1 Laten we een ogenblik blijven staan terwijl we nu onze hoofden buigen en op de Here zien. Als er enige vragen zijn om bekend te worden gemaakt aan God, zou u dan nu even uw hand zo willen opsteken naar Hem, en houd op uw hart wat u wenst.
2 Onze hemelse Vader, we zijn dankbaar voor nog een dag, die nu is begonnen opgetekend te worden; hij zal straks geschiedenis zijn. De dienst van deze morgen is al voorbij. De woorden die zijn gesproken zijn in de lucht, op de band, en we zullen deze op een dag moeten ontmoeten. Het zal òf goed òf fout zijn. We geloven dat het goed is, omdat het Uw Woord is.
3 Nu, we bidden dat u ons vanavond de verzoeken toestaat die we vragen. Met onze handen opgeheven, vragen wij u om de verzoeken toe te staan, waarvan u weet dat we ze nodig hebben. Daarom bidden we dat U ons zult antwoorden, Heer, en geef ons de verlangens van ons hart, dat is, indien we het kunnen gebruiken om U te eren. Sta het toe, Heer.
4 Genees ziekte in ons midden. Neem alle zonde en ongeloof weg. Geef ons opnieuw een deel van Uw zegeningen vanavond, Heer, terwijl we Uw Woord overdenken en de tijd waarin we leven. We zijn samengekomen, Vader, voor geen ander doel dan te proberen te leren hoe we beter en dichter bij U kunnen leven. Want we zien de dag naderen, en we moeten dikwijls samenkomen om instructies van U te ontvangen. Sta het toe, Vader. In Jezus' Naam. Amen! (U kunt gaan zitten.)
5 Ik weet dat het verschrikkelijk warm is... de zaal is helemaal afgeladen vol; en het spijt ons dat we geen airconditioning hebben. Misschien dat het zal komen. Er zijn twee dingen die ik voor de gemeente wil doen, zodra als ik terug kan komen. Ik wil het zo, dat ik behoorlijk in de samenkomsten kan terugkomen. Ik wil een piano, die zo staat dat de pianist naar de samenkomst zal kijken. Ik wil een orgel daar aan deze kant en airconditioning. Dan voel ik alsof ik... Dat zou het zijn. Wij zullen de Here vertrouwen, en we weten dat Hij het ons zal toestaan.
6 Ik geloof dat ze me zeiden dat broeder Hickerson dat pas uit het tijdschrift haalde. Hij legde het daar op mijn lessenaar. Dat is die formatie van engelen die in het tijdschrift stond waarover werd gesproken. Ziet u de pyramidevorm? Kijk naar deze aan deze kant, de puntige vleugel, zo met zijn borst vooruitkomend, aan mijn rechterhand, zoals ik maanden en maanden geleden vanaf deze zelfde preekstoel sprak. Ziet u? Daar is het. En het tijdschrift Look... of Life, heeft het opgenomen in het mei-nummer, de 17e mei geloof ik dat het is (is dat juist?) het nummer van 17 mei. Mevrouw Wood vertelde me vandaag, dat velen haar opbelden en vroegen... Dat staat in het nummer van mei, de 17e mei.
7 Het is een geheimzinnige wolk. De wolk is 26 mijl hoog [± 42 km.] en dertig mijl [± 48 km.] in doorsnede. En daarover spreken we hier. Daar kwam de Engel des Heren naar beneden en deed de plaats beven, en de hele... Het klonk luider...
8 Ik weet dat er een man is, als... ik denk broeder Sothmann -- ik zag hem een poosje geleden ergens -- hij is hier -- hij stond (ja, daar) vlakbij toen het gebeurde. Ik geloof dat ik niet al te ver bij hem vandaan was; ik had hem pas gezien. Ik probeerde naar hem te wuiven (maar ik had zijn verrekijker), dat de dieren waarop we jaagden niet op deze heuvel waren. Nu, ik ging de andere heuvel op. Ik ontdekte ze de dag tevoren en zei hun waar ze heen moesten gaan. En ik ging hierheen en ik zou, als ze deze kant opkwamen, in de lucht schieten om ze die kant op te jagen, zodat zij hun dier zouden kunnen schieten. We jaagden op javelina-zwijnen.
9 En dus ging ik naar deze zijde, en ze waren er niet -- ze waren aan geen van beide zijden. Ik had broeder Fred weg zien lopen, en ze waren daar niet. Hij ging terug, en broeder Norman liep over de heuvel heen. En ik keerde terug, ging naar beneden in een kleine kloof en kwam naar boven -- gewoon ik alleen -- ongeveer twee kilometer door echt ruw land. En ik was gaan zitten en ik keek wat in het rond. Het werd later op de dag, en ik pakte wat wij daar "goat-headers" noemen -- zoiets als een klit -- van mijn broekspijp af, precies dezelfde soort als ik mezelf zag doen, toen ik u hier vertelde van het visioen, ongeveer zes maanden voor het gebeurde. Ik zei: "Dat is vreemd. En kijk hoe volmaakt ten noorden van Tucson ik ben, zo'n beetje noordoost, dat maakt..." Tucson lag, zoals u zich herinnert dat ik zei, wat zuidwestelijk. En ik zei: "Dat is vreemd." En ik keek zo naar de klit, terwijl ik er vele afplukte van mijn broekspijpen. Als u er nog nooit bent geweest, het is daar een woestijn. Het is helemaal niet zoals hier. Het is daar ongeveer twintig keer helderder en er zijn geen bomen zoals er hier zijn, alleen cactussen en zand.
10 Dus keek ik er zo naar. Ik sloeg mijn ogen op, en op ongeveer, ik zou zeggen, 800 meter van me af zag ik een hele kudde Javelina's liggen. Ze kwamen tevoorschijn aan het eind, waar ze wat woestijnplanten aten. En ik dacht: "Als ik nu broeder Fred en broeder Norman daar maar heen kan krijgen, dat is precies de plek."
11 En de avond tevoren was de Heilige Geest zo geweldig in het kamp -- Hij vertelde me dingen die waren gebeurd en hadden plaatsgevonden -- dat ik moest opstaan en bij het kamp weglopen. En toen ging ik die morgen daarop daar naar boven, en ik begon... ik zei: "Nu, als ik bij broeder Fred kan komen, zal ik hem om deze berg laten gaan", wat ongeveer anderhalve kilometer deze kant op was. Ik moest ongeveer drie of meer kilometer lopen om hem op te pikken, misschien vier en een half kilometer terug deze kant op, naar beneden over wat we de 'heksenrug' noemen, zo omhoog komen op de top van deze ruwe, puntige bergen en zo naar beneden lopend, oversteken, erover gaan en afdalen in deze richting en hem dan oppikken. Hij moest dan helemaal naar de voet van de heuvel gaan om broeder Norman te halen, wat waarschijnlijk zes tot acht kilometer zou zijn, en dan terugkeren. Ik zou een stukje van een papieren zakdoekje ophangen aan een tak van de mesquite struiken daar, zodat ik mezelf kon wijzen naar welke rand ik moest gaan wanneer ik terugkwam.
12 En ik kwam net over een kleine richel waar een heleboel puntige rotsen lagen, en er was een hertenspoor dat van de andere kant naar beneden kwam, ongeveer -- o, vijfendertig, vijfenveertig meter beneden de rotswand. Het was al wat later op de dag. Ik zou zeggen acht of negen uur. Dacht je niet zoiets, broeder Fred? Misschien negen uur, of zoiets. Ik liep snel naar deze kant om te voorkomen dat de Javelina's me zagen. Het zijn wilde zwijnen weet u, en ze zijn tamelijk schuw.
13 Dus ik ging de heuvel over, deze kant op en begon de heuvel op te lopen. Ik liep door op een -- wat wij noemen 'een sukkeldrafje'; en plotseling schalde het over het hele land. Ik heb nog nooit zo'n verschrikkelijke donderslag gehoord. Het deed het gewoonweg beven en de stenen rolden weg. Ik voelde me alsof ik wel anderhalve meter van de grond was gesprongen. Zo leek het wel. Het maakte me gewoon bevreesd. En ik dacht: "O wee..." Ik dacht dat er op me geschoten was, dat iemand... Ik had een zwarte hoed op. Ik dacht dat ze misschien hadden gedacht dat het een Javelina was die de berg opliep, dat iemand me had beschoten. Het klonk zo luid, zo vlakbij mij. Toen, zei plotseling iets: "Zie omhoog!" Daar was het. Toen zei Hij mij: "Het is het openen van die Zeven Zegels, keer terug naar huis." Dus hier kom ik.
14 Ik ontmoette broeder Fred en broeder Norman ongeveer een uur later toen ik ze vond, en ze waren opgewonden en spraken erover. En daar is het! En de wetenschap zegt dat het onmogelijk is voor welke soort van nevel of wat dan ook om zo hoog te komen -- mist, damp. Ziet u, het zal slechts gaan... ik zou het niet weten.
15 Wanneer we overzee gaan, vliegen we op 9000 voet; dat is boven de stormen. Dat is bij benadering ongeveer vier mijl. Laten we zeggen dat er misschien boven vijftien mijl geen damp meer te vinden is. Maar dit is zesentwintig mijl, en ze hing daar de hele dag. Ziet u? Ze weten niet wat het is. Maar dank de Heer, wij wel. Dank u, broeder Hickerson. Ik zal het op mijn bureau bewaren. Wanneer ze het boek schrijven, wel, dan kunnen we het erbij nemen.
16 Ik kreeg een briefje hier dat me werd gegeven... Ik geloof dat ons aantal is toegenomen sinds ik hier de laatste keer was. Ik geloof dat zijn naam is... Zijn vader heet tenminste David West. Ze hebben een klein ventje gekregen dat ze willen opdragen aan de Here. Is dat juist? Was het vanavond of was het woensdagavond, ik weet het niet, het is... vanavond? Dat is fijn. Wel, wat om... U bent David, is het niet? Dat dacht ik al. Goed, wat denkt u ervan om de kleine vent boven te brengen. Als onze zuster naar de piano wil komen en voor ons het lied speelt Breng ze binnen. Als de voorganger hier naar boven wil komen, zullen we deze kleine jongen opdragen aan de Here.
17 Nu, we proberen het Schriftuurlijk te houden. Dit is uw kleinzoon, broeder West. Het lijkt niet mogelijk nietwaar? Zuster West, hoe vindt u dat, is dat niet... U weet toch wat ik denk? Weet u, ik ben ook grootvader. Het doet mij denken aan broeder Demas Shakarian. Hij stond voor een grote menigte mensen. En hij haalt alles door elkaar zoals ik, weet u. Hij stond daar en hij zei: "Weet u, ik vertelde Rose (dat is zijn vrouw), dat ik me heel wat ouder voelde sinds ik grootmoeder werd." Hij zei: "O, ik bedoelde grootváder."
18 Weet u... U bent niet alleen, broeder West, er zitten er hier een heleboel binnen. En het is in orde. Ik geloof dat we werkelijk onze kleinkinderen kunnen waarderen. Ik hoop dat dit niet slecht klinkt, maar we kunnen meer tijd met ze doorbrengen, geloof ik, dan we het konden met onze kinderen. En ik vroeg mijn vrouw dat onlangs en die zei: "Zeker, je hebt ze een poosje lief, geeft ze weer terug aan hun moeder en je gaat weer door."
19 Nu, ik heb hier een kleine kleinzoon daar achterin. Hij zegt: "Pappa preken, pappa preken." En ze hadden de collecte vorige zondag net opgehaald en hadden deze op de tafel liggen, en ze brachten hem daar binnen. Hij hoorde mij door de microfoon; hij zei: "Pappa preken, pappa preken."
Billy zei: "Ja, daarboven."
En hij zei: "Nee!" En de collecte ging helemaal over de vloer. Hij wilde hier naartoe komen, weet u. En hij schreeuwt altijd naar me, weet u. Als hij me ziet, bij welke conventie ook, dan schreeuwt hij: "Pappa preken." Dus ik weet dat ze bijdehand zijn.
[Dan draagt broeder Branham de baby op -- Vert.]
Laten we nu dat lied zingen, Breng ze binnen. Iedereen nu samen voor de kleine: (Goed, zuster.
Breng ze binnen, breng ze binnen,
Breng de kleinen tot Jezus.20 Ik weet geen betere handen om ze in te leggen, u wel? De handen van de Here Jezus.
21 Ik weet dat het daar heet is. En ik wil zeggen tegen de koster, mijn broer Doc, of de anderen die ervoor zorgen: sommigen van de zusters hebben hun jurk bedorven door het vet dat aan de stoelen zit. Hoevelen hebben er wat van aan zich gekregen? Ik weet het van mijn vrouw, mijn twee dochters, kleine Betty Collins, mevrouw Beeler, sommigen van hen... Het is iets, er zit vet aan. Als je ernaar zou willen kijken, Doc, als je kunt. Ik geloof dat het daar is... Het is vet of verf of zoiets, precies op de plek waar de zitting op en neer gaat. En het is niet... Ik weet niet wat het dan wel is. Iets, ik heb gewoon... Het werd me meegedeeld, en ik zei dat ik het even zou melden aan Doc. Goed. Nu, woensdagavond, gebedssamenkomst... [Broeder Branham spreekt even met broeder Neville -- Vert.] De aankondigingen zijn allemaal binnen.
22 Nu, zo de Here wil, zal ik de volgende zondagmorgen spreken over het onderwerp van het aanklagen van deze generatie voor het kruisigen van Christus! U zegt: "Dat zou déze generatie niet hebben kunnen doen." We zullen ontdekken of ze het deden of niet, overeenkomstig het Woord.
23 Nu, volgende zondagmorgen, zo de Here wil. Indien niet... als er iets gebeurt... Ik word ook verondersteld deze week in Houston te zijn bij een conventie, en dat zou me tot en met zondag kunnen houden. Dus ik weet niet of het mogelijk is of niet. Maar we hebben toch nog meer zondagen om daarvoor te benutten, en dan gaan we naar Chicago voor de conventie of samenkomst in Chicago, de laatste week van deze maand. En dan moet ik het gezin terugbrengen naar Arizona, want hun vakantie is dan voorbij en de jongens moeten weer naar school.
24 Hoevelen verheugden zich in het lezen van het Woord en in de zegeningen van de Here? We doen dat allen zozeer.
25 Nu, het is heet, en ik weet dat sommigen van u vanavond weer naar huis moeten gaan. Ik weet dat broeder Rodney en Charlie en zij allen een heel eind moeten rijden. Wacht even, u bent met vakantie, is het niet? Wel, ik hoor dat u gaat vissen. De Here rekent geen tijd toe aan de mens wanneer hij vist, u wordt helemaal niet ouder terwijl u vist. Dus nu, jullie meisjes gaan met ze mee. Ziet u? En ik zal me bij jullie komen voegen als ik kan. U weet, de goede Here, zeiden ze, bedeelt geen tijd toe aan een mens wanneer hij aan het vissen is. Doe het veel als u zich helemaal in de war voelt. Vissen is het beste wat ik ooit in mijn leven ontdekte om te ontspannen.
26 Ik kreeg eens een kaart van meneer Troutman. Is er iemand die zich meneer Troutman herinnert, van de ijsfabriek in New Albany? Hij had een kleine kaart, waarop stond: "Uit vissen." En het ging verder en zei: "Een man die heeft... Iedere man heeft broeders als hij uit vissen is. Met een helpende hand zullen ze u altijd bijstaan bij het vissen." Hij had er ongeveer acht of tien verschillende dingen op staan en helemaal onderaan stond: "De mens is dichter bij God wanneer hij uit vissen is." Ik denk dat dat ongeveer juist is. "De rijken en de armen zijn allen gelijk als ze uit vissen zijn. (Ziet u?) Ze zullen altijd een helpende hand uitsteken als ze uit vissen zijn." En alles ging over 'uit vissen'.
27 Wel, ik zal u over een ander soort vissen vertellen, wat ik gedurende ongeveer de laatste drieëndertig jaar heb gedaan, namelijk het vissen naar de zielen van mensen. Moge de Here ons helpen elkeen te winnen die we kunnen vinden.
28 Nu, vanavond... dit wordt opgenomen... Nu, deze morgen, als Jim hier aan het opnemen is, ik geloof dat ik op de band zei (iemand vestigde er mijn aandacht op): "De tweede Exodus." Ik bedoelde niet 'tweede', het is de Derde Exodus. [Deel 63, nr. 45 -- Vert.] De Heilige Geest in de vorm van een Vuurkolom, God neerkomend in manifestatie, volvoerde de eerste Exodus en bracht destijds Israël uit Egypte. De tweede Exodus was Christus die de kerk uit het Judaïsme bracht. En de derde Exodus is, wanneer dezelfde Vuurkolom de bruid uit de kerk haalt. Ziet u? Uit het natuurlijke, uit het geestelijke, en het Geestelijke uit het geestelijke, deze drie. Ziet u? Het Geestelijke uit de kerk liever gezegd. Dan hebben we de drie tijdperken ervan.
29 Vanavond wilde ik nog een band maken, en die is getiteld: Is uw leven het Evangelie waardig? Waarschijnlijk zal het niet erg lang duren; ik heb slechts een paar Schriftgedeelten en notities hier. Maar eerst willen we Gods Woord lezen. Laten we, vóór we dat doen, even onze harten buigen voor Hem.
30 Here Jezus, elke man, vrouw of kind, kan fysiek de bladzijden van deze Bijbel opslaan, maar er is niemand die het kan openbaren dan U. Ik bid U, Here, om deze tekst te nemen zoals het op mijn hart is gelegd, om uit te zenden door de naties voor de mensen, opdat ze zouden mogen weten welk soort leven er van hen wordt vereist te leven. Want zovelen hebben me gevraagd: "Is een Christenleven een leven van kerkdienst? Is het de armen helpen, de behoeftigen? Of is het een trouw lid te zijn? Is het een getrouw zijn aan de kerk?" en dergelijke vragen. Vader, moge het correcte antwoord vanavond komen door deze woorden, als we een poging doen om ze tot de mensen te brengen. In de Naam van Jezus Christus vragen we het. Amen.
31 Nu, sla in uw Bijbels op het Boek Lukas, en we zullen beginnen bij het 14e hoofdstuk, het 16e vers, als basis, als achtergrond voor hetgeen we zullen proberen te brengen in de volgende dertig of veertig minuten ongeveer. Lukas 14:16
Hij zeide tot hem: Iemand richtte een grote maaltijd aan en nodigde velen.
En hij zond zijn slaaf uit tegen het uur van de maaltijd om tot de genodigden te zeggen: Komt, want het is nu gereed.
En zij begonnen zich allen opeens te verontschuldigen. De eerste zeide tot hem: Ik heb een akker gekocht en ik moet die noodzakelijk gaan bezien; ik verzoek u, houd mij voor verontschuldigd.
En een ander zeide: Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga die keuren; ik verzoek u, houd mij voor verontschuldigd.
Weer een ander zeide: Ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen.
En de slaaf kwam terug en berichtte zijn heer deze dingen. Toen werd de heer des huizes toornig en zeide tot zijn slaaf:... (Let op: niet zijn slaven -- slaaf!) Ga aanstonds de straten en stegen der stad in en breng de bedelaars en misvormden en blinden en lammen hier.
En de slaaf zeide: Heer, wat gij hebt opgedragen, is geschied en nog is er plaats. En de heer zeide tot de slaaf: Ga de wegen en de paden op en dwing hen binnen te komen, want mijn huis moet vol worden.
Want ik zeg u: Niemand van die mannen, welke genodigd waren, zal van mijn maaltijd proeven.32 Hebt u opgemerkt dat er drie trekken of drie keren van waren? Toen ze de eerste keer uitgingen en riepen tot hen die waren verzocht te komen, deden ze het niet. Dus daar ging een genezingscampagne van start; men ging uit om de blinden en de kreupelen te halen. En nog was er plaats, dus ging hij uit en dwong de goeden, slechten, en onverschilligen dat ze zouden binnenkomen.
33 Nu, u leest hierover in nog een andere gelijkenis iets dergelijks als dit, in Mattheüs 22:1--10, als u het later zou willen lezen. Maar ik haalde dit onderwerp daaruit: Is uw leven het Evangelie waardig?
34 Jezus zegt hier dat de mens altijd heeft geprobeerd om zich te verontschuldigen om Gods Woord van Zijn uitnodiging niet te aanvaarden. Hoewel het hen duidelijk wordt bewezen dat het Zijn avondmaal is en Zijn uitnodiging, maakt de mens voortdurend zijn verontschuldigingen. Als u Mattheüs 22 leest, zult u ontdekken dat er ook daar verontschuldigingen werden gemaakt.
35 Men probeerde dat in alle tijdperken. Destijds in het tijdperk stond er dat een man hen verzocht -- hij had een wijngaard -- en we vinden uit in die gelijkenis hoe hij zijn dienstknechten zond om de opbrengst van deze wijngaard in ontvangst te nemen. De eerste dienstknecht kwam, wat deden ze? Ze gaven hem een aframmeling. De volgende dienstknecht kwam, ze stenigden hem ook. En ze gaven dienstknecht na dienstknecht een aframmeling, de wrede mannen. De koning zond tenslotte zijn zoon. En toen zijn zoon kwam, ontdekken we dat ze zeiden: "Dit is een erfgenaam, we zullen hem doden, dan zullen wij alles hebben." Toen zei Jezus tot hen: "De koning zond uit en sloeg die moordenaars en verbrandde hun stad."
