisten, Nazareners, Pelgrim-Heiligheidsmensen enzovoorts.

128 Ziet u, deze allen scheidden zich er vanaf, zoals een blad doet. Maar herinner u, toen het doorging en het tarwegraan begon te rijpen, ontdekt u, dat vóór het graan kan rijpen, alles in die stengel dood moest zijn. Halleluja! Kunt u niet zien waar wij staan! Het leven is opnieuw in de graankorrel! Wat is het? Precies zoals diezelfde Graankorrel, Die de grond inging! Dezelfde Jezus in de bruid-vorm. Dezelfde kracht, dezelfde gemeente, dezelfde zaak, hetzelfde Woord.

129 Hetzelfde Woord werd hierdoor opgezogen, kwam hier terecht en kwam hier tot een hoofd. En al dat Leven dat daardoor kwam, nam zijn mensen daaruit op, en nu is het bezig zich te vormen tot een hoofd voor de opname! (Daar zal ik morgenavond over spreken of op een van de volgende avonden, zo de Heer wil.) Als u gescheiden bent van uw eerste verbintenis door geestelijke dood, bent u wederom geboren of weer hertrouwd tot de nieuwe geestelijke eenheid van – niet van uw natuurlijk leven, van de dingen van de wereld – maar van Eeuwig Leven. Die kiem, die in de beginne in u was, heeft u gevonden.

130 Nu, uw oude boek is vergaan met uw oude verbintenis. Uw naam in uw oude boek is nu overgeschreven. U zegt: "Wilt u mij vertellen, dat mijn oude boek...?" God deed het in Zijn zee van vergetelheid. U staat volmaakt voor God.

131 Uw naam is nu in het nieuwe Boek, niet in het Boek des Levens, maar in het Boek des Levens van het Lam. Wat het Lam verloste. Niet het oude boek van uw natuurlijke verbintenis, maar uw nieuwe, bruid! Halleluja! Uw nieuwe leven is in het Boek des Levens van het Lam – uw huwelijksakte, Halleluja. Daar waar uw ware eeuwige kiem van den beginne vaste grond vindt.

132 Nu bent u niet alleen vergeven, maar u bent gerechtvaardigd. Glorie! Gerechtvaardigd. Romeinen 5:1 zegt: "Wij dan, gerechtvaardigd door het geloof..." Zoek het woord op. Dat woord betekent niet vergeven. Het woord betekent gerechtvaardigd. Het betekent niet dat het u vergeven is. Bijvoorbeeld: u hoort dat ik dronken werd en dat ik wat verkeerde dingen had gedaan en zo; en dan komt u langs en u zegt tegen mij... u ontdekte dat ik ze niet deed. Dan komt u langs en u zegt: "Broeder Branham, ik vergeef het u!" Mij vergeven? Ik heb het helemaal niet gedaan.

133 Nu, als ik het werkelijk gedaan had, was ik schuldig, maar u zou me kunnen vergeven en ik zou niet meer schuldig zijn; maar toch ben ik dan niet gerechtvaardigd, omdat ik het werkelijk had gedaan. Maar het woord, gerechtvaardigd, is alsof u het nooit gedaan hebt. Er wordt zelfs helemaal geen acht op geslagen. Hoe wordt het gedaan? Het gaat in Gods Boek van de zee van vergetelheid, uw oude boek en uw huwelijk worden afgescheiden en zijn dood en het is zelfs niet meer in Gods herinnering. Amen! U bent gerechtvaardigd. Wij dan zijn gerechtvaardigd... u werd beschuldigd; u hebt het helemaal niet gedaan! De oude verbintenis is weggedaan in Gods zee van vergetelheid. U bent er helemaal niet mee getrouwd geweest. Hij, de Bruidegom, droeg Zelf uw schande voor u, in uw plaats. Hij nam uw plaats, want u was voor de grondlegging van de wereld voor Hem voorbestemd, om in Zijn bruid te zijn. De Bijbel zegt het zo. U bent het voorbestemde zaad.

134 Hoe kwam u er toe om dit te doen? U werd er toe verleid door uw eerste huwelijk – door uw overspelige ouder, Eva. Het is niet uw eigen fout. Door uw natuurlijke geboorte kwam u na Eva, die overspel bedreef. Dat is de reden dat u als een overspeelster werd geboren. U was een zondaar vanaf uw begin. Dat is juist. U werd er toe verleid. U had geen... nee, het is uw fout niet. U hebt het nooit gedaan, omdat die kleine kiem, die in u was, u moest zijn van voor de grondlegging van de wereld. God zette uw naam in het Boek des Levens van het Lam.

135 Zoals mijn verhaal van de kleine arend – zoals u allen steeds hebt gehoord. Een oude boer had eens een broedse hen. Hij had niet genoeg eieren onder de hen, dus toen hij een arendsei vond, legde hij dat er onder. Toen de arend werd geboren, was hij het vreemdst uitziende kuiken, dat die kuikens ooit gezien hadden. Toen het kleine arendje daar liep, deed de hen van: "Tok, tok, tok, tok." De kleine arend zei: "Ik weet wel niet wat dat betekent, maar ik volg haar toch maar."

136 Hij ging het erf op en hij begon te krabben op het erf en op de mesthopen. En ze deed van: "Tok, tok, tok. Dit is goed. Dit is goed. Voeg je bij ons." Die kleine arend – hij kon dat spul niet door zijn keel krijgen. Hij ging maar met de kuikens mee, omdat hij niet beter wist. Hij wist niet wat te doen. En dan liep ze daar buiten en ze nam dit en dat, en die kleine arend moest het maar slikken. Hij wist niet hoe, maar hij had het al de kuikens zien doen; maar er moest iets anders zijn. Hij hield daar niet van.

137 Op een dag herinnerde de moeder zich dat ze twéé eieren had gelegd. Dus begon ze te zoeken naar die andere. Ze vloog zoekend rond, zoals de grote Heilige Geest. En op een dag vloog ze over het erf, die denominatie. Ze keek naar beneden en ze zag haar baby. Ze schreeuwde. Het was de stem van iets, dat echode vanuit zijn binnenste.

     "O, dat klinkt goed!"

     O, laat een werkelijk voorbestemd geboren kiem – voorbestemd door God, het Woord van God horen; het is muziek voor hem. Hij weet dat het de Waarheid is. Hij was dat denominatiespul beu, hoe dan ook: "Voeg u bij ons. Kom toch met ons mee. We hebben een gezellig feestje. We hebben dit en we hebben..." Het klonk gewoon niet goed voor de kleine kerel.

     Zij zei: "Zoon je behoort helemaal niet in die groep. Je hoort bij mij; je bent van mij."

     Hij zei: "Mamma, dat klinkt echt. Hoe kan ik hier uit komen?"

     "Maak maar een sprong; Ik zal je vangen. Dat is alles wat je moet doen." Het gezalfde Woord van God dat wordt betuigd voor elk mens die is geboren om een zoon van God te zijn met de voorbestemde kiem in zich voor dit uur, zal maken dat hij Gods boodschap zal zien; zo zeker als er een God in de hemel is.

138 Maarten Luther zag het voor zijn uur. Wesley zag het voor het zijne. Pinksteren zag het voor hun uur. Nu, hoe is het met u? Zij gingen op in denominaties. Hier is het Woord dat het veroordeelt en dat u nauwkeurig vertelt wat wij vandaag moeten ontvangen; juist precies, Maleachi 4, en al deze andere beloften voor het uur. Wat ziet u? Waar ziet u naar uit? Amen.

139 Hier zijn we er. Hier is de echte, werkelijke arend. "Mijn schapen kennen Mijn stem; een vreemde zullen ze niet volgen." Wel, hij werd daarin gezet door voorbestemming. U werd verordineerd als een zoon van God. U was in God voor de grondlegging der wereld. U wordt slechts bekend gemaakt in deze tijd voor Zijn eer en glorie. Hoe kunt u het doen zonder Zijn Woord te eren? Jazeker, u bent een deel van dat Woord door voorbestemming, omdat God het Woord is. Gelooft u dat? Wel dan, als Hij altijd het Woord was.

140 In den beginne was het Woord en als het Woord God was, dan was u in God. Het Woord, de rol die u zal spelen, was in God voor de grondlegging der wereld. Hij zag u. Hij kende u. Hij bestemde u er tevoren toe. Ik vertel u, precies zoals die arend die stem herkende, zo herkent een werkelijk wederom geboren Christen de Stem van God, die spreekt door het Woord, wanneer zij het gezalfd en betuigd zien.

141 Kijk, hij keek op naar boven. Hij zag toen niet die oude hen van: "Tok, tok, kom hier, kom bij ons en ga hier heen, ga dit doen en ga hier en daar naar toe." Hij zag een wezen, zoals hij wilde zijn, zwevend in de lucht, vrijuit schreeuwend, boven in de hoogten, boven al de gieren en de dingen van de aarde uit. Halleluja! Hij wenste dat te zijn, omdat het in hem was dat te zijn.

142 En een man, die geboren is uit God, een zoon van God, moet Gods natuur hebben. Hij moet als God zijn. Hij eert God. Hij is een deel van het Woord van God.

