1 Goedemorgen, vrienden! Ik vertelde broeder Neville dat ik deze morgen, aan het begin van deze opwekking, hees ben. Ik wilde niet proberen om deze morgen tot u te prediken, omdat ik te hees ben. Maar er is hier slechts een klein groepje van ons. Ik zou een kleine onderwijzingsprediking willen houden en vervolgens hem een beetje laten prediken. We zullen dus... Ik zal slechts een kleine les uit de Bijbel nemen, over iets waar we misschien vijftien, twintig minuten over kunnen praten. En misschien wil de Here ons daar iets uit geven. Nu, Hij is verschrikkelijk goed voor ons geweest, verschrikkelijk goed.
2 En we zijn nogal vermoeid. Ik was gisteravond tamelijk laat op. Ik ben... nadat ik was... Sinds ik thuisgekomen ben, zijn er heel wat telefoontjes binnengekomen. En ik bemerkte dat mijn zoontje een handvol glazen kraaltjes had en er op kauwde en ze opat; van glas, en hij slikte ze door -- glas. We pakten hem dus op en wasten zijn mondje uit. Toen zaten we het grootste gedeelte van de nacht met hem op, dus ik ben vanmorgen nogal vermoeid.
3 Ik moet onmiddellijk om twaalf uur vertrekken naar Kentucky en daar in Kentucky naar een bepaalde afspraak gaan. En dan komt onze samenkomst in deze aankomende week.
4 En nu wil ik zo mogelijk proberen om gedurende slechts een paar avonden te spreken. My... ik heb geen kou gevat. Ik heb gewoon zoveel gepredikt dat m'n stem weg is. Dit is vier maanden achter elkaar, ziet u. En dan ga ik daarna naar Canada en dan terug naar onze gewone samenkomsten en overzee.
5 Terwijl ik daar een paar ogenblikken geleden zat, nadat ik met Leo en Gene had gesproken, dacht ik aan een Schriftgedeelte dat ik hier deze morgen zou kunnen gebruiken. Nu, eerst ging ik daar een poosje zitten, ik was zo moe. En ik dacht: "Dat ziet er niet goed uit, dat ik daar achter in de kamer zit en de samenkomst hier is. Wel, de Here zou wel eens niet meer naar achter kunnen komen. Ik wil daar heengaan waar Hij is."
6 Ik geloof dat ik één van de redenen zie die mij deze morgen hier heen bracht: broeder Littlefield is hier. Ja. Hij wilde mij na de dienst even zien. Broeder Littlefield komt uit Tennessee waar we onlangs in de gymzaal van een hogere school die grote, geweldige samenkomst hadden. Ik kan op dit moment niet op de naam van de stad komen. Waar woont u, broeder Littlefield? [Broeder Littlefield zegt: "Cleveland" -- Vert.] Cleveland. ["Tennessee"] Cleveland, Tennessee.
7 We hadden daar een wonderbare tijd. En hij was op doorreis om mij gedag te zeggen en daarom vroeg ik hem om deze morgen hierheen te komen. We zouden deze morgen ergens anders heengaan, en naar enige vrienden die ik wilde bezoeken. Niet om te prediken, slechts om ze te bezoeken, omdat ik het hun had beloofd. En toen was broeder Littlefield hier en doctor Beeland en de anderen. Dat was de reden waarom ik binnenkwam, ik wilde alleen langskomen om hen deze morgen te zien.
8 We gaan nu over tot het Boek der Corinthiërs, ongeveer het tiende hoofdstuk, en de eerste vier of vijf verzen. Laten we dat gedurende enige ogenblikken overdenken, zodat onze broeder tijd zal hebben om te prediken.
Laten we nu eerst onze hoofden buigen in Zijn tegenwoordigheid.
9 Gezegende hemelse Vader, wij buigen ons in deze dag inderdaad met dankbare harten voor U om U te danken voor de goede dingen in het leven. En wij beseffen dat het leven op zichzelf slechts één grote strijd is. Als wij het niet op deze ene manier krijgen dan is het wel op een andere, maar op een heerlijke dag zal de strijd voorbij zijn. En we zullen Jezus zien naar Wie we hebben uitgekeken om Hem te zien, sinds we Hem hebben liefgekregen en met Hem bekend zijn geraakt en met Hem zijn verbonden. En we zijn zo blij om te weten dat wij Hem op een dag zullen zien.
10 En vandaag houden we als het ware stil onder de oude eik om vertroost te worden. Zoals Abraham die daar zat te wachten en God en twee engelen kwamen naderbij en spraken met hem. En wij verwachten dat U deze morgen tot ons wilt komen en tot onze harten wilt spreken door Uw Woord, Here, terwijl wij ons er omheen vergaderen.
11 Zegen onze dierbare, geliefde herder. Wij bidden, Here, dat U hem kracht en moed wilt geven. Wij bidden dat U de kleine gemeente wilt zegenen en de diakenen en allen die hier bij betrokken zijn, Here, en allen die hier komen; niet alleen hier, maar andere plaatsen, Uw gemeente wereldwijd.
12 Zegen onze bezoekende broeders die deze morgen in de dienst bij ons zijn. Wij bidden dat U met hen wilt zijn en hen wilt ondersteunen. Vergeef ons onze zonden en spreek tot ons door Uw Woord. Wij vragen het in Christus' Naam. Amen.
13 Als ik me niet vergis zit broeder Coats hier deze morgen. Onlangs was ik 's avonds bij hem in het Veteranen Ziekenhuis om voor hem te bidden; kanker. En we zijn blij om u hier deze morgen binnen te zien, broeder en zuster Coats.
14 Nu, in het Boek der Corinthiërs, het tiende hoofdstuk; dit Boek der Corinthiërs is een boek van correctie. We zouden het Boek der Corinthiërs moeten doornemen. Het is de enige gemeente in het hele Nieuwe Testament, waar, naar het schijnt, de leiders zulke problemen mee hadden. Maar, de Corinthiërs hadden altijd problemen. Toen Paulus onder hen kwam, had één een tong, en een had een psalm, en een had het gevoel en een sensatie. En hij had voortdurend problemen met deze Corinthiërs om hen recht te houden.
15 Als wij opmerken, hij kon de Corinthiërs geen diepe dingen onderwijzen. Zij hadden slechts baby-manieren. Hij kon niet met hen de diepte ingaan, de boodschappen die hij aan de Efeziërs gaf en aan de Romeinen, en aan hen de diepe dingen onderwijzen; omdat zij niet in staat waren het te nemen. Zij steunden teveel op kleine sensaties en dergelijke dingetjes. Zoals: "Wel, prijs de Heer, ik heb het! Ik kreeg een openbaring. Ik had een psalm. Ik heb een profetie."
16 En Paulus zei: "Al deze dingen zullen ophouden." Ziet u? Elk ervan. Zij kunnen niet al te zeer worden vertrouwd. Maar hij probeert dat anker tot de gemeente te brengen, waar we een anker hebben in Christus, daar waar we niet vertrouwen op sensaties. We vertrouwen niet op openbaringen. We vertrouwen deze dingen niet. We vertrouwen slechts Christus. Door geloof bewegen we ons van daar uit.
17 Wij merken op dat Paulus de Efeziërs daar kon onderwijzen, hoe dat zij voor de grondlegging der wereld waren voorbestemd om te worden aangenomen als zonen van God. Nu, hij... de Corinthiërs wisten daar niets over. Zij moesten een klein gevoelen hebben, of iets, een kleine sensatie, een dit, dat en wat anders. En zij steunden daar op. Hij kon hun geen diepe dingen leren.
18 Dus ik denk dat het een groot... Als je mensen hebt die je diepe dingen kunt leren en de Heilige Geest kan deze grote waarheden samen binden en ze in de harten van de mensen verankeren, zodat zij weten waar zij staan. Sensatie of geen sensatie, profetie of geen profetie en wat het ook mag zijn, wat dan ook. Dan... Nu onthoud, we zijn niet... Ik probeer niet te zeggen dat God niet handelt door profetie en dergelijke dingen, maar wij steunen er niet op. We hebben een dieper houvast dan dat, ziet u. Want hij zei: "Al waren er profetieën, zij zullen ophouden. Al waren er tongen, zij zullen ophouden. En als er..."
19 En van al deze sensaties die deze Corinthiërs hadden, was er niet één het bewijs dat zij waren gered. Niet een ervan was een bewijs dat zij waren gered. Al zou u kunnen jubelen, al zou u kunnen profeteren, al zou u de zieken kunnen genezen, al zou u met tongen kunnen spreken, al zou u tongen kunnen uitleggen, al had u wijsheid en had u kennis, geen enkele hiervan betekent dat u bent gered; geen enkele. U zou elk ervan kunnen hebben, zei Paulus in 1 Corinthiërs 13, en verloren zijn. "Ik ben niets", zie.
