1 Laat ons even blijven staan voor gebed. Dierbare God, we zijn U zo dankbaar dat we weer dit voorrecht hebben om in het huis van God te staan en de Levende God te aanbidden. We zijn zo dankbaar dat ons dit voorrecht nog steeds in het land wordt toegestaan. We zijn ook dankbaar voor deze trouwe mensen, Here, waarvan velen zijn gekomen van vele honderden kilometers ver. Sommigen van hen zullen vanavond weer proberen hun weg terug te rijden over de autowegen. God, ik bid dat U met hen zult zijn en hen zult helpen. Leidt hen, o Vader.
2 Wij danken U voor deze regenbui die de lucht tijdelijk heeft afgekoeld. Vader, wij bidden dat U ons vanavond zult ontmoeten in Uw Woord, want daarom zijn we samengekomen Heer, om U in het Woord te ontmoeten. Help ons, Here, dat ons samenkomen een zegen zal zijn voor Uw Koninkrijk; mogen wij zo geholpen worden dat we anderen weer kunnen helpen. Wij vragen of U deze dingen wilt toestaan, in Jezus' Naam. Amen. (U kunt gaan zitten.)
3 Ik had zojuist een paar privé-gesprekken. Vlak voor de samenkomst begon, had Billy mij er zo'n lading van gegeven dat ik nauwelijks wist waar ik moest beginnen. Maar we bidden dat God u zal zegenen voor uw krachtsinspanning om te blijven voor de avonddienst.
4 Nu, zo God wil, zullen we de volgende zondagmorgen opnieuw een dienst hebben. Ik sprak er net even over met de herder, en wat hem betreft is het goed.
5 Ik wenste dat ik nu de tijd had om elke goede vriend die ik hier binnen heb te groeten, maar ik weet dat u wacht. Het is warm. Ik zal me die tijd besparen en gewoon dit zeggen: "De Here zegene u."
6 Weet u, ik weet niets belangrijkers wat iemand voor mij zou kunnen vragen, dan te zeggen: "God zegene u." Ziet u? Indien Hij dat zal doen: dat is alles wat ik nodig heb, slechts dat alleen. Ik geloof dat dàt het belangrijkste woord in de taal is: "God zegene u." En ik weet dat Hij het doet.
7 Zoals ik zojuist tegen mijn vrouw zei toen ik probeerde een bad te nemen en ik maar niet droog kon worden. Ik droogde me dan af, en dan was ik weer nat. Ik droogde me af, en ik kon zelfs mijn overhemd niet aankrijgen. Het is ginds in Tucson wel wat anders. Het is daar ongeveer twee keer zo heet als hier, maar je hebt er geen transpiratie. Er is geen vocht in de lucht, dus het droogt op zodra je buiten komt. Als je er een pan water neerzet, is het gelijk verdwenen. U kunt er niet transpireren, omdat het verdampt voor u kunt transpireren. U transpireert wel, maar u ziet het nooit. Maar hier had ik een verschrikkelijke tijd om droog te worden, dus... En ik ben nu al weer doorweekt.
8 Ik was ginds in de kamer en we ontvingen zeven of acht mensen daar, die spoedgevallen waren en die direct moesten worden behandeld.
9 Nu, de reden dat ik u laat blijven en u vraag te komen, is omdat ik voel dat het een zegen voor ons is. Ik zou dat anders niet doen, vrienden. Ik acht u te hoog dat u alleen maar komt om iemand aan te horen, of te luisteren naar wat ik heb te zeggen, of zo. Dat zou ik niet doen. Dat zou niet juist zijn. Dat zou mijn liefde voor u niet tonen, als ik u zomaar liet komen. Ik geloof niet dat u dan zou komen, hoewel ik weet dat u mij liefhebt, zoals ik u liefheb... Ik weet dat, anders zou u de dingen niet doen die u doet. Ik acht u zo hoog, dat ik u niet in de hitte zou willen laten zitten en dergelijke, als ik niet geloofde dat het voor iets was dat u zou helpen.
10 Voordat ik hier kom, probeer ik altijd zo goed mogelijk mijn best te doen voor God om iets uit te zoeken, een Schriftgedeelte op een of andere manier, en om ten laatste voordat ik wegga Zijn leiding te vragen: "Help op een of andere manier, Here God, en geef alles wat U kunt aan die dierbare mensen." En ik verwacht en geloof dat ik altijd bij u zal leven. Ik geloof dat dit de kortste tijdsruimte is die we hebben, terwijl we hier zo samen staan. We zullen in eeuwigheid samen zijn. Ziet u? Ik geloof dat werkelijk. En ik wil u helpen. Als ik iets verkeerds zeg, weet de Hemelse Vader dat het niet mijn bedoeling is, het komt omdat ik het niet wist, ik het in onwetendheid doe.
11 Daarom, wetend dat ik voor u verantwoordelijk ben en u onder mijn hoede bent betreffende het Evangelie, zal ik u altijd bij de bladzijden van deze Bijbel willen houden. Vaak komen mensen naar mij toe en zeggen: "Broeder Branham, als u slechts hier naar voren treedt en 'ZO SPREEKT DE HERE!' uitspreekt over mijn kind dat ziek is, zal het genezen. Ga erheen en zeg slechts: 'Het zal gezond worden.' Dat is alles wat ik wil dat u doet."
12 Nu, dat is oprecht en lieflijk; hoe waardeer ik dat. Maar weet u, ik kan dat niet doen tenzij Hij mij dat eerst zegt. Ziet u? Ik kan voor dat kind bidden en alles doen wat ik kan, maar ziet u... Wat als ik daar met enthousiasme heenga en dat zei? Ziet u? Als ik zei: "ZO SPREEKT DE HERE", zou het eigenlijk zijn: "ZO SPREEKT MIJN ENTHOUSIASME." Ziet u? Dan zou het kunnen gebeuren, of het zou niet kunnen gebeuren. Maar wat dan indien diezelfde persoon onder mijn enthousiasme kwam, en het gebeurde niet? Dan zou die persoon misschien terecht kunnen komen in een geval van leven en dood. Waar zou zijn vertrouwen zijn? Ze zouden bang zijn dat ik weer onder enthousiasme zou kunnen zijn. Ziet u? Dus wanneer ik dat zeg, wil ik doodernstig zijn, dat het met alles wat ik weet, juist is. Wanneer Hij dan tot mij spreekt, kan ik gewoon zeggen wat Hij mij toonde. Of het nu goed is of slecht: dat moet ik zeggen. Soms is het niet plezierig om de mensen deze dingen te vertellen, maar toch ben ik verplicht om de mensen zowel de kwade dingen te vertellen die hen zullen overkomen, als hun de goede dingen te vertellen die hen overkomen zullen.
13 Wij willen tenslotte de wil van de Here. Soms is de wil van de Here tegengesteld aan onze verlangens. Maar toch, als wij de wil van de Heer wensen, is het ons even dierbaar te weten dat het kwade ons zal overkomen, indien dat de wil van de Here is. Of het goed zij of kwaad, we willen dat de wil van de Heer gedaan wordt. Ik weet dat we het zó bezien.
14 Nu, ik weet dat de broeders hier op zondagavond gewoonlijk een boodschap houden van twintig of dertig minuten. Ik weet niet of ik dat kan of niet, maar ik zal mijn uiterste best doen.
15 Ik geloof dat er onmiddellijk hierna een doopdienst is. Ik hoorde dat er vanmorgen een groot aantal mensen is gedoopt. Er is hier voortdurend dopen, heel de tijd. Predikers, Methodisten, Baptisten, Presbyterianen, Kerk van God, Lutheranen, wat het ook is, ze komen om te worden gedoopt in de Naam van de Here Jezus Christus. En wanneer ik voor God moet staan voor de oordeelstroon, moet ik daarvoor verantwoording afleggen. En als ik in mijn gedachten even duidelijk was dat ik gerechtvaardigd ben in alles in mijn leven, als ik daarover ben, dan zou ik op dit moment gereed zijn voor de opname. Want ik weet dat dat de Evangelie-waarheid is. Ziet u? Dat is de Waarheid.
16 Er is niet één Schriftgedeelte in de Bijbel waar iemand ooit anders werd gedoopt dan in de Naam van Jezus Christus. De opdracht van Vader, Zoon en Heilige Geest is slechts: "Gaat gij daarom heen, onderwijst alle volkeren, en doopt hen in de Naam van de Vader, Zoon, Heilige Geest." Niet: spreek deze titel over hen uit, maar doopt hen in de Naam van de Vader, Zoon, en Heilige Geest, wat de Here Jezus Christus is.
17 Iedereen in de Bijbel werd gedoopt in de Naam van Jezus Christus, en de Bijbel zei, dat wie er één woord van zal afnemen of er op welke wijze ook één woord aan zal toevoegen, wee hen! Dus ik heb genoeg waarvoor ik moet vrezen benevens iets toe te voegen of iets van de Schrift af te doen. Het heeft me vele keren in moeilijkheden gebracht, maar hier blijf ik bij. Hij is mijn Verdediging. Het heeft veroorzaakt dat ik van menig vriend moest scheiden. Daarom hebben ze me verlaten. Maar zolang als ik deze Vriend hier houd, de Here Jezus... En Hij is het Woord! Het geeft niet of het pad ruw is, of de weg moeilijk is, Hij is precies zo gegaan. En als zij de Meester van het huis Beëlzebub noemden, hoeveel te meer zullen ze het Zijn discipelen doen.
18 Nu, de Here zij met u allen en zegene u deze week, en God geve u het beste wat u te geven is, is mijn gebed.
19 We zullen nu uit het dierbare Woord lezen. Nog eens, denk aan woensdagavond. [Broeder Branham spreekt met Broeder Neville over de diensten -- Uitg.] Maandag en dinsdagavond zijn er huisgebedssamenkomsten. Ik denk dat de mensen dat wel weten.
20 Is Broeder Junior Jackson in het gebouw? Broeder Jackson, ik weet niet of... Hier is broeder Jackson. Goed. Een andere broeder Jackson. En broeder Don Ruddell, is hij in het gebouw vanavond? Broeder Don? Hierzo. En velen van de andere broeders... Ik zie hier de broeders uit Arkansas, en Louisiana, en verschillende plaatsen uit het land.
21 Ik heb hier vanavond ook enige oudere broeders. Hier zit broeder Thomas Kidd, aan de rechterkant, hij wordt over een paar dagen vierentachtig jaar. Ongeveer drie of vier jaar geleden werd hij geopereerd aan een prostaatkwaal en was hij stervende aan kanker; de dokter had hem gewoon teruggelegd om te sterven. En ik vond het fijn dat ik mijn oude auto ruïneerde om bij hem te komen in Ohio. En de Here Jezus genas hem, en hier zijn, gezond en wel, hij en zijn kleine levensgezellin vanavond... Velen van u kennen ze; misschien sommigen niet. Maar hier is een man en vrouw, die het Evangelie predikten voordat ik werd geboren. Denk daar eens aan, en ik ben al een oude man. Ziet u? Nu, als ik naar hen kijk en ze nog steeds zie doorgaan, dan vat ik weer moed.
