Dingen die er zullen zijn

Door William Marrion Branham

1 Broeder Boone en de gemeente; dit is zeker een groot voorrecht voor mij om weer terug te zijn in San Bernardino. Deze plaats draagt vele, grote herinneringen van de dagen die voorbijgegaan zijn. En te horen dat het bezoek hier nog steeds levende invloed heeft, maakt zeker dat je je blij voelt, dat de Here ons, jaren geleden, naar deze richting heeft geleid.

2 Ik zette daarstraks mijn auto op de parkeerplaats en probeerde me éénvan de gebeurtenissen te herinneren die hadden plaatsgevonden. Daar stond ene mevrouw Isaacson, die mijn tolk was geweest in Finland (op een Finse campagne), en ze kwam naar de wagen, toen ik er net uitstapte. Ze zei: "U bent de stem van Finland." En ik vraag me gewoon af of mevrouw Isaacson hier in de buurt woont. Ik wist het niet. Ik vermoed dat ze misschien aanwezig zal zijn vanavond – mevrouw May Isaacson? Ze komt uit Finland.

3 Dan een andere bijzondere zaak die in mijn herinnering opkwam was over een kleine kelnerin in een restaurant waar ik heb gegeten, ergens dichtbij, dat ze het 'Antlers Hotel' noemen. Ik geloof dat dat juist is. En de kleine dame had... Ik bad met haar. Ze was een aardige, kleine dame, maar ze was geen Christen. Ik had haar uitgenodigd voor de samenkomst. Ze had een baby verloren en ik geloof dat ze van haar man gescheiden leefde. We baden dat ze het zou goedmaken met haar man, of dat zij het samen zouden goedmaken. Dus vraag ik me gewoon af of die kleine dame aanwezig kon zijn (Zie?), die...?

4 En nog een andere gebeurtenis die plaats heeft gevonden, was, dat een kleine baby die men had meegebracht (ongeveer een dagreis hier vandaan) en die was gestorven en in zijn moeders armen lag, weer tot het leven werd teruggebracht. Is die persoon hier aanwezig? De baby kwam geloof ik uit het noorden van de staat in deze richting, om en bij... Het ligt hier ten noorden. De moeder en de vader hadden de hele nacht lang gereden. De kleine moeder zat daar en hield bedroefd haar kleine, dode baby vast. Ik dacht: "Wat een geloof!" Al was ik de grootste huichelaar in de wereld, dan zou God nog dat geloof van die moeder hebben geëerd. Ik hield de baby zo in mijn handen en terwijl ik bad werd hij warm en begon te bewegen en opende de oogjes. Ik overhandigde hem terug aan de moeder. Zij kwamen ergens vandaan, ik denk echter niet dat ze van Pinksteren waren, zij waren gewoon... ik geloof dat het de een of andere kerk was die – van... Ik weet zelfs niet of ze Christenen waren of niet. Ik vroeg het ze nooit. Ik was gewoon zo opgetogen over de kleine baby die weer tot leven was gebracht. Sindsdien, broeder Boone, is er veel water door de rivier gestroomd, maar we dienen nog altijd dezelfde God, die dezelfde blijft, gisteren, vandaag, en tot in eeuwigheid.

5 Toen ik zojuist rondkeek, zag ik broeder Leroy Kopp hier zitten. Het is de eerste keer dat ik hem sinds lange tijd heb gezien. [Broeder Branham spreekt met broeder Kopp – Vert] Paul, dat is juist. Leroy is uw vader, dat is waar. O, Rusland. Wel, dat is... Ik weet als deze dappere soldaat daar is, is hij daar voor de zaak van de Koning. Ik ben zeker blij om hier te zijn en deze jonge prediker te horen zeggen, dat hij werd geïnspireerd door de bediening die wij hadden, terwijl we hier waren. Dat is werkelijk zeer ontroerend.

     En ik vertrouw nu dat – wetend dat we moeten... Er moeten mensen staan en we willen u niet te lang vasthouden. We herinneren ons deze grote genezingsdiensten.

     Nu, ik begrijp dat er hier ergens in de omgeving een broeder een genezingscampagne houdt, een zekere broeder Leroy Jenkins. Ik geloof dat dat juist is. Ik ben daar erg dankbaar voor en vertrouw dat de Here hem zegent en hem een grote, grote dienst geeft.

6 Ik voelde me werkelijk vereerd vanavond in een kerk als deze te komen. Ik voel me altijd beter in een kerk dan in die gehoorzalen. Daar is... Nu, er is niets tegen gehoorzalen. Maar weet u – het mag bijgeloof zijn maar het schijnt mij gewoon toe als een waarheid. Ziet u, als u in die gehoorzalen komt, waar gevechten, worstelpartijen en revues en al die andere dingen plaatsvinden, dan schijnen er boze geesten rond te hangen in die plaatsen. Nu, dat mag bijgeloof lijken, maar het is het niet. Het is een... Maar als u in een kerk komt, voelt u zich gewoonlijk – en zeker in een geestelijke gemeente zoals hier – schijnt het alsof u zich vrijer voelt. Daar is iets, de tegenwoordigheid van God is daar...?... het schijnt anders te zijn. Ik weet niet welk effect het gebouw heeft, maar het is waar de mensen zijn verzameld. Natuurlijk zijn het dezelfde mensen op die andere plaats, alleen op die slechte grondgebieden. Misschien denk ik alleen op die wijze, maar hoe dan ook, ik ben blij hier te zijn vanavond.

7 En nu, we willen u niet te lang houden, vanwege het staande gehoor. Morgenavond gaan we naar een zekere andere plaats. Ik weet zelfs niet waar het is. Het is hier dichtbij. De diensten morgenavond zijn in het Orange Show Auditorium. Ik was... Dit is tussen... Ik spreek op een rondreis voor de Zakenlieden (de groep van de Volle Evangelie Zakenlieden, waarvan ik het voorrecht heb gehad over de hele wereld voor hen te spreken.) En daar vanuit, nodigde een erg dierbare vriend ons hier uit, en we zijn blij in de samenkomst te zijn vanavond.

8 Nu, voor we de Bijbel openen... Nu, iedereen die lichamelijke kracht heeft, kan hem openen op deze manier (ziet u), maar het vereist de Heilige Geest om het Woord voor ons te openen, om ons verstand te openen en de Schrift te openbaren. Ik geloof in de Bijbel. Ik geloof dat het Gods woord is. En ik geloof dat de aarde, of de mensen van de aarde, op een zekere dag geoordeeld zullen worden door dit Woord. Nu dat mag vreemd lijken. Er zijn velen die van mening verschillen over die gedachte.

9 Ik sprak niet lang geleden een erg trouwe vriend van mij, die een Katholiek is, en hij zei, "God zal de wereld oordelen door de Katholieke kerk." Als dat zo is: welke Katholieke kerk? Ziet u? Als Hij haar oordeelt door de Methodisten, wat dan met de Baptisten? Ziet u? Als Hij haar door de één oordeelt, is de andere verloren. Er is daarover te veel verwarring. Maar we moeten naar de Bijbel gaan om onze ware verklaring te vinden, en de Bijbel zegt dat God de wereld zal oordelen door Jezus Christus en Hij is het Woord. Johannes 1: "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond..." En Hebreeën 13:8 zegt: "Hij is dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid." Ik geloof dat dàt de Waarheid is.

10 Nu, ik geloof dat in... God, in den beginne, is de oneindige God. Hij is oneindig en wij zijn de eindigen. Zijn verstand is zoveel groter, en wij met ons kleine eindige verstand kunnen Zijn grote, oneindige wijsheid niet begrijpen. Daarom kan het, wanneer Hij iets zegt, voor ons erg vreemd lijken Hem een bepaalde zaak in de Schrift te horen zeggen, maar het moet toch gebeuren. Ik geloof dat Zijn woorden nooit voorbij zullen gaan; daarom geloof ik dat God – daar Hij weet dat wij in ons kleine, eindige verstand zijn en Zijn grote verstand niet kunnen verklaren – dat Hij Zijn eigen Woord uitlegt. Hij heeft geen enkele uitlegger nodig. Hij legt Zijn eigen Woord uit door dat Woord op Zijn eigen tijd te bewijzen.

11 Ik geloof dat God in den beginne – dat Noach het Woord was voor die dag, voor Zijn boodschap. Nu, vervolgens komt daarna Mozes. Nu, Mozes zou niet het woord van Noach hebben kunnen nemen. Hij zou geen schip hebben kunnen bouwen om hen uit Egypte te laten drijven, de Nijlrivier af naar het beloofde land enzovoort. Zijn boodschap werkte niet in Noachs dag; dat was het deel van Gods Woord dat bewezen werd Waarheid te zijn door Mozes. Evenmin zou Jezus Mozes' woord kunnen hebben. En Luther zou het woord van de Katholieke kerk niet hebben kunnen ondersteunen. Wesley kon Luthers woord niet ondersteunen. En Pinksteren, zij konden het Methodisten-woord niet nemen. Ziet u, de gemeente groeit. Elk tijdperk wordt hier in de Schrift toebedeeld. God, door de Heilige Geest, openbaart Zijn Woord door het te manifesteren en het Zelf te betuigen, daarmee tonend dat het Zijn Woord is dat komt te geschieden in de tijd waarvoor het is beloofd.

12 Jezus heeft dat gezegd. Hij zei: "Als je Mij niet kunt geloven, geloof dan de werken die Ik doe", want deze getuigden ervan wie Hij was. Ziet u? Als iemand de Schrift zou hebben gekend... Nu, Hij kwam zo zonderling, zo vreemd, dat de mensen Hem niet wilden geloven, omdat Hij als mens Zichzelf God maakte. Hij was God in een gedaante. God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende, en geen mens kan deze werken doen zonder dat God met hem is. Zoals we weten zei Nicodemus, dat het Sanhedrin dàt geloofde.

13 Nu, we weten dat dat Woord... Als zij het Woord zouden hebben gekend... Hij zei: "Indien gij Mozes zoudt hebben gekend, zoudt gij Mij hebben gekend, omdat Mozes van mij schreef." En wij kijken... Als zij teruggekeken hadden in de Schrift en hadden begrepen wat de Messias verondersteld werd te doen, dan zouden zij Hem hebben gekend door het bewijs, dat God door Christus de wereld met Zichzelf verzoende en dat Hij al de beloften liet plaatsvinden, die de Messias zou moeten doen. Jezus droeg getuigenis van dat Woord en maakte dat Woord levend voor díe dag. En ik geloof dat dat hetzelfde is, als waarin wij vandaag leven: God, die getuigenis aflegt van Zijn Woord door te betuigen wat Hij zei dat Hij zou doen.

14 Nu, we weten dat dit de dag des heils is, dat God de mens roept uit de wereld, uit een leven van zonde tot een leven van dienst. En in de dag dat God Zijn Geest van omhoog heeft uitgestort, moeten grote tekenen en wonderen de bediening van deze dag vergezellen. Dit is de tijd dat de vroege en late regen tezamen vallen. We weten dat er grote tekenen en wonderen verondersteld worden te gebeuren, wat in vele grote denominaties wordt afgewezen. Maar ik ben erg dankbaar voor deze open deuren die ik heb gekregen om binnen te gaan en de inspiratie, die het heeft gegeven aan jonge mannen zoals uw herder hier, dat het heeft gemaakt dat zij... Daar ik oud begin te worden en weet dat mijn dagen zijn geteld, weet ik nu dat deze jongemannen deze boodschap kunnen nemen en het voortdragen tot de komst van de Here, als Hij niet komt in mijn generatie... Waarin ik Hem hoop te zien... Ik zie dagelijks naar Hem uit, en waak, mijzelf bereid houdend voor dat uur.

15 Nu, laten wij spreken tot de Auteur voor we Zijn Boek lezen, terwijl we ons hoofd buigen. Hemelse Vader, we zijn U dankbaar in leven te zijn vanavond, dat we terug konden keren naar deze grote stad. Dat we hier zitten met het uitzicht op de bergen: als we opkijken zien we de sneeuw en tegelijkertijd zien we de oranjebloesems bloeien. Wat een prachtige wereld heeft U ons gegeven om in te leven. En als we zien hoe de mens haar heeft verstoord en hoe hij in deze wereld handelde, maakt het ons beschaamd over onszelf, Vader. We zijn hier vanavond om onze krachten aan te wenden om te proberen de mens dit grote te laten zien dat God heeft gedaan, daar we weten dat er juist aan de andere zijde iets groters is. Mogen wij daarnaar kijken vanavond, Vader, als wij Uw Woord ingaan en het lezen. Wij kunnen het lezen, Vader, maar laat de Heilige Geest het aan ons openbaren door de openbaring. Want we vragen het in Jezus' Naam. Amen.

16 Nu, u die misschien notities wenst op te schrijven en het Schriftgedeelte mee te lezen met de prediker, zoals zij het gewoonlijk voorlezen... Jaren geleden hoefde ik mijn Schriftgedeelten gewoonlijk niet op te schrijven enzovoort, maar ik ben sindsdien een beetje ouder geworden. Ziet u, ik passeerde juist onlangs de vijfentwintig – vijfentwintig jaar geleden. Dus dat maakt het een beetje moeilijk. Maar ik probeer nog altijd om mij aan alles te houden wat ik maar weet te doen in Zijn Woord, totdat Hij mij roept.

17 Nu, laten wij opslaan Johannes het veertiende hoofdstuk; een erg bekend Schriftgedeelte dat wij vanavond willen lezen om hieruit een tekst te halen, zo de Here wil. Bijna allen kennen dit. Het schijnt, dat het vele keren wordt gebruikt in begrafenisdiensten. Als er ooit een tijd was dat ik in een begrafenisdienst zou willen prediken, dan zou het tot deze wereld zijn. Laat het sterven en opnieuw geboren worden. Johannes 14:1–7, ik geloof dat ik het hier heb opgetekend.

     Uw hart wordt niet ontroerd; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij.

     In het huis mijns Vaders zijn vele woningen – anders zou Ik het u gezegd hebben – want Ik ga heen om u plaats te bereiden;

     en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben.

     En waar Ik heenga, daarheen weet gij de weg.

     Thomas zeide tot Hem: Here, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg?

     Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.

     Indien gij Mij kendet, zoudt gij ook mijn Vader gekend hebben. Van nu aan kent gij Hem en hebt gij Hem gezien.

     Moge de Here Zijn zegeningen voegen bij het lezen van Zijn Woord, we zullen er straks weer naar verwijzen, terwijl we enkel een kleine les tot de gemeente willen spreken.

18 Gisteravond was ik in Yuma, Arizona, waar mijn huis nu... Toen ik eerder hier was, woonde ik in Jeffersonville, Indiana. Ik ben nu in Arizona, daarheen gezonden door een visioen, een paar jaar geleden. En wij verblijven nu daar. Ik heb daar geen gemeente. Broeder Green, onze broeder die hier bij ons is, heeft een tabernakel gevestigd waar één van de 'Assemblies of God' gemeenten, de Downtown Assemblies... Zij gingen samen, en ik denk dat zij allemaal samengingen met broeder Brock en met broeder Gilmore en ze lieten deze kerk achter; en broeder Perry Green, onze medewerker uit Texas die met ons verbonden is, betrok het en nam de plaats over. We zijn blij te weten dat broeder Green deze kerk die gesloten was, heeft heropend.

19 Gisteravond sprak ik in Yuma voor de Christen Zakenlieden over het onderwerp De opname. Nu, dat mag een vreemd onderwerp lijken om over spreken bij een gastmaal, maar bijna iedereen daar was Christen. En zo is het op campagnes zoals deze of in een gemeente. Ik zou kunnen zeggen: "Nu, hoevelen van u zijn Christenen?" Waarschijnlijk zou iedere hand omhoog gaan. U bent een Christen. En dus als we Christenen zijn, geloof ik dat we op een of andere manier vooruit bekend gemaakt behoren te zijn. We hoeven er niet alleen maar naar te gissen, ons is bekendgemaakt wat onze bestemming zal zijn.

20 En dan wil ik daarover spreken vanavond. En het onderwerp zal gaan zijn: "Dingen die er zullen zijn." En nu, omdat ik gisteravond over de opname sprak, wil ik vanavond spreken over dit onderwerp, opdat ik het misschien tezamen kan verbinden met de boodschap van gisteravond. Nu, er zal een opname gaan zijn; we weten dat. Dat zal er in de toekomst zijn.

21 Jezus spreekt er hier over, dat Hij is vooruit gegaan om een plaats voor ons te bereiden. "Uw hart wordt niet ontroerd." Hij sprak tot de Joden. Hij zei: "Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. Zoals u hebt geloofd in God, gelooft in Mij, want Ik ben de Zoon van God." Ziet u? Met andere woorden: "Ik en Mijn Vader zijn Eén. Mijn Vader woont in Mij, en wat u Mij ziet doen, ben Ik niet, het is Mijn Vader die in Mij woont; Hij doet de werken." God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende.