20 Maar wanneer u liefde hebt, een anker! Deze ochtend was ik ongeveer een uur eerder wakker dan mijn vrouw. En de Here openbaarde aan mij een grote zaak, over hoe God Zijn gemeente tezamen bindt door de banden der liefde, en hoe het behoort te zijn. Er bestaat geen andere manier voor een mens om ooit gered te zijn, zonder wedergeboren te zijn. Als God wil, wil ik daar de komende week over prediken. En het begint juist in mijn hart gestalte aan te nemen. Misschien wil de Here mij er een boodschap over geven.
21 Nu, deze boodschap deze morgen is een waarschuwing, zoals het daar achterin tot mijn hart kwam. En ik dacht dat wij misschien deze waarschuwing tot de mensen zouden kunnen brengen, zoals Paulus deze Corinthiërs waarschuwde. Als we deze waarschuwing maar tot de mensen kunnen brengen, omdat we weten dat we vlak voor een opwekking staan, en een tijd van onderzoek, waarin we moeten worden onderzocht. Nu, Paulus zei (1 Corinthiërs 10:1 en 2):
Want ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee heengingen, allen zich in Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee;22 Nu geeft hij hun te verstaan hoe God Israël uit de woestijn leidde in de woestijn om Hem te dienen en om hen naar het beloofde land te brengen. Hij geeft hun daar een voorbeeld hoe wij uit al de materiële dingen, al de rituelen en verordeningen zijn gebracht, evenals zij. En we ontdekken een eindje verder in onze les, dat velen van diegenen de nederlaag leden. Want zij konden al de rituelen doen en al de verordeningen en alles wat God vereiste, maar toch waren hun harten niet recht voor God.
23 Wij kunnen vele dingen doen. We kunnen avondmaal nemen. We kunnen gedoopt zijn. We kunnen naar de kerk komen, onze namen in het boek hebben staan, of net zo respectvol en eerbiedig als we maar kunnen zijn en toch verloren zijn. Dat is een ernstige waarschuwing. We kunnen ons nog zo verheugen als de Geest neerkomt; we kunnen in een samenkomst zitten waar het Woord wordt gepredikt en onze zielen zouden zich in het Woord verheugen, en toch verloren zijn.
24 "De regen valt op de rechtvaardige en de onrechtvaardige." Dezelfde regen die het tarwe laat groeien, laat het onkruid groeien. Het is de natuur van het produkt, zie. Het is de natuur ervan die vertelt wat wij zijn. Daarom is het de natuur in ons die vertelt wat wij zijn. Ziet u? Niet...
25 We zouden zo religieus kunnen zijn, dat we op zondag onze handen niet zouden willen bewegen om iets te doen. We zouden op zondag nog geen naald in onze kleding willen steken. We zouden ons zelfs niet durven veroorloven voedsel te kopen op zondag. En we zouden zo religieus en zo vroom kunnen zijn! Maar toch, als wij niet letterlijk wedergeboren zijn uit de Geest van God, aanbidden wij tevergeefs.
26 Het is dus tamelijk strak. En we willen het echt uitzoeken en de waarheid weten. Want bedenk, we zullen hier geen tweede kans voor krijgen. Het is alleen deze ene keer, dus u kunt er maar beter zeker van zijn. Nu, let op:
Ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet,...27 Nu, wat zei ik over deze Corinthiërs in het begin? Zij baseerden hun eeuwige hoop op een of andere sensatie. Paulus zei daar: "Wanneer ik tot u kom, heeft de één dit, en de ander heeft dat. En een..." Dat is in orde. Daar is niets op tegen. Maar toch is dat niet waar we over praten. Ziet u? Dat is het niet.
28 Ik herinner me iets toen ik pas bekeerd was. Ik begon de werking van de Geest te zien en hoe iemand de echte, oorspronkelijke Heilige Geest kon nabootsen, en op zo'n wijze dat het... Wel, het was zelfs bijna onmogelijk te vertellen wie goed of verkeerd was.
29 Ik zag een man die ik kende en ik... door onderscheiding wist ik dat die man met de vrouw van een andere man leefde. En hier stond hij in tongen te spreken, enzovoort, en gaf boodschappen. En het... En ik kreeg die andere kerel te pakken zodat ik een paar ogenblikken met hem kon spreken en hij was een echte oorspronkelijke Christen.
30 En ik dacht: "Hoe kan die Geest, dezelfde Geest, die mij..." Dat was toen ik voor het eerst Pinksteren zag. En het was in Mishawaka, Indiana. En ik vertel u, het was beslist... Gedurende de eerste paar uren dat ik daar was, dacht ik dat ik tussen engelen was. En de volgende paar uren dacht ik dat ik tussen demonen was, toen ik dat zag. Zag deze twee mannen, één gaf een boodschap, één legde uit.
31 Ik had daarvoor nog nooit spreken in tongen gehoord en dergelijke. Ik lette op deze geesten, hoe zij bewogen. Ik dacht: "O my, het grote Duizendjarige Rijk is begonnen." En toen ik buiten een gelegenheid kreeg om tot een van hen te spreken en opmaakte waaruit hij was gemaakt, was er daar één zo slecht als hij maar kon zijn.
32 En die avond sloeg ik hen weer gade en ik dacht: "O, laat ik hier weggaan. Ik snap niet hoe dit kan." En ik zag dat deze dingen in de Bijbel stonden. Maar hier deed één het die de Geest van God niet had; en de ander deed het en die had de Geest van God wel. Toen was ik helemaal in de war. En ik liet de hele zaak gaan.
33 Jaren later, nadat de overstroming voorbij was, liep ik over de weg naar Green's Mill. Meneer Isler, de senator van de staat, komt hier naar de kerk. Hij kwam me onderweg tegen en hij sloeg zijn armen om me heen. Zei: "Billy, wat betekent Christus nu voor je?" Mijn vader was heengegaan. Mijn broeder was heengegaan. En mijn vrouw was gestorven. Mijn baby was gestorven. En ik...
Hij zei: "Wat betekent Hij?"
34 Ik zei: "Meneer Isler, Hij betekent meer dan het leven voor mij." Ik zei: "Er is iets binnenin mij gebeurd. Een paar jaar geleden kwam Christus in mijn hart. En ik... Het is meer geworden dan wat ik zelf ben. Het is iets wat is gebeurd. Het was niet omdat ik religieus was. Dat was het niet. Het is slechts iets wat God, door Zijn genade, voor mij deed." En ik zei: "Ofschoon Hij mij zou slaan, toch vertrouw ik Hem nog steeds. En als ik in de hel was, en daar zou zoiets als liefde zijn in de hel, dan zou ik Hem nog liefhebben." Dat is alles. Het is hier binnen iets. Hij is juist. Ik verdiende iedere straf die ik ooit kreeg. U verdiende het ook. Maar als dat anker, dat Iets, dat anker van Gods liefde in het menselijk hart verankerd is, komen de andere dingen op de tweede plaats.
35 Terwijl ik daar op een boomstronk zat, bad ik over iets anders. En mijn Bijbel sloeg open en ik las in het Hebreeënboek, het zesde hoofdstuk. En ik las daar: "Het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht zijn geweest en deel gekregen hebben aan de Heilige Geest en daarna afgevallen zijn, weder opnieuw tot bekering te brengen. Want de regen valt telkens op de grond om die te bewateren, te doordrenken, waarvoor hij bestemd is. Doch als hij doornen en distelen draagt, is hij niet ver van vervloeking, die uitloopt op verbranding."
36 En de Heilige Geest bleef daarover tot mij spreken. "Wat is dat?" Ik begon het opnieuw te lezen. En toen kwam er een visioen. En ik zag de wereld voor mij staande, ronddraaiend. Ze was vol met voren en het zag er naar uit dat ze was geploegd en gereed om te worden beplant. En er ging een man voorbij in het wit, die zaden zaaide. En nadat hij verdwenen was achter de ronding der aarde, kwam er een man in het zwart die na hem zaden zaaide. En de zaden die de goede man zaaide, was tarwe toen het opkwam. En de slechte, de zwarte man zaaide, zijn zaden kwamen op; hij was gekleed in het zwart. Het kwam op en het was onkruid. En o, de een was tegengesteld aan de ander.