22 Wij kennen allen broeder Bill Dauch, die hier in de hoek zit. En o, hoe dankbaar zijn we allen voor al Gods grote zegeningen. Moge dat voortdurend met ons zijn, totdat die laatste bazuin klinkt. Dan, weet u, zullen we samen worden opgenomen om de Heer te ontmoeten in de lucht. Denk eraan! Ze zullen mensen missen, zij kunnen u niet meer zien, maar u komt samen met de rest van de groep. "Zij die levend overblijven tot de komst van de Here zullen hen niet voorgaan (of 'hinderen' is het woord) die ontslapen zijn." Niet dood, nee, Christenen sterven niet. Ze nemen gewoon een beetje rust (ziet u?), dat is alles. O, wonderbaar! "En de bazuin Gods zal klinken en de doden in Christus zullen eerst opstaan, aan velen verschijnen..." En plotseling staat u daar te kijken: "Wel, daar is een broeder..." U weet, het duurt niet lang meer. In een paar ogenblikken zullen we veranderd worden, in een moment, in een oogwenk, en samen met hen vermist worden op aarde, opgenomen om de Heer te ontmoeten in de lucht.
23 Te bedenken, met alles wat we hebben gezien in de Schriften en de scherp omlijnde bewijzen van het uur waarin wij leven, dat het zou kunnen gebeuren voordat de dienst eindigt! Denk daar even aan vanavond. Met het oog hierop benaderen we Zijn Woord. Laten we opslaan Hebreeën, het 13e hoofdstuk. We gaan lezen van vers 10 tot 14.
24 Nu, zoals ik heb gezegd, als wij eer bewijzen aan onze vlag (wat fijn is), dan gaan we altijd staan, terwijl we trouw zweren. En bij andere grote gebeurtenissen gaan we staan uit eerbied voor onze groet enzovoort aan ons land. Wanneer ze The Star Spangled Banner spelen, dan staan we in de houding. Laat ons als Christenstrijders in de houding gaan staan terwijl we het Woord van God lezen.
25 Luister aandachtig naar het lezen van het Woord. De reden dat ik het graag lees, is omdat mijn woorden kunnen falen, maar het Zijne niet. Dus als ik alleen Zijn Woord las, zou u gezegend zijn. Het tiende vers van Hebreeën 13:
Wij hebben een altaar, waarvan zij, die de dienst voor de tabernakel verrichten, niet mogen eten.
Want van de dieren, waarvan het bloed als zondoffer door de hogepriester in het heiligdom werd gebracht, werd het lichaam buiten de legerplaats verbrand.
Daarom heeft ook Jezus, ten einde zijn volk door zijn eigen bloed te heiligen, buiten de poort geleden.
Laten wij derhalve tot Hem uitgaan buiten de legerplaats en Zijn smaad dragen.
Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige.26 Here God, Die verantwoordelijk is voor dit Woord, verantwoordelijk om er door de eeuwen heen voor te zorgen, om erop toe te zien dat het ongerept tot ons komt... Het is een puur maagdelijk Woord van God. Wij koesteren het zo in onze harten op dit moment. Here, verklaar deze tekst naar inhoud aan ons vanavond, zodat wij, de mensenkinderen, het gebod van God zouden mogen begrijpen. Want wij vragen het in Jezus' Naam. Amen.
27 Mijn onderwerp voor deze avond is: Buiten de legerplaats gaan. Het is nogal een klein onderwerp; het is een beetje vreemd. Maar weet u, gewoonlijk vinden we God in vreemde dingen. De wereld wordt zo vastgeroest in gebruikelijke zaken, dat alles wat afwijkt van de gewone gang merkwaardig wordt, zoals ik hier in de tabernakel een paar dagen geleden, predikte over de zonderling [Oddball -- Uitg.] De boer is een vreemde snuiter voor de zakenman, en de zakenman is een vreemde snuiter voor een boer, en de Christen is een vreemde snuiter voor de ongelovige enzovoort. U moet voor iemand een dwaas zijn.
28 Dus al het ongebruikelijke maakt u enigszins tot een dwaas voor de gewone gang van zaken. Daarom werden Gods volk, Zijn profeten en Zijn boodschappers door de eeuwen, die Zijn boodschap van het Woord droegen, als dwazen beschouwd voor de buitenwereld.
29 Noach was een dwaas voor de grote intellectuele wereld tot wie hij predikte. Mozes was zeker een dwaas voor Farao, toen hij, terwijl hij reeds met zijn voet op de troon stond, deze opgaf voor een stelletje modderknoeiers, naar men dacht. Jezus was een dwaas voor de mensen. Heel de rest van hen die voor God hebben gewerkt en geleefd, zijn als dwazen beschouwd. Ze moesten buiten het kamp gaan dat zij hadden.
30 Meer en meer ben ik geneigd te geloven dat de mensen niet tot Christus komen. Nu, ik ben hier om, op elke manier die ik maar kan, te proberen om te helpen, om mijn uiteenzetting zo duidelijk te maken als ik maar weet. Hebt u wat geduld met mij, als u wilt.
31 Als ik kijk en predik door het land en de mensen beschouw, ben ik er volledig van overtuigd dat de mensen niet tot Christus komen. Ik geloof dat het komt omdat de vijand deze hindernis heeft opgeworpen, omdat... De reden dat ik dit geloof is, omdat Hij niet het onderwerp is waarop ze gewezen worden. Ze zijn gewezen op een dogma, of op een leerstelling, of op een gezelschap, of op een ervaring, of op een sensatie, of zoiets dergelijks, in plaats van te worden gewezen op Christus, het Woord. Daarom denk ik dat de mensen hun eeuwige bestemming laten steunen op een of ander dogma, of op een of andere sensatie, zoals sommigen zeggen: "Ik danste in de Geest!" of: "Ik sprak in tongen!"; "Ik voelde vuur over mij heengaan." Weet u dat al deze dingen kunnen worden nagebootst door de duivel? Er is slechts één ding dat hij niet kan nabootsen: dat is het Woord!
32 In het twistgesprek tussen hem en Jezus, versloeg Jezus hem telkens met: "Er staat geschreven!" -- het Woord! Ik geloof dat dàt vandaag de reden is dat de mensen niet tot Christus komen, omdat zij worden gewezen (velen van hen) naar een denominatie. "Komt u bij ónze kerk!" of: "Leest u onze Catechismus!" of: "Geloof ónze leerstelling!" of een of ander soort systeem. Ze worden gewezen naar de verkeerde richting! Hun daden en het leven dat ze leven zonder Christus verklaart zich in hun eigen leven, het wordt betuigd door diezelfde zaak.
33 Bijvoorbeeld -- ik wil niet iemands gevoel kwetsen, maar overal door het land heb ik de vrouwen veroordeeld voor het dragen van kort haar. Dat is de Bijbel. Ik heb de vrouwen veroordeeld voor het dragen van broeken, het gebruiken van make-up; maar elk jaar wordt het erger. Het toont dat er ergens nog een vinger is die hen een andere richting opwijst. En ze komen er niet doorheen, tot Christus.
34 Ze zeggen: "Wij behoren tot de kerk; onze kerk gelooft niet..." Het maakt geen verschil wat uw kerk gelooft, God zei: "Het is fout!" Wanneer ze doorgedrongen waren tot Christus, zouden zij daarmee stoppen, en niet alleen dat, maar de mens zou zijn positie innemen als hij doorgedrongen was tot Christus en zou daar tegen zijn. Mannen zouden hun vrouwen niet op zo'n manier laten handelen. Een echte man wil niet dat zijn vrouw zich zo gedraagt.
35 Een jonge knaap hier uit de stad wilde onlangs twee jonge kerels doden. Ze waren bij een bepaald benzinestation (u, mensen uit Jeffersonville, hebt het in de krant gelezen) en dit jonge meisje liep een benzinestation binnen met vrijwel niets aan. En die twee jonge kerels die daar zaten, maakten een opmerking, en die pompbediende wilde die twee jongens doden, en hij werd er voor gearresteerd, en voor de rechtbank gebracht. De rechter vroeg hem: "Waarom kleedde zij zich op deze manier?"
Hij zei: "Ik vind dat ze er zo leuk uitziet."
36 Nu, er is iets fout met die man. Het kan me niet schelen of hij een zondaar is, er is iets fout met hem. Zijn liefde voor die vrouw kon niet echt zijn als hij haar zo buiten laat lopen als een kluif voor een hond. Er is iets fout. Is de mens ooit tot het besef gekomen dat zij konden oordelen tussen goed en kwaad?
37 Zag u die nieuwe badpakken die ze uitgebracht hebben? Kent u mijn voorzegging van drieëndertig jaar geleden, dat de vrouwen tenslotte zouden komen tot het dragen van vijgebladeren? Nu zijn er die zijn gekleed in vijgebladeren, doorzichtige rokken. Het Woord van God faalt nooit. En dat zou plaatsvinden juist voor de eindtijd -- dat ze weer zouden terugkeren tot een vijgeblad. Ik las het in het tijdschrift Life. Dat werd precies dertig jaar geleden gezegd, voordat de vrouwen hun val maakten. Er werd verteld hoe ze het zouden doen in deze dag, en hier zijn we er: hoe ze kleding zouden dragen zoals de man; hoe de zedeloosheid van de vrouw in dit land zou verlopen. Het laagste van alle landen die er in de wereld zijn, is dit Amerika. Zij is de vuilste van het stel. Dat is overeenkomstig de statistieken.
38 De huwelijks- en echtscheidingscijfers zijn in dit land hoger dan in welk ander land ter wereld. De andere landen volgen ons... Vroeger volgden wij Frankrijk, het vuil en de smerigheid van dat land, maar nu halen zij hun kleding bij ons vandaan. Wij zijn over hun grenzen heengestapt.
39 Ik weet dat er een of andere reden is dat de mensen niet tot Christus doordringen. Als ze het zouden doen, dan zouden ze niet zo handelen. Jezus leed buiten de poort, opdat Hij Zijn volk zou kunnen heiligen met Zijn eigen Bloed. Heiliging komt van een Grieks woord, met samengestelde betekenis, wat betekent: "gereinigd en opzij gezet voor dienst." Wanneer God Zijn mensen reinigt met het Bloed van Jezus, dan reinigt Hij hen van de vuilheid van de wereld en zet hen opzij voor dienst.
Daarom heeft ook Jezus, teneinde Zijn volk met Zijn Eigen Bloed te reinigen, buiten de poort geleden.40 Zelfs de Volle Evangeliemensen zijn regelrecht teruggekomen in die oude sleur waaruit ze gekomen zijn. Wat was de Pinksterkerk veertig of vijftig jaar geleden? Ze vervloekten en veroordeelden en bespotten de kerken waaruit ze gekomen waren, die denominaties. Wat deden ze echter. Ze keerden terug zoals een hond naar zijn braaksel en een zeug naar z'n modderpoel. Zij keerden terug naar dezelfde plek, waar ze uit weggehakt waren. En nu zijn hun kerken even vuil als de rest.