22 Het was gemakkelijk voor deze Joden, die gedurende generaties waren onderwezen, te geloven dat er een grote bovennatuurlijke God was. Maar te denken dat die God naar beneden gekomen was en Zichzelf manifesteerde door de Persoon van Zijn Zoon heen, Jezus Christus – God wonende in een lichaam van vlees – dat was een beetje te veel voor hen om te begrijpen. Maar Hij zei: "Nu, zoals gij in God hebt geloofd, gelooft ook in Mij. Want in Mijns Vaders huis zijn vele woningen, en Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden." Jezus' leven stond op het punt te eindigen hier op aarde. Hij had de mensen getoond en aan hen bewezen, dat Hij Jehova was, gemanifesteerd in vlees, door de grote tekenen en wonderen en de verwijzing van de Bijbel, waarnaar Hij had verwezen, naar Zichzelf. En Hij bewees dat Hij God gemanifesteerd was. Nu zei Hij: "Wanneer u Mijn leven ziet eindigen, eindigt het voor een doel. En ik ga heen om een plaats voor u te bereiden, opdat, daar waar Ik ben, u ook moogt zijn." Jezus vertelt daarmee Zijn discipelen dat dit leven niet is geëindigd met de dood.

23 Daar ik zei, dat dit een begrafenistekst was, houdt in gedachten, dat wij... de dood staat vlak voor ons en wij weten niet of... Er kunnen sommigen zijn in dit gebouw vanavond, die hier niet levend in dit natuurlijke leven vandaan zullen gaan. Zo onzeker is het. Vijf minuten hierna zouden gezonde, jonge mensen in dit gebouw een lijk kunnen zijn, binnen vijf minuten van nu. Dat is waar. En eveneens zou het kunnen zijn dat we binnen vijf minuten allemaal in de heerlijkheid zouden zijn. We weten het gewoon niet. Dat is in de handen van God. Jezus zei dat Hijzelf niet wist wanneer die tijd zou zijn, maar dat was alleen in de handen van de Vader.

24 Hij vertelde hen echter dat er na de dood leven is. Omdat: "Ik ga heen om een plaats te bereiden" – dat is om hen te ontvangen, toont dat er (Hij sprak tot hen) dat er een leven was, nadat dit leven is geëindigd. Wat een troost behoort dat ons allen te geven, te weten dat, nadat dit leven voorbij is, er een leven is dat we ingaan. En als u ouder wordt, wordt dat steeds meer een werkelijkheid voor u. Als u begint te zien dat het einde van uw levensdagen nadert, dan begint u ijveriger in te pakken en u gereed te maken voor die grote gebeurtenis. Het is een doorgaan van ditzelfde leven in een andere wereld, een andere plaats.

25 Uw geboorte hier was voorbestemd. Ik veronderstel dat u dat gelooft. Iedereen van u weet dat onze geboorte voorbestemd was. Wist u dat uw wezen hier nooit alleen maar ontstond door een mythe of een gedachte? Alles was geheel voorbestemd door God, voor de grondlegging van de wereld, die u ziet. De oneindige God wist het. Om oneindig te zijn, moest Hij iedere vlo kennen, die er ooit op aarde zou zijn en weten hoeveel keren hij zou knipperen met zijn oog. Dat is oneindig. Ziet u? Wij met ons kleine verstand kunnen niet doorgronden wat oneindig betekent. De oneindige God, Hij wist alle dingen; daarom is er niets uit de orde.

26 Als we het Woord van God kennen, weten we waar we leven. We weten in welk uur we leven. We weten wat er in het vooruitzicht ligt. We zien wat we hebben gepasseerd. En het Boek van God is de openbaring van Jezus Christus. Zijn werken door de tijdperken heen, die er tot aan het Boek van Openbaring waren, en dan Zijn beloften die zullen komen... Dus zijn al Zijn beloften waar. God kan geen woord spreken zonder dat het wordt bevestigd. Ieder woord dat Hij zegt moet komen te geschieden.

27 Voor de grondlegging van de wereld... Sommige mensen verwarren Genesis daar wanneer zij zeggen: "God herhaalt Zichzelf." Nee, het is enkel uw onbegrip. Ziet u, God zei in den beginne: "Laat er zijn! Laat er zijn! Laat er zijn!" De wereld was enkel een duistere chaos. Zelfs toen Hij zei: "Er zij licht", zou het honderden jaren geduurd kunnen hebben, voordat er ooit licht ontstond; maar toen Hij het had gesproken, moest het komen te geschieden. Het moet op die wijze zijn. Ziet u? Hij sprak Zijn Woord. Die zaden waren onder het water. Toen Hij de aarde liet opdrogen, kwamen de zaden op. Wat Hij zegt moet gebeuren.

28 Hij zei door de profeten... Ik verwees er gisteravond naar. Zoals (wij nemen Jesaja) Hij zei: "Een maagd zal zwanger worden." Wie zou denken dat een man die in ere werd gehouden onder het volk zo'n woord zou zeggen: "Een maagd zal zwanger worden." Maar omdat hij... Een profeet is een reflector van God. Hij is zo gemaakt dat hij niet zijn eigen woorden kan spreken, het moeten Gods woorden zijn die hij spreekt. Hij is precies zoals een reflector. Hij is Gods spreekbuis. Dus daarom zei Hij: "Een maagd zal zwanger worden"; mogelijk kon hij het niet hebben begrepen, maar God had het door hem gesproken, omdat Hij had beloofd dat Hij niets zou doen tenzij Hij het openbaarde aan Zijn dienstknechten, de profeten. Toen hij dat had gezegd, duurde het achthonderd jaar alvorens dat ooit kwam te geschieden, maar het moest gebeuren. Tenslotte, verankerden deze woorden van God zich in de schoot van een maagd en zij werd zwanger en bracht Immanuël voort. "Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en men noemt Zijn Naam, Raadsman, Sterke God, Vredevorst, Eeuwige Vader." Dat moest zo gebeuren, omdat God het had gesproken door de mond van Zijn profeet. En al de woorden van God moeten worden vervuld; daarom weten we dat Jezus is heengegaan om een plaats te bereiden, om een volk tot Zichzelf te ontvangen. Wie deze mensen zijn? Ik hoop dat wij deel uitmaken van die mensen vanavond. Als het niet zo is, mijn vriend, God heeft een weg gemaakt, een voorwaarde, opdat u daarin opgenomen kan worden als u wilt. U hebt de vrije wilskeuze; u kunt handelen zoals u wenst.

29 Maar let nu op! Nu, in deze wereld die zal komen... Er is een wereld die zal komen. Precies zoals uw geboorte hier, zei ik. U was bereid; God wist dat u hier zou zijn. En nu weet u, zelfs dingen die uw ouders hebben gedaan... Nu, de mensen denken dat dat niet wordt bezocht van geslacht tot geslacht, maar dat wordt het wel.

30 In het boek aan de Hebreeën, ik geloof nabij het zevende hoofdstuk, spreekt Paulus (de schrijver, zoals ik geloof) over een grote gebeurtenis die heeft plaatsgevonden met Abraham, dat hij tienden gaf aan Melchizédek toen hij wederkeerde van de slag met de koningen. Hij zei dat Levi in de lendenen van Abraham was toen hij Melchizédek ontmoette, terwijl hij terugkeerde van de slag met de koningen en toen rekende Hij aan Levi toe dat deze eveneens tienden gaf, omdat hij in de lendenen van Abraham was, zijn over-over-grootvader. En Hij bezoekt de zonden van de mensen aan hun kinderen van geslacht tot geslacht, aan hen, die Zijn Woord niet willen bewaren.

31 Ziet u, u werd allen door God voorbestemd. Niets gebeurt bij toeval bij God. Hij weet er alles over. Het is alles voorbestemd, vele geslachten terug voorbestemd, zodat u hier vanavond kon zijn. Wist u dat? Denk daaraan! Dat u eens – ik zal dit opnieuw herhalen – eens was u in uw vader, in de gene van uw vader. Nu, hij kende u toen niet, noch kende u hem toen. Maar ziet u, toen werd u in het zaaibed geplaatst, in de schoot van uw moeder door het heilig huwelijk en daarna werd u een persoon, uitgedrukt in het beeld gelijk uw vader. Dan is daar gemeenschap.

32 Nu, de enige wijze dat u een zoon of dochter van God kan zijn... Omdat u moet zijn de... eeuwig leven moet hebben... Er is slechts één vorm van eeuwig leven en dat is Gods Leven. Slechts één vorm van eeuwig leven: dat was God. Om daar een zoon van God te zijn, moest u altijd in Hem zijn. De gene van uw leven, geestelijk leven vanavond, was in God de Vader voordat er zelfs een molecuul was. Ziet u? En u bent niets anders dan de manifestatie van de gene van leven die in God was als een zoon van God. Nu bent u uitgedrukt, nadat Zijn Woord in u is gekomen, om over dit tijdperk te schijnen. U bent de uitdrukking van Gods Leven in u, omdat u een zoon of een dochter van God bent. Daarom... Verstaat u wat ik bedoel? Ziet u? U bent in – u bent nu gemaakt... U zit vanavond in deze samenkomst, omdat het uw plicht is God uit te drukken aan deze natie en aan deze mensen, en aan deze buurt waar u leeft. Waar u ook bent, God wist dat u hier zou zijn, omdat u één van Zijn genen of Zijn attributen moet zijn. U moest het zijn. Als u ooit – als u eeuwig leven hebt gekregen, dan was het altijd al eeuwig leven. En God wist voordat er een grondlegging van de wereld was, dat u hier zou zijn. En toen het Woord – of het water, het wassen van het water van het Woord op u viel, werd u uitgedrukt in een wezen. Nu heeft u gemeenschap met Uw Vader, God, precies zoals u het heeft met uw aardse vader. Ziet u? U bent burgers van de Koning, geen burgers, maar u bent kinderen, zonen en dochters van de Levende God, als het zo is dat het eeuwige leven in u woont. Nu, dan als het zo was, Jezus was de Volheid van God gemanifesteerd. Hij was de volheid van de Godheid lichamelijk; daarom, toen Hij naar de aarde kwam en werd gemanifesteerd in het vlees, dan was u hier in Hem destijds, want Hij was het Woord.

     In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.

     En het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond...

     Het Woord is vlees geworden; daarom, u wandelde met Hem, toen... U was in Hem toen Hij op aarde was. U leed met Hem, en u stierf met Hem; u werd begraven met Hem, en nu bent u opgestaan met Hem en u bent gemanifesteerde attributen van God, zittend in hemelse gewesten, reeds opgewekt, opgestaan tot nieuw leven en zittend in hemelse gewesten in Christus Jezus. O, dat betekent zoveel tegenwoordig, gemeente. Dat betekent zoveel voor ons, om onszelf geplaatst te zien in onze positie in Jezus Christus.

33 Nu, als we die attributen van God zijn, kunnen we niet leven van geloofsbelijdenissen; we kunnen niet leven door denominationalisme; we moeten leven door het Woord, omdat de bruid een deel is van de Bruidegom, zoals iedere vrouw een deel is van haar man; daarom moeten we die Woord-bruid zijn. En wat is de Woord-bruid? De manifestatie van dit uur, de bruid, niet een geloofsbelijdenis of denominatie, maar een levende Godsspraak, een levende attribuut van God die de attributen van God ten toon spreidt aan de wereld, in de vorming van de bruid die tot uiting moet komen in dit uur waarin we nu leven.

34 Maarten Luther kon niet de attributen uitdrukken, die wij uitdrukken, omdat dat in het begin was, de opstanding, zoals de tarwekorrel die in de aarde ging.

35 Nu, we zullen dit opnieuw aanhalen. U heeft mogelijk dat boek gelezen van die Duitser die mij belachelijk maakte en zei dat ik de fanatiekste van alle fanatici was. Hij was absoluut tegen alles wat God wordt genoemd en maakte God zelfs belachelijk. Hij zei: "Een God die de Rode zee kon openen en Zijn volk uit kon leiden en dan met Zijn handen over elkaar zat en gedurende de donkere eeuwen al die mensen liet sterven en lijden, en die kleine kinderen opgegeten liet worden door de leeuwen..."

36 Ziet u, het gehele programma, de gehele gemeente is gebouwd op Goddelijke openbaring. Jezus zei in Mattheüs het zestiende hoofdstuk: "Vlees en bloed heeft u dit niet geopenbaard, maar Mijn Vader Die in de hemelen is, heeft u dit geopenbaard." Wat was het? Een openbaring van wie Hij was. "En op deze rots zal ik Mijn gemeente bouwen en de poorten der hel kunnen haar niet overweldigen." Ziet u? De openbaring van Jezus Christus in dit uur, niet wat Hij was in een ander uur, wat Hij nú was... De Bijbel betuigt dat het groeit in de bruid tot de volledige gestalte; daarom, zoals de tarwekorrel van Christus in de grond moest vallen, zo moest de bruid in de grond vallen gedurende de donkere eeuwen. Iedere graankorrel die de grond ingaat moet sterven, anders kan hij zichzelf niet voortbrengen – om zichzelf opnieuw voort te brengen. En de grote gemeente, die Hij vestigde op de dag van Pinksteren, door het zenden van de Heilige Geest, moest martelaarschap ondergaan en de modder ingaan, in de aarde in de donkere eeuwen om opnieuw voort te brengen in het tijdperk van Luther om daaruit op te komen tot de volledige gestalte van de bruid van Jezus Christus in deze laatste dag. Ziet u? Er is op geen wijze...

37 Daarom zal de bruid in de opname te voorschijn komen en daar is het alles, voorbestemd door God: alles bekrachtigd. Van den beginne af kende Hij alles over iedere man, iedere plaats, wie waar zou zitten. Het is alles voorbestemd. God wist dat het hier zou zijn en toen Hij het op die wijze had gemaakt, zodat, als we daar komen – Hij is heengegaan om ons een plaats te bereiden – als we daar komen, zal alles voorbereid zijn, precies zoals zelfs deze avond voorbereid is. Zoals dit uur voorbereid is.

38 Zijn grote voorkennis vertelt Hem al deze dingen, door voorkennis. Hij is alomtegenwoordig, omdat Hij alwetend is; alwetend omdat Hij alomtegenwoordig is. Daarom, door Zijn voorkennis... Nu, Hij kan niet net zo zijn als de wind over de aarde, omdat Hij een wezen is. Hij is niet gewoon een mythe, Hij is een wezen. Hij woont; Hij woont zelfs in een huis. Hij woont in een plaats genaamd hemel; en daarom, door Zijn alomtegenwoordigheid, Zijn alwetendheid; doordat Hij alle dingen weet, is Hij alomtegenwoordig, omdat Hij alle dingen weet.

39 Nu, u groeide op vanaf uw geboorte... Toen u werd geboren en in deze wereld werd voorgesteld, wist God dat u hier op deze aarde zou zijn, en u groeide op van uw geboorte tot volwassenheid. Dingen die u in uw jonge meisjesjaren en in uw jongensjaren als kinderen zo vreemd leken, lijken nu erg werkelijk. U kon het niet begrijpen toen u een kind was, maar als u nu volwassen begint te worden, begint u te begrijpen en uit te vinden dat alles gewoon precies in orde gebracht was. En u... Het betekent nu werkelijk iets voor u.

40 Zo is het in uw geestelijke geboorte. U doet dingen die u niet begrijpt als u een kleine baby bent: u komt naar het altaar en u geeft uw leven aan Christus. U doet zulke vreemde dingen. U vraagt zich af waarom u het deed. Maar na een poosje als u tot rijpheid komt, als gerijpte Christenen, dan begrijpt u het. Ziet u? Er is iets dat het opneemt en u begrijpt waarom u het moest doen. Uw geestelijke geboorte... Uw natuurlijke geboorte typeert uw geestelijke. Hoe het bij u paste. Als u opgroeit in dit leven past alles precies in elkaar, omdat u daarvoor was gemaakt. Was het niet een vreemde zaak de avond dat u weifelend de zendingspost inging, de tentsamenkomst in, of de kleine kerk ergens op de hoek, en dat iets, een zeker onderwerp, waarover een prediker predikte, u gewoon bij het altaar deed neervallen? Zie, zie? God wist dat voor de grondlegging van de wereld. Ziet u? Het scheen u vreemd toe waarom u het toen deed, maar nu begrijpt u het. U wist wat er gebeurde. En het paste zo voor u in dit leven en het zal ook zo zijn in het leven dat zal komen. Deze wereld en haar leven schijnt te vorderen naarmate u rijpt. Alles schijnt precies met u mee te gaan.

41 Ik geloof niet dat het een persoon gewoon overkwam hier bij toeval te zijn. Nu bedenk gewoon, als u ter wereld komt, moet alles voor u zijn voorbereid, of beter, vooraf voor u bereid. Ik begrijp bijna niet waarom we zouden kunnen denken dat een God die al deze goede dingen voor ons kon bereiden niet zou... waarom we geen vertrouwen in Hem zouden kunnen stellen, dat als Hij ons bracht in deze chaos waar we nu in zijn en de goede dingen van het leven hier voor ons bereidde, hoeveel meer kunnen we Hem dan vertrouwen dat Hij de dingen zal bereiden die zullen komen, de eeuwige dingen. Ik zeg dat dat erg vreemd lijkt.