37 En in het visioen kwam een grote droogte. En de kleine onkruidplantjes bogen hun hoofd; ze waren zo dorstig. En het graan boog zijn hoofd; het was verlangend om iets te drinken. Toen dreef er een wolk voorbij en de regen viel neer. De kleine tarwe kwam overeind en begon te roepen: "Prijs de Here! Prijs de Here!" Ze was zo blij om dat water te krijgen. En het kleine onkruid kwam overeind, begon te schreeuwen: "Prijs de Here! Prijs de Here!" voor hetzelfde water.
38 Toen begreep ik het. Zie? Daar is het. De Heilige Geest zal vallen, maar: "Aan hun vruchten zult gij ze kennen", zei de Here Jezus. Zie? Zie? Niet aan de reactie van de Geest, of zij nu de zieken genezen, of dat zij met tongen spreken, of dat zij in de Geest zingen, of dat zij zich op deze of die manier verheugen. Dat kunnen zij allemaal doen en toch verloren zijn. Het is uw leven binnenin u, een ervaring van wedergeboorte.
39 Paulus probeerde dit tot deze Corinthiërs te brengen.
Want ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee heengingen,
allen zich in Mozes lieten dopen...40 Ieder van hen ging de woestijn in. Jezus zei: "Niet een ieder, die zegt: Here, Here, zal binnengaan, maar wie doet de wil Mijns Vaders, die in de hemelen is." Het is niet wat u zegt. U zou het Evangelie kunnen prediken en toch verloren zijn. Zeker.
41 Dit is geen spul voor kleine kinderen. Dit is absoluut... Het is diep. En Christendom is niet zo maar iets, zoals een klein, luchtig, fabeltje, zoals: "Wel, ik zal naar de kerk gaan en ik weet dat het mijn plicht is om te gaan." Dat is geen Christendom. Broeder, Christendom is niet...
42 Het is iets wat God heeft gedaan. God heeft u gekozen in Christus en u als een liefdegave aan Christus voorgesteld. Het is Gods roeping, uitverkiezing! En als wij de gelegenheid hebben om dat type persoon te worden, en het dan afwijzen ter wille van kleine dingetjes van de wereld? Luister nu als we verder gaan.
... en allen aten hetzelfde geestelijke voedsel;43 Hoorde u dat? Het derde vers.
... en allen aten hetzelfde geestelijke voedsel;44 Waar spreekt hij over? De rituelen van de kerk. Mensen komen naar de gemeente en zeggen dat zij zich hebben bekeerd en in Christus zijn gedoopt, door de Naam van de Here Jezus aan te nemen. "En dat deden zij in de woestijn ook", zei Paulus. Dat hadden de Corinthiërs gedaan. Ze waren binnen gekomen en waren in Christus gedoopt. Namen Christus aan, aan de buitenkant. Door het te belijden hadden zij Hem aangenomen. Intellectueel hadden zij Hem aanvaard.
45 Maar broeder, het is heel wat meer dan intellectueel. Het gaat daar bovenuit. Het gaat tot aan een echte geboorte, niet slechts een verstandelijke opvatting of een emotioneel werk. Maar een geboorte, een ervaring, iets dat regelrecht diep in het hart naar binnen gaat en het innerlijk wezen verandert; met andere woorden, dat u dingen laat doen die u niet had willen doen. Het laat u liefhebben die men niet lief kan hebben. Het laat u anders handelen dan u ooit had gedacht dat u zou handelen.
46 Wanneer zich situaties voordoen, is daar uw anker. U hoeft zich niet af te vragen: "Zal ik het halen?" O nee. Het is niet of ik het zal halen. Het ìs al voor mij gehaald. Christus in mij heeft het gehaald, Hij Zelf, en ik vertrouw slechts op Zijn anker. Wat een wonderbare zaak!
47 Merk op, zij namen allen het avondmaal. Dat licht dat in... Wij weten dat het een natuurlijk proces was, want het was iets dat er uitzag als ijskristallen die uit de hemel regenden; wafeltjes met honing er op. De wafel zag eruit als een kaakje, een klein koekje en bovenop zat honing. En zij namen er allen deel aan. Ieder van hen trok door de Rode Zee en werd door de wolk gedoopt en door de zee, in Mozes. Omdat zij zijn instructies opvolgden, als zijnde Gods dienstknecht, werden zij allen in hem gedoopt. Zij waren allen volgelingen, zoals wij vandaag zijn, geleid door de Heilige Geest, de grote Instructeur van de Christelijke kerk. Wij worden geleid tot de waterdoop.
En hij zei: "Zij namen allen hetzelfde manna."
48 Wat deed het? Dat manna viel net zo goed voor Korach en voor zijn groep als voor Mozes, Kaleb en Jozua. Zij waren allen gemengd; allemaal namen ze deel aan de doop; allemaal namen ze deel aan het lidmaatschap; allemaal namen ze deel aan de belijdenis.
49 Nu, allemaal namen ze deel aan het avondmaal. Snapt u het? Kijk naar die ernstige waarschuwing. En, tabernakel-mensen, laat dat diep inzinken. Onthoud, dat uw eeuwige bestemming daar vanaf hangt. Ga er niet aan voorbij alsof het iets onbelangrijks is. Dit is iets waar we met respect naar toe moeten komen. Het is iets dat betekent of we hierna leven of niet.
50 Zij werden allen in Mozes gedoopt, door de Rode Zee. Zij volgden allen datzelfde Geest-Wezen, de Wolk en de Vuurkolom. Zij werden allen door dezelfde Engel geleid. Ze waren allemaal onder dezelfde herder uitgetrokken. Ze waren allemaal in de zee gedoopt. Ze aten allemaal van dat geestelijke manna. En dat manna was Christus. Christus die neerkwam; het manna kwam iedere nacht uit de hemel en verging hier, om de mensen gedurende hun reis in het leven te behouden.
51 En Christus kwam uit de hemel en gaf Zijn leven, opdat: "Een ieder die in Hem gelooft niet verloren zou gaan, maar het eeuwige leven hebbe." Christus kwam neer en werd ons manna, om te kunnen eten van deze zelfde geestelijke zegeningen.
52 Daarom kan de Heilige Geest vallen temidden van de mensen en zowel Christenen als de lauw-warmen, en half-gelovigen en rand-gelovigen zullen allemaal hetzelfde eten. Maar dat betekent het nog niet. O, ik wilde wel dat ik woorden had, zodat ik dit er in kon hameren en het in het hart van ieder persoon hier kon vastnagelen. En kijk wat een diep ding dit is. Het is niet iets om mee te spelen. Het is niet alleen maar naar de kerk gaan.
53 Nu, luister. Zij aten allen hetzelfde geestelijke manna. Denk er over na, geestelijk manna!
54 "O", zegt u, "ik weet dat ik ben gered. Halleluja! Ik heb gejubeld in de Geest. Ik voel dit." Dat heeft er niets mee te maken. Ziet u hoe wij onze eeuwige bestemming baseren op een sensatie? Kunt u zien hoe de mensen, in deze dag waarin we nu leven, hun bestemming baseren op slechts een kleine sensatie? "O", zeggen ze, "ik weet dat ik het heb, want ik voelde de kracht door mij heengaan. Ik deed dit." Dat mag allemaal geheel de waarheid zijn en u bent nog steeds verloren.
55 O, als wij slechts een ogenblik zouden hebben. Laten we 1 Corinthiërs 13 opslaan, voor een ogenblik, en luisteren wat Paulus er hier over te zeggen heeft.
Al ware het, dat ik met tongen der mensen en der engelen sprak, maar had de liefde niet (hetgeen naastenliefde betekent), ik ware schallend koper of een rinkelende cimbaal.
Al ware het, dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de liefde niet, ik ware niets.56 Luister hoe die ernstige oude apostel dit naar voren brengt in deze kerk met haar sensaties, die haar hoop baseert op ervaringen. Nu, dit is een onderwijzingsdienst. Dit is een plaats van correctie. Dit is een plaats van onderwijs. En wee degene die in de preekstoel zal staan en zal misleiden. Broeder, het is tijd dat we Schriftplaats met Schriftplaats hebben vergeleken. Dat is waar.
Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand, maar had de liefde niet, het baatte mij niets.57 Ziet u, al uw goede werken, al uw goede daden, alle geestelijke dingen die u hebt, alle gaven die u hebt, alle sensaties die u hebt, al de vreugde die u hebt, al de vrede die u hebt, heeft er in eerste instantie helemaal niets mee te maken. [Leeg gedeelte op de band -- Vert.]
58 Denk daar een ogenblik over na. En denk aan de hedendaagse kerken, onze grote kerken: Presbyterianen, Methodist, Baptist en de denominaties; zij denken omdat zij zeggen: "Ik geloof", en binnenkomen en hun naam in het boek zetten, dat dat afdoende is. Hoe ver zijn zij erbij vandaan!