41 Het was zoiets als ik vanmorgen zei, zoals... De mensen zijn zoals Petrus zei in Mattheüs 17:48, waar hij zei: "Het is goed hier te zijn, laat ons drie tenten bouwen."
42 Maar de Geest gebood hun het niet te doen en zei: "Dit is Mijn geliefde Zoon; hoort Hem!" En Hij is het Woord. Daar moeten we naar kijken, naar het Woord, niet naar ons enthousiasme of iets anders. "Hij is Mijn Woord; hoort gij Hem." En wat zagen zij nadat de Stem tot hen gesproken had? Zelfs Mozes en Elia waren niet meer aanwezig; noch was er een geloofsbelijdenis; noch was er iets anders overgebleven, dan Jezus alleen. En Hij is het Woord. Dat was alles wat ze zagen.
43 Nu, buiten de legerplaats gaan... We ontdekken dat in hun legerplaats, waar deze grote gebeurtenis plaatsvond op de berg der Verheerlijking, zoals Petrus het later noemde "de heilige berg", waar Hij hen ontmoette... Nu, ik geloof niet dat de apostel bedoelde dat de berg heilig was. Hij bedoelde dat het een heilig God was op de berg. Het is niet de heilige kerk; het is niet het heilige volk; het is de Heilige Geest in de mensen. De Heilige Geest is heilig. Hij is uw Stuurman en uw Leidsman.
44 We bemerken in dit kleine kamp op de berg der Verheerlijking, toen ze opdracht kregen te horen... Het enige wat hun werd opgedragen, was het Woord te horen! Het Enige wat ze zagen was niet een geloofsbelijdenis; ze hebben nooit iets anders gezien dan Jezus; en Hij is het Woord vleesgemaakt. Hoe prachtig is dat vergeleken met het kamp dat daar in de hof van Eden was, toen God Zijn gemeente versterkte in de hof van Eden. Zijn volk had één Muur waar zij achter konden schuilen; dat was het Woord. Zij hadden één Schild, een Wapenrusting, één ding, omdat God wist wat de duivel zou verslaan; en dat was het Woord!
45 Jezus deed hetzelfde: "Het is het Woord; er staat geschreven." Satan probeerde het te verbergen, niet te citeren, het voor Hem te verbergen. Maar Jezus zei: "Er staat evenzo geschreven." Nu, wij moeten blijven bij dat Woord!
46 In deze kleine legerplaats waren daar Petrus, Jakobus en Johannes; en Jezus, Mozes en Elia... In hun kamp zagen zij de hemelse legermacht van de schaduw van de Lichtzuil in deze wolk hangen, die de Here Jezus verheerlijkte. Toen ze op het punt stonden om een denominatie te maken, één voor de wet, en één voor de profeten enzovoort, zei de Stem: "Dit is Mijn geliefde Zoon, hoort gij hem." Wat hun werd opgedragen, was precies zoals het in Eden was: "Blijf bij het Woord!" Dat is Gods Legerplaats voor Zijn volk.
47 Het lijkt er tegenwoordig op dat het een tijd is dat de mensen in alles buiten de legerplaats gaan. Ze gaan er buiten.
48 Weet u, mij werd een tijdje geleden verteld dat zij nu een straalvliegtuig hadden die zo'n lawaai kan maken dat we het hier horen en waardoor de vensters schudden. Wanneer dat vliegtuig zo snel gaat, dat het zijn eigen geluid passeert, heet dat de geluidsbarrière. Wanneer het aan zijn eigen geluid voorbijgaat, is het praktisch onbeperkt in wat het kan doen. Ik geloof dat we daaruit een les kunnen leren. Wanneer wij buiten onze eigen geluidsbarrière gaan in het Woord van God, dan is het onbeperkt wat God met een mens kan doen, die bereid is buiten de legerplaats te gaan dat is de legerplaats van de mens.
49 Nu, we zien dat buiten het kamp gaan... Ik zie dat ook Satan zijn mensen buiten het kamp van de rede brengt, buiten het kamp van het gezond verstand. Satan heeft zijn mensen in de ándere richting buiten het kamp gebracht; God heeft Zijn mensen in deze andere richting gebracht. Satan heeft hen buiten het kamp van het normaal fatsoen gebracht. Wanneer het tot een toestand komt dat de mensen kunnen doen en handelen, en ongestraft door kunnen gaan met de dingen die ze tegenwoordig doen op het vlak van de moraal... Ik kan er niet bij hoe een man zijn vrouw zó gekleed buiten kan laten lopen, en dan nog iemand slaan omdat ze wordt beledigd. Het is buiten het gezonde verstand. Hij behoorde toch wel beter te weten. Het is buiten het normaal fatsoen.
50 Waar houdt dit op? Welke man of vrouw van mijn leeftijd zou ik dit mogen vragen? Wat zou gebeuren als mijn of uw moeder ongeveer vijftig jaar geleden op straat zou lopen met een kort broekje aan, of een bikini, of hoe u het noemt? De wet zou haar onmiddellijk opgepakt hebben en haar in een krankzinnigengesticht hebben gestopt. Een vrouw die haar huis uitging zonder haar bovenkleren aan hoorde in een inrichting, omdat er geestelijk iets niet klopte. En als het toen een teken van geestesziekte was om zoiets te doen, als het een zeker teken was dat iemand krankzinnig was geworden, is het nog steeds een geestesziekte. Buiten zinnen, vuilheid.
51 Wanneer een man sigaretten kan roken terwijl de doktoren aan hem bewijzen dat er elk jaar duizenden aan sterven, en hij blijft nog steeds maar sigaretten wegpaffen, dan lijkt het erop dat er iets fout is met het verstand van die man. En wanneer een man een geestelijke shock heeft, en hij zichzelf niet in de hand kan houden in wat hij doet, zal hij elke dokter aflopen die er maar in het land is om uit te vinden wat er verkeerd met hem is. Maar dan zal hij gaan staan, bij de tapkast, of in de auto, en hij drinkt totdat hij totaal krankzinnig is, besteedt zijn geld om zichzelf daar in te storten. En als hij zich er niet in stort met de roes van sterke drank, dan zal hij elke stuiver die hij heeft naar de dokter brengen om uit te vinden wat er verkeerd met hem is. Het is niet logisch.
52 Als er een jonge havik boven de stad zou komen vliegen en ik zou mijn geweer nemen, in m'n achtertuintje gaan staan en die havik neerschieten, zou ik binnen tien minuten in de gevangenis zitten. Ze zouden me gearresteerd hebben voor wanordelijk gedrag, het hanteren van een vuurwapen in de stad, het in gevaar brengen van mensenlevens met een geweer door in de lucht te schieten op een havik. Ik zou iemand hebben kunnen doden, zou men zeggen. Hij behoort te worden opgeborgen. Maar ze zullen wel een man sterke drank verkopen om hem dronken te krijgen, en hem in een auto stoppen waarmee hij misschien een heel gezin volledig zou vermoorden, en wanneer hij wordt gepakt, dan krijgt hij een boete van 5 dollar plus het betalen van de kosten. Moord met voorbedachte rade! Wat is er aan de hand met de wereld? Er is ergens iets fout.
53 Nu, buiten het kamp gaan, buiten het fatsoen, buiten de redelijkheid. U bemerkt dat onze politici vandaag niets zullen zeggen over het lezen van de Bijbel op school. Ze zijn bang; ze weten niet uit welke hoek de wind zal gaan waaien. Ze weten niet of het ze een stem zou gaan kosten of niet.
54 Wij hebben weer een Abraham Lincoln nodig, een John Quincy Adams; wij hebben iemand nodig die er tegenop zal komen, ongeacht uit welke hoek de wind waait en hun eerlijke overtuiging geven. Tegenwoordig weet een denominatie-prediker niet wat hij moet doen, hoewel u hem het Woord der Waarheid toont. Hij is bang dat hij zijn betaalde maaltijd zal kwijtraken. Wij hebben vandaag mannen en vrouwen nodig die in brand staan voor het Evangelie, iemand die zal standhouden, die hun overtuiging uitspreken, en wijzen op wat goed en fout is, of het Woord van God juist is, of dat de denominatie juist is.
55 Jezus zei: "Laat elk mensenwoord een leugen zijn en het Mijne de Waarheid. Hemelen en aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn Woord zal nooit voorbijgaan!" Dus u ziet, zij gaan buiten het kamp van Gods Woord om hun antwoord te vinden.
56 Wij hebben nodig een... Wat hen overgehaald heeft om uit het kamp van Gods Woord weg te gaan... zoals hij deed met Eva in de hof van Eden, zo heeft Satan het vandaag weer gedaan. Goed. We zien dat. De mensen zijn overgehaald tot hun dogma's en geloofsbelijdenissen buiten het kamp, in hun dogmatisch kamp van geloofsbelijdenissen. Zij hebben ook een kamp, en dat plaatst hen in zijn kamp. Zijn kamp is dat van de ontwikkeling, theologie, werken, doctorsgraad, bestudeerdheid, persoonlijkheid, alles wat tegen God Woord-kamp ingaat. God heeft een kamp voor Zijn mensen. De denominaties hebben hun eigen kamp.
57 Drieduizend jaar geleden kon de mens God bijna overal ontmoeten. Het was een gewone zaak voor een mens dat hij God ontmoette. Maar waarom ontmoeten ze Hem vandaag niet? Er zijn meer mensen, duizendmaal duizenden en miljoenen meer mensen dan er drieduizend jaar geleden waren. En toch, God is een of ander oudheidkundige zaak waarover gesproken wordt, een of andere oude geschiedenis. Zij ontmoeten God niet als persoon zoals ze het vele jaren geleden deden, zoals ik zei, ongeveer drieduizend jaar geleden. Het is niet gewoon meer dat een mens God ontmoet. Als een mens erover spreekt, dan wordt hij als een krankzinnige beschouwd, iemand die zijn verstand kwijt is. Het is zo ongewoon voor hen.
58 In het geval van Abraham, in zijn kamp, was het bijna een dagelijkse gebeurtenis dat Abraham God ontmoette. Hij sprak met Hem. Niet alleen dat, maar toen ze naar Gerar gingen om daar te verblijven, zien we dat God daar in het kamp van Abimelech was, een Filistijn. Het was een heel normale zaak. Ze woonden in het kamp van Zijn Tegenwoordigheid. Vandaag leven ze in hun eigen kamp, en ze hebben niets te doen met Gods kamp. Ze willen er niets mee te maken hebben, omdat het fanatiek voor de wereld is. Het is fanatisme voor hen. Maar bedenk, toen God het eerste kamp voor de mensen in orde maakte, versterkte Hij hen met Zijn Woord. Dat doet Hij altijd. Maar vandaag, in hun kamp, doen zij dat niet. Dat is de reden dat u niet zoveel over God hoort.