     In deze laatste dagen terwijl deze bruid vorm heeft aangenomen, juist precies in dezelfde kracht waarin Hij was in de beginne. Het kwam op, door deze organisaties enzovoort heen en vormde de bruid! Hij kan niets anders dan dat zijn.

143 Zij behoorden te zien... die Joden in hun dagen, toen zij het voor hen gemanifesteerd zagen worden, als een profeet, zoals Hij zei dat Hij was. Hij zei: "Onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig Leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigen. Indien Ik de werken van Mijn Vader niet doe, gelooft Mij niet, doch indien u Mij toch niet kunt geloven, gelooft dan de werken die Ik gedaan heb."

     Zij zeiden: "Onze vaderen hebben veertig jaar lang manna gegeten in de woestijn. Wij weten waar we aan toe zijn."

     Hij antwoordde: "En ze zijn allen dood!" Dat betekent eeuwig gescheiden – iedereen stierf. Er bleven er maar drie over. Twee kwam eruit van de twee miljoen. Dat is één in een miljoen.

     Als er een uitstorting is van het zaad van een mannetje en een vrouwtje, is er gewoonlijk één vruchtbaar ei. Er is één ei, één kiem die vruchtbaar is.

144 Hebt u ooit het kruisen bij vee gezien? Merk op, er zijn een miljoen eitjes; er zijn een miljoen kiemen; en als ze door een buis in de baarmoeder geloosd worden, ontmoeten ze elkaar. Eén ervan is een ei, een miljoen eitjes, een miljoen kiemen. Er is slechts één ei daarbinnen vruchtbaar. Er is slechts één kiem vruchtbaar. Ze zijn allemaal levend. U kunt die kleine kalfjes in het rond zien slaan daar binnen, een vlekje dat u op een luciferhoutje zou kunnen zetten. En Demos en zij, ze luisteren mee vanavond, en hij zal zich herinneren toen hij me meenam... Hij nam mij mee en toonde mij hoe dat werkte – met proefbuisjes. Hij nam er net genoeg van om op het eind van een luciferstokje te kunnen doen en daar waren duizenden kleine kalfjes en stiertjes in, maar slechts één daarvan kon leven. Slechts één; en hier is er een grote kluwen van en, let u op, één hiervan zal er tussenuit kruipen en regelrecht naar de kiem gaan; hij zal hier komen en één eitje zal komen vanuit die andere eitjes hier en zij zullen elkaar ontmoeten; de overige sterven. Toch waren ze levend, maar ze sterven! Omdat er iets is – Iemand maakte deze ene vruchtbaar en bestemde deze ene ook voor. Het is voorbestemming, mijn broeder. Jazeker.

145 God moet vaststellen of het een jongen of een meisje zal moeten zijn; roodharig, zwartharig of wat het ook is. Het is door God voorbestemd. Voor mij is dat een groter geheimenis dan een maagdelijke geboorte. Maar bemerk, de rest ervan sterft.

     Er waren twee miljoen mensen uitgetrokken – ze zongen, jubelden en deden alles, spraken in andere – niet in tongen, maar ze jubelden en gaven God glorie, en dansten heen en weer langs de zee, zij deden alles; allemaal deden ze dat. Maar er waren er slechts twee die het beloofde land binnengingen: Kaleb en Jozua, slechts twee. Dat is één uit een miljoen. Kijk, het is één uit de miljoen bij de natuurlijke geboorte. Ieder van hen had dezelfde zegening. O, u Pinkstermensen. Ik hoop dat u niet te laat wakker wordt. Eén uit een miljoen.

146 Ziet u, men vermoedt dat er tegenwoordig vijfhonderd miljoen zogenaamde Christenen zijn op de wereld. Als Jezus zou komen, zouden er slechts vijfhonderd zijn, die dan met Hem mee zouden gaan (indien dat statistisch zou kloppen.) Wel, er raken elke dag over de hele wereld meer mensen zoek dan dat aantal, waar ze niets van weten.

     "Ik begrijp...", zeiden de Schriftgeleerden... U weet dat... "Waarom zeggen de Schriftgeleerden dat Elia eerst moet komen?" Ze vroegen dat aan Jezus.

     Hij zei: "Elia is reeds gekomen en gij hebt het niet geweten." Hij deed helemaal precies wat de Schriften zeiden dat er met Hem zou gebeuren. "Zo moet ook de Zoon des mensen lijden onder..."

147 Ze herkenden Hem niet. Toch waren ze allen in de kerk, allen beweerden ze levend te zijn. Een echte wedergeboren Christen, een werkelijke dienstknecht van God zal, wanneer hij dat Woord van God hoort, er regelrecht uitkomen, uit elke denominatie, en komen in die werkelijk vruchtbare grond van het Woord, die toebereide zaaigrond. Hij zal het gewoon doen. Ik weet niet hoe hij het zal doen. God heeft hem ertoe bestemd om het te doen.

148 U was het zaad in den beginne door uw eerste huwelijk. Nu weet u wat waar is. Precies zoals ik zei over die kleine arend, toen hij de stem van de Bruidegom hoorde, ging hij er naar toe. Het betuigde gezalfde Woord van God voor de laatste dagen.

     Noach was het betuigde Woord voor zijn tijd. Gelooft u dat? Wel, zijn boodschap zou vandaag niet werken.

     Mozes was het betuigde Woord voor zijn tijdperk. Gelooft u dat? Het zou nu niet werken.

149 Jezus was... Johannes was het betuigde Woord. Gelooft u dat? Het zou niet werken in de dagen van Jezus. Zeker niet. Nee, de wet en de profeten waren tot op Johannes; sindsdien het koninkrijk der hemelen.

     De apostelen; zij die de Bijbel voortzetten... Hier komt Luther eruit in de Reformatie; zijn kerk zal vandaag niet werken. Die van Wesley zal het niet. Pinksteren zal het niet. Het werkte in hun tijd, maar het is nu een andere tijd. Dit is het openen van de Zeven Zegels. Ik weet dat het vreemd voor u klinkt, maar God heeft het zo volmaakt betuigd; er is geen twijfel over – het is gewoon volmaakt.

     Ik verspreid dit niet voor de plaatselijke samenkomst hier. Ik spreek tot de mensen door het hele land, ziet u. Doe wat u maar wilt.

150 Nu merk op, het gezalfde Woord van zijn tijd waarvan u deel uitmaakt door voorbestemming. U wist onmiddellijk ... Toen u dat hoorde, wist u heel snel dat u een arend was. U besefte ook dat u helemaal geen denominatie-kuiken was. U wist dat er iets fout was. Daar is iets fout. Dat is juist, want u weet dat u er in het begin in gevangen werd.

151 Hij, de Bruidegom, nam uw schande weg en deed het in de zee van vergetelheid door het wassen met het water van het Woord en het bloed des Levens. Dat is wat de Bijbel zei.

152 Uw eerste man waarmee u getrouwd was, de wereld; de gezalfde Bruidegom, die u voorbestemde, heeft u gewassen door het wassen met het waterbad van de kerk... Dat klinkt niet juist, wel? U zou dat in de almanak kunnen vinden, maar niet in Gods Bijbel. Door het waterbad van het Woord, en het Woord! U staat volmaakt, gerechtvaardigd, alsof u het helemaal nooit gedaan had.

153 Dit is nu mijn boodschap tot de gemeente terwijl wij over een ogenblik uit de lucht gaan. U staat... als u staat op Gods Woord en met Gods Woord. Iedere amen, elke jota, elke tittel. Waar staat u? Ik probeer u te vertellen: Trek u terug van dit kaf en ga hier in de tarwe, waar u rijp kunt worden in de zon. Ik hoor het komen van de maaidorser. U staat daar volmaakt, gerechtvaardigd, alsof u het helemaal nooit heeft gedaan. Halleluja! Over een Dankdag gesproken. Ik voel me werkelijk goed. Ik ben daar dankbaarder voor dan voor wat anders ook dat ik weet. U bent de zuivere, deugdzame, zondeloze bruid van de Zoon van de Levende God. Elke man en vrouw die geboren is uit de Geest van God, gewassen in het bloed van Jezus Christus, die elk Woord van God gelooft, staat in de eerste plaats alsof u nooit hebt gezondigd. U bent volmaakt. Het bloed van Jezus Christus.

154 Hoe kunt u... indien een mens... indien ik morgen zou moeten sterven, en een mens zou mijn plaats innemen, dan kan ik niet sterven voor die zonde. Iemand heeft mijn plaats ingenomen – en Jezus, het Woord, nam mijn plaats in. Hij werd mij, een zondaar, opdat ik Hem, het Woord, mocht worden. Amen. Laat me er trouw aan vast blijven houden – niet aan de kerk; aan het Woord. Amen.

155 O, die geestelijke eenheid van Christus in Zijn gemeente nu, wanneer het vlees Woord wordt en het Woord vlees wordt. Geopenbaard, betuigd – precies wat de Bijbel zei dat er in deze dag zou gebeuren. En het gebeurt dag aan dag. Het stapelt zich zo snel op hier in deze woestijnen... en er vinden dingen plaats, zodat ik het zelfs niet bij zou kunnen houden. We zijn nabij de komst van Jezus, dat Hij verenigd wordt met Zijn gemeente, waar het Woord het Woord wordt.