59 Onze Pinkstermensen denken dat zij, omdat zij een kleine sensatie hadden, zich goed voelden, zij met tongen spraken, zij bloed in hun handen kregen, wat olie op hun gezicht of iets, "Wij hebben het." O, tien miljoen mijlen erbij vandaan! Snapt u het? Ziet u hoe de duivel, als de god van deze wereld, de ogen van dezen heeft verblind en zij gaan gewoon door met op die wijze te leven. Luister.
Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand, maar had de liefde niet, het baatte mij niets.60 Kijk naar al deze gaven, al deze goede dingen. "Ik geef de armen te eten. Ik heb een gul hart. Ik doe dit. Ik doe dat. Ik ga naar de kerk. Ik spreek in tongen. Ik profeteer. Ik genees de zieken. Ik predik het Evangelie. Ik doe deze dingen." Paulus zei: "Toch ben ik niets." Al deze dingen kunnen vleselijk worden nagebootst. Nu, waar spreekt het van?
De liefde is lankmoedig, ... is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen;
zij kwetst niemands gevoel, (denk eraan!) ... zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe.61 Naastenliefde; liefde. Wat is liefde? God. Hoe komt God tot u? Door een geboorte. Ziet u?
62 Nu, zij waren allen in Mozes gedoopt. Zij aten allemaal van het avondmaal. Zij hadden allemaal hetzelfde geestelijke manna dat van God kwam. Ieder van hen at van hetzelfde.
63 En vandaag staan we erbij en horen het Woord en verheugen ons erover en nemen het Manna en eten het en zeggen: "O, halleluja! Dat is goed. O, ik waardeer dat. Ja, ik ben gedoopt in de kerk. Ik heb belijdenis gedaan. Ik heb mijn naam in het boek gezet. Ik ben lid van de afdeling." Dat is allemaal volstrekt tevergeefs als er niets is wat God heeft gedaan. Dat zijn de dingen die ú deed. Dat zijn de dingen die uw geloof voortbracht.
64 Maar, totdat God iets aan u heeft gedaan tot een nieuwe geboorte! Nog slechts een ogenblik. Nu het 4e vers.
... en allen dezelfde geestelijke drank dronken, want zij dronken uit een geestelijke rots, welke met hen medeging, en die rots was de Christus.65 Zij dronken allen uit de fontein; zij verheugden zich. Wat betekent dat dan? De tarwe en het onkruid verheugden zich beiden toen zij dat geestelijke water kregen. Wij gaan naar de kerk. Wij klappen in onze handen met de rest. [Broeder Branham klapt drie keer in zijn handen -- Vert.] Wij juichen met de rest. Wij springen op de vloer op en neer met de overigen. Wij prijzen God met de overigen. Wij profeteren met de rest. Wij spreken in tongen zoals de anderen. Wij bidden voor de zieken zoals de overigen. Maar hij zei... Luister nu, als we nog een stukje verder gaan.
66 O, ik wil even stoppen bij "die rots was de Christus". De rots was Christus. Het was daar in een letterlijke vorm, zoals het vandaag in een geestelijke vorm is. Het manna, het voedsel, hetgeen het Woord is dat van God uit de hemel komt. Christus is het Woord van God, en wij eten het Woord. Zie? Wij zitten als het ware vanmorgen in de boodschap; we luisteren. Onze zielen strekken zich uit en grijpen dat Woord. Wij leven door het Woord. Hij zei: "Zij aten allen hetzelfde geestelijke manna en zij dronken allemaal. Allen dronken uit diezelfde geestelijke rots, en die rots was Christus." Denk er aan.
67 Nu, waar doelt hij op? We gaan hier eindigen. Hij waarschuwt deze Corinthiërs: "Wees voorzichtig met wat je doet. Wanneer ik onder u kom, heeft één een psalm, een heeft een tong, de een heeft dit en de ander heeft dat, een heeft een profetie, een heeft een openbaring, een doet dit en een doet dat." Wees voorzichtig. Baseer je geloof daar niet op; deze dingen zijn in orde. Zij hebben hun plaats in de gemeente, maar baseer je redding daar nooit op. Als je leven niet overeenstemt met Gods Woord, dan is het tijd voor een op-orde-komen met God.
68 Merk nu op. En deze Rots, deze Rots was de Rots die in de woestijn was.
69 En ik wil dat u opmerkt wat er gebeurde toen God Mozes riep en hem daarginds naar Egypte stuurde om de kinderen Israëls te bevrijden van onder het juk van Farao. Hij zei: "Wat is dat in uw hand?"
En hij zei: "Het is een stok."
70 En hij nam de stok en gooide hem op de grond en het werd een slang. En hij, Mozes, vluchtte. Toen raapte hij hem weer op en het werd een stok in zijn hand.
71 En toen hij die staf -- toen hij in Egypte kwam -- over Egypte uitstrekte, kwamen er vliegen opzetten. Hij strekte hem uit en plagen vielen. Het was Gods oordeel. Gods oordeel was in het uitstrekken van de staf.
72 En merk op, voordat die staf echt kon worden gehanteerd. Mozes stak zijn hand in zijn boezem, zij werd melaats.
73 Zoals ieder mens is om mee te beginnen: een zondaar van nature. Er is geen ontkomen aan. U wordt geboren in zonde, gevormd in ongerechtigheid, komt leugen sprekend ter wereld. U mag zijn opgedragen op het altaar van uw moeders kerk. U mag zijn besprenkeld. U mag dit of dat zijn geworden. Maar u bent een zondaar om mee te beginnen.
74 Vervolgens is er nog een... God zei: "Doe uw hand terug in uw boezem." Volgens de opdracht van God deed hij zijn hand terug over zijn hart, naar waar wij vandaan zijn gekomen. Eerst is zijn hand melaats. U werd eerst door God voortgebracht als een zondaar; niet door keuze maar van nature; dan gaat u weer terug. En toen zij er uitkwam, was de hand rein en volmaakt, aantonend dat deze hand, voordat zij de oordeelsstaf kon wuiven, een gereinigde hand moest zijn; voordat zij kon wuiven. En iedere prediker, iedere leraar...
75 Ik hoorde vanmorgen iets toen ik mijn radio aanzette, vlak voordat ik aankwam, dat mijn bloed werkelijk deed stollen. Niet om geringschattend te zijn en als hier iemand is die familie is van de persoon, het is niet mijn bedoeling om u pijn te doen. Maar het is tijd... En God helpe mij om altijd genoeg Christen te zijn en zwart zwart te noemen en wit wit; om eerlijk te zijn.
76 Ik hoorde iemand zingen, die zei: "Ik heb mijn testament." En ging verder en las een Schriftgedeelte en predikte vanuit de eerste Psalm: "Welzalig de man die niet wandelt in de raad der goddelozen, die niet staat op de weg der zondaars." Weet u wie het was? Die rock-and-roll knaap, Jimmy Osborn van de radio, het Evangelie predikend.
77 O broeder, als er ooit een grotere schande is geweest! Een dergelijk persoon behoort zich niet te begeven in het Woord van de levende God. En je vindt deze knaap bij de Renfro Valley Barn Dance, de hele avond op een fuifje waar ze in hun handen klappen en tekeer gaan, en een hoop herrie maken. En de volgende morgen verandert hij z'n stem en praat als een Christen. Wel, het is vulgair en vuiligheid in de ogen van God.
78 De hand die deze oordeelsstaf beweegt moet zijn gereinigd door de kracht en de opstanding van Christus. Hij heeft niets van doen met het Woord van God te hanteren. Zelfs een groot aantal predikers probeert Elvis Presley te rechtvaardigen, die niets anders in de wereld is dan een moderne Judas Iskariot. Judas Iskariot kreeg dertig zilverlingen; Elvis Presley kreeg een miljoen dollar en een rij Cadillacs. Maar hij is verkocht. Hij was een Pinkstergelovige en verkocht zijn geboorterecht om een rock-and-roll-ster te worden en wordt geïnspireerd door de duivel. En ik neem er niets van terug. Zeker niet. Een moderne Judas Iskariot.
79 En dan proberen zelfs de predikers zoiets dergelijks te propageren. En Elvis Presley zegt: "Ja, ik vertrouw voor al mijn succes op God." Hoe zou een levende, heilige God ooit succes verlenen aan vulgariteit en aan een demonische zaak, van de duivel?
80 Dat is absoluut een van de grootste hindernissen geweest die ons land ooit heeft gezien, een knaap als Elvis Presley, die miljoenen zielen naar de hel heeft gestuurd door middel van zijn oude, vuile, smerige rock-and-roll rommel. Beslist. Ik maak er geen enkele verontschuldiging voor. Als u gelooft dat ik Gods profeet ben, onthoud, er bestaat een geïncarneerde duivel. Absoluut.