36 Nu, we zien dat wanneer God een mens een uitnodiging doet om iets te doen of om de uitnodiging te aanvaarden die Hij hem heeft gegeven, en hij wijst het af, dan is, nadat genade is versmaad, er niets overgebleven dan oordeel. Als u over de grenzen der genade heenstapt, dan is er slechts één ding overgebleven, en dat is oordeel. En we ontdekken dat de mens dat in alle tijdperken heeft gedaan. Het is gebeurd in bijna elk tijdperk in de Bijbel.
37 Toen God Noach zond, Zijn dienstknecht, en een weg tot ontkoming maakte voor al de mensen die gered wilden worden... Maar de mensen lachten alleen en spotten met Noach. God bereidde echter de weg, maar zij hadden een verontschuldiging. Het was niet in overeenstemming met hun modern denken. Het was niet zoals zij het wensten. Dus maakten ze verontschuldigingen in de dagen van Noach.
38 Ze maakten verontschuldigingen in de dagen van Mozes. Ze maakten verontschuldigingen in de dagen van Elia. Ze maakten verontschuldigingen in de dagen van Christus, en ze maken vandaag verontschuldigingen.
39 Hij spreekt hier rechtstreeks tot Israël, degenen die tot het feest waren geroepen. Dat zou ik ook op de mens van vandaag willen toepassen, op de kerk, die is verzocht te komen tot het feest en het niet wil doen, het geestelijke feest van de Here... En ze willen het niet, ze willen het niet doen. Ze hebben andere dingen te doen. Ze vinden excuses.
40 Nu, als Israël tweeduizend jaar geleden, de uitnodiging die hun werd gedaan zou hebben aangenomen, dan zouden ze niet zijn wat ze vandaag zijn. Tweeduizend jaar geleden wees Israël de uitnodiging af om naar het bruiloftsmaal te komen. Ze wezen het af en gingen in het oordeel. Maar zoals Jezus zei: "Ze stenigden en doodden de profeten die tot hen gezonden werden, door verontschuldigingen aan te voeren."
41 Nu, de verontschuldigingen die ze in elke tijd maakten... We vinden in de dagen van Jezus dat Hij Zich niet aansloot bij wie van hen dan ook. Ze zeiden: "Wanneer kreeg deze man z'n geleerdheid? Van welke school is hij gekomen? Is dit niet de zoon van de timmerman? Heet zijn moeder niet Maria? Zijn z'n broers niet Jonas en Jakobus, enzovoort? En zijn z'n zusters niet bij ons? Waar kreeg deze man de autoriteit vandaan om dit te doen?" Ziet u? Met andere woorden, Hij sloot Zich niet bij hun aan. Dus zeiden ze: "Hij is Beëlzebub; hij is een Samaritaan. Hij heeft een duivel, en hij is gek. Hij is een man die een boze geest heeft op het vlak van religie en dat heeft hem krankzinnig gemaakt. Dat is het, hij gaat daar tekeer als een wildeman. Besteed geen enkele aandacht aan hem." En we weten wat er met Israël gebeurde. Ze schreeuwden het uit. Ze waren er zo zeker van dat die Man fout was, totdat op... Toen ze Hem veroordeelden zei Hij... "Laat Zijn bloed zijn op ons en op onze kinderen", en het is sindsdien altijd zo geweest.
42 Jezus probeerde hun te vertellen dat het hun verontschuldigingen waren die de profeten doodden en die de rechtvaardigen doodden die kwamen. Ze aanvaardden hun geloofsbelijdenissen die de mensen hun hadden gegeven, in plaats van het Woord van God te nemen, en door zo te doen hadden ze het Woord van God krachteloos gemaakt.
43 Nu, u hebt hierin òf te zeggen dat dit Gods wil is en Gods verlangen, òf u hebt iets anders dat u aan het licht kunt brengen dat beter is dan dit. Nu, u moet het een of het ander nemen. U kunt niet God dienen en de mammon. U zult moeten zeggen: "Dit is de Waarheid!" of: "Dat is een deel van de Waarheid!" of: "Het is niet heel de Waarheid!" of: "Het is niet goed samengevoegd!" of: "Het is niet juist uitgelegd!" En de Bijbel zegt dat het Woord van God geen eigenmachtige uitleg toelaat. Niemand anders wordt verondersteld er een uitleg aan toe te voegen; het is geschreven precies zoals God wil dat het wordt uitgelegd. Precies wat er staat, dat is wat het wordt verondersteld te zijn. Neem het gewoon zoals het wordt gezegd, zoals het hier geschreven staat.
44 Nu accepteren ze hun geloofsbelijdenissen. Ze maken Gods beloften krachteloos voor hen. Ze gaan daaraan voorbij, huppelen er gewoon bij vandaan.
45 Nu, als Rusland de Pinksterzegen vijfenzeventig jaar geleden, toen de Heilige Geest in Rusland viel, had aangenomen, zouden ze vandaag geen Communisten zijn geweest. Nu vijfenzeventig jaar geleden hadden ze een grote opwekking in Rusland. God kwam onder hen en ze hadden grote opwekkingen, ver in Siberië. En wat deden ze? Ze verwierpen het, en vandaag is het afgelopen met het land, en de kerken kunnen geen kerk meer houden dan alleen met toestemming. Ze zijn ten oordeel gedoemd en men is uitgekomen in deze wilde driftbui van Communisme, verkocht aan de duivel.
46 Vijftig jaar geleden viel de Heilige Geest in Engeland. Vlak daarna kwamen George Jefferies en F.F. Bosworth, Charles Price, Smith Wigglesworth, die grote geloofsstrijders, vijftig jaar geleden, en boden Engeland de Heilige Geest-opwekking aan. Maar wat deden ze? Ze lachten hen uit en zetten hen in de gevangenis, noemden ze krankzinnig, dachten dat ze hun verstand hadden verloren. De kerken weigerden de mensen naar hen te komen horen. En ze genazen de zieken, wierpen duivelen uit, en deden grote werken. En omdat Engeland als natie het Evangelie verwierp zijn haar zonden bekend aan de hele wereld. Er is nauwelijks een afvalliger land in heel de wereld, zelfs met inbegrip van Rome en Frankrijk, dan Engeland. Zij is een moeder van afvalligheid. Precies daar waar Finney en velen van de grote mannen predikten in de Hooimarkt, en Charles G. Finney, en Wesley, en zo verder... En ze wees het af.
47 En nu vindt u, de vorige week of daarvoor stond het in de kranten, dat hun grote mannen zo verslapt zijn voor de sex van vrouwen, dat er spionnen binnen komen. En hun topman vond er nog meer van hen. Het stond in de tijdschriften. Hun ergerlijke zonde in hun eigen regering heeft hun schandelijke naam over de wereld uitgezaaid. Waarom? Zij verwierp de waarheid. Ze had haar verontschuldiging, en ze is aan het einde. Engeland heeft helemaal afgedaan bij God, al lange tijd geleden.
48 Indien Amerika vijftien jaar geleden, toen de grote genezingsopwekking, die voortging vanuit Pinksteren, uitbrak in het land -- er waren opwekkingen in de hoofdstad, Washington D.C... De presidenten, vice-presidenten, belangrijke mensen, gouverneurs, grote dingen vonden plaats... Gouverneurs en andere mannen werden genezen. Zoals congreslid Upshaw, die gedurende zesenzestig jaar kreupel was geweest. Ze konden niet de andere kant opkijken en zeggen dat het niet zo was. Het gebeurde vlak voor hun ogen, maar ze wezen het af.
49 En vanavond is dat de reden dat dit land blijft... Ze is tot de ondergang gedoemd; er is totaal geen hoop meer voor. Ze is de lijn tussen oordeel en genade overgestoken. En ze is uitverkoren in wat ze hier heeft om het land te beheersen; en ze is door en door verrot. Haar politiek is verrot. De moraal van dit land is lager dan wat ik ook maar zou kunnen bedenken. En het religieuze systeem is meer verrot dan de moraal. Ze wordt... Dit doende heeft ze zichzelf nu gevoegd bij al deze kerken van de landen in de raad van kerken en heeft het merkteken van het beest aangenomen. Wat een zaak! Waarom? Christus gaf hun de gelegenheid: "Kom tot Mijn feest", het feest van Pinksteren, wat 'vijftig' betekent.
50 Toen de Heilige Geest Zich uitstortte op Rusland, werden ze tot een Pinksterfeest geroepen, een geestelijk feest en ze wezen het af. Engeland, de Heilige Geest werd op hen uitgestort en ze wezen het af. Amerika, de Heilige Geest werd op hen uitgegoten en ze hebben het afgewezen.
51 Hij nodigde drie keer. Driemaal zond Hij uit, en ze luisterden niet naar het feest. Toen zond Hij opnieuw en Hij zei: "Ga heen en dwing die mensen te komen." De tafel moet gedekt worden. De tafel is gereed; er is nog plaats. En ik geloof dat misschien binnen de volgende paar maanden of zoiets, of jaar, of wat het ook is, God nog een schudden door het land zal zenden, want er is daar nog iemand ergens buiten, die een voorbestemd zaad is, waarop het licht moet vallen, ergens, ergens in de wereld. Met de natie zelf is het afgelopen.
52 Ik keek het tijdschrift Life van deze week in, waar daar onlangs in Little Rock, of liever Hot Springs... en daar zag ik -- ik geloof dat het een gouverneur van de staat New York was, dansen met de een of andere striptease-danseres ginds in Honolulu. Nu... En dat was hier nog een vermaard man. O, wat een schande!
53 Kijk naar onze natie vandaag. Kijk naar de toestand van ons land. Kijk waarheen ze is gegaan, hoe laag ze is gezonken. Kijk naar ons religieus systeem vandaag. Hoe kan het bestaan dat de kerken ooit in de toestand konden komen waarin ze nu zijn? Het komt omdat ze de Boodschap van God hebben verworpen en de uitnodiging om naar het feest te komen hebben geweigerd. Zou u zo'n leven het Evangelie waardig kunnen noemen? Zou u een leven dat zich erbij kan neerleggen en kan toestaan dat hun mensen dingen doen als sigaretten roken...
54 Onlangs hier in een bepaalde kerk... Een klein competitie-team lag hier in het park, en de kleine jongen van mijn zwager is werper voor een van de honkbalteams. En dus was hij daar aan het werpen, en daar speelde een team dat door de kerk werd georganiseerd en gesteund. En er was daar een voorganger met deze kleine kerels daar op het veld aan het spelen en de voorganger rookte sigaret na sigaret, van een kerk hier vlak bij ons in de buurt. Zou u zich kunnen voorstellen dat een man... En zelfs mensen die in het publiek zaten, merkten het op. Maar het wordt al zó dat ze er zelfs geen enkele aandacht meer aan besteden.
55 Een bepaalde grote kerk, een Baptistenkerk, waar ik van weet, laat de gemeente expres vijftien minuten uit de zondagsonderwijzing gaan, zodat de voorganger en zij allen even buiten kunnen gaan roken, voordat ze weer binnenkomen om de dienst van de Here te bedienen. John Smith, de stichter van die kerk, bad God zo hard om een opwekking te zenden dat zijn ogen 's nachts dichtzwollen en zijn vrouw hem naar de tafel moest leiden en hem moest voeden met een lepel. Die man zou zich in zijn graf omdraaien als hij wist dat die kerk in die toestand was gekomen. Wat is het? Ze waren uitgenodigd te komen en wezen het af. Dat is het enige. Denkt u eraan, Jezus zei hier, dat degenen die waren uitgenodigd en het verwierpen, Zijn avondmaal niet zouden smaken.
56 Wanneer God de Heilige Geest zendt, en aan iemands deur klopt, en hij wijst het weloverwogen af, zal hij het op een keer voor de laatste maal afwijzen. En dan zult u geen bevoorrecht persoon zijn. U kunt in een kerk zitten en naar het Evangelie luisteren en instemmen met het Evangelie. U zou zoveel mogen doen als te zeggen: "Ik weet dat het juist is", maar er nooit een vinger naar uitsteken, zodat het uzelf helpt. Ziet u? U luistert er gewoon naar, omdat u zegt: "Ik geloof dat het juist is." Dat is gewoon ermee sympathiseren. Ik zou kunnen zeggen: "Ik geloof dat dat tienduizend dollar is." Dat betekent niet dat ik het heb. Ziet u? Ik zou kunnen zeggen: "Dat is goed koud water", maar ik weiger het te drinken. Weet u wat ik bedoel? En dit is eeuwig Leven. En als u weigert het te doen, zult u op een dag de grens tussen oordeel en genade overschrijden, en dan zult u niet meer het voorrecht hebben om het te komen ontvangen.
57 Tot u mensen die hier komen... Ik ben niet verantwoordelijk voor diegenen tot wie andere predikers spreken. Maar als het juist is, bent u uw leven eraan verschuldigd. Wat zou u ooit meer kunnen vinden, dat meer van nut voor u zou zijn dan te weten dat u eeuwig Leven zou kunnen hebben?
58 Wat als ik hier capsules zou weggeven waarvan wetenschappelijk was bewezen -- wetenschappelijk bewezen -- dat deze capsule zou maken dat u duizend jaar zou leven? Wel, ik zou een leger nodig hebben om de menigte hier vandaan te houden. U zou geen uitnodiging hoeven te doen, u zou ze er van weg moeten sláán. Om duizend jaar te leven... En toch, het is wetenschappelijk bewezen dat de eeuwige God, geheel Zijn kracht van Zijn opstandingen, u eeuwig Leven beloofde, en Satan zal zijn legioenen daar inzetten om u er van weg te houden. Ziet u? Toch kunt u kijken en verstandig genoeg zijn om het onder ogen te zien, en te zien dat het juist is, maar het dan afwijzen. Ziet u?
59 Iets -- het een of andere excuus: "Het is te heet. Ik ben te vermoeid. Ik zal het morgen doen." Gewoon de een of andere soort verontschuldiging, dat is alles wat ze doen. Door de dag van uw bezoeking te verwerpen, scheidt u zich van God af.
60 Nu, we merken op. In het Oude Testament had men het zogenaamde jubeljaar. Dat was wanneer al de mensen die slaven waren, vrijuit konden gaan: wanneer het jubeljaar was gekomen. En dan, als de man niet uittrok, als er de een of andere verontschuldiging was die hij kon maken, dat hij niet wilde terugkeren naar zijn land, dan moest hij worden gemerkt in het oor, met een els aan de deurpost in de tempel. Ongeacht hoeveel jubeljaren er dan nog kwamen, die man was verkocht. Hij kon nooit meer een vrij burger van Israël worden. Wat deed hij? Hij verwierp zijn uitnodiging. Hij hoefde niets te betalen. De schuld van zijn slavernij was voorbij. Zijn gezin was vrij. Hij kon regelrecht teruggaan naar zijn vaderland en zijn eigen bezit nemen. Maar als hij weigerde dat te doen, dan werd hij niet meer aan Israël toebedeeld, en zijn bezitting werd aan een ander gegeven.
61 Nu, hetzelfde in het natuurlijke is van toepassing op het geestelijke, dat als wij als erfgenamen van het eeuwige Leven, het Evangelie horen en weten dat het waar is, en we verwerpen het, en we weigeren het te doen of ernaar te luisteren, dan nemen we het merkteken van het beest aan.
62 Nu, iemand zei: "Nu, er zal een merkteken van het beest zijn; het zal op een dag gaan komen." Laat me u zeggen, het is al gekomen. Ziet u? Zodra de Heilige Geest begint te vallen, begint het merkteken van het beest plaats te vinden.
63 Ziet u, u hebt maar twee dingen. Eén ervan is: Het te aanvaarden -- is het zegel Gods. Het te verwerpen is het merkteken van het beest. Het zegel Gods te verwerpen, is het merkteken van het beest aannemen. Begrijpt iedereen dat? Het zegel Gods te verwerpen is het merkteken van het beest nemen, want de Bijbel zei dat alles wat niet was verzegeld door het zegel Gods, het merkteken van het beest aannam.
64 Wanneer de bazuin klonk, konden allen die vrij wilden zijn gaan, degenen die niet waren gemerkt. Nu, u ziet, het merkteken van het beest, als we er in de toekomst over spreken, is wanneer het zal worden gemanifesteerd, wanneer u beseft dat het is wat u al hebt gedaan. Ziet u? En zo is het met de Heilige Geest; het zal worden gemanifesteerd. Wanneer we de Here Jezus zien komen in heerlijkheid, en die veranderende kracht voelen, en de doden zien opstaan uit het graf, en we weten dat wij in een seconde langer, zullen worden veranderd en een lichaam zullen hebben zoals het Zijne. Het zal worden gemanifesteerd. Om dan te zien dat diegenen die het verwierpen, beneden gelaten zullen worden -- buiten.
65 Zei Jezus niet dat de maagden uitgingen om Christus te ontmoeten? Sommigen van hen vielen in slaap in de eerste wake, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde tot de zevende wake. Maar in de zevende wake, toen klonk het: "Zie, de Bruidegom komt, ga uit Hem tegemoet." En degenen die sliepen, ontwaakten, heel het tijdperk tot Pinksteren destijds, ontwaakte. Ziet u, vanaf het zevende tijdperk, het zevende gemeente-tijdperk, helemaal terug, ontwaakte, en degenen die in dit tijdperk levend waren, werden veranderd en zij gingen binnen. En op hetzelfde moment dat zij binnengingen, kwam de slapende maagd en zei: "Wij willen wat van uw olie kopen."
66 Maar zij zeiden: "Wij hebben net genoeg voor onszelf. Ga naar hen die het verkopen." En terwijl ze probeerden deze olie te ontvangen, kwam de Bruidegom. Er is nog nooit een tijd in de wereldgeschiedenis geweest dat de Episcopalen, Baptisten, Methodisten, Presbyterianen... De kranten staan vol, de religieuze bladen prijzen God dat die slapende maagden nu proberen Pinksteren te ontvangen, proberen de Heilige Geest te ontvangen. En beseffen de mensen niet dat het niet zal gebeuren, overeenkomstig het Woord van God?
67 Terwijl ze aan het proberen waren terug te komen, kwam de Bruidegom en nam de bruid weg, en zij werden in de buitenste duisternis geworpen ten oordeel, omdat ze hun uitnodiging afwezen. Alle volken zijn gevraagd te komen. God heeft in èlk tijdperk Zijn licht uitgezonden, en het werd verworpen. En nu, vandaag is het niet anders dan in enige andere dag.
68 Om de dag der bezoeking te verwerpen... Wanneer God de gemeente en de mensen bezoekt, ontvang het dan. Stel het niet uit tot volgend jaar of tot de volgende opwekking; dàt is het uur: "Heden is het de dag des heils."
69 En herinner u, God heeft nooit in welke tijd ook, een boodschap gezonden dan dat Hij het betuigde met het bovennatuurlijke. Jezus zei Zelf: "Als Ik niet de werken van Mijn Vader doe, geloof Mij dan niet. Maar als Ik de werken doe, gelooft gij de werken indien gij Mij niet kunt geloven." En wanneer u het duidelijk gemanifesteerd ziet worden...
70 Nu, de tijd is gekomen dat zij het verwerpt en dan wordt zij in het oor geboord met een els, dan zal ze het nooit meer horen. Ze brengt zich nu naar de Raad van Kerken om regelrecht binnen te gaan om het merkteken van het beest aan te nemen.
71 Een van de grote idealen (iemand gaf me zojuist de krant) die deze nieuwe paus heeft uitgesproken, is om de kerken samen te verenigen. Ze zullen het doen, zo zeker als ik hier sta, en de Protestanten vallen ervoor. Ziet u, omdat de kerk... De Bijbel zei, Paulus, de profeet van de Here zei: "Die dag zal niet komen tenzij er eerst een afval komt; en dan zal de man -- vóór de mens der zonde zal worden geopenbaard -- hij die in de tempel Gods zit, zichzelf verhogend, alles wat boven God is, hij als God, zonden vergevend op de aarde enzovoort." Hoe deze zaak zou gebeuren, maar het kon niet eerder gebeuren dan tot de afval, totdat de kerk het geestelijke feest begint te verlaten en zichzelf terugtrekt en zich organiseert. En dan bleef de openbaring niet bij de kerk.
72 Bedenk, Israël wandelde dag en nacht bij de Vuurkolom. Als die Vuurkolom zich in beweging zette, zetten zij zich met Hem in beweging. En bedenk, het was een vuur bij nacht en een wolk overdag. Het zou kunnen gebeuren bij dag of nacht, welke tijd ook. Maar waar het ook was, er was een verzoening getroffen dat ze niet in gebreke zouden blijven het te zien. Er was een licht 's nachts en een wolk overdag, en zij volgden die. Jazeker!
73 Hetzelfde zag Maarten Luther. Wat deed hij? Hij kwam uit het Katholicisme, maar wat deden ze? Ze bouwden er een kleine omheining omheen en zeiden: "Wij zijn Lutheranen. Dit is het."
74 Toen zag Wesley het er vandaan bewegen. Hij ging heen. Wat deden ze? Ze bouwden er een kleine omheining omheen en zeiden: "Dit is het." Wat deed het licht? Het trok meteen weer verder.
75 Pinksteren zag het. Wat deden ze? Ze gingen uit de Wesleyaanse en de Nazarener kerk, enzovoort. Wat deden ze? Ze bouwden er een kleine omheining omheen, genaamd: "Wij zijn de eenheidskerk!" en: "Wij zijn de drieëenheidskerk!" en: "Wij zijn de verenigde kerk!" en dit alles. Wat deed Hij? God ging er regelrecht uit vandaan.