156 De roep van de Heilige Geest, die de harten doorzoekt... U staat daar volmaakt. U hebt helemaal nooit gezondigd. God weet het zelfs niet... Het is in de zee van vergetelheid. U hebt het nooit gedaan. U werd ervan beschuldigd door de aanklager, maar in werkelijkheid was u van de beginne voorbestemd om een zoon en dochter van God te zijn. U staat daar gewassen en uw oude boek der scheiding is weggedaan en is dood, absoluut zelfs niet meer bestaand in de gedachten van God. U bent de deugdzame bruid van Christus, gewassen in het bloed van Christus – dierbaar, deugdzaam, zondeloos. De Zoon van God staande met een zuivere, onvervalste Woord-Bruid, die Hij waste door het water van Zijn eigen bloed dat vlees werd en werd geopenbaard opdat Hij u zou kunnen nemen, die voor de beginne was voorbestemd in de boezem van de Vader, gelijk Hij was.

157 Hij was die grote eigenschap van God, genaamd liefde. Wat u ook bent, u bent dienstknechten van God. Wat God u ook wil laten doen, waar ook uw plaats is – God stelde in de gemeente sommigen aan als apostelen, profeten, leraars, herders. Hij plaatste dat door kracht van Zijn eigen voorbestemming. En om te beginnen was u dat. Uw eerste huwelijk werd geannuleerd. U hebt het in de eerste plaats nooit gedaan, omdat er slechts één ding is waardoor het zou kunnen gebeuren en dat zou zijn dat God Zelf naar beneden kwam en uw plaats innam in de vorm van de Zoon van God, Jezus Christus, en u waste door het waterbad van het Woord. Het Woord – niet de denominatie. Het Woord waste u. Maar als u niet wilt staan in het water van het Woord, hoe zult u dan gewassen worden? U bent nog steeds even bevlekt als Eva.

     "O, dierbaar stervend Lam, Uw dierbaar Bloed zal nooit Zijn kracht verliezen tot heel de vrijgekochte gemeente Gods gered is, om nooit meer te zondigen."

158 Wat is zonde? Zonde is ongeloof. Ongeloof in wat? In het Woord. Ongeloof in God, Die het Woord is. Zuiver en onvervalst. O, halleluja! Spoedig zal ze weggaan in de lucht. Amen. Ze staat gereed... Denk eraan, uw klederen gewassen door het water van het bloedende Woord. Het Woord wordt bloed. Het Woord bloedde voor u en u wordt gewassen in bloedend Woord. Het Woord bloedde – het Leven van God in het Woord, en het Woord bloedde voor u, opdat u gewassen zou kunnen worden van de smerigheid van deze hoeren en worden gereinigd en geheiligd door het wassen van het water van het Woord, dat maakt dat uw gedachten en hart gericht blijven op God en op Zijn Woord.

     Nu, hoe weet ik dat het waar is? Als God neerdaalt en het bevestigt en het bewijst.

159 U zegt: "Wel, op die manier geloof ik het niet." Zij geloofden het niet op Jezus' wijze, maar God bewees het. Zij geloofden het niet op Noachs manier; zij geloofden het niet op Mozes' manier. Zij waren geneigd om daarvoor in de plaats Bileams woord te nemen: "Wij zijn allen hetzelfde, dus laten we ons toch samen verenigen." "Scheidt uzelf af", zei de Bijbel, "van ongeloof." Halleluja!

160 Nu, merk op, u bent niet alleen dat, maar u bent op weg naar een bruiloft in de lucht en u draagt de huwelijksring van voorbestemde, onverdiende genade, een huwelijksring van genade, niet door uw eigen verdienste. God deed het Zelf. Hij kende u van voor de grondlegging der wereld, dus Hij schoof u daar die trouwring om en zette uw naam in het Boek. Wat een Dankdag. Halleluja! Prijs onze God!

161 Nu, tot besluit zou ik dit willen zeggen: Wij weten allemaal dat de moderne Pinksterkerk in zijn tegenwoordige toestand, al de denominaties samen... Ik gooi ze allemaal op één hoop, omdat ze daar bij horen. U herinnert zich, dat Hij het onkruid eerst zal bundelen en het zal verbranden. Hij neemt eerst al de tarwehalmen en verbrandt ze alle, dan haalt Hij Zijn tarwe en neemt het mee naar Huis. Zij worden allen verzameld in een bundel. Een bundel Methodisten, Baptisten, Pinkstermensen en allen gaan ze tot de Oecumenische Raad. Dat is juist. Zij worden allen verbrand, ziet u?

162 We weten allemaal dat de moderne kerk in haar tegenwoordige omstandigheden en in haar huidige toestand niet in staat is, om de grote opdracht die God de gemeente gaf voor deze dag te voleindigen. Hoeveel Pinkstermensen kunnen daarop "Amen" zeggen? Dat is juist.

163 Wij zijn éénheids, tweeheids, drieheids, dit, dat en nog wat anders – we maken ruzie en vechten. De één is dit, de ander is dat en nog wat. En elk van hen is bang rechtstreeks geconfronteerd te worden met het Woord voor de test. Ze weten... U vertelt hun erover en dan zeggen ze: "Ik kan het niet helpen, ik kan dat niet geloven. Het maakt mij niet uit wat hij doet."

     Dat toont wat voor mammie en pappie u hebt. U mag een staatsdominee zijn of zoiets. U mag dit zijn of dat of nog wat anders. U kunt beter een zoon van God zijn.

164 Nu, we weten dat de kerk (de Pinksterkerk) op geen enkele wijze, op geen enkele manier, de boodschap voor de laatste dag zou kunnen uitdragen in haar huidige toestand. Zou ze het kunnen? Wel, men kan het zelfs nog niet eens worden over een of twee woorden van de Bijbel. Hoe zult u het gaan doen? Ze kunnen het niet. Dus u ziet, de denominatie is uitgesloten. Dat is juist. Er zal een uitverkoren volk gaan zijn, dat er voor uitverkoren is.

165 Nu bemerk. Zo weet dus elk van ons, dat die hele serie denominatie-kerken, Pinksteren incluis, dood zijn – dat is voor de wedergeboren Christenen van de Boodschap. Uw eerste man is dood. U weet dat hij dood is. God liet het sterven. Het is afgelopen. Al de wetenschappelijke, intellectuele, bestudeerde, wetenschappelijke wegen van haar zogenaamde Bijbelscholen en zo, zijn vergaan. Wat heeft het veroorzaakt? Afscheiding. De eenheidskerk hier, de drieëenheids daar en de tweeheids hier en daarginds en hier. Zo'n verwarring en dan noemt men zichzelf "Pinkstermensen."

166 Wel, ik ging eens naar een jongeman (hij luistert mee op dit moment) en een jonge vrouw. Zij behoorde tot een bepaalde kerk en zij zei dat ze gescheiden waren. Ik vroeg: "Wat is de reden?"

     "Wel", zij ze, "We zijn van verschillende geloven."

     Ik zei: "O, het spijt me. Bent u Katholiek?"

     Ze zei: "Nee."

     Ze vertelde mij tot welke denominatie-kerk ze behoorde, een Pinkstergemeente. Ik vroeg: "En wat bent u?" Hij was ook een Pinksterman, maar van een andere denominatie.

167 O... wist u dat de Rooms-katholieke kerk begon met Pinksteren? Hoevelen weten dat dat waar is? Het heeft tweeduizend jaar geduurd voor ze zover waren als het nu is gekomen. Ze nemen niets meer aan van de Schrift. Niets. Wel, de Pinksterkerken zullen binnen twintig jaren vanaf nu slechter zijn dan zij nu zijn, indien het door blijft gaan op de wijze zoals het nu gaat. Welzeker. Ziet u? Wat is het? Wat is het? Kijk wie de vader en moeder zijn. Ze laten hun vrouwen het haar afknippen – ze kunnen praktisch alles doen wat ze maar willen, zolang ze maar tot de kerk behoren. Dat is alles wat er nodig is.

     O, geen wonder, geen wonder dat de vervloeking van God zich ophoopt! God plaatste het recht voor uw ogen, maar u sluit uw ogen en blijft in gebreke ernaar te zien! U sluit uw medelijdend hart toe, terwijl u ziet dat het ware Woord van God in deze Zeven Zegels wordt betuigd, en bewezen wordt waar te zijn. Er wordt getuigenis van afgelegd in de hemelen, door de naties heen en overal anders, door grote tekenen en wonderen, die Hij had beloofd te zullen doen! Toch houdt u dan uw mond en zegt: "Ik weet het niet, ik kan het niet helpen, ik...!"

     Oh! Dood en weet het niet! Gij zijt dood in zonde en overtredingen.

168 Wij allen weten dat de gemeente in die toestand deze laatste dag niet zou kunnen voleindigen. Hoe zou het Maleachi 4 binnen kunnen brengen? Hoe zou ze het kunnen doen? Zij geloven zelfs niet in zoiets. Hoe zouden ze kunnen geloven... en Lukas 17:30 binnen brengen? Hoe zou ze al deze andere Schriftgedeelten, die worden beloofd in deze laatste dagen, binnen kunnen brengen? Ze zou het niet kunnen, omdat ze het ontkent. "Zoals het was in de dagen van Lot, zo zal het zijn bij het komen van de Zoon des mensen."