59 Nu, ik geloof dat het kamp... Zoals Mozes... Hoe Hij Mozes ontmoette in de woestijn... Mozes had een kamp daar buiten, waar hij de schapen van zijn schoonvader Jethro hoedde, daar achterin de woestijn. En op een dag zag deze oude, tachtigjarige schaapherder een brandend Licht of een Vuurkolom in een struik. En hij ontmoette God -- een man die op de vlucht was voor God. Soms als u God ontmoet, veroorzaakt het dat u ongebruikelijke dingen doet. Mozes was erg ongebruikelijk de volgende dag. Hij zette zijn vrouw schrijlings op een muildier, met een baby op haar schoot, en hij ging op weg naar Egypte, zijn lange baard neerhangend, met een kromme stok in zijn hand, om het land over te nemen. Nu, dat was een belachelijk gezicht! "Waar ga je heen, Mozes?"
"Ik ga naar Egypte."
"Waarvoor?"
60 "Om het in bezit te nemen." Hij had God ontmoet. Een invasie van één man. Het scheen verschrikkelijk raar. Maar de reden ervan was, dat hij het deed, omdat hij God had ontmoet! Het zou net zo zijn als wanneer één persoon Rusland zou gaan overnemen. Dat is alles wat u nodig hebt: één persoon in de wil van God. Mozes was in de wil van God en hij had een kromme stok in zijn hand, geen zwaard, een stok. God doet ongebruikelijke dingen.
61 Maar bedenk, om dit te doen moest Mozes buiten het kamp gaan waar hij gewoond had, omdat hij daar geweest was met een heel leger en toen kon hij het niet doen. Met al de legers van Egypte kon hij het niet doen. Maar op een dag nodigde God Hem uit in Zijn kamp. Hij vroeg: "Wie zijt Gij?"
62 Hij zei, "IK BEN DIE IK BEN!" Niet "Ik was", of "Ik zal zijn", tegenwoordige tijd: IK BEN. Ik ben de God van Abraham, Izaäk en Jakob. Ik heb het geroep van het volk gehoord, en Ik gedenk aan Mijn belofte. En dit is de tijd dat dit zal worden vervuld. Ik zend u heen, Mozes, met deze stok in uw hand." Wat was het? Hij...
63 Nu, de mensen dachten dat hij krankzinnig was, maar wat had hij gedaan? Hij was uit zijn eigen kamp gegaan. Farao leidde hem veertig jaar op in zijn opleidingskamp, en hij faalde; en het kostte God nog eens veertig jaar om dat uit hem te krijgen. Al zijn studie en al zijn theologie die hem was geleerd. Er waren veertig jaar voor nodig om het uit hem te krijgen, en toen gebruikte God hem veertig jaar.
64 God heeft heel veel tijd om Zijn mensen voor te bereiden. Maar ziet u, Hij kon nooit vat op Mozes krijgen totdat Mozes uit zijn eigen door mensen gemaakte legerkamp wegging, uit de militaire wijze van doen, en uit de natuurlijke wijze van doen, naar de bovennatuurlijke wijze van doen. Toen hij daarna in dat kamp kwam, kon God hem gebruiken.
65 Nu, we ontdekken dat in deze woestijn... We bemerken dat toen zij hun positie innamen en uit Egypte in Gods kamp waren gekomen, degenen uit het kamp van de priesters zeiden: "Vestig jezelf als slaven voor de rest van de tijd!"... Toen Mozes, de profeet, kwam en betuigde dat het Woord van God op handen was, dat God, die de belofte had gedaan, er was om het volk te verlossen, trokken zij uit het kamp waarin ze waren, in het kamp van Gods beloofde Woord voor het uur. Zij geloofden die profeet, omdat het teken van de bevestiging bewees dat het exact het Woord van God was. De dingen die Hij deed, bewezen dat het juist was, en de Vuurkolom die hem volgde, bewees dat het het Woord van God was.
66 Nu, in dit kamp gebeurden wonderen, tekenen en wonderen. Ze dreven hen naar buiten de woestijn in. Ze verlieten hun natuurlijke kamp; ze verlieten het modderkamp; zij verlieten het kamp dat gemaakt was met stro en steen, om te wonen in tenten buiten in de woestijn, waar geen graan of iets anders was. Soms vraagt God ons om dwaze dingen te doen naar onze eigen gedachten. Als u ooit het kamp van uw eigen redenering verlaat, is dat de plaats waar u God zult vinden.
67 Bemerk, toen zij uitgingen de woestijn in, gebeurden er wonderen en tekenen toen zij dit kamp binnentrokken. Nu bedenk, zij verlieten Egypte's kamp en trokken de woestijn in naar Gods kamp. Hoe weet u dat het dat was? God zei: "Uw volk zal er vierhonderd jaar lang verblijven, maar Ik zal hen uitleiden met een machtige hand, en Ik zal hen dit land hier geven." Zij waren op weg door een betuigd Licht, een betuigd profeet, met tekenen en wonderen, dat God in het kamp was. Zij waren erheen op weg. Zij hadden een Vuurkolom; zij hadden een profeet; zij hadden manna; zij hadden levende wateren. Amen! Zij waren veranderd van legerplaats. Zij moesten dat wel doen; zij konden deze dingen in Egypte niet zien. Zij moesten van legerplaats veranderen om het bovennatuurlijke te kunnen zien.
68 Zo zal het volk van deze dag van kamp moeten veranderen, bij die denominaties vandaan die zeggen: "De dagen van wonderen zijn voorbij. Er is niet zoiets als de doop met de Heilige Geest", en "Al deze Schriftgedeelten zijn fout; zij waren voor een ander tijdperk!" U zult van legerkamp moeten verwisselen. Ga dat kamp uit, naar de plaats waar al deze dingen mogelijk zijn.
69 Dat alles betuigde Zijn tegenwoordigheid in het kamp. Nu merk op. Zij maakten een door mensen gemaakt kamp van tradities en geloofsbelijdenissen, nadat Mozes gestorven was. En God handelde vele jaren lang met het volk. God is niet meer in hun kamp, omdat zij zichzelf een kamp maakten.
70 Bedenk, toen zij uit Egypte waren geroepen, beschikte God hun een profeet, bereidde hun een offerlam, bereidde hun alles wat ze nodig hadden, een woord, een teken, een wonder, een profeet om ze te leiden, een verzoening om voor hen zorg te dragen, de Vuurkolom om hen te leiden; maar toen ze buiten in de woestijn kwamen, waren ze nog niet bevredigd. Zij wilden iets wat ze zelf konden doen. Genade had dat bereid; nu wilden zij iets om zelf te doen, zodat ze zich een organisatie konden maken en redetwisten en vechten en piekeren wie er de volgende hogepriester zou worden en wie dit, dat en nog wat anders zou doen. Op een dag zei God: "Mozes, scheid u af van hen", en Hij verzwolg hen gewoon, bij de tegenspraak van Korach.
71 Nu bedenk, al deze tekenen en wonderen betuigden Zijn Tegenwoordigheid. Toen maakte de mens zichzelf een kamp, een legerkamp van geloofsbelijdenis en traditie, niet Gods kamp van Zijn Woord, een kamp van hen zelf. Hij moest hen toen verlaten, want Hij is het Woord. Hij kan niet blijven waar mensen buiten Zijn Woord worden onderwezen. God kan niet in dat kamp blijven. Hij kan het niet! Hij heeft het nooit gedaan. Hij moet precies daar blijven waar Zijn Woord is.
72 Toen Hij dat kamp moest verlaten van heel die groep mensen die Hij uit Egypte gebracht had, woonde Hij alleen onder Zijn profeten tot wie Zijn Woord kwam. Het Woord kwam tot de profeet om het uur te betuigen. Hij woonde onder de profeten en openbaarde aan de profeet hoe het volk de zaak vervloekte. En God onderwees hun Zijn geboden en de weg des levens. Het volk was er altijd tegen, en vervolgde de profeet en stenigde hem tenslotte, of zaagde hem in stukken, en zorgde dat ze van hem afkwamen.
73 Jezus zei: "Welke van de profeten hebben uw vaderen niet vermoord?" Welke van hen, van de rechtvaardigen die tot hen werden gezonden. En Hij zei: "De werken van uw vader zult gij doen!" Hij sprak niet tegen de communisten; Hij sprak tot de priesters, de denominatie-mensen, Farizeeën en Sadduceeën. Ik denk dat Zijn stem niet erg veel anders zou zijn vanavond, alleen tegen hen misschien nog wat erger!
74 Nu, we ontdekken dat Hij toen woonde onder Zijn profeten. Hij werd toen een Vreemdeling voor hen, want Hij woont slechts in Zijn Woord om het te bevestigen. De Bijbel zei dat Hij waakt over Zijn Woord om het te bevestigen. Hij probeert iemand te vinden... Als Hij slechts een halfslachtig mens zoals Simson kan krijgen. Simson gaf zijn kracht over aan God, maar hij gaf zijn hart aan Delila. Dat is de wijze waarop wij het vandaag vaak doen: iets aan God geven, maar niet alles. Maar God wil ons helemaal.
75 Zoals bij een verzekeringspolis. Als u een verzekeringspolis zou nemen, zou u maar beter een volledige dekking kunnen nemen. En dat is wat deze gezegende zekerheid voor ons doet. Het is een polis met volledige dekking. Het beslaat alles wat we hier in dit leven nodig hebben, èn onze opstanding, èn Eeuwig leven; het sluit alles in.
76 Let op! God bleef toen vierhonderd jaar buiten hun kamp. Waarom? Hij had geen profeten meer. Van de profeet Maleachi tot de profeet Johannes, vierhonderd jaar, deed Israël geen stap. God was buiten het kamp. Zij hadden Hem er buiten gezet door hun geloofsbelijdenissen, en hun zelfzuchtigheid, hun verschillen ten opzichte van het Woord. Vierhonderd jaar zonder het Woord! Van de ene profeet tot de ander trok Hij rond, tot die laatste profeet Maleachi, en vervolgens was er vierhonderd jaar geen andere profeet.
77 Toen kwam God weer op het toneel. Op een dag liep Hij weer onder hen, maar hun tradities hadden zo Zijn plaats onder hen ingenomen, dat Hij een Vreemdeling voor hen was. De tradities van de vaders hadden... Het wassen van pannen en de wijze waarop ze hun haar verzorgden; ze droegen bepaalde knopen aan hun jas en hadden hun bepaalde zachte priesterkleden; de één was een trouwe Farizeeër, en de ander een Sadduceeër. Dat had onder dit volk zodanig de plaats van het Woord ingenomen, dat toen God hen bezocht, Hij een Vreemdeling voor hen was.
78 Mag ik dit zeggen met liefde en respect, maar om het doel te laten treffen: Het is vandaag precies zo! Het is niet veranderd! Als Hij onder Zijn volk komt in Zijn kracht en manifestatie om te bewijzen dat Zijn Woord hetzelfde is, gisteren, vandaag, en voor eeuwig -- omdat Hij het Woord is -- dan zeggen de mensen: "Een waarzegger, een Beëlzebub, een Jezus-alleen-man!" of zoiets dergelijks. Sommigen zetten u ergens in een hokje. Maar het moet op die wijze zijn. Ziet u, we hebben nu bijna tweeduizend jaar lang geen profeet gehad. De Heidenen hebben er geen gekregen, weet u -- hij werd beloofd in het einde. Nu, we weten dat door de Schrift. We weten dat evenzo door de geschiedenis dat dit aan ons is beloofd.