76 Ziet u, wij kunnen dat niet doen. Wij moeten elke dag volgen, elk uur van de dag, elke stap van de weg. Wij moeten geleid worden door de Here Jezus Christus. Als we dat niet worden, nemen we een organisatie-leven aan. En een leven dat Christus niet dagelijks volgt, is niet waardig.
77 Een man die Christen is op zondag en naar de kerk gaat, daar op z'n gemak gaat zitten en denkt dat hij de kerk bezit omdat hij dit, dat, en nog wat doet, en op maandag zal stelen en liegen... De vrouw die naar het openbare strand zal gaan en de straat opgaat met immorele kleding aan...
78 Ik dacht aan de presidentsvrouw die zelfs geen make up wilde op doen, toen ze voor de paus verscheen en ze komt terug en begint een waterhoofdkapsel-rage voor de vrouwen in het land. En al deze jurken, toen zij moeder werd; elke vrouw in het land wil nu van zulke positiejurken dragen. Dat is zo! Het zijn voorbeelden en ze weten dat die mensen dat zullen doen! Ze nemen een geest van de wereld, en dat hoort niet thuis in de kerk van de levende God.
79 Vrouwen zouden naar Jezus Christus moeten kijken! U behoorde naar Sara te kijken en naar hen uit het Oude Testament.
80 Ze zijn nu zo geworden dat... Ik predikte ergens onlangs 's avonds dat vrouwen hun man moeten gehoorzamen. Gehoorzamen? Ja! Dat is al lang geleden uit het huwelijksritueel verdwenen. Maar... Ze zullen dat niet meer doen. Nee, meneer! Ze wonen in Amerika en dat laten ze u weten. Ze zullen niet gaan gehoorzamen. Maar zolang ú het niet doet, probeer nooit uzelf een Christen te noemen, want u bent het niet. Het maakt mij niet uit hoe veel u danst en in tongen spreekt, als u uw man niet gehoorzaamt, bent u uit de wil van God.
81 En een vrouw die korte broeken draagt en deze dingen doet, die ze op straat doen: noem uzelf geen Christen. U wilt de wereld hebben en toch uw getuigenis houden. U kunt dat niet doen in de tegenwoordigheid van God, terwijl u beter weet.
82 Bemerk! In het oor geboord en weggemerkt, dan zult u nooit horen. Bedenk, dat is een teken van het sluiten van de oren. U zult het niet meer horen. U wilt niet luisteren, u zult nooit meer in staat zijn het weer te doen.
83 O, ze gelooft dat niet. O! Zeg haar niet dat ze het gelooft. Nee! Ze zou u regelrecht zeggen... Ze weet het niet. Hoe zou een dame (ik vraag het u slechts) -- hoe zou een dame kunnen... Zoals ik zondagavond, een week geleden, zei over een roodflitsend licht [Deel 63, nr. 40 -- Vert.], hoe dat het merendeel der vrouwen knapper is geworden dan ooit in... Nu, dat is niets tegen de vrouw, dat is gewoon... maar hoe zij dat in de hand houdt. Ziet u, de... Ze is op die wijze geworden om haar in een verzoeking te brengen, zoals Eva voor de boom werd geplaatst.
84 Elke man -- elke zoon die tot God komt zal door dat uur der beproeving moeten gaan. Dit is het tijdperk van de vrouwen, dit land is het waar zij door die beproeving moet gaan. Als ze een mooie vrouw kan zijn en zich kan gedragen als een zuster, is de zegen van de Here op haar. Maar wanneer ze zover is dat ze dit weet en zich tentoonstelt, toont het absoluut dat ze een slechte geest op zich heeft. Ik geloof niet dat ze opzettelijk zo wil zijn; velen van hen niet, maar ze beseffen niet dat...
85 Zou u me kunnen vertellen dat een fatsoenlijke, nadenkende vrouw deze kleine kleren zou kunnen aantrekken die ze hier buiten op straat dragen?
86 Ik heb hier twee jonge meisjes zitten. Ik weet niet wat er van die kinderen terecht zal komen; ik bid slechts voor ze. Kinderen vandaag, je kunt het niet zeggen. Ik weet het niet. Ze zijn daar niet immuun voor. Zij moeten op hun eigen benen staan voor Jezus Christus en verantwoording afleggen. Zij kunnen niet binnengaan op wat ik geloof, op wat hun moeder gelooft. Ik weet niet wat ze doen, maar ik zou werkelijk, in dit uur, als die meisjes de straat opgingen met dat soort kleding aan en een man beledigde hen in dat soort kleding, ik geloof niet -- al had ik de gelegenheid -- ik zou zelfs de man niet kunnen veroordelen. Dat is juist. Ik zou de meisjes veroordelen. Ze hadden zoiets niet moeten doen!
87 Luister! Als de mens nadenkt, en ze leren dat de mens niet meer is dan een dier, dat hij van het dierlijke ras stamt. En kijk dan... En u zet hem daarbuiten neer als...
88 Als u een hond op bepaalde tijden meeneemt naar het vrouwtje... gaat hij door omheiningen en al het andere omdat dat vrouwtje in die toestand is; varkens, koeien, elk ander dier... En als wij dierlijk leven zijn, wat we zijn, het lichamelijke deel... Wanneer een vrouw zich dan zo tentoonstelt, bewijst zij dat het met haar precies zo gesteld is als bij die hond. Dat is precies zo! Want anders zou ze dat niet doen. Ze weet het, de natuur leert haar dat de man naar haar zal gaan kijken. En de Bijbel zei: "Wie een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft reeds overspel met haar gepleegd in zijn hart."
89 Dat is een tijd om ons te beproeven. En de duivel maakt die vrouwen knap, doet ze zich ontkleden en plaatst ze daar buiten om u te testen. Mannen, wendt uw hoofden af; weest zonen van God. Vrouwen, kleedt u als dochters van God; wordt niet tot verantwoording geroepen voor overspel ginds op die dag...
90 Indien die vrouw, ongeacht hoe onschuldig... Ze mag nooit iets fout hebben gedaan, het nooit in haar gedachten hebben gehad om verkeerd te doen, maar toen die zondaar keek naar die gracieuze vorm van die vrouw, wetend dat hij mannelijke en zij vrouwelijke sexklieren heeft, en die zondaar zal zich daarvoor moeten verantwoorden op de dag van het oordeel, wie deed het dan? Wie is er schuldig? Niet hij, ú! Daar bent u er. Immoreel!
91 Kijk naar deze natie. Vroeger hadden ze die kniehoge jurken die de vrouwen droegen; wij moesten naar Parijs om ze te krijgen; Vandaag komt Parijs hier naartoe om ze te krijgen. Het is zo vuil geworden, dat Parijs het niet bij kan houden. Dat is zo. Het is een totale... Waarom? Door het Evangelie te verwerpen. Waarom? Parijs had het niet, het is honderd procent het Katholicisme. De Protestanten kunnen daar zelfs niet binnenkomen. Kijk naar Billy Graham. Ik denk dat er maar zeshonderd Christenen in heel Parijs zijn uit de miljoenen, zeshonderd Christenen, Protestanten. Dat zijn niet Heilige Geest vervulden, dat zijn gewoon volslagen Protestanten. Zeshonderd uit al die miljoenen en miljoenen. Ze kregen de gelegenheid niet om het te verwerpen.
92 Maar deze mensen hebben het Evangelie, en toen ze weggingen van de Boodschap en het Evangelie dat ze gedemonstreerd hebben gezien, er de gek mee steken omdat de een of andere prostitutie-leer hen geheel heeft ingesponnen, en er een of andere voorganger op de preekstoel staat die meer waarde hecht aan een dollar en een maaltijdbon dan aan de ziel van de mensen tot wie hij preekt... Dat is zo! Dat is de oorzaak. En nu leidt ze de wereld!
93 U herinnert zich dat ik niet lang geleden in deze Tabernakel, ongeveer twintig jaar geleden, over een onderwerp predikte "Ik zal u de godin van Amerika tonen", en we hadden de kleine bakvis hier bij ons zitten. Dat is het! Nu, ze zullen het zelfs krijgen... Ze krijgen waar ze om hebben gevraagd en ze zullen het gaan krijgen, dat is alles.
94 Nee! Ze willen het niet geloven. Nee meneer! Ze laten u weten dat ze Amerikaanse burgers zijn en dat ze het recht hebben om te functioneren op elke manier dat ze willen. Ik wens slechts...
95 Laat me u dit zeggen. Ik zal het u nu vertellen. Nee, meneer, politiek zal nooit werken. Nee meneer, democratie zal nooit werken. Democratie is tot op de bodem verrot. Als het bedreven zou kunnen worden onder een groep Christenen zou het fijn zijn, maar wanneer u het in de wereld plaatst, wordt het allemaal zeilen en geen anker. Dat is het precies.
96 Kijk eens hier vandaag, alles kan plaatsvinden en ze zullen gewoon... Als ze een paar sluwe politieke zetten doen, zullen ze ertussen door glippen met moord.
97 Toen ik daarginds predikte die avond om te proberen het leven van die twee jongens te sparen... Ze zijn zo schuldig als het maar kan zijn. Zelfs die procureur stond daar achter me op, en hij zei: "Het is juist!" Hij zei: "Ik geloof niet in het benemen van het leven van die mensen!" Hij zei: "Als u wilt letten op uw lijsten van misdaden, wie zijn het dan die er worden gedood op de elektrische stoel en zo? Het zijn niet de rijken, hij kan het zich permitteren een advocaat te nemen en haalt wat gemene trucs uit, en wat invloed, rijke connecties hier, en hier iets, en hij koopt de zaak om." Hij zei: "Het zijn de arme jongens zoals zij, die niet genoeg geld hebben om zich een behoorlijke maaltijd te kopen; dat is het soort wat het krijgt. Daar is het soort dat ze terechtstellen door elektriciteit, iemand die, zoals men zegt, een stelletje ongeletterde mensen -- en ze houden gewoon hun naam van doodstraf op."
98 Ik zei: "De eerste moord die ooit werd gepleegd in de wereld was, toen de ene broer de andere doodde, maar God nam zijn leven er niet voor. Hij stelde een teken aan hem, dat niemand zijn leven zou nemen!" Dat is zo! Dat deed de Allerhoogste Rechter. En ik zie dat zij hun vonnis hebben ingetrokken. Ze zullen nu een ander gerechtelijk onderzoek krijgen. Natuurlijk zullen ze nu levenslang krijgen, wat elf jaar zal betekenen en ze dan misschien op hun erewoord zich goed te gedragen, vrijlaten. Ze zijn schuldig. Zeker zijn ze schuldig. Ze behoorden levenslang naar een tuchthuis te worden gestuurd, maar hun leven moet ze niet worden ontnomen. Geen mens heeft het recht om het leven van een ander mens te nemen. Nee meneer! Ik geloof er niet in. Nee, zeker niet.
99 O, zeggen ze... Wel, ze geloven niet dat ze uit de wil van Here zijn, omdat dat alles is wat ze erover weten en alles wat ze erover willen horen. Ze keerden hun oren tegen de waarheid en ze zijn...
100 Evenmin wilde Egypte weten dat dat stel heilige rollers daar in de wil van de Here was. Dacht u dat ze zouden willen weten dat de een of andere krankzinnige, met bakkebaarden zo naar beneden hangend, daar uit de woestijn kwam en zei: "Farao, ik kom in de Naam van de Here; laat die kinderen gaan."
Farao zou zeggen: "Wie, ik? Gooi hem eruit!" Ziet u? "Ik?"
"Indien gij het niet doet, zal de Here God deze natie slaan."
101 "Die ouwe zonderling, gooi hem er ergens uit; laat hem gaan; de zon heeft z'n verstand wat verschroeid." Ziet u? Maar het bracht oordeel, omdat die man een profeet was en ZO SPREEKT DE HERE had. Precies waar! Ze wensten het niet te geloven. Rome wilde het ook niet geloven, maar het gebeurde evengoed.
102 Israël wilde niet geloven dat dat de Messias was. Hoe kon dat stel Galileeërs... Ze zeiden: "Zijn deze allen geen Galileeërs? Waar kwamen ze vandaan? Met wat voor groep mensen gaat Hij om; met de allerarmsten die maar bij elkaar gehaald kunnen worden. Dat is het volk waarmee Hij omgaat. Die komen er naar Hem luisteren, de armen, die mensen die niets weten. Ze zijn niet uitverkoren. Ze zijn niet van het intellectuele type zoals wij. Zij zijn een stelletje armen." U hoort het zeggen over de opwekking in deze dag. "Wat voor mensen luisteren er naar hen? Welk soort gaat er naar deze samenkomsten? Wat voor mensen zijn het?"
103 Ik hoorde een man niet lang geleden zeggen... Wel, hij was een soort... Hij was de stiefvader van Hope, en ik vertelde hem over de doop van de Heilige Geest. Hij zei: "Wie zou zoiets nu geloven, behalve de een of andere groep zoals jullie daarginds hebben?" Hij zei: "Laten jullie Die-en-die (een zakenman hier uit de stad, een goddeloze zoals al...), laat hèm zeggen dat hij de Heilige Geest ontving, dan zou ik het geloven."
104 Ik zei: "Maak u geen zorgen, hij zal het nooit zeggen." De man stierf onmiddellijk, zonder God. Ziet u? Weest u voorzichtig met wat u doet, wees zorgvuldig met wat u zegt. U wilt een leven dat het Evangelie waardig is? Dat is goed!
105 Israël geloofde niet dat die groep mensen, die krankzinnige man genaamd Jezus van Nazareth, naar ze dachten buitenechtelijk geboren... En de mensen geloofden dat, omdat ze zeiden, dat was niet Zijn... "Wel, zijn vader is Jozef, en Maria zou deze baby krijgen voor hij zelfs was geboren. Wel, het is onwettig. En wat is hij: gewoon een krankzinnige. Hij is een van die vreemde soort kerels. Ga niet naar hem luisteren." Wat deden ze? Ze waren bezig hun ziel naar de hel te zenden. Ze namen...
106 Jezus zei: "Laat hen gaan. Als de blinde de blinde leidt, vallen ze dan niet beiden in de gracht?" Dat is juist. Ze wisten het niet. Zij wilden het niet geloven. Ze konden het niet.
107 Ze konden niet begrijpen hoe een eenvoudig volk, met een eenvoudige Boodschap die was te verwerpen, zou kunnen veroorzaken dat een grote natie in puin zou vallen. Nu luister! Ze konden niet begrijpen, dat een eenvoudige, gewone, normale groep mensen... U weet, de Bijbel zei dat het gewone volk Jezus gaarne hoorde.
108 Er overkwam mij iets in Mexico niet lang geleden. Generaal Valdena, uitverkoren door God: het licht scheen eens over zijn pad in een van de samenkomsten. Die grote Katholieke krijgsman, een van de hoogste generaals in Mexico, kwam ootmoedig naar het altaar en ontving de doop van de Heilige Geest. Hij ging terug naar Mexico; hij bleef om mij roepen om daarheen te komen. Tenslotte besloot ik erheen te gaan; de Here leidde me -- ik kreeg een visioen en vertelde het mijn vrouw. Hij ging daarheen, en toen hij dat deed, was hij een van hun voornaamste generaals -- een vier-sterren generaal -- hij ging naar het hoofdkwartier, naar de regering. Ze zijn daarginds erg tegen Protestanten, weet u. Ze wisten dat dit een enorme samenkomst zou worden, dus ging hij daarheen en nam een militaire wacht. En toen ze het deden, kregen ze de grote arena. Ze zouden me op die manier binnen gaan brengen. De regering bracht me binnen. Dus, toen ze dat deden, ging de bisschop, een van de grote bisschoppen van de Katholieke kerk naar hem toe -- naar de gouverneur en zei: "Mijnheer, ik begrijp dat u een niet-Katholiek binnenhaalt."
Hij antwoordde: "Ja, hoezo?"
"Wel," zei hij: "u kunt daar zo'n man niet binnenbrengen. Deze regering heeft er nooit van geweten om zoiets te doen."
109 "Maar", zei hij, "we hebben het nu gedaan!" Hij zei: "Wel, de man is een goed bekendstaand man. Ik begrijp dat duizenden mensen komen om hem te horen. Generaal Valdena is mijn boezemvriend", hij zei... En had de... De president zelf is Protestant, weet u, Methodist. Dus hij zei: "De man is een fatsoenlijk man voorzover ik weet. Generaal Valdena hier, hij is bekeerd onder deze man. Wel, hij is voorzover ik weet een goed bekendstaand iemand." Hij zei: "Ze beweren dat er duizenden mensen naar hem zullen komen luisteren."
En deze bisschop zei: "Welk soort mensen is het, mijnheer? Alleen de onwetenden, dat zijn degenen die zo'n persoon gaan horen."
110 De president zei: "Mijnheer, u hebt ze vijfhonderd jaar gehad, waarom zijn ze onwetend?" Dat was genoeg. Dat zette het vast. O! Dat ontwapende hem. Jazeker! Ja!
111 Toen werd daarna die kleine baby opgewekt uit de dood en ik zond een bode achter de man aan. De dame zei in het Spaans: "De baby stierf vanmorgen om negen uur." En het regende dat het goot, terwijl elke avond ongeveer tienduizend bekeerlingen tot Christus kwamen. De avond tevoren had een oude, blinde man zijn gezichtsvermogen terug gekregen op het podium. O, drie of vier keer de afmeting van deze tabernakel, en er lagen ongeveer zó hoog oude shawls en hoeden, en ik... Ze lieten me aan touwen neer in de ring om me binnen te krijgen.
112 Ik liep daarheen en begon te prediken in geloof. Billy kwam zeggen: "Pa, u zult iets moeten gaan doen aan die vrouw. Ik heb daar driehonderd ordebewaarders staan en ze zijn niet in staat een klein, nietig vrouwtje tegen te houden, die nabij de negentig pond weegt." Een knap dametje, ongeveer zó groot, o, misschien haar eerste baby. Ik zou zeggen dat ze drieëntwintig of vijfentwintig jaar oud was.
113 En ze stond daar en haar haar hing naar beneden en ze hield een kleine baby vast. En ze deed een plotselinge aanval op de rij, de mannen wilden haar terugduwen. En toen klom ze over hen heen, de baby op haar zij, hoe dan ook, kroop tussen hun benen door of wat dan ook. Als ze daar boven zou komen zouden ze haar van het podium moeten afschoppen. En ze hadden geen gebedskaart om aan haar te geven.
114 Hij zei: "Als ik haar daar laat komen, vader, met die dode baby, zonder gebedskaart", zei hij, "terwijl die anderen daar al twee of drie dagen hebben gestaan in die regen en ik zou haar voor hen laten gaan, zal het daar beneden ruzie veroorzaken."
115 Ik zei: "Dat is in orde." Broeder Moore was er, en hij is een beetje kaal, net als ik. En ik zei: "Ze weet niet wie wie is, er zijn zoveel mensen." Ik zei: "Stuur ..." En een aantal van de broeders... Een van de broeders van de tabernakel hier, die... Hij is nu heengegaan naar de heerlijkheid. Ik kan nu op dit moment niet op z'n naam komen. Maar hij stond daar achteraan. Dus ik zei: "Broeder Moore, ga erheen, en bid voor de baby; en ze zal nooit weten wie, of u het was of ik, ga er gewoon heen, ze kan toch geen Engels spreken."
En dus zei broeder Moore: "Goed, broeder Branham."
116 Hij begon erheen te lopen. En ik zei: "Zoals ik al zei..." En ik zag een kleine baby, een kleine Mexicaanse baby voor me zitten, gewoon maar lachend. Ik zei: "Wacht even." En ik zei: "Laat de kleine dame door."
Billy zei: "Ik kan dat niet doen, vader, ze..."
Ik zei: "Ik zag een visioen, Billy!"
Hij zei: "O, dat is wat anders!"
117 Dus openden we de menigte zo, en brachten haar erdoor. Hier kwam ze op haar knieën vallend met de gebedsketting in haar hand. Ik zei: "Ga staan." Dus ik zei: "Hemelse Vader, ik weet nu niet wat Gij zult doen; ik weet niet of Gij alleen wilt dat ik de vrouw tevreden stel door voor de baby te bidden of wat ook, maar ik leg mijn handen op de baby in de Naam van de Here Jezus." Precies hetzelfde wat ik deed voor broeder Way, die daar onlangs dood op de vloer lag, en de deken schopte en die kleine baby begon te huilen, en was in het leven terug.
118 Toen ik een bode stuurde, broeder Espinosa, om met haar naar de dokter te gaan om een beëdigde verklaring te halen van de dokter, dat die baby gestorven was (dat was om ongeveer tien uur die avond) -- ze stierf die morgen om negen uur in zijn kantoor aan longontsteking. Hij kreeg een beëdigde verklaring van de dokter. En de kranten konden dat niet verzwijgen, weet u, dus moesten ze komen. Ze interviewden mij, en ze vroegen mij, hij zei: "Denkt u dat onze heiligen dat ook zouden kunnen doen?"
Ik zei: "Indien ze leven."
"O", zei hij, "u kunt geen heilige zijn tenzij je dood bent." Daar bent u er. Ziet u? En de mensen...