169 Kijk naar de toestand waarin Sodom was, in die dag – kijk dan naar de toestand van de gemeente van vandaag. Kijk naar hetgeen er gebeurde met Abraham, de uitverkorene. Kijk wat er gebeurde met Lot en diegenen daar in Sodom – kijk naar Billy Graham en Oral Roberts en naar degenen die onder die denominaties zijn. En kijk naar Abrahams uitverkoren gemeente, die er uitgetrokken wordt. Kijk wat voor teken dat Jezus Zelf, de vleesgeworden God, daar stond in menselijk vlees.

170 U zegt: "Dat was een engel." De Bijbel zegt dat het God was. Here, God, Elohim, stond daar in menselijk vlees, tonend dat Hij Zijn gemeente in de laatste dagen zo zou zalven, dat het opnieuw God zou zijn, werkend in menselijk vlees. "Zoals het was in de dagen van Sodom, zo zal het zijn bij het komen van de Zoon des mensen."

171 Dezelfde soort zaak. U kunt het daar precies in de Schriften zien. "Leest en onderzoekt de Schriften, want in hen denkt gij eeuwig Leven te hebben en zij zijn het die hiervan getuigen."

172 Dus wij weten dat ze dood zijn. God laat ze sterven in hun eigen zelfzuchtige, wetenschappelijke opvoedingsprogramma's. Al de Pinkstermensen waren gewoon om te... Als u er vroeger, toen de oude broeder Route en zo hier nog waren, over zou spreken om een jongen naar een Bijbelschool te sturen, dan zouden ze u de gemeente uitzetten! Maar, o, nu is het het belangrijkste wat er is: "Mijn zoon is op de Bijbelschool." Hij graaft zijn graf.

173 Dus nu, denkt u dat zij het vandaag zouden kunnen nemen? Gelooft u dat ik probeer onwetendheid te ondersteunen? Dat doe ik niet. Ik vertel u het verschil tussen dit intellectuele tijdperk waarin wij leven, waar de gemeente bevrucht is met wetenschap en met al deze zogenaamde verklaringen en zo. U kunt God niet verklaren. Want die priesters hadden God zo volmaakt verklaard, dat ze wisten hoe de Messias zou komen. Maar Hij kwam zo anders dan zij hadden uitgedacht – het was niet wetenschappelijk. "Hoe zou deze Man, die een onecht kind was...? Waar ging Hij naar school? Waar heeft Hij Zijn opleiding vandaan? Waar kreeg Hij deze geleerdheid? Waarom probeert U ons te onderwijzen? U bent geboren in ontucht." O, om 's hemels wil.

174 Ziet u hetzelfde zich opnieuw herhalen? Ziet u het zich weer herhalen? Allen in hun religieuze wetenschap. Religieuze wetenschap – in overeenstemming met wat hun Bijbelschool zei. Dat is de wijze waarop zij het willen. Dat is de manier waarop het moet zijn of het is niet... God houdt hen gewoon telkens voor de gek! Het komt altijd anders! Het was zo in Noachs tijd; het was zo in Mozes' tijd; het was zo in Christus' tijd; het was zo in Johannes' tijd; het was zo in de tijd van de discipelen; het was zo in Wesley's tijd; het was zo in Luthers tijd; het was zo in de Pinkstertijd; en het is opnieuw zo geweest. Het patroon verandert niet; het komt altijd op dezelfde wijze. Alleen maar hervormers door de zes tijdperken heen; tot de zevende in Openbaringen 10, waar staat dat het in dit uur zou veranderen, en het gebeurde.

175 Nu, we eindigen met dit te zeggen. De grote opdracht voleindigen – hoe zouden zij het kunnen doen? Hoe zouden zij het kunnen doen? We weten dat ze dood zijn. God liet het sterven in het wetenschappelijke tijdperk waarin alles zo... Dus wat zou Hij kunnen doen? Het zevenmaal verzegelde geheimenis openen voor de bruid, die geen denominatie is. Hoe zou een denominatie deze Zeven Zegels kunnen aanvaarden wanneer het absoluut in strijd is met – het slangenzaad en al deze andere dingen – de gehele volledige zeven geheimenissen zijn in strijd met wat hun is onderwezen, omdat zij de oude onderwijzing van de Bijbelschool hebben genomen. En de Zeven Zegels die God, toen ze werden geopend op de berg... God, laat mij nu op dit moment sterven, op deze preekstoel, als dat niet de waarheid is. Ik voorzegde u een jaar en zes maanden voor het gebeurde, toen Hij mij vertelde naar Arizona te gaan, wat er daar zou gebeuren in de woestijn; en er zitten hier mensen vanavond, die daar stonden en aanwezig waren op die plaats toen de zeven engelen neerkwamen en zelfs de tijdschriften – 'Life Magazine' nam het artikel er van op. Het was daar precies in de sterrenwacht en alles, en ze weten nu nog niet eens waar het allemaal om gaat. En alles wat er gezegd is, zelfs over de vernietiging van Californië, die nu aan 't komen is en al deze andere dingen en hoe ik hen vertelde hoeveel dagen het zou zijn. En hoe het zou gebeuren dat deze grote aardbeving zou plaatsvinden in Alaska en dat het het begin zou zijn van het teken van de tijd en wat er plaats zou vinden. En precies woord voor woord wat Hij zei. Het heeft nooit één keer gefaald. U hebt Het nooit zien falen. En het kan niet falen, omdat het Gods Woord is; hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar Het kan niet falen!

176 God moest deze Zeven Zegels openen. Niet in een denominatie. Ik ben er altijd tegen geweest. Maar buiten de denominatie zou Hij een bruid kunnen nemen – niet een denominatie-bruid. Dat zou Hij niet kunnen doen. Dat is tegen Zijn eigen Woord. Hij opende die zeven geheimenissen daar binnen en het toont en brengt die dingen naar voren, die verborgen zijn geweest sinds de grondlegging van de wereld – die geopenbaard mochten worden in de laatste dagen – aan zonen Gods. Zij brachten dat nu naar voren voor de mensen, opdat zij het zien. Daar, weet u – voor deze bruid, buiten de denominatie.

177 O, daar zijn uw twee Boeken. Eén is het Levensboek des Lams. Uw naam daar is er in voorbestemd. Hij kan daar niet uitgaan omdat u hem daar met geen mogelijkheid meer kunt uithalen, omdat hij was voorbestemd om daar in te staan. Maar uit het gewone Boek des Levens, kunt u hem elk moment wegnemen. Indien u zich niet bekeert – is hij er hoe dan ook uit, omdat u dan in het oordeel zal komen. De bruid komt zelfs niet in het oordeel. Zij gaat in de opname.

178 Precies zoals ik zei; dit tot besluit, het wordt laat. Het is bijna half tien. We zullen zo tegen half tien sluiten, zo de Heer wil. Weest gewoon werkelijk eerbiedig nu. Luister. Op een keer... ik zeg dit nu – dit gaat het hele land door. In New York is het nu vijfentwintig minuten over elf. Ginds in Philadelphia en daar in de omgeving, zitten op dit moment deze dierbare heiligen te luisteren, in gemeenten overal verspreid. Ver boven... ver naar beneden in Mexico en ver naar boven overal in Canada; dwars door het land. Ongeveer bijna 200 mijl binnen het Noord-Amerikaanse continent hier. Mensen daar, luisteren op dit ogenblik – duizenden maal duizenden zijn aan het luisteren. Dat is mijn boodschap aan u, gemeente. Gij, die een eenheid zijt, een geestelijke eenheid door het Woord – dat u dood bent voor deze oude echtgenoten. U bent opnieuw geboren. Probeer hem niet op te graven! Hij is dood! Indien u een wedergeboren Christen bent; die kleine kiem in u die is voorbestemd, het is het Woord komend op het Woord, op het Woord, op het Woord, op het Woord, totdat het komt tot het volledige beeld van Christus. Dat is juist. Zodat Hij kan komen om Zijn bruid te halen.

     Wij zijn nu slechts gereed voor één ding. En dat is: het komen van de Here. Daar is uw naam in het Boek des Levens.

     Het Boek des Levens is het Woord van God, want het Woord is God, en God is het enige wat Leven is. Dus uw naam was vertegenwoordigd in de Bijbel, voordat de Bijbel in Woord kwam. En indien u hier bent om dat te doen, zou het dat Woord niet betuigen? Zou de gemeente zichzelf niet betuigen? Zou Maleachi 4 en al deze andere zaken, zich niet volmaakt, volmaakt, betuigen en tonen dat dat is wat het is?

     Toen Jezus kwam zei Hij: "Indien Ik de werken niet doe die zijn beloofd dat Ik doen zou, geloof Mij niet."

     Tot welke van de groepen trad Hij toe? Hij zei: "U zijt allen uit uw vader, de duivel, en gij doet zijn werken." Ziet u? Wij zijn in de laatste dagen, gemeente. Dat is mijn Dankdag-boodschap aan u.