81 En Jimmy Osborn, enzovoort, hebben niets met het Woord van God te maken. En net zo min heeft enig man het recht naar een preekstoel toe te gaan om te proberen het Woord van God te nemen, die vloekt, ruziet en danst op rock-and-roll en dergelijke smerigheid.
82 Dat is er aan de hand met veel van deze tegenwoordige kerken, jullie halen enkele van deze kleine oude boogie-woogie figuren uit die plaatsen vandaan. Een of ander meisje dat daar buiten feest en rock-and-roll danst op de ene avond; dan naar het altaar komt, en de volgende avond laat u haar een lied zingen. Sommigen van jullie knapen nemen die oude guitaarspelers uit die plaatsen waar je nachtclubs hebt en zet hem binnen twee weken achter de preekstoel om te prediken.
83 Broeder, ik vertel u, hij zou er hier nooit kans voor krijgen. Nee, beslist niet. Hij moet studeren om te bewijzen dat hij een man van God is en worden beproefd. Wij geloven hier niet in dat overhaaste op de voorgrond treden. Dat heeft veroorzaakt dat de kerk vandaag in zo'n toestand is.
84 Wij hebben de Waarheid nodig. Dit Woord is de Waarheid. Dat is juist. De hand die met deze oordeelsstaf zwaait moet een reine hand zijn. Absoluut.
85 Toen die oordeelshand van Mozes was gereinigd, toen werd de staf er in geplaatst. En de staf ging op weg en bracht oordelen over Israël.
86 En daar in de woestijn, dat prachtige type. (Ik moet sluiten.) Dit prachtige type. Toen daar die Rots was, "en die Rots was Christus."
87 En de mensen kwamen om van de dorst, stervend, en zij verdienden het. Zij verdienden het om te sterven, omdat zij hadden gemurmureerd. Zij hadden geklaagd. Zij waren vanaf het begin geen gelovigen. Zij waren niets anders dan intellectuele gelovigen. Het bovennatuurlijke had plaatsgevonden en er was een gemengde menigte uitgetrokken. Zij hadden zich niet bekeerd vanuit hun hart.
88 Er waren er slechts drie in de groep waar wij het van weten: Mozes, Aäron en Kaleb... Mirjam.
89 En Mirjam bewees ook haar ontrouw toen zij lachte, omdat Mozes met dit negermeisje was getrouwd. Ze zei: "Waren er soms geen andere meisjes om mee te trouwen?" enzovoort. Dat had zij gedaan. En dat was God niet welgevallig en Hij sloeg haar met melaatsheid.
90 En haar eigen broer schreeuwde het uit en zei: "Zou je toelaten dat je zuster in zo'n toestand sterft?"
91 En God zei tegen Mozes dat hij bij Hem moest komen. En hij ging en hij bemiddelde voor haar, voor Mirjam. Daarna leefde zij niet lang meer.
92 Nee, broeder. Wat God doet is volmaakt. Wij moeten ons niet inlaten met ons verstand, om er iets aan toe te voegen. Laat het precies zoals het is. God deed het; God zei het; dat maakt het vast. Neem het slechts aan. Ik weet niet hoe het... Als ik het zou kunnen verklaren, zou ik gelijk zijn aan God. Ik kan het niet verklaren. Ik geloof het slechts. Dat is alles. Dat is alles wat van mij wordt gevraagd om te doen. Er wordt aan niemand gevraagd om het uit te leggen, want het gaat boven ons verstand uit; het gaat boven onze intelligentie uit. Het is God die het doet, dus het kan niet worden verklaard. Ik aanvaard het eenvoudig door geloof en zeg: "Het is mijn eigen bezit; en ik geloof het." Ik kan het niet verklaren.
93 Hoe lag die rots daar! God had een rots boordevol water; slechts een kleine rots die misschien niet groter was dan die lessenaar. Maar toen Mozes deze rots sloeg, kwam er genoeg water uit voort om twee miljoen mensen van water te voorzien. En dat niet alleen, maar eveneens het vele vee en schapen, enzovoort, die ze bij zich hadden.
94 O, als ik sommige kunstenaars zie die schilderijen schilderden, een klein druppeltje dat uit een rots valt, waar een kind bij staat met een emmertje in z'n hand! O, het kwam helemaal niet op die manier.
95 Het stroomde er uit in overvloedige stromen. Het voorzag meer dan twee miljoen mensen, afgezien van hun kamelen en al hun dieren. "En die Rots was Christus Jezus." Een prachtige parallel met Johannes 3:16. "Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe."
96 En merk op wat er gebeurde. De enige manier waarop zij dat water uit die rots konden krijgen was, doordat de oordeelsstaf op de rots moest slaan. En Mozes sloeg de rots en Gods oordeel sloeg op de Rots. En toen hij dat deed kwamen de wateren voort.
97 De mensen waren absoluut... God was rechtvaardig als Hij hen had laten sterven, omdat zij ongelovig waren geweest aan Hem. Zij waren eerloos. Zij waren verwerpelijk. Zij verdienden het niet om te leven. Mozes noemde hen zelfs "rebellen", opstandig tegen God. Zij verdienden het om te sterven.
98 En wij allen verdienden de dood omdat wij opstandig zijn tegenover God. Merk op, wij verdienen het allen om te sterven. Maar God is zo genadig! Hij zou nooit aan ons hoeven te denken. Maar Hij is zo genadig, dat Hij de zonden van ons allen nam en deed neerkomen op Zijn eigen geliefde Zoon, Christus; zodat wij niet verloren zouden gaan, maar Eeuwig Leven zouden hebben. Hoe zouden we van die Rots kunnen drinken en dan niet recht zijn in ons hart?
99 Maar broeder, er zijn daar vanmorgen miljoenen die dat wel doen. Dat is precies de waarheid. Zij hebben vertrouwen omdat zij Baptist zijn, of Methodist, of Pinksterman. Zij hebben vertrouwen omdat zij een klein eigenaardig gevoelen hadden; omdat zij in tongen spraken; omdat zij jubelden; omdat zij dansten; omdat zij een genezingsdienst hadden en God de zieken genas; of iets waar zij op vertrouwden; omdat zij een openbaring hadden (het was waar); omdat zij dit deden. Die dingen zijn in orde, niets verkeerds van te zeggen, maar dat heeft niets met uw redding te maken, niet één ding. U zou liters olie uit uw handen kunnen laten stromen, of bloed uit uw gezicht en nog steeds betekent het niets. Dat is juist.
100 Paulus zei: "Ik zou in tongen kunnen spreken van mensen en engelen en toch verloren zijn." Hoewel ik wijsheid en kennis zou kunnen hebben en daar zou kunnen staan en die Bijbel verklaren zodat het lijkt alsof... [Broeder Branham knipt verschillende keren snel met z'n vingers -- Vert.] om het tezamen te verbinden. Dat heeft er nog steeds niets mee te maken.
101 Broeder, zij dronken allen uit dezelfde Rots. "Die Rots was Christus."
102 De oordelen waren op Christus, zodat u het voorrecht zou kunnen krijgen te komen drinken. Het is Gods goedheid ten aanzien van u dat u bent komen drinken. Het is Gods goedheid ten aanzien van u dat u van het Woord eet. Het is Gods goedheid ten aanzien van u dat Hij u toestond te worden gedoopt. Gods goedheid ten aanzien van u om u een inwoner te maken; u gezondheid te geven; om u deze morgen in de gemeente te plaatsen. Het is Gods goedheid. Dat is allemaal Gods goedheid.
103 Maar hoe zit het met uw goedheid ten aanzien van God? Bent u bereid ieder ding aan Hem te onderwerpen; iedere gedachte, iedere daad; ieder ding? Dat is wat God voor u heeft gedaan. Wat wilt u voor Hem doen?
104 Merk op, laten we nog enkele verzen lezen. En dan zal ik eindigen, zodat de herder gelegenheid krijgt om aan het woord te komen. Nu kijk. "En die Rots was Christus." Nu het 5e vers.
... toch heeft God in het merendeel van hen geen welgevallen gehad,105 Ziet u? Hij stond hun toe te worden gedoopt. Hij stond hun toe het Woord te eten en het te geloven. Hij stond hun toe om geestelijke zegeningen te ontvangen. Hij stond hun toe uit de geestelijke Rots te drinken. Dat alles deed God door Zijn genade, maar toch had God geen welgevallen in hen. Kijk.