119 Hebt u onlangs gezien toen ze deze non hadden die ze zo ophemelden in de krant? Een nieuwe heilige stierf, o, honderd jaar geleden of zoiets dergelijks, en ze verklaarden haar nu heilig en maakten van haar een heilige. Ze zeiden dat ze terugkwam uit de dood en bad voor een of ander ziek persoon die leukemie had, nietwaar? Het stond in één van de tijdschriften. Bedenk even hoe ze proberen daar zo'n ophef over te maken, terwijl er honderden en honderden gevallen vlak voor de neus van de mensen hier gebeuren. Wat is daarmee aan de hand? Om één ding: om de Protestantse kerk er regelrecht in te betrekken, (ziet u?) ze iets te laten denken. Wat betreft de werkelijke werken van de Heer, waar het volmaakt wordt betuigd, bewezen, daarover zijn ze bevreesd het papier te beroeren. Daar bent u er. Ze kregen een uitnodiging en wezen die af. Jazeker!
120 Ze kunnen niet begrijpen hoe een eenvoudige Boodschap een eenvoudig volk... zoiets te verwerpen zou veroorzaken dat ze in een chaos terecht kwamen.
121 Een vrouw zei enige tijd geleden tegen me, in Grants Pass, Oregon, een Katholiek meisje, ze kwam daarheen om te veroordelen en te schrijven... Ze was een verslaggeefster, pakje sigaretten in haar hand. En ze zei: "Ik wil met u spreken."
Ik zei: "Wat wilt u zeggen?"
Ze zei: "Ik wil u wat vragen stellen over die religie van u."
Ik vroeg: "Wat wilt u vragen?"
En ze zei: "Door welke autoriteit doet u dit?"
122 Ik zei: "In de Naam van Jezus Christus door een Goddelijke roeping." En ze ging uit de hoogte door. Ik zei: "Even een ogenblik!"
Ze zei: "Als ik moest samengaan met dat stel domkoppen daar, zou ik zelfs geen Christen willen zijn." Ze zei: "En als die... Ze zeggen dat die mensen eens de aarde zullen regeren." Ze zei: "Ik hoop dat ik hier dan niet ben."
Ik zei: "Wees maar niet bezorgd, u zult er niet zijn." Ik zei: "Daar hoeft u zich geen zorgen over te maken."
"Wel", zei ze, "al dat tekeer gaan en geschreeuw..."
Ik zei: "En u beweert Katholiek te zijn?"
Ze zei: "Dat ben ik."
123 Ik zei: "Wist u dat de gezegende maagd Maria de Heilige Geest moest ontvangen en in tongen spreken en dansen in de Geest, op dezelfde wijze als zij het deden, voordat God haar wilde ontvangen? U noemt haar de moeder van God."
Ze zei: "Dat is nonsens."
Ik dacht: "Even een ogenblik, ik..."
"Ik wordt niet verondersteld naar de Bijbel te kijken."
124 Ik zei: "Hoe zult u dan weten wat de Waarheid is of wat niet?"
Ze zei: "Ik neem het woord van mijn kerk."
125 Ik zei: "Dit is Gods Woord. Hier is het precies. Ik daag u uit ernaar te zien. Maria was bij hen daarboven in de opperzaal en ontving de doop van de Heilige Geest zoals de rest van hen het deed, en u noemt haar de moeder van God." Ik zei: "En dan dàt een hoop vuil noemen, uitschot." Ik zei: "Maak u geen zorgen, u zult daar niet zijn, u hebt niet veel om u zorgen over te maken, als dat alles is waarover u zich zorgen hoeft te maken. Je kunt je beter zorgen maken over je eigen zondige ziel, meisje." En ik liet haar gaan.
126 Nu, denk aan dit alles. Een eenvoudige... God maakt het zo eenvoudig. Hoe kon Achab, hoe kon Izebel, hoe konden deze mensen, die dachten dat Elia een tovenaar was, die dachten dat hij een spiritist was... Achab zei zelfs: "Hier is degene die al deze moeite voor Israël veroorzaakte."
Hij antwoordde: "U bent degene die Israël moeilijkheden bezorgd heeft."
127 Hoe kon die natie denken dat het verwerpen van de boodschap van zo'n man met zo'n ruig gezicht, die geen priesterlijke gewaden aanhad, enzovoort, haar veroordeling zou betekenen? Hoe kon Egypte, dat de wereld regeerde, Farao's in hun klasse en waardigheid (de wereld is nooit meer tot die plaats in de wetenschap enzovoort teruggekomen), hoe konden ze denken dat het verwerpen van een oude profeet van tachtig jaar oud, met neerhangende bakkebaarden, grijs haar, een vluchteling die daar aan kwam stampen met een boodschap: "Of u laat ze gaan, of God zal het land vernietigen!" Hoe kon Farao...? "U zult mij gehoorzamen, Farao!"
128 Farao zei: "Gehoorzamen?" Hij, de Farao, en hij, een oud man, de een of andere oude zonderling? Ze dachten: "Zo'n vent afwijzen en een natie vernietigen?" Maar het deed het. O!
Laat ons stoppen en even pauzeren, bidden en nadenken. In wat voor dag leven we? Waar zijn we aan toe? In een ander modern, wetenschappelijk tijdperk. We kunnen maar beter nadenken. Misschien als u er even bij stilstaat -- mensen stopt en bidt een ogenblik en denkt een ogenblik na, u voelt zich beter nadat u dat hebt gedaan. Dat is juist!
129 Een Christen is geen werktuig of het een of andere mechanische radertje van een geweldig groot religieus regime. Dat is juist! Een Christen is niet een of ander soort werktuig dat een religieuze organisatie draaiende houdt. Een Christen... Dat is een Christen niet. Een Christen zal Christus gelijk moeten zijn. En een Christen kan geen Christen zijn, tenzij Christus in de mens komt, het leven van Christus in hem. Dan brengt het het leven voort wat Christus leefde, en doet u de dingen die Christus deed.
130 Waar spreek ik over? Een persoonlijke relatie tot Christus. Wat is het? Is uw leven het Evangelie waardig? Nu, ik probeer de achtergrond te leggen om u te tonen dat mannen en vrouwen die vermaarde vrouwen waren...
131 Mannen... De Bijbel zei... Hebt u vorige zondagavond opgemerkt dat ik iets vergat naar voren te brengen, Genesis, het 6e hoofdstuk, het 4e vers? Die mannen die zich vrouwen tot echtgenote namen waren mannen van vroeger tijden, vermaarde mannen van naam, voorzegd opnieuw te komen. Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn bij het komen van de Zoon des mensen -- mannen van naam, vrouwen nemend, geen echtgenotes, vrouwen, achter vreemd vlees aangaand.
132 Kijk naar Engeland een paar weken geleden. Kijk naar de Verenigde... Kijk overal, het is vol prostitutie. Grote mannen, groot, met hoge ambten, die smaad op de naties werpen, omdat ze achter vrouwen aanlopen. Die grote man daar in Engeland, de een of andere soort distriktscommandant of zoiets, wel, merkte u het op, hij had een knappe vrouw. Haar foto stond erbij. En kijk naar die Russische prostituée, maar ze was geheel sexy gekleed en hield zich zó, dat haar vrouwelijk vlees goed uitkwam, en de man viel ervoor.
133 Wat wij vandaag nodig hebben zijn zonen van God! We hebben mannen nodig in de regering die zonen Gods zijn. Dat is zo! Daarom zou een goede, godsvruchtige koning al deze nonsens stoppen. Er zou niemand achter de schermen aan de touwtjes hoeven te trekken. Zoals David deed, hij maakte er een eind aan. Zeker deed hij het, omdat hij een koning was, en er was slechts...
134 De werkelijke manier is dat God de Koning is, en God zendt profeten. Zei Samuël hun niet voordat ze ooit een koning kregen: "God is uw Koning. Heb ik u ooit iets gezegd in de Naam des Heren, dan dat het kwam te geschieden?"
Ze zeiden: "Nee, dat is waar."
"Heb ik u ooit gebedeld om onderhoud?"
"Nee, u hebt ons nooit lastig gevallen voor onderhoud."
"En ik heb u nooit iets verteld dan wat recht was voor de Here." Hij zei: "Gòd is uw Koning."
135 "O, we beseffen dat en we weten dat u een goed mens bent, Samuël. We geloven dat het Woord van de Here tot u komt, maar we willen toch een koning." Ziet u? Dàt krijgen ze.
136 Pinksteren wilde hoe dan ook een organisatie. Ze kreeg het. Dat is waar. Ze wilde zijn zoals de rest van de kerken. U bent het! Ga door, dat is precies wat ervoor nodig is, maar God is onze Koning! God is onze Koning. Jazeker!
137 Wat is het? Het is omdat de mensen doen zoals ze deden in de dagen van Christus, zoals ze het in elk tijdperk hebben gedaan, ze vinden een verontschuldiging. Ze hebben hun eigen geloofsbelijdenissen. U wilt misschien niet graag zeggen: "Ik kocht een koe, en ik moet gaan zien of ze wil werken of niet, of melk geven, of van welke afkomst ze is." U mag misschien niet díe verontschuldiging hebben, maar hier is úw soort verontschuldiging: de mensen zouden kunnen zeggen: "Ik ben Presbyteriaan. Wij geloven daar niet in." "Ik ben Baptist. Wij geloven niet in zulk soort gedoe." Of: "Ik ben Lutheraan." Wel, dat heeft er helemaal niets mee te maken. Dat betekent niet dat u een Christen bent. Dat betekent dat u hoort bij een groep mensen die zich hebben georganiseerd. U behoort tot de Lutheraanse loge, de Baptisten loge, de Pinkster loge. Er bestaat niet zoiets als een Pinksterkerk. Er bestaat niet zoiets als een Baptistenkerk; het is Baptisten loge, Pinkster loge, Presbyteriaanse loge. Maar er is slechts één Kerk, en er is slechts één manier dat u erin kunt komen, en dat is door geboorte. U wordt geboren in de Kerk van Jezus Christus en bent een lid van Zijn lichaam, van de Geestelijke afvaardiging van de hemel. En dan leven de tekenen dat Christus in u is, door u heen.
138 Christenen, o, u moet een persoonlijke relatie met God hebben. Teneinde een zoon van God te zijn, moet u verwantschap met God hebben. Hij moet uw Vader zijn, opdat u een zoon kunt zijn. En alleen Zijn zonen en dochters zijn gered, niet de leden van een kerk, maar zonen en dochters. Er is slechts één ding -- één ding wat dat zal voortbrengen; dat is de nieuwe geboorte. De wedergeboorte is het enige wat verwantschap met God zal voortbrengen. Is dat juist? Zonen en dochters.
139 Wanneer dit dan plaatsvindt, dan de man... (hier is de vraag die ik tot u wil brengen) -- de man zei: "Wat doen we dan, nadat we wedergeboren zijn?" Zovelen stellen me die vraag. "Wat behoorde ik dan te doen, broeder Branham?" Als u wederom geboren bent, is uw gehele natuur veranderd. U bent dood voor de dingen die u eens dacht.
140 "Wel", zegt u, "broeder Branham, toen ik me bij de kerk aansloot, kreeg ik dat." Wel dan, toen God zei dat Jezus Christus Dezelfde is, gisteren, heden en voor eeuwig; Hij geneest nog steeds de zieken; Hij toont nog visioenen... "Maar, broeder Branham, mijn kerk..." Nu, u bent niet wederom geboren. Ziet u? U kunt het niet zijn, want indien dezelfde God, indien Zijn leven in u is, zoals u in het leven van uw vader bent, en het leven van God Zelf in u is en dezelfde Geest die in Christus was in u is, hoe kan de Geest in Jezus Christus leven en dit schrijven en dan in u neerdalen en dat ontkennen? Ziet u? Het kàn het niet. Het zal elk woord bekrachtigen dat het zo is.
141 Dan, als u zegt: "Wel, ik ben een goed lid van de kerk." Dat heeft er niets mee te maken. Ik weet dat de heidenen... Ginds in Afrika, onder mijn donkere broeders daarginds, ontdek ik dat de moraal van die mensen hoger is dan van negentig procent van het Amerikaanse volk. Wel, in sommige stammen daar, als een jong meisje niet getrouwd is op een bepaalde leeftijd, of wanneer ze een bepaalde grootte heeft, en nog niemand heeft haar genomen, dan weten ze dat er iets fout is. Ze doen haar in de ban. Ze haalt de stamkleuren eraf, en ze gaat naar de stad, en dan wordt ze gewoon een afvallige. En wanneer ze getrouwd is, wordt ze onderzocht op haar maagdelijkheid. Als de kleine maagdelijke sluier is verbroken, dan moet ze vertellen wie het heeft gedaan. En ze doden ze dan allebei. Zouden er niet heel wat gedood worden in Amerika als dat plaatsvond? Ziet u? En dan noemt u hen heidenen. O! Zij kunnen mensen die zichzelf kerkleden noemen komen leren hoe ze rein moeten leven. Dat is waar!
142 Ik heb nooit één geval van geslachtsziekte ontdekt op mijn hele tocht door Zuid-Afrika. Zij hebben zoiets niet. Daar hebt u het! Ziet u? Het zijn gewoon onze eigen vieze, vuile manieren, als blanken. Dat is zo! Bij God weggegaan.
143 Wanneer dit plaatsvindt; wat zult u dan doen? U zult ontdekken dat de Geest die in u komt door de wedergeboorte, maakt dat u zult geloven en alles doen wat God in Zijn Woord zegt dat u moet doen. En alles wat de Bijbel citeert om te doen, zult u bekrachtigen met een 'Amen'. En u zult niet ophouden, dag en nacht, tot u het ontvangt.
Dat is juist! Dat is juist! En in heel deze tijd zult u zeker boven alles de vrucht van de Geest dragen.
144 U zegt: "Zal ik in tongen spreken?" U zou dat misschien kunnen doen, en u zou het niet kunnen doen. "Zal ik jubelen?" U zou dat misschien kunnen doen, u zou het niet kunnen doen. Maar er is één ding wat u zeker zult doen. U zult de vrucht van de Geest dragen! En de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, geloof, lankmoedigheid, zachtmoedigheid, goedertierenheid, geduld. Uw humeur zal niet worden...?... Bedenk slechts, wanneer u dat hebt gekregen, vergiftigt dat de Heilige Geest bij u vandaan. Ziet u? Wanneer u tot een toestand komt, dat u met iedereen die u tegenkomt wilt ruziën, dan is er iets fout. Wanneer u in een toestand komt, dat wanneer een prediker uit de Bijbel zal lezen dat het verkeerd is om een bepaalde zaak te doen, en u... [Broeder Branham illustreert een verkeerde houding -- Vert.], bedenk dan dat daar helemaal geen Christendom is. Dat is... Nu, dat... "Aan hun vruchten zult gij hen kennen", dat is wat Jezus zei. Ziet u?
145 Als het het Woord is, en God sprak het zo, zal die Geest in u elke keer met dat Woord overeenstemmen, omdat de waarachtige Heilige Geest zal voldoen aan dat Woord, omdat het Woord Leven en Geest is. Jezus zei: "Mijn woorden zijn leven." Als u eeuwig Leven hebt, en Hij is het Woord, hoe kan het Woord dan het Woord ontkennen? Ziet u? Wat voor persoon zou u God maken? Dat is één ding waardoor u kunt weten dat u een Christen bent, wanneer u volledig kunt instemmen met elk woord van God, en u ontdekt dat u uw vijanden liefhebt.
146 Iemand zei: "Wel, hij is niets anders dan een heilige roller." En u begint met... Wees voorzichtig, wees voorzichtig. Maar wanneer u werkelijk in uzelf ontdekt dat u hem liefhebt, afgezien van wat ze ook doen, dat u ze nog steeds liefhebt (ziet u?), dan bent u begonnen te vinden...
147 En uw geduld wordt van ongeveer zo lang tot er gewoon geen eind meer aan komt. Iedereen blijft gewoon dingen over u zeggen: "Wel, het kan me niet schelen wat u zegt..." Wordt niet opgewonden. Als u opgewonden raakt, kunt u beter eerst gaan bidden voor u weer met hen praat. Ziet u? Ja! Raak niet in ruzies verzeild. Ga niet zo graag redetwisten. Als u graag ziet dat er iemand in de gemeente opstaat en zegt: "Weet je wat? Ik zal je zeggen, die en die deed zus en zo.", zeg dan: "Nu, broeder, schaam u!"
148 En als u zegt: "O, is dat zo?" Luisteren naar die laster? Kijk uit, de Heilige Geest is geen beerput. Ziet u? Nee, nee, nee, nee! Het hart dat in beslag genomen wordt door de Heilige Geest is vol heiligheid, reinheid, denkt geen kwaad, doet geen kwaad, gelooft alle dingen, verdraagt, is lankmoedig. Ziet u?
149 Twist niet. Wanneer het gezin in een twist geraakt, twist niet met hen mee. Uw moeder zegt: "Ik zal je niet meer naar die ouwe kerk laten gaan! Wat ben je... Alles waar je nu aan denkt, is dat je je haar lang laat groeien; je ziet eruit als een of andere oude oma!" Twist niet met haar. Zeg: "In orde, moeder. Dat is goed, ik houd nog precies evenveel van u, en ik zal voor u bidden zo lang als ik leef." Ziet u?
150 Nu, twist niet. Ziet u? Humeurigheid kweekt humeurigheid. Ten eerste, weet u, bedroeft u de Heilige Geest bij u vandaan en u zult terugruziën. Dan neemt de Heilige Geest de vlucht. Humeurigheid brengt humeurigheid voort, en liefde brengt liefde voort. Ziet u? Wees vol liefde. Jezus zei: "Hieraan zullen alle mensen weten dat gij Mijn discipelen zijt, wanneer gij liefde hebt voor elkaar." Dat is de vrucht van de Heilige Geest: liefde.
151 Wist u dat uzelf een kleine schepper bent? Wist u dat? Zeker! U hebt mensen gezien waar u het gewoonweg heerlijk vindt om bij in de buurt te zijn; u weet niet waarom: gewoon dat liefhebbende type mens. Hebt u dat niet gezien? Net zo vriendelijk... U vindt het fijn bij hen in de buurt te zijn. Dat is... Zij scheppen die atmosfeer door het leven dat zij leven, de wijze waarop zij spreken, hun spreken. Dan hebt u die gezien die elke keer dat u -- u schuwt ze. Elke keer willen ze over iets kwaads spreken en over iemand praten, en u zegt: "O zeg, daar komen ze, ze gaan iemand bekritiseren. Ze zijn... Hij is hier nu binnen; hij zal over deze man gaan praten. Alles wat ze zullen gaan doen is smerige grappen vertellen, of iets over vrouwen, of zoiets dergelijks." U hebt er gewoon een hekel aan om bij ze in de buurt te zijn. Ziet u? Zij scheppen. Schijnbaar knappe, aardige mensen, maar ze scheppen die atmosfeer. En de dingen waaraan u denkt, de dingen die u doet, uw handelingen, de dingen waar u over spreekt, scheppen een atmosfeer.
152 Ik kwam in het kantoor van iemand in deze stad, en de man is een beheerder of diaken in een fijne kerk. En ik ging daarbinnen om die man te spreken over een paar zaken, en er stond daar een radio aan met rock 'n roll of twist, of wat het ook was, zo hard als het maar kon, en ik schat dat er veertig foto's in zijn kantoor hingen van naakte vrouwen. Nu, u kunt mij niet vertellen, hoe zeer diaken of hoeveel meer... Laat u mij zien waar u naar kijkt, wat u leest, en de soort muziek waarnaar u luistert, de mensen waarmee u omgaat, en ik zal u zeggen welke soort geest er in u is. Ziet u? Ja!
153 U hoort een man zeggen: "Ik zus en zo doen? Dat stelletje..." Bedenk slechts, het maakt mij niet uit wat hij zegt, zijn woord spreekt luider -- zijn daad spreekt luider dan wat hij ook maar zou zeggen. Hij zou kunnen getuigen, zeggen dat hij een Christen is (zeker!), en misschien alles doen, maar let slechts op welk soort leven hij leeft. Dat vertelt wat hij is.
154 Nu, zou u zich kunnen voorstellen dat een man, met een leven dat zou zeggen: "Geloven in goddelijke genezing? Dat is iets voor de vogels. Dat was destijds in vroeger jaren; zoiets dergelijks is er tegenwoordig niet!" Is dat een leven waardig aan het Evangelie dat zegt dat Christus werd verwond voor onze overtredingen en dat wij door Zijn striemen werden genezen?
U zegt: "Maar ik ben diaken." Het maakt mij niet uit, u zou bisschop mogen zijn.
155 Toen ik bisschop Sheen ongeveer twee jaar geleden hoorde zeggen, komend uit... Ik zette hem nooit meer aan toen hij zei: "Een man die zou geloven en zou proberen bij die Bijbel te leven is als iemand die probeert te lopen door modderige wateren." -- Bisschop Sheen. Keerde zich toen om en zei: "Wanneer ik in de hemel kom... Weet u wat? Als ik Jezus ontmoet zal ik Hem zeggen: 'Ik ben bisschop Sheen', en Hij zal zeggen: 'O ja, Ik heb Mijn moeder over u horen spreken!'" Heidendom! God zij de man genadig die dat Woord zou lasteren. Ik ben geen rechter. Ziet u? Dat Woord is de waarheid. Dat is juist! En de Geest van God zal Zijn eigen Geschrift erkennen. Hij wordt betuigd door Zijn schrijven. Het spreekt van Hem. En u wordt betuigd door het te geloven. Dat geeft u uw geloofsbrieven van betuiging.
156 Twist niet met anderen en doe niet mee aan die familieruzies, zoals ik zei. Liefde kweekt liefde, en humeurigheid kweekt humeurigheid.
157 Nu, laten we nu kijken. Kijk even een ogenblik naar Jezus. Hij was ons Voorbeeld. (Ik hoop dat u niet al te vermoeid wordt.) Kijk! Laat ons even naar Jezus zien. Hij was ons Voorbeeld. Hij zei het: "Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij aan anderen zou doen zoals Ik aan u heb gedaan."