179 Nu, alvorens te sluiten: Op een keer was ik boven in het Nationaal Gletsjer Park. We hadden de hele dag door gehoord dat ze die avond een "vuur-gletsjer" zouden laten neerkomen. Dus de mensen waren de hele dag lang bezig om die zaak gereed te maken, omdat zij die avond dat vuur zouden uitgieten. Ze nemen een vloeistof en dan valt er vuur als een grote gletsjer van water – het zag er bijna uit als een regenboog toen dat vuur uit deze gletsjer kwam vallen. We liepen die dag het hele park rond, mijn vrouw en ik, en de kinderen, want we wilden blijven om die vuurvoorstelling te zien. Ons was beloofd dat we het zouden zien en dat we er opnieuw getuigen van zouden zijn. Ze zeiden dat ze het altijd gedurende het zomerseizoen hadden, enzovoort. Ik vroeg: "Wel, zullen we het kunnen zien?" Ze zeiden: "We beloven het voor vanavond. Dat is ons beloofd." Ze zeiden: "Ze zijn daarboven nu bezig het klaar te maken."

180 In ieder geval had ik me gereed gemaakt voor de gebeurtenis... Dat is wat er op dit moment plaatsvindt. Alles wordt gereedgemaakt voor de gebeurtenis. Een gemeente wordt eruit getrokken om Zijns Naams wil. Hij neemt Zijn bruid eruit, uit de wereld – uit deze denominaties, uit heel de wereld, het vuil en de dingen van de wereld.

     Iedereen... Het evenement werd klaar gemaakt. Iedereen stond buiten en zei: "Nu, blijf gewoon kijken, daar precies naar de top van de berg."

181 Dat is de wijze waarop het altijd is gekomen. Dat is de wijze waarop het deze keer zal komen. Dat is de wijze waarop het altijd kwam. Niet door een denominatie. Nooit heeft God een denominatie gebruikt. Nooit! De hervormer gaat heen. Hij krijgt het Woord van de Here en dan als hij sterft, bouwen zij er een denominatie uit. Dat is wat de Pinkstermensen en zij allen deden. Wanneer de nieuwe geschilpunten en alles... (Dat is de wijze waarop alles tevoorschijn komt.) Een nieuw woord toegevoegd en dan bouwen zij er een kerk uit – vormden een denominatie; scheidden zichzelf af. Het moest op die manier geschieden. U kunt de natuur niet stoppen. De natuur gaat de hele tijd door in dezelfde routine: stengel, blad, aar enzovoorts – kaf en dan de tarwekorrel.

182 Nu bemerk, alles was gereed. Alles was ontstoken en klaar gemaakt. En iedereen bleef de hele tijd staan. Ik hield mijn hoofd omhoog, mijn arm om mijn vrouw heen en we keken – en de kinderen stonden daar en allen keken zo omhoog. O, het was me iets, omdat we het verwachtten. Het was ons beloofd. Amen!

183 Het Woord belooft dit: "Het zal geschieden voor de grote en verschrikkelijke dag des Heren zal komen dat, zie, Ik u de profeet Elia zal zenden. Hij zal de harten van de kinderen terugvoeren tot de vaderen." [Mal. 4:5, 6]

     "Het zal geschieden in de laatste dagen, dat Ik Mijn Geest zal uitstorten uit den hoge. De vroege en de late regen zullen samen neerdalen in de laatste dagen." [Joël 2:23, 28]

184 Al deze beloften zijn door de Schriften heen gegeven. We zien op naar boven; in dit uur uitkijkend naar de ware bruid dwars door het land heen – opziend.

185 Gemeente, Hij komt één dezer dagen. Zo zeker als Hij de eerste keer kwam, komt Hij opnieuw. Maak alles gereed. Scheidt uzelf af van het kaf – leg u neer voor de zon. Blijft omhoog zien. Weest vol verwachting.

     Plotseling hoorden we iets vanaf de top van de heuvel, een stem klonk naar beneden door de luidspreker en zei: "Alle dingen zijn gereed!"

     Toen zei deze man, die daar precies naast me stond: "Laat het vuur vallen."

     En daar kwam het dwars over die berg naar beneden stromen – een gletsjer van vuur en lekkende vlammen; een gezicht dat de moeite waard was om te zien.

186 Broeder, laat ons alle dingen gereed maken, want een dezer dagen zal het vuur gaan vallen. Wij gaan naar boven. Nu, laten we ons klaar maken voor de tijd dat het vuur gaat vallen.

187 We zijn in de laatste dagen. We weten dat allen. En wij zijn gereed voor de komst van de Here. De zaak die ons te doen staat is uzelf af te scheiden van alle zonde. Scheidt uzelf af van alles wat aan de wereld toebehoort. Hebt de wereld niet lief of de dingen van de wereld. Laat geen mens, door zijn geloofsbelijdenis, u misleiden. U blijft regelrecht staan in de belofte van God, het Woord van God; en dat Woord, als het het Woord is voor dit tijdperk, zal God het betuigen. Als Hij het niet doet, is het niet het Woord voor deze dag. Het Woord dat viel op de dag van Pinksteren zal niet werken op deze dag. Nee, dat was voor Pinksteren. Dit is voor de bruid – het naar Huis gaan van de bruid. Wij hebben iets anders gekregen. De Pinkstermensen vertegenwoordigden dat weer. Wij zijn in het tijdperk van de bruid. Het Woord van Noach zou niet meer hebben gewerkt in de dagen van Mozes, de wet van Mozes zou niet meer hebben gewerkt in de tijd van Paulus hier. Hij probeerde hen te vertellen: "Gij zijt daar dood voor. En u kunt dat niet hebben!"

188 Gemeente, (tot wie ik vanavond spreek over het hele land) als u uzelf afscheidt van denominaties en al het vuil en de dingen van de wereld, en van al die dingen die u afhouden... die mensen gemaakte geloofsbelijdenissen en regels en dergelijke; scheidt uzelf af en kijk omhoog. Maakt uzelf gereed. Het vuur zal een dezer dagen gaan vallen. God zal Hem laten komen, een schouwspel dat de moeite loont. Zult u gereed zijn als Hij komt? Zult u gereed zijn om met Hem omhoog te gaan als Hij komt? De verborgen opname van de bovennatuurlijke bruid. "Zij zal van sterfelijk onsterfelijk gemaakt worden; worden veranderd in een ogenblik, in een oogwenk." "Wij levenden die achterbleven zullen hen die zijn ontslapen niet voorgaan."

189 Onlangs, op Wapenstilstandsdag, stond ik daar in Tucson – en mijn kleine jongen wilde de parade zien. Ik was aan het studeren en had geen tijd het te doen en ik had een hele hoop oproepen van zieken en dat soort dingen. Dus hij zei: "Pappie, ze willen me niet meenemen." Hij zei: "Neem mij mee."

     Ik zei: "Vooruit dan maar."

     Broeder Simpson (ik geloof dat hij hier is) en zijn kleine jongen wilden ook gaan; dus ik trok hem de auto in en reed er heen.

     Ik stond er op de hoek te kijken. Na een poosje hoorde ik in de verte een geluid aankomen: "Boem, boem, boemerdeboem"; het slaan van de trommels. Ik stond daar en ik dacht: "Wel, die kleine jongens, ze hebben werkelijk... Ze hebben al deze boeken gelezen over het leger; ze zullen dat werkelijk prachtig vinden." Ik merkte dat het eerste wat kwam de oude tank uit de Eerste Wereldoorlog was. En daar kwamen ze, hele kleine dingetjes, zo ongeveer. En vervolgens kwam die grote nieuwe tank uit de Tweede Wereldoorlog, de grote Sherman-tank, met een vuurmond erop. En toen kwam het volgende, en het volgende, en na een poosje kwamen de 'Gouden Ster Moeders' en toen na een poosje kwamen er twaalf veteranen, die waren overgebleven in de hele staat Arizona uit de Eerste Wereldoorlog – twaalf veteranen. Daarna kwam een platte wagen met de onbekende soldaat – het kleine witte kruis. En daar stond een matroos, een marinier en een soldaat op wacht. Aan de andere zijde, achter een kleine afscheiding op de platte wagen... zat een oude moeder met grijs haar, met een gouden ster op haar gespeld; een kleine lieflijke vrouw, huilend, haar man was dood; een kleine haveloze jongen met zijn hoofd afgekeerd – zijn pappie was gedood. En toen daar achter kwam meer en meer en meer, en toen kwam het nieuwe leger.

     Ik stond daar. Wat een schouwspel om te zien, maar hoe droevig. Ik dacht: "O God, een dezer dagen zal ik een ander schouwspel zien."

190 Daar zal een opstandingsdag komen, waarop de eersten, de laatsten zullen zijn en zij die de laatsten zijn, zullen de eerste zijn. De oude profeten zullen eerst tevoorschijn komen en zij zullen die processie naar boven zien marcheren, de lucht in, en wij levenden die achterbleven zullen hen niet hinderen die ontslapen zijn, want de bazuin Gods zal schallen en de doden in Christus zullen eerst opstaan en wij zullen ons direct bij hen aansluiten als ze binnen gaan. Halleluja! Allen uit het tijdperk van Luther, Wesley, Methodist, Presbyteriaan, zo helemaal door tot aan het laatste tijdperk, diegenen die het Woord in hun tijdperk hebben ontvangen.

     God zegene u. Maak alle dingen gereed en het vuur zal vallen.