42 Ik denk niet dat de hemel een plaats is waar mijn moeder mij over vertelde. Ik geloof dat de gemeente daar bovenuit is gegroeid. Te bedenken dat het was... Een paar honderd jaar geleden, geloof ik, dachten de oudgedienden dat iedereen die stierf opging naar de hemel en een harp had en daar op de wolken een harp zat te bespelen. Nu, zij wisten dat er een plaats was genaamd hemel, maar zij... Als dat zo is, zouden al de muzikanten het hebben bij ons. Ziet u? Maar het is niet zo'n soort plaats. Het is in het geheel geen harpen bespelen. Ik geloof niet dat de Bijbel dat leert. Maar dat was een opvatting, die zij hadden voordat de volheid van het Woord in bestaan was gekomen ofwel de opening van de zeven zegels, die is beloofd aan ons in dit tijdperk. Opdat wij dan verstaan. Ik geloof dat de hemel een werkelijke plaats is, precies zoals dit een werkelijke plaats is (ziet u?), want God liet ons beginnen in onze geestelijke groei op deze plaats. En ik geloof dat de hemel een plaats is, precies zo werkelijk als deze, dat we niet voor eeuwig alleen maar daar boven op een wolk zitten. We betokkelen niet alleen maar onze harp voor alle eeuwigheid, maar we gaan naar een werkelijke plaats waar we dingen zullen doen, waar we zullen léven. We gaan werken, we gaan genieten; we gaan leven; we gaan naar een leven, naar een werkelijk eeuwig leven; we gaan naar een hemel, een paradijs. Precies zoals Adam en Eva werkten, leefden, aten en genoten in de hof van Eden voordat de zonde binnenkwam; we zijn weer direct daarheen terug op weg. Dat is direct terug... De eerste Adam heeft door de zonde ons eruit gebracht; de tweede Adam brengt door gerechtigheid ons er weer in terug – rechtvaardigt ons en brengt ons erin terug.

43 Tot u mensen die de banden nu neemt, wat betreft de boodschap van rechtvaardiging, wil ik dat u het neemt... En u neemt de banden om dat te krijgen, nietwaar? Ik sprak hier enige tijd geleden over.

44 Kijk hoe uw aardse vader en moeder, voordat u hier kwam, voordat zij wisten dat u kwam, alles in gereedheid brachten voor uw komst. Denk daar nu gewoon aan – aan uw aardse vader en moeder: die ouders zijn slechts een type van een hemelse Vader. "Als wij goede gaven weten te geven aan onze kinderen, hoeveel te meer weet uw Vader in de hemelen goede gaven te geven aan Zijn kinderen." Jezus sprak deze woorden. Ziet u, zij maakten zich voor uw komst gereed. Zij maakten een wiegje of kochten een paar schoentjes en kleertjes, enzovoort. Zij maakten alles gereed, zodat u kon komen – ze bereidden zich voor, voordat u zelfs op de aarde kwam. Jezus is heengegaan om het voor onze komst daar gereed te maken.

45 Nu merk op: "In Mijn Vaders huis zijn vele woningen." Of laten wij... Het is niet mijn bedoeling om toe te voegen aan het Woord of ervan af te nemen, omdat we dat niet mogen doen. Openbaring 22 zegt: "Al wie een woord zal toevoegen of er een woord van zal afnemen..." Maar laat me dit enkel brengen als een – niet als een toevoeging, maar enkel om een punt naar voren te brengen. "In Mijn Vaders huis zijn vele soorten woningen." Ik geloof niet dat, als wij in de hemel komen iedereen er gewoon precies gelijk uit zal zien. Ik geloof niet dat het allen blondines zullen zijn, of brunettes, of klein of allemaal groot, of allemaal reuzen. Ik geloof dat God een God is van verscheidenheid. De wereld bewijst dat. Hij heeft grote bergen en kleine bergen gemaakt, Hij heeft vlakten gemaakt; Hij heeft woestijnen gemaakt, Hij heeft verschillende dingen verkregen, omdat Hij het maakte op de wijze zoals Hij het wilde. En Hij maakte de seizoenen: zomer, winter, lente, herfst. Hij maakte de seizoenen. Het toont dat Hij een God is van verscheidenheid. Hij maakte u in verscheidenheid. Sommige mensen zijn echt onstuimig en sommigen zijn echt zelfverzekerd, anderen zijn gevoelig en weer anderen zijn vriendelijk. U vindt allemaal verschillende soorten mensen in Zijn Koninkrijk.

46 Kijk naar Petrus en beoordeel hem ten opzichte van Andreas. Ziet u, Andreas is die gebedsstrijder, hij verbleef enkel al de tijd op zijn knieën. En de apostel Petrus was één van die brandende fakkels, die predikten, enzovoorts. En Paulus leek meer geleerd, meer zoals de profeet of zoiets en bleef op de achtergrond en...

47 En ziet u, Mozes schreef de eerste vier boeken van het Oude Testament – hij schreef het Oude Testament. De rest waren de Wetten, Koningen en Psalmen, enzovoort en wat iemand schreef van de Profeet. Maar Mozes schreef de Wetten, de eerste vier boeken van de Bijbel; Genesis, Exodus, Leviticus, en Deuteronomium. En daarna schreef Paulus het Nieuwe Testament. Dat is waar.

48 Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes schreven de handelingen: hetgeen plaats had gevonden, enzovoort. Maar Paulus scheidde wet en genade en zette het op haar plaats. Ziet u? Hij was de schrijver van het Nieuwe Testament. Hij gaf ons de geschriften van het Nieuwe Testament, en zette het Woord van God op orde.

49 Nu let op, vele, vele woningen, vele soorten woningen. Zoals vele soorten heuvels, zoals vele soorten rivieren, bronnen, meren; zij waren hier toen u hier voor het eerst kwam, omdat de goedheid van uw Hemelse Vader ze hier plaatste, omdat sommige mensen van bergen, sommige mensen van wateren en sommigen van woestijnen houden. Dus u ziet, uw komst... Hij kende uw natuur en wat u zou zijn, dus maakte Hij het precies op de wijze dat u ervan kon genieten. O, ik denk dat dat een wonderbare Vader is (Ziet u?), dat Hij het zo maakte. Ik ben blij dat Hij bergen maakte; ik houd van de bergen. Ik houd daar van. Waar de anderen zeggen: "O, ik kan dat allemaal niet verdragen; Hij moet zijn mortelbak daar hebben leeggegooid." Wel, Hij heeft hem leeggegooid zodat ik ervan kon genieten. Ziet u?

     Zo zegt ú dan: "Ik houd van vlakten waar ik een heel eind kan zien." Wel, twee verschillende naturen, beiden zijn we Christenen. Maar de Vader wist dat u hier zou zijn en bereidde alles voor, voordat u hier kwam. Amen! Bij uw eerste komst hier, had Hij het voor u klaar toen u hier kwam. Is dat niet wonderbaar, te bedenken wat Hij heeft gedaan?

50 Nu, maar bedenk, dit zijn alleen maar tijdelijke gaven in type. Nu, we weten dat Mozes bij het bouwen van de tabernakel in de woestijn, of bij het voorbereiden, zei dat hij alle dingen maakte naar de orde van wat hij had gezien in de hemel. Ziet u? Dus de aardse dingen drukken alleen uit wat de eeuwige dingen zijn. En als deze aarde waarop wij vandaag leven, zo groots is dat wij haar liefhebben en het liefhebben om te leven en de lucht in te ademen en de bloemen en dingen te zien, als dit hier de uitdrukking is; één die stervend is, drukt alleen één uit die eeuwig is. Als u een boom ziet worstelen, stuiptrekkend, proberend om te leven, betekent dat dat er ergens een boom is die dat niet hoeft te doen. Als u hier een mens ziet, worstelend om te leven, iemand in een ziekenhuis, of op een ziekbed, of bij een ongeluk, worstelend terwijl de dood in hun keel reutelt, slaand, roepend en gillend om leven, wat betekent dat? Dat er ergens een plaats is, dat er een lichaam is dat niet daarvoor worstelt en gilt. Ziet u? Het doet het gewoon niet.

51 Nu, deze dingen zijn tijdelijke gaven aan ons, die slechts uitdrukken dat er één is waar het eeuwige is. Die, waarvoor Jezus is heengegaan om te bereiden: de eeuwige voor ons. Nu, zij drukken alleen uit dat er een grotere is van hetzelfde soort, omdat deze van hetzelfde soort zijn.

52 Nu, herinner u, de Bijbel zegt: "Als deze aardse tabernakel van onze woning vergaat (wordt ontbonden) hebben wij er reeds één die op ons wacht." Precies zoals bij een kleine baby: zijn kleine spieren in de moeder wringen en draaien en... Maar precies... Ziet u? En merkt u op, u kan een vrouw nemen, al is ze nog zo gemeen, als ze moeder wordt, dan is er een klein poosje voordat die baby wordt geboren, een vriendelijkheid bij deze vrouw. Kom bij haar. Er is altijd iets. Ze is lieflijker. Waarom? Er is een kleine engelengeest die wacht om dat natuurlijke lichaam te ontvangen. Zodra het wordt geboren komt de levensadem erin; God ademt deze daarin, en het wordt een levende ziel. Nu, zodra deze baby wordt geboren, dan is het geestelijke lichaam daar om het te ontvangen. En nu, als dit lichaam hier is gevallen in deze aarde, zoals de baby is gevallen, dan is er ook een onsterfelijk lichaam dat wacht om de geest weer terug in zichzelf te ontvangen. O, wat een groot iets! Wij zijn nu in Christus Jezus (Amen!), baby's, baby's in Christus, kinderen van God, wachtend op de volledige bevrijding bij het komen van onze Here Jezus om ons tot Zich op te nemen, als het lichaam, dit sterfelijke, onsterfelijkheid zal aandoen.

53 De gelijkenis; al de dingen die Hij deed, drukken de dingen uit die zullen komen. Zoals het lichaam dat Hij u hier geeft... Precies zoals dit lichaam dat Hij u gaf om in te leven alleen uitdrukt dat er nog één zal komen die heerlijker is. Ziet u? Als wij het beeld van het aardse dragen of hebben gedragen, zullen wij ook het beeld van het hemelse dragen, en dit lichaam dat zal komen zal geen kwaad in zich hebben. Nu, dit bevat wel kwaad, ziekte, dood, droefheid.

54 Ik heb hier niet lang geleden beweerd (toen ik predikte over de hervorming door het Woord van God) hoe dit lichaam het kwaad in zich heeft gekregen, en hoe heel deze moderne beschaving waarin wij leven van de duivel is. U gelooft dat niet? De Bijbel zegt dat het zo is. Deze wereld, iedere regering – we willen dat wel niet geloven, maar de Bijbel vermeldt duidelijk, dat iedere regering, ieder koninkrijk van de aarde eigendom is van de duivel en wordt geregeerd door de duivel. Jezus werd door Satan mee opgenomen en hij toonde Hem al de koninkrijken van de wereld die er waren, die er zouden zijn en wat meer; Satan eiste ze op als de zijne, en Jezus argumenteerde nooit met hem, omdat hij de god van deze wereld is. Ziet u? En hij zei: "Ik zal ze aan u geven als u zult neervallen om mij te aanbidden." Zie, hij probeerde ze aan Jezus over te geven zonder offer. Ziet u? Het was een koopje, waarmee hij Hem wilde verleiden. Maar de wereld had gezondigd en daar de straf van de zonde de dood was, móest Hij sterven. Daarom werd God gemanifesteerd in het vlees opdat Hij de dood op Zich zou kunnen nemen om de straf te betalen. Er is niets om terug te komen, het is niet geoormerkt. Het is absoluut vrijwillig betaald! Al de schulden zijn betaald. Het behoort nu aan Hem. En wij zijn afgevaardigden van Zijn koninkrijk, hier vanavond tezamen vergaderd in de Naam van Jezus Christus, onze Koning, zittend in hemelse gewesten.

55 Nu, in deze wereld waarin wij leven geldt ontwikkeling... Ik wil u bewijzen dat ontwikkeling, wetenschap, beschaving en al deze dingen waarvan wij tegenwoordig ogenschijnlijk zo genieten, van Satan is, en dat zal vergaan. U zegt: "Broeder Branham, beschaving?" Ja, meneer! Deze beschaving komt door Satan. Genesis 4 bewijst het. Kaïns zoon (ziet u?) begon deze beschaving, bouwde steden en orgels enzovoort. Beschaving kwam door kennis. Kennis is wat de duivel aan Eva verkocht in de hof van Eden, wat veroorzaakte dat zij Gods geboden overtrad. Dus er zal een beschaving zijn in de wereld waar wij naar toe gaan, maar het zal niet dit soort beschaving zijn. Want in deze beschaving hebben wij ziekte, droefheid, begeerte, dood, alles in deze beschaving is verkeerd. Maar in die beschaving zal er geen van deze dingen zijn. We zullen geen wetenschap nodig hebben. Wetenschap is hoe dan ook een verdraaiing van het originele. Ziet u? U splitst een molecuul of splitst een atoom en doet zo-en-zo om uzelf op te blazen. U neemt buskruit en laat dit exploderen om iets te doden. U neemt de auto en u neemt benzine vanuit de aarde en de stoffen uit de aarde om een ontplofbaar mengsel te krijgen en u rijdt de weg af met negentig mijl per uur en doodt iemand. Ziet u? O, we zijn zo nerveus, dringen, en willen opschieten, we moeten doorduwen en nemen... O, ziet u, het is alles van de duivel. Het Koninkrijk van God zal geen automobielen, vliegtuigen of enige wetenschappelijke prestatie hebben. Nee! Het zal in het geheel geen ontwikkeling hebben. Er zal een ontwikkeling zijn die zoveel voortreffelijker zal zijn dan deze, dat aan deze zelfs niet meer zal worden gedacht. Ziet u? Ontwikkeling, beschaving, dit alles komt van Satan.

56 Nu, als u zegt: "Broeder Branham, waarom leest u dan?" Zie, dat is precies hetzelfde als waarom ik kleren draag. In de beschaving die zou komen, was het eerst zo dat ze geen kleren nodig hadden, ze waren gesluierd. Ze hadden geen reden om kleren te dragen, omdat zij niet wisten dat zij naakt waren. Nu u vindt uit dat in... nu weten we dan dat we naakt zijn, de zonde woont hier, daarom moeten wij kleren dragen. Maar het was niet zo in den beginne; er was daar geen zonde. Ziet u?

57 Nu, hetzelfde is het met de wijze van beschaving. Over 't geheel genomen lezen wij, schrijven wij, doen we dit, maar wordt daaraan nooit aangepast; maak dat nooit tot uw god, want dat is een god van communisme. Ziet u? Het is niet van Jezus Christus. Jezus Christus is door geloof, niet wat u wetenschappelijk kan bewijzen, maar wat u gelooft.

58 Ik kan u niet wetenschappelijk bewijzen, vanavond in dit gebouw, dat er een God is, maar toch weet ik dat Hij hier is, maar door mijn geloof wordt het betuigd. Abraham kon u niet wetenschappelijk bewijzen dat hij een baby zou krijgen bij die vrouw – zij was bijna honderd jaar oud – maar zijn geloof bevestigde het. Er was geen enkel wetenschappelijk bewijs nodig. Waarom? De dokter zou hebben gezegd: "Die oude man is gek om hierbuiten te zeggen dat hij een baby zal krijgen bij die vrouw, hij is honderd jaar oud en zij negentig." Maar ziet u, God zei het zo, dus vereist het geen wetenschap, het vereist geloof om Gods Woord te geloven, geen wetenschap.

59 Dus onze scholen en dergelijke zijn een slag in de lucht. Dat is... God heeft nooit gezegd: "Ga heen en maak scholen" of zelfs om Bijbelscholen te hebben. Wist u dat? Hij zei: "Predik het Woord." Precies juist. Ons onderwijssysteem heeft ons verder weggebracht van God dan wat anders ook (dat is juist!) – verder weg van God. Geen scholen bouwen, ziekenhuizen, enzovoort, dat was voor de wereld en voor die groep. Maar... ik heb er niets tegen; zij hebben hun functie, maar het staat daar nog steeds niet. We bouwen een buitengewoon goed ziekenhuis en werken met de beste medicijnen die we hebben, maar dagelijks sterven duizenden. Maar, o, in het Koninkrijk van God is er geen dood; daar is geen smart. Amen! Daar is geen behoefte aan deze dingen van de wereld! Maar wij zijn hiervan overgegaan in de werkelijkheden van God. Terwijl wij zo hard worstelen om door wetenschap te proberen het uit te vinden en hoe meer wetenschap we krijgen, des te meer dood brengen we over onszelf. We strijden daarmee een verloren strijd, dus laat het los en geloof vanavond door geloof Jezus Christus, de Zoon van God en neem Hem aan. Hij is Eén.

60 Wat bereidt wetenschap voor u? Meer dood. Dat is juist. Spoetniks en van alles gaan omhoog en al deze dingen die dood en alles over de aarde verspreiden. Kijk daar niet naar, draai uw hoofd hoger dan dat, in de richting van de hemel. Kijk vanavond in de richting van... Jezus die zit aan de rechterhand van God, ten allen tijde levend om voorbeden te doen op onze belijdenis van wat wij geloven dat Zijn Woord is, de Waarheid.