158 Nu kijk! Toen Hij in de wereld kwam, was er op dat moment meer of evenveel ongeloof in de wereld als er ooit was, maar het vertraagde Hem zelfs niet. Hij ging regelrecht door met prediken op precies dezelfde wijze en met genezing op precies dezelfde wijze. Het baarde Hem geen zorgen. Er waren critici. De Man werd bekritiseerd vanaf de tijd dat Hij een baby was totdat Hij stierf aan het kruis. Weerhield het Hem? Nee meneer! Wat was Zijn doel? "Altijd dat te doen wat de Vader heeft geschreven -- altijd doen wat welbehagelijk is."
159 Kijk naar Jezus! Over onszelf vernederen gesproken: toen God Zelf een baby werd, werd Hij in plaats van te komen in een klein bedje ergens in een behoorlijk huis, geboren ginds bij een mesthoop in een stal tussen bulkende kalveren. Ze wikkelden Hem in windsels die van het halsstuk van het juk van de os kwamen. De armste van de armsten, en toch de Schepper van de hemelen en de aarde.
160 Op een koude, regenachtige avond zeiden ze: "Meester, we zullen met U mee naar huis gaan."
161 Hij zei: "De vossen hebben holen, en de vogels hebben nesten, maar Ik heb zelfs geen plaats om Mijn hoofd neer te leggen." God, Jehova vernederde Zich en werd een Mens, vertegenwoordigd in zondig vlees, om u en mij te verlossen. Wat zijn wij dan? Hij was ons Voorbeeld. Wat ben ik? Niets.
162 Ik vertelde iemand deze middag in een kleine samenkomst: "Elke zoon die uit God geboren wordt, moet eerst beproefd en gekastijd worden." En ik herinner me toen ik de mijne had. Of mijn grootste uur... Wanneer een mens wedergeboren wordt, is er een klein plekje, zoals de grootte van zijn vingernagel, wat God inbrengt in zijn gestel, en het valt in z'n hart en ankert daar. Dan laat Satan het hem bewijzen. En als dat daar niet is, bent u verloren.
163 Ik herinner me daar in het ziekenhuis, ik was ongeveer tweeëntwintig jaar oud, misschien in de drieëntwintig, ik was een jongeman. En mijn vader stierf in mijn armen terwijl ik erover sprak dat God een Genezer is. En mijn eigen vader legde tijdens een hartaanval zijn hoofd in mijn arm en ik was voor hem aan het bidden, terwijl ik zijn ogen zag wegdraaien, en naar mij kijken, en wegvallen om heen te gaan om God te ontmoeten. Ik nam hem en begroef hem naast mijn broer, de bloemen op diens graf waren nog vers, en ik predikte een God die de zieken geneest, terwijl ik werkte bij de Dienst van Openbare Werken voor twintig cent per uur, en mijn vrouw werkte ginds in een overhemdenfabriek om te helpen ons een inkomen te verschaffen voor een kleine jongen van achttien maanden, Billy Paul, en een kind van acht maanden oud, dat ze meenam.
Ik zag zuster Wilson met haar hoofd knikken. Zij herinnert zich dat en Roy Slaughter en sommigen van de oudgedienden.
164 Wat deed ik? Ik liep de straten langs met een boterham in m'n hand, kwam uit de telefoonpaal naar beneden, en getuigde tegen iedereen die voorbij kwam over de liefde van Jezus Christus. Ik ging naar de garage en vroeg ze of ik zou kunnen spreken met de monteurs; ik ging daar binnen en vroeg: "Mannen, bent u nog nooit gered? Ik ontdekte iets in mijn hart." Ik ging de kruidenierswinkels binnen in de avond. Ik kwam twee of drie uur in de morgen thuis van het bezoeken van zieken, de hele avond lang. Kon het niet... Ging gewoon zitten, kleedde me om en deed mijn werkkleren aan, en ging daar in de stoel zitten rusten tot het daglicht, stapte op en ging ... Ik was zo zwak van het vasten en bidden dat ik moest bidden om mezelf aan te sporen boven in een paal te klimmen. Predikend en predikend tot de mensen dat God groot was, dat God genade was, dat God liefde was, en hier lag mijn vader stervend in mijn armen en mijn broer stierf -- hij werd gedood terwijl ik hier beneden op de preekstoel stond in deze kleine kleurling Pinksterkerk, predikend. Ze kwamen me vertellen: "Uw broer werd op de autoweg gedood. Een auto raakte hem en doodde hem." Het bloed van zijn eigen broer droop van zijn overhemd, daar waar hij hem oppakte op de autoweg. Vlak nadat ik hem begraven had, stierf mijn vader. Toen lag daar mijn vrouw.
165 Ik ging hierheen en kwam naar deze tabernakel. Van deze plaats, waar dit podium staat, vertelde ik de mensen zes maanden voordat het gebeurde, dat er een vloed zou komen. En ik zag een engel een maatstok nemen en tweeëntwintig voet [± 6.60 m.] boven Spring Street afmeten.
Sandy Davis en degenen die hier zaten, lachten en zeiden: "Het was in 1884 maar 20 tot 25 centimeter jongen, waar praat je over."
166 Ik zei: "Het zal zo zijn, omdat ik een van die geestvervoeringen zag. En het vertelde mij het zo, en het zal er zijn." En er staat een merkteken aan de Spring Street vandaag van tweeëntwintig voet water. Ik zei: "Ik roeide boven deze tabernakel in een boot", en ik deed het.
167 Gedurende die tijd werd mijn vrouw ziek. Ik bad voor haar, en ik kwam naar de tabernakel, er was... De mensen wachtten op me. Ik zei: "Ze is stervende."
"O, het is slechts dat uw vrouw..."
168 Ik zei: "Ze is stervende." Ik ging daarheen en bad en bad en bad. En ik hield mijn handen uitgestrekt, en zij pakte mijn hand vast, ze zei: "Billy, ik zal je ontmoeten in de morgen, terwijl ik daar sta." Ze zei: "Haal de kinderen bij elkaar en ontmoet mij bij de poort."
169 Ik zei: "Begin maar te schreeuwen: 'Bill', ik zal er zijn." Ziet u? En ze ging heen. Ik legde haar daar neer in het graf, ging naar huis om te gaan liggen en toen ik het deed... De kleine Billy Paul verbleef bij mevrouw Broy, zo ziek, dat de dokter verwachtte dat hij elk moment zou sterven. Ik was aan het bidden voor Billy, en hier komt broeder Frank mij halen en zei: "Uw baby is stervende!" Het kleine meisje.
170 Ik ging naar het ziekenhuis toe. Dokter Adair wilde me niet naar binnen laten gaan, hij zei: "U... Ze heeft hersenvliesontsteking; u zult het overbrengen op Billy Paul." Hij liet de zuster mij een of ander rood spul geven om in te nemen -- het een of ander verdovend middel om me te kalmeren. En ik liet ze de kamer verlaten, gooide het het raam uit, glipte de achterdeur uit, en ging naar beneden naar de kelderverdieping. Daar lag de baby -- voor het ziekenhuis... de isoleer-afdeling -- overal vliegen in haar kleine oogjes, zo. Ik pakte even het muskietengaas, joeg ze weg en legde het er overheen. Ik knielde en zei: "God, daarginds liggen mijn vader en broer, de bloemen liggen nog op hun graf. Daarginds ligt Hope en hier ligt mijn baby op sterven. Neem haar niet weg, Heer."
171 En Hij trok gewoon het scherm naar beneden als om te zeggen: "Zwijg, Ik wil je helemaal niet horen." Hij wilde zelfs niet tegen me spreken.
172 En toen, als Hij dan niet meer met mij wilde spreken, was het Satans tijd. Hij zei: "Nu, ik dacht dat u zei dat Hij een goede God was. Wat is dit allemaal waar je over spreekt? Je bent nog maar een jongen. Kijk de stad rond, elk meisje en elke jongen waarmee je ooit bent omgegaan denkt dat je je verstand hebt verloren. Dat heb je ook." Nu, hij kon me niet wijsmaken dat er geen God was, omdat ik dat reeds had gezien. Maar hij vertelde me dat Hij zich niet om me bekommerde.
173 Ik zat er heel de lange nacht, heel de dag lang, ik zei dit tot God: "Wat heb ik gedaan? Toon het mij, Heer. Laat de onschuldigen niet hoeven te lijden voor mij als ik verkeerd heb gedaan." Ik wist niet dat Hij mij beproefde. Maar elke zoon die tot God komt, moet worden beproefd. Ik zei: "Vertel mij wat ik heb gedaan, ik zal het in orde maken. Wat heb ik anders gedaan dan de hele dag lang en de hele avond lang prediken, gewoon mijn leven voortdurend gevend. Wat heb ik gedaan?"
Satan zei: "Dat is juist. En je ziet, wanneer het nu tot jou komt, en je ze allemaal hebt verteld dat je gelooft dat Hij een grote Geneesheer is en daar ligt je baby op sterven. Hij weigerde zelfs om te luisteren. Je vrouw stierf aan longtuberculose. Je zei dat Hij kanker kon genezen en daar is Hij. Nu, je spreekt over Hem dat Hij goed is en hoe goed Hij is voor de mensen. En jij dan?"
174 Toen begon ik naar hem te luisteren. Dat is redeneren. Ik dacht: "Dat is waar."
Hij zei: "Hij zou kunnen zeggen... Hij hoeft het woord niet te spreken, alleen maar naar je baby te kijken en ze zou leven."
Ik zei: "Dat is waar." "En zoveel als je voor Hem hebt gedaan, en toch is dat wat Hij voor jou doet."
175 Ik zei: "Dat is waar." Ik begon te denken: "Wel, wat..." Ziet u, alles begon af te brokkelen toen het tot redeneren kwam. Maar toen het zover kwam, bleef het hangen. Het bleef er. Ik stond net op het punt te zeggen: "Dan zal ik ophouden." Maar toen het zover kwam dat al de redeneringskrachten het hadden weggebroken, toen kwam het tot dat eeuwige Leven, die wedergeboorte. Wat als dat daar niet was geweest. Wat als het daar niet was geweest? We zouden elkaar niet hebben gekend op de manier dat we het nu doen. Deze gemeente zou hier niet op deze wijze zijn geweest. De duizenden en miljoenen rond de wereld... Maar dank God dat het er was.
176 Toen dacht ik: "Wat... Wie ben ik eigenlijk? Wie ben ik om Zijn majesteit te betwijfelen? Wie ben ik om te twijfelen aan de Schepper die mij mijn eigen leven hier op aarde gaf. Waar kreeg ik die baby vandaan? Wie gaf haar aan mij? Ze is helemaal niet van mij. Hij leende haar slechts voor een poosje aan mij!" Ik zei: "Satan ga weg van mij." Ik ging heen en legde mijn hand op de baby. Ik zei: "God zegene je, lieveling. Met een ogenblik zal pappie je meenemen en je in mammie's armen leggen. De engelen zullen je kleine ziel wegnemen, en ik zal je ontmoeten op die morgen!" Ik zei: "Heer, U hebt haar aan mij gegeven, U neemt haar weg, en hoewel Gij mij slaat, zoals Job zei, toch heb ik U lief en geloof ik U. Al zendt U mij naar de hel, toch zal ik U liefhebben. Ik kan dat niet kwijtraken." Daar bent u er! [Kant 2 van de band begint onvolledig.]
177 ... niet zoiets als deze dingen, ze zijn nooit op die heilige grond geweest zoals ik vanmorgen sprak; ze weten er niets van. Hoe kunnen ze zeggen dat ze kinderen van God zijn en dan het Woord van God ontkennen? Hoe kunt u het doen, dezelfde Heilige Geest die u kocht, ontkennen?
178 O, bedenk slechts, Jezus vernederde Zich voor u tot de dood. Hij was niet twistziek. Toen ze Hem in Zijn gelaat sloegen, spuwde Hij niet terug. Toen ze Zijn baard uittrokken, trok Hij niet aan de hunne. Toen ze Hem aan de ene kant van het gelaat sloegen, keerde Hij de andere kant toe; Hij sloeg hen nooit; Hij bad voor hen en wandelde nederig voort. Hij was een voorbeeld van nederigheid.
179 Hij was vol geloof. Waarom? Hij wist dat Zijn woorden niet konden falen. Hij leefde zo bij het Woord dat Hij het Woord werd. O God, laat mij mijn beide handen tot God opheffen voor dit gehoor; laat mij op die wijze leven. Moge dit Woord zo worden, dat ik en dit Woord hetzelfde zijn. Mogen mijn woorden dit Woord zijn. Moge de overdenking van mijn hart... Moge Hij in mijn hart zijn, in mijn gedachten. Bindt Zijn geboden op de deurpost van mijn verstand, bindt ze op de deurpost van mijn hart. Moge ik slechts Hem zien. Wanneer verzoeking opkomt, laat mij Christus zien. Wanneer de dingen verkeerd gaan, laat mij slechts Hem zien. Wanneer ik me gereed maak, en de vijand probeert mij toornig te maken, laat mij Jezus zien, wat zou Hij doen?
180 Hij was zozeer in het Woord dat Hij en het Woord hetzelfde werden. Let op!
181 Hij hoefde niet te twisten. Hij wist dat Hij en het Woord hetzelfde waren. Hij wist dat Hij Gods Woord was dat gemanifesteerd werd en dat Hij op Gods bevel uiteindelijk de wereld zou veroveren. Hij wist dat Zijn Woord... Hij had geloof; Hij wist waar Hij aan toe was. Hij hoefde er niet over te redetwisten en te zeggen: "Hier, u kunt hierheen komen."
182 De duivel zei: "Nu kijk, U kunt wonderen volvoeren. U weet dat U groot geloof hebt, U kunt wonderen doen. Ik zal U een gebouw bouwen twee keer zo groot als dat van Oral Roberts, want de mensen willen allemaal geven. Het enige wat U hebt te doen... Toon hun, spring hier van dit gebouw en ga gewoon recht naar beneden, want er staat geschreven: '...?... de engelen U dragen, opdat Gij geen enkele keer Uw voet aan een steen stoot.'" Ziet u? Hij wist dat Hij macht had. Hij wist dat Hij het kon doen. Hij wist dat het in Hem was, maar Hij wilde het niet gebruiken, tenzij God het Hem zei. Ziet u, Hij wilde God zijn en daar Hij het Woord was en alles... En Hij wist dat wanneer Hij iets sprak, dat het Gods Woord was, en hoewel hemel en aarde voorbijgaan, zou dat Woord op een dag overwinnen.
183 Hij was niet twistziek en opgewonden. Hij sprak slechts de Woorden van God. Elk woord dat van Zijn lippen kwam, was Gods gezalfde Woord. Zou het niet wonderbaar zijn als wij dat zouden kunnen zeggen? "Mijn Woord en Gods Woord is hetzelfde. Wat Ik zeg eert Hij, omdat Ik niets doe totdat Hij het Mij eerst zegt." O, daar is uw voorbeeld. Daar is een leven dat het Evangelie waardig is.
184 Niet die priesters die zo bestudeerd en beschaafd waren, en al die voorname waardigheden hadden, die lange gebeden stonden op te zeggen, en de huizen van de weduwen verslonden, en de hoge plaatsen verdeelden in de samenkomst, en al deze dingen die..., zij waren -- dat was geen leven het Evangelie waardig. Maar Hij was het Evangelie waardig zózeer dat God zei: "Dit is Mijn geliefde Zoon in Wien Ik een welbehagen heb. Hoort Hem! Mijn Woord is Hij; Hij is Mijn Woord. Hij en Ik zijn Dezelfde."
185 Nee! Let hier nu op. Hij wist dat Zijn Woord tenslotte de wereld zou overwinnen. Hij wist waar Zijn Woord vandaan kwam. Hij wist dat het nooit kon falen, daarom zei Hij: "Zowel hemelen als aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn Woord zal nooit falen." Ziet u? Hij kon dat zeggen. Dat was een Mens in Wie Gods Woord en Hij hetzelfde waren geworden. Hij zei tot hen...
"U behoorde dit en dat te doen."
186 Hij zei: "Wie kan Mij veroordelen van zonde? Wie kan Mij beschuldigen? (Zonde is ongeloof.) En als Ik door de vinger Gods duivelen uitwerp, door wie werpen uw zonen ze dan uit?" Ziet u, dat was het niet, dus moest het iets anders zijn. Ziet u? "Indien Ik..."
Ze zeiden: "Wel, wij hebben duivelen uitgeworpen."
187 Hij zei: "Als Ik het doe door de vinger Gods (een betuigd Woord van God), door wie werpen uw zonen ze dan uit? Weest gij de rechter."
188 De mensen van Zijn dagen of de mensen van... ze maakten grappen over Hem, praatten over Hem, maar Hij... Ze vernederden Hem op elke wijze dat ze maar konden. Ze spraken allerlei kwaad van Hem, maar Hij ging door.
189 Nu, ik wil over een ogenblik sluiten met dit te zeggen: De mensen van deze dagen zijn een groep zenuwzieken. De mensen van deze dag zijn een stel zenuwzieken. Ze zijn bang om de belofte van God aan te nemen. Kerkmensen, kerkorganisaties, kerkorganisaties zijn bevreesd om de uitdaging van Gods Schrift voor deze dag aan te nemen. Ze beseffen dat hun moderne toestanden en hun sociale evangelie dat ze prediken niet aan de eis van dit uur zullen voldoen, evenmin als Simson er aan kon voldoen in zijn toestand. God was er voor nodig, en hier is het programma dat werd beloofd. (Ik zal daar in een ogenblik op ingaan. Ik wil dat Woord een ogenblik vasthouden.)
190 Hoewel ze zich Christenen noemen, aanvaarden zij geloofsbelijdenissen, mensengemaakte geloofsbelijdenissen, om de plaats van Gods Woord in te nemen. Daarom kunnen ze de geloofsbelijdenis nemen, omdat de mens deze maakte, maar ze zijn bang om hun geloof daar buiten te leggen, in de God die ze beweren lief te hebben. Dat is zo. En dan zegt u dat dat leven waardig het Evangelie is? Dat kan niet.
191 Hoewel ze kerkleden zijn, is dat echter het Evangelie niet waardig. Nee zeker niet. Het Evangelie... Jezus zei: "Gaat heen in de gehele wereld en predik het Evangelie aan elk schepsel; deze tekenen zullen de gelovigen volgen." En wanneer u ontkent dat dat de gelovige volgt, hoe kunt u een leven hebben... Ongeacht of u ooit een slecht woord zou gebruiken. U zou alle tien geboden mogen houden. Dat zal er helemaal niets mee te maken hebben; het is nog steeds niet het Evangelie waardig. Ziet u, het zou het niet kunnen zijn. Die priesters hielden ze, en waren toch niet waardig. Hij zei: "Gij zijt van uw vader de duivel..." Wie kon er één vinger leggen op één van die mannen? Eén teken van schuld en ze werden zonder genade gestenigd. Heilige mannen, maar Jezus zei: "Gij zijt van uw vader de duivel." Toen het Evangelie kwam in...
192 Hoewel ze zich Christenen noemen, willen ze graag hun geloofsbelijdenissen behouden. Hun geloofsbelijdenissen... O. De geloofsbelijdenissen bepalen en vervullen het denken van de moderne mensen van deze dag. Een man die wil slagen in deze tijd, moet meegaan met de moderne denkwijze. Laat me dat goed en duidelijk zeggen. Ziet u? Een man die succesvol zal willen zijn, zal moeten meegaan met het moderne denken van deze dag. Ze gaan heen en zeggen: "O, is hij geen schat. Is hij niet wonderbaar? Hij kan daar gewoon zo kaarsrecht staan en hij houdt ons nooit langer dan vijftien minuten. En onze voorganger foetert ons niet altijd uit over deze dingen." Schande over die voorganger! Elke man die op de preekstoel staat en de zonde ziet van deze dag en het niet uitschreeuwt..., er is iets verkeerd met die man. Hij is het Evangelie niet waard dat hij beweert te prediken. Zo is het! Dus, door zo te handelen maken zij zich verontschuldigingen door te zeggen: "Nu kijk, mijn gemeente..."
193 Een man kwam hier niet lang geleden naar een bepaalde grote kerk en hij was bezig een proefschrift te schrijven; en hij zei: "Ik schrijf over goddelijke genezing." Hij zei: "Broeder Branham, we hebben u graag in onze denominatie." Eén van de grootste denominaties, één van de grootste van het land, of van de wereld! En hij zei: "We hebben u graag in deze denominatie." Hij was hier in de Jefferson Villa. Hij zei: "Ik kom om achter deze goddelijke genezing te komen." Hij zei: "Er is slechts één fout die mijn kerk werkelijk vindt." Ziet u? Hij zei: "U gaat teveel met Pinkstermensen om."
Ik zei: "Wel nu, dat is juist, weet u." Ik zei: "Dat is waar. Weet u, ik heb altijd een gelegenheid gezocht om bij hen weg te komen." Ik zei: "Ik zal u wat zeggen, ik zal naar uw stad komen; u zorgt dat uw kerk het voor mij organiseert."
"O," zei hij, "ze zouden niets..."
Ik zei: "Dat dacht ik al, dat dacht ik al."
194 Hij zei: "Ziet u, mijn denominatie zal dat niet voorstaan." Dat is net zozeer een excuus als: "Ik heb een vrouw getrouwd, of een span ossen gekocht." Het kan mij niet schelen hoeveel doktersgraden u hebt verkregen, en hoezeer er naar u wordt opgekeken door uw denominatie, dat soort bediening is het Evangelie wat in dit Boek staat geschreven, niet waardig. Dat is juist!