191 Laten we even een ogenblik onze hoofden buigen. Ik vraag mij af of er vanavond, in dit zichtbare gehoor, terwijl ik u hier heb vastgehouden tot half tien, iemand hier is; of er hier een dozijn is; hoevelen hier zeggen: "Broeder Branham, ik ben beschaamd over mezelf, over de wijze waarop ik heb geleefd. Ik ben heel veel een denominatie van mensen ter wille geweest. Ik weet dat ik niet in orde ben met het Woord van God. Ik wil u alleen vragen voor mij te bidden, broeder Branham." Steekt uw handen op. God zegene u, God zegene u. Kijk eens. Ginds op het balkon en in het rond. God zegene u. "Ik weet..." Schaamt u zich nu niet. Nu weest niet...

192 Buiten, ginds door het land, van New York tot Californië, van Canada tot Mexico, u mensen die bijeengekomen bent in deze kerken, die getrouwe kleine groepen die deze boodschap hebben geloofd met heel hun hart. Ze zijn eruit gekomen; ze komen uit grote verdrukkingen; eruitgekomen door de denominaties. Ze zijn kiemen van Leven. Voelt u vanavond een drang, zoals die kleine arend, dat u iets hoort wat een beetje anders is dan wat u hebt gehoord? Maar toch in uw hart weet u dat het de waarheid is.

193 U daarbinnen. Daar staat daarbinnen ergens een herder; u stak uw hand op, ik zal voor u bidden. Deze dingen zijn niet in een uithoek geschied, vrienden. Bedenk: "Eng is de poort en smal is de weg, maar weinigen zullen er zijn die hem vinden." Ga niet mee met de menigte die ginds voortgaat, vrienden – dat Laodicéa-gemeentetijdperk. Het kan op en neer springen en dansen op muziek, lauw. Er stond niet dat het ijskoud was, nu. Er stond dat het lauw was. Dat is Pinksteren en ze weet niet dat ze ellendig is, miserabel en blind. Blind voor wat? Voor het Woord, voor de manifestatie van het Woord, omdat het nooit kwam via hun organisatie. Zij kunnen het niet ontvangen.

194 En u, predikers daarginds in Tucson vanavond, ik houd u daar niet verantwoordelijk voor. God doet dat. Ik ben daar drie jaar geweest. Ik vertelde u dat ik geen gemeente wilde stichten. Ik deed het niet. Broeder Pearry Green begon er mee. Ik was daar drie jaren en niet één keer hebt u mij uitgenodigd op uw kansel. Ik heb bijna drie jaren in Tucson gezeten.

195 God zal mij uit de woestijn nemen een dezer dagen. Deze boodschap moet leven. Ik heb mijn best gedaan om bij u binnen te komen. Ik weet de reden waarom u het niet deed. Weet u waarom het gebeurde? Uw denominatie zou u eruit schoppen.

196 En u weet, dat ik met velen van u heb gesproken, daar in Furr's restaurant en u weet dat het de waarheid is. Schande over u. Kom daar uit. Kom eruit, broeder. Indien er enig Leven in u is, zult u zijn zoals die kleine arend waarover ik net sprak – u zult het Woord van God horen.

197 Bedenk, u zult het een dezer dagen voor de laatste keer horen. We zijn er nu zeer dicht bij. Wilt u niet komen vanavond?

198 Dierbare God, wij zitten hier ernstig nu, het is werkelijk een Dankdag, Heer. Ik ben dankbaar, Here, dat ik leef in deze tijd. Dit is de belangrijkste tijd. Paulus, de apostel, verlangde ernaar deze dag te zien. De grote mannen van vroeger verlangden ernaar hem te zien. De profeten verlangden hem te zien. Ze zagen uit naar deze dag.

     Abraham zag uit naar deze dag, want hij zocht een stad wiens bouwmeester en maker God was. En het hangt recht boven ons vanavond. Johannes heeft de Geest Gods zien afdalen uit de hemel. Hij legde getuigenis af en wist dat dat de Zoon van God was. En bedenk, dat Hij nu Zijn bruid aan het uitkiezen is.

199 Dierbare God, spreek tot hun harten, overal in het land. U bent de enige die hun harten kan veranderen. Indien dat Zaad er niet in was gelegd van de beginne, zullen zij het nooit zien, Here. Dan zal slechts de blinde de blinde leiden, en zij zullen in de gracht vallen, zo zeker als iets, omdat Uw Woord zegt dat zij het zullen.

200 Nu, Vader, mogen wij overal door het land, door de wereld, in Afrika, dozijnen en dozijnen door Zuid-Afrika, Mozambique, overal dwars door het land kleine vergaderingen zien, die deze banden nemen. En zo zal deze band gaan naar twintig verschillende, hier en daar verspreide landen. Ze beginnen het te zien en beginnen weg te trekken, honderden en honderden van hen. Veel zullen het er niet zijn, Heer. En wanneer het laatste lid ontvangen wordt in het Lichaam, zal Christus komen.

     Here God, ik vraag de bruid vanavond, degenen waarvan ik voel dat ze zijn weggetrokken en wachten; mogen zij zich afscheiden van alles van de wereld. En mogen zij in de tegenwoordigheid van het warme zonlicht van de Zoon van God liggen, badend in Zijn Woord en in Zijn liefde. Sta het toe, dierbare God.

201 Mogen deze mensen hier, zichtbaar, die hun handen omhoog hielden vanavond – tientallen van hen in deze grote tabernakel – ik bid, God, dat dat nieuwe Leven in hen zal komen. Ik bid voor hen door het land en zelfs voor hen rond de wereld, waar de band zal worden afgedraaid, dat ook zij deze Dankdagboodschap zullen ontvangen en zullen weten door de wenken en de dingen die te berde zijn gebracht, wat ze moeten doen. Ik bid het, Vader, sta het toe.

202 Zegen hen; zij zijn de Uwen. Ik weet dat het gebruikelijk is, Vader, dat we de mensen vragen nu naar het altaar te komen en ik bid, dierbare God, dat zij in elke oproep, overal rond de wereld, zullen komen naar het altaar – de zwarten, de blanken, de gelen, de bruinen, waar ze ook zijn. De rijken, de armen, de onverschilligen, de bedelaars, wat ze ook zijn – de denominatie-mensen, diegenen die zichzelf opgewerkt hebben en die in zichzelf opgaan.

203 O God – naakt, ellendig, jammerlijk, blind en ze weten het zelfs niet. U zei dat het op die wijze zou zijn, en het is op die wijze. Dus ik bid, Vader, dat U vanavond elk Zaad zal roepen, en dat dit overal rond de wereld mag vallen, moge het die kleine arend grijpen die de stem van Zijn Heer kent. Sta het toe, Heer, ik draag hen aan U op in Jezus' Naam. Amen.

204 Nu, met onze hoofden gebogen, hier in het zichtbare gehoor, zouden sommigen hier die niet gered zijn – die zelfs hun harten niet aan God hebben gegeven... Gelooft u niet dat u dankbaar behoorde te zijn voor wat Jezus deed voor u? Te bedenken dat u een zondaar bent; dat u een vreemdeling bent, ver van God vandaan en toch klopt er iets in uw hart. Hoe weet u of u niet één van deze kleine arenden bent. U bent ellendig en u zult ellendig zijn totdat u zich aan Hem overgeeft. Waarom zou u dit niet tot een van de grootste Dankdagen maken die u ooit had, door Jezus Christus aan te nemen als uw Redder.

205 Wilt u hierheen komen en bij het altaar gaan staan? Ik zal met u bidden als u wilt komen. Elke zondaar, man of vrouw, jongen of meisje, kerklid of geen kerklid. Kerklid maakt u geen christen, nu. Het altaar is open. Wilt u komen? Elke zondaar die zou willen komen om de Here Jezus Christus te aanvaarden. Die werkelijk zou willen stoppen... sommigen van u, denominatie-mensen, die graag zoudt willen ophouden met te leven op dat kippevoer. Stop ermee om te zeggen dat het goed is te behoren tot dit of dat. Wilt u werkelijk weten wat de echte doop van de Heilige Geest is? Kom en ontdek het.

     Het altaar is open. We zijn gereed. Kom slechts overeind uit uw stoel; kom meteen en kniel hier neer bij het altaar, zoals deze broeder die net is gekomen.

206 Dankdag – O God, ik ben u zo dankbaar. "Ik weet dat er heel mijn leven iets geweest is, Heer. Ik ben nooit bevredigd geweest – ik heb het geprobeerd. Ik dacht: volgend jaar zal ik het doen; de volgende week zal ik het doen; de volgende keer dat ik een uitnodiging hoor. Ik zal het op een of andere dag doen. Ik stel het uit en ik stel het uit. Maar Here, ik weet dat er iets fout met mij is. Ik zal altijd geloven dat er iets anders was en nu, Here, vanavond, ben ik dankbaar voor de voorbereiding die werd getroffen door de Zoon van God, opdat mijn zonden – eigenlijk mijn ongeloof – van mij weg zouden worden gewassen."

     "Ik kom vanavond en kniel neer om de grote Dankdagzegen te aanvaarden die Jezus Christus voor mij volbracht, toen Hij voor mij stierf op Golgotha."

     Wilt u komen? Nu, er zijn mensen die hier knielen rond het altaar. Waarom staat u niet op om te komen? U hebt het willen doen. U hebt het geprobeerd.