61 Nu, wij ontdekken dat dit leven allerlei boosheid bevat, dus daarom zal het leven dat zal komen dat niet hebben. Dit leven heeft begeerte, ziekte, dood; waarom is dat zo? Het is niet het huis dat Hij is gaan bereiden. Dit is een pesthuis. Hoevelen weten wat een pesthuis is? Zeker. Wel, daar leeft u in. Een pesthuis is iets waar zij al de zieke mensen in plaatsen. Wel, dat is precies wat de zonde bij ons heeft gedaan, het plaatste ons in een aards pesthuis. Wij zijn – u – zij zouden niemand anders in het pesthuis laten komen, omdat er daarbinnen allerlei soorten bacillen rondvlogen, de mensen zouden deze bacillen binnenkrijgen en zelf ziek worden. En de zonde heeft ons in het pesthuis van de duivel gebracht.

62 O, maar die andere wordt mijn Vaders Huis genoemd. "Ik zal gaan om u een plaats te bereiden. U uit dit pesthuis nemen en overbrengen naar Mijn Vaders Huis." Amen! Daar bent u er! Hij neemt me uit dit oude, aardse pesthuis. Hij is heengegaan om een plaats te bereiden, een volmaakte plaats, waar geen boosheid bestaat, geen ziekte bestaat, geen ouderdom bestaat, geen dood bestaat. Het is een volmaakte plaats die u roept tot die volmaking en u moet volmaakt zijn om daar te komen. De Bijbel zei het zo. Jezus zei: "Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is." Het is een volmaakt Koninkrijk, dus het moet een volmaakt volk zijn dat komt; omdat u moet staan en getrouwd zijn met een volmaakte Zoon van God, moet u een volmaakte bruid zijn. Hoe kunt u dat door iets anders doen dan door het volmaakte Woord van God, wat het water van afscheiding is, dat ons wast van onze zonden. Amen! Dat is juist. Het Bloed van Jezus Christus. Denk eraan! Het druppelende bloedige Woord! Amen! Het Bloed, het Woord van God, het bloedende Bloed om de bruid in te wassen! Amen! Jazeker! Ze staat volmaakt, maagdelijk, niet overspelig; zij heeft helemaal nooit gezondigd. Amen! Ze werd erin gevangen. Ziet u? Daar is het Vaderhuis, dat Hij is gaan bereiden.

63 Deze komt vanaf de val door sex en deze moet vallen met de val. Het maakt niet uit hoeveel u het oude ding oplapt, ze zal hoe dan ook vallen. Het is met haar gedaan, omdat ze verdoemd is; omdat God het zo zei! Ze is geëindigd! God zal het vernietigen. Hij zei het zo. Er zal een vernieuwing zijn van de hele zaak. Gelooft u dat? In den beginne, toen de wereld werd geboren, trok God eerst het water terug vanaf de aarde – zoals Hij het met het water van de moederschoot deed – en er werd een wereld geboren. Ja! En de mensen begonnen erop te leven toen God ze er op plaatste. En daarna begonnen zij te zondigen. En zij werd gedoopt door onderdompeling in de dagen van Noach. Vervolgens werd zij geheiligd door het Bloed van de Schepper dat op haar drupte. Dat is nu de wijze waarop u komt: door rechtvaardiging door God te geloven. U werd gedoopt tot bekering voor de vergeving van uw zonden. U beleed uw zonden voor God en Hij vergeeft u er voor. En u werd gedoopt om te tonen dat het u was vergeven, aan de mensen belijdend en aan de wereld tonend dat u gelooft dat Jezus Christus voor u stierf en dat Hij uw plaats innam en nu staat u in Zijn plaats. Hij is ú geworden opdat u Hèm zou mogen worden. Toen reinigde de heiligende kracht van God al de gewoonten uit uw leven. U rookte, dronk, deed dingen die niet juist waren, vertelde leugens, alles. Dan komt de heiligmakende kracht van het Bloed van Jezus Christus in uw leven, het neemt al de dingen van u weg. Als u toevallig iets verkeerds zegt, zegt u vlug: "Wacht een ogenblik; vergeef mij, ik bedoelde het niet zo te zeggen!" Ziet u? De duivel had daar een val klaar, maar u heeft genade gekregen om daarop terug te komen als u een werkelijke Christen bent en u zegt: "Ik was fout." Ja! Dus daarom...

64 Nu het volgende wat u ontvangt is de doop met de Heilige Geest en vuur. Nu, als dit Duizendjarig Rijk voorbij is, zal God de wereld een doop van vuur geven. Het zal de hele zaak doen exploderen. De hemelen en aarde zullen in brand staan. Petrus zei dat. En de zaak zal een doop van vuur hebben, een vernieuwing van het geheel en dan zal er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zijn. Daar waar gerechtigheid woont. Dat is waar wij zijn... We zijn dan geworden van sterfelijke wezens, van tijdelijke wezens tot eeuwige wezens wanneer het Woord van God onze zielen verlichtte en wij zonen en dochteren van God worden met de attributen, de genen van God in ons, om zonen en dochteren van de Vader God in de hemel te zijn, roepende: "Abba, Vader, mijn God, mijn God!" In Mijn Vaders Huis ...

65 Nu, deze oude wereld moet vallen, omdat ze is gekomen door sex; het is gekomen door ongehoorzaamheid in den beginne. En wij werden hier geboren door sex, door de val en het moet precies dezelfde weg naar de val teruggaan. Maar degene die Hij nu voor u bereidt kan niet vallen, omdat Hij het zo maakt...?... Wat als wij enkel moeten blijven in dit soort lichaam? Bent u niet blij dat er zoiets als de dood is? Nu, is dat niet vreemd? Maar nu, zeg bijvoorbeeld: een paar jaar geleden was ik een kleine jongen en nu ben ik een man van middelbare leeftijd. Ik heb daar een vriend zitten, meneer Dauch, hij is een paar dagen geleden drieënnegentig jaar oud geworden. Kijk nu naar hem. Veertig of vijfenveertig jaren meer dan ik zou zijn. Nu, doe daar nog eens veertig jaar bij voor hem. Waar zou u heengaan? Het enige... Ik ben blij dat er iets is om ons uit dit pesthuis te halen. Er is een open deur en die wordt de dood genoemd. Jezus staat in die deur. Amen! Hij zal me leiden over de rivier! Hij zal me nemen door die deur.

66 Er staat een grote deur daarginds, genaamd de dood. En elke keer dat uw hart slaat, bent u er één slag dichterbij. En op een dag moet ik naar die deur komen. U moet daar komen. Maar als ik daar kom, wil ik geen lafaard zijn; ik wil niet gillen en terugtrekken. Ik wil naar die deur komen en mijzelf hullen in de klederen van Zijn gerechtigheid, niet mijn, Zijn! Hierdoor weet ik dat ik Hem ken in de Kracht van Zijn opstanding, dat wanneer Hij roept dat ik zal komen van tussen de doden uit om met Hem te zijn, uit dit pesthuis. Waar dit lichaam ook mag vallen, en waar het ook mag neerkomen, wat het ook is, ik zal op een dag verschijnen, omdat Hij het aan mij heeft beloofd, en wij geloven het. Jazeker! Hij maakt er één dat niet kan vallen.

67 Merk op hoe vandaag de zwangere moeder op aarde, hoe het lichaam van de moeder vraagt om zekere dingen. Ik spreek waarschijnlijk naar ik hoop tot al de volwassenen die het zullen begrijpen. De moeder begint, bij het tot leven komen van de baby, als er iets in haar lichaam ontbreekt, om zekere dingen te vragen. Kijk hoe vader... Ik herinner mij dat wij werden grootgebracht in zo'n arm gezin en wij hadden bijna niets te eten toen wij kinderen waren. Velen van u maakten datzelfde mee.

     Dus, als moeder, voordat de baby wordt geboren, om iets zou vragen, zou pa gewoon de uitgaven krap houden en alles doen om het voor haar te krijgen. Zie, het is haar – het lichaam – haar lichaam is... Het calcium, enzovoort van haar lichaam en de vitaminen die zij nodig heeft, die u nodig heeft om te worden gevormd... Ziet u? En het vraagt om dingen, om voedsel voor het komende kind. En de ouders proberen alles om het te krijgen, zodat de baby zo volmaakt en gelukkig mogelijk zal worden geboren. Zie hoe uw ouders dat zullen doen. Als er iets nodig is geeft de moeder het te kennen. Ziet u? Haar lichaamssysteem wordt aangevuld met hetgeen ontbreekt. U begrijpt dat wanneer er iets nodig is voor het komende kind, de moeder daar om begint te vragen.

68 Nu, stop even een ogenblik. Waarom hebben wij opwekkingen? Waarom komen wij samen? Waarom ben ik altijd de mensen aan het bestraffen? Waarom roep ik u pinkstervrouwen toe, op te houden met verf en make-up te dragen en uw haar te knippen en dergelijke rommel? Waarom zeg ik dat? Omdat de ouderwetse Pinkstermensen dat niet deden. De werkelijke Bijbelse weg is, om dat niet te doen. U, die deze korte broeken draagt en kleren die aan de man behoren, weet u dat de Bijbel zegt dat dat een gruwel is voor God? Maar wij staan het toe! Waarom blijft de Heilige Geest het uitroepen? Hij weet dat er daar iets ontbreekt. We moeten in de volle gestalte van Jezus Christus zijn. We moeten zonen en dochters van God zijn. We moeten handelen als Gods kinderen.

69 Lang geleden werd er een klein verhaal verteld, ik merkte op dat er achterin een gekleurde broeder zit... In het Zuiden verkochten zij slaven in deze... toen zij daar slaven hielden, toen er slavernij was voor de Vrijmakingsafkondiging. En zij liepen er dan langs om ze te kopen – die mensen, precies zoals ze zouden doen bij een dealer in gebruikte auto's. Zij hadden een koopbrief en verkochten die menselijke wezens precies alsof ze gebruikte auto's waren. U kreeg er een koopbrief bij.

70 Op een keer kwam er een koper voorbij, een handelaar. Hij ging deze grote plantages rond en kocht slaven. Hij kwam bij een zekere grote plantage waar zij veel slaven hadden. En hij wilde zien hoeveel zij er hadden. Zij waren daar allen buiten aan het werk. En zij waren bedroefd; zij waren weg van huis. Ze kwamen uit Afrika. Ze hadden hen hierheen overgebracht. De Boeren hadden hen overgebracht en hen als slaven verkocht. Daarom waren zij bedroefd. Zij wisten dat ze nooit weer naar huis terug zouden gaan. Zij zouden leven en sterven in het land en zij hadden... Vaak droeg men een zweep en sloeg men hen. Zij waren het eigendom van de eigenaar en hij deed met hen wat hij maar wenste. Als hij hem doodde, dan doodde hij hem, en als hij... Wat het ook was, hij deed het gewoon. Dat is slavernij. Zoals Israël en vele van de volken die in slavernij waren gebracht.

71 En ze moesten die arme slaven nemen... Ze dienden alleen maar. Ze huilden (weet u) en treurden heel de tijd. Maar ze merkten één van die slaven op, een jonge kerel: hij had zijn borst vooruit gestoken, zijn hoofd zo omhoog. Men hoefde hem nooit te slaan. Men hoefde hem nooit te vertellen wat hij moest doen. Dus zei die handelaar: "Ik wil die slaaf kopen."

     Hij antwoordde: "Hij is niet te koop."

     Hij zei: "Ik zou hem graag willen kopen."

     Hij zie: "Nee, hij is niet te koop."

     Hij vroeg: "Is hij de baas van de rest van hen?"

     Hij zei: "Nee, hij is niet de baas; hij is een slaaf."

     Hij zei: "Wel, misschien voedt u hem anders dan u de rest van hen voedt?"

     Hij antwoordde: "Nee, zij eten allemaal samen daarginds in de keuken."

     Hij vroeg: "Wat maakt die jongen zoveel anders dan de rest van hen?"

     Hij zei: "Hier zegt u iets. Ik heb mij dit ook een poosje afgevraagd. Die jongen is een vreemdeling uit Afrika, maar in Afrika is zijn vader de koning van de stam. En al is hij een vreemdeling weg van zijn thuis, hij gedraagt zich als een koningszoon. Hij weet dat aan de andere zijde van het land zijn vader de koning van de stam is. En nu gedraagt hij zich zo, omdat hij weet dat hij de zoon van een koning is."

72 O, broeder, zuster, laten u en ik, in deze wereld waarin we leven, onszelf gedragen als zonen en dochters van God! Wij zijn hier vreemdelingen, maar ons gedrag behoort overeenkomstig Gods geboden te zijn, daar wij zonen en dochters van God zijn! Ons gedrag: we zouden behoren te handelen, en te doen, alles overeenkomstig de wet die God vaststelde. En het is een gruwel voor een vrouw een kledingstuk te dragen dat behoort aan een man. Het is fout en zondig dat zij haar haar laat knippen. De Bijbel zegt het zo. Het is haar zelfs niet geoorloofd te bidden. U zegt: "Wat vertelt u me nu?"

73 Iemand kwam niet lang geleden naar mij toe (een grote bekende prediker) en zei: "Broeder Branham, kom, ik wil u de handen opleggen, u zal uw bediening ruïneren."

     Ik zei: "Wat?"

     Hij zei: "Die mensen zo uit te foeteren."

     Ik zei: "Ik vertel de..."

     Hij zei: "O, dat geloof ik. Ik ben ook van Pinksteren. Ik geloof dat vrouwen geen kort haar behoren te dragen, geen broek behoren te dragen en deze dingen zoals hun gezichten opschilderen op de wijze dat ze doen. Maar", zei hij, "God riep u om voor de zieken te bidden."

     Ik antwoordde: "Hij riep mij om het Evangelie te prediken!" Ziet u?

     En hij zei: "Ik geloof daarin, maar", zei hij, "denkt u dat..."

     Ik zei: "Hier, kijk gewoon wat u heeft gekregen: al deze grote programma's, televisie, en al het andere. Ik heb niets dan God om mij tegenover te verantwoorden." Dat is juist! Ik zei: "Ik heb niets dan God om mij tegenover te verantwoorden."

     Hij zei: "Ik... U zult uw bediening ruïneren."

     Ik zei: "Iedere bediening die het Woord van God zal ruïneren, behoort te worden geruïneerd." Dat is juist! Zeker. Dat is juist!

     Hij zei: "Wel, u zult hem ruïneren."

74 Ik vroeg: "Wie zal het dan vertellen? (Ziet u?) Iemand moet het zeggen! Iemand moet staan voor wat de Waarheid is, het maakt niet uit hoezeer het kwetst." En vrienden, als Christenen, als mensen die geloven dat we naar de hemel gaan: de Heilige Geest zelf zal ons typeren in het Woord van God.

     Hij zei: "Weet u wat u behoort te doen? De mensen geloven dat u een profeet bent. U zou deze vrouwen moeten leren hoe ze de gaven van profetie kunnen krijgen en dergelijke dingen en grote hogere dingen in plaats van kleine dingen."

75 Ik zei: "Hoe kan ik hen algebra leren als ze zelfs hun a-b-c niet willen leren, als ze zelfs het gewone, het natuurlijke niet willen doen. Hoe kunt u hen hogere dingen vertellen, als u zelfs niet wilt beginnen vanaf de..." U wilt al bovenop de ladder komen alvorens u de eerste tree raakt. Dat is de reden dat u valt. Ziet u? Begin op de grond en klim dan rechtstreeks omhoog zoals God u omhoog leidt. Ziet u? Laat uw leven overeenstemmen met ieder – volg elk stukje van het Woord op wat God u heeft verordineerd te doen.

76 Nu, bedenk hoe God... We behoren onszelf te gedragen en te handelen als Christenen; ons gedrag behoort te zijn als Christenen, want wij zijn hier vreemdelingen. Dit is niet ons thuis. Nee, we werden hier enkel tijdelijk geplaatst. We moeten heengaan, een ieder van ons.

77 Nu bedenk, als God in Zijn genade de moeder heeft... Voordat de kleine baby is geboren, vraagt het om wat vitaminen en de moeder zegt dan: "Pa, ik wil een wratmeloen of watermeloen; ik wil het één-en-ander." Het is buiten... Wel, hij zal alles doen wat hij maar kan om dat te krijgen, omdat hij weet dat hij wil, dat zijn kind zo volmaakt als het maar zijn kan, geboren zal worden. Ziet u? Hij zal alles doen waartoe hij in staat is om het te krijgen. Hoeveel meer in staat is Hij om het te krijgen? Hij is een Schepper.

78 Nu, bedenk hoe Hij in staat is om ons een lichaam te bereiden om te leven zoals Zijn eigen heerlijke lichaam. Als wij willen leven. Er is iets in ons dat roept om te leven. En er is iets in ons dat roept om goed te doen. Dan zal God iemand op het podium of een preekstoel roepen die de absolute Waarheid zal prediken! Waarom? Zie? Het toont u uzelf, en dan, als u een werkelijk kind van God bent, begint u te roepen: "God neem het van me weg; besnijdt mij hiervan; neem deze dingen van mij weg." Waarom? Het is nodig voor uw hemelse thuis waar u naar toe gaat, waar Hij is heengegaan om het te bereiden. U moet een werkelijke Woord-bruid van Christus zijn.