... want zij werden neergeveld in de woestijn.106 Na al deze ervaringen, na al onze grote genezingsdiensten die wij zagen, na al de grote wonderen die wij zagen voltrekken, na al de geweldige gevoelens die we hebben gehad, wat betreft jubelen en God prijzen, het drinken uit die Rots; al de goede predikingen waar we ons in hebben verheugd en toch worden neergeveld. Alles voorbij! "Gaat uit van Mij, gij werkers der ongerechtigheid. Ik heb u nooit gekend."
107 Doe onderzoek! We hebben een opwekking aanstaande. Ik weet dat dit hard klinkt. Maar broeder, een vader die zijn kinderen niet wil corrigeren, is geen goede vader. Dat is waar. "Neergeveld."
Deze gebeurtenissen zijn ons ten voorbeeld geschied,108 Paulus spreekt hier. Gelooft u het? ["Amen."] Het was een voorbeeld. In orde.
... opdat wij geen lust tot het kwade zouden hebben, zoals zij die hadden.109 Kunt u zich een man voorstellen, een discjockey, die oude, smerige rock-and-roll muziek speelt en "Iets gebeurde en ik werd helemaal opgewonden", en al dat soort smerige liederen die Elvis Presley en die kerels spelen, en zich dan omdraaien om het prediken van het Evangelie na te bootsen? Denk er aan!
110 Kunt u zich een man en vrouw voorstellen die buiten zitten en de vrouw ligt buiten achter in de tuin met van die kleine, oude, smerig-uitziende halve kleding aan, zichzelf aanbiedend aan mannen en zich daarna omkeert en drinkt van deze geestelijke Rots en jubelt en tekeer gaat?
111 Er bestaat een grote leerstelling onder de Pinkstermensen betreffende vrijheid van vrouwen. Ze dragen grote, lange oorbellen en trekken allerlei kleding aan.
112 En een jongeman zat een paar dagen geleden voor mijn huis in een kleine vrachtwagen te huilen omdat zijn vrouw... Pinksteren, spreekt in tongen, profeteert. Zeker. En hij zei: "De hele kerk draagt shorts." En hij... "Ze gaat 's avonds om acht, negen uur de straat op, raapt de sigarettepeukjes op, die anderen hebben weggegooid en rookt ze op. En nog steeds jubelen, de Here prijzen en profeteren."
113 Ik stond onlangs in een kerk waar een groot man van God is, waar ik groot respect voor heb. En hij stelde dit ten toon nadat een van de mannen die daar een van de leiders is, ermee optrad. En ze hebben daar al dit bloed dat van hun handen afloopt, enzovoort. En ik ben hees geworden door van oost naar west te gaan om te proberen die zaak te veroordelen, op grond van de Bijbel. Omdat het niet van God is.
114 Al het bloed dat afkomstig zou zijn van Christus, zou lichamelijk bloed zijn. Dan is Zijn natuurlijke lichaam hier, dan is de tweede Komst voorbij. Jezus zei: "Gelooft het niet, wanneer zij zeggen: 'Zie, Hij is in de woestijn.' Gelooft het niet: 'Hij is hier.' Gelooft het niet. Want er zullen valse christussen opstaan, en valse profeten, en zij zullen tekenen en wonderen doen, zodat het de uitverkorenen zou verleiden." En ik heb het uitgeschreeuwd van het oosten naar het westen.
115 Tenslotte stond aan de Westkust de oude doctor Canada op, die een persoonlijke vriend van mij is. En een andere man, die manager was van een zeker iemand die een van deze bewegingen op gang bracht, kwam daar naartoe en gaf een hele grote... Hij zei: "Zuivere olie en heilig bloed. Vandaag zal ons bloed worden getoond." En die plaats stroomde vol. En hij liet zien hoe hij onder zijn riem twee naalden had die naar beneden staken.
116 Iedereen weet dat je aan deze vinger kunt prikken en het zal niet bloeden tenzij je er in knijpt of perst. Als je er een gaatje in prikt zal het niet bloeden omdat de aderen er te diep voor liggen. En toen hij het deed, deed hij het voor.
117 Hij had hier achter olie, legde zijn handen er op. Toen trad hij naar voren en zei: "Kijk naar mijn hand, zij is geheel normaal." Toen zei hij: "Glorie voor God! Halleluja!" En toen trok hij op deze manier aan zijn handen. Zeker er werd bloed uit zijn vingers geperst. Terwijl iedereen juichte, veegde hij over zijn hoofd en daar verscheen een kruis. Ondertussen was de man, die bij de man was die het deed, aanwezig en stelde hem ten toon voor het gehoor en ging in zijn jaszak om de olie en dergelijke aan te wijzen.
118 Iemand maakte een hart op de muur en zei: "Deze muur ademt het bloed van Jezus uit. Dat is het hart van Jezus." Een grote oude Texaan liep naar binnen, onbevreesd. Er was gezegd: "Een ieder die dat zou aanraken, zou sterven." Ze hadden touwen. Iedereen heeft de foto's ervan gekregen, enzovoort, van de plaats waar deze muur zou bloeden, waar bloed uit het hart zou stromen. En deze knaap wandelt naar binnen, hij en zijn vrouw glippen de kerk in, en wassen de verf van de muur af en gaan achteraan zitten en wachten. Zij komen binnen. De voorganger zei: "Wel, weet u, Jezus is hier binnen geweest en heeft het er afgehaald."
119 Hij zei: "Jezus heeft er niets mee te maken. Ik heb het gedaan; ikzelf." Dat is juist.
120 Wat is er gebeurd? Het komt omdat mensen niet vast staan op het Woord van de levende God. Zei de Bijbel niet: "Zij zullen gaan van het oosten, van het westen, van het noorden en het zuiden. Er zal een hongersnood zijn, niets slechts naar water en brood, maar naar het horen van het Woord van God."? Wat een dag waarin wij leven!
121 En we zien nu dat al deze grote denominationele kerken zich verenigen en het komt tot een plaats dat je tot deze vereniging van kerken moet behoren voordat je zelfs een radioprogramma kunt hebben. Het is afgelopen bij de radio. Jongen, maak je daar nooit zorgen over. Evenzo is het met de televisieprogramma's. Je moet tot de vereniging van kerken behoren voordat je het kunt doen. En wanneer je dat doet, doe je niets anders in deze wereld dan het merkteken van het beest gestalte geven, volgens de Bijbel. Daar bent u er. Ziet u hoe het allemaal wordt verenigd?
122 O, Gode zij dank, er bestaat werkelijk een levende God. Er bestaat werkelijk een waarachtige Heer. Er bestaat werkelijk een waarachtig Woord. Er bestaat werkelijk een waarachtige genezing. Al deze dingen bestaan waarachtig. Maar broeder, baseer nooit uw geloof op kleine sensaties, op een kerkorde, op het nemen van het avondmaal, op het eten van de geestelijke Rots.
123 U zegt: "Ik weet dit broeder. Ik heb God gesmaakt." Dat mag volkomen waar zijn. Maar in wat voor soort plaats is het gevallen? Dat is het volgende punt. In welk soort emmer kwam het terecht? "Rechtvaardig en onrechtvaardig." Nu, luister.
Deze gebeurtenissen zijn ons ten voorbeeld geschied, opdat wij geen lust tot het kwade zouden hebben, zoals zij die hadden.124 Wat was hun lust? Nu, luister, ik wil nog wat verder gaan, als u mij niet kwalijk neemt.
Wordt ook geen afgodendienaars...125 O, zegt u: "Ik dank God, dat ik geen afgodendienaar ben." Wacht eens even. Laten we het met het Woord onderzoeken. U zegt: "Ik zou geen afgod aanbidden." Dat betekent niet zozeer dat u een afgod aanbidt. U hoeft alleen maar ledig te zijn, nietsdoende. Gaat naar de kerk: "Ja, dat is in orde." Gaat terug naar huis, doet er niets mee.
126 Broeder, een echte wederomgeboren man of vrouw kan niet stil zitten. Er is Iets in hen. Ze moeten getuigen. Ze moeten iets doen. Ze móeten wel iets doen. Ze kunnen zich niet stil houden. Luister.
Wordt ook geen afgodendienaars zoals sommigen van hen, gelijk geschreven staat: Het volk zette zich neder om te eten en te drinken, en zij stonden op om te dansen.127 Wat neemt Paulus hier? Voorbeelden. Zij werden in de kerk gedoopt. Hùn doop was beslist correct. Eén keer; driemaal voorwaarts; achterwaarts; in de naam van Vader, Zoon, Heilige Geest; Jezus alleen; wat het maar was. Zij hadden een correcte doop. Zij waren goed gedoopt. Wij ruziën en bekvechten en argumenteren over dergelijke kleine dingen. Wat voor nut heeft het? U gaat weg bij de hoofdzaak. Onze kerken hebben zich afgescheiden wegens de doop. Zeker.