207 Denk even aan onze broeder Lyle Palmer, onze goede, dierbare broeder. Hij zat in de tuin, zoals ik begreep en hij keek naar zijn kleine meisje dat croquet of zoiets speelde, daar buiten en hij tuimelde om in zijn stoel en hij was dood, voordat hij maar een beweging kon maken.

208 U weet niet op welk ogenblik u hier zult vertrekken. U weet niet op welk ogenblik u zult gaan. Het zou nu vanavond nog kunnen gebeuren. Dus waarom komt u niet om het nu in orde te brengen? Kom toch mensen. Kunt u niet voelen dat er iets trekt aan u? Ik weet dat er hier velen zijn die op deze plaats hier bij het altaar zouden moeten zijn – alleen deze zes of zeven mensen hier, is niet wat hier binnen zit.

209 Nu, als u mij gelooft en u hierheen kijkt naar het podium: er gebeuren dingen; gelooft u mij nu. Op een dag zal mijn stem verstomd zijn en u zult haar niet meer horen. U zou wensen dat u zou zijn gekomen. U zegt: "Broeder Branham, ik ben een kerklid geweest..." Het maakt niet uit wat u bent geweest. Zo is Nicodemus een kerklid geweest. En zo zijn Johannes, Petrus, Jacobus, Paulus en heel de rest van hen kerkleden geweest. Paulus was een kerklid totdat er iets gebeurde op een avond, of op een dag was het – en hij kwam. Hij was toen van een kerklid veranderd in een zoon van God.

     Wilt u niet komen? O, hij was opgeleid, hij was intellectueel, hij wist dat hij opleiding had gehad, op een van de grootste opleidingsscholen die er waren – die van Gamaliël. Eén van de fijnste leraren die er in het land waren, maar hij wist dat hij iets nodig had.

     Wilt u niet komen? Nog één keer vraag ik u in... hetzij hier of door het land, ik vraag u waar u ook bent en in wat voor samenkomst u ook bent op deze Dankdag. Bedenk, ik word op de band opgenomen hier (niet alleen hier, maar ook in de hemel).

210 U weet dat het wetenschappelijk bewezen is, dat elke beweging die u maakt wordt opgetekend. Ze hebben dat bewezen. Denk maar aan de televisie, die dat bewees. De televisie fabriceert niet het beeld, u bent het beeld, maar het brengt slechts dat wat u doet over in een kanaal. U bent daar, hoe dan ook. Ziet u, wanneer u een vinger beweegt, gaat die beweging de wereld rond. Elke keer dat u een kledingstuk aan doet, gaat uw uiterlijk de wereld rond – het is opgetekend.

211 Elke gedachte die door uw hoofd gaat staat op een grammofoonplaat en op een dag zal die grammofoonplaat ophouden te spelen. Hij zal in het album gedaan worden, en dan bij het oordeel zal hij terugkomen. Daar staat u, met afgeknipt haar, bewerend een Christen te zijn. Daar staat u met gedachten in uw geest tegen het Woord – op dit moment in uw gedachten. U kunt het niet verbergen. Bedenk, televisie – de wetenschap weet zelfs dat dat waar is.

212 U staat daar op dit zelfde ogenblik, terwijl u weet dat u hier zou moeten zijn. Denk eraan dat wanneer dit wordt weergegeven op de dag van het oordeel, diezelfde gedachte die u nu hebt regelrecht weer in uw gedachten terug zal komen. Dat zal precies geregistreerd zijn; de hele wereld zal zien dat het afgespeeld wordt. Wel, laat de wereld niet zo naar u hoeven kijken op de dag van het oordeel, met al de engelen daar. Want indien u zich hier voor Mij schaamt, als uw foto nu wordt gemaakt, zal Ik Mij voor u schamen op de dag van het oordeel. Want Ik zalfde Mijn Woord en zond het tot u; u wilde het niet geloven. U verborg uzelf achter iets. "O, het klinkt goed genoeg. Ik heb dit gedaan. Ik heb gedanst in de Geest. Ik heb in tongen gesproken." Dat doen de heidenen ook. "Ik jubelde." Dat doen de heidenen ook. Hoe kunt u dan terugkeren tot het Woord?

... Waarom niet? Waarom nu niet tot Hem gekomen?
Waarom niet, waarom niet? Waarom nu niet tot Hem gekomen?

Waarom wacht u toch, geliefde broeder,
O, waarom draalt u zo lang?
Jezus wacht op u, om u een plaats te geven,
In Zijn geheiligd tehuis.

     (Maar u bent een van de leden van Zijn lichaam.) Waarom niet? (O, kleine arend, kom.) Waarom niet gekomen tot... Here, ik ben dankbaar. Ik ben erg dankbaar. Dankdag aan u, Heer. Niet voor natuurlijk voedsel, hoewel dat ook, maar Here, dit is de eindtijd en ik ben dankbaar voor dit geestelijke voedsel, Here – het geestelijke voedsel van de Zeven Zegels, die waren beloofd geopend te zullen worden. U zegt: "Dat zal iets anders zijn." Nee, nee, u kunt niet één woord toevoegen of afnemen. Het is daar reeds in. Het is alleen verborgen; het is verzegeld. Hoevelen begrijpen dat, zegt: "Amen".

213 Zie, u zegt: "Wel, dat is een geheimenis dat zal komen." Nee, nee, het is reeds geschreven. U kunt er niet één woord aan toevoegen of er één woord afnemen. Ziet u, het is er reeds in. Het moet slechts worden geopenbaard in de laatste dagen.

     Wilt u niet komen? Komt nu, vrienden. Indien u het niet kunt verstaan, kom, kniel dan neer en spreek er met Hem over. Indien ik het niet aan u duidelijk kan maken, zal Hij het doen; want Hij is de oplosser van alle twijfels.

... In Zijn geheiligde troon.
Waarom niet? (Wilt u niet komen?) Waarom niet?
Waarom nu niet gekomen tot Hem?

214 Denk eraan dat hiervan een opname wordt gemaakt. Niet alleen op deze band, maar op Gods grote grammofoonplaat – van een ieder van u. Elke beweging, of u uw hoofd wilt buigen, uw hart buigen, wat voor gedachte er door uw geest gaat; bedenk, het wordt op dit ogenblik geregistreerd in de heerlijkheid en de grammofoonplaat zal worden afgedraaid op de dag van het oordeel. Waar is uw beslissing? O, hoe zult u wensen die te veranderen in die dag.

     Ik zal even wachten, omdat er nu velen, velen, rond het altaar zijn. Ziet u, misschien, als ik dit nog iets langer zou aanhouden, misschien zou er nog een daar vandaan komen. Misschien ergens een in New York; het zou iemand in Philadelphia, of ginds in Californië of in Arizona kunnen zijn; misschien zou er daar nog een kunnen komen. Voorganger, waar u ook bent, geef de uitnodiging nu niet op. We maken misschien nooit meer nog een Dankdag mee. Dit zou de laatste kunnen zijn en de grammofoonplaten zouden vanavond voor de laatste keer opgenomen kunnen worden. De geluidsband zal een dezer dagen aflopen. De grammofoonplaat zal dan worden genomen en in Gods album worden gedaan, ziet u? En later zal worden teruggespeeld wat uw gedachten nu zijn. Zeg niet, dat u niets anders wist – dat weet u wel. "Maar niemand kan tot Mij komen, tenzij Mijn Vader hem trekt. En allen, die de Vader Mij gegeven heeft, zullen komen."

     Ik geloof dat, als ik daar buiten ergens zat vanavond, met maar de minste gedachte, dan zou ik zeker hier komen, zo hard als ik maar kon.

     "... Waarom niet? Waarom niet gekomen?" (Bent u aan het einde? Bent u zeker dat u Zijn Geest niet bedroeft?)

215 Laten we onze hoofden dan gebogen houden. Bent u er zeker van dat u Zijn Geest niet hebt bedroefd? Bent u er zeker van dat u heel precies hebt gedaan, wat Hij u vertelde om te doen? Bent u positief nu? Bedenk, u zou misschien nooit meer een kans kunnen krijgen. De grammofoonplaat kan vanavond afgelopen zijn. Dit kan misschien alles zijn. Dit kan de laatste band voor u zijn. Bent u zeker dat u nu gereed bent? Als het zo is, dan laat ik het in uw handen in de Naam van de Here Jezus.

216 Terwijl het koor zachtjes zingt, zal ik gaan bidden voor dezen, die hier beneden zijn. Ik ben een beetje een erg vreemde soort Christen. Ik geloof dat God het redden moet doen en ik geloof dat God het Woord moet brengen. "Ik de Here..." (zegt de Bijbel in Jesaja) "Ik de Here, heb het geplant, Ik zal het bewateren dag en nacht, opdat niemand het uit Mijn hand zal rukken."

217 Voor ik iemand vraag rond het altaar te komen, deze mensen, wil ik zelf voor hen bidden. Laat ons onze hoofden nu buigen.