79 Ik predikte een paar avonden geleden over het offer in de dagen van de verzoening. Ik predikte over de enige plaats die God – de enige gemeente waarin God een mens zal ontmoeten; en dat is zoals Hij zei, de plaats waar Hij Zijn Naam doet wonen. Hij zei: "Ik zal hen niet ontmoeten op een andere plaats dan de plaats – de poort waar ik Mijn Naam doe wonen." Nu, Hij ontmoet u niet in een Methodistenpoort, een Baptistenpoort, een Pinksterpoort, of welke daarvan ook, maar Hij doet Zijn Naam wonen in Zijn Zoon. Hij zei: "Ik ben gekomen in de Naam Mijns Vaders." Ieder mens, ieder kind komt in de naam van zijn vader. Ik ben gekomen in de naam van een Branham, omdat mijn vader een Branham was. En u komt in uw naam, omdat dat de naam van uw vader was. En Jezus, de Zoon, kwam in de Naam van de Vader. En Hij zei dat Hij Zijn Naam doet wonen... "Binnen deze Poort waar Ik Mijn Naam doe wonen daar was het Offer." En in Jezus Christus is de enige plaats waar u ooit gemeenschap met God en aanbidding tot God zult vinden.

     U zegt: "Wel, ik behoor tot de gemeente." Dat maakt niets uit. U moet in Christus zijn.

     Een zekere denominatie-prediker zei laatst op een avond tegen mij: "Meneer Branham, kijk hier, Jezus zei: 'Een ieder die gelooft.' De Bijbel zegt: 'Een ieder die gelooft dat Jezus Christus is de Zoon van God, is geboren uit de Geest van God.'"

80 En ik zei: "Zegt de Bijbel ook niet dat niemand Jezus de Christus kan noemen, dan door de Heilige Geest?" Ziet u? U kunt de Bijbel niet laten liegen. Het moet precies in elkaar sluiten, dus moet u absoluut wederom geboren worden uit de Heilige Geest die in u getuigenis aflegt, uzelf, u weet dat Hij de Zoon van God is. En dan als u een deel bent... Als u een kind van God bent in het Woord van God, hoe kunt u dan het Woord ontkennen? Hoe kan de Heilige Geest u een geloofsbelijdenis laten geloven waardoor u iets als dit moet doen terwijl de Bijbel iets anders zei. "We moeten ons voegen bij een kerk en dit doen, of dat doen", als de Bijbel u duidelijk vertelt wàt u moet doen. Ziet u? En als u dat dan ziet, dan springt u er bovenop en u komt er dan mee in orde. Blijf gewoon direct omhoog bewegen en groei gewoon zoals een kiem die komt in de schoot van een vrouw met het ei. En als dan dat eitje zich begint te ontwikkelen en kiemen begint voort te brengen, brengt het niet de ene keer een menselijke kiem voort, dan de kiem van een hond, de kiem van een koe, het brengt allemaal menselijke kiemen.

81 En als een kind van God, als dat voorbestemde... Dat is een slecht woord om te gebruiken, maar ik moet Gods Bijbel gebruiken. De voorkennis van God kon voorbestemmen, alles laten werken tot Zijn eer. Als u dat voorbestemde zaad zou zijn en God riep u, en dat kleine arendzaad daarbinnen hoorde het Woord van God, zal het daar op voortbouwen, het ene woord op het andere, op het andere, op het andere; het zal zich niet vermengen met welke geloofsbelijdenissen dan ook.

82 Merk op, in deze poorten behoorden ze iedere dag nieuw ongezuurd brood te eten en er mocht geen zuurdeeg onder hen gevonden worden gedurende de zeven dagen. Is dat juist? De zeven gemeente-tijdperken dan. Geen ongezuurd deeg, geen geloofsbelijdenis, niets anders toegevoegd. Het moet absoluut ongezuurd brood zijn. In het geheel geen zuurdeeg zal worden gevonden onder u, alleen het zuurdeeg. Het Woord zelf, dat is het enige... En dat Woord is God en God werd vlees gemaakt in de Persoon van Jezus Christus, Die de Poort is. "Daar is de Poort in welke Ik u ontmoet om te aanbidden als u de geboden van God volgt."

83 Daarom, als u vanavond bent gekomen en u hebt alleen gezegd: "Ik geef mijn leven over aan Jezus Christus", en u heeft nooit de Heilige Geest ontvangen, kom er in! U moet het doen! U moet er in groeien! Vraag God om zo Woord op Woord te stapelen, totdat u het volledige beeld van een zoon van God of een dochter van God wordt. Wat de dingen van de wereld betreft... I Johannes zegt: "Indien u de wereld liefheeft of de dingen van de wereld, is het omdat de liefde van God zelfs niet in u is." U bent misleid. U kreeg de liefde van de wereld daar en het heeft u misleid, de duivel heeft, door dingen daarop te stapelen en te tonen... Ziet u, u kunt niet... Als de... U kunt niet één Woord van God uit de Bijbel nemen! Wat veroorzaakte de eerste zonde? Niet door alleen maar een grote duidelijke leugen, maar omdat Eva één woord verkeerd uitlegde (de duivel deed haar dat). Eén woord brak de keten; Eva weigerde één woord aan te nemen. Dat was in het begin van de Bijbel. Jezus kwam in het midden van de Bijbel; Hij zei: "Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle Woord, dat uit de mond Gods uitgaat." Dat is het gehele Woord van God. Gelooft u dat dat de openbaring van Hem is? Het gehele Woord van God.

     Dan in Openbaring 22, kwam Jezus tot Johannes op het eiland Patmos. En Jezus zei: "Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden, om van deze dingen te getuigen. (Ziet u?) Degene die er één woord vanaf zal nemen of er één woord aan zal toevoegen, zijn deel zal Ik afnemen van het Boek des Levens."

     Een groot aantal mensen zegt: "Wel, ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is." Dat is geheel juist. Voeg vervolgens de rest ervan er aan toe.

84 U zegt: "Ik werd gerechtvaardigd. Ik heb de prediker mijn hand gegeven. Ik geloof in Jezus Christus." Dan moet u wederom geboren worden! U moet worden vervuld met de Heilige Geest! Ziet u? Blijf gewoon toevoegen als u blijft voortgaan. U groeit in het beeld van een zoon en dochter van God. God is in staat om ons toe te bereiden, om aan ons dat vurige verlangen in ons leven te geven dat we iets willen zien. Hoeveel hierbinnen willen meer van God? Waarom? Dat toont dat er meer is voor u. Ziet u? U verlangt het vurig. Uw kleine geboortepijnen komen op. Ziet u? U heeft meer nodig, opdat wij gelukkig kunnen zijn, vrij en volmaakt. Wij moeten het zijn. Zoals de kleine levenskiem die in de boezem van God is, precies zoals de levenskiem is in de boezem van de moeder...

85 God laat groeien en worden, is heengegaan om ons plaats te bereiden, de eeuwige plaats bij Hemzelf, niet een plaats waar u stervende in een pesthuis bent, in zonde, overspel, en vuilheid van de wereld hier. Als uw geest daarop gericht is, toont het dat hij nooit in contact met God is gekomen. Ziet u? U bent opgewerkt. U kreeg een verstandelijke illusie. U heeft zich gewoon gevoegd bij een kerk en u zegt: "Wel, ik behoor hiertoe; mijn moeder behoort daartoe." Dat kan geheel in orde zijn geweest in de tijd van uw moeder, maar wij leven in een andere tijd.

86 Wesley's boodschap zou nooit hebben... Hij kon gewoon niet Luther nemen. Luther geloofde in rechtvaardiging, maar Wesley had heiliging. De Pinkstermensen verschijnen; zij konden niet enkel rechtvaardiging en heiliging nemen, het was tijd voor het herstel van de gaven. Nu, wij gaan vandaar verder. Ziet u? De drie stadia van de wijnstok die opkomt. Eerst is het een klein blad; Luther komt op met de Reformatie. Goed, dat was de stengel. Let op de natuur; God en de natuur werken overeenkomstig, omdat God in de natuur is. Dan komt vervolgens de bloesem, het stuifmeel: het Methodisten-tijdperk. Dan komt Pinksteren. O, het is gewoon zo volmaakt. Ziet u? Precies zoals die tarwekorrel eruit ziet alsof het een volmaakte tarwekorrel is: maak het open, er is daar in het geheel geen tarwe. Het is een kaf, een drager ervan, maar dat leven werkt zich er verder doorheen. Ziet u?

87 De mensen vroeger in het tijdperk van Luther aanvaardden Luther; dat leven kwam erdoor heen, maar het ging eruit doordat het een denominatie werd; het eerste wat u ziet is dat het een denominatie wordt, welks einde is om te worden verbrand. Ziet u? De stengel droogt op; het was enkel een drager. Sommigen van hen proberen nog altijd in die oude draagstengel te blijven, niets wetend over God: dood. Zij zeggen: "Kijk, wij zijn een blad. We waren Lutheraan." Dat is in orde, maar kijk waar ze zich nu bevinden. Zie? "Wij waren Methodisten", en zelfs: "We waren van Pinksteren." Maar kijk naar Pinksteren, hoe koud en vormelijk het aan het worden is, zie hoe iedereen wegloopt. Ziet u? Wat is het? Het was een drager van het werkelijke zaad. Ziet u? Al deze andere zijn dragers, maar ze werden een denominatie.

88 Als u zegt: "Ik ben van Pinksteren." Dat betekent niet meer voor God dan wanneer u had gezegd dat u een Rooms-katholiek was, of een Jood, of wat u ook moge zijn. U moet worden geboren. Dat leven dat door die drager daar komt... Blijf niet in de stengel; blijf niet in het zaad; ga regelrecht door, eruit naar het volmaakte deel.

89 Nu, bedenk, bij iedere reformatie die wij hebben gehad van al deze Lutheranen enzovoort, organiseerden zij zich binnen drie jaar. Dat is juist. Iedere opwekking bracht een organisatie binnen drie jaar. Bedenk hoelang deze al duurt: ruim twintig jaar en het is geen organisatie! Waarom? Het is het zaad dat komt, zich zo vormend onder het kaf. Het ligt nu buiten, het moet liggen in de tegenwoordigheid van de zon om te rijpen tot het roemrijke graan, zoals datgene dat het eerste uitkwam. De werkelijke gemeente die eerst onderging; ze komt regelrecht weer terug op door de stengel om nog eens als de gemeente daaruit te komen. Als de maaidorser komt om het op te rapen, dan zal het leven dat onderging in Luther, het leven dat onderging in de Methodist, het leven dat onderging in Pinksteren, komen in het graan en regelrecht volledig het graan ingaan, en uitgaan om het volmaakte lichaam van Jezus Christus te vormen.

90 Precies zoals de zon 's morgens opkomt. U kunt niet naar de natuur kijken, of deze getuigt van God. U hebt zelfs de Bijbel niet nodig om te weten dat er een God is. De kleine zon wordt geboren als een kleine, zwakke baby. Omstreeks zeven uur komt ze op, vertrekt naar school; tien of elf uur komt ze eraf. Twaalf uur is ze in haar kracht; drie uur in de middag wordt ze oud. Zeven of acht – zes – vijf of zes uur in de middag begint haar rug zich te krommen, ze sterft. Is dat het einde ervan? Nee! Ze staat de volgende morgen opnieuw op – een leven, dood, begrafenis, opstanding.

91 Kijk naar de bladeren die aan een boom komen. Het komt op als een goed, mooi blad dat schaduw geeft, en krijgt zijn vruchten. Het volgende... Het eerste wat u weet is dat de herfst komt en dat de dood toeslaat, ze gaat helemaal naar beneden door de wortel de grond weer in. Is dat het einde ervan? Volgend voorjaar komt zij weer opnieuw terug om te getuigen. O, dat is voortdurend leven, maar broeder, zuster, wij kregen eeuwig leven. Wij hebben eeuwig leven gekregen door deze Grote die kwam en is heengegaan, Die in staat is ons een lichaam te bereiden. En deze groeipijnen die we voelen, zoals ú vrouwen die zich veroordeeld voelt door wat u doet, ú mannen die vasthoudt aan een seminarieleer enzovoort, u wilt allen zeggen: "Ik zeg deze geloofsbelijdenis op; ik doe dit..." Maar er is precies iets onder u hier, wanneer u de ogen van de blinden zich ziet openen, de doven... blinden, al deze dingen die zijn beloofd; wanneer u het Woord gepredikt ziet in zijn kracht en ziet dat een prostituée van de straat een dame wordt, ziet dat een dronkaard eruit komt om een werkelijke heilige van God te zijn. O! Kijk, daar is iets, daar is een leven in. En u begint te voelen. "Wel, misschien behoor ik dat niet te doen." Maar ziet u wat het is, het is iets wat uw lichaam ginds nodig heeft. Kom aan. Maar God heeft de vitaminen precies hierin voor elk deeltje van dat lichaam. Jezus is heengegaan om de plaats te bereiden in de boezem van God. Ja, meneer! Een kleine kiem, zoon van God, een kleine zoon of dochter van God.

92 Jezus vroeg maar om één ding in Zijn gebed tot de Vader. Weet u wat dat was? Eén ding, na heel Zijn offer dat Hij bracht hier op aarde, het leven dat Hij leefde, de weg die Hij bewandelde, Hij vroeg om één ding: "Dat waar Ik ben zij ook mogen zijn!" Hij vroeg om onze gemeenschap! Dat is het enige dat Hij de Vader vroeg in het gebed: uw gezelschap voor eeuwig. Als u dit wilt lezen in Johannes 17 vers 24... Hoeveel behoren wij dan naar Hem te verlangen? Als Hij... Nu luister, als u werkelijk bent geboren uit de Geest van God, betekent dat alles voor u. Ziet u? Het is niet het een of andere boek met regels. U leeft niet bij enige wetten enzovoort, u leeft bij de genade van God, de Geest van God.

93 Ik heb vaak dit gezegd. Als ik als zendeling overzee zou gaan, wat als ik mijn vrouw en mijn kinderen binnen bracht en zei: "Nu kijk eens hier kinderen... Luister hier, mevrouw Branham, ik ben je man. Gij zult geen andere mannen hebben terwijl ik weg ben. Als je het doet, zal ik je villen wanneer ik weer thuis kom!" Ziet u? Stamp met mijn voeten! "Kinderen, horen jullie wat ik zeg?" "Ja, papa, ja papa." "Als ik hoor van één overtreding van jullie..." Ziet u? Nu, zou dat niet een thuis zijn?

     Nu, wat als zij zou zeggen: "Nu jij ook, meneer, ik wil je iets vertellen, meneer Branham, ik ben je wettig getrouwde vrouw. Gij zult ook geen andere vriendinnen hebben terwijl je weg bent." Nu, zou dat geen thuis zijn? Nu, dat zou me iets zijn. We doen dat niet. Ik heb haar lief en zij heeft mij lief. Wanneer ze weet dat ik ga, weet ze dat ik niet ga tenzij de Here mij roept om te gaan. We knielen neer op de vloer en halen de kinderen erbij en wij bidden. Ik zeg: "Dierbare God, zorg voor mijn kleine metgezel en mijn kinderen."

     Zij zeggen: "God, zorg voor pappie terwijl hij weg is." En dan als wij gaan over...

94 Nu, wat als ik daarginds iets verkeerds deed? Wat als ik overtrad, iets verkeerds deed, en ik zou terugkomen en ik ging naar die arme, kleine vrouw van mij en ik stond daar naar haar rimpelend gezicht te kijken en naar haar grijs-wordend haar en ik liep naar haar toe en zei: "Lieveling, ik wil je iets vertellen. Je weet dat ik je liefheb."

     "Zeker Bill, ik weet dat je me liefhebt."

95 "Ik zal je vertellen wat ik heb gedaan. Ik heb een of ander meisje mee naar huis genomen." Ik zou zeggen: "Wil je me ervoor vergeven?" Ik geloof dat ze het zou willen. Ik geloof dat werkelijk. Maar zou ik dat doen? Als ik daar sta te kijken en ik zie die grijs wordende haren en ik weet dat ze tussen mij en het publiek heeft gestaan, wetend wat een echte vrouw ze is geweest... Zou ik dat dan kunnen doen? Ik zou liever sterven dan haar pijn te doen. Dat zou ik willen. En als mijn Fileo liefde tot mijn vrouw dat bewerkt, hoeveel groter is mijn Agapè liefde tot God. O, ik zou niets willen doen wat Hem pijn zou doen. Zeker niet. Ik heb Hem lief. Ik wil alles doen wat Hij van mij verlangt. Ik wil voldoen aan ieder woord dat Hij heeft gezegd. Het maakt niet uit wat de wereld zei: zij geloven het hoe dan ook niet. Ik wil weten wat Hij heeft gezegd dat ik zou moeten doen. En als mij iets ontbreekt, wil ik dat Hij het aan mij geeft. En leven voor Hem, ons weghoudend van de wereld.

96 Dit oude, aardse lichaam hier moet... Het is een... Laat me u dit vertellen; dit aardse lichaam waar u zoveel om geeft, en u stemt het af op Hollywood – u bent er zo dichtbij, het zal er niet veel langer meer zijn. Herinner u, u heeft de profetie gehoord (Ziet u?) die de Here mij heeft gegeven, het gaat ten onder! Ja meneer! Let op! Het zal gebeuren; let u enkel op. Hij heeft mij nog nooit iets verkeerds verteld. En ik zal dat opnemen met iedereen die wat wil zeggen. Ik weet niet wanneer of waar, maar het is met haar gedaan. Oordeel hangt erover; er is geen verlossing voor haar; ze is dat voorbijgegaan. Ziet u?