79 Nu, na vierhonderd jaar wandelde God op een dag regelrecht onder hen. Overeenkomstig de Schrift zou Hij vlees gemaakt worden en onder hen wonen: "Zijn Naam zal genaamd zijn: Wonderbare Raadsman, Vredevorst, Machtige God, Eeuwige Vader." Maar toen Hij onder het volk kwam, zeiden ze: "Wij willen die mens niet over ons laten heersen! Wat voor gemeenschapskaart heeft hij? Welke denominatie zond hem?" Hij had geen medewerking; elke kerk waarheen Hij ging, gooide Hem eruit. Ze wilden niets met Hem te maken hebben, omdat Hij niet één van hen was. En zoals het toen was, zo is het nu! De Bijbel zei dat de gemeente van Laodicéa Hem buiten zou zetten, en Hij klopte aan om te proberen weer binnen te komen. Er is ergens iets fout.
80 Nu, waarom? Ze hadden hun eigen kamp gemaakt. Indien zij het Woord gekend zouden hebben, dan zouden zij hebben geweten wie Hij was. Jezus zei: "Indien gij... Onderzoekt de Schriften want gij meent daarin het eeuwige Leven te hebben; die zijn het die u vertellen wie Ik ben!" Dat zegt de Schrift. "Die getuigen van Mij. Als Ik niet de werken doe, die werden beloofd dat Ik doen zou; als Ik niet de werken doe, die Mijn Vader, het Woord..." In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond,... "Nu, indien Ik die Persoon ben, doorzoek de Schriften en zie wat Ik zou moeten doen. Als Ik daaraan niet voldoe, indien Mijn werken, de werken waarvan het Woord getuigt, de Vader van Mij getuigt, als deze niet betuigen wie Ik ben, dan ben Ik fout." Dat is juist! "Als u Mij niet kunt geloven, geloof het Woord." Hij zei: "De werken die het Woord voortbrengt."
81 Zie, Hij was een vreemde onder hen. Zij kenden Hem niet. "Wij willen niets met deze vent te maken hebben." Gewoon een vreemde Kerel die ginds ergens geboren werd in een stal; en ze geloofden dat Zijn moeder deze baby kreeg voordat Het was geboren -- of beter, dat deze baby onwettig geboren was, dat zij, voordat de baby geboren werd, snel met Jozef ging trouwen, en hij deed dat alleen maar om dat zwarte brandmerk van haar vandaan te houden -- haar karakter; en Hij werd een raar soort Kerel, omdat Hij een onwettig geboren kind was, en daarom was Hij... En wat deed Hij toen Hij optrad? Hij brak hun geloofsbelijdenissen af, wierp hun tafels omver, en sloeg ze van die plaats weg; en zei: "Er staat geschreven!" Amen! Dat behoorde te vertellen wie Hij was. "Er staat geschreven!"
82 Wel, ze wilden niets te maken hebben met zo'n Kerel. Maar diep in hun hart wisten zij wie Hij was, want Nicodemus verklaarde duidelijk: "Rabbi, wij, (de Farizeeën) wij weten dat Gij van God gekomen zijt als leraar, want geen mens zou die dingen kunnen doen die Gij doet, tenzij God met Hem is!" Waarom beleden zij Hem dan niet? Omdat hun legerkamp zijn grens had vastgesteld en ze wilden Hem niet in het kamp toelaten en ze wilden niemand eruit laten om tot Hem te gaan. Ze hadden hun eigen kamp. Hij kwam bij nacht toen de poort eigenlijk gesloten was, maar hij ontdekte dat hij Hem toch kon ontmoeten.
83 Ja, het zelfde gebeurt nu! Hij is een Vreemde geworden, een Vreemdeling. Zij begrijpen het niet: "Waarom zou dit gebeuren?" en "Waarom zou dat gebeuren?" terwijl het Woord Zelf getuigt dat dit precies is wat in deze dag zou worden gedaan. We hebben het steeds weer doorgenomen, maar het is de Waarheid.
84 Hij was voor hen in hun kamp een fanatiekeling, een afbreker van hun traditie, één die hun kerken in de war schopte, eigenlijk gewoon een waarzegger, een spiritist en men noemde Hem Beëlzebub. Dat was Hij. Ik geloof dat als Hij vandaag onder ons kwam, Hij hetzelfde voor ons zou zijn, want wij hebben traditie, wij hebben denominaties. We kunnen zelfs niet met elkaar overweg. Waarom? Er is slechts één plaats waar de mens kan samengaan; dat is onder het gestorte Bloed. Het Bloed werd gestort als een levenskiem om dit Zaad, het Woord, te laten ontkiemen. Daarbuiten zullen onze denominatiebarrières altijd de mensen bij elkaar vandaan houden.
85 Maar Hij zou vandaag een Vreemdeling zijn; Hij zou hetzelfde worden genoemd. Hij zou zo worden behandeld dat Hij buiten het kamp gezet zou worden. Weet u, deze Bijbel zei: "Want Hij werd verworpen door de mens, een Man van smarten, vertrouwd met droefheid; en door hen veracht; wij hielden Hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte", dezelfde Schrift die zei dat... De profeet zong: "Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? Mijn beenderen staren Mij allen aan. Zij doorboren Mijn handen en Mijn voeten!" En terwijl zij dat lied in de kerk zongen, kruisigden zij hun Offer, de God, die zij dachten te dienen. Zo is het vandaag! Dezelfde God...
86 Zie wat de profeet Amos zei, toen hij Samaria binnenkwam. Zijn kleine ogen vernauwden zich toen hij daar kwam en die zondige stad zag, vrouwen op straat liggend met mannen -- een modern Amerika... Toen hij het overzag, vernauwden zijn ogen zich... Hij had niemand om het voor hem te organiseren; hij had geen lidmaatschapskaart. God had hem gezonden. Zouden de mensen zijn Boodschap horen? Nee, ze wilden hem niet horen! Maar hij profeteerde en hij zei: "Dezelfde God die gij beweert te dienen, zal u vernietigen!" En ik zeg in de Naam van Jezus Christus, dezelfde God -- dit land beweert een religieus land te zijn -- dezelfde God die zij beweren te dienen, zal hen in hun ongerechtigheid vernietigen. Hij zal elke denominatie van de aardbodem vernietigen, welke zij beweren te dienen.
87 Dus bemerk. Hij bestrafte hen, en zij zetten Hem buiten hun kamp. Jezus leed buiten het kamp. Ze zetten Hem buiten de legerplaats, buiten, ver buiten hun kamp.
88 We ontdekken dat de Bijbel zei dat men in deze laatste dag onder dit Laodicéa-tijdperk hetzelfde zou doen. Ze zouden Hem buiten het kamp zetten (nu, kijk wat Hij nu zegt om te doen, tot slot), buiten het kamp waar het offer werd verbrand. Daar behoorde Hij; Hij was een Offer.
89 Nu, broeder, zuster, weet u dat een ieder van u zich moet offeren, dat u Gods offer moet zijn, de dingen van de wereld moet opofferen, uw eigen genoegens van deze wereld op moet offeren, de dingen van de wereld op moet offeren? Weet u waarom de mensen het niet willen doen?
90 Weet u, een schaap heeft slechts één ding dat hij kan offeren, en dat is wol. Nu, hem wordt niet gevraagd om dit jaar wat wol te vervaardigen; hem wordt gevraagd om wol te dragen. Ons wordt niet gevraagd iets te fabriceren; ons wordt gevraagd de vrucht van de Geest te dragen. Dat is het binnenste van het schaap... Wat hij aan de binnenkant is, vormt de wol aan de buitenkant. En wanneer een mens Christus aan de binnenkant ontvangen heeft, dan maakt het hem Christus-gelijk aan de buitenkant, niet een of andere kunstmatige opsmuk.
91 Wel, we ontdekken wanneer dat plaats vindt, wanneer Christus terugkomt, hoe wordt Hij dan behandeld? Helemaal precies zoals het in den beginne was. Het is altijd zo geweest.
92 Dus Hij bestrafte hen, omdat zij Hem uit Zijn kamp hadden gezet en Hem tot zondaar maakten; hetwelk Hij voor ons werd -- zonde.
93 Nu, na honderden jaren -- ja, bijna tweeduizend jaar, bezocht Hij opnieuw hun kamp; overeenkomstig Zijn beloofde Woord zou Hij dat doen in de laatste dagen. Hij bezoekt het kamp opnieuw. Hij bezoekt het kamp opnieuw om dit Woord voor vandaag te manifesteren, precies zoals Hij hen destijds bezocht, en zoals Hij deed in Mozes' dagen. Dat was niet Mozes die dat deed; Mozes was een mens; het was Christus.
94 Kijk naar Jozef, naar zijn leven: geliefd door de vader, gehaat door zijn broeders, omdat hij een ziener was. Zij haatten hem zonder reden. Dat was de enige reden dat ze hem konden haten. Precies een volmaakt type van vandaag. De kerk nu opnieuw, zij haten de geestelijke zaak. We bemerken dat hij werd verkocht voor bijna dertig zilverlingen, en dat hij werd verondersteld dood te zijn, meegenomen en in een gevangenis gezet (zoals het bij Jezus was aan het kruis, één man ging verloren en één man werd gered) en werd van daaruit geplaatst aan de rechterhand van Farao. Zo gebeurde het precies bij Jezus.
95 En het was David die wenend door de straten liep, de verworpen koning, en op de berg zat te wenen over Jeruzalem. Dat was David niet! Een paar honderd jaar later zat de zoon van David op dezelfde heuvel en weende, omdat Hij een verworpen Koning onder Zijn eigen volk was. Het is steeds Christus. En vandaag, wanneer is geprofeteerd dat Christus in de legerplaats moet komen, weet u wat er gebeurde? Het zal precies zo zijn als het toen was. Het moet zo zijn, om te vervullen wat het Woord hier belooft, dat Hij zal doen.
96 Nu bedenk, Christus was er in de tijd van Noach. Dat was Christus, Jezus Christus dezelfde gisteren, heden en voor immer, het verworpen Woord van het uur.
97 Bemerk. Zijn profetie van Openbaringen 3 vond Hem toen Hij in deze laatste dag kwam -- zoals Hij profeteerde dat Hij zou komen in deze laatste dag... Hoe vond Hij de gemeente van Laodicéa? Rijk, aan niets gebrek hebbend, gezeten als een koningin, zorgeloos, en Hij was buiten de gemeente gezet, ze konden Hem niet gebruiken. Hij ging weer buiten de legerplaats. Maar vervolgens wist zij niet dat ze naakt was; blind en ellendig, en wist het niet.