195 Elk kerklid dat zich bij dergelijk spul zal scharen en zich Christen noemt, en hier naar buiten gaat en leeft... De vrouwen knippen hun haar kort en dragen kleren, waarvan de Bijbel hun zegt ze niet te dragen; mannen die zich gedragen op de wijze dat ze nu doen, met een vorm van godsvrucht, drankjes drinkend, sigaren rokend, verschillende keren getrouwd, en worden diaken in de kerk en zelfs voorganger enzovoort; en de mensen die zich met zoiets dergelijks verenigen, dat soort leven is het Evangelie niet waardig.
196 Een vrouw die zo zal wandelen, over de telefoon zit te kletsen en twistgesprekken in de gemeente begint en dat soort dingen, dat is geen leven dat het Evangelie dat wij proberen te vertegenwoordigen, waardig is. Elk persoon die een gemeente zal verscheuren en een vete tussen de mensen begint en dat soort dingen, is het Evangelie dat wij prediken, niet waardig. Zo is het precies. Het is een vorm van godsvrucht, de kracht ervan ontkennend, de kracht Gods die u van zoiets weerhoudt.
197 Merk op. Nu, zij doen het niet; ze willen het gewoon niet doen. Ze hebben het excuus dat hun kerk er niet in gelooft. Ze... Wel... maar Jezus zou echter vanavond tot een man kunnen zeggen, tot zijn hart kunnen spreken en zeggen: "Ik wil dat u het volle Evangelie gaat prediken." "Mijn kerk is er geen voorstander van, Heer. Verontschuldigt U mij als U wilt. Ik heb een fijne gemeente. Ik--ik--ik... Weet u, ik ben voorganger van een van de grootste kerken in deze stad, Here. O, wij prijzen Uw Naam daar. Ja, dat doen we zeker. Ik kan het niet doen." Dezelfde verontschuldiging, hetzelfde. Dus komen zij niet tot het geestelijke feest van Zijn beloofde, betuigde Woord.
198 Zei Jezus niet dat waar het lichaam is, de arenden zich zullen verzamelen, adelaars, geen buizerds nu, adelaars. Waar het slappe voedsel en het kadaver is, daar verzamelen zich de buizerds. Maar waar het verse, reine vlees is, zullen de arenden zich verzamelen. Ziet u? Zeker. Waar het Woord is -- adelaarsvoedsel, zullen ze zich verzamelen.
199 Dus ze komen niet naar het geestelijke feest waarvoor ze zijn uitgenodigd. Gelooft u dat God Amerika de afgelopen vijftien jaar een uitnodiging heeft gedaan voor een grote opwekking, voor een geestelijk feest? Kwamen ze? Nee meneer, nee meneer! Om dan te weigeren te komen; is dàt leven het Evangelie waardig, hoewel ze zich zo noemen?
200 Toen een man niet lang geleden naar me toekwam en aan de tafel ging zitten, zei hij: "Broeder Branham, ik wil u mijn hand over de tafel toereiken (een groot man); ik houd van u." (Ik was in een kerk en hoorde hem prediken.) Hij zei: "Ik heb u lief. Ik geloof dat u Gods dienstknecht bent."
Ik zei: "Dank u, doctor. Ik heb u ook lief."
Hij zei: "Ik wil u zeggen hoezeer ik u liefheb als broeder." En hij zei: "Ziet u mijn kleine koningin hier zitten, mijn vrouw, herinnert u zich haar?"
Ik zei: "Dat doe ik."
Hij zei: "De dokter gaf haar nog twee weken te leven met sarcoma-kanker; en u kwam naar de stad en u bad voor haar; u keek omhoog en zag een visioen, en u keek terug en zei mij: "ZO SPREEKT DE HERE, ze zal worden genezen!" -- een grote plek op haar rug, zakte zó in, en het leek alsof een groot gedeelte van de borst van een vrouw naar binnen in haar rug werd getrokken, precies op haar ruggegraat. Er is vandaag zelfs geen plekje meer van over. Daar zit mijn koningin, levend vandaag." Hij zei: "Hoe zou ik iets anders kunnen doen dan u liefhebben voor dat bidden van dat gebed des geloofs. Hoe zou ik kunnen worden weerhouden te geloven dat u een dienstknecht van de Here bent, terwijl u me zag en helemaal precies vertelde wat er zou gebeuren." Hij zei: "Nu, ik heb iets voor u, broeder Branham." Hij zei: "Ik behoor tot de grootste Pinksterassociatie die er is."
Ik zei: "Ja meneer! Dat weet ik."
Hij zei: "Ik sprak niet lang geleden met de broeders en ze zeiden mij dat ik met u in verbinding moest treden en u moest vertellen dat het een schande was dat u die God gegeven bediening bracht tot een stel mensen die niet in tel waren en dat soort dingen."
Ik zei: "Is dat zo?"
Hij zei: "Ja. God zond die bediening om de zenuwknooppunten, de grote plaatsen, de hoogtepunten te treffen."
201 Ik zag de duivel spreken op datzelfde moment. Ik dacht: "Ja, spring van deze berg af, van dit gebouw af, en toon het, weet u." Ziet u, ziet u? Ik dacht dat ik hem nog wat verder zou laten gaan. Mijn moeder zei vroeger: "Geef de koe genoeg touw; ze zal zichzelf ophangen." Ik zei: "Is dat waar?"
"Ja", zei hij, "het is een schande. Maar wat u doet ..." Hij zei: "Wat bent u? Vandaag kunt u nauwelijks voor uzelf een maaltijd kopen. Kijk eens naar Oral Roberts en anderen die opkwamen met slechts een honderdste van de bediening die u kreeg, en kijk hoe het met ze gaat."
Ik zei: "Ja, dat is juist!" Ziet u.
En hij zei: "Mijn groep wil u nemen. We zullen u regelrecht opnemen als een van onze broeders. Ze zullen u allen de rechterhand van de broederschap geven, en we zullen een vliegtuig charteren en u een salaris geven van vijfhonderd per week of meer als u wilt, en we zullen u sturen naar elke grote stad in het land." Dit gebeurde in Phoenix, Arizona, dwars over de tafel. En hij zei: "En wij betalen uw..." Hij zei: "Laat dan de wereld, de buitenwereld, laat de hoogwaardigheidsbekleders, de grote mannen, de hoge heren... U praat altijd over de armoedzaaiers, wij hebben de hoge heren." Hij zei: "Laat hen de hand des Heren zien. Dan laat ik ze mijn vrouw en anderen meenemen, die kunnen bewijzen dat deze dingen die u zegt komen te gebeuren."
202 Ik zei: "Ja meneer, dat zou groots zijn!" Nu kijk, de man is in de positie van een Dr.-- Mr., een schrijver van boeken (ziet u?), een Doctor in de letterkunde, een fijne schrijver, een fijne man. Zie, hij kende de Schrift niet. Wist u dat die Engel die dat soort werken volvoerde nooit naar Sodom ging? Hij bleef bij de eruitgeroepen groep -- Abraham. Hij wist dat gewoonweg niet. Ik liet hem maar begaan en ik zat daar gewoon een poosje. Ik wilde gewoon zien wat de strik was. En ik zei: "Wel, wat zou ik moeten doen?"
Hij zei: "Wel, broeder Branham, alleen -- het enige wat ze zeiden, we bespraken het -- een paar dingen, hele kleine dingetjes die u onderwijst, die... die legt u gewoon aan de kant."
Ik zei: "Wat bijvoorbeeld, broeder?"
"O", ze zeiden, "uw doop, weet u. Weet u, u doopt zo'n beetje als de Eenheidskerk, zoiets dergelijks, dergelijke kleine dingen."
Ik zei: "O?" Ik ging verder.
En hij zei: "Het uiteindelijke bewijs, en vrouwelijke predikers en wat -- alleen een paar dergelijke kleine dingen."
203 Ik zei: "Aha!" Ik zei: "Weet u, ik verbaas me erover dat de ene dienstknecht van God een andere dienstknecht van God vraagt, na mij eer bewezen te hebben zoals u deed en na me een profeet te noemen, wetend dat het Woord van de Here, of de openbaring van het Woord tot de profeet komt, en dan draait u zich om, Dr. Pope -- het getuigt niet van uw goede intelligentie -- en dan wil de ene dienstknecht van God aan de andere dienstknecht van God vragen om compromissen te sluiten over de zaak die letterlijk meer voor hem betekent dan het leven zelf." Ik zei: "Nee meneer, broeder Pope, onder geen enkele voorwaarde zou ik dat doen. Nee meneer!" Wat is het? Er is een graankorrel van eeuwig leven, leven of sterven, of u nu een grote vent bent of niet zo'n groot iemand...
204 Ik kwam onlangs voorbij, niet om geringschattend te zijn tegenover deze twee mannen, en ik keek en daar stond een grote afbeelding daar in Tulsa, Oklahoma, van Oral Roberts' nieuwe gebouw dat er komt, een bijbelschool om predikers op te leiden. Het zal gaan kosten -- en ik ken Demas Shakarian, broeder Carl Williams, en degenen die in de raad van beheerders ervan zitten -- vijftig miljoen dollar, met een gebouw van drie miljoen dollar -- een Pinksterjongen. Dat is een hele hoop wat God voor hem heeft gedaan.
205 En ik denk: "Ik met een bijbelschool. Ik ben er om te beginnen al tegen."
En er stond: "Het toekomstige thuis van Oral Roberts' grote bijbelschool."
206 Ik liep de weg verder af, daar stond een groot modern geval -- en Oral Roberts was in een kleine, haveloze tent naar mijn samenkomst gekomen, daar in Kansas City, Kansas -- er stond: "Het toekomstig thuis van Tommy Osborn", o man, een gebouw van ongeveer drie of vier miljoen dollar, dat zo oprijst. En daar... Tommy Osborn, een van de fijnste Christenmannen, hij is een echte man, een werkelijk van God gezonden man, hij stond eens aan de overkant van de straat, die kleine, zenuwachtige jongen, en een kleine jongen en meisje in de auto, heen en weer lopend...?... hij zei: "Broeder Branham, ik heb daar toen die maniak naar u zien rennen; en ik zag dat u met uw vinger op z'n gezicht wees en zei: 'In de Naam van Jezus Christus, kom uit van hem!' Ik zag hem voor uw voeten neervallen, nadat hij zijn profetie had gezegd en zei: 'Vanavond zal ik u regelrecht temidden van dat gehoor van vijfenzestighonderd mensen slaan.'" En hij zei: "Ik zag u daar staan, u verhief uw stem helemaal niet en u zei: 'In de Naam van de Here, omdat gij de Geest van God hebt uitgedaagd, zult gij vanavond over mijn voeten vallen.' Hij zei: 'Ik zal u tonen over wiens voeten ik zal vallen.'"
207 En ik zei: "Kom uit van hem, Satan"; hij viel gewoon achterover en drukte mijn voeten precies tegen de vloer.
Hij zei: "God is God, broeder Branham, dat is alles!" Hij zei: "Ik heb mezelf opgesloten in een huis voor twee of drie dagen." Hij windt er geen doekjes om. Hij zal erover vertellen. Hij schaamt zich er niet voor. Hij vroeg: "Denkt u dat ik een gave van genezing heb?"
208 Ik zei: "Vergeet het, Tommy, jij werd gezonden om het Evangelie te prediken. Ga heen, predik het. Ga met broeder Bosworth daar."
209 Ik keek daarheen en ik zag... Ik was vóór die beide begonnen... Ik dacht: "Daar is Oral Roberts met vijfhonderd machines, zodat zelfs geen menselijke hand de brieven aanraakt, vier miljoen dollar in de post vorig jaar, vier miljoen." Eén vierde van al het geld dat werd opgehaald in het hele Christendom over de wereld, een vierde van het geld in het hele Christendom kwam binnen bij één man. Wat een plaats! Ik ging daarheen om het te zien, en...
210 Nu, Oral is mijn broeder. O, ik heb hem lief. Hij is een echte kerel, een echte man, en ik heb hem lief. En hij denkt gewoon een heleboel van mij, en ik ook van hem. We zijn het alleen niet eens over de Schrift. En Tommy Osborn, er is geen betere. Ik denk gewoon vanalles van hem; hij is een van de fijnste mannen die ik heb ontmoet, Tommy Osborn. En die mannen... En ik dacht: "Toen ik hun kantoor binnenging en zag wat ze hadden, geloof ik dat ik me zou schamen als ze zouden komen en het mijne zouden zien; één kleine typemachine en hoe wij proberen de brieven te versturen en..." Wat een toestand, ik zat in die tijd ergens in een caravan. Ik dacht: "Wat zou dat betekenen?" Toen liep ik naar buiten en ik dacht "Wel, het toekomstig thuis van Oral Roberts, het toekomstig thuis van Tommy Osborn, en de een praat niet met de ander." Dus ik liep de straat door en ik dacht: "Maar hoe zit het dan met mij?"
211 En iets zei: "Kijk omhoog!"
212 Ik dacht: "Ja, Heer, laat mij mijn schatten leggen in de hemel, want daar is mijn hart." Ik zeg dat niet uit beklag, ik zeg dat gewoon omdat het gebeurde, en God weet dat dat juist is. Ziet u?
213 Waar zijn uw schatten? Wilt u een of ander groot iemand zijn? Als u dat bent, bent u niemand. Komt u tot een plaats waar u geen groot iemand wilt zijn, dat u een nederige kleine dienstknecht voor Christus wilt zijn. Dat is de uitweg. Dat is alles.
214 Broeder Boze en anderen waren een gemeente aan het vormen in Chicago. Ze moesten gewoon de Philadelphia kerk opgeven aan die denominatie. Nu, ze spraken erover om de een of andere kerel te nemen met z'n boord zo andersom, de een of andere doctor in de godgeleerdheid. Ik zei: "Je bent op de verkeerde weg. Als jullie een echte voorganger voor die gemeente willen vinden, neem dan een kleine, oude, nederige man die nauwelijks zijn naam kan lezen en met z'n hart in vuur en vlam voor God. Neem gewoon die man; dàt is degene die jullie moeten nemen, iemand die niet al deze dingen kent, iemand die niet de wet zal voorschrijven, en zal dwingen, en u in allerlei schulden zal storten en al het andere, en die u alleen met het Woord van God voedt. Dat is het soort persoon die u moet nemen."
Daarom zullen ze niet komen op het geestelijke feest... ik moet sluiten. Ik ben over mijn tijd heengegaan; met ongeveer zes minuten zullen we sluiten, zo de Here wil.
215 Ik hoor sommigen zeggen: "Maar broeder Branham, u kunt beter die bewering staven die u zei... De mensen zijn niet zenuwziek. Deze mensen zijn niet zenuwziek; ze zijn alleen bestudeerd." Ze zijn geleerde zenuwzieken. Dat is zo! Ja! "Ze zijn niet zenuwziek, ze zijn bestudeerd." Dan wil ik u een vraag stellen. Verklaart u alstublieft hun gedragingen van vandaag als ze niet zenuwziek zijn. Vertel mij wat hen laat handelen zoals zij doen, als zij niet zenuwziek zijn. Ziet u? Elke man haalt begerig bijeen voor zijn denominatie. Jezus was zo niet. Hij had nergens haast mee. Ziet u, Hij was niet hebzuchtig. Hij was ons Voorbeeld.
216 Misdaad, het land... Het land heeft meer misdaad gekregen dan het ooit had, en wat is er verkeerd? Tieners, kerkleden die anderen het leven benemen, mannen die hun vrouwen en gezin neerschieten en hun kinderen verbranden. Kijk naar de golf van misdaad. En zijn ze geen zenuwpatiënten? Wat is er aan de hand? Let op hun daden. Van macht bezeten naties. Iedereen wil ieder... de rest nemen om het onder één vlag te brengen, één natie en dat moet hùn vlag zijn en hùn natie. Van macht bezeten?
217 Immoraliteit, wel de wereld is immoreler dan ze ooit was. Naakte vrouwen op de straten, naakte vrouwen, en zeggen dat ze bij hun gezonde verstand zijn? Dat kunnen ze niet zijn! Dat kunnen ze gewoon niet zijn!
218 Luister! Er was één persoon in de Bijbel die zijn kleren afstroopte; dat was Legioen; hij was buiten zinnen. Toen Jezus hem vond en hem zijn heldere verstand weer teruggaf, deed hij zijn kleren aan. Dat is waar! Wat maakt dat u uw kleren afstroopt? De duivel. Dat is zo! En dan zeggen dat ze niet zenuwziek zijn? Als u hier de straat uitgaat en vier huizenblokken rond kunt rijden zonder een naakte vrouw te zien... kom dan terug en zeg het me. Ziet u? Goed! Ontdek het.
219 Dan zegt u dat ze geen zenuwzieken zijn? Wat is er dan fout? Ze kunnen niet bij hun normale verstand zijn. Een vrouw bij haar gezonde verstand zou dat niet doen. Zij zou wel beter weten. Zij weet waaraan ze zich blootstelt. Het zijn gewoonweg een stel lustduivels daarbuiten, vieze, vuile, slappe dronkemannen, moordenaars en al het andere...
220 En u zegt... De wereld drinkt nu meer sterke drank. Ze besteden in Amerika meer geld aan drank dan ze aan levensmiddelen uitgeven. Ik geloof dat het is... Ik ben vergeten hoeveel maal de alcohol elk jaar meer haar tol eist in het land dan daarvoor. En wat veroorzaakt alcoholisme? Het brengt u naar het krankzinnigengesticht.
221 Kanker. Wanneer de medische dokters uit de hele wereld in de tijdschriften schrijven en u vertellen: "Kanker met vrachtwagens vol! -- door sigaretten." Men deed het op ratten en men heeft bewezen dat het u longkanker geeft. Zeventig procent van hen krijgt longkanker van het roken van sigaretten. En die vrouwen en mannen dampen ze maar op en blazen het nog in je gezicht ook. Als dat geen zenuwpatiënten zijn, wat zijn dan wel zenuwpatiënten?
222 Wanneer het Evangelie van Jezus Christus kan worden gepredikt en bewezen, en de God des Hemels beweegt Zich in de vorm van Zijn Vuurkolom boven zijn volk, en toont dat Jezus Christus in de laatste periode van Zijn komst is, hun het laatste teken gevend, en men lacht erom en maakt er gekheid over, en ze noemen zich kerkleden... en dan zeggen dat ze geen zenuwzieken zijn? Verklaar dat eens. Mijn tijd blijft gewoon doorgaan. Maar vraag gewoon of ze geen zenuwzieken zijn. Zeker, ze zijn bestudeerde zenuwpatiënten. Dat is het precies!
223 Hun toestand verklaren? U kunt het niet. Ze knippen hun haar, dragen wereldse kleding, lopen zo over de straat. En Gods Bijbel waarschuwt er tegen, verbiedt zelfs een vrouw om te bidden met afgeknipt haar. En zegt dat een man... Als ze dat doet, beweert ze zelf tegenover haar man dat ze zelf immoreel is, en hij heeft volkomen het recht van haar te scheiden en haar van zich weg te zenden. Dat is precies juist. Het Woord van God zegt dat, en een vrouw die dat hoort en doorgaat met kort haar te dragen en zichzelf een Christin te noemen, als dat geen zenuwzieke is, wat is dan een zenuwzieke? Ik wil dat iemand me vertelt wat dan een zenuwzieke is!
224 Ja, het zijn zenuwzieken. Hoog ontwikkeld, hogescholen. Wij besteden meer tijd om onze kinderen te ontwikkelen in algebra en biologie dan we het doen voor de Bijbel en Jezus Christus. Er is geen kind in dit land dat niet kan zeggen wie David Crockett is. Niet één derde van hen kan u vertellen wie Jezus Christus is. Zijn het dan geen zenuwzieken? Zeker zijn ze dat! We zouden steeds maar door en door kunnen gaan over hoe ze handelen.
225 Bedenk slechts... En de kerken onderschrijven het, terwijl de Bijbel het veroordeelt! Is de geestelijkheid zenuwziek? Ontwikkelde zenuwzieken. Dat is het precies. Kerken bevestigen het.
226 Denk aan Lot, hij was een knap man. Kijk nu even een moment naar hem. Ga niet, ga niet... Laten we niet... Vergeeft u mij dat ik nog even doorga. Dit is te belangrijk. Het gaat uit op de... U komt om mij deze band te horen maken!
227 Kijk, kijk! Laten we een ogenblik stoppen; bid een ogenblik in uw hart: "Heer, laat mij het zien." Open uw begrip; moge God het doen. Kijk naar de... Neem even alleen dit land. Laat ons zeggen wat God zei.
228 De Bijbel zei dat de zonden van Sodom de rechtvaardige ziel van Lot dagelijks kwelden. Hij had gewoon geen normale zenuwen genoeg om ertegen stand te houden. Is dat zo? Hij kon het niet, want hij was de burgemeester van de stad. Hij kon het niet, maar de Bijbel zei dat de zonden van de Sodomieten zijn ziel kwelden. Hij wist dat het verkeerd was, maar hij had de moed niet het te doen, om ertegen stand te houden.