218 Dierbare Jezus, ik haalde net Uw Woord aan, dat Uw profeet sprak en ik weet dat de woorden van de profeten waar zijn. En U zei: "Ik, de Here, heb geplant." Wel zeker, U heeft ze in het Boek des Levens van het Lam gezet voor de grondlegging van de wereld. "Ik, de Here, heb het geplant en Ik zal het bewateren, dag en nacht, opdat niemand het uit Mijn hand zal rukken." Here, deze mensen hebben waarschijnlijk vele uitnodigingen gehoord, maar U bewatert het nog steeds, Here. Hier zijn ze vanavond. Mogen ze gewoon los komen vanavond, Vader, van al de dingen van de wereld: van al de zonden en moeiten, die in hun hart zijn. Mogen ze gewoon verstandig, eerbiedig, in hun hart, zich omkeren en zich verliezen in Uw Woord, op dit ogenblik nu, en zeggen: "Here Jezus, diep in mijn hart heb ik altijd geloofd dat er iets was voor mij dat ik nog nooit heb ontvangen. Hoewel ik geprobeerd heb, zoals de uitdrukking werd gebruikt vanavond, 'om de hen te volgen', maar er was iets wat mij vreemd scheen. Het klonk niet helemaal goed. En nu vanavond voel ik dat ik dichterbij kom in de armen van het levende Woord. Ik kom hier zo eerbiedig mogelijk met oprecht gemoed; ik heb me neergezet hier bij dit altaar. Ik heb zozeer verlossing nodig, Here. Ik ben zo hongerig. Ik wil, Heer, dat U mij in Uw armen houdt, vanavond. Niet door enige emotie, maar door de Geest der liefde. Neem mij in Uw armen, dierbare God. Ik ben Uw kind. Ik voel dat ik die kleine arend ben waar ze over spraken. Vang mij op, Here, ik spring. Ik ben opgestaan van mijn stoel en hier neergeknield. Vang me op, Here, ik spring. Breng mij op Uw vleugels, Heer, weg van deze dingen van de wereld; laat mij wegvliegen van de vuilheid van deze wereld, van mijn slechte gewoontes, van al mijn denominatie-tradities. Laat mij tot U alleen komen, dierbare God, opdat Uw Heilige Geest de vergeving van al mijn twijfels in mij zou mogen uitstorten. Moge ik vanavond Uw kind worden, pasgeboren, een nieuwe schepping vanavond. Vang mij, draag me weg boven het klokken van de hen uit. Draag me weg naar het arendsnest, daar waar ik kan worden gevoed met het Woord van God totdat ik kan vliegen."

219 Sta het toe, dierbare God. Neem hen. Ze zijn de Uwen. Dit is mijn gebed met oprechtheid, biddend over een stervend volk. Sta het toe, Vader. Ik bied mijn gebed aan in hun belang. Ik vraag het voor de heerlijkheid van God.

220 Nu, met onze hoofden gebogen, vraag ik mij af, u die hier nu rond het altaar geknield ligt. Velen van u beweren Christenen te zijn, maar u hebt gevoeld dat er altijd ergens iets was dat u niet bezat. U mag al deze religieuze handelingen hebben gedaan. U mag hebben gejubeld. U mag alle dingen hebben gedaan. U mag hebben gedanst in de Geest; u mag in tongen hebben gesproken en niemand kan daar iets verkeerds van zeggen. Dat is waar. Dat is allemaal goed. Maar ziet u, dat zijn de gaven van de Geest zonder de Geest. Indien de Geest er was, zou dat gevoelen u niet zo veroordelen. Gelooft u hier bij het altaar, werkelijk oprecht, dat God u op dit ogenblik, terwijl u hier bent, alleen door de handeling van uzelf los te laten – niet door een emotie nu, maar in werkelijk onvervalst geloof – zal ontvangen en u zal voeden met Zijn Woord, totdat u arenden bent en zelf kunt vliegen?

     Indien u dat gelooft en u wilt dat God dat doet, steekt dan uw hand omhoog – u die rond het altaar bent. God zegene u. Ieder heeft zijn hand omhoog gestoken.

221 Nu werkelijk rustig, ik zal toegewijde mannen en vrouwen gaan vragen, die God werkelijk kennen... Het is erg vreemd, maar het schijnt dat het toch zo is, de meesten van hen zijn mannen. Bij de uitnodigingen die ik doe zijn het over het algemeen meest vrouwen; maar hier zijn allemaal mannen. Ik geloof dat er hier één vrouw is bij het altaar, vanavond; misschien twee. Het zijn gewoonlijk vrouwen, maar op een of andere manier, ik geloof dat het schijnt alsof vrouwen denken dat ik tegen hen praat. Dat is niet zo zusters. (Drie, geloof ik dat er iemand zei. Ik kan niet over de bovenkant heen kijken.) Goed, laten enigen van u, toegewijde Christenen, hier komen en een ogenblik met mij in gebed staan. Op het altaar of waar u bent, op het podium, iemand die werkelijk God kent – die weet hier een paar ogenblikken met hen te staan voor gebed. Daarna zullen we het gehoor heenzenden. Laat iedereen nu werkelijk eerbiedig zijn.

222 Ga niet weg, kom gewoon hier en kom in het rond staan – sommigen van u mensen, die werkelijk geloven dat dit de waarheid is; dat wij een ander tijdperk binnengaan; we zijn bezig het opname-tijdperk binnen te gaan. U weet, de gemeente kan niet in deze toestand heengaan en het kan op geen enkele manier beter worden; het moet slechter worden. Hoevelen weten dat, zeg: "Amen." Het moet slechter worden en het kan op deze wijze niet gaan. Ziet u, er moet iets gebeuren en het is in beweging op dit moment, vrienden. Het is zo ver, het is in beweging voor de bruid. Dat is de waarheid. Dat is ZO SPREEKT DE HERE. Komt u naar voren, toegewijde Christenen, die wilt dat uw grammofoonplaat – om te ontdekken dat dezen die oprecht komen... Wilt u komen om met hen te bidden als uw broeders en zusters? Kom hier naar het altaar. Sta hier even een ogenblik omheen om te bidden.

223 Wil nog iemand anders komen? Ga hier omheen staan, kniel gewoon bij hen neer, loop maar waar u moet zijn rond deze mensen, u vrouwen, lieflijk, nederig, bidt voor hen.

     Dierbare God, help deze om alles over te geven. "Ik geef mijn denominatie over, ik geef mijn eerste huwelijk over. Ik geef mijn eerste man over. Ik geef alles over, Heer."

Ik geef alles over,
Ik geef alles over,
Alles aan U, mijn gezegende Redder,
Ik geef alles over.

     [De aanbiddingsdienst gaat verder – Vert]

224 U hier, die rond het altaar bent, die hebt gebeden, de gemeente heeft voor u gebeden; u hebt zelf gebeden. Nu, er is slechts één manier waarop u gered kunt worden. Dat is: door geloof zijt gij behouden en dat door genade – de genade van God sprak tot u; bracht u tot het altaar. U zoekt Gods zegeningen. U zoekt Zijn Woord. U zoekt de Heilige Geest. U zoekt de gunstbewijzen van God. Indien u dat doet en u kunt het werkelijk met heel uw hart, geef het over. Nu, zie niet uit naar enige emotie. Zie uit naar een Waarheid, een Waarheid die uit uw hart is, door geloof. Heer, ik ben bereid alles te doen wat Uw Woord mij beveelt te doen. Ik geef mijzelf over met alles wat in mij is. Indien u dat gelooft met heel uw hart, wil ik dat u opstaat en u omdraait naar deze gemeente, naar het gehoor. Heft uw handen omhoog en wij zullen samen met hen zingen: "Ik geef alles over wat in mij is, God. Naar mijn beste weten, alles wat ik ben, ik geef het over." Stapt op het podium, hier, u die bij het altaar bent. Stapt op dit podium, broeders. Regelrecht hier op, u allen, die broeders en zusters bent.

     Kijk hier gemeente. [Dan geeft een zuster een getuigenis – Vert]

225 Een zuster hier, uit een denominatie, zei: "Ik behoorde tot een denominatie." We hoeven die niet te noemen. Ze is daar een arbeidster in, maar ze zei: "Broeder Branham, ik wilde uitgaan tot de Waarheid. Ik wilde iets wat zij niet hadden." Laat mij Zijn Woord citeren: "Gezegend zijn zij, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden." Nu, u hier op het podium, die juist gekomen bent, indien u bereid bent om alles wat u bent over te geven, alles, om het Woord Gods te gehoorzamen. We hebben u deze week al verteld wat te doen. Indien u gereed bent om op dit ogenblik u aan Hem over te geven, steekt dan uw handen zo omhoog tot het gehoor. Nu, u hier op het podium, zingt het dan samen: "Ik geef alles over." Iedereen samen.

Ik geef alles over,
Ik geef alles over,
Alles aan U, mijn gezegende Redder.
Ik geef alles over.

     Meent u het werkelijk? Zeg: "Amen." Zeg nog een keer: "Amen." Zeg: "Heer, doorzoek mij. Beproef mij. En geef mij een gelegenheid. Dit is alles wat ik kan doen vanavond, mijzelf aan U te geven. U kent de honger van mijn hart. U weet mijn verlangen. Uw belofte was om dat verlangen te vervullen. Nu, ik aanvaard het. Ik geef me nu aan U over."

     Allen samen:

Ik geef alles over,
Ik geef alles over,
Alles aan U, mijn gezegende Redder,
Ik geef alles over.

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)