98 Nog eens, indien Hij weer precies zo zou komen als destijds, zou Hij elke vrouw berispen die korte broeken zou dragen. Hij zou elke vrouw bestraffen met afgeknipt haar, elk geschilderd gezicht, elke man die laag genoeg zou zijn om zijn vrouw dat te laten doen. Hij zou dat nog steeds doen... Dan zou Hij elke denominatie omver halen die er was en elke geloofsbelijdenis die we hadden zou Hij verbreken. Gelooft u dat Hij dat zou doen? Hij zou het zeker! Dat is juist!
99 Wat zouden ze met Hem doen? Hem buiten de legerplaats zetten. Ze zouden zeker niet met Hem samengaan. Nee meneer!
100 Nu, we ontdekken dat Hij in deze dag opnieuw buiten het kamp is gezet, zoals de Bijbel zei dat met Hem zou worden gedaan. Want Hij blijft altijd dezelfde, het Woord, dezelfde gisteren, heden en voor eeuwig.
101 Zij willen Hem niet. Zij verwierpen Hem weer door hun raad. Ze zouden het vandaag liever hebben zoals ze het toen hadden, toen Hij voor de rechtbank stond... Wat is er vandaag gebeurd, toen het Woord voor de rechter verscheen? Zij hebben het opnieuw verworpen, zoals zij het destijds deden en namen, in plaats van Christus, een Barabbas, een moordenaar. De raad zou hetzelfde doen. Omdat zij vandaag het Woord en de volmaakte betuiging van het uur hebben verworpen, hebben ze zich verkocht en de voorkeur gegeven aan een Barabbas, de Wereldraad van Kerken, een moordenaar van het Woord.
102 Zij ontkennen Zijn Woord, ontkennen Zijn doop, ontkennen Zijn kracht, ontkennen Zijn tekenen, en ze proberen opnieuw met hun goede werken, met een geloofsbelijdenis of traditie van het dragen van omgekeerde boorden en alles... zelf geloofsbelijdenissen makend enzovoort... Ze waren al van het begin af aan niet voorbestemd tot Leven. Zij hadden niets om te geloven. "Die Mij kent, kent Mijn Vader! Zoals de Vader Mij zendt, zo zend Ik u!" De God die Jezus zond, kwam in Jezus, en de Jezus die u zendt, gaat in u. "Die in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen. Gaat heen in de hele wereld en predikt het Evangelie aan elk schepsel (zwart, geel, wit, bruin, wat hij ook is). Deze tekenen zullen hen volgen, die geloven..." Voor wie? Heel de wereld en aan elk schepsel.
103 Niet lang geleden kwam er een Baptistenprediker in Tucson naar mij toe en hij zei: "Broeder Branham, hier is uw moeilijkheid. U probeert dit tot een apostolisch tijdperk te maken." Hij zei: "Er is niet zoiets als een apostolisch tijdperk vandaag. Het apostolische tijdperk is voorbij."
104 Ik zei: "Is dat zo? Ik wist het niet."
Toen zei hij: "Wel, dat is zo!"
Ik zei: "Bent u daar zeker van?"
Hij zei: "Zeker, ik ben er zeker van." Hij zei: "Het is goed."
Ik vroeg: "Waarom denkt u dan dat het voorbij is?"
Hij zei: "Dat was voor de apostelen."
105 Ik zei: "Petrus zei op de dag van Pinksteren... Gelooft u Zijn Woord?"
"Ja meneer!"
106 Hij zei: "Bekeert u, en wordt gedoopt in de Naam van Jezus Christus; want deze belofte is voor u, en aan uw kinderen, en aan uw kindskinderen, en aan hen die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, zal roepen!" Wij moeten naar deze zelfde belofte terugkomen!
107 Dokter Simon Petrus schreef een recept. De Bijbel zei: "Is er geen balsem in Gilead, is er daar geen heelmeester?" Wel, u weet als u een recept van de dokter krijgt... Wanneer hij in uw lichaam een ziekte vindt, en hij een recept schrijft, dan kunt u het beter opvolgen, naar een of andere goede apotheek gaan die het precies zo zal maken als het uitgeschreven is, omdat hij er zoveel vergif in moet doen, en zoveel tegengif, zodat uw lichaam het zal opnemen. Ziet u, het is reeds beproefd en uitgeprobeerd, en u moet dat recept innemen. Als u dat niet doet, als u naar een of andere kwakzalver gaat die ermee zit te knoeien, die niet weet hoe hij dat geneesmiddel precies goed moet mengen, dan zal het u doden. En als hij het te zwak maakt, zou het u geen goed doen.
108 En dat is er aan de hand met een heleboel dokters. U knoeit met dat recept. Petrus zei: "Ik zal u een eeuwig recept geven, voor u en voor uw kinderen en voor hen die verre zijn, zovelen als de Here God er toe roepen zal." Niet: "Kom en wordt lid!" maar "Bekeert u, ieder van u en wordt gedoopt in de Naam van Jezus Christus, voor de vergeving van uw zonden en gij zult de resultaten ontvangen (Amen!), de Heilige Geest, want de belofte, dit recept, is voor u en voor uw kinderen." Sommigen van u, kwakzalvers, houdt op met die valse recepten uit te schrijven; u doodt uw mensen. Daarom dringt de werkelijke zaak niet tot hen door. Jazeker!
109 Weet u, wat ditzelfde recept betreft, hoe de dokter zijn medicijn uitvindt? De wetenschapsmensen proberen iets uit te zoeken, en dan geven ze het aan een marmot om te zien of het hem doodt of niet. En dan weet u of het medicijn een kans heeft om succes te hebben. U zou gezond kunnen worden of het zou u kunnen doden (ziet u?), omdat misschien niet alle mensen gelijk zijn aan marmotten. Maar er is iets met dit recept: het is voor allen.
110 Vervolgens zal elke werkelijk goede dokter die een heleboel geloof in zijn eigen medicijn heeft... Hij zal niet iemand anders vragen... Sommigen van hen zijn laf genoeg om hun recept in te laten nemen door een gevangene met levenslange gevangenisstraf, en dan laten ze hem vrij als hij het overleeft. Maar in dit geval hadden wij een echte Dokter; Hij kwam en nam het recept zelf in.
111 "Ik ben!" niet: "Ik zal zijn!" God sprak: "Ik ben de Opstanding en het Leven; Wie in Mij gelooft, al ware hij gestorven, toch zal hij leven. Wie leeft en gelooft in Mij, zal nimmer sterven!" Martha zei... Hij zei: "Gelooft gij dit?"
112 Ze zei: "Ja Heer, ik geloof dat Gij de Christus zijt die in de wereld zou komen. Het geeft niet hoe de rest U noemt, ik heb het gezien."
113 Op Golgotha nam Hij die injectie Zelf. En op Paasmorgen kon de dood Hem niet vasthouden. "Ik ben de opstanding en het Leven!" Zij spoten de dood in Hem, maar Hij stond op, triomferend over de dood, hel en het graf. Hij nam de injectie zelf, en Hij zond een paar dokters uit om een recept te schijven, welke de openbaring hadden van wie Hij was: "Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des Mensen, ben?"
114 Petrus zei: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de Levende God."
115 Hij zei: "Zalig zijt gij, Simon. Je hebt het nu begrepen. Ik geef je de sleutels van het Koninkrijk. Wat je ook bindt op aarde, Ik zal het binden in de hemel. Als je het ontbindt op aarde, zal Ik het ontbinden in de hemel."
116 En op de dag van Pinksteren toen zij dit alles zagen gebeuren, vroegen zij: "Wat kunnen wij doen om deze injectie te krijgen?"
117 Daar las hij het recept voor; hij zei: "Nu, ik zal een recept gaan schrijven dat voor u allen is, en voor uw kinderen en voor hen die verre zijn, zovelen als de Here God ooit zal roepen!" Knoei niet met dat recept; u zult sterven! Ze maken het zo slap vandaag, dat het niets anders is dan denominatie-water (precies!), een of andere vloeistof om te balsemen die ze bij een dode inspuiten om hen nog meer dood te maken. O maar broeder, er is een echte zalving! Er is een Balsem in Gilead; het is voor de genezing van de ziel. Knoei toch niet met het recept. Neem het recept precies zo in als het geschreven is, en God is verplicht aan Zijn Woord, niet verplicht aan de geloofsbelijdenis of het dogma, of aan de denominatie; Hij is verplicht aan Zijn Woord. Volg het recept op; dat is de eerste basis. Begin; dan bent u aangenomen en gereed om te gaan werken.
118 Merk op, buiten het kamp! Zij hebben vandaag een Barabbas gekozen. Terwijl het Evangelie de aarde steeds doorkruist heeft, grote tekenen en wonderen zijn de opwekking gevolgd, maar in plaats van binnen te komen om te proberen het te doen, voegen zij zich regelrecht bij Barabbas. "Voordat wij deze nonsens enzovoort, in onze kerk zullen hebben... Wij zullen klassiek zijn, zoals de rest." Nu, ze hebben Rome en hen allen samen gekregen; een Barabbas.
119 Merk op, wij zijn dan in die grote legerplaats. Wij zijn uitgenodigd om buiten die legerplaats te gaan.
Daarom heeft ook Jezus, ten einde Zijn volk door Zijn eigen Bloed te heiligen, buiten de poort geleden.
Laten wij derhalve tot Hem uitgaan buiten de poort,... (Let op!) ...en Zijn smaad dragen.120 Waarom werd Hij gesmaad? Niet omdat Hij Methodist of Baptist was; ik wil u dat verzekeren! Niet omdat Hij een Farizeeër of Sadduceeër was. Omdat Hij het betuigde Woord was!
121 "Zijn smaad dragen..." Waarvoor? Het betuigde Woord. Dat is juist! Dat deed Hij ook. Hij zei: "Als Ik niet de werken van Mijn Vader doe, geloof Mij dan niet. Indien Ik niet het antwoord ben op alle Schriftuurlijke vragen...
122 Jezus van het Nieuwe Testament was Jehova van het Oude. Precies juist! Ik geloof (zoals ik u hier heb verteld, enige tijd geleden of ergens in een samenkomst; het was misschien niet hier) dat Jehova van het Oude Testament, Jezus is van het Nieuwe. U herinnert zich wel toen ik eekhoorntjes ging jagen die morgen. Het was daar bij drie grote stammen die uitliepen in één, daar boven op de berg. Ik stond daar naar te kijken. Ik liep dichterbij, ik nam mijn hoed af en ik legde mijn geweer neer. Ik ging daar naar boven, en een Stem deed de bossen beven, en zei: "Jezus van het Nieuwe Testament is Jehova van het Oude. Blijf getrouw." Daar vlak onder verschenen de eekhoorntjes toen die in bestaan kwamen, toen er daar geen enkele was. Ziet u? Dat is de waarheid Ziet u? Het is de waarheid! ...?... God weet voor wie ik sta, dat het de waarheid is. Dat is juist! Het is de waarheid.
123 Daar in Kentucky... Er zijn hier vanavond mensen aanwezig die erbij waren toen het weer gebeurde, dezelfde zaak. Ja, we weten dat het de waarheid is. Jezus van het Oude Testament...