229 Nu kijk. Hoeveel Lots hebben gisteren in Amerika in hun Bijbel gelezen om hun boodschap voor vandaag voor te bereiden en zijn gestoten op de waterdoop in de Naam van Jezus Christus? Hoevelen van hen zijn gestoten op de doop van de Heilige Geest, Jezus Christus dezelfde gisteren, vandaag en voor eeuwig; Marcus 16: "Deze tekenen zullen hen volgen die geloven." Johannes 14:12: "Hij die in Mij gelooft, de werken die Ik doe zal hij ook doen"; "Indien gij in Mij blijft en Mijn Woord in u, vraag wat gij wilt en het zal worden gedaan"? Hoeveel Lots zagen het, maar vanwege hun verontschuldiging van hun denominatie, het...?
230 Kijk naar buiten en zie in de Bijbel. Kijk naar hun samenkomst van vrouwen met afgeknipt haar, en ze weten dat de Bijbel het veroordeelt. Kijk, langs de straat lopen hun eigen kerkleden, op straat lopend met korte broeken aan, en ze weten dat het Woord ertegen is. Maar ze hebben de moed niet om het ertegen uit te roepen. Maar toch belijdt de man een Christen te zijn, zijn ziel binnenin hem schreeuwt het ertegen uit. Maar hij heeft de moed niet. Als dat niet het moderne Sodom is; waar is het aan toe? God geve ons iemand die het ertegen zal uitschreeuwen. Dat is juist! Zoals Johannes de Doper zei: "De bijl is aan de wortel van de boom gelegd." Dat is wat we vandaag nodig hebben.
231 Let op. Ze zijn een modern Sodom. Bedenk. Kijk, het hele land is een modern Sodom en Gomorra geworden. Lot, er doorheen komend -- Noach -- door dit alles heenkomend. Want zijn eerlijke overtuiging zegt hem door het Woord dat hij fout is.
232 Kijk naar Chicago -- groot Chicago -- toen die driehonderd predikers daar zaten, en zij... De Here zei me die avond wat ze zouden gaan doen. Ze hadden een val voor me gezet. Ik ging er toch heen. En ik ging erheen en zei het broeder Carlson, ik zei: "U zult het niet in dat hotel hebben. U zult het op een andere plek moeten houden, en dat zal in een groene zaal zijn. En ze hebben een val voor me gezet, is het niet, broeder Carlson?" Hij boog z'n hoofd.
Hij zat daar in mijn kantoor een paar dagen geleden of ik naar de Chicago samenkomst kwam. Hij zei: "Ik zal dat nooit vergeten, broeder Branham."
En ik zei: "Ze hebben een val voor me opgezet. Waarom, broeder Carlson? Bent u bang mij te vertellen waarom -- u en Tommy Hicks?" Ze bogen het hoofd. Ik zei: "Tommy, waarom ga jij niet spreken?"
Hij antwoordde: "Ik zou het niet kunnen doen."
233 Ik zei: "Ik dacht dat je zei dat je me een dienst wilde bewijzen." Ik zei: "Gisteravond zei de Here mij: 'Je gaat daar vandaag heen, en je zult ontdekken dat je dat gebouw niet zult gaan krijgen. Je zult naar een ander gebouw gaan. Dr. Mead zal aan deze kant zitten. Die kleurling man en zijn vrouw, die zingen, zullen hier precies zitten enzovoort -- waar ze allemaal zullen zitten.'" Ik zei: "Daar zal een Boeddha-priester zijn." En ik zei: "Nu, ontdek het! Ze hebben het tegen me opgenomen, omdat ik de waterdoop in de Naam van onze Here Jezus Christus predik. Ze hebben iets tegen me, omdat ik het slangenzaad predik, en tegen het bewijs dat ieder mens die in tongen spreekt de Heilige Geest heeft ontvangen en zo." Ik zei: "Kom mee, en let op God."
234 We kwamen daar binnen... Ze gingen daarheen en dezelfde... Twee uur daarna of meer, ergens die middag, belden ze broeder Carlson op en de man die hem die zaal had gegeven en hem er een voorschot op had laten betalen, zei: "We moeten dat ongedaan maken, want de manager zei dat hij het al had beloofd aan een muziekkorps voor die avond -- of die morgen."
235 En ze konden hem niet krijgen. Dus gingen we naar de 'Town and Country'. En die morgen toen we daar binnen kwamen en daar stonden en ik... En broeder Carlson zei: "Eén ding, u, broeders, zou het niet met broeder Branham eens kunnen zijn, maar hij is niet bevreesd om te zeggen wat hij gelooft." Hij zei: "Hij vertelde mij dat deze dingen zouden gebeuren, helemaal precies op de manier dat ze gebeurd zijn." Hij zei: "Nu, hier is hij. Laat hem voor zichzelf spreken."
236 Ik nam gewoon het Schriftgedeelte: "Ik ben het hemelse gezicht niet ongehoorzaam", zoals Paulus zei. Ik zei: "U hebt dit voor mij opgezet vanwege de waterdoop in de Naam van Jezus Christus. Meer dan driehonderd van u hebben zich voorgesteld als Doctor zus en zo, en Doctor zus en zo." Ik zei: "Ik heb zelfs geen middelbare school gehad, maar ik daag iedereen hier uit om uw Bijbel mee te nemen en hier naast mij te komen staan, en een van de woorden te ontkennen die er zijn gezegd." U hebt het hier op de band als u het wilt horen. Dat was de kalmste groep, die u ooit hebt gehoord. Ik zei: "Wat is er aan de hand?" Is er iemand hier vanavond die in die morgensamenkomst was, laat ons uw handen omhoog zien steken. Ja, kijk -- wel zeker, kijk overal. Ik zei: "Als u het dan niet kunt bewijzen, val me dan niet lastig." Dat is juist. Een heleboel drukte wanneer ze om de hoek zijn, maar als ze oog in oog met je staan over de kwestie is het anders. Dat is juist. Het is...
237 Die mannen gingen weg. Tommy Hicks zei: "Ik wil driehonderd van die banden hebben om ze te zenden naar elke drieëenheidsprediker die ik ken." Die mannen die mij de hand schudden, zeiden: "We zullen naar de tabernakel komen om overgedoopt te worden." Waar zijn ze? Verontschuldigingen! "Ik kan het niet doen; mijn denominatie zal het me niet toestaan." "Ik heb een vrouw getrouwd." "Ik heb een span ossen gekocht." "Ik kocht een stuk grond, ik moet er naar gaan kijken." Ziet u? Enige van zulk soort dingen... verontschuldigingen. Is dat juist? Is dat leven het Evangelie waardig? Als het Evangelie juist is, laten we dan alles verkopen wat we hebben en er voor leven. Wees een Christen. Ja, meneer. Amen. Let nu op, terwijl we sluiten.
238 Maar hun verontschuldigingen zijn hun geloofsbelijdenissen en hun denominaties. Het is als een boom. Ik keek onlangs naar broeder Banks. Ik had een denneboom die ik plantte toen ik daar voor het eerst heen verhuisde, ongeveer vijftien jaar of meer geleden. En ik liet die ranken -- de takken aan de denneboom uitgroeien, en we konden de maaimachine daar niet onder krijgen. Er groeide hoe dan ook geen sprietje gras. En ik ging erheen en nam een zaag, en zaagde die takken af totdat je met een maaimachine onder die denneboom door kon lopen en nu groeit er het mooiste gras dat u ooit hebt gezien. Wat was het? Het zaad was er. Het moest het licht ontvangen.
239 Zolang de denominatie, uw verontschuldigingen, proberen dat zaad, waarvan u weet dat het daar in werkelijkheid ligt, te beschaduwen, speelt u de rol van Lot. Gooi die dingen weg, en laat het Evangelie-licht er op schijnen, de kracht van Jezus Christus. Ja! Het licht ervan af te houden, zal tegenhouden dat het gaat leven, want als het licht er ooit bij komt, zal het opspringen ten leven. Dat is de reden dat de mensen zeggen: "Ga niet naar een van die soort samenkomsten!" Ze zijn bang dat iets van het licht een van hun leden zal treffen.
240 Denk terug aan de vrouw bij de bron. Ze was een prostituée. Daar stonden die priesters, en ze zagen Jezus Nathanaël vertellen: "Ik zag u, toen gij onder de vijgeboom waart."
En de priesters zeiden: "Hij is Beëlzebul. Hij is een waarzegger. Dat is de duivel."
241 Deze vrouw die daar toen heenliep in haar immorele toestand, levend met zes mannen, toen zij daar heenliep in die toestand -- in de toestand waarin ze was, en Jezus de conversatie begon met te zeggen: "Geef mij te drinken." Hij zei: "Ga uw man halen en kom hier."
Ze zei: "Ik heb er geen."
Hij zei: "U sprak de waarheid. U hebt er vijf gehad en degene met wie u leeft is uw man niet."
Ze zei: "Ik bemerk dat gij een profeet zijt, mijnheer. Ik weet dat de Messias dat zal doen wanneer Hij komt."
Jezus zei: "Ik ben het!"
242 Dat zette het vast. Toen dat licht over dat zaad flitste dat daar in die kleine, oude prostituée lag, waren de dagen van hoererij voorbij. De straat op ging ze, God verheerlijkend, zeggend: "Kom, zie een Man die mij de dingen vertelde die ik heb gedaan. Is dit niet de Messias?" Wat was het? Het licht kwam bij dat zaad onder de schaduw van een prostitutie-tent. Ja meneer!
Nu, ik sluit met dit te zeggen: Ik weet niet hoeveel bladzijden ik nog meer heb, maar ik zal ze zeker niet allemaal meer doornemen. Er zijn er ongeveer tien, maar dat is pas ongeveer voor de helft doorgenomen. Maar laat ons sluiten met dit te zeggen:
243 Laten we eens iets vergelijken van een waardig leven. Laten we het leven van Paulus vergelijken met de rijke jongeling. Hetzelfde licht trof beide mannen. Beiden ontvingen dezelfde uitnodiging van Jezus Christus. Is dat juist? Ze waren beiden goed onderricht in de Schriften. Ze waren beiden theoloog. Herinnert u zich dat Jezus zei tot de rijke jongeling: "Houd de geboden?"
244 Hij antwoordde: "Ik heb dit van mijn jeugd aan gedaan." Hij was een welopgevoed man. Dat was Paulus ook. Beiden waren goed geoefend in de Schrift; maar... Beiden hadden het Woord. De ene had het via kennis; de ander had de kiem des levens erin. Toen dat licht voorbij flitste voor Paulus zei hij: "Heer, wie zijt gij?"
Hij antwoordde: "Ik ben Jezus."
"Hier ben ik dan." Hij was gereed.
245 Het licht trof beide mannen. De een had een kiem, de andere niet. Zo is het ook vandaag; de geestelijke kerk, de natuurlijke kerk.
246 De rijke man had zijn excuus. Hij kon het niet doen. Hij had teveel dingen die zwaarder wogen, met teveel vrienden van de wereld. Hij wilde niet ophouden daarmee om te gaan. Dat is het geval met een heleboel mensen vandaag. U denkt dat omdat u tot een loge behoort, u die broederschap niet kunt verloochenen: "Ze drinken allemaal en dat soort dingen, en ze doen dit." Goed, ga er maar mee door. Ik heb niets tegen de loge, niets tegen de kerk, ik spreek over u. Ziet u, ja, ziet u. Ik heb daar niets tegen. Want de een... Het is lood om oud ijzer. Ik heb u zojuist verteld dat de kerk niets anders was dan een loge, de denominatie, als ze het Woord van God ontkennen.
247 Let er op. De rijke man had zijn verontschuldigingen. Hij verzaakte echter nooit zijn getuigenis. We ontdekken dat hij tot grote zaken kwam. Hij had kennis, en hij kwam in zo'n positie dat hij zozeer moest uitbreiden, dat hij nieuwe schuren moest bouwen om zijn zaken in te brengen. En toen hij stierf... En de een of andere afgestudeerde met zijn boord omgekeerd, preekte ongetwijfeld bij zijn begrafenis. Toen hij het deed, heeft hij misschien gezegd ... Ze hesen de vlag halfstok en zeiden: "Onze dierbare geliefde broeder, de burgemeester van deze stad is nu in de armen van de Almachtige, omdat hij een belangrijk lid van de kerk was. Hij deed zus en zo en zo." En de Bijbel zei: "In de hel sloeg hij zijn ogen op onder pijnigingen." Ziet u?
248 En herinner u, hij wilde in de hel nog steeds zijn belijdenis vasthouden. Hij zag Lazarus in de schoot van Abraham en hij zei: "Vader Abraham, zend Lazarus hier naar beneden." Hij noemde hem nog steeds zijn vader. Ziet u? Hij nam zijn kennis en ging naar een intellectuele kerk. Toen het licht hem trof, wees hij het af. Als dat niet de moderne trend is van de kerk vandaag, weet ik het niet meer. Het maakt niet uit wat God over hun pad laat schijnen, de Vuurkolom of wat het ook mag zijn, zij kunnen het met hun kennis steeds wegredeneren en gaan naar de intellectuele groep vanwege de maatschappelijke positie.
249 Maar Paulus bevond zich al in een maatschappelijke positie, met grote kennis, een groot geleerde onder Gamaliël, een rechterhand voor de hogepriester, in zoverre dat hij naar de priester ging en bevel kreeg om al die heilige rollers in de gevangenis te werpen. Maar toen het Licht zijn pad trof en hij zag dat diezelfde Vuurkolom die Israël door de woestijn leidde, Jezus Christus was, verzaakte hij alles wat hij ooit had geweten. Hij kwam tot Leven.
250 Zou u dat leven van die rijke man een leven kunnen noemen dat waardig was aan het Evangelie dat hij hoorde? Hoewel hij een gelovige was, zou u dat soort leven temidden van de intellectuelen en het vermaak kunnen noemen... Die avond daarboven op de ... terwijl de zon onderging, een dronk uitbrengend en misschien de een of andere priester die een gebed opzei daarboven... En hij had het vermaak en een bedelaar lag daar bij zijn poort. En hij bracht zijn dronk uit en sprak over het grote geloof dat hij had in God, en voor het daglicht van de volgende morgen, voor de zon kon opkomen, was hij in de hel. Dat is juist. Daar zijn uw intellectuelen.
251 Maar Paulus, toen het licht hem trof... Laat ons zijn leven vergelijken en zien of dat waardig is. Wat gebeurde er? Toen het licht Paulus trof, verzaakte hij al zijn kennis; hij ging bij die intellectuele groep vandaan en hij wandelde in de Geest van Jezus Christus. Prijs God! Maar zo knap als hij was, gebruikte hij zelfs nooit grote woorden. Toen hij bij die Corinthiërs vandaan kwam, zei hij: "Ik ben nooit tot u gekomen met de wijsheid van mensen. Ik ben nooit tot u gekomen met opgeblazen woorden omdat u daar uw geloof in zou stellen, maar ik ben tot u gekomen in eenvoud, in de kracht van de opstanding van Jezus Christus, opdat uw geloof daarin zou zijn." Daar is een leven! Let er op!
252 Hij gebruikte nooit zijn opleiding. Hij liep nooit mee met de intellectuele groep. Hij wandelde in de Geest van Christus, nederig, gehoorzaam aan het Woord van God, terwijl het zeer in tegenspraak was met hun geloofsbelijdenissen. Maar Paulus zag het licht en wandelde erin (is dat zo?), en liet het Leven van Christus, Jezus Christus, weerspiegelen voor het tijdperk waarin hij leefde, opdat de mensen de Geest van God in hem zouden mogen zien. En de nederigen geloofden het zozeer dat ze zelfs zakdoeken wilden brengen. Ze wilden ze van zijn lichaam nemen. En ze geloofden het zozeer... Hij was zo'n vertegenwoordiging van Jezus, dat ze geloofden dat wat hij ook maar aanraakte, gezegend was. Ja! Wat een man was dat. Hij gaf zijn leven, zijn rijkdommen, alles wat hij had, zijn opleiding; hij vergat alles en ging nederig om met vissers, bedelaars en straatzwervers, om zijn lichtende liefde van Jezus Christus te laten weerspiegelen. Hij zei: "Ik ben op mijn rug gegeseld, negenenveertig keer. Val me niet lastig, want ik draag in mijn lichaam de merktekenen van Jezus Christus." De arme kerel was in zo'n verschrikkelijke toestand dat hij zei: "Ik draag in mijn lichaam de merktekenen van Jezus Christus." Wat een verschil met deze grote hoogwaardigheidsbekleder, met de priesters overal om hem heen.
253 Toen hij in Rome was en niemand hem bijstond en ze ginds een schavot bouwden om zijn hoofd af te slaan, daar vertelde hij het... O, wonderbaar! Hij zei: "Er is daar een kroon voor mij weggelegd, die de Here, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag zal geven, en niet alleen aan mij, maar aan hen -- aan allen die Zijn verschijning liefhebben." Daar is een leven waardig het Evangelie.
254 Wat anders over hem? Hij hield stand voor Christus. Hij liet het Evangelie door zich weerkaatsen. Voor hij het deed, ging hij heen en leerde het Evangelie. Hij ging naar Arabië en verbleef er drie jaren, en nam het Oude Testament en toonde door het Oude Testament dat Hij Jezus Christus was. En hij liet het door zich heen reflecteren naar een groep eenvoudige mensen die hij -- toen hij zei: "Ik weet wat het is een buik vol te hebben, en ik weet wat het is hongerig te zijn en gebrek te lijden!"... Een man met een opleiding zoals hij, en een geleerde zoals hij, staande bij de -- met een geleerdheid van Gamaliël, een van de grootste leraars die er was in die tijd, en arm in arm staand met de hogepriester... Broeder, hij zou miljoenen dollars waard geweest kunnen zijn en hij had allerlei gebouwen kunnen hebben. Dat is zo. Maar hij zei: "Ik..." Hij had zelfs maar één jas.
255 En Demas zag het. Een man met zo'n bediening, in 2 Timotheüs, het 3e hoofdstuk, zei hij: "Demas heeft mij verlaten, en alle andere mannen, uit liefde voor deze tegenwoordige wereld." Hij zei: "Als gij komt, neem mijn jas mee die ik daar achterliet. Het wordt koud." Een man met zo'n bediening, hij kon slechts één jas hebben. Prijs God!
256 Dat doet mij denken aan Martinus, toen hij trachtte stand te houden voor het Evangelie en alles, vóór hij werd bekeerd. In de geschiedenis van Nicea, of voor het Concilie van Nicea, de 'Nicea Fathers', in de geschiedenis... Op een dag liep hij daar door de poort... Hij kwam uit Toras, Frankrijk. En daar waren mensen -- een oude zwerver lag daar op sterven, zonder kleren, en de mensen die hem kleren hadden kunnen geven liepen voorbij en ze gaven hem niets. Ze liepen hem voorbij en deden alsof ze de oude kerel niet zagen. En Martinus stond daar en keek ernaar. Ze zeiden dat hij...
257 Elke soldaat had een man om zijn schoenen te poetsen, maar hij poetste de schoenen van zijn knecht. Hij deed zijn jas uit, nam een mes en sneed hem door de helft -- zijn zwaard -- wikkelde de oude zwerver erin en zei: "Wij kunnen beiden leven." Hij ging naar huis en ging naar bed. Toen hij in bed lag en aan die oude man dacht, huilde hij; direct maakte iets hem wakker. Hij keek en daar in de kamer stond Jezus Christus, gewikkeld in datzelfde oude kledingstuk waarin hij de zwerver had gewikkeld en Hij zei: "In zoverre gij dit aan een van de minsten van deze kleinen hebt gedaan, hebt gij het aan Mij gedaan." Dat is een leven waardig het Evangelie. U weet hoe ook hij zijn leven bezegelde, nietwaar?
258 Kijk naar Polycarpus, stand houdend voor de doop in de Naam van Jezus tegen de Rooms-katholieke kerk, en ze verbrandden hem op een brandstapel, ze haalden een badhuis omver en verbrandden hem. Kijk naar Irenaeüs en de rest van hen die leden voor deze zaak. Dat zijn waardige levens.
259 Kijk wat Paulus zei in het boek der Hebreeën, het 11e hoofdstuk, dat ze in stukken waren gezaagd en uit elkaar getrokken, rondzwierven in schapevachten en geitevellen, en waren... een woestijn en behoeftig enzovoort, levens die deze wereld niet waardig was. Daar bent u er. Dat leven is het Evangelie waardig. Hoe zal het mijne en het uwe gaan standhouden in de dag des oordeels met zulke mannen?
260 Zie nu naar Paulus terwijl we verder gaan. Hij stond pal voor het Evangelie en liet Jezus door zich stromen, ongeacht hoe of wat iemand erover dacht, of nu de hogepriester... Wel, hij ging en liet z'n hoofd ervoor afhakken. Hij was een waardige vertegenwoordiging van het Evangelie, en hij liet (kijk eens hier) -- ongeacht wat de mensen ervan dachten -- de stroom van eeuwig leven door zich stromen, zozeer dat hij zelfs zei: "Ik zou van Christus vervloekt willen zijn voor mijn broeders." Nú weet u wat u doet als u eeuwig leven krijgt, daar is uw vraag; daar is uw antwoord. U kunt de intellectuele kant nemen, òf deze kant nemen. Als u werkelijk eeuwig leven hebt, is dàt wat er gebeurt. Dat gebeurt er.
261 Paulus was bereid om van Christus weg vervloekt te worden om zijn volk, het blinde, onwetende volk dat niet naar zijn Evangelie wilde luisteren, te laten... En ik vind het een schande voor mijzelf. Ik stond op het punt om ze op te geven, omdat ze niet naar mij wilden luisteren. Ik voel me alsof ik me behoorde te bekeren en ik heb er berouw over. Ziet u?