97 Nu, let hierop. Leven voor Hem, onszelf weghoudend van de wereld. Nu kijk! U kijkt televisie, sommigen van u, zusters, en u gaat hierheen en u wilt... U jonge vrouwen, u bent jong, ik weet dat, maar u bent een Christen. Ziet u? U bent anders. U wilt niet zoals de wereld zijn. U houdt van de wereldse... niet alleen u jongeren, maar ook sommigen van u, ouderen. Ziet u? Wel, waardoor komt dat? U kijkt televisie; u gaat naar het warenhuis en u ziet deze kleine, oude kleren, die vrouwen dragen die goddeloos zijn. Weet u wat er gaat gebeuren op de dag des oordeels? U kan zo deugdzaam zijn voor uw man als u maar kan zijn, maar in de dag des oordeels zult u zich moeten verantwoorden voor het plegen van overspel. Jezus zei: "Zo wie een vrouw aanziet om haar te begeren, die heeft reeds overspel in zijn hart met haar gedaan." Wie is te veroordelen? U. Ziet u? U presenteerde uzelf – met die korte broeken en lange broeken. Enige vrouwen zeiden niet lang geleden tegen mij: "Ik draag geen korte broeken, broeder Branham. Ik dank de Here daarvoor. Ik draag lange broeken."

98 Ik zei: "Dat is erger, dat is nog erger." Dat is juist. Je kunt zelfs bijna geen jurk kopen voor een vrouw.

99 Zij zei... Eén vrouw zei: "Wel, u zei de waarheid; je kunt die niet kopen." Maar zij verkopen nog altijd lappen stof en naaimachines, dus is er in het geheel geen excuus. Ziet u? Het zal tonen, zuster... Ik ben uw broeder, en ik ben een dienstknecht voor Christus die zich zal moeten verantwoorden voor de rechterstoel voor wat ik hier vanavond zeg. Ziet u? U zult schuldig zijn aan overspel, omdat de liefde van God uit uw hart is weggelekt. U gaat nog altijd naar de gemeente. U zou nog altijd kunnen dansen in de Geest en u zou nog altijd kunnen spreken in tongen. En die dingen zijn fijn, maar dat is het nog niet. Nee meneer!

100 Herinner u dat de Bijbel zei: "In de laatste dagen zullen er valse christussen komen." Geen valse Jezussen. Zij zouden daar niet bij stilstaan. Maar valse christussen – vals gezalfden. Zij zijn absoluut gezalfd met de Geest, met de Heilige Geest en toch vals. Ziet u?

101 Er zijn twee – u bestaat uit drie mensen; de buitenkant is het lichaam. U kreeg vijf zintuigen waarmee u in contact komt met uw aardse huis. De binnenkant is een geest. Daar zijn ook vijf zintuigen: liefde, geweten enzovoort, waarmee u in contact komt. Maar de binnenkant daarvan is de ziel.

102 Bedenk, de regen valt op de rechtvaardige en de onrechtvaardige. Dezelfde regen die een graankorrel zal doen groeien, doet ook een klit groeien. Ziet u? Wat is het geval? Aan de binnenkant van dat zaad is een natuur en die natuur ontvouwt zichzelf. Het kan staan in hetzelfde veld, precies naast het onkruid. Het onkruid en de tarwe staan tezamen en verheugen zich precies evenveel. Het hoofd naar beneden, het heeft dringend behoefte aan drinken. En als er regen komt kan de klit net zo luid jubelen als de tarwe. Maar aan hun vrúchten zult u hen kennen. Ziet u?

103 Christenen, ik zou u misschien nooit weer kunnen zien. Het is jaren geleden sinds ik hier ben geweest. Ik zou u misschien nooit weer kunnen zien. Stem overeen met Gods Woord. Kijk in de spiegel. Zoals eens een kleine jongen deed die van het platteland kwam. Hij had nog nooit een spiegel gezien. Hij was naar het huis van zijn tante gekomen. Hij begon de trap op te lopen. Hij zag een spiegel; hij zag een kleine jongen in de spiegel. Hij bleef omhoog lopen, kijkend. En toen hij zwaaide, zwaaide de kleine jongen ook. En hij bleef kijken. Hij had zichzelf nooit gezien in een spiegel. En toen hij er dicht genoeg bij kwam, draaide hij zich om en zei: "Wel, mamma, dat ben ik!"

104 Hoe ziet u eruit in Gods spiegel? Weerspiegelt deze een dochter of een zoon van God? Is daar iets van wat u hoort – dat u de man die het zegt doet haten, of is er iets dat trekt, dat zegt: "Ik weet dat die man gelijk heeft, omdat dat in de Schrift staat"? Dan zijn dat de vitaminen die nodig zijn voor dit lichaam dat is verordineerd om daar te zijn, een huis dat die andere nodig zal hebben als u daar komt. Ziet u? Dit huis... Als wij het aardse hebben gedragen...

105 Nu bedenk, wij denken zoveel aan dit lichaam. Wij trekken het zoveel kleren aan. We doen zoveel dingen die onnodig zijn, verandering na verandering na verandering en al deze dingen en... En waarom? Omdat iedereen het doet. Laat iemand maar eens iets beginnen. U verft uw stoep rood en let op, die van Jansen verven de hunne rood. U verandert van een Chevrolet naar een Ford en ze kunnen het gewoon niet uitstaan. Het is de tijd van "aan elkaar gelijk zijn". Laat er een vrouw naar de gemeente komen met een zeker soort hoed op. Let op, al de vrouwen nemen zo'n hoed, vooral als het de vrouw van de voorganger is. Ziet u? Let slechts op wat er gebeurt. Nu, dat is waar. Dat is de absolute waarheid. Het is de tijd van bij elkaar passen. Broeder, het behoort de tijd van bij elkaar passen te zijn bij... Al die dingen zijn voor een doel. Het maakt mij niet uit of mijn jas past bij mijn broek en ik heb een moeilijke tijd. Mijn vrouw, of mijn schoondochter, of iemand anders moet mij vertellen welk soort stropdas ik erbij moet dragen. Ik geef er in het geheel niet om of ze bij elkaar passen. Ik wil dat mijn ervaring past bij Gods Woord. Dat is de zaak, want daar richt ik mij op om te leven, niet daarginds op de hoek met die van Jansen, maar op de heerlijkheid ginds waar Jezus is heengegaan om ons een plaats te bereiden. Ja, dat willen wij. Jazeker!

106 Blijf weg van al deze... Deze oude, aardse tabernakel hier, weet u wat dat is? Dit lichaam is als een oude jas die u draagt. Een jas die u eens droeg. Maar nu heeft u er één die zoveel beter is, dat u hem niet langer gebruikt. Wat doet u? U hangt hem in een kast, want u heeft een betere gekregen. U heeft een betere jas gekregen. Hij is moderner dan degene die u droeg die afgedragen is. Wat? Het is dat kleed. U bent de binnenkant daarvan. Bedenk, wat deed dat kleed slechts? Het droeg uw beeld. Ziet u? Maar u heeft het nu niet meer nodig. U heeft het opgehangen. Het is een vod. Zo is het met dit oude lichaam. Het droeg het beeld van het hemelse, toch bent u het niet. U bent aan de binnenkant van dat lichaam. U, de Geest van God, is aan de binnenkant van dat lichaam. Dat brengt de buitenkant in onderwerping, omdat de binnenkant eraan trekt (ziet u?), het brengt het in overeenstemming met het Woord van God: uw binnenkant, u, uzelf, uw wezen. Dit lichaam is enkel een oude jas, wat zult u er op een dag mee doen? Want u bevond zich slechts een poosje in dit kleed. Zo is het aardse kleed, dit lichaam; uw werkelijke lichaam, uw werkelijke zelf is aan de binnenkant van deze oude jas, die u William Branham noemt, of Susie Jones, of wie het ook is. Ziet u? Op een dag zal hij hangen in uw aardse gedenkzaal. U zult het buiten ginds in het graf leggen, en iemand zal er een grafsteen op zetten: "En hier rust Eerwaarde Zo-en-zo, of John Zo-en-zo, of Zo-en-zo". Het zal daar liggen als een herinnering aan u. De mensen zien u enkel hierin, en wat u was; uw wérkelijke u was aan de binnenkant daarvan. Maar de oude jas zelf droeg enkel het beeld van de hemelse. O mensen, heeft u plaats besproken om van jas te verwisselen? Heeft u plaatsen besproken voor de hemel? Denk eraan, u moet plaats besproken hebben. U kunt zonder niet binnenkomen. Ik spreek nu tot u in hedendaagse taal. Maar weet u, als u naar het hotel gaat en zegt: "Wel ik had..."

107 "Heeft u plaats besproken? Wel, het spijt me, alles is vol." U bent buiten in de kou, omdat u in gebreke bleef om te reserveren. En als u aan het eind van uw levensreis bent gekomen zonder plaats te bespreken, zal er daar niemand zijn om u te ontmoeten. U zult moeten stappen in een donkere eeuwigheid waar gegil, gehuil, geklaag, en knarsing der tanden zal zijn. U móet; u kunt niet de stad binnenkomen, omdat u geen plaats heeft besproken. U moet dat hebben gedaan om deze stad binnen te gaan, waar Jezus is heengegaan om u een plaats te bereiden. Bedenk, u moet gereserveerd hebben en het kleed der verlossing aan hebben. U kan niet...

108 Hier in Mattheüs heb ik een Schriftgedeelte (ik bekijk mijn Schriftgedeelten), Mattheüs 22:1–14. Ik heb geen tijd om het te lezen, omdat het te laat wordt. Ik heb te lang tot u gesproken. Maar herinner u, de koning liet bekend maken, dat hij een maaltijd hield. Hij doodde al zijn ossen en maakte de gemeste dieren klaar, en alles, en had een groot avondmaal bereid. En hij zond zijn slaven uit en nodigde velen uit om te komen. Eén zei: "Wel, weet u, ik behoor tenslotte hiertoe, en ik heb dit verkregen. En ik moet naar mijn boerderij gaan", en de één deed vele dingen. En hij zond opnieuw uit en zij mishandelden hen kwalijk.

     Tenslotte... Dat was de Joodse generatie waar Jezus tegen sprak; zij hadden iets anders te doen. Dan tenslotte zond hij hem en zei: "Ga, vraag gewoon niet dwing hen gewoon. Ga in de straten en hoofdwegen en overal, en dwing hen om binnen te komen." En daarna... Hij was vastbesloten dat zijn huis zou – dat zijn bruiloftsmaal zou worden gehouden. Er zouden daar gasten zijn. En toen vond hij een man daarbinnen zonder het bruiloftskleed aan. Hij wilde zijn oude jas aanhouden. En kijk wat hij zei: "Vriend, nadat ik u heb uitgenodigd voor mijn bruiloftsmaal – ik nodigde u en gaf u een uitnodiging om te komen..."

109 Als u ooit in het Oosten bent geweest, waar ik vele malen predikte... dat bruiloftsmaal wordt nog altijd precies zo gevierd als toen. De bruidegom zal zoveel gasten ontvangen. Mogelijk, broeder Kopp, heeft u het gadegeslagen daar in India. Zie? Zij hebben precies zoveel gasten als hij zal vragen. Zeg dat hij dertig gasten zal vragen. Nu, de bruidegom moet dan de klederen verschaffen. Hij moet ze verschaffen. Daarom staat er een man bij de deur als u eraan komt met uw uitnodiging; hij onderzoekt uw uitnodiging en doet u een kleed aan, een kleed, dat... Sommige van hen zijn rijk, sommigen zijn arm en sommige van hen zijn verschillend, maar met deze klederen aan zien zij er allemaal gelijk uit. Zij zien er allemaal gelijk uit. En u moet allemaal gelijk zijn. U kunt daar niet zijn en zeggen: "Ik ben de Methodist hier", "Ik ben de Presbyteriaan hier." O nee! U kunt dan helemaal niet gaan. Ziet u? U moet komen door de deur. Jezus zei: "Ik ben de deur tot de schaapskooi."

     "Ik ben van Pinksteren." "Ik ben dit, ik ben dat." Dat betekent niets. U komt door die deur. En als u door die deur komt, krijgt u het kleed.

110 En deze man, toen Hij zei: "Hoe bent u hier binnen gekomen, vriend?" Zie? Het toonde dat hij langs een andere weg was gekomen, hij was door een raam binnengekomen, door de achterdeur binnengekomen, maar niet door de deur, niet door de deur, de weg die Jezus kwam, door zelfopoffering, door uw al aan God te geven, naar Calvarie te gaan om met Hem gekruisigd te worden en weer op te staan om Zijn kleed van opoffering en dood aan de dingen van de wereld te dragen.

111 Als u de wereld liefhebt of de dingen van de wereld, is de liefde van God zelfs niet in u. Ziet u? Als u nog altijd de liefde van de wereld hebt, dat u wilt handelen zoals de wereld en doen zoals de wereld, probeert u... bent u nog... U bent in de gemeente, maar u bent nog een klit in de akker bij de tarwe. U jubelt met de rest van hen; u verheugt zich met de rest van hen; al de geestelijke zegeningen zijn precies op u. U zegt: "Wel, ik profeteer." Kajafas deed dat ook; Bileam deed dat ook. Dat heeft niets...

112 "Ik kreeg de doop met de Heilige Geest." Dat heeft er nog altijd niets mee te doen. Dat is enkel alleen een tijdelijke gave voor u. De werkelijke gave is uw ziel, daar binnenin (zie?) die werd geboren uit God en die bestuurt het geheel naar het Woord van God en de wil van God; en daar groeit u op. Ziet u? Dan bent u een zoon en dochter van God. U bent een kind van God. En deze dingen waar u op komt... Zoals bij de moeder nu, u bent in het binnenste van de aarde, proberend om te voorschijn te komen. U bent een zoon van God die te voorschijn komt en u ziet dat het Woord zegt: "Ik behoor dit te doen; ik behoor opnieuw geboren te worden." "Wel, ik behoor tot een gemeente." Dat betekent niets. Ziet u?

     "Ik ben Methodist, mijn moeder..." Dat is goed voor uw moeder.

113 "Wel, ik ben van Pinksteren; ik behoor..." Als u niet in overeenstemming komt met dat Woord, is er iets verkeerd. Ziet u? Dan is God uw werkelijke vader niet, omdat dat werkelijke in uw ziel begint, voordat er zelfs een geest was, was het uw ziel. Als die ziel niet van God kwam, dan was het geen kiem van God vanaf het begin. U bent misleid. U ligt in een akker met onkruid en draagt het getuigenis van de wereld van de onkruiden, u komt te voorschijn, handelend als de wereld, het wereldse liefhebbend, omdat de liefde van God niet in u is.

114 En nu, er zullen vals gezalfden zijn in de laatste dagen, geen valse Jezussen; dat zou men niet nemen, maar vals gezalfden. Zij zijn gezalfd. Jazeker! Zij zijn echter anti-Christ. Zij zijn gezalfd met de Geest om de tekenen en wonderen te doen die Christus deed, maar ze zullen niet overeenkomen met Zijn Woord. Ziet u? "Velen zullen te dien dage tot Mij komen en zeggen: 'Here, heb ik niet geprofeteerd en duivelen uitgeworpen in Uw Naam?'" Hij zal zeggen: "Gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt, Ik heb u zelfs nooit gekend."

     "Ik was van Pinksteren, Here. Ere zij God! Ik jubelde; ik sprak in tongen en ik legde handen op de zieken en genas hen, ik wierp duivelen uit."

     "Gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt, Ik heb u nooit gekend." Ziet u wat ik bedoel?

115 O, kleine kinderen, heeft u behoefte aan die vitaminen vanavond, dat iets...? Er wacht ginds een lichaam; er wacht een lichaam om te worden ontvangen. Mensen wordt niet misleidt! Laat u niet misleiden! De duivel is een misleider. U moet het bruiloftskleed dragen. Het moet gebeuren.

116 Nu, wij zijn bij de avondtijd aangeland. Het aardse lichaam is nu gereed om te worden ontbonden, en wij bereiden ons voor om in te gaan in het hemelse. We voelen nu de vreemde roep van God om naar dit grote Eden te gaan. En voordat we hier geboren kunnen worden, roepen onze kleine lichamen om iets waarin voorzien moest worden anders zouden wij hier een ongelukkig kind zijn als we dat niet deden. God heeft geen kwalen daarboven. Zij is helemaal volmaakt in orde, de bruid, precies zoals de Bruidegom was, het Woord gemanifesteerd op Zijn geschikte tijd. God geve het u vanavond, kinderen, ieder van u. Er is een hemel om naar toe te gaan; er is een hel om bij weg te blijven.