124 Zoals toen de Chinezen hier pas kwamen; ze konden onze taal lezen noch schrijven. Maar zij waren geweldige mensen voor de wasserijen. Dus wanneer je naar de Chinese wasserij ging, nam hij gewoon een paar oude witte labels. En hij kon helemaal niets lezen, en hij wist dat u het niet zou kunnen lezen als hij het opschreef. Dus als je kwam, nam hij gewoon dat stukje papier, ongeveer zo groot, en hij scheurde het op een bepaalde manier af. Hij gaf u het ene stuk papier, en hij behield het andere stuk papier zelf. Als u dan terugkwam voor uw was, zei hij: "Laat me uw stuk papier zien." Hij pakte het aan en als het erbij paste, was het goed. Dan kreeg u uw vuile kleren weer schoon terug.
125 En Jezus kwam overeen met elke profetie, elke aftekening van: "Jehova van het Oude Testament is Jezus van het Nieuwe." Hij kwam met alles overeen. Laat mij dit zeggen met goddelijke vreze en respect, met slechts liefde en oprechtheid, en wetend waar ik sta: "De Boodschap van dit uur is overeengekomen met alles waar de Bijbel van sprak over dit uur." Nu, als u wat vuile kleren hebt, wissel ze om. Bent u gewassen in het Bloed van het Lam?
126 Bemerk. Zijn smaad dragend, omdat Hij het betuigde Woord was. En zoals toen, zo is het nu. Hij is Dezelfde gisteren, vandaag en voor eeuwig, Hebreeën 13 -- 12 en 13 -- en ook Hebreeën 13:8.
127 Zijn schande van het Evangelie dragend, Zijn Naam dragend... Hij zei: "Ik kwam in Mijn Vaders Naam." Wat is de Naam van de Vader? Hij kwam in Zijn Vaders Naam. Hij zei: "Ik ben gekomen in Mijn Vaders Naam en u ontving Mij niet." Wel, wat is de Naam van de Vader? Ik geloof dat u dat behoorde te weten. Ziet u? Uw smaad van het Woord dragen. Het werd altijd buiten hun legerplaatsen gebracht; ze wezen Het af. U zult uitgelachen worden, en er zal gekheid gemaakt worden over u...
128 En vandaag, waar ik eens begon door het land te trekken, ik spreek niet over mezelf; alstublieft, denk niet dat dit persoonlijk is. Maar mijn tijd is voorbij; ik heb hier nog ongeveer tien notitieblaadjes. U kunt zien wat er allemaal aan aantekeningen uitgelaten is. (Ziet u? Goed!)
129 Maar luister. Ik begon uit te gaan... Hebt u dat opgemerkt bij Jezus, toen Hij voor het eerst begon: "O, de jonge Rabbi. O, Hij was een wonderbare man. Kom naar ons toe. Kom bij ons prediken!"
130 Maar op een dag ging Hij bij hen zitten, en Hij zei: "Tenzij gij het vlees van de Zoon des Mensen eet en Zijn Bloed drinkt, hebt gij geen leven in u!"
131 Wat denkt u dat de doctors en de intellectuelen in de menigte dachten? "Deze man is een vampier." Ziet u? "Hij wil dat je mensenbloed drinkt. Dat is teveel voor ons. Ga toch weg... De priesters zeiden al dat Hij gek was; ik geloof het ook!" En de Bijbel zei dat ze heengingen.
132 Hij had toen zeventig verordineerde predikers. Hij zei: "Ik kan ze niet hebben." Hij keerde zich om en keek hen aan en Hij zei: "Wel, wat zult gij ervan zeggen wanneer gij de Zoon des Mensen ziet opvaren naar de hemelen vanwaar Hij komt?" Hij legde deze dingen nooit uit. Hij liet ze gewoon begaan. Ziet u?
133 Zij antwoordden: "Zoon des Mensen? Wat? We hebben met de man gegeten; we hebben met hem gevist. We hebben met hem aan de oever gelegen. We hebben de wieg gezien waarin hij gewiegd werd. We kennen zijn moeder; we kennen zijn broer. Wie kan zoiets dergelijks aanvaarden?" En de Bijbel zei dat ze niet meer met Hem wandelden.
134 Vervolgens keerde Hij zich om naar Petrus en de rest van hen, en zei: "Ik heb er twaalf uitgekozen, u twaalven..." Hij is nu van de duizenden gekomen tot twaalf. Hij zei: "Ik heb er twaalf uitgekozen en één van u is een duivel. Ik wist het van de beginne." Hij zei: "Nu, wilt gij allen ook niet met hen meegaan?" Hij hoefde hen niet te vertroetelen en te aaien, en te zeggen: "Ik zal u diaken maken als u lid wordt van onze kerk." Er was geen sprake van eigenbelang. Hij legde het zelfs nooit uit. Evenmin konden de discipelen het verklaren, maar bedenk, Hij had hun pas verteld: "Ik kende u van voor de grondlegging der wereld. Ik bestemde u om vreugde bij Mij te ontvangen." Ziet u? Dat was de zaak: voorbestemd, voor de grondlegging der wereld.
135 Deze apostelen bleven daar keihard staan. Zij konden niet verklaren hoe zij Zijn vlees zouden gaan eten en Zijn bloed drinken. Zij konden niet begrijpen hoe Hij ooit was afgedaald, terwijl Hij daar heel de tijd bij hen was geweest. Hij kon het niet uitleggen. De mensen konden het niet uitleggen; niemand kon het verklaren. Maar Petrus zei deze opmerkelijke woorden. Geen wonder dat Hij hem de sleutels gaf. Hij zei, "Here, tot wie zouden we heengaan? Wij zijn overtuigd, wij weten dat Gij en Gij alleen de betuiging zijt van het beloofde Woord van vandaag. Wij weten dat Gij alleen het Woord des Levens hebt. Wij kunnen deze dingen niet verklaren, maar wij geloven het toch!"
136 Martha zei: "Mijn broeder is dood. Hij ligt in het graf; hij is verrot; hij stinkt. Heer, als Gij hier geweest was, zou mijn broer niet zijn gestorven. Maar zelfs nu, wat Gij God ook vraagt, zal God U geven." O, wonderbaar!
137 Hij zei: "Ik ben de Opstanding en het Leven. Wie in Mij gelooft, al ware hij dood, toch zal hij leven. Wie leeft en in Mij gelooft zal nooit sterven. Gelooft gij dit?"
138 Ze zei: "Ja Heer. Ik kan het niet verklaren, maar ik geloof het. Ik geloof dat Gij de Christus zijt die in de wereld zou komen. Ik geloof door de opgetekende Schrift dat Gij met de hoedanigheid daarvan overeenstemt."
139 Hij zei: "Waar hebt gij hem begraven?"
140 O, er moet iets gaan gebeuren. Elk radertje greep precies op de juiste tijd in elkaar. Ziet u? Hij liep naar het graf toe. De Bijbel zei dat er aan Hem geen schoonheid was dat wij Hem zouden hebben begeerd. Waarschijnlijk was Hij een kleine kerel met afhangende schouders, zoals Hij daar stond. zijn schouders naar beneden, vermoeid en uitgeput van het lopen; Hij zei: "Lazarus, kom uit!" En een man die vier dagen dood was geweest, ging op zijn voeten staan.
141 Een vrouw van de Christian Science... Vergeeft u mij als ik uw gevoelens kwets; dat is mijn bedoeling niet. Een vrouw van de Christian Science hier van deze kerk, ontmoette me ginds op een dag, en ze zei: "Meneer Branham, ik houd van uw prediking, maar er is één ding waar u teveel nadruk op legt!"
Ik zei: "Wat is dat?"
Ze zei: "U roemt teveel over Jezus."
142 Ik zei: "Ik hoop dat dat alles is wat Hij tegen mij heeft." Ziet u?
143 Ze zei: "U maakt Hem goddelijk." Zie, zij geloven niet dat Hij goddelijk was. Zij geloven dat Hij een gewoon mens was, een goede leraar, een filosoof. Ze zei: "U maakt Hem goddelijk en Hij was niet goddelijk!"
144 Ik zei: "O ja, dat was Hij wel!"
Ze zei: "Als ik u met uw eigen Bijbel zal bewijzen dat Hij niet goddelijk is, zult u dat dan geloven?"
145 Ik zei: "Mijn Bijbel zegt het. Ik geloof het Woord. Dat is Hij."
En ze zei: "In Johannes 11, toen Jezus naar het graf van Lazarus ging, zegt de Bijbel dat Hij huilde."
Ik vroeg: "Wat heeft dat er mee te maken?"
Ze zei: "Wel, dat toont dat Hij niet goddelijk was."
146 Ik zei: "U faalt gewoon te zien Wie de Man was. Hij was zowel God als mens. Hij was mens toen Hij huilde, toen Hij huilde om hun smart; maar toen Hij daar stond en riep: "Lazarus kom uit!" en een man die vier dagen dood was geweest weer opstond, was dat meer dan een mens!" Ja, meneer! Ja, inderdaad!
147 Ik heb dikwijls de uitdrukking gebruikt, dat toen Hij hongerig van de berg afkwam die avond, Hij een mens was. Hij was de volgende morgen hongerig. Hij was een mens. Maar toen Hij twee beschuitjes en vijf vissen nam en er vijfduizend mee voedde, en ze nog zeven manden vol ophaalden, was dat meer dan een mens. Ja meneer! Hij was een mens aan het kruis toen Hij riep: "Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?" En toen Hij schreeuwde: "Geef Mij te drinken!" en ze Hem zure wijn en gal gaven. Hij was een mens toen Hij het zo uitschreeuwde, maar op Paasmorgen toen Hij elk zegel van de dood, hel, en het graf verbrak en Hij opstond, was Hij meer dan een mens.
148 Hij was een mens die avond toen Hij achter in dat kleine scheepje lag, waarmee Hij was vertrokken met Zijn discipelen, en tienduizend zeeduivels zwoeren dat ze Hem zouden verdrinken. Hij was in dat oude scheepje dat daar dreef als een kurk van een fles. Hij was zo vermoeid dat Hij er zelfs niet van wakker werd. Hij was een mens toen Hij ging slapen, maar toen Hij Zijn voet op de railing van de boot zette, omhoog zag en zei: "Zwijg, wees stil!" en de wind en de golven Hem gehoorzaamden, was dat meer dan een mens; Het was God! Geen wonder dat de dichter zei:
Levend had Hij mij lief;
Stervend redde Hij mij;
Begraven droeg Hij mijn zonden ver weg;
Opstaand rechtvaardigde Hij mij voor altijd;
Op een dag zal Hij komen -- o, heerlijke dag! (Ja, meneer!)149 Ga buiten het kamp. Het geeft niet wat het kost.