128 Dan zegt u: "O, halleluja! Zij hebben niet de geestelijke zegen die wij hebben. Zij zijn zo koud, formeel. Glorie voor God, ik eet het echte Manna van God. Ik weet dat het de Waarheid is." Dat is precies de waarheid, maar wat maakt dat uit? U zegt: "Broeder, ik... De Heilige Geest komt echt neer in onze kerk." Dat is goed, maar wat maakt het voor u uit, als u niet het juiste soort vat bent waar het in neerkomt? Onthoud dat.
129 O, u zegt: "Ik ben oprecht." Dat waren zij eveneens. Zij verlieten hun huizen en trokken uit; stelden hun leven in de waagschaal door te volgen. Zij deden heel wat meer dan wij hoeven te doen. Dat had er helemaal niets mee te maken. Denk daar aan.
130 De Bijbel zei: "Tevergeefs aanbidden zij Mij. Tevergeefs aanbidden zij Mij." Volkomen waarachtige aanbidding, tevergeefs. Waar begon het? Helemaal vanaf de hof van Eden; Kaïn. Hij aanbad God op dezelfde wijze als Abel, maar hij aanbad Hem tevergeefs. Jazeker. "Er is een weg die een mens recht schijnt te zijn..."
131 U zegt: "Wel, waarom is dat zo? Ik heb me toch bekeerd. Waarom ben ik niet in orde? Ik bekeerde mij. Ik geloof dat ik net zo goed ben als enig ander. Ik ga naar de kerk. Ik ben gedoopt. Ik ontvang de zegeningen van God. Ik houd van een goede preek. Ik houd van het Woord van God. Ik houd ervan om het te lezen. En ik ontvang ook geestelijke zegeningen. En, halleluja, ik kan profeteren. Ik kan in tongen spreken. Al deze dingen heb ik gedaan, en bedoelt u te zeggen 'het is tevergeefs'?"
132 Nu, ik zeg niet dat het tevergeefs is, maar het is mogelijk dat het tevergeefs zou kunnen zijn. Dat is juist. Het hangt er vanaf wat u daarbinnen bent, dat is juist, en wat u bent die dit ontvangt. Als u niet wederomgeboren bent, als er in feite niet iets binnenin u is, dan is het tevergeefs. Al de zegeningen hoef ik niet te krijgen. Nu, nog één meer:
En laten wij geen hoererij plegen, zoals sommigen van hen deden, en er vielen op één dag drieëntwintigduizend.133 "Hoererij plegen", dat is geestelijke hoererij. Als we tijd hadden... De zondagsschool is uit. Geestelijke hoererij!
En laten wij de Here niet verzoeken, zoals sommigen van hen deden, en zij kwamen om door de slangen.
En mort niet, zoals sommigen van hen deden, en zij kwamen om door de verderfengel.134 Morren; lust hebben, de wereld met uw godsdienst vermengen; uitgaan... God houdt van zuiverheid, echt zuiver.
135 Deze morgen was ik in gesprek. Ik dacht: "Wat..." Nu, tenslotte, ik dacht dit. "Wat is er fijner in het leven van een man? Wat is er fijner dan thuis te komen als hij vermoeid is en uitgeput, met zijn broodtrommeltje in z'n hand; hij heeft de hele dag gewerkt, of hij heeft geploegd, of wat het ook mag zijn, en dan loopt hij naar binnen en daar staat een lieflijke vrouw bij de deur om hem te ontmoeten? Gaat even op z'n schoot zitten en wrijft wat over z'n voorhoofd en kust hem op de wang en slaat haar armen om hem heen en zegt: 'Schat, ik weet dat je vermoeid bent, en je hebt zo hard gewerkt.'" Geeft hem vertroosting.
136 Hij is zich er zeer van bewust dat die arm, die om heen is, absoluut van hem is. Het is de zijne. Hij is nooit om enige andere man of met enig ander verlangen. De kus op zijn wang komt van een echt, zuiver, heilig hart dat slechts hem liefheeft, en hem alleen. Hoe laat dit je...Ik weet, dat het maakt dat je je borst vooruit steekt, je zegt: "O, eigenlijk ben ik helemaal niet zo moe." Zie? Dat is het. Het doet je iets.
137 Ik wil u iets zeggen. Maar wat als die kus op zijn wang wordt gegeven en hij heeft geen vertrouwen? Het zou ook op de wang van een andere man geweest kunnen zijn. Wat als deze armen om hem heen Jan en alleman hebben omarmd en nog steeds verlangen om datzelfde te doen? Het zou niet erg veel betekenen. Het houdt niet veel in! Wel?
138 Nu, in den beginne waren zij één. Toen Hij, God, de mens maakte, maakte Hij hem een tweevoudig persoon, zowel mannelijk als vrouwelijk. Hij scheidde hem in het vlees; en plaatste hem hier op aarde in het vlees, en het vrouwelijke deel was nog steeds geestelijk.
139 Kijk vriend, God was zo zorgzaam. O, hoe dit... Vergeet het niet. God heeft nimmer een handvol stof genomen om Eva te maken; dan was zij een ander schepsel geweest. En zij is geen schepsel. Zij is een bijprodukt. God daalde neer in het hart van Adam -- deze rib -- precies onder zijn hart vandaan, en nam een rib en maakte een vrouw. En dat deel van Adams geest was in de vrouw en die twee zijn één; ziel, lichaam, geest; zij zijn één. Zij zijn een volmaakte eenheid. Een echte vrouw... En een echte man, een echte vrouw, zij zijn samen één.
140 Waar is het een type van? Christus. Voortkomend uit Zijn boezem! Geen bijprodukt, geen Methodist of een Baptist of een Pinksteruitbroedsel. Beslist niet. Maar uit Zijn eigen hart nam Hij een lieveling die net zo zuiver en trouw is als zij maar zijn kan. Zij is zo trouw als een lelie. Kijk naar...
141 Laten we kijken hoe Salomo erover sprak: "Kom, mijn geliefde, laten we door de hof met granaatappelen wandelen. Laten we dronken worden van liefde." En als de echte gelovige zijn armen opent met een puur hart en hij strekt zich uit naar Christus, dan zal dat gevoelen van die liefhebber van Christus in Zijn boezem komen. Het is Zijn vrouw, precies zoals de man zich gedraagt ten opzichte van een echte vrouw.
142 Welk soort persoon zouden we moeten zijn? Gedragen we ons als een hoer ten opzichte van Christus? Hangen we aan een klein iets; rennen we achter de wereld aan en de dingen van de wereld; zijn we wereldsgezind, zonder die echte liefde en toewijding die we zouden moeten hebben? Kunt u zich dat voorstellen? My!
143 Kunt u zich uw vrouw voorstellen, broeder, die op uw schoot komt zitten met haar kraag vol gestippelde roesjes en haar onderjurk vol kantjes en haar haar opgemaakt en opgestoken en alles op die manier? Slaat haar arm om u heen, zegt: "O, Jan, ik houd echt van je." [Broeder Branham maakt verschillende kussende geluiden -- Vert.] "Ik houd van je." En je weet tegelijkertijd dat er iets verkeerd is. U hebt geen vertrouwen in haar, ongeacht hoe leuk ze er uitziet en hoe netjes ze is opgemaakt. Als u niet dat volmaakte vertrouwen in haar hebt, is daar iets verkeerd. Het bevredigt niet dat verlangen dat een man zou hebben naar zijn vrouw.
144 En denk nu aan uzelf terwijl u meedoet met de gekke dingen van de wereld, en verwikkeld bent met de wereld, en op uw knieën gaat en zegt: "O, Here Jezus, ik houd van U." Het is een brandende, huichelachtige Judaskus. Dat klopt. Denk aan deze dingen. Er is een opwekking op handen. Zie?
145 O, u mag de huwelijksring dragen, dat is juist, maar u bent geen echtgenote. O, u mag een vrouw zijn. U mag de mevrouw zijn van het huis, maar u bent geen echtgenote als u zich op die manier gedraagt.
146 En u bent niet een echte Christen, u bent niet een echt, oorspronkelijk produkt voor Christus, als u Hem niet liefhebt met alles wat in u is.
147 Het maakt mij niet uit of u er leuk uitziet of niet; u hebt Hem lief en u drukt uzelf uit. Dan wordt u beiden één; dan is het Christus en Zijn gemeente. Niet door denominatie, niet door dopen, niet door sensaties; u werd door niets anders gekocht dan door een echte liefde, uit de boezem van God, toen Hij daar werd verwond en Hij u kocht. En uw liefde en uw oprechtheid en uw trouw bewijzen wat u bent. Ziet u wat ik bedoel? Of u nu helemaal bent opgetut, of dat u...