117 Nu, velen van u weten dat de Here mij visioenen heeft gegeven, duizenden ervan. Het grootste... Vroeger vreesde ik de dood. Ongeveer drie jaar geleden hebt u het gelezen in het blad van de Christen Zakenlieden: "Voorbij het gordijn van de tijd." Ik realiseer me dat ik mogelijk deze nacht niet zal doorkomen. Ik zal u misschien nooit weer zien in mijn leven hier. Maar dit is waar. Ik weet niet of ik dit een visioen zou moeten noemen of wat anders. Op een zekere morgen, onlangs, toen ik wakker werd... ik was thuisgekomen van samenkomsten en mijn vrouw lag daar te slapen. Ik zei: "Lieveling, ben je wakker?" Ze sliep nog. Ik wist dat we op moesten staan om de kinderen er uit te halen voor school. En ik legde mijn handen zo naar achteren omhoog en ik zei: "Wel, Bill Branham, weet je dat je de vijftig gepasseerd bent? Als je nog iets wilt doen voor de Here, kun je maar beter voortmaken, want je hebt niet al te veel tijd meer." Ik dacht: "O, ik hoop dat ik zal leven om het komen van de Here Jezus te zien." Ik had altijd in mijn gedachten, dat wanneer wij stierven, dat ik zou zien... Zoals de broeder hier, dat ik zou zeggen...

     "Hé, u predikte in mijn gemeente op een avond beneden op aarde, broeder Branham." Maar hij is een geest. Ik zou zijn hand niet kunnen schudden, omdat zijn hand daarbuiten zou zijn, weggerot in het graf. De mijne ook. Ik dacht dat zo half en half.

118 Maar die morgen toen ik iets over mij voelde komen en ik dacht na – gewoonlijk zoals een visioen komt – en ik keek en ik keek en ik dacht: "O, wat is dit?" En ik keek naar grote, groene heuvels en jonge vrouwen kwamen gewoon overal vandaan, tienduizenden en honderdduizenden. En ze kwamen allemaal aanlopen, lang haar naar beneden hangend langs hun rug, witte klederen aan, barvoets, gillend, schreeuwend: "Onze broeder!"

119 Ik dacht: "Nu, dit is vreemd." Ik keerde me weer om en keek en daar lag ik nog net zo; en daar lag mijn vrouw daar op het bed. Ik zei: "Nu, ik – weet je wat, ik ben gestorven." Ik zei: "Dat is er gebeurd. Ik ben gestorven." En ik zei: "Ik kan misschien een hartaanval hebben gehad; ik ben gestorven. Daar ligt mijn lichaam." Ik lag daar gewoon met mijn handen zo naar achteren, net zo stijf. Ik dacht: "Wel, en dat geen twintig voet van mij af." Ik keek en ik dacht: "Dat daar is mijn vrouw, die... alles is daar; daar is mijn overhemd dat over de bedrand hangt." Ik dacht: "Hier ben ik."

120 Ik keek weer om, en deze vrouwen kwamen allemaal aanlopen en ze waren... En ik keek, en van die kant daar kwamen mijn broeders, allemaal echt, zij leken allen jonge mannen te zijn. Zij schreeuwden: "Onze dierbare broeder!" Wel, ik wist niet wat ik ervan moest denken.

121 Ik dacht: "Dit is vreemd." Ik keek naar beneden en ik was geen oude man; ik was jong. Ik dacht: "Dit is een vreemde zaak." Ik dacht: "Is dit een visioen?" Ik beet in mijn vinger en ik dacht: "Nee! Het is niet het soort visioen dat ik heb gehad."

122 En toen begon er iets hierboven tot mij te spreken wat zei: "U bent binnengegaan bij uw mensen."

     En ik dacht: "Bij mijn mensen? Zijn dit allemaal Branhams?"

123 Hij zei: "Zij zijn uw bekeerlingen tot Christus." En deze vrouwen... U weet dat ik altijd wordt beschouwd als een soort van... Ze noemen me een vrouwenhater, maar ik ben het niet (Ziet u?), omdat ik geloof... Zie? Ik houd niet van immorele, onzedelijke, ik houd van werkelijke, oprechte zusters... Als het op die wijze is, in orde.

124 Toen ik een jongen was werd ik geestelijk verwond. Ik weet dingen die gebeurden, die mij als het ware in die richting hebben gekeerd. Maar in alles was het God die mij maakte, die mij vormde voor dit uur. Ziet u?

125 Nu, ik geloof dat er niets fijner is dan een werkelijke, oprechte zuster. Als God een man iets beters zou kunnen geven dan redding, zou Hij hem een vrouw geven. Ziet u? Indien Hij iets beters zou kunnen geven, zou Hij het hebben gedaan. En dan te zien dat sommigen van hen zich omkeren en zelfs niet handelen als een vrouw, ontrouw aan hun huwelijksgeloften en hetzelfde met hun man. Bedenk, u bent aan elkander gebonden zolang als u leeft. Wat God bindt op aarde is ook gebonden in de hemel. Ziet u?

126 En dus, toen zag ik dàt. Deze vrouwen kwamen eraan en sloegen hun armen om mij heen, omhelsden mij en noemden mij 'broeder'. Nu, zij waren vrouwen, maar op die plaats kan er nooit zonde zijn. Zie? Zij waren vrouwen, maar ziet u, wat ons nu maakt... Een vrouw heeft een klier, een vrouwelijke klier en de man een mannelijke klier; het is om kinderen voort te brengen. Daar zal dat niet bestaan, zij zullen allemaal van één klier zijn, maar wel zullen ze nog altijd bestaan in de vorm – hun aardse beeld dat zij hier droegen zal daar ook zijn, maar daar zal nooit zonde kunnen zijn. U bent allen hetzelfde. Er zullen daar geen kinderen meer worden voortgebracht. Ziet u? Dat is juist. Op die wijze zal alles zijn.

127 En dus keek ik en deze vrouwen, en... Zij pakten mij op, deze broeders en zetten mij boven op een plaats. Ik zei: "Waarom doet u dit?"

     Hij zei: "Op aarde was u een leider", en zei hij: "U... Dit zijn de mensen."

128 Vervolgens kwam er een zekere vrouw naar boven en zij zei: "Onze dierbare broeder." Een zeer mooie vrouw en toen ze voorbij kwam, zei deze stem, iets zei: "Herinnert u zich haar niet?"

     Ik zei: "Nee!"

     Hij zei: "U leidde haar tot Christus toen zij de negentig gepasseerd was. Ziet u? Kunt u niet begrijpen waarom zij zegt: 'dierbare broeder'?"

     En ik zei: "Wel, gaat u..."

     Ze zeiden: "Nee, we wachten hier."

     Ik zei: "Wel, als ik gestorven ben, wil ik Jezus zien." Ze zeiden: "U kunt Hem nu niet zien. Dit hier is waarvan het Schriftgedeelte sprak van 'zielen onder het altaar'. Hij is net even hoger. Op een dag zal Hij terugkeren. Wij zullen teruggaan naar de aarde. We eten of drinken hier niet."

129 En ik zei: "Bedoelt u dat ik hier bang voor was? Wel dit..." Er bestaat geen woord om het uit te drukken, vriend. Het is een... Volmaakt zou het niet benaderen. Subliem, er bestaat geen Engelse woordenschat waarvan ik weet, in het geheel geen woord, dat ooit zou kunnen uitdrukken wat het inhoudt. Het gaat boven alles uit dat ik weet. Daar was hij; daar was geen ziekte, geen smart. U kon niet sterven, u kon niet zondigen. Het was gewoon volmaakt, gewoon volmaakt. Vrienden, u moet dat niet, u moet het niet missen!

130 Herinner... toen ik een kleine jongen was, zag ik een visioen van de hel; als kleine jongen. U weet hoe de dames vandaag (of de vrouwen, een dame zou zoiets niet doen) hun ogen verven als een wolf of zoiets dergelijks en die blauwe rommel onder hun oog smeren. Ik heb dat gezien. Ik bezweek. Als kleine jongen, ben ik neergeschoten, ik lag stervend in een ziekenhuis. Ik had altijd geweten dat God bestond. Ik herinner mij het eerste gebed dat ik ooit probeerde te bidden, het enige wat ik kon zeggen... Ik heb dit nooit tevoren verteld; ik voel me gewoon alsof ik het precies nu moet vertellen. Ik was neergeschoten en lag daar in het veld te sterven; en het enige pleidooi dat ik kon richten tot God was dat ik kon zeggen: "U weet, Here, dat ik nooit overspel heb gepleegd." Ziet u? Als een kleine, jonge knaap van ongeveer vijftien jaar oud, had ik geprobeerd om juist te leven. En ik zei: "Ik heb zuiver geleefd" en dat is alles wat ik kon zeggen. Dat was alle verdienste die ik Hem kon aanbieden.

131 En daarna lag ik daar dan toen ik als... De dokter was bij mij vandaan gelopen en ik voelde mijzelf wegzinken in een donkere eeuwigheid en het zag eruit als... En ik schreeuwde om pappa. "O, pappa, help mij!" Er was daar geen pappa. "Mamma, help mij!" Er was daar geen mamma! "God, help mij!" Er was daar geen God. Het was gewoon een eindeloze, afschuwelijke nachtmerrie. Om in de brandende, vlammende hel te zijn zou daarmee vergeleken een genoegen zijn. En terwijl ik daarin wegviel, dacht ik telkens weer: "O wee!" Ik kwam in een plaats – rook en duister en misselijk; en o, zulk een gevoel. En het was de dood op mij. En ik kon die vrouwen naar mij toe zien komen met zulke soortgelijke, geverfde ogen. Nu bedenk, dat is vijfenveertig jaar geleden ongeveer veertig jaar geleden in ieder geval. Zij deden van... [Broeder Branham maakt een beschrijvend geluid – Vert] Ik zei: "Moet ik daar voor altijd zijn?"

     "Voor altijd."

132 Ik zei: "O, God, als U mij hier uit zult laten, zal ik nooit weer beschaamd zijn over U. Ik zal nooit beschaamd zijn. God, alstublieft, geef mij een kans." En meteen, weet u, voelde ik mijzelf terug naar boven komen. En de dokter was gealarmeerd, omdat mijn hart slechts zeventien maal per minuut sloeg. Ik was al mijn bloed verloren en van alles, Ik lag in mijn eigen bloed. En ik heb mij afgevraagd of dat op een dag zou gebeuren.

133 Ongeveer twee jaar geleden toen ik verhuisde naar Tucson, was ik met mijn vrouw ginds in J.C. Penney's. En ik zat daar zo, met mijn hoofd naar beneden, te wachten, want u weet dat, wanneer dames winkelen, zij een lange tijd nodig hebben. Ik zat daar met mijn hoofd zo naar beneden. Er kwam een roltrap omhoog en er kwamen enige van die vrouwen omhoog met van die waterhoofd haarkapsels – u weet wel hoe zij ze hebben, zoiets – zij kwamen omhoog met zulke geverfd-uitziende ogen en zij spraken Spaans. En dat was helemaal... Het visioen vond opnieuw plaats. Daar was het. [Broeder Branham maakt een beschrijvend geluid – Vert]

134 Broeder, zuster, laat mij u iets vertellen, het mag nu grappig lijken, maar eenmaal komt u daar. Het is een serieuze zaak. Gaat u nooit die weg op!

135 Ik, als een oude man, een prediker, ik heb gepredikt rond de wereld, ik heb miljoenen vrienden gekregen, maar ik weet dat ik ginds met u moet staan. Ga bij de dingen van de wereld vandaan. En als er iets in u is waardoor u nog altijd wilt handelen op de wijze dat u handelde, heeft u nog steeds de dingen van de wereld in u; bedenk dan dat u er niet één van God bent, u bent enkel een gemeentelid. Tot die roep, die diepte roepend tot de diepte... Ziet u?

136 Zoals dat er, voordat er een vin was op een visserug, eerst water moest zijn waarin hij kon zwemmen, anders zou hij nooit een vin hebben gehad. Voordat er een boom was om op de aarde te groeien, moest er een aarde zijn, anders zou er geen boom zijn geweest die erop kon groeien. Er zou geen reden zijn geweest voor de boom. En om het te maken...?... Voor er een schepping is moet er een Schepper zijn.

137 "Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid." Daar zit iets achter. U hief uw hand op, een poosje geleden: "Ik wil meer van God." Ziet u, er is iets behoeftig. En als u de wereld liefhebt (en die weg gaat), de dingen van de wereld, als u de wereldse reis zult gaan, zult u in de val komen. Ziet u? Kom eruit! U bent zonen en dochteren van de Koning, de Koning! Weest dames en heren. Wandelt als Christenen; leeft als Christenen, handelt als Christenen. Bedenk, ik zal u ontmoeten bij de oordeelsrechtbank met deze opmerkingen. Ziet u?

138 Kijk in uw spiegel vanavond en zie: "Naar welke weg ben ik gericht? Bereidt Jezus een plaats voor mij, een lichaam? Dat lichaam is volmaakt; dat lichaam wandelt ordelijk, het is een zoon of dochter voor God. En ik heb geboortepijnen hier binnen om te worden geboren in dat lichaam daar. Als ik nog altijd de wereld liefheb, toont dat mij dat ik daar geen lichaam heb. Ik ben enkel een gemeentelid. Ik was geen kiem van God. Ik ben het niet... Hij is mijn Vader niet."

139 Hij zei: "Als u de kastijding niet kunt verdragen (dat is wat u nu krijgt), dan bent u bastaardkinderen en geen kinderen van God." Is dat niet juist? Zegt de Bijbel dit? Als u de kastijding van God niet kan verdragen als u ziet dat de Schrift u op orde brengt en u zegt: "O, ik wil die onzin niet horen. Ik ben een Christen. Ik doe wat..." In orde, ga verder. Ziet u? Het is een zeker bewijs dat u geen kind van God bent. Maar een werkelijk kind van God is hongerend en dorstend. Waarom? Als er iets in uw hart is dat u vertelt dat u het wilt en het nodig hebt, toont dat dat daar iets klopt dat probeert u daarheen te trekken. Er is daar een lichaam waarvan dit hier een type is. Waar gebruikt u dit lichaam voor? Om de duivel te verheerlijken en de wereld, de modes en dingen, of kijkt u in de richting van de hemel? En er is iets daarboven; u verheerlijkt God met uw leven.

140 "In het huis mijns Vaders zijn vele woningen; als het niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. En Ik zal heengaan en u een plaats bereiden en wederkomen om u tot Mij te nemen, opdat gij ook zijn moogt waar Ik ben." Dingen die er zullen zijn. Deze dingen die er nu zijn, zijn alleen potentieel, roepend om de dingen die er zullen zijn.

141 Laat ons bidden. Denk ernstig na, wilt u, dierbare Christenvriend? Denk slechts een moment werkelijk ernstig na. Laten we gewoon een moment echt stil zijn. Laat de Heilige Geest spreken.

     Nu, de Here Jezus zond mij lang geleden tot u, Pinkstermensen. Hier is één van uw jongens die is opgestaan om uw voorganger te zijn, naar hij zei voortgekomen uit de bediening. Hij zag de Here Jezus de blinde ogen openen, de waterhoofden, zei hij, dadelijk ineen schrompelen. Ik heb nog altijd genezingsdiensten, maar ik realiseer mij, dat ik heb gebeden voor vele mensen die erg ziek waren. Zij werden genezen, de Here verhoorde het gebed en genas de zieken. Maar, weet u, sommigen van deze mensen die genezen zijn, zijn reeds gestorven. En het maakt niet uit hoe ziek u bent, als u bent genezen, zult u hoe dan ook gaan sterven. Maar die ziel, mijn dierbare broeder, die ziel, mijn dierbare zuster, wilt u daar nu niet over nadenken? Die is eeuwig. Als die liefde van God daar niet in is, als er niets is dat trekt, wilt u God dan niet vragen: "O God, begin opnieuw met mij vanavond. Ik heb U lief, Here. Ik wil U liefhebben. Er is iets in mijn hart dat mij vertelt dat ik dichter bij U moet leven. Ik wil nu direct komen, Here, en dat doen." Als die persoon of personen in dit gebouw zijn of buiten dit gebouw, vraag ik u als een dienstknecht van Christus in de Naam van Jezus Christus, wilt u gewoon met uw hoofd gebogen uw hand opheffen tot God en daarmee zoveel zeggen als: "God, trek mij nader, nader, dierbare God. Ik wil overeenkomen met alles wat U heeft in Uw Woord." Heft uw handen nu op. Weest gewoon echt eerlijk.

142 Denk gewoon na. Nu, u zegt: "O, ik heb dit gedaan. Ik heb gejubeld in de Geest; ik heb gesproken in tongen, maar kijk, er ontbreekt iets in mijn leven. Als ik in de spiegel van Gods Woord kijk, weet ik dat er iets is. Ik ga naar de gemeente, maar ik ben niet wat ik behoor te zijn." Ziet u? Dat toont dat er iets... Nu, als u naar uzelf kunt kijken en zien dat u niet overeenstemt met Gods Woord en er is niets daarbinnen dat maakt dat u uw hand zult opheffen, dan weet u dat er iets verkeerd is. U heeft... Daar is... Moeder zei: "U kunt geen bloed verkrijgen uit een raap, omdat er geen bloed in is." Ziet u? Denk er echt ernstig over na. Dit kan misschien uw laatste gelegenheid zijn. Dertig of veertig handen zijn omhoog gegaan in deze kleine groep hier, zelfs bij de predikers.