262 Let op, ongeacht wat anderen dachten, dit soort leven is het Evangelie waardig. Nu ga ik sluiten.
263 De rijke man, zoals de meesten van ons vandaag, sloot zich af en verwierp het Woord des Levens, en werd een kerklid, en toonde een leven waarvan in de Bijbel wordt bewezen dat het het Evangelie dat hem werd gevraagd te ontvangen, onwaardig was. Is dat juist? Hoe zou het Evangelie kunnen schijnen door zo'n verduisterd licht, de kracht van God ontkennend?
264 Nu, de enige manier om een waardig leven te leven, is om Christus en Zijn Woord -- omdat Hij het Woord is -- zo volmaakt in u te laten weerspiegelen, dat God betuigt wat Hij in het Woord zei. Want Christus stierf, opdat Hij Zichzelf als offer voor God mocht aanbieden, en het keerde terug in de vorm van de Heilige Geest om Zichzelf door Zijn volk te weerspiegelen, om Zijn werk voort te zetten, Zichzelf door u weerkaatsend, om Zijn beloofde Woord in deze toekomstige dagen te vervullen, zoals Johannes de Doper hoorde toen hij Christus hoorde komen. En Christus liep het water in, en Johannes zei: "Zie het Lam Gods." Niemand anders zag het, maar hij zag het, dat Licht dat neerkwam uit de hemel als een duif, en een Stem die zei: "Dit is Mijn Zoon in Wien het Mij behaagt te wonen." Hij zag het komen, en Jezus liep het water in. Immanuël -- voor een prediker die werd verondersteld radicaal te zijn -- hij liep het water in voor de ogen van de mensen en zei: "Ik wil door u gedoopt worden."
265 Johannes zei: "Heer, ik heb nodig door U gedoopt te worden. Waarom komt Gij tot mij?" Hun beider ogen ontmoetten elkaar, een profeet en zijn God. Amen! Zou u niet kunnen -- zou ik niet graag daar willen staan en daarnaar kijken, te zien hoe van die strenge, diepliggende ogen van Johannes de schellen afvielen en zij die strenge diepliggende ogen van Jezus vonden -- achterneven van elkaar in het vlees.
266 Jezus zei: "Johannes sta nu toe dat dit zo is, want alzo betaamt het ons. Wij zijn de Boodschap van dit uur. Het betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen."
267 Johannes dacht: "Ja, Hij is het Offer. Het Offer moet worden gewassen voor het wordt aangeboden." Toen zei hij: "Kom." En hij doopte Hem. Amen! Met andere woorden: "Het betaamt ons om alle rechtvaardigheid te vervullen." Jezus wist dat die man waarachtig was, Hij zei: "Er is nooit een man uit een vrouw geboren zoals hij. Hij is meer dan een profeet. Indien gij het kunt ontvangen, dit is meer dan een profeet."
268 En Jezus keek in zijn hart en wist dat, Zijn eigen neef ontmoette Hem daar van aangezicht tot aangezicht. Johannes zei: "Here, ik heb van node door U gedoopt te worden, en waarom komt Gij tot mij?"
269 Hij zei: "Berust erin dat het zo is, Johannes, maar bedenk, het betaamt ons al wat God heeft beloofd te vervullen, en Ik ben het Offer. Ik moet worden gewassen alvorens te worden aangeboden." O, wonderbaar!
270 En vandaag, als de avondlichten schijnen, wanneer er geen mens bij z'n gezonde verstand is of hij kan zeggen... Elke Bijbelgeleerde weet uit die Bijbel dat het de laatste dag is. Dan betaamt het ons om ons van deze zware muren te verwijderen of weg te gaan van deze dingen en te komen in de rechtvaardigheid van Jezus Christus in deze laatste dag en het Zegel van God aan te nemen, voordat de duivel ons het merkteken van het beest geeft. O!
271 Ja! Bid God om het licht van deze dag in u te laten opgaan om een gehoorzaam dienstknecht voor God te zijn, en dan de vrucht van de Geest altijd in uw leven te laten blijven. Dat is een leven dat het Evangelie waardig is.
272 Laat mij dit tot slot zeggen. De enige manier -- de enige manier dat u een leven kunt leven dat het Evangelie waardig is, is om het Evangelie zelf, elk stukje van het Evangelie, in u te laten komen, en Zijn beloften te weerspiegelen, te zorgen dat ze betuigd worden. Laat God in u leven om de beloften van deze dag te betuigen. Precies zoals Johannes -- en Jezus zei tegen Johannes: "Verdraag dat het zo is, Johannes, dat is goed, maar wij zijn de boodschappers van deze dag, en we moeten alle gerechtigheid vervullen." En als wij de Christenen van deze dag zijn, laten we Jezus Christus in ons hart ontvangen. En Hij is het Woord. Ontken er niets van, zeg: "Het is de Waarheid." En leg het in uw hart, en let op de vrucht van de Geest op u, en vervul elke belofte die Hij deed in de Bijbel. God wil Zijn Woord vervullen, en Hij heeft geen andere handen dan de mijne en de uwe. Hij heeft geen ogen dan de mijne en de uwe. Hij heeft geen tong dan de mijne en de uwe. "Ik ben de Wijnstok, gij zijt de ranken." De ranken dragen de vrucht. De Wijnstok geeft de rank kracht. Dàt is een leven dat waardig is.
273 Mijn gebed is voor degenen aan de radio -- of in het bandenland en voor diegenen die tegenwoordig zijn, moge de God van alle genade des hemels Zijn gezegende Heilige Geest op ons allen laten schijnen, opdat we van deze avond af aan, een leven kunnen leven, waarvan God zou zeggen: "Het behaagt Mij; ga binnen in de eeuwige vreugden die voor u bereid zijn sinds de grondlegging van de wereld." Laat de God des hemels Zijn zegeningen op al u mensen zenden.
274 Ik bid dat God u vrouwen die kort haar hebt, op zo'n manier zal zegenen, dat u het zult zien, en deze moderne trend van de dag zult verlaten en zult beseffen dat de Bijbel zegt dat u dat niet behoorde te doen. En als u er schuldig aan bent immorele kleding te dragen, dat de God des hemels Zijn genade in uw hart zal uitstorten, dat u het nooit meer zult doen, dat u nooit meer schuldig zult zijn aan het doen van zoiets. Moge de Heilige Geest het slechts voor u openen en het u tonen. Moge u, zonder de doop van de Heilige Geest...
275 Moge u mannen, die uw vrouwen de baas van het huis laat zijn en u laat voortleiden, moge de God des hemels u genade geven om stevig in uw schoenen te staan en die vrouw weer tot de juiste gezindheid terug te brengen, en moge u beseffen dat dat úw plaats in Christus is. Niet een baas nu, maar u bent het hoofd van het huis. Bedenk, zij is zelfs niet in de oorspronkelijke schepping, zij is slechts een bijprodukt van u, door God aan u gegeven om voor u te zorgen, om uw kleding schoon te houden, en uw maaltijden klaar te maken, enzovoort. Ze is niet uw dictator.
276 U, Amerikaanse vrouwen, u loopt rond met een hoop verf op uw gezicht, en uw neus omhoog in de lucht; als het zou regenen, zou het u laten verdrinken, en dan te denken dat u de een of andere dictator bent. U bent het voor een verwijfde man, maar niet voor een werkelijke zoon van God. Dat is zo. Moge God u mannen genade geven als zonen Gods om met zulk soort nonsens op te houden. Zo is dat!
277 Moge Hij u genade geven om die sigaretten weg te gooien; houdt op met te luisteren naar die vieze grappen, al die nonsens. Laat ons zonen Gods zijn opdat we een levenswandel kunnen hebben die het Evangelie waardig is, zodat wanneer er iemand over straat loopt, men zegt: "Als er ooit een Christen was, gaat er daar één. Daar gaat iemand door wie God Zich regelrecht toont, en die man is een echte Christen." Als er ooit een Christen was... U zou mogen denken dat ze er ouderwets uitziet. Ze is een echte dame. Daar is het.
278 Wees een goed bekendstaande Christen, want we zijn hier vreemdelingen. Dit is ons thuis niet. Ons thuis is boven. We zijn zonen en dochters van een Koning, van dé Koning. Laat ons onze levens een leven doen zijn dat goed aangeschreven staat, laten we een leven leiden wat dàt zal eren, wat we beweren te zijn; een Christen. En als u dat soort leven niet kunt leven, houd er dan mee op om u een Christen te laten noemen, omdat u alleen maar smaad op de zaak werpt.
279 Dank u mensen. Deze hete avond hier te zitten... ik vertrouw dat er niet één van u verloren zal zijn op die dag. Ik vertrouw dat u en ik samen genade zullen vinden voor God, dat ik in staat zal zijn om altijd stand te houden voor dat wat Waarheid is, om u nooit te kwetsen, maar u ook nooit een pak slaag te onthouden. Ziet u? Als ik dat zou doen, zou ik niet de juiste soort vader zijn, als ik mijn kind gewoon maar alles liet doen. Ik zal ze corrigeren. Elke liefde zal dat doen. Liefde is corrigerend. Ik herinner me dat je me die dag dat briefje schreef, Pat. Ik heb het nog steeds. De Bijbel zegt dat liefde corrigerend is. En als het niet correct is... Daarom corrigeert God ons; Hij heeft ons lief.
280 Mogen wij van nu af een leven leiden dat waardig is, met lieflijkheid en vriendelijkheid. Besteed geen aandacht aan, zeg... "Wel, prijs God, ik weet dat ze het heeft, ze sprak in tongen, ze danste in de Geest." Dat is in orde, maar als ze de vrucht van de Geest niet heeft, is de Geest er niet. Ze bootst slechts de een of andere soort emotie of zoiets na, omdat de Heilige Geest alleen het leven van de vrucht van de Geest kan leven; dat is de enige wijze waarop Hij het kan doen.
281 God zegene u. Laten we onze hoofden een ogenblik buigen. Laat de God die Zijn licht heeft laten uitstralen in deze laatste dag, dat hier voor me ligt van Zijn Bijbel, en de foto van deze Engel, dit mystieke licht in de vorm van een piramide, waarvan zelfs de wetenschapsmensen niet weten hoe het hier kwam... Ze kunnen het niet verklaren, maar Vader, we zijn dankbaar dat U het ons maanden voor het gebeurde, vertelde; en we zijn U dankbaar. Laat vanavond het volk dat bij Uw Naam wordt genoemd, zich afscheiden van zonde, Heer, ongeloof.
282 Moge... daar ik zo scherp tegen onze zusters moest spreken -- het is niet omdat ik hen niet liefheb, Heer, maar ik wil niet zien dat de duivel ze tenslotte krijgt, tot ze een dezer dagen dood neervallen en dan proberen U in die soort toestand te ontmoeten, na de Waarheid Gods zoals dit, gehoord te hebben. Mogen ze voelen dat ze het aan zichzelf verschuldigd zijn om heen te gaan en de Schriften te doorzoeken en te zien of dat juist is, en dan ernstig op hun knieën te gaan en te zeggen: "God, is dat de waarheid?" Dan zal dat alles zijn wat noodzakelijk is, Here, als ze er oprecht in zijn, want Uw Woord is Waarheid.
283 De mensen hebben gezeten; velen van hen hadden misschien dingen die hun kwetsten. Maar de Geest van God sprak tot hen, en ze zaten stil te luisteren. Het uur wordt laat. Het is laat in de avond, en het is eveneens laat in de tijd waarin we leven. De zon is aan het ondergaan; de wereld is aan het afkoelen. God, de duisternis zal spoedig intreden, en dan het komen van de Here om Zijn gemeente weg te nemen. Wat danken wij U hiervoor, Heer.
284 We bidden nu dat U elk persoon in Goddelijke tegenwoordigheid wilt zegenen. Ieder die deze band rond de wereld hoort, Here, mogen ze die oude geloofsbelijdenissen en dergelijke verlaten, en komen om de levende God te dienen, mogen ze komen en zich erbij insluiten, doen zoals de koningin van het Zuiden deed. Ze kwam, het kostte haar drie maanden om bij een man te komen die Jezus Christus, of de God des hemels vertegenwoordigde, Salomo. Jezus zei dat ze van het uiterste van de wereld kwam om de wijsheid van Salomo te horen, en zie, groter dan Salomo is hier! En wij weten dat de grotere dan Salomo hier is, de grote Heilige Geest Zelf is hier, werkend door de mensen. Wat danken wij u hiervoor, Vader. Ik bid dat de zegeningen...
285 Zegen onze geliefde herder, broeder Neville. Heer, als ik naar hem kijk en denk aan zijn liefdewerken, dan springt mijn hart gewoon op. Ik heb hem lief. Zie hem zoals hij naar zijn vrouw en zijn kinderen kijkt. Ik bid, God, dat U hem kracht en moed zult geven, zegen hem voor veel, veel meer jaren van dienst in dat grote oogstveld waar we in leven.
286 Zegen al deze prediker-broeders die hier vanavond zitten. Velen van hen komen uit andere plaatsen. Ik bid dat u met hen zult zijn. Daar zijn Junie, en broeder Ruddell, en die dierbare mannen, die zusterkerken van deze kerk hier zijn, standhoudend en het Evangelie-licht vasthoudend in de verschillende delen van de steden in de omtrek, voor dit zelfde licht strijdend. Dank U voor deze mannen Heer. Bemoedig hen en geef hun de genade om de grote beproevingen en dingen te weerstaan die op de aarde komen om alle Christenen te beproeven.
287 Genees de zieken en de aangevochtenen, Here. Wees met ons in deze komende week. Geef ons moed. Mogen de gebrekkige zondagslessen van de dag hun hart nooit verlaten. Mogen ze het dag en nacht overdenken. Geef deze zegeningen, Vader. In de Naam van Jezus Christus vraag ik het. Amen.
288 Hebt u Hem lief? Gelooft u het? Laten we ons goede lied weer zingen: "Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief", terwijl we ons samen verenigen. Waar is zuster Ungren, is zij hier? Een van hen, of de zuster die op de piano speelde... Een van de dames hier... Ik zie niet... Ja, hier is ze, de dame hier. Dat is goed.
289 Ik wilde vanavond heel graag -- maar ik zag broeder Ungren niet -- ik wilde dat hij vanavond voor mij zong: "Hoe groot zijt Gij." Ik denk dat de broeder naar huis is gegaan. Ziet u? Ik hoorde het lied vanmorgen en ik waardeerde dat zeker. O, dat klonk gewoon door mijn hart. En ik wil het hem horen zingen: "Hoe groot zijt Gij."
290 Nu, laten we zingen: "Ik heb Hem lief." Iedereen samen. Nu, sluit gewoon uw ogen en laat ons nu op Hem zien. Zeg: "Heer, als er iets van deze vleselijkheid in mij is, neem het er op dit moment uit." En u, die deze band hoort, wanneer u dit lied hoort, zing het met ons mee, daar in de stoel waar u zit. Als er zijn die zijn veroordeeld door het Woord... Als u denkt dat het niet het Woord is, doorzoek de Schriften, zie of het juist is. Het betaamt u; het betekent leven of dood. En terwijl we dit lied zingen -- indien er vleselijkheid in uw leven is, zou u dan niet uw hand willen opsteken in uw stoel? Laat uw kinderen en uw vrouw hun hand opsteken, uw geliefden om u heen, en zing: "Ik heb Hem lief", en geef uw leven aan Hem en zeg: "Reinig mij, Here, van alle kwaad." Laten we gaan staan terwijl we nu zingen
Ik heb Hem lief, Ik... (Here Jezus, ik bid dat Gij de mensen zult genezen die deze zakdoekjes zullen dragen. Ik zegen ze in Jezus Christus' Naam. Amen.)
En mijn redding kocht
Aan het kruis van Golgotha.291 Nu, in deze grote zegening (blijf het gewoon doorspelen, zuster), sluit gewoon uw ogen en denk nu een ogenblik na. Laten we in ons hart bidden: "Here Jezus, doorzoek mij. Heb ik U werkelijk lief? U zei: 'Indien gij Mij liefhebt, zult ge Mijn geboden bewaren. Indien gij Mij liefhebt, zult ge Mijn Woord bewaren.'" Zeg dan in uw hart: "Here, laat mij Uw Woord bewaren. Laat me het verbergen in mijn hart, om nooit tegen U te zondigen (dat is om ook maar iets wat U hebt gezegd, niet te geloven)."
292 En nu, terwijl we zingen: "Ik heb Hem lief", laten we iemand vlakbij de hand schudden, gewoon de hand reiken en zeggen: "God zegene u, broeder of zuster." Heel rustig nu
Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst liefhad,
En mijn redding kocht,
Op het hout van Golgotha.293 Laten we nu onze handen opheffen naar Hem
Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst liefhad,
En mijn redding kocht,
Aan het hout van Golgotha.294 Hebt u Hem lief? Is Hij niet wonderbaar? Ik bid voor elk van u, kinderen. Wat voor goed zou het mij doen om hier te staan en deze dingen te zeggen als ik in mijn hart niet dacht dat het u zou helpen? Wanneer ik vermoeid ben en uitgeput... Ik kan hier gewoon nauwelijks blijven staan. Mijn voeten doen pijn en mijn schoenen, ik heb erin staan zweten en alles totdat mijn voeten ruw en gezwollen zijn. En ik ben zo vermoeid. Ik ben geen jongen meer, en ik heb preken van drie of vier uur gepredikt en voor de zieken gebeden en ben dag en nacht bezig. Waarom zou ik dit hier staan doen? U weet, in al deze dertig jaren... als het was voor populariteit, dàt heb ik geschuwd. U weet dat ik geen geld aanneem, u weet dat. En ik heb geen.. Heb ik u iets verteld in de Naam van de Here dan wat is komen te geschieden? U weet dat dat waar is. Ik heb u lief. Het is de liefde van God die in mijn hart is voor ieder van u. Ik wenste dat ik kon... Ik wens dat ik voor God zou kunnen staan en zeggen: "God, laat mij hen helpen. Laat mij dit doen." Ik kan het niet doen. Ieder persoon moet op zichzelf staan. Ziet u?
295 Ik geloof dat we allemaal naar boven gaan een dezer dagen. En als het gebeurt dat we voor die tijd in slaap vallen, ik van u word weggenomen, bedenk: ik zal u daar ontmoeten. Ik weet dat het daar is. Hetzelfde visioen dat u alles heeft verteld, wat volmaakt was, is komen te geschieden precies zoals Hij zei. Niet een van al deze jaren -- en kan iemand hier zeggen dat ik u ooit iets heb verteld dat het zou komen te geschieden dan dat het gebeurde. Over de hele wereld weet men dat. U hebt het nooit op het podium gezien dan dat het iedereen precies de waarheid vertelde. Ziet u? Het is altijd zo geweest. Diezelfde God liet mij voorbij het gordijn van de tijd kijken, en ik zag die vrouwen en mannen hun armen om me heen slaan en me omhelzen en ze zeiden: "O, broeder Branham." Ik kan gewoon niet stilzitten. Al ben ik vermoeid, ik ga toch.
296 Mijn rug doet pijn en ik... Elke dag... Ik ben vierenvijftig jaar oud. Weet u, je krijgt elke dag extra moeite. Mijn gebed is: God houd mij staande, houd mij staande om het Woord te prediken en te staan op die Waarheid tot ik mijn jongen zie, Jozef, oud genoeg en vervuld met de Heilige Geest, dat ik deze oude, versleten Bijbel kan nemen en hem in zijn hand leggen en zeggen: "Zoon, draag hem tot het einde van je leven. Sluit er geen compromissen over."
297 Ik dacht dat Billy misschien het Evangelie zou prediken. God riep hem nooit, maar ik geloof dat Jozef, zelfs al is hij een klein humeurig jongetje, ik geloof dat God hem heeft geroepen. Dat is de reden dat de jongens niet met hem overweg kunnen. Hij is een leider. En ik weet dat God hem heeft geroepen. Ik wil hem opleiden op de wijze van het Woord -- de weg van het Woord van de Here, dat Hij dat Woord niet zal verzaken. Ik wil het zelf doen, zo God wil. En wanneer ik oud word en me terugtrek, dat ik hem op de preekstoel zie staan en hoor zeggen: "Dit is hetzelfde Evangelie waar mijn vader voor stond. Hij zit daar vanavond oud en gebroken, maar ik wil zijn plaats innemen en in zijn schoenen staan." Daar staan.
298 Dan zal ik opzien en zeggen: "Heer, laat uw dienstknecht gaan in vrede." Dat is wat ik zozeer wil zien. Totdat die tijd komt...
299 Dan, wat als ik zou opstaan in een andere generatie. Ik kan het niet. Ik moet komen met deze generatie. Ik moet er met u staan. U bent degenen waarvoor ik moet instaan en rekenschap voor God moet afleggen voor het Evangelie dat ik predikte. Denkt u dat ik hier sta en probeer u te bedriegen, om ergens uit te komen waarvan ik dacht dat het juist was? Ik zou u aanmoedigen om het te gaan doen, maar ik weet dat wanneer het verkeerd is, dat ik wil dat u daaruit vandaan komt in datgene wat juist is. Waarlijk, vanuit mijn hart, God zij mijn getuige, ik heb ieder van u lief met werkelijke, goddelijke, Christelijke liefde. God zegene u. Bidt voor mij.
300 Ik weet niet wat mijn toekomst inhoudt, maar ik weet Wie mijn toekomst vasthoudt, dus rust ik daarin.
301 Ik geef deze preekstoel over aan een man in wie ik het allergrootste vertrouwen heb als een dienstknecht van Jezus Christus, onze voorganger, broeder Neville.