Dit geheiligde kruis zal ik dragen
Tot de dood mij zal bevrijden,
Dan zal ik naar huis gaan om een kroon te dragen,
Want er is een kroon voor mij.150 Tot slot zal ik dit zeggen. Ik las een tijdje geleden een verhaal over een rechter. Hij was een rechtvaardig man, een goed en geliefd man. En er was een groep mensen in de stad, die dachten dat ze ongestraft van alles konden doen. Ze deden het overvloedig. Ze openden een huis van slechte zeden, exploiteerden een drankwinkel, sterke drank -- ze deden van alles wat onwettig was. En ze werden gepakt door de wet, de politie, en werden voor de rechter gebracht. En toen al de mensen van de stad, een kleine stad, binnenkwamen, wisten ze dat deze man daar in de buurt een heleboel dingen had gedaan. De man had het huis van slechte zeden geëxploiteerd. De jury bevond deze man schuldig, omdat hij op heterdaad betrapt was. Vervolgens bevond de rechter hen schuldig en vonniste hen voor zoveel jaren. Zonder schuldbekentenis, zonder in beroep te gaan of iets zond hij ze heen, omdat de wet het zo voorschreef.
151 Buiten de rechtszaal renden de mensen op hem af en zeiden: "Weet u wat? Elke persoon in deze stad zal u haten! Ze haten u omdat u die beslissing over die man hebt genomen." Ze waren allemaal zelf gokkers. Ze zeiden: "Wij zullen u allemaal haten! We zullen u nooit meer kiezen! Er zal nooit meer een van ons op u stemmen!" en ze jouwden hem uit toen hij door de straat ging.
152 Hij stond stil: "Een ogenblikje! Laat mij iets zeggen!" Hij zei: "Ik heb precies gedaan wat mijn plicht was. De man was schuldig, en het geeft niet wie hij was. Ik moest hem vonnissen overeenkomstig de wet welke ik gezworen heb te zullen handhaven!"
Hij zei: "U bent gehaat in deze stad!"
153 Hij antwoordde: "Maar ik ben zeer geliefd thuis bij mijn volk!"
154 Wij zouden misschien hetzelfde mogen denken, als u mij de uitdrukking wilt vergeven. Ik heb gestaan voor datgene waarvoor ik gered ben, om dit Woord van God hoog te houden! Ik weet dat de denominaties mij haten voor de dingen die ik zeg, maar ik ben zeer geliefd in Zijn huis, onder Zijn volk. Laat ons bidden!
155 Here Jezus, we mogen gehaat zijn door de wereld, maar geliefd door de Vader. Help ons, dierbare God; help deze mensen, dat op elkeen van hen, Here, Uw zegeningen zullen rusten. Laat ons nu buiten het kamp gaan. Laten we buiten onze eigen gedachten gaan. Laten we gaan volgens Gods gedachten. In de Bijbel staat dit: "Laat de gezindheid die in Christus was, in u zijn." Laten we daarom Zijn gedachten denken, niet onze gedachten, omdat we dan de meeste keren fout zijn. Dus om zeker te zijn, laat Zijn gezindheid in ons rusten. Zijn gezindheid was om de wil van de Vader te doen, en de wil van de Vader is Zijn beloofde Woord.
156 Laat ons buiten het kamp gaan, Here, en Jezus vinden. We zullen Hem nooit vinden door lid te worden van een kerk; we zullen Hem nooit vinden door handen te schudden met een of andere prediker, of door een of andere geloofsbelijdenis te ondertekenen, of door zoiets als dat wij beloven om zoveel keer per jaar naar de zondagsschoolonderwijzing te gaan, enzovoort. We zullen Hem alleen vinden in het Woord, omdat Hij het Woord is.
157 Daar we zien dat in deze dag beloofd is dat Hij buiten het kamp is, er weer uitgezet, laten we nu buiten de legerplaats gaan, bereid om Zijn smaad te dragen, gehaat door deze wereld, maar geliefd door Degene die ons in het kamp heeft uitgenodigd. Sta het toe, Heer.
158 Als er hier zijn die Hem niet kennen en nooit buiten het kamp van een of ander kerklidmaatschap zijn gegaan, hoewel u belijdt een Christen te zijn... Maar wanneer u deze dingen zegt: "Ik geloof dat het voor een andere dag was", toont dat dat het niet de Heilige Geest kan zijn. Hoe kan een mens die vervuld is met de Heilige Geest ooit gedoopt zijn met gebruik van de naam van Vader, Zoon, en Heilige Geest, terwijl Paulus, de grote apostel zei: "Indien een engel van de Hemel komt..." U zou het eens gedaan kunnen hebben, omdat u niet anders wist. Die mensen in Handelingen 19 deden het omdat ze niet anders wisten. Maar Paulus zei: "Als een engel iets anders predikt, hij zij vervloekt." Hoe kunt u een of andere geloofsbelijdenis aanvaarden, een of ander 'isme', het een of ander, terwijl de Bijbel zei dat de belofte aan u is, ditzelfde, de werkelijke doop van de Heilige Geest...
159 Hoe kan de Heilige Geest die het Woord schreef in u zijn, terwijl u het Woord ontkent? Hoe kan Het dat ontkennen, terwijl de Heilige Geest Zelf zei: "Indien iemand één Woord hieraan zal toevoegen of er iets aan afdoen, zijn deel zal worden afgenomen uit het Boek des Levens." Hoe kan de Heilige Geest dan iets van Zijn Woord afnemen of aan Zijn Woord iets toevoegen?
160 Mijn vriend, zowel hier als in de onzichtbare wereld waar de band heen zal gaan -- onzichtbaar voor ons nu, laat dat diep in uw hart zinken, uit deze boodschap vanmorgen over de lering, ziende waar we zijn... Als u nog nooit dit recept hebt genomen, waarvan ik zojuist sprak, wilt u het dan niet ontvangen? We zijn hier om alles te doen wat we kunnen om u te helpen.
161 Ik ben slechts een getuige; ik ben slechts een propagandist, zoals we nu in Louisville hebben op de Conventie van de Democraten van Kentucky. Ze bouwen het podium voor hun man die gekozen moet worden. Ik bouw evenzo een podium voor mijn Heer. Wilt u Hem vanavond niet ontvangen als uw Heer?
162 Met uw hoofden gebogen en onze harten evenzo in dit moment, zoudt u uw hand willen opsteken en tot God zeggen, niet tot mij, ik ben slechts een mens, uw hand naar God opsteken, en zeggen: "God, wees mij genadig. Ik wil werkelijk al deze dingen waarover ik gehoord heb. Ik wil buiten het kamp gaan. Het kan me niet schelen wat iemand zegt!" God zegene u! Wat een handen! "Ik wil buiten het kamp gaan. Het geeft niet wat het mij kost, ik zal mijn kruis opnemen en het elke dag dragen. Ik zal buiten het kamp gaan. Ongeacht wat de mensen over mij zeggen, ik wil Hem volgen buiten het kamp. Ik ben bereid te gaan."
163 Hemelse Vader, Gij hebt die handen gezien. Misschien staken er honderd mensen of meer in dit gebouw hun hand op. Heer, er is nu iets dicht bij hen, een of ander Persoon, de Persoon van Christus, de Onzichtbare voor het natuurlijk oog, en Hij is de oorzaak dat ze een beslissing namen. Als ze in de spiegel van hun eigen leven kijken zien ze dat er iets ontbreekt; en ze willen dat hun levens worden gevormd overeenkomstig Gods belofte. Ze hebben hun handen opgestoken met diepe oprechtheid. Help hen vanavond, Heer, naar de grote Deur van de schaapskooi. Mogen ze lieflijk en nederig binnenkomen. Sta het toe! Zij zijn de Uwen, Heer; handel Gij met hen.
164 Nu, ze zouden die beslissing niet hebben kunnen nemen, ze zouden hun hand niet hebben kunnen opsteken zonder dat er iets bovennatuurlijks was. Het toont dat er daar ergens een leven is, want overeenkomstig de wetenschap zal de zwaartekracht die handen naar beneden houden. Maar er was iets dat hun gedachten trof, dat maakte dat ze de wet van de zwaartekracht overwonnen en hun handen opstaken naar de Maker die hen bracht. "Ja, ik wil de hele weg gaan. Ik wil buiten het kamp gaan, vanavond."
165 Heer, het doopwater is gereed voor de eerste stap na de bekering, dus gedoopt te worden, met een belofte om de Heilige Geest te ontvangen. In deze laatste dagen een terugroepen tot het oorspronkelijke geloof, het oorspronkelijke recept... We zien zoveel mensen zonder Christus, stervend onder deze andere mensengemaakte recepten. Ze mogen nog zo goed zijn in hun denominatie, maar Heer, ik wil Uw recept. U bent onze Dokter; er is een Dokter; er is Balsem in Gilead; er is een Geneesheer hier vanavond om elke door zonde zieke ziel te genezen, om elk lichaam te genezen. Grote Dokter aller tijden, grote Schepper van de hemel en aarde, kom nu, wilt Gij nu onder ons komen en tot ons spreken. In de Naam van Jezus Christus.
166 Terwijl iedereen in zijn hart bidt: "Here Jezus, help mij nu!"... En als u nooit bent gedoopt, en u bent overtuigd -- ik heb niet gepredikt over de doop, maar u bent overtuigd dat u behoort te worden gedoopt in de Christelijke doop, de enige weg die elke Christen...
167 Wat als u daar boven kwam, gedoopt op een andere manier, en dezelfde Jezus die gezegd heeft: "Wie één woord zal afnemen of één woord zal toevoegen, diens deel zal worden afgenomen uit het Boek des Levens!"... Jezus zei dat, en Hij zei: "Heel de Schrift is geïnspireerd en moet vervuld worden." Nu weet u beter. Wat zult u er mee doen?
168 En als u alleen een sensatie hebt gehad of zoiets... Ik geloof in een gewaarwording. Als u alleen gedanst hebt in de Geest, in tongen gesproken... Daar geloof ik ook in. Maar als dat alles is wat er is, en uw geest in u vertelt u het Woord niet te volgen, terwijl u weet dat Het juist is, dan is er iets fout met die geest. Het is niet de Heilige Geest. Het kan het niet zijn. Ziet u? Het zou Zijn eigen Woord betuigen, u weet dat. U kunt u gereed maken om nu te komen, terwijl we bidden.
169 Jezus van Nazareth, kom nu dicht bij en spreek tot elk hart. Ik draag hen aan U op, mogen ze worden... Al deze handen, ze zijn zegetekenen van de boodschap, Heer, van U en Uw grote verheven tegenwoordigheid die nu met ons is. Elk mens die gevoelig is voor de Geest, kan vertellen dat U hier bent, dit grootse gevoelen van heiligheid. Sta het toe, Heer, juist nu. In de Naam van Jezus Christus.
170 Nu, met onze hoofden gebogen, als er mensen zijn die gedoopt willen worden in de Naam van Jezus Christus, zich willen bekeren, de doop van de Geest willen zoeken: er is een kamer open aan mijn linkerhand. Vrouwen aan de rechterkant. Er zal daar iemand zijn om u aanwijzingen te geven. Er wachten doopkleren, alles. Nu, terwijl wij onze hoofden gebogen houden, zingen we:
Ik kan mijn Redder horen roepen...