143 Wees gewoon even een moment echt eerbiedig. Nu, denk echt oprecht na: "Dierbare God, ik kan vanavond worden gedood bij een ongeluk. Ik kan sterven door een hartaanval. Eén van deze morgens zal ik misschien de dokter roepen en hij komt en mijn hartslag is gejaagd. Ik ben verloren. Ik druk mijn wang tegen het kussen en zeg: 'O God, o God, o God!'" Ziet u? Dat hart maakt de laatste slag; u komt bij die grote deur. U zult daar nooit uitkomen tenzij u bent wedergeboren uit de Geest van God. U zult er nooit uitkomen tenzij er iets in u is – nadat u bent geboren uit de Geest van God – dat hongert en dorst om verder te gaan met God. Het moet er zijn. Ziet u? U bent een kind in de aarde, in het binnenste van de aarde, dat nog wacht om te worden geboren in het Koninkrijk van God, want Hij is heengegaan om u een ander lichaam te bereiden, dat een volmaakt lichaam is. Nu, denk werkelijk diep na, en laten wij samen bidden.

144 Dierbare God, ik weet dat dit is opgenomen in het Boek, de grote opnameband. Wij zijn er bij toeval door de wetenschap tegenaan gelopen, Here, wat genoeg was om ons wakker te maken voor de realiteit, te weten dat iedere beweging die wij maken de hele wereld rondgaat op hetzelfde moment dat we deze maken. Wij hebben dat begrepen door de televisie. We realiseren, Vader, dat die televisie niet een beeld vervaardigt, het zendt alleen de trillingen door een kanaal een buis in, die het beeld maakt. Zelfs de kleur van de kleren die wij aanhebben, toont door de ethergolven van de lucht, die trilling rond de wereld. Hoe is het dan met onze zusters met die kleren aan, die zo handelen en zelfs niet hongeren – met geverfde gezichten, geknipt haar... Predikers die de theologie zouden nemen, naar het één of ander seminarie gaan en de dingen vanuit een mensenwoord nemen, wat maakt dat door hun tradities aan de geboden van God de kracht ontnomen wordt voor de mensen... Door hun tradities, zeggend, dat ze moesten behoren tot de gemeente en dat is alles... O God, realiseren zij zich dat ieder woord dat wij zeggen, wetenschappelijk bewezen, op een band staat, die begint als wij beginnen te leven op deze aarde en die eindigt als wij sterven; en dat hij in Gods album wordt gelegd om weer te worden afgespeeld bij het oordeel? Hoe zullen wij ontkomen aan het oordeel van God, als de zaak ons zo duidelijk is gemaakt, en wij het nog steeds afwijzen. O, dierbare God, deze woorden sterven nooit; ze gaan voort en voort. De band zal worden afgespeeld op de dag van het oordeel. U heeft deze handen gezien die omhoog gingen, Vader. Het zal daar precies zijn op de dag des oordeels. Ook wat hun hart dacht zal daar zijn op de dag des oordeels.

145 Nu, Vader God, ik vraag U – als Uw dienstknecht bid ik dat U al de ongerechtigheid zult wegnemen van Uw volk. Ongerechtigheid – "iets waarvan we weten dat we het behoorden te doen en het niet doen". David zei: "Had ik ongerechtigheid beoogd in mijn hart, dan zal God mijn gebed niet beantwoorden." Ik bid, God, dat U onze ongerechtigheid zult wegnemen, omdat het Woord Uw spiegel is die ons toont hoezeer wij te kort schieten zonen en dochteren van de Koning te zijn. Vader, ik bid dat U het zult doen vanavond.

146 En maak dat tot een altaar, omdat het altaar vol mensen zit. Maak de stoel waar zij zitten tot een altaar, maak hun hart het altaar. Moge de wereld heengaan van iedere broeder en zuster hier. En moge die kleine kiem van leven, die gene van God waar we juist van spraken, dat attribuut dat neerkwam van God en hier is gemanifesteerd om God te eren en te verheerlijken... God, neem de wereld van hen af.

147 Voor de anderen kan ik niet bidden, Here, omdat de ziekte tot de dood is, en er is niets daar dat hen veroorzaakt in beweging te komen. Maar van dezen die kunnen bewegen en weten dat het verkeerd is, reinig hun harten en hun zielen vanavond Vader, en mogen zij worden gevuld met Uw Geest, en wandelen in Uw licht.

148 Zegen deze dierbare, jonge, gezonde, krachtig-uitziende voorganger hier, Here, deze jonge man, beïnvloed naar hij zei, door wat hij U zag doen. Deze fijne, jonge man, O God, zet zijn ziel in vuur. Sta het toe, Here. Moge hij, voortdurend heel de tijd, een ware herder zijn om de kudde te voeden, waarover de Heilige Geest hem opziener heeft gemaakt. Sta het toe, Here. Moge hij zich niet wenden naar rechts of links, niet naar een weg van een geloofsbelijdenis, nee, moge niets anders dan het zuivere Woord van God van zijn mond komen en dat alleen. Zegen hem, God, hem, zijn geliefden en zijn kleine gemeente hier. Wees met hen allen, Vader,

149 Ik draag dit aan U op, Vader. Het zaad is gezaaid. Moge het vallen op dat zaad dat werd verordineerd tot leven en grote, krachtige Christenen voortbrengen voor deze samenkomst hier en andere samenkomsten waar zij uit komen. Sta het toe, Here. Ik vertrouw het toe aan U in de Naam van Jezus Christus, de Zoon van God.

     En Vader: "Hij werd om onze overtreding verwond, om onze ongerechtigheid verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt is op Hem en door Zijn striemen werden wij genezen."

150 Ik heb een paar minuten geleden een arme, nerveuze vrouw door de deur zien komen. O God, wat zijn er grote dingen gedaan in haar eigen familie. Hoe heeft U Zich gemanifesteerd. God, ik bid voor die vrouw. Neem heel dat achterliggende verleden van het leven weg. Here, en genees haar vanavond. Wilt U, Here? Neem haar tot U.

151 Ik zie hier kleine kinderen en anderen zitten, Here, die genezing nodig hebben. Ik bid dat U hen zult genezen Vader. Sta het toe. Moge Uw grote genezingskracht komen en ons genezen, zowel ziel als lichaam.

152 En nu, tot u die hier in de gemeente of buiten bent en genezing nodig hebt, ik wil dat u uw hand opheft en zegt: "Ik heb genezing nodig, broeder Branham." Het lijkt wel alsof iederéén het nodig heeft. In orde. Zoudt u willen geloven dat ik een dienstknecht van Christus ben, zeg: "Amen." [De gemeente antwoord: "Amen!" – Vert] Dan wil ik dat u elkaar de handen oplegt. Legt gewoon elkander de handen op. U hief uw handen op, (dat is binnen of buiten) – u hief uw handen op dat u gelovigen in God was. Jezus Christus zei (Zijn laatste opdracht aan de gemeente): "Gaat heen naar de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen. Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden, die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden. En degenen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; in nieuwe tongen zullen zij spreken. Als zij slangen opnemen of dodelijke dingen drinken zal het hun geen kwaad doen. En als zij op zieken hun handen zullen leggen, zullen zij gezond worden." Jezus zei dat. Bedenk, Hij zei dat! Dat moet gebeuren! Hij zou dat niet hebben gezegd, tenzij er iemand zou zijn die dat Woord kon vatten. Precies zoals de schoot van Maria de kiem kon grijpen: "Een maagd zal zwanger worden." Zoals een palmboom zou kunnen worden geschapen en een eikeboom op een heuvel – Zijn Woord deed het. Zijn Woord kan nu direct in uw hart vat krijgen. "Ik ben een gelovige, Here. Deze man of vrouw waar ik mijn handen op heb gelegd, lijdt. Ik bid niet voor mijzelf, omdat zij voor mij bidden. Ik bid voor haar of hem. O God, genees hem, genees haar. Ik ben een gelovige, en wij zijn nu samengekomen. Ons is juist geleerd dat wij met Christus waren toen Hij wandelde op aarde, want we zijn deel van Zijn Woord. We leden met Hem; we bloedden met Hem; we stierven met Hem; we werden begraven met Hem; we zijn opgestaan met Hem en wij zitten tezamen in hemelse plaatsen in Christus Jezus – de grote Koning, hier zittend in ons midden. En ik ben een zoon of dochter van deze Koning en ik heb mijn hand gelegd op een zoon of een dochter van een Koning die voor mij bidt en ik bid voor hen. Nu, Here verhoor mijn gebed en genees deze zoon van God of deze dochter van God." Laten wij nu tezamen bidden voor elkander.

153 Here Jezus, we komen nederig en belijden onze fouten. We komen, belijdend dat wij ziekte en dood en smart waardig zijn, maar wij nemen Uw verzoening aan voor onze zonden en onze ziekte. En vanavond zitten deze zonen en dochters van God hier, hoorden de correctie van het Woord en zij staken hun handen op en zij willen een dichtere wandel met U; zij leggen de handen op elkander nu, omdat zij geloven dat Uw Woord waar is. Zij geloven dat wij nu zijn opgestaan met Christus en met Hem zitten in hemelse gewesten. Zij hebben hun handen op elkander, biddend voor elkander. U zei dat het gebed des geloofs de zieke zal behouden en God hem zal oprichten; en als hij enige zonde heeft gedaan, het zal hem vergeven worden. Belijdt elkander uw fouten, bidt voor elkander, opdat u genezen zou worden. Want het krachtige, vurige gebed van de rechtvaardige vermag veel.

     O, Eeuwige God, hoor het gebed van Uw dienstknecht. En nu, er staat eveneens geschreven: "Als het volk, over hetwelk Mijn Naam genoemd wordt, zich tezamen zal vergaderen en bidden, zo zal Ik uit de hemel horen!" O God, hoor het gebed van Uw kinderen vanavond uit de hemel. Zendt de Heilige Geest neer op dit gehoor als een machtige ruisende wind.

154 We brengen deze mensen voor God. Satan, je bent verslagen; je bent een verslagen wezen. Jezus Christus overwon jou op Golgotha. Je hebt geen kracht. Je bent een bluffer. Wij roepen jouw hand een halt toe vanavond. In de Naam van Jezus Christus, kom uit van deze mensen hier, jullie ziekte en kwalen, en mogen zij vrij worden in de Naam van Jezus Christus, de Zoon van God.

155 Halleluja! Voel de heerlijkheid van God; voel uw gebed verhoord! Gelooft u dat God de persoon die naast u zit verhoorde? Hoeveel geloven het, hef uw hand omhoog? Daar bent u! O, wonderbaar.

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief, (Met Uw handen omhoog nu, zing het Hem toe met geheel uw hart.)
Omdat Hij mij eerst liefhad, (Meent u het met geheel uw hart nu?)
En mijn verlossing kocht op Golgotha's kruis.

156 Hoeveel van u voelen dat God uw ongerechtigheid heeft vergeven, de dingen die u heeft gedaan? En van deze avond af aan: "O, Lam van God, ik beloof oprecht te wandelen. Ik zal wandelen ter ere van de Naam waarmee ik word genoemd, een Christen, gelijk Christus. Ik hef mijn handen op, God; ik draag mijzelf vanavond opnieuw aan U op. Ik zal wandelen in het Licht." Amen!

We zullen wandelen in het Licht;
Wonderbaar Licht;
Komt alwaar de dauwdruppels van genade schitteren.
Schijn geheel om ons heen bij dag en nacht,
Jezus, het Licht der wereld.

We zullen wandelen in het Licht;
Het is zo'n wonderbaar Licht.
Het komt alwaar de dauwdruppels van genade schitteren. (Waarheen Hij is gegaan om ons een plaats te bereiden!)
Schijn geheel om ons heen bij dag en nacht,
Jezus, het Licht der wereld.

Komt allen, gij heiligen van Licht, maakt bekend Jezus,
het Licht der wereld,
Waarheid en genade in Zijn Naam,
Jezus, het Licht der wereld. (Wat zullen wij dan doen?)

Wij zullen wandelen in het Licht;
Zo'n wonderbaar Licht;
Komt alwaar de dauwdruppels van genade schitteren.
Schijn geheel om ons heen bij dag en bij nacht,
Jezus, het Licht der wereld.

     O, voelt u zich niet geheel gereinigd, voelt u zich goed? O, genade! Laten wij elkaar de hand geven als wij opnieuw zingen.

We zullen wandelen in het Licht,
Zo'n wonderbaar Licht,
Komt alwaar... (God zegene u!) van genade schitteren.
Schijn geheel om ons heen bij dag en nacht,
Jezus, het Licht der wereld.

     Laten wij onze ogen sluiten en het neuriën. [Gemeente neuriet – Vert] Wij handelen als kinderen; wij zijn kinderen.

O, het is zo'n wonderbaar Licht;
En het komt alwaar de dauwdruppels van genade schitteren.
O, schijn geheel om ons heen bij dag en bij nacht,
Jezus, het Licht der wereld.

     Heeft u Hem niet lief?

Mijn geloof ziet op naar U,
Gij Lam van Calvarie, (Sluit gewoon uw ogen en zing het. Aanbid in de Geest!)
Goddelijke Redder!
Hoor mij nu, terwijl ik bid,
Neem al mijn zonden weg,
Laat mij van deze dag af geheel de Uwe zijn!

Terwijl ik 's levens donkere doolhof bewandel,
En smart zich om mij heen verspreidt,
O, weest Gij mijn Gids;
Gebied duisternis te veranderen in dag,
Wis zorg en angsten weg,
Noch laat mij ooit afdwalen van Uw zijde.

157 O genade! Weet u, ik ben gewoon een ouderwetse kerel. Ik houd van... Ik geloof dat dit al de nieuwe, stampende, slingerende rock en roll vertolkingen een miljoen mijl heeft overtroffen. Die oude dichters die deze liederen schreven, de Heilige Geest raakte die pen aan en hij begon te schrijven. O! Ik denk aan Eddie Pruitt en al die grote... Fanny Crosby:

Ga mij niet voorbij, o tedere Heiland,
Hoor mijn nederige roep;...

158 Op een keer probeerden zij haar te krijgen. Zij deed niet zoals de Pinksterman, Elvis Presley, haar geboorterechten verkopen voor een gerecht van Cadillacs. Zij kwamen bij haar en verlangden dat zij wereldse liederen zou schrijven. Zij zei: "Ik zou het niet willen doen, voor niets."

     Ze zeiden: "Wel, u bent blind. Als u naar de hemel gaat, hoe gaat u..."

     Ze keerde zich om en zei daar onder inspiratie:

Ik zal Hem kennen, ik zal Hem kennen,
En ik zal verlost aan Zijn zijde staan.
Ik zal Hem kennen, ik zal Hem kennen, (Hoe?)
Aan de afdrukken van de nagels in Zijn handen.

     Anders gezegd: "Als ik Hem niet zie, zal ik Zijn handen voelen."

Ik zal Hem kennen, ik zal Hem kennen,
En ik zal verlost aan Zijn zijde staan.
Ik zal Hem kennen, ik zal Hem kennen,
Aan de afdrukken van de nagels in Zijn hand.

159 Maakt dat niet dat u Hem liefhebt? Hij is heengegaan om ons plaats te bereiden. "En wanneer Ik heengegaan ben en plaats bereid heb, kom Ik weder om u tot Mij te nemen."

160 Kleine kinderen in barensnood nu: gehoorzaam de geboden van God. En voorganger hier, als niemand van u is gedoopt zal het water gereed zijn en lidmaatschap voor de gemeente of wat u ook wilt doen of wat u ook doet. Als u niet de doop van de Heilige Geest heeft ontvangen, is dit de avond om het te ontvangen. Gelooft u dat niet?

161 "O," zegt u, "broeder Branham, het is laat; u predikte te lang." Paulus predikte eens de hele nacht, met zo'n zelfde soort Boodschap als deze – er viel een jonge man van de muur af en viel dood. En Paulus, zo gezalfd met die zelfde soort Boodschap, legde zijn lichaam op hem en het leven kwam in hem terug. Hij is nog altijd Jezus Christus, dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. Hebt u Hem niet lief? Laten wij nog eens met onze handen omhoog zingen: Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief.

     Waar is de pianist? Daar als u wilt, zuster, wie het ook is, geef ons een klein akkoord, als u wilt.

     Hoeveel hebben Hem lief? Hef gewoon uw hand op, zeg: "Ik heb Hem werkelijk lief. Ik heb Hem gewoon lief met geheel mijn hart. Ik heb Hem lief."

162 Nu, laten wij het zingen tot eer van God, met onze ogen gesloten, onze handen omhoog naar de hemel. Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief. Wij zullen hem aanbidden. Wanneer u predikt en snijdt en scheurt en zo trekt, dan is dit een Balsem die God ingiet, die gewoon geneest. Er is een Balsem in Gilead voor de ziel. Laten we het nu zingen. Geef ons een akkoord.

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst liefhad
En mijn verlossing kocht
Op Golgotha's Kruis.

163 En als... "Hieraan zullen allen zien dat u Mijn discipelen zijt, wanneer u liefde hebt onder elkander." Dat is juist. Als we elkander niet kunnen liefhebben, wij die elkaar zien, hoe zullen we dan God liefhebben, die we niet kunnen zien!

Ik heb Hem lief,ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst liefhad,
En mijn verlossing kocht
Aan Golgotha's Kruis.

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)