148 Het kan me niets schelen, al zou m'n vrouw haar haar nooit kammen, als ze geen mooie jurk droeg of... Toch zou zij mijn lieveling zijn. Ik bewonder haar om haar trouw, haar deugd. Wat zij is, zó is zij!
149 En of wij een Christelijke man en vrouw zijn, dat is wat wij zijn in de ogen van God. Niet omdat wij naar de beste kerk gaan, of omdat wij ons het beste kunnen kleden, of omdat wij in die buurt kunnen wonen, of omdat wij dit kunnen doen; of omdat wij in deze kunnen rijden; of dit, dat kunnen doen. Dat heeft er helemaal niets mee te maken. Het is de deugd van onze trouw en onze liefde tot Christus. En dat is de geboorte. Daar komt het op aan.
150 "Al sprak ik met de taal van mensen en engelen; ik ben niets. Al gaf ik de armen te eten; al deelde ik mijn goederen uit; al deed ik dit, en deed dat, en deed dat; ik ben niets." Wat maakt het Christus uit wat u allemaal kunt doen, en of u al deze dergelijke dingen kunt doen, als die echte, oorspronkelijke liefde en trouw daar niet is? Wilt u daar niet over nadenken?
151 Dit is zondagsschool en onthoud, dat is een les voor u. Laat in uw hart Christus de eerste plaats hebben, zoals de echte vrouw zou doen ten opzichte van haar man. Op geen enkele manier zouden andere armen haar kunnen aanraken. Geen andere kus, ongeacht hoe charmant hij er uitziet; zij draait haar hoofd af. Ze heeft slechts één soort liefde, en die is voor haar echtgenoot. Dat is juist. Ongeacht hoe knap de man mag zijn en hoe glanzend en glad zijn haar mag zitten, en hoe correct hij zich mag gedragen. O, nee. Helemaal niets. Ze houdt van die echtgenoot en het is hem alleen die zij liefheeft. Ze weerhoudt al haar deugden en al haar kussen. Al haar liefde en alles is voor haar man en hem alleen. Ziet u wat ik bedoel?
152 En u verzaakt alles van de wereld, ongeacht hoe goed het lijkt, hoe mooi het er uitziet en hoe fascinerend het er uitziet. Wat telt is uw deugd.
153 Dan zegt u: "O, halleluja! Ik weet dat ik het heb, want ik deed dit. Halleluja!" En genoeg opvliegendheid om met een cirkelzaag te vechten.
Laat mij u dit vertellen broeder, er is deugd voor nodig die Christus eerbiedigt.
154 "Al sprak ik met talen van mensen en engelen; al liet ik uit beide handen bloed stromen; al jubelde en danste ik in de Geest; al at ik het Woord van God en had ik het lief; al dronk ik van dezelfde geestelijke Rots als de overigen deden; al klapte ik net zo luid in mijn handen als de rest." [Broeder Branham klapt twee keer in zijn handen -- Vert.] "Al kon ik krokodilletranen huilen; al zou ik dit allemaal kunnen doen! Maar als daar niet die echte, oorspronkelijke, echte Christelijke deugd tot Christus is, dan wordt u als schallend koper en een rinkelende cimbaal." Paulus waarschuwde zijn gemeente, de gemeente van Corinthe, daarvoor; want zij waren verward geraakt in allerlei uitwassen.
155 Ik waarschuw u vrienden. Bedenk, dat ik mij daar op Dag des Oordeels voor u zal moeten verantwoorden en uw bloed zal niet op mij zijn. Ongeacht hoe getrouw u bent aan enige andere zaak, wees getrouw aan Christus. Bedenk dat, als wij bidden.
156 Gezegende hemelse Vader, wij komen nu in de toestand zoals we nu zijn tot U en belijden al onze fouten. O, wees genadevol, Gij genadevolle God. En wij bidden dat U in onze harten wilt neerzien. En terwijl wij in dit uur wachten, met onze hoofden gebogen naar het stof, kijk in het hart van de oude man, in het hart van de oudere vrouw, in het hart van degenen van middelbare leeftijd en de jongeren, zelfs de kleine kinderen. En mogen wij onszelf onderzoeken.
157 We naderen die heilige week waarin wij Goede Vrijdag en Pasen vieren, de opstanding. Hoewel we dit jaar misschien trouw zijn geweest aan de gemeente, hoewel we misschien avondmaal hebben genomen, hoewel we misschien hebben gejuicht; we kunnen vele dingen hebben gedaan, maar, o God, kijk neer in mijn hart. Ik spreek voor mijzelf. Kijk in mijn hart en in het hart van deze mensen hier deze morgen, en onderzoek ons, Here. Als daar iets is dat de plaats van Christus inneemt, o God, neem het weg. Als het luiheid is, of een tekortkoming aan iets, wat het ook mag zijn, ik weet het niet. Maar God, neem het van ons weg. O, wij willen niet worden neergeveld precies op dit moment van de strijd; neergeveld door God en een vijand van Hem zijn.
158 O God, kijk neer in onze harten. Onderzoek ons door Uw Heilige Geest en laat ons deze morgen zien of er enig boos ding in ons is. Als dat er is, neem het weg, Vader. Wij leggen het nu op het altaar om weg te wandelen en het daar achter te laten. Of het ijdelheid is, of drift, of dat het onverschilligheid is, of onachtzaamheid; wat het ook mag zijn; of het haat is, of het boosaardigheid is, of het strijd is; wat het ook mag zijn; o God, neem het van ons weg vandaag.
159 En mogen wij in deze komende opwekking zo vol zijn van Uw aantrekkingskracht, Here, dat velen zullen komen en gered worden in deze kleine groep hier, waarin wij zo ons best hebben gedaan. De eerste opwekking die ik gehouden heb in tien jaar. Nu bid ik U, dat U ons die echte, echte Geest in onze harten wilt geven.
160 En mag het daar voor de Eeuwigheid verankeren. Sta het toe, Here. Laat ons onszelf onderzoeken, wij als getrouwde mensen, hoe wij onze vrouwen behandelen, hoe oprecht wij zijn; of hoe oprecht onze vrouwen zijn ten opzichte van ons. En mogen wij deze morgen in ons hart weten hoe wij zouden reageren als iets dergelijks in onze huizen zou plaatsvinden. En mogen wij dan onze liefde tot U wenden en zeggen: "O God, wees mij genadig."
161 O, als uw vrouw slechts één keer per maand langs zou komen en haar hand op de uwe zou leggen en zeggen: "Schat, ik houd van je", en doorlopen, o, wat zou dat er op lijken dat zij mij negeerde; hoe zou dat er op lijken dat er iets verkeerd was. En God, misschien één keer per maand, of eenmaal als we naar de kerk gaan, zenden wij een gebedje op. O, U wilt onze liefde, onze gemeenschap, voortdurend, en dat onze gedachten en de bedoelingen van onze harten op U gericht blijven. Sta het toe, Here.
162 O, houd onze harten zo op U gericht, dat de dingen van de wereld blind worden en zo onbelangrijk. Sta het toe, Here. Hoor ons nu en zegen ons in het verdere deel van deze diensten. Wij vragen het in Christus' Naam. Amen.
163 Nu, de Here zegene u rijkelijk. En ik... Het spijt me dat ik nog wat extra tijd heb genomen nadat de zondagsschool was uitgegaan. En ik bid dat God u wil zegenen. Ik zei deze dingen niet; dit is uit Gods Woord. Het waren voorbeelden voor ons. Het waren voorbeelden. En nu, kijk, vriend.
164 Hoe zou u zich voelen als u wist dat de vrouw die u kuste een verraadster was? Denk er aan. Studeer er een poosje op. Wat zou u denken?
165 Wat nu als u een verrader bent en tot God komt? Doe dat niet. Laten we eerlijk zijn. U hoeft geen sensatie te nemen. U hoeft niet iets anders te nemen, als de hele hemel vol is van de echte, oorspronkelijke liefde van God. Waarom een vervangingsmiddel nemen als u het echte kunt krijgen? Het is voor u. Moge de Here u nu zegenen als ik de dienst overdraag aan uw herder.
166 En vergeet nu deze week niet; de kleine opwekking is voor de gemeenschap hier en de kleine plaatsen er rondom. Ga aan de telefoon, bel iemand op, zeg hun hierheen te komen. We zullen altaaroproepen doen en verwachten deze week een goede tijd in de Here.
167 De Here zegene u totdat ik u deze komende woensdagavond weer zie.